Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1917


11 december 1916


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De SINDORO.
Naar wij vernemen, zal de SINDORO van de Rotterdamsche Lloyd, waarschijnlijk dezer dagen een reis naar en van Engeland maken tot het overbrengen van Duitse en Engelse invalide krijgsgevangenen.


02 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 januari. Het met graan van New York alhier aangekomen Nederlandse stoomschip BRUNSWIJK is in het Engelse Kanaal in aanvaring geweest met het stoomschip WESTMARCH, waardoor er boegplaten van de BRUNSWIJK werden doorboord.
Het stoomschip NOORDWIJK van dezelfde rederij seinde draadloos, dat de BRUNSWIJK het binnenkomende water kon bijhouden en dat men zo naar de Waterweg zou sturen.
De rederij heeft echter de sleepboot BLANKENBURG ter assistentie laten uitvaren omdat de mogelijkheid niet uitgesloten was, dat de pompen, omdat er graan aan boord was, zouden verstopt raken. Dit is echter niet gebeurd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Martenshoek, 2 januari. Van de werf van de heer J.W. Boerma is met goed gevolg, te water gelaten een stalen motor-vrachtboot, groot ongeveer 180 ton. Er zal een Steywal standaard motor van 45 pk in geplaatst worden.
De kiel is weer gelegd voor een zeevrachtboot van ongeveer 500 ton voor Nederlandse rekening.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. De Amigo di Curaçao van 18 november (1916) meldt:
Zaterdagmiddag is het eerste grote tankschip van de Werf Motet te water gelaten. Deze tanker zal 800 ton olie kunnen aanvoeren en is de eerste van de drie, welke in aanbouw zijn bij de firma Maduro onder leiding van de heer J.F. Evertsz.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 2 januari. Aan het strand te Westkapelle zijn een Engelse mijn en een mijn van onbekende nationaliteit aangespoeld.
Harlingen, 2 januari. 1.000 meter benoorden Harlingen is een Engelse mijn aangespoeld, die door het Loodswezen is vastgelegd. De mijn is onder militaire bewaking gesteld.
Ouddorp, 2 januari. De twee aangespoelde mijnen zijn hedenmiddag door geniesoldaten tot ontploffing gebracht.
Zandvoort, 2 januari. Aan het strand alhier, vooral ten noorden van de badplaats, zijn 13 mijnen aangespoeld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemünde, 29 december. Bij Gross Horst is een door de sleepboot SCHELDE gesleepte en voor Swinemünde bestemde baggermolen gezonken. De bemanning verdronk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 1 januari. Het nieuwe stoomschip PENDRECHT, 28 december van IJmuiden naar New Orleans vertrokken, is gisteren met defect ankerspil in de Nieuwe Waterweg teruggekeerd. Het schip was reeds aan de Engelse kust geweest.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 januari. Het stoomschip ARUNDO, dat van Ferrol naar hier is gekomen om te repareren, ligt thans in het droogdok van de Rotterdamsche Droogdok Mij. De steven is totaal verbogen; 22 stevenplaten zijn defect en de stuurboordkluis is gebroken. Verder is er nog schade aan de omringende spanten, enz. De reparaties zullen 14 dagen duren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een Nederlandsche torpedojager gestrand.
In de nacht van zaterdag op zondag is ten noorden van het badstrand te Vlissingen een torpedojager tegen de kust opgevaren. De boot kwam op de stenen van een van de paalhoofden terecht en werd ernstig beschadigd. Getracht zal worden het schip af te brengen bij hoog water. De bemanning heeft angstige ogenblikken doorgemaakt. Een van de matrozen is zwemmende met een lijn naar de kust gegaan en heeft het zo zijn mede-opvarenden mogelijk gemaakt zich te redden, daar men bang was voor erger ongelukken. Een sergeant had de tegenwoordigheid van geest om, toen hij de stranding zag aankomen, de pistolen van de torpedo's af te nemen, daar hij voor ontploffingen vreesde. Gisteren is men van militaire zijde bezig geweest met het weghalen van de torpedo's en andere zaken van het schip. (opm: zie ook MCO 020117)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De OLDAMBT opgebracht.
Het Nederlandse stoomschip OLDAMBT, op weg van Rotterdam naar London met contrabande is door Duitse oorlogsschepen aangehouden en naar Zeebrugge gebracht. De volgende bijzonderheden vinden we in De Maasbode:
Het stoomschip vertrok 27 december ‘s nachts van Rotterdam. Het was 28 december vm. 02.30 uur in zee. De lading bestond uit ongeveer 250 ton margarine, 70 ton verse en ingemaakte groenten, bovendien uit mandenwerk en ander stukgoed. Daar het grootste gedeelte van de lading uit contrabande bestond, zal vermoedelijk en schip en lading verbeurd worden verklaard. Zoals men zich zal herinneren, werd de OLDAMBT op 1 november eveneens door Duitse oorlogsschepen aangehouden. Terwijl men toen pogingen aanwendde, om de OLDAMBT op te brengen, kwamen Engelse oorlogsschepen opdagen. Een poging om de OLDAMBT tot zinken te brengen mislukte. De boot bleef drijven en werd later in zinkende toestand de Waterweg binnengebracht. Na reparatie, die ongeveer anderhalve maand in beslag nam, werd de OLDAMBT weer in de vaart op Londen gebracht (in dienst van de Batavier-lijn). Op zijn tweede reis is de hernieuwde poging gelukt. Nu ligt het schip in de haven van Zeebrugge. Omtrent de opvarenden is niets bekend. Deze zullen waarschijnlijk binnen enkele dagen naar Nederland worden teruggezonden.
De OLDAMBT is een stalen schroefstoomschip, 470 bruto en 261 netto ton groot, in 1914 bij de Arnhemsche Stoomsleephelling Mij. te Arnhem gebouwd en was onlangs aangekocht door de firma N. Haas & Co. te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. Gedurende 1916 zijn de Nieuwe Waterweg binnengekomen 3.185 schepen, waaronder 2.860 stoomschepen, 167 zeilschepen, 7 zeelichters, 33 vreemde sleepboten, 7 bunkerboten, 55 bijleggers, 53 marinevaartuigen, 1 vaartuig baggermateriaal, 8 proefstomers; tegen 3.950 in 1915 en vertrokken 2.973 stoomschepen, 175 zeilschepen, 284 zeelichters, hoofdzakelijk Belgisch materiaal, 7 bunkerboten, 82 vreemde sleepboten, 30 marinevaartuigen, 9 stuks baggermateriaal, 53 diverse proefstomers enz., totaal 3.613 schepen, tegen 4.222 in 1915. De vissersvloot is hieronder niet begrepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. Te Schiedam zijn in 1916 aangekomen 19 stoomschepen, metende 125.807 m3 bruto en 93 zeilschepen met 24.000 m3 netto, tegen 3 stoomschepen, metende 19.800 m3 en 47 zeilschepen met een inhoud van 11.150 m3 netto in 1915. Tevens kwamen nog 120 vissersschepen binnen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. Gedurende het jaar 1916 kwamen te Vlaardingen binnen 4 koopvaardijschepen met een bruto-inhoud van 2.023 m3.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. In 1916 zijn te Harlingen binnengekomen 176 stoomschepen met een inhoud van 443.793 m3 en 18 zeilschepen met een inhoud van 6.508 m3, totaal 194 schepen met een inhoud van 450.301 m3 en vertrokken 176 stoomschepen met een inhoud van 443.793 m3 en 17 zeilschepen met een inhoud van 6.063 m3, totaal 193 schepen met 449.856 m3 inhoud. In 1915 zijn hier binnengekomen 248 stoomschepen met 662.873 m3 inhoud en 10 zeilschepen met 3.476 m3 inhoud, totaal 258 schepen met 666.349 m3 inhoud en vertrokken 250 stoomschepen met 668.543 m3 inhoud en 10 zeilschepen met 3.476 m3 inhoud, totaal 960 schepen met 672.019 m3 inhoud.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Vlissingen. In de vroege morgen van zondag is ten noorden van het fort De Nolle te Vlissingen de torpedoboot G 1 gestrand. Naar wij vernemen was de boot, die voor anker lag, van haar anker geslagen en is toen in de storm en duisternis op de steenglooiing van een oud paalhoofd geslagen. Een van de onderofficieren had de pistolen van de torpedo’s afgehaald en daardoor voorkomen, dat deze ontploften bij het stoten tegen de wal.
Door het brengen van een lijn naar de wal door een van de matrozen, konden de opvarenden zich redden. De boot zat gisteren nog op dezelfde plaats en zowel zondag als gisteren werd druk gewerkt aan het demonteren van de boot, die vrij ernstig beschadigd is. Het is te begrijpen dat veel personen van de twee vrije dagen gebruik maakten om eens een kijkje te gaan nemen, maar niet velen hebben iets gezien, daar de dijk bij de punt voor het fort door de militairen was afgezet.


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

De gestrande torpedoboot.
Omtrent het ongeluk overkomen aan de torpedoboot te Vlissingen meldt men ons uit Den Haag dat het veroorzaakt is door het breken van de ankerketting. Onderzocht wordt nog wat voor het behoud van het schip zou kunnen worden gedaan. (opm: zie ook VCO 150117)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 december. De in het vorig jaar nieuw gebouwde stalen gaffelschoener BOREAS, kapitein tevens reder W. Boerma te Groningen is onderhands verkocht aan de rederij A. Jordens Jr., alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 29 december. De twee-mast gaffelschoener OSCAR, schipper Boerma, met hout van Gotenburg naar Groningen, die heden alhier binnenkwam, heeft met stormweer te kampen gehad. Het schip vertrok 21 oktober van Gotenburg, was in het laatst van oktober voor Borkum en sloeg door stormweer terug naar de kust van Denemarken en liep binnen te Skagen. In de nacht van 17 november was het schip bij vreselijk stormweer weer nabij Borkum, alwaar ook was de Zweedse schoener ALBIN, die in die nacht verging, en sloeg weer terug naar Skagen. Bij deze laatste storm verloor het schip een reddingboot en een klein gedeelte deklast. (opm: zie ook RN 091116 en 221216)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw voor Rotterdamse rekening, of op de Rotterdamse werven.
Tegenover het aantal schepen, te Rotterdam thuis behorende, dat in het afgelopen jaar door mijnen of door onderzeeërs werd vernietigd, staat de aanbouw van een belangrijk aantal nieuwe voor Rotterdamse of andere rekening alhier of elders gebouwd.
Aan de Rotterdamsche Droogdok Mij. werd te 29 jan. het s.s. WAALHAVEN; aan de werf van Burgerhout het s.s. BOEKELO; op 1 febr. werd te water gelaten bij Van der Giessen te Krimpen aan de IJssel, voor rekening van de heer Phs. Van Ommeren, alhier, het s.s. KIELDRECHT. Op 1 april liep te Vlissingen te water voor de Rotterdamsche LIoyd het s.s. BUITENZORG en op 12 april, aan het Etablissement Fijenoord het s.s. BINTANG voor de Mij. Nederland. Voor Gebr. Van Uden werd 15 april aan de Rotterdamsche Droogdok Mij. te water gelaten het s.s. IJSELHAVEN. De 16e mei liep aan het Etablissement Fijenoord van stapel het s.s. ELVE voor de firma P.A. van Es & Co. en 25 mei aan dezelfde werf het s.s. IJSELDIJK voor de Holland Amerika Lijn, terwijl 20 mei aan ‘De Schelde’ te Vlissingen het eerste turbine-mailschip van de Rott. Lloyd het s.s. PATRIA van de werf liep; 15 mei maakte de OTIS TETRAX door de firma Hudig en Pieters besteld aan de N.V. Burgerhout's Machinefabriek & Scheepswerf zijn proeftocht. Te Krimpen a/d IJssel ging 24 mei voor Gebr. Van Uden het s.s. ANDERS te water en te Capelle a/d IJssel was inmiddels het s.s. RIJN voor de Mij. Houtvaart van de helling gegaan. De 27e mei werd aan de Rotterdamsche Droogdok Mij. te water gelaten het s.s. AMELAND voor de Mij. Triton.
Het tweede halfjaar begon met het te water laten, op 7 juni, bij Jonker en Stans te Hendrik-Ido-Ambacht van het s.s. MARIA van de Holland Gulf Stoomvaart Mij. en de 8e juni volgde aan de werf Bonn & Mees het s.s. SCHIEDIJK voor de Holland Amerika Lijn, waarna de 15e juni aan de werf Gusto te Schiedam voor de Scheepvaart- en Steenkolen Mij. het s.s. SCHIELAND van stapel liep. Voor dezelfde maatschappij werd 9 juli te Alblasserdam te water gelaten het s.s. SINT JANSLAND en op dezelfde datum was aan werf van Burgerhout hetzelfde het geval met het casco van de zeevrachtboot AMSTEL voor P.A. Van Es & Co. 15 augustus liep bij de N.V. C. v.d. Giessen & Zonen's Scheepswerven te Krimpen a/d IJssel te water het s.s. ASLÖG voor de N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportondernemingen. De volgende dag volgde aan de werf van de N.V. Arnhemsche Stoomsleephelling Mij. de tewaterlating van het s.s. HEENVLIET voor de Nat. Stoomvaart Mij., directie Soetermeer & Fekkes & Co., alhier. Het s.s. MEDEA liep 24 aug. bij Rijkée & Co. van stapel, voor de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. De Rotterd. Lloyd zag de 23e september haar vloot weer vermeerderd door de tewaterlating aan ‘De Schelde’ te Vlissingen van het s.s. GAROET en de 26e van die maand werd voor Gebr. Van Uden aan de werf Gusto te Schiedam aan zijn element toevertrouwd het s.s. HILLEGOM. Voor dezelfde firma ging 4 oktober te water het .s.s. FALKETIND bij Van der Giessen te Krimpen a/d IJssel. Eveneens voor Gebr. Van Uden liep 8 oktober te water bij de N.V. Boele's Scheepswerven & Machinefabriek Bolnes te Slikkerveer, het s.s. HOP en de N.V. W. van Driel's Stoomboot & Transport Ondernemingen, verkreeg dezelfde datum een vermeerdering van haar vloot door de tewaterlating van het s.s. ZUIDERZEE van de scheepswerf van de firma v/h de Wed. A. van Duijvendijk te Papendrecht. De 21e oktober liep aan de Rotterd. Droogdok Mij. te water het s.s. CELAENO voor de Mij. Zeevaart; de 28e november aan dezelfde werf het s.s. LINGESTROOM voor de Hollandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam. De 28e november, bij J.Th. Wilmink te Gideon (Groningen), een ongenoemd stoomschip, voor N. Haas & Co. De 4e december aan de werf Farmsum te Delfzijl, het s.s. GRONINGEN voor Gebr. Van Uden; voor laatst genoemde rederij liep aan de werf Gusto te Schiedam te water het s.s SASSENHEIM. Voorts, 6 december, bij Verschure & Co. te Amsterdam het s.s. HERMINA voor de Nederl. Vrachtvaart Mij.; op 7 december bij T. van Duijvendijk te Lekkerkerk het s.s. JAN VAN STEEN voor August Borremans; op 21 december bij Burgerhout’s Machinefabriek & Scheepswerf het s.s. DORDRECHT voor Phs. van Ommeren en de 23e december bij de firma Gebr. Bodewes te Lobith het s.s. GOUWZEE voor de N.V. W. van Driel's Stoomboot- & Transport Onderneming, terwijl de tewaterlating van het s.s. BALI voor de Mij. Nederland te Amsterdam, die op 23 december bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. zou plaats hebben, wegens het stormweer op die datum werd uitgesteld tot na 1 januari.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 oktober. De houten zeillogger (KW-104), JOHANNA, van de rederij W. Tom te Katwijk aan Zee is onderhands verkocht aan de heer Th. van der Klauw te IJmuiden. Het schip zal uit de visserij genomen en voor de vrachtvaart ingericht worden.


03 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 2 januari. De Nederlandse zeesleepboot UTRECHT, 2 december van Rotterdam naar Paramaribo vertrokken, arriveerde volgens een ontvangen telegram, met alles wel ter plaatse van bestemming. Op deze gehele reis van omstreeks 4.500 mijl werd geen enkele haven aangedaan om steenkolen in te nemen.
De UTRECHT vertrekt nu van Paramaribo met het stoomschip CURAÇAO op sleeptouw via Barbados naar Rufisque (bij Dakar, westkust Afrika) alwaar de CURAÇAO een lading olienootjes moet innemen voor Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 2 januari. De tjalk DELFZIJL is door de storm van zijn ankers geslagen en op de dijk bij Pilsum terecht gekomen. Het vaartuig is geheel wrak geworden; de bemanning is gered. Het schip was door de heer G. de Boer alhier verkocht naar Emden.


04 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De stagnatie in het scheepvaartbedrijf.
De buitengewone algemene ledenvergadering van de Bond van Machinisten ter Koopvaardij, gisteravond gehouden in café Riche, heeft, naar aanleiding van de laatste ingekomen brief van het bestuur van de Scheepvaart-Vereeniging in zake bet collectieve arbeidscontract voor de machinisten bij de algemene vrachtvaart en de geregelde lijnen in de korte vaart, besloten:
1e. vast te houden aan het afsluiten van een collectieve arbeidscontract;
2e. vast te houden aan het daarin opnemen van een premie voor de hoofdmachinisten ten bedrage van ½ % van de bevaren bruto-vracht en cq. Passagegelden; het betalen van overwerk aan de ondergeschikte machinisten en het blijven uitbetalen van de bestaande hogere gages;
3e. De staking niet op te heffen, voordat aan deze wensen door de Scheepvaart-Vereeniging zal zijn voldaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mijnen. – Noordwijk, 3 januari. Een viertal aangespoelde mijnen werden door de Marine opgeblazen.
- Ouddorp, 3 januari. Aan het Westerstrand, kort bij de zogenaamde ‘Punt’, is weer een mijn aangespoeld en onder bewaking gesteld.
- ’s-Gravenhage, 3 januari. In de afgelopen nacht is op het z.g. ‘stille strand’ te Scheveningen even voorbij de eerst golfbreker een mijn aangespoeld.
- Haamstede, 3 januari. Aan het strand, dicht bij de vuurtoren, zijn twee grote mijnen aangespoeld, die dadelijk onder militair toezicht zijn gesteld.
- Hoek van Holland, 3 januari. De stoomloodsboot heeft voor de Waterweg een contactmijn en 10 bussen benzine opgevist. Ze zijn alhier aangebracht.
- Katwijk aan Zee, 3 januari. Alhier is een mijn aangespoeld. Te Noordwijk zijn er twee en te Zandvoort 13 aangespoeld. Ze zijn onder militaire bewaking gesteld.
- Schiermonnikoog, 3 januari. Bij Paal 9 is een grote mijn aangespoeld.
- Texel, 2 januari. Langs de kust zijn weer acht mijnen aangespoeld. Twee zijn in het Eierlandse zeegat naar binnen gedreven.
- Westerschouwen, 3 januari. Aan het strand onder deze gemeente zijn uit zee aangespoeld twee mijnen, die terstond onder militaire bewaking zijn gesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij.
De directie van de Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij bericht, dat op rekening van de in het boekjaar 1916 behaalde winst een voorlopig dividend zal worden betaalbaar gesteld van 40% per aandeel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 2 januari. Het van Rotterdam naar Baltimore bestemde Nederlandse stoomschip PHECDA heeft te Falmouth geland de bemanning van het gezonken Noorse stoomschip FLORA.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging. Te Zaandam kwamen in 1916 binnen 53 zeeschepen (40 stoom- en 13 zeilschepen) met een gezamenlijke inhoud van 39.790 br. reg. ton (tegen 46 zeeschepen in 1915). Van deze schepen voeren 15 stoom- en 15 zeilschepen onder Nederlandse vlag, 24 stoomschepen en 1 zeilschip onder Zweedse en 1 stoomschip onder Noorse vlag. Aangevoerd werden 17.734 standards gezaagd hout en 306 tult balken, tegen 28.987 standards hout in 1915.


05 januari 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Jonker te Kinderdijk, is te water gelaten het stalen casco van de zeesleepboot GELDERLAND, gebouwd voor rekening van de firma J. Constant, Kievits en Co. te Dordrecht. De hoofdafmetingen zijn: 115’ x 25’ x 13’-10".
Het vaartuig gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas voor lange reizen, wordt toegevoegd aan de vloot voor het Bureau Wijsmuller te ‘s-Gravenhage. De machine-installatie wordt vervaardigd aan de Machinefabriek Bolnes te Bolnes. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een zeevrachtboot voor rekening van het Bureau Wijsmuller te ‘s-Gravenhage. (opm: GELDERLAND, waarschijnlijk te water op 29 of 30 dec. 1916)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren stelde de Raad een onderzoek in naar de oorzaak van het op 19 november jl. nabij Ouessant stranden en verloren gaan van het stoomschip TENBERGEN, van Furness' Scheepvaart en Agentuur Maatschappij te Rotterdam. Allereerst werd gehoord de gezagvoerder E. van Twisk. Hij verklaarde, dat de TENBERGEN met mais was geladen. Het schip kwam van Buenos Aires, vanwaar het op 17 oktober was vertrokken. De route ging door Het Kanaal. De 19e november deelde de machinist mee, dat niet meer dan 17 ton kolen in voorraad waren. Hij kon Falmouth niet meer bereiken en zette toen koers naar Brest. Het weer was goed. Getuige heeft niet gelet op de barometer. Omstreeks kwart voor vijf in de namiddag ontdekte hij het licht van Grey Point en dat van La Jument. Er werd gestuurd, tot de lichten als één werden gezien. Daarna werd geflambouwd om een loods. Het licht van Pierre Noire heeft getuige niet kunnen waarnemen. Om half acht ging de TENBERGEN naar binnen. Aan bakboord werd een rood flashlight opgemerkt met viermaal een flash in de negentien seconden. Tevens zag hij toen het licht van Stiff Point. Het eerste zag hij aan voor dat van Pierre Noire. Hij meende toen zeker te zijn van zijn bestek en stuurde oostzuidoost half oost. Het schip stootte toen; er werd hard bakboord roer gegeven en gestopt. Getuige liet de ankers vallen. Toen men enige tijd gestopt had gelegen, kwam zuidelijk het werkelijke licht van Pierre Noire in zicht. Het weer werd hoe langer hoe slechter. Het schip maakte veel water; alleen de ruimen één en twee en de machinekamer bleven droog. Er kwam een reddingboot, maar deze zag geen kans de TENBERGEN af te brengen. Het schip begon reeds te zinken; aangezien de toestand gevaarlijk werd, besloot men het vaartuig te verlaten in de beide sloepen. De trommel met scheepspapieren en het journaal werden in een van de reddingboten geborgen. Toen deze echter langszij wegsloeg, wierp men het journaal in de bakboord sloep, waarin de stuurman en achttien leden van de bemanning zich hadden gered. De gezagvoerder met de overige leden van de bemanning waren in de stuurboordsloep gegaan. Uit de bakboordsloep werd echter gewaarschuwd, dat de andere sloep lek was; vermoedelijk werd de sloep hij het strijken lek gestoten. De inzittenden raakten te water en werden opgepikt door de reddingboot. Alleen de stuurman kon niet gered worden. Toen de reddingboot dicht de stuurboordsloep was genaderd, hield het stakelen op en daaruit had getuige afgeleid, dat allen gered waren. Tegen het aanbreken van de dag is getuige met zijn mannen door een trawler opgenomen. Later is het lijk van de stuurman aangespoeld. Als tweede getuige werd gehoord de machinist H. v. d. Straten. Getuige verklaart, dat hij bij het vertrek ongeveer zeshonderd ton kolen aan boord had gehad. Het waren Amerikaanse kolen. Onder in de bunkers bevond zich evenwel een restant Hollandse kolen, die echter van slechte kwaliteit waren en uit gruis bestonden. Bij Finistère waren nog ongeveer 90 ton kolen aan boord, maar deze vlogen weg door de schoorsteen. Toen het bleek, dat er niet genoeg was om Falmouth te bereiken werd besloten, Brest aan te doen. De tweede stuurman A. Roos, verklaart zich niet met de navigatie te hebben bemoeid, wel met het geven van lichtseinen. Uit zijn verklaringen bleek, dat de eerste stuurman in de bakboordsloep de stuurboordboot nog had vastgehouden. Echter tevergeefs. De boten zijn tegen elkaar gestoten en de lekke bakboordboot is toen weggedreven en gezonken.
Daarna werd het onderzoek gesloten; de Raad zal later uitspraak doen.


06 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 5 januari. Het nieuw gebouwde Noorse stoomschip FEIE, kapt. Nettoland, dat 6 mei jl. van hier vertrok met bestemming naar Rotterdam, doch bij Borkum door de Duitsers werd aangehouden en opgebracht naar Emden, is voor enige dagen weer vrijgegeven en alhier teruggekeerd. Het stoomschip zal de reis naar Noorwegen vermoedelijk via Rotterdam, voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de Oorlog. De OLDAMBT.
Uit Aardenburg meldt men ons: Gisteren is alhier aangebracht het lijk van de 2e stuurman van de OLDAMBT. Het schijnt dat dit schip bij het opbrengen naar Zeebrugge, door het duistere weer een eind voorbij die haven gevoerd is, waarna het bij het zichtbaar worden door een kustbatterij ter hoogte van Oostende met tweeëntwintig schoten beschoten is. Een uitgezette boot is daarna door een Duitse torpedoboot overvaren, waarbij de 2e stuurman H. (opm: Harsveld) om het leven kwam. De OLDAMBT en de bemanning zijn naar Brugge gevoerd, behalve vier gekwetsten, die in het hospitaal te Oostende zijn opgenomen. De overige leden van de bemanning zijn eerst ondergebracht in het vluchtelingenkamp te Brugge, waar zij onvoldoende voedsel ontvingen; daarna zijn zij door bemiddeling van de Nederlandse consul te Brugge, in hotels in de stad onder dak gebracht. De kapitein en de 1e stuurman zijn te Brugge moeten achterblijven; de zes overige leden van de bemanning zijn tegelijk zonder hun bezittingen en zonder een cent op zak, over de grens gelaten. Het lijk van de verongelukte stuurman zal te Aardenburg ter aarde besteld worden. Tot de grens werd met alle militaire eerbetoon het stoffelijk overschot door de Duitsers uitgeleide gedaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Stagnatie in het scheepvaartbedrijf.
Ten gevolge van de staking van de machinisten, aangesloten bij de Bond van Machinisten ter Koopvaardij, liggen thans in de havens alhier stil de stoomschepen SINT ANNALAND, DIRKSLAND, OOSTERLAND, NOORD-HOLLAND, WAAL, NOORDWIJK, BRUNSWIJK, WOENSDRECHT, MOORDRECHT, CORNELIS, BRITSUM, KIELDRECHT, AMERICAN, SCHIELAND, ELISABETH, HILLEGOM, ALGENIB, MEGREZ, ALPHARD en BESTEVAER; te Amsterdam de stoomschepen ZUIDERZEE en FARMSUM en te Zaandam de stoomschepen OOTMARSUM en LOPPERSUM.
De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel heeft tot de besturen van de Scheepvaartvereniging te Rotterdam en de Bond van Machinisten ter Koopvaardij, met een beroep op het landsbelang, een ernstig verzoek gericht, mee te werken tot beslechting van het hangende geschil, door zich bereid te verklaren de arbitrale beslissing van een in te stellen commissie van 3 leden te aanvaarden.
De besturen zouden ieder een lid, de minister het derde lid aanwijzen. Gehoopt wordt dat deze poging tot opheffing van het geschil langs minnelijke weg spoedig zal slagen.
De Bond van Machinisten zal in een maandag te houden vergadering omtrent dit verzoek een besluit nemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart komt dinsdag 9 januari a.s., 's middags te 1.30 uur, bijeen ten einde een onderzoek in te stellen naar de oorzaak van:
a. Het aan de grond lopen op 13 september op de Zweedse kust van de motorschoener IDA, van de firma Soetermeer, Fekkes & Co. te Rotterdam; gezagvoerder F.J. Bonninga te Groningen;
b. het stranden op de kust van Jutland op 13 oktober van het tjalkschip CHRISTINA van J. Top & K. Deen te Groningen; gezagvoerder A. Bloemker, aldaar.
c. Daarna onderzoek naar de klacht v. d. Hoofdinspecteur v. d. Scheepvaart tegen A. Bloemker voornoemd ter zake van misdraging jegens de reders.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
Naar wij vernemen hebben bij de heden gehouden inschrijving op NLG 1 miljoen aandelen van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij nagenoeg alle aandeelhouders van hun recht van voorkeur gebruik gemaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandse scheepsbouw in 1916.
In het afgelopen jaar werden van de gezamenlijke Nederlandse scheepsbouwwerven te water gelaten voor de zeevaart (handelsvaart) 71 stoomschepen en 1 motorschoener, metende totaal ca. 144.000 bruto reg. ton, tegen 44 stoomschepen met ca. 103.000 br. reg. ton in 1915.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Amsterdam, 5 januari. Gisteren werd op de Zuiderzee proef gestoomd met het stoomschip NOORDSTROOM, (180’-0' x 28’ x 14'-6”) hetwelk gebouwd werd bij de N.V. Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’, v/h Van Vliet & Co. te Hardinxveld. Het schip behaalde met zijn machine van 13¼ x 21 x 35, slag 27 duim met 2 ketels van 10'-3" x 10'-6", welke bij 121 omwentelingen 350 ipk ontwikkelde, een snelheid van gemiddeld 9,5 mijl. Na de goed geslaagde proeftocht werd het schip door de eigenaren (Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam) overgenomen.


07 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De BERKELSTROOM en de ZEELAND.
Het prijsgerecht te Hamburg heeft bepaald, dat inzake het 24 april 1915 in de grond geboorde Nederlandse stoomschip BERKELSTROOM 15 dezer uitspraak zal worden gedaan.
Voorts heeft het beslist, dat het met steenkool naar Frankrijk bestemde Nederlandse stoomschip ZEELAND 1 april 1916 terecht in de grond is geboord.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse grote scheepvaart in 1916. - Deel II.
Het beurtverkeer met Engeland werd in loop van het jaar meer dan eens stopgezet, doordien de Engelse regering alle Britse havens enige dagen voor de neutrale scheepvaart gesloten verklaarde. Bovendien werden de geregelde maildiensten en het passagiersverkeer op Engeland herhaaldelijk onderbroken door het op mijnen lopen of door opbrenging naar Zeebrugge van boten van de Maatschappij Zeeland en van die van de Batavier-Lijn. Meer dan eens moest het verkeer op zeer ongeregelde wijze met Engelse boten plaats hebben. Van Engelse zijde ondervond de scheepvaart op Nederland vooral veel belemmering op de thuisreizen, door oponthoud in Engelse havens. In het bijzonder was dit het geval met graanschepen van Amerika. O.a. werden in de laatste week van augustus niet minder dan 38 graanschepen, waarvan 26 voor Rotterdam en 12 voor Amsterdam, vrijgelaten, nadat sommige in Engelse havens een maand en meer waren vastgehouden. Aanhouding en onderzoek van uitgaande en verwachte mails per Nederlandse stoomschepen met al de daaruit voortvloeiende schaden en lasten bleven het gehele jaar aan de orde van de dag. Het streng doorvoeren van de Engelse maatregelen tot algehele afsluiting van Duitsland en Oostenrijk voor aan- en uitvoeren over zee bleef grote schade toebrengen aan het vrachtverkeer naar en van Nederland. De moeilijkheden werden nog groter door de tweede verscherpte “Order in Council'' van de Engelse regering van 30 maart ter vervanging van die van 11 maart 1915, bepalende, dat voortaan geen goederen zouden worden doorgelaten, geconsigneerd aan of voor personen, waarvan bewezen was dat deze tijdens de tegenwoordige oorlog de invoer van contrabande-goederen bevorderd hadden naar gebied, behorende aan of bezet door de vijand. De namen van zulke firma's en personen worden sedert op periodiek verschijnende zogenaamde “zwarte lijsten" gepubliceerd. Nog moeilijker scheen de toestand te zullen worden voor de Nederlandse scheepvaart, toen bij Koninklijk Besluit van 17 april de Engelse regering aan neutrale reders te kennen gaf, dat alle steenkolen van Duitse herkomst, hetzij in lading of in bunkers, aan boord van neutrale schepen, onderhevig zouden worden verklaard aan inbeslagneming en vasthouding, evenals andere goederen, volgens de bepalingen van de “Order in Council" van 11 maart 1915. Kapiteins van neutrale schepen werden gewaarschuwd zich te voorzien van certificaten van Engelse consulaire ambtenaren, uit welke moest blijken, dat de kolen die aan boord zouden zijn, geleverd waren met goedkeuring van de Engelse consul in de haven waar zij gebunkerd hadden. Dat bij doorvoering daarvan de Nederlandse scheepvaart in een zeer hachelijke toestand zou geraken, laat zich verklaren. Tot dusver toch werd in de Nederlandse havens voor een zeer groot deel met Duitse kolen gebunkerd. De ontreddering had des te groter kunnen worden, daar de aanvoeren van Engelse kolen reeds lang onvoldoende waren, de leveringen van Duitse kolen bovendien hard begonnen te verminderen en de Duitse regering uit weerwraak stoomschepen, voorzien van Engelse kolen, eveneens als vijandelijke schepen zou kunnen gaan beschouwen.
De Engelse bedreiging is echter bij een bedreiging gebleven, naar men wel begreep uit de overweging dat er in Engeland geen prijsrechter zou zijn te vinden, die zulk een bepaling rechtmatig zou willen achten. Wel gaf de Engelse regering kennis, dat Nederlandse stoomschepen in Engeland en in de Engelse kolenstations bunkerkolen zouden kunnen bekomen, mits 30% van de scheepsruimte zou worden afgestaan ten bate van Engelse belangen. De Nederlandse Minister van Landbouw, Handel en Nijverheid gaf echter aan de directies van de Nederlandse stoomvaartmaatschappijen duidelijk te verstaan, dat de Nederlandse scheepsruimte beschikbaar moest blijven voor opeising door de Nederlandse regering en dat deze niet kon toelaten, dat zou worden te kort gedaan aan de mogelijkheid om met Nederlandse schepen in de eigen behoeften van ons land te voorzien. De Regering zag zich genoodzaakt maatregelen te nemen om zich ten behoeve van de voorziening van ons land van voldoende voedingsmiddelen voor mens en dier de diensten te blijven verzekeren van een belangrijk percentage van de Nederlandse koopvaardijvloot tegen vrachtprijzen, ver liggende onder het niveau van de vrije markt. Op 11 januari was reeds tussen de Regering en de Nederlandsche Reedersvereeniging, de Kon. Holl. Lloyd en de Holl. Amerika Lijn, evenals in 1915, een collectief contract tot stand gekomen, ditmaal voor het vervoer van 135.000 ton graan per maand van Noord- en Zuid Amerika gedurende de maanden maart t/m september, en wel tegen een vracht, bedragende ongeveer de helft van de in open markt te bedingen vrachtcijfers, die intussen belangrijk zijn opgelopen, en bijv. van de zogenaamde “Northern Range" naar Nederland op basis zwaar graan van dec. 1915 tot en met nov. 1916 gestegen zijn van NLG 8,10 tot NLG 24 per quarter. De in het najaar zo ongunstig gebleken oogsten in Noord- en Zuid Amerika met als gevolg grote moeilijkheden in het betrekken van voederstoffen van daar gaf begin december de Regering aanleiding 75 pct. van alle ruimte van de vrachtschepen van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, de Rotterdamsche Lloyd en de Nederlandsche Stoomvaart Mij. Oceaan te rekwireren tot het aanvoeren van Indische producten, die kunnen dienen tot voeding van mens en dier. Van de ruimte van de mailschepen werd voor hetzelfde doel 25 pct. opgevorderd. De overige ruimte blijft beschikbaar voor verdere producten van de Indische markt. Door de Holland Amerika Lijn worden uitsluitend regeringsgraan, regeringsgoederen, benevens goederen, door de nijverheidscommissie aangewezen, naar ons land verscheept. Voorts achtte de Regering zich in het begin van het jaar voor de noodzakelijkheid geplaatst een wetsontwerp in te dienen tot verbod van uitvoer van schepen. De in 1915 reeds zo hoog gelopen prijzen, die door buitenlandse, vooral Noorse, financiers voor alle soorten schepen werden betaald, waren nog steeds stijgende. Liepen deze in 1915 voor stoomschepen per ton d.w. van GBP 2-15/- tot 18-1/- en voor zeilschepen van GBP 2 tot 6-19/-, einde febr. 1916 werd voor stoomschepen reeds GBP 7-1/- tot 28-2/- en voor zeilschepen GBP 4-6/- tot 12-16/- per ton betaald. Als voorbeeld dient tevens dat drie Nederlandse stoomschepen, die naar Noorwegen waren verkocht voor tezamen NLG 6.000.000 van daar bijna onmiddellijk weer van de hand werden gedaan naar Amerika voor niet minder dan GBP 710.000. Deze hoge prijzen waren mede aanleiding geweest, dat van 24 aug. 1915 tot 10 febr. 1916 de Nederlandse koopvaardijvloot verminderde met niet minder dan 31 schepen boven 400 ton met een gezamenlijke bruto-inhoud van ca. 104.000 ton, waar tegenover in dezelfde periode slechts 12 schepen met ca. 38.000 bruto ton door nieuwbouw aan de Nederlandse vloot werden toegevoegd, zodat tegenover de zo nodige vermeerdering een vermindering van 66.000 ton inhoud was ontstaan. In deze vermindering waren niet begrepen sleepboten en trawlers, waarvan mede een beduidend aantal in buitenlands eigendom overging. Om de Nederlandse koopvaardijvloot te behoeden voor verdere inkrimping trad 23 maart een op 18 maart door de Tweede Kamer aangenomen wet in werking, houdende maatregelen, die waarborgen, dat Nederland in voldoende mate de beschikking blijft behouden over schepen. In het belang van de Nederlandse scheepsbouw voor vreemde rekening in het bijzonder werden bij Kon. besluit van 6 april en 19 juni aan deze wet bijzondere uitzonderingsbepalingen toegevoegd. In aanmerking genomen het feit, dat in Engeland de gemiddelde nettoprijs voor schepen, betaald gedurende maart en april reeds GBP 11-9/6 bedroeg, dat van juli tot september nieuwe stoomschepen, in Groot- Brittannië gebouwd, verkocht werden ad GBP 30-35 per ton d.w. tegen GBP 10 per ton een jaar geleden, tweedehands stoomschepen prijzen behaalden van GBP 19, voor goede zeilschepen GBP 20—28 per ton werd betaald, en Noorse firma's in de loop van het jaar in Japan nieuwe stoomschepen aankochten tot zelfs GBP 40 per ton d.w., mag geredelijk worden aangenomen, dat bovengenoemde wet tot verbod van uitvoer haar uitwerking niet heeft gemist. Daar de noodzakelijkheid zou kunnen blijken nagenoeg de gehele ruimte van de Nederlandse koopvaardijvloot op te eisen voor de voor de voorziening van ons land met ontbrekende voedingsmiddelen, werd voorts door de Regering een wetsontwerp ingediend van “Vordering van schepen”, volgens hetwelk in de eerste plaats de z.g. wilde boten voor vordering in aanmerking zullen komen en ten opzichte van de grote stoomvaartlijnen zoveel mogelijk rekening zal worden met de belangen van het particulier bedrijf, tevens met ontzien van de opgelegde kostbare mailboten. De vrijheid van de rederijen wordt derhalve niet weinig aan banden gelegd en deze zien’s lands belang gedwongen een deel van de voordelen voorbij te laten gaan, die in de onbeperkte, vrije vaart zouden kunnen worden bedongen. Het is echter zeer de vraag of deze schepenvorderingswet aan redelijke eisen van billijkheid voldoet en in de praktijk uitvoerbaar zal zijn. Tegen geen oorlogswet is zo groot, zo ernstig verzet getoond, ook uit kringen die gaarne in het algemeen belang offers willen brengen. Feitelijk staan de Nederlandse rederijen tussen drie vuren. Ten eerste eist de Nederlandse regering een voldoende garantie, dat de Nederlandse schepen varen van en naar Nederland; ten tweede eist Duitsland voor de levering van staal, machinedelen, enz., benodigd voor de aanbouw van Nederlandse schepen, voldoende waarborgen, dat te bouwen stoomschip niet in de vaart zal worden gebracht ten behoeve van de handel met Engeland; ten derde stelde Engeland voor de levering van materialen, benodigd voor de aanbouw van Nederlandse schepen, de conditie dat minstens 30 pct. van de in- en uitgaande laadruimte gedurende de oorlog ter beschikking van Engeland of een van de hiermee geallieerde landen wordt gesteld. (Wordt vervolgd).


08 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 7 januari. De Nederlandse zeesleepboot ZEELAND, van Queenstown naar Aarhus met de met graan geladen masteloze Zweedse bark HJERINES op sleeptouw, arriveerde — volgens het Bureau Wijsmuller — gisteren ter plaatse van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mijnen. Vlissingen, 7 januari. Op het strand tussen Westkapelle en Domburg heeft men 5 daar aangespoelde mijnen laten springen.
Uit de Westerschelde is een drijvende mijn te Hoofdplaat aangespoeld.
Texel, 6 januari. In de afgelopen week zijn hier aan de kust 30 mijnen aangespoeld, van welke 10 gedemonteerd konden worden. Twintig liet men er ontploffen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse Grote Scheepvaart in 1916. – Deel III.
Niettegenstaande al de verplichtingen tegenover de Nederlandse Regering en tegenover het buitenland, waaraan de rederijen zich dienden te onderwerpen, is het jaar 1916 voor het scheepvaartbedrijf waarschijnlijk niet minder winstgevend geweest dan 1915.
Tegenover deze belemmeringen, de verdere stijging van de steenkolenprijzen, kostbare assurantiepremies, extra gages, het oponthoud in overvoerde Engelse en Franse havens, stond de in de loop van het jaar verdere krachtige rijzing van de vrachtcijfers in verband met nog toegenomen gebrek aan scheepsruimte aan de internationale markt. Dientengevolge is de positie van de Nederlandse rederijen er sedert het vorige jaar over het algemeen nog sterker op geworden, hetgeen niet onduidelijk wordt uitgedrukt in de hogere koersnoteringen van de aandelen. Intussen dient wel in aanmerking te worden genomen, dat na de vredesvoorstellen van de centrale mogendheden op 12 december de noteringen algemeen terugliepen voor aandelen van sommige transport rederijen zeer belangrijk en in enkele gevallen tot zelfs ver beneden de primo januari noteringen. Door de merendeels pessimistische beschouwingen betreffende de vredeskansen had sedert weer enig herstel plaats. Ter vergelijking geven wij hier in alfabetische volgorde een overzicht van de dividenden, door onderstaande Nederlandse rederijen uitgekeerd over de beide vorige boekjaren: 1915 1914
Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij …………. 5 5
Holland Amerika Lijn ……….……….. 50 7½
Idem ge. Eigendom ………………… 50 -
Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij ………………… 10 -
Hollandsche Stoomboot Maatschappij ………………… 27 13
Java-China-Japan Lijn ………………… 7 6
Koninklijke Hollandsche Lloyd ………………… 12 3
Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij ……… 15 6
Koninklijke Paketvaart Maatschappij ………………… 10 5
Koninklijke West-Indische Maildienst ………………… 12 5½
Maatschappij Houtvaart ………………...100 7½
Maatschappij Stoomschip Maashaven ………………… 50 20
Maatschappij Stoomschip Parkhaven …………………100 20
Maatschappij Stoomschip Veerhaven ………………… 50 20
Maatschappij Zeevaart ………………… 50 10
Nederlandsche Scheepvaart Unie ………………… 10½ 7,1
Rotterdamsche Lloyd ………………… 10 7½
Solleveld, Van der Meer & Van Hattum Stoomv. Mij. ………100 20
Stoomboot Maatschappij Hillegersberg …………………140 7½
Stoomvaart Maatschappij Friesland ………………… 6 6
Stoomvaart Maatschappij Leonora ………………… 40 50
Stoomvaart Maatschappij De Maas ………………… 75 13
Stoomvaart Maatschappij Nederland ………………… 10 6
Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd …………… 25 9
Stoomvaart Maatschappij Oceaan ………………… 18 5
Stoomvaart Maatschappij Oostzee ………………… 60 7½
Stoomvaart Maatschappij Triton ………………… 40 15
Stoomvaart Maatschappij Zeeland ………………… 0 10
Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomv. Mij. ………………..100 16
Vrachtvaart Maatschappij Bothnia ………………… 60 30
Wm.H. Müller & Co’s Alg. Scheepv. Mij. ………………… 20 8
Zuid Nederlandsche Stoomvaart Mij. ………………… 20 -
Minder dan de vrachtboten in vrije vaart konden de passagiersboten in dienst op Nederlands-Indië voordeel trekken van de gunstige toestand van de scheepvaart. Het vervoer van gouvernementspassagiers en aanvankelijk ook van goederen had nog plaats volgens contracten, aangegaan vóór het uitbreken van de oorlog. Echter verhoogden de Stv. Mij. Nederland en de Rotterd. Lloyd de vrachten met boten, die na 1 mei vertrokken, met 20 procent. Gedurende het afgelopen jaar, vooral in het eerste halfjaar, was het goederenvervoer naar en van Nederlands-Indië aan niet weinige belemmeringen onderworpen. Minder beschikbare scheepsruimte voor Indië, langere reisduren zowel via het Suezkanaal als om de Kaap, de tijdelijke oplegging in april van boten in Nederland, ondervonden averijen en verliezen aan de vloten en niet te vergeten de allengs strenger geworden eisen van de N.O.T. Sedert 17 november gaan de mail- en passagiersschepen naar en van Nederlands-Indië weer door het Suezkanaal. De vaart om de Kaap duurde te lang om met het beperkt aantal beschikbare boten de vele passagiers te vervoeren. Mede gaven hiertoe aanleiding de beperkte voorraden bunkerkolen in de Afrikaanse havens en de verbeterde gelegenheid tot het innemen van kolen te Port Said en te Suez. Door Nederlands-Indische exporteurs werd druk gebruik gemaakt van de gelegenheid, geboden door het Zweeds-Noors-Deense Stoomvaart-Concern, om naar Scandinavische havens te verschepen. Te New York werd door samenwerking de Stoomvaart Maatschappij Nederland, Rotterdamsche Lloyd, Stoomvaart Maatschappij Oceaan en Holland Amerika Lijn in april een “permanent office" gevestigd voor de levering van verschillende goederen van Nederlands-Indië voor industriële doeleinden; voorts voor het plaatsen van orders in de Ver. Staten voor de levering van spoorwegmateriaal, elektrische machines, telegraafdraden, enz. enz., alles merendeels goederen die vóór de oorlog door Duitsland werden geleverd. Het vervoer heeft zoveel mogelijk plaats in een veertiendaagse dienst, beurtelings door een stoomschip van een van de bovengenoemde rederijen. Ter bevordering van het verkeer van Nederlands-Indië met Zuid-Afrika werd bij wijze van proef in elk van Java via de Kaap naar New York bestemd stoomschip 300 ton ruimte beschikbaar gehouden voor lading naar Lorenzo Marquez, Durban en/of Kaapstad, benevens vrije passage van Java naar Zuid-Afrika en terug voor een vertegenwoordiger van de Indische handel. Volgens aankondiging in december zal voortaan de route via het Panamakanaal worden gevolgd. De Java-China-Japan Lijn ondervond de invloed van de grote verandering, die de Europese oorlog had op de buitenlandse handel van Japan. De uitvoer van Japan naar Nederlands- en Brits-Indië bedroeg door de grote opleving van de industrie aldaar in de eerste helft van 1916 meer dan het dubbele van die in eenzelfde periode van voor de oorlog, terwijl daarentegen de invoer met ongeveer 30% verminderde. Het spreekt vanzelf dat in een jaar als 1916 de algemene vrachtenmarkt aan herhaaldelijke wisselingen is onderworpen geweest. Na de buitengewone stijging van de vrachtkoersen in de loop van 1915 begon men te wijzen op het gevaar van de te hoge vrachten, die ernstige economische gevolgen deden verwachten. De ruimte voor oorlogsdoeleinden uit de markt gehouden was groot. Nog ernstiger werd de invloed van de onderzeeërs geacht, waardoor wekelijks een aanzienlijke scheepsruimte verloren ging. Verdere stijging werd veroorzaakt door de grotere onkosten van de rederijen, terwijl de hoge verzekeringspremies tal van reders bewoog om zelf het risico te lopen en dit te dekken door de hogere vracht. In de loop van februari en maart werd de stemming aan de internationale vrachtenmarkt wel iets kalmer ten gevolge van de beslaglegging door de Engelse regering op een deel van de handelsvloot, waartoe, zoals boven gemeld, ook de Nederlandse Regering overging. Maar niettegenstaande de pogingen, van officiële zijden aangewend tot verlaging, had de stijging verdere voortgang. Als voorbeeld dient dat eind april van Noord-Amerika naar Frankrijk de gross vracht meermalen opwoog tegen de oorspronkelijke kosten van boten, vijf à zes jaren geleden gebouwd, deze soms zelfs nog overtrof. In het verdere verloop van het jaar waren vrachtnoteringen aan de verschillende wereldmarkten natuurlijk op- en neergaande, al naar de tijdelijk grotere of kleinere vraag naar ruimte voor verzending van oogstvoortbrengselen en industrieartikelen, maar over het algemeen was het aanbod van scheepsruimte tegenover de vraag steeds zo gering, dat de vrachtstemming aan alle wereldmarkten haast bij voortduring vast was. Dat de reders zich sterk gevoelen bleek wel uit een bericht uit Kopenhagen van medio december, volgens hetwelk in een conferentie van de Scandinavische Amerika-lijnen besloten was de vrachttarieven naar en van Amerika nog met 75% te verhogen. Intussen werd de stemming in de laatste helft van december aanmerkelijk kalmer ten gevolge van het besluit van de Engelse regering om de gehele nationale koopvaardijvloot onder haar controle te plaatsen en in het belang van de natie derhalve te laten varen tot vastgestelde maar niet meer dan billijke vrachtprijzen.
Houtvrachten van de Oostzee stegen evenals die in de Atlantische vaart. Waren reeds in 1915 de vrachten aanmerkelijk gestegen, in 1916 zijn deze nog verdubbeld, in sommige gevallen zelfs verdriedubbeld. Bevrachters, die zich in 1915 reeds in een zeer moeilijke positie waanden geplaatst door prijzen van NLG 40—50 per Std. van Sundsvall en Hernösand, moesten in 1916 al spoedig tot NLG 60 bieden. In de loop van het jaar waren de vrachtcijfers verder opgaande tot NLG 85 à 100, tot ten slotte zelfs NLG 150 per Std. voor gezaagd hout moest worden betaald om ladingen afgehaald te krijgen. Voor het transport van ladingen balken van de hogere Botnische Golf, zoals van Lulea en Neder-Calix, moest zelfs NLG 160 à 180 per tult zijn bedongen. Daar voor verschepingen van de Witte Zee speciale vergunning vereist werd, zijn van daar slechts enkele ladingen gezaagd hout en dwarsleggers geïmporteerd. Voor deze ladingen werden dan ook speciaal hoge vrachtprijzen betaald. De houtaanvoer per zeilschip heeft zich in 1916 sterk uitgebreid. Hoewel dit vervoer kon plaats hebben tot iets lagere vrachten, brachten in talrijke gevallen te lange reizen vele bezwaren mee. De resultaten van het Zee-assurantiebedrijf over het afgelopen jaar kunnen in het algemeen niet met zekerheid worden geschat, wegens de zeer verschillende voorvallen waarbij de vele maatschappijen waren betrokken. Dit bedrijf was onderworpen aan wisselvalligheden, perioden van voorspoed, maar ook van elkaar snel opvolgende zwaar treffende rampen. Gedachtig aan het “prijs de dag niet voor de avond" zal wel geen enkele maatschappij zich gelukkig kunnen rekenen voor de afloop van de oorlog. Eerst dan zullen feitelijk de balansen kunnen worden opgemaakt. De molesttarieven voor casco- en goederenverzekeringen waren in de loop van het jaar natuurlijk aan herhaaldelijke schommelingen onderworpen. Terwijl in 1915, behoudens in bijzondere gevallen, de premies het cijfer van 20 pct. niet te boven gingen, stegen deze in de aanvang van 1916 alras in verband met de gevolgen van de tegenwoordigheid van de Duitse MÖWE in de Noord-Atlantische Oceaan. Zwaar werden zakenkringen in de maand maart getroffen door de ondergang van het stoomschip TUBANTIA. Deze en meer andere rampen waren oorzaak, dat de premies snel stegen en in april van de Ver. Staten naar de Westkust van Groot Brittannië reeds 50 Sh. pct. en 60 sh. pct. naar Londen moest worden betaald. In de route Engeland — Zuid-Afrika of de Plata-Rivier werd zowel voor uit- als thuisreizen 60—70 Sh. pct. genoteerd en voor schepen door de Middellandse Zee 5 pct. Verlaging van tarieven trad weer in na 4 mei, toen, zo gemeld, Duitsland onder pressie van Amerika afstand deed van de “rücksichtslosen” duikbotenoorlog. In verband met de ingetreden mindere activiteit van de onderzeeërs hadden Lloyd's assuradeurs medio mei de molestpremies reeds 10—25 pct. verlaagd. Tegen juli gold 20 Sh. pct. voor de meeste reizen, behalve voor Middellandse Zee risico’s, welke van 60 tot 80 Sh. pct. werden genoteerd. De vele verliezen van kostbare schepen in de Middellandse Zee, en de veelvuldiger aanvallen op schepen in september, oktober en november door weer scherper geworden duikbotenpolitiek, waaronder niet moet worden vergeten het tot zinken brengen op 7 oktober van de BLOMMERSDIJK en enige andere stoomschepen aan de kust van Massachusetts, gaven aanleiding dat tegen medio december voor reizen Ver. Staten—Engeland 5 pct., voor die van de Ver. Staten / Middellandse Zee 10 pct. zowel voor uit- als thuisreizen werd betaald. Naar meegedeeld werd, kon bij Lloyd's zelfs geen assurantie meer worden afgesloten voor schepen, met contrabande bevracht. De hoogste premies werden gevraagd voor schepen, bevracht met levensmiddelen voor Engeland. In het verdere verloop van december kon de toestand iets verbeteren. Bijzonder groot was in de laatste drie maanden van het jaar het aantal tot zinken gebrachte schepen onder neutrale vlag; van eind november tot medio december zelfs 10% meer dan dat van alle geallieerden tezamen. (opm: enigszins bekort) (slot volgt).


09 januari 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse Grote Scheepvaart in 1916. – Deel IV.
De Nederlandse scheepsbouwwerven waren in het afgelopen jaar, evenals die in de overige neutrale landen, overvloedig van orders voorzien. Verscheidene werven werden zelfs uitgebreid, terwijl andere die in normale tijden zich uitsluitend toelegden op de aanbouw van binnenschepen en Rijnvaarders, bij het uitblijven van orders hiervoor zeeschepen begonnen te bouwen. Geheel afhankelijk als de Nederlandse bouwers echter zijn van het buitenland ter bekoming van het nodige materiaal, geraakten zij door de lange duur van de oorlog, die de economische omstandigheden zowel in Engeland als in Duitsland steeds bezwaarlijker deden worden, eveneens in moeilijke omstandigheden. Een groot deel van het hier voor de scheepsbouw benodigde ijzer en profielstaal werd ten allen tijde uit Duitsland betrokken, terwijl andere benodigdheden, die vóór de oorlog merendeels uit Engeland werden aangevoerd, aldaar eveneens steeds schaarser voor het buitenland beschikbaar werden. Wat Duitsland betreft, van daar kwamen geen onduidelijke wenken, dat tegenover de steeds strenger wordende uitvoerverboden van voedingsmiddelen, van Nederland naar Duitsland de Duitse regering daartegenover represailles zou nemen door de uitvoer van ijzer en staal te verbieden. Aangegane contracten werden niet of slechts gedeeltelijk uitgevoerd. Bovendien werd in de loop van het jaar van Duitse zijde nog bepaald, dat in Nederland aan Noorse schepen geen herstellingen meer mochten worden uitgevoerd met uit Duitsland afkomstig staal. Intussen is de toestand van de industrie in Duitsland langzamerhand zo moeilijk geworden door het toenemend gebrek aan arbeidskrachten en de reusachtige eigen behoefte aan staal, dat er van uitvoer toch nauwelijks meer sprake kan zijn. De gevolgen zijn dan ook geweest, dat de Nederlandse scheepsbouwindustrie zich niet ten volle kan ontplooien, sommige werven zelfs reeds genoodzaakt waren een deel van haar personeel te ontslaan. Aan verschillende werven vordert ook de voltooiing van de reeds te water gelaten schepen langzaam. Wat betreft de leveranties van scheepsonderdelen van Engelse zijde, deze werden slechtst in zoverre veroorloofd, indien de betreffende rederijen reeds voldeden of zouden voldoen aan bepaalde door de Engelse regering gestelde voorwaarden. Zo geraakten de Nederlandse scheepsbouwers in een moeilijke positie, juist door hun afhankelijkheid van die landen, die met elkaar in oorlog zijn. Wat betreft de scheepsbouw hier te lande voor vreemde rekening kwamen in de loop van het jaar klachten in, dat contracten, die hadden kunnen worden gemaakt met buitenlandse reders, naar Noord-Amerika, Zweden en Denemarken waren gegaan, wegens de moeilijkheid om de schepen van hier uitgevoerd te krijgen of wel bezwarende bepalingen, van regeringswege daaraan verbonden. Nader werd echter gemeld, dat de schepenuitvoerwet daaraan geen hinderpalen in de weg legt, mits reeds vóór het sluiten van zulk een bouwcontract de scheepsbouwer zich van een uitvoervergunning voorziet. Van in aanbouw geven voor Nederlandse rekening tevens in Engeland, zoals in normale tijden geregeld plaats had, kan tegenwoordig, nu de Engelse werven het eigen werk niet eens af kunnen, geen sprake zijn. Betreffende reeds vroeger in Engeland voor neutrale rekening gedane bestellingen, werd in november van Engelse officiële zijde bovendien verklaard, dat alle schepen, die in Engeland gereed komen voor neutrale reders. of verkocht zullen worden voor Engelse rekening of gecharterd zullen worden voor de loop van de oorlog en nog enige maanden daarna tot ongeveer de helft van de vrachtcijfers, geldende in de open markt. Wij laten hier volgen een overzicht van de in 1916 nieuw opgerichte en de opgeheven rederijen, alsmede van de wijzigingen, die in diverse rederijen plaats hadden. Nieuw werden opgericht de volgende rederijen: Bureau Wijsmuller, te 's-Gravenhage, met het uit West-Indië aangekochte s.s. CURAÇAO (728 t.)*), benevens drie s.s., elk van 1.000 ton en één van 400 ton, alle in aanbouw gegeven; J. Constant Kievits & Co., te Dordrecht, met het te water gelaten s.s. FROLAND (1.300 brt.) en de s.s. FILSTAD (1.300 t.) en KANNIK (2.200 t.) in aanbouw; A. Jordens Jr., te Rotterdam, met het nieuw gebouwde s.s. OOSTVOORNE (650 t.), sedert opgebracht naar Emden; Nationale Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, dir. Soetermeer, Fekkes & Co., te Rotterdam, met het nieuwgebouwde s.s. HEENVLIET (492 t.) en de van de firma A. Hammerstein, aldaar, aangekochte motorboot SIRRA (217 t.). In aanbouw werd gegeven het s.s. ZORGVLIET (500 t.); Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij ‘Bestevaer’. directie F.W.A. Korff, F.A. Sorel en H.A.M. van Veen, te Amsterdam, met het s.s. INDUSTRIA (550 t.) en de motorschoener DE DOLLART (400 t.) in aanbouw; Stoomvaart Mij. Noordzee, dir. A. Donker en J.C. Scheuer, te Amsterdam, met het nieuw gebouwde s.s. BOEKELO (835 t.) en het nieuw gebouwde, aangekochte s.s. HENGELO (ex. NOORDZEE) (725 t.); Frans Swarttouw, te Rotterdam, met een s.s. van 3.200 ton in aanbouw. Opgehouden te bestaan hebben, de rederijen:
Hollandsche Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam, door overdracht van activa en passiva aan de Stoomvaart Maatschappij Friesland; Vrachtvaart Maatschappij Edam, door verkoop van haar s.s. EDAM (2.381 t.), MONNIKENDAM (1.984 t.) en VOLENDAM (2.035 t.) naar Noorwegen.
Van de veranderingen, die in diverse Nederlandsche rederijen plaats hadden, brengen wij in alfabetische volgorde de volgends in herinnering:
De American Petroleum Company, te Rotterdam, verloor het te Newport News nieuw gebouwde s.s. ANTWERPEN, (plm. 4.000 ton), dat op zijn eerste reis van New York in het Engels Kanaal werd getorpedeerd, en het s.s. LA FLANDRE, (2.047 ton), dat op een mijn liep en zonk;
De N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportonderneming te Rotterdam, kreeg het nieuwgebouwde s.s. ZUIDERZEE (735 ton) in de vaart. Het eveneens nieuw gebouwde s.s. NOORDZEE (725 ton) werd naar Amsterdam verkocht. Aan diverse werven zijn nog in aanbouw de s.s. ANTON VAN DRIEL (2.520 ton), GOUWZEE (750 ton), OOSTZEE (1.360 ton), WITTE ZEE (750 ton) en ZWARTE ZEE (750 ton);
De firma Erhardt & Dekkers te Rotterdam, verkocht het nieuw gebouwde s.s. NAALDWIJK (1.284 ton) aan de firma Ph. van Ommeren, aldaar.
De firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. ELVE (958 ton) in de vaart. Het s.s. AMSTEL (1.200 ton) werd te water gelaten. Uit Vlaardingen werd aangekocht de stoomlogger NEPTUNUS (89 ton), die na verbouwing als vrachtschip in de vaart zou worden gebracht;
De N.V. Furness Scheeps- en Agentuur- Maatschappij te Rotterdam, verloor het s.s. TENBERGEN (3.826 ton) door stranding. Drie s.s., elk van ca. 4.000 ton, zijn in aanbouw;
De firma N. Haas & Co. te Rotterdam, kwam door aankoop uit Griekenland in het bezit van het s.s. MACEDONIA (4.000 ton). Voorts werd aangekocht van de Scheepvaart Mij. Groningen het s.s. OLDAMBT (470 t.), dat aan het einde van het jaar naar Zeebrugge werd opgebracht. In aanbouw werden gegeven twee s.s. van resp. 2.960 en 2.450 ton.
De rederij A. Hammerstein te Rotterdam, verkocht de motorboot SIRRA (217 ton) aan de nieuwe rederij Soetermeer, Fekkes & Co., aldaar;
De Holland Amerika Lijn te Rotterdam, kwam door aankoop in het bezit van de s.s. BLÖTBERG (4.850 ton) en GRANGESBERG (6.749 ton), die werden verdoopt resp. in BLOMMERSDIJK en BEUKELSDIJK. De BLOMMERSDIJK werd in oktober jl. aan de kust van Massachusetts getorpedeerd. Het nieuw gebouwde s.s. IJSELDIJK (7.140 ton) kwam in de vaart. In aanbouw zijn het s.s. SCHIEDIJK (7.000 t.) en voorts nog in Engeland het s.s. STATENDAM (35.000 t.), benevens twee s.s., elk van 12.000 ton;
De Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, kreeg de nieuwgebouwde s.s. LAURA (1.159 t.) en MARIA (2.053 ton), benevens de motorboot WILHELMINA (521 ton) in de vaart. In aanbouw is het s.s. THEODORA (1.250 ton);
De Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, kwam in het bezit van het nieuw gebouwde s.s. NOORDSTROOM (738 t.). Het s.s. BERKELSTROOM (736 ton) werd getorpedeerd; het s.s. WAALSTROOM (1.441 ton) liep op een mijn. In aanbouw zijn de s.s. BERKELSTROOM (1.600 ton), DRECHTSTROOM (1.800 ton), GOUWESTROOM (730 ton), LINGESTROOM (1.640 ton), TEXELSTROOM (1.600 ton) en ZAANSTROOM (1.600 ton);
De Hudig & Pieters Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. OTIS TETRAX (996 ton) in de vaart. Het s.s. OTIS TARDA (759 ton) is op een mijn gelopen en gezonken;
Voor de Java-China-Japan Lijn te Amsterdam, is het s.s. TJISALAK (5.800 ton) te water gelaten, terwijl het s.s. TJILEBOET (5.300 ton) in aanbouw is;
De Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam, verloor het s.s. TUBANTIA, dat in de Noordzee werd getorpedeerd;
De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, kreeg de nieuw gebouwde s.s. HEBE (1.140 ton) en MEDEA (1.311 ton) in de vaart. Het s.s. THALIA (1.310 ton) kwam gereed. Zij verloor de s.s. APOLLO (799 ton) en FORTUNA (1.254 ton), die beide op een mijn liepen en zonken en het s.s. THEMIS (897 ton), dat vermist wordt. Het s.s. NIOBE (654 ton) werd in september jl. op reis van Rotterdam naar Bordeaux naar Zeebrugge opgebracht. Het s.s. SIRIUS (3.368 ton) werd naar Tonsberg verkocht. In aanbouw zijn of werden gegeven de s.s. ALKMAAR (6.300 ton), ALMELO (6.300 ton), AMAZONE (1.140 ton), ARIADNE (1.250 ton), BERENICE (1.200 ton), CERES (2.500 ton), FLORA (1.300 ton), GANYMEDES (2.500 ton), HERMES (2.500 ton), IRENE (1.200 ton), MEROPE (1.250 ton), ORESTES (2.500 ton), RHEA (1.300 ton) en ULYSSES (2.500 ton). De rederij opende onder de naam Holland Zuid-Pacific Lijn een nieuwe dienst op Chili via het Panama kanaal.
De Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. OMBILIN (5.658 ton) in de vaart;
De Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam, verkocht de s.s. COLOMBIA (5.644 ton), ECUADOR (5.688 ton) en VENEZUELA (5.640 ton) aan de Grace Steamship Comp. te New York. Het s.s. LODEWIJK VAN NASSAU (3.350 ton) is op een mijn gelopen en gezonken. In aanbouw zijn de mailboten PRINS MAURITS, PRINS WILLEM III en PRINS WILLEM V (elk ca. 4.200 ton).
A.C. Lensen’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, verloor het s.s. HELENA (1.770 ton), dat op een mijn liep en zonk.
De Maatschappij Houtvaart, te Rotterdam, verloor het s.s. MAAS (1.234 ton), dat op een mijn liep en zonk. Het nieuw gebouwde s.s. RIJN (1.964 ton) kwam in de vaart. In aanbouw is het s.s. De NOORD (1.300 ton);
De Maatschappij Vulcaan te Rotterdam, heeft 2 s.s. van 2.000 ton in aanbouw;
De Maatschappij Zeevaart te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. CELAENO (3.550 ton) in de vaart. Zij verloor het s.s. LETO (3.224 ton), dat op een mijn liep en zonk. In aanbouw werden gegeven twee s.s. van resp. 6.250 en 7.000 ton d.w., oplevering 1918;
Voor de rederij J.J.A. van Meel te Rotterdam, werd het s.s. „Breda II" (275 ton) te water gelaten. In aanbouw werden gegeven twee dergelijke stoomschepen;
Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, verloor het s.s. BATAVIER V (1.506 ton), dat op een mijn liep en zonk. De s.s. BATAVIER VI en
CALEDONIA (863 ton) werden naar Zeebrugge opgebracht. De s.s. GRANGESBERG werden, zoals gemeld, verkocht aan de Holland Amerika Lijn;
De Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij te 's-Gravenhage, kreeg de nieuw gebouwde motorboten HEBE (750 ton) en HESTIA (958 ton) in de vaart en gaf het s.s. IRIS (2.500 ton) in aanbouw;
Van de Nederlandsche Stoomboot Mij. te Rotterdam werd het s.s. BATAVIER II (1.328 ton) naar Zeebrugge opgebracht;
Voor de Nederlandsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam werd het nieuw gebouwde s.s. HERMINA (1.200 ton) te water gelaten;
Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Mij. te Rotterdam, heeft de s.s. MIRACH en SIRRAH, (elk ca. 3.700 ton) in aanbouw;
De Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam, gaf een s.s. van ca. 600 ton in aanbouw;
De firma PH. Van Ommeren te Rotterdam, kocht van Erhardt & Dekkers, aldaar, het nieuw gebouwde s.s. NAALDWIJK (1.284 ton), dat herdoopt werd in KIELDRECHT; de rederij J. van Rompu te Terneuzen, verkocht het motorschip ANGELINA (355ton) naar Noorwegen;
de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam, kreeg de nieuw gebouwde vrachtboot BUITENZORG (7.000 ton) en SITOEBONDO (7.057 ton) in de vaart. De vrachtboten KEDIRI (3.778 ton) en PALEMBANG (6.674 ton) werden getorpedeerd. Het s.s. BENGALEN (2.694 ton) werd naar Noorwegen verkocht. De mail- en passagiersboot PATRIA (10.000 ton) en de vrachtboot GAROET (7.000 ton) werden resp. in mei en oktober te water gelaten. In aanbouw werden nog gegeven de vrachtboten DJAMBI (7.000 ton) en TOSARI (7.500 ton);
de Rotterdam-Londen Stoomvaart Mij. te Rotterdam, heeft een s.s. van ca. 1.000 ton in aanbouw;
de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam, kreeg de nieuw gebouwde HOOGLAND (1.280 ton), OOSTERLAND (1.292 ton), SCHIELAND (2.249 ton), SCHOKLAND (1.113 ton), ST. ANNALAND (2.248 ton), ST. JANSLAND (2.202 ton) en
ST. PHILIPSLAND (2.275 t.) in de vaart. Het s.s. DUIVELAND (1,297 ton) is op een mijn gelopen en gezonken, het s.s. ZEELAND (1.293 ton) werd getorpedeerd, het s.s. MIDSLAND (950 ton) werd naar Zeebrugge opgebracht. In september jl. opende deze rederij een dienst van Amsterdam op Newcastle;
De Scheepvaart Maatschappij Groningen te Rotterdam, verkocht het s.s. OLDAMBT aan de rederij N. Haas & Co. aldaar. De s.s. DRIE-AMBT, NIEUW-AMBT en VIER-AMBT (elk 470 ton) zijn voor haar in aanbouw;
Solleveld, Van der Meer & Van Hattum’s Stoomvaart Mij. te Rotterdam, verloor het s.s. MAASDIJK (3.556 ton), dat op een mijn liep en hoewel nog op strand gezet, toch verloren ging. In aanbouw werden gegeven de s.s. KINDERDIJK (3.000 ton), ELLEWOUTSDIJK (6.200 ton) en nog twee dergelijke stoomschepen;
de firma Spliethoff, Haas & Co. te Amsterdam, heeft een s.s. van 4.000 ton, benevens 5 kleinere stoomschepen, met totaal 2.600 ton en 2 motorschoeners, met 500 ton d.w. in aanbouw;
voor Jan van Steen’s Rijnreederij te Rotterdam, werd het nieuw gebouwde s.s. JAN VAN STEEN (1.300 ton) te water gelaten. Drie s.s. elk van 1.000 ton en een motorschoener van 400 ton zijn nog in aanbouw;
de Stoomvaart Maatschappij ‘Johanna’ te Rotterdam, gaf het s.s. JOHANNA (2.000 ton) in aanbouw; de Stoomvaart Maatschappij ‘Leonora’ te Rotterdam, heeft een s.s, van ca. 1.150 ton in aanbouw;
de Stoomvaart Maatschappij ‘De Maas’ te Rotterdam, kreeg het s.s. PENDRECHT (1.500 ton) in de vaart en heeft de s.s. DORDRECHT (2.000 t.) en LOOSDRECHT (1.300 ton) in aanbouw:
de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam, kreeg de nieuw gebouwde vrachtboten BINTANG (6.600 ton) en BORNEO (6.600 ton) in de vaart. Het s.s. FLORES (3.610 ton) werd naar Noorwegen verkocht, in aanbouw zijn de mail- en passagiersboot JOHAN DE WIT (9.900 ton), de vrachtboten BALI (6.700 ton) en BENGKALIS (6.600 ton) en nog een vrachtboot van ca. 6.600 ton;
de Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. LEERSUM (3.682 ton) in de vaart. In aanbouw is het s.s. BUSSUM (3.400 ton);
de Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. AMELAND (3.511 ton) in de vaart. In aanbouw zijn de s.s. MARKEN (4.100 ton) en WALCHEREN (3.700 ton);
de Stoomvaart Maatschappij Zeeland te Vlissingen, verloor de s.s. PRINSES JULIANA (3.051 ton), MECKLENBURG (2.885 ton) en KONINGIN WILHELMINA (1.943. ton), die achtereenvolgens alle op een mijn liepen en zonken. Het s.s. DUITSCHLAND werd verdoopt in ZEELAND. Een s.s., type „Prinses Juliana", werd in aanbouw gegeven;
de firma Gebr. van Uden te Rotterdam, bracht de nieuw gebouwde s.s. ALBLASSERDAM (1.230 ton), JOBSHAVEN (3.560 ton), WAALHAVEN (3.550 ton) en IJSELHAVEN (3.551 ton) in de vaart. Het s.s. HILLEGOM (2.150 ton) kwam gereed. De voor deze rederij bestemde s.s. GRONINGEN (1.000 ton) en SASSENHEIM (2.150 ton) werden te water gelaten. In aanbouw zijn voorts of werden gegeven de s.s. DELFSHAVEN (3.550 ton), DELFZIJL (1.250 ton), KAPELLE (1.375 ton), FEYENOORD (850 ton), KEILEHAVEN (3.050 ton), KRALINGEN (2.150 ton), LEEUWARDEN (1.000 ton), SCHOONHOVEN (900 ton), WASSENAAR (2.150 ton), IJSELMONDE (1.375 ton); van de firma Vermeer & v.d. Arend te Rotterdam, werd de motorboot ZEEAREND (462 ton) getorpedeerd. De motorboot ZEEMEEUW (399 ton) werd naar Zeebrugge opgebracht.
Toegevoegd werden in 1916 aan de vloot 41 stoomschepen en 1 motorboot met een inhoud van 102.250 bruto en 60.494 netto ton, waarvan:
A. door aanbouw 39 stoomschepen en 1 motorboot met een inhoud van 97.522 bruto en 57.760 netto ton; en wel voor:
Amsterdam - 10 stoomschepen met 28.599 brt en 16.855 nrt.
Rotterdam - 27 stoomschepen en 1 motorboot met 67.215 brt en 40.167 nrt.
's-Gravenhage - 2 stoomschepen met 1.708 brt en 738 nrt.
B. door aankoop uit het buitenland met 2 stoomschepen metende 4.728 bruto en 2.734 netto ton; en wel voor Rotterdam, 1 s.s. met 4.000 br. 2.500 n.t.; 's-Gravenhage 1 s.s. met 728 bruto en 234 n.t.
Daar tegenover verminderde de vloot met 35 stoomschepen en 1 motorboot metende 103.923 bruto en 63.881 netto ton; en wel:
A. door verkoop naar het buitenland met 10 stoomschepen, metende 33.380 bruto en 21.974 netto ton; en wel voor: Amsterdam 8 s.s. met 30.351 bruto en 20.081 n.t. Rotterdam 1 s.s. met 2.694 bruto en 1.665 n.t. Terneuzen 1 s.s. met 335 bruto en 228 n.t.
B. door verlies met 25 stoomschepen en 1 motorboot, metende 70.543 bruto en 41.907 netto ton; en wel voor: Amsterdam 7 s.s. met 22.388 bruto en 13.656 nrt. Rotterdam 1 motorboot en 14 s.s. met 38.506 bruto en 24.049 nrt. Vlissingen 3 s.s. met 7.879 bruto en 3.083 nrt. Temeuzen 1 s.s. met 1.770 bruto en 1.119 nrt.
Zodat tenslotte de Nederlandse koopvaardijvloot vermeerderde met 6 stoomschepen, doch verminderde met 1.673 bruto en 3.387 netto reg. ton. Omtrent 7 stoomschepen, die in de loop van het jaar naar Zeebrugge werden opgebracht, moet door het Duitse Prijzenhof nog uitspraak worden gedaan. Van de 25 stoomschepen en 1 motorboot, die verloren gingen, zijn 16 op mijnen gelopen, 8 getorpedeerd, 1 gestrand en 1 vermist. Sedert het begin van de oorlog zijn ten gevolge van molest 40 Nederlandse stoomschepen met een inhoud van 106.390 bruto ton verloren gegaan.
De gehele Nederlandse koopvaardijvloot telde ultimo december 1916 465 stoomschepen (incl. motorboten) metende totaal 1.364.826 bruto en 877.722 netto reg. ton, waarvan thuis behoren te: brt. nrt.
Amsterdam 254 676.145 450.368
Rotterdam 180 626.220 393.534
's-Gravenhage 24 47.989 26.238
Vlissingen 4 8.075 3.548
Terneuzen 3 6.397 4.034
Ultimo december 1916 waren, voor zover bekend, voor de Nederlandse vloot in aanbouw en in aanbouw gegeven 111 stoomschepen en 3 motorboten met een inhoud van ca. 328.000 bruto ton, en wel voor:
Amsterdam 36 stoomschepen en 2 motorboten met. ca. 108.000 ton.
Rotterdam 66 stoomschepen en 1 motorboot met. ca. 206.000 ton.
's-Gravenhage 5 stoomschepen met. ca. 6.000 ton.
Dordrecht 3 stoomschepen met. ca. 5.000 ton.
Vlissingen 1 stoomschip met. ca. 3.000 ton.
Kunnen de Nederlandsche rederijen op een gunstig jaar terugzien, de scheepvaart op Nederland bleef nog aanmerkelijk ten achter tegenover het reeds zo ongunstige jaar 1915. De haven van Delfzijl alleen had een periode van drukke houtaanvoeren per Duitse stoomschepen van de Oostzee, totdat de Duitse regering een groot aantal van de in deze vaart gebezigde schepen opeiste voor het ertsvervoer van Zweedse naar Duitse havens en waardoor talrijke reeds afgesloten charters vervallen moesten worden verklaard. Hoe somber de toestand thans ook is, het blijft zaak zich ook hier te lande met kracht voor te bereiden op de economische worsteling, die zonder twijfel zal aanbreken nadat de vrede zal zijn hersteld. Nederland als grote koloniale mogendheid en als doorvoerland tussen machtige staten met de meest uitgebreide handelsbelangen, zal zich aan die internationale strijd niet kunnen onttrekken. Voor de haven van Amsterdam is van grote betekenis het in de zitting van de Tweede Kamer van 8 december aangenomen wetsontwerp tot verbetering van het Noordzeekanaal en de bouw van een grote schutsluis c.a. te IJmuiden, de voorgenomen aanleg op ruime schaal van nieuwe havenwerken, alsmede de aanstaande verplaatsing van het bedrijf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij naar een terrein, waar geen belemmeringen zullen zijn voor de aanbouw van de grootste schepen. Door het op 13 december door de Tweede Kamer aangenomen wetsontwerp tot verbetering van de Rotterdamse Waterweg wordt voor dit vaarwater, evenals voor het Noordzeekanaal, binnen enige jaren de toegang voor de grootste schepen gewaarborgd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Mij. is zaterdag jl. (opm: 6 januari) met goed gevolg te water gelaten het schroefstoomschip BALI, in aanbouw voor de Stoomvaart Mij. Nederland (zie Ochtendblad 24 dec.). De BALI, in hoofdzaak gelijk aan het in het vorige jaar voor genoemde Maatschappij gebouwde stoomschip BINTANG, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte 420’, breedte 54’-6” en hol 36'. De triple-expansie machines, van dit onder speciaal toezicht en volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas gebouwde stoomschip, hebben cilinders van 28" x 46" x 77" en een slag van 54'. De stoom wordt geleverd door 4 ketels. Het laadvermogen is 9.650 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is in de Visserijhaven aangekomen, teneinde voor de visserij te worden uitgerust, de voor rekening van de Mij. ‘Witte Ster’, aldaar op de Werf ‘De Hoop’ te Leiderdorp nieuw gebouwde stalen stoomdrifter, tevens trawler ATLANTIC (IJM-256).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De Stoomboot Mij. ‘Frigga' te Stockholm heeft, naar wij vernemen, bij de Zweedse regering een lening van 100.000 Kronen aangevraagd om daaruit een motorschip, dat op een Nederlandse werf in aanbouw is, te kunnen betalen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

ZEELAND en BERKELSTROOM.
Het Hamburgs Prijzenhof besliste, dat het tot zinken brengen op 1 april 1916 van de Hollandse stoomboot ZEELAND, met kolen bestemd voor Frankrijk, terecht is geschied.
Betreffende het tot zinken brengen van de BERKELSTROOM op 24 april 1915 zal 15 januari a.s. uitspraak worden gedaan.


10 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek Ingesteld naar het stranden op de kust van Jutland op 13 oktober van het tjalkschip CHRISTINA van J. Top en K. Deen te Groningen. Gezagvoerder Anne Bloemker.
De gezagvoerder deelde mee, dat de CHRISTINA 145 ton mat. In de Deense wateren werd het tjalkschip door een stoomschip aangevaren, dat onverwachts van koers veranderde. De schade was gering. In de Noordzee, op de thuisreis, stak 6 oktober stormweer op. De wind was ZW. Een week lang dreef de tjalk rond. De zeilen sloegen weg en de reservezeilen waren door het water niet te bereiken. Getuige liet de deklast over boord vallen door de sjorrings te kappen. De tjalk dreef naar de Jutlandse kust, het anker hield niet. Van een ander anker was de ketting onklaar, zoals bleek. In de ochtend van de 13e oktober om zeven uur liep het vaartuig vast. Met behulp van een lijn, door het vuurpijltoestel afgeschoten, ging de bemanning er bij Vangzö af. De drie mannen werden afgemonsterd. Na 1½ maand keerde de bemanning te Groningen terug. De tjalk zit thans nog vast.
Nadat de stuurman de verklaringen van de gezagvoerder bevestigd had en had meegedeeld, dat hij drie weken na de stranding was afgemonsterd, werd het onderzoek in deze zaak gesloten. De uitspraak volgt later.
Daarna werd behandeld een klacht tegen dezelfde schipper, ingediend door de reders, ter zake van misdraging. De reder J. Top te Groningen zei een klacht te hebben ingediend over het feit dat de bemanning op verzoek van de schipper was afgemonsterd door de consul, die ook reisgeld had gegeven. Het laatste was door de consul afgehouden van de opbrengst van de verkochte lading. Maar de schipper had noch van de consul noch van de bergingsmaatschappij enige afrekening ontvangen. Ook vond de reder, dat de schipper eerder had moeten terugkomen. De schipper zei, desgevraagd, de consulaire bepalingen niet te kennen. Van een uitbetaling was hij niet op de hoogte. Ook in deze zaak volgt de uitspraak later.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staatscourant No. 1 bevat de uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart betreffende: a. Het vergaan van het tjalkschip HOLLAND;
b. De aanvaring tussen de loggers NEERLANDIA 1 (VL-200) en HOLLAND V (MA-158) (betrokkene schipper Jan Bos); benevens het register van de uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart en uitspraken in beroep van de voorzitter van die Raad, over het jaar 1916.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Zuidbroek, 9 januari. Het alhier thuis behorende vrachtschoenerschip SOLI DEO GLORIA is verkocht aan de heer J. Meinen te Stadskanaal. Prijs geheim. Het vaartuig, thans genaamd ALFA, wordt tijdelijk bevaren door kapt. J. Hamstra te Wildervank.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 11 januari, 1.30 uur nm., onderzoek naar de oorzaak van de aanvaring op 24 november (1916) nabij Kaap Finistère tussen het Portugese stoomschip MIRA en het Nederlandse stoomschip ARUNDO van de Maatschappij Zeevaart te Rotterdam; gezagvoerder J. Wiebes, aldaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde gisteren een onderzoek in naar het stranden op de kust van Jutland op 13 oktober van het tjalkschip Christina van J. Top en K. Deen te Groningen.
Gehoord werd de gezagvoerder A. Bloemker. Deze deelde mee, dat hij, na te voren een aanvaring te hebben gehad die echter geen schade veroorzaakte, de 6e oktober de Noordzee opvoer met Groningen als bestemming. Het begon toen uit het zuidoosten te stormen. Later werd de wind west en werd het schip naar de kust van Jutland gedreven. Gedurende 7 dagen kwam men niets vooruit. Toen de storm uit het westen begon op te steken, was het schip niet meer te houden. De zeilen sloegen weg en een reserve grootzeil was niet aanwezig. De deklast werd gekapt, maar dat hielp niet. Het bakboord anker werd uitgeworpen doch hield niet. De stuurboord ketting welke niet in een kettingkast lag - was in het ongerede geraakt. Zo dreef het schip onhoudbaar op de kust aan en raakte in de morgen van 13 oktober de grond. Met behulp van een schietlijn werd vanaf het strand verbinding met het schip gekregen en daardoor konden de opvarenden de wal bereiken. Het schip is tot dusver nog niet afgebracht. De stuurman, die mede werd gehoord, legde een in hoofdzaak overeenstemmende verklaring af.
Een van de reders van het gestrande schip, de heer Jan Top, beklaagde zich tenslotte dat hij verschillende documenten niet van de schipper had ontvangen, o.a. ook niet een afrekening. Wat er aan het volk betaald is bij afmonstering weet hij nu niet. Noch de consul die uitbetaald heeft, noch de bergingsmaatschappij te Kopenhagen, die de lading verkocht, en die het weer aan de consul terug heeft gegeven, stuurde tot dusver enige afrekening. Schipper Bloemker, hierover nader gehoord, verklaarde dat hij de desbetreffende consulaire bepalingen niet kent. Ook hij weet dus niets af van het bedrag van de uitbetaling. Uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een Engelse en een Duitse onderzeeboot gekocht.
In een nota van wijziging op de .Marine-begroting voor 1917, doet Minister Rambonnet de mededeling, dat hij van Engeland en van Duitsland. de onderzeeboten heeft aangekocht, die hier te lande geïnterneerd zijn.
Zoals men weet, hebben de Staten-Generaal tot de aanbouw van enige duikboten besloten. De bouw daarvan wordt echter door de buitengewone tijdsomstandigheden zeer vertraagd. Daarom heeft de Regering, van oordeel dat onze onderzeevloot zo spoedig mogelijk versterking behoeft, onderhandelingen aangeknoopt met de Engelse en met de Duitse regering, ten einde zo mogelijk de beide geïnterneerde onderzeeboten over te nemen. Deze poging slaagde. De beide regeringen bleken tot de verkoop bereid, zodat eerlang daartoe zal kunnen worden overgegaan. De Engelse duikboot heeft een waterverplaatsing van 355 ton aan de oppervlakte, van 434 ton onder water en voert 4 lanceerinrichtingen. Zij werd tijdens de oorlog te Montreal voltooid. De Duitse boot, een mijnenlegger, is zo goed als nieuw en heeft een verplaatsing van 160 ton aan de oppervlakte en van 180 ton onder water. De kosten van aankoop kan de Minister nog niet met zekerheid opgeven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 januari. Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND, van Nieuwediep naar West-Indië, arriveerde 6 januari te Willemstad (Curaçao).


11 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 januari. Het te Bergen thuis behorende stoomschip OLDER (ex. Nederlandse stoomschip POELDIJK) groot 2.256 ton bruto en 1.402 ton netto, in 1902 door Scheepswerf v/h Jan Smit Czn. gebouwd, is door granaatvuur door een Duitse duikboot in de grond geboord. De bemanning is heden door het Deense stoomschip CHARKOW geland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 11 december. De Nederlandse zeesleepboot UTRECHT, vertrok gisteren met het stoomschip CURAÇAO op sleeptouw van Paramaribo via Barbados naar Rufisque.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Rotterdam, 11 januari. De nieuwe in Hoogezand thuis behorende drie-mast schoener FRISO is onderhands aan een nieuwe rederij te Rotterdam verkocht en vertrok onder bevel van kapt. Joh. Hylkema inmiddels van Amsterdam naar Bilbao.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Delfzijl, 10 januari. Het houten tjalkschip VERTROUWEN, schipper en eigenaar J. van der Glas, is onderhands verkocht aan Schoemaker & Strüfing te Emden. Prijs geheim.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 januari. Men seint ons uit Hamburg: Een met hout beladen Nederlandse kof is op Nordmanshagen, bij Hals (opm: bij de ingang van de Limfjord), gestrand.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 januari. Een Nederlandse schoener is in de Limfjord bij het eiland Egholm gestrand; de kapitein weigerde voorlopig assistentie. (opm: dit is de ANNETTE, zie ook NRC 120117 en NRC 260117)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 9 januari. De koftjalk BALTIC heeft thans in Amsterdam gerepareerd en ligt hier nu zeilklaar om opnieuw naar Lowestoft te vertrekken. (opm: zie ook RN 181116)


12 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 januari. Men seint ons uit Hamburg: De nabij Egholm gestrande schoener is de ANNETTE, kapt. Salomons, met hout van Zweden naar Nederland Bestemd. Het stoomschip FREM te Aalborg thuis behorend, heeft hulp verleend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kristiania, 8 januari. De voor 8 weken in ballast van Stavanger naar Engeland vertrokken Noorse schoener ISAFJORD heeft de bestemming nog niet bereikt. Men vreest, dat dit schip groot 300 ton, met man en muis is vergaan. (opm: Dit is de ex. Nederlandse schoener EUROPA gebouwd in 1909.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren de volgende uitspraken gedaan: Uitspraak betreffende het stranden van het tjalkschip CHRISTINA. De Raad is van oordeel, dat de stranding van de CHRISTINA is veroorzaakt door verkeerde manoeuvres van de schipper. Deze heeft met onklaar gemaakt B.B.-anker zijn schip gedurende twee dagen laten drijven, terwijl hij wist dat S.B.-anker onbruikbaar was en is zodoende op de kust verdaagd. Hij heeft geen poging gedaan om van de kust af te komen, wat zeker niet onmogelijk was, daar hij zich, toen de wind uit het westen kwam, nog ver uit de wal bevond en met ruime wind, desnoods met de stagfok alleen, om de noord had kunnen zeilen en trachten rond Skagen te komen om daar te ankeren. Door deze daad en nalatigheid is de scheepsramp veroorzaakt en daarom straft de Raad de schipper, door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 3 van de Schepenwet, voor de tijd van een maand.
Het heeft de aandacht van de Raad getrokken, dat de ketting van stuurboord anker op de CHRISTINA geborgen was in de voorpiek en niet, zoals bakboord ankerketting in een kettingbak. De voorpiek is geen goede bergplaats, daar bij slingerend schip de ketting, zoals in het onderhavige geval Is gebleken, gemakkelijk onklaar kan geraken. Aanbeveling zal het naar de mening van de Raad verdienen, dat de ankerkettingen op alle schepen in een kettingbak worden geborgen, waar zij behoorlijk gestuwd kunnen worden. Ook is de Raad gebleken, dat op de CHRISTINA, evenals bij vele schepen in de kleine vaart, de reservezeilen in het voorlogies worden geborgen. Bij slecht weer is deze bergplaats door het overkomende water vaak moeilijk of niet te bereiken en is het dus beter deze zeilen achterin te bergen, waar zij steeds bij de hand zijn, wanneer het nodig is ze aan te slaan, hetgeen wel steeds juist bij slecht weer het geval zal zijn.

NRC 120117
Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende de klacht tegen A. Bloemker, gewezen schipper van het tjalkschip CHRISTINA. De Raad is van oordeel, dat uit het onderzoek niet is gebleken, dat A. Bloemker, schipper van de CHRISTINA zich heeft schuldig gemaakt aan misdraging jegens zijn rederij, nu hij, onbekend met de bepalingen van het consulair reglement, is afgegaan op de aanwijzingen van de viceconsul te Thisted, die zelf de bemanning heeft afbetaald en reisgeld verstrekt. Zijn verklaring dat hij, wegens het uitblijven van de nodige bescheiden, nog geen verantwoording kan doen van zijn gevoerd beheer, komt de Raad ook aannemelijk voor, immers het is bekend dat reizigers door Duitsland geen papieren of bescheiden over de grens mogen meevoeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende het aan de grond lopen van het motorschip IDA. De Raad is van oordeel, dat het aan de grond lopen van de IDA is veroorzaakt doordat een bui is ingevallen, gepaard aan dikte van regen, op het ogenblik dat het schip zich in een nauw vaarwater bevond en op de geleiding van de tonnen moest varen. Door het slechte zicht kon men de tonnen niet zien en is het schip daardoor even buiten het vaarwater geraakt en vastgelopen.

NRC 120117
Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende de aanvaring van het stoomschip WESTLAND. De Raad is van oordeel, dat de aanvaring van de WESTLAND met de meerstoel aan de mond van de Maashaven te Rotterdam en met het aldaar gemeerd liggende stoomschip SINT PHILIPSLAND, is veroorzaakt doordat de WESTLAND met te veel vaart de Maashaven is genaderd en binnengegaan en de draai te kort heeft genomen om met de heersende eb vrij te varen van de meerstoel en de SINT PHILIPSLAND. Men heeft zich op de WESTLAND niet overtuigd dat beide sleepboten, bij het invaren van de Maashaven, vastgemaakt hadden en daardoor niet bemerkt dat zulks bij de HECTOR het geval niet was, gelijk de Raad uit de verklaringen van de opvarenden van die sleepboot is gebleken. Daardoor kon deze sleepboot het schip, toen het nodig was, niet bakboord uittrekken. De loods had zich er van moeten overtuigen, dat de tros op beide sleepboten vaststond, alvorens met het schip te manoeuvreren en hij had behoren te wachten met enige manoeuvre, tot hij die zekerheid had.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens heeft de Raad een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de aanvaring op 24 november nabij kaap Finistère tussen het Portugese stoomschip MIRA en het Nederlandse stoomschip ARUNDO van de Maatschappij Zeevaart te Rotterdam, gezagvoerder J. Wiebes aldaar.
De eerste getuige, kapt. J. Wiebes, verklaarde, dat de ARUNDO meet 5.600 ton netto. Op de 24e november, 's morgens te vijf uur, was het nevelig, het schip, op reis van Rotterdam naar Montevideo, bevond zich op ongeveer 80 mijl in westelijke richting van Kaap Finistère. Het was heiig. Van vier uur af was vaart verminderd en werden seinen gegeven. De 2e stuurman was op wacht. Er was slechts ¾ mijl zicht en uit de nevel kwam een schip op, waarvan men zag de twee toplichten, het groene en het rode licht. Er werd door de ARUNDO een stoot op de fluit gegeven en naar bakboordzij uitgedraaid, het was omstreeks kwart over vijven. Het andere schip gaf eveneens een stoot, doch onmiddellijk daarop had de aanvaring plaats. De schepen waren dadelijk weer vrij, de steven van de ARUNDO was omgebogen. Men seinde van boord van het Nederlandse schip, doch de MIRA gaf aanvankelijk geen antwoord, doch even later gaf ze het S.O.S. sein. De bemanning verliet het schip in de boten en kwam aan boord van de ARUNDO. De MIRA was een klein, met erts geladen schip. Het duurde 3½ uur voor het schip was gezonken. Volgens de kapitein van de MIRA was de plaat van zijn schip opengescheurd aan de steven van de ARUNDO. Het eerste ruim van de MIRA was volgelopen, waarna het voorschip dook. De overige getuigen, W. Mudde, 2e stuurman, A. de Waard, 2e machinist, P. Vermeulen, bootsman en R. Smits, matroos, bevestigden de verklaringen van de kapitein. Het onderzoek werd nu gesloten verklaard, de Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten een stalen motorlogger, gebouwd voor de N.V. voorheen Frank Vrolijk Jr. te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip IMPORT opgebracht. Het Wolff-bureau seint dat de Duitse zeestrijdkrachten van de Vlaamse kust het Hollandse stoomschip IMPORT naar Zeebrugge hebben opgebracht. De lading bevatte o.a. katoen, olie en dranken. De IMPORT van de N.V. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, meet 847 ton en 547 ton netto en was dinsdagavond van Rotterdam naar Londen vertrokken.


13 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colon, 11 januari. Wegens grondverschuivingen zijn gisteren geen schepen het Panama kanaal gepasseerd, hoewel schepen met een geringe diepgang konden passeren. Men verwacht spoedige hervatting van de scheepvaart.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Delfzijl, 12 januari. Het motorschip EBEN HAËZER, kapt./eigenaar de heer F. Leij, is onderhands voor geheime prijs verkocht aan de heren A. Houwing en J. Kunst, alhier.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Dinsdag 16 januari, 11 uur vm., onderzoek naar de oorzaak van:
a. De brand op 15 november in de lading tabak aan boord van het stoomschip DJEMBER, en de aanvaring van dit schip op 29 december in de Downs met het Noorse stoomschip HARALDSHAVEN, rederij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam; gezagvoerder H.G. Ruhaak te Scheveningen;
b. De aanvaring op 13 december op de Maas tussen het zeilschip VADERLAND (kapitein J. Klugkist uit Groningen) en het Noorse stoomschip BIRGIT.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 januari. Het stoomschip NOORDSTROOM, van de Hollandsche Stoomboot Mij., heeft aan de Hembrug wegens averij aan de stuurinrichting vastgemaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 11 januari. Het Nederlandse stoomschip IBERIA uit Rotterdam, dat op reis van Sevilla met een lading erts voor Amsterdam heden hier binnenkwam, rapporteerde op de Atlantische Oceaan de equipage van een groot zeilschip gered en te Plymouth geland te hebben. Deze bemanning was afkomstig van het te Liverpool thuis behorende 4-mast schip HOLT HILL, dat op weg was van Nantes naar Gulfport. In de Atlantische Oceaan werd het schip door een storm overvallen en zwaar beschadigd zelfs gedeeltelijk ontmast. Het stoomschip IBERIA ontdekte het ronddrijvende schip en poogde verscheidene malen het op sleeptouw te nemen en in een Engelse haven binnen te brengen, doch zonder succes. Tenslotte was men genoodzaakt de bemanning van het zwaar geteisterde zeilschip af te halen en dit verder aan zijn lot over te laten. Van het verlaten schip is dan ook later niets meer gezien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Tabak per zeilschip. Reuter seint uit Batavia, dat ten gevolge van het gebrek aan stoomschepen, de volgende week het zeilschip ALBERTINE BEATRICE (een stalen bark, groot 1.379 ton bruto), kapt. Meuleman, met een lading tabak naar Holland zal vertrekken.
Het N.I.P.A. seint ons nog uit Batavia dat een tweede zeilschip, de JOHN DAVIE in maart zal vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De beschieting van de LEDA.
Het stoomschip LEDA van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij, dat 12 november l.l. in de Golf van Biscaye door een onderzeeër is beschoten, heeft aan het terrein van Thomson’s Havenbedrijf haar lading gelost en is daarop naar Amsterdam vertrokken. Omtrent de ontmoeting tussen het schip en de duikboot vernam de correspondent van de Telegraaf het volgende: Het was ongeveer kwart voor tien uur, toen men van de LEDA heel in de verte, naar men meende, een twee-mast zeilscheepje waarnam. Juist ging de tweede stuurman een sterkere verrekijker halen, toen een schot weerklonk en op hetzelfde ogenblik een granaat de brug doorboorde en tot ontploffing kwam. De scherven vlogen over de manschappen heen, die op de brug stonden en sloegen links en rechts door machinekamer, kaartenhuis en in de bunkers, en richtten daar een ware verwoesting aan. Had de tweede stuurman even getalmd, dan was hij zeker gedood, daar de granaat op de plaats insloeg waar hij zojuist gestaan had. Ogenblikkelijk stopte de LEDA. Dit nam niet weg, dat nog een tweede schot viel, dat vlak voor de boeg in het water sloeg. Het ogenschijnlijke zeilscheepje bleek naderbij komend een onderzeeër te zijn. De nationaliteit kon moeilijk worden vastgesteld, daar het geen uiterlijke kentekenen of merktekens had en de bemanning van de onderzeeër verschillende tekens op hun petten droegen. De kapitein van de onderzeeër beval een boot uit te zetten en kwam daarna met 13 Denen, die van een getorpedeerde Deense boot afkomstig waren, naar de LEDA. De kapitein van de LEDA protesteerde tegen de schending van zijn schip, waarvoor geen enkele reden bestond. De kapitein van de onderzeeër verontschuldigde zich, zei, dat het een vergissing was en dat het schot alleen als waarschuwing zou bedoeld zijn om te stoppen. Het doel alleen was de 13 man van de Deense equipage over te nemen, die aan boord van de onderzeeër waren. Toen deze op de LEDA waren overgegaan, werd de kapitein van de onderzeeër terug gebracht en de LEDA voer verder naar Vigo, waar het de 13 Denen aan land zette.


14 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Delfzijl, 13 januari. Het klipperaak-schip HOLLANDIA, schipper-eigenaar H. Salomons te Gasselternijveen, is onderhands verkocht aan A. Nieveen te Delfzijl. Prijs geheim.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de op de laatste thuisreis ontstane lekkage aan de ketel op het stoomschip EEMDIJK, van de firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattum te Rotterdam, gezagvoerder D. de Vries te Joure.
Het eerst werd gehoord de heer C. Schoen, lierstoker-donkeyman aan boord van de EEMDIJK. Getuige kreeg op 27 oktober, terwijl het schip in de haven van Villa Constitutición lag, opdracht de bakboordketel aan te steken. Deze was klaar en gevuld. Getuige heeft de vuren ingeschoten en aangestoken en was daarmee om 12 uur gereed. Om half vier kreeg getuige opdracht de vuren af te banken. Om 5 uur keek getuige op de meter. Er was toen nog geen stoom. Tussen half 6 en zes uur is de machinist gekomen. Deze heeft een luchtkraantje dicht gezet. De meter wees toen 10 pond stoom. Om 7 uur was de stand 15 pond, zodat getuige meende, dat de meter in orde was. Later bleek getuige, dat de veiligheid vast zat, iets wat getuige te voren op de Engelse schepen waarop hij vroeger gevaren had, nimmer had gezien. De veiligheid blies 's avonds om 10 uur. In het midden van de nacht kwam uit alle naden van de ketel stoom, terwijl de meter 15 pond bleef aanwijzen. Wanneer het schip in een haven was, was er gewoonlijk 's nachts geen wacht in de machinekamer. De zitting van de Raad werd toen voor enige ogenblikken geschorst. Daarna werd de eerste machinist, de heer Th. Rinks, gehoord. Hem werd meegedeeld, dat het onderzoek ook zou lopen over de vraag of het geval te wijten was aan een daad van schuld of nalatigheid zijnerzijds. De machinist verklaarde overigens dat hij de tweede machinist last gegeven had de vuren te laten afbanken tot op 30 pond druk. De meters waren uitstekend in orde. Om 1 uur kwam getuige aan boord en luisterde nog even boven de machinekamer om te horen of de kleppen goed werkten. Naar de veiligheid heeft hij niet gekeken. De veiligheid stond, als naar gewoonte, wanneer men in volle zee was, vast. Dit vastzetten geschiedde teneinde waterverlies te voorkomen. Slechts bij maneuvreren of in geval van mist werd de veiligheid opengezet. De veiligheid bleef ook wel eens een beetje nablazen. Het dichtdraaien gebeurde met het oog op stoombesparing, die ten gevolge van de slechte kolen reeds dikwijls minder werd. 's Nachts hoorde getuige eensklaps de veiligheid blazen. Getuige sprong toen onmiddellijk uit zijn kooi en vloog naar de machinekamer. Uit alle naden van de ketel spatte water en trok stoom naar buiten. De veiligheid was op dat ogenblik open. Naar getuige verneemt had de donkeyman dit gedaan. Op een desbetreffende vraag zei getuige, dat hij de veiligheid op eigen verantwoording had afgesloten. Het was getuige niet bekend of de gezagvoerder er iets van wist. Reeds 9 jaren is getuige als eerste machinist werkzaam. Het sluiten van de veiligheid had getuige echter tot dusver nog niet op een ander schip toegepast. De verklaringen van de eerste machinist worden bevestigd en aangevuld door de tweede machinist. Deze verklaarde nog, dat het kraantje van de manometer goed stond. Getuige was 's nachts gewekt door de donkeyman, die zei dat er stoom uit de ketel kwam. Vervolgens werd de eerste machinist opnieuw gevraagd over de vraag of hij naar diens eigen oordeel geen schuld had. Deze antwoordde ontkennend. Het ongeluk zou niet gebeurd zijn als men maar zijn opdracht had opgevolgd. Getuige dacht dat alles in orde was. Hoe de donkeyman zo stom kon geweest zijn om de veiligheid gesloten te laten terwijl hij ging rusten, begrijpt getuige niet. Desgevraagd zei de getuige nog dat hij voortaan de veiligheid niet meer zou vastzetten.
Tenslotte zei de Inspecteur dat de eerste machinist naar zijn oordeel wel schuld had, maar dat er toch verzachtende omstandigheden waren. Het onderzoek in deze zaak werd daarna gesloten. De uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepswerf Juliana te Papendrecht werd gisteren als eersteling het voor Noorse rekening volgens de voorschriften van Det Norske Veritas hoogste klasse nieuw gebouwde stalen stoomschip NORDHOLD met goed gevolg te water gelaten, waarvan de afmetingen zijn: Lengte 236’-0", breedte 36'-2", holte 18’-0". Het draagvermogen van het schip zal bij een diepgang van 16 voet 2.000 ton bedragen. Het schip is van het well-deck type, heeft een doorlopend stalen dek, benevens bak, brug en kampanje. Het zal worden voorzien van een triple-expansie machine van ca. 800 ipk met de volgende cilinderafmetingen 17½” x 29" x 46" en 36" slag. Onmiddellijk na het te water laten, werd de kiel gelegd voor een zusterschip van bovengenoemde, eveneens voor Noorse rekening. (opm: dit is de NORDFOLD – WMFK)


15 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. Het Nederlandse stoomschip PROCYON is met zeeschade van Amsterdam te New York aangekomen. Het stoomschip gaat in het droogdok en de reparaties zullen 4 dagen duren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 11 januari. De motorschoener ANNETTE, van de reder M.J. van der Eb te Rotterdam, van Stockholm naar Nederland bestemd met hout, is ten westen het eiland Egholm gestrand. Assistentie wordt verleend. (opm: zie ook NRC 110117)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De IMPORT. Aan het station D.P. zijn vanmiddag het in België gebleven deel van de bemanning en kapitein van de IMPORT met de trein uit Rozendaal aangekomen. Wij hadden een onderhoud met kapt. J. Swierts van de IMPORT, Een rustig eenvoudig man, die te midden van zijn mannen — veertien bijeen — nog allerlei raadgevingen ronddeelde voor het wegbrengen van hun met de trein aangevoerde bagage. Hoe hebben jullie het gehad in België?, vroegen wij de mannen. Koud, bitter koud, was hun eenstemmig antwoord. Ze hadden vannacht geslapen in een kazernegebouw te Antwerpen, kapitein, stuurman en machinist waren in een hotel ondergebracht, het hotel Namur, op een kermisbed, stromatras met deken, in een grote onverwarmde zaal. De Duitse matroos die hen begeleide had gezegd: Dat zulk een begeleiding niet te pas kwam! Zo koud was het. Maar over onbeleefdheid hadden zij volstrekt niet te klagen. Zij hadden van ochtend een kop koffie met twee droge broodjes gehad en waren toen op de trein naar Rozendaal gezet. In Essen had de Duitse grenswacht hen niet onvriendelijk behandeld, maar vier mannen moesten er zich toch uitkleden tot het hemd. Zij hadden te Rozendaal aan het station nog eens koffie met brood gehad. En nu gingen zij welgemoed huiswaarts. Kapitein Swierts, met zijn gelukkige echtgenote naast ons opwandelend, vertelde toen het volgende: Dinsdag om half twaalf ben ik benoorden het vuurschip Maas door een Duitse torpedoboot aangehouden. Er werd mij toegeroepen dat ik te volgen had. Twee andere torpedoboten kwamen toen nader en met de eerste voorop en de beide andere opzij, stoomden we op naar Zeebrugge. Voor de pier werd gestopt, woensdagmorgen 7 uur. Er kwam een loods met gewapenden aan boord en het commando werd mij ontnomen. Nu stoomden we verder door naar Brugge, waar mij gelast werd naast de OLDAMBT vast te meren. We mochten aan boord blijven. Vrijdagmorgen werden we gewaarschuwd dat we vertrekken moesten en onder geleide werden we naar het station gebracht. De man, die met ons tot Essen gaan zou, was er niet, dat kostte ons de aansluiting, anders hadden we gisteravond Rotterdam al bereikt. Over Gent en Brussel zijn we naar Antwerpen gespoord en daar vannacht gebleven. Ook kapitein Swierts noemde de behandeling door de Duitsers zeer beleefd. De mannen mochten al hun goed mee van boord nemen. ,,Had U contrabande aan boord, kapitein?” ,,Niet, noemenswaard. Ik weet zeker dat het opbrengen alleen voor onderzoek is geweest en dat we onze IMPORT weer gauw terug zullen hebben”.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen. Het vlot brengen van de torpedoboot G 1, die in de nacht van 30 op 31 december hier is gestrand, was door het Departement van Marine opgedragen aan de Nieuwe Berging Mij. te Maassluis. Met de werkzaamheden werd zondag 7 dezer een aanvang gemaakt en reeds zaterdagmiddag te halfvijf werd het schip vlot gebracht en alhier binnen gesleept. De torpedoboot is thans in het droogdok alhier geplaatst om door de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ te worden gerepareerd.


16 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Rotterdam, 10 januari. De sedert een jaar te Dordrecht liggende zee-aak MARIA ADRIANA, laatst bevaren door kapt. J. Hylkema, is verkocht aan de reder T. Tammes te Groningen, laatstelijk gezagvoerder op de motortjalk OOSTZEE.
Het schip zal bevaren worden door kapt. J. Klugkist en is inmiddels te Amsterdam aangekomen om voor het buitenland te laden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden uitspraak gedaan betreffende de aanvaring van het stoomschip ARUNDO met het Portugese stoomschip MIRA.
De Raad is van oordeel, dat de aanvaring is veroorzaakt door dat wegens de heersende mist, de schepen elkaar niet tijdig hebben gezien. Op de ARUNDO heeft men gedaan wat gedaan moest worden om de aanvaring te voorkomen. In hoeverre op de MIRA verkeerd is gemanoeuvreerd, vermag de Raad bij gebrek aan verklaringen van die zijde niet met zekerheid vast te stellen. Uit de aard van de aan de ARUNDO veroorzaakte schade, meent de Raad echter te mogen afleiden, dat de MIRA veel vaart liep op het ogenblik van de aanvaring.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft heden betreffende de stranding van het stoomschip TENBERGEN de volgende uitspraak gedaan:
De Raad is van oordeel, dat de stranding moet worden toegeschreven aan een misgissing in de lichten welke zich bij de toegang tot de haven van Brest bevonden. De kapitein heeft het nieuw ontstoken licht op Men-Tensel, waarvan het bestaan hem onbekend was, aangezien voor het licht van Pierres Noires dat bleek aan de zeezijde verduisterd te zijn en daarop zijn bestek afgezet, met het gevolg dat het schip op de rotsen heeft gestoten. De kapitein kan de onbekendheid met het bestaan van dit licht niet verweten worden. Immers mededeling daarvan is in de Berichten aan Zeevarenden van 15 november 1916 geschied, terwijl de TENBERGEN op 31 augustus van Rotterdam was vertrokken en op 17 oktober van Buenos Aires, terwijl hij op de reis zodanig mededeling niet had ontvangen. Wel had hij bij nauwkeurige observatie van het licht van Men-Tensel kunnen ontdekken, dat het niet geheel overeenkwam met dat van Pierres Noires, immers het eerste is een vast licht met verduisteringen om de vier seconden, het tweede een fllkkerlicht met elke vijf seconden een flikkering. De Raad is voorts van mening, dat deze scheepsramp niet zou hebben plaats gehad, wanneer men niet door gebrek aan kolen gedwongen was geworden, de haven van Brest aan te doen. De kapitein had verstandiger gehandeld zo hij zijn kolenvoorraad op zijn route te Madeira of te Vigo had aangevuld, wetende dat hij in een vaarwater zou komen waar hem onvoorziene gebeurtenissen konden overkomen en waar het afwijken van de route met gevaar gepaard kan gaan. Evenwel was de voorraad kolen bij het passeren van Finistère groot genoeg om hem tot Falmouth te brengen en daar de kolen op de reis van goede kwaliteit waren gebleken, kon hij niet weten dat het restant van slechte kwaliteit was, terwijl het verbruik door het slechte weer op het laatst sterk was vermeerderd. De Raad betreurt dat bij deze scheepsramp de eerste stuurman het leven heeft verloren, die is omgekomen door zijn poging de te water geraakte bemanning van zijn boot te redden door het afsteken van blauwlichten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Eindelijk heeft de Raad uitspraak gedaan betreffende het ketelongeval op het stoomschip EEMDIJK. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het lek worden van de bakboord ketel geweten moet worden aan de onverantwoordelijke en roekeloze handelwijze van de lierstoker C. Schoen, die de veiligheidsklep eigenmachtig heeft buiten werking gesteld en daarop naar kooi is gegaan zonder de machinist orders te vragen wat gedaan moest worden en zonder hem zelfs kennis te geven van hetgeen hij had gedaan. De tweede machinist heeft de hem gegeven orders niet goed uitgevoerd door niet toe te zien, dat de vuren afgebankt werden wanneer 30 lbs. druk op de ketel stond. De Raad is voorts van oordeel, dat de eerste machinist een zeer slecht voorbeeld aan zijn ondergeschikten heeft gegeven door zijn gewoonte, de veiligheidsklep op zee vast te zetten. Hierdoor is de lierstoker op het denkbeeld gekomen desgelijks te doen toen hij de veiligheidsklep hoorde blazen. De lierstoker heeft echter geheel eigenmachtig gedaan hetgeen hem verboden was en de Raad meent, dat de scheepsramp dus niet door een daad of nalatigheid van de eerste machinist is veroorzaakt. Hoewel zijn handelwijze streng afkeurende, vermag de Raad geen tuchtmaatregel op hem toe te passen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Zaterdag (opm: 13 januari) werd door de N.V. Scheepbouwwerf ‘Baanhoek’ te Sliedrecht met goed gevolg te water gelaten het stoomschip IJSELMONDE, gebouwd onder toezicht en volgens de voorschriften van Bureau Veritas hoogste klasse voor rekening van de N.V. stoomschip IJselmonde, Gebr. Van Uden te Rotterdam. Het schip van het single deck type, waarvan de hoofdafmetingen zijn: Lengte 237, breedte 36.5, holte 18 voet, heeft een laadvermogen van 2.200 ton en wordt voorzien van 1 stoomankerlier en 5 stoomlieren voor het laden en lossen. De stoommachine, welke wordt vervaardigd door de firma Penn en Bauduin te Dordrecht, is een triple-expansie machine met oppervlak condensatie, cilinders 17.5" x 29" x 46' bij 36" slag, welke 850 ipk kan ontwikkelen. De stoom wordt geleverd door 2 ketels, werkdruk 180 pound met een gezamenlijk verwarmend oppervlak van 3.130 vierkante Eng. voet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 januari. Van de werf van de N.V. Scheepswerf Juliana te Papendrecht werd als eersteling het voor Noorse rekening volgens de voorschriften van Det Norske Veritas hoogste klasse nieuw gebouwde stalen stoomschip NORDHOLD met goed gevolg te water gelaten, waarvan de afmetingen zijn: Lengte 236’-0", breedte 36-2", holte 18'- 0". Het draagvermogen van het schip zal bij een diepgang van 16 voet 2.000 ton bedragen. Het schip is van het well-deck type, heeft een doorlopend stalen dek, benevens bak, brug en kampanje. Het zal worden voorzien van een triple expansie machine van ca. 800 ipk met de volgende cilinderafmetingen 17½” x 29" x 46" en 36" slag. Onmiddellijk na het te water laten, werd de kiel gelegd voor een zusterschip van bovengenoemde, eveneens voor Noorse rekening. (opm: zie ook AH 140117)


17 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 16 januari. De Nederlandse zeesleepboot LIMBURG met het Noorse 3-mast schip HERO op sleeptouw van Rotterdam naar de Lizard, passeerde Dover.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 16 januari. De Nederlandse zeesleepboot UTRECHT met het stoomschip CURAÇAO op sleeptouw van Paramaribo via Rufisque naar Rotterdam, arriveerde 14 dezer te Barbados voor bunkers.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de aanvaring op 13 december op de Maas tussen het zeilschip VADERLAND (kapt. J. Klugkist uit Groningen) en het Noorse stoomschip BIRGIT. De zeeloods D. de Heer verklaarde, dat de VADERLAND binnenzeilende was; zij voer 5 mijlvaart. In de nacht tegen halfdrie was het schip voor Maassluis, waar de lichten van de uitvarende BIRGIT zichtbaar werden. De wind was WZW, het was helder vurenzicht. De kapitein was op de brug; het water ging intrekken door de vloed. Alle zeilen stonden bij, nagenoeg voor de wind. De VADERLAND voer aan de zuidzijde van het vaarwater. Toen getuige voor het eerst de lichten van de BIRGIT zag, heeft hij twee maal twee stoten op de fluit gegeven en is bakboord uitgegaan, zodat hij zijn groen vuur liet zien, evenals de tegenligger.
Getuige's schip viel dadelijk af, de tegenligger kan alleen het groene vuur gezien hebben. Later zag getuige het rode vuur van de BIRGIT en ging onmiddellijk stuurboord uit, doch de aanvaring was niet meer te voorkomen. De VADERLAND heeft de kluiver gebroken, de BIRGIT heeft de reis voorlopig niet kunnen vervolgen. De rivierloods Cordia verklaarde, dat hij de BIRGIT naar zee loodste. Bij dukdalf 13 zag hij het zeilschip de VADERLAND aan de noordzijde van het vaarwater, ongeveer 50 meter benoorden de Iichtenlijn. Getuige adviseerde stuurboord roer, zodat de schepen elkander rood op rood naderden. Later zag hij een groen vuur en adviseerde bakboord roer met twee stoten; weer een rood licht ziend, adviseerde hij stuurboord roer met 1 stoot op de fluit, doch de aanvaring was onvermijdelijk. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brand aan boord van de DJEMBER.
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek Ingesteld naar de oorzaak van de brand op 16 november in de lading tabak aan boord van het stoomschip DJEMBER en de aanvaring van dit schip op 29 december in de Duins met het Noorse stoomschip HARALDSHAUG; (rederij Rotterd. Lloyd, gezagvoerder H.G. Ruhaak te Scheveningen). Deze verklaarde, dat de lading van de DJEMBER, die op reis was van Batavia naar Rotterdam, in hoofdzaak bestond uit tabak; ook was er stukgoed aan boord. De tabak was gestuwd volgens de voorschriften van de Rotterdamsche Lloyd; de ventilatie geschiedde door de luchtkokers en luiken. De Sumatra-tabak was op het boven- en tussendek gestuwd; de Java-tabak daaronder, op het benedendek, het koebrugdek en het tussendek. Te Sabang werd, na het vertrek uit Batavia, Deli-tabak geladen. Getuige weet zeker, dat de ruimen droog waren, toen de tabak er in kwam. De wanden en de vloer waren bedekt met matten. Gedurende de gehele reis werd er geventileerd, en de temperatuur werd tweemaal daags opgenomen.
De 15e november, ’s ochtends halfdrie ongeveer, toen de DJEMBER zich op 45 mijlen van Alexandrië bevond, ontdekte men rook in de hoge koker, boven ruim 3. Er werd brand vermoed in de kabeltank, waar ook Java-tabak was geladen. Deze was afgedekt met luiken met ventilatie.
Alles was hermetisch gesloten. Het Claxon apparaat werd op de kabeltank gezet en er werd scheepsraad gehouden. Besloten werd naar Alexandrië terug te stomen; onderweg kwam er nog meer rook uit de bewuste koker.
In Alexandrië heeft getuige zich gewend tot de Lloyd agent. Deze adviseerde, de luiken te openen en de lading te blussen en te lossen. Toen men beneden kwam, sloegen de vlammen gevaarlijk uit. Er werd van boord in de kabeltank gespoten. 's Nachts werd de brand heviger en moest de brandweer van Alexandrië ingrijpen. Eerst 's morgens 7 uur was de brand geblust. Men vermoedde dat gedurende de nacht ook de overige tabak in ruim 3 is gaan branden. Door het watergeven kwam in ruim 2 een 5½ voet water te staan. In dit ruim werd eveneens brand ontdekt en weer moest de brandweer bij tussenpozen ingrijpen. De verbrande en verrotte pakken tabak werden er uitgehaald, waarna de gezonde balen weer ingenomen werden. Een week later werd er brand ontdekt in ruim 4, dat achter de machinekamer ligt. Hier was in de tabak een felle brand uitgebroken. Ten derde male werd er geblust en gelost. In die tijd lag het schip aan de wal; stoomspuiten spoten water op de vlammen. De vuurhaard van de eerste brand moet volgens getuige geweest zijn onder het ruim in de kabeltank; die van de beide andere midden, onder het luik. Overgeslagen kan de brand niet zijn, daar een ijzeren schot de ruimen 3 en 2 scheidt. De oorzaak van de drie branden was vermoedelijk broeiing. In totaal waren aan boord 33.000 pakken; hiervan is ongeveer ⅓ vernield. De machinist Hollam legde enkele technische verklaringen af. De eerste officier W. Jansen verklaarde, dat hij het toezicht op het laden heeft gehad. Er is geen water, noch vuur bij geweest. De deskundige, de heer Mertens, achtte de oorzaak aan broei te wijten. De tabak was door een commissie gekeurd. Daarom is het wel wonderlijk, dat er nog groene tabak tussen zat. Het zou een wonder geweest zijn, als er geen broei was ontstaan. Het onderzoek werd hierna gesloten. De uitspraak volgt later.
Hierna heeft de Raad nog enkele inlichtingen ingewonnen betreffende de aanvaring van de DJEMBER met de HARALDSHAUG. Dit ongeval geschiedde op de reis van Alexandrië naar Rotterdam, op 29 december. Het was toen onstuimig, regenachtig weer. De stroom liep om de zuid. De wind kwam uit het ZW. Ook was het vloed. De kapitein vond een gunstige ankerplaats. Hij zag twee schepen liggen en wilde aan de zuidzijde van die vaartuigen ankeren. Toen getuige zag dat deze beide schepen voor hun anker lagen, liet hij, om een aanvaring te vermijden, het bakboord anker vallen met 60 vaam ketting. Toen ook nog meer ketting niet hielp, werd ook het stuurboord anker geworpen en zoveel mogelijk met de machine gemanoeuvreerd om vrij te blijven. Desniettegenstaande liep de DJEMBER midscheeps op de ankerketting van een van de schepen. De ketting brak en de DJEMBER kreeg een deuk. Het onderzoek werd hierna gesloten.
(opm: Noorse HARALDSHAUG – MBHW ex. GERD, gebouwd 1903 / 1.203 brt)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 16 januari. Gisteren arriveerde hier de Nederlandse zeetjalk EBENHAËZER, kapt. S. Salomons uit Gasselternijveen, welke rapporteerde op de uitreis van Amsterdam naar Hallsta (Zweden) met zware stormschade te Cuxhaven binnengelopen te zijn en na reparatie wegens bezwarende omstandigheden door Duitse binnenkanalen de reis naar de Oostzee te hebben voortgezet. Onze berichtgever te IJmuiden vernam daarover de volgende bijzonderheden: De tjalk EBENHAËZER was met een lading ijzerdraaisel van Amsterdam naar Hallsta bestemd en vertrok 31 juli van IJmuiden naar de bestemming. Na enige dagen gezeild te hebben werd het schip door een zware storm overvallen, waardoor het zware schade beliep en grote slagzij kreeg, daar de lading naar één kant overgevallen was. Met zeer grote snelheid dreef het schip naar de Duitse kust. Na gehouden scheepsraad besloot men dan ook een noodhaven op te zoeken, waarop men naar Cuxhaven koers zette. Een patrouillerende Duitse torpedojager merkte het schip op en informeerde, wijl het schip zich wegens de mijnenvelden in een gevaarlijke positie bevond, naar herkomst en bestemming. Na de mededeling van kapt. Salomons dat hij naar Cuxhaven wenste te gaan, nam de torpedoboot het vaartuig op sleeptouw en bracht het in die haven binnen. Tijdens deze sleeptocht nam een overgekomen marineofficier het commando op zich en werd de Nederlandse bemanning vervangen door Duitse marine-matrozen. De Nederlanders moesten in de kajuit verblijven tot het schip goed en wel gemeerd lag. Door een andere inmiddels aan boord gekomen marineofficier werden de scheepspapieren doorgezien en in orde bevonden. Bij gehouden onderzoek van de schade, bleek deze van grote omvang te zijn, zodat deze ter plaatse moest gerepareerd worden alvorens de reis te kunnen voortzetten. Tijdens deze reparatie (waarbij opgemerkt kan worden dat de benodigde zeilen uit Nederland werden opgezonden) was het verkeer aan land voor de bemanning verboden. Een uitzondering werd gemaakt voor de gezagvoerder als deze zaken te behandelen had. Hij kreeg dan echter steeds een militair geleide mee. Voedsel kon men in voldoende mate krijgen, niet meer, ook niet minder dan de Duitsers zelf. Na een oponthoud van een maand wilde de kapitein op de gewone wijze de reis voortzetten, doch kon daarvoor alleen toestemming krijgen indien hij een som van 3.000 Mark deponeerde, welk bedrag moest dienen voor het uitbrengen van het schip buiten het mijnenveld op de Duitse kust. Door de kapitein werd getracht een betere oplossing te vinden en vroeg hij aan, de reis door het Kaiser Wilhelm-kanaal te mogen doen. Dit werd echter beslist geweigerd. Men wilde echter wel toestemming geven om de reis van Hamburg door het Travemündekanaal te maken. Hier voor was echter nodig dat een gedeelte van de lading gelost werd, wegens de diepgang van het schip ten opzichte van het vaarwater. Ongeveer 50 ton ijzerdraaisel werd nu geladen op een dekschuit welke gelijk met de EBENHAËZER binnendoor naar Lübeck werd gesleept. Bij aankomst te Lübeck werd dit gedeelte van de lading van de zolderschuit genomen en de reis naar Hallsta voortgezet. Na vertrek uit Lübeck beliep het schip wederom averij doordat het in aanvaring kwam met een Duitse torpedoboot, welke ‘s nachts zonder vuren buiten Lübeck ter bewaking voor anker lag. Het schip raakte met de boegspriet het achterschip van de torpedojager, waardoor deze bij de steven afknapte. Voor reparatie ging de tjalk toen naar de Deense haven Gjedser en zette na de schade aldaar hersteld te hebben, de reis voort. Door al deze wederwaardigheden had men een tijdverlies van enige maanden.


18 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koopvaardijvloot. Rotterdam, 17 januari. In de Staatscourant van heden komt een vergelijkende staat voor van de Nederlandse koopvaardijvloot. Op 31 december 1916 was de staat als volgt: 349 stoomschepen, metende 2.025.422,91, 57 sleepboten, metende 1.399,75, 15 motorboten, 26.726,69, 50 schoeners, 17.245,36, 208 tjalken, 37.839,65, 3 koffen, 791 en alle andere soorten van zeilschepen 43.256,22 m3 netto.
In 1916 werden aan hier te lande gebouwde en van het buitenland ingevoerde schepen voor het eerst zeebrieven verstrekt: 4 schoeners, 1.509,82; 4 andere zeilschepen, 2.713,26; 6 motorschepen, 3.252,15 en 53 stoomschepen, 177.730,60 m3 netto.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam. Zeeliedenstaking.
De stoomschepen WILIS en DJEBRES, van de Rotterdamsche Lloyd, zijn heden niet bemonsterd kunnen worden. Buiten het terrein aan de Lloydkade werd door de stakers gepost. De WILIS zou morgen met de mail naar India vertrekken. De stoomschepen ALPHARD en MEGREZ zijn in de afgelopen nacht naar zee vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In de te Middelburg gehouden jaarvergadering van de N.V. Scheepswerf Zeeland te Hansweert werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd. Van de winst werd afgeschreven op gebouwen 4 pct., inventaris werf 5 pct., machines en installatie 10 pct., werf en terreinen 20 pct. De overblijvende winst zou een uitkering wettigen van 10 pct., maar met het oog op de abnormale tijdsomstandigheden en de moeilijkheid bij het verkrijgen van materiaal, werd besloten thans 5 pct. uit te keren en voorlopig 5 pct. te reserveren. Kan met de bouw van schepen geregeld worden voortgegaan, hetgeen wel zeer waarschijnlijk is, omdat de directie nog kort geleden een flinke partij scheepsmateriaal uit de voorraad heeft kunnen betrekken, dan kan in de loop van het jaar ook uitkering van de andere 5 pct. plaats hebben. In 1912 werd door de fabriek verwerkt voor NLG 98.223, in 1913 voor NLG 171.350, in 1914 voor NLG 163.350, in 1915 voor NLG 238,800 en in 1916 voor NLG 265.350 aan orders. Er werd in die jaren respectievelijk aan werkloon uitgekeerd NLG 34.548, NLG. 47.362, NLG 48.122, NLG 58.678 en NLG 68.440.


19 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 18 januari. Heden heeft alhier de voor Noorse rekening bij Gebr. Bodewes te Martenshoek op de werf Fulton nieuw gebouwde drie-mast motoschoener EYFJORD, groot 779 m3 bruto, proef gestoomd. Het schip is voorzien van een motor van 130 ipk, geleverd door Steyaard & Jannette Walen te Rotterdam. Zodra de uitvoervergunning is verleend, vertrekt het schip naar Noorwegen. (opm: Bouwnr. 614)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Een Duits schip op de Schelde.
Uit Vlissingen meldt men ons nader: Het Duitse stoomschip URSULA FISCHER, dat hedenmorgen van Zeebrugge naar Antwerpen zou vertrekken, is door onze Marine opgehouden, omdat het een prijs verklaard Engels schip moet zijn, dat een Duitse naam heeft gekregen. Het schip ligt thans op de rede te Vlissingen, in afwachting van een nadere beslissing. (opm: zie ook NRC 200117 en NRC 210117)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 19 januari. Het gisterochtend van hier naar New York vertrokken Nederlands stoomschip MEGREZ is hedenochtend met lichte machineschade uit zee terug gekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip WESTERDIJK, van Solleveld, Van der Meer & Van Hattem’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, ligt nu al 31 dagen in Stornoway, waar het stoomschip, geladen met 4.500 ton graan voor de Regering van Nederland, moest binnenlopen wegens gebrek aan kolen. Toen de kapitein brandstof wilde aanvullen, bleek dat niet te zullen gaan, tenzij de rederij zich verbond, hetzij 30% van haar laadruimte af te staan aan de Engelse regering, hetzij bereid bleek elk van haar schepen een reis voor Engelse rekening te laten maken. De rederij kon natuurlijk in dit aanbod niet treden, omdat haar schepen waren gerekwireerd door de Nederlandse regering voor het vervoer van granen ten behoeve van de Nederlandse bevolking. De rederij heeft sedert alle mogelijke stappen gedaan in Engeland, de Nederlandse Regering heeft vertogen gericht, doch het enige resultaat tot heden is, dat 4.500 ton regeringsgraan, die we hier zo goed zouden kunnen gebruiken, in de haven van Stornoway ligt te verrotten, terwijl het schip, waaraan mede dringende behoefte bestaat, kalm te Stornoway blijft liggen met de volledige bemanning aan boord. De communicatie van de rederij met het schip is eveneens verbroken, daar de rederij een telegram van de kapitein heeft gehad en verder onkundig is, of haar eigen berichten de gezagvoerder hebben bereikt. De enige wijze tot terugkeer is, dat het schip door een sleepboot wordt gehaald, doch de betrokken sleepbootrederijen zijn, uit vrees voer represaillemaatregelen van Engelse zijde, hiervoor niet te vinden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De PRINS HENDRIK. De directie van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland heeft alleen van Nederlandse zijde bericht ontvangen van het opbrengen van het stoomschip PRINS HENDRIK naar Zeebrugge. Omtrent de redenen voor de opbrenging is bij de Maatschappij niets bekend. Aan boord van de mailboot waren drie Belgen; het was de eerste maal dat weer Belgen werden vervoerd na het opbrengen van de KONINGIN REGENTES.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeelledenactie. De afdeling Scheveningen van de Chr. Zeeliedenbond, heeft vergaderd over het geschil met de rederij. Met 875 tegen 2 stemmen is besloten, niet aan te monsteren voor de rederij verklaart, dat dit weer kan geschieden op de door haar aangeboden monsterrol en op de oude loonregeling.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Amsterdam, 19 januari. Door de heer Wouter den Dulk Jacz. te Scheveningen is een stalen schoener aangekocht, welke twee jaar geleden voor Duitse rekening op de werf van de firma E.J. Smit & Zoon te Sappemeer gebouwd (opm: moet zijn Jac. Smit te Sappemeer), doch door de opdrachtgevers niet geaccepteerd werd. Het schip wordt met de naam CONCORDIA CONSTANS in de vaart gebracht en vertrok gisteren voor de eerste reis van Amsterdam naar Londen. (opm: kapt. E. Hoek te Groningen)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.V. Scheepsbouw Maatschappij ‘Nieuwe Waterweg’, Rotterdam en Schiedam.
Uit het verslag van de directie over het op 30 september l.l. geëindigde tweede boekjaar, uitgebracht in de gisteren gehouden jaarlijkse vergadering van aandeelhouders, blijkt dat op 1 april 1916 een aanvang is gemaakt met de exploitatie van de scheepsbouw- en reparatiewerf te Schiedam. De na deze datum gemaakte winst bedraagt bruto NLG 121.751,92 en netto NLG 22.895,60. Besloten werd dit saldo te bestemmen voor afschrijvingen. De aftredende commissaris, de heer P.C. Jongeneel werd herkozen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 januari. De schoener SCHOUWEN II, kapitein tevens reder M. Mellema te Nieuwe Pekela, is onderhands verkocht aan kapt. B. de Vries te Groningen


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 januari. De stalen 2-mast zeetjalk AMBULANT van kapitein tevens reder H. Groen te Groningen, is aangekocht door kapt. P. Eppinga, wiens schoener DOLFIJN onlangs werd getorpedeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 18 januari. De Nederlandse koftjalk ZWERVER, kapitein tevens reder H. Sloots, van Norrsundet in Zweden naar Schenkenschans bestemd, is hier binnengelopen na gedurende twee jaren in Rusland te zijn vastgehouden. Deze in Gasselternijveen thuis behorende koftjalk was even voor het uitbreken van de oorlog in Kotka met een lading houtpap beladen voor een Deense haven. Enige dagen na de oorlogsverklaring, wilde de kapitein naar zijn bestemming afzeilen en kreeg daartoe dan ook vergunning. Na door een sleepboot tot buiten de inmiddels op de Finse kust uitgelegde mijnen te zijn gesleept, werd zeil gehesen en koers gezet naar de bestemmingshaven. Een dag later stiet men op een Russisch eskader van hetwelk een schip plotseling op het Nederlandse zeilschip begon te schieten, waardoor zeilen doorboord en verschillende schades aan het schip belopen werden. Een marinevaartuig kwam nader om een officier over te zetten en besliste deze, ofschoon de kapitein een vrijpas uit Kotka had meegekregen, dat het schip zou worden opgebracht. Het werd nu eerst in Baltishport binnengebracht en later naar Reval gesleept. Op kosten van de Russische regering werd hier de geleden schade hersteld terwijl inmiddels de lading door de afzenders onderhands werd verkocht. Aan de kapitein werd nu een gedeelte van de vracht, welke hij bij het bereiken van de Deense bestemmingshaven zou hebben genoten, als distantievracht uitbetaald. Na verschillende onderhandelingen met de kapitein wilden de autoriteiten het schip naar Helsingfors overbrengen, waartegen de kapitein zich verzette omdat deze haven evenals Reval (opm: nu Tallinn) een oorlogshaven is en hij van een verblijf daar niet veel goeds verwachtte. Op zijn verzoek werd het schip toen voorlopig naar Kotka teruggebracht. De verwachting dat de tjalk spoedig zou worden vrijgelaten, werd niet tot werkelijkheid gebracht, want nadat de bemanning ongeveer een jaar aan boord was geweest, werd meegedeeld, dat van een vrijlating geen sprake was. Na zijn bemanning te hebben afgemonsterd trok de gezagvoerder via Haparanda en Torneå over Zweden op huis aan en riep de hulp in van de Minister van Buitenlandse Zaken. Dank zij diens voortvarende bemoeiingen werd enige maanden geleden de mededeling van de Russische regering ontvangen, dat het schip zou worden vrijgelaten. Dit was trouwens ook het geval met enige schepen van andere neutrale naties. Kapitein Sloots reisde nu met een nieuwe bemanning langs een omweg naar Kotka af om zijn schip wederom te aanvaarden. Tegelijk met een Deense schoener kon dit genoemde haven verlaten en zeilde de ZWERVER naar Zweden om daar een lading hout voor Nederland in te nemen. Voor het verlaten van zijn schip had de bemanning het een goede beurt gegeven en in de verf gezet, zodat het ook al wegens het verse water in Finland niet veel had geleden van het stilliggen gedurende ruim twee jaar. Het is wel te begrijpen dat de directe schade wegens de extra kosten voor de kapitein zeer groot is en bovendien nog de indirecte schade wegens het gemis van inkomsten in deze tijd van hoge vrachten.


20 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Een Duits schip op de Schelde.
Het stoomschip dat gisteren onder de naam URSULA FISCHER de Schelde zou opvaren, ligt nog steeds op de rede van Vlissingen, onder Marine toezicht. Naar aan de Telegraaf wordt gemeld, is het de LISTRIS, die door de Duitsers op de Engelsen is veroverd. Romp en pijp waren nieuw geschilderd, maar de loodsen te Vlissingen zagen toch dadelijk dat het een Liverpool-boot was. (opm: zie ook NRC 190117 en NRC 210117)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe schepen. Martenshoek, 19 januari. Van de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes alhier zijn vertrokken: De stalen inspectieboot DIANA, voorzien van ketel- en machine-installatie van 500 ipk, gebouwd voor rekening van de Deense marine. De boot zal, na proefvaarten op de Eems te Delfzijl, onder eigen stoom naar Kopenhagen vertrekken.
De zeesleepboot HANS, voorzien van triple-machine 450 ipk, verkocht aan een rederij te Kalundborg, welke boot eveneens onder eigen stoom via Zoutkamp – Rotterdam naar Denemarken zal vertrekken. (opm: DIANA - Bouwnr. 610, HANS – Bouwnr. 605)


21 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De PRINS HENDRIK. Men meldt ons uit Vlissingen, dat de mailboot PRINS HENDRIK, van de Maatschappij Zeeland, welke naar Zeebrugge was opgebracht, gisteravond te 7 uur van Zeebrugge aldaar is aangekomen. Maandag vertrekt weer een boot naar Engeland. Van de passagiers van de PRINS HENDRIK werden 6 achtergehouden; van de mail werd een gedeelte van boord gehaald. Betreffende het ophouden van de boot meldt men ons nog uit Vlissingen, dat dit geschiedde vrijdagmorgen, even nadat de territoriale wateren verlaten waren. Drie Duitse torpedoboten begeleidden het schip naar Zeebrugge; ook hielden twee vliegmachines een oog in het zeil. Aldaar werd de passagiers gelast in de salons te blijven. Zij, die zouden trachten deze zonder toestemming te verlaten, zouden worden opgesloten. Na een ingesteld onderzoek werden van boord gehaald de drie Belgische mannen en twee Franse mannen en vrouwen, terwijl de echtgenote van een van de Belgen verkoos haar man te volgen en ook de boot verliet. Vrijdag bleef de PRINS HENDRIK te Zeebrugge, maar zaterdagmorgen vroeg werd zij naar Oostende gebracht, waar het onderzoek van de mail- en pakketpost plaats had. Aanvankelijk werd alles van boord gehaald, maar later een deel weer teruggegeven. Zaterdagmiddag half drie kon de boot vertrekken, tot buiten het mijnenveld begeleid door een torpedoboot. Toen men het mijnenveld verlaten had, bevond men zich op 51°-22' Noorderbreedte en werd van daar uit gekoerst naar het vuurschip Schouwenbank, waar de boot ongeveer een uur bleef liggen en door de draadloze telegrafie om orders vroeg. Deze gaven Vlissingen als doel aan en daarom keerde de boot naar haar station van uitgang terug. Over de bejegening, van de zijde van de Duitsers ondervonden door bemanning en passagiers, valt niet te klagen. De PRINS HENDRIK zal nu maandag haar reis opnieuw aanvaarden; de passagiers overnachten tot dan aan boord. De KONINGIN REGENTES, die aanvankelijk maandag moest vertrekken, maakt nu woensdag weer een reis. Van een van de passagiers vernamen wij nog, dat de wacht betrokken werd door oude marine soldaten, die heel rustig hun sigaret stonden te roken. De passagiers waren in de gelegenheid kennis te maken met het brood, dat aan de soldaten werd verstrekt. Het was van buiten droog en hard, maar van binnen zachter. De smaak is enigszins zuurachtig. De Duitsers waren tegenover de Nederlanders vrij hoffelijk, maar ook hun bagage werd gevisiteerd. Aan boord bevond zich ook de heer Den Tex, directeur van de Kon. Holl. Stoomboot Maatschappij.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De URSULA FISCHER. Naar wij vernemen is het stoomschip, zich noemende URSULA FISCHER, niet toegelaten en op order weer uit Vlissingen naar zee vertrokken.


22 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. - Van het stoomschip BRITSUM is een kok verwijderd, die, gemonsterd zljnde, aan boord gekomen, weigerde te werken. De motorschoener SIRRA is naar zee vertrokken, nadat de eisen van de bemanning, wat de gage betreft, waren ingewilligd. De bemanning van het uit zee met machineschade alhier teruggekeerde stoomschip MEGREZ weigerde te werken, indien haar geen verlof gegeven werd, aan de wal te gaan. Dit verlof is toegestaan. Gisteren namiddag is de MEGREZ weer naar zee vertrokken. Van de bemanning is alleen een kok achtergebleven, die door een ander is vervangen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Het stoomschip MEGREZ heeft gerepareerd en is weer van hier vertrokken. (opm: zie ook NRC 190117 en NRC 220117)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip WIERINGEN. Het Nederlandse stoomschip WIERINGEN, van de rederij W. Ruys & Zonen te Rotterdam, dat spoedig alhier wordt verwacht, is het volgende overkomen: 5 december met ongeveer 4.000 ton regeringsgraan aan boord, is het rechtstreeks van Baltimore naar Kirkwall gestoomd. Op de 26e december aldaar aangekomen, kon het stoomschip, omdat niet eerst Falmouth was aangedaan, geen uitklaring bekomen en moest weer naar Falmouth terug om de nodige uitklaring te halen. Aangezien dit stoomschip nu een veel langere reis moest maken, geraakten de bunkerkolen op. In Falmouth kon niet worden gebunkerd, maar wel te Dartmouth. Nadat in laatstgenoemde haven de steenkolenvoorraad was aangevuld, passeerde de WIERINGEN op 14 dezer weer Lizard om nogmaals om het noorden van Engeland de reis naar Rotterdam voort te zetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. - Hedenvoormiddag hebben de stakende zeelieden in het Verenigingsgebouw op de Goudschenweg vergaderd onder leiding van het bestuur van de afdeling Rotterdam van de Alg. Nederlandsche Zeemansbond.
De vergadering werd bijgewoond door de heer B. Lansink Sr., secretaris van het Nationaal Arbeiders-secretariaat. Meegedeeld werd, dat er op het ogenblik door de aktie 28 schepen in de havens alhier stil liggen. Voorlezing werd gedaan van een brief van de directeur van het burgerlijk armbestuur, waaruit blijkt, dat de vrouw van een zeeman; die vaart bij de Rotterdamsche Lloyd, tijdelijk ondersteuning geniet van het armbestuur. De burgerij is, zegt de voorzitter, de aktie welgezind, omdat men overtuigd is, dat de lonen te laag zijn. De bootsman van de WILIS is bedankt, omdat hij niet wilde monsteren. Er zal niet eerder gemonsterd worden, voor hij weer op zijn plaats is, aldus de voorzitter. Worden de eisen ingewilligd, dan moeten zij van terugwerkende kracht zijn voor de kameraden, die thans op zee varen. De firma Soetermeer en Fekkes heeft de eisen ingewilligd. Besloten werd, dat een commissie uit het stakende personeel van de Rotterdamsche Lloyd een onderhoud zal aanvragen bij de directie, om te spreken over de geruchten, die de ronde in de haven doen. Volgens deze geruchten zou de Rotterdamsche Lloyd geneigd zijn de gage van een matroos te verhogen tot NLG 90 per maand. Nog werd meegedeeld, dat het bestuur vermoedt dat de zeemansvereniging Volharding aan de reders adviseert, om niet toe te geven, omdat de zeelieden binnen enkele dagen wel door honger naar zee zullen gaan.
Ook zal een commissie benoemd worden om te trachten een bespreking te hebben met de Scheepvaartvereniging. Er werd op gewezen, dat de onafhankelijke vakvereniging achter de zeelieden staat en steun verlenen. De firma Jos de Poorter zou volgens lopende geruchten geneigd zijn de eisen van de stakers in te willigen. Nadat verschillende zeelieden getuigd hadden van hun vaste voornemen om te gaan varen voor hun eisen zijn ingewilligd, verkreeg de heer B. Lansink Sr. het woord. Hij vond de eisen van de zeelieden volstrekt niet overdreven in verband met de gevaren, waaraan zij blootstaan en de stijging van de prijzen van de levensmiddelen. De zeelieden moeten door eigen kracht verbetering afdwingen. Van hoger hand heeft men dit niet te wachten.


23 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schepenvorderingswet. - Aan de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel is gisteren het volgende adres gericht: De Nederlandse Zeemans-Vereeniging Volharding, gevestigd te Rotterdam, veroorlooft zich, met verschuldigde eerbied, tot U te wenden, met het verzoek artikel 6 van het wetsontwerp Schepenvorderingswet te willen intrekken. Zij meent, ter ondersteuning van haar verzoek, te mogen aanvoeren, dat er alsnog geen aanleiding bestaat tot invoering van de burgerlijke dienstplicht voor zeelieden. Want, hoewel er ongetwijfeld enige moeilijkheden bestaan in het bemannen van de schepen, zijn deze moeilijkheden toch niet dermate ernstig, dat daarvoor de krasse maatregel van de burgerlijke dienstplicht voor zeelieden nodig zou zijn. Integendeel mag er op worden gewezen, dat de zeelieden, tijdens de ganse duur van de oorlog, geen ogenblik hebben geaarzeld zee te kiezen, om in de behoeften van het land te voorzien. De ondoordachte staking in de Rotterdamse haven, die thans wordt gevoerd, zal ook in de toekomst geen afbreuk doen aan de wil van de zeelieden, om zee te kiezen.
De moeilijkheid van het ogenblik is er een van voorbijgaande aard en van betrekkelijke tijd. Uwe Excellentie wordt dan ook wel verzocht zijn houding niet te willen doen beïnvloeden door de huidige stagnatie, doch te willen vertrouwen, waarvan het bestuur van onze vereniging overtuigd is, dat weer spoedig de overbodigheid van burgerlijke dienstplicht voor de zeelieden zal blijken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aangehouden mail. Het stoomschip PRINS HENDRIK van de Maatschappij Zeeland, op 10 dezer van Vlissingen naar Engeland vertrokken, heeft te Zeebrugge, op last van de Duitse militaire autoriteiten, de gehele mail met uitzondering van die voor krijgsgevangenen moeten lossen. Die mail bestond uit de brief- en pakketpost, welke na de verzending in aansluiting op het 17 dezer van Vlissingen naar Engeland vertrokken stoomschip van de Maatschappij Zeeland in Nederland is ter post bezorgd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. Men meldt ons: De Scheepvaart-Vereeniging en de Rotterdamsche Lloyd, welke de collectieve arbeidsovereenkomst met de Zeemansvereeniging Volharding per 1 januari 1916 voor drie jaren vernieuwden, handhaven hun besluit, dat zij onder geen omstandigheden zullen afwijken van de contractuele bepalingen. Zij zullen zich ten sterkste verzetten tegen ieder pogen om hen te bewegen, dit standpunt te verlaten. Voor zover niet voldoende zeelieden tegen contract-gages verkrijgbaar blijken, zullen de schepen in de havens blijven liggen. Het vertrouwen bestaat echter bij alle partijen aan de collectieve overeenkomst, dat ook zonder wettelijk ingrijpen de zeelieden tenslotte zullen inzien, dat het dwaasheid is te menen, dat een kleine groep personen een tussen twee grote groepen van werkgevers en werknemers getroffen arbeidsovereenkomst door terrorisme eenvoudig krachteloos zou kunnen maken. In een conferentie op zaterdag jl. met de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel werd Z.Ex. van het bovenstaande mededeling gedaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Het vergaan van het stoomschip THEMIS.
De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het met man en muis vergaan van het stoomschip THEMIS. De inspecteur van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, de heer J. Wierdsma, legde de vereiste verklaringen af. Daaruit bleek, dat het schip gebouwd is in 1903 en volledig nagegaan in 1915; verandering heeft het gedurende zijn bestaan niet ondergaan. Het was naar het oordeel van de getuige volkomen zeewaardig. Het vertrok 14 december in ballast naar Newcastle om daar kolen te laden en kwam daar 17 december aan. De 21e december is de THEMIS weer vertrokken en niet onwaarschijnlijk is het langs de kust gegaan tussen de banken door. Daar heeft het echter vermoedelijk niet zoveel van de storm te lijden gehad. De THEMIS had een laadvermogen van 1.150 ton. In Newcastle werd geladen 1.006 ton kolen, terwijl verder het schip bij vertrek 91 ton bunkerkolen bevatte. Er is sedert het vertrek uit Newcastle niets meer van het schip vernomen. Ook op de kusten is niets aangespoeld. Na deze verklaringen werd het woord gegeven aan de Inspecteur voor de Scheepvaart de heer Sluyters. Deze deelde als zijn vermoeden mee, dat het schip vermoedelijk door oorlogsgeweld, door mijnen of iets dergelijks is ten onder gegaan, maar er valt weinig van te zeggen, omdat men zonder bericht is gebleven. Het blijft in dit geval een duistere zaak. Het onderzoek werd hierna gesloten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De brand aan boord van het stoomschip RIOUW.
De Raad stelde een onderzoek in naar de brand die de 17e november uitbrak aan boord van het stoomschip RIOUW van de Maatschappij Nederland. De gezagvoerder, de heer C.H.J. van Bentheim, getuigde het volgende: Het commando over het schip was door hem overgenomen toen het schip zo goed als volgeladen was. Een dag na het vertrek uit Port Said bemerkte men dat er rook kwam uit de stuurboord luchtkoker van ruim 2. Het was toen de 17e november. Men voer nog door, maar spoedig kwam ook uit de bakboord luchtkoker tabaksrook. Er werd scheepsraad gehouden en men besloot terug te keren naar Alexandrië. Daar werd de 20e november begonnen met lossen. 's Nachts om 2 uur sloegen de vlammen uit en 's morgens om 5 uur was men het vuur meester. Het bleek, dat bij de tabak die vuur had gevat, vele groene bladeren waren. De heer J. C. van Holthe, die als deskundige de assuradeuren vergezelde, deelde mee dat die groene tabak geen brandgevaar oplevert. Het is een minderwaardig product dat in gewone tijden niet verscheept wordt, maar thans, nu alles wat naar tabak ruikt, veel geld waard is, wel. Maar gevaarlijk is het niet. De gezagvoerder deelde mee, dat beneden in ruim 2 ook koffie was geladen die gedeeltelijk had gebrand. De schade aan de tabak liep over 8.000 pak Java-tabak. De derde stuurman de heer H. van Leeuwen deelde nog mee, dat na de brand verschillende pakken tabak werden gevonden die van binnen gloeiend heet waren. Desgevraagd deelde de heer J.C. van Holthe mee dat hij niet in staat is zich een conclusie te vormen omtrent de oorzaak van de brand in de RIOUW. De heer E.S. Orobio de Castro, gaf als assuradeur inlichtingen omtrent de keuringsdienst die is ingesteld bij het inladen van tabak, niet alleen om geld en goed te sparen, maar ook en vooral om de veiligheid van de opvarenden te verzekeren. De heer Van Holthe gaf daarvan een technische explicatie. Het is een groot verschil of de tabak ‘zemig' is of vochtig. Het laatste vooral is gevaarlijk. Bij de inlading wordt daarop thans nauwkeurig toegezien. Niet minder dan 7.000 pakken zijn daardoor sedert de dienst werd ingesteld, reeds ter verzending geweigerd. Dit geschiedt met alle partijen, waarbij enkele balen worden ontdekt waarin de broei zit. Nu is er ook tabak die niet geschikt is om in het beneden ruim te worden geladen, waar de pakken dikwijls tot 15 stuks hoog werden opgestapeld, doch wel in het tussendek, waar niet meer dan 8 pakken hoog wordt geladen. Spreker erkent tenslotte dat er door de tegenwoordige hoge markt snel en slordig ingeladen wordt, maar een groot gevaar zit toch ook in de grote ruimen van de boten. Daarbij zou ongetwijfeld een regelmatige toevoer van verse lucht zeer wenselijk zijn. Een langdurige wisseling van gedachten had tenslotte nog plaats over de oorzaak van tabaksbroei. Tegenover de mening van de heer Holthe, dat de kans op broeiing toeneemt door meerdere druk, wees de heer Mertens er op, dat de tabak vroeger op de zeilschepen wel werd ingeschroefd. Dat werd door verschillende leden van de Raad bevestigd, maar, aldus weer de heer Holthe, vroeger begon men te laden in januari en nu reeds in oktober. De heer Mertens maakte weer van gelegenheid gebruik om te zeggen, hoe ongelukkig de temperatuuropneming is, wanneer dat in de ruimen geschiedt. Dat is eigenlijk precies hetzelfde als wanneer de boer zijn thermometer niet in de hooischelf maar in de hooischuur hangt. De heer Van Holthe zei, dat al veel gewonnen zou zijn, wanneer een geregelde opneming plaats had midden tussen de lading. De heer Mertens zou in het midden een koker wensen, waarlangs geregeld een mannetje kon afdalen, maar de heer Holthe vond dat technisch weer niet zo gemakkelijk uitvoerbaar. Hetgeen de Inspecteur van de Scheepvaart de opmerking ontlokte, dat het beste is geen tabak te verladen die gaat broeien. De heer Mertens verklaarde tenslotte dat wat betreft de brand in het stoomschip RIOUW er geen twijfel aan is, dat deze door broeiing van de tabak is ontstaan. De voorzitter vestigde er de aandacht op, dat door niemand van de getuigen de oorzaak van de broeiing is aangegeven. De heer Van Holthe verklaarde dienaangaande, totdat hij de tabak van de RIOUW zal hebben onderzocht, zich zijn conclusie voor te behouden. Het onderzoek werd daarop gesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft uitspraak gedaan in de zaak betreffende de aanvaring van de gaffelschoener VADERLAND. De Raad is van oordeel, dat waar de gehoorde getuigen de juistheid van hun verklaringen volhielden, de oorzaak van de aanvaring moet gezocht worden in het feit dat de VADERLAND zeilende met de wind WZW en de zeilen nagenoeg bij de wind staande, een weinig gegierd heeft. Op de VADERLAND heeft men dit blijkbaar niet bemerkt en verkeerde toen in de mening, dat men de BIRGIT het groene licht toonde, terwijl deze door het gieren eerst het rode licht van de VADERLAND zag. Toen men echter kort daarop het groene licht bemerkte, meende de loods van de BIRGIT, dat het schip, dat dit licht toonde, een logger was, die Maassluis wilde binnenlopen en heeft men op de BIRGIT door het geven van bakboord roer, de VADERLAND de ruimte willen geven en deze aan de zuidzijde van het vaartuig passeren. Toen nu het licht van de VADERLAND weer rood was, bemerkte men op de BIRGIT de vergissing, doch waren de schepen toen reeds te dicht elkaar genaderd om de aanvaring te voorkomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de brand in de lading tabak en de aanvaring in de Duins van het stoomschip DJEMBER.
De Raad is van oordeel dat de brand op verschillende plaatsen in de DJEMBER ontstaan, moet worden toegeschreven aan broei in de lading Java-tabak en naar alle waarschijnlijkheid in dat gedeelte van de lading dat te Tjilatjap was geladen. Toen de luiken werden geopend en dus lucht bij de broeihaard kwam, is zelfontbranding ontstaan. Men heeft bij de lossing groene tabaksbladen onder de beschadigde lading gevonden. Deze tabak bevatte dus vocht waardoor broei moest ontstaan, zodra de tabak in de ruimen was gestuwd, gelijk door de deskundige is aangetoond. Voorts is gebleken dat drie zulke broeihaarden in de verschillende ruimen zijn ontstaan, daar door het onderzoek is aangetoond dat de brand niet van het ene naar het andere ruim kan zijn overgeslagen.
Wat de oorzaak van de aanvaring in de Duins met het stoomschip HARALDSHANG betreft, de Raad is van oordeel, dat deze is ontstaan doordat de DJEMBER, bij slecht zicht en stormweer een ankerplaats zoekende, wegens het niet houden van de ankers door wind en stroom op het ten anker liggende stoomschip HARALDSHANG is gedreven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 23 januari. Op het Reitdiep, bij Zoutkamp, is de grootste zeesleepboot van de Deense Kallundborg Dampfer Gesellschaft, genaamd HANS, vastgeraakt en met het oog op het ijs voorlopig niet meer vlot te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 januari. De sleepboot ENGELINA, van de rederij J. Zwart te Delfzijl, is onderhands aangekocht door de heer K. Schol Jr. te IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 januari. De Hollandsche Zeevisscherij te Vlaardingen heeft haar drie motorloggers BORNEO (VL-18), TIMOR (VL-20) en JAN SCHIPPERS (VL-22) tijdelijk uit het visserijbedrijf genomen en voor de vrachtvaart laten inrichten. De schepen zullen tussen Engelse en Nederlandse havens varen.


24 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 januari. De sleepboot RESERVE, eigenaars A. Pinkster en P. Vellinga alhier, welke ingericht werd voor de zeevisserij, is verkocht aan een rederij te Groningen, directeur Top aldaar. De naam van de sleepboot zal voortaan zijn ROTTUM. In het voorjaar zal het schip te Zoutkamp ter visserij uitgaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 januari. Heden had in de Nieuwe Waterweg de proeftocht plaats met het aan de Scheepswerf en Machinefabriek v/h J. & A. v.d. Schuyt te Papendrecht voor Noorse rekening nieuw gebouwde vrachtstoomschip REX. Het schip is van het single-deck type en heeft de volgende afmetingen: Lengte 254’, breedte 35'-6", holte 18’. De machine, welke eveneens aan bovengenoemde fabriek is vervaardigd, is van het triple-compound systeem met oppervlakte condensatie met cilinders van 17¼" x 29" x 46" x 36” zuigerslag. De machine ontwikkelde met 85 omwentelingen een vermogen van 900 ipk. De stoom wordt geleverd door 2 ketels van 12'-5" diameter x 10'-6" lang met een gezamenlijk verwarmend oppervlak van 1.440 vierkante voeten. Het geheel is gebouwd onder toezicht en volgens de voorschriften van het Bureau Veritas alsmede die van de Norske Schiffahrt Control en voldeed ruimschoots aan de volgens contract gestelde eisen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. De bemanningen van de binnengekomen stoomschepen NIEUW AMSTERDAM en ZAANDIJK hebben zich met de stakers solidair verklaard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Mail aangehouden.
Het stoomschip NOORDAM, 9 dezer uit New York te Rotterdam aangekomen, heeft de post op last van de Britse militaire autoriteit te Falmouth moeten ontschepen.
Daar moest mede worden gelost de mail van het stoomschip DJEMBER, op de reis van Batavia naar Rotterdam.


25 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De SALLAND in de grond geboord.
Lloyds seint uit Londen, dat het stoomschip SALLAND in de grond is geboord. De bemanning is aan wal gebracht. (De SALLAND, een in 1905 gebouwd schip van de Kon. Hollandsche Lloyd te Amsterdam, mat 3.657 ton bruto en 2.333 ton netto. Ze was de 10e dezer van Amsterdam in ballast vertrokken op reis naar Buenos Aires.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Van de kapitein van het stoomschip SALLAND is thans bij de directie van de Koninklijke Hollandsche Lloyd de bevestiging ontvangen, dat het schip op 23 januari vm. ten gevolge van een ontploffing gezonken is. Verdere bijzonderheden dienaangaande ontbreken. Persoonlijke ongelukken zijn niet te betreuren. De bemanning is door een Britse torpedojager veilig te Plymouth geland en zal door de zorgen van het hoofdagentschap van de Maatschappij zo spoedig mogelijk naar Nederland terugkeren. Het schip was in ballast vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De ZETA in de grond geboord.
Volgens een Lloyds-bericht is het Nederlandse stoomschip ZETA in de grond geboord. (De ZETA, in 1913 gebouwd, mat 3.038 ton bruto, 1.931 netto en behoorde aan de Vrachtvaart Mij. Bothnia te Amsterdam).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De IJSSELDIJK losgelaten. Bij het Departement van Buitenlandse Zaken is bericht ontvangen, dat het stoomschip IJSSELDIJK, geladen met voor de regering bestemde goederen (o.a. koper voor de Hembrug), en dat in Engeland werd opgehouden, is losgelaten.
(opm: dit schip staat in de Database als YSELDYK)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mails aangehouden. De stoomschepen ORANJE en RINDJANI, onderscheidenlijk 29 december van Amsterdam en 12 dezer van Rotterdam naar Batavia vertrokken, hebben op last van de Britse autoriteiten de post te Falmouth moeten ontschepen. Daar moest ook worden gelost de mail van het stoomschip BANKA, 17 dezer uit Oost-Indië te Amsterdam aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De mail voor Indië. Uit Semarang wordt ons geseind: De Handelsvereniging heeft telegrafisch aan de Regering verzocht een onderzoek in te stellen, waarom de mail uit Nederland niet aankomt. De laatste mail is van 19 oktober. De handel lijdt grote schade, daar ook de ladingsbrieven ontbreken. Nadat het adres was verzonden, is er bericht ingekomen, dat het stoomschip DJOCJA verwacht werd met 700 colli mail aan boord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. Rotterdam. Het voornemen bestaat, het stoomschip SAMARINDA van de Rotterdamsche Lloyd heden met een Chinese bemanning van hier naar zee te laten vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. De afdeling Rotterdam van de Nederlandse Zeemansbond heeft hedenmiddag in het Vereenigingsgebouw op de Goudscheweg een vergadering gehouden, die ook door enige zeemansvrouwen is bijgewoond. Meegedeeld werd door de voorzitter, dat de strijd steeds scherper wordt. Wel zijn er een paar schepen gemonsterd, maar vele wachten op een bemanning. Hij wees er op, dat behalve loonsverhoging ook de toestanden aan boord verbetering eisen en is van mening, dat de pers zich tegen de beweging kant. De heer Wolfson legde er de nadruk op, dat men te kampen heeft met de zeemansvereniging De Volharding; hetgeen volgens hem uit berichten in de pers blijkt. De zeelieden in de haven zijn, meent hij, gekant tegen een collectief contract met de reders. Mede deed hij uitkomen, dat het bestuur van de Zeemansbond zich ten volle verantwoordelijk stelt voor hetgeen er in deze actie gebeurd. Hij stelde het aantal zeelieden in de haven op 4.500. Verschillende aanwezigen uit de vergadering brachten verder hun grieven naar voren, terwijl ook de heer E. Bouman een opwekkend woord tot de stakers sprak.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 24 februari. Het gerechtelijk beslag de 6e januari jl. gelegd op het Noorse stoomschip FEIE is opgeheven. Indien het wegens ijsgang enigszins mogelijk is door de Eems te varen, vertrekt het stoomschip morgen naar Rotterdam.


26 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De directie van de Vrachtvaart Mij. Bothnia deelt mee, dat de bemanning van de ZETA, zijnde 25 koppen onder wie kapt. Darf, te Swansea geland is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende het verloren gaan van het stoomschip THEMIS. De Raad is van oordeel, dat het stoomschip THEMIS op de reis van Newcastle naar Amsterdam, met man en muis is vergaan. De oorzaak van deze scheepsramp vermag de Raad, nu alle gegevens ontbreken, niet vast te stellen. De Raad neemt als vaststaande aan, dat de THEMIS bij vertrek uit Newcastle in volkomen zeewaardige toestand verkeerde en dat het schip niet te diep was beladen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. Het bestuur van de afdeling Rotterdam van de Nederlandse Zeemansbond heeft de Minister van Landbouw telegrafisch om een onderhoud verzocht.
De stoomschepen BRITSUM, DIRKSLAND en ST. PHILIPSLAND zijn met geheel of gedeeltelijk nieuwe bemanningen naar zee vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. Het Nederlandse schip ANNETTE, dat bij Egholm aan de grond liep, is na half te zijn gelost, vlot gekomen. De lading is nu weer herscheept, maar wegens het ijs kan het schip de reis naar Nederland niet voortzetten. (opm: zie ook NRC 120117)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ZETA. De directie van de Vrachtvaart Maatschappij ‘Bothnia’ te Amsterdam, heeft telegrafisch bericht ontvangen, dat de bemanning van het getorpedeerde stoomschip ZETA in Engeland is geland. Voor zover bekend zijn alle leden van de bemanning gered.
Van andere zijde meldt men ons: De ZETA is niet getorpedeerd, doch, geladen met Regeringsgraan, op een mijn gelopen. Naar bekend is, worden deze ladingen niet verzekerd de Regering draagt dus de schade voor de lading. Het schip zelf is op de Amsterdamse Beurs verzekerd voor een miljoen gulden.


27 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De correspondent van het Hbld. te Londen seint, dat ook de bemanning van de JUNO geland is. Hij vernam, dat de JUNO gezonken is. De directie van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, aan welke rederij de JUNO behoort, had van een ongeval, aan dit schip overkomen. nog niets vernomen. Het schip is met Regeringsgraan op weg van La Plata naar Amsterdam en op 20 dezer uit St. Vincent vertrokken. Gewoonlijk wordt acht dagen berekend voor de reis St. Vincent —Het Kanaal, zodat het zeer onwaarschijnlijk wordt geacht dat hier de JUNO wordt bedoeld.
Nader meldt men ons: Bij de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij wordt verondersteld, dat de JUNO een schip is van dezelfde naam van de Bristol Steamship Company.
Onze correspondent te Londen seint ons: De bemanning van de JUNO is reeds naar Nederland vertrokken.
Ik heb de bemanning van de ZETA gesproken, die mij vertelden dat het schip maandagavond laat getroffen werd. Het bleef de gehele nacht drijven en maakte veel water. 's Morgens is de ZETA gezonken. De bemanning had zich in de boten begeven zonder hun persoonlijk bezit in veiligheid te kunnen brengen. Een trawler heeft hen naar Swansea gesleept. Men vertelde mij, dat er stukken metaal waren gevonden, van welke men geloofde, dat ze afkomstig waren van een torpedo. (opm: zie ook NRC 290117 en NRC 310117)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar men ons uit Hamburg seint heeft het prijsgerecht aldaar verklaard, dat het Nederlandse stoomschip BERKELSTROOM onrechtmatig tot zinken gebracht is. De schadevergoeding zal later vastgesteld worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De JUNO. Naar aanleiding van de geruchten omtrent het stoomschip JUNO, hebben wij ons nog eens gewend tot de directie van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij, die ons meedeelt, dat juist het bericht, dat enige leden van de bemanning van een stoomschip JUNO reeds van Engeland naar Nederland zouden zijn vertrokken, haar in haar mening versterkt, dat met dit schip niet bedoeld kan zijn de JUNO van de K.N.S.M. Dit schip toch is reeds 20 dezer vertrokken van St. Vincent naar Nederland en zou op zijn vroegst ongeveer 29 dezer in Het Kanaal kunnen aankomen. Het bericht, dat de bemanning nu uit Engeland naar Nederland zou zijn vertrokken, maakt dus het vermoeden te sterker, dat het hier niet de JUNO van de K.N.S.M. betreft.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 25 januari. Aan Verschure & Co’s Scheepswerf en Machinefabriek alhier, is gesleept door de sleepboten OOSTZEE en BLANKENBERG, aangekomen ten einde van machines en ketels te worden voorzien, de hulk GOUWZEE, gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes te Lobith, voor de N.V. W. Van Driel's Stoomboot & Transportondernemingen te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 januari. De stoomtrawler BETSY uit Vlaardingen is geheel als vrachtschip ingericht en wordt nu met de naam VREDE in de vrachtvaart op Engelse havens gebezigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zeeliedenstaking. Het bestuur van de afd. Rotterdam van de Alg. Ned. Zeeliedenbond heeft een telegram gezonden aan de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, ten einde nogmaals om een onderhoud te verzoeken.
Het stoomschip SAMARINDA van de Rotterdamsche Lloyd is - naar wij gisteren in een deel van de oplage nog konden meedelen - bemand met Chinezen en is in ballast van hier vertrokken om rijst te halen voor de Regering.
De bemanning van het gisteren binnen gekomen stoomschip OOSTERLAND heeft zich bij de stakers aangesloten.
Het stoomschip ITTERSUM, dat onvoldoende bemand was, is van hier naar IJmuiden gegaan om daar de bemanning aan te vullen, waarna het zijn reis heeft aanvaard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De vaart op Engeland. De reden waarom de KONINGIN REGENTES heden niet van Vlissingen vertrokken is, is dat de reddingsmiddelen waren bevroren. Aan boord bevonden zich 16 geïnterneerde Engelsen uit Ruhleben en 8 andere passagiers.


28 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. Gisterochtend heeft de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel op verzoek een bijzondere audiëntie verleend aan het bestuur van de afdeling Rotterdam van de Zeemansbond. Dit bestuur verzocht de Minister zijn bemiddeling nogmaals te willen verlenen om contact te verkrijgen met de reders. De Minister deelde mee hieraan na zijn eerste poging niet meer te kunnen voldoen en wees er met nadruk op, dat het bestuur goed zou doen zich ook eens in te denken in het redersstandpunt, n.l. dat eenmaal een collectief arbeidscontract gesloten zijnde, op de naleving daarvan mocht worden gestaan. Het bestuur verzocht daarna de Minister dan op de vaststelling van de lonen invloed te willen uitoefenen. Naar aanleiding van dit verzoek herinnerde de Minister eraan, dat in de vorige conferentie duidelijk in het licht heeft gesteld, dat de wijziging in de Schepenvorderingswet hem in staat, zou stellen invloed op de lonen uit te oefenen, doch dat het bestuur van de Zeemansbond toenmaals uitdrukkelijk had verklaard, niettegenstaande dat, die wijziging niet te wensen, daar dan het stakingsrecht tevens was vervallen. Nu de Minister de wijziging in de Tweede Kamer had teruggenomen kon hij niet meer rechtstreeks invloed op de lonen uitoefenen. Bij herhaling raadde de Minister daarop het bestuur van de Zeemansbond aan, de leden op te wekken terstond te gaan varen. Was de Schepenvorderingswet eenmaal tot stand gekomen en moest de Minister met de reders over het vrachtcijfer contracteren, dan was hij bereid, als hem intussen bewezen was, dat de tegenwoordige lonen niet meer voldoende waren, bij het vaststellen van het vrachtcijfer met de reders over een verbetering van de lonen te spreken. Het bestuur van de Zeemansbond merkte op, dat de Minister dan toch op de reders zou stuiten, omdat deze zich op het bestaande collectieve arbeidscontract zouden beroepen. De Minister gaf deze mogelijkheid geheel toe, daar hij die volkomen begrijpelijk vond en verklaarde toch geen betere raad te kunnen geven, dan zo spoedig mogelijk te gaan varen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. Men is voornemens het stoomschip WILIS, van de Rotterdamsche Lloyd, vannacht om 4 uur met een Chinese bemanning naar Nederlands-Indië te laten vertrekken.


29 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De JUNO.
Blijkens door de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij in Engeland ingewonnen inlichtingen, behoorde het gezonken stoomschip JUNO aan de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Mij. te ’s-Gravenhage. Het stoomschip bevond zich op reis van Amerika naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 januari. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND onder bevel van de kapitein ter zee J.H. Zeeman, 26 dezer van Willemstad vertrokken ter aanvaarding van de terugreis naar Nederland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 januari. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND onder bevel van de kapitein ter zee J.H. Zeeman, 26 dezer van Willemstad vertrokken ter aanvaarding van de terugreis naar Nederland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 januari. Het deze maand met een volle lading van Soerabaja naar Nederland vertrokken eerste Nederlands-Indische zeilschip, groot 2.000 ton, is gedoopt de ALBERTINE BEATRICE. Het bevel is toevertrouwd aan een van de oudste kapiteins van de K.P.M. De gezagvoerder denkt begin mei in Patria aan te komen, waar hij dan vracht zal zoeken voor Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hansweert, 26 januari. De passagiersboot TELEGRAAF, van Antwerpen - Rotterdam v.v., heeft de dienst moeten staken. Ze heeft Antwerpen niet kunnen bereiken en is heden teruggekeerd.


30 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. De afdeling Rotterdam van de Algemeene Nederlandsche Zeemansbond heeft gisteravond andermaal in het Vereenigingsgebouw op de Goudscheweg vergaderd ter bespreking van de algemene toestand. Meegedeeld werd dat de ZAANDIJK voor vertrek gereed ligt met een nieuw gemonsterde bemanning, terwijl aan de bemanning van de NIEUW AMSTERDAM nog twaalf stokers ontbreken.
Verslag werd uitgebracht van de zaterdag met de Minister van Landbouw gehouden conferentie, reeds in het ochtendblad van zondag gemeld. Verschillende zeelieden uit de vergadering voerden als gebruikelijk het woord om hun grieven uiteen te zetten. Geklaagd werd over de geringe geldelijke steun en de wens werd geuit, dat mocht de staking opgeheven worden, men niet zou monsteren voor allen op hun oude plaatsen terug zijn. In stemming werd gebracht een voorstel om zich uit te spreken voor of tegen het volhouden van de staking. Met 232 stemmen voor en 73 tegen werd tot volhouden van de staking besloten. In blanco werden uitgebracht 20 stemmen, terwijl er 2 van onwaarde waren.
De heer L.B. Spanjer uit Amsterdam voerde daarna van een syndicalistisch standpunt het woord over deze staking.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Scheepsvorderingswet. De Tweede Kamer heeft hedenmiddag de Scheepsvorderingswet aangenomen met 54 tegen 3 stemmen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 27 januari. Het stoomschip AMBON heeft in Amsterdam de schade hersteld en vertrok heden weer naar zee. Het schip is uit de kolenvaart en gaat via Londen naar Java.
(opm: zie ook RN 281216)


31 januari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De JUNO.
Het stoomschip JUNO, een schip van de 2.345 ton bruto, van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Mij., omtrent welks lotgevallen men enige tijd in onzekerheid heeft verkeerd, is hedenmorgen te Rotterdam aangekomen.
Het schip bevond zich op maandag 22 dezer voor de Anglo Saxon Petroleum Maatschappij te Londen, op weg van Theemshaven naar Portishead. In de middag, toen de kapitein, de heer P. Glynis en de eerste stuurman, de heer L.A. Willemse, zich op de brug bevonden en
uitkeken naar enige Engelse mijnenvegers die zich aan bakboordboeg bevonden, had even voor half drie op 20 mijl bewesten Dungeness een hevige ontploffing plaats aan het voorschip. Een mijn was aan stuurboord ontploft en had, zoals later bleek, in de voorpiek een groot gat geslagen, schuin naar boven door het voorschip heen. Een stuk van het luik werd weggeslingerd en kwam terecht tegen de brug, waarvan een gedeelte werd weggeslagen en een ander gedeelte beschadigd. Kapitein en stuurman hadden nog juist gelegenheid het gevaar te ontkomen, maar de man aan het roer werd gekwetst en zal hier in het ziekenhuis worden opgenomen. De ontploffing richtte in het voorruim en op de voorpiek belangrijke schade aan. Zij sloeg niet alleen in de wand van het schip en boven op de voorpiek grote gaten, maar wierp ook ijzeren bomen, zware pijpleidingen, touwwerk, zeildoek, enz. in een chaos dooreen, waarbij het ijzer in grillige vormen verbogen werd. De vaten olie, die zich in het voorruim bevonden, gingen de lucht in, zodat de olie zelfs aan de top van de mast zat. De boten werden na de ontploffing onmiddellijk te water gelaten en bemand. De gezagvoerder, stuurlieden en machinisten bleven op het schip en toen bleek, dat de waterdichte schotten het hielden en het schip drijven bleef, kwamen de mensen uit de boten weer aan boord. De motoren bleken eveneens nog hun werk te doen en zo voer de JUNO onder eigen stoom en in gezelschap van een Engelse torpedoboot en van mijnenvegers op naar Folkestone-Gateway. De volgende dag ging het schip naar de Downs, om daar tot nader order te blijven liggen. Toen de overtuiging bestond het schip naar hier te laten gaan, is de JUNO vertrokken. Zij heeft de reis onder eigen stoom volbracht, is hedenmorgen aangekomen en ligt thans in de rivier voor de benzinebewaarplaatsen. Het schip zal hier repareren en moet nu eerst uitstromen en de luiken gasvrij maken. Toen de JUNO aan de Duins lag, heeft een Engels stoomschip haar aangevaren, waardoor de voorsteven verbogen is.
De marine autoriteiten waren hedenmorgen aan boord tot het instellen van een onderzoek.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. De stoomschepen NIEUW AMSTERDAM van de Holland Amerika Lijn, de DJEBRES, van de Rotterdamsche Lloyd en de ALGENIB zijn met nieuw gemonsterde bemanningen naar zee vertrokken.
Hedenvoormiddag is er in het Vereenigingsgebouw op de Goudschenweg alhier, opnieuw een vergadering van de stakende zeelieden gehouden. De leiding berustte bij de afdeling Rotterdam van de Algemeene Nederlandsche Zeemansbond. Van de bestuurstafel werd meegedeeld, dat men, gezien de verschillende feiten van de laatste dagen, in een verder doorzetten van de staking geen nut ziet. Niet alleen heeft men nu te vechten met de reders, maar ook tegen de arbeidersorganisatie Volharding, die aldus werd er gezegd, de stakende zeelieden in de rug aanvalt. Onder leiding van de zeemansvereniging Volharding is er gisteren, naar werd meegedeeld, gemonsterd bij de waterschout. Het zijn hoofdzakelijk de vrijgezellen en de jongens, die het eerst zijn gaan lopen.
Indien men, zo werd er verder gezegd, van geen directe resultaten kan spreken, in de toekomst zullen deze wel degelijk uit deze staking voortvloeien. Voorts werd er gezegd, dat zij, die maandagavond in de vergadering voor staking gestemd hebben, de eerste geweest zijn, die gisteren hebben gemonsterd. Enige zeelieden voerden het woord en ook de heer Spanjer, uit Amsterdam, die zei, dat het in het belang was van de zeelieden, de staking op te heffen. Ernstig werd in overweging gegeven, de zaak niet op de spits te drijven. De voorzitter zei, dat het bestuur van de Zeemansbond een strijdzegel zal laten vervaardigen om door de verkoop van dit zegel een strijdkas te vormen. Wanneer dan over twee jaren het collectief contract is afgelopen, zal men nader van zich laten horen.
Bij stemming met gesloten briefjes werd hierna, met 84 tegen 59 stemmen besloten, de staking door te zetten. Vijf stemmen werden in blanco uitgebracht en een briefje was van onwaarde. Het bestuur zei toe, te zullen trachten het leed, dat er geleden wordt zoveel mogelijk te lenigen en steun te verlenen waar dit noodzakelijk is. Het verwacht evenwel geen klachten, als de steun niet groot mocht zijn.
Na het bekend worden van de uitslag van de stemming, werd er de aandacht op gevestigd, dat men met het vrij geringe aantal zeelieden, dat zich vóór staking heeft uitgesproken, nauwelijks genoeg mensen heeft om de posten te betrekken. Na enig debat besloot de vergadering een tweede stemming te houden. Deze stemming had tot uitslag, dat er wederom werd besloten te blijven staken, ditmaal met 84 tegen 67 stemmen; 13 stemmen werden in blanco uitgebracht en 2 briefjes waren van onwaarde. Er zullen nieuwe stakingskaarten worden uitgegeven. Het bestuur wees erop, dat er niet met geweld begonnen mag worden. Dit naar aanleiding van een stem uit de vergadering, die adviseerde geweld te plegen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 30 januari. De stoomtrawler BETSY, uit deze plaats, die geheel voor de vrachtvaart werd ingericht en nu onder de naam VREDE van Rotterdam op Engelse havens vaart, ligt te Gravesend voor anker wegens stormweer en heeft schade aan het achterschip, veroorzaakt door het Noorse stoomschip FREDERIKSBERG.


01 februari 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Nederlandse tankstoomschip JUNO is te Hoek van Holland aangekomen en naar Rotterdam opgevaren. Dit stoomschip was op een verankerde mijn gelopen en in de Duins in aanvaring geweest. Voornamelijk kreeg het dek belangrijke averij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De NIEUW AMSTERDAM aan een gevaar ontsnapt.
De New York Times meldt — zo wordt aan de Telegraaf uit Londen bericht — dat officieren van de Holland Amerika Lijn hebben verklaard dat de NIEUW AMSTERDAM van de Holland Amerika Lijn, die de 2e januari te New York aankwam, van Rotterdam met 1.200 passagiers, aan een groot gevaar ontsnapt is toen het schip Falmouth naderde. Kapitein Baron deelde mee, dat een half uur voor hij de haven van Falmouth bereikte, de 21e december, 's morgens te negen uur, een mijnenveger, die er op uit was gestuurd om Het Kanaal schoon te vegen, op een mijn liep en geheel vernield werd. Van de bemanning werden elf officieren en zeven man gedood. De NIEUW AMSTERDAM was slechts op vijf mijl afstand en het wrak van de mijnenveger dreef op het water toen het stoomschip de haven invoer. Kapitein Baron verklaarde, dat de mijn door een Duitse duikboot was gelegd en als een staaltje was te beschouwen van de nieuwe methode, die Duitsland voor de blokkade van de Britse havens volgt. De kapitein deelde mee, dat de Duitsers deze mijnen paarsgewijze leggen. Er blijkt niet alleen uit, hoe Duitsland zijn theorie van de vrijheid van de zee in praktijk brengt, maar tevens wat de neutrale zeevaarders aan de moed van de Engelse zeelieden, die hun leven wagen om het verborgen Duitse gevaar te bezweren, danken. Indien deze mijnenveger de vaart niet had schoongeveegd, zou de NIEUW AMSTERDAM in de lucht zijn gevlogen en zou de ontelbare levens in ernstig gevaar zijn gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De avonturen van het tankschip JUNO.
Het wordt steeds gevaarlijker op zee, zei ons de eerste stuurman L.A. Willemse, die verleden jaar om deze tijd het torpederen van de ARTEMIS meemaakte en nu weer aan boord van de JUNO was toen deze op een mijn liep en een paar dagen later nog eens aangevaren werd op de koop toe. De JUNO is dan ook al heel onfortuinlijk geweest op die laatste reis. Van Thameshaven in ballast op weg naar Portishead in het Bristol kanaal kwam het schip de 22e januari twintig mijl bewesten Dungeness in gezicht van een viertal Engelse mijnenvegers, maar die hadden niet goed schoon geveegd, want even voor halfdrie in de middag liep de JUNO op een vermoedelijk verankerd onder water liggende mijn. Met kapitein P. Glijnes stond stuurman Willemse op de commandobrug, toen de ontploffing plaats had ter hoogte van het voorschip. Dat sloeg aan één kant helemaal uit elkaar en de voorraad scheepsbenodigdheden, daar opgeborgen, vlogen hoog de lucht in.
De stukgeslagen vaten olie stortten hun inhoud uit over het hele schip, dat thans vet is tot boven in de masten. Verschillende stukken van het schip kwamen tegen de brug terecht en vernielden deze gedeeltelijk, zodat de officieren zich maar net redden. De enige ernstig gekwetste was de kwartiermeester die aan het roer stond.
Na de geweldige ontploffing zat de Chinese bemanning onmiddellijk in de boten en ook op de mijnenvegers maakte men aanstalten om aan het gevaar te ontkomen. Maar weldra bleek dat alles goed afliep en dat het enorm stevig samengestelde schip op de tanks bleef drijven. Op eigen gelegenheid kon het opstomen, doch liggende in de Downs zou het nog een avontuur beleven.
Een Engels schip, dat voorlangs wou, raakte in de sterke stroom en zette heel de voorsteven van de JUNO scheef. Maar ook dit bleek niet van veel betekenis voor de zeewaardigheid van het schip; het is op eigen gelegenheid naar hier gestoomd en vanmorgen gearriveerd aan de benzine-opslagplaatsen van de Koninklijke Nederlandsche.
Gelijk gezegd, is het alleen aan de sterke constitutie van het tankschip te danken, dat de wonde, door de mijn geslagen, niet noodlottig is geweest, elk gewoon koopvaardijschip zou er onmiddellijk door gekelderd zijn. Het dek is geheel op gewrongen, de wand uit elkaar gescheurd, de luiken zijn weggeslingerd en al wat vaststond is losgerukt en gebroken. De voorpiek is dan ook vol ijs geworden water.


02 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De vaart van de Maatschappij Zeeland.
Wolff seint ons, niet officieel uit Berlijn: Evenals voor het verkeer van de regelmatig varende Amerikaanse passagiersschepen in het versperde gebied bepalingen zijn getroffen, is in deze mate ook rekening gehouden met de behoeften van het continentale passagiersverkeer, dat tussen Vlissingen en Southwold wekelijks, in elke richting, een Nederlandse rader-stoomboot mag varen onder voorwaarde, dat het versperde gebied overdag wordt gepasseerd en dat bij uit- en thuisreis op het Noord Hinder lichtschip wordt koers gezet. Ook voor deze schepen zijn, gelijk voor de Amerikaanse passagiersschepen, bijzondere kentekenen voor overdag aangegeven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Gisteravond is vanwege de marinestaf nog getelegrafeerd en getelefoneerd aan de autoriteiten in al onze havens, stellingen, enz., dat de verbodsorder tot uitvaren van zeeschepen nog gehandhaafd blijft voor alle Nederlandse zeeschepen, maar dat de schepen, die op eigen risico naar zee willen vertrekken, zich om vergunning daartoe kunnen richten tot de marinestaf, die deze aanvraag om vergunning de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel zal voorleggen en naar gelang van de beslissing van de Minister de nodige orders zal geven.
Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM van de Holland Amerika Lijn, eergisteren van Rotterdam naar New York vertrokken, is teruggekeerd. Vanmorgen kwart over elf is het de Nieuwe Waterweg binnengelopen.
De directie van de Rotterdamsche Lloyd heeft aan haar schepen die in Indië liggen, opdracht gegeven niet uit te varen. Zij tracht haar onderweg zijnde schepen telegrafisch te bereiken om deze instructies te geven naar gelang van de omstandigheden.
Naar wij van de directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland vernemen, zullen alle in Indië en Amerika zijnde stoomschepen van deze Maatschappij, welke bestemd zijn voor Nederland, voorlopig niet te varen. Ook de uitgaande vaart is geheel stop gezet. Voor de schepen die onderweg zijn, wordt met de Minister van Buitenlandse Zaken overleg gepleegd.
Molestverzekeringen worden haast niet meer afgesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De directie van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia deelt mee, dat zij van de kapitein van de EPSILON een telegram heeft ontvangen uit Falmouth, waarin gemeld wordt, dat de EPSILON gezonken is. De oorzaak wordt niet gemeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlaardingen, 1 februari. Het met schade gerapporteerde stoomschip VREDE is heden van Londen hier aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 1 februari. De klipper DE TWEE GEZUSTERS, 23 januari bij het eilandje Griend gestrand, is door de sleepboot STORTEMELK van de firma Doeksen vlot- en hier binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 februari. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND, onder bevel van de kapitein ter zee J.H. Zeeman, van Kingston (Jamaica) vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Advertentie. Lichters en motorschoeners van 150 tot 500 ton d.w. met klasse of die zonder te veel kosten zeewaardig gemaakt kunnen worden met attest Nederlandse Scheepvaart Inspectie voor de reis Zweden, te koop gevraagd. Br. fr. lett D.M.D., Nijgh & Van Ditmar's Alg.Adv.Bur., Rotterdam.


03 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
De directie van de Stoomvaart Mij. Nederland deelt ons mee, dat het stoomschip GROTIUS, 2 dezer van Falmouth vertrokken is naar Dartmouth om kolen te bunkeren. Het schip zal te Dartmouth blijven, totdat nadere orders uit Amsterdam zijn gezonden. Het uitgaande stoomschip VONDEL heeft eveneens order gekregen om te Falmouth te blijven liggen wachten op orders.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De WESTERDIJK. Het Rijksbureau voor het uitvaren van schepen deelt mee, dat de sleepboten WITTE ZEE en ZWARTE ZEE thans naar Stornoway zijn vertrokken om het stoomschip WESTERDIJK naar Nederland op te slepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Voor enige Nederlandse zeeschepen is reeds vergunning om uit te varen aangevraagd en verleend.
Hedenmorgen is de RIJNSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, van IJmuiden naar Hull vertrokken.
Het stoomschip IJSTROOM, dat van IJmuiden naar Londen zou vertrekken, moest naar de Binnenhaven van IJmuiden terugkeren, omdat zes opvarenden weigerden mee uit te varen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland deelt ons mee: Het stoomschip KRAKATAU bevond zich 2 dezer ten noorden van Ierland. Alles wel. Het schip heeft order gekregen naar Bergen in Noorwegen te gaan en daar te blijven tot nadere instructies. De KAMBANGAN te Falmouth, heeft order ontvangen daar te blijven liggen tot nadere orders uit Amsterdam worden gegeven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Gamma getorpedeerd. In Den Haag is bericht ontvangen, dat het Nederlandse stoomschip GAMMA, van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia te Amsterdam, bij Lands End is gezonken. Het schip was geladen met lijnkoeken. De bemanning van het schip is door de VONDEL gered. De gezagvoerder van de VONDEL van de Maatschappij Nederland, heeft 1 dezer draadloos geseind, dat de GAMMA ‘s nachts 3 uur was getorpedeerd en de bemanning van het schip door de VONDEL was gered. Verwacht werd, dat de VONDEL gisteren te Falmouth zou aankomen.
(De GAMMA, in 1900 gebouwd, was bruto 2.198 ton groot. De kort geleden gezonken stoomschepen ZETA en EPSILON behoorden aan dezelfde Maatschappij).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart zal maandag 5 februari a.s. 's middags te 14 uur een onderzoek instellen naar de oorzaak van het aan de grond lopen nabij Southern Point op 15 december jl. van het stoomschip SCHOKLAND van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam; gezagvoerder H. Zijlstra, Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Mail aangehouden. De stoomschepen NIEUW AMSTERDAM, 16 december van Rotterdam naar New York vertrokken en OPHIR, 28 januari van Batavia te Rotterdam aangekomen, hebben op last van de Britse autoriteiten, de post te Falmouth moeten lossen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 februari. Volgens bericht van Lloyds is het Nederlandse stoomschip EPSILON met 4.000 ton mais voor de Regering, op weg van Buenos Aires naar Amsterdam gezonken. De bemanning is gered. Het schip, toebehorende aan de Vrachtvaart Mij. Bothnia te Amsterdam was 21 december van Buenos Aires naar Amsterdam vertrokken.


04 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
De Holland Amerika Lijn deelt mee, dat op order van de Regering voorlopig geen afvaarten zullen plaats vinden.
Het Noorse stoomschip FEIE is gisteravond uit de Nieuwe Waterweg naar Christiansand vertrokken. (opm: zie ook NRC 060117)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De ZETA, de EPSILON en de GAMMA.
Er zijn verleden week nu drie Nederlandse schepen gezonken, de ZETA, de EPSILON en de GAMMA. Naar wij worden ingelicht zou het eerste schip tarwe, het tweede mais en het derde lijnkoeken geladen hebben gehad, alles ten behoeve van ons land en dus aan de N.O.T. of aan de Regering geconsigneerd. Er is dus een zeer belangrijke lading verloren gegaan en daarenboven is de Nederlandse scheepsruimte, die toch al in deze tijd zo hoog, hoog nodig is, weer met bruto 8.379 ton verminderd.
Hoe zijn deze schepen aan hun eind gekomen? Het ene ogenblik heet het: Op een mijn gelopen, het andere weer: Getorpedeerd. Getorpedeerd met of zonder waarschuwing? Met gelegenheid voor de opvarenden, om zich althans in de boten te begeven?
Men hoort het niet.
Toch zijn dit aangelegenheden, die van gewicht zijn. De ZETA en de EPSILON zijn in elk geval vergaan, vóór de ongebreidelde duikbootoorlog was afgekondigd. Bij de afkondiging van deze afgrijselijke oorlog is verklaard, dat voorzorgsmaatregelen waren getroffen, om neutrale schepen, die op 1 februari op weg waren naar de in de afgesloten gebieden gelegen havens, gedurende een gepaste termijn te ontzien. Die termijn kon op het ogenblik nog niet verstreken zijn. Er kan dus voor onze Regering alle aanleiding zijn tot protest en een eis tot schadevergoeding. Het is een schrale troost, maar het betekent toch iets, zo men weet, dat men te bevoegder plaatse de zaak niet geheel langs zijn kant laat gaan. Dit zal wel niet gebeuren, doch men hoort daarvan niets.
Er is op het ogenblik, ten gevolge van de gebeurtenissen in de oorlog, ten gevolge van de koude en het gebrek aan steenkool en voedingsmiddelen onder onze bevolking een vrij sterke mate van zenuwachtigheid en prikkelbaarheid. Deze wordt er niet minder op, indien wij omtrent voor ons land en onze voeding belangrijke aangelegenheden zo volstrekt in onwetendheid worden gelaten, als in de afgelopen week het geval is geweest. Wat is de stelling, die onze Regering ten aanzien van de ongebreidelde duikbootoorlog inneemt! De Regering is waarschijnlijk omtrent de gebeurtenissen met de drie bovengenoemde schepen langs telegrafische diplomatieke weg op de hoogte gebracht; hoe bevindt zij zich tegenover deze scheepsrampen! Vermoedelijk zullen wij wel over enige tijd langs officiële weg van een en ander kennis krijgen. Daarop aan te dringen is overbodig. Doch wat wel gewenst lijkt, is dat daarmee enige voortvarendheid wordt betracht. Het leven in duisternis is zenuwprikkelend, doch kalmering lijkt ons, vooral ook met het oog op de binnenlandse toestand, wel gewenst. Mogen wij daarom niet eens op enige inlichtingen aandringen?
Nu en voor het vervolg behoren, dunkt ons, spoedige officiële berichten ons de nodige leiding en dat gevoel van zekerheid te geven, dat bij de tegenwoordige wijze van inlichting, vol van innerlijke tegenspraak, langs particuliere kanalen niet kan worden verkregen.


05 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Sedert zaterdagavond 8 uur is geen enkel schip de Nieuwe Waterweg binnengekomen en sedert gisternacht half 1 heeft geen schip de Waterweg verlaten.
De dienst van de Maatschappij Zeeland zal waarschijnlijk deze week worden hervat. Men is bezig de vereiste kaarten aan boord te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tegen het ophouden van mail en de post.
Onze correspondent te Semarang seint ons d.d. 31 januari: Op een te Batavia gehouden grote vergadering van zaken doenden, is een motie aangenomen, waarbij verzet wordt aangetekend tegen het ophouden van de mails door Engeland en het ophouden van de post te Singapore.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 februari. De directie van de Rotterdamsche Lloyd deelt ons mee, dat zij draadloos verbinding heeft gekregen met het stoomschip WILIS bewesten Ierland, dat thans terugkeert naar Bergen voor orders.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Algemeene Groninger Scheepshypotheekbank.
In het verslag over 1916 van de Algemeene Groninger Scheepshypotheekbank, uitgebracht in de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders, wijst de directie er op, dat er in de afgelopen twee oorlogsjaren, in de gang van het bedrijf een duidelijk onderscheid valt waar te nemen. Zo tonen de posten ’uitstaande geldleningen’ en ‘uitgegeven pandbrieven’ thans een tamelijk accres, terwijl de stand van die rekeningen vrijwel gelijk was aan die bij de aanvang van het jaar. Er is in 1916 veel afgesloten, maar er is ook zeer veel afgelost, zodat de uitgifte van pandbrieven niet tot haar volle recht kon komen. De aflossingen waren daarbij onregelmatig en onverwacht, de uitbetalingen van nieuwe leningen ondervonden door de belemmering in de voltooiing van de bouw dikwijls vertraging. Het percentage, dat de directie meende te moeten verstrekken, moest door de hoge prijzen van de schepen laag gehouden worden, terwijl zij zich met minder dan de gewone afsluit-commissie en met een matige interest moest tevreden stellen. Een en ander werkte nadelig zowel op de rente, als op de provisierekening. Voorts zegt de directie, dat zij haar gedragslijn ten opzichte van het reserveren en het sinds de oorlog gebruikelijk geworden overbrengen van een deel van de winst naar nieuwe rekening wenst te bestendigen. Zij kan echter voorstellen, het dividend iets te verhogen. Gedurende 1916 werden 42 aandelen overgeschreven.
In 1916 werd afgesloten aan leningen voor NLG 5.889.264 en aan aflossingen ontvangen NLG 4.412.592. Het uitstaand bedrag was op het eind van 1916 NLG 12.368.656 (v.j. NLG 10.891.984), verdeeld over 668 leningen. Het uitstaand bedrag aan pandbrieven was op 31 december 1916 NLG 11.695.200 (v.j. NLG 10.765.800). Blijkens de winst- en verliesrekening was de bruto winst NLG 686.947 (v.j. NLG 666.058), waarvan interest op geldleningen en rente totaal NLG 579.019 (NLG 569.609), provisie en administratie NLG 102.160 (NLG 92.660) en koerswinst op pandbrieven NLG 3.767 (NLG 3.779).
Hiertegenover staan: Interest op pandbrieven NLG 514.866 (NLG 501.546), onkosten NLG 224.404 (NLG 17.652), zegelkosten van pandbrieven NLG 7.550 (NLG 800), afschrijving kantoorgebouw NLG 1.000 (NLG 1.500), dotatie aan de extra reserve NLG 20.000 (NLG 30.000), zodat de netto winst NLG 120.627 (NLG 114.559) bedraagt.
Het dividend is vastgesteld op 14 (v.j. 12) procent en NLG 40 (v.j. NLG 36,50) per oprichtersbewijs. De gezamenlijke reserves bedragen thans NLG 382.893 (NLG 307.086).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Over het aan de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Oceaan behorende stoomschip ANTENOR met Indische producten van Java naar Amsterdam bestemd, dat 1 dezer van de Duins naar IJmuiden vertrok en aldaar nog niet is aangekomen, maakt men zich nogal ongerust. De directie van voornoemde Maatschappij deelde op een vraag onzerzijds mee, dat zij vermoedde, dat de ANTENOR nog op de Theems lag.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 5 februari. Het stoomschip PRINSES JULIANA heeft gisteren tussen Harlingen en hier een ketting van een steekbaken in de schroef gekregen en heeft een tijd lang in het ijs vast gezeten. De boot was om 7 uur 's morgens van Harlingen vertrokken en kwam eerst om 4 uur 's morgens alhier aan. In de mond van de haven bleef ze weer in het ijs steken, doch kwam met assistentie van het stoomschip LUTINO vrij.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Het stoomschip WILIS, dat naar Bergen terugkeert, passeerde 2 dezer Slynehead. (Zie ochtendblad 5 febr.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 februari. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND, onder bevel van kapitein ter zee J.H. Zeeman, te Habana (Cuba) aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 3 februari. Het Nederlandse stoomschip GAMMA is gezonken. Volk gered.
(Het stoomschip GAMMA, van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia te Amsterdam, was 2.198 ton groot en werd in 1900 gebouwd. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Weer een Nederlands stoomschip gezonken.
Uit London wordt ons geseind, dat de GAMMA van de Maatschappij Bothnia te Amsterdam, gezonken is. De bemanning werd gered.
De GAMMA is het 3e stoomschip van deze Maatschappij dat de laatste dagen verloren ging, de beide vorige waren de ZETA en EPSILON.
Naar verluidt, zou op de conferentie van eergisteren de Regering als haar mening te kennen hebben gegeven, dat de reders die zouden willen varen, wel moesten weten, dat op eigen risico te doen, terwijl de Regering, indien er iets gebeurde, generlei verantwoordelijkheid op zich kan nemen, zij het slechts onder de vorm van een protest.
Dit lijkt intussen niet zeer waarschijnlijk, omdat, gegeven het feit, dat het in elk geval voor ons land en zijn voorziening, in de ware zin des woords een levensbelang is, dat er gevaren wordt en dat wel zo spoedig mogelijk, de Regering er niet zou afkunnen met te zeggen, dat men zulks deed zonder de Regering achter zich te hebben. De bevordering van het algemeen belang is toch niet alleen een reders- maar toch zeker ook een Regeringszaak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Verbodsorder tot uitvaren.
Met betrekking tot de verbodsorder tot uitvaren van Nederlandse zeeschepen werd gisteren meegedeeld, dat schepen, die op eigen risico naar zee willen vertrekken, zich om vergunning daartoe kunnen richten tot de Marinestaf, die deze aan vraag alsdan aan de Minister van Landbouw zal voorleggen.
Naar wij vernemen, hebben naar aanleiding hiervan reeds enige Nederlandse zeeschepen vergunning aangevraagd om uit te varen en is die vergunning verleend.
Van de te IJmuiden op orders wachtende stoomschepen RIJNSTROOM en IJSTROOM is het eerstgenoemde hedenmorgen naar Hull vertrokken en moet het tweede, dat reeds in de sluizen lag, naar de binnenhaven terugkeren, omdat drie stokers en drie matrozen weigerden mee te varen. Naar wij vernemen had de gehele bemanning gisteren aan de inspecteur van de Maatschappij de verzekering gegeven, de reis te zullen meemaken. De Zweedse en Deense stoomschepen KARL O. KIELBERG en HANS MAERSK vertrokken rechtstreeks naar zee, resp. naar Gotenburg en Christiansand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De GAMMA gezonken. Nader meldt men ons dat het Nederlandse schip GAMMA van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia te Amsterdam, bij Lands End is gezonken. Het schip was geladen met lijnkoeken. De equipage van het schip is door de VONDEL gered.
De DELTA is de laatste en enige welke de Vrachtvaart Mij. Bothnia thans nog bezit. Deze boot ligt in Noord Amerika en blijft daar voorlopig.


06 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Bij het Departement van Buitenlandse Zaken is van onze gezant te Londen bericht ingekomen, dat geen enkel neutraal schip in Engeland uitgeklaard kan worden.
De Rotterdamsche Lloyd heeft draadloos bericht ontvangen van de gezagvoerder van het stoomschip SAMARINDA, dat hij op zee 179 man aan boord heeft opgenomen van verschillende gezonken schepen en dat hij naar Vigo gaat om de schipbreukelingen te landen.
Men meldt ons, dat binnen enkele dagen aan het Ministerie van Marine, andermaal de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Marine en van Koloniën met de directies van onze grote stoomvaartlijnen en met het bureau van de N.O.T. zullen confereren over de in het belang van onze grote vaart te nemen maatregelen. Deze bijeenkomst zal worden gehouden, zodra Minister Loudon in staat is mee te delen, welke resultaten onze Regering op haar stappen, zowel te Londen als te Berlijn gedaan, heeft mogen verkrijgen. In afwachting van deze nieuwe conferentie zullen er voorlopig geen boten uitvaren, ook niet van de Maatschappij Zeeland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De GAMMA. Aan het Departement van Buitenlandse Zaken is thans bericht ingekomen, dat het Nederlandse stoomschip GAMMA, van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia, eerst beschoten is en daarna met bommen tot zinken is gebracht. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft zich dadelijk om inlichtingen over deze zaak tot de Duitse regering gericht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De pooltocht van Shackleton.
Washington, 5 februari. Zoeven is van Nieuw Zeeland vernomen, dat zeven van de tien leden van de afdeling van Shackleton's Zuidpoolexpeditie, welke aan de Ross Zee zijn geweest, zijn gered. De 6e mei 1915 werden die mannen op het bevoorradingspunt aan de Ross Zee achtergelaten, toen het stoomschip AURORA, dat de afdeling van de Ross Zee begeleidde, van de boeien lossloeg en door het ijs werd meegesleurd. Op dat ogenblik waren er tien man aan de wal. De AURORA dreef hulpeloos in het ijs, tot 14 maart 1916. Het schip keerde 3 april 1916 in een haven van Nieuw Zeeland terug. In december stak het weer met Sir Ernst Shackleton aan boord van wal om de achtergelaten afdeling te redden. Een draadloos telegram, vandaag van de AURORA verzonden, behelst: Wij bereikten 10 januari Kaap Evans, vonden zeven overlevenden. Een is 9 maart 1916 aan scheurbuik bezweken. Twee mannen, onder wie kapt. Mackintosh, de commandant van de afdeling, zijn 8 mei in een sneeuwstorm omgekomen, terwijl zij rechtstreeks van het punt, waar de tent stond, Kaap Evans trachtten te bereiken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De GAMMA. Reuter seint ons uit Londen: De Britse admiraliteit heeft de volgende verliesverslag gepubliceerd:
Het Nederlandse stoomschip GAMMA, van New York onderweg naar Nederland met een lading lijnkoeken voor de Nederlandse Regering, werd op 1 februari aangevallen door een Duitse duikboot, die kanonschoten op de GAMMA loste en haar tenslotte tot zinken bracht met bommen. Het zal interessant zijn te vernemen, door welke verdraaiing van het Volkenrecht de Duitse regering die daad zal rechtvaardigen. De GAMMA was een neutraal koopvaardijschip, dat van een neutraal land naar een tweede neutraal land onderweg was en dat een lading voerde, geconsigneerd aan de Nederlandse Regering.
Een Duits radiotelegram van de 5e februari kondigde een algemene voldoening aan in Nederlandse scheepvaartkringen over de wijziging (door Duitsland) van de grenslijn van de verboden zone, door welke een veilige vaarweg wordt opengelaten voor Nederlandse schepen. Het Duitse bericht karakteriseerde, dat als een nieuw bewijs, dat de Duitse regering rekening houdt met de belangen van de neutralen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Naar het Haagse Correspondentbureau ons meedeelt, is aan de verschillende autoriteiten in onze havens, stellingen enz. meegedeeld, dat tot nader order de vaart op Engeland voor Nederlandse zeeschepen is stop gezet.
Van het stoomschip RIJNDAM van de Holland Amerika Lijn, op weg van New York naar Falmouth, is draadloos bericht ontvangen, dat het omgekeerd is en de terugtocht naar New York aanvaard heeft.
Onze correspondent te Semarang seint ons: De telegrammen over de moeilijke toestand van Nederland in Europa hebben hier in lndië grote consternatie verwekt, vooral wegens de absolute onzekerheid, waarin men verkeert, daar officiële berichten ontbreken.
De effectenmarkt is zeer gedrukt. De scheepsagentuur maatschappijen zijn met elkaar in conferentie getreden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. - Uitspraak.
De Raad is van oordeel dat de schoener HELENA op de reis van Bergen naar Fredrikstad met man en muis is vergaan. Daar alle gegevens ontbreken, kan de oorzaak van deze scheepsramp niet worden vastgesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Uitspraken.
De Raad voor de Scheepvaart deed heden uitspraak betreffende de stranding van de drie-mast schoener ZEEMEEUW. De Raad is van oordeel, dat het op drift geraken van de ZEEMEEUW met de daarop gevolgde stranding moet worden toegeschreven aan het slecht worden van het weer, met toenemende wind uit het ZZW en hoge deining, waardoor het bakboordanker niet heeft gehouden en het schip op de rotsen van een, in de nabijheid van de ankerplaats gelegen eiland, is gestrand. Men heeft aan boord eerst bemerkt, dat het weer slecht was geworden en het schip dreef, toen het te laat was voor het nemen van maatregelen om de ramp te voorkomen. De Raad meent, dat deze scheepsramp is veroorzaakt door de nalatigheid van de kapitein. Vertrouwende op het weer, heeft hij het schip voor één anker laten liggen en geen wacht laten lopen gedurende de avond en de nacht, hoewel hij wist, dat gevaren in de nabijheid waren. Was een wachtsman aan dek geweest, dan had deze, bij het slechter worden van het weer, de kapitein kunnen waarschuwen en was er alle gelegenheid geweest om tijdig de nodige voorzieningen te treffen om het op drift geraken te voorkomen. Daarom straft de Raad de schipper van de ZEEMEEUW door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van een maand.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Voorts deed de Raad uitspraak betreffende het zinken van het tjalkschip JANTIENA. De Raad is van oordeel, dat het verloren gaan van de JANTIENA moet worden toegeschreven aan het breken van het roer en het daarop gevolgde lek worden van het schip, waardoor de JANTIENA een speelbal werd van wind en golven. Met de pomp kon men het water niet bijhouden, zodat de bemanning, naar de mening van de Raad, tenslotte verplicht was het schip te verlaten. – (Zie ook uitspraak No. 23).
(opm: in de registers wordt dit schip steeds vermeldt als JANTINA, zo ook in Marhisdata)
extra:
Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van maandag 19 februari 1917 No. 12.
N°. 23. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart, betreffende het zinken van het tjalkschip JANTINA. Het tjalkschip JANTINA is op 3 november 1916 tijdens stormweer gezonken, nadat het door de bemanning was verlaten. Na het te dezer zake gehouden voorlopig onderzoek door de scheepvaartinspectie in het III-de district besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, dat overeenkomstig het voorstel van de hoofdinspecteur dd. 15 januari 1917 de Raad een nader onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze scheepsramp. De zaak werd behandeld ter openbare zitting van 25 januari 1917 en als getuigen onder ede gehoord J. Swiers en G. Tunteler, beiden wonende te Groningen, ten tijde van deze ramp respectievelijk gezagvoerder en stuurman op de JANTINA.
De Raad nam voorts kennis van de buitengewone scheepsverklaring door gezagvoerder en bemanning van dit schip op 5 december 1916 afgelegd voor de consul-generaal van de Nederlanden te Stockholm; het journaal kon niet worden overgelegd, daar het — blijkens mededeling van de gezagvoerder — bij de landing op het eiland Ösel door de Russische autoriteiten in beslag is genomen. Uit een en ander is het navolgende gebleken: De tjalk JANTINA, in 1901 van staal gebouwd, in eigendom bevaren door de schipper J. Swiers te Groningen, vertrok op 16 oktober 1916 van Lysekill met een lading kopsteen naar Stockholm. Het schip was bij vertrek zeewaardig, de bemanning bestond uit 4 personen. Omstreeks 26 oktober passeerde men de noordpunt van Öland, waarna het slecht weer werd, ZO wind met motregen en mist, zodat men de kust niet kon naderen zonder verkenning. Op 31 oktober kreeg men schade aan het grootzeil, welke echter hersteld kon worden. De 1e november liep de wind naar WZW met stormweer en hoge zee. Men trachtte het schip over stuurboord te krijgen, toen een breker over het achterschip sloeg en het roer weg nam. Het roer bleef een ogenblik aan de grondtalie onder het schip zitten en de schipper voelde, dat het schip op het roer stootte. De stuurman, die aan het roer stond, werd door de helmstok tegen boord geslingerd en gekneusd. De JANTINA dreef hulpeloos in de storm en kreeg veel water over dek. Bij peiling van de pomp bleek het schip water te maken. De volgende dag sloeg het B.B. zwaard los en ging verloren, nadat het enige malen tegen het schip had geslagen. Men was, na het wegslaan van het roer, aan het pompen gegaan, welke arbeid gedurende 36 uren werd voortgezet. Daar het schip steeds dieper kwam te liggen en de kop van tijd tot tijd geheel onder water kwam, verliet men op 3 november in de boot het schip. Men bevond zich toen, volgens gegist bestek, nabij het eiland Ösel. Toen men de JANTINA verliet, lag deze zeer diep in het water. Na ongeveer vier uur geroeid te hebben, kreeg men land in zicht en gelukte het door de branding te landen. Na enige tijd langs het strand gelopen te hebben, werd men door de kustwacht opgemerkt en, onder verdenking van spionage, gevangen genomen. De bemanning werd vervolgens naar Reval gebracht, waar men drie weken gevangen werd gehouden. Daarna werd men naar Petrograd vervoerd, waar de schipbreukelingen door tussenkomst van de Nederlandse Consul eindelijk werden vrijgelaten, waarop zij naar Nederland terugkeerden.
De Raad is van oordeel, dat het verloren gaan van de JANTINA moet worden toegeschreven aan het breken van het roer en het daarop gevolgde lek worden van het schip, waardoor de JANTINA een speelbal werd van wind en golven. Met de pomp kon men het water niet bijhouden, zodat de bemanning, naar de mening van de Raad, tenslotte verplicht was het schip te verlaten. Aldus gedaan op 25 januari 1917 door de heren mr. A.J. Cnoop Koopmans, voorzitter; W. Allirol, L. Roosenburg, C.L.J. Kotting, D.H. Hinlopen, leden; J. Mooi, buitengewoon lid; E. Balk, plaatsvervangend buitengewoon lid; in tegenwoordigheid van de secretaris van de Raad, mr. H.B. Tjeenk Willink en uitgesproken door de voorzitter ter openbare zitting van 5 februari 1917.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zake de schoener BERENDINA die vermoedelijk op de reis van Blyth naar Courseuilles (in Frankrijk) welke reis de 20e oktober jl. werd aangevangen, met man en muis is vergaan, kan door het ontbreken van alle gegevens de oorzaak van de ramp niet worden vastgesteld. (opm: zie ook: Uitspraak van de R.v.d.S. No. 22 in bijvoegsel van de Nederlandsche Staatscourant van maandag 19 febr. 1917 – No. 42)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Ook stelde de Raad voor de Scheepvaart gistermiddag een onderzoek in naar de oorzaak van het op 15 dec. jl. aan de grond lopen nabij Southern Point van het stoomschip SCHOKLAND, van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam, gezagvoerder H. Zijlstra aldaar, die was meegedeeld, dat het onderzoek in deze zaak ook zal lopen over de vraag in hoeverre het gebeurde te wijten is aan een daad of een nalatigheid zijnerzijds. De gezagvoerder die het eerst werd gehoord, verklaarde in ballast op weg te zijn geweest van Rotterdam naar Engeland. In 10 vaam water ging de SCHOKLAND in de avond van 14 dec. jl. voor anker liggen in de buurt van Hartlepool. Men zag van de wal alleen de gloed van de hoogovens. De volgende ochtend omstreeks half acht werd de reis hervat. Het was goed weer. De SCHOKLAND voer met een vaart van 9 mijl die later, toen het mistig werd, verminderde tot 7 mijl. De koers die eerst N ten O was geweest, veranderde te kwart voor acht in NNW. Getuige meende vrij te zijn van South Point. Er werd niet gelood. Te vijf minuten over acht stootte het schip. Na ongeveer tien minuten kwam het zonder hulp vrij en kon zonder water gemaakt te hebben de reis naar de Tyne vervolgen. Een tweetal matrozen bevestigde de mededelingen van de gezagvoerder. Het onderzoek in deze zaak was hiermee gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Mail aangehouden. Het stoomschip IJSELDIJK, 31 januari van New York te Rotterdam aangekomen, heeft op last van de Britse autoriteiten, de post te Falmouth moeten lossen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De IJSTROOM. Toen het stoomschip IJSTROOM te IJmuiden .in de sluis gereed lag om zee te kiezen, weigerden zoals gemeld, de opvarenden wegens het duikbootgevaar, met het schip mee te gaan. Zaterdagavond 10 uur is het schip uit IJmuiden vertrokken, nadat zich 6 andere schepelingen hadden aangemeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De GAMMA. De GAMMA, het 3e gezonken stoomschip van de Amsterdamse Mij. Bothnia, was voor NLG 700.000 verzekerd, de vracht inbegrepen. Het Wolff-bureau seint uit Berlijn: De Hollandse pers meldt, dat het Hollandse stoomschip GAMMA 1 februari bij Landsend getorpedeerd en de bemanning door het Hollandse stoomschip VONDEL te Falmouth aan land is gebracht. Naar wij van betrouwbare zijde vernemen is bij de bestaande bevelen uitgesloten, dat de GAMMA, zoals ongetwijfeld een uit Engeland komend bericht schijnt aan te geven, reeds 1 februari zonder waarschuwing getorpedeerd is. Het kan slechts wegens het vervoer van contrabande naar Engeland (lijnkoeken) in de kruiseroorlog opgebracht en tot zinken gebracht zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De DEUKALION en de ACHILLES. Sedert het begin van de oorlog worden de Nederlandse stoomschepen DEUKALION en ACHILLES door de Turkse autoriteiten in de haven van Smyrna vastgehouden. Toen de oorlog uitbrak, bevonden deze schepen zich daar, maar konden, wegens de mijnversperring voor de haven, niet uitvaren. Op de protesten van de gezagvoerders werd met uitvluchten geantwoord. Men beweerde o.a. dat de mijnenlegger, die het mijnenveld had gelegd, niet aanwezig was zodat de Nederlandse schepen niet door hei mijnenveld gebracht konden worden. Na de beschieting, door de Franse en Engelse schepen deden de Turken schepen zinken, die de toegang tot de haven versperden.
Men heeft niet de overtuiging, dat de Nederlandse consul krachtig genoeg is opgetreden om de Nederlandse belangen te verdedigen. Aan de Nederlandse handelsvloot worden nu al gedurende de gehele oorlog een paar duizend tonnen scheepsruimte onttrokken.
De ACHILLES meet netto 1.129 ton en de DEUKALION, 1.021 ton. Om nog niet te spreken van de Nederlandse bemanningen, die eveneens al die tijd te Smyrna gedwongen zijn te vertoeven. Ongeveer een maand geleden werd door de directie van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, nog getracht de schepen vrij te krijgen, wat weer op een echec is uitgelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 februari. Van de werf van Gebr. van Diepen te Waterhuizen is te water gelaten (opm: op 3 februari) de motorschoener DE DOLLART, metende ca. 400 ton, voor rekening van de N.V. Nederlandsche Stoomvaart Mij. Bestevaer te Amsterdam. Voor dezelfde rederij zijn aan deze werf nog twee dergelijke schepen in aanbouw, welke in mei a.s. zullen worden opgeleverd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 4 februari. Deense stoomschip HANS MAERSK, dat een half jaar geleden op een Nederlandse werf werd gebouwd, kon alleen toestemming tot uitvoer verkrijgen als de rederij zich wilde verplichten drie reizen met dit stoomschip voor de Nederlandse Regering te laten doen. Het stoomschip heeft thans aan die verplichting voldaan en is nu ter vrije beschikking van de rederij gesteld. Het vertrok gisteren van hier naar Christiansand.


07 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Het thuis varende stoomschip KAWI van de Rotterdamsche Lloyd is 3 dezer te Padang aangekomen en blijft aldaar, om op nadere orders te wachten.
- De Nederlandse Zeemansvereeniging Volharding alhier heeft gisteren aan de tijdelijke voorzitter van de ministerraad geseind, dat ook de zeelieden er groot belang bij hebben te worden geïnformeerd omtrent de maatregelen, genomen voor uitoefening van de zeevaart en beveiliging van handels- en vissersvloot. Zij stelt het zeer op prijs te worden ingelicht, zowel omtrent de praktische waarde van de veiligheid van vrije route, de mogelijkheid van aanhouding en opbrenging en hetgeen moet worden verstaan onder eigen verantwoordelijkheid van de reders.
- Stoomschepen, in Nederland gebouwd voor vreemde rekening, die uitvoerconsent hebben gekregen op voorwaarde, dat zij gedurende een vastgestelde tijd voor Nederlandse belangen zullen blijven varen, mogen, zo meldt het Handelsblad ook niet naar Engeland vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De WESTERDIJK. Het Ned. Corr. bureau meldt ons: In regeringskringen wordt als vaststaand aangenomen, dat aan het vertrek uit Engeland van het stoomschip WESTERDIJK, dat met regeringsgraan geladen te Stornoway ligt en door de Nederlandse sleepboten WITTE ZEE en ZWARTE ZEE wordt gehaald, geen moeilijkheden zullen worden in de weg gelegd, al klaart Engeland, gelijk men weet geen neutrale schepen meer uit. De WESTERDIJK toch lag reeds uitgeklaard, vóór Engeland deze maatregel trof. Van andere goed ingelichte zijde verluidt, dat de WESTERDIJK zelfs reeds zou zijn vrijgegeven, maar dat omtrent het vertrek van de boot nog niets vaststaat.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Het Ned. Corr. bureau meldt ons, dat de voor heden aangekondigde tweede bijeenkomst van de Regering met de vertegenwoordigers van de stoomvaartmaatschappijen en de N.O.T. in zake de gewijzigde toestand ter zee, niet plaats heeft. De Minister van Marine moet in de vergadering van de Tweede Kamer zijn wegens de behandeling van de begroting van zijn departement. Wel wordt heden de gewone wekelijkse vergadering van de Nederlandse Redersvereniging in Den Haag gehouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mijnen. In de maand januari jl. zijn niet minder dan 237 mijnen op de Nederlandse kust aangetroffen. Daarvan waren er 280 van Engelse, 1 van Duitse en 6 van onbekende oorsprong. Deze opgave brengt het totaal van de sedert het begin van de oorlog op de kust aangetroffen mijnen op 1.877, verdeeld als volgt: Engelse 1.229, Franse 64, Duitse 258, onbekende oorsprong 526.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 februari. De sleepboten ZWARTE ZEE en WITTE ZEE van Rotterdam naar Stornoway, om het stoomschip WESTERDIJK te halen, passeerden 4 februari Terschellingerbank.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 februari. Bij de directie van de Rotterdamsche Lloyd is een draadloos bericht ingekomen van de gezagvoerder van het stoomschip SAMARINDA, waarin deze meedeelt, dat hij op zee 179 man aan boord heeft opgenomen van verschillende gezonken schepen. Hij gaat naar Vigo om de schipbreukelingen aan land te zetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 februari. De Nederlandse tankboot JUNO, welke onlangs op een mijn is gelopen en zwaar aan het voorschip is beschadigd, gaat naar de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij om aldaar te worden gerepareerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 2 februari. De mail- en vrachtboten, die deze haven hadden verlaten, hebben bevel gekregen in de naast bij zijnde haven binnen te gaan en bevelen uit Nederland af te wachten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weltevreden, 5 februari. De RAAF is omgeslagen en gezonken. Bemanning en inventaris zijn in veiligheid. (Het gouvernementsschip RAAF, een opnemingsvaartuig, strandde de 30e januari bij het eiland Tanakeke, in de nabijheid van Celebes. Het is een oud vaartuig).


08 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeelieden. Gisteravond heeft de Nederlandse Zeemansvereeniging Volharding alhier een ledenvergadering gehouden ter bespreking van de moeilijkheden ter zee en de werkeloosheid onder de zeelieden. De vergadering, die zeer druk bezocht was, ging akkoord met de maatregelen door het bestuur getroffen en sprak de wens uit dat de Regering, alvorens de vaart wordt geopend, volledige inlichtingen over de veiligheid aan de organisatie zal meedelen. Besloten werd, voor uitvaring eerst de getroffen maatregelen in vergadering te bespreken. Men achtte het varen op Engeland onmogelijk, tenzij afdoende maatregelen voor de veiligheid zouden kunnen worden getroffen. Ten opzichte van de steun aan werkelozen sprak de vergadering haar leedwezen er over uit, dat van de rederijen geen tegemoetkoming valt te bespeuren om de zeelieden in deze moeilijke tijden te helpen. Vooral het afdanken van bemanningen van binnenkomende schepen werd veroordeeld. De poging van het bestuur om steun te verkrijgen van de Algemeene Commissie tot Steun werd goedgekeurd en de verwachting werd uitgesproken, dat deze commissie zal helpen. Aan het bestuur werd opgedragen te trachten, in de uiterste nood de meest noodlijdende gezinnen a.s. zaterdag van een nooduitkering te voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Staatscourant No. 30 bevat de Koninklijk bewilligde akte van oprichting van de volgende naamloze vennootschap: Scheepvaart Maatschappij 'Groningen' te Rotterdam, kapitaal NLG 120.000 in 120 aandelen van NLG 1.000 bij de oprichters geplaatst. Directeur de heer M.J. van der Eb, cargadoor; commissarissen de heren J.W. van der Eb makelaar en A.M. Schippers, scheepsbouwkundig ingenieur, allen te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip WESTERDIJK. In regeringskringen wordt als vaststaande aangenomen, dat aan het vertrek uit Engeland van het stoomschip WESTERDIJK dat met Regeringsgraan geladen te Stornoway ligt en door de Nederlandse sleepboten WITTE ZEE en ZWARTE ZEE wordt gehaald, geen moeilijkheden zullen worden in de weg gelegd, al klaart Engeland, gelijk men weet, geen neutrale schepen meer uit. De WESTERDIJK toch lag reeds uitgeklaard voor Engeland deze maatregel trof. Van andere goed ingelichte zijde verluidt, dat de WESTERDIJK zelfs reeds zou zijn vrijgegeven, maar dat omtrent het vertrek van de boot nog niets vaststaat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het doen zinken van de GAMMA.
Een telegram van Reuter's bijzondere dienst meldt uit Londen:
In een interview zei een van de leden van de bemanning van de GAMMA: Ongeveer halfdrie in de middag van 1 februari gingen drie projectielen van een duikboot over ons heen. Men draaide onmiddellijk bij en zond een sloep naar de duikboot, welke geen nummer toonde. Een officier ging in de sloep en werd naar de GAMMA terug geroeid. Wij moesten ijlings in onze sloepen gaan daar de Duitse officier, nadat hij in voor- en achterschip telkens twee bommen had geplaatst, grote haast had om te vertrekken. Wij zagen een groot stoomschip dicht langs ons voorbijkomen, maar dit nam geen notitie van onze seinen. Nadat wij ongeveer vier uur in de sloepen hadden vertoefd, pikte een Nederlandse mailboot ons op.


09 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De verscherpte duikbootoorlog.
Sedert zaterdagochtend jl. is heden te IJmuiden voor het eerst een stoomschip binnengekomen, n.l. het Nederlandse stoomschip JASON van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij., met maïs geladen en komende van Buenos Aires. Naar wij vernemen, heeft het stoomschip, komende langs de Doggersbank, geen moeilijkheden ondervonden.
- Men meldt ons uit IJmuiden, dat een aldaar binnengelopen logger gerapporteerd heeft, gezien te hebben, dat op 35 mijl afstand van IJmuiden een Nederlandse stoomtreiler, waarvan de naam nog onbekend is, door bommen tot zinken is gebracht. De bemanning, die zich in de sloepen begeven had, is door de duikboot naar een in de nabijheid zijnde logger gebracht. Deze logger is op weg naar IJmuiden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De WESTERDIJK. Het Haagsche Corr. bureau meldt ons van Duitse zijde, in verband met de uitzending door de Nederlandse Regering van twee zeesleepboten naar Stornoway om het met regeringsgraan geladen stoomschip WESTERDIJK naar Nederland te slepen, dat de Duitse marine zoveel in haar vermogen ligt maatregelen heeft getroffen om die sleepboten in de gevaarlijke zone te beveiligen. Daar de sleepboten echter wat later dan aanvankelijk was bekend gemaakt, uit Nederland waren vertrokken, was het te vrezen, dat er bij de Duitse marine verwarring zou ontstaan, o.a. door niet tijdig ontvangen instructies, ten gevolge waarvan de sleepboten in groot gevaar zouden komen, te meer omdat vissersvaartuigen en sleepboten wegens de talrijke gevallen van misbruik van neutrale vlaggen in het algemeen onder verdenking staan.
Men meldt ons, dat de sleepboten WITTE ZEE en ZWARTE ZEE woensdagavond te Stornoway zijn aangekomen om het stoomschip WESTERDIJK te halen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De RIJNDIJK. Het stoomschip RIJNDIJK, 7 dezer van de Duins naar hier vertrokken, is echter nog niet binnen. Het vermoeden ligt voor de hand, dat de RIJNDIJK in het Black Deep voor anker moest gaan, totdat de mijnenvegers hun werk hebben verricht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. In Den Haag is bericht binnengekomen dat het stoomschip JACATRA van de Rotterdamsche Lloyd gisteren te Falmouth is aangekomen.
Het heden van Buenos Aires te Amsterdam aangekomen Nederlandse stoomschip JASON heeft 4.580 ton mais aan boord.
Gisteren is het Nederlandse stoomschip MERAK met ongeveer 4.800 ton mais aan boord, op reis van New York naar Rotterdam, te Falmouth aangekomen.
Het Nederlandse stoomschip ALKAID, dat gisteren op reis van New York naar Amsterdam, Lizard passeerde, heeft een lading gerst aan boord. De juiste hoeveelheid is nog niet bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 februari. De sleepboten WITTE ZEE en ZWARTE ZEE zijn verschenen woensdagavond te Stornoway aangekomen om het stoomschip WESTERDIJK te halen. De beide gezagvoerders wachten aldaar op de permissie van de Engelse regering om uit te mogen varen. Beide stoomschepen zijn te Falmouth binnen geweest om na onderzoek vandaar via het noorden van Engeland en via Terschellinger Bank naar hier gestoomd. De gezagvoerders van beide stoomschepen hebben geen duikboten gezien en wisten ook niets af van de zgn. 20-mijls brede vrije strook.


10 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schepen van de Paketvaart Maatschappij vastgehouden
Het Nederlandse Correspondentiebureau in Den Haag meldt ons: Naar wij vernemen, wordt een groot aantal boten van de Paketvaart Maatschappij in de havens van Singapore en Penang door de autoriteiten vastgehouden. Men heeft eerst thans hieraan bericht ontvangen en heeft reden om aan te nemen, dat de eerste telegrammen van de gouverneur-generaal aan de Minister van Koloniën over deze aanhoudingen niet door de censuur zijn doorgelaten. Daar het geregelde scheepvaartverkeer in Nederlands-Indië in hoge mate stoornis ondervindt van het stilliggen van een groot gedeelte van de vloot van de Paketvaart Maatschappij, heeft de Nederlandse Regering bij de Britse regering op onmiddellijke vrijlating van de schepen aangedrongen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 februari. Op 3 oktober 1915, toen het Rotterdamse stoomschip IMPORT op reis was van Londen naar Rotterdam, kwam het op de Theems bij Deptford in aanvaring met de stalen stoombaggermolen No. 10, ten gevolge waarvan beide schepen beschadigd werden. Het Admiraliteitshof heeft deze zaak behandeld en de IMPORT alleen schuldig verklaard. Aan het einde van het getuigenverhoor werd meegedeeld dat de IMPORT sedert de eer heeft genoten door de Duitsers aangehouden en naar Zeebrugge opgebracht te worden.


11 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Dank zij de bemoeiingen van de N.O.T. is in beginsel met de Engelse regering overeenstemming verkregen omtrent een regeling, volgens welke de uit de Verenigde Staten naar ons land uitvarende schepen niet verplicht zullen zijn een haven in Engeland aan te doen, doch in de plaats daarvan Halifax of de Bermuda's zullen aandoen.
Omtrent de uit andere landen en onze koloniën hierheen varende schepen en de schepen, welke Nederlandse havens uitvaren, zijn nog onderhandelingen met de Engelse regering gaande.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De MIZAR beschoten.
Het stoomschip MIZAR van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij, met graan voor de Nederlandse Regering uit Noord-Amerika alhier aangekomen, was de 30e januari voor het onderzoek van de papieren te Falmouth binnengelopen en zette dezelfde dag met het stoomschip DUBHE, van dezelfde stoomvaartmaatschappij en de stoomschepen EPSILON en GAMMA de reis voort. Zoals bekend, is de EPSILON op een mijn gelopen en de GAMMA getorpedeerd. De volgende dag, 31 januari, ‘s middags ten zuiden van Ierland gekomen, bemerkte de kapitein van de MIZAR op tamelijk grote afstand de periscoop van een duikboot. Men had toen sneeuwstorm. Van de duikboot werd een los schot gelost, waarop de MIZAR onmiddellijk stopte, wat door seinen met vlaggen werd kenbaar gemaakt. Desondanks begon men van de duikboot met scherp te schieten, de kogels vielen hoe langer hoe dichter bij het schip in zee, ten laatste op 20 meter afstand van het stoomschip. De bemanning was reeds in de boten gegaan. Er verscheen toen een bewapende Engelse treiler, waarop de duikboot onderdook. De bemanning van de MIZAR ging toen weer aan boord. Kort nadat de treiler vertrokken was, verscheen de duikboot weer en wederom ging de bemanning van de MIZAR in de boten, behalve de kapitein en de 1e stuurman, die aan boord bleven en aldus met het schip manoeuvreerden, dat het zijn brede zijde niet meer aan de duikboot vertoonde. Terwijl dit gebeurde, verschenen er een paar Engelse torpedoboten, met het gevolg, dat de duikboot voorgoed verdween, en de MIZAR, nadat de bemanning weer aan boord gekomen was, haar reis kon voortzetten. Daarna ontmoette men het stoomschip VONDEL, welke kapitein met het gebeurde op de hoogte gesteld werd.
De MIZAR liep iets sneller dan de DUBHE, die onderweg naar hier niets gezien heeft.
De MIZAR is niet getroffen. Haar kapitein heeft na aankomst alhier een verklaring van het gebeurde afgelegd voor een marineofficier. De MIZAR was, evenals de DUBHE, de EPSILON en de GAMMA, geladen voor de Nederlandse Regering en de beschieting had, zoals uit het bovenstaande blijkt, plaats voor 1 februari.


12 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Hoe verlammend de verscherpte duikbootoorlog op de neutrale scheepvaart werkt, kan blijken uit het volgende: Van de 14 grote stoomschepen van de rederij Van Nievelt, Goudriaan & Co. alhier, metende tezamen ongeveer 43.027 bruto registerton, liggen er thans niet minder dan 12 stil, tezamen metende ongeveer 37.825 bruto register ton. Van deze 12 schepen worden er 5, tezamen metende ongeveer 14.072 bruto register ton, alhier en 5, tezamen ongeveer groot 16.701 bruto register ton, te Falmouth opgehouden. De ALGENIB, groot bruto 3.551 register ton, de 31e januari van Rotterdam naar Noord Amerika vertrokken om regeringsgraan te halen, ligt sedert 1 dezer in de Duins geankerd, (waarom ze wordt opgehouden, is niet bekend), een stoomschip, groot 2.637 bruto register ton, ligt te Hampton Roads te wachten. De twee varende stoomschepen, tezamen groot ongeveer bruto 6.246 register ton, zijn naar Noord Amerika onderweg om graan voor de Nederlandse Regering te halen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar de Nieuwe Ct. van particuliere zijde verneemt, heeft het stoomschip VONDEL, van de Maatschappij Nederland, dat op reis van Amsterdam naar Batavia de 3e dezer te Torbay in het Engelse Kanaal is binnengelopen, de reis voortgezet en is het schip van Brixham naar New York vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De MARIANNE. De sleepboot SIMSON heeft zaterdagavond van het lichtschip Terschellingerbank te Nieuwediep aangebracht de bemanning, bestaande uit acht man, van de logger MARIANNE - Scheveningen 235. Deze logger is vrijdagnamiddag ongeveer halfvier 70 mijl uit de kust door de Duitse onderzeeboot U 53 door middel van bommen vernietigd. De opvarenden werden op de DU 53 aan boord genomen en zaterdagnacht omstreeks drie uur op het lichtschip overgezet. Ze werd op het wachtschip te Nieuwediep van het nodige voorzien en voorlopig onder dak gebracht in het Zeemanshuis aldaar.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De MIZAR beschoten.
Ter aanvulling van hetgeen in het vorige Ochtendblad vermeld is over het beschieten van het stoomschip MIZAR, van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij, kan nog het volgende worden meegedeeld: Op 30 januari 's middags om twaalf uur vertrok kapitein E. van Oversteeg met de MIZAR tegelijk met de EPSILON en de GAMMA uit Falmouth. De DUBHE was twee uur vroeger vertrokken. De MIZAR was op weg van New York naar hier en geladen met 2.900 ton lijnkoeken voor de Nederlandse regering. Kwart over een, nadat de EPSILON juist buiten de haven van Falmouth was gekomen, hoorde men aan boord van de MIZAR een ontploffing en zag men de EPSILON na een kwartier zinken. De MIZAR en de GAMMA keerden dadelijk terug om hulp te verlenen, maar dit bleek niet nodig, daar reeds enige treilers en sleepboten waren toegesneld. De MIZAR en de GAMMA hebben daarop gezamenlijk de reis voortgezet, doch in de nacht van 30 op 31 januari verloren de schepen elkaar uit het gezicht, door sneeuwstorm en door het harder lopen van de MIZAR. De volgende dag omstreeks één uur in de namiddag werd de MIZAR op de vermelde wijze door een duikboot beschoten. Men bevond zich toen 5 mijl ten zuiden van Fastnet Rock op de Zuidkust van Ierland. De GAMMA volgde naar schatting 30 mijl achter de MIZAR.
De duikboot heeft vijf scherpe schoten op de MIZAR gelost. De kogels vlogen over het schip heen in het water, de laatste op nauwelijks 10 tot 15 meter afstand. De duikboot vertoonde alleen een paar niet te onderscheiden seinvlaggen. Bij de tweede aanval bleef alleen kapitein Van Oversteeg op de brug ter bediening van de telegraaf en om het schip te besturen en de tweede machinist, J. de Ronde, in de machinekamer. De overige bemanning bevond zich onder de bevelen van de eerste stuurman, J. Hamstra en de tweede stuurman, R. Abercrombie, in de boten. Nadat op de komst van zes Engelse torpedojagers de duikboot voorgoed verdwenen was, zette de MIZAR met spoed de thuisreis voort. Om 3 uur 's namiddags ontmoette zij op 20 mijl van Fastnet Rock het stoomschip VONDEL, waarvan de kapitein met het gebeurde op de hoogte gesteld werd. De VONDEL heeft daarna de bemanning van de getorpedeerde GAMMA opgepikt. Op de verdere thuisreis heeft men in de Noordzee veel wrakhout en een paar ledige sloepen zien drijven. Toen de MIZAR van Falmouth vertrok, lagen daar nog ongeveer 15 Nederlandse stoomschepen, waaronder de TERSCHELLING en de BELLATRIX gereed voor vertrek en alleen wachtende op kolen. De andere stoomschepen waren nog niet uitgeklaard.
De MIZAR liep bijna gelijk met de DUBHE de Nieuwe Waterweg binnen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fredrikshavn, 7 februari. Het Nederlandse zeilschip HENDERIKA JOHANNA, met glas en hoepels van Rotterdam naar Kopenhagen, is wegens ijs voor noodhaven hier binnengelopen.


13 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 februari. Het stoomschip WESTERDIJK van Solleveld, V.d. Meer & Van Hattem’s Stoomvaart Maatschappij dat, geladen met Regeringsgraan, van 15 december jl. af te Stornoway in Engeland heeft gelegen, is gisteren te twaalf uur 's middags van daar vertrokken, gesleept door de sleepboten WITTE ZEE en ZWARTE ZEE. De reis naar Rotterdam kan ongeveer vijf dagen duren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De TERNATE. Het stoomschip TERNATE, van de Rotterdamsche Lloyd, dat uit lndië op de thuisreis was, blijft voorlopig te Suez liggen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Frederikshavn, 7 februari. De stalen aak HENDRIKA JOHANNA, kapt. Bonninga, 8 januari van Rotterdam naar Kopenhagen vertrokken met glas en betonbanden, is wegens ijs hier voor noodhaven binnengelopen.


15 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Vaart om de noord.
(Officieel.) Het Departement van Marine deelt mee, dat met het oog op een veilige scheepvaart om de noord, een lichtschip zal worden uitgelegd op ongeveer 55 gr. 12 min. Noorderbreedte en 4 gr. 28 mln. Oosterlengte van Greenwich. Van de datum van uitlegging en de juiste lengte en breedte van de ligplaats zal nadere mededeling worden gedaan.
Het lichtschip Schouwenbank zal worden ingehaald en vervangen worden door een lichtbrulboei.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 februari. Gisteren heeft op het Noordzeekanaal een gunstig geslaagde proeftocht plaats gehad met het voor de Nederlandsche Vrachtvaart Maatschappij alhier gebouwde stoomschip HERMINA. Dit stoomschip, gebouwd door de N.V. Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam, groot ongeveer 1.200 ton, werd 6 december laatstleden te water gelaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 februari. Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND, onder bevel van de kapitein ter zee J.H. Zeeman, te St. Thomas aangekomen.


16 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De verscherpte duikbootoorlog.
De stoomschepen EEMSTROOM en IJSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Mij. zijn gisteren te IJmuiden binnengekomen en hebben de reis op de Noordzee zonder moeilijkheden volbracht. Het stoomschip HERMINA uit Rotterdam, uitgaand, heeft te IJmuiden vastgemaakt en wacht op toestemming om de reis naar Noorwegen te kunnen maken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Vaart om de noord.
Met betrekking tot het lichtschip, dat met het oog op een veilige scheepvaart om de noord zal worden uitgelegd, wordt aan zeevarenden nog bericht dat dit lichtschip zal tonen een wit schitterlicht elke 15 sec. een schittering van 2 sec. en dat het lichtschip, dat wordt uitgelegd op ongeveer 55°-12' N.B. en 04°-28' O.L. (Greenwich) dus komt te liggen in de vaargeul, opengelaten tussen de door Engeland en Duitsland gesloten verklaarde gebieden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De duikbootoorlog.
Om een zo getrouw mogelijk beeld te geven van de ontzettende belemmering en het oponthoud door de verscherpte duikbootoorlog aan de te Rotterdam thuis behorende schepen veroorzaakt, laten wij een lijst van de alhier, in Engelse havens of elders stilliggende of opgelegde schepen volgen:
Te Rotterdam liggen de stoomschepen ROTTERDAM 1) (24.149) 2), NIEUW AMSTERDAM (17.149), WESTERDIJK (8.381), IJSELDIJK (7.140), ZIJLDIJK (4.189), MAARTENSDIJK (8.482), CEYLON (4.999), DJEMBER (7.058), OPHIR (4.891), TABANAN (5.280), TURBINIA (3.164), WIERINGEN (3.026), BRUNSWIJK (2.142), RANDWIJK (2.401), BATAVIER III (1.334), BATAVIER IV (1.580), IBERIA (1.260), ST. PHILIPSLAND (2.275), SCHIELAND (2.249), ST. JANSLAND (2.202), HOOGLAND (1.298), SCHOKLAND (1.091), ARUNDO (3.196), ARY SCHEFFER (642), CORNELIS (2.434), ELISABETH (1.770), MAGDALENA (2.173), SIRRA (m.b.) (217), OOSTDIJK (3.051), NOORDDIJK (3.241), GALLIA (m.b.) (1.113) KIELDRECHT (1.384), MOORDRECHT (999), BESTEVAER (1.044) en VLISSINGEN (225).
In diverse Engelse havens liggen de stoomschepen NEDERLAND (1.532), GELDERLAND (1.877), DIRKSLAND (1.858), ST. ANNALAND (2.249), ZUID-HOLLAND (1.837), WESTLAND (1.283), OOSTERLAND (1.192), BEIJERLAND (1.186), GAASTERLAND (1.091), NOORD-HOLLAND (1.006), FRIESLAND (682), MIDSLAND (1.085), WAAL (1.261), WOENSDRECHT (1.036), JOBSHAVEN (3.520), WAALHAVEN (3.551), IJSELHAVEN (3.555), RIJSWIJK (1.673), OTIS TETRAX (905), BRITSUM (2.088), DRIEBERGEN (1.884), HEENVLIET (492), ZAANDIJK (4.188), GORREDIJK (6.466), SOMMELSDIJK (6.291), MAASDIJK (6.065), AMSTELDIJK (6.435), NOORDERDIJK (7.166), BANDOENG (5.851), JACATRA (6.373), MEDAN (5.933), MENADO (5.874), TEXEL (3.210), TERSCHELLING (2.962) en AMELAND (3.512).
Verder liggen nog in Londen de volgende zeilschepen of motorboten: JOHANNA ADRIANA, TIMOR, JAN SCHIPPERS, ZWAANTJE CORNELIA, SEMPER SPERA, FREDERIKA JOHANNA, CONCORDIA CONSTANCE en IDA.
Te Bergen (Noorwegen) liggen de stoomschepen: WILIS (4.896) en DJEBRES (3.553).
Te Gibraltar ligt de SINDORO (5.471).
Buiten Europa liggen de stoomschepen: NOORDAM (12.531), RIJNDAM (12.527), BEUKELSDIJK (6.801), OOSTERDIJK (8.251), POELDIJK (4.226), SOESTDIJK (6.445), ZUIDERDIJK (6.208), WAALDIJK (4.995), SLOTERDIJK (6.424) en TERNATE (5.909).
Optellende komen wij tot de slotsom, de in ons vorig maandagochtendblad vermelde tonnenmaat 34.274 bruto registerton van de rederij Van Nievelt, Goudriaan & Co. meegerekend en uitgezonderd de te Londen liggende kleine zeilschepen en motorboten, benevens het inmiddels uit de Duins vertrokken stoomschip ALGENIB, dat er niet minder dan ongeveer 318.969 bruto register ton Rotterdamse scheepsruimte stil- of opgelegd is.
1) De ROTTERDAM ligt reeds geruime tijd hier in de haven.
2) De tussen haakjes geplaatste cijfers zijn bruto register tonnen.
(opm: mogelijk zijn een aantal register tonnen niet helemaal juist, dit vanwege de slechte leesbaarheid van het krantenartikel).
Volgens een later bericht van 20 febr. ligt de ARY SCHEFFER nog onder de Engelse kust.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De WESTERDIJK. In Den Haag is draadloos bericht ontvangen, dat de zeesleepboten ZWARTE ZEE en WITTE ZEE met de WESTERDIJK hedenochtend 5 uur Terschellinger Bank zijn gepasseerd en waarschijnlijk vanavond 6 uur de Nieuwe Waterweg zullen binnenkomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende de brand aan boord van het stoomschip RIOUW. De Raad is, op grond van de verklaring van de deskundige Martens, van oordeel, dat de brand, op het stoomschip RIOUW moet zijn veroorzaakt door broei in de lading. Toen aan deze broeiende massa door het openen van de luiken lucht werd toegevoerd, is brand ontstaan. In welk deel van de lading tabak en door welke oorzaak de broei is ontstaan, vermag de Raad, bij gebrek aan gegevens, niet vast te stellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende het aan de grond lopen van het stoomschip SCHOKLAND. De Raad is van oordeel, dat het aan de grond lopen van het stoomschip SCHOKLAND, op 15 december 1916 in de nabijheid van Souter Point (nabij de Tyne rivier), moet worden toegeschreven aan de nalatigheid van de kapitein, die een koers volgende dicht langs de wal, te 07.45 vm. een koers is gaan sturen, welke in de wal liep, zonder zich bij gebrek aan landverkenning door het gebruik van het lood van zijn standplaats te vergewissen. Had hij zulks gedaan, dan zou hij bemerkt hebben, dat hij zich dichter bij de wal bevond, dan waar hij meende te zijn en de scheepsramp kunnen voorkomen. Daarom straft de Raad de kapitein van het stoomschip SCHOKLAND door het uitspreken van een berisping.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De KRAKATAU. Het Nederlandse stoomschip KRAKATAU werd, naar de TeI. meldt, op reis van Bergen naar IJmuiden, aangehouden door een kleine Duitse duikboot, die op grote afstand drie losse schoten loste. Een sloep van de KRAKATAU werd uitgezet en men moest ongeveer een uur roeien om de onderzeeër te bereiken. De scheepspapieren werden onderzocht en in orde bevonden. Daarna kon men naar de KRAKATAU terugkeren en kon het stoomschip de reis vervolgen. De bemanning van de duikboot, die blijkbaar groot gebrek aan zeep had, zag er zo vervuild uit, dat van de oorspronkelijke huidskleur niets meer was te onderscheiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 14 februari. Het van Buenos Aires -komende Nederlandse stoomschip HOLLANDIA, thans te Vigo liggende, zal daar tot nader order blijven.


17 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De WESTERDIJK. Het stoomschip WESTERDIJK is van Stornoway alhier aangekomen en heeft ligplaats genomen in de Maashaven. De gezagvoerder, de heer P. Smit, deelde ons mee, dat hij direct nadat hij wegens gebrek aan steenkool te Stornoway was binnengelopen, naar Londen had getelegrafeerd, om van bunkerkolen te worden voorzien, echter zonder enig gunstig gevolg. Daarna heeft hij zich met de Nederlandse consul-generaal de heer Maas in verbinding gesteld. Ook dit hielp niet. De tussenkomst van de agent van de rederij mocht ook niet baten. Niet alleen dat er bunkerkolen werden geweigerd, maar ook werd geweigerd, dat de bemanning aan de wal mocht gaan. De gezagvoerder alleen kreeg vergunning om zich 3 uur per dag, van ‘s morgens 10 uur tot ‘s middags 1 uur, aan de wal te begeven, om zich van proviand te voorzien. Hij werd dan per sleepboot gehaald en weer teruggebracht. In het eerst kon hij tegen betaling zoveel proviand verkrijgen als hij verlangde, maar later werd er zogenaamd gerantsoeneerd. De laatste twee weken is men geheel van suiker verstoken geweest. In Stornoway heeft de WESTERDIJK geen militaire bewaking aan boord gehad, maar van de wal werd er steeds gecontroleerd. Nadat de WESTERDIJK Stornoway had verlaten, mocht geen enkel schip de haven, welke vol lag met Zweedse, Deense en Noorse stoom- en zeilschepen, meer verlaten.
De sleepboten WITTE ZEE en ZWARTE ZEE, welke reeds verleden week woensdag Stornoway bereikten, mochten de haven niet binnen, maar moesten buiten ankeren. Zondag jl. kwam de uitvaartvergunning uit Londen af, de volgende dag werd de reis naar hier aanvaard. Onze vraag, of de gezagvoerder onderweg nog iets had gezien of ontmoet, moest hij ontkennend beantwoorden. Alleen donderdagmiddag 12 uur heeft hij een Zeppelin waargenomen, die hoog boven zijn schip dreef.
Hoewel de lading 28 oktober 1916 door de Argentijnse Handelmaatschappij te Buenos Aires reeds in het stoomschip was geleverd, ziet ze er volgens de opvarenden nog gezond uit. Dit is te danken aan het zoveel mogelijk open liggen van de luiken. De lading, bestaande uit 2.331 balen (151.500 kg) en gestort 4.700 ton tarwe, tezamen wegende 4.925.000 kg, is dus 2 maanden later in het bezit van de Nederlandse Regering gebracht. Hedenochtend 7 uur begint Thomson's Havenbedrijf met de lossing. Tenslotte zij nog vermeld, dat de uit 35 koppen bestaande bemanning wel is. Als een bijzonderheid deelde de gezagvoerder ons mee, dat hij gedurende zijn verblijf te Stornoway op zijn schip ‘s avonds licht mocht hebben, dat hij Engelse couranten mocht ontvangen en ze ook naar Nederland mocht meenemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepvaart op Engeland.
De Hollandsche Stoomboot Maatschappij zowel als de Bataafsche Petroleum Maatschappij hebben op haar aanvraag, of de Regering vergunningen tot uitvaren verleende voor de vaart op Engeland, toestemmend antwoord ontvangen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De BATAVIER II en de PRINS HENDRIK.
Men zendt ons uit Hamburg een onduidelijk bericht, waaruit wij menen te moeten opmaken, dat het prijsgerecht aldaar het Nederlandse stoomschip BATAVIER II terecht opgebracht heeft geacht en het schip verbeurd verklaard heeft. Voor een klein deel van de lading wordt schadevergoeding gegeven. Meer dan de helft van de lading was contrabande. Het Nederlandse stoomschip PRINS HENDRIK met Nederlandse geldswaardige papieren ter waarde van 2 miljoen Nederlandse guldens is volgens het prijsgerecht eveneens terecht opgebracht. De geldswaarden zijn verbeurd verklaard. De kosten komen ten laste van de reclamanten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De verscherpte duikbootoorlog.
Het Haagsch Corr. bureau meldt ons: Naar wij vernemen, heeft de uitvoerende commissie van de N.O.T. in haar vergadering van gistermiddag een langdurige bespreking gehouden met het bestuur van de Nederlandsche Reedersvereeniging, waarin de president van de N.O.T. de heer Van Aalst, gewezen heeft op de nog steeds niet tot oplossing gekomen kwestie van het varen van onze schepen van en naar Nederlands-Indië. Noord- en Zuid-Amerika, de Middellandse Zee, Spanje en Portugal, enz. In het bijzonder wordt betreurd, dat de lange duur van de onderhandelingen de vaart van onze vloot, welke vooral in de tegenwoordige tijdsomstandigheden voor het grootste gedeelte heeft te voorzien in onze behoefte aan levensmiddelen, nog steeds onmogelijk maakt. Met name werd gewezen op de gebiedende noodzakelijkheid, dat de schepen, welke onze Regering voor de aanvoer van granen, enz. behoeft, onze havens en de havens in de vreemde ten spoedigste kunnen verlaten. Alleen reeds in Amsterdam en Rotterdam liggen op het ogenblik een twintigtal schepen gereed om in ballast naar Noord Amerika te vertrekken, zodra bekend is, dat deze zonder moeilijkheden van de zijde van de Engelse regering de havens van de Verenigde Staten zullen kunnen bereiken. Aangezien de N.O.T. niettegenstaande de langdurige onderhandelingen, te dier zake door haar met de Britse regering gevoerd, nog geen bevredigend resultaat mocht verkrijgen, zal — zo zei de president van de N.O.T. — bedoelde regering opnieuw nadrukkelijk worden opmerkzaam gemaakt op de wenselijkheid van een spoedig definitief antwoord, indien dit n.l. onverhoopt de N.O.T. niet binnen enkele dagen mocht hebben bereikt.
De reden waarom de Vlaardingse stoombeugers voorlopig niet zullen uitvaren, blijkt volgens de Schiedamsche Courant te zijn, dat de bemanningen eerst willen, dat de vaargeul in het mijnenveld voorbij het Terschellinger vuurschip wordt aangegeven door drie vuurschepen. Het bestuur van de redersvereniging heeft reeds stappen in die richting gedaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Aangehouden ladingen.
De Londen Gazette meldt, dat de ladingen of delen daarvan van negen Nederlandse schepen, nl. de ANDIJK, CHRISTIAAN MICHIELSEN, GORREDIJK, GROTIUS. HELENA, NICKERIE, NOORDAM, SOESTDIJK en de SOMMELSDIJK te Londen en van de PRINS FREDERIK HENDRIK te Goole zijn vastgehouden.
(opm: mogelijk is de CHRISTIAAN MICHIELSEN een omgebouwd vissersvaartuig?)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
Naar wij van de directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland vernemen, heeft zij de gezagvoerder van haar mailstoomschip VONDEL, dat volgens bekomen orders thans op weg is naar Norfolk (Virginia) en daar binnen enkele dagen kan aankomen, instructies geseind om van daar de reis naar Java te vervolgen via het Panamakanaal, San Francisco en Honolulu.


18 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De OLDAMBT.
(Officieel.) Op 29 december jl. werd het Nederlandse stoomschip OLDAMBT door Duitse strijdkrachten aangehouden en opgebracht naar Zeebrugge. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft terstond, nadat hij hiervan had kennis gekregen, aan Hr.Ms. gezant te Berlijn opgedragen, bij de Duitse regering inlichtingen nopens deze opbrenging te vragen. Uit het onderzoek naar het gebeurde, inmiddels op last van de Minister van Marine ingesteld bij de terugkeer van de opvarenden hier te lande bleek, dat zich bij de opbrenging een ernstig incident had voorgedaan. Het vaartuig was, varende met een Duitse prijsbemanning en onder Duitse oorlogsvlag, van de Belgische kust uit door Duitse strijdkrachten beschoten, waardoor de eigen bemanning en de prijsbemanning genoodzaakt waren geweest zich tot lijfsbehoud in de boten te begeven. Een van de sloepen was ten gevolge van een in de nabijheid ontploffende granaat omgeslagen; alle opvarenden werden ten slotte door te hulp gekomen Duitse torpedoboten opgenomen, doch de 2e stuurman overleed korte tijd, nadat hij aan boord was gebracht. Een stoker had een granaatwond bekomen en moest met drie anderen, die ten gevolge van het te water liggen ongesteld waren, in België achterblijven, waar zij in een hospitaal werden opgenomen. Inmiddels deelde de Duitse regering bij nota van 13 januari jl. mee, dat het stoomschip OLDAMBT naar Zeebrugge was opgebracht, verdacht van het vervoer van contrabande.
De Minister van Buitenlandse Zaken droeg hierop aan Hr.Ms. gezant te Berlijn op, onder overlegging van het van Nederlandse zijde opgemaakt proces-verbaal, aan de Duitse regering opheldering te vragen nopens de beschieting en daarbij de bevreemding van de Nederlandse Regering uit te spreken over het feit, dat de Duitse regering niet alleen had nagelaten om, gelijk de Nederlandse Regering verwacht had, uit eigen beweging haar verontschuldigingen voor het gebeurde aan te bieden, maar zelfs in haar bovenvermelde nota met geen woord er van melding maakte. Het Duitse ministerie van buitenlandse zaken heeft hierop bij nota d.d. 9 dezer geantwoord, dat het vóór de ontvangst van het door de Nederlandse Regering overgelegd proces-verbaal geen kennis had gedragen van het betreurenswaardig incident, dat zich bij de opbrenging van de OLDAMBT had voorgedaan. Het terstond ingestelde onderzoek had de lezing, gelijk die van Nederlandse zijde van het voorgevallene was gegeven, bevestigd; de beschieting was het gevolg van een misverstand aan de Duitse kustbatterij, die het ten gevolge van de weersomstandigheden uit zijn koers geraakte schip voor een vijandelijke mijnenlegger had aangezien. De marine-attache te 's-Gravenhage had op last van de admiraal, commandant van de Duitse zeestrijdkrachten in Vlaanderen, de ouders van de 2e stuurman van diens droevig uiteinde verwittigd en hun de betuiging van rouwbeklag en leedwezen van de admiraal overgebracht. De Duitse regering verklaarde het ongeluk, teweeggebracht door overmacht en een noodlottige samenloop van omstandigheden, ten zeerste te betreuren, te meer, waar het incident aan een onderdaan van een bevriende mogendheid het leven had gekost en verscheidene anderen aan lichamelijk leed had blootgesteld.
De Duitse regering voegde hieraan toe, dat zij niet zou gedraald hebben aan de Nederlandse Regering opheldering over het gebeurde te verschaffen en haar oprecht leedwezen uit te spreken. indien het voorgevallene haar tijdig was gerapporteerd geweest. Zij verklaarde zich bereid aan de nagelaten betrekkingen van de 2e stuurman en aan de anders gewonde of ongesteld geworden schepelingen een schadeloosstelling uit te betalen, indien de Nederlandse Regering de uitkering van zodanige schadeloosstelling passend zou oordelen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
In de afgelopen week zijn te IJmuiden binnengekomen 5 Nederlandse stoomschepen en vertrokken 3 Nederlandse stoomschepen en 1 Engels stoomschip.


19 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De verscherpte duikbootoorlog.
Het alhier van Baton Rouge binnengekomen Nederlandse tankstoomschip LA CAMPINE rapporteert in het Engelse Kanaal door een Duitse onderzeeër te zijn beschoten. Nadat de bemanning zich in de boten had begeven, ging de gezagvoerder met de papieren naar de onderzeeër. Na inzage van de papieren kreeg men verlof de reis te vervolgen. Eerst is er een los schot gelost en daarna een scherp schot. Niemand is gekwetst. De lading bestaat uit ongeveer 3.100 ton petroleum. De LA CAMPINE behoort aan de American Petroleum Company.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 16 februari. Het stoomschip SATURNUS van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam, 6 januari in ballast naar New York vertrokken, is na een buitengewoon lange reis van 39 dagen te New York aangekomen.


20 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De verscherpte duikbootoorlog.
Bij geruchten vernemen wij, dat het stoomschip OOTMARSUM (2.312 ton), van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam en het stoomschip TROMPENBERG (1.608 ton) van de Stoomboot Maatschappij Hillegersberg te Amsterdam, getorpedeerd zijn. Naar wij vernemen, waren beide schepen met een verplichte kolenlading voor Engelse rekening van Engeland naar Las Palmas onderweg.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Scheepvaartmoeilijkheden.
Het Nederlandsche Correspondentiebureau in Den Haag schrijft:
Bij de bekende moeilijkheden komt thans de mededeling, dat Engeland wel bereid is, aan de met tarwe beladen schepen, in Britse havens voor het onderzoek van de scheepspapieren gedwongen verblijf houdend, toe te staan hun reis te vervolgen, doch dat alle met voederartikelen en de grondstoffen voor onze margarine-nijverheid beladen schepen voorlopig worden vastgehouden, totdat vaststaat, dat Nederlandse schepen zowel landbouwproducten als margarine naar Engeland zullen brengen. (Daarnaast worden ook de Nederlandse kolenschepen vastgehouden, totdat de reders de reeds in de dagbladen vermelde eisen zullen hebben ingewilligd).
Door al deze gebeurtenissen wordt de graanaanvoer belangrijk vertraagd. Reeds was op 1 dezer de aanvoer van de voedergranen ten gevolge van de machinistenstaking 13.000 ton en ten gevolge van de zeeliedenstaking 10.000 ton, totaal 23.000 ton, ten achter, waarbij dan nog komt de thans ontstane ernstige doch nog bezwaarlijk te becijferen achterstand.
Op het ogenblik is de toestand ten opzichte van de graanschepen aldus:
I°. 29 vrachtschepen liggen in Nederlandse havens, totdat met de Engelse regering overeenstemming is bereikt ten opzichte van de te volgen weg;
2°. 35 vrachtschepen, beladen met veevoeder en kunstmeststoffen, werden door de Engelse regering in Engelse havens aangehouden;
3°. 17 vrachtschepen liggen in Amerikaanse havens om redenen onder 1 genoemd;
4°. 44 vrachtschepen zijn voor het graanvervoer op de uit- of thuisreis; of en wanneer deze schepen zullen binnenkomen, is niet te zeggen.
Waar reeds thans met de beschikbare scheepsruimte nauwelijks enigszins voldoende hoeveelheid granen voor de voeding van mens en dier kan worden aangevoerd, behoeft het, met het oog op het bovenstaande, geen verder betoog, dat de toekomst ter zake verre van rooskleurig is. De meest mogelijke zuinigheid in het broodverbruik moet dan ook dringend worden aanbevolen. Mochten de thans geldende bepalingen ten aanzien van het verbruik van brood geen voldoende besparing teweeg brengen, dan zou een bruinbroodperiode of inkrimping van het thans vastgestelde rantsoen ernstig overwogen moeten worden. Eveneens moet de grootst mogelijke beperking in het verbruik van veevoeder worden aanbevolen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog.
De rederijen van de stoomschepen OOTMARSUM en de TROMPENBERG te Amsterdam hebben bericht ontvangen, dat de bemanningen van beide stoomschepen gered en te Brixham zijn geland. Verdere bijzonderheden zijn niet ontvangen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 februari. Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND, op de terugreis van West-Indië naar Nederland, heeft zaterdag St. Thomas verlaten met bestemming naar Ponta Delgada op de Azoren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 februari. De BATAVIER II.
Volgens vonnis van het prijsgerecht te Hamburg is het opgebrachte Nederlandse stoomschip BATAVIER II verbeurd verklaard, daar meer dan de halve lading uit contrabande bestond.

NRC 210217
De kleine zeevaart naar de Oostzee.
De schippersvereniging Gasselternijveen heeft de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel verzocht, aan de schepen van de kleine zeevaart, varende onder certificaat C, tijdens de tegenwoordige oorlog of zolang het Noord-Oostzeekanaal is gesloten, te vergunnen, rond Skagen te varen. De Minister heeft geantwoord, dat aan dit verzoek kan worden voldaan, onder voorwaarde, dat de uitwatering van de betrokken schepen met ¼ van de thans daarvoor vastgestelde maat wordt vermeerderd en de reddingsmiddelen voor ieder geval afzonderlijk worden beoordeeld en zo nodig volgens voorschriften van de Scheepvaartinspectie ingericht.


21 februari 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 20 februari. Van de werf ‘Vredenhof’ van de firma Wed. J.L. Ceuvel, Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam, werd met goed gevolg te water gelaten een stalen motor-directie-sleepboot, lang 15 meter, breed 3,20 meter en hol 1,55 meter. Het vaartuig zal voorzien worden van een 40 pk, 2-cilinder Kromhout MD-motor en is gebouwd voor rekening van de heer F.W. v.d. Kolk te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 20 februari. De rederijen van de stoomschepen OOTMARSUM en TROMPENBERG hebben bericht ontvangen, dat de bemanningen van beide stoomschepen gered en te Brixham zijn geland. De schepen zijn tot zinken gebracht.
De OOTMARSUM vertrok 17 januari van Amsterdam naar Barry. Het schip was 2.313 bruto, 1.466 netto reg. ton groot en het eigendom van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam. Het werd in 1900 gebouwd. De TROMPENBERG, van de Stoomboot Maatschappij Hillegersberg te Amsterdam, was 1.607 bruto, 1.009 netto ton groot, werd in 1906 gebouwd en vertrok 28 januari van Amsterdam naar Cardiff.


22 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De DRIEBERGEN getorpedeerd.
Het stoomschip DRIEBERGEN (1.884 ton), van de Naaml. Vennootschap Furness' Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij alhier, is bij het vertrek uit het Bristolkanaal getorpedeerd (opm: op 16 februari). De DRIEBERGEN was op 29 januari van Rotterdam naar Baltimore vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De TROMPENBERG en de OOTMARSUM.
Bij het Departement van Buitenlandse Zaken is telegrafisch nader bericht ontvangen, dat de stoomschepen TROMPENBERG en OOTMARSUM in de grond geboord zijn, na waarschuwing op een plek omstreeks 48°40' N.B. en 06°48' W.L.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lichtschip. Het lichtschip, dat nabij Doggersbank zal worden uitgelegd, is gistermiddag uit Nieuwediep vertrokken, gesleept door de sleepboot SIMSON.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De scheepvaart.
In de gisteravond te Amsterdam gehouden vergadering van de Vereeniging van Nederlandsche gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij, waarin 44 gezagvoerders en 66 stuurlieden tegenwoordig waren, is bij acclamatie besloten de Minister van Marine te verzoeken, twee vuurschepen in de vrijgelaten Noordelijke route uit te leggen, wijl naar het oordeel van de vergadering de vaart anders praktisch niet mogelijk is. Besloten werd niet uit te varen, alvorens het zuidelijke van deze twee lichtschepen is uitgelegd en toezegging voor het uitleggen van het anders is verkregen. Tevens zal aan de Reedersvereeniging en aan de Minister van Landbouw met aandrang worden verzocht, de schepen niet dan in onderling konvooi te laten vertrekken en behoorlijke regeling voor de leiding van die konvooien vast te stellen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De DRIEBERGEN.
Het stoomschip DRIEBERGEN had, toen het getorpedeerd werd, een lading steenkool aan boord en was, na lossing daarvan, bestemd om te Baltimore graan voor de Nederlandse Regering te halen.
Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, is van de Nederlandse consul te Brest bericht ontvangen van de torpedering in open zee van het stoomschip DRIEBERGEN. Bij de afzending van het bericht werd de equipage, die gered is, spoedig te Brest verwacht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De vaart op Oost-Indië. Het van Batavia thuis varende stoomschip KAWI, dat de reis via het Panamakanaal maakt, is 13 dezer van Padang vertrokken en het uitgaande stoomschip DJEBRES, dat te Bergen (Noorwegen) binnenliep, heeft heden de reis voortgezet.


23 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
Men meldt ons, dat de Minister van Marine gisteren namiddag aan een deputatie uit het bestuur van de Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij, bij een bespreking van de veiligheid van de vaart op de noordelijke route, heeft toegezegd, zo spoedig mogelijk als dit mogelijk is met het oog op bezwaren van personeel en materieel, het door de vereniging voor de thuisvaart noodzakelijk geachte tweede lichtschip te zullen uitleggen. Het thans uitgelegde lichtschip zal dan worden verlegd naar de door de vereniging in overweging gegeven plaats.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De AMBON.
Bij het Departement van Buitenlandse Zaken is bericht ontvangen van de consul-generaal te Londen, dat het Nederlandse schip AMBON op de thuisreis is getorpedeerd of op een mijn gelopen. Drie en veertig man van de bemanning zijn te Dartmouth geland. De kapitein en de officieren bleven aan boord.
Getracht wordt het schip met een Engelse patrouilleboot naar Plymouth te slepen.
De echtgenote van de gezagvoerder van de AMBON ontving gisteravond een telegram, luidende: „Ambon getorpedeerd, allen gered". De AMBON was geladen met stukgoederen en op weg van Engeland naar Nederlands-Indië.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog. Men deelt ons mee, dat de Nederlandse schepen NOORDDIJK, ZAANDIJK, BANDOENG, MENADO, EEMLAND, GAASTERLAND en JACATRA, die gistermorgen gezamenlijk uit Falmouth zijn vertrokken, gisteren te 10.30 uur Lizard zijn gepasseerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schepen losgelaten. Men seint ons uit Batavia:
De stoomschepen VAN OVERSTRAETEN, liggende te Fremantle en OMBILIN, liggende te Calcutta, zijn vrijgelaten. De VAN OVERSTRAETEN en de OMBILIN zijn beide stoomschepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Een Duitse duikboot gestrand.
Hedenmorgen is onder Domburg de Duitse duikboot B 30 met 14 opvarenden gestrand. Het oorlogsvaartuig is onder bewaking van de Marine gesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De scheepvaart.
Verschillende hier ter stede gevestigde rederijen zijn thans bezig haar voor Noord Amerika bestemde stoomschepen te provianderen en uit te rusten. Hoogst waarschijnlijk zullen die schepen morgenavond hun reis, langs de nieuwe noordelijke route en via Halifax, aanvaarden.
Het nieuwe lichtschip dat nabij Doggersbank wordt uitgelegd en dat door de sleepboot SIMSON naar zijn ligplaats is gesleept, heeft thans de bestemde plaats ingenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men seint ons uit Batavia, dat, ten einde tegemoet te komen nou de moeilijkheden betreffende de verscheping van producten, de firma Nordheim en Co. het zeilschip NEST heeft gecharterd, dat in mei naar Londen zal vertrekken met een volle lading rubber. Het zeilschip NEST (ex. LUCCO, ex. CHINSURA) meet 1.275 ton bruto. 1.217 ton netto. Het behoort aan P. Landborg & Zoon te Batavia. Het schip werd in 1868 te Birkenhead gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Moeilijkheden van onze scheepvaart.
Thans liggen in Engelse havens 21 schepen, die daarheen vertrokken waren om kolen voor Nederland te laden. Aan het geven van de kolen verbindt Engeland thans de voorwaarde, dat de schepen met een volle lading „licenced goods", d.w.z. wat Nederland betreft voornamelijk landbouwproducten en margarine, naar Engeland terugkeren. Bestaat voor het verkrijgen van een zodanige lading geen zekerheid, dan moet het schip zich verbinden twee reizen te maken met steenkool van Engeland naar een Franse haven. Ook de terugreis in ballast van die 21 stoomschepen naar Nederland, is niet mogelijk, daar deze schepen voor de terugreis bunkerkolen nodig hebben en deze niet door Engeland worden verstrekt, dan indien de schepen zich verbinden twee reizen met steenkolen te maken van Engeland naar een Franse Kanaalhaven of één reis naar de Golf van Biscaye en terug met erts naar Engeland. Het springt in het oog, dat de reizen tussen Engeland en Frankrijk, nu de verscherpte duikbootoorlog is afgekondigd, uitermate bezwaarlijk zijn. Bovendien verbonden de bestaande schikkingen aan de levering van steenkool voor lading en bunkers geen voorwaarden en men had alle reden om aan te nemen, dat deze schikkingen ten aanzien van de bewuste schepen zouden worden nagekomen.
De Engelse voorwaarden hebben tot gevolg gehad, dat de vaart van Nederlandse schepen op Engeland bijna geheel moest worden stopgezet; waar toch reeds 21 schepen van deze vaart de Engelse havens niet konden verlaten, zou het vertrek van nog meer schepen daarheen de moeilijkheden slechts vergroten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 februari. Het zoals destijds gemeld naar Emden opgebrachte stoomschip OOSTVOORNE, van de reder A. Jordens alhier, zal voorlopig voor Duitse rekening blijven varen tussen Duitsland en Kopenhagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 februari. Bij Furness Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij is bericht ingekomen, dat het Nederlandse stoomschip DRIEBERGEN van genoemde Maatschappij 16 februari gezonken is. De bemanning is vermoedelijk te Brest geland.
Het stoomschip DRIEBERGEN was in 1910 gebouwd, en mat bruto 1.884, netto 1.185 ton. Het schip was op 29 januari van Rotterdam naar Cardiff en 15 febr. van Cardiff naar Huelva vertrokken met kolen.

RN 230217
Het lichtschip, dat nabij Doggersbank zal worden uitgelegd, is hedenmiddag uit Nieuwediep vertrokken gesleept door de sleepboot SIMSON.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 21 februari. Heden is van hier vertrokken het bij de heren E.J. Smit te Westerbroek voor Noorse rekening nieuw gebouwd stoomschip LODS, 1.362,90 m3 bruto of 748,76 m3 netto, met een machine van 400 ipk, kapt. Bj. Hansen, buitenom naar Rotterdam. Gemeld schip ligt reeds vanaf begin november van het vorige jaar hier in de haven en is voor een firma te Bergen (Noorwegen).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip DRIEBERGEN getorpedeerd.
Het in 1910 gebouwde Nederlandse stoomschip DRIEBERGEN van de N.V. Furness’ Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij, metende bruto 1.884 ton en netto 1.185 ton, dat 15 dezer van Cardiff naar Huelva vertrokken was met een lading steenkolen, is 16 dezer getorpedeerd. Van de Hollandse consul uit Brest is bij de directie bericht ontvangen, dat de bemanning aldaar geland is. Verdere bijzonderheden ontbreken tot nu toe. Het stoomschip DRIEBERGEN was op de Rotterdamse beurs verzekerd voor NLG 900.000. Het verlies voor assuradeuren is te groter omdat het schip reeds in december verzekerd was en de polis nog lopende was tegen het lage percentage van 4%. Het schip was bestemd om na afloop van deze reis graan te halen voor de Nederlandse Regering in Baltimore of Boston. Wij vernemen nog nader, dat de lading verzekerd was voor NLG 150.000.


24 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Scheepvaart.
Rotterdam, 24 februari. De volgende stoomschepen liggen geproviandeerd en bemonsterd in de haven alhier gereed tot vertrek: RANDWIJK en BRUNSWIJK, beide van de firma Erhardt & Dekkers; OOSTDIJK en NOORDDIJK, beide van de firma Solleveld & Van der Meer; MAGDALENA, ELISABETH en CORNELIS, alle drie van de firma Lensen; PARKHAVEN, van de firma Gebr. Van Uden; ARUNDO, van de Maatschappij Zeevaart; ALIOTH, TUBAN, YLDUM, MIZAR en DUBHE, alle van de firma Nievelt, Goudriaan & Co., TURBINIA en WIERINGEN, van de firma Ruys & Co, SCHIEDIJK en IJSELDIJK, van de Holland Amerika Lijn. Naar wij vernemen, is het vertrek van de SCHIEDIJK vastgesteld op maandag en dat van de IJSELDIJK op dinsdag.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Loonregeling machinisten ter koopvaardij.
Uit de in het vorige Ochtendblad vermelde beslissing van de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel ten opzichte van de gages van de machinisten ter koopvaardij, blijkt, dat behoudens een wijziging in de vorm, vrijwel de opzet is gevolgd van de gageregeling, welke de Scheepvaart-Vereeniging de Bond van Machinisten ter Koopvaardij het laatst heeft aangeboden. Mede op grond van het feit, dat de gevaren, welke thans op zee dreigen, sedert de beëindiging van het conflict nog zijn vermeerderd, heeft de Minister echter gemeend de oorlogsbijslagen belangrijk te moeten verhogen. De Scheepvaart-Vereeniging, van oordeel, dat de billijkheid gebood de bestaande regeling ten opzichte van de gages van de stuurlieden en mindere schepelingen met de door de Minister genomen beslissing in overeenstemming te brengen, heeft in haar gisteren gehouden ledenvergadering dienovereenkomstig besloten en hiervan aan de Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij en aan de Nederlandsche Zeemans-Vereeniging Volharding mededeling gedaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De SINDORO. Volgens telegrafische mededeling is de deputatie van Indië Weerbaar, die met het thans te Gibraltar liggende stoomschip SINDORO uit Indië vertrok, te Geneve aangekomen.
Naar de Nieuwe Ct. verneemt, heeft de Minister van Buitenlandse Zaken op verzoek van koloniën pogingen in het werk gesteld om een regeling voor de terugkeer van passagiers van de SINDORO te treffen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Een Duitse duikboot gestrand.
De Duitse duikboot, die gisteren bij Domburg is gestrand, is vlot geraakt en naar Vlissingen gesleept, waar ze gisteren namiddag kwart over vier is aangekomen.
Uit Vlissingen meldt men ons nader: De Duitse duikboot is kleiner dan die, welke enkele weken geleden binnenkwam; ze meet naar schatting 350 ton. De bemanning is groter dan aanvankelijk uit Domburg werd bericht; wij telden reeds 25 personen. De boeg van de boot is enigszins ontzet. De commandant van de duikboot is door de versperringscommandant gehoord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Zes schepen getorpedeerd.
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft een telegram ontvangen van onze gezant te Londen, meldende, dat deze een telegram had ontvangen van de Scilly Eilanden van kapt. De Koning van het Nederlandse schip NOORDERDYK, dat de schepen NOORDERDYK, ZAANDIJK, JACATRA, BANDOENG, EEMLAND en GAASTERLAND, die 23 dezer van Falmouth tezamen waren vertrokken, te 5 uur nm. van de 22e door een Duitse duikboot zijn getorpedeerd. De Minister heeft dadelijk inlichtingen gevraagd omtrent het lot van de opvarenden.
(Officieel.) Toen de onbeperkte duikbootoorlog werd afgekondigd, heeft de Nederlandse Regering niet alleen haar bereids openbaar gemaakt protest daartegen doen horen, maar er tevens bij de Duitse regering op aangedrongen, dat zou worden zorg gedragen, dat geen op dat ogenblik van of naar Nederlandse havens onderweg zijnde schepen van de nieuwe maatregel het slachtoffer zouden worden. De Duitse regering verklaarde zich bereid aan dat verlangen tegemoet te komen onder toevoeging evenwel, dat het haar onmogelijk was absolute veiligheid te waarborgen.
Van de te Falmouth liggende Nederlandse schepen waren de JACATRA, de MENADO, de BANDOENG, de NOORDERDYK, de ZAANDIJK, de EEMLAND en de GAASTERLAND in staat gebruik te maken van een gelegenheid, die hun van Duitse zijde werd geboden om op 22 februari de haven te verlaten. Zij moesten zich daartoe tezamen blijvende westwaarts uit het onveilige gebied verwijderen en verder buiten dit gebied blijvende hun weg vervolgen. Blijkens het bericht van Hr.Ms. gezant te Londen zijn de schepen de 22e februari tezamen vertrokken, doch moest de MENADO met machineschade de reis reeds spoedig opgeven en gesleept naar een Engelse haven terugkeren. Een nader telegram van de gezant meldt thans, dat de zes overgebleven schepen ‘s namiddags tezamen door een duikboot zijn getorpedeerd, zonder dat de scheepspapieren werden ingezien.
De laatst ontvangen berichten houden in, dat de EEMLAND, BANDOENG en ZAANDIJK nog drijvende zijn; dat tweehonderd leden van de bemanningen te Penzance zijn geland en dat men aanneemt dat ook de rest van de bemanningen veilig is. Naar wij vernemen, is het stoomschip MENADO, dat op dezelfde dag als de getorpedeerde schepen uit Falmouth was vertrokken, aan het gevaar ontkomen, doordien dat schip wegens averij aan de machine uit zee naar de haven had moeten terugkeren.
Wij vernemen nog, dat de MENADO te Falmouth is binnengelopen. De EEMLAND, de BANDOENG en de ZAANDIJK moeten nog drijvende zijn. Van de bemanningen zijn 200 te Penzance (Cornwall) geland. Ook de rest van de bemanningen moet in veiligheid zijn.
De directie van de Rotterdamsche Lloyd heeft van de gezagvoerder van de MENADO een telegram ontvangen, meldende, dat de MENADO naar Falmouth gesleept werd en dat de bemanning op de Scilly Eilanden geland is. Uit dit telegram zou dus zijn af te leiden, dat ook de MENADO getorpedeerd is.
Naar wij vernemen, heeft de Holland Amerika Lijn bericht ontvangen, dat de opvarenden van de NOORDERDYK en de ZAANDIJK gered zijn en geland te St. Mary, een van de Scilly Eilanden.
De directie van de Rotterdamsche Lloyd meldt dat de bemanning van de BANDOENG eveneens op de Scilly Eilanden geland is.
Uit Amsterdam meldt men ons: Het bericht betreffende de torpedering heeft in Amsterdamse rederskringen een zeer ontstellende indruk gemaakt, juist om de omstandigheden, waaronder die terpedering plaats vond. Toen hedenochtend het gerucht de ronde deed, weigerde men aanvankelijk er geloof aan te slaan, totdat de officiële bevestiging alle twijfel wegnam. Wij hebben een onderhoud gehad met een bekende figuur uit de scheepvaartkringen. Hij deelde ons mee, dat voorlopig althans, door hem en zijn collega's het varen, zo niet onmogelijk, dan toch hoogst bezwaarlijk wordt geacht. De zeven nu getorpedeerde schepen vertrokken uit Falmouth op 22 dezer, nadat onze Regering de Duitse regering officieel van dat vertrek had verwittigd, met opgave van die overigens geheim gehouden datum. Men meende, dat nu aan de schepen een veilige vaart zou zijn verzekerd, d.w.z. men wist wel, dat slechts relatieve veiligheid gegarandeerd werd, maar men kon niet vermoeden, dat het de bedoeling van de Duitse regering zou zijn de Nederlandse schepen te doen vernietigen, waar die schepen eenvoudig Engeland aandeden, omdat het Engelse gouvernement dit eist, maar die daar verder niets te maken hadden.
De vergadering van reders, die hedenmiddag half drie te 's-Gravenhage in De Twee Steden gehouden wordt, zal zeker ernstig overwegen, of niet de ganse scheepvaart moet worden stop gezet, temeer waar tot 5 maart ook in het geultje tussen het Engelse en Duitse blokkadegebied slechts relatieve veiligheid voor de neutrale schepen bestaat. Onze zegsman meende ook, dat assureren van onze schepen, gezien het gebeurde, weldra onmogelijk zal worden.
Om half vier hedenmiddag heeft op het Ministerie van Buitenlandse Zaken een conferentie plaats met de voornaamste Nederlandse reders.
Naar wij vernemen, hebben de directies van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en van de Rotterdamsche Lloyd aan haar schepen Juliana, Ternate en Deli, die op weg zijn van Indië naar hier, order gegeven haar ladingen Indische producten te Port Said te lossen en daarna naar Indië terug te keren.
De NOORDERDYK mat 7.166 bruto reg. ton, de ZAANDIJK (eveneens van de Holland Amerika Lijn) 4.188. De BANDOENG (5.851 bruto reg. ton) en de JACATRA (5.373 bruto reg. ton) waren het eigendom van de Rott. Lloyd, de EEMLAND (3.770 bruto reg. ton) en de GAASTERLAND (3.917 bruto reg. ton) van de Kon. Holl. Lloyd.
De zeven schepen waren donderdagmorgen uit Falmouth vertrokken. De NOORDERDYK, de BANDOENG, de JACATRA en de MENADO waren op de thuisreis naar Rotterdam; de ZAANDIJK was op weg van Rotterdam naar Philadelphia, de EEMLAND en de GAASTERLAND van Amsterdam naar New York. De NOORDERDYK, van New York komende, had graan en meel voor de Nederlandse Regering aan boord; de JACATRA kwam van New York met tarwe voor de regering. De ZAANDIJK, de EEMLAND en de GAASTERLAND waren in ballast uitgevaren om graan voor de regering te halen. De BANDOENG en de MENADO kwamen uit Batavia, geladen met Java-producten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De AMBON. Wij vernemen, dat de AMBON, van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, die zoals men weet getorpedeerd werd, reeds te Plymouth in het dok staat. De torpedo heeft het schip in de machinekamer getroffen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De AMBON in gevaar.
De Londense correspondent van de Tel. seint: Ik verneem dat het Nederlandse stoomschip AMBON van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam, (bijna 4.000 ton groot), woensdag door een Duitse duikboot aangehouden werd. De bemanning verliet het schip, dat vervolgens getorpedeerd werd. De AMBON bleef echter drijvend. Bij gevolg gingen de kapitein en vier officieren naar hun schip terug, terwijl de rest van de bemanning aan land is gezet. Ik heb nog nadere berichten ontvangen wat er van de AMBON geworden is. Misschien blijkt het mogelijk het schip te redden. Naar wij vernemen was het stoomschip AMBON geladen met stukgoed en op weg van Londen naar Nederlands-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De bemanningen van de TROMPENBERG en OOTMARSUM.
Uit Londen wordt aan de Tel. gemeld: De bemanningen van de gezonken Amsterdamse stoomschepen TROMPENBERG en OOTMARSUM kwamen hier donderdag per trein van Dartmouth aan. Zij werden aan het station opgewacht door de vertegenwoordiger van de Maatschappij, die hen naar hun verblijfplaatsen bracht. Onder hen bevonden zich de jonge vrouw en een zoontje van de kapitein van de OOTMARSUM. De mannen zagen er goed uit. Sommigen droegen hun geredde bezittingen, maar de meesten die blijkbaar alles verloren hadden, waren zonder bagage. Ik kon niets uit hen krijgen. De Nederlandse autoriteiten hier hadden hun monden hermetisch gesloten.
Ik vernam echter van geheel onafhankelijke en alleszins betrouwbare bron, dat de TROMPENBERG en de OOTMARSUM tezamen waren toen ze door een Duitse duikboot werden aangehouden, die, nadat de bemanningen de schepen hadden verlaten, ze met bommen tot zinken brachten. Zoals reeds is meegedeeld, pikte een Noorse stoomboot de bemanningen op en zette hen aan land.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 februari. De reder A. Jordens verzoekt ons mee te delen dat het bericht, als zou het stoomschip OOSTVOORNE voorlopig voor Duitse rekening blijven varen tussen Duitsland en Kopenhagen (zie vorig No.) onjuist is. Het schip ligt nog steeds te Emden, waarheen het destijds werd opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 februari. Door de directie van de Vrachtvaart Maatschappij ‘Bothnia’ is een circulaire gepubliceerd, waarin zij o.a. zegt dat hare bedoeling is:
1°. bescherming van de Maatschappij tegen speculatieve liquidatie;
2°. bescherming tegen te verwachten vreemde invloed en daar er personen zijn, die onmiddellijk winstmaking boven een krachtig voortleven van de Maatschappij stellen, wordt opgemerkt dat het een lafheid zou zijn, de financieel krachtige Maatschappij ten dode te doemen, in plaats van haar tot grote bloei te leiden.
Voorts wordt bevestigd, dat het niet de bedoeling is thans reeds nieuwe schepen aan te schaffen. De voortzetting van het bedrijf zal met alle omzichtigheid geschieden. Voor alle oorlogvoerende landen kan het een levenskwestie worden bij de te verwachten reusachtige economische strijd na de oorlog onder neutrale vlag hun scheepvaart weer te doen herleven en waar zij kunnen, zullen zij trachten zeggingskracht in neutrale maatschappijen te verwerven. Dit te beletten is ongetwijfeld een nationaal belang.
Na afwikkeling van de assurantieregelingen en schadevergoedingen voor torpedering, zullen voorstellen worden ingediend, waardoor het bezit van preferente aandelen voor vreemdelingen zowel direct als indirect uitgesloten blijft.
Om allen schijn van persoonlijk voordeel voor eventuele preferente aandeelhouders te vermijden, zal zij de bepaling opnemen dat deze aandeelhouders nooit meer dan 4% dividend zullen genieten en bij liquidatie nooit meer dan 100% van hun vordering. De directie verwacht hierdoor voldoende duidelijk te hebben gemaakt dat overwegingen van hoger orde haar voorstellen deden ontstaan, terwijl zij meende spoed te moeten maken, omdat haar van betrouwbare zijde was meegedeeld dat reeds belangrijke aankopen voor vreemde rekening plaats hadden. Zij is van oordeel dat het van aandeelhouders gevraagde offer niet te zwaar is voor het keren van de geschetste gevaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weltevreden, 19 februari. Alle te Fremantle, Calcutta en Rangoon liggende stoomschepen van de Paketvaart Maatschappij zijn thans uitgeklaard.


25 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De scheepvaart. In een gisteren gehouden vergadering van het bestuur van de Nederlandsche Reedersvereeniging is, na overleg met de rederijen van de tot vertrek naar Noord Amerika gereed liggende schepen, besloten, deze schepen niet te laten uitvaren, alvorens de noordelijke route voldoende veilig geacht kan worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De gevolgen van het vasthouden van onze schepen in Engelse havens.
Het Nederlandsche Correspondentiebureau in Den Haag meldt: Op het ogenblik worden in Engeland vastgehouden drie schepen, inhoudende 20.000 ton Chilisalpeter. Schepen, die de laatste 14 dagen door het Panamakanaal zijn gekomen, worden voorlopig door de rederijen tot nader bericht opgehouden in Amerika. Volgens dezer dagen ontvangen bericht, zijn deze naar de Bermuda’s gezonden voor Engels onderzoek. Hoe dit verder zal gaan, daarop heeft men niet de minste kijk. Het vorige jaar was men in Nederland met de distributie omstreeks deze tijd vooruit, dit jaar is men daarmee ten achter en als gevolg daarvan wordt een mindere opbrengst van de gewassen verwacht. De hier te lande benodigde superfosfaat werd voor een deel in Amerika gekocht. De nodige scheepsruimte werd gedeeltelijk in Amerika bevracht en gedeeltelijk in ballast uit Nederland daarheen gezonden. De grote moeilijkheid van dit ogenblik is ontstaan, toen de meeste schepen in Amerika begonnen waren met laden. Eén van de schepen heeft Amerika verlaten voor de moeilijkheden en is onderweg naar Nederland; een schip weigerde met laden te beginnen, en een schip, dat in ballast zou uitvaren, heeft geweigerd uit Nederland te vertrekken.
Vooral het vasthouden van de Chilisalpeter in de Engelse havens, waar de schepen eenvoudig zijn binnengekomen voor het vertonen van de papieren, en voor welke vasthouding dus geen enkele plausibele reden is te vinden, zal van geweldige invloed zijn op de oogst hier te lande, en als de schepen niet buitengewoon snel worden losgelaten, staat het vast, dat de opbrengst van onze verschillende gewassen, graan, aardappelen, suikerbieten, zeer klein zal worden. Afgezien van de vraag, of deze nog tijdig in Nederland terug zouden zijn, bestaat die mogelijkheid niet, indien de Engelse regering blijft eisen, dat schepen uit Nederland naar een haven ten zuiden van Kaap Hatteras gaande, eerst een haven van Engeland aandoen en vandaar kolen meenemen naar een Brits kolenstation. De ervaring van de laatste dagen heeft wel geleerd, aan welke gevaren de schepen zich daardoor zouden blootstellen. Ook de moeilijkheden bij de aanvoer van superfosfaat zullen, hoewel die nog niet geheel kunnen worden overzien, ongetwijfeld hun invloed op de uitkomsten van de oogst doen gelden. Het voorgaande betreft de in Nederland te telen gewassen en de hier te verkrijgen oogst, maar daarnaast wordt het in de Engelse havens vasthouden van veevoeder zeer bedenkelijk. Het kan niet anders, of zeer spoedig zal een besluit moeten worden genomen, om een deel van de veestapel af te slachten, met alle gevolgen van dien, als: Minder varkensvlees, minder spek, minder melk, minder boter, minder kaas en voor wat de -pluimgedierte stapel betreft, minder eieren. Op het ogenblik worden in Engelse havens vastgehouden zes schepen, welke in lading hebben, 4.000 ton rogge, 38.500 ton mais, 14.620 ton haver, 24.470 ton gerst en 15.038 ton lijnkoeken, totaal ongeveer 96.600 ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Nederland. De getorpedeerde Nederlandse schepen.
Onze Londense correspondent seint: Alle zeven getorpedeerde schepen voeren achter elkaar, toen zij om zes uur 's middags werden aangehouden door een Duitse duikboot, die de bemanningen vijf minuten tijd gaf. Er was geen paniek hoegenaamd. Van de opvarenden, die allen zijn gered, zijn vandaag 225 te Londen aangekomen. Het is lastig hen te herbergen. Zeventig zijn ergens op de Zuidkust geland en worden vandaag of morgen te Londen verwacht. De EEMLAND, ZAANDIJK en BANDOENG zijn op het strand gezet. De MENADO is in de haven teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vrachtvaart Maatschappij Bothnia.
Gisteren heeft de vergadering plaats gehad van het voorlopig comité ter behartiging van de belangen van de aandeelhouders van de Vrachtvaart Mij. Bothnia.
Naar wij vernemen is het in de aanvang van de vergadering enigszins rumoerig toegegaan, doordat de aanwezige heren mr. Lind en Groenewegen weigerden zich te onderwerpen aan punt 1 van de agenda, waarbij bepaald was, dat zij die het niet met de actie van het voorlopige comité eens konden zijn, de vergadering zouden hebben te verlaten. Er werd zelfs een ogenblik gedreigd met verwijdering door de politie, doch later werd overeengekomen, dat genoemde heren aanwezig konden blijven mits zij verder noch het woord zouden voeren noch hun stem uitbrengen. Het voorlopig comité is tot definitief comité gekozen. Besloten is een buitengewone algemene vergadering van de Vrachtvaart Mij. Bothnia aan te vragen met de volgende voorstellen:
a. Ontslag van directie en commissarissen en benoeming van nieuwe functionarissen.
b. Statutenwijziging.
c. Voorstel tot uitkering aan aandeelhouders van alle bezit van de vennootschap (reserves inbegrepen) boven het bestaande schip en het tot exploitatie benodigde kapitaal ter waarde van ongeveer NLG 700.000 gelijk aan het gestort maatschappelijk kapitaal (gedeeltelijke liquidatie.)


26 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De SINDORO. Het Nederlandsche Correspondentiebureau in Den Haag meldt, dat het stoomschip SINDORO, dat op de thuisreis uit Indië te Gibraltar ligt, door voorziening met kolen in de gelegenheid zal worden gesteld de reis naar Nederland voort te zetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 februari. Volgens alhier ontvangen berichten is het Nederlandse schip ANNETTE (zie Avondblad 26 januari) buiten ijsgevaar. Het ligt thans te Aalborg te wachten tot het ijsgevaar geheel is geweken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 26 februari. De Nederlandse zeesleepboot UTRECHT, met het stoomschip CURAÇAO op sleeptouw, van West-Indië via de westkust van Afrika naar Rotterdam, arriveerde 21 dezer te Rufisque; alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 24 februari. Van de werf van de Fa. J. Smit & Zn. te Foxhol werd heden met goed gevolg te water gelaten een stalen drie-mast schoener, groot 500 ton d.w., in aanbouw voor rekening van de Fa. Frater Smid & Zn. alhier. Bedoeld schip zal worden voorzien van een 130 pk Kromhout ruw-olie motor. (opm: dit is de HARRY FRATER)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gestrande Duitse onderzeeër.
De Duitse duikboot, die bij Domburg strandde is vrijdagmiddag te Vlissingen binnengebracht. Zij is kleiner dan die, welke voor enige weken daar binnen kwam en later weer werd vrijgelaten, naar schatting 350 ton groot. De bemanning is groter dan aanvankelijk uit Domburg werd bericht. Men telde reeds 25 personen. De boeg van de boot is enigszins ontzet. De boot is in de binnenhaven gemeerd, in afwachting van orders wat met boot en bemanning moet worden gedaan. De commandant is door de versperringscommandant gehoord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gestrande Duitse onderzeeër.
Naar wij vernemen, wordt de Duitse duikboot, die gisteren te Vlissingen is binnengebracht, heden weer vrijgelaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 23 februari. De stoomschepen VAN OVERSTRAETEN, liggende te Fremantle, en OMBILIN, liggende te Calcutta, zijn vrijgelaten. De VAN OVERSTRAETEN en de OMBILIN zijn beide stoomschepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.


27 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De DRIEBERGEN.
Men deelt ons mee, dat de volledige bemanning van het dezer dagen getorpedeerde Nederlandse schip DRIEBERGEN thans naar Havre vertrokken is en daar zal wachten op gelegenheid tot het ondernemen van de terugreis naar ons land.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vrijgegeven goud. Enige tijd geleden waren verschillende partijen goud, bestemd voor de Javasche Bank en de Nederlandsch-Indische Handelsbank, welke zich bevonden op de stoomschepen KAWI, GOENTOER en REMBRANDT, door de Engelse autoriteiten aangehouden. Naar gebleken is, berustte deze aanhouding op een misverstand, hetwelk, dank zij de bemoeiingen van de N.O.T. is opgehelderd, zodat dan ook — naar wij thans vernemen — de bedoelde partijen alle zijn vrijgegeven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 26 februari. De grote Deense zeesleepboot HANS (zie Avondblad 23 januari) die, naar men weet, onlangs in het Reitdiep nabij Zoutkamp in het ijs vastraakte, is thans weer vlot gekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De scheepvaart. Naar men ons meldt, is er sprake van, dat op 5 of 6 maart een aantal schepen uit Rotterdam en Amsterdam naar Amerika zal vertrekken, in verband met de verzekering van de Duitse regering, dat dan de noordelijke route veilig zal zijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De sleepboten GOUWZEE en ZUIDERZEE.
Naar aan het Hdbl. wordt gemeld, heeft het prijsgerecht te Hamburg in zijn laatste zitting verklaard, dat de opbrenging van de sleepboten GOUWZEE en ZUIDERZEE, die onlangs met vier lichters naar Zeebrugge werden opgebracht, rechtmatig geschiedde en dientengevolge de vordering tot teruggave van deze schepen is afgewezen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Duitse duikboot geïnterneerd.
Het was een bittere ironie, in hetzelfde nummer dat het onheilsrelaas van de torpedering van 7 Nederlandse schepen door het Duitse oorlogsgeweld bevatte, het bericht aan te treffen, dat de Duitse duikboot, die door de zee op het strand van Walcheren werd geworpen, naar Vlissingen was gesleept en …. vrijgelaten. Dit bericht was echter onjuist. De U-30 is zondag geïnterneerd, meldt het maandagochtendblad. Er was zondagmiddag aan de havenkant te Vlissingen grote belangstelling voor de voorbereidende maatregelen, die de Duitsers troffen voor het verlaten van de boot. Verscheidene marine- en legerautoriteiten stonden nabij het vaartuig. Ook de Duitse consul van Vlissingen bevond zich ter plaatse. Eindelijk kwamen Hollandse matrozen patroontassen, geweren en ander klein materiaal van boord halen. De commandant van de duikboot sprak zijn manschappen toe; na driemaal herhaald ”Hoch” kwamen allen over de smalle loopplank aan wal. De commandant droeg het ijzeren kruis. De matrozen hieven de bagage op de schouder en stapten heen. Intussen was een sleepboot genaderd, een tros werd uitgegooid, een Hollandse bemanning was aan boord van de onderzeeër gestapt, de sleepboot trok de U-30 weg het kanaal op en weldra verdween de onderzeeër in de schemering. Zijn eerste bestemming is Veere. De Duitse manschappen schreden tussen de Nederlandse wacht voort. Ze hadden hun beste pakje aangeschoten. In niets verrieden ze hun gevoelens, hetzij teleurstelling of voldoening.


28 februari 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De getorpedeerde Nederlandse schepen.
Het Nederlandsche Correspondentiebureau in Den Haag meldt ons: Bij navraag aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken in verband met het bericht over de bereidverklaring van de Duitse regering tot tegemoetkoming in het verlies van de 7 Nederlandse getorpedeerde schepen kon ons geen officiële bevestiging van bericht worden gegeven. Een onduidelijkheid in de ter zake uit Berlijn ontvangen telegrammen heeft n.l. het Duitse gezantschap alhier verhinderd een stellige en volledige kennisgeving aan de Nederlandse regering te doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. Van de werf van de N,V. Boele’s Scheepswerven en Machinefabriek te Slikkerveer werd gistermorgen te water gelaten de stalen romp van het Noorse stoomschip HOLMEN. De boot lang 240, breed 36 en hol 19 voet, is van het enkeldek-type. met brug, bak en campagne. Het schip is daarop gesleept naar de machinefabriek van gemelde N.V. te Bolnes, waar ds machines en ketels vervaardigd zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. Te Vlaardingen wordt op de werf van A. de Jong een stalen drie-mast motorschoener gebouwd, groot 560 ton en op de werf van Gebr. Van der Meer een houten motorschoener met stalen spanten, groot 400 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. Van de werf van Gebr. Van der Windt te Vlaardingen is tewater gelaten de stoomlogger VOORWAARTS (VL-142) gebouwd voor de Doggermaatschappij te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. Volgens alhier ontvangen berichten is het Nederlandse schip ANNETTE buiten ijsgevaar. Het ligt thans te Aalborg te wachten totdat het ijsgevaar geheel is geweken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. De juiste ligplaats van het Nederlandse lichtschip, uitgelegd in de vaargeul opengelaten tussen de door Engeland en Duitsland gesloten verklaarde gebieden, is op 55°12' N.B. en 04°28' O.L. Greenwich.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 februari. Naar men verneemt heeft de netto winst over 1916 van de Stoomboot Maatschappij ‘Hillegersberg’ NLG 909.473 bedragen tegen NLG 643.476 in 1915. Op de balans paraisseren de stoomschepen evenals het vorige jaar tegen inkoopsprijs, verminderd met een verdere afschrijving ten bedrage van NLG 115.000, zodat de totale afschrijving thans ruim NLG 320.000 bedraagt.


01 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reuter seint ons uit Londen: Bij informatie aan het Nederlandse gezantschap is geen bevestiging gekregen van het bericht, dat de drie Nederlandse stoomschepen BANDOENG, EEMLAND en ZAANDIJK, aan boord waarvan de Duitsers bommen gebracht hadden, nog drijvende waren. Integendeel, de laatste berichten, door de agenten van de betrokken maatschappijen ontvangen, wijzen er op, dat de schepen verloren zijn en daar tot heden alle nasporingen naar de schepen geen resultaat hebben opgeleverd, kan men niet meer hopen, dat ze nog drijvende zijn. De BANDOENG had een kostbare lading uit Nederlands Oost-Indië aan boord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wolff seint ons uit Berlijn: Een van onze duikboten ontmoette (datum ontbreekt — Red.) ongeveer 20 zeemijlen ten westen van de Scilly-eilanden in het versperde gebied aan Nederlands stoomschip (uit het vervolg van het telegram is af te leiden: de JACATRA — Red.), dat met graan voor de Nederlandse regering aan boord op weg naar Rotterdam was. Daar de tijd, waarbinnen onzijdige schepen in deze wateren zouden verschoond blijven, nog niet verstreken was, werd het stoomschip vrijgelaten, maar de gezagvoerder kreeg de dringende raad om te keren, het versperde gebied te verlaten en ten noorden en oosten daarvan naar Nederland de reis voort te zetten. Hem werd het door Duitsland geblokkeerde gebied in tekening meegegeven. Trots de dringende waarschuwing heeft het stoomschip de vaart naar Het Kanaal voortgezet. De JACATRA liep — vrijwillig of onvrijwillig, dat is hier in Berlijn niet bekend — een Engelse haven: Dartmouth of Falmouth binnen en het gevolg was, dat het stoomschip later behoorde tot de 22 februari uit deze havens vertrokken Nederlandse stoomschepen, die bij de Scilly-eilanden in de grond werden geboord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Getorpedeerd?
Het te Groningen thuis behorende tjalkschip MARIA ADRIANA, kapitein Jan Pieter Klugkist, dat 24 februari in ballast van Havre naar Teignmouth vertrokken is om er pijpaarde voor Rotterdam te laden, is, zo meldt de Nieuwe Groninger Ct., op die reis zeer waarschijnlijk getorpedeerd. De Nederlandse viceconsul in Havre heeft aan onze regering geseind: De bemanning van de MARIA ADRIANA is gered en aan wal gebracht. Te Groningen is een tweede telegram ontvangen, waarin wordt gezegd, dat de bemanning te Fécamp (bij Havre) is geland. De MARIA ADRIANA, vroeger MARGARETHA geheten, was een stalen schip van 87 registerton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De GROTIUS.
Gisteren zijn 17 passagiers van de GROTIUS met een Engels schip hier te lande aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 februari. Het nieuw gebouwde Noorse stoomschip LODS, dat de 21e februari van hier naar Rotterdam vertrok, keerde, vergezeld van het Duitse wachtschip, op de rede alhier terug. Het stoomschip is al die tijd door de Duitse marine opgehouden te Borkum, doch het zal waarschijnlijk nu de reis kunnen voortzetten.


02 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De ALBERDINA.
Het te Delfzijl thuis behorende schoenerschip ALBERDINA, kapitein J.J. Valom, in ballast op reis van Havre naar Tynemouth, is, naar de Nieuwe Groninger Courant verneemt, door een Duitse duikboot getorpedeerd. De bemanning is gered en te Alderney geland.
(De ALBERDINA mat 134 ton en behoorde aan de heer W. Hoeksema. - Red.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De getorpedeerde schepen.
Reuter seint ons uit Londen: Van gezaghebbende zijde vernemen wij (Reuter) het volgende: Het Duitse draadloze bericht van 27 februari over de torpedering van 7 Nederlandse stoomschepen door een Duitse duikboot ondanks de verzekering van veiligheid, door de Duitse regering gegeven, doet alle moeite om de nadruk te leggen op het feit, dat alleen “betrekkelijke'' veiligheid was verzekerd, indien de schepen 22 februari vertrokken. Het Duitse bericht vervolgt: Deze zelfde betrekkelijke veiligheid blijft ook voor de vrije route voor de scheepvaart op de Noordzee, welke Duitsland heeft aangegeven als tegemoetkoming aan Nederlands behoeften. Het is van belang op te merken, wat “betrekkelijke veiligheid" voor onzijdige schepen betekent van Duits standpunt. Als de weg over de Noordzee even betrekkelijk veilig is voor de Nederlandse scheepvaart als door Duitsland bepaald voor schepen, welke 22 februari uit Falmouth vertrokken, kan dit feit nauwelijks geruststellend zijn voor Nederlandse rederijen, daar de “betrekkelijke veiligheid” neerkomt op vernietiging.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan de overzijde van het IJ.
G. de Vries Lentsch Jr. te Purmerend heeft tot B. & W. het verzoek gericht te bevorderen, dat hem, voor de vestiging van een scheepsbouwwerf, voor de tijd van vijf jaar in huur wordt afgestaan een gemeenteterrein, gelegen aan de Klaverweg, het Tolhuiskanaal en het IJ, ter grootte van ongeveer 6.000 m2, tegen een, na onderhandeling, overeengekomen huurprijs van NLG 0,30 per m2 per jaar, mits hem voor de huurtermijn het recht wordt toegekend, dit terrein voor de tijd van 50 jaar in erfpacht te aanvaarden tegen een canon, eveneens van NLG 0,30 per m2 per jaar. B. & W. stellen de raad voor, dienovereenkomstig te besluiten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 maart. De directie van de Rotterdamsche Lloyd deelt ons mee, bericht te hebben ontvangen van haar agenten te Londen betreffende de schade aan het stoomschip MENADO. Die schade blijkt te bestaan uit een gat aan bakboordzijde van ongeveer 4 voet en een gat van 2 voet aan stuurboordzijde in ruim No. 3, onder de waterlijn ongeveer 10 voet achter het schot van de machinekamer. Deze gaten zullen door een duiker voorlopig kunnen worden dichtgemaakt. De machines en ketels zijn intact gebleven. In ruim 3 staat 24 voet water, in ruim 4 is het water door pompen reeds teruggebracht van 5 voet tot 1 voet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
De uitvoerende commissie van de N.O.T. deelt mee, dat de onderhandelingen, welke de N.O.T. met de Britse regering heeft gevoerd, betref het hervatten van de scheepvaart, reeds voor een aantal stoomschepen tot een gunstig resultaat hebben geleid, waaromtrent nadere uitvoerige mededelingen volgen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij. Buitengewone Algemene Vergadering te 's-Gravenhage, op zaterdag 3 maart, 's avonds te 7 uur, in gebouw 'Concordia', Alexanderplein (Lijn 2 Station H.S.) Het bestuur.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

's-Gravenhage, 28 februari. Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND is blijkens hier ter stede ontvangen bericht gisteren te Ponta Delgada aangekomen en heeft vandaag de reis voortgezet naar Las Palmas om aldaar kolen in te nemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 maart. Aangezien de Koninklijke West-Indische Maildienst door de achtereenvolgende verkeersbelemmeringen zijn dienst tussen de West-lndische koloniën en het moederland heeft moeten inkrimpen en de Engelse lijn, die de geregelde directe verbinding tussen Suriname en New York onderhield, het aanlopen van Suriname heeft gestaakt, dreigde een ernstige stoornis te ontstaan, zowel in de bevoorrading van deze koloniën als in de afvoer van haar producten. Op verzoek van de Regering zal de Koninklijke West-Indische Maildienst in deze leemte voorzien, door een geregelde dienst voor ladingen en passagiers tussen New York en Suriname te openen. Als eerste stoomschip voor dit doel is de NICKERE de 20e februari van New York vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 28 februari. Heden werd alhier door Amelander schippers binnengebracht het ijzeren tjalkschip CONCORDIA. Genoemd vaartuig werd wegens ijsgang in het begin van de winter door de schipper op de Wadden verlaten. Een bedrag van NLG 1.300 wordt voor berging etc. van het vaartuig geëist.


03 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
De uitvoerende commissie van de N.O.T. deelt het volgende mee: De onderhandelingen, welke de N.O.T. met de Britse regering heeft gevoerd betreffende het hervatten van de scheepvaart, hebben reeds voor een aantal stoomschepen tot gunstig resultaat geleid. De stoomschepen OOSTERDIJK, SOESTDIJK, ZUIDERDIJK, NOORDAM en SLOTERDIJK van de Holland Amerika Lijn, welke van Noord Amerika naar Nederland waren vertrokken en te Halifax nadere instructies wachtende waren, kunnen de reis naar ons land voortzetten, zonder een haven in Engeland aan te doen. Ook de stoomschepen PHECDA van Van Nievelt, Goudriaan's Scheepvaart Maatschappij en LEERSUM van de firma Vinke & Co. kunnen op dezelfde wijze de reis naar Holland voortzetten. Genoemde stoomschepen voeren een lading, hoofdzakelijk bestaande uit tarwe, veevoeder, katoen, enz.
De stoomschepen SUMATRA, NIAS en BILLITON van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, welke op de thuisreis van Indië van het Panamakanaal, te Halifax nadere instructies wachtende waren, kunnen eveneens zonder verdere moeilijkheden de reis naar Nederland voortzetten. Hetzelfde geldt voor de stoomschepen JAVA en KARIMOEN van dezelfde maatschappij, welke van Baltimore en Norfolk naar Holland moesten vertrekken. Ook deze kunnen via Halifax de reis volbrengen, zonder een haven in Engeland binnen te lopen. Deze stoomschepen brengen gemengde ladingen Indische producten aan, alsmede mais en Chilisalpeter. De tot dusver gevoerde onderhandelingen hebben verder, wat Engeland betreft, tot een gunstig resultaat geleid ten aanzien van een dertigtal stoomschepen, welke in ballast naar Noord Amerikaanse havens moeten uitvaren, ten einde graan te gaan laden voor de Nederlandse regering. De vaartuigen CHARLOIS en ROTTERDAM, van de American Petroleum Company, welke te Halifax lagen, kunnen de reis naar Rotterdam voortzetten zonder een Engelse haven aan te doen. Het passagiersschip SINDORO, van de Rotterdamsche Lloyd, met gemengde lading en passagiers op de thuisreis van Indië, wachtte in Gibraltar nadere instructies. Dit schip, hetwelk gebrek aan bunkerkolen had, is hiervan door de Engelse autoriteiten voorzien en kan de reis naar Nederland voortzetten, zonder een Engelse haven binnen te lopen. Omtrent het stoomschip WILIS, dat sinds 8 februari met lading en passagiers te Bergen op de uitreis naar Nederlands-Indië ligt, wordt op een gunstig verloop van de onderhandelingen gerekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
Zoals men weet, bestond het voornemen, dat op 5 of 6 dezer van Rotterdam en Amsterdam een 22 schepen zouden vertrekken, die voor de Regering in Amerika graan zullen gaan halen. Het bestuur van de Nederlandsche Reedersvereeniging heeft zich tot de Minister van Buitenlandse Zaken gewend met de vraag, of de Duitse admiraliteit reeds zekerheid kon geven omtrent de veiligheid van de te volgen vaarweg. Uit Berlijn is daar in antwoord op de desbetreffende vraag van onze regering bericht, dat nog altijd op het binnenkomen van enige duikboten moet worden gewacht dat er nog geen verbinding met alle duikboten uit de omgeving van de vaargeul is verkregen, zodat nog geen volstrekte zekerheid kon worden gewaarborgd. Onder deze omstandigheden zal het vertrek van de schepen nog enkele dagen worden uitgesteld, in afwachting van nader bericht vanwege de Duitse regering.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Haarlem, 2 maart. Van de N.V. Werf ‘Hubertina’ voorheen W.H. Jacobs alhier werd heden met goed gevolg te water gelaten het voor rekening van de Gron. Rotterdammer Stoomboot Mij. in aanbouw zijnde zeevrachtstoomschip HUNZE IX, bestemd voor de na de oorlog te hervatten geregelde dienst Groningen-Hamburg visa versa.
Deze boot, lang 42,80 meter, breed 7,20 meter en hol 3,60 meter, van het raised quarterdeck type, zal worden voorzien van een machine installatie van 300 ipk, die aan de boot, bij een laadvermogen van circa 470 ton, in afgeladen toestand een snelheid zal geven van 8 Engelse mijlen. Het geheel is geclassificeerd onder de hoogste klasse van Eng. Lloyd en gebouwd onder toezicht van de Nederlandse Schepen- en Stoomwet.
De boot zal voorzien worden van elektrisch licht, 2 stoomlieren en 3 stoomkranen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Furness' Scheepvaartmaatschappij.
De N.V. Furness' Scheepvaart Maatschappij in haar vergadering met het oog om de vloot van de vennootschap uit te breiden niet meer dan de gebruikelijke 5% dividend uit te keren en het overschot van de winst voor afschrijving en vergroting van het reservefonds te bestemmen met een bedrag van NLG 2.000.000. Kapitaal en reservefonds komen daardoor tot een bedrag van NLG 9.260.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De MARIA ADRIANA getorpedeerd.
Het te Groningen thuis behorende tjalkschip MARIA ADRIANA, kapt. Jan Pieter Klugkist, dat 24 februari in ballast van Havre naar Teignmouth vertrokken is om er pijpaarde voor Rotterdam te laden, is, zoals gemeld, op die reis waarschijnlijk getorpedeerd. De bemanning is gered en aan wal gebracht te Fécamp (bij Havre). Kapitein Klugkist, zegt de N.Gr.C. kan met recht een ongeluksvogel worden genoemd. Nog vers ligt in het geheugen hoe hij verleden jaar met de EGBERDINA bij Falsterbö (Zweden) strandde en enige jaren tevoren strandde hij met de GEZIENA nabij Sunderland. Negen maanden lang heeft men de ongeluksvogel op een van zijn reizen naar Schotland in Oban gevangen gehouden. Men zag Klugkist daar voor een spion aan. En gaan wij nog verder in de historie van Klugkist‘s leven terug, dan herinneren wij aan het vergaan van de JANTINA AGATHA, op welk schip hij stuurman was. Klugkist heeft bij die gelegenheid bij de eskimo's overwinterd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 maart. Naar men verneemt zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders in de Hollandsche Stoomboot Maatschappij voorgesteld worden het dividend over het afgelopen jaar op 18% te bepalen. (vorig jaar 27).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 1 maart. Het stoomschip BUSSUM, van de Maatschappij Oostzee, dat alhier aan de fabriek ‘De Schelde’ van machine en ketels is voorzien, is binnendoor naar Rotterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Martenshoek, 1 maart. Bij de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes, zijn te water gelaten twee luxe stalen 500-tons 3-mast motorschoeners, die worden voorzien van 130 pk Steijaard en 180 pk Kromhoutmotor. De schepen zijn gebouwd volgens hoogste klasse Bureau Veritas Atlantische vaart. De kielen zijn gelegd voor twee dergelijke schepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een belangrijke bergingssom.
Enige maanden geleden meldden wij, hoe het stoomschip RIJNDAM onder buitengewoon moeilijke omstandigheden de bemanning van de Amerikaanse zeesleepboot VIGILANT redde, doch dat drie van de opvarenden het schip niet wilden verlaten. Deze drie, de tweede stuurman, een stoker en een olieman, slaagden er in de sleepboot in een Britse haven binnen te brengen. Door de admiraliteit is hun daarvoor een bergingsloon van 60.000 gulden toegekend, van welke de ene helft voor de stuurman is en de andere helft onder de twee anderen verdeeld moet worden.


04 maart 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Java-China-Japan Lijn.
Het vracht- en passagiersschip TJISALAK, voor rekening van de Java-China-Japan Lijn bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam gebouwd, is na een goed geslaagde proeftocht op de Noordzee, door de rederij overgenomen. Het stoomschip is weer naar Amsterdam opgestoomd, teneinde verder te worden afgewerkt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf Hollandia te Spaarndam te water gelaten het stalen vrachtstoomschip N. 14, groot 550 ton d.w., voor rekening van de Stoomvaart Mij. ‘Jager’ te Rotterdam.
Het schip krijgt een triplo expansie machine van 375 ipk, welke de boot een snelheid zal geven van 9 mijl. Onmiddellijk na het te water laten werd de kiel gelegd voor een dergelijk stoomschip voor rekening van de Stoomvaart Mij. Bestevaer alhier.


05 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 Maart. Het voor rekening van de Java-China-Japan Lijn nieuw gebouwde vracht- en passagiersschip TJISALAK is verschenen zaterdag, na een welgeslaagde proeftocht op de Noordzee, door de rederij overgenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 maart. Volgens bij de Vereeniging van Assuradeuren ontvangen telegram zouden de voorlopige reparaties aan het stoomschip AMBON, teneinde dit in staat te stellen naar Londen te vertrekken, omstreeks 17 dezer gereed zijn. Er is nog geen bepaald besluit genomen of de lading te Plymouth of te Londen zal worden gelost; een groot gedeelte ervan is beschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij is met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip MIRACH in aanbouw voor Van Nievelt, Goudriaan & Co's Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam. Dit voor de algemene vrachtvaart bestemde stoomschip, groot 6.250 ton d.w. heeft de volgende hoofdafmetingen: Lang 359 voet, breed 49 voet 91/2 duim, hol 24 voet 6 duim. De machines sterk 1.800 ipk, hebben cilinders van 35 -11 en 67 duim middellijn met een slag van 45 duim.


06 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Ridderkerk, 5 maart. Het voor rekening van de firma Gebr. van Uden te Rotterdam gebouwde zeevrachtstoomschip WOERDEN, is zaterdag na een welgeslaagde proeftocht door de rederij overgenomen. Het vaartuig, groot 1.060 ton d.w., dat een snelheid van 9,9 mijl behaalde, werd gebouwd aan de werf van de firma Wed. C. Boele & Zonen te Slikkerveer (opm: bouwnr. 560) en door de N.V. Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam van machines en ketels voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 3 maart. Voor het binnenbrengen van het op de Wadden verlaten ijzeren tjalkschip CONCORDIA werd NLG 500 betaald. De eis van de Amelander schippers was NLG 1.300.


07 maart 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Een nieuwe scheepvaartmaatschappij.
Heden is opgericht de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij, waarvan de zetel te Amsterdam is gevestigd. Het kapitaal bedraagt NLG 30 miljoen. Tot de vloot, die uit 20 schepen zal bestaan, behoort het thans aan de werf van Wilton’s fabriek alhier in verbouwing zijnde stoomschip MACEDONIA, groot 6.333 bruto registerton; de overige schepen zullen alle nieuw zijn. Het bedrijf zal van hier uit worden uitgeoefend. De raad van beheer zal nader worden bekend gemaakt. Het gedelegeerde lid van die raad, de heer N. Haas te Rotterdam, zal als directeur optreden. Het ligt in de bedoeling voorlopig uitsluitend de vrachtvaart uit te oefenen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 5 maart. Zaterdag 3 maart jl. werd met gunstig gevolg op de Noordzee de proeftocht gehouden met het stoomschip TJISALAK, welk schip voor rekening van de Java-China-Japan Lijn gebouwd werd door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam. Het schip en de werktuigen werden gebouwd volgens de klasse 100 A1 bij Lloyds. De hoofdafmetingen van het schip zijn de volgende: Lengte tussen de loodlijnen 420'-0", grootste breedte op spanten 54'-0" holte tot opperdek 30'-0". De waterverplaatsing op een gemiddelde diepgang van 24'-6" bedraagt 12.150 ton van 1.016 kg.
Er kunnen 11 passagiers 1e klasse, 24 2e en 57 passagiers 3e klasse vervoerd worden. Tevens kunnen eventueel nog een groot aantal tussendekspassagiers ondergebracht worden. Aan sloepenuitrusting heeft het schip zeven teakhouten reddingsboten, 14 overdekte Mac. Lean boten en verder nog een kapiteinssloep. Met Welin kwadrant-davits kunnen deze sloepen worden gestreken.
De gehele machine installatie van 2.800 ipk werd geleverd door de Ned. Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel (Werkspoor) te Amsterdam.
De elektrische installatie werd geleverd door de firma Mijnssen & Co. te Amsterdam.
Het schip is gebouwd volgens de plannen en tevens onder toezicht van de heer P.J.M. Cornelissen, de machines naar die van de heer A.C. Metzelaar, chef-werktuigkundige van de Koninklijke Paketvaart Mij.
Het schip, dat de volle tevredenheid van de directie mocht verwerven, werd op de proeftocht door de directeur van de J.C.J. Lijn, de heer Roosegaarde Bisschop, overgenomen van de heer D. Goedkoop, directeur van de N.S.M. en is naar Amsterdam teruggekeerd, ten einde voor de eerste reis te worden beladen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Volgens bij de Vereeniging van Assuradeuren ontvangen telegram zouden de voorlopige reparaties aan het stoomschip AMBON, om dit in staat te stellen naar Londen te vertrekken, omstreeks 17 dezer gereed zijn. Er is nog geen bepaald besluit genomen of de lading te Plymouth of te Londen zal worden gelost; een groot gedeelte ervan is beschadigd. Belanghebbende assuradeurs gelieven zich aan te melden bij de secretaris.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 4 maart. Gisteren is alhier aan de kade gemeerd het bij de firma Joh. Berg te Farmsum nieuw gebouwde stoomschip PROSPERO, kapt. Gj. Norberg, voor rekening van een Noorse firma te Bergen, groot 1.510,51 bruto of 951,97 netto m3. Het schip zal na voldoende proeftocht en bekomen verlof, onder Noorse vlag en bemanning langs de rivier de Eems, naar de bestemming vertrekken.


08 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland. en de oorlog. De Scheepvaart.
De onderhandelingen door de uitvoerende commissie van de N.O.T. met de Britse regering gevoerd inzake de vaart van onze schepen, hebben tot het resultaat geleid, dat het stoomschip BESOEKI, van de Rotterdamsche Lloyd, dat met een lading van 3.600 ton tarwe, aan de Nederlandse regering geconsigneerd, op reis van New York naar ons land te Halifax op nadere instructies lag te wachten, uit deze haven is uitgeklaard en de vaart naar Nederland kan voortzetten zonder een haven in Engeland aan te doen.
Als nieuw resultaat van haar onderhandelingen met de Engelse regering meldt de uitvoerende commissie van de N.O.T., dat het stoomschip LUNA van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. hetwelk met een volle lading hout van Beaumont (Texas) op weg naar Nederland was en kort na de invoering van de verscherpte duikbootoorlog Bermuda aandeed, waar het tot nu toe op nieuwe instructies wachtte, thans de reis via Halifax naar Nederland kan vervolgen. Alvorens Halifax aan te doen zal het stoomschip in een Amerikaanse haven bunkeren.
Naar ons gemeld wordt, was het motorschip GALLIA van de firma Ph. van Ommeren aanvankelijk voornemens uit te varen naar een Gulf-haven. Hoewel het daartoe nu niet in de gelegenheid is — aangezien het alleen Noord Amerikaanse havens ten noorden van Kaap Hatteras kan aandoen — zal het desniettemin gebruik maken van de verkregen toestemming om een van bedoelde havens aan te doen en zal het schip zich te zijner tijd naar New York begeven. (De GALLIA ligt thans nog in reparatie).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De directie van de Rotterdamsche Lloyd heeft een telegram ontvangen, gedateerd op gisteren, meldende, dat het stoomschip SINDORO bij zwaar stormweer op de rotsen bij Gibraltar, waar het schip lag, is gelopen; dat er geen mensenlevens verloren zijn gegaan en dat er water staat in de ruimen 1, 2 en 3. Vermoed wordt, dat de SINDORO van zijn ankers is losgeslagen. Het schip is 5.471 bruto registerton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De BEUKELSDIJK gestrand. De directie van de Holland Amerika Lijn heeft heden een telegram ontvangen, waarin gemeld wordt, dat het stoomschip BEUKELSDIJK tijdens storm van zijn ankers is geslagen en in de baai van Halifax gestrand is. De BEUKELSDIJK is een schip van 6.749 bruto registerton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Woensdagavond is de in Zeeland gestrande Duitse onderzeeboot U-30 in de Koopvaardijhaven te Hellevoetsluis aangekomen. Naar wij vernemen, wordt zij verder naar Alkmaar overgebracht om aldaar te worden geïnterneerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Workum, 7 maart. Heden is van de werf van de firma U. Zwolsman & Zonen te Workum, met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip LILIAN SPLIETHOFF, in aanbouw voor de firma Spliethoff, Haas & Co. te Amsterdam. De gebruikelijke ceremonies werden door mevr. J.E. Spliethoff-Bouwer verricht.
Dit stoomschip, voor de algemene vrachtvaart bestemd, heeft een bak-, brug- en raised-quarterdeck, stoom-ankerwinch, twee laadwinches en wordt bij de firma Botje Ensing te Groningen van een stoommachine en stoomketel voorzien. Op de vrijgekomen helling werd direct de kiel gelegd voor een dito stoomschip (opm: WESTERSCHELDE) voor dezelfde rederij.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomvaart Maatschappij Oostzee.
Blijkens de ter inzage liggende balans en winst- en verliesrekening van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam, bedraagt de brutowinst NLG 2.236.500 (v.j. NLG 1.284.301), de netto winst NLG 1.680.000 (NLG 1.140.023). Aan dividend wordt voorgesteld 80 pct., evenals verleden jaar. Op de balans staat de vloot voor NLG 2.148.000, de schepen in aanbouw voor NLG 440.000 (v.j. NLG 230.267) te boek.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Oostzee.
Naar wij vernemen zal in de op 19 maart a.s. te houden jaarvergadering van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee worden voorgesteld het dividend over het afgelopen boekjaar te bepalen op 60% (evenals v.j.). Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de exploitatiewinst in het boekjaar 1916 NLG 2.298.000 (v.j. NLG 1.282.433), de nettowinst NLG 2.136.000 (NLG 1.140.023), terwijl het preadvies een bedrag aan zuivere winst vermeldt van NLG 1.580.000. De vloot van de Maatschappij komt op de balans voor met NLG 2.148.000 (v.j. NLG 942.402), schepen in aanbouw met NLG 440.000 (v.j. NLG 230.267). (opm: beide verslagen opgenomen ter vergelijking!)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De torpedering van de Nederlandse schepen bij de Scilly-Eilanden.
Het jongste nummer van 'De Verzekeringsbode' bevat de volgende opgave omtrent molestverzekeringen op de Nederlandse schepen, welke in de week van februari bij de Scilly-Eilanden ten offer zijn gevallen aan de Duitse duikbootactie.
EEMLAND, casco NLG 1.200.000, behouden varen NLG 225.000, in ballast.
GAASTERLAND, casco NLG 1.200.000, behouden varen NLG 200.000, in ballast.
ZAANDIJK, casco NLG 800.000, in ballast.
NOORDERDYK, casco NLG 1.140.000, lading niet tegen molest verzekerd.
BANDOENG, casco NLG 908.000, lading, geraamd op NLG 3.000.000
JACATRA, casco NLG 1.096.000 lading niet tegen molest verzekerd.
MENADO, casco NLG 860.000, lading geraamd op NLG 3.000.000.
Totaal: NLG 13.629.000.
Hierbij gerekend de verliezen, die in dezelfde week geleden zijn op de eveneens getorpedeerde stoomschepen TROMPENBERG, OOTMARSUM, DRIEBERGEN en AMBON, komt men op een totaal van ca. NLG 20 miljoen, welk cijfer ongeveer overeenkomt met het bedrag, dat in het gisteren door ons aan de „F. Ztg." ontleende bericht werd genoemd. Vooral te Rotterdam, waar 5 van de 7 boten thuis behoorden en ook verzekerd waren, is men er zwaar bij betrokken. Het Regeringsgraan was niet tegen molest verzekerd. Met bevreemding zal stellig hier te lande kennis zijn genomen van het standpunt in Duitse verzekeringskringen, waarvan melding werd gemaakt in het door ons aan de „F. Ztg." ontleende bericht, volgens hetwelk het nog de vraag is, of en in welke mate de Duitse assuradeurs tot schadevergoeding gehouden zijn. De Duitse opvatting is echter, dat wanneer een schip wordt getorpedeerd of aangehouden door een duikboot, die de bemanning van boord laat gaan en vervolgens het schip door bommen tot zinken brengt, omdat de duikboot niet in de gelegenheid is, het op te brengen, men te doen heeft met een geval van neming, waarvoor de assuradeur, die „free from capture" heeft verzekerd, niet aansprakelijk is. Met een molestverzekering „free from capture" zou men, volgens deze opvatting dus eigenlijk alleen gedekt zijn tegen mijnengevaar. Deze opvatting druist tegen alle Hollandse begrippen in. De assuradeuren, die hier Duitse transportverzekering maatschappijen vertegenwoordigen, hebben dan ook, naar wij vernemen, aan hun directie geschreven, dat zij wel degelijk de schade hebben te betalen, die door de Duitse duikboten is aangericht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip TROLTIND, voor Noorse rekening gebouwd op de werf van de N.V. C. van der Giessen & Zonen's Scheepswerven te Krimpen a/d IJssel, heeft in de Nieuwe Waterweg een goed geslaagde proeftocht gehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De avonturen van de GAASTERLAND. Omtrent de avonturen van het stoomschip GAASTERLAND, dat de 22e februari met zes andere Nederlandse schepen, na vertrek van Falmouth, bij de Scilly Eilanden door een Duitse duikboot werd getorpedeerd, worden van hier aan de Telegraaf nog de volgende bijzonderheden gemeld: Op de heenreis naar Falmouth werd de GAASTERLAND aangehouden door een Engelse torpedoboot, die het schip bevel gaf een andere haven aan te doen. Daartoe moest het een Engelse officier en vier matrozen aan boord nemen, die de te volgen koers zouden aangeven. De Engelse prijsbemanning was echter niet gelukkig, want kort daarop werd het schip door een Duitse onderzeeër aangehouden. Aan de verklaring, dat men als neutraal vaartuig naar Falmouth stevende, hechtte de Duitse duikbootcommandant, gezien de vreemde koers, geen geloof. De 2e stuurman moest naar de duikboot om de papieren te laten zien en kwam met een Duitse bemanning terug; die het schip moest onderzoeken. Zo deed zich het eigenaardige geval voor, dat Engelse en Duitse prijsbemanning elkaar op de GAASTERLAND ontmoetten. De Duitsers namen de Engelse officier gevangen en mee aan boord van de duikboot. Zij lieten de vier Engelse matrozen met de GAASTERLAND echter ongemoeid de reis vervolgen, die thans weer koers zette naar Falmouth. De volgende dag wachtte de GAASTERLAND een nieuw avontuur. Het schip werd andermaal door een Duitse onderzeeër aangehouden, die reeds drie dagen de wacht hield bij een Italiaans schip, dat bij poging tot ontvluchting zou worden getorpedeerd. De GAASTERLAND kreeg bevel de Italiaanse bemanning over te nemen waaraan gevolg werd gegeven. Toen was zij getuige van het tot zinken brengen van het Italiaanse schip. Zo kwam de GAASTERLAND met Italianen en Engelsen te Falmouth binnen.
Op de fatale 22e februari voer de GAASTERLAND aan de kop van de zeven schepen die Falmouth verlieten. De Duitse duikboot, die de massa-aanslag op onze handelsvloot pleegde, gaf zonder enige waarschuwing een torpedoschot, dat achterom de GAASTERLAND heenging. Toen een van de andere schepen draadloze verbinding met de wal trachtte te krijgen, werd de hoofdstoomleiding van dit schip onmiddellijk doorgeschoten. Vervolgens werd de bemanningen vijf minuten tijd gegeven om zich in de sloepen te redden, waarop de duikboot het vernielingswerk voltooide.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het op de werf van de N.V. C. van der Giessen & Zonen's Scheepswerven te Krimpen a/d IJssel gebouwde stoomschip TROLDTIND, heeft maandag jl. (opm: 5 maart) op de Nieuwe Waterweg een goed geslaagde proeftocht gehouden. Het schip, voorzien van elektrische verlichting en stoomverwarming. heeft de volgende afmetingen: Lengte 237'- 11", breedte 36'-0", holte tot hoofddek 18'-11" en is van het enkeldek-type met bak, brug en kampanje en voorzien van een dubbele bodem voor waterballast.
De stoommachine, van het triple-compound type, met bijbehorende ketels, werden geleverd door de N.V. Machinefabriek Hoogenlande voorheen Pannevis & Zoon te Utrecht. De cilinders ervan hebben de volgende afmetingen: 171/2” bij 29" bij 46" en een slag van 36". Verwarmend oppervlak van de ketels is in totaal 268 m2 en de stoomdruk 12,6 kg.


09 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouwmeesters. Onder leiding van de heer C. Stapel uit Enkhuizen is gisteren te Utrecht een door een 50-tal scheepsbouwmeesters van verschillende werven bijgewoonde algemene vergadering van de Vereeniging van Scheepsbouwmeesters in Nederland gehouden, waarin de statuten werden vastgesteld. Staande de vergadering gaven een 40 personen zich als lid van de vereniging op.
Als bestuursleden werden gekozen de heren C. Stapel te Enkhuizen, P. Boot te Leiderdorp, J. Drewes te Groningen, E. Vuyk te Capelle a/d IJssel, J. Baars te Sliedrecht, G.H. Bodewes te Lobith en J. van Gelder te Deest. De bestuur betrekkingen zullen onderling verdeeld worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, Stoomvaart Maatschappij ‘Rotterdamsche Lloyd’ en de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij ‘Oceaan’ delen hierbij mee, dat zij voornemens zijn hun vrachtboten van Holland naar Nederlands-Indië voorlopig door het Panama Kanaal te expediëren.
De afvaarten zullen nader worden bekend gemaakt.
Nieuwe vrachten zijn vastgesteld voor het vervoer van Holland naar Nederlands-Indië, welke op aanvraag gaarne worden genoteerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouwmeesters.
De onlangs opgerichte Vereeniging van Scheepsbouwmeesters in Nederland hield donderdag een vergadering te Utrecht onder leiding van de tijdelijken voorzitter, de heer C. Stapel te Enkhuizen, 53 scheepsbouwmeesters waren aanwezig. Het definitief bestuur werd samengesteld uit de volgende heren: C. Stapel te Enkhuizen, P. Boot te Leiderdorp, J. Drewes te Groningen, L. Vuyk te Capelle a/d IJssel, J. Baars te Sliedrecht, G.H. Bodewes te Lobith, J. van Gelder te Deest. De concept-statuten werden met enkele wijzigingen vastgesteld. Staande de vergadering traden 35 aanwezigen tot de vereniging toe.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens een hier ter stede ontvangen telegram is het stoomchip BEUKELSDIJK, dat in de Baai van Halifax gestrand was, weer vlot. Ruim 2 maakt een weinig water.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens een hier ter stede ontvangen telegram uit Gibraltar zit het stoomschip SINDORO bij Punta Mara in de Baai van Gibraltar op het strand.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de Oorlog. De OOTMARSUM en de TROMPENBERG.
Enige schipbreukelingen van de OOTMARSUM en de TROMPENBERG
zijn er in geslaagd te Rotterdam te komen. Zij lieten zich monsteren voor het tankstoomschip HESTIA, van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij. De Maasbode was daardoor in de gelegenheid nadere bijzonderheden te vernemen over de ondergang van sommige vaartuigen. De TROMPENBERG, van de Stoomvaart Maatschappij Hillegersberg en de OOTMARSUM van de Stoomboot Maatschappij Oostzee, welke vaartuigen te Amsterdam thuis horen, waren gezamenlijk 15 februari van Penarth vertrokken met bestemming Las Palmas en geladen met kolen. Op 17 februari, toen de vaartuigen zich op 60 à 70 mijl westelijk van Ouessant bevonden, vlogen plotseling vier schoten over en tussen de beide vaartuigen. Het was toen tussen 2 en 3 uur in de namiddag. Een grote duikboot zonder herkenningstekens met twee kanonnen aan boord, werd zichtbaar en gaf het sein A.B.: Verlaat het schip. Aan dit bevel werd door beide bemanningen onmiddellijk gevolg gegeven.
De duikboot voer daarop om de TROMPENBERG heen, nam de sloep, waarin zich de gezagvoerder bevond, op sleeptouw en bracht deze naar het vaartuig terug. De bemanningen kregen verlof nog wat kleren en proviand van boord te halen. Tegelijk kwamen Duitse matrozen aan boord van die schepen om bommen te plaatsen. De Duitsers maakten gebruik van de werkboot van de TROMPENBERG om naar de OOTMARSUM te roeien. Tegen 4 uur in de namiddag zonk de TROMPENBERG en tegen 5 uur de OOTMARSUM.
De bemanningen in de boten werden aan haar lot overgelaten, want de onderzeeër was direct, nadat het laatste vaartuig gezonken was, verdwenen. ledere sloep zette een zeil op en men trachtte naar Brest te koersen. Het weer was tamelijk goed, doch er stond een hoge deining. De sloep waarin zich de gezagvoerder van de OOTMARSUM met vrouw en 21/2-jarig kind bevond, dreef dan ook tamelijk af van de andere drie reddingboten, doch toen het donker werd wist men door lichtsignalen weer bij elkaar te komen. Aanhoudend werden er nu lichtsignalen gegeven en fakkels ontstoken. Dat trok de aandacht van het Noorse stoomschip SOMMERSTADT van Christiania, gezagvoerder Hansen. In de aanvang vertrouwde men aan boord van de SOMMERSTADT de lichtsignalen niet, en meende men dat het een truc was van een Duitse duikboot, om zodoende slachtoffers tot zich te lokken. Toen echter een rode toorts werd ontstoken, besloot men een onderzoek in te stellen. Hoewel wetende, dat men in het afgesloten gebied voer, waagde kapitein Hansen zijn schip om de schipbreukelingen te redden. Te 10 uur 's avonds kwam men aan boord van de SOMMERSTADT, waar men allerhartelijkst werd ontvangen. Twee reddingboten van de TROMPENBERG werden ook aan boord genomen, daar men voor de 45 schipbreukelingen en de 25 man equipage voor voldoende reddingmateriaal moest zorgen met het oog op eventuele gebeurtenissen. Behouden is men daarop 19 februari in Brixham geland. Met bijzondere waardering wordt melding gemaakt van de voorkomendheid van de gezagvoerder van de SOMMERSTADT. Het ligt in het voornemen hem bij zijn komst te Rotterdam namens de rederijen 'Hillegersberg' en 'Oostzee' te huldigen voor de moedige redding. De zegsman deelde nog mee, dat de DRIEBERGEN dezelfde dag te 12 uur als de OOTMARSUM door dezelfde duikboot tot zinken was gebracht. Naar hij later te Londen vernam, hadden deze mannen 45 uur in de boten doorgebracht, alvorens zij te Brest konden landen. Bij het waarschuwingsschot hadden de Duitsers de DRIEBERGEN in de hoofdstoomleiding geraakt, waardoor het te water laten van de reddingboten zeer moeilijk en gevaarlijk was. Bij de terugreis met de HESTIA was dit vaartuig meegevaren met het Engelse konvooi, waarvan ook de COPENHAGEN deel uitmaakte. Daar de COPENHAGEN 21 mijl kon lopen, werd verondersteld, dat deze aan het hoofd had gevaren. In de middag te 1 uur voer men de COPENHAGEN voorbij. Door de lichte sneeuwstorm en de hoge zee zag men het vaartuig eerst, toen men er vlak bij was en weinig scheelde het, of de HESTIA zat er bovenop. Nog juist had men de tijd gehad om af te houden. Het vaartuig dreef voor de wind en had slagzij aan stuurboord, terwijl een groot gat midscheeps aan bakboordzij zich bevond, dat gedeeltelijk boven de waterlijn uitkwam. Het was niet mogelijk na te gaan of een torpedo of een mijn dit gat had gemaakt. De COPENHAGEN was toen reeds verlaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij Hillegersberg.
Op de heden alhier plaats gehad hebbende jaarlijkse algemene vergadering werd de balans en de winst- en verliesrekening over 1916 goedgekeurd en werd het dividend vastgesteld op 50% of NLG 500 per aandeel. De aftredende commissaris, de heer P. van Leeuwen Boomkamp werd als zodanig herbenoemd.
Aan het jaarverslag ontlenen wij het volgende: De drie schepen werden nagenoeg uitsluitend gebezigd voor het vervoer van voedingsmiddelen van Noord- en Zuid-Amerika naar Nederland. Gedeeltelijk kregen wij hiervoor de vrachten, welke door de Regering met de rederijen overeengekomen waren en welke beduidend lager zijn dan die vrachten, welke in de open markt te verkrijgen waren en zijn. Met dat gedeelte van de vloot hetwelk nu en dan vrijgesteld was, waren wij in staat ten volle te profiteren van de toestand, waardoor hoofdzakelijk de bruto verdiensten zoveel hoger zijn dan het vorige jaar het geval was. De onkosten zijn echter belangrijk verhoogd en wel door de oorlogswinstbelasting. In de loop van het afgelopen jaar werd de gehele hypotheekschuld afgelost. De exploitatie gaf een voordelig saldo van NLG 940.009 en de winst- en verliesrekening wijst, na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten, alsmede van de interest een zuiver winstcijfer aan van NLG 909.473. Besloten is om op de aanschaffingswaarde van de stoomschepen af te schrijven NLG 126.899; hierdoor komen de schepen te boek te staan op NLG 500.000, hetgeen bij een gemiddelde ouderdom van vijf jaren een waarde uitmaakt van ongeveer NLG 46 per ton d.w. Na reservering van NLG 20.109 voor rijksinkomstenbelasting en na overbrenging op nieuwe rekening van NLG 59.184 blijft dan over NLG 270.000 ter verdeling. Hieruit wordt een dividend van 50% of NLG 500 per aandeel uitgekeerd. Deze uitkering geschiedt nu over het verdubbelde uitgegeven kapitaal. Voor de balans en winst- en verliesrekening verwijzen wij naar het Avondblad van 26 februari.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer W. Rubertus te Groningen is te water gelaten een 3-mast motorschoener (opm: de HORIZON) groot ca. 335 ton voor rekening van de heer J. Oldenburger te Groningen. In aanbouw is een 3-mast motorschoener, groot ca. 345 ton, voor eigen rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma J.Th. Wilmink & Co. te Groningen is te water gelaten een stalen drie-mast motorschoener van 500 ton in aanbouw voor Zweedse rekening onder toezicht van Bureau Veritas. Het schip wordt voorzien van een Kromhout ruw-olie motor van 130 pk. Voor twee zusterschepen werden de kielen gelegd voor buitenlandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van Gebr. Van der Meer te Vlaardingen is te water gelaten de stalen stoomlogger NEPTUNUS (VL-44), gebouwd voor de firma Joost Pot te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De SINDORO. Het stoomschip SINDORO van de Rotterdamsche Lloyd is, op weg naar Rotterdam, bij Gibraltar gestrand; de bemanning is in veiligheid. De SINDORO is het passagiersschip, dat 3 januari van Batavia en 31 januari van Port-Said vertrokken, al sedert 9 februari te Gibraltar verbleef, in verband met de ingetreden verscherpte duikbotenoorlog aldaar wachtend op orders. Aan boord bevond zich o.a. de deputatie van ‘lndië Weerbaar’, die via Zwitserland en Duitsland uit Gibraltar in ons land is aangekomen, onder leiding van de heer Van Hinloopen Labberton. Het schip is klaarblijkelijk pas uit Gibraltar vertrokken; gelukkig zijn allen, die aan boord waren, behouden. „No lives lost" zegt het Engelse telegram, dat de stranding bericht. De SINDORO meet 5.468 ton bruto en 3.477 ton netto en was in 1900 gebouwd. Nader wordt ons gemeld, dat de stranding van de SINDORO gisteren namiddag op de rotsen niet ver van Gibraltar plaats had, bij stormachtig weer. Voorts, dat het schip water maakt in de ruimen 1, 2 en 3. Het eerste telegram, omtrent de stranding hier ontvangen, maakte er melding van dat het schip verloren is. Dit wordt echter niet bevestigd. Nog vernemen wij dat de lading van de SINDORO in hoofdzaak bestaat uit tabak, kinabast, grondnoten en Indische mais en verzekerd is voor circa 1 miljoen gulden op de Rotterdamse en Amsterdamse beurs, het grootste gedeelte echter hier. Voorts dat het schip voor 6 ton is verzekerd, het grootste deel eveneens hier, het kleinste op de Amsterdamse beurs.


10 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip WILIS van de Rotterdamsche Lloyd, dat sedert 8 februari te Bergen lag, heeft donderdag (opm: 8 maart) de reis naar Oost-Indië voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De St.Ct. No. 58 bevat de statuten van de naamloze vennootschap:
Vrachtvaart Mij. ‘Neerlandia’ te Rotterdam. Doel: de exploitatie van zeilschepen, motorschepen, stoomschepen en andere vaartuigen; de handel in schepen, het verwerven, administreren en vervreemden van aandelen in naamloze vennootschappen, die de exploitatie van schepen of aanverwant doel beogen; het waarnemen van de directie van zodanige vennootschappen; de uitoefening van het redersbedrijf en alles wat met het voorgaande in de ruimste zin verband houdt.
Kapitaal: NLG 1 miljoen, verdeeld in 1.000 aandelen, waarvan 235 geplaatst en volgestort. Duur: tot 31 december 1939. Directie: de heer C. Metzel te Rotterdam. Commissarissen: De heren M. Cohn, J. Hudig L.Jzn. en J.M. Zee, allen te Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
In aansluiting aan de reeds in ons Ochtendblad van 8 dezer gepubliceerde cijfers, ontlenen wij nog het volgende aan het verslag over 1916 van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam:
Ook in het afgelopen jaar kon de Maatschappij haar stoomvaartlijnen blijven voortzetten, zij het dan ook dat zij daarbij met moeilijkheden van allerlei aard te kampen had. Behalve het verlies van 2 van haar nieuwste schepen, waren het lange oponthoud in Engeland en de bezwaren ondervonden met de molestverzekering hiervan de voornaamste.
Op 21 april werd het stoomschip BERKELSTROOM door de Duitse onderzeeboot prijs verklaard en vernietigd; het Duitse prijsgerecht te Hamburg heeft de vernietiging in eerste instantie ongemotiveerd verklaard en schadeloosstelling voor het verlies van het schip toegewezen. Het vervolg van deze procedure moet echter nog worden afgewacht. Het schip was tegen molest verzekerd.
Op 27 juni zonk het stoomschip WAALSTROOM, vermoedelijk door het lopen op een mijn. Ook dit schip was tegen molest verzekerd.
Het verlies van bovengenoemde twee schepen had natuurlijkerwijze een belangrijke invloed op de bedrijfsresultaten en moest ook noodzakelijk invloed oefenen op het ophouden van de diensten. Teneinde zo spoedig mogelijk te voorzien in nieuwe tonnage en ook om voor alle latere eventualiteiten enige reserve tonnage beschikbaar te hebben, werd een stoomschip van 1.000 ton, in aanbouw bij de Mij. De Merwede te Neder-Hardinxveld, gekocht; dit schip, de NOORDSTROOM, is in de eerste dagen van 1917 opgeleverd en sindsdien in de vaart gebracht. Tevens werd in mei aan dezelfde Mij. opdracht gegeven voor de bouw van nog 2 schepen van plm. 1.000 ton en plm. 2.000 ton. Ter vervanging van het stoomschip WAALSTROOM kon men in juli een bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij in aanbouw zijnde stoomschip van plm. 2.200 ton tegen zeer hoge prijs kopen. De moeilijkheden, waarmee de Nederlandse scheepsbouwmeesters te kampen hebben voor het verkrijgen zowel van materiaal als van onderdeden, doen vrezen dat van verscheidene schepen de overeengekomen termijn van aflevering belangrijk zal worden overschreden. Het geven van enige vooruitzichten betreffende het komende jaar is onder de heersende omstandigheden niet wel mogelijk. Ter dekking van de hogere prijzen van de nieuw aangekochte schepen boven die welke verloren gingen, wordt een bedrag van NLG 300.000 uit het reservefonds op deze schepen afgeschreven. Het reservefonds wordt echter weer met een ongeveer gelijk bedrag verhoogd, waardoor dan het statutaire maximum van het reservefonds weer bereikt zal zijn. Het saldo van de exploitatierekening geeft een cijfer van NLG 1.299.368 (v.j. NLG 1.495.892). Na afschrijving en reservering voor diverse belangen (als oorlogswinstbelasting etc.) blijft een cijfer van NLG 977.498 als volgt te verdelen: 5% aan preferente en 18% gewone aandeelhouders; aan reservefonds en uitkeringen, elk NLG 195.000; aan rijksinkomstenbelasting NLG 35.989 en saldo op nieuwe rekening NLG 10.208.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma Gebr. Jonker te Kinderdijk, is met goed gevolg het casco van het stalen vrachtstoomschip KANNIK, gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas, voor rekening van de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam. De hoofdafmetingen zijn 237'-11" x 36' x 18'-11". Het draagvermogen is 2.200 ton. Daarna werd de kiel gelegd voor een dito stoomschip voor rekening van dezelfde rederij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De LUNA. Als nieuw resultaat van haar onderhandelingen met de Engelse regering, meldt de uitvoerende commissie van de N.O.T. dat het stoomschip LUNA van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam, dat met een volle lading hout van Beaumont (Texas) op weg naar Nederland was en kort na de aanvang van de verscherpte duikbootoorlog de Bermuda's aandeed, waar het tot nu toe op nadere instructies wachtte, thans de reis via Halifax naar Nederland kan vervolgen. Alvorens Halifax aan te doen, zal het stoomschip eerst in een Noord-Amerikaanse haven bunkeren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De EEMDIJK. Gisteren is in de haven van Boston door het slechte weer een schip op drift geraakt en in aanvaring gekomen met het stoomschip EEMDIJK van Solleveld, Van der Meer en F.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij alhier. Het schip 16 februari van Rotterdam te Boston aangekomen, is geladen met 4.900 ton graan voor de Regering. De schade door de aanvaring veroorzaakt, maakt een reparatie noodzakelijk, die vier dagen duren zal, zodat we op dit graan zoveel langer moeten wachten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De SINDORO. Betreffende het stoomschip SINDORO van de Rotterdamsche Lloyd, woensdagmiddag bij Gibraltar gestrand en waarvan de opvarenden, als gemeld, in veiligheid zijn, vernemen wij, dat de stranding heeft plaats gehad in de Baai van Algeciras bij Punta Mala en dat een contract voor de berging is afgesloten met de Svitzer Salvage Company, gestationeerd te Gibraltar, op de basis: „no cure no pay". D.w.z. geen betaling bij mislukking; in bevoegde kringen geeft men niet veel hoop op behoud van het schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De verzekering van de getorpedeerde Nederlandse schepen.
Volgens de Frankfurter Zeitung schat men te bevoegder plaatse de totaalwaarde van de bij de torpedering bij de Scilly-Eilanden gezonken zeven Nederlandse schepen en ladingen op misschien 15 à 20 miljoen gulden en bedraagt de participatie van de Duitse maatschappijen hierbij niet een derde, maar waarschijnlijk ten hoogste enige miljoenen Mark. Daarbij, zo gaat het blad voort, is de vraag, in welke mate en of inderdaad wel schadevergoeding moet worden betaald, nog niet opgelost, daar de verzekeringsovereenkomst vóór de bekendmaking van de gevaarlijke zone door Duitsland was gesloten, terwijl de Nederlandse schepen zijn uitgevaren, zonder volle zekerheid tegen torpedering te hebben en zonder zich met de verzekeraars vóór het uitvaren in verbinding te stellen.


11 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vrachtvaart Maatschappij Bothnia.
Men meldt ons uit Amsterdam: Omtrent de hedenmiddag gehouden vergadering van de Vrachtvaart Mij. Bothnia vernemen wij het volgende: Het bestuur heeft de oorspronkelijke voorstellen betreffende het creëren van pref. aandelen ingetrokken. Voorts heeft het beschermingscomité verschillende statutenwijzigingen voorgesteld, om de rechten van de aandeelhouders te beschermen. Al deze wijzigingen zijn door het bestuur overgenomen. Verder heeft het bestuur toegestemd in de vermindering van de tantièmes. Deze zouden eerst bedragen 20 pct. bij de liquidatie en 20 pct. van de bedrijfswinst. Dit wordt nu 7½ pct. bij liquidatie en 15 pct. van de bedrijfswinst. Het bestuur zal voorts aan de vergadering, die binnen twee maanden zal moeten worden gehouden, voorstellen alle beschikbare activa uit te keren, behalve het aandelenkapitaal van NLG 900.000 en de statutaire reserve van NLG 225.000. Begonnen wordt met een uitkering van 100 pct., omdat men nog niet precies de totale uitkering weet, daar de vraag nog openblijft, of de assurantievergoeding zal plaats hebben in contanten of in de vorm van nieuwe schepen. De onkosten van het beschermingscomité worden gedragen door de Bothnia, behalve de vergoeding van de comitéleden elk afzonderlijk. Te dien aanzien is echter in de vergadering van hedenmiddag voorgesteld aan de directie voor te stellen één procent van het aandelenkapitaal, dus NLG 9.000, ter beschikking te stellen van de comitéleden. Het comité blijft zolang aan, totdat de vergadering heeft plaats gehad, doch staakt zijn actie intussen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor rekening van de Amsterdamse motorpakschuitdienst firma J. van Steen is van de werf van de firma A.J. van Dam te Overschie te water gelaten het stalen motorschip J. VAN STEEN 22. Het is bestemd voor de vaart Rotterdam-Amsterdam vice versa.


12 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De ARES getorpedeerd.
De stalen dubbelschroef-motortankboot ARES, van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij te ’s-Gravenhage, in 1913 te Amsterdam gebouwd, groot 3.783 bruto registerton, is op weg naar Lissabon, 40 mijlen van Cascais, aan de monding van de Taag, door een Duitse duikboot getorpedeerd en gezonken. Volgens bij de Maatschappij ontvangen bericht is de Nederlandse bemanning, naar men meent, geheel gered. Twee reddingboten werden bij de afzending van het bericht nog vermist.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De scheepvaart.
Naar wij vernemen, zal a.s. donderdag een aantal vrachtschepen van hier naar Amerika vertrekken om levensmiddelen te gaan halen voor de Regering.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De SINDORO. Op verzoek van het Algemeen Nederl. Verbond heeft de Minister van Buitenlandse Zaken zich bereid verklaard, zijn bemiddeling te verlenen voor geldzendingen aan de passagiers van de SINDORO, die zich te Gibraltar bevinden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ook te water is België de laatste dagen afgesloten. Er mogen geen schepen uit Antwerpen naar Nederland vertrekken. Ook de passagiersboot TELEGRAAF van donderdag was gisteren nog niet te Hansweert aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hardinxveld, 10 maart. Het stoomschip INGUNN (180’ x 28’ x 14'-6"), gebouwd onder Lloyd's klasse 100 A1 (raised quarterdeck type) bij de N.V. Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’ v/h van Vliet & Co. alhier voor rekening van de heren Sverre Hansen A/S te Bergen (Noorwegen), heeft gisteren (opm: 8 maart) met goed gevolg proef gestoomd. Het schip werd direct door de eigenaren overgenomen. Het schip behaalde met zijn machines van 15 x 25 x 40 x 27" slag met 2 ketels van 10'-8" x 10'-3", welke bij 110 omwentelingen 650 ipk ontwikkelde, een snelheid van gemiddeld 9¼ mijl. Wegens kolengebrek zal het schip maandag a.s. naar Rotterdam worden gesleept, om daar de vergunning van de Regering voor vertrek naar Noorwegen af te wachten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 11 maart. De op de werf Zeeland alhier gebouwde Noorse zeeboot SKJOLDBORG is te Geertruidenberg van machines voorzien en heden hier teruggekeerd, om op genoemde werf te worden afgewerkt.


13 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
Nu de Noordelijke vaargeul van 15 dezer af blijkens mededeling van de Duitse autoriteiten absoluut veilig zal zijn, zal het motorschip GALLIA van de firma Ph. van Ommeren te Rotterdam, op genoemde datum de reis via Halifax naar Noord Amerika aanvaarden. De stoomschepen LA CAMPINE en NEW YORK, van de American Petroleum Company, hebben reeds enige dagen geleden langs dezelfde route de reis aanvaard.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij.
Naar wij vernemen, zal aan de algemene vergadering van de Holland-Gulf Stoomvaart Mij. worden voorgesteld over 1916 40% (v.j. 10%) dividend uit te keren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 10 maart. De klacht tegen het opbrengen van de Nederlandse motorschoener OOSTZEE op 8 november jl. werd door het prijsgerecht afgewezen, aangezien het vaartuig op reis was van Rotterdam naar Londen en het in beslag nemen dus terecht is geschied.


14 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
Het Hbld. meldt, dat verscheidene reders thans per aangetekende brief van de Minister van Landbouw kennis hebben gekregen, dat bepaaldelijk met name genoemde schepen overeenkomstig de Schepenvorderingswet door de Regering worden gerekwireerd om ten spoedigste te vertrekken naar Sandyhook, waar nader de haven zal worden aangegeven, waar regeringsgraan voor Nederland moet worden ingenomen.
De schepen zullen op 15 dezer de reis aanvaarden. Inmiddels liggen nog talrijke schepen met graan geladen in de haven van Falmouth, zonder dat nog iets bekend is van een datum, waarop zij de reis zullen kunnen voortzetten naar ons land. Aangezien de haven van Falmouth stampvol met schepen ligt, hebben de Nederlandse schepen order gekregen om te verhalen naar Truro, een haventje in Cornwall. Deze ruil is een zeer slechte, omdat dit haventje zo vol slijk ligt, dat aankomst en vertrek slechts met springtij konden plaats hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Houthandel William Pont.
In de heden gehouden vergadering van commissarissen en directeuren van de N.V. Houthandel voorheen William Pont te Zaandam, werd besloten aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen om, na ruime reserves, een dividend uit te keren van zes procent, zowel op de cumulatief preferente als op de gewone aandelen (gewone aandelen v.j. nihil).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staats Courant No. 61 bevat de akten van oprichting van:
- Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Mij. te Amsterdam.
De vennootschap draagt de naam van: Amsterdamsche Lloyd.
Kapitaal NLG 30.000.000, in 30.000 aandelen; waarvan 8.000 zijn geplaatst en 2.500 winstbewijzen. Lid van de raad van beheer de heer Nico Haas te Rotterdam, lid-secretaris de heer Alfred Weiss te Amsterdam. De overige leden van de raad van beheer zullen voor de eerste maal worden benoemd in een binnen vier weken te houden algemene vergadering van aandeelhouders.
- Maatschappij tot Exploitatie van het schoenerschip ‘Rebecca’ te Rotterdam.
Kapitaal NLG 150.000, geheel geplaatst en volgestort.
Directie Vrachtvaart Mij. ‘Neerlandia’ te Rotterdam.
- Maatschappij Motorkotterschip ‘Meeuw’ te Rotterdam.
Kapitaal NLG 50.000, geplaatst en volgestort.
Directie firma Seeuwen & Co.
- Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij ‘Industria’ te Amsterdam.
Kapitaal NLG 200.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 maart. Te Bolnes is van de werf van de heer J. Rijke een voor binnenlandse rekening gebouwde stalen boeierjacht te water gelaten, terwijl de kiel werd gelegd voor een zee-schoener van 250 ton.


15 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
De gistermiddag verleende vergunning voor de schepen, die hedennacht naar Amerika zouden vertrekken, is weer herroepen. Aan de rederijen is thans meegedeeld, dat de schepen niet mogen uitvaren.
Volgens mededeling van het Ministerie van Buitenlandse zaken kunnen alle schepen met ingang van 1 april a.s, vrijelijk varen in het zeegebied rondom Udsire, over een oppervlak beschreven met een straal van 10½ mijl van de lichttoren van Udsire af, zonder zich bloot te stellen aan de gevaren van in de grond te worden geschoten zonder voorafgaande waarschuwing.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De LA CAMPINE getorpedeerd. Men deelt ons mee, dat het stoomschip LA CAMPINE, dat uit Rotterdam uitgevaren is, in de Noordzee getorpedeerd is. De gehele bemanning, bestaande uit 32 man, is aangebracht op het lichtschip Doggersbank-Zuid.
Heden zal zij daarvan worden afgehaald.
(Het stoomschip LA CAMPINE, het eigendom van de American Petroleum Company te Rotterdam, was in 1890 te Newcastle gebouwd en mat 2.557 ton bruto. Het stoomschip was 10 dezer uit de Waterweg naar New York vertrokken. –Red.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Een voor rekening van de rederij M.B. Osendorp te IJmuiden op de werf van de motorenfabriek Concordia te Amsterdam gebouwde logger is met goed gevolg te water gelaten. Het schip wordt met een 2-cilinder ruwolie Concordia motor uitgerust.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aalborg, 21 februari. De Nederlandse schoener ANNY, kapt. Van Dijk, en JANNA, kapt. Van Veen, staan hier op de werf in reparatie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 maart. De sleepboot TITAN, van de sleepdienst Zur Mühlen te Amsterdam, welke onlangs voor de visserij werd ingericht en het bedrijf als stoomtrawler uitoefende, heeft thans weer de visserij beëindigd omdat het schip voor lange tijd aan de Regering werd verhuurd.


16 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De LA CAMPINE. Het Haagsche Corr.-bureau meldt ons: Wij menen te weten, dat volgens de bemanning van het getorpedeerde stoomschip LA CAMPINE dit schip getorpedeerd is in de vaargeul, waarin veilig kon worden gevaren, maar dat volgens de Duitse lezing de torpedering zou zijn geschied in het verboden gebied.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De ARES. Blijkens nadere in Den Haag ontvangen berichten is, op twee Chinezen na, de gehele bemanning van de getorpedeerde motortankboot ARES, van de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij te 's-Gravenhage, gered.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De LA CAMPINE.
Uit Nieuwediep meldt men ons: De Nederlandse sleepboot THAMES heeft heden alhier van het lichtschip Doggersbank-Zuid aangebracht de bemanning, groot 32 man, van het stoomschip LA CAMPINE, dat in de Noordzee door een Duitse duikboot vernietigd is. De bemanning, die door de Duitsers aan haar lot werd overgelaten, heeft in twee scheepsboten 32 uur op zee rondgezworven. Toen trof een Engelse duikboot haar aan, die ze later op een Noors stoomschip heeft overgezet, welk schip de opvarenden aan het lichtschip Doggersbank-Zuid heeft afgegeven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 16 maart. De mailboot KONINGIN REGENTES van de Maatschappij Zeeland is van de buitenhaven naar de binnenhaven alhier verhaald en dit zelfde zal volgende week met de PRINS HENDRIK gebeuren. Er ligt dan geen mailboot meer buiten. De mailboot ZEELAND wordt in gereedheid gebracht om bij eventuele hervatting van de dienst een maal per week die dienst uit te voeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen. Harlingen, 16 maart. De sleepboot STORTEMELK van de heren G. Doeksen & Zn. te Terschelling, is naar Noorwegen verkocht; prijs geheim.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J.G.J. Wortelboer te Oude-Pekela is te water gelaten een ijzeren tjalkschip, groot 114 ton, voor schipper K. Smook te Nieuwe-Schans. De kiel werd gelegd van een twee-mast motorschoener, groot 300 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werven van de scheepsbouwmeesters Grol en Wolthuis, beide te Veendam en de werf van Fikkers te Muntendam zijn in aanbouw voor Hollandse scheepvaartmaatschappijen, zes zee-motorvrachtboten, elk van 400 à 500 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. N.V. Wilton's Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam.
De Jaarlijkse Algemene Vergadering van aandeelhouders zal worden gehouden op zaterdag 31 maart 1917, des voormiddags te 11.30 uur, ten kantore van de vennootschap te Rotterdam. De punten van behandeling liggen ten kantore van de vennootschap voor de aandeelhouders ter inzage. Aandeelhouders hebben alleen toegang ter vergadering als zij hun aandelen uiterlijk drie dagen voor de vergadering ten kantore van de Rotterdamsche Bankvereeniging, daartoe door de directie aangewezen, zullen hebben gedeponeerd.
De Raad van Commissarissen A.G. Kröller, voorzitter. Mr. Th A. Fruin, Secretaris.
Rotterdam, 15 maart 1917.


17 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De LA CAMPINE.
Tegen half negen gisteravond zijn 27 mannen, die deel uitmaken van de bemanning van het in de Noordzee in de grond geschoten stalen tankstoomschip LA CAMPINE van de American Petroleum Company, uit Den Helder aan het station D. P. alhier aangekomen. De kapitein is te Amsterdam achtergebleven en de overige leden van de 32 man sterke bemanning zijn met dezelfde trein naar Vlissingen doorgespoord.
Een van de stuurlieden deelde ons omtrent het voorgevallene het volgende mee: Dinsdagmorgen omstreeks 9 uur werd het stoomschip LA CAMPINE, van Rotterdam via Halifax in ballast naar New York, plotseling beschoten door een Duitse duikboot. Dit schieten was voornamelijk gericht op de Marconi-inrichting en eindigde niet, voor men dit had laten zakken en het schip gestopt had.
Nadat de tweede stuurman de scheepspapieren naar de duikboot, die geen nummer vertoonde, gebracht had, werd het sein A B opgezet, hetgeen betekent: Verlaat het schip onmiddellijk. De gehele bemanning begaf zich te omstreeks 11 uur in twee reddingboten en werd door de Duitsers aan haar lot overgelaten. Tevergeefs werd het verzoek gedaan om gesleept te worden. Na 32 uren te midden van sneeuwbuien te hebben rondgedreven ontmoette men de Engelse duikboot E 46. Dadelijk verkreeg men alle hulp en aan de mannen in de boten werd warme thee en rum verstrekt. Na drie uur door deze duikboot gesleept te zijn, werden allen overgegeven aan het stoomschip NORDEN, dat men acht mijl van het lichtschip Doggersbank—Zuid ontmoette en welk stoomschip de mensen op dat lichtschip bracht. Zij hebben alles verspeeld. Donderdagavond 9 uur heeft de sleepboot THAMES hen daar afgehaald en gisteren voormiddag omstreeks 11 uur kwamen zij te Nieuwediep aan, alwaar men hen op het wachtschip ontving. De LA CAMPINE is, nadat de bemanning het schip verlaten had, door de Duitsers in de grond geschoten. De bemanning heeft het zien kapseizen. Er zijn tenminste 50 schoten gelost. De stuurman, die het vorenstaande meedeelde, verklaart, dat de LA CAMPINE, toen zij aangehouden werd, zich bevond op 56 graden Noorderbreedte en 4 graden 57 minuten Oosterlengte. Men had juist die hoogten genomen en bevond zich volgens het bestek in de vrije vaargeul. Over de behandeling en hulp door de Engelsen aan de schipbreukelingen verleend, de verzorging op het lichtschip Doggersbank-Zuid en de ontvangst op het wachtschip te Nieuwediep, waren de mensen hoogst voldaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De redersfirma J.H. Kruize en Zoon te Groningen heeft van de kapitein van de ENGELINA (een tjalk van 88 ton) telegrafisch bericht ontvangen, dat dit schip op de reis van Leerdam naar Londen, beladen met flessen, donderdag van Schiedam vertrokken, op 15 maart ‘s avonds halftwaalf door een Duitse duikboot is getorpedeerd. De bemanning, kapitein W. de Vries van Amsterdam, de stuurman B. Velvis van Groningen, de matroos K. de Jonge van Leerdam en de kok J. Greebenbroek van Schiedam, zijn gisteravond te Sluis aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 maart. Het voor de N.V. W. van Driel’s Stoomboot Mij. te Rotterdam te Lobith gebouwde en te Amsterdam van machines voorziene stoomschip GOUWZEE heeft gisteren gunstig proef gestoomd. De behaalde snelheid was een fractie minder dan 10 mijl.

NRC 170317
Rotterdam, 16 maart. De Rotterdamsche Lloyd heeft volgens de Zeepost in zake het stoomschip SINDORO het volgende telegram van de gezagvoerder van dat stoomschip aan de Vereeniging van Assuradeuren meegedeeld: De SINDORO zit nog in dezelfde toestand, maar kan vlot worden gebracht. De bergers doen hun uiterste best. Uit het oppertussendek zijn 5.000 balen tabak gezond gelost. De overige lading zit onder water. Voordat het stoomschip is vlot gebracht kan de omvang van de schade niet worden gerapporteerd. Volgens de mening van die gezagvoerder zal het op zijn minst twee maanden duren eer het stoomschip weer zeeklaar is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De Scheepvaart.
Hedenochtend vroeg zijn uit de Nieuwe Waterweg naar Amerika vertrokken de Nederlandse stoomschepen THUBAN, ALIOTH, YILDUM, WIERINGEN, TURBINA, ARUNDO en MIZAR. Buitengaats zijn de schepen aangehouden door een Duitse duikboot. Nadat de scheepspapieren waren ingezien, konden de stoomschepen hun reis voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De gestrande Duitse duikboot.
De Duitse duikboot, die in het begin van deze week op de Hinderribben is gestrand, is hedenochtend door de Nieuwe Berging Maatschappij vlot gebracht en naar Hellevoetsluis gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
In de heden te Amsterdam gehouden vergadering van aandeelhouders van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, werden de balans en de winst- en verliesrekening over het afgelopen boekjaar goedgekeurd en het dividend bepaald op 18 (v. j. 27) pct. De heer J.B.A. Jonckheer werd als commissaris herkozen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 maart Op 15 dezer heeft in de Nieuwe Waterweg de proeftocht plaats gehad met het stoomschip AMSTEL, gebouwd door de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf alhier, gebouwd voor rekening van de firma P.A. van Es & Co. Het schip heeft een lengte van 64 m., een breedte van 10,05 m. en een holte van 4,58 m. Het draagvermogen is 1.200 ton d.w. De machine installatie, eveneens door Burgerhout's Machinefabriek gebouwd, bestaat uit een triple-expansie stoommachine van de afmetingen: 410 x 650 x 1.050/700 mm. en twee Schotse ketels 3.400 x 2.900 mm. met 200 m2 verwarmend oppervlak en een stoomdruk van 13 kg/cm2. De ketels zijn uitgerust met Schmidtse vlampijp oververhitters. In de machinekamer zijn verder een elektrische lichtinstallatie en een hercondensor ondergebracht. Aan dek zijn buiten het normale laadgerei twee stoomkranen opgesteld. Het geheel is gebouwd onder bijzonder toezicht van Germ. Lloyd en geclassificeerd in de hoogste klasse. Op de proeftocht heeft het vaartuig aan de daaraan gestelde eisen voldaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 17 maart. Het uitgaande stoomschip DUBHE is alhier teruggekeerd wegens slechte bunkerkolen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 17 maart. De heer K. Deen alhier heeft ondershands voor geheime prijs zijn zeetjalk L' ESPERANCE verkocht aan de heer J.K. Zorge alhier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 17 maart. De Nederlandse zeesleepboot ZEELAND, 11 dezer met een lichter en een sleepbootje op sleeptouw van Rotterdam naar Haugesund vertrokken, arriveerde 14 dezer ter plaatse van bestemming en keerde in de avond van 15 maart naar Rotterdam terug. (Bureau Wijsmuller.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Westerbroek, 16 maart. Hedenmiddag Is met goed gevolg te water gelaten van de scheepswerven van de firma E.J. Smit & Zoon alhier het stalen schroefstoomschip SOESTERBERG, werfnummer 515, in aanbouw voor de heer J.J.A. van Meel te Rotterdam. Het schip wordt onder speciaal toezicht van Lloyds Register en van de Scheepvaartinspectie gebouwd voor de hoogste klasse Lloyds 100 A 1. Het is bestemd voor de algemene vrachtvaart inclusief kolen-, graan- en dekladingen en wordt voorzien van een dubbele bodem, 4 waterdichte schotten, bak, brug en verhoogd achterdek. Het draagvermogen zal 725 ton bedragen. De machine is een triple-expansie machine van 400 ipk welke stoom ontvangt van een Schotse ketel van 126 m2 verwarmd oppervlak en 13 kg werkdruk. Als hulpwerktuigen zijn nog aanwezig een duplex ballastpomp, een Worthington donkeypomp, een voeding waterfilter en een injecteur terwijl voor het laden en lossen drie stoomlieren op het dek zijn geplaatst. Deze bedienen drie laadbomen resp. aan de twee masten en een mastpomp aan de voorzijde van de brug. Op het bakdek is verder een stoomankerlier opgesteld en in de koelkast een stoomstuurmachine. Schip, machine en ketel werden gebouwd door de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand. De vrijgekomen helling is onmiddellijk bezet door een vrachtboot van 1.200 ton voor Zweedse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Op de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werden de balans en de winst- en verliesrekening over het afgelopen jaar goedgekeurd en werd het dividend bepaald op 18%. De heer J.B.A. Jonckheer, die als commissaris aan de beurt van aftreden was, werd met algemene stemmen herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de fa. E.J. Smit & Zoon te Westerbroek, is te water gelaten het stalen schroefstoomschip SOESTERBERG, in aanbouw voor de heer J.J.A. van Meel te Rotterdam en gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyds Register en van de Scheepvaartinspectie, voor klasse Lloyds 100 A 1. Het is bestemd voor de algemene vrachtvaart. Het draagvermogen is 725 ton. Het schip krijgt een triple-expansie machine van 400 ipk, welke eveneens door de firma Smit wordt geleverd.
Onmiddellijk na het te water laten werd de kiel gelegd voor een vrachtboot van 1.200 ton, te bouwen voor Zweedse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Pannerden, 14 maart. Heden liep op de werf 'De Hoop' van de heer J.J. Bodewes alhier, de geheel van Siemens machinestaal gebouwde stoomharingdrifter, genaamd EMILIE, met goed gevolg te water. De afmetingen hiervan zijn 37 meter lang, 6,60 meter breed en 3,50 meter hol. De machine installatie van 350 ipk met cilinder afmetingen van 280 x 460 x 760 met een slag van 360 wordt geleverd door de machinefabriek Jaffa te Utrecht en is te Rotterdam erin geplaatst, waarna het schip direct zee zal kiezen. (opm: zie ook AH 131217)


18 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
Gistermorgen zijn van Amsterdam naar Noord Amerika vertrokken het stoomschip BATJAN van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, het stoomschip JAN VAN NASSAU van de Kon. West-Indische Maildienst, het stoomschip GOOILAND van de Kon. Holl. Lloyd en de stoomschepen JASON, MERCURIUS, HECTOR, POLLUX en POSEIDON van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schepenvorderingswet.
Bij Koninklijk Besluit van 5 dezer is ingesteld een commissie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Schepenvorderingswet (Stbl. No. 211 van 1917); zijn benoemd tot lid en voorzitter van die commissie: mr. Th.A. Fruin, advocaat en procureur te Rotterdam; tot leden: S.P. van Eeghen, voorzitter van de Kamer van Koophandel en fabrieken te Amsterdam; J. Visser Jac.zn., voorzitter van de Nederlandsche Reedersvereeniging te 's-Gravenhage; tot secretaris: mr. H.W. Jordens, advocaat en procureur te Deventer, tijdelijk te 's-Gravenhage.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De ENGELINA.
Men meldt ons uit Vlissingen: Wij hebben zoeven een onderhoud gehad met de bemanning van de ENGELINA, die uit Brugge was teruggekeerd. Het vaartuig verliet donderdagavond te halfeen Schiedam met een lading ledige flessen. Te halfvijf verliet het schip de Waterweg; tot ‘s avonds halftwaalf ging alles goed, maar toen ontwaarde de matroos, die aan het stuur stond, vier zwarte gedaanten. Een van deze, een Duitse torpedojager, kwam op de ENGELINA af en gelastte de mannen binnen drie minuten het schip te verlaten. Zij pakten nog bijeen wat ze konden en gingen over aan boord van de torpedojager. De Duitsers hebben eerst getracht met bommen het schip tot zinken te brengen, maar toen dit niet lukte, werd nog een torpedo afgeschoten. De torpedojager voer eerst langs de Engelse kust en kwam eerst ‘s morgens te half zes te Zeebrugge. De mannen, die steeds onder in het schip moesten blijven, mochten te half zeven boven komen en werden toen in een loods gebracht, waarvan zij later in de morgen naar Brugge gingen. Aan boord was de behandeling goed, maar aan wal waren de Duitsers vrij ruw in hun optreden. Het eten te Brugge, bestaande uit soep van paardenbonen, was verre van smakelijk. De Duitsers brachten de vier mannen eerst per tram en verder per boerenwagen naar de grens. Te Sluis werd overnacht en weer gesmuld van het goede Nederlandse voedsel. (opm: zie ook RN 190317)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 maart. Volgens een radiotelegram was de toestand op het stoomschip TURBINIA om 8 uur nm. alles wel. Er werd bijgevoegd; alle bij elkaar. (Met de TURBINIA zijn tegelijk uitgevaren de THUBAN, de ALIOTH, de YILDUM, de WIERINGEN, de ARUNDO en de DRIEBERGEN).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 17 maart. Heden namiddag 2 uur is met gunstig gevolg van de werf van de firma Gebr. Muller te Foxhol (Groningen), de 3-mast stalen motorschoener BERTHA, groot 525 ton d.w., te water gelaten, in aanbouw voor de Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia te Rotterdam. Deze schoener, gebouwd volgens de hoogste klasse Bureau Veritas Atlantische vaart, lang 41,50 meter, breed 7,80 m., hol 3,70 m., wordt van een 130 ipk ruw olie Kromhoutmotor voorzien. De gebruikelijke ceremonies werden verricht door mej. Bertha Cohn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Schiedam, 17 maart. Heden is van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam, te water gelaten de romp van een stalen schroefstoomschip, in aanbouw voor Nederlandse rekening. Het stoomschip wordt gebouwd onder speciaal toezicht en volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas en is van het enkeldek type met campagne, brughuis en bak. Het heeft een draagvermogen van ongeveer 3.000 ton dood gewicht en de volgende afmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 267’-0", breedte op het grootste spant 42'-0", holte 20’-6". Het stoomschip wordt voorzien van een triple-expansie machine met oppervlak condensatie, in staat het vaartuig een snelheid te geven van 10 knopen, terwijl de benodigde stoom wordt geleverd door 3 stoomketels met een verwarmend oppervlak van ongeveer 340 m2, werkende onder een druk van 180 lbs. per vierkante Engelse duim. Verder zijn er aan boord een stoomankerlier, een stuurlier en stoomlaadlieren.
Advertentie uit NRC 180317


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip GOUWZEE, gebouwd op de werf van de Gebr. Bodewes te Lobith en aan Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam, voorzien van een machine installatie van 600 pk, heeft op de gehouden proeftocht aan de gestelde eisen voldaan.


19 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De scheepvaart
Hedenochtend vroeg is het Nederlandse stoomschip RIJNDIJK (rederij Solleveld, v. d. Meer en Van Hattum) met ruim 5.000 ton mais voor de Regering van Baltimore alhier aangekomen. De RIJNDIJK heeft 42 dagen (waarvan een paar dagen in de Duins en de overige tijd in de Theems) oponthoud in Engeland gehad.
Het Noorse stoomschip SOMMERSTAD met 5.500 ton graan, geconsigneerd aan de N.O.T., is hedenochtend — na een oponthoud in Engeland van 16 februari af — van Buenos Aires alhier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Te IJmuiden is heden binnengekomen het stoomschip DARDANUS van de Maatschappij Oceaan met een lading lijnkoeken. Deze schepen hebben op eigen risico de reis door de gevaarlijke zone van Engeland naar Nederland gemaakt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De vaart op de Scandinavische landen zal nog deze maand of in het begin van de volgende, weer hervat worden. Het stoomschip SVEA van het Vereenigde Cargadoorskantoor, dat eind van deze maand naar Helsingborg, Malmö en Stockholm zou vertrekken, ligt nog steeds in de haven van Stockholm en kan deze wegens het ijs niet verlaten. De vaart op Gotenburg door het Vereenigde Cargadoorskantoor zal zo spoedig mogelijk hervat worden. Gewacht wordt nog op een bericht van de rederij te Gotenburg. De dienst op Christiania zal in het begin van april hervat worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weer een Nederlands schip getorpedeerd.
In de nacht van 15 op 16 maart om half 12 is de Nederlandse tjalk ANDELINA door een Duitse onderzeeboot getorpedeerd. De bemanning kreeg 3 minuten om in de boten te gaan, toen werden bommen aangebracht en tot ontploffing gebracht. Het schip zonk niet, waarna het getorpedeerd werd. De torpedering had plaats 25 mijlen WNW van het vuurschip Maas. De lading bestond uit ledige flessen voor Londen. De kapitein van de ANDELINA, De Vries, is afkomstig uit Amsterdam. Later gingen de 4 leden van de bemanning aan boord van de onderzeeër over en werden naar Zeebrugge gebracht, waarna zij heden over Sluis te Breskens aankwamen. Over de behandeling aan boord waren zij tevreden. (opm: het gaat over de tjalk ENGELINA, gebouwd in 1902)


20 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De scheepvaart.
De directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam deelt ons mee, dat zij besloten heeft het thans te Suez liggende stoomschip PRINSES JULIANA, met het oog op de overwegende bezwaren verbonden aan het voortzetten van de reis naar Nederland, order te geven van Suez over Sabang en Belawang naar Batavia terug te keren. Passagiers, die voornemens zijn de reis naar Nederland toch te vervolgen, zullen in Suez moeten ontschepen en voor hun verdere reis maatregelen moeten nemen. Passagiers, die evenwel naar Indië wensen terug te keren, kunnen de reis naar Indië met de PRINSES JULIANA maken. De lading van het schip zal aan boord blijven en in Nederlands-Indië worden gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 20 maart. De Nederlandse zeesleepboot UTRECHT, met het stoomschip CURAÇAO op sleeptouw van Rufisque naar Rotterdam, arriveerde 17 dezer te Vigo; alles wel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Oostzee.
In de maandag plaats gehad hebbende jaarlijkse algemene vergadering werd de balans en de winst- en verliesrekening over 1916 goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 60% (evenals v.j.). De aftredende commissaris, de heer P. van Leeuwen Boomkamp, werd als zodanig herbenoemd. Aan het verslag over 1916 ontlenen wij het volgende:
Het bedrijfsresultaat is zeer gunstig geweest. Wij werden echter meer en meer genoodzaakt voor onze Regering te varen met voedingsmiddelen, tegen beduidend lagere vrachten dan in de open markt te bedingen waren. Het gevolg van het een en ander was dan ook, dat wij van onze gehele vloot slechts met één schip één reis met hout van de Oostzee hebben kunnen doen; alle andere schepen waren hoofdzakelijk in de vaart tussen Noord- en Zuid-Amerika en Nederland. Zo nu en dan echter waren wij vrijgesteld van het varen onder Regeringscontract en het is dan ook bijna uitsluitend aan deze vrije reizen te danken, dat wij op het ogenblik deze balans kunnen overleggen. De onkosten op allerlei gebied zijn steeds stijgende geweest en vooral in de laatste maanden heeft deze rijzing een grote afmeting aangenomen. Hierbij mag niet de oorlogswinstbelasting vergeten worden, waarvoor men dan ook in de winst- en verliesrekening een reserve vindt. Het stoomschip WINSUM, hetwelk in bouw is bij de Antwerp Engineering Company te Antwerpen, verkeert nog in dezelfde toestand als in het vorig verslag vermeld. Het stoomschip LEERSUM werd in het begin van augustus afgeleverd. Het tweede stoomschip, hetwelk wij de naam van BUSSUM geven, hoopt men over circa 14 dagen in bezit te krijgen.
Onze exploitatie gaf een voordeel van NLG 2.334.034 en de winst- en verliesrekening wijst, na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten alsmede van de afschrijving een zuiver winstcijfer aan van NLG 1.588.616. Besloten is om op de waarde van onze schepen af te schrijven NLG 710.000. Van hetgeen overblijft wordt, na reservering van een bedrag van NLG 755.290 voor oorlogswinstbelasting en NLG 43.557 voor te betalen Rijksinkomstenbelasting en overbrenging van NLG 6.435 als saldo op nieuwe rekening, een bedrag van NLG 783.333 bestemd ter verdeling, waardoor een dividend van 60% of NLG 600 per aandeel uitgekeerd kan worden. Wij wensen hierbij op te merken, dat het gereserveerde bedrag voor oorlogswinstbelasting naar onze mening ongeveer datgene is, hetgeen wij te betalen zullen hebben over de jaren 1914, 1915 en 1916. Over de vooruitzichten voor het lopende jaar durven wij ons niet uit te laten. Feitelijk vaart onze gehele vloot nu onder Regeringscontract en tot door haar vastgestelde vrachten, en met de telkens wisselende onkosten is het onmogelijk om enige voorspelling te doen. De zéér verscherpte oorlogstoestanden ter zee doen hun invloed gelden, vooral op de gevorderde premies voor molestverzekering, doch wij moeten aannemen, dat onze Regering met alle factoren rekening zal houden bij het bepalen van de vrachten, daar het anders een absolute onmogelijkheid wordt onze Nederlandse vloot op die sterkte te houden, die niet alleen wenselijk, doch absoluut noodzakelijk zal zijn om na het sluiten van de vrede aan de te verwachten buitengewone grote concurrentie van het buitenland met succes het hoofd te kunnen bieden. Onze kleinere schepen hebben wij tot dusver steeds met steenkolen van Engeland naar een neutrale haven laten lopen, omdat deze schepen absoluut ongeschikt, ja zelfs niet in staat zijn, door hun weinige machinekracht ballastreizen benoorden Schotland om naar Amerika te maken. Hoe wij deze reizen dan ook in het vervolg zullen moeten maken, baart ons grote zorg.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Houthandel v/h William Pont.
Aan het verslag over 1916 ontlenen wij het volgende: Het bedrijf ondervond, evenals in de beide voorgaande jaren, in verband met de oorlog grote moeilijkheden. Een nauwkeurig overzicht van de resultaten van de Russische zaken is, met het oog op de tijdsomstandigheden, niet te geven. Wel kan worden meegedeeld, dat de waarde van bossen en houtwaren in Rusland in de loop van het jaar belangrijk is gestegen. Bij het opstellen van de balans is daarmee echter geen rekening gehouden. Bij verschillende banken te Petrograd was op 31 december 1916 door de firma Wijlhuizen & Co., onder welke naam de Maatschappij in Rusland zaken drijft, gedeponeerd een bedrag van ongeveer R. 1.200.000, hetwelk tot heden gestegen is tot ruim R. 2.000.000.
Houtwaren. Deze zijn tot lage prijzen opgenomen, terwijl bij het verschijnen van dit verslag het grootste gedeelte tot bevredigende prijzen is verkocht.
Filiaal Duisburg. De maximum afschrijvingen, door de Duitse wet veroorloofd, vonden wederom plaats. Wij oordeelden het evenwel nuttig bovendien nog extra RM, 10.437 — zijnde het restant van de winst — af te schrijven. Voor de verbouwing van de fabriek aldaar waaraan voorlopig door gebrek aan arbeidskrachten niets gedaan kan worden — is in onze boeken NLG 25.000 gereserveerd. De reserverekening moest, door afschrijving op Dubieuze Debiteuren, verminderd worden tot RM. 21.878. Een deelneming in een andere onderneming, tot een bedrag van RM. 18.000, werd tot op RM. 1 afgeschreven. Voor de overtollige liquide middelen te Duisburg kochten wij een deel van de nog lopende obligaties in.
Vrachtvaartmaatschappij ‘Edam’. Door enkele omstandigheden zijn wij nog niet in staat een netto winstcijfer uit vrachtvaart en verkoop van de boten vast te stellen, zodat afsluiting van de boeken eerst in dit jaar zal kunnen plaats hebben.
Winst- en verliesrekening. Aan de vroeger gecreëerde afschrijvingen wordt toegevoegd NLG 371.876, waardoor deze rekening een saldo aanwijst van NLG 1.100.000. De winst- en verliesrekening over 1916 wijst dan een saldo aan van NLG 519.154, waarvan gereserveerd moet worden voor belasting (6,65% over NLG 420.000) NLG 27.930, zodat overblijft ter verdeling NLG 491.224, waarvan te storten in het reservefonds 10% NLG 49.122, zodat na uitkering van 6% op cum. pref. aandelen en 6% op gewone aandelen op nieuwe rekening overgebracht moet worden een onverdeeld saldo van NLG 22.102. Na goedkeuring van de balans en winst- en verliesrekening over 1916 bedraagt het reservefonds NLG 396.527.
Op de balans per 31 december 1916 komen o.a. voor onder het Actief: Kas en Kassier NLG 1.153.462 (v.j. NLG 244.881), Wissels in portefeuille NLG 992.112 (NLG 184,094), Houtvoorraad (inclusief overliggend hout in Finland) NLG 1.558.078 (NLG 1.773,617), Debiteuren NLG 1.769.105 (NLG 1.402.423), Wijlhuizen & Co. NLG 5.581.194 (NLG 5.497.577), Vrachtvaartmaatschappij ‘Edam’ NLG 450.000 ( —), Eigendommen NLG 1.126.750) (NLG 1.158.815); en onder het Passief: Pref. Aand. Kap. NLG 2.000.000 (onv.). Gew. Aand. Kap. NLG 5.000.000 (onv.), Afschrijvingsrekening NLG 1.100.000 (NLG 728.123), Deposito's o/g NLG 1.065.013 (NLG 1.064,590), Crediteuren NLG 718.529 (NLG 802.923), Vrachtv.Mij ‘Edam’ NLG 1.948.648 ( —), Saldo winst- en verliesrekening NLG 519.154 (NLG 147.831).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gestrande onderzeeër.
In de nacht van 11 op 12 maart is een Duitse onderzeeboot binnen de Nederlandse territoriale wateren gekomen en gestrand op de Hinderribben. De bemanning heeft het schip verlaten. Door het vanwege het Departement van Marine ingestelde onderzoek is uitgemaakt dat het binnenkomen in Nederlands rechtsgebied niet is veroorzaakt door een van de omstandigheden (averij of gesteldheid van de zee), welke volgens artikel 5 (1) van de Neutraliteits-Proclamatie dat binnenkomen zouden rechtvaardigen. De Regering heeft derhalve beslist, dat de onderzeeboot zal worden ontwapend en de bemanning geïnterneerd.
Zondagmorgen te 05.50 zijn 11 matrozen van de geïnterneerde Duitse duikboot "U-6" van Hellevoetsluis naar het interneringsdepot te Bergen vertrokken. Het overig deel van de bemanning met een officier is nog aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 maart. Te Delfzijl is aangekomen de te Martenshoek bij Gebr. Bodewes nieuw gebouwde 3-mast gaffelschoener DYFJORD, voorzien van een motor van 130 ipk, gebouwd voor rekening van een firma in Noorwegen te Kopervik; het schip zal zandballast hier innemen en na bekomen verlof onder Noorse vlag en bemanning naar de bestemming vertrekken. (opm: dit is de EYFJORD (MQLG) – Bouwnr. 614)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Naar men ons meedeelt is inzake de terugkeer naar het vaderland van passagiers en bemanning van het stoomschip SINDORO, dat de 7e maart jl. op de rotsen bij Gibraltar strandde, nog geen nadere beslissing genomen. Echter is een ieder van hen vrij op eigen gelegenheid en voor eigen rekening naar Nederland terug te keren, zoals dan ook bereids enkele passagiers gedaan hebben.


21 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 20 maart. Hedenmiddag werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord alhier met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip TEXELSTROOM, in aanbouw voor de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. De gebruikelijke ceremonie werd verricht door mevrouw Nierstraas, echtgenote van een van de beide directeuren van de H.S.M. Lengte, breedte en holte bedragen resp. 272’-0", 40'-0” en 19’-0", terwijl het laadvermogen op toegelaten diepgang van zomervrijboord 2.400 ton van 1.016 kg bedraagt. De bouw van dit vrachtstoomschip geschiedt volgens de hoogste klasse en onder toezicht van Bureau Veritas. Het schip zal voorzien worden van een triple-expansie machine, die 1.200 ipk zal ontwikkelen, waarmee een snelheid van 10½ mijl per uur bereikt zal moeten worden. Op de thans vrijgekomen helling zal een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor het vracht- en passagiersstoomschip PRINS MAURITS, bestemd voor de Koninklijke West-Indische Maildienst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart
Het stoomschip ZUIDERDIJK van de Holland Amerika Lijn, dat met een lading, bestaande uit 28.625 quarter tarwe, 600 zakken lijnmeel en 1.534 ton lijnkoeken, via Halifax naar Nederland was vertrokken, is gisteren de Nieuwe Waterweg binnengekomen.
Hedenochtend is bericht ontvangen, dat het stoomschip BESOEKI, van de Rotterdamsche Lloyd, met 3.600 ton tarwe voor de Regering, hetwelk via Halifax de reis naar Nederland voortzette, te Bergen is binnengekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Naar wij vernemen, zal op de a.s. algemene vergadering van aandeelhouders in de Koninklijke Hollandsche Lloyd worden voorgesteld het dividend over 1916 te bepalen op 25 (v.j. 12) procent.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 maart. Volgens bij de Vereeniging van Assuradeuren ingekomen bericht van de Rotterdamsche Lloyd, had deze van haar agenten te Gibraltar het volgende telegram inzake het stoomschip SINDORO ontvangen: De expert heeft de beschadigde tabak afgekeurd. Sein dringend de toestemming tot verkoop, om erger schade te voorkomen. Hierop is terug geseind de bevelen van de experts op te volgen.
De rederij bezit geen stuwplan of manifest van het stoomschip SINDORO.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 21 maart. Gisteren werd met gunstig gevolg van de werf van de firma J.J. Pattje te Waterhuizen bij Groningen, te water gelaten de 3-mast stalen motorschoener REBECCA. Deze voor de Vrachtvaart Mij. Neerlandia te Rotterdam bestemde schoener, gebouwd volgens de hoogste klasse Bureau Veritas, voor de Atlantische vaart, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lang 40, breed 8.20 en hol 3,50 meter. Het schip, groot ongeveer 500 ton, zal voorzien worden van een 130 ipk ruw-oliemotor. De gebruikelijke ceremonies werden door mevr. Cohn verricht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koninklijke West-Indische Maildienst.
In het verslag over 1916 van de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam, wordt erop gewezen, dat het goederenverkeer van en naar Nederland afnam, enerzijds door nieuwe uitvoerverboden, anderzijds ten gevolge van de vele moeilijkheden, aan de aanvoer naar Nederland verbonden. In het najaar moest zelfs het vervoer van de belangrijkste West-Indische producten achtereenvolgens gestaakt worden. Deze omstandigheden noodzaakte de Mij. om met toestemming van de Nederlandse Regering over te gaan tot inkrimping van de dienst in de hoofdlijn. In tegenstelling hiermee werd de dienst tussen West-Indië en New York, dankzij een levendig aanbod van lading, met onverminderde regelmaat volgehouden. De vestiging van de Bataafsche Petroleum Maatschappij op Curaçao is voor deze lijn van betekenis.
In de lijn door het Panama Kanaal naar Peru en Chili, welke de Mij. onder de naam Holland-Zuid-Pacificlijn exploiteert, vonden, behoudens een korte onderbreking, maandelijks afvaarten plaats. Dank zij de belangengemeenschap met de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij beschikt men hiervoor over de nodige tonnage. Het vrachtschip JAN VAN NASSAU is ter beschikking gesteld voor de aanvoer van regeringsgraan van Noord- en Zuid-Amerika.
Verloren is het stoomschip LODEWIJK VAN NASSAU, dat in de Noordzee nabij het Galloper lichtschip op een mijn stootte en zonk. Het schip was tegen molestgevaar verzekerd.
Het stoomschip COLOMBIA beliep ernstige averij ten gevolge van het stoten op een mijn in de Noordzee, eveneens nabij de Galloper, doch kon behouden Gravesend bereiken, van waar het na voorlopige reparatie de reis naar Amsterdam voortzette. De schade was door verzekering gedekt.
Zoals reeds in het vorig verslag vermeld, zijn in het begin van 1916 de stoomschepen COLOMBIA, ECUADOR en VENEZUELA verkocht. Zij zullen door drie andere schepen worden vervangen. De overdracht aan de koper vond in de loop van het jaar plaats.
De vooruitzichten voor tijdige oplevering van de drie nieuwe stoomschepen, type ‘Oranje-Nassau’, zijn ten gevolge van de gebrekkige aanvoer van scheeps- en machinebouwmaterialen ongunstig.
Inclusief saldo a°.p°. ad NLG 29.655 (NLG 1.628), bedroeg de bruto winst NLG 4.969.017 (NLG 2.794.720), waarvan op exploitatie NLG 2.629.200 (NLG 2.472.389) en waarvan op stoomschepen NLG 2.244.042 (nihil). De netto winst is NLG 689.075, waaruit een dividend van 12 procent (als v.j.) wordt uitgekeerd.
Onder akten van paraisseren stoom- en lichterschepen voor NLG 1.663.002 (NLG 6.935.000), betaling op stoomschepen in aanbouw NLG 176.066 (nihil), kassa en dadelijk opvraagbare gelden NLG 6.024.544 en deposito's en prolongaties NLG 2.691.414. Het kapitaal is onveranderd NLG 3.500.000; de 4 pct. obligatielening 1907 staat onder passiva met NLG 1.038.000 (NLG 1.485.000) vermeld. Aan reserves vermeldt de balans: Assurantie eigen risico NLG 500.000; pensioenen NLG 398.348; uitkeringen inzake oorlogs-zeeongevallenwet NLG 15.000; diverse belangen NLG 800.000; afschrijving op schepen in aanbouw NLG 2.250.000; oorlogswinstbelasting 1915 en 1916 NLG 600.000 en diverse kleine reserves NLG 116.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over 1916 ontlenen wij het volgende: Ondanks vele moeilijkheden konden wij onze lijnen op Kopenhagen, Bordeaux, Portugal, Marokko, Spanje, Italië en Griekenland vrij geregeld voortzetten. Wij namen deel aan het contract tussen de Nederlandse Regering en de reeds voor het vervoer van graan van Noord- en Zuid-Amerika. Buitendien werd in de . helft van het jaar krachtens de schepenuitvoerwet een toenemend aantal van onze boten voor het vervoer ten behoeve van het Rijksgraanbureau en de Rijks-kolendistributie aangewezen. Ondanks de langere duur van de reizen en de onrustbarende stijging van alle exploitatiekosten zijn de financiële uitkomsten van ons bedrijf wederom zeer gunstig geweest, maar de volslagen onzekerheid omtrent de toekomstige ontwikkeling van ons bedrijf heeft uw bestuur bij de opmaking van de balans tot grote voorzichtigheid aangemaand. Het molestrisico van onze vloot hebben wij gedeeltelijk bij assuradeuren verzekerd, gedeeltelijk zelf gelopen. Met het oog op lopende en toekomstige risico's wensen wij onze reserve voor dit doel te versterken.
Van de uitermate gunstige conjunctuur profiteerden wij, door in het begin van het jaar het stoomschip SIRIUS ver boven de boekwaarde te verkopen. Het verkregen avans wensen wij evenals de boekwinst op onze verloren gegane schepen te reserveren.
De stoomschepen HEBE, MEDEA en THALIA werden ons achtereenvolgens in maart en november 1916 en in januari 1917 door de bouwmeesters opgeleverd. Wij bestelden nog 2 vrachtschepen elk van 1.750 ton draagvermogen ter oplevering in november 1917 en juli 1918 en één schip van 2.200 ton draagvermogen op te leveren in maart 1918.
De stoomschepen ACHILLES en DEUCALION zijn door de Turkse autoriteiten opgeëist. Wij trachten met behulp van onze Regering herstel van onze rechten te verkrijgen.
Blijkens de winst- en verliesrekening bedroeg het saldo vorig jaar NLG 53.516 (6.491) exploitatierekening NLG 17.491.607 (10.893.541) avans op stoomschepen NLG 2.307.965 (—), dividend K.W.I.M. NLG 409.560 (500.560); terug storting tantième K.W.I.M. NLG 91.220, NLG 500,78 (126.117); interestrekening NLG 315.861 (17,429); assurantie eigen risico NLG 351.825 (26.599); totaal NLG 21.021.557 (12.787.495).
Betaald werd o.a. aan toevoeging aan de reserve voor pensioenen NLG 381.356 (73.854) tantièmes personeel NLG 1.012.500 (546.200). Het saldo bruto winst bedroeg NLG 19.093.634. Afschrijvingen NLG 2.939.526 (2.883.502). Het saldo netto winst bedraagt NLG 16.154.108 (8.934.092). Hiervan wordt o.a. bestemd voor oorlogswinst belasting 1915 en 1916 NLG 4.800.000. Reserve voor diverse belangen NLG 3.020.000. Reserve voor molest NLG 1.300.000. Reserve voor loodsenbouw Rotterdam NLG 575.000, Reserve voor afschrijving op schepen in aanbouw NLG 521.500. Liquidatierekening stoomschepen NLG 1.786.465. Het dividend, bedraagt 20% (v.j. 15%). Op de balans staan de schepen te boek met NLG 6.786.626 (7.896.011), idem in aanbouw NLG 1.668.252 (144.698), kassa NLG 18.746,36 (8.761.231), schatkistpapier NLG 11.050,00 (3.500.000), debiteuren NLG 4.565.006 (1.418.286) en onder de passiva: Crediteuren NLG 10.146.280 (2.206.541).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Staatscourant No. 66 bevat de Koninklijk bewilligde akte van oprichting van de naamloze vennootschap: Maatschappij tot Exploitatie van het schoenerschip „Anna", alhier. Kapitaal NLG 200.000, in aandelen van NLG 1.000. Voorlopig worden uitgegeven aandelen tot een bedrag van NLG 105.000, geheel geplaatst en volgestort. Directie van de N.V. Vrachtvaart Mij. ‘Neerlandia’, Rotterdam.


22 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
De Nederlandse stoomschepen THUBAN, ALIOTH, YILDUM, WIERINGEN, TURBINIA, ARUNDO en MIZAR, zaterdagochtend vroeg uit de Nieuwe Waterweg naar Amerika vertrokken, zijn, naar draadloos uit Bergen is geseind, dinsdag Udsire gepasseerd. Alles was wel aan boord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De scheepvaart.
De BERNISSE, gecharterd door de firma P.A. van Es & Co., cargadoors te Rotterdam, die met een lading olienoten voor onze oliefabrieken uit Rufisque (Sene-gambië) in Engeland was aangekomen en daar enige tijd in een van de havens had gelegen, heeft op eigen risico de reis door de gevaarlijke zone ondernomen en is behouden de Nieuwe Waterweg binnengelopen. Gisteren is eveneens op dezelfde wijze aangekomen de ELVE van dezelfde firma en met gelijke lading.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De MÖWE teruggekeerd. Berlijn, 23 maart. (Wolff.) Officieel: Zijner Majesteits hulpkruiser MÖWE, commandant burggraaf Dohna Schlodien, is van zijn tweede kruistocht van verscheidene maanden in de Atlantische Oceaan naar een haven in het vaderland teruggekeerd.
Het schip heeft 22 stoomschepen, 5 zeilschepen met 123.100 bruto registerton w.o. 21 vijandelijke stoomschepen waarvan er 8 gewapend en 5 in dienst van de Engelse admiraliteit voeren en 4 vijandelijke zeilschepen opgebracht. De hulpkruiser MÖWE bracht 593 gevangenen mee.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gemeenteraad vergadering Amsterdam. Verhuring watervlakte.
Besloten wordt tot verhuring van een watervlakte in het hoofdkanaal-Oost aan de N.V. Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek en aanvulling van een huurovereenkomst betreffende grond, aan dat kanaal gelegen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen als vrachtboot ingerichte stoomschip HOLLAND, gebouwd voor rekening van de N.V. Zuid-Hollandsche Noordzeevisscherij Hollandia, aldaar. Het schip is lang 36 m., breed 7 m. en hol 3,70 m. en wordt voorzien van een 180 pk triple-expansie machine.


23 maart 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. C. van der Giessen & Zonen's Scheepswerven te Krimpen a/d Lek, is te water gelaten het stalen schroefstoomschip OOSTZEE, in aanbouw voor de N.V. W. van Driel's Stoomboot- en Transport Ondernemingen te Rotterdam. De afmetingen van het stoomschip zijn: Lengte 237 voet, breedte 36 voet, holte 18 voet. Het laadvermogen bedraagt 2.200 ton d.w. De bouw geschiedt volgens de hoogste klasse en onder speciaal toezicht van het Bureau Veritas.
De machine-installatie bestaat uit een triple-expansie machine van 850 ipk met bijbehorende ketels, geleverd door de N.V. Machinefabriek Hoogenlande v/h Pannevis & Zoon te Utrecht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Boele's Scheepswerven en Machinefabriek te Bolnes is met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van het Zweedse stoomschip SIGNE. Het schip, lang 292, breed 44 en hol 22 voet, is van het enkeldek type met brug, bak en kampagne.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het te Palembang thuis behorende barkschip JOHN DAVIE, groot 1.008 ton en gebouwd in 1876, is volgens Fairplay aan een firma te Batavia verkocht voor NLG 500.000. Het schip is, zoals reeds gemeld, bevracht van Java naar Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het onlangs naar New York verkochte Nederlandse stoomschip VAN DER DUYN is herdoopt in SAGUA. Het schip meet 3.299 bruto ton en is in 1914 te water gelaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam. 22 maart. Volgens alhier uit Londen ontvangen particulier telegram zijn de ruimen 1, 2 en 3 van het stoomschip MENADO (zie Avondblad 24 febr.) onbeschadigd. De lading in ruim 4, bestaande uit huiden, mais, kopra en een kleine partij tabak, zit onder water en moet worden gelost. De mais en kopra en misschien ook de huiden zullen moeten worden verkocht. Beneden in ruim 5 is eveneens enige lading beschadigd. Men hoopt in ongeveer 10 dagen het stoomschip voldoende te kunnen repareren om het de reis naar Rotterdam te kunnen doen voortzetten.


24 maart 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Aan het verslag over 1916 ontlenen wij het volgende:
De schepen maakten gedurende het boekjaar 50 rondreizen, waarvan 14 met de passagiers- en 36 met de vrachtschepen. De vermindering in het aantal reizen met passagiersschepen is het gevolg van het reeds in het vorig jaarverslag vermelde torpederen van het stoomschip TUBANTIA en het sedertdien opleggen van het stoomschip GELRIA. Zoals reeds in het Oranjeboek is meegedeeld is tussen de Nederlandse on de Duitse regering overeengekomen het incident van de TUBANTIA aan een internationale commissie van enquête te onderwerpen. Deze commissie zal eerst na de oorlog bijeenkomen en haar oordeel zal dus moeten worden afgewacht.
Ook in dit jaarverslag moeten wij, alhoewel eerst in het nieuwe boekjaar voorgevallen, weer tot ons groot leedwezen melding maken van soortgelijke incidenten aan onze schepen overkomen, door het gewelddadig vernietigen van ons stoomschip SALLAND op 23 januari jl. en van onze stoomschepen GAASTERLAND en EEMLAND op 22 februari d.o.v. Over deze incidenten vindt naar wij menen te weten een gedachtewisseling tussen de Nederlandse en de Duitse regering plaats, waarvan wij dus eveneens het resultaat moeten afwachten. (Zoals op een gisteren gepubliceerd officieel bericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken reeds werd meegedeeld, heeft de Nederlandse Regering het aanbod van de Duitse regering om de reders van de op 22 februari getorpedeerde schepen in de gelegenheid te stellen gedurende de oorlog Duitse schepen op gunstige voorwaarden te huren als onaannemelijk afgewezen). De laatstgenoemde drie schepen waren evenals de TUBANTIA ter beurze verzekerd. Dit verhindert echter niet, dat ons, met het oog op de moeilijkheid en de hoge kosten van de vervanging, ook in deze gevallen zeer belangrijke schade is toegebracht.
Het uitvallen van 10 reizen met passagiersschepen was uit de aard der zaak van zeer nadelige invloed op ons passagiersvervoer en de daaruit voortvloeiende ontvangsten. Ook de hoeveelheid vervoerde lading was in beide richtingen geringer dan in 1915, deels ten gevolge van langere reisduur, deels ten gevolge van de vele moeilijkheden van anderen aard, waarmee thans alle rederijen te kampen hebben.
Door stijging van de vrachtenmarkt en verhoging van de passagetarieven kon echter de daaruit voortspruitende vermindering in ontvangsten weer worden goedgemaakt.
Wegens postvervoer kwam ons als gevolg van de in ons vorig jaarverslag vermelde herziening van onze overeenkomst met de Nederlandse Regering, over de jaren 1914 en 1915 een bedrag van NLG 93.517 ten goede. De helft van dit bedrag werd aan ons uitgekeerd, de andere helft strekt in mindering van het van de Staat ontvangen voorschot. Ook dit vervoer heeft uit de aard der zaak onder moeilijke omstandigheden van dit ogenblik te lijden. De exploitatierekening werd in nog sterker mate dan verleden jaar belast met verhoogde gages, hoge molestpremies, de buitengewoon hoge prijzen van bunkerkolen, materialen en verbruiksartikelen en met de hoge kosten van oponthoud in tussenhavens, langere reisduur enz.
Zij sluit, met inbegrip van de van de Staat ontvangen gelden ten bedrage van NLG 200.000, met een voordelig saldo van NLG 10.907.465. Na toevoeging daaraan van het voordelig saldo van de interestrekening ad NLG 135.083 en van het onverdeelde dividend-saldo 1915 ad NLG 5.348 is een bedrag van NLG 11.047.898 beschikbaar. Voorgesteld wordt hiervan te bestemmen voor: Afschrijvingen op materieel, kantoorgebouwen en etablissementen NLG 2.045.619; reserve voor diverse belangen NLG 3.000.000; toevoeging aan het reparatiefonds NLG 500.000; toevoeging aan 't ondersteuningsfonds NLG 500.000; het bij artikel 28 van de statuten bedoelde reservefonds NLG 498.502; rente aan de staat over het tot 31 december 1915 genoten voorschot NLG 38.265; aflossing aan de staat uit de overwinst NLG 1.067.052; dividend op basis van 25% NLG 2.500.000; rijksinkomstenbelasting NLG 166.250; uitkeringen volgens artikel 28 van de statuten NLG 720.300; en het saldo groot NLG 11.908 op nieuwe rekening over te brengen.
Het assurantiefonds werd gedurende het boekjaar wegens geboekte premies eigen risico met NLG 110.016 versterkt en op NLG 669.654 gebracht.
De statutaire reserve bereikt met de voorgestelde toevoeging een totaal van NLG 949.554. Ook dit jaar menen wij te moeten voorstellen buiten en behalve de gewone afschrijvingen een buitengewone reserve van NLG 3.000.000 te maken, waardoor het verleden jaar gecreëerde fonds „Reserve voor diverse belangen" op NLG 6.000.000 zal worden gebracht. Deze extra reserve is o.a. nodig om voorbereid te zijn op de betaling van de verschuldigde oorlogswinstbelasting en om te zijner tijd de vervanging van de getorpedeerde schepen te vergemakkelijken, al menen wij ook te mogen verwachten dat de ons toegebrachte schade na onderzoek naar billijkheid zal worden vergoed.
Ook het reparatiefonds vereist met het oog op de bijzondere tijdsomstandigheden verdere versterking en zal met de voorgestelde dotatie op NLG 1.000.000 worden gebracht.
De toevoeging van NLG 500.000 aan het ondersteuningsfonds voor het personeel is gewenst om zekerheid te hebben, dat het in het vorige jaar ingestelde pensioenfonds reeds bij de aanvang in staat zal zijn de aan het personeel in uitzicht gestelde uitkeringen te dragen Het wordt met die toevoeging gebracht op NLG 1.028.611.
De voorgestelde uitkering van NLG 1.067.052 aan de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigt de rest van het tot 31 december 1916 door ons krachtens de wet van 29 november 1907 van de Staat genoten voorschot. De bij deze wet goedgekeurde overeenkomst met de Regering loopt, zoals bekend is, eerst begin 1923 af. Krachtens die overeenkomst zullen wij van het rijk op rekening van het totale overeengekomen voorschot van NLG 3.000.000 over het boekjaar 1917 nog ontvangen NLG 200.000 en over de jaren 1918—1922 nog NLG 100.000 per jaar. Aangezien van het totale voorschot van NLG 3.000.000 nu reeds meer dan twee derde is terugbetaald, mag worden verwacht, dat de nog te ontvangen bedragen geregeld zullen kunnen worden terugbetaald en op de resultaten van de exploitatie slechts van geringe invloed meer zullen zijn. Ook in het afgelopen jaar werden door ons belangrijke hoeveelheden graan voor de Nederlandse Regering tot sterk verlaagde vrachtprijzen aangevoerd. De omvang van deze verlagingen, in vergelijking met de vrachten in de open markt, bedraagt ongeveer drie en half miljoen gulden.
De werkzaamheden aan de nieuwe ligplaatsen aan de Handelskade, die wij van de Gemeente Amsterdam in huur hebben genomen, vorderen ten gevolge van de tijdsomstandigheden slechts langzaam, evenals de bouw van ons nieuwe kantoor aan de Prins Hendrikkade en Martelaarsgracht; met dit laatste zal echter binnenkort toch een aanvang kunnen worden gemaakt. Met de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij kwam een overeenkomst tot stand betreffende de gemeenschappelijke huur van ligplaatsen in de Rotterdamse haven. In het verslag wordt het overlijden van de heer C.A. den Tex, commissaris van de Maatschappij, herdacht.
Op de balans per 31 december komen voor onder het actief: Ongeplaatste aandelen NLG 10.000.000, stoomschepen en tenders en lichters na afschrijvingen daarop NLG 9.753.100 (v.j. NLG 3.332.949), kantoorgebouwen en etablissementen NLG 20.002 (NLG 26.742), magazijnrekening NLG 467.091 (NLG 225.357), vooruitbetaalde assurantiepremies NLG 218.223 (NLG 236.651), debiteuren NLG 3.473.738 (NLG 2.394.644), onkosten lopende reizen NLG 1.511.923 (NLG 1.348.791), kassa en kassiers NLG 13.750.312 (NLG 2.579.449), effectenrekening NLG 2.789.301 (NLG 6.657.077), belegd ondersteuningsfonds NLG 1.028.611 (—), belegd spaarfonds NLG 14.171 (—), en onder het passief: aandelen kapitaal NLG 20.000.000 (onv., 4½% obligatieleningen NLG 6.403.000 (NLG 6.451.000), uitgelote obligaties NLG 49.000 (NLG 48.000), reservefonds, (art. 28 van de statuten) NLG 949.554 (NLG 159.194), reserve voor divers belastingen NLG 6.000.000 (—), assurantiefonds NLG 669.654 (NLG 559.638), fonds tot ondersteuning v.h. personeel NLG 1.028.611 (--), spaarfonds personeel NLG 14.171 (—), reparatiefonds NLG 1.000.000 (NLG 50.000), reserve ongevallenverzekering NLG 88.605 (NLG 44.974), crediteuren NLG 1.382.220 (NLG 1.547.950), vracht- en passagegelden lopende reizen NLG 787.424 (—) dividend NLG 2.500.000 (NLG 1.200.000), Rijksinkomstenbelasting NLG 166.250 (--), rente aan de Staat NLG 38.265 (—), aflossing aan de Staat NLG 1.607.052 (—), uitkeringen volgens art. 28 van de statuten NLG 720.300 (—).NLG 43.026.490.
Winst- on verliesrekening 1916. Credit: per Saldo 1916 NLG 5.348 (NLG 4.993); per Exploitatierekening NLG 10.907.465 (NLG 10.019.112); per Interestrekening NLG 135.083.
Debet: Afschrijving op stoomschepen, lichters, tenders, kantoorgebouwen en etablissementen NLG 2.045.619 (NLG 3.078.163); Reserve voor diverse belangen NLG 3.000.000 (—); Reparatiefonds NLG 500.000 (—); Fonds tot ondersteuning van het personeel NLG 500.000 (—); Saldo winst NLG 5.002.278 (v.j. NLG 6.797.421); Reservefonds NLG 498.502 (v.j. NLG 291.858): Aandeelhouders 25% over NLG 10.000.000 is NLG 2.500.000, NLG 2.666.250 (NLG 1.200.000); Rente aan de Staat NLG 38.265 (NLG 34.265); Aflossing aan de Staat NLG 1.067.052 (NLG 1.046.228); Uitkeringen volgens art. 28 van de statuten NLG 720.300; Saldo op nieuwe rekening NLG 11.908 (NLG 5.348). (Ongecorrigeerd.) (opm: zie ook AH 050417)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gistermiddag werden van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te water gelaten de torpedoboten Z 3 en Z 4, in aanbouw voor het Departement van Marine. De Z 1 liep de 29e december 1916 van stapel en de Z 2 zal binnen enkele weken aan de beurt zijn. De beide boten Z 3 en Z 4 werden gebouwd op het ondereinde van helling I, waar op het boveneinde enige tijd geleden een begin werd gemaakt met de bouw van het mailschip JOHAN DE WITT voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Van helling II zal de 4e april a.s. te water gelaten worden het vrachtschip BATOE, groot 6.550 bruto ton, eveneens in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip YNNUR, gebouwd voor de Rederi Sverre Hansen A/S te Bergen, door de firma De Haan & Oerlemans te Heusden, heeft heden met goed gevolg in de Nieuwe Waterweg proef gestoomd. Er werd een snelheid verkregen van 101/2 mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is met goed gevolg te water gelaten van de werf te Krimpen a/d Lek van J. & K. Smit's Scheepswerven, het stalen vrachtstoomschip ZEERAAF, in aanbouw voor de Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam. Het schip is gebouwd onder speciaal toezicht en volgens de voorschriften van het Bureau Veritas naar de hoogste klasse. De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 180'-0"; breedte op buitenkant spanten 28'-0"; holte tot maindeck 14'-6". Laadvermogen ca. 1.000 ton d.w.
Het schip, van het raised-quarterdeck type, zal worden voorzien van een triple- expansie machine van 650 ipk van de Machinefabriek ‘Kinderdijk’ te Kinderdijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Scheepswerf voorheen Jan Smit Czn. te Alblasserdam is met goed gevolg te water gelaten (opm: op 22 maart) het Deense stoomschip VIBORG, metende ongeveer 3.000 ton summer freeboard. De machine en ketels worden bij de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' te Vlissingen vervaardigd, werwaarts het schip vertrekken zal. (opm: Bouwnr. 479)


26 maart 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Triton.
Naar wij vernemen, zal aan de vergadering van aandeelhouders worden voorgesteld het dividend te bepalen op 100% (v.j. 40%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Algemene vergadering van aandeelhouders, op donderdag 5 april a.s., ‘s middags te 12 uur, in de Industrieële Club, Vijgendam 2—6, Amsterdam. Punten van behandeling:
1. Aanbieding van het verslag van de directie, balans en winst- en verliesrekening over 1916 (Art. 23 van de statuten).
2. Vaststelling van het dividend, (Artikel 23 van de statuten).
Het Verslag, de balans en de winst- en verliesrekening over 1916 liggen van maandag 26 maart a.s. af voor aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap, Prins Hendrikkade 131. Aandeelhouders, die de vergadering wensen bij te wonen, moeten hun aandelen tegen ontvangstbewijs (dat tevens als toegangsbewijs tot de algemene vergadering strekt) uiterlijk 5 dagen vóór de vergadering ten kantore van de Maatschappij deponeren. (Art. 19 van de statuten). De directie. Amsterdam, 22 maart 1917.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De AMSTELSTROOM getorpedeerd.
Het stoomschip AMSTELSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Mij. — groot 1.413 ton — op weg naar London, is gisternacht 35 mijl van IJmuiden door een Duitse onderzeeër getorpedeerd. Een Scheveningse logger heeft 11 man, waaronder de kapitein, te IJmuiden geland. Een tweede sloep met 13 man is nog niet binnen gekomen. Van andere zijde werd ons vanmorgen geseind: De Scheveningse logger SCH-187 is te Hoek van Holland binnenkomende met 9 man van de equipage van het Nederlandse stoomschip AMSTELSTROOM, dat gisteravond 9 uur van IJmuiden vertrokken en om 1 uur getorpedeerd werd; 17 man van de equipage zijn nog zoek.
Nader bericht: Door de trawllogger HOLLAND II uit Katwijk, werden hedenmorgen 11 man te IJmuiden aangebracht, van het Nederlandse stoomschip AMSTELSTROOM, onder wie de kapitein en de eerste stuurman, welk stoomschip op reis van Amsterdam naar Engeland, gisternacht één uur door Duitse torpedoboten tot zinken werd gebracht.
De schipbreukelingen werden gisteren middag één uur, vijftien mijl NW van Scheveningen overgenomen uit een scheepsboot die in de richting van de Nederlandse kust roeiend, de logger zag vissen. De kapitein is licht aan de hand en een andere opvarende licht aan het been verwond. Een tweede boot met 13 inzittenden wordt nog vermist. Vermoedelijk zijn 2 opvarenden verdronken. De AMSTELSTROOM was voor NLG 750.000 op de Amsterdamse Beurs en voor NLG 50.000 op de Rotterdamse Beurs verzekerd. Totaal dus voor NLG 800.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gestrande onderzeeër.
De op de Hinderribben gestrande Duitse onderzeeboot is gisteren onder geleide van de Nederlandse Marine te IJmuiden binnengebracht en zou heden naar Alkmaar gesleept worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De AMSTELSTROOM getorpedeerd.
Tegen 1 uur gisternacht ontmoette het schip 3 torpedoboten op ongeveer 40 mijl van de kust, die onmiddellijk het vuur op het schip openden. De kogels vlogen om het schip en de bemanning zocht dekking, kruipende langs het dek om zich zodoende in de loodsen te begeven. Er werden twee boten uitgezet. In de laatste ging de kapitein. Onmiddellijk werd koers gezet naar de Nederlandse kust. Toen men 12 uren in de boten had gezeten, werd de logger HOLLAND II uit Katwijk opgemerkt, welke, op 15 mijlen ten NW van Scheveningen aan het net lag. Nadat de schepelingen zich aan boord van de logger hadden begeven werden zij onmiddellijk verpleegd. Hoewel de logger niet direct van plan was naar IJmuiden terug te keren, werd de terugreis aanvaard. De namen van de geredden zijn: S. Swart, kapitein; D.D. Rehderbehn, 1e stuurman; D. v.d. Lingen, 2e machinist; P. Honel, 3e machinist; Geelhuyzen, donkeyman; W. Kooy, kok: Reinders, tremmer; C. Lap, S. Jongh, H. van Es en R. Olfers, matrozen.
Hedenmorgen hebben de elf opvarenden van de AMSTELSTROOM, die te IJmuiden waren aangebracht, verslag gedaan van hun bevindingen.
De geredden verklaarden dat de AMSTELSTROOM in de nacht van donderdag en vrijdag te één uur door drie Duitse torpedojagers was aangevallen.
Zij schoten als razenden, verklaarden de opvarenden eenstemmig; en dit schieten duurde nog voort, toen de bemanning zich reeds in twee van de vier sloepen had begeven.
De indruk van de geredden was, dat de Duitsers het ook op hen gemunt hadden.
De AMSTELSTROOM zonk niet dadelijk. Toen de sloepen reeds een eindweegs van het schip verwijderd waren, schoten de Duitsers nog op de AMSTELSTROOM, die daarop zonk.
Nederlandse torpedoboten hebben zee gekozen ten einde de vermiste sloep van de AMSTELSTROOM te zoeken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De 7 getorpedeerde schepen.
Het verwekt algemeen zeer grote voldoening in geheel Engeland, dat Holland geweigerd heeft het Duitse voorstel om schepen te huren als vergoeding voor het tot zinken brengen van de Hollandse schepen in Het Kanaal aan te nemen. De Daily Chronicle noemt het een waardige handeling van de Hollandse Regering.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 15 maart. De gezagvoerder van het Nederlandse stoomschip HERMINA heeft gisteren voor het Seegericht, alhier, verklaring afgelegd. Het blijkt, dat de HERMINA op 7 maart van Rotterdam naar Bergen vertrokken, in de Noordzee door zeer slecht weer overvallen werd waardoor een gedeelte van de deklading verloren ging. Een poging om de lading weer te sjorren bleek wegens het zware weer en de aanhoudend overkomende stortzeeën onmogelijk. Het, stoomschip dat zondag al arriveerde, is met lossen van de lading begonnen.


27 maart 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De torpedering van de AMSTELSTROOM.
Wij zijn het zo langzaamaan zo gewoon geworden — aldus het Handelsblad — dat duikboten maar raakweg schepen in de grond boren, zonder voor de veiligheid van de mensen te zorgen. dat men haast geneigd is de daad van Duitse torpedojagers, een geheel flottielje n.b., die een schip, dat — volgens hun opvatting (een volkomen onjuiste, maar dat laten wij in het midden) — een blokkade breekt, dadelijk beschieten en met kanonvuur vernietigen zonder de geringste zorg voor de bemanning te dragen, als iets heel gewoons te beschouwen. Wie vóór deze oorlog zou hebben durven zeggen, dat de Duitse marine tot zulke lafhartige onmenselijkheden in staat zou zijn, zou als een lasteraar beschouwd
zijn. Niets belet de Duitse vloot van betrekkelijke grote oorlogsschepen, want dat zijn torpedojagers (schepen van een paar duizend ton) de bemanning te verzorgen, aan boord te nemen. Het gehele feit van het in de grond boren is in strijd met het recht. De wijze, waarop de torpedoboten de opvarenden behandeld hebben, is in strijd met het recht, zoals het in Duitsland zelf gewenst is en tevens in strijd met de menselijkheid.
Mededelingen van de kapitein.
Kapitein Swart heeft rapport uitgebracht aan zijn directie en deelt o.a. mee, dat op het ogenblik, dat de tweede sloep, die gestreken werd, langszij van het schip lag, het schieten nog steeds voortduurde. Er werd toen zelfs nog een torpedo afgeschoten, die onder sloep en boot beide door ging.
Toen de sloep weg voer, lag er iemand in het water te spartelen, die niet meer kon worden gered. Ook hoorden de mannen nog iemand om hulp roepen; ze konden niet onderscheiden of het geroep van deze drenkeling afkomstig was.
Ook terwijl ze weg roeiden, hoorden ze het schieten voortduren. Toen het geluid van de kanonnen een ogenblik verstomde, dachten ze er over naar de AMSTELSTROOM terug te keren, doch ternauwernood waren ze gedraaid of het schieten begon opnieuw. Tegen half 6 werd het licht. De mannen konden nog niet heel ver weg zijn, want ze waren zeer afgemat. Naar schatting waren ze 11/2 mijl van de plaats van de misdaad verwijderd. De AMSTELSTROOM was echter al niet meer te zien. De kapitein vermoedt derhalve dat het schip gezonken is.
Mededelingen van de geredden.
In het gebouw van het Loodswezen te Hoek van Holland waren we in de gelegenheid te spreken met de 9 zeelieden van de AMSTELSTROOM, die door de logger MARCONI (SCH- 187) waren aangebracht. Het waren de 1e machinist H. Stijger, de bootsman J. v. Laar, de hofmeester N. v.d. Zanden, de stokers H. Heshof, J. v.d. Wetering en W. v. Essen, de matroos F. Foyer en de kwartiermeester K. Koning. De stokers Heshof en v.d. Wetering waren niet gevaarlijk gewond door granaat scherven. Donderdagnacht één uur werd men plotseling opgeschrikt door het hevig granaat vuur, dat van twee Duitse torpedoboten afkomstig bleek. De Duitsers bleven zonder ophouden doorvuren en hebben zeker 20 à 25 schoten op het schip gelost. De granaten sloegen in het bruggendek en in de pijp van het vaartuig. De machine werd onmiddellijk gestopt en alle hens kwamen aan dek.
Op handen en voeten kroop de bemanning achter de koelkast naar de boten, die beide gestreken werden. Onder de granaten waren er van 71/2 cm. Er stond een zware zee. Ook was het volslagen duister, zodat men niet kon nagaan of allen wel in de boten aanwezig waren. Sommige van de opvarenden sprongen over boord, doch slaagden er niet In de boten te bereiken. Nadat de reddingsboot, waarin de 9 man gezeten waren, gestreken was, liet de stoker Veerman uit Volendam zich langs een talie naar beneden zakken, doch door de zware deining werd de boot plotseling afgeslagen, waardoor Veerman in het water terechtkwam. Men hoorde hem nog roepen: „Help mij toch”, doch door de duisternis en de zware stroom was het onmogelijk de ongelukkige hulp te bieden. Hij laat een vrouw en 6 kinderen na. Terwijl de reddingsboot zich van het schip verwijderde, werd er nog onophoudelijk geschoten. In de duisternis kon men niet zien waar de andere boot heenging, zodat men deze kwijt raakte. Op verschillende plaatsen hoorde men nog hulp roepen, doch het was onmogelijk te helpen, daar men in het donker niet kon zien, waar zich de drenkelingen bevonden. Men roeide van het schip weg, onder een hagelbui van kogels. Een granaat ontplofte vlak achter de reddingsboot en was oorzaak, dat het water hoog opspatte en in de boot terecht kwam. Een granaatscherf sloeg een groot gat in de boot, dat men slechts met grote moeite, met behulp van poetskatoen dichtte. Gedurende 30 uur zijn de mannen zo in de open boot gebleven, zeilende onder leiding van de kwartiermeester. Zij hadden slechts weinig beschutting en waren niet in de gelegenheid geweest voldoende kleren mee te nemen; voor voedsel hadden zij alleen wat scheepsbeschuit bij zich. Gedurende al die tijd hebben zij geen enkel schip gezien. Wel hebben zij twee torpedoboten, vermoedelijk Duitsers, gezien, want zij gaven lichtsignalen met een elektrische lantaarn, waarop de torpedoboten naderbij kwamen, doch zich onmiddellijk weer verwijderden zonder hulp te bieden. Eerst zaterdagochtend 6 uur, kregen zij de SCH-178 in zicht, die hen liefderijk opnam. De mannen waren door en door verkleumd en konden slechts met moeite aan boord gehesen worden. Om 4 uur zijn ze naar Amsterdam vertrokken.
De Hollandsche Stoomboot Maatschappij verliest met de AMSTELSTROOM haar vijfde schip. De ZAANSTROOM werd opgebracht naar Zeebrugge. De TEXELSTROOM en de WAALSTROOM werden getorpedeerd. (Officieel liepen ze op een mijn). De BERKELSTROOM werd door bommen tot zinken gebracht.
De AMSTELSTROOM was, behalve met stukgoederen, ook geladen met een grote partij vis, door de Export Mij. te IJmuiden aangekocht volgens de overeenkomst met Engeland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 maart. Van de werf van de scheepsbouwmeesters firma Meijer te Leeuwen-beneden is te water gelaten de zeeboot LÖVESTEIN, terwijl de kiel werd gelegd voor eenzelfde vaartuig. (opm: Nooit als zodanig gevaren, zie MERWEDE).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Losgelaten door Engeland. Hedenmorgen arriveerde het stoomschip HENGELO van de Stoomvaart Mij. Noordzee te Amsterdam te IJmuiden, na 5 weken in een Engelse haven te zijn vastgehouden.


28 maart 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 29 maart, 01.30 uur 's namiddags, onderzoek naar de oorzaak van het inzetten van de toppen van de vlamkasten van een van de ketels aan boord van het stoomschip HECTOR op 17 maart jl. Gezagvoerder M. Romunde, rederij Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, beiden te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gistermiddag een onderzoek in ter zake van het tot zinken brengen door een Duitse duikboot van het stoomschip LA CAMPINE op 56º-20' N.B. en 03º-25' O.L. op 13 maart 1917. Gehoord werd allereerst de gezagvoerder G. Claudé, die verklaarde, dat de LA CAMPINE een tankschip was en voer 10 maart in waterballast van Rotterdam naar New York via Halifax. Getuige had de voorgeschreven route gevolgd, het laatste bestek had hij gehad bij IJmuiden. Voor die tijd was de LA CAMPINE voor anker gegaan wegens averij aan de stuurketting en was blijven liggen tot zondagmiddag 11 maart, 5 uur, daar er te dikke mist was dan dat getuige durfde gaan varen. Dinsdagmorgen te 8 uur 30 heeft getuige hoogte gehad. Het was toen helder weer. Kort daarop, toen getuige naar achteren liep om de loglijn te zien, hoorde hij een schot. Het was toen 8 uur 45. OZO zag getuige een duikboot, die bleef doorvuren, niettegenstaande getuige drie stoten met de fluit deed geven, ten teken, dat hij achteruit sloeg. Ook toen de LA CAMPINE gestopt lag, bleef de duikboot doorschieten. De marconist kon geen draadloze verbinding krijgen met de duikboot, die op een dikke mijl afstand lag. De wimpel-seinen voor de duikboot waren niet te zien, daar er geen wind genoeg was. Getuige zette toen een boot uit, waarmee hij de tweede stuurman naar de duikboot zond, terwijl hij seinde: ,,Mijn boot komt naar u toe". Toen de 2e stuurman langszij van de duikboot lag, hees deze het sein A. B. — „verlaat uw schip". De bemanning gaf aan dit bevel gevolg, en getuige liet naar de boot van de stuurman roeien, die hem verslag gaf van zijn onderhoud met de duikbootcommandant. Getuige is niet bij de duikboot geweest. De duikboot dook onder en kwam dichter bij het schip weer boven, daarop begon zij het schip te beschieten, dat zij tenslotte door een torpedo in de grond heeft geboord. Ruim 24 uur hebben de schepelingen rondgezwalkt, zoveel mogelijk zodanige koers houdende, dat zij zouden uitkomen ergens aan de Nederlandse kust. 's Middags zagen zij een Engelse duikboot, die hen op sleeptouw nam, koersende naar de Terschellinger Bank. Volgens het gegist bestek van getuige is de torpedering geschied op 56º N.B. en 04º-57" O.L. (Dit wijkt af van de opgaaf van de Duitse duikboot, die aangeeft 56º-20' N.B. en 03º-25' O.L. Dit is in zoverre van betekenis, dat de opgaaf van de duikboot aangeeft een plaats buiten de veilige vaargeul, terwijl volgens het gegist bestek van kapt. Claudé het schip binnen die geul zou zijn geweest). Na uitvoerig onderzoek op de kaart bleek, dat de juistheid van het gegist bestek niet was vast te stellen. Wel bleek, dat men zich, eenmaal in de boten zijnde, had vergist in de plaats waar men was. Getuige meende te kunnen koersen met zijn boten naar Doggersbank-Noord, dit kwam evenwel niet uit. Nadat de Engelsman hen had losgelaten, zijn zij gekoerst naar Doggersbank-Zuid, waar zij opgenomen werden op het lichtschip. Daar zijn zij afgehaald door de sleepboot THAMES. De 1e stuurman J. Ebbens bevestigde de verklaringen van de gezagvoerder. De 2e stuurman H. de Grooth verklaarde, dat hij een klein uur gevaren had van zijn schip naar de duikboot. Hij had de trommel met papieren bij zich. De duikbootcommandant is met de papieren naar beneden gegaan, waar getuige later ook moest komen. De commandant merkte toen op, dat de LA CAMPINE te diep lag, dan dat hij kon geloven dat zij in ballast voer. Bovendien verklaarde de commandant, dat het schip in verboden gebied was en hij achtte het waarschijnlijk, dat het contrabande voor Engeland ging halen. Als plaats gaf toen de Duitser aan 56º-20' N.B. en 03º-25' O.L. De commandant kondigde aan, dat de LA CAMPINE zou worden in de grond geboord. Voor het overige stemmen de verklaringen van deze getuige overeen met die van de gezagvoerder en de 1e stuurman. Het nummer van de duikboot heeft getuige niet gezien. De commandant had op verzoek van getuige om de boten te slepen, weigerend geantwoord en de raad gegeven om ZW te sturen. De Inspecteur van de Scheepvaart, de heer Landweer, opmerkende, dat het voor een duikboot minder gemakkelijk is juiste hoogte te nemen dan voor een gewoon schip, omdat een duikboot vaak onder water vaart en in allerlei richtingen manoeuvreert, zodat de duikbootcommandanten vaak zelf verklaren, dat zij niet zeker zijn van hun standplaats, stelde de vraag waaraan de duikbootcommandant de zekerheid ontleent, dat zijn bestek het juiste was. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam.
In de gisteren alhier gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werd het jaarverslag over 1916 uitgebracht en werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd. Besloten werd, na ruime afschrijving op de bezittingen van de Maatschappij, aan aandeelhouders een dividend uit te keren van 7% (vorig jaar 6 %). De heer J.H.D. Koppe, die als commissaris aftrad, werd herkozen. Voorts werd besloten het aandelenkapitaal uit te breiden tot NLG 1.500.000 en werden bovendien verschillende statutenwijzigingen aangenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 maart. Omtrent het bij Ameland aan de grond gelopen schip vernemen wij, dat dit het Duitse stoomschip CERES is, geladen met kolen van Rotterdam naar Stockholm. De bemanning, bestaande uit 19 koppen, weigert het schip te verlaten en vraagt assistentie van sleepboten. Vermoedelijk is het schip verloren. De sleepboten NEPTUNUS en TERSCHELLING zijn van Terschelling ter assistentie naar het gestrande stoomschip vertrokken.
Later bericht. Het gestrande stoomschip CERES is iets naar de wal toegeslagen. De bemanning is nog aan boord. Sleepboten met werklui uit Ameland zijn in de nabijheid om te trachten het schip te lossen. Door de hoge zee kunnen ze evenwel nog niet aan boord komen. Later bericht. Om de CERES te lichten wordt de lading gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 27 maart. Het bij Gibraltar gestrande stoomschip SINDORO is vlot gebracht. De agenten van de rederij te Gibraltar berichten, dat de lading-expert uit Liverpool het eens is met de plaatselijke surveyors ten opzichte van de beschadigde tabak om deze te verkopen, maar van mening is, dat de licht beschadigde pakken moeten worden afgezonderd en het gezonde deel daarvan herscheept. Met de verkoop van de zwaar beschadigde colli is reeds een aanvang gemaakt en deze brengen goede prijzen op.


29 maart 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het voor rekening van de Deense regering op de werf van Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek nieuw gebouwde stoomschip DIANA, groot I38 m3 en voorzien van een Fulton machine van 430 ipk, heeft met goed gevolg proef gestoomd en is heden naar Kopenhagen vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De J.B. AUG. KESSLER getorpedeerd.
Volgens een dinsdagmiddag door de directie van de Petroleum Maatschappij La Corona, onderafdeling van de Bataafsche Petroleum Maatschappij te 's-Gravenhage ontvangen bericht, is het tankschip van de maatschappij J.B. AUG. KESSLER getorpedeerd op 40 mijl ten oosten van Start Point (zuidkust van Engeland).
Het bericht meldt verder, dat de gehele bemanning, met uitzondering van 2 Hollandse machinisten en 4 Chinese werklieden is gered en dat het schip drijvende is gebleven en in veiligheid is gebracht
De J.B. AUG. KESSLER is groot bruto 5.104 netto 3.198 ton en werd gebouwd in 1902. Het stoomschip was op de uitreis naar New York.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 maart. De alhier thuis behorende zeetjalk REHOBOTH, kapitein en eigenaar J. Kunst, is onderhands voor geheime prijs verkocht aan kapt. J. de Jong te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 maart. Het motorschip DE TIJD, voor enige dagen aangekocht door de heer A. Houwing, alhier, zal, naar wij vernemen, worden ingericht als schelpenzuiger.
- De alhier thuis behorende sleepboot LAUWERZEE, kapt. Bosveld, is onderhands naar Amsterdam voor geheime prijs verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 maart. Het voor Denemarken nieuw gebouwde stoomschip DIANA, door het ijs hier opgehouden, is thans bezig de kompassen te regelen en zal na bekomen verlof met een Deense bemanning naar Kopenhagen vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Holland-Gulf Stoomvaart Maatschappij.
In de gisteren alhier gehouden algemene vergadering van aandeelhouders in de Holland-Gulf Stoomvaart Mij. zijn de balans en de winst- en verliesrekening per 31 dec. 1916 goedgekeurd en is het dividend vastgesteld op 40%. De heer mr. J.G. Schölvinck is als commissaris herkozen.


30 maart 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Naar wij vernemen, zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij worden voorgesteld het dividend over het afgelopen boekjaar vast te stellen op 16% (v.j. 15%) en aan houders van oprichtersbewijzen NLG 376 (v.j. NLG 284) per bewijs uit te keren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De Rotterdamsche Droogdok-Maatschappij.
Jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders op zaterdag 14 april 1917, des voormiddags te 11 uur, in het Notarishuis te Rotterdam. De punten van behandeling liggen van af heden ten kantore van de Vennootschap, Heijplaat, ter inzage. Houders van aandelen aan toonder worden er aan herinnerd, dat ingevolge artikel 19 van de statuten, deelneming aan de beraadslaging en stemming slechts kan worden toegestaan, indien hun aandelen minstens 6 werkdagen voor de vergadering tegen reçu worden gedeponeerd ten kantore van de Disconto Maatschappij te Rotterdam of van de Kas-Vereeniging in Amsterdam. Gedrukte verslagen worden op schriftelijk verzoek aan aandeelhouders toegezonden. De Directie. Rotterdam, 30 Maart 1917.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Zaterdagmorgen (opm: 31 maart) zal van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te water worden gelaten het schroefstoomschip SIRRAH, in aanbouw voor Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd door de N.V. Werf v/h Rijkée & Co. te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip RHEA, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam. Het schip, waarvan de afmetingen zijn 260' x 39' x 24'-6", heeft een draagvermogen van 2.000 ton. Het wordt door de Ned. Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel voorzien van een stel stoomwerktuigen van 1.000 ipk. Schip en machine worden gebouwd volgens de hoogste klasse van het Bureau Veritas.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van G.J. van der Werff te Hoogezand is te water gelaten de stalen motorschoener MARIA JACOBA, groot ± 325 ton, voor rekening van de Hollandse rederij Van der Burg te Vlaardingen. Het schip is gebouwd onder speciaal toezicht van de Germanischer Lloyd en de Hollandse Scheepvaartinspectie Grote Kustvaart, en zal worden voorzien van een 85 ipk hulpmotor uit de fabriek van de heer Joh. Boot te Alphen. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een dito motorschoener voor eigen rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Verminderd broodrantsoen.
De Minister van Landbouw heeft zich genoodzaakt gezien, met ingang van 6 april het tot nu toe gegeven broodrantsoen te verminderen.
De oorzaak.
Sinds 18 februari wordt te Halifax vastgehouden de OOSTERDIJK, van de Holland Amerika Lijn, met 8.000 ton tarwe en 700 ton Amerikaanse bloem. Dit is ook het geval, vanaf dezelfde datum met de SOESTDIJK, inhoudende 7.100 ton tarwe. Van 19 februari af ligt op dezelfde plaats de NOORDAM met 8.000 ton tarwe en 600 ton bloem, sinds 24 februari de BEUKELSDIJK met 9.000 ton tarwe en 275 ton bloem; sinds 10 maart de SLOTERDIJK met 1.080 ton tarwe en 3.250 ton bloem en sinds een onbekende datum de MEGREZ, met 3.850 ton tarwe. Het kan ook zijn, dat de laatste boot nog in Amerika is. Afgeladen om te vertrokken liggen in Amerika de RIJNDAM met 7.900 ton tarwe en 1.600 ton meel, de WAALDIJK met 4.350 ton tarwe en 2.050 ton meel en de ALGENIB met 5.400 ton tarwe. Deze schepen kunnen niet uit Amerika vertrekken omdat er geen zekerheid bestaat, dat zij te Halifax aankomende, niet eveneens zullen worden vastgehouden. Verder liggen in Engelse havens, de SOMMELSDIJK met 7.700 ton tarwe en de GORREDIJK met 2.700 ton tarwe en 4.000 ton rogge. Er bestaat tot heden niet de minste zekerheid omtrent het tijdstip, waarop genoemde schepen uit de havens waar zij worden vastgehouden, zullen kunnen vertrekken of omtrent het tijdstip, waarop de scheepvaart van Noord-Amerika naar Nederland geacht kan worden weer enigszins normaal te verlopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 maart. Nader kan nog gemeld worden, dat Hr.Ms. HOLLAND, welke bodem thans Vigo heeft verlaten, vandaar nu rechtstreeks naar Nieuwediep zal terugkeren en daarbij de route benoorden Engeland zal nemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 23 maart. De kustwacht van Ameland meldt dat het stoomschip CERES bezig is lading te lossen. De sleepboot TERSCHELLING is op de strandingplaats aangekomen. De positie van de CERES is gunstig, geen zee en geen branding.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hedenmorgen is van de werf van de firma Rijkee & Co. te water gelaten het stoomschip RHEA, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, zusterschip van de THALIA en de MEDEA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De torpedering van de J.G. AUG. KESSLER.
De beide Hollandse machinisten, die bij de torpedering van het tankschip AUGUST KESSLER van de Petroleum Maatschappij Corona te 's-Gravenhage zijn omgekomen, zijn de 2e machinist F.J. v.d. Hoek en de 4e machinist C.L.M. van Dijk.


31 maart 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf in 1916.
In het verslag aan aandeelhouders van de hier ter stede gevestigde Naamloze Vennootschap WiIton's Machinefabriek en Scheepswerf (Wilton's Engineering and Slipway Company) over 1916 wijzen commissarissen er op, dat de moeilijkheden, die de oorlog aan de Nederlandse industrie berokkent, ook voor hun vennootschap steeds nijpender worden. Nochtans zijn de door haar in het geëindigde jaar behaalde financiële resultaten, naar commissarissen opmerken, zeer bevredigend. Zij stellen voor na afzondering van een wenselijk voorkomende reserve het dividend op 71/2 procent (evenals over de vier voorafgegane jaren) te bepalen.
In het verslag van de directie lezen wij o.a.: Ofschoon ook weer het gehele afgelopen boekjaar in het teken van de Europese oorlog stond, hadden wij niet te klagen over gebrek aan werk, daar er over het algemeen weer vraag naar werk bestond, dat door ons kon worden uitgevoerd; het totaal bedrag aan uitgevoerde reparaties wijst in vergelijking met 1915 een belangrijke vermeerdering aan, terwijl de afdeling nieuwbouw, voor zover de gelegenheid zulks toeliet, volop werk had. Steeds groter werden echter de moeilijkheden, waarmee de aanvoer van de benodigde grondstoffen gepaard ging; niet alleen vermeerderden de prijzen sprongsgewijze, doch na augustus was het onmogelijk materialen voor scheepsbouw te betrekken en hoewel wij er vóór die tijd in geslaagd waren een flinke voorraad te verkrijgen, zal toch de aanvoer spoedig hervat moeten worden, willen wij niet in 1917 door materiaalgebrek verhinderd worden in de voortzetting van onze werkzaamheden.
In 1916 bedroeg het totaal aantal gedokte schepen 306, metende 1.097.574 ton met 1.069 dokdagen. Op de hellingen kwamen 17 zeeschepen, metende 12.954 ton, met 133 helllingdagen. Totaal werden dus 323 zeeschepen, metende 1.110.528 ton, gedokt en gehellingd. Bovendien werden 29 zeeschepen, metende 92.081 ton, door ons in de dokken van de gemeente Rotterdam behandeld.
Verder werden nog 116 rivierschepen gehellingd met een totaal van 351 hellingdagen.
De afdeling scheepsbouw leverde af: 2 baggermolens voor het Departement van Koloniën voor de dienst in Nederlands-Indië en 4 vrachtboten met een gezamenlijk draagvermogen van 7.600 ton. De afdelingen machinebouw en ketelmakerij leverden af: 8 nieuwe machines met een totaal van 3.840 ipk, 14 nieuwe ketels met een totaal verwarmd oppervlak van 1.527 m2. Op 31 december I1916 waren nog onder handen of in bestelling in de afdeling scheepsbouw: 4 vrachtboten voor Nederlandse rekening en een drijvende bok voor eigen gebruik. In de afdelingen machinebouw en ketelmakerij zijn nog onderhanden of in bestelling: 8 machines en 10 ketels voor bovengenoemde en andere vaartuigen. Aan arbeidsloon werd uitbetaald NLG 2,370.466 (v.j. NLG 1.833.946).
Het terrein onder Schiedam, waarop begin 1916 de hand werd gelegd, groot ca. 68 H.A. beantwoordt, naar de directie meent, aan alle eisen welke in de toekomst aan een grote industriële onderneming gesteld kunnen worden, waarbij zij rekening houdt met de noodzakelijkheid om zich meer dan tot nu toe het geval was, toe te leggen op de bouw van grote mailstomers en vrachtboten. De directie meent, dat er ongetwijfeld na het einde van de Europese oorlog voldoende vraag zijn naar dergelijke vaartuigen.
Op de balans komen de terreinen onder Rotterdam en Pernis onveranderd met NLG 1.870.000; het genoemde terrein onder Schiedam met NLG 2.083.015 (v.j. nihil); gebouwen, hellingen, havens, etc. onveranderd met NLG 1; machinerieën en gereedschappen na afschrijving met NLG 1 (v.j. 50.000); droogdokken, na afschrijving van NLG 450.000, met NLG 700.000 (v.j. NLG 1.150.000); stoomboten en vaartuigen na verkoop tot een bedrag van NLG 35.000 en afschrijving van NLG 14.999 met NLG 1 (v.j. 50.000); effecten na verkoop van NLG 236.652 en afschrijving van NLG 817, met NLG 19.000 (v.j. NLG 256.500). Voorts paraisseren o.a. kassen en kassiers met NLG 1.274.002(v.j. NLG 1.058.930); diverse debiteuren met NLG 1.722.762 (v.j. NLG 1.434.217); voorraad grondstoffen en materialen met NLG 818.585 (v.j. NLG 258.170); voorraad steenkolen met NLG 54.060 (v.j. NLG 1.179) en werken onder handen met NLG 386.792 (v.j. NLG 183.748).
Onder de passiva staan o.a. het maatschappelijk kapitaal onveranderd met NLG 1.250.000; de obligatielening met NLG 810.000 (v.j. NLG 875.000); het statutaire reservefonds en het reservefonds B resp. onveranderd met NLG 1.000.000 en NLG 1.300.000; de reserve dubieuze debiteuren onveranderd met NLG 100.000. Voorts de nieuw geopende ,,reserve voor diverse verplichtingen" met NLG 1.280.000 (v.j. nihil); crediteuren met NLG 1.201.986 (v.j. NLG 633.410); ontvangen termijnen op onafgewerkte contracten NLG 106.120 (v.j. NLG 183.354); nog verschuldigde kosten van verzekering van de werklieden NLG 136.786 (v.j. NLG 84.134). De rekening van uitdeling bevat het bedrag aan dividend onveranderd met NLG 83.750; de tantièmes directie en commissarissen evenwel met NLG 432.067, tegen NLG 191.904 over 1916. De rijksinkomstenbelasting onveranderd met NLG 6.234 en het onverdeelde saldo over 1916 met NLG 1.167.473 (v.j. NLG 280.079). Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt het overschot van de bedrijfsrekening NLG 3.935.725, tegen NLG 4.710.340 over 1915. Hieruit zijn allereerst te bestrijden de debet-saldi van de rekeningen: Steenkolen, algemene onkosten, interest, salarissen van directie en personeel NLG 721.533 (v.j. NLG 544.282), waarna er, met inbegrip van het saldo 1915 ad NLG 280.379 een beschikbare winst is van NLG 3.434.770. Na aftrek van de reeds vermelde afschrijvingen, tezamen tot een bedrag van NLG 515.245 (NLG 472.623) en de bovengenoemde „reserve voor diverse verplichtingen'' kan het in de aanvang vermelde dividend worden uitgekeerd en het reeds genoemde saldo op nieuwe rekening worden overgebracht.
De heden alhier gehouden jaarvergadering heeft de balans en de winst- en verliesrekening vastgesteld met bepaling van het dividend op 71/2 procent.
De heer A.O. Horstmann werd als commissaris herkozen, terwijl tot commissarissen werden gekozen de heren J. Rypperda Wierdsma en H. van Helden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam, 31 maart. Hedenochtend werd met gunstig gevolg te water gelaten van de werf van de firma de Wed. C. Boele & Zoon te Slikkerveer het stalen vrachtstoomschip AUG. BORREMANS. Dit onder speciaal toezicht van Lloyds Register en Det Norske Veritas hoogste klassen, voor rekening van de N.V. J. van Steen's Rijnreederij te Rotterdam gebouwde stoomschip, is het eerste zee-vrachtstoomschip van die rederij. De gebruikelijke ceremonies werden verricht door de jongejuffrouw Jo Borremans.
De hoofdafmetingen van het schip zijn 180'-10" x 28'-0" x 14'-6" met verhoogd achterdek van 4'-0"; het zal een draagvermogen van circa 1.040 ton hebben. De machine, groot ongeveer 600 pk en de twee ketels zijn gebouwd en worden geïnstalleerd door de N.V. Machinefabriek Bolnes te Bolnes. Op de vrijgekomen helling zal de kiel gelegd worden voor een zusterschip voor rekening van dezelfde rederij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij. Holland Amerika Lijn.
Aan het verslag over 1916 ontlenen wij het volgende: Was 1915 ten aanzien van de bedrijfsuitkomsten een bijzonder jaar in de geschiedenis van onze Maatschappij, het jaar 1916 heeft te dien aanzien zijn voorganger nog in de schaduw gesteld; maar ook de zorgen en moeilijkheden hebben daarmee gelijke tred gehouden, zo zelfs, dat het op enkele momenten inderdaad twijfelachtig scheen, of wij in staat zouden zijn ons bedrijf voort te zetten. De algehele verlamming van de Duitse uitvoerhandel en de handhaving van enige uitvoerverboden door de Nederlandse Regering waren oorzaak, dat het aanbod van uitgaande lading voortdurend afnam en tenslotte beperkt bleef tot enkele artikelen van Zwitserse oorsprong en de bekende Nederlandse seizoenartikelen. Retourlading van Amerika bleef overvloedig en in verband daarmee bewogen de vrachten zich tot in de tweede helft van het jaar in stijgende richting, toen enigszins ruimer aanbod van scheepsruimte een korte reactie in het leven riep; enkele van de tot hoge prijs gecharterde stoomschepen ondervonden daarvan de terugslag en leverden dan ook verlies op. Ook dit jaar werden, met terzijdestelling van onze belangen, ten behoeve van de Nederlandse Regering belangrijke hoeveelheden graan en andere goederen vervoerd tot vrachten, ver beneden die, welke in de open markt konden worden bedongen. De grote behoefte van de landbouw aan meststoffen gaf aanleiding enige schepen beschikbaar te stellen voor het vervoer van salpeter van Chili. De vaart van New York op Java vice versa ontwikkelde zich op bevredigende wijze, ofschoon de kolenvoorziening grote moeilijkheden opleverde en ons noodzaakte de omweg over Japan en San Francisco te maken. In tegenstelling met normale jaren, waren ook in het stille seizoen de kajuiten in beide richtingen vrij goed bezet. Het vervoer van tussendek-passagiers, vooral in oostelijke richting, kwam evenwel nagenoeg geheel tot staan. Voor zover zulks doenlijk was, werd het risico van oorlogsmolest op onze vloot door verzekering gedekt. Voor het ontbrekende liep onze Maatschappij eigen risico en werd de aldus bespaarde premie, die inmiddels tot een vrij aanzienlijk bedrag opliep, gereserveerd. Wij hebben gemeend het kostbaarste schip van onze vloot, de ROTTEDAM, dat in geval van verlies vrijwel onmogelijk te remplaceren is, niet te mogen bloot stellen aan het gevaar van mijnen of duikboten. Het ligt sedert maart 1916 op. Behalve de averijen, door contact met mijnen, in ons vorig jaarverslag gemeld, bleven wij geruime tijd verschoond van ongevallen van dien aard, totdat op 8 oktober ons stoomschip BLOMMERSDIJK, daags na vertrek van New York, door een Duitse onderzeeboot in de grond werd geboord. De equipage werd door een Amerikaanse torpedoboot opgenomen en te Newport geland. Naar aanleiding hiervan zijn door onze Regering ernstige vertogen tot de Duitse Regering gericht, met het gevolg, dat de laatste zich, na onderzoek, bereid verklaard heeft de waarde van schip, vracht en Regeringslading te vergoeden. Het stoomschip STATENDAM, dat nog onvoltooid te Belfast lag, werd door de Britse regering opgevorderd, die het schip in gebruik nam, tegen een matige retributie. Wanneer het schip geen accident overkomt, wordt het ons terug geleverd; gaat het verloren, dan moet ons de actuele waarde vergoed worden. Het nadeel, ons door deze rekwisitie toegebracht, is niet of hoogst moeilijk onder cijfers te brengen. Het stoomschip IJSELDIJK werd ons in de maand november geleverd en beantwoordt aan de gestelde verwachtingen Het stoomschip SCHIEDIJK werd ons in januari van het thans lopende boekjaar 1917 geleverd. Ofschoon niet in het afgelopen boekjaar vallende, hebben wij tot ons leedwezen opnieuw melding te maken van een grote ramp, die ons op 22 februari van dit jaar trof, toen onze stoomschepen NOORDERDYK en ZAANDIJK, na vertrek van Falmouth, door een Duitse onderzeeër tot zinken werden bracht, niettegenstaande wij gegronde reden hadden om aan te nemen dat van Duitse zijde voor een veilige doortocht door het afgezette gebied was gezorgd. Gelukkig werden alle opvarenden gered. Beide stoomschepen waren door verzekeringen tegen oorlogsmolest gedekt, doch in het verlies van scheepsruimte, die niet of hoogst moeilijk te vervangen is, ligt uit een exploitatief oogpunt een nadeel, dat door niets kan worden opgewogen. Wij hebben thans nog zes stoomschepen in aanbouw. Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de winst uit exploitatie en anderen hoofde NLG 27.457.443. De onzekerheid ten aanzien van de toekomst, waarop wij in ons vorig jaarverslag zinspeelden, bestaat niet alleen nog, maar heeft zich meer en meer geaccentueerd, terwijl de gevaren voor ons materieel, dat moeilijk vervangen kan worden, eerder toe dan afgenomen zijn. Onder deze omstandigheden kan het slechts als een daad van voorzichtig beleid worden aangemerkt, ruim af te schrijven en verdere reserves te maken. Wij stellen derhalve voor, de afschrijvingen te bepalen op NLG 8.540.134, het extra reservefonds met NLG 1.000.000, het fonds ten behoeve van het personeel met NLG 100.000, en het fonds voor periodieke survey met NLG 600.000 te doteren en NLG 8.500.000 te reserveren voor oorlogswinstbelasting, waaronder NLG 2.500.000 aanvulling van de reserve uit dien hoofde in 1915, die, na het bekend worden van de volledige tekst van de wet, bleek onvoldoende te zijn. De overblijvende winst laat toe een dividend uit te keren van 55%.
Minder dan ooit kunnen wij ons aan voorspellingen voor de toekomst wagen. Wanneer wij ook niet kunnen aannemen, dat de opvatting van de oorlogvoerenden er toe zou kunnen leiden, na het sluiten van de vrede, de economische oorlog te ontketenen en veeleer mogen verwachten, dat het belang, zowel van de volken als van het individu, de richting zal aangeven, waarin handel, nijverheid en scheepvaart zich zullen bewegen, zo valt toch niet te ontkennen, dat in de loop van de oorlogsjaren een grote ontwrichting en verplaatsing van belangen op velerlei gebied hebben plaats gevonden, die in haar onberekenbare gevolgen tot grote voorzichtigheid manen.
Op de winst- en verliesrekening per 31 december komen voor aan de creditzijde:
Saldo van Ao. Po. NLG 129.788 (v.j. NLG 3.520). Exploitatie NLG 26.576.271 (NLG 21.869.806). Interest NLG 401.185 (NLG 337.169). Postvervoer NLG 479.585 (NLG 631.036), en aan de debetzijde: Afschrijvingen: Materieel NLG 6.826.163 (v.j. NLG 9.277.633), Vaste Goederen en Etablissementen NLG 1.169.470 (NLG 124.963). Deelneming in aanverwante bedrijven NLG 544.500 (nihil). Koersverlies Effecten-wiss. — (NLG 216.426). Reserves en Dotaties. Ongevallenwet — (NLG 12.404). Fonds voor Periodieke Survey NLG 600.0000 (—). Fonds ten behoeve van het Personeel NLG 100.000 (NLG 200.000). Extra Reserve NLG 1.000.000 (NLG 2.000.000). Geschatte Oorlogswinstbelasting NLG 8.500.000 (—). Reserve in verband met aanhangige belastingwetten — (NLG 2.500.000). Uitdeling: Dividend 55% (Inclusief belasting) NLG 7.007.026 (v.j. 50% of NLG 6.000.000). Oprichtersbewijzen en Tantièmes NLG 1.823.461 (NLG 1.981.316). Saldo op nieuwe rekening NLG 16.609 (NLG 129.788).
Op de balans komen voor onder het actief: Materieel: NLG 17.342.796 (v.j. NLG 16.950.015); vaste goederen en etablissementen NLG 200.003 (als v.j.) ; geldmiddelen: kassa en kassiers NLG 8.081.321 (NLG 251.124), gelden à deposito NLG 5.750.000 (NLG 6.650.000); effecten NLG 7.951.109 (NLG 5.521.357); wissels NLG 1.266 (NLG 16.229) ; vooruitbetaalde jaarpremies NLG 162.660 (NLG 345.312}; uitrusting lopende reizen NLG 1.092.860 (NLG 418.391); en diverse debiteuren NLG 8.487.046 (NLG 7.329.232); en onder het passief: kapitaal NLG 12.000.000 (als v.j.); ketel- en reparatiefonds NLG 1.200.000 (als v.j.); assurantiefonds NLG 2.302.468 (NLG 2.313.593); assurantiefonds voor oorlogsgevaar NLG 2.149.492 (—); fonds voor periodieke survey NLG 1.200.000 (NLG 600.000); fonds ten behoeve van het personeel NLG 913.317 (NLG 808.306); extra reserve NLG 6.000.000 (NLG 5.000.000); res. in verband met aanhangige belastingwetten — (NLG 2.500.000); geschatte oorlogswinst-belasting 1914/16 NLG 11.000.000 (—); contante waarde voor blijvende rente ongevallenwet NLG 227.012 (NLG 227.414); diverse crediteuren NLG 5.054.138 (NLG6.623.563); dividend 1916 en belasting NLG 7.007.026 (NLG 6.399.000); winst- en verliesrekening NLG 16.609 (NLG 9.788).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij De Maas.
In de a.s. algemene vergadering van de Stoomvaart Maatschappij De Maas zal worden voorgesteld, het dividend te bepalen op 100% (v.j. 75), waarvan reeds 50% als interim-dividend is uitgekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werd de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend op 12% vastgesteld. In de vacature ontstaan door het aftreden van de heer C.M. van Rijn, werd de heer D. Hudig tot directeur benoemd. De aftredende commissarissen, de heren C.J.K. van Aalst en Abram Muller, werden als zodanig herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Houthandel voorheen William Pont.
Op de heden gehouden algemene vergadering van de N.V. Houthandel voorheen William Pont werden balans en winst- en verliesrekening over 1916 goedgekeurd, en het dividend, overeenkomstig het voorstel van de directie, zowel voor de cum. preferente als voor de gewone aandelen, vastgesteld op 6%. De aftredende commissaris, de heer E.G. Verkade, werd als zodanig herkozen. (Voor het jaarverslag zie Avondblad van 20 dezer.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam.
Aan het verslag over 1916 ontlenen wij het volgende: In het verslagjaar 1916 hebben onze beide stoomschepen TERSCHELLING en TEXEL winstgevend emplooi gevonden, in hoofdzaak in de vaart op Noord- en Zuid-Amerikaanse havens. Het gunstige resultaat, waarop wij dit jaar mogen wijzen, is echter slechts voor een klein gedeelte verkregen op de reizen met graan voor rekening van de Nederlandse Regering. Het nieuwe stoomschip AMELAND kwam dit jaar in dienst. De bouw van ons stoomschip WALCHEREN wordt door de tijdsomstandigheden ernstig vertraagd. Het proces betreffende ons oude stoomschip AMELAND, hetwelk bij het uitbreken van de oorlog te St. Petersburg lag, werd in eerste instantie door ons gewonnen. Bevrachters hebben tegen dit vonnis appels aangetekend en wij wachten de uitslag van deze procedure met gerustheid af. In verband met de ruime geldmiddelen werd de 5% obligatielening, per resto groot NLG 180.000, op 1 november 1916 geheel afgelost. Het voordelig saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 1.318.174 waarbij komt: Batig saldo interest NLG 22.923, terwijl in mindering moet worden gebracht: Onkosten NLG 9.509, blijft NLG 1.331.588, waarvan wij voorstellen NLG 320.261 te bestemmen tot afschrijving op de stoomschepen, terwijl na verdere afschrijvingen, statutaire en verdere in overleg met commissarissen vastgestelde reserves en dotaties een dividend kan worden uitgekeerd van 100%, waarna een dividendsaldo ad NLG 3.708 op nieuwe rekening kan worden overgebracht. Omtrent 1917 kunnen wij meedelen, dat onze stoomschepen thans alle varen op contracten voor rekening van de Nederlandse Regering. De stoomschepen TERSCHELLING en AMELAND worden sinds eind januari te Falmouth aangehouden, terwijl ons stoomschip TEXEL lange tijd te Halifax N.S. werd opgehouden en eerst dezer dagen vergunning kreeg tot het voortzetten van de reis naar Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Solleveld, Van der Meer en Van Hattum's Stoomvaart Maatschappij.
Naar wij vernemen zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders worden voorgesteld het dividend over het afgelopen jaar te bepalen op 100% (evenals v.j.).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Zuid-Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij.
Blijkens het verslag over 1916 van de Zuid-Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij te Terneuzen, werden gedurende het afgelopen jaar door het stoomschip ELISABETH drie reizen gemaakt; twee van Zuid-Amerika en een van Noord-Amerika naar Nederland. Twee van deze reizen waren voor rekening van de Nederlandse Regering. De exploitatiewinst is NLG 145.951. Onder aftrek van NLG 3.521 voor interest, blijft een netto winst van NLG 142.429, te verdelen als volgt: Dividend 40%, zijnde NLG 60.000; reservefond NLG 8.942; tantièmes NLG 22.357; gereserveerd voor belastingen enz. NLG 45.500; over te brengen op nieuwe rekening NLG 5.629.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Lensen's Stoomvaart Maatschappij.
De N.V. A.C. Lensens Stoomvaart Mij. te Terneuzen heeft, blijkens haar jaarverslag over 1916, een exploitatiewinst gemaakt van NLG 618.589. Onder aftrek van NLG 20.153 voor interest en NLG 40.000 voor afschrijving, blijft er een netto winst van NLG 558.436, te verdelen als volgt: Gereserveerd voor belastingen enzovoorts NLG 180.000; dividend 100%, zijnde NLG 250.000; reservefonds NLG 36.493; tantièmes NLG 91.484; nieuwe rekening NLG 358.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werd de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend op 12% vastgesteld. In de vacature ontstaan door het aftreden van de heer C.M. van Rijn, werd de heer D. Hudig tot directeur benoemd. De aftredende commissarissen, de heren C.J.K. van Aalst en Abram Muller, werden als zodanig herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden is gisteren aangekomen, ten einde verder voor de visserij te worden uitgerust, de op de werf van Gebr. Boot te Leiderdorp voor rekening van de N.V. Handelsmaatschappij te IJmuiden nieuw gebouwde stalen stoomdrifter, tevens trawler PACIFIC (IJM-257). De machines en ketel werden geleverd door de fabriek Joffer te Utrecht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 29 maart. Naar men ons meedeelt, is het tankstoomschip CHARLOIS, van New York naar Rotterdam, vermoedelijk met man en muis vergaan. Het stoomschip vertrok 20 maart van Bergen en werd donderdag 22 maart te Rotterdam verwacht, zodat het reeds een week overtijd is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 maart. Na een uit- en thuisreis van ruim drie maanden, is gisteren het stoomschip TRITON van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te IJmuiden gearriveerd. De 17e december was het stoomschip van Rotterdam vertrokken om een lading graan, circa 3.500 ton, te New York in te nemen voor de Nederlandse Regering. Zes weken, werd dit stoomschip in een Engelse haven opgehouden en is thans op eigen risico vandaar door de gevaarlijke zone naar Amsterdam overgekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ameland, 29 maart. Het (opm: Duitse) stoomschip CERES heeft kolen gelost. Het roer is door de zware zeeën verloren. Het schip is waarschijnlijk wrak. De kustwacht meldt: Men verwacht dat het stoomschip CERES met behulp van sleepboten vlot zal komen. Sleepboten zijn gewaarschuwd, deze gaan naar buiten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De CHARLOIS en de KRALINGEN.
De 10e februari vertrok van New York het tankstoomschip CHARLOIS van de American Petroleum Company alhier, met een lading van ruim 23.000 vaten petroleum voor Rotterdam aan boord. Het schip deed daarna Halifax aan en vertrok vandaar 1 maart, waarna het 20 dezer van Bergen (Noorwegen) naar Rotterdam voer. Het had dus 22 of 23 dezer hier kunnen zijn. Over het lot van het schip verkeert men als gevolg daarvan in het onzekere. De directie van de A.P.C. neemt nog niet aan dat het schip verloren is; in deze abnormale tijd is zo menig vaartuig, hier of daar opgehouden, belangrijk over tijd. Desniettegenstaande meldt het Ned. Correspondentiebureau in Den Haag in zijn toelichting op het ministerieel verbod van verkoop of vervoer van petroleum dat „helaas is aan te nemen, dat dit schip met man en muis is vergaan". De equipage bestaat uit 32 koppen; kapitein is de heer G. Smit. Het schip meet 2.944 ton bruto, 1.919 ton netto en is in 1889 gebouwd.
Eveneens bestaat er onzekerheid omtrent het motorschip KRALINGEN, dat reeds 4 weken geleden met een lading ijzer van Gotenburg hierheen vertrokken is en waarvan sindsdien niets meer is vernomen. De KRALINGEN is eigendom van de heer M.J. Van der Eb alhier, meet 107 ton bruto en 76 netto en werd in 1909 gebouwd. Gezagvoerder is kapt. E. Kooi. Zowel de CHARLOIS als de KRALINGEN zijn tegen molest verzekerd, maar wanneer de schepen niet terugkeren en ook omtrent hun lot geen zekerheid mocht verkregen worden, dan vervalt daardoor ook het recht op vergoeding van de schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Petroleum nood.
In de Staats-Courant komt een beschikking voor van de Minister van Landbouw, waarbij alle verkoop en aflevering van petroleum en gasolie wordt wordt verboden, in afwachting van een nadere regeling door genoemde Minister, welke regeling zeer zeker niet lang op zich zal laten wachten. De aanleiding tot deze maatregel is vrij plotseling ontstaan, ten gevolge van de grote verliezen, die de tankboten dezer dagen hebben geleden. Zo werd het stoomschip HEALDTON, met ca. 45.000 vaten petroleum op weg naar Rotterdam, in de nabijheid van Terschelling door een Duitse duikboot getorpedeerd. Het stoomschip CHARLOIS, met ruim 23.000 vaten voor Rotterdam aan boord en 19 dezer Bergen gepasseerd, is niet aangekomen, zodat helaas, is aan te nemen, dat dit schip met man en muis is vergaan.
Is door deze verliezen een plotselinge petroleumnood ontstaan, ook op verdere aanvoer is voorlopig niet te rekenen. Het stoomschip LA CAMPINE, 10 dezer van Rotterdam vertrokken, om een lading petroleum in Amerika te gaan halen, werd bij Doggersbank door een Duitse duikboot tot zinken gebracht; het stoomschip AMERICAN, met een volle lading petroleum en benzine, 2 maart uit Halifax naar Nederland vertrokken, moest wegens opgelopen schade naar New York terugkeren; omtrent het stoomschip NEW-YORK, op weg van Amsterdam naar Amerika, is nog volstrekt niet zeker of het Amerika zal kunnen verlaten; het stoomschip OCEAN, met een volle lading gasolie voor Nederland van Amerika komende, te Vigo (Spanje) liggende, kan niet vandaar vertrekken, omdat Engeland er op staat, dat dit schip voor onderzoek een Engelse haven aanloopt en de rederij het daaraan verbonden Duitse duikboot gevaar niet wenst te lopen. In Amerika liggen buitendien nog de tankboten MIJDRECHT en WIELDRECHT, die van Engeland geen vergunning ontvingen voor het onderzoek van haar scheepspapieren Halifax te mogen aan lopen en evenmin het risico, verbonden aan het Duitse duikbootgevaar willen lopen, om voor het onderzoek van de scheepspapieren een haven in Engeland aan te doen.
Uit het bovenstaande blijkt, dat wij ten opzichte van petroleum en gasolie er zeer slecht voorstaan. Uit de aard der zaak zal in de allereerste plaats zoveel mogelijk in de behoeften van leger, spoorwegen en publieke diensten zijn te voorzien, verder in die van de industrie, zodat het hoogst twijfelachtig is, of er voor verlichtingsdoeleinden ten minste voor particulieren wel iets over zal blijven.


01 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wilton's Machinefabriek.
Men seint ons uit Rotterdam: In de zaterdag alhier gehouden jaarvergadering van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf werd door de directie het jaarverslag uitgebracht en werden de balans en winst- en verliesrekening vastgesteld, met bepaling van het dividend op 7½% (evenals v.j.). De aftredende commissaris, de heer A.O. Horstmann, werd herkozen, terwijl voorts tot commissarissen werden gekozen de heren J. Ryperda Wierdsma en H. van Helden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij is met goed gevolg te water gelaten (opm: op 31 maart) het schroefstoomschip SIRRAH, in aanbouw voor Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Mij. te Rotterdam. De afmetingen van dit voor de algemene vrachtvaart bestemde schip zijn 359 x 49.91/2 x 24.6 voet. Het laadvermogen bedraagt 6.300 ton. Schip en machines werden gebouwd volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas.

RN 010417
Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Verschenen is het jaarverslag over 1916 (15e boekjaar). Voorgesteld wordt een dividend van 16% op de aandelen uit te keren en NLG 376 per oprichtersbewijs beschikbaar te stellen.
In 1916 werd van de dokken gebruik gemaakt door 104 schepen, metende 280.624 registerton met 572 dokdagen; sinds de oprichting werden gedokt 2.325 zeeschepen, metende 5.986.893 reg. ton. Afgeleverd werden 6 schepen met een gezamenlijk laadvermogen van bijna 38.000 ton, terwijl behalve de LINGESTROOM, die nagenoeg voltooid werd, op 31 december 1916 nog in aanbouw of bestelling waren 13 schepen, met 93.000 ton gezamenlijk laadvermogen. De vooruitzichten, zo zegt het verslag, worden voor het bedrijf steeds zorgelijker naarmate de oorlog langer wordt voortgezet. De directie meent echter, dat de positie van de Maatschappij sterk genoeg geacht kan worden om moeilijkheden van tijdelijke aard te boven te komen. In het Tuindorp, zijn thans, behalve enige gebouwen van publieke aard, in totaal 284 woningen gereed en nagenoeg alle door de werklieden van de Maatschappij bewoond.
De winst op orders bedraagt, na aftrek van alle bedrijfsonkosten, waaronder ook de duurtetoeslagen aan de arbeiders, NLG 1.517.543,01; de brutowinst is NLG 1.530.081,791/2. Het bedrag van de afschrijving is vastgesteld op NLG 801.890,87. Er blijft een saldo ter verdeling van NLG 728.190.921/2. Voorgesteld wordt hiervan te bestemmen NLG 10.000 voor gratificaties en voor het fonds “belangen-personeel" NLG 68.701,95, waardoor dit fonds, met een dotatie van NLG 30.000, stijgt tot NLG 200.000.


02 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders van de N.V. Nationaal Bezit van Aandelen Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij werd het verslag voor kennisgeving aangenomen en werd de balans goedgekeurd. De heer C.J.K. van Aalst werd als commissaris herkozen. In de daarna gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij waren vertegenwoordigd 50 preferente en 513 gehele gewone aandelen, rechtgevende tot het uitbrengen van 113 stemmen. Het verslag, de balans en de winst- en verliesrekening (zie Ochtendblad van 21 maart) werden voor kennisgeving aangenomen. Aan de directeuren de heren C.M. van Rijn en J.J. Verhoeff werd eervol ontslag verleend onder dankzegging voor de vele aan de Maatschappij bewezen diensten. De voorzitter, de heer S.P. van Eeghen, richtte nog een speciaal woord van dank tot de Verhoeff, die gedurende 47 jaar aan de Maatschappij verbonden is geweest, de gehele geschiedenis van de Maatschappij heeft meegemaakt en tot haar bloei heeft meegewerkt. Voorgesteld werd om in de vacature van de directie te voorzien door de benoeming van slechts één directeur. Als zodanig werd benoemd de heer D. Hudig L.Jzn. In de vacature ontstaan door het overlijden van de heer mr. H.P.G. Quack, aan wiens nagedachtenis door de voorzitter enige waarderende woorden werden gewijd, werd voorzien door de benoeming tot commissaris van de heer J.J. Verhoeff. De periodiek aftredende commissaris S.P. van Eeghen, werd als zodanig herkozen.
Door de heer mr. W.M. Kolff werd, mede namens de andere aandeelhouders, directie en commissarissen dank gezegd voor de gunstige resultaten, die de Maatschappij onder de tegenwoordige moeilijke omstandigheden heeft verkregen. Spreker vroeg vervolgens of het mogelijk was iets mee te delen omtrent de tegenwoordige gang van zaken.
De voorzitter dankte voor de vriendelijke woorden tot directie en commissarissen gericht. Ondanks de moeilijke tijden werden goede zaken gemaakt, maar de zorgen zijn zeer groot geweest. Die zorgen bestaan echter nog en zijn steeds toenemende. Omtrent de tegenwoordige gang van zaken deed de heer Paul den Tex, namens de directie, enige mededelingen, die zeer pessimistisch luidden. De gang van zaken is tot dusver zeer ongunstig. De vaart op de neutrale landen komt zeer in het gedrang door het optreden van de duikboten. Het overige deel van de vloot ligt stil in afwachting van de regeling van de vrije vaart. De vrachtrecettes zijn vergeleken met 1916 met NLG 2.000.000 ten achter. Wanneer de schepen weer alle zouden kunnen varen, wordt de scheepsruimte door de regering opgevorderd, waardoor de reizen onbevredigend dreigen uit te vallen. De vaste lasten, voor kostbare haveninrichtingen, ondersteuning van het personeel enz., drukken zwaar op het bedrijf. Tenzij onverwacht gunstige factoren intreden, staan moeilijke tijden voor de Maatschappij te wachten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van Nievelt Goudriaan & Co’s Stoomvaart Mij. te Rotterdam.
Naar wij vernemen zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders worden voorgesteld een slotdividend van 60% uit te keren, makende met het reeds genoten interimdividend van 40%, een totaal van 100%. (evenals v.j.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vermeer en Van der Arend te Rotterdam.
Met 1 april is de vennootschap Vermeer en Van den Arend te Rotterdam omgezet in een N.V. onder de naam van Vermeer en Van den Arend's Handelmaatschappij. Tot directeuren zijn benoemd de heren P. van den Arend M.Gzn. en P.C. Schatborn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het jaarverslag van de N. A. S. M. brengt hulde aan de overleden commissarissen G. J. De Jonghe en mr. M. Mees en vermeldt dat het afgelopen jaar zorgvol was. Het dividend wordt op 55% voorgesteld. Ook dit jaar werden, aldus het verslag, met terzijdestelling van onze belangen, ten behoeve van de Nederlandse Regering belangrijke hoeveelheden graan en andere goederen vervoerd tot vrachten, ver beneden die, welke in de open markt konden worden bedongen, De grote behoefte van de landbouw aan meststoffen gaf aanleiding enige schepen beschikbaar te stellen voor het vervoer van salpeter van Chili.
De vaart van New York op Java vice versa ontwikkelde zich op bevredigende wijze, ofschoon de kolenvoorziening grote moeilijkheden opleverde en ons noodzaakte de omweg over Japan en San Francisco te maken.
In het afgelopen jaar werden door de passagiersschepen naar New York en door de vrachtschepen naar verschillende havens 114 reizen volbracht, terwijl met charterschepen 26 reizen werden gemaakt. Omtrent het stoomschip STATENDAM deelt het verslag mee, dat het door de Britse regering werd opgevorderd, die het schip in gebruik nam, tegen een matige retributie. Wanneer het schip geen accident overkomt, wordt het terug geleverd; gaat het verloren, dan moet de actuele waarde vergoed worden. Het nadeel, aan de Maatschappij, door deze rekwisitie toegebracht, is niet of hoogst moeilijk onder cijfers te brengen. De Maatschappij heeft thans nog 6 stoomschepen in aanbouw. Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de winst uit exploitatie en andere hoofde NLG 27.457.443, voor afschrijving wordt NLG 8.540.134 bestemd, voor aanvulling extra reservefonds NLG 1.000.000, en fonds ten behoeve van het personeel NLG 100.000; voorts wordt het fonds voor periodieke survey met NLG 600.000 gedoteerd en NLG 8.500.000 gereserveerd voor Oorlogswinstbelasting, waar onder NLG 2.500.000 ter aanvulling van de reserve uit dien hoofde in 1915, die, na het bekend worden van de volledige tekst van de wet, bleek onvoldoende te zijn.


03 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het voor Noorse rekening op de N.V. Scheepsbouwwerf ‘Baanhoek’ te Sliedrecht nieuw gebouwde stoomschip VENUS II, waarvoor de machines werden geleverd door de firma J. & A. van der Schuyt te Papendrecht, heeft op de Maas (opm: op 31 maart) met gunstig gevolg proef gestoomd. De vaarsnelheid bedroeg ruim 10 Eng. mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Fikkers te Muntendam is te water gelaten een stalen vrachtschroefstoomboot, groot 450 ton, voor rekening van de heer A.B. Schaap te Assen. Er zal een machine in geplaatst worden van 200 ipk. Het stoomschip, geplaatst in de hoogste klasse Germ. Lloyd, is gebouwd onder toezicht van de Scheepvaartinspectie.
De kiel werd gelegd voor een stoomschip van dezelfde grootte en voor dezelfde rederij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weer een Nederlandse tankboot getorpedeerd.
Het nieuwe tankstoomschip HESTIA, in 1916 gebouwd voor de Nederlandsch-Indische Tank Stoomboot Maatschappij te 's-Gravenhage, was in ballast van Rotterdam naar Londen. Aan boord bevonden zich 20 man vaste equipage en 6 aangemonsterde passagiers, waaronder de heer Van R., beambte aan de Maatschappij. In de nacht van vrijdag op zaterdag, toen men ongeveer 45 mijl uit de kust gestoomd was, werd het stoomschip plotseling zonder enige waarschuwing hevig door een duikboot met granaten beschoten. Door de luchtdruk sloegen de mensen die wacht hadden, tegen het dek. Kruipende over het dek wist de kapitein de telegraaf te bereiken en het sein van stoppen te geven. Inmiddels was een sloep aan bakboord gestreken, waarin 14 opvarenden plaats namen, te weten: 6 Nederlanders en 8 Chinezen. In de stuurboordsloep namen de 12 overige, waaronder kapt. Van 't Hoen, plaats. Nauwelijks was deze gevierd, of een torpedo van de onderzeeër drong aan bakboordzijde binnen en doorboorde het schip, dat met de achtersteven in de diepte verdween. Zeer waarschijnlijk heeft deze torpedo, of een later afgeschoten granaat, de bakboordsloep met de 14 inzittenden getroffen en vernield, waarbij vermoedelijk 13 van de inzittenden gedood zijn. Toen de duikboot als een razende was door blijven vuren, om het schip tot zinken te brengen — wat tenslotte gelukte — zagen de 12 mensen in de stuurboordsloep een stuk van de stukgeschoten bakboordsloep omgekeerd drijven, waaraan zich nog één man, een Chinees, had vast geklampt. Aan boord van de duikboot, die tegen 6 uur weer boven water was gekomen, nam men niet de minste notitie van deze man, doch wenkte men de andere sloep om te naderen en deelde hun de koers en de vermoedelijke afstand naar de Nederlandse kust mee. Zij redden daarop eerst de Chinees uit zijn levensgevaarlijke positie en hielden daarna op onze kust aan. Zij werden zaterdagmiddag opgemerkt door de logger JULIE (lJM-210), die de mensen opnam en hen met de beste zorgen behandelde. In de nacht van zaterdag op zondag kwam men te IJmuiden binnen.
Bij deze aanslag zijn dus 13 mensen omgekomen n.l.: De eerste, de tweede en de derde stuurman, de eerste machinist, een machinist en een passagier, de heer Van R., allen Nederlanders en 7 Chinezen. De geredden waren allen zeer verontwaardigd over het 'roekeloos’ doorschieten van de duikboot tijdens en na het te water laten van de reddingsboten. Gered zijn: Kapitein (J.M.) Van 't Hoen. (H.J. v. Hall?), de machinisten (F.) Schaafsma, (J.) Weber en (B.) Boogaardt, de assistent-machinisten (H.J.) Roorda, (C.) Heitweiler en (A.W.) Dieulevite, de marconist (A.) Antoniszen en 5 Chinezen. Zeer vermoedelijk gedood of verdronken, in ieder geval vermist: De stuurlieden (K.F.) Lafèvre, (P.J.) De Waard en (K.F.W.) Minderhoud, de eerste machinist (J.J.) Cupido, de heer (J.J.) Van Rees, de assistent-machinist (H.G.) Karstens en 7 Chinezen.
(opm: de initialen tussen haakjes zijn opgenomen uit de NRC 020417)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nog een opvarende van de AMSTELSTROOM gered.
Volgens een te IJmuiden ontvangen bericht zou nog een van de vier vermisten van het stoomschip AMSTELSTROOM gered zijn. Deze zou door een Engels stoomschip, dat de AMSTELSTROOM ‘s morgens 8 uur nog drijvende vond, aan boord zijn aangetroffen en meegenomen naar Harwich. Na ingewonnen inlichtingen bij de directie is ons gebleken, dat de geredde is de lichtmatroos Bakker, die tijdens de torpedering van de AMSTELSTROOM rustig was blijven slapen en niets van de ramp had gemerkt!


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nes (Ameland), 31 maart. Het gestrande stoomschip CERES zit nog steeds op dezelfde plaats. Ploegen werklui zijn bezig met het overboord zetten van de steenkolen. Ongeveer 800 ton was er gisteravond uit. Drie sleepboten zijn steeds in de nabijheid.
1 april. De sleepboot die bij het gestrande Duitse stoomschip CERES ligt, seinde dat er onder het werkvolk op genoemd stoomschip oproer was uitgebroken. Vermoedelijk wilden genoemde personen uit Ameland en Terschelling van boord. Daar sleepboten geen communicatie met het schip konden krijgen, gingen reddingboten uit, die aanvankelijk wegens de branding het schip evenmin konden bereiken. Bij een nieuwe poging hedennacht zijn zowel de bemanning als het werkvolk, tezamen ongeveer 70 koppen, van boord gehaald. Het werkvolk is overgegeven aan de sleepboot NEPTUNUS, die ook de bemanning op Ameland heeft geland. Er staat 8 voet water in het stoomschip CERES.


04 april 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens het jaarverslag over 1916 van de N.V. Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij, alhier, had de vennootschap nagenoeg het gehele jaar door de beschikking over 14 schepen met een gezamenlijk draagvermogen van rond 75.000 ton, tegenover rond 50.000 ton, over een vol jaar berekend, in 1915. De in november 1915 bestelde twee schepen van 6.300 ton draagvermogen, welke eind 1916 hadden moeten worden geleverd, zijn nog niet voltooid. Het is nog niet te voorzien, wanneer deze schepen gereed zullen zijn. Door een groot tekort aan beschikbare scheepsruimte bereikten de vrachtkoersen een niet voorziene hoogte. De vennootschap, aldus deelt het verslag mee, kon daarvan gedurende de eerste acht maanden van het verslagjaar ruimschoots profiteren, daar toen slechts ongeveer 40% van de schepen tot, in vergelijking met in de vrije markt te bedingen cijfers, sterk gereduceerde vrachtkoersen ter beschikking van de Regering behoefde gesteld te worden. Met de overige schepen werd van de gunstige conjunctuur ten volle profijt getrokken. Gaandeweg kwam hierin verandering, doordat de Regering ten aanzien van de beschikbaarstelling van scheepsruimte hogere eisen ging stellen. Gevolg hiervan was, dat tenslotte van bevrachting in de vrije markt geen sprake meer kon zijn en de bedrijfsuitkomsten in aanzienlijke mate terugliepen. De schepen werden, voor zover zij gebruik maakten van de noordelijke route, niet tegen molest verzekerd. Voor het overige werd de verzekering, zowel tegen molest als tegen de gewone gevaren van de zee, gedekt over een in vergelijking met de hoge remplacementskosten van schepen matige waarde. De aldus bespaarde premies komen tot uitdrukking zowel in het saldo van de exploitatierekening als in het bedrag onder “Molest eigen risico" opgevoerd. Er was, zo vervolgt het verslag, te meer aanleiding ten aanzien van de verzekering deze gedragslijn te volgen, omdat de vracht, waartoe verscheidene schepen op een regeringscontract moesten worden gesteld, niet toereikend was, om, toen de premies tot 6 procent en hoger voor een rondreis Amerika-Nederland opliepen, de exploitatiekosten, met inbegrip van de molestpremie over een enigszins aan de waarde van de schepen geëvenredigd bedrag, uit de vracht te kunnen dekken.
De pogingen, om van de Russische regering vergoeding te erlangen wegens bedrijfsschade, ten gevolge van het doen zinken begin augustus 1914 van het stoomschip ALCOR, bleven vruchteloos. Evenmin gelukte het tot dusverre schadeloosstelling te zien toegekend wegens het gedwongen oponthoud te Petrograd van het stoomschip ALKAID van 15 oktober 1914 tot 7 augustus 1915.
Inclusief saldo a°.p°. ad NLG 188.543 (v.j. NLG 50.883), bedroeg de brutowinst NLG 9.816.917 (v.j. NLG 4.501.691), waarvan exploitatierekening NLG 7.740.337 (NLG 4.102.150), molestverzekering eigen risico NLG 1.875.608 (nihil) en interest NLG 12.427 (v.j. verlies: NLG 25.662). Aan onkosten is uitgegeven NLG 132.623 (NLG 64.618). Na storting en extra storting in het reparatiefonds van NLG 589.102 (NLG 517.787), afschrijving op stoomschepen ad NLG 694.179 (NLG 574.351), reservering „molest eigen risico" NLG 1.875.608 (nihil) en reservering voor oorlogswinstbelasting en voor uitkering in zake de oorlogs-zeeongevallenwet ad NLG 3.250.000 (nihil), blijft een saldowinst van NLG 3.275.402 (NLG 2.970.614), te verdelen als volgt: aan aandeelhouders 100 pct. (als v.j.); toe te voegen aan het reservefonds NLG 375.000 (als v.j.) en aan het buitengewoon reservefonds NLG 375.000 (NLG 500.000); te vormen een fonds “Belangen personeel" en daarin te storten NLG 200.000. Het na aftrek van de Rijksinkomstenbelasting ad NLG 83.125 overblijvende bedrag, groot NLG 384.915, gaat als onverdeeld saldo over op het nieuwe boekjaar.
De vooruitzichten voor het nieuwe boekjaar zijn, volgens het verslag, niet veelbelovend. Stakingen en de bekende oorlogsomstandigheden waren oorzaak, dat tot nu toe de schepen goeddeels tot stilliggen gedoemd waren. De voorziening van het land met voedingsartikelen is door bovenstaande oorzaken aanzienlijk ten achter geraakt. Onder deze omstandigheden, aldus besluit het verslag, moet de kans, dat er schepen voor bevrachting in de vrije markt beschikbaar zullen komen, uiterst gering geacht worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Nederland.
In de op 19 april a.s. te houden algemene vergadering van de Stoomvaart Maatschappij Nederland zal, behalve het jaarverslag en de benoeming van twee commissarissen, ook een voorstel tot wijziging van de statuten worden behandeld, welke statutenwijziging a.v. luidt: Artikel 4 zal voortaan luiden: Het kapitaal van de vennootschap wordt bepaald op NLG 40 miljoen. De uitgifte van de nieuwe aandelen geschiedt in series, waarvan de 1e, 2e, 3e, 4e en 5e serie zijn geplaatst. De nog ongeplaatste NLG 1.000.000 van de 6e serie en de 7e serie groot NLG 20.000.000 moeten geplaatst zijn uiterlijk 1 januari 1927, behoudens verlenging van die termijn. De directie bepaalt onder goedkeuring van commissarissen de tijd, de wijze en de koers van uitgifte van de nog ongeplaatste NLG 1.000.000 van de 6e serie, welke koers niet beneden pari mag zijn. Tot de uitgifte van de 7e serie wordt de goedkeuring van de alg. vergadering van aandeelhouders vereist; tijd, wijze en koers van uitgifte, mits niet beneden pari, worden bepaald door de directie, onder goedkeuring van de commissarissen.
Art. 9. Hieraan wordt toegevoegd de alinea: „slechts Nederlanders kunnen directeur zijn.'' Art. 15. Hieraan wordt achter de woorden „Twaalf commissarissen", de alinea toegevoegd „slechts Nederlanders kunnen commissaris zijn." Voorts wordt in de alinea: „de benoeming geschiedt door de algemene vergadering” toegevoegd: „uit een bindende voordracht, bevattende 2 personen, voor elke benoeming op te maken door de in functie zijnde commissarissen. Wordt in de vergadering alwaar de benoeming moet plaats hebben, geen voordracht gedaan, dan is de keuze vrij. Art. 23. In de alinea: aanvangende met de woorden: „de besluiten van de algemene vergadering" en eindigende met de woorden: „der uitgebrachte stemmen" worden de woorden: „niet anders als" vervangen door de woorden: „niet anders dan op voorstel van de meerderheid van directie en commissarissen”.
Aan het verslag over 1916 ontlenen wij het volgende: Verslag vangt aan met in herinnering te brengen, dat op 12 juli jl. de Maatschappij groot verlies trof door het overlijden van haar mededirecteur C.A. den Tex, die gedurende meer dan 25 jaren de Maatschappij in verschillende betrekkingen heeft gediend, de laatste twaalf jaren als directeur. De in maart door de Volksvertegenwoordiging aangenomen Schepenuitvoerwet ontnam ons feitelijk de vrije beschikking over onze schepen. Waar enige schepen voor de aanvoer van granen uit Noord- of Zuid-Amerika werden aangewezen en de reizen in de lijn veel langer duurden dan onder normale omstandigheden, bleef de voor onze geregelde lijn beschikbare tonnage, verre beneden de behoefte. Gedurende de tweede helft van het verslagjaar werden gemiddeld per maand ruim 12.000 tonnen scheepsruimte voor Regeringsvervoer aan onze gewone dienst onttrokken, terwijl bij het einde van het boekjaar zes schepen — met een gezamenlijk draagvermogen van ruim 51.000 tonnen — in Regeringsvervoer, niet van de Koloniën, emplooi vonden. Daarenboven stelden wij in overleg met de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, 75% van de ruimte in onze vrachtboten en 25% van de ruimte in onze mailschepen ter beschikking van de Regering, tot het vervoeren van Indische producten, geschikt voor voeding van mens en dier. Van de lading van Nederlands-Indië naar Europa en New York werd door onze schepen 44% vervoerd. Ook dit jaar was charteren van schepen, om in het gebrek aan scheepsruimte te voorzien, onmogelijk. Het uitgaand vervoer bleef geleidelijk afnemen, zodat verscheidene onzer vrachtboten met gedeeltelijke ladingen, of met steenkool of zout beladen, moesten worden uitgezonden. De dienst tussen New York en Java vice versa werd geregeld onderhouden. Het aanbod van lading in beide richtingen is zeer ruim geweest, wel het beste bewijs, dat deze verbinding, onder de zeer abnormale omstandigheden in een dringende behoefte voorziet. De dienst op de Java—Bengalen lijn werd op de gebruikelijke wijze vervuld. Aan deze lijn heeft Java thans meer behoefte dan ooit, omdat van de beide Engelse maatschappijen, die ook deze lijn bevaren, een gedeelte van haar vloten door de Engelse regering is gerekwireerd. Zonder de Java—Bengalen lijn zou onze kolonie bezwaarlijk in de voor de bevolking benodigde hoeveelheid rijst hebben kunnen voorzien. Aan het vervoer op de Java—Pacific Lijn werd door onze Maatschappij met 1 vrachtschip deelgenomen; deze lijn vervoert vrijwel uitsluitend lading van onze koloniën naar San Francisco en omgekeerd. Het bestaan van deze verbinding komt de Nederlands-Indische handel in deze moeilijke tijden zeer ten goede. In aansluiting op onze mededeling in het verslag 1915, kunnen wij thans vermelden dat de som, die onze Maatschappij moest bijdragen in de omslag ter vergoeding aan de reders, die voornamelijk het graanvervoer-contract met de Regering uitvoerden, over de 7 maanden, gedurende welke dit contract liep, NLG 814.084 bedroeg. De bate op de reizen van de stoomschepen bedraagt NLG 18.009.636, interestrekening assurantie eigen risico NLG 184.164 en saldo vorige rekening NLG 16.616, zodat de creditzijde van de winst- en verliesrekening stijgt tot NLG 18.594.839. Aan de debetzijde werd gebracht: Afschrijvingen op stoomschepen NLG 4.712.423, idem etablissementen Amsterdam NLG 50.000, idem Indië NLG 150.000, idem effecten NLG 50.000, idem machinedelen in magazijn NLG 3.013. uitkeringen ingevolge Ongevallen Wet NLG 32.139, premies ingevolge de Oorlogszeeongevallen Wet 1915 NLG 64.298, reserve voor pensioenregeling scheepsofficieren en ambtenaren NLG 50.000, ondersteuningsfonds voor het personeel (extra dotatie) NLG 450.000, reserve voor bouwkosten s.s. JOHAN DE WITT NLG 800.000, idem idem vrachtschepen NLG 3.000.000, reparatie rekening NLG 200.000, reserve voor diverse belangen NLG 5.000.000. Nadat de algemene vergadering, op 19 april a.s. te houden, de balans zal hebben goedgekeurd, wordt het dividend betaalbaar gesteld met NLG 150 per aandeel van NLG 1.000 en NLG 75 per aandeel van NLG 500. De kostprijs van de stoomschepen is NLG 44.840.924. Hierop werd tot ult. december 1916 afgeschreven NLG 18.689.924. Zodat de schepen thans op de balans voorkomen met NLG 26.151.000. De in aanbouw zijnde schepen, waaronder ook gerekend worden de op 31 december 1916 reeds in de vaart zijnde stoomschepen BORNEO en BINTANG (waarvan de bouwrekening nog niet kon worden afgesloten) komen op de balans voor met NLG 5.373.437. Het vrachtschip BORNEO werd ons 4 oktober door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij geleverd. Dit schip vaart sedert in de graanvaart op Noord-Amerika en voldoet in alle opzichten. Het stoomschip BINTANG werd door de Maatschappij Fijenoord op 19 oktober opgeleverd. Dit is het eerste schip van onze Maatschappij, dat voor oliestoken is ingericht; met dit stookmateriaal werd de reis van San Francisco naar Java tot volle tevredenheid volbracht. Het stoomschip BALI, in aanbouw bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, zal vermoedelijk in de loop van april 1917 worden opgeleverd. De stoomschepen BENGKALIS (in aanbouw bij de Maatschappij Fijenoord) en BATOE (in aanbouw bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij) zullen in de maand april 1917 van stapel lopen. Behalve deze in ons vorig verslag genoemde stoomschepen bestelden wij nog 2 stoomschepen (een bij de Ned. Scheepsbouw Maatschappij en een bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij) van welke schepen de kiel nog niet is gelegd. Onvoorziene omstandigheden voorbehouden, worden deze schepen respectievelijk einde 1918 en begin 1919 opgeleverd. Alle zeven hierboven genoemde schepen zijn vaartuigen van een type, van plm. 10.000 ton draagvermogen. Van het mailschip JOHAN DE WITT (in aanbouw bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij) is de dubbele bodem voor groot deel beplaat. Wanneer de spanten worden geleverd, kan het schip tegen het einde van 1917, tot het brugdek zijn opgebouwd. Voor een duplicaat van dit mailschip hebben wij bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij een helling gereserveerd. Wegens de bijzonder hoge prijzen, die wij voor al deze schepen hebben te betalen, moeten wij de daarvoor gemaakte reserve belangrijk versterken. Zoals in ons vorig jaarverslag reeds vermeld, werd een van onze oudste stoomschepen, de FLORES, verkocht. Het avans boven de balanswaarde boekten wij op het hoofd Liquidatie-Rekening van de stoomschepen.
Reparatierekening. Wij verwachten na de oorlog aan verscheidene van onze bijzondere reparaties te moeten uitvoeren, terwijl wij voornemens zijn alle grote vrachtboten van ijsmachines voor scheepsgebruik te voorzien. Wij hebben gemeend daarom aan deze rekening een bedrag van NLG 200.000 te moeten toevoegen.
Reservefonds. Dit bedroeg op 1 januari 1915 NLG 1.887.304. Door goedkeuring van de balans is het gecrediteerd met 10% van de overwinst NLG 292.307 en op nieuwe rekening overgebracht met NLG 2.179.611.
Assurantie eigen risico. De premies, in 1916 geboekt, bedroegen NLG 418.815. Vorig jaar gereserveerde premies en schaden NLG 556.029. De in 1916 betaalde schaden en de reserves voor schaden bedragen NLG 790.680. Als winst boekten wij NLG 184.164. De op de balans nog openstaande NLG 679.312 zijn getaxeerde, doch nog niet vereffende schaden.
Ondersteuningsfonds voor het personeel. Het saldo van vorige rekening was NLG 731.241. Het fonds vermeerderde door gekweekte rente met NLG 34.350. Door verkoop van toegangsbewijzen, boeten enz. met NLG 13.192. Door voordelig koersverschil van de in het belegde fonds liggende effecten, met NLG 35,551. Het werd gedebiteerd voor: Onderstand aan personeel en nagelaten betrekkingen van personeel, met NLG 78.555. Met het oog op eventuele reglementering van de pensioenen van ons vast personeel hebben wij dit fonds verhoogd met NLG 450.000. Door goedkeuring van de balans is het fonds gecrediteerd met 5% van de overwinst zijnde NLG 146.153 en op nieuwe rekening overgebracht met NLG 1.331.932.
De reserve voor pensioenregeling stond op de vorige balans credit NLG 595.166 en vermeerderde in 1916 door toegevoegde rente en andere baten met NLG 60.082, af: Betaalde pensioenen NLG 18.010. Deze reserve is verhoogd met NLG 50.000 en op nieuwe rekening overgebracht met NLG 687.239.
(opm: Voor de balans, enz. zie het krantenartikel, niet verder opgenomen door weggevallen cijfers)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer L. Mulder te Martenshoek is te water gelaten (opm: op 2 april) de 3-mast motorschoener HOLLANDSDIEP, met plm. 500 ton draagvermogen, voor rekening van de firma N. Haas & Co. te Rotterdam. Er zal een 130 pk motor in worden geplaatst van de firma Steyaard & Jeanette Walen te Rotterdam. Na de afloop werd de kiel gelegd voor een dergelijke schoener.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wereldoorlog. Oorlogstoestand tussen Amerika en Duitsland.
Washington, 2 april. (Reuter). Wilson heeft, vanavond aan het Congres verzocht, te verklaren, dat de oorlogstoestand tussen de Verenigde Staten en Duitsland is ingetreden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De HESTIA getorpedeerd.
De directie van de Nederlandsch-Indische Tank Stoomboot Mij. deelt de namen van de geredden van het getorpedeerde motortankschip HESTIA aldus mee: Van 't Hoen, H.J. Roorda. A.W. Dieulefit, C. Heidweiler, F. Schaafsma, j. Weber, B. Boogaard, A. Antonijsen en 5 Chinezen.
Omgekomen zijn: K.F. Lefevre, P.J. de Waard, K.F.W. Minderhoud, J.J. Cupido, J.J. van Rees, H.G. Karstens en 7 Chinezen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De VESTA met graan aangekomen.
Maandag is het Nederlandse stoomschip VESTA te IJmuiden aangekomen met een lading graan voor de Regering. Het schip was een maand te Falmouth opgehouden en is op eigen risico door de gevaarlijke zone gekomen. Te Falmouth werden 11 schipbreukelingen ingescheept, n.l. de 1e stuurman van de EEMLAND en 10 man van de SALLAND.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 april. In 1916 zijn in de gemeente Hoogezand 49 schepen te water gelaten met een inhoud van 12.310 ton. Op 1 januari jl. stonden nog op stapel of in aanbouw 22 schepen met niet minder dan 12.465 ton inhoud.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 april. Op het bericht dat men op het bij Bornrif gestrande stoomschip CERES noodsein toonde, voer zondagavond de motorreddingboot BRANDARIS uit. Omstreeks 11 uur bereikte men het schip, dat blijkbaar lek gesprongen was en nu als wrak wordt beschouwd. Aan boord bevonden zich 19 man equipage, de agent van de sleepdienst en 48 werklieden, die geholpen hadden de lading over boord te werpen. Bij donkere nacht met sneeuwbuien en woedende branding was het een ontzaglijk moeilijk en gevaarvolle onderneming waarvoor de schipper en bemanning van de reddingboot geplaatst waren, maar onversaagd als altijd togen zij aan het werk en na 11/2 uur van ontzettende inspanning, waarbij de reddingboot menige zware stoot te verduren heeft gehad, gelukte het alle schipbreukelingen behouden over te nemen. Op de terugreis werden de officieren van de CERES, de agent van de sleepdienst en de Amelander werklieden afgezet op de sleepboot TERSCHELLING. Twaalf man van de CERES en de Terschellinger werklieden werden op Terschelling binnengebracht. Onderweg had de reddingboot nog een stoomschip gepraaid dat dicht onder Terschelling voor anker lag. Men vernam dat het daar de dag afwachtte. Het was bestemd voor Rotterdam. De naam kon men niet aan de weet komen.
De CERES was 24 maart van Rotterdam met kolen naar Stockholm vertrokken en de 26e op het Bornrif gestrand. Het schip meet 2.009 brt., werd gebouwd in 1898 en behoort aan de rederij A. Hansen, te Flensburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 april. De koftjalk ALIDA van de reder, tevens kapitein, P. Buisman te Groningen, is onderhands verkocht aan rederij J.H. Kruize & Zoon aldaar en zal bevaren worden door de kapt. G. Zoutman.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Muntendam, 2 april. Zaterdag is van de scheepswerf Gebr. Fikkers alhier met goed gevolg te water gelaten een stalen vrachtschroef-stoomschip groot 450 ton voor rekening van de heer A.B. Schaap te Assen. Er zal een machine in geplaatst worden van 250 ipk. Het vaartuig dat geplaatst is in de hoogste klasse Germ. Lloyd, is gebouwd onder toezicht van de Scheepvaartinspectie. De kiel is gelegd voor een vaartuig van dezelfde grootte en voor dezelfde rederij.


05 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werden het jaarverslag, de balans en de winst- en verliesrekening (zie Avondblad van 24 maart) goedgekeurd en werd het dividend bepaald op 25%. Op een vraag van de heer Altona waar de schepen van de Maatschappij zich thans bevinden, werd door de directie geantwoord, dat die zich in diverse havens ophouden, terwijl vier schepen in Zuid-Amerika zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Woensdagmiddag (opm: 4 april) werd van helling II van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te water gelaten het vrachtstoomschip BATOE, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland. De hoofdafmetingen van dit schip zijn: Lengte tussen de loodlijnen 420', grootste breedte 54'-6",' holte tot bovendek 28’. De waterverplaatsing bedraagt bij een diepgang van 27'-4" in zeewater 13.600 ton, het draagvermogen 9.320 ton. Het schip is van het awning-deck type met korte bak en campagne en werd gebouwd volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas. De verblijven voor officieren, machinisten en bemanning bevinden zich midscheeps en onder de campagne. Een inrichting voor draadloze telegrafie wordt aangebracht. De triple-expansie machine van 3.600 ipk wordt geleverd door ‘Werkspoor’, evenals de 4 ketels. De elektrische installatie is van de firma Mijnssen & Co., alhier. De BATOE is gebouwd volgens plannen en onder toezicht van de heer M.A. Cornelissen en de machine-installatie onder toezicht van de heer S.G. Visker, hoofdingenieur van de Stoomvaart Maatschappij Nederland,


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepswerf Dordrecht te Dordrecht is met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip STAD DORDRECHT, in aanbouw voor een stoomvaartmaatschappij van dezelfde naam te Rotterdam. De hoofdafmetingen van dit schip, bestemd voor de algemene vrachtvaart, zijn: Lengte tussen de stevens 340 voet, breedte 49 voet 9 duim, holte 27 voet 9 duim, terwijl het draagvermogen op een diepgang van circa 23 voet ruim 6.000 ton zal bedragen. De machine zal zijn een triple-expansie machine van ca. 1.850 ipk, met twee grote stoomketels en een kleinere ketel, welke laatste tevens dienst zal doen als hulpketel voor de 10 laadlieren.
Schip en machine zijn gebouwd naar de voorschriften van de Germanischer Lloyd hoogste klasse en onder speciaal toezicht. Voor dezelfde Maatschappij zijn nog twee zusterschepen van geheel dezelfde afmetingen in aanbouw, terwijl op de vrijgekomen helling de kiel zal gelegd worden voor een stoomschip van ongeveer dezelfde tonnenmaat voor de heer Frans Swarttouw te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw in Dordrecht.
Men schrijft ons uit Dordrecht: Wat in geen jaren gebeurd is, heeft gistermiddag op het terrein De Staart plaats gehad. Er werd in tegenwoordigheid van vele genodigden, o.a. gemeentebestuur en gemeenteraad, een stalen stoomschip van ruim 6.000 ton te water gelaten van de werf van de N.V. Scheepswerf ‘Dordrecht’, directeur de heer J.W. Bijvoet. Het kolossale stoomschip draagt de naam STAD DORDRECHT en werd gebouwd voor rekening van de stoomvaartmaatschappij van die naam te Rotterdam, wat in herinnering brengt het te water laten, of aflopen van zovele andere zeeschepen uit de tijd van de houtbouw, op de alom bekende werven van J. Spaan, Jan Schouten en C. Gips en Zonen. Talrijk zijn de fregatten, brikken, schoeners en klipperschepen, die in de 18e en 19e eeuw daar van stapel liepen. Wel waren het niet zulke reuzen als thans, maar zij toonden toch welk een vlucht de scheepsbouw toentertijd te Dordrecht genomen had, hoeveel Dordtse rederijen en kooplieden toen aan handel en zeevaart deelnamen. Merkwaardig is, dat te 1779 van de werf van Jan Schouten het fluitschip DORDRECHT van stapel liep, daarna volgden o.a. het fregat WILLEMSTAD en BOETSELAER 1794, het fregat DE HOOP 1799, de brik DANKBAARHEID 1828, het fregat KONINGIN DER NEDERLANDEN 1830, het fregat STAD DORDRECHT 1830, het fregat BATO 1836, de kotter NOORDSTAR 1838, het fregat DELTA 1839, het fregat ADMIRAAL JAN EVERTSEN 1838, het fregat BIESBOSCH 1840, de bark SARA ALIDA MARIA 1840, het fregat PHILIPS VAN MARNIX 1841, de bark WATERLOO 1841, de bark PIET HEIN 1848, de bark TWEE JEANNES 1854. Op de werf van C. Gips en Zonen werden o.a. gebouwd: Het kofschip ZEEMEEUW 1827, het fregat STAD TIEL 1839, de bark JAN VAN HOORN 1841, de schoener MERWESTROOM 1851, de bark HELLEVOETSLUIS 1853, het klipperschip KOSMOPOLIET I 1850, KOSMOPOLIET II 1865, KOSMOPOLIET III 1871. Op de werf van J. Spaan aan het Willigenbosch werd in 1782 het oorlogsschip HERCULES gebouwd. Verder nog de schepen, JACOB CATS 1885, OUD ALBLAS 1836, de Japanse oorlogsschepen KAYO-MAR 1865, en NITSSIN 1869, op de werf C. Gips en Zonen. Wij noemden slechts die schepen, waarvan prenten of tekeningen bestaan. Men zie er de catalogus van ‘Dordracum Illustratum’ op na, en men zal zelfs nog meer vinden, bijv. gezichten op de werven, waar de schepen op stapel stonden. Sedert zijn die grote werven door de veranderde omstandigheden in de scheepsbouw geliquideerd, maar de goede traditie wordt thans door nieuwe voortgezet, inzonderheid door de scheepswerf ‘Dordrecht’, die een zeekasteel van ruim 6.000 ton bouwde, een schip, zoals nimmer te Dordrecht werd gezien. Het schip STAD DORDRECHT is 340 voet lang, 49 voet 9 duim breed en 27 voet 9 duim hol, gebouwd naar de voorschriften van de Germanischer Lloyd, hoogste klasse. Voor dezelfde maatschappij zijn nog twee zusterschepen van dezelfde afmetingen in aanbouw, terwijl op de vrijgekomen helling de kiel zal worden gelegd voor een stoomschip van dezelfde tonnenmaat voor de heer F. Swarttouw te Rotterdam. Het is een verblijdend feit van opleving van deze tak van bedrijf. Als nu in beter dagen dan wij thans beleven de rederij, de koopmansgeest zich opnieuw werkzaam toont, kan er iets goeds komen, uit al de bemoeiingen, die de gemeente zich getroost, om industrie en scheepsbouw te bevorderen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

N.V. Houtvaart. Het financiële resultaat van het afgelopen 7e boekjaar van de N.V. Houtvaart geeft de directie aanleiding om — bij inachtneming van de grootste voorzichtigheid met het oog op de voortdurend toenemende moeilijkheden van de scheepvaart — aan de aandeelhoudersvergadering voor te stellen het dividend te bepalen op 50%, waartoe zij in de gelegenheid is na storting van NLG 92.750 in het vernieuwingsfonds, hetwelk daardoor werd gebracht op NLG 300.000 en na afschrijving op de stoomschepen van NLG 90.013,97. Voor oorlogswinstbelasting over de jaren 1914, 1915 en 1916 werd gereserveerd NLG 218.250, terwijl een saldo van NLG 4.544,64 op nieuwe rekening wordt overgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 april. Het Nederlandse schip VOORWAARTS, van Rotterdam naar Kopenhagen bestemd, is met schade te Fredrikshavn binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 3 april. Blijkens door de directie van de Koninklijke West-Indische Maildienst ontvangen telegrafisch bericht van de gezagvoerder van het stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN, thans liggende te Lissabon, bevonden zich de volgende passagiers aan boord van genoemd schip: J. Arends, frater J.F. van Eerd, mevr. A. Bueno met 2 kinderen, L.F. Duurvoort, W.H.J. Guda, P. Dekker, M. Masur. Met het oog op het gevaar aan een voortzetting van de reis verbonden, zijn deze passagiers te Lissabon gedebarkeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 3 april. De sleepboten hebben het op Bornrlf gestrande stoomschip CERES verlaten en zijn naar hier teruggekeerd. Bij hoog water spoelt de zee er reeds overheen.


06 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Lloyd.
Men seint ons uit Rotterdam: Naar wij vernemen zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders worden voorgesteld om het dividend over het afgelopen jaar te bepalen op 15% (v.j. 10%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Amerika Lijn.
Het bericht, dat de directie van de Holland Amerika Lijn eerstdaags een voorstel zal doen tot uitgifte van NLG 3 miljoen nieuwe aandelen, vermoedelijk tot de koers van ca. 300%, wordt op de beurs druk besproken. Allerlei veronderstellingen worden geuit omtrent de motieven, die onder de tegenwoordige omstandigheden aan een dergelijk voorstel ten grond kunnen liggen. Ten gevolge van de fabelachtige verdiensten, die in de beide laatste jaren door vrijwel alle scheepvaartmaatschappijen in de neutrale en in de oorlogvoerende landen zijn behaald, is de financiële toestand van al deze maatschappijen buitengewoon krachtig geworden. Van de Holland Amerika Lijn, waarvan de kaspositie ook vóór de oorlog reeds zeer gunstig was, dank zij het conservatieve beheer van de directie, geldt zulks zeker niet in de laatste plaats.
Gebrek aan kasmiddelen kan dus, naar men aanneemt, niet ten grondslag liggen aan de voorgenomen kapitaalsuitbreiding. Men zoekt derhalve ter verklaring van het voorstel in andere richting. Allerlei veronderstellingen worden geopperd. Zo heet het o.a. dat met de a.s. uitgifte zou worden beoogd, de NLG 3 miljoen (een kwart gedeelte van het kapitaal van de aandelen Holland Amerika Lijn) welke in handen zijn van de Marine-trust en de met deze geaffilieerde ondernemingen, terug te kopen. Het is natuurlijk mogelijk, dat de uitgifte inderdaad met deze of soortgelijke plannen verband houdt. Intussen is het o.i. geenszins uitgesloten, dat men de verklaring van het plan tot kapitaalsverhoging veel te ver zoekt door dergelijke veronderstellingen en dat de a.s. emissie, hoe vreemd het op het eerste gezicht ook mag lijken, inderdaad eenvoudig met kapitaalbehoefte verband houdt.
Schijnbaar pleit natuurlijk alles tegen deze veronderstelling. Immers toont de dezer dagen gepubliceerde balans niet minder dan NLG 21,78 miljoen geldmiddelen aan, in hoofdzaak als volgt verdeeld: Kas en kassiers NLG 8,08 miljoen, gelden à deposito NLG 5,75 miljoen, effecten NLG 7,95 miljoen. Bovendien bevat de balans nog een post: Diverse debiteuren ad NLG 8,48 miljoen. Beschouwen wij ook deze als volkomen liquide, dan stijgen de totale geldmiddelen hierdoor tot NLG 30,25 miljoen.
Bij een dergelijke eenzijdige beschouwing wordt echter wel wat al te veel uit het oog verloren — en daarom menen wij goed te doen, er hier eens de aandacht op te vestigen — dat bij tal van grote maatschappijen een aanmerkelijk gedeelte van de kasmiddelen weldra verhuizen zal naar 's Rijks schatkist, ter betaling van oorlogswinstbelasting. In de balans van de Holland Amerika Lijn wordt hiervoor over de belastingjaren 1914, 1915 en 1916 een totaal bedrag gereserveerd van niet minder dan elf miljoen gulden. Voor dividenden en inkomstenbelasting over 1916 is ruim zeven miljoen gulden benodigd. Onder het passief van de balans komt voorts een post van ruim vijf miljoen gulden diverse crediteuren voor. Hierin is o.a. NLG 1,82 miljoen beigrepen voor tantièmes en uitkering op de oprichtersbewijzen, waarvoor dus een overeenkomstig bedrag na goedkeuring van het jaarverslag aan de beschikbare geldmiddelen zal worden onttrokken. Tellen wij de posten oorlogswinstbelasting, crediteuren, dividenden en inkomstenbelasting tezamen, dan vinden wij het bedrag van ruim drie-en-twintig miljoen gulden. Dit wil dus zeggen, dat na het bewerkstelligen van de diverse betalingen als bovengenoemd en na verrekening van het saldo crediteuren, een bedrag van ruim NLG 7 miljoen aan kasmiddelen en debiteuren zal overblijven, plus hetgeen inmiddels in het nieuwe jaar weer netto is verdiend.
Het aldus gevonden cijfer is heel wat bescheidener dan dat van 31 december jl., maar toch op zichzelf nog steeds aanzienlijk. Men dient echter in aanmerking te nemen, dat de Maatschappij op het einde van het boekjaar nog 6 stoomschepen in aanbouw had, met een gezamenlijke tonnenmaat van 75.500 bruto registerton. Hieronder behoort de STATENDAM van 35.000 ton, die voltooid, doch voorlopig door de Engelse regering gerequireerd is. De schepen in aanbouw staan op de balans met NLG 11,23 miljoen. Dit kan natuurlijk niet de gehele kostprijs vertegenwoordigen van deze aanzienlijke scheepsruimte, zodat uit dien hoofde een verder beroep zal moeten worden gedaan op de bestaande kasmiddelen en de winsten, die het bedrijf in de naaste toekomst zal opleveren. Houdt men met het bovenstaande rekening, dan geloven wij, dat het geheel in de lijn kan liggen van de conservatieve en vooruitziende politiek van de directie van de Holland Amerika Lijn, wanneer zij in verband met deze zeer aanzienlijke uitbreiding van de vloot tot een versterking van de bedrijfsmiddelen overgaat, in plaats van zulks geheel op de toekomst te schuiven. Een dergelijke kapitaalsuitgifte zou natuurlijk niet nodig zijn geweest, indien het Rijk niet op NLG 11 miljoen van de winst beslag was komen leggen. Dit laatste is echter nu eenmaal onvermijdelijk geweest in verband met de buitengewone omstandigheden en zal goede bedrijfspolitiek zijn om hiermee tijdig rekening te houden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De AMSTELSTROOM.
In zijn gistermiddag gehouden zitting stelde de Raad een onderzoek in ter zake van het tot zinken brengen van het stoomschip AMSTELSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, kapt. Tj. Swart, op 23 maart 1917 door Duitse torpedoboten.
De gezagvoerder, als getuige gehoord, verklaarde, dat hij de 22e maart 's namiddags van Amsterdam is vertrokken, 's nachts kwart voor één was hij buiten en stoomde op, om de reis naar Londen te beginnen. Getuige had de wacht te kooi, om 1 uur (de AMSTELSTROOM was toen in het blokkade gebied) kwam de 1e stuurman hem roepen, met de mededeling, dat er twee schoten waren gevallen. Toen getuige aan dek kwam, zag hij niets, hoewel het een heldere nacht was. Niets ziende, zag getuige geen reden om de machine te stoppen. Zes à zeven minuten later zag getuige de bellenbaan van een torpedo in de richting van het voorschip komen. De torpedo miste echter. Even later werd opnieuw geschoten. Toen liet getuige de machine stoppen en onmiddellijk daarop zag hij op ongeveer 300 meter afstand aan bakboord twee torpedoboten. Deze begonnen het schip de volle laag te geven, de granaten vlogen over het dek. Blijkbaar werd voortdurend gemikt op de brug en op het voorschip. Een derde torpedoboot voer in snelle vaart om het schip heen. Er zijn ongeveer 50 à 60 schoten op de boot gelost. In die tussentijd liet getuige de beide bakboord boten strijken (deze hadden elk plaats voor 26 à 28 man, er waren 24 man aan boord). Getuige weet niet, waarom hij juist de bakboord boten liet strijken, hoewel aan bakboord geschoten werd. (In het logies hing een sloepenrol, de reddingsgordels lagen gereed in een kist op de onderbrug). Getuige nam de leiding bij het gaan in de boten; hij heeft niet kunnen constateren of allen in de boten waren. Toen, voor zover hij kon nagaan, allen in de boten waren, is getuige nog naar de brug gegaan om te zien of er nog wat te doen viel. Hij zag een man liggen achter de schoorsteen, die was blijkbaar gewond, hij lag te kermen. Getuige zei hem even te wachten, dan zou hij hulp halen. Toen hij zijn boot aanriep, roeide deze echter al weg, terwijl de andere boot reeds eerder zich van het schip had verwijderd. Getuige ging terug naar de man achter de schoorsteen, maar hij vond hem niet meer terug. Ook de eerste stuurman en een matroos, die later nog aan boord bleken te zijn, hebben de man niet meer gezien. Getuige heeft nog op verschillende plaatsen gezocht, maar zonder resultaat. Ook toen getuige later weer in de boot gekomen is, — waar inmiddels de 1e stuurman en de matroos ook waren gekomen — vond hij daar de vermiste man niet terug. Hij weet niet, wat er van die man geworden is. In de boot van de getuige waren 11 mensen, de andere boot is met 9 man aangekomen. Er waren dus 4 man vermist, één is er later in Engeland aangekomen. De boten zijn toen geroeid, koersende naar de Nederlandse kust en toen het begon te dagen, is men gaan zeilen. Om elf uur 's morgens kreeg men de KW-155 in zicht, die de 11 man uit de boot heeft overgenomen en terstond de netten heeft ingehaald en naar de haven is gegaan. De andere boot is te Hoek van Holland aangekomen. Toen getuige het schip het laatst heeft gezien, was het niet zinkende. Hij weet ook niet wat er van het schip geworden is. Als tweede getuige werd gehoord de 1e stuurman D.D. Rhederbehn, die tijdens de beschieting aan dek was. Hij verklaarde dat hij behalve de door de kapitein geziene bellenbaan ook nog een veel bredere bellenbaan heeft gezien die het schip aan bakboord raakte. Getuige hoorde toen een zwaar zuchtend geluid en voelde een lichten schok in het schip.
Behoudens bevestiging van het door de gezagvoerder verklaarde, deelde getuige nog mee, dat hij met de roerganger op de brug gebleven is tot het daar onhoudbaar werd. Hij heeft toen in verschillende hutten gekeken of daar nog mensen waren, maar vond niemand. Toen getuige in de boot was, heeft hij nog een bellenbaan onder de boot door zien gaan. De derde getuige, de hoofdmachinist H. Stijger heeft geen schot in het schip gevoeld. Toen de boot waarin hij had plaats genomen, gestreken was, hoorde hij geroep uit het water en de matrozen verklaarden, dat het de stem van de later vermiste matroos Veerman was. Men heeft pogingen gedaan om hem te redden, maar moest dat opgeven toen er rondom de boot granaten vielen. Voor het overige weet ook deze getuige niet wat er van de vermisten geworden is. Ook kan geen van de getuigen nagaan hoe de vierde vermiste in Engeland is gekomen (de man is nog niet terug). Nog was getuige de matroos H. van Es, die tijdens de beschieting roerganger was. Zijn verklaringen openden geen nieuwe gezichtspunten. Alle getuigen verklaarden dat de nationaliteit van de torpedoboten niet was vast te stellen. Men zag niets dan seinen met rode en groene lichten. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het tot zinken brengen van het stoomschip LA CAMPINE. De Raad is van oordeel dat de LA CAMPINE is gezonken ten gevolge van beschieting door een Duitse duikboot. Uit het onderzoek is voorts gebleken dat de LA CAMPINE zich, op het ogenblik dat de duikboot begon te schieten, bevond buiten het door de Duitse regering aangegeven blokkade-gebied.
De observaties op 13 maart te 8.30 genomen geven daaromtrent zekerheid; immers zij zijn genomen bij heldere kim en scherpe zon door de kapitein en de eerste stuurman ieder afzonderlijk, terwijl twee tijdmeters aan boord waren die, voor het vertrek waren gecontroleerd en onderling niet noemenswaard verschilden. Zelfs indien de breedte niet juist was maar noordelijker, zoals door de commandant van de duikboot is opgegeven, zou, nu de hoogteberekening een uurhoek gaf van 3 uur 4 minuten, iedere hoogteminuut welke het schip noordelijker stond dan 56° N.B. 1.5 minuut oostelijker lengte geven en zou de LA CAMPINE zich dus nog verder buiten het blokkade-gebied hebben bevonden dan het bestek aanwees. Het bestek van 56°-20' N.B. en 03°-25' O.L. gelijk door de duikbootcommandant opgegeven kan niet juist geweest zijn. Voor het nemen van een bestek is weinig gelegenheid aan boord van duikboten die laag op het water liggen, vaak onder water zijn en telkens van koers en vaart veranderen. De juistheid van een bestek, indien verkregen, is dus weinig betrouwbaar en zeker niet wanneer het in zo belangrijke mate afwijkt van een bestek als op de LA CAMPINE verkregen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma A. Vuijk & Zonen te Capelle a/d IJssel is met goed gevolg te water gelaten (opm: op 4 april) het stalen vrachtstoomschip ANTON VAN DRIEL, in aanbouw voor de N.V. W. van Driel’s Stoomboot & Transportonderneming te Rotterdam. Dit stoomschip, van het enkeldek-type met dubbele bodem, gebouwd volgens hoogste klasse Bureau Veritas, met een laadvermogen van ruim 4.000 ton, bunkercapaciteit van 568 ton en in staat 955 ton waterballast in te nemen, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte 300 voet, breedte 45 voet en holte 21 voet 6 duim. De machines zullen worden geleverd door de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen. (opm: Machine Bouwnr. 449)
Door genoemde rederij is verder in opdracht gegeven de bouw van een stoomschip van ruim 6.000 ton.


Krant:

 TEL - De Telegraaf

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende de ketelschade aan boord van het stoomschip HECTOR. De Raad Is van oordeel, dat het lek worden van stuurboordketel aan boord van de HECTOR is veroorzaakt door gebrek aan water, welk gebrek men niet heeft bemerkt, doordat het peilglas, wegens het gesloten zijn van de stoomafsluiter van het peiltoestel op de ketel, niet juist de waterstand in de ketel aangaf. De vierde machinist heeft zich, toen hij order kreeg, de stand van de kraan van de stoomafsluiter te controleren, niet zorgvuldig van de juiste stand overtuigd. Hij moet de kraan dichtgedraaid hebben en door zijn onoplettendheid is de scheepsramp veroorzaakt Ook heeft hij nagelaten de eerste machinist tijdig te waarschuwen toen hij een abnormale stijging van het water in het peilglas waarnam. Wegens deze daad en nalatigheid straft de Raad de vierde machinist van de HECTOR door het uitspreken van een berisping. Uit het onderzoek is voorts gebleken, dat op stuurboord ketel slechts één peilglas in gebruik was, hoewel een tweede toestel zich op de ketel bevond. Was ook dit tweede peiltoestel in gebruik geweest, dan zou het gebrek aan water onmiddellijk en was daardoor de ramp voorkomen.


08 april 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandse sleepboot CYCLOP beschoten.
De sleepboot CYCLOP, gestationeerd te IJmuiden, van de sleepdienstfirma Zur Mühhlen te Amsterdam, was gistermorgen naar de Noordzee vertrokken op zoek naar het alsnog drijvend gerapporteerde Belgische stoomschip TREVIER. Gisteren namiddag 3 uur keerde de CYCLOP terug en rapporteerde binnen de 20 mijl uit de kust dwars van IJmuiden door een Duitse duikboot te zijn beschoten met een groot aantal granaten. De sleepboot zette de sloep uit waarmee naar de duikboot werd geroeid, welke commandant gelastte, dat de sleepboot tot zinken zou worden gebracht. Men hield de kapitein van de sleepboot op de duikboot en zond de overigen met een officier en een matroos van de onderzeeër, die twee grote brandbommen meenamen, naar de CYCLOP terug om de sleepboot tot zinken te brengen. Aan boord van de sleepboot bevond zich ook de agent van de firma te IJmuiden, de heer S. Roggeveen. Na langdurige besprekingen op de duikboot en op de CYCLOP heeft men volgens het rapport niet de officier, doch wel de duikbootcommandant kunnen overtuigen, dat men niet in het versperde gebied was, zoals beweerd werd. De officieren en de matroos van de duikboot werden teruggeroepen; de bommen namen zo weer mee. Aan de sleepboot werd daarop gelast onmiddellijk naar IJmuiden terug te stomen.


10 april 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kopenhagen, 4 april. De te Rotterdam thuis behorende schoener BOREAS, geladen met steenkool, liep te Hirstholmen op het strand, maar werd door de bergingsboot EXPRES weer vlot en te Frederikshavn binnengebracht.


12 april 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 april. Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND is gisteravond van West-Indië te Nieuwediep aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 april. Volgens bij de Salv. Association te Londen uit Gibraltar ontvangen telegram zijn thans uit het stoomschip SINDORO gelost en geland ca. 5.212 gezonde, 525 gedeeltelijk beschadigde en 222 licht beschadigde pakken tabak. De verkoop van de beschadigde pakken wordt voortgezet, waarvoor ca. GBP 2.107 per pak wordt gemaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nes op Ameland, 9 april. Terschellinger jutters vonden aan boord van het gestrande stoomschip Ceres grote partijen contrabande, o.a. rubber, olie, enz., welke verstopt was onder de lading.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Tegen het mijnengevaar. Naar men ons meedeelt zijn de proeven genomen met het aan de BATAVIER IV aangehaakte toestel voor het knippen van mijnen, uitvinding van de schout-bij-nacht G.L. Goedhart, die de vorige week te Hellevoetsluis gehouden zijn, niet ten volle geslaagd. Na enige goedgeslaagde opruimingen van mijnen is een defect aan het toestel ontstaan en de BATAVIER IV is voor reparatie hiervan wederom naar Rotterdam terug gestoomd. Tevens zullen vermoedelijk nog enige kleine wijzigingen aangebracht worden, waarna men binnen zeer korte tijd hoopt de proeven te kunnen hervatten.


13 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdamsche Droogdok Maatschappij.
In de heden alhier gehouden algemene vergadering werd verslag uitgebracht over het afgelopen jaar. Daaruit bleek dat gedokt werden: 558 schepen, metende tezamen 833.503 tonnen, tegen 603 schepen, metende tezamen 1.272.662 tonnen in 1915.
Van het vijzeldok werd bovendien gebruik gemaakt door 6 schepen voor de binnenlandse vaart. Na voldoende afschrijving en reservering werd besloten tot een uitdeling van NLG 120 per aandeel (evenals v.j.) De heer P.E. Tegelberg, aan de beurt van aftreden, werd tot lid van het bestuur herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verschure & Co’s Scheepswerf en Machinefabriek, Amsterdam.
Wiegman's Bank te Amsterdam bericht, dat zij op 19 april a.s. te haren kantore de inschrijving openstelt op NLG 500.000 6 procent cumulatief preferente winstdelende aandelen van de N.V. Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek tot de koers van 100%. De aandelen zijn elk groot NLG 1.000. Zij delen in de winst van het gehele jaar 1917. De betaling van de toegewezen aandelen moet plaats hebben op 25 april. Aan de toelichting tot het prospectus ontlenen wij het volgende: De afschrijvingen op de machinerieën, vaste goederen, hellingen en andere bezittingen bedroegen over de jaren 1913, 1914 en 1915 tezamen NLG 39.624 en over 1916 — na de grote uitbreiding van de machinefabriek en de bouw van de hellingen en inrichtingen op het nieuwe terrein — NLG 41.779. Ondanks het verlies op de buitenlandse valuta en ondanks de toegepaste afschrijvingen kon toch aan onze aandeelhouders een dividend over 1913 van 6 pct., over 1914 van 5 pct., over 1915 van 6 pct. en over 1916 van 7 pct. worden uitgekeerd. Door de toenemende omvang van ons bedrijf waren wij verplicht ons kapitaal in 1914 met NLG 50.000, in 1916 met NLG 100.000 en in het begin van dit jaar met NLG 300.000 uit te breiden, zodat het geplaatst kapitaal thans NLG 600.000 bedraagt. Door deze laatste uitbreiding konden wij ons bankkrediet aflossen, waardoor in het vervolg ruim NLG 13.000 per jaar aan interest bespaard wordt. Daar wij een vrij grote voorraad ijzer hebben, zijn wij in staat nog geruime tijd te kunnen doorwerken, zelfs al zou het verdere bestelde materiaal nog uitblijven. Ten einde onze middelen in overeenstemming te houden met de toenemende omvang van ons bedrijf hebben aandeelhouders besloten om het kapitaal te verhogen tot NLG 1.500.000; tevens gaven zij ons machtiging tot uitgifte van NLG 500.000 6 pct. cumulatief-preferente winstdelende aandelen. Deze aandelen hebben de voorrang voor kapitaal en voor 6 pct. cumulatief preferent dividend; zij delen tevens (nadat ook is voorzien in een dividend ad 5 pct., niet-cumulatief, op de gewone aandelen), voor 10 pct. in de alsdan resterende winst tot een maximum van 1 pct. van hun nominale waarde. (Voor jaarverslag zie ons Avondblad van 27 maart jl.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De Staats-Courant No. 85 bevat de akten van oprichting van:
- Nederlandsche Telegraaf Mij. 'Radio-Holland' te Amsterdam. Kapitaal NLG 1.000.000, NLG
200.000 geplaatst en volgestort. Directeur L.H.F. Wackers, commissarissen: J. Rypperda
Wierdsma, B.E. Ruys, A.J.M. Goudriaan, J. Wilmink, directeur van de Koninklijke
Hollandsche Lloyd, J.B.A. Jonckheer, C.M. van Rijn, J.H. Hummel, P.J. Roosegaarde
Bisschop en C.L. van der Bilt, hoogleraar aan de Technische Hogeschool.
- Holland-Zweden Import & Export Mij. te Rotterdam. Kapitaal NLG 100.000. plaatst en
volgestort NLG 20.000. Dir. Schwarzbauer en Bamberger.
- Commercieele Mij. tot Exploitatie van Vaartuigen, te Amsterdam. Kapitaal NLG 50.000,
geplaatst en volgestort. Dir. G.G. Huysing te Rotterdam; ged. commissaris B. Bernhard;
commissarissen E. Wagenberg, scheepsbevrachter te Delfzijl en J. Niestern,
scheepsbouwmeester te Farmsum.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer T. van Duijvendijk te Lekkerkerk, werd gisteren te water gelaten het stalen vrachtstoomschip SCHOONHOVEN, groot ca. 1.100 ton dw., in aanbouw voor rekening van Gebr. van Uden te Rotterdam. Machine- en ketelinstallatie worden geleverd door de firma Penn & Bauduin te Dordrecht. Op de vrijgekomen helling werd de kiel gelegd voor een vrachtstoomschip, groot ca. 1.000 ton dw., voor Noorse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 11 april. Het te Rotterdam thuis behorende stoomschip OOSTVOORNE, dat begin december van hier vertrok naar Newcastle, doch werd opgebracht naar Emden, ligt steeds beladen met briketten voor Zweden, aldoor wachtende op verlof om de reis te kunnen vervolgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weltevreden, 7 april. In het stoomschip ROEPAT ontdekte men, toen het uit Soerabaja vertrok met bestemming naar Nagasaki, brand in het kolenruim. Het vuur was spoedig geblust.


14 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij.
Met inbegrip van het saldo vorig jaar en het voordelig saldo van de interestrekening geeft de winst- en verliesrekening een bruto-overschot aan van NLG 3.042.962 (v.j. NLG 2.505.166). Hiervan wordt NLG 165.000 (NLG 506) gebezigd voor afschrijving op stoomschepen; NLG 10.750 (NLG 4.750) voor afschrijving op effecten; NLG 5.000 (NLG 4.267) voor afschrijving op lopende averij gros. Nadat voor NLG 20.577 (NLG 21.820) voor onkosten is afgeschreven, blijft een nettowinst van NLG 2.841.634 (NLG 1.950.291). Hiervan wordt NLG 1.200.000 (NLG 620.000) in het reservefonds en NLG 139.522 (NLG 144.133) in het ketel- en reparatiefonds gestort. Aandeelhouders ontvangen, als reeds gemeld, 100% (evenals v.j.) dividend, waarna na aftrek van bedrijfsbelasting en tantièmes een onverdeeld saldo van NLG 234.273 op nieuwe rekening overgaat. Door genoemde dotatie is het reservefonds thans NLG 2.000.000 en het ketel- en reparatiefonds NLG 400.000 groot.
Het verslag deelt mee, dat de winst voor een groot deel te danken is aan de reizen buiten regeringscontract. Op de laatste kon alleen winst worden behaald door de schepen slechts voor een deel van de waarde tegen molest te verzekeren. Had de rederij in stede van risico te lopen, de volledige premie moeten betalen, dan is twijfelachtig, of op die reizen winst was te boeken geweest. Het verslag maakt voorts melding van de talrijke ongevallen door de rederij geleden. Het stoomschip MAASDIJK werd wrak na op een mijn te zijn gelopen. Het verschil tussen het verzekerd bedrag en de lage boekwaarde is overgebracht naar de rekening liquidatie stoomschepen, die thans de naam heeft gekregen van “fonds voor afschrijvingen op stoomschepen in aanbouw”. Ter vervanging van het stoomschip MAASDIJK is behalve de drie reeds in bestelling gegeven schepen, een vierde stoomschip besteld op levering december 1918.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Mij.
Naar wij vernemen zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders worden voorgesteld het dividend te bepalen op 10% (v.j. 12%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' werden de balans, winst- en verliesrekening goedgekeurd en werd besloten ditmaal geen dividend uit te keren, doch het na afschrijving resterende batig saldo te reserveren voor eventuele crisisuitgaven in 1917. Als commissaris werd herkozen Bern. E. Ruys. Aan het jaarverslag over 1916 ontlenen wij het volgende: Gedurende 1916 werd het steeds moeilijker de benodigde materialen en werktuigen van buitenslands aan te schaffen. Het financiële resultaat ondervond daarvan de terugslag. De afschrijving kon verleden jaar echter slechts geschieden door het aanspreken van een reserve, terwijl dit jaar de volle afschrijving ten laste van de winstrekening is gebracht. Voorgesteld wordt het beschikbaar winstsaldo ad NLG 95.559 geheel te reserveren voor crisis-uitgaven gedurende 1917. De Maatschappij moet, wanneer het doorwerken haar onmogelijk zou worden, trachten te voorzien in de positie van het grote aantal ambtenaren en werklieden. Deze wijze van reserveren brengt mee dat, indien zoals te wensen ware, dit bedrag gedurende 1917 niet of niet geheel behoeft aangesproken te worden, het restant opnieuw zal verschijnen in de verlies- en winstrekening over 1917. Vermelding verdient, dat de toestanden op handelsgebied thans zo onberekenbaar zijn geworden, dat de directie sinds enige tijd slechts nieuwe orders aanneemt zonder garantie van een vaste leveringstijd en voor kostprijs plus een overeen te komen winstpercentage. Verschillende uitbreidingen veroorzaakten in deze tijd bijzonder hoge uitgaven. Besloten werd daarom de 41/2 procent obligatielening, die per resto nog ruim NLG 900.000 bedroeg, af te lossen en een nieuwe 5 pct. obligatielening te sluiten van NLG 2.500.000, waarvan aanvankelijk NLG 2.000.000 uitgegeven werd. Het gemiddeld aantal werklieden bedroeg 1.841; het grootste aantal op een zeker ogenblik 1.882. De totaalsom van de onuitgevoerde orders op 31 december bedroeg ongeveer NLG 22.000.000. Aan arbeidsloon werd uitbetaald NLG 1.399.839.
De verlies- en winstrekening wijst aan de debetzijde de volgende posten aan: Interest 41/2 pct. obligatielening NLG 18.598, idem 5 pct. lening NLG 44.064; salarissen en algemene onkosten NLG 286.260 (278.095); ondersteuning gemobiliseerde ambtenaren en werklieden NLG 8.979; duurtetoeslag aan ambtenaren en werklieden NLG 22.852; bijdragen ten bate van personeelsbelangen NLG 12.806; ondersteuning gewezen beambten, enz. NLG 8.942; kosten ongevallenwet en arbeidscontract NLG 57.106; onderhoud gebouwen NLG 19.898; interest NLG 109.436 (93.038); dienst der 5 pct. obligatielening NLG 65.525; disagio van dezelfde lening NLG 9.446; afschrijvingen NLG 249.669 (87.477) en reserve voor eventuele crisis-uitgaven gedurende 1917 NLG 95.559.
De creditzijde geeft de volgende posten: Uitkomst van diverse werken NLG 994.010 (691.518); exploitatie woningen NLG 3.120; huur gebouwen en erven NLG 2.257; interest en koersverschil belegd assurantie reservefonds NLG 4.091 en idem verbonden effecten NLG 7.482 (1.439). Zoals reeds gemeld, zal geen dividend worden uitgekeerd.


15 april 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) De Nederlandse driemastschoener DINA HENDERIKA (opm: bouwjaar 1909, kapt. L. Kielema), thuis behorende te Groningen, eigendom van de NV Dina Henderika te Terneuzen, blijkt thans, naar ons gemeld wordt, met steenkolen op weg van West Hartlepool naar Drammen, door een Duitse duikboot te zijn beschoten en met bommen tot zinken gebracht. (opm: 12 april, op ca. 30 mijl O.N.O. van Hartlepool). De bemanning is geland te Lowestoft (opm: nadat ze na circa 8 uur zeilen met de boot door het Engelse s.s. HERKULES waren opgepikt).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Appingedammer Brons-motorenfabriek.
De algemene vergadering bepaalde het dividend op NLG 130 per aandeel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Lloyd.
Men seint ons uit Rotterdam: Het jaarverslag over 1916 staat in de eerste plaats stil bij enige gebeurtenissen in het begin van 1917. Vooreerst het overlijden van de heer mr. Marten Mees, president commissaris; in de tweede plaats het feit, dat verschillende schepen op de thuisreis naar Nederland zijn overvallen door de op 1 februari afgekondigde verscherpte duikbootoorlog, waardoor die schepen op verschillende stations moesten aangehouden worden. Onderhandelingen langs diplomatieke weg met de Duitse regering gevoerd, openden het uitzicht op een veilige doortocht naar Rotterdam voor de te Falmouth liggende schepen. Van de getroffen regeling tot uitvaren op 22 februari maakten gebruik de BANDOENG, JACATRA, en MENADO. In de namiddag van diezelfde dag ontmoette dit konvooi een Duitse onderzeeboot die onmiddellijk zonder waarschuwing of onderzoek het vuur opende en de schepen van het konvooi op onverantwoordelijke en hoogst roekeloze wijze met torpedo's en bommen vernietigde, alleen de MENADO bleef drijven en werd zwaar beschadigd weer te Falmouth teruggebracht. Alle schepen waren tegen molest verzekerd doch hun ondergang betekende voor de Maatschappij een groot blijvend verlies. Het verslag vermeldt voorts de wijzigingen, die moesten plaats hebben in de maildienst, de vrachtschepen werden zo goed mogelijk geëxploiteerd via het Suezkanaal. Het aanbod van lading in alle richtingen was bevredigend. De Regering moest echter meermalen gebruik maken van haar bevoegdheid om schepen van de Maatschappij op te vorderen, waardoor de verschillende diensten vrijwel werden onbevracht. Zo kon door deze rekwisities de Maatschappij in de maanden januari en februari 1917, het drukke afscheep-seizoen van Indische producten niet meer dan een vrachtschip daarvoor beschikbaar stellen, terwijl ook de kolenvoorziening op de stations hierdoor ernstig werd geschaad. Thans staat de passagiers- en vrachtgoederendienst op de hoofdlijn stil, daar de beladen schepen niet kunnen uitvaren.
Met inbegrip van saldo vorig jaar en saldo interestrekening laat de exploitatierekening een bruto winst van NLG 15.072.022 (v.j. 7.622.054). Hiervan wordt bestemd voor afschrijving op de stoomschepen NLG 3.180.610 (v.j. 2.752.000), voor reservekosten, vervanging van de stoomschepen Palembang en KEDIRI, NLG 1.680.001, voor assurantiereserve NLG 500.000 (384.945) voor reserve nieuwbouw 2 miljoen, voor ondersteuningsfonds NLG 251.037 voor reserve diverse belangen NLG 2.990.109 voor het reservefonds 2 miljoen (1 miljoen), na de bijdrage van de scheepvaartunie en rijksinkomstenbelasting blijft netto NLG 2.265.010, waaruit als reeds gemeld een dividend van 15 pct. (10) kan worden uitgekeerd. In 1916 werden gedaan 17 reizen in de maildienst naar Java en terug, 23 reizen met vrachtboten naar Java en terug, 2 reizen New York - Java, 7 reizen met regeringsgraan, reis van Chili met salpeter, benevens enkele reizen op andere routes.
Van het avans op de verkoop van het stoomschip BENGALEN ten bedrage van NLG 939.890 werd NLG 650.000 overgeboekt op de reserve nieuwbouw en NLG 289.890 op reserve diverse belangen. Na de hierboven reeds vermelde dotaties zal het reservefonds 5 miljoen groot zijn, de assurantiereserve 3 miljoen de reserve nieuwbouw NLG 3.400.000, het ondersteuningsfonds 1 miljoen. De reserve diverse belangen NLG 4.050.000. De 4 procent geldlening 1905, oorspronkelijk 11/2 miljoen, is thans geheel afgelost.
AH 150417
Scheepvaartmaatschappijen directie fa. Erhardt & Dekker.
Het verslag van de maatschappij Katwijk, Noordwijk, Rijswijk, Brunswijk, Randwijk en Winterswijk, onder beheer van de firma Erhardt en Dekkers, deelt mee, dat de schepen, voor zover het nautische gedeelte betreft, voorspoedig hebben gevaren. Van het inwerking treden van de regeringsmaatregelen af heeft de firma uitsluitend voor de Regering gevaren, zonder dat het haar, niettegenstaande herhaalde protesten, is mogen gelukken een zogenaamde vrije beurt te verkrijgen, waarvoor ongeveer het dubbele door Nederlandse importeurs werd betaald van de door de Regering betaalde vracht. De firma beklaagt zich hierover echter niet, maar heeft de veel ernstiger grief, dat door de Regering slechts voor schepen die minder dan 2.500 ton lading aanbrengen 10% extra vracht wordt vergoed. Zolang alle schepen, onverschillig of zij 2.500 dan wel 7.000 ton laden, hetzelfde vrachtencijfer bekomen, zal zij wel met haar kleinere schepen er veel slechter aan toe zijn dan de reders met de grote schepen. Hierin ligt een grote onbillijkheid, die wellicht hersteld zal worden door de commissie, die met de uitvoering van de schepen-vorderingswet is belast. Wat het stoomschip KATWIJK betreft, bepaalden de werkzaamheden zich tot het administreren van de belegde gelden. De gekweekte rente laat een uitkering van 8% toe, terwijl het resterende saldo aan het reserve- en nieuwbouwfonds is toegevoegd. Voor de overige schepen wordt een dividend van 60% uitgekeerd en het restant eveneens voor nieuwbouw gereserveerd.


16 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Raad voor de Scheepvaart.
Donderdag 19 april, 1.30 uur namiddag, voortzetting van het op 5 dezer geschorst onderzoek ter zake van het tot zinken gebracht worden van het stoomschip AMSTELSTROOM op 23 maart 1917. Daarna onderzoek ter zake van het tot zinken gebracht worden van het motorschip HESTIA op 30/31 maart 1917, ten gevolge waarvan 13 personen het leven verloren. Gezagvoerder J.M. van 't Hoen te Rotterdam; rederij Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij te Den Haag. Diezelfde dag 21/2 uur namiddags, onderzoek naar de oorzaak van het inzakken van de vuren van de ketel op 23 maart 1917 aan boord van het stoomvissersvaartuig 's-GRAVENHAGE (IJM-51). Schipper A. Stoker; rederij de N.V. Exploitatie Maatschappij Amsterdam, directeur D. Boon te IJmuiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Torpedering van Nederlandse schepen.
Wolff seint uit Berlijn: De Nederlandse pers beklaagt zich in heftige bewoordingen over de talrijke, naar zij meent ongerechtvaardigde torpederingen van Nederlandse schepen en van schepen van het Belgische "Relief-Committee" door Duitse duikboten.
Hierover wordt gemeld: Het stoomschip HAELEN van het Belgische Relief Committee werd op 17 maart 1917 in het vrije verkeersgebied volgens het prijzenrecht aangehouden. Het stoomschip poogde zich aan het onderzoek door de vlucht te nemen te onttrekken, totdat het door beschieting tot stoppen werd gedwongen. Dit geval is dus volgens het internationale recht volkomen juist. Het tankschip LA CAMPINE werd in het afgezette gebied tot zinken gebracht. Hetzelfde geldt van het stoomschip van de Belgische Relief-Commissie TREVIER, een onbekend klein Nederlands tankschip, dat naar Engeland ging om benzine te halen, de Nederlandse TRES FATRES, het stoomschip AMSTELSTROOM en het stoomschip HESTIA, dat op 31 maart in een Engels konvooi op de reis naar Engeland werd getorpedeerd. Het tankschip HEALDTON ging bij Doggersbank onder, blijkens dagbladberichten. Volgens tot dusver ontvangen berichten heeft geen Duitse duikboot dit schip getorpedeerd, maar zelfs indien dat het geval was, zou het binnen het afgezette gebied gebeurd zijn. Wat ten slotte het stoomschip FEISTEIN van de Belgische Relief-Commissie betreft, dat schip liep op 31 maart op een mijn, waarschijnlijk in het Engelse mijnenveld, dat ten NO van Terschelling ligt. Hierdoor zijn alle ons verweten gevallen het gevolg ervan, dat de scheepskapiteins de waarschuwingen over het varen in het afgezette gebied in de wind sloegen, of, zoals in het geval van de HAELEN, getracht hebben, zich aan de uitoefening van het prijsrecht te onttrekken. De Nederlandse pers zou zich verdienstelijk maken, als zij met deze zakelijke uiteenzetting rekening wilde houden.
De Duitse regering geeft met de grootste koelbloedigheid rapporten van wat de Duitse duikbootcommandanten menen — of moeten wij zeggen, misschien menen? -- dat de waarheid is, als de waarheid weer. De getuigenverklaringen van de bemanning van de HAELEN wijzen uit, dat hel stoomschip HAELEN niet poogde te ontvluchten. Een Duitse duikbootcommandant, op vele mijlen afstand, verklaart dat dit wel zo was.
Een Nederlandsche rechtbank, de Raad voor de Scheepvaart, heeft in haar op 5 april uitgesproken vonnis verklaard, dat het zeker was, dat de LA CAMPINE in de vrije vaargeul was. Een fout in het bestek, in de astronomische plaatsbepaling, leek deze deskundige rechter, die de methode en gegevens van plaatsbepaling heeft onderzocht, onmogelijk, terwijl deze rechter tevens vaststelde, dat de onderzeeboot geen betrouwbaar bestek kon hebben. Wat nu andere gevallen, het stoomschip AMSTELSTROOM b.v. betreft, de Duitse regering schijnt te menen, dat deze verraderlijke torpedering gemotiveerd is, wijl zij vooral gewaarschuwd heeft, dat zij aldus zou handelen! Alsof een rover het recht heeft, moord te begaan, indien hij slechts van te voren bekend maakt, dat hij ieder, die een gegeven weg volgt, doden zal! De Duitse regering heeft hier boven slechts zeer weinige van de gevallen genoemd, die hier in Nederland zó diepe verontwaardiging gewekt hebben. Zelfs voor die enkele gevallen zijn de verontschuldigingen van dit treurig gehalte. (opm: zie ook AH 200417)


17 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Zeevaart.
Op de 24 april te houden algemene vergadering van aandeelhouders van de Maatschappij Zeevaart, zal, naar de Scheepv. verneemt, aan aandeelhouders worden voorgesteld een dividend uit te keren van 50% (evenals v.j.).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Werkspoor.
De Nederlandsche fabriek voor Werktuigen en Spoorwegmaterieel, genaamd 'Werkspoor', bericht dat op maandag 23 april 1917, te Amsterdam ten kantore van de Nederlandsche Handel Maatschappij en De Twentsche Bank, te Rotterdam ten kantore van de Nederlandsche Handel Maatschappij en De Twentsche Bank, te 's-Gravenhage ten kantore van de Nederlandsche Handel Maatschappij, De Twentsche Bank en de heren Heldring & Pierson, de inschrijving wordt opengesteld op 1.100 aandelen aan toonder, elk groot NLG 1.000 van de serie A, in genoemde naamloze vennootschap, rechthebbende op het volle dividend over het boekjaar 1917, tot de koers van 115%. Bij deze inschrijving zullen houders van de reeds uitgegeven aandelen A en B recht van voorkeur hebben en wel op één nieuw aandeel voor elke vijf oude aandelen. De betaling moet plaats hebben 3 mei 1917. Aan de toelichting tot het prospectus ontlenen wij het volgende: De steeds groter wordende omzet maakt versterking van de geldmiddelen gewenst, ten einde geregeld over het voor het bedrijf benodigde vlottende kapitaal te kunnen beschikken, daar de bestaande middelen ontoereikend zijn.
Bedroeg toch het totaal van de waarde van de magazijnvoorraden en onderhanden werken op eind december 1914 rond NLG 2.319.000, op eind december 1915 en eind december 1916 waren deze totalen, als gevolg van grotere omzet, gestegen tot resp. NLG 3.535.000 en NLG 5.229.000. Bij de voortdurende uitbreiding van het bedrijf is niet te verwachten, dat laatstgenoemd cijfer in de toekomst lager zal worden. Volgens de binnenkort te publiceren balans over het boekjaar 1916 is van de aanschaffingswaarde van de bestaande gebouwen en werktuigen ten bedrage van totaal NLG 7.307.722 reeds een bedrag van NLG 3.907.122 afgeschreven, waardoor deze bezittingen met NLG 3.400.600 belangrijk onder de reële waarde te boek staan.
Behalve de hierin gelegen reserve bedraagt het statutaire reservefonds, inclusief de reserve uit de winst van het boekjaar 1915, doch exclusief die ad NLG 27.000 uit de winst van het boekjaar 1916, thans NLG 895.125, terwijl bovendien nog reserves aanwezig zijn van NLG 200.000 voor ongevallen en NLG 193.000 voor afschrijvingen. Voor 1918 wordt 7% (v.j. 6%) dividend voorgesteld.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. 'Werf Vooruit' te Enkhuizen.
In de gisteren gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders werden de balans en de verlies- en winstrekening met algemene stemmen goedgekeurd en werd het dividend, na behoorlijke afschrijvingen en toevoegingen aan de reserve, bepaald op 5%, dit is NLG 50 per aandeel. Verkorte Balans: (opm: niet opgenomen).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De CHARLOIS. Men weet dat het vermoeden bestaat, dat het Nederlandse stoomschip CHARLOIS verongelukt is. Blijkens een thans bij het Departement van Buitenlandse Zaken ontvangen telegram van de Nederlandse consul te Christiania (opm: nu Oslo), is dezer dagen bij Lister (een van de zuidpunten van Noorwegen) een stuk van een reddingsboot gevonden met een naambord: CHARLOIS, Rotterdam. De CHARLOIS van de A.P.C., is 10 februari van New York naar hier vertrokken met een lading van 23.000 vaten petroleum. Zij voer 20 maart van Bergen naar Rotterdam. De bemanning bestaat uit 32 koppen, kapitein de heer G. Smit.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stalen schroefstoomschip VLISSINGEN, metende 225 ton bruto en 109 ton netto, in 1904 gebouwd, eigenaar de heer M.J. van der Eb te Rotterdam, dat thans te Londen ligt, is verkocht, aan een Amsterdamse cacaofabriek. Het zal onder directie van de heer Van der Eb blijven varen.


18 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de N.V. scheepswerf v/h Wed. A. van Duyvendijk te Papendrecht is te water gelaten het vrachtstoomschip WITTE ZEE, gebouwd voor rekening van Van Driel’s Transportonderneming te Rotterdam. Het vaartuig is lang 180, breed 28 en hol 14.0 voet, inhoudsmaat circa 1.000 ton, de machine, sterk ongeveer 600 ipk en de ketels worden vervaardigd aan de fabriek van de firma Verschure & Co. te Amsterdam.


19 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Kampen, 18 april. Van de werf van de N.V. Scheepsbouw Maatschappij IJselwerf te Kampen is met goed gevolg te water gelaten het vrachtstoomschip STAD KAMPEN, in aanbouw voor de N.V. Stoomboot Maatschappij Stad Kampen. De hoofdafmetingen van dit, naar de hoogste klasse van de Germ. Lloyd gebouwde schip zijn: Lengte tussen de loodlijnen 215’-0", grootste breedte 32’-6”, holte tot het maindeck 16’-0", holte tot het raised-quarterdeck 19’-9". Het heeft een draagvermogen van 1.500 ton en zal worden voorzien van een triple-expansie machine van 700 ipk, vervaardigd door de N.V. Machinefabriek ‘Utrecht’ te Utrecht. Terstond na het te water laten werd de kiel gelegd voor een zusterschip, dat de STAD UTRECHT zal worden genaamd.


20 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De J.B. AUG. KESSLER.
Volgens een hier te lande ontvangen brief van een van de opvarenden van het getorpedeerde tankschip J.B.AUG. KESSLER, van de Petroleummaatschappij La Corona, is het schip geheel uitgebrand te Falmouth binnengesleept. De N.R.C. deelt mee dat kort na het vertrek uit New York aan boord een oproer uitbrak onder de Chinese bemanning, ten gevolge waarvan het schip in de haven moest terugkeren. Om de Chinezen te bedwingen heeft men gebruik moeten maken van revolvers; terwijl de officieren genoodzaakt waren een gedeelte van de reis naar Engeland zelf de ketels te stoken en de machines te drijven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het stoomschip HAELEN.
De kapitein van het stoomschip HAELEN van de Belgische Steuncommissie, dat in maart in de Noordzee door een Duitse duikboot is aangehouden en beschoten, heeft te Stavanger de volgende scheepsverklaring afgelegd: Om acht uur 's ochtends ging de loods van boord; mooi, helder weer. Om zes uur 's avonds passeerden wij Terschelling, zaterdag 17 maart om half vier in de morgen Doggersbank Zuid; helder weer, harde wind en woelige zee. Om kwart voor vijven 's middags hoorden wij een kanonschot, hoewel er niets te zien was. Wij waren toen op 56º-15' Noorderbreedte en 05º-32' Oosterlengte van Greenwich. De eerste officier, die dienst had, had onmiddellijk de machine doen stoppen. Er werden twee lange stoten met de sirene gegeven om aan te duiden, dat wij gestopt hadden en voor grotere veiligheid beval ik de vlag U op te hijsen met daar boven de codevlag, die eveneens aanduidde, dat de machine stilstond. Desniettegenstaande vloog er een tweede en weldra een derde projectiel over het schip heen. Toen zagen wij een duikboot achter het schip op een afstand van ongeveer 3 mijl. Wij stuurden noordoost een kwart oost magnetisch, en de duikboot wilde werkelijk het schip tot zinken brengen, maar om ongelukken te voorkomen beval ik de boten uit te zetten en het schip te verlaten. Reeds waren de boten uitgebracht, wat vlot geschiedde, te meer omdat de bemanning, vertrouwend op de Duitse vrijgeleide, zeer kalm was. Tijdens deze verrichting schoot de duikboot steeds sneller en de projectielen barstten boven de mannen, die de boten bedienden. Terwijl nu de bakboord boot in het water was en de bemanning er plaats innam, trof een granaat het schip juist boven de boot. Een groot gat werd er in de romp geslagen en de stukken van het projectiel sloegen de boot uiteen en doodden op slag vijf van de zeven man, die er reeds in zaten.
De anderen, die er nog in plaats moesten nemen, snelden naar de stuurboord boot, en toen ik vastgesteld had, dat er niemand achterbleef, verwijderden wij ons van het schip, waarbij een projectiel op ongeveer 40 meter van de boot neerkwam.
In de vrees, dat ook deze sloep zou worden geraakt, bleven wij ons al roeiende, verwijderen en wij naderden de sloepen van de TUNISIE van welke de bemanning eveneens het vaartuig had verlaten. Gedurende die tijd was de duikboot aan bakboord van de achtersteven van het schip naar de voorsteven gevaren; maar daar wij — naar ik herhaal — een rechtstreekse aanval vreesden bleven wij ons verwijderen.
Ongeveer een half uur later voer de duikboot naar de sloepen. De sloep van de TUNISIE met de kapitein aan boord was de eerste, die de duikboot op haar weg vond. De duikboot-kapitein vroeg om de scheepspapieren, en na die te hebben geïnspecteerd kreeg de kapitein van de TUNISIE verlof te vertrekken. Vervolgens kwam de duikboot naar mijn sloep en deed daar hetzelfde. Na een onderzoek van twee minuten gaf hij mij de papieren terug, hij vroeg mij, waar mijn tweede sloep was, en nadat ik hem had gezegd, dat die in de grond was geboord en dat er 7 man waren gedood, sprak hij gedurende enkele ogenblikken met een officier naast hem. Op mijn vraag of ik kon vertrekken, antwoordde hij bevestigend.
De duikboot voer toen naar het schip en ging er op ongeveer 200 meter aan bakboord langs. Daarop kwam hij terug en vroeg, of wij de 7 mannen niet aan boord hadden.
Nadat hem opnieuw was geantwoord, dat zij waren gedood, vertrok de duikboot in oostelijke richting. Het was toen ongeveer 7 uur, halfacht 's avonds. Wij hervatten onze weg en voeren konvooi met het stoomschip TUNISIE tot op de hoogte van Obrestad. Het stoomschip TUNISIE zette de reis voort en ik kwam, nadat ik de loods te Hvidingsö aan boord had genomen, zondag 18 maart 1917 om 5 uur namiddag te Stavanger aan.
Vermeld moet nog worden dat, toen wij ter hoogte van Scheveningen waren, twee Duitse tweedekkers over de twee schepen heenvlogen op zeer geringe hoogte. Na een zorgvuldig onderzoek keerden zij naar het zuiden terug, van waar zij gekomen waren. Ik wijs nog op het feit, dat op het ogenblik van de aanval van de duikboot, alle signalen van de Commission for Relief aangebracht waren, overeenkomstig de gegeven voorschriften.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De AMSTELSTROOM.
In de gisteren gehouden zitting van de Raad voor de Scheepvaart las de voorzitter een verklaring voor, afgelegd voor de Nederlandse consul-generaal te Londen door H. Bakker, lichtmatroos aan boord van het stoomschip AMSTELSTROOM, welk schip zoals men weet, de 23e maart jl. tot zinken werd gebracht.
Uit de verklaring bleek, dat Bakker zich in de avond van 22 maart te half tien naar kooi had begeven. Hij werd ‘s ochtends te 05.45 uur wakker, kleedde zich en ging aan dek. Nergens was een menselijk wezen te zien en drie sloepen bleken gestreken. Een rondgang leerde hem, dat het bruggendek, het stuurhuis, de kapiteinshut, de kaartenkamer en andere vertrekken vernield waren en ook ontdekte hij verschillende gaten in de scheepsromp.
In de machinekamer bleek water op de vuurplaat te staan. Nergens was een vaartuig in zicht. De AMSTELSTROOM maakte geen water. Bakker hees de noodvlaggen en schoot in de loop van de dag vijf vuurpijlen af. Het weer was kalm, doch werd de volgende ochtend slecht. Bakker achtte het toen raadzaam de nog overgebleven reddingssloep uit te laten. Terwijl hij daarmede bezig was, naderde een duikboot die de Britse vlag voerde. Dit vaartuig bracht hem naar Harwich, waar hij aan wal werd gezet. Na het voorlezen van deze verklaring werd het onderzoek in zake de AMSTELSTROOM afgesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De HESTIA. De Raad stelde vervolgens een onderzoek in naar het tot zinken gebracht worden van het motorschip HESTIA op 30/31 maart jl., ten gevolge waarvan 13 personen het leven verloren. De HESTIA was het eigendom van de rederij Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij te Den Haag. Het eerst werd in deze zaak gehoord de gezagvoerder van de HESTIA, J.M. van ‘t Hoen te Rotterdam. Hij deelde mee, dat zijn vaartuig op de avond van de 30e maart in ballast van Rotterdam naar Londen was vertrokken. 's Nachts te 03.50, toen het schip zich 32 mijl bewesten het lichtschip Maas bevond, werd plotseling met scherp geschoten. De HESTIA droeg de voorgeschreven lichten en had met grote, duidelijk zichtbare letters haar naam en het land van herkomst geduid. Er bevonden zich 26 personen aan boord onder wie 5 passagiers die van Londen naar Singapore dachten te gaan. Bij de bemanning waren 12 Chinezen. Toen men zich in het blokkade-gebied bevond werd er te 03.50 uur 's nachts plotseling aan bakboordzijde geschoten. Nadat dit verschijnsel zich herhaald had liet getuige, die aan dek was, stoppen. Desniettegenstaande bleef het schieten voortduren. Getuige beval, dat alle mannen zich naar de sloepen moesten begeven, zowel naar die welke zich aan bakboordzijde als die welke zich aan stuurboordzijde bevonden. Terwijl de sloepen te water werden gelaten duurde het schieten voort. Olie en stukken ijzer vlogen over de hoofden van de mensen die zich in de sloepen begaven. Een bellenbaan werd niet waargenomen, de explosie was echter ontzettend. Het achterschip zonk onmiddellijk. Daar echter het schip overigens bleef liggen wilde men toen het dag was geworden, naar het schip terug. Het schieten begon opnieuw. Toen zag men ook onder het achterschip van lijzijde een onderzeeër zonder nationaliteitsvlag. Getuige bevond zich met de machinisten in de bakboord sloep. De stuurboordsloep, waarin een veertiental personen, dreef af. Twee uur later, toen men zich weer aan boord van de HESTIA wilde begeven, zag men die sloep deerlijk gehavend, op enige afstand drijvende. Er bevond zich nog slechts een Chinees op, die gered werd. Van de andere opvarenden heeft men niets meer vernomen. Daar het schieten voortduurde bleef men tenslotte in de sloep en roeide naar de onderzeeër. Daar riep men de bemanning eerst in gebroken Engels, daarna in het Duits aan, om de nodige inlichtingen te vragen. De mannen van de HESTIA vroegen de duikboot hen te slepen, doch dit weigerde men. Toen de sloep vertrok was de HESTIA nog niet gezonken. Het schieten duurde voort. Na drie uur roeien werden de mannen door een logger opgepikt die hen naar de Nederlandse kust bracht.
De derde machinist J. Weber bevestigde de verklaringen van de gezagvoerder en voegde er aan toe, dat de enig overgebleven passagier uit de stuurboordsloep, een Chinees, twee uur nadat men de boten had uitgelaten, opgepikt werd.
Daarna legde de geredde Chinees met behulp van twee tolken, één voor de Engelse en één voor de Chinese taal, zijn verklaringen af. Hij deelde mee, dat hij zich met 10 landgenoten, twee passagiers en een stuurman in de stuurboordsloep had begeven die langszij van de HESTIA lag. De sloep was niet varende toen hij aan de achterzijde geraakt werd door een op het schip afgevuurd schot. De sloep sloeg stuk en allen geraakten te water. Er ontstond een groot tumult. Getuige vloog op door de schok en kwam op het overgebleven stuk van de boot terecht. Na een half uur zag hij nog zes man zwemmende, wie het waren kon hij echter niet onderscheiden. De anderen heeft hij niet meer gezien. Het onderzoek was hiermee gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaart Maatschappij Sophie H. In de gistermiddag gehouden vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij Sophie H is de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd. De directie werd decharge verleend van haar beheer en de heer mr. J.G. Schumann werd als commissaris herkozen.


21 april 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 april. Van de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht, is te water gelaten de cargoboot FILSTAD, groot 2.000 ton. gebouwd voor rekening van J. Constant, Kievits & Co's Industrieele Mij. te Dordrecht. De kiel zal gelegd worden voor een dergelijk schip voor dezelfde firma. De machine en ketels voor beide schepen worden vervaardigd aan de N.V. Machinefabriek Bolnes te Bolnes.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 april. Van de werf van de heer C. Kars te Oude Pekela is te water gelaten het ijzeren tjalkschip NIEUWE ZORG, groot 80 ton, voor rekening van schipper T. de Vries te Nieuwolda. De kiel werd gelegd van een tjalkschip groot 112 ton, voor schipper A. Drost te Veendam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 april. De stoomlogger KONINGIN WILHELMINA (VL-190) van de Doggermaatschappij te Vlaardingen, is verkocht aan de N.V. Philips Gloeilampenfabriek te Eindhoven. Het vaartuig zal thans geheel voor de vrachtvaart worden ingericht en door genoemde firma gebezigd worden voor het vervoer van haar producten over zee.
Wegens het uitblijven van concurrentie uit de oorlogvoerende landen heeft deze industrie zich in ons land enorm uitgebreid.
Door het gebrek aan scheepsruimte kocht men daarom dit stoombootje aan om verzekerd te zijn van een geregelde verscheping naar het buitenland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 april. Het nieuwe stoomschip OOSTVOORNE, dat 10 december 1916 naar Emden werd opgebracht, is vrijgelaten en ligt nu op de rede van Delfzijl. Nadat er proviand is ingenomen en de bemanning is aangevuld zal het stoomschip de reis naar Norrköping voortzetten.


22 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Lloyd.
Up de gisteren gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd, zijn de balans en de winst- en verliesrekening over 1916 goedgekeurd en het dividend bepaald op 15% (v.j. 10%). Als commissaris werd, in de plaats van wijlen de heer mr. M. Mees, gekozen de heer Ph. Mees.


23 april 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ACHILLES en DEUCALION teruggegeven.
Volgens bij de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam ingekomen telegram uit Smyrna, hebben de Turkse autoriteiten de in oktober jl. in beslag genomen Nederlandse stoomschepen ACHILLES en DEUCALION, die in genoemde haven lagen sedert Turkije de zijde van de centrale mogendheden koos, aan de agenten van de Maatschappij teruggegeven. De bemanningen, die circa 6 maanden aan de wal vertoefden, zijn weer aan boord gegaan. De rederij dankt dit gunstig resultaat aan de onvermoeide en beleidvolle pogingen van onze gezant te Constantinopel, jhr. V. d. Does de Willebois.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 april. Uit Stavanger wordt gemeld dat het bij Lister gevonden achterste stuk van de stuurboordzijde van een reddingboot, de naam CHARLOIS, Rotterdam dragende, kentekenen droeg door een granaatschot getroffen te zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 20 april. Alhier is aangekomen het stoomschip ANTON VAN DRIEL gebouwd op de werf van A.J. Vuijk & Zonen, dat aan de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ alhier van machines en ketels zal worden voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Drontheim, 13 april. Verschenen nacht is het Nederlandse stoomschip LAURA bij Lesundbrödren vuur aan de grond geraakt. De Noorse toeristenboot HAAKON ADALSTEIN heeft vergeefs getracht de LAURA te slepen. Thans is het bergingswerk door de Noorse Bergings Mij. overgenomen. (De LAURA vertrok 8 dezer van Rotterdam naar Drontheim en ligt nu aldaar te laden voor Amsterdam, Red.)


24 april 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 21 april. Het op Bornrif gestrande Duitse stoomschip CERES is hedenavond publiek verkocht. Koper is Nouwens te Rotterdam voor NLG 260 schip en lading.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

De CHARLOIS. Aan boord van het tankstoomschip CHARLOIS van de American Petroleum Company te Rotterdam, welk schip hoogstwaarschijnlijk met man en muis is vergaan, bevonden zich de volgende personen:
G. Smit, kapitein, uit Den Helder; J.W. Pieters, 1e stuurman; W.J. Don, 2e stuurman, beiden uit Rotterdam; A. Mommaas, 3e stuurman, uit Vlissingen; Th. Van Heiningen, kok; W. van Ree, koksmaat, beiden uit Rotterdam; O. Martens, hofmeester, uit Amsterdam; J. Engels, bootsman, uit Delfzijl; M. Faber, timmerman; L. Goos, matroos; J. Vinke, matroos; D. Dekker, matroos, allen uit Rotterdam; N. Voerman, matroos, uit Oud Beijerland; G. Reinders, matroos; P.L. v.d. Pols, matroos; L. van Es, matroos; A.W. van Yeeland, 1e machinist, allen uit Rotterdam; J.P.A. Sorel, 2e machinist; J.C.R. v.d. Schaft, 3e machinist, beiden uit Vlissingen; Joh. Wichers, donkeyman, uit Rotterdam; J. Groot, olieman, uit Amsterdam; Th. Soet, J.F. Gubbels, P. Frankhuizen, M. Ketting, F. Engelsman, O. Lantzendorffer, A.Chr. Calvis, allen stokers; Th.J. Steeger, tremmer; J. de Groot, stoker, allen uit Rotterdam; J. Holstein, marconist, uit Schiedam; B. Verkade, tremmer, uit Utrecht.


25 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vrachtvaart Maatschappij Bothnia.
Naar wij van bevoegde zijde vernemen, zullen in de op 5 mei te houden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders voorstellen in behandeling komen tot inlassing van verschillende nieuwe bepalingen in de statuten. De wijzigingen betreffen in hoofdzaak voorschriften betreffende het oproepen van vergaderingen, uitkering van tantièmes aan directie en commissarissen en bepalingen omtrent de beschikking over gelden die vrijkomen wegens verkoop van eigendommen. Tenslotte zal in behandeling komen het voorstel om voorlopig 100 procent op de aandelen uit te keren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Zeevaart.
Men seint ons uit Rotterdam: Het vierde jaarverslag, uitgebracht in de dinsdag gehouden aandeelhoudersvergadering, vermeldt dat de Maatschappij deelnam aan het rederscontract, waardoor een gedeelte van de nadelen, voortspruitende uit de bevrachtingen van graan met de Regering, gelijkelijk over de verschillende rederijen werd verdeeld. De exploitatiekosten bewogen zich ten gevolge van verhoogde gages, duurdere voeding, hoger prijzen voor kolen, reparaties en sleepbenodigdheden, in stijgende richting. Ook de gevaren van de zee werden steeds groter. Na het verloren gaan van het stoomschip LETO had de Maatschappij geen verdere verliezen te betreuren. Wel was de ARUNDO in aanvaring, die slechts na aanzienlijk tijdverlies opnieuw in de geregelde vaart kon worden gebracht. De stoomschepen ARUNDO en THEMISTO voeren op Noord- en Zuid-Amerika, uitsluitend voor de Regering. Het nieuwe stoomschip CELEANO is op zijn eerste reis van Zuid-Amerika naar Rotterdam. Het verzekerd bedrag van de LETO en de verkoopprijs van het stoomschip CALLISTO zullen worden aangewend voor de betaling van de twee voor 1918 bestemde stoomschepen, waar over de aflevering echter nog niets met zekerheid valt te zeggen. Ten laste van de exploitatierekening is gebracht een bedrag tot welks betaling de Maatschappij werd verplicht door arbiters, in verband met een geschil over de uitvoering van een charter, nog voor het uitbreken van de oorlog, voor het Oostzee seizoen afgesloten.
De exploitatierekening sluit, met inbegrip van interest, met NLG 1.512.080 (v.j. 1.684.008). Hiervan wordt NLG 240.542 (310.110) gebezigd voor afschrijving, terwijl de reserve wordt gebracht op NLG 500.000 en het reparatiefonds door dotatie van NLG 75.000 op NLG 200.000. Uit het restant wordt 50% dividend uitbetaald, evenals vorig jaar. Op de obligatielening is NLG 30.000 afgelost, zodat deze nog NLG 275.000 groot is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Onze scheepvaart.
Naar wij vernemen bevinden zich de onderhandelingen, door onze Minister van Buitenlandse Zaken met de Engelse en Duitse regeringen gevoerd over enkele bepaalde, belangrijke punten, onze scheepvaart betreffende, in het laatste stadium. Die met Engeland betreffen het aandoen van Halifax als controlestation, die met de regering te Berlijn de Vlissingse maildienst en de torpedering van de 7 schepen.
Van het resultaat, hoewel de besprekingen met de meeste welwillendheid tegenover Nederland worden gevoerd, valt nog niets te zeggen, ofschoon men in regeringskringen goede hoop heeft, dat binnen niet al te lange tijd de scheepvaart op onze koloniën en de maildienst op Engeland zal kunnen worden hervat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 april. Het uitgaande stoomschip TELEGRAAF XVIII is gisteravond in de Noordzee op 12 mijl NW van Scheveningen in aanvaring geweest met een onbekend gebleven stoomschip en met enige averij aan stuurboordzijde achter de verschansing naar hier teruggekeerd en in het dok opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 april. Bij Odd, westelijk van Ryvingen is, volgens berichten uit Mandal een vernielde reddingboot, gemerkt CHARLOIS - Rotterdam, aangedreven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 22 april. ENGELIENE, kapt. Kappen, met cokes voor Noorwegen en ALFA, kapt. Doornbos, met steenkolen voor Denemarken, beiden geladen te Emden en jl. zondag vanuit de bocht van Watum vertrokken naar de bestemming, zijn gisteren wegens onstuimig weer, alsmede wegens het gevaar voor mijnen, die in massa's buitengaats ronddrijven, de Eems binnengelopen en alhier ter rede ten anker gekomen, wachtende op gunstiger gelegenheid.


26 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, genaamd 'Werkspoor'.
Aan het verslag over het vijf-en-twintigste boekjaar ontlenen wij het volgende:
De omstandigheden, waaronder in 1916 het bedrijf moest worden gevoerd, waren zeker niet minder moeilijk dan die van 1915. De aanvoeren uit het buitenland van de benodigde materialen werden steeds geringer en de voor het verkrijgen van die materialen noodzakelijke formaliteiten voortdurend tijdrovender, hetgeen grote vertragingen ten gevolge had. De aflevering van een aanzienlijke hoeveelheid reeds bestelde materialen kon bovendien, ofschoon daarvoor een vaste prijs overeengekomen was, dikwijls alleen verkregen worden tegen zeer verhoogde prijzen, terwijl vaak op grond van beweerde overmacht, bestellingen door leveranciers geannuleerd werden.
Aangezien de fabriek tegenover haar afnemers voor alle bestellingen, welke reeds ontvangen werden vóór dat van prijsverhogingen voor reeds gecontracteerde materialen sprake was, aan vaste prijzen gebonden waren, zag zij zich wel genoodzaakt, ten einde grote verliezen te vermijden, aan vele van haar afnemers een tegemoetkoming in de zodoende ontstane onvoorziene prijsverschillen te vragen. In nagenoeg al zulke gevallen werd door bestellers die tegemoetkoming welwillend verleend. Bij de in de laatste tijd afgesloten contracten is meestal de bepaling opgenomen dat dergelijke prijsstijgingen door de besteller vergoed moeten worden.
Het is gelukt, door het tijdig aankopen van grote voorraden materialen, het bedrijf dat ruim van bestellingen voorzien was, in 1916 nagenoeg in zijn volle omvang gaande te houden; alleen moest het bedrijf van de Wagonfabriek te Zuilen in de laatste maanden van het jaar, wegens te verwachten gebrek aan materialen, ingekrompen worden, hetgeen geschiedde door een deel van de werklieden korter te laten werken. Zodoende ontstond meerdere zekerheid, dat nog gedurende verscheidene maanden doorgewerkt zou kunnen worden, zij het dan ook niet gedurende de volle werktijd. De nog lopende orders zijn van zodanige omvang, dat uit dien hoofde werkgebrek allerminst gevreesd behoeft te worden en daar de directie vertrouwt, de bezwaren van de gebrekkige materialen-aanvoer te kunnen ondervangen, hoopt zij dat het haar gelukken zal de fabriek nog geruime tijd ongestoord te kunnen laten doorwerken.
Gedurende het verslagjaar werden als de meest belangrijke werken de volgende afgeleverd: Door de machinefabriek: De complete machine- en ketelinstallaties voor de nieuwe stoomschepen OMBILIN, DENEB, BORNEO, MEDEA, THALIA, OLUF MAERSK en HANS MAERSK. Er bevonden zich op 31 december 1916 nog 16 complete machine-installaties voor stoomschepen in aanbouw.
De complete Dieselmotor-installaties voor de nieuwe motorschepen HESTIA en San Sebastian. Nog 5 complete installaties voor motorschepen waren op het einde van het verslagjaar aan onze fabriek in bewerking. Voorts werden nog afgeleverd een aantal afzonderlijke stoommachines en stoomketels van verschillende grootten en typen en voor verschillende bedrijven; een aantal Dieselmotoren; machinerieën en apparaten ten behoeve van de suikerindustrie in onze Oost- en West-Indische koloniën, in Zuid-Amerika en in ons land; voorts verschillend materieel voor de Artillerie-inrichtingen te Delft, een hoeveelheid werktuigen voor de Artillerie-inrichtingen aan de Hembrug, ter bewerking van wapens en munitie, alsmede verschillende leveringen voor het Munitie-bureau te 's-Gravenhage; verder versper-mijnen voor de Marine, koelinrichtingen voor stoomschepen, machines voor ijsfabrieken, enz. enz., 16 locomotieven, van verschillende constructie en verschillend vermogen, voor de H.IJ.S.M. en voor de Deli Spoorweg Maatschappij.
Door de Wagonfabriek werden afgeleverd 936 rijtuigen, bagage-, goederen- en andere wagens, ten dienste van de spoor- en tramwegmaatschappijen hier te lande en in de koloniën, een aantal bijwagens voor de Gemeentetram te Amsterdam en ander rollend materieel.
Gedurende het verslagjaar kon voor een bedrag van omstreeks NLG 11.000.000 aan nieuwe bestellingen geboekt worden.
Op 31 december 1916 waren in de fabrieken, zo te Amsterdam als te Zuilen, 2.835 tegen 2.685 op 31 december 1915 werklieden in dienst.
ln 1916 werd aan arbeidsloon uitbetaald een bedrag van ruim NLG 2.200.000, hetgeen circa NLG 350.000 meer is dan in het voorafgaande jaar.
Voor de balans en winst- en verliesrekening verwijzen wij naar het Avondblad van 18 april.
Zoals reeds meegedeeld zal aan houders van aandelen, Serie A, een uitkering van 7% (v.j. 6%) en aan die van aandelen van de Serie B, in verband met de rente-garantie op deze aandelen van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, een dividend van 51/2% (v.j. 5 %) kunnen plaats hebben. In de heden gehouden algemene vergadering werden de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 7% voor aandelen A en 51/2% voor aandelen B. De heer J.A. Roessingh van Ittedson werd als commissaris herkozen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De MINISTER TAK VAN POORTVLIET getorpedeerd.
De MINISTER TAK VAN POORTVLIET, welk stoomschip een geregelde dienst van Nederland op Engeland en terug onderhield, was met een lading stukgoed onderweg van Hull naar Harlingen. Gisternacht ongeveer halfeen bevond het schip zich op circa 45 mijl NW uit de Nederlandse kust toen men aan boord een hevige schok waarnam. Na onderzoek bleek het schip even achter de machinekamer getroffen te zijn. Direct gaf kapitein J. Knijpinga, die een onmiddellijke ondergang van zijn schip vreesde, aan de manschappen last in de scheepsboten te gaan. Daar het stoomschip hevig water begon te maken en reeds in zinkende toestand verkeerde, toen men zich nog aan boord bevond, streek men ijlings twee sloepen, om zonder meenemen van particuliere eigendommen daarin plaats te nemen. Het verlaten van het schip had, ofschoon het vlug moest geschieden, in goede orde en zonder paniek plaats. Nadat men met de beide scheepsboten enige tientallen meters van het schip verwijderd was, zonk het in de diepte weg. Dit was ongeveer 20 minuten nadat de MINISTER TAK VAN POORTVLIET was getroffen. Dadelijk zetten de beide sloepen koers in de richting van de Nederlandse kust, in de hoop spoedig door een vaartuig te worden opgepikt. Ruim een uur had men geroeid, toen men van uit één van de sloepen een duikboot meende te zien voorbij stomen, die juist even aan de oppervlakte zich voortbewoog.
Daar het nacht was, kon men het echter niet met zekerheid bepalen, doch uit de streep of bellenbaan, die men ontwaarde, dacht men op te maken, dat één van de zeemonsters in hun nabijheid moest zijn geweest.
Opmerkelijk is het, dat de MINISTER TAK VAN POORTVLIET achter de machinekamer werd getroffen en te oordelen naar de aard van de schok rees dan ook bij de opvarenden het vermoeden, dat het schip zonder waarschuwing door een Duitse duikboot was getorpedeerd.
Zonder verdere ontmoetingen was men dinsdagmorgen tegen 12 uur op ongeveer 15 mijl west van IJmuiden genaderd, toen de beide sloepen werden opgemerkt door de IJmuider motorbotter MARTHA. Schipper G. van Dok spoedde zich naar de plaats, waar de boten met de schipbreukelingen zich bevonden, nam de mensen, die ruim 10 uur in de open boten hadden rondgedreven, op en keerde dadelijk met zijn onverwachte gasten naar IJmuiden terug. Ook de beide scheepsboten werden door de botter meegenomen en te IJmuiden binnengebracht. Dadelijk na aankomst werden de 19 schipbreukelingen in het Koning-Willemshuis opgenomen. Door de positie-commandant is hun reeds een verhoor over het gebeurde afgenomen. Alle opvarenden bleven ongedeerd, doch waren door de tocht in de open boten, door en door vermoeid.
Het stoomschip MINISTER TAK VAN POORTVLIET had een inhoud van 1.106 bruto en 566 netto registerton. In 1899 werd het van staal gebouwd. Het behoorde aan de stoomvaartmaatschappij 'Friesland’ te Amsterdam en onderhield voor de oorlog en ook nu nog een geregelde dienst op Engeland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 april. Op de Westerschelde is de officiële proeftocht gehouden met het stoomschip SKJOLDBORG, gebouwd op de werf van de N.V. Werf Zeeland te Hansweert voor rekening van de heer Jacob Ringen te Haugesund, Noorwegen. De tocht voldeed in alle opzichten. Het schip, geheel van staal gebouwd onder de hoogste klasse Norske Veritas en onder toezicht van de Noorse Zeevaartcontrole, met een laadvermogen van ongeveer 1.000 ton, heeft de volgende afmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 177'-7"; grootste breedte 30'-0"; holte in de zijde 14’-6". Het is voorzien van een dubbele bodem van het ‘cellular double bottom’ systeem. De hoofdmachine, een triple-expansie machine van 600 ipk, werd geleverd door de N.V. Machinefabriek v/h Schipper & Van Dongen te Geertruidenberg.
Op bovengenoemde werf zijn nog twee dergelijke schepen in aanbouw, eveneens voor Noorse rekening.


27 april 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stockholm, 20 april. Het Nederlandse stoomschip MARS, van Kopenhagen in ballast naar Kalmar, is gisterpacht buiten Utlangen aan de grond geraakt, doch, niettegenstaande door het stoten tegen de grond de schroef gebroken was, zonder assistentie weer vlot gekomen. Het werd door het stoomschip HERCULES van de Neptun-Gesellschait, naar Karlskrona gesleept. Volgens mededeling van de rederij te Amsterdam, dato 23 april, zal te Kalmar de reserveschroef worden geplaatst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 21 april. Voor het vlot brengen van het in het vorige jaar nabij Löndmör gestrande stoomschip FOLMINA is aan het Noorse Bergungsgesellschaft een bergloon, van 80.000 Kronen toegewezen. De rederij werd bovendien tot betaling van 250 Kronen proceskosten veroordeeld. (opm: zie ook RN 190116, RN 290116, RN 170216, AH 100516 en AH 260516)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomvaartberichten. Het stoomschip BALI vertrok 26 april van Rotterdam naar IJmuiden. (opm: proefvaart en oplevering)


28 april 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Amerika Lijn.
In de vrijdag gehouden vergadering bracht de voorzitter, de heer L A.E. Suermondt, in aansluiting aan het jaarverslag een woord van weemoedige hulde aan de nagedachtenis van de overleden commissarissen mr. M. Mees, die sedert 1873 het presidium van het college bekleedde en de heer G.J. de Jongh. In het bijzonder herdacht hij de vele verdiensten van de voor enkele weken overleden oud-president de heer J.V. Wierdsma, het vorig jaar afgetreden en toen tot commissaris benoemd. In de vacature Mees en De Jongh werd voorzien door de verkiezing van de heren mr. W.A. Mees en mr. Th.A. Fruin, terwijl de heer L.A.E. Suermondt als commissaris werd herkozen. Verslag noch balans- en verliesrekening geven tot opmerkingen aanleiding. Alleen werd uit de aandeelhouders hulde gebracht aan de directie voor haar ook nu weer gevolgd beleid in deze moeilijke omstandigheden. Met name werd toegejuicht dat met de aanbouw van passagiers- en vrachtschepen wordt voortgegaan omdat na het sluiten van de vrede een groot vervoer zal zijn te verwachten, waarbij de neutrale vlag zeer dikwijls de voorkeur zal hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 26 april. De mailboot ZEELAND, waarmee men a.s. maandag tijdelijk de dienst op Engeland zal hervatten, om ongeveer 700 Nederlanders, die in Engeland wachten op gelegenheid om huiswaarts te keren, af te halen, is de vroegere dagboot DUITSCHLAND, die in de laatste maanden geheel is hersteld. Tot nu werd de dienst onderhouden met de PRINS HENDRIK en de KONINGIN REGENTES, die indertijd van nachtboot dagboot werden, toen de drie schroefboten, waarvan thans alleen nog de ORANJE NASSAU over is, werden aangeschaft. De ZEELAND is, evenals de PRINS HENDRIK en de KONINGIN REGENTES een raderboot. Voor de overtocht van Vlissingen naar Southwold wordt zes uur gerekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 27 april. Het bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. voor de Stoomvaart Mij. Nederland nieuw gebouwde vrachtstoomschip BALI (6.700 ton) heeft op de gisteren gehouden proeftocht uitstekend voldaan en werd door de rederij van de scheepsbouwers overgenomen. De BALI kwam gisteravond te IJmuiden binnen en stoomde op naar Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 26 april. De stoomtrawler WILHELMINA (IJM-35) heeft de 18e april vissende van 53º-44' N bij 04º-20' O tot 53º-56' N bij 04º-18' O, opgevist een bruinleren tas, waarin zich bevonden papieren van de bemanning van het stoomschip THEMIS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam.
Het schip, dat uit Newcastle was vertrokken en 25 of 26 december had moeten binnenlopen, werd sedertdien vermist. Het kan nu als vaststaand worden aangenomen, dat het stoomschip verongelukt is. De citybag bevatte o.m. de zeebrief, de passen van de equipage, een certificaat van de kapitein van het schip en geldswaarden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De 20 Nederlandse schepen met graan en kunstmest, vertrekken 1 mei naar Holland.
Het Departement van Buitenlandse Zaken, deelt ons mee, dat de Nederlandse schepen met veevoeder, kunstmeststoffen en graan geladen, die thans nog in Engelse havens liggen op 1 mei de thuisreis zullen aanvaarden, onder volledige waarborgen van de Duitse regering voor een veilige vaart, voor zover betreft gevaar van de zijde van duikboten. De schepen zullen de nationale vlag moeten voeren, terwijl op romp en brug constructies verticale rode en witte strepen van 3 meter breedte moeten worden aangebracht. Blijkens uit Engeland ontvangen bericht, zuilen de schepen daar in staat worden gesteld zich van genoemde kentekens te voorzien, terwijl ook verder alle medewerking wordt verleend om het vertrek van de schepen op de bepaalde datum mogelijk te maken.


30 april 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De vaart op Engeland.
Het ligt in de bedoeling om te trachten bij de tijdelijke hervatting van de dienst van de Stoomvaart Mij. Zeeland, de reis van Vlissingen naar Southwold op één dag heen en weer te maken, zodat reeds maandagavond de mailboot ZEELAND weer te Vlissingen zou terugkeren. Deze boot zal ‘s morgens halfzes van Vlissingen vertrekken en daar de reis slechts ongeveer 6 uur duurt, zou het heen en weer varen op één dag goed kunnen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BERKELSTROOM.
Zoals men zich herinnert heeft het Prisengericht te Hamburg enige tijd geleden uitgemaakt dat de torpedering van de BERKELSTROOM van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij door de Duitse strijdmachten Duitsland aanleiding geeft tot het toekennen van een schadevergoeding aan de eigenaars. Tegen deze beslissing was de Reichskommissar in hoger beroep gekomen. Dat beroep is thans door het Oberprisengericht verworpen, zodat de rechtmatigheid van een schadevergoeding thans in hoogste instantie is erkend. Het Prisengericht in Hamburg zal thans over het bedrag van die vergoeding uitspraak hebben te doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kofschip ELISABETH tot zinken gebracht.
Te Vlissingen is aangekomen de bemanning van het Nederlandse kofschip ELISABETH, reder Groenewoud (opm: Groenewolt) te Delfzijl. Het schip is op circa 20 mijl bewesten IJmuiden door een Duitse onderzeeboot tot zinken gebracht. De bemanning werd meegenomen naar Zeebrugge en is thans vrijgelaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 27 april. Het stoomschip CASTOR van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, dat bij het begin van de verscherpte duikbootoorlog te Genua lag, is er in geslaagd behouden alhier binnen te komen met een lading stukgoed.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 26 april. Gistermiddag is van de werf van de Gebr. Wortelboer te Westerbroek- Delfzijl te water gelaten: Een stalen zeevrachtboot van plm. 1.000 ton voor Noorse rekening. Er wordt een triple-expansie machine in geplaatst door de N.V. Machinefabriek W.J. Koopman te Dordrecht. De machine levert 600 ipk. Het verwarmingsoppervlak van de twee ketels bedraagt 93 m2, terwijl de snelheid 91/2 mijl zal zijn. Eenzelfde boot is nog in aanbouw.


01 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam.
Aan het verslag over 1916 ontlenen wij het volgende: Het gehele jaar waren wij niet alleen ruimschoots van werk voorzien, als reeds aangetoond in het vorig jaarverslag, maar bovendien ontvingen we nog belangrijke opdrachten, zodat in dit opzicht voorlopig geen zorg behoeft te bestaan. Wij deelden echter in hoge mate in de algemene teleurstelling ten opzichte van het verkrijgen van het benodigde bouwmateriaal, zowel als van de onrustbarend opgaande prijzen daarvan. Hierdoor en door een, in het midden van het jaar, onder de werklieden uitgebroken staking, waardoor het gehele bedrijf ongeveer 2½ maand werd stop gezet, ondervond de voortgang van het werk ernstige vertraging. De geheel gereed gekomen en afgeleverde schepen zijn daardoor weinig in aantal, echter waren op het eind van het boekjaar belangrijke werken bijna tot aflevering gereed. Waar sedert geruime tijd vrijwel alle aanvoer van materiaal stilstaat, wagen wij ons niet aan enige voorspelling omtrent de financiële uitslag van de onderhanden zijnde werken. Op 31 december 1916 bleven in aanbouw, of waren besteld: werf nr. 141 Hr.Ms. Torpedoboot Z 1, 320 w.v.p., voor het Departement van Marine; werf nr. 142 idem Z 2, 320 w.v.p. idem; werf nr. 143 idem Z 3, 320 w.v.p., idem; werf nr. 144 idem Z 4, 320 w.v.p.; werf nr. 147 stoomschip BATOE, plm. 6.550 brt., voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland; werf nr. 148 Hr.Ms. kruiser, 7.050 w.v.p., voor het Departement van Marine; werf nr. 149 stoomschip PRINS WILLEM III, 4.100 brt., voor de Koninklijke West-Indische Maildienst; werf nr. 150 stoomschip JOHAN DE WITT 9.700 brt., voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland; werf nr. 151 stoomschip PRINS WILLEM II, 4.100 brt., voor de Koninklijke West-Indische Maildienst; werf nr. 152 stoomschip type “Batoe" 6.550 brt., voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland; werf nr. 153 stoomschip 10.000 brt., voor de Java-China-Japan Lijn; werf nr. 154 stoomschip 10.000 brt., voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Aan de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en .Spoorwegmaterieel werd voor alle bovengenoemde schepen de levering van de hoofd- en hulpwerktuigen opgedragen. Omtrent het afgeleverde werk mochten wij van de zijde van de eigenaars steeds betuigingen van tevredenheid ontvangen. De in het najaar van 1915 ingestelde duurtetoeslag aan onze werklieden werd in juli 1916 omgezet in een blijvende loonsverhoging. Van het bruto winstcijfer ad NLG 398.583,53 wordt een versterking van het Ondersteuningsfonds met NLG 40.000 voorgesteld en NLG 77.583 voor afschrijvingen op gebouwen, werfinrichtingen en gereedschappen bestemd.
De beschikbare netto winst bedraagt NLG 281.000.
Het dividend bedraagt 10%.
Onder balans komen voor onder de activa: Ongeplaatste aandelen NLG 1.000.000 (NLG 2.000.000); gebouwen en werfinrichting NLG 701.625 (NLG 574.889); werktuigen en gereedschappen NLG 247.471 (NLG 231.558); werf overkant IJ - NLG 252.403 (—): kas en kassier NLG 101.356 (NLG 29.017); deposito NLG 417.999 (NLG 158,000); effecten NLG 98.443 (NLG 474.242); magazijn NLG 377.899 (NLG 229.124); meubelen NLG 1 (NLG 1); debiteuren NLG 670.403 (NLG 1.049.473); werken in aanbouw NLG 3.706.876 (NLG 1.328.684) en betaalde termijnen op scheepsmachines NLG 461.198 (NLG 550.183 en onder de passiva: aandelenkapitaal NLG 3.000.000 (--); crediteuren NLG 671.780 (NLG 552.443); dividend 1915 NLG 960 (NLG 180); extra afschrijvingsfonds NLG 650.000 (NLG 550.000); reserverekening NLG 387.431 (—); ondersteuningsfonds NLG 221.866 (NLG 181.810); ontvangen termijnen op werken in aanbouw NLG 2.822.639 (NLG 2.053.357); saldo winst NLG 281.000 (NLG 286.215).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak in de volgende zaken: De AMSTELSTROOM. Uit het onderzoek is de Raad gebleken, dat het stoomschip AMSTELSTROOM in de nacht van 23 maart 1917 op de reis van Amsterdam naar Londen door oorlogsvaartuigen is aangevallen, welke zonder voorafgaande waarschuwing een torpedo op het schip hebben afgeschoten en het schip met kanonvuur beschoten. Ten gevolge van deze aanval werd de AMSTELSTROOM zwaar beschadigd en is door de bemanning verlaten, terwijl drie van de opvarenden ten gevolge van de aanval het leven hebben verloren. Het schip heeft daarna nog enige dagen gedreven doch, nu generlei bericht omtrent het bergen van het schip is ingekomen, mag worden aangenomen dat de AMSTELSTROOM is gezonken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De HESTIA.
De Raad is van oordeel, dat de HESTIA is verloren gegaan ten gevolge van een beschieting door een Duitse duikboot, welke, zonder voorafgaande waarschuwing het schip heeft aangevallen. Dat ten gevolge van deze aanval dertien mensen het leven verloren hebben, is te wijten aan een ontploffing, waardoor de stuurboord boot is getroffen, terwijl zij langszij van het schip lag, waardoor de boot geheel vernield is en de bemanning, op één na, door de ontploffing of door verdrinking, om het leven is gekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip LOOSDRECHT, gebouwd voor de firma Ph. van Ommeren te Rotterdam, door Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf, aldaar, heeft op de Maas proef gestoomd en daarbij aan de gestelde eisen voldaan. Op de gemeten mijl werd een snelheid behaald van 11 mijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Wolffbureau seint, dat voor het Hamburgse Prijzenhof de zaken zijn behandeld van de stoomschepen BATAVIER VI, CALEDONIA en NIOBE, de motorboot ZEEMEEUW en het zeilschip ZWALUW. Van de van Rotterdam naar Londen bestemde stukgoederen geladen in het 13 november opgebrachte Nederlandse stoomschip BATAVIER VI werden enige delen van de lading reeds vroeger vrijgegeven. 42 Reclames zullen nog behandeld worden op 18 mei a.s. Het op 9 december 1916 opgebrachte Nederlandse stoomschip CALEDONIA, dat met stukgoederen naar Hull voer, werd spoedig nadat het opgebracht was, weer vrij gelaten. Alle verdere vorderingen, met uitzondering van enige werden afgewezen. In het geval van het opgebrachte Nederlandse stoomschip NIOBE, dat op weg was naar Bordeaux, werd reeds gedeeltelijk een beslissing genomen, die niet in het voordeel van de reclamant uitviel. Over het schip zal later het Hof een beslissing nemen. De lading bestaat grotendeels uit levensmiddelen. Tegen de op 16 februari 1916 plaats gehad hebbende inbeslagneming van de levensmiddelenvoorraad voor Engeland aan boord van de Nederlandse motorboot ZEEMEEUW, is geen protest ingekomen. De door de vertegenwoordiger van de Regering verzochte vrijlating van het op 18 februari 1916 in beschadigden toestand voor de Eems aangetroffen en naar Emden gesleepte Nederlandse zeilschip ZWALUW, werd door het Hof ingewilligd. Voor de in beslag genomen 120 ton smeedstaal werd de expediteurs de som van 9.480 Kronen toegewezen. Het schip was op weg van Rotterdam naar Gotenburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 29 april. Het van Christiania binnengelopen stoomschip FOLMINA heeft op zee van een omgeslagen sloep gered de stuurman en een matroos van de Deense bark AREOLE, de overige 12 leden van de bemanning zijn waarschijnlijk verdronken. De AREOLE is getorpedeerd of op een mijn gelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Martenshoek, 28 april. Van een van de werven van de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes alhier is met goed gevolg te water gelaten een stalen zeesleepboot, waarin geplaatst zal worden een triple-expansie machine installatie van 400 ipk. Het geheel wordt gebouwd onder hoogste klasse Germ. Lloyd grote kustvaart. De kiel wordt gelegd voor een drie-mast motorschoener van 450 ton. (opm: is waarschijnlijk de NAVIS III – Bouwnr. 607)


02 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rederijen onder beheer van de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam.
In de heden gehouden vergadering van deelhebbers in de Rederijen onder beheer van de firma Gebr. Van Uden is het dividend aldus vastgesteld: 100% voor de Scheepvaartmaatschappij 'Noordzee', waartoe het stoomschip VEERHAVEN behoort, 100% voor de Maatschappij 'Parkhaven', 20% voor de Maatschappij 'Waalhaven', welk stoomschip op 11 mei van verleden jaar in de vaart kwam, 20% voor het Stoomschip 'IJsselhaven', de 31e mei 1916 in de vaart gekomen, 10% voor het Stoomschip 'Jobshaven' dat 5 september en 10% voor het stoomschip 'Alblasserdam' dat 7 sept. 1915 in de vaart kwam. Het stoomschip 'Maashaven' dat na tweemaal op een mijn te zijn gelopen nog ongerepareerd op de Theems ligt, gaf een verliessaldo van NLG 39.886, waarin echter een afschrijving van NLG 50.000 op het stoomschip begrepen is.


03 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Huiskens en van Dijk te Dordrecht is te water gelaten de zeevrachtstoomboot NESTHUN, gebouwd voor Noorse rekening onder hoogste klasse en speciaal toezicht van Norske Veritas. Het schip heeft een inhoud van 2.000 ton en de volgende afmetingen: Lang 237, breed 36.7 en hol 18 voet. De machine, geheel in de fabriek van de firma vervaardigd, is van het triple-expansie systeem met oppervlak condensatie en sterk 900 ipk. Onmiddellijk na het te water laten werd de kiel gelegd voor een dergelijk schip, eveneens voor Noorse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Afgelopen zaterdag (opm: 28 maart) had op de rivier de Maas de proeftocht plaats met het stoomschip LOOSDRECHT, welk vaartuig door de firma Phs. van Ommeren te Rotterdam, werd besteld aan de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek & Scheepswerf. Het casco zowel als de gehele machine installatie en ketels werden aan Burgerhout's Machinefabriek vervaardigd. Het schip heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte tussen de l.l. 235'-0"; breedte op grootspant 36'-0"; holte in de zijde 17'-10” en heeft een laadvermogen van circa 2.000 ton d.w. In het vaartuig is geplaatst een machine installatie van de volgende afmetingen: H.D. 500 x M.D. 820 x L.D. 1.320 m.m.; gemeenschappelijke slag 900 m.m. De stoom wordt geleverd door 2 stoomketels van het Schotse type met een totaal verw. oppervlak van 345 m2, werkend met een totaal stoomdruk van 180 lbs. per sq.ft. De machine ontwikkelde gedurende de proeftocht ruim 1.200 ipk en op de gemeten mijl werd een snelheid van 11 mijl behaald . Het vaartuig is verder voorzien van alle moderne inrichtingen, zoals op een dergelijk schip gebruikelijk, als stoomdraadlieren, stoomstuurmachine, elektrische verlichting, etc. De proeftocht mag als in elk opzicht geslaagd worden beschouwd, zodat de firma Van Ommeren het vaartuig dan ook op de proeftocht heeft geaccepteerd en overgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Passagiers uit Engeland.
De mailboot ZEELAND kwam even twaalf uur dinsdagmiddag te Vlissingen binnen met 100 passagiers, onder wie de passagiers van de GROTIUS, die 3 maanden in Engeland aan boord hebben vertoefd. Onder hen bevinden zich de vice-admiraal Pinken, voormalig commandant van de zeemacht in Indië en enkele andere officieren; verder de bemanning van het stoomschip CEDA (opm: waarschijnlijk de ZETA die op 22 januari zonk), dat 14 weken geleden getorpedeerd werd. De mannen vertoefden in Londen in het Zeemanshuis, waar velen nog op vertrek wachten. Te Southwold werden passagiers en bagage met vier marine-treilers aan boord gebracht. Het verluidt, dat de boot op een gedeelte van haar reis naar Engeland door een 6-tal Duitse torpedoboten werd vergezeld. Donderdag vertrekt de ZEELAND weer.


04 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Van der Kuy & Van der Ree's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam is te water gelaten het stoomschip HARLINGEN, gebouwd voor rekening van de heer M.J. van der Eb, aldaar. Dit stoomschip is van het raised quarterdeck type met bak en brug, wordt door voornoemde machinefabriek voorzien van een triple-compound stoommachine en ingericht voor de algemene vrachtvaart.


05 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wm.H. Muller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam.
In de heden gehouden vergadering van de raad van commissarissen van bovengenoemde vennootschap is besloten aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen over het afgelopen jaar een dividend van 15% uit te keren (v.j. 20%).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gouden jubileum. Morgen herdenkt de firma D. Goedkoop Jr. haar gouden jubileum. Vijftig jaar geleden werd de firma opgericht door de heer D. Goedkoop, thans directeur van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij. Firmanten zijn thans de heren D. en J. Goedkoop. Oorspronkelijk betrof het bedrijf alleen de scheepsbouw; later werden ook machines en ketels vervaardigd; de laatste vijftien jaren legt zij zich uitsluitend op de vervaardiging van Kromhoutmotoren toe.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Tot zinken gebracht. Omtrent het zonder waarschuwing door een duikboot tot zinken brengen van het Nederlandse tjalkschip NOORDZEE, kapt. Visser van Rotterdam, met gecondenseerde melk in blikjes, bestemd voor Havre, meldt men uit Hellevoetsluis aan het Vad.: De onderzeeër loste 20 granaten op het schip, daarna gooide hij er bommen in, waarop de tjalk in drie minuten zonk. De kapitein werd aan de hand gewond. De bemanning werd opgepikt door de blazerschuit NOORDZEE.


06 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Vrachtvaart Maatschappij Bothnia.
In het Nutsgebouw te Amsterdam werd gistermiddag een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van deze Mij. gehouden. Namens het bestuur ving mr. Lind aan met erop te wijzen, dat het comité-Brand, tot behartiging van de belangen van aandeelhouders, zijn tegenover het bestuur gedane belofte alle actie na de getroffen overeenkomst te staken, niet was nagekomen. Het bestuur heeft zijn belofte gestand gedaan, het comité niet. Het comité, aldus spreker, heeft het bestuur willen nopen aan het comité een beloning te geven van NLG 9.000, hetgeen door het bestuur werd geweigerd, waarop het comité een zelfstandig voorstel daartoe op de agenda bracht. advertenties van het comité waren ook in strijd met zijn gedane belofte. Niettegenstaande dit alles, aldus spreker, heeft het bestuur zijn belofte gestand gedaan en de overeengekomen voorstellen op de agenda gebracht. Sindsdien heeft zich echter een ernstig feit voorgedaan, n.l. dat bij ministerieel besluit ook de assurantie-penningen, wanneer deze worden uitgekeerd, voor de oorlogswinstbelasting in aanmerking komen. Worden ze echter voor het bedrijf gereserveerd, dan vallen ze er buiten. Alvorens dan tot behandeling van de voorstellen over te gaan, zei spreker de illusie te moeten verstoren, dat bij aanneming er van een belangrijk bedrag — volgens verspreide geruchten wel 400 % — zou worden uitgekeerd. Tot bewijs hiervan wilde spreker eens opmaken de winst- en verliesrekening zoals die luidt als de voorstellen worden aangenomen. Volgens die opmaking zal dan in verloop van tijd aan aandeelhouders niet meer dan 178% kunnen worden uitgekeerd. Dat is alles wat aan aandeelhouders kan worden uitgekeerd en spreker gelooft dat er vele aandeelhouders zijn, die betreuren dat men om die winst te kunnen uitkeren, een bedrag van 6 ton aan de schatkist wil offeren. De algemene beschouwingen over de voorstellen werden geopend door mr. Groote, die, aan de hand van een zelf opgemaakte berekening, kwam tot de mogelijkheid van een uitkering van 240% in plaats van 178%, gelijk het bestuur in uitzicht stelde. Indien de assurantie-penningen van de EPSILON en de ZETA waren binnengekomen, gelijk spreker vernomen had, dan kon hij zich niet begrijpen, waarom het bestuur slechts zo'n kleine uitkering voorstelde. Wanneer dan nu een uitkering zou worden gedaan van 100%, vroeg spreker verder, wanneer het bestuur dacht, dat verdere uitkeringen zouden kunnen plaats vinden.
De directeur antwoordde hierop, dat de assurantie-penningen van de EPSILON konden worden uitgekeerd. Ten opzichte van de assurantie-penningen van de GAMMA en ZETA, welke beide werden getorpedeerd, was dit afhankelijk van de houding, welke zou worden aangenomen door de Regering van het land, waartoe de duikboot behoorde, die de schepen vernietigde. Het reparatiefonds, assurantiefonds en extra-reserves, door mr. Groote genoemd, waren, volgens spreker, reeds in de calculatie van het bestuur opgenomen. De assurantie-penningen van de vrachten van de ondergegane schepen, welke mr. Groote ook in zijn berekening had getrokken, moesten, volgens spreker, worden aangewend voor de zeer grote onkosten van de reizen. Een totaal uitkering van meer dan 178% was niet mogelijk. De beslissing omtrent uitkering van het percentage boven de 100% zou geheel afhangen van de door de Duitse regering aan te nemen houding. Mr. Jellinghaus zei vervolgens, dat het het comité genoegen deed, dat de voorstellen door het bestuur waren gehandhaafd. De handhaving van het voorstel tot beloning van het comité met NLG 9.000 was geschied op verzoek van de bij het comité aangesloten aandeelhouders. Spreker ontkende verder, dat het comité nog verdere actie had gevoerd na de gemaakte afspraak en meende, dat men het comité niet aansprakelijk mocht stellen voor door een van zijn leden individueel geplaatste annonces. Spreker betreurde, dat de cijfers, welke het bestuur thans noemde, niet eerder aan het comité waren overgelegd. Dit kon ze thans niet overzien. Spreker achtte het nog niet vaststaand, dat het bedrag door het bestuur als oorlogswinstbelasting genoemd, inderdaad zou moeten worden betaald. Het bestuur zegt verder aldus, dat de oorlogswinst-belasting vervalt bij niet aanneming van het eerste voorstel, doch een bedrag van NLG 130.000 zou altijd als belasting op de bedrijfswinst moeten worden betaald. (Geroep: „Niet waar".) Mr. Lind noemt de idee dat de oorlogswinstbelasting bij uitkering nog niet zou behoeven te worden betaald, een fictie. De vrees, welke mr. Jellinghaus nog had geuit, dat het bestuur bij niet-uitkering van het beschikbare geld, daarvoor op het ogenblik dure schepen zou gaan kopen, noemde spreker geheel ongegrond. Het bestuur denkt daar niet aan en zou de gelden veilig beleggen tegen voldoende rente. Spreker wijst er nog op, dat noch over het geld, dat bij de banken zou liggen, noch over de rente daarvan tantièmes geheven worden. Mr. Groenewegen wijst erop, dat het bestuur zich tegenover het comité verplicht heeft voorstellen 1 en 2 te stemmen. Toch erkent het bestuur, dat die voorstellen niet zijn in het belang van de Maatschappij. Met het oog hierop verzocht spreker het comité, het bestuur van die plicht te willen ontslaan. Mr. Lind antwoordde hierop, dat het bestuur doet waartoe het zich verplicht heeft. Mr. Jellinghaus zegt, dat wanneer men geen direct doel voor liquide gelden heeft, het beter is deze aan aandeelhouders uit te keren en later voor aankoop van nieuwe schepen het kapitaal uit te breiden of een obligatielening uit te geven. In antwoord op een vraag van de heer Denekamp, antwoordt het bestuur, dat de Regering geen termijn heeft bepaald, waarbinnen gereserveerde gelden voor nieuwbouw aan aankoop van schepen moeten worden aangewend. Mr. Groenewegen vindt het onpraktisch direct een grote uitkering te doen, die tonnen gouds beloopt, doch zag liever met een kleine uitkering een proef genomen om de belastingwerking te kunnen ondervinden. De heer Brand meent, dat het bestuur door het geld onder zich te houden een wissel trekt op de toekomst, zonder te weten wanneer deze te kunnen inlossen. Spreker dringt aan op uitkering, ook om de aandelen geen te hoge beurswaarde te doen bezitten. Mr. Groote vraagt, hoe het bestuur erover denkt om bij aanneming van punt 1 een commissie van drie aandeelhouders te benoemen, teneinde de verdere uitkeringen te kunnen regelen. Mr. Lind weigert dit voorstel in stemming te brengen.
Mr. Groote betoogt, dat het een amendement is en vraagt acte van de weigering. De heer Van der Meulen zegt, dat de leden van het comité niet je ware aandeelhouders zijn, doch een groep beursspeculanten. De Maatschappij is er, aldus spreker, om art. 2 van haar statuten te blijven uitvoeren en niet om toevallige baten uit te keren. Een andere aandeelhouder zegt nog, dat de voorstellen het bestuur door het comité met het mes op de keel zijn afgedwongen en meent, dat het bestuur er niet voor mag stemmen.
Punt 1. luidende aldus: De assurantie-penningen van de gezonken schepen, naarmate zij binnenkomen en onvoorwaardelijk kunnen worden uitgekeerd en alle reserves en winsten worden aan aandeelhouders uitbetaald, alleen behoudens de nodige betalingen en reserves voor de oorlogswinstbelasting en verdere belastingen, voorts behoudens de statutaire reserve van NLG 250.000 en eindelijk behoudens een bedrijfskapitaal voor het overgebleven schip van NLG 900.000 minus de boekwaarde daarvan. Voorlopig wordt op de voornoemde betalingen 100 pct. op de aandelen uitgekeerd,
wordt hierna in stemming gebracht en aangenomen met 386 stemmen voor en 242 tegen. Mr. Groenewegen oppert nu de volgende moeilijkheden: Is met dit besluit tot liquidatie besloten, dan is het volgens de statuten verworpen, die voor ontbinding een meerderheid van 2/3 van de uitgebrachte, stemmen vereisen. Bedoeld het voorstel alleen een winstuitkering, dan protesteert spreker er tegen, wijl de statuten geen interimdividend-uitkering kennen. Nadat de notaris de juistheid van deze opmerkingen heeft erkend, ontwikkelt zich hierover een juridisch debat van voor- en tegenstanders van mr. Groenewegen. Mr. Lind verklaarde tenslotte namens het bestuur, dat dit aan het genomen besluit loyale medewerking beloofde, doch zich verplicht achtte over de gemaakte opmerkingen nader juridisch advies in te winnen. Aan de orde zijn dan verschillende statutenwijzigingen. Mr. Jellinghaus verklaart verschillende amendementen op de bestuursvoorstellen te hebben, welke het bestuur echter weigert in stemming te brengen en vraagt daarvan acte. Bij stemming worden dan uitgebracht 327 stemmen voor en 235 tegen, waarmee het voorstel is verworpen, aangezien het niet de vereiste meerderheid van 2/3 bezit. Ten slotte komt dan in behandeling het voorstel van het comité om dit een beloning van NLG 9.000 uit te keren. De besprekingen hierover gevoerd kregen een uiterst heftig karakter en werden onder toenemend rumoer gevoerd. Verschillende aandeelhouders protesteerden er tegen, dat deze beloning werd gevraagd voor aan aandeelhouders bewezen diensten, terwijl deze aandeelhouders juist hun belangen door het comité geschaad achtten. Mr. Groenewegen noemt het voorstel de reinste nonsens. Men dringt de Maatschappij een obligo op. Verder meent spreker, dat aandeelhouders niet op deze wijze in de leiding van de Maatschappij mogen ingrijpen. Als het comité het voorstel verdedigt, wordt voortdurend geroepen: Bah! Foei! Schande! In stemming gebracht wordt het voorstel aangenomen met 278 stemmen voor en 260 tegen. Onder de tegenstanders van het comité gaat een onbedaarlijk gejuich op. Mr. Groenewegen zegt zich ten opzichte van dit besluit alle rechten te reserveren. (Applaus.) De vergadering wordt daarop gesloten.


07 mei 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
Het jaarverslag 1916 van bovengenoemde Maatschappij bewijst een buitengewone invloed op het bedrijf.
De grote ertsschepen GRÄNGESBERG en BLÖTBERG werden reeds verleden jaar aan de N.A.S.M. verkocht, de ADMIRAAL DE RUYTER nog steeds in de Zwarte Zee opgesloten, is door de Russische regering gerekwireerd tegen bevredigende huur en belofte van vergoeding in geval van verlies.
Het verslag vermeldt het opbrengen en later het op een mijn lopen van de BATAVIER V en het opbrengen van BATAVIER II en BATAVIER VI.
De directie heeft hoger beroep aangetekend tegen het veroordelen van de BATAVIER II. Zij besloot de BATAVIER III en IV op te leggen en verder door gehuurde boten de dienst op Londen te onderhouden.
De dienst op Middlesbrough lag zo goed als geheel stil, die op Aberdeen werd niet hervat, de CALEDONIA op Hull varend is opgebracht en later vrijgegeven; op Hamburg hadden geen afvaarten plaats, naar Noord Spanje met grote tussenpozen, evenals die op Bordeaux door de BATAVIER I. De dienst op Luik leverde een verre van gunstig resultaat. De vooruitzichten voor 1917 worden niet gunstig genoemd.
Voorgesteld wordt op de bezittingen NLG 405.198 af te schrijven, het reservefonds wordt NLG 850.000 en het buitengewoon reservefonds NLG 200.000, het assurantie fonds NLG 500.000.
Van het totale winstcijfer à NLG 6.292.387 wordt voorgesteld aan afschrijvingen enz. NLG 5.036.214 te bestemmen en als winstsaldo NLG 1.158.360 te bestemmen. Het dividend bedraagt 15%, uitkering en tantièmes NLG 732.892 en het onverdeeld winstsaldo NLG 425.469.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma E.J. Smit & Zn. te Westerbroek is zaterdag te water gelaten (opm: op 5 mei) het stalen schroefstoomschip NYSTRAND, in aanbouw voor Noorse rekening. Het schip, dat gebouwd is naar de hoogste klasse en onder speciaal toezicht van Lloyds Register, heeft een draagvermogen van 750 ton en zal worden voorzien van een triple expansie machine van 400 ipk. De kiel is gelegd voor een stoomschip van 1.200 ton, eveneens voor Noorse rekening.


08 mei 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De NEPTUNUS getorpedeerd.
Zaterdag namiddag te 5 uur zijn te Zierikzee doornat aangekomen van Wester Schouwen, waar zij landden, 9 schipbreukelingen van het stoomschip NEPTUNUS (niet de NEPTUNUS van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. te Amsterdam, maar van de Gist- en Spiritusfabriek Delft), gecharterd door de Batavierlijn en vrijdag vertrokken van Rotterdam naar Engeland. Het schip is 10 mijl van de Noord Hinder getorpedeerd door een Duitse duikboot zonder waarschuwing. Met een lekke boot werd het schip verlaten. Gevraagde hulp werd geweigerd, de bemanning heeft 28 uur op zee rondgezwalkt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ontmoeting met een Zeppelin.
De Nederlandse schoener CONCORDIA CONSTANS uit Scheveningen, welke donderdagavond met een lading gezaagd hout van Christiania te IJmuiden binnenkwam, heeft op de Noordzee een ontmoeting met een Zeppelin gehad. Op de thuisreis, dinsdag 1 mei, ‘s morgens bevond het zeilschip zich enige mijlen ten noordwesten van het Terschellinger vuurschip toen eensklaps een Zeppelin van zeer grote omvang uit het oosten kwam opdagen in de richting van het vaartuig. Het gevaarte naderde tot juist boven de schoener, doch men kon uit het luchtschip vermoedelijk niet dadelijk de nationaliteit van het zeilschip vast stellen. Tot driemaal toe kwam de I-43 terug en koerste steeds precies boven de schoener. De gezagvoerder van de CONCORDIA CONSTANS, die niet kon begrijpen wat de Zeppelin-commandant wilde, liet de Nederlandse driekleur zo ver mogelijk over de deklading hout uitspreiden. Toen het luchtschip voor de derde maal over het zeilschip koerste, bemerkten de luchtvaarders vermoedelijk, dat de schoener een Nederlandse was en verdween de I-43 snel in noordoostelijke richting De CONCORDIA CONSTANS zette daarna verder ongemoeid de reis naar IJmuiden voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ALBERDINA tot zinken gebracht.
De kapitein J.J. Valom van het schoenerschip ALBERDINA, dat te Delfzijl thuis behoorde, is uit Engeland aangekomen. Hij verhaalde, dat zijn schip, dat 26 februari van Havre in ballast naar Engeland voer, door een Duitse duikboot zonder waarschuwing beschoten werd. Een 8-tal schoten werd op het schip gelost. Terwijl men nog bezig was de. boot in gereedheid te brengen, trof een granaat het schip, die een gedeelte van het dek verbrijzelde en waarbij een van de leden van de bemanning door een granaatsplinter aan de hand gewond werd. Op het protest van de kapitein, die er op wees, dat zijn schip geen lading in had, maar leeg was, antwoordde de duikbootcommandant, dat hem dit niets aanging, leeg of niet leeg, hij zou het in de grond boren. Door een bom in het ruim werd het schip tot zinken gebracht. Na twee uur in de boot te hebben doorgebracht, werd de bemanning opgepikt. Naar de kapitein nog meedeelde, hadden zij het in Engeland zeer goed gehad.


10 mei 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 8 mei. De koftjalk HENDRIKA, kapt. Schrage, welke reeds vorige week donderdag met een lading cokes van Rotterdam naar Svendborg vertrok is hedenmiddag hier binnengelopen. Men had voortdurend met tegenwind te kampen waardoor de kans onder de Engelse kust terecht te komen zeer groot werd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brand aan boord van de GORONTALO.
Het N.I.P.A. seint uit Batavia van 1 dezer: Aan boord van het stoomschip GORONTALO van de Rotterdamsche Lloyd is een ernstige brand uitgebroken. Broeiing in de kolen had een ontwikkeling van gassen ten gevolge waardoor een ontploffing ontstond en belangrijke schade werd toegebracht aan het dek. Het schip is geheel uitgebrand. Een telegram van 4 mei door de directie ontvangen, berichtte dat de brand geblust was en dat het schip moest dokken.


11 mei 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 mei. Te Groningen is opgericht de Zeevaartmaatschappij ‘Groningen’. Deze maatschappij stelt zich ten doel het in de vaart brengen en als reder exploiteren van zeeschepen. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt NLG 1.500.000, waarvan geplaatst en gestort NLG 50.000. Als directeuren treden voor de eerste maal op de heren: R. Kramer, secretaris van de Algemeene Schippersbond te Groningen en J.H. Kruize & Zn., assurantiekantoor en passagebureau te Groningen. Deze maatschappij, de eerste van zeeschepen te Groningen, stelt zich voor haar bedrijf aan te vangen met 9 vrachtschepen, te weten: 2 schoeners, 5 motorschoeners en 2 stoomschepen. De schepen zijn aangewezen voor de zogenaamde wilde vaart op de Noordzee, Oostzee, de vaart op Frankrijk, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Ook zullen de grotere schoeners en de beide stoomschepen de Atlantische Oceaan kunnen oversteken om de kustvaart in Noord- en Zuid-Amerika te onderhouden.
Twee schoeners zijn reeds in de vaart. Vijf te bouwen motorschepen komen tussen mei en september gereed. Een stoomschip zal tegen 1 januari, het andere in het voorjaar van 1918 gereed komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 9 mei. De schoener MARIA, kapt. Zeven, van Sliedrecht naar Degerhamn (opm: Zweden), is met gebroken zwaard en wegens tegenwind hier binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 1 mei. Aan boord van het met kolen geladen stoomschip GORONTALO, is een zware brand uitgebroken. Door de brand ontwikkelde gassen veroorzaakten ontploffingen, waardoor ernstige schade aan dek werd veroorzaakt. Het schip is geheel uitgebrand. Volgens later door de rederij ontvangen bericht was de brand 3 dezer geblust. Het schip moet dokken voor onderzoek doch voor 12 mei is geen dok beschikbaar.


12 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Onderzoek ter zake van het getorpedeerd worden van de navolgende schepen:
I. Op maandag 14 mei, 1.30 uur nm.,
a) Van het stoomschip GAMMA op 1 februari jl., gezagvoerder J.R. Bossinga, rederij Vrachtvaart Mij. Bothnia, beiden te Amsterdam;
b) van het stoomschip AMBON op 21 februari jl., gezagvoerder J.D. Rademaker te Heemstede, rederij Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam.
II. Op dinsdag 15 mei, 1.30 uur nm.,
a) Van de stoomtreiler TRES FRATRES (IJM-194) op 23 maart jl., schipper P. Prins, rederij Nederlandsche Stoomvisserij Mij., beiden te IJmuiden:
b) Van de stoomtreiler WESTLAND (IJM-132) op 2 mei jl., schipper G. Pronk te Katwijk aan Zee, rederij Mij. Westland te IJmuiden.
Vrijdag 18 mei, 1.30 uur nm., onderzoek naar de oorzaak van het stranden van de stoomtreiler VENUS (VL-84) op 30 april jl. op de Razende Bol. Schipper H. Struis, rederij firma J. Pot, beiden te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weltevreden, 3 mei. De motorschoener TWEE-AMBT is bevracht met een lading koffie en thee van Soerabaja naar Nederland. De TWEE-AMBT, van de Scheepvaart Mij. Groningen te Rotterdam, meet bruto 314 reg. ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 10 mei. Het stoomschip LAURA, heden van Drontheim alhier aangekomen, heeft door het aan de grond stoten bij het Lesundbrödren vuur schade belopen aan voorsteven en enige platen. Het verkreeg echter een bewijs van zeewaardigheid voor de reis naar Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De GRUNO tot zinken gebracht.
Naar wij vernemen, is de motorschoener GRUNO, van de firma Van Krieken te Rotterdam, in de Noordzee door een Duitse duikboot tot zinken gebracht en is de bemanning gisteren aangebracht op het lichtschip Noord-Hinder.
De GRUNO was groot 171 bruto en 119 netto ton, in 1916 gebouwd en 9 dezer van hier naar Londen vertrokken, met stukgoed. Gisteravond reeds is de bemanning hier gearriveerd. Het volgende verhaal werd ons heden gedaan door de kapitein van de motorschoener, N. Kuisenga van Groningen: In de nacht van woensdag op donderdag om half een passeerden we — we waren met z’n zessen aan boord — het vuurschip Maas, steeds verder koersende. Om halfzes in de morgen, we bevonden ons toen in onveilig gebied op de Noordzee, kregen we het eerste schot van een Duitse onderzeeër, die we niet hadden zien naderen. Ik liet met volle kracht werken, totdat — nadat er 30 à 40 schoten op ons gelost waren — de projectielen zo dicht bij ons schip terecht kwamen, dat ik stopte, de boot uitzette en met de anderen daarin plaats nam, in de buurt van ons schip blijvende. Maar toen werd er op ons bootje gevuurd en we roeiden tot langszij van de onderzeeër. De commandant beduidde ons, dat we achter hem aan moesten oproeien en om ons daartoe direct te dwingen, werd een kanon geladen en op ons bootje gericht gehouden. Kuisenga had zijn papieren moeten overgeven. Op de vraag, waar hij heen moest, had kapt. Kuisenga geantwoord, dat hij naar Londen moest. De commandant had daarop geantwoord, dat hij hem dan heel vlug naar Londen zou helpen. Er werden toen 10 kanonschoten op de schoener gegeven, die daarop zonk. Koers houdende op de Noord Hinder, werden ze daar in de buurt opgepikt door het gastransportvaartuig VLISSINGEN, waar de bemanning op alle mogelijke wijze werd geholpen. Ze hadden 3 uur in de boot rondgezworven, doch de zee was prachtig stil en de gedachte vlak bij de Noord-Hinder te zijn, had ze een pijpje doen opsteken. De GRUNO was als gezegd, geladen met stukgoederen.


13 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Woensdag 16 dezer ca. 1 uur zal van de werf van het Etablissement Fijenoord te Rotterdam, te water worden gelaten het stoomschip BENGKALIS, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Martenshoek is met gunstig gevolg van werf van de firma Gebr. Fikkers aldaar, te water gelaten een drie-mast motorschoener, groot ongeveer 400 ton, gebouwd volgens de hoogste klasse Germanischer Lloyd en onder toezicht van de Scheepvaartinspectie, voor rekening van de heer A.B. Schaap te Groningen. De kiel is gelegd voor een dito vaartuig.


14 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Mij. 'Sophie' te Rotterdam.
In de zaterdag gehouden vergadering van aandeelhouders is benoemd tot directeur de heer J. Ph. v. d. Broek.


15 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De torpedering van de GAMMA.
De Raad voor de Scheepvaart behandelde gistermiddag de torpedering van het stoomschip GAMMA van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia, welk schip de 1e februari jl. getorpedeerd werd. Blijkens de verklaring van de gezagvoerder J.R. Bosschinga, was de GAMMA de 9e januari met lijnkoeken voor de Nederlandse Regering van New York naar Amsterdam vertrokken. Het schip was de 29e januari voor onderzoek naar Falmouth gebracht en vandaar de 31e januari vertrokken. Er was aan de gezagvoerder door niemand meegedeeld, dat er verandering was gekomen in de Duitse oorlogvoering ter zee. Hij wilde de noordelijke route nemen. Te 2.30 uur 's middags van de 1e februari (men kreeg juist Ierland in het zicht) hoorde men 2 scheepslengten achter het schip een ontploffing, die eerst aan een mijn werd toegeschreven; daarop volgde een schot en zag men op ongeveer vier mijl afstand vooruit een zwarte stip, de toren van een onderzeeër, die geen sein of vlag voerde, doch doorging met schieten. Eén schot ging juist over het hoofd van de kapitein, die op de brug stond, heen. Er werd blijkbaar op het schip geschoten, dat aan de voorzijde geraakt werd. De stuurman roeide naar de duikboot toe met de papieren; met hem gingen nog enige schepelingen in de boot, terwijl de kapitein met enige anderen in de boot ging om het schip te verlaten.
De scheepspapieren werden, zonder dat ze werden ingezien, in de onderzeeër geworpen; aan de stuurman vroeg de duikbootcommandant, waarom hij de noordelijke route volgde en niet de zuidelijke door Het Kanaal. De stuurman antwoordde dat dit geschiedde op order van de reders; hij protesteerde tegen het doen zinken van de GAMMA, dat door de commandant werd aangekondigd. Over veranderingen in de duikbootoorlog sprak ook de commandant niet. Ook de kapitein protesteerde; het enige antwoord was: „Das Schiff wird versenkt". Een officier en twee man van de duikboot gingen aan boord met bommen en kort daarop sloeg de GAMMA geheel om en zonk. Nadat twee schepen de schipbreukelingen aan hun lot hadden overgelaten, werden zij te half zes door de VONDEL opgepikt. De gezagvoerder verklaarde nog, dat de Duitsers een chronometer van de GAMMA hadden meegenomen. Het lid van de Raad, de heer Roosenburg: „Hebben zij ervoor betaald?" De gezagvoerder: „Neen!" Het bleek nog, dat kort na het vertrek van de GAMMA te Falmouth een telegram van de rederij was gekomen om niet te vertrekken. Daar de GAMMA geen draadloze telegrafie aan boord had kon men haar niet meer achterhalen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De torpedering van de AMBON.
Hierna werd een onderzoek ingesteld naar de torpedering van de AMBON van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, op 21 februari.
De gezagvoerder J.D. Rademaker verklaarde, dat de AMBON de 27e januari met stukgoed uit Amsterdam vertrokken was via Londen en Genua naar Java. De 29e januari was de AMBON in Londen aangekomen en had daar lading ingenomen. De 19e februari vertrok het schip naar Falmouth om er orders af te wachten. De directie te Amsterdam had n.l. een telegram gezonden, dat de kapitein moest zorgen 21 februari te Falmouth te zijn en daar verder instructies moest afwachten van de Nederlandse gezant. Waarom, wist de gezagvoerder niet. Van een relatief veilige vaart op 22 februari was hem toen niets bekend. Te 3 uur in de namiddag van 21 februari, ter hoogte van Start Point, hoorde men een kanonschot en later nog een. Het waren scherpe schoten; op het eerste schot werd de machine gestopt, na het tweede zag men op 3 à 4 mijl afstand een onderzeeër, zonder vlag of sein. De 1e stuurman ging met de scheepspapieren erheen en toonde ook een kopie van het telegram van de rederij. Hij wees op het feit, dat het een neutraal schip was, bestemd voor onze koloniën, doch de commandant van de duikboot wilde de papieren niet inzien en antwoordde slechts, dat hij in opdracht had alle schepen in dit gebied tot zinken te brengen. Toen alle hens in de boten waren, werd een torpedo op de AMBON gelanceerd; het schip helde over, doch de gezagvoerder had de indruk, dat het zou blijven drijven, welke mening gedeeld werd door de commandant van een te hulp gekomen Engelse patrouilleboot. Op verzoek van de gezagvoerder seinde deze commandant draadloos om sleepboten uit Plymouth; enige leden van de equipage gingen met een andere patrouilleboot naar de wal; de gezagvoerder bleef bij de AMBON met enkele leden van de bemanning en stelde aan boord een onderzoek in. De volgende dag werd de AMBON naar Plymouth gesleept, gerepareerd en keerde achter de KAMBANGAN aan naar Nederland terug. De Inspecteur van de Scheepvaart, de heer Sluiter, bracht hulde aan het energieke en flinke optreden van de gezagvoerder, aan wie het te danken was, dat dit schip voor Nederland behouden bleef. Door applaus stemden de leden van de Raad voor de Scheepvaart met deze hulde in.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De CHARLOIS.
Vervolgens werd een onderzoek ingesteld naar het met man en muis vergaan van het tankstoomschip CHARLOIS, van de American Petroleum Company. De voorzitter, mr. Cnoop Koopmans herinnerde er aan, dat de CHARLOIS de 10e februari van New York, de 1e maart van Halifax was vertrokken met een lading van 3 miljoen kg. petroleum voor Rotterdam. De 19e maart was de CHARLOIS uit Udsire vertrokken. Daarna is er niets meer van vernomen. De 11e april is een stuk van een reddingboot van de CHARLOIS aangespoeld, de 16e een beschadigde boot. De bemanning van de CHARLOIS bestond uit 33 koppen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De KRALINGEN.
Ten slotte werd een onderzoek ingesteld naar het met man en muis vergaan van de motortjalk KRALINGEN, de 3e maart met een lading van 107 ton ruw ijzer van Gotenburg naar Rotterdam vertrokken. Het laatste bericht was dat van het vertrek. Het schip was niet te diep geladen. De bemanning telde 6 koppen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van J. Meyer's Scheepsbouwmaatschappij te Zaltbommel is te water gelaten het vrachtstoomschip BALHOLM, groot 1.550 ton, gebouwd voor Noorse rekening en bestemd voor de gewone vrachtvaart. Het schip krijgt een machine van 750 ipk en wordt aldaar aan de werf geheel afgewerkt met stoomlaadlieren, laadderricks en de moderne inrichting voor snel laden en lossen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Nederlandse stoomschip ZEUS, van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. te Amsterdam, dat 24 januari van IJmuiden naar Hull vertrok om aldaar een lading steenkolen in te nemen voor Amsterdam, is eerst hedenmiddag van Engeland te IJmuiden teruggekeerd. Het stoomschip, dat dus bijna vier maanden in deze Engelse haven werd opgehouden, had thans een kolenlading van circa 1.800 ton in.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zaterdag (opm: 12 mei) is met goed gevolg te Amsterdam aan Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek te water gelaten het voor Deense rekening in aanbouw zijnde stoomschip ETHIE, lang 237 voet, breed 37 voet, hol 18 voet 6, laadvermogen 2.200 ton. Dit is het eerste van de 4 zusterschapen welke aan genoemde werf door bemiddeling van de makelaar Jacq. Pierot Jr. te Rotterdam voor buitenlandse rekening besteld zijn. De machine- en ketelinstallatie worden aan genoemde fabriek vervaardigd. De bouw geschiedt volgens hoogste klasse Veritas.
Terstond na het te water laten werd de kiel gelegd voor het derde stoomschip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 mei. Te Martenshoek is met gunstig gevolg van de scheepswerf van de firma Gebr. Fikkers aldaar, te water gelaten een drie-mast motorschoener, groot 400 ton, gebouwd volgens de hoogste klasse German. Lloyd en onder toezicht van de Scheepvaartinspectie, voor rekening van de heer A.B. Schaap te Groningen.
De kiel is gelegd voor een dito vaartuig.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 13 mei. Na gehouden expertise is beslist dat de hier wegens slecht weer met schade binnengelopen schoener MARIA hier ter plaatse kan repareren, waarmee ongeveer een week zal zijn gemoeid.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Nederlands zeilschip getorpedeerd.
Te IJmuiden begint men zich ernstig ongerust te maken over het lange uitblijven van de Nederlandse gaffelschoener HEIKINA, welke op reis van Londen naar Christiania de 8e april Gravesend passeerde en sedert nog niet in de haven van bestemming aankwam. Het laatst werd het schip gezien door de kapitein van de tot zinken gebrachte Deense schoener FRAM, die met zijn bemanning door een Nederlandse stoomtreiler gered en te IJmuiden aangebracht werd. Kapitein Byer deelde destijds mee, dat de HEIKINA gelijk met hem van de Engelse kust was afgezeild en steeds in zijn nabijheid bleef, tot zijn schip op zondag 15 april jl. op ongeveer 56º-54’ N.B. en 02º-47’ O.L. door een Duitse duikboot in de grond werd geboord. Het vermoeden van deze kapitein, dat de HEIKINA wel eenzelfde lot zou zijn ondergaan, schijnt dus wel bewaarheid te zijn, alleen met het verschil, dat deze bemanning niet werd gered.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De grote vaart.
De NIAS, de SUMATRA en de BILLITON, van de Maatschappij Nederland te Amsterdam, die op hun reis van Indië naar Nederland met gemengde lading via het Panamakanaal te Newport News waren aangekomen, hebben vergunning gekregen hun reis via Halifax naar Nederland te vervolgen.


16 mei 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsbouw. Rotterdam. 16 mei. Het volgens de klasse Bureau Veritas + 1.33. G. 1. 1. en met certificaat voor de houtvaart door de heren J.Th. Wilmink & Co. te Groningen voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij te Rotterdam gebouwde stoomschip BIESBOSCH, groot 600 ton d.w., heeft heden met gunstig gevolg proef gestoomd en is daarna van Zoutkamp naar Amsterdam vertrokken.
Dit stoomschip, dat de machine- en ketelruimen in de midscheeps heeft, heeft een bak, bruggendek en verhoogd achterdek, dubbele bodem onder de machinekamer, waarin ruimte is voor 22 ton waterballast en is in twee ruimen verdeeld. De hoofdafmetingen zijn: Lengte 46, breedte 7,65 en holte 3,69 meter en de afmetingen van de beide Iuikhoofden bedragen 7,17 x 8,05 x 4,00 meter. De machines van het triple-expansie systeem, welke het schip bij een diepgang van 3,55 meter een vaart moeten geven van 8 zeemijlen per uur, zijn sterk 325 ipk met 110 omwentelingen, hebben cilinders van 290 x 450 x 750 m.m. middellijn en een slag van 500 m.m. De stoom wordt geleverd door een enkele Schotse ketel met een inwendige diameter van 3.200 m.m. en een inwendige lengte van 3.100 m.m. en een verwarmend oppervlak van 110 m2.
Verder zij nog gemeld, dat het stoomschip is voorzien van een gecombineerde stoom- en handstuurinrichting en 2 laad- en loslieren met 1.500 kg hefvermogen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is te Schiedam met goed gevolg van de werf Gusto van de firma Smulders te water gelaten het stoomschip WASSENAAR, in aanbouw voor de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam. Het schip is groot bruto 2.150 ton en bestemd voor de algemene vrachtvaart. De hoofdafmetingen zijn: Lengte 267', breedte 42', holte 20’-5". De machines van het triple-expansie systeem hebben cilinders van 20, 32 en 52 Eng. duim, met een slag van 39 Eng. duim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ameland, 14 mei. De heren D. Nouwens en Zoon, kopers van het wrak van het Duitse stoomschip CERES, dat op het Bornrif tegenover het Amelander Gat strandde, zijn met het bergen van de inventaris begonnen. Het bergingsvaartuig HAAI ligt reeds langszij. Het voornemen is wanneer de inventaris is geborgen, ook de nog aanwezige lading te bergen.


17 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het voor rekening van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam in aanbouw zijnde vrachtstoomschip BENGKALIS, zusterschip van het verleden jaar in de vaart gebrachte stoomschip BINTANG waarvan wij indertijd een uitvoerige beschrijving gaven. De BENGKALIS is het 100ste schip, dat onder leiding van de heer A. van Gelder, thans lid van de directie van de Maatschappij Fijenoord, werd gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het op de werf van J.Th. Wilmink & Co. te Groningen voor rekening van N. Haas & Co. te Rotterdam nieuw gebouwde stoomschip BIESBOSCH is heden na een welgeslaagde proeftocht van Zoutkamp naar Amsterdam vertrokken. Het stoomschip is 46 m, lang, 7,65 m breed en 3,69 m hol. Het schip dat een certificaat voor de houtvaart heeft verkregen, heeft een triple-compound machine van 300 ipk, welke aan het vaartuig een snelheid zal geven van 8 zeemijlen per uur.


18 mei 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zonder enige waarschuwing is de Nederlandse kotter HENDRIKA JOHANNA, eigenaar M.J. van der Eb te Rotterdam, groot bruto 133.86 register ton, in 1909 gebouwd, met ruw ijzer van Gotenburg naar Rotterdam, woensdagochtend jl. om 6 uur, op ongeveer 52°-31’ N.B. en 04°-20’ O.L., op 20 mijl afstand dwars van Scheveningen, door een groot model Duitse onderzeeboot, welke geen vlag voerde, in de grond geboord. Hoewel direct na het plotseling beschieten van het vaartuig de zeilen waren gestreken, ging de duikboot toch steeds door met schieten. De duikbootkommandant heeft niet gevraagd, waar het schip vandaan kwam, alleen wat de lading was. Nadat uit de 3 koppen bestaande bemanning (de kok was 2 dagen te voren overleden) was weggeroeid, heeft ze twaalf uur in open zee vertoefd. Ze is daarna door de Scheveninger logger SCH-250 opgepikt en te Scheveningen geland.
(opm: zie ook het verslag in RN 210517 met de namen van de bemanningsleden).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Met goed gevolg is van de scheepswerf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden te water gelaten het vrachtstoomschip THISTED, in aanbouw voor de Nord Osterso Rederiet te Kopenhagen. De afmetingen zijn: Lengte 215 voet, breed 34'-4", hol 15'-6”, terwijl het draagvermogen ongeveer 1.550 ton bedraagt. Een triple-expansie machine zal het schip een snelheid geven van 9 knoop.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een motorschoener getorpedeerd.
Hedennacht 12.30 uur is op 24 mijl afstand van de Nederlandse kust de motorschoener BOREAS, welke met een lading zinkerts, bestemd voor de firma W.H. Müller & Co., van Gotenburg naar Rotterdam onderweg was, door een Duitse duikboot tot zinken gebracht. De equipage, bestaande uit 5 man, redde zich in de scheepsboot en is hedenmorgen door de stoomloodsboot voor IJmuiden opgepikt en aan land gebracht. Twee van de opvarenden zijn ten gevolge van de beschieting licht gewond. De BOREAS mat 270 ton, was in 1915 te Groningen gebouwd en eigendom van de heer A. Jordens Jr. te Rotterdam. Het schip was voor NLG 60.000, de lading voor NLG 30.000 verzekerd op de Rotterdamse Beurs.


19 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het pantserschip HEEMSKERCK heeft opgepikt de gehele bemanning van de MAASSLUIS 45, welk vissersschip woensdagnacht te 3 uur op 17 mijl NW van Noordwijk tot zinken werd gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het door onbekende oorzaak verloren gaan van het tankstoomschip CHARLOIS. Op grond van het gehouden onderzoek neemt de Raad aan, dat het tankstoomschip CHARLOIS op de reis van New York naar Rotterdam in de Noordzee is gebleven en de opvarenden bij deze scheepsramp het leven hebben verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het verloren gaan het stoomschip GAMMA. De Raad constateert dat het stoomschip GAMMA de 1e februari 1917 op de reis van New York naar Amsterdam met een lading lijnkoeken, bestemd voor de Nederlandse Regering, in de nabijheid van de Ierse kust door een Duitse onderzeeboot is beschoten en vervolgens zonder opgaaf van redenen door middel van bommen tot zinken gebracht. Nu de GAMMA op 31 januari 1917 van FaImouth is vertrokken, was en kon de gezagvoerder ook niet bekend zijn met de mededelingen van de Duitse regering omtrent door haar van 1 februari 1917 als gevaarlijk voor het verkeer aangeduide gebieden, evenmin als met de clausule dat neutrale schepen, welke zich in de havens van deze verboden gebieden zouden bevinden, onder een betrekkelijke factor van veiligheid die gebieden zouden kunnen verlaten, mits vóór 5 februari en de kortste weg naar het vrije gebied nemende. De kapitein kan dus, naar de mening van de Raad, geen verwijt treffen dat hij, onbekend met dreigende nieuwe gevaren, de destijds gebruikelijke route om de noord heeft genomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak betreffende het door onbekende oorzaak verloren gaan van de motorschoener KRALINGEN. Op grond van het gehouden onderzoek neemt de Raad aan, dat de motorschoener KRALINGEN op reis van Gotenburg naar Rotterdam is gebleven en dat alle opvarenden daarbij het leven hebben verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 mei. De stalen schoener AMBULANT II, thuis behorende te Groningen, is voor een geheime prijs aan een Hollandse combinatie verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 mei. De motorschoener GEZIENA van de reder en kapitein Joh. Minke te Groningen, is onderhands naar Denemarken verkocht en inmiddels van Rotterdam in zee gestoken met de naam HAWMAAGEN. (opm: is HAVMAAGEN - NVLQ)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Getorpedeerd. Door de SCH-250 zijn te Scheveningen aangebracht 3 opvarenden van het zeilschip HENDRIKA JOHANNA, dat 16 mei v.m. 6 uur op 52º-31' N en 04º-20' O zonder waarschuwing is getorpedeerd door een onderzeeër zonder vlag. Het schip, dat toebehoort aan de heer M.J. v.d. Eb te Rotterdam, was met ruw ijzer op reis van Gotenburg naar Rotterdam. De HENDRIKA JOHANNA was geladen met ijzer bestemd voor Sannes’ Handelmaatschappij. De lading was verzekerd op de Rotterdamse beurs voor NLG 65.000, terwijl het casco niet op beurspolis was verzekerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlands schip in de grond geboord.
Hier ten lande is bericht ontvangen, dat het Nederlandse schip FRISO (vermoedelijk de 3-mast schoener FRISO van Groningen) door een onderzeeboot in de grond is geboord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 16 mei. Het schoenerschip ROTTERDAM, kapt. Bok, van Rotterdam naar Sponviken bestemd, is wegens voortdurende tegenwind hedenmorgen hier binnengelopen.
Om dezelfde redenen liepen hier nog binnen de schoener CITO, kapt. Sytsma, van Schiedam naar Flekkefjord en de tjalk JANTJE, kapt. Zorge, van Schiedam naar Visby bestemd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 16 mei. Het Nederlandse schip DRIE GEBROEDERS is bij Rafsnaes op het strand geraakt, doch door een bergingsstomer weer vlot en te Svendborg binnengebracht.


20 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij te Amsterdam.
De heren Gebr. Schouten alhier berichten dat zij op 24 mei op de Amsterdamse beurs zullen introduceren de aandelen van bovengenoemde naamloze vennootschap. De eerste koers van afgifte van deze slechts tot een beperkt bedrag beschikbare aandelen is vastgesteld op 1021/2 pct., tot welke koers aan aanvragen ontvangen op 24 mei e.k. vóór 11.30 uur in de voormiddag, zoveel mogelijk zal worden voldaan.
De betaling dient 31 mei te geschieden. Aan de toelichting van het prospectus ontlenen wij het volgende: De maatschappij vangt haar bedrijf onder gunstige condities aan, omdat het haar gelukt is zich bijtijds het bezit van 10 vrachtschepen met een gezamenlijk laadvermogen van 23.050 ton te verzekeren.
Deze schepen zijn gedeeltelijk gereed en gedeeltelijk in aanbouw. Voor het merendeel zullen de in aanbouw zijnde schepen in de eerste vier maanden gereed komen terwijl er één in maart 1918 moet worden afgeleverd.
De Maatschappij heeft verder de optie tot aankoop tegen billijke prijs van 9 vrachtschepen met 12.900 ton laadvermogen. Ook deze schepen komen voor het merendeel in 1917 gereed, slechts twee daarvan in 1918. Na uitoefening van de optie zal de Maatschappij kunnen beschikken over 19 schepen met 35.950 ton laadruimte.
De betalingen door de Maatschappij voor de voltooiing van de schepen aan de scheepsbouwers te voldoen, zijn haar ten volle gegarandeerd, terwijl zij over voldoende werkkapitaal voor de behoorlijke exploitatie van de schepen beschikt. Tegenover het feit, dat de schepen van de nieuwe Maatschappij in den beginne tegen de aankoopwaarde (± NLG 383 per ton laadvermogen met uitzondering van de MACEDONIA) te boek zullen staan, merken wij op, dat de meerwaarde van de vloot van de bestaande maatschappijen reeds grotendeels gedisconteerd is in de koers van de aandelen, terwijl de oorlogswinstbelasting hun winsten met 30 procent vermindert.
Bovendien komt onze Maatschappij in het bezit van een vloot, waarvan de schepen alle nieuw zijn en op dit moment reeds tegen een winst zouden kunnen worden verkocht.
Ten einde het bouwen van nieuwe schepen te bevorderen, heeft de Nederlandse Regering bij het tot stand komen van de Schepenvorderingswet, de betrokken artikelen zodanig gewijzigd, dat het mogelijk zal zijn om aan de schepen, welke na 1 januari 1917 van een Nederlandse zeebrief voorzien worden, een hogere vergoeding voor het vervoer van distributie-artikelen te geven, dan voor andere schepen. Alle schepen van de Maatschappij zijn of worden na 1 januari 1917 van een Nederlandse zeebrief voorzien.
Volgens de statuten zal de nettowinst, na de door de Raad van Beheer goedgekeurde afschrijvingen en extra reserveringen, worden verdeeld als volgt: Eerst 5 pct. aan aandeelhouders; van het daarna overblijvende: 2½ pct. aan het gedelegeerd lid (of leden) van de raad van beheer; 10 pct. aan de overige leden van de raad van beheer gezamenlijk; 7½ pct. aan een reservefonds totdat dit NLG 5.000.000 bedraagt; 5 pct. aan houders van de 2.500 oprichtersbewijzen gezamenlijk; 75 pct. ter beschikking van de algemene vergadering van aandeelhouders. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt NLG 30.000.000, waarvan geplaatst en volgestort NLG 8.600.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De op de werf van W. Mulder te Stadskanaal nieuw gebouwde stalen motorkotter SIEKA II, is aan een Hollandse combinatie verkocht.


21 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 24 mei, 1.30 uur nm., onderzoek ter zake van het tot zinken gebracht worden op 7 mei jl. van de stoombeugers PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN (VL-195) en MARTHA MARIA (VL-199) van A. Hoogendijk Jzn. te Vlaardingen; schippers resp. A. v. d. Ent en H. van Hoogteylingen, beiden te Vlaardingen.
Vrijdag 25 mei, 1.30 uur nm., onderzoek naar de oorzaken van:
a) Het aan de grond lopen van het stoomschip MARS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. op 19 april jl. nabij Utlängan (Zuidkust van Zweden); gezagvoerder K. de Vries te Bussurn;
b) Het stranden van het stoomschip AMERICAN van de American Petroleum Company op 10 maart jl. op Sable-eiland; gezagvoerder D. van Lienen te Oosthuisen.
Woensdag 30 mei, 1.30 uur nm., onderzoek naar de oorzaken van:
a) Het tegen het Zuiderhoofd van de Scheveningse haven geslagen worden op 6 mei van de sleepboot-treiler EXPRES (SCH-463) van de Reederij v/h F. Vrolijk te Scheveningen; schipper J. den Heyer, aldaar;
b) b. het tot zinken gebracht worden op 6 mei van de logger POSEIDON I (VL-98) van de Viss. Mij. Poseidon te Vlaardingen; schipper C. v. d. Steen, aldaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De JAN VAN NASSAU.
Het Nederlandse stoomschip JAN VAN NASSAU van de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam, dat 17 maart met nog een 7-tal Nederlandse stoomschepen van IJmuiden naar Noord-Amerika vertrok om een lading graan voor de Nederlandse Regering te halen, is, zoals gemeld, met 4.300 ton tarwe te IJmuiden gearriveerd. Juist twee maanden uit- en thuisreis had dit stoomschip, hetgeen een zeer vlugge reis genoemd mag worden in deze omstandigheden. Het is dan ook het. eerste van de acht schepen, dat in Nederland terugkeert. De JAN VAN NASSAU heeft op de thuisreis de haven van Halifax aangedaan voor onderzoek van de papieren en is daarna, zonder meer havens binnen te lopen, benoorden Schotland om zonder ontmoetingen over de Noordzee gekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De drie-mast schoener FRISO, die zoals wij gisteren gemeld hebben door een onderzeeër in de grond is geboord, was te Groningen in het vorige jaar gebouwd, maar behoorde toe aan de heer H. van Krieken te Rotterdam. Het schip was van Fowey op reis naar Nederland met een lading van 270 ton pijpaarde. De bemanning is te Plymouth geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De HENDRIKA JOHANNA.
Betreffende de torpedering op woensdagmorgen van de HENDRIKA JOHANNA van de firma M.J. v.d. Eb alhier, wordt nader gemeld, dat de onderzeeboot, die tot het in de grond boren overging, een Duits sprekende bemanning aan boord had en van groot model was. Hoewel direct na het beschieten van het vaartuig de zeilen waren gestreken, ging de duikboot toch steeds door met schieten. De duikbootcommandant heeft niet gevraagd waar het schip vandaan kwam, alleen wat de lading was. Het in de grond boren geschiedde op 20 mijlen afstand dwars van Scheveningen.
De HENDRIKA JOHANNA was geladen met ruw ijzer en groot bruto 133.86 register ton en in 1909 gebouwd. De opvarenden waren de 21-jarige kapitein Bonnega (opm: Roelf Bonninga) en de 19-jarige stuurman H. Westers, beiden uit Groningen, benevens de 19-jarige Van den Berg, van Assen. Het vierde lid van de bemanning, de kok, was 2 dagen tevoren overleden; zijn lijk werd in zee neergelaten. De opvarenden roeiden na het in de grond boren weg, vertoefden 12 uur in open zee en werden woensdagavond te halfzes opgepikt ter hoogte van Katwijk, 12 mijl uit de kust. Zij werden te Scheveningen aangebracht en van voedsel voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlands schip tot zinken gebracht.
De Nederlandse motorschoener ANNETTA, van Amsterdam naar Havre, is gistermiddag op 40 mijlen ten westen van IJmuiden door een Duitse duikboot beschoten en daarop met brandbommen tot zinken gebracht. De 6 opvarenden verlieten met een sloep het schip en roeiden 13 uren, alvorens te worden opgemerkt door de trawlerlogger HOLLAND VI, die de schipbreukelingen aan boord nam en ze hedenmiddag te IJmuiden binnenbracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 mei. De stalen tjalk L'ÉSPERANCE, laatst gevoerd door kapt. K. Deen uit Groningen is verkocht aan de reder J.H. Zorge, die het schip zelf als kapitein bevaart. De naam is thans veranderd in JANTJE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 18 mei. Heden kwam in de haven het op de werf van de N.V. Scheepswerf Gebr. Niestern te Farmsum gebouwde stoomschip GRONINGEN, thuis behorende te Rotterdam. Het schip is groot 2.347 m3 bruto en 1.290 m3 netto en zal door de sleepboot RISICO over de Groninger en Friese wadden worden gesleept naar Alblasserdam, waar het van de benodigde ketels en machine zal worden voorzien. Het schip is voor rekening van Gebr. van Uden te Rotterdam.


22 mei 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Hamburger Prijsgerecht heeft de BATAVIER VI vrijgegeven met een deel van de lading. Verder is deze deels tegen schadeloosstelling overgenomen, deels in beslag genomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De BATJAN door een Duitse onderzeeër beschoten.
Betreffende het stoomschip BATJAN van de Mij. Nederland te Amsterdam, zaterdag van New York met een lading tarwe en meel te Amsterdam aangekomen, vernam men, dat het op de thuisreis door een Duitse duikboot in het vrije gebied werd aangevallen. Een groot aantal schoten werd op het schip gelost, zonder het evenwel te treffen. De granaten vlogen over en langs het stoomschip, zodat de bemanning het geraden achtte in de scheepsboten plaats te nemen. Men begaf zich naar de duikboot, waarvan de commandant aanvankelijk weigerde de scheepspapieren in te zien. Door het beleidvol optreden van de kapitein van de BATJAN wist deze in een onderhoud, dat bijna een uur duurde, bij de duikbootcommandant met behulp van kaarten de overtuiging te vestigen, dat de BATJAN in het vrije gebied stoomde op grote afstand van de versperrende grens. Daarop kreeg men vergunning naar de BATJAN terug te keren en de reis te vervolgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Engeland rekwireert schepen.
De Engelse regering besloot, zoals wij in een deel van onze vorige oplaag nog konden meedelen, de schepen, behorende aan neutrale maatschappijen, waarvan het aandelenkapitaal geheel of gedeeltelijk uit Brits kapitaal bestaat, te rekwireren, met het oog op de bescherming van het Britse kapitaal, dat in zulke ondernemingen is belegd. Het leidt immers geen twijfel of handelsschepen, welke door bewapening tegen het duikbotengevaar zijn toegerust, hebben veel minder kans te worden getorpedeerd dan onbewapende handelsschepen. Als uitvloeisel van deze maatregel zijn reeds twee schepen van de Oceaan Stoomvaart Mij., de VEENBERGEN en de KELBERGEN, welke te Falmouth liggen, gerekwireerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Eigenaardig ontslag! Op 29 januari vertrok het stoomschip PATROCLUS van de Nederlandse Stoomvaart Maatschappij ‘Oceaan’, van Amsterdam naar Indië via Liverpool - Port Said. Het schip arriveerde 31 januari te Liverpool om lading voor Port Said in te nemen. Op 1 februari werd de verscherpte duikbootoorlog afgekondigd, ten gevolge waarvan nagenoeg de gehele equipage weigerde de reis via Middellandse Zee, die geheel tot onveilig gebied werd verklaard, te vervolgen. Wel was men daartoe bereid, indien het schip met een kanon tot afweer werd gewapend of konvooi kreeg, terwijl men evenzeer bereid was via de Kaap naar Indië te varen. De agenten van de rederij weigerden echter aan enige wens tegemoet te komen, en hoewel de Nederlandse Regering liet seinen: „Not desirable to compell crew to proceed voyage" (niet gewenst de bemanning te dwingen de reis te vervolgen), dreigden de agenten met ontslag, indien de equipage bleef weigeren.
Toen deze na vele onderhandelingen voet bij stuk hield, ontsloeg de rederij al deze zeelieden — waaronder alle stuurlieden en machinisten — en zond ze naar Nederland terug. Er waren officieren met 8 en 10 dienstjaren onder; toen zij te Amsterdam waren, bleef aller ontslag gehandhaafd.
De eerste stuurman en de eerste machinist hebben thans deze zaak bij de kantonrechter aanhangig gemaakt en vorderen schadeloosstelling op grond van onwettig ontslag, daar zij van oordeel zijn, dat zij niet tot voortzetting van de reis onder deze omstandigheden verplicht waren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. De Nederlandse schoener SCHOUWEN II, van Rotterdam naar Christiansand bestemd, heeft door het stoten op een onder water drijvend voorwerp een zwaard gebroken en moest te IJmuiden binnen lopen. (opm: zie ook RN 240517 en RN 040617)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. De nieuwe stalen motorkotter SIEKA II, gebouwd bij W. Mulder te Stadskanaal is aan een Hollandse combinatie verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Nederlandse motorschoener ANNETTA getorpedeerd.
Men meldt ons dat zaterdagnamiddag kwart voor drie de logger Katwijk 65 te IJmuiden heeft binnengebracht zes Nederlandse schipbreukelingen van de motorschoener ANNETTA welke vrijdagmiddag 4 uur getorpedeerd is.
De ANNETTA mat 177 ton bruto en 140 netto, was in 1911 gebouwd en eigendom van de heer M.J. v.d. Eb, alhier. Hij was vrijdagmorgen van IJmuiden vertrokken met een lading levensmiddelen voor Zwitserland bestemd, die hij te Havre moest lossen. Uit bijzonderheden, die men te IJmuiden aan het Hbld. meedeelt, blijkt dat de duikboot al op haar prooi had liggen wachten, want de commandant scheen te weten dat het schip naar Havre moest varen. Toen kapt. E. Hoek van de ANNETTA protesteerde tegen de vernieling van zijn schip en er op wees dat zijn lading toch voor een neutraal land bestemd was, lachte een van de Duitse officieren hem in het gezicht uit en op zijn verzoek om de sloep met de bemanning een eind weg naar de kust te brengen — men was op 40 mijl van IJmuiden verwijderd — werd geantwoord, dat lui die naar Frankrijk voeren geen hulp behoefden. Onder zwaar regenweer en tegen de wind in hebben de schipbreukelingen 13 uren achtereen moeten roeien, eer zij door de Katwijkse logger werden opgepikt, waar zij liefderijk zijn opgenomen en verpleegd.


23 mei 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandse schoener beschoten.
De schoener JACOBA, eigenaar de heer C. v.d. Hoek Ostende te Rotterdam, kapt. J. Boerma, is op reis van Drammen naar Zaandam met een lading gezaagd hout in de Noordzee door een Duitse duikboot beschoten. Naar uit IJmuiden, waar het schip is binnengekomen, aan het Hbl. wordt gemeld, had dit plaats in de morgen van vrijdag 18 mei, in het vrije gebied. De duikboot was op circa een mijl afstand en een 6-tal granaten gingen over het schip heen, gelukkig zonder iets te raken. De kapitein ging met zijn uit 3 koppen bestaande bemanning in de boot, roeide naar de duikboot, deed de commandant zijn scheepspapieren inzien en na enige onderhandelingen konden de Nederlandse zeelieden naar hun schip terugkeren, dat 2 uur onbestuurd rondgedreven had.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ter vervanging van zijn in het vorig jaar tot zinken gebrachte stoomlogger GEERTRUIDA, heeft de heer Wouter Den Dulk Jaczn. te Scheveningen bij de Scheepswerf en Machinefabriek Delfshaven van de firma De Ridder te Rotterdam een nieuwe stalen stoomlogger laten bouwen. Dit vaartuig is in het visserijregister ingeschreven met de naam PETRONELLA (SCH-354) en in Scheveningen aangekomen om voor de visserij te worden uitgerust.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Men meldt uit, Hoek van Holland d.d. gisteren, dat het de Waterweg binnen gekomen Nederlandse stoomschip HERMINA rapporteert, in de vrije vaargeul door een Duitse duikboot beschoten te zijn. Bij onze informatie dienaangaande bij de directie, de firma Jos. De Poorter, werd ons meegedeeld dat er, voor zover haar bekend, niets met het schip is gebeurd.


24 mei 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd na goedgeslaagde proeftocht het stoomschip AUG. BORREMANS door de rederij overgenomen. Het schip groot 1.050 ton d.w. werd gebouwd onder Lloyds en Norske Veritas hoogste klassen aan de werf van de firma Wed. C. Boele & Zonen te Slikkerveer voor rekening van de N.V. J. van Steen’s Rijnreederij te Rotterdam, terwijl de machine- en ketelinstallatie vervaardigd is door de N.V. Machinefabriek Bolnes, v/h J.H. Van Cappellen te Bolnes, welke het schip de snelheid van 10,29 mijl deed bereiken. Na afloop van de proeftocht werd het schip teruggebracht naar de werf om aldaar te blijven tot er weer enigszins vrije zeevaart zal zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Onze Regering rekwireert 22 schepen om graan te halen.
Naar wij vernemen, heeft de Minister van Landbouw krachtens de Schepenvorderingswet telegrafisch een 22-tal schepen gerekwireerd om in ballast uit te varen, ten einde via Halifax in de Verenigde Staten graan voor de Regering te gaan halen. Deze schepen, welke samen ongeveer 100.000 ton graan kunnen vervoeren, zijn: De CLIO, de VESTA en de BACCHUS van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij; de SOESTDIJK en de ZUIDERDIJK van de Holland Amerika Lijn; de WINTERSWIJK van de firma Erhardt & Dekkers te Rotterdam; de JAVA en de BORNEO van de Maatschappij Nederland; de RIJNDIJK van de firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattem te Rotterdam; de TEXEL van de Maatschappij Triton; de BESOEKI van de Rotterdamsche Lloyd; de PHECDA, de ALKAID, de BELLATRIX en de MERAK, van Van Nievelt, Goudriaan & Co. te Rotterdam; de VEERHAVEN, de WAALHAVEN en de IJSELHAVEN van Gebr. Van Uden te Rotterdam; de BRITSUM en de LEERSUM van de Stoomvaartmaatschappij Oostzee; de LARENBERG van de Stoomvaart Maatschappij Hillegersberg en de NOORD-BRABANT van de Stoomvaart Maatschappij Noordbrabant.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 22 mei. De schade van de hier met een gebroken zwaard binnengelopen schoener SCHOUWEN II kan op de ligplaats worden hersteld, waarmee ongeveer zeven dagen gemoeid zullen zijn. (opm: zie ook RN 220517)


25 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaart Mij. Holland—Friesland.
In de gisteren namiddag te Leeuwarden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders in de Scheepvaart Maatschappij Holland—Friesland, is het dividend vastgesteld op 7% en is de heer J. Vink te Amsterdam als commissaris herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het torpederen van het stoomschip AMBON. De Raad is van oordeel, dat de AMBON op 21 februari 1917, in de nabijheid van Start Point, door een Duitse duikboot is getorpedeerd, niettegenstaande het protest van de kapitein die zich, doch tevergeefs, beriep op hem verstrekte orders. Dat de AMBON niet verloren is gegaan is, naar de mening van de Raad, te danken aan het beleidvol optreden van kapitein J.D. Rademaker, bijgestaan door een deel van de bemanning en gesteund door de patrouillevaartuigen, waardoor het hem gelukt is het schip te Plymouth binnen te brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip ANTON VAN DRIEL (zie Ochtendblad 6 april), dat aan de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen van machines en ketels is voorzien, heeft donderdag, gemeerd, proef gestoomd en daarbij goed voldaan aan de gestelde eisen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v. d. Windt te Vaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip MARTINUS CORNELIS (VL-67) gebouwd voor de firma H. v. d. Burg te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten een stalen loggerschip, gebouwd voor de heer D. Ouwehand Az. te Katwijk aan Zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een Nederlands zeilschip tot zinken gebracht.
Gistermiddag zijn te IJmuiden door de kustvisser IJmuiden 360 aangebracht de 4 opvarenden van de Nederlandse koftjalk VOORWAARTS, thuis behorend te Groningen. Eigenaar en kapitein is de heer Bonninga. Het schip was geladen met hout en op weg van Karlskrona naar Rotterdam. Ter hoogte van Texel, op 53º N.B. en 04º-12' O.L. was het door een Duitse duikboot met brandbommen tot zinken gebracht.
Naar de Hbl.-berichtgever te IJmuiden van de kapitein vernam, wist hij nog niet met zekerheid, wat er van zijn schip geworden is. De Duitsers hadden er 2 bommen aan vastgehecht, die ontploften, maar het schip niet tot zinken brachten, evenmin als nog 2 bommen, die zij er later heen brachten. Zij hebben er met hun kanon op geschoten, maar ofschoon de afstand niet meer dan 60 à 70 meter was, schoten de kanonniers zo slecht, dat de meeste kogels niet raakten. Wel liepen de schipbreukelingen, die in hun boot ronddreven, ernstig gevaar te worden getroffen. Tenslotte hebben de Duitsers de deklading en de zeilen met petroleum begoten en in brand gestoken. Of hierdoor, het schip vernietigd is, weet men niet, want toen sleepte de duikboot de sloep met de Nederlandse bemanning weg in de richting van de kust
De heer Bonninga heeft de duikbootcommandant een zak met bruine bonen en erwten, welke in de boot lagen en bij de tocht naar de kust toch slechts hinder zouden veroorzaken, aangeboden, welke gretig werden geaccepteerd. Het gebruik van zeep scheen de opvarenden van de onderzeeër geheel vreemd te zijn geworden, want ze zagen er uit als negers. Eén Nederlander was in het bezit van een gummi-regenjas en een paar schoenen, die brutaalweg door een Duitse officier werden opgeëist. Volgens zijn zeggen waren deze artikelen veel te duur om te kopen en kon hij ze goed gebruiken.
(opm: zie ook RN 310517,AH 220617 en 260617)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De stalen kof HENDRIKA, kapt.-eigenaar Buisman, thuis behorende te Groningen, is aan een Hollandse combinatie verkocht. Prijs geheim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het vrachtbureau van de Rotterdamsche Lloyd deelt mee dat het, in het vertrouwen spoedig omtrent het vertrek naar Nederlands-Indië van de nog hier liggende schepen OPHIR en DJEMBER iets te kunnen berichten, besloten heeft het stoomschip CEYLON in lading te leggen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Volgens het ‘Canal Report’ zijn er gedurende het jaar 1916 het Panamakanaal 1.253 schepen gepasseerd. Sinds de opening tot 1 januari 1917 beloopt het aantal schepen 2.780, met een bruto-tonnenmaat van 13.086.535 ton. De totale ontvangsten uit de kustvaart beliepen slechts USD 59.782. De overige schepen brachten in totaal USD 3.617.913 op. De gezamenlijke ontvangsten bedroegen dus USD 3.677.695, tegen een uitgave van USD 7.142.124.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 23 mei. De Nederlandse tjalk DIANA, welke bij Hellerup voor anker lag, is tijdens zwaar stormweer van haar ankers geslagen en op de stenen dam gedreven. De achtersteven is gebroken en het roer is weggeslagen. Het schip staat vol water. De bemanning is gered.


26 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het aan de grond lopen van de MARS.
De Raad stelde gisteren een onderzoek in naar de oorzaak van het aan de grond lopen van het stoomschip MARS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij., op 19 april jl. nabij Utlängan (Zuidkust van Zweden). De gezagvoerder, K. de Vries, verklaarde, dat de MARS op weg was van Kopenhagen naar Kalmar. In de nacht even voor 3 uur was de MARS vastgelopen. Men had toen, naar men meende, aan bakboord een wit schitterlicht gezien van een boei, die op de kaart met potlood voorkwam. Plotseling zag men het witte licht niet meer; de machine, die volle kracht liep, werd op "geeft acht" en "langzaam" gezet. De uitkijk rapporteerde aan bakboord een voorwerp, vermoedelijk een voor anker liggend schip. Er werd toen stuurboord roer gegeven. Het schip liep plotseling op de stenen en raakte even achter het midden vast. Door manoeuvreren met de machine was ten slotte de MARS losgekomen. Aan de schroef braken drie bladen af, terwijl het vierde beschadigd werd. Besloten werd naar Karlskrona te gaan om te repareren. Daar vernam men, dat de boei was weggenomen wegens ijsgang. Vermoedelijk had men een licht van de wal voor de boei aangezien. De 1e stuurman H.W. Meurs deelde mee, dat hij het vermeende schitterlicht slechts even gezien had; volgens hem was het voorwerp aan bakboord een wrak. De Inspecteur voor de Scheepvaart, de heer Sluiter, concludeerde, dat de kapitein niet met de nodige voorzichtigheid had gevaren. O.a. had hij moeten loden en niet moeten afgaan op een potloodaanduiding op een kaart. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het stranden van de AMERICAN.
Door de Raad werd gisteren een onderzoek ingesteld naar het stranden van het stoomschip AMERICAN van de American Petroleum Company (gezagvoerder D. van Lienen) op 10 maart jl. op Sable-eiland. Gehoord werd de 2e stuurman I.C. de Mahieu. Hij deelde mee, dat de AMERICAN de 9e maart van Halifax naar Rotterdam was vertrokken; hij was te 12 uur 's nachts op de brug gekomen. Het licht van Sable-eiland moest hij vooruit aan bakboord hebben, doch hij zag het, een kwartier nadat hij op wacht was gekomen, op vier streken aan stuurboord. Hij floot de wachtsman om de kapitein te roepen, doch toen de wachtsman niet verscheen, veranderde de 2e stuurman zelfstandig de koers. Na een kwartier was hij de kapitein gaan roepen, doch toen deze bovenkwam, stootte het schip met het voorschip. Hij had de kapitein niet direct geroepen omdat hij geen gevaar zag. Het lid van de Raad, de heer Roosenburg, begreep niet, waarom de 2e stuurman, gelijk hij verklaarde, naar stuurboord had gedraaid, dus naar het gevaar toe. De gezagvoerder D. van Lienen, deelde mee, dat hij er op rekende, gewaarschuwd te worden als het licht in zicht kwam. Hij werd eerst gewaarschuwd, toen het schip bijna aan de grond zat; toen hij op de brug kwam, zag hij het land recht vooruit. Onmiddellijk werd volle kracht achteruit geslagen, zonder succes; daarop werd de machine gestopt en werden de boten buiten gedraaid. Op het achterschip voelde de kapitein dat het voorschip vast zat, hij liet opnieuw volle kracht achteruit slaan en toen raakte het schip vlot. De gezagvoerder was volgens zijn verklaring te kwart voor een geroepen. Hij had de 2e stuurman dadelijk de koers NW opgegeven (waar men vandaan kwam), doch wist niet, dat de 2e stuurman reeds zelfstandig van koers veranderd was. Aan de stroom schreef de gezagvoerder toe, dat de AMIRICAN zo uit de koers was geraakt. Daar het schip een paar voet water in het voorruim had, keerde de gezagvoerder naar New York terug. Als getuige werd gehoord de 1e stuurman P. van der Meer, die verklaarde, dat het een vaste gewoonte was om de kapitein te waarschuwen als er iets bijzonders was. De Inspecteur van de Scheepvaart, de heer Bouman, betoogde, dat de stranding indirect is toe te schrijven aan de zorgeloze navigatie van de kapitein, die aan dek had moeten blijven toen men in de buurt van het licht van Sable-eiland kwam. Ook de 2e stuurman dient straf te worden opgelegd wegens zijn zorgeloze navigatie. Aan hem is direct de stranding te wijten. De inspecteur wees op een leemte in de bestaande Schipperswet, waardoor het mogelijk is, dat midden in de nacht de zorg over een groot schip wordt toevertrouwd aan de derde stuurman. De bepaling moest bestaan, dat alleen hij de hondenwacht had, die daartoe bevoegd is. Spreker hoopte, dat de Raad dit in zijn uitspraak zou doen uitkomen. Mr. G. Seret, voor de gezagvoerder optredend, ontkende, dat de gezagvoerder in deze zaak zorgeloosheid kon worden verweten en dat de stranding indirect aan hem kon worden geweten. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandse tjalk tot zinken gebracht.
Woensdagmiddag halfvier is door een Duitse onderzeeër in de Noordzee tot zinken gebracht het tjalkschip ALBERDINA, eigenaar G.P. de Vries te Groningen. De opvarenden, de eigenaar-schipper voornoemd, de stuurman C. Venema en de matroos G. Dekker, zijn door de logger SCH-195, schipper M. Pronk te Scheveningen, donderdagochtend halfzes opgepikt en 's namiddags ongeveer 2.30 uur te Scheveningen aangebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 mei. Het stoomschip ANTON VAN DRIEL, dat aan de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen van machines en ketels is voorzien, heeft met goed gevolg gemeerd proef gestoomd en is van Vlissingen binnendoor naar Capelle a/d IJssel vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 25 mei. Het van Amerika hier aangekomen Nederlandse tankstoomschip MIJDRECHT heeft op de uitreis een hulpeloos drijvende Amerikaanse sleeplichter op sleeptouw genomen en. te St. Nazaire binnengebracht. Een Amerikaanse sleepboot met drie lichters was door een duikboot aangevallen. Twee van de lichters werden tot zinken gebracht en de sleepboot zette de tocht met de nog overgeblevene voort. Door een inmiddels opgekomen storm werd de lichter verloren en niet meer teruggevonden, zodat de sleepboot alleen naar St. Nazaire voer. Enige dagen na het vertrek uit Falmouth had het stoomschip MIJDRECHT de lichter gevonden en op de rede van St. Nazaire gesleept waar men toen ook de sleepboot zag liggen. Op last van de autoriteiten moest de lichter door het stoomschip tot in de haven gebracht worden. Nadat dit was geschied, zette de MIJDRECHT haar reis naar New-Orleans voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 mei. De schoener CITO, kapt. Sytsma, van Rotterdam met hoepels naar Flekkefjord en de koftjalk JANTJE, kapt. Zorge, van Rotterdam met hoepels naar Visby welke schepen enige dagen geleden hier binnenliepen, hebben beide de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschepen BERNISSE en ELVE zijn getorpedeerd.
De stoomschepen BERNISSE en ELVE van de firma P.A. Van Es & Co. te Rotterdam, geladen met grondnoten van Rufisque, zijn 23 mei getorpedeerd. De bemanningen zijn te Kirkwall geland. Een nader bericht meldt, dat de BERNISSE drijvende was en op de Noordkust van Engeland op het strand gezet is. Beide schepen zijn 4 april van hier naar Rufisque vertrokken. De datum van afvaart van daar was niet bekend. De ELVE was 958 bruto, netto 483 ton groot en in 1916 gebouwd, de BERNISSE mat 951 bruto en 478 netto ton en was in 1915 gebouwd. Elk van de beide schepen was geassureerd op Rotterdamse Beurspolis voor NLG 800.000. De Nederlandse Staat loopt hiervan een groot gedeelte van de risico, omdat de Staat, reassurantie heeft geaccepteerd van verschillende Nederlandse maatschappijen. De ladingen grondnoten, die bestemd waren voor de Delftse slaoliefabrieken, waren niet op Rotterdamse beurspolis verzekerd.


29 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 31 mei a.s., 's namiddags 1.30 uur, onderzoek ter zake van het torpederen op 23 maart 1917 van het stoomschip J.B. AUGUST KESSLER, waarbij zes schepelingen het leven verloren, terwijl het schip te Plymouth kon worden binnengesleept. Rederij Petroleum Maatschappij La Corona te 's-Gravenhage; gezagvoerder F. van Biesen te Scheveningen.
Daarna onderzoek ter zake van het tot zinken brengen op 8 maart 1917 van het motorschip ARES, waarbij twee schepelingen tijdens het landen bij Kaap Roca verdronken. Rederij Petroleum Maatschappij La Corona te 's-Gravenhage; gezagvoerder F. de Haan te Rotterdam.
Vrijdag 1 juni a.s., 's namiddags 1.30 uur, onderzoek ter zake van het tot zinken brengen van de navolgende stoomschepen:
Stoomschip BANDOENG, op 22 februari 1917. Rederij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam; gezagvoerder N. Huisman te Voorburg.
Stoomschip JACATRA, op 22 februari 1917. Rederij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam; gezagvoerder J.W. Flack te Hilligersberg.
Stoomschip NOORDERDYK, op 22 februari 1917. Rederij Holland Amerika Lijn, gezagvoerder J. de Koning, beiden te Rotterdam.
Stoomschip ZAANDIJK, op 22 februari 1917. Rederij Holland Amerika Lijn, gezagvoerder A. Dekema, beiden te Rotterdam.
Stoomschip GAASTERLAND, op 22 februari 1917. Rederij Koninklijke Hollandsche Lloyd, gezagvoerder L. Stuut, beiden te Amsterdam.
Stoomschip EEMLAND, op 22 februari 1917. Rederij Koninklijke Hollandsche Lloyd, gezagvoerder L. Kaars, beiden te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip CALEDONIA vrijgegeven.
Gelijk men zich wellicht zal herinneren, werd het stoomschip CALEDONIA, van de firma Wm. H. Müller & Co. te Rotterdam, op 10 december 1916 op reis van hier naar Hull in de Noordzee door de Duitsers aangehouden en naar Zeebrugge opgebracht. Dat schip is gisternacht om 12 uur krachtens uitspraak van het Duitse prijsgerecht vrijgelaten, nadat tevoren de kapitein, de heer D. Roos, met zijn equipage naar Vlissingen was vertrokken, alwaar met een sleepboot van de Internationale naar de grens van de territoriale wateren werd gevaren, waar kapitein en bemanning door een onderzoekingsvaartuig van onze Marine werden opgenomen. Ter plaatse lag de CALEDONIA, waar zich aan boord verschillende Duitse militaire autoriteiten uit Zeebrugge bevonden, met wie de overname van het schip werd geregeld.
— En was alles nog in orde, kapitein? vroegen wij de heer Roos vanmorgen aan boord van zijn schip, dat thans ligplaats heeft aan het terrein van de firma Wm. H. Müller & Co., aan de Parkhaven, naast het bureau van de rivierpolitie. — Och, in, orde, zei de kapitein, de schouders ophalend. Ik heb getekend, dat alles in orde werd teruggevonden. — En de lading, is die nog in het schip? — We hebben, meen ik, een deel van de lading van het eveneens opgebrachte stoomschip MIDSLAND in, maar onze stukgoedlading is misschien ook al terug gestuurd, ik weet het niet... Voorts vertelde de kapitein, dat hij met de CALEDONIA naar Vlissingen was opgestoomd, omdat hij geen toestemming kreeg rechtstreeks naar Rotterdam te varen. Het schip is onbeschadigd, doch alles ziet er smerig uit.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De aanval op de BATJAN.
Omtrent, de aanhouding van het stoomschip BATJAN op de reis van Noord-Amerika naar Amsterdam met een lading graan voor de Nederlandse Regering, wordt aan de Tel. het volgende meegedeeld: Nadat 's morgens vroeg van 16 mei de Far Oer waren gepasseerd, werd koers gesteld benoorden het door Duitsland versperd verklaarde gebied om naar de Noorse kust. naar het eiland Udsire, waar tevens eveneens volgens Duits voorschrift dicht langs moest worden gestoomd. 17 mei. 's morgens 4 uur hoorde men plotseling een schot, dat bleek te zijn afgevuurd door een onderzeeboot. De granaat sloeg op enige afstand van het schip in het water. Onmiddellijk werd gestopt en met de stoomfluit 3 stoten gegeven, om aan de duikboot te laten zien, dat geen poging tot ontvluchten werd gedaan. Tegelijkertijd werden boven de brug de 4 seinvlaggen opgezet, het zogenaamde naam sein, waaruit kon blijken, welk schip het was en waar het thuis behoorde. Er werd evenveel doorgegaan met vuren, de granaten vielen dichter bij en vlogen over het schip heen, zodat alles in gereedheid werd gebracht om met de sloepen het schip te verlaten. De onderzeeboot dook nu evenwel onder, zodat met het uitzetten van de boten nog werd gewacht. Na de beschieting werd afgewacht, tot de onderzeeboot boven zou komen en toen werd bemerkt, dat deze het sein A.B.: ,,Verlaat het schip zo spoedig mogelijk” hees. Aan boord van de BATJAN werd alles gereed gemaakt om het schip te verlaten. De 1e officier ging in een van de sloepen met de scheepspapieren, een consulaire verklaring, dat de lading vóór het uitbreken van de oorlogstoestand tussen Duitsland en Amerika was aangekocht en met de kaart, waarop gevaren was, naar de onderzeeboot. Bij het langszij komen, werd op onaangename en geïrriteerde wijze bevolen, vlug de scheepspapieren af te geven. De 1e officier sprong op de onderzeeboot over en ging met de papieren naar de commandotoren. Toen hij daar kwam, voegde de commandant hem zeer kort toe: „U bent in het spergebied en het schip wordt tot zinken gebracht." Niettegenstaande de bewering van de 1e officier, dat hij niet in het spergebied was, herhaalde de duikbootcommandant zijn woorden, dat hij 4 mijlen in het versperde gebied was en daarom tot zinken zou worden gebracht. Nadat de 1e officier met verschillende feiten bewezen had dat hij niet in het versperde gebied kon zijn, vroeg hij dringend, de kaart te mogen tonen en navigatie en standplaats te mogen verklaren. Op zeer irriterende wijze werd de 1e officier gevraagd, waar die kaart dan was en op zijn antwoord, dat hij deze in de boot had meegebracht, werd hem op dezelfde wijze gevraagd, waarom hij die kaart niet bij zich had. Hij antwoordde, dat bij de nadrukkelijke wijze, waarop hem was gelast, dadelijk de papieren te geven, daarvoor geen tijd te hebben gehad. Nadat de kaart gehaald was, toonde de eerste officier opnieuw aan, dat het schip buiten de verboden zone was genavigeerd en zich daarbuiten bevond. De commandant scheen na enige tijd enigszins overtuigd, maar verweet de BATJAN, dat het op de rand van de zone voer en beter deed daar een twintig mijl buiten te blijven en dat hij als gevolg daarvan het schip had moeten beschieten en ook dat toen onmiddellijk het schip had moeten zijn verlaten en vooral onmiddellijk een boot had moeten worden uitgezet, toen op de BATJAN gevuurd werd. De 1e officier antwoordde, dat de BATJAN in november 1916 nabij de Haaks was aangehouden door een Duitse onderzeeboot en deze was boven gekomen, een fluitsignaal gevend en het vlaggensein „Draai bij of ik schiet" en daarna eveneens met vlaggenseinen had gelast de scheepspapieren te zenden en dat hij naar aanleiding daarvan de kapitein, op de tegenwoordige reis, welke nog nooit een aanhouding had meegemaakt, had geadviseerd niets te doen, daar de onderzeeboot wel boven zou komen en om de scheepspapieren
seinen. Tenslotte gaf de commandant toe, het schip voor deze maal vrij te zullen laten, onder waarschuwing en gelastend over te steken naar de Noorse kust en op grote afstand van de gevaarlijke zone te blijven. De indruk, welke de 1e officier van de commandant kreeg, was, dat het een jong officier was, zeer gejaagd en onhoffelijk in zijn optreden, zodat het zeer moeilijk werd tot een verklaring van de feiten te geraken.
Het Hand.bl., dat ongeveer gelijkluidende mededelingen ontving, zou willen vragen: Is het een wonder, dat Nederlandse zeelieden met zulke ervaringen niet bijzonder gesteld zijn op de Duitsers? En zou Duitsland in zijn eigen belang niet verstandig doen, meer bezadigde en ervaren duikbootcommandanten aan te stellen en hun in het algemeen — want dit is maar een zeer zwak staaltje van hun optreden — een andere houding tegenover neutralen voor te schrijven?


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 mei. In de te Leeuwarden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders in de Scheepvaart Maatschappij Holland-Friesland, is het dividend vastgesteld op 7%.


30 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. van der Kuy & van der Ree's Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam.
De 29e dezer had de gewone jaarlijkse algemene vergadering plaats, waarin verslag over het boekjaar 1916/17 werd uitgebracht. Hieruit bleek, dat de algemene toestand zeer gunstig genoemd kan worden en dat aan de afdeling scheepsbouw een grote uitbreiding dit jaar zal plaats vinden. De balans en de verlies- en winstrekening werden met algemene stemmen goedgekeurd, terwijl een dividend is vastgesteld als volgt: 600 gewone aandelen à NLG 75 per stuk, 400 gewone aandelen à NLG 18,75 per stuk, 1.000 pref. aandelen à NLG 10,31 per stuk en 200 oprichtersbewijzen à NLG 34,31 per stuk. Herkozen werd als commissaris de heer A.M. Schippers, die volgens rooster aftrad.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het op de werf van de N.V. Scheepswerf Juliana te Papendrecht voor Noorse rekening gebouwde stoomschip NORDFOLD, dat in januari l.l. werd te water gelaten en waarvan in ons Avondblad van 14/1 een beschrijving werd gegeven, heeft gisteren met goed gevolg op de gemeten mijl proef gestoomd. Het schip behaalde een snelheid van 9,5 mijl per uur. (opm: dit is het eerste zeestoomschip dat de Scheepswerf Juliana afleverde).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip WESTLAND op een mijn gelopen.
Zaterdagmorgen omstreeks 3 uur is het stoomschip WESTLAND van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam, in de mond van de Theems op een mijn gelopen. Het schip was op weg van Londen naar Havre. Van de bemanning, die gered is, zijn vier man licht en 2 zwaar gewond. Andere berichten hier ter stede ontvangen, spreken van 4 zwaar gewonden. De WESTLAND was in 1906 gebouwd en was 1.283 ton bruto en 700 ton netto groot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 mei. De schoener ANKE van de reder-kapitein J. Hoeve te Oude-Pekela is verkocht aan de reder H. Beck te Groningen, die het schip zelf bevaart en de naam veranderde in KATRIENA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 mei. De houten stoomlogger LEERDAM van de rederij Maassluis, is door een combinatie te Rotterdam aangekocht en tot vrachtvaarder omgebouwd. Het schip is gisteren met een lading gezaagd hout van Christiansand in Zaandam aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 26 mei. De Nederlandse tjalk CHRISTIENA, kapt. Bloemker, welk schip verleden jaar oktober bij Vangsaa, westkust Jutland strandde, is volgens een uit Hamburg ontvangen telegram, door de bergingsboot VIKING vlot gebracht en te Fredrikshaven binnengebracht. (opm: zie ook RN 091017)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 19 mei. Het Seegericht heeft heden de schade aan de Nederlandse schoener JANTINE FENNEGIENE, die voor enige tijd in Krakkellesund aan de grond geraakte en zware boegschade beliep, op 16.550 Kronen getaxeerd.


31 mei 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak betreffende het stranden van het stoomschip AMERICAN.
De Raad is van oordeel, dat de AMERICAN, door stroomverleiding uit de koers geraakt, ten gevolge van het sturen van een verkeerde koers, op Sable eiland is vastgelopen. Deze scheepsramp is te wijten aan een daad en nalatigheid van de tweede stuurman. Deze heeft, toen hij het licht van Sable eiland aan stuurboord in het zicht kreeg, in plaats van, zoals hij verwachtte, aan bakboord, de koers veranderd in ZW ten W, welke koers op de wal liep. Hij heeft deze koers ongeveer 20 minuten vervolgd eer hij de kapitein ging roepen en, toen deze op de brug kwam, kon geen manoeuvre het schip voor stranden behoeden. De stuurman had de kapitein onmiddellijk behoren te waarschuwen toen hij het licht aan stuurboord zag en had niet eigenmachtig de koers mogen veranderen. Wegens zijn daad en nalatigheid straft de Raad de tweede stuurman door hem de bevoegdheid te ontnemen als stuurman te varen op een schip bedoeld bij art. 2 van de Schepenwet, voor de tijd van een maand. De Raad meent, dat de kapitein, die onkundig werd gelaten van hetgeen op de brug voorviel en tegen zijn uitdrukkelijk bevel niet gewaarschuwd is, geen aansprakelijkheid draagt voor deze scheepsramp, welke hij niet had kunnen voorzien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak betreffende het aan de grond lopen van het stoomschip MARS.
De Raad is van oordeel, dat de MARS op de stenen bij Utlängan is vastgelopen, doordat de kapitein een licht dat hij aan bakboord zag, houdende voor het licht van een op de kaart aangegeven boei en menende veilig te kunnen doorvaren, zijn koers en vaart heeft behouden in plaats van zich zorgvuldig te verkennen. De Raad kan het gedrag van de kapitein verontschuldigen en meent, dat hij door het licht is misleid. Was dit licht inderdaad aanwezig geweest, dan zou de ramp niet hebben plaats gehad. De kapitein zou echter, naar de mening van de Raad, voorzichtiger gehandeld hebben, zo hij de lichten van Utklipporna en Utlängan in peiling had gehouden en niet met volle vaart de wal zo dicht was genaderd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De dienst op Engeland.
De vaart op Engeland wordt door de Hollandsche Stoomboot Maatschappij met Engelse schepen hervat, daar de vaart van schepen onder Britse vlag en begeleid door Engelse torpedojagers, vanuit onze havens in konvooi varend, minder gevaarlijk is gebleken, dan de vaart van afzonderlijke schepen onder neutrale vlag. Onder de Nederlandse zeelieden is dit van zo algemene bekendheid, dat het niet de minste moeite zal kosten, indien nodig, Hollandse bemanning voor de Engelse schepen te vinden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kofschip VOORWAARTS gezonken.
Het Nederlandse kofschip VOORWAARTS uit Groningen, is volgens rapport van het hedenmorgen te IJmuiden aangekomen schip HENGELO onder de Engelse kust drijvende gevonden. Pogingen om het schip te Yarmouth binnen te slepen faalden, daar het schip, nadat het enige uren gesleept was, omsloeg. De HENGELO zette daarop de reis naar IJmuiden voort. Het aantreffen van de VOORWAARTS brengt men in verband met de duikbootaanval op een zeilschip van die naam, op zondag 20 mei nabij de Haaks. De bemanning werd toen door een vissersvaartuig gered en 3 dagen later in IJmuiden geland.
(opm: zie ook RN 250517, AH 220617 en AH 260617)


01 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf van de firma J.Th. Wilmink & Co. te Groningen, is eergisteren met goed gevolg voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij te Rotterdam een stalen 3-mast motor-gaffelschoener groot 500 ton d.w. te water gelaten. Het schip zal worden voorzien van een motor van de firma Goedkoop te Amsterdam, sterk 130 pk. (opm: Dit is de VOLKERAK). De kiel werd gelegd voor een zusterschip, eveneens voor Nederlandse rekening, terwijl aan de werf eenzelfde schip gereed ligt voor Zweedse rekening en er een dito vaartuig nog in aanbouw is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren werd door de Raad een onderzoek ingesteld ter zake van het torpederen op 23 maart jl. van het stoomschip J.B. AUGUST KESSLER, waarbij zes schepelingen het leven verloren. (Rederij Maatschappij Corona te 's-Gravenhage, gezagvoerder F. van Biesen te Scheveningen.) De kapitein werd in deze zaak als getuige gehoord. Hij verliet op 22 maart Havre met een lading ballast en met bestemming naar Cardiff. De reis werd gemaakt in konvooi met negen andere schepen. In de morgen van 23 maart, kwart voor negen, werd het schip op 44 mijlen oostelijk van Start Point getorpedeerd. De kapitein heeft geen torpedo gezien, maar de tweede stuurman beweerde, dat hij wel een torpedo had gezien. Van de zeven man, die in de machinekamer waren, werd één zodanig gewond, dat hij kon gered worden; de anderen zijn omgekomen, hun overblijfselen werden later gevonden. De kapitein, die aanvankelijk dacht dat het vaartuig op een mijn was gelopen, besloot echter het schip te verlaten, toen hij tot de conclusie kwam dat het schip getorpedeerd was. Hij vreesde namelijk voor meer schoten. Hij heeft vanuit de boot, waarin men in een nijdige windzee met 26 man had plaats genomen, het schip nog zien branden; het zonk echter niet.
De J.B. AUGUST KESSLER kon nog Plymouth worden binnengesleept, waar het waarschijnlijk nog ligt; het is daar in het gouvernementsdok gegaan en zoveel mogelijk gedicht, later is het weer uit het dok gehaald.
De scheepsboot kon zeilend Dartmouth bereiken. Daar werd getuige onder detectivetoezicht gesteld. Later werd hij te Plymouth vastgehouden op een politiebureau. Alleen een Engelse employé van de Maatschappij werd even aan boord gelaten van de J.B. AUGUST KESSLER, die geheel bleek leeggeplunderd. Tot zelfs de brandkast was weggehaald. Alleen drie levende varkens waren nog aan boord.
Van de machinekamer en het ketelruim bleef niets heel. De kapitein uitte als zijn vermoeden, dat het Engelse gouvernement het schip wel tot zijn beschikking zal houden.
Voorts verklaarde getuige dat de boot, waarin hij met een deel van de bemanning had plaats genomen, geheel vol was. Als de andere boot met de rest van de bemanning niet bijtijds was opgepikt, waren alle inzittenden omgekomen.
De J.B. AUGUST KESSLER was zoveel mogelijk ontlast, maar getuige durfde niet aan boord blijven, toen het schip brandde, ook daar hij nieuwe schoten vreesde.
Getuige had vele malen de reis van de Franse kust naar Cardiff gemaakt met contrabande aan boord en dan altijd een route gekozen, waarvan hij wist, dat zij loopt door een zeegebied, waarin geen duikboot bestek kan houden door de sterke stroom. Maar deze keer heeft getuige van zijn rederij instructie gekregen om de hem door de Britse of Franse admiraliteit op te geven route te volgen. Dit heeft getuige gedaan om zijn verantwoordelijkheid te dekken. Te Rouen krijgt men een gedrukt stuk aan boord, waarop de route staat aangegeven. Het spreekt dus vanzelf dat dit stuk, dat vele schepen wordt verstrekt, in handen van de Duitse marine is gevallen en deze weet nauwkeurig langs welke route de Britse admiraliteit de koopvaarders dirigeert; getuige ging langs Barfleur en hield zo lang mogelijk de Franse kust, omdat het hier voor de duikboten unheimisch was. Hij heeft er dan ook nooit een ontmoet. Het is zeker merkwaardig dat waarschijnlijk de duikboot, die de J.B. AUGUST KESSLER heeft aangevallen, op de voorgeschreven route zes à zeven koopvaarders torpedeerde, waaronder een van 12.000 ton. Indien de Admiraliteit getuige had vrijgelaten in het kiezen van de route, zou er niets gebeurd zijn. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren werd door de Raad een onderzoek ingesteld ter zake van het tot zinken brengen op 8 maart jl. van het motorschip ARES, waarbij twee schepelingen tijdens het landen bij Kaap Roca verdronken. (Rederij Maatschappij Corona te 's-Gravenhage, gezagvoerder F, de Haan te Rotterdam.) De gezagvoerder, als getuige gehoord, verklaarde, dat de ARES op reis was van Suez naar Rouen met een lading benzine. Te Gibraltar kreeg getuige van het Engelse gouvernement instructie om zo dicht mogelijk de wal te houden. In verband met het vliegend weer koos hij echter het ruime sop. Op de hoogte van de Taag monding werd het vaartuig omstreeks half twee in de middag door een Duitse duikboot aangehouden. Nadat seinen waren gewisseld, kreeg getuige terstond een schot. Aan boord van de ARES, die in het versperde gebied voer, was contrabande. In vier boten voeren de opvarenden naar de Taagmond; twee boten kwamen op 9 maart, 's middags om 3 uur, aan wal; een derde boot werd door een Portugees schip opgepikt, de vierde boot sloeg om bij een poging tot landen. Twee Chinezen verdronken. Uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

In beslag genomen schepen.
Heden zijn te Hoek van Holland aangekomen met de Engelse stoomschepen NOTTS en STAVELEY, behorende tot het binnenvarend Engelse konvooi, de kapiteins en de bemanningen van de stoomschepen ANTENOR en de ELVE beide van de Stoomvaart Mij. Oceaan. Deze zijn door de Engelsen in beslag genomen en de opvarenden zijn vrijgelaten en naar Nederland gezonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 30 mei. De alhier ter rede geankerd liggende 3-mast schoener ALIDA, kapt. W. Hendriks, en de langszijde daarvan liggende douaneboot SPERWER, zijn aangevaren door het Noorse stoomschip NORFOLD. Van de SPERWER werd de boeg ingedrukt en van de ALIDA werden 2 ijzeren platen verbogen, de kluiverboom gebroken en ook het tuigage vernield. De NORFOLD liep daarna op de strekdam aan de grond nabij de boeien en is door de sleepboot ATLAS van de Internationale Sleepdienst Mij. daaraf gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 30 mei. Het stoomschip POMONA van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij alhier is opgebracht naar Swinemünde en opgestoomd naar Stettin.
De POMONA vertrok 10 mei van Kopenhagen en 19 mei van Christiania met stukgoed en hout naar Amsterdam. Het is nog niet bekend of het schip te Stettin gelost wordt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De VOORWAARTS. Van de koftjalk VOORWAARTS, thuis behorende te Groningen en geladen met hout op weg van Karlskrona naar Rotterdam, op zondag 20 mei door een Duitse duikboot ter hoogte van Texel aangehouden, die trachtte met handbommen de tjalk tot zinken te brengen, kwamen, als gemeld, de 23e mei de 4 opvarenden te IJmuiden aan. Zij wisten niet te zeggen, wat er van het schip geworden is, de ontploffende bommen brachten het schip niet tot zinken en ook het schieten van de Duitsers hielp niet. Thans heeft het gisteren van Goole te IJmuiden aangekomen Nederlandse stoomschip HENGELO gerapporteerd, op de afgelopen reis nabij Smith Knoll vuurschip het Nederlandse, te Groningen thuis behorende kofschip VOORWAARTS verlaten te hebben aangetroffen. De HENGELO heeft het schip enige tijd op sleeptouw gehad, met de bedoeling het met de houtlading te Yarmouth binnen te brengen. Daar het vaartuig tijdens het slepen omsloeg, moest men de trossen kappen, waarna de HENGELO de onderbroken reis na enige uren vertraging wederom voortzette. De U-boot had dus vermoedelijk geen kans gezien het plan om het vaartuig tot zinken te brengen, uit te voeren. Het schip heeft aldus onopgemerkt ongeveer een week op de Noordzee rondgedreven en was door de oostenwind tot dicht onder de Engelse kust terechtgekomen. Met alle zeilen op werd de VOORWAARTS door het stoomschip HENGELO aangetroffen.


02 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De voor de Scheepsexploitatie Maatschappij Velsen te IJmuiden op de werf van de heren Gebr. Boot te Leiderdorp gebouwde stalen stoomdrifter en trawler KAMI (IJM-322), welke door de Industrieële Maatschappij Hera te IJmuiden met ketel en machines werd uitgerust, heeft gisteren met goed gevolg zijn proeftocht gehouden.


03 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf De Merwede v/h Van Vliet & Co. te Hardinxveld, is te water gelaten een stalen stoomschip werf No. 128, (opm: dit is de ALDEGONDE), lang 180', breed 28' en hol 14'-6", gebouwd onder Lloyds hoogste klasse 100 A 1. Tevens werd de kiel gelegd voor een stoomschip werf No. 130, lang 237', breed 36'-6" en hol 18'-0", hetwelk gebouwd wordt onder klasse Bureau Veritas I 1., 3/3 L.1.1. en A.P.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Rotterdam, 2 juni. Het hedenmiddag van hier naar Amsterdam vertrokken stoomschip EIGEN HULP I is verkocht aan de heer Hoyink van Papendrecht te Bussum.


04 juni 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Passagiers van de ZEELAND.
De mailboot ZEELAND kwam vrijdagmorgen 11 uur te Vlissingen binnen met 124 passagiers. Onder hen bevonden zich dokter Van Dijken en een 7-tal pleegzusters van de Nederlandse ambulance in Servië. Voor het overige waren de passagiers grotendeels schepelingen en wel o.a. van de verleden week vrijdag verongelukte WESTLAND en van de FRISO, die ruim 14 dagen geleden tot zinken werd gebracht. De mannen van de FRISO vertelden, dat zij in Het Kanaal waren, toen de boot plotseling beschoten werd. Men ging met zijn zessen in de roeiboot, en toen eerst zag men de duikboot naderen. De kapitein ging aan boord. Hem werden de scheepspapieren afgenomen en het schip werd daarop door drie bommen tot zinken gebracht. Toen konden de zeelieden weg roeien, maar kregen de boodschap mee een „feine Gruss” aan Engeland over te brengen en te zeggen, dat ze er nog maar eens een zoals de „LUSITANIA" moeten zenden. Na 9 uur werden onze zeelieden door een treiler opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De WESTLAND. De mailboot ZEELAND is gisteren te Vlissingen binnengekomen met 124 passagiers, onder wie de schepelingen van de verleden week vrijdag verongelukte WESTLAND van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam, waarvan gemeld is, dat ze in de mond van de Theems op een mijn liep. Een van de opvarenden van de WESTLAND vertelde, dat hij ‘s nachts de wacht op kooi had, toen hij door een reuzenschok wakker werd, het licht uit ging en een zwarte stof in zijn kooi binnendrong. Hij zelf werd tegen de zoldering aan gegooid en werd daarbij gewond aan hoofd been en arm. Verschillende anderen van de 16 opvarenden werden gewond en twee moesten in Engeland achterblijven. De eerste stuurman stond op de uitkijk en werd tegen een ankerspil aangeworpen en brak daarbij arm en been. De tweede is ook erg aan het been verwond. Het is niet uit te maken geweest, of de WESTLAND getorpedeerd is of wel op een mijn is gelopen. Na een uur werd men opgepikt door een vissersboot en ging later op een patrouillevaartuig over.
Met de ZEELAND waren ook mannen van de VEENBERGEN en de KILBERGEN meegekomen, die door de Engelse regering werden overgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. De zeven getorpedeerde schepen.
Gisteren hebben door de Raad voor de Scheepvaart de verhoren plaats gehad over de gezagvoerders resp. stuurlieden en een bootsman, van de zeven Nederlandse schepen, die op 22 februari door een Duitse duikboot in de grond geboord werden. Deze verhoren liepen uit de aard der zaak over reeds bekende feiten. De volgende bijzonderheden mogen nog vermeld worden: De schepen waren 's morgens vroeg van Falmouth vertrokken en voeren in deze volgorde: Voorop de EEMLAND van de Kon. Hollandsche Lloyd, omdat deze de minste snelheid had, daarachter aan bakboord de JACATRA (Rotterd. Lloyd) en aan stuurboord de NOORDERDYK (H.A.L.), in het midden volgde de ZAANDIJK (H.A.L.), dan de MENADO aan bakboord en de BANDOENG aan stuurboord, beide van de Rotterdamsche Lloyd, en de GAASTERLAND (Kon. Holl. Lloyd) sloot het konvooi. In de namiddag werd deze volgorde enigszins verbroken doordat men 2 boten met schipbreukelingen zag, aan wie de EEMLAND hulp verleende. Tegen 6 uur 's avonds zag men de bellenbaan van een torpedo, die tussen de EEMLAND en de JACATRA doorging en een tweede voor de BANDOENG gaan. Kort daarop dook een onderzeeër op, die schoten loste op de EEMLAND en de GAASTERLAND, doch ook zonder hen te treffen. De gezagvoerders waanden zich echter nog veilig door hun vrijgeleide, maar de duikboot hees het sein A.B., wat een bevel betekent om het schip te verlaten. Dit bevel werd ook mondeling herhaald van de duikboot, die alle schepen langs voer, er bijvoegende dat men daarvoor 5 minuten had. Men maakte zich in alle haast gereed, doch kapt. N. Huisman van de BANDOENG roeide in een sloep naar de duikboot, ten einde de commandant te doen verstaan, dat de schepen voor de Nederlandse Regering voeren en een vrijgeleide hadden van de Duitse admiraliteit. De commandant wilde evenwel van niets horen, noch de papieren inzien; hij schold de kapitein zelfs voor „hond" snauwde hem toe, wat hij in dit vaarwater deed. Een Duitse officier en matrozen, allen met bommen beladen — één matroos droeg er zelfs zeven — gingen in de sloep en deze werd door de duikboot achtereenvolgens naar de Nederlandse schepen gesleept, waar de Duitsers hun bommen plaatsten. De NOORDERDYK en de JACATRA werden getorpedeerd, terwijl de bemanning nog bezig was, in de boten te gaan. Eerst genoemd schip werd juist getroffen op het ogenblik dat kapt. J. de Koning als laatste man van boord ging. Het was inmiddels donker geworden, men zag de lichten op de schepen een voor een uitgaan, men hoorde ook de ontploffingen, maar men kon de schepen niet zien zinken. Wel bemerkte men, dat de MENADO drijvende was gebleven en kapitein H.C.M. van Houten besloot, na overleg met zijn officieren, weer aan boord te gaan, hetgeen de bemanning evenwel weigerde. Later werd de MENADO door een Engels schip opgepikt en naar Falmouth teruggesleept, toen de bemanning ook reeds in Engeland was geland. Het bleek dat van het schip door de Duitsers heel wat was weggehaald uit de machinekamer en uit de hutten. Daar waren zelfs de portretten van de wanden verdwenen, maar de machine zelf was nog geheel in orde, waarom de kapitein het schip wilde doen herstellen. Dit wilde men in Engeland alleen doen, wanneer het schip de Engelsen in time-charter zou gegeven worden, wat de kapitein weigerde. Deze heeft daarop het schip door de eigen bemanning doen herstellen, hetgeen met grote moeilijkheden gepaard ging, omdat men hem niet de geringste materialen wilde leveren. Zelfs kon hij, toen het schip eenmaal hersteld was, geen sleepboot krijgen om het van de modderbank te trekken, die het tot werf had gediend. Het schip is toen met eigen kracht van de bank gestoomd en heeft 13 mei de thuisreis aanvaard.
Door de inspecteur voor de scheepvaart werd hulde gebracht aan kapitein Van Houten en zijn bemanning voor de door hen betoonde volharding, welke het schip heeft doen behouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 1 juni. De hier met verlies van zwaard binnengelopen Nederlandse schoener SCHOUWEN II, kapt. B. de Vries, is heden na de schade te hebben hersteld weer naar Chrlstiansand in zee gegaan. (opm: zie ook RN 220517 en RN 240517)


05 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Onderzoek van de Raad op donderdag 7 juni, 1.30 nm.:
- Naar het tot zinken brengen op 16 mei van het zeilschip HENDRIKA JOHANNA van Van der Eb te Rotterdam; gezagvoerder R. Bonninga, aldaar.
- Naar het vermoedelijk met man en muis vergaan tijdens de reis van Horten (Noorwegen) naar West Hartlepool van het zeilschip NEEZARTIE; gewezen schipper-eigenaar J. Moesker te Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 juni. Te Lekkerkerk is van de werf van J. van Limburg & Zonen te water gelaten een stalen sleepboot voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 3 juni. Het gisteren van Rotterdam binnengekomen nieuwgebouwde . Nederlandse stoomschip EIGEN HULP I zal alhier voorlopig worden opgelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 1 juni. Het tjalkschip JOHANNA, kapt. P. Oldenburg, is verkocht aan de heer H. Houtman te Appingedam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De dienst op Engeland.
De Maatschappij Zeeland te Vlissingen zal voorlopig haar boten niet meer op Engeland laten varen.


06 juni 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De grote vaart.
De stoomschepen BATJAN, CLIO en JAN VAN NASSAU van Amsterdam, zijn naar Noord-Amerika vertrokken, om daar graan en veevoeder te halen voor de Regering. Na een reis van ongeveer 10 weken is het stoomschip POSEIDON van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij van New York te IJmuiden teruggekeerd. Het had een lading tarwe en meel in, geconsigneerd aan de Regering.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kolen voor de ZEELAND. Het stoomschip VLIESTROOM is van IJmuiden naar Nieuwediep vertrokken om daar kolen te laden en deze lading naar de Faroer Eilanden te brengen, waar Hr.Ms. ZEELAND de kolen zal innemen. Na voldoende kolen ingenomen te hebben, zal de ZEELAND de reis vervolgen en de VLIESTROOM naar IJmuiden terugkeren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Philadelphia, 30 mei. Een Noorse bark is in Delaware aangekomen waarvan de gezagvoerder meedeelde, dat hij 24 mei met zijn schip in aanvaring is geweest met het Noorse stoomschip SELJE (ex. KINDERDIJK), dat spoedig na de aanvaring zonk. De SELJE (ex. KINDERDIJK) werd in 1900 in Nederland gebouwd en was groot 2.180 bruto registerton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Naar wij uit goede bron vernemen, bestaat er goede kans, dat het op 24 mei jl. getorpedeerde stoomschip BERNISSE, rederij P.A. van Es & Co. te Rotterdam, welk vaartuig op het strand werd gezet, zal kunnen geborgen worden. (opm: zie ook RN 260517 en RN 070717)


07 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak in de volgende, vroeger behandelde zaak: Betreffende het torpederen van het stoomschip J.B. AUGUST KESSLER. De Raad constateert, dat de J.B. AUGUST KESSLER op 23 maart 1917 in het Engelse Kanaal door een torpedo-ontploffing is getroffen, ten gevolge waarvan zes leden van de bemanning het leven hebben verloren. De Raad is van oordeel, dat de kapitein geen blaam kan treffen dat hij het schip heeft verlaten en de wal heeft opgezocht, nu zijn schip werd beschoten en in brand stond, terwijl door het ruwe weer en de hevige koude een lang verblijf in de open boten zeer gevaarlijk zou zijn geweest en de kans op redding gering.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wolff seint ons officieel uit Berlijn: De onderhandelingen tussen de Duitse en de Nederlandse regeringen over de 22 februari j.l. als gevolg van een ongelukkig toeval door een Duitse duikboot in het versperde gebied tot zinken gebrachte Nederlandse handelsschepen, zijn nu tot een beslissing gekomen.
Naar bekend is, had de Duitse admiraliteit aan de Nederlandse rederijen beloofd, dat de in het versperde gebied werkzame duikboten deze stoomschepen op de genoemde dag zouden ontzien, gevolg gevende aan een draadloos gegeven bevel. De admiraliteit had er echter uitdrukkelijk aan toegevoegd, dat zij geen waarborg kon geven, dat alle werkzame duikboten dit draadloos gezonden bevel zouden ontvangen. De (Nederlandse) rederijen lieten daarop haar schepen vertrekken in plaats van de haar als onvoorwaardelijk veilige dag aangewezen 17 maart uit te kiezen.
Inderdaad zijn de Nederlandse schepen in de grond geboord door een Duitse duikboot, welke tegen alle verwachting – een gevolg van een onklaar-zijn van de toestellen voor draadloze telegrafie – het bevel (tot sparing) niet had ontvangen. In deze omstandigheden kon de Duitse regering de verantwoordelijkheid voor de ook door haar levendig betreurde gebeurtenissen niet aanvaarden. Zij verklaarde zich echter, als deelneming en als vriendschappelijke nabuur, bereid aan Nederland de door het verlies der schepen geleden economische schade te vergoeden door aan de Nederlandse regering gelijkwaardige in Ned.-Indië liggende Duitse schepen ter beschikking te stellen, waar tegenover de Nederlandse regering de voor de in de grond geboorde schepen te betalen assurantie-penningen zal afstaan.
De af te stane schepen zullen gebezigd worden in het Nederlandse trans-oceanische verkeer, maar zullen eerst uitlopen, nadat onze (van Duitsland) tegenstanders de overdracht van de vlag zullen hebben erkend.
De Duitse regering zal verder de bemanningen van de getorpedeerde schepen, van wie gelukkig niemand is omgekomen, de eventueel geleden schade vergoeden.
De Nederlandse regering heeft bij deze onderhandelingern de tegemoetkoming van de Duitse regering dankbaar erkend, zodat nu het incident, dat de betrekkingen tussen de beide landen verstoorde, gelukkig uit de weg is geruimd.
Voor zo ver is na te gaan liggen de volgende Duitse stoomschepen in Nederlands-Indië:
Schepen bruto netto ligplaats
KLEIST 8959 5127 Padang
ROON 8174 4956 Tjilatjap
PREUSSEN 7997 5083 Sabang
GOLDENFELS 7348 4704 Sabang
DRACHENFELS 7002 4514 Sabang
RHEINLAND 6588 4153 Padang
GERNIS 6550 4135 Sabang
SYDNEY 5894 3704 Tjilatjap
STOLBERG 5886 3588 Makassar
WESTMARK 5870 3680 Sabang
LUNEBURG 5819 3683 Makassar
ULM 4706 2885 Amboina
WISMAR 4686 2923 Bandjoewangi
FREIBERG 5811 3687 Batavia
EMDEN 5746 3611 Sabang
SITHONIA 5618 3542 Sabang
UHLENFELS 5577 3568 Tandjong Priok
SCHONFELS 5592 3543 Sabang
HOHENFELS 5329 3408 Tandjong Priok
HOER 5091 3249 Sabang
ARSTERTURM 5055 3153 Sabang
IMKENTURM 5004 3154 Soerabaja
ISERLOHN 4667 2918 Batavia
NINIVE 4591 2877 Padang
SCANDIA 4506 2586 Sabang
SILEZIA 4489 2854 Batavia
OFFENBACH 4336 2743 Soerabaja
HAGEN 4210 2624 Tandjong Priok
LINDEN 4188 2624 Amboina
CASTELL PELESCH 3464 2128 Sabang
MANLIA 1790 1108 Amboina
LUBECK 1738 1055 Tjilatjap
TEO PAO 1655 972 Amboina
KWING ENG 1650 969 Makassar
CHOW FU 1646 1055 Riouw
ANGHIN 1613 1001 Soerabaja
MACHEW 1600 996 Soerabaja
ANHALT 1468 894 Telok Betong
AYNTHIA 421 261 Bila (Sumatra


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak in de volgende, vroeger behandelde zaak betreffende het torpederen van de stoomschepen BANDOENG, EEMLAND, GAASTERLAND, JACATRA, MENADO, NOORDERDYK en ZAANDIJK. Uit het onderzoek is de Raad gebleken dat de stoomschepen BANDOENG, EEMLAND, GAASTERLAND, JACATRA, MENADO, NOORDERDYK en ZAANDIJK op 22 februari 1917, ter hoogte van Bishop Rock door een Duitse duikboot door het afschieten van torpedo's en het lossen van schoten zonder waarschuwing zijn aangevallen en daarna, nadat de opvarenden bevolen was de schepen te verlaten, door torpedo- en bomontploffingen tot zinken zijn gebracht, met uitzondering van de MENADO, welke drijvende is gebleven. De commandant van de duikboot heeft geen acht geslagen op de protesten van de kapiteins, betogende dat zij de hun officieel volgens overeenkomst opgegeven route, volgden, welke hun als veilig was aangegeven. De Raad acht het verklaarbaar, dat de kapiteins van de zeven schepen gestopt zijn blijven liggen en getracht hebben communicatie met de duikboot te verkrijgen. Zij konden, naar de mening van de Raad niet verwachten, dat hun schepen zouden worden aangevallen. Een woord van lof komt kapitein H.C.M. van Houten, gezagvoerder van de MENADO, met zijn officieren en bemanning toe, die onder de meest ongunstige omstandigheden er in geslaagd zijn het schip geheel met eigen middelen zodanig te repareren, dat het de thuisreis kon ondernemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak in de volgende, vroeger behandelde zaak betreffende het in brand schieten van het motortankschip ARES. De Raad constateert dat het motortankschip ARES, op de reis van Suez naar Rouen met een volle lading benzine, bij de Portugese kust ter hoogte van de rivier de Taag door een Duitse duikboot is aangehouden en vervolgens in brand is geschoten, nadat aan de bemanning gelegenheid was gegeven het schip te verlaten. De kapitein heeft, naar de mening van de Raad, alle maatregelen genomen, die hij onder de gegeven omstandigheden kon nemen, om zijn bemanning veilig de wal te doen bereiken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 6 juni. De stoomtrawler ELSA (IJM 111) van de Nationale Stoomvisscherij te IJmuiden is onderhands aan een Nederlandse combinatie verkocht. Het schip zal tot vrachtvaarder worden ingericht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip MENADO. Zoals men weet, is dit stoomschip van de Rotterdamsche Lloyd, dat drijvende bleef bij de duikbootaanval op de 7 Nederlandse getorpedeerde schepen, die 22 februari van Falmouth uitvoeren, en waarvan er 6 werden vernietigd, door het kranige gedrag van kapitein Van Houten en de bemanning, zonder vreemde hulp naar Rotterdam kunnen komen. Op voorstel van de rederij, hebben assuradeuren een gratificatie aan kapitein en bemanning toegekend van tezamen ongeveer NLG 9.000, als blijk van waardering.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Zeilschip MARIA. Door de directie van de N.V. Zee- en Riviervaartmaatschappij Maria is een telegram ontvangen dat haar zeilschip MARIA, kapt. Zeven, op reis van Rotterdam naar Degersham (Zweden) met een lading hoepels, is opgebracht naar Swinemünde, doch weer vrijgelaten.


08 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde gisteren het tot zinken brengen op 16 mei van het zeilschip HENDRIKA JOHANNA van Van der Eb te Rotterdam. De schipper R. Bonninga verklaarde dat hij met de HENDRIKA JOHANNA, een schoenertje van ongeveer 87 ton, op weg was van Gotenburg naar Rotterdam. Vertrokken met een lading Zweeds gietijzer was hij 11 mei in de Noordzee en 12 mei 's avonds aan de Doggersbank-Zuid. De 14e mei 's morgens kwam hij bij de Terschellingerbank en koerste oost ten zuid. De volgende dag ging hij van de hoogte van de Haaks steeds dezelfde koers houdende. In de ochtend van 16 mei zag hij plotseling aan de oostzijde een duikboot die meteen begon te schieten en daarmee door bleef gaan ook toen de zeilen naar beneden waren gelaten en de bemanning in de boot gegaan. De duikboot kwam inmiddels snel nader en in het Duits werd spreker toegeroepen dat hij zich in het „spergebied" bevond. Antwoord werd niet afgewacht en men bracht de schoener tot zinken. Naar sprekers waarneming bevond hij zich niet in het versperde gebied. De duikboot verwijderde zich zonder te vragen of er wel een kompas of proviand in de boot was. De volgende dag werd men opgepikt door de Scheveningse logger SCH-250 en kwam een dag later te Scheveningen aan.
Het was voor de schipper van die logger — volgens zijn getuigenis — nog een meevallertje, want in de verte meende hij eerst, dat het ranke bootje met schipbreukelingen een duikboot was! Gelukkig bracht een stukje nationale vlag dat de schipbreukelingen aan boord hadden, hem op hun juiste identiteit. Uitvoerig werd deze schipper nog verhoord aangaande de plaats waar hij de schipbreukelingen oppikte, de windrichting enz., een en ander ter bepaling van de plaats waar de schoener in de grond werd geschoten.


09 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Delfzijl is aangekomen de op de werf van J. Smit & Zoon te Hoogezand nieuw gebouwde 3-mast motorschoener HARRY FRATER van de N.V. Stoomsleepdienst voorheen Frater Smit & Zoon te Delfzijl. Het schip is voorzien van een Kromhout motor van 130 ipk en zal uitgerust worden voor de houtvaart.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden liggen in de Binnenhaven de grote stalen zeelichters OAXEN 33 en 34, gebouwd op de werf van de firma H. Bernhard te Nieuwendam en gereed om per sleepboot LAUWERZEE naar Gotenburg te worden gesleept. Deze zeelichters werden voor rekening van een firma te Stockholm gebouwd. In Zweden zullen motoren in de vaartuigen worden geplaatst.


10 juni 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De EEMDIJK getorpedeerd.
Hier ter stede is gisteravond bericht ontvangen, dat het stoomschip EEMDIJK van Solleveld, Van der Meer & Van Hattum's Stoomvaart Maatschappij alhier, getorpedeerd en gezonken is. Een boot met de kapitein en 11 man is geland op de Shetland Eilanden; de andere boot was bij het afzenden van het bericht nog niet terecht. Gered zijn met kapitein Swart de volgende leden van de bemanning: Hensen, Lageveen, Kat, Bruinsma, Smit, Rienks, Vink, Edenburg, Johnson, Dor en v.d. Wal. De EEMDIJK, een schip van 3.048 bruto registerton, is ongeveer een jaar geleden, tegelijk met de RIJNDIJK getorpedeerd, maar toen drijvende gebleven. Het stoomschip was ditmaal op de thuisreis van Amerika; de lading bestond uit ongeveer 5.000 ton rogge, haver en mais, alles bestemd voor de Nederlandse Regering.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vrachtvaart Maatschappij Bothnia.
Zaterdag had een buitengewone algemene vergadering plaats van de Vrachtvaart Mij. Bothnia ter behandeling van het voorstel tot intrekking van het besluit van de laatste algemene vergadering van 5 mei. Vertegenwoordigd waren 494 aandelen, uitbrengende 494 stemmen. Mr. Lind gaf namens het bestuur een toelichting op de strekking van de vergadering en deelde mee, dat zich na de vorige vergadering twee invloedrijke factoren hadden voorgedaan; n.l het exploit van dagvaarding, uitgebracht door de heer Van der Meulen waarbij de nietigverklaring werd verzocht van de voorstellen, aangenomen in de vergadering van 5 mei en ten tweede dat zich na 5 mei een comité had gevormd niet ter bescherming van de belangen van enige aandeelhouders, maar ter bevordering van de bloei van de Bothnia. Dit comité had reeds spoedig de controle over het maatschappelijk kapitaal verkregen. (opm: zin is aangepast n.a.v. een correctie in AH 120617).
Daarop werd door het comité tot het bestuur het verzoek gericht, om de besluiten van de jongste vergadering ongedaan te maken. De heer mr. Lind deelde nog mee, dat het bestuur verschillende exploten heeft ontvangen waarbij de uitkering van 100% op de betreffende aandelen werd verzocht.
Het bestuur heeft onder deze omstandigheden van ganser harte het voorstel van de meerderheid van aandeelhouders overgenomen. Het bestuur wacht de uitslag met vertrouwen af en zal intussen voortgaan de belangen van de Maatschappij te bevorderen. (Applaus). Mr. Groenewegen wenste met enkele woorden zijn houding toe te lichten. Spreker wees er op, dat hij in de vorige vergadering onverschillig tegenover beide partijen stond, ofschoon het hem gehinderd had, dat het z.g. beschermingscomité een bedrag van NLG 9.000 naar zich had toegehaald. Spreker had het betreurd, dat het bestuur aanvankelijk weinig lust had getoond, na de vergadering van 5 mei, mee te werken tot het ongedaan maken van het op die vergadering genomen besluit. Ten slotte is het spreker gelukt het bestuur te overreden. Mr. G.W.M. Jellinghaus herinnert er aan, wat het beschermingscomité door een poging tot statutenwijziging heeft willen bereiken. Spreker erkent, dat deze pogingen gefaald hebben evenals de liquidatievoorstellen. Toch had het comité op 5 mei iets bereikt. Daarna is gekomen het proces Van der Meulen contra Bothnia. Spreker hoopt, dat dit proces niet in een komedie zal ontaarden.
Al denkt de vergadering van heden anders dan die op 5 mei, toch wenst spreker niet mee te werken aan enig besluit, ten eerste omdat spreker een nieuw besluit onwettig acht, ten tweede omdat voorstellen omtrent winstverdeling slechts kunnen worden gedaan door het bestuur en niet door aandeelhouders en ten derde omdat de rechten van aandeelhouders door de nieuwe voorstellen worden bekort.
Een derde vergadering zou, volgens spreker nodig zijn. Hij wenst verder te weten of het bestuur vóór deze voorstellen zal stemmen en hoe deze houding te rijmen is met die op de vorige vergadering en of het bestuur na aanneming van het intrekkingsvoorstel toch nog de gewijzigde berekening van de tantièmes zal volgen. Ten slotte rijst de vraag, hoe het zal gaan met de NLG 9.000, die aan het comité voor zijn bemoeiingen zijn toegezegd. Mr. Lind acht een derde vergadering volstrekt niet noodzakelijk. Mr. Jellinghaus dwaalt, indien hij meent, dat het intrekkingsvoorstel van aandeelhouders afkomstig is. Het is wel degelijk van het bestuur afkomstig. Op de opmerking van mr. J. omtrent de verplichting tegenover het comité, kan spreker niet ingaan. Mr. P. Groote begrijpt het belang niet van deze vergadering. Mr. Lind heeft wel getracht de houding van een groep aandeelhouders belachelijk te maken, doch spreker meent, dat deze houding zelfs door de vergadering van heden niet zal worden gewijzigd. De processen blijven toch van kracht en zij, die de uitkering bij exploit hebben geëist, zullen hun eisen niet laten vallen. Al vertegenwoordigt spreker heden slechts 3 aandelen, hij meent zeker te zijn over 200 aandelen te kunnen beschikken.
Mr. Lind zegt, dat er dit weinig toe doet, of een aandeelhouder zal procederen. Het thans te nemen besluit beoogt de door de besluiten van 5 mei ontstane rechten te niet te doen.
Op een opmerking van de heer Jellinghaus, dat de houding van het bestuur ten opzichte van de kosten van het comité in strijd is met de brief van het bestuur van 13 mei, zegt de heer Groenewegen, dat indien de heer J. iets te vorderen heeft, hij de Bothnia maar moet dagvaarden. Daarna worden de besprekingen gesloten.
Het intrekkingsvoorstel wordt aangenomen met 478 stemmen voor en 6 tegen; 8 blanco en 2 buiten stemming.
De heer Van der Meulen vroeg ten slotte nog enige inlichtingen naar aanleiding van een opmerking van het Fin. Weekblad als zou de berekening van de tantièmes over 1915/1916 niet juist zijn geweest. De heer J.T. van Hengel las naar aanleiding hiervan een nieuw accountantsrapport voor, waarin tot de juistheid van de tantièmeberekening werd geconcludeerd. Daarop werd de vergadering gesloten.


11 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De pers.
Falmouth. De 'Nieuwe Courant' wijst er op, dat Minister Loudon op 7 april antwoordde, dat hij hoopte over enige dagen bescheid te kunnen geven op de vragen van het kamerlid Van Leeuwen nopens het gebeurde met de zeven schepen bij Falmouth. De „enige dagen" zijn thans twee maanden geworden en nopens de juiste toedracht van het tergende feit dat de zeven schepen, waarvan er zich zes in „absolute veiligheid" op de bodem van de Oceaan bevinden, dit lot danken aan een duikboot van dezelfde mogendheid die hun een "betrekkelijk veilige" vaart toezegde, bekwam het land nog steeds niet de geringste opheldering of verklaring van regeringswege.
Naar aanleiding van de behandeling van de zaak voor de Raad voor de Scheepvaart merkte het blad op:
Wat voorts in de verhoren van de gezagvoerders treft, is de verklaring dat de kapitein van de BANDOENG de gelegenheid heeft gehad met de duikbootcommandant te spreken en deze bekend te maken met het feit dat de Hollandse schepen een bijzondere vergunning van de Duitse admiraliteit hadden om te vertrekken. Toen hij dit door het vertonen van zijn papieren wilde staven, kreeg hij ten antwoord: „Daar heb ik niets mee te maken”. En dit antwoord werd gegeven, toen hij reeds op zijn gemak al de op bijzondere wijze achter elkander stomende, beschilderde en van duidelijke nationaliteit tekenen voorziene schepen was langs gevaren en dus begrepen moet hebben dat er met deze vreedzame vaartuigen, rustig in de "verboden" zee varend en zich tegen zijn bevelen in het minst niet verzettend, iets bijzonders aan de hand moest zijn. Voor zeehelden van zulk allooi verlangt de Duitse pers het respect van een zeevarend volk als het onze!
Ten slotte vindt hier een opmerking haar plaats die wij met enige aarzeling maken, omdat wij van grote bewondering en eerbied vervuld zijn voor de moed en het plichtbesef waarmee de Nederlandsche scheepskapiteins, gedurende deze oorlog meer dan ooit, hun schoon maar gevaarlijk beroep vervullen. Is het nodig geweest — zo vraagt de "Nieuwe Courant" na de lezing van het zittingsverslag — al deze zeven schepen (de MENADO niet uitgezonderd, al bleef die toevallig drijven en werd zij later naar Falmouth terug gesleept) het ene na het andere als lammeren te laten slachten, nadat één enkele Duitse duikboot zich had vertoond en haar voornemen had geopenbaard door de bemanningen, de ene na de andere, te bevelen het schip binnen vijf minuten te verlaten.
De Inspecteur van de Scheepvaart, voor de Raad gehoord, gaf volgens het verslag als zijn mening te kennen „dat vrij zeker enkele schepen hadden kunnen ontkomen als men niet zo gerust had afgewacht wat de duikbootcommandant zou doen". Ook de voorzitter van de Raad vroeg of niet enkele schepen hadden kunnen vluchten, waarop hij van de gezagvoerders ten antwoord ontving, dat zij van hun maatschappijen orders hadden om vóór alles de bevelen van oorlogsvaartuigen op te volgen. Blijkbaar heeft dit antwoord de Raad voor de Scheepvaart tot zijn uitspraak geleid, dat het verklaarbaar was, dat de kapiteins van de zeven schepen gestopt zijn blijven liggen en getracht hebben communicatie met de duikboot te verkrijgen. „Verklaarbaar" — de term is niet zeer krachtig. Zij konden niet verwachten, vervolgt de Raad, dat hun schepen zouden worden aangevallen. Wij zouden zeggen: Toen hun één voor één het bevel was gegeven, dat de bemanning onmiddellijk in de boten moest gaan, wisten zij dat met zekerheid.
En nu willen wij nog niet eens vragen of er wel één enkel van deze kostbare schepen zou verloren gegaan zijn, indien zij op dat moment alle de steven op het moordvaartuig hadden gericht om het te rammen. Zichzelf hadden zij daarbij in enig gevaar gebracht, maar niet hun land; want zij bevonden zich in een toestand van absolute noodweer tegenover een oorlogsschip, waarvan zij met zekerheid wisten, dat het te hunnen aanzien handelde in strijd, zo niet met de instructies dan toch met de bedoeling van zijn eigen regering, die hun de veilige vaart in uitzicht gesteld had. Maar misschien ware zulk een optreden van onze scheepskapiteins, al zou het door gans onzijdig Nederland zijn toegejuicht, te zeer in strijd geweest met het vreedzame karakter, dat de koopvaarders van een neutrale mogendheid nu eenmaal onder alle omstandigheden behoren te bewaren.
Dan blijft echter de vraag: Waarom niet toen het opzet van de duikboot duidelijk was, alle tegelijk de lichten gedoofd en full speed er vandoor gegaan? Zeker, dit was gevaarlijk; maar had dit gevaar niet mogen worden getrotseerd? Hoeveel van de zeven schepen zou het de duikboot gelukt zijn te torpederen, indien deze kans op redding was aangedurfd?


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Onze scheepvaart.
Drie grote vrachtstoomschepen van de Mij. Nederland, de NIAS, SUMATRA en BILLITON, welke resp. 16, 22 en 26 november van het vorig jaar van Amsterdam naar Nederlands-Indië vertrokken, zijn gisteren gezamenlijk weer teruggekeerd. De uitreis geschiedde door het Suezkanaal, de thuisreis werd echter door het Panamakanaal genomen. Op de thuisreis liepen de met stukgoed beladen stoomschepen de haven van Newport-News aan. Vandaar vertrokken zij de 15e mei en ging de tocht verder gezamenlijk via Halifax benoorden Schotland om naar Nederland.
Verder kwamen gisteren nog binnen de stoomschepen ATLAS en CALYPSO van de Kon. Ned. Stoomboot Mij. Deze schepen waren resp. 7 en 27 januari van Amsterdam naar Amerika uitgevaren. De ATLAS keerde met een volle lading haver van New York terug. Ook deze stoomschepen volgden na het vertrek van Halifax de noordelijke route en kwamen, evenals de drie 'Nederland' boten, zonder moeilijkheden veilig de Noordzee over.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 juni. De sleepboot LAUWERZEE van de Sleepdienst L. Smit & Co. welke geruime tijd het visserijbedrijf uitoefende onder het registernummer MA-139, heeft de visserij beëindigd en is thans weer in de sleepdienst gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hansweert, 9 juni. Op de N.V. Werf Zeeland is de kiel gelegd voor het schroefstoomschip LOMBARDIA, in aanbouw voor de Svenska Lloyd te Gotenburg en bestemd voor de algemene vrachtvaart. Dit schip, dat geheel van staal gebouwd wordt heeft de volgende afmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 272', breedte op de spanten 41', holte in de zijde 18', met een laadvermogen van 2.500 ton.
Het schip is van het shelterdeck-type en gebouwd onder de hoogste klasse Engelse Lloyd; het wordt voorzien van een Ljungströms elektro-turbine machine installatie van 1.200 ipk.


12 juni 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. De EEMDIJK.
Gistermiddag is hier te lande nog officieel bericht ontvangen, dat een Duitse duikboot de EEMDIJK tot zinken heeft gebracht; dat de boot met de kapitein en elf man zaterdagavond te Lerwick, de tweede boot met de overige leden van de bemanning te Baltasound zijn geland en verder, dat de gehele bemanning op weg was naar Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 4 juni. Het met rogge geladen naar Nederland bestemde stoomschip PARKHAVEN is zaterdagavond op Sverabaaen, tussen Rovaer en Udsire gestrand. De bergingsboten ACHILLES en HERKULES zijn resp. gisteren en heden naar de strandingsplaats vertrokken en er bestaat goed vooruitzicht, dat men het stoomschip kan vlot brengen. Het moet in de voorpiek en in ruim No. l lek zijn. Volgens gerucht heeft de Vaskedal molen het voornemen de lading te kopen. (Zoals wij reeds meldden, is de PARKHAVEN vlot en te Haugesund binnengekomen. Red.) (opm: zie ook AH 050717)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De EEMDIJK gezonken.
Zaterdagavond werd hier ter stede bericht ontvangen dat het stoomschip EEMDIJK getorpedeerd en gezonken is. De bemanning heeft in 2 sloepen het schip verlaten waarvan er een op de Shetland Eilanden is geland, van de andere was hedenmorgen nog niets vernomen. In de gelande boot waren de gezagvoerder, kapitein Swart, de 2e stuurman Hensen, de 1e machinist Rienks, de 3e machinist Vink, de bootsman Lageveen, de lichtmatroos Kat, de koksmaat Smit, de hofmeester Van der Wal, de stoker Edenburg, de tremmer Dor, benevens 2 schepelingen in Amerika gemonsterd: Bruinsma en Johnson.
De EEMDIJK behoorde aan Solleveld, Van der Meer & Van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij, mat 3.048 ton bruto, 1.869 ton netto en was in 1910 gebouwd. Zij was met rogge, maïs en haver voor de Regering op reis van Amerika hier heen. In april van het vorige jaar was de EEMDIJK op een mijn gelopen bij het eiland Wight, doch toen drijvende gebleven, door de Engelse marine opgepikt en, na hersteld te zijn, alhier terug gekeerd. Een hedenmiddag door de rederij ontvangen bericht meldt, dat ook de tweede boot met opvarenden van de EEMDIJK te Balta Sound op het eiland Unst van de Shetland Eilanden is aangekomen. De eerste boot kwam terzelfder plaats aan. Alle opvarenden van de EEMDIJK zijn dus gered. Gelukkig. De tweede boot stond onder bevel van de 1e officier en bevatte, behalve deze, 10 man. Het casco van de EEMDIJK was op de Rotterdamse Beurspolis verzekerd voor 1 miljoen gulden. Over het gebeurde met de EEMDIJK meldt men ons nog, dat wat de oorzaak betreft tot dusver in ambtelijke kringen niets anders bekend geworden is dan dat de rederij een telegram had ontvangen van de kapitein van het schip, afgezonden van Balta Sound op de Shetland Eilanden, meldende dat het schip gezonken was (was sunk) en hij op de Shetlands was geland. Of dit zinken door torpedering of op andere wijze is veroorzaakt, is tot dusver niet bekend. Er wordt een ambtelijk verder onderzoek ingesteld.
(opm: zie ook NRC 120617, AH 220617, AH 200717, NRC 220817 en NRC 010917)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Falmouth. De Nieuwe Courant wijst er op, dat Minister Loudon op 7 april antwoordde, dat hij hoopte over enige dagen bescheid te kunnen geven op de vragen van het kamerlid Van Leeuwen nopens het gebeurde met de zeven schepen bij Falmouth. De ‘enige dagen’ zijn thans twee maanden geworden en nopens de juiste toedracht van het tergende feit, dat de zeven schepen, waarvan er zich zes in ‘absolute veiligheid’ op de bodem van de Oceaan bevinden, dit lot danken aan een duikboot van dezelfde mogendheid, die hun een ‘betrekkelijk veilige’ vaart toezegde, bekwam het land nog steeds niet de geringste opheldering of verklaring van regeringswege. Naar aanleiding van de behandeling van de zaak voor de Raad voor de Scheepvaart merkte het blad op: „Wat voorts in de verhoren van de gezagvoerders treft is de verklaring, dat de kapitein van de BANDOENG de gelegenheid heeft gehad met de duikbootcommandant te spreken en deze bekend te maken met het feit dat de Hollandse schepen een bijzondere vergunning van de Duitse Admiraliteit hadden om te vertrekken. Toen hij dit door het vertonen van zijn papieren wilde staven, kreeg hij ten antwoord: Daar heb ik niets mee te maken. En dit antwoord werd gegeven, toen hij reeds op zijn gemak al de op bijzondere wijze achter elkander stomende, beschilderde en van duidelijke nationaliteitstekenen voorziene schepen was langs gevaren en dus begrepen moet hebben dat er met deze vreedzame vaartuigen, rustig in de ‘verboden’ zee varend en zich tegen zijn bevelen in het minst niet verzettend, iets bijzonders aan de hand moest zijn. Voor zeehelden van zulk allooi verlangt de Duitse pers het respect van een zeevarend volk als het onze!
Ten slotte vindt hier een opmerking haar plaats die wij met enige aarzeling maken, omdat wij van grote bewondering en eerbied vervuld zijn voor de moed en het plichtbesef, waarmee de Nederlandse scheepskapitein, gedurende deze oorlog meer dan ooit, hun schoon maar gevaarlijk beroep vervullen. Is het nodig geweest — zo vraagt het blad verder — na de lezing van het zittingsverslag — al deze zeven schepen (de MENADO niet uitgezonderd, al bleef die toevallig drijven en werd zij later naar Falmouth teruggesleept) het ene na het andere als lammeren te laten slachten, nadat één enkele Duitse duikboot zich had vertoond en haar voornemen had geopenbaard door de bemanningen, de ene na de andere, te bevelen het schip binnen vijf minuten te verlaten. De Inspecteur van de scheepvaart, voor de Raad gehoord, gaf volgens het verslag als zijn mening te kennen, dat vrij zeker enkele schepen hadden kunnen ontkomen, als men niet zo gerust had afgewacht wat de duikbootcommandant zou doen. Ook de voorzitter van de Raad vroeg of niet enkele schepen hadden kunnen vluchten, waarop hij van de gezagvoerders ten antwoord ontving, dat zij van hun maatschappijen order hadden om vóór alles de bevelen van oorlogsvaartuigen op te volgen. Blijkbaar heeft dit antwoord de Raad voor de Scheepvaart tot zijn uitspraak geleid, dat het verklaarbaar was, dat de kapiteins van de zeven schepen gestopt zijn blijven liggen en getracht hebben communicatie met de duikboot te verkrijgen. ‘Verklaarbaar’ — de term is niet zeer krachtig. Zij konden niet verwachten vervolgt de Raad, dat hun schepen zouden worden aangevallen. Wij zouden zeggen: toen hun één voor één het bevel was gegeven, dat de bemanning onmiddellijk in de boten moest gaan, wisten zij dat met zekerheid.
„En nu willen wij nog niet eens vragen of er wel één enkel van deze kostbare schepen zou verloren gegaan zijn, indien zij op dat moment alle de steven op het moordvaartuig hadden gericht om het te rammen. Zichzelf hadden zij daarbij in enig gevaar gebracht, maar niet hun land; want zij bevonden zich in een toestand van absolute noodweer tegenover een oorlogsschip, waarvan zij met zekerheid wisten, dat het te hunnen aanzien handelde in strijd, zo niet met de instructies, dan toch met de bedoeling van zijn eigen regering, die hun de veilige vaart in uitzicht gesteld had. Maar misschien ware zulk een optreden van onze scheepskapiteins, al zou het door gans onzijdig Nederland zijn toegejuicht, te zeer in strijd geweest met het vreedzame karakter, dat de koopvaarders van een neutrale mogendheid nu eenmaal onder alle omstandigheden behoren te bewaren.
Dan blijft echter de vraag: Waarom niet toen het opzet van de duikboot duidelijk was, alle tegelijk de lichten gedoofd en full speed er van door gegaan? Zeker, dit was gevaarlijk; maar, had dit gevaar niet mogen worden getrotseerd? Hoeveel van de zeven schepen zou het de duikboot gelukt zijn te torpederen, indien deze kans op redding was aangedurfd?


13 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van IJmuiden ging gisteren voor de eerste reis in zee met bestemming Stavanger het op de werf van de firma W. Mulder te Stadskanaal voor rekening van de Commanditaire Vennootschap Lefebure & Co. te Amsterdam nieuw gebouwde stalen kotterschip SIEKA II. Het schip, groot 106 netto ton, is met een Kromhout motor uitgerust.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De schoener CORNELIA getorpedeerd.
De Prov. Gron. Ct. meldt, dat het schoenerschip CORNELIA van de Zeevaartmaatschappij Groningen, op reis van Havre naar Lissabon, in het Engelse Kanaal is getorpedeerd. De kapitein en de bemanning zijn te Paimpol (Frankrijk) geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, van Nieuwediep naar Oost-Indië, bevond zich 10 juni 's morgens ten Noorden van de Shetland Eilanden buiten de gevaarlijke zone. Alles wel aan boord.


14 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gistermiddag te 3 uur werd van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te water gelaten de torpedoboot Z 2, in aanbouw voor het Departement van Marine. Met de reeds te water gelaten boten Z 1, Z 3 en Z 4, vormt de Z 2 een op zich zelf staande klasse van boten, aangezien dit de eerste torpedoboten zullen zijn welke door middel van turbines worden voortbewogen. Op de helling, waarvan de Z 2 van stapel liep, werd een aanvang gemaakt met de bouw van het stoomschip PRINS WILLEM III, in aanbouw voor de Koninklijke West-Indische Maildienst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Maandag 18 juni, 1.30 uur nm., onderzoek naar de oorzaak van de ontploffing op 11 mei jl. aan boord van het stoomschip AMÉRICAIN tijdens het verhalen van het ene naar het andere dok in de Rotterdamse haven en waarbij 1 persoon gedood en 4 andere gewond werden. Rederij Américain Petr. Co. te Rotterdam.


15 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De te Groningen voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij in aanbouw zijnde stalen 3-mast motor-gaffelschoener (zie Ochtendblad 1 juni), zal onder de naam VOLKERAK in de vaart worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De motorschoener VLAARDINGEN van de heer M.J. van der Eb te Rotterdam, is voor geheime prijs aan een Amsterdamse firma verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Motorschip VLAARDINGEN. Ten gevolge van het in Amsterdamse handen overgaan van het overgrote gedeelte van de aandelen in de maatschappij welke het motorschip VLAARDINGEN, van de heer M.J. Van der Eb alhier, exploiteert, is de zetel van de Maatschappij voortaan te Amsterdam gevestigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juni. De stalen tjalken AGIENA, kapt. Tattje en ALFA, kapt. Buining, thuis behorende te Groningen, zijn verkocht aan een Schiedamse rederij. Prijs geheim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bergen, 7 juni. Het meergemelde stoomschip PARKHAVEN werd door de bergingsboten ACHILLES en HERCULES van de Noorse bergingsmaatschappij vlot en te Haugesund binnengesleept. Het stoomschip kan met de pompen lens gehouden worden. Een bodemonderzoek door duikers heeft nog niet plaats gehad. De PARKHAVEN was in zeer blootgestelde positie tussen Rövaer en Utsire gestrand en dat het schip afgebracht kon worden, is te danken aan het bijzonder gunstige weer.


16 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak betreffende het tot zinken brengen van het zeilschip HENDRIKA JOHANNA. Uit de door de schipper van de HENDRIKA JOHANNA verstrekte gegevens vermag de Raad niet met zekerheid te bepalen waar het schip zich bevond, toen het werd beschoten en in de grond geboord. De reeks lodingen van 12 à 13 vadem door de schipper verkregen tot op het ogenblik dat het schip werd aangevallen, geven echter een aanwijzing, dat de HENDRIKA JOHANNA zich beoosten de 4 graden O.L. moet hebben bevonden.
De SCH-250 peilde te 12 uur ‘s middags van 16 mei Scheveningen in het ZZO, te 1 uur Katwijk in het OZO. En kruispeiling geeft een bestek te 1 uur van 52°-13' N.B. en 04°-07' O.L. De SCH-250 heeft vandaar west gevist tot 5.30 namiddags. De vaart rekenende op 1 mijl, zou het schip zich, op het ogenblik dat het de schipbreukelingen opnam, bevonden hebben op 52°-12' N.B. en 03° 58’ O.L.
Uit de richting waarin de bemanning van de HENDRIKA JOHANNA van 7 uur v.m. tot 5.30 n.m. heeft gevaren en uit de afstand welke men in die tijd heeft afgelegd, valt niet met zekerheid vast te stellen dat de HENDRIKA JOHANNA zich buiten het versperde gebied heeft bevonden. In verband met hetgeen is gezegd omtrent de verkregen lodingen, acht de Raad zulks echter waarschijnlijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Betreffende het vermoedelijk met man en muis vergaan van het kofschip NEËZARTIE was de Raad van oordeel, dat het vaartuig op of na 14 november 1916, op de reis van Horten in Noorwegen naar West-Hartlepool vermoedelijk is vergaan, bij welke ramp alle opvarenden het leven hebben verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam is te water gelaten het stoomschip EVA, groot 1.000 ton, gebouwd voor de heer Jacq. Pierot Jr. te Rotterdam. (opm: zie ook RN 180617)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Krimpen a/d IJssel, 14 juni. Heden werd van de werf van de N.V. C. Van der Giessen & Zonen's Scheepswerven alhier met goed gevolg te water gelaten het vrachtstoomschip MEROPE, in aanbouw voor de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam. De afmetingen van het schip zijn: Lengte 250’, breedte 36'-6”, holte tot shelterdeck 23’. Laadvermogen 1.750 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juni. Blijkens hier te lande ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, van Nieuwediep naar Oost-Indië, 13 juni uit Thorshaven vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juni. Volgens hier ontvangen berichten, is er ongeveer 150 ton lading uit het stoomschip PARKHAVEN gelost. Het voorschip staat vol water. Wat er met de beschadigde lading zal worden gedaan, is nog niet bekend.


17 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Zeeland.
Uit Vlissingen wordt ons geseind: In de aandeelhoudersvergadering van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland werd door de heer F.C.O.M. Hombach uit Hulst bij de behandeling van het jaarverslag gevraagd of de beslissingen over al of niet varen na het vergaan van de MECKLENBURG en PRINSES JULIANA door de directie alleen of in overleg met commissarissen werden genomen. De voorzitter, mr. E. Fokker, zei dat op deze algemene vraag geen antwoord is te geven. Er waren onverwachte gevallen waarin de directie alleen moest beslissen. De heer Hombach bedoelde niet zulke gevallen, maar de hoofdbeslissing over het al of niet doorzetten na de rampen. Hij vraagt of daarvan de commissarissen de verantwoordelijkheid op zich namen. De voorzitter beantwoordde die vraag bevestigend. De heer Hombach drukt daarop zijn leedwezen uit over de wijze van beheer van de Maatschappij en meent dat over zulke belangrijke kwesties een buitengewone vergadering van aandeelhouders had moeten worden gehoord. De voorzitter zegt dat het beheer bij de directie en het toezicht bij commissarissen behoort. Over belangrijke zaken wordt overleg gepleegd. Het staken van de dienst zou gevaar voor verlies van het postcontract hebben gehad. De heer Hombach zegt dat nu toch door overmacht de dienst is stop gezet. De voorzitter begrijpt niet waarom in de vorige vergadering, toen ook reeds twee schepen verloren waren gegaan, geen waarschuwing is gehoord. Nog vraagt de heer Hombach of er pogingen zijn aangewend om schadevergoeding te krijgen voor het opgebrachte schip. De voorzitter zegt dat deze zaak in handen is van Buitenlandse Zaken. Op een andere vraag zegt de directeur dat er op de KONINGIN REGENTES geen dienstplichtige Belgen waren en dat het schip is opgebracht om dat een van de passagiers een pakje over boord wierp. Bij de behandeling van de balans vraagt de heer Hombach of de havendienst geen verlies oplevert en er reden zou zijn om die stop te zetten. De directeur zegt dat in 1916 een verlies van NLG 132 ontstond en dat nu met 1 juli de dienst wordt beperkt om verlies van dit jaar te voorkomen. Nog stelt de heer Hombach bij de rondvraag voor te beslissen niet meer de dienst te hervatten voor er betere tijdsomstandigheden zijn ingetreden. De voorzitter zegt dat dit voorstel volgens de statuten niet kan worden behandeld, maar zegt toe dat de directie deze kwestie zeker ten volle overweegt. Alleen het af en toe varen van de Zeeland onder bijzondere waarborgen kan niet beschouwd worden als hervatting van de dienst.


18 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Door Nederlanders gered.
Met het gisteren in IJmuiden aangekomen Nederlandse stoomschip ZAANLAND werden zestien schipbreukelingen van de Noorse bark PERFECT aangebracht. Deze bark was door een duikboot met kanonschoten in de grond geboord. Onze berichtgever te IJmuiden vernam van kapt. H.A. Hansen, die het bevel voerde over de Noorse bark PERFECT, dat deze met een lading tarwe van Bahia Blanca naar Kopenhagen bestemd was. Op donderdagmorgen kwart over negen, werd het zeilschip, toen het zich op 64 mijl rechtwijzend west van Utvaer in Noorwegen bevond, eensklaps beschoten. De kapitein gaf order zeil te minderen en op te loeven, wijl hij meende, dat de duikboot zou naderen om een onderzoek naar de scheepspapieren in te stellen. De duikboot kwam wel naderbij, doch bleef nog op ongeveer vier of vijf mijlen afstand, zodat de Noren niet konden onderscheiden tot welke oorlogvoerende mogendheid de duikboot behoorde. Van de onderzeeër werd aan een stuk door gevuurd, zodat de gezagvoerder, die het grote gevaar voor zijn opvarenden inzag, order gaf de boten te strijken en het schip te verlaten. In twee boten roeide men toen weg van de bark, welke flink geraakt werd en langzaam wegzonk. Toen het schip bijna gezonken was en men begreep, dat het niet meer te redden zou zijn, trachtte men van de plaats des onheils te komen en de scheepvaartroute of de Noorse kust te bereiken. De duikboot had ongeveer vijftig schoten gelost. Na zes uur in de boten te hebben doorgebracht, werden de schipbreukelingen reeds opmerkt door het stoomschip ZAANLAND, dat hen liefderijk overnam en ze te IJmuiden aanbracht. De PERFECT was een ijzeren bark van 1.088 bruto en 1.029 netto registerton. Het behoorde aan de rederij J.B. Linnaae in Sandefjord en werd in 1877 op een werf te Port Glasgow gebouwd. (opm: zie ook AH 160817)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, is te water gelaten het voor rekening van de heer Jac. Pierot Jr. alhier gebouwde stoomschip EVA. De gebruikelijke ceremoniën werden vervuld door mevr. E. Pierot-Stokvis. Het schip is een z.g. 1.000-tonner van het gewone type. De machines worden eveneens door de firma Burgerhout geleverd, afmetingen 400 x 650 x 1.050 mm. en 700 mm. slag. Het schip wordt voorzien van 2 stoomketels, lang 4.940 mm. en diameter 3.400 mm., terwijl de stoomdruk zal bedragen 13 kg per cm2.


19 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Maandag werd van de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht, met goed gevolg te water gelaten het stoomschip JOHANNA, in aanbouw voor de Maatschappij Stoomschip ‘Johanna’, directeur firma Jos de Poorter te Rotterdam. De JOHANNA, gebouwd onder de hoogste klasse van Lloyds 100 A 1, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lengte 275 voet, breedte 40 voet, holte tot hoofddek 20 voet. Het schip van het raised-quarterdeck type is speciaal gebouwd voor de erts-, kolen- en houtvaart, als zelftrimmer. De triple-expansie machine, welke vervaardigd wordt door de N.V. Wilton's Scheepswerf & Machinefabriek te Rotterdam moet 1.100 ipk ontwikkelen en het beladen schip een snelheid geven van tenminste 9 mijl.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandsche Lloyd.
Op de algemene vergadering van 5 juli a.s. zal worden voorgesteld een dividend van 14% (v.j. 12%) uit te keren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in naar de oorzaak van de ontploffing op 11 mei jl. aan boord van het stoomschip AMERICAN, tijdens het verhalen van het ene naar het andere dok in de Rotterdamse haven, waarbij 1 persoon werd gedood en vier werden gewond. (Rederij American Petroleum Co.) Als getuigen werden gehoord de eerste stuurman P. van der Meer, de inspecteur bij de American Petr. Co., J. Bras, de 1e machinist L. Balthazar en de arbeiders Naaktgeboren en Klein. Het bleek dat het schip bij het verhalen naar het dok van Wilton niet gasvrij was gemaakt, althans niet volledig, zoals behoort te geschieden. Dit werd onmogelijk gemaakt door de omstandigheid dat het schip in twee tanks water had, waarop de olie dreef. De expert Box maakte bezwaar het schip gasvrij te verklaren voordat het water eruit was, daar eerst dan alle olie uit de tanks verwijderd kon worden. Het staat niet vast of in de kofferdam tussen de tanks benzine geladen is geweest. De ontploffing was gebeurd in de kofferdam tussen tank 6 en 7. Er bestaat een verbod tot roken en werken met open licht. Dat verbod wordt wel overtreden. Het is niet precies vast te stellen waardoor de ontploffing ontstaan is. De zon had de hele dag op het schip gestaan, het kan zijn dat zich gassen ontwikkeld hebben uit de korst, welke zich in een petroleumschip tot 1/4 à 3/4 duim dik op de wanden vast zet. Ook is het mogelijk dat door de schotten gas in de kofferdam gekomen is. De ontploffing had plaats toen een arbeider het deksel van de kofferdam oplichtte. Nog voordat het deksel er helemaal af was, gebeurde reeds de ontploffing. De bewuste arbeider zag toen een man met een kaars achter zich staan. Het deksel van de kofferdam ligt tussendeks).
De Raad zal later beslissen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Getorpedeerd. Het Nederlandse barkschip ALBERTINE BEATRICE met 200 ton tabak, van Soerabaja naar Rotterdam, is vrijdag 15 dezer in het Engels Kanaal door een Duitse onderzeeër tot zinken gebracht. De bemanning is zaterdag te Plymouth aangekomen. Het schip vertrok 4 februari van Soerabaja en behoorde toe aan de heer J.J.A. van Meel. Gezagvoerder is kapitein E. Neleman, voorheen commandeur van de Kon. Paketvaart Maatschappij. De bemanning bestaat grotendeels uit Chinezen. Schip en lading zijn tegen molest verzekerd. De lading, bestemd voor de firma M.G.Th. Crone te Amsterdam, was in januari reeds verzekerd voor NLG 600.000 tegen 3%. Het casco was niet in Nederland verzekerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Het stoomschip HOLLANDIA zal 11 juli a.s. over New York naar Zuid-Amerika vertrekken.
Het ligt in de bedoeling van de Kon. Hollandsche Lloyd voorlopig maandelijks een passagiersschip via dezelfde route uit te zenden, waarmee derhalve niet alleen de geregelde vaart op Zuid-Amerika zal worden hersteld, doch bovendien tot nader order een geregelde verbinding met Noord-Amerika in het leven wordt geroepen. Vooral voor passagiers, die via New York, San Francisco naar Oost-Indië wensen te reizen, zal dit een welkome vermeerdering van reisgelegenheid opleveren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juni. Het Prijzenhof te Hamburg heeft het in september jl. naar Zeebrugge opgebrachte stoomschip NIOBE van de Kon. Ned. Stoomboot Mij verbeurd verklaard. Het merendeel van de lading wordt in beslag genomen, slechts een klein deel wordt ter beschikking van de eigenaren gesteld. Alle reclames werden van de hand gewezen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juni. Het Prijzenhof te Hamburg heeft in de zaak van het Nederlandse stoomschip CALEDONIA van de hand gewezen, de verzoeken om teruggave van katoenen goederen uit dit schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

’s-Gravenhage, 17 juni. Hedenmiddag is te IJmuiden door het stoomschip ZAANLAND aangebracht de volledige bemanning, 16 man, van de Noorse bark PERFECT, die door een Duitse duikboot tot zinken is gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Coops te Hoogezand is met goed gevolg te water gelaten het stoomschip WATERWEG, groot 450 ton d.w., in aanbouw voor de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam. De afmetingen zijn: Lengte 36,50 m., breedte 6,85 m., holte 3,50 m. Klasse: Germ. Lloyd. Ster 100 A 4. Materiaal: S.M. staal. Een groot laadruim, 2 luiken. 5 x 3,80 m. en 7,50 x 3,80 m. Tussen machine en ketel dubbele bodem voor ballasttank. Kolenbunkers voor ca. 45 ton. Voorpiektank en achterpiektank, 1 mast, 2 laadbomen met 2 stoomlieren, hefvermogen ca. 2.000 en 3.000 kg., stoomankerlier, handstuurlier op brug en achterop. Machine triple-compound, minimum 275 ipk. Cilinders 274 x 440 x 710 mm., slag 440 mm. Ketel lang 3 meter, diameter 2,90 m., verwarmd oppervlak ca. 88 m2 en 13 kg. druk per cm2.


20 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 21 juni, in de namiddag om 2 uur, onderzoek naar het tot zinken brengen op 20 mei 1917 van het zeilschip VOORWAARTS, schipper-eigenaar F.J. Bonninga te Groningen.
Maandag 25 juni, 1.30 uur namiddags, voortzetting van het op 6 juni jl. geschorst onderzoek inzake de loggers MA-45 en MA-166.
Daarna onderzoek naar het tot zinken brengen op 23 mei 1917 van het zeilschip ALBERDINA, schipper-eigenaar G.P. de Vries te Groningen. Vervolgens behandeling van de klacht tegen de schipper van de ALBERDINA ter zake van mishandeling van de matroos-kok A.J. Gooyers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. van der Kuy & Van der Ree's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam werd met goed gevolg te water gelaten het stoomschip SCHEVENINGEN, in aanbouw voor de N.V. Scheepvaart Mij. Scheveningen, directeur de heer M.J. van der Eb te Rotterdam. De gebruikelijke ceremonies werden verricht door mevr. Van der Eb–Jordens. Dit stoomschip is lang (over stevens) 40 meter, breed 7 meter en hol 3,50 meter, is van het raised-quarterdeck type met machine achterin geplaatst; het is voorzien van brug en bak. Door voornoemde fabriek wordt het stoomschip voorzien van een triple-compound stoommachine met Schotse stoomketel en verder volledig uitgerust voor de algemene vrachtvaart. Casco en machine worden gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas en Scheepvaartinspectie.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 18 juni. Volgens ontvangen bericht, is het van Sundsvall naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip MARIA naar Swinemünde opgebracht. Men verwacht, dat het spoedig zal worden vrijgelaten.


21 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het voor rekening van de firma Gebr. Van Uden te Rotterdam, op de werf Baanhoek te Sliedrecht nieuw gebouwde stoomschip IJSELMONDE (zie Ochtendblad 16 jan.) heeft met goed gevolg op de gemeten mijl proef gestoomd. De verkregen vaarsnelheid bedroeg ruim 10 Eng. mijl.


22 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip ANTON VAN DRIEL, gebouwd voor de N.V. W. van Driel's Stoomboot- en Transportondernemingen te Rotterdam, heeft met goed gevolg proef gestoomd. De behaalde snelheid bedroeg 9,2 mijl. (opm: op 25 juni voor de eerste reis vertrokken naar Sandy Hook)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek is te water gelaten de stalen zeesleepboot G. & H. BODEWES Vlll, gebouwd voor eigen rekening en waarin wordt geplaatst een triple-expansie machine van 500 ipk. Het vaartuig is gebouwd volgens hoogste klasse Germanischer Lloyd, grote kustvaart.
De kiel werd gelegd voor een 3-mast motorschoener van 450 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten de stalen stoomtrawler SCHIEDIJK, gebouwd voor rekening van de firma De Zeeuw van Raalt te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren stelde de Raad een onderzoek in naar het tot zinken brengen op 20 mei jl. van het zeilschip VOORWAARTS, schipper-eigenaar F.J. Bonninga te Groningen.
De schipper verklaarde ter zitting dat het zijn eerste reis was aan boord van de VOORWAARTS. De bemanning bestond uit vier koppen samen; het schip mat 81 ton bruto. Aan boord waren reddingsmiddelen: Een scheepsboot en reddinggordels.
Het schip was uit Rotterdam vertrokken met bestemming naar Aalborg en Kopenhagen en deze reis werd goed volbracht. Het vaartuig voer terug met een lading hout aan boord en passeerde op 16 mei Doggersbank. Dat was 's avonds omstreeks elf uur. Op de dag van de torpedering was het gegist bestek 04º-12' O.L. en 53º-07' N.B. Dat was 's middags om 12 uur. Om drie uur bevond men zich op een breedte van 53º. Toen kwam een onderzeeër te voorschijn. De stuurman was aan dek; hij waarschuwde de schipper, die naar boven ging en een schot zag vallen achter het schip. Vier schoten waren gevallen, toen de schipper een klein stipje aan de kim ontdekte en begreep, dat hij met een onderzeeër te doen had. De zeilen werden onmiddellijk gestreken. Een officier met twee man kwamen aan boord van de VOORWAARTS; de officier zei, dat kleren en proviand moest worden ingepakt, hij had de scheepspapieren ingezien. „Waarom dat?" vroeg de schipper.
„U bent in versperd gebied," luidde het antwoord in het Duits, „Het schip moet er onder." „'t Is niet waar," zei de schipper. „Toch moet het schip er onder", was het antwoord. De Duitsers namen wat van hun gading was: Zeep, schoenen, een regenjas, acht liter brandewijn. Toen moesten de mannen, voordat ze voldoende proviand en kleren hadden kunnen inpakken, het schip verlaten, dat door de Duitsers in ONO-richting werd gesleept, van half zeven tot elf uur omstreeks. „Waren ze beleefd?" vroeg de voorzitter. „Neen! Heel brutaal!" De Duitsers lieten de scheepsboot om elf uur 's nachts plotseling schieten. Ruim twee dagen bleven de mannen in de scheepsboot rond roeien op de plek, waar de Duitsers hun aan hun lot hadden overgelaten. Zij voedden zich met roggebrood, wittebrood en scheepsbeschuit. Eindelijk werd de zee kalmer en kon men naar de kust roeien, altijd maar in zuid-zuid-oostelijke richting. Woensdagsmorgens zagen de mannen de vaderlandse kust, omstreeks tussen Egmond en IJmuiden, toen de dikke mist was opgetrokken. Later bleek, dat de VOORWAARTS niet is gezonken, maar drijvende werd gevonden aan de Engelse kust. Het schip was verzekerd voor NLG 10.000. In deze zaak werden nog twee getuigen gehoord. Uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed daarna uitspraak betreffende de ontploffing aan boord van het stoomschip AMERICAN. De Raad is van oordeel, dat het ongeval is te wijten aan het brengen van een brandende kaars in de nabijheid van de nauwelijks geopende kofferdam, welke nog niet gasvrij was. Blijkbaar waren in die kofferdam, waarin bij een vroegere reis benzine was geweest, benzinegassen aanwezig, welke, lichter dan de lucht, ontsnapten, zodra het deksel even was opgelicht en door de brandende kaars ontploften; de gassen zullen met te meer snelheid uit de kofferdam zijn opgestegen, waar zij door de invloed van de zonnehitte op B.B. zijde van het schip, waren verwarmd en hun uitzettingsvermogen derhalve was vergroot. Het blijkt intussen, dat aan boord van schepen als de onderhavige niet steeds met voldoende strengheid wordt opgetreden tegen het gebruik van open lichten aan boord, voordat de schepen gasvrij zijn en dat dit gebruik zelfs geduld wordt in tegenwoordigheid van hen (in deze de inspecteur van de American Petroleum Company), die in de eerste plaats gehouden zijn daar tegen te waken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de Oorlog. De BOETON onderzocht.
Naar wij vernemen is gistermiddag de BOETON van de Mij. Nederland in volle zee, ongeveer ter hoogte van Egmond, aangehouden door een Engelse duikboot, waarna twee Engelse torpedojagers naderbij kwamen. Na onderzoek van de scheepspapieren werd het schip echter weer los gelaten. De BOETON is reeds te IJmuiden binnengekomen.
Onze correspondent te IJmuiden meldt nader:
Het Nederlandse vrachtstoomschip BOETON van de Mij. Nederland, hetwelk gisteravond met een volle lading, rijst van Bassein te IJmuiden binnenkwam, is dicht onder de Nederlandse kust door een Engelse duikboot aangehouden en eerst na geruime tijd vrijgelaten. De BOETON, geladen met circa 80.000 balen rijst, was gistermiddag 2.30 tot op ongeveer 7 mijl uit onze kust nabij Egmond gekomen toen een duikboot op enige afstand een waarschuwingsschot loste in de richting van het stoomschip. Onmiddellijk deed de gezagvoerder zijn schip stoppen, om indien door de duikbootcommandant inzage van de papieren verlangd werd, deze te tonen. Aanvankelijk waren de zeelieden van mening met een Duitse duikboot te doen te hebben, doch toen deze meer nabij gekomen was zag men dat het er een van Britse nationaliteit was. Enige ogenblikken later kwam een officier van de duikboot aan boord van de BOETON en voerde een gesprek met de gezagvoerder. Men scheen van plan te zijn het stoomschip op te brengen. Van de duikboot gaf men order, dat de BOETON zou meestomen en reeds was het stoomschip een eind westwaarts, toen twee torpedoboten full speed op de BOETON en duikboot kwamen afstomen. Deze bleken eveneens van Britse nationaliteit te zijn. Na enige onderhandelingen tussen de commandant van de oorlogsvaartuigen gingen zij er toe over, niet verder met het stoomschip door te stomen, doch daar ter plaatse het te onderzoeken. Alle scheepspapieren werden grondig doorgezien evenals de passen van de opvarenden. Toen bleek, dat de lading rijst in Engels-Indische havens was ingeladen en voor Amsterdam bestemd was, kreeg de gezagvoerder toestemming de reis voort te zetten. Inmiddels waren twee Nederlandse torpedoboten, welke op een draadloos bericht van de BOETON te hulp kwamen, in de nabijheid gekomen. Het schip was echter reeds vrijgegeven, zodat onze schepen wederom met de BOETON konden terug stomen. Het onderzoek en oponthoud door de Engelsen veroorzaakt duurde twee volle uren. Van onze kust meende men aanvankelijk, dat het een Duitse onderzeeër zou zijn geweest die de BOETON aanhield en Engelse torpedojagers daarna op het schip afkwamen om het voor een aanval te behoeden.
Naar we vernamen is de BOETON niet in Halifax of een andere Engelse haven voor het gewone onderzoek binnen geweest.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De ZEELAND. De mailboot ZEELAND kwam gisteravond te ruim 8 uur te Vlissingen aan met 39 passagiers, onder wie de negen leden van de Deense commissie, die in Engeland economische belangen hadden te bespreken. Deze heren kwamen niet van boord daar zij de nacht op de mailboot zullen doorbrengen en vrijdag met de eerste trein vertrekken. Aanvankelijk bestond het plan dat ook de bemanning van de EEMDIJK, die mede was overgekomen, aan boord zou blijven, maar dit bleek niet mogelijk en zeer tegen hun zin moesten de mannen zich naar hotels begeven aan de overzijde van de sluizen, hetgeen voor enkelen zeer moeilijk was daar zij aan de voeten verwond waren of dikke voeten hadden van het zeewater. De mannen hebben ook, sommigen 44, anderen 98 uur in boten doorgebracht. Een van de mannen die nu twee maal een torpedering heeft meegemaakt, verzekerde ons dat het hem nu genoeg was en dat minister Posthuma nu zelf maar om graan moet gaan. Behalve deze schipbreukelingen waren er ook nog van de CORNELIA en ook één van de twee mannen van de AMSTELDIJK, die enkele weken geleden in een hospitaal in Engeland achter bleven en die thans zover genezen is, dat hij huiswaarts kon keren. Zijn makker zal echter nog enkele weken geduld moeten hebben.


23 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het voor rekening van de Rederie Aktiebolag Svea te Stockholm op de werf van de firma J. & A. van der Schuit te Papendrecht nieuw gebouwde stoomschip GUNLÖG heeft met goed gevolg proef gestoomd. De bereikte snelheid was 101/2 mijl. Het schip heeft een laadvermogen van 2.200 ton d.w. De hoofdafmetingen zijn: Lengte 237, breedte 36.6 en holte 18 voet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Dinsdag 26 juni, 10 uur voormiddag, onderzoek naar de oorzaak van het aan de grond lopen van het stoomschip LAURA, van de Holland-Gulf Stoomvaart Mij. op 12 april jl. nabij Lesundklakken (kust van Noorwegen). Gezagvoerder M. Glashouwer te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juni. Het Nederlandse stoomschip MARIA, dat op reis van Sundsvall naar Rotterdam naar Swinemünde werd opgebracht, is heden alhier aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De BOETON aangehouden.
Het Nederlandse vrachtstoomschip BOETON van de Maatschappij Nederland te Amsterdam, dat gisteravond met een volle lading rijst van Bassein te IJmuiden binnenkwam, is dicht onder de Nederlandse kust door een Engelse duikboot aangehouden en eerst na geruime tijd vrij gelaten.
De BOETON geladen met circa 80.000 balen rijst uit Engels-Indië was gistermiddag 2.30 uur tot op ongeveer 7 mijl uit onze kust nabij Egmond gekomen, toen een duikboot op enige afstand een waarschuwingsschot loste in de richting van het stoomschip. Onmiddellijk deed de gezagvoerder van de BOETON zijn schip stoppen om indien door de duikbootcommandant verlangd werd de papieren te willen inzien, deze dan te tonen.
Aanvankelijk waren de zeelieden van mening met een Duitse duikboot te doen te hebben, doch toen de onderzeeër meer naderbij gekomen was, zag men dat het er een van Britse nationaliteit bleek te zijn. Enige ogenblikken later kwam een officier van de duikboot aan boord van de BOETON en voerde een gesprek met de gezagvoerder en scheen deze van plan te zijn het stoomschip om de een of andere reden te doen opbrengen. Van de duikboot gaf men order dat de BOETON zou meestomen en reeds was het stoomschip een eind westwaarts, toen twee torpedoboten full speed op de BOETON en de duikboot kwamen afstomen. Naderbij gekomen bleken deze eveneens van Britse nationaliteit te zijn. Na enig onderhandelen tussen de commandanten van de oorlogsvaartuigen gingen zij er toe over niet verder met het stoomschip, door te stomen, doch daar ter plaatse het te onderzoeken.
Alle scheepspapieren werden grondig doorgezien, evenals de passen van de opvarenden.
Toen bleek, dat de lading rijst in Engels-Indische havens was ingeladen en tevens voor Amsterdam bestemd was, kreeg de gezagvoerder toestemming de reis te mogen voortzetten. Inmiddels waren twee Nederlandse torpedoboten, welke op een draadloos bericht van de BOETON te hulp kwamen, in de nabijheid gekomen. Het schip was echter reeds vrijgegeven, zodat onze schepen weer met de BOETON konden terug stomen.


25 juni 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De aanhouding van de BOETON.
Naar aanleiding van de aanhouding van de BOETON, van de Maatschappij Nederland te Amsterdam, in volle zee, door Engelse oorlogsvaartuigen, werd uit IJmuiden gemeld, dat de reden daarvan was, dat dit stoomschip niet te Halifax of in enige andere Engelse haven het gebruikelijke onderzoek had ondergaan. Naar wij vernemen, is dit niet juist. Met toestemming van de Engelse autoriteiten is het schip te Kingston (Jamaica) binnengelopen en daar uitgeklaard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip GUNLOG, gebouwd op de werf van de firma J.A. van der Schuyt te Papendrecht, bestemd voor de Rederie Aktienbolag Svea te Stockholm, heeft heden een welgeslaagde proeftocht gedaan en bereikte een snelheid van 10,5 zeemijl. De afmetingen van het schip zijn: Lengte 237, breedte 36.6 en holte 18 voet. De machine ontwikkelde ongeveer 1.000 ipk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden 22 juni. De koftjalk ALBATROS uit Groningen, kapt. W. Bol, is hedenmiddag met een lading hout bestemd voor Lemmer hier binnen gelopen. De ALBATROS zal nu binnendoor via Amsterdam over de Zuiderzee de reis naar de losplaats voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De voor rekening van de firma Peulen & Klip te Rotterdam aan de werf van de scheepsbouwmeesters Gebr. Pot te Bolnes nieuw gebouwde motorschoener CARPE DIEM, waarvan de motor werd geleverd door de N.V. Machinefabriek Bolnes, heeft bij de dezer dagen (opm: 23 okt.) gehouden proefvaart, welke plaats had onder toezicht van de Scheepvaartinspectie en van de Germanischer Lloyd, goed voldaan. Het schip, dat een laadvermogen heeft van ca. 354 ton, bereikte een gemiddelde snelheid van ruim 7 mijl.


26 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde heden een onderzoek in naar het vastlopen van het stoomschip LAURA van de Holland-Gulf Stoomvaart Mij. te Rotterdam bij Lesundklakken op de Noorse kust. Het onderzoek zou ook lopen zowel wat de kapitein Glashouwer als de tweede stuurman Visser betreft, ook over de vraag of het ongeval te wijten is aan een daad van nalatigheid hunnerzijds. De kapitein had rechtskundige bijstand van mr. Seret.
Uit de verklaringen van de gezagvoerder en de tweede stuurman bleek dat de stranding plaats had gehad in zeer gevaarlijk vaarwater. Een loods die aan boord was sliep en de kapitein kennende goed dit vaarwater deed dienst als loods.
De stranding had plaats toen de kapitein zich enige ogenblikken van de brug verwijderd had. De stuurman had de koers niet gehouden die de kapitein had aangegeven. De inspecteur de heer Sluiter gaf te kennen, dat het ongeval te wijten was aan de tweede stuurman omdat deze zijn koers niet gecontroleerd heeft en haar veranderd heeft zonder de kapitein te raadplegen. De gezagvoerder achtte hij schuldig omdat deze in loodsmans-water de navigatie toevertrouwd heeft aan een jongmens van 19 jaar zonder tweede stuurman diploma. In het algemeen acht spreker het verkeerd om een derde stuurman als tweede te monsteren.
Mr. Seret betoogde, dat waar als onmiddellijke oorzaak van de stranding een daad of (en) nalatigheid van de tweede stuurman vaststaat de gezagvoerder geen schuld kan treffen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed heden uitspraak betreffende het tot zinken brengen van het zeilschip VOORWAARTS en was van oordeel dat uit het gehouden onderzoek blijkt, dat de VOORWAARTS door een Duitse onderzeeër in zinkende toestand is gebracht en dat dit de oorzaak is geweest van haar ondergang. Het is niet met zekerheid te zeggen of de VOORWAARTS zich op het ogenblik, dat zij door de onderzeeër werd aangevallen, al dan niet in het door Duitsland versperde gebied bevond, daar de door de schipper opgegeven lengte van 04º-12' O, welke buiten dit gebied ligt, gegist was en er niet voldoende andere betrouwbare gegevens voorhanden zijn om de juiste plaats van de VOORWAARTS op bedoeld ogenblik te bepalen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gisteren werd een onderzoek ingesteld naar het tot zinken brengen op 23 mei jl. van het zeilschip ALBERDINA, schipper-eigenaar G.P. de Vries te Groningen. Schipper De Vries verklaarde op 7 januari l.l. van Rotterdam te zijn vertrokken met een lading gecondenseerde melk, bestemd voor Havre. Op 31 januari werd, op last van de loods, dicht bij de Engelse kust geankerd. Toen men voor anker lag werd 51/2 vaam gelood. Voor anker liggende, draaide het schip, door het omgaan van het anker. Bij het zwaaien stootte het schip. Aanvankelijk bleef het ruim droog, maar spoedig daarop maakte het schip water. Met behulp van een Engels marinevaartuig werd het schip naar Ramsgate gebracht. Het water was toen tot vijf voet gestegen. Te Ramsgate werd de melk gelost en het schip hersteld. Na veertig dagen te Ramsgate gelegen te hebben (men wilde het schip niet eerder laten vertrekken), werd naar Havre gevaren. In een Franse haven werd hierop een lading stenen en gips ingenomen met bestemming naar Rotterdam. Op 23 mei, 's namiddags 3 uur, op een 18 mijl WNW van de Hoek van Holland, kwam een onderzeeër in zicht. De onderzeeër loste een waarschuwingsschot, waarop de bemanning, uit drie personen bestaande, naar de onderzeeër roeide. De kapitein van de onderzeeër vroeg om de scheepspapieren en zei vervolgens, dat hij het schip tot zinken moest brengen, omdat het uit een Franse haven kwam. „Het is goed", antwoordde de schipper de commandant van de onderzeeër, die nogal vriendelijk was. De scheepspapieren werden afgenomen, bommen werden aan boord van de ALBERDINA gebracht, die binnen 8 à 9 minuten tot zinken werd gebracht. De bemanning van de ALBERDINA werd aan haar lot overgelaten. Roeiende en zeilende voer de bemanning kustwaarts. 's Avonds 11 uur kwam het vuur van Scheveningen in zicht en de volgende dag, 's ochtends half zes, werd de bemanning opgepikt door de Scheveningse logger TONIJN, (SCH-195). Te half drie bereikte men Scheveningen. Het bleek uit de behandeling, dat de schipper De Vries zonder certificaat was uitgevaren. De uitspraak volgt later.
Vervolgens werd behandeld een klacht tegen de schipper van de ALBERDINA wegens mishandeling van de 16-jarige matroos-kok A.J. Gooyers. Volgens zijn klacht, voor de consul afgelegd, werd klager op 20 december 1916 te Rotterdam aangemonsterd als lichtmatroos-kok voor een reis van Rotterdam naar Havre. Voordien had hij nog nooit gevaren. In volle zee droeg de kapitein hem op, het zwaard op te draaien. Dit ging de kapitein niet vlug genoeg, waarop de gezagvoerder, volgens hem, hem zulk een schop gaf, dat hij met het linker been op een ijzeren pin terechtkwam. Het been zwol op en was een week later nog niet geheeld. Voldoende zorg werd, volgens klager, aan de verpleging van de wond niet besteed. Een week na het gebeurde moest klager in het hospitaal opgenomen worden, waar hij vier weken verpleegd werd. Na zijn ontslag uit het hospitaal keerde klager weer aan boord terug. Op een zaterdagmiddag met de gezagvoerder naar de wal willende gaan, om zijn haar te laten knippen, schudde de kapitein, volgens klager, aan het want, waardoor klager te water viel, tussen schip en wal in. De kapitein deed niets tot zijn redding. Een soldaat haalde hem uit het water, waarop hij naar het zeemanshuis werd gebracht. De volgende dag keerde klager aan boord terug. Hij wilde toen het schip verlaten, maar de gezagvoerder sloot hem in het matrozenlogies op. Een paar dagen later slaagde hij er in van het schip weg te lopen. Klager, als getuige gedagvaard, was volgens de verklaring van een dokter niet in staat te komen. Kapitein De Vries ontkende de jongen geschopt te hebben. Deze struikelde over de ribbetjes van de stuurplank. Ook ontkende hij aan het want te hebben geschud, ten gevolge waarvan de jongen in het water viel. Ook houdt de schipper vol, de beenwond van de jongen elke dag verzorgd te hebben. De zeeman C. Venema, die ook op de ALBERDINA voer, verklaarde, dat de jongen hem zelf verzekerd heeft: „ik ben gevallen over de stuurplank". Ook van het schudden aan het want door de schipper is, volgens getuige, niets aan. De volgenden dag toch vertelde de jongen zelf in het water te zijn gevallen. De "suffe jongen" had, volgens hem, geen lust in het zeevaren; „er zat", zei hij, „geen natuur in de jongen". Hierna werd de zitting voor enige tijd geschorst. De Raad besliste vervolgens, dat de behandeling van de zaak voorlopig zal worden verdaagd, teneinde alsnog de matroos-kok Gooyers te horen. Het nieuwe onderzoek zal eerst kunnen plaats vinden als schipper De Vries van een reis naar Havre met de AGINA zal zijn teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De TELEGRAAF XVIII in de grond geschoten. Het zaterdag van hier vertrokken stoomschip TELEGRAAF XVIII is zondagmorgen omstreeks 4 uur, 26 mijl westwaarts van Hoek van Holland door een Duitse duikboot in de grond geschoten. De bemanning bestond uit 10 koppen, die na een naar uur in een sloep te hebben vertoefd, door de SCH-60 tien mijl van de kust zijn opgepikt en zondagmiddag te Scheveningen werden aangebracht. Er was niemand gewond van de bemanning, die gisteravond naar Rotterdam vertrok. Het schip was eigendom van de N.V. Vrachtvaart Onderneming ‘Telegraaf XVIII’, directie Ch. Cornelder & Zn. en mat 306 bruto registerton; het was in 1914 gebouwd. Een paar weken geleden reeds ging het gerucht dat het getorpedeerd was, thans is het schip toch tot zinken gebracht. Nader meldt men ons, dat de TELEGRAAF XVIII 35 mijl uit de kust op grote afstand door de duikboot is beschoten. Dit had geen resultaat, waarop de duikboot naar het schip voer en een paar van haar mannen twee brandbommen in de machinekamer legden. Na verloop van een uur is het schip gezonken. De bemanning heeft niets van haar hebben en houden kunnen redden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juni. Van de scheepswerf Nicolaas Witsen, firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten (opm: waarsch. 24 juni) de stalen motorreddingboot met hulpzeilvermogen C.A. den TEX, lang totaal 38 voet, gebouwd voor rekening van de Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij te Amsterdam. In het voorschip is een logies en verblijf voor geredden, in het middenschip de motorkamer, waarin de 3-cilinder 24 pk ruw-oliemotor is opgesteld, achter de motorkamer een ruime cockpit, waarin zich de stuurinrichting, motorhandels, enz. bevinden. De boot, die als tunnelboot is gebouwd, heeft een complete reddingbootuitrusting, als reddinglijnen, lijngeweer, stortolie-inrichting enz. In de boot zijn zowel onder de vloeren als rondom de zijden van het logies, motorruimte en cockpit, luchtkisten gebouwd. Het vaartuig zal worden gestationeerd op het eiland Rottumeroog.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 23 juni. Gisteren kwam alhier binnen van Emden het zeilschip ZWALUW, kapitein W. v.d. Veen, dat in september 1916 met een lading oud ijzer van Amsterdam vertrok met bestemming naar Gotenburg. Door averij, aan het tuig bekomen, kwam het echter binnen het mijnenveld nabij Norderney terecht, alwaar het door de Duitse marine werd aangetroffen en opgebracht naar Emden, waar de lading gelost werd en het schip vastgehouden tot het eindelijk vergunning kreeg om te vertrekken.


27 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De heer A. Jordens Jr. te Rotterdam heeft aan de werf van de firma Gebr. v. d. Windt te Vlaardingen de bouw opgedragen van een vrachtstoomschip, groot circa 450 ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit Oost-Indië: In de Memorie van Toelichting tot het dezer dagen ingediende wetsontwerp betreffende aanbouw van 3 onderzeeboten te San Francisco, werd medegedeeld, dat in dit verband een commissie was gezonden naar Amerika, welke onlangs was teruggekeerd. Naar wij vernemen bestond deze commissie uit de luitenant ter zee der eerste klasse J.M. de Booy en de eerstaanwezend electrotechnisch ingenieur aan het departement van marine, de heer W.F. Pot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar wij van de directie van de Maatschappij Oostzee vernemen, heeft zij een telegram ontvangen van de eerste stuurman van de HILVERSUM, meldende, dat er nog een boot met zes mensen vermist was. In deze boot bevinden zich de kapitein, de tweede stuurman, allen Hollanders, en drie matrozen, buitenlanders. De HILVERSUM was gecharterd door een buitenlandse maatschappij en voer in de wilde vaart. De directie wist niet of de boot lading in had.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De 1e juli a.s. zal het 25 jaar geleden zijn dat de heer G. Spanjer in dienst kwam bij de firma Aug. Köpcke & Co. te Rotterdam als kapitein van de waterboot GERARD, dienende voor voorziening van drink- en ketelwater aan zeeschepen. Ieder die bij de scheepvaart betrokken is, kent kapt. Spanjer, die ook, als oud-gezagvoerder ter koopvaardij, zich vele vrienden en kennissen verwierf onder gezagvoerders en officieren van de onze haven bezoekende schepen, zodat het hem zeker niet aan huldeblijken zal ontbreken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De torpedering van de CORNELIA.
Kapitein Stienstra van de Nederlandse tjalk CORNELIA is te Groningen weergekeerd. Hij vertelde aan de N.Gron.Ct. een en ander over het vergaan van zijn schip. Het was zondag 10 juni, 12.30 uur 's middags. De CORNELIA bevond zich in de nabijheid van de Normandische eilanden. Plotseling werd de bemanning opgeschrikt door een kanonschot, dat later bleek te zijn afgevuurd door een duikboot van tot nog toe onbekende nationaliteit. Het projectiel sloeg ongeveer 20 meter van het voorschip in het water. Onmiddellijk gaf de kapitein order te stoppen en de boot te strijken. Zonder zich het minst om de nationaliteit of de bemanning te bekommeren bleef de duikboot doorvuren, waarbij de 5 leden van de bemanning aan het grootste gevaar waren blootgesteld. Tot overmaat van ramp liep de boot bij hat neerlaten vol water, zodat de mannen met hun benen in het water zaten. De boot, was slechts korte afstand van het schip verwijderd, toen een granaat midscheeps insloeg en een hevige ontploffing veroorzaakte. De CORNELIA bleef echter drijven en kreeg ook nog geen slagzij. Toen onze zeelieden een mijl geroeid hadden en naar hun schip omzagen, bemerkten zij, dat de duikboot langszij de CORNELIA was gekomen. Uit het feit, dat de duikboot ruim drie kwartier naast de CORNELIA bleef liggen, concludeerde kapitein Stienstra, dat alle provisie enz. aan boord van het Nederlandse vaartuig, door de duikboot in beslag is genomen. Intussen was een hevige donderbui opgekomen, welke de zee hol deed staan en het roeien bemoeilijkte. Juist toen de bui zich ongeveer boven de CORNELIA bevond, werd een hevige ontploffing waargenomen. Toen de lucht optrok en helder werd, waren en CORNELIA en duikboot verdwenen. Gelukkig slaagden de mannen in de boot erin hun vaartuig met vereende krachten uit te hozen. Er werd nu om beurten stevig doorgeroeid en na 22 uur hard werken werd de Franse kust bereikt. Geen van de leden van de bemanning heeft iets van zijn kledingstukken of verdere bezittingen kunnen redden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schadevergoeding voor de vernietigde schepen.
Men herinnert zich dat op 22 februari van dit jaar zeven Nederlandse stoomschepen: de JACATRA, de BANDOENG, de NOORDERDYK, de ZAANDIJK, de EEMLAND, de GAASTERLAND en de MENADO bij de Scilly-Eilanden om 5 uur nm. door een Duitse duikboot zijn vernietigd.
Na langdurige onderhandelingen zijn de Nederlandse en Duitse regeringen tot overeenstemming gekomen, op de volgende grondslag: Ter vervanging van deze verloren gegane schepen zal de Duitse regering aan de Nederlandse Regering afstaan zeven Duitse schepen, die zich op dit ogenblik in Nederlands-Indië bevinden en die in waarde met de vernietigde schepen gelijk staan.
Daartegenover zal de Nederlandse Regering aan de Duitse regering een som overmaken, gelijkstaande met het totaal bedrag van de voor de vernietigde schepen te betalen verzekeringssommen. Aan twee commissarissen, van welke elk van de beide regeringen er één zal aanwijzen, zal de keus van de schepen worden opgedragen, alsmede de regeling van de eigendomsoverdracht en van verdere ter sprake komende punten. De afgestane vaartuigen, die gedurende de oorlog uitsluitend in Transoceanisch verkeer zullen gebezigd worden, zullen niet in de vaart worden gebracht, alvorens de zeemogendheden, die in oorlog met Duitsland zijn, de overdracht van de vlag erkend hebben en aan deze vaartuigen vrij verkeer hebben toegestaan. De Duitse regering zal aan de leden van de bemanningen van de vernietigde schepen de schade vergoeden, die zij hebben geleden, ten gevolge van de vernietiging, zowel wat betreft hun gezondheid als hun goederen. Het bedrag van deze vergoeding zal eveneens door beide bovengenoemde commissarissen worden vastgesteld. Als commissarissen zullen optreden voor de Nederlandse Regering dr. A. Plate te Rotterdam en voor de Duitse regering dr. Greve, directeur van de Norddeutsche Lloyd te Bremen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stoomschip TELEGRAAF 18. Naar wij vernemen was de TELEGRAAF XVIII, welke, zoals wij reeds meedeelden, zondagmorgen in de Noordzee door een Duitse duikboot tot zinken gebracht, verzekerd bij de Regering.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Door de heer A. Jordens Jr. te Rotterdam is aan de scheepswerf van de firma Gebr. Van der Windt te Vlaardingen, de bouw opgedragen van een vrachtstoomschip, groot circa 450 ton.


28 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Vredenhof van de firma Wed. J.L. Ceuvel Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam werd met goed gevolg te water gelaten een stalen motor directie-sleepboot, afmetingen: 14 x 3,10 x 1,50 meter. Het vaartuig is voorzien van een 26 pk Kromhout motor type M 2 en is gebouwd voor Amsterdamse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw en machinefabricage.
Soerabaja, 26 juni. De fabriek van stoom- en andere werktuigen ‘Kalimas’ alhier gaat op last, met het oog op de huidige omstandigheden, twee zeilschepen bouwen, vijfmasters van 1.800 ton elk, met hulp-stoomvermogen van 320 paardenkrachten. Ook is de fabriek reeds begonnen met de vervaardiging van machines voor caoutchouc (opm: natuurlijk rubber) ondernemingen, waar men reeds verschillende in Europa geplaatste bestellingen, niet meer ontving.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf Van Goor & Spiekman te Zwartsluis is met goed gevolg te water gelaten de motorschoener AUGUST MARIE, groot 400 ton, in aanbouw voor de Rederij J. van Steen te Rotterdam. De kiel zal worden gelegd voor een 300 ton motorschoener voor eigen rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De HILVERSUM op een mijn gelopen.
Te Amsterdam is bericht ontvangen, dat de HILVERSUM, een stalen schroefstoomboot, 1.505 ton, gebouwd in 1883, eigendom van de Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam, in het Engelse Kanaal op een mijn is gelopen en gezonken. De bemanning is te Milford geland. (opm: zie ook NRC 090817 en AH 230817)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 28 juni. De met hoepels naar Stavanger bestemde motorschoener AMBULANT II, kapt. S. Bouman, wordt hier in de Binnenhaven opgehouden wegens een defect aan de motor. Door de Kromhout Motorenfabriek wordt de schade hier ter plaatse hersteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schadevergoeding voor de getorpedeerde schepen.
De bereidverklaring van de Duitse regering om voor de zeven getorpedeerde schepen Duitse schepen terug te geven, stemt zeker tot voldoening.
Weliswaar zijn de rederijen ettelijke maanden hun schepen kwijt geweest — vier maanden geleden had de torpedering plaats en het zal nog wel ettelijke maanden duren eer de overdracht geregeld is — maar dit risico treft nu eenmaal alle ondernemers van scheepvaart. Dat voorts de assurantiegelden aan de Duitse regering moeten worden afgedragen, brengt de gehele schade op de maatschappijen, bij welke de schepen verzekerd waren. Gelijk bekend zijn dit goeddeels Duitse.
Wij vinden in de Tel. een lijstje van de Duitse schepen, die thans in Nederlands-Indië liggen (opm: zie NRC 070617). Het zijn er 32.
ANGHIN, Bremen. 1.613 bruto ton, 1.001 netto; ANHALT, Lübeck. 1.468 brt, 894 n.; ASTERTURM, Bremen. 5.053 brt, 3.153 n.; AYNTHIA, Bremen, 421 brt, 261 n.; CHOW FU, Bremen, 1.646 brt, 1.055 n.; DRACHENFELS, Bremen. 7.002 brt, 4.515 n.; GOLDENFELS, Bremen. 7.438 brt, 4.704 n.; HAGEN, Hamburg. 4.210 brt, 2.624 n.: HOHENFELS, Bremen. 5.329 brt, 3.408 n.; HOERDE, Hamburg. 5.091 brt, 3.249 n.; ISERLOHN, Hamburg. 4.667 brt, 2.918 n.; IMKENTURM, Bremen. 5.004 brt, 3.154 n.: KLEIST, Bremen. 8.959 brt, 5.127 n.; KWONG ENG, Bremen. 1.650 brt, 969 n.; LUNEBURG, Hamburg. 5.819 brt, 3.683 n.; LÜBECK, Oldenburg. 1.730 brt, 1.055 n.; LINDEN, Hamburg. 4.188 brt, 2.624 n.; MOCHEW, Bremen. 1.600 brt, 996 n.; MANILA, Bremen. 1.790 brt, 1.108 n.; NINIVE, Hamburg. 4.591 brt, 2.877 n.; OFFENBACH, Hamburg. 4.336 brt, 2.743 n.; PREUSSEN, Hamburg. 7.997 brt, 5.083 n.; ROON, Bremen. 8.174 brt, 4.906 n.; RHEINLAND, Bremen. 6.588 brt, 4.153 n.; STOLBERG, Hamburg. 5.880 brt, 3.688 n.; SYDNEY, Hamburg 5.894 brt, 3.704 n.; SCHÖNFELS, Bremen. 5.592 brt, 3.543 n.; SITHONIA, Hamburg. 5.618 brt, 3.542 n.; SCANDIA, Hamburg. 4.506 brt, 2.856 n.; UHLENFELS, Hamburg. 5.577 brt, 3.568 n.; WESTMARK, Hamburg. 5.870 brt, 3.680 n.; en de EMDEN, Hamburg. 5.746 brt, 3.641 n. Door het Ministerie van Buitenlandsche Zaken is een uitvoerig overzicht van de torpedering en van de onderhandelingen met de Duitse regering gegeven. Het eerste is, door talrijke interviews, vrijwel bekend.
Een enkel fragment uit het ministeriële schrijven nemen wij niettemin hier, omdat het zo bijzonder tekenend is, over.
Nadat de bemanningen in de boten waren gegaan, zijn de stoomschepen NOORDERDYK, JACATRA en BANDOENG achtereenvolgens getorpedeerd. De duikboot heeft zich hierop naar een van de boten van de BANDOENG begeven en order gegeven langszij te komen. De Duitse commandant vroeg aan de gezagvoerder, die in deze boot had plaats genomen, of hij wist dat hij zich in de oorlogszone bevond. De gezagvoerder van de BANDOENG antwoordde bevestigend, doch voegde hieraan toe dat het schip drie weken te Falmouth had gelegen, dat hij thans orders had gekregen van zijn Regering om uit te varen en dat hij, langs de kortste weg het gevaarlijke gebied trachtte te verlaten, waarop de commandant antwoordde, dat de orders van de Nederlandse Regering hem niet aangingen. Hij liet een officier en twee matrozen in de boot van de BANDOENG plaats nemen, waarna de boot door de onderzeeër werd gesleept naar de vier nog overgebleven schepen van het konvooi, welke achtereenvolgens door bommen werden tot zinken gebracht.
De gezagvoerder van de BANDOENG heeft de laatstgenoemde officier inzage gegeven van het schrijven van Harer Majesteit's gezant, de officier verklaarde evenwel het niet belangrijk genoeg te achten om het aan zijn commandant te laten zien. Slechts wanneer het een order van de Duitse regering had betroffen, zou er voor de commandant aanleiding hebben kunnen zijn, van de vernietiging af te zien. De Minister deelt mee, dat, na ontvangst van de
eerste berichten, hij de gezant te Berlijn heeft opgedragen zich tot de rijkskanselier persoonlijk te wenden, deze te wijzen op het hoogst ernstige karakter van dit feit en de stellige verwachting uit te spreken, dat de Duitse regering genoegdoening zou verschaffen in de vorm van een vervanging van de verloren gegane scheepsruimte en vergoeding van de geleden schade.
Bij het onderhoud, dat baron Gevers in gevolge deze opdracht met de rijkskanselier had, drukte de heer Von Bethmann Hollweg zijn diepgevoeld leedwezen uit over de ramp. Hij verklaarde, dat de Duitse regering nog niet in staat was haar houding definitief te bepalen, doch de vordering van de Nederlandse Regering in welwillende overweging zou nemen. Onder dagtekening van 6 maart berichtte dr. Rosen, dat de Duitse regering bereid was, de bemanningen van de op 22 februari vernietigde schepen schadeloos te stellen voor de door haar geleden materiele verliezen, en de vraag overwoog aan de verliezen van de reders tegemoet te komen door hun, zo zij het wensten, de aankoop van Duitse schepen, waarvan zij na het sluiten van de vrede gebruik zouden kunnen maken, te vergemakkelijken. Deze oplossing kon de Nederlandse Regering geenszins bevredigen. Hernieuwde stappen van baron Gevers leidden er toe, dat de Duitse regering de 17e maart zich bereid verklaarde, onder nader te bepalen voorwaarden, een gelijke scheepsruimte ter beschikking van Nederland te stellen als die welke op 22 februari was vernietigd; te dien einde zouden Duitse schepen kunnen worden gecharterd.
Ook dit aanbod beantwoordde geenszins aan de verwachting van de Nederlandse Regering. Het huren van schepen toch was onaannemelijk alleen reeds omdat de schepen, Duits eigendom blijvende, volgens de Nederlandse wet niet de Nederlandse vlag zouden kunnen voeren, terwijl zelfs indien de vaartuigen onder Nederlandse vlag hadden kunnen worden gebracht, de geallieerden ze begrijpelijkerwijs niet als neutrale vaartuigen zouden erkennen. De voorgestelde oplossing kon derhalve niet worden aanvaard. Ook de Nederlandse reders verklaarden, dat zij onder deze omstandigheden de aangeboden schadeloosstelling voor de bemanningen niet konden aannemen. De gedachtewisseling tussen de beide regeringen werd sindsdien voortgezet en heeft tenslotte geleid tot overeenstemming op de grondslag, waarvan in het Nieuwsblad reeds melding is gemaakt.
De Duitse pers heeft de overeenkomst reeds besproken. Zo zegt de Lokalanzeiger dat het bijleggen van het ongelukkige voorval in wederkerig belang toe te juichen is. Het gold een oplossing te vinden voor verstrekkende vorderingen, maar wederzijds was de goede wil voorhanden om de rechtmatige gezichtspunten van de tegenpartij naar behoren te erkennen. Zo is men het eens geworden en verdere bijzonderheden zullen zeker op de basis van wederzijds vertrouwen vol tegemoet komen, wel te regelen zijn.
Wij ontvingen nu ook het officiële Duitse communiqué dat, naar men zal op merken, in de motivering niet geheel met de Nederlandse lezing klopt. Het luidt: „De ambtelijke onderhandelingen tussen de Duitse en Nederlandsche regeringen over de op 22 februari door een ongelukkig toeval door een Duitse onderzeeboot in het gevaarlijk gebied tot zinken gebrachte Nederlandse handelsschepen kwamen tot een einde. De Duitse admiraalsstaf had toegezegd dat aan de in het gebied werkende onderzeeboten per draadloos telegram het vrijlaten van deze stoomschepen zou worden bevolen op de bepaalde dag, evenwel uitdrukkelijk daarbij opmerkend dat hij er niet voor kon instaan dat alle onderzeeboten het telegram zouden opvangen. De rederijen gelastten daarop het uitlopen van hun schepen, de vaart als absoluut zeker beschouwend. Daarop zijn de Nederlandse schepen tot zinken gebracht door een onderzeeboot die ten gevolge van een hapering in zijn draadloze telegrafietoestel het bevel niet ontvangen had.
Onder deze omstandigheid kon de Duitse regering de verantwoordelijkheid voor de ook door haar levendig betreurde gebeurtenis niet op zich nemen. Evenwel liet zij zich uit deelneming en goede nabuurschappelijke gezindheid, bereid vinden om ter vergoeding van de door de Nederlanden geleden schade door dit scheepsverlies, gelijkwaardige in Ned.-Indië liggende Duitse schepen ter beschikking te stellen van de Nederlandse Regering, waartegenover deze de voor de gezonken schepen betaalde verzekeringssommen aan haar betalen zal. De ruilschepen zullen voor de Nederlandse transoceaan vaart bestemd worden en eerst uitlopen, nadat onze tegenstanders de vlagwisseling hebben erkend. De Duitse regering zal verder aan de bemanningen van de getorpedeerde schepen, waarvan gelukkigerwijs niemand omgekomen is, de geleden schade vergoeden. De Nederlandse Regering erkende de bij deze onderhandelingen betoonde tegemoetkoming van de Duitse regering met dankbaarheid, zodat daardoor het, de betrekking van de beide landen vertroebelede incident gelukkig opgelost is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Een boot van de HILVERSUM vermist.
Naar wij van de directie van de Maatschappij ‘Oostzee’ vernemen, is door haar een telegram ontvangen van de eerste stuurman van de HILVERSUM, vermeldende, dat er nog een boot met 6 mensen vermist wordt. In deze boot bevinden zich de kapitein, de 2e stuurman, de 2e machinist, allen Hollanders en drie matrozen, buitenlanders. De HILVERSUM was gecharterd door een buitenlandse maatschappij en voer in de wilde vaart. De directie wist niet of de boot lading in had.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men deelt ons mede, dat gisterochtend in de buurt van Terschelling, buiten de territoriale wateren, het Duitse s.s. WESTPHALIA, van Rotterdam naar Kopenhagen, op een mijn is gelopen en gezonken. Dertien man der bemanning gingen in de sloepen en werden overgenomen door Nederlandse torpedoboten, die hen naar Terschelling brachten.
Uit Terschelling meldt men ons, dat het stoomschip blijkens de verklaring van de gezagvoerder getorpedeerd zou zijn door een Engelse duikboot. (opm: bekort)


29 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het voor de heer J.J.A. van Meel te Rotterdam, op de werf van de firma E.J. Smit & Zonen te Westerbroek, nieuw gebouwde stoomschip SOESTERBERG. groot 700 m3, is gisteren te Delfzijl aangekomen voor verdere afwerking en om proef te stomen op de Eems.


30 juni 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Stoomschip Senang.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Mij. tot Exploitatie van het stoomschip 'Senang' werden balans, winst- en verliesrekening over 1916 goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 5%.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maatschappij Stoomschip Rensiena.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Mij. tot Exploitatie van het stoomschip 'Rensiena' werden balans, winst- en verliesrekening over 1916 goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 5%.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Lloyd te Rotterdam.
In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders werd jaarverslag uitgebracht. Daaruit blijkt dat de vloot in het afgelopen jaar geen verandering onderging en verliezen niet werden geleden, doch ook niet werd geprofiteerd van de tegenwoordige hoge vrachten. De totale winst beliep NLG 162.786. De vergadering besloot met het oog op de nog hangende kwestie of in de oorlogswinstbelasting moet worden bijgedragen, het dividend vast te stellen op 4% en de rest op nieuwe rekening over te brengen. Als commissaris werd herkozen de heer A. Macquinay.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Onderzeeboten voor Indië.
Door het Departement van Marine is het contract afgesloten met de Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen, waarbij aan de Maatschappij de bouw van 3 onderzeeboten voor Indië wordt opgedragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Schepenwet. De 30-jarige walkapitein J. W. alhier, ging verleden jaar juli in opdracht van getuige Van der Eb in Kopenhagen het in Nederland thuis behorende schoener-aak schip HENDRIKA JOHANNA kopen. Daar hij binnen enkele uren moest beslissen in de Deense hoofdstad kocht hij het vaartuig zelf, ging er eerst mee naar Oskarshavn en kwam er vandaar mee naar Rotterdam. Dat alles doende zonder het benodigde certificaat van deugdelijkheid, want in oktober 1915 was het oude certificaat afgelopen en het bleek niet mogelijk bijtijds te voldoen aan de eisen voor de afgifte van een nieuw certificaat gesteld. Vanmorgen stond de walkapitein deswegen voor de kantonrechter en hoorde — daar op deze overtreding van de Schepenwet slechts vrijheidsstraf staat —14 dagen hechtenis eisen.


02 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma J. & A. van der Schuyt te Papendrecht, is te water gelopen het voor eigen rekening gebouwde stoomschip INDUSTRIE, groot ongeveer 1.000 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Scheepsexploitatie Maatschappij Navis.
Bij de kantoren van de Nationale Bankvereniging wordt van 2 juli tot 16 juli de inschrijving opengesteld op 250 aandelen à NLG1.000 nominaal, in de N.V. Scheepsexploitatie Maatschappij 'Navis', tot de koers van 100 procent. De storting op de toegewezen aandelen moet geschieden bij de kantoren van inschrijving vóór of op 30 juli 1917. De officiële notering op de beurs van Amsterdam en Rotterdam zal worden aangevraagd. Het doel van de maatschappij is het kopen en verkopen en wanneer de directie de omstandigheden gunstig acht, de exploitatie van schepen, voornamelijk zeeschepen.
Wegens de noodzakelijkheid om de allerwegen uitgeputte voorraden weer op peil te brengen, kan na de oorlog een belangrijke handel in schepen verwacht worden.
De directeuren, welke de Maatschappij zich verzekerd heeft, hebben een lange praktijk, de een op het gebied van bevrachtingszaken en rederij en de ander op het gebied van scheepsbouw.
De Maatschappij is haar werkzaamheden reeds aangevangen en geslaagd tegen billijke prijs een zeevrachtboot groot 1.000 ton te kopen, welk schip augustus a.s. door de werf wordt opgeleverd. Mocht het niet gelukken dit schip tegen een bevredigende winst van de hand te doen, dan stelt de directie zich voor zelf de exploitatie ter hand te nemen. Echter zou reeds thans een beduidende winst kunnen worden gemaakt bij verkoop van deze boot.
Van de in een boekjaar gemaakte winst wordt in de eerste plaats, zo mogelijk, vijf procent aan de aandeelhouders uitgekeerd; het alsdan overblijvende wordt als volgt verdeeld: Vijftig procent aan de aandeelhouders, tien procent aan de directie, vijftien procent aan de commissarissen, drie procent aan de gedelegeerde commissaris, tien procent aan de houders van oprichtersbewijzen, twaalf procent aan de reservekas.


03 juli 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De Noordzee gesloten.
(Officieel). Het Ministerie van Buitenlandse Zaken deelt mee, dat blijkens bericht van Hr.Ms. gezant te Londen, de Britse regering het volgende heeft bepaald: De gevaarlijke zone in de Noordzee zal van 4 juli a.s. af omvatten alle wateren, met uitzondering van de Nederlandse en Deense territoriale wateren, liggende zuidelijk en oostelijk van een lijn, die begint 3 mijlen van de kust van Jutland, op de breedtegraad 57º-08' N.B. en verder gaat langs de volgende punten: 1e. het punt, gelegen op 57º 08' N.B. 04º O.L.; 2e. het punt gelegen op 53º N.B. 04º O.L.; van daar langs de breedtegraad 53º N.B. naar het punt, gelegen op 3 mijlen van de Nederlandse kust; vandaar naar het noorden en oosten lopende langs de grens van de Nederlandse territoriale wateren.
Daar ten gevolge van deze maatregel de veilige vaargeul in de Noordzee, binnen de gevaarlijke zone zou vallen en daardoor alle scheepvaart van en naar Nederland om de noordkust van Engeland geheel onmogelijk zou worden, heeft de Nederlandse Regering, aannemende dat zulks niet de bedoeling van de Britse regering kan zijn, de aandacht van die regering op de hoogst bedenkelijke gevolgen van die maatregel gevestigd en de verwachting uitgesproken, dat daarin nog wijziging zal worden gebracht.
Naar aanleiding van bovenstaande mededeling, die wij nog in een deel van onze vorige oplaag konden opnemen, seint Wolff uit Berlijn het volgende:
De vernieuwde uitbreiding van de gevaarlijke zone in de Noordzee door Engeland, die de gehele Nederlandse kust en het grootste deel van de westkust van Jutland afsluit, beneemt Nederland voortaan elke veilige toegang tot de vrije zee, zowel voor eigen, als voor relief-schepen. Evenzo is het de Hollandse vissers door de „rücksichtslose" maatregel van Engeland onmogelijk gemaakt, hun beroep uit te oefenen in het door de Duitse admiraliteit daarvoor vrijgegeven gebied. Het is de vraag, of het protest van de Nederlandse Regering resultaat zal hebben. Engeland laat blijkbaar het laatste masker vallen en deinst niet meer terug voor enige al is het ook nog zo een onwettige en onmenselijke maatregel tegenover de neutralen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De HILVERSUM.
Volgens een bij de Stoomvaart Mij. ‘Oostzee’ uit Cardiff ontvangen telegram blijkt dat het stoomschip HILVERSUM op een mijn is gestoten en in het achterschip werd getroffen. Het schip zonk in twee minuten. Men is bezig geweest met het losmaken van de reddingboten doch deze konden niet vlug genoeg worden losgemaakt, zodat allen overboord sprongen. De 6 vermisten heeft men in het begin bezig gezien met een van de reddingboten, doch daarna zag men hen niet meer terug. Een Engels patrouillevaartuig heeft allen, die in de zee gesprongen waren, opgepikt. Men heeft vervolgens de plek afgezocht, doch van de 6 overigen niets kunnen ontdekken. Van de 6 vermisten zijn 5 Nederlanders en niet, zoals eerst vermeld werd 3. De vermisten zijn: De kapitein, de 2e stuurman, de 3e machinist, de kok Smit en de bediende Huising en een Griekse stoker.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De Noordzee gesloten.
In scheepvaartkringen heeft het bericht omtrent de gevaarlijke zone niet zulk een pessimistische indruk gewekt als men wellicht zou verwachten. Reeds talloze malen heeft de Nederlandse scheepvaart gedurende de oorlog grote moeilijkheden met succes bestreden en ook thans verwacht men, dat de nieuwe bepalingen nog wel herzien zullen worden, bovendien dient te worden afgewacht welke maatregelen Engeland in het versperde gebied denkt te treffen.
Naar het Persbureau Vaz Dias verneemt wordt door de directies van de grote scheepvaartmaatschappijen het resultaat afgewacht van de stappen door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gedaan, ten einde van de Britse regering gedaan te krijgen, dat de nieuwe Engelse gevaarzone zo zal worden gewijzigd, dat vanuit Nederlandse havens een veilige vaargeul voor onze overzeese vaart zal worden verkregen. Schepen in aflading en die zo tijdig kunnen vertrekken, dat ze 4 juli door de oude route zijn, zullen nog uitvaren: Zo vertrokken heden van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ de vrachtboten LOMBOK en SUMATRA. Voor het overige wordt op mededelingen uit Den Haag gewacht. Totdat daaromtrent iets naders is bekend zullen na 4 juli geen schepen van de grote maatschappijen vertrekken. Van enige zenuwachtigheid bij de directies van de scheepvaartmaatschappijen is geen sprake, wijl men de overtuiging heeft, dat de Britse autoriteiten niet bedoelen en nooit hebben bedoeld, onze overzeese verbindingen af te snijden. Het Haagse correspondentiebureau schrijft ons: Gebleken is, dat het officiële bericht over de nieuwe afsluiting van de Noordzee door Engeland een ontstellende indruk in scheepvaartkringen heeft teweeg gebracht. Immers door deze nieuwe geheel onverwachte maatregel van Engeland is niet meer of minder dan de gehele veilige vaart over zee naar het buitenland afgesloten. Ten gevolge van de jongste Engelse maatregelen toch in verband met de vroeger reeds door Engeland en Duitsland genomen besluiten, is van het gehele zuidelijke deel van de Noordzee slechts veilig te bevaren een smalle strook langs onze kust van Zeeuws-Vlaanderen af tot de zuidkust van het eiland Texel. Uit de aard der zaak zijn de Nederlandse territoriale wateren ook benoorden dit eiland vrijgelaten. Doch de banken steken daar zo ver uit, dat voor zeeschepen de doortocht onmogelijk is. Men hoopt vurig dat het onze Regering moge gelukken door krachtige aandrang op de Britse regering wijziging van de maatregel te verkrijgen.


04 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De Zweedse Stoomboot Maatschappij Frigga laat op de werf van Gebr. Diepen & J.J. Wilmink te Groningen een motorvaartuig bouwen waarvoor zij uit de Zweedse staatskassen een voorschot van 75.000 Kronen krijgt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip AGNETA (het 4e zusterschip van het stoomschip LEONORA), door Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam, voor rekening van de firma Jos. de Poorter te Rotterdam gebouwd, heeft met gunstig gevolg proef gestoomd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Hoorn.
Door de alhier nieuw opgerichte Stoomvaart Mij. Hoorn zijn twee op Nederlandse werven in aanbouw zijnde stoomschepen aangekocht van respectievelijk 2.200 en 2.800 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 2 juli. De Nederlandse zeetjalk ROELFINA, van Rotterdam naar Duinkerken bestemd, is zondag te Vlissingen als bijlegger binnengekomen, met schade aan de deklast.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het stoomschip BERNISSE van de firma P.A. Van Es & Co. te Rotterdam, dat, tegelijk met de ELVE van dezelfde rederij en evenals dit schip geladen met grondnoten van Rufisque op 23 mei getorpedeerd werd, doch in tegenstelling met de ELVE, die zonk, drijvende bleef, is in een Engelse haven voorlopig gerepareerd en bevindt zich thans op weg naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De Noordzee gesloten.
(Officieel.) Ten vervolge op de bekendmaking van 30 juni l.l. betreffende de uitbreiding van de door de Britse regering gevaarlijk verklaarde zone in de Noordzee, deelt het Ministerie van Buitenlandse Zaken mee, dat de Britse staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken aan Hr.Ms. gezant te Londen heeft toegezegd zich onmiddellijk met de admiraliteit in verbinding te zullen stellen naar aanleiding van de door de Nederlandse Regering gemaakte opmerkingen.


05 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de Oorlog. De BESTEVAER tot zinken gebracht.
Te 's-Gravenhage is bericht ontvangen, dat het stoomschip BESTEVAER van de Maatschappij Stoomschip BESTEVAER van Ph. van Ommeren te Rotterdam in de afgelopen nacht door een Duitse duikboot in de Noordzee tot zinken is gebracht. Door de schokker SCH-482 zijn gisteren te Scheveningen 9 man van de uit 18 personen bestaande equipage aangebracht. Volgens verklaring van de aangebrachte schepelingen werd het schip in de afgelopen nacht te 2 uur, op weg van Londen naar Rotterdam zijnde, door een Duitse duikboot getorpedeerd; het schip was in twee minuten gezonken. Daardoor was er slechts tijd geweest om één van de sloepen te vieren. In deze sloep hadden de 9 aangebrachte schepelingen plaats genomen, maar ten gevolge van de zuiging door het wegzinkende schip was de sloep omgeslagen. De 9 opvarenden, van wie 2 zo goed als ongekleed waren, hadden 5 uren hangende of zittend op de omgeslagen sloep op zee rondgedreven, totdat zij gisterochtend te 7 uur door de SCH-482 werden opgepikt. Omtrent het lot van de andere 9 man van de bemanning, die vermist werden, waaronder behoren de kapitein, de stuurman en de 2e machinist, wisten de aangebrachte schepelingen niets mee te delen.
Te Hoek van Holland is aangebracht door de GOEREE No. 5 nog een opvarende van het getorpedeerde schip BESTEVAER, n.l. de matroos Muller.
De geredde stoker Muller verhaalt het volgende: De reddingboot waar hij in ging sloeg door de zuiging om. Maar hij kwam spoedig weer boven, heeft zich toen zwemmende weten te houden en kreeg na een half uur een pak geperste veren te pakken, hetwelk tot de lading behoorde en is daarop gaan zitten. Na twaalf uur gedreven te hebben werd hij opgepikt door de blazer GOEREE No.5, schipper B. Tanis, die aan het vissen was, daarmee direct ophield en naar de Hoek zeilde. Terwijl Muller 's nachts dreef heeft hij nog horen roepen en ook nog iemand op zulk een pak veren zien zitten, doch deze was bij het aanbreken van de dag verdwenen. De scheepshond werd door de GOEREE 26 opgepikt.
Wij vernemen nog dat de namen van de negen te Scheveningen aangebrachte schepelingen van het getorpedeerde schip BESTEVAER zijn: De 2e stuurman M.J. Poons, de 1e machinist De Rooy, de matroos J. Schols (of Scholtz), de stokers Z. van de Polder en F. Verstraeten, de lichtmatrozen P.J. Willems en J.B. Lops, de donkeyman I. Woitezak en de tremmer K. Magendans.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De AMSTELLAND.
Naar het Haagsche Correspondentiebureau verneemt was de AMSTELLAND met een lading tarwe voor de Britse regering op weg naar Belfast, toen zij getorpedeerd werd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De PARKHAVEN.
Het Nederlandse stoomschip PARKHAVEN is na diplomatieke onderhandelingen van de Engelse zwarte lijst afgevoerd. Het stoomschip, dat beschadigd te Haugesund ligt, zal naar Bergen vertrekken om aldaar te lossen en te repareren. De lading Regeringsgraan blijft in Noorwegen en wordt dus niet naar Rotterdam doorgezonden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De schoener AMBULANT II uit Groningen, welke thans met een lading hoepels voor Stavanger te IJmuiden zeilklaar ligt, is door de reder H. de Groot aan de commanditaire vennootschap Lefébure & Co. te Amsterdam verkocht. Het schip is nu met een 45 pk Kromhout motor uitgerust en wordt bevaren door kapt. S. Bouman.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 3 juli. De Nederlandse zeetjalk ROELFINA, van Rotterdam naar Duinkerken, die hier zondag binnenliep met schade aan de deklast, is heden weer naar zee vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 3 juli. De motorschoener AMBULANT II heeft de schade hersteld en ligt nu zeilklaar voor Stavanger.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Tegen het mijnengevaar. De 26e mei l.l. heeft met het stoomschip BATAVIER IV alhier een proeftocht plaats gehad met de mijnenknipper van de schout-bij-nacht Goedhart. Het schip moest aanstomen op een zeker aantal verankerde (nagemaakte) mijnen, het toestel zou de ankerkettingen of kabels, plm. 5 meter onder water en plm. 8 meter vóór de boeg opzij duwen tot 5 meter aan bakboord of stuurboord naast het schip. Op dat punt aangekomen werden de kabels of kettingen geknipt, zodat de mijnen vrij van het schip op 5 meter afstand kwamen bovendrijven en naar achteren afdreven. Men kan ze dan tevens voor volgende schepen onschadelijk maken door er op te schieten.
Telkens na het knippen van een mijn is het toestel onmiddellijk automatisch gereed een volgende mijn onschadelijk te maken. In Rotterdam werden alle mijnen op deze wijze verwijderd. Dit zou eveneens geschied zijn, indien er honderden mijnen gelegen hadden in de koerslijn van het schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De Noordzee afgesloten.
Dinsdagmiddag 3 uur had een buitengewone Ministerraad plaats, waarin onder meer de uitbreiding van de gevaarlijke zone in de Noordzee een onderwerp van behandeling zou uitmaken. Ondanks de aangekondigde opheffing van de vrije vaargeul boven de 53 graden met ingang van heden, vertrokken dinsdag nog een 13-tal stoomtreilers van IJmuiden naar de visserij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De AMSTELLAND. Van de gezagvoerder van het stoomschip AMSTELLAND is bericht ontvangen dat hij, nadat zijn schip was getorpedeerd, met de gehele bemanning veilig in Engeland is aangekomen. De AMSTELLAND is op Amsterdamse Beurspolis geassureerd voor NLG1.200.000. Het schip voer voor Engelse rekening.


06 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederland en de Oorlog. De BESTEVAER.
Men meldt ons uit Rotterdam: Uit de mededelingen van de bemanning blijkt dat het stoomschip BESTEVAER getroffen werd door de torpedo op ongeveer zes mijl uit de kust. Niettegenstaande het stoomschip snel zonk, hadden alle 15 opvarenden toch tijd om in de boot te komen, die evenwel, zoals reeds gemeld werd, is omgeslagen door de zuiging van het zinkende vaartuig. De thans nog vermisten hebben dan ook vrij zeker de dood in de golven gevonden. Onder hen is degene, die voor deze reis het bevel over het stoomschip voerde, namelijk de eerste stuurman Kok, eerst onlangs gehuwd. Kapitein Geertsema had verzocht voor deze reis aan wal te mogen blijven. Reeds op de vorige reis, toen de BESTEVAER in tegenstelling met nu in konvooi voer, werd een torpedo op het schip afgeschoten, die echter miste.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma D.P. van Suylekom & Co. te Raamsdonksveer is te water gelaten een motorboot van 150 ton, gebouwd voor rekening van de firma M. Verschure en Zn., aldaar.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. van der Windt, te Vlaardingen, is te water gelaten het stalen Rijnschip ACTIEF, groot 400 ton, gebouwd voor de heer M. Buis te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 5 juli. De stalen schoener VELOX, kapt./eig. E. Brouwer, gebouwd in 1914, groot bruto 143 en netto 116 ton, is naar wij vernemen naar Haarlem verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BESTEVAER getorpedeerd.
In de nacht van 3 op 4 juli is het stoomschip BESTEVAER van de maatschappij Stoomschip ‘Bestevaer’ — directie de firma Phs. Van Ommeren te Rotterdam — door een Duitse duikboot in de Noordzee tot zinken gebracht. De schokker SCH-482 heeft gisteren te Scheveningen 9 man van de uit 18 man bestaande equipage aangebracht. (Het stoomschip BESTEVAER mat 1.044 ton bruto, en 633 ton netto en was in 1879 gebouwd). Een later door ons ontvangen bericht meldde dat door de SCH-482, schipper M. Letsch, gistermiddag te twee uur te Scheveningen zijn aangebracht 9 man van de uit 18 man bestaande equipage van het stoomschip BESTEVAER.
Volgens verklaring van de aangebrachte schepelingen is het schip in de nacht van dinsdag op woensdag te 2 uur op weg van Londen naar Rotterdam, door een Duitse duikboot getorpedeerd. De BESTEVAER was in twee minuten tijd gezonken, daardoor was er slechts tijd geweest om een van de sloepen te vieren. In deze sloep hadden de 9 aangebrachte schepelingen plaats genomen, maar ten gevolge van de zuiging door het wegzinkende schip was de sloep omgeslagen. De 9 opvarenden, van wie 2 zo goed als ongekleed waren, hadden 5 uur hangende aan de omgeslagen sloep op zee rondgedreven, totdat zij gisterochtend te 7 uur door de SCH-482 werden opgepikt. Omtrent het lot van de andere 9 man van de bemanning, die vermist worden, waaronder behoren de kapitein, de stuurman en de 2e machinist wisten de aangebrachte schepelingen niets mee te delen.
Van de rederij vernamen wij, dat vermist worden 8 opvarenden: De kapitein, de 1e stuurman, de 2e machinist, de kok, een bediende, een matroos, een stoker en een olieman. De 9e man die vermist werd, is te Hoek-van-Holland aangebracht Het is de stoker Jan Muller, die op een pak veren drijvende, door een trawler werd opgepikt.
Daaromtrent meldt men ons uit de Hoek; dat de geredde stoker Muller door de Nederlandse blazer GOEREE 5 is aangebracht. Voorts dat het stoomschip BESTEVAER in het achterschip werd getroffen en het nabij de plaats waar voorheen het vuurschip “Maas" lag is gezonken. De geredde stoker Muller verhaalt, dat hij na het omslaan van de reddingsboot spoedig weer boven kwam en zich toen zwemmende heeft weten te houden; hij kreeg, na een half uur een pak geperste veren te pakken, hetwelk tot de lading behoorde en is daarop gaan zitten. Na twaalf uur gedreven te hebben werd hij opgepikt door de blazer GOEREE 5, schipper L. Tanis, die aan het vissen was, doch daarmee direct ophield en naar Hoek-van-Holland zeilde. Terwijl hij 's nachts dreef heeft hij nog horen roepen en ook nog iemand op zulk een pak veren zien zitten, doch deze was bij het aanbreken van de dag verdwenen; de scheepshond werd door de GOEREE 26 opgepikt.
De namen van de geredden zijn: M.J. Poots, 2e stuurman; F. de Rooy, 1e machinist; Z. v.d. Polder, F. Verstraeten en J. Muller stokers; J.Woitecak, donkeyman; K. Maagendans, tremmer; J. Scholtz, matroos; P Willemse en J. Lops, lichtmatrozen.


07 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van een van de werven van de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek, is te water gelaten (opm: op 3 juli) een stalen 3-mast motorschoener van 500 ton, waarin een 130 pk Steyaard motor wordt geplaatst.
(opm: is de HERMINA – Bouwnr. 619). De kiel wordt gelegd voor een soortgelijk schip groot 450 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. De Maatschappij 't Koggeschip alhier heeft een op de Scheepswerf De Merwede te Neder Hardinxveld in aanbouw zijnde stoomschip aangekocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 6 juli. Het stoomschip OOSTVOORNE van de rederij A. Jordens Jr. te Rotterdam, dat dinsdag met een lading hoepels van hier in zee ging met bestemming naar Svolvaer (Sandviken) en gisteren uit zee terugkeerde wegens slechte kwaliteit van de bunkerkolen, wacht thans in de binnenhaven op orders van de rederij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 juli. Van de werf van de firma D.P. van Suylekom & Co. te Raamdonksveer is te water gelaten een motorboot van 150 ton, gebouwd voor rekening van de firma M. Verschure & Zn., aldaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juli. van hier wordt nog aan het Hbl. gemeld, dat uit de mededelingen van de bemanning blijkt, dat het stoomschip BESTEVAER getroffen werd door de torpedo op ongeveer zes mijlen uit de kust. Niettegenstaande het stoomschip snel zonk, hadden alle 18 opvarenden toch tijd om in de boot te komen, die evenwel, zoals reeds gemeld werd, is omgeslagen door de zuiging van het zinkende vaartuig. De thans nog vermisten hebben dan ook vrij zeker de dood in de golven gevonden. Onder hen is degene, die voor deze reis tot bevel over het stoomschip voerde, namelijk de eerste stuurman Kok, eerst onlangs gehuwd. Kapitein Geertsema had verzocht voor deze reis aan wal te mogen blijven. Reeds op de vorige reis, toen de BESTEVAER in tegenstelling met nu in konvooi voer, werd een torpedo op het schip afgeschoten, die echter miste.
Men meldt ons uit Hoek-van-Holland:
Door een vijftal Goereese blazer-schuiten werden hier 22 manden katoengarens en 10 zakken Brooksgarens, 2 balen veren en enig wrakhout, waaronder een lade met kaarten en instrumenten, behoord hebbend tot de lading en de inventaris van het gezonken stoomschip BESTEVAER, aangebracht.
Nog hebben enige blazer-schuiten uit Goeree hier aangebracht: 7 Kisten granaten, elk inhoudende 6 stuks; 1 grote kist, inhoudende 18 kleinere kistjes antiek aardewerk; 1 grote kist en een aantal losse schilderijen, waarvan sommige de ondertekening droegen: V. d. Velden en Keizer; 8 balen cacaobonen en 3 reddinggordels, alles van de lading van de BESTEVAER.
Uit Stellendam meldt men ons: Door W. Lokker, schipper op de blazer GO-12, zo even hier binnengekomen, is gevist en bij de strandvonder aangebracht een vrij grote partij cacaoboter, vermoedelijk van het getorpedeerde schip BESTEVAER.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BESTEVAER getorpedeerd. Onder de bij het tot zinken brengen van het stoomschip BESTEVAER omgekomenen, is, als gemeld, een bediende. Het is de 15-jarige messroom boy, zoon van de weduwe Van Etten, wonende Frederikspad. Hij lag in zijn kooi te slapen, toen de ontploffing plaats had en werd op slag gedood.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juli. De BERNISSE van Rufisque met een lading grondnoten, die op 24 mei getorpedeerd en toen aan de noordkust van Engeland op het strand gezet werd, is heden in de Rotterdamse haven binnengevaren. Andere schepen kwamen niet te Rotterdam in het jongste etmaal.


09 juli 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gisteren werd van de N.V. Scheepbouwwerf en Machinefabriek ‘De Klop' te Sliedrecht met goed gevolg te water gelaten het voor de algemene vrachtvaart bestemde stoomschip NEUTRAAL in aanbouw voor rekening van het ingenieurs- en expertise-bureau Dijkhuis en Loots te Rotterdam. Dit stoomschip, groot ongeveer 1.600 ton dw., is lang 66 m. tussen de loodlijnen, breed op het grootspant 10,50 m. en hol tot maindeck 4,70 m. en van het raised-quarterdeck type met dubbele bodem onder het gehele schip. Het wordt gebouwd onder speciaal toezicht van de Nederlandse Scheepvaartinspectie en The British Corporation for Survey and Registery of Shipping en wel volgens de hoogste klasse. Het schip is voorzien van zeer grote luikhoofden en o.m. van een zware stoomlier voor het hijsen van zware stukken. Het wordt ingericht voor het extra certificaat voor de houtvaart en volgens de Stuwadoorswet.
De machine, van het triple-compound systeem, wordt vervaardigd door dezelfde N.V. met cilinder-diameters van 390 x 625 x 1.030 mm.; de slaglengte bedraagt 700 mm. en ontwikkelt bij 110 omwentelingen per minuut 700 ipk. De benodigde stoom wordt geleverd door twee vlampijpketels, waarvan ieder een v.o. heeft van 110 m2, bij een overdruk van 13 kg/cm2.
Verder is het schip voorzien van een stoomstuurmachine, stoomankerwinch, evaporator, enz., en wordt het gehele schip elektrisch verlicht.
Onmiddellijk na afloop werd de kiel gelegd van een vrachtboot. groot ruim 1.000 ton dw. voor dezelfde rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoogezand, 5 juli. Te Martenshoek is van een van de werven van de N.V. Scheepswerven G. & H. Bodewes met goed gevolg te water gelaten een stalen drie-mast motorschoener van 500 ton. werfnummer 619. Een 130 pk Steyaard-motor is er voor bestemd. Op de vrijgekomen plaats wordt een dergelijk schip van 450 ton gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Volgens Het Financieel Weekblad heeft de Vrachtvaart Mij. Bothnia te Amsterdam van de Hollandsche Stoomboot Mij. twee in aanbouw zijnde schepen gekocht, n.l. de LINGESTROOM en TEXELSTROOM, elk van plm. 2.000 ton draagvermogen. De koopsom moet ongeveer NLG 1 miljoen per schip bedragen. De LINGESTROOM werd bij de Rott. Droogdok Mij. gebouwd en is reeds te water gelaten. De TEXSELSTROOM is in aanbouw op Fijenoord.


10 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Morgen, woensdag 11 juli, 1.30 uur nm., onderzoek naar de oorzaak van de lekkage op 7/8 januari jl. ontstaan aan boord van het motorschip MEEUW tijdens de reis van Rotterdam naar Londen; rederij firma Seeuwen & Co. te Rotterdam; gezagvoerder B.C. Weltevrede te Hillegersberg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De gesloten zee.
Wij geloven dat de toestand voor onze scheepvaart wel nooit zo ernstig is geweest als op dit ogenblik. De toestand van onze scheepvaart, dat wil zeggen de vooruitzichten voor de proviandering van ons land, voor de voorziening van ons land met die zaken, die voor de instandhouding van ons leven en vooral ook ons economisch leven noodzakelijk zijn.
Het Engelse besluit, volgens hetwelk de vrije vaargeul binnen de Engelse gevaarlijke zone wordt getrokken, blijkt allerminst op een misverstand te berusten. Het is een oorlogsmaatregel, op gronden berustend die overeenkomen met die, welke de Duitsers er toe leidden een gevaarlijke zone t" proclameren, waarop elk vreedzaam neutraal schip “zonder meer" vernietigd wordt. En Engeland wil er geen verandering in brengen.
Voor het gevoel van vele Nederlanders staan Engeland en Duitsland niet gelijk.
Immers, bij de onbeperkte duikbootoorlog hebben wij ons goedmoedig neergelegd.
Het recht van Duitsland om buiten die vaargeul onze schepen te vernietigen, onze zeelieden te vermoorden is de facto —officiële protesten daargelaten — erkend. Als een schip buiten de vaargeul vernietigd wordt, zegt menig Nederlander reeds: „Ja, dat is in orde, het schip was buiten de vaargeul, wel jammer voor de arme matroos, die in de lucht geblazen is, maar dat komt van het varen buiten de geul." Maar wij moeten een dergelijk, op niet juiste gronden gebaseerd gevoel, buiten beschouwing laten. Het feit, dat Duitsland het eerst zich in drie kwart of zeven achtsten van de Noordzee het recht heeft aangematigd oorlog tegen onze handelsschepen te voeren, mag niet ten gevolge hebben, dat Duitsland boven Engeland de voorkeur heeft in het toepassen van dat onrecht.
Het is niets minder erg van Engeland dan van Duitsland, dat het thans een kwart van de Noordzee tot jachtveld verklaart, in welk kwart juist het door Duitsland vrijgelaten lapje begrepen is. Wanneer wij nu verbetering in de toestand wensen, is het niet verstandig uitsluitend de ene rechtsverkrachter daar over aan te spreken en de andere rechtsverkrachter zijn euveldaden te vergeven, omdat hij reeds gewoontemisdadiger is!
Billijkheidshalve moeten wij er op wijzen, dat ook in Engeland's gevaarlijke zone de schepen niet aan de misdadige behandeling door belligerente oorlogsschepen blootstaan als in de Duitse. Een plotselinge torpedering met verder aan hun lot overlaten van de schipbreukelingen, is in de Engelse zone ten gevolge van Engelse oorlogsschepen niet te verwachten. Maar „mijnen zullen in de Engelse zone in de eerste dagen nog niet gelegd worden”, zegt het officiële communiqué. Dus later wel. Daaruit blijkt echter reeds, dat het gevaar in de Engelse zone — het mijnengevaar — niet minder verschrikkelijk is dan dat van de duikboten.
De Regering kan de toestand moeilijk laten zoals hij is. Aan de beide belligerenten zal wel verklaard moeten worden, dat zij hun bepalingen dienen te wijzigen. Kan onze Regering de beide belligerenten niet laten weten: Om zo min mogelijk last van de oorlogvoerende partijen te hebben, zullen onze handelsschepen een geul bevaren recht midden door de Noordzee — door ons aan te wijzen; in die strook zullen onze oorlogsschepen de mijnen opruimen, de schepen beschermen en elke vijandelijke daad met kracht van wapenen verhinderen?
Wij wachten in elk geval met spanning af wat de Regering doen zal. Aldus het Handelsblad.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Twee Vlaardingse loggers in de grond geboord.
Zaterdag is te Vlaardingen. telegrafisch bericht ontvangen, dat de loggerschepen (VL-134) PROEFNEMING 1 van de Vïsscherij Maatschappij ‘Proefneming’, directeur de heer P. van Beek Lz. en de (VL-91) THOR van de Visscherij Maatschappij ‘Mercurius’, directeuren de heren J. Pot Fz. en F. Pot Fz., door Duitse onderzeeërs in de grond zijn geboord. De bemanningen van beide schepen zijn te Stornoway aan land gebracht. De VL-134 en VL-91, die de visserij uitoefenden bij IJsland, waren enige weken geleden door Engelse oorlogsschepen naar Stornoway opgebracht en dezer dagen vrij gelaten. Beide schepen zijn geassureerd, elk voor NLG 100.000, waarvan NLG 25.000 op de Rotterdamse Beurs, de rest elders.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 9 juli. Het bericht dat de Maatschappij 't Koggeschip alhier een op de Scheepswerf De Merwede te Neder-Hardinxveld in aanbouw zijnde stoomschip heeft aangekocht, is, naar de Zeepost van de directie verneemt zeer voorbarig.


12 juli 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft heden uitspraak gedaan betreffende het aan de grond stoten van het tjalkschip ALBERDINA en het tot zinken brengen van dit vaartuig. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het aan de grond lopen van de ALBERDINA te Margate Road moet gezocht worden in de omstandigheid, dat het schip te dicht bij de kust geankerd was, zodat dit bij het ankerop gaan, ten gevolge van de NW wind blijkbaar in te ondiep vaarwater is gekomen. Het is in strijd met de wettelijke bepalingen en derhalve afkeurenswaardig, dat de schipper na de reparatie te Ramsgate, al was deze door een expert van Veritas goedgekeurd, is vertrokken zonder af te wachten, dat hem het certificaat van deugdelijkheid door de Consul-Generaal te Londen was toegezonden. Wat het tot zinken brengen van de ALBERDINA betreft, kan de Raad slechts vaststellen, dat dit is geschied door een Duitse onderzeeër en dat hiervoor als reden is aangevoerd, dat het vaartuig een lading aan boord had, welke in een Franse haven was ingenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens heeft de Raad uitspraak gedaan betreffende het aan de grond lopen van het stoomschip LAURA.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het stranden van het stoomschip LAURA is te wijten aan een nalatigheid van de schipper en een daad en nalatigheid van de tweede stuurman.
De nalatigheid van de schipper bestaat hierin, dat hij, die de loods verving, van de brug naar beneden is gegaan en in dit moeilijk vaarwater, waar steeds een loods wordt gebezigd, de tweede stuurman, een jongmens van 19 jaar, die nog nimmer deze reis had gemaakt, alleen met de roerganger op de brug liet. Wel had hij hem de te sturen koers - welke trouwens feitelijk te oostelijk was - opgegeven, maar dit kan hem niet verontschuldigen, te meer niet, daar hij met geen enkel woord met de stuurman over de lichten, welke rondom te zien waren, had gesproken, hetgeen toch voor de hand lag, al werd op het kompas gestuurd. De daad van de tweede stuurman bestaat hierin, dat deze tegen het uitdrukkelijk bevel van de schipper in, de koers heeft veranderd; toen het kompas onrustig werd, had hij - en dit is zijn nalatigheid - onmiddellijk de schipper moeten roepen. De Raad deelt niet de mening van de raadsman van de schipper, dat uit de boven aangegeven feiten zou volgen, dat alleen de daad en nalatigheid van de stuurman de oorzaak van het ongeval zijn, maar schrijft, als gezegd, deze ook toe aan de gemelde nalatigheid van de schipper; immers had deze zijn plicht gedaan en was hij op de brug gebleven, dan was de ramp niet voorgekomen. In verband met een en ander straft de Raad de schipper van de LAURA, door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, gedurende een maand en de tweede stuurman op de LAURA, door hem de bevoegdheid te ontnemen als stuurman te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, eveneens gedurende een maand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De URANUS door een duikboot beschoten.
Het dinsdagmiddag met een lading gezaagd hout van Pythea te IJmuiden aangekomen stoomschip URANUS, van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, werd op zee door een duikboot beschoten. De bemanning verliet aanvankelijk het schip, doch kon na onderzoek van de scheepspapieren weer aan boord gaan en de reis vervolgen. De berichtgever van het Hbl. te IJmuiden vernam de volgende bijzonderheden: Het stoomschip URANUS was zondagmiddag ongeveer dwars van Hanstholm, toen plotseling aan bakboordzijde een schot bij het schip in het water terechtkwam. De kapitein, vrezende een duikbootaanval bracht het schip onmiddellijk tot stoppen. De duikboot ging inmiddels door met schieten, zodat verschillende projectielen niet alleen vlak bij het stoomschip terecht kwamen, doch ook tussen de masten door gingen. De bemanning kreeg order, onmiddellijk in de boten te gaan, teneinde het schip te verlaten, want men twijfelde niet, of het zou in de grond worden geboord. Eerst ging één van de officieren en later ook de gezagvoerder naar de duikboot, welke van Duitse nationaliteit bleek te zijn. De scheepspapieren werden getoond en omdat de herkomst en bestemming van het schip waren vastgesteld, teruggegeven. De bemanning kon daarop teruggaan naar het verlaten ronddrijvende schip en de reis vervolgen. Op de verdere tocht door het Engelse versperde gebied had men geen moeilijkheden. Later werden nog stukken van projectielen op het dek van de URANUS gevonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 juli. In verband met de tegenspraak van het bericht van het Fin. Weekbl. omtrent de aankoop door de ‘Bothnia’ van twee nieuwe schepen van de Holl. Stoomboot Mij., deelt het blad thans het volgende mee: Dezer dagen is opgericht de Stoomvaart Mij. Hoorn, onder directie van de firma Van Hengel en met de heren J.B.A. Jonckheer en D. Hudig als commissarissen. Deze maatschappij heeft bedoelde schepen gekocht, welke zullen worden herdoopt in HELDER en HOORN. Onze zegsman heeft, naar het schijnt, de firma Van Hengel met de Bothnia ten onrechte vereenzelvigd. (opm: zie RN 090717)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 juli. De scheepvaart op het Noordzeekanaal is in de laatste dagen zeer slecht. Sedert donderdagavond kwamen slechts 3 stoomschepen voor Amsterdam te IJmuiden binnen en vertrokken sindsdien 2 stoomschepen naar zee. Ten gevolge van het verbod tot uitvaren worden 1 stoomschip, 1 motorschip en 4 zeilschepen te IJmuiden opgehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Opgebracht naar Zeebrugge.
Alhier is bericht ontvangen dat de Nederlandse schoener ROELFINA, kapt. De Vries, op reis van Rotterdam naar Duinkerken met een lading gecondenseerde melk, door de Duitsers is opgebracht naar Zeebrugge.


13 juli 1917


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juli. Het, te Bergen liggende stoomschip PARKHAVEN is gisteren in het dok gegaan om te worden nagezien.


14 juli 1917


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. De heden van IJmuiden naar Stavanger vertrokken motorschoener AMBULANT II, voorzien van een Kromhout-motor sterk 45 pk werd onlangs door de commanditaire vennootschap Lefébure & Co. te Amsterdam aangekocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op de werf van de firma Pattje & Zn. te Waterhuizen is in aanbouw een 3-mast stalen schoener, groot plm. 325 ton, voor eigen rekening, terwijl binnenkort de kiel gelegd zal worden voor een motorschoener van 500 ton voor Rotterdamse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het door de firma T. van Duyvendijk te Lekkerkerk voor rekening van de firma Gebr. van Uden te Rotterdam gebouwde stoomschip SCHOONHOVEN heeft gisteren een goed geslaagde proeftocht gehouden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De StaatsCourant No. 162 bevat de akte van oprichting van: Stoomvaart Maatschappij Neutraal te Rotterdam. Kapitaal NLG 250.000, in aandelen van NLG 1.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juli. De ijzeren en stalen tjalk VRIENDSCHAP, kapt. Velvis, is 10 juli van Rotterdam te Stockholm aangekomen.
De 2-mast gaffelschoener JANTINE FENNEGINE, kapt. G.J. Kramer, vertrok 8 juli van Drontheim naar Amsterdam,


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 juli. De sleepboten THEEMS, SIMSON en HERCULES zyn gistermorgen van Nieuwediep vertrokken om de lichtschepen Doggersbank-Noord, Doggersbank-Zuid en Terschellingerbank naar binnen te halen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juli. Voor het redden van de stoker Jan Muller van het in de nacht van 3 op 4 juli getorpedeerde stoomschip BESTEVAER, welke stoker, drijvende op een pak veren, door de Nederlandse blazer GOEREE 5 werd opgepikt en naar Hoek van Holland opgebracht, is aan schipper G. Tanis voor hem en de bemanning van de GOEREE 5 — naar men ons uit Goedereede meldt — een beloning van NLG 300 uitgekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De gesloten Noordzee.
Morgen zullen de Ministers van Marine, van Landbouw en van Buitenlandse Zaken aan het Departement van Landbouw een conferentie houden met vertegenwoordigers van de Nederlandsche Reedersvereeniging in verband met de moeilijkheden welke de scheepvaart ondervindt. Deze conferentie heeft plaats op verzoek van de Reedersvereeniging.


15 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad zal donderdag 19 juli a.s., 's namiddags 1.30 uur, een onderzoek instellen naar het stranden op 6 maart 1917 van het stoomschip SINDORO op de rede van Gibraltar. Rederij Stoomvaart Mij. Rotterdamsche Lloyd; gezagvoerder C.W. van der Eems, beiden te Rotterdam. Daarna zal een onderzoek plaats hebben betreffende het tot zinken brengen op 6 juni jl. van het stoomschip EEMDIJK op de Noordzee. Rederij Solleveld, Van der Meer & Van Hattum's Stoomvaart Maatschappij; gezagvoerder Tj. Swart, beiden te Rotterdam.


16 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Huis te Merwede is zaterdag (opm: 14 juli) met goed gevolg te water gelaten het vrachtstoomschip FENDAL, gebouwd voor Noorse rekening onder Norske Veritas toezicht hoogste klasse. Het schip, groot 2.000 ton, heeft de volgende afmetingen: Lang 236'-2", breed 36'-2" en hol 18'. Machine en ketels worden geleverd door de Machinefabriek en Stoomketelmakerij van C.A. Kuypers te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf 'De Hoop' van de firma J.J. Bodewes te Pannerden is te water gelaten (opm: 11 juli) de voor binnenlandse rekening gebouwde drie-mast gaffelschoener ANNA, waarvan de afmetingen zijn 38 x 8 x 3,60 meter. Het geheel van Siemenz Martin-staal, overeenkomstig de voorschriften van de Scheepvaartinspectie en van de hoogste klasse Bureau Veritas, gebouwde schip, wordt voorzien van een 130 pk Kromhout ruw-olie motor.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De koftjalk ONDERNEMING van de reder, tevens kapitein, E. Heidema, is onderhands verkocht aan een rederij in Groningen en thans onder de naam JUNIOR van Rotterdam naar Denemarken vertrokken. Het schip wordt nu gevoerd door kapitein Kajuiter.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Nederlandse tjalk door een Duits vliegtuig opgebracht.
Duitse watervliegtuigen hebben donderdagavond in de Hoofden (het zuidelijk gedeelte van de Noordzee) het Nederlandse zeilschip AEGINA (opm: AGIENA) met contrabande, op weg naar Havre, als prijs opgebracht. Het vaartuig werd later door Duitse torpedoboten te Zeebrugge binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. De lichtschepen nog niet ingehaald.
Naar wij van betrouwbare zijde vernemen, is het bericht omtrent het uitvaren van sleepboten om de lichtschepen Zuid- en Noord-Doggersbank en Terschellingerbank in te halen, in zoverre voorbarig, dat omtrent het binnenhalen van die lichtschepen nog niets is vastgesteld.
De bedoelde sleepboten zijn alleen daar heen gezonden om, zodra het noodzakelijk blijkt, de lichtschepen te kunnen binnenhalen. (opm: zie ook RN 140717)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De gesloten Noordzee.
De conferentie tussen de Ministers Rarnbonnet, Posthuma en Loudon met de vertegenwoordigers van de Nederlandsche Reedersvereeniging betreffende de moeilijkheden welke de Nederlandse scheepvaart ondervindt, had hedenochtend tussen 11 en 12 uur in het Ministerie van Landbouw plaats. De besprekingen droegen een vertrouwelijk karakter. (opm: zie ook RN 140717)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 juli. De alhier in de Binnenhaven op vergunning tot uitvaren wachtende Nederlandse schoeners AMBULANT II en REMKE, welke resp. naar Stavanger en Gotenburg zijn bestemd, hebben thans van onze Regering toestemming gekregen naar de bestemming te kunnen vertrekken. De AMBULANT II heeft de reis reeds voortgezet.


17 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Java-China-Japan Lijn.
In de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van de Java-China-Japan Lijn waren aanwezig 8 aandeelhouders, vertegenwoordigend 685 aandelen en uitbrengende 37 stemmen. De balans en verliesrekening werden goedgekeurd en het dividend bepaald op 9%, dat vanaf morgen betaalbaar is. In de vacature B.E. Ruys als lid van de Raad van Bestuur werd de heer B.E. Ruys herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De Rederi Aktiebolaget Activ te Helsingborg, heeft bij de Zweedse regering een lening van NLG 725.000 aangevraagd ten einde daaruit de kosten te bestrijden voor een stoomschip, dat gebouwd zal worden op de werf van de firma De Haan & Oerlemans te Heusden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Duitse schepen door Engelse torpedoboten op ons strand gejaagd.
Drie Duitse stoomschepen met steenkolen geladen zijn door Engelse torpedoboten bij Bergen (Noord-Holland) op het strand gejaagd. Een van deze stoomschepen staat in brand. De Duitse kolenboot MAGDALENA BLUMENTHAL is tussen Zandvoort en IJmuiden gestrand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 juli. Het Duitse stoomschip MAGDALENA BLUMENTHAL, gisteravond van Rotterdam vertrokken, is tussen Zandvoort en IJmuiden gestrand. Het schip is geladen. Reeds vroeg zondagmorgen vertrokken de sleepboten van IJmuiden ter assistentie; terugkerende kleine sleepboten rapporteren, dat de sleepboot CYCLOOP van IJmuiden aan het vaartuig was vastgemaakt en dat er beweging in het schip was. Te vijf uur 's middags keerde de CYCLOOP te IJmuiden terug; het was niet gelukt het stoomschip vlot te brengen. Meerdere sleepboten van de firma Zur Mühlen waren gerekwireerd om ‘s avonds bij hoog water nogmaals te proberen het schip vlot te krijgen, waartoe de CYCLOOP en de TITAN pogingen zouden doen. De MAGDALENA BLUMENTHAL, geladen met cokes, was met andere schepen gelijktijdig van Rotterdam vertrokken en tegen vijf uur op het strand gelopen. De toestand is niet hachelijk en men hoopt schip en lading te kunnen bergen. Uit Zandvoort wordt gemeld: Een vrachtboot, vermoedelijk de MAGDALENA BLUMENTHAL, liep vanmiddag vier uur op de vierde bank tegenover Zuideinde badplaats, zat aanvankelijk met de kop in ZW richting later in bijna NW. Drie sleepboten uit IJmuiden kwamen ter assistentie. Twee van de sleepboten zijn teruggekeerd. Vrachtboot beproeft steeds met eigen kracht los te komen, doch de kans vermindert sinds hoogste waterstand voorbij is. Thans half twee geeft de vrachtboot , seinen aan de kustwacht en maakt aanstalten een sloep in zee te laten. Een van de lege sloepen sloeg reeds weg. De vrachtboot ligt hoog op de bank, soms slaan de zeeën er over.
16 juli. De sleepboot Titan is er bij kalme zee in geslaagd bij de MAGDALENA BLUMENTHAL te komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederland en de oorlog. Beschieting van Duitse schepen door de Engelsen bij de Nederlandse kust.
Men seint ons uit Egmond aan Zee: Hedenmorgen om halfzeven werd hier een hevig schieten gehoord. Onmiddellijk togen wij naar het strand en zagen door een kijker, dat op ongeveer 4 mijl van de kust 9 Engelse oorlogsschepen zich in zee bevonden, die een hevig vuur geopend hadden op enige Duitse koopvaarders, die recht op de Nederlandse kust voeren. Wij zagen een van deze schepen onmiddellijk in de diepte verdwijnen; 3 Duitse schepen, waarvan één in brand staat, bevinden zich nog op ongeveer 2 kilometer afstands van Bergen-aan-Zee, terwijl tussen Bergen en Petten 2 Duitse schepen gestrand zijn. De Duitse schepen waren alle — een 20-tal — uit Rotterdam in konvooi vertrokken met bestemming voor Denemarken. De Engelse oorlogsschepen, welke duidelijk konden worden waargenomen, waren de S. 67 en S. 83. Onmiddellijk na het treffen werden reddingboten uitgezonden uit Egmond om assistentie te verlenen. In een van deze boten bevond zich o.m. de burgemeester van Egmond. Een groot aantal van de equipage werd gered, doch wij kunnen niet met zekerheid zeggen of inderdaad allen, die zich op de Duitse schepen bevonden, gered zijn. Onder de geredden bevindt zich één lichtgewonde.
Een ooggetuige, de heer Zeiler, directeur van het badhotel Nassau-Bergen, deelde hieromtrent aan het Hbl. het volgende mee: Vanmorgen om halfzeven werd ik gewekt door een hevig schieten. Ik ging naar buiten en zag een schip op het strand zitten, ongeveer 2 km ten noorden van Bergen, en naar mijn schatting, 4 à 500 meter uit de kust. Een eind verder zag ik een tweede boot, die eveneens gestrand was. Een aantal grote torpedojagers, vermoedelijk Britse (ik telde er 14), was in de nabijheid en beschoot de schepen. Na een poosje zag ik het grootste deel van deze oorlogsschepen in noordelijke richting verdwijnen. Twee torpedojagers bleven achter en schoten het schip, dat ik het eerst had waargenomen, in brand. Zij bleven doorschieten, terwijl de opvarenden zich reeds in de boot hadden begeven, waarmee zij naar Bergen aan Zee kwamen. Naar ik hoorde, was één van de inzittenden gewond. Het schieten moet reeds om halfzes begonnen zijn. Naar mijn mening waren de Engelse oorlogsvaartuigen ongetwijfeld binnen de Nederlandse territoriale wateren.
Verscheidene granaten zijn in de omgeving van Bergen neergekomen, echter, voor zover ik weet, zonder persoonlijke ongelukken te veroorzaken. Eén granaat kwam neer op het Rusen duin, twee granaten belandden bij de Franschman, een boerderij halverwege Bergen-aan-Zee en Bergen-Binnen. Een er van kwam terecht in de tuin van een landhuis in de buurt van de Franschman. Zelfs is een granaat in de Sparrelaan te Bergen-Binnen neergevallen. Ongeveer 9 uur verdwenen alle Britse torpedojagers (de overige hadden zich weer bij de eerste twee gevoegd) in zuid westelijke richting. Kort daarop verschenen een Hollandse kruiser en twee Hollandse torpedoboten. Ik heb nog twee andere schepen gezien, die in zuidelijke richting voeren en geëscorteerd werden door torpedoboten. Ik weet natuurlijk niet, of dit Hollandse schepen waren dan wel Duitse, die door de Engelsen werden opgebracht. De namen van de beide Duitse schepen kon onze zegsman ons niet meedelen.
Uit Maassluis meldt men, dat bij Bergen twee Duitse schepen in de grond geboord zijn, twee zijn gestrand terwijl er twee zijn opgebracht naar Engeland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De AGIENA door een Duits vliegtuig opgebracht.
Zondag zijn te Terneuzen gearriveerd de kapitein G. de Vries en 3 man, bevarende de Nederlandse zeetjalk AGIENA uit Schiedam, die 11 dezer met glas vertrok van Rotterdam naar Havre en 's daags daarna door een Duits vliegtuig in de Noordzee werd aangehouden en aan een sleepboot overgegeven, die het vaartuig naar Zeebrugge opbracht.


18 juli 1917


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Naamloze Vennootschappen.
De StaatsCourant No. 165 bevat de akte van oprichting van:
Maatschappij Stoomschip Industrie, te Rotterdam. Kapitaal NLG 50.000, geplaatst en volgestort.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het voor de Maatschappij Svea te Stockholm, op de werf van de firma J. & A. van der Schuyt te Papendrecht, gebouwde stoomschip GUNLÖG, is thans door de rederij