Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1913


01 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 31 december 1912. Heden werd met goed gevolg van de ‘Werf Gusto’ van de Firma A.F. Smulders alhier de romp van een 60 ton kraan te water gelaten, welke deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: lengte 28,00 meter, breedte 11,50 meter, holte 2,75 meter. Deze kraan zal voorzien zijn van een twee-cilindrische hogedrukmachine, kunnende 100 ipk ontwikkelen en een ketel van 47 m² verwarmend oppervlak onder een stoomdruk van 8 kg. Tevens zullen de nodige stoomlieren aanwezig zijn voor het bedienen van de ankers en het manoeuvreren van dit vaartuig. Het vaartuig zal naar de plaats van bestemming worden gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aankondiging. Bij akte de 16 december 1912 voor de te Rotterdam residerende notaris Mr. H.M.A. Schadee verleden, is de vennootschap van koophandel, bestaande tussen de heren John Mathison Fraser, te ’s-Gravenhage, en Mr. Willem Suermondt Lzn., te Rotterdam, als beherend vennoten, en de heer Johannes Janus Witkamp, te Rotterdam, als commanditair vennoot, onder de firmanamen A.C. Fraser & Co en E. Suermondt & Zoonen & Co. met de 31 december 1912 ontbonden. (opm: sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aankondiging. Blijkens akte 30 december 1912 verleden door notaris Frans L. Hartong te Rotterdam wordt met ingang van 1 januari 1913 de heer Marius van de Wetering, particulier, als mede-beherend en aansprakelijk vennoot opgenomen in de firma Gebroeders van de Wetering, gevestigd te Oud-Delfshaven, gemeente Rotterdam. Deze firma heeft ten doel de uitoefening van het vak van scheepsbouw- en reparatiewerf, scheepssmederij, benevens rederij, met alles wat geacht kan worden daartoe in de ruimste zin te behoren.
(opm: bewerkt en bekort – voor origineel zie de krant NRC)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aankondiging. Blijkens akte 29 november 1912 gepasseerd voor notaris H.M.A. Schadee, te Rotterdam, is met ingang van die datum tussen 1) de heer Willem Frederik Hiskemuller, koopman te Rotterdam, 2) de heer Carl Hetzel, koopman te Rotterdam, 3) de heer Christiaan Hiskemuller, koopman te Rotterdam, 4) Frau Commerzienrat Carl Lehnkering, geboren Anna Schneider, particuliere, wonende te Duisburg, 5) mevrouw Pieternella van der Beyl, particuliere, weduwe van de heer Bernardus Louis Johannes Hiskemuller, te Rotterdam, 6) mejuffrouw Elisabeth Anna Maria Hiskemuller, particuliere te Rotterdam, en 7) de heer Henri Adolf Arnoldus Hiskemuller, koopman te Rotterdam, wordende de naam Hiskemuller ook wel geschreven als Hischemöller, aangegaan een vennootschap van koophandel onder de naam
Johs. Otten & Zoon, gevestigd te Rotterdam met bijkantoren te Amsterdam en Hamburg, ten doel hebbende met name de uitoefening van het bedrijf van cargadoors, scheepsbevrachters, expediteurs, reders en transportondernemers, voorts de handel in erts, zout en andere koopmansgoederen, alles in de ruimste zin, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden. (opm: sterk bekort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aankondiging. Blijkens akte op 3 december 1912 voor de te Rotterdam gevestigde notaris G. Vlug gepasseerd, is met 31 december 1912 geëindigd de vennootschap van koophandel tot exploitatie van een machinefabriek en ketelmakerij, onder de naam Löhnis & Co, te Rotterdam, bestaand hebbende tussen de heren Theodoor Pieter Löhnis, fabrikant, en Lucas Jonker Czn, werktuigkundig ingenieur, beide wonende aldaar.
Eerstgenoemde trekt zich uit zaken terug, terwijl laatstgenoemde, gebruik makend van zijn bevoegdheid om de zaken der vennootschap, onder hare firma, voort te zetten, hetzij alleen, hetzij met anderen, doch in elk geval buiten enige aansprakelijkheid van de heer Löhnis, diens erven of rechtverkrijgenden, de Machinefabriek en Ketelmakerij Löhnis & Co, op de bestaande voet, onder de gemelde firma, blijft drijven.
De heer Jonker is belast met de liquidatie van de lopende zaken van de vennootschap.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare schepenveiling op dinsdag 14 januari 1913, des namiddags ten 2¾ ure, in de Veilingzaal der Groote Koopmansbeurs te Rotterdam van het ijzeren klipperschip ELISABETH, 163 ton, 26,90 x 5,70 x 1,93 meter. Ligt dagelijks in Rotterdam te zien.
Nadere inlichtingen verstrekt Jacq. Pierot Jr, makelaar in schepen, ‘Witte Huis’, Rotterdam.


02 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 januari. Het in 1888 gebouwde rader-stoomschip MARCHIONESS, dat vele jaren dienst heeft gedaan tussen Bristol en Cardiff, is voor GBP 750 aan een Nederlandse slopersfirma verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 januari. Volgens telegram uit Lissabon is het mailstoomschip AMSTELLAND, van Amsterdam naar Buenos Aires bestemd, met schade aan het roer, daar aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 december. De door de sleepboot JABOATOA verloren lichters S.P.P. 9 en S.P.P. 10 zijn opgepikt en te Las Palmas binnengesleept. Eerstgenoemde door het Franse stoomschip GERGOVIA, laatstgenoemde door het Engelse stoomschip ATLANTIC CITY. Alle opvarenden zijn behouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 december. De Nederlandse sleepboot POOLZEE vertrok gisteren van Plymouth naar Vigo, om het aldaar door het Nederlandse stoomschip CASTOR binnengebrachte Engelse stoomschip GLENMORVEN van daar naar de Tyne te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 december. De sleepboot ANNA AUGUSTE, gebouwd bij Botje Ensing & Co. te Hoogezand (opm: moet waarschijnlijk andere werf zijn, komt niet voor in bouwlijst van Botje Ensing), met een hogedruk machine van 100 ipk, heeft gisteren op de Eems proef gestoomd en ruimschoots aan de gestelde eisen voldaan. De machine is ook door genoemde firma geleverd. Genoemde boot is voor Duitse rekening en zal van hier vertrekken naar Hamburg om aldaar havendiensten te verrichten.


03 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 2 januari. Volgens telegram uit Lissabon is het mail-stoomschip AMSTELLAND, van Amsterdam naar Buenos Aires bestemd, met schade aan het roer aldaar aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 2 januari. Volgens telegram uit Christiansand, is het Nederlandse kofschip CONFIANCE III, kapt. Wijnstok, met hout van Lovisa naar Gravesend bestemd, door aanvaring met een onbekend gebleven schip zodanig beschadigd, dat het door de bemanning werd verlaten, welke aldaar geland is; één man verdronk. De CONFIANCE III is vermoedelijk gezonken. Het andere schip zette de reis voort.


04 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart behandelde gisteren het ongeval dat op 4 november is overkomen aan de gaffelschoener GEERTJE, schipper en eigenaar H. Kramer te Groningen. Op de reis van Nykjöbing naar Aalborg, waar een lading zwavelerts voor Hamburg zou worden ingenomen, sloeg het in de Limfjord om. De vrouw en het 5-jarige zoontje van de schipper verdronken. Hij en vier man werden gered. Het schip is later door twee Svitzerstoomlichters gelicht en te Lögstör binnengebracht.
De schipper, als getuige gehoord, verklaarde vroeger stuurman geweest te zijn en sedert 13 jaar als gezagvoerder te hebben gevaren. De GEERTJE was in 1910 op zijn aanwijzing gebouwd op de werf van de heer Smit te Hoogezand, voor NLG 16.000. Zij was voor NLG 16.500 verzekerd. Zij had een platte bodem en voer 1½ mast. Bij aflevering, begin 1911, was het door de scheepvaartinspectie goedgekeurd en het maakte zijn eerste reis naar Boulogne-sur-Mer bij slecht weer, zodat hij de bouwmeester als blijk van voldoening schreef dat het zich goed gehouden had. Van Boulogne ging de reis naar Stockholm en van daar weer de Noordzee in. Kort vóór het ongeval werd een reis gemaakt van Harbolle in de Groene Sont naar Riga, met leeg schip bij stevige bries, doch weer hield het schip zich goed. Vervolgens van Lemvig naar Aalborg.
Het weer was goed, wind WNW. Aan dek waren de stuurman, een matroos en getuige. Plotseling kwam er uit het NW een buitje opsteken en in een ogenblik was het schip, hetwelk ledig was, omgeslagen. Hij hield zich aan een rad vast en riep om zijn vrouw en kind; de stuurman hoorde hij nog roepen dat hij hen hoorde, maar getuige zag niets anders dan drie man te water, die zich in de boot redden. Later werd in het ruim alleen het lijkje van het kind gevonden.
Er op opmerkzaam gemaakt dat het schip zonder ballast voer, zei de schipper dat zo velen het er zonder doen. Hij beschouwde de reis als een binnenvaart. Nader gevraagd antwoordt hij, dat reddingboeien en vier zwemvesten aan boord waren.
Voorlezing geschiedde van de verklaringen van de matroos en de kok. In de verklaring van laatstbedoelde waren de laatste hachelijke momenten geschetst toen de moeder met het kind op de arm de dood voor ogen zag.
Na de schipper werd gehoord de heer T.L. Mellema, adjunct-inspecteur van de scheepvaart te Groningen. Getuige verklaarde, dat het schip alleszins geschikt was om over zee te gaan. De uit- en inwendige toestand liet niets te wensen. Hij geloofde ook wel dat een schip als de GEERTJE zonder ballast kon varen, natuurlijk met inachtneming van de nodige voorzichtigheid.
Tenslotte werd gehoord de heer Jac. Smit, scheepsbouwmeester te Sappemeer. Hij verklaart dat de GEERTJE gebouwd was onder toezicht van Veritas en door dat bureau vóór het eigenlijke te water laten was beproefd. Ook deze getuige verklaart dat het schip wel zonder ballast kon varen. De Raad zal later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 110103)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 3 januari. Het schip DRIE GEBROEDERS is voor NLG 6.000 verkocht en afgeleverd aan de heer R. Dennekamp te Barcelermoor in Oldenburg.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. Het Nederlandse stoomschip KARL SCHROERS geraakte in de avond van 2 januari bij het opstomen naar Preston aan de grond, doch het stoomschip kwam na gelicht te hebben en met sleepboothulp de volgende morgen weer vlot. Thans ligt het te Preston te lossen.


05 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 4 januari. De sleepboot JAC. FRATER, van de rederij Zwart en Frater Smid hier, verloor bij Haren aan de Ems de schroef doordat het op een drijvende boomstam sloeg.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. Het door de makelaar Jacques Pierot Jr. verkochte stoomschip PRINSES JULIANA is in ANNA verdoopt en zal te Dordrecht worden opgelegd tot maart, en daarna naar Archangel vertrekken om in een geregelde dienst te worden gesteld van Archangel op Noorwegen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 januari. Het stoomschip SOERAKARTA voor de Rotterdamsche Lloyd, in aanbouw bij de werf van de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ zal zaterdag 1 februari de eerste reis naar New York aanvaarden. De SOERAKARTA komt onder bevel van kapt. M. Gantvoort.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 januari. Heden had een in alle opzichten geslaagde proeftocht plaats met het stoomschip WESTERDIJK, door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gebouwd voor de firma Solleveld van der Meer en T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij alhier, waarna het naar Newport vertrok. Het schip heeft een lengte van 331 voet en laadvermogen van 5.500 ton en is gebouwd voor Lloyds hoogste klasse.


06 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Op de 4e januari jl. heeft nabij South Shields een welgeslaagde proeftocht plaatsgevonden met het door de scheepsbouwmeesters A. Vuyk & Zn. te Capelle aan den IJssel voor de N.V. Houtvaart (Vinke & Co.) alhier nieuw gebouwde stoomschip IJSSEL, waarvan de machine en ketels zijn geleverd door de Holborn Engine Works (George T. Grey) te South Shields. Een snelheid van ruim 10 knoop werd bereikt. De belangen van de rederij gedurende de bouw werden behartigd door de heer A.M. Schippers, scheepsbouwkundig ingenieur te Rotterdam, terwijl het schip komt te varen onder commando van kapt. G. Spanjer.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Men meldt ons uit Amsterdam:
Morgen zal door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier worden afgeleverd, het voor rekening van de Société Anonyme d’Armement, d’Industrie et de Commerce te Antwerpen gebouwde motorschip EMANUEL NOBEL. Het schip gaat naar de rede van Texel om te proefstomen, en vertrekt daarna onmiddellijk naar zijn bestemming, Dover.
Voor de voortbeweging van het schip dienen twee Werkspoor Dieselmotoren van tezamen 2.200 effectieve paardenkrachten; dit is het grootste aantal paardenkrachten, dat tot nu toe in enig schip ter wereld met viertakt Dieselmotoren is bereikt.
De machines zijn van het enkelwerkende viertakt type en hebben ieder zes cilinders en maken 125 omwentelingen per minuut. Zij zijn in hoofdzaak gelijk aan de Dieselmotor van het motortankschip JUNO.
Aan iedere motor is een hogedruk luchtpomp gekoppeld, die door balansen wordt aangedreven. Deze luchtpomp levert de nodige lucht om de brandstof in de cilinder te brengen en tevens te verstuiven.
De plaats van de machinist is tussen de beide machines. Hij vindt aan iedere zijde een rij handels voor het in beweging brengen van de machines, het omkeren van de beweging en de scheepstelegraaf.
In de machinekamer is verder een stoomhulpcompressor om lucht te leveren voor de luchtketels. Met deze lucht wordt de machine telkens aangezet als zij begint te draaien, of van richting moet veranderen. Voorts een reserve hoge druk luchtcompressor, eveneens door stoom gedreven.
De stoom wordt geleverd door een Marine-ketel, die met gasolie gestookt wordt. Verder wordt stoom geleverd door deze ketel voor diverse stoompompen, lieren en ankerspil.
Voor de stoom, die gedurende de reis nodig is voor de stuurmachine en verwarming, dient een Cochran-ketel, die verwarmd wordt door de afgewerkte gassen van de beide hoofdmotoren.
Verder vindt men in de machinekamer een stoomradiator voor verwarming van deze ruimte.
De EMANUEL NOBEL is het zesde schip, dat door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel wordt voorzien van Werkspoor-Dieselmotoren. Deze fabriek heeft voor de genoemde naamloze vennootschap te Antwerpen, een tweede stel machines van gelijke grootte onder handen; bovendien zullen door haar vier schepen voor de Anglo-Saxon Petroleum Company te Londen voorzien worden van Werkspoor-Dieselmotoren en een schip voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij alhier krijgt eveneens een Dieselmotor.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Kopenhagen is de met oliekoeken van Riga naar Stubbekjöbing bestemde Nederlandse schoener EUROPA bij het binnenlopen van de haven van Stubbekjöbing aan de grond gevaren en blijven zitten. Overeenkomsten zijn getroffen om het schip te lichten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 5 januari. De goederenboot TELEGRAAF VI (van de firma H. Braakman & Co. te Rotterdam) is met verlies van schroef door de passagiersboot EUGENIE in Krammer opgepikt en naar Rotterdam gesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 6 januari. De Nederlandse schoener EUROPA, kapt. Tammes, met oliekoeken van Riga naar Stubbekjöbing, is volgens telegram uit Kopenhagen aldaar bij het binnenkomen aan de grond geraakt en blijven zitten. Maatregelen zijn getroffen om het schip te lichten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Bij deze betuigen wij onze hartelijke dank aan de Consul der Nederlanden te Cuxhaven, aan de kapiteins en stuurlieden van de Nederlandse schepen en enige ingezetenen, aldaar aanwezig, voor de hulp en de laatste eer aan onze broeder, Derk Smid, in leven stuurman op de zeetjalk OOSTZEE, kapitein T. Tammes, bij diens overlijden aldaar bewezen. Groningen, 6 Jan. 1913. De Familie Smid.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van Messrs. Wm. Gray & Co. Ltd. te West Hartlepool, is te water gelaten het stalen schroefstoomschip BATJAN, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, alhier. Het schip heeft de volgende afmetingen: Lengte over alles 412 voet, breedte 53.6 voet, holte 297 1/2 voet. De machines van het triple-expansie systeem worden geleverd door de Central Marine Engine Works van dezelfde bouwers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouwmaatschappij te Amsterdam is met goed gevolg te water gelaten (opm: twl. op 28 dec. 1912) het stalen schroefstoomschip VAN NECK in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Dit schip, gebouwd volgens de voorschriften van Bureau Veritas, heeft de volgende afmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 325'-6"; breedte op buitenkant spanten 43'-10”; holte tot bovendek 25’-0”. Voorzien van stoomwerktuigen van het triple-expansie systeem van 1.500 ipk, welke vervaardigd worden door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, zal het schip in beladen toestand een snelheid verkrijgen van 10½ Eng. mijl langs de gemeten mijl.


07 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kristiansand, 3 januari. De bergingsboot URALD, uitgevaren om het Nederlandse schip CONFIANCE III dat met een onbekend schip in aanvaring is geweest, te zoeken, is onverrichter zake teruggekeerd. Men heeft het schip niet gevonden. Waarschijnlijk is het gezonken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 januari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Kopenhagen is het Nederlandse schip EUROPA met hoog water onbeschadigd vlot gekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Emden, 5 januari. Het Nederlandse stoomschip HARALD, dat op reis van Travemünde naar hier nabij Holtenau met de baggermolen POLLUX in aanvaring is geweest, zal hier repareren. Drie nieuwe platen zullen worden ingezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Preston, 6 januari. Het Nederlandse stoomschip KARL SCHROERS is schijnbaar nabij de machinekamer en tanks ontzet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 7 januari. De mailboot MECKLENBURG is hedenmorgen door mist bij de Schoone Waardin, even voorbij Vlissingen, aan de grond gevaren. De passagiers werden per sleepboot afgehaald en te 9 uur alhier geland. Het stoomschip zal met hoog water vlot komen en waarschijnlijk nog hedenavond weer naar Folkestone vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Zaterdag (opm: 4 jan.) werd van de N.V. Werf v/h. Rijkée & Co. te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het stalen tankstoomschip TARAKAN, 240' x 10' x 17' 6", in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Mij. Dit stoomschip heeft een laadvermogen van 1.900 ton en wordt door de Mij. Fijenoord voorzien van een triple compound machine van 1.000 ipk. Schip en machine worden gebouwd volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, geen datum. Van de werf van de firma Rijkée & Co. te Charlois, is hedenmiddag 2 uur met goed gevolg te water gelaten het stoomschip TARAKAN, groot 2.000 ton, welk schip gebouwd wordt voor rekening van de Kon. Paketvaart Maatschappij.


08 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 7 januari. In het Schaar van Waarde is de goederenboot TELEGRAAF I tijdens mist omhoog gelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 7 januari. De goederenstoomboot TELEGRAAF I is vlot gekomen en heeft de reis voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf & Machinefabriek 't Hondsbosch te Alkmaar liep met goed gevolg te water de nieuwe stalen vrachtmotorboot AMSTERDAM EXPRESS, lang 68 voet, breed 14 voet, hol 6 voet. Het schip wordt uitgerust met een Kromhout-motor van 35 pk en gebouwd voor rekening van de firma D. Goedkoop Jr. te Amsterdam.


09 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 8 januari. De stoomgoederenboot TELEGRAAF XI van de firma H. Braakman & Co. te Rotterdam is met defecte machine door de passagiersboot EUGENIE hier binnengebracht en naar Rotterdam gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 9 januari. De naar Antwerpen vertrokken motorboot FRIEDENBURG (ex. OLDAMBT) is met defecte machine en gekwetste machinist uit zee teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 9 januari. Bij Ameland op het Bornrif zit er een schoener. Sleepboten zijn ter assistentie vertrokken. (opm: zie NRC 100113)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 9 januari. De bij Ameland op het Bornrif gestrande schoener is een Engelse, geladen, met aardappels. Boten en reddingsboot zijn er bij. (opm: zie NRC 100113)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 8 januari. Hier is heden aangekomen het op de werf van de N.V. Scheepswerf te Alblasserdam nieuw gebouwde stoomschip GELDERLAND, dat aan de werf van de Kon. Mij. ‘De Schelde’ machines en ketels moet innemen.


10 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 9 januari. Nader blijkt dat de motor van de FRIEDENBURG geheel vernield is. De machinist is aan het onderlijf ernstig gekwetst, doch de geneesheer gaf hoop op herstel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 9 januari. Gisteren had volgens het Handelsblad de uitmuntend geslaagde proeftocht plaats van het motortankschip EMANUEL NOBEL. Op de gemeten mijl te Texel werd als gemiddelde van enige runs een snelheid behaald van 11.41 Engelse mijl per uur op een diepgang van 22’ 6’’. Er werd ontwikkeld 2.800 epk bij 118 omwentelingen. Dit schip vertrok heden van Nieuwediep naar Batoum.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 9 januari. De Engelse schoener LIZZIE, te Salcombe thuis behorende, met aardappelen van Cuxhaven komende, is gestrand en zit vol water. De bemanning is door de Amelander reddingboot afgehaald.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 10 januari. Het schip HELENA, kapt. G.J. Steenstra, van Hernösand naar Groningen is met averij aan het roer en aan de steven naar Terschelling gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Het klipperschip NEDERLAND XI, groot 150 ton, is gisteren voor NLG 7.500 verkocht en naar men ons mededeelde aan de Erven Jan Tabak.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 8 november. De te Groningen thuis behorende tjalk POOLSTER, kapt. Veen met steenkool van Newcastle naar Teignmouth is alhier binnengelopen. Door het breken van het ankerspil is het stuurboord anker en 15 vaam ketting nabij de Aldeburgh Ridge boei verloren gegaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Het ijzeren Zweedse stoomschip ALEX O. NELSON ( ex. HILDUR GERTRUDE ex. ALBLASSERDAM) groot bruto 951 en netto 558 register ton in 1883 door de firma Rijkée & Co. hier gebouwd, is naar Rusland verkocht. Afgelopen jaar heeft dit stoomschip het special survey Nº 1 ondergaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Het in 1889 door de firma Rijkée & Co. hier gebouwde stoomschip HEBE, behorende aan de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, groot bruto 1.173 en netto 722 register ton, lang 227.6, breed 30.9 en hol 19.1 Engelse voet, is naar Spanje verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hedenmiddag behandelde de Raad voor de Scheepvaart de aanvaring tussen het uitgaande stoomschip EEMLAND en het Engelse stoomschip STAMFRODHAM (opm: moet zijn STAMFORDHAM – geb. 1898 / 921 brt). De EEMLAND behoort aan de N.V. Koninklijke Hollandsche Lloyd. De kapitein, de heer Rotteveel, was de eerste getuige. Hij vaart sinds april op de EEMLAND en heeft voor die tijd in 1910 voor één reis als kapitein gevaren. De haven van IJmuiden is hem met al haar bezwaren voldoende bekend.
Op 8 september jl. werd uitgevaren en om 07.30 uur ‘s avonds bereikte men de schutsluis te IJmuiden. In het kanaal was een binnenloods aan boord; in IJmuiden kwam de buitenloods aan boord, toen men in de sluis lag. Er was toen nog niets te zien van een binnenkomend schip en voor zover getuige bekend waren ook van de semafoor geen lichten te zien. Nadat het schip enige tijd in de sluizen had gelegen, is het naar buiten gegaan. Ook toen de STAMFORDHAM binnen kwam was geen sein te zien. Toen de semafoor gepasseerd was en men naar het toeleiding kanaal kwam, zag men, dat een schip in de sluis lag. Er waren toen twee toplichten te zien. De bakboord voor tros werd toen vastgelegd en getracht om aan bakboord te passeren. Het andere schip kon echter niet gauw genoeg aan de Noord worden gekregen en de EEMLAND ging toen stuurboord uit en er werd rood op rood gepasseerd. Men had toen voldoende ruimte om elkander te passeren, doch plotseling bleek dat men aanliep en nadat nog was achteruit gedraaid, geschiedde de aanvaring, waarbij de EEMLAND geen schade beliep. De STAMFORDHAM echter kreeg schade aan verschansing, davids en boot. De EEMLAND stoomde door, nadat men er zich aan boord van overtuigd had, dat geen schade was opgelopen. Na de kapitein werden nog als getuigen gehoord de binnenloods en de zeeloods, die aan boord waren van de EEMLAND. Uitspraak in deze zaak volgt later. (opm: zie ook NRC 300113)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 januari. De sleepboten OCEAAN en ROODE ZEE vertrokken 8 januari van Aden naar Alexandrië met het stoomschip STAR OF AUSTRALIA op sleeptouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 januari. De sleepboot MAAS, van Havre naar Grand Bassam met het raderstoomschip ADJANA op sleeptouw, is 3 januari te Brest uit zee teruggekeerd wegens slecht weer.


11 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 januari. Volgens telegram uit Rio de Janeiro is de door de sleepboot LAUWERZEE gesleept wordende lichter DEF in aanvaring geweest met voor anker liggend Braziliaans oorlogsschip, waardoor het oorlogsschip beschadigd werd, doch niet ernstig. Op de sleepboot LAUWERZEE is door de autoriteiten beslag belegd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Naar wij vernemen was de sleepboot LAUWERZEE met de lichter op reis van Rotterdam naar Rio Grande do Sul, woensdag te Rio de Janeiro aangekomen. Na kolen te hebben ingenomen zette de LAUWERZEE de reis voort. Daarna is de lichter door de sterke stroom tegen het oorlogsschip aangedreven. De sleepboot is daarop naar Rio de Janeiro teruggekeerd. De schade is wederzijds gering.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 januari. Men seint ons uit Londen: De Nederlandse schoener AAFFIENA, kapt. De Jonge, van Bremen naar Berwick bestemd, is te Carnoustie nabij Dundee gestrand en wrak geworden. Alle opvarenden behalve de kapitein zijn verongelukt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende het omslaan in de Limfjord op 4 november 1912 van de schoener GEERTJE.
Naar het oordeel van de Raad heeft een plotselinge rukwind of hoos het schip doen kenteren. Ook al ware het schip geballast geweest op de wijze, als bij vaart over zee gebruikelijk, b.v. met 20 ton ballast, dan zou het waarschijnlijk aan die plotselinge druk geen weerstand hebben kunnen bieden. Dan was tegelijk met het kenteren de ballast overgegaan en was het schip veel minder in staat geweest zich weer te richten en vermoedelijk nog sneller gezonken. Waren de luiken goed gedekt, en de presennings door schalklatten en keggen vastgezet geweest, dan was het zinken van het schip zo al niet geheel, dan toch voor enige tijd voorkomen en had er gelegenheid bestaan tot het redden van de personen, die nu de dood in het water hebben gevonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 januari. Het Nederlandse stoomschip PRINSES JULIANA, in 1910 te Hoogezand gebouwd, is dezer dagen door tussenkomst van het Københavns Skibssalgs Bureau te Kopenhagen, naar Archangel verkocht voor ongeveer GBP 3.300.


12 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Door de hoge waterstand is vrijdagavond (opm: 10 januari) een vrachtboot geladen met rogge en stukgoederen, op de spoordam bij Enkhuizen gelopen. Enkhuizer vissers en een sleepboot hebben gisternacht herhaaldelijk getracht de boot los te krijgen, maar doordat het water zeer gezakt was, is alle moeite vruchteloos geweest.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 januari. Op het Vrouwenzand ten Zuiden van Stavoren is gisteren, naar aan de Leeuwarder Courant wordt gemeld, gestrand de geladen stoomboot STANFRIES II, kapt. Bakker. Vijf vissersvaartuigen vertrokken voor assistentie derwaarts, doch keerden onverrichter zake terug. De Harlinger sleepboot CONCORDIA was nog bij de boot.
(opm: zie ook LC 130113)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In haar derde jaarverslag zegt de directie van de Stoomvaart Maatschappij ‘Sophie H’ alhier, dat de verwachtingen in het laatste jaarverslag uitgesproken, dat het jaar 1912 voor de algemene scheepvaart gunstig zoude zijn, in alle opzichten zijn uitgekomen.
Het door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij einde januari 1912 opgeleverde stoomschip ALICE H voldoet geheel aan de gestelde verwachtingen. Zowel dit schip als de SOPHIE H bevinden zich in uitmuntende toestand. Noemenswaardige averijen zijn niet voorgekomen. Het herstellen van enkele schaden van geringere betekenis werd door assuradeuren vergoed.
De bedrijfswinst bedraagt NLG 203.811 (v.j. 41.507), te vermeerderen met het saldo 1911, groot NLG 551 (886), terwijl in mindering komen de diverse onkosten ad NLG 3467 (1347) en interest NLG 8519 (nihil), zodat er een saldo van NLG 192.376 (41.046) beschikbaar blijft. Besloten is NLG 82.413 (18.000) voor afschrijving te bestemmen, NLG 16.000 (4.000) aan het ketel- en reparatiefonds toe te voegen, en een extra reservefonds te maken, waarop NLG 35.000 over te dragen, terwijl aan de algemene vergadering van aandeelhouders zal worden voorgesteld van het overblijvende netto winstcijfer van NLG 58.962 aan aandeelhouders uit te keren, 12½ pct. (vorig jaar 5 pct.) over het uitgegeven kapitaal van NLG 400.000 (vorig jaar NLG 360.000). Na aftrek van de tantièmes en de bedrijfsbelasting gaat dan een onverdeeld saldo van NLG 8.539 op nieuwe rekening over.
Het stoomschip SOPHIE H staat thans voor NLG 300.000 (320.000) te boek. De aankoopprijs van het stoomschip ALICE H, inclusief alle kosten, waaronder provisie voor het aangaan van de hypothecaire lening, rente gedurende aanbouw, etc., bedraagt NLG 360.413. Hiervan wordt afgeschreven NLG 60.413, zodat dit schip op de balans per 31 december 1912 eveneens voor een waarde van NLG 300.000 voorkomt. De reserves bedragen NLG 20.000 ketel- en reparatiefonds en NLG 35.000 extra reserve, uitmakende circa 14 pct. van het gestorte maatschappelijk kapitaal ad NLG 400.000.
Wat het nieuwe boekjaar aangaat, worden de vooruitzichten bemoedigend genoemd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Nederlandse schoener AAFFIENA, kapt. De Jonge, van Bremerhaven naar Berwick, is bij Carnoustie (Schotland) gestrand en wrak geworden. Behalve de kapitein is de gehele bemanning verdronken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Ameland, 11 januari. De schoener LIZZIE is reeds overgegaan en met de lading als verloren te beschouwen.


13 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Het Nederlandse stoomschip KARL SCHROERS is 10 januari van Preston in het dok te Birkenhead geplaatst om de nodige reparaties te ondergaan. Het oponthoud zal 14 dagen duren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 januari. Men seint ons uit Londen: De te Groningen thuis behorende Nederlandse tjalk MARTHA van de Tyne naar Southampton bestemd, is nabij Lowestoft gestrand.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak. Inzake de brand aan boord van het stoomschip WALCHEREN van 8/9 december 1912 op reis van Fiume naar Rotterdam (gezagvoerder E.P. Ross; rederij Wm. Ruys & Zonen, alle te Rotterdam) gaf de Raad de volgende uitspraak:
De Raad is van oordeel, dat om de wijze, waarop aan boord met vuur en licht is omgegaan, in verband met het feit, dat de brand is uitgebroken ettelijke dagen na het verlaten van de haven, waar in de ruimen is gewerkt en met de plaats en de wijze, waarop de brand in de lading zich heeft geopenbaard, in deze niet moet worden gedacht aan een uitwendige oorzaak voor het ontstaan van de brand, maar dat waarschijnlijkheid bestaat, dat het vuur door de lading met name de ‘punac’ zelve is verwekt.


Krant:

  LC - Leeuwarder Courant

Amsterdam, 11 januari. Aan het “Handelsblad" wordt van Urk gemeld:
Komende van Amsterdam is hedenmorgen een vrachtboot STANFRIES met een bijlegger bij zeer lage waterstand ten westen van dat eiland aan de grond geraakt, doch vlot gekomen nadat Urker vissers assistentie verleend hadden.
Uit Harlingen meldt men ons: Het stoomschip STANFRIES X, met bestemming van Amsterdam naar Harlingen, geraakte door miswijzing van het kompas gisteren bij Urk aan de grond. Achter het stoomschip bevond zich een lichter van de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij, die op het stoomschip liep en enige averij bekwam. De schipper, die zich van boord begaf, is later door inmiddels toegesnelde Urkers gedwongen, een contract te tekenen, waarin NLG 500 bergloon werd geëist. De stoomboot MINISTER HAVELAAR nam inmiddels de lichter op sleeptouw en bracht hem te Urk binnen. De STANFRIES X kwam met eigen kracht vlot en kwam hedenmorgen te Harlingen aan.


14 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 januari. Over het vergaan van het Nederlandse schip AAFFIENA wordt nog gemeld dat de bemanning van het vuurpijl toestel te Carnoustie (opm: Schotland) verschillende pijlen heeft afgeschoten, doch de bemanning van de AAFFIENA heeft er door de duisternis geen enkele kunnen grijpen, om 1 uur in de morgen toen de laatste pijl was afgeschoten zag men dat de bemanning zich in het tuig had vastgeklampt. Niets kon meer worden gedaan ze te redden. Bij het aanbreken van de dag zag men dat de schoener ongeveer 50 yards van het laagwatermerk zat en dat er zich nog een man in het tuig bevond. Hij sprong in zee en zwom naar de kust. Verschillende ooggetuigen sprongen te water om hem assistentie te verlenen. Het bleek de gezagvoerder te zijn, hij was uitgeput, maar door geneeskundige hulp kwam hij bij. Nadat al zijn metgezellen overboord waren gespoeld heeft hij nog 12 uur in het tuig gezeten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 14 januari. De Nederlandse motorschoener ZEEMEEUW, van Gent naar Londen, is hier op de haven gekomen wegens defect aan de motor.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 12 januari. De bemanning van de gestrande tjalk MARTHA (zie vorig Avondblad A) is gered. Er bestaan goede vooruitzichten het schip vlot te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 januari. Door de makelaar Jacq. Pierot Jr. is hedenmiddag in publieke veiling verkocht het ijzeren klipperschip ELISABETH, groot 163 ton, voor NLG 5.600 aan de heer C. Vermeulen alhier en de ijzeren westlander ARINA, groot 24 ton, voor NLG 750 aan de heer J.P. de Roon alhier.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’, van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten de stalen vrachtmotorboot ANNA, lang 57 voet, breed 11 voet en met 10-12 pk motor, gebouwd voor rekening van de heer H.F. Koster te Anna-Paulowna en bestemd voor de dienst Anna-Paulowna - Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de N.V. Scheepswerven v/h. Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek, is te water gelaten de stalen 2-mast gaffelschoener MATHILDE, groot 225 ton. De kielen werden gelegd voor twee galjassen, groot 120 ton, een 3-mast schoener, 350 ton, en een stalen zeesleepboot, alle voor Duitse rekening. Aan genoemde firma is tevens de bouw opgedragen van een zeesleepboot No. 3 voor rekening van een firma te Antwerpen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 14 januari. In het café ‘De Unie’ werd gisteravond de algemene vergadering gehouden van het Zeemanscollege ‘De Groninger Eendracht’, onder voorzitterschap van de heer J. H. Kruize. De rekening en verantwoording van de penningmeester, de heer T. Bontkes Gosselaar, was in orde bevonden. De ontvangsten van het Fonds ter ondersteuning van hulpbehoevende zeelieden, hun weduwen en wezen bedroegen met het kassaldo van het vorige jaar ad NLG152,59½, NLG 1.002,65; de uitgaven waren NLG 889,68, zodat aan kas was NLG 112,57. Het fonds beschikt over een waarde van NLG 5.006,43 aan effecten. De rekening van het college gaf aan ontvangsten NLG 2.802,02 (hierbij is inbegrepen het kassaldo van het vorige jaar ad NLG 135,51), aan uitgaven NLG 2.781,83½, zodat in kas was NLG 21.08½. Het college bezit totaal NLG 983,68½. Door de commissie tot uitrusting van minvermogende jongelieden ter koopvaardij werden een vijftal jongens uitgerust. De kosten bedroegen NLG 224,60. Terugbetaald werd dit jaar door een zestal jongelieden NLG 153,10. Vier van deze jongens hadden hun gehele schuld vereffend en zullen een getuigschrift ontvangen. De ontvangsten bedroegen totaal NLG 323,24½, de uitgaven NLG 317,62½ en het batig saldo NLG 5,82. Extra subsidie behoeft niet van de leden te worden gevraagd.
In plaats van de heren G. Duut en J.J. Onnes, die moesten aftreden als leden van de commissie, werden gekozen de heren H.C. Kool en F. Bregman. Tot voorzitter werd gekozen in plaats van wijlen de heer P. Broekema, wie een woord van waardering werd gebracht, de heer H.C. Kool. Als vicevoorzitter werd herkozen de heer J.J. Onnes; in plaats van de heer Speelman werd tot commissaris gekozen de heer J. Buisman. In plaats van de heren J.W. Tammens en W.F. Oosterheert werden tot leden van de jongenscommissie gekozen de heren J.G. Mulder en A. Kwint; in de vacature Broekema (overleden) werd voorzien door de benoeming van de heer J.M. Klugkist. Hierna werd de vergadering gesloten.


15 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 14 januari. De stoomboot STANFRIES II, die enige dagen bij Stavoren aan de grond heeft gezeten, kwam heden vlot en met lekkage hier binnen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 januari. De averij aan de motor van de ZEEMEEUW, bestemd naar Frankrijk niet naar Londen zoals gemeld) kan waarschijnlijk morgen reeds gerepareerd zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 januari. De sleepboot NOORDZEE arriveerde 10 januari te Rio de Janeiro in de haven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 januari. De sleepboot MAAS, van Havre naar Grand Bassam met het stoomschip ADJAME op sleeptouw, vertrok 10 januari van Brest doch keerde 11 januari aldaar uit zee terug wegens slecht weer,


16 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 15 januari. Volgens alhier hedenochtend ontvangen telegram is het Belgische stoomschip CONGO, van de firma Deppe in het zicht van de haven van Cartagena (Spanje) lek gesprongen en vergaan. De bemanning, bestaande uit 22 koppen, is gered. Een man is gekwetst. De CONGO was 4 dezer van Valencia met een volle lading fruit naar Antwerpen vertrokken. Het schip moest te Cartagena binnenlopen met lekke ketels. Dit gebeurde twee dagen later en het schip is deze week in herstelling geweest, vooraleer het de reis voortzette.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een zeeramp. Wij meldden reeds, dat de Nederlandse schoener AAFIENA, van de rederij E. Gorter, komende van Bremen, vrijdagnacht nabij Dundee is vergaan. De bemanning, bestaande uit Duitsers, verdronk. De kapitein J.M. de Jonge werd gered. De “Tel." ontleent het volgende aan het verhaal van de 28-jarige gezagvoerder: Vrijdag, de 3e januari, zijn we weer onder zeil gegaan en liepen ‘s nachts vlot weg met ZZO wind tot het Borkum vuurschip. Daar kregen wij ZW wind met harde bries en gingen wij zoeken naar een loods. We hadden ongeveer 4 uur gekruist en vonden geen kotter. De wind flauwde af, kromp naar het Z en toen zijn we verder gegaan. Reeds zondagmiddag, de 5e, hadden we de ZW punt van de Dogger aan het lood. Toen kregen we 's namiddags storm uit het ZW en moesten bijdraaien. Maandagochtend flauwde het wat af en staken we het 3e rif uit. Het grootzeil lieten we er in en zetten kluiver en buiten-kluiver bij. En het was een lust, zoals het schip liep: 22 mijl bij de wind met dubbel gereefd groot- en daar alle voorzeilen bij. We kregen er soms wel eens een zeetje op, maar hij hield zich best als zeeschip. Des namiddags kwam er een koeltje bij. Om 2 uur barstte ons de buitenkluiver weg en 's nachts donker vloog ons de kluiver weg en 's nachts om 12 uur, toen ik uit de kooi kwam, hoorde ik weer wat klapperen en toen was ons het nagelnieuwe stagzeil ook in flarden gescheurd. We hebben 's maandags, toen het dag was, weer het zomerstagzeil en de kluiver aangeslagen. 's Maandagsnachts kwam er opnieuw storm en wel uit het NW. Ik dacht niet anders, of we zouden voor de derde keer terugdrijven, maar 's dinsdagsmorgens werd het weer beter. De wind kromp weer op tot Z ten O en 's woensdagsmiddags om 1 uur liepen we bij Whitby onder de kust. De wind was op ZZW gegaan en zo zeilden we plezierig met de breefok onder de kust langs, niet anders denkende, dan dat we donderdagmorgen in Berwlck zouden zijn. Maar het zou geheel anders uitpakken, 's Avonds om 10 uur kromp de wind op OZO, daarbij niet stormen, maar een gierende orkaan, zodat wij het derde gereefd groot zeil er niet meer bij konden voeren en wij dikke zeeën van achteren er op kregen. We moesten toen wel bijdraaien, daar er toch niet aan te denken viel, om Berwick binnen te komen, met die droge baar er voor. En zo dreven we er dan voorbij, trachtend de Firth of Fort binnen te lopen. Maar we konden het derde gereefd grootzeil er niet bij hebben en dreven toen verder tot voor de Foy Mont. (opm: bedoeld wordt de monding van de Tay). Toen konden we niet langer drijven, daar we in de kust dreven. Nu komt het slimste (opm: = ergste)! We zetten ons kleine grootzeil er op; de Sasboei werd gepasseerd en zo kwamen we de rivier op tot aan het vuurschip. We konden de lichten van Foy Port (opm: bedoeld wordt Tayport) al zien, toen opeens een breker op het schip liep. Er liggen daar blinde klippen en daar kregen we een grondzee van. We zeilden toen vóór met het grote zeil en twee reven in de stagfok, benevens de nieuwe fok. De zeilen scheurden als papier, de lading schoot over en daar dreven we op één zijde, de luiken er onder. Die zee heeft ons de dood aangedaan. Die nam een helft van de boot mee, het kompas met standaard en al, het stuurhuis en een watertank sloegen over boord. En daar dreven we als wrak, plat op zijde. Het was eb en dus dreven we weer weg, staken onze beide ankers weg en lieten de ketting aflopen tot op het einde toe. Doch zodra de ankers gevat hadden, braken de kettingen en onvermijdelijk dreven we voor Carnoustie op het strand. Bij de tweede stoot hoorde ik het schip van onder al uit elkaar kraken. En daar zaten we in de branding, waar de volle Noordzee op stond te beuken, zolang als het ebbe was. In de roef was het nog uit te houden. We deden niets anders dan flambouwen en dra schoten ze ons zes raketten over het schip, waarvan er maar twee op ons schip kwamen. En door de duisternis kenden wij de lijnen niet vinden, die ze ons toegeschoten hadden. De vloed kwam op en weldra zag ik, dat de roef onder zou vloeien en afslaan, wat alras gebeurde. We besloten toen, om in de voormast te gaan. Doch dat ging ook met gevaar om weg te slaan gepaard. Toen zei de stuurman, ik zou voorop gaan. En dat deed ik in de mening, dat zij achter mij aan kwamen. Ik ging in het groot want, maar zij bleven daar achter in de roef. Met de toenemende vloed begon het nog harder te orkanen. Ik was nog niet lang in de mast, of de luiken sloegen in. Daarna brak de bezaansmast af. Toen sloeg het stuurboord gangboord er uit. Ik had nog verscheidene keren geroepen, ze zouden bij mij komen. Maar ze riepen terug: „We kunnen niet, kapitein; we spoelen weg!" Weldra brak het schip aan bakboord geheel door. Ik zag nog eenmaal het achtereind met de roef wat lichten, daar de koeken er uit dreven (De lijnkoeken, die de lading vormden). De jongens riepen nog enige malen pijnlijk om hulp, toen een hevige breker kwam. Ik hoorde de stuurman nog roepen: „O, kaptein!" Toen was de stem van alle drie jongens voor eeuwig verstomd. Twee van hen zag ik bij het maanlicht, het was ongeveer één uur 's nachts, op 't water drijven. En ik dacht ook niet anders, of ik zou weldra hun lot delen. Want ook de grote mast was al erg doorgezakt en ik zwiepte met het want tegen de mast aan. Zo zat ik daar, door en door nat in de gierende, snijden OZO wind. ’t Het mag zo ongeveer 3 uur geweest zijn, toen ik dacht, mij niet langer te kunnen houden. Mijn vingers waren van de koude zo dik opgelopen, dat ik ze niet meer kon bewegen. Toen kreeg ik een eind touw te pakken en ik was nog in staat met mijn bevroren vingers mij daarmee vast te binden. En niet lang daarna had de koude mij bevangen. Toen het zaterdagmorgen dag werd, kreeg ik mijn bewustzijn terug en toen zag ik dan, dat het schip zich geheel in tweeën gebroken had. Het voorste gedeelte was een heel eind verder met mij naar de wal gedreven. Toen liepen er enige mannen tot aan de hals toe tegen de zeeën in, zodat ze er soms helemaal onder waren, om mij te laten zien, dat het heel vlak strand was, en ik niet geheel naar de wal behoefde te zwemmen. Ik trok mijn overjas uit, en ontdeed mij met de grootste moeite in het want van mijn zware, wollen ondergoed. Ik sprong vervolgens zo in zee, maar toen ik wou proberen te zwemmen, kon ik geen arm of been van stijfte verroeren. Een zee schoof mij een eind naar de wal; nog kwam er een, die mij er ook nogal tamelijk diep onder drukte, en weldra voelde ik mij door verscheidene handen beetgepakt. Zes man waren mij tegemoet gezwommen ik was gered. Aan land verloor ik andermaal mijn bewustzijn. En toen ik wakker werd, lag ik op een warm bed met van koude dikke en stijve ledematen. AI mijn vingertoppen zijn bevroren en er is geen mens die zich begrijpen kan, hoe ik het de ganse nacht daar uitgehouden heb, boven in het want. Zo lig ik dan hier, van alles beroofd, in een vreemd land aan de wal.


17 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 17 januari. De scheepsreder E. Frater Smid te Groningen heeft aan de N.V. Scheepswerven, voorheen Gebroeders G. & H. Bodewes te Martenshoek de bouw opgedragen van een stalen zeesleepboot, een van de grootste zeesleepboten in de provincie Groningen. De boot wordt voorzien van een triple-expansie machine van 400 ipk. Het schip zal in het voorjaar van 1914 opgeleverd moeten worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 17 januari. Het nieuwe Nederlandse stoomschip BOETON, is bij Hartlepool gestrand. Assistentie is ter plaatse. Het stoomschip BOETON, gebouwd voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland bevindt zich op de proeftocht naar Amsterdam.
BOETON – Collectie Lindenborn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 15 januari. Alhier is als bijlegger, met verlies van bazaanmast, binnengekomen de koftjalk NORMA, kapitein Sloots, van Groningen, met geploegd hout van Frederikstad naar Delfzijl.


18 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 januari. Volgens bij de directie van de Koninklijke Hollandsche Lloyd alhier ingekomen draadloos bericht heeft het stoomschip HOLLANDIA na vertrek van Vigo op weg naar Amsterdam de bakboordschroef verloren. Het schip vaart met verminderde kracht alleen met de stuurboordschroef. Het doet Boulogne en Dover niet aan, maar komt direct naar IJmuiden waar het maandag 20 januari wordt verwacht. Aan boord is alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Corton, 14 januari. De gestrande Nederlandse tjalk MARTHA zit bij laag water droog. Het schip maakt een weinig water, doch tot nu toe is de romp ogenschijnlijk slechts licht beschadigd. Het roer is gebroken. Er is contract gemaakt voor GBP 100 om het schip vlot en te Lowestoft binnen te slepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colombo, 17 januari. Het van Batavia naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip KONING WILLEM III, arriveerde hier met een lek in de schroefaskoker. Na onderzoek en reparatie heeft voornoemd stoomschip de reis voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 januari. Men seint ons uit Londen: Het stoomschip BOETON is vlot gebracht en het zal direct in het droogdok te West Hartlepool worden geplaatst. Het schip is lek, doch de scheepspompen kunnen het binnendringende water bijhouden. Volgens een hedenochtend door de Stoomvaart Mij. Nederland ontvangen telegram uit West Hartlepool is het stoomschip BOETON hedennacht vlot gekomen en wordt het stoomschip heden in het droogdok daar opgenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Langeoog, 16 januari. De met graan van Norden naar Bremen bestemde Nederlandse tjalk COSMOPOLIET, kapt. Koopman, die bij de Oosterhoek (opm: Osterholz) in het ijs vastzat, is met assistentie van schippers uit Spiekeroog en Neuharlingersiel op de rede van Neuharlingersiel in veiligheid gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 17 januari. Het met erts van Santander naar hier bestemde Nederlandse stoomschip LEERSUM geraakte op de Beneden Weser nabij Vegesack vast, doch kwam met sleepboothulp in hetzelfde getij weer vlot. Het stoomschip kon de reis naar hier voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 15 januari. De in het Kaiser Wilhelm Kanaal gezonken Nederlandse sleepboot ROZENBURG is nu zover naar een zijde van het kanaal gesleept, dat diepgaande schepen weer kunnen passeren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De scheepsreder E. Frater Smid, te Groningen, heeft aan de N.V. Scheepswerven v/h. Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek de bouw opgedragen van een stalen zeesleepboot, een van de grootste sleepboten in de provincie Groningen. De boot wordt voorzien van een triple-expansie machine van 400 ipk en zal in het voorjaar van 1914 opgeleverd moeten worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester A. de Jong te Vlaardingen is vrijdag te water gelaten het stalen loggerschip HUBERTHA GERARDA, gebouwd voor rekening van de heer I.S. Meerburg te Katwijk aan Zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 januari. De sleepboot MAAS, van Havre naar Grand Bassam met het stoomschip ADJAME op sleeptouw, vertrok 14 januari van Brest.


19 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 18 januari. Heden kwam hier binnen de met hout van Hernösand geladen schoener HELENA, schipper Steenstra, die op de Lauwergronden aan de grond gevaren is. Het bleek dat de achtersteven belangrijk verzet is. Het schip maakt water, doch is weinig beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 19 januari. Het stoomschip SOERAKARTA aan de werf van de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd, heeft gemeerd geproefstoomd.


20 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 20 januari. De Duitse zeelichter MINNIE, die enige tijd geleden te Vlissingen door het stoomschip ARY SCHEFFER, werd binnengebracht, na met het West Hinder vuurschip in aanvaring te zijn geweest, zal worden gelost en ter reparatie naar de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ worden gebracht. Na afloop daarvan zal het schip de reis naar Brazilië hervatten. Tussen de rederij van de ARY SCHEFFER en die van de MINNIE is een bevredigende oplossing gevonden voor de uitkering van het bergloon.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brest, 15 januari. De Nederlandse sleepboot MAAS, 14 januari van hier naar Grand Bassam vertrokken met een stoomschip op sleeptouw, kreeg schade in Raz de Sien en keerde daarom naar hier terug.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 18 januari. De schoener NOORDKAAP, kapt. Engelsman, van Harburg naar Kings Lynn bestemd, is met schade en slagzeil Aberdeen binnengesleept. De bezaansmast, boegspriet en alle zeilen zijn verloren gegaan, terwijl averij aan stuurrad en boot werd bekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Door de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen wordt thans een reuzenkraan gebouwd, die de grootste rijdende kraan van heel Europa wordt, wat draagkracht betreft. Deze “Titan" heeft een hefvermogen van 150 ton en tilt met zijn sterke armen, licht als een veertje, locomotieven, bootjes, grote blokken, ijzer enz. op.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 januari. De sleepboot SCHELDE, van Rotterdam naar Toulon met de baggermolen VILLE DE TOULON op sleeptouw, passeerde 17 januari Prawlepoint.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 januari. De Nederlandse zeesleepboot THAMES is 17 januari met het traanschip THÖGER van Quilimane naar Durban trokken.


21 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 21 januari. Het nieuwe stoomschip SOERAKARTA van de Rotterdamsche Lloyd zal donderdag van hier naar Rotterdam vertrekken, om dan tevens de proeftocht te houden. Het schip aanvaardt zaterdag 1 februari zijn eerste reis naar New York.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuws op Scheepvaartgebied. Taferelen van de zee. Dag op dag brengen onze Scheepstijdingen nieuwe berichten, die bewijzen, dat het weer op zee ontzettend slecht is in de laatste tijd. Menig drama is daar af gespeeld. Tragisch is ook de schipbreuk van de Nederlandse schoener AAFFIENA uit Groningen, die op de reis van Bremen naar Berwick te Carnoustie, op de Noordoost kust van Engeland, verging. Toen het in nood verkerende schip in de vallende duisternis werd opgemerkt, schoot de bemanning van het vuurpijltoestel te Carnoustie een aantal reddingslijnen af, doch blijkbaar kon de bemanning van de AAFFIENA er door de duisternis geen een grijpen. Toen omstreeks 1 uur in de morgen de laatste pijl was afgeschoten, zag men bij het schijnsel daarvan, dat de opvarenden van de AAFFIENA zich in het want hadden vastgeklampt, maar het was onmogelijk iets voor hen te doen. Bij het aanbreken van de dag zag men, dat de schoener op ongeveer 50 yards afstand van het laagwatermerk zat en er zich nog één man in het want bevond. Hij sprong, in zee en zwom naar de kust, geholpen door velen, die zich te water hadden begeven om hem te grijpen. Hij werd aan land gebracht en bleek de kapitein van het vergane schip te zijn, De Jonge genaamd. Hij verkeerde in een staat van versuffing doch door geneeskundige hulp kwam hij bij. Hij verklaarde, dat zijn schip in de storm was ontredderd en gestrand. Zijn drie mede-opvarenden waren al spoedig uit het want geslagen en vonden hun dood in de woedende zee. Hij alleen wist zich twaalf uur lang in het want vast te houden. Het schip is totaal verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 januari. De sleepboten ROODE ZEE en OCEAAN met het stoomschip STAR OF AUSTRALIA op sleeptouw, arriveerden 18 januari te Port Said.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 21 januari. De nieuw gebouwde sleepboot ELEONORA, welke alhier voor vertrek naar Hamburg gereed ligt, is gebouwd op de werf Boon, Molema & De Cock te Hoogezand en vertegenwoordigd een capaciteit van 100 ipk. Zij is bestemd voor Lanko en Söhn te Hamburg en wordt door kapt. Van Zuilen naar haar bestemming gebracht.


22 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 21 januari. Het te Groningen thuis behorende schoenerschip NOORDKAAP, kapt. Deen is voor geheime prijs naar Duitsland verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 januari. De van Gent naar Treguier (opm: Bretagne) bestemde Nederlandse motorschoener ZEEMEEUW is met defecte motor te Portland (Dorset) aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vanmiddag hebben 20 klinkers, werkzaam bij de firma Rijkée & Co. scheepsbouwmeesters, in de Scheepsbouwerstraat alhier, het werk gestaakt, omdat hun een loonsverhoging van 2 cent per uur, die zij geëist hadden, niet was toegestaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn heden gehouden zitting heeft de Raad een onderzoek ingesteld inzake het omhoogvaren nabij Cross Sand, nabij Yarmouth, op 18 december jl. van het stoomschip OTTOLAND, rederij N.V. Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam. (opm: moet zijn rederij N.V. Nederlandsche Lloyd te Rotterdam).
Kapitein J. Schol te Rotterdam (die 1 december jl. zijn ontslag heeft genomen) verklaart zeven jaar op de OTTOLAND te hebben gevaren.
Het schip was bemand met 20 koppen. De bestemming was Newcastle upon Tyne. Om 1 uur was het schip de Waalhaven uitgegaan, stormsein heeft hij niet gezien. De barometer stond op 760 mm, de klok was op Greenwichtijd gezet. Uit de Berichten aan Zeevarenden was hem bekend de verlegging van de Smiths Knoll (opm: lichtschip). De kompassen waren in Engeland gesteld, het schip voer een tijdmeter en blauwe kaarten.
’s Nachts te 02.30 uur was het schip buitengaats. Het tij was half weg en er woei een stijve koelte 5 tot 6. Het schip met ballast in stak het Kanaal in kortste breedte over. De deviatie was een halve streek, de koers werd behouden tot de volgende middag half zes.
Om 3 uur toen de log werd afgelezen, ging getuige ter ruste na van de vorige avond op de brug te zijn geweest. De wacht werd waargenomen door de roerganger en een man aan dek. Om half zes werd hij gewekt. Aan dek gekomen zag hij tegenliggers koersen naar de Theems. Hij kwam in verschil met de 2e stuurman over de kleur van de lichten daar het heiig was. Het schip liep 6 à 6½ mijl, er had kunnen gelood worden, maar het zou misschien weinig hebben gegeven.
Getuige gaf zelf toe dat men witte lichten had gezien. Vertrouwende dat het de Smiths Knoll was ging hij door, maar daar raakte opeens het schip vast. Lang duurde het niet, met eigen macht kwam het los en voer naar Rotterdam terug waar het gedokt werd.
De 2e stuurman J. Hoogeboom van Nieuwediep, die diploma kleine stoom- en zeilvaart heeft, verklaart drie maanden onder genoemde kapitein te hebben gevaren. ’s Middags om 1 uur was hij op wacht gekomen. De uitkijk was op de bak; even voor half zes wekte hij de kapitein, omdat hij meende een rood en wit schitterlicht te zien en veronderstelde dat dit van de Smiths Knoll was. Deviatie en drift in aanmerking genomen kon dit zo zijn. De kapitein twijfelde echter, zodat beide bleven observeren. Over loden werd niet gesproken. De kapitein ging noordelijker sturen, maar het schip schuurde vast. Inmiddels was het wat gaan opklaren, zodat de vuren nu duidelijk waren te zien.
De Raad zal later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 250113)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

West Hartlepool, 20 januari. In het gegraven droogdok is een voorlopige expertise over het nieuwe Nederlandse stoomschip BOETON gehouden. De aan de bodemplaten, wrangen en verbindingen bevonden schade is zeer uitgebreid. De beplating aan dek heeft ook geleden.
Het zal noodzakelijk zijn de bunkerkolen te lossen voordat men de gehele omvang van de schade aan de dekken kan bepalen. Het stoomschip zal eerst uit het dok worden gehaald en daarna weer op hoger blokken opnieuw worden gedokt. Op 22 dezer zal dan een nadere expertise worden gehouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bekendmaking. B.A. Middelkoop, notaris te Capelle, maakt namens de heren Pieter Adriaan en Jan Adriaan Ruytenberg, scheepsbouwmeesters te Waspik, bekend, dat de tussen hen bestaande Vennootschap onder de Firma P. & A. Ruytenberg, aangegaan bij akte van 23 september 1903, blijkens akte voor hem verleden 13 december 1912, met ingang van heden is ontbonden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bekendmaking. B.A. Middelkoop, notaris te Capelle, maakt namens partijen bekend, dat bij akte van 13 december 1912, is opgericht de Naamloze Vennootschap Scheepsbouwwerven voorheen P. & A. Ruytenberg, gevestigd te Waspik, welke akte is geplaatst in de Nederlandse Staatscourant nr. 15 d.d. 18 januari 1913.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 januari. De sleepboot ZWARTE ZEE, van Haïti naar Rotterdam met het oorlogsschip UMBRIA, arriveerde 20 januari te Fayal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de scheepswerf van de Gebr. Kooiman te Zwijndrecht, is met goed gevolg te water gelaten een van staal gebouwde schroef sleepboot, genaamd RAJAMO, voor rekening van de heer J.B. Hageman, te Dordrecht. Machine en ketel zullen worden geplaatst door de N.V. Machinefabriek ‘Bolnes’ bij Rotterdam, voorheen J.H. van Capellen te Bolnes. Daarna werd onmiddellijk de kiel gelegd voor een dito sleepboot, voor rekening van de fa. Veldhuis en De Man te Dordrecht en eveneens de kiel gelegd voor een motorboot, voor rekening van de N.V. Goederenvervoer ‘Maria’ te Zwijndrecht.


23 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Las Palmas, 21 januari. In de steenkolen heeft aan boord van het stoomschip LOPPERSUM een ontploffing plaats gehad, echter zonder schade te veroorzaken. Na expertise is het stoomschip volkomen zeewaardig verklaard.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 januari. Het afgelopen dinsdag met 24.018 vaten petroleum van New York naar Rotterdam vertrokken Nederlandse stoomschip NEDERLAND is naar wij vernemen, behoudens bodemonderzoek, dat te Rotterdam zal plaats hebben, naar Japan verkocht. Dit aan de Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd behorende stoomschip, groot bruto 3.915 en netto 2.583 register ton, in 1902 te Middlesbrough gebouwd, is lang 345, breed 48,5 en hol 19,7 Engelse voet. (opm: verkocht volgens RN voor ongeveer GBP 31.500)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 januari. De proeftocht van het nieuwe stoomschip SOERAKARTA, heeft naar wij vernemen een gunstig verloop gehad.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 januari. Gisteren is de Nederlandse sleepboot ZWARTE ZEE, met het oorlogsschip UMBRIA op sleeptouw, van Haïti naar de Waterweg, van Horta ( Azoren) vertrokken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop: De goed onderhouden, snel zeilende stalen gaffelschoener JOHANNA ELISABETH, geclassificeerd 1912 + 3/3 1.1 G Veritas, groot 325 kub. m., oud 8 jaar, met extra goede inventaris.
Tevens te koop gevraagd een ijzeren tjalk, groot 130-160 ton over zee, liefst met bezaan, ook in ruil tegen bovenstaande gaffelschoener, bij en door R. Groenewolt. Kapt. te Delfzijl.
(opm: is kapt. R. Groenewold. - zie ook NRC 110213)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 januari. Het stoomschip SOERAKARTA, groot 9.000 ton, 23 november jl. voor de Rotterdamsche Lloyd te Vlissingen van de werf ‘De Schelde’ te water gelaten, zal morgen naar hier vertrekken, om dan tevens de proeftocht te houden. Zaterdag 1 februari zal het schip zijn eerste reis naar Indië aanvaarden. De SOERAKARTA is het derde schip in één jaar van dezelfde helling te water gegaan. Op 25 november 1911 ging de MERAUKE, laadvermogen 8.500 ton; 18 mei 1912 de PONTIANAK laadvermogen 9.000 ton, beide eveneens voor de Rotterdamsche Lloyd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 januari. De sleepboot SEINE, van Colombo naar Rotterdam, passeerde 20 januari Perim.


24 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 januari. Het stoomschip KORTENAER vertrok heden van Civita Vecchia naar de Zwarte Zee.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Het gisteren van St. Nazaire hier aangekomen stoomschip LEONORA was een dag over tijd en heeft zeer slecht weer doorstaan. Het stuurgerei op het achterschip is weggeslagen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Wij vernemen dat er door de Nederlandsche Lloyd bij de firma Jan Smit & Zn. te Alblasserdam een stoomschip is besteld gelijk aan het onlangs voor de Nederlandsche Lloyd te water gelaten stoomschip GELDERLAND, dat te Vlissingen van machines en ketels zal worden voorzien.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 24 januari. Het Engelse schoenerschip LIZZIE, dat op reis van hier naar Engeland, op Ameland gestrand is, is thans geheel uit elkaar geslagen, zodat schip en lading als totaal verloren kan worden beschouwd.


25 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 24 januari. Het motorschip SOLI DEO GLORIA, schipper P. Sportel is voor geheime prijs verkocht, aan H. Pilon, die vroeger de HOOP OP ZEGEN bevoer.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteren gehouden zitting heeft de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam een onderzoek ingesteld in zake het omhoog varen bij Roblepoint (Witte Zee) op 11 september 1912, van het stoomschip KARL SCHROERS, rederij Karl Schroers’ Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam.
De kapt. H. Leeuw verklaart van 1905 af als zodanig te hebben gevaren. Op 29 augustus jl. was hij met zijn schip te Archangel, om hout in lading te nemen; 11 september 's morgens kon het schip vertrekken. De vorige dag had getuige niet gerust. Kaarten (de bluebacks) zeil- aanwijzingen enz. waren aan boord. De kompassen waren 21 april te Middlesbrough gesteld. Zij werden aan boord geregeld gecontroleerd door de wachthebbende stuurman, (tegen de stuurman Jager is wegens niet verschijning verstek verleend) de deviatie wisselde tussen 4 en 5.
Het ongeval moet, meent getuige, zijn te wijten aan een fout in de berekening van het azimut. De zon was op de gewone manier gepeild. De loods was 's namiddags 3.30 afgezet. Daarna werd gekoerst NW ½ N magnetisch, met volle kracht (9 mijl). Het was volle maan, zodat getuige aannam, dat hij te 12 uur eb mee zou krijgen. Om de NO te 7.30 was hij bij het vuurschip van Semaforski, bleef tot 9.30 aan dek, zette de koers vast en gaf order hem te 1 uur te wekken. Hij vernam toen van de stuurman, dat hij geen licht had gezien en gelastte toen een halve streek oostelijk te sturen. Getuige bleef te kooi. Te 3 uur deelde de stuurman hem mee, dat nog niets te zien was. Maar getuige vond geen reden aan dek te gaan. Er was niet gelood. De voorzitter, mr. Pleyte, is van oordeel, dat slordig genavigeerd is. Getuige had het vuur moeten verkennen en niet na 1.30 in kooi moeten blijven. Getuige antwoordt, dat hij zich geheel verliet op de stuurman en niet vermoedde, dat deze zich zou vergissen met de deviatie. Het ongeval liep betrekkelijk goed af. Na ongeveer de gehele dag te hebben vastgezeten, kwam het schip met het tij met eigen middelen vlot. Na de zitting te hebben geschorst, gaf de voorzitter de kapitein te kennen, dat het onderzoek ook zou lopen over de vraag of het ongeval aan een daad of nalatigheid zijnerzijds is te wijten. De schade, ten gevolge van het ongeval, bedraagt GBP 2.000.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de jongste zitting deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak, betreffende de OTTOLAND (gezagvoerder J. Schol; rederij Nederlandsche Lloyd, beiden te Rotterdam).
De Raad is door het gehouden onderzoek tot de overtuiging gekomen, dat op de reis van het stoomschip OTTOLAND, aangevangen 18 december 1912, van Rotterdam, noch door de gezagvoerder J. Schol, noch door de stuurman J.H. Hoogenboom, enig verzuim is gepleegd en door hen alles is gedaan om het schip een veilige vaart te verzekeren.
Hij schrijft het vastlopen van het schip op de Cross Sandbank toe aan de omstandigheid, dat bij het koersstellen op meer drift is gerekend dan het schip feitelijk had, in verband met het feit, dat de toestand van dampkring en zee het niet mogelijk hebben gemaakt aard en kleur van een waargenomen vuur met juistheid vast te stellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de jongste zitting deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak, inzake de aanvaring (bij het uitgaan van de sluis te IJmuiden) op 8 september 1912 tussen het stoomschip EEMLAND (kapt. A. Rotteveel: rederij: Kon. Hollandsche Lloyd, beiden te Amsterdam) en het Engelse stoomschip STAMFORDHAM.
De Raad is van oordeel, dat de aanvaring, waarover het onderzoek gelopen heeft, veroorzaakt is door de schuld van de zeeloods V. v.d. Wijk, als zodanig zijn ambt vervullende aan boord van het stoomschip STAMFORDHAM.
Eenmaal bezig zijnde met het vastmaken aan de noordzijde van het kanaal, had hij daarbij moeten volharden en niet moeten trachten, nadat de EEMLAND de sluis reeds verlaten had, naar de zuidzijde daarvan te komen, waartoe zomin aanleiding als noodzakelijkheid bestond. Erkennende, dat sedert de uitspraak van de Raad inzake de aanvaring tussen de stoomschepen OEPACK en KLEIST van 10 februari 1910 door de instelling van de waarschuwingsdienst, werkende als aangegeven in de Berichten aan Zeevarenden van 14 sept. 1911, een maatregel is getroffen ter verhoging van de veiligheid van het verkeer in de haven van IJmuiden, spreekt hij de wenselijkheid uit, dat meerdere voorschriften dienaangaande werden gegeven.
Het reglement, ter voorkoming van aanvaring en aandrijving op openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan, laat aan gezagvoerders en loodsen van schepen grotere vrijheid van handelen dan in de haven van IJmuiden oorbaar en doelmatig schijnt. Wanneer de hierboven beschreven aanvaring het gevolg had gehad, dat een van de beide schepen gezonken was, dan had de onbedachtzaamheid van een loods de stremming van het verkeer door de grote sluis ten gevolge gehad, voor de gevolgen waarvan verwezen mag worden naar het verslag van de Staatscommissie in zake de toegang tot Nederland door het Noordzeekanaal van 14 juli 1911. (opm: zie ook AH 100113)


27 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 januari. Volgens een telegram van de rederij van het stoomschip BULLMOUTH, is voornoemd stoomschip 22 januari gesleept wordende door het Nederlandse stoomschip SULTAN VAN KOETEI Mangalore koersende naar Colombo.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Volgens een particulier bericht uit Hamburg, is het Nederlandse stoomschip IRIS met een palengroep (duc dalf) daar in aanvaring geweest, waardoor het achterschip werd beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 25 januari. De Nederlandse tjalk LARUS, kapt. Hofman, 21 januari met oliekoeken van Pillau naar Kolding vertrokken is 22 januari 8 zeemijl ten Westen van Stoltebank gezonken. De opvarenden, 3 man zijn gered en te Nexö geland. De LARUS een koftjalk, groot 106 register ton werd in 1894 gebouwd en behoorde thuis te Groningen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portland, 25 januari. Het met defecte motor hier aangekomen Nederlandse motorschip ZEEMEEUW is, gesleept wordende naar Trequier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 januari. De sleepboot GOUWZEE, vertrok 24 januari van Plymouth naar Bordeaux met twee lichters op sleeptouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 januari. De sleepboot JABOATAO, van Hellevoetsluis naar Pernambuco, vertrok 24 januari van Las Palmas met de lichters S.P.P. No. 9 en 10.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 januari. Het stoomschip GLENMORVEN, van Algiers naar de Tyne, gesleept door de sleepboot POOLZEE is door de sleepboot verlaten. Deze heeft de bemanning overgenomen en te Ferrol geland. Zij is thans opnieuw uitgegaan om te trachten het verlaten stoomschip GLENMORVEN op te pikken. De gezagvoerder van de sleepboot POOLZEE seint uit Ferrol dato 23 dezer: Terwijl POOLZEE en GEORGE V het stoomschip GLENMORVEN sleepten van Vigo naar de Tyne heeft de bemanning van de GLENMORVEN, in de Golf van Biscaye, hun schip in eigen boot verlaten en is aan boord van de POOLZEE gekomen, verlangende aan land te worden gezet. De POOLZEE heeft daarop de sleep verlaten, heeft de equipage te Ferrol geland en is nu weer uitgevaren om de GLENMORVEN te zoeken en te trachten het schip in veilige haven te brengen. De kapitein van de GLENMORVEN seint dat het schip werd verlaten omdat de bemanning weigerde verder door te gaan. De reders van de POOLZEE rapporteren dat er geen voedsel op de GLENMORVEN was.
(Het Engelse stoomschip GLENMORVEN vertrok 14 jan. van Vigo naar Newcastle, geassisteerd door de sleepboten POOLZEE en GEORGE V).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 24 januari. In antwoord op een vraag antwoordt de Internationale Sleepdienst Maatschappij te Rotterdam d.d. 23 januari, dat de sleepboot DONAU, met de zandzuiger CURAÇAO van Rotterdam naar Curaçao bestemd, nog te Portsmouth wordt opgehouden door slecht weer, doch zal vertrekken zodra de omstandigheden zulks toelaten.


28 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colombo, 27 januari. Met alle schroefbladen gebroken is het stoomschip BULLMOUTH, gesleept door het stoomschip SULTAN VAN KOETEI hier aangekomen. De NEPTUNUS zal het stoomschip naar Singapore slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 januari. De Nederlandse sleepboot THAMES, slepende het schip THÖGER (drijvende traankokerij), arriveerde 25 januari van Guillimane te Durban. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 januari. De sleepboot MAAS, van Havre naar Gr. Bassam met de passagiersboot ADJANA, vertrok 23 januari van Brest.


29 januari 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Zeeland’ te Hansweert is een voor Duitse rekening gebouwd Rijnschip te water gelaten. De kiel werd gelegd voor een passagiers-vrachtboot voor Hollands-Belgische rekening, terwijl ook de levering van een Rijnschip voor Belgische en een voor Nederlandse rekening aan de werf is opgedragen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 29 januari. De sleepboot HELENA FRATER, van de firma Zwart en Frater Smit, welke naar Archangel verkocht is, is naar Rotterdam vertrokken om van een elektrisch zoeklicht en stevige ijsboeg te worden voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 januari. De sleepboot SCHELDE, met de baggermolen VILLE DE TOULON op sleeptouw, van Rotterdam naar Toulon, vertrok 26 januari van Plymouth.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 januari. De sleepboot DONAU met een zandzuiger op sloeptouw, van Rotterdam naar Curaçao, vertrok 26 januari van Portsmouth.


30 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Horta is het van Antwerpen naar Philadelphia bestemde Nederlandse stoomschip LA HESBAYE met defecte machine daar binnengelopen. De machinekamer en het stookruim staan onder water.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 januari. Men meldt ons het volgende: De elevator FURNESS A, de eerste van twee door de firma Ammo Giesecke und Kölnegen Actien Gesellschaft in Brunsweigh (opm: Braunschweig ?) voor de N.V. Furness Scheepvaart en Agentuur Mij gebouwde drijvende pneumatische graanelevators, heeft deze week met zeer tevredenstellende resultaten proef gewerkt bij de lossing van het stoomschip PENINE RANGE van de firma Furness. Geconstateerd werd een capaciteit van circa 250 ton zwaar graan per uur, terwijl de grootste op een werkdag verwerkte kwantiteit circa 1.800 ton bedroeg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kiel, 25 januari. De sleepboot ROZENBURG, na aanvaring met de trawler BOREAS in het Kaiser Wilhelmkanaal gezonken, is thans gelicht. De boot schijnt aanmerkelijke schade geleden te hebben.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 januari. Volgens alhier ontvangen bericht is het door het volk verlaten stoomschip GLENMORVEN, gesleept door de sleepboten POOLZEE en GEORGE V, behouden te Falmouth aangekomen, en zal, nadat een nieuwe equipage aan boord van het stoomschip is gekomen, de reis naar de Tyne worden voortgezet. Volgens een bericht uit Falmouth aan de Shipping Gazette is de GLENMORVEN door de Engelse sleepboot GEORGE V alleen naar Falmouth gesleept en in de haven gebracht met assistentie van de Engelse sleepboot DRAGON en loodsen. Een gedeelte van de bemanning van de George V was overgezet op de GLENMORVEN.


31 januari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Door bemiddeling van de makelaar Maurice Pauwaert te Gent is de Nederlandse emmerbaggermolen NOORD BRABANT naar België verkocht. De vroegere eigenaren waren de heren C. Gips & Zonen te Dordrecht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fayal, 29 januari. Het evaporatordeksel met rand van het stoomschip LA HESBAYE zijn gebroken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 30 januari. Het koftjalkschip ENERGIE, bevaren door schipper Eeftingh, is verkocht aan K. Houwerzijl, die de koftjalk ZEEMEEUW bevoer. Laatstgemeld vaartuig is door Houwerzijl verkocht aan Hebo Koopman. Koopprijzen onbekend.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 30 januari. De firma E.J. Smit & Zoon alhier kreeg opdracht van de N.V. Sleepdienst ‘Voorwaarts’ te Harlingen tot het bouwen van een stalen schroefsleepboot van 21,50 x 5 x 2,50 meter. Het schip zal worden voortbewogen door een compoundmachine van 250 ipk en voorzien zijn van een stoomketel van 97 m3 verwarmd oppervlak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 januari. De sleepboot NOORDZEE arriveerde 28 januari van Rio de Janeiro te Buenos Aires met twee bakken op sleeptouw.


01 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 februari. Het nieuwe Nederlandse drie-mast motorschip INGEBORG, kapt. G.F. de Wit van de rederij J.J. Onnes te Groningen, is volgens een uit Scheveningen ontvangen telegram vanochtend 7 uur benoorden het Kurhaus gestrand. Het zit tussen de pier en het schietterrein. Dit met steenkool beladen schip, draagvermogen 390 ton, maakte de eerste reis, en wel van Leith naar Casablanca. De bemanning, bestaande uit 11 personen, is door de motorreddingboot van de vissershaven te Scheveningen gered en aldaar geland. Nader vernemen wij dat de INGEBORG zware schade zware slagzij naar zee heeft en vol water staat. Verder werd er nog meegedeeld dat er met de firma L. Smit & Co. een bergingscontract was gesloten en dat het casco op de Rotterdamse beurs was verzekerd voor NLG 40.000 en NLG 10.000 voor behouden varen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Ruischerbrug, 1 februari. Van de werf van de firma IJ. de Jong is te water gelopen een twee-mast motorschoener, uitgerust met een 2-cilinder E.C. Kromhout motor, sterk 90 pk, geleverd door de heer D. Goedkoop te Amsterdam. Dit is het tweede schip, gebouwd voor een Hamburger rederij. De kiel is reeds weer gelegd voor het derde schip, eveneens voor dezelfde rederij. Bedoelde schepen worden tevens ook uitgerust met een motorwinch aan dek voor het laden en lossen. Deze schepen worden gebouwd onder klasse Germ. Lloyd en verder onder toezicht van de inspecteur, de heer B. Schoenmaker te West-Rhauderfehn (Duitsland).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 januari. De sleepboot OCEAAN arriveerde 29 januari van Alexandrië te Malta en vertrok naar Algiers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vandaag, 1 februari te 12.15 uur wordt van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te water gelaten het stoomschip EPSILON in aanbouw voor de heer B.J. van Hengel te Amsterdam.


03 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 februari. Aangaande het bij het Kurhaus te Scheveningen gestrande nieuwe Nederlandse motorschip INGEBORG vernemen wij dat het tamelijk hoog op het strand zit. Met laag water kan men het schip bijna te voet naderen. De INGEBORG is voordat het op het strand raakte, omdat het roer was gebroken, nog op sleeptouw geweest tot kort voor de Nieuwe Waterweg, doch door het breken van de tros is het schip om de noord en op strand geslagen. Gisteren is het schip door het slechte weer hoger opgeslagen en in ongunstige positie gekomen. Heden zou men met het lossen van de lading in karren een aanvang maken, doch omdat het slecht weer is, en de zee met hoog water over het schip slaat, is dat niet mogelijk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 februari. De OCEAAN vertrekt naar Glasgow en de ROODE ZEE naar Carthagena om het oude oorlogsschip LEPANTO van daar naar Rotterdam te slepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 februari. De Nederlandse sleepboot ZWARTE ZEE met het oorlogsschip UMBRIA op sleeptouw van Haïti naar Rotterdam, passeerde gisterochtend 8 uur Prawle Point.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 februari. Hedenmiddag half één werd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij met goed gevolg te water gelaten het schroefstoomschip EPSILON, in aanbouw voor de heer B.J. van Hengel te Amsterdam. Het schip heeft een laadvermogen van 5.500 ton, is gebouwd onder Lloyds Klasse en bestemd voor de algemene vrachtvaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de werf van de firma Marckmann & Faassen te Capelle a/d IJssel (voorheen de werf van Kalkman) zijn met goed gevolg te water gelaten twee stalen schroef-stoomsleepboten, genaamd JAN (opm: afmetingen 14,41 x 3,38 x 1,40 meter, 65 IPK, fabrieksnummer 66, opgeleverd 29 maart) en GERRITJE ADRIANA (opm: afmetingen 13,20 x 3,40 x 1,43 meter, 60 IPK, fabrieksnummer 73, opgeleverd 30 juni) resp. eigenaars de heren Gebr. Hofman (opm: NV Sleepboot Mij Jan’’) te Dordrecht en de heer A.C. v.d. Assem te Rotterdam. Genoemde boten zijn naar de fabriek van de firma Marckmann & Faassen aan de Nassauhaven gesleept voor het inzetten van machine en ketel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brouwershaven, 31 januari. Volgens bericht van Westerschouwen zit een Belgische vissloep tegen het strand. Volk gered. Veel zee. Later bericht. Het gestrande schip is de Belgische vissloep BELLA STOCK van Nieuwpoort Het schip is vermoedelijk verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 februari. De sleepboot NOORDZEE arriveerde 31 januari van Rio de Janeiro te Montevideo.


04 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 februari. De in 1886 door de firma Huygens en Van Gelder te Amsterdam gebouwde bark CONCORDIA is naar Australië verkocht. De verkooprijs is ongeveer
GBP 2.550.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 februari. De Nederlandse sleepboot OCEAAN is heden van Algiers naar Renfrew vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 februari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Stralsund is het van Amsterdam naar Stettin bestemde stoomschip TITAN nabij Dierhagen gestrand. Assistentie is bij het stoomschip. Nader seint men ons uit Hamburg: Het nabij Dierhagen gestrande stoomschip is het met stukgoed en spoorstaven geladen Nederlandse stoomschip TITAN. Van de op dek geladen spoorstaven wordt geworpen. Het bergingsstoomschip RÜGEN en een stoomschip van Svitzers’s Bergingsmaatschappij zijn ter assistentie uitgevaren. (opm: zie ook AH 220313)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ribnitz, 4 februari. Gisteravond om half negen in het Nederlandse stoomschip TITAN gestrand. De bemanning bestond uit 15 man. De reddingboot WUSTROW was spoedig ter plaatse; verder zijn de RÜGEN van de bergingsmaatschappij uit Warnemünde en de S.V.A uit Gjedser ontboden om hulp te verlenen. De deklading is overboord gezet. De bemanning is aan boord.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheveningen, geen datum. Duizenden personen zijn gisteren naar Scheveningen getrokken om naar de daar gestrande schoener INGEBORG te gaan kijken. De staatsspoorstoomtram alleen vervoerde 10.000 personen naar Scheveningen. Ook H.K.H. Prinses Juliana is gisterochtend en H.M. de Koningin gistermiddag naar Scheveningen gereden om het gestrande schip te zien. Aan het eind van de strandboulevard stond het rijtuig daartoe enige tijd stil. Ongeveer 4 uur gingen drie mannen van de bemanning hand aan hand door de zee naar het schip; zij bleven geruime tijd aan boord. Over het afbrengen van het schip door de Berging-Maatschappij wordt onderhandeld. Het voornemen bestaat om bij laag water een mui of kuil onder het schip uit te graven om het bij het vollopen met vloed vlot te doen geraken.


05 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Met het verankeren van het te Scheveningen gestrande schip INGEBORG zou heden een aanvang worden gemaakt. Vanmiddag was het alhier nog niet bekend of men met dit werk aan de INGEBORG was geslaagd. De lossing van de lading zal daarna worden opgevat.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 25 januari. Het van Antwerpen alhier aangekomen Nederlandse stoomschip LA CAMPINE heeft door slecht weer schade aan de brug en dekinrichtingen opgelopen. Om de golven te stillen, heeft men olie gebruikt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Men seint ons uit Hamburg dat het Nederlandse stoomschip TITAN door 2 bergingsboten vlot en te Warnemünde is binnengebracht. Volgens een telegram uit Londen ging het stoomschip TITAN naar Rostock.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg van de ‘Werf Gusto’ van de firma A.F. Smulders te Schiedam de romp van een 150 ton kraan te water gelaten, welke deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De kraan zal naar de plaats van bestemming worden gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 februari. De sleepboten OCEAAN en ROODE ZEE zijn te Algiers aangekomen en zouden gisteren vandaar vertrekken, de OCEAAN naar Glasgow en de ROODE ZEE naar Carthagena om het oude oorlogsschip LEPANTO van daar naar Rotterdam te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 februari. De sleepboot JABOATAO, van Hellevoetsluis naar Pernambuco met twee lichters, passeerde 1 februari de Kaap Verdische eilanden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 februari. Volgens telegram van Ouessant, is de Nederlandse sleepboot SCHELDE aldaar gepasseerd koersende oostwaarts, rapporterende, dat de baggermachine VILLE DE TOULON, die zich op sleeptouw bevond met bestemming naar Toulon, gezonken is. De opvarenden zijn gered. (opm: zie ook RN 200113 en RN 290113)


06 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 5 februari. Het afkomende stoomschip SALLAND, bestemd naar Buenos Aires en het opvarende stoomschip SCHELDESTROOM komende van Fowey zijn in het Noordzeekanaal nabij Buitenhuizen met elkaar in aanvaring geweest. De SCHELDESTROOM verzoekt onmiddellijk personeel beschikbaar voor lossing wegens lekkage en is naar Amsterdam opgestoomd. De SALLAND heeft het anker door de boeg en heeft bij Buitenhuizen vastgemaakt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 februari. Het stoomschip TITAN is onderzocht en zeewaardig verklaard. Het zal de reis voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde gistermiddag de scheepsramp, overkomen aan het schoenerschip AAFFIENA, op 9 januari jl. in de Tay-monding, waarbij drie opvarenden verdronken. In deze zaak werd allereerst gehoord de schipper van het op de Schotse kust verloren gegane schip, J.M. de Jonge. Hij verklaart, dat het schip op zijn laatste reis van Bremen kwam. Aan boord waren zwem- en reddinggordels aanwezig. De scheepslading bestond uit lijnkoeken, waarvan 140 ton aan boord waren. Toen het schip onder de Schotse kust was, kwam zware storm opzetten, later werd het weer wat beter, totdat echter op een gegeven ogenblik, ongeveer 10 mijlen van de Engelse kust, zwaar stormweer kwam opzetten uit het ZZO. De wind stond juist op de kust en het schip kreeg van achteren veel water over. In de nacht van 8 op 9 januari kreeg men zware brekers over en moest worden bijgedraaid. Omstreeks acht uur ‘s avonds werd het noodweer zó hevig, dat het gehele dek werd schoon geslagen. De schipper was in de mast geklommen en riep de drie opvarenden toe, toch bij hem te komen, maar hij heeft van het drietal niets gehoord. Het laatst heeft hij ze op het achterschip gezien. Hij zelf heeft dertien uren lang in de mast gezeten, waar hij zich had vastgebonden; later werd hij bewusteloos gevonden door lieden, die van de wal hulp kwamen bieden, en gedurende tien dagen werd hij daarna verpleegd in een hospitaal. Van de drie opvarenden werd nooit meer iets vernomen, ook hun lijken werden niet gevonden. De equipage, bestaande uit kok, stuurman en jongmaatje, was in Bremen en Bremerhaven aangemonsterd. Uitspraak in deze zaak volgt later.
(opm: zie ook NRC 110113, NRC 140113 en RN 210113)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde gistermiddag de zaak van het stranden op Langlütjen-Sand op 14 december (1912) van het tjalkschip NIEUWZORG (opm: tjalk NIEUWZORG – PMTQ – 61,01 brt), schipper en eigenaar W.J. Folkers te Groningen. Het schip kwam met een lading meel van Bremen en was op weg naar Emden. Bij het vertrek van Bremen was het weer goed, maar een eindweegs voorbij Bremerhaven kwam vliegend stormweer opzetten. De noodvlag werd gehesen en tegen schemeravond werd de noodlantaarn opgezet. Toen de sleepboot kwam, om het schip weg te slepen, stootte het schip enige keren en toen het de haven werd binnengesleept, kon men de sleepboot niet goed zien en kreeg het vaartuig enige averij aan de voorzijde. Uitspraak zal later volgen.
(opm: zie ook AH 160213)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed nog uitspraak betreffende de aanvaring van 30 mei op de Nieuwe Rotterdamse Waterweg tussen de stoomkorder AUGUSTA (VL-180) (schipper J. Mosterdijk; rederij Viss. Mij. Vlaardingen, beiden te Vlaardingen) en het Noorse stoomschip AAGOT. Naar het oordeel van de Raad is de oorzaak van de aanvaring hieraan te wijten, dat de loods Pols aan boord van de AAGOT bij het voorbijvaren van de AUGUSTA niet voldoende aandacht heeft gewijd aan laatstgemeld schip, terwijl het bovendien voorzichtiger was geweest met het voorbijvaren van de AUGUSTA te wachten, totdat de baggermolen was gepasseerd. De loods Pols zag toch de BATAVIER III aankomen en nu hij niet ten noorden van de baggermolen mocht omgaan, moest hij begrijpen, dat bij een voorbijvaren daar ter plaatse, al was er op zichzelf ook voldoende ruimte, kans was op enig gevaar, waarvan uiteraard de AUGUSTA als verreweg het kleinste schip, de dupe zou worden. Weliswaar heeft de AUGUSTA door het geven van de 2 stoten en het uitwijken naar B.B. aan de AAGOT verlof gegeven haar te passeren, maar aan boord van de AUGUSTA kon men niet weten dat de AAGOT ten zuiden van de baggermolen zou omgaan, terwijl het ook voor een klein vaartuig tegenover een veel groter schip vaak moeilijk is koers houdende voorbijvaren te weigeren. Wilde de loods Pols desniettemin daar ter plaatse de AUGUSTA voorbijvaren, dan mocht van hem de uiterste voorzichtigheid ook in het belang van de AUGUSTA gevorderd worden; hij erkent echter zelf, dat hij, hoewel laatstgemeld vaartuig nog niet geheel gepasseerd zijnde, geen aandacht meer aan dit schip geschonken heeft, maar, zonder op de AUGUSTA te letten en aan de aan deze dreigende gevaren te denken, vaart heeft verminderd, waardoor uiteraard de AUGUSTA de AAGOT weer moest oplopen. Aan de schipper van de AUGUSTA kan het niet kwalijk worden genomen, dat hij, met het oog op de nadering van de BATAVIER III, iets S.B. roer heeft gegeven, immers hij wist niet, dat de AAGOT vaart zou verminderen en mocht bovendien vermoeden, dat de AAGOT ten noorden van de baggermolen zou omgaan, waartoe op zichzelf alle aanleiding bestond.
(opm: zie ook NRC 140213)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 februari. De sleepboot SCHELDE is gistermorgen te Plymouth aangekomen met de bemanning van de gezonken baggermolen VILLE DE TOULON.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 februari. De sleepboot MAAS, van Havre naar Grand Bassam met de passagiersboot ADJAME (Opm: type hekwieler), arriveerde 28 januari te Corcubion en klaarde 30 jananuari weer van daar uit.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 februari. De Nederlandsche sleepboot OCEAAN is 4 februari van Algiers naar Renfrew vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brouwershaven, 4 februari. De vissloep BELLA STOCK is wrak geworden. Inventaris en lading worden geborgen.


07 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 6 februari. Het ligt in de bedoeling de INGEBORG zondag aanstaande af te brengen, daarbij gebruik makende van de springvloed, die om 4.11 uur namiddag zijn hoogste punt zal hebben bereikt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Gibraltar is het van Amsterdam naar Batavia bestemde Nederlandse stoomschip KANGEAN met verlies van een schroefblad aldaar binnengelopen. Het stoomschip gaat in het droogdok.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Men deelt ons mee dat van de werf van de Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepwerf te water werden gelaten de stalen romp van een sleepboot lang 25 meter, breed 5,20 meter en hol 2,25 meter, en van een sleepboot lang 19,50 meter, breed 4,50 meter en hol 2,20 meter, beide schepen voor Nederlandse rekening. De beide voor deze boten bestemde machine installatie van respectievelijk 240 en 150 ipk werden aan bovengenoemde fabriek vervaardigd. Direct daarna werd de kiel gelegd voor een sleepboot voor Nederlands Indië.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 februari. Volgens bericht van de directie van de Koninklijk Hollandsche Lloyd bepaalt zich de schade aan het stoomschip SALLAND tot het indrukken van enige platen aan de bakboord boeg en tot het uitscheuren van de kluis. Alles boven de waterlijn. De schade kan binnen een week hersteld worden, terwijl de reparatie kan worden uitgevoerd zonder de lading te lossen. Het stoomschip is inmiddels te Amsterdam teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Men seint ons uit Hamburg, dat de lading stukgoed van het stoomschip TITAN onbeschadigd is gebleven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer M. Mulder te Stadskanaal is met goed gevolg te water gelaten een stalen gaffelschoener, groot 150 ton, voor rekening van kapitein Schaaske te West-Rhauderfehn (Duitsland). De kiel werd gelegd voor een schuit groot 80 ton en van een motorboot, beide voor de firma Hans Lewens te Hamburg. In aanbouw is een motorsleepboot voor de heer G.A. Jonas te Altona.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 5 februari. Het van Fowey komende stoomschip SCHELDESTROOM is bij Buitenhuizen in aanvaring geweest met het naar Buenos Aires vertrekkende stoomschip SALLAND, dat met schade aan het voorschip naar Amsterdam teruggekeerd. De SCHELDESTROOM stoomde met lekkage naar Amsterdam verder.
- 6 februari. De Salland vertoont een grote scheur in de voorsteven bij het linker kluisgat. Het schip zal enige dagen ter reparatie in de Rietlanden blijven liggen en vervolgens opnieuw de reis naar Buenos Aires aanvangen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 6 februari. Het stoomschip HILVERSUM is in het Toeleidingkanaal op de stoomhopper KAMELEON gelopen, waardoor deze schade kreeg aan de boeg .


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Plymouth, 4 februari. De kapitein van de sleepboot SCHELDE rapporteert, dat de baggermolen VILLE DE TOULON, die hij op sleeptouw had van Rotterdam naar Toulon, 3 februari ‘s ochtends 3 uur op 40 mijl ZW ten W van Ouessant is gezonken. Het weer was slecht en hij besloot dientengevolge naar Brest koers te zetten om beschutting te zoeken, maar toen hij zo deed, zonk de baggermolen in diep water. De sleepblokken van de SCHELDE zijn verloren gegaan.
Naar men weet heeft de VILLE DE TOULON van november tot 26 januari te Portland gelegen. Het vaartuig was te Londen verzekerd voor 26.500 Pond St.


08 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Men meldt ons uit Scheveningen: Nadat de INGEBORG vanmiddag om 3.30 bij hoog water op eigen anker vlot was geworden, kwamen tegen 4.30 de sleepboten KIJKDUIN en SMAADUIN uit de haven om het vaartuig af te brengen. Nadat de trossen waren uitgebracht naar het schip werd ongeveer gedurende een half uur getracht het los te trekken, wat echter niet gelukte. Tegen 5.15 werd de poging opgegeven en keerden de sleepboten naar de haven terug, ook het motor havenbootje, waarmee eveneens was uitgevaren. Vermoedelijk zal morgenochtend bij vroegtij (4 uur) een nieuwe poging worden aangewend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 7 februari. Het Nederlandse schip PRIMA, kapt. Dijkstra, is heden van Fowey te Gyon aangekomen. De gaffel en het stuurtoestel zijn gebroken. Bovendien is er meerdere schade geleden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwer S. Schepman te Kampen is met gunstig gevolg te water gelaten een nieuw gebouwd ijzeren kanaalschip, genaamd NOMADE II, groot plm. 400 ton, voor rekening van schipper H.M. van de Veeweij te Moerzeke (België).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheveningen, geen datum. De 300 ton machinekolen, welke de lading van de gestrande schoener INGEBORG uitmaakt en thans gelost wordt, is aangekocht voor Scheveningse rekening. Zodra deze naar Scheveningen zijn vervoerd, zal getracht worden het schip af te brengen hetgeen zal geschieden vanwege de Rotterdamse Berging-Mij. firma Smit & Co. Met haar door een eigen petroleummotor gedreven centrifugaalpomp heeft de INGEBORG een 40.300 liter water uitgepompt. De INGEBORG is eerst twee maanden in de vaart en gebouwd te Delfzijl voor een Duitse Noordpoolexpeditie. Toen deze afsprong, werd het vaartuig aangekocht en in de vaart gebracht door een Groningse onderneming. Bij de reder kwamen al aanbiedingen in om het schip te laten dienen voor reclamedoeleinden. „Zou u willen geloven, dat er een aanbieding is gekomen van een firma om de hele zijde wit te mogen schilderen en daarop een reclame voor haar fabricaat?”, zo zei de eigenaar van het schip tot een van de redacteuren van het Vaderl. „Ik heb de lui gezegd, dat zij voor een ton het schip konden krijgen en desnoods laten liggen tot de jongste dag, maar dat zij onderwijl er van af moesten blijven”. Een ander kwam met verzoek of hij tussen de masten een zeil mocht spannen en daarop zijn reclame schilderen. Dan zou hij kieken maken en - die als reclame rondsturen. Gisteren was de INGEBORG vlot gekomen en probeerden hier sleepboten het vaartuig af te brengen. Dit is echter niet gelukt . Vermoedelijk zou hedenochtend bij vroegtij (vier uur) een nieuwe poging worden aangewend. De moeilijkheid zit hierin dat het vaartuig van een z.g. bank moet worden afgebracht. Er was een talrijke menigte nieuwsgierigen aanwezig bij de pogingen om het gestrande schip los te krijgen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. W. van de Velde. Notaris te Hoogezand, zal, op dinsdag de 11e februari 1913, 's avonds 7 uur, te Sappemeer in het zogenaamde ”Bontehuis", publiek à contant verkopen:
Het in uitstekende staat van onderhoud zijnde Nederlands ijzeren tjalkschip NIEUWE ZORG, (22 jaar oud) metende 152 binnen tonnen (76 last), met al het opgoed en toebehoren; gebouwd op de werf van de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand en thans staande en te bezien op de werf van de heer Roelfs te Farmsum. Inmiddels uit de hand te koop.
Te bevragen bij de eigenaar schipper W. Folkers aan boord; en bij de heer G.J. v.d. Werff, scheepsbouwer te Hoogezand. Aanvaarding bij de betaling van de koopprijs.


09 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 8 februari. Vanmiddag plm. 4 uur werden weer pogingen aangewend om de voor Scheveningen gestrande INGEBORG vlot te krijgen, maar door de hoge zeeën konden geen trossen naar de INGEBORG worden uitgebracht. De ankertros van de INGEBORG is gebroken en daardoor is het vaartuig weer hoger op het strand gekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 februari. Het stoomschip KANGEAN heeft na reparatie de reis naar Java voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 februari. Volgens een rapport van de geredde gezagvoerder Bihan van de motorschoener LOWINSKI, was het in Nederland nieuw gebouwd vaartuig, dat zijn eerste reis deed. Nadat de reis van Dover naar Swansea was aanvaard, weigerde donderdagavond de motor. Er werd toen zeil gezet, van koers veranderd en naar Dover teruggekeerd. Op ongeveer 2 mijl van het Zuider breekwater van Dover gekomen, allen waren aan dek, helde het schip over en zonk daarop onmiddellijk. Van de overige bemanning heeft hij later niets meer gezien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een staal-ijzeren praamschip, groot 70 ten, voor rekening van J. Klunder te Appingedam. De kielen werden gelegd voor twee schepen voor H. Sloots te Zuidlaren en H. v. d. Wal te Nieuwolda.


10 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Men seinde ons gisteren uit Londen: Volgens een telegram uit Kopenhagen is het met hout van Riga naar Rotterdam bestemde Nederlandse schip SOPHIE H aldaar binnengelopen, nadat het stoomschip nabij Trelleborg op strand had gezeten. Het stoomschip is echter ogenschijnlijk onbeschadigd, zonder assistentie vlot gekomen. Morgen zullen duikers worden aangenomen om de bodem van het stoomschip te onderzoeken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 februari. Het tjalkschip NIEUWE ZORG, schipper Sander, dat zaterdag van Borkum hier aankwam, heeft tijdens de storm van vrijdag op zaterdag op de Eems zijn zwaard dwars afgezeild.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 februari. Het tjalkschip GOEDE TROUW, schipper Top, dat alhier heden aankwam van Wilhelmshaven via Emden, is door de passagiersboot AURICH te Emden van achteren aangevaren, waardoor het achterschip beschadigd werd.


11 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 10 februari. Van verdere pogingen om de INGEBORG af te brengen en naar de Nieuwe Waterweg te slepen, is voorlopig afgezien. Inmiddels zal de lossing worden voortgezet van de nog in de schoener aanwezige kolen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

West-Rhauderfehn, 9 februari. De vroeger te Delfzijl thuis behorende schoener JOHANNA ELIZABETH, groot bruto 141 en netto 115 register ton, is naar hier verkocht en wordt herdoopt in EMANUEL.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Men seint ons uit Londen: Het vroeger gemelde stoomschip SOPHIE H heeft een gedeukte bodem. Een expertise is gehouden en het stoomschip is zeewaardig verklaard. De reis naar Rotterdam is voortgezet.


12 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 11 februari. Heden werd op de N.V. Werf ‘De Noord’ (directeur de heer J.U. Smit) alhier met goed gevolg te water gelaten het stalen Rijnschip genaamd SCHIELAND, groot ongeveer 1.000 tonnen en gebouwd voor binnenlandse rekening.
Onmiddellijk werd daarop de kiel gelegd voor de dubbelschroef motorzeeboot ZEEAREND, die voor binnenlandse rekening gebouwd zal worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Heden werd van de werf van de firma Van der Giessen & Zn. te Stormpolder, met goed gevolg te water gelaten het Rijnschip W. VAN DRIEL Nº 50, groot 1.550 ton. Dit voor W. van Driel’s Stoomboot- en Transportonderneming alhier in aanbouw zijnde schip is reeds het 50e schip van die firma, dat thans te water ligt. Wij vernemen dat er nog 3 schepen in aanbouw zijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Gisteren passeerde de Nederlandse sleepboot ROODE ZEE met het oude oorlogsschip LEPANTO, van Carthagena naar Rotterdam, Gibraltar.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bonnermond, 11 februari. Van de werf van scheepsbouwmeester H. v. d. Werf liep gisterenmiddag met zeer goed gevolg te water een stalen koftjalk, groot 180 ton. Het schip krijgt de naam van MIENTJE en zal bevaren worden door kapt. Hinrichs van Duitsland. Na afloop werd de kiel gelegd voor een kotter, groot 200 ton, voor rekening van kapt. H. Holwerda te Gasselternijveen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 februari. De sleepboot ROODE ZEE, met het oude Spaanse oorlogsschip LEPANTO op sleeptouw, vertrok 9 februari van Carthagena naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 11 februari. Het stoomschip GELDERLAND, dat op de Kon. Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen van machines en ketels is voorzien, heeft op de rede aldaar geproefstoomd en daarbij goed voldaan.


13 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 februari. Men seint ons uit Hamburg. De naar Groningen bestemde stoomboot ZEESTER is op de Elbe met het stoomschip HEIMBURG in aanvaring geweest. De ZEESTER is met enige ingedrukte boegplaten naar Hamburg teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Emden, 7 februari. Het Nederlandse stoomschip CONSTANCE CATHARINA is 18 okt. 1911 op de Eems, bij Leerort, met de lichter LEDA in aanvaring geweest. Het Seeamt verklaarde dat de CONSTANCE CATHARINA alleen daaraan schuldig is.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Brand aan het Winschoterdiep.
De rode gloed aan de lucht in het oosten deed ons gisteravond vermoeden, dat er aan het Winschoterdiep een ernstige brand moest zijn. Met nog velen begaven we ons in die richting en 't bleek, dat ons vermoeden juist was. De scheepswerf bij de “Gideon" van de heer J.Th. Wilmink stond in brand. Het was reeds één vuurzee, woedend lekten de vlammen in het rond, nu en dan hoog oplaaiend. Fantastisch weerkaatsten de vlammen in het water; de gedaanten van de vele nieuwsgierigen staken donker af tegen de rosse gloed, welke zich ver in de omtrek verspreidde. Het was een machtig gezicht, dit vernielende element in zijn volle omvang te zien werken. 't Was direct te zien, dat hier weinig of niets te redden zou vallen. Waar de brand was ontstaan, wist men niet, doordat het vuur direct het gehele complex gebouwen beheerste. Om zes uur had het personeel, als ook de heer Wilmink, de werf verlaten. Een van de werklieden, die tegenover de werf woont, zag plotseling vlammen uit de gebouwen slaan, waarop direct de heer Wilmink werd gewaarschuwd. Ook de Groninger brandweer werd met de brand in kennis gesteld; zij rukte uit, doch keerde spoedig weer terug, omdat het te ver buiten de gemeente was. Om goed acht uur was de brandweer van Helpman op het terrein aanwezig. Deze begon direct flink te spuiten, om te redden, wat nog te redden viel. Intussen was de heer Wilmink op de werf teruggekeerd, waar hij allereerst de boeken in veiligheid bracht. De brand had nu zijn hoogtepunt bereikt. Woest sloegen de reusachtige vlammen de daken uit en met donderend geraas stortten de werkplaatsen in. Machines en de grote voorraad hout, alles werd een prooi van de vlammen. Het kantoor, dat van den beginne af door de brandweer was natgehouden, bleef gespaard; eveneens een gedeelte van het machinegebouw. Tegen 10 uur had het vuur zijn werk gedaan; nu en dan sloeg er nog een vlam uit, doch deze kon niets anders meer doen dan het terrein van verwoesting verlichten. Tegen middernacht rukte de brandweer in; ze heeft haar plicht gedaan, doch heeft niet veel kunnen redden; de omvang van de brand was te groot, toen ze arriveerde. Aan het Winschoterdiep O.Z. en W.Z. stond het vol mensen; het mooie weer had hieraan ook ten dele schuld en heeft hoogstwaarschijnlijk verhinderd, dal de brand naar andere percelen is overgeslagen. De werf met de gehouwen waren verzekerd bij de firma Beerends en Veeren te Leeuwarden voor NLG 28.400. Twee in aanbouw zijnde schepen bleven gespaard, doch vele onderdelen van houten schepen gingen verloren.


14 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
In zijn gisteren gehouden zitting heeft de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam, in vervolg op woensdag, het onderzoek voortgezet in zake de stranding van de drie-mast motorschoener INGEBORG op 1 dezer nabij Scheveningen.
Gehoord werd de machinebankwerker J.G. Schäfer. Hij verklaart, dat toen hij aan boord kwam, de motor daar was en de montage door hem werd geleid. De fundatie alsook de assen waren goed. De later ondervonden ongemakken hielden daarmee geen verband. De 8e december werd proefgedraaid; na een paar keer gedraaid te hebben bleek alleen aan de zuigers iets te haperen. De 21e december werd naar Borkum gevaren. Op de terugreis bleek de schroef van het schip iets te groot te zijn. Later was de motor koud geworden; de inblaas was gezakt. Te Delfzijl gekomen werd in het nodige voorzien. De heer De Roos, ingenieur, gaf verschillende instructies, o.a. dat de motor 200 à 210 toeren mocht maken.
De 21e januari uitgaande naar Antwerpen werd opgemerkt dat de motor het niet langer kon houden. Het haperde aan de brandplaatjes. Er werd teruggegaan naar Harlingen ter voorziening van een en ander; van daar werd gevaren naar Texel. Daar bleek een ongemak aan de olieleiding; nadat ook dit was verholpen ging de heer De Roos weg maar bleef een monteur. Wederom op reis gaande, bleek nabij Holy Head, dat de motor was warm gelopen. Men moest het er nu zonder doen tot te Maple het ongeval werd verholpen en de reis terug ging naar Rotterdam. Op 25 januari vertrok het schip van Leith. Twee dagen daarna bleek de motor defect te zijn; de luchtklep was niet in orde.
Getuige ontkent, dat, gelijk gisteren door de heer De Roos was verklaard, de motor werd geforceerd. Zijns inziens deugden de smeringen niet. Hij houdt de motor voor best. De fouten worden hersteld.
In antwoord op een vraag van de heer Fenenga verklaart getuige, dat de vloeiing van de olie goed ging, behalve wanneer het schip slingerde. Aan de motor was geen lenspomp. Hij deelde verder mee, dat er 15.000 kg. brandstof (olie) aan boord was, een hoeveelheid, volgens een van de leden toch te groot om een schip louter een haven in of uit te brengen. Op een vraag van de voorzitter of voor de motor het dek wel de goede plaats was, antwoordt getuige dat de machinekamer z.i. een betere plaats zou zijn. De heer J.J. Onnes te Groningen, reder van de INGEBORG, verklaart uit ervaring, dat hij boven de Bolinder de voorkeur geeft aan Dieselmotoren. Hij had omtrent kapt. De Wit een gunstige mening. De INGEBORG was niet gebouwd voor een motor; getuige had die later laten aanbrengen voor hulp. Ook de heer De Roos had hem dit aangeraden. Wel had deze hem gezegd, dat de schroef niet in overeenstemming was met de motor.
Afgezien van een en ander acht getuige het vreemd, dat, toen ter hoogte van Maas-lichtschip raketten werden afgestoken en vaten olie in vlam gezet, om de aandacht te trekken, geen hulp is komen opdagen.
Vervolgens werd gehoord de 1e stuurman A. Schuringa, van Wildervank. Er was scheepsraad gehouden of men te Yarmouth zou binnenlopen, dan wel naar Rotterdam zou gaan. Getuige bevestigt dat op de reis naar Yarmouth het schip slagzij had gekregen, ten gevolge van lekkage door het springen van deknaden. De lading was te goed gestuwd dan dat die had kunnen overgaan. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. – Valse verklaring.
Eén van de hoofdgetuigen in een onlangs voor de Raad behandelde aanvaringszaak, die kort daarna plotseling op zee is overleden, heeft naar de Nieuwe Ct. meldt, in de hut van de kapitein van het stoomschip BATAVIER III, een brief achtergelaten, waarin hij bekent voor de Raad een onjuiste verklaring te hebben afgelegd, ten gevolge waarvan de bedoelde kapitein voor drie maanden werd geschorst. Uit gewetenswroeging heeft de briefschrijver zelfmoord gepleegd. (opm: zie ook AH 060213)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 13 februari. Bij publieke verkoop van de 3.000 kilogram katoenzaadmeel, door zeewater beschadigd en gelost uit het stoomschip HELGOLAND, werd koper B. Pais alhier voor NLG 2,50 per 1.000 kilogram.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 13 februari. Het stoomschip HEIMBURG, in aanvaring geweest op de Elbe met de Nederlandse stoomboot ZEESTER, heeft schade boven de waterlijn, doch heeft de reis voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer O. Smith te Stadskanaal is te water gelaten een stalen motorboot, groot 170 m3 voor schipper E. MoorIag te Groningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de Arnhemsche Stoomsleephelling Mij. te Arnhem is de bouw opgedragen van een sleepboot, welke SCHUTTEVAER genaamd zal worden en aan de Machinefabriek Delftshaven te Rotterdam van een sleepboot die voorzien zal worden van een verticaal triple compound machine van 100 ipk met oppervlak condensor, beide voor rekening van J.H. Bergmann, sleepdienst, alhier.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 14 februari. De Groninger-Rotterdammer Stoomboot Mij. ‘Hunze’ alhier, bij wie een gedeelte van het personeel in staking is, heeft heden 2 arbeiders aangenomen. Deze werkwilligen werken onder toezicht van de politie, omdat het de stakers niet aanstaat. Laatstgenoemden uiten hun ontevredenheid hierover door de werkwilligen te volgen en uit te jouwen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 14 februari. Bij de verdere behandeling van de strandingszaak van de INGEBORG zei machinist Schaefer, gevraagd over de motor aan dek, dat een dergelijke lensmotor beter onder dek kan staan.
Vervolgens werd gehoord de heer Onnes uit Groningen reder en eigenaar van de INGEBORG, om enige inlichtingen te geven. Getuige deelde mee hoe hij aan de INGEBORG, die oorspronkelijk gebouwd was voor de Zeppelin-Pool-expeditie van Spitsbergen, gekomen is. Hij heeft een ander schip gehad met Bolindermotor; dit beviel hem niet, waarom hij overging tot het Diesel-type. Hij wilde de motor als hulpmotor, die echter zo nodig, alles moest kunnen doen. Oorspronkelijk was de INGEBORG gebouwd voor hulpstoomvermogen, getuige had echter een motor gekozen met het oog op plaats besparing. Hij maakte de opmerking, dat men met de scheepsmotoren nog in de kinderschoenen is en vele moeilijkheden heeft te overwinnen. Hij klaagde tenslotte over het niet opmerken van de lichtseinen van de INGEBORG door het Maas lichtschip.
De voorzitter zei dit te zullen laten onderzoeken.
De 2e stuurman Schuringa legde nog enige verklaringen af omtrent de reis. Volgens zijn mening is het water in het schip gekomen, doordat na de zware werking iets is gesprongen.
Nadat nog een tweetal getuigen waren gehoord, die echter niets belangrijks verklaarden, werd de uitspraak vastgesteld over 14 dagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Stettin, 11 februari. Het Seeamt te Warnemünde heeft de stranding van het Nederlandse stoomschip TITAN op 4 februari nabij Dierhagen behandeld. Het Seeamt was van oordeel, dat de navigatie van de TITAN geen schuld aan de stranding draagt. De stranding was waarschijnlijk voorkomen wanneer het vuur van het reddingsstation in Wustrow krachtiger zou zijn geweest.


15 februari 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 13 februari. De door de makelaars J.D. Bregman en Co., alhier, naar Frankrijk verkochte salonboot CERES, voorheen eigendom van de firma Gebr. Goedkoop, is behouden over zee te Rouen aangekomen.


16 februari 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak in de volgende zaak betreffende het omhoog varen bij Robis-Point op 11 september 1912 van het stoomschip KARL SCHROERS, kapitein H. Leeuw; rederij: Karl Schroers Stoomvaart Maatschappij, beide te Rotterdam. De Raad vindt in het gebeurde geen aanleiding tot het nemen van tuchtmaatregelen, noch tegen de betrokkene H. Leeuw, noch tegen de betrokkene S.J. Jager. De oorzaak van het vastlopen van het schip moet gezocht worden in stroomverleiding en in de omstandigheid, dat men verder meende te zien dan inderdaad het geval was. De verkeerde uitkomst van de deviatie-bepaling heeft in deze geen invloed gehad.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak in zake het schoeneraakschip NIEUWZORG (opm: tjalk NIEUWZORG – PMTQ – 76,44 brt), schipper W.J. Folkers te Groningen. Overwegende, dat de wet van 23 sept. l912 (S. 305) thans toepasselijk is op:
a. schepen, gebezigd of bestemd voor de vaart buitengaats, toebehorende aan een ingezetene van Nederland, een aldaar gevestigde rederij, handelsvennootschap, vereniging of stichting;
b. schepen, gebezigd of bestemd voor de vaart buitengaats, in gebruik bij een ingezetene van Nederland, een aldaar gevestigde rederij, handelsvennootschap, vereniging of stichting;
c. schepen, gebezigd of bestemd voor de vaart buitengaats, niet behorende aan of niet in gebruik bij ingezetenen van Nederland, een aldaar gevestigde rederij, handelsvennootschap, vereniging of stichting, maar aldaar uitgerust of voor meer dan de helft met ingezetenen van Nederland bemand; met dien verstande, dat op de in a. en b. genoemde schepen onder vreemde vlag de wet dan alleen van toepassing is, wanneer de schepen in Nederland zijn uitgerust, of voor ten minste de helft met ingezetenen van Nederland zijn bemand;
- overwegende, dat uit de inschrijving van W.J. Folkers in het bevolkingsregister te Groningen niet mag worden afgeleid, dat hij te Groningen woonplaats heeft;
- overwegende, dat W.J. Folkers, eigenaar van het schoeneraakschip NIEUWZORG, woonplaats heeft aan boord van zijn schip en vermits niet gedurende 18 maanden, voorafgaande aan 14 december 1912, in het Rijk of zijn Koloniën of bezittingen in andere werelddelen heeft vertoefd, geen ingezetene is van Nederland;
- overwegende, dat uit de door de schipper meegedeelde feiten, waarvan het tegendeel niet is gebleken, moet worden opgemaakt, dat de schoeneraak NIEUWZORG (opm: tjalk), niet tot de onder letter c. hiervoor genoemde schepen behoort; gezien artikel 2 van de Schepenwet, art. 74 en volgende van het B. W. en art. 13 v. d. wet van 12 dec. 1892,
verklaart zich onbevoegd om van de op 19 december 1912 op Langlützen Sand plaats gehad scheepsramp kennis te nemen. (opm: dit schip NIEUWZORG – PMTQ staat vermeldt in de lijst onderscheidingsseinen 1912, met als thuishaven Gasselternijveen)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak betreffende het stranden en vergaan op 9 januari in de Tay-monding van de schoener-aak AAFFIENA. Naar het oordeel van de Raad is de ramp, die drie mensenlevens kostte, veroorzaakt door de hevige storm. De schipper heeft alle mogelijke pogingen aangewend om zijn schip te redden. Het is te betreuren, dat de zwemvesten waren opgeborgen in en de reddinggordels waren tegen een slecht bevestigd huisje, dat tot bergplaats diende. Thans zijn ze met dat huisje overboord gegaan. Het verdient aanbeveling, niet te lang te wachten met het geven van het bevel om de zwemvesten aan te doen. Hier, waar het schip niet ver van de wal zat, hadden ze wellicht van groot nut kunnen zijn. Naar het oordeel van de Raad behoort een schip voor de kleine kustvaart meer dan 90 vadem ketting aan boord te hebben. Het is niet onwaarschijnlijk, dat de ankers, indien er in plaats van 45 vadem 75 vadem op gestoken had kunnen worden, zouden hebben gehouden.
(opm: zie ook NRC 110113, NRC 140113, RN 210113 en AH 060213)


17 februari 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Opheffing van de Marinewerf.
Op de Rijkswerf te Willemsoord is zaterdag het volgende vanwege de Minister van Oorlog ad int. Minister van Marine ter kennis gebracht van de werklieden aldaar:
„In verband met de noodzakelijkheid eerlang een groot aantal werklieden van het vak van scheepsbouw bij 's Rijks werf te Amsterdam te ontslaan, ligt het in mijn voornemen, de bij 's Rijks werf onder uw beheer ontstane vacaturen zoveel mogelijk te bezetten door overplaatsing van personeel van daar, dat anders voor ontslag in aanmerking zou komen”. „Ik heb de eer u te verzoeken mij een opgave te doen toekomen van de kwaliteiten en de daarin voor voorgenomen ontslag als anderszins ontstaande vacatures, ten einde uwen ambtgenoot te Amsterdam in de gelegenheid te stellen mij de vereiste voorstellen tot overplaatsing te doen”.
„Teneinde de overplaatsing van werklieden boven de 40 jaren van 's Rijks werf te Amsterdam naar uw directie te bevorderen en daardoor het ontslag van die werklieden zowel mogelijk te ontgaan, wens ik, indien in de loop van dit jaar de noodzakelijkheid van ontslag van personeel aldaar mocht blijken, de navolgende maatregelen voor 's Rijks werf onder uw beheer te treffen:
a. Als maatregel van bestuur aan hen, die in het tijdvak tussen 1 april 1913 en ultimo maart 1914 de leeftijd van 60 jaren bereiken, een eervol ontslag te verlenen met de dag, volgende op die, waarop de zestigjarige leeftijd wordt bereikt;
b. Aan hen, die de 20-jarige dienst missen, doch meer dan 10 jaren dienst hebben, vóór het bereiken van de 60-jarige leeftijd in het onder a. genoemde tijdvak, wegens maatregel van bestuur een eervol ontslag te verlenen; en voor ontslag in aanmerking te doen komen:
c. Hen, die reeds in het genot zijn van pensioen ten laste van de Staat of van 's Rijks overzeese bezittingen en koloniën;
d. Hen, die ter zake van ongeschiktheid, krachtens art. 2 litt. b en c der wet van 18 juli 1890 (Staatsblad No. 109), aanspraak op pensioen kunnen doen gelden, na ondergaan commissoriaal geneeskundig onderzoek".
Een gelijke kennisgeving als bovenstaande is verzonden aan de directies van de Marinewerven te Amsterdam en Hellevoetsluis. Daaruit blijkt, dat van een massaontslag geen sprake is. Voorlopig wil men voornamelijk zorg dragen, dat geen nieuwe werkkrachten te Willemsoord en Hellevoetsluis worden aangesteld. De bepaling onder b heeft slechts betrekking op enkele werklieden die door hun ontslag in het bezit worden gesteld van een bewijs van uitgesteld pensioen, terwijl zij anders, wanneer zij binnenkort den 60-jarige leeftijd zouden bereiken zonder 20 dienstjaren te hebben, niet pensioengerechtigd zouden zijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 15 februari. De te Kiel liggende Nederlandse tjalk ANNEGIENA is naar Strohhausen verkocht. De verkooprijs is 18.000 mark.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 14 februari. Het naar Java bestemde Nederlandse stoomschip KANGEAN is met warmgelopen schroefaskoker alhier aangekomen. Er zal onmiddellijk een expertise worden gehouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 15 februari. Het Nederlandse motorschip ZEESTER is naar de werf van H.C. Stülcken Sohn gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Lobith, 16 februari. Van de werf van de Gebr. Bodewes te Lobith is met goed gevolg te water gelaten het ijzeren sleepschip EMILIE 3, groot 525 ton, gebouwd voor rekening van de heer S.A. la Meuse te Antwerpen.


18 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 17 februari. Vanmiddag half een liep met goed gevolg te water van de N.V. Scheepswerf Dordrecht een stalen hopperbarge van de volgende afmetingen: 110’ x 29’ x 10’6”, gebouwd voor Engelse rekening. Op de vrijkomende helling zal de kiel worden gelegd voor een stalen hopperbarge van 145’ x 32’x 12’, eveneens voor Engelse rekening.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Halifax is het van Antwerpen naar New York bestemde Nederlandse stoomschip CHESTER met gesprongen hoofdleibuis aldaar aangekomen. De averij wordt gerepareerd en waarschijnlijk wordt morgen de reis naar New York voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 17 februari. Door de heer Schel alhier is aangekocht de Engelse stoomtrawler LOVEDEN, GY-1170.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 18 februari. Het alhier thuis behorende houten tjalkschip LUTSKE, groot netto 75 ton, schipper F. Ridderbos, is voor geheime prijs verkocht aan schipper F. Postema te Groningen, terwijl Ridderbos zelf een nieuwe ijzeren tjalk, groot netto 110 ton (gebouwd op de werf van den heer Bijlholt te Foxhol), onder dezelfde naam in de vaart heeft gebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 18 februari. Het Nederlandse tjalkschip CATHARINA (opm: gebouwd in 1907), groot 165 m3 netto, schipper S. v.d. Werp, thuis behorende te Hoogezand, is voor geheime prijs verkocht aan M. Ridderbos, schipper op het tjalkschip LIBERTÉ.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 15 februari. Heden werd van de werf van de heer G. Kars met goed gevolg te water gelaten een stalen schip, groot plm. 50 ton, voor rekening van en bevaren zullende worden door schipper J. Edens van Nieuwolda.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 februari. De Nederlandse sleepboot MAAS, slepende de hekwieler ADJAME van Havre naar Grand Bassam, is 16 februari behouden te Dakar aangekomen.


19 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 18 februari. Een expertise is er over het Nederlandse stoomschip ZEESTER gehouden. Aan beide zijden moeten 2 platen vernieuwd en één gestrekt worden, bovendien moet 3,50 meter van de steven, de bakboordkluis en het bakboord anker worden vernieuwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 18 februari. Het motorschip VOORUITGANG, schipper Veninga, op reis van Appingedam naar Greetsiel keerde alhier in de haven terug met gebroken zwaard, zeilboom en gescheurde zeilen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 17 februari. Heden had de welgeslaagde proeftocht plaats met het stoomschip EPSILON, gebouwd aan de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij voor rekening van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia te Amsterdam. Het stoomschip heeft de volgende afmetingen: Lengte 331', breedte 48', holte 24' 6", met een draagvermogen van ca. 5.500 ton en vol afgeladen een diepgang van 20' 6". Schip en machine voldeden uitstekend. Voor dezelfde rederij zal binnen enkele weken een stoomschip van gelijke afmetingen op een werf, is Engeland gebouwd, te water gelaten worden. Dit stoomschip zal ZETA genoemd worden.


20 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 10 februari. Tijdens de storm zijn van het schip DANKBAARHEID op de Schelde de zeilen overboord geslagen. Het schip ligt nabij Lillo geankerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 19 februari. Het stoomschip VENUS is hier met defecte ketel teruggekomen. De boot is naar Antwerpen gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 19 februari. Tjalken aan de grond. De 8e februari vertrok van de Cocksdorp, bestemd naar Oudeschild, de tjalk (opm: naam wordt niet vermeldt), schipper Zuidema, geladen met graan. Het is een reis met gewone omstandigheden van ongeveer een dag, soms nog veel korter. Door mist en lage waterstand, geraakte het schip vast op de vlakten (de uitgebreide wadden ten oosten van Texel). Een Groninger tjalk, geladen met kunstmest onderging hetzelfde lot, en zit eveneens hoog geboeid. Vooral door de aanhoudende wind, is er geen denken aan, de schepen vlot te brengen. Voor het eerste vaartuig kreeg de bemanning gebrek aan proviand en verliet het schip, hetwelk nu, vertuid voor 2 ankers, onbeheerd daar ligt. De Groninger hield zijn gezin aan boord, kwam gisteren aan wal wat proviand inslaan en vertrok toen weer naar zijn tjalk. Nu de vorst streng is ingetreden vormt zich op de Wadden veel ijs, waarvan de schepen nog wel geen last hebben, doch dat bij westelijke wind als het gaat kruien, veel last en gevaar zal kunnen opleveren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer C. Kaas te Oude Pekela is met goed gevolg te water gelaten een stalen schip, groot 50 ton, voor rekening van schipper J. Edens te Nieuwolda.


21 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad heeft een onderzoek ingesteld naar een brandje aan boord van het stoomschip KARIMATA van de Stoomvaart Mij. Nederland, op 15 september in de Golf van Cádiz.
De KARIMATA was op de thuisreis en was 13 september van Marseille vertrokken.
De kapitein, de heer G.P. Baum, als getuige gehoord, verklaarde dat de man van de wacht gerapporteerd had, dat er rookwolken kwamen uit de z.g. Wilsonposten en de luchtkoker op de bak. Met twee brandslangen werd er op het z.g. vethok, waarin de brand woedde, gespoten; na 20 minuten was het vuur geblust. In het vethok, dat zich bevindt in het vooronder tussendek bij luik l, waren o.a. 60 zakken kopra geladen. Op de uitreis waren in dat hok vaten olie gestuwd. Het was afgescheiden van het verblijf van de hadji's door een ijzeren schot, waarin een waterdicht gesloten deur. Toen de hadji’s te Djeddah ontscheept waren, werd die deur geopend voor de ventilatie. Getuige schrijft de brand toe aan zelfontbranding in de kopra, die geheel verteerd was. Vier dagen na het openen van de tussendeur is de brand uitgebroken. Het schip had een bijzonder lange reis gehad, daar het langer dan een maand te Kameran in quarantaine had gelegen met het oog op cholera-gevallen onder de hadji’s, toen deze aldaar aan wal waren. Bovendien heeft het schip in verband daarmee de hadji’s in twee partijen van Kameran naar Djeddah moeten overbrengen. Deze langdurige reis wordt door de kapitein van invloed geacht op de kans voor zelfontbranding van de kopra.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
Vervolgens behandelde de Raad het losbreken en schipbreuk lijden in de Golf van Biscaye van een drijvend droogdok, bestemd voor Lagos, gesleept door de sleepboten POOLZEE en LAUWERZEE, schippers J. van der Hoeven en H.C. de Meyer te Maassluis, rederij L. Smit & Co's Sleepdienst te Rotterdam.
Gehoord werd de heer C.J. Lels, directeur van de sleepdienst, die vroeger te kennen had gegeven, dat volgens zijn oordeel de Raad niet bevoegd is om van deze zaak kennis te nemen, omdat het een buitenlands eigendom geldt. Hij verklaarde dat het dok in Engeland gebouwd is voor rekening van het Engelse Gouvernement, afdeling koloniën. De fabrikant heeft het dok overgegeven aan de sleepdienst. Een van de sleepboten heeft de Engelse vlag gevoerd; als een sleepboot vaart voor een andere natie, wordt ook de vlag van die natie gevoerd. Het dok was bemand met Hollanders en uitgerust in Engeland, gedeeltelijk door de fabrikant en gedeeltelijk door de vervoerder, zoals gewoonte is. Dergelijke drijvende voorwerpen worden beschouwd als lading van de sleepdienst en als zodanig uitgeklaard.
De Raad zal nader beraadslagen, of hij van de zaak kennis zal nemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad deed uitspraak inzake de stranding van het drie-mast schoener-gaffelschip met hulpmotor INGEBORG, reder J.J. Onnes te Groningen, kapt. C.F. de Wit te Midwolda. De stranding had plaats nabij Scheveningen op 1 februari.
De Raad heeft door het gehouden onderzoek de overtuiging gekregen, dat de scheepsramp van de INGEBORG niet valt te wijten aan de gezaghebbenden aan boord.
De reden, die is opgegeven voor het oversteken van de Noordzee op 31 januari, toen het schip al bij herhaling lek was geweest en ongemakken aan de motor menigvuldig waren geweest, kan de Raad billijken. Rotterdam was bestemmingshaven en de reis derwaarts was niet gevaarlijker of moeitevoller dan die naar de naaste noodhaven Yarmouth.
De stranding van het schip is te wijten aan verschillende oorzaken, als daar zijn: Het lek worden van het schip gedurende het zware weer, het onklaar worden van de dekmotor, juist toen pompen op de ruimen gebiedend noodzakelijk werd en het onklaar raken van de voortstuwingsmotor juist toen er wegens de slagzijde met het schip niet meer te zeilen was.
Het onklaar worden van de dekmotor kon voorkomen, omdat dit toestel te veel aan de elementen is blootgesteld; de weinige bedrijfszekerheid van de voortstuwingsmotor schijnt te moeten worden gezocht in het te groot gewicht en de schroef. Het lekken wil de gezagvoerder geweten hebben aan het openspringen van deknaden, waarvoor inderdaad veel te zeggen schijnt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 februari. De sleepboten, ROZENBURG, WODAN en KIJKDUIN van de firma L. Smit & Co. alhier hebben heden het Nederlandse schip INGEBORG, dat 1 dezer op de reis van Methil naar Casablanca te Scheveningen op het strand was gezet, vlot gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Algemeen overzicht van de schepen en vaartuigen van oorlog geeft aan: Koninklijke Marine: gepantserde schepen: 9 pantserschepen, 6 pantserdekschepen, 3 monitors, 3 riviervaartuigen, 3 pantserboten.
Ongepantserde schepen en vaartuigen: 10 kanonneerboten, 4 mijnenleggers, 8 torpedobootjagers, 33 torpedoboten, 5 onderzeeboten, 2 schoeners voor politietoezicht op de zeevisserij, 2 opnemingsvaartuigen, 2 depotschepen en een aantal instructie-, logement- en wachtschepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij ‘Triton’.
De exploitatierekening geeft met inbegrip van het vorig saldo een bedrag aan van NLG 176.787. Hiervan werden gebezigd NLG 86.836 voor afschrijving stoomschepen, NLG 15.392 voor dotatie ketelfonds en NLG 15.000 voor reserve survey stoomschepen. Na uitbetaling van de statutaire tantièmes wordt dan NLG 60.000 vereist voor het betalen van een dividend van 15 %. De directie deelt in het verslag mee, dat met de Rotterdamsche Droogdok Mij. is gecontracteerd voor de bouw van een stoomschip van 5.600 ton d.w., dat de naam TEXEL zal dragen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De Staatscourant No. 43 bevat de statuten van o.a.:
Scheepsbouw Maatschappij ‘Farmsum’ te Delfzijl. Doel: de voortzetting en uitbreiding van de zaken van de firma Gebroeders Niestern, scheepsbouwers te Delfzijl. Duur: tot 31 december 1940. Kapitaal: NLG 100.000 verdeeld in 90 aandelen van NLG 1.000 en 20 van NLG 500. Inbreng als volledige storting op de geplaatste aandelen, een scheepsbouwwerf met de daarop in aanbouw zijnde gebouwen en de daarbij behorende terreinen, aan de Eemskanaal-dijk, onder Farmsum, voorraden, vorderingen, gereedschappen en machines en schulden. Het bestuur is opgedragen aan een of meer directeuren, onder toezicht van 3 of meer commissarissen.


22 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In zijn gisteren gehouden zitting heeft de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek ingesteld inzake de aanvaring op 1 januari bij de Noorse kust tussen het koftjalkschip CONFIANCE III, schipper en eigenaar N. Wijnstok te Hoogezand en het Zweedse stoomschip HEIMDALS. Het kofschip was met een lading hout op reis van Lovisa (Finland) naar Gravesend. Door de aanvaring was het zodanig beschadigd dat het zonk en er een man verdronk; de overige drie opvarenden werden te Christiania (opm: moet zijn Christiansand) aangebracht.
De schipper, als getuige gehoord, verklaart dat zijn schip in het laatst van vorig jaar veel met stormweer te kampen heeft gehad. Op genoemde vaart was de lading 8 duim boven water. Te 12 uur in de nacht van 31 december op 1 januari werd omgehalsd. Kustlichten werden niet gezien. Het weer was tamelijk helder; de zee hoog. Te 12.30 zag men twee toplichten, daarna een rood licht. Het andere schip kwam op de CONFIANCE III aan. Laatstgenoemd had alleen de groene lantaarn uitgezet. De HEIMDALS kwam al nader en nader, maar getuige dacht niet aan aanvaring, zodat geen andere seinen werden gegeven.
Toen het andere schip – waarvan de naam toen onbekend was – te dichtbij kwam, werd het volk uit de kooi geroepen. De HEIMDALS was toen nog 2½ streek voor, doch liep in een rechte hoek op de CONFIANCE in. Wel werd iets geschreeuwd, maar dit werd door getuige niet verstaan: alleen riep hij: wacht voor ons!
De aanvaring had ten gevolge dat achter de grote mast een groot gat ontstond. In 20 minuten tijd was het ruim vol water. Er werd scheepsraad gehouden. Een tweede stoot volgde; kort daarop een derde. Toen werd met flambouwen geseind. Men dacht dat de kof nog drijvende kon blijven, maar er bleef geen stuur in. De boot sloeg los; uit lijfsbehoud sprongen de opvarenden daar in, maar getuige heeft niet gezien dat één man overboord sloeg.
Het schip was tot 16 november verzekerd voor NLG 14.500. De maatschappij stelt zich op het standpunt dat de assurantie afgelopen is.
Het overboord slaan van de matroos schrijft getuige toe aan de omstandigheden, dat het schip scheef voer, terwijl de man op de deklast stond en hij dus waarschijnlijk het evenwicht verloor. De Raad zal later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 030113, NRC 070113 en AH 010313) (opm: Het Zweedse schip is de HEIMDAL, geb. in 1907 – 1.089 brt)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 februari. De Nederlandse tjalk ZEEMEEUW, is de Theems opgesleept wordende, in aanvaring geweest met het Engelse stoomschip CORMORANT, ten gevolge waarvan het tuig van de ZEEMEEUW werd weggerukt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 februari. Nieuwe schepen voor de Holland Amerika Lijn. Volgens heden ontvangen bericht zijn de 10.000 ton grote vrachtschepen NOORDERDYK en OOSTERDYK, respectievelijk gebouwd aan de werven van William Gray & Co. Limited en Irvines Shipbuilding and Drydock Co. Ltd. te West Hartlepool heden met goed gevolg te water gelaten, vermoedelijk begin april in de vaart worden gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 februari. De motorboot ZEEMEEUW, vertrok heden van Gent naar Treguier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 februari. Men seint ons uit Hamburg: Het Nederlandse stoomschip ZEESTER, dat met het stoomschip HEIMBURG in aanvaring is geweest, is gerepareerd, en heeft de reis naar Groningen aanvaard.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Hedenmiddag werd van de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde’ te Vlissingen met goed gevolg te water gelaten Hr.Ms. torpedobootjager HERMELIJN, in aanbouw voor het Departement van Marine. Dit vaartuig is geheel gelijk aan de vorige torpedobootjager die op deze werf gebouwd werd. (opm: werf No. 146)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Scheepsrampen. Het aantal scheepsrampen op de Nederlandse kust bedroegen in 1911 totaal 27, waarbij wrak werden of vergingen 9 schepen en 16 schepelingen omkwamen. Het aantal rampen met Nederlandse schepen buiten de kusten van het Koninkrijk bedroeg 40, waarbij wrak werden of vergingen 6 schepen en 26 schepelingen omkwamen. In het geheel werden in 1911 56 Nederlandsche schepen door rampen getroffen, waarbij wrak werden of vergingen 15 schepen en omkwamen 42 schepelingen. Met de reddingsmiddelen van de Noord- en Zuid-Hollandsche Reddings-Maatschappij werden in dat jaar gered 71 personen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Wegens verandering van affaire zal op vrijdag 7 maart 1913, des avonds te 8 uur, in het café van de heer J. H. Kruize, Noorderhaven Z.Z. 27 te Groningen, publiek worden verkocht: Het goed onderhouden staal-ijzeren tjalkschip genaamd GRUNO, gebouwd In 1907, groot ruim 141 ton, met volledige inventaris, thans liggende te Zwolle. Te bevragen bij de eigenaar A. van der Laan aan boord en bij de ondergetekende notaris W. van Bommel van Vloten te Groningen. Munnekeholm 2. (opm: zie ook NNO 080313)


23 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 februari. Men seint ons uit Londen: De schroefaskoker van het van Amsterdam naar Batavia bestemde Nederlandse stoomschip KANGEAN, thans te Palermo binnen, is op verschillende plaatsen gebroken. De reparaties zullen 15 dagen oponthoud veroorzaken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een staal-ijzeren praamschip, groot 60 ton, voor schipper H. Sloots te Zuidlaren. De kiel werd gelegd van een praamschip voor rekening van H. de Boer te Veendam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de scheepsbouwmeester W. van Goor te Kampen is gisteren met goed gevolg te water gelaten een zeilkast, groot 240 ton, voor rekening van de heer W. Hollander aldaar. Daarna werd de kiel gelegd voor een motorboot, groot plm. 130 ton, voor rekening van de heer G. Berends te Apeldoorn,


24 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 23 februari. Het met defecte machines uit zee teruggekeerde stoomschip BESTEVAER is door de sleepboten TITAN en VESTA naar Rotterdam opgesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 februari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit New York is het van Antwerpen komende Nederlandse stoomschip AMERICAN ter hoogte van het Sea Isle nabij de stad New Jersey gestrand.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 februari. Van het Nederlandse schip ZEEMEEUW, dat met het stoomschip CORMORANT in aanvaring is geweest, is het bezaanswant weggeslagen. De CORMORANT, die tijdens de aanvaring voor anker lag, heeft ogenschijnlijk geen schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 21 februari. Het aakschip NEDERLAND, groot netto 198 m3, hetwelk het vorig najaar met een lading suikerbieten in de Dintel nabij he Hollandsche Diep zonk — waarbij de schipper J. Tabak en diens vrouw zo noodlottig om het leven kwamen — en later gelicht werd, is thans aangekocht door schipper S. Wijnhold, van hier, voorheen schipper op het tjalkschip ZEEMEEUW.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 21 februari. De bij de werf Conrad in Haarlem nieuw gebouwde baggermolen PUERTO BELGRANO 3, is hedenavond op sleeptouw van de sleepboot DONAU naar Bahia Blanca vertrokken.


25 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 februari. Men seint ons uit Londen: Het stoomschip AMERICAN is weer vlot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 februari. De stoomhijsbak HERCULES I met een hefvermogen van 40 ton, gebouwd door de firma L. Smit en Zn., is door de makelaar Jacques Pierot Jr. naar Bordeaux verkocht. Dit vaartuig zal door de sleepdienst van L. Smit & Co. alhier naar de bestemming worden gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Port Said, 16 februari. De stoomhopper KINDERDIJK, die 1 februari nabij Ismailia op een van de kanaalboeien heeft geslagen en daardoor alle schroefbladen heeft verloren, is naar hier gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. De sleepboot NOORDZEE met een baggermolen en een bak op sleeptouw van Rio de Janeiro naar Buenos Aires arriveerde gisteren op de plaats van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 25 februari. De baggermolen PUERTO BELGRANO II, 26 januari van hier naar Bahia Blanca vertrokken, liep gisteren te Sint Vincent Kaap Verdië binnen om kolen in te nemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. De firma Erhardt & Dekkers alhier, heeft aan de firma voorheen Jan Smit Czn. te Alblasserdam de bouw opgedragen van een stoomschip dat 1.000 ton groter zal zijn dan de RANDWIJK van dezelfde rederij. Het zal de naam dragen WINTERSWIJK en een laadvermogen van 5.200 ton. De machines en ketels zullen door de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen gebouwd worden. In juni 1914 moet dit stoomschip opgeleverd worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 februari. De sleepboot JABOATAO van Hellevoetsluis naar Pernambuco passeerde 21 februari Fernando Noronha.


26 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Flensburg, 25 februari. De met graan van Hamburg komende Nederlandse tjalk DANKBAARHEID, groot 120 ton, is door het stoomschip HABICHT te Hadersleben binnengesleept. Afgelopen zaterdag waren door een plotseling opgekomen storm alle zeilen van die tjalk weggeslagen en was het schip nabij het Pehlerif op strand geslagen. Het vaartuig werd door een torpedoboot vlot gesleept en de HABICHT bracht het daarna naar de bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New Orleans, 24 februari. Het gesleept wordende Nederlandse stoomschip GORREDIJK geraakte met het langs een steiger liggende Noorse stoomschip SENATOR in aanvaring. Hierdoor werden beide schepen licht beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 februari. De Nederlandse sleepboot ROODE ZEE, met het oude oorlogsschip LEPANTO van Cartagena naar Rotterdam passeerde hedenochtend 9 uur Wight.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 25 februari. Het houten tjalkschip SIEBENTJE, groot 139 m³, schipper W. Kruize, is voor geheime prijs verkocht naar Duitsland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak betreffende het stranden op de Spaanse kust op 30 september van een door de Nederlandse sleepboten POOLZEE en LAUWERZEE gesleept drijvend droogdok, bestemd voor Lagos. De Raad verklaart zich onbevoegd, kennis te nemen van de scheepsramp op 30 september overkomen aan het door de in Nederland thuis behorende sleepboten POOLZEE en LAUWERZEE gesleepte voor Lagos bestemde drijvende dok.


27 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 februari. Het schip LEENTJE, 17 januari te Rio Grande aangekomen, doet thans dienst als kolenlichter.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn heden gehouden zitting is door de Raad uitspraak gedaan betreffende de brand aan boord van het stoomschip KARIMATA op 15 september nabij de Golf van Cádiz, kapt. G.P. Baum te Haarlem, rederij Stoomvaart Mij. ‘Nederland’ te Amsterdam.
De Raad is met de gezagvoerder van oordeel, dat het ontstaan van de brand gezocht moet worden in zelfontbranding van de kopra inhoudende gonjezakken.
De omstandigheid, dat kopra van dezelfde partij, op andere plaatsen van het schip geladen, gaaf gelost is, duidt er op, dat de plaats, door de lading ingenomen, op het ontstaan van de brand invloed heeft geoefend. Vermits de brand ontstaan is, nadat de deuren van het vethok geopend werden, schijnt de overvloedige toetreding van dampkringlucht aan het ontstaan van de brand niet vreemd. De theoretische verklaring, welke van zelfontbranding van, kopra bevattende, gonjezakken aangehaald wordt in 's Raads uitspraak betreffende de brand aan boord van het stoomschip WALCHEREN, vindt in het aan boord van de KARIMATA gebeurde bevestiging.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Volgens is door de Raad een onderzoek ingesteld inzake het breken van het deksel van de cilinder aan boord van het stoomschip NEDERLAND op 30 november jl., rederij Nederlandsche Lloyd te Rotterdam.
Aan de 1e machinist P. Miedema wordt door de voorzitter mr. Pleyte te kennen gegeven, dat het onderzoek ook zal lopen over de vraag of het ongeval aan een daad of nalatigheid zijnerzijds is te wijten.
De gezagvoerder Th.A. Rieck verklaart, dat het schip op de reis van Rotterdam naar New York met een lading lege petroleumvaten ernstige machineschade had geleden. Op de 30e had hij de machinist gewaarschuwd dat 's middags 3 uur kon worden vertrokken. Met de loods op de brug staande, hoorde hij plotseling een knal en zag stoom uit de machinekap komen. De machinist kwam boven en deelde mee dat het deksel van de cilinder was gebarsten. Getuige gaf order, voorlopig het schip vast te maken. Het bleek, dat ook de zijwand van de cilinder gescheurd was. Getuige telegrafeerde naar de rederij, met het gevolg dat de volgende dag machinebouwers kwamen en te Immingham het deksel werd hersteld.
Omtrent de genoemden machinist laat getuige zich zeer gunstig uit.
De machinist verklaart, diploma B te bezitten en 17 à 18 jaar te varen. 18 september jl. kwam hij aan boord van de NEDERLAND. De machine was een triple-compound en had overigens niets bijzonders. Te Immingham, waar kolen zouden werden ingenomen, had hij de vuren nagenoeg uit laten gaan. De volgende dag, zaterdag, ongeveer 3.30 uur, kreeg hij van de kapitein order tot vertrek. Onmiddellijk nadat de aanzetmachine op vooruit was gezet hoorde hij een slag en bleek wat er gebeurd was. Het ongeval veroorzaakte geen persoonlijk ongeluk. Aan de heer Fonsinga antwoordt getuige nog dat de indicateurkraan aan de andere zijde van de scheur was. Hij schrijft het ongeval toe aan condensatiewater in de cilinder.
De 2e machinist, G.H. Freund, voegt aan deze verklaring toe, dat de breuk nieuw bleek te zijn; de plaat was ruim 1½ duim dik. Bij heropening van de zitting deelde de voorzitter mee, dat de Raad geen termen had gevonden, op de machinist Miedema enige disciplinaire maatregel toe te passen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 februari. Het stoomschip ZEESTER, kapt. J.L. de Groot, dat de laatste tijd in geregelde dienst voor de Hunze maatschappij van Groningen op Hamburg voer, is thans vertrokken naar Kampen en zal vandaar in wekelijkse dienst op Hull varen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 26 februari. Van de N.V. Scheepswerven v/h. G. & H. Bodewes werd te water gelaten de stalen zeesleepboot CÄSAREWITSCH, bestemd voor St. Petersburg. Het schip wordt voorzien van ketel en machine installatie van 300 ipk. Verder 2 ewerschepen resp. 80 en 120 ton, voor Duitse rekening. De kielen zijn gelegd voor een 3-mast gaffelschoener groot 375 ton en een gaffelschoener groot 150 ton, beide voor Duitse rekening en twee sleepboten voor buitenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 februari. De Nederlandse sleepboot MAAS, slepende de hekwieler ADJAME, van Havre naar Grand-Bassam, arriveerde 25 februari ‘s middags ter plaatse van bestemming. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 februari. De sleepboot NOORDZEE, met baggermolen en een bak op sleeptouw van Rio de Janeiro naar Buenos Aires, arriveerde 24 februari ter plaatse van bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 februari. De Nederlandse sleepboot ATLAS arriveerde 23 februari van Cardiff te Gibraltar.


28 februari 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 28 februari. Het stoomschip PROFESSOR BUYS van Hull naar hier, is gisteren tijdens mist bij de stroomleidende dam aan de grond geraakt en met het getij van vannacht niet vlot gekomen. De sleepboot PAUL KRUGER vertrok ter assistentie.
Later bericht. De PROFESSOR BUYS is met hulp van de PAUL KRUGER vlot gebracht en hier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Radio-Telegrafie. The Rotterdam Marconi Training College, Boezemsingel 71a, is voor de a.s. Marconi-officieren de enige erkende school, welke in overleg met een van de grootste maatschappijen werd opgericht. Eigen demonstratietoestellen. Aanvang van de cursussen begin maart.
Inlichtingen betreffende toelating enz. dagelijks van 11 vm – 1 nm.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 februari. Het tjalkschip VERTROUWEN, bevaren door de Wed. J. de Wit, is voor geheime prijs verkocht aan de heer J. Smeltekop.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. De Nederlandse sleepboten OCEAAN en OOSTZEE, met een grote baggermolen op sleeptouw, arriveerden 28 februari van Glasgow op de Theems.


01 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 maart. In het ochtendblad van 22 februari deelden wij mee dat de stoomboten OOSTERDIJK en NOORDDIJK, in aanbouw voor de Holland Amerika Lijn, alhier, te water waren gelaten. De OOSTERDIJK, gebouwd door de firma Irvine Shipbuilding and Drydocks Company te West Hartlepool is het eerste van een tweetal dat de firma voor de Holland Amerika Lijn in aanbouw heeft. Het stoomschip is lang 470 voet, het heeft 6 ketels, die onder een druk van 215 lbs werken en machines die cilinders hebben met de volgende middellijnen: 27 ½ – 23 ¾ – 55 en 84 Engelse duim. De slag is 60 duim. De NOORDERDIJK, gebouwd door de firma W. Gray & Co. is lang 438 voet, breed 54 voet en hol 31 voet en 3 duim. De machine is van het triple expansie systeem en heeft cilinders met middellijnen van 28, 46 en 77 Engelse duim. De slag is 54 duim.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed heden uitspraak in de op 21 februari jl. behandelde zaak van de aanvaring tussen het van staal gebouwde twee-mast kofschip CONFIANCE III, eigenaar en schipper N. Wijnstok uit Hoogezand en het Zweedse stoomschip HEIMDAL. Deze aanvaring had plaats op 1 januari op de Noorse kust, met het gevolg dat de CONFIANCE III dermate beschadigd werd, dat de bemanning het schip moest verlaten en dit geheel is vergaan, terwijl een van de opvarenden bij de ramp is omgekomen.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de ramp te wijten is aan onvoldoende uitkijken van de zijde van de bemanning van de HEIMDAL. De CONFIANCE III toch voerde het voorgeschreven groene licht; dit blijkt niet alleen uit de verklaring van schipper Wijnstok, maar de bemanning van de HEIMDAL zelf verklaart, dat zij, al is het te laat, het groene licht gezien heeft. Dat de uitkijk op de HEIMDAL onvoldoende is geweest, volgt eerstens reeds uit de aanvaring zelve; het zicht was goed, dit blijkt uit de verklaring en van schipper Wijnstok en van de bemanning van de HEIMDAL en verder uit de verklaring van de bemanning van de HEIMDAL, dat de uitkijk van de HEIMDAL niet op zijn post was.
Naar het oordeel van de Raad treft de bemanning van de CONFIANCE III geen blaam. Het was zeker voorzichtig geweest van de schipper, toen hij zag, dat de HEIMDAL zijn koers in de richting van de CONFIANCE III behield, indien hij had gestakeld en de Raad beveelt dit in dergelijke omstandigheden ten zeerste aan, omdat in zulke gevallen het wellicht overbodige stakelen niet schaadt en onheil kan voorkomen, maar een verplichting daartoe drukte de schipper niet en hij mocht verwachten, dat evenals hij de HEIMDAL zag, de bemanning van dit schip de CONFIANCE III zou zien, zodat zelfs tot op het laatste ogenblik de schipper kon denken, dat de HEIMDAL als stoomschip voor het zeilschip de CONFIANCE III zou uitwijken.
(opm: zie ook AH 030113, NRC 070113 en NRC 220213)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’ van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen vracht-motoraak, lang 12,50 meter en voorzien van een motor van 10-12 pk. Het vaartuig is gebouwd voor rekening van de heer P. Hoogland te Schagen en bestemd voor de dienst Schagen - Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Baarn, 1 maart. Door het Bureau Wijsmuller - voor slepen, uitrusten en uitbrengen van schepen - te Baarn, werd aangekocht een bij de firma Jonker en Stans te Hendrik-Ido-Ambacht voor rekening van de Industrieële Mij. J. Constant Kieviets & Co. Ltd. te Dordrecht in aanbouw zijnde zeesleepboot, waarvan de afmetingen zijn 32,50 x 6,60 x 3,00 meter. De boot zal voorzien worden van een triple-compound machine die ± 600 ipk zal kunnen ontwikkelen met een stoomketel van 152 m2 verwarmend oppervlak. De boot, die door het Bureau Wijsmuller zoveel mogelijk tot het doen van lange sleepreizen in exploitatie gebracht zal worden, moet vóór of op 1 juni van dit jaar afgeleverd worden.


02 maart 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Windt te Vlaardingen is zaterdag te water gelaten het stalen loggerschip MICHIEL EN JAN, gebouwd voor rekening van de heer M. Kwakkelsteen te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Toen het stoomschip LEONORA, gezagvoerder H.A. Prins, rederij Jos. de Poorter te Rotterdam, in de nacht van 13 december (1912) de Nieuwe Waterweg verliet met bestemming naar St. Nazaire, kwam dit in aanraking met een gasboei.
Deze aanvaring werd gisteren voor de Raad behandeld. Het onderzoek liep over de vraag of het ongeval te wijten was aan de schuld van de eerste stuurman J.B. Geyl.
De loods had het schip reeds verlaten. Even nadat men door de pieren heen was, kwam de heer Geyl, volgens diens verklaring, op de brug, om de kapitein te spreken over een brand, die onder de ketel had plaats gehad. Op de brug waren de kapitein, de uitkijk en de roerganger. Het was pikdonker op de brug. Vermoedelijk is de kapitein na het gesprek naar beneden gegaan, maar gemerkt heeft hij het niet. Hoe dit zij, hij had de dienst op de brug nog niet overgenomen, en de kapitein heeft hem ook niets gezegd. Bovendien had de kapitein hem ook de wacht niet mogen toevertrouwen, want hij had 36 uren achtereen gestaan. Terwijl de kapitein weg was, zag hij de gasboei en bemerkte, dat het schip naar de boei opdwong. Hij gaf toen bevel hard bakboord uit op te draaien, maar de boei kon niet meer ontweken worden. Volgens de stuurman was de roerganger een slechte roerganger. Er werd door één van de leden van de Raad op gewezen, dat het beter ware geweest wanneer de stuurman stuurboord gegeven had.
De kapitein, de heer H.A. Prins, verklaarde, dat de stuurman die bewuste nacht geen dienst heeft gehad; bij het laden van de steenkolen behoefde geen stuurman tegenwoordig te zijn. De kapitein zegt, dat hij na het vertrek van de loods het schip buiten gebracht heeft. Toen de stuurman op de brug kwam, heeft deze aan de kapitein nog gevraagd welke de twee vuren waren, die gezien werden. Getuige antwoordde: Het een is van een medeligger, het andere van de gasboei. Toen getuige de brug verliet, zei hij tot de stuurman: „Denk er om, ik ga de koersen afzetten; zoals het schip nu gaat, is het goed". Wanneer de richting was gevolgd die het schip had, zou men de boei aan stuurboord gepasseerd zijn. Getuige's vaste overtuiging is, dat de stuurman wist en begreep, dat hij de wacht had. De stuurman had zelfs last gegeven, dat de uitkijk op de brug zou komen. Wat de oorzaak van de aanvaring is geweest, slecht sturen of het verwisselen van roerganger, wat op het ogenblik van de aanvaring geschiedde, weet getuige niet. Eén van de leden van de Raad maakte de opmerking, dat het beter was geweest als de kapitein niet vóór het passeren van de gasboei van de brug was gegaan. De kapitein beweerde, dat de roerganger een bevaren man was, maar wel eens onoplettend was. Over zijn gewezen stuurman verklaarde de kapitein ontevreden te zijn; z.i. was de stuurman onoplettend. De uitspraak van de Raad volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hierna diende de aanvaring tussen het stoomschip HILVERSUM, gezagvoerder J.H. Jongman, rederij de Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’ te Amsterdam, en de hopper KAMELEON. De aanvaring geschiedde in de nacht van 5 februari nabij IJmuiden. De HILVERSUM was met waterballast van Rotterdam vertrokken, met bestemming naar Amsterdam. Het was volgens de heer Jongman helder weer, nu en dan een beetje buiig. Er waren met inbegrip van de kapitein vier man op de bak.
(opm: De juiste bezetting volgens verslag van de Raad v.d. Scheepvaart is: Op de brug waren de kapitein, de loods en de 2e stuurman; de 1e stuurman met 3 man waren op de bak).
Bij het binnenkomen van IJmuiden werd er volgens een sein gespuid, maar dat er met twee sluizen gespuid werd, wordt en was niet aangegeven. Plotseling werd het schip naar de noordkant gedreven. De machine werd dadelijk gestopt en er werd “hard stuurboord" gegeven. Niettemin liep het schip tegen de stoel aan. Daarop werd ‘hard bakboord roer!" en „zachtaan vooruit !" gegeven en toen bleek dat het schip ook nu nog niet vrij zou lopen, werd “volle kracht" achteruit geslagen. Toch kon dit alles niet voorkomen, dat men in aanraking kwam met de hopper, die half buiten, half binnen de glooiing, doch buiten het vaarwater lag. De gemaakte averij was niet groot. Ook in deze zaak zal later de uitspraak volgen.


03 maart 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, geen datum. Kampen - Hull. Het stoomschip ZEESTER, daartoe door de directie van de nieuw opgerichte Overijselsch-Drentsche Engelsche Stoomvaartlijn gecharterd, zal zijn eerste reis van Kampen naar Hull doen op zaterdag 8 maart en vervolgens elke zaterdag in deze maand derwaarts vertrekken. En zijn voldoende toezeggingen voor vracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 25 februari. De sleepboot WALTER PETERS, voor rekening van de heren August & Peters te Hamburg, bij de firma Joh. Berg alhier gebouwd, is na proeftocht, waaraan al de gestelde eisen ruimschoots werden voldaan, geaccepteerd en vertrokken naar Hamburg. Zowel de machine verticale compound, met oppervlak condensatie 250 ipk, als ook de boot en ketel zijn geleverd door gemelde firma.
Tevens zijn aan gemelde firma opgedragen te bouwen 4 sleepboten en 4 sleepkanen, alle voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 25 februari. Het houten tjalkschip SIEBENTJE, groot netto 139 m3, schipper W. Kruize, eigenaar de heer Groenewoud alhier, is voor geheimen prijs verkocht naar Duitsland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Norderney, 28 februari. Alhier zijn twee Nederlandse tjalken gestrand. De opvarenden gered. Het stoomschip DEUTSCHLAND verleent assistentie.


04 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 maart. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Port Said is het van Batavia naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip SINDORO in het Suezkanaal bij de uitwijkplaats Kantera aan de grond gevaren. Vanmiddag seinde men ons dat het stoomschip SINDORO weer vlot was gekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hardinxveld, 3 maart. Heden werd van de werf ‘De Merwede’ van de firma Van Vliet & Co. alhier met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan No. 105, lang 85 meter, breed 10,20 meter en hol 2,50 meter, groot plm. 1.500 ton, voor rekening van de heer Fr. Kegels te Wintam (België).
Direct daarna werd de kiel gelegd voor een stalen sleepkaan No. 106, lang 50 meter, breed 6,60 meter en hol 2,35 meter, groot ± 750 ton voor rekening van mejuffrouw de weduwe De Rover te Hardinxveld, alsmede voor een stalen sleepkaan No. 104, lang 178’-3” x 28’-0” x 13’-5” van het welldek type voor rekening van een Engelse firma.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden een onderzoek ingesteld naar het op een ondiepte bij Poeloe Kraan (opm: bedoeld wordt Poeloe Araän) geraken op 22 september van het stoomschip PONTIANAK, kapt. J. Werkhoven te Watergraafsmeer. rederij Rotterdamsche Lloyd.
De gezagvoerder, de heer Werkhoven, verklaarde, dat de PONTIANAK, die In 1912 gebouwd is te Makassar 1.700 last lading had ingenomen, voor stak het schip 15.10 achter 16.10. Van Makassar vertrok het schip de 21e september rechtstreeks naar Soerabaja. Getuige had met zijn officieren besloten om het Westgat te nemen, waar de laatste jaren sterk gebaggerd is, zodat er schepen door kunnen die 25 voet water steken.
De voorzitter mr. Pleyte, merkte op, dat hem uit door hem van de rederij opgevorderde journalen niet gebleken is, dat de kapitein vroeger ooit het Westgat genomen heeft.
De kapitein verzekerde echter, dat hij ongeveer 3 reizen gemaakt heeft van Makassar naar Soerabaja door het Westgat. Hij verklaarde verder, dat lengteverschillen eenmaal vier mijlen en eenmaal een mijl bedragen hebben. Op deze reis is niet met een zodanige snelheid gelopen, dat op het log enige correctie moest worden toegepast. De afwijking van het kompas was onbelangrijk. Het was in de oostmoesson, deze had het schip In de Straat van Makassar één streek op het stuurboordachterschip. De sterke stroom, die toen In de Straat van Makassar liep, blijkt later samengevallen te zijn met een grote tyfoon in Japan. Met de officieren was besproken, dat men zich aan de Brill zou verkennen en dan op 16 graden breedte zou blijven; 10 of 12 mijl benoorden van het St. Maurits-rif, toen het licht van Dajang verkend was, werd de koers veranderd en 28 mijl ZW ten Z gestuurd. Vervolgens na verkenning aan de Brill, waarvan de kapitein, die in zijn hut was, van de brug door de roeper kennis was gegeven, gaf hij order op de zesde breedtegraad te blijven. De eerste stuurman heeft toen koers gesteld W ¼ Z recht wijzend. Het afgevaren bestek van de Brill achtte de kapitein juist. In die koers is 116 mijlen doorgestoomd. Daarna bleek een kleine verzetting om de zuid. Toen door de 1e en de 2e stuurman middagbestek werd genomen, gaf dit een resultaat dat 16 mijl beneden de gissing van de kapitein was. Hij vertrouwde het niet en heeft zich toen aan de Poeloe Eilanden-groep willen verkennen, in overleg met de officieren.
De voorzitter, mr. Pleyte wees erop, dat de Zeemansgids ernstig waarschuwt tegen deze eilandengroep met vele gevaren, waarvan de juiste ligging niet bepaald is. Waarom heeft getuige niet iets meer om de noord gekoerst?
De voorzitter was van oordeel, dat hier een grote onvoorzichtigheid is begaan.
Het schip stootte op een rif. Onmiddellijk bleek het ruim 1 water te maken. De lading werd eruit verwerkt in ruim 5 om beschadiging te voorkomen en het schip achterover te krijgen. Tank 1 kon niet worden leeggepompt, omdat ze lek was. Het schip is door eigen kracht vlot gekomen. De voorzitter vroeg, of het waar is, dat de schade twee ton heeft belopen. De kapitein zegt dit niet te weten, de dokkosten hebben NLG 40.000 bedragen.
(opm: zie ook AH 070313)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraken. In de gistermiddag gehouden zitting van de Raad voor de Scheepvaart werd uitspraak gedaan, betreffende de aanvaring op 5 februari nabij IJmuiden, tussen het stoomschip HILVERSUM (gezagvoerder J.H. Jongman, rederij: Stoomvaart Mij. ‘Oostzee’, beide te Amsterdam) en de hopper KAMELEON.
Naar het oordeel van de Raad is het ongeval een gevolg van de bui en van het spuien; het slechts met ballast beladen schip, dat zeer geringe vaart had en dus ook weinig naar het roer luisterde, was uiteraard aan de invloed van de rukwind en het spuien zeer onderhevig.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens deed de Raad uitspraak betreffende het varen tegen de gasboei van de Nieuwe Waterweg op 13 januari van het stoomschip LEONORA (gezagvoerder H.A. Prins; rederij: Jos. de Poorter, beide te Rotterdam). De Raad is van oordeel dat de 1e stuurman J.B. Geyl voor het ongeval aansprakelijk is en dit een gevolg is van zijn onoplettendheid. De stuurman trachtte zich te verontschuldigen met de bewering, dat hij niet de wacht had, daar de kapitein, na het commando van de loods te hebben overgenomen en de brug te hebben verlaten, hem de wacht niet had overgegeven.
De Raad aanvaardt echter ten volle de waarheid van de mededeling van de gezagvoerder, dat deze bij het verlaten van de brug tot de 1e stuurman heeft gezegd „te moeten sturen, zoals hij ging" en de Raad kan niet de juistheid aannemen van de uiterst onwaarschijnlijke bewering van de 1e stuurman, dat hij niet eens bemerkt heeft, dat de kapitein van de brug was gegaan. En waar nu vaststaat, dat de kapitein gemelde woorden gezegd heeft en verder, dat de 1e stuurman wist, dat hij alleen met de roerganger was en dat de 2e stuurman eerst om half acht de wacht zou krijgen, volgt hieruit, dat de 1e stuurman de wacht vervulde. De 1e stuurman had er derhalve op moeten letten, dat het schip te dicht bij de lichtboei kwam, wellicht van het minder nauwkeurig sturen van de roerganger, die juist op dat ogenblik zijn roerganger had afgelost. De nodige oplettendheid, die een eerste eis is voor een goed stuurman, heeft de 1e stuurman niet gehad. Bovendien was zijn manoeuvre om B.B. (nieuw commando) te geven, onjuist, want daardoor ging de achterzijde van het schip S.B. uit en raakte de boei; had de 1e stuurman, toen de voorsteven van het schip voorbij de boei was, hard S.B. roer gegeven, dan was het schip vermoedelijk van de boei vrij gebleven. Wegens het veroorzaken door zijn daad en nalatigheid straft de Raad J.B. Geyl met de straf van berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De MOORDRECHT. Gistermiddag stelde de Raad een onderzoek in naar het omhoog varen van het stoomschip MOORDRECHT, in de nacht van 24 op 25 februari jl. op de Leman and Owenbank. Gezagvoerder was kapitein Tj. Visser; rederij Ph. van Ommeren te Rotterdam. De MOORDRECHT vertrok op 24 februari van Immingham naar IJmuiden, geladen met kolen. De gezagvoerder wist wel, dat het vuurschip op de Leman and Owenbank weggenomen zou worden, doch niet, dat dit door een gasboei vervangen zou worden. In de bewuste nacht zag hij wel er licht, doch meende, dat dit van een visser afkomstig was. Kort daarop geraakte de MOORDRECHT op de bank vast. Na volle kracht achteruit en vooruit geslagen te hebben, kwam het schip weer los. Het was in het geheel niet beschadigd, zoals later in het dok bleek. De gezagvoerder had niet de “Berichten aan Zeevarenden" welke kosteloos vanwege de afd. hydrografie aan het Dep. van Marine, op aanvraag, verstrekt worden, ingezien. Deze berichten lagen in bakjes op het kantoor van de maatschappij. Vóór hij vertrok had hij de kaarten niet laten nakijken, of er ook veranderingen plaats hadden gehad. Hij had daartoe te weinig tijd. De president, mr. Kirberger, wees de gezagvoerder op het belang van deze berichten. Later volgt uitspraak.


05 maart 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Onder “Telegrammen" wordt melding gemaakt van de beschieting van drie handelsschepen, in de Zee van Marmora verleden week door de Bulgaren. In de N.R.C. vinden wij daaromtrent het volgende van haar correspondent te Konstantinopel: „Dat de Bulgaren echter op hun hoede zijn en blijven tegen mogelijke pogingen om troepjes vrijwilligers hier of daar een land te zetten en dan fluks een of meer Christendorpen uit te moorden en te verbranden, zoals die guerrilla’s het nu op de Zwarte Zeekust telkens proberen, bewijst het stoomschip MINERVA van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij verleden dinsdag overkomen, toen het op de reis naar Konstantinopel bij Ghanos onder de kust voer. Van boord af zag men opeens op de heuvelrij achter het nagenoeg geheel verwoeste plaatsje grote beweging, seinen werden gegeven, en spoedig knalde er een kanonschot, dat een los waarschuwingsschot moet zijn geweest, want, toen het schip rustig in dezelfde koers bleef doorvaren daar men meende dat het schot niet de Nederlandse vlag kon gegolden hebben, gierde er kort daarop één en daarna nog een tweede granaat langs heen, waarna de kapitein het maar geraden vond ras de kust uit te sturen, waarop er dan ook geen verder schot meer viel."


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 maart. Het stalen lichterschip HARMONIE, groot 225 m3 (netto), schipper Top, is voor geheime prijs verkocht aan L. Bolhuis, alhier.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 maart. De zeetjalk NAVIGATION, netto 176 m3, kapt. J. de Vries, is voor geheime prijs verkocht aan de firma Joh. Berg alhier.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 maart. Voor rekening van P. Vellinga te Groningen is hier met goed gevolg te water gelaten een twee-mast motorschoener van de werf van de N.V. Scheepsbouw Maatschappij ‘Farmsum’. Dit schip heeft een laadvermogen van plm. 300 ton, is gebouwd volgens Bureau Veritas en zal gebezigd worden voor de vaart op de Noord- en Oostzee. (opm: Dit is de ALAYDA, maar volgens boek Kon. Niestern-Sander is dit de ALAYDE)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 maart. De Nederlandse sleepboot DONAU met een bakkenzuiger van IJmuiden naar Bahia Blanca, arriveerde 2 maart te Vigo.


06 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Luxe motor sleepboot. Openbare verkoping op woensdag 12 maart 1913, ‘s middags te 12 uur precies, in het verkooplokaal De Gouden Leeuw te Haarlem, aan de Kromme Elleboogsteeg, van de nieuwe stalen luxe motorsleepboot, genaamd HOLLAND II, lang 15 m, breed 3,50 m, hol 1,80 m, groot 15 ton, met voor- en achterkajuit met volkslogies, mast, vlaggenstokken, ankerlier, anker met ketting, tafels, trappen, touw en alles wat zich verder aan boord bevindt. Gebouwd In 1910 op de werf van de N.V. Werf Hubertina, v/h. W.H. Jacobs te Haarlem aan het Spaarne.
Te zien op maandags, woensdags en vrijdags van 2 - 4 uur en op de verkoopdag van 10 - 12 uur aan de werf Hubertina te Haarlem. Nadere inlichtingen worden gaarne verstrekt door de notaris J. Ratelband, Nassaustraat 18, Haarlem en door de makelaar Hendrik Müller, N.Z. Voorburgwal 298, te Amsterdam, int. telefoon 2550.


07 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 maart. Het te Hull voor Koninklijke Paketvaart Maatschappij nieuw gebouwde stoomschip TASMAN is heden van Hull te Amsterdam aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 6 maart. Volgens telegram uit Cuxhaven is het Nederlandse schoenerschip ZWAANTJE CORNELIA, kapt. Van Dijk, aldaar binnengelopen met gebroken grote zeilboom en verdere schade aan het tuig. Het schip is bestemd naar Stockton on Tees.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Uitspraak. Hedenmiddag deed de Raad uitspraak, betreffende het geraken op een ondiepte nabij Poeloe Aräan op 22 september (1912) van het stoomschip PONTIANAK (kapt. J. Werkhoven, te ‘s-Gravenhage); rederij: Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam,
De Raad is tot de slotsom gekomen, dat het onderzoek aan het licht heeft gebracht dat het vastlopen van het stoomschip PONTIANAK op 22 september is toe te schrijven aan nalatigheid van de gezagvoerder J. Werkhoven. Het schip was voorzien van de nodige middelen voor de beoefening van de stuurmanskunst, o.m. van de Zeemansgids voor de O.I. Archipel, maar de betrokkene heeft verzuimd met de waarschuwing, voorkomende op blz. 435 van die Gids, deel III, rekening te houden.
Het schip is gelopen op een onbekende blinde klip, de zeekaart duidt niet aan, dat het varen tussen Prins Mauritsrif en Kangean niet verantwoord is, hetgeen, gelet op do Zeemansgids, wenselijk zou zijn, doch de lezing van de hier voren bedoelde zinsneden had betrokkene moeten weerhouden zuidelijker te gaan dan de breedtegraad, waarop hij te 12 uur was. De twijfel aan de juistheid van het middagbestek is door niets verklaard en kan niet rechtvaardigen het kiezen van een weg, die, gegeven een mogelijke krachtige stroom om de zuid, bij een oppervlakkige beschouwing van de zeekaart, meerdere gevaren opleveren kon dan de oorspronkelijk aangenomen koers. Er bestond generlei noodzakelijkheid zich aan het land te verkennen; ware het middagbestek fout geweest en had het schip te 12 uur ‘s middags noordelijker gestaan, dan had het gedurende enkele uren noordelijker sturen niet geschaad. Vermits de hiervoor omschreven scheepsramp gevolg is van de nalatigheid van de gezagvoerder J. Werkhoven voornoemd, past de Raad op hem toe de straf van berisping. (opm: zie ook NRC 040313)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Desertie van een kapitein ?
Voor de Rotterdamse Rechtbank is de volgende zaak behandeld:
Op 28 oktober 1912 werd aan de 39-jarige G.S., leraar aan een zeevaartschool op Texel, ten overstaan van de waterschout te Rotterdam, voor 10 reizen het gezag opgedragen over het stoomschip SCHIELAND. Op 5 december, terwijl dit schip lag te Rendsburg, in Duitsland en nadat nog slechts enkele reizen waren gedaan, heeft genoemde kapitein, nadat hij onmiddellijk een plaatsvervanger had gevraagd, het schip verlaten, nadat deze was aangekomen. Deswege stond hij thans terecht wegens desertie.
De beklaagde zei, dat hij wel de equipage voor tien reizen had gemonsterd, maar dat hij zelf niet voor een bepaalde tijd verbonden was. Toen hij tot leraar was benoemd, had hij zich schriftelijk, telegrafisch en telefonisch in verbinding gesteld met de maatschappij, die hem antwoordde, dat hij niet maar zo ineens weg kon en dat zij hem strafrechtelijk zou vervolgen indien hij het schip verliet. Hij schreef terug, dat hij beslist besloten was, niet weer uit te varen. De maatschappij zond daarop een plaatsvervanger, aan wie beklaagde op 5 dec. het bevel over het schip overdroeg. Beklaagde zei, dat hij in het komen aan boord van de plaatsvervanger vergunning tot heengaan had gezien.
De officier van justitie, mr. Wolfson, zei, dat het hier ging om de vraag, of bekl. al dan niet verlof van de maatschappij had, heen te gaan. De officier meende, dat dit niet het geval was en eiste veertien dagen gevangenisstraf.
Mr. G. Seret uit Amsterdam, uitte zijn verbazing over deze vervolging, een verbazing, die er na het requisitoir niet minder op was geworden. Tevens was pleiter verbaasd over het motief van deze vervolging door de maatschappij aangevoerd, die meende, dat een vervolging nodig was uit een oogpunt van prestige tegenover de officieren en bemanningen. Pleiter was van oordeel, dat hier, in het gunstigste geval voor het O.M., ontslag van rechtsvervolging moet volgen. Het is niet waar, zowel feitelijk en juridisch, dat een gezagvoerder gebonden is aan zijn schip, zolang de monsterrol duurt. Zoals nu de dagvaarding gesteld is, volgt daaruit niet, dat beklaagde het feit pleegde, vóórdat zijn verbintenis geëindigd was.
Beklaagde heeft zijn schip niet verlaten vóór zijn opvolger daar was; hij berichtte niet, dat hij het schip zou verlaten, maar dat hij niet meer zou uitvaren, indien niet een plaatsvervanger kwam.
Pleiter concludeerde tot vrijspraak en verzocht onmiddellijke uitspraak, ten einde bekl. niet langer te laten leven onder de druk van deze vervolging. De officier zei in zijn repliek, dat het juist niet gaat om de vraag, of het schip niet meer gevoerd werd, maar om de kwestie of bekl. toestemming had, het schip te verlaten. Hij heeft de maatschappij gedwongen, en de officier achtte deze zaak niet onbeduidend en de houding van de maatschappij begrijpelijk. Mr. Seret voerde nog aan, dat de officier van de stelling uitgaat, dat iemand die zegt: “ik steel je horloge", dat ook doet. Beklaagde heeft hoogstens gezegd: ik zal het schip verlaten.
De Rechtbank ging in raadkamer en sprak de beklaagde onmiddellijk vrij.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 1 maart. Gisteren werd alhier op de Eems proef gestoomd met de nieuw gebouwde stalen zeesleepboot HERCULE, gebouwd op de N.V. Scheepswerven v/h. G. & H. Bodewes te Martenshoek (opm: bouwnummer 555). De triple-expansie machine ontwikkelde 275 ipk en is geleverd door de N.V. Machinefabriek Fulton, eveneens te Martenshoek. De boot behaalde een snelheid van gemiddeld 10½ mijl en beantwoordde verder ruimschoots aan de gestelde eisen. Ze werd dan ook dadelijk door de bestellers geaccepteerd.
De sleepboot zal onder eigen stoom met een lichter op sleeptouw dezer dagen naar haar bestemmingsplaats Alexandrië vertrekken en is gebouwd voor een Antwerpse firma.


08 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 7 maart. Heden werd met goed gevolg van de ‘Werf Gusto’ van de firma A.F. Smulders alhier, te water gelaten de stalen romp van een zelf stomende zeewaardige baggermolen, die deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: lengte 53,18 meter, breedte 9,30 meter, holte 3,80 meter. Deze baggermolen, die tot op een diepte van 18 meter zal kunnen baggeren, zal worden voorzien van twee compound machines, die elk 260 ipk zullen kunnen ontwikkelen. Verder 2 ketels, werkende onder een stoomdruk van 8 kilogram met een gezamenlijk verwarmend oppervlak van 240 m². Het werktuig is tevens voorzien van een direct gedreven dynamo voor de in- en uitwendige verlichting. Bovendien zullen de nodige lieren aanwezig zijn voor het manoeuvreren en het bedienen van de ankers. Het vaartuig zal zijn reis naar zijn plaats van bestemming onder eigen stoom volbrengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 maart. Het 6 dezer, na geslaagde proeftocht van Hull hier binnengekomen stoomschip TASMAN, werd voor rekening van de K.P.M. op de werf van Earl’s Shipping and Engineering Company te Hull gebouwd. Dit stoomschip is het eerste van beide door de K.P.M. in aanbouw gegeven schepen voor de maandelijkse mail, passagiers en goederendienst tussen Java en Australië. De thans in dienst varende schepen VAN LINSCHOTEN en VAN WAERWYCK, van belangrijk kleinere afmeting en vaarsnelheid, zullen binnenkort door de TASMAN en het zusterschip HOUTMAN, thans nog in aanbouw bij de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij alhier, worden vervangen. Het stoomschip TASMAN, gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas, naar plannen van de heren Cornelissen en Metzelaar, meet 5.022 bruto register ton. Het is speciaal ingericht voor het passagiersvervoer in de tropen en biedt in ruime hutten plaats voor 85 1e klas passagiers en 17 2e klas passagiers. Het is voorzien van draadloze telegrafie, alsmede van stoomverwarming met het oog op de vaart naar Australië, terwijl de verlichting en de ventilatie elektrisch geschieden. Verder vindt men aan boord een elektrische was- en strijkinrichting, een barbiersalon, een hospitaal en een apotheek, terwijl ruime koelkamers het schip meer geschikt maken voor het vervoer van provisie. Het schip zal geregeld een dokter ervaren. Aan de inrichting van de 1e klas salon, rookkamer en social hall is bijzondere zorg besteed, terwijl een door Leon Cachet ontworpen wandversiering in de social hall, in herinnering brengt, hoe Abel Tasman in 1642 Tasmania ontdekte. Een uittreksel van het scheepsjournaal, deze ontdekking boekstavende, is onder meer in deze versiering aangebracht. De hoofdafmetingen van de TASMAN zijn: 392’ bij 49’ bij 28’9”. Afgeladen tot een maximum diepgang van 22’9” kan het stoomschip TASMAN 5.150 ton gewicht aan lading en steenkolen vervoeren, waarbij de waterverplaatsing 9.000 ton zal bedragen. De machines van het triple expansie systeem, een vermogen van 3.400 ipk uitwerken, verzekeren aan het schip een vaarsnelheid van 13 Engelse mijlen per uur, waardoor een belangrijke verkorting van de reisduur tussen Java en Australië wordt verkregen. De TASMAN die thans voor de reis naar Java wordt beladen, vertrekt binnenkort onder commando van gezagvoerder A.A.C Kroef naar Batavia, om in mei aanstaande de eerste reis naar Australië aan te vangen. Het hiervoor genoemde zusterschip HOUTMAN zal spoedig dezelfde bestemming volgen. In de Australische dienst zal vloeibare brandstof worden gebruikt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Aan het jaarverslag over 1912 ontlenen wij het volgende:
Het jaar 1912 was voor de scheepvaart buitengewoon gunstig en in verband hiermee werden zoveel schepen in bestelling gegeven, dat alle werven binnen korte tijd met orders over gevuld waren. De prijzen van de bouwcontracten stegen niet onbelangrijk, waartegenover echter op een gelijktijdige verhoging van de materiaalprijzen en van de arbeidslonen gewezen moet worden. Afgescheiden hiervan waren althans de grotere werven verplicht gedurende 1912 hoofdzakelijk de vroegere tegen lager prijzen aangenomen orders af te leveren, zodat van de verbeterde bouwprijzen in het afgelopen jaar nog weinig profijt getrokken worden kon. Het reparatiebedrijf daarentegen ondervond onmiddellijk de gunstige invloed van het drukke scheepvaartverkeer en ook de omvang van dit deel van het bedrijf nam dus aanmerkelijk toe. Wederom waren dus in het afgelopen jaar zowel omzet als winst belangrijk groter dan in enig vorig jaar. Het voor winst en afschrijvingen beschikbare saldo, over 1911, exclusief het agio op de nieuw uitgegeven aandelen NLG 408.152 bedragende, steeg over 1912 tot NLG 567.738. De directie heeft gemeend in verband met dit hoge cijfer de afschrijvingen zeer ruim te moeten stellen. Zoals de verlies- en winstrekening aangeeft, is voor afschrijvingen in totaal NLG 282.562 uitgetrokken, waarna voor te verdelen winst NLG 285.175 overblijft. Voorgesteld wordt, hiervan te bestemmen NLG 5.000 voor gratificaties, NLG 7.500 voor extra reserve (die dan stijgt tot NLG 150.000) en NLG 15.000 voor fonds van belangen personeel, onder mededeling, dat de directie onder deze benaming zich voorstelt een fonds te creëren waarover de directeur in overleg met commissarissen zal kunnen beschikken ter pensionering, ter ondersteuning ten dienste of ten bate van leden of groepen van leden van het gehele kantoor- of werkliedenpersoneel. Na aftrek van tantièmes en bedrijfsbelasting blijft dan ten slotte voor aandeelhouders beschikbaar NLG 180.000 of 12% en voor houders van oprichtersbewijzen NLG 29.375 of NLG 117,50 per oprichtersbewijs.
In 1912 kwamen gereed voor aflevering de stoomschepen ALICE H, OOSTDIJK, ALCOR, DUBHE, MIJDRECHT en WESTERDIJK, met een totaal laadvermogen van circa 31.000 ton en een machinevermogen van circa 8.000 ipk. Onder handen of in bestelling waren 10 stoomschepen met een totaal laadvermogen van circa 55.000 ton en een machinevermogen van circa 18.000 ipk.
Van de beide dokken werd gebruik gemaakt door 239 schepen, metende 638.075 register tonnen, met 609 dokdagen, zondagen, nachtwerk en rivierboten buiten beschouwing gelaten.
Sinds de oprichting van de Maatschappij werden dus gedokt 1.610 zeeschepen, metende 3.940.387 register tonnen. Ten slotte kan vermeld worden, dat de directie, rekening houdende met de gestadige ontwikkeling en de bloei van het bedrijf, niet uit het oog verliest, dat in de naaste toekomst verdere uitbreidingen noodzakelijk zouden kunnen blijken, terwijl zij bovendien voornemens is mee te werken tot de aanbouw van arbeiderswoningen, waaraan sinds lang de behoefte zich dringend doet gevoelen. In verband met het bovenstaande wordt overgegaan tot de emissie van 500 nieuwe aandelen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomboot Maatschappij Hilligersberg.
Aan het verslag over het boekjaar 1912 ontlenen wij het volgende: De resultaten over het afgelopen jaar hebben alle verwachtingen overtroffen. De verbetering van de vrachtenmarkt, welke in 1911 was begonnen, bleef in het afgelopen jaar niet alleen aanhouden, doch reeds spoedig bleek het, dat de disponibele ruimte in de verste verte niet voldoende was voor de enorm gestegen vraag naar scheepsruimte over de gehele wereld en in de herfst stegen de vrachten hier en daar zelfs tot een ongekende hoogte. De directie was in staat met de beide schepen van de gunstige toestanden ten volle te kunnen profiteren; contracten waren niet afgesloten en van bijzondere grote ongevallen, welke langdurig tijdverlies gewoonlijk meebrengen, bleef men verschoond.
Op de hypothecaire leningen werd een bedrag van NLG 16.590 afgelost. De exploitatie gaf een voordelig saldo van NLG 131.378 en de winst- en verliesrekening wijst, na aftrek van alle exploitatie- en beheerkosten, alsmede van de interest, een zuiver winstcijfer aan van NLG 120.355.
In overleg met commissarissen heeft de directie gemeend ditmaal een bedrag van NLG 50.000 te moeten bestemmen voor afschrijving op de boekwaarde van de beide stoomschepen en een bedrag van NLG 1.000 te storten in het reservefonds.
Na reservering van een bedrag van NLG 1.633 voor te betalen bedrijfsbelasting en overbrenging van NLG 222 als saldo op nieuwe rekening, blijft dan een bedrag van NLG 67.500 over ter verdeling. Hierdoor kan aan aandeelhouders een dividend van 20% of NLG 200 per aandeel worden uitgekeerd. De vooruitzichten voor het boekjaar 1913 zijn over het algemeen gunstig. De algemene toestand van de vrachtenmarkt is wel niet meer zo hoog als in de herfst, doch het was van tevoren te zien, dat de vrachten niet lang op zulk een grote hoogte zouden kunnen blijven, als zij in september/oktober waren. In ieder geval zijn de cijfers, welke op het ogenblik bedongen kunnen worden, nog zéér lonend. Het bestuur heeft de beide boten voor de eerste vijf maanden van dit jaar kunnen bevrachten tot goede cijfers, die voldoende winsten laten, zodat men gelooft voor 1913 wederom een goed resultaat te mogen voorspellen. De exploitatiekosten zijn beduidend hoger geworden dan een jaar geleden het geval was. De lonen van alle opvarenden van gezagvoerder tot de minste aan boord zijn belangrijk gestegen. Alle provisies en benodigdheden zijn beduidend hoger in prijs; steenkolen kosten circa 15% méér dan verleden jaar; de assurantiepremies zijn gestegen en het een en ander kan niet nalaten zijn invloed te doen gevoelen op de bedrijfsresultaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed nog uitspraak betreffende het breken van het deksel van de cilinder aan boord van het stoomschip NEDERLAND, op 30 november jl., (gezagvoerder Th.A. Rieck, rederij: Nederlandsche Lloyd, beide te Rotterdam). De Raad verenigt zich met het oordeel van de machinist (n.l. dat de oorzaak van het ongeval te zoeken is in condensatiewater, dat zich in de H.D. cilinder vermoedelijk boven op de enigszins holle zuiger heeft verzameld en dat, daar een ontlastklep op de deksel ontbrak, waterslag heeft doen ontstaan) en is van mening, dat de betrokkene P. Miedema, 1e machinist, evenmin als een van de andere opvarenden enige blaam kan treffen.
Naar de Raad vernomen heeft, is de nieuwe H.D. cilinderdeksel van een ontlastklep voorzien, waardoor de kans op herhaling van het gebeurde zeer is verminderd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De uitspraak betreffende het stoten en vastraken op de Leman & Owerbank op 25 januari van het stoomschip MOORDRECHT (gezagvoerder Th. Visser te Rotterdam, rederij: Ph. van Ommeren te Rotterdam), luidde aldus:
De Raad acht het zo goed als zeker, dat het witte licht, dat bij tussenpozen door de MOORDRECHT werd gezien, was het licht van de gasboei, van de Leman & Owerbank, welke het vuurschip heeft vervangen, vooral ook omdat bij de terugkeer de zwart-wit geblokte boei van N.W. Lemanbank gepasseerd is. De MOORDRECHT is derhalve sterk van haar koers afgeweken, een gevolg van de krachtige stroom, waaraan dan ook de oorzaak van het ongeval geweten moet worden. De Raad is van oordeel, dat de gezagvoerder geen verwijt treft; het vaarwater tussen Smith's Knoll en Leman & Owerbank is misschien iets minder veilig dan dat door het Haisborough, maar is toch een vaarwater, dat, mits met voorzichtigheid, goed kan worden bevaren. De door de kapitein opgegeven koers was juist; zijn berekening van de kracht van de stroom komt ongeveer overeen met die, welke gemiddeld de kracht van de stroom daar ter plaatse in de nacht van 24 op 25 januari 1913 moest zijn. Blijkbaar is die kracht, vermoedelijk ook ten gevolge van de aanhoudende WNW winden, belangrijk sterker geweest. Had de kapitein geweten, dat het vuurschip vervangen was door een gasboei, dan had het zien van het witte licht hem waarschijnlijk op de afwijking van de koers opmerkzaam gemaakt en had hij tijdig maatregelen kunnen nemen, welke het ongeval hadden voorkomen. Inderdaad had de kapitein kunnen weten, dat de gasboei geplaatst was, want het was reeds op 13 december 1912 in de “Berichten aan Zeevarenden" van het Ministerie van Marine meegedeeld, dat het geschied was. De kapitein is evenwel tussen half december en de datum van het ongeval slechts zeer kort in Nederland geweest en niet te Rotterdam — waar, naar hij de Raad meedeelde, de “Berichten aan Zeevarenden" op het kantoor van de rederij ter beschikking van de schepen van de rederij liggen — zodat hij deze Berichten niet had ingezien. Naar aanleiding van dit ongeval merkt de Raad op, dat het hoogst, wenselijk is, dat de rederijen zoveel mogelijk zorgen, dat de “Berichten aan Zeevarenden" aan de kapiteins van hun schepen toekomen, het is niet voldoende, dat die Berichten ten kantore van de rederijen liggen, maar willen zij aan hun nuttig doel beantwoorden, dan moeten de rederijen, indien zij tijdig weten waar hun schepen zullen binnenlopen, die berichten aan hun kapiteins aan boord toezenden, opdat deze ze dadelijk kunnen raadplegen. Ook de kapiteins zelven dienen alle maatregelen te nemen, opdat die Berichten hen bereiken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vastgelopen. Hierna stelde de Raad een onderzoek in naar het omhoogvaren van de SOPHIE H op 9 februari op de Kullagronden bij Smygehoek (Zweedse kust). Gezagvoerder was C. Köpcke, rederij Stoomvaart Mij. Sophie te Rotterdam. Uit de verklaringen van de gezagvoerder bleek dat de SOPHIE H op 6 februari met een lading hout van Riga naar Rotterdam vertrokken was, de deklast, was 14 à 15 voet. Bij het vertrek had het schip vier graden slagzij; het kompas had kleine fouten; hij had echter op reis geen gelegenheid de deviatie te bepalen. 's Avonds om 10 uur van de 9e werd Sandhammer aan de ZO punt van Zweden gepeild.
De gezagvoerder had een kruispeiling op Eistad en Sandhammer genomen. De 2e stuurman, die de hondenwacht had, moest 's nachts de gezagvoerder waarschuwen, wanneer het licht van Smygehoek in het zicht kwam.
Blijkbaar had de 2e stuurman de afstand niet goed gepeild, hij had gemeend dat het schip 1½ mijl dwars van het vuur was; achteraf bleek dat dit slechts ¾ mijl was. Het schip liep dan ook dadelijk vast, voor de gezagvoerder op de brug kwam. Nog deelde de gezagvoerder mee, dat na het ongeval de 2e stuurman voor zijn ogen is gekeurd en dat deze zijn afgekeurd. Na enige manoeuvres kwam het schip los en zette de reis naar Kopenhagen voort. Er bleken 60 à 65 platen ingedrukt te zijn. De schade bedroeg ongeveer NLG 40.000. Volgens de 2e stuurman W. v.d. Linden, had hij de afstand bepaald volgens 4-streeks peiling. Hij wist, dat de roerganger slecht stuurde. Nadat hij zich overtuigd had in het vuren-boek, dat het vuur dat van Smygehoek was, waarschuwde hij de kapitein, tevens zei hij, dat alles goed ging, waarop hij weer naar boven ging. Daarna waarschuwde hij de kapitein opnieuw, doch niet dadelijk, dat het vuur dwars was. Even later stootte het schip. De gezagvoerder wist niet dat de roerganger slecht stuurde. Hij schreef o.a. het stranden toe aan het te laat waarschuwen door de 2e stuurman. Na het verhoor van de matroos-roerganger, die beweerde, dat hij wel goed kon sturen, en van de uitkijk, werd de uitspraak in deze zaak op later bepaald.
(opm: zie ook AH 220313)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 8 maart. Gisteren is alhier gearriveerd de nieuwe sleepboot MARGARETHA FRATER, gebouwd op de werf van de heren Schippers en Van Dongen te Geertruidenberg voor de rederij Zwart en Frater Smid alhier. De boot is voorzien van een triple-compound machine van 300 ipk en heeft tijdens de proeftocht ruimschoots aan de gestelde eisen voldaan. De boot zal bevaren worden door kapitein B. Kip van hier.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 8 maart. Ten overstaan van de heer W. van Bommel van Vloten, notaris alhier, werd gisteravond in het café van de heer J.H. Kruize aan de Noorderhaven publiek verkocht het ruim 141 ton grote, in 1907 gebouwde staal-ijzeren tjalkschip GRUNO, met volledige inventaris, thans liggende te Zwolle. Kopers Gebr. van Diepen, scheepsbouwers te Waterhuizen voor NLG 4.475.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Uit de hand te koop: Een zeer goed onderhouden zeetjalk, groot 176 ton netto, met complete inventaris en uitrusting. Te bevragen bij de firma Joh. Berg, Scheepswerf en Machinefabriek, Delfzijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de grond gevaren.
Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM van de Holland Amerika Lijn, dat vannacht binnenkwam, is tussen de Wilhelminakade en het Prinsenhoofd aan de grond gevaren. Omstreeks 3 uur was het schip ter hoogte van zijn ligplaats gekomen, toen door de sterke ZW wind de sleepboten het niet langer konden houden en het afdreef in de richting van het Prinsenhoofd waar het op een ondiepte vast liep. Het ligt 150 meter van de Wilhelminakade en 50 meter van het Prinsenhoofd verwijderd met de voorsteven daarheen gekeerd. Het vaarwater wordt door het schip niet belemmerd. Om 7 uur heeft men met de tenders de passagiers en bagage ontscheept en om 10 uur is begonnen de lading in lichters te lossen. Bij het 2e getij, om 4.38 hedenmiddag hoopt men het schip vlot te kunnen brengen. Sedert vanmiddag 2 uur is onafgebroken met twee sterke sleepboten van de firma L. Smit & Co. en met eigen kracht gewerkt, om te trachten de NIEUW AMSTERDAM vlot te brengen. Het schip bleek met het midden op de bodem van de rivier te rusten. Om even halfvier kwam er beweging in het schip en gelukte het, de voorsteven om te draaien in de richting van het terrein aan de Wilhelminakade. Het getij is gunstig.


09 maart 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Advertentie. Loodsschoener EMDEN. 24,10 x 6,08 x 3,32 meter. Bruto 78 en 39 netto reg. ton. Gebouwd onder speciaal toezicht van Germ. Lloyd. Gekoperd en kopervast. Nadere inlichtingen verstrekt: Jacq. Pierot Jr., Makelaar in schepen, Witte Huis, Rotterdam.


10 maart 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het stoomschip MAROWYNE, van de Kon. West-Indische Maildienst, varende in de vracht- en passagiersdienst tussen West-Indië en New York, is verkocht aan de Tropical Fruit Company te Glasgow.


11 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 maart. Volgens een bericht van 4 maart uit Palermo, zou het Nederlandse stoomschip KANGEAN 9 maart in het droogdok aldaar worden geplaatst. De schroefaskoker wordt dan gerepareerd en de schroef aangezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De Noorse bark HIPPALOS, 27 februari van Lyon te Rotterdam aangekomen, is naar Nederlands-Indië verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 maart. De sleepboot BOM JESUS arriveerde 7 maart van Delfzijl te St. Paul de Loanda. (opm: nieuwbouw schip van Gebr. Niestern, bouwnummer 120)


12 maart 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 12 maart. Hedennamiddag werd van helling No. 3 van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij alhier, met goed gevolg te water gelaten het stoomschip HOUTMAN, in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij alhier, voor haar dienst Java-Australië.
De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 392’-0", breedte 49’-0", holte tot het bovendek 28'-9”. De waterverplaatsing op 22'-0'' diepgang bedraagt 8.775 ton. Op 22'-0'' diepgang zal het schip een snelheid van 13 mijl met 75 omwentelingen van de schroef per minuut moeten behalen. Het schip is gebouwd naar het “full-deck" type, volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas, met tentdek, bakdek, promenade- en sloependek en is ingericht voor 85 passagiers eerste klasse en 17 passagiers tweede klasse. De inrichting van hutten, salons, enz. is uiterst modern en luxueus. Tevens wordt het schip voorzien van de nieuwste Marconi-inrichting. De verblijven van officieren en machinisten bevinden zich op het sloependek. De triple-expansie machines, 3.400 ipk sterk, zijn vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen & Spoorwegmaterieel, alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 maart. De Noorse bark HIPPALOS, 27 februari van Lynn alhier aangekomen, groot bruto 1.352 en netto 1.295 reg.ton, in 1885 te Dundee gebouwd, is naar Nederlands-Indië verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart onderzocht het aan de grond lopen nabij Dirhagen, op 3 februari jl. van het stoomschip TITAN, gezagvoerder H. Regoort te Watergraafsmeer, rederij Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.
De gezagvoerder H. Regoort vaart 1½ jaar als kapitein en had reeds tijdelijk op de TITAN, groot 564 netto registerton, gevaren.
Op 31 januari was men van Amsterdam vertrokken, beladen met oud roest, gietijzer, staal, balkijzer, enz. De lading was goed gestuwd. Wel gingen even buiten IJmuiden enige staven aan het rollen, ten gevolge van het slingeren van het schip. Doch van slagzij was geen sprake. Men heeft de rollende staven eenvoudig vastgezet, waarmee dit verholpen was. Ook had men deklast: 107 staven ijzer, die behoorlijk gestut zijn. De TITAN voer steeds met deklast. Om 10 uur kwam men te IJmuiden. En daar het zeer slecht weer was, besloot men op handzamer weer te wachten, alvorens uit te varen. De 1e februari, ‘s morgens te 9 uur is men uitgeklaard voor de reis naar Stettin. Heel de dag was het weer zeer slecht geweest. Er woei een zware ZW wind, terwijl men aanhoudend stortzeeën overkreeg. Naderhand werd het iets beter. Doch steeds kreeg het schip stortzeeën over, terwijl het vaartuig aanhoudend slingerde. Zo bereikte men Holtenau aan het Kaiser Wilhelm Kanaal. Op weg van Holtenau naar Stettin was het weer zeer slecht. Sneeuwbuien, zware wind en stortzeeën wisselden elkaar af. Nabij gekomen, in de avond van 3 februari, was er slechts weinig zicht. Voortdurend werd er gelood, toen men een fluitsignaal hoorde, dat niet kon komen van het vuurschip ‘Jelze’, naar het oordeel aan boord. Daarom werd besloten van de boei af te gaan sturen. Later bleek, dat men toen reeds in de branding zat. Langzaam ging men voorwaarts, tot men te 7 uur een lichte stoot voelde. Hoewel onmiddellijk volle kracht achteruit werd geslagen, bleef men vastzitten. leder half uur werd toen gepeild. Bij de machine geraakte het circulatie-ventiel vol zand, zodat te 9 uur de machine geheel gestopt moest worden. Het vaartuig kwam erg in het nauw. Zeeën sloegen over en ten gevolge van de stranding helde het schip over, zodat een deel van de deklast prijs moest worden gegeven. Na gehouden scheepsraad werden de reddingboten in gereedheid gebracht. Noodsignalen werden gehesen, teertonnen ontstoken, fluitsignalen gegeven, terwijl de voorgeschreven lichten werden ontstoken. Wegens de zware zeeën werden geen reddingboten uitgezet. Het anker werd ‘s nachts van bakboord naar stuurboord gebracht. Van een sloep werd ten gevolge van de stortzeeën de gehele inventaris weggeslagen. Ook kreeg men brandschade, doordat een brandende teerton een mast deed ontbranden, welke brand echter spoedig geblust kon worden. Te 5 uur 's morgens brak de stuurboordankerketting. Toen kwam de reddingboot van het land, die meedeelde, 's nachts vergeefs beproefd te hebben, het schip te naderen. Het weer was toen wat handzamer geworden. Men gaf telegrammen af aan de reddingboot, die een lijn bevestigde en zo verbinding met het land tot stand bracht. Doch de bemanning bleef met de kapitein aan boord. Te 4 uur 30 min. kwam een sleepboot, met behulp waarvan men te 6 uur 15 min. weer vlot kwam. Met eigen kracht bereikte men Warnemünde, waar de schade, die het vaartuig bekwam, zeer gering bleek. Ook werd nog gehoord de stuurman W. v.d. Giesen. De Raad zal later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 220313)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Uit de hand te koop: Een zeer goed onderhouden zeetjalk, groot 176 ton netto, met complete inventaris en uitrusting.
Te bevragen bij de firma Joh. Berg, Scheepswerf en Machinefabriek, Delfzijl.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 11 maart. Van de werf van de firma Wortelboer & Co. werden heden met goed gevolg te water gelaten een stalen elevator, bestemd voor Belgrado, en een stalen sleepkaan, groot 850 ton, voor Hollandse rekening. De kielen werden gelegd voor een sleepkaan van 850 ton en voor twee dito van 1.500 ton, alle drie voor Duitse rekening.


13 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 maart. Men seint ons uit Londen: Het Nederlandse stoomschip OPHIR van Rotterdam naar Batavia bestemd zal, omdat er een schroefblad verloren is gegaan, onmiddellijk in het droogdok van Suez worden geplaatst. Men seint ons nader uit Londen: Terwijl het Nederlandse stoomschip OPHIR in het dok zou gaan te Suez, heeft het de grond geraakt, 300 ton lading moet nu worden gelost voordat het stoomschip kan worden opgenomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 maart. Naar wij vernemen gaat het stoomschip OPHIR vanmiddag te Suez in het droogdok.


14 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 maart. Het Nederlandse stoomschip KANGEAN, van Amsterdam naar Batavia bestemd, 18 februari met defecte schroef en schroefaskoker te Palermo aangekomen, heeft aldaar gerepareerd en heeft gisteren de reis van daar naar Batavia voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Vredenhof’, firma Wed. J.L. Ceuvel, werden te water gelaten een ponton-stoomlichter, groot 70 ton, een directiemotorboot en een passagiers-motorboot, de beide laatste voorzien van Kromhout-motoren, alle voor Amsterdamse rekening.


15 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

L. Smit & Co’s Sleepdienst. Het nog gestadig steeds toenemende verkeer op scheepvaartgebied naar en van de verschillende overzeese havens en de steeds grotere afmetingen van schepen, droogdokken en andere drijvende voorwerpen, die over zee worden vervoerd, heeft het voor de N.V. L. Smit & Co's Sleepdienst, alhier, noodzakelijk gemaakt haar vloot met een tweetal krachtige sleepboten uit te breiden. Ter bestrijding van de kosten van aanschaffing, machtigde de algemene vergadering van aandeelhouders van 19 dec. 1912 de directie een obligatielening aan te gaan, groot NLG 225.000. rentende 4½ procent. Deze obligaties zullen thans van 26 maart af door bemiddeling van de heren Johs. Eck & Zoon, alhier, door verkoop aan de markt worden gebracht, aanvankelijk tot een minimumkoers van 100 procent. De obligaties zijn groot NLG 1.000 en voorzien van halfjaarlijkse coupons, vervallende 1 januari en 1 juli. De eerste coupon vervalt 1 juli 1913 en is groot NLG 11,25 voor verschenen 3 maanden rente van 1 april 1913 af. De lening is a pari aflosbaar door jaarlijkse uitloting in uiterlijk 20 jaar, doch de vennootschap behoudt zich het recht voor tot vervroegde gehele of gedeeltelijke aflossing over te gaan.
Het prospectus bevat nog de volgende mededelingen omtrent de toestand van de vennootschap. Het reservefonds bedroeg op 1 september 1912 NLG 192.000, terwijl alvorens tot enige winstverdeling aan aandeelhouders kan worden overgegaan, blijkens statuten telken jare een zeker percentage van de waarde van het materieel wordt afgezonderd tot vorming van een waarborgfonds voor obligatiehouders, welk fonds thans NLG 131.180 bedraagt. Het totaal bezit van de vennootschap vertegenwoordigde op 1 september 1912 een balanswaarde van NLG 1.238.000, waar tegenover een obligatieschuld van NLG 611.000 stond.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan het verslag over 1912 van de N.V. Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum's Stoomvaart Maatschappij alhier, ontlenen wij het volgende.
De gunstige verwachting, aan het einde van het vorige jaarverslag uitgesproken, is ten volle bewaarheid, niettegenstaande het sluiten van de Dardanellen aan drie van de stoomschepen een aanmerkelijk tijdverlies berokkende en ook de staking in de Duitse kolenmijnen en een staking van de kolenwerkers hier ter stede belemmerend heeft gewerkt op de belading van enkele van de stoomschepen, die vóór het uitbreken van deze stakingen van Rotterdam uit bevracht waren, terwijl door de stakingen in Engeland enige stoomschepen in ballast uitgezonden moesten worden. Averijen van aanbelang zijn niet voorgekomen. Het materiaal bevindt zich in uitstekende staat. Het in maart in de vaart gekomen stoomschip OOSTDIJK blijft aan de gestelde goede verwachtingen voldoen. Begin januari 1913 kwam het door de Rotterdamsche Droogdok Mij. gebouwde stoomschip WESTERDIJK in de vaart. In juni werd met de Droogdok-Mij. gecontracteerd voor de bouw van een stoomschip van circa 5.600 ton draagvermogen, op te leveren in maart 1914. Sedert het sluiten van dit contract zijn de prijzen voor de bouw van stoomschepen belangrijk gestegen.
Na aftrek van onkosten, rente op de lening, gehele afschrijving van onkosten op de lening, benevens een afschrijving van NLG 199.485 (v. j. NLG 102.702) op de stoomschepen, bedraagt de netto bedrijfswinst NLG 428.510 (NLG 129.476). De directie stelt voor aan aandeelhouders 20 (9) procent dividend uit te keren, het reservefonds te brengen op NLG 100.000 en het ketel- en reparatiefonds op NLG 125.000, zodat de totale reserve op 1 januari 1913 bedraagt NLG 225.000. Na betaling van bedrijfsbelasting en tantièmes, blijft een saldo van NLG 25.102 voor overdracht op nieuwe rekening over.
De vooruitzichten voor 1913 noemt het verslag gunstig.
De voornaamste activa van de balans zijn: Stoomschepen NLG 1.550.000 (v.j. NLG 1.408.000), stoomschip in aanbouw NLG 365.725 (NLG 100.111), vooruitbetaalde assurantiepremie NLG 15.103 (NLG 15.071), diverse debiteuren NLG 19.211 (NLG 38.298), kas en kassier NLG 174.193 (NLG 78.124) en saldo lopende reizen NLG 39.143 (NLG 33.113). Daar tegenover staan o.a. in het passief, behalve het geplaatste kapitaal ad NLG 800.000 en de reeds genoemde reserve en het ketel- en reparatiefonds: Lening NLG 880.000 (NLG 740.000), diverse crediteuren NLG 11.634 (NLG 5.353), benevens de posten dividend, tantièmes, enz.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 maart. Voor de gemeente Antwerpen worden aan Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf alhier 2 elevators gebouwd. Wij vernemen dat de pontons 3 en 4 benevens de ketels daarvoor reeds gereed zijn gekomen. De machinerieën en zuigers die door de firma Luther te Brunswijk zijn vervaardigd zijn reeds alhier aangekomen en worden door bovengenoemde fabriek op die pontons gemonteerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 maart. Het in 1904 te Zaltbommel gebouwde stoomschip SEQUALL, groot bruto 369 register ton, lang 140.4, breed 24.2 en hol 10.4 Engelse voet, is door de Union Steamship Company of New Zealand Ltd. te Londen en Dunedin N.Z. aan een koloniale firma verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 maart. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Gibraltar heeft het van Rangoon naar Hamburg bestemde Nederlandse stoomschip GRAMSBERGEN een schroef verloren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 13 maart. De met meel van Kiel naar Papenburg bestemde Nederlandse tjalk HILLEGIENA is op de rede alhier liggende aangevaren door de Duitse schoener CHRISTIAN CARL. De tjalk, zwaar aan het achterschip beschadigd, is alhier in de haven gebracht. De CHRISTIAN CARL, heeft slechts weinig schade.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
In het verslag over het boekjaar 1912 wordt herinnerd aan de overeenkomst met de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, krachtens welke deze laatste bijna alle aandelen van de Koninklijke West-Indische Maildienst heeft verkregen. De met de United Fruit Company gevoerde onderhandelingen, om het aantal afvaarten van de vruchtenschepen van Paramaribo verder te beperken, faalden en op 10 september 1912 deelde de United Fruit Company mee, dat zij het bananenvervoercontract wenste te ontbinden op grond dat: „de bananencultuur in Suriname niet geslaagd is" en dat zij overeenkomstig het contract de vier vruchtenschepen zou overnemen. De directie van de Kon. West-Indische Mail betreurt dat dit besluit genomen werd juist toen uit Suriname hoopvoller berichten voor de toekomst van de bananencultuur tot ons kwamen; zij heeft getracht de United Fruit Company te bewegen de overname van twee van de schepen uit te stellen, doch het mocht slechts gelukken deze schepen tot februari en maart 1913 in dienst te houden. De stoomschepen SARAMACCA en MAROWIJNE werden respectievelijk in november en december door de U.F.C. overgenomen. Het ligt in de bedoeling van de directie een veertiendaagse dienst tussen New York en Paramaribo te blijven onderhouden; de hiervoor aan te schaffen schepen zullen echter niet van koelinrichtingen voorzien zijn. De oplevering van de bij de firma Wm. Hamilton & Co. Ltd. te Glasgow in aanbouw zijnde schepen ondervindt aanzienlijke vertraging door ongunstige weersomstandigheden en door staking. De stoomschepen in de hoofdlijn varende, volbrachten in het boekjaar 1912, 27 reizen en die, welke in de vruchtenlijn voeren, volbrachten 39 reizen. In de loop van het jaar zijn vier van de schepen, in de hoofdlijn varende, van draadloze telegrafie voorzien. Hoewel feitelijk behorende tot het volgende boekjaar, deelt de directie mee, dat in maart 1913 twee passagiersschepen zijn besteld van ongeveer 5.000 ton draagvermogen bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij Amsterdam. Voor ernstige averijen werd de vloot gespaard. Het goederen- en passagiersvervoer ontwikkelde zich gestadig. In de hogere vrachten, die men in dit jaar kon maken, werd compensatie voor de meerdere bedrijfskosten als gevolg van de stijging van de lonen en de hogere prijzen van materialen, proviand en steenkolen. Het geldelijk resultaat, verkregen met de exploitatie over het jaar 1912, is gunstig en stelt in staat, de uitkering van een behoorlijk dividend voor te stellen.
De directie stelt voor, aan het ondersteuningsfonds toe te voegen NLG 80.000 en voor extra afschrijving te reserveren NLG 50.000. De winst- en verliesrekening sluit met een voordelig saldo, groot NLG 886.698. Wordt hiervan afgetrokken: Het nadelig saldo van de interestrekening NLG 8.848 (v.j. NLG 21.131), het koersverschil op beleggingen NLG 9.086, afschrijving op de stoomschepen NLG 381.247 (v.j. NLG 384.796), afschrijving op ponten en barkassen, op inrichtingen te Paramaribo en op kantoorgebouw totaal NLG 14.000, voor het ondersteuningsfonds NLG 80.000, voor reserve tot extra afschrijving NLG 50.000, dan blijft voor verdeling beschikbaar NLG 323.515 (v.j. NLG 293.688) en hiervan 7% als dividend uit te keren.
Het kapitaal werd gebracht op NLG 7.000.000, waarvan NLG 3.500.000 is geplaatst. Van de 4% geldleningen van 1900 en 1907 waren op 1 januari 1912 in omloop 1.936 obligaties tot een bedrag van NLG 1.936.000. Het bedrag van de leningen 1900 en 1907 op 31 december 1912 is NLG 1.830.000.
De 10 stoomschepen van de Maatschappij staan op de balans voor NLG 3,439,400, er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 2.928.333; de ponten en barkassen voor NLG 5.000, er is op afgeschreven NLG 22.642; de loods en het schaftlokaal te Amsterdam voor NLG 1, er is op afgeschreven NLG 35.771; de loodsen en steigers te Paramaribo voor NLG 104.000, er is op afgeschreven NLG 254.664; het kantoorgebouw voor NLG 40.000, er is op afgeschreven NLG 34.106. Het reservefonds was op 1 jan. 1912 groot NLG 199.100, het bedraagt thans NLG 227.100. Het assurantiefonds bleef onveranderd op NLG 500.000. Het ondersteuningsfonds voor het personeel bedroeg op 1 januari 1912 NLG 52.166, het bedraagt thans NLG 137.805. De commissarissen, de heren mr. H.J. Smidt en Abram Muller zijn volgens rooster aan de beurt van aftreden, doch herkiesbaar.


16 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 maart. De zeesleepboot GEERTRUIDE, 175 ipk, gebouwd in 1910 onder klasse Franse Veritas, toebehorende aan de rederij Zwart en Frater Smid te Delfzijl, is door de makelaar Jacques Pierot Jr. alhier, naar het buitenland verkocht.


17 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 16 maart. Het Engelse stoomschip EASTWELL, met rijst naar Zaandam bestemd, is binnenkomend op de kop van de Noordpier gelopen en bij de invaart gedeeltelijk gezonken. De uit 74 personen bestaande bemanning werd door de sleepboot IJMUIDEN gered. De EASTWELL van de Well Line Ltd. te Sunderland, werd in 1912 door de firma J. Laing & Sons Ltd. te Sunderland gebouwd. Het stoomschip is groot bruto 4.930 en netto 3.115 register ton. (opm: de lading bestaat uit 80.000 balen rijst)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 16 maart. De Nederlandse motorschoener ZEEMEEUW, komende van Gent bestemd naar Trequier is wegens slecht weer alhier op de rede geankerd, tevens zijn er nog enige stoomboten, die ook naar zee bestemd waren op de rivier geankerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 maart. De sleepboot ZUIDERZEE, van de sleepdienst J. H. Bergmann te Amsterdam, is naar Algiers verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 14 februari. Het, stoomschip VAN NOORT stootte 8 februari op het Karang Hadjie rif in de Straat van Banka, maar werd vlot en te Tandjong Priok in het droogdok gebracht. De bodem heeft op verschillende plaatsen geleden, de schroefbladen zijn verbogen en klinksels onder ruim 1 gesprongen.


18 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op de 12e van de verslagmaand ( december 1912) kwam het stoomschip TANTALUS van de Holtline, op de rede van Sabang aan met 648 terugkerende pelgrims aan boord. Onder de terugkerenden waren er geen zieken of verdachten. Ook de stoomschepen FLORES van de Mij. Nederland. MALANG van de Rotterdamsche Lloyd, TIMOR van de Mij Nederland en BALI van de Mij Nederland kwamen, de 2 eerst genoemden op de 19e en de laatst genoemden op de 23e en 27e van de verslagmaand op de rede van Sabang
aan, respectievelijk met 636, 630, 618 en 600 terugkerende pelgrims, waaronder geen zieken werden aangetroffen. Gedurende verslagmaand werd Sabang bezocht door: 14 Nederlandse schepen, 42 Nederlands Indische schepen, 19 Engelse schepen, 6 Duitse schepen, 3 Zweedse schepen, 1 Deens schip en 1 Russisch schip. Bovendien kwamen de 29e op de rede aldaar de torpedobootjagers FRET en WOLF. Totaal 87 tegen 77 stoomschepen in de vorige maand.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 maart. De positie van het stoomschip EASTWELL is nog niets veranderd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 maart. Vanochtend is het Engelse stoomschip GLAUCUS, komende van Java, bij het binnenkomen van de haven alhier door de ongewone stroom uit de koers geraakt en dicht langs de gezonken EASTWELL stomende, bij de Noordpier tussen pier en strekdam aan de grond geraakt. Sleepboten waren aanwezig, doch assistentie werd niet verlangd, aangezien men hoopte met eigen kracht en in ieder geval te half twaalf met hoog water vlot te komen. Dit is niet geschiedt. Wel is er met eigen boot een anker uitgebracht, doch zonder assistentie zal het stoomschip vermoedelijk niet slaags komen. Binnenkomende schepen dienen nauwkeurig acht te slaan van de door het zinken van de EASTWELL verlegde stroming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 maart. De vissloep MD 11 geraakte vanmorgen bezuiden de Zuidpier op strand. De bemanning werd door de reddingboot gered. Het schip zit hoog.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. Het klipperschip ORA ET LA BORA is heden in publieke veiling door de makelaar Jacques Pierot voor NLG 3.800 verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 maart. Men seint ons uit Hamburg: De met steenkolen van Emden naar Zweden (opm: Gunnebo) bestemde Nederlandse tjalk POOLSTER geraakte gisteren op het Gross Vogelsand vast. De sleepboot FAIRPLAY bracht het schip vlot en te Cuxhaven binnen. De POOLSTER heeft schade aan de zeilen en heeft een anker verloren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terschelling, 18 maart. De tjalk VRIENDSCHAP, schipper H. Heeres, geladen met schelpen, is in de richting van paal 330 van de vuurtoren Ameland vergaan. De bemanning bestaande uit schipper, diens zoon en knecht zijn door de BRANDARIS gered en afgelopen nacht 3 uur alhier aangebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 18 maart. In de Oost Meep lagen geankerd de schepen DE VROUW SIETSKE, schipper Bakker van Makkum, en DEO JUVENTE, schipper Posthuma, van hier, die blijkbaar door de storm van hun ankers zijn geslagen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Een schip gestrand. Zondagnamiddag heeft de Nieuwe Berging-Maatschappij te Maassluis met de kapitein van het tussen de pieren van IJmuiden gestrande Engelse stoomschip EASTWELL een contract gesloten tot berging van schip en lading op de basis no cure, no pay. Gisteravond was de positie van het stoomschip nog onveranderd. De zee sloeg voortdurend over het schip heen. Bergingsmateriaal ligt te Maassluis gereed om bij gunstig weer onmiddellijk naar de plaats van stranding te vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 maart. De Nederlandse sleepboot THAMES, met het sleepschip NUBIAN van Kaapstad naar Liverpool arriveerde 16 maart voormiddags te Dakar.


19 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In het verslag over 1912, uitgebracht in de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders in Hudig & Veder’s Stoomvaart Maatschappij alhier, lezen wij o.a.:
De vrachtcijfers werden gedurende het afgelopen boekjaar steeds beter en daar de stoomschepen voor geen lange termijn waren bevracht, konden zij van de zoveel verbeterde toestand ten volle profiteren. De behaalde resultaten zouden een hoger dividend toelaten dan hieronder wordt voorgesteld, doch daar de boekwaarde van de schepen nog steeds niet geheel in overeenstemming was met de marktwaarde, hebben wij in overleg met de commissarissen de voorkeur gegeven aan een zeer ruime afschrijving en een belangrijke versterking van het reparatiefonds. Het saldo, dat dan overblijft, is toch nog voldoende om een flink dividend uit te keren.
Het voordelig saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG 222.608 (v.j. NLG 130.790) waarvan na betaling van de obligatierente à NLG 7.495 en afschrijving van NLG 20.000 volgens de statuten, een bedrag overblijft waaruit een extra afschrijving kan plaats hebben van NLG 80.000 (v.j. in het geheel op stoomschepen afgeschreven NLG 55.000) en een betaling van 7 procent op de preferente (evenals verleden jaar) en 11½ procent op de gewone aandelen (v.j. 4 pct.) terwijl een bedrag van NLG 32.000 (v.j. NLG 8.000) kan worden gereserveerd voor reparaties en survey’s. Deze reserve wordt daardoor gebracht op NLG 40.000. De afschrijving van NLG 100.000 zal worden gebruikt om het nog lopend bedrag van de obligatielening geheel af te lossen.
Het stoomschip CELAENO maakte in dit jaar nog één reis voor rekening van de maatschappij en werd daarna voor haar boekwaarde verkocht. De stoomschepen CALLISTO en THEMISTO vinden in hoofdzaak geregeld emplooi in de Burg Lijn op Savannah. Beide stoomschepen verkeren, volgens het verslag, in uitstekende toestand. Averijen van enige betekenis kwamen er niet voor. De heer P. Smit Jr. werd door de vergadering als commissaris herkozen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 maart. Het bergingsvaartuig BUFFEL, arriveerde vanmiddag, gesleept door de OOSTZEE, voor het stoomschip EASTWELL.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 18 maart. De waarde van de rijstlading in het stoomschip EASTWELL nabij IJMUIDEN gezonken, wordt geschat op GBP 54.000, en indien al de doppen, voordat de lading was ingescheept, zijn verwijderd, dan kan de waarde op GPB 10.000 meer worden geschat. De vracht was verzekerd voor GBP 11.000 en het casco voor GBP 55.000. Met de verdere nog op een en ander lopende verzekering kan de gehele assurantie worden geschat op GBP 130.000. De EASTWELL bracht een van de eerste ladingen rijst van dit seizoen aan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan het verslag over 1912 van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, uit te brengen in de op 2 april te Amsterdam te houden algemene vergadering van aandeelhouders, ontlenen wij het volgende:
Het aantal reizen, door de schepen van de Maatschappij volbracht, bedroeg 420 tegen 361 in 1911. Vervoerd werden 1.176.566 ton lading tegen 921.395 ton in 1911, terwijl het bruto vrachtcijfer 7.884.013 NLG (v.j. 5.815.811 NLG) bedroeg.
In het afgelopen jaar werd het kapitaal van de vennoot tweemaal uitgebreid. De eerste maal vond reeds vermelding in het vorige jaarverslag, terwijl, gelijk in de buitengewone algemene vergadering van deelhebbers op 24 juni 1912 werd medegedeeld, bij de directies en bij de colleges van commissarissen van de Koninklijke West-Indische Maildienst en van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij de bedoeling voorzat, te trachten de belangen van beide maatschappijen samen te voegen, welk doel men zich voorstelde te bereiken, door de gelegenheid open te stellen aandelen Koninklijke West-Indische Maildienst à pari om te wisselen tegen aandelen in de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. Het kapitaal steeg door deze uitbreiding van 6.000.000 NLG op 11.500.000 NLG, doch daar een kleine fractie van aandeelhouders in de Koninklijke West-Indische Maildienst niet van de gelegenheid tot inruiling gebruik maakte bevonden zich op 31 december jl. nog 97.500 NLG aan aandelen in portefeuille.
De gang van zaken beantwoordde ten volle aan de in het vorige jaarverslag uitgesproken verwachtingen. Er was gedurende het grootste deel van het jaar overvloed van lading op alle lijnen en de vrachten waren zeer bevredigend. Slechts het uitbreken van de Balkanoorlog deed de uitvoer naar de Levant nagenoeg ophouden. Het vooruitzicht, dat het economische herstel dier zwaar geteisterde landen geruime tijd zal vereisen, de rijzing van de steenkool-prijzen, een verhoging van de algemene exploitatiekosten en de onzekerheid van de duur van de huidige conjunctuur in handel, nijverheid en scheepvaart geven aanleiding tot het reserveren van belangrijke bedragen.
Met ingang van 1 januari 1913 voerde de maatschappij een weduwen en wezenpensioen in voor het vaste personeel aan de wal, dat in tegenstelling met het zeevarend personeel dit recht miste. In verband daarmede wordt het pensioenfonds met 100.000 NLG gedoteerd.
Met de bouw van woningen voor beambten, gunstig ten opzichte van de IJkade gelegen, zal in de loop van dit jaar een aanvang worden gemaakt. Ook hiervoor wordt een speciale reserve raadzaam geacht.
Met de Stoomvaart Maatschappij Nederland, de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, de Java-China-Japan Lijn, de Koninklijke West-Indische Maildienst en de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij werd overeengekomen voor gezamenlijke rekening een kantoorgebouw op te richten. Dat ‘Het Scheepvaarthuis’ zal heten. Een naamloze vennootschap werd daartoe gevormd, aan wie de aan de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij behorende en intussen uitgebreide terreinen aan de hoek van Prins Hendrikkade en Binnenkant tot aankoopprijs plus interest tegen aandelen in genoemde vennootschap en een klein saldo in contanten zijn overgedaan. Op de waarde van die aandelen wordt 100.000 NLG afgeschreven.
De extra reserve groot 140.000 NLG en de reserve voor onvoorziene schadeposten groot 100.000 NLG worden samengevoegd onder de benaming reserve voor diverse belangen en daaraan toegevoegd 120.000 NLG, zijnde ongeveer het gehele bedrag van de agio winst op de uitgifte van aandelen in januari 1912, benevens de extra dotatie van nog 100.000 NLG, waardoor de reserve voor diverse belangen op 460.000 NLG wordt gebracht. Het assurantie fonds wordt verhoogd met 100.000 NLG.
De vloot vermeerderd met de stoomschepen: JASON, groot 5.340 ton draagvermogen, FORTUNA, groot 2.050 ton en FAUNA, groot 2.050 ton, alle gebouwd bij de N.V. Werf v/h. Rijkée en Co. en het stoomschip LUNA, groot 2.030 ton, gebouwd bij de firma A. Vuijk en Zonen. Voort kocht de maatschappij, om in dringende behoefte aan ruimte te voorzien, drie in de vaart zijnde schepen resp. 4.900, 4.750 en 3.450 ton groot, die onder de namen HECTOR, SIRIUS en OBERON aan de vloot zijn toegevoegd. Thans zijn voor de rekening
van de maatschappij in aanbouw een stoomschip van 3.500 ton, en één van 2000 ton, ter oplevering in de aanstaande zomer, één stoomschip van 4.000 ton ter oplevering in maart 1914, terwijl in den aanvang van 1913 twee stoomschepen zijn besteld, ieder van 3.000 ton, welke in juni 1914 gereed moeten zijn. Voor belangrijke averijen bleef de vloot gespaard.
De vaart op Danzig en Koningsbergen werd in het voorjaar tot een werkelijk afzonderlijke dienst, op ieder dier haven uitgebreid, terwijl in juli jl. teneinde de verbinding met de betrokken havens te verbeteren de lijn op de Levant en de Zware Zee in twee lijnen werd gesplitst t.w. één op Griekenland en Klein-Azië, de andere op Europees Turkije en Odessa.
Daar het terrein aan de IJkade, waarheen dezer dagen ook het bedrijf van de West-Indische Maildienst overgebracht wordt, veel te klein werd, is aan de gemeente 500 meter kadelengte aan de Noordoever van de IJkade in huur aangevraagd, waarvan voorlopig 250 meter voor de bouw van een loods in beslag genomen zal worden. Daar hiermee op de IJkade geen terreinen meer beschikbaar zijn hoopt de directie dat de gemeente alsnog middelen zal vinden om in de nabijheid van het terrein nieuwe kaden aan te leggen.
De Nieuwe Rijnvaart Mij. werkte wederom zeer bevredigend. Haar dienst werd in het afgelopen jaar tot Straatsburg uitgebreid. Zij kon na aanzienlijke afschrijvingen 6 pct. uitdelen. Haar vervoer bedroeg 358.928 ton, tegen 257.171 ton in 1911. Haar vloot telt 23 stoomschepen, waarvan drie in aanbouw. De winst en verliesrekening vermeldt aan baten:
Saldo vorig jaar 4.894 NLG (10.418 NLG), vaart van de stoomschepen 2.816.793 NLG (1.654.947 NLG), assurantie eigen risico 33.194 NLG (21.722 NLG), dividend Nieuwe Rijnvaart Mij., Kon. West-Ind. Maildienst en terug storting directie tantième 248.382 NLG (v.j. 59.880 NLG Rijnvaart Mij.), reserve voor onvoorziene schadeposten 100.000 NLG, extra reserve 140.000 NLG (v.j. diverse reserve 9.500 NLG), interestrekening 38.291 NLG (nihil), winst op verkoop van een lichter 4.058 NLG (v.j. koersverschillen 900 NLG) en agio winst 124.946 NLG.
Na aftrek van de onderhoudskosten van de schepen, algemene onkosten enz. enz. blijft er een bruto winst van 2.204.794 NLG, en na afschrijving van 615.560 NLG (482.156 NLG) op stoom- en lichterschepen, op de inrichting IJkade en de loods te Rotterdam, een netto winst van 1.589.234 NLG (474.690 NLG), waarvan 540.000 NLG bestemd wordt voor de reeds gemelde toevoeging aan het pensioenfonds en de reserve voor woningbouw en de afschrijving op aandelen Scheepvaarthuis, benevens voor toevoeging aan get assurantiefonds en de reserve voor woningbouw, terwijl voorts 9 (v.j. 7) pct. dividend wordt uitgekeerd over het tot. 11.402,500 NLG verhoogde kapitaal.
De balans vermeldt aan activa: stoomschepen en lichterschepen (kostprijs 12.241.131 NLG) 8.025.466 NLG (v.j. 6.246.302 NLG) stoomschip in aanbouw 101.940 NLG (270.233 NLG) inrichting IJkade (kostprijs 1.120.214 NLG) 685.000 NLG (700.000 NLG), kantoorgebouw, onveranderd, 30.000 NLG, steiger Prins Hendrikkade 1 NLG (v.j. percelen Prins Hendrikkade en binnenkant 190.213 NLG) meubilair, onveranderd, 1 NLG, loods te Rotterdam (kostprijs 46.433 NLG) 10.000 NLG (21.000 NLG), aandelen en obligaties Nieuwe Rijnvaart Maatschappij 1.182.000 NLG (1.190.000 NLG), aandelen Koninklijke West-Indische Maildienst 3.402.500 NLG, id. N.V. Het Scheepvaarthuis (kostprijs 162.000 NLG) 92.000 NLG, andere effecten en prolongaties 1.215.283 NLG (448.131 NLG), kassa en kassier 42.202 NLG (44.783 NLG), wissels en portefeuille 30.601 NLG (37.177 NLG), debiteuren 863.094 NLG (381.157 NLG), beleggingen in het assurantie-fonds 532.427 NLG (534.992 NLG) id. pensioenfonds 542.781 NLG (527.623 NLG) en scheepsbehoeften 15.858 NLG (12.224 NLG).
Daartegenover staan in het passief: maatschappelijk kapitaal (waarvan 97.500 NLG in portefeuille) 11.500.000 NLG (6.000.000 NLG), 4pct. obligatielening 1909 1.840.000 NLG (1.920.000 NLG), crediteuren 569.878 NLG (780.185 NLG), assurantiefonds 640.000 NLG (540.000 NLG), pensioenfonds 707.616 NLG (567.829 NLG), voorts de reserves voor ongevallen, diverse belangen, woningbouw en diverse kleine reserves, benevens de posten dividendrekening, te betalen obligaties, coupons en achterstallig dividend en winst en verlies.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 maart. Ten einde te trachten op eigen kracht vlot te komen, heeft de N.V. Sleepdienst Vischploeg aangenomen een zwaar anker uit te brengen. Indien assistentie daarbij nodig blijkt, zal die verleend worden door de sleepboot IJMUIDEN van dezelfde vennootschap.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 maart. Vanochtend zijn duikers op het stoomschip EASTWELL aan het werk geweest. Zij hebben een gat in ruim nº 2 en een in de machinekamer gevonden. Men hoopt deze gaten te kunnen stoppen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 19 maart. Met de sleepdienst Zurmühlen is akkoord gemaakt om het gestrande stoomschip GLAUCUS vlot te brengen. Vannacht met hoog water, wordt een poging gedaan, voldoende materiaal voorhanden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 18 maart. Het sleeplichterschip WILHELMINA, voorheen bevaren door J. Koops te Farnsum, is verkocht aan de heer A. Houwing alhier voor NLG 6.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 maart. Grote hoeveelheden strandgoederen afkomstig van het stoomschip EASTWELL, die aan het Noorder- en Zuiderstrand aandrijven, worden per schuit en per wagen aangebracht. Daar onder zijn de inhoud van een stukgeslagen reddingboot van de EASTWELL, roeispanen, zwemgordels, water- en proviandtonnen enz. Voorts veel gebroken houtwerk en meubilair, kijkers, kledingstukken enz.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 maart. De Engelse stoomtrawler EDINGBURGH, A 897, is aangekocht door de N.V. Stoomvisscherij Maatschappij Zaanstroom III alhier.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 19 maart. Naar men ons meedeelt is de sleepboot GEERTRUIDA, van de Firma Zwart en Frater Smit te Delfzijl, verkocht naar Rusland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 maart. De zeesleepboot GEERTRUIDA van de rederij Zwart en Frater Smid te Delfzijl, is naar het buitenland verkocht.


20 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan het verslag over 1912 van Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, ontlenen wij het volgende:
Het jaar 1912 heeft zich gekenmerkt door ernstige bedrijfsstoringen en hoge vrachtprijzen. De mijnwerkersstakingen in Groot Brittannië en Westfalen hebben een tijd lang het bedrijf ontwricht en een groot aantal schepen tot stilliggen genoodzaakt Ook de dokwerkersstaking te Londen en de staking op de spoorwegen in Argentinië hebben grote stagnatie veroorzaakt. In niet mindere mate was dit het geval door de sluiting van de Dardanellen en de niet op een druk verkeer berekende haventoestanden te Kroonstad en St. Petersburg. Deze gebeurtenissen hebben het scheepvaartbedrijf aanzienlijke verliezen berokkend. Anderzijds hebben zij echter een belangrijke inkrimping van het transportvermogen van de wereldvloot teweeg gebracht, hetgeen, samenvallende met een overvloedig aanbod van lading, ongetwijfeld van grote invloed geweest is op de stijging van de vrachtprijzen. Was de vraag naar scheepsruimte algemeen levendig, in buitengewone mate is zulks het geval geweest in Argentinië. Dank zij de rijke oogst en een export als nooit te voren, heeft dit land een enorme hoeveelheid scheepsruimte het gehele jaar door in beslag genomen.
De schepen van de Maatschappij vonden geregeld emplooi, de eerste vier en de laatste twee maanden in de vaart op Noord Spanje, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee, Noord Amerika, de Golf van Mexico en Argentinië, gedurende de overige maanden in de houtvaart van St. Petersburg, Finland en Koningsbergen. De in de houtvaart verkregen uitkomsten, hoewel bevredigend, staan niet in verhouding tot de overige resultaten. Oorzaak hiervan is de omstandigheid, dat als naar gewoonte, reeds in het najaar afgesloten vrachtcontracten naar en van de Oostzee moesten worden afgewikkeld en de schepen ten gevolge van de onvoldoende haventoestanden in Kroonstad en St. Petersburg grote vertraging ondervonden hebben.
De buiten de houtvaart behaalde uitkomsten waren daarentegen bijzonder gunstig. De Maatschappij heeft daar van de hoge vrachtprijzen in ruime mate kunnen profiteren. Slechts een rondreis op Noord Spanje van de POOLSTER en een reis van de ALIOTH van Savannah naar Londen, de eerste door een samenloop van tegenspoeden, de laatste wegens een oponthoud van zeven weken, ten gevolge van de staking te London, hebben teleurstelling gegeven. Van noemenswaardige averijen en rampen bleef de Maatschappij verschoond. De stoomschepen DUBHE en ALCOR, onderscheidenlijk 12 juni en 24 augustus opgeleverd, hebben in ieder opzicht aan de verwachtingen beantwoord. De vennootschap beschikt thans over een vloot van negen moderne vrachtschepen met een draagvermogen van 41.170 ton. Verleden voorjaar heeft de Maatschappij met de Rotterdamsche Droogdok Mij. op aannemelijke voorwaarden voor de bouw van een derde schip, type DUBHE, ter oplevering 15 oktober a.s. gecontracteerd.
De op 1 april laatstleden gehouden emissie heeft een gunstig onthaal gevonden. Het geplaatst aandelenkapitaal is toen op NLG 1.250.000 gebracht en de beide obligatieleningen gezamenlijk op NLG 1.245.000. De hypothecaire lening op het stoomschip ALKAID ad NLG 225.000, benevens NLG 40.000 van de obligatielening 1908, werden sedert dien afgelost.
Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de bruto winst met inbegrip van het onverdeeld saldo 1911, NLG 814.866 (v.j. NLG 333.644). In mindering hiervan komen het saldo van de interestrekening ad NLG 42.844 (NLG 40.668) en de algemene onkosten ad NLG 54.441. In het reparatiefonds is gestort NLG 28.294 (NLG 20.195), overeenkomende met het in de loop van het jaar wegens reparaties aan dit fonds onttrokken bedrag en op de vloot is afgeschreven NLG 152.270 (NLG 101.955), zijnde 5,85 procent p.a. van de aanschaffingsprijs of 6,9 procent p.a. van de boekwaarde. De schepen staan nu te boek voor NLG 60 per ton draagvermogen bij een gemiddelde ouderdom, uitgedrukt per ton draagvermogen, van 37/12 jaar. Van de overblijvende netto winst ad NLG 537.016 (NLG 170.825) zal, volgens voorstel van de directie, worden uitgekeerd 20 (v.j. 10) procent dividend, terwijl aan de reserve wordt toegevoegd NLG 90.000 en aan het reparatiefonds nog NLG 60.000. Na aftrek van de tantièmes en van de bedrijfsbelasting gaat NLG 36.723 op nieuwe rekening over. De reserves stijgen thans tot NLG 250.000. Ten aanzien van de winst- en verliesrekening valt nog op te merken, dat in afwijking van de tot nu toe gevolgde gewoonte, de algemene onkosten afzonderlijk zijn opgevoerd en dat het disagio op de uitgegeven obligaties, verminderd met het agio op de per 1 april geplaatste aandelen, benevens alle emissiekosten, geheel ten laste van de onkostenrekening zijn gebracht.
De vooruitzichten voor het nieuwe boekjaar acht de directie wederom gunstig.
De tegenwoordige vrachtprijzen, hoewel belangrijk beneden het hoge peil van verleden jaar, zijn ondanks de hoge kolenprijzen en hogere personeelsuitgaven, lonend en de reeds verkregen uitkomsten bevredigend. Bovendien zijn vrachtcontracten voor de houtvaart tot betere cijfers dan de contractprijzen van het afgelopen jaar verzekerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert. 19 maart. Twee nieuwe graanelevators, te Rotterdam gebouwd, en bestemd voor Antwerpen, zijn wegens stormweer te Willemstad binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 maart. De Nederlandse drie-mast gaffelschoener CITO, kapt. Salomons, van Düsseldorf naar Southampton, is met verlies van zeilen te Yarmouth aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 20 maart. Het stoomschip GLAUCUS is vlot gesleept door de sleepboten ATLAS, TITAN en CYCLOOP.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 maart. Volgens mededeling van het loodswezen is het wrak van een tjalk gezonken op 52º29’10” NB en 00º16’58” OL; de romp steekt 1 decimeter boven water uit. Een groene wrakton is erbij gelegd en het wordt ’s nachts volgens de voorschriften verlicht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 maart. Wegens het slechte weer kan er tot nu toe niets aan het stoomschip EASTWELL gedaan worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 20 maart. Vanmiddag 2.30 werd met goed gevolg van de ‘Werf Gusto’ van de firma A.F. Smulders alhier de romp van een 100 ton stoomkraan te water gelaten, die deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De hoofdafmetingen zijn: lengte 34, breedte 14, en holte 2.80 meter. De kraan zal voorzien zijn van een 2-cilinder machine, kunnende 110 ipk ontwikkelen. De ketel heeft een verwarmend oppervlak van 80 m² werkende onder een stoomdruk van 8 kilogram. Tevens zullen de nodige stoomlieren aanwezig zijn voor het bedienen en manoeuvreren van het vaartuig. De kraan zal naar de plaats van bestemming worden gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 19 maart. Het zeilschip HOOP OP ZEGEN, schipper Slump, die de 13e maart jongstleden vanaf hier vertrok met een lading tarwe voor Hamburg, heeft op het Wad averij aan het roer gekregen. Men is voornemens het schip naar hier te slepen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Publieke verkoping. Op nader te bepalen dag en plaats, zal publiek worden verkocht: Het stalen tjalkschip VOORWAARTS, groot 151 tonnen, gebouwd in 1909, thans liggende bij de Poelebrug te Groningen. Verkoper is bereid ¾ van de koopsom onder eerste verband over het schip te laten. Inmiddels uit de hand te koop en te bevragen bij de heer J. Knoppien te Wildervank en bij Drewes en Meesenbroek, deurwaarders te Groningen, Zwanestraat 19.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nederlandsche Lloyd.
In de gisteren alhier gehouden vergadering van de Stoomvaart Mij. Nederlandsche Lloyd, werd het verslag uitgebracht over 1912, waaruit bleek, dat het stoomschip GELDERLAND werd verkocht, terwijl een nieuw schip, gebouwd op de werf, voorheen Jan Smit Czn. te Alblasserdam, groot 3.000 ton, onder dezelfde naam in de vaart kwam. Voor oplevering in dit jaar is een duplicaat stoomschip besteld. De brutowinst was NLG 206.961, na afschrijving van 5% op aanschaffingswaarde en toevoeging van NLG 12.255 aan het reservefonds, werd het dividend bepaald op 9% (v.j. 6%). De balans sluit met NLG 5.686.432. Tot commissaris werd herkozen de heer A. Maquinay.


21 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 19 maart. Uit Helgoland wordt geseind dat er 3 opvarenden van de te Wildervank thuis behorende tjalk DRIE GEBROEDERS, kapt. Wagenborg, gered zijn door de Deutschen Gesellschaft für Rettung Schiffbruchiger. De DRIE GEBROEDERS was met metselstenen voor Bremen bestemd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 21 maart. De nieuwgebouwde motorschoener, groot 300 ton, voor rekening van de heer P. Vellinga, thans te Delfzijl, gebouwd op de werf van de N.V. Scheepsbouw Maatschappij ‘Farmsum’, is thans met een winst van NLG 5.000 verkocht naar Londen, om aldaar enige verandering te ondergaan, teneinde te worden uitgerust voor de vaart naar Zuid-Amerika. (opm: zie ook NNO 050313)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 21 maart. Heden kwam alhier aan van Groningen een nieuwgebouwd twee-mast koftjalkschip, genaamd ALBATROS, groot bruto 372 m3 kapt G. Drent. Dit vaartuig, gebouwd op de werf van de heer Rubertus, Hoornschedijk (gem. Haren), heeft reeds haver geladen voor Newcastle en ligt zeilklaar.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 21 maart. In de N.O. komt een bericht voor van ongelukken, aan Nederlandse schepen in de jongste storm overkomen.
Voor Blexim sloeg het schip OSCAR, kapt. Boerma van Groningen, voor beide ankers weg en kwam in aanvaring met het schoenerschip WILHELMINA, kapt. Jonker van Wildervank. Beide schepen bekwamen belangrijke averij en zijn te Bremerhaven binnengesleept.
Het schip ZWALUW, kapt. Schothorst van Zuidbroek, moest met verlies van voorzeilen, scheepshout en belangrijke dekschade te Karlshamn (Zweden) binnenlopen.
Hel tjalkschip VRACHTZOEKER, schipper W. Slik van Winschoten, geladen met rogge van Rotterdam naar Zwolle, werd door de stoomboot HAVELAAR te Kampen binnengesleept. Doordat men te hoog hulploon vroeg, is borgstelling gedaan en het schip naar zijn losplaats vertrokken. Te Broekerhaven bij Enkhuizen werd door de hulp van visserlieden binnengebracht het tjalkschip ZWALUW, schipper Kruithof van Veendam, geladen met koemest. Een akkoord met de bergers is nog niet getroffen. Er zal borgstelling worden gedaan.
Te Enkhuizen kwam met assistentie van visserlieden binnen het tjalkschip DE HOOP, schipper Deelstra van Leeuwarden, geladen met koemest van Groningen naar Lisse. Men heeft voor hulploon een akkoord aangegaan van NLG 600.
Het met schelpen geladen vaartuig DE VROUW SIETSKE, schipper H. Bakker van Makkum, is in de Oost-Meep bij Terschelling gezonken. De opvarenden. Alle Bakker en zijn knecht Poppe W. Faber (beiden gehuwd), zijn vermoedelijk verdronken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 21 maart. Hel schip CITO, kapt. K. Salomons van Gasselternijveen, op reis van Keulen naar Southampton, is met verlies van zeilen en lek te Great Yarmouth binnengekomen.
Bovenstaande schepen zijn alle verzekerd bij het Compact ‘Eendracht’ te Wildervank, of bij de Zee-assurantie ‘Onderneming’.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 20 maart Gedurende het afgelopen jaar zijn in deze gemeente 108 nieuwe schepen afgeleverd met een tonneninhoud van 19.803. Op 1 januari 1913 waren nog in aanbouw 37. Wel een bewijs dat de scheepsbouw hier bloeit.


22 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 21 maart. Daar men er in geslaagd was wraklichten op de gezonken EASTWELL aan te brengen, werd de haven vrijdagavond opengesteld. Om 11.10 werd door de in kracht toenemende zuidwesten wind het witte wraklicht gedoofd en werd de haven opnieuw voor binnenkomende schepen gesloten verklaard.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 maart. Volgens ontvangen particulier telegram is het Nederlandse schip VOORWAARTS, kapt. Van der Laan bij Hundested (opm: Denemarken) gestrand. Verdere bijzonderheden ontbreken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 22 maart. De Nederlandse koftjalk VOORWAARTS, kapt. Van der Laan, is gisteren van Zaandam te Holbach aangekomen. Voornoemd schip heeft een dag bij Hundested aan de grond gezeten. Het schip dat geen water van betekenis maakt, werd door visserlieden vlot gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 22 maart. Gisteren zijn proeven genomen om in de richting uit zee naar land, langs de steven van de gezonken EASTWELL op de vaste wal twee groene vuren te branden, die wanneer de proeven voldoen, zullen dienen om uit zee komende schepen te waarschuwen zuid van deze vuren de haven binnen te komen. Vanmorgen is de Zweedse bergingsboot BELOS hier gearriveerd. Door duikers is enige inventaris geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 22 maart. Door het stoomschip FRIESLAND, vanmorgen van Goole alhier gearriveerd, werd binnengebracht de Nederlandse schoener ELSIENA HELENA (opm: ELZINA HELENA), kapt. Bosselaar, met vuurvaste stenen van Newcastle, en werd onder de Engelse kust door de FRIESLAND op sleeptouw genomen. (opm: het schip had het roer gebroken)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. In ons avondblad van 11 maart deelden wij mee dat het verkochte schip HIPPALOS, Batavia als thuishaven zou krijgen. Thans vernemen wij dat het schip de naam zal krijgen ALBERTINA BEATRICE, dat kapt. H. Feyes het naar Batavia zal navigeren omdat koopster is de Handelsmij. Landsberg te Batavia. (opm: zie ook AH 110313)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 21 maart. De motorschoener INGEBORG, gebouwd bij de firma Joh. Berg te Delfzijl, welk schip door zwaar lekken te Scheveningen op strand liep en later door boten van de firma L. Smit en Co. werd vlot gebracht, zal door de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam worden gerepareerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn heden gehouden zitting heeft de Raad uitspraak gedaan in zake het omhoog varen van de SOPHIE H op 9 februari jl. op de Kullagronden bij Smygehoek (Zweedse kust), rederij Stoomvaart Mij. ‘Sophie’ te Rotterdam. Het schip was op 6 februari met een lading hout van Riga naar Rotterdam vertrokken. (Van de behandeling van de zaak op 7 dezer, verscheen verslag in ons blad). De Raad is van oordeel, dat het vastlopen van het stoomschip SOPHIE H gevolg is geweest van nalatigheid van de gezagvoerder C. Köpke en de 2e stuurman W. v.d. Linden.
Gegeven het feit, dat het schip slagzij had over S.B., een krachtige wind op B.B., het om de noord zetten en de afwijking van het kompas onvoldoende bekend was, had de gezagvoerder een koers behoren te stellen, die verder uit het land voerde. Wetende dat de koers dicht langs Smygehoek voerde en zeer dicht langs de Kullagronden, had hij behoren in te zien, dat hij aan dek behoorde te zijn toen het vuur van Smygehoek in het gezicht kwam en de afstandsbepaling door middel van een vierstreekpeiling, die door het snel doorzetten van het gepeilde punt onbetrouwbare uitkomst moest opleveren, niet aan anderen moeten overlaten. Het roer-commando „Westen, niet benoorden" is te laat gegeven en, gegeven de onvoldoende bekendheid van de gezagvoerder met de standplaats van het schip, gerechtvaardigd. De stuurman W. v.d. Linden heeft de eerste vereiste voor de veilige vaart van het schip, nl. dat het hoofd van de wacht zich vergewist van de plaats, waar het schip zich bevindt en de koers, die hij opgaat, veronachtzaamd. Nauwkeurige peiling van het vuur van Smygehoek en in de kaart brengen van de bepalingslijn was plicht geweest, omdat de koerslijn dicht langs het land liep. Dan ware niet onopgemerkt gebleven, dat het schip inzette. Het weglopen van de brug, waarop een ondachtzaam stuurder achterbleef, toen het snel doorzetten van het vuur van Smygehoek de nabijheid van het land moest doen vermoeden, getuigt van geringe bedachtzaamheid. Ter zake van het door hun nalatigheid veroorzaken van het vastlopen van het stoomschip SOPHIE H op de Kullagronden op 9 februari jl., straft de Raad Carel Köpcke, gezagvoerder, wonende te Rotterdam en Willem v. d. Linden, thans zonder beroep, wonende te Dordrecht, met de straf van berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens is door de Raad uitspraak gedaan inzake het aan de grond lopen van het stoomschip TITAN, gezagvoerder H. Bogaart, rederij Kon. Ned. Stoomboot Mij. op 3 februari jl. nabij Dirhagen. Het schip was op 31 januari van Amsterdam vertrokken met een lading oudroest, dwarsliggers en een hoeveelheid ijzer en stukgoederen, met bestemming naar Stettin. (Van de behandeling van de zaak op 8 dezer verscheen verslag in ons blad). Naar 's Raads oordeel is de oorzaak van de stranding gelegen in stroomverleiding, die het schip belangrijk, voorlijker heeft gezet dan het naar berekening moest staan. Wellicht ware de stranding vermeden, indien de gezagvoerder bekend was geweest met de ligging van de brulboei bij Wüstrow. Hoewel de gezagvoerder met die ligging bekend had kunnen zijn, kan hem ten deze geen blaam treffen, waar hij het aan pogingen om zijn hulpmiddelen, die hij overigens aan redelijke eisen rekende te beantwoorden, aan te vullen, niet heeft laten ontbreken. Het is zeer wel mogelijk, dat een beter te onderkennen vuur op het mistsignaalstation te Wüstrow, het schip goede diensten had kunnen bewijzen.
(opm: zie ook NRC 040213, NRC 050213, AH 080313)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 maart. De sleepboot ZUIDERZEE, van Rotterdam naar Pernambuco met de lichter PERNAMBUCO op sleeptouw, passeerde 20 maart St. Catherine's Point.


23 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 22 maart. Duikers van het bergingsstoomschip BELOS hebben de EASTWELL onderzocht en aanzienlijke bodem- en zijschade gevonden. Enige losse kajuitinventaris en kleren werden geborgen. Het bergingsvaartuig BUFFEL is vanavond naar het schip vertrokken om, indien mogelijk, een begin te maken met het lossen van de lading.


25 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 22 maart. De Nederlandse tjalk ALPHA, van Hamburg naar Papenburg is met zware dekschade en verlies van een boot naar hier teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 24 maart. Uit het stoomschip EASTWELL zijn heden 100 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 21 maart. De Nederlandse tanklichter NEERLANDIA verloor even buiten Hoek van Holland het roer. Gisteren is dit schip zonder verdere schade door de GLADIATOR op de Weser gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 25 maart. Uit het stoomschip EASTWELL zijn weer 120 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Berlijn, 25 maart. Uit Cuxhaven werd gisteravond laat aan de Berliner Lokal Anzeiger geseind: De grote Franse bark MARIE, die met een lading tarwe de 23e september San Francisco verliet op weg naar het Engelse Kanaal, werd in ernstig gehavende toestand en zonder manschappen in de Noordzee gevonden, Vanmiddag werd het wrak door 2 Nederlandse visstoomschepen hier binnengebracht, en vervolgens naar Hamburg versleept. Omtrent het verblijf van de manschappen is niets bekend. (De bemanning is gered). Aan boord van de MARIE ontbraken 3 boten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 maart. Afgelopen vrijdagnacht heeft de stoomtrawler AMEER 24 opvarenden van de Franse bark MARIE, van San Francisco naar Hull bestemd, te Grimsby aan wal gebracht. De MARIE werd dinsdagnacht door een sneeuwstorm belopen en liep op de Happisburgh Sands. Terwijl het schip begon op te breken kwam de AMEER te hulp en redde eerst 22 man. Een man (een steward) zwom naar de bark om de kapitein en stuurman te assisteren die op de bark waren achtergebleven, en die hun schip niet wilden verlaten voordat alle anderen waren gered. De reddingboot, waarmee de schipbreukelingen naar de trawler waren gevoerd, kon wegens belopen schade niet naar de bark terug. De gehele nacht bleef de trawler bij de bark, en donderdagochtend, nadat aan de kapitein, stuurman en steward reddingsvesten waren toegeworpen, gelukte het de bemanning van de trawler om ook die te redden. De bark werd daarop verlaten. De MARIE van de Soc. Nouvelle d’Armement te Nantes, groot bruto 2.192 en netto 1.958 register ton werd te Bucksport (U.S.A., Maine) gebouwd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Ezinge, 24 maart. Zaterdag ontvingen R. Kersaan en echtgenote alhier het treurig bericht dat hun zoon Kornelis, stuurman aan boord van het schip DE ONDERNEMING, kapitein Paap, tijdens storm in de vorige week bij het vergaan van het schip, in de Oostzee, verdronken is.
(opm: zie ook NRC 260313 en NRC 270313)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 maart. De sleepboot DONAU, met een zuiger van IJmuiden naar Bahia Blanca, arriveerde 21 maart met alles wel te St. Vincent, Cape Verde.


26 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Stoomvaart Maatschappij Nederland tegen de Scheepsvaartinspectie. De president van de Raad voor de Scheepvaart, Mr. Th. B. Pleyte, die zich in deze zaak als adviseurs had toegevoegd de leden van de Raad, de heren Alliroll en Posthumus Meyges, heeft heden behandeld het beroep, door de Maatschappij Nederland op hem gedaan, van een beslissing van de Scheepvaartinspectie. De Scheepvaartinspectie wilde nl. niet gunstig beschikken op een verzoek van de Mij. Nederland om een certificaat zeewaardigheid voor het te West-Hartlepool gebouwde en bij Lloyd geklasseerde schroefstoomschip BATJAN af te geven.
In het rekwest, waarin dit beroep wordt gedaan wordt erop gewezen dat bovenbedoeld verzoek is gedaan aan de hoofdinspecteur voor de scheepvaart: dat deze de afgifte van een certificaat van deugdelijkheid heeft afhankelijk gesteld van de afloop van het onderzoek, door de Scheepvaartinspectie in te stellen betreffende verschillende zaken, voornamelijk de waterdichtheid van de waterdichte compartimenten. Verzoekster gevoelt zich door deze beschikking bezwaard, naar haar mening beschouwt de wet het onderzoek van een schip, dat een particulier certificaat heeft, als iets zeer bijkomends en alleen noodzakelijk in geval van twijfel, en behoeft het onderzoek van de Scheepvaartinspectie niet te zijn een volledig en zorgvuldig onderzoek, want een volledig en zorgvuldig onderzoek naar de zeewaardigheid behoeft, volgens het tweede lid van art. 8 van het Kon. Besluit van 22 september 1909, alleen plaats te hebben bij schepen die geen certificaat van een erkend particulier onderzoeksbureau hebben.
Verzoekster vestigt in het bijzonder de aandacht van de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart op het kostbare en bezwaarlijke van het toezicht op schepen die in het buitenland gebouwd zijn, aangezien voor eenzelfde schip gedurende de bouw meerdere kostbare reizen nodig zijn. De maatschappij was vertegenwoordigd door de heren J.B.A. Jonckheer en S. Visker.
Aan het verhoor, door de voorzitter aan partijen afgenomen, ontleenden wij het volgende:
De heer Lap, ambtenaar van de Scheepvaartinspectie verklaarde dat de ambtenaren de eis tot het instellen van een onderzoek individueel stellen: van dit onderzoek stellen zij afhankelijk of zij de hoofdinspecteur al dan niet adviseren tot het afgeven van het gevraagde certificaat.
In het onderhavige geval is slechts het verlangen tot het instellen van een onderzoek kenbaar gemaakt. Het woord was vervolgens aan de heer Lap, scheepsbouwkundig ambtenaar van de Scheepvaartinspectie. Deze betoogde op grond van art. 5 van de Schepenwet in verband met de desbetreffende Algemene Maatregel van Bestuur, dat het onderzoek van de Scheepvaartinspectie zich ook uitstrekt over het onderzoek van het particuliere classificatiebureaus.
In art. 6 van de Alg. Bestuursmaatregelen wordt duidelijk neergelegd, dat aan de hand van de door de erkende bureaus vastgestelde regels voor het bouwen van schepen, de ambtenaren hebben te beoordelen, of een schip al dan niet zeewaardig is, ook al heeft het een certificaat van een particulier classificatiebureau.
De hoofdinspecteur van de scheepvaart moet de overtuiging hebben, dat het certificaat van het classificatie bureau niet ten onrechte is uitgereikt. Dit kan alleen worden geconstateerd, wanneer de ambtenaar bij de beproeving van de experts van het classificatiebureau tegenwoordig is, of, indien dit onmogelijk is, wanneer hij zelfstandig een onderzoek heeft ingesteld. Hij zal daarvoor, omdat het schip geklasseerd is, een greep doen, en zich – doch dit hangt geheel van de ambtenaar af – tevreden stellen met de voornaamste punten, die de meerdere of mindere zeewaardigheid bepalen (het waterdicht zijn van de waterdichte afdelingen, waterdichte schotten, het beproeven van de waterdichte deuren).
Ter toelichting hiervan verwees spreker naar de uitspraak van de raad inzake de HANSWEERT II. De Raad heeft het ongeval o.a. hieraan geweten, dat de waterdichte schotten niet waren beproefd: dit had het Bureau Veritas achterwege gelaten, waaruit, meent spreker, voldoende blijkt dat de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie op eigen verantwoordelijkheid moeten onderzoeken, en niet uitsluitend afgaan op de niet-ambtelijke verklaringen van de experts van de particuliere bureaus.
De Memorie van Toelichting op art. 6 van de Schepenwet, zo vervolgende spreker, laat hieromtrent geen twijfel. De scheepvaartinspectie blijft ten volle verantwoordelijk en is verplicht zelfstandig onderzoek in te stellen. De Memorie van Toelichting is volgens spreker te beschouwen als basis, waarop de volksvertegenwoordiging de wet heeft aangenomen, als een instructie voor de ambtenaren van de scheepvaartinspectie.
Spreker herinnerde voorts aan de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart, inzake de ondergang van het stoomschip PRINS WILLEM II van de Koninklijke West-Indische Maildienst. Dit stoomschip had, behalve het certificaat van Veritas en Lloyds, een voorlopig certificaat van de Scheepvaartinspectie; voorlopig, omdat de Scheepvaartinspectie onmiddellijk na de inwerkingtreding van de Schepenwet de handen te vol had, om elk vaartuig in al zijn onderdelen te onderzoeken. Deze verontschuldiging zou nu niet meer voor de Scheepvaartinspectie gelden, indien de BATJAN eenzelfde ongeluk als de HANSWEERT II overkwam, en de Scheepvaartinspectie de waterdichte schotten niet onderzocht had, deze zouden blootstaan aan eenzelfde verwijt als haar naar aanleiding daarvan van de zijde van de Raad voor de Scheepvaart getroffen heeft.
De heer Kruk, ambtenaar van de Scheepvaartinspectie (machinetechnicus), vervolgens het woord voerend, betoogde dat het beroep van de Maatschappij Nederland niet ontvankelijk verklaard moest worden, omdat geen enkel artikel van de Schepenwet kan worden aangenomen als basis van de zienswijze van de Maatschappij Nederland.
Bovendien betoogde spr., dat het onredelijk zou zijn om te willen wachten met het onderzoek door de Scheepvaartinspectie tot de vierjaarlijkse inspectie van een particulier bureau.
De heer Jonckheer, vertegenwoordiger van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, lichtte vervolgens het rekwest toe. Hij deed opmerken dat terwijl de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie zeer hoog opgeven van de door hen verrichte onderzoekingen en de waarde daarvan, in technische kringen daarover in het algemeen heel anders gedacht wordt. Wanneer de Scheepvaartinspectie de zeewaardigheid van een nieuw schip behoorlijk zou willen kunnen beoordelen, dan zou een ambtenaar steeds ter controle vanaf het begin af aan, bij de bouw tegenwoordig moeten zijn.
Wat de Scheepvaartinspectie nu doet, aldus spr., wordt door ons eenvoudig een wassen neus genoemd. En daarvoor gaan de heren nog naar Engeland op onze kosten.
Spreker voerde voorts aan, dat de heer Kruk juist te West Hartlepool was om een schip van de Maatschappij Bothnia te inspecteren: dat hem toen vanwege de Maatschappij Nederland verzocht is, van die gelegenheid gebruik te maken om de machines van de BATJAN te onderzoeken. Dit heeft de heer Kruk echter niet gedaan; hij heeft zelfs de as niet gezien.
De inspectie moet in het algemeen, meent spr., de eis stellen, dat de as getrokken worde; dat zij dit niet doet is een bewijs dat ze zich zwak gevoelt.
Ze onderzoekt allerlei zaken, die van veel minder belang zijn. Indien de voorzitter van de Maatschappij Nederland in het gelijk stelt dan zal zij niet rusten voordat de Scheepvaart Inspectie een ambtenaar in Engeland heeft, die geregeld de daar voor Nederlandse rekening te bouwen schepen onderzoekt.
De heer Kruk, de heer Jonckheer antwoordend, wees erop dat de machines voor een inspectie klaar gemaakt moeten worden; als zulk een onderzoek geheel onvoorbereid zou geschieden, dan eerst zou het met volle recht een wassen neus genoemd kunnen worden.
Op een vraag van de voorzitter antwoordde de heer Lap, dat het geval zeer goed kan voordoen dat bij ontstentenis van ambtenaren een schip op een buitenlands werf niet door de Scheepvaartinspectie kan worden onderzocht.
De heer Lap voegde hier nog eens aan toe, dat de Schepenwet op de Scheepvaartinspectie de verantwoordelijkheid legt, en dat deze de particuliere onderzoeksbureaus door het nemen van steekproeven wenst te controleren. De inspectie kan een schip niet geheel onderzoeken: daarom kunnen particuliere bureaus belangrijke diensten bewijzen.
De heer S. Visker, tweede vertegenwoordiger van de Maatschappij Nederland, wees er nog op dat de heer Kruk hem indertijd heeft meegedeeld, dat hij het onderzoek wilde instellen in opdracht van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart, terwijl van de zijde van de Scheepvaartinspectie thans is verklaard, dat de ambtenaren zulk een onderzoek op eigen gelegenheid instellen en van de resultaten ervan hun advies aan de hoofdinspecteur inzake het verstrekken van een certificaat afhankelijk stellen. Bovendien heeft de heer Kruk volgens spr. indertijd uitdrukkelijk verklaard dat hij als technicus een onderzoek niet nodig achtte. Hij was het toen met spr. eens, dat het beter was de machine in elkaar te laten.
De heer Kruk kwam hiertegen op: hij heeft bedoeld dat, als hij ingenieur van de Mij. Nederland was, hij een onderzoek ongewenst zou achten. Dit was natuurlijk niet zijn standpunt als ambtenaar. Het onderzoek werd hierop door de voorzitter gesloten.
De voorzitter van de Raad heeft nog hedenmiddag uitspraak gedaan. Het onderzoek heeft hem tot slotsom gebracht, dat de Stoomvaart Maatschappij Nederland tegemoet moet komen aan de door de beide ambtenaren van de Scheepvaartinspectie gestelde eisen: dat het ingestelde beroep daarom moet worden verworpen, en de eisen van de van de Scheepvaartinspectie worden gehandhaafd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens het verslag over 1912 van de directie aan aandeelhouders in de Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam, hebben de schepen tijdens dit vijfde boekjaar 35 rondreizen gemaakt, waarvan 17 met de passagiers- en 18 met de vrachtschepen.
Na bestrijding van buitengewone uitgaven voor uitbreiding van reddingsmiddelen en de inrichting van passagiersschepen voor het vervoer van bevroren vlees tot een bedrag van 55.032 NLG, wijst de exploitatierekening, met inbegrip van de van de Staat ontvangen gelden ten bedrage van 300.000 NLG , een avans aan van 1.443.908 NLG, waarvan na afschrijving van het nadelige saldo van de vorige balans ad. 180.818 NLG, van dat van de interestrekening ad 144.800 NLG, donatie van het fonds tot Ondersteuning van het Personeel met 10.000 NLG en van een in te stellen assurantiefonds met 15.000 NLG, een bedrag van 1.093.289 NLG beschikbaar blijft.
Voorgesteld wordt hiervan te bestemmen: Voor afschrijving 7.531.000 NLG, voor het statutaire reservefonds 34.018 NLG, voor 5 pct. dividend op de aandelen 275.000 NLG, voor bedrijfsbelasting 7.562 NLG en voor rente aan den Staat over het tot 1 januari 1912 genoten voorschot 22.400 NLG. Het saldo van 1.108 NLG gaat dan op nieuwe rekening over.
Zoals reeds in het vorige jaarverslag vermeld, lieten de vooruitzichten voor 1912 zich niet onbevredigend aanzien. De bereikte resultaten tonen aan, dat men in die verwachting niet is teleurgesteld. Evenals de meeste ondernemingen op scheepvaartgebied kon de Mij. van de belangrijke verbetering in de vrachtenmarkt profiteren en zowel in het verkeer naar als van Zuid-Amerika betere vrachten bedingen.
De haventoestanden te Buenos Aires, waarover in het laatste jaarverslag nog geklaagd werd, zijn veel verbeterd, zodat de expeditie van de vrachtschepen aldaar niet meer zoveel vertraging ondervindt als voorheen. Daarentegen lieten de toestanden op dit gebied in de Braziliaanse havens veel te wensen over. Dit laatste vooral gaf aanleiding de vrachtdienst naar Brazilië en de La Plata havens te splitsen. Voor dit doel werden in het najaar drie vrachtstoomschepen aangekocht, die onder de namen KENNEMERLAND, GOOILAND, en SALLAND successievelijk in de vaart kwamen. Al deze schepen zijn, volgens het verslag, gebleken in alle opzichten voor de dienst geschikt te zijn en kunnen als een flinke aanwinst voor de vloot worden beschouwd.
Het passagiersverkeer kon zich ook in het afgelopen jaar verder ontwikkelen.
De bouw van de nieuwe passagiers-stoomschepen GELRIA en TUBANTIA ondervond door werkstakingen niet onbelangrijke vertraging; intussen hoopt de directie het stoomschip GELRIA nog in de loop van dit jaar in de vaart te brengen, terwijl het stoomschip TUBANTIA vermoedelijk in het begin van 1914 zijn eerste reis zal kunnen aanvaarden.
Voor grote averijen bleef de maatschappij dit jaar gespaard. Het nieuwe boekjaar heeft zich, naar ten slotte wordt vermeld, onder gunstige omstandigheden ingezet en laat zich ook verder bevredigd aanzien.
Wij laten hieronder volgen de voornaamste cijfers van de winst- en verliesrekening en van de balans vergeleken met de overeenkomstige bedragen van verleden jaar. In de eerste plaats wat betreft de winst- en verliesrekening. Deze wijst als baten aan het saldo van de exploitatierekening ad 1.443.908 NLG (v.j. 10.064.832 NLG). Daartegenover staat het saldo verlies A˚. P˚. ad 180.818 NLG (v.j. 488.456 NLG), interestrekening 144.800 NLG (v.j. 184.095 NLG), rekening van afschrijvingen: Materieel, stoomschepen, lichters en kantoorgebouw 753.100 NLG (v.j. 573.100 NLG), waarvan het boven vermelde bedrag beschikbaar bleef, terwijl verleden jaar een saldo verlies van 180.818 NLG te boeken viel.
Blijkens de balans bedraagt het geplaatste aandelenkapitaal onveranderd 5 ½ miljoen NLG. Verder paraisseren de 4 ½ pct. obligatieleningen tezamen met 7 ¾ miljoen (v.j. 4 ½ miljoen), crediteuren met 612.867 NLG (v.j. 488.723 NLG), vrachten- en passagegelden lopende reizen 1.024.954 NLG (v.j. 570.328 NLG), dividend 275.000 NLG (v.j. nihil), fonds voor het personeel 15.503 NLG (v.j. 4.230 NLG), assurantiefonds 15.000 NLG (v.j. nihil), en reservefonds 35.018 NLG (v.j. nihil).
Aan de andere kant paraisseren o.a. materieel, stoomschepen en lichters, na afschrijvingen tot op heden van 2.409.959 NLG, met 8.990.627 NLG (v.j. 8.377.900 NLG), stoomschepen in aanbouw 3.804.0001 NLG (v.j. nihil), magazijn rekening 106.214 NLG (v.j. 94.372 NLG), vooruitbetaalde assurantiepremies 127.334 NLG (v.j. 106.052 NLG), debiteuren 791.357 NLG (v.j. 511.679 NLG), onkosten lopende reizen 678.401 NLG (v.j. 435.734 NLG) en kassa en kassiers 917.631 NLG (v.j. NLG 1.439.634).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 25 maart. De bark MARIE is gesleept door de Nederlandse visstoomschepen BEATRICE en STRATHAVEN hier aangekomen direct naar de Vulcan werf gebracht. Het schip heeft ook het roer verloren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 januari. Het nieuwgebouwde stoomschip MELCHIOR TREUB is heden uit de Nieuwe Waterweg naar Amsterdam vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 maart. Het nieuwe stoomschip BATJAN, onlangs van West Hartlepool te Amsterdam aangekomen en bestemd voor de dienst Amsterdam-Java, is lang 412 voet 6 duim, breed 53 voet 6 duim en hol 29 voet 7½ duim. Het stoomschip, met cellulaire dubbele bodem, kan in het geheel 2.100 ton waterballast vervoeren. De machines hebben cilinders van 28, 40 en 77 Eng. duim middellijn en de slag is 48 Eng. duim. Vier grote ketels leveren de stoom.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 26 maart. Het van Birma alhier aangekomen stoomschip GRAMSBERGEN, dat tijdens de reis een schroefblad verloor, gaat na lossing alhier dokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 maart. Het voor de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam te Port Glasgow in aanbouw en onlangs te water gelaten stoomschip JAN VAN NASSAU heeft de volgende afmetingen: Lengte 361 voet, breedte 44 voet, holte tot het tentdek 28 voet 5 duim. De machine, van het triple-expansie systeem, heeft cilinders van 25, 41½ en 68 Eng. duim middellijn. De slag is 51 Eng. duim. De stoom wordt door drie aan een zijde stookbare ketels geleverd. Dit volgens het Isherwood-systeem gebouwde stoomschip, bestemd voor de West-Indische dienst, heeft de hutten voor de passagiers en machinisten op het tentdek, en het logies voor de gezagvoerder en officieren op het bruggedek.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 25 maart. Kapt. Muller van het Duitse stoomschip ARIADNE, deelt het volgende uit Memel mee: Op de 19e maart voormiddags te 11.40 uur zagen wij een tjalk, die noodseinen afstak. Wij draaiden bij, maakten vast doch moesten het slepen opgeven nadat tweemaal achtereen door hoge zee en storm de trossen braken. Wij bemoeiden ons toen verder alleen met het redden van de opvarenden, wat ons gelukte. Aangezien de tjalk wrak en lek was, hebben wij het bergen van het schip geheel gestaakt. De verongelukte tjalk was het te Groningen thuis behorende schip ONDERNEMING, met mais van Hamburg naar Ronne bestemd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 maart. In het avondblad van 19 december 1912 gaven wij na het te water laten van het dubbel schroefstoomschip MELCHIOR TREUB, gebouwd door de etablissementen Fijenoord alhier, voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam een kleine beschrijving. Nu het stoomschip ter bezichtiging is gesteld, kunnen wij van dit speciaal voor de tropen gebouwde stoomschip meerdere gegevens verstrekken. Het stoomschip is in alle delen ruim en fris, met brede promenadedekken, gebouwd onder bijzonder toezicht van Bureau Veritas volgens de spardecktype klasse + 1 ɜ/ɜ l, heeft de volgende afmetingen: Lengte tussen de loodlijnen 350 voet, breed 48 voet, hol tot spardek 21 voet, idem tot tentdek 29 voet, idem tot promenadedek 37 voet en idem tot sloependek 45 voet. De diepgang met zomervrijboord is 17 voet 1 ¾ duim en het laadvermogen bij die diepgang is 2.000 ton, op een diepgang van gemiddeld 14 voet zal het schip een snelheid moeten bereiken van 15¼ mijl. Het stoomschip met 6 waterdichte schotten, heeft volgens het cellulaire systeem voor en achter een dubbele bodem, die ook voor vloeibare brandstof dienst kan doen. In het geheel zijn er 10 tanks. De meest achterste tank is voor berging van vers water voor machinisten gebruik. De bunkers kunnen zowel voor kolen als vloeibare brandstof worden aangewend. Hoewel dit stoomschip speciaal is ingericht voor 1e klas passagiers, waarvan het er 124 kan herbergen, kan het toch onder het spardek voor en achter een aantal tussendeks passagiers vervoeren. De ruimen voor de passagiers worden kunstmatig geventileerd. De hutten voor de eerste klasse passagiers bevinden zich alle boven het tentdek en verscheiden er van hebben haar ingang vanaf het promenadedek, dat met een 16-tal gemakkelijke rustbanken is voorzien en aan het einde van dit dek bevinden zich een bar met waranda. In voornoemd tussendek is er een grote opslagplaats gebouwd gevuld met een enorm aantal reddinggordels. De rooksalon, stemmig gehouden zowel wat meubilair als decoratie betreft, is versierd met een prachtige bronzen balustrade, waarover men een blik in de eerste klasse eetsalon kan slaan en waarin zich een mooie pianola bevindt; uitgaande komt men langs een eerst brede en vervolgens een smalle statietrap in de eerste klasse eetsalon. Die trap afgaande ziet men voor zich het beeld, in brons, van Melchior Treub, links omflankt door de woorden Directeur ’s Lands Plantentuin en rechts Directeur van Landbouw MCMV - MCMIX.
De eetsalon, over de gehele breedte van het stoomschip gebouwd, die evenzoveel zitplaatsen heeft als er passagiers eerste klasse kunnen worden vervoerd, is volgens gegevens van de kunstenaar Lion Cachet gedecoreerd en geïnstalleerd.
Voor de passagiers en bemanning zijn de nodige badkamers aangebracht. Verder zijn er nog aan boord een ziekenkamer, een strafkamer en koelkamers.
De zich aan boord bevindende boten bestaan uit zes reddingboten, voorzien van koperen luchttanks, een kotterboot, een kapiteinsboot en een ijsboot, alle staande op Welins-patent-blokken. Het ankerspil is van het Clark Chapmanns patent. In het stuurhuis op het tentdek bevindt zich een Hasties-patent-stoomstuurinrichting, gecombineerd met handstuurinrichting en een stoomlier voor het verhalen, welke ook als noodstuurinrichting kan dienen.
Voor het lossen en laden zijn op het voorschip twee en op het achterschip twee stoomlieren geplaatst.
De machines van het direct werkende triple-expansie systeem, ieder met 4 cilinders, waarvan de middellijn is 20½-34-39½-39½ bij een slag van 36’, ontvangen de stoom uit 4 ketels, werkende onder een druk van 160 lbs.
De middellijn van die ketels is 15’ en de lengte 12’. Het totale verwarmend oppervlak is niet minder dan 9.625 voet. De ketels zijn voorzien van MacNeils patent mangaten en van Howden patent. Heden en morgen doet dit stoomschip een proeftocht op de gemeten mijl en lange afstand en na gunstige uitslag van die proeftocht vertrekt het stoomschip 4 of 5 april naar Nederlands-Indië.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 26 maart. Sedert de laatste opgaaf werden uit het stoomschip EASTWELL 120 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 23 maart. De Nederlandse tjalk POOLSTER moet lossen om de bodem te kunnen laten onderzoeken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 25 maart. De aan de Ostasiatische Kompagni behorende stoomschepen ST. JAN en ST. THOMAS zijn aan de Koninklijke West Indische Maildienst te Amsterdam verkocht. Zij zullen vóór de overneming nog een reis naar West Indië maken en wel van Rotterdam uit en niet van Kopenhagen. De thans in de San Francisco route varende stoomschepen CROIS-SAMUI en BINTANG zullen in de dienst op West Indië worden gebracht. De beide laatstgenoemde schepen zijn ongeveer 1.200 ton groter dan de stoomschepen ST. JAN en ST. THOMAS. De Ostasiatische Kompagni zal een boot charteren die dan in april een reis van uit Kopenhagen naar St. Thomas zal maken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Great Yarmouth, 22 maart. Het stoomschip CLYDEMOHR kwam gisteren in de haven rondzwaaiend, in botsing met de visstoomboot LLOYD GEORGE en de schoener CITO. De eerste kreeg belangrijke schade, of de CITO averij bekwam is niet bekend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Reddingboten aan boord.
Naar aanleiding van de ontzettende ramp van de TITANIC is er veel gepolemiseerd over deugd en aantal van de boten die zich aan boord van passagiersschepen moesten bevinden, alsook over de wijze van uitzetting van de boten bij enig ongeval, hetzij aanvaring of stranding. Thans wordt door de heer P. Lagaay Az., een van de officieren van de ‘Holland Amerika Lijn’, een systeem van plaatsing en uitzetting van de boten aanbevolen, dat, te oordelen naar de foto's die ons werden getoond, zekerlijk tegemoet komt aan verschillende bezwaren, verbonden aan het voeren van een groot aantal boten. Gebrek aan ruimte voor de boten op de plaats van waar zij gemakkelijk kunnen worden uitgezet is wel een van de voornaamste bezwaren, het is daarop dat de heer Lagaay het oog heeft gehad door de davits te vervangen door een soort hefboom, waarmee de boten kunnen worden uitgezet vrij van het schip, maar waaraan zij zodanig zijn bevestigd, dat de stand van de boten binnenboords is een verticale in plaats van, zoals dusverre, een horizontale; waardoor er natuurlijk plaats komt voor een belangrijk groter aantal boten, daar men in plaats van met lengte slechts rekening heeft te houden met de breedte van de sloepen. Omtrent de praktische uitvoerbaarheid van het systeem; Lagaay zal zeker later nog wel het een en ander worden gezegd bij de beoordeling van de foto's die een plaats zullen krijgen op de E.N.T.O.S.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Meer te Vlaardingen is dinsdagnamiddag met goed gevolg te water gelaten het loggerschip SCH 131, gebouwd voor rekening van de heer A. v. d. Toorn te Scheveningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Heden ontvingen wij het treurig bericht, dat onze geliefde zoon, broeder en verloofde Kornelis Korsaan, in de ouderdom van 25 jaar en zeven maanden als stuurman aan boord van het Nederlandse schip »ONDERNEMING», kapt. E.H. Paap, in de nacht van 17 op 18 maart in de Oostzee zijn graf in de golven heeft gevonden. Psalm 103 : 8.
Ezinge, maart 1913. R. Korsaan. J. Korsaan -Hartsema. K. Knoop. K. Kooi. G. Kooi- Korsaan. J. Korsaan. A. Korsaan -v. d. Weide. L. Velting. T. Velting- Korsaan. Jac. Korsaan.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Na lang tussen hoop en vrees geleefd te hebben, moeten wij eindelijk wel tot de overtuiging komen, dat onze geliefde zoon, broeder, behuwdbroeder en verloofde Jacob Ploeger, timmerman a/b. van het Engelse s.s. «WITHINGHAME» (ex Jura), in de ouderdom van ruim 30 jaar, op reis van Baltimore naar Rotterdam zijn graf in de golven heeft gevonden. Appingedam. 25 maart 1913. G. Ploeger. F.G. Ploeger) Groningen, A. Ploeger -Bos ) Mauritsdwarsst. K. Moesker- Ploeger. H. Moesker. G.M. v. Dongen, Rotterdam. Enige kennisgeving aan familie, vrienden en bekenden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 maart. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met het sloopschip ALLONSO DE PINSON, vertrok 19 maart ’s avonds van Cádiz naar de Nieuwe Waterweg en passeerde 20 maart Sagres.


27 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 maart. In het avondblad van 26 maart deelden wij mee dat de BEATRICE aanvaringschade had, en naar de werf Vulcan was gegaan om te repareren. Thans wordt gemeld dat de STRATHAVEN aanvaringschade heeft. De BEATRICE heeft averij aan bakboordzijde in de midscheeps en het achterschip, de STRATHAVEN heeft schade aan de voorsteven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wij laten hier in het kort de overwegingen volgen, op welke wijze de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam, Mr. Th.B. Pleyte, zijn gisteren gedane uitspraak inzake het geschil tussen de Scheepvaartinspectie en de Stoomvaart Maatschappij Nederland gegrond heeft.
Toen de Schepenwet nog in wording was, heeft de staatscommissie in haar verslag de mening uitgesproken, dat een behoorlijk Rijkspolitietoezicht op de zeewaardigheid van schepen niet kan volstaan met de certificaten van de particuliere onderzoekingsbureaus, maar dat er een Rijks toezicht moet zijn, dat de bevoegdheid heeft om de particuliere certificaten aan de wet te toetsen. Minister Veegens heeft zich bij de samenstelling van het voorontwerp Schepenwet met deze zienswijze verenigd, en een zodanige bepaling in het ontwerp opgenomen. Hiertegen heeft de president van de Kamer van Koophandel te Rotterdam zich in de Tweede Kamer, en heeft de heer Rahusen zich in de Eerste Kamer verzet. Zij wensten voor in het buitenland gebouwde schepen, die particuliere certificaten hebben, vrijstelling van het onderzoek vanwege de scheepvaartinspectie voor het al dan niet bekomen van een certificaat van deugdelijkheid, met het oog op de grote belemmering, welke daarvan voor de scheepvaart het gevolg zoude zijn.
Minister Talma heeft bij zijn verdediging van het wetsontwerp beide heren bestreden, en zijn opvatting is in de tegenwoordig van kracht zijnde wet neergelegd.
De voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart komt dus tot de slotsom, reeds in ons vorig nummer medegedeeld, n.l. dat de scheepvaartinspectie de bevoegdheid heeft om te onderzoeken of de particuliere certificaten terecht zijn afgegeven, en dat dus het beroep van de Stoomvaart Maatschappij Nederland moet worden verworpen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 26 maart. Sedert de laatste opgaaf werden uit het stoomschip EASTWELL 120 balen rijst geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 23 maart. De Nederlandse tjalk POOLSTER moet lossen om de bodem te kunnen laten onderzoeken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 maart. De Nederlandse motorschoener SIRRA is heden van Londen te Landerneau aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koningsbergen, 24 maart. Omtrent de tjalk ONDERNEMING wordt nog gerapporteerd dat de stuurman reeds overboord was geslagen voordat het schip verongelukte. De schipper, zijn vrouw, 2 kinderen en 2 zeelieden werden echter gered. De ARIADNE, die de opvarenden redde, heeft nog getracht de ONDERNEMING te slepen, doch moest dit pogen opgeven omdat het schip steeds dieper wegzonk. Bij Jershoft werd het vaartuig aan zijn lot overgelaten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 27 maart. Het vannacht van hier vertrokken Nederlandse stoomschip JUNO, heeft na het verlaten van de sluis een remstoel aangevaren, die daardoor ernstig beschadigd werd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 27 maart. Door het stoomschip JUNO is NLG 12.000 borg gesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 maart. Het stoomschip MELCHIOR TREUB heeft naar wij vernemen gisteren met zeer gunstig gevolg proef gestoomd. De machines, die tijdens het proefstomen 4.200 ipk ontwikkelden hebben in alle delen goed voldaan. Op de proeftocht op de gemeten mijl die bij Halsdeur werd gehouden, werd een snelheid bereikt van 15,76 mijl. De contractuele snelheid moest 15¾ zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn heden gehouden zitting is door de Raad een onderzoek ingesteld betreffende het breken van de B.B. schroefas op 17 januari jl. in de Golf van Biscaye, van het stoomschip HOLLANDIA, gezagvoerder P. Kikkert, te Heemstede; rederij Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam.
Uit de scheepsverklaring zij o.a. vermeld, dat het schip 23 december (1912) van Buenos Aires was vertrokken met een lading vaten vet en andere goederen en 176 koppen. Op 1 januari werd vertrokken van Rio de Janeiro. Tussen de 7e en de 12e had het schip met ruw weer te kampen; het stampte geweldig en de machine sloeg door. De 15e werd te Lissabon ontscheept en de reis vervolgd naar Vigo, onder hevig ruw weer en gedurig stampen en slingeren van het schip. De 16e kwam het te Vigo aan en zette dezelfde dag de reis voort. In de Golf van Biscaye kreeg het zware stortzeeën over. De 17e voelde de machinist een hevige schok. Bij onderzoek bleek, dat de schroef op een hard voorwerp had gestoten. De reis werd voortgezet; op de 20e kwam het schip te IJmuiden binnen. De heer J. Foudraine, inspecteur bij de Kon. Holl. Lloyd, als getuige gehoord, verklaart, dat in 1909 de as was ingebouwd en het schip door Lloyds en de Board of Trade was nagezien. De beide assen waren in het laatst van juni van het vorig jaar getrokken en geen intering of breuk werd er aan opgemerkt. De gezagvoerder, vervolgens gehoord, verklaart, dat de schroef gedurende de gehele reis tot het ongeval prachtig had gewerkt. Nog te Vigo was de schroef goed onder water. Waaraan later het ongeval moet worden toegeschreven, is moeilijk uit te maken. Wegens de hoge zee waren geen voorwerpen te zien, maar het schip moet ergens op geslagen zijn. De heer Foudraine verklaart nog, dat het geval hem merkwaardig voorkwam, omdat de breuk spiegelglad, ais het ware een kogelvorm, en het materiaal prachtig was. Hij ging naar de bouwers te Glasgow. Daar deelde men hem mee, dat het geval sporadisch voorkomt, doch wees men op het merkwaardige dat toch drie assen precies op dezelfde wijze waren afgebroken. Ten slotte werd gehoord de 1e machinist H. van Beek. Hij verklaart, dat hij in de dienstgang was, toen hij de stoot voelde. Hij ging naar beneden, om een onderzoek in te stellen; aanvankelijk dacht hij dat de koppelbouten gebroken waren; maar deze waren goed. Er was geen water in de tunnel; maar de machine sloeg door. Het bleek dat de bakboordschroef was afgebroken. De Raad zal later uitspraak doen. (opm: zie ook NRC 180113 en AH 010413)


28 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 maart. Het lichterschip CONCORDIA, schipper P. Richters groot netto 307 m³, thuis behorende te Wildervank, is voor geheime prijs verkocht aan schipper J. Schuur van Groningen, voorheen schipper op het tjalkschip ZWAANTINA HELENA.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 27 maart. Na de gisteren gehouden aanbiedingen is heden de lading van het stoomschip EASTWELL, zijnde ongeveer 80.000 balen rijst, voor geheime prijs verkocht aan de firma Doelman te Maassluis. De Nieuwe Bergingsmaatschappij zal de lading in lichters lossen. Het verdere transport is voor rekening van de koper. Sedert de laatste opgaaf zijn uit het gezonken stoomschip 350 balen rijst geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 maart. De sleepboot MARTHA, kapt. J. Van der Luit, welke boot hier voor enige tijd in de haven zonk en later weer werd gelicht, is verkocht aan de heer Herberger te Memel. De boot zal, alvorens van hier te vertrekken, van een nieuwe ketel worden voorzien.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 27 maart. Het zeilschip RESNOVA, schipper G. Arbeider, dat voor enige tijd in het Kattegat averij opliep, een gedeukte bodem en vernielde kluiverboom, kwam heden alhier binnen om te Groningen te repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 27 maart. De tjalken die op de Gronden met noodsein op lagen, waren de Nederlandse tjalken ONDERNEMING, kapt. Salomons, komende van Hamburg en VIER GEBROEDERS, kapt. Smit, komende van Harburg. Beide tjalken zijn met averij door de Duitse sleepboot TELEGRAPH hier binnengebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 27 maart. De baggermolen PUERTO BELGRADO II, is 25 dezer behouden van hier te Bahia Blanca aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 maart. De Nederlandse sleepboot SCHELDE met het oude oorlogsschip ALFONSO M. DE PINSON, van Cádiz naar Rotterdam passeerde gisteravond 9.30 Beachy Head.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Donderdagnamiddag is van de scheepswerf van Gebr. van der Windt te Vlaardingen te water gelaten het stalen loggerschip MARGARETHA, gebouwd voor rekening van de heer A. Verboon te Vlaardingen.


29 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 28 maart. In de Eierlandse gronden is een Duitse twee-mast stoomschip gestrand van de Middellandse Zee naar Hamburg bestemd. Naam nog onbekend. Het alhier binnengekomen stoomschip ZEESTER, had assistentie aangeboden, die geweigerd werd. Drie sleepboten zijn in de nabijheid van het schip.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 29 maart. Sedert de vorige opgaaf werden uit het stoomschip EASTWELL weer 100 balen rijst geborgen. De BELOS heeft tot op heden nog geen assistentie verleend. De onderhandelingen met de Nieuwe Bergings Mij. te Maassluis om schip en lading van de EASTWELL te bergen zijn afgesprongen. Tenzij nog heden door assuradeuren nieuwe voorstellen worden gedaan, zal namens de Staat dit schip worden opgeruimd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 29 maart. Heden werd op de Eems met de nieuwe sleepboot ALERTA proef gestoomd. Deze boot, gebouwd op de werf van de heren Botje en Ensing & Co. te Groningen met een machine van 100 ipk, is bestemd voor Lissabon.
Tevens vertrokken van hier naar Emden: het op de werf van de heer H. Kroeze te Hoogezand nieuw gebouwde 2-mast everschip MARIDO, (groot 177 m3 netto) en het 2-mast schoenerschip ADOLF, (groot 274 m3 netto), gebouwd bij de Gebr. Pattje te Waterhuizen. Beide laatste schepen zijn bestemd voor Duitsland.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude-Pekela, 27 maart. Van de werf van heren J. de Boer en Zoon, alhier, zijn met goed gevolg te water gelaten een stalen klipperaak, groot plm. 140 ton, die gebouwd is onder opzicht van de scheepvaartinspectie en bevaren zal worden door kapt. H. Havinga van Delfzijl en een bolschip, groot 60 ton, voor rekening van schipper P. Bloem van Veendam. Op deze werf zullen nu weer op stapel worden gezet een tjalkschip, groot plm. 100 ton, voor rekening van schipper H. de Hoop van Veendam en een bolpraam, groot 50 ton, voor de heer J. Feeringa van Alteveer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Opwierde, bij Appingedam, 28 maart. In de algemene vergadering van aandeelhouders van de Brons motorenfabriek alhier, werden de balans en verlies- en winstrekening goedgekeurd en het dividend vastgesteld op 10 pct. Aan de fabriek met ijzergieterij wordt tegenwoordig gewerkt met ruim 170 personen. De heer Hermans te Midwolda werd herkozen als commissaris.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 maart. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE met een bok van Schiedam naar Pernambuco, vertrok 27 maart van Plymouth.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 maart. De baggermolen PUERTO BELGRANO II is 25 dezer welbehouden van Schiedam te Bahia Blanca aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 maart. De Nederlandse zeesleepboot SCHELDE, slepende de sloper PINDON, van Cádiz naar Rotterdam, passeerde 27 maart 10 uur nm. Beachy Head.


31 maart 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Le Havre, 29 januari. Het stoomschip ARY SCHEFFER, hedenochtend 01.10 uur van hier naar Rotterdam vertrokken, kwam in aanvaring met het binnenkomende vissersvaartuig ROBERT, thuis behorende te Port-en-Bessin, ten gevolge waarvan dit vaartuig zwaar beschadigd werd. Het schip is naderhand met eigen middelen hier aangekomen.


01 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de jongste zitting deed de Raad uitspraak betreffende het breken van de schroefas aan boord van het stoomschip HOLLANDIA op 17 januari (Gezagvoerder P. Kikkert te Heemstede; rederij: Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam.) De Raad heeft niet de overtuiging kunnen krijgen, dat de mening van de expert Kruk (n.l. dat, daar een breuk van staal bijna onmogelijk zo glad kan zijn, het bijna voor de hand ligt, dat, hierbij de vorm van het gladde gedeelte in aanmerking nemende, de as bij het smeden reeds een losse plek had, die er dan ook steeds is geweest, waardoor als het ware alleen het ruwe gedeelte is afgebroken. Hiervan zijn meer voorbeelden geweest. De as is in juli door mij en anderen nagezien en niets was toen aan de oppervlakte van het conisch gedeelte op te merken. De as zag er toen uitwendig zeer goed uit) de juiste is. Wel acht hij het mogelijk, dat de breukoorzaak daarin moet worden gezocht, maar hij helt er toch meer toe over aan te nemen, dat de schroef inderdaad op een hard voorwerp heeft geslagen en de as daardoor dicht bij de plaats, waar zij haar laatste steunpunt vond, is afgebroken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Naar wij vernemen zal op de algemene vergadering van aandeelhouders in de Hollandsche Stoomboot Maatschappij voorgesteld worden het dividend over het afgelopen jaar te bepalen op 8% (7% over 1911).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nagasaki, 11 maart. Het Nederlandse stoomschip TJIMANOEK heeft 7 maart inkomende in de haven van Omuta een lichtboei in de grond gelopen en daarbij twee schroefbladen enigszins aan de punten verbogen. Een expertise werd gehouden.


02 april 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 april. De drijvende bok HERCULES, gesleept door de sleepboot OOSTZEE, is 30 maart van hier te Bordeaux aangekomen.


04 april 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare Schepenveiling. Dinsdag 6 mei 1913, ten 2¾ ure, in de veilingzaal van de Beurs te Rotterdam van:
- Zeevrachtstoomboot HELGOLAND, gebouwd in 1911, 229 bruto en 150 netto reg. ton. Laadvermogen 275 ton over zee (excl. bunkers) en 322 ton binnen. Geclassificeerd + 1 3/3 G. 1. 1. Franse Veritas 39,64 x 6,57 x 2,50 meter. 12.278,61. Triple surf. cond. 160 ipk ketel 13 atm. 60 m2 verwarmd oppervlak.
- Vlotgaande zeewaardige passagiers-raderstoomschip EUGENIE. Lang 36,40 meter, breed 5,62 meter over de raderkasten 10,60 m, diepgang 1,45 m. Oscillerende compoundmachine met oppervl. cond. Voorzien van flinke kajuiten. Een en ander in zeer goede staat.
- Loodsschoener EMDEN. 24,10 x 6,03 x 3,32 m. 78 bruto en 38 netto reg. ton.
Gebouwd onder speciaal toezicht van Germ. Lloyd. Gekoperd en kopervast.
Nadere inlichtingen verstrekt Jacq. Pierot Jr., makelaar in schepen, Witte Huis, Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 2 april. Het stoomschip VAN NECK, gebouwd voor de Koninklijke Pakketvaart Mij., heeft heden op de Noordzee een uitnemend geslaagde proeftocht gehouden en is door de Maatschappij overgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 2 april. Het lichterschip EMMANUEL, schipper Kruithof, dat hier is binnengesleept, zal aan de werf van de firma Gebr. Niestern een vergrotingskuur ondergaan, het schip wordt in twee helften gedeeld, er wordt in een stuk van plm. 20 meter lengte tussen gezet, waarna het schip dan aanmerkelijk groter is geworden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 1 april. Het Nederlandse stoomschip DORDRECHT is bij het vertrek van hier in aanvaring gekomen met een donkey, die beschadigd werd. Bij Altona moest het stoomschip uitwijken, waardoor het tegen enige palen stootte, die eveneens beschadigd werden. Het stoomschip zette ogenschijnlijk onbeschadigd de reis voort. (De DORDRECHT is 2 april te Rotterdam aangekomen. Red.)


06 april 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. EASTWELL, rijstlading.
De makelaars Bakker en Dijksen te IJmuiden, als lasthebbenden van de WelEdelGestrenge Heer Ingenieur van de Rijkswaterstaat te Amsterdam, bieden bij inschrijving aan: De aan te brengen rijst uit bovengenoemd stoomschip.
Inschrijvingsbiljetten worden ingewacht op maandag 7 april a.s., tot ’s namiddags 3 uur, ten kantore van genoemde makelaars, aan de Vischstraat No. 4 te IJmuiden, waar tevens op die dag van 9-12 en van 1-2 uur nadere inlichtingen zijn te bekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer A.C. van Dam te Vlaardingen is te water gelaten het houten loggerschip VL-128, gebouwd voor rekening van de N.V. Zeevisscherij Maatschappij ‘De Hoop’ te Vlaardingen.


08 april 1913


Krant:
  BN - Bataviaasch Nieuwsblad

Twee schepen aan de grond. De Straits Times bevat het bericht, dat dinsdag verleden week (opm: 1 april 1913) twee schepen in Straat Riouw aan de grond gelopen zijn: het plezierjacht SAGETTA, waarmee de hertog van Valencay met zijn vrienden een reisje maakt, en het vrachtschip GOUVERNEUR-GENERAAL MIJER, toebehorende aan Lim A Pat te Muntok.
Het jacht strandde op een klein rif bij Poeloe Sau. Gevaar bestaat er niet. Sleepboten uit Singapore zullen beproeven het af te slepen.
Met de GOUVERNEUR-GENERAAL MIJER staat het anders. Dit schip liep ’s avonds op het Pan-rif en kreeg ernstige schade. De stranding werd opgemerkt door een kleine, op Riouw varende boot, die de 83 passagiers en de mails overnam en naar Singapore terugbracht. Volgens latere berichten, aangebracht door voorbijvarende schepen, is de GOUVERNEUR-GENERAAL MIJER totaal verloren. Het schip scheen zwaar lekkend langzaam van het rif af te glijden in diep water; uit het onbeantwoord blijven van signalen maakte men op, dat de gezagvoerder en de bemanning, het gevaar inziende, het schip hadden verlaten.
De GOUVERNEUR-GENERAAL MIJER is, naar men weet, een heel oud schip, in 1871 voor een Engelse rederij gebouwd, doch overgenomen door de Nederlandsch-Indische Stoomvaart Maatschappij, die het op haar beurt weer overdeed aan de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Deze verkocht het echter al spoedig.


Krant:

  BN - Bataviaasch Nieuwsblad

Nog een scheepsongeluk valt te melden. Wij vernemen, dat de stoomlichter KALMOA gisteren bij de Hoek van Krawang is vastgelopen. De voorbijvarende GOENTOER kwam een en ander rapporteren, waarop de SWAERDECROON naar de plaats van het ongeluk stoomde. De KALMOA werd los gesleept en kwam hedenmorgen vroeg in onze (opm: Batavia) haven aan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 april. De sleepboot ATLAS arriveerde 5 april van Amsterdam te St. Michaels.


09 april 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 april. De Nederlandse sleepboot ATLAS vertrok 6 april van St. Michaels naar Cardiff met het Zweedse stoomschip TEXAS op sleeptouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 7 april. Het Nederlandse stoomschip MEDAN, zaterdag van hier via Antwerpen naar Ned.-Indië vertrokken, geraakte op de beneden Elbe bij Lühe aan de grond en kwam eerst bij het volgend tij met assistentie van de sleepboten CAROLINE en VORSETZEN vlot. Het schip zette ogenschijnlijk onbeschadigd de reis voort. (De Medan is bereids te Antwerpen aangekomen. Red.)


10 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 9 april. Gisteren werd van de werf van Irvine's Shipbuilding & Drydock Comp. Ltd. te West Hartlepool met goed gevolg te water gelaten het voor rekening van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia alhier nieuw gebouwd stoomschip ZETA, groot ca. 5.500 ton d.w.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf & Machinefabriek ‘t Hondsbosch te Alkmaar liep met goed gevolg te water: Een nieuwe stalen stoombarkas, lang 32 voet, breed 8 voet, hol 4 voet 6 duim. Het schip wordt uitgerust met een stoomketel en stoommachine van 20 pk en is gebouwd voor rekening van de firma D. Goedkoop Jr. te Amsterdam; de nieuwe stalen motordirectieboot CAROLINE, lang 50 voet, breed 10 voet, hol 5 voet 6 duim, uitgerust met een Kromhout-motor van 52 pk, voor rekening van de firma D. Goedkoop Jr. te Amsterdam.


11 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Bij de werf van de firma Joh. Berg te Farmsum ligt de aldaar nieuw gebouwde tankmotorschoener ALEX PELLANDER gereed om naar Helsingfors te vertrekken. Het vaartuig, dat een draagvermogen heeft van 200 ton, is bestemd om in de Oostzee geregeld met koolteer te varen. De motor, die zich in het schip bevindt, is een Kromhout ruwoliemotor, welke uitstekend functioneert.


12 april 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping bij de directie van de Marine te Hellevoetsluis op woensdag de 7e mei 1913, des voormiddags ten 11 uur 30 bij inschrijving van de navolgende voor ’s Rijks dienst afgekeurde vaartuigen, t.w:
- de afgekeurde torpedoboot HABANG
- twee stoomsloepen
- drie afgekeurde houten loodskotters
- een afgekeurde ijzeren loodsschoener
De voornoemde vaartuigen kunnen door gegadigden worden bezichtigd op woensdag de 30e april en dinsdag de 6e mei. De voorwaarden van verkoop van de torpedoboot HABANG zo mede die van de overige vaartuigen liggen ter lezing ten burele ter griffie van de Marine te Hellevoetsluis.
Hellevoetsluis, 9 april 1913
(opm: bekort)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 11 april. Gisteren werd van de werf van de heer G.J. v. d. Werff, scheepsbouwmeester te water gelaten, het naar de eisen van de tijd gebouwde twee-mast gaffelschoenerschip CATHARINA, voor rekening van kapt. J. Salomons H.Wzn. te Gasselternijveen. Deze schoener mag beschouwd worden als het grootste schip, dat tot dusver hier gebouwd is; de afmetingen zijn 31 x 7 x 2,85 meter. Het is het honderdste schip, dat door bovengenoemde scheepsbouwer te water gelaten is.


14 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf ‘Dordrecht’ te Dordrecht, is te water gelaten een stalen 800 ton hopper-barge van 145' x 32' x 12', gebouwd volgens de klasse 100 A 1 van de Eng. Lloyd. Het vaartuig is bestemd voor Engeland. Op de vrijgekomen helling zal de kiel worden gelegd voor een dergelijke hopper-barge, eveneens voor Engelse rekening en te bouwen onder speciaal toezicht van de Eng. Lloyd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer G. v. d. Werf te Hoogezand, is te water gelaten de 2-mast gaffelschoener CATHARINA, in aanbouw voor kapt. J. Salomons te Gasselternijveen. De afmetingen zijn 31 x 7 x 2,85 meter.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 11 april. De Nederlandse koftjalk JANTJE, met graniet van Kragerö naar Neufahrwasser bestemd, is te Fredrikhaven binnengelopen met stormschade. Het schip zal aldaar repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 11 april. Bij het derde Elbe vuurschip brak het ankerspil van het van Hamburg naar Emden bestemde Nederlandsche stoomschip JENNY, waardoor een anker met 90 vaam ketting verloren ging. Het stoomschip keerde naar Cuxhaven terug. (opm: zie ook AH 190413)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Algiers, 8 april. Het Nederlandse stoomschip LOMBOK van Padang naar Amsterdam, arriveerde hier gisteren met schade aan de grote stoompijp. Deze werd gerepareerd en het schip zal hedenmiddag de reis voortzetten. (De LOMBOK passeerde 10 april Gibraltar. Red.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 13 april. Van de werf van de heer C. Kars werd gisteren met goed gevolg te water gelaten een stalen bolschip, groot plm. 70 ton, voor rekening van schipper R. Vos te Oude Pekela. Tevens is de kiel gelegd voor een soortgelijk schip groot plm. 75 ton, voor S. Dijkstra te Alteveer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoewel de TITANIC reeds een jaar op de bodem van de Atlantische Oceaan rust — het schip is in de nacht van 14 op 15 april vergaan — moeten sommigen van de geredden, die bij de ramp verwanten en bezittingen verloren hebben, steeds nog worstelen tegen de White Star Line, om enige vergoeding te krijgen. Men zal zich herinneren, dat bij de ramp o.a. twee kleine kinderen gered zijn. Men nam eerst aan dat hun ouders beiden omgekomen waren en hun redster, miss Margaret Hays, trok zich hun lot aan. Later bleek, dat de moeder zich nog in leven bevond. Zij heeft haar kinderen teruggekregen, maar haar echtgenoot was omgekomen, terwijl ook haar gehele vermogen met het schip in de diepte verdwenen is. Moeder en kinderen leven thans in armoede. De vrouw, van wie de gezondheid zeer geschokt is, moet haar geld thans verdienen als werkvrouw en kan nauwelijks genoeg bijeenkrijgen om haar kinderen en zichzelf het hoogstnodige te verschaffen. Men heeft haar tot nog toe niet de minste onderstand verleend. Zelfs de 30 dollar, die men aan boord van de CARPATHIA op het lijk van haar man gevonden heeft, zijn haar nog niet ter hand gesteld. De weduwe heeft thans een eis tot 30.000 dollar schadevergoeding tegen de White Star Line ingediend.


15 april 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip BATAVIER VI kwam vanmorgen omstreeks kwart voor tien voor de Boompjes om ligplaats te nemen. Door de sterke stroom (de vloed was reeds ingetreden) werd het stoomschip dwars de rivier opgestuwd, in de richting van de Willemsbrug, niettegenstaande aan boord alle pogingen werden aangewend om dit voorkomen.
De BATAVIER VI schuurde met zijn voorschip langs de Willemsbrug tussen de eerste en tweede pijler vanaf de Maaskade W.Z. Daarna zwaaide het stoomschip om en kwam met het achterschip aan bakboordzijde onder het voetpad van de brug. Inmiddels waren enige sleepboten ter assistentie opgestoomd en even over tienen lag de BATAVIER VI aan de Boompjes gemeerd. Aan boord van het stoomschip is het hekwerk aan bakboordzijde vernield en een stuurkast gedeeltelijk ontzet.
Aan de Willemsbrug is zo goed als geen schade toegebracht, alleen een paar consoles, waarover het voetpad van de brug loopt, zijn vernield en voorts is nog enige geringe averij aangebracht.
De directeur en de adjunct-directeur van de gemeentewerken, de opzichter van de brug, een onder havenmeester, enz., waren spoedig ter plaatse om zich persoonlijk op de hoogte van het gebeurde te stellen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De sleepboot MARGARETHA FRATER, van de firma Zwart en Frater Smid te Delfzijl, is verkocht naar Lissabon. (opm: zie ook NNO 080313)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het tjalkschip NAVIGATION, vroeger bevaren door schipper De Vries, voor enige tijd gekocht door de firma Joh. Berg, te Delfzijl, is door genoemde firma weer verkocht naar Helsingfors. (opm: Helsinki, Finland)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 april. De Nederlandse zeesleepboot DONAU, met een zuiger van IJmuiden naar Bahia Blanca, arriveerde 13 april te Bahia.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Frederikshavn, 11 april. De met schade alhier binnengekomen Nederlandse tjalk JANTJE was met het Zuidelijk breakwater in aanvaring geweest. De sleepboot KRISTINE verleende assistentie en bracht het schip veilig in de buitenhaven ten anker.


16 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Harlingen, 15 april. De ijzeren klipperaak NOUVELLE ENTREPRISE, schipper Bakker, met grint van de Rijn naar Delfzijl, is bij het binnenkomen alhier tegen het Zuiderhoofd gelopen, waardoor de boeg werd ingedrukt. De sleepboot JOHANNES verleende assistentie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Southampton, 14 april. Het Nederlandse stoomschip VAN NECK, (opm: op 11 april) met enige machineschade alhier aangekomen, vertrok hedenmorgen naar Cowes voor reparatie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer J. Wortelboer te Oude Pekela, is te water gelaten een ijzeren klipper-tjalk, groot 160 ton, voor schipper H. Wolthuis te Wildervank. Op genoemde werf werden de kielen gelegd voor twee lichterschepen, groot 100 ton, voor rekening van de N.V. Strookartonfabriek ‘Ceres’ aldaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 14 april. De Nederlandse zeesleepboot TITAN is alhier aangekomen om nieuwe ketels in te nemen bij de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Margate, 13 april. De Nederlandse tjalk VIER GEBROEDERS, van Antwerpen naar Sandwich met lijnkoeken, is met assistentie van de bemanning van de reddingboot van Margate in Margate Harbour binnengebracht. Een anker met ketting is verloren gegaan.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 april. Het te Groningen thuis behorende lichterschip HARMONIE, schipper J. Top is verkocht aan schipper L. Bolhuis alhier. Top zelf heeft thans een sleepboot in de vaart genaamd DANIËL, gebouwd op de werf van de firma Marchman & Fraassen te Rotterdam, voornoemde sleepboot is voorzien van een triple compound machine van 75 ipk en voldoet in alle opzichten aan de gestelde eisen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 april. Het tjalkschip RENSIENA, voorheen schipper Meulman, dat genoemde schipper aan Gebr. van Diepen te Waterhuizen heeft verkocht, is thans verkocht naar Hamburg. Kapitein J. Koopman van Groningen, zal het naar de bestemming brengen, het voert tegelijkertijd als lading met zich mee, een nieuw vaartuig, eveneens bestemd voor Hamburg. Tevens klaarde hier uit, het nieuw gebouwde schip No. 86, groot 60 ton, dat ook op diezelfde werf werd gebouwd voor Hamburg.


17 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam, is te water gelaten een staal-ijzeren praamschip, groot 60 ton, voor schipper H. de Boer aldaar. De kiel werd gelegd voor een klipperschip, groot 130 ton, voor Albert Cadee te Groningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 16 april. Het Nederlandse stoomschip OOSTDIJK, van Rotterdam te Baltimore aangekomen, is aldaar in het dok geplaatst wegens verlies van een schroefblad.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeesters Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht werd met goed gevolg te water gelaten de voor rekening van Bureau Wijsmuller te Baarn, nieuw gebouwde zeesleepboot HOLLAND.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 april. De sleepboot ZUIDERZEE met een rotsbreker op sleeptouw, van Schiedam naar Pernambuco, arriveerde 15 april te Madeira.
De sleepboot OOSTZEE, arriveerde 14 april van Antwerpen te Havre met de lichter HUMBER. De sleepboot vertrok weer naar Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 april. Gisteren heeft op de Eems proef gestoomd de nieuwe sleepboot STELLA, gebouwd op de werf van de firma Drewes & Co. te Gideon, voor rekening van de Norddeutscher Lloyd te Bremen. De triple-compound machine van 275 ipk is geleverd door de firma Gorter. Tijdens deze proeftocht voldeed zij uitstekend. Er werd een vaart van 11 mijl bekomen.


18 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’.
Heden zal te Vlissingen een vergadering van aandeelhouders gehouden worden van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’, Scheepsbouw- en Werktuigenfabriek te Vlissingen. Daarin zal het zeven-en-dertigste jaarverslag worden uitgebracht, waaraan het volgende is ontleend: Gedurende dit boekjaar heerste levendigheid in alle afdelingen van ons bedrijf; de contracten voor nieuw werk konden worden afgesloten tot lonende prijzen.
De onderhandelingen met de Regering betreffende uitbreiding en wijziging van het erfpachtcontract hebben tot overeenstemming geleid; indien de vergadering aan dit nieuwe contract ook haar goedkeuring hecht, is het, met het oog op de dringende behoefte aan uitbreidingsterreinen, te hopen dat het spoedig door een wet wordt bekrachtigd.
Afgeleverd werden het afgelopen jaar: Twee torpedobootjagers, genaamd BULHOND en JAKHALS aan het Departement van Marine; het Gouvernements-stoomschip ALLATUS (opm: is ALBATROS) aan het Departement van Koloniën; twee vrachtstoomschepen, genaamd MERAUKE en PONTIANAK aan de Rotterdamsche Lloyd. Complete machine-installaties werden vervaardigd voor de stoomschepen BRUNSWIJK en RANDWIJK, gebouwd door de scheepswerf voorheen Jan Smit Czn. te Alblasserdam. In het geheel werden afgeleverd; plm. 29.000 tonnen waterverplaatsing schepen; plm. 27.000 indicateur paardenkrachten machine-installaties; 47 stoomketels met een gezamenlijk verwarmensoppervlak van 95.744 vierkante voeten (8.854 m2). Bovendien werden verschillende reparaties uitgevoerd. Op 1 januari 1913 bedroeg de waarde van de nog niet afgeleverde orders ongeveer NLG 7.500.000. Uit de toelichting tot de balans en verlies- en winstrekening blijkt dat het bedrag van de onuitgegeven aandelen is verminderd door de reeds in het vorig jaarverslag vermelde plaatsing van de 5e serie, groot NLG 200.000. Het agio komt onder de reserve voor. Het hoofd gebouwen, getimmerten en vaste inrichtingen wijst een sterke toeneming aan als gevolg van belangrijke uitbreidingen en aanschaffing, die het bedrijf noodzakelijk maakte. In verband met de bepalingen van het ontwerp-erfpachtcontract kwam het wenselijk voor om reeds nu verschillende gebouwen en werktuigen, voorkomend onder andere hoofden, tot een totaal bedrag van NLG 73.285 naar dit hoofd over te brengen; dientengevolge behoorde ook de daarop plaats gehad hebbende afschrijving, ten bedrage van NLG 36.283 naar de afschrijvingsrekening van de gebouwen, getimmerten en vaste inrichtingen te worden overgebracht. Het saldo van de 4½% obligatielening verminderde door uitloting opnieuw met NLG 38.000 en wijst thans deze post NLG 1.044.000 aan. In de naaste toekomst zijn belangrijke uitbreidingen van de installaties onvermijdelijk, teneinde tijdig voor te bereiden op de voldoening aan de klimmende eisen die gesteld worden door het steeds groter worden van de schepen, zowel voor de koopvaardij als voor de Marine. Voor reserve voor uitbreiding van fabrieksinstallaties en kantoorgebouwen komt nu een post voor van NLG 200.000. Of het mogelijk zal zijn die uitbreidingen geheel uit de resultaten van het bedrijf te bekostigen, betwijfelt de directie; waarschijnlijk zal het nodig zijn daarvoor een beroep op de geldmarkt te doen. De reserve tot aanmoediging van sparen is verminderd met de bijslag over 1912 aan de spaarders betaald en koersverlies geleden op de beleggingsfondsen, terwijl ze vermeerderde, behalve met gekweekte rente, met een dotatie van NLG 10.000 uit de winst over 1912. Door besparingen, verkregen bij het dragen van eigen risico, wat de toepassing van de Ongevallenwet 1901 betreft, vermeerderde deze reserve in het afgelopen jaar met NLG 25.121 en wijst thans NLG 79.667 aan. Aan arbeidsloon werd uitbetaald NLG 1.115.175. De verlies- en winstrekening wijst een bedrag aan van NLG 925.887,12. Aan de debetzijde kwam voor interest 4½% obligatielening NLG 42.026; salarissen en algemene onkosten NLG 218.246; ondersteuning gewezen beambten NLG 4.015; kosten Ongevallenwet en arbeidscontract NLG 45.782; onderhoud gebouwen NLG 12.413; exploitatie woningen van de Vereeniging tot verbetering der Volkshuisvesting NLG 4.624; interest NLG 13.188; afschrijvingen NLG 263.381; reserve ter aanmoediging tot sparen NLG 10.000; reserve voor uitbreiding fabrieksinstallaties en kantoorgebouwen NLG 200.000.
Netto winst NLG 112.200, waarvan 8% aan aandeelhouders NLG 80.000, bedrijfsbelasting NLG 2.200 ,reserve NLG 6.000, tantièmes NLG 24.000. De creditzijde wijst als uitkomst van diverse werken aan NLG 907.624; huur gebouw en onderhoud NLG 2.210; exploitatie woningen Arsenaal NLG 2.473; woningen Glacis NLG 2.592; exploitatie dok te Middelburg NLG 608 en dok te Vlissingen NLG 309; interest van het belegd assurantie reservefonds NLG 1.478; interest van verbond effecten NLG 2.757 en winstafdeling havenwerken NLG 5.922.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Manchester, 16 april. Het Nederlandse stoomschip ROSSUM, van Stettin, heeft 12 dezer gestoten op een bank (opm: oever) in het kanaal, twee mijl van Eastham, waardoor het schade bekwam aan enkele boegplaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de heer I.S. Figée, te Vlaardingen, is te water gelaten het stalen motorloggerschip CORNELIS (IJM-172), gebouwd voor rekening van de Visscherij Maatschappij te IJmuiden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 14 april. Het hier met kolen van Newcastle aangekomen Rotterdamse stoomschip ZUID-HOLLAND heeft bij Groden aan de grond gezeten, doch kwam zonder assistentie weer vlot. Er wordt geen schade gerapporteerd.


19 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de Werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen zijn met goed gevolg te water gelaten 2 nieuw gebouwde stalen botters (kwakmodel) voor rekening van de heren G. en T. Veerman te Volendam. De kielen zijn gelegd voor een motor-visaak en een motor Noordzee-botter, welke laatste is bestemd om te worden geëxposeerd op de scheepvaarttentoonstelling E.N.T.O.S. te Amsterdam. Deze beide vaartuigen zullen worden voorzien van een 18 pk Kromhout motor.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling. 19 april. In de Westergronden bij Terschelling is gestrand een volschip. Sleepboten en de motorreddingboot zijn ter assistentie derwaarts vertrokken.
(Later bericht.) Het gestrande vaartuig is het Duitse volschip PARNASSOS, van Pisagua met salpeter naar Hamburg bestemd. Het werd gesleept van Queenstown. De sleepboot moest het vaartuig loslaten. Hedenmorgen verliet de bemanning, bestaande uit 27 personen, het schip met eigen boot en werd door een vissersvaartuig opgenomen. Na van dit vissersvaartuig op een sleepboot en van daar op de motorreddingboot BRANDARIS te zijn overgezet, werden ze door deze hier aangebracht. De gezagvoerder is met de sleepboot NEPTUNUS naar het schip teruggekeerd. Het schip zit gevaarlijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Cuxhaven, 17 april. Het stoomschip JENNY (zie Avondblad 12 april) heeft gerepareerd en zette de reis naar Emden voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Droogdok Mij. Tandjong Priok te Rotterdam.
Aan het verslag over 1912 wordt het volgende ontleend:
In het afgelopen jaar was de fabriek te Tandjong Priok steeds ruim van werk voorzien; vaak werd er veel moeite ondervonden om het nodige werkvolk te vinden teneinde de steeds toenemende werkzaamheden op tijd af te leveren; het aantal werklieden klom tot gemiddeld 740, tegenover 681 in 1911. Het aantal dokkingen bedroeg 101 met 283 dokdagen, tegenover 106 met 283 dokdagen in 1911. Ook de sleephelling bewees uitmuntende diensten en was gedurende 257 dagen bezet, voornamelijk met meer langdurige reparaties. Van het dok werden 9 pontons verwisseld evenals in 1911.
Er werden 5 niet in Indië thuis behorende stoomschepen gedokt, waaronder voornamelijk het stoomschip PONTIANAK van de Rotterdamsche Lloyd een belangrijke bodemreparatie onderging. Verder werden min of meer belangrijke reparaties uitgevoerd aan de stoomschepen MOSSEL, ALTING en HOUTMAN van de Koninklijke Paketvaart Mij. en aan Hr.Ms. schepen CERAM, HOLLAND, JAVA en HOOFDINSPECTEUR ZEEMAN.
De bouw van motorboten en prauwen en het in elkander zetten en klinken van vaartuigen, die in Nederland gebouwd en in stukken uitgezonden werden, vormden een belangrijk onderdeel van het bedrijf, terwijl ook opdrachten van verschillende cultuur-ondernemingen steeds in omvang toenamen.
De drijvende elektrische centrale, die stroom levert voor elektrische boormachines en voor de verlichting van dok en helling, bleek in een lang gevoelde behoefte te voorzien. De directie gaat steeds voort de werkplaatsen van nieuwere gereedschappen te voorzien, teneinde aan de steeds groter wordende eisen van de scheepvaart te kunnen voldoen.
Blijkens de winst- en verliesrekening bedroeg de nettowinst NLG 123.260.
Commissarissen stellen voor het dividend over 1912 vast te stellen op 15%.


21 april 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 april. De sleepboot MAAS arriveerde 18 april van Rotterdam te Plymouth om de zandzuiger CURAÇAO weg te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 april. De sleepboot THAMES, van Kaapstad naar Morecambe met het Engelse stoomschip NUBIAN op sleeptouw, vertrok 15 april van Vigo, na gebunkerd te hebben.


22 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam werd gisteren te water gelaten het stoomschip ARUNDO, in aanbouw voor de Maatschappij Zeevaart, directie de firma Hudig & Veder aldaar. Dit stoomschip, bestemd voor de algemene vrachtvaart, is speciaal voor de houtvaart ingericht, heeft een laadvermogen van 5.500 ton (van 1.016 kg. per ton) en wordt door bovengenoemde droogdok maatschappij van machines en ketels voorzien, waarmee het schip een snelheid van 9 knopen zal kunnen bereiken. De hoofdafmetingen van het stoomschip zijn: Lang tussen de loodlijnen 331, breed over grootspant 48 en hol 24.6 voet. De machines van het triple-expansie systeem hebben cilinders van 23 x 38 x 62 Eng. duim middellijn en de slag is 42 Eng. duim.
Twee grote ketels, eveneens door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gebouwd, leveren de stoom. Zij hebben een verwarmend oppervlak van 4.270 vierkante voet en werken onder een druk van 180 lbs. Buitendien zijn er nog aan boord een grote donkey-ketel, patent Wirs-pompen voor het voedingwater en een voorwarmer. Het stoomschip, benevens machines en ketels zijn geheel onder toezicht van Bureau Veritas gebouwd en geplaatst in de hoogste klasse van voornoemd Bureau.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip ALBATROS (SCH - 77), gebouwd voor rekening van de heer C. Roeleveld te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 april. De Nederlandse sleepboot ATLAS met het Zweedse stoomschip TEXAS op sleeptouw arriveerde 19 april van St. Michael's te Barry Roads.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlieland, 19 april. Het gestrande Duitse schip PARNASSOS is door vier sleepboten vlot gebracht, doch daarna in zinkende staat in peiling WNW ½ W van Terschelling weer opnieuw op de bank gezet. De sleepdienstrederij Zurmühlen heeft contract gemaakt voor het afbrengen van het schip. Het bergingsvaartuig DOLFIJN, met pompen aan boord is van hier naar Terschelling vertrokken.
20 april. De PARNASSOS zit geheel onder water en is verloren.


23 april 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 april. De Nederlandse sleepboot ATLAS met het Zweedse stoomschip TEXAS op sleeptouw arriveerde 21 april van St. Michael te Cardiff.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 april. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met een kraan van Schiedam naar Nicolajeff, passeerde 20 april ’s middags 2 uur Prawle Point.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 21 april. Uit Singapore wordt bericht, dat het Nederlandse stoomschip SARIE BORNEO, volgens rapport van de kapitein, op een onbekend voorwerp heeft gestoten en het schip in het droogdok moet voor onderzoek en reparatie.


25 april 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 april. De zandzuiger CURAÇAO, van Rotterdam naar Curaçao, vertrok 23 april van Plymouth, gesleept door de sleepboot MAAS.


26 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam.
Aan het verslag over 1912, uitgebracht in de heden gehouden vergadering van aandeelhouders wordt het volgende ontleend: Het afgelopen jaar heeft zich gekenmerkt door vele werkzaamheden. Het aantal aanvragen, ook uit het buitenland, was opmerkelijk groot en in zeer vele gevallen moest van het doen van aanbieding worden afgezien. Het feit dat men in 1912 verschillende bouwcontracten had af te werken, die, onder ongunstige omstandigheden afgesloten, weinig voordeel, een enkele maal zelfs belangrijk verlies opleverden, eensdeels omdat tijdens de uitvoering bijna alle bouwmaterialen in prijs toenamen, anderdeels wegens stijging van arbeidslonen, maakte dat men van de algemene welvaart in de scheepvaartwereld nog weinig heeft kunnen profiteren. Men slaagde er in enige belangrijke opdrachten te verkrijgen, waardoor de inrichting voor lange tijd voldoende van werk voorzien is.
Bijzondere vermelding verdient de gunstige uitkomst verkregen met het motortankschip JUNO, waarin een Werkspoor-Dieselmotor geplaatst werd van 1.100 epk. Na twee reizen te hebben gemaakt naar de Zwarte Zee bleek deze motor volkomen betrouwbaar hetgeen de eigenaars aanleiding gaf het schip naar Ned. Indië uit te zenden, evenals de motortankboot VULCANUS, aan dezelfde maatschappij geleverd in 1910. Het dubbelschroef motortankschip EMANUEL NOBEL, in januari jl., na goedgekeurde proeftocht, afgeleverd, deed een reis naar de Zwarte Zee, die tot grote tevredenheid van de eigenaars verliep. De bestelling in 1912 van nog twee dubbelschroef motortankschepen door de eigenaars van de VULCANUS en JUNO, is het beste bewijs van het vertrouwen, dat in de Werkspoor-Dieselmotoren blijkt gesteld te worden. De in het begin van 1912 gedurende 10 weken plaats gehad hebbende staking van al de klinkers, caulkers en boorders, heeft veel nadeel berokkend aan de tijdig aflevering van de daarbij betrokken schepen en het, ondanks de staking, aan het werk houden van de overige werklieden, bracht tenslotte grote onregelmatigheid te weeg in de geregelde gang van het bedrijf. Het binnenkort op de helling in aanbouw komend mailschip JAN PIETERSZOON COEN, lang tussen I.l. 503'-6", breed 60'-8' en hol 31'-0", het grootste schip tot nu toe hier ten lande gebouwd, overschrijdt in breedte de doorvaartwijdte van de voormalige Oosterdoksluis, zodat de Maatschappij voor de tweede maal belangrijke kosten moet maken voor het wegnemen van de plaatselijke beletselen. Dit feit, zegt de directeur, wijst er ernstig op, dat, willen wij het bedrijf blijven voortzetten, een verplaatsing binnen afzienbare tijd nodig is, waartoe de nodige stappen dan ook reeds gedaan zijn. Het bruto-winstcijfer, ad NLG 126.426, stelt de directie in staat, na voldoende afschrijvingen op bezittingen en na versterking van het Ondersteuningsfonds voor het personeel, aan aandeelhouders een dividend voor te stellen ad. 7%.
De afschrijvingen bestaan totaal uit NLG 77.065 op gebouwen, werkinrichtingen, gereedschappen, drijvende stoomkraan, etc., terwijl de versterking van het ondersteuningsfonds NLG 10.000 bedraagt. Over het resterend saldo van de winstrekening wordt als volgt beschikt: Aandeelhouders 7% over NLG 500.000, NLG 35.000, tantièmes en uitkeringen NLG 3.333, bedrijfsbelasting NLG 962 en over te boeken op nieuwe rekening NLG 65.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Terschelling, 25 april. Het wrak van het schip PARNASSOS met lading bracht in de heden gehouden veiling NLG 76 op. (Zie Avondblad 21 dezer.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is met goed gevolg te water gelaten een nieuw gebouwde stalen sleepkaan groot plm. 450 ton, voor rekening van de heer Florent Verelst te Boom (België). (opm: is de LA SOIRÉE – bno. 77). De kiel is gelegd voor een sleepkaan van plm. 700 ton voor de heer G. Selbst te Brohl am Rhein, terwijl dezer dagen werd afgeleverd een sleepkaan groot 500 ton, aan de heer A. Harink te Rotterdam. (opm: is de WATERPLOEG – bno. 76).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 26 april. Heden vertrok van hier naar Hamburg de nieuwe gaffelschoener HELENA (groot netto 159 m3) kapt. F. Holm. gebouwd door G.W. Bodewes te Hoogezand.
Tevens zal naar Emden vertrekken de nieuwe schoener AURORA, groot netto 286 m3, kapt. H. Jurgens, gebouwd door E.M. Koops te Hoogezand.


28 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam, is te water gelaten een staal-ijzeren schuit, groot 60 ton, voor schipper A. Blaak te Hoogezand.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 april. Gisteren is naar Emden vertrokken de nieuwe motorsleepboot GRIEF, gebouwd te Hoogezand, op de werf van E.J. Smit & Zonen, voor rekening van de rederij Bolte te Bremen. De sleepboot is voorzien van een ruwoliemotor en brengt een ontwikkeling teweeg van 24 paardenkrachten. Bij proefstomen hebben boot en motor aan de gestelde eisen voldaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 april. De Nederlandse sleepboot THAMES met het sloopschip NUBIAN op sleeptouw, arriveerde 25 april van Kaapstad te Morecambe (Engeland). Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

St. Ives, 25 april. Het gisteren gemelde stoomschip, dat in aanvaring is geweest, is het Griekse stoomschip OTHON STATHATOS, 3.524 ton groot, met kolen van Penarth naar Napels bestemd. Het is door het stoomschip IJSSEL, van de N.V. Houtvaart te Rotterdam, te St. Ives binnengebracht na 16 mijl te zijn gesleept en door de sleepboten VICTOR en TRITON in de St. Ivesbaai op de modder gezet. De dekken van het stoomschip staan onder water. De OTHON STATHATOS is tegen een waarde van GBP 24.000 verzekerd. De gehele aanvaringsrisico is door assurantie gedekt. Tot nu is er reeds 20 procent herverzekering op het stoomschip betaald.
Later bericht. De OTHON STATHATOS is niet in aanvaring geweest, doch heeft op een rots of onder water drijvend wrak gestoten. Er worden schikkingen getroffen voor de berging van het schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 26 april, Het Nederlandse stoomschip BATJAN, van Amsterdam naar Java, 24 april van Malta vertrokken, is aldaar teruggekeerd wegens een defect aan de machine.


29 april 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 april. De sleepboot SCHELDE, met een kraan vanuit de Nieuwe Waterweg naar Nicolajeff op sleeptouw, arriveerde 26 april met alles wel te Vigo.
- De sleepboot POOLZEE vertrok 26 april naar Marseille om vandaar een zeilschip naar Rotterdam te slepen.
- De sleepboot OCEAAN vertrok 27 april naar Nicolajeff om vandaar een baggermolen naar Reval te slepen.


30 april 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de N.V. Scheepswerf & Machinefabriek 't Hondsbosch te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten de nieuwe stalen vrachtmotorboot VIJF GEBROEDERS; lang 45 voet, breed 10 voet, hol 4 voet 6 duim. Het vaartuig zal worden uitgerust met een Kromhout ruw olie motor van 18 pk en is gebouwd voor rekening van de heer G.H.A. Schot te Alkmaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 april. De kapitein van het Nederlandse stoomschip IJSSEL (opm: de naam is YSSEL), hetwelk het stoomschip OTHON STATHATOS in St. Ives Bay heeft binnengesleept, rapporteert aan zijn rederij, dat hij donderdag 24 april in de vm. 7 uur het in nood verkerende stoomschip in het gezicht kreeg, hetwelk werd bijgestaan door de Engelse stoomschepen HULL TRADER en CELESTE. De kapitein van het Griekse stoomschip seinde om assistentie aan de IJSSEL, wijl de hulp van de Engelse stoomschepen die in ballast waren niet voldoende was. De IJSSEL maakte trossen vast op de OTHON STATHATOS, doch deze braken. Vervolgens maakte men trossen vast op de CELESTE, doch nadat deze tot 3 maal toe gebroken waren, verliet de CELESTE, wijl zij toch geen hulp kon bieden, het in nood verkerende stoomschip, na de bemanning daarvan te hebben opgenomen. Alleen de kapitein en de eerste stuurman bleven aan boord en konden hunnerzijds geen hulp meer verlenen tot het vastmaken van sleeptrossen. De kapitein van de IJSSEL zond daarop zijn 1e stuurman, tweede machinist en 2 matrozen aan boord van de OTHON STATHATOS, waarna weer een nieuwe verbinding werd verkregen. Nadat een eindweegs was gesleept nam de kapitein van de IJSSEL twee Engelse sleepboten aan om assistentie te verlenen en daarna slaagde de berging als reeds vermeld uitstekend. Het stoomschip IJSSEL, op reis van Swansea naar Kroonstad is zondagavond Dungeness gepasseerd. De OTHON STATHATOS is inmiddels weer vlot gebracht. De nodige reparaties worden verricht.


01 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 30 april. Uit het stoomschip EASTWELL zijn heden plm. 500 balen rijst geborgen.


02 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 1 mei. Men is er in geslaagd de bij het stoomschip EASTWELL gezonken bak te lichten en te bergen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 mei. N.V. W. van Driel’s Stoomboot en Transportondernemingen.
Heden was het 25 jaar geleden, dat de heer W. Van Driel Sr., toen eigenaar van de sleepboten FIAT VOLUNTAS I en NIEUWE ZORG, zich alhier vestigde om het sleepbootbedrijf uit te oefenen, en om zich toe te gaan leggen op het massa transport naar de Rijn van graan, erts enz, dat toen reeds steeds in omvang toenam. Wat er in die 25 jaar is gebeurd en met welke reuzenschreden het bedrijf vooruit is gegaan, wordt in een sierlijk album, waarin foto’s van alle sleepboten en Rijnschepen thans in bezit van N.V. W. van Driel’s Stoomboot en Transportondernemingen, waarin de inmiddels op 26 maart 1911 overleden heer W. van Driel zijn zaak in 1910 heeft omgezet, beschreven. Uit dit album ontlenen wij het volgende: FIAT VOLUNTAS I, 1884, B. Wilton, FIAT VOLUNTAS II, 1888, B. Wilton, FIAT VOLUNTAS III, 1891, Burgerhout, FIAT VOLUNTAS IV, 1894, B. Wilton, FIAT VOLUNTAS V en VI, 1897, FIAT VOLUNTAS VII, 1898, die 4.000 ton in 2 schepen van Rotterdam naar de Ruhrhavens kon trekken. In 1900 was het aantal boten vermeerderd tot negen. Eerst werd alle kracht gelegd op het sleepbedrijf, doch later werd het uitvoeren van transporten ondernomen. In 1910 bezat de firma reeds 14 boten en 38 Rijnschepen. Thans bestaat de vloot uit 17 boten, waarvan er bij zijn die 6.000 ton kunnen trekken, en 41 Rijnschepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 1 mei. Heden werden uit het stoomschip EASTWELL 151 balen rijst geborgen. Het ongunstige weer, mist en regen maakten verdere lossing onmogelijk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 mei. Het schoener-aakschip RES NOVA, kapt. G. Arbeider, groot 395 m3, is onderhands verkocht aan kapitein W. Tonkens te Groningen voor NLG 13.000.


03 mei 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Vredenhof’ van de firma Wed. J.L. Ceuvel, alhier, werden heden te water gelaten 2 stalen laadprauwen, groot 120 ton, beide voor Nederlands-Indische rekening.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 mei. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Kiel is het Nederlandse stoomschip DELTA, in ballast van Amsterdam naar Holmsund bestemd, in het Kaiser Wilhelm Kanaal, in aanvaring geweest met het Deense stoomschip GAUTATYR, laatst genoemd stoomschip is ogenschijnlijk licht beschadigd en zal de reis voortzetten. De DELTA heeft ogenschijnlijk zware schade aan de romp.
GAUTATYR. (Collectie onbekend)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
Het voor de Kon. West-Ind. Maildienst nieuw gebouwde stoomschip JAN VAN NASSAU heeft gisteren (opm: 2 mei) bij Glasgow niet zeer gunstig gevolg proef gestoomd. Er werd een vaarsnelheid verkregen van 13½ mijl. Het stoomschip is daarna naar Amsterdam vertrokken. (opm: aankomst Amsterdam op 5 mei).


06 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 5 mei. Uit het stoomschip EASTWELL werden sedert de laatste opgave 886 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 5 mei. Vanavond arriveerde het goederenstoomschip AMSTEL III, kapt. Verkaik, met defecte machine. De boot heeft stukgoederen geladen van Amsterdam naar Brussel. De kapitein blijft hier nadere instructies afwachten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aanvaring. Hedenmorgen 11 uur is door het Nederlandse stoomschip CELEBES van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, komende van Zaandam, een van de steigers in het zijkanaal G, toebehorende aan de Artillerie-inrichtingen, aangevaren. De oorzaak is vermoedelijk dat het lege schip door de harde oostenwind tegen de steiger is gelopen. De schade wordt op NLG 300 begroot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 mei. - De sleepboot MAAS, met de zandzuiger CURAÇAO, van Rotterdam naar Curaçao, vertrok 2 mei van Brest.
- De Nederlandse zeesleepboot SCHELDE slepende een drijvende kraan van Rotterdam naar Nicolajeff, passeerde 4 mei Gibraltar. Alles wel.
- De Nederlandse zeesleepboot DONAU slepende een zuiger van IJmuiden naar Bahia Blanca, arriveerde 4 mei te Bahia Blanca. Alles wel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 6 mei. De firma E.J. Smit & Zoon alhier liet zaterdag van haar werf te Westerbroek te water een zeelichter, welke zij in aanbouw heeft voor Hamburgse rekening en die een draagvermogen zal hebben van ongeveer 780 ton. Tegelijkertijd liet zij van haar werf alhier een rivierlichter te water, welke de vijfde is van 6 lichters, die zij achtereenvolgens voor de Roland-Linie te Bremen heeft gebouwd, voor de havendienst in Peru. De zesde van deze lichters is gisteren te water gelaten.


07 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 mei. Heden had een goed geslaagde proeftocht plaats van het stoomschip ARUNDO bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. gebouwd voor de Mij. Zeevaart alhier. Na afloop van de proeftocht vertrok het schip naar Newcastle.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 6 mei. Sedert de laatste opgave werden uit het stoomschip EASTWELL 661 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Diepte haven van IJmuiden. Rotterdam, 6 mei. Volgens mededeling van het loodswezen bedraagt de minste diepte in de haven van IJmuiden 96 decimeter. Binnen de kop van het wrak van het stoomschip EASTWELL vindt men diepten van 87 decimeter.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiania, 5 mei. Het met 2.000 ton olie van Texas naar hier bestemde stoomschip HARRY WASDSWORTH (opm: 1893 – 2,265 brt) werd door de te IJmuiden thuis behorende stoomtrawler CHRISTINE binnengesleept. Het sleepwerk heeft 3 dagen geduurd. Thans is het stoomschip in het dok om te repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

NOORDERDIJK, OOSTERDIJK, WESTERDIJK. Newcastle, 5 mei. Het stoomschip NOORDERDIJK te West Hartlepool in aanbouw voor de Holland Amerika Lijn te Rotterdam is in zoverre gereed dat het stoomschip wanneer het uit het droogdok komt, waarin het nu is opgenomen, de proeftochten kan aanvaarden. De OOSTERDIJK en WESTERDIJK, in aanbouw aan de werf van de Irvine Shipbuilding Company, eveneens te West Hartlepool in aanbouw voor de Holland Amerika Lijn, naderen ook hun voltooiing. Ze zullen binnenkort worden afgeleverd. Ieder van deze stoomschepen heeft een capaciteit van 10.000 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Marine nieuws. Uit Soerabaja schrijft men aan het Nieuws van de Dag van Nederlandsch-Indië: Binnenkort zullen, naar ik verneem, weer eskader-oefeningen worden gehouden in de wateren van Ampenan. Aan de oefeningen zouden deelnemen de pantserschepen HERTOG HENDRIK, TROMP, DE RUYTER en ZEVEN PROVINCIËN, benevens de torpedojagers WOLF, FRET, JAKHALS en BULHOND.
De TROMP echter wordt op het ogenblik gerepareerd en ligt in het Marine Etablissement alhier en de HERTOG HENDRIK, die 9 april te Soerabaja zou aankomen, moet ook enkele herstellingen ondergaan; het schip zou bij aankomst dadelijk in het dok gaan.
Op de 12e april zal van de helling van het Marine Etablissement te Soerabaja te water worden gelaten de Gouvernement stomer ALDEBARAN, waarvan de kiel enige maanden geleden werd gelegd. Over enige maanden zal het schip geheel voltooid kunnen zijn.
De ALDEBARAN is een mooi schip, evenals de ook te Soerabaja gebouwde ORION, die ongeveer twee jaar geleden van stapel liep. Bij het Marine Etablissement heeft men het in de scheepsbouw reeds ver gebracht; verscheidene motorboten en andere vaartuigen door genoemd Etablissement gebouwd, getuigen daarvan. Ook wordt er tegenwoordig voor particulieren gewerkt. Bestellingen worden uitgevoerd van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij en van andere rederijen, van prauwenveren, enz. Ook worden boten gebouwd voor de Hollandsche Aannemers Maatschappij, ten dienste van de Soerabajase havenwerken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gistermiddag (opm: 6 mei) werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip VAN LANSBERGE, in aanbouw voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam.
Dit stoomschip, ingericht voor vracht- en passagiersvervoer, wordt gebouwd volgens de hoogste klasse en onder “bijzonder toezicht" van Bureau Veritas. Lengte, breedte en holte zijn respectievelijk 278, 41 en 19 Eng. voet, terwijl de waterverplaatsing bij een diepgang van 15 Eng. voet zal bedragen 3.350 ton van 1.016 kg. Het schip zal voorzien worden van machines van het triple-expansie systeem, welke 1.225 ipk zullen ontwikkelen, waarmee een snelheid van 11 mijl per uur bereikt moet worden.
Op de thans vrijgekomen helling zal ten spoedigste een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor het stoomschip TEXELSTROOM, te bouwen voor rekening van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Nederlands-Indisch stoomschip GOUVENEUR GEN. MEIJER, is op het Panrif gestrand en volgens rapport totaal verloren. De mails en 83 passagiers werden door een op Riouw varend stoomschip overgenomen en naar Singapore teruggebracht. Gezagvoerders van voorbijvarende schepen maakten uit onbeantwoord blijven van signalen op dat ook de gezagvoerder en de bemanning het schip hadden verlaten.


08 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 mei. Op de 18e maart is de Nederlandse baggermolen G.G. 2 nabij de sluis van Brunsbüttel omgeslagen en gezonken. Hierdoor verdronken 5 mensen. Het Seeamt, deze zaak behandelende gaf de schuld aan de kracht van de elementen. Het vaartuig werd door een orkaan belopen, en door alle openingen liep het schip door de overkomende zeeën vol. Het Seeamt beveelt aan in de omgeving aldaar een reddingsstation te plaatsen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 mei. De Nederlandse Marine heeft aan de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen de bouw van een onderzeeboot opgedragen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de N.V. Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’, v/h. Van Vliet & Co. te Hardinxveld, is met goed gevolg te water gelaten een stalen stoomschip No. 104 van het R.Q.D. type, lang 178’-3” x 28’-0” x 13’-5”, voor rekening van een Engelse firma. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een stalen stoomschip No. 107, lang 189’-0” x 28’-0” x 14’-6”, voor rekening van dezelfde firma.


09 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 8 mei. Sedert de laatste opgave werden uit het stoomschip EASTWELL 532 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 6 mei. De Nederlandse kof PRINSES JULIANA met cementstenen naar Groningen bestemd, geraakte gisteren tijdens stormweer op Kroghage bij Gjedser aan de grond, doch werd spoedig door de aldaar gestationeerde bergingsstomer SVANA weer vlot en te Gjedser binnengebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoek van Holland, 8 mei. De in de mond van de Waterweg gezonken zuigbuis van de zandzuiger ROSSUM is vanmiddag gelicht. De groene wrakton is verwijderd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 mei. Het in 1897 te Dordrecht gebouwde stoomschip PARAMARIBO, groot 300 ton deadweight, is naar Rusland verkocht.


10 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens een bij het departement ontvangen bericht zijn de 2 groepen torpedoboten, bestaande uit Hare Majesteit G8, G9, G 10 en G11, en Hare Majesteit G3, WAJANG en RINDJANI, respectievelijk onder bevel van de luitenant ter zee 1e klas F.H.A. Greve en F.J. Witteveen in de nacht van 8 op 9 dezer, te Nieuwediep teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 mei. Men seint ons uit Hamburg. De met meststoffen van Blumethal naar Hamburg bestemde Nederlandse tjalk DEUS GUBERNATOR, geraakte op het Klein Vogelsand vast. Vanochtend vroeg is het vaartuig met verlies van roer, stuurboordzwaard en met zwaar beschadigde lading door de sleepboten REITHER en DIANA vlot en te Cuxhaven binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 9 maart. Sedert de laatste opgaaf werden van de EASTWELL 634 balen rijst gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepswerf van De Haan & Oerlemans te Heusden, is met goed gevolg te water gelaten een Kempense kast, lang 30 m., breed 6,60 m, hol 2,40 m., groot 565 ton voor de heer L. de Jonge te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 mei. Gisteren werd alhier op de Eems proef gestoomd met de nieuwe zeesleepboot CÄSAREWITSCH, gebouwd aan de N.V. Scheepswerven v/h. G. & H. Bodewes te Martenshoek, bestemd voor de Russische A.G. Hugo Stinnes te St. Petersburg.
De triple-compound machine vervaardigd aan de N.V. Machinefabriek Fulton te Martenshoek ontwikkelde 300 ipk. De boot liep gedurende de proeftocht een vaart van 10½ mijl en voldeed het geheel verder ruimschoots aan de gestelde eisen. De boot zal dezer dagen naar St. Petersburg vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 mei. - De sleepboot POOLZEE met het zeilschip JULES HENRI op sleeptouw, vertrok 7 mei van Marseille naar Rotterdam.
- De sleepboot, ROODE ZEE vertrok 8 mei van Port-Talbot naar Toulon.


11 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De correspondent van de Telegraaf te Batavia seint: Een stoombarkas van de Paketvaart is te Tandjong Priok omgeslagen. Van de bemanning bestaande uit ongeveer 70 koppen, zijn er 43 gered. Er werden lijken opgehaald, 17 man worden nog vermist.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 10 mei. Heden werden uit het stoomschip EASTWELL 570 balen rijst gelost.


13 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Geestemünde, 10 mei. Afgelopen nacht is het van Hamburg komende Duitse stoomschip HEIDAR PASCHA in aanvaring geweest met een op de rede liggende Nederlandse tjalk. Van de tjalk brak de kluiverboom terwijl het voorschip diverse schade opliep. De HEIDAR PASCHA zette onbeschadigd de reis naar Nordenham (opm: aan de Wezer t.o. Bremerhaven) voort.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 mei. Op de 7e dezer is van de werf van de firma Irvine’s Schipbuilding and Dry Docks Company Ltd. te West Hartlepool het stoomschip WESTERDIJK (opm: WESTERDYK), in aanbouw voor de Holland Amerika Lijn te water gelaten. Dit in de hoogste klasse van Lloyd’s geplaatste stoomschip is lang 470, breed 55 en hol 41,7 ½ voet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 mei. De uitgaande mailboot PRINS HENDRIK is wegens averij aan machine, op de rede geankerd. Sleepboten liggen erbij. Het defect aan de mailboot PRINS HENDRIK bestaat uit het breken van de as. De mailboot KONINGIN WILHELMINA die thans de oplegweek heeft, wordt onder stoom gebracht, en zal vanavond 6 uur naar Queenborough vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 12 mei. Het in 1906 te Hardinxveld gebouwde stoomschip GILDA, ex. FOAM QUEEN, ex. BOREAS, groot bruto 518 en netto 234 registerton, is naar Zuid Amerika verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 12 mei. Door slecht weer verloor het klipperschip HENDERIKA, schipper Pronk, het bakboord zwaard. Het was op reis van Leeuwarden naar Zweden en liep hier binnen omdat het de reis niet kon voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hedenmiddag had de behandeling plaats van de klacht van de hoofdinspecteur van de scheepvaart tegen de heer J. Oortgiese, gezagvoerder van het stoomschip LA CAMPINE (rederij: American Petroleum Company te Rotterdam).
Een onderzoek zal worden ingesteld of de gezagvoerder Johannes Oortgiese zich heeft schuldig gemaakt aan misdraging jegens de opvarenden door met een onvoldoend uitgerust schip een reis te ondernemen.
De klacht van de hoofdinspecteur van de scheepvaart is dat het stoomschip LA CAMPINE de 16e november 1912 van Terneuzen naar New York is vertrokken, zonder van behoorlijke en vereiste ankers en kettingen te zijn voorzien.
De gezagvoerder deelt mee dat het schip de 16e november 1912 van Terneuzen naar New York vertrok in waterballast. Hij verloor van Antwerpen uitstomende SB boeganker met 125 vadem ketting en BB boeganker met 60 vadem ketting. Er was nog 1 reserve boeganker met de overgebleven 65 vadem ketting, benevens 1 tuianker en twee werpankers aan boord. Hij had van uit Terneuzen aan de rederij te Antwerpen gevraag wat te doen en orders bekomen de reis voort te zetten. De reis werd vervolgd en volbracht zonder de beide verloren boegankers te herplaatsen.
Er hadden gedurende de reis geen ongelukken plaats en werd te New York, waar geankerd werd, gebruik gemaakt van het reserve boeganker en de overgebleven 65 vadem ankerketting. Ook te New York konden de verloren ankers niet weer herplaatst worden. Vanuit New York stelde hij de directie in kennis dat er geen geschikte ankers en kettingen te verkrijgen waren. De heer J.F. Muller te Antwerpen, vertegenwoordiger te Antwerpen van de rederij Am. Petr. Comp., deelt mee dat het stoomschip LA CAMPINE te Antwerpen wordt beheerd en onder zijn toezicht staat. Aangezien er geen nieuwe en passende ankers en kettingen te verkrijgen waren en hij oordeelde dat er ankers genoeg aan boord waren, gaf hij orders de reis zonder meer te vervolgen. De Raad was van oordeel dat het onverantwoordelijk was een schip zonder de beide verloren boegankers te herplaatsen, naar zee te sturen. Het schip was groot 1.893 reg. ton, bemand met 30 koppen, onder wie 6 Nederlanders. De uitspraak volgt later. (opm: zie ook AH 140613)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremen, 5 mei. De 6e maart had op de Weser tussen het vuurschip Bremen en de Rotersand-vuurtoren een aanvaring plaats tussen het Rotterdamse stoomschip SCHIELAND en het Duitse stoomschip FALKE. Het Seeamt, dat heden deze zaak behandelde, was van oordeel, dat het stoomschip FALKE alleen schuldig aan het ongeval was. Ook na de aanvaring had de kapitein van de FALKE niet gehandeld in overeenstemming met de daarvoor bestaande voorschriften.


14 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 13 mei. De mailboot PRINS HENDRIK, is op de haven gesleept. De mailboot KONINGIN WILHELMINA heeft de post en passagiers overgenomen en is vanavond 6 uur naar Queenborough vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 mei. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Manilla is het Nederlandse stoomschip SALAHADJI, van Hongkong naar Tarakan bestemd, met defecte machine en verlies van schoorsteen aldaar binnengesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 10 mei. De met meststoffen van Blumenthal naar Hamburg bestemde Nederlandse tjalk DEUS CUBERNATOR geraakte op het Klein Vogelsand vast. Hedenochtend vroeg is het vaartuig met verlies van roer, stuurboordzwaard en met zwaar beschadigde lading door de sleepboten REIHER en DIANA vlot en te Cuxhaven binnengesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 mei. — De sleepboot SEINE met een mastbok op sleeptouw arriveerde zaterdagochtend 7 uur van de Nieuwe Waterweg te Havre.
— De sleepboot. MAAS, van Plymouth naar Curaçao met de zandzuiger CURAÇAO, arriveerde 10 mei te Madeira. Alles wel.
— De sleepboot POOLZEE met het schip JULES HENRY op sleeptouw van Port Talbot naar Marseille, passeerde 12 mei Gibraltar.
— De sleepboot SCHELDE, van Rotterdam naar Nicolajeff met een kraan, arriveerde 11 mei te Malta.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 12 mei. Alhier liggen gereed om door de sleepboot WODAN te worden weggebracht twee onderlossers, welke op de scheepswerf te Utrecht gebouwd werden voor Philip Holzmann & Co. Russ. A.G. in St. Petersburg.


15 mei 1913


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 15 mei. Van hier is vertrokken met bestemming naar Hamburg de nieuw gebouwde sleepboot WANDSBEK, kapt. S. van Zuilen. Deze boot, gebouwd op de werf van de heren Boon, Molema & De Cock te Hoogezand, bezit een triple compound machine van 140 ipk, welke eveneens door genoemde firma is geleverd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 mei. — De sleepboot LAUWERZEE met een baggermolen op sleeptouw van Stettin naar Duala, arriveerde 12 mei te Plymouth.
— De sleepboot GOUWZEE, met 2 bakken op sleeptouw van Delfzijl naar Gotenburg, arriveerde 12 mei ter bestemming.
— De sleepboot NOORDZEE, met het beschadigde stoomschip CLAM op sleeptouw, vertrok 12 mei van de Tyne naar Rotterdam.
— De sleepboot ROZENBURG, met twee bakken op sleeptouw van Antwerpen naar Le Havre, arriveerde 13 mei ter bestemming.
— De sleepboot ROODE ZEE, van Port Talbot naar Toulon, passeerde 13 mei Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 12 mei. Het Nederlandse stoomschip WILLY van Sunderland, alhier binnengekomen, is in aanvaring geweest met de Noorderpier en heeft deze belangrijk beschadigd.


16 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Verkochte schepen: Beverwijk, 15 mei. Heden is de stoomboot TUINDER WELVAREN in de buurt van Amsterdam- Beverwijk voor NLG 7.600 verkocht aan de stoomboot ondernemer Govers te Alkmaar.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 mei. Zeilklaar voor Emden (om aldaar steenkolen te laden voor Sasnitz, Pommeren) de nieuw gebouwde 2-mast schoener JANTJE, kapt J. Brons, eigenaar de heer H. Meulman te Groningen. Het schip is groot 273 m3 (netto) en gebouwd bij Gebr. Bos, Reitdiep te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 mei. Gisteren is op de Eems proef gestoomd met de nieuwe sleepboot ANITA, gebouwd op de werf van de firma Botje, Ensing & Co. te Groningen en bevaren door kapt B. Lienberg. De triple compoundmachine van 120 ipk is eveneens door genoemde firma geleverd en heeft in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan. De boot is voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bremen, 10 mei. Het Duitse stoomschip HAIDAR PASCHA (opm: 1894/285 brt) is vannacht bij Geestemünde in aanvaring geweest met de Nederlandse zeilschepen AVONTUUR en MARGRIETHA en de Duitse motortjalk JOHANNA. De drie aangevaren schepen zijn te Geestemünde binnengelopen


17 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaja, 15 mei. De zuigerbaggermolen IDENBURG gaat voor reparatie en onderhoud in het droogdok.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn jongste zitting deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak betreffende het inzakken van de beide vuren van de ketel aan boord van de sleepboot JABOATOA op 3 september 1912 in de Atlantische Oceaan. (Schipper C. Koenes te Rotterdam; eigenaar Constant Kievits te Dordrecht). Naar 's Raads oordeel is de vermoedelijke oorzaak van het doorzakken van de vuren de modder, die in de ketel aanwezig is gebleken. De 1e machinist had dit kunnen voorkomen, wanneer hij voor vertrek van Dordrecht op zijn stuk was blijven staan en geëist had, dat de ketel werd afgespuid en het voedingswater ververst. Dat hij intussen dit niet heeft gedaan, kan hem niet te zeer euvel worden geduid, daar zijn voorganger hem verzekerde, dat de ketel en het water in goede orde was en hij met zijn eis tegen de gewoonte inging. Hoewel de oorzaak van het inzakken van de vuren als gezegd waarschijnlijk elders moet worden gezocht, acht de Raad het hogelijk af te keuren, dat met een zwaar lekke condensor met onverminderde spanning werd doorgestoomd. Men had behoren te spuien en breinen en althans met verminderde spanning moeten varen. Waar intussen hierin niet de oorzaak van het ongeval wordt gezien, past de Raad op de betrokkene Hendrik Bouwens geen straf toe. De gezagvoerder van de JABOATOA kan er geen ernstige grief van gemaakt worden, dat hij de 21e december, toen de bakken waren losgeslagen, niet dichter in hun nabijheid, is gekomen en niet heeft gevraagd, of de bakken schade bekomen hadden. Immers er bestond geen afdoende reden dit laatste te veronderstellen. Voor afhalen van de runners bestond geen gelegenheid. De gezagvoerder moest bedacht zijn op het gevaar voor aanvaring met de bakken, een gevaar bij nacht en dikte van regen niet denkbeeldig te achten. Nog wijst de Raad er op, dat op bakken als deze naar zijn oordeel aanwezig behoort te zijn enig gereedschap om kleine reparaties te verrichten, alsmede een jol, waarmee de opvarenden in tijd van nood de bak zouden kunnen verlaten. Het telkens noodzakelijk gebleken herstel van de bakken vond herhaaldelijk zijn oorzaak in het grote vaststaande roer, dat daardoor zeer aan het geweld van de zee is blootgesteld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 mei. — De sleepboot OOSTZEE met een baggermolen op sleeptouw, van Rotterdam naar Gijon, vertrok 14 mei van Finisterre.
— De sleepboot ZUIDERZEE, met een mastbok op sleeptouw, van Schiedam naar Pernambuco, arriveerde 15 mei ter bestemming.
— De sleepboot, OCEAAN, van Vlissingen naar Nicolajeff, passeerde 14 mei de Dardanellen.


19 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 mei. Heden is met goed gevolg te water gelaten van Verschure & Co’s Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam het stalen schroefstoomschip HEERENVEEN, groot 225 ton, gebouwd voor rekening van Verschure & Co’s Algemene Binnenlandse Stoomvaart Mij. voor haar passagiers- en goederendienst Amsterdam- Lemmer.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 mei. Men seinde ons gisteren uit Londen: Volgens een telegram uit Cuxhaven is de Nederlandse stoomtrawler URANIA, na in Helgoland aan de grond te hebben gezeten, alhier binnengesleept. De schroef is weggeslagen en het vaartuig is een weinig lek. Uit Hamburg schrijft men ons de dato 18 mei: De met een lading vis naar Nederland (IJmuiden?) bestemde Nederlandse stoomtrawler URANIA (IJmuiden 77) is in de afgelopen nacht op de klippen bij Helgoland gelopen. Vanochtend kwam het schip met de vloed vlot en ging, ogenschijnlijk met verlies van schroef, ten anker. De sleepboot SEE ADLER van de Nordischen Bergungs Verein, is in de nabijheid.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Fikkers te Veendam is te water gelaten een ijzeren tjalkschip, groot 85 ton, voor rekening van schipper L. de Hadder te Diever. Daarna worden de kielen gelegd van 2 bolschepen voor rekening van W. Bakker te Appingedam en J. Kars te Stadskanaal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Op 17 mei 1913 werd van de werf ‘De Noord’ (directeur de heer J.U. Smit) te Alblasserdam, met goed gevolg te water gelaten het stalen Rijnschip genaamd AMSTELLAND, groot circa 1.000 ton en gebouwd voor Nederlandse rekening. Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een dito schip zijnde de GOOILAND, welke ook voor Nederlandse rekening gebouwd zal worden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 19 mei. Zaterdag (opm: 17 mei) is alhier in het Reitdiep te water gelaten een schip, vervaardigd van beton, door “Het Noorden", cement- en ijzerwerken, dir. de heren J.C. Schotel te Dordrecht en J.T. Huisman, civ.ingenieur te Groningen. Het is een woonschuit bestemd voor de Stadsbezittingen. De lengte is 17,20 x 4,30 x 3 meter. De wanden zijn 3 cm. dik, terwijl de diepgang op het ogenblik 60 cm. is. De romp wordt hier verder afgewerkt en het schip wordt daarna naar Stadskanaal gesleept om afgetimmerd te worden.


20 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 mei. De Nederlandse sleepboot ROODE ZEE, met het oude Franse oorlogsschip FULMINANT, vertrok heden van Toulon naar Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle aan den IJssel, 19 mei. Heden had ter rede van Texel de proeftocht plaats van het stalen schroefstoomschip WAALSTROOM, bestemd voor de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Het schip, dat gebouwd is door de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle aan de IJssel, is lang 266’, breed 37’ en hol 17’6”, is van het raised-quarterdeck type en voorzien van een triple expansie machine van plm. 900 ipk, geleverd en geïnstalleerd door T Grey’s Holborn Engineering Works te South Shields. Het stoomschip dat aan alle gestelde eisen ruimschoots voldeed, behaalde een snelheid van 10,6 knopen op een geladen diepgang van 15’0” en werd door de maatschappij aanvaard om geplaatst te worden in haar geregelde dienst Amsterdam-Fowey vice versa.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 20 mei. Aan de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ alhier, is door de Java-China-Japan Lijn de bouw opgedragen van een stoomschip geheel gelijk aan het thans bij genoemde maatschappij voor dezelfde lijn in aanbouw zijnde stoomschip TJIKEMBANG.


21 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 20 mei. Heden werden uit het stoomschip EASTWELL 466 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 21 mei. Het Nederlandse stoomschip CONSTANCE CATHARINA, vanmorgen van hier vertrokken naar Newcastle, is wegens machineschade uit zee teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Algiers, 19 mei. Met defecte machine is het naar Yokohama bestemde stoomschip CEYLON alhier aangekomen. De hogedrukcilinder is gescheurd of defect.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 21 mei. Het Nederlandse stoomschip CONSTANCE CATHARINA, vanmorgen van hier vertrokken naar Newcastle is wegens machineschade uit zee teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 17 mei. Het voor rekening van Maatschappij Bothnia, firma B.J. van Hengel te Amsterdam, door Irvine’s Shipbuilding and Drydocks Company Ltd. te West Hartlepool gebouwde stoomschip ZETA heeft in Hartlepool Bay proef gestoomd en voldaan. Een snelheid van 12 knopen werd bereikt. Dit in de hoogste klasse van Lloyds geplaatste stoomschip, is 342’ lang en heeft een draagvermogen van 5.300 ton. Dit stoomschip gebouwd met gebogen hoge ijzeren hoekspanten, heeft grote ruimen geschikt voor het laden van massagoederen. Door 5 waterdichte schotten is het stoomschip in 6 ruimen verdeeld en door geheel de ruimen bevinden zich slingerschotten. De machinerieën, bestaande uit een stel triple-expansie machines, hebben cilinders met middellijnen van 23½, 38, en 64 Engelse duim. De stoom wordt door 2 grote, onder een druk van 180 lbs werkende ketels, die volgens de Nederlandse wettelijke voorschriften zijn gebouwd, geleverd. Na de proeftocht vertrok het stoomschip naar Bergen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Van der Meer te Vlaardingen, is te water gelaten het loggerschip VOORTVAREN (SCH-84) voor rekening van de heer M. de Mos te Scheveningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 19 mei. Het Nederlandse stoomschip WATERLAND, in 1903 te Newcastle gebouwd, metende 507 ton bruto, 262 ton netto, is verkocht aan de firma Furness Withy & Co. te West-Hartlepool.


22 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 21 mei. De machineschade aan het Nederlandse stoomschip CONSTANCE CATARINA is te IJmuiden hersteld, waarna het stoomschip naar Newcastle is vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 21 mei. Heden werden van de lading van de EASTWELL 338 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 mei. Heden werd te Hansweert van de Werf Zeeland met goed gevolg te water gelaten de passagiersboot ADMINISTRATEUR DE BATS, die voorzien zal worden van een 400 pk Marine Polar Dieselmotor voor drijfkracht (opm: voortstuwing). De boot zal dienen tot het onderhouden van de dienst Antwerpen-Vlissingen-Oostende.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 mei. In het avondblad van 10 mei deelden wij mee dat het Nederlandse schip DEUS GUBERNATOR op het Klein Vogelsand vastraakte, doch dat het met verlies van roer en zwaar beschadigde lading door 2 sleepboten was vlot gesleept. Thans seint men ons uit Hamburg dat het schip heeft gerepareerd en dat het 23 mei in veiling wordt gebracht. Intussen zijn de balen van de beschadigde lading kunstmest verkocht. (opm: zie ook NRC 230513)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 mei. Het Nieuw Prauwenveer te Soerabaja is bezig met een belangrijke uitbreiding van zijn prauwenvloot. Er werden 22 nieuwe ijzeren prauwen aangeschaft, waarvan er 13 al geheel in elkaar zijn gezet. Dit prauwenveer beschikt thans over een scheepshelling met bijbehorende werkplaatsen. Het is bekend dat het nijpend gebrek aan terreinen, gelegen aan het water en groot genoeg om er een scheepshelling op te bouwen een belangrijk beletsel is voor de prauwenveren. Men was dus wel verplicht naar de Madoera-wal over te steken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 mei. De sleepboot ROODE ZEE met het oude Franse oorlogsschip FULMINANT vertrok 20 mei van Toulon naar Rotterdam.


23 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 mei. Gisteren werd uit Schiedam aan de Scheepvaart gemeld: Vanmiddag 3.45 uur kwam de volgeladen baggerbak Nº 62, getrokken door de sleepboot SCHIEDAM, van de firma Volker, komende van Rotterdam, in aanvaring met de punt van het Westerhavenhoofd, waardoor een paal en de muur vernield werd, en een schade werd veroorzaakt van circa NLG 1.000. Het ongeluk is gebeurd doordat bij het rondzwaaien, het stoomschip CALLISTO, dat naar het droogdok moest, daarbij te dicht naar de Noordzijde van de rivier was gekomen en er voor de sleepboot met bak geen ruimte was om door te komen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 22 mei. Niet het schip DEUS GUBERNATOR zal worden verkocht, maar wel de resterende 8.000 kilo door zeewater beschadigde lading mest van schapenwol afkomstig.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 17 mei. De met hout van Fiqueira voor deze haven bestemde Nederlandse schoener ZWAANTINA, kapt. Kruize, heeft bij het beladen, in de rivier aan de grond gezeten. Voor onderzoek gaat het in het droogdok.


24 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel.
In aansluiting aan hetgeen reeds te dezer plaatse is meegedeeld omtrent de door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel in het afgelopen jaar verkregen bedrijfsuitkomsten laten wij hieronder nog verschillende bijzonderheden volgen uit het verslag, dat door de directie in de algemene vergadering van aandeelhouders zal worden uitgebracht.
Evenals in de voorafgaande jaren, aldus de directie, hebben wij ons in 1912 mogen verheugen in een overvloed van werk in al de afdelingen en wel in zodanige mate, dat het, trots de uiterste krachtsinspanning en het overdragen van een niet onbelangrijk deel onzer bestellingen aan andere machinefabrieken in binnen- en buitenland, niet is mogen gelukken alle onderhanden orders op tijd uit te voeren. In niet geringe mate hebben tot het vele werk bijgedragen de ingekomen orders op Werkspoor-scheepsdieselmotoren. Voor het verkrijgen van de eerste opdrachten hiervoor is het noodzakelijk geweest bezwarende technische garanties op ons te nemen, aan welke echter ten volle is kunnen voldaan worden ten gevolge waarvan de fabriek thans een van de eerste plaatsen op dit gebied in de wereld inneemt. Jammer genoeg zijn evenwel de financiële resultaten van de eerst uitgevoerde installaties zeer ongunstig geweest en is dit natuurlijkerwijze niet zonder invloed gebleven op het eindresultaat van het jaar.
Het vergroten van het productievermogen onzer fabrieksinrichtingen is in verband met het steeds vermeerderde aantal inkomende bestellingen een dringende eis geworden, waarop in het vorige jaarverslag reeds gewezen werd. Aangezien de mogelijkheid daartoe niet bestaat op het terrein, waarop de fabriek thans gevestigd is, werd na ampele overweging er toe besloten, het bedrijf van de wagenmakerij naar elders te verplaatsen en wel om verschillende redenen buiten Amsterdam. Hierdoor wordt het mogelijk om de alhier bestaande inrichtingen voor uitbreiding van het andere deel van het bedrijf te bestemmen. Voor het doel geschikte, aan diep vaartwater gelegen en tot aannemelijke prijs verkrijgbare terreinen werden gevonden in de gemeente Zuilen, nabij Utrecht, en wel in de onmiddellijke nabijheid van het Merwedekanaal en de Staatsspoorweg Amsterdam-Utrecht. Door aankoop werd de vennootschap daar eigenaresse van een groot terreincomplex, dat voor zover het zich laat aanzien, ook voor een lange toekomst voldoende ruimte zal aanbieden. Het doel is op deze terreinen geheel naar de eisen des tijds ingerichte fabrieksgebouwen te stichten, waarin zal worden uitgeoefend het bedrijf van de wagenmakerij en ijzerconstructie, met inbegrip van smederij en houtbewerking. De directie heeft de overtuiging, dat deze nieuwe inrichtingen aan de economie van het bedrijf zeer ten goede zullen komen.
Voor de uitvoering van de nodige grondwerken, het maken van de spoorwegaansluitingen, de aanleg van havens ter verbinding aan het Merwedekanaal enz. werden in het begin van het jaar 1913 de eerste aanbestedingen gehouden. Naar het zich laat aanzien, zal in de loop van dit jaar een klein deel van het bedrijf te Zuilen in werking gebracht kunnen worden. Het is de bedoeling geleidelijk de verplaatsing voort te zetten, waardoor het mogelijk zal worden binnen korte tijd te Amsterdam ruimte te verkrijgen voor de daar noodzakelijke uitbreiding van de machinefabriek.
Ten einde de beschikking te verkrijgen over de geldmiddelen, nodig voor de terreinaankoop, voor de oprichting van de eerste fabrieksgebouwen te Zuilen en voor de uitbreidingen te Amsterdam, moest besloten worden tot het vergroten van het kapitaal van de vennootschap. Een voorstel tot uitbreiding van het kapitaal tot NLG 5.000.000,- werd 25 april 1912 goedgekeurd. Op 21 mei d.a.v. werden voorlopig 1.000 nieuwe aandelen van de serie A, van NLG 1.000,- elk, bij openbare inschrijving aan de markt gebracht. Deze aandelen werden tegen 110 procent geplaatst; het aangeboden bedrag werd ruim 30 maal voltekend.
In het verslagjaar werd een begin gemaakt met de voorgenomen bouw van een meer modern ingericht en ruimer administratiegebouw en van een nieuwe werkplaats, ingericht voor het bewerken van onderdelen voor locomotieven. Bijna de gehele bouwkosten van het nieuwe administratiegebouw zijn reeds uit de winsten van de laatste jaren gereserveerd. De nieuwe gebouwen zullen binnenkort in gebruik genomen kunnen worden.
Het bedrag, dat volgens het vorige jaarverslag op 1 januari 1912 te verwerken bleef, was ongeveer NLG 5.400.000, hetwelk in de loop van dat jaar met het bedrag van de ontvangen bestellingen ad. NLG 10.900.000 (v.j. f plm. NLG 8.000.000) vermeerderd werd, zodat in het geheel te verwerken was voor circa NLG 16.300.000 (v.j. ca. NLG 12.100.000). Hiervan werd in het verslagjaar verwerkt voor rond NLG 7.500.000 (v.j. ongeveer NLG 6.700.000). Er bleef derhalve op 1 januari 1913 te verwerken voor een bedrag van ongeveer NLG 7.800.000, zijnde ca. NLG 2.400.000 meer dan op dezelfde datum van het voorafgaande jaar.
Het aantal op 31 december 1912 in dienst zijnde werklieden bedroeg 2.525 man, als volgt verdeeld over de verschillende werkplaatsen: machinefabriek 925, locomotievenbouw 257, ketelmakerij 215, wagenbouw 588, smederij 258 en houtbewerking 282 man. Vergeleken met het einde van 1911 is het aantal werklieden vermeerderd met 95 man. Aan arbeidsloon werd in 1912 uitbetaald een bedrag van NLG 1.757.000 (v.j. circa NLG 1.500.000).
Als belangrijkste werken werden in het verslagjaar de volgende afgeleverd:
a. Door de machinefabriek: De complete machine- en ketelinstallaties voor de stoomlichters SINGKAWANG en SINGAPORE, gebouwd op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam, voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. De complete motorinstallaties voor het enkelschroef motorschip JUNO en het tweelingschroef motorschip EMANUEL NOBEL, op dezelfde werf gebouwd voor rekening van respectievelijk de Anglo-Saxon Petroleum Company Limited, te London, en de Société Anonyme d’Armement, d’Industrie et de Commerce te Antwerpen, voor het vervoer van ruwe olie. Beide schepen worden voortgestuwd door middel van Werkspoor Dieselmotoren met vermogens van resp. 1.100 en 2.200 pk. Zowel op de proeftochten als in de geregelde vaart hebben de werktuigen van de bovengenoemde schepen aan alle verwachtingen ten volle beantwoord.
De motorische inrichting voor de elektrische centrale te Witmarsum, van de Coöperatieve Vereeniging voor Electrische Centrale Verlichting “Witmarsum-Pingjum-Arum”. De door Dieselmotoren gedreven bemalingsinrichtingen, voor het waterschap “De Eerste Bedijking der Mijdrechtsche Droogmakerij” onder Mijdrecht, voor de Zuid en Noord Spaarndammerpolder te Houtrijk en Polanen en voor de Haarlemmermeerpolder. Het stoomgemaal voor het waterschap “De Breede Watering bewesten Ierseke”. De Dieselmotor-pompmachine voor de irrigatie der riettuinen van de suikerfabrieken Balong Bendo en Tangoelangin op Java. Afzonderlijke, stationaire Dieselmotoren, met een gezamenlijk vermogen van ruim 900 pk. De nagenoeg complete installaties voor de nieuwe suikerfabrieken Soember Hardjo en Madjenang, de belangrijkste uitbreiding van de suikerfabriek Kebon Agoong, alle op Java, en verder weer een groot aantal machines en toestellen voor andere suikerfabrieken in Indië, hier te lande, in de La Plata Staten, Brazilië en Natal. Vele stoommachines en stoomketels voor verschillende bedrijven. Voorts 19 locomotieven, voor de H.IJ.S.M. voor de S.S. en voor de Nederlandsch-Indische Sp. Mij. Tenslotte wordt nog melding gemaakt van enige scheepskoelinrichtingen, een koelinrichting voor het abattoir te Amsterdam, verscheidene verspermijnen en enige torpedokanonnen ten dienst van het Departement van Marine.
b. Door de afdeling: Wagenbouw en IJzerconstructie. Ongeveer 1.025 spoor- en tramwagens, van verschillende grootten en typen, ten dienste van bovengenoemde spoorwegmaatschappijen, van de Deli Spoorweg Maatschappij, de Westlandsche, de Nederlandsche en de Ooster Stoomtramweg-maatschappijen. Overkappingen voor fabrieks- en andere gebouwen, de bovenbouw van de spoorwegbrug over de Vlaardinger Trekvaart bij Schipluiden, het ijzerwerk voor een droogdok, bestemd voor de Droogdok Maatschappij Soerabaja, een partij tandstaven voor tandradbanen in onze koloniën, enz.
In het verslagjaar werd, onder goedkeuring van commissarissen, besloten tot het oprichten van een fonds voor de beambten van de vennootschap, uit welks inkomsten ouderdoms-, invaliditeits-, weduwen- en wezenpensioenen verstrekt worden. Tot dit doel werd opgericht een geheel zelfstandige stichting, genaamd Beambtenfonds van Werkspoor. Zij wordt beheerd door een bestuur, waarvan de deelnemers op één na, door en uit de beambten gekozen worden. Een belangrijk bedrag werd door de vennootschap als grondkapitaal aan de stichting geschonken. Zij trad op 1 januari 1913 inwerking, met aanvankelijk 199 contribuerende deelnemers. De vennootschap draagt o.m. een gelijk bedrag als de leden tot het fonds toe.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In aansluiting aan het bericht in ons vorige Avondblad ontlenen wij thans aan het prospectus omtrent de uitgifte van NLG 1.500.000, zijnde de 3e serie en de helft van de 4e serie, aandelen van de N.V. Java-China-Japan Lijn, te Amsterdam, het volgende:
De inschrijving wordt tegen 107½ procent opengesteld ten kantore van de heren Loon & Co. te Amsterdam, door de heren Hope & Co. en de Nederlandsche Handel Maatschappij. Inschrijvingen worden tevens aangenomen bij de agentschappen van de Nederlandsche Handel Maatschappij te Rotterdam en te ’s-Gravenhage. De aandelen zijn groot NLG 1.000 nominaal en genieten het volle dividend over het boekjaar 1913. Aandeelhouders hebben bij de inschrijving recht van voorkeur, met dien verstande, dat twee oude aandelen recht geven op één nieuw.
In de toelichting tot het prospectus zegt de raad van bestuur, dat de toeneming van het bedrijf van de Java-China-Japan Lijn, gevolg van de snelle ontwikkeling van Nederlands-Indië en Oost-Azië, uitbreiding van haar vloot noodzakelijk maakt. Door ruime afschrijvingen op de vloot was het tot nu toe mogelijk deze belangrijk uit te breiden zonder aanzienlijke kapitaalsvermeerdering. Bij een totaal kapitaal van NLG 3.000.000 en een obligatielening van NLG 1.000.000 (waarvan inmiddels NLG 230.000 is afgelost) was het daardoor mogelijk de 8 thans in dienst zijnde schepen, gezamenlijk kostende NLG 6.700.000, geheel af te betalen, terwijl de betaling van het eerste van de r beide nog in aanbouw zijnde schepen, ruim NLG 1.500.000, vermoedelijk nog geheel uit eigen middelen kan geschieden. Het in aanbouw brengen van het tweede schip maakt thans evenwel uitbreiding van het kapitaal nodig.
De vloot bestaat thans uit 8 schepen, groot totaal 37.014 bruto R.T., terwijl in aanbouw zijn bij de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ 2 stoomschepen, ieder groot ongeveer 8.160 bruto R.T. De uitkomsten van het bedrijf in 1912 zijn, volgens het prospectus, zeer gunstig geweest, zodat over dat boekjaar, na ruime afschrijvingen en reserves, 8 procent dividend kan worden uitgekeerd. De resultaten van de tot nu toe in 1913 gemaakte reizen worden eveneens zeer goed genoemd. De Java-China-Japan Lijn geniet tot september 1913 een subsidie van NLG 250.000 ’s jaars. Daarna zal zij gedurende nog 5 jaren NLG 200.000; ‘s jaars aan subsidie ontvangen. De subsidie moet, volgens overeenkomst met de staat, uit de winst worden terugbetaald, in dier voege, dat aan aandeelhouders eerst 5 procent over het gestorte en niet terugbetaalde kapitaal wordt uitgekeerd, en vervolgens, nu het toonderpapier, waarin belichaamd was het recht van aandeelhouders op hetgeen zij over de jaren 1902 en 1903 minder dan 5 procent hebben genoten, is afgelost, onder alle aandeelhouders gelijkelijk wordt verdeeld een bedrag, overeenkomende met hetgeen in de loop der jaren 1904 en volgende minder aan aandeelhouders mocht zijn uitgekeerd dan 5 procent ’s jaars over de bedragen, welke in die jaren telkens aan aandelen uitstonden. (Uit dezen hoofde is nog NLG 105.000 in te halen). Van het daarna overblijvende worden 2/5 uitgekeerd aan de Staat, terwijl de overige 3/5, tot een maximum van 4 procent over het gestorte en niet terugbetaalde kapitaal, aan de vennootschap blijven en van het eventueel daarna resterende ¾ aan de staat en ¼ aan het vennootschap toekomt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 23 mei. Het schip DRIE GEBROEDERS, schipper van Alphen, is op het remmingswerk van de spoorbrug bij Vlake gelopen. Aan het remmingswerk werd aanzienlijke schade toegebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 23 mei. Heden werden van de lading van de EASTWELL 581 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 mei. De rederij van het stoomschip PRINS WILLEM III deelt ons mee dat voornoemd stoomschip voorwaardelijk is verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 23 mei. Het stoomschip PRINS WILLEM III van de Kon. West-Ind. Maildienst te- Amsterdam, groot bruto 1.960 ton en in 1890 te Rotterdam gebouwd, is voor ongeveer 10.000 pond verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 24 mei. Heden kwam hier aan het te Martenshoek nieuw gebouwde schoenerschip ALWIENE, groot netto 228 m3. Het wordt bevaren door kapt P. Funch en gaat in Emden laden voor Hamburg. Het is een mooi schip.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 24 mei. Het tjalkschip ROELFINA, schipper L. Stienstra, is onderhands verkocht aan G. Arbeider voorheen schipper op het aakschip RES NOVA.


25 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 24 mei. Heden werden van de lading van de EASTWELL 781 balen rijst gelost.


26 mei 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 21 mei. De Braziliaanse motorboot ALAYDA die 18 mei van hier naar Penarth vertrok, keerde gisteren uit zee terug met beschadigde motor-watertank. (opm: zie ook NNO 050313)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 26 mei. W. Stam, voorheen schipper op het tjalkschip NEDERLAND, dat enige tijd geleden is verkocht aan schipper Wildeman, heeft thans een nieuw tjalkschip, genaamd NEDERLAND, in de vaart gebracht. Het meet 126 m3 netto en is gebouwd op de werf van de heer Freij te Nieuwe Pekela.


27 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 26 mei. Heden werden uit het stoomschip EASTWELL 862 balen rijst geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 25 mei. Het heden van Saigon alhier aangekomen Nederlandse stoomschip PALEMBANG heeft vanochtend tijdens mist bij Brokdorf aan de grond gezeten, het werd door 4 sleepboten vlot gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 26 mei. De Nederlandse schoeneraak GOEDE GUNST is aan kapt. Rannussen van Söby verkocht. (opm: verkocht aan kapt. H.L. Rasmussen, herdoopt HAVFRUEN)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 mei. Heden vertrok van hier naar Kjaerteminde de Duitse motorschoener HANS, welke voor rekening van de reder J. Garskens te Sonderburg met de afmetingen 27,95 x 6,04 x 2,11 meter op de werf van de firma J.J. Aller, te Hasselt, uit staal werd gebouwd. Het schip heeft een Kromhout motor van 52 pk en een inhoud van 122/86 reg. ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kampen, 24 mei. Door commissarissen van de G.O. Stoomboot Mij. is besloten, de boot, varende tussen Kampen en Hull voorlopig uit de vaart te nemen wegens minder gunstige financiële resultaten. Later hoopt men de zaak opnieuw met kracht aan te pakken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 mei. De sleepboot SCHELDE, slepende een kraan van Rotterdam naar Nicolajeff, arriveerde 24 mei in de namiddag ter bestemming.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 mei. Door tussenkomst van de scheepsmakelaar K. Groenewold alhier is het schoenerschip CONFID, vroeger bevaren door kapitein H. Schuitema, verkocht naar West-Rhauderfehn (Dld.) Koopprijs geheim.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 mei. Gisteren is van hier naar Emden vertrokken het te Hoogezand bij de firma Gebr. Coops nieuw gebouwde schoenerschip JUSTITIA, groot 230 m3 netto, kapt. Johann Rüst. Het zal onder Duitse vlag varen.


28 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 27 mei. Van de lading van de EASTWELL werden heden 847 balen rijst geborgen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hr.Ms. pantserboot GRUNO, in aanbouw bij ’s Rijks Werf te Amsterdam, is 26 mei met goed gevolg te water gelaten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij.
Men meldt ons uit Rotterdam: Het bekende scheepsbouw-etablissement aan de Boven-Heyplaat heeft, behoudens goedkeuring van de Raad, met het gemeentebestuur een overeenkomst gesloten, waarbij vooreerst aan de Maatschappij verkocht wordt een terrein van 30.000 vierkante meters direct langs de zuidelijke grens van het dok terrein, welke nieuwe aanwinst moet dienen voor fabrieksuitbreiding. Bovendien ontvangt op haar aanvraag de Maatschappij van de gemeente in erfpacht een terrein van 12.300 vierkante meters om door de bouw daarop van arbeiderswoningen aan haar werklieden de gelegenheid te kunnen bieden, zich in de onmiddellijke nabijheid van het bedrijf te huisvesten. Deze grond is gelegen bezuiden het terrein, dat voor de vergroting van het havenbedrijf benodigd is. De verkoopprijs van het voor industrie bestemde terrein is bepaald op 5 gulden de vierkante meter; de erfpacht canon is voor 75 jaren bepaald op 36 centen de vierkante meter, een cijfer, dat gebaseerd is op een verkoopwaarde van 8 gulden en een rentevoet van 4½ procent. Alleen met toestemming van het gemeentebestuur zal aan dit laatste terrein een andere bestemming gegeven mogen worden. In de derde plaats krijgt de Maatschappij tegen NLG 1.000 's jaars van de gemeente tot wederopzegging in huur een terrein van 16.400 vierkante meter beoosten haar etablissement. Ten behoeve van de straataanleg van het bouwterrein van de Maatschappij zal een krediet van 73.000 gulden nodig zijn.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 mei. De sleepboot ROODE ZEE, van Toulon naar Rotterdam met het Franse oorlogsschip FULMINANT, arriveerde 26 mei te Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 26 mei. Door de sleepboot OOSTZEE zal van hier naar Reval worden gesleept de op de Werf Hubertina in Haarlem voor de firma Ph. Holzmann & Co. Russ. A. G. in St. Petersburg nieuwgebouwde baggermolen REVAL.

NRC 290513
IJmuiden, 28 mei. Heden werden van de lading van de EASTWEL 1.115 balen rijst gelost.


29 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 mei. De Dordrechtse Courant deelt onder meer het volgende mee: Naar wij vernemen zijn heden door de scheepssloperij Frank Rijsdijk te Hendrik Ido Ambacht, aangekocht de afgevoerde pantserdekschepen UTRECHT en FRIESLAND respectievelijk voor NLG 125.000 en NLG 143.000. De monitor GIER werd door dezelfde Mij. aangekocht voor circa NLG 7.000.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 27 mei. De resterende beschadigde lading kunstmest ex het Nederlandse schip DEUS GUBERNATOR heeft 8,50 Mark per ton opgebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 27 mei. De Nederlandse stoomtrawler URANIA is onderzocht. De schroef en een aantal bodemplaten moeten worden vernieuwd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 28 mei. De in het Kaiser Wilhelm Kanaal gezonken baggerschuit is gelicht. De scheepvaart is weer vrij.


Krant:

 SCH - Schuttevaer

Gisteren zijn door de scheepssloperij Frank Rijsdijk te Hendrik-Ido-Ambacht aangekocht de afgevoerde pantserdekschepen UTRECHT en FRIESLAND, respectievelijk voor NLG. 125.000 en NLG 143.000. De monitor GIER werd door dezelfde maatschappij aangekocht voor circa NLG 7.000. De torpedoboot HABIG (opm: mogelijk de Nederlandse torpedoboot HABANG, in 1913 voor sloop verkocht) kwam verleden week aan dezelfde werf ter sloping, terwijl de sleepboot ROODE ZEE met het afgekeurde Franse pantserschip FULMINANT op weg is van Toulon naar genoemde sloperij. (opm: zie voor de FRIESLAND NRC 190613)


30 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 29 mei. Heden werden uit het stoomschip EASTWELL 836 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 29 mei. Het schoenerschip CONFID, kapt. Schuitema, is voor geheime prijs naar West Rhauderfehn verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. De firma Gebroeders Goedkoop heeft in verband de belangrijke toename in aantal en grootte van de schepen van de Amsterdamse rederijen aan de firma J.L. Ceuvel te Amsterdam de bouw opgedragen van een grote sleepboot die in januari 1914 zal worden afgeleverd. De ketel en de machine sterk ongeveer 500 pk, worden vervaardigd door de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam. Dit zal dan de sterkste sleepboot zijn, die in de haven van Amsterdam dienst zal doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kappeln, 26 mei. De met koolteer van Hamburg naar Sleeswijk bestemde Nederlandse tjalk ONDERNEMING is met gebroken helmstok door de sleepboot SCHLEIMUNDE alhier binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De Gebroeders Goedkoop heeft, in verband met de belangrijke toename in aantal en grootte van de van de Amsterdamse rederijen, aan de firma Wed. J.L. Ceuvel alhier, de bouw opgedragen van een grote sleepboot, welke in januari 1914 zal worden afgeleverd. De ketel en de machine worden vervaardigd door de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam. Dit zal dan de sterkste sleepboot zijn, die in de haven van Amsterdam dienst zal doen. (opm: dit is de sleepboot ELIZABETH GOEDKOOP)
Behalve deze heeft genoemde firma nog een sleepboot in aanbouw, welke in oktober a.s. gereed zal zijn.


31 mei 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 30 mei. Heden werden van de lading van de EASTWELL 875 balen rijst geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 30 mei. De Nederlandse stoomtrawler JOHANNA (IJM 161) van de N.V. Eerste Heldersche Stoomtrawler Mij te Helder, is heden alhier in publieke veiling toegewezen voor NLG 12.905 aan de heer L. Groen te IJmuiden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 31 mei. Gisteren werd op de Eems proef gestoomd met de op de werf van de heer Wilmink te Gideon nieuw gebouwde sleepboot FRANSISKA III, die een compound machine heeft met 150 ipk, geleverd door de Machinefabriek Fulton te Hoogezand. Bij de proeftocht werd een vaart verkregen van 9 mijl, waarna de kapitein J. Krause van Hamburg, tevens eigenaar, de boot direct accepteerde. Hedenmorgen vertrok de boot naar Hamburg.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 31 mei. Alhier ligt gereed met bestemming naar St. Petersburg, de nieuw gebouwde sleepboot DUBROWSKA I, kapt. Geertsema. De boot is gebouwd op de werf van de fa. Johs. Berg te Farmsum en heeft een machine (compound) van 180 ipk, welke eveneens, alsmede de ketel, geleverd zijn door genoemde firma.


01 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reeds werd aan J. Hillen de Lelie door de gemeente in erfpacht gegeven een groot gemeenteterrein aan de Grasweg, voor de tijd van 60 jaren. Deze erfpachter heeft thans tot B. en W. het verzoek gericht:
a. Om tot aan het tijdstip waarop de erfpachtsrecht op de bovenbedoelde grond eindigt in erfpacht te mogen bekomen het aangrenzende gemeenteterrein groot ongeveer 3.620 m2, tegen een jaarlijks canon van NLG 0,20 per m2;
b. Om voor de tijd van één jaar een recht van voorkeur te mogen erlangen op de erfpachtuitgifte van het hiernaast gelegen gemeenteterrein, groot ongeveer 1.440 m2, tegen een canon van NLG 0,20 per m2 per jaar;
De met adressant over het onder b genoemde verzoek gevoerde onderhandelingen hebben tot resultaat gehad dat hij zich bereid heeft verklaard, voor het recht van voorkeur een vergoeding te betalen van NLG 0,10 per m2 en voorts de verplichting op zich te nemen, het terrein van de openbare weg af te scheiden.
Op het terrein dat bestemd is voor industriële doeleinde moet een ijzergieterij en een inrichting tot het bouwen en repareren van schepen en tot het uitvoeren van constructiewerken gevestigd worden. B. en W. stellen de raad voor bovengenoemd verzoek in te willigen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 31 mei. Heden werden van de lading van de EASTWELL 319 balen rijst gelost.


02 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 31 mei. Het Nederlandse stoomschip EUGENIE is voor 180.000 Kronen verkocht aan de firma Brumenaes en Torgorsen te Haugesund. Nader vernemen wij dat de overdracht nog niet heeft plaats gehad. Een onderzoek in dok moet nog worden gehouden. Verder wordt ons nog meegedeeld dat deze boot door een ander zal worden vervangen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 juni. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Colombo is het van Java naar Amsterdam bestemde stoomschip KANGEAN met verlies van een schroefblad aldaar aangekomen. Het verloren schroefblad zal door een waarloos blad, dat zich aan boord bevindt, worden vervangen. Morgen wordt de reis naar Amsterdam voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 juni. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Makassar is de handelsreiziger aldaar gedeeltelijk door brand vernield. Voordat die steiger in brand geraakte, was er brand uitgebroken in het aldaar in de haven liggende stoomschip ALBANY van de D.A.D.G. (opm: Deutsch-Australische Dampfschiffs Gesellschaft). Men heeft het vuur geblust door stoomschip vol water te zetten. De schade is nog niet opgemaakt, doch men gelooft dat de averij ernstig is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 1 juni. De vroegere dagboot DUITSCHLAND van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland vertrekt deze week naar Rotterdam om in het droogdok aldaar enkele voorzieningen te ondergaan. De DUITSCHLAND zal daarna als reserveboot in dienst worden gesteld, daar de mailboot PRINS HENDRIK, welke de 13e mei de buitenboordas brak, nog steeds aan de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ in reparatie ligt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 2 juni. Aan de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen is opgedragen het leveren en het plaatsen van machines en ketels aan het stoomschip M.J. MANDAL, dat gebouwd wordt door de N.V. voorheen Jan Smit Czn. te Alblasserdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aan de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen, is opgedragen het leveren en plaatsen van machines en ketels van het stoomschip M.I. MANDAL, dat gebouwd wordt door de Naamloze Vennootschap voorheen Jan Smit Czn. te Alblasserdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 31 mei. De stoomschepen COPPENAME en SURINAME zijn door de Tropical Fruit Company verkocht. Beide stoomschepen, behoord hebbende aan de West-Indische Maildienst, komen onder Engelse vlag.


03 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 2 juni. Het aakschip RIVAL, schipper A. Voorzee, is onderhands verkocht aan schipper Huiting, voorheen schipper op de tjalk HOOP OP ZEGEN.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 2 juni. De handelssteiger te Makassar, waaraan het stoomschip ALBANY lag, geraakte in brand, en daarna het stoomschip ALBANY. Volgens een door de rederij ontvangen telegram geraakte de ruimen 2, 3 en 4 in brand en wel doordat de olieleidingen van de steiger in brand waren geraakt. Voornoemde ruimen werden onder water gezet en zodoende bracht men het stoomschip buiten verder gevaar. Het voordek bij de grote mast en beide zijden van de romp op die plaatsen zijn gloeiend geweest. Een voorlopige reparatie moet plaats hebben. Hoe de brand is ontstaan is nog onbekend gebleven, doch men weet dat de vuurhaard onder de steiger lag.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juni. — De Nederlandse zeesleepboot MAAS, slepende een zuiger van Holland naar Curaçao, arriveerde 31 mei te St. Lucia.
— De Nederlandse zeesleepboot SEINE met een baggermolen op sleeptouw van de Nieuwe Waterweg naar Spezia, passeerde 31 mei nm. 5 uur Dungeness.
— De sleepboot ZWARTE ZEE met de Franse bark ALMENDAL passeerde 30 mei Flamborough Head om de noord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juni. De hopper M.O.P. 212 is van Nieuwediep in de Waterweg teruggekeerd. Het vaartuig heeft bij het proefstomen niet voldaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 1 juni. Vrijdag (opm: 30 mei) werd op de Eems proef gestoomd met de op de werf van de heer Wilmink te Gideon, nieuw gebouwde sleepboot FRANZISKA III. Genoemd schip heeft een compoundmachine met 150 ipk, geleverd door de Machinefabriek Fulton te Martenshoek. Bij de proeftocht werd een vaart bekomen van 9 mijl, waarna de kapitein J. Krause van Hamburg, tevens eigenaar, de boot direct accepteerde. Hedenmorgen vertrok de boot naar Hamburg.


04 juni 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 juni. De sleepboot GOUWZEE, van Rotterdam naar Dakar met twee lichters en een sleepboot, passeerde 1 juni Ventnor.
— De Nederlandse zeesleepboot SEINE met een baggermolen op sleeptouw van de Nieuwe Waterweg naar Spezia, passeerde 2 juni ‘s avonds Ouessant.


05 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 4 juni. Heden werd uit het stoomschip EASTWELL 890 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 4 juni. Heden werd van de ‘Werf Gusto’ van de firma A.F. Smulders te Schiedam de stalen romp van een zeewaardige zuiger met persinrichting te water gelaten, welke deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft, zijnde het negende vaartuig door haar geleverd aan de Hai Ho Conservancy Board te Tientsin (Gele Zee) voor baggerwerken aan de Taku Bar. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: Lengte 38 meter, breedte 10 meter, holte 3,25 meter. De zuiger heeft een zuigerdiepte van 8 meter en kon de opgezogen grond in bakken langszij lossen of door een persleiding op een afstand van 3.000 meter op het land persen. Het is voorzien van een sleepzuigbuis waardoor dikke slib of zachte klei zonder bijvoeging van water in de hoppers kan worden geladen. Tevens heeft men twee compoundmachines van 500 ipk voor de twee zandpompen, alsmede twee ketels van een verwarmend oppervlak van 140 m² elk, werkend met een stoomdruk van 8 kg. Het gehele vaartuig wordt elektrisch verlicht. Verder zullen de nodige stoomlieren aanwezig zijn voor de bediening van de ankers en het manoeuvreren. Het vaartuig zal de reis naar zijn bestemming onder eigen stoom aanvaarden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Soerabaja dok.
De Minister van Koloniën zal zaterdag (opm: 7 juni) bij het te water laten te Schellingwoude van het voor de Ned. Scheepsbouw Maatschappij gebouwde Soerabaja-Dok (14.000 ton) tegenwoordig zijn met de secretaris-generaal van zijn departement J.G. Staal; de adviseur honorair van het Ministerie van Koloniën J.Th. Viehoff; de referendaris de heer L.A. Bakhuis en de waarn. directeur van het technisch bureau J.E. Inckel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 juni. De sleepboot OCEAAN, van Nicolajeff naar Reval met een baggermachine, passeerde 2 juni de Dardanellen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 4 juni. Heden werd van de werf van de heren J. de Boer & Zoon met goed gevolg te water gelaten een stalen tjalkschip, groot plm. 100 ton, voor rekening van schipper E. de Hoop te Veendam, terwijl op stapel gezet zal worden een klipperaak, groot plm. 65 ton, voor schipper J. Brands te Siddeburen.


06 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 5 juni. Heden werden van de EASTWELL 807 balen rijst gelost.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor binnenlandse rekening is door de firma Gebroeders Pot te Bolnes afgeleverd de Rijngoederenboot DOESWIJK. Een dergelijke lichter is nog in aanbouw.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Spaarnwoude bij Spaarndam, is met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepkaan HOLLANDIA, groot 350 ton, voor de firma Gebr. Brouwer te Rotterdam.
Als eerste vaartuig dat van deze nieuwe werf (“Hollandia"), eigenaar de heer F. van Dijk, te water liep, ging dit met enige feestelijkheden gepaard en waren daarbij verschillende belangstellenden, o.m. de besturen van de gemeenten Haarlemmerliede en Spaarnwoude en Spaarndam aanwezig. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig, ADRIANE, groot 600 ton, te bouwen voor Hollandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juni. — De Nederlandsche sleepboot LAUWERZEE, met een baggermolen op sleeptouw van Stettin naar Duala, passeerde 4 juni Dakar.
— De sleepboot MAAS arriveerde 4 juni van Rotterdam te Willemstad met de zandzuiger CURAÇAO. Alles wel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 5 juni. De in 1903 te Vierverlaten gebouwde en tot heden onder Hollandse vlag varende tjalk ANNA MARGARETHA is naar Duitsland verkocht en zal nu onder Duitse vlag varen.


07 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juni. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Figueira (Portugal) is het met hout beladen en naar Cardiff bestemde Nederlandse schip PACIFIC bij het verlaten van Figueira aan de grond geraakt en blijven zitten. Om te lichten is een gedeelte van de lading gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juni. Wij vernemen dat het onlangs van Marseille naar hier gesleepte Franse schip JULES HENRY door Wiltons Machinefabriek en Scheepswerf alhier zal worden verlengd en dat er een Werkspoor Dieselmotor in dat verlengde schip zal worden geplaatst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hedenmiddag is te Vlissingen de algemene vergadering gehouden van aandeelhouders van de Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’, Koninklijke Nederlandsche Postvaart. In deze vergadering werd door commissaris verslag uitgebracht over het 38e boekjaar, waaraan het volgende is ontleend:
Het scheepsmaterieel bleef ook gedurende 1912 op uitstekende wijze aan alle eisen voldoen, terwijl de nachtdienst op Folkstone een grote verbetering bleek te zijn. Het reizigersvervoer nam in 1912 weer op bevredigende wijze toe en hetzelfde kan van het goederenvervoer worden gezegd, niettegenstaande het vleesvervoer naar Londen, ten gevolge van grote afzet naar Frankrijk en Zwitserland, tijdelijk sterk achteruit ging.
Bij het opmaken van dit verslag is het vervoer van vers vlees over de Vlissingse route echter weer normaal geworden, Valt er over het afgelopen jaar een onbeduidende vermindering van exploitatiekosten te constateren, de aanzienlijke stijging van de steenkolenprijzen, welk zwaar op de exploitatie drukken, laat voor de eerstvolgende jaren een aanmerkelijke verhoging daarvan verwachten.
De toestand van de Maatschappij is thans van dien aard geworden, dat uitvoering gegeven kan worden aan de reeds lang gekoesterde wens om een pensioenregeling ten behoeve van het wal- en varend personeel te treffen. Tot dat doel stellen commissarissen voor, thans voorlopig, jaarlijks NLG 50.000 af te zonderen.
Evenals in de voorgaande twee jaren wordt NLG 50.000 bestemd tot versterking van het ketelfonds, terwijl met het oog ook op de noodzakelijkheid om binnen enkele jaren tot aanbouw van nieuwe dag-boten over te gaan, weer een aanzienlijk deel van de netto winst, NLG 638.742, is bestemd tot afschrijving op schepen en andere eigendommen. Het na bovenstaande afschrijving ter beschikking van aandeelhouders overgebleven bedraagt NLG 121.230, hetgeen in staat stelt een uitkering te doen van 6 pct. (sedert 1887 nihil)
De vloot van de maatschappij bestond op 31 december 1912 uit dezelfde schepen als op 31 december 1911. Van de 3 procent obligatielening van 1886 werden in juni 1912 97 obligaties uitgeloot, zodat in omloop bleef NLG 1.860.000. De hypothecaire geldlening voor de Staatspoorwegen is op 1 april 1912 geheel afgelost.
Het ketelfonds vermeerderde in 1912 met de jaarlijkse bijdrage van NLG 50.000 een gekweekte rente enz. van NLG 102.495 tot NLG 159.463.
In het afgelopen jaar werden 752 reizen afgelegd, zijnde één reis meer dan vorig jaar. Bovendien is er ook een extra-reis gemaakt naar Rügen-Kiel-Helgoland van 22-29 juni 1912, ter bijwoning Kieler Woche enz. De bruto opbrengsten beliepen in 1912 NLG 2.511,39, waarvan NLG 1.094.065 (v.j. NLG 1.064.984) uit het vervoer van reizigers en bagage, NLG 531.125 (NLG 566.382) uit het goederenvervoer NLG 558.257 (NLG 556.382) uit het vervoer van brievenmalen etc., en buitengewone ontvangsten en huur van hutten op de stoomschepen NLG 287.943 (NLG 267.790).
De exploitatiekosten bedroegen NLG 1.575.498 of gemiddeld NLG 2.152 per reis, tegen NLG 1.614.922 of gemiddeld per reis NLG 2.209 in 1911. Het vervoer van reizigers en goederen over de laatste vijf jaren is als volgt: 1912 158.811 reizigers en 62.847 goederen; 1911 resp. 154.801 en 61.133; 1910 148.841 en 57.277; 1909 128.715 en 56.342 en 1908 132.946 en 54.647.
Zoals uit het voorgaande blijkt bedraagt het voordelig saldo NLG 935.892 (v.j. NLG 840.798), te verminderen met NLG 65.352 (v.j. NLG 116.677) interest. Het daarna overblijvende wordt verdeeld als boven aangegeven, terwijl in de reserve nog NLG 2.694 wordt gestort.
Op de balans komen aan de debetzijde per 31 december 1912 voor: Kassa, kassiers en prolongatie NLG 743.767 (v.j. NLG 759.960; materialen in de werkplaats NLG 22.743 (NLG 23.740); magazijn NLG 57.064 (NLG 81.239); steenkool NLG 30.199 (NLG 37.167); wissels NLG 21.705 (NLG 6.043); effecten NLG 3.250 (NLG 3.250); drukwerken NLG 2.356 (NLG 3.137), plaatskaarten NLG 6.006 (NLG 5.726); materiaal havendienst, onveranderd NLG 2; assurantiën (aandeel 1913), onveranderd, NLG 99.666; gedeponeerde waarde NLG 36.254 (NLG 36.454); belegd ketelfonds NLG 155.941 (NLG 98.847) abattoirs; gebouw en inventaris NLG 2; (NLG 7.000); stoomschepen NLG 3.369.192 (NLG 3.958.940); terrein, gebouw en meubelen NLG 4 (NLG 17.000), werktuigen en gereedschappen, onveranderd NLG 5; diversen debiteuren NLG 778.323 (NLG 846.292), (v.j. nog aflossingsfondslening onder beheer van de S.S. NLG 2.639.766)
Op de creditzijde: kapitaal serie A, onveranderd, NLG 292.250; serie B onveranderd, NLG 728.250; serie C NLG 1.000.000 (nihil), totaal kapitaal NLG 2.020.500 (NLG 1.020.500); 3 pct. Lening van 1886 NLG 1.860.000 (NLG 1.9757.000); 4 pct lening van 1912 NLG 450.000 (nihil); ketelfonds NLG 159.463 (NLG 102.495); pensioenregeling NLG 50.000 (nihil); vernieuwingsfonds havendienst NLG 11.302 (NLG 8.210); borgstellingen NLG 38.254 (NLG 38.454); te betalen coupons NLG 27.960 (NLG 42.750); te betalen vergoeding voor opheffing van de preferentie en de aandelen B (on-opgevraagd bedrag) NLG 12.150 (NLG 145.650), uitgelote obligatielening 1886 NLG 2.000 (NLG 899.000); diversen crediteuren NLG 564.054 (NLG 599.280); winst en verlies NLG 131.298 (nihil; Vorig jaar nog Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen gefourneerd kapitaal NLG 1.000.000).
De vergadering van de Maatschappij heeft de voorgestelde pensioenregeling goedgekeurd en het dividend overeenkomstig het voorstel, bepaald op 6 procent.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Tewaterlating droogdok te Schellingwoude.
Een eigenaardige plechtigheid op het gebied van de scheepsbouw heeft hedenmiddag plaats. Op het bouwterrein bij Schellingwoude wordt te water gelaten het drijvend droogdok voor Soerabaja, gebouwd door de Ned. Scheepsbouw Mij. Het is gebouwd voor rekening van het Departement van Koloniën. Toen de Ned. Scheepsbouw Mij. de aanvraag voor de bouw ontving, moest uitgezien worden naar een geschikt terrein gelegen buiten de sluizen, daar de doorvaartwijdte van de sluizen te IJmuiden niet berekend is op afmetingen als die van het dok. De beschikking werd verkregen over een stuk grond gelegen bij Schellingwoude, bekend als de baggerbergplaats van Amsterdam. Er moest heel wat gedaan worden alvorens tot de eigenlijke bouw kon worden overgegaan. Niet minder dan 1.200 heipalen moesten geslagen worden om een steunvlak te vormen voor het enorme gewicht van het dok en de kranen en machines nodig voor de bouw. Een volledige machine inrichting moest worden opgesteld, bestaande uit stoomketel, stoommachine met dynamo voor het opwekken van elektrische stroom voor kracht en licht, een hogedruk stoomcompressor voor pneumatisch klinken en boren, een lagedruk luchtcompressor ten dienste van het schoonblazen van alle platen, spanten enz., met de zandstraal.
Twee grote, rijdende elektrische portaalkranen werden opgericht voor het vervoeren van de constructiedelen, zomede de nodige loodsen voor magazijn, schaftlokaal, enz. De hoofdafmetingen van het dok zijn: Lengte 459'-10", breedte 115'-0⅝”, breedte van de zijkast onder 15'-011/16", breedte van de zijkast boven 9'-0½", hoogte van de ponton in het midden 15'-3⅝", hoogte van de ponton in de zijde 13'-3⅝", totale hoogte in de zijde 46'-3⅝", terwijl het dok een hefvermogen heeft van 14.000 ton, bij een grootste scheepsdiepgang van 24'-7½". Het is geheel gebouwd van Siemens Martin vloei-ijzer, bestaat uit drie delen, welke losgenomen kunnen worden, waarna elk deel door de beide andere kan worden uit het water geheven ten behoeve van onderhoud en herstelling. Drie waterdichte langs schotten in de bodemponton en behalve de eindschotten van de drie delen, waaruit het dok bestaat, nog acht waterdichte dwarsschotten verdelen de ponton in 44 waterdichte afdelingen. De hoofdspanten, welke om de 10'-0" voorkomen, bestaan in het pontondeel tussen de langs schotten, uit schotten en daar buiten en in de zijkasten uit vakwerkspanten. Tussen deze hoofdspanten komen om de 2'-6" lichter geconstrueerde tussenspanten voor. Extra versterkingen zijn aangebracht onder de kielblokken en ter plaatse waar de dokdelen bij zelfdokken op elkaar komen te rusten. Het dok is voorzien van een pompinrichting, die het dok met een maximum last in 4 uur kan oppompen, bestaande uit drie hoofdcentrifugaalpompen van 20" diameter, één in elke dokafdeling zo laag mogelijk opgesteld, gedreven door een elektromotor van 140 pk met verticale as, opgesteld op het dek van de zijkasten, in teakhouten huizen, terwijl elke afdeling bovendien een kleine centrifugaalpomp, z.g. lenspomp, heeft, op dezelfde wijze gedreven. De pompen, kleppen en afsluiters worden bediend vanuit een centraal bedieningshuis. Daar bevinden zich, behalve het hoofdschakelbord, voor de verdeling van de elektrische stroom, twee tafels, waarvan de ene dient voor de beweging langs elektrische pneumatische weg van de afsluiters van elk van de 44 compartimenten, terwijl de andere, voorzien van 48 peilglazen, waarin door middel van een pneumatische inrichting de waterstand in elk van de 44 compartimenten en bovendien de stand van het buitenwater op de vier hoeken van het dok wordt aangegeven.
Van het centraal bedieningshuis kan telefonisch gesproken worden met de beide motorhuizen, alsmede met het tijdelijk machinehuis op de andere zijkast. Het dok zal in Indië zijn elektrische stroom ontvangen vanaf de wal, maar ten dienste van de overtocht is een volledige stoominrichting aangebracht voor het opwekken van de benodigde stroom. Deze en de gehele pompinrichting zijn geleverd door de firma Louis Smulders & Co. te Utrecht, de elektromotoren door de Electrotechnische Industrie v/h Willem Smit & Co. te Slikkerveer, de elektrische installatie door de firma Groeneveld, Van der Poll & Co., alhier, de kaapstanden door de Haarlemsche Machinefabriek v/h Gebr. Figée te Haarlem, terwijl de waterstandsaanwijzers en kleppentafel door de firma H. Olland te Utrecht vervaardigd werden. Het dok is voorzien van de nodige kielblokken met stalen kappen, kimblokken van af het zijkast-topdek beweegbaar, uithouders, elektrisch bewogen kaapstanden en wat verder nodig is om het dokken zo spoedig en veilig mogelijk te doen geschieden. De beide zijkasten zijn verbonden door draaibruggen aan beide einden. Ter bescherming van het ijzer tegen roesten, is op grote schaal gebruik gemaakt van Bituminous Enamel. Voor de overtocht zijn verscheidene verbanddelen extra versterkt en is het dok uitgerust met ankers en bijbehorende spillen en kranen, reddingboten enz., terwijl voor de bemanning een tijdelijk dekhuis is aangebracht. Voor het te water laten van het dok, dat met zijn lengteas evenwijdig aan het water staat, zijn aangebracht 16 stuks sleden, welke glijden langs zwaar onderheide banen. Vijf hydraulische persen zijn opgesteld om aan de massa de eerste beweging te geven.
Met de motorboot ALKMAAR vertrokken in de loop van de ochtend verschillende autoriteiten naar het terrein, waar het droogdok op stapel stond. Zij werden hier rondgeleid door de heer D. Goedkoop, directeur van de Ned. Scheepsbouw Mij. en enige ingenieurs. Het nieuwe dok werd in al zijn details bezichtigd. Wij merkten op de Minister van Koloniën De Waal Malefijt met zijn secretarisgeneraal, de heer J.G. Staal, de adviseur honorair aan het Ministerie van Koloniën, de heer J.Th. Viehoff, de referendaris, de heer L.A. Bakhuis en de directeur van het technisch bureau, de heer J.E. Inckel. Voorts waren aanwezig de Minister van Waterstaat Regout met zijn secretaris-generaal mr. dr. Salverda de Grave. Van de commissie van advies over de wijze van dokgelegenheid te Soerabaja van 1911 merkten we op de voorzitter, het Tweede Kamerlid de heer De Jongh uit Rotterdam en de heer Kloos, voorts oud-minister prof. dr. Kraus, adviseur van het plan van de haven Soerabaja. Nog waren aanwezig de heren J.T. Cremer, oud-Minister van Koloniën, Janssen, lid van de Tweede Kamer, en jhr. E.D.P. Op ten Noort, allen commissarissen van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij, en de onderdirecteur, de heer H. Goedkoop. Op de ALKMAAR verenigden allen zich, na het bezoek op het hoge dok, vanwaar men een prachtig panorama had op de Amsterdamse haven, aan de lunch. Precies half drie gleed het reusachtige vaartuig, nadat de laatste beletselen waren weggenomen, onder de toejuichingen van het talrijke publiek en het spelen van de muziek statig in het water. Door de enorme waterverplaatsing lag het dok weldra stil.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 juni. Heden vertrok van hier met een lading koolteer naar St. Petersburg het op de werf van de heer G.J. v.d. Werff nieuw gebouwde schoenerschip CATHARINA, groot 456 m3, kapt. J. Salomons van Gasselternijveen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 juni. Van de werf van de firma Johs. Berg alhier is met goed gevolg te water gelaten een nieuwe sleepboot, voor rekening van J. Toxopeus alhier. Ketel en machine zullen eveneens door genoemde firma worden geleverd.


08 juni 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Tewaterlating droogdok te Schellingwoude. (Vervolg.)
Na het te water laten, dat ondanks het zeer ongunstige weer honderden nieuwsgierigen op het terrein en de omliggende dijken had gelokt, begaven dc autoriteiten en de genodigden, onder wie nog werden opgemerkt wethouder Delprat en verschillende leden van de gemeenteraad, zich van het terrein bij Schellingwoude met de ALKMAAR weer naar de stad. In een van de deksalons sprak op deze terugtocht allereerst de president-commissaris van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij, oud-minister J.T. Cremer, die een woord van dank bracht voor het vertrouwen door de Minister van Koloniën geschonken in de Ned. Scheepsbouw Mij. Wij hebben het dok bezichtigd, aldus ging de heer Cremer voort, en gezien, dat het niet een eenvoudige machine is, welke men leegpompt en weer volpompt, doch zulk een droogdok een gecombineerd toestel is, dat de Nederlandse nijverheid alle eer aandoet. Het dok is thans te water en zeker is een pak van ons hart, want het dok heeft lang op stapel gestaan en de laatste loodjes wegen het zwaarst. Bij de opening van de “Entos", aldus vervolgde de heer Cremer, hebben wij vele woorden over de groei en de bloei van de Nederlandse scheepvaart gehoord. Spreker wilde er thans echter op wijzen, dat op de bloei van de Nederlandse scheepvaart gevolgd is een tijdperk van bloei van de Nederlandse scheepsbouw. Wie had 25 jaar geleden er aan kunnen denken, dat de Nederlandse scheepsbouw over zoveel werven zou beschikken als thans. Toch hoopte spreker, dat er een tijd zou komen, dat in Indië zelf de dokken zouden gebouwd worden. Het was voorts voor spr. een grote voldoening, dat de Minister van Waterstaat ook de plechtigheid had bijgewoond. Het bedrijf van de Ned. Scheepsbouw Mij. was namelijk zodanig gegroeid, dat er ruimer banen moesten gekozen worden. Evenals voor de Nederlandsche Fabriek nieuwe terreinen gevonden moesten worden, kwam ook aan ons de tijd om nieuwe terreinen voor de uitbreiding te zoeken. Het laatste schip, dat thans gebouwd wordt, zal met moeite de werven kunnen verlaten; wordt het schip 1 dm. groter, dan zal het niet meer op de Ned. Scheepsbouw Mij. gebouwd kunnen worden. De heer Cremer hoopte echter, dat het werk voortgezet kan worden op een andere plaats en dat de Minister, die ons een warm hart toedraagt, de bezwaren spoedig uit de weg zal ruimen. Wanneer wij snel geholpen worden, is dat dubbele hulp. Ten slotte sprak de heer Cremer de wens uit, dat het nieuwe dok, de bouwmeester tot voldoening, de bouwheer tot eer en de Nederlandse scheepvaart tot baat zou strekken. Hierna voerde de heer De Waal Malefijt het woord, die zei, dat hij er grote waarde aan hechtte, dat, wanneer Nederland iets nodig had op scheepvaart- of ander gebied, men niet naar het buitenland behoefde te gaan, doch dat men dat binnen de grenzen van het vaderland kon vinden. Zonder grootspraak of overdrijving wilde de Minister constateren, dat hij met grote dankbaarheid on voldoening gezien had het product van de Hollandse nijverheid, dat niet alleen in zijn geheel, doch ook in zijn onderdelen vervaardigd is in ons vaderland. Het grootse werk is thans in letterlijke zin vlot van stapel gelopen. De Minister wilde daarom allen gelukwensen, die tot het tot stand komen van het dok het hunne hadden bijgedragen. De heer De Waal Malefijt hoopte tenslotte, dat de Ned. Scheepsbouw Mij. zou voortgaan op de ingeslagen weg en haar goede naam in binnen- en buitenland zal blijven handhaven. Spreker wijdde eindelijk een dronk aan de heer Goedkoop, voor wie het tewater laten een grote voldoening was geweest en aan mevr. Goedkoop en hun zoon. Minister Regout zei, dat hij als belangstellend toeschouwer de plechtigheid had bijgewoond. De president-commissaris van de Ned. Scheepsbouw Mij. had echter een zinspeling gemaakt op de uitbreiding van haar werven. Spr. zou echter de rapporten, omtrent de beschikking van de terreinen moeten afwachten. Bij de beoordeling daarvan, zou rekening gehouden worden met de sympathie, welke de regering de Maatschappij toedroeg. Ten slotte sprak de heer Goedkoop, de directeur van de Ned. Scheepsbouw Mij., nog enige woorden, de autoriteiten voor hun aanwezigheid dankend. De ALKMAAR arriveerde om half vier met de genodigden aan de De Ruyterkade. Over enige tijd zal dan het nieuwe 14.000 ton dok met zijn sleepboten de lange reis naar Soerabaja aanvaarden en dan zullen onze grote koopvaardij- of oorlogsschepen eindelijk in hun eigen dok herstellingen ondergaan!


09 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juni. Het in 1889 te Vlissingen gebouwde stoomschip MERAPI, dat geruime tijd onder Engelse vlag heeft gevaren, is door verkoop in Japanse handen overgegaan.


10 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 juni. Het Nederlandse zeilschip PACIFIC is met lekkage vlot gekomen. Het zal voorlopig repareren en daarna naar de dichtstbijzijnde haven, waar het kan dokken, vertrekken. (opm: zie ook NRC 070613, NRC 230613 en AH 180913)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit Makassar schrijft men o.m. aan het Soerab. Hbl.: De havenwerken ondergaan weer stagnatie. De enkele maanden gelden uitgezonden zandhopper G.G. IDENBURG is nu zodanig defect, dat hij ter reparatie naar Soerabaja moet worden gezonden. Hier kan de fout niet hersteld worden, wat wel jammer is, nu pas goed zand aan de mond van de Berang rivier is gevonden, en het vullen van de geul voor betonwerk kon beginnen. Door de gouvernementsstomer RAAF zal het onbruikbare vaartuig naar Soerabaja worden gesleept. Of dit geschiedt geheel of gedeeltelijk op gouvernementskosten, daarover wilden de autoriteiten zich niet over uitlaten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juni. Naar de Dordrechtsche Courant verneemt heeft Frank Rijsdijk’s Scheepsslooperij te Hendrik-Ido-Ambacht ook nog aangekocht Hr.Ms. wachtschip ADMIRAAL VAN WASSENAAR, thans liggende te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 9 juni. Geladen met stukgoed met bestemming naar Duitsland passeerde zondag alhier de nieuwe stoomgoederenboot DOESWIJK, thuis behorende te Amsterdam bij de Nieuwe Rijnvaart Mij., zijnde de thans in de vaart zijnde 21e Wijkboot.


11 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 11 juni. Het stoomschip HUNZE II is ZZO van de laatste gasboei ten westen van Makkum aan de grond geraakt en zit ongeveer 2.000 meter buiten het vaarwater. De sleepboot CONCORDIA, derwaarts vertrokken, kon de HUNZE II niet bereiken en moest onverrichterzake terugkeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wapping, 10 juni. Terwijl het Nederlandse stoomschip IJSTROOM naar de Brewer’s Quay voer, geraakte het hedenavond om 17.00 uur in aanvaring met de met vaten zuurwater geladen lichter NATAL, eigenaars E. en T. Pink. De schade aan de lichter is van dien aard, dat hij nu onder de Monumentsteiger gezonken ligt.


12 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 11 juni. De stoomboot HUNZE II is met assistentie van zeven vissers van Makkum vlot gekomen en zonder schade alhier gearriveerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juni. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Great Yarmouth is de met steenkool geladen van de Tyne naar Figueira bestemde Nederlandse schoener ANGELINA met verlies van beide masten aldaar binnen gelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Flensburg, 11 juni. De waterstand is nog steeds laag. Sedert hedenochtend vroeg is er echter enige was zichtbaar. De Nederlandse tjalk ZWALUW, die sinds afgelopen maandag bij de ingang van de Kielsenger haven aan de grond geraakte, zit nog ondanks de assistentie van een kotter van de zeevaartschool nog steeds vast. Wegens het lage water moest men het afbrengen opgeven.


13 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Flensburg (Sleeswijk Holstein),12 juni. De met gerst geladen Nederlandse tjalk ZWALUW is hedenochtend om acht uur met wassend water zonder vreemde hulp vlot gekomen en de binnenhaven ingevaren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 12 juni. De motorschoener ANGELINA heeft ook al het tuig, verbonden aan de beide masten, verloren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 12 juni. Het stoomschip PALEMBANG, dat 25 en 26 mei op de Beneden Elbe aan de grond heeft gezeten, is voor onderzoek in het dok van Blohm & Voss geplaatst.


14 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 13 juni. Het Nederlandse stoomschip PALEMBANG is onderzocht en onbeschadigd bevonden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Port Glasgow is te water gelaten het voor de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam in aanbouw zijnde passagiers- en vrachtstoomschip LODEWIJK VAN NASSAU. De afmetingen van het stoomschip zijn: Lengte 361 voet, breedte 44 voet, holte 23 voet. De machines zijn van het triple-expansie systeem. Het stoomschip is gebouwd volgens het Isherwood-systeem.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Na gehouden proeftocht op de Noordzee werd op 12 dezer aan de Koninklijke Paketvaart Maatschappij alhier opgeleverd het voor haar rekening op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam gebouwde stoomschip HOUTMAN. Dit stoomschip is het tweede van de beide door de Koninklijke Paketvaart Maatschappij in aanbouw gegeven schepen voor de maandelijkse mail-, passagiers- en goederendienst tussen Java en Australië, die sedert 1908 geregeld door deze Maatschappij wordt onderhouden. Het eerste van de beide schepen, de TASMAN, vertrok 19 maart jl. van Amsterdam naar Java en ving op 11 mei jl. van Batavia zijn eerste reis naar Australië aan. De HOUTMAN, gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas, naar de plannen van de heren Cornelissen en Metzelaar; meet 5.041 bruto registerton. Het schip is speciaal ingericht voor het passagiersvervoer in de tropen en biedt in ruime hutten plaats voor 85 1e klas en 17 2e klas passagiers. Het is voorzien van draadloze telegrafie, alsmede van stoomverwarming met het oog op de vaart op Australië, terwijl de verlichting en de ventilatie elektrisch geschieden. Verder vindt men aan boord een elektrische was- en strijkinrichting, een hospitaal en een apotheek, terwijl ruime vries- en koelkamers zijn ingericht met het oog op het vervoer van vlees, provisie, enz. De hoofdafmetingen van de HOUTMAN zijn: Lengte 392 voet, breedte 49 voet, en holte 28¾ voet. Het schip heeft vijf dekken, nl. het boot- promenade- tent- opper- en tussendek. Afgeladen tot een maximum diepgang 22'-9" kan het 5.150 ton gewicht aan lading en steenkolen vervoeren, waarbij de waterverplaatsing 9.000 ton zal bedragen. De machines van het triple-expansie systeem, een vermogen van 3.400 ipk uitwerkend, verzekeren aan het schip een vaarsnelheid van 13 Engelse mijlen per uur. In de Australische dienst zal vloeibare brandstof worden gebruikt. De HOUTMAN zal op 19 dezer onder commando van gezagvoerder B.F. Brugsma van Amsterdam naar Batavia vertrekken, om 11 augustus a.s. de eerste reis van Java naar Australië aan te vangen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag werd door de Raad voor de Scheepvaart de volgende uitspraak gedaan: Uitspraak betreffende de klacht van de hoofdinspecteur van de Scheepvaart tegen J. Oortgiese (uit Antwerpen), gezagvoerder van het stoomschip LA CAMPINE (rederij American Petroleum Company te Rotterdam). Overwegende dat daar het stoomschip LA CAMPINE na het ongeval nog aan boord had een reserveanker en 3 werpankers, benevens ongeveer 60 à 70 vadem ketting en enige stalen trossen, dit schip geacht moet worden, wat zijn grondtakel betreft, voldoende uitgerust te zijn geweest om de reeds aangevangen reis voort te zetten. Overwegende, dat de gezagvoerder zich derhalve niet heeft schuldig gemaakt aan enige misdraging, bedoeld bij art. 48 al. 1, van de Schepenwet, verklaart, dat er geen termen zijn een ‘Maatregel van Tucht’ op de gezagvoerder J. Oortgiese toe te passen.


15 juni 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg te water gelaten van Verschure & Co's Scheepswerf & Machinefabriek te Amsterdam, de stalen stoomveerboot IJVEER 2, gebouwd voor rekening van de Gemeente Amsterdam.


16 juni 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. Pot te Bolnes, is te water gelaten een Rijngoederenschip, gebouwd voor Nederlandse rekening. Het vaartuig is lang 67,50, breed 8,10 en hol 2,60 meter.


17 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In gevolge het Koninklijk Besluit van de 13e dezer worden Hr.Ms. torpedobootjagers LYNX en HERMELIJN 24 juni en 15 juli in dienst gesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Martenshoek, 16 juni. Van de Scheepswerven v/h. G. & H. Bodewes alhier zijn met gunstig gevolg te water gelaten de stalen drie-mast gaffelschoener META IPLAND, groot 400 ton en een stalen zeesleepboot, waarin geplaatst zal worden een triple machine van 300 ipk, terwijl de kielen zijn gelegd voor een dito sleepboot en een gaffelschoener groot 150 ton, alles voor buitenlandse rekening.


18 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 juni. De Nederlandse sleepboot THAMES met de kruiser FRIESLAND op sleeptouw van IJmuiden naar Swansea, passeerde hedenmiddag om 14.00 uur Lizard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 juni. Heden passeerde hier naar Amsterdam de sleepboot HOLLAND, welke voor rekening van Bureau Wijsmuller te Baarn gebouwd werd door de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht. (opm: zie ook AH 170413)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 16 juni. Door de firma Zwart & Frater Smid alhier is een oude Engelse paddleboot aangekocht, genaamd THE MARCHEONEE. Deze zal zo mogelijk worden vertimmerd, om daarna lichterdiensten te verrichten. Het schip is nog in beste staat.


19 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 juni. Heden arriveerde de Nederlandse sleepboot THAMES met de sloper FRIESLAND op sleeptouw van IJmuiden te Briton Ferry (Wales, river Neath).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hendrik-Ido-Ambacht, 18 juni. Van de werf van de firma Jonker & Stans alhier is te water gelaten de Amazoneboot CUYABA, bestemd voor de dienst op de Amazonerivier in Zuid Amerika. Thans is de kiel gelegd voor een baggermolen onder werfnummer 116 voor Wilton’s Machinefabriek te Rotterdam.


20 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 juni. Het Nederlandse stoomschip LEONORA, groot bruto 2.563 en netto 1.627 registerton, in 1895 door de firma Messrs. Richardson Duck & Co. te Stockton gebouwd en 1908 het derde survey gepasseerd, is naar Japan verkocht. De hoofdafmetingen van dit stoomschip zijn: Lang 315, breed 43 en hol 21 voet 1 duim. De machines hebben cilinders van 23”, 37” en 61“ diameter. De slag is 42 Engelse duim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juni. De Nederlandse zeesleepboot SEINE, slepende een baggermolen van Schiedam naar Spezia arriveerde 18 juni ter bestemming. Alles wel.
— De sleepboot OCEAAN, met een baggermolen van Nicolajeff naar Reval, passeerde 18 juni Gibraltar.


22 juni 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de N.V. Scheepswerf ‘Dordrecht’ (directeur J.J.W. Bijvoet) is door de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam de bouw opgedragen van een stoomschip, waarvoor machine en ketel zal worden geleverd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam. Het stoomschip zal worden bestemd voor het vervoer van passagiers en goederen voor de dienst in Nederlands-Indië.


23 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juni. Als een bijzonderheid kunnen wij het volgende meedelen: Het aan de Nederlandsche Lloyd alhier toebehorende stoomschip GELDERLAND, groot bruto 1.539 en netto 1.189 registerton, arriveerde 21 juni om acht uur van Blyth te Hamburg, vertrok die zelfde dag ’s avonds naar Immingham, kwam hedenochtend zeven uur aldaar aan en vertrok heden middag vijf uur met volle lading weer naar Hamburg. In 57 uur tijd heeft dit stoomschip dus te Hamburg gelost, is vandaar naar Immingham gevaren en heeft aldaar een volle lading steenkool ingenomen. Te Hamburg werd 2.850 ton gelost en te Immingham even zoveel geladen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Figueira, 17 juni. De gehele uitgaande lading van het Nederlandse schip PACIFIC is geland. Bij onderzoek is gebleken dat er slechts bodemplaten zijn gebroken en dat er twee of drie klinknagels zijn weggeslagen. Er zal voorlopig gerepareerd worden om daarna naar Groningen te vertrekken. (opm: zie ook NRC 070613, NRC 100613, NRC 030713 en AH 180913)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men seint ons uit Hamburg dat men bezig is de in Koehlbrand gekenterde en gezonken baggermolen SLIEDRECHT te lichten.


24 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juni. Het klipperschip EERSTE ZORG, groot 131 ton, is heden in publieke veiling door de makelaar Jacq. Pierot voor NLG 3.600 naar Terschelling verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 21 juni. Heden vertrok van hier naar Amsterdam het op de werf van de heer Wortelboer te Westerbroek nieuwgebouwde lichterschip ELISABETH ANNA. Het schip is gebouwd voor Duitse rekening, heeft een lengte van 67 meter en meet 1.142 m3 netto. Het zal thuis behoren te Mannheim (Beieren).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juni. — De sleepboot MAAS, van Curaçao naar Rotterdam, arriveerde 21 juni te St. Michaels.
— Het afgekeurde oorlogschip FRIESLAND arriveerde 19 juni van Amsterdam te Briton Ferry, gesleept door de sleepboot THAMES.
— De Nederlandse zeesleepboot SCHELDE, slepende een baggermolen van Bizerta naar Sedalah (Marokko) arriveerde 22 juni ter bestemming. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 21 juni. Hedenmiddag vertrok het nieuwe Soerabaja-droogdok, gesleept door de sleepboot HOLLAND, van de firma Wijsmuller te Baarn naar Nieuwediep, om aldaar een reeks proefnemingen te ondergaan.


25 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 24 juni. Volgens het Handelsblad is hier een draadloos telegram ontvangen, dat het droogdok SOERABAYA zich hedenmiddag om 12.00 uur te Schouwenbank, 24 mijlen ten zuidoosten bevond. Alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 23 juni. De gezonken baggermolen SLIEDRECHT zal door de duiker Flint worden geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juni. Morgen vertrekt van hier de hopper PRINS HENDRIK, met bestemming de haven van Tampico (Mexico). Het vaartuig is gebouwd door de firma L. Smit & Zoon te Kinderdijk, op order van de National Railways of Mexico. Het is een zuiger- baggermachine volgens het systeem gepatenteerd door de heren Smit & Zoon, waarbij de inhoud van de bakken door middel van een eigen zandpomp op het land wordt gespoten, zonder dat een afzonderlijke waterpomp vereist wordt. Door middel van een drijvend buizennet kan het vaartuig, indien nodig, zijn last tot een afstand van 500 meter op het land werpen. Buitendien kon het laden in zijn eigen hopper en door de hopperdeuren in zee lossen. De afmetingen zijn: Lengte 49 m, breedte 8,60 m, hoogte tot het dek 4,55 m met een capaciteit van inhoudsvermogen van 400 m3. De machines zijn van het verticale triple expansie type, met oppervlakte condensatie, in staat 350 ipk te ontwikkelen bij 150 omwentelingen per minuut. Men hoopt door middel van deze baggermachine een dusdanige diepte te verkrijgen, dat de stoomschepen van de grootste afmetingen de haven onafhankelijk van het getij, in en uit kunnen gaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuwediep, 23 juni. Het nieuwe Soerabaja-droogdok vertrok heden van hier naar Soerabaja, gesleept door de sleepboten ATLAS, TITAN en SIMSON, de laatste alleen tot het einde van het Engels Kanaal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juni. De sleepboot LAUWERZEE met een baggermolen op sleeptouw van Stettin naar Duala, arriveerde 21 dezer ter plaatse van bestemming.


26 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De correspondent te Soerabaja van Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië schrijft o.m.:
In mijn vorige correspondentie betreffende Marine aangelegenheden maakte ik melding van binnenkort te houden eskaderoefeningen in de wateren van Lombok. Aan de oefeningen zouden deelnemen de pantserschepen HERTOG HENDRIK, DE RUYTER, TROMP en DE ZEVEN PROVINCIEN, benevens de torpedojagers WOLF, FRET, JAKHALS en BULHOND. De laatste tijd wordt van deze plannen echter niets meer vernomen; vermoedelijk zijn de oefeningen uitgesteld met het oog op de op Bali en Lombok heersende pokken.
Zoals men weet, gaan de schepen die aan de eskaderoefeningen deelnemen in de regel naar Ampenan. Zij houden zich daar enige weken op en betrekken gedurende die tijd veel proviand van genoemde plaats. Vaak gebeurt ook dat detachement mariniers het binnenland worden ingezonden voor het houden van mars- en schietoefeningen. Men begrijpt, dat een en ander thans niet gewenst is in verband met de slechte gezondheidstoestand, welke vooral op Lombok de laatste tijd heerst.
De TROMP, die gerepareerd moest worden en daartoe geruime tijd in het bassin van het Marine-etablissement te Soerabaja heeft gelegen, heeft dezer dagen enige proefvaarten gedaan in de Straat van Madoera. Op even genoemd etablissement breiden zich de werkzaamheden meer en meer uit, voornamelijk bij de afdeling scheepsbouw.
Verleden jaar werd de ORION hier gebouwd en te water gelaten, onlangs de ALEDEBARAN, beiden bestemd voor de Gouvernements-Marine. Sedert werd weer de kiel voor twee grotere stomers gelegd.
Het is niet onmogelijk dat er mettertijd zelfs oorlogsschepen aan het Marine-etablissement te Soerabaja kunnen worden gebouwd. Tal van kundige ingenieurs, opzichters en commandeurs zijn tegenwoordig voor het vak van scheepsbouw aan de inrichting verbonden. Ook het inlandse werkvolk heeft het in genoemd vak reeds ver gebracht.
De uitbreiding van de werkzaamheden maakt vergroting van de emplacementen noodzakelijk. Er verrijzen nieuwe gebouwen; een pyrotechnische werkplaats werd onlangs ingericht. Het bassin wordt vergroot, een torpedohaven zal worden aangelegd en op de grote vlakte Pasiran zullen woningen voor de Europese beambten en voor de vaste inlandse werklieden worden gebouwd.
De gehele inrichting zal elektrisch worden verlicht, waarvoor A.N.I.E.M. te Semampir een installatie opstelt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde hedenmiddag een onderzoek in betreffende het stranden op 19 december nabij Pensacola van het stoomschip PARKHAVEN, kapt. L. Coolen, van de rederij firma Gebr. Van Uden, beiden te Rotterdam.
De gezagvoerder, de heer Coolen, als getuige gehoord, verklaart dat hij van Port Talbot kwam met een lading steenkolen met bestemming naar Madura en daarna te Key West order bekomen had eerst te Balport en daarna te Pensacola bij te laden. Bij Sand Island werd bestek verkregen en toen het vuur van Pensacola te 07.50 nm. in het zicht kwam en er geseind werd om een loods, werd een lichte schok gevoeld en werd bemerkt dat het schip aan de grond zat. Er werd met de machine vooruit en achteruit gewerkt om vlot te komen, doch zonder resultaat, de tanken werden leeg gepompt en te 08.30 nm. kwam de loods aan boord die adviseerde te wachten op hoog water. Met hoog water werd wederom begonnen te manoeuvreren en kwam het schip te 05.30 uur met behulp van de stoomloodsboot vlot en werd onder loods aanwijzing naar binnen gestoomd. Te 08.00 uur vm. kwam bet schip ter bestemmingsplaats Pensacola ten anker. Het had ogenschijnlijk geen schade belopen. Volgens verklaring van de kapitein was de shoal, waarop het schip had vastgezeten, niet op de kaart aangetekend en ook niet in de zeilaanwijzingen vermeld. Er was echter geen groot bestekkaart van de baai van Pensacola aan boord en werd op de grote kaart van de Golf van Mexico gevaren. De shoal waarop het schip vast zat, lag naar gissing 3 mijlen uit de wal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma C. v.d. Giesen te Stormpolder a/d IJssel is voor rekening van de N.V. W. van Driel's Stoomboot en Transportondernemingen het ijzeren Rijnschip W. VAN DRIEL No. 53, groot 1.550 ton, te water gelaten. De volgende week wordt de W. VAN DRIEL No. 54 te water gelaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 24 juni. Het 14.000 ton droogdok, door de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. voor rekening van het Ministerie van Koloniën gebouwd, heeft de eerste etappe van de ca. 9.000 Engelse mijlen lange reis voorspoedig volbracht. Door het Ministerie van Koloniën was aan Bureau Wijsmuller te Baarn opgedragen het gevaarte over de Zuiderzee naar Nieuwediep te slepen. Zaterdagmiddag 4 uur aanvaardde de nieuwe, krachtige zeesleepboot HOLLAND, van het Bureau Wijsmuller, onder persoonlijke leiding van de heer Wijsmuller, de tocht met het logge gevaarte op sleeptouw en Maandagnacht te ongeveer halfdrie werd zonder enig ongeval ter rede van Texel geankerd, aldus de eerste etappe van deze gevaarvolle reis tot een gelukkig einde brengende.
— Later bericht. Volgens hier ontvangen draadloos telegram bevond het Droogdok Soerabaja zich hedenmiddag 12 uur: Schouwenbank ZO 24 mijlen; alles wel.


27 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 27 juni. Heden is na proefstomen en proef baggeren van hier naar Petersburg vertrokken, de nieuwe op de werf Conrad te Haarlem gebouwde stoomzandzuiger STAATSSECRETARIS KOKOVSSTOFF. Het transport geschiedt op eigen kracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. — De sleepboot OOSTZEE, met een baggermolen en bak op sleeptouw van Rotterdam naar St. Petersburg, passeerde 25 juni Kroonstad.
— De sleepboot GOUWZEE, met een bak en bootje op sleeptouw van Rotterdam naar Duala, arriveerde 25 juni te Dakar.


30 juni 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam 30 juni. Men seint ons uit Londen: Het Nederlandse stoomschip ZUID-HOLLAND is met de pier te Immingham in aanvaring geweest, waardoor de pier werd beschadigd. De ZUID-HOLLAND beliep geen schade.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 30 juni. Het nieuw gebouwde Deense stoomschip M.I. MANDAL, dat aan de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ machine en ketels heeft ingenomen, zal morgen gemeerd proefstomen en nadat de kompassen zijn gesteld, zal het stoomschip naar Engeland vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 30 juni. De dag-mailboot PRINS HENDRIK, welke de 13e mei de bakboord buitenboordas heeft gebroken en sindsdien aan de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen ter reparatie ligt, zal deze week weer in de vaart worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 27 juni. Hedennacht passeerde van Amsterdam naar St. Petersburg de op de werf Conrad te Haarlem nieuw gebouwde hopper STAATSSECRETAR KOKOZSOF. Het schip, dat door het Bureau Wijsmuller te Baarn wordt uitgerust en weggebracht, heeft een inhoud van 1.528/137 reg. ton, een lengte van 57,30 en een breedte van. 9,64 meter.


01 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juni. Omtrent de door het stoomschip MECKLENBURG binnengesleepte motorboot TWEE GEZUSTERS seint men ons nog uit Hoek van Holland:
Door het Duitse stoomschip MECKLENBURG werd alhier binnen gebracht de voor Scheveningen hulpeloos drijvende motorboot TWEE GEZUSTERS uit Zaandam. Dit vaartuig, met twee bemanningsleden, is verkocht aan I.R. Sargent te Londen en vanmorgen uit Amsterdam vertrokken. De motor is defect. Uit Maassluis werd nog gemeld dat de juiste plaats waar het vaartuig werd aangetroffen, was N.W. ten N vijf mijl afstand van Scheveningen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 1 juli. Het stoomschip M.J. MANDAL, dat heden aan de scheepswerf ‘De Schelde’ gemeerd lag, heeft proef gestoomd en heeft goed voldaan. Heden middag werden kompassen geverifieerd en morgen zal de proeftocht op de rede plaats vinden.
(opm: zie ook NRC 020613)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 juni. Het wordt bevestigd dat het Manchester Ship Canal bestuur voor een prijs van GBP 15.500 de baggermolen PRINSES JULIANA heeft gekocht. Drie jaar gelden werd deze baggermolen, eigenaar Kalis te Sliedrecht, in Nederland gebouwd. Het vaartuig is lang 160 voet 6 duim, breed 28 voet 2 duim en hol 12 voet 9 duim.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juli. De sleepboten ZWARTE ZEE en POOLZEE vertrokken heden van de Tyne naar Constantinopel met een droogdok op sleeptouw. Het dok is gebouwd door de firma Swan, Hunter & Wigham Richardsen Ltd. en is lang 125 voet en breed 95 voet. Dit is het 25e dok dat door L. Smit & Co’s Sleepdienst over zee wordt vervoerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 juni. — De Nederlandse sleepboot THAMES, met een hulk van Londen via Liverpool naar Lagos, passeerde zaterdagochtend 10 uur Dungeness.
— De sleepboot GOUWZEE met twee lichters op sleeptouw, arriveerde 25 juni te Dakar.


02 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 1 juli. De Nederlandse baggermolen BAYERN, na aanvaring in het Kaiser Wilhelmkanaal naar de werf van Wichhorst alhier gekomen, moet twee platen vernieuwen en meerdere strekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 juli. Naar men ons meedeelt heeft het nieuwe stoomschip van de Koninklijke West Indische Maildienst LODEWIJK VAN NASSAU de gisteren gehouden proeftocht met goede uitslag volbracht. De verkregen snelheid bedroeg 13,8 mijl.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 1 juli. Door de N.V. Nederlandsche Stoomvisscherij Maatschappij alhier is aangekocht de Engelse stoomtrawler MARGARETA (FD 92).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 1 juli. Heden kon van de lading van de EASTWELL 283 balen rijst worden gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juli. De sleepboot OCEAAN, van Nicolajeff naar Reval met de baggermolen WASILI ZALO, arriveerde 1 juli in de Nieuwe Waterweg als bijligger.


03 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hardinxveld, 2 juli. Heden werd van de N.V. Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’, voorheen Van Vliet & Co., alhier met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkraan No. 106, lang 50 meter, breed 6,60 meter en diep 2,35 meter, voor rekening van mej. J.H.E. de Rover te Hardinxveld. Daarna werd de kiel gelegd voor een stalen stoomschip No. 108, lang 133’-0” x 23’-0” x 10’-9” van het raised-quarterdeck type, voor rekening van een Engelse firma.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juli. Men seint ons uit Londen: Het Nederlandse stoomschip OLANDA is te Immingham door aanvaring beschadigd.
Nader vernemen wij dat de OLANDA in aanvaring is geweest met een sleepboot van de Great Central en dat er van de schroef van de OLANDA een stuk, groot 26 duim is afgeslagen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juli. Het Nederlandse schip PACIFIC, kapt. Hendriks, dat begin juni bij Fiqueira aan de grond voer, is gisteren na voorlopig te zijn gerepareerd naar Groningen vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juli. De sleepboot SCHELDE arriveerde 1 juli te St. Vincent (K.V.) en zal met het daar binnengesleepte barkschip SOUND OF JURA naar Glasgow vertrekken.


04 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 juli. Men seint ons vanuit Londen: Volgens een telegram uit Nantes, is het Nederlandse stoomschip LAURA bij het verlaten van het dok, tegen de kademuur gevaren. De schade is onbekend. Nader vernemen wij dat de LAURA bij het verlaten van het droogdok te Nantes tegen de punt van de kademuur is gevaren. Daardoor ontstond een gat van 15” in het vierkant boven de waterlijn. Te Nantes wordt dit gat met een lap dicht gemaakt. Het beladen van de LAURA ondervindt daardoor geen vertraging. Bij aankomst te Rotterdam wordt afdoende gerepareerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Grimsby, 3 juli. Het stoomschip OLANDA werd te Immingham bij het binnenkomen aangevaren door een sleepboot en bekwam schade aan de schroef en aan platen aan de achtersteven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma C. v. d. Giessen te Stormpolder, is te water gelaten een voor binnenlandse rekening gebouwd ijzeren Rijnschip, groot 1.550 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Boele & Pot te Bolnes, is te water gelaten een dubbelschroefboot met twee schoorstenen en vier dekken bestemd voor Zuid-Amerika en gebouwd voor binnenlandse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde hedenmiddag een onderzoek in betreffende het stranden op de Noord-Amerikaanse kust op 22 februari van het Nederlandse stoomschip AMERICAN, gezagvoerder E. Marktschlaeger te Antwerpen. Rederij: American Petroleum Company te Rotterdam.
De gezagvoerder, de heer E. Marktschlaeger, verklaart dat hij de 7e februari in ballast van Rotterdam vertrok, met bestemming naar Philadelphia. In het begin van de reis was het steeds slecht weer, alleen de laatste dagen was het weer goed. Het schip liep de 22e februari met dik van mist in de nabijheid van Sea lsland City aan de grond. Na loding werd bevonden er 19 voet water stond. De grond op de strandingsplaats bestond uit zand; een stoot werd er niet gevoeld en niemand merkte dat het schip vast zat. Het schip zat op 1½ mijl afstand van de Beach-vuurtoren. Na het vastlopen werden er noodseinen gegeven en nadat herhaaldelijk met behulp van de machine geprobeerd was om vlot te komen, ook met behulp van een kleine kanonneerboot, en de tanken gedeeltelijk waren leeggepompt, werden de ankers uitgebracht en getracht door op deze te hieuwen en tegelijk met de machine te werken, vlot te komen, doch zonder resultaat. De volgenden dag kwam het schip met hoog water en met behulp van een sleepboot vlot en arriveerde de 23e februari op de bestemmingsplaats. Na onderzoek bleek het schip geen schade te hebben. Er was met de sleepboot een contract gemaakt voor USD 5.000. De gezagvoerder schrijft de oorzaak van de stranding toe aan het defect raken van de tijdmeter waaraan de toegepaste stand geheel foutief was. Tijdens het laatste verblijf te Antwerpen is de tijdbal niet waargenomen en is er dus geen nieuwe stand en gang verkregen. Ook in het Engelse Kanaal was er geen gelegenheid de stand van de tijdmeter te controleren. Er was slechts één tijdmeter aan boord, waaraan op de 13e januari te Halifax het laatst de stand was bepaald. Vóór het vastlopen was er niet gelood. Na aankomst te Philadelphia bleek de toegepaste stand foutief te zijn, het verschil bleek 2m 24s te zijn. (opm: zie het vervolg in AH 050713 en AH 100713)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 2 juli. Hedenmorgen is naar Londen vertrokken de EGBERDINA, kapt. F. Boerema, een nieuwe, op de werf van de heer Wilmink te Gideon (Groningen), gebouwde stalen 2-mast schoener van 472 bruto m3, seinletters NPDJ, eigenaar de kapitein te Groningen; het schip zal te Emden tegels laden naar St. Petersburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 juli. De sleepboot MAAS vertrok 1 juli van Dublin naar Hamburg met het Duitse zeilschip BARMBEK op sleeptouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 juli. De sleepboot ZUIDERZEE vertrok 2 juli van Plymouth naar Duala met twee lichters.


05 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. Het in 1896 door de firma J.C. Teckelenburg te Geestemünde gebouwde Nederlandse stoomschip ALSTER, rederij P.A. van Es en Co., Rotterdam, is aan de rederij T. Roberg te Christiania verkocht. (opm: voor GBP 5.000) Dit stoomschip, lang 176, breed 26 en hol 15 voet, heeft machines met cilinders van 19 en 37 Engelse duim middellijn. De slag is 26¾ Engelse duim. (opm: zie ook NRC 070713)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 4 juli. De Nederlandse baggermolen BAYERN is gerepareerd en heeft de haven weer verlaten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 4 juli. Het Nederlandse stoomschip GIANG ANN, groot bruto 873 en netto 557 register ton, is aan Engelse kopers verkocht. Dit in 1888 te Newcastle gebouwde stoomschip, lang 230, breed 31,1 en hol 15,2 voet, behoorde vroeger aan de Samarang Stoomvaart Maatschappij, Java.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. Wij vernemen, dat de gezagvoerder M. Ganzevoort van het stoomschip SOERAKARTA, dat heden van hier naar Nederlands Indië zou vertrekken, plotseling is overleden; men zegt aan een hartverlamming. De heer M. Ganzevoort, die kort geleden een paar ribben had gebroken, was weer geheel hersteld en voelde zich de laatste tijd bijzonder wel. Het vertrek van de SOERAKARTA is tot morgenochtend uitgesteld. (opm: is gezagvoerder M. Gantvoort)


Krant:

 DMB - De Maasbode

Hedennacht is plotseling overleden de heer M. Gantvoort, die gedurende vele jaren als gezagvoerder in dienst van de Rotterdamsche Lloyd is werkzaam geweest, het laatst als kapitein op het stoomschip „SOERAKARTA". Treffend is de bijzonderheid, dat deze gezagvoerder juist weer hersteld was van een ongeval hem op de vorige reis van het stoomschip overkomen en het bevel over zijn schip, dat op de thuisreis door een ander was overgenomen, wederom had aanvaard. Door dit sterfgeval is het vertrek van de „SOERAKARTA", dat op heden was bepaald, een dag uitgesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Korsör, 3 juli. De te Groningen thuis behorende tjalk DAGERAAD, schipper Top, is met 142.000 kg beschadigd rijstmeel van Hamburg hier aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De tweede helling op de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen, is thans belangrijk vergroot en zal daarop nu het stoomschip TJIKEMBANG voor de Java-China-Japan Lijn op stapel worden gezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. (Vervolg, betreffende het stranden op de Noord Amerikaanse kust op 22 februari van het Nederlandse stoomschip AMERICAN, gezagvoerder E. Marktschlaeger te Antwerpen. Rederij: American Petroleum Company te Rotterdam).
Nadat de zitting een ogenblik geschorst was deelde de voorzitter, de heer Pleyte, namens de Raad de gezagvoerder mee dat het onderzoek er ook over zal lopen of het ongeval is toe te schrijven aan een daad of nalatigheid van de gezagvoerder en als gevolg daarvan de mogelijkheid bestaat dat hij een berisping kan krijgen of geschorst kan worden. De 1e stuurman, M. de Waard, deelt mee dat de laatste stand van de tijdmeter was bepaald de 13e januari te Halifax. De berekende en de geobserveerde stand verschilden toen slechts 7 gr. Het schip was de laatste maal slechts 3 dagen te Antwerpen geweest, en de stand van de tijdmeter was toen niet bepaald. Het laatste vaste bestek vóór de stranding was van de vorige middag; volgens dat bestek stond het schip toen nog 300 mijl uit de wal. Het weer was toen helder, naderhand werd het heiig en daarna dik van mist. Het patentlood was defect; de log was goed. Om de miswijziging van de kompassen te bepalen werden er geregeld observaties gedaan. Toen het schip aan de grond liep lag hij te kooi, en toen hij aan dek kwam was het dik van mist. Er was windstilte en de zee was kalm. De 2e stuurman, Arie van Harten, deelt mee, dat hij op het ogenblik van de stranding beneden was om te schaften en de kapitein met een roerganger op de brug was. Er was een man op de uitkijk en er werden enige stoomschepen op grote afstand gezien. De equipage bestaat uit 37 koppen en de kapitein schat de waarde van het schip op NLG 600.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende het vastlopen nabij Pensacola op 19 december 1912 van het stoomschip PARKHAVEN. Gezagvoerder L. Coolen; rederij: Gebr. van Uden, beiden te Rotterdam. De Raad meent te kunnen vaststellen, dat de gezagvoerder L. Coolen niet is tekort geschoten in zijn plicht en dat het vastlopen van het schip hem niet kan worden geweten. Een poging om een betere zeekaart te krijgen, dan waarover hij beschikte is mislukt, de loods te Gulf Port heeft niet voor gevaar gewaarschuwd, de gebezigde kaart rept niet van de zandbank, waarop het schip gezeten heeft, evenmin de door de Raad geraadpleegde Eng. Admiraliteitskaart No. 392. Loden, kon, gegeven de gebezigde kaart, onnodig heten. Ware de loodsboot geweest ter plaatse, waar zij had behoren te zijn, dan ware het vastlopen voorkomen.
De Raad nam er akte van, dat de gezagvoerder zich plankaarten voor verschillende havens in de Golf van Mexico en de West-Indië Pilot heeft aangeschaft.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 juli. De sleepboot SCHELDE vertrok 2 juli van St. Vincent K.V. naar Glasgow met de ontredderde bark SOUND OF JURA op sleeptouw.


06 juli 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf van de scheepsbouwmeester W. van Goor te Kampen met goed gevolg te water gelaten een nieuwe motorboot, groot 120 ton voor de heer G. Berends te Apeldoorn. De kiel werd daarna gelegd voor een nieuw zeilkastje, ongeveer 250 ton groot, voor de heer B.J. van Laar te Hoorn.


07 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juli. Men deelt ons mede, dat het stoomschip ALSTER niet verkocht is aan de rederij T. Roberg te Christiania, maar wel aan de rederij E. Roberg te Gotenburg. (opm: zie ook NRC 050713)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 6 juli. Het naar Java vertrokken stoomschip SOERAKARTA ligt voor de Nieuwe Waterweg met een defecte machine. Het stoomschip wordt aldaar gerepareerd en zet daarna de reis voort.


08 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 7 juli. Het stoomschip SOERAKARTA heeft de reis naar Nederlands Indië voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juli. Men seint ons uit Hamburg, dat de op 23 juni gezonken baggermolen SLIEDRECHT overeind is gezet, en dat men nu bezig is het vaartuig dicht te maken. Wanneer dit werk is afgelopen, zal het vaartuig naar een werf worden gebracht om gerepareerd te worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 8 juli. De nieuwe loodsschoeners 2 en 15 zijn van Antwerpen aangekomen. Zij zijn bestemd voor het Belgische loodswezen alhier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe sleepboten. Op de 5e dezer liepen de volgende sleepboten met goed gevolg van de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf te water: Een sleepboot van 90 ipk, breed 4,00 m, lang 16 m en hol 2,20 m, bestemd voor Nederlands Indië en een sleepboot van 180 ipk, lang 20 m, breed 4,40 m en hol 2,10 m, eveneens bestemd voor Nederlands Indië. De voor deze sleepboten bestemde machines en ketels werden ook aan voornoemde fabriek vervaardigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van T. van Maastricht te Hedel, is te water gelaten een sleepkaan van 540 ton, voor binnenlandse rekening. De kiel werd gelegd voor een baggermolen, lang 35 meter, breed 6 meter en hol 2,30 meter. eveneens voor Nederlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juli. De sleepboot DONAU met 2 bakken, van Rotterdam naar Swansea, arriveerde 5 juli nm. ter bestemming.


09 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Geestemünde, 8 juli. Het reeds meerdere weken alhier in de Handelshaven liggende stoomschip HELGOLAND is naar Groningen verkocht. Het stoomschip HELGOLAND, groot bruto 203 en netto 184 register ton werd in 1891 te Geestemünde gebouwd en behoort aan de Deutsche Dampfschifffahrts Gesellschaft Hansa te Bremen. Het stoomschip is lang 114,1 voet, breed 22,1 voet en hol 12 voet 2 duim. Het heeft een compound machine met cilinders, die 22 ¼ en 39 Engelse duim middellijn hebben. De slag is 25½ inch. (opm: zie vooral de volgende NRC 090713)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juli. Men deelt ons mee dat de HELGOLAND niet de HELGOLAND is als beschreven, maar wel de HELGOLAND, die in 1910 door Gebr. Niestern te Delfzijl is gebouwd. Dit stoomschip heeft te Geestemünde opgelegen en is nu weer onder Nederlandse vlag gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 juli. Op 3 juli is het stoomschip CEYLON, in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd, te water gelaten.


10 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. In het Avondblad van 9 juli hebben wij met een enkele regel meegedeeld, dat het stoomschip CEYLON was te water gelaten. Thans kunnen wij meedelen, dat het stoomschip voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd alhier gebouwd wordt door de firma Archd. McMillan and Son Ltd. te Dumbarton en dat de machines worden vervaardigd door de firma David Rowan & Co. te Glasgow. De CEYLON, die bij een diepgang van 24,8½ voet een laadvermogen heeft van 8.100 dw., heeft de volgende afmetingen: Lang 400, breed 52 en hol 30 Engelse voet. De triple-expansie machines hebben cilinders, die respectievelijk 27, 44 en 73 Engelse duim middellijn hebben, en de slag is 48 Engelse duim. De stoom wordt door drie ketels van 15,6 x 11,6 voet diameter geleverd, die onder een druk van 180 lbs. werken Het geheel wordt onder Lloyds toezicht gebouwd en geplaatst in de hoogste klasse 100 A1.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart, zitting houdende in het Paleis van Justitie, stelde gistermiddag een onderzoek in betreffende het overlijden van twee schepelingen ten gevolge van gasontwikkeling nabij of in de kruitkamer aan boord van het Nederlands stoomschip KAWI te Tandjong Priok op 28 april 1913. Gezagvoerder C. de Boer, rederij Rotterdamsche Lloyd, beiden te Rotterdam.
Als deskundigen waren aanwezig: 1e. de heer W.H.M. de Fremery, inspecteur van de arbeid 1e klasse; 2e. dr. M.G. Ringeling, arts, chef van de Gezondheidsdienst te Amsterdam; 3e. dr. L. Reicher.
De gezagvoerder G. de Boer, als eerste getuige gehoord, verklaart dat hij tijdens het verblijf te Tandjong Priok, terwijl men bezig was te lossen, order gaf de kruitkamer schoon te maken. Deze kruitkamer wordt gewoonlijk eens per jaar schoongemaakt. De vorige thuisreis was deze het laatst open geweest en stond er geen water in. Gedurende deze uitreis hadden de passagiers geklaagd dat er stank uit de kruitkamer kwam.
Nadat men de kruitkamer vol had gepompt met water en deze, daarna wederom leeg gepompt was, gingen de bootsman, de timmerman en 3 matrozen naar beneden, die allen bewusteloos werden ten gevolge van gassen die in de kruitkamer zich ontwikkeld hadden. Nadat deze lieden aan dek werden gebracht bleek de timmerman J.E. van Horsten reeds te zijn overleden en de bootsman P. Clausen, nadat kunstmatige ademhaling was toegepast, naar het hospitaal getransporteerd, alwaar hij de volgende dag overleed. De anderen waren na enige tijd hersteld. De kruitkamer is in de achterpiek gelegen, aan de voorkant bevindt zich een waterdicht schot met waterdichte deur en van boven is de ruimte afgesloten door het tussendek met een waterdicht luik; de peilkoker deed tevens dienst als bluspijp. Zolang de kapitein aan boord van de KAWI is, is er nooit lading in geborgen. In het tussendek boven de kruitkamer was provisie geborgen. De hofmeester had gedurende de reis ook geklaagd dat er stank in het provisieruim was; de gezagvoerder was er evenwel niets van bekend.
Vanwege de Scheepvaartinspectie mag de kruitkamer niet meer als zodanig gebruikt worden.
De eerste stuurman R. Muller verklaart dat hij 3 reizen aan boord van de KAWI was en wel eens in de kruitkamer was geweest, alleen uit nieuwsgierigheid. Vóór binnenkomst had hij wel eens in de buurt van de kruitkamer stank waargenomen, reden waarom er besloten werd deze schoon te maken en wel door deze ruimte vol te pompen met water en dit daarna weer weg te laten lopen door de waterdichte deur.
Hij deed verder mededeling hoe hem gemeld werd dat er mensen bewusteloos waren geworden in de kruitkamer en hoe ze aan dek werden gebracht en de pogingen die werden aangewend om de bewustelozen weer bij te brengen. Na het ongeval werd bij inspectie van de kruitkamer alleen een zoete lucht waargenomen. Het hout van de buikdenning verkeerde in goede staat en was er niets bijzonders op te merken. De scheepsdokter O.A. Peters deelde mee welke middelen er waren toegepast om de bewustelozen weer bij te brengen. Hij schrijft het ongeval toe aan het inademen van zwavelwaterstofgassen die zich in het bilgewater van de kruitkamer hebben gevormd. Van slechte lucht of stank aan boord, had hij gedurende de reis niets gehoord; wel na het ongeval.
De eerste machinist C.J. van Zwol deed mededelingen aangaande de constructie van het schip, in de nabijheid van de kruitkamer en verder hoe de lieden die bewusteloos waren geworden met een touw aan dek werden gebracht. De mensen die naar beneden gingen om de bewustelozen aan dek te brengen, waren voorzien van rookmaskers.
De kwartiermeester J. Voogt verklaart dat hij opdracht kreeg drie kistjes met specie uit de mailkamer te halen, en terwijl hij daarmee bezig was hij de timmerman bewusteloos zag liggen. Toen hij bezig was de timmerman een touw vast te maken, werd hij zelf bewusteloos. De matroos J.J. Dijk deelt mee dat, toen hij op de plaats van het ongeval kwam de timmerman en de bootsman bewusteloos lagen en hij zelf ook bewusteloos werd, doordat het rookmasker hem van het hoofd werd getrokken door een touw. De lierstoker L. Groen en de olieman N.V. Koomans hadden hulp verleend bij het ophalen van de bewustelozen. De gezagvoerder deelde nog mee dat het water te Tandjong Priok erg stinkt. Met dit water was de kruitkamer volgepompt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens werd uitspraak gedaan in zake de stranding van het Nederlandse stoomschip AMERICAN, gezagvoerder E. Marktschlaeger op de Amerikaanse kust in de nabijheid van Lunar Beach vuurtoren op de 22e februari.
De Raad is van oordeel dat ware het lood een paar uur vroeger gebruikt, de stranding had kunnen worden voorkomen. Of de tijdmeter aan de nodige eisen voldeed is slecht na te gaan om dat er weinig zorg aan werd besteed.
De stranding is te wijten aan de foutieve lengtebepaling, waarvoor de gezagvoerder dient worden aansprakelijk gesteld en daarom gestraft te worden met de straf van berisping. (opm: zie ook AH 040713 en AH 050713)


11 juli 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Geestemünde, 8 juli. Het reeds meerdere weken alhier in de Handelshaven liggende stoomschip HELGOLAND, in 1910 door Gebr. Niestern te Delfzijl gebouwd, is naar Groningen verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 11 juli. Heden vertrok van hier naar Hamburg, onder commando van P. v. Zuilen, de nieuwe sleepboot PIRAT, gebouwd op de werf van de heren Boon, Molema & De Cock te Hoogezand. De boot is voorzien van een compound machine van 150 ipk en loopt een vaart van 9½ mijl.


12 juli 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken is van de Nederlandsche consul Wolf uit Djeddah het volgende telegram ontvangen: „KRAKATAU met 1.600 pelgrims op 15 mijl afstand van Djeddah op een rif gelopen. De pelgrims worden geland. Geen persoonlijke ongelukken".


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 11 juli. De directie van de Stoomvaart Mij. Nederland ontving heden telegrafisch bericht uit Djeddah, dat het thuis varend stoomschip KRAKATAU, op reis van Perim naar Djeddah is vastgelopen op het Mussari-rif, gelegen op 6 mijl afstand van laatstgenoemde plaats. Pogingen worden gedaan om het stoomschip vlot te brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 11 juli. Het stoomschip KRAKATAU heeft lekkage. De aan boord zijnde 1.618 pelgrims zijn veilig geland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juli. Hedenochtend om 11.30 uur liep met goed gevolg het Rijnschip W. VAN DRIEL No. 54, van de werf van de firma Van der Giessen te Stormpolder te water. Dit voor de N.V. W. van Driel’s Stoomboot en Transportonderneming alhier in aanbouw zijnde schip is 1.550 ton groot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 juli. In het Soerabaiasch Handelsblad komt een bericht van 13 juni uit Makassar voor, dat de firma De Groot het stoomschip ALBANY aan de ketting heeft laten leggen en eist een schadevergoeding van NLG 360.000. De raad van justitie zal in dezen uitspraak doen. (Men weet, dat de ALBANY in brand is geraakt nadat de steiger waaraan de ALBANY lag, vlam had gevat). De ALBANY vertrok 6 juli van Makassar op de thuisreis.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 11 juli. Sedert gisteren werden uit het stoomschip EASTWELL 1.318 balen rijst gelost.


13 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juli. Men seint ons uit Londen: Het eerder gemelde Nederlandse stoomschip KRAKATAU zit nog in dezelfde toestand. De pogingen om het stoomschip vlot te brengen zijn mislukt. Het weer is buiig. De KRAKATAU liep afgelopen donderdagochtend op het Mismaririf nabij Djeddah. De tank no.1 en het ruim 1 raakten lek, en de boeg werd gedeukt. Voornoemde boot is slechts één jaar oud, heeft twee schroeven en is groot 6.378 ton. De waarde wordt geschat op NLG 1.100.000 (GBP 92.000). Er bevindt zich een waardevolle lading oosterse producten aan boord.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 juli. De motorboot TWEE GEZUSTERS, 30 juni op reis van Amsterdam naar Londen, hulpeloos nabij Scheveningen door de MECKLENBURG opgepikt en de Nieuwe Waterweg binnen gesleept, is heden gesleept door het stoomschip PTARMIGAN naar Londen vertrokken.


14 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Volgens een door Reuter overgeseind Lloyds telegram uit Djeddah van gisteren, is het stoomschip KRAKATAU een weinig verder op het Mismaririf geschoven. Er waait een stijve bries. Ruim no. 2 is een weinig lek. Heden (13 juli) is de toestand bevredigend en heden wordt de PALEMBANG verwacht.
Uit Hamburg wordt gemeld dat het bergingsstoomschip DANMARK van Piraeus is vertrokken om naar het op het Mismaririf gestrande Nederlandse stoomschip KRAKATAU hulp te verlenen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. De Stoomvaart Maatschappij Nederland heeft bericht ontvangen van de gezagvoerder van het stoomschip KONING WILLEM III, dat hij zonder succes heeft getracht het stoomschip KRAKATAU af te slepen en dat hij na een oponthoud van 17 uur de reis heeft moeten vervolgen. Gisteren zijn door het stoomschip PALEMBANG pogingen aangewend om de KRAKATAU af te slepen, doch ook zonder succes. Deze pogingen worden heden herhaald. Uit Port Sudan is door de gezagvoerder assistentie ontboden. De directie is met de Nordische Bergungs Verein te Hamburg overeengekomen, dat het bergingsstoomschip DANMARK jongstleden zaterdag onmiddellijk van Piraeus zou vertrekken naar de KRAKATAU. Een stoomschip dichterbij was niet verkrijgbaar, daar de PROTECTOR , die in de regel te Suez gestationeerd is, thans voor reparatie te Marseille vertoeft. Heden is het volgende telegram ontvangen: De positie van de KRAKATAU is ongunstiger geworden door de storm en de hoge zee.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 13 juli. Door het alhier gevestigde Bureau Wijsmuller ontvangen telegrammen zijn de sleepboot VICTOR EBERHARDT van Rotterdam en de hopper STAATSSECRETARIS KOLTOSTSOW van Amsterdam, beide gisteravond te St. Petersburg aangekomen. Alles wel. (opm: uitgebracht door Bureau Wijsmuller)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de N.V. Werf v/h. Rijkée & Co. te Rotterdam, werd Zaterdag (opm: 12 juli) met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefmotorschip LOUDON, in aanbouw voor de Kon. Paketvaart Maatschappij. Dit schip waarvan de afmetingen zijn 278' x 41' x 19', is ingericht voor het vervoer van passagiers en goederen in Nederl. Indië en wordt door de Nederl. Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmateriaal te Amsterdam voorzien van een Dieselmotor installatie van 1.400 ipk, die aan het schip een snelheid zal geven van 11 mijl per uur. Op de vrijgekomen helling zal binnenkort de kiel worden gelegd voor het stoomschip DEUCALION, te bouwen voor de Kon. Nederl. Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juli. — De sleepboot ATLAS, van Amsterdam naar Soerabaja met een droogdok op sleeptouw, passeerde 11 juli Gibraltar.
— De sleepboot THAMES vertrok 10 juli van Liverpool naar Burutu met het schip ALTAIR op sleeptouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 10 juli. Het alhier thuis behorend stoomschip NEWBRIDGE, gesleept door de Nederlandse sleepboten ROODE ZEE en WODAN, van Duinkerken op de Tyne aangekomen, is over het geheel over een afstand van 3.000 mijl gesleept. Op reis van Bahia Blanca naar Duinkerken (met 5.700 ton tarwe) brak de krukas van de NEWBRIDGE, toen zij op 270 mijl van St. Vincent, was. Het stoomschip WIMBORNE sleepte de NEWBRIDGE te St. Vincent binnen. Later is de NEWBRIDGE door de sleepboten SARAH JOLIFFE en BLACK COCK van St. Vincent via Las Palmas en Vigo naar Duinkerken gebracht. (Een afstand van 2.500 mijl). Na lossing aldaar hebben de Nederlandse sleepboten ROODE ZEE en WODAN de NEWBRIDGE naar de Tyne gesleept, alwaar zij zal worden gerepareerd.


15 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Het Nederlandse stoomschip EUGENIE, aangekocht door de Antwerpsche Zeevaart Maatschappij zal eerst nog een reis doen van een Engelse steenkolenhaven naar Libau en Riga, en dan via een Finse haven naar Antwerpen vertrekken. Aldaar aangekomen zal het stoomschip herdoopt worden in GALLIER.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 14 juli. Er is reeds 159 Guinees herverzekering op het stoomschip KRAKATAU gesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam 15 juli. De Stoomvaart Maatschappij Nederland ontving een telegram uit Djeddah, dat het stoomschip KRAKATAU gisteren zonder assistentie is vlot gekomen.
Men seint ons uit Londen: Het stoomschip KRAKATAU is weer vlot gekomen en is nu veilig in de haven van Djeddah. Waarschijnlijk zal het schip onder eigen stoom naar het Suezkanaal vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De torpedoboten G5, G7 en G8 zijn gisteravond onder bevel van de luitenant ter zee 1e klasse E.R. Schultz van Hellevoetsluis vertrokken tot het houden van een tocht van 36 uur, waarna een bezoek aan Southampton werd gebracht. De torpedoboten blijven daar enkele dagen.


16 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND onder bevel van de kapitein luitenant ter zee W.H. van Leschen de 15e dezer van Shanghai naar Chefoo vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam 15 juli. De motorschoener CARA (ex. INGEBORG), door de makelaar Jacq. Pierot Jr. naar Frankrijk verkocht, is hedenavond van Hoek van Holland naar St. Nazaire vertrokken met 360 ton steenkolen. Het schip zal daarna voor de houtvaart van Frankrijk op Marokko ingezet worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Altona, 14 juli. De Deutsche Frachtschiffahrt Gesellschaft heeft een in Nederland in aanbouw zijnde drie-mast motorschoener van 360 ton draagvermogen gekocht, welke volgens voorschrift van Bureau Veritas voor de Atlantische Vaart gebouwd wordt. Het schip zal in oktober afgeleverd worden en onder de naam WILHELMINE WAGNER in de vaart gebracht worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juli. De sleepboot DONAU vertrok 12 juli van de Clyde naar de Westkust van Afrika met de baggermolen REMUS op sleeptouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juli. — Te Weert is van de werf van de Weerter Scheepsbouw Maatschappij een stalen voor Duitse rekening gebouwd Sambre-schip, genaamd FERDI, te water gelaten, terwijl twee zelfde voor Belgische rekening gebouwde schepen de werf verlieten. De kielen werden gelegd voor een sleepkaan en een Sambre-schip, beide voor Belgische rekening.
— Te Hedel is een voor binnenlandse rekening gebouwde sleepkaan van 540 ton te water gelaten van de werf van de heer T. van Maastricht.
— Van de werf van de heer Wilmink te Gideon (Groningen) is afgeleverd een voor binnenlandse rekening gebouwde stalen 2-mast schoener van 472 m3.


17 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 16 juli. Gisteren werden 403 en heden 381 balen rijst uit de EASTWELL geborgen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 juli. Volgens het Handelsblad is er bij de directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland een telegram ontvangen dat de KRAKATAU te Djeddah door experts is nagezien en hebben dezen aanbevolen reparaties uit te voeren, waarvoor de bergingsstomer DANMARK, die te Port Said op orders lag te wachten, naar Djeddah zal vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 juli. — De sleepboten POOLZEE en ZWARTE ZEE, van de Tyne naar de Zwarte Zee met een droogdok op sleeptouw, passeerde 14 juli Sagres.
— De sleepboot SEINE, met een drijvende kraan van de Nieuwe Waterweg naar St. Petersburg, passeerde 15 juli ‘s middags 3 uur Helsingör.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 17 juli. Het 3-mast schoenerschip HENDERIKA ANTINA, in aanbouw bij de Gebr. J. & G. Verstockt te Martenshoek, voor rekening van de heer K. Deen te Groningen, is thans verkocht naar Altona a/d Elbe aan de Deutsche Frachtschifffahrt Gesellschaft en wordt voorzien van een Kromhoutmotor van 90 pk. Het schip zal varen onder de naam WILHELMINE WAGNER. (opm: zie ook NRC 160713)


18 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens een bij het Departement van Marine ontvangen bericht is de groep torpedoboten, bestaande uit de Hr. Ms. torpedoboten G5, G7 en G8, onder bevel van de luitenant ter zee 1e klasse E.R. Schultz de 16e dezer te Southampton aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stockholm, 15 juli. Het Nederlandse zeilschip MARGIENA ANETTE, kapt. Meijer, is op het nabij Utklippan liggende wrak gezonken stoomschip PATRIA gelopen. Het schip werd later door een Duits stoomschip vlot getrokken en zwaar beschadigd op de lading drijvende te Karlskrona binnen gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 17 juli. De Nederlandse baggermolen SLIEDRECHT is voorlopig dicht gemaakt, lens gepompt en naar de werf van Flint gebracht. De reparaties zullen na inschrijving worden gegund.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een tewaterlating.
Een eigenaardige plechtigheid zal dinsdag op de Marinewerf plaats hebben. Van de helling, waarop reeds zovele van onze kruisers en pantserschepen gestaan hebben — o.a. ons grootste oorlogsschip DE ZEVEN PROVINCIËN — loopt dan van stapel het motor-tankschip ARTEMIS, dat gebouwd is voor rekening van de Ned. Scheepsbouw Mij. Een zusterschip wordt op laatstgenoemde werf gebouwd. Beide tankboten zullen varen voor de Anglo-Saxon Petroleum Company. De kiel van de ARTEMIS werd in oktober 1912 gelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juli. Van de scheepswerf van De Haan & Oerlemans te Heusden werd 15 juli met goed gevolg te water gelaten een motorboot, lang 25, breed 4,80 en hol 1,70 meter, groot 100 ton, voor de heer J. de Fouw te St. Maartensdijk, waarna de kiel werd gelegd voor een Rijnschip. voor Hollandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 16 juli. Volgens bericht aan de rederij, hebben experts het stoomschip KRAKATAU te Djeddah nagezien en aanbevolen aldaar te repareren. Te dien einde zal het bergingsvaartuig DANMARK van Port Said derwaarts vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 16 juli. Volgens bij de Sleepdienstrederij Zur Mühlen ontvangen telegram is de sleepboot TITAN heden te Algiers aangekomen om kolen in te nemen. Wat het dok betreft is alles wel.


19 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 juli. Door het Franse Ministerie zijn door bemiddeling van de makelaar Jacq. Pierot Jr. alhier twee nieuwe onderlossers van 230 m3 aangekocht om dienst te doen voor de havenwerken van Bordeaux.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 19 juli. Heden werden uit de EASTWELL 474 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 15 juli. De Nederlandse tjalk GRETHE, met gerst en maïs van Hamburg naar Kjöge, geraakte in Ulosund aan de grond, doch werd weer vlot gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Bodewes te Lobith is met gunstig gevolg te water gelaten een ijzeren sleepkaan, genaamd ALICE 50, groot 525 ton, gebouwd voor rekening van de heer S.A. la Meuse te Antwerpen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juli. — De sleepboot SCHELDE met het beschadigde zeilschip SOUND OF JURA, van St. Vincent K.V. naar Glasgow arriveerde gisterochtend te Vigo.
— De sleepboot ZUIDERZEE, van Rotterdam naar Duala met twee lichters, arriveerde 16 juli te Las Palmas.


21 juli 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Altona, 14 juli. De Deutsche Frachtschifffahrt G. alhier heeft een in Nederland in aanbouw zijnde 3-mast motorschoener van 300 ton draagvermogen gekocht, welke volgens voorschrift van Bureau Veritas voor de Atlantische vaart gebouwd wordt. Het schip zal in oktober afgeleverd worden en onder de naam WILHELMINE WAGNER in de vaart gebracht worden.


22 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 juli. Het Nederlandse stoomschip BETSY ANNA geraakte gisteren tijdens slecht weer op Vlieland aan de grond. Na vlot te zijn gekomen vertrok het stoomschip naar Harlingen en hedenochtend 06.00 uur is de BETSY ANNA gesleept van Harlingen naar Amsterdam om aldaar te repareren. Men deelde ons mee dat tijdens de stranding geen loods aan boord was.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Djeddah, 19 juli. De bergingsboot DANMARK is bij het Nederlandse stoomschip KRAKATAU aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 juli. Aan boord van het Nederlandse stoomschip MOORDRECHT heeft een explosie plaats gehad, waardoor drie man zijn gekwetst. Het stoomschip, van Burryport (Wales) naar Hamburg bestemd, is te Yarmouth (Wight) geankerd. (opm: zie ook NRC 181013 en AH 221013)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van stapel lopen ARTEMIS.
Op de Marinewerf is hedenmiddag te water gelaten het petroleum-tankschip ARTEMIS. Over dit schip en hetgeen voorafging aan het op stapel zetten kan het volgende gemeld worden:
Nadat in 1910 het motorschip VULCANUS en in 1912 het motorschip JUNO door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij voor de Nederlandsch-Indische Tank Stoomboot Maatschappij waren gebouwd, beide schepen voorzien van direct omstelbare Werkspoor Dieselmotoren van respectievelijk 500 en 1.100 epk, geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam, besloot de Nederlandsch-Indische Tank Stoomboot Mij., afgaande op de gunstige resultaten met deze schepen verkregen, tot de bouw van nog vier dubbelschroef motor-tankschepen van 5.050 ton draagvermogen, elk voorzien van Werkspoor Dieselmotoren van 1.700 epk, welke aan de schepen een snelheid moeten geven van 10,25 mijl per uur. Deze schepen hebben een lengte van 362 voet en 8 duim, een breedte van 46.5 voet en een holte van 27 voet en 5 duim en zijn bestemd voor het vervoer van petroleum en aanverwante producten van de raffinaderijen naar de verkoop-centra. Daar het door de grote bedrijvigheid bij de Scheepsbouw onmogelijk was al deze schepen binnen de vastgestelde tijd op Nederlandse werven te bouwen, kon slechts de bouw van twee van deze schepen aan de Nederlandse Scheepsbouw Mij. te Amsterdam worden opgedragen en werd de bouw van de rompen van de twee overige schepen aan het buitenland gegund. De Werkspoor Dieselmotoren van 1.700 epk voor de vier schepen, (dus ook die voor de twee schepen welke in Engeland worden gebouwd) werden echter in bestelling gegeven bij de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam. Dat de ARTEMIS, het eerste schip van deze serie (oorspronkelijk bestemd om te worden gebouwd op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij.) thans van één van de hellingen van de Rijks Marinewerf wordt te water gelaten, heeft de volgende oorzaak:
Toen, in de loop van 1912, ten gevolge van verwerping door de Kamers van een voorstel van de toenmalige Minister van Marine tot het bouwen van een oorlogsschip, aan de Rijks Marinewerf te Amsterdam gebrek aan werk dreigde te ontstaan, waardoor tal van werklieden van die inrichting buiten betrekking zouden geraken, kwam een overeenkomst tot stand tussen de tegenwoordige Minister van Marine, de heer Colijn, en de directie van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij., om de romp van het motorschip ARTEMIS op de Rijks Marinewerf te doen bouwen, waaraan de Nederlandsch-Indische Tank Stoomboot Mij. haar volle goedkeuring hechtte. Door deze samenwerking van Marineautoriteiten, de Nederlandsch-Indische Tank Stoomboot Mij. en de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. werd aldus aan een groot aantal werklieden in het vak van scheepsbouw voor geruime tijd weer voldoende werk verzekerd.
Het schip, dat dus in opdracht van de Ned. Scheepsbouw Mij., voor rekening van de Anglo-Saxon Petroleum Company gebouwd is, heeft de volgende afmetingen: Lengte over alles 362'-7"; lengte tussen de loodlijnen 346'-8"; breedte op buitenkant spanten 46'-6"; holte tot opperdek balken i/d. zijden 27'-5" ; gebouwd volgens Lloyd's hoogste klasse A 1. De gemiddelde diepgang met 4.800 ton lading is 22'-0", terwijl het schip een vaart zal moeten lopen met 2 motoren, elk van 1.100 ipk van 10¼ knopen. Het schip, hetwelk een zusterschip is van de in aanbouw zijnde ARES op de werf van de Ned. Scheepsbouw Mij. heeft een korte bak en uitgestrekte campagne met brughuis in de midden, bak, brughuis, campagne verbonden met loopbruggen. De machinekamer is achteruit met brandstofbunker daarvoor. In het dekhuis logeren de kapitein en officieren, de machinisten in een dekhuis op de campagne en het volk heeft logies onder de campagne. Verder is het schip verdeeld met een lang middenschot en 14 dwarsschotten van buitengewone sterkte, 14 afdelingen zijn bestemd voor olieruimten, bovendien zijn nog oliedichte bergplaats boven het tussendek i/d. zijden gaande tot bovendek, zogenaamde zomertanks. Aan boord zijn, behalve het stoomankerspil, stoomstuurmachine, 6 stoomlieren, welke hun stoom ontvangen uit de daarvoor bestemde donkeyketel, geplaatst in een kast voor het motorhoofd op de campagne,
De motoren zijn van het zgn. Dieselsysteem en worden geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel.
De plechtigheid werd vandaag bijgewoond door de Minister van Marine ad interim Colijn, die vergezeld van zijn adjudant luitenant-ter-zee 1e klasse mr. Jager met een stoomsloep bij de Marinewerf aankwam. Voorts merkten wij op de officiële met vlaggen getooide tribune op de heren H.W.A. Deterding, directeur-generaal van de Koninklijke Petroleum Maatschappij, jhr. H. Loudon, een van de directeuren van deze Maatschappij, de heer J.W. IJzerman, commissaris van de “Koninklijke", viceadmiraal Tydeman, directeur en commandant van de Marinewerf, de heer J.F. van Beek, hoofd van de afdeling scheepsbouw aan het Departement van Marine, de heer J.S. van Veen, hoofdingenieur van de Marinewerf alhier en de heer C. Penning, ingenieur, onder wiens leiding de ARTEMIS gebouwd is. Voorts waren aanwezig de heren Pleyte, voorzitter van de Raad van de Scheepvaart, D. Goedkoop, directeur van de Ned. Scheepsbouw Mij., C.M. van Rijn, directeur van de Kon. West-Ind. Maildienst, jhr. C.D.P. Op ten Noort, wethouder Delprat en vele andere bekende personen uit scheepvaartkringen. Precies kwart over twaalf werden de laatste beletselen weggenomen en klonken de hamerslagen tegen de blokken. Even daarna doopte mevr. Deterding met een fles champagne het schip en gleed het terwijl een rookwolk bij de boeg zichtbaar werd statig te water, toegejuicht door de honderden aanwezigen op de werf en op de oorlogsschepen die in het dok lagen. Te voren was aan mevr. Deterding, door een kleinzoon van de heer D. Goedkoop, de jongeheer P. Conrad Cornelissen, een bouquet aangeboden. Spoedig na het van stapel lopen lag de roestige romp van de ARTEMIS stil in het dok. De autoriteiten verenigden zich na afloop van de plechtigheid aan een diner bij Zomerdijk Bussink op de E.N.T.O.S.
Aan het dejeuner bij Zomerdijk Bussink verenigden zich velen van de bovengenoemde genodigden. Ongeveer 35 dames en heren namen aan dit dejeuner deel. De rij van toasten werd geopend door de heer Deterding, directeur-generaal van de Kon. Ned. Petroleum Maatschappij, die er aan herinnerde, dat dit de eerste maal was, dat een koopvaardijschip op een oorlogswerf gebouwd werd. Spreker was de Minister van Marine ten zeerste verplicht van zijn doorzicht en moed, om de werklieden, van de Marinewerf niet te bedanken, doch te trachten hen te behouden door een koopvaardijschip op deze werf te bouwen. Wanneer de ARTEMIS een voorspoedige reis hoeft, zal men nooit nalaten aan de naam van het schip, die te verbinden van de Minister van Marine. De inspecteurs, die de bouw bijgewoond hadden, hadden getuigd, dat de wijze, waarop de ARTEMIS gebouwd is, de beste is, wat zij gezien hadden. De Marinewerf had dus niet alleen getoond, goede oorlogsschepen te kunnen bouwen, doch ook koopvaardijschepen te kunnen bouwen. Op de ARTEMIS zullen wij later, hopen wij, even trots zijn als op de VULCANUS en JUNO. Laatstgenoemd schip heeft met succes de vuurproef doorstaan. De heer Deterding besloot met te zeggen, dat de motoren Werkspoor een even goede naam hebben, als de Hollandse kaas en boter in het buitenland. Ten slotte dronk spreker op Minister Colijn. De heer Colijn, Minister a.i. van Marine, dankte de heer Deterding voor de vriendelijke woorden, tot hem gericht, doch bracht die dank over op de Kon. Petroleum Mij. en de Ned. Scheepsbouw Maatschappij, omdat deze beide directies hem in de gelegenheid hadden gesteld, uit een moeilijke impasse te geraken door over het lot van de Marinewerf nog een jaar te kunnen denken. Namens de Regering bracht Minister Colijn dank aan de Kon. Petroleum Mij. en de Ned. Scheepsbouw Mij. voor de hulpvaardigheid, welke zij hebben betoond door op de Marinewerf een koopvaardijschip op stapel te zetten. Ten slotte zei de spreker dat onder de ondernemingen, die de Nederlandse naam in het buitenland hoog houden, de Kon. Petroleum Mij. een ereplaats inneemt. Spreker bracht een dronk uit op deze Maatschappij. (opm: zie vervolg AH 230713)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 21 juli. Van: de werf van de heer C. Kars werd met goed gevolg te water gelaten een ijzeren bolpraam, groot 65 ton, die bevaren zal worden door R. Suk van Nieuwe Pekela.


23 juli 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van stapel lopen ARTEMIS. (vervolg)
Jhr. Loudon, directeur van de “Koninklijke", dankte daarop de aanwezigen voor hun aanwezigheid. De heer D. Goedkoop, directeur van de Ned. Scheepsbouw Mij., herinnerde aan hetgeen aan de stapelloop van de ARTEMIS voorafging; nog nooit had spreker zulk een coulant contract gesloten, als toen hij met de Minister van Marine overeenkwam, om het tankschip op de Marinewerf te bouwen. Spreker roemde de Dieselmotoren en bracht hulde aan de heer Muysken en de ingenieur Kloots van de Ned. Fabriek voor Werktuigen- en Spoorwegmaterieel. Ten slotte dronk spreker op mevrouw Deterding, die de ARTEMIS gedoopt had. Admiraal Tydeman toastte eindelijk op de bouwer van de ARTEMIS, ingenieur Penning. Het verheugde spreker, dat het werk van de Marinewerf de goedkeuring wegdroeg van de Ned. Scheepsbouw Mij. Admiraal Tydeman dronk op de voorspoed van deze laatst genoemde Maatschappij en sprak de hoop uit, dat deze werf het altijd even druk zou hebben en het werk niet af zou kunnen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Maandag (opm: 21 juli) werd op de N.V. Werf ‘De Noord’ te Alblasserdam met goed gevolg te water gelaten het stalen casco van de dubbelschroef motorboot ZEEAREND, 147.6 voet lang, 25.6 voet breed en 13.6 voet hol. Deze boot zal voorzien worden van twee zuiggasmotoren.
Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor het stalen Rijnschip KORTLAND, groot circa duizend tonnen, dat voor Nederlandse rekening gebouwd zal worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 21 juli. Het stoomschip MOORDRECHT (zie vorig No.), is naar Portsmouth vertrokken om de door de ontploffing (opm: in de lading steenkolen) gewonde opvarenden te ontschepen ter opneming in het hospitaal. Het schip zelf heeft maar lichte schade bekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. — De sleepboot SEINE, met een drijvende kraan van de Nieuwe Waterweg naar St. Petersburg, arriveerde 21 juli in de namiddag te Kroonstad.
— De sleepboten ZWARTE ZEE en POOLZEE met een droogdok op sleeptouw van de Tyne naar Konstantinopel, passeerden 20 juli Algiers. Alles wel.
— De sleepboot DONAU, met, een lichter van de Clyde naar Lagos, passeerde 20 juli ‘s namiddags Madeira.
— De sleepboot THAMES, met de hulk ALTAIR, van Londen via Liverpool naar Burutu, passeerde 21 juli in de voormiddag Las Palmas.
— De sleepboot MARIA II, alhier liggende, is naar Afrika verkocht en zal met een Elder Dempster boot derwaarts worden vervoerd.


24 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 24 juli. De ledige goederenboot TELEGRAAF I, van Antwerpen naar Rotterdam, is op de Oosterschelde omhoog gelopen. De passagiersboot TELEGRAAF IV heeft de boot vlot getrokken, beide schepen zijn naar Rotterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juli. Het te Harlingen van Sunderland binnengekomen Nederlandse stoomschip BETSY ANNA, kapt. De Jong, beladen met. steenkolen, heeft bij het met laagwater binnenkomen van het Stortemelk bij de zwarte ton No. 1 gestoten en geraakte daarna vast tussen de rode tonnen 2 en 3. Het schip werd direct door zware brekers belopen, waarop 5 man van de equipage de stuurboord-reddingboot te water lieten en in de richting van Vlieland roeiden. Met het opkomende tij kwam de boot, na herhaaldelijk gestoten te hebben, na verloop van een half uur vlot en stoomde daarop naar binnen, waarbij de 5 man, die van boord waren gegaan, onder de kust weer werden opgepikt, de sloep sloeg hierbij stuk en men liet deze drijven. De machine was ten gevolge van de stranding ontzet, zodat slechts halve kracht kon worden gestoomd. De bakboord verschansingstutten zijn ontzet door de overlopende zeeën, terwijl de bakboordboot werd vernield. Het schip maakte water, dat echter door de pompen kon worden bijgehouden. Na lossing is de BETSY ANNA dinsdagochtend via Nieuwediep naar Amsterdam vertrokken, begeleid door een sleepboot. Het stoomschip zal te Amsterdam repareren. (opm: zie ook AH 250813 en AH 020913)


25 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juli. Men seint ons uit Londen: Het stoomschip SLOTERDIJK, van Boston naar Rotterdam bestemd, is met een onbekend gebleven vaartuig in aanvaring geweest. Het stoomschip SLOTERDIJK heeft ernstige huidschade boven de waterlijn en is naar Boston teruggekeerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juli. Het Nederlandse stoomschip KRAKATAU, dat 10 juli op 10 mijl van het Mismaririf liep en 14 juli zonder assistentie weer vlot kwam, is gisteren, na voorlopige reparatie en begeleid door het bergingsstoomschip DANMARK, van Djeddah naar Suez vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juli. De thans aan Burgerhout’s Machinefabriek & Scheepswerf liggende sleepboot CONTENT, waarin een triple expansiemachine van 200 ipk en oppervlakte condensatie is geplaatst, is door de makelaar Jacq. Pierot Jr. alhier naar Archangel verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 juli. Op de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen is de kiel gelegd van het stoomschip TJIKEMBANG, te bouwen voor de Java-China-Japan Lijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 23 juli. De in aanbouw zijnde zeesleepboot aan de N.V. Scheepswerven Gebr. Bodewes te Martenshoek, is naar het buitenland verkocht. De boot wordt voorzien aan de Machinefabriek Fulton van een compound machine, sterk 250 ipk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juli. — De Nederlandse sleepboot NOORDZEE met een elevator op sleeptouw van Rotterdam naar Duala, arriveerde 22 juli te Las Palmas.
— De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met het beschadigde zeilschip SOUND OF JURA, van St. Vincent, K.V. naar de Clyde, passeerde gisteren voormiddag Tuskar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Yarmouth, 22 juli. De Nederlandse motorschoener ANGELINA, van de Tyne naar Figueira bestemd, die hier met verlies van mast, zeilen en tuig binnenliep, zal vermoedelijk 15 augustus de reparaties volbracht hebben. (opm: zie ook NRC 120613 en NRC 130613)


26 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 juli. Het stoomschip SLOTERDIJK was in aanvaring met de Amerikaanse schoener GARDINER G. DEERING. Van de schoener is de boeg ingedrukt.
(opm: zie ook NRC 290713, AH 120913, AH 130913 en AH 201013)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juli. Naar wij vernemen heeft de firma Ruys & Co. aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij opgedragen aldaar een voor haar rekening in aanbouw zijnde vrachtschip te voorzien van zogenaamde geared turbines van het Parsons type. De stoomschip, dat de naam TURBINIA zal dragen, is het eerste Nederlandse schip dat voorzien zal worden van dat eerst kort geleden in Engeland in toepassing gebrachte nieuw soort scheepsmachine.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 26 juli. Door de loods van het hier binnengekomen stoomschip LOUISE wordt gerapporteerd, dat hedenmorgen bij het Haaks vuurschip is gezonken een baggermolen op sleeptouw van de sleepboot OCEAAN, van Rotterdam naar Rendsburg bestemd. De opvarenden van de baggermolen zijn gered en worden door de sleepboot OCEAAN naar Rotterdam teruggebracht. (De DUSSELDORF is gisteravond per sleepboot OCEAAN uit de Nieuwe Waterweg vertrokken.)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 juli. Uit Singapore wordt dd. 24 juli gemeld dat het stoomschip MUREX met het 3/4e gedeelte van de voorpiek op het Brillrif zit. De grond aldaar is van koraal. Voor staat er 5 voet, onder de midscheeps 8 voet en achter 15 voet water. De rederij heeft de sleepboot NEPTUNUS en ATLAS ter assistentie gezonden, en heden zou het Nederlandse stoomschip SULTAN VAN KOETEI bij de strandingplaats aankomen. Buiten de sleeptrossen is er geen bergingsmateriaal voorhanden. De verantwoordelijke expert wordt 1 augustus verwacht. Verder wordt er nog uit Makassar geseind, dat de sleepboot ANGLO SAXEN hulp verleent. Indien de pogingen om het stoomschip vlot te brengen vruchteloos blijven, dan zou het aanbeveling verdienen, indien mogelijk de sleepboot van de aannemer van de havenwerken ter assistentie te zenden. Later werd er nog uit Makassar geseind dat voornoemde sleepboot na onderzoek te Makassar was teruggekeerd. Gebleken is dat het stoomschip over zijn gehele lengte goed op de koraal rust. Het weer is te ruw om iets te doen. De moesson heerst, en men moet wachten, indien het weer inmiddels niet beter wordt, tot oktober of november.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 25 juli. De Nederlandse baggermolen SLIEDRECHT, kort geleden in de Nieuwe Petroleumhaven omgeslagen, is na gehele berging naar de werf van Hitzler gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 juli. In het ochtendblad van 26 juli deelden wij mee dat het stoomschip TURBINIA in aanbouw is voor de firma Ruys & Co. alhier. Dit is niet geheel juist. Het stoomschip is in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Rotterdam, directie Ruys & Co.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Amsterdam, 26 juli. Van de Werf ‘Concordia’, firma S. Seijmonsbergen te Amsterdam, werd gisteren met goed gevolg te water gelaten een stalen motortender CORRY lang 15 m, breed 3,20 m en hol 1,45 m, gebouwd voor rekening van de fa. D. Goedkoop Jr., Amsterdam. Het vaartuig zal worden voorzien van een Kromhout ruwe oliemotor van 35 epk en is bestemd voor de heer C. Homberg te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gistermiddag een onderzoek in betreffende het breken van de schroefbladen en het scheuren van de schroefaskoker op 2 en 8 februari, 28 mei en 5 juni 1913 op de laatste heen- en terugreis van het stoomschip KANGEAN, gezagvoerder J. Veenhoven te Heemstede; rederij Stoomvaart Mij. ‘Nederland’ te Amsterdam.
De eerste getuige de gezagvoerder J. Veenhoven gehoord, verklaart dat het stoomschip KANGEAN in 1912 te Newcastle werd gebouwd en de equipage uit 59 man bestond. Op de voorlaatste thuisreis, tweede reis van het schip, werd in de Indische Oceaan in december een schroefblad verloren.
Deze reis vertrok het schip de 29e januari van Amsterdam, beladen met stukgoederen.
De eerste dagen na vertrek was het weer stormachtig met hoge zee en sloeg de machine enkele malen door; op de 2e februari met goed weer en kalme zee werd ten gevolge van het plotseling toenemen van het aantal omwentelingen van de machine en het zware trillen van het schip bemerkt dat er een blad van de schroef was verloren. Het schip liep te Gibraltar binnen en na aldaar in het droogdok gezet te zijn, werd er een nieuw blad aangebracht en de reis vervolgd. Het warmlopen van de schroefaskoker, waarvan men ook last had gehad, zou, zoals de deskundigen daar ter plaatse verklaarden, na het weer aanbrengen van het verloren blad, wel ophouden. Na vertrek van Gibraltar evenwel, op reis naar Malta, liep de schroefaskoker evenwel wederom warm en bleek deze na onderzoek gebarsten te zijn. Er werd daarna met verminderde vaart gestoomd. Te Malta werd een nieuwe schroefaskoker aangebracht. Op de thuisreis werd in de Indische Oceaan wederom een schroefblad verloren en na binnenkomst te Colombo door duikers een nieuw blad aangebracht, welk blad dicht bij Marseille wederom verloren ging. Gedurende deze uit- en thuisreis, die 69 dagen duurde, had het schip in het geheel drie schroefbladen verloren. De heer Visker, werktuigkundig-ingenieur van de Maatschappij Nederland, verklaart dat hij de oorzaak van het breken van de schroefbladen niet toeschreef aan het materiaal, maar wel aan de gieting. Een stukje van een van de gebroken bladen was door de heer Visker meegebracht en werd aan de Raad vertoond. De heer W.C. Lindeman, hoofdmachinist, deed mededelingen over de werking van de machine na het verliezen van de schroefbladen. Te Colombo was hij persoonlijk met een duikerpak te water geweest om het gebroken blad te onderzoeken. Het verlies van het laatste schroefblad een dag vóór binnenkomst te Marseille, welk blad te Colombo was aangebracht, schrijft hij toe aan de onvoldoende aanbrenging door duikers daar ter plaatse, terwijl hij het breken van de andere bladen toeschrijft aan het materiaal, want bij onderzoek van de gebroken bladen, die van brons vervaardigd zijn, vertoonden zich vrij veel ijzerdelen. De voorzitter de heer Th.B. Pleyte, deelde de heer Visker ten slotte nog mee dat indien de Raad nog een technisch onderzoek van het materiaal wenst, zulks alsnog zal moeten geschieden en hiermee dan het onderzoek wordt gesloten. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juli. Het stoomschip HISPANIA, van Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Mij. te Rotterdam, in 1883 te Ugerock gebouwd en groot bruto 1.383 en netto 857 reg. ton, is naar Italië verkocht; het bodemonderzoek heeft plaats gehad en het stoomschip is naar Cardiff bevracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juli. Te Bolnes is van de werf van de firma Pot een voor Hollandse rekening gebouwde Rijngoederenboot te water gelaten.


28 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juli. Gisteren seinde men ons uit Londen:
Begeleid door de bergingsboot DANMARK is het stoomschip KRAKATAU van Djeddah te Suez aangekomen. Later werd ons geseind dat er een expertise over de KRAKATAU heeft gehad, en dat er gebleken is het stoomschip water maakte. Duikers zijn aangenomen om de bodem van het stoomschip te onderzoeken en te trachten de lekken te stoppen. De bergingsboot DANMARK verleent assistentie.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoogezand, 27 juli. Gisteren is op de scheepstimmerwerf van de firma E.J. Smit & Zoon alhier te water gelaten het stoomschip TELEGRAAF XVII, in aanbouw voor C.H. Cornelder en Zonen, scheepsagentuur te Rotterdam. Het schip is bestemd voor de vrachtvaart Rotterdam - Oost Friesland en wordt gedreven door een compound machine van 140 ipk. Schip en machine zijn geplaatst in de hoogste klasse van Bureau Veritas en onder speciaal toezicht gebouwd. Voor de zelfde firma te Rotterdam is in aanbouw het stoomschip TELEGRAAF XVIII (afmetingen: 50 x 6,50 x 3 meter) met een triple-expansie machine van 400 ipk.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De luitenant ter zee 1e klasse Jhr. G.L. Schorer, belast met het toezicht op de aanbouw van de onderzeeboot K.I op de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen, is aangewezen om op te treden als commandant van deze boot, welke bestemd is voor het eskader in Oost Indië.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed uitspraak in het verlies van verschillende schroefbladen op de laatste uit- en thuisreis van het stoomschip KANGEAN, toebehorende aan de Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Te Gibraltar en te Colombo waren nieuwe bladen aangebracht, terwijl te Palermo de schroefaskoker, die ook op verschillende plaatsen was gebarsten, vernieuwd werd.
Uit het getuigenverhaal en de scheepsverklaringen is de Raad van oordeel dat het verlies van het schroefblad dat te Colombo, dat door duikers is aangebracht, geweten moet worden aan de slechte bevestiging, terwijl het verlies van de andere bladen geweten moet worden aan het slechte materiaal. De fabrikant die de bladen heeft geleverd heeft aangeboden de verloren bladen kosteloos te herplaatsen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juli. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met het beschadigde zeilschip SOUND OF JURA op sleeptouw, van St. Vincent, K.V. naar Glasgow, arriveerde 25 juli ter bestemming.


29 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juli. In het avondblad dd. 26 juli deelden wij mee dat de baggermolen DUSSELDORF was gezonken. Het B.a.Z. heeft een mededeling van het Loodswezen ontvangen, dat het wrak ligt in ongeveer 14 vadem water. N 166° O, ongeveer 3,5 zeemijl van het lichtschip Haaks, op ongeveer 52°54’,5 NB en 00°33’02” WL.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Solombal (Archangel), 26 juli. In het avondblad B van 26 juli hebben wij met een enkele regel gemeld, dat de Walneff’s plankenwerf in brand stond. Thans blijkt dat er meerdere stoomschepen bij betrokken zijn. Op dringende verzoeken van de gezagvoerders van de stoomschepen VRIJHANDEL, IJZERHANDEL en GAMMA, kon alleen de bergingsboot RECORD hulp verlenen, aangezien die op de plaats des onheils was. De achter vertuigingen waren reeds in brand geraakt , en men kon zich niet anders dan op de bruggen staande houden met behulp van schilden. De deklast van het Nederlandse stoomschip GAMMA schijnt ook te hebben gebrand, aangezien er wordt gemeld dat de bemanning het vuur van de deklast had geblust. Het dek van de bergingsboot RECORD vatte ook vlam en terwijl de boten gesleept werden, was de hitte verzengend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 29 juli. Gisteren werden uit het stoomschip EASTWELL 680 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boston, 27 juli. Van het stoomschip SLOTERDIJK moeten 10 huidplaten worden vernieuwd, twee schotten en acht stringerplaten moeten worden hersteld en ze moeten worden vernieuwd. Buitendien moeten 13 dwarsliggers en acht sporten worden vernieuwd. Verder is nog gebleken dat de bootdek uitrustingen, de dekhut enz. zijn beschadigd. Van de schoener die met de SLOTERDIJK in aanvaring was, zijn de boegen vernield en zijn de boegspriet en voortuig weggeslagen. Deze schoener moet lossen om in het droogdok te worden geplaatst en moet een grondig onderzoek ondergaan. (opm: zie ook AH 120913, AH 130913 en AH 201013)


30 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 juli. Volgens een telegram uit Genua is aan boord van het aldaar in de haven liggende Nederlandse stoomschip ATLAS brand uitgebroken, welke echter geblust werd voordat veel schade was aangericht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juli. Het stoomschip TERSCHELLING vertrok heden van Dunston (river Tyne) naar Kroonstad.


Krant:

  RC - Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juli. Volgens een gisterenavond ontvangen telegram omtrent het stoomschip VAN RIEBEECK, zit voornoemd stoomschip te Tambelik nabij Batjan vast. De bodem van het stoomschip is in het geheel niet beschadigd, en men verwacht dat het stoomschip met het eerstvolgende springtij (2 augustus) zal vlot komen met behulp van de VAN OVERSTRAATEN en de VAN DER HAGEN (beide schepen van de K.P.M.).

NRC 310713
IJmuiden, 30 juli. Dinsdag werden 160 en woensdag 700 balen rijst uit de EASTWELL gelost.


31 juli 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juli. De motorschoener CARA (ex. INGEBORG), door de makelaar Jacq. Pierot Jr. naar Frankrijk verkocht, is na tweemaal in een haven van de Franse kust met defecte machine binnen gelopen te zijn, hedenmiddag ter plaatse van bestemming (St. Nazaire) aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Makassar, 29 juli. De sleepboten hebben verscheidene pogingen gedaan om het stoomschip MUREX vlot te brengen, doch alles bleef vruchteloos. Het stoomschip zit 200 voet omhoog, doch is nog geheel dicht. Verscheidene bodemplaten zijn gedeukt. De berger kan geen contract maken voordat de moesson is gepasseerd. De superintendent zegt, dat indien er voldoende sleepkracht voorhanden is, het stoomschip kan worden vlot gebracht. Het vermoeden is, dat wegens de sterke stroming er twee boten nodig zijn, ieder sterk 1.000 ipk. Te Makassar kan geen contract worden afgesloten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf No. 2 van de firma A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel is met gunstig gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip MEDEA, gebouwd voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam.
Dit stoomschip is van het shelterdek-type en voorzien van twee stalen dekken. Het heeft een draagvermogen van ruim 2.000 ton bij een lengte van 250 voet, een breedte van 36.5 voet, en is hol tot aan het bovendek 26 voet. Het werd gebouwd voor de algemene vrachtvaart, volgens voorschriften van Bureau Veritas, naar de hoogste klasse en verder ingericht naar de voorschriften door de Schepenwet vereist. De machines, welke een kracht kunnen ontwikkelen van ongeveer 1.000 ipk, worden vervaardigd aan het Etablissement Fijenoord, evenals de stoomketels, welke ingericht zijn met geforceerde trek en oververhitte stoom volgens Schmidts patent.
Op de nu open gekomen ruimte werden direct aanstalten gemaakt voor het leggen van de kiel van een stoomschip van het ‘flushdeck-type’, groot 2.000 ton ongeveer; hoofdzakelijk ingericht voor de houtvaart, voor rekening van een Rotterdamse rederij, onder toezicht van Lloyds Register, klasse 100 A, terwijl mede dezer dagen de kiel is gelegd voor een stoomschip van 4.000 ton voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, genaamd HERCULES.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam zijn te water gelaten een staal-ijzeren aakschip, groot 130 ton, voor schipper A. Cadée van Groningen en een tjalk, groot 80 ton voor E. de Wit aldaar. De kielen werden gelegd van twee schepen resp. groot 105 en 60 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 29 juli. Het alhier liggende stoomschip HELGOLAND, in 1911 bij Gebr. Niestern gebouwd, is onderhands door de eigenaars Gebr. Wagenborg, naar Noorwegen voor geheime prijs verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 juli. De sleepboot LAUWERZEE met een bak en een bootje op sleeptouw van Rotterdam naar Duala, arriveerde 28 juli ter bestemming.


01 augustus 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 30 juli. Het nieuwe Duitse everschip POLNAPE, kapt. Cl. Hartje, van hier naar Hamburg bestemd, heeft gisteren in het Doekegat een zwaard gebroken en is heden in de haven alhier teruggekeerd om een nieuw zwaard aan te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 30 juli. Het tjalkschip GRUNO, vroege bevaren door kapt. A. v.d. Laan te Groningen, is tot geheime prijs verkocht naar Hamburg en zal onder de naam HELENA vertrekken.


02 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 1 augustus. Gisteren werden uit het stoomschip EASTWELL 680 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terneuzen, 1 augustus. Het stoomschip RICHARD, vertrok 31 juli van St. Petersburg naar Gent.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 augustus. Wij vernemen dat het stoomschip VAN RIEBEECK weer vlot is gekomen, en voor zover geconstateerd kan worden, is het stoomschip onbeschadigd gebleven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Bij de firma Boele & Pot, Scheepswerf & Machinefabriek te Bolnes bij Rotterdam, is met gunstig gevolg te water gelaten het stalen olietankschip genaamd MAZOUT II. Dit tankschip met een laadvermogen van ongeveer 1.550 ton is gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas voor de hoogste klasse. Het is voor rekening van de Soc. An. des Pétroles de Congo gebouwd en wordt eerstdaags naar zijn bestemming aan de Congo gesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Bij de firma Boele & Pot, Scheepswerf & Machinefabriek te Bolnes bij Rotterdam wordt de kiel gelegd van het stoomschip SINGKEP, gebouwd wordende voor rekening van de Kon. Paketvaart Maatschappij te Amsterdam en is bestemd voor haar passagiers- en goederendienst in Ned.-Indië. De stoommachine met daarbij passende stoomketel voor het stoomschip wordt eveneens door de firma Boele & Pot vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Genua, 30 juli. De brand aan boord van het Nederlandse stoomschip ATLAS was in enige balen katoen in ruim No. 1. (opm: zie ook NRC 300713)


03 augustus 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’ van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen vracht-motorboot, genaamd NIJVERHEID III, lang 71 voet, breed 14 voet en met een 24 pk. 1-cil. petroleummotor. De boot is gebouwd voor rekening van de firma Wed. J.J. Leguit te Wormerveer en bestemd voor de dienst van de Zaan op Amsterdam.


04 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 4 juli. Het Nederlandse stoomschip BALI, van Calcutta naar Soerabaja, is 29 juni met lekkage hier binnengelopen. Het stoomschip heeft gerepareerd en kan thans veilig naar Soerabaja vertrekken om te dokken. De lading in ruim 3, bestaande hoofdzakelijk uit gonjezakken, is ernstig beschadigd, en moet gelost worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 2 augustus. Heden werden nog uit de EASTWELL 344 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 3 augustus. Het ijzeren aakschip RISICO, schipper Kunst, op reis van de Belten naar Papenburg, is nabij Langeoog gestrand. De bodem moet zwaar beschadigd zijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boston, 24 juli. Het stoomschip SLOTERDIJK zal alhier tijdelijk repareren en zaterdag naar New York vertrekken om aldaar afdoende te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 augustus. Bouw van Parsons' stoomturbine in Rotterdam. De eerste Nederlandsche scheepswerf of firma voor scheepsmachinebouw, die de bouw van Parsons' scheepsstoomturbines gaat ter hand nemen, is de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, die onlangs daartoe gemachtigd is door de Parsons Marine Steam Turbine Co. Ltd. te Wallsend-on-Tyne.
De Rotterdamsche Droogdok Mij. heeft, naar wij vernemen, een contract afgesloten voor haar eerste stel Parsons-turbines, ten behoeve van een stoomschip van 5.600 ton deadweight, dat zij in aanbouw heeft voor de firma Wm. Ruys & Zonen, alhier. Het nieuwe schip zal voor de vrachtvaart worden bestemd en de turbines van het Parsons-type zullen 1.450 ipk ontwikkelen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 augustus. De Nederlandse stalen sleepboot COR IV, gebouwd in 1912 en toebehorende aan de heren Kievits & Co. te Dordrecht, is verkocht aan de Soc. de Oberas & Construcciones te Bilbao. Zij is groot 112 ton en heef volgende afmetingen 93.9 voet lang, 19.6 breed en 9.8 hol.


05 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 5 augustus. Heden is van de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen te water gelaten de onderzee-torpedoboot K.I, bestemd voor de binnenlandse dienst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 augustus. De stoomhopper PRINS HENDRIK, 28 juni van Rotterdam naar Tampico vertrokken, arriveerde gisteren op de bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 augustus. — De sleepboten ZWARTE ZEE en POOLZEE met een droogdok van de Tyne naar Konstantinopel, passeerden 3 augustus de Dardanellen.
— De sleepboot GOUWZEE, met twee bakken op sleeptouw, van Rotterdam naar Bordeaux, arriveerde 2 augustus op de plaats van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 augustus. Het droogdok gesleept door de sleepboten ZWARTE ZEE en POOLZEE, van de Tyne naar Konstantinopel arriveerden gisteren op de bestemming. Alles wel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Nieuw-Lekkerland is van de werf van L. Smit en Zn. te water gelaten een stalen baggermolen, gebouwd voor Nederlandse rekening.
Een voor buitenlandse rekening gebouwde baggermolen is van de werf van J. & K. Smit te Kinderdijk, te water gelaten.


06 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 augustus. Heden werd afgeleverd de passagiers salonboot TERGESTE, gebouwd op de werf van de firma J. & A. van de Schuyt te Papendrecht, waar ook de machine installatie is vervaardigd. Het schip is lang 46 meter en breed 6,50 meter en de machine is 550 pk. Schip, machine en ketel werden gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyds Register, klasse 100 A1. De snelheid op de gemeten mijl geconstateerd, bedroeg ruim 13¼ zeemijlen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 augustus. De hopper M.O.P 212 C, 28 juni van Rotterdam naar Buenos Aires vertrokken arriveerde gisteren te Montevideo. Alles wel.


07 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 6 augustus. De sleepboot DELFZIJL, kapt. De Boer, vertrok vanmorgen van hier naar Norden met een vlot balken. Als gevolg van de hoge zee sloeg het vlot uit elkaar en een vijftig tal balken ging verloren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 6 augustus. Heden werden uit de EASTWELL 350 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Langeoog, 5 augustus. De hier gestrande Nederlandse aak RISICO, is vlot gebracht. Het schip heeft zware bodemschade en moet een belangrijke reparatie ondergaan. (opm: zie ook NRC 040813)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 augustus. Van de werf van de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek alhier is met goed gevolg te water gelaten het stalen casco van een voor Nederlands rekening in aanbouw zijnde sleepboot, lang 95’, breed 18’-6’’ en hol 9-3’’. In deze boot worden geplaatst een triple-expansie machine van 350 ipk en een ketel van 125 m² verwarmend oppervlak, die eveneens aan bovengenoemde werf vervaardigd worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Makassar, 6 augustus. De superintendent is alhier teruggekeerd en rapporteert dat de MUREX, geborgen kan worden met onmiddellijke assistentie van een krachtige sleepboot. Het weer blijft zeer slecht. Een lichter ligt thans langszij. De bodem van het schip is meer gedeukt doch nog dicht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Hedenmorgen werd met goed gevolg te water gelaten aan de overzijde van het IJ, naast de Javasche Bosch-Exploitatie Maatschappij, een sectie, bestemd voor de verlenging van het Julianadok, voor de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij, gebouwd door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij. Deze sectie brengt het lichtvermogen van het Julianadok van 12.000 op 16.000 ton, terwijl de lengte van het verlengde dok 615'-0” zal bedragen. Het gewicht van de sectie bedraag plm. 1.500 ton. Ondanks de grote drukte in de scheepsbouwindustrie, werd deze sectie in vijf maanden na het leggen van de eerste platen, voltooid.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Het Julianadok vergroot.
Nu de tonnenmaat van de schepen, welke onze stoomvaartmaatschappijen laten bouwen, steeds groter wordt, was het noodzakelijk, dat ook de dokgelegenheid in onze haven daarmee rekening hield. Het ‘Juliana-dok’ van de Amsterdamsche Droogdok Mij. bestond uit drie pontons, d.w.z. één middenstuk en een vóór- en een achtergedeelte, dat puntig toeloopt. Hedenmiddag is nu een tweede middenstuk te water gelaten en in het dok geplaatst, zodat dit veel langer is. De afmetingen van het vergrote dok zijn thans aldus: Lengte 187,50 meter (vroeger 140,30 m); breedte over de zijkasten 33,50 meter en tussen de zijkasten 23 meter (vroeger natuurlijk even groot). De pontons, thans vier, hebben een diepte van 4,40 m; het lichtvermogen is thans 16.500 ton (vroeger 12.000 ton). Schepen met een diepgang van 6,50 meter kunnen gedokt worden, terwijl het zwaarste schip in 3 uur tijd elektrisch opgepompt kan worden. De grootste schepen, zoals de in aanbouw zijnde GELRIA en TUBANTIA van de Hollandsche Lloyd kunnen met gemak nu gedokt worden. De volgende week is het ‘Juliana-dok’ geheel in elkaar. Het nieuwe stuk werd, zoals wij reeds zeiden, vandaag op de werf van de Scheepsbouw Mij. aan de overzijde van het IJ te water gelaten. Het is gebouwd onder leiding van de directeur van de Droogdok Mij., de heer W. Fenenga. Een model van het verlengde dok is op E.N.T.O.S. te zien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 5 augustus. Heden is van hier vertrokken de op de werf van de heer Wilmink te Groningen (Gideon) nieuw gebouwde stoomsleepboot HANS, kapt. E. Schmidt, bestemd voor de sleepdienst te Hamburg. De boot is voorzien van een compound machine van 140 ipk. Bij het proefstomen gistermiddag op de Eems voldeed zij ruimschoots aan de gestelde eisen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 augustus. De Nederlandse sleepboten ATLAS en TITAN met het Soerabaja- droogdok arriveerden 5 augustus te Port Said.


08 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Martenshoek, 7 augustus. Van de N.V. Scheepswerven voorheen G. & H. Bodewes zijn dezer dagen te water gelaten een stalen gaffelschoener, groot 150 ton, en een dito galjas groot 130 ton, beide voor Duitse rekening, terwijl van de werf vertrokken de stalen drie-mast schoener META IPLAND en een ewerschip, eveneens voor Duitse rekening. De kielen zullen worden gelegd voor een sleepkaan groot 600 ton en voor een zeesleepboot voor buitenlandse rekening.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nicoloistad, 6 augustus. Het stoomschip ZEESTER, is ogenschijnlijk onbeschadigd. Men tracht het stoomschip vlot te brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De te Groningen thuis behorende tjalk GRUNO is naar Hamburg verkocht en herdoopt in HELENA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 6 augustus. Het Nederlandse stoomschip ZEESTER, van Danzig naar Nicolaistad, is bij het binnenkomen te Nicolaistad aan de grond gelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 augustus. De Nederlandse zeesleepboot SCHELDE, slepende het beschadigde Engelse stoomschip PENINSULA, van Vigo naar Gravesend, passeerde 6 aug. ‘s namiddags 2 uur Ouessant.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 augustus. De hopper M.O.P. 212 C, 28 juni van Rotterdam naar Buenos Aires vertrokken, arriveerde 5 augustus te Montevideo. Alles wel.


09 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 8 augustus. Te Port Glasgow is 31 juli te water gelaten het schroefstoomschip TRITON, in aanbouw voor de Koninklijk Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Het schip is lang 200, breed 43, en hol 29.6 voet. De tonnenmaat is ongeveer 1.920 ton bruto. Het stoomschip zal worden voorzien van een triple-expansie machine.


10 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 9 augustus. Heden werden uit de EASTWELL 514 balen rijst gelost.


11 augustus 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 augustus. De Nederlandse zeesleepboot SCHELDE, slepende het beschadigde Engelse stoomschip PENINSULA, arriveerde vrijdagmiddag 8 augustus van Vigo te Gravesend.


12 augustus 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor rekening van de firma Gebr. Goedkoop te Amsterdam is met goed gevolg, van de werf van de Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij te Arnhem, te water gelaten de stalen sleepboot HEYME GOEDKOOP. Deze boot zal begin oktober a.s. in de vaart worden gebracht. (opm: bouwnummer 134, zie ook AH 021013)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Kinderdijk is te water gelaten een petroleumtankschip, groot 1.000 ton, met twee motoren, bestemd voor Para.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 augustus. De voor Duitse rekening bij de heer G.J. van der Werff te Hoogezand gebouwde schoener MARTHA is 8 augustus te Delfzijl aangekomen en zal na het regelen van de kompassen onder bevel van kapt. H. Meeder naar Hamburg vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 augustus. Bij de scheepsbouwmeesters Alex. Stephen & Sons te Linthouse bij Glasgow zijn voor de Koninklijke Hollandsche Lloyd twee nieuwe schepen in aanbouw, die onder de namen GELRIA en TUBANTIA, de eerste 15 oktober a.s., de laatste 25 maart 1914 in de vaart zullen komen. In plaats van om de drie weken, zoals thans, zal dan geregeld alle veertien dagen een boot van Amsterdam naar de Zuid-Amerikaanse staten vertrekken. De schepen worden geheel van staal gebouwd onder toezicht van de Nederlandse Scheepvaart Inspectie, Lloyds en van de British Board of Trade en zijn 14.200 ton bruto, afmetingen zijn: 187 meter lang, 22 meter breed, tot aan het shelterdek is de hoogte 13 meter en de machines zullen ruim 11.000 pk ontwikkelen. De luxueuze inrichting en de beveiligingsmiddelen van deze schepen beschreef de heer M.J. Brusse voor de Kon. Holl. Lloyd in een reclameboekje, dat ook enige foto’s bevat, die een overzicht geven van de afmetingen van deze reuzenschepen.


13 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 12 augustus. Heden werden uit de EASTWELL 396 balen rijst gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 augustus. Men seint ons uit Hamburg. De Nederlandse tjalk MEMENTO MORI, met een lading rijst van Bremen naar Hamburg, is verschenen nacht tijdens storm op Vogelsand gestrand. De bemanning is gered. De tjalk is later met dekschade en een half voet water in het ruim te Cuxhaven binnengekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Boele & Pot te Bolnes, is te water gelaten een voor buitenlandse rekening gebouwd stalen olietankschip met ongeveer 1.550 ton laadvermogen. De kiel werd gelegd van een voor binnenlandse rekening te bouwen stoomschip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 12 augustus. Te Raamsdonkveer is van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerven voorheen P. & A. Ruitenberg te water gelaten een voor buitenlandse rekening gebouwd sleepschip van 350 ton. De kiel werd gelegd van een dito schip van 550 ton, voor binnenlandse rekening.


14 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 13 augustus. Heden werden uit de EASTWELL 334 balen rijst gelost.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Krimpen a/d Lek is te water gelaten van de werf van de firma P. Pot een voor binnenlandse rekening gebouwde sleepkaan, groot 550 ton. De kiel werd gelegd voor een schip van 530 ton, eveneens voor Nederlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 12 augustus. Gisteren heeft alhier op de Eems proef gestoomd de stalen schroefstoomsleepboot PRIDMA, gebouwd bij de firma Berg & Co., te Farmsum. De compound-machine ontwikkelt 200 ipk, terwijl de boot een vaart heeft gelopen van 10 mijl. Na gehouden proefstoming, welke in alle opzichten de gestelde eisen ruimschoots heeft overtroffen, is de sleepboot door een Russische rederij geaccepteerd en onder bevel van kapitein D. Geertsema derwaarts vertrokken.


15 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 14 augustus. De Nederlandse sleepboot CONTENT, door de makelaar Jacques Pierot Jr. naar Rusland verkocht, is heden volgens alhier ontvangen telegram, met alles wel te Archangel aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 14 augustus. Het Nederlandse stoomschip PRINS WILLEM IV, groot 2.047 ton bruto en 1.282 ton netto, in 1894 bij Richardson, Duck & Co. te Stockton voor de Koninklijke West Indische Maildienst te Amsterdam gebouwd, is voor ongeveer GBP 12.000 naar Bombay verkocht en in SIRDAR herdoopt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Enkhuizen, 14 augustus. Vanmiddag is alhier met goed gevolg te water gelaten een nieuwe sleepkaan, groot 700 ton voor rekening van de heer George Selbst, te Brohl am Rhein. Het schip is genoemd KÅTHE, en zal bevaren worden door de eigenaar. Tevens werd de kiel gelegd voor een sleepkaan van dezelfde grootte voor de heer H.J. Van der Horst te Druten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 augustus. De Nederlandse sleepboot THAMES met hulk ALTAIR arriveerde 12 augustus van Liverpool te Burutu.


16 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 augustus. De in 1913 nieuw gebouwde zeewaardige sleepboot IRIS van de Internationale Sleepdienst Maatschappij is door de makelaar Jacques Pierot Jr. naar Frankrijk verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’ van de firma W. F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen inspectie-motorboot, genaamd RECHERCHE I, lang 41 voet, breed 9 voet en met een 14 pk. 1-cil. petroleummotor. De boot is bestemd voor de dienst van de Invoerrechten en Accijnzen te Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Bij Gebr. Jonker te Kinderdijk is de kiel gelegd voor een Rijnschip, groot 1.500 ton, te bouwen voor buitenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 augustus. Te Amsterdam is van de werf van Gebr. Goedkoop te water gelaten een voor binnenlandse rekening gebouwde stalen sleepboot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 augustus. Een voor Franse rekening gebouwde sleepboot is van de werf van de firma Boele te Slikkerveer te water gelaten en naar Alblasserdam gesleept om aan de machinefabriek aldaar van machine en ketel te worden voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 augustus. De zuiger POSIDONIA die voor buitenlandse rekening op J. & K. Smits' Scheepswerven te Krimpen a/d Lek is gebouwd, heeft op de rivier met goed gevolg proef gestoomd.
(opm: deze zelfladende- & leegzuigende hopper, 259 brt, en de cutterzuiger FIBRONIA, 322 brt, b.n. 665, waren gebouwd voor rekening van de Anglo Foreign Fiber Co, Londen en bestemd voor het baggeren van fiber bij Port Pirie, Zuid Australië)


17 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 16 augustus. Heden werden uit de EASTWELL 200 balen rijst gelost.


18 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Perim, 15 augustus. Het Nederlandse stoomschip GOENTOER (opm: van Batavia naar Rotterdam) arriveerde met defect stuurgerei alhier. Na gerepareerd te hebben zette het stoomschip namiddag 4.30 uur de reis naar Rotterdam voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 15 augustus. Het Nederlandse tjalkschip EBENHAËZER, kapt, H. Houtstra, van Wilhelmshaven heden hier binnengekomen, heeft bij zeer slecht weer nabij Wangeroog zijn boot verloren en zal trachten zich hier van een nieuwe boot te voorzien. Ook is het ene zwaard erg beschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 augustus. Gisteren is met goed gevolg van de werf Gebr. Kooiman, Zwijndrecht, de zeesleepboot GEERTRUIDA te water gelaten, gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas, de Schepenwet en de Duitse stoomwet. De machine is sterk 275 ipk. Direct is de kiel gelegd voor een boot van hetzelfde type en in dezelfde klasse van 300 ipk. Beide zeesleepboten zijn voor rekening van de heer Iz. Groenewegen, reder te Dordrecht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 augustus. Door de werf van Gebr. van Diepen te Waterhuizen is afgeleverd het voor Duitse rekening gebouwde ewerschip NIOBE.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 augustus. Van de werf van de Gebr. Bodewes te Lobith is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren sleepkaan, groot 600 ton, genaamd THIELA gebouwd voor Belgische rekening, zullende bevaren worden door schipper Witjes.


19 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 18 augustus. Het voormalige stoomschip EASTWELL is van de bruikbare lading ontlast. De lossing is opgeheven. Het hele voorschip is opgeruimd, zodat de hinderpalen voor de scheepvaart zijn opgeheven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 augustus. Men seint ons uit Hamburg: De Nederlandse aak VERTROUWEN, met boekweitdoppen van Elmshorn naar Schiedam, ligt lek en met roerschade tussen de duinen en het eiland Neuwerk geankerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barhöft, 16 augustus. Bij stijve NNW wind liep het Nederlandse schip NEERLANDIA, kapt. Mellema, bestemd naar Neufehrwasser voor noodhaven alhier binnen. Hedenochtend vroeg brak, nabij Arkona (opm: op eiland Rügen), door een zware zee de fokkesteng en kluiverboom, en tevens scheurde het grootzeil.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 18 augustus. Het Nederlandse schip VERTROUWEN, schipper H. Koopmans heeft ook schade aan het zwaard. Waarschijnlijk wordt het schip naar hier gesleept.
(opm: met een lading boekweitdoppen van Elmshorn naar Schiedam)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te water laten s.s. PRINS DER NEDERLANDEN, woensdag 20 augustus.
De aandacht van bezoekers wordt er op gevestigd, dat door reparatie van de Kattenburgerbrug de wagens van lijn 13 deze brug niet kunnen passeren. Passagiers moeten overstappen in een wagen, die aan de andere zijde van de brug gereed staat. Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 augustus. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam zijn te water gelaten een staal-ijzeren aakschip, groot 130 ton, voor schipper A. Cadée van Groningen en een tjalk, groot 80 ton voor E. de Wit aldaar. De kielen, werden gelegd van twee schepen resp. groot 105 en 60 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 augustus. — De sleepboten ZUIDERZEE en NOORDZEE arriveerden 16 augustus van Rotterdam te Duala met een elevator en 2 bakken.
— De sleepboot GOUWZEE van Bordeaux naar Villareal passeerde 16 augustus Sagres.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 15 augustus. De tjalk MEMENTO MORI is onderzocht en kan met behulp van pompers de reis naar Hamburg voortzetten.


20 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Glasgow, 18 augustus. Een van Boston binnenkomend stoomschip NUMIDIAN, raakte in aanvaring met het nieuwe Nederlandse stoomschip GELRIA, dat thans wordt afgewerkt. Beide schepen werden beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 19 augustus. Heden werd van de ‘Werf Gusto’, van de firma A.F. Smulders alhier, de stalen romp van een zeewaardige transporteur voor het vervoer van erts en steenslag te water gelaten, die deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: Lengte 131 voet, breedte 26 voet 3 duim, holte 14 voet 9 duim. Het schip heeft 2 schroeven, die door 2 compound machines van elk 250 ipk worden bewogen. De stoom hiervoor wordt geleverd door een ketel met een verwarmend oppervlak van 1.700 vierkante voet, werkende met een stoomdruk van 120 lbs. Het vaartuig wordt elektrisch verlicht en voorzien van de nodige stoomlieren, een kraan enz. De transporteur heeft een laadvermogen van 400 ton en wordt automatisch gelost met een snelheid van 150 ton per uur. Daartoe is het laadruim voorzien van een tunnel waardoor een transportband loopt, zo op dezelfde wijze als door deze firma geleverde kolentransporteurs voor de haven van Rotterdam. Evenals bij die transporteurs geschiedt ook hier de weging van de lading automatisch door een zelf registerende weegmachine. Het vaartuig is in het bijzonder zeer zeewaardig geconstrueerd, omdat het zelfs bij ruw weer zee moet kunnen houden.
(opm: zie ook NRC 301113)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 augustus. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Barcelona is het van Rotterdam naar Batavia bestemde Nederlandse stoomschip WILIS op een zandbank nabij Calella gestrand. Assistentie is afgezonden. Van de rederij van de Rotterdamsche Lloyd vernemen wij dat het stoomschip vóór geboeid zit en achter vlot. Er is echter geen gevaar. Het weer is kalm. De bergingsboot VALKYRIEN is vanochtend van Marseille naar de strandingplaats vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cuxhaven, 15 augustus. Wegens een bergloonvordering is op het Nederlandse schip MEMENTO MORI beslag gelegd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Amsterdam, 20 augustus. In tegenwoordigheid van vele genodigden is hedenmiddag te water gelaten van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. het voor de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’ in aanbouw zijnde stalen dubbelschroef stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN. Dit is het grootste schip tot nu toe in Nederland gebouwd.


21 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 20 augustus. De passagiersboot EUGENIE van Rotterdam naar Antwerpen vice versa heeft onder Dinteloord de krukas gebroken en is naar Rotterdam gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 augustus. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Makassar is het stoomschip MUREX, met assistentie vlot gekomen. Het stoomschip ligt nu veilig aldaar in de haven. De voorlopige reparaties kunnen aldaar worden verricht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 21 augustus. De kans op vlot brengen van het stoomschip WILIS is gering.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De nieuwgebouwde zeewaardige profiel- en bakkenzuiger met persinrichting CHUNG HUA, zijnde het negende vaartuig geleverd door de ‘Werf Gusto’, firma A.F. Smulders te Schiedam, aan de Hai-Ho Conservancy Commission Tientsin (China) voor de baggerwerken aan de Taku-Bar, is onder eigen stoom naar de plaats van bestemming vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 augustus. Te Lekkerkerk is van de werf van J. van Duivendijk te water gelaten een voor binnenlandse rekening gebouwde kraanponton, terwijl daarna de kiel van een dergelijk vaartuig werd gelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 19 augustus. Heden is alhier door de zeesluis gekomen het nieuwe 3-mast schoenerschip META IPLAND, groot 630 m3 netto, gebouwd op de werf van de Fa. Wilmink te Gideon bij Groningen. Het is geheel naar de eisen van de tijd ingericht. Het ligt thans op de rede, gezagvoerder is kapt. Haase en zal vertrekken naar Teignmouth.
(zie ook NRC 170613 en NRC 080813 – dit schip is bij de Gebr. Bodewes te Martenshoek gebouwd!)


22 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 augustus. Gelijk men ook in de rubriek stoom- en zeilvaart kon lezen is de WILIS, in een bedding, en zo dat er geen gevaar is. Gistermiddag om 2 uur heeft de bergingsboot VALKYRIEN, geholpen door andere sleepboten, getracht haar af te brengen, maar tevergeefs. Gistermiddag 4 uur is er uit Barcelona een zandzuiger met lichters vertrokken om eventueel assistentie te verlenen. Nadat deze hulp op de strandingplaats is aangekomen zullen de pogingen om het schip vlot te brengen, worden herhaald. Aangezien er in de telegrammen niets over de passagiers is gemeld, vertrouwt men dat alles wel is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 augustus. Volgens de Londense correspondent van het Handelsblad ligt het in de bedoeling voor de Batavierlijn binnen korte tijd te laten bouwen vier nieuwe stoomschepen berekend op vervoer van meer lading en meer passagiers dan de boten die nu in de vaart zijn.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 augustus. Wij vernemen van de rederij dat zij telegrammen van de gezagvoerder van het stoomschip WILIS, heeft ontvangen dat er beslist geen gevaar bestaat. Het stoomschip zit in een bedding. Vanmiddag om 2 uur heeft de bergingsboot VALKYRIEN, geholpen door andere sleepboten, getrokken, doch zonder gunstig gevolg. Verder werd nog gemeld, dat er vanmiddag 4 uur vanuit Barcelona een zandzuiger met lichters zijn vertrokken om eveneens aan de WILIS assistentie te verlenen. Nadat deze hulp op de strandingplaats zal zijn aangekomen zullen de pogingen om het stoomschip vlot te brengen, worden herhaald. Aangezien er in de telegrammen niets omtrent de passagiers werd gemeld, vertrouwt men dat alles in wel is.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 20 augustus. Slechts 7 Gns. herverzekering is er heden op het stoomschip WILIS gesloten, en voor het zilver, waarvan er nogal een grote hoeveelheid aan boord is, is 4 procent gedaan. De waarde van dit in 1905 gebouwde stoomschip wordt geschat op
GBP 55.000.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 20 augustus. Het Nederlandse stoomschip HEEMSKERCK is op 1 augustus nabij Treek Island in de Witte Zee in aanvaring geweest met het Engelse, met hout geladen stoomschip HARTSIDE uit Newcastle. Over schade wordt niets gemeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 augustus. Te Zwijndrecht is van de werf van Gebr. Kooiman te water gelaten een voor binnenlandse rekening bouwde sleepboot, terwijl de kiel werd gelegd voor een zelfde boot voor dezelfde firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 20 augustus. De passagiersboot VOORUITGANG I, welke dienst op Emden-Delfzijl deed v.v. en een geruime tijd uit de vaart is geweest om te Schiedam in plaats van de stoommachine een motor als beweegkracht te krijgen, is thans weer hier. De proefvaart, l.l. zaterdag gehouden, is in alle opzichten naar wens geslaagd. Met een paar dagen zal het de gewone dienst Emden—Delfzijl hervatten.


23 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 augustus. De Rotterdamsche Lloyd ontving van de heer B.E. Ruys, die vanmorgen op de strandingplaats van de WILIS arriveerde, het volgende draadloos bericht: Zandzuiger maakt goed werk. Er komt reeds meer beweging in het schip. Gedeelte lading in lichters. Vooruitzichten niet kwaad. Goed weer. Heb DELI opgeroepen hier heen te komen. De DELI is een vrachtstomer van de Rotterdamsche Lloyd, die 17 augustus van Rotterdam naar Java vertrok en thans op de hoogte van Gibraltar kan zijn. Volgens een later door ons ontvangen bericht heeft de gezagvoerder van de DELI geseind, dat hij de order heeft ontvangen om naar de strandingplaats te vertrekken. Nadat dit bovenstaande was gezet, deelde men ons mee dat de WILIS om 8.30 uur namiddag was vlot gekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 21 augustus. Het stoomschip MUREX, is naar Balik Pepan vertrokken om te laden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 augustus. Men seint ons uit Londen: De uit het stoomschip WILIS geloste lading is weer herscheept. Het stoomschip heeft de reis naar Marseille voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoop. Notaris W. van de Velde te Hoogezand zal op donderdag 28 augustus 1913, des avonds 7 uur, in het café van de heer B. Poppens te Martenshoek publiek à contant verkopen de in 1909 op de werven van de N.V. Scheepswerven v/h. G. & H. Bodewes te Martenshoek nieuw gebouwde stalen schroefsleepboot ALBERDINA MARIA, eigenaar de heer Kl. Jaring, afmetingen 18 x 4,60 x 2,20 meter, met ketel van 40 m2 en 10 atm, compound machine van 120 ipk, en gehele complete inventaris, thans liggende voor de werf te Martenshoek van genoemde vennootschap.
Aanvaarding dadelijk bij betaling van de koopprijs.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 augustus. De waarde aan zilver aan boord van de WILIS is GBP 66.000, en de waarde van de lading is ruw geschat GBP 100.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 23 augustus. De uit het stoomschip WILIS (zie Ochtendblad) geloste lading, zijnde 362 ton, is weer ingenomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Cuxhaven, 20 augustus. De tjalk VERTROUWEN is naar hier gesleept en onderzocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip SCH-176, NOORDVAARDER, gebouwd voor eigen rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 21 augustus. Het stoomschip HEEMSKERCK van Amsterdam te Archangel aangekomen, is 1 augustus in de Witte Zee nabij Treek Island in aanvaring geweest met het van Archangel met hout naar Aberdeen bestemde Engelse stoomschip HARTSIDE dat met schade aan boeg en voorsteven te Tromsö binnenliep, doch na voorlopige reparatie de reis kon voortzetten. (Zie vorig No.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 augustus. — De sleepboot LAUWERZEE, van Duala naar Rotterdam, arriveerde 21 augustus te Las Palmas.
— De sleepboot OCEAAN vertrok 20 augustus van Greenock naar Oporto met een lichter voor een rotsbreker op sleeptouw.


24 augustus 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 23 augustus. Volgens bij de rederij ontvangen telegram wordt de WILIS hedenavond 8 uur te Marseille verwacht. Ogenschijnlijk heeft het schip geen schade. De machine werkt uitstekend. Bodemonderzoek zal morgen plaats hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Martenshoek is woensdag 20 augustus van de werf van J.W. Boerma met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepaak NIEUWE ZORG, groot plm. 250 m3, voor schipper S. v.d. Werp te Hoogezand, terwijl de kielen zullen worden gelegd voor een stalen 1-mast schoeneraak voor E. Smit te Nieuw Buinen en een 2-mast schoener voor Duitse rekening.


25 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Westerbroek, 25 augustus. Van de werf van de firma Wortelboer & Co., scheepsbouwers alhier en te Delfzijl, zijn met goed gevolg te water gelaten een motorboot groot plus minus 300 ton, voor een Belgische firma, en een sleepkaan groot ongeveer 1.500 ton voor de firma M. Stromeijer Lagerhaus Gesellschaft te Konstanz. De kielen zullen worden gelegd voor een dito sleepkaan voor laatstgenoemde firma en van enige sleepkanen groot ongeveer 850 ton voor Duitse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 25 augustus. Volgens van de rederij ontvangen bericht is het stoomschip WILIS op 23 aug. ‘s avonds te Marseille aangekomen. Gisteren werd de bodem onderzocht en bleek het dat het stoomschip geen schade had belopen. Des namiddags te 5 uur is de WILIS toen van Marseille vertrokken ter voortzetting van de reis naar Ned.-Indië. Colombo zal deze reis niet worden aangedaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad de Scheepvaart stelde heden een onderzoek in inzake het omhoogvaren in het Stortemelk op 21 juli jl. van het stoomschip BETSY ANNA, rederij H.W. Berghuys te Amsterdam.
De enige getuige in deze zaak gehoord, de gezagvoerder H.P. de Jonge, verklaart, dat het schip, met 16 koppen bemand, de 19e juli van Sunderland was gegaan met 1.158 ton kolen in lading, met bestemming naar Harlingen. De wind was oost; flauwe koelte. De volgende dag was de wind aangewakkerd tot WNW. 's Avonds 8 uur zag hij het Terschellinger vuurschip; stuurde naar binnen, maar zag geen loodsboot. De wind was tot storm toegenomen.
Getuige hield het schip met de kop op de zee, tot 's morgens 02.30 uur van de 21e. Hij hield 5 mijl bewesten het vuurschip, maar ondanks het herhaalde seinen met flambouwen was geen loodsboot te zien. Langer buiten blijven wilde getuige niet, daar de presennings van het grote luik waren opengescheurd. Hij had geen zwaar weer verwacht. Zijn eerste werk was de luiken te laten dichtspijkeren. Inmiddels daalde de barometer, de wind nam toe en zware zeeën sloegen over het schip. Getuige belegde scheepsraad met de stuurman en de machinist. Besloten werd naar binnen te gaan. Getuige zegt al meermalen het Stortemelk te zijn naar binnen gevaren. Hij zag de eerste, daarna de tweede verkenningston; deze laatste eerst aan bak-, daarna aan stuurboord. Hij liep even naar zuid door, ten einde de rode ton op de kop te lopen, doch zag noch zwarte nog rode. Plotseling zag hij echter de rode, onder water en gaf nu bakboord roer. Toen kreeg het schip een stoot op de wang en zware zeeën over. Getuige zag boei 2 en liet toen even opstomen, maar het schip kreeg toen weer, een stoot en zat vast. Nu liet getuige een boot uitzetten en 5 man daarin plaats nemen. Wederom gaf hij bakboord roer en raakte vlot. Intussen was echter de vanglijn losgeraakt. Toch gelukte het, de boot op te pikken en langszij te krijgen. Weldra kwam nu een loodsboot opdagen.
De schade aan het schip bepaalde zich tot de takels, die door de zware zeeën waren stukgeslagen.
Het raadslid Bakker maakte de opmerking, dat de gezagvoerder met een schip van 600 ton best buiten had kunnen blijven, maar vond het toch een kranig stuk om zonder loods het Stortemelk binnen te gaan. De Raad zal later uitspraak doen. (opm: zie ook NRC 220713 en AH 020913)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Cuxhaven, 19 augustus. De Nederlandse tjalk VERTROUWEN is hier binnengekomen met schade aan bakboord en aan het roer, na op Steilsand aan de grond te hebben gezeten. Een onderzoek heeft plaats gehad.


26 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 augustus. De voorheen aan de Steenkolen Handels-Vereeniging alhier behorende zeesleepboot HIBERNIA, 430 ipk en in 1911 gebouwd, is door de makelaar Jacques Pierot Jr. alhier naar Griekenland verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 augustus. De Nederlandse sleepboot DONAU, met een lichter van de Clyde naar Lagos, arriveerde zaterdagmiddag met alles wel ter bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 augustus. Van de werf van J.W. Boerma te Martenshoek is een stalen sleepaak, gebouwd voor binnenlandse rekening, te water gelaten, terwijl de kielen werden gelegd van een schoeneraak met 1 mast en een met 2 masten, beide voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 26 augustus. Gisteren vertrok van Rotterdam naar Lissabon de voor rekening van de heren Frater Smid te Delfzijl nieuw gebouwde sleepboot EVERHARD FRATER, welke boot naar Lissabon verkocht is.


27 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 26 augustus. Op de 21e dezer werd het voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam in aanbouw zijnde stoomschip RADJA te Port Glasgow te water gelaten. Dit voor transport van pelgrims en vrachtgoederen naar Oost Indië bestemde stoomschip heeft de volgende hoofdafmetingen: lang 470, breed 56, en hol tot het schutdek 38 voet 3 duim. Voor de pelgrims zijn bijzondere inrichtingen gemaakt. Alle dekken zijn van teakhout en het hele stoomschip wordt elektrisch verlicht. De RADJA is van een draadloos telegraaftoestel voorzien, heeft Welin patent davids, ingericht voor reddingboten met dubbele banken. Nadat het stoomschip te water was gelaten, is het naar Glasgow gesleept, waar de machines en ketels bestaande uit een stel triple-expansie machines en 6 aan 1 zijde stookbare ketels zullen worden gesteld en geplaatst. De snelheid van het schip zal 13½ knoop bedragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 22 augustus. Het nieuw aangekochte stoomschip EUGENIE, van de Antwerpsche Zeevaartmaatschappij, laatst thuis behorende te Rotterdam, is voor het ogenblik aan het lossen te Ostende. Dit vaartuig, dat reeds de Belgische vlag voert, zal de naam voeren van TONGRIER, en zal onder bevel staan van kapt. Van Rooy.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 25 augustus. Het klipperschip VERTROUWEN, kapt. H. Koopmans, heeft op reis van Elmshorn naar Dortmund nabij Cuxhaven aan de grond gestoten. Met gebroken zwaard, verlies van ankerketting en averij aan het roer is het alhier binnen gelopen om te repareren.


28 augustus 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 26 augustus. Gisteren zijn van Hamburg met het motorschip HUNZE XIV, kapt. Post, de eerste kabels voor de Provinciale centrale alhier aangekomen.


29 augustus 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de werf van de firma Bonn & Mees te Rotterdam te water gelaten het stoomschip MADIOEN, in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd en bestemd voor de vrachtvaart op Ned.-Indië. Het schip heeft de volgende afmetingen: Lengte 430 Engelse voet, breedte 54 Eng. voet, holte tot bovendek 37 Eng. voet. Het heeft drie doorlopende stalen dekken, waarvan het bovenste met teakhout is gedekt. De kajuit en de verblijven voor de officieren bevinden zich in de grote dekhut in de midscheeps op het bovendek, daarboven zijn de kapiteinskamer en de Marconihut met de brug en daarboven de kaartenkamer met de tweede brug. In de zij midscheeps achter de dekhut bevinden zich de hutten voor machinisten, dokter, koks, leerlingen, enz. De logiezen voor matrozen en stokers enz. bevinden zich onder het bakdek. Het schip wordt getuigd met 2 stalen polemasten, die elk van 4 laadbomen zijn voorzien, terwijl er nog 6 laadmasten met laadbomen aan boord worden geplaatst. Bovendien wordt er nog een extra zware laadboom achter de voormast geplaatst, geschikt tot het lichten van stukken van 30 ton. Machines en ketels worden vervaardigd door de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen. Schip en machines worden geclassificeerd in de hoogste klasse van Bureau Veritas.
Op de vrijgekomen helling zal, eveneens voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd de kiel worden gelegd voor het stoomschip DJEMBER, dat nog 2.000 ton groter zal worden dan de MADIOEN.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 augustus. Zaterdag is van de werf ‘De Hoop’ van Gebr. Bodewes te Pannerden, goed gevolg te water gelaten het staal-ijzeren kanaalschip VICTORIA 51, groot 530 ton, gebouwd voor rekening van de Soc. La Meuse te Antwerpen, terstond werd de kiel gelegd voor een Kempenaar groot 550 ton voor Hollandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Yarmouth, 26 augustus. De reparaties aan de Nederlandse motorschoener ANGELINA zijn volbracht en het schip zal morgen naar Figueira vertrekken. (opm: zie ook NRC 120613, NRC 130613 en RN 250713)


30 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 augustus. De raderboot EUGENIE, ex. spoorboot, gevaren hebbende in provinciale dienst van Middelburg op Zierikzee, is door de makelaar Jacques Pierot Jr. verkocht aan Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen om dienst te doen als golfbreker in de haven van Delfzijl.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 augustus. Men seint ons uit Hamburg: Uit Rostock wordt gemeld dat de Nederlandse baggermolen NIEUWPOORT, in de haven van Warnemünde is gezonken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het stranden van stoomschip KRAKATAU. Hedenmiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in betreffende het vastlopen op 10 juli jl. op het Mismaririf in de Rode Zee van het Nederlandse stoomschip KRAKATAU, gezagvoerder C.P. Baum; rederij Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam. Het stoomschip KRAKATAU groot bruto 6.738 tonnen, gebouwd in 1911, vertegenwoordigende een waarde van NLG 1.100.000 liep de 10e juli, op reis van Perim naar Djeddah op het Mismaririf, gelegen op 6 mijl afstand van laatstgenoemde plaats. Er waren 1.618 pelgrims aan boord bestemd voor Djeddah, benevens een waardevolle lading oosterse producten. Nadat de stoomschepen KONING WILLEM III en de PALEMBANG de 12e juli pogingen hadden aangewend om de KRAKATAU af te slepen, doch zonder succes, kwam het schip de 14e juli zonder assistentie vlot en vertrok de 23e juli, na voorlopige reparaties te Djeddah, begeleid door het bergingsstoomschip DANMARK, naar Suez. De gezagvoerder C.P. Baum buiten ede gehoord, deelt mee dat hij op de morgen van het ongeluk met de 3e officier op de brug was. Hij had te 04.51 uur ster waarneming gehad en een bestek gekregen van 20º45' N.B. en 38º38' W.L. Hij stuurde N 26º O om in deze koers het rif te verkennen. Nadat de loodsvlag was opgezet dacht de kapitein het loodsvaartuig te zien en stuurde daartoe iets uit de koers; toen het bleek geen loodsvaartuig te zijn stuurde hij N 60º O. Hij zag toen ook het land waarvan een peiling werd genomen. De genomen peiling gaf de zekerheid dat het schip in de koerslijn was, die hij moest hebben. De koers van N 60º O werd gehouden totdat de boei van het Mismaririf dwars was d. i. Oost op plm. 1 mijl afstand; daarna is hij weer N 32º O gaan sturen om een loods te zoeken. Toen hij deze koers een ogenblik gehouden had, stootte het schip. Het schip liep volle vaart plm. 11½ mijl. Na het stoten zat het schip vast. Het weer was goed, er woei een matige koelte en de zee was kalm. De machine werd direct op volle kracht achteruit gezet; er werden ankers uitgebracht en getracht door het hieuwen op deze ankers en het werken met de machine het schip vlot te brengen doch zonder resultaat. Tank en ruim 1 bleken na onderzoek lek te zijn. De kapitein verklaart niet op het Mismaririf gestoten te hebben maar op een rif plm. ¾ mijl noordelijker. Het stoomschip KONING WILLEM III en het stoomschip PALEMBANG hadden aan het schip getrokken doch zonder resultaat. De agent en andere autoriteiten van Djeddah kwamen aan boord en werd besloten de pelgrims te ontschepen en daarna de lading te verwerken van voren naar achteren. De wind en zee waren intussen in kracht toegenomen en had het schip zich in het zachte koraalrif een bed gemaakt. Het schip stootte zwaar en kwam de 14e juli zonder assistentie vlot en vervolgde de reis naar Djeddah. Het schip bleek zwaar beschadigd te zijn. De kapitein zegt dat de zeilaanwijzing, die hij geraadpleegd heeft, niet goed is. Twee jaar geleden had op hetzelfde rif een Russisch schip vastgezeten. Bij de inlanders was van het rif ook niets bekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 augustus. De Nederlandse sleepboten ATLAS en TITAN, met het Soerabaja-droogdok op sleeptouw van Nieuwediep naar Java, passeerden 27 augustus Perim.


31 augustus 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 augustus. Het Bureau Wijsmuller te Baarn deelt ons mee dat de Nederlandse sleepboot HOLLAND met een 1.500 ton olielichter, van Rotterdam naar de Congo bestemd, met alles wel te Las Palmas is aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 augustus. De steenkolentransporteur OMBILIN, van Rotterdam naar Padang, passeerde volgens een telegram van het Bureau Wijsmuller te Baarn gisteravond om 6.40 uur Dover. Alles wel.


01 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 1 september. De zeesleepboot EVERHARD FRATER, die door de rederij Frater Smid alhier naar Lissabon verkocht is, arriveerde gisteren op de plaats van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht zijn Hr.Ms. torpedojagers LYNX en HERMELIJN onder bevel van Hare Majesteits adjudanten, de luitenant ter zee 1e klas Jhr. J.C.F. Von Mühlen, 30 augustus van Nieuwediep naar zee vertrokken ter aanvaarding van de reis naar Oost Indië.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hr.Ms. DOLFIJN, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee W.F. Van Erp Taalman Kip, vertrekt morgen van Nieuwediep tot het houden van politie toezicht op de visserij in de Noordzee.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Malaga, 25 augustus. Het Spaanse stoomschip CABO PAEZ is hedenmorgen, terwijl het aan de kaai gemeerd werd, in aanvaring geraakt met het Nederlandse stoomschip JASON, dat lichte schade bekwam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 augustus. Het Soerabaja-droogdok, gesleept door de sleepboten ATLAS en TITAN, is 29 augustus te Aden gearriveerd. Alles wel.


02 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malaga, 25 augustus. Vanochtend is het bij het meren aan de kade alhier het Spaanse stoomschip CABO PAER in aanvaring geweest met het Nederlandse stoomschip JASON, dat daardoor licht beschadigd werd. De JASON is inmiddels naar Malaga vertrokken.
(opm: is de CABO PAEZ – 1879 / 231 brt)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de hedenmiddag door de Raad voor de Scheepvaart gehouden zitting, werd uitspraak gedaan betreffende het bij het inlopen van het zeegat Stortemelk bij Vlieland aan de grond raken op 21 juli van het stoomschip BETSY ANNA. Gezagvoerder H.P. de Jong; rederij Berghuys Kolenhandel, beiden te Amsterdam. Naar de mening van de Raad is de oorzaak van de scheepsramp hierin gelegen, dat de koers van de BETSY ANNA iets te zuidelijk is geweest, waardoor het schip de rode ton in plaats van aan S.B. aan B.B. kreeg en buiten het vaarwater geraakte. De Raad heeft zich de vragen gesteld of het in de gegeven omstandigheden te verantwoorden was zonder loods naar binnen te gaan, en, zo ja, of dan met de nodige zeemanschap is gemanoeuvreerd. Beide vragen meent de Raad bevestigend te moeten beantwoorden. Het is begrijpelijk, dat de scheepsraad na het scheuren van de presennings met enig recht vrezende voor het inslaan van het grootluik en met het oog op de gevolgen, welke dit voor het schip bij het stormachtige weer zou hebben, besloot naar binnen te gaan, zulks te meer, waar de gezagvoerder met het zeegat bekend was. Dat het inderdaad zeer stormachtig weer was, blijkt, behalve uit de verklaringen van de door de Raad en de inspecteur v.d. scheepvaart gehoorde hierboven genoemde getuigen, ook uit de verklaring van de commissaris van de loodsen te Harlingen, behelzende, dat de loodskotter noodzakelijk ten gevolge van de weers- en zee toestand zee had moeten kiezen en eerst in de voormiddag van 21 juli 1913 op zijn kruispost zou komen.
De gezagvoerder heeft verder blijk gegeven de toegang tot het Stortemelk goed te kennen. Toegegeven moet worden, dat hij de koers iets te zuidelijk heeft genomen, hiervan is hem echter geen verwijt te maken. Immers, het was noord gaand getij, waarvan de kracht, gelijk de Raad bekend is, daar ter plaatse zeer sterk kan zijn en vaak onverwacht een schip uit zijn koers kan leiden en de gezagvoerder moest alles aanwenden om te voorkomen, dat de BETSY ANNA ten noorden van de zwarte tonnen, dus ten noorden van het vaarwater, dat daar ter plaatse allerminst breed is, kwam, wijl het schip dan meer en meer door het getij op de ondiepten zou zijn gedreven en onherroepelijk verloren was geweest. Daarbij komt, dat de rode ton No. 1, waarop men meende recht aan te sturen, naar mededeling van getuige De Jong, welke ook geheel strookt met de verklaring van de commissaris van de loodsen aan het slot van diens voormeld proces-verbaal, bij de hoge, schuimende zee bijna niet te onderkennen was en eerst zichtbaar werd, toen men in de directe nabijheid was. Was deze ton groter van afmeting en dus meer van verre te zien geweest, dan was de ramp naar alle waarschijnlijkheid niet voorgekomen. Het is de Raad gebleken, dat aan boord van de BETSY ANNA niet de kaart van het Vlieree-gat was, onder No. 205 uitgegeven door het Dep. van Marine, afd. Hydrografie; hoewel de Raad niet mag zeggen, dat, indien deze kaart aan boord was geweest, het ongeval niet zou hebben plaats gegrepen, wenst de Raad hier toch als zijn oordeel uit te spreken, dat de Nederlandse zeeschepen voorzien behoren te zijn van de nieuwste kaarten van onze zeegaten, welke geregeld door hen bezocht worden en dat zowel de rederijen als de gezagvoerders gehouden zijn daarvoor zorg te dragen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens werd een onderzoek ingesteld betreffende de klacht tegen H.G. Smoolenaars, gezagvoerder van het stoomschip MIZAR; rederij Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. Het stoomschip MIZAR gebouwd in 1905 is groot bruto 2.020 reg. ton. De klacht is van de hofmeester G.C. Viskil. Hij was 28 juni 1913 te Rotterdam aangemonsterd als hofmeester voor een reis naar St. Petersburg. In de haven van St. Petersburg gelegen, was hij door de 1e stuurman mishandeld en moest zich dientengevolge onder geneeskundige behandeling stellen.
De hofmeester G.C. Viskil als getuige gehoord deelt mee hij in de haven van St. Petersburg, in de nabijheid van de messroom, aan het werk zijnde, door de 1e stuurman aangezegd werd zich te verwijderen. Toen hij daar niet dadelijk aan voldeed, had hij van deze, met een paar verwensingen, een paar stompen in de nek gekregen ten gevolge waarvan hij zich onder geneeskundige behandeling had moeten stellen. De volgenden dag had de hofmeester zich over deze mishandeling bij de kapitein beklaagd, die beloofde de stuurman over deze zaak te zullen onderhouden.
Hij deelt mee dat hij reeds enige tijd onder doktersbehandeling was. Volgens een verklaring van de geneesheer te Petersburg had hij een rib gebroken, evenwel niet ten gevolge van deze mishandeling. Hij had ten gevolge deze mishandeling pijn in de borst gehad en veel aan hoofdpijn geleden. Buiten deze zaak had hij nooit enige kwestie met de stuurman gehad. Bij binnenkomst te Rotterdam was hij naar de Zeemansbond “De Volharding" gegaan en zijn klachten meegedeeld met verzoek zijn zaak te behartigen en de stuurman aan te klagen.
Hij had de gezagvoerder niet nader over deze mishandeling gesproken en wist ook niet of de 1e stuurman voor deze daad gestraft was.
Daarna werd de gezagvoerder H.G. Smoolenaars niet onder ede gehoord, die meedeelde dat de hofmeester Viskil hem, in de haven van St. Petersburg liggende had meegedeeld dat hij van de 1e stuurman een paar stompen had gehad. De hofmeester was reeds onder doktersbehandeling voor een gebroken rib; hij ging toen opnieuw met hem naar een dokter om hem te laten onderzoeken. Hij denkt dat de stuurman in drift te ver is gegaan en zich vergrepen heeft. De hofmeester was wel eens brutaal.
De gezagvoerder had de stuurman niet gestraft; ook werd van deze mishandeling niets in het strafregister of scheepsjournaal vermeld. Bij binnenkomst te Rotterdam had hij het geval aan de rederij meegedeeld. Hij denkt dat de 1e stuurman ontslagen zal worden. De 1e stuurman, daarna gehoord, deelt mee, dat tijdens het verblijf in de haven van St. Petersburg de hofmeester hem de weg versperde en na hem gezegd te hebben zich te verwijderen en hieraan niet voldaan werd, hij de hofmeester een duw had gegeven. Hij wist dat de hofmeester ziekelijk was en onder doktersbehandeling. De hofmeester had zich daarna te bed begeven en was niet in staat zijn werk te doen. De gebroken rib was echter niet het gevolg van zijn duwen, maar was hij daaraan reeds enige tijd lijdende. De stuurman geeft toe, dat hij wel wat hardhandig is opgetreden.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 30 augustus. Heden is van hier naar Emden vertrokken het nieuwe schoenerschip ADLER, kapt. Offermann, groot 140 m3 netto. Het vaartuig is gebouwd op de werf van H. Kroeze te Hoogezand en is voor Duitse rekening.


03 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 3 september. Vannacht is het van Caen komende stoomschip JOHANNA nabij de Poortershaven in aanvaring geraakt met de logger MAASLAND I. De MAASLAND I werd tegen de steiger gedrukt en kreeg daardoor een gat in het voorschip boven de waterlijn. De steiger werd ook beschadigd, doch de JOHANNA kreeg geen averij.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 september. Uit Delfzijl wordt ons het volgende gemeld: Het casco van het Engelse stoomschip THE MARCHIONESS, onlangs door de firma Frater Smid van Delfzijl te Cardiff aangekocht, is thans weer verkocht aan de See und Kanalschiffahrt Wilh. Hemsoth te Dortmund, die het voor zeelichter laat inrichten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag werd door de Raad de volgende uitspraak gedaan:
Uitspraak betreffende het omhoogvaren op 10 juli in de Rode Zee van het stoomschip KRAKATAU, gezagvoerder C.P. Baum; rederij: Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ te Amsterdam. Volgens het oordeel van de Raad is de KRAKATAU inderdaad niet gestoten op het Mismaririf, waarop het baken staat, maar op een geheel op zichzelf gelegen rif, dat van het Mismaririf geen deel uitmaakt. Immers het rif, waarop de KRAKATAU stootte, lag ten NNW van het rif, waarop het baken staat, en is door diep water daarvan gescheiden, welk een en ander de Raad aanneemt op de eenparige verklaringen van de getuigen, bevestigd door het telegram van de gezagvoerder van de WILLEM III. De verklaringen van de getuigen te dezer opzichte hebben te meer waarde, waar men het rif, waarop de werp werd uitgebracht, al lodende heeft moeten zoeken.
De oorzaak van de ramp is gelegen in het feit, dat het rif, waarop de KRAKATAU is gestoten, niet voorkomt op de zeekaarten en dat daarvan geen melding wordt gemaakt in de Zeemansgids; welke in dit opzicht derhalve onvolledig is. De door de gezagvoerder gestuurde koersen waren juist en waren, de zeekaarten en de Red Sea and Gulf of Aden Pilot in aanmerking genomen, veilig. De gezagvoerder mocht op de volledigheid van kaarten en Pilot vertrouwen en kon derhalve niet voorzien, te meer waar enkele jaren geleden juist op het Mismaririf een baken geplaatst was, dat in de nabijheid daarvan nog een rif aanwezig was; naar het oordeel van de Raad treft de gezagvoerder dan ook geen blaam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag werd door de Raad de volgende uitspraak gedaan:
Uitspraak betreffende de klacht tegen H.G. Smoolenaars, gezagvoerder van het stoomschip MIZAR; rederij Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam.
De Raad voor de Scheepvaart deed uitspraak over het bij hem ingediende klaagschrift van C.G. Viskil, hofmeester op het stoomschip MIZAR, tegen de kapitein van dat stoomschip H.G. Smoolenaars. Viskil had in zijn klaagschrift beweerd, dat de kapitein geweigerd had gevolg te geven aan een door Viskil tegen de stuurman van de MIZAR gedane aanklacht, die Viskil een paar stompen had gegeven.
De Raad overweegt, dat van een bepaalde weigering van de kapitein, om aan een door Viskil gedane aanklacht gevolg te geven, geen sprake is geweest.
De Raad spreekt verder als zijn oordeel uit, dat de kapitein zeker goed had gedaan, indien hij na van Viskil te hebben vernomen, dat deze enige stompen van de stuurman had ontvangen, de stuurman daarover had gesproken, hetgeen, gelijk de kapitein toegaf, niet is geschied.
De Raad vindt echter geen termen een tuchtmaatregel te dier zake op de kapitein toe te passen, daar de kapitein kennelijk volkomen te goeder trouw meende, dat het geval van geen betekenis was, in welke mening hij versterkt werd door de houding van Viskil zelf, die bij de dokter te St. Petersburg, die hij met de kapitein de dag na het gebeurde bezocht, van een reeds enige tijd bij hem bestaand lijden, van de stompen, welke gedeeltelijk juist ter plaatse van dat lijden zouden zijn aangebracht of van enige ongesteldheid ten gevolge daarvan, in het geheel geen gewag heeft gemaakt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens stelde de Raad een onderzoek in betreffende het tegen een dam lopen in de nabijheid van een van de dokken te Antwerpen van het stoomschip MEDAN op 8 april jl. Gezagvoerder K.J. ter Marsch te 's-Gravenhage; rederij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam. De waarnemende voorzitter, de heer G. Kirberger, deelt de eerste machinist H. van Rijn mee dat het onderzoek ook zal lopen of het ongeval het stoomschip MEDAN op 8 april ll. te Antwerpen overkomen, ook te wijten is aan een daad of nalatigheid zijnerzijds.
De 1e officier J.J. Jager deelt mee, dat het stoomschip MEDAN de 8e april 's nachts te 2 uur met behulp van 2 sleepboten het Siberia-dok te Antwerpen invoer. Op een gegeven ogenblik zag hij dat het schip in aanraking zou komen met een vóór de haven liggende dam, waarop hij driemaal naar de brug riep om achteruit te stomen; desniettegenstaande ging het schip nog harder vooruit en volgde een aanvaring. Er was geen stroom in het water en het weer was goed. De schade aan het schip was gering; de schade aan de dam was evenwel aanzienlijk; deze bedroeg 5.000 frs. De 1e machinist verklaart dat hij tijdens het ongeluk te Antwerpen niet in de machinekamer was. Hij was aan dek om de werking van de circulatiepomp te observeren, waaraan een defect was geweest. De 2e en 4e machinist waren in de machinekamer en eerstgenoemde had gemanoeuvreerd.
Na het ongeluk deelde de kapitein hem mee dat er verkeerd gemanoeuvreerd was, hetgeen de 2e machinist ontkende. De 1e machinist had van een omkering van beweging van de machine niets gemerkt; de 2e machinist had 3 reizen met het schip gemaakt en hij had op de 1e machinist de indruk gemaakt dat hij zeer goed kon manoeuvreren.
Het aanzettoestel van de grote machine was een all round motion machine.
De 2e machinist, als getuige gehoord, verklaart dat hij tijdens het invaren van het Siberia-Dok te Antwerpen op wacht was. Hij had achtereenvolgens de volgende orders bekomen: Langzaam vooruit, stop, halve kracht, achteruit en volle kracht achteruit.
De voorzitter stelde hem de vraag, of hij zich bij het manoeuvreren met de machine ook vergist kan hebben en in plaats van achteruit vooruit gedraaid kan hebben. Hij verklaart dat zulks niet het geval is geweest en hij goed gemanoeuvreerd heeft.
De 4e machinist F. Hartman deelt mee dat hij op het ogenblik met de 2e machinist de wacht had om behulpzaam te zijn bij het manoeuvreren. Op een gegeven ogenblik had hij gezien dat de telegraaf op volle kracht achteruit werd gezet, waarop de machine volle kracht achteruit ging draaien. Hij zag dat nogmaals de telegraaf op volle kracht achteruit werd gezet; de machine draaide evenwel nog steeds volle kracht achteruit. Hij had daarna de 1e machinist de 2e machinist horen zeggen dat er verkeerd was gedraaid, hetgeen ontkend werd. Hierna werden de verklaringen van de kapitein, 1e officier en 2e officier voor de inspecteur van de Scheepvaart te Rotterdam afgelegd, voorgelezen.
Nadat de zitting een ogenblik was geschorst werd de eerste machinist gevraagd waar de stoker van de wacht tijdens het ongeluk was. Deze was bezig de machine te smeren. De 1e machinist deelt nog mee dat toen de kapitein hem meedeelde dat er verkeerd gemanoeuvreerd was en hij zich daarop in de machinekamer begaf, de machine nog steeds volle kracht achteruit werkte, en kort daarna gestopt werd.
Daarna werd de zitting gesloten en zal de Raad nader overwegen en uitspraak doen.


04 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 2 september. Het Nederlandse zeilschip MEMENTO MORI, is alhier aangekomen en voor reparatie naar de werf van Körner gebracht. (opm: zie ook RN 201013)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De eskader oefeningen in de wateren van Ampenam zullen nog enige tijd duren. Daar bevinden zich nu de TROMP en de DE RUYTER en de torpedojagers WOLF en FRET, terwijl de volgende week er heen zou stevenen de HERTOG HENDRIK, die hier nu in het bassin ligt voor enige kleine reparaties.
Gisteren vertrok naar Ampenan de ZEVEN PROVINCIËN. Dit pantserschip heeft ongeveer een week lang in het Oostgat in quarantaine moeten liggen, want, onlangs van Tandjong Priok hier terugkerende met 140 pas uit Nederland aangekomen onderofficieren en minderen deed zich onder hen een cholerageval voor. Men achtte het dus geraden om de ZEVEN PROVINCIEN, die meer dan 500 man aan bord heeft naar de buitenrede het Oostgat te dirigeren. Gelukkig is het bij dit ene geval gebleven, en de lijder, die naar het hospitaal Simpang werd vervoerd, is hersteld.
De torpedojagers JAKHALS en BULHOND ondergaan weer herstellingen bij het Marine Etablissement.
In het laatst van dit jaar kan hier weer een torpedoboot uit Nederland worden verwacht de SPHYNX.


05 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 september. Men seint ons uit Londen, volgens een telegram uit St. Michael’s (Azoren) is het 20 augustus laatstleden van Amsterdam naar Paramaribo vertrokken mailstoomschip JAN VAN NASSAU met brand in de lading te St. Michael’s binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 september. Men meldt ons uit Amsterdam. Het stoomschip JAN VAN NASSAU van de Koninklijke West Indische Maildienst te Amsterdam is op de uitreis te Ponta Delgado met brand in het grootruim, waarin stukgoederen geladen waren, binnen gelopen. Men slaagde erin de brand, die nogal schade aan de lading teweeg heeft gebracht te blussen door het ruim onder water te zetten. De oorzaak kan de directie van de Koninklijke West Indische Maildienst ons nog niet meedelen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barry Island. Rotterdam, 5 september. Het Nederlandse stoomschip ZANDBERGEN, van Archangel naar Sharpness, signaleerde ter hoogte van Barry, dat het beide ankers heeft verloren en niet de baai kon binnenlopen.


06 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 september. Men meldt ons uit Amsterdam: Inzake het stoomschip JAN VAN NASSAU zijn nog geen nadere bijzonderheden bekend. De directie van de Koninklijke West Indische Maildienst weet nog niet wanneer het schip de reis zal kunnen vervolgen. Men is op het ogenblik bezig met lossen.


07 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 september. Men seint ons uit Londen: Volgens telegram van St. Michael’s is het vuur in het ruim Nº 2 van het stoomschip JAN VAN NASSAU, geblust. De gehele lading van dat ruim is door zeewater en verhitting beschadigd. Verder wordt nog gemeld, dat het vuur in de bunkers is ontstaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hardinxveld, 6 september. Heden werd van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf De Merwede, voorheen Van Vliet & Co. alhier met goed gevolg te water gelaten een stalen stoomschip Nº 107, lang 180’, breed 28’ en hol 14’-6”, genaamd GUELDER ROSE, Liverpool voor rekening van een Engelse firma. Daarna werd de kiel gelegd voor een stalen stoomschip Nº 110 van dezelfde afmetingen en voor dezelfde firma. Tevens werd de kiel gelegd voor een stalen loggerschip Nº 109 van de volgende afmetingen: Lang 26 meter, breed 6,50 meter en hol 2,90 meter, voor rekening van de N.V. Merwede te Scheveningen.


08 september 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hedenmiddag werd door de Raad het onderzoek voortgezet betreffende het tegen een dam lopen in de nabijheid van het Siberia dok te Antwerpen van het stoomschip MEDAN op 8 april jl. Gezagvoerder K.J. ter Marsch te ‘s-Gravenhage. Rederij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam. In de door de Raad gehouden zitting van 2 september werden reeds in deze zaak gehoord de 1e, 2e en 4e machinist en de 1e officier terwijl heden nog als getuige verschenen waren de kapitein, de 1e machinist, de 2e stuurman en een olieman.
De kapitein K.J. ter Marsch, als getuige gehoord, deelt mee dat hij de 8e april met het stoomschip MEDAN uit de sluis te Antwerpen naar het Siberia dok ging met behulp van twee sleepboten. Hij zette eerst de telegraaf op “zeer zacht aan" en toen het achterschip de sluis uit was, werd de machine gestopt. Het schip had bijna geen vaart, toen de 1e officier van de bak riep dat het schip te dicht bij de dam zou komen; hij zette daarop de telegraaf op halve kracht achteruit, en toen de 1e officier opnieuw riep dat er een aanvaring zou komen, zette hij de telegraaf op “volle kracht achteruit"; het schip kreeg echter nog meer vaart vooruit, en de aanvaring volgde. Er was geen stroom in het water. Hij deelt verder mee dat hij na de aanvaring de machinist van de wacht bij zich liet komen en hem gezegd heeft, dat hij verkeerd gemanoeuvreerd heeft, hetgeen deze ontkende. De telegraaf had goed en overeenkomstig het commando gestaan. Later op de reis bleek ook de telegraaf goed in orde te zijn. Hij denkt het ongeluk te wijten is aan het verkeerd werken van de machine.
De heer Barend de Boer, 2e officier, deelt mee, dat hij bij het invaren van het Siberia dok op het achterdek was. Het schip ging zeer langzaam de sluis uit, hetgeen hij aan de lichten van de sluis kon waarnemen. Toen het schip de sluis uit was had hij op order van de kapitein aan de achteraan liggende sleepboot geroepen om zo hard mogelijk achteruit te trekken. Het is hem niet opgevallen dat het schip daarna nog harder vooruit ging, en hij weet ook niet in welke richting de machine gewerkt heeft. De kapitein acht het niet mogelijk dat de achterste sleepboot een voorwaartse beweging aan het schip heeft gegeven,
De olieman J. ter Hel was bij het vertrek uit de sluis in de tunnel om te smeren. Hij weet alleen dat hij de leibanen van de machine gesmeerd heeft bij een achteruit werkende stand. Of de machine vooruit of achteruit werkte vóór hij in de tunnel ging, weet hij niet. Toen hij de schok van de aanvaring voelde, draaide de machine reeds achteruit.
Hierna werd de zitting gesloten en zal de Raad later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 september. De te Dordrecht nieuw gebouwde sleepboot ELSIE, lang 61.8, breed 14.8 en hol 7.10 voet, is verkocht aan Messrs. Hamilton & Co. te Teneriffe.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bonnermond, 6 september. Heden liep alhier met goed gevolg te water van de werf van de scheepsbouwmeester W. Mulder, het stalen schoenerschip ALBERDINA, groot 200 ton.
Het schip was gebouwd voor kapt. W. Hoeksema van Muntendam.
Direct hierop werd de kiel gelegd voor een gelijksoortig schip voor rekening van kapt. E. Brouwer te Wildervank.


09 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 8 september. De door de ‘Werf Gusto’ gebouwde zuiger CHUNGHUA, bestemd voor Tiëntsin, gisteren te Port Said aangenomen, neemt aldaar kolen in.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 september. Het stoomschip JAN VAN NASSAU, dat op reis van Amsterdam naar Paramaribo met brand te Porta Delgado binnenliep, heeft vanmiddag 3 uur de reis van laatstgenoemde haven naar Paramaribo voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 september. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Malta, is het van Amsterdam naar Bombay bestemde Engelse stoomschip SIRDAR (ex. PRINS WILLEM IV) met een lekke stuurboordketel aldaar binnengelopen.


10 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 9 september. Volgens alhier ontvangen telegrammen arriveerden heden te Dakar de Nederlandse sleepboot HOLLAND met de tanklichter MAZOUT 2 op sleeptouw en het tankstoomschip MAZOUT 1, respectievelijk van Rotterdam en Antwerpen naar de Congo bestemd, aan boord alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 september. De schepen van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, die heden door de makelaar Jacques Pierot Jr. in veiling zijn gebracht, zijn verkocht voor: de goederen schroefstoomboot SS II voor NLG 6.300, en de lichters SS IV, V, VII, VIII en IX voor respectievelijk NLG 2.100, 2.550, 3.200, 3.075, 3.200 en 3.840.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam- Newcastle. Amsterdam 9 september. Naar wij vernemen zal de Hollandsche Stoomboot Maatschappij alhier, in concurrentie met de bestaande lijn, een geregelde dienst openen tussen Amsterdam en Newcastle.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 september. Aan de Scheepswerf Zeeland te Hansweert is de bouw opgedragen van een stalen Rijnschip inhoudende 700 last. Het schip wordt lang 80, breed 9,70 en hoog 2,60 meter. Het wordt gebouwd voor Belgische rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 8 september. Heden is alhier aangekomen het nieuwe stalen lichterschip B.T. No. 16, gebouwd op de werf van de heren Gebrs. Fikkers te Muntendam, metende netto 429 m3. Dit vaartuig is bestemd voor de lichterdienst te Hamburg en zal door kapt. De Boer van hier naar de plaats van bestemming worden gebracht.


11 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 september. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Gibraltar is het van Batavia naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip MERAUKE met verlies van 2 schroefbladen alhier aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bij het departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserschip HOLLAND, onder bevel van de kapitein luitenant ter zee W.H. Von Leschen, 9 september 1913 van Taku naar Tjingtao vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Dordrecht’ te Dordrecht, is te water gelaten een stalen 800 ton hopper-barge van 145' x 32' x 12', gebouwd volgens de klasse 100 A 1 van de Eng. Lloyd. Het vaartuig is bestemd voor Engeland. Op de vrijkomende helling zal een stoomschip worden gebouwd, voor welk werk dezer dagen opdracht is gegeven door de Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Tevens werd de kiel gelegd voor een stoomschip, in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Newcastle, 8 september. Gerapporteerd wordt dat het Nederlandse stoomschip LEONORA op 5 september bij haar vertrek naar St. Nazaire in aanvaring is geweest met de stoomschepen EDMUND HUGO STINNES 4 en BIRTLEY, die gemeerd lagen bij de Pelaw Main Coal Company. Van schade wordt niets gemeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 9 september. Van hier is heden vertrokken het nieuwe motorschip SPIEKEROOG, kapt. B. Kleihouwer. Het is gebouwd op de werf van de heren Gebr. Boot te Leiden en de motor is geleverd door de heer Goedkoop te Amsterdam. Bij een proeftocht op de Zuiderzee heeft het schip een vaart van 12 mijl gelopen. Het is voor een rederij te Spiekeroog gebouwd, waarheen het ook is vertrokken.


12 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 september. Het stoomschip MERAUKE, van Java naar Rotterdam, dat gisteren met verlies van 2 schroefbladen te Gibraltar arriveerde, heeft heden de reis naar Rotterdam voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de heden door de Raad gehouden zitting werd uitspraak gedaan betreffende het in aanvaring komen met een dam in de haven van Antwerpen op 8 april 1913 van het stoomschip MEDAN, gezagvoerder K.J. ter Marsch te ‘s-Gravenhage, rederij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam.
Volgens de zeer uitdrukkelijke verklaringen van de 2e en 4e machinist zijn de door de kapitein gegeven commando's stipt opgevolgd en heeft de machine na het commando “stop" geen enkel ogenblik vooruit gedraaid. De Raad vindt geen reden de juistheid van die verklaringen in twijfel te trekken, welke trouwens bevestigd worden door het feit, dat geen van de getuigen enige trilling in het schip heeft waargenomen. Waar toch vaststaat, dat de machine op het ogenblik van de aanvaring achteruit werkte, zodat het schip dan ook na de aanvaring dadelijk achteruit ging, had men ongetwijfeld een vrij ernstige trilling moeten waarnemen indien de machine achteruit was gezet na eerst op vooruit gesteld te zijn geweest.
Dat de MEDAN, niettegenstaande de machine achteruit sloeg, nog iets meer dan een scheepslengte is doorgelopen, verklaart de Raad hierdoor, dat het weinig beladen schip, komende uit de sluis, uit zich zelf enige vaart - al was die ook gering - had en dat de sleepboot, die zich echter maar enigszins ter zijde van de achtersteven van de MEDAN bevond en die naar de verklaring van de zich op het achterschip bevindende 2e stuurman de MEDAN reeds enige mate had omgetrokken, een voortgaande beweging aan de MEDAN heeft gegeven. Wel is waar verklaarden de gezagvoerder en de 1e stuurman, dat de vaart van de MEDAN sneller werd, maar de Raad is van oordeel, dat in verband met het uiterst korte tijdsbestek, waarin het geheel gebeurde en het dreigend gevaar, dat deze getuigen voor ogen hadden aan hun waarneming in dit opzicht geen overwegend gewicht mag worden gehecht. Nu de Raad tot het resultaat komt, dat het ongeval niet is te wijten aan een fout van het machinepersoneel, kan er ook geen sprake zijn van het toepassen van enige maatregel van tucht op de 1e machinist. Hiermee wil de Raad echter allerminst zeggen, dat hij het goedkeurt, dat de 1e machinist op het dek vertoefde, toen de MEDAN de haven binnenkwam. De Raad is van mening, dat een 1e machinist, ook al heeft hij wacht gehad, bij het binnenlopen van het schip in de machinekamer aanwezig behoort te zijn, zodat, indien ten gevolge van een verkeerde manoeuvre in de machinekamer een ongeval plaats vindt en het blijkt, dat de 1e machinist zonder gegronde reden niet op zijn post was, hij zich er aan bloot stelt, dat een tuchtmaatregel op hem wordt toegepast.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd op de N.V. ‘Werf De Noord’ te Alblasserdam met goed gevolg te water gelaten het stalen Rijnschip genaamd GOOILAND, groot circa duizend tonnen en gebouwd voor Nederlandse rekening. Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een dito schip, zijnde de KORTLAND, welke ook voor Nederlandse rekening gebouwd zal worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens werd door de Raad een onderzoek ingesteld betreffende de aanvaring op 22 juli jl. nabij de Amerikaanse kust tussen het stoomschip SLOTERDIJK (gezagvoerder J. Metz; rederij Holland Amerika Lijn, beiden te Rotterdam) en de Amerikaanse schoener GARDINER G. DEERING. Het Nederlandse stoomschip SLOTERDIJK gebouwd in 1902, groot bruto 6.423 ton, kwam de 22e juli jl., op reis van Boston naar Philadelphia, in aanvaring met de Amerikaanse schoener GARDINER G. DEERING. De SLOTERDIJK is daarna teruggekeerd met belangrijke schade aan de platen boven de waterlijn, terwijl de boeg van de schoener geheel werd ingedrukt. De gezagvoerder Jacob Metz als getuige gehoord, deelt mee dat hij de 22e juli op reis van Boston naar Philadelphia op ongeveer I5 mijl afstand van het Nantucket vuurschip, 's avonds te 11.13 uur in aanvaring kwam met de schoener GARDINER G. DEERING. Hij was te 11 uur van de brug gegaan om op de kaart te kijken en gaf te 11.15 uur order aan de 3e officier, die met een leerling en roerganger op de brug was, om de koers te veranderen op ZW. Hij ging toen naar de brug en zag dat de 3e officier bezig was uit te wijken voor een zeilschip. Er was bakboord roer gegeven oud commando. Eerst kon getuige niets zien, maar na een ogenblik zag hij een zeilschip vooruit, waarop hij één stoot op de fluit gaf, direct daarop stopte hij de machine en sloeg volle kracht achteruit. Kort daarna had de aanvaring plaats. De aanvaring had plaats in de midscheeps. Het gat door de aanvaring veroorzaakt was 26 voet en 10 duim in diameter. Kort na de aanvaring raakten de schepen van elkaar vrij, maar ten gevolge van een plotseling opgekomen mistvlaag was er niets meer te zien. Toen hij zag dat de aanvaring onvermijdelijk was, had hij de schoener nog toegeroepen om zijn koers te veranderen, wat evenwel niet geschiedde. Een ogenblik na de aanvaring kreeg hij het zeilschip nog even te zien en vroeg hen of er hulp nodig was, maar verkreeg geen antwoord.
Na de aanvaring werd het gat zo goed mogelijk dicht gemaakt, er werd scheepsraad gehouden en besloten tot het aanbreken van de dag op de plaats van de aanvaring te blijven en daarna naar Boston terug te keren. Bij het naar binnen stomen werd er geseind dat het schip in aanvaring was geweest met een onbekend gebleven zeilschip. Hij arriveerde verder zonder ongelukken te Boston en twee dagen later werd het aangevaren zeilschip dat bleek de vijfmastschoener GARDINER G. DEERING te zijn met ingedrukte boeg binnengebracht. Hij had van het zeilschip noch vóór noch na de aanvaring lichten gezien of signalen gehoord.
Het zeilschip had na binnenkomst een claim tegen de Maatschappij ingesteld, bewerende dat hij vóór de aanvaring reeds enige tijd in de mist had gevaren en dientengevolge ook mistsein had gegeven en zijn lichten helder had branden. (Zitting duurt voort.)
(opm: voor vervolg zie AH 130913 en ook AH 201013)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 september. De sleepboot SEINE, van Amsterdam naar Quebec met de baggermolen NEW-WELLAND, vertrok 10 september van Portland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 10 september. Het Noorse barkschip ANCENIS, kapt. Johnsen, arriveerde heden na een reis van vier maanden (120 dagen) van Iquique (Chili). Het heeft vier miljoen kilo Chilisalpeter aan boord voor rekening van de heer Blauw te Farmsum.


13 september 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring stoomschip SLOTERDIJK. (Vervolg.)
De 3e officier T.J. Geel deelt mee dat hij tijdens de aanvaring de wacht op de brug had met een stuurmansleerling. Er was geen mist en het weer was helder; op een gegeven ogenblik gaf hij bakboord roer (oud commando) gegeven om voor, zoals hij dacht vóór een mee liggend zeilschip uit te wijken. Toen hij zag dat hij zich vergist had en het geen mee liggend maar een kruisend schip was, was het te laat. De machine werd gestopt en direct volle kracht achteruit geslagen en kort daarna had de aanvaring plaats. Hij had geen fluitsignaal gegeven en overigens bevestigde hij de verklaringen van de kapitein. De matroos G.A. van Kaam deelt mee, dat hij tijdens de aanvaring op “uitkijk" was en naar de brug geroepen had dat er een schip recht vooruit was. Hij had geen lichten gezien noch signalen van het zeilschip gehoord. De matroos H.J. Kraak stond tijdens de aanvaring aan het roer. Op order van de 3e officier had hij eerst een weinig, daarna hard bakboord roer gegeven. Het was heiig weer, maar de bovenlucht was helder. Op een gegeven ogenblik zag hij een zeilschip voor de boeg over liggen. Hij had eerst een groen en daarna een rood vuur van het zeilschip gezien en naar zijn mening kwam het schip uit de mist. Hij had ook signalen van het zeilschip gehoord en de kapitein hierop opmerkzaam gemaakt. Van de bemanning van de schoener had hij te Boston gehoord, dat zij in de mist hadden gezeten en toen zij het stoomschip zagen was het te laat geweest iets ter voorkoming van een aanvaring te doen. De voorzitter, de heer G. Kirberger, maakt deze getuige er opmerkzaam op, dat zijn verklaringen tegenstrijdig zijn met de verklaringen van de andere getuigen en waarschuwt hem voor de gevolgen die het afleggen van valse verklaringen voor hem kunnen hebben. Hij blijft echter bij zijn verklaringen en zegt dat alles waar is wat hij heeft meegedeeld.
De matroos J. Vrolijk had ook de wacht gehad tijdens de aanvaring. Het weer was goed, de kim was heiig. Een ogenblik na de aanvaring was het plotseling mistig geworden. Hij had van het zeilschip eerst de zeilen gezien recht vooruit en daarna aan bakboord; ook hij had geen lichten gezien en geen signalen gehoord.
De gezagvoerder is van oordeel dat indien er iets vlugger bakboord roer was gegeven, de aanvaring vermeden had geworden en kan zich niet voorstellen dat er een van de getuigen vuren gezien en signalen gehoord heeft, daar de andere vier getuigen niets hebben opgemerkt. Hierna wordt de zitting gesloten en zal de Raad later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 11 september. Heden is van hier vertrokken de nieuw gebouwde sleepboot HYDRA, gebouwd op de werf van de heer Wilmink te Gideon bij Groningen. Dit vaartuig, voorzien van een compound machine van 70 ipk, heeft gisteren bij een proefstoming op de Eems uitstekend voldaan. De boot is bestemd voor de sleepdienst te Hamburg.


14 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 september. De Nederlandse sleepboot THAMES, van de Internationale Sleepdienst Maatschappij vertrok vanavond uit de Nieuwe Waterweg naar Montevideo om van daar het in genoemde haven binnengebrachte Duitse zeilschip WALTRAUTE naar de bestemming Hamburg te slepen.


15 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nantes, 11 september. Het Nederlandse stoomschip LEONORA is met lichte schade aan de steven alhier aangekomen. Het is te Newcastle met de kade in aanvaring geweest. Niet alleen dat de steven is beschadigd, maar ook een dekplaat is gebroken. Tevens rapporteerde de gezagvoerder dat de schroef tegen de kade van Newcastle heeft geslagen. Een onderzoek moet plaats vinden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 15 september. Volgens door het Bureau Wijsmuller alhier ontvangen telegram arriveerde de Nederlandse cutterzuiger POSIDONIA, van Rotterdam naar Zuid Australië, gistermiddag met alles wel te Malta.


16 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij het Departement van Marine ontvangen berichten:
- Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND, onder bevel van de kapitein luitenant ter zee W.H. Von Leschen, is de 15e dezer te Shanghai aangekomen.
- Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, onder bevel van de kapitein ter zee W. Bouwing, is 13 dezer van Port of Spain vertrokken met bestemming naar de Paria Golf.
- Hr.Ms. torpedobootjagers LYNX en HERMELIJN, onder bevel van Hr.Ms. adjudant, de luitenant ter zee 1e klas Jhr. J.C.F Von Mühlen, zijn 13 dezer van Malaga vertrokken ter voortzetting van de reis naar Oost Indië.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 september. Vanochtend om ongeveer 4 uur heeft er in de Nieuwe Waterweg, even boven Maassluis nabij de Vergulde Hand een aanvaring plaats gehad van het met stukgoed van Londen komende Engelse stoomschip MAVIS en het naar Australië via Kaapstad uitgaande Duitse stoomschip COLMAR, met het gevolg dat de MAVIS, die in de midscheeps aan bakboord werd getroffen nabij genoemde “Vergulde Hand” bijna onmiddellijk is gezonken, een van de passagiers, met name Schadee, verdronk en een andere passagier genaamd Spruijt, werd ernstig gewond. De equipage van het stoomschip MAVIS werd gered en is naar hier vervoerd. De COLMAR beliep schade en keerde naar Rotterdam terug. De COLMAR, die thans in de Katendrechtse haven ligt, heeft 3 gaten in de boeg. Een stuk plaat van de MAVIS zit nog in de boeg van de COLMAR en de voorpiek zit vol water. Het waterdichte schot is dicht gebleven. Thans wacht het stoomschip op orders van de rederij.
De MAVIS, van de General Steamship Company Ltd. te Londen werd in 1912 te Troon door de firma Allso SB Company gebouwd. Het is groot bruto 1.200 en netto 502 register ton en de afmetingen zijn: lang 251.1, breed 34.5 en hol 14.6 voet. De COLMAR, van de Deutsch Austral Dampfschiffahrt Geselschaft te Hamburg in 1912 te Rostock gebouwd is groot bruto 6.184 en netto 6.037 register ton. Voor de berging van het stoomschip MAVIS is met de Nieuwe Bergingsmaatschappij te Maassluis een contract afgesloten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 september. Het Engelse stoomschip SIRDAR (ex. PRINS WILLEM IV), dat 9 september met lekke stuurboordketel te Malta binnenliep, heeft heden de reis naar Bombay voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 16 september. Het uitgaande stoomschip MAVIS van de General Steam Navigation Company is vanochtend ter hoogte van Maassluis in aanvaring gekomen met het stoomschip COLMAR. De MAVIS is midscheeps aan bakboord getroffen en enige tijd later gezonken. Het achterschip zit geheel onder water. Aan boord van de MAVIS bevonden zich als passagiers de heer Schadee, kantoorbediende bij de firma Ph. Van Ommeren alhier, en zijn oom de heer Spruijt, op het ogenblik van de aanvaring waren zij in de kajuit. De heer Spruijt, die 2 ribben brak, en verschillende kwetsuren kreeg, is gered doch de heer Schadee is niet meer gezien. De bemanning van het gezonken stoomschip is naar het zeemanshuis alhier overgebracht, behalve de gezagvoerder die met een paar mensen bij het wrak is achtergebleven. Het stoomschip COLMAR is aan stuurboord boeg boven de waterlijn beschadigd, en heeft een gebroken steven. Dit stoomschip is naar hier opgestoomd en heeft ligplaats genomen in de Tweede Katendrechtse Haven. Voor de berging van het gezonken schip is gecontracteerd met de Nieuwe Berging Maatschappij te Maassluis.
Nader blijkt dat de omgekomen kantoorbediende de heer Schadee, niet verdronken is, maar tijdens de aanvaring, in zijn hut doodgedrukt is. Hij was bij de firma van Ommeren werkzaam aan de Londen afdeling en laat een vrouw met een kindje achter. Duikers hebben vergeefs getracht het lijk boven water te brengen. Zijn oom de heer Spruijt, woonachtig aan de Blommerdijkschelaan is ter verpleging in het ziekenhuis alhier opgenomen. Hij klaagt over inwendige pijn, doch de geneesheer heeft nog niet met zekerheid kunnen vaststellen, welk letsel hij heeft gekregen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij acte, op de 28e augustus 1913 voor de te Rotterdam residerende notaris Mr. P.J. van Wijngaarden gepasseerd, op het ontwerp waarvan de koninklijke bewilliging is verleend bij besluit van de 4e augustus 1913 No. 57, is opgericht de naamloze vennootschap Maatschappij Stoomschip WIELDRECHT, gevestigd te Rotterdam. De acte is in haar geheel geplaatst inde Nederlandse Staatscourant van 13 september 1913, No. 214.
Mr. Van Wijngaarden en Koopman, notarissen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij acte, op de 28e augustus 1913 voor de te Rotterdam residerende notaris Mr. P.J. van Wijngaarden gepasseerd, op het ontwerp waarvan de koninklijke bewilliging is verleend bij besluit van de 4e augustus 1913 no. 57, is opgericht de naamloze vennootschap Maatschappij Motorschip GALLIA, gevestigd te Rotterdam. De acte is in haar geheel geplaatst inde Nederlandse Staatscourant van 16 september 1913, no. 216.
Mr. Van Wijngaarden en Koopman, notarissen.


17 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 september. Wij vernemen dat het stoomschip COLMAR, in aanvaring is geweest met het stoomschip MAVIS, morgenochtend 5 uur met de gehele lading in het Prins Hendrikdok alhier zal worden geplaatst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 17 september. Met duikershulp is een aanvang gemaakt met het lossen van de lading uit het gezonken stoomschip MAVIS.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

CUXHAVEN. 15 september. De Nederlandse tjalk VIER GEBROEDERS, naar Wilhelmshaven bestemd met stenen, is in de rivier gezonken na in aanvaring geweest te zijn met boei No. 16. De bemanning is gered en hier geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 september. — De sleepboot OOSTZEE, van Rotterdam naar Casablanca met een bok, vertrok 14 september van Portland.
— De Nederlandse sleepboot HIBERNIA arriveerde gisterochtend met alles wel van Rotterdam te Piraeus (bestemming).
— De Nederlandse zeesleepboot THAMES, van Rotterdam naar Montevideo, passeerde gisterochtend 8 uur Ventnor.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 15 september. Gisteren is hier in de Vissershaven aangekomen het stoomvissersvaartuig IJM – 40, de MAJESTIC, dat gebouwd werd op de werf van de Gebr. Boot te Leiderdorp en de machine kreeg van de machinefabriek van de N.V. Burgerhout’s Machinefabriek te Rotterdam.


18 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 september. Doordat er vanochtend te weinig water stond is het niet gelukt het stoomschip COLMAR in het droogdok dat in de Maashaven ligt, te plaatsen. Naar aanleiding van het bovenstaande deelde men ons mede dat vanmiddag met hoog water nogmaals getracht zal worden het stoomschip te doen dokken. Lukt het niet, dan zal men tot lossing moeten overgaan. Thans is de gehele lading nog ongebroken. Verder werd ons nog meegedeeld dat de COLMAR voorlopig zal worden gerepareerd, dat die reparatie in het begin van de volgende week zal zijn afgelopen en door Wilton´s Machinefabriek en Scheepswerf zal zijn uitgevoerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ingevolge Koninklijk Besluit van 15 dezer wordt met 8 oktober Hr.Ms. pantserschip EVERTSEN aan een van ’s Rijks Werven in dienst opgelegd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de scheepsbouwmeester T. Schepman te Kampen, is met goed gevolg te water gelaten een nieuw gebouwd kanaalschip, groot 380 ton, voor Hollandse rekening. De kiel zal worden gelegd voor een motor-zandzuiger, draagvermogen plm. 80 kub. meter zand, voor rekening van de heer H. Aarsen te Zwolle.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het stranden van de schoener PACIFIC.
In de gistermiddag door de Raad gehouden zitting werd een onderzoek ingesteld betreffende het stranden nabij Figueira, Westkust van Portugal, op 5 juni van de drie-mast schoener PACIFIC schipper en eigenaar Meerten Hindriks te Groningen. De PACIFIC is gebouwd in 1900 en geclassificeerd bij het Bureau Veritas en was voorzien van een Certificaat van Deugdelijkheid, afgegeven door de Scheepvaart Inspectie. De equipage bestond uit 6 man. De vrouw van de schipper en twee kinderen waren ook aan boord.
De schipper Meerten Hindriks als getuige gehoord deelt mee, dat de PACIFIC op 5 juni van Figueira vertrok met bestemming naar Cádiz, geladen met hout. Het schip vertrok met behulp van een sleepboot naar zee; er kwam een loods aan boord met 20 man om het schip uit te brengen. Er woei een harde wind van NNO en op de vraag van de schipper aan de loods of het wel veilig was te vertrekken, antwoordde deze bevestigend. De sleeptros werd aan de voorbolders vastgemaakt en voorzien van een naaiing om het slippen van de sleper te voorkomen; de sleeptros was ongeveer 30 vadem lang. Op de baai gekomen, stond er een harde wind en hoge zee, waardoor het schip zwaar stampte en het schip stootte 3 maal; bij de derde stoot brak de naaiing en slipte de tros. De schipper trachtte daarop door zeil te zetten naar buiten te komen, doch zulks gelukte niet. Hij liet de ankers vallen, doch deze hielden niet, omdat de grond uit drijfzand bestaat en het schip geraakte ten gevolge van de hoge zee en harde wind op een rif. Er werd een tros uitgebracht om het hoger opslaan van het rif te voorkomen. Na overleg werd besloten een deel van de lading te lossen, hetgeen geschiedde. Na drie dagen werd het schip met behulp van een sleepboot vlot gesleept. De schipper was reeds zeven maal in deze haven geweest. Het schip lag 9½ voet diep. De zeilaanwijzingen zeggen, dat men de baai van Figueira alleen met goed weer kan passeren en met geen grotere diepgang dan 9 voet. De stuurman Koert Koetje, daarna gehoord, bevestigt hoofdzakelijk de verklaringen van de kapitein. Hij deelt mee dat hij gezien heeft, dat de loodsen dagelijks op de baai peilen om te bepalen hoeveel water er staat. Ook op de dag van het ongeval had men gelood hoeveel water er was en was de kapitein meegedeeld, dat er genoeg water voor zijn schip was om veilig de baai te passeren. Toen het schip stootte, was het een half uur vóór hoogwater, de zeilaanwijzingen dienaangaande geraadpleegd, zeggen, dat men met half tij reeds kan vertrekken. Hierna wordt de zitting gesloten en zal de Raad later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In een van de jongste zittingen van de Raad voor de Scheepvaart werd nog uitspraak gedaan betreffende het beroep van de N.V. Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’, ten aanzien van een voorschrift gegeven door de waarnemende inspecteur van de Scheepvaartinspectie met betrekking tot het stoomschip BRITSUM. De Scheepvaartinspectie had aan de Maatschappij ‘Oostzee’ als eigenares van het stoomschip BRITSUM voorgeschreven, dat de bovenbrug van dit schip, welke bovenbrug thans is beperkt tot het dek boven het stuurhuis en de kaartenkamer, naar voren en met vleugels tot aan de zijden van het schip moet worden doorgetrokken. Tegen dit voorschrift kwam de Maatschappij ‘Oostzee’ in beroep.
De Scheepvaartinspectie had deze maatregel voorgeschreven op grond van het feit, dat op de BRITSUM en wanneer deze een deklading heeft, welke 2 meter boven de bak uitsteekt, steeds genavigeerd wordt van de bovenbrug af, daar de gewone brug daartoe te laag is gelegen; dat nu, doordien de bovenbrug niet is doorgetrokken naar de zijden van het schip, degeen die de navigatie leidt, niet kan zien wat er ter zijde van het schip geschiedt, hetgeen vooral bij het binnenvaren van nauwe vaarwaters als kanalen, havens enz. noodzakelijk is en hij evenmin kan waarnemen of de zijlichten behoorlijk branden. De directeur van genoemde Maatschappij heeft erkend dat het stoomschip BRITSUM meermalen een deklading heeft, welke 2 meter boven de bak uitsteekt en dat in dat geval steeds van de bovenbrug wordt genavigeerd, maar dat hij evenwel opkomt tegen het door de Scheepvaartinspectie gegeven voorschrift en zulks op de volgende gronden: Ten eerste omdat het stoomschip BRITSUM in het bezit is van een certificaat van deugdelijkheid en een certificaat voor de houtvaart; ten tweede omdat de navigatie behoorlijk van de bovenbrug kan geschieden en hetgeen vereiste is dat degeen die het commando heeft langs de zijden van het schip kan zien. Ook de gezagvoerder van de BRITSUM heeft verklaard, dat dit stoomschip meermalen een deklading, als voorgeschreven, vaart en dat alsdan van de bovenbrug genavigeerd wordt en dat naar zijn oordeel steeds voldoende van de bovenbrug kan worden uitgekeken en dat het schijnsel van de zijlichten ook van de bovenbrug is te zien. De beneden-brug loopt over de gehele breedte van het schip, terwijl de bovenbrug beperkt is tot het dek van het stuurhuis en de kaartenkamer en strekt zich derhalve niet uit tot de zijden van het schip. Op de bovenbrug bevinden zich de stuurinrichting en het kompas, terwijl de telegraaf zich op de beneden-brug bevindt.
De Raad is van oordeel dat de eerste grond waarop de Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’ tegen het door de Scheepvaartinspectie gegeven voorschrift, opkomt, niet juist is, daar, al heeft het schip een certificaat van deugdelijkheid en een certificaat voor de houtvaart, genoemde inspectie bevoegd is voorschriften te geven, welke in verband met de bepalingen van de Schepenwet noodzakelijk zijn voor de veiligheid en zeewaardigheid van het schip. Al acht de Raad het wenselijk dat de door de inspectie bedoelde uitbreiding van de bovenbrug zal geschieden, kan elke wenselijke verbetering niet leiden tot het geven van een verplichtend op te volgen voorschrift. Indien de bovenbrug niet wordt vergroot, zal daardoor de zeewaardigheid en de veiligheid van het schip niet in gevaar worden gebracht en wordt de bediening van het schip niet dermate bemoeilijkt dat het voorschrift gerechtvaardigd is te achten, daar het geen bepaald vereiste is, dat degeen die de navigatie leidt, langs de zijden van het schip kan zien en dat bovendien, indien zulks toch nodig mocht blijken te zijn, iemand op de benedenbrug staande en van daar langs de zijden van het schip kan zien, zeer gemakkelijk zijn bevinding aan degeen, die navigeert, kan meedelen.
De Raad is echter van oordeel dat het zeer noodzakelijk is, dat ingevolge de aanwijzing van de scheepvaartinspectie, de telegraaf op de bovenbrug wordt aangebracht. De directeur van de Stoomvaart Mij. ‘Oostzee’ heeft verklaard, dat zulks zal geschieden. De Raad overweegt, dat derhalve de noodzakelijkheid niet is gebleken, het door de Scheepvaartinspectie gegeven voorschrift te handhaven en doet daarom genoemd voorschrift, tot doortrekking van de bovenbrug naar voren en met vleugels tot aan de zijden van het stoomschip BRITSUM, te niet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de heden gehouden zitting deed de Raad uitspraak betreffende het stranden op een rif in de nabijheid van Figueira op 5 juli ll. van het Nederlandse schoenerschip PACIFIC. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval te wijten is aan het slippen van de sleeptros; deze was onvoldoende tegen slippen verzekerd, het touw van de naaiing was kennelijk te dik en bovendien had men het waarloze eind van de tros behoorlijk moeten bevestigen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens werd een onderzoek ingesteld betreffende de aanvaring op 22 augustus jl. te Holtenau tussen het Nederlandse stoomschip HELENA, gezagvoerder H.F. Drescher uit Bussum, rederij Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij te Amsterdam en een Duits vissersvaartuig.
De gezagvoerder H.F. Drescher, als getuige gehoord, deelt mee, dat hij 21 augustus van Stettin vertrok met bestemming naar Amsterdam. De 21e augustus met regenachtig weer en een harde westenwind ontmoette hij in de Kielerbocht twee stoomschepen die zijn koers kruisten, benevens een visserman. Voor de twee stoomschepen gaf de kapitein stuurboord roer om de schepen aan bakboord te passeren. Er werd 1 stoot op de fluit gegeven. Hij kreeg door deze manoeuvre de visserman op 1½ streek aan stuurboord en dat stuurboord ontwijkende, achter de visserman om te gaan. De visserman ging evenwel op plm. ½ streek aan stuurboord gekomen eensklaps overstag; op de HELENA werd daarop bakboord roer gegeven en de machine gestopt; kort daarop volgde de aanvaring. De visserman zonk en de opvarenden werden gered. De visserman had een klein bootje achteraan waarin drie mensen zaten. Er werd niet achteruit geslagen omdat de kapitein bang was dat het bootje van de visserman te dicht bij de schroef zou komen. De schipper van de visserman gaf later als reden voor het overstag gaan op, dat hij niet verder door kon gaan omdat hij anders te dicht bij de zandbank zou komen.
Er werd met het handstuurgerei gestuurd alhoewel er een stoomstuurtoestel aan boord was.
De 1e stuurman J. van der Veer daarna gehoord, verklaart dat hij op het ogenblik van de aanvaring met de kapitein en een roerganger op de brug was. Terwijl men bezig was voor een visserman uit te wijken en deze op ongeveer een halve streek op stuurboord boeg had, ging hij plotseling overstag. De kapitein gaf daarop bakboord roer, de machine werd gestopt en kort daarop volgde de aanvaring. De visserman zonk en de bemanning redde zich met eigen boot. De stuurman denkt dat de reden waarom de visserman zo plotseling overstag ging is, omdat deze een stoomboot dichtbij ziende, zo verbouwereerd waren, dat zij niet wisten wat zij deden. Daarna werd nog een verklaring van de roerganger voorgelezen en wordt daarna de zitting een ogenblik geschorst. (opm: zie ook AH 260913)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 16 september. Het stoomschip HEEMSKERCK, hetwelk op de heenreis naar Archangel in aanvaring is geweest met een Engels stoomschip, kwam alhier met een lading planken van gemelde plaats aan. Na lossing zal het stoomschip naar Rotterdam vertrekken om definitief te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 september. De Nederlandse sleepboot ZWARTE ZEE met een baggermolen voor St. John’s op sleeptouw, passeerde 14 september nm. 4 uur Lizard.


19 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brunsbüttelkoog, 17 september. Het bergingswerk op de in vaart alhier gezonken baggermolen G.G. ( Gebroeders Goedhart ) zijn nu met gunstig gevolg bekroond. Afgelopen zondag werd het vaartuig 3 meter en maandag 5 meter, hoofdzakelijk door een kraan van 150 ton, gelicht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 september. Het Soerabaja droogdok, van Amsterdam naar Soerabaja gesleept door de Nederlandse sleepboten ATLAS en TITAN, heeft heden de reis van Aden naar Soerabaja voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 september. De Nederlandse sleepboot OOSTZEE met een baggermolen van Rotterdam naar Casablanca vertrok 17 september van Portland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

NRC 180913
Briton Ferry, 13 september. De ijzeren en stalen 2-mast gaffelschoener JOHANNA uit Waterhuizen, kapt. Poppelmeier, 10 september van hier naar Pornic vertrokken, is beschadigd uit zee teruggekeerd. De luiken zijn weggeslagen.


20 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 september. Vanochtend is het stoomschip COLMAR, nadat de blokken van het dok waren verlaagd, in het dok geplaatst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 september. De lichters Nº 6 en Nº 9 (Gebroeders Goedhard) worden gerepareerd. De kosten worden geschat op respectievelijk GBP 1.100 en GBP 550.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 september. De voorlopige reparatie aan het stoomschip COLMAR zijn in gang en men verwacht dat ze dinsdag aanstaande (er is enig oponthoud geweest) gereed zullen zijn. Daarna vertrekt het naar Australië en zal bij thuiskomst te Hamburg afdoende repareren.
Wat het stoomschip MAVIS betreft, men gaat nog steeds door met lossen. Een lichter met geborgen lading is reeds naar hier gezonden. De lossing van die lichter zal aanstaande maandag plaats hebben.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De torpedo oefeningen bij de marinetorpedodienst zullen de 1e oktober eindigen en de torpedoboten G5, G7 en G 8 zullen alsdan buiten dienst worden gesteld. De G 6 en FOKA zijn bestemd voor het houden van winteroefeningen in het zuiderfrontier.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 20 september. Van hier is heden vertrokken het nieuwe ewerschip CATHARINA, kapt. J. Uhlendorf, met bestemming naar Hamburg, gebouwd op de werf van Gebr. Coops te Hoogezand. Het schip Is 143 m3 netto groot en voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een beschuldiging voor onze scheepsbouw.
Woensdag jl. is door het Seeambt te Flensburg het geval van het lek worden van de te Sonderburg thuis behorende motorschoener HANS behandeld. Het schip was bevaren door kapitein Carstensen. In mei van dit jaar heeft de schipper en reder Lohse uit Sonderburg, dit zeilschip bij de scheepsbouwfirma Erven J. van Aller in Hasselt bij Zwolle laten bouwen. Enige weken voordat de schoener geheel afgewerkt was, begaf schipper Carstensen, die het schip voeren zou, zich naar Nederland, om het in aanbouw zijnde vaartuig te bezichtigen. Hierbij viel hem op dat het klinken zeer gebrekkig uitgevoerd was. Op zijn vraag, of het schip soms door ongeoefende werklieden gebouwd was, kreeg hij ten antwoord, dat materiaal en werkkrachten goed waren; bovendien was het schip door de Germanischer Lloyd geïnspecteerd en goedgekeurd. Carstensen deelde zijn reder niets van zijn bevindingen mee en maakte verschillende kleine kustreizen, met de HANS, reizen waarbij alleen de motor de beweegkracht leverde.
De volgende reis echter zou van langere duur zijn en wel van Koningsbergen naar Nakskov, met een lading zonnebloemzaadkoeken. Aangezien de wind gunstig was, werden de tot nu toe niet gebruikte zeilen bijgezet. Na korte tijd bemerkte men dat overal in het ruim water binnendrong, niet alleen het dek, waarover zo nu en dan een stortzee sloeg, maar zelfs de zijwanden van het schip lieten water door. De pompen moesten aanhoudend in werking gehouden worden. Niettegenstaande werd de lading (33.297 kg), doordat het water van alle zijden binnendrong, totaal onbruikbaar.
Bij een verklaring voor het Seegericht te Nakskov, werd het schip onzeewaardig verklaard en de classificering opgeheven, Daarna werd het schip op een werf in Wellingdorf bij Kiel gebracht, teneinde gerepareerd te worden. Bij een door deskundigen ingesteld onderzoek bleek, dat de uit staal gebouwde schoener gedurende het bouwen volkomen verknoeid was, en wel zo, dat de reparatiekosten meer dan de helft van de bouwkosten zouden bedragen. De koopprijs bedroeg 36.000 Mark en door een deskundige werden de reparatiekosten op 20.000 Mark geschat.
Het ongelukkigste voor de reder is, schrijft boven aangehaald blad verder, dat hij die enorme kosten niet dekken kan, te meer daar het schip zeer zwaar verhypothekeerd is. De bouwers weigeren het terug te nemen en leggen alle verantwoordelijkheid op de Germanischer Lloyd, doch deze wijst alle verantwoordelijkheid van de hand. De gevolgen van een en ander zijn, dat de eigenaar van het schip de schade van de bedorven lading dragen moet, dat zijn schip reeds sedert 8 weken uit de vaart is en doelloos aan de werf ligt en de renten van de hypotheken betaald moeten worden, terwijl hij zelf buiten verdiensten is.
De twee, door het Seeambt als getuigen gehoorde deskundigen stemden volkomen met elkander overeen in hun verklaring, dat het lek worden van het schip een gevolg was van slechte uitvoering en verregaande nalatigheid bij de bouw. (Schlechter und liederlicher Arbeitsausführung). Hoofdzaak is het uiterst, onzaakkundig klinken en afdichten van de verbindingen bij de spanten, schotten en aan dek. De klinkgaten zijn scheef geboord en de nagels, die dikwijls 2 mm. te klein zijn, zijn scheef tegengehouden en ingelaten. De bodem is met een in de samenstelling minderwaardige cement laag bedekt, waar ijzerconstructie bij de binnendelen voorgeschreven was, heeft men hout gebruikt, de verschansing is in plaats van met 3, slechts met 1 klinknagel bevestigd, de luiken zijn onvoldoende afgedekt en het afvloeiwater kan de spuigaten moeilijk bereiken. De mastkragen zijn eveneens onvoldoende afgedicht en in plaats van behoorlijk materiaal, zijn de naden gedeeltelijk met stopverf dichtgemaakt. De ter zitting aanwezige voorzitter van de Kustschippers, verklaart, als niet opgeroepen getuige, dat zich de laatste tijd zes dergelijke gevallen, bij schepen van Nederlandse werven afkomstig, voordeden. Aldus het verhaal zoals het is overgenomen uit de “Flensburger Ztg". Men zal voelen, wat een dergelijke verklaring betekenen kan voor onze scheepsbouw. Zes dergelijke gevallen in de laatste tijd alleen! Dat is een beschuldiging voor onze scheepsbouwers, maar ook voor de experts van de Germanischer Lloyd, die beter hadden moeten toekijken. Het Seeambt heeft als zijn oordeel uitgesproken, dat het ongeval alleen is te wijten aan de gebrekkige afwerking van het schip. In de Schiffahrts-Zeitung van het “Hamb. Fremdenblatt", waarin we ook het relaas vonden, wordt het geval al gegeneraliseerd: De Duitsers bouwen duur, maar best, de Hollanders goedkoop, maar slecht heet het daar. We weten nu wel, dat het verschil in prijs niet alleen in verband staat met de kwaliteit van het afgeleverde. De prijzen van de grondstoffen, de lonen en andere factoren spreken hierin ook een woord mee. Maar toch, onze scheepsbouwers mogen toezien dat zij hun klandizie niet verliezen! In Duitsland grijpt men dergelijke gevallen graag aan om Nederlanders zwart te maken. Dat we dit relaas opnemen geschiedt niet om hieraan mee te doen, maar om onze scheepsbouwers op de hoogte te brengen van wat de concurrent als materiaal tracht te gebruiken in de bestrijding.


21 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 20 september. De binnenkomende dagmailboot KONINGIN WILHELMINA, van Queenborough, ligt met machineschade bij het Wandelaar lichtschip geankerd. Twee sleepboten en de passagiersboot ADMINISTRATEUR DE BATS zijn uitgevaren om de passagiers over te nemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hr.Ms. pantserdekschip HOLLAND onder bevel van de kapitein ter zee W.H. von Loschen, 20 dezer van Shanghai vertrokken met bestemming naar Soerabaja.


22 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 22 september. Volgens door het Bureau Wijsmuller alhier ontvangen telegram kwam de Nederlandse sleepboot HERMAN op reis van Dordrecht naar Roustchouk gistermiddag met alles wel te Gibraltar aan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 21 september. De mailboot KONINGIN WILHELMINA, die bij het lichtschip WANDELAAR ten anker heeft gelegen, is met sleepboothulp vannacht om 01.30 op de haven gekomen. De passagiers zijn in de nacht half twee geland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 september. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met twee bakken op sleeptouw van de Nieuwe Waterweg naar Reval, passeerde 18 september Holtenau.


23 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 september. Vanmorgen heeft het stoomschip COLMAR het dok weer verlaten. De reparaties zijn afgelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 22 september. Volgens het door Bureau Wijsmuller alhier ontvangen telegram arriveerde de cutterzuiger POSIDONIA, van Rotterdam naar Zuid Australië bestemd, vanmiddag met alles wel te Port Said.


24 september 1913


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 23 september. Van de N.V. Scheepswerven v/h. G. & H. Bodewes werd heden te water gelaten de gaffelschoener SCHNEEWITTCHEN, groot 150 ton, voor Duitse rekening. (opm: bouwnummer 561). De kielen zijn gelegd voor een sleepkaan voor Hollandse, een sleepboot voor Deense en een galjas voor Duitse rekening.


25 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 september. Het stoomschip MERAUKE, dat op de reis van Java naar hier een paar defecte schroefbladen kreeg, staat thans bij Wilton in het dok om te worden gerepareerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 september. De Nederlandse sleepboot SEINE met een baggermolen van Rotterdam naar Canada arriveerde gisteren te St. Michael’s.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 september. Te Lekkerkerk is van de werf van de firma J. Limborgh te water gelaten een stalen motorboot van ongeveer 70 ton. terwijl de kiel gelegd werd voor een sleepboot. Beiden boten zijn voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 september. Te Kampen is van de werf van T. Schepman een kanaalschip van 380 ton te water gelaten. De kiel werd gelegd voor een motorzandzuiger, beide vaartuigen zijn voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 september. Door de werf van de heer Smit te Hoogezand is afgeleverd een voor Duitse rekening gebouwde twee-mast schoener groot 175 m3.


26 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 september. De sleepboot NOORDZEE, van Cádiz naar Southampton, met een baggermolen op sleeptouw, arriveerde heden voormiddag te Portland en zette de reis voort.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 september. Het Duitse stoomschip ELLA (ex. PRINSES SOPHIE), 3.510 bruto en 2.250 ton netto, in 1890 te Greenock gebouwd, van de rederij M. Jebsen te Hamburg, is naar Italië verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de hedenmiddag door de Raad gehouden zitting werd uitspraak gedaan betreffende de aanvaring op 22 augustus jl. nabij Holtenau tussen het stoomschip HELENA (gezagvoerder H.F. Drescher te Bussum; rederij: Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam) en een Duits vissersvaartuig.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval te wijten is aan het plotseling overstag gaan van het vissersvaartuig. De HELENA heeft uitgeweken zoals zulks is voorgeschreven; de ander had dit moeten begrijpen en koers en vaart behouden. Door dit niet te doen, is de aanvaring veroorzaakt. (opm: zie ook AH 180913)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring stoomschip HEEMSKERCK en stoomschip HARTSIDE.
Door de Raad werd een onderzoek ingesteld betreffende de aanvaring op 1 augustus jl. in de Witte Zee tussen het stoomschip HEEMSKERCK (gezagvoerder H. de Groot, rederij Stoomvaart Maatschappij ‘Tromp’, beiden te Rotterdam) en het Engelse stoomschip HARTSIDE uit Newcastle.
Het stoomschip HEEMSKERCK groot 2.183 reg. ton is, op reis van Amsterdam naar Archangel, op 1 augustus jl. in de Witte Zee nabij Treck Island in aanvaring geweest met het van Archangel met hout geladen en naar Aberdeen bestemde Engelse stoomschip HARTSIDE, dat met schade aan boeg en voorsteven te Tromsö binnenliep en na voorlopige reparatie de reis vervolgde.
De voorzitter, de heer Kirberger, deelt de gezagvoerder H. de Groot mee dat het onderzoek ook zal lopen of het ongeval te wijten is aan een handeling zijnerzijds. De gezagvoerder, buiten ede gehoord, deelt mee dat hij op reis van Amsterdam naar Archangel met goed weer, doch enigszins heiig, Kaap Orlof gepasseerd was en aldaar kruispeilingen werden genomen. De mistseinen van Kaap Orlof (kanonschoten om de 5 min.) werden gehoord. Deze Kaap gepasseerd zijnde werd het gaandeweg dikker en werd de machine op “zacht aan" gezet, toen hij plotseling een mistsein hoorde van een tegen koersend stoomschip op ongeveer 3 streken aan stuurboord. Hij gaf als mistsein een lange stoot op de stoomfluit; van het andere schip hoorde hij ook een lange stoot op de fluit, kort daarna evenwel twee korte stoten. Hij bleef met “zacht aan” werkende machine doorstomen; toen kort vóór de aanvaring hij het andere schip zag en een aanvaring onvermijdelijk was stopte hij evenwel de machine niet, omdat hij bevreesd was de aanvaring in de midscheeps zou plaats hebben. De aanvaring had plaats op stuurboord boeg, waar een vrij groot gat was ontstaan boven water, ook beneden de waterlijn was er schade en maakte het schip water. Na de eerste aanvaring had een tweede aanvaring met hetzelfde schip plaats en werd van deze het boeganker door de boven beplating van de HEEMSKERCK gedrukt. Op het ogenblik van de aanvaring liep het schip ongeveer 3 mijl. Eén van de matrozen, die in het volkslogies zat, waar de aanvaring heeft plaats gehad, heeft daardoor een kleine verwonding opgelopen, echter niet ernstig. Toen de aanvaring plaats had liep het schip ongeveer 3 mijl; de gezagvoerder oordeelde dat het aanvarende schip een vrij grote vaart liep; men heeft echter na de aanvaring niets meer van het andere schip gezien. De zitting duurt voort. (opm: zie vervolg in AH 270913)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 september. — De sleepboot SEINE, van Rotterdam naar Canada met een baggermolen arriveerde 24 september te St. Michaels.
— De sleepboot ZWARTE ZEE, van Rotterdam naar St. John, met de LECONFIELD op sleeptouw, arriveerde 24 september te Fayal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 25 september. De torpedojager VOS, gebouwd op de werf te Fijenoord, wordt deze week te Vlissingen verwacht, teneinde op de rede aldaar proeftochten te houden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 25 september. Gisteren werd op de Eems proef gestoomd met de nieuwe zeesleepboot LA LIBERTÉ, gebouwd aan de N.V. Scheepswerven v/h. G. & H. Bodewes alhier. (opm: bouwnummer 570). Ketel- en machine-installatie van 300 ipk werden geleverd door de N.V. Machinefabriek “Fulton" alhier. Het geheel voldeed ruimschoots aan de gestelde eisen, zodat de boot dan ook door de bestellers werd geaccepteerd, om dezer dagen naar haar bestemmingsplaats in Zuid-Amerika te vertrekken.


27 september 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 27 september. De dagmailboot KONINGIN WILHELMINA die zaterdag 20 september met een defect aan de machine hier werd binnengesleept, zal morgen zondag, weer in de geregelde dienst naar Queenborough vertrekken. De KONINGIN WILHELMINA had deze week juist de zogenaamde oplegweek.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 september. Onze lezers zal het nog vers in het geheugen liggen, dat er in de nacht van 15 op 16 september jl. in de Nieuwe Waterweg een aanvaring heeft plaats gehad tussen de stoomschepen MAVIS van de General Steam Navigation Co., en het stoomschip COLMAR van de Deutsch- Amerikanische Packetfahrt A.G., met het ongelukkige gevolg, dat de MAVIS zonk en er een passagier verdronk.
Meerdere keren werd ons gevraagd, hoe het met het bergingswerk op de MAVIS stond en of wij ook iets konden zeggen inzake het boven water brengen van de passagier, die met de MAVIS ten onder ging. Wij hebben echter even zoveel maal het antwoord moeten schuldig blijven.
Heden hebben wij een bezoek gebracht aan het gezonken stoomschip en gezien, dat het nog steeds zit zoals het ten onder ging en wel even beneden "De Vergulde Hand" met de kop dicht bij de zuidwal, het achterschip iets meer uit die wal.
De MAVIS ligt op meer dan 500 meter afstand van de plek waar de aanvaring plaats had en nu met de kop naar zee gericht. (Bij de aanvaring was de MAVIS van Londen binnenkomende). De MAVIS heeft nog ongeveer 20 minuten aan de boeg van de COLMAR gehangen voordat beide schepen vrij van elkaar kwamen.
De verongelukte passagier is nog niet boven gebracht. De Nieuwe Berging Maatschappij (dir. G. Dirkzwager Mz.) te Maassluis, die voor het bergen van schip en lading een contract heeft gesloten, is er met zwaar materiaal bij, omdat het op de rivier alhier nog niet is voorgekomen dat er zulk een groot aanvaringsgat moest worden dicht gemaakt. Het gat is hoog vanaf de laagwaterlijn naar beneden gerekend 8,90 meter, van boven aan het dek is het gat breed 4,50 meter, beneden aan de kim 2 meter en vandaar loopt het gat nog 7 voet onder het vlak van het stoomschip door.
Heden en vorige dagen is de bemanning van de bergingsboot STIER, die aan stuurboord van de MAVIS ligt, bezig met het lossen van de lading uit de voorruimen. Uit het ruim No. 1, waarin hoofdzakelijk koffie- en paardenbonen balen waren geladen, worden door een 12 Eng. duims haal- en perspomp van de STIER de boontjes die door het openspringen van de balen gezusterlijk door elkaar liggen, naar boven op een zeef gezogen om vandaar in een ruim van de lichter N.B.M. No. 3 te worden geborgen.
Een groot gedeelte van de stukgoedlading, bestaande uit kisten thee, vaten katoenzaadolie, bereide en onbereide geitenvellen, pakken oud blik, manden, enz., is reeds geborgen. Een kostbare partij onbereide en bereide geitenvellen zijn op een paar pakken (4 stuks) na alle naar boven gebracht. Twee lichters met lading zijn reeds naar hier gesleept.
Inmiddels werken onophoudelijk de duikers (4 in aantal; 2 uit IJmuiden) in het schip en zoveel mogelijk onder het aanvaringsgat. In het geheel werken er 40 man.
Onder het aanvaringsgat wordt geregeld, door twee duikers, de zich aldaar bevindende klei weggegraven; in een 8 voet diep gat naast het stoomschip geworpen en daarna zuigt dan de 14-duims haal- en perspomp van de bergingsboot BUFFEL, die aan bakboordzijde ligt, ze weg en perst ze dan naar de andere zijde van de bergingsboot.
Wanneer men nu met het weggraven van de klei gereed is, wordt het gat dichtgemaakt, waarvoor de "frames" (steunstukken) reeds gereed zijn. Over die frames wordt dan de bekisting gelegd en bevestigd. De luikhoofden worden rondom zo hoog bekuipt, dat er bij hoog water geen water in kan komen en verder worden alle openingen, deuren, patrijspoorten, enz., goed gesloten (zgn. voorzien). Met veel pompmateriaal benevens de STIER en BUFFEL, zal men dan trachten het stoomschip lens te pompen. Het is zeer moeilijk om op dit schip te werken. Bij laagwater komen het bakdek en het voorluikhoofd maar even te zien; het achterschip blijft zowel bij laagwater als hoogwater steeds onder. Bij laagwater kan men op het navigatiedek lopen tot aan het hek en dan staat op het verdere achtergedeelte nog 2 meter water. Op dit gedeelte van het stoomschip zijn slechts de laadbomen en een paar ventilators te zien. Wanneer het stoomschip geheel zal zijn gedicht, valt moeilijk te zeggen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 26 september. Het Nederlandse tjalkschip LIBRA, kapt. Pott, heden van Swensburg alhier binnengelopen, is op de Elbe in aanvaring geweest met het Duitse stoomschip JOHANN HIJTMANN (opm: mogelijk JOHANNA HEITMANN), waardoor eerstgenoemd schip belangrijke averij bekwam. In het achterschip zijn enige spanten gebroken, platen verbogen en de kajuit ingedrukt, terwijl midscheeps eveneens platen en spanten verbogen zijn. Het schip gaat van hier ter reparatie naar de werf van de heer Mulder te Waterhuizen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring stoomschip HEEMSKERCK en stoomschip HARTSIDE. (Vervolg.)
De tweede stuurman A.J. ten Tije deelt mee, dat hij op het ogenblik van de aanvaring de wacht op de brug had. De kapitein en een roerganger waren ook op de brug. Na het passeren van Kaap Orlof werd de koers van ZZO veranderd op Zuid. Het weer was goed, doch enigszins heiig, het werd evenwel langzamerhand dik van mist. Er werden mistseinen gegeven, doch de vaart bleef behouden, totdat er een mistsein van een ander stoomschip op stuurboord boeg werd gehoord en werd de machine op “zacht aan" gezet. Het andere schip gaf eerst een lange stoot en enige tijd daarna twee korte stoten; plotseling kwam het andere schip in het zicht en de aanvaring volgde. Op de vraag van de voorzitter of de getuige het niet gevaarlijk had geoordeeld dat het schip met dik van mist volle kracht door bleef stomen, antwoordde hij dat zulks niet het geval is geweest. De matroos W. Haafs was een ogenblik vóór de aanvaring aan het roer geweest en daarna op uitkijk op de onderbrug. Na het passeren van Kaap Orlof was hat eerst helder en enige tijd daarna werd het mistig en werden er mistseinen gegeven. De machine werkte tijdens de aanvaring “zacht aan" en hij denkt dat even voor de aanvaring deze gestopt werd. De eerste stuurman M. van der Berg was op het ogenblik van de aanvaring te kooi. Hij had de mistseinen gehoord, van de vaart van het schip wist hij niets mee te delen. De eerste machinist B. de Vrij verklaart niets te weten aangaande het weer. Hij was tijdens de aanvaring op wacht en te 9.40 uur nm. had hij volgens dekorder de machine op “zacht aan” gezet; een minuut of 3 daarna werd een zware schok gevoeld en werd de telegraaf op volle kracht vooruit gezet en daarna gestopt. Er werd toen weer een lichte schok gevoeld. De kapitein zegt niet te weten dat hij order gegeven heeft om volle kracht vooruit te stomen. Nogmaals door de voorzitter gevraagd of hij iets aan de Raad heeft mee te delen, zegt hij dat hij uitdrukkelijk verklaart niet met volle kracht in de mist gestoomd te hebben. Toen het mistig was had hij vaart verminderd en vond dat het niet zó dik was geweest, dat hij het nodig oordeelde om de machine geheel te stoppen. De matroos, die tijdens de aanvaring aan het roer had gestaan was op reis afgemonsterd en kon derhalve niet gehoord worden. Hierna werd de zitting gesloten en zal de Raad later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 260913 en AH 071013)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 september. Van de werf van de firma H.H. Bodewes te Millingen, is te water gelaten een stalen sleepkaan van 617 ton, gebouwd voor Duitse rekening. De kiel werd gelegd voor een sleepkaan van 700 ton, eveneens voor Duitse rekening.


29 september 1913


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 september. — De sleepboot NOORDZEE, van Cádiz naar Southampton, met een baggermolen op sleeptouw, arriveerde 26 september vm. te Portland en zette de reis voort.
— De sleepboot THAMES, van Rotterdam naar Montevideo, arriveerde 26 september te St. Vincent K.V. om te bunkeren.


30 september 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de gistermiddag door de Raad voor de Scheepvaart gehouden zitting werd uitspraak gedaan betreffende het ongeval (het overlijden van 2 schepelingen ten gevolge van gasontwikkeling nabij of in de kruitkamer) op 29 april 1913 aan boord van het stoomschip KAWI, gezagvoerder G. de Boer; rederij: Rotterdamsche Lloyd, beiden te Rotterdam.
De Raad, in het midden latende, hetgeen door de deskundigen in het door hen uitgebracht rapport is gezegd over de stank, welke in de tankruimte zou zijn ontstaan en de wijze, waarop deze daar zou zijn ontwikkeld, wijl dit een en ander geen onmiddellijk verband houdt met het ongeval, is van oordeel op de door de deskundigen aangevoerde gronden, welke hij overneemt en tot de zijne maakt, dat de dood van de timmerman J.K. van Hartingsveld en van de bootsman P. Klaus is te wijten aan het inademen van de in het rapport genoemde schadelijke gassen, welke zich in de kruitkamer hadden verzameld en welke met het uitstromende water een uitweg hebben gevonden, zulks te meer, waar — volgens verklaring van de deskundigen ter zitting — gassen zich in afgesloten ruimten met water kunnen vermengen en dan weer ontbinden, wanneer zij aan de lucht komen. Met de deskundigen is de Raad verder van mening, dat een ventilatiekoker, aangebracht als in het rapport vermeld, herhaling van dergelijke rampen kan voorkomen. Ten slotte stelt de Raad er prijs op te vermelden, dat de deskundigen in hun rapport nog op de onvoldoendheid van de aan boord aanwezige rookmaskers en op het ontbreken van een zuurstofkoker wijzen. Over de rookmaskers zeggen zij het volgende: De aan boord aanwezige rookmaskers, voorgeschreven volgens de Schepenwet en bestaande uit een stofbril met daaraan bevestigde spons, welke spons met een elastiek aan het hoofd voor neus en mond bevestigd wordt en zo nodig met azijn kan worden gedrenkt, zijn voor het betreden van ruimten, waarin de lucht niet voor inademing geschikt is, ten enenmale onvoldoende. Hoewel de naam rookmasker dragende, zijn het inderdaad niet anders dan respiratoren om het verkeren in met schadelijke stofdelen bezwangerde lucht mogelijk te maken. Voor ruimten met rook of andere gassen gevuld, kunnen ze geen diensten bewijzen; dat ze bij de ramp in kwestie een weinig geholpen zouden hebben, mag slechts aan het spoedig verdwijnen van het gas of andere toevallige omstandigheden geweten worden. In fabrieken of werkplaatsen, waar schadelijke gassen in gesloten ruimten kunnen ontstaan, worden dan ook steeds rookhelmen met mechanische luchttoevoer (Königsche helmen) of wel draagbare zuurstofkoffers met mondstuk (Dräger apparaten) voorgeschreven. Ook de brandweer gebruikt voor het betreden van ruimten, gevuld met rook, niet anders dan bovengenoemde helmen. Wat de zuurstofkoffer betreft, verklaren de deskundigen, dat zulk een toestel in het geval in kwestie uitnemende diensten had kunnen bewijzen, hetgeen ook blijkt uit de vele vergeefse pogingen, die door de behandelende doctoren in het werk zijn gesteld om een zuurstofapparaat te krijgen. Dergelijke toestellen mogen volgens het oordeel van ondergetekenden in de uitrusting van een modern schip, vooral ook met het oog op het bijbrengen van drenkelingen, allerminst ontbreken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring stoomschip JOHANNA en de logger DAGERAAD.
De Raad voor de Scheepvaart stelde een onderzoek in betreffende de aanvaring op 3 september jl. op de Nieuwe Waterweg tussen het stoomschip JOHANNA (gezagvoerder J.A. Bosma, rederij Jos. de Poorter, beiden te Rotterdam) en de logger DAGERAAD, ML - 1 (schipper L. Smit te Maassluis; reder W. Onweleen te Maasland). Het van Caen komende stoomschip JOHANNA, groot 1.120 ton, kwam op 3 september jl. nabij de Poortershaven in aanvaring met de logger DAGERAAD, die tegen een dukdalf werd gedrukt en daardoor een gat kreeg in het voorschip boven de waterlijn. De JOHANNA bekwam geen averij.
De zeeloods Aart Meuldijk als getuige gehoord, deelt mee dat hij 3 september 's nachts te half drie met het stoomschip JOHANNA de Nieuwe Waterweg invoer. Het was gaande vloed; het weer was goed. Bij dukdalf 6 rood in de nabijheid van de Poortershaven gekomen, bij welke haven het schip ten anker wilde komen, en daartoe moest rondzwaaien, zag hij vooruit de lichten van een meegaande sleep. De loods was van plan zuid over rond te zwaaien. Met stuurboordroer werd de machine achtereenvolgens op halve kracht, „zacht aan" en op stop gezet. Na een poosje gestopt te zijn, zette hij de machine op volle kracht achteruit; het achterschip ging niet zoals hij gedacht had bakboord uit, maar daarentegen stuurboord uit, vervolgens werd weer met stuurboordroer met de machine vooruit gewerkt, daarna weer achteruit.
Ten gevolge van dit manoeuvreren en de zware ontzettende stroom kwam de JOHANNA dicht bij de Noordwal, alwaar hij met de middelste logger, van de inmiddels dichtbij gekomen sleep in aanraking kwam. Deze logger werd hierdoor tegen een dukdalf gedrukt en bekwam een groot gat boven de waterlijn.
De getuige P.J. Visser, schipper aan boord van de sleepboot BLANKENBURG, deelt mee dat hij 3 september 's nachts de Maas opvoer met 3 loggers op sleeptouw, de noordzijde van het vaarwater houdende. Hij hoorde van een oplopend stoomschip 4 stoten op de stoomfluit, hetgeen betekende dat dit schip bij de Poortershaven moest wezen. Om het stoomschip, wat inmiddels op 4 à 500 meter genaderd was, meer ruimte te geven hield hij nog meer naar de Noordwal en gevaar voor aanvaring ziende hadden de gesleept wordende loggers ook zoveel mogelijk naar de Noordwal gestuurd. Het stoomschip raakte echter de middelste logger, die daardoor tegen een dukdalf werd gedrukt en een groot gat bekwam. De schade aan de dukdalf en de logger DAGERAAD toegebracht bedroeg NLG 900.
Tenslotte werd een door de schipper van de DAGERAAD afgelegde verklaring aangaande dit ongeval voorgelezen. De zitting werd daarna gesloten en zal de Raad overwegen of er nog meer getuigen gehoord moeten worden en later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 071013)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 september. — De sleepboot NOORDZEE, met een baggermolen op sleeptouw, arriveerde 27 september van Cádiz te Southampton.
— De sleepboot SCHELDE arriveerde 27 september, met twee bakken van Rotterdam te Reval.
— De sleepboot THAMES, van Rotterdam naar Montevideo, vertrok 26 september van St. Vincent K.V.


01 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelburg, 1 oktober. Het Nederlandse stoomschip LEERSUM, met een lading hout van Archangel hier binnen, heeft op de reis door slecht weer de grote mast en een gedeelte deklast verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 september. Volgens een telegram uit Drontheim is het Rotterdamse stoomschip WIERINGEN, van Archangel naar Amsterdam met hout, bij Sandtov op zandige bodem gestrand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 september. Te Weert is van de werf van de N.V. Weerter Scheepsbouw Maatschappij te water gelaten een stalen sleepkaan, terwijl de kiel gelegd werd voor eenzelfde vaartuig, beide voor Belgische rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 september. Van de werf van de firma J.D. Brouwer Jr. te Haarlem is te water gelaten een stalen sleepkaan en werd de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig, beide voor buitenlandse rekening.


02 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens een bij het Departement van Marine ontvangen bericht zijn Hr.Ms. torpedobootjagers LYNX en HERMELIJN onder bevel van adjudant luitenant ter zee 1e klas Jhr. F. Van Mühlen 30 september van Alexandrië vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reddingsmiddelen aan boord van Gouvernements-schepen.
Een correspondent van de Nieuwe Soerabajasche Courant te Timor bezocht één van de aldaar gestationeerde gouvernements-stomers. Het schip lag gereed voor vertrek. Welnu, daar bevonden zich aan boord: de gezaghebber, 2 stuurlieden, 3 machinisten, 27 man inlandse equipage, 3 passagiers 1e klasse, 3 groepen = 60 man militairen en 40 dwangarbeiders, ook totaal 136 man. De aan boord aanwezige sloepen zij één z.g. barkas, één jol en één vlet alsmede nog een onbruikbare motorboot. Althans een motorboot wordt en hoge en wilde zee als beslist onzeewaardig aangemerkt.
Volgens het Zeemanshandboek van S.P. l’Honoré Naber, deel II pagina 456, geeft als maximum aantal personen in een voor zeeramp uitgerust vaartuig: Barkas: 30 personen, Jol: 24 personen, Vlet: 20 personen, totaal 74 personen.
Nemen we voor overbelading nog 25 pct. en 15 personen in de onzeewaardige motorboot, dan zijn toch nog 28 mensen gedoemd als ratten te verdrinken.
Is het niet meer dan treurig, waar wetten gesteld worden aan mail- en vrachtstomers, deze wetten Gouvernementsschepen straffeloos overschreden mogen worden?
En de gezaghebbers kunnen er niets aan tegen doen; het is de wil van het Departement van Marine. De gezaghebber, die weigeren zou met dusdanig overvol schip over zee te gaan, zou onherroepelijk de ‘’laan uitgaan’’.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 2 oktober. De goederenstoomboot JEANETTE, kapt. Lindenberg, is hedennacht bij Liefkenshoek omhoog geraakt. Vermoedelijk zal de boot spoedig vlot komen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Na een welgeslaagde proeftocht is door de Arnhemsche Stoomsleephelling Maatschappij te Arnhem aan de firma Gebr. Goedkoop afgeleverd de sleepboot HEYME GOEDKOOP, welke bestemd is om dienst te doen op het Noordzeekanaal en in de havens van Amsterdam en Zaandam.
HEYME GOEDKOOP – Collectie onbekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 oktober. Het stoomschip WIERINGEN is met assistentie vlot gekomen en heeft de reis naar Amsterdam voortgezet. Tanks 2 en 3 zijn waarschijnlijk lek.
(opm: zie ook AH 181013 en AH 221013)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 30 september. Heden is van hier vertrokken de op de werf van de firma Wortelboer te Westerbroek nieuw gebouwde sleepkaan LOUISE STROOMEIJER groot 2.200 m3, verdeeld in 12 ruimen, voor rekening van de firma Stroomeijer te Konstanz aan de Rijn. Deze kaan, de grootste in de Noordelijke provincies gebouwd, wordt van hier over de Wadden naar Rotterdam gesleept om aldaar te laden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 2 oktober. Hedenmiddag werd met goed gevolg van de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te water gelaten een onderzeeboot genaamd Onderzeeboot V, bestemd voor de Koninklijke Nederlandse Marine. (opm: werfnummer 148)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 oktober. Gisteren namiddag werd alhier proef gestoomd op de Eems met de nieuwgebouwde stoomgoederenboot Telegraaf XVII van de werf van de heer E.J. Smit & Zoon te Hoogezand, voor rekening van de firma Cornelder & Zn. te Rotterdam.
De boot is voorzien van een compoundmachine van 135 ipk en voldeed aan de gestelde eisen. De boot is bestemd voor goederenvervoer in vast veer van Rotterdam—Amsterdam—Emden —Papenburg—Leer, v.v. onder kapt. J. Bogeholt, reeds sedert jaren in dienst van bovengenoemde firma.


03 oktober 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is donderdag namiddag te water gelaten het stalen petroleumtankschip IALINE, gebouwd voor Londense rekening. Het schip zal worden voorzien van 2 Bolinder motoren van 120 pk ieder.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 oktober. Het stoomschip WIERINGEN heeft om vlot te komen, assistentie gehad van het stoomschip ANDENAES en een deel van de lading geworpen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Middelburg, 1 oktober. Het Nederlandse stoomschip LEERSUM, dat hier is aangekomen met een lading hout van Archangel, heeft op de reis door slecht weer de grote mast en een gedeelte van de deklast verloren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 oktober. De sleepboot ROODE ZEE vertrok 1 oktober van Barrow on Furness naar Buenos Aires met een droogdok op sleeptouw, geassisteerd tot Madeira door de sleepboot POOLZEE.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 3 oktober. Met gunstig gevolg is van de werf van Gebr. J. & G. Verstockt te water gelaten de staal-ijzeren 3-mast schoener WILHELMINA WAGNER, groot plm. 300 ton, gebouwd voor rekening van kapt. K. Deen van Groningen, welk schip thans weer is verkocht aan een Duitse rederij en thans zal worden uitgerust met een 2-cil. Kromhout ruwoliemotor van 90 pk.
De kiel is weer gelegd voor een 2-mast gaffelschoener voor rekening van kapt. E. Paap van Groningen. (opm: zie ook NNO 170713)


04 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 3 oktober. De stoomboot JEANETTE, is zonder hulp vlot gekomen en naar Rotterdam vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 oktober. Aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij is door Solleveld, Van der Meer & T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij alhier de bouw opgedragen van twee stoomschepen, elk van 5.500 ton laadvermogen, zijnde duplicaatschepen van het thans bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij voor genoemde firma in aanbouw zijnde stoomschip NOORDDIJK.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 oktober. Men seint ons uit Hamburg: Het van Hull komende Nederlandse stoomschip OLANDA is op de Beneden Elbe op het Osterrif gevaren en blijven zitten. De pogingen om het stoomschip vlot te brengen zijn mislukt.


05 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 4 oktober. De door de werf ‘Gusto’ hier gebouwde zuiger CHUNG HUA van hier naar Tientsin, vertrok heden van Colombo. Alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Middelburg, 4 oktober, het Nederlandse stoomschip LEERSUM, kapt. Stekelenburg, dat enige dagen geleden hier arriveerde met verlies van bezaansmast en het grootste gedeelte van de achterdeklast (hout) ten gevolge van op de Noorse kust doorstaan stormweer, zal naar Rotterdam vertrekken om te repareren. (opm: zie ook AH 221013 en AH 291013)


06 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 oktober. Volgens bericht, ontvangen door de directie van de K.H.L. zal de proeftocht van het stoomschip GELRIA, voor genoemde maatschappij gebouwd bij de firma Alex Stephan & Sons Ltd. te Glasgow op woensdag 8 oktober plaatshebben.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 oktober. Naar men ons meedeelt zal de Koninklijke West Indische Maildienst in het begin van december aanstaande een directe dienst met 3 wekelijks vertrek van Amsterdam en Rotterdam op Barbados, Trinidad, Venezuela, Curaçao, Colombia en Colon met doorvoer naar de Westkust van Centraal- en Zuid Amerika openen. De dienst zal in het begin met vrachtschepen onderhouden worden, doch van 1913 af zullen nieuwe mailschepen van ongeveer 5.500 ton bruto, 13 mijls vaart, en met gelegenheid voor ongeveer 120 passagiers 1e klasse op de lijn geplaatst worden. Behalve dat door deze lijn de verbinding met Trinidad, Venezuela en Curaçao, nu reeds door de Koninklijke West Indische Maildienst bediend, belangrijk verbeterd en versneld zal worden, wordt een tot nu toe ontbrekende rechtstreekse verbinding tussen Nederland enerzijds en Barbados en Colombia en Colon anderzijds verkregen. In de bestaande verbinding via Suriname brengt de nieuwe lijn geen verandering.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 5 oktober. De Nederlandse sleepboot HERMAN, van Dordrecht naar Roustehonk (Bulgarije) is door een door Bureau Wijsmuller hier ontvangen telegram hedenmorgen met alles wel te Sulina.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 5 oktober. Het van Antwerpen afkomende Nederlandse stoomschip ROSSUM ankerde hier op de rede met een defect aan de machine. Met eigen middelen werd de schade hersteld en daarna de reis naar Newport voortgezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 5 oktober. Bij het verhalen van het Nederlandse stoomschip OOTMARSUM liep de sleepboot WILLY CHARLES tegen de sleeptros en brak daardoor de mast.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 5 oktober. Door de heer A.C. Lensen te Terneuzen is bij de firma Craig, Taylor & Co. Ltd. te Stockton on Tees een stoomschip van 4.200 ton besteld, dat in de eerste helft van 1914 in de vaart zal komen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 oktober. Het stoomschip ZANDBERGEN is naar St. Petersburg verkocht. (opm: zie RN 281013)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 oktober. De sleepboot FORTUNA is gistermiddag van Rotterdam via Antwerpen, laatst van Plymouth, te Huelva aangekomen; alles wel.


07 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dinsdagmorgen gaan wij naar Glasgow uit proefstomen met het nieuwe stoomschip GELRIA van de Koninklijke Hollandsche Lloyd.
En nu ’t buiten toch wat mistig en guur is, kruip ik genoeglijk in een hoekje van de gezellige eetzaal van dit ook voor passagiers zo gerieflijk ingerichte schip, om u alvast wat mee te delen omtrent het moderne zeekasteel waarheen ik nu over Edinburgh met deze ‘Leithboot’ onderweg ben.
Het gaat de Koninklijke Hollandsche Lloyd goed tegenwoordig. Waar nog maar weinige jaren geleden zo maar eens te hooi en te gras een schip de Nederlandse vlag vertoonde in de bedrijvige havens van de welig opbloeiende Zuid-Amerikaanse staten, daar heeft de Lloyd door zijn vaste verbinding die leemte met ere voor ons land hersteld. En in het begin van 1914 zal daar in plaats van om de drie weken, zoals thans, geregeld alle veertien dagen een van de mooie, moderne schepen van zijn vloot aan beide einden van de lange zoglijn de passagiers, de post, benevens het vrachtgoed aan boord nemen, om ze met een record van snelheid en een maximum van gemak over te brengen van Amsterdam, Dover, Boulogne, Coruña, Vigo en Lissabon naar Rio de Janeiro, Santos, Montevideo en Buenos Aires of, langs dezelfde route, uit de Nieuwe- en in de Oude Wereld terug.
Inderdaad, een voorspoedige groei. Sedert in het voorjaar van 1909 het eerste van de nieuwe serie dubbelschroef stoomschepen HOLLANDIA, FRISIA en ZEELANDIA in de vaart kwam, hebben deze boten in beide werelddelen blijkbaar zo’n goede roep verworven, dat de directie verplicht was tot het aanbouwen van twee weer veel grotere, nieuwe luxe schepen om de dienst te versterken. Als die nu weldra in de vaart zijn, dan neemt deze Nederlandse maatschappij een allereerste plaats in, in de toch zo levendige concurrentie met de Duitse, Franse, Engelse, Spaanse en Italiaanse lijnen. Want met deze GELRIA en de TUBANTIA zijn tevens de grootste, de snelste en de weelderigste schepen van de internationale vloot op Zuid-Amerika genoemd.
De GELRIA is thans gereed. De TUBANTIA is nog in wording, beide uit staal gebouwd op de werven van Alex Stephen & Sons, te Linthouse bij Glasgow aan de Clyde, en wel onder bijzonder toezicht van de Nederlandse scheepvaartinspectie, van Lloyds en van de British Board of Trade, waarom de K.L.H. dan ook de enige buitenlandse maatschappij is die emigranten in Engeland mag inschepen.
Het zijn schepen van 14.200 ton: 187 meter lang en 22 meter breed: 13 meter hoog tot aan het shelter dek, wat respectabele afmetingen zijn. Zij voeren drie volslagen dekken voor en achter: Main- upper- en shelterdek, benevens een menigte andere, alle van staal, ook waar ze met hout bevloerd zijn. Een groot aantal waterdichte schotten, opgetrokken tot het boven-dek, verdeelt elk schip in twaalf afdelingen. En in geval van nood kunnen de deuren hierin binnen tien seconden allemaal gesloten worden door een eenvoudige handgreep boven op de commandobrug. Deze zeegevaarten zijn bovendien over de hele lengte voorzien van dubbele bodems, tevens bruikbaar voor waterballast en voor het meevoeren van grote hoeveelheden vers water gedurende de hele reis, waarbij tussen haakjes mag worden opgemerkt, dat al het drink- en waswater aan boord zorgvuldig gesteriliseerd wordt voordat het in de leiding komt.
Een wanneer er, niettegenstaande deze voorbeeldige beveiligingsmiddelen, nog gevaar mocht ontstaan, dan staan er méér teakhouten reddingsboten gereed om door vernuftig mechanismen binnen de kortst mogelijke tijd en onder de ongunstigste omstandigheden gestreken te worden dan er nodig zijn om aan alle opvarenden ruim plaats te verlenen. Zelfs wanneer de dynamo’s niet meer mochten werken om het schip te verlichten, dan is daar op het bootdek altijd nog een speciale lichtinstallatie klaar om bij het in-de-boot-gaan rust en orde te bevorderen. Een ruime plaats in de boten voor alle opvarenden, dat wil zeggen voor 1.850 passagiers en bemanning tezamen, wat dus gelijk staat met de bevolking van een groot dorp. En tot geruststelling mag dienen, dat de meeste installaties voor de veilige overtocht in duplo aanwezig zijn, om bij het ongedachte haperen van de ene, onmiddellijk de reserve-inrichting in werking te kunnen stellen.
De titaanse macht van elfduizend paardenkrachten stuwt deze schepen met zo grote snelheid door de zeeën. Zij wordt voortgebracht door een eveneens dubbel stel, van elkander onafhankelijke, machinerieën.
Wat het aangename verblijf aan boord betreft, ook over de inrichting daarvan kan ik u reeds een en ander vertellen.
De GELRIA is berekend op 250 passagiers in de eerste, en 230 in de middenklasse, benevens op 140 reizigers in de bijzondere, op 900 personen in de ‘gewone’ derde klasse, voor wier overtocht en verzorging een bemanning van 330 koppen waakt. En ik ben overtuigd dat de gasten bij de proefvaart, als ze straks aan boord zullen komen, verwonderd zullen staan, allereerst over de royale ruimte en de hoogte van verdieping in alle voor het verblijf van opvarenden bestemde afdelingen. Het begrip schip zal ze ontgaan, want je waant je in een weelderig opgevat eersterangs hotel te dwalen, waar alles zó verzorgd is, dat je er vrij en aangenaam kunt bewegen in die brede, hoge, lichte en luchtige gangen, in de gezelligste kamers en in de met smaak zo behaaglijk gemaakte gemeenschappelijke zalen.
Laat ik u de interieurbeschrijvingen mogen besparen, want het meubelmakers- en stoffeerdersjargon zou toch niet weergeven de waarlijk genoeglijke weelderigheid, die hier overal iets feestelijks geeft aan het verblijf aan boord, waarbij toch alle overlading, alle protserigheid angstvallig is vermeden.
Daar is de conversatiezaal met haar in stijl gebouwde Steijnway-vleugel en de welvoorziene muziekkast; de rustige bibliotheek, waar een uitgebreide internationale boekerij ter beschikking staat van de passagiers.
In een stille hoek aan het eind van de gang ligt de werkkamer, het studeervertrek, het privé kantoor, om te corresponderen met vrienden en verwanten, de onvermijdelijke prentbriefkaarten te adresseren, aantekeningen te maken omtrent wat de omgeving van zee en schip en het wisselvallige gezelschap de geest aan indrukken mocht geven op zo’n weldadig kalmerende reis, dan wel om de rusteloze zaken voort te zetten waartoe de schrijfmachine dient, met het kantoor van de draadloze telegrafie vlakbij, dat immer voortdurend de gemeenschap met de wereld aan de wal onderhoudt. En de brievenbus om de hoek wordt … alle dagen gelicht!
Eetzalen, damessalons, rookkamers enzovoort, zij behoren reeds tot de gewone lokaliteiten van een goed ingericht stoomschip. Iets nieuws wellicht is het “verandah-café’’ waar de dames en heren vooral in de tropische gebieden ’s avonds ,,buiten aan zee’’ zullen zitten, behaaglijk uitgestrekt in rieten leunstoelen. Het ritme van de transparant groene golven, vaak fosforescerend na warme dagen, ’t wijde uitspansel met de sterren, met de zilveren schijn van de maan en de aromatische zoelte door de schemering heen, wat geeft ’t leven beter te verlangen dan zo maar stil te mijmeren op dit romantische terras van ’t schip te midden van palmen en bloeiende planten, waaruit een marmeren fontein zijn als diamanten flonkelend water opspuit?
Wanneer onder al die behagelijkheid de passagiers wat lui mochten worden, de directie is ook al bedacht geweest om hun de mogelijke nadelen hiervan af te nemen. Daarom is de gymnastiekzaal ingesteld, op het bootdek, midscheeps, met de gebruikelijke turntoestellen, en bovendien alle moderne apparaten voor heilgymnastiek enzovoort, waarvan de deskundige leraar hun de beste zal aanbevelen om de spieren weer lenig te maken en mogelijke ongemakken te cureren.
Doch hoe staat het nu, bij deze ’uithuizige’ inrichtingen, met de hutten, waar de opvarenden dan toch de nacht moeten doorbrengen en rusten? Die flinke ruimten om zich over de parketvloer te bewegen, de hoge zoldering, de gezellig behangen wanden met een enkel goed schilderij, de gewone ledikanten, net opgemaakt als thuis, de flinke kleerkasten enzovoort, zij hebben niets meer van een scheepshut en zijn aangenaam frisse logeer-kamers geworden, goed geventileerd, met tenminste één groot zijraam, ja zelfs voorzien van een telefoon waardoor het centraal bureau van de bewoner verbinden kan met alle woningen van de mede-eerste-klasse-passagiers, en met alle andere delen van het schip!
Maar niettegenstaande dit alles is er nog een crescendo mogelijk op deze aller modernste schepen. Ik breng u naar het bruggedek, waar de wijk is van de upper ten, een uitdrukking die hier overigens niet opgaat, want dit hele dek is met luxehutten bebouwd; allemaal suites van weelderig ingerichte vertrekken, waar steeds een badkamer bij behoort. De wasbekkens, met toevoer van koud en warm water staan hier ook niet in de slaapkamer maar in een speciale toiletkamer met allerlei bijzonder gerief. En al deze suites krijgen overal volop daglicht, worden geventileerd door een apart pompsysteem.
De inrichting is uiteraard ook nog weer luxueuzer. Zo is iedere trist vertrekken gehouden in telkens weer een andere stijl, waar de bespanning van de wanden en het ameublement aan voldoen. Er zijn er enige met grote zitkamers, waar diepe leunstoelen staan en bijvoorbeeld een schrijftafel, een boekenkast, elektrisch verwarmd, met elektrische fans enz.
Hier op het brugdek heb je de kapsalons, een voor dames en een voor heren, met alle mogelijke verfijnde procedures, om het gezelschap van allerhande schoonheidskuren te laten ondergaan. Daarnaast is de bazaar, waar zij allerlei kleinigheden kunnen kopen, die men bij het inpakken lichter vergeet, dan men ze gemeenlijk elders kan inslaan op zee! En op ditzelfde dek is de secretarie van de scheepsgemeente, zijn de bureaus van de omvangrijke administratie, waar de pursers met hun staf van klerken velerlei boeken en staten bijhouden en de reizigers inlichten, speciaal bij hun komst aan boord.
De eerste-geneesheer woont hier ook, hij heeft er zijn spreekkamer voor patiënten. Maar de apotheek vindt je op een lager dek naast het logies van de tweede-geneesheer. Midden in de passagierswijk staat voorts een compleet fotografisch atelier ter beschikking van de camera-enthousiasten.
Als wij teruggaan naar de hoofdgangen, wijzen verlichte opschriften de verschillende, sterk geventileerde lavatories en de met het modernste comfort ingerichte badkamers aan, ieder met haar kleedkamer ernaast.
In een andere ‘straat’ zijn de bedrijven gevestigd: De telefooncentrale, de elektrische was- strijk- en drooginrichting. We passeren de drukkerij, de bewaarplaatsen voor honderden dekstoelen, de linnenkamers en om vooral niet te vergeten: De welvoorziene provisieberg-plaatsen, die niet minder dan 45.000 kub. voet groot zijn, om er – ten dele bij kunstmatige vorst – de leeftocht te bewaren voor ruim achttienhonderd mensen voor langer nog dan de normale duur van de reis. En de chef-steward zou er u bij vertellen, dat hij daar zo tezamen ’n vijfhonderd verschillende ‘artikelen’ in voorraad heeft. In de koks- en stewards- departementen vindt je drie volslagen restaurantkeukens met reusachtige fornuizen en alle andere systemen van koken op stoom en door elektriciteit, behalve de bakkerij, die dagelijks voor achttienhonderd klanten vers brood heeft te bakken, enz., enz.
De passagiers tweede klasse, die hier middenklasse heet, vinden, zij ‘t minder weelderig, toch vrijwel dezelfde inrichting als die van hun buren van de eerste.
En nu de ‘speciale derde klasse’ achteruit: zij is voorzien van hutten en lavatory’s als in de middenklasse, van een grote eetzaal, een welvoorzien buffet, een goed beschutte ruimte wandelplaats, alles volkomen afgescheiden van de andere klassen.
En dan keren wij terug naar de gewone derde klasse die ‘vooruit’ ingericht is op twee dekken, verdeeld in een aantal gescheiden compartimenten, alles, zij het zonder enige weelde, zo ruim, licht luchtig en hygiënisch mogelijk als de wetten van de verschillende landen dit tegenwoordig voorschrijven. Wie deze verblijven op andere schepen wel eens gezien heeft, zal erkennen dat de Lloyd ook hier het mogelijke gedaan heeft om het leven van de minder bedeelden aan boord zo gerieflijk mogelijk te maken.
Ook in deze afdeling een flinke eetzaal, zitkamers en goed beschutte dek ruimten voor beweging in de open lucht. De stoomverwarming, de kunstmatige ventilatie zorgen voor een gezonde atmosfeer. Frisse wasgelegenheden, behoorlijke badkamers, lavatory’s etc. ontbreken hier niet. De slaapplaatsen zijn ruim en luchtig, en uit de eigen bar, uit het eigen buffet, in directe verbinding met het koksdepartement, worden ook aan deze passagiers de maaltijden en verversingen verstrekt.
Inmiddels is de zon weer doorgekomen, en heeft de nevels verjaagd. Een goed vooruitzicht voor de komende proefvaart, die twee dagen zal duren. De GELRIA wordt vrijdag in Amsterdam verwacht. Zij zou de 16e dezer haar eerste reis ondernemen en de 15e maart door haar zusterschip TUBANTIA gevolgd worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 oktober. Men seint ons uit Hamburg dat het stoomschip OLANDA onderzocht en naar zee is vertrokken. Nader vernemen wij dat de OLANDA onbeschadigd is bevonden en naar de Humber is vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 oktober. De Stoomboot Reederij voor het Slepen van Schepen enz. te Amsterdam deelt ons mee, dat volgens een bij haar ingekomen telegram van de sleepboot ATLAS, via het stoomschip KANSAS van Aden ontvangen, het droogdok SOERABAJA op sleeptouw van de ATLAS en TITAN zich op de 3e oktober op 11º02’ NB en 61º50’OL bevond. Alles wel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in betreffende het zinken op 26 juli 1913 nabij het Haaks-vuurschip van de Duitse baggermolen DUSSELDORF I, gesleept door de sleepboot OCEAAN (gezagvoerder O. Verschoor te Maassluis, rederij L. Smit & Co's Sleepdienst te Rotterdam). De heer C. van Loon, inspecteur van L. Smit & Co's Sleepdienst te Maassluis, chef van het materiaal, als getuige gehoord, deelt mee, dat door de firma Smit & Co's Sleepdienst was aangenomen de baggermolen DUSSELDORF I van Duisburg naar het Kaiser Wilhelmkanaal te slepen. Getuige had opdracht gekregen om genoemde molen, toen te Duisburg liggende, te onderzoeken en zodanige maatregelen te treffen om het vaartuig in een staat te brengen dat het geschikt zou zijn om genoemde zeereis te maken. De heer Holsman van Den Haag was met getuige mee geweest. Het vaartuig was 32 meter lang, 5,70 m breed en 2,10 m hol en gebouwd in het jaar 1888. De constructie was niet bijzonder zwaar, doch baggermolens van hetzelfde type zijn reeds meermalen over zee gesleept; hij vond deze molen wel geschikt voor de voorgenomen reis. Alles wat getuige voorgeschreven heeft wat aan het schip gebeuren moest, is te Dordrecht geschiedt.
De patrijspoorten zijn o.a. afgenomen en de gaten dichtgemaakt met ijzeren platen; een scheurtje in de buitenhuid, bij de bun, werd afgeboord en de verschillende schijnlichten, kappen, schoorstenen enz. werden met planken dichtgemaakt, terwijl de emmers waren afgenomen en zeevast in het ruim gestuwd. Getuige was een verwijt gemaakt, dat hij vele dingen had aangevraagd en verschillende veranderingen had voorgeschreven, die volgens het oordeel van de eigenaars niet nodig waren.
Het schip was niet voorzien van een certificaat van zeewaardigheid; getuige dacht dat zulks niet nodig was, omdat het een Duits vaartuig was. Er was een uitwatering van 90 cm en een diepgang van 1,50 meter.
De verblijven van de bemanning waren zodanig ingericht, dat ze voldoende afgesloten konden worden om het indringen van zeewater te voorkomen. Er waren twee vaste pompen aan boord en bovendien een losse pomp, die aangebracht kon worden door een gat in het dek, welk gat iets te groot was, zodat indien de pomp geplaatst was, het gat niet geheel afgesloten was en hierdoor water in het ruim kon komen.
De heer Veninga doet getuige nog enige vragen aangaande de constructie van de molen, ook of getuige persoonlijk de kolenbergplaatsen heeft onderzocht, hetgeen niet is geschied. Vervolgens wordt een verklaring door de schipper van de sleepboot OCEAAN afgelegd, voorgelezen. Hij verklaarde hierin het volgende: Hij was 25 juli l.l. met goed weer en kalme zee met de baggermolen DUSSELDORF I op sleeptouw van de Waterweg vertrokken met bestemming naar het Kaiser Wilhelmkanaal. Bij het Haaks vuurschip gekomen, waren wind en zee toegenomen en had het schip slagzijde gekregen. Er werd bevonden dat er 2½ voet water in het ruim was, en oordeelde hij het gevaarlijk was voor de bemanning aan boord te blijven. De bemanning ging van boord en zette hij koers naar het Schulpegat om nog te trachten het schip binnen te brengen. Te 7.40 uur evenwel kreeg de baggermolen zware slagzijde en zonk kort daarop. De sleeptros werd daarop gekapt en keerde hij naar de Waterweg terug.
De heer J.J.W. Bijvoet, directeur van de werf ‘Bijvoet’ te Dordrecht deelt mee dat aan zijn werf verschillende reparaties en veranderingen, volgens voorschrift zijn verricht, welke reparaties daarop door hem werden voorgelezen.
Volgens zijn oordeel was de baggermolen hij het verlaten van zijn werf in zeewaardige toestand. Enige runners hadden nog een verklaring afgelegd, waarin zij verklaarden dat de baggermolen niet in een zeewaardige toestand had verkeerd.
De baggermolen was verzekerd voor GBP 5.000; geen van de getuigen kon evenwel de waarde bepalen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft nog de volgende uitspraak gedaan:
Uitspraak betreffende de aanvaring op 3 september op de Nieuwe Waterweg tussen het stoomschip JOHANNA (gezagvoerder J. Bosma, rederij Jos. de Poorter, beiden te Rotterdam) en de logger DAGERAAD ML. I (schipper L. Smit te Maassluis, reder W. Ouweleen te Maasland).
De Raad is van oordeel, dat de directe oorzaak van de aanvaring de werking van het getij is geweest, welke de JOHANNA naar B.B. heeft doen overgaan, hoewel zij volgens de stand van het roer naar S.B. had moeten wijken. Maar de indirecte oorzaak is zonder twijfel geweest het te dicht naderen van de sleep door de JOHANNA juist ter plaatse, waar de laatste moest omzwaaien. Men heeft aan boord van de JOHANNA gemeend, dat de sleep de Poortershaven wel voorbij zou wezen, wanneer de JOHANNA daar gekomen was, maar bedacht had moeten worden, dat het afgaan op een dergelijke schatting vooral in de nacht zeer gevaarlijk is; men had moeten zorgen niet bij de Poortershaven te komen voordat men zich overtuigd had, dat de sleep Poortershaven voorbij was. (opm: zie ook AH 300913)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende de aanvaring op 1 augustus in de Witte Zee tussen het stoomschip HEEMSKERCK (gezagvoerder H. de Groot; rederij Stoomvaart Mij. ‘Tromp’, beiden te Rotterdam) en het Engelse stoomschip HARTSIDE uit Newcastle.
Uit de afgelegde verklaringen valt niet met zekerheid vast te stellen of de aanvaring door schuld van de HEEMSKERCK dan wel door die van de HARTSIDE, misschien ook door beider schuld is veroorzaakt. De op het ogenblik van de aanvaring heersende mist was oorzaak, dat beide schepen elkander eerst hebben gezien op korte afstand en het is onzeker of de aanvaring vermeden had kunnen worden door anders te manoeuvreren aan boord van de HEEMSKERCK dan is geschied. Waar dus niet vaststaat dat de ramp veroorzaakt is door een daad of een nalatigheid van de gezagvoerder H. de Groot, kan op hem geen tuchtmaatregel toegepast worden.
De Raad is echter van oordeel, dat de gezagvoerder niet de nodige voorzichtigheid en met voldoende inachtneming van Art. 16 van het K.B. van 24 april 1897, St.bl. 107, tijdens de heersende mist heeft genavigeerd. Immers de Raad neemt aan, op grond van de verklaringen van de getuigen Ten Tye en De Vrij en de inhoud van het scheepsjournaal, dat zulks vermeldt, dat men volle kracht is blijven lopen toen in de mist werd gevaren, terwijl men toen dadelijk de vaart had moeten matigen. Evenzeer had de gezagvoerder de machine behoren te stoppen, toen hij het mistsein van het andere vaartuig hoorde voorlijker dan dwars, naar hij meende en waarvan de positie niet met zekerheid bekend was.
(opm: zie ook AH 260913 en AH 270913)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 3 oktober. Heden zijn van hier vertrokken een ijzeren tjalkschip genaamd LUCIE en een ijzeren lichter No. 10; beiden gebouwd op de werf van de heren Gebr. Van Diepen te Waterhuizen. Deze schepen zijn bestemd voor Hamburg, varen onder Duitse vlag en zullen door de kapiteins Dories en Koopmans derwaarts worden gebracht.
— In het afgelopen 3e kwartaal zijn hier uitgevoerd 23 nieuwe schepen, gebouwd op Nederlandse werven en voor Duitse rekening aangekocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 5 oktober. Het uitgaande stoomschip TEESSIDER is hedennacht, terwijl het ter hoogte van de Poortershaven geankerd lag wegens mist, aangevaren door de stoomschepen HERMINA en GWENT, eveneens uitgaande. De TEESSIDER beliep daarbij averij aan de voorsteven en de HERMINA kreeg een gat in de zijde; beide keerden terug naar Rotterdam. De GWENT, die ook nog in aanvaring kwam met het naar zee vertrekkende stoomschip MAAS, zette ogenschijnlijk onbeschadigd de reis naar Cardiff voort, doch het stoomschip MAAS moest wegens de bekomen schade aan het voorschip de reis onderbreken en terugkeren naar Rotterdam.
6 oktober. De TEESSIDER is opgenomen in het gemeentedok te Rotterdam. De HERMINA ligt aan de werf van Wilton.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 oktober. Gisteren heeft op de Eems proef gestoomd de nieuwe sleepboot WALTER PETER, gebouwd op de werf van de firma Botje en Ensing te Groningen, voor rekening van de heren W. Alberts en P. de Vries, mede aldaar. Deze boot is voorzien van een triple-compound machine van 200 ipk en voldeed ruimschoots aan de gestelde eisen. Binnenkort vertrekt deze boot naar Duitsland, waar zij verhuurd is om de sleepdienst op het Keizer Wilhelmkanaal te verrichten.


08 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemünde, 6 oktober. Het hier voor noodhaven binnengelopen Nederlandse schip COLUMBUS, kapt. Eefting met steenkool van Geestemünde naar Rönne bestemd, heeft gisteravond nabij Gjedser voor anker gelegen. Tegen 9.30 uur is het schip door een met hout beladen onbekend gebleven stoomschip aangevaren. Van de COLUMBUS werd de kluiverboom afgerukt en de steven verbogen. Verder kreeg het schip nog een groot gat in de zijde boven de waterlijn. Het stoomschip zette, zonder zich om het beschadigde schip te bekommeren, de reis voort. De schade aan het schip, indien ze er is, is daarom onbekend gebleven. De COLUMBUS zal hier repareren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemünde, 6 oktober. De in de Oostzee geheerst hebbende storm heeft meerdere ongelukken veroorzaakt onder andere is de stuurman van het Nederlandse zeilschip ENERGIE overboord geslagen en verdronken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 8 oktober. De Nederlandse sleepboot HOLLAND, arriveerde volgens een door het Bureau Wijsmuller ontvangen telegram gistermiddag met de tanklichter MAZOUT 2 op sleeptouw van Rotterdam te Banana. Alles wel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de ‘Werf Gusto’, v/h. firma A.F. Smulders te Schiedam, is met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van een 20-ton drijvende draaikraan, in aanbouw voor een buitenlandse regering.


09 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens een bij het Departement van Marine ontvangen bericht zijn Hr.Ms. torpedojagers LYNX en HERMELIJN, onder bevel van Hr.Ms. adjudant, luitenant ter zee 1e klas Jhr. J.C.F. von Mühlen, 7 dezer te Aden aangekomen. De officier machinist 2e klas W. Van der Gaag wordt te Stettin gedetacheerd voor het houden van toezicht bij de verdere aanbouw van de 300 tons torpedoboten op de Vulcan werf aldaar.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemunde, 6 oktober. Van het Nederlandse zeilschip PAX, kapt. Huizer, met raapkoeken van Neuss naar Stockholm bestemd, is ter hoogte van Möen de roerkoning gebroken. Het schip, dat onbestuurbaar was, werd gistermiddag door het te Kiel thuis behorende stoomschip DORIS op sleeptouw genomen en op de rede van Warnemünde gesleept. Van de rede werd de PAX door het stoomschip COURIER hier in de haven gesleept. Het stoomschip DORIS zette de reis naar Hamburg voort.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hedenmiddag omstreeks 12.15 uur werd met goed gevolg van de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij alhier het tankstoomschip WIELDRECHT, in aanbouw voor de firma Ph. van Ommeren alhier, te water gelaten. De WIELDRECHT met 20 tanks, een zusterschip van de MIJDRECHT (laatst genoemd schip is 6 voet korter) heeft de volgende hoofdafmetingen: Lang 331, breed 47 en hol 24 voet; het laadvermogen Is 4.600 ton. De triple-expansie machines voor dit stoomschip bestemd, eveneens door voornoemde werf gemaakt, die cilinders hebben met middellijnen van 23, 38 en 62 Eng. duim - de slag Is 42 Eng. duim - kunnen 1.750 ipk ontwikkelen en het schip een snelheid geven van 11 knopen. Twee aan éénzijde stookbare hoofdketels, benevens een hulpketel met een gezamenlijk verwarmend oppervlak van 4.270 vierkante voeten, werkende alle onder een druk van 180 lbs. met Howdens geforceerde trekinrichtingen en Smith's oververhitter leveren de stoom voor bovengenoemde machines en de verdere hulpwerktuigen. Weirspompen worden aan boord geplaatst. Het gehele schip, elektrisch verlicht en door stoom verwarmd, wordt onder toezicht van Lloyds gebouwd en in de hoogste klasse van Lloyds 100 A 1 geplaatst. Op de nu vrijgekomen helling, welke aanmerkelijk zal worden verlengd, zal de kiel worden gelegd van het stoomschip RONDO, lang 430 voet, besteld door de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De firma Vermeer en Van den Arend alhier hebben door de scheepsbouwmeester J.U. Smit te Alblasserdam een zuiggasmotorboot laten vervaardigen, die door de Machinefabriek Drakenburgh v/h. Van Rennes te Utrecht van zuiggasmotoren werd voorzien. De hoofdafmetingen van deze boot zijn: Lang 43 m, breed 7,50 m en hol 3,11 m. De bruto tonnenmaat is 462 en de netto 212 reg.ton. De inhoud is ruim 776 m3, bij een laadvermogen van 630 ton op 11 voet 10 duim diepgang. Er zijn twee luikhoofden groot 9,25 x 4,25 meter, twee masten en twee winches, die gedreven kunnen worden door een hulpmotor van 20 ipk of door een van de hoofdmotoren, waarvan er 2 aan boord zijn. Deze hoofd-zuiggasmotoren, ieder sterk 150 ipk, gaven op een gehouden proeftocht de boot een snelheid van 9,2 zeemijl. Het gas benodigd voor de motoren, wordt door twee generatoren gemaakt, die in een afzonderlijke kamer boven de waterlijn zijn geplaatst. Per 24 uur heeft men daarvoor ongeveer 2 ton antraciet nodig. Een eveneens in de machinekamer geplaatste hulpmotor die de zo even genoemde winches kan drijven, drijft ook de ballast- en luchtpompen. Echter kunnen voornoemde hulpwerktuigen aan een van de hoofdmotoren worden gekoppeld. Het geheel is gebouwd onder toezicht van en geplaatst in de hoogste klasse L. (Long course) van het Bureau Veritas.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare Schepenveiling op dinsdag 31 oktober 1913, om 2 3/4 ure, in de veilingzaal van de Groote Koopmansbeurs te Rotterdam, van:
- Een bij de Stoombootreederij Fop Smit & Co. In gebruik geweest zijnde drijvende werkplaats.
- Schroefscheepsboot VARIETY, 120 ind. pk.
- IJzeren sleepkaan MARIA, 269 ton, 34,30 x 6,15 x 2,10 meter. Voorzien van volledige inventaris en roeiboot.
Nadere inlichtingen versterkt Jacq. Pierot Jr. , makelaar in schepen, Witte Huis, Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 8 oktober. De Nederlandse sleepboot HOLLAND arriveerde gistermiddag met de tanklichter MAZOUT II op sleeptouw van Rotterdam te Banana (Congorivier). Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 6 oktober. Heden is van hier vertrokken het motorschip HANS WAGNER, gebouwd op de werf van Gebr. Niestern alhier. Dit schip, groot 453 m3 netto, is voorzien van een Kromhoutmotor van 90 ipk en voldeed bij het proefvaren op de Eems uitstekend. Het vaartuig vertrok van hier naar Emden om aldaar tegels voor St. Petersburg te laden. Het is voor Duitse rekening gebouwd. (opm: dit is werfnummer 121)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Warnemünde, 6 oktober. De Nederlandse tjalk COLUMBUS, van Geestemünde naar Rönne bestemd, is vanmorgen met lekkage en schade aan de voorsteven alhier binnengekomen. Het vaartuig lag zondagavond bij Gjedser ten anker en werd toen door een groot onbekend gebleven stoomschip aangevaren. (Vermoedelijk het van Riga naar Gent bestemde Russische stoomschip NATALIE, dat zondagavond tussen Gjedser en Hyllekrog met een zeilschip in aanvaring geraakte).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 9 oktober. Te Delfzijl is volgens de N.R.C. dinsdag telegrafisch bericht ontvangen, dat de stuurman A. Bloemker van het schoenerschip ENERGIE, kapitein Houwerzijl, dat te Warnemünde is binnengelopen, overboord geslagen en verdronken is. De man is herkomstig uit Groningen.

NNO 091013
Advertentie. Heden ontvingen wij het treurig bericht uit Warnemünde (Duitsland), dat onze geliefde zoon en broeder Anne Bloemker, in de bloeiende leeftijd van 19 jaar en acht maanden, stuurman op het ijzeren tjalkschip ENERGIE, kapitein K. Houwerzijl, op reis van Oldenburg naar Norrköping (Zweden), ter hoogte van Dasserord, door een stortzee over boord is geslagen en zijn graf in de golven heeft gevonden. Met diepe weemoed staren wij hem na. Groningen, 8 okt. 1913. Verlengde Grachtstraat 28.
Wed. Q. Bloemker-Dost en kinderen.


10 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fishguard, 9 oktober. Wij hebben vanmorgen in de vroegte met het triomfantelijke Lloydschip GELRIA de thuisreis ondernomen en hopen zaterdagochtend tijdig IJmuiden te bereiken. Wij stomen nu door de Ierse zee; vrolijk, zonnig weer, koele bries en de gasten van de directie genieten stappend onder vrolijke gesprekken langs het prachtige brede promenadedek van het uitzicht over de heuvels van hoge, zon beschenen klippen en de wazige Ierse kustlijn. Het water is zo stil en onderlijk smaragdgroen, waarin de stoere stomer een witte zoglijn achterlaat.
Gisteren een zware dag van feestelijkheid en veeltalig converseren gehad. Het was de officiële proefvaart. Nadat dag en nacht tevoren honderden Schotse werklui de laatste hand gelegd hadden aan het grote toilet van het nieuwe schip, kwamen om twaalf uur honderdvijftig internationale gasten van de scheepsbouwers Stephen op de roerige tugboat uit Gourock de schilderachtige Clydebaai oversteken, aan boord door het Engelse volkslied begroet. In de steeds stijgende bewondering doorkruisten zij het schip met zijn moderne hotelweelde en verzorgde comfort.
Half twee riep de gong voor de lunch in de witte eetzaal, als van een kurhaus aan zee, waarin aan het plafond lichtjes gloeien. Het weer was ruw en regenachtig. De GELRIA stoomde met volle kracht een zeventien mijls vaart als proef en het mondaine gezelschap met vele elegant geklede, merendeels Schotse, dames zat daar rustig aan de tafels met bloemendecor, terwijl zwermen uniform-bedienden een weelderig noemmaal serveerden en champagne parelde in de glazen.
Van de nerveuze spanning, die nu beneden in de machinekamer heerst, waar Engelse stokers er alles op zetten en de officials van Lloyd gangen slagen tellen, wordt hierboven niets bemerkt.
De heer Stephen dronk op de Engelse Koning en op Koningin Wilhelmina, roemde de energie van de Koninklijke Hollandsche Lloyd en wenste de aanwezige directeur Wilmink geluk met het schip, het schoonste dat ooit de Clyde verlaten heeft. De heer Wilmink dankte de bouwmeesters voor de toewijding, waardoor dit prachtschip ontstaan is, dankte zijn medewerkers, hoofdinspecteur van de Lloyd Fontaine voor zijn zorgen en Hoefnagels, chef van Allan te Rotterdam voor de algemeen bewonderde betimmering. Een geestige toast van de regeringscommissaris Van Gijn besloot de speeches.
Het was een prachtige tocht tussen de heuvels van de Clyde-oevers. Toen daar tegen vijf uur de zon achter verdween, werden de gasten op de brug genood. Terwijl het Wilhelmus weerklonk en door alleen meegezongen, werd de Koninklijke Lloydvlag gehesen als teken dat de maatschappij het schip had overgenomen. Driewerf hoera. De directeur en de kapiteit werden van alle kanten geluk gewenst. Daarna gingen de Engelse gasten, de Schotse bouwmeesters, de werklieden en de bemanning van boord. De Lloyddirecteur werd gastheer aan boord, kapitein Doeksen kwam op de brug en de Hollandse bemanning nam alle posten over. Een diner om acht uur vanavond verenigde een veertigtal merendeels Hollanders onder ons. De heer Wilmink zat aan de hoofdtafel, verder de dames Wilmink, Van Gijn en de echtgenote van de Londense Lloyd-agent, Lloyd-commissaris Op ten Noort en Den Tex, hoofdambtenaren en onder meer autoriteiten de hoofdinspecteur van de scheepvaart Muller.
Er heerst en aangename stemming aan boord van dit schip, dat voorzeker verdient zaterdagavond met grote publieke belangstelling te Amsterdam ontvangen te worden.
Dit is de eerste Marconigram, dat de GELRIA vanuit zee verliet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 oktober. De sleepboot IRIS, van de Internationale Sleepdienst Maatschappij, door de makelaar Jacq. Pierot Jr. naar Cette verkocht, is heden met alles wel op de plaats van bestemming aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warnemünde, 8 oktober. Na reparatie zal het schip COLUMBUS de reis naar Rönne voortzetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 10oktober. Het Nederlandse stoomschip PROFESSOR BUYS, is in de oude Vlie aan de grond gevaren. De sleepboot CONCORDIA is met 2 lichters naar het stoomschip vertrokken om zo nodig assistentie te verlenen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 oktober. Aan de Binnenhaven O.Z., voor het kolenterrein van Vermeer en Van den Arend, ligt thans een vrachtbootje voor de grote vaart, de ZEEAREND, metende 630 ton, een zusterschip van de ZEEMEEUW, een ietwat kleiner zuiggasmotorboot, die onder de directie van voornoemde firma sinds een paar jaar varende is en zeer goed voldoet.
Het stoken van zuiggas is bijzonder goedkoop. Voor de 300 pk van de motoren van de ZEEAREND komt het op NLG 21 per etmaal. Stoomkracht zou driemaal, oliemotoren zouden haast vijf maal zoveel kosten. Daarbij neemt de installatie, heel achter in het schip aangebracht, betrekkelijk weinig plaats in. Boven de motorenkamer is de gasfabricage te vinden. Het beschikt over een generator met scrubbers voor elk van de beide motoren, een automatische inrichting vergemakkelijkt het vullen van de generator zelf. Twee viercilinder zuiggasmotoren uit de werkplaatsen van de N.V. Machinefabriek Drakenburgh, voorheen D.W. van Rennes, elk van 150 pk brengen de beide schroeven in beweging. De draaibeweging van de motoren is direct omkeerbaar door het verwisselen van de functie van inlaat- en uitlaatklep. Ook in andere opzichten zijn de Drakenburgh-motoren modellen van praktische machinebouw. Bediening eisen ze haast niet, uit twee man en een jongen bestaat al het machinepersoneel. Op heel het schip doen trouwens maar twaalf man dienst. De officieren hebben hun verblijf en logies midscheeps, waar de kapitein zijn hut heeft, bij brug en kaartenkamer. In het voorschip logeert de overige bemanning. De ZEEAREND, gebouwd volgens de hoogste klasse “L" van het Bureau Veritas, is geschikt en bestemd voor het vervoer van alle soorten van lading over alle zeeën in het haast 600 kubieke meter inhoud hebbende ruim. Gebouwd is het schip op de scheepswerf ‘De Noord’ te Alblasserdam, directeuren zijn de heren Vermeer en Van den Arend.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 oktober. Het tjalkschip GOEDE VERWACHTING, vroeger bevaren door schipper Sisseling, is voor geheime prijs verkocht aan schipper H. Kappen, alhier en zal onder dezelfde naam door Kappen worden bevaren.


11 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 11 oktober. Het Nederlandse stoomschip MAAS, dat bij Hoek van Holland in aanvaring is geweest met het stoomschip GWENT, is heden met schade aan de beplating hier aangekomen en zal na lossing repareren. (opm: zie RN 071013)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 11 oktober. Vanochtend is het stoomschip PROFESSOR BUYS weer vlot en hier in de haven gekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 10 oktober. Hier is binnengekomen het Nederlandse zeilschip ZWALUW, schipper Slangenberg, met een lading steenkolen van Cardiff. Bij Figueira heeft dit vaartuig aan de grond gezeten, waardoor het een gebroken kiel en enige ingedrukte platen opliep. Het schip wordt te Groningen gerepareerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Rotterdam, 10 oktober. Gisteren werd met goed gevolg van de werf van de Rotterdamsche Droogdokmaatschappij te Rotterdam te water gelaten het tankstoomschip WIELDRECHT, in aanbouw voor de firma. Ph. van Ommeren. De WIELDRECHT, een zusterschip van de MIJDRECHT, heeft de volgende hoofdafmetingen: Lang 331, breed 47 en hol 24 voet; het laadvermogen is 4.600 ton.
Op de nu vrijgekomen helling, welke aanmerkelijk zal worden verlengd, zal de kiel worden gelegd voor het stoomschip RONDO, lang 450 voet, besteld door de Stoomvaart Maatschappij Nederland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring stoomschip HARALD en stoomschip POLLUX. Gistermiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in betreffende de aanvaring op 2 januari l.l. in de Kielerfjord tussen het stoomschip HARALD (gezagvoerder L. Veldman, reder L. Bröll, beiden te Rotterdam) en de Duitse stoomhopper POLLUX.
Het stoomschip HARALD is gebouwd in 1904 en groot netto 1.148 reg. ton. De gezagvoerder L. Veldman verklaart dat hij 2 januari jl., in ballast, op reis van Lübeck naar Emden in de Kielerbocht, voor de sluis van het Kaiser Wilhelmkanaal, in aanvaring is geweest met de Duitse stoomhopper POLLUX.
De stuurboordwal houdende op een afstand van plm. 200 meter, heeft hij vóór de sluis gestopt om een loods over te nemen en ging daarop met “zacht aan" werkende machine naar de sluis. Dicht vóór de sluis gekomen zag hij de POLLUX volle kracht stomende, de sluis uitkomen; hij gaf daarop één stoot op de fluit (ik wijk SB uit), de hopper daarentegen, die stuurboord uit had moeten wijken, gaf twee stoten op de fluit (ik wijk BB uit) en de aanvaring volgde. Toen hij zag dat er gevaar van aanvaring bestond, heeft hij de machines volle kracht achteruit laten werken en zijn anker laten vallen. De schade die beide schepen bij de aanvaring belopen hebben, was niet bijzonder groot. De schade van de HARALD werd voorlopig te Holtenau gerepareerd. De kapitein van de POLLUX heeft later verklaard, dat hij het fluitsein van de POLLUX niet heeft gehoord. Hierna wordt de zitting een ogenblik geschorst. De Raad later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 201013)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Na voortzetting van de zitting werd vervolgens door de Raad mededeling gedaan van de ongevallen, overkomen op de laatste uit- en thuisreis aan het stoomschip MERAUKE van de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam. Genoemd stoomschip heeft op deze reis verschillende schroefbladen verloren; het eerste blad op 16 juni op reis van Tjilatjap naar Banjoewangi, het tweede op 7 augustus in de Indische Oceaan, en het derde op 2 september in de Middellandse Zee tussen Kreta en Sicilië; als oorzaak wordt opgegeven dat de schroef telkenmale op een onder water drijvend voorwerp heeft geslagen. De heer Feninga heeft het stoomschip MERAUKE in het droogdok te Rotterdam staande, onderzocht en is hem gebleken dat er zich aan de bodem van het schip schrammen vertoonden, waaruit op te maken is, dat het schip over een onder water drijvend voorwerp is gevaren. Op de deugdelijkheid van het materiaal waarvan de schroefbladen waren vervaardigd, was niets aan te merken. Hierna wordt de zitting gesloten en zal de Raad later uitspraak doen. (opm: zie ook NRC 181013)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 9 oktober. Heden is alhier aangekomen en door de zeesluis geschut, de nieuwe stalen schoener SCHUSEWITTCHEN, kapt. Chr. Evers. Het is gebouwd op de werf van de heren G. & H. Bodewes te Hoogezand en is groot 200 m3 netto en zal van hier vertrekken naar Emden. Hel is voor Duitse rekening gebouwd. (opm: dit is de gaffelschoener SCHNEEWITTCHEN – 85 brt, 70 nrt)


12 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan boord van de GELRIA, zaterdagmorgen.
Toen vanmorgen de hut-steward mij kwam kloppen, klonk zijn stem bijzonder monter: ,,Meneer, de loods komt aan boord hoor’’. En nog vrolijker hoorde ik hem de overbuur wekken: ,,Dokter, we zijn er.’’
Van de officieren en de bemanning begroeten de meesten de Hollandse duinen met popelend hart. Ook de beambten en werklieden van de Allan, omdat zij allen twee maanden lang in Glasgow geweest zijn bij de bouw van dit schip. Maar de meesten van de gasten aan boord vinden het nu wel heel erg jammer, dat deze feestelijke tocht weldra afgelopen is. Gisteravond aan het diner was het afscheid begonnen in een reeks van hartelijke toasten, uitgesproken door jhr. Op ten Noort, de heren Muller, Den Tex, Wilmink en Plemp van Duiveland, om hulde te brengen aan de directie, de hoofdambtenaren, de kapitein met zijn staf, de bemanning, en vooral ook woorden van dank voor de zeldzaam gastvrije ontvangst op dit koninklijke schip.
Inmiddels was het de GELRIA na enige uren gelukt de ARCADIA van de Royal Mail in te lopen en met volle vaart voorbij te stomen, even het visitekaartje in gloeilampen lichtend tussen de de schoorstenen.
Daarna was de gezelligheid voortgezet in de conversatiezaal met de dames, was er gecommuniceerd en vrolijk gekout tot na middernacht. Toen we daarna aan dek kwamen, scheen de maan een zilveren baan over de golven. Wij zagen aan stuurboord de lichten van Dover, aan bakboord die van Calais, en in de nauwe straat was een druk verkeer van schepen. Jammer, doodjammer voor de passagiers was het, dat de reis nu ging eindigen.
Terwijl wij te kooi lagen, bracht de kapitein op de brug ons over de Noordzee, een vrij gunstige passage in verband met de oostenwind. Halfnegen: Loods aan boord. Negen uur: Dwars voor IJmuiden, waar nog enige ogenblikken gemaneuvreerd werd, omdat er juist een grote stomer uit kwam. En precies om half tien ging de GELRIA van de Koninklijke Hollandsche Lloyd de pieren binnen, als het grootste schip dat nog ooit naar Amsterdam is opgestoomd. Langs de sluizen stond het vol van nieuwsgierige mensen, door de radiogrammen in de bladen van de aankomst verwittigd. Trouwens, in zee had de heer Wilmink als gevolg van de perstelegrammen, reeds verscheidene draadloze gelukwensen ontvangen. Een aantal commissarissen van de Lloyd komen hier aan boord, om de triomfantelijke binnenkomst door het kanaal in de hoofdstad mee te maken. Onder hen is de president, de heer Van Aalst, en de mededirecteur de heer Meurs.
Aan de lunch, die opgediend werd tijdens het opvaren door het kanaal, hield de heer Van Aalst een tafelrede, waarin hij de directie en over het algemeen de besturen van de Nederlandse stoomvaartondernemingen hulde bracht voor hun vooruitstrevende geest, die een herleving geeft van het economische bestaan van Nederland, ook op zoveel ander gebied. De heer Van Aalst eindigde met een heildronk uit te brengen op de officieren en het personeel van de Maatschappij.
De directeur Wilmink, namens het personeel hiervoor dank brengend, gaf een overzicht van wat deze Maatschappij sedert de 5 jaren van haar bestaan tot stand heeft gebracht. Hij trok hieruit de conclusie, dat het een goede daad van de Nederlandse Regering geweest is om belangstelling in ondernemingen zoals deze te betonen, door steun in de vorm van voorschot te verlenen.
De heer Meurs dankte de Nederlandsche Handel Maatschappij, de Twentsche Bankvereeniging en de collega’s van de bevriende stoomvaartmaatschappijen, die samen met de Regering de Koninklijke Hollandsche Lloyd zo krachtdadig hebben gesteund. De lening van 1½ miljoen voor dit schip is te danken aan deze samenwerking. In de eerste plaats echter aan de heer Van Aalst, die door zijn goede voorbereiding, zijn geestdrift en overredingskracht de Maatschappij in staat gesteld heeft deze financiële transactie uit te voeren, zoals er op scheepvaartgebied te voren nooit is tot stand gekomen.
De heer Den Tex, directeur van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, wees erop dat ook zijn maatschappij, die tot heden de grootste schepen in Amsterdam had, niet jaloers is dat de GELRIA het daarvan thans verre in grootte wint. Hij gedacht met vreugde de verbroedering onder de Amsterdamse reders. Maar afgescheiden van het Amsterdamse belang, geldt het hier een gebeurtenis op scheepvaartgebied waarvan ons hele land het belang zal voelen.
Nadat tenslotte de heer Wilmink zijn gasten voor hun aanwezigheid had bedankt en de hoop had uitgesproken dat zij hun familie in gezondheid zouden terugvinden, namen allen hartelijk afscheid van het gastvrije schip, dat nu aan het terrein in de Rietlanden te Amsterdam gemeerd ligt.


13 oktober 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hedenmiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar de klacht tegen J. Baron, gezagvoerder van het stoomschip NIEUW AMSTERDAM, rederij Holland Amerika Lijn te Rotterdam.
De klacht tegen de gezagvoerder J. Baron gericht luidt: Dat de tremmer J. van de Bie op de 9e augustus 1913 als tremmer met het stoomschip NIEUW AMSTERDAM vertrokken, ofschoon genoemde persoon reeds in het begin van de reis ernstige tekenen van krankzinnigheid vertoonde, gedwongen werd zijn werkzaamheden te verrichten en na enige tijd de 16 augustus l.l. spoorloos is verdwenen.
In de klacht wordt er op gewezen, dat de 1e machinist niet onschuldig aan dit geval kan zijn en dat ook de gezagvoerder van bovengenoemde behandeling niet onkundig kan zijn. De gezagvoerder J. Baron buiten ede gehoord deelt mee dat gedurende de laatste uitreis de scheepsdokter hem gerapporteerd had dat de tremmer J. v.d. Bie in het hospitaal was geplaatst doch reeds de volgende dag op eigen verzoek ontslagen. Enige dagen daarna werd hem gerapporteerd dat genoemde tremmer V. d. Bie spoorloos was verdwenen. Er is toen gezocht, doch zonder resultaat zodat het vermoeden bestaat dat genoemde tremmer overboord is gesprongen.
De 1e machinist W. Sauer deelt mee dat de tremmer W. v. d. Bie de dag voor het vertrek erg dronken was geweest en dit als reden voor zijn ziekte opgaf. Hij was de dag daarop in het hospitaal opgenomen doch kort daarna weer ontslagen. Hij had te Rotterdam gehoord dat Van der Bie reeds vroeger een aanval van delirium had. De 2e machinist M. Tuinstra, deelt mee dat hij Van de Bie als tremmer te Rotterdam had aangenomen. Toen Van de Bie de volgende dag op wacht zich ziek meldde en zijn werk niet verrichten kon, had hij de oorzaak toegeschreven aan het zware drinken dat deze persoon voor het vertrek heeft gedaan. Na in het hospitaal opgenomen en onderzocht te zijn werd hij weer naar zijn werk gezonden. Vóór de dag van het verdwijnen van Van de Bie heeft hij niets meer van hem vernomen. Enige uren voor het verdwijnen had hij Van de Bie horen zeggen: Als ik toch sterven moet, werk ik niet meer. Hij had hem daarna toegevoegd: „Sterf dan maar".
Dat Van de Bie abnormaal was had hij nooit opgemerkt, alleen wist hij dat Van de Bie over maaglijden klaagde. Een onbehoorlijke behandeling heeft deze tremmer nooit van hem ondervonden. Hij had te Rotterdam gehoord dat Van de Bie vroeger reeds een poging aangewend had om zich van het leven te beroven.
De 3e machinist W. van Rijn, had Van de Bie wel eens een standje gemaakt, omdat hij telkens zijn werk verliet; dat hij ziek zou zijn had hij niet opgemerkt.
Een stoker had hem wel eens gezegd dat Van de Bie wat raar deed. Hij had hem wel eens ruwe woorden toegevoegd, maar nooit had hij hem aangeraakt of geslagen.
(opm: zie vervolg AH 141013)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Cuxhaven, 11 oktober. De Nederlandse tjalk RES NOVA is hier binnengelopen met gebroken zwaard. (opm: schipper Tonkens)


14 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 oktober. Het Nederlandse stoomschip HOUTDIJK is met machineschade te St. Nazaire binnengelopen. (opm: zie RN 181013)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens een bij het departement van Marine ontvangen bericht zijn Hr.Ms. torpedobootjagers LYNX en HERMELIJN onder bevel van Hr.Ms. adjudant, de luitenant ter zee 1e klas Jhr. J.C.F. Von Mühlen, 11 dezer van Aden vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Morgen wordt te Amsterdam in dienst gesteld Hr.Ms. pantserschip KONINGIN REGENTES, onder bevel van de kapitein ter zee J. Albarda. Deze bodem zal eerstdaags naar de directie van de Marine te Willemsoord overgebracht worden om verder voor de Indische dienst in gereedheid te worden gebracht, zijnde bestemd om ongeveer medio november naar Oost Indië te vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. (vervolg: Klacht tegen J. Baron, gezagvoerder van het stoomschip NIEUW AMSTERDAM)
De scheepsdokter, M. Dorvling, deelt mee, dat Van de Bie de tweede dag na het vertrek van Rotterdam zich bij hem had gemeld; hij klaagde over maaglijden. Verhoging van temperatuur had hij niet bevonden. Hij had hem medicijnen gegeven, die hem goed hadden geholpen. Dat Van de Bie aan verstandsverbijstering zou lijden had hij niet opgemerkt. De stoker A.J. Maas had enigen tijd vóór het verdwijnen van Van de Bie wel eigenaardige handelingen van hem opgemerkt. Hij had een en ander aan de 1e machinist meegedeeld. De tremmer J. Bollee, had enige tijd voor het verdwijnen van Van de Bie opgemerkt dat de derde machinist tegen hem had opgespeeld; de derde machinist moet daarbij een eind pakking in de hand gehad hebben wat hij als een wapen had aangezien. Van de Bie had wel eens tegen hem gezegd, dat ze hem hier aan boord maar moesten hebben. De tremmer J. Groenenweg, van wie de klacht uitging, was ook als getuige opgeroepen, doch niet verschenen. Nadat de zitting een ogenblik was geschorst deelt de voorzitter de gezagvoerder J. Baron mee, dat de Raad van oordeel is, dat hem in deze zaak geen enkele blaam kan treffen en zal dit vonnis later op schrift worden gebracht en uitgesproken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens stelde de Raad een onderzoek in betreffende de brand in de kolenbunkers en in de lading molascuit, aan boord van het stoomschip DJOCJA (gezagvoerder H. van Vollenhoven, rederij Rott. Lloyd, beiden te Rotterdam), gedurende de laatste reis van Singapore naar Rotterdam. De gezagvoerder H. van Vollenhoven als getuige gehoord, verklaart op de laatste thuisreis twee maal aan boord brand gehad te hebben. De 18e augustus was hij van Batavia vertrokken en reeds de eerste dag werd er brand ontdekt in de kolenbunkers. Door het opmerken van rook die door de naden van de stortgaten van de bunkers kwam, merkte men dat de brand zich bepaalde tot de bakboord onderbunker. Door het inspuiten van water en daarna door het verwerken van de kolen is men de brand meester geworden. De bunker was groot 50 ton. Het waren Cardiffkolen te Port Said ingeladen.
De tweede brand werd het eerst opgemerkt in de Middellandse Zee op de 16e of 17e september, toen een gasachtige, branderige lucht opgemerkt werd. De brand was uitgebroken in het voorruim waar met andere goederen een partij molascuit (afval van suikerriet met ampas) was gestuwd. Deze molascuit was met een laag losse rotting afgescheiden van een partij kopra.
Na het opmerken van de brand, wat later alleen een broeiing bleek te zijn, werd een weinig lading verwerkt en kwam men bij de broeiende kolen die overboord werden geworpen. De broeiing zat in de molascuit en kan niet geweten worden aan de gonjezakken waar de lading in was verpakt. De 1e stuurman J.Ph. Kort had een monstertje molascuit meegenomen en bevestigde, evenals de 2e stuurman H. Stobber, in hoofdzaak de verklaringen van de gezagvoerder. De machinist J.C. Viergever deelt mee dat na het ontdekken van brand in de bakboord onderbunker, direct maatregelen werden genomen de brand te blussen.
Door het inspuiten van water en het verwerken van kolen werd men na enige dagen de brand meester. De kolen waarin de brand was uitgebroken waren Cardiff kolen te Port Said ingeladen.
De deskundige Mertens verklaart dat hij de eerste brand toeschrijft aan broeiing, ontstaan in de kolen zelf, zonder dat buitenaf oorzaken hierop invloed hebben gehad. Speciaal fijne kolen zijn onderhevig aan broeiing, doordat zij gevoelig zijn voor zuurstof uit de lucht. Preventieve maatregelen zijn er niet te nemen.
Tenslotte houdt de deskundige een lange redevoering over de ontvlambaarheid van molascuit. Een temperatuur hoger dan 70 gr. Celsius zou in molascuit reeds brand kunnen veroorzaken. Hierna wordt de zitting gesloten.


15 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Engelse bladen bevatten o.a. het verhaal van kapitein Barr van de CARMANIA, waarvan Reuter ons gisteren reeds het uittreksel geseind heeft. Hij vertelt, hoe het kwam dat de CARMANIA slechts één schipbreukeling aan boord had, terwijl zij toch het eerste ter plaatse was. Kapitein Barr, die in de aanvang toch niets meer had kunnen doen dan zich op vruchteloze wijze te wagen aan de poging om een boot uit te zetten en daarna de twee vermiste boten van de VOLTURNO te gaan zoeken, had zich later aan de windzijde van de VOLTURNO opgesteld om in geval het wrak verlaten moest worden de afdrijvende drenkelingen nog zoveel mogelijk op te pikken. Ook zei kapitein Barr dat met zijn schip niet handig gemaneuvreerd kon worden.
Het schip bleef dus in deze positie liggen als laatste, zwakke toeverlaat voor de schipbreukelingen, indien het verblijf op de VOLTURNO hun geheel onmogelijk zou worden, en later ook als een vast punt en als een vuurbaken voor met de stormwind afdrijvende sloepen van de andere schepen. Zo werd o.a. de bemanning van een sloep van de MINNEAPOLIS opgevangen.
Met haar zoeklicht kon de CARMANIA verder de VOLTURNO beschijnen en zo het reddingswerk voor de andere schepen vergemakkelijken, of zij liet ze over de zee spelen, om de afdrijvende sloepen te ontdekken.
,,Ongeveer om negen uur ’s avonds’’ vertelt kapitein Barr dan verder, ‘’had er een ontploffing op de VOLTURNO plaats en de vlammen flikkerden opnieuw op. Omstreeks deze tijd deed de GROSSER KURFÜRST, als antwoord op de dringende aanvragen van de VOLTURNO, een poging haar boten uit te zetten. Ik geloof dat de kapitein van dat schip de eerste was die zijn boten eraan waagde, en dit strekt hem tot grote eer. Hij vroeg mij met de Morse code om uit te kijken, zeggende, dat de boten de zo goed verlichte CARMANIA niet zouden missen, ook al zouden zij niet tot hun eigen schip terugkeren. Kort daarna begon ook een ander schip zijn boten uit te zetten.’’
Van de CARMANIA uit was het ondoenlijk boten tegen de wind in uit te zenden.
Tot zover het verhaal van kapitein Barr, voor zover het nieuws bevatte.
De steward Thompson, die met 6 matrozen, 2 stewards en de eerste officier Gardner, welke door de CARMANIA is uitgezonden, vertelt:
,,Wij zetten de boot uit in een bijna onmogelijk te bevaren zee en zodra wij de CARMANIA verlaten hadden, werden wij nu eens op de hoge golven gelicht en dan weer in de dalen geworpen, ware valleien des doods. Zware stortzeeën kwamen vlak over ons slaan en deden de boot bijna zinken, doch wij hielden stand en trachten onze weg naar de VOLTURNO te maken, die men voor ons flink kon zien branden.’’
,,In de sloep stond veel water. Nooit heb ik het bijgewoond, dat een boot met dergelijk vreselijk weer gestreken werd’’ en de eerste officier verklaarde later hetzelfde.
,,Hij stond aan het roer en wij anderen roeiden, doch na verloop van enige tijd bleven ons slechts drie riemen over. De overige waren weggespoeld, of de wind, die als een hevige orkaan woedde brak ze als lucifers.’’
,,Wij kwamen zo dicht bij de VOLTURNO dat wij de mensen op het dek konden zien wuiven naar ons, terwijl zij als dollen schreeuwden. Wij waren op nog geen 200 meter van het schip gekomen, toen de heer Gardner inzag, dat wij feitelijk niets anders konden doen dan voor onze eigen levens vechten. Het was alleen maar aan een voorbeeldig zeemanschap te danken, dat wij erin slaagden naar de CARMANIA terug te keren. Alle lof aan de eerste officier voor zijn grote durf en beleid. Niemand van de bemanning van de boot zal ooit vergeten, wat een verschrikkelijke proefneming het is geweest.’’
Volgens een draadloos telegram van de KROONLAND heeft kapitein Inch de VOLTURNO verlaten, toen de vlammen een duizendtal kisten jenever naderden, welke een deel van de lading uitmaakten.
De eerste poging, om een boot van de KROONLAND uit te zetten was mislukt, doch daarna slaagden twee boten, bemand met vrijwilligers er in, om ongeveer middernacht (er staat middag, maar dit moet evenals de andere tijdsbepalingen fout zijn en met 12 uur verlaat worden) weg te komen en ook terug te keren, de ene met 10, de andere met 3 geredde personen.
Om half zes in de morgen zond de KROONLAND nog drie boten af, die tot 9 uur naar de VOLTURNO bleven varen, totdat de laatste boot langszij de KROONLAND kwam met kapitein Inch zelf. Ook diens hond was meegekomen. In het geheel waren er 88 mensen. De kapitein van de VOLTURNO heeft verklaard dat een van de boten, die donderdagmorgen van het brandende schip is gestreken een aantal kajuitpassagiers bevatte. De boot is echter doormidden gebroken. Een andere boot met tussendekpassagiers werd onder de boeg verbrijzeld en allen kwamen om.
De KROONLAND heeft op haar weg naar New York een breuk in de as gekregen en zet haar reis nu langzaam voort.
Wij vernemen van de directie van de Uranium Maatschappij dat zich aan boord van de VOLTURNO de volgende Hollandse eerste klasse passagiers bevonden: Anne Gertrude de Groot; Johanna Groeneveld; Floris Groeneveld; Gerard Groeneveld; Willem Groeneveld en Johan Groeneveld. De eerste, Anne Gertrude de Groot, bevindt zich aan boord van de KROONLAND. Van de familie Groeneveld – wij vernamen dat het mevrouw Groeneveld, geb. De Groot, uit Den Haag is, - is nog niets bekend.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kapitein Inch, de gezagvoerder van de VOLTURNO, heeft van de KROONLAND draadloos een verhaal van de ramp geseind. Hij vertelt o.a., dat een man van de wacht beneden verbrand is. Na een reeks van ontploffingen in de bak werden boten uitgezet. Twee werden verbrijzeld, de derde werd met kajuitpassagiers neergelaten, maar kantelde, doch kon weer worden opgericht. Sommigen van de bemanning kropen er weer in. De vierde boot was gevuld met tussendekpassagiers en kwam veilig weg. De vijfde raakte onder de achtersteven en zonk.
Men hield op met het uitzetten van boten, toen verbinding was verkregen met de CARMANIA en de vlammen in kracht verminderden. Daarna nam die kracht echter weer toe en naderde het vuur het achterdek. Hier waren de passagiers, die zich de gehele nacht kalm hielden, terwijl Inch en de bemanning bezig waren met het maken van vlotten voor het geval ook het achterdek door het vuur werd aangegrepen.
Om half tien ’s avonds, toen het gehele voorschip tot aan de stoompijp in volle vlam stond, konden de reddingsboten de VOLTURNO tot op kort afstand naderen. De inzittenden riepen de schipbreukelingen toe over boord te springen. Verscheidene hebben dat ook gedaan en zijn gered.
Te kwart over vijf ’s ochtends kon de eerste boot langszij de VOLTURNO komen. De andere boten volgden dit voorbeeld en alle waren binnen korte tijd vol schipbreukelingen. De ontscheping geschiedde in goede orde; er heerste geen paniek. Om acht uur ’s morgens was het reddingswerk afgelopen.
De Cunard-lijn heeft van de kapitein van het stoomschip CAMPANIA een draadloos telegram ontvangen volgens ’t welk de CAMPANIA op 13 dezer op 47°37’ Noorderbreedte en 33°45’ Westerlengte het wrak van de VOLTURNO heeft aangetroffen. Het dreef met een snelheid van een knoop in het uur in zuidoostelijke richting. Uit het wrak steeg rook op, maar de romp scheen nog zo hecht dat het wrak nog zeer geruime tijd drijvende kan blijven. De CAMPANIA heeft zorgvuldig de omtrek afgezocht naar de vermiste boten, doch te vergeefs.
De Duitser Friedrich Badtke, een van de geredden die met de TOURAINE te Havre zijn aangekomen, houdt staande dat de brand in aangekomen door het wegwerpen van een sigaret door een Russische tussendekpassagier. Het roken was tussendeks streng verboden, er stond een boete op van 5 dollar, maar toch lieten de Russen het niet. Als er een steward kwam werden de brandende sigaretten op de vloer gegooid. In de vloer waren wijde raten, waar best een sigaret door kon en daaronder lag de bagage van de tussendek- passagiers. Daar was allerlei brandbaars bij. Toen Badtke donderdagmorgen rook door de vloer zag komen, ging hij in de bagage ruimte kijken en zag dat die al in volle vlam stond.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 oktober. Het gistermiddag van Antwerpen komende stoomschip COMRIE CASTLE is, tijdens mist de Theems opvarende ter hoogte van Woolwich in aanvaring geraakt met het Nederlandse stoomschip IMPORT.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 oktober. Men meldt ons: Te Belawan wordt sedert enige tijd de nieuwe slibzuiger JAVA beproefd. De resultaten van deze proefnemingen zijn zo gunstig, dat de directeur van gouvernementsbedrijven in Nederlands Indië de regering voorstelt een tweede slibzuiger van hetzelfde type aan te schaffen. De kosten worden geraamd op NLG 700.000. Een gedeelte van dit bedrag wil men nog bij de aanstaande begroting aanvragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 oktober. De sleepboot ZWARTE ZEE, met de baggermolen LECONFIELD op sleeptouw van Rotterdam naar St. John (N.B.), arriveerde 12 oktober ter bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 oktober. Te IJlst is van de werf van Gebr. Zwolsman te water gelaten een stalen zeilkastje en een motorboot voor vee- en goederenvervoer; terwijl de kielen gelegd werden voor een klipper en een motorvrachtboot, alle voor Nederlandse rekening.


16 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De ramp van de VOLTURNO.
Van het verhaal van kapitein Inch heeft de telegraaf ons reeds enige uittreksels gebracht. Hoewel verschillende door hem medegedeelde bijzonderheden daarom als bekend verondersteld mogen worden, laten wij het relaas hier in samenhang volgen:
De brand werd donderdagmorgen om 6 u. 50m. door de eerste officier gerapporteerd in ruim 1. Vijf minuten later sloegen de vlammen reeds door de luiken van het ruim en zetten zij het voorschip en al het gerei aan dek in brand. Wij verminderden de vaart van het schip en hielden het voor de wind, om de stoomblussers in werking te kunnen stellen in vereniging met drie dek brandpuitslangen. De vlammen wonnen snel veld en bereikten de hoogte van het licht aan de voormast. De wacht beneden werd opgesloten en verbrandde.
In het voorschip vernielde een reeks van ontploffingen het salon en midscheeps het hospitaal, terwijl ook het kompas en het stuurtoestel beschadigd werden.
Daar het onmogelijk scheen het schip te redden, had ik de reddingsboten van levensmiddelen laten voorzien en ze voor het strijken gereed doen maken. Het schip slingerde echter zwaar en de boten no. 13 en 5 werden verbrijzeld, doch no. 2 kon met de kajuitpassagiers en de stewards onder de eerste officier Miller te water worden gelaten. Deze boot sloeg om, terwijl de inzittenden in het water vielen. Later richtte zij zich op en verschillende van de bemanning klommen er met de eerste officier weer in.
Boot no. 6 werd toen gestreken en kwam onder bevel van de vierde officier Langsell met tussendekpassagiers goed weg. Boot no. 7 werd bij het strijken onder de achtersteven gevangen en geheel stuk geslagen.
Inmiddels hadden de hoofdmachinist, twee matrozen en ikzelf ons met de bestrijding van de brand bezig gehouden, en toen de vlammen in kracht afnamen gaf ik, ook omdat ik bericht had ontvangen van de CARMANIA dat zij ons om 11 uur in de morgen hoopte te bereiken, bevel om geen boten meer uit te zetten. Reddingsgordels werden uitgereikt en alle passagiers er van voorzien. Deze werden nu kalmer.
Om 9 uur in de morgen kwamen wij tot de ontdekking dat de bunker in brand stond. Omdat het onmogelijk was het vuur daar te stuiten wegens de aanwezige gassen, werden de waterdichte schotten gesloten en liet men door luik no. 2 water neer op de vlammen, die echter steeds meer vorderden.
Om 11 uur kwam de CARMANIA aan. Zij streek een boot, doch deze kon wegen de hoge zee ons schip niet bereiken. Ik verzocht de CARMANIA toen naar boot no. 2 te zoeken. Daarop kwam de SEYSLITZ, die boten neerliet welke evenmin bij ons konden komen.
Om 3 uur in de middag keerde de CARMANIA terug en trachtte verbinding met ons te krijgen door middel van reddingsvlotten. Zij dreven allen op te grote afstand voorbij de boeg weg.
Toen de schemering viel waren meer stoomschepen aangekomen. De sloepen van de KROONLAND deden viermaal een poging om langszij ons schip te komen, doch zij werden steeds weggeslagen.
Om half tien ’s avonds stonden het salon en de kaartenkamer in brand, en ook het dek en de brug en alles voor de stoompijp bevond zich in een vuurzee. De pompen konden niet meer werken wegens gebrek aan stoom. De Marconi-seiners waren tot 11 uur met accumulatoren bezig toen de toestellen van de draadloze telefonie op de brug en in de mast door een ontploffing werden meegenomen. Verschillende reddingsboten die in de nabijheid waren noopten passagiers om overboord re springen, en zij werden gered.
Omstreeks middernacht, bij bewolkte hemel en buiig weer, werden de werkzaamheden gestaakt, daar het te duister was voor de mannen en voor de boten om voor zich uit te zien. Het vuur had zich intussen een weg gebaand door het vrouwenlogies aan het tussendek naar het achtereind van het schip, doch wij hielden dit verborgen voor de passagiers, die zich gedurende het overige gedeelte van de nacht rustig hielden. De hoofdmachinist, de Marconi-telegrafisten, matrozen en ikzelf brachten de nacht door met het maken van kleine vlotten voor het geval het vuur voor het aanbreken van de morgen het dek zou aangrijpen.
Om 5 u.15 m. in de morgen kwam de eerste boot langszij. Het weer en de zee waren kalmer geworden en stelden ons in staat de passagiers snel in te schepen. Al de stoom-schepen zonden daarop sloepen en wij konden er drie onmiddellijk met passagiers bezetten. Deze verlieten het schip in goede orde. Er was geen paniek. De krachten begaven de vrouwen en zij schreeuwden het uit toen er hulp langszij opdaagde.
Om 8 uur hadden allen het wrak, waar ongeveer 400 passagiers waren, verlaten. Ikzelf zocht het schip door en vond niemand meer aan boord, zodat ik ook besloot heen te gaan, daar het luik van het derde ruim reeds goed en wel in brand stond. Met het overschot van de bemanning kwam ik aan boord van de KROONLAND.
Niets is gehoord van de twee vermiste reddingsboten. Aan voorbijvarende schepen is verzocht goed uit te kijken.
Kapitein Inch eindigt met zijn dank uit te spreken aan de officieren en verdere bemanning van de schepen, die hulp hebben verleend.
Het stoomschip BATAVIER III bracht hedenmorgen uit Londen alhier aan de Italianen Junius Papier en Michael Binbanis, schipbreukelingen van de VOLTURNO, die in een Engelse haven geland zijn. Zij zijn naar het Uraniumhotel aan de Maashaven gebracht.
Omtrent het onderzoek naar de ramp, waartoe het Engelse ministerie van handel ook blijkens en officieel bericht besloten heeft, lezen wij, dat datum noch plaats van het onderzoek vastgesteld zijn. Men neemt aan, schrijft de Westminister Gazette, dat enige tijd zal verlopen, voordat daarover beslist kan worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 oktober. Van de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is een stalen sleepkaan van 150 ton te water gelaten en de kiel gelegd voor een dergelijk vaartuig, beide voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 oktober. — De sleepboten ROODE ZEE en POOLZEE, met het dok No. 2 van Barrow naar Buenos Aires, arriveerden 14 oktober te Madeira.
— De sleepboot OOSTZEE, van Casablanca naar Rotterdam, passeerde 14 oktober Wight.


17 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 16 oktober. De op de ‘Werf Gusto’ hier gebouwde zuiger CHUNG HUA van hier naar China, vertrok heden van Singapore.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de heden door de Raad voor de Scheepvaart gehouden zitting werd uitspraak gedaan betreffende de klacht van J. Groeneweg tegen J. Baron, gezagvoerder van het stoomschip NIEUW AMSTERDAM; rederij Holland Amerika Lijn te Rotterdam.
De Raad is van oordeel, dat de kennelijk zonder behoorlijke gronden door J. Groeneweg ingediende klacht, welke bovendien nog volkomen ongegrond gebleken beschuldigingen aan het adres van de machinisten inhoudt, niet tot enige strafoplegging aan de gezagvoerder J. Baron aanleiding kan geven, daar deze geen enkele blaam treft.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de heden door de Raad gehouden zitting werd een onderzoek ingesteld betreffende de klacht tegen L. Grilk uit Schiermonnikoog, gezagvoerder van het stoomschip TROMPENBERG; rederij Stoomvaart Mij. Hillegersberg te Amsterdam. Tegen de gezagvoerder, die wegens ziekte niet verschijnen kon, werd verstek verleend. De klacht tegen de kapitein L. Grilk ingediend, luidt, dat het handstuurgerei op reis van West Hartlepool defect is geraakt en het niet bij binnenkomst en tijdens het verblijf te Archangel werd gerepareerd. De klacht ging uit van B.T.A. Anssel, Mulder en De Bruin, alle opvarenden van de TROMPENBERG. Een verklaring door de kapitein voor de inspecteur van de scheepvaartinspectie afgelegd, werd daarop voorgelezen en luidt: Dat het eerste gedeelte van de klacht bevat, doch dat hij ten stelligste tegenspreekt hij te Archangel niet alle mogelijke moeite heeft gedaan om het handstuurtoestel gerepareerd te krijgen. Na vertrek van West Hartlepool, op reis naar Archangel, geraakte het stoomstuurtoestel defect en moest met het handstuurtoestel gestuurd worden, dat kort daarna ook defect geraakte. Men heeft toen het roer voorzien van stoottalies en werden daarna direct pogingen aangewend het stoomstuurtoestel te repareren. Na enige tijd gelukte zulks en kwam het schip behouden in Archangel aan. Daar ter plaatse heeft hij alle mogelijke pogingen aangewend de gebroken delen gerepareerd te krijgen, doch zulks gelukte hem niet, om reden dat het schip te kort in de haven vertoefde.
Hij heeft toen met behulp van een waarloze stuurketting, een stalen tros en de grote winch zelf een waarloos stuurtoestel in orde gemaakt, hetwelk na beproeving in tegenwoordigheid van enige leden van de bemanning, de 1e officier en de 1e machinist zeer goed werkende werd bevonden. Een certificaat van zeewaardigheid had hij te Archangel niet gevraagd. De 1e stuurman F. van der Laan daarna gehoord bevestigt in hoofdzaak de verklaringen door de kapitein afgelegd. De 1e machinist deelt mee, dat op zee geen pogingen zijn aangewend het gebroken stuurtoestel te repareren omdat het weer daartoe te slecht was. Hij had te Archangel van de kapitein gehoord dat deze beproefd had de nodige reparties aan het handstuurtoestel gedaan te krijgen, doch dat de tijd dat het schip binnen was te kort was voor de nodige gietstukken daartoe benodigd te maken. Men heeft toen een handstuurtoestel gemaakt met behulp van waarloze stuurketttingen en stalen trossen, dat heel goed werkte. (De zitting duurt voort.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 oktober. De sleepboot THAMES arriveerde 15 oktober van Rotterdam te Montevideo.
De sleepboot ROODE ZEE, van Barrow naar Buenos Aires met een dok, vertrok 14 oktober van Madeira. De POOLZEE, die de ROODE ZEE begeleidde, keert van Madeira naar Rotterdam terug.


18 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden een onderzoek ingesteld betreffende een gasontploffing aan boord van het stoomschip MOORDRECHT, van de rederij Ph. van Ommeren, te Rotterdam. Ten gevolge van deze ontploffing, die plaats had op 20 juli op reis van Burry Port (Wales) naar Hamburg, zijn 4 personen verwond; een hunner is aan de bekomen kwetsuren overleden.
De gezagvoerder Tj. Visser verklaarde op 16 juli te Burry Port 1.430 ton steenkolen te hebben uitgenomen. Behalve een ruimte, die in luik I open bleef, was alles met deze kolen gevuld. Op 18 juli vertrok de MOORDRECHT bij ruw weer van Burry Port. De ruimen werden geventileerd door luchtkokers. Deze heeft de gezagvoerder echter wegens het ruwe weer laten afdekken, waardoor er geen ventilatie meer in de ruimen was.
Op 20 juli hoorde getuige plotseling een hevige ontploffing, en zag hij een vlam uit de deur van het logies slaan. Er heerste enige ogenblikken grote ontsteltenis aan boord. De bemanning vluchtte naar dek, en het bleek dat vier personen verbonden werden en liet onmiddellijk brandslangen opdraaien en in het kabelgat spuiten.
Toen was men zeer spoedig de brand meester. Getuige had de luiken laten openleggen, opdat het gas zou kunnen ontsnappen. Temperatuur was tevoren in de ruimen niet opgenomen. De matroos De Haan had zich even voor de ontploffing naar het kabelgat begeven om zich te wassen. Hij werd zo ernstig gewond dat men hem te Portsmouth in het hospitaal moest achterlaten, waar hij overleden is.
De andere drie getuigen konden de reis vervolgen. Twee hunner moesten echter later nog enige tijd te Hamburg in een ziekenhuis verpleegd worden. Het volkslogies heeft een houten vloer, met een ijzeren dek eronder. Het kabelgat was dus niet luchtdicht afgesloten van het logies. Het waterdichte schot bleek vanboven enigszins lek te zijn. In de piek werd verf bewaard, meer overigens geen ontvlambare stoffen. Men had mijnlampen aan boord, die overigens niet in de piek gebruikt werden.
De volgende getuige, de matroos A. Hoek, lag op het ogenblik van de ontploffing in zijn kooi. Hij weet dat de overleden matroos Haan zich met waswater in het kabelgat had begeven. Toen hij erin was, deed een matroos het raamluik boven hem dicht, zodat de man geheel afgezonderd was. Getuige vermoedt dat de man in het kabelgat een kaars heeft aangestoken. De matrozen wassen zich gewoonlijk in een hoekje van het logies. In het kabelgat werd terpentijn in gesloten bussen bewaard.
De verklaringen van de stuurman Prins stemden overeen met die van de kapitein. In het ruim is, aldus deze getuige, niets verbrand; de vlam bleef in het bovengedeelte van het kabelgat. Getuige verklaarde nog dat het, zover hem bekend was, anders nooit voorkwam dat iemand zich in het kabelgat ging wassen. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft uitspraak gedaan in de zaak van het afbreken van de schroefbladen van het stoomschip MERAUKE op 16 juli, 7 augustus en 2 september.
De raad is van oordeel, dat de oorzaak van de ongevallen die de MERAUKE zijn overkomen, hoogstwaarschijnlijk gelegen is in het in aanraking komen van de schroef met onder water drijvende voorwerpen, waardoor de bladen gebroken en verloren zijn gegaan. Zoekende naar een verklaring hoe op een reis driemaal eenzelfde ongeval heeft kunnen plaats vinden, acht de Raad het niet onmogelijk, dat door de schok, teweeggebracht door het slaan van de schroef op 16 juli 1913 op enig voorwerp, de stalen tapeinden van de bladen, welke later geheel verdwenen zijn, een begin van een breuk gekregen hebben, welke aanvankelijk van geringe omvang, door voortdurende trilling, langzamerhand groter is geworden en zo het verlies van de bladen veroorzaakt kan hebben.
De Raad meent, dat het om deze reden aanbeveling verdient de tapeinden voor de verbinding van de schroefbladen met de naaf te vervaardigen van goed doorgesmeed ijzer in plaats van staal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde gisteren een onderzoek in betreffende de klacht door de lampenist H. Lens (opm: RN 201013 zegt H.A.J. Lems) tegen de gezagvoerder P. Kooimans van het stoomschip RIJN gericht en luidt dat het schip 14 juli jl. van Rotterdam naar zee is vertrokken met ongeschalkte luiken en dat het materiaal daartoe benodigd ontbrak, zodat het schip zich niet in een zeewaardige toestand had bevonden. Van Gefle was het schip naar zee vertrokken zonder dat de mensen die de wacht moesten hebben de nodige rust hadden gehad. Bovendien had men de nacht van vertrek zonder uitkijk gevaren. De klager, de lampenist H. Lens, was als getuige opgeroepen, doch niet verschenen. De gezagvoerder P. Kooimans deelt mee dat het stoomschip RIJN groot 1.285 ton, bij vertrek van Rotterdam op 14 juli ll. in zeewaardige toestand verkeerde. De luiken waren afgedekt met twee persennings en behoorlijk geschalkt. Een luik dat gebroken was, heeft men voordien door daarvoor een luik van battings te maken. Bij vertrek van Gefle heeft de wacht niet de voorgeschreven rust gehad, doordat het schip later vertrok dan oorspronkelijk het plan was. Er was echter niemand geweest die hem er om gevraagd heeft. De mensen die extra werk hadden verricht, hadden daarvoor extra betaling ontvangen. Dat er bij vertrek van Gefle onvoldoende uitkijk was geweest, bestrijdt de kapitein ten stelligste. De lampenist Lens was op reis tweemaal gestraft, de eerste maal wegens het beledigen van de 1e en 2e officier en de tweede maal wegens dienstweigering. De straffen bedroegen tezamen een verbeurte van 10 dagen gage. Lens had hem gedreigd, dat hij tegen hem een klacht bij de Raad voor de Scheepvaart zou indienen, indien hij de opgelegde straffen niet introk. Hij heeft de straffen niet ingetrokken, doch de Waterschout te Rotterdam had bij de afmonstering de straf verminderd. De 1e stuurman W. Knook deelt mee, dat bij vertrek van de Waterweg de luiken behoorlijk afgedekt en geschalkt waren. De opvarenden die bij vertrek van Gefle de wacht moesten hebben, hadden de voorgeschreven rust gehad, die dat niet gehad hebben, hebben voor die uren extra betaling ontvangen. De equipage was niet vermoeid geweest. Aangaande het niet hebben van een voldoende uitkijk deelt hij mee, dat er wel ter dege voldoende volk op de brug was om een goede uitkijk te houden. De matroos J.K. van Otterloo kon niet veel meedelen, omdat hij telkens bij vertrek de wacht te kooi heeft gehad. Hierna werd de zitting een ogenblik geschorst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het stranden van het stoomschip WIERINGEN.
Tenslotte stelde de Raad een onderzoek in betreffende het aan de grond lopen in de Lofodden (opm: Lofoten) Archipel nabij Ramstad-baken op 29 september ll. van het stoomschip WIERINGEN, kapt. M.A. Hooykaas. Rederij Stoomvaart Mij. ‘Rotterdam’ te Rotterdam. Het stoomschip WIERINGEN groot 1.948 ton netto, is op reis van Archangel naar Amsterdam met een lading hout bij Santow op zandgrond gestrand. De volgende dag kwam het schip zonder assistentie weer vlot en zette de reis voort. De 1e stuurman T. Roos deelt mee dat het stoomschip WIERINGEN de 24e september ll. van Archangel vertrok; men ging binnen de Lofodden langs. Er was een loods aan boord, die reeds 25 jaren in dit vaarwater loods is geweest. In de nacht van de stranding was hij (de stuurman) te 12 uur met de 3e officier en roerganger op de brug; een uitkijk was niet op de bak, omdat de loods gezegd had dat zulks niet nodig was en men op de sectoren van de lichten voer. De loods lag in de kaartenkamer op een bank, deze kwam, toen men bij Ramstad was gekomen, ook op de brug. Het weer was buiig, doch het uitzicht was zeer goed. In het nauwste gedeelte van het vaarwater moest men tussen een baken en een boei doorvaren, die na het passeren een wit licht vertoonden. Na het passeren van de boei en het baken had de loods de stuurman opgedragen achteruit, uit te kijken en hem direct te zeggen zodra het witte vuur van het baken in rood veranderde. Het licht bleef echter wit en voelde hij na enige tijd een lichte schok en zat het schip vast. Toen hij de loods zei dat het schip vast zat, had deze hem gezegd dat zulks niet mogelijk was, omdat anders het witte bakenlicht in rood moest zijn veranderd.
Een verklaring door de kapitein afgelegd luidt: Na het vastlopen werden de pompen gepeild en bevonden dat de droge tank enigszins water maakte. Er werden lodingen rondom het schip gedaan en bevonden dat het schip op zandgrond was gestrand. Het schip bleek buiten het vaarwater gestrand te zijn, niettegenstaande het bakenlicht wit was gebleven.
Door het leegpompen van de voortanks en het werken van de machine kwam het schip vlot. Er werd, omdat het schip een weinig water maakte, scheepsraad belegd en besloten de reis naar Amsterdam te vervolgen. Het schip arriveerde behouden ter bestemmingsplaats. Dat het licht van het Ramstadbaken niet goed gewerkt heeft, heeft men de autoriteiten daar ter plaatse geen kennis van gegeven. Hierna wordt de zitting gesloten en zal de Raad later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gasontploffing aan boord van het stoomschip MOORDRECHT. Hedenmorgen stelde de Raad voor de Schoepvaart een onderzoek in betreffende de plaats gehad hebbende gasontploffing, waardoor 4 personen werden gewond, aan boord van het stoomschip MOORDRECHT op 20 juli ll., op reis van Burry Port in het Bristolkanaal naar Hamburg. Rederij Ph. van Ommeren, gezagvoerder Tj. Visser, beiden te Rotterdam. De gezagvoerder Tjerk Visser, als getuige gehoord, deelt mee dat de MOORDRECHT de 16e juli van Burry Port (Wales) vertrok met bestemming naar Hamburg, beladen met steenkolen. Er was 1.430 ton steenkool aan boord, die in droge toestand waren ingeladen. Het schip was niet geheel volgeladen. Op ieder van de ruimen was een luchtkoker, die echter ten gevolge van het ruwe weer afgenomen moesten worden en de luchtkokergaten werden afgedekt met deksels en kleden; er was derhalve geen ventilatie in de ruimen. De 20e juli hoorde hij een knal en zag de vlammen uit de logiesdeur komen en bleek er een gasontploffing te hebben plaats gehad. Vier mensen die in het logies waren, waren gewond; de brandwonden werden met brandolie behandeld. Door het inspuiten van water werd de door de ontploffing ontstane brand geblust en werden de luiken open gelegd om de zich daar ontwikkeld hebbende gassen te laten ontsnappen. Het schip liep te Portsmouth binnen en de gewonden werden aldaar in het hospitaal opgenomen. De gewonde matroos Haan overleed aldaar in het hospitaal, terwijl de 3 andere gewonden bij vertrek weer aan boord kwamen en meegenomen werden naar Hamburg.
Een ogenblik vóór de ontploffing had de matroos Haan (die overleden is) zich in de voorpiek begeven om zich aldaar te wassen en had het luikje daarna gesloten. Hij heeft toen een lamp aangestoken, waarop de ontploffing volgde. De matroos A. Hoek lag toen de ontploffing plaats had te kooi. De vorige dag was hij nog in het kabelgat geweest en had geen gaslucht geroken. Na de ontploffing heeft hij meegeholpen de brand te blussen. De 1e stuurman N.C. Pruis was toen de ontploffing plaats had op de brug. Hij heeft zich daarop direct naar het voorschip begeven en de brandslangen aangekoppeld om de brand daarmee te blussen. De ontploffing, die in het bovenste gedeelte van de voorpiek heeft plaats gehad, was ontstaan doordat de zich in het voorruim ontwikkelde gassen, door een gaatje in het voorpiekschot, in de voorpiek waren gekomen, alwaar door den matroos Haan een lamp werd aangestoken. Ten gevolge van het afsluiten van de luchtkokers was er op de ruimen geen ventilatie, en hadden zich in het voorruim veel gassen verzameld. Hierna wordt het onderzoek in deze zaak gesloten en de Raad zal later uitspraak doen. (zie ook AH 230713 en AH 221013)


Krant:

  DS - Dagblad Scheepvaart

(Geen datum) Van de werf Marckmann & Faassen te Kralingsche Veer is te water gelaten een stalen schroef stoomsleepboot en zijn de kielen gelegd voor een tweetal sleepboten, allen voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nantes, 14 oktober. Het Rotterdamse stoomschip HOUTDIJK, dat te St. Nazaire binnenliep met machineschade, zal droogdokken om te repareren. Men denkt dat de schade is veroorzaakt door het aan de grond lopen in de rivier de Loire, toen het stoomschip beladen naar Nantes opvoer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 16 oktober. Van hier zijn heden vertrokken naar Hamburg en Bremen, de drie op de werf van de heren Gebr. van Diepen te Waterhuizen, voor Duitse rekening, nieuwgebouwde lichterschepen ROLAND, MINNA en ROLAND. De MINNA, voorzien van zeiltuig, bestemd voor Hamburg, wordt bevaren door kapt. Dories; de beide andere door Koopmans en Dost. Ze zijn resp. 175, 250 en 175 kubieke meter groot.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 oktober. De sleepboot SEINE met een baggermolen van Rotterdam naar Quebec, arriveerde 16 oktober te Sydney. Alles wel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlissingen, 18 oktober. Van de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ is heden met goed gevolg te water gelaten een torpedoboot genaamd G 13, bestemd voor de Kon. Nederlandse Marine. De waterverplaatsing van dit vaartuig bedraagt 180 ton, terwijl de hoofdafmetingen zijn: Lengte 49,50 m, breedte 5,16 m, holte 2,90 m. Deze torpedoboot is belangrijk groter dan de tot nu toe voor onze Marine gebouwde.
Een vaartuig van dezelfde grootte en van hetzelfde type staat thans nog op de helling om binnenkort te water te gaan. ( opm: werfnummer 151)


19 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 oktober. Heden is weer op de MAVIS gepompt. De krachtige pompboot DEUTSCHLAND van de Nederlandse stoomsleepdienst ( P. Smit Jr.) heeft ook gepompt. Morgen zal worden getracht het lek dicht te maken, om dan maandag weer opnieuw te gaan pompen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 19 oktober. Het inkomende stoomschip THEMISTO is beneden Maassluis aan de grond gevaren, doch met rijzend water met assistentie van de sleepboten DRECHT en INO vlot gekomen. Het stoomt op naar Rotterdam.


20 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Uranium Stoomvaartmaatschappij verstrekt ons op welwillende wijze de lijst van de vermiste kajuit en tussenpassagiers van de VOLTURNO. Er worden – de omgekomen leden van de bemanning dus niet meegerekend – 113 als omgekomen op vermeld, doch 10 namen van geredden zijn verminkt overgekomen, zodat er eigenlijk slechts 103 vermist worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De volgende uitspraak van de Raad wordt ons meegedeeld:
Aanvaring op 10 februari in de Kielerfjord tussen het stoomschip HARALD (gezagvoerder L. Veldman; reder L. Bröll, beiden te Rotterdam) en de Duitse stoomhopper POLLUX. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de aanvaring geheel te wijten is aan de verkeerde manoeuvre van de POLLUX, waarvoor, naar ‘s Raads oordeel, geen reden bestond.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak van de Raad betreffende de aanvaring op 22 juli nabij de Amerikaanse kust tussen het stoomschip SLOTERDIJK en de Amerikaanse schoener GARDINER G. DEERING. Gezagvoerder van de SLOTERDIJK J. Metz; rederij Holland Amerika Lijn, beiden te Rotterdam.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de aanvaring gelegen is in het feit, dat de SLOTERDIJK de schoener niet tijdig heeft kunnen zien, ten gevolge van de mistbank, waarin dit schip zich bevond, gelijk ook de schoener de SLOTERDIJK om dezelfde reden niet heeft kunnen opmerken, omdat deze, niet in de mist zijnde, de daarvoor geldende bepalingen niet behoefde in acht te nemen. Dat de schoener in de mist voer en daaruit plotseling tevoorschijn kwam, leidt de Raad af uit de verklaring van de roerganger, die, hoger staande dan de andere getuigen, beter gelegenheid heeft gehad de omtrek te verkennen. Ook het feit, dat de SLOTERDIJK onmiddellijk na de aanvaring in de mist kwam, welke zo dik was, dat men van de schoener niets meer zien kon, brengt de Raad tot de conclusie. dat de schoener uit de mistbank kwam, waar de SLOTERDIJK ingelopen is. Dat de meeste getuigen deze mist niet dadelijk hebben bespeurd, is verklaarbaar, daar het bij nacht vaak voorkomt, dat men dit eerst bemerkt aan de lichtende sectoren, welke zich om de lantaarns vormen. De derde stuurman, die geen lichten van het zeilschip zag en dus menen kon, dat het een meeligger was, treft geen blaam dat bij bakboordroer gaf, doch de Raad is van mening, dat hij niet had mogen verzuimen van deze manoeuvre kennis te geven door een stoot op de fluit, gelijk de gezagvoerder onmiddellijk gedaan heeft.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 16 oktober. Het beslag op het Nederlandse zeilschip MEMENTO MORI, dat bij Groot Vogelsand op strand heeft gezeten, is opgeheven. Het heeft te Altona de geloste lading weer ingenomen en is heden vandaar naar Meppel vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 17 oktober. Heden is van hier vertrokken het nieuwe tjalkschip CARL HEINRICH, kapt. Carl Lou, geladen met aardappelen en bestemd voor Emden. Het is voor Duitse rekening gebouwd op de werf van de heer L. Mulder te Martenshoek.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Danzig, 15 oktober. De ijzeren lichters G.G. 55 en G.G. 56 zijn hier aangekomen, gesleept door de Nederlandse sleepboot MAAS, met schade. Heden zal een onderzoek plaats hebben.


21 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 oktober. Wij vernemen dat het in 1912 te Hoogezand gebouwde Nederlandse stoomschip RENSIENA, groot bruto 236 en netto 131 register ton door de makelaar Jacques Pierrot Jr. hier naar Nederlands Indië is verkocht. De RENSIENA, gebouwd op de werf van E.J. Smit te Hoogezand, lang 125, breed 21.4 en hol 9 voet 4”, met een compound machine met cilinders van 10¼ en 19¾ Engelse duim middellijn bij een slag van 13 Engelse duim, behoorde aan de reder J. Albers te Groningen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 18 oktober. Een Nederlands zeilschip is bij Dragor gestrand. Het berging stoomschip HERTHA is naar de strandingplaats vertrokken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Stranding stoomschip HILVERSUM.
De Raad voor de Scheepvaart stelde hedenmiddag een onderzoek in naar de oorzaken van het aan de grond lopen in de Zuidelijke Lofoden op 28 september ll. van het stoomschip HILVERSUM, kapt. J.H. Jongman, rederij Maatschappij ‘Oostzee’ te Amsterdam. De gezagvoerder J.H. Jongman als getuige gehoord deelt mee, dat het stoomschip HILVERSUM groot 1.505 ton, gebouwd in 1883, van Archangel vertrok beladen met hout en een deklast van plm. 14 voet hoog. Ten gevolge van het slechte weer was hij van plan door de Zuidelijke Lofoden te gaan. Hij was te dien einde bij Lödingen ten anker gekomen, om aldaar een loods voor genoemd vaarwater over te nemen. De gezagvoerder liet zich zeer gunstig over de loods uit, volgens hem was het een zeer bekwame loods. Er waren geen kaarten noch zeilaanwijzingen van de Zuidelijke Lofoden aan boord, doch de loodsen zijn altijd voorzien van kaarten van zeer groot bestek. Het weer was stormachtig met soms harde regenbuien, waardoor het zicht soms zeer slecht was. Getuige wijst op de kaart de plaats aan, waar het schip over de rotsen heeft geschuurd; het was op 65º54' N.B. en 11º19' O.L. Terwijl men in het nauwe vaarwater, dat plm. een halve Eng. mijl breed is en voor peiling van de vuren van Bisaar en de Rietholmen moest sturen, werd het eensklaps dik van regen en waren deze vuren niet te zien; men moest echter doorvaren daar er geen andere keus was, stoppen kon men niet, vanwege de stroom; ten anker komen kon men ook niet, omdat er geen ankergrond was, het is daar plm. 200 vadem diep. Terugkeren was ook niet mogelijk, aangezien het vaarwater daartoe te nauw is. De loods voer derhalve op de afgelegde afstand en bij het koers veranderen raakte het schip de klippen; het bleef echter niet vastzitten. Men is toen ten anker gekomen ter rede van Rörwick en de volgenden morgen na onderzoek en nadat het bleek dat het schip niet veel water maakte, de reis vervolgd en behouden op de bestemmingsplaats aangekomen. Bij onderzoek van de bodem te Amsterdam in het droogdok bleek deze ernstig beschadigd te zijn, niet minder dan 10 platen en 1 kimkiel waren gedeukt en gescheurd. De Raad zal later uitspraak doen. (opm: zie ook AH 291013)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 18 oktober. Van hier is vertrokken met bestemming naar Hamburg, de voor Duitse rekening nieuw gebouwde sleepboot NORD, onder bevel van kapt. T. v. Zuilen. Schip en machine, welke laatste een sterkte heeft van 140 ipk, zijn geleverd geworden door de heren Boon, Molema & De Cock te Hoogezand.
— De in 1912/13 te Groningen bouwde Duitse motorschoener GERHARD is in het dok te Geestemünde onderzocht, voorzien van een Kromhout-motor van 90 ipk en door makelaar J. Pierot Jr. naar Frankrijk verkocht.


22 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 21 oktober. De Nieuwe Berging Mij. heeft de werkzaamheden op het stoomschip MAVIS gestaakt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 21 oktober. Bij aankomst hier van de passagiersboot TELEGRAAF IV van de firma H. Braakman & Co. is het slikdeksel van de ketel afgesprongen. De boot wordt door de sleepboot WEST DEUTSCHE LLOYD Nº 4 naar Antwerpen gesleept.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Oude Pekela, 20 oktober. Van de werf van de firma J. de Boer & Zn. te Oude Pekela is met goed gevolg te water gelaten een stalen schip, groot 110 ton, voor schipper E. Schut aldaar. De kielen werden gelegd van twee schepen, resp. voor G. Sanders te Stadskanaal en S. Jager te Oude Pekela.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd een onderzoek ingesteld naar de oorzaken van het werpen van de deklast van boord van het stoomschip LEERSUM ten gevolge waarvan het roer en de schroef werden beschadigd op 26 september ll. Dit stoomschip, gevoerd door kapitein G. Stekelenburg, behoort aan de Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’ te Amsterdam. De gezagvoerder G. Stekelenburg als getuige gehoord, deelt mee dat het stoomschip LEERSUM te Archangel beladen werd met gezaagd hout bestemd voor Middelburg. Er was een deklast aan boord van 11 voet 6 duim aan stuurboord en 13 voet aan bakboord en had het schip een slagzij over stuurboord van 7 graden. De diepgang was 16 voet 9 duim voor en 18 voet 3 duim achter. De deklast was gesjord met stalen sjorrings en voorzien van stutten. De 22e september heeft men bij Lödingen 10 standaard hout van het achterschip naar de midscheeps verwerkt, om deze over het geheel iets lager te krijgen. De 24e september op 62° N.B. kreeg men slecht weer, dat gaandeweg toenam tot stormweer en werkte het schip geweldig in de hoge en wilde zee en heeft men 's morgens om 4 uur, na gehouden scheepsraad besloten de deklast over boord te zetten. Ten gevolge van het zware werken en overhalen stuurde het schip niet meer en kwam dwars in de zee te liggen; er kwamen zware zeeën over en was er werking in de deklast, reden waarom besloten werd zich van de deklast te ontdoen. Toen men de deklast over boord gezet had geraakte de 1e stuurman overboord, doch werd gered. Voordat men met het overboord zetten van
de deklast begon, heeft men de machine gestopt om het beschadigen van de schroef te voorkomen. Men stortte olie om te trachten de hoge zee iets te stillen. Met het overboord gaan van de deklast ging de grote mast met laadbomen mee over boord, die aan het tuig buitenboord bleef hangen en zwaar tegen het schip aan stootte. Men heeft de mast eerst naar voren gehieuwd en toen het tuig gekapt en zodoende deze kwijt geraakt. Aan de machinist was bij vertrek geen order gegeven om het schip recht te stoken. Het weer klaarde enige tijd daarna op en arriveerde het schip behouden te Middelburg. Hierna werd een verklaring van de eerste machinist voorgelezen waarin deze verklaart het schip bij vertrek een slagzij van 7 graden had. Hij was reeds enige tijd als 1e machinist aan boord van dit schip en had het steeds als het met hout beladen was slagzijde. Na het werpen van de deklast werkte de machine onregelmatig en had hij deze tweemaal gestopt voor onderzoek. De heer Kotting wees de kapitein er op dat het onverantwoordelijk is met een schip dat zulke een zware slagzijde heeft naar zee te gaan. De kapitein echter beweerde dat hij het verantwoord achtte met het schip, zoals het te Archangel beladen was te vertrekken. In de Schepenwet wordt bepaald dat een schip bij vertrek zoveel mogelijk recht moet liggen.
De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende de brand in de kolenbunkers en in de lading molascuit aan boord van het stoomschip DJOCJA, gezagvoerder H. van Vollenhoven; rederij: Rott. Lloyd, beiden te Rotterdam) gedurende de laatste reis van Singapore naar Rotterdam. Omtrent de oorzaak van de brand in de kolenbunker gaf de deskundige Mertens als zijn mening te kennen, dat in het onderhavige geval niet aan een oorzaak van buiten behoeft te worden gedacht. Elke soort steenkool is vatbaar voor broei; deze schijnt te ontstaan doordat steenkool, vooral als ze in fijnverdeelde toestand is, door het opnemen van zuurstof warmte ontwikkelt. Is die broei ontstaan, dan is het moeilijk die te stuiten of te blussen, daar verschillende maatregelen, b.v. het spuiten van water op de kolen de toestand kan verergeren; zijn toch de kolen zeer hoog verhit, dan kan het bluswater knalgas opwekken. Om broeiing te voorkomen is het aan te bevelen lange pijpen in de kolen te steken en daarin geregeld door thermometers de temperatuur op te nemen. Is broeiing eenmaal ontstaan, dan openbaart die zich door de reuk van het ontsnappend gas. Omtrent de oorzaak van de broei in de lading molascuit gaf de deskundige als zijn mening te kennen, dat deze niet aan een oorzaak van buiten kan worden toegeschreven. Molascuit (molastego) is een product, vervaardigd uit een persing van ampas van suikerriet met melasse. In die vermenging bevinden zich micro-organismen, zoals bacteriën en schimmels, welke als levensfunctie warmte produceren. Die warmteontwikkeling stijgt niet hoger dan tot ongeveer 70 gr. Celcius; de temperatuur kan dan toenemen, doordien de warmte het vocht, dat zich in de massa bevindt, in de vorm van waterdamp uitdrijft, welke tot druppels gecondenseerd wederom op de massa neerkomen, dit neerkomend vocht bevordert broei en warmte. Door de toeneming van de temperatuur boven 70 gr. Celsius sterven de micro-organismen en er ontstaat een chemisch proces, dat de broei een gevaarlijker karakter doet aannemen. De chemische werking nl. brengt een droge distillatie van de massa teweeg en de molascuit verkookt plaatselijk. Door die verkoking ontstaat pyroforische kool, welke door aanraking met zuurstof brand kan teweeg brengen. Is eenmaal zulk een pyroforische kool ontstaan, dan helpen geen middelen tot blussing. Toevoer van stoom of bluswater kan de toestand slechts verergeren en het enige middel tot redding is het verwijderen van de aldus aangetaste lading. Om dergelijke broeiingprocessen te voorkomen zal gezorgd moeten worden, dat de temperatuur in zulke lading als molescuit nimmer tot op 70 gr. Celsius kan stijgen. Dit kan geschieden door een afdoende ventilatie, niet alleen loodrecht maar ook horizontaal b.v. door ventilatiekokers aan te brengen door de lading, welke verbonden zijn aan de luchtkokers en waardoor de lucht van buiten dus vrij kan circuleren en de waterdamp wordt afgevoerd.
Het ontstaan van een pyroforische kool kan worden bemerkt, doordat deze een stinkend gas ontwikkelt, terwijl de molascuit tijdens de ongevaarlijke broei, dus beneden 70 gr. Celsius, een aromatische geur geeft. Zodra zulke gasontwikkeling bespeurd wordt, zal men door het verwerken van de lading de broeiingshaard moeten trachten te bereiken, welke men gewoonlijk in het midden van de partij aantreft, het deel, dat verkoold is, moeten werpen en door uitspreiding van de overige lading het verkoelingsoppervlak zo groot mogelijk maken. De Raad verenigt zich met de mening van de deskundige en neemt deze over. Volgens het oordeel van de Raad is derhalve de brand, in de steenkool ontstaan, door broeiing veroorzaakt door de inwerking van de zuurstof en de brand in de molascuit door het bacteriologische broeiingsproces, dat bij gebrek aan voldoende ventilatie moet overgaan tot het gevaarlijke chemische proces van de zelfverhaling.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende de klacht tegen Pieter Kooimans, gezagvoerder van het stoomschip RIJN; rederij: N.V. ‘Houtvaart’ te Rotterdam.
De Raad is van oordeel, dat de klacht sub I bedoeld (dat het schip op 15 juli 1913 van Rotterdam is vertrokken met ongeschalkte luiken en eerst de dag na het vertrek in volle zee daartoe bevel is gegeven; dat het daartoe benodigde materiaal in zo weinig voldoende mate aanwezig was, dat het achterluik gedurende de gehele reis niet geschalkt is kunnen worden, terwijl ook de luiken zelf zo weinig in orde waren, dat men voor luik I een hulpluik heeft moeten maken) ongegrond is en verworpen moet worden.
Dat, wat de klacht sub II betreft (dat voor het vertrek van het schip van Geffle aan de equipage niet de 3 voorgeschreven uren rust is gegeven), gebleken is, dat inderdaad de bij art. 41.5o, van het K.B. van 22 sept. 1909 (Stbl. 315) voorgeschreven gelegenheid om 3 uren rust te genieten heeft ontbroken; ter verontschuldiging van de gezagvoerder mag echter gelden, dat het vertrek door omstandigheden buiten zijn schuld vertraagd werd en de gelegenheid daardoor ontbrak om die voorgeschreven rust alsnog te geven, zonder het vertrek van het schip belangrijk te vertragen, zodat onder deze omstandigheden de Raad geen termen vindt enige straf op de gezagvoerder toe te passen.
Dat ook de klacht sub III (dat tussen Stufsünd en Geffle het schip een gehele nacht gevaren heeft zonder behoorlijke uitkijk) ongegrond is en verworpen moet worden, dat toch art. 41, sub 1, van genoemd K.B. voorschrijft, dat op schepen, groter dan 700 ton bruto - gelijk de RIJN is - aan dek ten allen tijde moeten aanwezig zijn, behalve de schipper of de wachthebbende stuurman, ten minste een roerganger, een uitkijk en nog een man, die in de machinekamer of in de stookplaats enigszins gewend is, en dat in het onderhavige geval 4 man aan dek waren, de kapitein, de 1e stuurman, de roerganger en nog een man, waarvan de kapitein de wacht had, en de 1e stuurman met de uitkijk was belast, terwijl het niet is voorgeschreven, dat de uitkijk een matroos moet zijn en hij zich op de bak moet bevinden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende de op 20 juli 1913 op de reis van Burry Port naar Hamburg plaats gehad hebbende ontploffing, ten gevolge waarvan 4 personen werden gewond, aan boord van het stoomschip MOORDRECHT. Gezagvoerder Tj. Visser, rederij Phs. van Ommeren, beiden te Rotterdam.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de ontploffing niet anders verklaard kan worden, dan dat zich gas heeft ontwikkeld in de kolenvoorraad van ruim I. Dit gas, geen uitweg kunnende vinden door luik of luchtkoker, welke gesloten zijn gebleven, heeft het ruim gevuld, is vervolgens door het lek in het waterdichte schot in het kabelgat gedrongen en heeft zich daar verzameld. Toen nu in het kabelgat licht werd ontstoken, is het gas met de vlam in aanraking gekomen en de ontploffing is daardoor veroorzaakt. uit het op de MOORDRECHT voorgevallene blijkt wederom de noodzakelijkheid om ruimen, met kolen beladen, goed te ventileren, opdat de gassen, welke zich steeds ontwikkelen in alle soorten van kolen, naar buiten kunnen ontsnappen en bovendien broeiing van de kolen zoveel mogelijk wordt tegengegaan.
De Raad wenst voorts te wijzen op het gevaar, verbonden aan het gebruik van open licht in kleine niet direct met de buitenlucht verbonden ruimten, als het kabelgat. Wanneer zulke plaatsen verlicht moeten worden, zal daartoe gebruik gemaakt moeten worden van een goed gesloten lantaarn. De voorschriften van art. 37 van het K.B. van 22 sept. 1909, Stbl. 315, bepalingen inhoudende voor het geval de lading uit steenkool bestaat, dienen zorgvuldig te worden nageleefd. (opm: zie ook


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende het aan de grond lopen in de Lofodden archipel bij Ramstad baken op 29 september van het stoomschip WIERINGEN, gezagvoerder M.A. Hooykaas; rederij: Stoomvaart Maatschappij Rotterdam, beiden te Rotterdam.
Blijkens de Norway Pilot (3e editie deel II, blz. 455) vertoont Ramstad baken een wit licht tussen Z 75 gr. O en Z 67 gr. O, rood tussen Z. 67 gr. O en 49 gr. W en weer wit tussen Z 49 gr. W en Zuid 55 gr. W, terwijl het overigens donker is. Toen nu de WIERINGEN van de rode sector in de witte sector van het licht kwam, is het schip kennelijk door stroom en wind te veel BB. opgegaan; men kwam dus niet naar de rode sector toe, gelijk de loods verwachtte en in verband, waarmee hij de stuurman had opgedragen hem dadelijk te waarschuwen, als het licht van kleur veranderde; maar men werd meer en meer gedreven naar dat gedeelte van de witte sector van het licht, waar het in donker overgaat. Dit blijkt uit de omstandigheid, dat de WIERINGEN bakboord buiten het vaarwater is vastgelopen. Aangenomen nu, dat de witte sector van het licht veilig vaarwater aanwijst, moet, waar alle getuigen ook tijdens het vastzitten het witte licht gezien hebben, die sector iets te veel hebben geschenen over dat deel, dat donker behoort te zijn. In dit laatste is dan de oorzaak van de ramp gelegen, want, indien het schijnsel van het licht tijdig verdwenen was, had de loods, begrijpend, dat hij aan BB. buiten het vaarwater kwam, door direct hard SB. roer te geven het schip weer binnen de wit-lichtende sector kunnen brengen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak betreffende de klacht van B.T.M. Aussel e.a. tegen L. Grilk, gezagvoerder van het stoomschip TROMPENBERG, rederij: Stoomvaart Maatschappij ‘Hillegersberg’ te Amsterdam. De Raad is van oordeel, dat, daar het onmogelijk bleek het defect geraakte stuurgerei te Archangel afdoende te herstellen, de aangebrachte hulpstuurinrichting aan redelijke eisen voldeed. Het is de Raad bekend, dat verschillende schepen voorzien zijn van een stuurinrichting volgens het ditmaal gevolgde systeem. Het bezwaar, in de klacht vermeld, dat bij een defect aan ketels of machine deze inrichting niet gebruikt zou kunnen worden, komt de Raad ongegrond voor, immers, in zulk geval zou men door het gebruik van takels het gebrek kunnen verhelpen.
Op bovenstaande gronden acht de Raad de klacht ongegrond, verwerpt die en verklaart dat de kapitein L. Grilk in deze geen blaam kan treffen.


23 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 oktober. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Konstantinopel is het Nederlandse stoomschip HELENA door aanvaring licht beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Petersburg, 22 oktober. Twee lichters met 1.000 ton lading ex. stoomschip VEERHAVEN, zijn volgens de Shipping Gazette 17 oktober aangevaren door het naar Rotterdam vertrekkende Zweedse stoomschip ALIDA en dientengevolge gezonken. De wrakken leveren een ernstige belemmering op voor de scheepvaart. Het ene vaartuig moet door middel van springmiddelen worden verwijderd en het andere zal ten voordele van belanghebbenden worden verkocht.


24 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 24 oktober. Het Nederlandse schip FREDERIK, kapt. Puister, is met verlies van boot en meerdere dekschade, te Sundsvall aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 23 oktober. Het stoomschip MAAS heeft te Hamburg gerepareerd en werd weer in lading gelegd. (opm: zie NRC 111013)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Naar men verneemt zijn door Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart Mij. bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. twee stoomschepen besteld elk van 6.000 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 oktober. Van de werf van de firma J. de Boer & Zn. te Oude Pekela is met goed gevolg te water gelaten een stalen schip, groot 110 ton, voor schipper E. Schut aldaar. De kielen warden gelegd van twee schepen, resp. voor G. Sanders te Stadskanaal en S. Jager te Oude Pekela.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 23 oktober. Van de N.V. Scheepswerven v/h. G. & H. Bodewes werden dezer dagen te water gelaten de stalen zeesleepboten MARIANNE en C. & H. 4, resp. voor Hamburger en Antwerpse rekening. In eerst genoemde boot zal geplaatst worden een compoundmachine van 250 ipk en in no. 2 een triple-expansie machine van 350 ipk. Ketel en machine-installaties worden geleverd door de N.V. Machinefabriek Fulton alhier.
De kiel is gelegd voor een stalen sleepboot voor rekening van de heer E. Frater Smid te Groningen, waarin te plaatsen een triple-expansie machine van 350 ipk.


25 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 24 oktober. De Nederlandse cutterzuiger POSIDONIA van Rotterdam naar Port Pirie arriveerde gisteren en vertrok heden volgens een telegram van het Bureau Wijsmuller van Colombo.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 oktober. Volgens mededeling van het Loodswezen aan het B.A.Z. (opm: Berichten aan Zeevarenden) zullen voor het proef stomen van een onderzeeboot beginnende 27 oktober aanstaande tijdelijk 2 zware stompe tonnen met afgeknotte kegel, worden gelegd in de lijn van de West en Oost mijlpalen nabij de ‘Schoone Waardin’, beoosten Vlissingen, respectievelijk ongeveer 200 meter en 300 meter uit de wal. Als deze boot bezig is met proef stomen zal een vaartuig met een vlag in de top met het woord “mijl” nabij de tonnen liggen. Ter voorkoming van aanvaring met de onderwater varende onderzeeboot moeten daar passerende schepen ruim bezuiden de lijn van de tijdelijke tonnen blijven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 oktober. In opdracht van de Salvage Associaton te Londen zullen thans door L. Smit & Co’s Sleepdienst hier pogingen worden gedaan om het nabij Vlaardingen door aanvaring gezonken stoomschip MAVIS te bergen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 24 oktober. De stoombarkas KOPEREN PLOEG is heden in publieke veiling gebracht en voor NLG 1.200 aangekocht door de heer Joh. N. Klein hier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 oktober. De motorboot DIRK BOOT, die door de bouwmeester te Amsterdam geëxposeerd werd, is aan de N.V. Reederij De IJsel te Gouda verkocht.


26 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 oktober. Het stoomschip INSULINDE, in aanbouw op de werf van de Koninklijke Mij ‘De Schelde’ te Vlissingen zal zaterdag 1 november te water worden gelaten.


27 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Marine Nieuws. De correspondent van het N.v.d.v. N.I. te Soerabaja schrijft 27 september: Zo is dan eindelijk het onlangs voltooide marine kampement op Goebeng in dienst gesteld.
Een gedeelte van de equipage van het wachtschip KONING DER NEDERLANDEN is reeds in deze mooie en ruime inrichting ondergebracht.
De KONING DER NEDERLANDEN, die voortaan als logementschip zal dienen, is reeds van de rede naar het bassin gesleept om daar voor goed te blijven liggen, terwijl de munitie naar het op de rede liggende kruitschip werd overgebracht.
Hedenmorgen zijn de pantserschepen DE ZEVEN PROVINCIEN, TROMP, DE RUYTER en HERTOG HENDRIK van de gevechtsoefeningen die zij in Straat Madoera ter hoogte van Sedajoe hebben gehouden te Soerabaja teruggekeerd. De volgende week gaan zij weer schietoefeningen houden, vermoedelijk weer in de wateren van Ampenan.
Heden wordt hier uit China de HOLLAND verwacht, die 1 december weer naar Nederland zal terugkeren. Met het oog op de grote reis zal het schip enige maanden in het bassin van het marine-etablissement komen te liggen, om in gereedheid te worden gebracht. Aanvankelijk heette het dat ook DE RUYTER naar Nederland zou vertrekken en wel gezamenlijk met de HOLLAND, doch nu is voorgesteld dat DE RUYTER eerst over een half jaar de terugreis zal aanvaarden, omdat men de komst van de KONINGIN REGENTES wil afwachten, welk schip dan uit Nederland wordt verwacht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 oktober. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Emden is de met graan van Apenrade naar Antwerpen bestemde Nederlandse tjalk NAVIGATION op Borkum gestrand. De kans om het schip vlot te brengen is uiterst twijfelachtig.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 oktober. Men seint ons uit Londen: Het van Batavia naar Rotterdam bestemde Nederlandse schip WILIS is met verlies van 1 schroefblad en met een verbogen schroefblad te Suez aangekomen. De reparaties zullen te Suez worden verricht. Wij vernemen nader dat het stoomschip thans in het dok staat om de schade te laten herstellen. Wanneer die reparatie is afgelopen is niet met zekerheid te zeggen. De zich aan boord bevindende mails zullen met de eerst de beste mailboot worden doorgezonden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 oktober. De sleepboot SEINE met een baggermolen op sleeptouw, van Rotterdam naar Quebec (Canada) arriveerde 24 oktober n.m. ter bestemming.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 oktober. Heden is van hier vertrokken het nieuwgebouwde ewerschip AMANDA, gebouwd op de werf van Gebr. van Diepen te Waterhuizen. Het is voor Duitse rekening gebouwd en bestemd voor Hamburg. Kapitein J. Dories is belast met de overbrenging naar de bestemming.


28 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 oktober. Na het bezoek van Hare Majesteit de Koningin aan het nieuwe stoomschip GELRIA van de Koninklijke Hollandsche Lloyd is thans het publiek uitgenodigd tot bezichtiging van dit schip. Gisteren namiddag waren onder de bezoekers de Commissaris van de Koningin in Noord Holland, Mr. Dr. W.F. Van Leeuwen, leden van de Kamer van Koophandel, groot industriëlen, en verschillende toonaangevende personen uit de handel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 oktober. Het van Batavia naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip WILIS is met verlies van een schroefblad en met een verbogen schroefblad te Suez aangekomen. De reparaties zullen te Suez worden verricht . Het stoomschip staat thans in het dok om de schade te laten herstellen. Wanneer het herstellen zal zijn afgelopen is niet met zekerheid te zeggen. Het stoomschip WILIS heeft op 27 oktober op 23º NB en 35º OL met de schroef tijdens de nacht op een drijvend voorwerp geslagen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 oktober. Het stoomschip dat op de werf van de firma Bonn & Mees te Rotterdam is gebouwd, en dat aan de werf van de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen machines en ketels heeft ingenomen, is thans zo ver gereed dat aan het einde van deze week kon worden proef gestoomd, waarna het schip naar Rotterdam terugkeert.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 27 oktober. De reddingboot OTTO HASS, van het station Borkum Zuid van het Deutscher Gesellschaft zur Rettung Schiffbrüchiger heeft 2 opvarenden van de Nederlandse tjalk NAVIGATION (opm: is de NAVIGATOR) gered. (opm: zie ook NNO 281013)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. scheepsbouwwerf ‘De Merwede’ v/h. Van Vliet & Co. te Hardinxveld, is te water gelaten een stalen stoomschip No. 108, lang 133'-0", breed 23'-0" en hol 10’-9", genaamd AMIRAL I'HERMITE DUNKERQUE, voor rekening van een Engelse firma. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een stalen sleepkaan No. 111, lang 85,50, breed 10,20 en hol 2,50 meter voor rekening van de heer W.J. Fink te Nieder-Heimbach. (opm: Correctie - werfnummer 108 is de AMIRAL I'HERMITE (OBVX), met thuishaven Duinkerken voor rekening van een Franse firma, bron: L.R.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 oktober. Het Nederlandse stoomschip ZANDBERGEN, groot 3.145 bruto en 1.981 netto ton, is verkocht aan de West-Russische Stoomvaart Maatschappij. Het schip werd in 1902 te Port Glasgow gebouwd, is lang 352.2, breed 48.7 en hol 21.4 voet.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 28 oktober. Het Nederlandse schip NAVIGATOR, kapt. Bakema van Groningen, op reis van Apenrade naar Antwerpen met graan, is nabij Borkum gestrand. Sleepboten ter assistentie zijn van hier vertrokken. (Later bericht). De NAVIGATOR is hier binnengesleept met verlies van roer en zwaar lek.


29 oktober 1913


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd de volgende uitspraak gedaan:
Uitspraak betreffende het werpen van de deklast van boord van het stoomschip LEERSUM, ten gevolge waarvan roer en schroef werden beschadigd en de grote mast brak en overboord ging op 62° N.B. Kapitein G. Stekelenburg te Breukelen; rederij: Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’ te Amsterdam.
Naar de verklaring van de gezagvoerder was het met het oog op het hoogst ongunstige stormweer volstrekt noodzakelijk de deklast te werpen; het was volgens zijn zeggen verder zo goed als onvermijdelijk, dat met het werpen van de deklast ook de achtermast, welke in de deklast gepakt was, afbrak en meegesleurd werd, zulks te meer, waar die last niet bestond uit balken, welke uit elkaar rollen, maar uit gezaagd hout, dat meer een vaste massa vormt.
De Raad legt zich bij deze verklaring van de gezagvoerder neer; al kan het werpen van zo belangrijke deklast, ten gevolge waarvan een grote hoeveelheid hout op zee ronddrijft, weer zijn gevaren opleveren voor de schroef van het schip in kwestie en ook voor die van andere schepen - afgezien nog van de door het werpen veroorzaakte schade aan de eigenaren van de lading - zo kunnen toch de omstandigheden deze maatregel noodzakelijk maken.
Opgemerkt dient echter dat het ongewenst is, dat schepen zulk een vrij belangrijke slagzij hebben als de LEERSUM had, daar dit de bestuurbaarheid van het schip zeker vermindert. Art. 40, alinea 4, van het K.B. van 22 september 1909, Stbl. 315, zegt dan ook, dat het geladen schip rechtop moet kunnen liggen. Men had in elk geval alles moeten verrichten om de slagzij zo gering mogelijk te doen zijn en dus het eerst de kolen, aan S.B. zijde geladen, moeten verstoken, hetgeen nagelaten is; de door de gezagvoerder daarvoor opgegeven verontschuldiging, dat dit meer werk voor het machinekamer personeel zou zijn geweest, kan als zodanig niet gelden. De Raad vestigt verder de aandacht op het feit, dat de deklast in casu zeer groot was, het ware gewenst dat er nadere wettelijke bepalingen betreffende het voeren van deklasten gemaakt werden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd de volgende uitspraak gedaan:
Uitspraak betreffende het aan de grond lopen in de Zuidelijke Lofoden op 28 september van het stoomschip HILVERSUM, kapt. J.H. Jongman; rederij: Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’, beiden te Amsterdam. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het aan het stoomschip HILVERSUM overkomen ongeval gelegen is in het invallen van een regenbui en de daardoor veroorzaakte belemmering van het zicht op het ogenblik, dat men in het nauwe bochtige vaarwater het geleidelicht, waarop van koers veranderd moest worden, had moeten zien. Daardoor heeft men op de gis moeten sturen, is even buiten het vaarwater geraakt en langs de grond geschuurd.


30 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 oktober. Hedenochtend werd geseind dat het stoomschip LEONORA de reis van St. Nazaire naar Poortershaven had voortgezet. Echter een volgend telegram deelde mee dat de LEONORA met nog meerdere stoomschepen door slecht weer werd opgehouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 oktober. Het van hier vertrokken Nederlandse schip TROMP was het laatste stoomschip voor dit seizoen naar Archangel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Sundsvall, 25 oktober. De lading meel van het Nederlandse schip FREDERIK, kapt. Puister, op de reis van Koningsbergen naar Brahestad, hier met schade binnengevallen, zal wegens het vergevorderd seizoen door een stoomschip naar de bestemming worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 28 oktober. De tjalk NAVIGATION, gisteren bij Borkum gestrand, is heden afgesleept en met zware averij hier binnen gebracht per sleepboot NORDERNEY.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 28 oktober. Heden is alhier gearriveerd de nieuwe stalen twee-mast schoener ALBERDIENA, gebouwd op de werf van de heer Mulder te Stadskanaal. Dit schip, metende netto 311 m3, wordt bevaren en is voor rekening van de kapitein W. Hoeksema, is geladen met ijzererts en zal binnenkort de eerste reis aanvaarden naar Granton (Engeland).


31 oktober 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. Bij het onderzoek betreffende de aanvaring in de Nieuwe Waterweg op 16 september tussen het Engelse stoomschip MAVIS en het Duitse stoomschip COLMAR is verder voorlezing gedaan van de scheepsverklaringen van de kapitein van de MAVIS, die de verklaring van de loods bevestigen. De kapitein schreef de ramp toe aan het niet, ingevolge de voorschriften, uitwijken van de COLMAR.
De loods K. Brik van de COLMAR verklaart, dat zijn schip 3 rode lantaarns op had. Hij erkent echter, dat de laagste lantaarn iets lager dan volgens voorschriften hing. Twee van de rode lichten waren olie-lantaarns. De andere was een elektrische, waaromheen een rode doek was gewonden.
Toen getuige beide geleidelichten van Blankenburg zag, stuurde hij WNW; het schip liep toen volle kracht (9 mijl). De COLMAR moest om haar grote diepgang de Zuidwal houden en had die op 120 meter afstand, later op 50 meter. Op het vernemen van seinen uit een vooruit hangende mistbank gaf hij eerst halve kracht, daarna deed hij de machine stoppen, waarop de kapitein volle kracht achteruit commandeerde. Er werd stuurboordroer gegeven; getuige vermoedt, dat de stroom de MAVIS tegen de COLMAR heeft gedreven. Dit schip was benoorden het middenvaarwater, toen getuige het het eerst zag.
Uit de scheepsverklaring van de gezagvoerder van de COLMAR, die overigens in overeenstemming met de verklaring van de loods luidt, vermelden wij dat volgens hem de loods order had gegeven niet noordelijker te koersen met het oog op de grote diepgang.
De MAVIS was aan de Noordwal; als hij ook achteruit had geslagen, of meer de Zuidwal had gekozen, had volgens de kapitein de aanvaring niet plaats gehad.
De loods Hollaar, nogmaals ondervraagd, hield vol dat de MAVIS niet de Noordwal gehouden heeft. De Raad zal overwegen of het wenselijk is nog meer getuigen te horen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Voor de eerste reis passeerde heden te Lobith, met bestemming naar Ruhrort, het nieuwe sleepschip JULIA 28, schipper Fierant, groot 580 ton, gebouwd te Weert voor rekening van de heer S.A. la Meuse te Antwerpen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 oktober. Het in 1878 van ijzer te Londen gebouwde rader-stoomschip BENBRIDGE, te Portsmouth thuis behorende en groot 104 register ton bruto, is aan de scheepsloperij ‘De Koophandel’ verkocht. De afmetingen van het schip zijn 137.4 voet lang, 16.1 voet breed en 4.8 hol.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 29 oktober. Volgens telegram uit Nantes is het met ijzererts geladen Nederlands stoomschip LEONORA bij de haven aldaar gestrand. Het schip zit op zand en grint, de positie is blootgesteld, doch niet gevaarlijk. Het weer is slecht.
Later bericht. Het stoomschip LEONORA is zonder assistentie vlot gekomen. Het schip zal drijvend worden nagezien, alvorens de reis voort te zetten.
30 oktober. De LEONORA is te middernacht van St, Nazaire naar Rotterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dakar, 28 oktober. Het drijvend dok No. 2, van Barrow naar Buenos Aires, is hier aangekomen, gesleept door de sleepboot ROODE ZEE, met lichte lekkage in de afdelingen A2 en A3; de handpompen kunnen het water bijhouden. Experts rapporteren dat het dok in goede toestand is om naar Buenos Aires gesleept te worden.


01 november 1913


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Van de werf van de J. Meijer’s Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel werd gisteren met goed gevolg te water gelaten de stoomboot VENUS II, groot 1.200 ton deadweight (laadvermogen) bestemd voor de grote vrachtvaart, en gebouwd voor Noorse rekening.
De boot wordt van de meest moderne los- en laadinrichtingen voorzien en na plaatsing van de hulpwerktuigen wordt de hoofdmachine van 550 pk van het triple-expansie systeem in Engeland ingebouwd. De kiel wordt gelegd voor eenzelfde boot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 1 november. Van de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen is hedenmiddag te water gelaten het dubbelschroefstoomschip INSULINDE bestemd voor het vervoer van passagiers, mail en goederen naar Nederlands Oost-Indië en in aanbouw voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd. Het schip is gebouwd van staal met waterballast over de gehele lengte en voorzien van negen waterdichte schotten, en is opgenomen in de hoogste klasse van Bureau Veritas.
De hoofdafmetingen zijn: Lengte over dek 498 Engelse voeten, grootste wijdte 57 en hol tot opperdek 38 Engelse voeten. Deze afmetingen tonen aan dat het schip het grootste is dat tot nu toe in Nederland werd gebouwd. Er zijn 4 verdiepingen boven het tussendek, alle acht à negen voet hoog. In de bovenste drie afdelingen zijn de salons en hutten voor 111 passagiers 1e klasse, terwijl deze inrichtingen geheel zijn afgesloten van het verkeer met het personeel, zodat de passagiers geheel vrij zijn. Het 1e klasse salon bevindt zich op het opperdek midscheeps. De betimmering