Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezig jaargangen:
Start - 0 - 189 - 1801 - 1803 - 1805 - 1806 - 1808 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 2018


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1857


01 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 december. Heden is van de werf Koning William van de scheepsbouwmeester A. van der Hoog te Amsterdam van stapel gelaten het barkschip RIJNBRAND, groot 180 gemeten lasten, gebouwd voor rekening van de heren J.T. Marselis en gevoerd zullende worden door kapt. L.C. Peters.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 30 december. Heden arriveerde alhier de Belgische stoomboot BELGIQUE, ten einde in het marine-droogdok enige reparatiën te ondergaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 29 december. Het Nederlandse schip (opm: brik) JONKVROUW GEERTRUI, kapt. Brouwer, van Amsterdam naar Bahia, hetwelk op het Long Sand (opm: Goodwin Sands) aan de grond heeft gezeten – zie ons nommer van gisteren – is alhier aangekomen om nagezien te worden. (opm: zie NRC 311256 en 040157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colbergermünde, 26 december. Hedenmiddag strandde op het Ooststrand, dicht bij de haven, de Nederlandse tjalk WELDAAD, kapt. R.H. Folders, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Londen bestemd. Het scheepsvolk is gered en nadat men een gedeelte der lading gelost had, is het schip zeer lek te Colberg (opm: Kolberg, thans Kolobrzeg) binnengebracht. (bereids kortelijk gemeld [opm: zie NRC 301256, zie ook NRC 260157]).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij notariële akte in dato de 30e december 1856, is tussen Johannes Hendricus Seeuwen en Johannes Arnoldus Anthonius Seeuwen, beiden kargadoors, wonende te Rotterdam, aangegaan een vennootschap, ten doel hebbende de voortzetting voor gemeenschappelijke rekening der zaken als kargadoors, en alles wat daartoe in de ruimste zin betrekking heeft, tot nu toe door de eerstondergetekende alhier te stede alleen gedreven onder de firma van Seeuwen & Co, en zulks voor een tijdvak van tien jaren, te rekenen van de 1e januari 1857 af, na verloop van welke tijd dezelve voor vijf jaren zal worden gecontinueerd, bijaldien geen der vennoten dezelve zes maanden vóór de expiratie, en alzo vóór of uiterlijk op de 1e juli 1866, schriftelijk mocht hebben opgezegd, en waarmede vervolgens alzo van vijf tot vijf jaren zal worden voortgegaan, tot zolang een zodanige opzegging zal hebben plaats gehad. De firma der vennootschap zal blijven Seeuwen & Co, tot de tekening waarvan de beide vennoten gerechtigd zullen zijn, zonder die echter immer te mogen bezigen tot het tekenen van obligatien, promesses, borgtochten, acceptatiën in blanco, of het opnemen en negotiëren van gelden, al ware zulks ten behoeve der firma, waartoe altijd de handtekening der beide vennoten vereist zal worden. J.H. Seeuwen. Rotterdam, 31 december 1856 J.A.A. Seeuwen


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris D. Uytenhooven, residerende te Vlissingen, zal op woensdag de 14e januari 1857, des middags ten 12 ure, in de Bovenzaal van de Societeit de Vergenoeging, op de Grote Markt te Middelburg, in het openbaar presenteren te verkopen, de overdekte stoomboot, genaamd DE STAD VLISSINGEN NO. 1, behorende tot de Maatschappij van Zeeuwsche Stoomvaart, dienst gedaan en gevaren hebbende op de Oosterschelde, tussen de steden Middelburg, Zierikzee en Bergen op Zoom vice versa; volgens meetbrief lang 98 voeten, wijd 32 voeten en hol 1 el 68 duimen, en alzo groot 95 tonnen, na aftrek der machinekamer met derzelver complete stoommachine van 50 paardenkracht en verdere inventaris, zo als dezelve is liggende in de Binnenhaven der stad Middelburg. Nader onderricht verlangende, vervoege men zich ten kantore van genoemde notaris, mitsgaders aan de heren D. Dronkers en J.J. De Kanter, te Middelburg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 november 1856. Vrachten. Hieromtrent valt het volgende te berichten.
De bij het afgaan van de laatste mail nog onbevrachte Nederlandse schepen werden tot de volgende rates naar Nederland opgenomen. BURGEMEESTER HOFFMAN à NLG 90 voor suiker, op de kust. GEESINA en MARGARETHA SIMONETTA à NLG 87,50 voor suiker, op de kust te laden. HENRIETTE, ADMIRAAL PIET HEIN en MARIA ELISA laden op de kust suiker à NLG 90, rijst à NLG 85. VOORUIT laadt alhier voornamelijk voor reders rekening. Sedert arriveerden Nederlandse YSTROOM, die NLG 90 voor suiker en NLG 85 voor koffij bedong naar Amsterdam, te Indramayoe en Samarang te laden. Nederlandse TRIJNTJE FENNA, die te Samarang NLG 90 voor suiker en NLG 85 voor rijst accepteerde naar Rotterdam. Nederlandse ARLEQUIN laadt te Indramayoe rijst à NLG 85 voor Rotterdam. Nederlandse AEGIDIA EN PAULINE laadt hier naar Amsterdam rijst à NLG 80, arak (opm: rijstbrandewijn) à NLG 90 en lichte goederen à NLG 100. Nederlandse POLLUX laadt rijst te Indramayoe à NLG 85 en zal hier opvullen. Nederlandse SOERABAYA neemt te Pekalongan suiker à NLG 87,50 en alhier suiker à NLG 85 en rijst à NLG 82,50 voor Rotterdam. Nederlandse WILHELMINA EN CLARA is in onderhandeling over een reis naar Japan, ter remplacering van de SARA JOHANNA, op de reis derwaarts totaal verongelukt (opm: zie JB 301056). Nederlandse LOUISE PRINCES DER NEDERLANDEN moet hier en te Soerabaja nog lossen. Nederlandse AUSTRALIE en EDUARD MARIE zijn pas gearriveerd. Te Soerabaja is nog sedert ons vorig bericht gecharterd Nederlandse KENAU HASSELAAR à NLG 90 voor suiker.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. For sale, two new iron screw colliers, and two second hand ones ditto, ready for delivery. Dimensions 162 ft. by 26 ft. 6 inches by 15 ft. 9 inches; Gross tonnage 466; Register 365; Carry 600 tons dead weight and 50 tons fuel at 13 ft. 6 inches draught of water; Capacity for 27,000 cubic feet of cargo exclusive of ballast tanks; 70 horse power engines by Messrs. Stephenson & Co.
Address for further information prepaid to John Bryan, New-Castle upon Tyne, or Luttenberg Bros. & Co., Rotterdam.
N.B. Particulars of all kind of steamers and machinery for sale will be forwarded on application.


02 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremen, 29 december 1856. Het schip (opm: galjoot) WENDELINA, kapt. W.J. Hilbrands, van Riga herwaarts gedestineerd, bij Bremerhaven aan de grond vastgeraakt (opm: zie NRC 191256), is wrak. De lading wordt geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 27 december. Het schip (opm: kof) AFINA HILLECHINA, kapt. D.H. Drewes, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Dundee, alhier in averij binnengelopen, heeft heden na geëindigde reparatie de reis vervolgd.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De notaris A. van der Plaats te Leeuwarden zal, ten verzoeke van de heer Mr. Johs. Van der Veen Cz, Procureur aldaar, op maandag de 12 januari, des namiddags 4 ure, ten huize van Hoekstein, op de Grachtswal aldaar, finaal verkopen: 3 percelen, waarvan het eerste:
1. Een Scheepstimmerwerf en grote timmerschuur c.a. staande en gelegen op Schilkampen nabij en onder Leeuwarden, gequoteerd letter M. no. 222 (opm: plaatselijk huisnummer), kadaster sectie F, no. 670, ter grootte van 11 roede 40 el; laatst in eigen gebruik bij wln. Jarig P. v.d. Meulen; geboden NLG 1.111.
Het eerste perceel 8 dagen na de finale toewijzing.


03 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 november. Wij vernemen, dat door de firma W. Cores de Vries het alhier ter rede liggende Engelse stoomschip TORCH is aangekocht, en dat het bestemd is om in de Indische stoomvaart te worden opgenomen. (opm: verdoopt in PALEMBANG)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 november. In de namiddag van de 10e oktober, kwam ter rede alhier aan het Engelse koopvaardijschip NILE, kapt. Whanneld, via Batavia naar Singapore bestemd. Op die bodem bevonden zich de heren C.G. Coorengel, van verlof naar Nederland terugkerend hoofdambtenaar, F.L. Dankmeijer en W. Poolman en een Javaanse bediende, die allen als passagiers aan boord van het Nederlandse koopvaardijschip LUCIPARA (opm: LUCIPARA’S), kapt. J. Kloppenburg, op de 18e juni het Nieuwe Diep verlaten hadden. De reis van de LUCIPARA was in den beginne niet onvoorspoedig. Onder de Braziliaanse kust deed zich evenwel een lek op, dat van weinig betekenis was en zich als het ware vanzelf samentrok. Op de 20e augustus echter openbaarde zich weder een lek aan weerszijde van de boeg, hetwelk zodanig was, dat het grote bezorgdheid te weeg bracht, welke drie dagen later nog verergerde door een zware storm, enige etmalen aanhoudende en het lek doende toenemen, zodat de LUCIPARA, in weerwil van gestadig pompen en andere middelen om het indringend water te lozen, in het uur vier à vijf voet water maakte. Na in die toestand gedurende acht dagen verkeerd te hebben, daagde het genoemde schip NILE op, waarop de passagiers besloten op die bodem over te gaan. Zij konden zulks echter niet verrichten dan met achterlating van het grootste gedeelte hunner goederen, nauwelijks een geringe dagelijkse verschoning kunnende meenemen, waardoor zij zich aan vele ontberingen hebben moeten onderwerpen, te meer nog, daar de NILE, die overigens een goede reis had, niet voor passagiers was ingericht, zijnde zij niettemin zo goed mogelijk op die bodem verpleegd. De LUCIPARA zette op dat ogenblik koers naar de Tafelbaai, vanwaar dat schip westelijk nog een goede honderd mijlen verwijderd was, en wij hopen van harte spoedig omtrent die bodem, aan welks behoud de kapitein bij het vertrek der passagiers nog niet wanhoopte, geruststellende tijdingen te mogen vernemen. (Het schip LUCIPARA is, zoals wij dit indertijd mededeelden de 4e oktober in de Simonsbaai binnengelopen en aldaar geabandonneerd. De redactie). (opm: zie o.a. NRC 191156)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 januari. Volgens brief van Batavia, in dato 9 november 1856, waren door het schip MIMOSA, kapt. Kemp, te Anjer aangebracht, de kapitein, de eerste stuurman, de dochter en zes man van de equipage van het schip SARA JOHANNA (opm: fregat, kapt. J.L. ten Boekel), op de reis van Batavia naar Japan in de Chinese Zee, bij Chusan, verongelukt (opm: zie o.a. JB 301056).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 januari. Het schip (opm: kof) JANTJE, kapt. A. de Haan, van Stettin (opm: Szczecin) naar Newcastle, is volgens brief van Norden van 30 december, bij Juist door het volk verlaten, dat te Norden aangekomen is. (opm: zie NRC 060157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 1 januari. Volgens telegrafisch bericht van Ystad, is het Nederlandse schip ROELFINA REGINA, kapt. Lula, van Libau (opm: Liepaja) naar de Maas, bij Kempinge (opm: Kämpinge, 55º24’ N.B. 12º58’ O.L.) gestrand, doch vlot gekomen en aldaar ter reparatie binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gijon (opm: 43º32’ N.B. 05º39’ W.L.), 24 december 1856. De Nederlandse kof GEERTRUIDA, kapt. J.J. Goosens, van Marseille komende, is gisterenavond op de bank voor onze haven gestrand en gezonken. De bemanning is gered, doch het schip zal hoogstwaarschijnlijk weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad (opm: Kronsjtadt), 23 december 1856. Het schip (opm: smak) VERTROUWEN, kapt. H. Dekker, is alhier in de haven ingeijsd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pernau (opm: Pärnu), 13 december 1856. Het schip (opm: kof) EGBERTUS, kapt. Schrik qq, naar de Maas bestemd, is alhier in de haven ingeijsd.


04 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 januari. Heden is van de werf van de heren Hoogendijk & Co te Capelle aan den IJssel met het beste gevolg te water gelopen het barkschip ALLEGONDA JACOBA, groot 370 gemeten lasten, ingericht voor de grote vaart en gevoerd zullende worden door kapt. H.C. Deurholt, onder directie van de heren Schloss & Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 31 december. Het schip JONKVROUW GEERTRUI, kapt. Brouwer, van Amsterdam naar Bahia, alhier binnengebracht na op het Goodwin Sand gestoten te hebben – zie ons nommer van 1 januari – maakt geen water. De kapitein is alleen voorzichtigheids- halve hier binnengelopen om het schip na te zien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mumbles (opm: The Mumbles, 4’ ZZW van Swansea), 1 januari. De Nederlandse bark ODELIA MARGARETHA (opm: ODILIA MARGARIETA), kapt. C.F. Hazelhoff, van Swansea naar Sydney, is in aanzeiling geweest met de Engelse brigantijn ANTIGUA PLANTER. De bark heeft daarbij de kluiverboom verloren en andere schade aan het voorschip bekomen. De brigantijn verloor de grote mast. (opm: zie NRC 140157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 30 december 1856. De Nederlandse kof HERMANUS HESSELAAR, kapt. Mellema, van Riga met talk naar Londen bestemd, is hier gisteren namiddag met gebroken spil in de haven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 30 december 1856. De kof ANGELINA, kapt. Bliedekker, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Perth, heeft hier ter rede anker en ketting verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 15 november 1856. Het alhier van Dordrecht gearriveerde Nederlandse schip (opm: fregat) JACOB CATS, kapt. A. van der Windt, heeft 16 en 17 oktober 1856 zware stormen doorgestaan en daarin zeilen verloren.


05 januari 1857


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris D. Uyttenhooven, residerende te Vlissingen, zal op woensdag de 14e januari 1857, des middags ten 12 ure, in de Bovenzaal van de Sociëteit De Vergenoeging, op de Groote Markt te Middelburg, in het openbaar presenteren te verkopen, de overdekte stoomboot, genaamd de STAD VLISSINGEN, No. 1, behorende tot de Maatschappij van Zeeuwsche Stoomvaart, dienst gedaan en gevaren hebbende op de Oosterschelde, tussen de steden Middelburg, Zierikzee en Bergen op Zoom vice versa; volgens meetbrief lang 98 voeten, wijd 32 voeten en hol 1 el 68 duimen, en alzo groot 95 tonnen, na aftrek der machinekamer, met derzelver complete stoommachine van 50 paardenkracht en verdere inventaris, zoals dezelve is liggende in de Binnenhaven der stad Middelburg.
Nader onderricht verlangende vervoege men zich ten kantore van genoemde notaris, mitsgaders aan de heren D. Dronkers en J.J. de Kanter, te Middelburg.


06 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 januari. Het schip SOPHIE, kapt. Kroon, van Sunderland naar Groningen, is de 1e januari met verlies van ankers en kettingen te Delfzijl binnengelopen, zijnde in de nacht van de 28e december van uit het Friese Gat naar zee gestormd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 januari. Het schip JANTJE, kapt. de Haas (opm: waarschijnlijk kapt. A. de Haan), van Stettin (opm: Szczecin) naar Newcastle, bij Juist door het volk verlaten, is, volgens brief van Norden van de 2e januari uit elkander geslagen en met de lading weg (opm: zie NRC 030157).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 2 januari. De Nederlandse kof JOHANNES HERMANUS, kapt. Visser (opm: N.J. Visker), van Libau (opm: Liepaja) naar Zwolle, is hier gisteren na een reis van 30 dagen met overgeschoten lading en verlies van schanskleden (opm: verschansing) binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Manila, 4 november 1856. De 17e oktober heeft alhier een hevige storm gewoed, waarin drie Amerikaanse, een Engels en een Nederlands schip op strand zijn geraakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helvoet, 5 januari. Het stoomschip HOLLANDER, komende van Bordeaux, is gisteren avond op Scheelhoek aan de grond gekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het goed onderhouden tjalkschip de VROUW ANSKE, gevoerd door schipper M.E. van der Veen, groot 50 zee- of 75 binnentonnen, met complete inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Zuiderhaven te Harlingen.
Nadere informatiën zijn te bekomen bij de heren Zeilmaker & Co aldaar.


07 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 januari. De Zeepost bevat de volgende lijst van Nederlandse schepen, welke in het jaar 1856 verongelukt, verbrand, afgekeurd, gesloopt of vermist zijn:
Scheepsnaam: Gezagvoerder:
ACTIVE P.J. Frankena (mogelijk F.S. Frankena)
ADRIANUS EN WILLEM († 1855) D. Smit q.q.
AMICITIA ET FIDES B.H. Schoe
ANNA ARNOLDINA J.F. Smid
ANNA MARIA H.P. Hazewinkel Muntendam
ANNECHINA G.J. Oostra
ANTJE B.H. Bultje
ANTJE SLEESWIJK L.J. de Jong
ARDINA L. van der Weijden
ARENDINA L.R. Leewes
* AUGUST EN MARIA K. de Kok
AURORA P.K. de Boer
BANCA J.F. Hoogeveen Heymans
BAREND († 1855) Koop
BLORA Van der Beek
BOXTEL K.L. Hille
CAROLINA P.T. Koning
CASTOR W.P. de Jonge
CATHARINA († 1855) Bruins
CATHARINA ALLEGONDA L. Thaden
CATHARINA ELISABETH († 1855) K.J. van Wijk
CATHARINA JANTINA J.H. Potjer (opm: of Pottjer)
CHRISTINA HENDRIKA H. Stemfoort
CHRISTINA MARGARETHA G.H. Cramer (opm: of Kramer)
COLLEBRIET Achmat
CORNELIA GESINA H.J. Bonder
CONCORDIA J.J. Balk
CONCORDIA (Ned. schip) N.N.
CONCORDIA A.R. Blijstra
DAGERAAD A.K. Pruim
DANKBAARHEID D.P. van Wijk
DRIE GEBROEDERS L. Hoefman
* EENDRAGT G. van Dalen
EENDRAGT B.A. Goosens
EGMOND EN HOORNE A. Glazener Jr.
* ELSINA CATHARINA G.H. Ruibing (opm: G.J. Ruibing)
ELSINA JELTINA († 1855) H.J. Zeven
ENGELINA JACOBA K.A. de Groot
* ENGELINA MEINDERDINA B.S. Wienke
FATOOL HAIR Said Aloei bin Abdoelah Agaffrie
FENNA N.N. (opm: E.A. Vennenga, zie NRC 090256)
FENNECHINA Hero H. Duit
GEPBINA VAN DELDEN E.A. Hoff
GEELINA (opm: GELIDA) R. Nip (opm: R. Nap)
GENERAAL CHASSÉ († 1855, Ned. Indië) N.N. (opm: G. Rehling)
GESINA VAN WIELER M. Zeijlinga
HENDRIKA ANNEGINA K.K. de Boer
* HENDRIKA CATHERINA F.H. Faber (opm: waarschijnlijk L.K. Faber)
HOLLANDER S.H. van Houten
HOLLANDIA J. Smidt Petersen
* HOOGEZAND H. van der Leest
HOOP J. Hansens
HOOP EN VERWACHTING G.H. Pijbus (opm: G.H. Pybes)
IDA B.J. Mulder
* IDA JASPERDINA A.A. Postema
INDRAMAYOU N.N.
JANE SERINA Ch. Brodie
JAPARA Gijsberts q.q.
JEZELINA H.W. Veendorp
JOHANNA Joh. Bik
JOHANNA MARIA J. de Jong
JOHANNA MARIA (opm: JOHANNA MARGARETHA) J.W. Visser
JOHANNES H. ter Poorten
JONGE BOUKE H.J. Botje
JONGE HENDRIK († 1855) H. Sleeboom
* JONGE HENDRIK R.T. Mulder (opm: G.K. Mulder)
JONGE RINKE T. de Jong
KLASINA T.A. Nanninga (opm: A.F. Nanning ?)
LIBRA J.R. Stomp (opm: R.J. Stomp)
LUCIPARA’S J. Kloppenburg
LUMINA H.J. de Boer (opm: H.J. Brouwer)
JONGE HENDRIK († 1855) H. Sleeboom
* MAARTJE CORNELIA († 1849) J. van der Kolff Wzn
MAAS (DE) J.W. Verberne
MARCHINA MARGARETHA J.H. Hut
MARIA H. Meijer
MARIA ADRIANA H. van Duin
NEÊRLANDS WELVAREN H.H. Brakke
NICOLA UIL H.G. Meijer
NIJVERHEID A.A. Metus
ONDERNEMING G.J. Lever
ONDERNEMING D.H. Tjakkes
ORION D.J. Huges
PRINS WILLEN FREDERIK HENDRIK Lt. J.W. de Ruiter de Wildt
(opm: Zr.Ms. transportschip)
ROBERTUS HENDRIKUS R.H. Mulder
SARA JOHANNA J.L. ten Boekel
SARA LYDIA B. van der Tak
SIEKE VAN DER WEST W.H. Steen
STAD TIEL W.B. Derks
SUSANNA GEERTRUIDA († 1855) D. Steenveld
TEELKELINA HENDRIKA T.J. Borst
TJADDA J.O. Staal
* TOEVAL D.W. Grafthuis
* TREKVOGEL J. Janninga
TROUW J. Mooi
TWENTHE A. Coopmans
VICE ADMIRAAL LUCAS J.K. de Weerd
VREDE F.G. Lukje
VRIENDSCHAP († 1855) E.J. Menkema
VROUW JANTINA de Vries
* VROUW MARGARETHA A.J. Onnes
VROUW MARTHA († 1855) P. van der Wiel
WELDAAD R.H. Folders
WUBBO EN WILLEM J.H. Bontekoe
ZAAIJER G. Boekhout
ZEPHIR († 1855) Henrichsen
ZWALUW F.G. van Wulven
ZWOLSCHE DIEP († 1855) H.R. Veldhuis
Sommige namen zijn met * getekend. Dit teken is daar geplaatst om aan te duiden, dat die schepen op de Nederlandse kust zijn verongelukt.
(opm: de met † 1855 aangegeven schepen zijn in dat jaar vergaan)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 6 januari. De stoomboot HOLLANDER zit nog altijd op Scheelhoek vast en heeft lichters en ijssloepen bij zich tot adsistentie. Het schip is nog dicht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 januari. Het schip (opm: bark) ZORGVLIET, kapt. J. de Vries, van hier naar Hartlepool, is volgens telegrafisch bericht van de 5e dezer, die nacht bij Alford gestrand en zal waarschijnlijk totaal weg zijn. De 2e stuurman en twee jongens zijn gered, doch de kapitein en de overige equipage daarbij verdronken. (opm: zie NRC 260957)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Een tjalkschip te koop, groot 65 binnenlandse tonnen, genaamd VROUW WIJKA, gebouwd in 1847, met deszelfs complete inventaris, varende onder Nederlandse vlag, laatst bevoerd door kapt. J.J. Panjer, liggende te Amsterdam. Te bevragen bij J.F. Huisman, Schipperstraat bij den Buitenkant, No. 167. Brieven franco.
(opm: op 24 februari onderhands voor NLG 2.850 verkocht aan schipper F.K. Krijne, Stroobosch die zijn aankoop als TWEE GEBROEDERS naar de binnenvaart bracht)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop. Het goed onderhouden tjalkschip de VROUW ANSKJE, gevoerd door kapt. M.E. van der Veen, groot 50 zee- of 75 binnenlandse tonnen (opm: bouwjaar 1846), met complete inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Zuiderhaven te Harlingen. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de heren Zeilmaker & Co., aldaar.


08 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 7 januari. Het schip (opm: kof) GESINA, kapt. J.G. Postema, heeft bij het uitzeilen tegen het hoofd gestoten en schade aan de boeg bekomen. Het is op de haven terug gehaald om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 7 januari. Het stoomschip HOLLANDER zit nog vast. Er zijn heden 3 lichters en 2 visschuiten met lading hier aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 5 januari. Heden nacht omstreeks 1 uur is bij een vliegende storm uit het N.O. met hevige sneeuwvlagen in de Eijerlandse gronden nabij Texel vervallen en gestrand het Noorse fregatschip ISABELLA, kapt. Larsen, van Drammen naar Londen gedestineerd. Nadat omstreeks `s middags ten 12 ure daarvan het achterschip was stukgeslagen, heeft de equipage, 15 man sterk, zich in de barkas begeven en gelukkig met dat vaartuig tegen 1 uur het strand op Texel bereikt, alwaar de bemanning dadelijk zo veel doenlijk werd verpleegd, waarop zich ook bij hen vervoegde de vice-consul van Zweden en Noorwegen, die onmiddellijk orde stelde op enige wagens, waarmee zij naar het dorp Den Burg vervoerd werd. Op een kleine afstand van dat dorp echter bleven de rijtuigen als het ware in de sneeuwbergen bedolven, en moesten de paarden worden afgespannen. Gelukkig evenwel was zulks in de nabijheid van het dorp, al waar door de zorg van voornoemde vice-consul in het verdere nodige op een lofwaardige wijze werd voorzien. Van schip en lading is thans nog niets naders bekend; men zegt dat ook in de nabijheid van het fregatschip nog een tweede schip zou gebleven zijn. Door de hevige storm en sneeuwjacht kon men echter niets onderscheiden. (opm: zie NRC 210157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 6 januari. De Nederlandse brik HENRIËTTE, kapt. Chevalier, van Rotterdam naar Soerabaija, is in aanzeiling geweest met de Belgische bark PROGRES en de Deense schoener NATHALIA, en is dientengevolge in de marinehaven gekomen om de geleden schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 6 januari. De mailboot van Ostende op hier, zou volgens een alhier lopend gerucht, heden nacht op het Goodwin Sand (opm: de Goodwin Sands) verongelukt zijn. (opm: zie NRC 100157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staatscourant bevat de volgende vergelijkende opgave der zeeschepen, waarvoor gedurende de jaren 1855 en 1856 voor de eerste maal Nederlandse zeebrieven zijn uitgereikt.
1855
Soort schepen Binnenl.geb schepen last Buitl.geb schepen last Totaal schepen Totaal last

Klipperschepen 3 1178 - - 3 1178
Fregatten 10 3965 5 2259 15 6224
Barken 30 9610 4 702 34 10312
Brikken 7 819 7 799 14 1618
Schoeners 34 2751 6 334 40 3085
Galjoten 31 1838 1 23 32 1861
Koffen 14 566 1 28 15 594
Tjalken 18 563 - - 18 563
Rinkelaars 1 17 - - 1 17
Bunschepen 1 37 - - 1 37
Stoomboten 2 431 3 277 5 708
_________ ________ _______ _________ ________ _______
Totaal 151 21775 27 4422 178 26197

1856

Fregatten 14 5502 - - 14 5502
Barken 32 10785 3 618 35 11403
Brikken 16 1701 1 99 17 1800
Schoeners 39 3239 7 388 46 3627
Galjoten 48 2511 1 52 41 2563
Koffen 18 911 2 136 20 1047
Tjalken 36 1162 - - 36 1162
Smakken 1 48 - - 1 48
Sloepen 1 19 - - 1 19
Ever schepen - - 1 24 1 24
Hoekers 1 47 - - 1 47
Pinkschepen 2 22 - - 2 22
Bomschepen 2 30 - - 2 30
Stoomboten
2
__________ 431
________ 8
_______ 1659
_________ 10
________ 2090
______
Totaal 204 26408 23 2976 227 29384


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Milford, 3 januari. Het Nederlandse schip (opm: fregat) KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. D.A. de Jonge, van Callao naar Cowes, hetwelk alhier, als vroeger gemeld, de 14e oktober lek binnen liep en op het droge lag om te repareren, is heden met het opkomend tij, voor de beide ankers waaraan het gemeerd lag, weggeslagen en dwars op een ander schip gedreven. Vandaar vrij komende strandde het op de harde grond en begon onmiddellijk vol water te lopen, zodat er nu 8 à 9 voet water in het ruim staat. Het schip heeft zeer geleden. De lading wordt gelost. (opm: zie NRC 160157 en 030757)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Triëst, 3 januari. Het Nederlandse schip (opm: schoener) STUURMANS HARMONIE, kapt. E.T. Mulder, van Newcastle op hier bestemd, is in Porto Buso gestrand. Na een gedeelte der lading in lichters gelost en een hoeveelheid kolen over boord geworpen te hebben, is het met adsistentie vlot en de 1e dezer hier in de haven gekomen.


  OP - Oostpost

Batavia. (geen datum) Het Nederlandsch Indisch koopvaardijschip JADOEL WADOET (opm: ook wel JADUL WADOET), metende ongeveer 290 lasten en toebehorende aan den te Soerabaya woonachtigen Arabier Said Achmut bin Djafar al Sagaf en aan Said Saphi bin Alie al Habesy te Suratte, keerde in de maand september j.l. van Juda, met bestemming naar Singapore, terug, aan boord hebbend circa 1500 personen, meest allen hadjis, in de Brits-Indische bezittingen en Nederlands-Indische archipel te huis behorende, die met dien bodem de terugreis aannamen. Men stelle zich den toestand dier in zulk een nauw bestek opeen gepakte menigte voor. Nauwelijks kon ieder hunner, zowel op het dek als in den kuil, over één voet breedte beschikken en steeds moesten zij staande blijven en om te kunnen slapen elkander vervangen. De hitte, benauwdheid en morsigheid aan boord waren dan ook onverdraaglijk en er ontstonden besmettende ziekten onder die ongelukkige menigte, waarvan ongeveer 350 personen gedurende de reis de slachtoffers werden. Op de hoogte van Ceylon werd het schip lek en liep een der havens van dat eiland in om te repareren. Na dat dit geschied was, nauwelijks twee dagen in zee, of het lek openbaarde zich opnieuw. Alle hulpmiddelen aan boord, om het indringend water te lozen, uitgeput zijnde, keerde de gezagvoerder (opm: naam onbekend, kapt. George Challenger was in Jeddah overleden, zie JB 140257) naar Ceylon terug en zette het schip, zonder dat daarbij verder enige ongelukken plaats hadden, bij Point de Galle op het strand, alwaar het nu in reparatie ligt. De overgeschotene passagiers gevoelden intussen geen lust, om met hetzelve de reis voort te zetten en hebben naar andere gelegenheden uitgezien, om de plaatsen hunner bestemming te bereiken.
(opm: het fregat, ex-STAD GENT 1830, ex-PRINS VAN ORANJE 1832-1851 werd waarschijnlijk afgekeurd, zie ook JB 100957)


09 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Helvoet, 8 januari. Het stoomschip HOLLANDER is vlot en goed op de kanaalhaven gekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 5 januari. Jongstleden zaterdag (opm: 3 januari) was alhier een Nederlandse kof voor de wal, doch tot dusverre heeft men nog niets naders daaromtrent vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 6 januari De Nederlandse brik (opm: fregat) JONGE JAN, kapt. E.H. Pfeiffer, van Rotterdam naar Macasser, is alhier met gebroken grote mast binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op aannemelijke voorwaarden wordt uit de hand of in ruiling tegen groter (opm: schip) aangeboden een smakschip met complete inventaris, groot 54 zeetonnen. Te bevragen met franco brieven bij J. Pauw te Edam.


  LC - Leeuwarder Courant

De geannonceerde publieke verkoping van het veerschip, varende van Veenwoudsterwal op Leeuwarden, zal geen voortgang hebben.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te huur bij geslotene briefjes voor 5 jaren: een zeer ter nering staande Scheeptimmerwerf met nette woonhuizing, grote scheepstimmerschuur en ruim erf, staand en gelegen te Sloten aan de Algemene Vaart en Rijdweg, waarop sedert jaren gemeld bedrijf met goed gevolg is uitgeoefend.
De briefjes moeten franco ingeleverd worden vóór 1 februari bij P.E. van Sluis te Sloten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie: Tjalkschip. De notaris A. Binnerts te Heerenveen zal, op donderdag 15 januari 1857, ’s avonds 7 uur, ten huize van Muurling aldaar, provisioneel verkopen: een Hektjalkschip, groot 77 tonnen, DE DRIE GEBROEDERS genaamd, liggende aan de werf van B.R. Spoelstra te Nijehaske, met mast, staand want, boegspriet, 30 blokken, boeisels en verdere inventaris.


10 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 januari. Naar men verneemt, is er door het departement van marine last gegeven om Zr.Ms. stoomschip ARDJOENO, liggende aan ’s Rijks werf te Hellevoetsluis, met spoed in gereedheid te brengen, vermoedelijk voor een reis naar Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 7 januari. Het schip OUD NEDERLAND, kapt. Riper (opm: fregat, kapt. Johann Riper), van Callao naar Rotterdam, hier met schade binnengelopen, heeft heden na geëindigde reparatie de reis naar Rotterdam voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Te Oude Pekela is de 6e dezer met het beste gevolg te water gelaten het schoener-kofschip ANNA ELISABETH, groot 120 lasten, gebouwd op de werf van de scheepsbouwmeester H. Drenth, voor rekening van een rederij onder directie van de heer mr. B.H. Viëtor, en zullende gevoerd worden door kapitein G.G. Schuur.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 januari. Van een geachte zijde ontvangen wij het volgende extract uit een brief van kapitein J.L. van Waning, gezagvoerder van het barkschip JAN VAN BRAKEL (opm: rederij Pistorius en Bicker Caarten), de 10e oktober (opm: 1856) te Batavia aangekomen, hetgeen wij gaarne om het algemeen belang plaatsen:
Batavia 10 november. Ter rede heeft hier aan boord een voorval plaats gehad, hetwelk de noodlottigste gevolgen had na zich kunnen slepen. Op zekere middag onder etenstijd rook de tweede stuurman brandlucht. Hierop in het tussendek springende, zag hij dadelijk dat er een kist in brand stond. Onmiddellijk het volk aan dek sturende, heeft hij dadelijk de kist, die gelukkig niet groot was, in een strop geslagen, op laten hijsen en buitenboord onder water gevierd en zo de hele dag laten hangen. Nu had dit vier weken vroeger moeten gebeuren, dan had zonder twijfel het schip in brand gevlogen, want op de oceaan was wel geen redding denkbaar geweest. De kist stond op zee in het ruim gestuwd en was door het uitzoeken van de lading in het tussendek gekomen, dus had het schip uitgebrand, eer er bijkomen mogelijk was. De kist was gemerkt J.V. no. 22, en op het cognossement staat koopmanschappen. Het bleek echter te zijn zwavelzuur, hetwelk van zelf is ontvlamd. De afzenders te Rotterdam zijn Horn en Van Vollenhoven, de ontvangers te Soerabaja Cores de Vries. De tweede stuurman heeft bij deze gelegenheid zich zeer goed gedragen, want de eerste stuurman was aan wal en er is in het journaal behoorlijk proces-verbaal van aangetekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 januari. Volgens berichten uit Engeland, had men van de tussen Oostende en Dover varende pakketboot VIOLET, welke bij Goodwind Sand (opm: op de Goodwin Sands) gestrand is (opm: zie NRC 080157), enige overblijfselen alsmede de mailpakketten opgevist en naar Folkestone overgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 7 januari. Heden werd alhier door kapitein Bowbyes, voerende de kotter WILLEM VAN HOUTEN van de Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, aangebracht de equipage bestaande uit kapitein en vier man, van het Engelse schoenerschip NEWCASTLE, kapt. Thomas Rhodes, toebehorende aan de heer Charles Carr, te Londen, komende van daar, geladen met spoorijzer en bestemd naar Rotterdam. De 6e januari kruisende bij hevige stormweder, ontdekte kapitein Bowbyes, Schouwen Z.O. 4 mijl, het bovengenoemde schip masteloos en geheel wrak. Na ongelofelijk veel inspanning en met levensgevaar gelukte het hem met de sloep aan boord te komen, waar hij de equipage vond, afgemat door aanhoudend pompen, in bijna bewusteloze toestand, zijnde gedurende 48 uren van voedsel verstoken geweest. Na een inspanning van drie uren, onder stormweder met aanhoudend overbrekende zee, gelukte het met levensgevaar de gehele bemanning aan boord van de kotter te brengen. Zij werd hierdoor van een wisse dood gered, want 20 minuten later zonk het wrak in 15 vadem water. De equipage is alhier ontbloot van alles, in ziekelijke staat aangebracht en wordt op het meest geschikte wijze verzorgd. Kapitein Rhodes prijst zeer de liefderijke verzorging door hem en de zijnen aan boord van de schokker (opm: kotter) genoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 7 januari. De Amsterdamse bark (opm: [ex ?] fregat) STAATSRAAD BAUD, kapt. T. de Jong, van Batavia naar Rotterdam, is alhier met gebroken ra en verlies van anker en ketting binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leith, 7 januari. De te Pekela te huis behorende kof ANNA JANTINE, kapt. Smit (opm: H.B. Smith), is na vijf dagen op zee te zijn geweest met verlies van zeilen, boten, verschansingen en andere belangrijke schade te Granton (opm: ruim 4 km. bewesten Leith) uit zee teruggekomen. Een man van de equipage is over boord geslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 3 januari. Alhier overwinteren onder meer anderen de Nederlandse schepen VROUW IDA, kapt. Visser, MARGARETHA MEIJERING, kapt. De Jong en FROUWINA STEENHUIJZEN, kapt. Gort.


  JB - Javabode

In ons nummer van de 7e dezer gaven wij een kort bericht omtrent het vergaan van het Nederlandse barkschip MERCURIUS. Een brief van de gezagvoerder diens bodems, de heer H.R.J. Smith, d.d. Singapore 2 januari aan ons gericht, behelst nopens dat ongeluk het volgende:
Ik was, schrijft die heer, met mijn te Amsterdam te huis behorend schip MERCURIUS, de 5e december 1856 van Amoy, bestemd naar Singapore en Batavia vertrokken en kwam de 8e dag na mijn vertrek (13 december) in straat Singapore wegens dikte (dikke lucht) zonder enig landgezicht ten anker; kort daarna sloeg het slechte weder mijn bodem van voor beide ankers en werd het schip op de noordwestkust van Bintang (opm: thans Bintan) geworpen en totaal verbrijzeld.
Niet het minste heb ik kunnen redden, wordende bijna moedernaakt van het wrak geslagen. Mijn schip was het fraaiste dat in deze dagen in de Chinese wateren voer en deszelfs vergaan is dus voor mij een onherstelbaar verlies, daar ik bij een zeer goed commandement, alles wat ik sedert mijn kindsheid had opgevaren verloren heb. Na het verongelukken van de bodem, miste ik mijn derde stuurman, Samuel Dinon, en 80 Chinese passagiers die daarbij zijn omgekomen. Zoals gezegd is niets kunnende redden en gebrek aan voedsel en kleding hebbende, gingen wij schipbreukelingen, bestaande uit 14 personen der equipage en 180 Chinese passagiers, over Bintang naar Riouw op mars, alwaar wij veel lijdende wegens het bos-moerasachtige terrein na twee dagen aankwamen en allerliefderijkst door de heer resident Nieuwenhuizen ontvangen werden. Onuitsprekelijk is mijn dank voor de edele en menslievende behandeling die wij van die hoofdambtenaar, de overige civiele en militaire autoriteiten te Riouw en van het etat-major van Z.M. schoenerbrik EGMOND genoten hebben, en vriendelijk verzoek ik u de openlijke betuiging onzer oprechte, onuitwisbare erkentelijkheid daarvoor wel in uw dagblad te willen opnemen.
Volgaarne voldoen wij aan dat verzoek door de eigene woorden van de heer Smith hier over te nemen en ook in naam der mensheid roepen wij allen die zich in het lenigen van het lot dier ongelukkigen zo edel gedragen hebben de warmste dank toe.


11 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Volgens telegrafisch bericht van Leith is aldaar met verlies van verschansingen en verstopte pompen binnengelopen het barkschip PICTURA, kapt. R.J. Scholten, van Vlissingen naar Cardiff bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 januari. Het schip ANTJE, kapt. Laarman, van Emden naar Engeland, bij Delfzijl gestrand, is weder af en aldaar in de haven gebracht om te lossen en te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 6 januari. Gisteren is alhier gestrand het kofschip WOBBECHINA, kapt. J.J. de Vries, met hout van Riga naar Bordeaux. De equipage, waaronder de vrouw van de kapitein, is gered. De inventaris en 600 pijpduigen van de lading zijn geborgen. (opm: zie NRC 220157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 8 januari. Het Nederlandse schip AFINA ALBERDINA, kapt. Nagel, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Guernsey, heeft op Kentish Knock (opm: bank in de aanloop naar de Theems; 51º37’ N.B. 01º31’ O.L.) gestoten en is hier dien ten gevolge lek binnen gelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dungeness, 8 januari. De schoener LIVORNO PAKET (opm: LIVORNO PACKET), kapt. G.J. Melenberg, is met verlies van zeilen op onze rede geankerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te koop. Bijna gereed om van stapel te lopen een zeer fraaie ijzeren, aan de Clyde gebouwde schroefstoomboot, van omstreeks 412 ton, B.M. (opm: B.M. = builders measurement), geclassificeerd bij Lloyds 12 AI, afmetingen 160 x 23 x 13 ft, hebbende een uitmuntende machine van directe werking van 70 paardekrachten en een tubulaire ketel. Dezelve heeft een laadbare ruimte van 460 ton en verstookt in 24 uren tijds omstreeks 9 ton kolen. Dit fraaie vaartuig is zeer sterk gebouwd en zowel het materieel als de uitvoering van het werk is uitmuntend. Het is als driemast-schoener getuigd, is van gegalvaniseerd ijzerdraad want, patent-ankers, dubbele spillen en alle verbeteringen van de laatste tijd voorzien. Het heeft een inrichting voor 12 eerste- en 8 tweede kajuits-passagiers, welke nog vergroot kan worden, behalve verblijfplaatsen voor de officieren en de bemanning. De kajuit zal beschoten en met spiegels, sofa's, geheim gemak (opm: toilet), was-toestellen enz. voorzien worden, alles naar de sierlijkste smaak. De stoomboot is van zeer schone vorm, verenigende het voorkomen van een jacht met alle goede eigenschappen van een koopvaardijschip. Het kan bij geringe diepgang een grote lading innemen en is overigens van dezelfde bouworde als twee andere onlangs van stapel gelopen schroefstoomboten, die snel lopen en voordelig zijn. Ter verdere informatie vervoege men zich bij de scheepsbouwmeesters William Simons & Co, Whiteinch, Glasgow. (opm: waarschijnlijk niet naar Nederland verkocht)


 GRC - Groninger Courant

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal, op dinsdag den 27ste januarij 1857, des avonds te 7 uur, in het Logement van de Weduwe Vos, te Delfzijl, publiek verkopen: Het in den jare 1853 nieuw uitgehaald en wel onderhouden Nederlands schoonerkofschip ANNECHINA, met deszelfs complete inventaris, groot 97 Tonnen, gevoerd door den kapitein J.A. Donga en thans liggende te Bremerhaven, staande in Veritas 3/3 G. 1.1.
De inventaris zal in tijds op de gewone plaatsen ter lezing liggen. Nadere informatie zijn te bekomen ten kantore van genoemden Notaris.
(opm: de ANNECHIENA werd voor NLG 13.050 verkocht aan kapt. Israel Harms de Jonge; nieuwe naam BOUWINA MENSINGA)


12 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Simonsbaai, 6 november. Het Nederlandse schip (opm: bark) MERCATOR, kapt. Van der Valk, van Batavia naar Schiedam, is alhier lek binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Gedurende een maand uit de hand te koop: Een zo goed als nieuw overdekt Rijnschip, genaamd de JONGE WILLEM, groot 164 tonnen, met al deszelfs staand en lopend want, enz., liggende in de Haven te Tiel. Te bevragen bij de eigenares, de wed. J. de Jong, aan boord van gemeld schip. Brieven franco.


13 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 10 januari. Heden arriveerde alhier het schip GEZINA, kapt. Van Sluis (opm: tjalk GESINA, kapt. T.L. van Sluis), van Windau (opm: Ventspils) naar Schiedam, lek, met overgeworpen lading en andere zeeschade. Het zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoutkamp, Zoltkamp, 8 januari. De schepen JACOBUS BEGEMAN, kapt. Reijer, GESINA, kapt. Van Klooster, DIEWERDINA, kapt. Westenberg, JONGE GERRIT, kapt. Hazewinkel, CHRISTINA WOBBEGINA, kapt. Van der Werp, VROUW ALIDA, kapt. Van der Werff, IMKE GIEZEN, kapt. Puister, JAN JACOB, kapt. Schaap en ZWAANTINA, kapt. Bakker, zijn wegens ijsgang in de haven gehaald. De GRIJPSKERK, kapt. Zomerdijk, ligt aan het Hoofd en HENNECHIENA VROOM, kapt. Kistenkas, MARCHIENA ROSALIE, kapt. Koning en JUFFER GRIETJE, kapt. Balkema, liggen onder Oostmahorn in het ijs bezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wiemen, 8 januari. Het Nederlandse tjalkschip VROUW MARGARETHA, kapt. B.P. Groenewold, is bij Schwarzengrunden in het ijs bezet geweest, doch met assistentie behouden in de Weser gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 8 januari. De Nederlandse schepen HERMANUS HESSELAAR, kapt. Mellema, van Riga naar Londen, en AFINA HILLECHINA, kapt. D.H. Drewes, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Dundee, beiden hier in averij binnengelopen, hebben heden, na geëindigde reparatie, onze havens verlaten.


  RC - Rotterdamsche Courant

Texel, 11 januari. Vertrokken het METALEN KRUIS, kapt. J.P. Zuurdeeg, naar Batavia. (opm: eerste reis van dit clipper-fregat)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Er wordt te koop gevraagd, een op stapel staand barkschip, hol, tussen de 150 en 200 lasten. Verzoeke prijsopgave en grootte. Franco onder letter M, in de kantoorboekwinkel en koperplaatdrukkerij van R.B. Dewesen, op de Haarlemmerdijk bij de Eenhoornsluis. No. 189, te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. H.J. Offerhaus, notaris te Delfzijl, zal op dinsdag, de 27e januari 1857, des avonds ten 7 ure, in het Logement van de Weduwe Vos, te Delfzijl, publiek verkopen:
het in den jare 1853 nieuw uitgehaald en wel onderhouden Nederlands schoener kofschip ANNECHIENA met deszelfs complete inventaris, groot 97 tonnen, gevoerd door kapt. J.A Donga en thans liggende te Bremerhaven, staande in Veritas 3/3 G. I.I. De inventaris zal in tijds op de gewone plaatsen ter lezing liggen. Nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van genoemde notaris.
(opm: voor NLG 13.050 verkocht aan kapt. Israel Harms de Jonge, Farmsum; nieuwe naam BOUWINA MENSINGA)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door verandering van affaire wordt te koop gepresenteerd: Een hektjalk (opm: binnenvaarder), groot 65 ton, volgens meetbrief, met complete inventaris. Te bevragen bij Jan Huyg, te Velzen in persoon of met franco brieven.


14 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 12 januari. Heden is van de scheepstimmerwerf der heren J. & K. Smit alhier met het beste gevolg te water gelaten het ijzeren stoomjacht PRINS VAN ORANJE, bestemd voor de vaart tussen Zaandam en Amsterdam, gebouwd voor rekening van de Zaanlandsche Stoomboot Reederij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 11 januari. Het Belgische schroefstoomschip BELGIQUE, varende tussen Antwerpen en New York, hetwelk hier voor enige dagen is binnengelopen om te worden nagezien, is gisteren in het droge dok gezet. Bij onderzoek is gebleken, dat een spie, welke de schroef van de achtersteven afsloot, was uitgeschoten, en dat de nagels van het roer alle waren losgewerkt. Men heeft de ganse nacht door gewerkt om het ontzette te herstellen, met dat goed gevolg, dat gezegd schip heden weder uit het droge dok is gehaald en morgen zijn reis zal kunnen vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Antwerpen-New York.
Van Antwerpen zullen naar New York vertrekken:
De 31e januari het stoomschip LEOPOLD DEN 1STEN, kapt. A .Michel.
De 21e februari het stoomschip BELGIQUE, kapt. J. Frantzen.
De 12e maart het stoomschip CONSTITUTION, kapt. E. Pougin.
De passage bedraagt:
1ste klasse NLG 250 3de klasse NLG 100
2de dito NLG 150 4de dito NLG 87,50.
Vracht van goederen $ 20 en 5% per 40 cub. voet.
Voor nadere informatiën adressere men zich bij de cargadoors Visser & van der Sande te Dordrecht of te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten.
Te Rotterdam arriveerde het schip RIGA, kapt. J. Klok, van St. Ubes (opm: Setubal) met 125 mooi zout en 537 kisten China’s appelen (opm: sinaasappelen).
Te Amsterdam arriveerden het schip (opm: bark) ANNA, kapt. W.B. Schill, van Suriname met 254 vaten suiker en 30 punch rum. Adres: diversen, en
het schip ZEEVAART, kapt. A. Legel, van Batavia met 7210 balen koffij, 597 kranjangs suiker (opm: krandjang, gevlochten mand van bamboe als verpakking), 669 schuitjes tin (opm: à ½ pikol = 30,8806 kg) en 626 bundels bindrotting. Adres: Nederlandsche Handel Maatschappij.
Te Middelburg arriveerde het schip (opm: bark) LUCTOR ET EMERGO, kapt. S. Ouwehand, met 11000 balen rijst. Adres: den Bouwmeester, Borsius & Van der Leije.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 januari. Het schip (opm: kof) JOHANNA MARGARETHA, kapt. P.H. Hubert (opm: kapt. Pieter Alberts Huberth), van Riga naar Antwerpen, is de 9e dezer bij Kamperduin gestrand, doch het volk gered. (opm: zie AH 200157 en NRC 210257)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 11 januari. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip (opm: schoener) MORGENSTER, kapt. H.F. Drent, van Amsterdam naar Livorno bestemd, heeft de voorsteng en kluiverboom verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Granton, 5 januari. Het schip JOHANNA, kapt. Kegelmacher, van Amsterdam naar Newcastle, is hier zeer lek en met schade aan het roer binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swansea, 10 januari. De Nederlandse bark ODELIA MARGARETHA, kapt Hazelhoff, van deze plaats naar Sydney bestemd, is hier heden van The Mumbles teruggekomen om schade die het schip aldaar ter rede bekomen heeft - zie NRC van 4 januari - te herstellen.
(Het vroeger door de Engelse bladen medegedeelde en door ons overgenomen bericht, als of dit schip de 6e januari van The Mumbles naar Sydney vertrokken zou zijn, is dus foutief geweest.)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. B. Haitzema Viëtor, notaris te Winschoten, gedenkt op vrijdag de 30e januari 1857, des avonds ten zes ure, ten huize van de Logementhouder D. Randa Mulder, te Winschoten, in openlijke veiling te verkopen:
Het in den jare 1855 nieuw gezinkt Nederlandse schoenerkofschip GEERTRUIDA, gevoerd door kapt. E.H. Homfeld (opm: kapt. Egbertus Hendrikus Homveld), thans liggende te Brake, groot 155 tonnen of plus/minus 110 roggelasten, in den jare 1848 nieuw volbouwd, met deszelfs complete inventaris, staand en lopend want.
De inventaris is op franco aanvraag te bekomen ten kantore van de notaris en ligt op de gewone plaatsen ter lezing. (opm: schip is verkocht, koper onbekend)
B. Haitzema Viëtor.


15 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 13 januari. Het alhier van Dantzig (opm: Gdansk) gearriveerde Nederlandse schip (opm: kof) MARCHINA GESINA, kapt. H.G. Munneke, heeft zeilen verloren en meer andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 januari. Het schip ERNEST, kapt. Jongebloed, van Stettin (op: Szczecin) naar Hull, is de 11e dezer te Heiligenhafen binnengelopen om te overwinteren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 12 januari. Het Nederlandse schip (opm: bark) JACOBUS MARTINUS, kapt. F. Meppelder, van Rotterdam naar Batavia bestemd, is alhier met gebroken fokkemast binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 12 januari. De Nederlandse schoener HEERENVEEN, kapt. F.C. Prins, van Hamburg naar Porto Cabello, is alhier met verlies van zeilen en verschansing binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepstijdingen. Kapt. Haagsma, voerende het schip DOCTRINA ET AMICITIA, te Nieuwe Diep binnen, rapporteert in de Noordzee gepraaid hebbende, het schip METALEN KRUIS, kapt. Zuurdeeg; volgens verklaring van dien gezagvoerder voldeed het schip (opm: op haar eerste reis) bij uitstek aan de verwachtingen.


  JB - Javabode

Riouw, 7 januari. De Nederlands-Indische bark NOORSALIM, kapt. Hadji Mohamad Amin, te huis behorende te Bandjermassin, is de 30e december 1856 op de reis van Singapore naar Samarang via Batavia met goed weder en volle zeilen op de klip, genaamd Pas Op, gelopen. Na vruchteloze pogingen om het schip weder vlot te krijgen, werden laadboten van Singapore ontboden en daarmede alles, wat van schip en lading vervoerbaar was, gered. Het wrak is daarna verlaten en later geheel uiteen geslagen.


16 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 januari. De schroefstoomboot SCHIEDAM, de 10e dezer van Londen te Helvoet binnen, die voor Vlaardingen was vastgeraakt, is heden morgen ten 6 ure door het aanwenden van ledige fusten wederom in vlot water geraakt. Gemeld vaartuig had wederom een veertigtal vreemdelingen uit Londen medegebracht, die dienst gingen nemen te Harderwijk. (opm: te Harderwijk had de opleiding plaats voor het Nederlands-Indisch leger)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Milford, 12 januari. Het schip KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. de Jonge, van Callao naar Cowes, alhier aan de grond vast geraakt, is weder af en in vlot water gebracht (opm: zie NRC 080157).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Roland Holst, H.I. Rietveld, C. Ament en A. Roland Holst, makelaars, zullen op maandag 26 januari 1856, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, verkopen:
- 1/16 part in het schoenerschip JOHANNA CATHARINA, gemeten op 297 tonnen, varende onder directie van de heer A. Rocquette.
- 1/40 part in het fregatschip CLAUDIUS CIVILIS, gemeten op 701 tonnen, varende onder directie van de heren A.L. van Harpen & Zonen.
- 1/30 part in het barkschip REGINA, gemeten op 473 tonnen, varende onder directie van de heren Marlof & Zoon.
- 4/96 parten in het brikschip JOHANNA, gemeten op 271 tonnen, varende onder directie van de heren Jan Corver & Co.
- Vier aandelen in de stoombootreederij, ten doel hebbende het slepen van schepen in en uit het Nieuwe Diep, onder directie van de heer Paul van Vlissingen.
Breder volgens biljetten en bericht bij bovengemelde makelaars.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een scheepstimmerknecht kan dadelijk of met maart e.k. vast werk bekomen bij S.B. van Manen te Berlikum.


17 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 14 januari. Het schip CITO, kapt. Wehrt, van Hamburg naar Bristol, is alhier met overgeworpen lading binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 januari. Het Nederlandse schip TRUDA, kapt. Das, van de Donau naar Engeland bestemd, is bij de Sulina gebleven. De lading is verkocht. (opm: zie echter NRC 040957, 190957 en 220957)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Ubes (opm: Setubal), 7 januari. Het Nederlandse schip CADZANDRIA, kapt. De Ruijter, van Livorno naar Falmouth bestemd, is de 28e december alhier lek, met overgeworpen lading en andere averij binnengelopen. Men is bezig de lading, die gedeeltelijk bedorven is, te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 januari. Het schip (opm: kof) PLATA, kapt. H.H. Koch, van Suriname, laatst van Portsmouth, herwaarts gedestineerd, is, volgens telegrafisch bericht van Texel, gisterenavond bij Kijkduin gestrand en zit hoog. Men was bezig de inventaris te bergen. (opm: zie volgend bericht NRC 190157 en 200157)


  DC - Dordtsche Courant

Dordrecht 16 januari. Door een drietal ingezetenen te Middelburg is concessie aangevraagd voor een stoombootdienst, uitsluitend bestemd voor vervoer van goederen en vee, van Middelburg op Schiedam en tussengelegen plaatsen.


18 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Den Helder, 16 januari. Gisterenavond omstreeks 8 ure strandde op deze kust, tussen Kaap hoofd en de vuurtoren, de Nederlandse kof PLATA, gezagvoerder kapt. Koch, komende van Suriname met een lading suiker en rum, bestemd naar Amsterdam. Daar er bijna geen wind was, schijnt dit ongeluk aan misleiding door de duisternis te wijten te zijn. Het schip zit zeer hoog op het strand en zal moeilijk af te brengen zijn. Men is terstond aan het werk gegaan om tuig en zeilen te bergen, en wanneer het weder zulks toelaat, zal men ook de lading trachten te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Curaçao, 24 november 1856. Het Nederlandse schip PRINS HENDRIK, kapt. Topper (opm: bark, kapt. J.C. Töpper), van Batavia naar Havana, welke als vroeger gemeld de 30e oktober alhier met verlies van masten en andere schade werd binnengebracht, is afgekeurd. De lading rijst is in de Amerikaanse bark RICOS en de schoener CLARA BOOGES overgeladen, om daarmede naar Havana vervoerd te worden. Eerstgenoemde bodem vertrok hedenmorgen en de laatste zal binnen weinige dagen volgen. (opm: zie NRC 230757, 260957 en 300957)


19 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 18 januari. Het schip PLATA, kapt. Koch, van Suriname herwaarts gedestineerd, bij Kijkduin gestrand – zie ons nommer van gisteren – zal bij stil weder waarschijnlijk afgebracht kunnen worden. Van de lading zijn 80 vaten suiker geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwharlingerzijl (opm: Neuharlingersiel), 12 januari. De schepen EENDRAGT, kapt. Rozeboom, van Bremen naar Amsterdam, en GEERTRUIDA, kapt. Raaschen, van Hamburg naar Groningen, zijn alhier wegens ijsgang binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leith, 16 januari. De Nederlandse kof ADOLF EDUARD, kapt. G.T. Teensma, van Middelburg, is alhier de 8e dezer lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stettin, 6 januari. Onder meer anderen overwinteren alhier de Nederlandse schepen BARON VAN HALL, kapt. Scholtens, EEFKE MARIA, kapt. Bart, ABEONA, kapt. Hoogendijk, CATHARINA WILHELMINA, kapt. Riemsma, MARIA, kapt. Hendriks, en ALIDA, kapt. Valk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 5 januari. Het alhier van Vlaardingen gearriveerde hoekerschip WILHELMINA, kapt. C. van der Sloot, heeft in de storm die hier op de 1e en de 2e woedde, enige averij bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, Het Nederlandse schip (opm: bark) HENRIETTE MARIA, kapt. G.W. Bakker, van hier naar Amoy, is met verlies van zeilen uit zee teruggekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Volgens brief van kapt. Zuurdeeg, voerende het barkschip (opm: clipper-fregat) het METALEN KRUIS, van Amsterdam naar Batavia, bevond hij zich 13 januari op de hoogte van Dungeness.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop: een schoener-kofschip, groot circa 65 roggelasten, varende onder Nederlandse vlag, met deszelfs complete inventaris, zoals hetzelve is liggende in Schiedam. Het schip is in mei ll. bij Veritas voor twee jaren 3 Q.* G. 2. 1.
Te bevragen bij de heren makelaars Montauban van Swijndregt, te Rotterdam, of de heren Loncq & Cool, te Schiedam.


20 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 januari. Volgens schrijven uit Simonsbaai dato 17 november 1856 had het barkschip KEMANGLEN, kapt. H.H. Smit, de reparatie geëindigd en zou bij de eerste gunstige gelegenheid zijn reis naar Amsterdam vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 januari. Het schip PLATA, kapt. Koch, van Suriname herwaarts gedestineerd bij Kijkduin gestrand – zie ons nommer van gisteren – is weer af en in Texel binnengebracht. Het schip is nog goed en zou onmiddellijk worden ingeklaard.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 januari. Het schip (opm: galjoot) CUBA, kapt. H.D. Zeilemaker, van Suriname herwaarts gedestineerd, is heden zonder roer in het Nieuwe Diep binnengesleept. Overigens was aan boord alles wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 januari. Volgens brief van kapt. S. Stikkel, voerende het schip (opm: bark) ZWARTE ZWAAN, had hij de 15e augustus (opm: 1856) op 32º24’ N.B. en 17º36’ W L. (opm: 30’ zuidwest van Funchal, Madeira) zien drijven de mast van een schip met stengen en ra`s. Op een door hem geborgen bramzeil stond: “boven bramzeil” en daaronder “TWENTHE” (opm: bark TWENTHE, kapt. A. Coopmans, zie NRC 070956 en latere berichten).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping te Hargen, gemeente Schoorl, en huize van Hendrik van Lienen, op donderdag de 22e januari 1857, voor de middag, ten 10 ure precies, van het hol of casco van het op 9 januari 1857, bezuiden Kamperduin gestrand (opm: zie NRC 140157 en 210257) Nederlandse kofschip JOHANNA MARGARETHA, kapt. P.A. Huberth, geladen geweest met zaai-lijnzaad, komende van Riga, en bestemd naar Antwerpen of Gend; benevens van deszelfs geborgen tuigage, bestaande in: 4 ankers, 2 kettingen, 3 nieuwe trossen, lopend touwwerk, verscheidene zeilen, staand en lopend want en meer andere voorwerpen; mitsgaders van de gedeeltelijke geborgene lading, bestaande in: ongeveer 500 tonnetjes door zeewater zwaar beschadigd zaai-lijnzaad.
Informatiën bij de heer J.C. Peeck, burgemeester te Schoorl.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare verkoping te Hargen, gemeente Schoorl, en huize van Hendrik van Lienen, op donderdag de 22e januari 1857, voor de middag, ten 10 ure precies, van het hol of casco van het op 9 januari 1857, bezuiden Kamperduin gestrand (opm: zie NRC 140157 en 210257) Nederlandse kofschip JOHANNA MARGARETHA, kapt. P.A. Huberth, geladen geweest met zaai-lijnzaad, komende van Riga, en bestemd naar Antwerpen of Gend; benevens van deszelfs geborgen tuigage, bestaande in: 4 ankers, 2 kettingen, 3 nieuwe trossen, lopend touwwerk, verscheidene zeilen, staand en lopend want en meer andere voorwerpen; mitsgaders van de gedeeltelijke geborgene lading, bestaande in: ongeveer 500 tonnetjes door zeewater zwaar beschadigd zaai-lijnzaad.
Informatiën bij de heer J.C. Peeck, burgemeester te Schoorl.


21 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 januari. De luit.t.zee 1e kl. B.D. van Trojen en luit.t.zee 2e kl. Jhr. H.O. Wichers, zijn overgeplaatst aan boord van de schroefschoener JAPAN, welke binnenkort onder bevel van de luit.t.zee 1e kl. Ridder W.J.C. Huijssen van Kattendijke naar Oost-Indië zal vertrekken. Genoemd stoomschip is voor rekening van het Japanse Gouvernement hier te lande gebouwd. Ook moet het stoomschip GEDEH met spoed voor de dienst gereed worden gemaakt; de nieuwe ketels voor dat schip worden op een particuliere fabriek vervaardigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 20 januari. Heden is alhier binnengebracht de brik FRANKLIN, van Exeter, zijnde door de equipage verlaten. Bestemming en lading onbekend. (opm: zie NRC 220157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 januari. Het schip ISABELLA, kapt. Larsen, van Drammen naar Londen, in de Eijerlandse gronden gestrand – zie NRC van 8 januari – is verbrijzeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 januari. Het schip WOBBEGIENA, kapt. De Vries, van Riga naar Bordeaux, bij 't Vlie gestrand – zie NRC van 11 januari – is gebroken en verkocht. De lading is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 18 januari. Op het Nederlandse kofschip ZWAANTINA MARGARETHA, kapt. De Vries, heden alhier van Malmoe gearriveerd, is gedurende de reis de lading overgeslagen en de pompen verstopt geraakt. Het schip heeft door het op zijde liggen veel geleden en men vreest dat de lading beschadigd zal zijn. Men heeft het schip in de haven (opm: in de baai) van Terschelling gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 7 januari. Door het schip MAIN (opm: thuishaven Hamburg, kapt. P.H. Haack), zijn de 23e november 1856 gered en alhier aangebracht kapt. K.A. de Groot, de stuurman en een man van de equipage van het schip (opm: schoener) ENGELINA JACOBA, op de reis van Riga naar Amsterdam gezonken (opm: zie NRC 191156, 260157 en 180160).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Curaçao ligt te Amsterdam in lading, om in de maand februari te vertrekken: het snelzeilend nieuw gebouwd, gekoperd clipper brikschip SANTA ROSA, kapt. J.A. Buikes, hebbende een ruime en uitmuntende gelegenheid om passagiers over te voeren. Adres bij E. Windhouwer, cargadoor te Amsterdam. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Johannes Hogersdijk, notaris, residerende te Rotterdam, is voornemens op dinsdag de 27e januari 1857, des namiddags ten 1 ure, in het Notarishuis aan de Geldersche kade aldaar, publiek te veilen en te verkopen:
- Een 64e aandeel in het barkschip JAN VAN BRAKEL, groot 258 lasten, gebouwd in 1850-1851. Boekhouders de heren Pistorius en Bicker Caarten, te Rotterdam.
- Een 120e aandeel in het barkschip NAGASAKI, groot 375 lasten, gebouwd in 1841. Boekhouders als boven.
- Een 80e aandeel in het barkschip FORMOSA, groot 268 lasten, gebouwd in 1840. Boekhouders als boven.
- Een 48e aandeel in het Nederlands barkschip PANTALON, groot 181 lasten, gebouwd in 1850-1851. Boekhouders de heer E. Serruijs te Rotterdam.
- Een 32e aandeel in het Nederlandse barkschip BEATRIX, groot 217 lasten, gebouwd in 1851. Boekhouders de heren Schloss & Co, te Rotterdam.
- Een 64e aandeel in het Nederlands barkschip KEMANGLEN, groot 303 lasten, gebouwd in 1854-1855. Boekhouders de heren F.S. Sparnaaij & Zoon, te Rotterdam.
Nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van voornoemde notaris, aan de Korte Hoogstraat, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 19 januari. Naar men verzekert zou er gisterennacht nabij Callandsoog een Engelse bark zijn gestrand. Nadere bijzonderheden zijn nog onbekend. (opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 januari. Het Engelse schip HOLTVESSEL, kapt. Tatterson, van Batavia met stukgoed naar Hamburg, is volgens telegrafisch bericht van het Nieuwe Diep, gisteren op de Buitenbank van Callandsoog gestrand en zal weg zijn. Het volk is gered. (opm: naam is vermoedelijk HALTWHESTLE, kapt. Pattersson) zie NRC van 220157)


22 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aangaande het Engelse schip HALTWHESTLE, kapt. Pattersson, van Batavia met suiker huiden en rijst naar Bremen, tussen Petten en Calantsoog gestrand – zie ons vorig nommer – wordt volgens brief van het Nieuwe Diep van de 20e dezer gemeld, dat men nog niet wist of het afgebracht zou kunnen worden. Het volk was gered en met een gedeelte der lading aldaar aangebracht. Nadat de loodsschuit alle mogelijke adsistentie verleend en een gedeelte der equipage gered had, hebben zich bij het redden der overigen bijzonder gekweten de personen: J.C. Smit, H.W. de Wijn, W.J. de Wijn en Visser, beide eerst genoemden waren met de sloep en in de branding omgeslagen, en was daarbij hoogstwaarschijnlijk J.C. Smit verdronken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. De brik FRANKLIN, te Exeter te huis behorende, welke zoals gisteren gemeld, verlaten te Brouwershaven werd binnengebracht, kwam van St. Domingo en was naar Rotterdam bestemd. De kapitein van de FRANKLIN, Earl genaamd, en zijn equipage zijn door de loodsboot van de Goeree No. 1 in zee ontmoet en heden behouden te Hellevoetsluis aangebracht. Het schip is door de schokker WILLEM VAN HOUTEN van de Zuid-Hollandse Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen gevonden, en als gemeld te Brouwershaven aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Het schip HERMINE (opm: pink HERMINA, ex DE VRIENDSCHAP), kapt. K.B. de Weerd, van Batavia naar Amsterdam gedestineerd, lek te Mauritius binnengelopen, is aldaar afgekeurd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 januari. Het schip RENSINA, gevoerd geweest door kapt. Meijer, van Emden naar Londen, is op zee, door het volk verlaten, gevonden en aan de Knocke (opm: Knock, 53º20’ N.B. 07º01’ O.L.) binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 17 januari. Het schip CHARON, kapt. Jongbloed, van Ibraïla naar Gloucester, is alhier lek, met verlies van zeilen, verschansingen, boten en met schade aan het roer, binnengelopen.


23 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 januari. Volgens brief van kapt. W.J. Lourens, voerende het schip (opm: brik) ANNA LENA, van Liverpool te Buenos Aires met schade aangekomen, in dato 1 december 1856, was het schip dicht gebleven en dacht hij tegen de helft dier maand gereed te komen om naar Batavia te vertrekken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 januari. Volgens brief van kapitein J.N. Dekker, voerende het schip (opm: schoener) HENRIETTA LOUISA, van Ibraïla naar Schiedam, was hij de 9e dezer met overgeworpen lading te Malta binnengelopen, na sedert de 25e december 1856 hevige stormen te hebben doorgestaan. Het schip was echter in goede staat, en was hij, na de nodige verstouwing van de lading als anderszins met eigen volk bewerkstelligd te hebben de 14e dito (opm: januari) weer gereed om bij de eerste gunstige gelegenheid de reis voort te zetten. Nog rapporteert kapitein Dekker, dat meer dan 60 schepen, vóór of gelijk met hem van de Donau vertrokken, aldaar ( te Malta) onder averij lagen. De 1e januari had hij gezien twee schepen, die door het volk verlaten waren, en de volgende dag het Engelse schip COURIER, van North Shields, onder noodvlag, verkerende in zinkende staat dat op hem aanhield, doch waaraan hij uit hoofde van de vliegende storm, geen assistentie had kunnen verlenen. Nadat het ongeveer een uur in zijn nabijheid was geweest, had hij het later niet meer gezien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 januari. Het schip (opm: fregat) STRAAT BALY, kapt. W.J. van der Ven, van Batavia herwaarts gedestineerd, is lek aan de Kaap de Goede Hoop binnengelopen. (opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Helena, 16 december. Kapt. Van der Valk, voerende het schip (opm: bark) MERCATOR, van Java naar Schiedam, gisteren deze rede gepasseerd, rapporteert dat hij op het Kaapse rif gezien heeft de Nederlandse schepen MALEIJER, kapt. P.R. Bok, en STRAAT BALY, kapt. W.J. van der Ven, beiden van Java naar Nederland bestemd. Deze schepen waren lek en zetten koers naar de Kaap de Goede Hoop. (red: laatst genoemde is bereids aan de Kaap de Goede Hoop binnengekomen, zie boven, art. Amsterdam).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 21 januari. Het Nederlandse schip (opm: kof) MARTHA ALIDA, kapt. A.E. Karst, van Koningsbergen naar Lynn (opm: King’s Lynn) bestemd, is bij Withernsea gestrand. De bemanning en lading zijn gered. (opm: zie NRC 260157 en 010457)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Grimsby, 19 januari. Gisteren is alhier binnengelopen het schip JOHAN EN JULIUS, kapt. Hansen, van Batavia naar Hamburg bestemd.


25 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 januari. Naar men verneemt, wordt Zr.Ms. stoomschip GEDEH, liggende aan ’s Rijks werf te Hellevoetsluis, met spoed voor een reis naar Oost-Indië gereed gemaakt, en wel in de plaats van het stoomschip ARDJOENO, hetwelk daarvoor eerst was bestemd, doch waaraan te veel te doen is om spoedig gereed te kunnen zijn.


26 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Pekela, 21 januari. Gisterenavond werd onze gemeente, en vooral de bloedverwanten, op het alleraangenaamst verrast. Men zal zich herinneren de schipbreuk van de jeugdige kapitein K.A. de Groot, gevoerd hebbende de schoener ENGELINA JAKOBA, welke door kapt. Halfweg een tijdlang op sleeptouw was genomen om hem zo mogelijk in een behouden haven te brengen, wat echter door de hevige storm op de 12e november werd verhinderd, zodat men genoodzaakt was de schoener met drie man van de equipage, namelijk de kapitein, de stuurman en een matroos, te moeten achterlaten. (In de NRC van 19 november a°.p°. [opm: verleden jaar] breedvoerig medegedeeld.) Thans is hier een eigenhandige brief van kapitein De Groot uit New York ontvangen, waarin hij hun behouden aankomst meldt – zie ons nommer van 21 dezer – zijnde de drie schipbreukelingen door een Amerikaans schip op de 23e november 1856 in de Noordzee opgenomen en naar New York gevoerd, alwaar zij aankwamen, juist op dezelfde dag, dat het overlijden in deze gemeente door de familie werd bekend gemaakt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 januari. Aangaande het bij Withernsea gestrande Nederlandse schip MARTHA ALIDA, kapt. Karst, van Koningsbergen naar Lynn (opm: King’s Lynn) bestemd – zie ons nommer van 23 januari – meldt men uit Hull d.d. 22 dezer, dat het de 11e bevorens door de weigering in de wending bij stil weder gestrand is. De lading enz. was sedert gelost, doch het schip zat nog altijd vast. (opm: zie NRC 010457)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 26 november 1856. Het op 23 dezer in de Tafelbaai binnengelopen Nederlandse schip STRAAT BALY, kapt. W.J. van der Ven, van Batavia naar Amsterdam bestemd, is lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Colberg (opm: Kolberg, thans Kolobrzeg), 19 januari. Het Nederlandse schip WELDAAD, kapt. R.H. Folders, hetwelk enige tijd geleden alhier op strand geraakt maar later vlot gebracht is (opm: zie NRC 010157), zal de 2e februari in publieke veiling verkocht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bergen, 12 januari. Met het Nederlandse hoekerschip THETIS, kapt. W. de Zeeuw Baggus, heden van Vlaardingen aangekomen, zijn alhier aangebracht kapitein L. Nielsen en de kok van het Deense schip EENIGHEDEN. Dit schip heeft in de Noordzee de masten verloren en door een zware zee was de gehele bemanning, met uitzondering van de evengenoemden, overboord geslagen. (opm: zie NRC 130358)


27 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december 1856. Het schip (opm: fregat) STAD TIEL, kapt. W.B. Derks, van Hongkong herwaarts gedestineerd, is verongelukt (opm: zie NRC 290157).


28 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen, te Rotterdam in het Notarishuis aan de Geldersche kade, op dinsdag 27 januari:
- Een 64e aandeel in het barkschip JAN VAN BRAKEL, groot 258 lasten, gebouwd in 1850-1851. Boekhouders de heren Pistorius en Bicker Caarten, te Rotterdam; niet gegund.
- Een 120e aandeel in het barkschip NAGASAKI, groot 375 lasten, gebouwd in 1841. Boekhouders als boven; voor NLG 300 verkocht.
- Een 80e aandeel in het barkschip FORMOSA, groot 268 lasten, gebouwd in 1840. Boekhouders als boven; niet gegund.
- Een 48e aandeel in het barkschip PANTALON, groot 181 lasten, gebouwd in 1850-1851. Boekhouder de heer K. Serruijs te Rotterdam; niet gegund.
- Een 32e aandeel in het barkschip BEATRIX, groot 217 lasten, gebouwd in 1851. Boekhouders de heren Schloss & Co, te Rotterdam; niet gegund.
- Een 64e aandeel in het barkschip KEMANGLEN, groot 303 lasten, gebouwd in 1854-1855. Boekhouders de heren F.S. Sparnaaij & Zoon, te Rotterdam; voor NLG 1700 verkocht.
- Een 32e aandeel in het barkschip TRIJNTJE FENNA, groot 309 lasten, gebouwd in Anno 1854. Boekhouders de heren Schloss & Co., te Rotterdam; niet gegund.
- Een dito aandeel; niet gegund.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. H. Veenhoven, griffier te Hoogezand zal ten verzoeke van de heer E.H. Meursing, aldaar en medereders, op woensdag de 18e februari 1857, des avonds ten 6 ure, in het Logement van Mejuffrouw de Wed. L.A. Meurs, te Martenshoek, publiek verkopen:
het gezinkt schoenerschip CHRISTINA JACOBA, groot 128 zeetonnen, in de herfst van 1852 nieuw uitgehaald, met complete inventaris, liggende te Hamburg en gevoerd geweest door kapt. H.J. van Calker. De inventarissen zullen op de gewone plaatsen ter lezing liggen. Inmiddels uit de hand te koop.
Nadere informatiën bij de heer E.H. Meursing, opgenoemd.
(opm: op 10 maart voor NLG 14.100 aangekocht door B. Onnes en Zoon, Groningen; nieuwe kapitein K.A. de Groot)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ten verkoop of bevrachting wordt aangeboden het extra snelzeilend gekoperd en kopervast Amerikaanse fregatschip COLUMBIA, groot circa 500 ton. Laatst gekomen van Savannah, liggende in het Entrepotdok. Voor verdere informatiën gelieve men zich te adresseren aan de cargadoor Ths. Wehlburg. Binnenkant, U 142, alhier (opm: Amsterdam).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop. Een goed onderhouden en in het jaar 1854 geheel nieuw uitgehaald hek-tjalkschip met roef en complete inventaris, groot volgens meetbrief 59 tonnen. Naderen informatiën bij H.J. Gallenkamp, makelaar, Singel, F 279, te Amsterdam.


29 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december 1856. Vrachten. Verscheidene arrivementen van vracht zoekende schepen deden de vrachten weder iets terug gaan. De volgende Nederlandse schepen werden gecharterd naar Nederland. EDOUARD EN MARIA à NLG 90 voor suiker te Samarang en NLG 85 voor rijst op Indramayoe. CONSTANTIA à NLG 90 voor suiker te Soerabaja, hebbende hier voor rederij rekening rijst geladen. PRESIDENT RAM à NLG 85 voor suiker op de kust, PRINSES AMALIA, à NLG 85 voor suiker te Samarang, à NLG 100 voor arak hier alwaar de agenten die bovendien met rijst opvullen. GENERAAL VAN DEN BOSCH, NLG 80 voor rijst, à NLG 85 voor suiker en huiden hier en op de kust te laden. Tot dezelfde vracht laadt ook de ZUID-HOLLAND, terwijl de DOELWIJK à NLG 80 voor rijst, NLG 85 voor suiker en NLG 100 voor arak (opm: rijstbrandewijn) laadt, wordende voor reders rekening met rijst opgevuld. De LOUISE, NLG 75 voor suiker hier en NLG 80 voor rijst te Samarang. CHRISTINA AGATHA alhier NLG 75 voor rijst, NLG 85 voor suiker en NLG 100 voor arak. LOUISE PRINSES DER NEDERLANDEN NLG 85 voor suiker, NLG 75 voor rijst te Soerabaja. CLIO alhier NLG 80 voor rijst en suiker en NLG 92,50 voor lichte goederen. JACOBUS alhier NLG 72,50 voor rijst. CAPELLA NLG 100 voor koffij te Padang te laden. De VIER GEBROEDERS laadt voor eigen rekening, hoofdzakelijk rijst, naar Kaap de Goede Hoop. HOLLANDS TROUW naar Vlissingen om orders NLG 75 voor rijst en NLG 85 voor suiker. ARGO neemt de lading van de INDIA over, zijnde laatstgenoemde lek geworden. GRAAF VAN NASSAU is masteloos onder noodtuig binnengekomen (opm: zie volgend bericht). Zonder destinatie zijn nog AREND, HENDRINA en EUROPA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december 1856. Het alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse schip (opm: bark) GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders, heeft op de hoogte van het eiland St. Paulus (opm: Île St.-Paul, 38º43’ Z.B. 77º31’ O.L.) in een orkaan de masten verloren, en is dientengevolge met noodtuig op de rede gekomen. (opm: zie NRC 030257)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 januari. Aangaande het schip HALTWHISTLE, kapt. J. Pattersson, van Batavia naar Bremen, tussen Petten en Calantsoog gestrand – zie ons nommer van 22 januari – wordt gemeld, dat het geheel verbrijzeld, de spiegel op strand aangespoeld en een gedeelte der lading geborgen was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december 1856. Het Nederlandse schip AEGIDIA PAULINA, kapt. Veltman, verliet de 7e dezer onze rede, om de reis naar Nederland te aanvaarden, doch is de volgende dag uit zee teruggekomen. (opm: zie NRC 310157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december 1856. Het Nederlandse fregatschip KENAU HASSELAAR, kapt. O. Lindeman, van Samarang de 10e november en de 19e van hier naar Rotterdam vertrokken, is op een der reven van Poelo Obi of (opm: het eilandje) Rotterdam aan de grond geraakt. Het schip kwam met assistentie van Zr.Ms. stoomschip AMSTERDAM en van het Maritime Etablissement van Onrust vlot en is de 21e alhier ter rede geankerd. De 6e dezer vertrok het schip naar Onrust om aldaar in het droge dok nagezien te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december 1856. Het Nederlandse fregatschip INDIA, kapt. K.W.F. d'Arnaud Gerkens, de 18e november alhier van Panaroekan gearriveerd, is lek. De lading is door de schoener ARGO overgenomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december 1856. De 26e oktober kwam te Soekadana (opm: 01º15’ Z.B. 109º57’ O.L.) (wester afdeel. van Borneo) aan de bemanning van het verongelukte fregatschip STAD THIEL, bestaande uit de gezagvoerder W.B. Dercks, drie stuurlieden, de scheepsgeneesheer en 27 Europese matrozen (opm: zie NRC 270157). De 30e september van Hongkong vertrokken naar Batavia, dreef dit vaartuig door hevige stormvlagen uit het zuiden en westen naar de kust van Borneo af. De 21e oktober bevond men zich op de hoogte van het eiland Groot-Natunas, hetwelk werd gepeild Z.W. ten W. ½ W. Daarop werd koers gesteld tussen de eilanden door, zodat op de middag van de 21e Karamatten-eiland (opm: Karimata-eiland) werd gepeild Z.3/4 W. en Panembangan O.t.Z, en in de namiddag van dezelfde dag Massa Tiega noord en Panembangan zuid. De kaart wees aldaar een vaarwater aan van vijf vademen, zonder enige gevaren, en er werden dan ook steeds van 4½ tot 5 vademen water bevonden. Omstreeks 4 ure echter stootte het schip op een blinde klip, doch behield voortgang. Al zeer spoedig ontwaarde men evenwel, dat het water met groot geweld in het voorschip drong en dit reeds zinkende was. Nauwelijks had men de boten te water gebracht, of het schip was reeds tot even boven het dek gezonken en raakte den grond, waarin het al dieper zakte. Aan redding van goederen viel niet te denken. Met behulp van een klein inlands vaartuig, dat zich in de nabijheid bevond, kwam de bemanning behouden te Soekadana aan, van waar zij de 28e daaropvolgende naar Pontianak vertrokken, om zich met het verwacht wordende stoomschip naar Java in te schepen. De nodige maatregelen waren genomen om zoveel mogelijk van de inventaris van het schip te redden, hetgeen echter door ongunstig weder zeer werd bemoeilijkt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december. Van de resident van Menado (opm: Manado) is het bericht ontvangen, dat op de 8e september j.l. een ruitsgewijze zwart en wit geschilderde ijzeren bakenton, of wrak bakenton, gelegen is geworden op circa een kwart kabellengte afstands en aan de oostkant van het ter rede Kema (opm: 01º22’ N.B. 125º03’ O.L.) in 12½ vadem diepte gezonken liggende wrak van Zr.Ms. verbrande korvet SUMATRA, en zulks ter vervanging van een op hetzelve gelegen hebbende noodbaken. Bij deze wrak bakenton peilt men de vlaggenstok van Kema W.t.N., en het grootste der eilandjes bezuiden de reeds van Kema Z W. Men zal wel doen, niet binnen de kabellengte afstands van deze bakenton ten anker te gaan.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop: Een extra ordinair, welbezeild schoenerschip, ca. 100 ton gemeten, 2½ jaar oud, in 1856 nieuw gezinkt, varende onder Nederlandse vlag, en geclassificeerd bij Veritas A, thans liggende te Amsterdam en aldaar te bevragen bij de makelaar I.J. van der Meulen, Bloemmarkt, F 180.


30 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping op dinsdag de 10e februari 1857, des avonds te zes uren, op de Beurszaal te Emden van het tweemast schoener galjootschip DANKBAARHEID, laatst gevoerd door kapt. J.S. Valk, groot circa 80 rogge lasten, thans liggende in de Nieuwe Haven te Schiedam, met zijn staand- en lopend want en rondhouten.
Aangaande de inventaris zijn inlichtingen te bekomen ten kantore van de cargadoors Jansen & van der Burg, te Schiedam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 26 januari. De Nederlandse kof MARIA ELISABETH, kapt. Struys, van Lissabon naar Rotterdam, is alhier binnengelopen. (opm: zie NRC 020257)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Venetië, 22 januari. Het alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse kofschip HELENA CATHERINA, kapt. F. Schippers, heeft gisteren morgen bij de haven van Lido op een bank aan de grond gezeten. Het werd met assistentie vlot en alhier heden zonder belangrijke schade binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendal, 18 januari. Het schip ANNA, kapt. Madsen, van Lemvig naar Schiedam, alhier wegens tegenwind binnengelopen, moet aan de stad komen, om de lading die broeiende is te lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december. De Nederlandse bark REGINA, kapt. Ingerman, van Newcastle naar Hongkong bestemd, is verongelukt. (opm: onjuist, zie NRC 020257)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december. Het schip HENRIËTTE MARIA, kapt. G.W. Bakker, van Hongkong naar Amoy, te Hongkong uit zee terug (opm: zie NRC 190157), heeft vóór de 13e december de reis voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december. Het schip ZAANSTROOM, kapt. van Streijen qq, van Sydney alhier aangekomen, heeft op de reis enig koper verloren en is naar Onrust (opm: eilandje in de aanloop naar Batavia, 06º02’ Z.B. 106º44’ O.L.) verzeild om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. In den jare 1857, de 27e januari, ten verzoeke van vrouwe Krijna Jacoba Letzer, huisvrouw van de heer Cornelis de Jager, geneesheer te Uithoorn, heb ik Jacobus Voorrips, deurwaarder te Rotterdam, gedagvaard Jacobus Broodman of Brootman, ook wel genaamd Jacobus Hendrik Broodman of Brootman, laatstelijk gewoond hebbende te Rotterdam, ten einde te horen eis doen, dat:
- aangezien gedaagde omstreeks den jare 1819 of 1820 de stad zijner inwoning Rotterdam als matroos ten oorlog heeft verlaten, aldaar tot in den jare 1834 teruggekeerd en wederom vertrokken;
- aangezien het laatste bericht van gedaagde was in het begin van de maand april 1835, toen diendende als matroos ten oorlog op Zr.Ms. wachtschip MINERVA, gedetacheerd op boot No. 80 op de Schelde, welke boot op een tocht van Sas van Goes naar Zierikzee zou zijn omgeslagen en de zich daarin bevindende equipage, waaronder de gedaagde, verdronken;
- aangezien er rechtsvermoeden bestaat van des gedaagden overlijden sedert 10 april 1835
hij in persoon dient te doen blijken van zijn aanzijn.
J. Voorrips, deurwaarder (opm: zeer sterk bekort)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te huur: een Scheepstimmerwerf, met twee hellingen, grote timmerschuur en nette huizinge op Schilkampen bij Leeuwarden; terstond te aanvaarden. Te bevragen bij B.D. Bakker, op het Vliet aldaar. (opm: deze advertentie werd op 13 maart herhaald)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Tien scheepstimmerknechten kunnen dadelijk vast werk bekomen bij D. & L. Alta te Harlingen.


31 januari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 28 januari. Het schip MERCURIUS, kapt. H.R.J. Smith, van Amoy naar Singapore, is vóór de 23e december op de kust van Bintang verongelukt, waarbij 100 Chinese passagiers en de derde stuurman zijn omgekomen. (opm: zie JB 100157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 december. Het schip AEGIDIA EN PAULINA, kapt. Veltman, naar Nederland bestemd, is de 7e dezer bij het vertrek van de rede op de bank van Purmerend geschoven, doch was bij hoog water weder vlot geraakt, zonder de assistentie van de onmiddellijk derwaarts afgezonden stoomboot nodig te hebben gehad. De volgende dag op de rede teruggekomen, is het gebleken, dat het schip niets had geleden en heeft men alzo heden de reis weder aanvaard. ( Reeds eergisteren kortelijk gemeld.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 20 december 1856. In de laatste tijd hebben er vreselijk veel stormen in de Chinese Zee gewoed en daardoor is grote schade aan de scheepvaart toegebracht. Onder de averijen, die reeds bekend zijn, behoort ook de Nederlandse bark REIJERWAARD, kapt. L.W.E. Bruigom, van Bangkok naar Hongkong gaande, welke de 4e dezer alhier zeer lek binnengebracht is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Publieke verkoping op Texel. Coninck Westenberg & Co, scheepsmakelaars te Texel, als last hebbende van hun principaal, presenteren op maandag de 9e februari 1857, des morgens 10 ure, te De Cocksdorp, in Eijerland, ten overstaan van de heer agent van Lloyd´s, door het ministerie van de notaris Johannes Ludovicus Kikkert, publiek te verkopen: 21 stuks zeilen, 1 zware tros, een partij zware en lichte kettings, 2 zware ankers, 1 tui-anker, 2 werp-ankers, 1 metalen scheepsklok; voorts een partij lopend touwwerk, gekapt want, 2 ijzeren davids, gekapte masten en rondhouten watervaten, scheepswrakken en hetgeen verder gepresenteerd zal worden, alles afkomstig van het op de 5e januari l.l. in de Eijerlandse Gronden gestrande Noorse fregatschip ISABELLA, van Drammen naar Londen gedestineerd geweest.
En door het ministerie van gemelde notaris Kikkert, op dinsdag de 10e februari daaraan, des morgens te 11 ure, ten huize van de logementhouder W. Moojen, aan Den Burg te Texel, een partij van plm. twaalf duizend stuks (12000) grenen- en vuren baddings, eerste soort, lang van 12 tot 30 voet, zwaar 2½ bij 6½ duim Amsterdamse maat, alles afkomstig uit de lading van bovengemeld fregatschip, en zulks bij kavelingen, zodanig dezelve nabij De Cocksdorp in Eijerland zijn opgeslagen. Nadere informatiën zijn op franco aanvrage te bekomen ten kantore van voornoemde makelaars Coninck Westenberg & Co.


01 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 31 januari. Heden is alhier op de werf der scheepsbouwmeesters P. & C. Boele de kiel gelegd voor een fregatschip, groot plm. 400 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren P. Rademakers & Co te Delfshaven, hetwelk zal worden gevoerd door kapt. J.H. Dabroek.


02 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 28 januari. Schipper Droog, varende van Terschelling naar Makkum, ontdekte voor enige dagen, nabij onze kust zich bevindende, dat zijn schip lek was. Ofschoon men zich beijverde door pompen boven water te blijven, zonk het vaartuig onmiddellijk weg, terwijl hij en zijn knecht met groot gevaar hun leven hebben gered. Het schip was niet verzekerd, zodat het verlies des te zwaarder is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. In Le Précurseur van gisteren wordt het door dat (opm: Antwerpens) blad medegedeelde (en in ons nommer van eergisteren overgenomen) bericht, nopens het vergaan van het Nederlandse barkschip REGINA, kapt. Ingerman, als onwaar zijnde tegengesproken en wel op grond dat er bij de redactie generlei nader bericht dienaangaande was ontvangen. Ook de Rotterdamsche Courant weerspreekt het zeer positief en wij geloven dus veilig te mogen aannemen dat van het gehele bericht niets waar is geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Het schip (opm: brik) BERNARDINA, kapt. H. Brouwer, van Taganrog naar Dordrecht, is de 21e januari met zware schade aan de tuigage te Malta binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 31 januari. Volgens brief van kapitein G.J. Mulder, voerende het schip (opm: bark) MARIA VERONICA, in dato Batavia, 12 november, was die bodem aldaar lek en met verlies van zeilen aangekomen, hebbende de 23e oktober een hevige orkaan doorgestaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 30 januari. Het bij Calandsoog gestrande Engelse schip HALTWHISTLE (opm: zie NRC 290157), heeft bij publieke veiling opgebracht NLG 3440. Het zal niet kunnen afgebracht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New Romney, 29 januari. Het te Veendam te huis behorende kofschip PIETER BENTUM, kapt. W.J. Schaap, van Antwerpen naar Lissabon, heeft deze morgen bij Duinchurch (opm: Duinkerken) aan de grond gezeten, doch kwam na verloop van een paar uren vlot en vervolgde de reis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 28 januari. Het alhier lek binnengelopen Nederlandse schip MARIA ELISABETH, zie NRC van 30 januari, moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 februari. Uit het werkje, getiteld: Koninklijke Nederlandsche Marine, op 1 januari 1857, uitgegeven door het departement van marine, ten koste en ten behoeve van het Fonds voor Oude en Gebrekkige Zeelieden, blijkt dat de Nederlandse zeemacht op dat tijdstip bestond uit: 2 linieschepen der 1ste klasse (KONING DER NEDERLANDEN en DE ZEEUW, ieder van 84 stukken); 3 linieschepen 2de klasse (DE KONINGIN, KORTENAER, wachtschip en instructieschip voor adelborsten te Willemsoord, en TROMP, elk van 74 stukken); 4 fregatten 1ste klasse (de PRINS VAN ORANJE, 52 st, DE RUYTER, 51 st, DOGGERSBANK, 52 st, en DE RIJN, 54 st.); 8 fregatten 2de klasse (PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN), PRINS ALEXANDER DER NEDERLANDEN, DE SAMBRE, PALEMBANG, CERES, en HOLLAND, ieder van 36 st.), en PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN en PRINSES SOPHIA, elk van 38 st.); 1 geraseerd (opm: van masten en tuig ontdaan) fregat (ROTTERDAM, 28 st.); 5 corvetten 1ste klasse (JUNO, VAN SPEIJK en PRINS MAURITS DER NEDERLANDEN ieder van 26 st. en AJAX en BOREAS elk van 28 st.); 2 korvetten 2de klasse (PALLAS, 20st; en URANIA, instructie-vaartuig te Willemsoord, 12 st.), 9 brikken (VENUS, DE KOERIER, DE HAAI, DE LYNX en DE SPERWER, elk van 18 st; HET ZEEPAARD, DE ZEEHOND en DE CACHELOT; ieder van 12 st; en DE AREND, 14 st.); 10 schoonerbrikken (PILADES, adviesbrik, 10 st, SYLPH 5 st; DE LANSIER, EGMOND, BANDA, SAPAROEA, TERNATE, REMBANG, PEDANG en MAKASSAR, elk van 6 st.); 4 schooners (DE WESP, DE ADDER en DE SCHORPIOEN, ieder 3 st, ATALANTE 1 st.); 2 transportschepen (DE MELDIN, 10 st, DE MERWEDE, 8 st.); 44 kanonneerboten, groot model (nieuw, oud en mortier); 12 kanoneerboten klein model; 2 kanonneerboten in West-Indië (NICKERIE en CAPPENAME, 2 st.); 3 fregatten met stoomvermogen (EVERTSEN, ZEELAND, ieder 51 st. en 400 paardenkracht, de ADMIRAAL VAN WASSENAER, 45 st, 300 p.); 2 korvetten met stoomvermogen (MEDUSA en PRINSES AMALIA, 19 st. en 150 p.); 7 schroefstoomschepen GRONINGEN, DORDRECHT en LEEUWARDEN, 12 st, 250 p. (2de klasse); BALI, SOEMBING en MONTRADO, 8 st, de 2 eerste 100 p, de laatste 50 p, en SAWORANG 7 st. en 100 p, (4de klasse); 15 raderstoomschepen (1ste klasse: ARDJOENO GEDEH, AMSTERDAM, 8 st. 300 p; 2de klasse: BROMO en MERAPI, 8 st, 220 p, en CIJCLOOP, 6 st. en 220 p; 3de klasse: ETNA, SINDORO, VESUVIUS en PHOENIX, 6 st; de eerste 170 p. de tweede 150 p, de beide laatsten 140 p; 4de klasse: SURINAME (*), 6 st, 110 p, MADURA (*) 4 st, 100 p;CURAÇAO, 2 st, 106 p; ONRUST (*) en ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, 1 st. 70 p); 3 raderstoomschepen, behorende aan het departement van koloniën, doch bemand wordende door de marine (BATAVIA, 2 st, 206 p, CELEBES (*) 4 st, 150 p. BORNEO (*) 1 st, 100 p.); 2 schepen tot verschillende diensten gebezigd (CASTOR, korvet 1ste klasse, exercitie-batterij te Willemsoord, en CERBERUS, rader-stoomschip wordt ingericht tot kolenhulk. (opm: een verklaring van * achter sommige scheepsnamen wordt in het artikel niet gegeven)


03 februari 1857


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. B.D. Bosscher, E.G. Bosscher en J.F.L. Meijjes, makelaars, zullen ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, op maandag de 2e maart 1857, des avonds ten zes ure te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen: Een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd ELISABETH EN ANTOINETTE (opm: bouwjaar 1839), gevoerd door kapt. H.A. Besier. Varende onder Nederlandse vlag, volgens meetbrief lang 39 ellen 25 duimen; wijd 7 ellen 60 duimen; hol 5 ellen 90 duimen en alzo gemeten op 781 tonnen of 412 lasten.
Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors B.D. Bosscher en Zoon. (opm: waarschijnlijk vond slechts een gedeeltelijke wisseling van aandelen plaats)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.A. Schröder, makelaar, zal op maandag de 16e februari 1857, des avonds ten zes ure in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen:
- Het extra ordinair welbezeild gezinkt kofschip varende onder Nederlandse vlag, genaamd, de AMSTEL, gevoerd door kapt. W. van Duijn. Gemeten op 95 tonnen of 50 lasten, liggende in het Oosterdok, (opm: bouwjaar 1839; eerst in november 1858 werd het schip gekocht door vier aandeelhouders waaronder kapt. Willem van Duyn, tevens boekhouder)
en
- 1/10 aandeel in het schoenerschip BACKENHAGEN, kapt. J. Hakker. Gemeten 84 lasten, liggende te Cardiff.
Breder volgens inventaris en nader onderricht bij gemelde makelaar of bij de cargadoors Nobel en Holtzapffel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 13 december. Dezer dagen heeft aan boord van het Nederlandse schip (opm: fregat, rederij B.D. Bosscher, Amsterdam) DOGGERSBANK, kapt. P. Kerkhoven, een ongeluk plaatsgehad, dat aan verregaande onvoorzichtigheid is toe te schrijven. De kapitein gaf namelijk order om het kanon af te steken, ten einde de loods te praaien. De stuurman, daarmede belast, wilde het stuk afschieten, hetgeen weigerde. Daarop legde hij met de kruithoorn in de hand, vers kruit op het sundgat (opm: zundgat), terwijl een zijner makkers de onvoorzichtigheid had, om met een stuk brandend papier er bij te komen dat een onmiddellijke ontploffing ten gevolge had, waardoor de kruithoorn in verscheidene stukken sprong en op een gruwelijke wijze de rechterhand van de stuurman blesseerde, wiens duim onmiddellijk door de kundige scheepsdokter Adolf Neumann, met het beste gevolg is afgezet geworden. Het kanon was nog in goede staat en is de volgende dag afgeschoten, nadat men eerst het sundgat, hetgeen de vorige dag vergeten was, had doorgestoken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 31 januari. Het schip ELISABETH, kapt. Akkerman, van Emden als bijlegger naar Liverpool, is alhier wegens lekkage binnengelopen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staats-Courant deelt de volgende Vergelijkende Staat der Nederlandse Koopvaardijvloot op 31 december 1855 en 31 december 1856 mede:
1) Soort der 2) Aanwezig op 3) Verongelukt, 4) Verschil in meting
schepen 31 december1855 gesloopt, enz in 1856 hermeten
minder meer
schepen lasten schepen lasten schepen lasten
Clipperschepen 3 1178 - - - -
Fregatten 154 61328 4 1545 - 30
Barken 395 112726 6 1683 - 59
Brikken 95 11937 7 687 4 -
Schoeners 248 19816 15 1030 - 2
Brigantijn/barkentijn 2 208 - - - -
Galjoten/galjassen 179 10354 10 599 - 3
Koffen 733 43330 50 2655 - 9
Tjalken 246 7288 22 627 5 -
Smakken 27 906 1 40 - -
Gaffel- & kaagsch. 1 54 - - - -
Kotter, sloep, jacht 8 207 1 27 - -
Paveljoen & pleitsch. 1 48 - - - -
Praam, ever, rinkelrs. 3 50 - - - -
Schokkerschepen 1 17 - - - -
Hoekerschepen 40 2259 1 52 - 3
Bunschepen 13 399 - - - -
Bom- en pinksch. 55 792 - - 1 -
Vissnikken 6 96 - - - -
Stoomboten 20 2934 - - 1 -
Totaal 2230 275927 117 8945 11 106
VERVOLG:
1) 5) Nieuw geb. schepen 6) Schepen na 7) Totaal der op
die in 1856 zeebrief afschrijving in 1856 31 december 1856
bekomen hebben weder in de vaart aanwezige schepen
schepen lasten schepen lasten schepen lasten
Clipperschepen - - - - 3 1178
Fregatten 14 5502 - - 164 65315
Barken 35 11403 - - 424 122505
Brikken 17 1800 - - 105 13046
Schoeners 46 3627 - - 279 22415
Brigantijn/barkentijn - - - - 2 208
Galjoten/galjassen 41 2563 - - 210 12321
Koffen 20 1047 - - 703 41731
Tjalken 36 1162 1 29 261 7847
Smakken 1 48 - - 27 914
Gaffel- & kaagsch. - - - - 1 54
Kotter, sloep, jacht 1 19 - - 9 199
Paveljoen & pleitsch. - - - - 1 48
Praam, ever, rinkelaar 1 24 - - 4 74
Schokkerschepen - - - - 1 17
Hoekerschepen 1 47 - - 40 2257
Bunschepen - - - - 13 399
Bun- en pinksch. 4 52 - - 59 843
Vissnikken - - 1 11 7 107
Stoomboten 10 2090 1 191 31 5214
Totaal 227 29384 3 231 2343 296692
Aanmerkingen:
- Een der in de laatste kolom opgenomen fregatten, metende 321 last, zal voortaan onder de barkschepen begrepen worden, als zijnde thans als zodanig ingerigt.
- In verband met de vroeger gegeven ophelderingen omtrent de samenstelling der opgaven wegens de Koopvaardijvloot, valt ten opzigte van kolom 3 aan te merken dat onder de daarin begrepen 117 schepen er een aantal zijn, waarvan de in 1852 verleende zeebrieven niet zijn terug ontvangen of vernieuwd geworden, en waarvan bij opzettelijk onderzoek gebleken is, dat dezelve schepen reeds vroeger hadden afgeschreven kunnen worden, indien door de betrokken reders of schippers het berigt wegens het verongelukken, slopen, enz. ware ingezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 februari. Aangaande het te Batavia met verlies van masten gearriveerde schip GRAAF VAN NASSAU, waarvan wij in ons nommer van 29 januari melding maakten, lezen wij nog het volgende in de Java-Bode in dato Batavia, 3 december 1856:
Op de 21e november l.l. ankerde hier ter rede het Nederlandse barkschip GRAAF VAN NASSAU, gezagvoerder E. Sanders, van Amsterdam, welk schip op 37º12’ Z.B. en 89º41’ O.L. op de 23e oktober, bijleggende onder stormzeilen, des avonds ten 8½ ure, in een vliegende bui met orkaanvlagen, uit het N. ten W. de gehele fleet (opm: vleet, zeilen, inclusief staand en lopend tuig) heeft verloren, zijnde eerst de boegspriet en vervolgens de drie masten bij het dek afgebroken. In weerwil dat de romp, door het vreselijke stampen van het schip, en langs de stuurboordzijde over boord hangende fleet, alvorens laatstgenoemde kon worden gekapt, vreselijk werd geteisterd, is het schip dicht gebleven, en het de gezagvoerder en opvarenden mogen gelukken door buitengewone inspanning en beleid binnen vier dagen tijds een doeltreffend noodtuig op te richten, waarmede genoemd schip 10 dagen later opnieuw een zware storm heeft doorgestaan en op 21 november alhier ter rede geankerd.
Met genoegen zien wij uit het procesverbaal van deskundigen, door de bevoegde autoriteiten benoemd tot het opnemen der schade van genoemd schip, dat door hen rechtmatige lof wordt toegebracht aan de goede zorg en bekwaamheid van de gezagvoerder en officieren van genoemde bodem als in dezen met de meeste zeemanschap gehandeld en getoond hebben, beleid en kennis te bezitten in ogenblikken van gevaar.


04 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H.zoon, H.W. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening als lasthebbende van hun meesters op dinsdag de 3e maart 1857, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499, publiek te veilen:
- Het snelzeilend Nederlands gekoperd en kopervast fregatschip PRINSES MARIANNE, laatst gevoerd door kapitein F. Rietmeijer, volgens meetbrief lang 38 el 10 duim, wijd 7 el 7 duim, hol 5 el 45 duim en alzo groot 652 tonnen of 345 lasten.
- Het snelzeilend Nederlands gekoperd en kopervast barkschip NEERLANDS KONING, laatst gevoerd door kapt. W. Calander, volgens meetbrief lang 36 el, wijd 7 el 12 duim, hol 5 el 27 duim en alzo groot 600 tonnen of 317 lasten.
Met al derzelver rondhout, staande en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als dezelve zijn liggende aan de Scheepstimmerwerf Rotterdam’s Welvaren (opm: scheepswerf De Hoog), aan de Hooge Zeedijk, te Rotterdam.
De voorschreven schepen zijn inmiddels uit de hand te koop. Te bevragen bij bovengemelde makelaars.


05 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 4 februar. Heden morgen is de stoomsleepboot ZUID-HOLLAND naar zee gestoomd om te kruisen. Buiten niets vindende, gaat de ZUID-HOLLAND naar Brouwershaven om aldaar gestationneerd te blijven en gereed te zijn voor alle voorkomende scheepsomstandigheden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 19 januari. Het Nederlandse schip JANUS, kapt. Diggelaar, van Liverpool naar Alicante, is alhier met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. B.D. Bosscher, E.G. Bosscher & J.F.L. Meijjes, makelaars, zullen ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte op maandag de 2e maart 1857, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd ELISABETH EN ANTOINETTE, gevoerd door kapitein H.A. Besier, varende onder Nederlandse vlag, volgens meetbrief lang 39 ellen 25 duimen, wijd 7 ellen 60 duimen, hol 5 ellen 90 duimen en alzo gemeten op 781 tonnen of 412 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon.


06 februari 1857


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. Op dinsdag 24 februari 1857, des middags ten 12 ure, in de Verkoopzaal aan de Scheepmakershaven te Rotterdam, ten overstaan van D.H. Corne, van een hecht, sterk en wel onderhouden tjalkschip, genaamd de JONGE ADRIAAN (opm: binnenvaarder), oud ongeveer 5 jaren, groot 97 tonnen. Met de daarbij behorende complete en goed onderhouden inventaris, ongeveer 2 jaren oud. Boot met tuig en toebehoren, liggende in de Leuvehaven (Westzijde), nabij de Zeevischmarkt te Rotterdam. Toebehorende aan D. van de Schans en bevaren wordende door schipper K. de Graaff, zijnde van heden af te bezichtigen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een tjalkschip, groot 21 ton. Te bevragen op de Nieuwe Scheepswerf te Deinum.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Twee overdekte praamschepen, best onderhouden te koop bij O.L. Lantinga, scheepsbouwmeester te Ylst. Ook gevraagd twee scheepstimmerknechten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Er wordt ter verkoop aangeboden: een nieuwgemaakt sterk en net gebouwd tjalkschip lang 15,392 el (52 voet), wijd 3,700 el (12½ voet), en hol 1,480 el (5 voet); staande en gelegen bij J. Boorsma, mr. scheepstimmerman te Sneek.


07 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Door de heer Andriessen alhier is voor rekening van L. de Lantsheer, beurtschipper tussen Gent en Rotterdam, bij ons gouvernement concessie aangevraagd voor één of meer schroefstoomboten om in de gestaakte dienst van de stoomboot JACOB VAN ARTEVELDE te voorzien. Men hoopt, dat deze ondernemer zal slagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 6 februari. Heden is op de werf van de heer J. van Duyvendijk Tz. de kiel gelegd van een barkschip, groot plm. 400 gemeten lasten, hetwelk de naam zal voeren van NEDERLAND EN ORANJE, en gevoerd zal worden door kapt. L.F. van Ruyven, voor rekening ener rederij onder directie van de heren Van Zeylen & Decker te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 26 januari. Het Nederlandse schip MARIA, kapt. de Boer, van Rotterdam met suiker naar Triëst bestemd, is hier eergisteren lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 26 januari. De Nederlandse schoener EVERHARDUS, kapt. de Boer, van Amsterdam naar Syra bestemd, is alhier lek binnengelopen. Het schip, dat van de lading suiker opgepompt heeft, is nagezien en zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, voor passagiers en goederen, het nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast clipper-fregatschip NOORD-BRABANT, kapt. H.R. Bok. Dit schip is geheel naar de nieuwste constructie gebouwd en bijzonder gelet op snelheid en alles wat tot gemak voor passagiers kan dienen, en vaart een geëxamineerde scheepsdoctor. Adres ten kantore van de cargadoors Vlierboom en Suermondt. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 4 februari. De kof HILKEA, kapt. Wey, van Belfast naar Rotterdam, is op de hoogte van onze haven op de rotsen gestrand. (opm: zie volgend bericht)


08 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 4 februari. De Nederlandse kof HILKEA, kapt. Wey, van Belfast naar Rotterdam, welke, zo als gisteren gemeld, alhier op de rotsen strandde, is des avonds vlot gekomen en alhier lek binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 5 februari. Een matroos, een loods en de kok van het stoomschip MINISTER THORBECKE zijn hier heden over land uit Overijsel aangekomen met de tijding, dat die boot, in de vorige week van Zwolle afgevaren, bij Urk, dicht bij dat eiland, in het ijs zit. Men verwachtte dat schip hier om te laden en om vervolgens naar Engeland te stevenen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 4 februari. Het Nederlandse schip (opm: kof) JONGE GERRIT, kapt. N.W. Hazewinkel, van Groningen naar Harwich bestemd, is alhier binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De notaris mr. C. van der Lek de Clercq, residerende te Zierikzee, zal ten verzoeke van zijn principalen op woensdag de 4e maart 1857, des avonds ten 6 ure, ten huize van W.J. Zandvoort te Zierikzee publiek presenteren te verkopen een extra ordinair wel bezeild en nieuw gekoperd en kopervast barkschip met goede en complete inventaris, genaamd ELISABETH EN JOHANNA, lang 34,75 ellen, wijd 5,79 ellen, hol 4,54 ellen, gemeten op 406 tonnen, of 214 lasten, varende onder Nederlandse vlag en liggende thans te Zierikzee. Bedoeld barkschip is op nieuw bij Veritas geclassificeerd ¾ L 2.1, en het laatst voor de Nederlandsche Handel Maatschappij binnengekomen de 17e juni 1854.
Alles breder bij biljetten omschreven, terwijl nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van de weled. heren M.C. de Crane & Zoon te Zierikzee, en van voornoemde notaris.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping op dinsdag de 24e februari 1857, des middags ten 12 ure, in de Verkoopzaal aan de Scheepmakershaven te Rotterdam, ten overstaan van D.H. Corne, van een hecht, sterk en wel onderhouden tjalkschip, genaamd DE JONGE ADRIAAN, oud ongeveer 5 jaren, groot 97 tonnen, met de daarbij behorende complete en goed onderhouden inventaris, ongeveer 2 jaar oud, boot met tuig en toebehoren, liggende in de Leuvehaven Westzijde, nabij de Zeevischmarkt te Rotterdam, toebehorende aan D. van der Schans en bevaren wordende door schipper K. de Graaff, zijnde van heden af te bezichtigen.


09 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 februari. Het Nederlandse barkschip CANTON, kapt. H.J. Tweehuis, van Batavia naar Cowes om orders bestemd, is aldaar de 7e dezer zwaar lek aangekomen, hebbende sedert 18 januari voortdurend met zwaar stormweder te kampen gehad. (opm: zie NRC 120257 en 300357)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 31 januari. Het schip CATHARINA, kapt. G. Bakker Jr, van St. Petersbug naar Amsterdam, is alhier lek binnengelopen. (opm: zie NRC 140257 en 130357)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Voor goederen en passagiers naar Batavia ligt te Amsterdam in lading om bij open water ten spoedigste te vertrekken het nieuw gebouwd, gekoperd tweedeks campagne barkschip DRIE GEZUSTERS, kapt. G.C. Fischer, hebbende deze bodem ruime hutten en zijnde alleszins uitmuntend ingericht voor de overtocht van passagiers. Adres bij de reders de heren Gebroeders Nieuwenkamp en bij R.D. Boscher & Zoon, cargadoors te Amsterdam. (opm: eerste reis)


10 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Livorno, 1 februari. Het schip MAGRETHA, kapt. Schaap (opm: vermoedelijk MARGARETHA, kapt. A.C. Schaap), van Bergen alhier aangekomen, heeft schade bekomen en is lek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Christiansand, 22 januari. Het schip MARIA, kapt. Heidtman, van Wismar naar Schiedam, is alhier lek binnengelopen.


11 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Naar men verneemt zal de 15e maart a.s. te Hellevoetsluis worden in dienst gesteld Zr.Ms. brik DE SPERWER, welke waarschijnlijk ter aflossing van Zr.Ms. LYNX naar West-Indië zal worden gezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 8 februari: Gisteren namiddag omstreeks twee ure is de Engelse stoomboot RAVENSBOURNE, kapt. Robert Bacon, komende van Antwerpen met bestemming naar Engeland, door het springen van onderscheidene kabels en trossen van de oever geraakt, waarna zij door het stoten tegen het hoofd een lek bekwam en onmiddellijk is gezonken. Ofschoon met moeite, werd de ganse equipage gered. Twee derzelve werden als het ware levenloos aan wal gebracht, doch na enige uren onder behandeling geweest te zijn van dr. B. van Lier, mocht hij zijn pogingen, tot hun beider behoud aangewend, met de beste uitslag bekroond zien.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De notaris Mr. C. van der Lek de Clercq, residerende te Zierikzee, zal ten verzoeke van zijn principalen op woensdag 4 maart 1857, des avonds ten 6 ure, ten huizen van W.J. Zandvoort, te Zierikzee, publiek presenteren te verkopen: een extra, ordinair welbezeild en nieuw gekoperd en kopervast barkschip, met goede en complete inventaris, genaamd ELISABETH EN JOHANNA, lang 34,75 ellen, wijd 5,79 ellen, hol, 4,54 ellen, gemeten op 406 tonnen of 214 lasten, varende onder Nederlandse vlag en liggende thans te Zierikzee.
Bedoeld barkschip is opnieuw bij Veritas geclassificeerd 3/4 L 2, en het laatst voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij binnengekomen de 17e juni 1854.
Alles breder bij biljetten omschreven, terwijl nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van Wel. Ed. heren M.C. de Crane en Zoon, te Zierikzee, en van voornoemde notaris.
(opm: het schip, bouwjaar 1843, werd niet verkocht, ging onder kapt. T.R. Oomkens weer naar Oost-Indië en werd daar na belading afgekeurd, zie o.a. ZZC 010558)


  JB - Javabode

Soerabaya, 5 februari. Men meldt ons van Sumanap, de 1e februari. Gister avond ten 9 ure, kwamen hier vier schipbreukelingen aan, welke hun vaartuig verloren hebben op de klippen bij Kangeang. Dat gezelschap bestond uit de gezagvoerder W.B. Cook, twee matrozen en een vrouw. De kapitein verhaalde, dat hij op de 17e december 1856 Ampenan op Bali had verlaten met het Nederlands-Indische barkschip KWIU CHAM LEONG (opm: waarschijnlijk KWIN CHAM LEONG), groot 325 ton, geladen met koffie, rijst en tabak, bestemd voor Singapore. Schip en lading behoorden aan een Chinees op Ampenan, die zelf aan boord was. Nadat zij enige dagen met tegenwind en tegenstroom te worstelen hadden gehad en op de 26e december de stengen van de fokkemast en de grote mast alsmede de marszeilen hadden verloren, beproefden zij naar Soerabaija op te werken, om die schade te repareren, maar door de storm, hoge zee en stromen naar het oosten, kwamen zij op de 28e december, des avonds ten acht ure, op de klippen bij het eiland Kangeang (opm: 06º55’ Z.B. 115º25’ O.L.) en reeds om 9 ure was het schip totaal vernield worden. De kapitein dreef, van 9 uur des avonds tot half zes des morgens, op een stuk hout rond met een kind van de tandil (onderofficier op een schip, bijv. de bootsman) op zijn rug en bereikte het strand eerst toen de dag aanbrak. Vijf mannen en jongens en een vrouw zijn verdronken en twee mannen stierven enige tijd nadat zij de wal bereikt hadden, zodat bij dit ongeluk acht mensen zijn omgekomen. Hij bleef met de overgeblevenen bijna een maand op Kangeang, doch eindelijk, nadat het weder bedaard was, verliet hij met een sampang (opm: sampan, klein kustvaartuig) met twee man en ene vrouw dat eiland en bereikte eerst na tien dagen Sumanap (opm: Sumenep op Madura). Zij hadden geen levensmiddelen meer en nauwelijks klederen aan om zich te dekken. Het bestuur, zowel als enige ingezetenen, hebben terstond zo veel doenlijk was, in hun eerste behoeften voorzien. De overige opvarenden bevinden zich nog op Kangeang.


12 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 9 februari. Kapt. P.R. Huisman, voerende het schoenerschip NINA, de 28e januari van Amsterdam te Livorno gearriveerd, heeft op de reis zwaar stormweder ondervonden, waardoor het schip schade bekomen heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 februari. Volgens brief van Kroonstad (opm: Kronsjtadt) waren sedert 24 december van de kleine rede in de haven geijsd de Nederlandse schepen GUSTAAF, LUCAS WILDERVANK, KLASINA ARENDINA, HILLEGONDA, UNIE en TWEELINGEN.
Te St. Petersburg overwinteren 7 Nederlandse schepen, zijnde de TWEE GEZUSTERS, CORNELIA, VROUW JANTINA, MARGARETHA ANTINA, DELIA, WILLEM FREDERIK en ELBRENDINA.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 februari. Volgens bericht van kapt. G.F. Wiegmink, voerende het schip (opm: fregat) CLARA HENRIETTE, de 3e december l.l. van Cardiff naar Sydney, N.Z.W. vertrokken, was hij, in dato 2 januari 1857 met gunstige gelegenheid zeilende op 05º40’ N.B. en 23º34’ W.L. Van 5 tot 15 december had hij vliegende stormen doorgestaan, waardoor schip en tuig veel geleden hadden en verscheidene schuurgangplanken (opm: in het scheepsvlak) en bladen koper waren verloren gegaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 9 februari. De stoomboot RAVENSBOURNE bevindt zich nog steeds in dezelfde positie en is nu in de voorhaven totaal gezonken. Men heeft gisteren bij laag water nog enige goederen gelost, doch nu staat er bij laag water nog 6 voet water op het dek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 7 februari. Het alhier lek binnengelopen Nederlandse barkschip CANTON, kapt. Tweehuys, van Batavia komende – zie ons nommer van 9 dezer – heeft orders voor Hamburg bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 2 februari. Het Nederlandse schip CATHARINA, kapt. Hilbrands, van Londen naar Sevilla, is alhier de 28e januari lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaapstad, 22 december 1856. De TYMOOR (opm: TIMOR), een Nederlandse bark, van Soerabaya naar Nederland, is hedennacht bij Robin-Island (opm: Robbeneiland) gestrand en zal waarschijnlijk geheel weg zijn. Men vreest, dat maar weinig van de lading zal geborgen worden. (opm: zie NRC 080357 en 230357)
(Red: de TIMOR, kapt. F. Agema, is de 20e oktober j.l. van Batavia te Padang aangekomen en was, voor zover wij weten, de 15e november nog daar liggende)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 februari. De Nederlandse bark ZALTBOMMEL, is 3 december (opm: 1856) bij de Kaapstad gestrand. (opm: zie volgend bericht, NRC 200257 en 170557)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. G.J. Boelen, makelaar, zal op maandag de 16e februari 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ, verkopen: Een extra ordinair snelvarend stoomschip, genaamd FRISO, vroeger gevoerd door schipper Baasdorp, gevaren hebbende in de beurt van Amsterdam op Harlingen, volgens binnenlandse meetbrief gemeten op 217 tonnen, met deszelfs stoomwerktuigen en toebehoren, zijnde twee machines van lage drukking, hebbende een gezamenlijk vermogen van 60 paardenkracht, vervaardigd in de fabriek van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel, alhier.
Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar.
Nog zal door bovengenoemde makelaar, ter zelfder tijd en plaats geveild worden:
Drie aandelen in de Stoomboot-Reederij ten doel hebbende het slepen van schepen in en uit het Nieuwediep, onder directie van de heer Paul van Vlissingen.


  OP - Oostpost

Advertentie. Degenen die iets te vorderen hebben of verschuldigd zijn aan den boedel van wijlen George Challenger, in leven gezagvoerder van het Nederlands-Indisch schip JADOEL WADOET, gelieven zich te adresseren binnen 3 maanden na heden, aan den generale gemachtigde alhier.
Soerabaya, 9 februari 1857
W.H. Nash.


13 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaapstad, 22 december. De Nederlandse bark ZALT-BOMMEL, kapt. C.J. Juta, is door het verkeerd rondzwaaien bij het onder zeil gaan, de 3e dezer gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 februari. Men is thans te Harlingen weder bezig om het schip DIRKJE ADAMA, commandeur Otto Mehlen, bestemd naar Groenland ter robben- en walvisvangst, onder tuig te brengen om nog in deze maand de reis te aanvaarden. Het schip wordt bemand met meer dan vijftig koppen, waarvan het grootste gedeelte belang bij de vangst heeft, waarom het voor de equipage zowel als voor de eigenaren te wensen is, dat de vangst voordelig moge uitvallen.


14 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 februari. Gisteren is op de werf Het Vertrouwen van de scheepsbouw- meesters Gebr. Van de Wetering te Schoonderloo de kiel gelegd van een klipper-barkschip, genaamd JOHANNA FREDERIKA, groot 130 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. C.S. Everts, voor rekening van een rederij onder directie van de heer A. Houtman te Delfshaven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 3 februari. Het schip CATHARINA, kapt. Bakker Jr, van St. Petersburg naar Amsterdam, alhier binnengelopen, is wegens ijsgang op het strand gezet, doch zal bij gunstig weder waarschijnlijk afgebracht kunnen worden. De lading is gelost en de inventaris geborgen. (opm: zie NRC 090257 en 130357)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 11 februari. De stoomboot GIRAFFE is alhier van Londen aangekomen met materialen om het alhier gezonken stoomschip RAVENSBOURNE te lichten. Heden heeft men door middel van duikers een ketting onder het schip door gekregen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 13 februari. Op de 17e januari is gepraaid geworden het schip STAD AMSTERDAM, kapt. M. van Gijzel, van Batavia naar Amsterdam, hebbende de grote mast verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijst. Te Amsterdam arriveerde het schip (opm: bark) JACOBA EN CHRISTINA, kapt. J.C. Berk, van Batavia, met 950 balen koffij, 1601 kanisters (opm: kanaster, mand van grof rottingriet voor suiker) suiker, 151 kisten indigo, 48 kisten cochenelle (opm: cochenille, rode verfstof), 3000 huiden, 273 zakken witte peper, 72 kisten gom damar (opm: damar, naam voor een aantal harssoorten), 580 kisten thee en 2608 bossen bindrotting: Adres: Nederlandsche Handel Maatschappij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars te Dordrecht presenteren als lasthebbenden van hun principalen, ten overstaan van een bevoegd beambte, op vrijdag de 17e februari 1857, des namiidags ten half een ure, ten huize van J. Zahn in het Nederlandsche Koffijhuis, bij openbare veiling te verkopen het extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, genaamd GENERAAL BARON VAN GEEN, gevoerd door kapt. G. Rotgans, groot volgens meetbrief 444 lasten of 841 tonnen, liggende in de Kalkhaven te Dordrecht. Nadere onderrichting te bekomen bij de makelaars en de cargadoors G. Mauritz en J.B. ’t Hooft te Dordrecht, alsmede bij de makelaar P.F.A. Luytjes te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 13 februari. De Nederlandse bark GOUVERNEUR GENERAAL ROCHUSSEN, kapt. C. Laseur, van Batavia naar Rotterdam bestemd, zit bij de derde ton aan de grond. Bijzonderheden nog onbekend. (opm: zie volgend bericht en NRC 240257)


  JB - Javabode

Advertentie. Overleed te Juddah (Arabia), den 4de augustus 1856, George Challenger, in leven gezagvoerder van het Nederlands-Indisch schip JADOEL WADOET, diep betreurd door zjjne familie en vrienden.
A.W. Challenger, geb. Hartog.
Soerabaya, 9 februari 1857


15 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 14 februari. Het schip GOUVERNEUR-GENERAAL ROCHUSSEN, gisteren gemeld, is geheel weg (opm: zie NRC 140257). De inventaris wordt geborgen. De equipage, behalve de kapitein en de eerste stuurman, welke nog aan boord zijn, is per stoomboot BROUWERSHAVEN hier aan wal gebracht. Het schip is bij de fokkerust gebroken. Men is bezig om het tuig met één en ander nog te bergen.


16 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 12 februari. Gisterenmorgen had er op onze buitenrede een treffend ongeluk plaats. Kapt. Bakker van het Nederlandse kofschip ARENTINA JACOBA, kwam met drie man zijner equipage van de wal en bij het schip komende werd hem een touw toegeworpen om daarmede op zijde te komen. Door een ongeval sloeg de boot om en allen werden door de felle stroom meegevoerd en verdronken. De ARENTINA JACOBA was de 20e januari van hier naar Napels vertrokken en lag op de buitenrede zeilklaar. Het schip is hier ter rede teruggekomen en aan de zorg van de Nederlandse consul toevertrouwd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 11 februari. De Hannoverse schoener EENDRAGT is in aanzeiling geweest met het schip ELISA. Een jongen is op de ELISA overgesprongen en alhier aangebracht. De EENDRAGT lag circa 1½ uur bij de ELISA doch scheen zich om de jongen niet te bekommeren en vervolgde haar weg.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gibraltar, 30 januari. Het schip ANNA LANGE, kapt. Raschen, van Batavia naar Bremen, is alhier de 28e met 7 voeten water in het ruim en met andere zware schade binnengebracht. Het schip heeft gedurende de reis veel suiker en rijst opgepompt. De lading wordt gedeeltelijk gelost. (opm: waarschijnlijk een Duits schip)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 februari. Op de 2e januari is op 06º N.B. en 24º W.L. gepraaid geworden het schip (opm: fregat) CLARA HENRIETTE, kapt. G.F. Wiegmink, van Cardiff naar Sydney. Dezelve had van 5 tot 15 december veel stormweder gehad en daardoor enige bladen koper verloren en schade aan het tuig bekomen.


17 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 14 februari. Naar men verneemt zal met maart een eerste aanbesteding plaats hebben van het graven der put voor het Marinedok, hetwelk op de bodem 390 Amsterdamse voet lang moet zijn en een diepte moet hebben om een geheel uitgerust schroeffregat te kunnen opnemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen,13 februari. Eergisteren morgen is van Londen hier ter rede gearriveerd de Engelse stoomboot GIRAFFE, toebehorende aan de General Steam Navigation Company, met een duikerklok, welke reeds een ketting onder door de gezonken boot RAVENSBOURNE heeft aangebracht. Deze morgen kwamen met een stoomboot van dezelfde maatschappij twee geoefende duikers (underwatermen) van Londen om tegelijkertijd hun diensten te verrichten in het behoorlijk plaatsen der kettingen, waarmede het schip moet gelicht worden. Men heeft nog geen aanvang kunnen maken met het verder lossen der lading.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 16 februari. Van het bij de 3e ton gestrande schip GOUVERNEUR-GENERAAL ROCHUSSEN (opm: zie NRC 150257), kapt. Laseur, van Batavia naar Rotterdam, is de inventaris en 900 balen koffij geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Heden, de 14e februari 1857, ten verzoeke van Alberdina Hanssina Alfing, huisvrouw van Hendrik van Ruijl Onnen, winkelierster te Rotterdam, heb ik Johannes Brakkee, deurwaarder te Rotterdam gedagvaard Hendrik van Ruijl Onnen, die sedert den jare 1847 van zijn woonplaats Rotterdam afwezig is, om te verschijnen, ten einde:
- aangezien gedaagde de 14e juni 1847 ter koopvaardij is aangemonsterd als eerste stuurman op het Nederlands barkschip BONSOL, kapt. E.A. Mulder, bestemd naar Batavia,
- aangezien de gedaagde, volgens ontvangen berichten, met gemeld schip de 16e oktober 1847 te Batavia is aangegekomen en de 21e november van dat jaar weder van daar is vertrokken, waarna men niets meer van hem, noch van het schip, noch van de bemanning, heeft gehoord,
- aangezien eiseresse vergunning wenst te verkrijgen tot het aangaan van een ander huwelijk,
in persoon te doen blijken van zijn aanwezen.
G. Brakkee, deurwaarder. (opm: zeer sterk bekort)


18 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 februari. In de avond van de 16e dezer is Zr.Ms. fregat PRINS ALEXANDER DER NEDERLANDEN, onder bevel van de kapt.t.zee W. Steffens, laatst van Madeira, ter rede van Vlissingen aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 februari. Het schip NEDERLANDS INDIE (opm: fregat NEERLANDS INDIË), kapt. G.A. Wagner, van Amoy naar Shanghay, is, volgens bericht van Hongkong van de 30e december l.l., in de nabijheid van Shanghai op een zandbank gestrand, doch hoopte men het nog af te kunnen brengen. (opm: zie NRC 040357)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Palma, 3 februari. Het Nederlandse schip (opm: hoeker) KOOPHANDEL, kapt. W. Kal, is alhier met verlies van zeilen en andere schade binnengelopen.


19 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. Men heeft te Vlissingen getracht een ketting te brengen onder het achterste gedeelte van het aldaar gezonken stoomschip RAVENSBOURNE, doch zulks is mislukt. De ingenieur Beardmore, van de General Steam Navigation Company, heeft zich naar Londen begeven, ten einde meer materieel te halen, waardoor de werkzaamheden met meer kracht voortgezet zullen kunnen worden. Wegens de stand van het schip wil men de luiken niet openen, ten einde de goederen te lossen, daar men vreest, dat het schip alsdan weg zou kunnen wezen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 februari. De 15e dezer zijn te Vlissingen met Zr.Ms. stoomschip PRINS ALEXANDER gevankelijk van Madeira aangebracht de Maleijers, welke in het begin van augustus j.l. op de hoogte van Madeira het Nederlandse schip TWENTHE, kapt. Coopmans, van Rotterdam naar Batavia bestemd, in brand gestoken hebben (opm: zie o.a. NRC 110956). Zij zullen thans naar Rotterdam en verder naar 's Gravenhage vervoerd worden, om aldaar voor het provinciale gerechtshof terecht te staan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. In den jare 1857, de 17e februari, ten verzoeke van mejufvrouw Johanna of Jannetje de Goede, huisvrouw van Nicolaas Schepp, zonder beroep, wonende te Vlaardingen, heb ik Jacobus Voorrips, deurwaarder te Rotterdam, gedagvaard Nicolaas Schepp, laatst gewoond hebbende te Vlaardingen, ten einde te horen eis doen, dat:
- aangezien de gedaagde de 13e december 1851, dienende als stuurman aan boord van het Nederlandse hoekerschip TWEELINGEN, gevoerd door kapt. Willem Schepp, de rede van Hellevoetsluis verlaten heeft, met hetzelve vaartuig koers zettende naar Falmouth, alwaar het enige dagen later is binnengevallen, en die rede op de 24e december daaraanvolgende wederom heeft verlaten,
- aangezien dat vaartuig weinige dagen daarna in het Engels Kanaal is overzeild en onmiddellijk gezonken en de gehele bemanning verdronken (opm: zie NRC 080352 en 220657),
- aangezien eiseres vergunning wenst tot het aangaan van een ander huwelijk,
hij in persoon dient te doen blijken van zijn aanzijn.
J. Voorrips, deurwaarder (opm: zeer sterk bekort)


20 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Capelle a.d. IJssel, 19 februari. Heden liep alhier van stapel van de werf der heren P. Bakhuyzen & Zn voor rekening van de heren Gebr. Hendrichs & Co te Amsterdam het nieuw gebouwd fregatschip GALILEÏ, gemeten 380 lasten en gevoerd zullende worden door kapt. T.C.H. Kock.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 10 december. Het Nederlandse schip ZALT-BOMMEL, kapt. C.J. Juta, hetwelk de 3e dezer bij de Chavonne Batterij op strand raakte – zie ons nommer van 13 dezer – is op zijde gevallen en zal naar men veronderstelt, totaal weg zijn. Een groot gedeelte der lading is in een gezonken staat gelost. Men is nog bezig met het andere en wat zich nog meer aan boord bevindt te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 10 december. De Nederlandse bark MALEIJER, kapt. P.R. Bok, van Batavia naar Rotterdam, welke de 24e november in de Tafelbaai binnenliep, heeft de drie stengen en bezaansmast verloren. (opm: zie NRC 230157 en 110357)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Allen, welke iets te vorderen hebben van de Stoombootdienst AYMAN LOUISE worden verzocht daarvan vóór of uiterlijk op de 28e dezer maand opgave te doen.
W. van Ewijk & Co.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.I. Rietveld, C.A. Schröder en E.G. Bosscher, makelaars, zullen op maandag 2 maart 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, In de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen: een extra ordinair welbezeild schoenerschip, genaamd WELLAMO, varende onder Russische vlag en laatst gevoerd door kapt. A. Lagerstam, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 el 70 duim, wijd 5 el 17 duim, hol 2 el 10 duim en alzo gemeten op 63 lasten. Breder bij inventaris. (opm: voor NLG 4.500 aangekocht door W.J. Swart, Kampen, nieuwe scheepsnaam DRIE GEBROEDERS, kapitein Jan Flik)
Verder de navolgende scheepsparten, als:
- 1/12 aandeel in het fregatschip ADMIRAAL TROMP.
- 1/20 aandeel in het fregatschip DOGGERSBANK.
- 1/30 aandeel in het fregatschip DOGGERSBANK.
- 3/64 aandelen in het barkschip AFRIKA.
- 1/32 aandeel in fregatschip NEPTHUNES.
- 1/28 aandeel in het clipperschip AMERIKA.
- 3 aandelen, ieder groot NLG 1.000,-, in de Reederij der drijvende Drooge Dokken alhier.
Breder bij biljetten en bericht bij bovengemelde makelaars.


21 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 februari. De heer Paul van Vlissingen te Amsterdam heeft zijn plan tot de daarstelling van een stoompacketvaart tussen Nederland en de Oost-Indische bezittingen bekend gemaakt, en wel door openbaarmaking van zijn aan de minister van koloniën gerichte brief deswege. In dat stuk leest men, dat de ondernemer vijf schroef-stoomschepen van 3000 tonnen grootte en 800 paardenkracht nominaal vermogen wil doen bouwen. Elk schip zal twee dekken hebben, en geheel comfortabel worden ingericht voor passagiers van de 1e en 2e klasse. Voor de 1e klasse zullen 65, voor de 2e 50 passagiersslaapplaatsen worden daargesteld, en behalve dien nog voor 20 kinderen en 12 bedienden. Ook zal elk schip 200 man militairen als passagiers kunnen innemen, behalve de officieren. Men berekent dat een schip de reis zal maken in 52 dagen, mede gerekend de twee dagen tot het innemen van kolen aan de Kaap de Goede Hoop. Als dagen van vertrek worden aan gegeven: 1 januari, 1 februari, 1 maart, 1 april, 1 mei en de 1e juni; aankomst te Batavia 21 februari, 24 maart, 21 april, 22 mei, 21 juni enz. Na 10 verblijfdagen te Batavia kunnen de schepen weder vertrekken de 3e maart, 3 april, 1 mei, 1 juni, en 1 juli, om in Nederland aan te komen 21 april, 15 mei, 21 juni, 22 juli en 21 augustus.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 19 februari. Het alhier als bijlegger binnengelopen schip JOSEPHINE, kapt. Schnijders, van Riga naar Cork bestemd, heeft schade. De kapitein en stuurman zijn ziek.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Egmond aan Zee. Het op de 9e januari l.l. bij Kamperduin gestrande Nederlandse kofschip JOHANNA MARGARETHA, gevoerd wordende door kapt. P.A. Huberth (opm: zie NRC 140157 en AH 200157) en aangekocht door de heer A. Wijker te Egmond aan Zee, is heden af en naar het Nieuwe Diep gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Livorno, 7 februari. Het schip (opm: kof) VIJF GEBROEDERS, kapt. C. Holscher, van Konstantinopel (opm: Istanbul) naar Oporto, is alhier met zware schade aan de bodem en de lading binnengelopen.


22 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 16 schepen, als:
Voor Rotterdam: CATHARINA WILHELMINA, kapt. F.H. Popken; ELIZABETH, kapt. W.C. Veenstra; JAN DANIEL, kapt. H. Hagers; JAN VAN GALEN, kapt. P.H. de Boer; HERMAN, kapt. M. van Velthoven; BILITON, kapt. H. ten Zeldam Ganswijk.
Voor Amsterdam: THETIS, kapt. J.Visser Ez; TWEELING ZUSTERS, kapt. W.P. Carst; JOHANNES ALBERTUS, kapt. J.C. Londt Hz; DOLFIJN, kapt. C.B. Brandligt; VALPARAISO, kapt. H. Ellerman; KIJKDUIN, kapt. T.S. Oldendorp; PAULINE CONSTANCE ELEONORE, kapt. J.K. de Weerd; PETRONELLA CATHARINA, kapt. T. Hagen.
Voor Schiedam: VAN DER PALM, kapt. G. Strang van Hees.
Voor Middelburg: HEEMSTEDE, kapt. H.H. de Boer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H. Vriesendorp, J.P.M. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr, P.J. de KANTER Jr, H. Boonen, D. de Jongh Wz, J. Vriesendorp en B. de Witt, makelaars te Dordrecht, presenteren, als last hebbende van hun meesters, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, bij openbare veiling te verkopen een extra-ordinair welbezeild gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd BROEDERTROUW, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. A.J.B. Hordijk. Volgens Nederlandse meetbrief lang 41,38 ellen, wijd 7,82 ellen, hol 5,63 ellen, en alzo gemeten op 810 tonnen of 428 lasten, met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsbehoeften, breder bij inventaris vermeld, en zo als hetzelve schip is liggende in de Kalkhaven te Dordrecht. De verkoping zal plaats hebben ten huize van J. Zahn, in het Nederlandsch Koffijhuis over het Marktplein te Dordrecht, op zaterdag de 7e maart 1857, des middags ten twaalf ure precies.
Nadere onderrichting te bekomen bij bovengenoemde makelaars of bij de kargadoors Gerard Mauritz, J.B. 't Hooft en Sandberg en Co, te Dordrecht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een welonderhouden smakschip, groot 88 zeetonnen, gebouwd in den jare 1842, en staande bij Veritas ¾ G 2. 1 voor twee jaren. Nadere informatie bij A. Spekman, cargadoor te Amsterdam, Haringpakkerij, L 244.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Amsterdam ligt in lading naar Batavia en Soerabaya, het snelzeilend Nederlandse barkschip SOUBURG, kapt. H.B.L. Evers. Dit schip voert een geëxamineerde scheepsdokter, heeft een badkamer en verdere uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Adres bij de cargadoors de Coningh & Co., IJgracht, alhier.


23 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op heden, de 17e februari 1857, ten verzoeke van Elizabeth Lips, thans zonder beroep, echtgenote van Jan de Ooij, ook genaamd de Hooij, wonende te Maassluis, heb ik Jacob Voorrips, deurwaarder te Rotterdam, gedagvaard Jacob de Ooij, ook genaamd de Hooij, gewoond hebbende te Maassluis, ten einde:
- aangezien op de 25e december 1849 het schoener-hoekerschip genaamd MAARTJE CORNELIA, gevaren hebbende onder directie van Klaas Dorsman te Maassluis als boekhouder, en gevoerd door kapt. Jacob van der Kolff Willemszoon, van de rede van Hellevoetsluis is vertrokken naar Newcastle in Engeland, op welk vaartuig gedaagde zich als matroos bevond,
- aangezien het gemelde schip spoedig na het in zee zeilen door een felle storm is belopen in de nacht van de 27e op de 28e december 1849 op de Haaks bij Texel is verbrijzeld en enige wrakken, het roer en een gedeelte der lading op de kusten van Noord Holland zijn aangespoeld,
- aangezien sedert van de bemanning van hetzelve schip geen bericht hoegenaamd is ingekomen of vernomen,
- aangezien eiseres vergunning wenst tot het aangaan van een ander huwelijk,
in persoon te doen blijken van zijn aanwezen.
J. Voorrips, deurwaarder (opm: zeer sterk bekort)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H. Vriesendorp, J.P.M. Boonen, E. Mauritz, A.C. van Wageningen Jr., P.J. de Kanter Jr., H. Boonen. D. de Witt Wzn., J. Vriesendorp en B. de Witt, makelaars te Dordrecht, presenteren als lasthebbende van hun meesters, ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, bij openbare veiling te verkopen: Een extraordinair welbezeild gekoperd en kopervast fregatschip , genaamd BROEDERTROUW, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. A.J.B. Hordijk. Volgens Nederlandse meetbrief lang 41,38 ellen, wijd 7,82 ellen, hol 5,63 ellen, en alzo gemeten op 810 tonnen of 428 lasten, met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsbehoeften, breder bij inventaris vermeld en zo als hetzelve schip is liggende in de Kalkhaven te Dordrecht.
De verkoping zal plaats hebben ten huize van J. Zahn, in het “Nederlandsch Koffijhuis”, over het Marktplein te Dordrecht, op zaterdag de 7e maart 1857, des middags ten twaalf ure precies.
Nadere onderrichting te bekomen bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors Gerard Mauritz, J.B. ’t Hooft en Sandberg en Co., te Dordrecht.
(opm: de 100 aandeelhouders verkochten het schip, bouwjaar 1837, met behoud van naam voor NLG 21.250 aan Klerk & Voogd, Dordrecht; kapitein werd G. Rotgans)


24 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. L.M. Van Kruijne, notaris te Brielle, als lasthebbende van zijn principaal, is voornemens op donderdag de 26e februari 1857, des namiddags ten 2 ure, binnen Hellevoetsluis om kontant geld te verkopen het hol of casco van het op de 13e februari 1857 in het Goereesche Zeegat gestrande Nederlandse barkschip GOUVERNEUR GENERAAL ROCHUSSEN (opm: zie NRC 140257), zoals hetzelve aldaar is zittende, met de daarin staande drie ijzeren masten. De zich daarin nog bevindende lading, voornamelijk bestaande in: een aanzienlijke partij tin, reserveren de eigenaars daarvan aan zich, doch zal daarvoor een billijk bergloon aan de bergers worden toegelegd, door deskundigen of de rechter te bepalen. Nadere informatiën te bekomen bij de heer P. Gallas, te Hellevoetsluis, en ten kantore van voornoemde notaris.


25 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ministerie van Marine, directie Willemsoord. Aanbesteding. Op woensdag de 11e maart 1857, des namiddags ten 1 ure, zal, onder nadere goedkeuring, door de minister van Marine en in het bijzijn van de Commissie ter zake van het droge dok te Willemsoord, aan het lokaal van het Ministerie van Marine te 's Gravenhage, worden aanbesteed het maken van de funderingsput voor een op het maritieme etablissement Willemsoord te bouwen droogdok en verder daarmede in verband staande werken. Deze aanbesteding zal geschieden overeenkomstig art. 15 des besteks. Het bestek van dit werk zal ter lezing liggen aan het lokaal van het Ministerie van Marine, aan dat van het Provinciaal Bestuur van Noord-Holland, bij de directiën der Marine te Willemsoord, Amsterdam, Hellevoetsluis en Vlissingen, en verder op alle zodanige plaatsen, alwaar gewoonlijk de bestekken van 's Rijks waterstaatswerken ter lezing gelegd worden. Zullende acht dagen vóór de besteding de nodige aanwijzing in loco worden gedaan en voorts nadere informatiën te bekomen zijn, bij de hoofd-ingenieur van de waterstaat J.G. Van Gendt te Haarlem, en bij de ingenieur van de waterstaat J. Strootman, te Nieuwediep.
De Minister van Marine, J.S. Lotsij


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een extra welbezeild kofschip, groot ongeveer 45 last, te bezichtigen en te bevragen bij de heer P. Pauw. Scheepsbouwmeester te Muiden. Brieven franco.


26 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. Van Londen is te Vlissingen wederom gearriveerd een Engelse sloep, genaamd ANN, gezagvoerder George Hall, aan boord hebbende een duikertoestel. Men verwacht in de loop van deze week nog een stoomboot van de General Steam Navigation Company te Londen, tot assistentie. Men wil daarmede nogmaals beproeven het gezonken stoomschip RAVENSBOURNE te lichten, alvorens tot het lossen der lading over te gaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 februari. Gisteren en heden is er door de duikelaars aangevangen met de lossing van de lading van de gezonken stoomboot RAVENSBOURNE en is eruit gelost: 2 kisten met spetie (opm: specie, d.w.z. muntgeld), 16 kisten en 20 vaten met appelen, 3 vaten talk, 1 vat olie, 2 kisten koopmanschappen en een partij geweerkolven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 februari. Het schip(opm: kof) DE EENDRACHT, kapt. K.H. Rozeboom, van Bremen herwaarts gedestineerd is, volgens brief van Norden van de 23e dezer, te Nieuwharlingerzijl (opm: Neuharlingersiel) binnengelopen en aldaar in vlot water zodanig lek geworden, dat de kapitein genoodzaakt was het schip op een plaat te zetten. Later is het met assistentie weder in de haven gebracht en heeft men een aanvang gemaakt met lossen. De kapitein vreesde voor schade aan de lading.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 24 februari. Heden is alhier met belangrijke schade binnengelopen het Nederlandse schip (opm: fregat) STAD AMSTERDAM, kapt. M. van Gijzel, van Batavia naar Amsterdam, zijnde hedenmorgen ten 10 ure op de hoogte van Zuid-Voorland (opm: South Foreland) in aanzeiling geweest met het te Rotterdam te huis behorende fregatschip JEDO, kapt. W. van der Hoeven, van Londen naar Melbourne, gisteren van hier vertrokken. De JEDO heeft de reis voortgezet en moet naar gissing van kapt. Van Gijzel, slechts onbeduidende schade bekomen hebben. De averij van de STAD AMSTERDAM zal men in zoverre herstellen, dat het schip in staat is om de reis naar Amsterdam te volbrengen. Gelukkig voor beide schepen was er slechts weinig wind.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 21 februari. Het Nederlandse schip (opm: kof) KLASINA MARIA, kapt. H.J. Douwes, naar Bristol bestemd, is de 20e niet vertrokken, zo als abusief gemeld is, maar ligt nog steeds hier ter rede.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 22 februari. De Nederlandse brik DRIE VRIENDEN, gevoerd geweest door kapt. R.A. Wielema, van Havana naar Antwerpen bestemd, welke de 27e november alhier met zware averij binnenliep en later afgekeurd werd, is laatstleden donderdag (opm: 19 februari) met de inventaris voor GBP 435 verkocht. (opm: zie NRC 060457 en 150557)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten. Te Rotterdam arriveerden:
- Schip (opm: schoener) BEERTA HENDRIKA, kapt. T.W. Stuit, van Palermo, met 41 vaten argols (opm: potas zouten), 150 balen sumak (opm: looi- en verfstof), 37 garneermatten, 700 kisten china’s appelen (opm: sinaasappelen), 100 kisten citroenen, 35 balen hazelnoten, 50 balen amandelen, 12 halve pijpen wijn en 1 kist parapluiegarnituren.
Adres: diverse.
- Schip (opm: bark) PIETER SCHOENMAKERS, kapt. J.J. van Varelen, van Batavia, Probolingo en Panaroekan, met 1890 picols koffij, 10.400 picols suiker en 450 picols tin.
Adres: Nederlandsche Handel Maatschappij.


27 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 februari. Heden liep van een der werven van de heren Gebr. Visser alhier van stapel het barkschip CONCURRENT, groot ca. 400 Java-lasten, gevoerd zullende worden door kapt. T.D. de Wit, bestemd voor de grote vaart en gebouwd voor rekening van het handelshuis van de heer H. van Rijckevorsel, alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Java voor goederen en passagiers, om medio april te vertrekken, het nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast barkschip CONCURRENT, gevoerd door kapt. T.D. de Wit. Adres ten kantore van de reder H. van Rijckevorsel, of bij de cargadoors Kuyper, Van Dam & Smeer, Hudig & Blokhuyzen en W. Ruys J.D. Zn. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 februari. Heden werd van de werf van de heer A. Pot, te Bolnes onder Ridderkerk met het beste gevolg te water gelaten het barkschip GORINCHEM, groot 350 gemeten lasten, voor rekening van de rederij onder boekhouderschap van de heren H.H. Smit & Co, te Rotterdam, gevoerd zullende worden door kapt. J.R. Reijnders en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 24 februari. De Groenlandsvaarder DIRKJE ADAMA is heden van hier weder uitgezeild, bemand met 53 koppen, meest inlanders (opm: bedoeld zijn autochtonen). Men hoopt, dat de vangst voordelig moge uitvallen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 februari. Het schip (opm: brik) JACOBA CAROLINA, kapt. J. Snoek, van Glasgow te Berbice aangekomen, heeft door een stortzee schade aan tuig en verschansingen bekomen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Twee scheepstimmerknechten kunnen dadelijk werk bekomen bij Siemen G. v.d. Werf, scheepstimmerman te Cromwal onder Britswerd.


28 februari 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in het Nederlandsch Koffijhuis van J. Zahn, te Dordrecht, op vrijdag 27 februari 1857.
- Het fregatschip GENERAAL BARON VAN GEEN. Trekgeld NLG 100, in veiling NLG 18,000; P. Smits Fz; in slag afgelopen.
- 1/60 In het barkschip JUNO. Trekgeld NLG 10. in veiling NLG 1200; in slag daarboven NLG 600. Opgehouden.
- 1/30 In het barkschip TWEE JEANNES. Trekgeld NLG 15, in veiling NLG 2700, in slag daarboven NLG 800. Opgehouden.
- 1/15 In het barkschip FLORA. Trekgeld NLG 15, in veiling NLG 2000; in slag daarboven NLG 800. Opgehouden.
- 1/15 Dito dito. Trekgeld NLG 15, in veiling NLG 2000; in slag daarboven NLG 2175. Opgehouden.
- Een aandeel Dordsche Scheeps-Reederij. Trekgeld NLG 5, in veiling NLG 370; in slag daarboven NLG 5. Opgehouden.
- Een dito dito. Trekgeld NLG 5, in veiling NLG 375; in slag afgelopen.
- Een dito dito. Trekgeld NLG 5, in veiling NLG 375; in slag afgelopen.
- Een dito dito. Trekgeld NLG 5, in veiling NLG 370; in slag NLG 5 daarboven. Opgehouden.
- Een dito dito. Trekgeld NLG 5, in veiling NLG 370; in slag NLG 5 daarboven. Opgehouden.
- 1/100e Aandeel Londense stoomboot STAD DORDRECHT, trekgeld NLG 5, in veiling NLG 460, in slag daarboven NLG 20. Opgehouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Inverness, 22 februari. Het wrak van het alhier voor enige tijd gestrande, te Schiedam te huis behorende schoenerschip DE LEEUW (opm: waarschijnlijk schoener-hoeker, kapt. R.H. Barelds), is met het staande want voor GBP 450 verkocht; het lopende want en de verdere inventaris is aan dezelfde koper voor GBP 280 gegund, zodat het gezamenlijk GBP 730 heeft opgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 18 februari. Het op heden alhier met een lading gezouten vlees en aardappelen van Belfast gearriveerde Nederlandse kofschip SOPHIA, kapt. T.H. Kramer, heeft veel slecht weder ondervonden en was genoodzaakt te Syracuse binnen te lopen. De aardappelen zijn een weinig door zeewater beschadigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam E.Hzn, H.W. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam, zijn van mening als last hebbende van hun meester op dinsdag de 17e maart, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, 499, publiek te veilen het snelzeilend Nederlands, gekoperd en kopervast fregatschip ‘s-GRAVENHAGE, laatst gevoerd door kapt. C.J. Ninck Blok, volgens meetbrief lang 43 el 2 duim, wijd 8 el 24 duim, hol 5 el 82 duim, en alzo groot 919 tonnen of 485 lasten, met al deszelfs nog aanwezig rondhout, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als het zelf is liggende aan het Nieuwe Diep, het schip aan de scheepstimmerwerf van de heren J. & S. Lastdrager, en de inventaris, hetzij aan boord of in het pakhuis van de heer J. Schouten aldaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De ondergetekenden, als directeuren der Dordrechtsche Sleephelling, gelegen tegenover die stad aan de Veerdam te Papendrecht, hebben de eer hiermee bekend te maken dat dezelve vanaf heden ter opsleping van schepen is opengesteld, en haar reglement en tarief, alsmede aanvraag biljetten ter inschrijving verkrijgbaar zijn ten hunne kantore in de Lijnbaan alhier, terwijl zij zich veroorloven deze inrichting aan de handel en alle overige belanghebbenden, met bescheidenheid aan te bevelen. (opm: zie NRC 020357)
Dordrecht, 27 februari 1857 G. Gips & Zonen


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ten overstaan van Mr. J.W. Quintus, notaris te Groningen, zal op maandag de 9e maart 1857, ten huize van de Koffijhuishouder B. ten Have, aan de Groote Markt te Groningen, publiek worden verkocht: Het welbezeild, gekoperd en kopervast schoenerschip, genaamd GROOT ZEEWIJK, uitgehaald in den jare 1854, groot 164 zeetonnen, gevoerd door de scheepskapitein G.J. Homas, met complete inventaris, zoals hetzelve thans is liggende in de Binnenhaven te Schiedam, alwaar hetzelve dagelijks kan worden bezichtigd.
Informatiën bij de heren A. Prins en Comp., te Schiedam en ten kantore van de notaris.
(opm: de schoener werd niet verkocht)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een extra ordinair welbezeild Nederlands kofschip, groot p.m. 60 roggelasten. Te bevragen bij de heren Gemmering en Penning, cargadoors alhier (opm: Amsterdam).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 26 maart. Het instructieschip URANIA is op ’s Rijks werf alhier nieuw gekoperd en wordt, naar men zegt, in gereedheid gebracht om met de resterende adelborsten voor de Marine te Breda een kruistocht op de Zuiderzee te doen. Het van stapel lopen van dit fregat, hetwelk naar wens verliep, had een groot aantal nieuwsgierigen uitgelokt.


01 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 januari. Men bericht van Riouw: In de nacht van de 13e op de 14e december is op de noordkust van Bintang, nabij Soengei Sebong, totaal verongelukt het Nederlandse barkschip MERCURIUS, gezagvoerder H.R.J. Smith. Dit vaartuig, komende van Amoy met 250 Chinese passagiers aan boord, was bestemd naar Singapore en Batavia. Van de bemanning is de 3e stuurman, van de passagiers zijn omstreeks 70 Chinezen verdronken.
De gezagvoerder en de overige bemanning zijn de 16e daaropvolgende, van alles ontbloot, te Riouw aangekomen, alwaar door het bestuur de nodige maatregelen ter hunner verpleging zijn genomen en tevens het nodige is verricht om zoveel mogelijk nog van het wrak en de lading te doen redden, van welke poging de uitslag evenwel nog niet bekend is. (opm: zie JB 100157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 januari. Vrachten. Talrijke arrivementen van vrachtzoekende schepen veroorzaakten verdere daling. Van de bij het afgaan van ons vorig bericht alhier aanwezige schepen werd de Nederlandse AREND met rijst naar China bevracht te Samarang te laden à $ 0,55 per pond-picol; de Nederlandse HENDRINA is nog zonder destinatie en de Nederlandse EUROPA wordt door de agenten naar Rotterdam beladen. De Nederlandse MINISTER THORBECKE was reeds in Nederland voor de thuisreis gecharterd en wordt nu door de agenten beladen. De Nederlandse ZEEPAARD bedong NLG 80 voor suiker en NLG 75 voor rijst op de kust naar Rotterdam. Sedert arriveerden de volgende Nederlandse schepen: ELISABETH ANTONIA laadt suiker à NLG 77,50 en rijst à NLG 75 op de kust naar Amsterdam. POSTILLON laadt hier naar Amsterdam à NLG 72,50 voor rijst, NLG 80 voor suiker en NLG 90 voor arak. AGNETA laadt alhier naar Amsterdam rijst à NLG 70 suiker à NLG 75, en arak (opm: rijstbrandewijn) à NLG 90. TRITON laadt op de kust voor Amsterdam suiker à NLG 70 en tabak à NLG 80. ALCYONE wordt door de agenten beladen. WITTE CORNELISZ DE WIT laadt te Soerabaya voor Amsterdam rijst à NLG 65, suiker à NLG 70 en huiden à NLG 90. Zonder charter zijn nog COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, VAN BOSSE, TASMANIA, MARIA AGNES, GUURTJE EN MARIA, DUIVELAND, ZUID BEVELAND en WILHELMINA CATHARINA.
Het Nederlandse schip GRAAF VAN NASSAU (opm: bark, kapt. E. Sanders) wordt wegens de grote kosten der reparatie verkocht, even als de INDIA (opm: zie NRC 030357). Het Amerikaanse schip MARY PARKER is alhier voor NLG 25000 verkocht, en het Oostenrijkse schip SPLENDIDO ligt alhier te koop.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 14 januari. Het Nederlandse schip (opm: bark) AMSTEL, kapt. H.H. Rademaker, wordt alhier à GBP 3.10 van Rangoon naar Europa bevracht. De ALMANDA, kapt. Surie, heeft een passagier-vracht naar Australië vooor ca. $ 8000 aangenomen. De CHRISTINA (opm: bark, kapt. H.B.A. Kramer, laadt koelies naar Havanna en de JACOB CATS (opm: fregat), kapt. A. van der Windt, is voor Australië aangelegd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten. Te Rotterdam arriveerde:
- Schip (opm: bark) VONDEL, kapt. B. Verhagen, van Batavia, Soerabaija en Panaroekan, met 2690 picols koffij, 8066 picols suiker, 400 picols tin en 120 picols rotting.
Adres: Nederlandsche Handel Maatschappij.
Te Dordrecht arriveerde:
- Schip (opm: hoeker) KLEINKINDEREN, kapt. A. den Breems, van Bergen, met een lading stokvis en levertraan. Adres: A. du Bois & Zn.
Te Amsterdam arriveerde:
- Schip (opm: bark) JOAN MELCHIOR KEMPER, kapt. P.C. Rosier, van Banjoewangi, met 1240 balen koffij, 1604 kanisters suiker, 588 schuitjes tin en 2608 balen bindrotting.
Adres: Nederlandsche Handel Maatschappij.


02 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 maart. De grote sleephelling op de Papendrechtse Veerdam tegenover Dordrecht is voltooid en in gebruik genomen. Eergisteren ochtend heeft met het beste gevolg de eerste opsleping plaats gehad van een barkschip, genaamd ANNA EN HELENA, van de heer P. Smits Fz, kapt. C.M de Boer. Deze onderneming belooft van veel nut voor de handel te zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 januari. Men schrijft ons uit Banka: De 10e november ankerde ter rede van Soengyliat (opm: Sungeiliat) het Nederlands Indische barkschip TACHOOL BARIE, komende van Batavia met een lading rijst en olie voor dat district bestemd. Dit vaartuig was, volgens mededeling van de gezagvoerder, in een vaarwater van 10 en 11 vadem diepte, in de nabijheid der kust van Pangkalpinang, eensklaps met het achterschip op een stenen bank vastgeraakt, welke niet op de kaart stond aangetekend. Door het zware slingeren en stampen van het schip waren de opvarenden in de noodzakelijkheid gekomen van 27 tonnen olie en naar gissing 1000 zakken rijst over boord te werpen. Daarna geraakte het vaartuig met verlies van deszelfs roer, doch zonder verdere schade weer vlot.
De bovenbedoelde bank is gelegen op 02º05’ Z.B. en 106º28’ O.L. (opm: plm. 02º05’ Z.B. 106º09’ O.L.) Op de bank stond 2½ vadem water.
Toen de barkas van bovengenoemde bark, met een aantal met drinkwater gevulde vaten geladen, de monding der rivier van Soengeiliat wilde uitvaren, werd deze door zware golfslag tegen de daar verspreid liggende rotsstenen geworpen, met het gevolg dat zij omsloeg, waarbij een der matrozen verdronk. De barkas leed bij die gelegenheid belangrijke schade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 1 maart. Het alhier heden van Bristol gearriveerde stoomschip MAAS heeft buiten Zeeburg aan de grond gezeten, doch is later weder vlot gekomen.


03 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 januari. Het schip GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders, alhier met schade aangekomen, is geabandonneerd (opm: zie NRC 010357). Het schip (opm: fregat) INDIA, kapt. K.W.F. d’Arnaud Gerkens, mede alhier met schade binnengelopen, is afgekeurd (opm: 28 januari verkocht, nieuwe naam FATHAL MOEBARAK, zie ook JB 070357).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 januari. Het schip (opm: bark) SOERABAYA, kapt. A.M. Swarts, de 2e januari met schade uit zee teruggekomen, heeft bij Middelburg (opm: eilandje circa 12 mijl noordwest van Tanjung Priok) gestoten en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. en H.W. Montauban van Swijndregt en W. van Dam H.Hzn. te Rotterdam zijn van mening, als last hebbende van hun meester, op dinsdag de 17e maart 1857, des namiddags ten half een ure, in de zaal op de hoek van de Scheepsmakers- haven en Bierstraat, wijk 1, no. 499, publiek te veilen het tjalkschip DE TWEE GEBROEDERS, thans gevoerd door schipper P.H. Drijfhout, volgens meetbrief lang 10 el 73 duim, wijd 3 el 39 duim, hol 1 el 62 duim, en alzo groot 58 tonnen, met deszelfs rondhout, staand en lopend want en verdere inventaris, zoals hetzelve is liggende aan de Noord Blaak, zijnde inmiddels uit de hand te koop. Te bevragen bij bovengemelde makelaars.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzoon, H.W. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening als last hebbende van hun meester, op dinsdag 17 maart 1857, des middags ten 12 ure, in de Zaal op de hoek der Scheepsmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, No. 499, publiek te veilen: Het snelzeilend, Nederlands, gekoperd en kopervast fregatschip ’S GRAVENHAGE, laatst gevoerd door C.J. Ninck Blok, volgens meetbrief lang 43 el 2 duim, wijd 8 el 24 duim, hol 5 el 82 duim, en alzo groot 919 tonnen of 485 lasten, met al deszelfs nog aanwezige rondhout, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zoals hetzelve is liggende aan het Nieuwe Diep; het schip aan de Scheepstimmerwerf van de heren J. & S. Lastdrager en de inventaris, hetzij aan boord of in het pakhuis van de Heer J. Schouten aldaar. (opm: de STAD ’S GRAVENHAGE, bouwjaar 1840, werd verkocht aan P. Varkevisser & Zonen; nieuwe naam PRINS VAN ORANJE, onder kapt. Jan Harding)


04 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in de zaal op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat te Rotterdam op dinsdag 2 maart 1857:
- Het Nederlandse gekoperd en kopervast fregatschip PRINSES MARIANNE, laatst gevoerd door kapt. F. Rietmeijer; opgehouden tot NLG 20.000.
- Het Nederlands gekoperd en kopervast barkschip NEERLANDS KONING, laatst gevoerd door kapt. W. Calander; opgehouden tot NLG 23.000.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Yarmouth, 28 februari. De Nederlandse kof HARMONIE, kapt. W. Keizer, van Lynn (opm: King’s Lynn) met tarwe naar Bayonne bestemd, heeft heden morgen hier ter rede enige schade door aanzeiling bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shanghai, 6 januari. Het alhier gearriveerde Nederlandse schip NEERLANDS INDIË, kapt. G.A. Wagner, hetwelk als vroeger gemeld (opm: zie NRC 180257), in de Woosung (opm: Wusong) rivier aan de grond gezeten heeft, heeft veel geleden en zal hier moeten repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 januari. Aangaande Zr.Ms. ijzeren stoomschip BORNEO (opm: zie NRC 020257), hetwelk in de kleine Sambas-rivier (opm: rivier op Borneo, 01º09’ N.B. 108º56’ O.L.) op de stenen gestoten en daardoor een lek bekomen had, verneemt men nog het volgende: Na alle pogingen te hebben aangewend om het schip te vlotten, en ofschoon daartoe tijd, kosten noch mensenkrachten zijn gespaard is dit niet mogen gelukken, en men heeft nu ook afgezien om meer kosten aan dat werk te verspillen, zodat die bodem waarschijnlijk voor de dienst als verloren moet worden beschouwd. De officieren en de equipage, die niettemin zich vele ontberingen hebben moeten getroosten, genieten over het algemeen nog een goede gezondheid en hebben zich voortdurend met ijver van hun moeilijke taak gekweten. Thans zullen zij met een particulier vaartuig naar Soerabaya worden overgevoerd en is de scheepsinventaris, voor zoveel hiervan is kunnen gered worden, aan de wal in bewaring gegeven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ingezonden mededeling: Ik kan thans de beste geruststelling geven aan de ouders van de 57 kinderen die bij het op strand geraken van het schip ZALT-BOMMEL (opm: zie NRC 120257) op 3 december l.l. in de Tafelbaai aan boord waren ten einde van daar te vertrekken naar de Algoa baai.
Een brief van een der toen aan boord zijnde knaapjes, uit de Kaapstad de 6e december geschreven, dezer dagen door zijn ouders ontvangen en door mij gisterenavond gelezen, meldt, dat de 57 kinderen na het stranden van het schip allen behouden en welvarend weer op 3 december waren ontscheept en zich toen in de Kaapstad bevonden, waar zij zeer menslievend door de inwoners werden bejegend, terwijl hij er bijvoegt dat ook hun uitrusting in goede staat aan wal was gebracht. Hedenavond ontvingen de reders, de heren van Overzee & Co, een brief van kapt. Juta en een tweede van de heer O.J. Truter, gelijk mede ik van laatstgenoemden, alle van de 15e december j.l, hetzelfde bericht inhoudende en tevens dat de kinderen, de jongens in het zeemanshuis (Sailors-home) en de meisjes in het weeshuis, zijn gehuisvest geweest en op de 9e december j.l. met hun begeleiders, de onderwijzer en diens huisvrouw en de beide timmerlieden, per het Engelse schip ORYX, kapt. Gell, naar de Algoa baai zijn vertrokken. (opm: zie ook NRC 130357)
Zodra ik van hun aankomst aldaar en te Graaff Reinet bericht zal hebben ontvangen zal ik dit ook weer door middel der dagbladen mededelen.
Rotterdam, 3 maart 1857 G. W. A. Beelaerts van Blokland,
Lid en secretaris der Kaapsche Commissie


05 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 2 maart. De 16e dezer zal in dienst gesteld worden Zr.Ms. schoener met schroefstoomvermogen BALIE, thans liggende te Fijenoord en waarover het bevel is opgedragen aan de luit.t.zee 1e kl. Jhr. J.H. van Capellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ligt in lading naar Jersey en Guernsey, het nieuw gebouwd, snelzeilend, gekoperd Nederlands schoenerschip JERSEY PACKET, kapt. L. den Breems. Adres bij P.A. van Es & Co. (opm: eerste reis van dit aangekochte schip)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 januari. De 18e november j.l. zijn alhier aangekomen de schepen INDIA, kapt. Gerkens, van Panaroekan, en GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders, van Amsterdam. (opm: opgenomen in verband met de afkeuring, zie NRC 030357)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een gekoperd en kopervast campagne-fregatschip, varende onder Pruisische vlag, groot 587 normaal lasten, met complete inventaris. Het schip is geclassificeerd bij Veritas 3/3 A 1. 1. Te bevragen bij de makelaar Chr. Ament, O.Z. Achterburgwal te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Bij toeval uit de hand te koop: Een in aanbouw zijnd schoenerschip, groot 95 roggelasten. Informatiën met franco brieven bij de scheepsbouwmeester E.H. Meursing, te Hoogezand. (opm: vermoedelijk de KIEL WINDEWEER, kapt. J.J. Moesker)


06 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 maart. Het Noorse driemast schip FIRE SYMER, kapt. Boré, van Antwerpen naar Noorwegen in ballast, is door het niet wenden van het schip heden bij Zoutelande op strand geworpen. Er is een stoomboot tot assistentie bij geweest die de kapitein niet heeft willen gebruiken. Men vreest dat het schip verloren is.


 GRC - Groninger Courant

Delfzijl, 2 maart. Vertrokken: HELENA, kapt. Donga, naar de Noorwegen.
(opm: na vertrek is de kof, bouwjaar 1829, kapitein-eigenaar Albert Jans Donga, vermist; bij het overlijden van zijn dochter Anna in januari 1858 tekent de Burgerlijke Stand aan ‘vader vermoedelijk overleden’).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekt kofscheepje met inventaris, groot 9 ton, bij Dirk de Boer, scheepstimmerman te Bolsward.


07 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 maart. Volgens een schrijven van de Nederlandse vice-consul te Gibraltar, dato 23 februari l.l. was het ijzeren barkschip HENRIETTE GEERTRUIDA, kapt. T.C. de Boer, komende van Alexandrië, in de morgen van die dag op de Oostkust van Spanje, omstreeks twee mijlen van de rots van Gibraltar, op strand geraakt (opm: zie NRC 090357). Indien het weder het toelaat, zou er dadelijk een opname (opm: inspectie) plaats hebben.


  JB - Javabode

Het Nederlands-Indische schip FATHAL MOEBARAK, gezagvoerder Sech Abdul Rachman bin Mohamat Bafagie, vroeger genaamd het Nederlandse schip INDIA, is op 2 maart van Batavia naar Soerabaija vertrokken. (opm: de Java-Bode vermeldt, dat de bark INDIA, kapt. d’Arnout Gerkens, eigendom van de firma A. van Hoboken & Zoon te Rotterdam, groot 445 lasten en gebouwd in 1834, op reis van Panaroekan naar Rotterdam, lek te Batavia is aangekomen en daar is afgekeurd; zie ook NRC 030357)


  JB - Javabode

Het Nederlands-Indische brikschip BINTANG BATAVIA, vroeger genaamd de Zweedse schoener CURLEW, is op 4 maart van Batavia naar Samarang vertrokken.


08 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 maart. Het fregatschip BROEDERTROUW is heden te Dordrecht in veiling verkocht aan de heren Klerk & Voogd aldaar voor de som van NLG 21.000.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 maart. Aangaande het aan de Kaap de Goede Hoop verongelukte barkschip TIMOR, kapt. F. Agema, van Padang naar Rotterdam (opm: zie NRC 120257, 230357 en 190457) kunnen wij nog de volgende bijzonderheden mededelen: De 9e november werd het schip op 07º Z.B. en 90º O.L. door een geweldige storm belopen, waardoor het lek sprong en de bezaansmast met een gedeelte van het staande want brak. Nadat men dit bij bedaarder weder zo goed mogelijk hersteld had en de 8e december tot het Kaapsche Rif genaderd was, had men op nieuw met hevige stormen te kampen, waardoor het schip hevig werkte en het lek verergerde. Na gehouden scheepsraad werd besloten een noodhaven aan te doen om de bekomen schade aan schip en tuig te herstellen en zette men koers naar de Tafelbaai.
In de avond van 21 december kreeg men het vuur van de Groene Punt in zicht. De wind, in de nacht tot storm aangenomen, deed het schip geweldig afdrijven en het land naderen. Alle pogingen om van lager wal af te kruisen waren vruchteloos. Het schip stiet weldra en met zodanige kracht, dat de masten omhoog sprongen en zich spoedig vier voet water in de kajuit bevond. De branding sloeg geweldig over het schip en de nacht werd in de grootste angst doorgebracht, daar op de gedane noodschoten geen hulp kwam opdagen. Eerst ten 6 ure des morgens kwam een reddingsboot uit, waarmee de equipage werd gered. Vervolgens zijn nog door hulp van andere vaartuigen 177 balen koffij en een gedeelte van de inventaris geborgen. Des namiddags van 22 december was het schip totaal wrak. Het geredde heeft bij publieke verkoop de som van GBP 1087.14/8 opgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 7 maart. Het alhier binnengelopen schip (opm: bark) PICTURA, kapt. R.J. Scholten, van Antwerpen naar Batavia bestemd heeft gedurende 3 dagen stormweder gehad, is daardoor lek geworden en zal moeten lossen om te worden nagezien.


09 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 maart. Naar wij vernemen is er in de laatste dagen te Glasgow (Schotland), op de uitgebreide werven van de heren Denny te water gelopen een ijzeren klipper met stoomvermogen, gebouwd voor rekening van de heer G. Smelt, te Amsterdam, welk schip eerdaags aldaar verwacht wordt om geregeld dienst te doen in de vaart tussen die plaats en Havana enz, vice versa (opm: de CUBA PACKET). Wij constateren met genoegen dat feit, omdat het voor zover wij weten de eersteling van dien aard is, welke voor Hollandse rekening in de vaart wordt gebracht en wensen de ondernemers, die voortdurend zoveel blijken van hun voortvarendheid en ondernemingsgeest gegeven hebben, van harte de rijkste vruchten voor hun onvermoeide zorgen toe. Zij toch tonen daardoor doordrongen te zijn van de geest des tijds, die steeds naar vooruitgang streeft en tot motto voert: “tijd is geld”.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 maart. Volgens schrijven van kapt. De Boer, d.d. Gibraltar 24 februari l.l., was hij in de nacht van 22 op 23 met het schip HENRIËTTA GEERTRUIDA met een hevige storm uit het O.Z.O, zeer donker weer en dik van regen, op de Spaanse kust nabij Gibraltar gestrand (opm: zie NRC 070357). De gehele equipage was gered doch het schip was wegens weer en wind nog niet te naderen. Kapt. De Boer zou trachten een anker en zware ketting uit te brengen, indien het doenlijk was, en de lading zo spoedig mogelijk te bergen. Of het schip afgebracht zou worden stond te betwijfelen, doch zou hij het mogelijke daarvoor doen. Enige uren vroeger was mede een Franse brik gestrand, waarbij drie man zijn omgekomen, en deze was reeds uit elkaar geslagen. Volgens depêche (opm: telegram) uit Madrid van gisteren was de HENRIËTTE GEERTRUIDA en haar lading de 26e februari weer veilig in de Baai van Gibraltar liggende.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Leeuwarden, 7 maart. Dondermorgen 5 maart j.l, is bij het eiland Ameland gestrand het Engelse schoenerschip BRANCH, kapt. S. Harden, geladen met ijzer, komende van Sunderland en bestemd naar Harburg. Ondanks de hevige noordelijke wind en de vreselijke branding, mocht het der onder het bestuur van de burgemeester staande reddingsboot der Noord- en Zuid-Hollandsche reddingsmaatschappij gelukken het schip te bereiken en de equipage, bestaande uit 6 man benevens een vrouw, uit het want te redden. Bij meer gunstige wind hoopt men de goederen der equipage, benevens een gedeelte der lading te kunnen behouden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.A. Schröder en C.S. Oolgaardt, makelaars, zullen op maandag 16 maart 1857 des avonds ten 6 ure te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd schoenerschip, genaamd RAPHAEL, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. R. Zoetelief, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 el 10 duim, wijd 4 el 82 duim, hol 2 el 42 duim en alzo gemeten op 125 tonnen of 66 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars op bij de cargadoor E. Windhouwer. (opm: koper voor NLG 5.900 werd de Firma Craandijk & Dercksen, Amsterdam; boekhouder en naam bleven ongewijzigd, kapitein werd R. van de Velde Smit)


10 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 6 maart. De Nederlandse tjalk VROUW IDA, kapt. Burghout (opm: waarschijnlijk kapt. J. Burghout) voor wijlen K.W. Visser, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Hull bestemd, is gisteren lek uit het Kattegat terug en hier in de haven gekomen. Het moet lossen om te repareren. (opm: zie NRC 270357 en 110537)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.I. Rietveld, P. Blom, C.S. Oolgaardt, E.G. Bosscher, J.F.L Meyjes en Rocquette, makelaars, zullen op maandag 30 maart 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast brikschip, varende Nederlandse vlag, genaamd JACQUELINE EN ELIZE, gevoerd door kapt. B. Sikkens, volgens Nederlandse meetbrief lang 31 el 80 duim, wijd 5 el 26 duim, hol 3 el 86 duim en alzo gemeten op 287 tonnen of 152 lasten, Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoor Hoyman en Schuurman. (opm: koper van de brik, bouwjaar 1851, voor NLG 28.000 werd W. Louwerens van Coeverden, Amsterdam)


11 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 10 maart. Heden is met het beste gevolg te water gelaten het alhier op de werf Dammes-Erve, toebehorende aan de heren S. van Gijn & Zoon, gebouwde driemast-schoenerschip HELENE, groot 125 gemeten lasten, voor rekening van de heer P. van den Arend te Rotterdam, zullende gevoerd worden door kapt. M. Hoogenstraaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Hongkong ligt te Rotterdam in lading het Nederlands driemast klipper schoenerschip HELENE, kapt. M. Hoogenstraten, vertrekt half april aanstaande.
Adres bij de cargadoors Vlierboom & Suermond. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia en Soerabaija ligt in lading het nieuw gebouwd fregatschip PRESIDENT VAN RIJCKEVORSEL, kapt. C. Vermey, hebbende zeer ruime inrichtingen voor passagiers en goederen, en voerende een geëxamineerde dokter.
Adres bij Wm. Ruys J.Dzn. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 maart. Volgens particulier bericht van kapt. P.R. Bok, voerende het barkschip MALEIJER, van Java naar Rotterdam bestemd en de 24e november met averij in de Tafelbaai binnengelopen (opm: zie NRC 230157), dacht hij omstreeks half januari, na geëindigde reparatie aan de tuigage, de reis van daar te vervolgen. Het schip was overigens in goede staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 10 maart. Gisterenavond is op de kust van Schouwen gestrand de Engelse schoener ROBY, van Hartlepool, kapt. Cleyhorn (opm: waarschijnlijk kapt. G. Cleghorn, zie NRC 130357), met steenkolen naar Hellevoetsluis. Van de equipage, bestaande uit 4 man, zijn alleen de kapitein en een matroos door de ingezetenen van Renesse gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 9 maart. Het Noorse schip FIRE SONNER, kapt. Bore – zie NRC van 6 maart – is heden van het strand afgekomen met gebroken roer. Nadere bijzonderheden niet bekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Terneuzen, 8 maart. De Nederlandse tjalk DORDTENAAR, schipper De Vries, van Dordrecht naar Gent, heeft gestoten en is dien tengevolge lek geworden. Assistentie is derwaarts gezonden.


12 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 maart. De commissaris des konings in de provincie Groningen heeft ontvangen van het ministerie van buitenlandse zaken, namens de president der Verenigde Staten van Noord Amerika, een tijdmeter en gouden ketting, welke ten geschenke wordt aangeboden aan Karel Kipp, kapitein van de brik de ZWIJGER, van Winschoten, wegens het redden van manschappen van de verongelukte Amerikaanse brik OBERON, op 9 oktober. 1856 (opm: zie NRC 271156).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D. Bosscher en P. Blom, makelaars, presenteren als lasthebbende van hun principalen op maandag 23 maart 1857, des avonds ten zes ure precies, ten huize van L. H. Wolters in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de deurwaarder B.D. Beets, aan de meestbiedende of hoogst mijnende te verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd PALEMBANG, gevoerd door kapt. J. Hoekstra, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 el 35 duim, wijd 7 el 19 duim, hol 5 el 81 duim, en alzo gemeten op 693 tonnen of 366 lasten. En dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen, kettingen en andere scheepsbehoeften, als bij de inventaris is vermeld. Het schip ligt in het Oosterdok.
Voor nadere informatie vervoege men zich bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors Hoyman & Schuurman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D. Bosscher en P. Blom, makelaars, presenteren als last hebbende van hun principalen op maandag de 23e maart des avonds ten 6 ure precies, ten huize van L.H. Wolters in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de deurwaarder B.D. Beets, aan de meestbiedende of hoogst mijnende te verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd PRESIDENT VERKOUTEREN, gevoerd door kapt. C.F. Eylerts, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 el 30 duim, wijd 6 el 88 duim, hol 5 el 78 duim, en alzo gemeten op 659 ton of 349 lasten, en dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen, kettingen en andere scheepsbehoeften, als bij de inventaris is vermeld. Het schip ligt te Rotterdam.
Voor nadere informatie vervoege men zich bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors Hoyman & Schuurman. (opm: verkocht naar Liverpool, nieuwe naam SEAFORTH)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J. Corver, H.I. Rietveld, A. Schröder, B.D. Bosscher en P. Blom, makelaars, presenteren als lasthebbende van hun principalen op maandag de 23e maart 1857, des avonds ten zes ure precies, ten huize van L.H. Wolters, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van de deurwaarder B.D. Beets, aan de meestbiedende of hoogstmijnende te verkopen: een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd PALEMBANG, gevoerd door kapt. J. Hoekstra, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 el 35 duim, wijd 7 el 19 duim, hol 5 el 81 duim, en alzo gemeten op 693 tonnen of 366 lasten. En dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen, kettingen en andere scheepsbehoeften, als bij de inventaris is vermeld. Het schip ligt in het Oosterdok.
Ter nadere informatiën vervoege men zich bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors Hoyman & Schuurman. (opm: er vond geen verkoop plaats; in 1858 is het schip, bouwjaar 1836, gesloopt)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J. Corver, H.I. Rietveld, A. Schröder, B.D. Bosscher en P. Blom, makelaars, presenteren als lasthebbende van hun principalen op maandag de 23e maart 1857, des avonds ten zes ure precies, ten huize van L.H. Wolters, in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ, ten overstaan van de deurwaarder B.D. Beets, aan de meestbiedende of hoogstmijnende te verkopen: een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlands vlag, genaamd PRESIDENT VERKOUTEREN, gevoerd door kapt. C.F. Eijlerts, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 el 30 duim, wijd 6 el 88 duim, hol 5 el 78 duim, en alzo gemeten op 659 tonnen of 349 lasten. En dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen, kettingen en andere scheepsbehoeften, als bij de inventaris is vermeld. Het schip ligt in te Rotterdam.
Ter nadere informatiën vervoege men zich bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors
Hoyman & Schuurman. (opm: het schip werd niet verkocht, kapt. Eijlerts werd bedankt en in 1858 volgde sloop)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 10 maart. Van het op de hoogte van Renesse gestrande Engelse schoenerschip ROBY, kapt. Cleghorn, van Hartlepool naar Hellevoetsluis bestemd – zie ons nommer van gisteren – hoopt men bij gunstig weder een gedeelte van de lading en inventaris te kunnen bergen.


13 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 12 maart. Gisteren is van de scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Pot in het Elshout onder Nieuw Lekkerland met het beste gevolg te water gelaten het barkschip genaamd NIEUWLAND, groot circa 400 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, zullende gevoerd worden door kapt. A. Bennink, zijnde gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer J. Vroege te Alblasserdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Renesse, 10 maart. In de namiddag van gisteren, omstreeks ten 1 ure, werd onder een hevige storm en geweldige sneeuwbuien, alhier op het strand geslagen de Engelse schoener RUBY, van Hartlepool, kapt. G. Cleghorn, geladen met steenkolen, metende 88 tonnen, en bestemd naar Hellevoetsluis tot het bekomen van orders, zoals reeds in ons nommer van woensdag j.l. onder de rubriek Scheepstijdingen kort vermeld is.
De bemanning, 4 man sterk, bevond zich bij het ontdekken van het onheil in de masten, waarvan er 2, zijnde Henry Cleghorn, vader van de kapitein, en William Riggs, ten gevolge van de sterke slingering van het schip, hun dood in de golven hebben gevonden, in het zicht van vele toeschouwers, zonder dat door deze enige redding mogelijk was. Omstreeks half zes ure in de namiddag van dezelfde dag mocht het aan de onvermoeide krachtsinspanning van Jacobus de Bruijne en Dignus van der Haven en andere ingezetenen dezer gemeente gelukken, de kapitein en matroos te redden. Alle lof moet aan de twee genoemde personen worden toegebracht voor hun menslievende pogingen om met opoffering en gevaar voor eigen leven, niettegenstaande de hoge golven, zich zo diep in het water te begeven, dat zij de beide schipbreukelingen onder het afspringen van de boegspriet,van een gewisse dood mochten redden. Het laat zich aanzien, dat van bovengenoemd schip en lading niet veel zal terecht komen. (opm: zie ZZC 310758)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ingezonden mededeling. Aan mijn mededeling, in het nommer van dit dagblad van 4 dezer voorkomende, kan ik thans toevoegen, dat kapt. Juta (opm: van het vergane schip ZALT- BOMMEL), die hier is teruggekeerd, de Kaapstad niet eerder heeft verlaten dan nadat aldaar door de heer Truter het bericht van de heer M. Noome, secretaris der Graaff-Reinetsche commissie, was ontvangen, dat al de kinderen die met het Engelse barkschip ORYX, kapt. Gell, op 9 december l.l. uit de Tafelbaai waren vertrokken (opm: zie NRC 040357), reeds de 14e december te Port Elisabeth in de Algoa baai behouden en welvarend met de onderwijzer en diens kind en de twee timmerlieden waren aangekomen en terstond zonder enig letsel ontscheept. Verder, dat de drie leden der commissie die hen waren komen ontvangen, bij het afzenden van de brief op dezelfde 14e december, op het punt stonden om met hen op de daartoe afgehuurde ossenwagen de reis naar Graaff-Reinet aan te nemen, zijnde de eerste wagen reeds even te voren afgereisd.
Zodra ik van de afloop van dit landreisje en de aankomst te Graaff-Reinet, hetwelk vóór of tegen Kerstmis zal geweest zijn, tijding bekom, zal ik daarmede deze reisberichten besluiten.
Rotterdam, 12 maart 1857 F. W. A. Beelaerts van Blokland,
lid en secretaris der Kaapsche Commissie


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 maart. Aangaande het schip (opm: Hannoverse vlag) MINNA MULLER, kapt. Muller, van Amsterdam naar Montevideo en Buenos Ayres, bij Knokke verongelukt wordt van Brugge van de 10e maart gemeld, dat het de vorige avond op de Paardenmarkt gestrand was, hebbende vermoedelijk alvorens het roer afgestoten (opm: zie NRC 170357). De gehele equipage was daarbij omgekomen, zijnde reeds enige lijken en de sloep aangespoeld. Het schip zat bij laag water gedurende twee uren droog, had alles verloren wat zich op het dek bevond, terwijl het dek door het zwellen der balen rijst omhoog gelicht was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 9 maart. Het schip (opm: kof) CATHARINA, kapt. G. Bakker Jr, van St. Petersburg naar Amsterdam, is alhier in de haven op strand geraakt (opm: zie NRC 090257 en 140257), doch weder in vlot water gebracht en naar Harlingen opgezeild om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. C.A. Schröder en C.S. Oolgaardt, makelaars, zullen op maandag de 16e maart 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ verkopen een extra ordinair welbezeild gekoperd schoener schip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd RAPHAEL, gevoerd door kapt. R. Zoetelief, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 el 10 duim, wijd 4 el 62 duim, hol 2 el 42 duim, en alzo gemeten op 123 ton of 66 lasten.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars en de cargadoor E. Windhouwer.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekte Praam, met beste inventaris, volgens meetbrief 9 ton, bij scheepstimmerman D.T. Albertsma te Oldeboorn.


14 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, P. Blom, C.S. Oolgaardt, E. G. Bosscher, J.F.L. Meijes en A. Rocquette, makelaars, zullen op maandag de 30e maart 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stadsherberg aan het IJ verkopen een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast brikschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd JACQUELINE EN ELISE, gevoerd door kapt. B. Sikkens, volgens Nederlandse meetbrief lang 31 el 80 duim, wijd 5 el 26 duim, hol 3 el 86 duim, en alzo gemeten op 287 tonnen of 152 lasten, breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors Hoijman & Schuurman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 2 maart. Op Jedderen (opm: Kaap Jaeder, 58º44’ N.B. 05º29’ O.L, 14½ mijl ZZW van Stavanger) is een gekenterd kofschip aangedreven, hetwelk uit de aangespoelde papieren de te Groningen te huis behorende kof FENNECHINA, kapt. F.H. Waterborg, blijkt te zijn. Hetzelve is met slepers (opm: sleepers, houten dwarsliggers voor spoorrails) beladen en komt waarschijnlijk van Rügenwalde. Van de bemanning weet men niets. Van het wrak zijn nog slechts enige slepers aan land gedreven. (Red. NRC: Het Nederlandse kofschip FENNECHINA, kapt. Waterborg, van Rügenwalde naar Rochester, is de 13e december de Sond gepasseerd. (opm: zie PGC 170357, 040457)


  JB - Javabode

Japara (opm: Jepara, geen datum). In de avond van de 3e maart, ongeveer ten 9 ure, is bij donker en buiig weder op het buitenste eiland voor de kust van de hoofdnegorij Japara (opm: Jepara) gestrand de Nederlandse bark LAURENTIUS EN EMILIA, groot ongeveer 400 lasten, gezagvoerder A. Knoppert (opm: A. Knappert), komende van Samarang met bestemming naar Soerabaija. Daar van de bark geen noodschoten gedaan werden, kreeg het bestuur eerst in de morgen van de 4e kennis van het ongeluk. Onmiddellijk werden toen onder leiding van de fungerende havenmeester J.A.B. Heijnneman en de controleur der afdeling Japara J.H. Hagen de mogelijke hulp verleend. De bemanning en de passagiers zijn gered. Het schip en een groot gedeelte der lading, met het bergen waarvan de schepelingen zich onledig houden, wordt als verloren beschouwd. (opm: de LAURENTIUS EN EMILIA, was op 11 februari 1857 van Batavia naar Soerabaya vertrokken; zie ook NRC 260457, 290457, 300457 en 020657)


15 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 maart. Volgens brief van kapt. G.F. Wiegmink, voerende het schip (opm: fregat) CLARA HENRIËTTE, van Cardiff naar Sydney, in dato Rio de Janeiro 30 januari, was hij door het verliezen van een gedeelte van de schuurgang en enige bladen koper genoodzaakt geworden tot herstel van een en ander aldaar binnen te lopen. De kapitein dacht in enige dagen weder gereed te zijn om de reis te vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 13 maart. In de storm van 9 dezer, is op de Noordoosthoek van Terschelling gestrand het gekoperde Bremer brikschip MARIANNE, kapt. H.H. Clausen, met steenkolen van Cardiff naar Bremen. De kapitein en diens vrouw en een scheepsjongen zijn verdronken. De stuurman en 7 matrozen zijn door de reddingsboot gered. Het lijk van de kapitein is op het strand gevonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdamsche Stoomvaart-Vereeniging. De directie maakt hiermede bekend, dat ten gevolge ener overeenkomst, met de Amsterdamsche- en de Amsterdam-Harburger Stoomboot Maatschappijen, vanaf heden geen garantie voor de uitlevering van gewicht van koffij wordt gegeven, en ook de vrachten van hier naar Hamburg en Harburg een belangrijke verandering hebben ondergaan, waaromtrent naar de bij de agenten P.A. van Es & Co, verkrijgbare nieuwe tarieven wordt verwezen.
James Smith, directeur


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Marine. Openbare verkoping bij inschrijving op `s Rijks werf te Hellevoetsluis op maandag de 6e april 1857, des middags ten 12 ure, van het navolgende, als voor `s rijks dienst niet meer bruikbaar, te weten:
1e De stoomwerktuigen, staande in het stoom-oorlogsschip CURAÇAO, liggende in het Marinedok, te Hellevoetsluis; en
2e Enige machinedelen, afkomstig van het vroegere stoomjacht DE LEEUW, liggende in een loods aan genoemde werf;
En zulks op de voorwaarden, welke ter lezing liggen ten burele van de hoofd ingenieur der marine, op voorschreven werf bij wie tevens alle verdere inlichtingen kunnen verkregen worden. De bezichtiging van een en ander kan geschieden alle werkdagen, van 10 tot 12 en van 1½ tot 4 ure. De inschrijvingsbiljetten, bevattende de koopsom in schrijfletters, zullen op zegel en behoorlijk gecacheteerd (opm: dichtgelakt) uiterlijk op voormelde datum en uur ter secretarie van de directie der marine te Hellevoetsluis moeten zijn ingeleverd, wordende na die tijd geen meer aangenomen.
Hellevoetsluis, 12 maart 1857 De directeur en commandant der marine
F.W. Schreudenberg


16 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 maart. Van één der werven van de heren Gebr. Visser alhier is gisteren met het beste gevolg te water gelaten een schoenerschip, genaamd SPECULANT, groot 96 last en gebouwd voor rekening van de heren Van Dulken, van Dorp & Co alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 maart. Eergisteren is te Groningen van de Buitenwerf van de heer E.H. Meursing, buiten de Kranepoort, met het beste gevolg te water gelaten het kopervast brikschip GEZINA GEERTRUIDA, groot 120 last, zullende worden gevoerd door kapt. W. Bontkes te Wildervank.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 15 maart. De Engelse schoener RUBY, vroeger gemeld als op de kust van Schouwen gestrand, is niet afgebracht kunnen worden en dien ten gevolge met de lading publiek verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 12 maart. De Nederlandse schepen FROUWINA STEENHUYZEN (opm: kof), kapt. Gort, en MARGARETHA MEIJERING (opm: tjalk), kapt. O.G. de Jong, beide van Dantzig (opm: Gdansk) naar Delfshaven bestemd, zijn alhier met schade binnengelopen.


17 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 14 maart. De stoomboot BURGEMEESTER ZIJLSTRA, van Harlingen op Zwolle varende, die hier gisteren avond moest aankomen, is op de Makkumerwaard vastgeraakt. Men zal lichters derwaarts zenden om dit schip af te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 13 maart. Het schip MINNA MULLER, kapt. Muller, van Amsterdam naar Montevideo, op de Paardemarkt bij Knocke (opm: thans Binnen Paardenmarkt geheten, in 1857 een bank die liep van Het Zwin tot Ostende) gestrand – zie ons nommer van 13 maart (opm: ook NRC 240357) – is geheel in het zand geweld. Een gedeelte der lading is beschadigd geborgen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te Koop. Het schoenerschip HANDEL, gevoerd door kapt. H. Blokziel, varende onder Nederlandse vlag, groot volgens meetbrief 51 lasten, circa 2 jaren oud (opm: ex-Russische OSCAR, eerste Nederlandse zeebrief 6 juni 1856) en in anno passato (opm: verleden jaar) nieuw gezinkt. Te bevragen bij de makelaar I.J. van der Meulen, Bloemmarkt, No. 180 te Amsterdam. (opm: de schoener werd niet verkocht)


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Stavanger, 2 maart. Op Jedderen is onderste boven aangedreven een kofschip, beladen met spoorhout, volgens aangespoelde papieren de FENNECHIENA, kapt. Waterborg, komende waarschijnlijk van Rügenwalde (opm: zie NRC 140357 en PGC 040457); van het volk is niets bekend, een gedeelte der lading is aan strand gespoeld.


18 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 maart. Te Hellevoetsluis is eergisteren morgen in dienst gesteld Zr.Ms. brik SPERWER, waarover het bevel is opgedragen aan de kapt.luit. ter zee Baak, benevens Zr.Ms. schoener met schroefstoomvermogen BALI, onder commando van de luit. ter zee 1e klas Jhr. Van Cappellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen,15 maart. Men schijnt aan het boven water brengen der gezonken stoomboot RAVENSBOURNE te wanhopen. Hoewel er reeds veel door de duikers is gered, is er bijna nog geen derde van de lading uit. Het onstuimige weder maakt de arbeid voor de duikers zeer moeilijk en gevaarlijk tevens.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dartmouth, 14 maart. De Nederlandse schoener JOHANNA JACOBA, kapt. K.G. Sap, van Londen naar Bilbao ia alhier lek en met verlies van verschansing binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 15 maart. Het Nederlandse schip (opm: schoener) TWEE CORNELISSEN, kapt. B.A. Potjer, van Rio de Janeiro komende, is alhier met verlies van zeilen en gebroken fokkemast binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boulogne (opm: Boulogne-sur-Mer), 16 maart. Het Nederlandse schip (opm: bark) MARIA JACOBA, kapt. K.F. Lammerts, van Banjoewangie met een lading koffij en suiker naar Amsterdam bestemd, is bij de Redge-bank (opm: Ridge-bank, ter hoogte van Folkestone [Straat Dover]) gezonken (opm: zie NRC 200357 en 100457). De bemanning is gered en alhier aangebracht.


19 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 16 maart. Gisteren is de stoomboot BURGEMEESTER ZIJLSTRA vlot geraakt en hier behouden aangekomen. Deze morgen kon zij reeds weder van hier afvaren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 18 maart. Het schip (opm: bark) LANDBOUW, kapt. P.A. Kleijnenberg, is heden van hier vertrokken naar Batavia (opm: eerste reis). Eveneens vertrok heden van hier, mede naar Batavia, het schip (opm: bark) HERMAN, kapt. M. van Velthoven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 16 maart. Het schip (opm: bark) NEDERLAND EN ORANJE, kapt. L. van der Plas, van Banjoewangie alhier binnen, is gisteren nacht wegens de hevige Z.W.-wind van de kettingen losgeslagen en tegen de schepen SARA ALIDA MARIA (opm: bark), kapt. H.A. Tekelenburg, en ELIZE HENRIETTE (opm: bark, kapt. P.J. Deterding, mede alhier liggende, aangedreven, die daardoor belangrijke schade hebben bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brixham, 16 maart. De Nederlandse kof JANTINA CORNELIA, kapt. G.J. Orsel, van Londen naar Santander, is op de hoogte van Goudstaart (opm: Start Point) de 13e dezer door een groot schip aangezeild. De kof verloor daarbij het roer, bekwam een lek en andere schade. Zij werd hier heden morgen door een Franse visser binnengebracht.


20 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aangaande het verongelukte Nederlandse schip MARIA JACOBA, kapt. Lammerts – zie NRC van 18 maart – meldt men heden de volgende bijzonderheden d.d. Boulogne, 17 maart: Zondagmorgen, de 15e dezer werd alhier met het vissersvaartuig JEAN MARIE, schipper Tetart, aangebracht kapt. Lammerts en 15 man der equipage van het Nederlandse barkschip MARIA JACOBA, van Java naar Amsterdam bestemd, welke bodem op de Redge bank (opm: Ridge-bank, ter hoogte van Folkestone [Straat Dover]) gestoten heeft en dientengevolge gezonken is. Volgens de verklaring van de kapitein heeft hij gedurende verscheidene dagen met aanhoudend stormweder te kampen gehad, en enige uren voor dat het schip stootte, was er een zo hevige hagelstorm opgestoken, dat het niet mogelijk was iets te zien. In deze omstandigheden stootte het schip vijf malen en viel toen in diep water. Toen de pomp gepeild werd bemerkte men aldra dat de rots door het schip heen gestoten was en onmiddellijk werd een boot in de onstuimige zee van boord gezet. Twaalf man waren in dit vaartuig toen de bovengenoemde visser bij hen kwam, hen een touw toewierp en hen toeriep dat zij het touw waarmee zij nog aan het schip waren los zouden laten. Dit werd gedaan en allen kwamen behouden op het vissersvaartuig. Alsnu bemanden vier der vissers de scheepsboot en zij hadden het geluk, om met gevaar voor eigen leven, de kapitein en de overige drie, die nog aan boord waren, van het zinkende schip te redden en allen behouden alhier aan te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 maart. Het schip (opm: bark) DIRK ARNOLD, kapt. Geerling q.q, van Batavia herwaarts gedestineerd, met schade te Mauritius binnengelopen, was, volgens brief van de kapitein in dato Mauritius, 29 januari, alstoen geheel gereed om de reis voort te zetten.


21 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 maart. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende 30 schepen, als:
Voor Rotterdam: PRINSES CHARLOTTE, kapt. H.L. Hille; JACOBA, kapt. M.F. Schaap; VOORWAARTS, kapt. G.F. Bus; FOP SMIT, kapt. L. Hoffman; CATHARINA MARIA, kapt. G.L. Gortmans; DAVO, H. Wijtenhorst; HEBE, kapt. A.H. Kiehl; CONSTANCE, kapt. H.G. Borcherts; EERSTELING, kapt. C. Koens.
Voor Amsterdam: ESTAFETTE, kapt. A.M.H. Rietveld; JOHANNA CATHARINA, kapt. C.J. van Loon; BAREND WILLEM, kapt. J.W. Retgers; AMICITIA, kapt. F. Molenaar; STAD NIJMEGEN, kapt. H.P. Cruijs; WELVAART, kapt. J.N. Mooi; MARIA CATHARINA, kapt K. Poel; AREND, kapt. L. Hus; EENSGEZINDHEID, kapt. J. Portengen; WALVISCH, kapt. T. Schut; ZEELUST, kapt. J.A. Knaap; LOUISE, kapt. P. Buijs Jr; DRIE GEZUSTERS, kapt. G.C. Fischer; FERDINANDINA EMMA, kapt. R.A. Tange; METALEN KRUIS, kapt. J.P. Zuurdeeg; SUMATRA, kapt. H. Grivel; van Dordrecht.
Voor Dordrecht: GEERTRUIDA MARIA, kapt. C. Spiegelberg; JHR. MR VAN DER WALL VAN PUTTERSHOEK, kapt. K.F. Lammerts;
Voor Schiedam: STAD SCHIEDAM, kapt. F. Wulp; ANTOINETTE, kapt. J.M. de Winter Jr, van Rotterdam.
Voor Middelburg: STAD MIDDELBURG, kapt. D.D. Ouwehand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 maart. Men meldt uit `s Gravenhage: Men verzekert, dat Z.K.H. de prins van Oranje dit jaar weer een zeetocht zal doen en nu aan marine manoeuvres op grotere schaal dan vroeger deelnemen. Ten dien einde zal er een flotille worden samen gesteld, en wel uit het korvet met stoomvermogen GRONINGEN, waarop Z.K.H. als eerste officier zou fungeren, hierin geassisteerd door de luit. ter zee 1e klas De Casembroot., de zeilfregatten DOGGERSBANK, DE RUITER, het stoomschip GEDEH en het fregat met stoomvermogen WASSENAAR, welke laatstgenoemde zou gecommandeerd worden door de kol. ter zee De Vaijnes van Brakell, terwijl het gehele eskader onder de bevelen zou komen van de schout bij nacht `t Hooft, die zijn vlag op de WASSENAAR zal hijsen. De 1e juni zou de flotille in zee steken en koers zetten naar de Middellandse Zee. De zeetocht zou 4 maanden duren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaija het nieuw, extra op de zeilage gebouwd Nederlands gekoperd barkschip CHERIBON, kapt. W.J. Coers, hebbende ene zeer ruime en elegante inrichting voor passagiers, en voerende een geëxamineerde scheepsdoctor. Adres ten kantore van Kuyper van Dam & Smeer. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 maart. Volgens brief van kapt. J.W. Retgers, voerende het schip (opm: fregat) BAREND WILLEM, van hier naar Batavia, in dato 17 maart, bevond hij zich toen op de hoogte van Douvres (opm: Dover) na in de jongste stormen de bezaansgaffel en buiten-kluiverboom gebroken en de bezaan gescheurd te hebben. Overigens waren de equipage en de militairen allen wel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 19 maart. Het Nederlandse schip PETRONELLA HILLEGONDA, kapt. Rasker (opm: tjalk PETRONELLA HILLECHIENA, F.M. Rasker), van Amsterdam (opm: met een lading haardas) naar Londen bestemd, is gisteren met de stoomboot BLACK DIAMOND in aanzeiling geweest en vermoedelijk dientengevolge gezonken. De equipage is door de stoomboot gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notarissen Dalen en Lambert, residerende te Rotterdam, zijn van mening, om op dinsdag de 24e maart 1857, des namiddags ten 1 ure, in het Notarishuis aan de Geldersche Kade aldaar, te veilen en te verkopen:
- 1/32e Aandeel in het Nederlands barkschip MADURA, gevoerd door kapt. T. Draijer, onder boekhouderschap van de heer W.C. Versluijs te Rotterdam, groot 473 tonnen of 250 lasten, welk schip thans op reis is van Bordeaux naar Batavia.
- 1/64e Aandeel in het Nederlands barkschip SAMUEL HENDRICUS, gevoerd door kapt. A. Pronk, onder boekhouderschap van de heren G.H. Stoltenberg & Zoon te Rotterdam, groot 611 tonnen of 323 lasten. Dit schip doet deszelfs eerste reis en is op retour van Batavia naar Rotterdam, bevracht door de Nederlandsche Handel Maatschappij en wordt eerstdaags binnen verwacht.
- Een aandeel in de in 1856 opgerichte Stoomvaart-Vereeniging de Maas, te Rotterdam, onder directie van de heren Gerrit Schuurmans & Zoon, groot NLG 7.500, geheel gefourneerd (opm: volgestort).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 maart. Het schip HILLECHIENA SCHOLTENS (opm: HILLECHINA SCHOLTENS), kapt. G.J. Scholtens, van Amsterdam naar Dundee, is gisteren op de hoogte van Sunderland overgezeild en vermoedelijk gezonken, doch het volk gered. (opm: zie het volgend bericht)


22 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 maart. Het door ons uit de Zeepost (opm: Amsterdams dagblad) overgenomen bericht nopens het vergaan van het schip HILLECHINA SCHOLTENS – zie ons vorig nommer – is gebleken onwaar te zijn, zijnde dit schip de 17e maart behouden te Dundee aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 19 maart. De scheepsbouwmeesters D. & L. Alta lieten heden van hun werf Welgelegen met gunstig gevolg te water de schoener (opm: brik) CORNELIA, van 156 gemeten lasten, welke zal gevoerd worden door de gezagvoerder H. Muntendam, en gebouwd is voor rekening van de heer Van Walré te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 maart. Het schip STRAAT BALY, kapt. W.J. van der Ven, van Batavia herwaarts gedestineerd, met schade aan de Kaap de Goede Hoop binnengelopen (opm: zie NRC 230157), had volgens brief van de kapitein in dato 26 januari, de lading nagenoeg weder ingenomen en zou binnen weinige dagen gereed zijn om de reis voort te zetten.


23 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. Zo als men weet, heeft de conferentie tot regeling van de Sondtol-afkoop haar werkzaamheden volbracht, zijnde het tractaat tot opheffing van de tol de 14e maart te Kopenhagen getekend. Daarbij wordt bepaald, dat de heffing der rechten van verschillende aard, aan welke schepen der verschillende natiën, welke de Sond en de Belt doorvoeren onderworpen waren, te beginnen met april aanstaande geheel zijn opgeheven. Daarenboven verbindt Denemarken zich, om de rechten van doorvoer te verminderen of geheel op te heffen, welke van sommige handelsartikelen worden geheven, die langs het kanaal van de Eider worden getransporteerd, of langs de andere waterwegen, welke de Oost- en Noordzeeën met elkander verbinden. Van de andere zijde verbinden zich de overige zeemogendheden om aan Denemarken bij wijze van schadeloosstelling voor de geheven tolrechten, in een of meer termijnen uit te betalen een kapitaal, welks renten gelijkstaan met de gemiddelde opbrengst der rechten gedurende de vijf laatste jaren, berekend à 4 pct.
Thans verneemt men langs officiële weg uit Kopenhagen, dat ook het Nederlands gouvernement tot het tractaat is toegetreden om de Sondtol af te kopen, dat het aandeel, dat Nederland in het uit te keren kapitaal zal moeten betalen, bedraagt 1.400.000 thalers en dat de Deense regering reeds afzonderlijke overeenkomsten heeft gesloten, waarbij de rechten van doorvoer, welke van sommige handelsartikelen worden geheven, die langs het kanaal van de Eider worden getransporteerd, of langs de andere waterwegen, welke de Oost- en Noordzee met elkander verbinden, met een vijfde worden verminderd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 maart. Onder de titel van het vergaan van de Nederlandse bark TIMOR (opm: zie o.a. NRC 120257) deelt de Shipping and Mercantile Gazette van 20 dezer, d.d. Kaap de Goede Hoop 22 januari, het volgende mede:
Het hof, door de gouverneur benoemd, om een onderzoek in te stellen naar de omstandigheden, onder welke de schipbreuk van de Nederlandse bark TIMOR, in de morgen van 22 december 1856 plaats vond, kwam de 31e derzelfde maand te Cape Town bijeen. Tegenwoordig waren de luitenant der koninklijke marine Jamison, haven-kapitein (port-captain), voorzitter; Thos. Tinley, havenmeester (shipping master) en W.J. van de Ven, gezagvoerder van de Nederlandse bark STRAAT BALY.
Nadat de voorzitter een brief der regering had voorgelezen, waarbij het hof geautoriseerd werd zitting te nemen, werd het volgende protest door de gezagvoerder van het verongelukte schip overhandigd, waarin de omstandigheden worden vermeld, onder welke de schipbreuk plaats had: “Dat op zijn reis van Padang naar Rotterdam het schip lek geworden is en toen men met algemene stemmen besloten heeft om de Tafelbaai binnen te lopen, ten einde te repareren; dat men de 21e december des avonds ten acht ure het vuur van Greenpoint, O½Z. per kompas op 8 mijlen afstands peilde; dat de wind met donkere lucht uit het Z. en ZO. woei en gedurende de eerste wacht tot storm aannam; men stevende toen NO. met een vaart van acht mijlen; dat ten half negen ure de reven uit het grootmarszeil werden gestoken; dat ten tien ure de wind toenemende, steeds met bedekte lucht het vuur bij tussenpozen niet kon worden gezien; dat ten half twaalf ure het voormarszeil scheurde, hetwelk met de fok werd gegijd, terwijl men het grootmarszeil op de rand liet lopen; dat ten twaalf ure men het schip om de West wendde, om weder in de ruimte te komen, peilende men toen het vuur ZO.t.Z. op het rechtwijzende kompas op drie mijlen afstand; dat in de volgende wacht de wind toen tot storm aangenomen zijnde, met bij tussenpozen klare lucht en hoge deining uit het Z.W, men het grote marszeil dichtreefde en dat door het volk op de ra, alstoen land aan de lijboeg werd ontdekt en wel in de richting van N.t.W. op het rechtwijzende kompas; dat men alstoen zo spoedig mogelijk het groot marszeil weder bijzette en bemerkte dat de peiling van het land niet overeenstemde met die van het vuur; dat het schip door kracht van stroom, wind en zee sterk afdreef; dat de wind zo sterk was aangenomen, dat men met de gehele equipage niet in staat was om de fokkeschoot, welk zeil men bij wilde zetten, aan te halen. Dat op dit ogenblik het schip de grond raakte en kort daarop zo hevig stiet, dat de masten opsprongen; dat toen men de boten overboord zette, vier voeten water in de kajuit en de branding over het schip heensloegen; dat men alstoen noodschoten loste en de masten overboord kapte, om het schip te verlichten; dat het schip ten 6 ure des morgens door midden brak en dat men het alstoen in de reddingboot heeft verlaten.
(get.) F. Agema, kapitein van de bark TIMOR.”
Ter aanvulling van het bovenstaande, legde de kapitein nog de volgende getuigenis af: “Ten vier ure des namiddags van de 21e ontdekte men land (Lionshead), naar gissing op 16 mijlen afstand. Geen peiling werd toen genomen. Wij hadden Norrie’s kaart aan boord. De wind was oplopend stil, met weinig stuur en macht over het schip. Ten ongeveer 8 ure kregen wij een lichte bries, welke hand over hand toenam, zodat het ten tien ure hard uit het zuiden (rechtwijzend) woei; ten 8 ure waren wij 5½ mijl van land en peilden toen Greenpoint ONO. op het rechtwijzende kompas. Wij zetten deze peiling in de kaart af. De wind was op dit ogenblik ZO. Ik (kapt. Agema) was aan dek toen wij het vuur zagen, maar het lood werd niet geworpen. Ten tien ure wierpen wij het lood en vonden 25 vadem diepte; na dien tijd is er niet meer gelood voor dat het schip stiet. Op dat ogenblik (10 uur ’s avonds) stuurden wij NO. met dubbel gereefd voormarszeil, groot marszeil van top, voorsteng-stagzeil en storm-bezaan. Ten negen ure verloren wij het vuur van Greenpoint door de dikke lucht uit het gezicht. Ten twaalf ure zagen wij een vuur in het ZO.t.Z. recht wijzend kompas, hetgeen wij voor het vuur van Greenpoint hielden. Wij wendden toen om de west en ontdekten een half uur daarna land aan stuurboordzijde. Wij zetten meer zeil en stuurden recht west, maar behielden door de drift niet meer dan WNW. Beide ankers waren klaar met de kettingen ingestoken. Toen wij aan stuurboordzijde land zagen, was ik eerst voornemens de ankers te laten vallen, maar ik dacht dat deze niet zouden houden en geloofde het gevaar nog te boven te kunnen komen. Toen wij de branding gewaar werden, woei het zo hard, dat er geen ruimte was om het schip te wenden. Wij hadden Horsburgh’s gids met de zeilaanwijzingen voor de Tafelbaai aan boord”.
De kapitein was nimmer te voren in de Tafelbaai geweest en zeer tevreden over zijn equipage.
Herman Bouburg, de bootsman, verklaarde dat hij op de wacht was van de eerste stuurman en in de nacht van de 21e de hondenwacht (van 12 tot 4 uur) had; dat hij ten 10 ure ’s avonds werd opgeroepen om zeil te minderen en dat het schip toen over bakboordszijde lag; dat men ten 12 ure wendde en een half uur daarna stootte, hebbende toen een vuur te loefwaarts in het gezicht.
Het onderzoek afgelopen zijnde, werd het volgende verslag aan de gouverneur uitgebracht:
“Wij ondergetekenden, behoorlijk benoemd en aangesteld door Z.E. de gouverneur, onder dagtekening van de 29e december, om een hof uit te maken, ten einde te onderzoeken naar en te rapporteren over de omstandigheden, onder welke het schip TIMOR, kapt F. Agema, in de morgen van de 22e december 1856, tussen Whale-rock en Robben eiland (Tafelbaai) schipbreuk heeft geleden, brengen thans ons oordeel uit en dit wel na alvorens kennis genomen te hebben van het logboek van het schip, het protest van de kapitein, alsook van verdere getuigenis van de kapitein en de bootsman (zijnde de eerste en tweede stuurman reeds naar Europa vertrokken) en na een geduldig en nauwkeurig onderzoek naar al de omstandigheden, welke in verband staan met het verlies van de TIMOR, voor zoverre dit in ons vermogen lag, en na goed overwogen en beschouwd hebbende de voor ons afgelegde getuigenis en na al de punten, betrekkelijk deze zaak onderzocht te hebben.
Wij zijn alzo van oordeel, dat het verlies van de TIMOR hoofdzakelijk daaraan is toe te schrijven, dat men zich bedrogen heeft door een helder vuur van de wal voor dat van Greenpoint aan te zien, maar wij moeten hier tevens opmerken, dat volgens ons gevoelen het verlies van de TIMOR niet zou hebben plaats gehad, wanneer men goede voorzorg had genomen, door van tijd tot tijd de peilingen van het vuur van Greenpoint op de kaart af te zetten, daar dit vuur (bij de ligging van het schip) in de heldere ogenblikken zichtbaar moet zijn geweest, gedurende de gehele nacht tot het ogenblik van de ramp, – en ook wanneer men meer gestadig het plan of de kaart van de Tafelbaai had geraadpleegd; meer gebruik gemaakt had van het lood en van de zeilaanwijzingen voor het binnenkomen der Tafelbaai, welke zo als aan het hof gebleken is, zich aan boord bevonden. Het doet het hof evenwel genoegen met lof te kunnen spreken van de goede zeemanschap en het kordaat gedrag van de kapitein Agema, de officieren en de verdere bemanning van de TIMOR, onder de benarde omstandigheden, in welke zij tijdens het ongeluk geplaatst waren; als ook van hun pogingen tot redding van het schip, lading en inventaris, en van de goede tucht, welke aan boord gehandhaafd werd tijdens men het schip verliet.”
(get.) W.J. van de Ven, gezagvoerder van het schip STRAAT BALY
W.P. Jamison, voorzitter
Thomas Tinley, havenmeester (shipping master)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 20 maart. De Nederlandse tjalk VRIENDSCHAP, kapt. Schoemaker, welke regelmatig van deze plaats op Utrecht voer, is gisteren op de rivier door de Engelse stoomboot PRINCE overzeild. De kapitein is overboord geslagen en verdronken en de knecht heeft enige lichte wonden bekomen. De tjalk is zwaar lek aan de dijk gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 19 maart. Het schip (opm: kof) CATHARINA ELISABETH, kapt. G.J. Boiten, van Antwerpen, is gisteravond op de Elve overzeild en onmiddellijk gezonken, doch het volk gered.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Floris der Kinderen, C.A. Schröder, H. Salm en P.J. van der Aa Gzn., makelaars, presenteren, als last hebbende van hun principalen, op maandag de 27e april 1857, des avonds ten zes ure, ten huize van L.H. Wolters, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ, ten overstaan van de notaris Mr. Rutger Jan Toe Laer, aan de meestbiedende of hoogstmijnende te verkopen:
1. Een extra ordinair welbezeild kopervast en gekoperd fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd PASSAROEANG, gevoerd door kapt. C.C.B. Fulbrun, volgens Nederlandse meetbrief lang 39 ellen 70 duimen, wijd 7 ellen 23 duimen, hol 6 ellen en 13 duimen en alzo gemeten op 782 tonnen of 413 lasten.
Voormeld schip ligt aan de Werf “De Vrede”, Hoogte van de Kadijk.
(opm: Cramerus & Cie [Marhisdata onbekend, potentiële kopers?] heeft geprobeerd een zeebrief te krijgen voor een uitgaande reis naar Java om het fregat daar in de koffiehandel te exploiteren; dat is door Den Haag ‘gedifficulteerd’, afgewezen; mogelijk stak achter deze ‘firma’ kapt. J.E. Kramer die we in 1860 nog d.m.v. een ‘aanvraag zeebrief’ op de PASSAROEANG zien)
2. Een extra ordinair welbezeild kopervast en gekoperd fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd STAATSRAAD BAUD, gevoerd door kapt. T. de Jong, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 ellen 53 duimen, wijd 6 ellen 74 duimen, hol 5 ellen 49 duimen en alzo gemeten op 617 tonnen of 326 lasten.
Voormeld schip ligt aan de Werf “Casimirus”, hoogte van de Kadijk.
Beide schepen met al derzelver rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen, kettingen en andere scheepsbehoeften, als bij inventaris is vermeld.
(opm: de STAATSRAAD BAUD werd vermoedelijk verkocht aan onbekende partners onder boekhouderschap van kapitein T. de Jong)
3. zes aandelen in de “Reederij tot het slepen van schepen in en uit het Nieuwe Diep”, onder directie van de heer Paul van Vlissingen.
4. Twee renversalen van uitgelote aandelen van idem.
5. Een aandeel “Reederij Drijvend Droog Dok”.
Ter nadere inlichtingen vervoege men zich bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors Floris der Kinderen & Zoon, of C.W. van Barneveld Kooy.
NRC 240357
Rotterdam, 23 maart. Men leest in de Staats-Courant van heden:
De minister van koloniën, door de koning daartoe gemachtigd, brengt ter kennis van alle Nederlandse gegadigden, die genegen zijn mede te dingen tot het aangaan ener overeenkomst met de regering tot het daarstellen ener maandelijkse pakketvaart tussen Nederland en Java, op de bij deze aankondiging behorende voorwaarden:
1. dat hunne daartoe betrekkelijke aanbiedingen, voorzien van zegel en behoorlijk ondertekend, uiterlijk op donderdag de 30e april 1857, des middags ten twaalf ure, bij het departement van koloniën zullen moeten zijn ontvangen;
2. dat die aanbiedingen uitsluitend moeten vermelden het voluit geschreven cijfer per last voor de retourlading, overeenkomstig de art. 5 d en 11 der voorwaarden, waarvoor de inschrijver genegen is de overeenkomst aan te gaan;
3. dat geen aanbiedingen in aanmerking zullen worden genomen, die na het verstrijken van het sub. 1. genoemde tijdstip zullen zijn ingediend, of die afwijken van het navolgende model:
“De ondergetekende verbindt zich, op de in de Staats-courant
“van de 24e maart 1857 aangekondigde voorwaarden, een pakketvaart tussen Nederland
“en Java te zullen openen, met zeilclipperschepen, voorzien van auxilair stoomvermogen,
“tegen beding ener van vracht ……. per last van Java naar Nederland; ………. den ……….
“…1857;”
4. dat, tot en met woensdag de 29e april 1857, dagelijks, aan het lokaal van Departement van Koloniën, op het Plein te ’s Gravenhage, kennis kan worden genomen van een uittreksel van een op de 17e november 1855 door de hoofdingenieur der marine Van Oordt, de inspecteur van’s rijks stoomvaartdienst Huijgens, en de directeur voor de afdeling zeevaart bij het Koninklijk Nederlandsch Meteorologisch Instituut, Van Gogh, uitgebracht beoordelend rapport, naar aanleiding van vroegere der regering aangebodene, doch nu als vervallen beschouwd wordende plannen tot daarstelling ener geregelde versnelde gemeenschap tussen Nederland en Java;
5. dat op het sub 1. genoemde tijdstip zullen worden geverbaliseerd de alsdan voorhanden inschrijvingsbiljetten, waarvoor bij de vroegere indiening, des verlangd, door of namens hem minister, een bewijs van ontvangst zal worden afgegeven; en dat zodra mogelijk daarna het opgemaakte proces-verbaal in de Nederlandsche Staats-courant zal worden openbaar gemaakt;
6. dat de laagste inschrijver, wiens aanbieding aan de hier voren gestelde vereisten voldoet, binnen acht dagen na de dagtekening der hem daartoe te zenden kennisgeving, in gereed geld zal moeten deponeren een som van honderd duizend gulden (NLG100.000), als waarborg voor de nakoming zijner aanbieding;
7. dat de regering zich uiterlijk de tijd van veertien dagen voorbehoudt, om zich te verklaren of de laagste inschrijving al dan niet wordt aangenomen.
’s Gravenhage, de 23ste maart 1857 De minister voornoemd,
P. Meijer
Bijlage:
Voorwaarden ener met de regering aan te gane overeenkomst tot het daarstellen ener maandelijkse pakketvaart tussen Nederland en Java, behorende bij de vorenstaande aankondiging van de minister van koloniën.
Art. 1. Maandelijks zal een tot pakketvaart ingericht zeil-clipperschip met stoomvermogen over en weder vertrekken uit zodanige havens, als nader zal worden overeengekomen.
Het eerste schip zal vertrekken hier te lande de 25e oktober 1858, en van Java de 25e januari 1859. Bij vertraging in de bepaalde dagen van afvaart, anders dan ten gevolge van overmacht, verbeurt de onderneming een van de eerstverschuldigde vrachtpenningen in te houden boete van vijfhonderd gulden (NLG 500) voor elk etmaal, gedeelten voor een geheel gerekend, wanneer die vertraging aan haar te wijten is, terwijl zij op een vergoeding tot hetzelfde bedrag van ’s lands wege aanspraak zal hebben, indien de vertraging het gevolg is van handelingen of verzuimen van rijkswege.
Art. 2. Voor deze pakketvaart zullen zeven schepen in de vaart moeten worden gebracht.
De bepaling der grootte, constructie en inrichting der schepen zomede de stoomwerktuigen, waarvan zij moeten worden voorzien, wordt aan de onderneming overgelaten, mits bij de bouw ten genoegen der regering worde gelet op de geschiktheid der schepen om, des gevorderd, tot gewapende transportschepen te kunnen worden ingericht, en zij overigens behoorlijke gelegenheid aanbieden tot het overvoeren minstens van 20 passagiers 1e klasse, en van 150 militairen en schepelingen beneden de rang van officier.
Voor zoveel zal blijken dat binnen bekwame tijd één of meer der schepen of daarin te plaatsen stoomwerktuigen hier te lande niet kunnen worden gebouwd of vervaardigd, zal zulks buiten ’s lands kunnen geschieden, met dien verstande evenwel, dat de wettelijke daarvoor verschuldigde registratie- en inkomende rechten hier te lande zullen worden betaald.
Art. 3. De gemiddelde tijd voor elke reis wordt bepaald op 60 zeedagen, met inbegrip van elk oponthoud door het aandoen van tussenhavens, indien de onderneming daartoe in haar belang overgaat.
De gemiddelde duur der reizen zal voor de uit- en tehuisreizen afzonderlijk worden berekend, telkens over twaalf achtereenvolgend gedane reizen.
Indien voor iedere twaalf reizen meer dan 720 etmalen gebezigd zijn, gedeelten voor een geheel gerekend, zal voor elk dit getal te boven gaande etmaal verbeurd zijn een boete van duizend gulden (NLG 1000), van de eerstverschuldigde vrachtpenningen in te houden.
De vertraging het gevolg zijnde van overmacht, is de voormelde boete niet verschuldigd.
Art. 4. De onderneming zal bevoegd zijn hare tarieven voor de overvoer van personen en voor hunne voeding, zomede voor de vrachten der goederen, gelden en producten daaromtrent in de met haar aan te gane overeenkomst gene bijzondere bepalingen zullen voorkomen.
Art. 5. De onderneming zal door de regering worden belast:
a. met het overvoeren van de militairen beneden de rang van officier, die voor ’s lands rekening naar Java worden gezonden of van daar terugkeren, tot een maximum van 1608 mans ’s jaars, en als passagiers der 1e klasse, van de tot de detachementen behorende officieren met hunne wapenen en begaadjen, op de thans gebruikelijke voorwaarden, doch tegen betaling der navolgende vracht- en kostgelden:
voor de officieren en hunne echtgenoten en kinderen (kinderen beneden de twaalf jaren twee voor één gerekend) voor de uitreis NLG 440 vracht en 80 cents kostgeld en voor de tehuisreis NLG 480 vracht en 70 cents kostgeld, een en ander per hoofd en de kostgelden ook per dag: onder gehoudenheid hunnerzijds, om omtrent het gebruik maken van de kajuitstafel voor eigen rekening met de onderneming overeen te komen; en voor de militairen beneden de rang van officier en hunne vrouwen en kinderen (kinderen beneden de twaalf jaren twee voor één gerekend), voor de uitreis NLG 73 vracht en 70 cents kostgeld, en voor de tehuisreis NLG 210 vracht en 60 cents kostgeld, een en ander per hoofd en de kostgelden ook per dag.
De voeding zal worden betaald over de dagen, waarop die aan boord is verstrekt.
Op alleen reizende officieren en militairen beneden die rang is dit artikel niet toepasselijk.
Zoveel mogelijk zullen met ieder schip naar Java vertrekkend schip minstens 100 militairen met de tot ieder detachement behorende officieren worden verzonden;
b. met het overvoeren naar Java van minstens 3000 lasten gouvernementsgoederen ’s jaars zoveel mogelijk gelijk te verdelen over ieder uitgaand schip;
c. met het overvoeren naar Java van de gouvernementsgelden, tot ene vracht van ½ pct der nominale waarde, voor zoveel niet tot dit einde van oorlogsvaartuigen of ’s rijks transportschepen wordt gebruik gemaakt;
d. met het vervoeren naar Nederland, als retour-lading, van 600 lasten gouvernementsproducten of andere goederen, met elk terugkerend schip, of zoveel minder als de onderneming mocht verlangen. Het last zal worden gerekend op: koffij, gewoon 1800 Nederlandse ponden (opm: N.p.), dito leg. 1600 N. p.; suiker 2000 N.p; indigo 1300 N.p. ; thee 930 N. p; tabak 650 N. p; cochenille 1500 N. p; tin 8000 N. p; kruidnagelen 1000 N.p; muskaatnoten, gaaf 1500 N.p; dito geïnfd.1350 N.p; foelie 1200 N. p; kaneel 950 N.p; peper 1500 N.p; notenzeep 1500 N.p; kamfer 1100 N.p. en andere producten of goederen naar evenredigheid;
e. met het kosteloos overvoeren over en weder der dienst-correspondentie tussen het departement van koloniën en de gouverneur-generaal van Nederlands Indië, voor zoveel de regering daartoe van de pakketschepen gebruik wenst te maken.
Art. 6. De aflevering en het in ontvangst nemen van de ter inlading en ontlossing bestemde gouvernementsgoederen, producten en gelden, zal geschieden op zodanige plaats hier te lande en plaatsen op Java, als daartoe bij de aan te gane overeenkomst zullen worden aangewezen; en overigens op de voet als gebruikelijk is bij de overvoer met gewone zeilschepen, terwijl, indien de ligplaats der schepen hier ter lande elders is, het verdere transport naar boord voor rekening der onderneming geschieden moet.
Art. 7. De uitvrachten zullen worden betaald te Batavia en de retourvrachten te Amsterdam, ’s Gravenhage of Rotterdam, ter keuze van de onderneming, respectievelijk, zodra mogelijk na de behoorlijke uitlevering der ladingen en in elk geval vóór het uitgaan of het te huis varen der betrokken pakketschepen.
Art. 8. De onderneming zal bevoegd zijn op Java uit de gouvernementsvoorraad, wanneer en voor zover die daartoe ter plaatse van de inlading toereikend is, telkens zo vele steenkolen te laden als voor de terugreis nodig zijn, tot de contant te betalen prijs, waarop zij het gouvernement ter plaatse der inlading te staan komen.
Art. 9. Voor het geval dat bijzondere omstandigheden zulks der regering oorbaar doen achten, behoudt zij aan zich het recht om enkele of alle pakketschepen der onderneming tijdelijk in gebruik of definitief in bezit te nemen, om tot andere einden dan tot de pakketvaart ingericht en gebezigd te worden, mits daarvoor betalende een billijke, nader overeen te komen huur- of koopprijs, en op zodanige voorwaarden als in dat geval zullen worden vastgesteld.
Art. 10. De overeenkomst zal worden aangegaan voor de tijd van tien achtereenvolgende jaren, te rekenen van de 25e oktober 1858; derwijze dat, indien zij vóór de 25e oktober 1867 niet zal zijn verlengd of vernieuwd, krachtens de nu aan te gane overeenkomst het laatste schip van hier zal uitgaan de 25e september 1868, en van Java zal terugkeren de 25e december daaraanvolgende.
Mocht vóór het eindigen der overeenkomst de ontworpene doorgraving der landengte van Suez zijn volvoerd, dan zal met de onderneming onderhandeld worden over de wijzigingen, die dien ten gevolge in deze overeenkomst in het algemeen belang nodig mochten zijn.
Art. 11. De onderneming zal, behoudens het bepaalde in sub 7 der vorenstaande aankondiging, worden toegewezen aan hem die heeft ingeschreven voor de laagste vracht voor de retourlading per last, mits niet hoger zijnde dan daarvoor thans door de regering wordt betaald voor de overvoer met gewone zeilschepen.
De vracht voor de uitgaande lading zal, behoudens het bepaalde in art. 5c, bedragen één vierde gedeelte per last van die der retourlading.
Art. 12. Bij het sluiten van alle cherte-partijen de regering aangaande, zal de Nederlandsche Handel-Maatschappij als haar agent optreden; in voege en op de wijze als zulks nu plaats heeft bij dusdanigen overvoer met gewone zeilschepen.
Art. 13. Bij de aan te gane overeenkomst zal nader worden bepaald in welke waarden en gedurende welke tijd, de krachtens de vorenstaande aankondiging voorlopig gedeponeerde som van NLG 1.000.000, welke dan verder zal strekken tot waarborg voor de inrichting der pakketvaart, tegen genot van wettelijke interest, aan de vrije beschikking der onderneming zal blijven onttrokken.
De kosten van zegel, leges en registratie, op de aan te gane overeenkomst te vallen, zijn voor de rekening der onderneming, zomede die van het passeren derzelve, indien men die in notariële vorm mocht verlangen te sluiten.
Art. 14. De regering behoudt zich voor om met de onderneming afzonderlijke overeenkomsten aan te gaan omtrent het overvoeren, over en weder, met de pakketschepen van schepelingen van ’s rijks zeemacht, beneden de rang van officier en van de officieren onder wier bevel of geleide zij zullen reizen en van brieven, pakketten enz, behorende tot de dienst der posterijen en wel op de algemene grondslag, dat het overvoeren dier passagiers en de voor hen te betalen kostgelden den lande niet meer zullen kosten dan ten aanzien van de landmacht in art. 5a dezer voorwaarden is toegezegd en dat voor de genoemde brieven, pakketten enz. niet meer zal verschuldigd zijn dan thans, bij de verzending met gewone zeilschepen.
Art. 15. Wanneer de onderneming in gebreke mocht blijven de pakketvaart aan te vangen en geregeld voort te zetten op de tijdstippen in art. 1 vermeld, zal zij verbeuren een boete ten bedrage van het een derde gedeelte van de als waarborg gedeponeerde som van NLG 100.000, onverminderd de bevoegdheid der regering om daarenboven de aan te gane overeenkomst in dat geval als vernietigd te beschouwen, mits bij de beboeting onmiddellijk doende blijken van haar voornemen, om van die bevoegdheid gebruik te maken.
De voormelde bepalingen zijn ook toepasselijk, wanneer der regering blijkt, dat met de bouw der schepen en met de vervaardiging der stoomwerktuigen en toebehoren, niet binnen drie maanden na het sluiten der aan te gane overeenkomst is aangevangen, of na die aanvang daarmede de vereiste voortgang niet wordt gemaakt, om het openen en geregeld voortzetten der pakketvaart op de bepaalde tijdstippen als verzekerd te beschouwen; waaromtrent de regering zich de bevoegdheid voorbehoudt, door ingenieurs der marine en door de inspecteur van ’s rijks stoomvaartdienst, onderzoek te doen plaatshebben, op zodanige tijdstippen als haar oorbaar zullen voorkomen.


24 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 maart. Eergisteren omstreeks elf ure kwam de stoomboot STAD MIDDELBURG No. 1 te Zijpe, en vond aldaar, dat de stoomboot TELEGRAAF No. 1, komende van Rotterdam, door het onklaar raken der machine tegen het hoofd en de wal zat. Door de stoomboot STAD GOES was reeds vruchteloos beproefd de boot in vlot water te brengen, hetgeen aan de stoomboot STAD MIDDELBURG gelukte, die, de boot op sleeptouw nemende, dezelve in korte tijd op het droge (opm: in veiligheid) bracht. Deze boot heeft ook de passagiers overgenomen en gedeeltelijk te Dordrecht en te Rotterdam aan wal gebracht. De schade was echter zo gering, dat het voornemen bestond om de TELEGRAAF No. 1 nog heden weder in de vaart te brengen, zodat de dienst alzo geen vertraging zal ondervinden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

North Shields, 20 maart. Het schip (opm: galjoot) VIER BROEDERS, kapt. G.J. Rosenbeek (opm: vermoedelijk R.C. Roosenbeek), van Termunterzijl, heeft op de baar een stortzee over gehad, waardoor de kajuit vol water is gelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 20 maart. Het alhier van Delfshaven gearriveerd schip HELENA, kapt. Wachter, heeft door aanzeiling de kluiverboom en een gedeelte der verschansing verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ostende, 19 maart. Het wrak van het alhier gestrande Hanoverse schip MINNA MULLER, van Amsterdam naar Montevideo, is met de inventaris, provisies enz. gezamenlijk voor BF 10.302 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Le courtier de navires H.J.A. Telghuys vendra publiquement le 2 avril prochain à 2 heures de relevée, au local de la Bourse, chambre des Courtiers, par l’entremise de l’huissier J. Lombaerts : le beau trois-mâts barque VAN DIJCK, fin voilier doublé et chevillé en cuivre, du port de 323 tonneaux de jauge, coté au Véritas 3T L.1.1. avec son inventaire agrès et apparaux pret à entreprendre un nouveau voyage.
Ce navire d’une marche supérieure, avantageusement connu du commerce et des assureurs, se trouve actuellement amarré au Grand Bassin de cette ville où il pourra être inspecté deux jours avant la vente.
Pour plus amples renseignements s’adresser à monsigneur Eduard de Coster, armateur, ou au courtier.
Anvers, H.J.A. Telghuys


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 21 maart. Het van Rotterdam komende Nederlandse schip ZES GEZUSTERS, kapt. J.R. de Boer, is alhier gestrand. Nadere bijzonderheden ontbreken nog. (opm: zie volgend bericht)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Alsnog te koop: Een in Glasgow op stapel staand ijzeren schroefstoomschip, ladende 200 lasten zijwaarts of 220 last maat, goed ingericht voor 12 kajuit- en 8 voorkajuitpassagiers; geclassificeerd twaalf jaren eerste klasse Lloyds en tien mijlen in het uur stomende. Te bevragen bij de cargadoors W.J. Langeveld Jr. & Co., Buitenkant bij de Kalkmarkt.
Hetzelve kan in een maand gereed zijn zee te kiezen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop: Een onder speciaal opzicht van Lloyds in aanbouw zijnde ijzer schroefstoomschip, te classificeren A 1, voor 12 jaren; lang 205, breed 27, hol 14¾ Engelse voeten, 737 ton B.M., machines van 115 p.k., inrichting voor 30 passagiers 1e klasse, enz. ter complete aflevering gereed binnen zes weken. Informatiën te bekomen bij W.C. en K. de Wit, cvl. Ingenieurs, Kalverstraat, E 22, te Amsterdam.


25 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sunderland, 22 maart. De bemanning van het alhier gestrande Nederlandse barkschip ZES GEZUSTERS, kapt. J.R. de Boer – zie ons nommer van gisteren – is gered. Het schip is geheel verbrijzeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 22 maart. Het stoomschip JAPAN, dat voor rekening van het Japanse gouvernement hier te lande in aanbouw was, is thans gereed om de reis naar zijn bestemming te aanvaarden. Een ieder, die dit schone vaartuig bezichtigd heeft, bewondert het zowel wat de vorm, de inwendige verdeling als het sierlijk tuig betreft, hetgeen aan de bouwmeesters, de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij voor de werktuigen, de heren Smit aan de Kinderdijk voor de romp, en de heer Rietschoten voor het tuig, tot alle eer verstrekt. Nog deze week zal het schip waarschijnlijk de reis aanvaarden. De commandant is de luit.t.zee 1e kl. Ridder W.J.C. Heymen van Kattendijke. Aan boord bevindt zich een tiental zeer bekwame werklieden uit de stoomfabrieken hier te lande, die bestemd zijn om de Japanezen te onderrichten in de behandeling der menigvuldige machinerieën, welke dit jaar door de regering naar Japan zullen worden gezonden. Men mag met grond van de uitzending van dit schip, waarvan de officieren met kennis en alle vereiste middelen zijn toegerust om beschaving onder de Japanezen te verspreiden, de beste resultaten verwachten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 24 maart. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heren J. & K. Smit alhier met het beste gevolg te water (opm: volgens de bijlbrief ‘geheel volbouwd’ op 19 maart) gelaten het barkschip, genaamd ANTONIA PETRONELLA, groot 375 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. J. Vorendijk, bestemd voor de grote vaart, onder het boekhouderschap van de heren G. S. Pieters & Co, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen te Rotterdam, in het Notarishuis aan de Geldersche Kade op dinsdag 24 maart:
- 1/32e Aandeel in het Nederlandse barkschip MADURA, gevoerd door kapt. T. Drayer, onder boekhouderschap van de heer W.C. Versluijs te Rotterdam, groot 473 tonnen of 250 lasten, welk schip thans op reis is van Bordeaux naar Batavia. In trekgeld NLG 1500, verkocht.
- 1/64e Aandeel in het Nederlandse barkschip SAMUEL HENDRICUS, gevoerd door kapt. A. Pronk, onder boekhouderschap van de heren G.H. Stoltenberg & Zoon te Rotterdam, groot 611 tonnen of 323 lasten. Dit schip doet deszelfs eerste reis en is op retour van Batavia naar Rotterdam, bevracht door de Nederlandsche Handel Maatschappij en wordt eerstdaags binnen verwacht. In trekgeld NLG 1075, verkocht.
- Een aandeel in de in 1856 opgerichte Stoomvaart-Vereeniging de Maas, te Rotterdam, onder directie van de heren Gerrit Schuurmans & Zoon, groot NLG 7500, geheel gefourneerd. Op NLG 7875 opgehouden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 24 maart. Heden is het schip ISAAC DA COSTA, kapt. H.C. Loschen, van hier vertrokken naar Soerabaija. (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Dampfschiff zum Verkauf. Ein neues eisernes Räder-Dampfschiff, 128 Fuss lang, 18 Fuss breit, van 50 Pferdekraft, welches mit Ladung nur 3 Fuss 9 Zoll tief geht, ist under der Hand billig zu kaufen. Das Schiff is ebenso solide gebaut als zweckmässig eingericht, hat eine hübsche Cajüte für ca. 50 Passagiers unter ausserdem eine kleine elegante Damen-Cajüte. Ferner has es Raum für ca. 80 Tons Güter und da das Schiff sehr leicht gehend, so eignet es sich ganz besonders für die Binnenfahrt.
Nähere Nachrichte ertheilt Herr G. Blokhuis Wzn., in Amsterdam, oder Herr C. Möller, 23 Crutched Friars, London.


26 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 maart. Van de werf van de heren C. & A. van der Giessen te Stormpolder aan den IJssel is heden te water gelaten het fregatschip SUSANNA (opm: SUSANNE), groot ca. 500 gemeten lasten, gezagvoerder C.J. Kaleshoek, voor rekening der rederij van de heren J.R. Veder & Zoon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 maart. Het aan de rederij van de heer H. van Rijckevorsel alhier toebehorende barkschip ELISE SUSANNE, kapt. J. Kuijt, met een detachement troepen van hier naar Batavia bestemd, is de 19e februari wegens muiterij onder de militairen te Rio Janeiro binnengelopen. Aangaande deze muiterij meldt de kapitein d.d. 24 februari het volgende:
Tot 12 februari, ons toen bevindende op 19º30’ Z.B. en 30º10’ W.L. was de reis vrij voorspoedig en alles in orde. Op de avond van die dag echter werd de commandant der troepen door een soldaat, een Fransman, onderricht, dat de militairen aan het muiten waren en dat men het plan gemaakt had om die avond ten 9 ure de bemanning van het schip te overrompelen en allen te vermoorden. Gelukkig waren de onder-officieren en korporaals, zomede de Fransen en Nederlanders, die zich onder de troepen bevonden, niet in het complot en dezen schaarden zich dus onmiddellijk aan onze zijde op het achterdek. Alsnu werd aan de anderen gelast naar beneden te gaan, hetgeen zij met tegenzin deden. De commandant gaf daarna met veel overleg de nodige bevelen en de luiken werden met dubbele posten bezet. Wij brachten daarop de stukken op het achterdek en laadden ze, deelden vervolgens de scheepswapenen onder de ons getrouw gebleven militairen en equipage uit en hielden aldus gedurende die nacht gezamenlijk de wacht. De volgende morgen onderzochten wij de zaak en bevonden, dat werkelijk het plan bestaan had om het schip te overmeesteren en wij besloten alstoen af te houden en naar Rio Janeiro koers te zetten. Zeven dagen en nachten hebben wij aldus aan dek doorgebracht, zodat wij ten laatste geheel uitgeput zijn geworden, doch wij hebben het volgehouden en zijn hier gelukkig gearriveerd. Bereids zijn 14 man geboeid en daaronder bevindt zich een der stuurlieden en een matroos. Er zijn veel vermoedens die tegen de stuurman getuigen. De matroos is echter hoofdzakelijk verdacht om de verstandhouding, welke hij met de stuurman had. De belhamels zullen heden van boord gehaald worden en op het fort Santa Crux tot nader order in verzekerde bewaring genomen worden. (opm: zie NRC 200457 en 020557)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Voorlopig bericht. In de loop der maand mei 1857 zal te Raamsdonk publiek worden verkocht een scheepstimmerwerf, met de daarbij behorende huizinge, loodsen, hellingen en de verdere gereedschappen, staande en gelegen te Raamsdonk. Deze werf c.s. is inmiddels uit de hand te koop. Informaties zijn te bekomen op franco brieven bij de eigenaar R. Buitenberg en ten kantore van de notaris Van der Meer, te Raamsdonk.


27 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 maart. Men schrijft uit Hellevoetsluis aan de Utrechtsche Courant :
Ik geloof niet, dat het bericht aangaande het eskader, dat in de loop van dezer zomer geformeerd zal worden volkomen juist is. Wel is het plan gevormd, zoals gij gemeld hebt, maar de behoefte aan schepen in de Oost-Indië is zo groot, dat wanneer het eskader wordt samengesteld, zulks wellicht uit niet meer dan hoogstens drie schepen zal kunnen bestaan.
Heden arriveerde hier het stoomschip JAPAN, hetwelk naar Oost-Indië zal worden overgebracht, onder bevel van de luitenant ter zee 1e klas, Ridder J.J.C. Huyssen van Kattendijke. Onmiddellijk na kruit en nog enige voorraad ingenomen te hebben zal de JAPAN de reis aannemen.
Het stoomschip BALI, insgelijks op een particuliere werf gebouwd, moet een grotere schroef hebben. Ook schijnen er aan het inwendige nog enige betimmeringen te moeten geschieden en de officiershutten vooral wel iets te wensen over te laten, zodat dit schip nog wel enige tijd aan de werf alhier zal blijven liggen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 25 maart. Men is aan `s Rijks werf alhier druk bezig met het in orde brengen van het fregat DE RHIJN, vroeger wachtschip alhier, hetwelk als zodanig te Helvoetsluis zal dienen. Ook de CERES wordt opgetuigd, en zal eerlang, naar wij vernemen, in dienst worden gesteld. Men is reeds ijverig aan het werk om het terrein op te ruimen waar het dok zal komen; houtloodsen enz. worden gesloopt en in de aanstaande week, vernemen wij, zal reeds een aanvang worden gemaakt met de omheining van het terrein en andere voorlopige werkzaamheden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 maart. De Nederlandse kof JACOBA CHRISTINA, kapt. G.J. Ploeg, van Londen naar Harlingen, is, volgens brief van Harlingen van de 24e dezer, totaal verongelukt, doch het volk gered (opm: zie NRC 221157).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scilly (opm: Scilly Isles), 21 maart. Het schip VELOX, kapt. Thomas, van Swansea naar Dordrecht bestemd, is bij Shipmanhead (opm: 49º57’ N.B. 06º21’ W.L.) op de rotsen geraakt en van daar vrij komende in diep water gezonken. Van de equipage, vier in getal, is alleen de kapitein gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Peterhead, 22 maart. Het Nederlandse schip TRIENTJE WILHELMINA, kapt. Van Lier (opm: vermoedelijk kof RIENTJE WILHELMINA, kapt. F.G. van [der] Lier, zie ook NRC 290357), van Dantzig (opm: Gdansk) naar Leith bestemd, is bij Rattray Head (opm: 57º37’ N.B. 01º49’ W.L.) gestrand, en zal hoogstwaarschijnlijk weg zijn. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 22 maart. De lading lijnkoeken van het alhier in averij binnengelopen schip VROUW IDA, kapt. Borghout, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Hull bestemd, is voor het grootste gedeelte beschadigd en zal de 27e aanstaande publiek worden verkocht. (opm: zie NRC 100357 en 110557)


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te huur of uit de hand te koop: een florissante scheepstimmerwerf te Joure (opm: Sijmon Geerts en Zoon), waar meer dan een eeuw het vak met goed succes werd uitgeoefend, en vele grote schepen, zo als koffen, schoeners en tjalken zijn gebouwd; benevens een nette burger-huizinge. Bij koop kan hoogstwaarschijnlijk het grootste gedeelte der koopsom onder die panden worden gehouden. Te bevragen bij de Heer H.F. de Jong, koopman te Joure. Brieven franco. (opm: zie LC 150557)


28 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aarhuus, 27 maart. Het schip (opm: kof) GEERTRUIDA WELMAN, kapt. S.H. Kreuter, is de 21e februari bij Ufsteen, circa 4 mijlen bezuiden deze haven (opm: 56º05’ N.B. 10º15’ O.L.) gestrand, daarna wrak geworden en met een gedeelte der lading verkocht. Het geborgen gedeelte der lading, bestaande in ongeveer 660 tonnen haring en 35 zakken komijn, zullen de 20e dezer verkocht worden. Het volk is gered.


29 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Peterhead, 23 maart. Het bij Rattray Head gestrande Nederlandse schip REINTJE WILHELMINA – zie NRC van 27 dezer – is gelost en de lading in zekerheid gebracht.


30 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 28 maart. Heden arriveerde alhier van Glasgow het stoomschip CUBA PACKET. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 maart. Het Nederlandse schoenerschip GOUVERNEUR VAN DER EB, kapt. H.J. Litzau, qq. van de kust van Guinea op hier bestemd, is volgens telegrafisch bericht van Dover met schade aan de boegspriet en kluiverboom binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cowes, 27 maart. De Nederlandse bark CANTON, kapt. H.J. Tweehuys, van Batavia komende, welke, als vroeger gemeld (opm: NRC 090257), alhier de 7e februari lek binnenliep, heeft de reparatie geëindigd en is op de rede geboegseerd (opm: met behulp van sloepen daarheen getrokken) om aldaar verder klaar gemaakt te worden. Zoals men weet heeft het schip order voor Hamburg bekomen. Het schip is van boven geheel vernieuwd en heeft een nieuwe fokkemast gekregen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Southampton, 27 maart. De kapitein van het alhier gearriveerde schip WATERSPRITE rapporteert, dat hij op zijn reis van Guernsey op de hoogte van Alderney ontmoet heeft de Franse loodskotter MUTIN, op sleeptouw hebbende de te Groningen thuis behorende kof ENGELINA JANTINA, kapt. Rosema (opm: A. Rozema). De kof was door het volk verlaten en had de grote mast verloren. De kotter zette koers naar Cherbourg. (opm: zie NRC 310357, 100457, 030557 en 090557)


31 maart 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 29 maart. De te Veendam thuis behorende kof ENGELINA JANTINA, kapt. Rosema, de 10e maart van Bordeaux naar Hamburg, is in de nacht van 24 op 25 maart op de hoogte van de Corquito (opm: bedoeld wordt: Les Casquets, 49º44’ N.B. 02º23’ W.L.) in aanzeiling geweest met het Franse schip DORIS, van Fécamp naar Terra-Neuve bestemd. De equipage heeft de kof verlaten en is door de DORIS de 26e te Fécamp aan wal gezet. Men zie ons nommer van gisteren, art. Southampton.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Altona, 27 maart. Het schip (opm: kof) HERMINA, kapt. J.A. Jansen, van Harburg naar Bayonne, is alhier lek binnengelopen hebbende aan de grond gezeten. Het moet waarschijnlijk lossen.


  JB - Javabode

Wegens het reeds in ons blad van de 25e maart vermelde stranden van het schip ELISE ANN, lezen wij in de Oostpost van de 23e maart de volgende nadere berichten:
Sumanap (opm: Sumenep), 18 maart. Wederom hebben wij het totale verlies te melden van een schip, hetwelk op 17 maart aan de Oosthoek van Madura is gezonken.
Zaterdag (opm: 14 maart) kwam alhier de tijding, dat er een schip gestrand was op de klippen van de Oosthoek van Madura, en onmiddellijk begaven zich de fungerende havenmeester en enige ingezetenen naar de plaats des ongeluks, welke circa 20 palen van hier verwijderd is. Dadelijk bij hun aankomst aldaar begaven zij zich aan boord van het gestrande vaartuig, hetwelk echter niet zonder gevaar was, daar het schip op zijde lag en de zee aldaar met klippen bezaaid is. Zij vernamen aan boord het volgende:
Het barkschip ELISE ANN, gezagvoerder F. Eales, en varende onder Britse vlag, had de 5e maart Singapore verlaten met een lading, bestaande hoofdzakelijk uit ijzeren staven, 6 kisten opium, 14 kisten lijnwaden, 4000 stuks Spaanse matten, 5 kisten vals goud-draad en verdere kleinigheden en was bestemd voor Bali. Het schip behoorde aan de Chinees Tjo Tow te Singapore.
Op de 13e maart, des middags ten 12 ure, stootte het schip op de klippen in Straat Gilian, bekend onder de naam van Batoe Tali, en weldra bespeurde men dat het schip lek was. Alle moeite om hetzelve vlot te krijgen was vruchteloos, en zaterdag avond stond reeds 6 voet water in het ruim. De kapitein werd aangeraden, dewijl er toch weinig kans overbleef om het schip te behouden, zo veel mogelijk was van de lading en de inventaris te bergen, waaraan hij nog diezelfde nacht gevolg gaf, en de beide volgende dagen mede voortging. Alles wat gered was, werd naar de nabij gelegen dessa Pandjoerangan met praauwen, sloepen en boten vervoerd.
Gisteren kwam hier het bericht, dat het schip die dag van de klippen afgedreven en in het vaarwater van Straat Gilian was gezonken, zodat er nauwelijks 2 vadem lengte van de masten meer te zien was. Hierdoor is het gevaar voor schepen, die meergemelde straat willen passeren niet weinig vermeerderd, en moest men de gezagvoerders aanraden om liever door Straat Sapoedi te zeilen.
De lading van de ELISE ANN, was te Singapore verassureerd, het vaartuig echter was niet verzekerd.


01 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kingstown (opm: Dun Laoghaire, Oostkust Ierland), 28 maart. Met de Oostenrijkse stoomboot TREBISONDE, van Glasgow naar Triëst, werd hier heden aangebracht de bemanning van de te Dordrecht te huis behorende brik THETIS, kapt. H. Meppelder, van Dordrecht met lijnzaad naar Belfast bestemd. Beide schepen zijn in de gepasseerde nacht in aanzeiling geweest en tengevolge daarvan is de THETIS gezonken en kapt. Meppelder er bij omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 28 maart. Het Nederlandse schip MARTHA ALIDA, kapt. Karst, hetwelk de 21e januari bij Withernsea, op strand raakte – zie NRC van 23 januari (opm: en 260157) – is vlot en hier binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Warkworth, 27 maart. De Nederlandse kof JANSJE, kapt. Pik, van Rotterdam met ijzer naar Dantzig (opm: Gdansk) bestemd, is alhier met schade aan het roer en verschansing binnengelopen.


02 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 april. Volgens brief van Wyck auf Föhr van de 17e maart, waren voor omstreeks 8 dagen op Sylt aangespoeld een scheepsboot, 2 octanten, 2 kamerklokken, enig kooigoed, 6 bootsriemen en 5 lijken, alsmede tezelfder tijd op List (opm: op Sylt, 55º01’ N.B. 08º25’ O.L.) een Nederlandse vlag met de naam HELENA, benevens enige bladen uit een Nederlands zeevaartkundig werk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 30 maart. Zo ergens een zwart naambord, waarop met witte letters NEWA, mocht aanspoelen, dan zij men niet ongerust over die bodem, want het Harlinger kofschip NEWA, kapt. H.H. Kok, is van Osterrisoer hier gisteren goed en wel gearriveerd, doch met verlies van een deel van de verschansing, waartoe ook dat naambord behoorde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 3 maart. De bij Jedderen aangedreven Nederlandse kof FENNECHINA – zie NRC van 14 maart – is gezonken en, aangezien de lading sleepers aangedreven is, hoogstwaarschijnlijk verbrijzeld. Van de ongelukkige equipage weet men nog niets.


03 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 11 februari. Men leest in de Oostpost: Soerabaja 26 januari: Deze morgen is alhier op de rede aangekomen het Nederlands-Indisch stoomschip PADANG, gezagvoerder Schippers, medebrengende de passagiers van het Nederlands-Indisch stoomschip AMBON, gezagvoerder Hugenholtz, even als de PADANG, toebehorende aan de stoomvaart-onderneming van de firma W. Cores de Vries. Het laatst genoemde schip had de 24e de rede van Macassar verlaten, nadat het reeds ten gevolge van een verloren reis op die rede was teruggekeerd. Voor deszelfs aankomst aldaar, had het stoomschip AMBON de reis uit de Molukken herwaarts willen voortzetten, doch was evenals de PADANG, teruggeslagen en door het slechte weer in een staat geraakt waardoor het onmogelijk was de reis naar Soerabaja voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 11 februari. Vrachten. Het getal der bij het vertrek der vorige mail nog onbevrachte schepen werd door talrijke arrivementen weder vergroot, waardoor de vooruitzichten nog ongunstiger te noemen zijn, en ook weer iets lagere vrachten geaccepteerd werden. De volgende Nederlandse schepen werden gecharterd naar Amsterdam: WILHELMINA CATHARINA à NLG 67,50 voor suiker en NLG 65 voor rijst te Samarang te laden; ALBATROS NLG 70 voor suiker en NLG 65 voor rijst, te Soerabaja te laden; LEWE VAN NYESTEYN NLG 65 voor suiker en NLG 62,50 voor rijst, hier te laden; WATERGEUS NLG 70 voor suiker en NLG 65 voor rijst te Soerabaja in te nemen; ADRIANA PETRONELLA à NLG 65 voor suiker te Samarang te laden; VLAARDINGEN bedingt NLG 70 voor suiker te Soerabaja te laden; ZEENIMPH NLG 67,50 voor suiker te Pekalongan; TELEGRAPH laadt koffij te Padang à NLG 82,50; VAN BOSSE bedingt NLG 5000 per maand van Samarang naar Shanghai, RESIDENT VAN SON is voor twee reizen van Sumanap naar Tjilatjap met zout à NLG 1000 per reis ingehuurd. Voor eigen rekening laden HENDRINA, OUDERKERK AAN DE AMSTEL, JANNETJE, BEZOEKIE en NOORDSTER. MARY HILLEGONDA laadt rijst te Samarang naar Shanghai à USD 0,60 per picol. Door de agenten wordt beladen Nederlands MARIA AGNES.
De volgendeNederlandse schepen zijn nog zonder destinatie waarvan echter nog verscheidene hier en op de kust moeten lossen: COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, ZUID-BEVELAND, LAURENTIUS EN EMILIA, NEDERLAND, JASON, CORNELIA, IDA ELISABETH, ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, MARGARETHA JOHANNA, MARIANNE, ZWARTE ZWAAN, FACTORY, SCHOUWEN, CHRISTIAAN HUIJGENS, KANDANGHAUER.
Het Nederlandse schip ZWARTE ZWAAN is gecharterd à NLG 82,50 naar Nederland om te Makasser en op Java te laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 11 februari. Scheepsverkopen. Het Amerikaanse schip CURLEW werd uit de hand voor NLG 30.000 verkocht. Het casco van het Nederlandse schip (opm: bark) GRAAF VAN NASSAU bracht NLG 40.000 en de INDIA NLG 16.050 op.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 15 februari. Vrachten. Stil, echter vermindert het getal schepen dagelijks, daar veel schepen in ballast vertrekken, zodat men enige verbetering van de koersen mag verwachten. De GENERAAL DE STUERS, maakte USD 23 per hoofd netto naar Australie; de ANNA JUSTINA, voor rijst van Rangoon naar hier 65 cents per picol (opm: 61,7613 kg); de REGINA GBP 3.10/- via Akyab (opm: Sittwe) naar het kanaal om order; de KLASINA USD 5000 naar Bengalen en terug. De CHRISTINE en HENRIETTE MARIA vertrokken naar Havana; de EUTERPE, EVERDINA, ELISABETH en ANNA ELISABETH naar Singapore; de PRESIDENT VAN BUREN naar Batavia. De JACOBA CORNELIA is van Bombay en Batavia gearriveerd en de SUMATRA van Calcutta.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 14 februari. Het Nederlandse schip (bark) FLORA, kapt. A.A. Van Wijk, van Dordrecht naar Hongkong bestemd, hetwelk 14 oktober A° P° (opm: anno passato, verleden jaar) Anjer passeerde, is tot heden alhier nog niet gearriveerd (opm: zie NRC 010757).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 15 februari. Onder de Nederlandse schepen zijn de volgende vrachten gesloten: de GENERAAL DE STUERS, kapt. Fokkens, met landverhuizers naar Australië à USD 23 per kop; de ANNA JUSTINE, kapt. Siedenburg, voor een lading rijst van Rangoon op hier à 65 cents per picol; de REGINA, kapt. Ingerman, à GBP 3.10, via Akyab (opm: Sittwe) naar Cowes; de KLAZINA, kapt. D. Wels Browning, voor USD 5000 naar Bengalen en terug.


 GRC - Groninger Courant

Helvoet, 29 maart. Vertrokken JOHANNA WILHELMINA, kapt. N. Lange, naar Noorwegen.


04 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Havana zal ten spoedigste van Amsterdam worden geëxpedieerd het Nederlands nieuw gebouwde schroefstoomschip CUBA PACKET, gevoerd door kapt. A.A. Harken, hebbende hetzelve een zeer ruime en uitmuntende inrichting voor passagiers.
Adres bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon te Amsterdam. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bordeaux, 30 maart. Het Nederlandse kofschip CATHARINA ELISABETH, kapt. Waker, van Antwerpen naar St. Sebastian, is de 23e dezer ten gevolge van een lek op zee gezonken. De equipage is door de Engelse brik THIRTEEN gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 24 maart. Gisteren werd alhier aangebracht de bemanning van het Nederlandse kofschip ELISABETH, kapt. Pijbes, van Harlingen in ballast naar Moss bestemd. Zij heeft haar schip in zinkende staat met de boot verlaten, is later door vissers opgenomen en hier heen gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 21 februari. Het op 5 dezer alhier van Bangkok gearriveerde Nederlandse brikschip BOREAS, kapt. W.G.J. Schiedges, naar Hongkong bestemd, heeft de grote mast gebroken en andere zeeschade bekomen.


 PGC - Provinciale Groninger Courant

Stavanger, 3 april. Het schip FENNECHIENA (opm: waarschijnlijk FENNECHINA, zie verder NRC 140357 en PGC 170357), gevoerd geweest door kapt. Waterborg, van Rügenwalde naar Rochester, op Jedderen zonder volk aangedreven, is gezonken en waarschijnlijk verbrijzeld, zijnde de lading op strand aangespoeld. Van het volk is tot nu toe niets vernomen.


05 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 april. Gisteren is te Medemblik van de werf De Hoop, van de scheepsbouwmeesters Tinkelenberg en Zonen, te water gelaten het brikschip LUITENANT ADMIRAAL TJERK HIDDES, groot 160 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. O.S. Parma, voor rekening van een rederij onder directie van de heren Zeilmaker en Co te Harlingen, en onmiddellijk daarna de kiel weder opgehaald voor een schoenerschip, groot 100 gemeten lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havre, 1 april. De Nederlandse schroefstoomboot HOLLANDER, welke gisteren van hier vertrok, heeft op de hoogte van Dieppe ontmoet de stoomboot SEINE. De SEINE had de schroef gebroken en is door de HOLLANDER op sleeptouw genomen en hier binnengebracht. De HOLLANDER is weder vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De Commissie uit Zuid-Holland ter bevordering der Stoompacketvaart op Oost- Indië brengt ter kennis van belanghebbenden, dat zij thans onder voorzitterschap van Z.K.H. Prins Hendrik der Nederlanden samengesteld is uit de heren J.W.L. van Oort, vice-president, A. van Rijckevorsel Hz, J.B.'t Hooft, mr. P. Loopuyt, Joost van Vollenhoven, Fop Smit, Wm. Ruys J.D.zn,F.J. Plate, J.R. Veder, W.S. Burger W.zn, mr. P. Blussé van Oud-Alblas en mr. J.C. Reepmaker, secretaris, – hebbende de overige heren, in de vergadering van 24 maart j.l. gekozen, gemeend voor die benoeming te moeten bedanken.
Rotterdam, 4 april 1857 De secretaris der Commissie,
J.C. Reepmaker


06 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 2 april. Een gedeelte der lading van het alhier afgekeurde Nederlandse schip DRIE VRIENDEN, kapt. R.A. Wielema (opm: zie NRC 260257 en 150557), van Havana naar Antwerpen, is in het schip MARY ANN overgescheept, hetwelk heden daarmede naar de destinatieplaats vertrokken is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomvaart tussen Rotterdam en Duinkerken. Het ijzeren stoomschip PRINS VAN ORANJE, kapt. D. Visser, vertrekt van hier iedere woensdag en van Duinkerken des zaterdags, terwijl met primo juni aanstaande in de vaart zal worden gebracht, het Nederlandse stoomschip JONGE MARIE, kapt. ..., zullende alsdan de vaart op beide havens geregeld om de vijf dagen plaats hebben. Adres bij de agenten Johs. Ooms Ez. & Co.


07 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 6 april. Het schip NOORD BRABAND (opm: clipperfregat NOORD BRABANT), kapt. H.R. Bok, is heden van hier uitgezeild naar Batavia, doch ligt thans geankerd achter de Kwak. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 april. Het schip (opm: kof) ORION, kapt. J.F. Roelfsema, van Rotterdam naar Stettin (opm: Szczecin), is de 4e april lek en met andere schade, met assistentie van een loods, te Delfzijl binnengebracht; en moest lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Arendal, 23 maart. De Nederlandse kof ELISABETH MARIA, kapt. Douwes, van Harlingen naar Osterrisoer bestemd, is 14 dezer in de nabijheid van Lijngoed (opm: waarschijnlijk oud-Nederlandse benaming voor een Noorse plaats) op strand geraakt; kwam echter spoedig vlot en heeft zonder schade de reis vervolgd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: De snelst zeilende barkas, genaamd de SPERWER, met dubbel stel zeilen en meer dan complete inventaris, thans staande op de werf “Harlingen”, in de Groote Wittenburgerstraat alhier. Te bevragen bij de eigenaar.


08 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Andrews, 4 april. De te Veendam te huis behorende schoener REDITE, kapt. G.E. Hoveling, van Newcastle naar Leith bestemd, is alhier in de baai bezet (opm: aan de grond) geraakt. Enige zeelieden, die ter assistentie naar het schip gingen, werden eerst zeer vriendelijk ontvangen, doch nadat zij de nodige informatie gegeven hadden, met onbescheidenheid behandeld en de kapitein durfde hun 20 sh. bieden om het schip naar Leith te brengen, een distantie van 40 mijlen. Het schip ligt nu met OZO wind en regen aan lager wal ten anker. (opm: zie NRC 110457)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J.J. van der Meulen, makelaar, zal op maandag de 27e april 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ ten overstaan van de heer J. Goldsmit verkopen: een extra ordinair, welbezeild, in den jare 1856 nieuw gezinkt schoenerschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd: de HANDEL, laatst gevoerd door kapt. J. Blokziel. Volgens Nederlandse meetbrief lang 21 ellen 40 duimen, wijd 3 ellen 90 duimen, hol 2 ellen 60 duimen, en alzo gemeten op 96 tonnen of 51 lasten, liggende in het Oosterdok. Nader bericht bij bovengenoemde makelaar.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 6 april. Uitgezeild CORNELIA, kapt. J.A.N. Schagen van Leeuwen, naar Batavia.


  JB - Javabode

Cheribon. Op zaterdag de 21e maart j.l, des avonds ten 7 ure, zijn alhier aangeland drie sloepen met de gezagvoerder, genaamd Allan Bolton, en de gehele bemanning, bestaande uit 22 personen van het op de hoogte der Karimata passage verongelukte Engelse schip GIPSY. Dit vaartuig, beladen met rijst, kaneel en huiden, verliet op de 14e maart j.l. Batavia, bestemd naar Singapore. Op de 16e daaraanvolgende nabij de oostelijkste van de groep eilanden, genaamd Schaarvogel (opm: 03º22’ Z.B. 108º30’ O.L.), stiet het op een blinde klip, waardoor het onmiddellijk in zinkende staat verkeerde. De bemanning had slechts de tijd zich in de boten te redden, met medeneming van een weinig scheepsbeschuit, wijn en slecht water, waarmede zij zich gedurende 6 dagen hebben moeten behelpen. Bij hun aankomst alhier zijn zij in de gouvernements herberg opgenomen, alwaar, tot op hun vertrek naar Batavia, in hun eerste behoefte is voorzien.


09 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 8 april. Heden namiddag is van de scheepstimmerwerf van de heer F. Kloos alhier met het beste gevolg te water gelaten het fregatschip genaamd JOHANNES LODEWIJK, groot circa 400 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, gevoerd zullende worden door kapt. A.H. van der Waal, zijnde gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer J. van Delft te Overschie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 april. Het Engelse schip TRADER, kapt. Wright, van Londen met cement naar Hamburg, is volgens brief van de Zoltkamp van de 6e dezer, in het Friesche Gat, na gestoten te hebben, gezonken, doch het volk door de schippers J.W. Balk en J.J. Loots jr gered en aldaar aangebracht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Texel, 7 april. Terug uit zee binnengekomen CORNELIA, kapt. J.A.N. Schagen van Leeuwen, naar Batavia.


10 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 april. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben in hun jongste vergadering besloten te doen uitreiken:
- Aan Henri Charles Gournay, voerende het Franse vissersvaartuig JEUNE MARIE, no. 483, te huis behorende te Boulogne, de gouden medaille; aan Jean Nicolas Fournier, Yves Cadin, Jaques Vidal en Henri Lorin, matrozen op bovengemeld vaartuig, ieder de zilveren medaille en 200 francs, om onder de equipage te verdelen, voor op de 15e maart l.l. bij stormweer redden van de equipage, bestaande in 16 personen, van het op de Ridge Bank nabij Folkestone gestrande en totaal verbrijzelde Nederlandse barkschip MARIA JACOBA, gevoerd door kapt. S.F. Lammerts (opm: zie NRC 180357 en 200357), te huis behorende te Dordrecht, komende van Banjoewangie en bestemd naar Amsterdam, en hen veilig te Boulogne aan wal te brengen; terwijl kapt. Lammerts de beste getuigenis geeft hoe menslievend de schipbreukelingen door de edele redders zijn behandeld en in hun deerniswaardige toestand zijn voorzien;
- Aan James Jenkins, voerende de te Bristol te huis behorende brik IRENE, de grote zilveren medaille, voor op de 15e september l.l. op 58°º03’ N.B. en 03º07’ O.L. op zijn reis van St. Petersburg naar Bristol redden van de gehele equipage van het in zinkende staat verkerende Nederlandse kofschip FENNEGINA (opm: zie NRC 051056), te huis behorende te Veendam, gevoerd door kapt. H.H. Duit, en hen veilig te Bristol aan wal te brengen;
- Aan C. Verwij (opm: C. Vermeij), voerende het Nederlandse barkschip TWEE GEBROEDERS, de grote zilveren medaille, voor het op de 1e december l.l. in de Noordzee redden van de equipage van de Noorse brik CONCORDIA, in een zinkende staat, reeds masteloos verkerende en hen veilig te Brouwershaven aan wal te brengen; aan C. Schaap, tweede stuurman op de TWEE GEBROEDERS, de zilveren medaille, voor het onder zijn beleid bemannen van de sloep, waarmee de schipbreukelingen van het wrak op de TWEE GEBROEDERS zijn overgebracht;
- Aan Aijen Aijens Posthumus, schipper op de loodsboot, te huis behorende te Brielle, de grote zilveren medaille. Aan Cornelis de Neef, Arie Nolte Jr, zeeloodsen, Arie Bastelein, kwekeling en Jan van Prooijen, stuurmans-kwekeling, ieder de kleine zilveren medaille en aan Cornelis Waalman, Hendrik Honing, zeeloodsen en Cornelis van Krimpen, matroos, ieder een getuigschrift, alle behorende tot gemelde loodsboot, voor het op de 6e december l.l. redden van slechts één matroos, genaamd H.H. Smit, de enige welke is overgebleven, zijnde de overigen reeds verdronken, waaronder de kapitein, zijn vrouw en tweejarig dochtertje, van het nabij Goedereede gestrande Nederlandse kofschip ELSINA CATHARINA, te huis behorende te Veendam, gevoerd door G.J. Rubing (opm: G.J. Ruibing, zie o.a. NRC 101256), en hem ( H.H. Smit) die reeds drie dagen onder stormweer en hooglopende branding in een bittere en hoogst gevaarlijke toestand had verkeerd, zoveel doenlijk te hebben verzorgd en te Brielle veilig aan land te hebben gebracht.
Wordende alle deze medailles door een loffelijk getuigschrift, waarin de bijzonderheden van de redding vermeld zijn, voorzien.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 april. Heden namiddag is met het beste gevolg te water gelaten 's rijks schroefstoomschip GRONINGEN, gebouwd op de werf van de heer F. Smit aan het Slikkerveer, en waarvan de stoomwerktuigen zijn vervaardigd in de fabriek van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 april. Aan de fabriekswerf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel, is heden middag ten 2 ure met goed gevolg te water gelaten het, voor rekening van de te Antwerpen gevestigde Société Belge de Bateaux à Vapeur entre la Belgique & l' Amérique de Sud, eerste gebouwde schroefstoomschip, bestemd voor de vaart van Antwerpen op Rio-Janeiro; terwijl daarna onmiddellijk de kiel is gelegd van het vierde voor genoemde maatschappij op die werf aan te bouwen stoomschip.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cherbourg, 30 maart. Het schip ENGELINA JANTINA, gevoerd geweest door kapt. Rosema, van Bordeaux naar Hamburg, bij de Casquets (opm: bedoeld wordt: Les Casquets, 49º44’ N.B. 02º23’ W.L.) door het volk verlaten – zie ons nommer van 30 maart – is gisteren morgen bij Kaap la Hague (Cap de la Hague, 49º43’ N.B. 01º55’ W.L.) gezonken (opm: zie ook NRC 030557 en 090557).


11 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 april. Het stoomschip REMBRANDT, kapt. T.W. de Jong, gebouwd voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, te Amsterdam, is, volgens bericht van Glasgow, de 8e dezer herwaarts vertrokken om een geregelde dienst tussen Amsterdam en Leer te openen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 10 april. De Noorse schoener CONCORDIA, bestemd naar Antwerpen, is bij de Goereese haven voor de boeg van het aldaar geankerde schip (opm: bark) JEANNETTE, kapt. T. Visser, gisteren van hier naar Sunderland vertrokken, gekomen. De CONCORDIA heeft daarbij de grote mast verloren en bekwam een dusdanig zwaar lek, dat zij alleen door de houtlading voor zinken behoed werd. Ten 7½ ure hedenavond dreef het schip nog op de rede. De JEANNETTE en de schoener hebben beide om de sleepboot geseind.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 9 april. Sedert de jaren 1836 en 1838 hebben wij in de eerste drie maanden niet zoveel totale verliezen van schepen geboekt als in het afgelopen trimester het geval was. Het cijfer dat in januari 315 bedroeg, in februari tot 226 daalde, is in maart weder tot 230 gerezen. De vergelijking met de drie voorgaande jaren is als volgt:
1854 1855 1856 1857
januari 350 262 289 315
februari 198 184 189 226
maart 134 165 158 230
Totaal 682 611 636 771


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newcastle, 8 april. Het te Veendam te huis behorende schip (opm: kof) GEERDINA BEERTA, kapt. J.D. Flik, is de 5e dezer op de hoogte van Hartlepool gezonken. De bemanning is gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Andrews, 6 april. De Veendammer schoener REDITE, kapt. Hoveling, van Schiedam komende, welke als vroeger gemeld alhier in de baai bezet was – zie NRC van 8 dezer – deed heden morgen sein voor een loods. Het weder was zo onstuimig dat men het niet dorst wagen in een gewoon vaartuig uit te gaan, en daarom werd de reddingsboot te water gebracht, die dan ook weldra aan boord was. De kapitein bood onmiddellijk GBP 20, om zijn anker te lichten en het schip in zekerheid te brengen. Deze som werd geweigerd en men kwam voor GBP 30 overeen. Het schip heeft anker en 60 vadem ketting moeten slippen en is hier nu veilig binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaja,11 januari. Het schip JEANETTE CORNELIA (opm: bark JEANNETTE EN CORNELIA), kapt. J. Verhoeven, van Hartlepool naar Hongkong, de 11e januari alhier binnengelopen is lek, hebbende gestoten. De lading wordt gelost om te repareren.


  RC - Rotterdamsche Courant

Texel, 9 april. Vertrokken CORNELIA, kapt. J.A.N. Schagen van Leeuwen, naar Batavia.


12 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 april. Onder de schepelingen van het in augustus 1856 in volle zee ter hoogte van Madeira verbrande barkschip TWENTHE, kapt. A. Coopmans (opm: zie o.a. NRC 070956), zijn in het deswege aanhangig crimineel proces nog niet kunnen gehoord worden als getuigen de tweede stuurman H.W. Vermeulen en de scheepsjongens Cammenga en De Haan, laatstelijk aangemonsterd op het schip KOMEET, kapt. H.H. Nijman, thans zeilende van Buenos Aires naar een Engelse haven, voorts de timmerman J.G. Onel en de hofmeester Halder de la Laine, welke te Rio Janeiro hebben dienst genomen op de schoener ELISABETH, kapt. Huisinga (opm: R.M. Huizing), thans zeilende, volgens informatiën naar Nederland, en eindelijk de kok Dunnebok, ter zelfder plaats aangemonsterd op het barkschip JACOBUS, kapt. J.J. van Loon en met hetzelve van Rio naar Java vertrokken. Vermits het horen van deze personen als getuigen in het bedoelde aanhangig proces van het meeste belang moet gerekend worden, heeft de officier van justitie te Rotterdam alle heren waterschouten en havenmeesters, alsmede de overige ambtenaren van justitie en politie in Nederland verzocht, met de meeste nauwkeurigheid te willen acht geven, of genoemde personen zich op gemelde en andere binnenkomende schepen mochten bevinden, en in dat geval hem officier onmiddellijk daarvan te willen kennis geven, tevens met opgave, waarheen de aangekomenen zich denken te begeven, indien zij althans niet blijven op de plaats van hun arrivement.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 11 april. De gisteren gemelde schoener CONCORDIA, kapt. Okkersen, van Gothenburg met hout als bijlegger naar Antwerpen, is per ZUID-HOLLAND binnengesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 11 april. De Engelse brik UGIE, kapt. Prutchard, van Newcastle met steenkolen en vuurstenen naar Dordrecht bestemd, zit op Scheelhoek aan de grond.


14 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 12 april. Heden arriveerde alhier het stoomschip REMBRANDT, van Glasgow (opm: eerste reis) en vertrok het stoomschip CUBA PACKET van hier naar Havana (opm: eerste commerciële reis).


15 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 april. Het te Dordrecht te huis behorende schip (opm: galjoot) EENSGEZINDHEID, kapt. R. Nieuwzwaag, hetwelk de 18e maart met een lading kolen van Newcastle te Konstantinopel (opm: Istanbul) aankwam, ging in de nabijheid van de haven bij Achir Capou ten anker liggen, om met gunstige wind naar de Zwarte Zee uit te lopen. Verscheidene andere schepen, alsook ongeveer dertig grote barken, bevonden zich op zekere afstand. De 29e maart, des avonds tegen 9 ure, ontdekten een matroos en de scheepsjongen, die de wacht hielden, plotseling verscheidene mannen, die het schip trachtten te beklimmen. Zij vlogen schreeuwend naar de kajuit op het achterdek, waar de kapitein en de stuurman zich bevonden. De overige bemanning was reeds in de kooi. De kapitein wilde even zien wat er voorviel, toen er vier of vijf gewapende rovers op hem aanvielen en een daarvan met de yatagan (opm: kromme Turkse sabel) naar zijn hoofd sloeg; deze slag ontging de kapitein nog gelukkig door rugwaarts naar de kajuit terug te springen. De kapitein, de stuurman en twee matrozen grepen terstond naar de wapenen en stelden zich daar te weer. Ondertussen hadden de zeerovers de beide naar het volkslogies voerende deuren gesloten. Het gelukte evenwel aan twee man in de duisternis te ontkomen. Zij werden echter later door de rovers ontdekt, waarop een strijd ontstond, waarin het aan een hunner gelukte in de kajuit te geraken, terwijl de ander (de kok) door drie steken in de borst gewond werd. De kapitein verdedigde zich dapper en beantwoordde het geroep van de rovers: “Geef ons uw geld” met geweerschoten, terwijl de matrozen met hun sabels op de aanvallers inhieuwen. Een van de rovers viel meer rechtstreeks op de kajuit aan; een geweerschot maakte, dat hij daarin stortte; de matrozen maakten hem met hun sabels af en er ontstond nu een hardnekkige strijd met de andere rovers, die hun makker wilden wreken. De kapitein ontving enige lichte wonden aan de handen; een matroos werd de arm verbrijzeld, doch de rovers delfden eindelijk het onderspit. Hun kans verloren ziende, sneden zij de boot die langs zijde hing, af en verlieten daarmede het schip. Geen der in de nabijheid liggende vaartuigen had iets van het voorval waargenomen. De volgende morgen werd het schip, door middel van een kleine stoomboot, tot aan het tolkantoor van Galata gesleept. De ambtenaren van de Nederlandse ambassade, de Turkse haven-kapitein en enige politie-beambten, begaven zich met een geneesheer aan boord van het schip en begonnen aldaar hun onderzoek. Bij de gedode rover vond men bewijzen, die tot de ontdekking van de overigen kan leiden. Ook de Kapadan-Pacha begaf zich aan boord en prees de kapitein zeer over zijn dapperheid. De drie gewonde matrozen zijn buiten gevaar en ook de kok, die gelijk gemeld, drie steken in de borst ontving, hoopt men te behouden. De boot, welke de rovers hadden losgesneden, werd door een Franse stoomboot in de zee van Marmora gevonden, naar Konstantinopel gebracht en aan de kapitein teruggegeven. De namen van de gewonden zijn de kapt. Nieuwzwaag, de kok Albertus Kote en de matrozen Bosman, Hugo en Ghon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

's Gravenhage, 14 april. Gisteren voormiddag ontmoette op een uur afstands van de kust een Scheveningse pink, stuurman (opm: schipper van een vissersschip) A. Plugge, een Engels vaartuig, dat een loods aan boord verkoos te hebben. Nadat een Scheveningse visser overgegaan was, bleek al spoedig, dat het schip een lek had. Eerst dacht men te Goeree binnen te kunnen lopen, doch daartoe was geen kans, Daarna besloot men naar Texel te zeilen, De kapitein vreesde echter, dat de situatie van zijn schip niet toeliet zo lang zee te blijven bouwen. Vandaar dat allen op de Scheveningse bom terugkeerden, doch even voor het op strand raken van de schoener liet zich de kapitein weer aan boord van zijn bodem brengen en strandde met vier Scheveningse vissers ten ruim vijf ure voor het gemeente-badhuis. De kapitein met twee vissers kwamen met de boot aan wal. Later zette de bom met de overige equipage, 5 schepelingen, voor Scheveningen aan. De reddingsboot was met de meeste spoed gereed gemaakt en naderde het schip. De twee Scheveningers, die aan boord gebleven waren, verkozen het echter niet te verlaten, waarvan zij deze nacht niet weinig berouw zullen gehad hebben, vermits zij herhaaldelijk om hulp hebben geseind en het de reddingsboot met veel inspanning deze morgen gelukte hen van boord te halen. Het gestrande schip is de schoener LOUISA MARIA, kapt. John Bushell, komende van Middlesbro', bestemd naar Rotterdam, geladen met ijzer en toebehorende aan de heren Markrow en Hake. Het schip staat op de uiterste bank, zodat het alleen met vaartuigen te bereiken is. Men denkt heden een aanvang te maken met het lossen van de lading. De schepelingen zijn op het gemeente-badhuis gehuisvest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 april. Het schip (opm: brik) ROTSSTEEN, kapt. A. Soet, de 28e januari van Lagos naar Nederland vertrokken, heeft de 1e en 4e februari daaraanvolgende hevige stormen doorgestaan, is daarin lek geworden en was dientengevolge genoodzaakt een haven op te zoeken om te repareren. Het voornemen bestond om naar Lagos te retourneren. Dit mocht echter niet gelukken, want in de avond van 8 februari, op twee mijlen afstand van Lagos, was het lek zodanig toegenomen, dat men verplicht was tot behoud van de opvarenden en om van de lading het mogelijke te redden, het schip op strand te zetten. Het bergen van de lading werd echter door de inboorlingen belet, die bij massa's kwamen opdagen en die roofden al wat onder hun bereik kwam. De equipage is gered en de 9e februari te Lagos aangekomen. (opm: zie NRC 150857)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 14 april. Aan de noordzijde der droge ribben tussen het Goereesche en Nieuwe Gat, zitten twee brikken en een schoener vast. De equipagiën van de brikken zijn gered en te Oostvoorne aangebracht. Op de schoener is het volk nog aan boord. Nadere bijzonderheden ontbreken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 14 april. In de Noordbank is heden aan de grond gekomen de Engelse schoener DILIGENCE, kapt. McDowall, van Middlesbrough komende. Dezelve zit half vol water en moet denkelijk lossen om te repareren. De equipage is nog aan boord. Assistentie is reeds derwaarts vertrokken.


16 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 april. Naar men verneemt zal er vóór de indienststelling van Zr.Ms. stoomschip GEDEH, liggende aan 's Rijks werf te Hellevoetsluis, nog wel enige tijd verlopen. Ook verneemt men dat er plan bestaat om het stoomschip CURAÇAO in dienst te stellen, waarvoor als commandant wordt genoemd de luit. ter zee 1e klasse J. van der Meersch.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep,13 april. De snelste reis, die ooit door een zeilschip van Batavia naar Texel werd gemaakt, is zeker die van het Engelse clipperschip AËROLITE, kapt. R.E. Alleyne, en wij doen stellig geen ondienst door het mededelen van enige bijzonderheden, ons dienaangaande van een hooggeachte zijde medegedeeld: Bedoeld clipperschip is 22 januari l.l. van de rede van Batavia vertrokken en is 6 dezer te Texel binnengekomen. Het heeft dus slechts 74 zeedagen. Van een kortere reis dragen wij geen kennis, want wij menen zeker te weten, dat het schip PLANCIUS, kapt. S.J. Rotgans, in 1846 dezelfde reis in 78¾ dag van Java-Hoofd tot Lezard (opm: Lizard) maakte, hetwelk tot nu toe als de snelste reis werd aangemerkt. Als men hierbij in aanmerking neemt, dat de west-moeson heerste toen de AËROLITE de rede van Batavia verliet en zijn reis niet van land tot land maar van haven tot haven rekent en dat het schip bovendien vrij diep geladen was, dan verdient zulk een evenement, in een land als het onze, publiciteit te verlangen, vooral omdat de gezagvoerder Alleyne zijn voorspoedige reis toeschrijft aan een aanhoudende studie en gebruik van Maury's zeilaanwijzingen. Het “tijd is geld” is een spreuk, die bij onze koopvaardijvloot een nauwgezette behartiging verdient. De kortste reis, door een oorlogsbodem gemaakt, was die van het fregat DIANA, kapt. ter zee, later admiraal Koopman in 1838, die, als wij ons goed herinneren, van Batavia naar Texel 72 zeedagen telde.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Belangrijk bericht. Openbare verkoping op zaterdag aanstaande. De 18e april 1857, des namiddags ten drie ure, zal kapt. John Bushell, van Ramsgate, gevoerd hebbende het Engelse schoenerschip LOUISA MARIA, ten overstaan van B. Léon, eerste deurwaarder bij de Arrondissements Rechtbank te ´s Gravenhage, om contant geld, bij het Gemeente Badhuis, te Scheveningen, in het openbaar verkopen het op de 13e dezer bij Scheveningen gestrand schip, hierboven gemeld, met de aan boord zijnde lading, bestaande volgens cognossement in honderd zeven en tachtig Engelse tonnen gietijzer. Nadere informatiën bij de heer P. Varkevisser te Scheveningen, Britisch Consulair agent.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 april. De Engelse schoener CITY OF ROTTERDAM, kapt. H. Bell, van Sunderland met steenkolen naar het Nieuwe Diep, is, volgens brief van Texel van de 14e dezer, die morgen achter de Wester gestrand en zal met de lading weg zijn. Het volk heeft zich gered en men hoopt zo veel mogelijk van de inventaris te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 15 april. De gisteren op de Ribben gestrande brikken zijn de HOPE, kapt. Shotton, van Newcastle naar Dordrecht bestemd, en ELISE SUSANNE, kapt. Cummingham, van Newcastle naar Antwerpen. De schepen zijn verloren, doch de equipagiën van beide zijn gisteren avond alhier aangekomen. Zij zeggen op dezelfde hoogte nog twee Engelse schoeners te hebben zien stranden, waarvan de equipagiën vermoedelijk verongelukt zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 9 april. Het schip (opm: kof) DOLPHIJN, kapt. G.H. Holman, van Sevilla naar St. Petersburg, is alhier met verlies van verschansingen, gescheurde zeilen, enz, binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 11 april. Het schip ELISA, kapt. Lubben, van Rotterdam naar Philadelphia, is alhier lek en met andere schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harwich, 13 april. Het schip (opm: kof) GESINA MARGARETHA, kapt. J.A. Bolhuis, van Groningen komende, is op de hoogte van Orfordness met een brik in aanzeiling geweest en hier met verlies van anker en 15 vadem ketting binnengelopen.


17 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 16 april. Behalve de kapitein is het scheepsvolk van de gestrande schoener MARIA LOUISA (opm: zal moeten zijn LOUISA MARIA), van Ramsgate, reeds vertrokken. Het schip met de zich daarin bevindende lading gietijzer wordt a.s. zaterdag (opm: 18 april) bij het Gemeente Badhuis verkocht. Een groot gedeelte van de inventaris is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 15 april. De Nederlandse bark HOLLANDS TROUW, kapt. N.H. Keuker, van Java alhier binnen, heeft order voor Amsterdam bekomen, doch moet wegens lekkage hier in de haven gebracht worden ten einde te lossen en te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stavanger, 7 april. De te Wildervank te huis behorende kof ALIDA, kapt. E.F. Kuperus, van Delfzijl met ballast naar Osterrisoer bestemd, is door het volk in zinkende toestand verlaten. De equipage is door een ander Nederlands vaartuig opgenomen en te Tananger aangebracht, van welke plaats het zo even hier is aangekomen.


  JB - Javabode

Op de 4e februari is, na een verloren reis van Kema naar Menado, op de hoogte van Lewajessi (Cerams noordkust), in ontredderde staat op het strand gezet de schoener CAROLINA, gevoerd door J. Preijer, en toebehoord hebbende aan de heer L.D.W.A. van Duivenbode, te Menado. De gezagvoerder en verdere schepelingen zijn met een inlands vaartuig van Wahaaij (opm: Wahai) te Amboina (opm: Ambon) aangekomen (opm: een zeereis van plm. 300 mijl !)


18 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij notariele akte in dato de 16e april 1857, is tussen de ondergetekenden Jan Hudig Junior, kargadoor en Jan Hudig Janszoon, particulier, beide wonende te Rotterdam, aangegaan een vennootschap tot het voortzetten van de kargadoors-zaken, door de eerstondergetekende tot heden uitgeoefend onder de firma van Hudig & Blokhuijzen, te rekenen van de 16e van deze maand af en zulks voor een onbepaalde tijd. De firma van deze vennootschap zal blijven Hudig & Blokhuijzen, tot de tekening waarvan beide de vennoten gerechtigd zullen zijn, zonder die echter immer te mogen bezigen tot het tekenen van obligatiën, promesses, borgtochten, acceptatiën of credieten in blanco, het opnemen en negotieren van gelden, al ware zulks ten behoeve van de firma, waartoe altijd de particuliere handtekening van de beide vennoten vereist zal worden.
Rotterdam, 17 april 1857 Jan Hudig Jr
J. Hudig Jz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 8 april. Het Nederlandse schip (opm: schoener) CORNELISZOON, kapt. Timmers (opm: C.W. Timmer), van Londen naar Rio Janeiro, is alhier lek binnengelopen. (opm: zie NRC 220457)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 13 februari. Het schip STRAAT BALY, kapt. W.J. van der Ven, hetwelk de 10e alhier de ankerplaats zoude verlaten om op de buitenrede verder klaar gemaakt te worden en alsdan spoedig de reis naar Amsterdam te vervolgen (opm: zie o.a. NRC 230157), is in aanzeiling gekomen met de brik MERSEY, en heeft daarbij de boegspriet gebroken en belangrijke schade aan het tuig bekomen. De STRAAT BALY was dientengevolge genoodzaakt te blijven liggen om te repareren.


19 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Berbice, 24 maart. De Nederlandse brik JACOBA CAROLINA, kapt. J. Snoek, van hier naar Londen, heeft de 12e maart bij het uitzeilen op de baar gestoten en daardoor schade aan het roer bekomen. Men was dientengevolge genoodzaakt terug te keren om te repareren, doch de schade is reeds hersteld en men hoopt overmorgen de reis opnieuw te aanvaarden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 april. Het op de werf Het Wapen van Harlingen voor rekening van de heren H. & D. Rahusen gebouwde barkschip HOLLAND is heden in het bijzijn ener ontelbare menigte met de beste uitslag te water gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 18 april. Zr.Ms. brik SPERWER, commandant Baak, is heden alhier van West Indië gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 13 februari. Naar men alhier verzekert, zou het de koper van het wrak van het schip TIMOR, gevoerd geweest door kapt. F. Agema (opm: zie o.a. NRC 120257), op de reis van Soerabaija naar Nederland bij de haven verongelukt, gelukt zijn 750 blokken tin van de lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nassau ( N.P.), 16 maart. Alhier zijn een hoeveelheid stenen aangebracht, welke naar men zegt, door het Nederlandse schip (opm: brik) ACTIVO, kapt. W. Stam, tijdens het op de bank aan de grond zat, overboord zijn geworpen. (Red. De ACTIVO, kapt. Stam, arriveerde de 29e februari van Amsterdam te Havanna en is 17 dezer weder in Texel geretourneerd.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barbados, 27 maart. De Nederlandse bark SNELHEID, kapt. J.H. Henning, van Paramaribo naar Amsterdam, is 18 dezer op de Cobler's Rock (opm: bij Barbados) verongelukt. Van de bemanning zijn zeven personen omgekomen. (opm: zie volgend bericht)


20 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Barbados, 27 maart. De alhier gestrande Nederlandse bark SNELHEID, kapt. Henning, van Paramaribo naar Amsterdam – zie ons nommer van gisteren – was beladen met 193 vaten suiker en 45 balen katoen. Aan boord van deze bodem bevonden zich 11 man equipage en een passagier, een zekere heer Van Vulpen, geëmployeerde bij de in- en uitgaande rechten te Paramaribo. Van deze 12 mensen zijn slechts vijf gered en wel de 2e stuurman D.J. de Jonge en de matrozen H.G. Obbes, J.C. Landmeter; H.L. Van …. (opm: H.L. van Glazenvelgel?, door inktvlek in krant onleesbaar) en Frans Simon; de overigen vonden hun dood in de golven. Het lijk van de passagier is gevonden en ter aarde besteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 april. Het alhier te huis behorende barkschip ELISE SUSANNE, kapt. J. Kuijt, dat blijkens het bericht in ons nommer van 26 maart wegens muiterij aan boord te Rio Janeiro was binnengelopen, heeft de 3e maart de reis naar Batavia voortgezet, na te Rio Janeiro gevangen te hebben achtergelaten 20 militairen en zeelieden, waaronder de 2e stuurman Daveman, die met de eerste gelegenheid naar Nederland zullen worden getransporteerd. Uit het hospitaal waren drie soldaten, die aldaar ziek lagen, gedeserteerd en zijn een militair en twee matrozen ziek achter gebleven. Het complot was door de Nederlandse consul-generaal zo veel mogelijk geïnstrueerd, terwijl de nodige bescheiden door deze aan de Nederlandse regering zijn opgezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Millford, 18 april. Het te Groningen te huis behorende schip GESINA, van Cardiff naar Liverpool bestemd, zit bij Marloes (opm: 51º43’ N.B. 05º11’ W.L, 6 mijl bewesten Milford Haven) op strand. Gisteren avond was het schip nog onbeschadigd. (opm: zie volgend bericht)


22 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Milford, 19 april. De Groninger kof GESINA (opm: GEZIENA), kapt. D. Kramer, met een lading kolen van Swansea naar Liverpool bestemd, is in de morgen van de 17e in een zware mist bij Marloes gestrand. De bemanning is gered. (opm: zie vorig bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 29 schepen, als:
Voor Rotterdam: EMILIE, kapt. P.F. Marker; CORTGENE, kapt. D. Dunlop; RESIDENT VAN SON, kapt. C. Kramer; BEURS VAN ROTTERDAM, kapt. F. de Vos; CORNELIS SMIT, kapt. H.H. Ruhaak; JAN VAN SCHAFFELAAR, kapt. N.N, ODELIA MARGARETHA, kapt. C.T. Hazelhoff; DOELWIJK, kapt. N.N; VOORUIT, kapt. W.C. Kool; IDA ELISABETH, kapt. H. Kramer; JEDO, kapt. W. van der Hoeven.
Voor Schiedam: PRESIDENT VAN RIJCKEVORSEL, kapt. N.N, van Rotterdam.
Voor Dordrecht: EVA JOHANNA, kapt. H. de Boer.
Voor Amsterdam: ALMELO, kapt. H.P. Grönbeck; LOUISE ROELOFFINE, kapt. J.A. Sijbrandi; JACQUELINE EN ELISE, kapt. B. Sikkens; ELISABETH ANTOINETTE, kapt. H.A. Besier; ZEEMEEUW, kapt. H.L.A. Kayser; WATERLOO, kapt. D. Duinker; ANNA EN CHRISTINA, kapt. J.C. Joon; PHILIPS VAN MARNIX, kapt. E. van Duyn; WILLEM EGGERTS, kapt. H. Faber; FARNY, J. van der Meulen; CLARA HENRIETTE, kapt. G.F. Wiegmink; CATHARINA EN THERESIA, kapt. W.L. Hartmans; CORNELIA EN GEERTRUIDA, kapt. P.T.P. Teensma; RIJSWIJK, kapt. J.R.N.J. Bijl; BEATRIX, kapt. E. Verschoor; MR. ISAAC DA COSTA, kapt. M. Löschen; de laatste drie van Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 april. Men verneemt, dat heden middag de schroefstoomboot RHONE bij het inkomen van de Leuvehaven alhier een lichterschip van de Wed. Riemslag, geladen met 30 last granen, geheel in de grond heeft gevaren. De schade, daardoor veroorzaakt, is zeer aanzienlijk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 8 april. Het alhier lek binnengelopen Nederlandse schip CORNELISSEN (opm: CORNELISZOON), kapt. Timmers, van Londen naar Rio Janeiro bestemd – zie ons nommer van 18 dezer – heeft buitengewoon slecht weder ondervonden en daarin veel geleden. Men heeft van de lading rijst opgepompt, en men zal moeten lossen om te repareren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. P.J. van der Aa Gzn., makelaar, zal op maandag de 27e april 1857, des avonds ten zes ure, ten overstaan van de deurwaarder B.D. Beets, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, verkopen een extra ordinair kofschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd MINA, gevoerd door kapt. T.W. de Jong, volgens Nederlandse meetbrief groot 85 tonnen of 45 lasten; liggende in het Oosterdok. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar, of bij de cargadoors Gemmering en Penning.
(opm: de kof werd op 3 juni voor NLG 3.750 onderhands met behoud van naam verkocht aan kapt. Edro Alberts Hoff, Delfzijl)


23 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 april. Het Nederlandse galjootschip AMICITIA, kapt. C. Poelman, van Cette (opm: Sète) naar Rotterdam bestemd, is in de nacht van 9 op 10 dezer bij Sant Carles de la Ràpita (opm: 40º37’ N.B. 00º35 O.L.) op strand gezet en dit wel ten gevolge van aanranding door een roversvaartuig. Uit een schrijven van de kapitein d.d. Vinaròs 12 april, vernemen wij, dat hij twee nachten door het vijandige vaartuig ( brik) werd gejaagd. De eerste nacht had de rover zijn doel niet kunnen bereiken en was des morgens weer op zee gewend. In de namiddag kwam hij echter weer op het schip af en was tegen de avond zo nabij, dat het onmogelijk was om te ontkomen. Kapt. Poelman belegde nu scheepsraad en men besloot met algemene stemmen om het schip liever op het strand te zetten dan uitgeplunderd te worden. Dit was wel is waar een zeer gevaarlijke onderneming, daar de kust rotsachtig was, doch het gelukte en de gehele bemanning, waaronder ook des kapiteins vrouw en kinderen, kwam behouden aan wal. De volgende dag was het weder gunstig om de lading en het tuig van het schip af te halen, hetwelk dan ook alles geborgen is. De rotsen hadden bij het stranden door het schip heen gestoten, zodat dit reeds afgekeurd was. (opm: zie NRC 060557)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Halifax, 8 april. De Nederlandse brigantijn STAD APPINGADAM (opm: STAD APPINGEDAM), kapt. E.H. Rubing, 58 dagen reis van Mexico naar Liverpool, is hier de 31e maart wegens gebrek aan proviand, verlies van zeilen enz. binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, H.J. Rietveld, G.J. Boelen en A. Rocquette, makelaars, presenteren als lasthebbende van hun principalen, op maandag de 11e mei 1857, des avonds ten 6 ure, ten huize van L.H. Wolters, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de deurwaarder B. Farret, aan de meestbiedende of hoogstmijnende te verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd AMBARAWA, gevoerd door kapt. J. Buijkes, volgens Nederlandse meetbrief lang 39 el 60 duim, wijd 6 el 76 duim, hol 5 el 63 duim, en alzo gemeten op 670 tonnen of 354 lasten, met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, ketting en zeilen en verdere scheepsbehoeften zoals bij inventaris breder is vermeld. Het schip ligt in het Oosterdok aldaar. Iemand enige inlichtingen begerende, vervoege zich bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors Hoyman & Schuurman.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndrecht, W. van Dam H.Hzn, H.W. Montauban van Swijndrecht en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam, zijn van mening als last hebbende van hun meester op dinsdag de 19e mei 1857, des middags ten twaalf ure, in de zaal op de hoek van de Scheepsmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, no. 499, publiek te veilen het snelzeilend Nederlands gezinkt kofschip NEWA, laatst gevoerd door kapt. L. Grafthuis, volgens meetbrief lang 26 el 70 duim, wijd 4 el 76 duim, hol 2 el 59 duim en alzo groot 146 tonnen of 77 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Leuvehaven Oostzijde, nabij de Leuvebrug.


24 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 21 april. De Nederlandse schoener HAZARD, kapt. Ketelaarsen (opm: H.W. Ketelaar), van Amsterdam naar Maroim, is gisteren morgen op de hoogte van Lezard (opm: Lizard) in aanzeiling geweest met een groot Amerikaans schip en dien tengevolge alhier met verlies van boegspriet en kluiverboom binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 21 april. De Nederlandse kof JUFFER ANNETTE, kapt. A.J. Hubert, van Lynn (opm: King’s Lynn) naar Bordeaux bestemd, is heden nacht op de hoogte van Poortland (opm: Portland) lek gesprongen en gezonken. De bemanning is gered en op even genoemde plaats aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 18 april. De te Pekel A te huis behorende kof IDA EN CORNELIA, kapt. W.F. Schenk, in ballast naar Windau (opm: Ventspils) bestemd, is 14 dezer in de Noordzee door een Engelse bark aangezeild en heeft daarbij de fokkemast verloren. Dezelve is door een ander Nederlands vaartuig naar Hirtsholmen (opm: Hirsholmene, 57º29’ N.B. 10º36’ O.L.) geboegseerd en ligt daar nu geankerd.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam HH.Zoon, H.W. Montauban van Swijndregt en B.D.C. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening, als lasthebbende van hun meester, op dinsdag de 19e mei 1857, des middags ten twaalf ure, in de Zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, Wijk 1, No. 499, publiek te verkopen het snelzeilend Nederlands gezinkt kofschip NEWA, laatst gevoerd door kapt. L. Grafthuis, volgens meetbrief lang 26 el 70 duim, wijd 4 el 76 duim, hol 2 el 59 duim en alzo groot 146 tonnen of 77 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Leuvehaven, Oostzijde, nabij de Leuvebrug. (opm: de kof werd op 28 februari 1858 onderhands voor NLG 7.500 verkocht aan Zeilmaker & Co, Harlingen; als SOPHIA MARIA ging het schip onder kapt. Jan Abes van Slooten weer naar zee)


  JB - Javabode

Advertentie. Bij akte, op de 28e maart 1857 onder no. 86 verleden ten overstaan van de notaris Z.A. Eekhout te Soerabaija, is tussen de heren William Major, koopman, wonende te Passoeroean, en Otto Carel Matzen, koopman, en Robert William Thomson, werktuigkundige, beiden wonende te Soerabaija, aangegaan een vennootschap omtrent de voortzetting der te Passoeroean en Soerabaija canterende handelsfirma’s W. Major & Co en Matzen & Co, waarbij is bepaald geworden, dat dit vennootschap wordt geacht ingegaan te zijn de 1e januari 1857, zal eindigen de 31e december 1859, ten doel heeft het drijven van handel in het algemeen, en al de vennoten de tekening der beide firma’s zullen hebben.
Geschiedende deze bekendmaking ter voldoening aan art. 28 van het wetboek van koophandel.


25 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 22 april. Het stoomschip WILLEM III is hier heden binnengekomen. (opm: WILLEM DE DERDE, waarschijnlijk de opleveringsreis van Glasgow naar Amsterdam)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 april. Volgens telegrafisch bericht heeft het barkschip LOUIS, kapt. P.A. Hovig, van Newcastle naar Batavia bestemd, op de Galloper gestoten en is heden zeer lek te Ramsgate binnengebracht.


26 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 maart. Het schip LAURENTIUS EN EMILIA, kapt. A. Knappert, is gestrand. (opm: zie JB 140357)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 22 april. Het Nederlandse schoenerschip ANNA GEERTRUIDA, kapt. Van Ingen, van Rotterdam naar Quebec bestemd, is alhier met verlies van boegspriet en kluiverboom en andere schade aan de boeg binnengelopen. Het schip bekwam deze averij door aanzeiling met een groot schip op de hoogte van Bevezier (opm: Beachy Head). Twee man van de equipage van de schoener, zijn op het vreemde schip overgesprongen (opm: zie NRC 010557).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pittenweem (opm: naby Anstruther, 56º13 N.B. 02º43’ W.L.), 20 april. Alhier is enig vreemd beddengoed aangedreven, alsmede een Nederlandse bijbel, waarin men de naam van Pieter Fekker (opm: Pieter Fekkes, zie NRC 090557) leest. Enige vissers rapporteren dat zij de spiegel van een vreemd schip gezien hebben, dat waarschijnlijk overzeild is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Helena, 11 maart. Het alhier gepasseerde Nederlandse schip (opm: bark) JAN VAN BRAKEL, kapt. Delclisur, van Java naar Rotterdam bestemd, heeft zeilen verloren en een gedeelte van de lading over boord geworpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.H. Reders of kapiteins, die genegen zijn om een kopervaste brik van plusminus 115, of een schoener van plusminus 90 gemeten lasten aan te kopen, om dezelve binnen een maand te water te brengen, of een ijzervaste schoener van plusminus 60 gemeten lasten, bestaat daarvoor op heden gelegenheid bij K. Kater te Groningen.


27 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 21 april. Het Nederlandse schip (opm: tjalk) ELSINA JANTINA, kapt. J.R. Keun, van Bogensee naar de Maas, is, wegens het slippen van een anker, alhier op de Oostwal gestrand en zit gevaarlijk (opm: zie NRC 290457).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brixham, 24 april. De te Pekel-A te huis behorende kof MARGARETHA, kapt. Fries, van Liverpool naar Nerva bestemd, is op de hoogte van Goudstaart (opm: Start Point) door de brik RAPID van Londen overzeild en dientengevolge gezonken. De bemanning is gered en alhier door een vissersvaartuig aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Genua, 15 april. Het Nederlandse schip (opm: schoener) BERNARDUS, kapt. H. Puncke, alhier zeilklaar liggende naar Laguayra (opm: La Guaira), heeft in een hevige storm de stengen en verschansingen verloren.


  RC - Rotterdamsche Courant

Texel, 25 april. Gearriveerd: ANJER, kapt. Biesthorst, van Batavia.
(opm: laatste reis van de bark , zie NRC 241157)


28 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 26 april. De stoomboot FRIESLAND, deze morgen van hier naar Amsterdam afgevaren, is wegens gebrek aan de machine niet ver van onze haven blijven liggen. De loodsboot heeft de passagiers teruggehaald, opdat deze per diligence naar de Lemmer konden vertrekken, ten einde van daar de reis te vervolgen. Door de stoomboot HARLINGEN afgehaald en op sleeptouw genomen, is bovenvermelde boot hier deze avond binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 24 april. De Nederlandse kof IDA EN CORNELIA, kapt. Schenk, van Delfshaven in ballast naar Windau (opm: Ventspils) bestemd - zie ons nommer van 24 dezer - is hier heden in de haven gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aarhus, 23 april. De Nederlandse kof LOUWINA, kapt. Heerma, van Londen met guano op hier bestemd, is gisteren avond in een hevige storm, uit het NO, ten zuiden van onze haven gestrand. De bemanning is gered. Het schip zit hoog op strand. (opm: zie NRC 090557)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading voor passagiers en goederen naar Batavia, om in de maand mei te vertrekken: het op zeilage nieuw gebouwd Nederlands barkschip ALEGONDA JACOBA, kapt. B.C. Deurholt, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres bij de cargadoors Vlierboom & Suermondt. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Friesche Stoomboot Reederij, vaart tussen Amsterdam en Lemmer, door schade aan de machines van de Lemmerse boot overkomen, zal bovengenoemde vaart tot nadere aankondiging, met heden zijn gestaakt.
Amsterdam, 27 april 1857 De directeur.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Carga lijsten Amsterdam.
Batavia, ANJER, kapt. Biesthorst, 7454 koffij, 34 k. schilpad, 50.533 paren en 1 kist Paarl d’Amour, 246 st. huiden, 1711 bindrotting, N.H.M.


29 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 11 maart. Vrachten verkeren ten gevolge van de talrijke arrivementen en het sterk afnemen van de producten voorraad in een gedrukte positie. Sedert het vertrek van de laatste mail werden de volgende Nederlandse schepen vercharterd: IDA ELIZABETH à $ 0,50 per picol rijst naar Hongkong met $ 0.20 verhoging naar Shanghai. KANDANGHAUER voor NLG 15.500, voor een reis naar Hongkong. MARGARETHA JOHANNA en NEDERLAND à NLG 60, voor rijst naar Amsterdam. FACTORIJ NLG 67.50 voor suiker naar Rotterdam, te Amsterdam voor scheeps rekening te leveren. ZUID BEVELAND à NLG 65 voor suiker te Semarang te laden voor Amsterdam. SCHOUWEN voor rijst van Indramajoe naar Banka à NLG 0.40 per picol. HERCULES à NLG 70 voor koffie te Padang te laden voor Amsterdam. Te Soerabaja is de Nederlandse COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEYM à NLG 65 voor suiker naar Amsterdam gecharterd. Door de agenten worden voor reders- of charters-rekening beladen de Nederlandse schepen JASON en ECONOMIST. Ter verdere ontlossing vertrok naar Singapore het Nederlandse schip SOPHIA KONINGIN DER NEDERLANDEN.
De onderstaande Nederlandse schepen, die gedeeltelijk nog hier en op de kust moeten lossen, zijn nog zonder charter: LAURENTIUS EN EMILIA, CORNELIA, ADMIRAAL VAN KINSBERGEN, MARIANNE, CHRISTIAAN HUYGENS, EUTERPE, CALYPSO, PROVINCIE DRENTHE, PRESIDENT VAN BUREN, PETRONELLA CATHARINA, JAN PIETERSZOON KOEN, VRIJE HANDEL, JONKHEER MR. VAN DE WALL VAN PUTTERSHOEK, KOSMOPOLIET, STAD UTRECHT en ALBRECHT BEYLING.
Men zegt dat de Nederlandse schepen PROVINCIE DRENTHE NLG 52,50 en PRESIDENT VAN BUREN NLG 54 voor rijst hebben geaccepteerd. Aan het laatste schip werd vroeger te vergeefs NLG 60,- geboden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 11 maart. Alhier zijn te koop aangeboden de Engelse schepen EBLANA en COMANDORE BLAIR. Het Peruaanse schip INCA is alhier voor NLG 40.000 verkocht, betaalbaar in Noord-Amerika.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 15 maart. Vrachten iets vaster. Van Nederlandse schepen arriveerden de EVA JOHANNA van Rotterdam, MAASSTROOM van North Shields, PYLADES en AREND van Samarang, KONING WILLEM II van New-Port, OOSTERLING en REIJERWAARD van Siam. De AREND is aangenomen om te Siam rijst te laden voor hier tot 65 c. per picol. Naar Australië zijn vertrokken de ALMONDE en JACOB CATS. De JACOBA CORNELIA is naar Soerabaja verzeild, de KLAZINA en PROTEUS naar Macao, OOSTERLING naar Macao en BATAVIA en de PYLADES naar Singapore. In lading liggen naar Australië GENERAAL DE STUERS en naar Batavia de SUMATRA. Geschikte schepen om landverhuizers over te brengen naar Californië en Australië, kunnen gemakkelijk $ 25 netto per kop bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 19 maart. Het te Rotterdam te huis behorende schip HENRIETTE MARIA, kapt. G.W. Bakker, van Hongkong naar Havana bestemd, is door de koelies overmeesterd. De kapitein en een gedeelte van de equipage zijn te Hainau (opm: waarschijnlijk het eiland Hainan) aan wal gezet. Ongeveer de helft der equipage en de resterende koelies werden aan boord gelaten en nadat deze enige dagen met het schip rondgedreven hadden, werden zij door het Amerikaanse schip COEUR DE LION ontdekt, die hen alhier binnenbracht. Er zal naar men zegt een zeer hoog bergloon gevraagd worden. (opm: zie NRC 020657, 080657 en 100657 en AH 270565)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 15 maart. Het Nederlandse schip AREND, kapt. Hus, is bevracht om rijst van Siam te halen à 65 c. per picol. De KONING WILLEM II, kapt. Giezen, bedong $ 25 per kop koelies voor Australië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 22 april. Het schip (opm: tjalk) ELSINA JANTINA, kapt. J.R. Keun, van Bogensee naar de Maas, alhier op de Oostwal gestrand (opm: zie NRC 270457), is gebroken, doch met assistentie op het droge gebracht. De lading wordt geborgen. (opm: het wrak is door de Hydrogfische Dienst gelocaliseerd op 53º25'.0 N.B. 5º37' O.L. en onder nr. 546 opgenomen in het Wrakkenregister)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 25 april. Het alhier binnengelopen Nederlandse schip LOUIS, kapt. Hörig, van Newcastle naar Batavia bestemd / zie ons nommer van 25 dezer - zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 11 maart. Een Nederlands schip, naar men zegt de LAURENTIUS EN EMILIE, kapt. A. Knappert, van Samarang naar Soerabaija, is bij Japara gestrand. Nadere bijzonderheden ontbreken nog (opm: zie JB 140357 en volgend bericht).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Barend Bakker Wz., makelaar, zal op maandag de 11e mei 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, In de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, verkopen: 5/32 aandelen in het gekoperd en kopervast barkschip MARIA AGNES, gemeten op 319 lasten, varende onder directie van de heer James Barge, alhier. Breder volgens biljetten en bericht bij bovengenoemde makelaar.


30 april 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Samarang, 7 maart. Het Nederlandse schip LAURENTIUS EN EMILIE, kapt. Knappert, hetwelk de 3e van hier naar Soerabaija vertrok, is de 5e daaraanvolgende bij Japara gestrand en verongeukt. Men gelooft, dat de passagiers en bemanning gered zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijst. Het schoenerschip ST. VITUS, kapt. H. Middel, onlangs van New York te Amsterdam gearriveerd: 30 vaten vlees, 7 vaten honig, 50 vaten spek, 300 vaatjes harst (opm: hars), 846 stuks verfhout, 22 balen en 6 vaten koopmansgoederen, 8 balen katoen, 5 kisten sigaren, 176 vaten potas, 25 vaten paarlas, 7 bundels en 5 balen walvisbaarden, 50 vaten meel, 126 balen tabak, 200 kisten verfwaren en 5000 pijpstaven. Adres: diversen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Laesoe, 17 april. De kof SARA MARIA, kapt. Oldenburger, van Harlingen in ballast naar Dantzig (opm: Gdansk) bestemd, is eergisteren nacht alhier aan de grond geraakt, doch gisteren weder vlot gekomen en heeft de reis vervolgd.
Later bericht: het schip is de 21e de Sond gepasseerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 april. Zeven matrozen van het schip CAROLINE (opm: bark CAROLINA), kapt. V. de Best, van hier naar Singapore via Cardiff, thans nog te Hellevoetsluis liggende, hebben zich zodanig aan wangedrag en mishandeling van de officieren en de kapitein schuldig gemaakt, dat laatstgenoemde verplicht is geweest de hulp van de openbare macht in te roepen. Ten gevolge daarvan zijn deze zeven matrozen op het wachtschip in bewaring genomen en heden van daar gevankelijk naar Brielle vervoerd, waar de zaak door de bevoegde rechter nauwkeurig zal onderzocht en de schuldigen gestraft zullen worden. Zijn wij wel ingelicht, dan is een dezer matrozen medeplichtig geweest aan de muiterij, welke voor enige tijd onder de troepen op het schip NOORD-BRABANT heeft plaats gehad, waarvoor hij ook op het wachtschip in boeien moet gezeten hebben en schijnt het hem desniettemin gelukt te zijn voor de CAROLINE te monsteren. (opm: zie NRC 050557)


01 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 28 april. Met het Oostenrijkse schip PALESTINA werden heden alhier aangebracht twee matrozen van een Nederlandse schoener waarmee men de 21e dezer op de hoogte van Bevesier (opm: Beachy Head) in aanzeiling is geweest. Deze mensen zijn bij de aanzeiling op de PALESTINA overgesprongen.
(Red. Deze beide matrozen zijn afkomstig van het Nederlandse schoenerschip ANNA GEERTRUIDA, kapt. Van Ingen, van Rotterdam naar Quebec, de 22e dezer met schade wegens aanzeiling te Dover binnengelopen, zie NRC van 26 april).


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een Tjalk in aanbouw te Heeg, op de werf van M.G. Palsma, lang plm. 73 of 15,00 el, wijd plm. 16¾ of 4,70 el, hol plm. 7 of 2,10 el. (opm: in de advertentie staat steeds achter het eerste getal geen maat aangegeven). Nadere informatiën en conditiën bij Ter Horst te Sneek en bij Oppedijk te Ylst.


02 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij.
Amsterdam - Koningsbergen via Kopenhagen.
Het nieuw gebouwde, uitmuntend voor passagiers en goederen ingerichte ijzeren schroefstoomschip REMBRANDT, kapt. T.W. de Jong, zal op woensdag 13 mei aanstaande, van hier naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) vertrekken.
Informatiën zijn te bekomen ten kantore van de directie, Keizersgracht, tussen de Reestraat, L.L. 267, en bij de heren Dade en Houtkooper, en de overige cargadoors van de maatschappij.
Amsterdam, 30 april 1857 De directie


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s-Gravenhage, 1 mei. Men verneemt, dat in deze of de volgende maand een oorlogsschip van hier naar Rio de Janeiro zal gezonden worden om de aldaar gevangen soldaten en zeelieden, ten gevolge van het oproer aan boord van het te Rotterdam te huis behorende barkschip ELISE SUSANNE, kapt. Jan Kuijt (opm: zie NRC 260357), gevankelijk naar Batavia over te brengen ten einde aldaar te recht te staan wegens het hun te laste gelegde misdaad.


03 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 2 mei. Het schip (opm: fregat) LOUISE WILHELMINE, kapt. F.G. van Campen, van Batavia naar Amsterdam, is de 22e maart door de Franse advies-stoomboot LE VOYAGEUR, van Suriname naar Demarary bestemd, op ongeveer 6 mijlen afstand uit de wal, zwaar lek, met verlies van boten enz. ontmoet. Na zich omtrent de staat van het schip vergewist te hebben, was de VOYAGEUR naar land teruggekeerd en diezelfde avond aan de mond van de rivier Commewyne aangekomen, waar de kapitein aan de Nederlandse autoriteiten van de staat van het schip kennis gegeven had, en van waar hij niet teruggekeerd was, alvorens de nodige maatregelen gemaakt waren, om de LOUISE WILHELMINE te hulp te komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dieppe, 1 mei. De Nederlandse kof ENGELINA JANTINA, van Bordeaux met een lading wijn, koffie en peper naar Hamburg bestemd, is hier ten onderste boven drijvende binnengesleept. (Red. De Nederlandse kof ENGELINA JANTINA, kapt. Rozema, van Bordeaux naar Hamburg, is in de nacht van 24 op 25 maart op de hoogte van de Casquets aangezeild en toen door het volk verlaten, dat te Fécamp aangebracht is, zie NRC van 30 maart. Volgens een later bericht, medegedeeld in ons nommer van 10 april, zou het schip de 29e maart bij Kaap La Hague gezonken zijn. Dit laatste bericht schijn echter onjuist geweest te zijn.) (opm: zie NRC 300357 en verdere berichten)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 2 mei. Heden is alhier van Poole aangekomen het schip JERSEY PACKET, kapt. L. den Breems.


04 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Suriname, 4 april. Het Nederlandse schip (opm: fregat) LOUISE WILHELMINA, kapt. F.G. van Campen, van Batavia naar Amsterdam, is hier de 26e maart zwaar lek en met verlies van boten binnengesleept.


05 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Ik, ondergetekende, gezagvoerder van het Nederlandse barkschip CAROLINA, kan het niet nalaten mijn dank te betuigen aan de heer A.C. Boonzajer, commissaris van politie en waterschout te Hellevoetsluis, voor de spoedige en daadkrachtige hulp, door hem persoonlijk verleend tijdens de ongeregeldheden en muiterij op gemeld schip van af Rotterdam gepleegd, en door welke hulp mogelijk grote onheilen zijn voorgekomen. Ook betuig ik mijn dank aan de heer officier van justitie, rechter commissaris en griffier van de arrondissement rechtbank te Brielle, voor het nauwkeurig onderzoek in deze zaak gedaan, hetwelk tot laat in de nacht heeft voortgeduurd. (opm: zie NRC 300357)
Uit zee, 3 mei 1857 Vincent de Best


06 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 3 mei. Heden vertrok van hier naar St. Petersburg het stoomschip WILLEM DE DERDE (opm: eerste commerciële reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 28 april. Het Nederlandse schip EENSGEZINDHEID, kapt. de Boer (opm: mogelijk kof EENSGEZINDHEID, kapt. F.J. de Boer), van Livorno naar Antwerpen, is hier eergisteren met verlies van zeilen en rondhout binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sant Carles de la Ràpita, 26 april. Het wrak van het alhier gestrande Nederlandse schip AMICITIA, kapt. Poolman (opm: C. Poelman), van Cette (opm: Sète) naar Rotterdam bestemd – zie NRC van 23 april – is voor 1239 realen verkocht. De lading is geborgen, maar de wijn heeft meer of minder door het zeewater geleden. Een vat cremortartari (opm: cremortart, bloezuiverend middel heeft men niet kunnen vinden.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. J. Corver, H.I. Rietveld, G.J. Boelen en A. Rocquette, makelaars, presenteren, als last hebbende van hun principalen, op maandag de 11e mei 1857, des avonds ten 6 ure, ten huize van L.H. Wolters, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de deurwaarder B. Farret, aan de meetbiedende of hoogstmijnende te verkopen:
1. Een extra ordinair, welbezeild, gekoperd fregatschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd AMBARAWA, gevoerd door kapt. J. Buijkes, volgens Nederlandse meetbrief lang 39 el 60 duimen, wijd 6 el 76 duim, hol 5 el 63 duim, en alzo gemeten op 670 tonnen of 354 lasten; met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, ketting en zeilen en verdere scheepsbehoeften zoals bij inventaris is vermeld.
2. Vier aandelen in de Reederij tot het slepen van schepen in en uit het Nieuwediep, onder directie van Paul van Vlissingen
Het schip ligt in het Oosterdok alhier. Iemand enige inlichting begerende, vervoege zich bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors Hoyman & Schuurman.
(opm: het fregat, bouwjaar 1840, werd voor NLG 27.500 aangekocht door scheepsbouw-meester Frederik Haverkamp uit Amsterdam; als CHRISTINA HELENA ging kapt. C. Tjebbes met de aankoop weer naar zee)


07 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 25 april. De Nederlandse brik MATHILDA, kapt. J.H. Fekkes, welke eergisteren alhier van New York arriveerde, is door stilte in het Noordelijk kanaal aan de grond gedreven en daarna, in een uitschot van wind komende, liep zij in een Portugese schoener en bracht deze belangrijke schade toe.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door toevallige omstandigheden uit de hand te koop een overdekte tjalk (opm: binnenvaarder), groot volgens meetbrief 86 ton, met derzelver complete inventaris, zoals zij thans bevaren wordt door de eigenaar A. Strijp, gebouwd in het jaar 1844 te Heerenveen in Friesland.
Nadere informatiën op franco aanvragen te bekomen bij de heer P.P. Kievits, Gelderschekade te Amsterdam en bij de heer W. Aarends, te Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Er wordt te koop gepresenteerd een welbezeild kofschip met complete inventaris, groot p.m. 45 gemeten lasten of 60 roggelasten; kunnende dadelijk aanvaard worden. Te bevragen bij de heren Gemmening & Penning, cargadoors, alhier.


08 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJsselmonde, 7 mei. Heden werd aan de scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Pot te Bolnes de kiel gelegd voor een driemast schoener, groot plm. 200 gemeten lasten, voor rekening van de heren Ph. Bohré te Alblasserdam en N.A. de Koning te Rotterdam, zullende worden gevoerd door kapt. M.C. Braad.


09 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 8 mei. De Engelse brik MARS, kapt. Turnbull, is bij het onderzeil gaan zodanig in aanzeiling geweest met de Nederlandse tjalk WILLEMTINA, kapt. H.W. Glim, met een lading ijzer naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) zeilklaar liggende, dat deze ogenblikkelijk is gezonken, op zijde gevallen is en geheel onder water zit. De equipage is gered en met laag water, wanneer het schip denkelijk boven zal komen, zal men trachten de lading te bergen. Van de inventaris is reeds iets behouden. (opm: zie NRC 190557 en 140657)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pittenweem (opm: naby Anstruther, 56º13’ N.B. 02º43’ W.L.), 6 mei. Het Nederlandse schip (opm: smak) LANDBOUW, kapt. P.H. Fekkes, met een lading kolen naar Amsterdam bestemd, is op het eiland May (opm: in de Firth of Forth) verongelukt. De gehele bemanning schijnt omgekomen te zijn. (opm: zie NRC 260457)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dieppe, 2 mei. De Nederlandse galjoot ENGELINA JANTINA, gevoerd geweest door kapt. Rosema, van Bordeaux naar Hamburg, alhier onderste boven drijvende door vissers binnengesleept – zie NRC van 3 mei – is door de directie van marine in bewaring genomen. De luiken waren toe gebleven en de lading alzo, hoewel zwaar beschadigd, nog compleet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F. der Kinderen, B.D. Bosscher, B. Bakker Wzn, P. Blom, G.J. Boelen, J.J. van der Meulen, P.J. van der Aa Gzn, J.F.L. Meijjes en A. Rocquette, makelaars, zullen op maandag de 25e mei 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris J.L. Kabel, verkopen een extra ordinair welbezeild gekoperd brikschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd ALIDA EN HENRIËTTE, gevoerd door kapitein W. Vogel, volgens Nederlandse meetbrief lang 31 ellen, wijd 6 ellen, hol 3 ellen 79 duim, en alzo gemeten op 313 tonnen of 165 lasten.
Het schip ligt te Rotterdam. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors A. Spekman te Amsterdam en Ch. Cornelder & Zoon te Rotterdam.


10 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 mei. Het op de werf IJhoek van de heer Abbema te Amsterdam gebouwde barkschip STAD ASSEN is heden met de beste uitslag te water gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 8 mei. Heden arriveerde alhier van Glasgow het stoomschip ANNA PAULOWNA (opm: eerste reis).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 6 mei. De Nederlandse stoomschepen NOORDHOLLAND, van Amsterdam naar Dantzig (opm: Gdansk), en WILLEM I, van Amsterdam naar Kopenhagen, hebben beide in de Oostzee gestoten en zijn heden te Kopenhagen binnengelopen. Eerstgenoemde is lek. (opm: in NRC 110557 gedeeltelijk gecorrigeerd)


11 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 8 mei. De Nederlandse kof HILLECHINA, kapt. Hooghoud, van Lissabon naar St. Petersburg, heeft op de Mole-Rocks gestoten en is hier om die reden binnengelopen. Bij het inkomen der haven verloor het schip de boegspriet en kwam later bij het Zuiderhoofd aan de grond.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 7 mei. Het gisteren door ons medegedeelde bericht aangaande de stoomboot WILLEM I was abusief. Alleen de stoomboot NOORDHOLLAND heeft aan de grond gezeten en is dientengevolge te Kopenhagen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 7 mei. De Nederlandse tjalk VROUW IDA, van Harlingen, welke alhier de 6e maart in averij binnenkwam (opm: zie NRC 100357 en 270357), is in publieke veiling voor 500 thaler verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij.
De directie maakt bekend, dat in de vergadering der commissie van rekening, gehouden in de maand april 1857, besloten is, dat over het boekjaar 1856 een dividend van 3 pct. zal uitgedeeld worden, betaalbaar na de 26e mei 1857 ten kantore van de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij in de Boompjes te Rotterdam.
Rotterdam, 8 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 10 mei. Het stoomschip ANNA PAULOWNA, kapt G.E. Swart, toebehorende aan de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij alhier, zal de 17e dezer van hier naar St. Petersburg vertrekken.


12 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 9 mei. Onze haven levert thans een zeer schoon schouwspel op. Zij ligt namelijk opgevuld met nieuwe schepen, die hier opgetuigd worden. Vermits in de laatste jaren de belemmeringen in deze stad, die de grote schepen ondervonden met het doorkomen onder de verschillende bogen zo veel mogelijk zijn weggenomen, zijn hier thans schepen van Hoogezand en Sappemeer binnengebracht van plm. 130 last, hoedanige hier vroeger niet konden komen. De scheepswerven hebben over het algemeen zeer veel werk en ons is medegedeeld, dat door sommige bazen voor goede knechten een handgeld van NLG 100 wordt betaald.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De veiling van het kofschip NEWA, aangekondigd tegen 19 mei 1857, zal alsdan geen voortgang hebben, maar wordt uitgesteld tot 2 juni 1857.


13 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 mei. Te Zaandam is de 8e dezer de dienst geopend tussen die plaats en Amsterdam met het nieuw gebouwde ijzeren stoomraderjacht PRINS VAN ORANJE, varende voor rekening der Zaanlandsche Stoomboot-Reederij. Het vaartuig, gebouwd door de heren D. Christie & Zoon te Rotterdam, wordt geroemd wegens zijn sierlijke en vlugge vorm en om de uitmuntende ruime en smaakvol gemeubelde kajuiten, terwijl de machines zich door uitmuntende constructie en solide bouw kenmerken. De proeftocht, de vorige dag met aandeelhouders in de rederij op het IJ en de Zuiderzee gehouden, heeft volkomen aan de verwachting beantwoord en de stoomboot PRINS VAN ORANJE doen kennen als een vlug en trouw vaartuig.
GRC 150557
Groningen, 13 mei. Binnengekomen het hek-tjalkschip de VIER ZUSTERS, groot 50 last, kapt. W.H. Mugge, van de Pekela, gebouwd op werf van C. Bodewes, te Kiel. (opm: het schip was een smak genaamd VIER GEZUSTERS, gebouwd door Conraad Boerma in Kiel, gemeente Hoogezand)
NRC 140557
Vlissingen, 11 mei. Heden is de lichting beproefd der gezonken stoomboot RAVENSBOURNE, doch is geheel mislukt door het springen der kettingen. Men zet de werkzaamheden steeds ijverig voort.


14 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping op woensdag de 20e mei 1857, des middags ten 12 ure, in de verkoopzaal aan de Scheepmakershaven te Rotterdam, ten overstaan van D. H. Corne, van het Friese hektjalkschip, genaamd het VLEK GORDIJK, groot 84 ton, zijnde in goed onderhouden staat met staand en lopend want, boot met riemen en verdere inventaris. Liggende thans in de Haringvliet, tegenover de Presbyteriaanse kerk, en aldaar vanaf heden te bezichtigen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. F. der Kinderen, B.D. Bosscher, B. Bakker Wzn., P. Blom, G.J. Boelen, J.J. van der Meulen, P.J. van der Aa Gzn., J.F.L. Meijjes en A. Rocquette, makelaars, zullen op maandag de 25e mei 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads Herberg, aan het IJ, ten overstaan van de notaris J.L. Kabel, verkopen:
1. Een extra ordinair welbezeild, gekoperd brikschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd ALIDA EN HENRIETTE, gevoerd door kapt. W. Vogel. Volgens Nederlandse meetbrief lang 31 ellen, wijd 6 ellen, hol 3 ellen 79 duimen, en alzo gemeten op 313 tonnen of 165 lasten.
Het schip ligt te Rotterdam.
2. 1/32 part in het kopervast en gekoperd Nederlands fregatschip JACOB ROGGEVEEN, gemeten op 694 tonnen, gevoerd door kapt. J. Vos van Marken.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors A. Spekman, alhier, en Chs. Cornelder & Zoon, te Rotterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een te Muiden in 1844 gebouwd kofschip, groot 76 ton, met zeil en treil, ankers, touwen en verder scheepsbehoren. Nadere informatiën bij H. Termolen, op den Dijk te Zwolle, De zeilen en fok zijn drie jaren in gebruik geweest.


15 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 mei. Het te Schiedam te huis behorende barkschip LAURENS COSTER, kapt. Coene (opm: LAURENS KOSTER, kapt. M. Koenen), van Java naar Schiedam bestemd, is, na hevige stormen doorgestaan te hebben, geheel ontredderd aan de Kaap de Goede Hoop binnengelopen. Drie man der equipage zijn over boord geslagen. (opm: zie NRC 170557)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 12 mei. Heden is van hier naar Antwerpen vertrokken het schip FRANCISCA, kapt. Van Wijk, aan boord hebbende het laatste gedeelte der lading van het alhier afgekeurde schip DRIE VRIENDEN, gevoerd geweest door kapt. R.A. Wielema (opm: zie NRC 260257 en 060457) en van Havana naar Antwerpen bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aarhuus, 9 mei. De Nederlandse kof LOUWINA (opm: kapt. Heerma), welke de 23e april bij onze haven strandde (opm: 22 april, zie NRC 280457), is met inventaris voor thaler 1310 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hz, H.W. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaf te Rotterdam zijn van mening, als lasthebbende van hunne meesters, op dinsdag de 2e juni 1857, des middags ten twaalf ure, (dadelijk na afloop der veiling van het kofschip NEWA), in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499, publiek te veilen:
het snelzeilend schoener-kofschip DE EERSTELING, laatst gevoerd door kapt. F. Wunderlich, volgens meetbrief lang 21 el 90 duim, wijd 4 el 50 duim, hol 2 el 4 duim en alzo groot 89 tonnen of 47 lasten, met al deszelfs rondhout, staand- en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zoals hetzelve is liggende te Schiedam.
Te bevragen bij bovengemelde makelaars en de heren Loncq & Cool te Schiedam.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. De ondergetekende brengt ter openbare kennis dat hij zich als scheepsbouwmeester heeft verplaatst naar Joure, op de Groote- of Buitenwerf van de gunstig bekende Firma Sijmon Geerts en Zoon (opm: zie LC 270357). Hij neemt de vrijheid zich ten zeerste aan te bevelen, bijzonder aan degenen die hem en de ontbondene firma Sijmon Geerts en Zoon met hun vertrouwen tot nog toe hebben vereerd; zullende hij, door een prompte behandeling, zich bij voortduring dat vertrouwen trachten waardig te maken.
Joure, 12 mei. Eeltje Holtrop van der Zee


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. te koop twee pramen bij Henstra, scheepstimmerbaas te Langweer.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop een in aanbouw en meer dan in zijn houten staand, geschikt tot kopervast schoener hol, groot plus minus 180 ton, of 95 gemeten lasten; benevens een nieuw tjalkschip, hol l. 71 voet, wijd 15¼ voet en hol 7 voet.
Te bevragen bij E.P. Bakker, te Lemmer.


16 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Faro, 28 april. Het Nederlandse schip (opm: kof) MARGINA, kapt. H.B. Smit, van Alicante naar Rotterdam, is alhier wegens ongesteldheid van de kapitein binnengelopen.


17 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 6 maart. Het Nederlandse schip LAURENS KOSTER, kapt. Koenen, van Batavia naar Schiedam bestemd, is de 28e februari met schade in de Simonsbaai binnen gelopen. (opm: zie NRC 150557)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 6 maart. Het wrak van het alhier gestrande Nederlandse schip ZALT-BOMMEL (opm: zie NRC 120257) is voor GBP 300 verkocht.


18 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten:
Te Amsterdam arriveerde van Dantzig (opm: Gdansk) het schip GESINA JOHANNA, kapt. Laken, met 3390 schepel (opm: inhoudsmaat = ¼ Amsterdamse mud) rogge.
Adres Bönninger, Frank & Co.
Te Dordrecht arriveerde van Swansea het schip (opm: galjoot) MARIA BEERTA, kapt. J.J. Roosjes, met 160 ton ruw ijzer. Adres J.B. ´t Hooft.


19 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 16 mei. Nadat gedurende enige jaren vier hier gebouwde loodsrinkelaars (opm: zie NRC 030255) nutteloos in onze haven hebben gelegen, is men thans bezig ze op te tuigen ten einde dienst te doen voor het Friese zeegat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 18 mei. Heden arriveerde alhier van West-Indië Zr.Ms. korvet PALLAS.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. M.P. Snijders, scheeps-agent te Brielle, als daartoe gemachtigd van zijn principaal, is van mening, ten overstaan van de notaris L.M. van Kruijne, op vrijdag de 22e mei 1857 des middags ten 12 ure, op het Maasland aldaar, publiek te doen verkopen het op de bank in de Maas voor de haven van Brielle door aanzeiling gezonken, in 1856 nieuw gebouwde Nederlandse kofschip, groot circa 32 lasten, gevoerd geweest door kapt. H.W. Glim, benevens de lading bestaande in oud-ijzer, alsmede het daarvan geborgen rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, zeilen, touwwerk, enz. (opm: de WILLEMTINA, zie NRC 090557 en 140657)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia en Soerabaya voor passagiers en goederen, het nieuw gebouwd Nederlandse barkschip WILLEM DE ZWIJGER, gevoerd door kapt. L.W. van den Dries, hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Adres bij W. Ruys J.D.zn (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij notariële acte, op de 18e mei te Rotterdam gepasseerd, is tussen de ondergetekenden, Maarten Reuchlin, Cornelis Moll, François Corneille Dutilh, kooplieden, en Christiaan Mari Moll, boekhouder van schepen, allen wonende te Rotterdam, overeengekomen:
- Dat de ondergetekende Cornelis Moll, te rekenen vanaf 1 januari 1857, heeft opgehouden deelgenoot te zijn van de vennootschap tot het boekhouderschap van schepen en al wat daartoe behoort, alhier bestaande onder de firma van Reuchlin, Moll & Dutilh, waarvan mede-vennoten zijn de ondergetekenden Maarten Reuchlin en François Corneille Dutilh.
- Dat de laatst ondergetekende in de plaats van de afgetredene als vennoot in de gemelde zaken opgetreden is en die zaken door de twee overblijvenden met de nieuwe vennoot op dezelfde voet en wijze worden voortgezet, alsmede onder dezelfde firma.
- En dat de ondergetekende Cornelis Moll niet aansprakelijk of verbonden zal zijn wegens enige handelingen of verbintenissen op naam der firma van Reuchlin, Moll & Dutilh, na de 1e januari 1857 gedaan of aangegaan.
Waarvan bekendmaking geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Koophandel
M. Reuchlin, Corns. Moll, F.C. Dutilh, C.M. Moll Schnitzler


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Vijf scheepstimmerknechten kunnen vast werk bekomen bij T.W. Kamp te Dragten en W.T. Kamp te Leeuwarden.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Vijf scheepstimmerknechten kunnen vast werk bekomen bij T.W. Kamp te Dragten en W.T. Kamp te Leeuwarden.


20 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 mei. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 32 schepen, als :
Voor Rotterdam : JACOBA CORNELIA, kapt. F. Rooseboom; EVERDINA ELIZABETH, kapt. C.J. Tönjes; CANTON, kapt. H.J. Tweehuis; ALBLASSERDAM, kapt. P.G. Pott; ARGO, kapt. A. Weber; SCHOONDERLOO, kapt. D. Kruy ; JACOBUS, kapt. J.J. van Loon; SOUBURG, kapt. H.B.L. Evers; VERTROUWEN, kapt. H.O. Piccardt; BULGERSTEIJN, kapt. A.J. Maas; LANDBOUW, kapt. P.A. Kleijnenberg; KRIMPEN A/D LEK, kapt. W. Ouwehand; WILLEM DE ZWIJGER, kapt. W.L. van den Dries.
Voor Amsterdam: CESAR, kapt. D. Brinkering; ADMIRAAL TROMP, kapt. J. van Tubergen; BALTIMORE, kapt. N.N; HENRICUS GERARDUS, kapt. K. Latjes; DERKINA TITIA, kapt. P. Esink; JUPITER, kapt. G.J. van der Mey; STAD ENSCHEDE, kapt. M.J.B.N Noordhoek Hegt; ERASMUS, kapt. J. van Heyningen; NOORD BRABANT,kapt. H.R. Bok en CHERIBON, kapt. W.J. Coers; de drie laatste van Rotterdam.
Voor Dordrecht: BATO, kapt. W.F. Broeksmit; GRAAF DIRK III, kapt. C.J. Rotgans; AEGIDIA EN PAULINA, kapt. T.K. Veldman.
Voor Middelburg: MARIA, kapt. E.N.F. van Wulven; MERCURIUS, kapt. F. Nepperus; WALCHEREN, kapt. K. Hoek; ZEELANDIA (opm: fregat, eerste reis), kapt. W. Blaakhert.
Voor Schiedam: LAMMINA ELIZABETH, kapt. A. Gersen; EDUARD MARIE, kapt. M.F. Remmers, beiden van Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 19 mei. Het Amerikaanse schip LEILA, kapt. Gall, is heden morgen tegen Zr.Ms. brik ZEEHOND aangedreven en heeft daardoor de boegspriet gebroken.


21 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 20 mei. Het schoenerschip JERSEY PACKET, kapt. L. den Breems, is heden van hier naar Pernau (opm: Pärnu) vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Scheepstimmerwerf te Joure. De ondergetekende brengt ter openbare kennis, dat hij zich als scheepsbouwmeester heeft verplaatst van IJlst naar het vlek Joure, op de Groote- of Buitenwerf van de gunstig bekende firma Sijmon Geerts & Zoon (opm: zie LC 120856). Hij neemt de vrijheid zich ten zeerste aan te bevelen, bijzonder aan degenen, die hem en de ontbonden firma Sijmon Geerts & Zoon met hun vertrouwen tot heden hebben vereerd, zullende hij, door een prompte behandeling zich bij voortduring, dat vertrouwen trachten waardig te tonen.
Joure, 20 mei 1857 Eeltje Holtrop van der Zee


22 mei 1857


 GRC - Groninger Courant

Delfzijl, 19 – 21 mei. Vertrokken TRINETTE, kapt. P.A. Nieland, naar Noorwegen.


23 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gouda, 22 mei. Heden liep met het beste gevolg te water van de werf Het Kromhout van de scheepsbouwmeester D. Borkus het barkschip DE STAD GOUDA, groot 250 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. K.D. Breuning, voor rekening ener rederij onder directie van de heer M. den Breems Jz. te Vlaardingen, bestemd voor de grote vaart, en is onmiddellijk daarna de kiel opgehaald voor een barkschip (opm: GEBROEDERS HOUTMAN) van plm. dezelfde grootte voor dezelfde rederij, gevoerd zullende worden door kapt. C.J. Bax. Het schoonstste weder begunstigde dit feest en een ontelbare menigte was op de been om getuigen te zijn van deze gebeurtenis, voor Gouda niet onbelangrijk, daar dit het eerste schip is, dat hier gebouwd is, voor de grote vaart bestemd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 20 mei. Men vreest hier algemeen, dat kapt. R. de Boer en de drie overigen der bemanning, met het tjalkschip de ALIDA ELIZABETH (opm: smak ALIDA ELISABETH, zie LC 290560) de 23e april van hier naar Londen vertrokken, en waarvan men het naambord heeft gevonden, in de Noordzee zijn gezonken en alzo de dood in de golven hebben gevonden.


24 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 mei. Gisteren is te Vlaardingen van de werf van de scheepsbouwmeester A. Otto met goed gevolg te water gelaten het barkschip ADMIRAAL DE WINTER, groot 300 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. H.H. Uil, voor rekening van de heren E. & S. & C. St. Martin & Co te Rotterdam en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Portsmouth, 21 mei. De Nederlandse schoener WILHELMINA MARIA, kapt. P. Sonneveld, van Antwerpen naar Pernambucq, is alhier lek binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 22 mei. De stoomproeven heden morgen genomen met het stoomfregat WASSENAAR op de rede en in het gat van Texel hebben bij uitnemendheid voldaan en dus de verwachting niet teleurgesteld, die men van de werking der machine koesterde. De WASSENAAR zal nu spoedig naar Vlissingen vertrekken om gekoperd te worden. (opm: ADMIRAAL VAN WASSENAAR, zie NRC ook NRC 260557 en 300557)


26 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 mei. Heden morgen is alhier ter rede gekomen Zr.Ms. stoomfregat WASSENAAR, gecommandeerd door de kapt. luit. ter zee Schokker, vergezeld van Zr.Ms. stoomschip CYCLOOP. Eerstgenoemd schip zal alhier in het droge dok gezet worden om nagezien te worden, waarna het onmiddellijk weer naar het Nieuwe Diep zal vertrekken om voor een buitenlandse reis te worden uitgerust. De CYCLOOP is daarheen heden weder vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 mei. Een poging tot het boven water brengen van het in de haven gezonken stoomschip RAVENSBOURNE is heden wederom mislukt door het springen der kettingen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 25 mei. Heden arriveerde alhier Zr.Ms. schoener VICE ADMIRAAL RIJK, commandant Rusman, van Curaçao.


27 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Simonsbaai, 23 maart. Het Nederlandse schip (opm: fregat) KENAU HASSELAAR, kapt. O. Lindeman, van Batavia naar Rotterdam bestemd, is alhier lek binnengelopen. Het schip heeft veel slecht weder doorgestaan.


28 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 mei. Van de werf van de scheepsbouwmeester J. Pot te Slikkerveer is de 25e dezer met goed gevolg te water gelaten het barkschip CORNELIS ANTHONIE, gevoerd zullende worden door kapt. D.R. Kleve, groot 340 lasten, voor rekening der rederij van de heren De Vletter & Co en bestemd voor de grote vaart.


29 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomvaart tussen Rotterdam en Triëst.
In het laatst der maand juni wordt van Triëst alhier verwacht, om enige dagen later weder derwaarts te vertrekken, het ijzeren schroefstoomschip TRIEST, kapt. A. Hoogendijk Az, zullende de volgende reizen in tijds worden bekend gemaakt. Adres ten kantore van Reuchlin, Moll & Dutilh, Boompjes, wijk 1 no. 101. (opm: eerste vermelding van dit Nederlandse stoomschip; zie ook NRC 280757)


30 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 25 mei. Het te Pekel-A te huis behorende schip (opm: kof) REGINA ELISABETH, kapt. A.B. Verstok, van Newcastle naar St. Petersburg bestemd, is hier gisteren met schade wegens aanzeiling binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 mei. Men leest in de Staats-Courant: Uit de bij het departement van marine binnengekomen rapporten betreffende de beproeving van Zr.Ms. schroefschoener BALI en Zr.Ms. fregat met hulpstoomvermogen ADMIRAAL VAN WASSENAAR is het gebleken, dat de machinerieën van beide die schepen zeer voldoende resultaten hebben opgeleverd.
Met 60 en 62 omwentelingen, een stoomdruk in de ketels van gemiddeld 12 Nederlandse pond en een luchtledig van 25½ à 26 duim, heeft Zr.Ms. schroefschoener BALI, toegeladen op de gemiddelde diepgang en ter rede van Hellevoetsluis beproefd, een vaart behouden van 8¼ mij, hebbende de schroef daarbij een slip van slechts 16%, hetgeen bij een klein houten schip als zeer gering mag aangemerkt worden. De machines werkten zeer zacht en zonder dat ergens de minste heetloping bespeurd werd. De ketels hebben een capaciteit om voor 75 omwentelingen stoom voort te brengen. Het schip ondervindt bij de werking der schroef geen de minste trilling en is zeer gevoelig voor het roer.
De BALI is in allen dele gelijkvormig aan het schroefstoomschip voor de Japanse regering aangebouwd en onlangs derwaarts vertrokken. Neemt men nu in aanmerking, dat uit de rapporten van dat schip, uit Lissabon ontvangen, gebleken is, dat het een volkomen goed zeeschip was, dan bestaat de gegronde hoop, dat Zr.Ms. schoefschoener BALI èn als zeil-, èn als stoomschip volkomen aan zijn bestemming zal beantwoorden.
Ook de machinerie van Zr.Ms. fregat ADMIRAAL VAN WASSENAAR heeft, varende op de rede van Texel, op een zeer voldoende wijze gewerkt. Ontworpen als zeilschip met een auxiliaire (opm: hulp-) stoommachine, heeft dit schip bij de eerste beproeving een vaart van ruim 8 mijlen gelopen. De werktuigen maakten daarbij 56 omwentelingen, met een luchtledig van 25½ à 26 duim, terwijl de slip der schroef 20% bedroeg. Het schip nog ongetuigd, en niet op de vereiste diepgang toegeladen zijnde, zo zal echter de vaart en ook de slip eerst later nauwkeurig kunnen bepaald worden, hoewel de nu reeds verkregen uitkomsten als zeer voordelig te beschouwen zijn.


31 mei 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. Het is ons aangenaam te berichten, dat de stoomwerktuigen van Zr.Ms. schroefschoener BALI en van Zr.Ms. fregat ADMIRAAL VAN WASSENAAR, waaromtrent in ons vorig nommer een zeer gunstig, aan de Staats-Courant ontleend rapport voorkomt, vervaardigd zijn in de fabrieken van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Fijenoord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. Men verneemt, dat op dinsdag de 2e juni e.k. aan de fabriek van stoom- en andere werktuigen van de heren Everdingen, Edward & Co te Delfshaven zal worden te water gelaten de aldaar nieuw gebouwde ijzeren stoomboot AMICITIA, bestemd voor de vaart van Amsterdam op Antwerpen vice versa.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. De vroeger bestaan hebbende dienst tussen Gent en Rotterdam met de stoomboot JACOB VAN ARTEVELDE zal eerstdaags hervat worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. Heden namiddag is met goed gevolg van de werf Koning William van de scheepsbouwmeester A. van der Hoog, op de Kadijk te Amsterdam, te water gelaten het clipper fregatschip genaamd STAD DOCKUM, gevoerd zullende worden door kapt. N. van der Werff, groot 205 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart.


02 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 11 april. Vrachten. Door gebrek aan producten zijn de vrachten voortdurend in lusteloze stemming. Wij hebben aangaande de particuliere schepen de navolgende mededelingen te doen, als Nederlandse: PROVINCIE DRENTHE, om hier en te Soerabaija te laden voor Amsterdam, NLG 52,50. voor rijst en NLG 57,50 voor suiker en NLG 60 voor lichte goederen. PRESIDENT VAN BUREN, alhier voor Amsterdam, NLG 54 voor rijst en NLG 60 voor lichte goederen. ALBRECHT BEYLING, $ 0,30 naar Macao of Hongkong en $ 0,40 naar Shanghai. CORNELIA, te Semarang voor Nederland, NLG 60 voor rijst, NLG 65 voor suiker en NLG 62,50 voor tabak. MARIANNE, NLG 80 van Makassar over Ampenan naar Nederland. CHRISTIAAN HUYGENS te Soerabaija, suiker NLG 65, arak (opm: rijstbrandewijn) NLG 75, huiden NLG 75 en tabak NLG 62,50. EUTERPE te Soerabaija, rijst NLG 60, tabak NLG 62,50, suiker NLG 65 en huiden NLG 72. CALYPSO, te Semarang rijst en tabak NLG 60, suiker NLG 65. VRIJE HANDEL voor rijst en rotting, op de kust te laden naar Hongkong of Macao NLG 15.000 naar Shanghai NLG 2000 verbetering. KOSMOPOLIET, NLG 55 voor rijst, NLG 60 voor suiker en licht goed NLG 80 en NLG 85. TONIA 10.000 picol (opm: à 61,7613 kg) rijst naar China à $ 0,37. ROTTERDAM laadt voor eigen rekening. JAN PIETERSZ. KOEN is tijdelijk voor de kustvaart geëmploieerd, de ADMIRAAL VAN KINSBERGEN laadt te Soerabaija voor China rijst, à $ 0,30 naar Macao, $ 0,35 naar Amoy of $ 0,40 naar Shanghai. BEIJENKORF is in Nederland bevracht à NLG 90. De VIER GEZUSTERS zal denkelijk naar Singapore verzeilen. Zonder bestemming zijn nog de schepen PETRONELLA CATHARINA, JONKHEER VAN DER WALL VAN PUTTERSHOEK, STAD UTRECHT, JAN HENDRIK, CONSTANCE, WILLEM DANIËL, ADMIRAAL JAN EVERTSEN, ANNA LENA en HENDRIKA. Het Nederlands-Indisch schip GENERAAL MICHIELS werd naar China bevracht voor 6 maanden à NLG 4000 per maand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 11 april. Scheepvaart. Het stranden van de LAURENTIUS en EMILIA op de kust van Japara, heeft zich bevestigd (opm: zie JB 140357), de inventaris is geborgen en zal even als het wrak in veiling worden verkocht.
Buitenlandse schepen. Het schip ALGERINE is te koop aangeboden. De COMMODORE is in veiling opgehouden en verzeild naar Singapore. De BLAIR is alhier in veiling verkocht voor NLG 24.000.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Japara, 7 maart. In de avond van de 3e dezer, ongeveer ten 9 ure, is bij donker en buiig weer op het buitenste eiland voor de kust van de hoofdnegerij Japara, gestrand de Nederlandse bark LAURENTIUS EN EMILIE, kapt. A. Knappert, van Samarang naar Soerabaya bestemd (opm: LAURENTIUS EN EMILIA, zie o.a. ook JB 140357). Daar van de bark geen noodschoten gedaan werden, kreeg het bestuur eerst in de morgen van de 4e kennis van het ongeluk. Onmiddellijk werd toen onder de leiding van de fungerende havenmeester J.A.B. Heinneman en de controleur der afdeling Japara, J.H. Hagen, de mogelijke hulp verleend. De bemanning en de passagiers zijn gered. Men is bezig om het mogelijk te bergen, doch vreest dat het schip en een groot gedeelte der lading verloren zal zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juni. Aangaande de schepen FLORA (opm: bark), kapt. A.A. van der Wijk, van Dordrecht naar Hongkong, de 14e oktober (opm: 1856) Straat Sunda gepasseerd (opm: zie o.a. NRC 010757); SARA JANE, kapt. Grumley (opm: waarschijnlijk een buitenlands schip), de 8e oktober (opm: 1856) van Mobile naar Rotterdam vertrokken; EENDRAGT, kapt. Kieviet, van de Zwarte Zee naar het Engelse Kanaal, de 20e november (opm: 1856) Konstantinopel (opm: Istanbul) gepasseerd; MARGARETHA, kapt. Mewes, in december (opm: 1856) van Newcastle naar Malaga vertrokken; HENRICA CHRISTINA, kapt Garrelts, in januari van Triëst naar Rotterdam vertrokken; en ALIDA ELISABETH, kapt. R. de Boer, 25e april van Harlingen naar Londen vertrokken (opm: zie NRC 230557); heeft men sedert niets vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cheribon, 22 maart. Het Engelse schip GIPSY, kapt. Bolton, van Batavia met rijst, kaneel en huiden naar Singapore bestemd, heeft 16 dezer op een blinde klip gestoten en is onmiddellijk daarna gezonken. De equipage heeft zich in de boten gered en is alhier aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaya, 28 maart. De 13e dezer is op de Oosthoek van Madura gestrand het Engelse schip ELISA ANNA, kapt. Eales, van Singapore naar Bali bestemd. Nadat men het vaartuig, twee dagen na de stranding, van de klippen op de daar nevens zijnde zandbank had gebracht, is het op de 17e maart j.l. door de zware stroom naar het nabij zijnde eiland Gilian gedreven en onmiddellijk gezonken. De gezagvoerder en verdere schepelingen, zomede de Chinese passagiers en het gedeelte der lading dat gered is kunnen worden, zijn op de 24e maart van Sumanap (opm: Sumenep) naar Soerabaya overgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab (opm: Sittwe), 7 april. Het alhier gearriveerde Nederlandse schip (opm: bark) CASTOR, kapt. L. Sontag Winkler, is afgekeurd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 14 april. Sedert ons laatste bericht is voor San Francisco bevracht het Nederlandse schip (opm: fregat) EVA JOHANNA, kapt. S. van Bochove, voor $ 19.000 in full, en naar Ningpo (opm: Ningbo) het Nederlandse schip (opm: fregat) NEÊRLANDS INDIE, kapt. G.A. Wagner, voor $ 3.600 in full.

NRC 020657
Hongkong, 14 april. Omtrent het lot der equipage van het Nederlandse schip HENRIETTE MARIA, kapt. Bakker, hetwelk gedeeltelijk verlaten te Singapore werd binnengebracht – zie ons nommer van 29 april – heeft men nog niets naders vernomen. Het schip is te Singapore aan een Nederlandse oorlogsbrik overgegeven en zal van daar naar Batavia gebracht worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 1 juni. Heden is van hier naar Java vertrokken Zr.Ms. stoomschoener BALI.


03 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nyburg, 28 mei. Het schip CATHARINA, kapt. Finck, van Cette (opm: Sète) naar Flensburg, is alhier zwaar lek binnengebracht, hebbende hevig gestoten. (opm: mogelijk Duits schip)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen in de zal op de hoek der Scheepsmakershaven en Bierstraat te Rotterdam op dinsdag 2 juni:
- Het Nederlands gezinkt kofschip NEWA, groot 146 tonnen of 77 lasten; om NLG 7000 opgehouden. (opm: zie volgend bericht)
- Het Nederlands schoener-kofschip de EERSTELING, groot 89 tonnen of 47 lasten; om NLG 3225 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 28 juni. Ten gevolge van de weersverandering heeft men verder niets van het alhier gestrande stoomschip MAAS kunnen redden, maar zodra het weder bedaart, gaan de lichters opnieuw uit (opm: zie NRC 260657).


04 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juni. Het Nederlands gezinkt kofschip NEWA, groot 146 tonnen of 77 lasten, gisteren in veiling opgehouden, is later uit de hand verkocht.


05 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 3 juni. Heden middag kwam hier ter rede, komende van Batavia, Zr.Ms. fregat PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, commandant J. Spanjaard.


06 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 3 juni. De Nederlandse bark PADANG, kapt. M.W. Zwart, van Cardiff naar Hongkong, is alhier binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juni. De korvet PALLAS wordt met de 6e dezer buiten dienst gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Adra (opm: 36º45’ N.B. 3º2’ W.L.), 20 mei. Het schip JOHANNES, kapt. Voogdt, van Newcastle naar Triëst, is op 5 mijlen afstands van deze plaats lek op strand gezet. De lading is gelost.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.S. Oolgaardt en H.J. Gallenkamp, makelaars, zullen op maandag de 22e juni 1857, des avonds ten zes ure, ten overstaan van de deurwaarder J. du Pont Noordbeek, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen: Een extra ordinair welbezeild overdekt hek-tjalkschip (opm: binnenvaarder), varende onder Nederlandse vlag, genaamd de VROUW JOHANNA, gevoerd door kapt. Hinderik Arends, volgens meetbrief groot 76 tonnen.
Breder bij biljetten omschreven en bericht bij bovengemelde makelaars.


  JB - Javabode

Japara. In de morgen van de 20e mei is tussen Tajoe (opm: Tayu) en Oedjoeng Loempoer, op ongeveer twee vademen water, gestrand de Nederlands Indische bark FATHOOL HAIR, ook genaamd BIENTANG SEMBILAN, gezagvoerder Sech Mohamat bin Ambach Bahaloewan, groot ruim 200 lasten en te huis behorende te Samarang. Dit vaartuig was beladen met 220 kojangs (opm: à 30 pikol van 61,7613 kg elk) gouvernements zout, bestemd van Sumanap naar Semarang. Door het bestuur zijn van uit Djawana de aldaar gestationeerde Kruisboot No. 9, benevens 18 praauwen ter hulp naar Tajoe gezonden. Men verwacht dat het schip dat op geen gevaarlijke plaats is vastgeraakt weder vlot zal worden.


07 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 juni. Het schip GESINA, kapt. Albers (opm: mogelijk geen Nederlands schip; zie ook NRC 090657), is volgens bericht van Emden van de 27e mei, de 6e april bij Tonnela, in de Golf van Mexico gestrand, doch het volk gered. (opm: zie ook NRC 050857; dit schip behoort met vrij grote zekerheid in één van de Duitse staten thuis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 1 juni. De Nederlandse kof JACOBA CORNELIA, kapt. Orsel (opm: JANTINA CORNELIA, kapt. G.J. Orsel), van Torbay naar Londen, is in het Engelse Kanaal verongelukt. De bemanning is gered.


08 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 11 april. Nopens het voorgevallene met het schip HENRIETTA MARIA (opm: bark HENRIETTE MARIA) – zie ons nommer van 29 april – deelt de Javasche Courant de volgende bijzonderheden mede: De 6e maart arriveerde te Singapore de Nederlandse bark HENRIETTA MARIA, van Rotterdam, laatst gevoerd door kapt. G.W. Bakker, doch te Singapoera aangebracht door de heer Crawford, eerste stuurman van het Noord-Amerikaanse schip COEUR DE LION. Uit de verhoren van de lieden aan boord van dat schip, is voorlopig het volgende in substantie gebleken: De 8e februari j.l. verliet de HENRIETTA MARIA Macao, aan boord hebbende 318 Chinese koelies, bestemd naar Havana. In de morgen van de 12e februari maakten de koelies oproer en overmanden de equipage. De kok sprong onmiddellijk overboord; de kapitein met de overige equipage werd belet zich naar het dek te begeven. De tolk van de Chinezen riep de kapitein toe, dat hij al de wapens aan hen moest overgeven, daar zij anders de op het dek zijnde equipage en ook de overigen zouden vermoorden. De wapens overgegeven zijnde, kwam alles weer tot rust, doch de kapitein moest, op last van de Chinezen, het roer in handen nemen en naar het land sturen, en eerst toen zij hierin vertrouwen stelden, mocht de kapitein het roer overgeven aan een van zijn stuurlieden. De volgende dag een groot eiland onder wal van Cochin-China in het zicht krijgende, gaven de Chinezen hun verlangen te kennen om daar aan wal gezet te worden. Nabij dat eiland gekomen zijnde, gingen de bootslieden met nog vier man van de equipage, benevens de tolk en twee Chinezen, ter verkenning aan de wal. De HENRIETTA MARIA ankerde daarna op korte afstand van het eiland, doch de Chinezen, daarmee niet tevreden en nog dichterbij willende liggen, lieten de kapitein het anker weer lichten en voldeed aan hun verlangen. De volgende ochtend kwam de tolk met een sampam alleen aan boord terug, zeggende dat hij de sloep met de anderen reeds had terug gezonden. Echter werd later noch van die sloep noch van die bemanning iets vernomen. Nu werd er ten aanhore van al de Chinezen iets in de Chinese taal voorgelezen, waarna allen aan wal wilden gaan. Een tweehonderdtal ging ook hiertoe over, medenemende de kapitein en het merendeel van de equipage, en daartoe gebruik makende van de scheepssloepen, de grote boot en van boten van de wal. Van de equipage bleven alleen aan boord de matrozen H. Proll, J. Harrison en J.J. Dickman en de lichtmatroos G. van Lindt. De Chinezen die aan boord gebleven waren, waarschijnlijk omdat zij geheel van geld ontbloot waren uitten hun verlangen om te verzeilen. Men ging dus onder zeil, onbepaald koers stellende, doch het meest Z.W, in de hoop van een schip in zicht te zullen krijgen. Na aldus vijf dagen gemanoeuvreerd te hebben, zag men het Amerikaanse schip COEUR DE LION, dat men, door bij te draaien en een sjouw te laten waaien (opm: een in het midden samengebonden natievlag als visueel noodsein), om assistentie vroeg. De kapitein van de COEUR DE LION, genaamd G.W. Tucker, kwam daarop aan boord van de HENRIETTA MARIA en gaf enige inlichtingen omtrent de te sturen koers, om Singapoera te bereiken, waarna hij naar zijn schip terugkeerde. Enige ogenblikken later zond hij echter een boot met de stuurman, de heer Crawford, een passagier, de heer Chandler, benevens twee matrozen tot assistentie. De stuurman nam het commando over de HENRIETTA MARIA op zich en bracht het schip te Singapoera, alwaar onmiddellijk door de betrokken magistraat verhoren van de opvarenden zijn afgenomen. Gedurende de overtocht naar Singapoera hebben de Chinezen nog een hunner overboord geworpen. De HENRIETTA MARIA, met de nog overgebleven bemanning en Chinezen, is van Singapoera afgehaald door Z.M. Brik DE HAAI en wordt spoedig hier verwacht. (opm: zie ook NRC 100657)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 6 juni. Gisteren nacht is in de Eijerlandse Gronden gestrand en gezonken de Engelse schoener GARLAND, kapt. Downey, van Charlestown naar Hamburg. De bemanning is gered.


09 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 juni. De inventaris van de Engelse schoener GARLAND, kapt. Downey, van Charlestown naar Hamburg, 5 dezer in de Eijerlandse gronden gestrand, is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Embden (opm: Emden), 27 mei. Het schip GESINA, kapt. Albers, is de 6e april bij Tonela, in de Golf van Mexico gestrand, doch het volk gered (opm: zie NRC 070657)


10 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juni. Uit een particulier schrijven van Hong-Kong, d.d. 24 april, vernemen wij dat aldaar met de Engelse brik TUBAL CAIN, kapt. Slagett zijn aangekomen vijf man van het vermiste gedeelte van de equipage van het schip HENRIETTE MARIA, kapt. G.W. Bakker (opm: zie NRC 080657), welke bodem op de reis van Macao naar Havana, zoals vroeger gemeld, door de koelies overrompeld en waarvan de kapitein, een gedeelte van de equipage met een zeker aantal koelies, gelijk uit de verklaringen dienaangaande moet opgemaakt worden, op Cochin China aan wal gezet. Uit het relaas van een der geredden blijkt alleen maar, dat zij, toen het oproer uitgebroken en het schip onder de wal ten anker gebracht was, op last van de kapitein, in de giek (opm: type boot) naar de wal zijn geroeid, met zich mede nemende zeven Chinezen. Daar gekomen zijnde, gebood hun de tolk, die zich onder het zevental bevond, weer naar boord te gaan en hen de volgende morgen te komen halen. Door de sterke stroom konden zij hun schip echter niet bereiken en dreven naar een rots, waar zij drie dagen zonder voedsel hebben omgezworven, totdat zij de vierde dag door een paar Chinezen ontdekt werden, die hen van voedsel voorzagen. De volgende morgen echter berichtte hun een der Chinezen, dat zij door een honderdtal mannen vervolgd werden, waarop zij naar een andere schuilplaats de wijk namen. Om hun ongeluk te voltooien, sloeg de zesde dag de boot om en konden zij slechts met de uiterste krachtsinspanning, al zwemmende de wal, en na een voetreis van vier uren, een Chinees dorp bereiken. Aldaar werden zij gedurende zeven dagen zeer gastvrij onthaald, totdat zij met bovengemeld schip gelegenheid vonden naar Hongkong over te komen. De geachte schrijvers sluiten hun brief met de volgende zinsneden: “De TUBAL CAIN kwam hier aan de 17e dezer en volgens kapt. Slagett, zou de HENRIETTA MARIA eerst geankerd zijn geweest, in of bij de Comeringe Bay. De vijf mannen kwamen aan Cape Padaran eerst terecht en waren door hem gevonden aan Point de Ghalen, hetgeen zuidelijk van de beide plaatsen ligt; bijgevolg zouden wij bijna veronderstellen, dat, indien kapt. Bakker met de overigen van de manschappen niet in de golven verongelukt of door de koelies vermoord zijn, zij misschien nog zuidelijker terecht zijn gekomen. Wij hebben alle hoop, dat hij met de overblijvenden nog in het leven zal zijn. Is dit zo, dan twijfelen wij niet of zij zullen hier kunnen aankomen, zodra de zuid-west moeson begint. Als de Chinese jonken, die gewoonlijk in deze tijd van het jaar van daar aankomen, zullen wij uitzien of kapt. Bakker en de andere manschappen daar aan boord zijn. Wij zullen ons zeer verheugen, indien wij dit spoedig aan u kunnen melden. De namen van de geredden zijn: W. Delgman, bootsman; Heinrich Eigler, Adrian Brandt, Hendrikus van Amerzoden en Thomas Braun.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Point de Galle (opm: Galle, Sri Lanka), 13 mei. Het alhier ter rede liggende schip (opm: bark) COMMERCIE COMPAGNIE, kapt. H.J. Horn, is in een storm driftig geraakt en onklaar aan het Engelse schip HARRIET gedreven, waardoor beide schepen schade bekomen hebben.


11 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juni. Wellicht zal het enige van onze lezers niet onbelangrijk voorkomen een korte opgave van de reizen van het dezer dagen binnengekomen Nederlandse oorlogsfregat PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN te bekomen, te meer omdat die reizen zeer belangrijk waren en gedeeltelijk zeldzaam voorkomen. Het fregat de 1e september 1851 in dienst gesteld, zeilde de 22e november van de rede van Vlissingen, deed Montevideo op de Rio de la Plata aan, waarna het rond Kaap Hoorn stevende en de 24e februari 1852 te Valparaiso arriveerde. Van Valparaiso de 8e maart vertrokken, werden de volgende plaatsen op de Westkust van Zuid-Amerika aangedaan: Coquimbo, Caldera, Arica en de Chinca-eilanden; de 5e april viel het anker voor Callao, de haven van Peru's hoofdstad Lima, waarna het fregat de 12e april deze plaats wederom verliet, de rivier van Guayaquil bezocht, om daarna weer rond Kaap Hoorn af te zeilen, Rio de Janeiro aan te doen en naar het vaderland terug te keren, alwaar het de 28e september binnenviel. Het schip voor een nieuwe reis gereed gemaakt zijnde, vertrok de 24e januari 1853 naar Batavia, deed de Kaapstad aan en kwam de 19e mei ter bestemde plaatse. Na enige reisjes in Nederlands Oost-Indië vertrok het fregat de 1e april 1854 naar Callao op Zuid-Amerika's westkust, deed Sydney en Isley aan en liet de 19e juli te Callao het anker vallen. De 21e augustus nam het fregat de terugtocht naar Nederlands Oost-Indië aan en kwam de 3e december te Macassar, hebbende op dit traject de Sandwich Eilanden bezocht, met name de hoofdplaats Honolulu. Van nu aan deed het fregat wederom dienst in Nederlands Oost-Indië, tot de 28e januari 1857, als wanneer de terugtocht naar het vaderland werd aangenomen; het bezocht de Kaapstad en liet de 3e juni l.l. het anker vallen in de vaderlandse grond. Aldus heeft Zr.Ms. fregat PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN op gemelde tochten twee reizen rond de aarde volbracht. Behalve de trajecten in Oost-Indië, zijn circa 21.000 geografische mijlen afgelegd, ongeveer drie malen de omtrek van de aardbodem.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G.J. Roland Holst en A. Roland Holst, makelaars, zullen op maandag de 29e juni 1857, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de deurwaarder Bastiaan Farret, verkopen het ijzeren rader-stoomschip, WEST-FRIESLAND, laatst gevoerd door kapt. G.E. Swart. Lang volgens meetbrief 47,30 Nederlandse ellen; wijd 5,20 Nederlandse ellen; hol 3,31 Nederlandse ellen en alzo gemeten op 270 tonnen of 143 lasten, na aftrek van de machinekamer. Gemeld stoomschip is voorzien van twee balans-machines en tubulaire ketel, inhoudende 210 ijzeren vlampijpen. Wijdte van de cilinders 31 Engelse duimen, lengte van de slag 43 Engelse duimen. Het stoomschip in het jaar 1854 te Kampen gebouwd, ligt in het Ooster-Dok voor Zeemanshoop, en is inmiddels uit de hand te koop. Te bevragen bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 1 april. Het Nederlandse schip (opm: bark) PAUL JOHAN, kapt. D. Hulzinga, is alhier lek van Samarang aangekomen.


12 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 juni. Het schip (opm: kof) HUNSINGO, kapt. A.E. Oostema, met rogge van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Groningen, is de 9e juni met verlies van ankers en kettingen door het schip EMKIENA, schipper Loots, te Zoutkamp binnengesleept en in de haven gehaald. Men had rogge gepompt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bayonne, 6 juni. De Nederlandse kof EENDRAGT, kapt. R.K. de Boer, van Bayonne naar Cardiff, is bij vertrek van eerstgenoemde plaats gestrand. Men hoopt het schip vlot te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tafelbaai, 21 april. Het schip LOURENS KOSTER (opm: bark LAURENS KOSTER), kapt. M. Koenen, van Banjoewangie naar Schiedam, alhier met schade binnengelopen, heeft weinig geleden; van de lading zijn 1376 balen koffie en 230 kranjangs (opm: krandjang, gevlochten mand van bamboe als verpakking) suiker beschadigd verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. B.D. Bosscher en E.G. Bosscher, makelaars zullen ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte op maandag de 22e juni 1857, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip, genaamd NEHALENNIA, gevoerd door kapt. R. Grivel, varende onder Nederlandse vlag, volgens meetbrief lang 38 ellen 85 duimen, wijd 7 ellen 44 duimen, hol 6 ellen 16 duimen en alzo gemeten op 791 tonnen of 418 lasten. Het schip ligt in het Oosterdok te Amsterdam. Iemand inlichting begerende, vervoege zich bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon.


13 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 juni. De Nederlandse smak FENNECHIENA, kapt. J.F. Peper, van Burnt Island met ijzer naar Rotterdam, is de 10e dezer bij Zandvoort gestrand en zal met de lading weg zijn. Het volk is gered en men is bezig de inventaris te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 juni. Heden is van de fabriekswerf van de heren Gebr. Schutte alhier met goed gevolg te water gelaten het ijzeren clipper-brikschip PROFESSOR SURINGAR, groot 150 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart. Het schip is gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer P. Carst Janzn. Het zal gevoerd worden door kapt. J.H. Sneltjes.
Onmiddellijk daarna is de stapeling gelegd voor een ijzeren barkschip, groot 250 lasten, FERDINAND EN LOUIS genaamd. Dit schip zal gebouwd worden voor rekening van de heer F.R.P. Victor.


14 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men schrijft aan de Utrechtsche Courant, dat de WASSENAAR waarschijnlijk niet voor 1 juli in dienst zal komen. Dat vaartuig gaat met de GRONINGEN, waarop Z.K.H. de prins van Oranje zich zal bevinden, naar de Middellandse Zee. Voorlopig is op de WASSENAAR reeds geplaatst als kommandant de kapitein ter zee jhr. H.J.L.T. de Vaynes van Brakell.
De GRONINGEN zal worden gekommandeerd door kapt. luit. J.D. Wolterbeek.
Het te Hellevoetsluis liggende stoomschip GEDEH wordt met de 1e juli in dienst gesteld, onder bevel van de kapt. luitenant ter zee B.H. Staring, met bestemming naar Oost-Indië. Het te Nieuwediep liggende fregat PRINS ALEXANDER DER NEDERLANDEN, kommandant kapitein ter zee W. Steffens, wordt met de 20e dezer buiten dienst gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 12 juni. Heden is met het beste gevolg te water gelaten het alhier op de werf Dammes-Erve, toebehorende aan de heren S. Van Gijn & Zoon, gebouwde brikschip CERES, groot 106 gemeten lasten, voor rekening van de heer C. Kwak te Zwartewaal, zullende gevoerd worden door kapt. P. Meuldijk.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 13 juni. Het Nederlandse schip WILLEMTINA, laatst gevoerd geweest door kapt. H.W. Glim, hetwelk de 8e mei l.l. door de Engelse brik MARS is de grond is gezeild, is heden vlot gekomen en alhier in de haven gebracht. (opm: zie NRC 090557 en 190557)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Op heden de 11e juni 1857, ten verzoeke van Elizabeth Wilhelmina Willebrand-van der Kolff, heb ik ondergetekende Daniel Hendrik Corne, deurwaarder bij de Arrondissements Rechtbank te Rotterdam, voor de eerste maal gedagvaard: Jacob van der Kolff Willemszoon, kapitein, gevoerd hebbende het schoener-hoekerschip, genaamd MAARTJE CORNELIA, destijds wonende te Rotterdam, doch wiens tegenwoordig verblijf is onbekend, om op woensdag de 16e september 1857, te verschijnen ter terechtzitting van de Arrondissements Rechtbank te Rotterdam, ten einde:
- Aangezien de gedaagde destijds wonende te Rotterdam, als kapitein van het koopvaardij schoener-hoekerschip genaamd MAARTJE CORNELIA, behorende aan de heer Klaas Dorsman, reder te Maassluis, de 25e december 1849 is in zee gezeild naar Newcastle in Groot-Brittanje en verder zonder volmacht tot het waarnemen zijner zaken gegeven of order op het beheer derzelve gesteld te hebben;
- Aangezien ten gevolge van de hevige stormen in de Noordzee dat vaartuig in de nacht van 27 op 28 december 1849, waarschijnlijk uit deszelfs koers geworpen zijnde, op de buitengronden van Texel is verbrijzeld en op de laatstgemelde datum aan het Nieuwediep aangespoelde wrakken en geringe overblijfselen van dat vaartuig de zekerheid gaven, dat èn schip èn volk in die noodlottige nacht geheel zijn vergaan;
- Aangezien ook later geen berichten meer van dat vaartuig of deszelfs bemanning zijn binnengekomen;
- Aangezien het dus vermoedelijk is dat de gedaagde bij die ramp in de nacht van 27 op 28 december 1849 is overleden;
- Aangezien het dus blijkt, dat de man van de eiseresse, met wie zij de 1e mei 1839 is gehuwd, heeft behoord tot de bemanning van het schip, waarvan gedurende meer dan drie jaren geen berichten zijn ingekomen;
- Aangezien op grond daarvan de eiseresse verlof heeft gevraagd en bekomen om haar afwezige echtgenoot bij openbare dagvaardingen op te roepen, ten einde daarna, bij zijne niet verschijning van de rechter te verzoeken, dat deze zal verklaren dat er rechtsvermoeden van de gedaagdes overlijden bestaat sedert de 29e december 1849 en aan haar eiseresse verlof verlenen tot het aangaan van een ander huwelijk;
hetzij in persoon, hetzij door iemand van zijnentwege, van zijn aanwezen te doen blijken.
D.H. Corne, deurwaarder
(opm: sterk bekort)


15 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Port Natal, voor passagiers en goederen het nieuw gebouwd en gekoperd Nederlandse brikschip AGANIETA ADRIANA, kapitein P. Verschuur, om vermoedelijk in de loop van augustus te vertrekken. Dit schip is uitmuntend ingericht tot de overvoer van passagiers 1ste, llde en lllde klasse. Adres Wambersie & Crooswijck. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 13 juni. Heden morgen kwam hier binnen Zr.Ms. schoener ATALANTA, commandant Hackstroh, terugkerende van de voorgenomen reis naar de haringvloot wegens het breken van de fokkemast hetgeen, naar men zegt, aan het slingeren van het vaartuig ten gevolge van de hevige wind is toe te schrijven.
Heden middag is Zr.Ms. fregat DOGGERSBANK van de rede in de haven gekomen. Men verwacht, dat deze bodem spoedig buiten dienst zal worden gesteld.


16 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij beschikking van 12 juni 1857, is aan J.C. Andriessen te Rotterdam in verband met de Nederlands-Belgische overeenkomst van 24 april 1851 (Ned. Staatsblad no. 88), onder zekere bepalingen, vergunning tot wederopzegging verleend voor een geregelde stoombootdienst met één of meer schroefboten tot vervoer van reizigers, allerlei goederen en vee van Rotterdam op Gent (in België) en tussen gelegene plaatsen, heen en terug, over het Nederlandse gedeelte des kanaals van Terneuzen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 15 juni. Heden is van hier naar Batavia vertrokken het schip (opm: bark) WILLEM DE ZWIJGER, kapt. W.L. v.d. Dries. (opm: eerste reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop een hecht, sterk en welbezeild schoenerschip, varende onder Nederlandse vlag, groot circa 60 roggelast, 3/4.2.1. bij Veritas geclassificeerd. Liggende te Rotterdam, te bevragen bij de scheepsmakelaars Chs. Cornelder & Zonen aldaar, of A. Spekman te Amsterdam.


17 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 juni. Z.M, een vernieuwd blijk willende geven van belangstelling in de zeemacht en van de erkenning der diensten in den jare 1832 door haar bewezen en wensende die diensten, ook in latere tijden, bij de zeemacht in levendige herinnering te doen blijven, heeft besloten de op ’s Rijks werf te Amsterdam in aanbouw zijnde schroefstoomschepen der 2e klasse DORDRECHT en LEEUWARDEN voortaan de naam te doen voeren van CITADEL VAN ANTWERPEN en VICE ADMIRAAL KOOPMAN. Achter in de spiegel van het schroefstoomschip de CITADEL VAN ANTWERPEN zal de medaille, ingesteld bij Koninklijk besluit van 31 mei 1833, no. 122, worden uitgehouwen.


18 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 13 juni. Het schip OOSTZEE – zie onze nommers van de 15e en 16e dezer – is na ontlossing van enige rogge vlot gekomen. Het schip ligt op de buitenrede van Kopenhagen om het geloste weder in te nemen en zal dan de reis vervolgen.


19 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 15 juni. Het schip WILLEM ERNST, kapt. H.D. Visser, van Hartlepool naar Odessa, is alhier lek binnengelopen. (opm: de bark, ex-fregat, bouwjaar 1829 werd afgekeurd en verkocht, vermoedelijk aan een sloper)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lysekil, 11 juni. Het Nederlandse kofschip JEANNE MARIE, kapt. J.L.C. Kolle, van Antwerpen naar de Oostzee bestemd, heeft eergisteren in een zware storm het ganse tuig verloren en is hier gisteren door een loodsvaartuig binnengehaald. De bemanning en de romp van het schip is in goede staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notarissen Van der Hoop en Reepmaker, residerende te Rotterdam, zijn voornemens op dinsdag de 23e juni 1857, des namiddags ten 1 ure in het notarishuis aldaar te verkopen:
- 5/60 Aandelen in het Nederlands barkschip HERMAN, kapitein M. van Veldhoven, boekhouder de heer N.A. Koning te Rotterdam, groot 338 lasten, thans op reis naar Java, bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij.
- 4/32 Aandelen in het Nederlands barkschip CATHARINA MARIA, kapt. G.L. Gortmans, boekhouder de heer Joost van Vollenhoven, gemachtigden de heren van Overzee & Co te Rotterdam, groot 344 lasten; thans op reis naar Java, bevracht door Nederlandsche Handel-Maatschappij.
- 2/60 Aandelen in het Nederlands barkschip JOAN, kapt. C. la Seur, boekhouders de heren van Overzee & Co te Rotterdam, groot 363 lasten; thans in lading liggende naar de Kaap de Goede Hoop.
- 2/32 Aandelen in het Nederlands barkschip AUSTRALIË, kapt. J.C. Harten, boekhouders de heren Hoogewerff & Chabot te Rotterdam, groot 321 lasten; thans op reis naar Manilla.
- 2/66 Aandelen in het Nederlands barkschip WILHELMINA CATHARINE, kapt. N.M. Oudshoorn de Groot Stiffrij, boekhouder de heer Jhr. J.L. de Jonge te Zierikzee, groot 388 lasten; thans op terugreis van Soerabaija naar Amsterdam.
Nadere inlichtingen zijn te bekomen ten kantore van de genoemde notarissen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een sterk en goed onderhouden tjalkschip (opm: vermoedelijk binnenvaarder) met staand en lopend want, groot 48 tonnen, met uitmuntende inventaris.
Te bevragen en te bezichtigen bij J.J. Groeneveld, Mr. Scheepmaker, te Zevenbergen.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een overdekt Veerschip en een zes-tons Praam, beide in beste staat, bij S.A. Nieuwland te Deinum.


20 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 juni. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende 22 schepen:
Voor Rotterdam: PRINS VAN ORANJE, kapt. J. Hensing; PANTALON, kapt. J.A. Bruijnseels; CONSTANTIA, kapt. E. Vonck; PRINSES AMALIA, kapt. L.W. van Rijn van Alkemade; ALLEGONDA JACOBA, kapt. B.J. Deurholt; LOUIS MEIJER, kapt. O. Hazewinkel.
Voor Amsterdam: GEZINA, kapt. P. Burggraaff; ANTOINETTE SERAPHINE, kapt. A. Viëtor; NASSAU, kapt. E. Virginius; PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN, kapt. C.C. de Wit; ANNA EN ELISE, kapt. C.J. Jaski; MARGARETHA SIMONETTHA, kapt. F.J. Hoffman; CORNELIA EN HENRIËTTE, kapt. S. van der Meij; DINA, kapt. J.L. de Haan; OUDERKERK AAN DE AMSTEL, kapt. D.H. Kramer; TWEE GEBROEDERS, kapt. J.D. Swart; NIEUWLAND, kapt. A. Bennik; SUSANNA, kapt. C.J. Kaleshoek (de vijf laatste van Rotterdam).
Voor Schiedam: WILLEM III, kapt. C. v. d. Burg.
Voor Middelburg: WEST-KAPELLE, kapt. M. Rooderkerk Jzn; PAULINE, kapt. B.J. Post; MARINUS WILLEM, kapt. P. van Duijn.


  JB - Javabode

Menado. In de namiddag van de 18e juni is het ter rede liggende schip (opm: fregat) OCEAAN, kapt. K.H. Leonhardt, door een plotseling invallende westenwind en hoge zee van zijn ankerplaats gedreven en in de nacht daarop op het strand geslagen. Het schip bevindt zich in een reddeloze toestand en zal, als het in elkander blijft, vermoedelijk moeten gesloopt worden. Een hoeveelheid van 4050 pikols gouvernements-koffij was bereids in het schip geladen. Zodra weder en zee zulks toelaten, zou voor de lossing en berging der koffij onverwijld het nodige worden verricht. Men meent echter, dat een groot gedeelte van de koffij door het zeewater beschadigd zou zijn, daar het schip bij het stranden een lek heeft bekomen.


  JB - Javabode

Japan. Het Japanse stoomschip KWANG-KO MAR (vroeger de SOEMBING) ondernam in de morgen van de 20e maart j.l. met een uitsluitend Japanse bemanning en met de directeur der Japanse marine aan boord, de reis van Decima naar Jedo (opm: of: Edo; oude namen voor Tokyo). Op de wijze, waarop het stoomschip de haven van Decima verliet, en op het manoeuvreren viel hoegenaamd niets aan te merken. Van zijn aankomst te Jedo zou de directeur voornoemd dadelijk bericht zenden aan de Nederlandse commissaris.


21 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 19 juni. Heden wordt Zr.Ms. fregat PRINS ALEXANDER buiten dienst gesteld. Gezegd fregat zal aan ’s Rijks werf alhier belangrijke vertimmeringen ondergaan.


22 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 juni. Heden middag ten 3 ure is van hier vertrokken Zr.Ms. schroefstoomschip GRONINGEN, gebouwd voor rekening van het departement van marine op de werf van de heer Fop Smit en waarvoor de werktuigen van 250 paardenkrachten (nominaal) aan de fabriek der Nederlandse Stoomboot-Maatschappij te Fijenoord zijn vervaardigd. De fraaie vorm van dit oorlogsschip met de doeltreffende inrichtingen hebben de aandacht van een ieder getrokken. Dit vaartuig is ten 4½ uur op de Kanaalhaven te Nieuwersluis aangekomen, om naar Vlissingen te vertrekken en daar voor de verdere dienst gereed gemaakt te worden. Wij vernemen dat de GRONINGEN met de 1e juli in dienst gesteld en zo spoedig mogelijk een tocht naar de Middellandse zee ondernemen zal, met verdere bestemming naar Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op heden, 13 juni 1857 ten verzoeke van Johanna of Jannetje de Goede, wonende te Vlaardingen, echtgenote van Nicolaas Schepp, heb ik Jacob Voorrips, deurwaarder bij de Arrondissements Rechtbank te Rotterdam, gedagvaard Nicolaas Schepp, echtgenoot van requirante, gewoond hebbende te Vlaardingen, om ter terechtzitting dezer Rechtbank te verschijnen, ten einde:
- Aangezien de gedaagde op 13 december 1851, toen dienende als stuurman aan boord van het Nederlands hoekerschip genaamd de TWEELINGEN, gevoerd door kapt. Willem Schepp, de rede van Hellevoetsluis verlaten heeft, met hetzelve vaartuig koers zettende naar Falmouth, alwaar het enige dagen later is binnengevallen en die rede op de 24e december daaraanvolgende wederom heeft verlaten.
- Aangezien dat vaartuig weinige dagen daarna in het Engels Kanaal is overzeild en onmiddellijk gezonken, waarbij de gehele bemanning een prooi der golven is geworden.
- Aangezien er vier jaren zijn verlopen sedert dat het laatste bericht van zijn aanzijn of overlijden is ingekomen.
- Aangezien de eiseresse is procederende tot het bekomen van verlof om een ander huwelijk aan te gaan.
Te doen blijken van zijn aanzijn. (opm: zie NRC 090352 en 190257)
Rotterdam, 13 juni 1857 J. Voorrips
(opm: sterk bekort)


23 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 22 juni. Heden arriveerde alhier van Texel Zr.Ms. wachtschip RHIJN, gesleept door Zr.Ms. stoomboot CYCLOOP.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te koop een te Medemblik in aanbouw zijnd schoenerschip, groot plm. 110 gemeten lasten. Te bevragen bij de scheepsbouwmeesters Tinkelenberg & Zonen, aldaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 20 juni. Nadat men sinds enige weken en na verschillende mislukte proeven, ontzettende toebereidselen had gemaakt om de alhier voor de Westerhaven gezonken Engelse stoomboot RAVENSBOURNE boven water te brengen, nadat men 23 kettingen, wier verbazende kracht men bevorens had onderzocht, met ongelofelijke inspanning onder water gebracht en om het gezonken schip aangebracht had, zodat het als het ware in een net van reuzenschalmen hing, twijfelde men niet meer aan de goede uitslag en werd heden het werk der lichting opnieuw beproefd. Even als vroeger doken twee grote stoomboten en vier bombardeerboten met de neus in het water, zodat de achterstevens geheel watervrij waren en ….. daar deed zich een rammelend gekraak en dof gerommel horen, als bij het instorten van rotsgewelven; de stoom- en vaartuigen, vrij van de ijzeren boeien die hen nederwaarts trokken, rezen trillend in de hoogte; de kettingen waren gebroken en alle menselijke krachtsinspanning was totaal mislukt. Men gelooft dat dit de laatste proef zal zijn en daar de lichting tot heden onmogelijk schijnt, wordt dit in het belang der stad als hoogst wenselijk beschouwd, daar het voor schepen, die in of uit de haven zeilen moeilijk wordt zonder averij de zware stoomschepen en bombardeergaljoten die het gezonken vaartuig omringen te mijden, hetwelk vooral bij duister weder of harde wind zeer gevaarlijk wordt en de vaart, zo al niet stremt, voor het minst zeer bemoeilijkt.


  LC - Leeuwarder Courant

Bij vonnis der Arrondissements-Regtbank te Sneek van 17 juni 1857 is Douwe Douwes van der Werf, scheepstimmerman wonende te Sneek, wegens zwakheid van verstandelijke vermogens, op eigen verzoek, gesteld onder curatele.


24 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 juni. Gisteren avond half zes ure is met het beste gevolg aan de werf van de heren Hoogendijk & Co aan het Kralingsche Veer te water gelaten het brikschip AGANITA ADRIANA, groot plm. 150 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. P. Verschuur, en gebouwd voor de rederij der heren R. van Burgen & Co alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen. In het notarishuis aan de Gelderse Kade te Rotterdam, dinsdag 23 juni.
- 1/60 Aandeel in het Nederlandse barkschip, HERMAN, kapt. M. van Velthoven, boekhouder de heer N.A. Koning te Rotterdam, groot 338 lasten; thans op reis naar Java, bevracht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Voor NLG 1200 verkocht.
- Een dito aandeel. Voor NLG 1200 verkocht.
- Drie dito aandelen. Voor NLG 1250 verkocht.
- 4/32 Aandelen in het Nederlands barkschip CATHARINA MARIA, kapt. G.L. Gortmans, boekhouder de heer Joost van Vollenhoven, gemachtigden de heren van Overzee & Co, te Rotterdam, groot 344 lasten; thans op reis naar Java, bevracht door de Nederlandsche Handel Maatsachappij. Voor NLG 5300 verkocht.
- 1/60 Aandeel in het Nederlands barkschip JOAN, kapt. C. la Seur, boekhouders de heren van Overzee & Co te Rotterdam, groot 363 lasten; thans in lading liggende naar de Kaap de Goede Hoop. Voor NLG 800 verkocht.
- Een dito aandeel. Voor NLG 750 verkocht.
- 1/32 Aandeel in het Nederlands barkschip AUSTRALIË, kapt. J.C. Harten, boekhouders de heren Hoogewerff en Chabot te Rotterdam, groot 321 lasten; thans op reis naar Manilla. Voor NLG 1200 verkocht.
- Een dito aandeel. Voor NLG 1225 verkocht.
- Twee 1/66 Aandelen in het Nederlands barkschip WILHELMINA CATHARINA, kapt. N.M. Oudshoorn de Groot Stiffrij, boekhouder de heer Jhr. J.L. de Jonge te Zierikzee, groot 388 lasten; thans op terugreis van Soerabaija naar Amsterdam. Elk voor NLG 500 verkocht.


  AH - Algemeen Handelsblad

Delfzijl, 19 juni. Binnengekomen TRINETTE, kapt. Vink (opm: kof, kapt. Rudolphus Gerardus Finke), van Noorwegen.


26 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juni. Aan de werf van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel is heden namiddag ten twee ure met goed gevolg te water gelaten het voor rekening van de te Antwerpen gevestigde Société Belge de Bateau à Vapeur entre la Belgique et l’Amerique du Sud, tweede gebouwde schroefstoomschip, genaamd LISBONNE, bestemd voor de vaart van Antwerpen op Rio-Janeiro.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 24 juni. Het Nederlandse schip WILLEM ERNST, kapt. Visser, van Hartlepool naar Odessa bestemd, hetwelk de 15e dezer alhier binnenliep om een lek te stoppen, is nagezien en moet lossen om de geleden schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 24 juni. Heden middag ten 6¾ uur is van de werf van de scheepsbouwer Jan Schouten alhier met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip GROOTMEESTER NATIONAAL, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren F. van Wageningen, J. Mauritz en S. van Oldenborgh, welke bodem bestemd is voor de grote vaart en gevoerd zal worden door kapt. A. F. Giesse.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 23 juni. Heden arriveerde alhier en is onmiddellijk in het dok gehaald, Zr.Ms. korvet met stoomvermogen GRONINGEN. Dat schip zal alhier voor een buitenlandse zeereis worden uitgerust.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juni. Het gerucht is in omloop dat de stoomboot MAAS, kapt. Verolme, op de reis van Bristol naar deze stad bij Kaap Lezard heeft gestoten en gezonken is. De equipage is, zegt men, gered. (opm: zie o.a. volgend bericht, NRC 280657, NRC 010757 en 060757)


27 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 24 juni. De Nederlandse stoomboot MAAS, van Rotterdam, kapt. Verolme, van Cardiff en Bristol huiswaarts kerende, is in de gepasseerde nacht, in een zware mist op de hoogte van Landsend, circa een mijl ten oosten van Pendeen Cove, gestrand. De bemanning heeft zich in haar eigen boten gered. Het schip is gezonken doch met laag water is het dek boven. Men heeft van hier hulp afgezonden om de lading te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 25 juni. Kapt. L.P. Teensma voerende het schoenerschip REINTJE, alhier binnen, is de 18e juni in het Kattegat in aanzeiling geweest met de brik COMET van Dundee, kapt. Smith, van Riga naar Belfast bestemd. Beide schepen hebben schade bekomen, doch hun reizen voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 24 juni. Volgens hier aangekomen tijding had de Harlinger Groenlandsvaarder DIRKJE ADAMA op (opm: waarschijnlijk is bedoeld sedert) de 2e mei, toen deze naar de visserij afzeilde, 400 robben geklopt. Komt er nu nog iets bij, dan kan de vangst goed worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan een door Zr.Ms. consul te St. Petersburg ingezonden bericht wordt het onderstaande ontleend:
De vrachten waren gedurende het gehele seizoen vrij goed, waartoe de aanzienlijke uitvoer van granen het meeste bijdroeg.
De vrachten naar Nederland waren NLG 36 à NLG 40 per last rogge en lijnzaad en NLG 40 à NLG 45 per last stukgoed. Naar Engeland maakten de Nederlandse schepen een vracht van 6 à 8 shilling per quarter lijnzaad en 7 à 9 shilling per quarter tarwe; naar de Oostzee 18 à 20 Rd. Pruiss. ct (Marien, kan dit thalercent zijn?) per last rogge en naar Stockholm 3 Rd. Zweeds per koel roggemeel. (Marien, hoeveel is een koel? Weet jij het ook niet dan laten we het zonder commentaar staan?)
Het grootste gedeelte der te St. Petersburg overwinterende Nederlandse schepen was reeds geladen en gereed om te vertrekken, sommige waren zelfs reeds onder zeil gegaan, maar door tegenwind genoodzaakt om terug te keren, toen zij door de vorst overvallen werden. Voor de overige lagen reeds zo veel goederen ter verscheping gereed, dat zij bij het eerste open water zullen kunnen laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. I.J. van der Meulen, A. Roland Holst en J.R. Bos Janszen, makelaars, zullen ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte, op maandag de 13e juli 1857, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast fregatschip genaamd GENERAAL VAN DEN BOSCH, gevoerd door kapt. F. Parlevliet Jr, varende onder Nederlandse vlag, volgens meetbrief lang 37 ellen 30 duimen, wijd 7 ellen 18 duimen, hol 5 ellen 23 duimen en alzo gemeten op 606 tonnen of 320 lasten. Het schip ligt aan de werf Hollandia, in de Groote Wittenburgerstraat. Iemand inlichtingen begerende vervoege zich bij bovengemelde makelaars, of bij de cargadoors d’Arnaud & Co, te Amsterdam.


28 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 24 juni. Het alhier in de nabijheid gestrande Nederlandse stoomschip MAAS, van Bristol naar Rotterdam bestemd – zie ons nommer van gisteren (opm: en 260657) – zit bij hoog water onder, doch komt met oplopend tij gedeeltelijk boven. Er is een stoomboot met lichters bij om zo veel mogelijk van de lading te redden, maar men vreest, dat er, met uitzondering van enig ijzer, slechts weinig kan gekregen worden. Kabels, ankers en een gedeelte van het tuig zijn reeds aan land gebracht. Het schip zal een totaal verlies zijn en zonder twijfel bij het eerste stormweder, dat opsteekt, uit elkander slaan.


30 juni 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 mei. Scheepsvrachten. Sedert ons vorig bericht zijn de volgende bevrachtingen gesloten: STAD UTRECHT NLG 60 per last voor rijst en suiker en ADMIRAAL JAN EVERTSEN NLG 55 rijst, NLG 60 suiker, NLG 75 arak (opm: rijstbrandewijn), om hier en op de kust te laden voor Amsterdam; ANNA LENA NLG 55 suiker, NLG 50 rijst en NLG 60 tabak van Samarang naar Amsterdam; HUGO GROTIUS NLG 60 voor suiker en tabak en NLG 62,50 cassia (opm: Padang-cassia = valse kaneel, heeft scherpere smaak dan goede Ceylon-kaneel) van Soerabaya naar Amsterdam.
De AMBOINA en WILLEM DANIEL bedongen NLG 75 voor een lading koffij van Padang naar Holland. Voor de jaarlijkse reis naar Japan werden opgenomen de JAN DANIEL tot NLG 3500 en de ANNA DIGNA tot NLG 4000 per maand. Verder zijn voor een reis naar China gecharterd: JHR.MR. VAN DE WALL VAN PUTTERSHOEK à 40 cents van de dollar per pikol voor 10/m. pikols rijst van Indramaijoe, en HENDRIKA NLG 3700-per maand naar China en terug. De DOROTHEA NLG 1 per pikol rijst naar Macao, en ADOLF VAN NASSAU 45 cents van de dollar per pikol rijst naar Hongkong of 60 cents naar Shanghae (opm: Shanghai).
Heden is nog bekend geworden de bevrachting van de JAN HENDRIK met rijst naar China tot 55 cents van de dollar per pikol en met 60 legdagen (opm: toegestane tijd voor laden en lossen).
Ter bevrachting zijn nu nog beschikbaar de JAN PIETERSZ KOEN, CONSTANCE, DERKINA TITIA, BURGEMEESTER VAN RHEENEN, AMSTERDAM, AMPHITRITE en JONGE JAN, alsmede NIEUMULLEN (Hamburg) en CLARAMENT (Engels).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 mei. Scheepvaartnieuws. De Engelse schepen EBLANA en ALGERINE, zijn alhier verkocht, respectievelijk voor NLG 13.000 en NLG 19.000.
De schepen LOUISE en MADURA moeten repareren. De JOHANNES MARINUS, welke in de vorige maand beladen naar Holland vertrok, is gisteren alhier teruggekomen, zijnde zwaar lek en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 mei. Het Nederlandse schip (opm: bark) JOHANNES MARINUS, kapt. Verbrugh (opm: J. Verburgh), de 8e april van hier naar Nederland vertrokken, is gisteren met schade uit zee teruggekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 mei. De LOUISE, kapt. Buy (opm: fregat, kapt. P. Buys Jr.) heeft bij aankomst alhier op de Meinderts-droogte (opm: 07º40’ Z.B. 114º22’ O.L.) gestoten, zodat de lading beschadigd uitgeleverd wordt en het schip naar Onrust (opm: eilandje 5 mijl ten noordwesten van Tanjung Priok) gaat om te repareren. (opm: zie NRC 060857)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 mei. Naar men zegt heeft de JONGE JAN (opm: fregat), kapt. E.H. Pfeiffer, gisteren van Nederland aangekomen, op Toppers Hoedje gestoten.


01 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juni. Het barkschip KLAZINA, kapt. D. Wels Browning, van China naar Rangoon, is in de nabijheid van laatst genoemde plaats totaal verongelukt. De equipage heeft zich in de boten gered en is te Rangoon (opm: Yangon) aangekomen. (opm: zie NRC 160757 en 240760)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 juni. Het barkschip FLORA, gevoerd door kapt. A.A. van der Wijk, te Hongkong aangekomen, is met schade ten gevolge van doorstane stormen op het eiland Pulo Timoa (opm: mogelijk Pulau Timor) binnen geweest. De equipage had veel geleden door scheurbuik en tengevolge daarvan was een matroos overleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 29 juli. Uit het alhier in de nabijheid gestrande Nederlandse stoomschip MAAS (opm: zie NRC 260657), zijn tot dus ver 2 vaten palmolie en enige tonnen ijzer geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia voor passagiers en goederen het bijzonder op zeilage nieuw gebouwd en gekoperd Nederlands fregatschip SUSANNE, kapt. C.J. Kaleshoek, voerende een geëxamineerde scheepsdokter, en hebbende uitmuntende inrichtingen voor passagiers. Adres bij Ch. Cornelder & Zonen. (opm: eerste reis)


 GRC - Groninger Courant

Groningen, 30 juni. Vertrokken de nieuwgebouwde hektjalk de VIER GEZUSTERS, groot 50 last, kapt. W.H. Mugge, van Pekela, met haver naar Engeland. (opm: eerste reis van deze smak)


02 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 juli Ten gevolge van Zr.Ms. besluiten van de 29e der vorige maand wordt het te Willemstad liggende fregat DOGGERSBANK met de 15e dezer maand buiten dienst gesteld en met de 16e daaraanvolgend ter gemelde plaatse in dienst gesteld het fregat met stoomvermogen ADMIRAAL VAN WASSENAER, terwijl de 30e juni Zr.Ms. fregat PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN buiten dienst gesteld is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 juli. Volgens brief van kapt. J. Amesz, voerende het schip (opm: fregat) NICOT, in dato Soerabaija 5 mei, was hij de 17e april aldaar van Napels aangekomen, na bewesten de Kaap de Goede Hoop de grote- en fokkemast, benevens de ra´s verloren te hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. & W.H. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn. en B.C.D. Hanegraaf te Rotterdam zijn van mening, op last van hun meester, op dinsdag de 28e juli 1857, des middags ten 12 ure, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1, no. 499, publiek te verkopen het extra snelzeilend, gekoperd en kopervast Nederlands brikschip KOMEET, laatst gevoerd door kapt. H.H. Nijman, volgens meetbrief lang 27 el 20 duim, wijd 4 el 79 duim, hol 3 el 15 duim en alzo groot 182 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen, geschut en verdere scheepsgereed-schappen, zo als het zelve is liggende aan de scheepstimmerwerf van de heren J.& D. Visser, aan de Schiedamsche Dijk binnen deze stad.
No. 1. Een chronometer.
No. 2. Een barometer.
Naderen informatiën begerende spreke men bovengemelde makelaars (opm: zie NRC 290757).


03 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 juli. Op ’s Rijks werf te Amsterdam is door de Koninklijke Grofsmederij te Leiden voor rekening van het departement van marine daargesteld een ijzeren gebouw, dienende tot droogloods en mallenzolder. Dit belangrijke gebouw heeft een lengte van 100 bij een breedte van 30 Nederlandse ellen, gesteund door 156 holle ijzeren kolommen. De mallenzolder is ter grootte van 2000 vierkante Nederlandse ellen (opm: = m²).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Milford, 30 juni. Het Nederlandse schip (opm: fregat) KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. D.A. de Jong, van Callao naar Cowes, hetwelk alhier de 14e oktober Aº.Pº (opm: anno passato, verleden jaar) lek binnen liep en de 3e januari alhier ter rede drift raakte en strandde, waardoor het lek zeer toenam en het schip nog andere schade bekwam, ten gevolge waarvan het later afgekeurd werd, is gisteren in publieke veiling verkocht. De romp bracht GBP 440 en de kanonstukken GBP 200 op. Heden wordt de rest verkocht. (opm: zie NRC 080157 en 160157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 29 juni. Heden is van hier naar Koningsbergen (opm: Kaliningrad) vertrokken het stoomschip BERENICE, kapt. P.J. Bakema. (opm: eerste commerciële reis van dit stoomschip van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een extra ordinair welbezeild hek-tjalkschip, groot volgens meetbrief 76 tonnen en dat met deszelfs complete inventaris, zoals het thans is liggende te Amsterdam. Nadere informatiën op franco aanvraag bij de heer P.P. Kievits, Geldersche Kade en bij de heer J.J. van der Maaden, te Amsterdam.


04 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hendrik Ido Ambacht, 2 juli. Heden namiddag ten 1¼ ure werd met het beste gevolg van de werf van Corns. van Duyvendijk te water gelaten het barkschip HENDRIK IDO AMBACHT, groot circa 400 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. L. Bijl, en gebouwd voor de rederij van de heren Pistorius & Bicker Caarten te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 juli. Het schip (opm: fregat) LOUISE WILHELMINA, kapt. F.G. van Campen, van Banjoewangie herwaarts gedestineerd, te Suriname met schade binnengelopen, zou volgens brief van daar van de 4e juni, binnen een maand weder gereed zijn om de reis voort te zetten.


05 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bridlington, 2 juli. Het Nederlandse schip (opm: kof) JANTINA, kapt. H.H. Kwint, van Newcastle naar Groningen, is in zinkende staat verlaten. Het volk is gered.


06 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staats-Courant bevat de navolgende vergelijkende opgave der zeeschepen, waarvoor in de eerste zes maanden van 1856 en 1857 voor de eerste maal Nederlandse zeebrieven zijn uitgereikt.
Eerste zes maanden 1856:
Soort
van schepen Binnen’s lands Buiten’s lands
gebouwd gebouwd Totaal
schep. lasten schep. lasten schep. lasten
Fregatten 7 2755 - - 7 2755
Barken 13 4622 1 183 14 4805
Brikken 6 660 - - 6 660
Schoeners 25 2010 6 280 31 2290
Galjoten 17 1022 - - 17 1022
Koffen 16 812 2 136 18 948
Tjalken 28 917 - - 28 917
Smakken 1 48 - - 1 48
Pinken 2 22 - - 2 22
Stoomboten 2 431 4 621 6 1052
Totaal 107 13299 13 1220 130 14519
Eerste zes maanden 1857:
Soort
van schepen Binnen’s lands Buiten’s lands
gebouwd gebouwd Totaal
schep. lasten schep. lasten schep. lasten
Fregatten 7 2758 - - 7 2758
Barken 13 4472 1 237 14 4709
Brikken 13 1417 - - 13 1417
Schoeners 17 1483 4 245 21 1728
Galjoten 27 1763 1 46 28 1809
Koffen 6 322 1 93 7 415
Tjalken 23 674 - - 23 674
Smakken 2 68 - - 2 68
Pinken 1 23 - - 1 23
Stoomboten - - 5 961 5 961
Totaal 109 12980 12 1582 121 14562


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 juli. Gisteren ongeveer half drie ure is met het beste gevolg van de werf van de heren Hogendijk & Co aan het Kralingsche Veer te water gelaten het fregatschip KAREL EN HENRICUS (opm: KAREL HENDRIKUS), groot plm. 400 lasten, gebouwd voor de rederij der heren G.H. Stoltenberg & Zn alhier, en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schoonhoven, 4 juli. Voor deze stad zal eerlang in een lang gevoelde behoefte voorzien worden door het in werking treden van een geregelde stoombootdienst van hier op Rotterdam en Dordrecht en tussen liggende plaatsen. Te meer is deze dienst voor Schoonhoven op prijs te stellen, omdat men daar tot dus ver van een geregelde dienst verstoken was, en alleen van onzekere gelegenheden gebruik kon maken. Het is niet twijfelachtig of het gemeentebestuur dezer stad zal aan de directie dezer dienst gaarne de behulpzame hand bieden. Naar men verneemt is er door een rederij onder directie van de heer P. van Zanten te Krimpen aan de Lek een stoomboot te dien einde aangekocht, welke aan alle vereisten ten gerieve van passagiers en goederen ten volle moet beantwoorden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 2 juli. Het gestrande stoomschip MAAS – zie NRC van 26, 27 en 28 juni – heeft haar ligging in de harde wind der laatste dagen niet veranderd, maar de bak is geheel weggeslagen en ook het dek is vooruit los en opgelicht. Heden nacht vertrekt weer een stoomboot met een lichter om zo mogelijk nog wat van de lading te redden.


07 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juli. De Staats-Courant van heden behelst de overeenkomst met Denemarken gesloten tot afkoop van de Sondtol.


08 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De ondergetekende,de 2e dezer uit de Oost-Indiën te Rotterdam zijnde aangekomen met het barkschip TRIJNTJE FENNA, kapt. J.T. des Ruelles, reders M. Schloss & Co, kan ook in géén opzicht gemelde kapitein aanbevelen aan andere passagiers de overtocht met hem aan te vangen, daar de behandeling, welke gemelde kapitein de ondergetekende heeft aangedaan, verre beneden alle kritiek was. De ondergetekende, die verschillende dieren met toestemming van die gezagvoerder uit Indië had medegenomen, ten einde dezelve aan de pas op te richten diergaarde alhier ten geschenke te geven, heeft zoveel tegenwerking van de gezagvoerder ondervonden, dat vele zeldzame exemplaren van gebrek en koude zijn bezweken.
Rotterdam, 7 juli 1857 C.J. Löwenstrom
C.W. Löwenstrom woont bij de heer C.W. Ploenius, directeur der Zwem- en Badinrichting aan het Westerdok te Amsterdam.
(opm: zie NRC 090757)


09 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Op heden, 3 juli 1857 ten verzoeke van Johanna Reedijk, wonende te Maassluis, echtgenote van Kornelis de Jong, heb ik Jacob Voorrips, deurwaarder bij de Arrondissements Rechtbank te Rotterdam, gedagvaard Kornelis de Jong, echtgenoot van requirante, gewoond hebbende te Maassluis, om ter terechtzitting dezer Rechtbank te verschijnen, ten einde:
- Aangezien op de 6e december 1849 het Nederlands barkschip EDOUARD MARIE, gezagvoerder E. Reneman (opm: Cornelis Reneman, zie NRC 020259), behoord hebbende aan de heer E. Serruys, in der tijd reder te Rotterdam, aldaar tot het doen ener reize naar Liverpool en Batavia is aangemonsterd als bootsman aan boord van dat schip en daarmede van Hellevoetsluis is in zee gestoken.
- Aangezien hetzelve schip op die reize en vermoedelijk in de laatste dagen der maand maart 1850 op de kust van Ierland bij Dublin is vergaan, en overblijfselen daarvan aan de Ierse kust zijn aangespoeld, die door de voormalige gezagvoerder K. Eeltjes van die bodem en door de reder als afkomstig van dat schip zijn herkend geworden.
- Aangezien sedert van de bemanning van hetzelve schip geen bericht hoegenaamd is ingekomen of vernomen.
- Aangezien het dus vermoedelijk en te Rotterdam ook algemeen als ontwijfelbaar wordt aangenomen, dat de gehele equipage van gezegd barkschip EDOUARD MARIE bij de aan hetzelve overkomen ramp haar graf in de golven heeft gevonden en de gedaagde in de maand maart 1850 is overleden.
- Aangezien het dus blijkt, dat de man der eiseresse, met wie zij de 21e juli 1847 te Maassluis is gehuwd, heeft behoord tot de bemanning van een schip, waarvan gedurende meer dan drie jaar geen berichten zijn ingekomen.
- Aangezien eiseresse verlof heeft gevraagd om haar afwezige echtgenoot op te roepen ten einde bij niet verschijning vergunning te verkrijgen tot het aangaan van een ander huwelijk.
Hetzij in persoon, hetzij door iemand van zijnentwege van zijn aanwezen te doen blijken.
Rotterdam, 3 juli 1857 J. Voorrips
(opm: sterk bekort)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio Grande, 11 mei. De Nederlandse schoener ERATO, kapt. Dou (opm: schoener-hoeker, kapt. P. Don), van Troon op hier bestemd, is de 1e mei bij het binnenkomen op de baai gestrand en totaal verongelukt. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 4 juli. Gisteren heeft men nog 4 vaten palm olie uit het gestrande stoomschip MAAS – zie NRC van 6 dezer – geborgen, doch tengevolge van het slechte weder was men genoodzaakt te vluchten. Ook heden kan men om dezelfde reden niets uitvoeren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 6 juli. Het gestrande stoomschip MAAS, van Rotterdam, is gisteren opgebroken. Stukken van het wrak drijven aan strand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fernambucq (opm: Pernambuco, nu Recife), 12 juni. Het Nederlandse schip CORNELIA (opm: bark, bouwjaar 1855; kapt. Joannis Adrianus Nelinus Schagen van Leeuwen), van Rotterdam naar Batavia, is op 09º Z.B. en 33º W.L. in brand geraakt en verloren gegaan. De equipage en passagiers hebben zich in de boten gered en zijn behouden te Gamitta (opm: Gamella di Barra Grande) aangekomen, van waar zij de 3e juni alhier zijn aangebracht. (Red: hier wordt hoogst waarschijnlijk bedoeld het te Vlaardingen te huis behorende schip CORNELIA, kapt. J. Schagen van Leeuwen, de 9e april van Texel naar Batavia vertrokken)
(opm: zie volgend bericht en NRC 220857)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 8 juli. Bij de heer H. Kikkert, boekhouder van het hier te huis behorende barkschip CORNELIA, is heden een brief ontvangen van de gezagvoerder J.A.N. Schagen van Leeuwen, gedateerd Fernambucq 12 juli 1857 en meldende in substantie het volgende:
De CORNELIA is op de uitreis van Texel naar Batavia, op 07º46’ Z.B. en 32º40’ W.L. in de nacht van de 27e mei, door onbekende oorzaak in brand geraakt, en na vruchteloze pogingen tot blussen de 28e mei ongeveer 11 uren voormiddags geheel verbrand, nadat de equipage en de passagiers met de boten het schip hadden verlaten zonder iets anders te kunnen redden dan enige instrumenten, scheepspapieren, en een weinig leeftocht. Na veel gevaar en het omslaan van de boot waarin de stuurman met 5 man zich bevond – die door anderen gelukkig zijn opgevist – hebben de schepelingen en passagiers de 29e mei namiddags door zware branding heen de kust van Brazilië bereikt en zijn geland te Gamella di Barra Grande, alwaar zij hulpvaardig zijn ontvangen. Van daar vertrokken zij per kust- stoomboot naar Fernambucq alwaar zij de 3e juni zijn aangekomen en door de Nederlandse consul op de loflijkste wijze zijn geholpen. De zeelieden hebben zich op andere schepen verspreid en de gezagvoerder, passagiers, en een paar man hebben zich ingescheept op het Engelse barkschip MISTLETOE, kapt. Sturmy, via Parahiba (opm: João Pessoa) naar Engeland. (red: reeds in ons nommer van gisteren kortelijk gemeld)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Wij zullen niet antwoorden op het geschrijf van de passagier C.J. Löwenstrom (cipier van de gevangenis te Sourabaya), bevorens Z.Ed. de belofte is nagenomen, om aan ons de feiten tegen kapt. Des Ruelles, schriftelijk kenbaar te maken. Indien wij zulks, waarop wij tot heden tevergeefs gewacht hebben, niet ontvangen, moeten wij het daarvoor houden, dat de feiten niet op papier gesteld en door Z. Ed. handtekening kunnen bekrachtigd worden.
(opm: zie NRC 080757)
Rotterdam, 8 juli 1857 Schloss & Co


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn),….juli. De Nederlandse kof AURORA, kapt. P.G. Lestuyver, van Liverpool met zout naar Nerva (opm: Narva) bestemd, is de 30e op Schalkgrund (opm: Kalkgrund, 59º42’ N.B. 26º07’ O.L.) verongelukt. Een gedeelte van de inventaris en enige tonnen lading zijn gered. (opm: zie NRC 230757)


10 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 30 juni. De Nederlandse kof GESINA, kapt. De Boer, van St. Petersburg met rogge naar Nederland bestemd, heeft op Kalkgrund (59º42’ N.B. 26º07’ O.L.) gestoten en is lek te Port Kunda binnen gelopen. Het schip zal daar lossen en kielhalen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 9 juli. Heden werd van de werf de Nijverheid alhier, scheepsbouwmeesters de heren C. Gips & Zonen, met goed gevolg te water gelaten het fregatschip TRITON, groot 400 lasten, gevoerd zullende worden door H.G.T. Adriaans, voor rekening van de heren A. van Hoboken & Zonen, te Rotterdam.


11 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. Het te Vlaardingen te huis behorende barkschip IDA MARIA DE RAADT (opm: kapt. J.G. de Boer), hetwelk de 2e dezer van Buenos Ayres te Vlissingen arriveerde, heeft de overtocht in de zeer korte tijd van 54 dagen volbracht.


12 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Norden, 7 juli. Het schip DRIE GEBROEDERS, kapt. Legger, met stukgoederen van Londen naar Lübeck bestemd, is met schade te Greetzyl (opm: Greetsiel) binnengebracht.


13 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij onderscheidene vonnissen van de correctionele kamer ven de Arrondissement Rechtbank te Rotterdam zijn wegens overtreding van de wet van 7 mei 1856 (Staatsblad nº. 32) houdende bepaling omtrent de huishouding en tucht op de koopvaardijschepen, ter zake van het na de aanmonstering en voor de aanvang der reis zich niet op de bepaalde tijd aan boord bevinden of zich daarvan verwijderen of ter zake van desertie van boord gedurende de reis, de navolgende zeelieden veroordeeld, als :
Op de 19e augustus.1856 F. S. V, .. matroos aan boord van het Nederlandse schroef stoomschip HOLLANDER, bestemd naar Sint Petersburg, tot een gevangenisstraf van 2 maanden, geldboete van NLG 10, en in de kosten, boeten en kosten desnoods bij lijfsdwang op hem te verhalen.
De 29e augustus J. P, . matroos op bovengenoemd schip, tot een gevangenisstraf van 2 maanden, geldboete van NLG 10 c.e.
De 16e oktober 1856 J. S, matroos op het Nederlandse fregatschip DELFT, kapt. L. van Geelkerken, tot een gevangenisstraf van 2 maanden, geldboete van NLG 10 c.e.
De 6e november 1856 J. van D, matroos aan boord van het fregatschip HOLLANDIA, kapt. P. Wap, tot een gevangenisstraf van 3 maanden c.e.
De 11e november 1856 S. v.d. V, lichtmatroos aan boord van het Nederlandse barkschip HENDRICA, kapt. W. van Aalburg, tot een gevangenisstraf van 3 maanden c.e
De 18e november 1856 H. D, matroos aan boord van het Nederlandse fregatschip VAN OLDENBARNEVELD, kapt. A. Meiboom, tot een gevangenisstraf van 2 maanden, een geldboete van NLG 10 c.e.
De 6e december 1856 C. V, matroos op het Nederlandse barkschip FERDINANDINA EMMA, kapt. R.A. Tange, tot een gevangenisstraf van 2 maanden, geldboete van NLG 10 c.e.
De 3e maart 1857 A.V…., lichtmatroos op het barkschip M. VAN ROSSUM, kapt. P. F. Rijken, tot een gevangenisstraf van maanden, geldboete van NLG 10 c.e.
De 17e maart 1857 P.J. N, matroos op het Nederlandse barkschip ODILIA MARGARETHA, kapt. C.P. Hazelhof, tot een gevangenisstraf van 3 maanden c.e.
De 18e april 1857 C. de H, lichtmatroos op het barkschip VERTROUWEN, kapt. H.O. Piccardt, tot een gevangenisstraf van 3 maanden c.e.
De 5e mei 1857 J. B. Konstabel op het Nederlandse fregatschip TERNATE, kapt. T. Carst Tzn, tot een gevangenisstraf van 2 maanden, geldboete van NLG 10 c.e; N.V. G, matroos op het Nederlandse schip HOOP VAN CAPELLE, kapt. J.N. Bok, tot een gevangenisstraf van 14 dagen c.e; C. P, matroos op het fregatschip MARIA ELISABETH MARGARETHA, kapt. P. Bondix, tot een gevangenisstraf van 3 maanden c.e. en J. v. B, matroos op het barkschip ALBLASSERDAM, kapt. E. van Lintern, tot een gevangenisstraf van 3 maanden c.e.
De 6e juni 1857 J. B, lichtmatroos op het barkschip ALLEGONDA JACOBA, kapt. B.C. Deurholt, tot een gevangenisstraf van 2 maanden, geldboete van NLG10 c.e.
De 20e juni 1857 J.W. B, hofmeester op het Nederlandse barkschip ARLEQUIN, tot een gevangenisstraf van 14 dagen c.e.
De 10e juli 1857 C. S, matroos op het Nederlandse brikschip HENRICA, tot een gevangenisstraf van 3 maanden c.e.


14 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 13 juli. Het Nederlandse schoener-kofschip FROUKE EGBERDINA, kapt. G.J. Lukje, van Rotterdam naar St. Petersburg, is de 10e j.l. op de rivier in aanzeiling geweest met het schip WILD FLOWER, van Liverpool. Eerstgenoemde verloor daarbij galjoen (opm: licht, ondersteunend deel van de boeg, waarop de boegspriet rust), boegspriet en kluiverboom, en ligt alhier om deze schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia en Soerabaya ligt te Amsterdam in lading, om medio augustus te vertrekken, het nieuw gebouwd, gekoperd tweedeks barkschip HOLLAND, kapt. B. Aufmorth, varende een bekwaam scheepsdokter en hebbende extra ruime inrichtingen voor de overtocht van passagiers. Adres bij de cargadoors Hoyman en Schuurman te Amsterdam. (opm: eerste reis)


15 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Aan de Indépendance wordt uit Vlissingen geschreven, dat de General Steam Navigation Co thans voor goed er van heeft afgezien om de gezonken stoomboot RAVENSBOURNE te doen lichten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 juli. Het schip (opm: bark) WATERGEUS, kapt. W.H. Kramer, van Banjoewangie alhier in het Oosterdok aangekomen, is in het Groot Noord-Hollandsch Kanaal in aanvaring geweest met het schip (opm: fregat) LOEVESTEIN, kapt. E.J. Bödeker, en heeft daardoor belangrijke schade aan de boeg bekomen.


16 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Penzance, 12 juli. Langs de kust alhier zijn nog drijvende gevonden en opgevist 20 vaten palmolie, afkomstig uit de lading van het verongelukte Nederlandse stoomschip MAAS (opm: zie o.a. NRC 260657).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rangoon (opm: Yangon), 16 mei. Het Nederlandse schip PRINCES SOPHIA, kapt. P.S. Matzen, van Amsterdam naar Bassein, is op de hoogte van Diamond Island gebleven. Het wrak heeft 50 roepies opgebracht.
(opm: het fregat PRINSES SOPHIA, bouwjaar 1842, verging op 2 mei, zie ook NRC 191057; 2e stuurman Jacobus Cruijjff, 24, onderweg van Bassein naar Bremen op het Bremer schip INDIA, overleed op 17 oktober 1857;
Diamond Island ligt voor de kust van de Bassein-rivier, thans genaamd Pathein-rivier, een zijtak van de Irrawaddy, bij de havenplaats Bassein, Birma)

Een gravure van Diamond Island (bron: Google, uit Illustrated London News 17 december 1887)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rangoon (opm: Yangon), 16 mei. Het alhier gestrande Nederlandse schip (opm: bark) KLAZINA, kapt. Browning – zie ons nommer van 1 dezer – is met de lading, die nog aan boord was, verkocht en heeft niet meer dan 320 roepies opgebracht.


17 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 16 juli. Naar men verneemt, zal aan de scheepswerf van de heer H. de Hoog alhier op a.s. maandag de 20e dezer maand te water worden gelaten het voor rekening van de heren E.J. Jut & Co te ´s-Gravenhage gebouwde 300 lasten grote en voor de grote vaart bestemde barkschip (opm: fregat) WILLEM KROONPRINS DER NEDERLANDEN.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Groningen, 14 juli. Tot ons leedwezen moeten wij mededelen, dat de Groninger Stoomsleepboot-Maatschappij op het Reitdiep in de loop van dit jaar zal worden ontbonden. De rekening van genoemde maatschappij sluit ook nu weer met een nadelig saldo van plm. NLG 500. Wel wordt er van de sleepboot gebruik gemaakt, maar niet genoegzaam om de maatschappij in stand te doen houden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 juli. Volgens een particulier schrijven van de kapitein, is de 7e april ll. op de hoogte van de Andaman eilanden totaal verongelukt het schip (opm: fregat) BATAVIER, kapt. N.F. Hoek, van Rangoon (opm: Yangon) naar Rotterdam bestemd. De equipage heeft zich in de boten gered en is later door een Hamburgs schip opgenomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. B.D. Bosscher en E.G. Bosscher, makelaars, zullen ten overstaan van een daartoe bevoegd beambte op maandag de10e augustus 1857, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip (in de koopacte omschreven als fregat) genaamd ZUID HOLLAND, gevoerd door kapt. S. de Boer, varende onder Nederlandse vlag. Volgens meetbrief lang 35 ellen 20 duimen, wijd 6 ellen 59 duimen, hol 5 ellen 4 duimen en alzo gemeten op 520 tonnen of 274 lasten. Het schip ligt aan de werf Hollandia, in de Groote Wittenburgerstraat. Iemand inlichtingen begerende, vervoege zich bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors B.D. Bosscher & Zoon.
(opm: het fregat werd op 10 augustus onderhands voor NLG 17.750 aangekocht door Fredrik Haverkamp, scheepsbouwmeester en reder te Amsterdam; als ZEEPLOEG ging het schip onder kapt. T.H. Kramer weer naar zee)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping. De notarissen Sander en Paats, residerende te Rotterdam, als last hebbende van hun principaal, zijn van mening op dinsdag de 28e juli 1857, des middags ten 12 ure, in het Locaal voor Publieke Verkopingen aan de Geldersche Kade te Rotterdam te veilen en te verkopen: een vorig jaar belangrijk vertimmerd, overdekt praamschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd DE VROUW ANTJE, volgens meetbrief lang 12,15 el, wijd 2,96 el en hol 1,49 el, en alzo gemeten op 53 tonnen met deszelfs masten, zeilen, touwen, staand en lopend want en verdere inventaris, liggende in de Noordblaak over de Zijlsteeg en de vier werkdagen voor de verkoopdag te bezichtigen van 10 tot 4 ure. Nadere informatiën zijn te bekomen ten kantore van de voornoemde notarissen Sander en Paats, aan de Hoogstraat, Wijk 10, no. 80 te Rotterdam.


18 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 juli. Een van de duikers, die bij de pogingen om de RAVENSBOURNE te lichten is werkzaam geweest, begaf zich voor enige dagen naar het Veersche Gat om een en ander te bergen van het te Zierikzee te huis behorende schip genaamd de ROOMPOT, voor omstreeks vier jaren in die nabijheid gezonken. Alles is echter volgens zijn opgave zodanig begroeid met mosselen, schelpen, zeewier enz, dat er volstrekt geen schip meer uit te herkennen is. Al het touwwerk is ontzettend verhard en heeft meer dan de dubbele dikte gekregen. De ketting welke nog op de boeg ligt, is zo zwaar aangewassen dat deze nagenoeg de dikte van een menselijk lichaam heeft. Alzo bestaat er geen mogelijkheid om daarvan thans nog iets te verplaatsen of te redden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malta, 10 juli. Het schip DIANA, kapt. Gust, van Galatz naar Engeland bestemd, is alhier met zware schade binnengelopen.


19 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 18 juli. Heden middag ten twee ure is alhier van de werf van de scheepsbouwmeester Jan Schouten met het beste gevolg te water gelaten het barkschip AGATHA EN MARIA, groot 350 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren Van Zeijp en Di Gazar (opm: Zijp en De Gazar) te Amsterdam, gevoerd zullende worden door kapt. W.B. van Zeijp, en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht, het nieuw, extra op de zeilage gebouwd en gekoperd Nederlands barkschip NIEUWLAND, kapt. A. Bennik, voerende een geëxamineerde scheepsdokter, om de 18e juli te vertrekken. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam en Smeer en Hudig & Blokhuyzen. (opm: eerste reis)


21 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 juli. Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn bevracht de navolgende zes schepen:
Voor Amsterdam: JAN HENDRIK, kapt. H. de Jong; GALILEÏ, kapt. F.C.H. Kock; WATERGEUS, kapt. W.H. Kramer; BEZOEKI, kapt. J.H. Lammerts van Buren; IDA MARIA DE RAADT, kapt. J. de Boer, de drie laatstgenoemden voor Rotterdam.
Voor Schiedam: BROEDERTROUW, kapt. G. Rotgans, voor Dordrecht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 20 juli. Heden namiddag ten twee ure is van de werf van de scheepsbouw- meester H. de Hoog met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd fregatschip WILLEM KROONPRINS DER NEDERLANDEN, groot 399 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapitein de Bourghelles Zetteler, gebouwd voor rekening der rederij van de heren C.J. Jut & Co te 's Gravenhage en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pro Deo. Heden, de 17e van de maand juli 1857, ten verzoeke van Alberdina Hansina Alfing, huisvrouw van Hendrik van Ruijl Onnen (opm: zie ook NRC 051257), winkelierster, wonende te Rotterdam, domicilie kiezende aldaar, ten kantore van de procureur mr. D.J. F. Bogaers, die te dezer zake voor haar zal occuperen. Krachtens vonnissen van de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam, van de 24enovember 1857 en 27 mei 1857 deugdelijk geregistreerd, heb ik, Johannes Brakkee, deurwaarder bij de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam, wonende aldaar, aan de Delfschevaart, wijk 6, no.347, voor de tweede maal gedagvaard Hendrik van Ruijl Onnen, die sedert den jare 1847 van zijn woonplaats Rotterdam, afwezig is, om te verschijnen op een termijn van drie maanden en alzo op woensdag de 28e oktober aanstaande, des morgens ten tien ure, ter terechtzitting van de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam, ten einde:
- Aangezien de gedaagde de 14e juni 1847 ter koopvaardij is aangemonsterd, als eerste stuurman op het Nederlandse barkschip BONJOL, kapt. E.A. Muller, bestemd naar Batavia.
- Aangezien de gedaagde volgens ontvangen berichten met gemeld schip de 16e oktober 1847 te Batavia is aangekomen en de 21e november van dat jaar van daar is vertrokken, waarna men niets meer van hem noch van het schip, noch van de bemanning heeft gehoord.
- Aangezien er alzo meer dan drie jaren zijn verlopen sedert de laatste tijding van het schip, tot welks bemanning de gedaagde behoorde.
- Aangezien de eiseresse, ingevolge art. 549 en volgende van het burgerlijk Wetboek, in verband met art. 1 der wet van 9 juli 1855 (Staatsblad 67) de vergunning wenst te verkrijgen tot het aangaan van een ander huwelijk;
mitsdien in persoon of door iemand van zijnentwegen van zijn aanwezen te doen blijken.


23 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 22 juli. Het schip (opm: bark) PRINS HENDRIK, kapt. J.C. Töpper, van Curaçao in Texel binnen, heeft volgens rapport van de kapitein op de reis hoegenaamd geen schade gehad, en noch zeilen, noch rondhouten verloren. (Red: het door ons uit de Shipping & Mercantile Gazette van de 16e juli overgenomen bericht – zie ons nommer van 18 juli – was dus onjuist) (opm: zie ook NRC 180157 en 300957)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nerva, 13 juli. Het op Kalkgrund gestrande Nederlandse schip AURORA, kapt. Lestuiver (opm: P.G. Lestuyver), van Liverpool met zout op hier bestemd – zie NRC van 9 juli – is spoedig na de stranding gezonken. De bemanning is gered, Ook is een weinig van de lading en een gedeelte van de inventaris geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 22 juli. Heden is bij de scheepsbouwmeester J. van Duyvendijk alhier met het beste gevolg te water gelaten het barkschip KRIMPENERWAARD, groot 398 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, zullende gevoerd worden door de kapitein J. Speenhoff, onder directie van de heren Slingeland en Lehr te Rotterdam.


24 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 22 juli. Onmiddellijk na het aflopen van het barkschip KRIMPENERWAARD (opm: zie vorige bericht) is de kiel gelegd voor een barkschip (opm: HUYDEKOPER), groot plm. 400 gemeten lasten, voor rekening van de heren Van Zeylen & Decker te Rotterdam, en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wormerveer, 22 juli. Zaterdag l.l. (opm: 18 juli) arriveerde hier een nieuwe, sierlijk gebouwde schroefboot, genaamd STAD ALKMAAR, bestemd om éénmaal daags van Zaandam naar het Nieuwe Diep en terug te varen, in correspondentie met de onlangs in de vaart tussen Amsterdam en Zaandam gebrachte stoomboot PRINS VAN ORANJE. Enige proeftochten hebben reeds bewijzen gegeven van de snelle vaart en de doelmatige bouw van het vaartuig zowel als van de goede constructie der machine. In afwachting der concessie zal deze boot aanstaande vrijdag provisioneel tussen hier en Zaandam beginnen te varen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Swinemünde (opm: (Swinoujscie), 18 juli. De van Stettin (opm: Szczecin) komende Nederlandse kof HAVEN, kapt. J.G. Koning, is heden in aanzeiling geweest met de Engelse stoomboot BEST BOWER, van Leith. De kof verloor daarbij de masten, boegspriet en tuig en is in de binnenhaven gebracht om te timmeren en nieuwe masten in te zetten. De lading zal gelost worden. Men weet echter niet of zij beschadigd is.


25 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juli. Uit Hellevoetsluis schrijft men aan de Utrechtse Courant: De zeildag van Zr.Ms. stoomschip GEDEH, is bepaald op de 25e juli aanstaande. Dat vaartuig gaat van hier naar Plymouth, verder naar Madeira of Teneriffe, van daar naar de kust van Guinea, naar Rio Janeiro, naar de Kaap de Goede Hoop en eindelijk naar Oost-Indië. Het neemt een miljoen aan geld mede.
De WASSENAAR, nog niet te bewonen zijnde, heeft men eerst op de DOGGERSBANK zijn toevlucht moeten nemen. Daar er nog veel te doen is aan de WASSENAAR, zal het schip, naar men denkt, eerst na 1 augustus in zee kunnen gaan, om de havens in de Middellandse Zee te bezoeken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Kaap de Goede Hoop, het Nederlands nieuw gebouwde en gekoperde barkschip ADMIRAAL DE WINTER, kapt. H.H. Uil, hebbende uitmuntende inrichting voor passagiers, om in de loop van augustus te vertrekken. Adres ten kantore van de reders E. & S. & C. St. Martin & Co en bij de cargadoors Hudig & Blokhuyzen en Kuyper, van Dam & Smeer. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brest, 20 juli. Het Nederlandse schip (opm: bark) COSMOPOLIET, kapt. Westminck, van Cardiff naar Hongkong bestemd, is alhier wegens schade aan tuig en rondhouten binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 21 juli. Het schip (opm: kof) HERMANNA HENDRIKA, kapt. J.H. Pluktje, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Groningen, is de 18e dezer alhier met gescheurde zeilen binnengelopen, doch heeft heden de reis weder voortgezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 24 juli. Het stoomschip ANNA arriveerde heden alhier van Ardrossan. (opm: eerste reis van dit in Dumbarton gebouwde Nederlandse stoomschip)


26 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alblasserdam, 25 juli. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heer Johs. Jonker alhier met het beste gevolg te water gelaten het barkschip genaamd MARIA CATHARINA, groot 398 gemeten lasten, gebouwd voor rekening van de heren James Barge & Co te Amsterdam, bestemd voor de grote vaart. Het schip is gebouwd onder directie van de heer C. Smit te Alblasserdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 25 juli. Heden is van hier vertrokken naar de kust van Guinea Zr.Ms. stoomschip GEDEH, commandant kapt.luit.t/z. Staring.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juli. Te Harlingen is gisteren gearresteerd zekere kof-kapitein, beschuldigd van in het laatst des vorigen jaars zijn stuurman, in de Middellandse Zee, met hulp van de matrozen overboord te hebben geworpen. Deze beschuldiging geschiedt ingevolge de verklaring van de scheepsjongen, welke zich toen aan boord bevond en die aan de bevoegde autoriteiten medegedeeld heeft, dat gemelde stuurman zich nog aan de klampen van het schip vasthield, maar dat men door schoppen tegen zijn handen de vermiste genoodzaakt heeft zich los te laten, zodat deze daarop een prooi der golven werd. De politie meende de gehele bemanning te arresteren, doch de equipage bleek sedert het vorig jaar verwisseld te zijn, en er was een Sleeswijk-Holsteinse scheepsjongen aan boord. (opm: de kof HENRIETTE, zie volgend bericht, NRC 270857 en 260358)


27 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 juli. Gisteren is onder geleide van twee gerechtsdienaren uit Harlingen alhier aangekomen en terstond naar het cellulaire huis van arrest en justitie overgebracht de gezagvoerder van het dezer dagen te Harlingen binnengekomen kofschip HENRIETTE, die verdacht wordt ten vorige jare op de terugreis van Galatz, in de Middellandse Zee de stuurman van genoemde bodem (opm: Sjoerd Zeelt) over boord te hebben doen werpen en verdrinken. Naar men verneemt, heeft de gehele equipage tot het volvoeren van deze gruweldaad meegewerkt. De scheepsjongen echter heeft alleen uit vrees, dat hem bij weigering hetzelfde lot beschoren was, aan de misdaad deelgenomen en heeft, ondanks de eed van geheimhouding, welke men hem had doen zweren, het ijzingwekkende voorval aan de justitie geopenbaard, zodra zich daartoe de geschikte gelegenheid voordeed. De ongelukkige stuurman was een Fries van geboorte. Daar de gezagvoerder en de schepeling van de HENRIETTE voor de reis ter dezer stede zijn aangemonsterd, zo zal deze treurige, doch belangrijke zaak bij de arrondissements-rechtbank alhier behandeld worden.


28 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 26 juli. Deze namiddag omstreeks 1 ure is de Harlinger Groenlandsvaarder DIRKJE ADAMA, kapt. O. Mehlen, in de haven alhier teruggekeerd, inhebbende omstreeks 1300 robben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 27 juli. Heden arriveerde alhier van Triest het stoomschip ENTERPRISE (opm: ongetwijfeld het schip – zie advertentie in NRC van 290557 – dat verdoopt werd tot TRIEST)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 27 juli. Alhier arriveerde heden het schip (opm; fregat) KENAU HASSELAAR, kapt. O. Lindeman, van Batavia op 28 januari vertrokken en 11 mei van de Simonsbaai. (opm: zie onder meer NRC van 270557)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Tussen Petrus van Rossem, koopman en scheepsreder, en Cornelis van Rossem Petruszoon, beide woonachtig te Rotterdam, is aangegaan een vennootschap tot voortzetting voor gemeenschappelijke rekening der zaken, tot dusver door de eerstgenoemde gedreven, en zulks onder de firma van P. van Rossem & Zoon, dewelke zal gevestigd blijven te Rotterdam en door beide de vennoten zal mogen worden ondertekend voor alle zaken, directelijk tot deze vennootschap betrekking hebbende. Deze vennootschap wordt aangegaan voor de tijd van vijf jaren, aanvang nemende de 1e dezer en zullende eindigen de 30e juni1862, met bepaling, dat zonder opzegging vóór 31 december 1861 het beschouwd wordt dat de vennootschap weer voor gelijk getal jaren in het vervolg is gecontinueerd.
Rotterdam, 24 juli 1857


29 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 juli. Eergisteren namiddag is van de werf van de scheepsbouwmeester K. Kater te Groningen te water gelaten het gekoperd brikschip PLANTAGE DORDRECHT, groot plus minus 130 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. J.M. Brakke, van Amsterdam, gebouwd voor rekening van de heren Eyken Sluiters en Van Santen te Groningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het brikschip KOMEET, dat heden middag in publieke veiling werd gebracht, is voor een som van NLG 6700 door de heer H. van Rijckevorsel alhier gekocht.


31 juli 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 26 juli. De kof LOUWIEKA SUSANNA (opm: vermoedelijk LOUISE SUSANNA, zie NRC 060857 en 070857), kapt. Krook, van Stolpmünde (opm: Ustka) naar Termunterzijl bestemd, is op de hoogte van Bornholm in zinkende toestand verlaten. De equipage is door het Nederlandse kofschip LAMBERTA, kapt. Kars (opm: J.E. Karst), opgenomen en alhier behouden geland.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Shields, 28 juli. De Nederlandse bark VIER GEBROEDERS, kapt. Haken, van Amsterdam, alhier bezig om een lading kolen voor Singapore te laden, is bij het uitkomen van Hay Hole-dock tegen het hoofd aangevaren en heeft daardoor schade aan de boeg bekomen. Men heeft vijf keel (opm: inhoud van een lichter) kolen gelicht, om aan het schip de nodige reparatie te kunnen bewerkstelligen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia (opm: juiste datum niet vermeld, doch vóór 10 juni 1857). Het schip (opm: bark) VALPARAISO, gevoerd door kapt. H.A. Ellerman, van Napels gearriveerd, is ter rede van Batavia verbrand. (opm: zie volgend bericht)


01 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 juni. De 2e dezer, des namiddags 12 ure, ontstond brand in het achterruim van het op de buitenrede liggende barkschip VALPARAISO, gezagvoerder H.A. Ellerman, de 25e mei alhier van Napels gearriveerd. De brand wordt toegeschreven aan broeiing van koffijzakken, waarmee dat schip gedeeltelijk was geladen. Niettegenstaande alle mogelijke hulp en het aanwenden van brandspuiten van Zr.Ms. oorlogsschepen BOREAS, MEDUSA en CELEBES, en van het Nederlandse koopvaardijschip WALVISCH heeft men de brand niet kunnen blussen en was men genoodzaakt het schip te doen zinken. Slechts een gedeelte van de inventaris is gered. Bereids waren 400 picols tin in het schip geladen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 30 mei. Vrachten naar Nederland NLG 60 à 65. De BURGEMEESTER VAN REENEN is aangenomen naar Hong Kong tot NLG 0,47½ per picol rijst. Het Nederlandse schip IDA laadt voor Amsterdam tot NLG 65 voor suiker, NLG 75 voor arak (opm: rijstbrandewijn), NLG 62,50 voor tabak en NLG 75 voor huiden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 juni. Uit Benkoelen meldt men ons: De 10e april kwam in de Poeloe baai ten anker het Nederlandse stoomschip SOERABAYA, behorende aan de onderneming van de heer Cores de Vries. Het vaartuig kwam van Padang, had op reis een defect aan de machine bekomen, zodat men verplicht was te zeilen, dat, bij het onstuimige weer waarmee men te kampen had, veel vertraging in de reis heeft veroorzaakt. Men ging onmiddellijk aan het werk om zo mogelijk de schade te herstellen, doch een zwaar lek heeft men niet meester kunnen worden, zodat het schip naar Batavia is gesleept door het aan dezelfde onderneming behorende en van Padang gekomen stoomschip PALEMBANG.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 juni. De scheepsvrachten hebben een verdere verbetering ondergaan. De volgende Nederlandse schepen werden sedert ons vorig bericht opgenomen: MAARTEN VAN ROSSUM naar China voor NLG 16.000; AMSTERDAM $ 0,42½ per picol voor rijst, alhier te laden naar China; AFRIKA in Europa gecharterd, is hier voor een tussenreis naar China à $ 0,42½ per picol voor rijst bevracht; AMPHITRITE à NLG 70 voor een gemengde lading op de kust in te nemen naar Amsterdam; NIEUW HOLLAND laadt op de kust suiker en koffij à NLG 80 naar Amsterdam; MADURA à NLG 92,50 voor koffij te Padang naar Rotterdam. De CATHARINA EN THERESIA is door het gouvernement naar Japan bevracht.
Te Soerabaya werden bevracht de Nederlandse schepen BURGEMEESTER VAN RHEENEN à $ 0,47½ per picol voor rijst naar China; IDA NLG 65 voor suiker, NLG 62,50 voor tabak en NLG 75 voor arak. De JAN PIETERSZOON KOEN is tijdelijk op de kust geëmployeerd.
Zonder destinatie zijn nog de Nederlandse schepen DERKINA TITIA, SENIOR, SALATIGA, ELISE SUZANNE, KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, LAURA EN ADÈLE en JACOBUS MARTINUS, zijnde de meeste dier schepen nog bezig met lossen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij vonnis, door scheidsmannen gewezen de 16e juli 1857, geregistreerd de 17e daaraanvolgende ten kantore van de heer ontvanger Van Berkel en gedeponeerd ter griffie der Arrondissement Rechtbank te Rotterdam,de 18e juli daaraanvolgende en executoir verklaard door de edelachtbare heer voorzitter derzelve rechtbank, op de 21e juli 1857, is de tussen de ondergetekende Hendrik Cornelder, cargadoor, wonende aan de Willemskade te Rotterdam, en Nicolaas Willem Jan Guichart, insgelijks cargadoor, thans afwezig, de 20e november 1855 gesloten overeenkomst van vennootschap om gezamenlijk te drijven de zaken van cargadoors en expediteurs onder de firma van Ch. Cornelder & Zonen, verklaard te zijn ontbonden, en zulks sedert de 14e mei 1857, terwijl de liquidatie der tussen partijen bestaande lopende zaken bij datzelfde vonnis aan de ondergetekende Hendrik Cornelder is opgedragen, welke de zaken als cargadoor onder dezelfde firma van Ch. Cornelder & Zonen voor zijn privé rekening zal voortzetten.
Rotterdam, 1 augustus 1857 H. Cornelder


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 juli. Volgens een heden ontvangen particulier schrijven van kapt. L.K. Hille, voerende het barkschip PRINSES CHARLOTTE (opm: barkentijn PRINCES CHARLOTTE), d.d. Kaapstad 8 juni, heeft het schip bij de hevige storm in de Tafelbaai 2 ankers en kettingen verloren. Het is echter van een en ander voorzien en vlot gebleven. Door het in aanraking komen met een ander drift zijnde schip, is de boegspriet gebroken en heeft men meer andere schade aan de boeg bekomen. Passagiers en equipage zijn in goede welstand. (Volgens een ander bericht moet ook de lading beschadigd zijn.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 juni. Het Nederlandse schip (opm: bark) JOHANNES MARINUS, kapt. J. Verburgh, hetwelk de 8e april van hier naar Nederland vertrok, doch de volgende dag met schade uit zee terugkwam, heeft de lading gelost en is de 27e mei naar Onrust vertrokken om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 31 juli. Heden is alhier gearriveerd van Curaçao Zr.Ms. brik LYNX, commandant kapt.luit.t.zee G. van Voss.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 14 mei. Aangekomen METALEN KRUIS, kapt. Zuurdeeg, van Amsterdam.


02 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 27 juli. De kof HARMINA, kapt. Jansen, van Newcastle met ijzer naar Dantzig (opm: Gdansk) bestemd, is alhier in averij binnengelopen.


03 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 augustus. Te Groningen is van de werf van de scheepsbouwmeester K.K. de Vries, buiten het Kleine Poortje, te water gelaten het nieuw gebouwde schoenerschip ELSINA GEERTRUIDA (opm: ELZIENA GEERTRUIDA), groot plm. 90 last, kapt. A.B. Mulder, van Nieuwe Pekela.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 31 juli. De Nederlandse bark DE ZWAAN, kapt. K.J. van Hemert, van Londen naar Batavia, is alhier met schade binnengelopen, zijnde gisteren avond circa 11 uur op de hoogte van Bevesier (opm: Beachy Head) in aanzeiling geweest met de Harburger schoener RENA, met 47 passagiers van Hamburg naar Rio Grande bestemd. De bemanning van de RENA en de passagiers hebben met uitzondering van twee vrouwen, die verdronken zijn, onmiddellijk na de aanzeiling de wijk op de Nederlandse bark genomen. Later heeft de kapitein van de bark zijn schip weer opgezocht, en na dit gevonden te hebben, zijn de passagiers en de overige bemanningsleden weer aan boord gegaan en heeft men koers gezet naar Ramsgate, alwaar het schip heden met vrij zware averij is aangekomen. (opm: zie NRC 050857)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 10 juni. Het Nederlandse schip (opm: bark) REYERWAARD, kapt. L.W.E. Bruigom, van Singapore alhier gearriveerd, heeft gedurende vier dagen hevig stormweder doorgestaan, waarin het schip veel geleden heeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam – Triest. Het stoomschip TRIËST, kapt. A. Hoogendijk Azn, vertrekt van hier 6 augustus. Adres bij Reuchlin, Moll & Dutilh. (opm: aankondiging eerste reis)


04 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 augustus. Gisteren heeft Zr.Ms. stoomkorvet GRONINGEN, aan boord van welke bodem zich Z.K.H de prins van Oranje bevindt, de rede van Vlissingen verlaten en koers gezet naar Lissabon.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 31 juli. De bij Leesoe (opm: Læsø) gestrande Nederlandse kof GEERTRUIDA FEMINA, kapt. A.W. Bakker, van Hamburg naar St. Petersburg bestemd – zie NRC van 28 juli – is na ontlossen van een gedeelte der lading vlot, en gisteren hier in de haven gekomen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Papenburg, 29 juli. Het schip JOHANNES, kapt. Voogt, van Newcastle naar Triëst, bij Adra gestrand, is voor 2500 realen verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 1 augustus. Het schip (opm: brik) GRAAF VAN LIMBURG STIRUM, kapt. M. van Holdinga, is volgens brief van Batavia van de 8e juni, bij Sapoedie totaal verongelukt. Volgens een ander schrijven van Batavia van 9 juni zou bovengemeld schip waarvoor men aldaar ongerust was, behouden te Tjilatjap zijn aangekomen. (opm: zie volgend bericht)


05 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Extract (opm: uittreksel) uit een brief, d.d. Soerabaya, 5 juni. Ongeveer acht dagen na het vertrek van het schip GRAAF VAN LIMBURG STIRIUM, kapt. M. van Holdinga, arriveerde alhier de WELTEVREDEN (opm: bark), kapt. H. Teerlink, die het bericht bracht, dat door hem was gezien op de Meinderts-droogte (opm: Karangmas, plm. 07º40’ Z.B. 114º22’ O.L.) bij Kaap Sedano (N.O. van Java) een schip met een rode lijst voorzien, waarvan de masten reeds over boord lagen, terwijl hij de equipage, naar het scheen, bezig zag de lading zoveel mogelijk in twee praauwen te bergen, die er zich toen bij bevonden. In het eerst verspreidde zich het gerucht, dat zulks zeker de GRAAF VAN LIMBURG STIRIUM zou zijn – zie ons nommer van gisteren – doch bleven wij van enig bericht verstoken. Wij hebben sedert echter door tussenkomst van een gezagvoerder ener kruisboot vernomen, dat het schip hetwelk in die toestand verkeerde, was een Chinees vaartuig, komende van Balie, zodat wij ons ten deze vinden gerust gesteld.
Kapt. Peillon, voerende het Franse schip AIGLES, te Batavia aangekomen, rapporteert op de hoogte van de Sunda eilanden ontmoet te hebben een boot in zinkende staat waarin zich 53 personen bevonden, afkomstig van een in de Chinese zee verongelukt Nederlands schip. Kapt. Peillon had hen opgenomen en te Singapore aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Papenburg, 29 juli. Het schip GESINA, kapt. Albers, bij Tonnela, in de Golf van Mexico gestrand, is voor 474 Spaanse dollars verkocht. (opm: zie ook NRC 070657; dit schip behoort met vrij grote zekerheid in één van de Duitse staten thuis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 4 augustus. Zr.Ms. fregat met stoomvermogen ADMIRAAL VAN WASSENAER, commandant kapt.t.zee Jhr. H.J.L.T. de Vaynes van Brakell, is heden van onze rede vertrokken naar de Middellandse Zee. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomvaart-Vereeniging Amicitia. Geregelde dienst op Noorwegen.
Het nieuw gebouwde en voor passagiers ingerichte schroefstoomboot ANNA, kapt. J.B. Altona, vertrekt van Rotterdam naar Bergen medio augustus. Adres ten kantore van D. Burger & Zoon. (opm: eerste reis van dit Nederlandse stoomschip)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 4 augustus. Volgens brief van kapt. K.J. van Hemert, voerende het schip DE ZWAEN (opm: bark DE ZWAAN), van Londen naar Batavia, in dato Deal 31 juli, was hij de vorige nacht op de hoogte van Bevesier (opm: Beachy Head), liggende met stuurboordhalzen en een lantaarn onder de kluiverboom, door een Harburgs schip aangezeild, en te Deal uit zee teruggekomen om de geleden schade te repareren (zie NRC van 3 augustus). De schuld lag geheel aan het Harburgs schip.


06 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 augustus. Het schip LUITENANT-ADMIRAAL STELLINGWERFF (opm: bark, bouwjaar 1853), kapt. Martinus Christiaan Ennius Mispelblom Beijer, van Samarang naar Singapore, is, volgens brief van Singapore, de 17e juni tussen Banca en Riouw, na op een niet op de kaart aangewezen blinde klip gestoten te hebben, gezonken, doch het volk en de Chinese passagiers zijn gered en de 19e juli te Singapore aangekomen. (opm: zie NRC 160857)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 juni. Het ijzeren fregatschip LOUISA (opm: LOUISE), kapt. P. Buys, hetwelk ten gevolge van het stoten op de Meinderts-droogte schade bekomen had (opm: zie NRC 300657), en de 1e mei j.l. naar Onrust vertrok om te repareren, heeft eergisteren aldaar het droge dok verlaten na de schade, die onbeduidend was, gerepareerd te hebben. Het schip is nu bezig om de naar Samarang en Soerabaya bestemde goederen, die gelost zijn, weer aan boord te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten.
Te Rotterdam is aangekomen het schip MINERVA, kapt. J.A. van Boven, van Colombo, met 400 balen tinnevelly (opm: soort; vgl. tinneroy) katoen, 1370 vaten en 1110 balen plantation koffij en 1000 balen native koffij. Adres: Nederlandsche Handel-Maatschappij.
Te Amsterdam zijn aangekomen de schepen TJAPKO SCHURINGA, kapt. Drent, van St. Petersburg met 1200 tschetwert rogge, adres order, en REMBRANDT, kapt. …, van Dantzig met 8205 sch. (opm: schepel, 0,1 hl) koolzaad, 382½ sch. tarwe en 6 balen hennep, adres: order.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Memel (opm: Klaipeda), 30 juli. De Nederlandse smak LOUISE, kapt. Krook, is op 6 mijlen afstand van hier gestrand. (opm: zie NRC 310757 en volgend bericht; de scheepsnaam is waarschijnlijk LOUISE SUSANNE)


07 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 augustus. De Nederlandse tjalk LOUISE SUSANNE, gevoerd geweest door kapt. Krook, welke op de hoogte van Bornholm in zinkende staat door het volk verlaten werd – zie ons nommer van 31 juli – is de 29e juli in de nabijheid van Memel (opm: Klaipeda) gestrand. Het vaartuig, dat op de lading dreef, was zonder mast, boegspriet of zwaarden en ontbloot van verder tuig en inventaris. Tot berging van schip en lading zijn door het Nederlandse consulaat te Memel de nodige maatregelen genomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 augustus. De 3e augustus j.l. is met aanvulling der beschikking van 2 juni j.l. aan de heer F.F. Retsin te Antwerpen vergund zijn stoomsleepdienst met één of meer boten uit te oefenen langs de Ooster- en Westerschelde en daarop aanlopende zeegaten en rivieren tot aan of binnen de daaraan gelegen zeehavens, een en ander voor zoveel het Nederlands grondgebied betreft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rio Janeiro, 29 juni. Het Nederlandse schip (opm: bark) STAD ZIERIKZEE, kapt. D. Ochtman, van Newcastle naar China bestemd, is alhier met schade aan tuig binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 augustus. Volgens particulier bericht was het schoenerschip SPECULANT, kapt. L. van Wagtendonk, de 29e juni van Pernambuco te Bahia gearriveerd. Het had in stormweder stengen, raas en een gedeelte tuigage verloren. Overigens was het schip in goede staat en dacht de kapitein in 14 dagen de reis naar Rotterdam aan te nemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rendsburg, 1 augustus. Aangekomen de TROMP EN DE RUITER (opm: tjalk), kapt. B.J. Tromp, van Harlingen naar Lübeck.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. F. der Kinderen, A. Roos, C. Schröder en J. Meijerink Meijer, makelaars, zullen op maandag de 24e augustus, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen: Een extra ordinair welbezeild gezinkt schoener-galjootschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd de GOEDE VERWACHTING, gevoerd door kapt. W.P. de Jonge, liggende in het Oosterdok, volgens meetbrief lang 25 ellen 35 duimen, wijd 4 ellen 55 duimen, hol 2 ellen 82 duimen en alzo gemeten op 145 tonnen of 76 lasten. Wijders:
- 1/16 part in het Nederlands brikschip LOUISA, groot 283 tonnen, gevoerd door kapt. P.J.A. Antusch, varende onder directie van de heer W. Kaars Sijpesteyn te Krommenie.
- 1/30 part in het Nederlands barkschip KIJKDUIN, groot 369 tonnen, gevoerd door kapt. T.S. Oldendorp, varende onder directie van de heren G. Hooft en U.H. van Notten.
- 1/40 part in het brikschip ELISABETH JOHANNA, groot 216 tonnen, gevoerd door kapt. P.A. de Boer, varende onder directie van de heer H. Hattink.
- Een zesriems scheepssloep.
Breder volgens inventaris en biljetten en bericht bij bovengemelde makelaars.
Nog zal door de makelaar E.G. Bosscher, terzelfder tijd en plaats verkocht worden:
- 1/32 part in het Nederland barkschip CORNELIA, groot 778 tonnen, gevoerd door kapt. D. Lamers, varende onder directie van de heren J. & Th. Van Marselis.


08 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 augustus. Gisteren is van de werf van de scheepsbouwmeesters W. en A.H. Meursing te Nieuwendam met het beste gevolg te water gelaten het klipper brikschip RAPHAEL, groot plm. 95 gemeten lasten, voor rekening van de heren Haantjes & Schermer te Wormerveer, en zullende gevoerd worden door kapt. R. van de Velde Smit.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 7 augustus. Bij de heden gehouden aanbesteding van een ijzeren overdekkingskap en het stellen daarvan op Zr.Ms. fregat PRINSES SOPHIA, zonder bijlevering van materialen, is gebleken de minste inschrijver te zijn H. Noppe te Alphen.


11 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 augustus. Te Alblasserdam is de 8e augustus van de werf van de scheepsbouwmeester J. Smit Cornz. met het beste gevolg te water gelaten het barkschip VREDE, gemeten op ca. 398 lasten, zullende gevoerd worden door kapt. L. van der Plas, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren Boissevain & Co te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Liverpool ligt in lading het nieuw gebouwd en gekoperd fregatschip WILLEM KROONPRINS DER NEDERLANDEN, kapt. W.J. de Bourbonilles Zetteler, vertrekt voor of op de 25e dezer. Adres bij de cargadoors Joh. Ooms Ez. & Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 augustus. Volgens een op heden van Plymouth telegrafisch en aldaar van St. George d´Elmina ontvangen bericht, is het alhier te huis behorende schoenerschip AXIM, kapt. C. Ouwehand, van de kust van Guinea op hier bestemd, de 28e juni bij Kaap St. Paul totaal verongelukt. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 10 augustus. De stoomboot MAASSTROOM, van Stettin (opm: Szczecin), is bij het binnenkomen op de Maas droog en aan de grond gestoomd. Het water is gevallen en er is een loodsboot bij tot assistentie. Later zijn nog enige lichters derwaarts vertrokken. (opm: zie volgend bericht)


12 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 11 augustus. De stoomboot MAASSTROOM, van Stettin (opm: Szczecin), welke gisteren bij het binnenkomen aan de grond stoomde, is heden vlot gekomen en opgestoomd, zonder dat één der derwaarts vertrokken lichters gebruikt is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 11 augustus. Het stoomschip LOUISE, heden alhier van Grangemouth aangekomen, zit in de voorhaven aan de grond, doch is later vlot gekomen en ligt voor de sluis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam liggen in lading naar Batavia, voor goederen en passagiers, waartoe dezelve uitmuntend zijn ingericht:
- Het nieuw, extra op de zeilage gebouwd en gekoperd Nederlands fregatschip TRITON, kapt. H.G.T. Adriaans, voerende een geëxamineerde scheepsdokter en een melkgevende koe, om de 1ste september te vertrekken,
en het nieuw, extra op de zeilage gebouwd en gekoperd Nederlands driemast schoenerschip, ZEPHIR, kapt. N.J. de Vries, voerende een geëxamineerde scheepsdokter en een melkgevende koe, om de 15e september te vertrekken.
Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam en Smeer en Hudig & Blokhuyzen.
(opm: eerste reis van beide schepen)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Te koop een te Medemblik in aanbouw zijnde schoenerschip, staande geheel in deszelfs inhouten, groot 110 gemeten lasten en gebouwd onder toezicht van heren experts, der Algemene Lloyds Bureau Veritas. Nadere informatiën te bekomen bij de scheepsbouwmeesters Tinkelenberg & Zonen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Beurtschip. Uit de hand te koop voor drieduizend vijfhonderd gulden:
Een extra ordinair kofschip, volgens Nederlandse meetbrief lang 11 ellen 41 duimen, wijd 3 ellen 77 duimen, hol 1 el 60 duimen en alzo gemeten op 68 tonnen, en dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften, volgens complete inventaris. Varende in een der beste beurten van Amsterdam op Friesland, vice versa. Dewelke een ruim bestaan oplevert, kunnende dadelijk aanvaard worden.
Te bevragen bij de makelaars Christiaan Ament, te Amsterdam. Brieven franco.


13 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 augustus. Uit Hellevoetsluis wordt bericht dat het stoomschip ARDJOENO op de werf in gereedheid wordt gebracht om waarschijnlijk met half september in dienst te worden gesteld. Daarna zal het stoomschip BROMO ook voor de actieve dienst worden in gereedheid gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 augustus. Te Delfzijl is van de buitenwerf de Phoenix der heren Borst en mede-eigenaren met goed gevolg en in tegenwoordigheid van een groot publiek te water gelaten het barkschip BARON FORSTNER VAN DAMBENOY, groot 230 roggelasten, gebouwd en bestemd voor de grote vaart.
(opm: dit was het eerste schip dat van deze nieuwe [in de haven buitendijks gelegen] werf van stapel liep; hierna werd de kiel gelegd voor de brik DONNA JOHANNA; beide schepen voeren onder boekhouder E.H. Roggenkamp, Delfzijl)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kirkwall, 3 augustus. De Nederlandse kof VIER GEBROEDERS, kapt. Rozenbeek, is de 21e juli in de Pentland Firth op het eiland Swana verongelukt. De bemanning heeft zich gered en is de 31e daaraanvolgende alhier aangekomen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. P. Blom en A.M. Balwe, makelaars, zullen op maandag de 31e augustus 1857, des avonds ten 6 ure, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, verkopen: Een extra ordinair welbezeild schoener-kofschip, genaamd de TREKVOGEL, varende onder Nederlandse vlag, laatst gevoerd door kapt. W.A. Katoen, liggende in het Westerdok, volgens meetbrief lang 21 ellen 60 duimen, wijd 4 ellen 42 duimen, hol 2 ellen 20 duimen, en alzo gemeten op 93 tonnen of 49 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars.


14 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 10 augustus. Het schip (opm: tjalk) BEERENDINA, wijlen kapt. B.W. Pekelder, van Dantzig (opm: Gdansk) naar de Weser, is wegens het overlijden van de kapitein alhier binnengelopen, doch heeft de reis voortgezet nadat de kapitein alhier begraven was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Archangel, 1 augustus. Het schip ELISE, kapt. O. Thiis, van hier naar Zwolle vertrokken, is lek uit zee teruggekomen, zijnde aangezeild. Het moest lossen.


15 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 juni. Men schrijft ons uit Bezoekie: De schoener JULIETTE, komende van Balie en beladen met rijst, koehuiden en koffij, en bestemd naar Singapore, is de 23e mei op de klip Karangmaas, gelegen aan de ingang van Straat Balie, tussen de afdeling Panaroekan en de assistent-residentie Banjoewangie verongelukt. De bemanning, bestaande uit een Chinese gezagvoerder en 20 inlandse schepelingen, benevens 2 vrouwen, is gered en behouden te Djangkar, district Soemberwaroe, aan wal gekomen, van waar zij naar Soerabaya zal worden overgebracht. Van de lading is, uitgezonderd enige koehuiden en een paar balen beschadigde koffij, niets gered kunnen worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 augustus. Naar men verneemt zijn kapt. A. Soet en de stuurman van het op de hoogte van Lagos verongelukte schip de ROTSSTEEN (opm: zie NRC 150457), van die plaats naar Nederland bestemd, over wier lot men bevreesd was, behouden in Engeland aangekomen, en moet de laatstgenoemde reeds enige dagen bij zijn betrekkingen hier te lande zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 augustus. Het te Vlaardingen te huis behorende schoenerschip LUITENANT ADMIRAAL CALLENBERG, kapt. Valkenier, van Archangel naar Zaandam bestemd, is op de Haaks gestrand. Lichters zijn van het Nieuwediep ter assistentie afgezonden. (opm: zie NRC 160857)


  RC - Rotterdamsche Courant

Batavia, 20 juni. Vertrokken het METALEN KRUIS, kapt. Zuurdeeg, naar Soerabaija.


16 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 augustus. Het op de Haaks gestrande Nederlandse schip LUITENANT ADMIRAAL CALLENBERG – zie NRC van gisteren – is vlot gekomen en de 14e dezer te Texel gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 14 augustus. Ter rede van het Vlie is heden aangekomen het schroefstoomschip GEORG V, kapt. Pieper, bestemd van Harburg naar Amsterdam, hebbende nabij Schiermonnikoog schade aan de as enz. bekomen, zodat men zonder gebruik der machine zeilende is gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 25 juni. De Nederlandse schepen (opm: barken) MAGDALENA, kapt. G. Greefkes, van Batavia, en PEKING, kapt. H. Croese, van Akyab (opm: Sittwe), beiden naar Amsterdam bestemd, zijn de 22e dezer met schade in de Simonsbaai binnengelopen. (opm: zie voor beide schepen NRC 070957)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 2 juli. De Nederlandse schoener (opm: bark) LUITENANT-ADMIRAAL STELLINGWERF, kapt. M.C.E. Mispelblom Beijer, de 11e juni van Samarang naar Singapore vertrokken, is de 17e op een onder water verborgen rots gestoten, waarop het schip bleef vastzitten (opm: zie NRC 060857). Het water begon snel in het ruim te rijzen, en men hield het voorzichtig (door) de bemanning en de Chinese passagiers, 35 in getal, naar de Franse bark L`AIGLE, welke zich in de nabijheid bevond, over te brengen. Dit werd met enige moeilijkheid ten uitvoer gebracht, daar de zee onstuimig was en de boten veel te vol waren. De Franse bark poogde daarop naar het wrak te stevenen, doch een sterke stroom maakte dit zeer moeilijk. De bark ging daarom ten anker en zond een boot naar het wrak, welke, toen zij het bereikte, het gehele achtergedeelte van het schip onder water vond, zodat niets gered kon worden. Een groot gedeelte der aan boord zijnde Chinezen was naar China bestemd. Deze lieden hadden overgespaarde gelden bij zich, in sommige gevallen verschillende duizenden dollars bedragende. Ook bevond zich aan boord een aanzienlijke hoeveelheid specie (opm: contant geld), behorende aan de Chinese bevrachter van het schip, zodat men denkt, dat er bijeengenomen twintig à dertig duizend dollars specie aan boord waren, waarvan niets gered werd. Het wrak is hier verkocht voor $ 500 buiten de lading, welke uit zijde, tabak enz. bestond. (Reeds kortelijk in ons nommer van 6 dezer vermeld). (opm: zie ook NRC 130358)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten.
Te Rotterdam zijn aangekomen het schip RIGA, kapt. H.W. Maas, van Maracaibo, met 136 ton geelhout, adres H. van Rijckevorsel; het stoomschip SOPHIE, kapt. P.L. Schep, van Cardiff, met een lading ijzer, adres E.S. de Jonge, en het stoomschip LOUISE, kapt. P.J. v.d. Grient, van Grangemouth, met 100 ton gietijzer, adres E.S. de Jonge.
Te Amsterdam zijn aangekomen het schip ZWAANTINA THELLINA, kapt. de Boer Sap, van St. Petersburg met 1032 tschetwert (opm: Russische inhoudsmaat, vooral gebruikt voor graan; 1032 tschetwert = 2310 hectoliter) rogge, adres Böninger, Frank & Co; JENNY, kapt. Van Wijk, van St. Petersburg met 1246 tschetwert rogge, adres Wed. J. d´Arripe; het schip TECLA JOHANNA, kapt. Kroon, van St. Petersburg met 1049 tschetwert rogge, adres order; het schip ANNECHIENA, kapt. Schuring, van St. Petersburg met 1124 tschetwert rogge, adres A. & F. Haerten, en LAMMECHINA, kapt. Koops, van St. Petersburg met 977 tschetwert rogge, adres Bunge & Co.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia en Samarang het nieuw gebouwd, gekoperd Nederlands barkschip DE STAD GOUDA, kapt. K.D. Breuning, om medio september te vertrekken. Adres bij P. A. van Es & Co. (opm: eerste reis)


17 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Edam,15 augustus. Heden is van de werf de Goede Verwachting door de scheepsbouw- meester J. Pauw alhier met het beste gevolg te water gelaten, het campagne fregatschip WILHELMINA, groot 257 gemeten lasten, voor rekening ener rederij onder directie van de heren J.L. Wickel & J. Boot, zullende worden gevoerd door kapt. D. van Dale en bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 16 augustus. Het stoomschip TRIËST is heden van hier naar Triëst vertrokken. (opm: eerste reis)


18 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 augustus. Zr.Ms. brik LYNX is de 15e dezer buiten dienst gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 16 augustus. De stoomboot de JONGE MARIE is heden van hier naar Rotterdam vertrokken. (opm: kapt. R.A. Hazewinkel; eerste reis van dit schip na de omvangrijke verbouwing als ex-NOORDHOLLAND)


19 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 18 augustus. De brik NIEUWE ROTTERDAMSCHE GAZFABRIEK, kapt. H.A. Hisschemöller, van hier naar Newcastle vertrokken, is met gebroken fokkemast uit zee teruggekomen.


20 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 19 augustus. Heden is van hier naar Bergen (opm: Noorwegen) vertrokken het stoomschip ANNA. (opm: eerste commerciële reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 19 augustus. Het van hier naar Batavia vertrokken Nederlandse schip (opm: bark) HOLLAND, kapt. Aufnorth, is met schade aan de fokkera uit zee teruggekomen, doch heeft dit hersteld en heden de reis opnieuw aanvaard.


21 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 20 augustus. Heden vertrok van hier naar Duinkerken het stoomschip de JONGE MARIE. (opm: eerste commerciële reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 augustus. Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn bevracht de navolgende 7 schepen als:
Voor Rotterdam: VLAARDINGEN, kapt. M.S. van Dusseldorp.
Voor Amsterdam: VROUW JOHANNA, kapt. A. Lupcke; ADRIANA PETRONELLA, kapt. A. Brocx, allen van Rotterdam.
Voor Dordrecht: ANNA HELENA, kapt. C.M. de Boer.
Voor Middelburg: ELISABETH EN JOHANNA, kapt. T.R. Oomkens.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 augustus. Heden werd door de scheepsbouwmeesters de heren de Jong, Kortlandt en Anthony van hun werf zeer geregeld te water gelaten, het driemast schoener campagne-schip ZEPHIR, groot 300 lasten, om te worden gevoerd door kapt. N.J. de Vries, voor rekening van de heren A. van Hoboken & Zonen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 augustus. De Loodsboot No. 12, schipper Cordia, werd hedenochtend om 4 uur op twee mijl afstand van het vuurschip MAAS in peiling west ten noorden aangevaren door het stoomschip DIAMOND, van Libau (opm: Liepaja) naar Rotterdam en is daardoor in 10 vadem water 20 minuten na de aanvaring gezonken. De opvarenden, 11 personen, werden gered en door het stoomschip aan boord genomen en in Maassluis geland. De DIAMOND lag volgens de gezagvoerder gestopt. Schipper Cordia kreeg een klap van het roer, doch bekwam geen ernstig letsel.


22 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 augustus. Gisteren namiddag is van de werf van de heren C. Gips & Zonen te Dordrecht met het beste gevolg te water gelaten de aldaar voor rekening van het departement van koloniën gebouwde oorlogsschroefstoomschoener en waarvan de stoomwerktuigen van 100 paardenkracht op het etablissement Fijenoord van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij alhier vervaardigd zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 augustus. De 19e augustus is te Zwolle van de werf van de heer van Goor, aldaar met goed gevolg te water gelaten het fraaie nieuw gebouwde barkschip, nog zonder naam, der heren Fraissinet & Van Baak, van Amsterdam. Dit vaartuig meet 300 lasten en is het grootste dat daar ooit is gebouwd. (opm: deze JOHANNES CHRISTIAAN kwam in 1859 in de vaart)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delft, 20 augustus. Met genoegen vermelden wij dat de kapitein en de passagiers van het barkschip CORNELIA, hetwelk ongelukkiglijk op de hoogte van Fernambuck is verbrand (opm: zie NRC 090757), gepasseerde maandag behouden alhier zijn geretourneerd.


23 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 19 augustus. De te Groningen te huis behorende kof ETTJE HEIDEMA, kapt. R.J. Stomp (opm: ELTJE HEIDEMA, bouwjaar 1841; kapt. Roelf Jolkes Stomp; zie NRC 250857 en 040957), van Newcastle naar St. Petersburg bestemd, is gisteren gestrand. De bemanning is gered, de lading verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lerwick, 14 augustus. Door een alhier aangekomen visser is gepraaid het te Rotterdam te huis behorende en van daar naar Archangel bestemde schoenerschip ELISABETH, hebbende de 10de dezer de voorbramsteng en kluiverboom verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De scheepsmakelaar Van den Bergh Fils te Antwerpen zal vrijdag de 28e
augustus 1857, des middags ten 2 ure, in de zaal der makelaars aan de beurs aldaar publiek verkopen het Nederlands galjootschip de EENSGEZINDHEID, gevoerd door kapt. J. de Boer, gebouwd in het jaar 1851 en gemeten op 99 tonnen, thans liggende in het Groot Bassin, te Antwerpen. Nadere informatiën zijn te bekomen bij bovengenoemde makelaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 20 augustus. Volgens een alhier ontvangen bericht is het Hamburger schip DR. BARTH eergisteren op de hoogte van Texel in aanzeiling geweest met een Nederlandse bark (opm: vermoedelijk de CATHARINA JOHANNA, zie NRC 250857) en is één man van die bark op de DR. BARTH overgesprongen. Naders niets bekend.


25 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 19 augustus. De alhier gestrande Nederlandse kof ETTJE HEIDEMA (opm: ELTJE HEIDEMA), kapt. R.J. Stomp – zie ons nommer van 23 augustus – is heden nacht geheel uit elkander geslagen. De equipage is gered en een gedeelte van de inventaris. Schip en lading, soda, loodwit, enz, zijn totaal verloren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Duinkerken, 21 augustus. Het schip CATHARINA JOHANNA, kapt. G. Geelmuijden, van Nerva herwaarts gedestineerd, is alhier in zinkende staat binnengekomen, zijnde op 54º N.B. door een Amerikaans schip aangezeild (opm: zie vorig bericht). Eén man der equipage wordt vermist.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 augustus. Het schip CONSTANCE, kapt. Holm, van Calcutta naar Nederland bestemd, is in de nabijheid van de Hoogly rivier verongelukt. (opm: zie NRC 310857; waarschijnlijk een buitenlander)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 23 augustus. De Nederlandse bark MARIA MAGDALENA, kapt. Willebrinck (opm: J.H. Willenbrink), is hier gearriveerd om 400 ton steenkolen voor Madras te laden.


26 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 augustus. Tegen de 19e der volgende maand zal aan de Marinewerf te Vlissingen van stapel lopen Zr.Ms. schroefstoomfregat der eerste klasse EVERTSEN, voerende 51 stukken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 25 augustus. Heden is alhier binnengelopen het stoomschip URANIA, van … (opm: dit stoomschip van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij was in Hull gebouwd en zal dus waarschijnlijk van Hull gekomen zijn).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfshaven, 25 augustus. Op de werf van de gunstig bekende fabriek der heren Van Everdingen, Evrard & Co alhier is heden een aanvang gemaakt met de aanbouw van een ijzeren vaartuig, groot 150 gemeten lasten, zijnde dit het tweede dat in de loop van dit jaar aldaar op stapel wordt gezet.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 25 augustus. De Engelse brik VELATURA, kapt. Barkell, van Sunderland met steenkolen herwaarts gedestineerd, is op de hoogte van Calandsoog gezonken, doch het volk door kapt. J.G. Lucas, voerende het schip (opm: brik) ELISABETH EN JACOBA van Akyab (opm: Sittwe) in Texel binnen, gered.


27 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 augustus. Aan een door de Utrechtsche Courant medegedeeld schrijven, d.d. 16 augustus 1857, aan boord van Z.M. fregat de WASSENAAR, voor Lissabon, ontleenden wij het volgende:
Wij zijn gisteren avond ten 8 uur alhier ter rede geankerd, derhalve 5 dagen na ons vertrek uit Plymouth. Een gebrek aan de machine heeft ons ruim 24 uur enkel zeil doen voeren, doch daar de gelegenheid gunstig was heeft dat geen groot oponthoud veroorzaakt. Met de machine werkende en een fikse bramzeilkoelte liepen wij meer dan elf mijlen. Wij vonden alhier ter rede Zr.Ms. fregat DE RUYTER, commandant kapt. ter zee Van Maldeghem, welk schip hier reeds drie weken ligt, het stoomschip GRONINGEN, commandant kapt-luit. ter zee Wolterbeek, aan boord van welk schip Z.K.H. de prins van Oranje zich bevindt, een Amerikaanse korvet en een paar Portugese oorlogsschepen. De prins was naar Cintra, waar de koninklijke familie haar verblijf houdt. De GRONINGEN was hier één dag voor ons aangekomen. Wij zijn genoodzaakt geweest hier zonder loods binnen te lopen; geen van die heren liet zich buiten zien en ofschoon onze loodsvlag van top waaide kwam er op de rivier zelve ook nog geen aan boord. Lissabon ziet er op de afstand waarop wij liggen, van de rede gezien zeer goed uit. De gehele equipage geniet de beste gezondheid, ook het état-major is welvarend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 augustus. Het Surinaams Weekblad bevat een ingezonden artikel van enige kooplieden en particulieren, waaruit blijkt dat op Suriname eensklaps de kapitein van een Nederlands schip is gevangen gezet zonder dat de redenen bekend zijn die daartoe aanleiding hebben gegeven. De inzenders geven de wens te kennen dat die redenen mochten worden bekendgemaakt. Het schijnt te blijken dat de bedoelde persoon is kapt. J. van der Plas, gezagvoerder van het Nederlandse schip (opm: brik) JACOBA, thans onder bevel van de eerste stuurman op de te huisreis. (opm: zie ook NRC 090937 en 201057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 augustus. Dezer dagen heeft men de persoon gearresteerd, die verdacht wordt gehouden de gezagvoerder van het schip HENRIETTE te hebben bijgestaan in het vermoorden van één der schepelingen van die bodem door hem in zee te werpen (opm: zie o.a. NRC 260757 en 260358).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Amsterdamsche Stoomboot-Maatschappij.
Naar Genua en Livorno: het Nederlandse schroefstoomschip NOORD-HOLLAND, kapt. J. Blad.
Naar Konstantinopel (opm: Istanbul), met vrijheid Gibraltar, Malta, Syra en Smirna (opm: Izmir) aan te doen: Het Nederlandse schroefstoomschip KROONPRINSES LOUISE, kapt. D.M.V. Kühn.
Naar Napels, Messina en Palermo, het Nederlandse stoomschip WILLEM I, kapt. D.G. Piejeers.
Adres bij de directeur Paul van Vlissingen en bij de cargadoors Blikman & Co en Van den Bleij & Co.


28 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alkmaar, 26 augustus. Heden namiddag is met gunstig gevolg van de scheepstimmerwerf Nicolaas Witsen, van de heer van Cleeff, te water gelaten het brikschip WILHELMINA EN ELIZA (opm: WILHELMINA ELISE), gevoerd wordende door kapt. M. Pribée (opm: M. Priebié), toebehorende aan een rederij onder het boekhouderschap van de heer J. Teengs Telting alhier.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 26 augustus. Het schip (opm: kof) AFINA HILLECHIENA, kapt. D.H. Drewes, van Amsterdam naar St. Petersburg, is alhier lek binnengelopen, hebbende twee dagen aan de grond gezeten.


29 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Naar Batavia en Semarang zal in de loop van de maand september vertrekken het nieuw gebouwd, gekoperd tweedeks barkschip STAD ASSEN, gevoerd door kapt. H.J. Haverbult, hebbende uitmuntende inrichtingen tot de overvoer van passagiers.
Passagiers van deze gelegenheid gebruik wensende te maken, gelieven zich te vervoegen bij de cargadoors Hoymans & Schuurman, te Amsterdam. (opm: eerste reis)


30 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 20 juni. Scheepsvrachten. De WELTEVREDEN is voor Nederland bevracht tot NLG 80 voor suiker en rijst, en de SALATIGA tot NLG 80 voor rijst en suiker, NLG 85 voor tabak en NLG 90 voor huiden. De DIRKINA TITIA (opm: DERKINA TITIA) laadt rijst naar Banca tot NLG 22 per koyang (opm: 1 last = 1976 kg) met een terugvracht van tin tot NLG 16 per koyang. De LAURA EN ADÈLE is naar China bevracht tot $ 0,50 per picol (opm: 61,7613 kg) voor rijst en $ 1 per picol voor rotting. Alleen de KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB is nog onbevracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 9 juli. Vrachten veel vaster, ofschoon grote schepen nog moeilijk te bevrachten zijn. Schepen beneden 13 voet diepgang bedingen gemakkelijk $ 0,70 à $ 0,80 om te Siam (opm: Thailand) voor hier te laden. Verscheidene schepen zijn naar Shanghae (opm: Shanghai) bevracht tot $ 0,35 voor rijst; men biedt tevergeefs GBP 4.5/- om in Rangoon (opm: Yangon), GBP 3/- op Java en GBP 3.15/- te Calcutta te laden. Gearriveerd zijn ADOLF VAN NASSAU van Samarang, CERES van Siam, HELMERS van Rotterdam, LOUISA JACOBA JOHANNA van Batavia, en gezeild zijn TONIA naar Batavia, ADOLF VAN NASSAU en JAVA PACKET naar Shanghae.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 9 juli. Scheepsvrachten. De meeste bevrachtingen in deze maand waren voor China. SENIOR, ELISE, SUSANNE, ALMONDE en LAURA EN ADÈLE werden allen tot 50 cent van de dollar (opm: per picol à 61,7613 kg) voor rijst naar China bevracht. SALATIGA werd te Soerabaja bevracht tot NLG 80 voor tabak, NLG 85 voor suiker en rijst en NLG 90 voor huiden naar Amsterdam. WELTEVREDEN, bekwam NLG 80 voor rijst en suiker van Soerabaja naar Nederland. JACOB ROGGEVEEN NLG 95 voor suiker van Samarang naar Amsterdam. BELLATRIX NLG 100, waarvoor 8000 picol rijst te Indramaijo in te nemen en verder hier met andere goederen vol te laden. Voor een militaire expeditie naar Timor zijn door het gouvernement ingehuurd de schepen: HENDRIK JAN, FERNANDINA EN EMMA, STAD MIDDELBURG, LANDBOUW, BAREND WILLEM en HELENA EN ANNA.
De nu nog disponibele schepen zijn: KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, JACOBUS MARINUS, PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN en SCHOUWEN N.B. Het schip KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB is intussen bevracht tot NLG 95 voor rijst en NLG 105 voor suiker hier en op de kust en NLG 110 voor koffij te Padang te laden naar Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 28 augustus. Volgens een particulier bericht uit Lissabon zal Zr.Ms. stoomfregat WASSENAAR tengevolge van een defect aan de machine waarschijnlijk gedurende een maand aldaar moeten blijven om te repareren; een waarlijk niet zeer gelukkig incident voor het plan van de kruistocht. Wanneer men in aanmerking neemt dat aan deze kostbare bodem, van af het ogenblik of dat dezelve in dienst is gesteld, zo veel te herstellen en zo veel te vernieuwen is gevallen, dan geraakt men bijna tot de conclusie, dat óf de constructeurs, óf de werklieden die het vaartuig daarstelden, door betere hadden behoren vervangen te worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaya, het nieuw Nederlands op de zeilage gebouwd en gekoperd fregatschip KAREL EN HENRICUS (opm: KAREL HENDRICUS), kapt. A. van der Geer, voor goederen en passagiers, zijnde daartoe uitmuntend ingericht, voerende een geëxamineerde scheepsdokter, om in de loop van september te vertrekken.
Adres bij de reders, de heren G.H. Stoltenberg & Zn, en bij de cargadoors P. Varkevisser & Zn, alhier en De Coningh & Co te Amsterdam. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Samarang, 26 juni. Aangekomen het METALEN KRUIS, kapt. Zuurdeeg, vertrok 2 juli naar Soerabaija.


31 augustus 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 augustus. De aanvoer van rogge uit de Oostzee en van Archangel was in de afgelopen twee weken te Schiedam zo groot, dat de gemeenteraad een afzonderlijk besluit heeft moeten nemen, om bij de ongenoegzaamheid van het overigens groot aantal korenmeters, vergunning te verlenen tot het bezigen van grotere maten, ten einde het werk te bespoedigen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 29 augustus. De stoomboot KROONPRINSES LOUISE, kapt. D.M.V. Kuhn, van Amsterdam naar St. Petersburg gedestineerd, is uit zee teruggekeerd en op de Vlierede geankerd wegens gebrek aan de machine. Men zal trachten van hier de schade te herstellen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 29 augustus. Met het schip TRIO, kapt. Foster, zijn alhier aangebracht, kapt. S. Bakker en de verdere bemanning van de Nederlandse kof ADRIANA SOPHIA, welke bodem laatstleden maandag, 24 augustus, in de Noordzee gezonken is (opm: zie NRC 030957).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Akyab (opm: Sittwe), 6 juli. De Nederlandse bark HEILIGE LIDUNA, kapt. P. Lommerse, van hier naar Cowes vertrokken, heeft bij het uitzeilen op de bank gestoten en is dientengevolge geretourneerd om de schade te onderzoeken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calcutta, 20 juli. Het schip CONSTANTIA, kapt. Holmes, van hier naar Nederland bestemd, heeft bij het uitzeilen op Sand Heads gestoten en is later bij Kedgeree op strand gezet. Het schip zit geheel onder water en slechts weinig van de lading is in zeer beschadigde toestand geborgen. Het zal in publieke veiling verkocht worden. (Red: bereids kortelijk in ons nommer van 25 augustus medegedeeld.) (opm: vermoedelijk een buitenlander)


01 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. Naar men ons verzekert, is alhier uit Indië het bericht ontvangen dat de Nederlandse schepen (opm: barken) JOHANNES MARINUS, kapt. Verbrugh (opm: J. Verburg) en FLORA, kapt. A.A. van Wijk (opm: zie NRC 010757 en 011157), afgekeurd zijn.
De JOHANNES MARINUS was de 8e april van Batavia naar Nederland vertrokken, doch kwam de 8e mei daaraanvolgende met schade uit zee terug.
De FLORA was met een lading kolen van Dordrecht in China gearriveerd, had op de reis veel slecht weder doorgestaan en was met schade te Poelo Timoa binnen geweest.


02 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 sptember. Particuliere berichten, bijzonderheden behelzende omtrent het fregat met stoomvermogen ADMIRAAL VAN WASSENAAR, wederspreken volgens het Dagblad voor Zuid Holland en ’s Gravenhage enigermate het daaromtrent in de Utrechtsche Courant geplaatste, door ons overgenomen, bericht uit het Nieuwediep. Volgens deze particuliere berichten heeft dit fregat op de reis van Texel naar Plymouth, en vervolgens naar Lissabon, uitmuntend voldaan, en doet het volle vertrouwen koesteren, dat het een zeer goed zeilschip zal zijn en dat de werktuigen geheel aan de verwachtingen beantwoorden. De stabiliteit liet niets te wensen over, kunnende het schip veel zeil voeren; met een stijve koelte en daaraan evenredige zee, stoomde het fregat zes mijlen recht in de wind op. Volgens het gevoelen van de officieren van het op de Taag aanwezig zijnde fregat DE RUYTER, die gedurende een verblijf aldaar van enige weken onderscheidene Engelse en Franse fregatten gezien hadden, was de ADMIRAAL VAN WASSENAAR een fregat, dat, zo niet beter, zeer zeker, zowel wat schip als werktuigen betreft, met die van de vreemde natiën kan wedijveren. De DE RUYTER en WASSENAAR zouden te Lissabon de komst van de brik DE ZEEHOND afwachten, die voor ieder van de beide fregatten een twaalftal nieuwbenoemde adelborsten van de eerste klasse aan boord heeft, ten einde dan respectievelijk hun bestemmingen te vervolgen.


03 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 1 september. Per stoomboot LUNA zijn hier gisteren van Londen de schepelingen gearriveerd van het hier te huis behorend kofschip ADRIANA SOPHIA, kapt. S. Bakker, hetwelk, lek geworden, in de Noordzee is gezonken en waarvan de equipage door een Engels schip gered werd (opm: zie NRC 310857).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lerwick, 25 augustus. Het schip ALARM, kapt. Nock, van Archangel naar Rotterdam bestemd, is alhier met verlies van grote boom binnengelopen.


04 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 3 september. Heden namiddag om 4½ ure is van de werf de Merwede, van de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zoonen alhier, met het beste gevolg een schroefstoom- schip te water gelaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJsselmonde, 3 september. Gisteren namiddag is van de scheepstimmerwerf van de heren Gebr. Pas, onder deze gemeente, met het beste gevolg te water gelaten het driemast schoenerschip HENRIETTE WILHELMINA, groot 176 gemeten lasten, gevoerd zullende worden door kapt. W. Kuijt (opm: W.C. Kuijks), zijnde gebouwd voor een rederij onder directie van de heren R. van Buren & Co te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Faro, 25 augustus. Het te Edam te huis behorende schip STAD EDAM, kapt. H.J. Schuring, van Livorno met marmer naar Amsterdam bestemd, is eergisteren bewesten Kaap St. Mary’s (Cabo de Santa Maria, 36º57’ N.B. 07º53’ W.L.) gestrand. Het schip kon niet afgebracht worden. Men hoopt evenwel de lading, zij het dan ook beschadigd, te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 september. De Nederlandse brik TRUDA, kapt. P.J. Das, is, volgens telegrafisch bericht van Galatz van de 1e dezer, lek uit zee bij de Sulina teruggekomen. Het schip maakt twee voeten water in het uur. Adsistentie zou worden afgezonden. (opm: zie NRC 190957 en 220957)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 28 augustus. Van de lading van het de 18e dezer in deze omtrek gestrand en verbrijzeld Nederlands schip ELTJE HEIDEMA, kapt. R.J. Stomp (opm: zie NRC 230857 en 250857), van Newcastle naar St. Petersburg, zijn 25 vaten loodwit, 3 vaten en circa 5000 pond alkali en circa 1500 stuks vuurvaste stenen geborgen.


05 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 september. Een enkel woord over het registratierecht van vreemde schepen. Dit wordt in het tarief op 2 procent verminderd. Verschillende Kamers van Koophandel hebben voorgesteld het op 1 procent te brengen, zoals dit primitief bij de wet van 1850 door de regering was verlangd. Wij geloven dat de ondervinding genoegzaam geleerd heeft, dat onze scheepswerven de concurrentie met vreemde niet behoeven te duchten om, indien wij het registratierecht op 1 procent stellen, niet nodig te hebben te vrezen een al te onvoorzichtige stap tot de vrijheid te doen. Te minder, omdat bij de aankoop van vreemde schepen, dat vooral, zoals de Rotterdamse Kamer van Koophandel terecht heeft opgemerkt, zeer dikwijls met stoomschepen geschiedt, daarenboven nog een recht van 2 procent met 38 opcenten op de koopbrief wordt geheven. Wij bevelen de volgende zinsneden in het adres van de Rotterdamse Kamer van Koophandel zeer in de aandacht aan:
Neemt men in overweging dat bij het in werking brengen van grote stoomboot-vaarten op vreemde havens, somtijds verscheidene tonnen gouds ter aankoop van schepen in het buitenland benodigd zijn, dan wordt dit een zeer gewichtig punt van bezwaar; een hier gevestigde maatschappij op Marseille en andere havens van de Middellandse Zee heeft drie boten in Engeland aangekocht of laten bouwen en daarvoor NLG 29.693,63 aan rechten moeten voldoen. De uitbreiding van onze handel, ja het behoud van wat wij hebben, wordt dagelijks meer en meer afhankelijk van het bestaan van zodanige diensten. Bij haar oprichting bestaat echter ten onzent nog te veel schroomvalligheid, welke met alle mogelijke middelen moet worden bestreden. Een der krachtigst werkende daartoe zal zeker zijn, wanneer de bepaling ophoudt, welke de ondernemers nu verplicht onmiddellijk bij de oprichting 8¼ procent van hun kapitaal op te offeren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 4 september. Uit particuliere berichten wordt ons medegedeeld dat Zr.Ms. stoomschip GEDEH, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee B.H. Staring, de 25 juli l.l. uit het vaderland gestoomd, met bestemming Batavia, thans te Cadix (opm: Cadiz) in het droge dok ligt. Zeilende in de Spaanse Zee, heeft men een lek ontdekt, dat niet zonder hulp van de pompen, die door de machine worden in werking gebracht, meester te blijven, waarom men de eerst te bereiken haven, zijnde die van Lissabon was binnengelopen; doch het droge dok aldaar te klein zijnde, is men genoodzaakt geweest naar Cadix te stomen, alwaar men denkt ongeveer een maand te zullen moeten blijven. De gezondheidstoestand van het état-major en de equipage was voldoende.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gothenburg, 27 augustus. Het Nederlandse schip (opm: fregat) STAATSRAAD BAUD, kapt. T. de Jong, heden alhier van Amsterdam gearriveerd, heeft gestoten.


  JB - Javabode

Wij nemen het volgende over uit het scheepsjournaal van het schip (opm: bark) SOUBURG, gevoerd door kapitein H.B.L. Evers, zeilende in de Zuid-Atlantische oceaan, des morgens 20 juli op 36º03’ Z.B. en 32º11’ O.L, met ongestadige dubbele gereefde marszeil-koelte en afwisselende buiige lucht.
Wij ontdekten een schip te loefwaarts van ons, dat op ons aanhield en door signalen te kennen gaf, dat er vrees bestond, dat zijn lading in brand was, waarop wij antwoordden, dat wij bereid waren in dit geval alle mogelijke hulp te verlenen. Wij draaiden dus bij om in elkanders bijzijn te blijven, ten einde de kapitein in de gelegenheid te stellen, de volgende dag, zo het weder gunstig was, bij ons aan boord te komen om te raadplegen en naar omstandigheden een besluit te nemen.
De gezagvoerder dit wellicht niet goed begrepen hebbende, toonde ons de Engelse vlag omgekeerd ten teken van nood en halsde daarop om de W, hetgeen mede door ons gedaan werd. Verder bezig zijnde om met signalen ons oordeel en besluit mede te delen, zagen wij reeds een boot van boord afsteken met verscheidene manschappen. Deze bereikte, niettegenstaande een hoog lopende zee, onze bodem en kwamen de zich daarin bevindende manschappen bij ons over, van wie wij vernamen, dat het schip de CANADIAN CHIEF genaamd was, kapitein John Davids, beladen met steenkolen en bestemd naar Ceylon, en dat het zeer waarschijnlijk was, dat gedurende de nacht de brand zou uitbarsten en de kapitein niet langer aan boord durfde te blijven. Hierop ging de boot met goed gevolg nog tweemaal heen en terug, zodat bij het vallen van de avond de kapitein en de gehele equipage, bestaande uit 16 man, bij ons aan boord was. Op verzoek van de gezagvoerder bleven wij de nacht bijleggen, ten einde de afloop af te wachten en de volgende dag de positie van het schip te onderzoeken en voorzagen inmiddels de geredden van het nodige.
Gedurende de A. W.(opm: Achtermiddag Wacht = 12.00 - 16.00 uur) van 22 juli het weder stil geworden zijnde en dus met geen mogelijkheid het schip kunnende bereiken, werd besloten de stuurman met enige manschappen naar hetzelve te zenden, ten einde zo goed mogelijk de positie van het schip te onderzoeken. De sloep, bemand met de stuurman en 4 matrozen werd diensvolgens afgezonden, voorzien van de nodige levensmiddelen en een lantaarn, om te kunnen tonen, wanneer zij aan boord waren. De avond vallende, brachten wij een lantaarn onder de boegspriet en een onder de barkszaling, als sein voor de bovengenoemde manschappen, om ons weder te vinden. Ten 8 (opm: 20.00 uur) ure vermeenden wij de lantaarn te zien, doch zagen wij ons hierin bedrogen, wordende dit licht veroorzaakt door de brand, die meer en meer uitbarstte, zodat spoedig het gehele schip in volle vlam stond en zich als een vuurkolom aan ons oog voordeed. Op een kleine afstand achter het schip zagen wij de lantaarn van de boot en keerde deze ten 8 u.30 m. (opm: 20.30 uur) weder aan boord terug met het bericht, dat het dek reeds wit en heet was en spoedig dreigde in brand te geraken, zoals ook weldra gebeurde. Gedurende de gehele nacht zagen wij het schip branden tot in de A. W. van 23 juli, als wanneer wij ten 12 u.30 m. ontwaarden, dat de rook in de kim zich afscheidde en de kim klaar werd, waaruit wij moesten opmaken, dat het wrak gezonken was. De rook was geheel verdwenen en verder viel niets meer te ontdekken.


06 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 september. Heden werd met het beste gevolg te water gelaten van de werf van de scheepsbouwmeester W.C. Hoogendijk Jr. te Capelle aan de IJssel, het medio clipper fregatschip CADZANDRIA (opm: CADSANDRIA), groot 399 lasten, gevoerd zullende worden door kapitein J.A.C. Gerlach en gebouwd voor rekening van een rederij onder directie van de heren N.A. Koning en A.H. Liebert, bestemd voor de grote vaart. (opm: zie ook NRC 010655)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 5 september. Heden nacht ten ongeveer half twee ure is te Bolnes, onder deze gemeente, brand uitgebarsten in de houten loods van de scheepsbouwmeester Johannes Jonkers, en een daarbij staand arbeidershuisje, welke in korte tijd geheel in de as gelegd waren. Naar men verneemt, zijn de gebouwen tegen brandschade verzekerd. De oorzaak van die brand is nog onbekend.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 2 september. De schoener JOHANNA MARIA, kapt. Horn, van Anklam naar Dordrecht bestemd, is gepasseerde nacht in de Oostzee in aanzeiling geweest en dien ten gevolge alhier met verlies van boegspriet binnengelopen (opm: zie NRC 120957).


07 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 september. De 5e dezer werd te Groningen van de Binnenwerf van de scheepsbouwmeester K. Kater te water gelaten het nieuw gebouwde schoenerschip JAN ALBERT, groot plm. 120 ton, gevoerd zullende worden door kapt. J.J. Goosens, van de Pekela.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 september. Te Willemsoord is de 4e dezer in het openbaar aanbesteed het maken van een nieuwe sleephelling op ’s Rijks werf en het vernieuwen in twee gedeelten beschoeiing aan en langs de maritieme buitenhaven aldaar. Aannemer is hiervan geworden de heer P. Quant te Amsterdam voor de som van NLG 19.700.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 6 september. Heden vertrok van hier naar Batavia het schip (opm: fregat) TRITON, kapt. H.G.T. Adriaans. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 6 september. De stoomboot SEINE is bij het binnenkomen aan de grond gestoomd. De SEAHORSE en OCEAN QUEEN hebben getracht het schip af te slepen, doch beiden vruchteloos.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 5 september. Kapt. Palmer, de 9e juli van Calcutta in de Tafelbaai aangekomen, vandaar de 11e vertrokken en heden alhier gearriveerd, rapporteert, dat hij de 16e augustus op 37°42' N.B. en 32°40' W.L. gepraaid heeft de bark EMPEROR van Moulmain (opm: Moulmein) naar Falmouth, aan boord van welke bodem zich bevond de bemanning van een Nederlandse bark, die op de hoogte van de Kaap de Goede Hoop gezonken is.
(opm: mogelijk is dit de bemanning van de bark RIDDERKERK, kapt. A.H. Pesant, zie NRC 260957)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kaap de Goede Hoop, 11 juli. Het Nederlandse oorlogs-transportschip MERWEDE, kapt Sloos, van Java naar Nederland bestemd, de 22e juni te Simonsbaai binnengelopen, heeft schade aan het tuig.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandse bark PEKING, kapt. H. Croese, welke als vroeger gemeld (opm: zie NRC 3160857) de 22e juni in de Simonsbaai binnenliep, is lek en heeft de lading overgeslagen. Het schip zal moeten lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandse bark MAGDALENA, kapt. G. Greefkes, van Java naar Holland, welke mede als vroeger gemeld, de 22e juni in de Simonsbaai binnenliep (opm: zie NRC 160857), heeft de kluiverboom met enige rondhouten verloren en meer andere schade aan de romp bekomen.


  JB - Javabode

Soerabaija, 3 september. Volgens bericht van kapitein Menkman (opm: G. van Eyk Menkman), gezagvoerder van het Nederlandse koopvaardijschip KONING WILLEM II (opm: rederij Rietveld & Roquette, Amsterdam), alhier na een reis van 27 dagen van Sydney aangekomen, was het Nederlandse koopvaardijschip (opm: bark) GENERAAL DE STUERS, kapitein F. Fokkens, hetwelk voor 63 dagen Guichen Bay (opm: 37º07’ Z.B. 139º45’ O.L.) met bestemming naar Batavia had verlaten, aldaar met grote schade binnengekomen.
Te vergeefs was door hem beproefd om Kaap Leeuwin (opm: Zuidwest-Australië) om te zeilen. Door slecht weder overvallen verloor hij zeilen, rondhouten en enige andere zaken en was verplicht af te houden en in genoemde haven de geleden schade te herstellen en provisiën in te nemen.
Volgens mededeling van dezelfde gezagvoerder was het schip (opm: bark) KONING WILLEM II (opm: rederij P. Varkevisser, Rotterdam), kapt. H.R. Giezen te Guichen Bay met een lading Chinezen de 25e juni aangekomen.
Op de 30e daaraanvolgende was het schip van voor zijn ankers geslagen. Ofschoon door de gezagvoerder door het innemen van bovenraas en stengen pogingen waren gedaan, om het schip in zijn drift te stuiten, mocht zulks echter door het breken van het spil niet gelukken. Alsnu beproefde hij om door zeil te maken het schip op strand te zetten. Het raakte echter aan de grond bij de Long Beach. De zee sloeg zeer onstuimig over het vaartuig en maakte het weldra tot een wrak, waardoor de gehele equipage in levensgevaar verkeerde. Door de kustbewoners werd al het mogelijke gedaan om aan de in nood zijnde bemanning hulp te verlenen. Kort na het stoten werd een boot uitgezet waarin zich de stuurman en de equipage met uitzondering van de kapitein begaven, blijvende laatstgenoemde achter wijl de vanglijn der sloep brak. Nauwelijks van het schip verwijderd, geraakte de boot door gebrek aan riemen dwarszees en sloeg vol water, zodat het zich daarin bevindende scheepsvolk moest trachten om zich door zwemmen het leven te redden. Van 25 personen die zich in de boot bevonden hadden slechts 9, waaronder ook de eerste stuurman, het geluk, ofschoon in bewusteloze staat, de wal te bereiken, hierin voornamelijk door de hulp der strandbewoners liefderijk bijgestaan. Ook ter redding van de kapitein werden thans pogingen in het werk gesteld, zelfs werd door zekere heer John Ormerod een som van NLG 600 uitgeloofd aan hen die het wilden wagen om met een sloep het wrak te trachten te bereiken. Onderwijl veranderde de wind en slaagde de gezagvoerder er in om door middel van een ledig vat een touw aan wal te brengen, waardoor men in staat was om hem door de branding te halen.
Bovenstaand bericht zou mede opgenomen zijn in de South Australian Register. (opm: zie ook NRC 210957, 250957 en 201057)


08 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 7 september. Het stoomschip SEINE is in vlot water en ligt bij Steenen Baken geankerd.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop: een halfsleten overdekte Snik. Te bevragen bij A.W. Post in ’t Moddergat of bij H.H.Vink, scheepstimmerbaas bij Dockum.


09 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 september. Naar men verneemt, zou de oorzaak van de gevangenschap van kapt. J. van der Plas, van de JACOBA, te Suriname – en welk schip dientengevolge door de stuurman naar Nederland is teruggebracht – daarin zijn gelegen, dat genoemde kapitein een paar vaatjes boter zou hebben verkocht zonder als koopman gepatenteerd te zijn. Door de ambtenaren deswege gecalangeerd (opm: in staat van beschuldiging gesteld), zou gezegde gezagvoerder zich van een patent hebben voorzien en het document ge-antidateerd hebben, hetwelk ontdekt zou zijn geworden en aanleiding tot zijn apprehensie (opm: gevangenneming) gegeven hebben. Tot zo verre bepalen zich de geruchten, die natuurlijk nadere opheldering vorderen. (opm: zie NRC 270857 en 201057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 8 september. Heden is van hier naar Kaap de Goede Hoop vertrokken het schip ADMIRAAL DE WINTER, kapt. H.H. Uil, aan boord hebbende 39 handwerkslieden. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 8 september. Heden vertrok van hier naar Bergen in Noorwegen het stoomschip ANNA. (opm: eerste commerciële reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlie, 4 september. Heden vertrok van hier naar Leer het stoomschip URANIA, kapt. H.D. Vermeulen. (opm: eerste commerciële reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. H.J. Rietveld, C.A. Schröder, B.D, Bosscher, J.H. Rocquette, P. Blom, C.S. Oolgaardt, J.F.L. Meijjes, A. Rocquette en W.Y. van Reinouts, makelaars, zullen op maandag de 28e september 1857, des avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ verkopen:
Een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd OOSTERGOO, laatst gevoerd door kapt. D.C. Claus, volgens Nederlandse meetbrief lang 37 ellen 50 duimen, wijd 6 ellen 50 duimen, hol 5 ellen 41 duimen en alzo gemeten op 586 tonnen of 310 lasten. Het schip ligt aan de Werf “St. Jago”, in de Groote Bikkerstraat.
Breder bij inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars of bij de cargadoors Oolgaardt & Bruinier.


10 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 2 september. Het Nederlandse schip (opm: schoener) FELICITAS, kapt. M. Wildeboer, van Amsterdam naar Havana bestemd, is hier de 29e pº (opm: 29 augustus j.l.), met schade aan rondhout enz. binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. J. Corver, C.A. Schröder en J.R. Bos Janszen, makelaars, zullen op maandag de 28e september 1857, des avonds ten zes ure, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam verkopen: een extra ordinair welbezeild gekoperd barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd POLLUX, gevoerd door kapt. J. Kooij, volgens Nederlandse meetbrief lang 33 ellen, wijd 6 ellen 30 duimen, hol 5 ellen 9 duimen en alzo gemeten op 470 tonnen of 248 lasten. Het schip ligt aan de werf Het Witte Kruis in de Kleine Kattenburgerstraat. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors Jan Corver & Comp, te Amsterdam.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Door sterfgeval uit de hand te koop een welonderhouden tjalkje (opm: binnenvaarder), groot volgens meetbrief 31 ton, oud 5 jaren. Met een complete inventaris, als: ankers, ketting, paardenlijn, drie voorzeilen. Een boot met verdere toebehoren, zoals door wijlen Siebe Uiltjes de Jong is bevaren geweest. Liggende te Terhorne.
Informatiën bij S.G. Boetje aldaar.


  JB - Javabode

Te Batavia ligt in lading naar Samarang het Nederlands-Indische barkschip JACOB CATS, thans genaamd DJADUL WADOET (opm: 15 september uitgezeild; het hergebruik van de naam JADUL WADOET bevestigt dat de ex-PRINS VAN ORANJE definitief uit de vaart was, zie OP 080157).
(opm: de JACOB CATS, kapt. A. v.d. Windt, lag op 1 augustus 1857 nog ter rede van Batavia; de Java-Bode vermeldt hieromtrent, dat het fregat JACOB CATS, kapt. A. van der Windt, eigendom van mr. P. Blussé van Oud Alblas te Dordrecht, groot 414 lasten en gebouwd in 1835, op 19 juni 1857 van Guichen Bay (opm: 37º07’ Z.B. 139º45’ O.L.) te Batavia is aangekomen en daar is afgekeurd, zie NRC 021057, 031057 en 291057)


11 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kroonstad (opm: Kronsjtadt), 1 september. Het schip (opm: kof) VROUW WICHERDINA, kapt. J.J. Kroon, van Rotterdam te St. Petersburg aangekomen, is zwaar lek, hebbende gestoten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 september. Naar men verneemt, zal op aanstaande zaterdag de 12e dezer aan de scheepswerf van de Gebr. Van de Wetering, te Schoonderloo te water worden gelaten het aldaar voor rekening van de heren A. Houtman & Co te Delfshaven nieuw gebouwde brikschip JOHANNA FREDERIKA, gezagvoerder C.S. Evera, groot omstreeks 140 gemeten lasten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De ondergetekenden, als daartoe in een vergadering van reders gecommitteerd, verzoeken degenen, die aandeel menen te hebben in het Nederlandse barkschip JOHANNA ALIDA, kapt. S. Visman, daarvan vóór de vijf en twintigste september e.k, ten kantore van de laatstondergetekende, Leydschestraat tussen Keizersgracht en Kerkstraat, II, 323, opgave te doen, zoveel mogelijk met bijvoeging van de bewijzen van aankomst en andere justifiëntoire (opm: justificatoire, tot bewijs strekkende) bescheiden, waarvoor reçu zal worden afgegeven.
Amsterdam, 8 september 1857
mr. A.S. van Nierop, W.H. Meursing, Leonard Wolterbeek


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Op de scheepswerf te Deinum is te bekomen een halfsleten Trekschip, geschikt tot een woning. Brieven franco naar R. Kuiken, mr. smid aldaar.


12 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 september. Men leest in de Belgische dagbladen, dat de Maatschappij Cockerill, die, te Luik gevestigd, een werf te Antwerpen bezit, een ijzeren schroef-stoomschip heeft vervaardigd van 2000 tonnenlast, hetwelk de PRINS ALBERT is genoemd. Dit schip is in Engeland beproefd en daarbij door deskundigen zeer voldoende bevonden. Het heeft een lengte van 286 voeten en wordt gedreven door een tweeledig werktuig van de gezamenlijke kracht van 400 paarden. Het bevat een zaal, in welke 60 personen gemakkelijk kunnen aanzitten en wordt geacht genoegzame ruimte en verblijven op te leveren voor het overbrengen van 40 officieren en 750 soldaten. Het zal vermoedelijk door de Britse regering worden gehuurd tot het overvoeren van troepen naar Indië. Men beweert, dat het schip, zelfs onder min gunstige omstandigheden, een grotere afstand zou kunnen doorlopen, dan tot dusverre met een dergelijk vaartuig heeft plaats gehad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dover, 11 september. Het stoomschip SOPHIE, kapt. J. van Knapen, van Rotterdam naar Bristol, is deze morgen op de hoogte van de Singels (opm: ondiepten in de inham bij Winchelsea, 10 mijl west van Dungeness) in aanzeiling geweest met het stoomschip HUNT (opm: WILLIAM HUTT), van Shields, en is onmiddellijk daarna gezonken. De kapitein en zijn vrouw, de Engelse loods, benevens twee passagiers en zeven man van de equipage zijn verdronken. De stuurman en de rest van de equipage zijn alhier aangekomen. De HUNT heeft schade bekomen doch de reis voortgezet.
(opm: het stoomschip was als ALLIES in 1855 in Engeland gebouwd, in oktober 1856 nieuw aangekocht door NV Stoomvaart-Vereeniging De Maas te Rotterdam; de bemanning van de SOPHIE werd op 7 september 1857 in Rotterdam voor het eerst gemonsterd, waarna het schip reeds op haar eerste reis onder Nederlandse vlag verloren ging; zie ook NRC 280658, 230958 en 060659)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval, 1 september. De Nederlandse kof CORNELIA, kapt. H.H. Nieboer, van Kroonstad (opm: Kronsjtadt) met hennep naar Londen bestemd, is in de nacht van 29 augustus door een onbekende brik aangezeild. De CORNELIA bekwam daardoor enige schade aan de bakboordszijde en verloor daar bij grote en bezaanswanten, bezaansboom en gaffel en bekwam nog andere averij aan zeilen en lopend tuig. Het schip bleef dicht, maar de kapitein was desniettegenstaande genoodzaakt alhier binnen te lopen om te repareren. (opm: zie NRC 140957)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 8 september. De alhier in averij binnengelopen Nederlandse kof JOHANNA MARIA (opm: zie NRC 060957), kapt. Horn, van Anklam naar Dordrecht bestemd, heeft gisteren, na geëindigde reparatie, de reis vervolgd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 september. Het Nederlandse stoomschip KROONPRINSES LOUISE, kapt. D.M.V. Kuhn, van hier naar St. Petersburg, zou volgens telegrafisch bericht van laatstgemelde haven van de 10e dezer, de 6e dito op het eiland Oesel gestrand zijn. Met bergen was een aanvang gemaakt. Directe mededelingen had men echter nog niet ontvangen. (opm: zie volgend bericht)


13 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 september. Het stoomschip KROONPRINSES LOUISE, kapt. Kuhn, van hier naar St. Petersburg, op het eiland Oesel gestrand – zie ons vorig nommer – is de 11e dezer, na een gedeelte van de lading gelost te hebben, weder in vlot water gekomen en na het geloste gedeelte van de lading weder ingenomen te hebben, behouden te Kroonstad gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 september. Provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland. Zaak van de 22 Maleijers. Acte van beschuldiging. (opm: zie NRC 070956 en een groot aantal latere berichten in deze kroniek 1857)
De procureur-generaal bij het provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland geeft te kennen:
dat, bij arrest van terechtstelling van hetzelve hof, in raadkamer vergaderd, van de 17e augustus 1857, naar de openbare terechtzitting van het hof verwezen zijn geworden: 1.
Sidin, wiens ouderdom is onbekend, geboren op Branjer; 2. Pa Seno, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Soerabaija; 3. Kapidin, volgens zijn opgave oud 30 jaren, geboren te Samarang; 4. Kasidin, volgens zijn opgave oud 30 jaren, geboren te Rembang; 5. Batjook 1, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Kijlie; 7. Soedin, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Soerabaija; 8. Amat, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Soerabaija; 9. Lingo, volgens zijn opgave oud 50 jaren, geboren te Soerabaija; 10. Doolah, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Pontejana; 11. Klaas Ledesma, volgens zijn opgave oud 27 jaren, geboren te Manilla; 12 Setro, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Soerabaija; 13. Ngangsi, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Palembang; 14. Makidin, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Soerabaija; 15. Sidin, volgens zijn opgave oud 18 jaren, geboren te Soerabaija; 16. Tjiplis, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Soerabaija; 17. Osman, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Soerabaija; 18. Ngaitin, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Soerabaija; 19. Simin, volgens zijn opgave oud 20 jaren, geboren te Soerabaija; 20. Pa Warina, volgens zijn opgave oud 24 jaren, geboren te Soerabaija; 21. Kiman, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Samarang, en 22. Medin, wiens ouderdom is onbekend, geboren te Soerabaija; allen als zeevarenden ter koopvaardij behoord hebbende tot de equipage van het barkschip TWENTHE, de eerste als bootsman, de tweede en derde als bootsmaten, die vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende, tiende en elfde als roergangers, de overigen als matrozen, laatst gewoond hebbende te Soerabaija,
thans gedetineerd te Rotterdam; en verklaart de procureur-generaal, dat uit de instructie dezer procedure resulteert:
Dat de beschuldigden, van welke de beide eersten en de zevende tot de twintigste op de JANNETJE (opm: bark), kapt. A. Lupcke en de overigen op de VRIJE HANDEL (opm: bark), kapt. D. van Ketwich, als schepelingen van Java naar Nederland waren gekomen, in de maand juni 1856, ten overstaan van de waterschout Andreas Paul Nicolaas Rijk, te Rotterdam zijn aangemonsterd en aldaar in dienst getreden om met het Nederlandse barkschip TWENTHE, kapt. Ansco Coopmans een reis te doen van die plaats naar Java en aldaar te worden ontslagen;
alles op de voorwaarden, in de ten processe aanwezige copie-monsterrol beschreven;
dat de schepelingen van de JANNETJE afkomstig, door de kapitein zelve en die van de VRIJE HANDEL gekomen, door de eerste stuurman zijn aangenomen;
dat de eerste beschuldigde als serang of bootsman aan boord was het hoofd der beschuldigden;
dat buiten de beschuldigden en voormelde kapitein, de equipage bestond uit: Charles Guillaume Soff als eerste stuurman; Willem Hendrik Vermeulen als tweede stuurman; Ary Pieter Barends als derde stuurman; Adolphus Wilhelmus van Douwe, als dokter; Thomas de Moes als eerste timmerman; Jacobus Gerhardus Onel, als tweede timmerman; Johannes Bernardus Halder de la Laine als hofmeester; Jacobus Dunnewijk als kok; Johan Diederik Blanken, IJnse de Haan en Petrus Cammenga als jongens en de reis daarboven werd medegemaakt door de echtgenote des kapiteins, met name Tjitske van Dam en de naar haar vaderland terugkerende Javaanse dienstbode Sarina;
dat het schip al spoedig van Rotterdam naar Hellevoetsluis gezeild, de 15de juli 1856 in zee is gesleept; dat de beschuldigden tot de 11de augustus daaraanvolgende steeds hun plicht volbracht hebben, tot tevredenheid des kapiteins, behoudens een voorval ten dage, waarop het schip in zee zou worden gesleept, als wanneer, toen door de derde stuurman Barends vier man voor de giek (opm: roeiboot) waren gecommandeerd om de echtgenoot des dokters aan wal te brengen, de eerste beschuldigde, omdat dit geschiedde terwijl schaften bevolen en het volk daarmede bezig was, boos is geworden en zijn ontevredenheid daarover aan de kapitein en de eerste stuurman heeft betuigd en betoond, zijn etensbakje toornig op het dek nederwerpende en zeggende, toen laatstgemelde hem daarover onderhield en bij de borst vatte, in het Maleis, volgens de kapitein: “Ik zal je wel vinden als gij op zee komt”, of “pas op, pas op, als wij op zee zijn”, en volgens de eerste stuurman: “dat hij hem wel zou betrekken, als ze maar eens in zee waren” of “pas op stuurman, laten wij maar eerst in zee wezen”, – van welke woorden de dokter Van Douwe heeft verstaan: “wacht op zee” – hoedanig zeggen de eerste beschuldigde heeft ontkend te hebben geuit, het noemende zeer onbehoorlijke woorden, terwijl hij het voorval overigens heeft erkend en de kapitein nog verklaard heeft dat de eerste beschuldigde, de volgende dag door hem over zijn gedrag onderhouden, verschoning had verzocht en beloofd had zich beter te zullen gedragen;
dat de beschuldigden, welke tevreden waren over de hun tot aan hun komst in zee verstrekte voeding, geen genoegen hebben genomen in hetgeen hun, toen zij op zee waren, verschaft werd en voor de 11de augustus meermalen van die ontevredenheid hebben doen blijken en deze evenzeer als hun verlangen ander voedsel te ontvangen kenbaar hebben gemaakt of doen maken aan de kapitein, de stuurlieden en andere leden der Europese equipage, hetgeen ten gevolge heeft gehad dat hun de 4de augustus, toen zij gezamenlijk met hun rantsoen achteruit waren gekomen, ten einde klachten daarover in te brengen, een wijziging in de voeding is toegestaan, door twee dagen ’s weeks de zoutevis door stokvis te vervangen, vermits hunne klachten bepaaldelijk raakten de zoutevis, als zullende zijn te zout om op den duur te nuttigen, dagelijks, drie malen, zonder afwisseling met andere vis of met vlees;
dat de 7de augustus, der beschuldigden nieuwjaarsdag, hun door de kapitein een vrije dag is gegeven en zij onthaald zijn, onder meer op gedroogde aardappelen met zoutvlees en pannenkoeken met spek, waarvoor zij de kapitein zijn komen bedanken, met uitzondering van de eerste beschuldigde, die ziek in zijn kooi lag;
dat op de 11de augustus, na de schafting, des namiddags ten één ure, volgens de verklaring van de 3de stuurman Barends, niemand op het dek kwam;
dat alstoen de eerste stuurman Soff de kapitein heeft gewaarschuwd, dat de beschuldigden niet verkozen hun werk te hervatten, waarop deze beiden hen tot zich hebben doen komen om de oorzaak hiervan te vernemen, als wanneer door één der beschuldigden, zo de kapitein meent de elfde, Klaas Ledesma is geantwoord dat ontevredenheid over de voeding oorzaak was en dat zij verlangden voedsel, gelijk de vijf voor de mast zijnde Europese zeelieden, waarbij gevoegd werd dat zij tengevolge der voeding zwak waren;
dat hierop door de kapitein aan de beschuldigden is voorgehouden dat hij tot de verlangde voeding niet was uitgerust en zo dus niet kon geven, met herinnering tevens aan de monsterrol, waarbij, zoals de kapitein zeide, door hen Indisch voedsel was bedongen, doch welk beweren, dikwijls herhaald, door de monsterrol niet wordt bevestigd.
Dat, daar de beschuldigden volhielden niet te werken, de kapitein heeft te kennen gegeven dat wie niet werkte ook niet zoude eten en ten twee ure alle de beschuldigden (met uitzondering des eersten, welke ziek was) op het dek zijn geroepen en aan hen is voorgesteld de vraag: wie wilde werken, wie niet? Waarop een negental hunner tot voortzetting van de arbeid bereid werd bevonden, zijnde de 3de, 5de, 9de, 12de, 14de, 15de,16de, 19de en 21ste, hebbende van dezen de 5de spoedig daarop de arbeid mede gestaakt.
Dat de 2de, 4de, 5de, 6de, 7de, 8ste, 10de, 11de, 13de, 17de, 18de, 20ste en 22ste beschuldigden erkennen de arbeid op de 11e augustus niet te hebben voortgezet, als aanleiding daartoe hebben opgegeven het onvoldoende hunner voeding; dat de beschuldigden die hebben voortgewerkt hunne gewone voeding de 11e augustus hebben ontvangen, doch de overigen niet, en de kapitein, opdat de laatst bedoelden geen drinken zouden erlangen, aan de kok Dunnewijk order had gegeven dat de pomp uit het watervat moest worden genomen, waaraan deze heeft voldaan, over welke onthouding van alle spijs en drank de kapitein de eerste stuurman heeft geraadpleegd, die verklaart de maatregel te hebben goedgekeurd;
dat de kok Dunnewijk heeft verklaard dat de kapitein hem de 11e augustus, des namiddags ten vier ure in de kajuit bij zich heeft geroepen, waar zich ook de eerste stuurman bevond en hem gevraagd heeft of hij op hem rekenen kon, als er iets gebeurde met het volk, welke vraag hij toestemmend heeft beantwoord, tevens met de raad om toe te geven, daar de zachtste weg de beste was, en de eerste beschuldigde hem verzekerd had dat de beschuldigden allen zouden werken als zij maar tweemaal in de week vlees kregen, hetgeen de kapitein weigerend beantwoordde, zich ook thans op de aanmonstering beroepende en ontkennende, dat de beschuldigden op Europese kost waren aangemonsterd; –
dat de kapitein zeide uit voorzorg de vuurwapenen gereed te zullen maken, gelijk hij dan ook met de eerste stuurman in de kajuit zes geladen pistolen heeft nedergelegd, terwijl die beiden daarboven zich ieder van twee geladen zakpistolen hebben voorzien;
dat, nadat de nacht rustig was voorbij gegaan, in de morgen van de 12e augustus, naar luid der verklaring van de aan boord met het uitgeven der voedingsmiddelen belaste 3de stuurman Barends, die zegt zeker te weten, voor de werkende beschuldigden stokvis is uitgegeven, hetgeen evenwel hun kok, de 16de beschuldigde ontkent, welke volhoudt dat zij die ochtend zoutevis gegeten hebben; dat ten half tien ure, toen de wacht van de jongen De Haan was afgelopen, deze aan de beschuldigden op hunne vraag om brood, vermits zij geen eten hadden gehad, een stuk of tien beschuiten heeft gegeven;
dat in die morgen, volgens de verklaringen van de kapitein, de stuurlieden Soff en Barends, de timmerman De Moes, de kok Dunnewijk, de hofmeester Halder de la Laine en de jongens De Haan en Cammenga, ook diegenen der beschuldigden, welke het werk ten vorige dage niet hadden geweigerd, mede hetzelve hebben gestaakt;
dat de zestiende beschuldigde die dag, ten ongeveer 9 ure, bij de derde stuurman niet is gekomen om het rantsoen en op de vraag van deze of hij geen eten moest hebben voor het volk, heeft gezegd van nee en dat niemand meer te eten wilde hebben en zij niet meer wilden werken;
zijnde deze verklaring des derden stuurmans door de zestiende beschuldigde bevestigd, die daarbij heeft medegedeeld, dat de overige acht hem gezegd hadden dat zij niet meer eten en niet meer werken wilden en dat hij met hen had medegedaan;
dat de eerste beschuldigde, ten acht ure bij de kapitein op het dek gekomen, met deze een gesprek gevoerd heeft, houdende, volgens de kapitein, te kennen-geving, dat de beschuldigden niet langer aan boord verkozen te blijven, maar wensten in een Portugese bezitting aan land te worden gezet, waarop de kapitein verklaart te hebben geantwoord dat dit onmogelijk was en de eerste beschuldigde beweert dat dit gesprek gestrekt heeft om medelijden met zijne manschappen en vervanging van vis te verzoeken, welke door de kapitein werd geweigerd;
dat de tweede stuurman Vermeulen, die zich in de nabijheid aan het roer bevond, heeft verklaard van het tussen de kapitein en de eerste beschuldigde destijds gesprokene alleen te hebben verstaan, dat de kapitein gezegd heeft: “dat hij geen ander eten geven kon”, en de eerste beschuldigde: ”dat zij geen moeite maken zouden”;
dat men de 11e augustus aan boord van de TWENTHE, het eiland Madeira in het gezicht had, doch dit in de morgen van de 12e het geval niet meer was; dat de kapitein en de eerste stuurman hebben verklaard het eisen van ander voedsel te beschouwen als voorwendsel ter bereiking van een ander doel, door hen aan de beschuldigden toegeschreven, te weten om in een Portugese bezitting aan wal te komen, waaromtrent de eerstgenoemde heeft verklaard dat het hem vreemd is voorgekomen dat de beschuldigden, vóórdat men Madeira naderde, aan de stuurlieden hadden gevraagd of hetzelve geen Portugese bezitting was en op het bekomen van een ontkennend antwoord, één van hen had gezegd dat men hem te Rotterdam had gezegd dat het wèl een Portugese bezitting was, hebbende de kapitein hier echter later bijgevoegd, dat deze omstandigheid hem vreemd is voorgekomen, zonder er evenwel iets bepaalds uit te durven afleiden;
dat hieromtrent is verklaard: 1. door de eerste stuurman, dat een der beschuldigden, zonder te weten wie, hem gevraagd heeft of Madeira een Portugese bezitting is; 2. door de tweede stuurman: dat de beschuldigden wel gevraagd hebben, Madeira ziende, of zulks aan de Portugezen behoorde, doch niet te hebben bespeurd dat zij met geweld derwaarts wilden; 3. door de derde stuurman: dat meerdere der beschuldigden, waaronder de een-en-twintigste (Kiman), toen deze ’s nachts op de uitkijk stond of er land in het gezicht kwam, hem hebben gevraagd of het eiland in het gezicht Madeira en Portugees was; en 4. door de kok Dunnewijk: dat de eerste beschuldigde hem heeft gevraagd welk eiland men in het gezicht had, doch dat op zijn antwoord dat het Madeira was door die beschuldigde niet is gevraagd aan wie het behoorde, hebbende echter de eerste beschuldigde opgegeven niet gehoord te hebben welk land het was;
dat geen der andere leden van de Europese equipage der TWENTHE de beschouwing des kapiteins en eerste stuurmans, omtrent het verlangen der beschuldigden naar een Portugese bezitting, als hun doel en omtrent de klachten over de voeding als voorwendsel en middel tot bereiking van dat doel, heeft verklaard te delen;
dat de 12e augustus, ten tien ure, de eerste beschuldigde op het dek is verschenen en op zijn bootsmansfluitje heeft gefloten, op welk teken alle de beschuldigden op het dek tot hem gekomen zijn en zich bij hem verzameld hebben, dragende hunne scheepsmessen ter zijde;
dat daarop de eerste beschuldigde naar achteren is gegaan, gevolgd door de overigen, die, terwijl de eerste beschuldigde zich op de campagne begaf, op het dek bleven staan;
dat volgens de beschrijving des tweeden stuurmans, die destijds aan het roer stond, op de campagne de kapitein zich bevond stuurboordzijde, de eerste stuurman bakboordzijde, ook de dokter, terwijl de derde stuurman verklaard heeft dat hij op het benedendek voor de kajuit stond;
dat de derde stuurman Barends, iets kwaads vermoedende, in de wapenkamer is gegaan, een sabel voor zich heeft genomen en een andere aan de tweede stuurman op het halfdek heeft toegeworpen, welke sabels niet gescherpt waren;
dat de eerste beschuldigde alstoen tot de kapitein gericht heeft de vraag om ander voedsel voor de beschuldigden en op het herhaald weigerend antwoord des kapiteins, het verlangen heeft geuit om allen aan wal te worden gezet;
waarop de kapitein verklaart knorrig te hebben geantwoord: “als je naar de wal wilt, zwem er dan heen”, terwijl de eerste beschuldigde, volgens de verklaring van de kapitein en de stuurlieden Vermeulen en Barends, welke laatste op dit punt zeer stellig verklaart, tot de kapitein op diens weigerend antwoord heeft gezegd dat het schip dan noch in Holland, noch op Java zou terugkomen, welk zeggen de eerste beschuldigde echter heeft ontkend te hebben geuit, bewerende te hebben gezegd: ”als gij ons niet hebt, hoe kan het schip dan overzee komen?” Dat de aanvang van het tussen de kapitein en de eerste beschuldigde op de campagne gevoerd gesprek, bepaaldelijk met de vraag om ander voedsel, is bevestigd door de verklaringen der drie stuurlieden, terwijl de kapitein, die zich wel herinnert de vraag om allen aan wal gezet te worden, ten aanzien van de aanvang van het gesprek om ander voedsel, heeft verklaard “dat het mogelijk is, maar hij het zich niet herinnert”;
dat de timmerlieden van de kapitein order bekwamen om de kajuit te bewaren, waar zij geladen pistolen zouden vinden en ook werkelijk gevonden hebben, welke door hen gedurende het oproer zijn afgeschoten, zonder te weten of zij er iemand door getroffen hebben;
dat op het gesprek, tussen de kapitein en de eerste beschuldigde gevoerd (terwijl volgens de verklaring des kapiteins de tweede beschuldigde middelerwijl ook op de campagne was gekomen en terwijl de jongen De Haan verklaart dáár inmiddels ook te zijn gekomen), is gevolgd een bestorming der campagne, terwijl de elfde beschuldigde, Klaas Ledesma, die, volgens getuigenis van de tweede stuurman Vermeulen, hierbij het eerst de trappen van de campagne is opgekomen, riep: Djaga! Djaga!, hebbende die beschuldigde een en ander evenwel ontkend; terwijl, volgens de verklaring van de jongen De Haan de bestorming plaats had op een gegeven teken van een schreeuw van de liplap (zijnde de elfde beschuldigde aan boord de enige alzo genoemd wordende);
dat bij gelegenheid dier bestorming een gewelddadige aanval heeft plaats gehad op de personen van de kapitein Coopmans en de eerste stuurman Soff;
dat de jongen De Haan, die aanval ziende, door de kerkskap naar beneden is gevlucht (opm: kerk, ruimte voor de kajuit, die van de eigenlijke kajuit gescheiden was door een schot; men hield daar vroeger de kerkdiensten);
dat bepaaldelijk de eerste, tweede en vierde beschuldigden (wat betreft de eerste en tweede, volgens de verklaring des kapiteins, bevestigd door de tweede stuurman Vermeulen en wat betreft de vierde, volgens de verklaring des laatstgenoemde) de kapitein hebben aangegrepen en met deze hebben geworsteld, gedurende welke worsteling de kapitein is toegebracht een gestoken wonde onder de linkerschouder;
dat de kapitein verklaard heeft, dat bij deze worsteling zijn aanvallers dadelijk zijn beide handen hebben vastgehouden, doch dat hij zijn rechterhand vrij gekregen hebbende een geladen revolver vóór uit zijn broekzak heeft getrokken en toen getracht heeft zijn linkerhand vrij te krijgen, ten einde zijn wapen in staat te brengen om er gebruik van te kunnen maken;
dat echter de eerste beschuldigde hem die revolver heeft ontrukt, hem dezelven tegen de keel gezet en de haan afgetrokken;
dat echter de revolver, ofschoon geladen, niet had kunnen afgaan omdat de cilinder niet gericht was, welke poging om de kapitein te doorschieten ook door de eerste stuurman Soff is waargenomen;
dat de genoemde eerste, tweede en vierde beschuldigden de kapitein vasthielden en wel, volgens de verklaring van de 2de stuurman Vermeulen, een hunner aan de benen, terwijl zij hem, volgens de verklaring van de derde stuurman Barends, reeds ter halverwege over de ijzeren leuning hadden, tengevolge waarvan deze beide stuurlieden evenzeer als de kapitein meenden dat zij de laatstgenoemden over boord wilden werpen, het geen deze ook verklaart te hebben gekeerd door zijn voet om een ijzeren hek te slaan;
dat de tweede stuurman Vermeulen, toegeschoten zijnde om de kapitein te ontzetten, met een sabel op diens aanvallers heeft ingehouwen, de tweede beschuldigde op zijn hoofd en de vierde op zijn arm heeft geraakt, waarop zij de kapitein hebben losgelaten en met de eerste beschuldigde naar voren weggelopen zijn;
dat de kok Dunnewijk, die de eerste beschuldigde met de kapitein op de campagne bezig heeft gezien, deze tegen het want drukkende, een pistool dat hij vond liggen heeft opgenomen en gezet op de borst des vierden beschuldigde, die met de eerste bij de kapitein stond, doch welk pistool weigerde, hebben de vierde beschuldigde erkend dat gelijk hij het noemt, de kok op hem geschoten, doch hem niet geraakt heeft;
dat de kapitein, ontzet door de tweede stuurman, zich willende begeven van de campagne langs de trap naar het dek, om de overige schepelingen te hulp te roepen, alstoen door enige der beschuldigden opnieuw is aangevallen, welke hem met snijdende werktuigen een zeventiental wonden, meer of minder zwaar, aan de linkerhand hebben toegebracht;
dat de eerste beschuldigde de opgegeven toedracht van de aanval op de kapitein wedersprekende, ontkennende hem te hebben gestoken, een pistool op de keel gezet of over boord willen werpen, heeft opgegeven dat terwijl hij met de kapitein stond te spreken er een schot uit de kerklantaarn is gevallen, waardoor niemand gekwetst werd, dat de kapitein daarop zijn jas open deed, waaronder twee pistolen waren verborgen, waarvan hij er één trok, welks haan hij wilde spannen, waarom hij eerste beschuldigde hem dit pistool heeft uit de hand gerukt en het op het dek geworpen;
dat de kapitein toen een tweede pistool heeft getrokken, hem eerste beschuldigde van zich heeft afgeduwd, die daardoor achteruit struikelde en viel, wanneer de kapitein dat pistool op hem, toen hij juist wilde opstaan afschoot en hem met de kogel in de linkerborst getroffen heeft, zodat hij nederviel bij de trap der campagne en hij volstrekt niet weet wat er verder met hem is gebeurd;
dat met betrekking tot deze met de opgaven des kapiteins en tweede stuurmans Vermeulen niet te verenigen voorstelling des eersten beschuldigde, noch door de eerstbedoelde is verklaard, dat als hij de eerste beschuldigde getroffen heeft, dit stellig niet geschied is op de campagne na het gevoerde gesprek en het dan eerst zou kunnen gebeurd zijn, toen hij de campagne reeds was afgekomen en de kajuit zou binnengaan, als wanneer hij zijn tweede pistool heeft gelost zonder echter te weten of hij daardoor iemand getroffen heeft;
dat de tweede en de vierde beschuldigden beide almede hebben ontkend de kapitein te hebben gestoken of over boord te hebben willen werpen en bevestigt de opgave des eersten beschuldigde ten aanzien van diens verwonding door de kapitein;
dat de tweede beschuldigde beweert dat hij het eerste door de eerste beschuldigde van de kapitein afgenomen en op dek geworpen pistool heeft over boord geworpen;
dat de vierde beschuldigde daarop, toen de eerste gewond was, de kapitein heeft om het lijf vastgegrepen, om hem het nogmaals laden te beletten, tengevolge waarvan de kapitein zijn pistool liet vallen, hetwelk hij tweede beschuldigde toen mede heeft over boord geworpen;
dat hem op het ogenblik dat hij het pistool over boord wierp, door de tweede stuurman twee slagen met een sabel op de rug zijn toegebracht en dat de vierde beschuldigde van dezelfde een sabelhouw over de rechter schouder heeft gekregen toen hij de kapitein vasthield;
dat de vierde beschuldigde het evengemelde hem betreffende vasthouden des kapiteins om het andermaal laden te beletten, evenzeer als het bij die gelegenheid ontvangen van sabelhouwen van de 2de stuurman heeft bevestigd;
dat de tiende beschuldigde (Doolah) bevestigt van de derde stuurman Barends een hevige sabelhouw op het hoofd te hebben gekregen, zeggende dat dit geschiedde toen hij was toegesneld om de eerste beschuldigde, die gewond was, te helpen vervoeren, welke stuurman hieromtrent heeft verklaard op de massa te hebben ingehouwen, maar niet te weten wie hij geraakt heeft;
dat de eerste stuurman Soff, die verklaard heeft dat bij het begin van de aanval hij evenmin als de kapitein de tijd gehad heeft om zijn pistool te trekken en dat hij terstond door acht man is besprongen, gedurende de worsteling met zijn aanvallers heeft bekomen een gestokene wonde in de linkerzijde, onder de korte ribbe en twee gehouwen wonden op het hoofd, van welke verwondingen gezegde stuurman wel vermeent, maar niet met zekerheid kan verklaren dat de gestokene hem zou zijn toegebracht door de elfde beschuldigde Klaas Ledesma, die zulks echter heeft ontkend, ofschoon belijdende dat hij, vrezende dat de eerste stuurman schieten zou, hem wel bedreigd heeft met zijn scheepsmes om hem daarmee bang te maken toen hij beneden op het dek bij het trapje van de campagne stond;
dat de eerste stuurman nog heeft verklaard dat hem zijn pistolen zijn ontnomen en dat een derzelve op hem is gelost, zonder dat hij kan zeggen door wie;
dat het de kapitein en eerste stuurman gelukt is de kajuit te bereiken, waar met uitzondering der beide andere stuurlieden, alstoen alle de leden der Europese bevolking van het schip aanwezig waren;
dat de derde stuurman Barends verklaard heeft dat, nadat de kapitein en de eerste stuurman gewond in de kajuit waren gevlucht, hij ook tot hulp des kapiteins toegeschoten, de trap van de campagne zullende opgaan en zich zoveel mogelijk met een sabel werende, van de tweede beschuldigde een slag met een handspaak op de rechterarm heeft bekomen, welke een breuk van het ondergedeelte van die arm heeft teweeg gebracht, wordende het toebrengen van deze slag door de bedoelde beschuldigde ontkend;
dat de eerste stuurman Soff, tengevolge der hem toegebrachte verwondingen van welke de genezing van die in de zijde dertig dagen en van die aan het hoofd zes en twintig of zeven en twintig dagen gevorderd heeft, de 20e september nog zeer zwak was en zijn gewoon werk toen nog niet kon verrichten, terwijl de derde stuurman Barends na dertig dagen weder iets met zijn arm heeft kunnen verrichten en na zeven en dertig of acht en dertig dagen zijn gewoon werk heeft kunnen hervatten;
dat de tweede stuurman Vermeulen, nadat vorenstaande had plaats gehad, heeft gezien dat de tweede beschuldigde in de kombuis ging, daaruit met een tang vuur haalde en met een grote boor, die hij in zijn hand hield, zich in voorluik begaf, welke tweede beschuldigde heeft beleden, brandende steenkool uit de kombuis genomen en in het schip geworpen te hebben;
dat daarna dezelfde tweede stuurman, zich op het achterdek bevindende en aldaar blijvende, in de hoop dat alle de ongewonden der equipage zich bij hem zouden vervoegen, de derde stuurman Barends tot zich zag komen, die hem zeide met een handspaak een slag op de arm te hebben gekregen, waarna beschuldigden op deze beiden weder zijn afgekomen, met spaken als anderszins gewapend, ten gevolge waarvan deze stuurlieden, begrijpende het tegen zulk een overmacht niet te kunnen uithouden, door de kerkskap naar beneden zijn gesprongen in de kajuit, waar zij al de overige leden der Europese bevolking van het schip vonden, terwijl zij door de woeste hoop zo nauw op de hielen werden gevolgd dat de kap terstond door hen omsingeld was;
dat de hofmeester Halder de la Laine heeft verklaard dat de tweede timmerman Onel, de zestiende beschuldigde Tjilplis bij de kajuitslantaarn opmerkende, deze in het Maleis heeft aangesproken, doch dat hij zijn mes liet zien;
dat de tweede stuurman, in de kajuit toevallig een pistool op tafel vindende liggen, dit terstond naar boven heeft afgeschoten, zonder met zekerheid te kunnen zeggen of hij iemand geraakt heeft, ofschoon zulks vermenende, daar het scheen alsof beschuldigden iemand opraapten en wegdroegen, gelijk ook de derde stuurman heeft verklaard;
dat de eerste beschuldigde, erkennende de énige te zijn, die door een pistoolschot is getroffen, echter zijn boven omschrevene met de waarheid strijdig bevondene opgave ten aanzien van het schieten des kapiteins volhoudende, heeft ontkend dat het schot des tweeden stuurmans door de kerklantaarn hem zou hebben geraakt;
dat de Europese bevolking van het schip de kajuit niet kon verlaten, daar de beschuldigden alles vernielende, de deuren hadden dichtgespijkerd, voor de ramen op het dek uitkomende, planken hadden bevestigd en de kap bleven bewaken, door welke (terwijl de kapitein volgens de derde stuurman Barends de beschuldigden toeriep dat hij hun in alles genoegen zou geven en volgens dezen, de tweede stuurman Vermeulen, de kok Dunnewijk en de hofmeester Halder de la Laine, onder vertoning van een stuk ham, hun onder anderen toeriep: cassi zampi, dat hij hun vlees zou geven) allerhande brandbare en brandende stoffen naar beneden in de kajuit werden geworpen, waar de daardoor ontstane brand slechts met moeite werd tegengegaan door middel van wollen dekens, die door de openstaande lenspoorten ter bevochtiging in het water werden nedergelaten en door middel van door gezegde poorten geschepte potten water;
dat onder zoveel mogelijk blussen van de brand in de kajuit en nadat verscheidene uren daarin waren doorgebracht, de jongen Blanken door een patrijspoortje heeft gezien dat de beschuldigden in de barkas wegvoeren, hetgeen hij aan de kapitein heeft medegedeeld, die zich daarvan heeft vergewist, waarna na vruchteloze poging om de kajuitdeuren open te maken, met alle krachten de kerkskap is opengebroken, waardoor tweede stuurman Vermeulen het eerst en vervolgens de overigen op het dek gekomen en de gewonden geholpen zijn;
dat op het dek gekomen, men zag de beschuldigden zich in de verte verwijderden en de TWENTHE een verschrikkelijk toneel van verwoesting vertonende, aan verschillende kanten in brand, terwijl de tweede stuurman Vermeulen zich desniettegenstaande terstond naar voren begaf om te zien of er daar ook nog van de beschuldigden verstoken waren en hoe het daar met de brand gesteld was, doch niet naar beneden kon komen, daarin verhinderd door de hem tegemoet komende rook en vlammen;
dat vergeefse pogingen zijn gedaan tot blussing van de brand, welke pogingen niet in uitgebreide of afdoende mate konden worden aangewend, daar de brandspuit was vernield, de putsen niet werden gevonden en de verwoesting in welke de beschuldigden het schip hadden gebracht en met de door hen weerloos gemaakte, van vlammen omringde Europese bevolking, aan haar lot overgelaten, zo groot was, dat slechts een enkele koperen ketel en casserol aanwezig werd bevonden, welke geschikt waren om enigermate bij de blussing te worden gebruikt;
dat, vermits de weinige handen en onvoldoende blusmiddelen het meer en meer de overhand krijgende vuur niet konden meester worden, het schip noodwendig moest worden verlaten, terwijl ook gevreesd werd dat het vuur het kruit mocht bereiken;
dat inmiddels ontdekt werd een schip, op de TWENTHE aanhoudende, waarna is gebruik gemaakt van de enige nog nevens het schip aanwezig bevonden sloep, welke vol water zijnde, zo goed mogelijk is uitgehoosd, waarin de Europese leden der bevolking van het schip zich hebben begeven, met achterlating van al wat zij bezaten en waaruit zij zijn opgenomen op evenbedoeld schip, zijnde het Franse fregatschip TALISMAN, gevoerd door kapitein Victor Foubert, welke gezagvoerder hen de 13e september te Rio de Janeiro heeft aan wal gebracht, alwaar voor de Nederlandse consul-generaal beëdigde verklaringen omtrent het voorgevallene zijn afgelegd, waarvan de processen-verbaal bij de gedingstukken zijn overgelegd;
dat nadat de TWENTHE was verlaten, de vlammen aan alle zijden zijn uitgebroken en kort daarna de grote en bezaanmast over boord zijn gevallen;
dat de beschuldigden de veertiende augustus in de nabijheid der haven van Fuchal zijn aangehouden, allen gewapend met messen, welke hun aldaar zijn afgenomen;
dat de beschuldigden hebben ontkend dat zij afspraak zouden hebben gemaakt, om bij weigering van de kapitein om aan de eisen van hunnentwege te voldoen, het schip in de brand te steken of moord te plegen;
dat de eerste beschuldigde, ontkennende de anderen te hebben aangezet om het werk te staken, heeft opgegeven dat zij die de 11e augustus nog doorgewerkt hadden, hun werk de 12e ook hadden gestaakt en dat zij allen hem hadden gelast de kapitein nogmaals over de voeding te gaan spreken, en wel zo dat zij het allen konden horen opdat hij hen niets wijsmaakte; dat hij zich toen op het dek begeven hebbende allen heeft gefloten, waarop allen zijn gekomen met hunne messen op zijde en hem zijn gevolgd tot aan de campagne, hij alleen de trap is opgegaan tot de kapitein, die met de eerste en tweede stuurlieden zich aldaar bevond;
dat de kapitein daarop de eerste en tweede timmerman heeft geroepen, die nadat zij bij hem waren geweest, zich dadelijk naar de kajuit begaven;
dat hij toen tot de kapitein gezegd heeft: “zij moeten allen horen wat ik tegen u spreek en wat u antwoord”;
dat daarop het gesprek is gevoerd, waarbij door hem is gevraagd om andere vis of vlees, doch geweigerd door de kapitein, door hem is gevraagd om die dan te kopen, hetgeen ook is geweigerd; door hem gevraagd om aan de wal te worden gezet als er land in het gezicht kwam, doch door de kapitein geweigerd; door hem eindelijk gezegd: “kapitein, gij hebt te Rotterdam gezegd dat wij goed te eten zouden hebben, deze schafting komt niet overeen met het boek van de waterschout;“
dat daarop de kapitein naar beneden heeft gesproken en onmiddellijk daarop is gevallen het schot uit de kerklantaarn en verder is gevolgd, wat hierboven reeds als door de eerste beschuldigde opgegeven, is vermeld; dat de overige beschuldigden hoofdzakelijk hebben opgegeven, door het onvoldoende der voeding, die niet overeenkwam met hetgeen zij op de vroeger door hen bevaren schepen hadden genoten en met hetgeen hun bij de aanmonstering voor de TWENTHE was toegezegd en die hen tot werken te zwak maakte, gedreven, de eerste hunner te hebben verzocht de kapitein hierover te onderhouden en te trachten daarin verandering te verwerven;
dat deze de kapitein daarover heeft onderhouden, terwijl zij zich met hem op het dek hadden begeven, voor zoverre zij aldaar zich nog niet bevonden;
dat alstoen een gesprek tussen de kapitein en de eerste beschuldigde is gevoerd, hetgeen zij die zeggen het te hebben kunnen verstaan, hoofdzakelijk opgegeven te hebben bestaan in de vraag om ander voedsel en op de weigering daarvan, in de vraag om dan aan wal gezet te worden, hetgeen ook werd geweigerd;
dat er vervolgens is geschoten;
dat behalve het door de vierde beschuldigde erkend vasthouden des kapiteins, gelijk hij zegt, ten einde deze het weder laden te beletten, geen der beschuldigden het door hen plegen van enige aanval of gewelddadigheid tegen personen heeft erkend;
dat met uitzondering van de eerste, zeventiende, achttiende en twee en twintigste beschuldigden, allen erkennen de kajuit gesloten te hebben gezien, doch opgegeven niet te weten wie dezelve heeft dichtgemaakt, behoudens de opgave des vijfde beschuldigde, die heeft beleden planken voor de ramen der kajuit te hebben gezet, doch niet erkent die te hebben vastgespijkerd;
dat, met uitzondering van de eerste, derde, tiende en een en twintigste beschuldigden, allen erkennen het schip in rook of brand te hebben gezien, doch opgeven niet te weten wie de brand gesticht heeft, met uitzondering des tweeden beschuldigde, wiens bekentenis te dezen opzichte boven is vermeld;
dat overigens allen ontkennen brandende stoffen in de kajuit of elders in het schip te hebben geworpen of verspreid en de blusmiddelen te hebben vernield of verwijderd;
dat allen erkennen het schip met de barkas te hebben verlaten en gelijk voormeld te zijn aangehouden.
En worden mitsdien de beschuldigden: 1. Sidin (Serang), 2. Pa Seno, 3. Kapidin, 4. Kasidin, 5. Batjook 1, 6. Batjook 2, 7.Soedin, 8. Amat, 9. Lingo, 10. Doolah, 11. Klaas Ledesma, 12. Setro, 13. Ngangsi, 14. Makidin, 15. Sidin (matroos), 16. Tjilplis, 17. Osman, 18. Ngaitin, 19. Simin, 20. Pa Warina, 21 Kiman en 22. Medin, door de procureur-generaal beschuldigd van: “wederspannigheid door aantasting en wederstand, feitelijk en gewelddadig gepleegd aan boord van een koopvaardijschip, door mindere schepelingen, ten getale van meer dan twintig gewapende personen, jegens hunne meerderen in rang, zijnde de schipper en stuurlieden van dat schip, en alzo jegens ambtenaren, werkzaam ter uitvoering der wet”;
daarboven: de eerste, tweede en vierde beschuldigden: “poging tot moedwillige doodslag, vergezeld van een andere misdaad en voor zoveel de tweede beschuldigde betreft, gevolgd daarenboven van een derde misdaad en van een wanbedrijf, doch niet gestrekt hebbende om het plegen van die misdaden of dat wanbedrijf voor te bereiden, gemakkelijk te maken, of de ontdekking daarvan voor te komen; welk poging, door uiterlijk bedrijf gebleken en tevens tot een begin van uitvoering overgeslagen, niet dan door toevallige en van der daders wil onafhankelijke omstandigheden is weerhouden en hare uitwerking gemist heeft”;
en nog de tweede beschuldigde: “moedwillige verwonding, uit welke ziekte of beletsel om te werken van meer dan twintig dagen is ontstaan”; en “moedwillige brandstichting in een schip, van dien aard, dat te voorzien was, dat daardoor mensenlevens in gevaar konden worden gebracht.”
Gedaan in het parket van het provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland, te ’s Gravenhage, de 29e augustus 1857.
(was getekend) François, advocaat-generaal


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 september. Het schip (opm: bark) CALYPSO, kapt. D.R. Nolles, van Samarang herwaarts gedestineerd, is de 11e dezer met verlies van boegspriet en met meer andere schade wegens aanzeiling te Ramsgate binnengelopen. Overigens was aan boord alles wel. (opm: zie NRC 240957)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 11 september. Het alhier van Havana om orders gearriveerde Nederlandse schip (opm: bark) CHRISTINA, kapt. H.B.A. Kramer, is lek. Volgens de Zeepost heeft het schip slechts onbeduidende schade en zou, zodra het order ontvangen had, de reis vervolgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen, 9 september. De Nederlandse kof CATHARINA, kapt. De Winter, van Cardiff met een lading steenkolen naar Kiel bestemd, is in de Eider aan de grond gevaren, doch kwam na een gedeelte van de lading over boord geworpen te hebben met assistentie vlot en hier binnen. Het schip zal de reis zonder verder oponthoud voortzetten.


14 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 september. De Shipping and Mercantile Gazette deelt in haar nommer van 12 dezer de verklaring mede van de stuurman van het alhier te huis behorende stoomschip SOPHIE, waarvan wij het treurige verlies in ons nommer van eergisteren onder de scheepstijdingen kortelijks mededeelden. Uit deze verklaring blijkt dat de SOPHIE, op haar reis van Rotterdam naar Bristol, in de vroege morgen van de 11e dezer zich met dik weder en regen op hoogte van de Singels bevond. Men had op het schip de gewone stoomboot-lichten ontstoken. De stuurman, die zich op het voordek bevond, ontdekte op circa een kabellengte een stoomboot vooruit, die op de SOPHIE aankwam, en praaide alstoen onmiddellijk dat schip en liep tegelijkertijd naar achteren om de loods die aan het roer stond, de nodige bevelen te geven. Voordat echter de SOPHIE naar het roer kon luisteren, was het reeds te laat en liep de stoomboot de SOPHIE voor in de boeg tussen de kraanbalk en de fokkemast. Het Nederlandse schip bekwam onmiddellijk een zwaar lek, zodat men dadelijk begreep, dat men alleen aan levensbehoud denken moest.
Het gelukte om de stuurboordsboot over boord te krijgen, doch deze bekwam bij het te water laten een lek, dat evenwel door het volk gestopt werd. Middelerwijl waren de overigen bezig om de andere boten te water te brengen; doch alvorens dit kon geschieden, verdween het schip in de diepte. De stuurman, die in de boot was, praaide de andere stoomboot om pogingen aan te wenden tot het redden van het volk, hetgeen door deze ook bereidwillig werd gedaan. Het mocht haar echter niet gelukken allen te redden. Slechts zeven personen werden door haar van een anders wisse dood gered, terwijl de kapt. J. van Knapen en diens vrouw, twee passagiers (zijnde een jongeling en een vrouw), de Engelse loods, de timmerman, hofmeester, 4 matrozen en een stoker hun graf in de golven vonden. De stoomboot, welke met de SOPHIE in aanzeiling is geweest, was de WILLIAM HUTT, van Havre naar Newcastle bestemd. Zij heeft de overgebleven bemanning, die zij gedeeltelijk heeft gered en uit de lekke boot opgenomen, zijnde de stuurman, machinist en negen zeelieden, behouden te Dover aan wal gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 september. Men deelt ons mede, dat er weder moeilijkheden zijn gerezen tussen het gouvernement en de heer Cores de Vries betrekkelijk de stoomboot-onderneming. De stoomboten PALEMBANG en SOERABAIJA mogen niet varen, omdat zij aan zeker vereiste, door het gouvernement voorgeschreven, niet hebben voldaan. Desniettemin moet de hoofdingenieur van het stoomwezen verklaard hebben, dat de boten zich in een goede toestand bevinden. Het schijnt, dat men de heer Cores de Vries zonder noodzaak allerlei onaangenaamheden berokkent. Het is jammer voor deze schone en nuttige onderneming. (opm: zie NRC 170957)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Koningsbergen (opm: Kaliningrad), 9 september.De Nederlandse stoomboot REMBRANDT, kapt. P.D.H.B. de Haan, van Pillau (opm: Baltiysk) op hier bestemd, is eergisteren avond op de Peijserhaken aan de grond geraakt en was, alhoewel men een gedeelte van de lading gelost had, hedenmorgen nog niet vlot. (opm: zie NRC 160957)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval, 4 september. De Nederlandse kof CORNELIA, kapt. H.H. Nieboer, alhier in averij binnen – zie N.R.C. van 12 september – zal morgen de hoognodige reparatiën geëindigd hebben, en alsdan ten spoedigst de reis voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 13 september. Het stoomschip SEINE, de 10e dezer van hier naar Havre vertrokken, is gisteren uit zee teruggekomen met machineschade. Heden is het vaartuig weder derwaarts vertrokken.


15 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 11 september. Het schip (opm: kof) EBEN HAEZER, kapt. M.E. van der Veen, van Dantzig (opm: Gdansk) naar Londen, is alhier met adsistentie binnengebracht. (opm: zie NRC 180957, 190957, 240957 en 151157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Stoomvaart-Vereeniging De Maas, dienst Rotterdam – Bristol – Cardiff.
Het stoomschip BALMORAL, kapt. J. Mackie, vertrekt woensdag 30 dezer.
(opm: na het vergaan van de op deze dienst varende stoomschepen MAAS en SOPHIE kocht de rederij het Britse stoomschip BALMORAL; dit is de eerste reisaankondiging van dit schip voor De Maas)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ten overstaan van Mr. W. Laman Trip, notaris te Groningen, zal op dinsdag de 22e september 1857, des avonds ten 7 uur, ten huize van de kastelein Ten Have, aan de Groote Markt te Groningen, ten verzoeke van HH. reders publiek worden verkocht:
Het schoenerschip JACOB VAN CLEEFF, met inventaris, in den jare 1852 nieuw uitgehaald bij de scheepsbouwmeesters Kater en Meulman, te Groningen, groot 117 tonnen en thans liggende te Antwerpen. Nadere informatiën ten kantore van de notaris en bij de scheepsbouwmeester K. Kater, op de Noorderwerf alhier. (opm: met behoud van naam werd de schoener voor NLG 10.600 aangekocht door J.G. Holthuis, koek- en banketbakker te Groningen; kapitein werd E. Tholen)


16 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 september. Tegen het einde van april jl. werd de stoomboot STAD AMSTERDAM, dagelijks varende tussen Zwolle en Amsterdam, voorzien met een nieuwe tubulaire stoomketel, die vervaardigd werd aan de stoomwerktuigen-fabriek van de heren Van Galen en Roest te Kampen. Die stoomketel, voedende een machine van vijf-en-zestig paardenkrachten, heeft een langwerpig ronde vorm en wijkt daarin af van de op de Nederlandse stoomboten meest algemeen gebruikelijke vierkante vorm. Dezelve voldoet voortdurend uitmuntend. De solide en nette bewerking, de deugd van het ijzer verdienen alle lof en ruime aanbeveling; zijn constructie bezit in de ronde vorm een grotere hechtheid en meerdere duurzaamheid, voldoende stoom wordt met betrekkelijk minder brandstoffen, meestal lange turf, verkregen. Deze ronde vorm verdient daarom bijzonder de aandacht van al de belanghebbenden, uithoofde door die wijze van samenstelling en bewerking minder gevaar voor lekkage bestaat, die in alle gevallen, daar de ketel van alle zijden toegankelijk is, spoedig en gemakkelijker kan worden verholpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 september. Het stoomschip REMBRANDT, kapt. De Haan, op de Peijser Haken, tussen Pillau (opm: Baltiysk) en Koningsbergen (opm: Kaliningrad) aan de grond vastgeraakt – zie ons nommer van 14 dezer – is weder in vlot water gekomen en was bezig voor herwaarts te laten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 14 september. Het schip RHEA, kapt. Erkersburg, bestemd naar Elseneur (opm: Helsingör), is met schade terug in het Nieuwe Diep. Het heeft gisteren nacht in het Schulpengat aan de grond gezeten.


17 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 september. Wij zijn in de gelegenheid gesteld mede te delen, dat het stellige bericht hier te lande is ontvangen, dat de moeilijkheden, gerezen tussen het gouvernement van Nederlands Indië en de stoombootonderneming van de heer W.C. Cores de Vries, waarvan de Indiër de mededeling deed en hetwelk in ons nommer van 14 april is overgenomen, zijn uit de weg geruimd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 september. Het Nederlandse stoomschip FIJENOORD is gisteren op de hoogte van Gravesend in aanzeiling geweest met de sleepboot SAMPSON (opm: mogelijk SAMSON). Laatstgemelde is dientengevolge gezonken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop het snelzeilend schoener-kofschip JACOBINA, gevoerd door kapt. H.W. Bontekoe, groot volgens meetbrief 116 tonnen of 61 lasten, varende onder Nederlandse vlag, met deszelfs complete inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Nieuwe Haven te Schiedam. Het schip is bij Veritas geclassificeerd 3.T.G. 1.1. en nieuw uitgehaald in 1849.
Te bevragen bij de kapitein aan boord of bij de cargadoors Loncq & Cool te Schiedam.


18 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 september. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende twee schepen (opm: barken), als:
voor Rotterdam COMMISSARIS DES KONINGS VAN DER HEIM, kapt. A. Hoogenstraten;
voor Schiedam TOLLENS, kapt. T. van Rossem, van Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoff, 14 september. Het Nederlandse schip EBEN HAEZER, kapt. v.d. Veer (opm: M.E. van der Veen) hetwelk alhier de 11e dezer werd binnengebracht – zie ons nommer van 15 dezer – heeft door aanzeiling de bezaansmast en het roer verloren. (opm: zie ook volgend bericht)


19 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoff, 16 september. Men heeft beslag gelegd op de hier binnengebrachte Nederlandse kof EBEN HAEZER – zie ons nommer van gisteren – en wel op aanzoek van de geïnteresseerden in de brik AGNES, met welk schip de kof in aanzeiling is geweest.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 september. Heden liep een van de werven van de heren Gebr. Visser alhier, van stapel het brikschip GOUVERNEUR VAN SWIETEN, groot ca. 225 Java lasten, gebouwd voor rekening van het handelshuis van de heer H. van Rijckevorsel alhier en bestemd voor de transatlantische vaart en handel.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Galatz, 4 september. Het schip (opm: brik) TRUDA, kapt. P.J. Das, als vroeger gemeld (opm: zie NRC 040957) bij de baai van Sulina lek geworden, is bij het naar binnen zeilen van deze haven op de baar aan de grond vastgeraakt.


20 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 juli. Wij vernemen, dat binnen weinige dagen van deze rede naar China zal vertrekken Zr.Ms. schroefstoomkorvet MEDUSA, commandant kapt.luit.t.zee G. Fabius, bestemd ter bescherming der Nederlandse onderdanen, aldaar gevestigd, gedurende de verwikkelingen met de Europese mogendheden. Die bodem zal overigens een volstrekte neutraliteit hebben te bewaren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 september. Krachtens Zr.Ms. besluit van 17 dezer zijn de brik CACHELOT en de schoenerbrik MAKASSAR, liggende te Vlissingen, met 16 oktober a.s. in dienst gesteld met bestemming naar Oost-Indië.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 24 juli. Scheepsvrachten. De volgende bevrachtingen zijn gesloten: KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB NLG 95 per last voor rijst, NLG 105 voor suiker alhier en NLG 110 voor koffiJ te Padang naar Nederland; JACOBUS MARTINUS, door de Nederlandsche Handel-Maatschappij opgenomen à NLG 100 zonder meer, te Soerabaija en Passaroeang te laden naar Rotterdam; QUATRE BRAS 55 cents $ de picol rijst naar China, op de kust te laden; PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN verkreeg NLG 100 zonder meer voor de lading van het afgekeurde schip JOHANNES MARINUS (opm: zie NRC 010957). De MARY EN HILLEGONDA verkreeg NLG 100 voor rijst, NLG 105 voor suiker en NLG 115 voor arak, te Indramayo, Samarang en alhier te laden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 september. Heden is aan de fabriek te Fijenoord van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, met het beste gevolg te water gelaten het eerste stoomschip, gebouwd naar het nieuwe stelsel van horizontale verticale voortstuwende kracht, genaamd Propulseur Helicoïde, à double effet, voor rekening van de Hollandsch-Belgische Stoomvaart Maatschappij, onder directie van de heren Louis de Wilde en Van Hoegaerden. Met dit stoomschip, dat weldra door een nagenoeg gereed zijnde tweede en later door nog meerdere gevolgd zal worden, zal deze maatschappij tegen het midden van oktober een geregelde beurtvaart tussen Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Brussel en tussenplaatsen openen, waartoe haar, naar luid der reeds van tijd tot tijd in deze courant opgenomen berichten, de vereiste concessiën zijn verleend. Dat deze onderneming ten volle de medewerking van de handel verdient, behoeft geen betoog, en zij de ondernemers die haar wisten door te zetten en tot stand te brengen, die medewerking en ondersteuning dan ook bereid.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 19 september. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit alhier met het beste gevolg te water gelaten het clipper fregatschip, genaamd NOACH, groot plm. 500 gemeten lasten, bestemd voor de grote vaart, zullende worden gevoerd door kapt. P. Wierikx, voor rekening en onder boekhouderschap van voormelde heer F. Smit.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Singapore, 14 juli. Het Nederlandse oorlogsstoomschip MONTRADO kwam eergisteren in de namiddag van Muntok alhier aan, aan boord hebbende de luitenant Downes van hare Britse Majesteits stoomboot TRANSIT, welk vaartuig ten enemale vergaan is. De TRANSIT stootte l.l. vrijdag, des morgens omstreeks 9 ure, op een rots, vier mijlen van de kust verwijderd, in Straat Banka en zonk onmiddellijk in 17 vademen water. De troepen en het scheepsvolk werden gered en op Banka geland. Luitenant Downes werd naar Muntok gezonden, ten einde hulp in te roepen, welke onmiddellijk door de resident, door het zenden van de stoomboot MONTRADO naar Singapore, verleend werd, ten einde aldaar schepen te bekomen, om de troepen naar Singapore over te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H.zn, H.W. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam, zijn van mening, als last hebbende van hun meesters, op dinsdag de 29 september 1857, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek van de Scheepsmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no 499, publiek te veilen:
- Het snelzeilend Nederlands gekoperd en kopervast barkschip, NEÊRLANDS KONING, laatst gevoerd door kapt. W. Calander, volgens meetbrief lang 36 el, wijd 7 el 12 duim, hol 5 el 27 duim en alzo groot 600 tonnen of 317 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, geschut, ankers kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris.
- Het hol van het Nederlands gekoperd en kopervast fregatschip PRINSES MARIANNE, volgens meetbrief lang 38 el 10 duim, wijd 7 el 7 duim, hol 5 el 45 duim en alzo groot 652 tonnen of 345 lasten, met deszelfs masten, boegspriet en roer.
- Voorts nog in kavelingen een partij scheepsgereedschappen, bestaande in zeilen, blokken, ijzer, enig touwwerk, rondhout enzovoort. Liggende alles aan en op de Scheepstimmerwerf Rotterdam’s Welvaren, aan de Hooge Zeedijk, te Rotterdam, alwaar hetzelve daags vóór en op de dag van de veiling, door een ieder kan bezichtigd worden.


21 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Adelaide, 13 juli. De Nederlandse bark KONING WILLEM II, kapt. H.R. Giezen, welke de 25e juni met een lading Chinese landverhuizers te Port Robe (Robe, Guichen Bay) arriveerde, is aldaar in een storm van de ankers geslagen, op strand gedreven en bijna in hetzelfde ogenblik verbrijzeld (opm: zie o.a. JB 070957). Zestien man van de equipage zijn bij de poging om te landen omgekomen. De Chinese passagiers waren allen reeds aan wal.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaija, 8 juli. Aangekomen het METALEN KRUIS, kapt. Zuurdeeg, van Batavia.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een hecht, sterk Nederlandse galjootschip, met complete inventaris, groot circa 110 roggelasten, onlangs van Triest gearriveerd, liggende te Rotterdam. Informatie te bekomen bij de cargadoors Johs. Ooms Ez. en Co., aldaar.


22 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 21 september. Het schip GERTRUDE (opm: eerder geschreven als TRUDA, zie NRC 170257, 040957), kapt. P.J. Das, bij de baar van Sulina lek geworden – zie ons nommer van 19 september – zal, volgens brief van Galata van de 11e dezer, weg zijn. De lading is zwaar beschadigd bevonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 20 september. Het Nederlandse schip (opm: kof) CHRISTINA, kapt. E.H. Bekkering, van Groningen naar Newcastle bestemd, is alhier lek en met verstopte pompen binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kopenhagen, 18 september. Het stoomschip REMBRANDT, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, is alhier wegens stormweder en met gebrek aan steenkolen binnengelopen, doch zal onmiddellijk de reis voortzetten.


23 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 19 september. Heden morgen kwam alhier aan de minister van marine, ten einde het fregat met stoomvermogen, de EVERTSEN, van 51 stukken en 400 paardenkrachten, waarvan de kiel in 1854 gelegd werd, van stapel te zien lopen. Er was een zeer schone tribune opgericht, terwijl zich beurtelings de muziek van het 5e Regiment Infanterie en van de Schutterij deed horen, zodat alles een recht feestelijk aanzien had. De toestroming van mensen zowel uit Middelburg als van hier, was dan ook aanzienlijk.
In het begin ging alles naar de beste wens, doch door een ongelukkig niet te voorzien toeval werd het fregat, nadat het reeds een gedeelte doorlopen had, plotseling in zijn vaart gestuit. Het buitenste bekleedsel van de streng namelijk gebroken zijnde, schijnt daarvan de punt doorgezakt en daardoor een beletsel voor het verder aflopen geweest te zijn. Dadelijk werd alles aangewend om dat beletsel weg te ruimen, doch dit is niet mogen gelukken, zodat, naar men verneemt, het fregat eerst morgen namiddag, ongeveer 1 ure, te water zal kunnen gelaten worden. De minister van marine is hedenmiddag weder naar Middelburg vertrokken. Volgens de Staats-Courant heeft de te water lating van het fregat EVERTSEN, op maandag de 21e dezer werkelijk met goed gevolg plaats gehad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Littlehampton, 19 september. Het Nederlandse klipper fregatschip BELLONA, kapt. Schrijver qq, van Havana naar Rotterdam, heeft heden op Winter's Hole Shoal aan de grond gezeten, kwam echter zonder schade vlot en vervolgde de reis.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheernes, 20 september. Het te Vlaardingen te huis behorende kofschip KOOPHANDEL, kapt. W. Kal, van Newcastle met steenkolen naar Lissabon bestemd, is zaterdag jongstleden (opm: 19 september) op Long Sand (opm: Goodwin Sands) aan de grond geraakt. Tegen de avond met assistentie van zes vaartuigen vlot gebracht zijnde, had men het ongeluk op Grain Spit (Little Nore) andermaal te stranden. Het schip zit daar nu onder water en in een zeer gevaarlijke positie, zijnde het achterschip geheel ontzet. De equipage is gered, zo mede het tuig en de inventaris, hetwelk alhier aangebracht is. (opm: zie echter volgend bericht)


24 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Chatham, 20 september. De Nederlandse schoener KOOPHANDEL van Shields naar Lissabon op Long Sand gestrand – zie ons nommer van gisteren – is vlot en in zinkende staat te Sheerness binnen gebracht. (opm: zie NRC 081057 en 311057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 september. Het barkschip CALYPSO, kapt. D.R. Nolles, van Batavia herwaarts gedestineerd, met schade te Ramsgate binnengelopen (opm: zie NRC 130957), wordt aldaar van een nieuwe boegspriet voorzien en verder zeewaardig gemaakt, ten einde naar het Nieuwe Diep te worden gesleept en alhier de nodige reparatie te ondergaan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 21 september. De lading van het alhier binnengebrachte Nederlandse schip EBEN HAEZER, kapt. Van der Veen – zie NRC van 19 dezer – is opgeslagen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lübeck, 20 september. De kof MARGARETHE CHRISTINA, kapt. Koper, van Stockholm met een lading ijzer naar Nederland bestemd, is de 16e bij Calmar gestrand, doch weder vlot gekomen en ligt nu bij de Warpus. De lading is geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 21 september. Het Nederlandse schip (opm: kof) VROUW JANTINA, kapt. Muller (opm: H.L. Mulder), van Helmsdale (opm: 58º07’ N.B. 03º38’ W.L.) met haring naar Memel (opm: Klaipeda) bestemd, is alhier gestrand. De lading zal wellicht geborgen kunnen worden; het behoud van het schip is zeer twijfelachtig. (opm: zie NRC 300957 en 021057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 23 september. De Nederlandse kof WAAKZAAMHEID, kapt. D. Lovius, van St. Petersburg herwaarts gedestineerd, is volgens telegrafisch bericht te Harlingen ontvangen, in de nacht van de 21e dezer door een Deense stoomboot aangevaren en in 7 vadem water gezonken, doch het volk gered en te Elseneur (opm: Helsingör) aangebracht. (opm: zie volgend bericht)


25 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 21 september. De Nederlandse kof WAAKZAAMHEID, kapt. D. Lovius, van St. Petersburg met rogge naar Amsterdam bestemd, is de gepasseerde nacht in aanzeiling geweest met het stoomschip WIKINGEN, en is enige tijd daarna gezonken (opm: zie NRC 240957 en 151057). De bemanning heeft zich in de boot gered en is hier hedenmorgen aangekomen. Het stoomschip heeft ook vrij belangrijke schade.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 september. Volgens bericht uit Bristol van de 2e dezer zijn de stuurman, de machinist en de scheepsjongen van de SOPHIE, wier bemanning gearresteerd werd als beschuldigd van smokkelarij, na vijf weken gevangen geweest te zijn, in vrijheid gesteld, daar het gebleken is, dat zij aan de beweerde smokkelarij onschuldig geweest zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 september. In de Morning Herald komt de navolgende brief voor betreffende de schipbreuk (opm: zie JB 070957) van de KONING WILLEM II:
Robe (Guichen Bay) 2 juli 1857. Gedurende de laatste week is deze kust door zulk een hevige storm bezocht geweest, als bij mensengeheugen nimmer heeft plaats gehad. Er had daarbij een schipbreuk plaats, die met een vreselijk verlies van mensenlevens en tevens totale vernietiging binnen weinige uren van het vaartuig vergezeld ging. Ik zal trachten de voornaamste punten betrekkelijk deze ongelukkige stranding mede te delen, en wijl ik zelf ooggetuige ben geweest, kan men zich van de waarheid van mijn verhaal overtuigd houden. Op 25 juni arriveerde het Nederlandse schip KONING WILLEM II, groot 800 tonnen, kapt. H.R. Giezen – bereids als scheepstijding gemeld – van Hongkong met Chinese landverhuizers, welke allen in goede welstand na aankomst, werden gelost, en was het schip daarna, uit hoofde van het slechte weder, verhinderd zijn reis te vervolgen, welk weder de 29e tot een zodanige storm van het Z.W. overging, dat de kapitein zoveel mogelijk zijn ra's aan dek nam enz. enz, doch desniettegenstaande dreef het schip van zijn ankers, dat tot de middag van de 30e voortduurde, toen de kapitein zeil maakte om te trachten van lager wal te komen, aangezien de pompspil (opm: spil voor de ankerketting) door de hevigheid van de storm over de kop was gegaan. Het schip strandde evenwel nagenoeg 3 mijlen van Robe Town en was in minder tijds, dan zulks hier beschreven kan worden, een totaal wrak; de zee sloeg er hevig over heen, en het vooruitzicht voor de zich aan boord bevindenden was niet anders dan een wisse dood. Zodra te Robe Town het wrak werd gezien, gaven de heren Onneroo aan alle de in hun dienst zijnde manschappen bevel zich naar de strandingsplaats te begeven, om zoveel mogelijk assistentie te verlenen, en grotendeels heeft men aan de pogingen van deze mensen de redding van de behouden geblevenen te danken. De militaire macht, met luitenant Sanders aan het hoofd, was, evenals de politie-onderkorporaal Warren, ook spoedig tegenwoordig, en men wedijverde inderdaad zijn natuurgenoten van een gewisse dood te redden, doch nog vóór de aankomst van het grootste gedeelte van de genoemde personen, had het ongeluk reeds plaats gevonden. Kort na het stoten van het schip werd namelijk een boot van het wrak te water gelaten, waarin de opperstuurman met de rest van de equipage zich begaf, behalve de kapitein, die door het breken van de vanglijn van de boot op het wrak bleef. De boot had slechts een korte afstand afgelegd, toen zij door gebrek aan riemen kantelde, volliep, en van de 25 personen, die het schip verlieten, waren er slechts 9, waaronder de opperstuurman, die meest bewusteloos, de wal bereikten. Deze zijn allen met groot levensgevaar gered door hen, die ten die einde waren toegesneld, waaronder voornamelijk behoren de heren Evans, Flett en MacDonald, welke door een klein getal personen ondersteund werden, zonder welke hulp allen zouden zijn omgekomen. Aller ogen waren nu op de kapitein gericht, die zich nog steeds aan een gedeelte van het achterschip vastgeklemd hield, dat zo nabij de wal was gedreven, dat ieder teken van hem opgemerkt en zijn hulpgeschrei boven het geloei van de storm kon worden gehoord door een honderdtal mensen, welke, zonder hem enige hulp te kunnen toebrengen, aan strand stonden. De ongelukkige wees op de boten, welke op het strand lagen, doch allen waren door de storm onbruikbaar; indien dezelve ter zeebebouwing geschikt waren geweest, ware het evenwel een dwaasheid geweest, daarmede de branding te trotseren. Menig uur had de arme man reeds in deze verschrikkelijke positie verkeerd, zonder te weten of de plaats waaraan hij zich nog vastklemde, niet onder hem zou wegzinken, dat onvermijdelijk zijn dood zou ten gevolge gehad hebben. Alle pogingen tot communicatie aan de wal tot het schip waren vruchteloos. De zon was ondergegaan, de nacht brak aan, en de verzamelde menigte ging met gebroken hart naar huis. Gedurende de ganse avond werden talrijke beloningen uitgeloofd tot redding van de kapitein. De heer John Ormeroo loofde GBP 50 uit aan het bootsvolk van de baai, indien zij mochten slagen. Een kleurling bood voor een zekere som aan, met een lijn naar het wrak te zwemmen, waarop door de heer Evans over land een kleine boot werd aangevoerd, om zo nodig te gebruiken. Bezig zijnde deze plannen ten uitvoer te leggen, ontving men het bericht, dat de kapitein ten 10 ure behouden aan land was gekomen, en dadelijk naar Robe Town was vertrokken. Het bleek, dat de wind was veranderd en een vat aan land was gespoeld, waaraan de kapitein een lijn had bevestigd, met welke de menigte had getracht hem door de branding te halen, en zulks was gelukt. Tot nog toe is geen van de lijken van de verdronken manschappen aangespoeld.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C. Ament en J.J. van der Meulen en C.S. Oolgaardt, makelaars, zullen op maandag de 28e september 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stadsherberg, aan het IJ, verkopen:
- 1/32 aandeel in het barkschip VRIENDENTROUW, groot 496 tonnen, varende onder directie van de heer H.G. Croockewit.
- 1/32 aandeel in het barkschip de ZWAAN, groot 494 tonnen, varende onder directie van de heer H.G. Croockewit.
- 1/32 aandeel in het barkschip DERKINA TITIA, groot 422 tonnen, varende onder directie van heer J. van Maurik.
- 1/32 aandeel in het barkschip RABENHAUPT, groot 433 tonnen, varende onder directie van de heren Kranenborg & Zonen en C.M. Nap.
- 1/16 aandeel in het barkschip CORNELIA, groot 778 tonnen, varende onder directie van de heer J. & T. van Marselis.
- Een scheepsgiek, lang 26 vt., wijd 6 vt., met 4 riemen, roer, enz., liggende aan de Werf “De Vrede”, in de Groote Wittenburgerstraat.
Breder bij biljetten omschreven en bericht bij bovengenoemde makelaars.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Uit de hand te koop of te huur: een royale scheepstimmerwerf. Te bevragen bij de eigenaar Meindert G. Palsma te Heeg.


26 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 september. Dezer dagen vernam men weder het verlies van een onzer Oost-Indiëvaarders. Wij vonden daarin aanleiding om eens na te gaan de vele ongelukken, waarvan wij in dit jaar bericht ontvingen en bevonden dat er alleen van de grote vaart, voor zover wij dit weten, niet minder dan 22 schepen zijn verloren gegaan, terwijl daarenboven 8 in het buitenland zijn afgekeurd. Wij achten het wel de moeite waard onze lezers iets naders daaromtrent mede te delen en laten hieronder volgen een staat, aanwijzende van welke schepen men in dit jaar bericht ontving dat zij verongelukt of afgekeurd zijn, met korte vermelding der bijzonderheden.
- STAD THIEL, kapt. W.B. Derks, fregat, 476 lasten, gebouwd in 1839, rederij P.A. Reuchlin te Thiel. De 21e oktober Aº.Pº. op de reis van Hongkong naar Batavia op de kust van Borneo gestrand en gezonken. Equipage gered. (opm: zie JB 291156)
- INDIA, kapt. K.W.F. d’Arnaud Gerkens, bark (opm: fregat), 445 lasten, gebouwd in 1834, rederij A. van Obolen & Zn te Rotterdam. Van Panaroekan naar Rotterdam, lek te Batavia aangekomen en aldaar afgekeurd. (opm: zie NRC 030357)
- KONING WILLEM II, kapt. H.R. Giezen, fregat, 423 lasten, gebouwd in 1840 (opm: scheepswerf Fop Smit, 1841), rederij P. Varkevisser & Zoon te Rotterdam. In het begin van juli in Guichen Bay, waar het van China gearriveerd was, van de ankers geslagen, op strand gedreven en onmiddellijk verbrijzeld. Zestien man der equipage verdronken. (opm: zie JB 070957)
- PRINSES SOPHIA, kapt. P.S. Matzen, fregat, 416 lasten, gebouwd in 1842, rederij W. Kaars Sijpestein te Krommenie. In de maand mei op de reis van Amsterdam naar Bassein op de hoogte van Diamond-Island verongelukt. Equipage gered. (opm: NRC 160757)
- KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. D.A. de Jong, fregat, 392 lasten, gebouwd in 1830, rederij J. Korthals Wz. te Dordrecht. Van Callao naar Cowes, met schade te Milford binnengelopen en aldaar afgekeurd (opm: zie NRC 030757).
- GOUVERNEUR GENERAAL ROCHUSSEN, kapt. C Laseur, bark, 378 lasten, gebouwd in 1848, rederij van Overzee & Co te Rotterdam. De 13e februari op de reis van Batavia naar Rotterdam in het Goereesche zeegat aan de grond gezeild en wrak geworden. Equipage en inventaris met een weinig van de lading gered. (opm: zie NRC 140257)
- GRAAF VAN NASSAU, kapt. E. Sanders, bark, 370 lasten, gebouwd in 1847, rederij A.L. van Harpen & Zn, te Amsterdam. Van Amsterdam met schade te Batavia gearriveerd en aldaar afgekeurd. (opm: zie NRC 010357)
- ZES GEZUSTERS, kapt. J.R. de Boer, bark, 363 lasten, gebouwd in 1850, rederij Jan Smit Cz. te Alblasserdam. De 21e maart op de reis van Rotterdam naar Sunderland bij laatstgenoemde plaats gestrand en totaal verbrijzeld. De equipage en een gedeelte der inventaris gered. (opm: zie NRC 240357)
- RIDDERKERK, kapt. A.H. Pesant, bark, 360 lasten, gebouwd in 1850, rederij F.Smit te Kinderdijk. De 20e december Aº.Pº. van Passaroeang naar Schiedam vertrokken en de 30e januari bij Mauritius gepraaid, heeft men sedert niets van dit schip vernomen. (opm: zie NRC 070957)
- LAURENTIUS EN EMILIA, kapt. A. Knappert Jr, bark, 354 lasten, gebouwd in 1855, rederij De Groot, Roelants & Co te Schiedam. De 3e maart op de reis van Samarang naar Soerabaya, op de kust van Japara gestrand en verbrijzeld. Equipage gered en een weinig van de inventaris en lading geborgen. (opm: zie JB 140357)
- JOHANNES MARINUS, kapt. J. Verburgh, bark, 325 lasten, gebouwd in 1841, rederij F.H. von Lindern te Alblasserdam. Van Batavia naar Nederland, met schade in eerstgenoemde plaats teruggekomen en aldaar afgekeurd. (opm: zie NRC 010957)
- ZALT-BOMMEL, kapt. C.J. Juta, bark, 321 lasten, gebouwd in 1854, rederij van Overzee & Co. te Rotterdam. De 3e december 1856, bij het onder zeil gaan in de Simonsbaai (Kaap de Goede Hoop), op strand geraakt en aldaar gesloopt. Equipage, lading en inventaris gered. (opm: zie NRC 120257)
- CORNELIA, kapt. J.A.N. Schagen van Leeuwen, bark, 317 lasten, gebouwd in 1855, rederij H. Kikkert te Vlaardingen. De 27e mei op de reis van Texel naar Batavia, op 09º Z.B. en 33º W.L. verbrand. De equipage heeft zich in de boten gered en is daarmee op de kust van Brazilië geland. (opm: zie NRC 090757)
- MARIA JACOBA, kapt. S.F. Lammerts, bark, 302 lasten, gebouwd in 1853, rederij J. van Wageningen Dz. te Dordrecht. De 17e maart op de reis van Java naar Amsterdam bij Boulogne gezonken. Equipage gered. (opm: zie NRC 180357)
- CASTOR, kapt. L.S. Winkler, bark, 251 lasten, gebouwd in 1834, rederij C.E. Duijtz Cz. te Amsterdam. Van Amsterdam te Akyab (opm: Sittwe) aangekomen en aldaar afgekeurd. (opm: zie NRC 020657)
- KLAZINA, kapt. D.W. Browning, bark, 246 lasten, gebouwd in 1853, rederij F.S. Sparnaaij & Zoon te Rotterdam. In de maand april of mei op de reis van China naar Rangoon (opm: Yangon) bij laatstgenoemde plaats verongelukt. Equipage gered. (opm: zie NRC 010757)
- TIMOR, kapt. F. Agema, bark, 236 lasten, gebouwd in 1840, rederij P. Blussé van Oud-Alblas te Dordrecht. De 21e december 1856 op de reis van Padang naar Rotterdam bij Green Point (Kaap de Goede Hoop) gestrand en verbrijzeld. De equipage, een gedeelte der inventaris en iets van de lading geborgen. (opm: zie NRC 120257)
- BATAVIER, kapt. N.F. Hoek, bark, 234 lasten, gebouwd in 1830, rederij E. & S. & C. St. Martin & Co. te Rotterdam. De 7e april op de reis van Rangoon naar Rotterdam op de hoogte der Andaman-eilanden verongelukt. De equipage gered. (opm: zie NRC 170757)
- MERCURIUS, kapt. H.R.J. Smith, bark, 230 lasten, gebouwd in 1851, rederij F. Smelt & Zoon, te Amsterdam. De 23e september Aº.Pº. (opm: 1856) op de reis van Amoy naar Singapore op de kust van Bintang verongelukt. De derde stuurman en 100 Chinese koelies zijn daarbij omgekomen (opm: zie JB 100157).
- HERMINA, kapt. K.B. de Weerd, fregat (opm: pink), 214 lasten, gebouwd in 1830, rederij Aug. Kerstiens te Amsterdam. Op de reis van Batavia naar Amsterdam lek te Mauritius binnengelopen en aldaar afgekeurd. (opm: zie NRC 220157)
- PRINS HENDRIK, kapt. J.C. Töpper, bark, 202 lasten, gebouwd in 1838, rederij Kranenborg & Zoon te Amsterdam. De 30e oktober op de reis van Batavia naar Havana met grote schade te Curaçao binnengelopen en aldaar afgekeurd (opm: onjuist, zie NRC 300957).
- VALPARAISO, kapt. H.A. Ellerman, bark, 185 lasten, gebouwd in 1850 (opm: opgeleverd 1852), rederij Blauw & Co te Amsterdam. De 25e mei van Napels te Batavia gearriveerd, en 2 juni aldaar ter rede verbrand. Equipage en een gedeelte van de inventaris gered. (opm: zie NRC 310757)
- LUITENANT ADMIRAAL STELLINGWERF, kapt. M. Mispelblom Beijer, bark, 172 lasten, gebouwd in 1853, rederij Zeilmaker & Co, te Harlingen. De 17e juni op de reis van Samarang naar Singapore tussen Banca en Riouw op een onbekende klip gestoten en gezonken. Equipage en passagiers gered. (opm: zie NRC 060857)
- ZORGVLIET, kapt. J. de Vries, bark, 167 lasten, gebouwd in 1849 (opm: 1843), rederij F. Smelt & Zoon te Amsterdam. De 5e januari op de reis van Amsterdam naar Hartlepool enz. bij Allport (opm: eerder vermeld: Alford) gestrand en wrak geworden. De equipage, met uitzondering van de 2de stuurman en 2 jongens, omgekomen. (opm: zie NRC 070157)
- THETIS, kapt. H. Meppelder, brik, 135 lasten, gebouwd in 1849, rederij G. Mauritz & Co te Dordrecht. De 27e maart op de reis van Dordrecht naar Belfast in het Kanaal overzeild en gezonken. De kapitein er bij verdronken. (opm: zie NRC 010457)
- SNELHEID, kapt. J.H. Henning, bark, 121 lasten, gebouwd in 1838, rederij J.J. Poncelet & Zoon te Amsterdam. De 18e maart op de reis van Paramaribo naar Amsterdam op de Coblers Rocks (Barbados) verongelukt. Zes man der equipage en een passagier bij omgekomen. (opm: zie NRC 190457)
- AXIM, kapt. C. Ouwehand, schoenerbrik, 70 lasten, gebouwd in 1849, rederij H. van Rijckevorsel te Rotterdam. De 21e juni op de reis van de kust van Guinea naar Rotterdam bij Kaap St. Paul totaal verongelukt. Equipage gered. (opm: zie NRC 110857)
- ERATO, kapt. P. Don, schoener, 70 lasten, gebouwd in 1850, rederij P. Smit Fz. te Dordrecht. De 21e mei op de reis van Troon naar Rio Grande bij laatstgenoemde haven gestrand en totaal verloren. Equipage gered. (opm: zie NRC 090757)
- ROTSSTEEN, kapt. A. Soet, schoenerbrik, 68 lasten, gebouwd in 1839, rederij F.S. Sparnaaij & Zoon te Rotterdam. De 8e februari op de reis van Lagos naar Nederland bij eerstgenoemde plaats lek geworden en op strand gezet. Equipage gered. Lading door de inboorlingen van Lagos gestolen. (opm: zie NRC 150457)
- DRIE VRIENDEN, kapt. R.A. Wielema, brigantijn, 65 lasten, gebouwd in 1853, rederij H.F. Daltman te Amsterdam. Van Havana naar Antwerpen met schade te Falmouth binnengelopen en aldaar afgekeurd. (opm: zie NRC 260257)
Daarenboven werd ons nog gemeld, dat door een Engels schip, op de hoogte van Kaap de Goede Hoop, de bemanning van een daar gezonken Nederlandse bark gered en dat het schip FLORA (bark van 170 lasten, gebouwd in 1851, van de rederij van de heren Sandberg & Co te Dordrecht) in China is afgekeurd (opm: zie NRC 010957). Deze beide berichten vorderen echter nadere bevestiging.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw gebouwd snelzeilend barkschip van circa 200 rogge-lasten, ijzervast, varende onder Pruissische vlag. Te bevragen bij de makelaars Montauban van Swijndregt te Rotterdam.


27 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Overzeiling van het Nederlands stoomschip SOPHIE. Door het overzeilen van het Nederlandse stoomschip SOPHIE, kapt. J. van Knapen, in de nacht van 11 september l.l. te Dungeness, zijn elf personen omgekomen. Onder de equipage bevond zich Laurens van Liemt, echtgenoot en vader van drie kinderen, waarvan de oudste 5 jaar en de jongste 5 weken oud is. Slechts één dag als scheepstimmerman op genoemde bodem varende, met het blijde vooruitzicht om daardoor het brood voor de zijnen te verdienen, vond hij al zeer spoedig zijn graf in de golven, terwijl nu de weduwe en wezen door de dood van hun broodwinner zonder enig middel van bestaan zijn.
De algemene liefdadigheid wordt voor deze ongelukkigen ingeroepen, om zo mogelijk door de een of andere nering het brood te verdienen. Nederlands edelmoedigheid behoeft geen opwekking, althans nooit, wanneer medelijdendheid en hulp worden ingeroepen voor weduwen en wezen.
De boekhandelaar P.C. Hoog, in de Hoofdsteeg zal zich gaarne met de ontvangst der liefdesgaven belasten, waarvan in dit blad verslag zal gedaan worden. Aan het bureau dezer courant is mede een bus geplaatst, die zich aan de deur van het beneden bureau bevindt (ingang op de Groote Markt).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 25 september. Aan het alhier gearriveerde schip (opm: brik) ACTIVO, kapt. W.A. Fraay, van Havana, is quarantaine opgelegd, hebbende 3 doden onder de equipage.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dantzig (opm: Gdansk), 25 september. Het Nederlandse schip (opm: kof) FROUWINA STEENHUIZEN, kapt. J.J. Gort, van Hamburg naar Memel (opm: Klaipeda), is in de nacht van 22 op 23 dezer, bij Schiepenhors (Nehrung) (opm: waarschijnlijk Schiewenhorst [Świbno], 54º20’ N.B. 18º56’ N.B; Dantziger Bocht) gestrand. De equipage, met uitzondering van de kapitein, is gered. Het schip zal hoogstwaarschijnlijk weg zijn.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 24 september. Het Nederlandse schip (opm: kof) ANNA MARGARETHA ADRIANA, kapt. J.C. Stenger, van Amsterdam met suiker naar St. Petersburg, is bij Stonescar gestrand. (opm: zie NRC 051057)


28 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sydney, 18 juli. Het alhier op 25 juni van Swansea gearriveerde Nederlandse barkschip ODILIA MARGARETHA, kapt. C.F. Hazelhoff, heeft tussen de Kaap de Goede Hoop en St. Pauls veel slecht weder ondervonden en was genoodzaakt een gedeelte der lading over boord te werpen.


29 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 28 september. Het schip (opm: kof) WIEA GESINA, kapt. J.R. Bossinga, van Wick (opm: 58º26’ N.B. 03º05’ W.L.) naar Memel (opm: Klaipeda), is de 24e september zwaar lek te Delfzijl binnengelopen, zijnde op Doggersbank aangezeild geworden. Het moet repareren.


30 september 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Veiling van schepen in de zaal, hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, te Rotterdam op dinsdag, 29 september.
- Het barkschip NEERLANDS KONING, opgehouden tot NLG 18.000.
- Het hol van het fregatschip PRINSES MARIANNE, idem tot NLG 5.800.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 september. In onze opgaaf van verongelukte en afgekeurde schepen in ons nommer van 26 dezer staat onder de laatste ook vermeld het barkschip PRINS HENDRIK, kapt. J.C. Töpper. Wij hebben daarop een schrijven ontvangen van de reders, de heren Kranenborg & Zn te Amsterdam, inhoudende, dat deze bodem noch afgekeurd noch verkocht is. Het doet ons leed, dat gezegde rederij niet goed heeft kunnen vinden, ons eerste bericht betreffende dit schip, voorkomende in ons nommer van 18 januari j.l. en door ons aan de Lloyd´s List van de 16e van diezelfde maand ontleend, te rectificeren, daar alsdan de tegenwoordige dwaling niet zou hebben plaats gehad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, Het Nederlands fregatschip BELLONA, kapt. Schrijver q.q, van Cuba naar Bremen bestemd, is volgens telegrafisch bericht te Bremerhaven gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikshavn, 22 september. Het schip VROUW JANTINA, kapt. Mulder, van Helmsdale naar Memel (opm: Klaipeda), alhier in de nabijheid gestrand – zie ons nommer van 24 september – is verbrijzeld en zal met de lading weg zijn. Het volk is gered.


01 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 september. De 26e september werd van de werf van de scheepsbouw- meesters Huges, Salomons & Co te Gasselternieveen te water gelaten de nieuw gebouwde schoenergaljoot BARTELD HERMAN, groot 70 last, zullende worden gevoerd door kapt. F.M. Rasker te Groningen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 30 september. Heden is van hier naar Batavia vertrokken het schip (opm: bark) DE STAD GOUDA, kapt. K.D. Breuning. (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 september. Volgens brief van kapt. Hugenholtz, voerende het schip (opm: bark) DECIMA, de 15e dezer, van de kust van Afrika te Liverpool gearriveerd, had hij bij het verlaten der Jabon (opm: waarschijnlijk het Gabon estuarium, 00º25’ N.B. 09º19’ O.L.) rivier, door de schuld van de loods op een zandbank gestoten, doch was door de vloed geholpen weder vlot geworden. Ten gevolge van aanhoudend stormweer was het schip enigszins lek en zou na ontlading, in het droge dok nagezien worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pillau (opm: Baltiysk), 27 september. Een Nederlandse kof, beladen met eikenhout, is alhier in de nabijheid gezien, drijvende zonder volk en zijnde de roef weggeslagen. (opm: zie NRC 041057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 10 augustus. Het Nederlandse schip (opm: fregat) DOROTHEA, kapt. A. van den Kolk, van Macao naar Java bestemd, is op de Pratas Shoal verongelukt. (opm: zie NRC 021057, JB 031057, NRC 291057, 301057 en 080458)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolderaa, 24 september. Gisteren namiddag is een klein Nederlands vaartuig bij Bullard (opm: mogelijk Bulduri, 56º59’ N.B. 23º 53’ O.L.) gestrand. (opm: zie volgend bericht en NRC 061057)


02 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bolderaa, 26 september. Onder de op de 23e dezer alhier gestrande schepen – zie ons nommer van 1 oktober – bevindt zich ook de Nederlandse kof CATHARINA, kapt. Fellin (opm: R.H. Veling), in ballast. (opm: zie NRC 061057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 8 augustus. In de vroege morgen van de 26e juli zijn de expeditionairen voor Timor geëmbarkeerd; ten half elf ure waren de schepen onder stoom of onder zeil. Twee derzelve, de LANDBOUW (opm: bark) en de HELENA ANNA (opm: fregat HELENA EN ANNA), hebben tegen elkander, korte tijd na het vertrek, bij het wenden aangelopen. De daardoor veroorzaakte schade wordt te Onrust hersteld. De aan boord van de HELENA ANNA zijnde troepen zijn tijdelijk ontscheept om de reparatie van het schip af te wachten, die binnen weinige dagen zal zijn geëindigd. De LANDBOUW heeft veel geringerer schade gekregen en zal spoedig de reis voortzetten. (opm: zie NRC 031057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 1 oktober. Heden is voor het Provinciaal Gerechtshof in Zuid-Holland, kamer van strafzaken, onder voorzitterschap van de president mr. J.A. Philipse aangevangen de behandeling van de bekende zaak der 22 Maleijers (opm: muiterij op de bark TWENTHE, kapt. A. Coopmans, zie NRC 110956, 130957 en berichten hierna volgend, ook LC 150158).
De president de terechtzitting geopend hebbende, gaf te kennen dat het hof gebruik makende van de bevoegdheid aan hetzelve toegekend bij art. 26 van het reglement van orde en discipline enz, om in zaken van veel gewicht en grote omvang een raadsheer meer dan het bij de wet bepaald getal raadsheren ter bijwoning van het rechtsgeding te benoemen, daartoe in het tegenwoordig geding de raadsheer De Bordes als bijzitter heeft aangewezen. Het hof is verder samengesteld uit de heren Elout, van der Sande en Beets.
De advocaat-generaal François heeft hierop namens het openbaar ministerie gerekwireerd om vermits de beschuldigden de Nederduitse taal niet machtig zijn en voorts uit hoofde van het groot aantal beschuldigden en de uitgebreidheid der zaak in plaats van één, twee tolken te benoemen, waarvoor het openbaar ministerie voorstelde de heren Leeman en Emmen.
Mr. C. van Bell (een der vier verdedigers van de beschuldigden) heeft zich namens hen tegen de benoeming van de heer Emmen verzet en deze als tolk gewraakt op grond der onheuse en onbetamelijke wijze waarop deze met de beschuldigden bij zijn eerste verhoor in de gevangenis zou hebben toegesproken en welke bejegening bij de beschuldigden afkeer, tegenzin en wantrouwen jegens die tolk had verwekt. Daardoor leverde deze tolk naar het oordeel der verdediging niet die waarborgen van onpartijdigheid en dat vertrouwen op welke in een tolk worden vereist. Nadat de pleiter deze grond van wraking breedvoerig had toegelicht, in verband ook met de volksaard der beschuldigden, die bij meerder vertrouwen in hen die hun aanspreken ook tot meerdere vertrouwelijkheid leidt, nam hij ook namens de overige raadslieden der beschuldigden ene drieledige conclusie, strekkende: 1. dat de heer Emmen niet als tolk worde benoemd, maar in diens plaats de heer Veenhuysen, gepensioneerd kolonel in Oost-Indische dienst die jaren achtereen in Indië heeft verkeerd, met het laag-Maleis goed bekend is en in wie de beschuldigden, ten gevolge van het door hem met hen gevoerde gesprek in de gevangenis, alsmede van de reis die enigen hunner met hem naar Nederland hebben gemaakt volkomen vertrouwen stellen; 2. zo het hof niet mocht kunnen toestaan het verzoek tot niet-toelating van de heer Emmen als tolk, het alsdan goedvinde de heer Veenhuysen als derde tolk aan te wijzen en eindelijk 3. dat, zo het hof ook dit verzoek niet mocht toestaan, te vergunnen dat de heer Veenhysen achter de verdedigers moge worden geplaatst om hen in voorkomende gelegenheden nader voor te lichten.
De advocaat-generaal heeft deze conclusie bestreden, waarbij hij op de voorgrond stelde dat de wet noch aan het openbaar ministerie noch aan de verdediging enige invloed toekent in de benoeming van enen tolk maar dat deze alleen is opgedragen aan het hof. Alleen om in deze de zaak te vergemakkelijken en om geen oponthoud te veroorzaken heeft het openbaar ministerie zorg gedragen om twee geschikte personen te vinden, die het als tolken voorstelt nadat het vruchteloos getracht had enen bekwame hoogleraar te bewegen om als tweede tolk in dit geding zijne diensten te bewijzen. Wat echter de heer Emmen betreft heeft het openbaar ministerie zich bijzonder nopens zijne geschiktheid en bekwaamheid overtuigd; terwijl hij advocaat-generaal zelf gedurende twee uren met de genoemde tolk zich in het bijzijn der beschuldigden in de gevangenis heeft bevonden en wel verre van afkeer bij hen waar te nemen; in tegendeel vertrouwen in de heer Emmen bij hen heeft opgemerkt; te oordelen uit de wijze waarop de beschuldigden uit eigen beweging nadere ophelderingen nopens het een of ander hebben verstrekt. Wegens gemis van beleefdheid dat bij het eerste bezoek door de heer Emmen moge plaats hebben gehad jegens de beschuldigden, kan het O.M. niet toestemmen om hem daarvoor als tolk af te wijzen. Nadat de advocaat-generaal deze punten nog nader had uiteengezet, gaf hij te kennen dat zonder enig wantrouwen te hebben in de heer Veenhuysen, hij om de aangevoerde redenen zich met diens benoeming niet kon verenigen. Mocht in de loop der zaak zich echter enige moeilijkheid opdoen en het hof nog enig licht wensen te verkrijgen uit een derde tolk, dan zal zich het O.M. niet verzetten tegen de benoeming van zodanige derde tolk. Hij liet tenslotte het derde punt der genomen conclusie geheel aan het oordeel des hofs over.
Na re- en dupliek, waarbij gepersisteerd werd door de heer Van Bell bij de genomen drieledige conclusie namens de verdediging en door de advocaat-generaal bij de gronden van bestrijding, heeft het hof zich in de raadkamer begeven en na enig verwijl over dit incident uitspraak doende, overwegende dat tegen de benoeming van de eerst voorgestelde tolk gene bezwaren zijn ingebracht en dat aan het hof geenszins gebleken is van enige grond waarom de benoeming van de tweede door ’t O.M. voorgestelde tolk minder raadzaam is voorgekomen; dat daarenboven in het vertrouwen, ook van de zijde der verdediging in de eerst voorgedragen persoon als tolk gesteld en ook door zijne tegenwoordigheid ter terechtzitting alle mogelijke waarborgen gelegen zijn voor een behoorlijk vertolking; terwijl eindelijk, indien de omvang en de loop der zaak nog meerdere waarborgen mocht nodig achten, het hof de bevoegdheid heeft alsnog nader daarin te voorzien, – zo heeft het hof de heren Leeman en Emmen als tolken benoemd; zich voorbehoudende om als in de loop der terechtzitting daartoe de noodzakelijkheid mocht blijken te bestaan, over te gaan tot de benoeming van een derde tolk. De voorzitter heeft ten slotte, na voorlezen van dit incidenteel arrest te kennen gegeven dat hij als voorzitter het niet raadzaam acht om in het derde verzoek van de verdediging te treden.
De beide genoemde tolken zijn hierop beëdigd en heeft de eerste op de daartoe gedane uitnodiging van de president aan al de beschuldigden, man voor man, de gebruikelijke vragen nopens namen, ouderdom, beroep en geboorteplaats overgebracht, waarop door allen is geantwoord conform de daarvan gedane opname in de stukken.
Vervolgens geschiedde de voorlezing: 1. van het arrest van verwijzing, waarvan het slot (de kwalificatie der feiten voor welke de beschuldigden naar de openbare terechtzitting verwezen zijn) vertolkt werd; en 2. van de acte van beschuldiging, waarvan iedere zinsnede afzonderlijk vertolkt werd overgebracht; beide stukken door de tweede tolk.
Na enige schorsing de terechtzitting hervat zijnde, legde de advocaat-generaal over de lijsten van getuigen, zo van de zijde van het O.M. als van die der verdediging gedagvaard; daaruit bleek dat de meeste getuigen afwezig waren en daaronder de tweede en derde stuurman.
Mr. Pols, een der verdedigers, heeft, alvorens tot het getuigenverhoor mocht worden overgegaan, opgeworpen een exceptie van onbevoegdheid van dit hof om van deze zaak kennis te nemen. Deze exceptie, zeer uitvoerig namens de verdediging uiteengezet en ontwikkeld, berustte op onderscheidene gronden. Wij bepalen ons tot enige der voornaamste. De onbevoegdheid was niet zozeer gericht tegen dit hof als hof van Zuid-Holland, maar als Nederlandse rechter: 1. omdat de feiten gepleegd, er gene vervolging mocht plaats hebben voor andere feiten dan voor de brandstichting, waarvoor de beschuldigden alleen door het Portugese gouvernement waren uitgeleverd; en 2. omdat de feiten alleen gepleegd waren buiten ’s lands.
Het openbaar ministerie heeft die exceptie evenzeer breedvoerig bestreden, daarbij hoofdzakelijk 1. de stelling verdedigende dat de uitlevering ook wegens de overige feiten mocht geschieden en dat het traktaat tussen beide rijken dit niet verbood; en 2. zich op de constante leer van rechtsgeleerden en andere schrijvers beroepen, dat een schip, waar zich bevindende, moet worden beschouwd als het territoir van het land welks vlag het draagt.
Het hof heeft de uitspraak over deze kwestie bepaald op morgenochtend, ten half 11 ure.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 augustus. Scheepsvrachten. Gedurende de laatste maand hebben de volgende bevrachtingen plaats gehad: de KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB bekwam NLG 95 voor rijst en NLG 105 voor suiker te Soerabaya en Batavia en NLG 110 voor koffij te Padang te laden. JACOBUS MARTINUS NLG 190 voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij te Rotterdam, op de kust te laden. PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN heeft de lading van de JOHANNES MARINUS (welke bodem alhier verkocht is) (opm: zie o.a. NRC 010957; nieuwe naam SINGAPOERA) overgenomen tot NLG 100, MARY EN HILLEGONDA NLG 100 voor rijst, NLG 105 voor suiker en NLG 115 voor arak (opm: rijstbrandewijn) naar Amsterdam, op de kust en hier te laden. SCHOUWEN werd door de Nederlandsche Handel-Maatschappij bevracht tot NLG 100 voor rijst, suiker en lichte goederen naar Rotterdam, op de kust te laden. JAN PIETERSZOON KOEN NLG 105 voor koffij en suiker naar Amsterdam, op de kust te laden. JACOBA HELENA NLG 105 voor suiker, NLG 115 voor arak, huiden en lichte goederen naar Rotterdam, hier en op de kust te laden, LOUISE KROONPRINSES VAN ZWEDEN NLG 105 voor suiker en lichte goederen en NLG 115 voor arak naar Amsterdam, hier en te Soerabaya te laden. QUATRE BRAS bekwam 55 cents van de dollar voor rijst naar China. De nu nog disponibele schepen zijn TERNATE, EERSTELING, HENRIETTE CORNELIA, CLARA HENRIETTE, WILHELMINA CLARA en KANDANGHAUER.
De JACOB CATS is te koop aangeboden (opm: zie JB 100957 en NRC 291057).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Frederikstad (opm: Frederikshavn, zie NRC 240957 en 300957), 26 september. Van de lading der gestrande Nederlandse kof VROUW JANTINA, kapt. Mulder – zie ons nommer van 30 september – zijn tot op heden 480 ton (opm: vaten) haring geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nerva, 22 september. Kapt. Bleeker van het Nederlandse schip (opm: kof) ZWAANTJE CORNELIA en kapt. H.L. Schuitema van de EENDRAGT (opm: kof), beide alhier ter rede liggende, zijn met twee man der equipage, bij het naar de wal roeien in een boot, verdronken. (Red: tot welk vaartuig de matrozen behoren of hun namen, wordt niet opgegeven).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kiel, 27 september. Het schip (opm: kof) CATHARINA, kapt. G.G. de Winter, van Cardiff alhier aangekomen, na op de Eider op strand gezeten te hebben, is midden scheeps gebroken en zal afgekeurd worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Soerabaya, 28 juli. Dezer dagen ontvingen wij het bericht, dat op de rede van Menado gestrand is het Nederlands-Indische schip OCEAAN, kapt. K.H. Leonard, toebehorende aan de onderneming van de heer W. Cores de Vries. Van de lading, waaronder 4000 picols gouvernementskoffij, is niets gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam-Havre, voor passagiers en goederen de stoomschepen.
ARY SCHEFFER, kapt. Day, LEVANT, kapt. Hus en ADMIRAAL VER-HUELL, kapt. De Boer, vertrekken geregeld van:
Rotterdam, 1, 4, 8, 11, 14, 18, 21, 24, 28 van iedere maand.
Havre, 3, 6, 9,13, 16, 19, 23, 26, 29, van iedere maand.
De LEVANT vertrekt zondag 4 oktober. De ARY SCHEFFER, vertrekt donderdag 8 oktober. Deze dienst is in directe verbinding met de pakketschepen van Havre naar New-York en New-Orleans.
Adres bij Kuyper, van Dam & Smeer, Rotterdam
(opm: eerste bericht over het aangekochte stoomschip ARY SCHEFFER)


03 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 2 oktober. Het provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland heeft heden de geschorste terechtzitting op gisteren, in de zaak der Maleijers voortgezet (opm: zie NRC 021057) en wel allereerst met uitspraak te doen op de gisteren door de verdediging voorgestelde exceptie van onbevoegdheid van het hof, op grond: 1. dat hier zou zijn schending van het traktaat tot uitlevering met het koninkrijk Portugal en 2. dat de feiten waarvoor de beschuldigden terecht staan niet zouden hebben plaatsgehad op Nederlands grondgebied en dat voorts de beschuldigden niet zijn Nederlanders.
Het hof heeft te dien aanzien overwogen: 1. dat rechtens de bevoegdheid van het hof tot kennisneming en berechting van misdrijven niet afhankelijk is gemaakt van de al of niet regelmatige uitlevering, maar van de aard en de plaats der misdrijven zelve en van de personen der daders; dat bovendien geen enkel blijk aanwezig is van de onwettigheid der uitlevering in kwestie en dat eindelijk het hof door het bevel van verwijzing naar de openbare terechtzitting, behoorlijk van deze zaak is gesaisisseerd; – dat wat de tweede exceptie betreft, de feiten waarvoor deze beschuldigden terecht staan zouden zijn gepleegd op de TWENTHE, een Nederlands koopvaardijschip en dat de beschuldigden zich blijkens de monsterrol te Rotterdam als schepelingen hebben verhuurd; dat niet alleen uit algemene rechtsbeginselen volgt, dat schepen een deel uitmaken van het grondgebied van de staat onder welks vlag zij varen, maar dat dit ook uitdrukkelijk is aangenomen bij de wet van 7 mei 1856 (Stbl. No.32), nopens de huishouding en tucht op de koopvaardijschepen, waaruit blijkt dat in het algemeen volgens die wet, personen wegens misdaden buitengaats gepleegd, aan de bevoegde rechter in het moederland worden uitgeleverd; dat het er dan ook onder deze omstandigheden niets toe doet of de beschuldigden zijn Nederlanders, want dat de Nederlandse wet ten deze verbindend is en de Nederlandse rechter de strafrechter is, door de wet toegekend. Op deze gronden heeft het hof zich bevoegd verklaard en met verwerping der exceptie van incompetentie gelast dat met de behandeling der zaak onmiddellijk zal worden voortgegaan.
Daartoe overgegaan zijnde heeft de advocaat-generaal gerequireerd dat niettegenstaande vele der door het O.M. gedagvaarde getuigen wettig afwezig zijn, met de berechting der zaak zo worden voortgegaan, ook omdat het niet te vermoeden was dat bij uitstel de thans aanwezige getuigen wel allen later tegenwoordig zouden kunnen zijn.
Het hof heeft zich met dit requisitoir verenigd en de voortzetting der zaak gelast.
Daarop is aangevangen het getuigenverhoor en is in verhoor genomen de eerste getuige, de heer P.N. Rijk, waterschout en havenmeester te Rotterdam.
Na de eerste getuige werd als tweede getuige gehoord Marinus Jonkheer, klerk bij de waterschout, terwijl als derde getuige voor het hof is verschenen de heer Anses Coopmans, kapitein van het verbrande schip TWENTHE. Het horen van deze getuige heeft ongeveer vier uren geduurd en heeft over vele punten gelopen; hij heeft bij herhaling te kennen gegeven dat hij meende in alle opzichten zijn plicht te hebben vervuld en geen aanleiding tot het voorval te hebben gegeven.
Na de gewone pauze heeft de advocaat-generaal, mr. François, gerequireerd dat het hof zou overgaan tot de benoeming van een derde tolk, waarmee de verdediging zich heeft verenigd en waartoe het hof heeft besloten. Dienvolgens werd als zodanig beëdigd de heer J.A. Veenhuyzen, gepensioneerd kolonel van het Indisch leger, hier ter stede woonachtig, die met enige der beschuldigden de reis van Java naar Nederland had medegemaakt met het schip JANNETJE, kapt. Lupcke, en die al dadelijk in functie trad. Morgen ten 10 ure zal met de behandeling der zaak worden voortgegaan.
Ook heden was de belangstelling in de loop dezer zaak zeer groot. De minister van justitie was gedurende een groot deel der zitting tegenwoordig, zomede een aantal leden van de rechterlijke macht, der balie en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 oktober. Blijkens een bij het departement van marine ingekomen bericht van de kapitein-luitenant ter zee Fabius, commanderende Zr.Ms. schroefkorvet MEDUSA, geschreven te Hongkong, de 8e augustus j.l, was aan die bevelhebber door de Engelse autoriteiten aldaar op een officiele wijze kennis gegeven, dat de haven van Canton en de rivier met haar verschillende mondingen, te rekenen van de 7e augustus te voren, in staat van strikte blokkade was gesteld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 oktober. Volgens brief van kapt. W.G.J. Schiedges, van de Nederlandse brik BOREAS, was hij de 3e augustus te Macao van Ningpo aangekomen, na een reis van 26 dagen. In het Formosa kanaal was hij door een typhoon overvallen en had aan de kust van Formosa voor twee ankers de orkaan afgereden, doch een anker en ketting verloren en zeer veel schade aan romp en tuig geleden. Het schip was echter dicht gebleven, doch moest alvorens de reis naar Hongkong te vervolgen, de geleden schade te Macao herstellen. Kapt. Schiedges schrijft verder, dat hij een groot Nederlands schip gedurende de typhoon had gezien, die de ganse vleet (opm: zeilen, inclusief staand en lopend tuig) verloren had.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 augustus. De Nederlandse schepen HELENA EN ANNA, kapt. Lupcke en LANDBOUW, kapt. Kleijnenberg, beiden van hier naar Timor vertrokken, hebben schade wegens aanzeiling bekomen en zijn naar Onrust gezeild om te repareren. (opm: zie NRC 021057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het schip JACOB CATS, kapt. A. van der Windt, van de Guichon Baai alhier aangekomen, is afgekeurd en zal verkocht worden (opm: zie JB 100957).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(opm: geen plaatsnam opgegeven) Het alhier op de 7e dezer gearriveerde Nederlandse schip (opm: bark) LAURA EN ADÈLE, kapt. H.F.C.L. van Noël, heeft op de Parcelles (opm: Paraceleilanden) gezeten en was genoodzaakt 900 balen rijst over boord te werpen om vlot te komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 10 augustus. Het Nederlandse schip (opm: fregat) DOROTHEA, van Macao naar Batavia bestemd, is de 14e juli op het Pratasrif gebleven (opm: zie NRC 011057, 291057 en volgend bericht). Naar men verneemt, is de equipage door het Nederlandse schip FORMOSA (opm: bark, kapt. A.C.F. Krull, zie ook NRC 080458) gered.
(Red: de DOROTHEA, kapt. A. v.d. Kolk, vertrok volgens de berichten, per vorige mail ontvangen, de 14e juli van Macao naar Batavia. Het vroeger medegedeelde bericht alsof evengenoemd schip bedoeld zou zijn, verdient dus nog nadere bevestiging.)


  JB - Javabode

Door een welwillende hand werden wij in staat gesteld het volgende bericht, gedagtekend Shanghai 2 september, van de gezagvoerder van het Nederlandse koopvaardijschip de DOROTHEA, kapt. A. van den Kolk, omtrent het vergaan van die bodem (opm: zie NRC 011057) en de lotgevallen der bemanning mede te delen.
De 14e juli, schrijft die kapitein, vertrok ik met de DOROTHEA van Macao met een lading thee en zijde voor Samarang en Batavia. De 16e des avonds, mij volgens vrij nauwkeurige waarnemingen op 21º05’ N.B. en 116º40’ O.L. bevindende met goed weer, gene inkleuring in het water, noch branding bespeurende, kreeg het schip onverwachts een hevige schok. Niemand wist wat er gaande was. Het schip schoot, daar er een stevige koelte woei, een weinig vooruit, maar bleef al spoedig onbeweegbaar vastzitten. Het voorschip zwaaide gedurig heen en weder, liggende het ene ogenblik west en aan het andere N.O. en zo weder terug. Daardoor ontwarende dat alleen het achterschip vastzat, werd er eenparig besloten hetzelve te lichten, waarop vooreerst alle watervaten van het achterdek ledig gestort, de lading uit het achterruim en de ballast onder dezelve overboord geworpen werden, waarmede de ganse nacht, onder aanhoudend stoten van het schip, werd doorgebracht. Het schip bleef dicht, wordende er, niettegenstaande het aanhoudend op dezelfde plek stootte en slechts weinig of niets vooruit schoot, niet meer dan 4 duimen water gepeild. Des nachts ten 3 ure nam het water een weinig toe, namelijk van 4 tot 6 duimen en werden de pompen uitgezet. De 17 juli des morgens ten 5 ure kreeg het schip een allergeweldigste schok en bevonden we al zeer spoedig 1½ voet water in hetzelve. In weerwil van aanhoudend pompen wies het al meer en meer, het roer was gebroken en, op een klein gedeelte na, geheel weg van het schip, dat nu zwaarder begon te werken. De masten schudden en kraakten, en ten 6 ure kregen wij opnieuw een zware schok, waardoor het water in het ruim nog meer toenam, stijgende tot 3 voeten, ofschoon de pompen niet stil stonden, waarop besloten werd de boten in gereedheid te brengen en over boord te zetten.
Omstreeks ten 8 ure ontving het schip weder een buitengewoon hevige schok en hoorden we van het dek het water met verschrikkelijk geweld het ruim binnen stromen. Ook liep in één ogenblik het achterruim bijna vol. De steeds schuddende en krakende masten dreigden nu op ons te zullen storten, terwijl het gehele dek zich gelijk een golvende zee bewoog, zodat we tussen beide nauwelijks op de benen konden staan. Aan redding of behoud van het schip viel niet meer te denken en de ganse bemanning wendde zich tot mij om hetzelve te verlaten en, mocht het zijn, een veilige haven te zoeken.
In alle haast werden er nu van ieder enige kledingstukken, benevens wat brood en drinkwater in de boten geworpen. Ik nam het dekkompas, het azimuthkompas, scheepskijker, chronometer en verdere instrumenten, het kajuitzilver, het scheepsjournaal, enige kaarten, al de scheeps- en mijn eigen papieren mede. Onder dit alles deed het schip niet dan stoten en kraken en dreigde ieder ogenblik op zijde te zullen vallen. Na van al het bovenstaande behoorlijke verklaring opgemaakt en die door de meesten te hebben laten ondertekenen, was ieder slechts op redding van zijn leven bedacht. Allen sprongen in de boot en sloep en riepen mij spoedig neder te komen, daar die lichte vaartuigen het, door het verschrikkelijke stoten, hetgeen trouwens ook waar was, niet lang op zijde van het wrak zouden uithouden.
Aan dat roepen gehoor gevende, klom ik ook af en nu werden de slepers afgesneden, de bootzeilen bijgezet en stevenden we, daar de wind vrij zuidelijk was, westwaarts op, hopende Macao of Hongkong weder te bereiken.
Na vier dagen met afwisselend goed en slecht weder in de boten gedobberd te hebben, kregen we land te zien. Het werd stil en we roeiden westelijk op, vertrouwende in de nabijheid van Hongkong te zullen komen. Diezelfde dag (21 juli) klaarde het weder zoveel op dat we zo ten naaste bij een breedte kregen, waaraan wij bespeurden veel oostelijker te moeten staan, dan wij gegist hadden. Wij zagen land van het N.W. tot N.O. en verder niets dan enige Chinese vissers. De volgende morgen was het zeer mooi weder, doch stil. Ten 8 ure des ochtends, ontwaarde ik door twee verschillende observatiën, aan de chronometer en de gegiste breedte, dat we hoe langer zo verder oostelijk afdreven, hebbende toen reeds nagenoeg 117º O.L. Thans kwam ik met mijn stuurman overeen om niet langer westelijk op te werken, maar daar we water en brood genoeg in de boten hadden, voor de wind naar Amoy af te houden, hopende die plaats spoedig te zullen bereiken. Het bleef echter dood stil en daarom besloten we tot op de middag te wachten en eerst nauwkeurig te zien, wat breedte wij hadden. Reeds sedert de vroege morgen, hadden we vele vissersvaartuigen gezien, enige zelfs zeer dicht in onze nabijheid, doch geen derzelven scheen acht op ons te slaan. Juist op de middag (22 juli) lichtten echter verscheidenen, na elkander in een voor ons onverstaanbare taal te hebben toegeroepen, te gelijktijdig hun ankers en kwamen, roeiende en zeilende, op ons aan. Wij deden, dit ziende, ons best, om hen met roeien en tevens zeilende te ontlopen, doch dit mocht ons niet gelukken, en maar al te spoedig ondervonden we, wat zij in hun schild voerden. Meer dan vijftig grote vissersvaartuigen, ieder met tien à twaalf koppen bemand, waren in een ogenblik rond onze boten. Een derzelven, liep de grote boot recht van achteren in, onmiddellijk sprongen 8 à 10 met grote messen gewapenden in dezelve en sloegen, recht en links, hoewel met het platte, tussen ons in. Inmiddels liepen enige anderen langs beide zijden der boot, zodat ze met rovers als overdekt was. Toen ging het aan een plunderen; al onze goederen, instrumenten, provisiën, water, enz waren in een ogenblik overgemand, de buikdelling der boot opengehakt, alle hoeken en gaten onderzocht en ons werd niets overgelaten, zelfs geen dronk water, hoewel we allen op de knieën hierom smeekten. De trommel met alle scheepspapieren, waarin mede de getekende verklaring van het verongelukken van het schip, lang door mij met de rechterhand vastgehouden, smekende die te mogen behouden, was ik echter genoodzaakt over te geven, daar mij het scherpe van een mes op de pols gezet en gedreigd werd de hand te zullen afkappen, indien ik niet onmiddellijk losliet. Alles uit de boot zijnde, klom een dier onmensen naar boven, sneed de zeilen van de mast en nam vervolgens ook al het touwwerk mede, latende letterlijk niets in de boot dan twee riemen en een handspaak. Ook onze sloep waarin 8 man met de opperstuurman, onderging hetzelfde lot; niets, ook zelfs geen dronk water, mochten zij, in weerwil van al hun smeken behouden. In de grote boot was ik met 18 personen, waaronder mijne vrouw en kind, benevens twee passagiers.. Daarop hielden de rovers van ons af en we dankten God dat we tenminste ons leven tot hiertoe hadden mogen behouden.
Dan onze betrekkelijke vreugde was van korte duur.
Spoedig kwamen enige dier rovers terug en dwongen ons met het mes op de keel onze klederen uit te trekken en af te geven. Moedernaakt werden wij uitgeschud en die klederen meegenomen, latende dezen een oude broek, dien een oud hemd enz. Ook mijn vrouw en kind hadden zeer veel van die onverlaten te lijden. Alle kledingstukken, die hun aanstonden, werden haar van het lichaam getrokken of gesneden. Daarop verlieten de rovers ons, doch het gezicht in de beide uitgeplunderde boten was allerakeligst, zittende de meesten onzer in hun blote lijf, blootshoofds in de gloeiende zon, en geen drop water tot lafenis. Buitendien hadden we het verlies te betreuren van een onzer lotgenoten, namelijk de matroos F. Sacklee, die, waarschijnlijk door schrik bevangen, bij de eerste aanklamping der boot over boord sprong en ongetwijfeld in de golven zijn dood vond. Een andere matroos, Poetsma, die evenzo handelde, werd echter weder binnenboord getrokken en was zodanig door schrik bevangen, dat hij ijlende onder in de boot lag en zich thans nog hier in het hospitaal bevindt, hoewel merkelijk in beterschap toenemende.
Uit allen was nu voor een ogenblik de moed geweken en hopeloos zaten we bij elkander, op Godsgenade ronddrijvende. Spoedig echter ontwaakten wij uit die moedeloze toestand en besloten, daar het land in ’t gezicht was, recht op hetzelve aan te roeien en de boten op strand te zetten, dewijl we noch eten noch drinken hadden. Dit mocht ons echter niet gelukken, alzo het te vroeg donker werd en we dus geen geschikte plaats tot landing konden vinden. We hielden derhalve die nacht langs de wal. Te middernacht herleefde alle hoop, daar we voor ons uit een stoomboot in ’t gezicht kregen, kunnende duidelijker derzelver gekleurde lichten onderscheiden; alle krachten werden ingespannen om ze te bereiken, doch vruchteloos, aangezien plotseling alle lichten verdwenen en we in den donker niets meer konden onderkennen. Met het aanbreken van de dag (23 juli) hielden we weder recht naar de wal toe, Op de middag naderden we een ten anker liggende visserspraauw, waaraan wij door tekenen te verstaan gaven, dat we honger en dorst hadden. Waarschijnlijk met ons lot begaan, liet men ons op zijde van dat vaartuig komen en kregen wij allen, 25 personen sterk, vol op rijst en water. Ik kon echter uit de opvarende dier praauw volstrekt niet te weten komen, op welk gedeelte der kust van China we ons bevonden. Met de hand wezen zij mij evenwel een plaats aan de wal aan, waar ik moest landen, zullende als dan volgens hun verzekering in goede handen vallen en waarschijnlijk verder geholpen worden.
Na enige tijd op zijde van die praauw uitgerust te hebben, aanvaardden we, naar omstandigheden welgemoed, de tocht naar de ons aangewezen plaats.
Dicht onder de wal komende, werden we aangeklampt door twee Chinese vaartuigen en van ons begrepen hebbende, dat we een veilige haven zochten, bood de schipper van een derzelven aan, ons aldaar te brengen, mits ik vooraf een schuldbekentenis van 200 Spaanse matten tekende, waaraan door mij, niet anders kunnende handelen, voldaan werd. Toen namen ze ons op sleeptouw en brachten ons tegen de avond in een kleine baai of inham om aldaar tot de volgende morgen te wachten, aangezien de stroom tegen was. Ook van hem kregen we rijst en water, waarop wij ons onder in de boten ter ruste legden. Ten 2 ure des nachts werden we gewekt, op nieuw op sleeptouw genomen en westelijk opgeroeid naar de haven van Shantou (Swatow), alwaar we tegen de middag aankwamen. Daar vonden wij, behalve enige Engelse, ook twee Nederlandse schepen, namelijk het Nederlandse barkschip FORMOSA, kapt. A.C.F. Krull en de brik ANNA, kapt. H. Harmsz, bij welke laatste wij op zijde schoten. Met de meeste hartelijkheid werden wij door genoemde kapiteins en hun bemanningen ontvangen en zij besloten dadelijk ons te verdelen en ieder op zijn schip de helft onzer te bergen en voedsel te verlenen (opm: zie NRC 080458).
Later bood kapitein Harmz mij met vrouw en kind en gehele equipage vrije overtocht naar de plaats zijner bestemming, Shanghae (opm: Shanghai), aan, hetwelk ik gretig aannam, dewijl ik voorzag, dat mijn matrozen daar spoedig geplaatst konden worden. De 29e juli vertrokken wij met de brik ANNA van Swatow en bereikten, na een door stilte zeer lange reis Shanghae op de 16e augustus. Zo spoedig mogelijk begaf ik met de bemanning naar de consul, die haar een plaats aanwees in het sailors-home en mij met mijn huisgezin in het zogenoemde Commercie hotel.
Van het vergaan van de DOROTHEA en onze lotgevallen is procesverbaal opgemaakt en na gedane voorlezing door de gehele aanwezig zijnde equipage ondertekend. Thans zijn de meesten van mijn volk reeds op verschillende Engelse en Amerikaanse schepen geplaatst en zal ik, volgens mededeling van de consul, naar Hongkong overgezonden worden, om van daar over Java naar Nederland te vertrekken.


04 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 oktober. Wij vernemen, dat eerdaags een uitbreiding van het maatschappelijk kapitaal van de commanditiaire vennootschap der Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen der heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel, tot omstreeks NLG 1.500.000 te wachten is. Daartoe werd reeds in een vergadering van deelnemers op 19 augustus l.l. besloten, uit welk besluit, op voorstel van directeuren genomen, de heren commissarissen A. Willink, Insinger en Hartsen hebben aanleiding gevonden om deze hunne betrekking neer te leggen. Nadat deze heren dit besluit hadden kenbaar gemaakt, is deze dagen een nadere vergadering van commanditiaire deelhebbers gehouden, in welke de heren mr. J. van Hall, A. van Geuns, en mr. J. Heemskerk Az. tot commissarissen zijn gekozen. Het is te wensen, dat het verschil van gevoel, hetwelk tussen de meerderheid en minderheid van deelnemers schijnt te bestaan, spoedig wordt uit de weg geruimd en geen nadeel toebrenge aan de bloei ener inrichting, welke thans met de grootste buitenlandse gelukkig wedijvert en aan haar deelnemers de beste redenen van tevredenheid geeft.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 oktober. De 24e augustus is te Paramaribo in tegenwoordigheid van de landvoogd en onder het gejuich van een grote volksmenigte te water gelaten het eerste daar gebouwde ijzeren stoomschip, en wel nadat het van Mevr. Schimpf, echtgenote van de gouverneur, de naam ELIZA had ontvangen. Deze boot, gebouwd voor rekening van de heer S.M. Lyon, is bestemd voor de riviervaart en zal, volgens de Surinaamsche Courant, waaraan wij dit bericht ontlenen, in een grote behoefte voorzien. Men bracht, daarin voorgegaan door een feestdronk van de gouverneur op het prachtige déjeuner, onbekrompen lof aan de ondernemer, die door zijn krachtige poging tot bevordering van de bloei der kolonie, tevens een bijzondere blijk van zijn belangstelling in die volkplanting heeft gegeven. De 28e heeft men met deze stoomboot een proeftocht gedaan naar het fort Amsterdam, van waar zij, tegen eb en langs alle bochten varende, in 1 uur en 5 minuten de terugreis aflegde. Haar snelheid had alzo de berekening verre overtroffen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 3 oktober. Nadat in de terechtzitting van het hof in Zuid-Holland van gisteren in de zaak der Maleijers de reeds gemelde incidentele uitspraak was gedaan, begon het getuigen verhoor, waaromtrent wij nog het volgende kunnen mededelen. Het eerst kwam in verhoor de heer P.N. Rijk, waterschout en havenmeester te Rotterdam, door wie de 22 beschuldigden in der tijd voor het koopvaardijschip de TWENTHE zijn aangemonsterd. Uit de verklaringen van die getuige is o.a. gebleken dat de 22 man zijn aangenomen onder beding dat zij ten aanzien van de voeding dezelfde behandeling zouden ondervinden die de meeste hunner bij hunnen overtocht met het schip JANNETJE van Indië naar het moederland hebben genoten. Zij waren aangemonsterd volgens de oude monsterrol, zodat de nieuwe niet op hen werd toegepast. Getuige leidde daaruit af dat de kapitein ten aanzien van de voeding en de behandeling meer vrijheid wenste te genieten dan volgens de nieuwe monsterrol gegeven wordt. Volgens de getuige is de kapitein in november 1856 met de stuurman Soff bij hem te Rotterdam gekomen, om hem te verzoeken, in de monsterrol te voegen dat de schepelingen waren aangemonsterd alleen op Javaanse voeding, hetgeen getuige echter gemeend heeft te moeten weigeren, omdat er niets anders was afgesproken dan dat zij op gelijke wijze als op het schip JANNETJE zouden worden behandeld.
De tweede getuige was de heer M. Jonkheer, klerk bij de waterschout te Rotterdam, die even als de eerste getuige, vele bijzonderheden mededeelde omtrent de aanmonstering en die ook te kennen gaf dat op verlangen van de kapitein, de oude monsterrol was gevolgd. Over de voeding was niet in het bijzonder gesproken; de schepelingen stelden zich tevreden als zij op gelijke wijs als vroeger op de JANNETJE werden behandeld. Ook hij verklaarde dat de kapitein in november j.l. een verandering van de monsterrol ten opzichte van de voeding had verlangd, hetgeen de heer Rijk bepaald had geweigerd.
De derde getuige was de heer A. Coopmans, kapitein, gevaren hebbende op de TWENTHE. Het door hem afgelegde getuigenis heeft omstreeks 4 uren geduurd. De voorzitter heeft het gesplitst in zes delen: 1. over zijn vorige loopbaan, voor zover die betrekking heeft tot deze zaak; 2. wat er gebeurd is bij de aanmonstering te Rotterdam; 3. wat er aan boord is voorgevallen tot 12 augustus 1856; 4. de gebeurtenissen op 12 augustus; 5. het voorgevallene na 12 augustus tot zijn komst te Rotterdam; en 6. het gebeurde na zijn terugkomst te Rotterdam. Uit een en ander is o.a. gebleken dat getuige voor het eerst als koopvaardij-kapitein op de TWENTHE had gevaren. Hij verklaarde dat hij steeds met het grootste genoegen met de Javanen in Indië had gewerkt en hij hun boven velen van ons scheepsvolk de voorkeur gaf. De gewone voeding van de Javanen bestaat volgens hem uit rijst, vis, Spaanse peper, thee en suiker en nu hield hij onafgebroken vol dat de Maleijers op die voeding waren aangemonsterd. Dat stond wel niet op de monsterrol, maar de waterschout had verklaard dat dit niet nodig was. Zolang het schip hier te lande was, is er geen klacht over die voeding ontstaan. (De schepelingen, deswege ondervraagd, hebben van hunne kant beweerd dat zij verwacht hadden en dat zij waanden gelijksoortig voedsel te zullen verkrijgen als hun vroeger ten deel was gevallen). Voor dat men in zee stak is er met de serang (opm: bootsman) enig verschil ontstaan, waarbij deze laatste, zoals de kapitein begrepen heeft, de woorden zou gebezigd hebben “Pas op, pas op als wij in zee zijn.” Dat verschil is echter spoedig weder bijgelegd en het werk was hervat. Enige dagen voor de 12de augustus ontstonden er klachten over het voedsel. De vis was te zout. De kapitein heeft toen bij herhaling stokvis gegeven, hetgeen de schepelingen echter verklaren niet gehad te hebben. De 11de augustus ontstond de beweging op het schip, verschillende Maleijers wilden niet werken, waarop de kapitein had te kennen gegeven dat die niet arbeidde ook geen eten of drinken kreeg. Verschillende Maleijers verklaarden dat zij wegens de slechte schafting niet konden uithouden; dat zij enkel zoute vis erlangden, die niet alleen zout maar bitter was; dat zij slechts een klein weinigje rijst bekwamen en dat de zoute vis zo slecht was dat men ze overboord wierp. Driemaal daags bekwamen zij zoute vis, des morgens met wat rijst en des avonds met wat peper; een enkele maal kregen zij, bij wijze van traktement beschuit en een stukje brood. De kapitein beweert dat de Javanen op die wijs gevoed worden. Hij verkeerde ten minste in het denkbeeld dat zij niets anders nodig hadden. De 12de augustus gaven de schepelingen hun verlangen te kennen om aan land te worden gezet. De kapitein weigerde dit. Nu ontstond er verschil over hetgeen toen door de Maleijers gezegd is. Volgens de kapitein zouden zij toen hebben verklaard dat het schip dan niet naar Java of Holland zou komen, terwijl volgens de beschuldigden de kapitein zou gezegd hebben dat zo zij het schip wilden verlaten en naar de wal gaan, zij dan maar daarheen moesten zwemmen, waarop zij zouden geantwoord hebben dat, zo zij er niet waren, het schip niet naar Java of Holland komen kon. Het bleek al verder dat de kapitein wel enig onraad vreesde en daarom voorzorgmaatregelen had genomen. Hij hoopte echter dat de Maleijers nog tot hun plicht zouden wederkeren. Hij was door de serang en drie anderen aangevallen; het pistool dat hij bij zich had om zich te verweren werd hem ontnomen; dat pistool werd op hem gericht maar het schot wilde niet afgaan. Bij de aanval had hij een steek onder de linkerschouder en een aantal wonden aan de hand bekomen. Hij begaf zich naar de kajuit, waar zich ook de andere Europeanen verenigden, waarvan sommigen mede wonden hadden bekomen. Er was tussen hem en de schepelingen geen ander verschil ontstaan; hij verkeerde in het denkbeeld dat hij als een rechtschapen Nederlands koopvaardijkapitein handelde. De macht van een koopvaardijkapitein bestaat in zijn zedelijk overwicht. Als hij dat niet handhaaft, dan kan hij geen kracht uitoefenen; hij meende dat hij niet anders kon handelen dan door hem geschied is en dat hij niet mocht toegeven aan een vordering tot het bekomen van ander dan Javaans voedsel, waarop de schepelingen naar zijn overtuiging waren aangemonsterd. Hij houdt zich zelfs overtuigd dat iedere gezagvoerder in dezelfde omstandigheden verkerende hetzelfde zou gedaan hebben. Toen nu de kapitein en de Nederlanders in de kajuit waren, ontwaarde men een brandlucht. Over de lantaarn was een zeil gelegd, teneinde het zien te beletten; de deuren van de kajuit werden dichtgeslagen en dicht gespijkerd. Er werden zelfs brandbare stoffen in de kajuit geworpen. De brand was al meer en meer toegenomen toen men eindelijk in de kajuit ontwaarde dat de Maleijers vertrokken waren. Sommige boten waren medegenomen, een andere was vernield en een vierde werd in drijvende staat gevonden. Toen nu de kapitein en de Nederlanders op het dek kwamen, ontwaarden zij dat het schip reddeloos verloren en dat niets meer bruikbaar was om de brand te blussen. Gelukkig dat een Frans vaartuig niet ver van het schip ontdekt werd, dat de in nood verkerende schepelingen heeft gered. Toen men zich op dat Franse vaartuig bevond, zag men de TWENTHE in volle vlam. Het bracht de Nederlanders naar Rio-Janeiro over, alwaar de kapitein aan de Nederlandse autoriteiten mededeling van het gebeurde deed. Van daar is hij naar Rotterdam teruggekeerd, waar hij aan de officier van justitie van het voorgevallene kennis gaf.
Al die mededelingen, waarvan sommigen door aanwijzing van beschuldigden werden gestaafd, werden aan deze door vertolking kenbaar gemaakt. Het was bepaaldelijk Pa Seno, die het vuur uit de kombuis had genomen en het in de bezaan had geworpen. Deze deswege ondervraagd, zeide dat hij zijn leven niet meer gevoelde, hij had een wonde aan de rug bekomen en had toen het vuur genomen, maar toen hij schoten hoorde is hij weggegaan.
Kapidin verklaarde dat hij duizend excuses deed en de plechtigste eden aflegde, dat hij een Europeaan, een blanke, in de strijd had vastgehouden, maar dat hij dit gedaan had omdat de serang gewond was. Toen de kapitein namelijk het schot wilde lossen, had hij zijn handen vastgehouden omdat hij vreesde dat anders al de Javanen zouden worden doodgeschoten. Toen aan Pa Seno gevraagd werd waarom hij dat stuk vuur in de bezaan gelegd had, antwoordde deze dat hij niet meer aan zijn leven dacht; hij gevoelde honger; hij had geen boosaardig doel en dat hij het vuur niet in het schip had geworpen.
De kapitein ontkende dat hij bij de waterschout zou hebben aangedrongen op een verandering van de monsterrol ten opzichte van de voeding; hij had hem alleen gevraagd of die schout zich niet herinnerde dat de aanmonstering op Javaanse voeding had plaats gehad, hetgeen de heer Rijk zich niet meer herinnerde. Op de vraag waarom de kapitein de oude monsterrol verkozen had, antwoordde deze: dat hij sedert jaren daarmede bekend was en dat hij van geen nieuwe monsterrol behoefde te weten.
Heden is voor het provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland voortgezet de behandeling der zaak van de 22 Maleijers en zijn alleen gehoord de getuigen dr. Van Douwe en de eerste stuurman Soff; terwijl de verklaringen, afgelegd te Rio-Janeiro en te Rotterdam door de tweede stuurman Barends, wegens de afwezigheid dier beide getuigen, zijn voorgelezen. Een en andermaal is ook de kapitein Coopmans nader ondervraagd en zijn insgelijks de beschuldigden herhaaldelijk onderhouden over de verschillende getuigenissen, vergeleken met hunne opgaven. Wat het hoofdpunt betreft, blijkt nader, dat alle aanleiding tot het gebeurde gelegen is in de slechte voeding der Maleijse schepelingen; dat de kapitein daarop meermalen, behalve door de beschuldigden, ook door het Europese scheepsvolk is opmerkzaam gemaakt; dat er overigens vlees en spek in overvloed aan boord was, doch dat de gezagvoerder tot het uiterste toe geweigerd heeft ander voedsel te geven, op grond dat hij (altoos in de mening dat rijst, zoutevis en thee overeenkomstig de monstering was) van oordeel was dat door toegeven zijn gezag en zedelijk overwicht verloren zou gaan. Maandag ten 10 ure voortzetting van het getuigenverhoor.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 oktober. Volgens brief van Hongkong van de 9e augustus zou het schip (opm: bark) JEANNETTE EN CORNELIA op het strand gedreven zijn, doch waarschijnlijk afgebracht worden. Het schip JEANNETTE EN CORNELIA, kapt. J. Verhoeven, is de 27e juni van Woosung naar Formosa vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 3 oktober. Aangaande het bij Pillau (opm: Baltiysk) zonder volk drijvende schip (opm: zie NRC 011057 en 131057), wordt van Pillau van de 30e september gemeld, dat hetzelve de vorige avond masteloos, zonder roer, met weggeslagen roef en luiken, aldaar was binnengebracht. Uit hetgeen men aan boord gevonden had, veronderstelde men dat hetzelve zou zijn het schip ZORG EN VLIJT, kapt. J.B. Mulder.
(Red: het schip ZORG EN VLIJT, kapt. J.B. Mulder, is de 26e september van Bremerhaven te Hamburg aangekomen, en kan dus in de Oostzee niet verongelukt zijn; wellicht is echter het bedoelde schip de HISKIA, kapt. J.B. Mulder [opm: sinds 1853 ex kof ZORG EN VLIJT, kapt. Jan Berend Mulder, Groningen], de 21e september van Memel [opm: Klaipeda] naar Groningen vertrokken.)


05 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 3 oktober. Heden is voor het provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland voortgezet de behandeling der zaak van de 22 Maleijers en zijn thans als getuigen gehoord Dr. Van Douwe en de eerste stuurman Soff. De verklaringen der stuurlieden Vermeulen en Barends, afgelegd te Rio-Janeiro en te Rotterdam zijn wegens de afwezigheid dier getuigen voorgelezen, terwijl een en andermaal nog nader gehoord zijn de kapitein Coopmans, de waterschout Rijk en diens klerk Jonkheer. Uit de opgaven van de dokter bleek hoofdzakelijk dat hij niet bepaald weet dat er van de zijde der beschuldigden over het algemeen enige ontevredenheid had bestaan vóór het gebeurde op 12 augustus, over de behandeling die zij ondervonden en dat hunne ontevredenheid, die zich nader geopenbaard heeft, alleen schijnt te moeten worden toegeschreven aan het voedsel dat zij ontvingen. Op de deswege opzettelijk aan hem gedane vraag of hij van oordeel was dat de zogenaamde Javaanse kost op den duur schadelijk voor hunne gezondheid was, antwoordde hij ontkennend. Immers was er oppervlakkig gene verzwakking bij de Javaanse schepelingen zichtbaar. Hij voegde er evenwel bij, en dit bleek ook uit de verklaringen van andere getuigen, dat naarmate de Javaan tropische gewesten verlaat, ander, Europees voedsel voor hem nodig is, gelijk dan ook (mede reeds volgens de opgave van de waterschout) gewoonlijk door de scheepskapiteins Europees voedsel aan de Javanen wordt verstrekt, wanneer zij zich in Europa bevinden. Van daar dat de waterschout het ook niet nodig achtte, zoals hij zeide, om daaromtrent ene afzonderlijke clausule in de monsterrol op te nemen. – Uit de verklaringen der verschillende stuurlieden volgden verschillende bijzonderheden, merendeels betrekking hebbende op het gebeurde op 12 augustus en waarbij zij genoegzaam eenstemmig verklaarden dat na de vruchteloze pogingen der beschuldigden ter bekoming van ander voedsel, zij op de worsteling van de kapitein met de serang (opm: bootsman) (de eerste beschuldigde) de moorddadige aanval hebben gedaan, gevolgd nader door de brandstichting; dat enigen bepaaldelijk de kapitein over het ijzeren hek van boord trachtten te slepen, waarom deze zijne benen had geslingerd om zich vast te houden, dat bepaaldelijk de serang een pistool, dat hij uit de handen des kapiteins had ontrukt, deze tegen de keel had gehouden, doch hetwelk niet afging; dat voorts één hunner, Setro, kort tevoren messen had geslepen, schijnbaar met de aanval in verband; dat zij wijders op de bewuste dag, tegen hunne gewoonte, in hun schoon linnengoed waren gekleed, in plaats hunner werkpakken; dat al verder hun drie malen stokvis was verstrekt, ter vervanging van de zoutevis, enz. Onder de omstandigheden, bij wederzijdse worstelingen, waarbij de Javanen ook van andere wapentuigen dan van hun gewone messen schenen voorzien te zijn geweest, te oordelen naar de driehoekige wonde in de linkerzijde, door de eerste stuurman Soff bekomen, is ook door Barends medegedeeld, hetgeen ook vroeger was verklaard door andere getuigen, dat Pa Seno met ene handspaak hem Barends had getroffen, waardoor zijn rechterarm een ernstige breuk onderging. Ten gevolge van de erkentenis thans door Pa Seno gedaan, dat hij van een handspaak destijds voorzien was (in vroegere verhoren ontkend) doch onder bijvoeging dat dit was om zich te verweren, is hiervan aantekening geschied. Gelijke aantekening geschiedde van de bijzonderheid dat de 9e beschuldigde, Lingo, geen deel had genomen aan de aanval en dat de beschuldigden voor het meest in het net gekleed waren; welke laatste omstandigheid door allen volstrekt ontkend werd. Zij ontkenden mede de poging om de kapitein overboord te werpen en hielden vol dat zij dagelijks niets dan zoutevis driemaal daags en rijst hadden bekomen, met ontkentenis alzo van de ontvangst op drie keren van stokvis, hoezeer zij erkenden eenmaal te zijn getrakteerd op zout vlees en pannenkoeken met spek. Het messen slijpen werd door Setro verdedigd met het beweren dat hij dit deed in het belang van het werk en om slagen te voorkomen, dewijl er meer moest gewerkt worden bij de weigering van vele anderen om te werken. Nog bleek deze bijzonderheid dat er een aanzienlijke voorraad vlees en spek aan boord was en dit gaf de president een en andermaal aanleiding om de kapitein met nadruk voor te houden het belang dat er voor schip en equipage had bestaan om bij zulk een voorraad van vlees wat inschikkelijker te zijn jegens de Javanen en hun tenminste tweemaal ’s weeks op hun verlangen vlees te verstrekken. De kapitein bleef echter volhouden dat hij in gemoede meende alzo te moeten handelen en hun ander voedsel te moeten weigeren, dan, naar hij geloofde, de monsterrol medebracht. Hij moest zijn zedelijk overwicht als kapitein handhaven of de ene vordering zou weder tot de andere leiden en zijn gezag ware vernietigd.
De voortzetting van het geding is bepaald op aanstaande maandag, ten 10 ure.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 3 oktober. Heden is op de scheeptimmerwerf van de heer Jb. de Jong met het beste gevolg te water gelaten het barkschip ANTONIA GEERTRUIDA, groot 350 gemeten lasten, kapt. D. Forbes Browning, voor rekening der rederij onder directie van de heer P. van den Arend te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 3 oktober. Heden werd met het beste gevolg te water gelaten het schoener-kofschip JOHAN MARTIN, groot 102 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. J. van Slogteren, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer J.J. Keller alhier door de scheepsbouwmeester C. Mak op de Stads-Commerciewerf van de heer Corns. Smit te Alblasserdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 25 september. Het bij Stonescar gestrande Nederlandse schip ANNA MARGARETHA ADRIANA, kapt. J.C. Stenger – zie ons nommer van 27 september – is totaal verloren. Slechts een weinig van de lading is geborgen.


  JB - Javabode

De 1e oktober vertrok van Batavia naar Riouw met als passagiers 75 inlanders en een vrouw de Nederlands-Indische bark SINGAPOERA, kapt. Said Awab bin Oemar Satrie, vroeger genaamd JOHANNES MARINUS.
(opm: de Java-Bode vermeldt elders, dat de bark JOHANNES MARINUS, kapt. J. Verburgh, eigendom van F.H. von Lindern te Alblasserdam, groot 325 lasten en gebouwd in 1841, op reis van Batavia naar Nederland, met schade te Batavia is teruggekomen en daar is afgekeurd; zie ook NRC 010957)


06 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Heden is bij het provinciale gerechtshof van Zuid-Holland met de behandeling van de zaak der 22 Maleijers voortgegaan. Het getuigenverhoor is afgelopen. Verschillende getuigen zijn nog gehoord, terwijl de verklaringen van onderscheidene afwezige getuigen zijn voorgelezen. De beschuldigden zijn onderscheidene malen opmerkzaam gemaakt op hetgeen uit die getuigenissen of verklaringen ten nadele van allen of van sommigen voortvloeide. Onder de getuigen bevond zich de echtgenote van de kapitein. Na het getuigenverhoor heeft de voorzitter enige der beschuldigden, elk in het bijzonder, ondervraagd, terwijl gedurende die tijd de overige beschuldigden uit de zaal werden verwijderd. Dat verhoor van de beschuldigden zal morgen worden voortgezet. De advocaat-generaal François heeft, uit naam van de procureur-generaal, aan de beschuldigden doen aanzeggen dat hij voornemens is zijn requisitoir ook tegen hen te nemen: 1. ter zake van desertie van boord van het schip gedurende de reis en 2. ter zake van diefstal van de scheepsbarkas van de TWENTHE. De verdediging heeft bij monde van de heer Van Stipriaan Luiscius aantekening verzocht, hetgeen het hof verleend heeft, dat aan de beschuldigden niet is medegedeeld wat gedurende hunne afwezigheid uit de zaal is voorgevallen.
Morgen ten 10 ure voortzetting.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Riga, 22 september. De Nederlandse kof CATHARINA, kapt. Veeling (opm: R.H. Veling, zie ook NRC 021057), is de 24e dezer alhier in de nabijheid gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 2 oktober. Kapt. Ward, met de Engelse brik ATKIN alhier aangekomen, rapporteert, dat hij de 22e september in de Golf van Finland, heeft zien zinken een kof, zonder dat het hem mogelijk was aan de bemanning, vijf koppen zo hij meent, enige hulp te bieden, Achter op de spiegel las hij de naam ALIADE ? (ALIDA), terwijl een witte vlag met de letters V R van top woei. De kof scheen aangezeild te zijn en had de boegspriet en boot verloren.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Een best sterk zeeschip te koop, van 76 ton, in 1844 te Muiden gebouwd, voorzien van best tuigage, beste ankers en kettingen. Het zeil, stagfok en de vlieger zijn 3 jaren in gebruik geweest. Te bevragen bij D. Weenink, te Zwolle.


07 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland heeft gisteren voortgezet de behandeling van de bekende zaak der 22 Maleijers. In die zitting zijn gehoord de getuigen: J.G. Onel, 2e timmerman en T. van Dam, echtgenote van de kapitein Coopmans, terwijl wijders de verklaringen zijn voorgelezen die vroeger afgelegd zijn door de baas timmerman De Moes, de hofmeester Halder de la Laine, de kok Dunnewijk en de scheepsjongens Blanken, De Haan en Cammenga. Verschillende malen zijn de beschuldigden opmerkzaam gemaakt op bezwarende verklaringen, die uit een en ander voor allen of sommigen hunner voortvloeien, terwijl wijders bij herhaling, hetzij de kapitein, hetzij andere getuigen nog nader omtrent sommige punten zijn gehoord. Uit de afgelegde getuigenissen of voorgelezen verklaringen is o.a. gebleken dat sommigen van het Europese scheepsvolk wel degelijk gevreesd hebben dat ze ten gevolge van de weigering van de kapitein om aan de Javaanse bemanning betere voeding te geven moeilijkheden zouden kunnen ontstaan en dat zij meer dan eens de kapitein gewaarschuwd hebben, maar dat deze in zijn weigering bleef volharden. Volgens het verhaal van de beschuldigden konden zij het van de honger niet uithouden en daar zij meenden dat de serang (opm: bootsman) niet genoeg voor hunne belangen waakte, heeft deze hen aangespoord om als hij floot naar boven te komen, teneinde het gesprek met de kapitein te kunnen horen. Toen nu de kapitein een pistool vertoonde, is men daarop aangevallen ten einde ongelukken te verhoeden. De beschuldigden waren over het algemeen spraakzamer dan in de vorige zittingen. Zij verklaarden dat zij nu niet bevreesd en beangst meer waren om voor de grote heren te spreken. De getuige Onel heeft o.a. verklaard dat de serang zich na het ongenoegen met de kapitein van een bijzonder mes had voorzien, dat hij op de dag van het oproer ook genomen heeft. Die getuige heeft onderscheidene beschuldigden aangewezen die de serang bijstonden of aan de eerste aanval deel namen. Hij verhaalde ook dat er wel degelijk een afspraak gemaakt was, om als er een schot viel, dan naar de kajuit te gaan, waar zich geladen pistolen bevonden. Ook bleek het dat de kapitein aan verschillende Europeanen gevraagd had of zo er iets gebeurde, hij op hen rekenen kon. Ook had men opgemerkt dat enige Javanen in een bootje waren gegaan, om door de gaten te zien hoe het met de Europeanen die in de kajuit opgesloten waren gesteld was. De voorzitter heeft de beschuldigden dikwerf opmerkzaam doen maken op het oproerig gedrag, dat zij aan de dag gelegd hadden; dat zij de Europeanen naar de kajuit hadden gejaagd; dat die was toe gespijkerd; dat er brandende voorwerpen in gegooid waren; en dat zij de boel in brand gestoken hadden om de mensen te doen verbranden; ja zelfs dat één hunner met een moker voor de ingang was blijven staan om het ontkomen te beletten. Uit het getuigenis van de echtgenote van de kapitein bleek het dat zij het meest in de kajuit had doorgebracht, waar zelfs een afzonderlijk vertrek voor haar bestond. Er was aan boord een Javaanse vrouw, Sarina, die haar meermalen te kennen had gegeven dat de Javanen over de behandeling en de voeding zeer tevreden waren. Zij had bij haren echtgenoot geen onrust bespeurd. Eerst op de morgen van het oproer zag zij de serang op het dek komen, op het fluitje blazen, waarop de Javanen aankwamen en al het overige voorviel, dat zij gehoord maar niet gezien heeft.
Toen zij uit de kajuit kwam stond het schip reeds aan verschillende zijden in brand, de masten vielen af en alleen door de hulp van het Franse vaartuig werden de Europeanen van een anders gewisse dood gered. Zij brengt alle hulde aan de menslievende behandeling die de Europeanen van de Franse kapitein hebben ondervonden. Verschillende aanwezige getuigen hebben ook achtervolgens verklaard dat zonder de hulp van de Voorzienigheid zij gewis zouden zijn verbrand. De enige hoop die zij hadden, was dat als de Javanen mochten vertrekken, zo als geschied is, zij dan trachten zouden zich te redden.
Na de afloop van het getuigenverhoor heeft de voorzitter al de beschuldigden de zaal doen ontruimen en heeft toen een aanvang gemaakt met het verhoren van sommige beschuldigden en dat wel met telken kere met een hunner. Hij heeft hun dan telkens onder het oog gebracht wat uit de afgelegde getuigenissen of gedane verklaringen ten hunne nadele bleek, ten einde elk der beschuldigden in de gelegenheid te stellen zich daarop te verdedigen. Hij heeft wijders hun doen opmerken in welk opzicht het verhaal, door de beschuldigden gegeven, in strijd was met de afgelegde getuigenissen. Hij heeft herhaaldelijk doen uitkomen op welke ogenblikken elk beschuldigde, hetzij op dek, hetzij in de kajuit, hetzij in de sloep een hoofdrol heeft gespeeld. De voorzitter heeft aan sommigen der beschuldigden ook opmerkzaam gemaakt dat zij geen hulp hebben verleend en dat zij geen poging aangewend hebben om de Europeanen te redden, terwijl zich daaronder toch bevonden personen, vooral de vrouw van de kapitein, die hun volstrekt geen letsel hadden toegebracht. Hierop hebben sommige beschuldigden te kennen gegeven dat zij wel hulp hadden willen verlenen maar dat zij bang waren voor de pistolen en voor het vuur en dat zij het dus beter geacht hebben met hunne makkers mede te gaan, dan zich aan dat gevaar bloot te stellen.
De advocaat-generaal François heeft uit naam van de procureur-generaal aan de beschuldigden doen aanzeggen dat hij voornemens is zijn requisitoir ook tegen hen te nemen: 1. ter zake van desertie van boord van het schip gedurende de reis en 2. ter zake van diefstal van de scheepsbarkas van de TWENTHE. De verdediging heeft bij monde van de heer Van Stipriaan Luiscius, aantekening verzocht, hetgeen het hof verleend heeft, dat aan beschuldigden niet is medegedeeld, wat gedurende hunne afwezigheid uit de zaal is voorgevallen.
Heden is de behandeling der zaak van de 22 Maleijers voor het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland voortgezet en is het verhoor der beschuldigden vervolgd en afgelopen. Daarna is op verzoek van de verdedigers nog als deskundige gehoord de heer Jacq. Alix, gepensioneerd Oost-Indisch ambtenaar en gewezen assistent-resident van Sambas, bepaaldelijk over sommige punten betrekkelijk de gewoonte der Javanen om niet van hun eten op te staan, de aard hunner voeding en over de betere kleding der beschuldigden op de dag van de 12e augustus, in verband tot de vraag in hoever dit aan te merken is als een bewijs van beleefdheid jegens de kapitein. Vervolgens heeft de advocaat-generaal François het woord opgevat en zeer uitvoerig volgehouden de schuldplichtigheid van rebellie van 10 der beschuldigden, zullende hij omtrent dit punt van bezwaar de vrijspraak der overige beschuldigden requireren. Wegens het vergevorderde uur is de voortzetting zijner rede omtrent de andere punten van beschuldiging bepaald op morgen ochtend ten 10 ure.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit de berichten der Oost-Indische mail, bij het gouvernement ontvangen, ontlenen wij het volgende:
De 31e juli is van Japan te Batavia aangekomen het Nederlandse koopvaardijschip (opm: fregat) WILLEMINA EN CLARA met tijdingen van Decima, lopende tot 15 april j.l.
Het Japanse stoomschip KWAM-KOMAR (vroeger de SOEMBING) was met een geheel Japanse equipage van Nagasaki gestoomd naar Jedo (opm: of Edo; thans Tokyo). Met het schip werd bij het verlaten van de baai uitmuntend gemanoeuvreerd en er was bericht ontvangen van de behouden reis tot aan de ingang van Straat Van der Capellen.
Een tolk van Hadokate (opm: Hakodate) teruggekeerd, had de Nederlandse commissaris medegedeeld, dat gedurende zijn tweejarig verblijf aldaar, meer dan honderd vreemde schepen die haven hadden bezocht, die zich daar van verversingen hadden voorzien tegen betaling van dollars.
De directeur van marine in Japan en enige Japanse groten hebben het voornemen om vóór het einde van dit jaar een reis naar Europa te ondernemen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlaardingen, 6 oktober. Gisteren is met het beste gevolg van stapel gelopen bij de scheepsbouwmeester H. Drop de Zeeuw het voor de zomer- en wintervisserij bestemde hoekerschip de JONGE HENDRIK voor rekening van de heer Wm. Van der Heul.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Padang om in de laatste helft van oktober te vertrekken het nieuwe, gekoperde en kopervaste brikschip GOUVERNEUR VAN SWIETEN, hebbende doelmatige inrichtingen voor passagiers. Adres de reder H. van Rijckevorsel en de scheepsmakelaars Kuyper, van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen. (opm: eerste reis)


08 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 7 oktober. In de terechtzitting van het provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland van gisteren is voortgezet de behandeling der zaak van de 22 Maleijers en is het verhoor der beschuldigden afgelopen. Ook thans weder zijn hun al de tegen hen bestaande of vermeende bezwaren voorgehouden en is op het strijdige hunner opgaven, hetzij met eigene vroeger gedane opgaven, hetzij met de bepaalde en duidelijke verklaringen van getuigen, gewezen. Zij bleven echter bij hunne ontkentenis zowel omtrent hun verzet of wederspannigheid enerzijds en de werkdadige deelneming daaraan door anderen, als omtrent de gepleegde brandstichting in het schip en de verdere feiten daaraan voorafgegaan. Bepaaldelijk hielden zij vol hun beweren dat de kapitein hun het eerst was aangevallen, door op de eerste beschuldigde, de serang, of anderen hunner te schieten; dat hunne daad slechts strekte om die serang te ontzetten en het schieten door de kapitein te beletten; dat zij volstrekt gene poging hadden gedaan om deze overboord te werpen en dat zij voor het overige met gene kwade voornemens waren bezield maar bij de kapitein alleen getracht hadden medelijden op te wekken over hun slecht voedsel en daarin verandering te verkrijgen. Al de andere feiten, met de gebeurtenis van 12 augustus in verband, werden wijders, hetzij door hen tegengesproken, hetzij op een andere manier verklaard.
De kapitein en de opperstuurman hebben hunne verklaringen andermaal volgehouden en zijn daarbij nadrukkelijk blijven volharden, bepaaldelijk wat het feit betreft nopens de poging om de eerste over boord te werpen (ook bevestigd door de voorgelezen verklaringen, in de instructie afgelegd door de tweede en derde stuurman, beiden thans afwezig). Zij verklaarden nader plechtig, dat de aanval der Javanen was geschied, zonder dat nog de kapitein een schot heeft kunnen doen, omdat hij daarin verhinderd was.
Ook thans deed de president de overige beschuldigden in een afzonderlijk vertrek vervoeren gedurende het achtervolgens horen van ieder hunner, zonder dat hij aan de afwezig zijnde nader mededeelde wat de gehoorden hadden opgegeven, waaromtrent in de vorige terechtzitting door de verdedigers acte was verzocht en verkregen. Hij gaf te kennen dat hij dat weder gedaan had, zonder dat hij meende daardoor enige omissie te hebben begaan, maar expresselijk aldus had gehandeld op grond der wet. Hij bracht dit in verband met hetgeen hij uit de gehele loop van het proces en gedurende de behandeling der zaak had opgemerkt wegens de invloed die de serang heeft op de handelingen of de mededelingen der overige beschuldigden, terwijl het in het belang der justitie en evenzeer van hen zelven was dat zij zelfstandig antwoordden, wat tot hunne verdediging mocht strekken of op hetgeen hun voorgehouden werd. – De verdedigers stonden er niet op dat van deze handeling andermaal aantekening geschiedde. Het was hun genoeg, dat hun daarvan bereids acte was verleend, daar het belang der zaak het vereiste.
Alstoen is op verzoek der verdedigers gehoord als deskundige de heer Jacques Alix, gepensioneerd Oost-Indisch ambtenaar en gewezen assistent-resident van Sambas, die de hem voorgestelde drie vragen aldus heeft beantwoord: 1. of het de gewoonte is in het land waar de beschuldigden wonen om nimmer voor werk op te staan als zij bezig zijn te eten (die vraag stond in verband met de weigering te Hellevoetsluis om gedurende de schafttijd de vrouw des scheepsdokters aan wal te brengen)? Hetgeen toestemmend werd beantwoord, ofschoon de deskundige toegaf het bestaan van uitzonderingen; 2. wat Javaanse schepelingen gewoonlijk eten? – antwoord: rijst, gedroogde vis, dingding (zijnde vlees, aan reepjes gesneden en met tamarinde, peper of zout ingewreven en gedroogd), ook wel groenten, die aan boord vervangen worden door boontjes of erwten, terwijl zoute vis ook als Javaans voedsel moet worden aangemerkt; 3. of de andere kleding dan hun dagelijkse werkpak, die de beschuldigden tijdens het voorval op 12 augustus aan hadden, zou kunnen worden beschouwd als een blijk van beleefdheid jegens de kapitein, – welke vraag de deskundige niet stellig kon beantwoorden.
Daarna heeft de advocaat-generaal François het woord opgevat en zeer uitvoerig de gronden van beschuldiging uiteengezet en ontwikkeld met betrekking tot de wederspanningheid. Al de opgaven en beweringen der beschuldigden werden door hem getoetst aan de verklaringen der getuigen, hetzij in de instructie of ter openbare terechtzitting afgelegd. In het brede stond hij stil bij de gedragingen reeds vóór en kort na den afreize van de beschuldigden en stelde hij hunne ontevredenheid en wrevel in het licht die zij op geheel onredelijke en onbillijke gronden aan de dag hadden gelegd, daarin voorgegaan door hun hoofd, de serang. Diens sluwheid en gevatheid konden evenwel volgens advocaat-generaal niet opwegen tegen de feiten die tegen hem en de overigen getuigden en welke door onderscheidene getuigen waren gestaafd. Hij resumeerde die alle, bracht ze in verband met het voorval te Hellevoetsluis, logenstrafte de beweerde zwakheid der schepelingen met de verklaringen van de dokter en met het oog op de buitengewone woestheid en kracht waarvan zij op zo verschillende wijze op 12 augustus hadden doen blijken bij de worstelingen met de Europese equipage, de opsluiting derzelve en daarop gevolgde brandstichting, enz; wees daarbij op de pertinente getuigenissen van meerdere getuigen, dat zij beschuldigden de eerste aanvallers waren en bepaaldelijk vier hunner hadden getracht de kapitein over boord te werpen. Ook het ongegronde klagen over slecht of niet genoeg voedsel bestreed hij door de gebleken omstandigheden dat hun stokvis is gegeven in plaats van zoutevis op drie onderscheidene dagen, niettegenstaande hunne ontkentenis en dat zelfs de vrouw van de eerste beschuldigde (de dienstbode Sarina) meermalen de tevredenheid der Javanen had medegedeeld over de meerdere hoeveelheid rijst die zij op dit schip kregen dan aan boord van het vorige schip. Hunne gedragingen en gesprekken die betrekking hadden op Madeira deden dan ook wel te zien dat het doel eigenlijk was in een Portugese bezitting dienst te nemen, zodat al het overige slechts voorwendsel was. En nu leverde de advocaat-generaal een krachtig tafereel van de rampzalige toestand waarin de kapitein en de overige Europeanen door de trouweloosheid en de overmoed der Javanen waren gebracht; opgesloten in de kajuit gedurende zes uren ongeveer, zonder zich te kunnen bewegen en tot het laatste ogenblik bewaakt, omringd van steeds op hen geworpen brandende stoffen en de dood voor ogen in een meer en meer brandend schip, waarin zij reddeloos waren verloren indien niet de Almachtige anders had beschikt en het niet aan Zijn krachtige wil te danken was dat het Franse schip TALISMAN nog even in tijds hulp is komen bieden en de ongelukkigen heeft opgenomen. Krachtig en met nadruk sprak de advocaat-generaal lof uit en betuigde hij openlijk de dank, ook namens het openbaar ministerie aan de Franse kapitein Foubert, die zich daarbij op zo edelaardige en menslievende wijze had gedragen.
Dit gedeelte van sprekers rede, hetwelk alleen gewijd was aan de ontwikkeling van het eerste punt van bezwaar, de wederspannigheid, eindigde met de verklaring dat naar het oordeel van de procureur-generaal, daaraan schuldig zijn tien der beschuldigden, door hem opgenoemd, terwijl hij nopens dat punt de vrijspraak der overigen zou rekwireren. Wegens het vergevorderde uur is de voortzetting zijner rede bepaald op heden.
Heden morgen ten 10 ure is de geschorste zitting van het provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland voortgezet. De advocaat-generaal François heeft daarin zijn gisteren gestaakte rede hervat en de beschuldiging tegen de Maleijers in verschillende opzichten volgehouden.
Ten slotte nam Z.E. G.A. het volgende rekwisitoir; 1. schuldigverklaring van Sidin (serang), Pa Seno, Kapidin, Kasidin, Batjook 1, Doolah, Klaas Ledesma, Mekidin, Sidin en Medin, aan wederspannigheid door aantasting en wederstand, feitelijk en gewelddadig gepleegd aan boord van een koopvaardijschip door meer dan 3 en minder dan 20 gewapende personen jegens hunne meerderen in rang, zijnde de schipper en de stuurlieden van dat schip en alzo jegens ambtenaren werkzaam ten uitvoering der wet; 2. schuldigverklaring van Sidin (serang) aan poging tot moedwillige doodslag, vergezeld van een andere misdaad, gevolgd daarboven van een derde misdaad en van een wanbedrijf, doch niet gestrekt hebbende om het plegen van die misdaden of dat wanbedrijf gemakkelijk te maken, voor te bereiden of de ontdekking daarvan te voorkomen,, welke poging, door uiterlijk bedrijf gebleken, doch die niet dan door toevallige en van des daders wil onafhankelijke omstandigheden hare uitwerking heeft gemist; 3. schuldigverklaring van Pa Seno aan moedwillige brandstichting in een schip, waardoor het te voorzien was dat mensenlevens konden worden in gevaar gebracht; 4. schuldigverklaring van allen aan: 1. desertie van het schip waarop zij in dienst waren beneden de rang van stuurlieden op de reis; 2. diefstal op een bewoond schip; 5. niet schuldigverklaring van Batjook ll, Sidin, Amak, Lingo, Setro, Ngangsie, Tjiplis, Osman, Ngaitin, Sinim, Pa Warina en Kiman aan de hun te laste gelegde wederspannigheid; 6. niet schuldig verklaring van Pa Seno en Kasidin aan strafbare poging tot moedwillige doodslag; 7. niet schuldig verklaring van Pa Seno aan moedwillige verwonding; en 8. vrijspraak van Pa Seno, Kasidin, Batjook ll, Sidin, Amet, Lingo Setro, Nangsi, Tjiplis, Osman, Ngaitin, Simin, Pa Warina en Kiman van datgene waaraan zij niet schuldig zullen worden verklaard. En mitsdien: veroordeling van 1. de serang Sidin tot een tuchthuisstraf voor de tijd van 5-15 jaren; 2. Pa Seno tot straffe des doods, uit te voeren binnen de stad Rotterdam op de wijze bij de wet bepaald; 3. Kapidin, Kasidin, Batjook 1, Batjook ll, Soedin, Amat, Lingo, Doolah, Klaas Ledesma, Setro, Ngangsie, Makidin, Sidin (matroos), Tjiplis, Osman, Ngaitin, Siman, Pa Warina, Kiman en Medin tot een tuchthuisstraf van 4-10 jaren; en ten slotte de veroordeling van allen in de kosten der procedure, desnoods invorderbaar bij lijfsdwang, met bevel dat een extract (opm: uittreksel) van ’s hofs arrest zal worden gedrukt en aangeplakt te ’s Gravenhage en te Rotterdam, te plaatsen waar zulks te doen gebruikelijk is.
Vervolgens bekwam het woord de heer mr. A.M. van Stipriaan Luiscius, die na een breedvoerige inleiding mededeelde dat de verdediging gesplitst zou zijn in vier delen als: 1. verdediging van allen tegen de beschuldiging van rebellie (door hem); 2. door een andere raadsman, verdediging van no.1, 2 en 4 tegen de beschuldiging van poging tot moedwillige doodslag; 3. door een derde, verdediging van de 1e beschuldigde tegen de aanklacht van moedwillige mishandeling; en 4. door een vierde, verdediging van de 2e beschuldigde tegen de beschuldiging van moedwillige brandstichting.
De pleiter heeft een gedeelte der opgemelde punten uiteengezet, doch moest hij bij het vergevorderde uur staken en zal morgen ten 10 ure zijn rede voortzetten. Om te doen blijken welk een groot belang de kapitein kan hebben bij zijne eigene voorstelling der feiten, is er op gewezen dat bij vrijspraak der beschuldigden de assurantie weigeren zal uit te betalen omdat alsdan de kapitein de aanleiding tot al het voorgevallene was; terwijl uit de verhoren ook gebleken is dat de vader van des kapiteins vrouw aandeelhouder in de TWENTHE was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 5 oktober. Het wrak van de alhier gestrande Nederlandse schoener KOOPHANDEL, van Vlaardingen – zie onze nommers van 23 en 24 september – is heden in publieke veiling voor GBP 20 verkocht. Voor een gedeelte van de inventaris, dat daarop in veiling werd gebracht, bedong men een goede prijs. (opm: zie ook NRC 311057)


09 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 8 oktober. Nadat het op gisteren genomen requisitoir van de advocaat-generaal door de tolk aan de beschuldigden was overgebracht, was het woord aan de verdediging.
Mr. van Stipriaan Luiscius voerde het eerst het woord en hield een rede die vier uren geduurd heeft en die nog niet is geëindigd. In een inleiding herinnerde hij hoe zich in september 1856 in het vaderland de mare verspreidde over het voorval dat op de TWENTHE had plaats gehad. Een ongelukkige kapitein was slachtoffer geworden van een bende Maleijers, die zonder enige aanleiding brand gesticht hadden en moord hadden willen plegen. Langzamerhand heeft zich de waarheid doen kennen en nu mochten de Nederlanders wel wensen dat het gebeurde met de TWENTHE met de sluier des geheims ware bedekt gebleven. Immers, nu is van algemene bekendheid geworden dat die kapitein aan de Javanen willekeurig voedsel heeft onthouden, hen heeft uitgehongerd en uitgedorst. Die ongelukkige lieden hebben met buitengewone lijdzaamheid veel geduld en hebben de uitvoering van tegen hen gerichte plannen gestuit. Hij vraagt het, wie geen medelijden gevoelt voor hen die nu als beschuldigden terecht staan? Hij wijst erop dat zij missen wat de grootste boosdoeners hebben, dat is de mogelijkheid om zich zelf te kunnen verdedigen. Hij schetst dan ook hunne ongelukkige positie, daar zij ver van hun land verwijderd voor een rechter staan die hen niet verstaat, terwijl zij geen besef koesteren van de instellingen en vormen hier van kracht. Zij worden bovendien omringd door Europeanen, door blanken, in wie zij hogere wezens zien voor wie zij eerbied maar ook vrees koesteren en waardoor een vrij onderzoek in een strafgeding wordt uitgesloten. Welke invloed dit uitoefent toont hij aan door te wijzen hoe schroomvallig zij in hun verklaringen, in hunne mededelingen geweest zijn, zodat, terwijl men wist dat zij zich over meer dan over de voeding te beklagen hadden, sommigen eerst in de laatste dagen toe gekomen zijn om enige openbaring te geven van mishandelingen of slechte bejegeningen die zij hebben moeten verduren. Aan de ene zijde achten de verdedigers zich gelukkig dat hun die taak is opgedragen, dat zij hunne hulp aan deze ongelukkigen kunnen verlenen maar aan de andere kant kennen zij de buitengewone verantwoording die op hen rust, gevoelen zij de grote plicht die zij te vervullen hebben. Daar er in dit geval tussen de beschuldigden en de verdedigers niet dat volkomen vertrouwen als anders kan bestaan, daar taal en gewoonten hier vreemd waren, zo heeft men deskundigen die in Indië geweest zijn en de schrijvers moeten raadplegen. Elk onderhoud heeft in bijzijn en door middel van een tolk moeten geschieden. Het gewichtig uur van de openbare verantwoording heeft geslagen; men weet dat niet alleen onze landgenoten met belangstelling dit geding nagaan maar ook dat men op Java met niet mindere belangstelling de uitkomst verbeidt. De verdediging moet zich niet alleen bepalen te trachten ene vrijspraak te verkrijgen, maar zij moet pogen het hof de overtuiging te verschaffen dat het goed recht aan hun zijde was. Waar het zulke grote belangen geldt, moet men niemand beledigen maar ook niets verzwijgen wat tot verdediging strekken kan.
Na een zo langdurige preventieve gevangenis, nadat maanden lang alle punten van beschuldiging zijn opgezocht, nu is het de beurt om verantwoording van de kapitein te vragen; deze moge hen honden genoemd hebben, de Nederlandse rechter zal leren dat het hier mensen geldt, die dezelfde rechten als de kapitein hebben. Hij doet zien hoe algemeen de kreet van verontwaardiging in Nederland is over de behandeling die deze beschuldigden hebben ondervonden. Alleen uit sympathie heeft men van vele zijden bouwstoffen aan de verdediging verstrekt omdat men de innige overtuiging heeft dat het hier wel ongelukkige wezens maar geen snode misdadigers geldt. De verdediging heeft hare taak in 4 delen gesplitst als: 1. de beschuldiging van rebellie; 2. de poging tot moedwillige doodslag, 3. de moedwillige mishandeling en 4. de moedwillige brandstichting. Elk van de verdedigers zal een dezer punten behandelen maar ter zijde stellen waarvoor de beschuldigden niet zijn terechtgesteld. Zijn taak bracht nu mede de wederlegging van de beschuldiging van feitelijke wederstand, voorzover die tegen sommigen nog is volgehouden. Op de voorgrond gaat hij na van waar de beschuldigden afkomstig zijn en dan blijkt het hem dat zij over het algemeen op Java te huis behoren. Ten andere onderzoekt hij welke de moedertaal van deze beschuldigden is en dan vermeent hij dat het laag-Maleis niet is de taal van het land van waar zij afkomstig zijn. Hoezeer hij nu alle hulde doet aan de ijver van de tolken, toonde hij echter aan hoe moeilijk het was alles over te brengen in een taal waarin niet alle Nederlandse woorden konden worden vertolkt. En wat de gevolgen daarvan zijn bewijst hij door de bekende redevoering van de heer Baud, die reeds in 1855 heeft bewezen hoe licht door die verwarring onschuldigen kunnen worden getroffen. Ten andere vestigt hij een blik op het karakter van de Javanen en blijkt het uit aanhalingen dat zij zich door oprechtheid en waarheidsliefde onderscheiden. Bij de zeldzame gevallen dat zij ter zee varende tegen hunne superieuren opstaan, was het aan ruwe of tirannieke bejegening te wijten. Ook beroept hij zich op de onbegrensde eerbied die de Javanen voor de blanken hebben. Dat ook deze beschuldigden zich door gehoorzaamheid hebben onderscheiden bewijst hij uit de verklaringen van kapiteins, met wie zij de reis herwaarts gemaakt hebben. Ter goeder trouw hebben zij gehoopt op de TWENTHE dezelfde behandeling, dezelfde voeding te zullen genieten als op de VRIJE HANDEL en de JANNETJE. Ook uit al het gebeurde leidt hij af dat de Javanen op de TWENTHE onderworpen en lijdzaam waren tot dat zij tot het uiterste gebracht waren. Pleiter is in het brede in een onderzoek van al de feiten getreden. Hij beriep zich o.a. op de monsterrol waaruit blijkt welk voedsel aan de schepelingen zou worden gegeven zonder dat daarin enig onderscheid tussen Europeanen of Javanen gemaakt werd. De kapitein had het voornemen opgevat de beschuldigden niets anders dan vis te geven en toen hem opgemerkt werd dat zij daarop niet konden werken heeft hij gezegd dat hij hun dit wel zou leren. Zij kregen dan ook niets anders dan zoutevis en rijst, niettegenstaande zij recht op beter voedsel hadden. Reeds van het begin van de reis af klaagden zij over de slechte voeding, maar zij onderwierpen zich. De klachten werden tot de kapitein overgebracht maar vonden geen ingang. Slechts zeldzaam was er ene uitzondering op de dagelijkse voeding. Eerst na 4 augustus werd er een paar malen stokvis afgeleverd, die de beschuldigden ontkennen te hebben gehad. Op die wijze werden zij gedurende bijna een maand uitgehongerd. Alle gebeden en smekingen baatten niet. De kapitein herinnert zich zelfs de klachten niet meer; die klachten waren billijk en rechtvaardig. Alle schepelingen, behalve de kapitein en de 1e stuurman hebben reeds te Rio Janeiro verklaard dat de klachten over de voeding waarheid behelsden en dat de mensen het op dat voedsel niet konden uithouden. Op de 11e augustus kon men de zoutevis niet meer door de keel krijgen; men klaagde opnieuw, men weigerde te werken; men verklaarde zich bereid de arbeid weder op te vatten als men beter voedsel erlangde, maar het wederwoord was: die niet werkt krijgt geen eten en die werkt krijgt zoutevis. Hierop hebben 8 à 9 door angst gedreven zich onderworpen. De kapitein zette zijn maatregelen door en liet zelfs de pomp uit het watervat nemen teneinde de beschuldigden zelfs geen droppel water zouden kunnen verkrijgen. Het was die dag niet rustig in het gemoed van de kapitein die de Javanen op deze wijze naar zijn pijpen wilde doen dansen. De pistolen werden geladen; ze werden uitgedeeld of beschikbaar gesteld; Nederlandse schepelingen trachten de kapitein te bewegen toe te geven en slechts twee malen ’s weeks vlees te doen schaften, maar hij zou hun de brokken wel doen eten die ze nu versmaadden. De Javanen vroegen des avonds: waar moet dit heen; als we geen eten krijgen gaan we dood en daarop gingen zij slapen. Nu wijst pleiter erop, dat de Javanen volgens de monsterrol recht op betere voeding hadden en dat de waterschout hen niet zou hebben aangemonsterd zo zij alleen zoutevis en rijst zouden verkrijgen. Al ware de bewering van de kapitein juist dat zij op Javaanse voeding waren aangemonsterd, dan nog blijkt het dat zoutevis niet tot die voeding behoort. Een poging, in november 1856 beproefd, om de monsterrol te veranderen, mislukte de kapitein. Deze had steeds voorgegeven dat hij zich niet liet afdwingen van de monsterrol af te wijken maar dat hij bovendien ook niet voor andere voeding was geapproviandeerd (opm: van voedsel voorzien) en nu is het in tegendeel uit verschillende verklaringen gebleken en ook uit de provisie blijkt, dat er overvloedig vlees aan boord van de TWENTHE was. Het deed er niet toe, het besluit stond vast. Vernieuwde pogingen van de serang op 12 augustus leden weder schipbreuk. Bij het onderzoek van de vraag wat de kapitein toch kan bewogen hebben om zo te handelen en of aan zijne verklaringen in dit opzicht wel onvoorwaardelijk geloof moet worden gehecht, deed de pleiter zien dat van de uitslag van het tegenwoordig strafgeding veel voor de kapitein afhangt. Immers daaruit kan een procedure tussen de assurantie en de rederij ontstaan, want worden de Maleijers vrijgesproken, dan weigeren de assuradeurs alle vergoeding (opm: zie NRC 211057); dan moet de kapitein als de enige oorzaak van het gebeurde worden aangemerkt. Daarbij komt dat de kapitein nog geen andere rederij heeft verkregen; het is dus voor hem hoogst moeilijk als ’t ware in zijne eigene zaak te getuigen. Bij de voortzetting van het verhaal der feiten herinnert pleiter dat de Javanen begonnen te twijfelen of de serang wel alles goed overbracht; vandaar dat hij de klachten nogmaals herhaalde maar nu de Javanen het deed horen. Nu begonnen die klachten de kapitein te vervelen en na enige woordenwisseling viel een schot in de kajuit; de kapitein bracht een zijner pistolen te voorschijn, het werd hem ontweldigd maar spoedig daarna trof hij met een tweede pistool de serang in de borst. Pleiter schetst alles wat er gebeurd is en dat dit het werk van een ogenblik was. Het was aan boord van de TWENTHE een toneel van verwarring; met zekerheid weet niemand te zeggen wat er toen gebeurd is. Men sloeg en trof elkander zonder dat men wist wie het deed. Wie zelfs de daders van de brand waren bleef onbekend. Opmerking verdient het dat vele Europeanen in dat moeilijke ogenblik de kapitein niet hielpen, omdat zij hem als de oorzaak van alles beschouwden, zodat men hem dit zelfs in de kajuit verweet. De Javanen waren tot het uiterste gedreven; zij waren razend gemaakt en in die omstandigheden kent hunne razernij gene grenzen; wat zij dan doen is hun niet meer toerekenbaar. Pleiter is daarop nagegaan wat als strafbare rebellie ten deze kan gekwalificeerd worden. Hij betwist al dadelijk dat de wet van 1856 op deze beschuldigden kan worden toegepast omdat die wet, naar zijne overtuiging, alleen slaat op nieuwe en niet vroegere aanmonstering. Tot staving van die mening beroept hij zich op het voorschrift dat verschillende bepalingen bij de aanmonstering aan het scheepsvolk moeten worden voorgelezen, hetgeen hier ten opzichte van deze beschuldigden niet heeft kunnen plaats vinden; hij beroept zich al verder op de gehouden discussies over de bedoelde wet zelve om aan te tonen dat aan deze wet, evenmin als aan enige andere ene terugwerkende kracht kan worden gegeven. Verder wijst pleiter er op dat de leeftijd van 15 der beschuldigden geheel onbekend is en dat hij zeker van twee niet zou durven uitmaken dat ze ouder zijn dan 16 jaren. Wijders bestrijdt hij de verzwarende omstandigheden die het verzet of de wederspanningheid zouden vergezeld hebben; en dat meest alle aanwijzing van beschuldigden die aan de rebellie zouden hebben deelgenomen gissingen zijn, immers geen voldoend bewijs daarstellen. Ook bestrijdt hij het aanwezen van wapenen in de zin der strafwet en al ware zulks al bewezen van een der beschuldigden, dan stelt dit nog gene gewapende rebellie daar, daar de wet alsdan ene vereniging van meer dan twee personen eist.
Bij het vergevorderde uur is de voortzetting van de verdediging door de heer Van Stipriaan Luiscius uitgesteld tot heden.
Bij de voortzetting eer zaak op heden hebben de heren verdedigers, Mrs. Van Stipriaan Luiscius, Van Bell, Pols en Rasch, achtervolgens het woord gevoerd tot wederlegging van de verschillende punten van beschuldiging. Daarna heeft de advocaat-generaal mr. François geantwoord en de beschuldiging volgehouden. Ten slotte heeft de heer mr. Van Bell de advocaat-generaal beantwoord. Het hof heeft daarop de uitspraak in deze zaak bepaald op vrijdag dezer, des namiddags ten 1 ure.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 8 oktober. Het alhier aangekomen het stoomschip ARY SCHEFFER ligt in de Kanaalhaven. (opm: eerstgevonden reis van dit schip; het vertrok reeds op 9 oktober naar Havre, de eerste commerciële reis)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie, Vente d’un bateau à vapeur. Vente publique d’un bateau à vapeur en fer, á aubes, Le Mercredi 14 Octobre prochain, á une heure après midi, il procédé, s’il n’est point disposé avant par vente privé, dans Faculty-Hall, No. 62, St. George’s Place, á Glasgow, à la vente publique d’un bateau à vapeur en fer (neuf) à aubes, nommé provisoirement LEVANT, construit sur les chantiers d’un des plus éminent constructeurs de la Clyde, sous une inspection spéciale, et lancé tout récemment. Ce bateau est coté A.1. pour neuf ans dans la régistre du Lloyd et se trouve actuellement dans le port de Glasgouw équipé pour prendre la mer.
Voici à peu près quelles sont ses dimensions: longueur 199 8-10 pieds anglais, largeur 24 1-10, creux dans la cale 13 1-10 pieds, tonnage selon l’Act actuel 523 89-100 en gros et 330 5-100 de jauge officielle.
Il a une demi-dunette de 60 pieds long à peu près, des aménagements pour 60 passagers de première classe et pour 40 de deuxième classe. Deux machines oscillatoires d’une force nominale de 220 chevaux; diamètre des cylindres, 55 pouces, avec un propulsoir de 5 pieds. Quatres grandes chaudières tubulaires avec tuyaux d’airain. Ce bateau va avec une grande vitesse, et, en outre de 100 tonneaux de charbon dans ses soutes, il portera 18.800 pieds cubes anglais de cargaison tout en tirant très peu d’eau. Les salons sont décorés avec le luxe ordinaire des bateaux á vapeur de la Clyde de premier rang. Le bâtiment est largement muni de tous les apparaux nécessaires sous tous les rapports; il a des arrangements pour les bestiaux et pourrait prendre la mer après quelque heures de délai seulement.
S’adresser, pour la renseignements plus détaillés et pour les inventaires, à MM. Roxburgh, Richardson & Co., 7, Exchange Place, Glasgow, le 7 Septembre 1857.


10 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 7 oktober. Het te Veendam te huis behorende schip (opm: kof) HERMANNA, kapt. Veling, van Newcastle naar Lissabon bestemd, is alhier met schade binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 9 oktober. In de zitting van het provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland van gisteren is de behandeling der zaak tegen de 22 Maleijers voortgezet. Het woord was aan de heer mr. A.M. van Stipriaan Luiscius tot voortzetting zijner gisteren gestaakte rede ter verdediging van al de beschuldigden tegen de aanklacht van rebellie. Hij begon met te herinneren dat hij gisteren had aangetoond dat de twee verzwarende omstandigheden van de misdaad van rebellie ontbraken. Hij wenste nu nog een woord te spreken over de beschuldiging die tegen de 3 eerste en 10de, 11de, 14de en 15de beschuldigden is volgend. 1. De 10de beschuldigde. Deze erkent de serang, die gewond was, vervoerd te hebben; maar daarin ligt gene strafbare daad van rebellie; het is een erkentenis van een straffeloos feit; maar al erkende hij een strafbaar feit, dan kon nog gene veroordeling volgen omdat door niemand die wegvoering van de serang door Doolah gezien is. Pleiter besprak hierbij de verklaring van de getuige Onel, die iets verklaard heeft waarvan hij vroeger nooit gesproken heeft; hij zeide dat Doolah was een van hen die de wacht voor de kajuit hadden; maar hij moet hierop antwoorden; 1. dat die verklaring van Onel op zichzelve staat; en 2. dat die niet voldoende is ter rechterlijke overtuiging, omdat hij iets verklaard heeft waarvan hij te voren nooit gesproken heeft; hij heeft daarvan zelfs te Rio Janeiro niets verklaard en in april bij de instructie zei hij, vraag mij niet veel, ik weet niets meer; wat ik te Rio Janeiro gezegd heb is waar; meer weet ik niet. – 2. De 11de beschuldigde Klaas Ledesma. Deze zou geroepen hebben djaga, djaga (pas op); maar dit is geen oproerkreet; het is een dergelijke uitdrukking als van de serang, om niet te schieten; het was geen noodkreet, geen oproer. Maar bovendien, wat de bedoeling ook geweest zij doet hier niets af, want het feit is niet bewezen. Die beschuldigde erkent ook de 1e stuurman zijn mes getoond te hebben, maar waarom deed hij dit? In de algemene verwarring die aan boord heerste en toen hij zag schieten trok hij zijn mes om de eerste stuurman van hem te verwijderen; hij dacht dat hij hem ook wilde doodschieten; het was dus enkel een feit van verdediging; geen gewelddadige rebellie. Wat de derde beschuldigde betreft verklaart de kapitein dat deze een van hen was die hem hebben vastgehouden. Pleiter moet hier een enkele opmerking maken; 1. dat dit slechts verklaard is door één getuige; dat die verklaring door niets gestaafd wordt en zelfs in strijd is met hetgeen door de kapitein vroeger in de instructie is verklaard, want toen noemde hij alleen de 1ste en 2de beschuldigden op en toch werd hij de instructie met beschuldigden geconfronteerd. En wat nu de 22 beschuldigden betreft, hij zal niet behandelen de vraag of het bloot hebben van wapenen in de hand, is een feit van feitelijke en gewelddadige wederstand tegen een ambtenaar handelende tot uitvoering der wet (in casu de kapitein), maar alleen zeggen dat het gehele feit in de lucht hangt; niemand weet er iets van. Wat nu betreft de 5de beschuldigde, deze het hevig schieten ziende, plaatste planken voor de kajuit; maar dit is geen strafbare rebellie maar wel van wettige zelfverdediging; doch bovendien, er is hier weder geen volledig bewijs. Ook kan men in het feit van de 3de, 14de en 15de beschuldigden gene gewelddadigheid zien, zij hebben in een bootje rond het schip gevaren, maar dit deden zij om hun leven te redden, het schip stond aan alle kanten in brand. Pleiter komt nu tot de bepaalde beschuldiging van de 1ste, 2de en 4de beschuldigden, dat zij na het meermalen opgegeven gesprek van de kapitein met de serang, de eerste feitelijk en gewelddadig zouden hebben aangegrepen. Maar wat is daarvan? De serang erkent het pistool te hebben afgenomen; de 2de en 4de beschuldigden zeggen dat zij de kapitein hebben vastgehouden om het verder schieten te beletten. Allen verklaren dat de serang gevallen is door het schot van de kapitein; deze ontkent dit, maar het blijkt toch uit verschillende verklaringen dat dadelijk na het gesprek met de serang een schot gevallen is. Ten slotte ontkende pleiter dat in hetgeen de beschuldigden erkennen de misdaad van rebellie ligt opgesloten, zo als die bij de wet is bedoeld, hetgeen hij staafde zowel door de aanhaling van artikel 11 der wet op de tucht der koopvaardijschepen, als door de jurisprudentie van de Hoge Raad en dit hof en ook door verschillende bepalingen van het wetboek van koophandel. Hij trachtte aan te tonen dat de kapitein hier gehandeld had in strijd met zijne contractuele verplichtingen en in flagrante strijd met artikel 403 van het wetboek van koophandel dat de schipper verplicht zijne schepelingen behoorlijk levensonderhoud te verstrekken, hetgeen in casu niet heeft plaats gehad. De kapitein had, alvorens te besluiten geen eten of drinken meer te geven, scheepsraad moeten houden; hij heeft dit niet gedaan en dus artikel 367 van het wetboek van koophandel overtreden; – en, als men nu al de wet op de tucht tegen de beschuldigden wil inroepen, dan moet de verdediging er op wijzen dat bij die wet wel aan de kapitein bevoegdheid is gegeven om bij dienstweigering de gage in te korten, ja zelfs om de wederspannigen in boeien en krom te sluiten, doch dat hij gene bevoegdheid heeft om bij wijze van disciplinaire maatregel zijne onderhorigen alle voedsel te onthouden. Hij is daardoor niet slechts zijne bevoegdheid te buiten gegaan maar hij heeft daardoor ook gepleegd ene daad, waartegen bij de wet op de tucht gevangenisstraf is bedreigd, want art. 22 dier wet bedreigt straf tegen de schipper die aan zijne equipage een deel der voeding onthoudt en dat dit hier het geval was bleek uit de bewezen omstandigheden. Als de kapitein dus zover durft gaan, om aan zijne schepelingen weken lang voedsel te onthouden, dan ligt in hetgeen zij bedreven hebben gene rebellie; art. 209 der strafwet en art. 11 der wet op de tucht der koopvaardijschepen zijn niet geschreven om dergelijke handelingen van de kapitein in bescherming te nemen. Verder gaf pleiter de reden op waarom de beschuldigden niet zouden worden verdedigd tegen aanklachten waarvan zij niet beschuldigd zijn; die reden is daarin gelegen, dat wel volgens de strafwet ene andere kwalificatie aan het feit mag worden gegeven, dan in het slot der acte van beschuldiging is vermeld, wanneer namelijk het Openbaar Ministerie de beschuldigden opmerkzaam heeft gemaakt op de verzwarende omstandigheden die uit de openbare behandeling gebleken zijn; en nu zal niemand in het feit dat de beschuldigden de TWENTHE in een barkas hebben verlaten ene verzwarende omstandigheid van de misdaad van rebellie zien. Zij kunnen niet veroordeeld worden wegens feiten, niet in de acte van beschuldiging vermeld; zij staan hier niet terecht wegens diefstal van een barkas en desertie; zij behoeven dus daartegen niet verdedigd te worden. Ten slotte zegt pleiter dat hij getracht heeft mindere schepelingen, ongelukkige Javanen, ver van hun vaderland verwijderd, te zuiveren van de tegen hen ingebrachte aanklacht van rebellie; de verdedigers geloven dat de gehele verantwoordelijkheid van al het gebeurde nederkomt op de kapitein van de TWENTHE, op de Europeaan Coopmans; reikhalzend wordt ’s hofs beslissing tegemoet gezien; wij weten, zegt pleiter, dat de Nederlandse rechter geen aanzien van persoon kent; daarom staat bij ons onwrikbaar vast het vertrouwen dat ’s hofs uitspraak het zegel zal hechten op de verdediging dat niet de beschuldigen maar wel de kapitein van de TWENTHE gehandeld heeft tegen recht, wet en billijkheid; daarom durven wij eerbiedig verwachten dat hier de rechter, ten aanhore van Nederland en zijne koloniën de mindere schepelingen tegenover hunne meerderen, de Javaan tegen de Nederlander, recht zal laten wedervaren; daarom vertrouwen wij dat gij, rechtdoende in naam der wet en der menselijkheid, al de beschuldigden te dezer zake zult vrijspreken en daarbij tevens verklaren dat in Nederland het recht niet toelaat dat beschuldigden worden veroordeeld wegens feiten waarvoor zij niet terecht staan en waaromtrent zij luide en plechtig verklaren zich niet te kunnen verdedigen.
Daarna was het woord aan de heer mr. B.L. Rasch, die de taak had op zich genomen de 1ste, 2de en 4de beschuldigden te verdedigen tegen de aanklacht van poging tot moedwillige doodslag. Na de uiteenzetting der feiten, trachtte hij aan te tonen dat al die feiten door de beschuldigden worden ontkend en door geen wettig bewijs worden gestaafd. Het Openbaar Ministerie had dan ook vrijspraak op dit punt gerekwireerd Hij meende dat al het gebeurde moest worden toegeschreven aan een noodlottige samenloop van omstandigheden, aan misverstand, vooroordeel, maar niet aan boosaardige handelingen der beschuldigden.
Hij beweerde dat hier veel was af te dingen op de verklaringen van de kapitein en de 1e stuurman, die een bepaald vooroordeel tegen de beschuldigden hadden en dat het ook niet bewezen was dat de serang een pistool op de keel van de kapitein heeft gezet; doch al ware dit al bewezen, noch kon die poging onmogelijk enige uitwerking hebben daar het pistool niet gericht was; en dat bij het onmogelijke van uitvoering, aan gene strafbare poging te denken viel, bewees pleiter door aanhaling van schrijvers en van de jurisprudentie. Hij concludeerde dus, behalve tot vrijspraak van de 2de en 4de, ook tot vrijspraak van de 1ste beschuldigde op dit punt.
Vervolgens werd het woord gevoerd door de heer mr. C. van Bell, die op zich genomen heeft de 2de beschuldigde (Pa Seno) te verdedigen tegen de beschuldiging van moedwillige verwonding. Hij achtte deze aanklacht geheel onbewezen; het openbaar ministerie had dan ook deswege de beschuldiging laten vallen, doch daar het hof van een andere mening kon zijn, achtte hij zich verplicht nog nader op de vrijspraak van deze beschuldigde op dit punt aan te dringen. Hij toonde aan, dat het feit (waarop deze aanklacht rust) van het slaan met een handspaak door Pa Seno van de 3e stuurman, volstrekt niet bewezen is en dat al ware dit zo er dan nog hier ene bijzondere provocatie zou bestaan, daar Pa Seno van die derde stuurman een paar sabelhouwen had ontvangen. Hij concludeerde dus ook tot vrijspraak van deze beschuldigde op dit punt.
Ten slotte werd het woord gevoerd door de heer mr. M. Pols, die de 2de beschuldigde te verdedigen had tegen de beschuldiging van moedwillige brandstichting in een schip, waardoor het te voorzien was dat mensenlevens konden worden in gevaar gebracht. Niet zonder schroom had hij de taak op zich genomen om het leven van een medemens te verdedigen, tegen de eis der wet; hij rekende het ene zware verantwoordelijkheid en wist dat ook van hem eens rekenschap zou worden gevraagd of hij die taak niet te lichtvaardig had op zich genomen; daarom rekende hij op de welwillendheid van het hof en hoopte hij dat ’s rechters scherpzinnigheid en meerdere ondervinding zouden aanvullen wat aan zijne verdediging mocht ontbreken. Pleiter trad daarna weder in een breedvoerige uiteenzetting der feiten, hoe en waar de brand begonnen is enz. en zeide dat de bekentenis van Pa Seno, dat hij een stuk steenkool uit de kombuis had genomen, geheel op zich zelve stond. De beschuldigde heeft niet opgegeven dat de brand is ontstaan door het werpen van dat stuk steenkool in de bezaan en hoe zal men dan hier kunnen wijzen op het feit van de brand, te bevestiging der bekentenis van de beschuldigde. Verder trachtte pleiter aan te tonen, dat de verklaring van de kapitein, dat er een stuk van het bezaanszeil brandende in de kajuit is geworpen, geheel is onbewezen. Al ware echter al bewezen dat Pa Seno het stuk steenkool in de bezaan heeft geworpen, dan toch kan uit die handeling de brand niet zijn ontstaan; en gesteld al verder, dat de bezaan daardoor in brand is geraakt, dan nog kon die gehele bezaan afbranden zonder dat het vuur zich aan het schip mededeelde. Aan het verder gebeurde van het werpen van brandbare stoffen in de kajuit heeft Pa Seno geen deel genomen; zijne daad van het werpen van het stuk steenkool kon de brand niet teweeg brengen; zal hij wegens brandstichting tot de doodstraf kunnen worden veroordeeld, dan moet niet alleen het wettig bewijs zijn geleverd maar tevens de stellige overtuiging bij het hof bestaan dat hij zich aan het werpen van het stuk steenkool heeft schuldig gemaakt en dat daardoor de brand is ontstaan, want het zou onrechtvaardig en onmenselijk zijn op een ander te wreken wat men niet ten laste van anderen kan bewijzen. Zo men recht vordert, dan tone men feiten aan, maar wijze men niet op enkele omstandigheden; zo men recht vordert, dan eise men straf tegen hem, wiens schuld wettig en overtuigend bewezen is.
Ten slotte behandelde pleiter de vraag of, al waren de feiten bewezen, zij dan op de beschuldigde toerekenbaar zouden zijn. Hij ontkende dit en wees daarbij op de bijzondere geaardheid van het Javaanse volk, dat goedaardig van inborst, evenwel bij provocatie tot zodanige staat van woestheid kan overslaan dat zij het gebruik hunner verstandelijke vermogens verliezen en geheel zinneloos zijn. En dat dit hier het geval is geweest, bewijst pleiter uit de slechte behandeling die de Javanen op de TWENTHE van de kapitein hebben ondergaan, uit de onthouding van alle voedsel, uit het telkens weigeren om hun zelfs tegen betaling ander voedsel te verschaffen dan driemaal daags zoutevis, enz, uit al hetwelk pleiter het bewijs trok dat zij in zodanige staat van zinneloosheid zijn gebracht, die men in Indië mataglap (gewoonlijk ten onrechte amok) noemt. Wanneer zij in die toestand verkeren ontzien zij niemand, vriend of vijand, alles wordt door hen vernield of vermoord. En dat, hetgeen zij in die toestand verrichten hun niet toerekenbaar is, bewees pleiter uit onderscheidene arresten van het hooggerechtshof in Indië; hij concludeerde dan ook dat die omstandigheid hier zou worden aangenomen en daarmede was de taak der verdediging geëindigd; zij was moeilijk en veel omvattend; niemand meer dan wij, zegt pleiter, is overtuigd van het onvolledige der verdediging, maar zo ook de krachten der verdediging te kort schoten, dan was er een getuige, die luide tegen de beschuldiging getuigde en deze is de publieke instructie; door haar is opgelost wat er op de TWENTHE heeft plaats gehad; door haar is uitgemaakt wie gelijk en ongelijk heeft. Wat zal nu het resultaat zijn van dit strafgeding? Rechters, uwe roeping is om recht te spreken; een deel van uwe verhevene taak is om de zwakke in uwe hoede te nemen en te beschermen; er heeft een gruwelijk onrecht aan boord der TWENTHE plaats gehad; dáár is de zwakke door de sterkere onderdrukt; dáár heeft een ambtenaar, werkzaam ter uitvoering der wet van zijn overwicht als gezagvoerder, als blanke gebruik gemaakt, om aan arme ongelukkige Javanen voedsel te onthouden en hun in een verschrikkelijke graad van vertwijfeling te brengen. De daad van geweld is van de kapitein gekomen, die door de aanval op de serang de lont in het kruidvat heeft geworpen en de mijn heeft doen ontbarsten. Het wapen, zo onbevoegdelijk door hem gebruikt, is op hem zelf nedergekomen; hij heeft de vreselijke ondervinding kunnen opdoen, dat schrik en angst andere gevolgen kunnen hebben dan vrees en gemoedelijke onderwerping. Maar omdat gedurende de reis de Javaan is uitgeput omdat daardoor de zucht tot zelfbehoud is ontstaan en zelfs het prestige van de blanke is verdwenen, – omdat in razernij misschien de perken der zelfverdediging zijn overschreden, – is daarom de galg en kerker voor hen weggelegd? Nee, dat is niet mogelijk Nederlandse rechter! Wij vragen recht voor de verongelijkten en mishandelden; hun lot is in uwe handen. Dat oordeel wordt met gespannen aandacht tegemoet gezien; wij wagen het niet uw oordeel vooruit te lopen, maar wij houden ons overtuigd dat uwe beslissing zal zijn gunstig voor de beschuldigden.
Deze pleidooien brachten blijkbaar veel indruk op het talrijk publiek teweeg.
Na repliek van het Openbaar Ministerie, dat bij zijn requisitoir is blijven volharden, werd door de heer Van Bell gedupliceerd, waarna door de voorzitter het onderzoek in deze zaak werd gesloten. De uitspraak is bepaald op vrijdag 16 oktober, ’s namiddags ten 1 ure.
Groot is de belangstelling door het publiek in deze zaak betoond.
Gedurende al de dagen waarop onderscheidene terechtzittingen werden gehouden was de zaal gevuld met nieuwsgierigen van alle standen en merkte men ook velen op die in onderscheidene betrekkingen in Indië verblijf hebben gehad. Ook buiten de zaal en langs de weg die de in rijtuigen heen en weder gevoerde Maleijers namen was de toevloed van belangstellenden groot. Men brengt algemeen hulde aan de kalme wijze waarop de zaak en inzonderheid ook de zo moeilijke verhoren door de geachte voorzitter geleid werden. Men is thans gespannen naar de uitspraak wier bepaling boven is gemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H.zn, W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zullen op last van hun meesters op dinsdag de 20e oktober 1857, des middags ten 12 uren, in de zaal op de Scheepmakershaven, wijk 1, No. 499, publiek verkopen het extra snelzeilende in dit jaar te Pillau (opm: Baltiysk) nieuw van stapel gelopen, ijzervast barkschip RESOLUTION, gevoerd wordende door kapt. A. Zimmermann, varende onder Pruissische vlag, van de eerste uitreis thans liggende in deze stad, volgens Nederlandse meetbrief lang 33 el 50 duim, wijd 5 el 69 duim, hol 3 el 72 duim, en alzo groot 315 tonnen, met al deszelfs masten, rond hout, staand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, touwen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans liggende is in de Haringvliet binnen deze stad.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F. der Kinderen, H.J. Rietveld, C. Ament en W.Y. Reijnhouts, makelaars, zullen op maandag de 26e oktober 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris J.A. Hoog, verkopen een extra ordinair, welbezeild, kopervast en gekoperd brikschip, genaamd ANNA EN CHRISTINA, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. J.C. Joon, volgens Nederlandse meetbrief lang 31 ellen 30 duimen, wijd 5 ellen 42 duimen, hol 3 ellen 81 duimen, en alzo gemeten op 287 tonnen of 152 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Jan Corver, C.A. Schröder en A. Rocquette, makelaars, zullen op maandag de 26e oktober 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast brikschip, genaamd : JOHANNA, varende onder Nederlandse vlag, liggende te Rotterdam aan de werf van de Gebroeders Visser in het Zalmgat, gevoerd door kapt. W. Halbertsma, volgens meetbrief lang 30 ellen 10 duimen, wijd 5 ellen 35 duimen, hol 3 ellen 66 duimen; en alzo gemeten op 262 tonnen of 138 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars, of bij de cargadoors Jan Corver en Co.


11 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 7 oktober. Het schip CATHARINA LUITGARDA (opm: tjalk CATHARINA LUTGARDINA), kapt. J.G. Stuitje, van Friedrichstadt naar Amsterdam of de Zaan, heeft 5 dezer op de hoogte van Borkum, door stormweer een gedeelte van de mast verloren, lekkage bekomen, de verschansing gebroken en is alhier binnengelopen om te lossen en te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 8 september. Het Nederlandse stoomschip ONDINE, kapt. M. Lovius, van Amsterdam naar Bordeaux, is alhier met vrij zware schade binnengelopen (opm: zie NRC 181057).


12 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 11 oktober. In onze gemeente heeft heden een stille, doch indrukwekkende plechtigheid plaats gehad. De heer Fop Smit, die door zijn onvermoeide ijver, bekwaamheid en ondernemingsgeest deze omstreken van niets in een bloeiende landstreek herschapen heeft, vierde heden zijn 80e verjaardag. Reeds vroeg in de morgen verenigden zich ten zijnen huize de familie enige Rotterdamse vrienden, benevens de heer Varkevisser, president van de Kamer van Koophandel te ‘s-Gravenhage, om van hun belangstelling in deze heugelijke gebeurtenis te doen blijken. Deze plechtigheid werd niet weinig verhoogd, toen twee leden van het hoofdbestuur der Vereeniging ter Bevordering van Fabriek- en Handwerknijverheid, de heren Hermans en Maxwils, hun opwachting bij de feestvierenden kwamen maken en bij hun gelukwensen, bij monde van de heer Hermans in zijn betrekking van secretaris van gemeld hoofdbestuur, hem namens Z.M. onze koning het ridderkruis van de Eikenkroon op zijn borst hechtten, als blijk dat Z.M. `s mans grote verdiensten in de ontwikkeling van de scheepsbouw en van verschillende andere takken van industrie wist op prijs te stellen. Deze onderscheiding maakte op al de aanwezige een diepe indruk, zullende deze dag nog lang een aangename herinnering in onze gemeente achterlaten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 9 oktober. De Nederlandse schoener SIA EN ELISABETH, kapt. D.J. Kraan, van Rotterdam naar Porto Rico, is alhier met verlies van verschansing en kajuitslantaarn binnengelopen.


13 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 oktober. Te Vlissingen is de 9e dezer op ’s Rijks werf de kiel gelegd van een schroefstoomschoener, genaamd VESUVIUS.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars Abm. van den Broecke Jz, Z. Snijder, J.J. de Kanter en P. de Bruyne zijn van mening, als lasthebbende van hun meesters, in de verkoopzaal van het Nederlandsch Logement in de Abdij te Middelburg, ten overstaan van de notaris W.M. Snijder, op dinsdag de 27e oktober 1857, des avonds ten 7 ure, publiek te verkopen het gekoperd en kopervast Nederlands barkschip, ONDERNEMING, gebouwd te Middelburg, volgens `s Rijks meting lang 30 el 80 duim, wijd 6 el 74 duim, hol 4 el 67 duim, groot 430 ton of 227 lasten, met al deszelfs rondhouten en verdere inventaris, enz., thans liggende aan de Kinderdijk te Middelburg. Voornoemd schip is daags vóór en op de verkoopdag te zien, op vertoon van een permissie biljet, bij gemelde makelaars te bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 12 oktober. Volgens telegrafisch bericht is het schip (opm: bark) JAN VAN BRAKEL, kapt. Verheij, van Newport naar Ceylon bestemd, zaterdag 10 oktober lek te Plymouth binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stettin (opm: Szczecin), 9 oktober. Kapt. Altenburg, van hier te Stockholm aangekomen, rapporteert dat hij de 28e september bij Brusterort drijvende heeft gevonden een van het volk verlaten, ontredderde Nederlandse kof. Aan boord komende bevond hij uit de papieren, dat het de te Groningen thuis behorende kof HISKEA, kapt. J.B. Mulder, was, van Memel (opm: Klaipeda) met hout naar Nederland bestemd. In de kajuit dreven vrouwen- en kinderkleren en schoenen. Naar zijn gissing zijn de opvarenden met de roef over boord geslagen. De luiken waren open en een gedeelte der lading was reeds weggespoeld; het andere gedeelte lag door de aandrang van water vast onder het dek. (Dit schip is voorzeker hetzelfde, dat de 29e september te Pillau werd binnengebracht. Zie NRC van 4 oktober.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rügenwalde (opm: Darlowo), 7 oktober. Kapt. Rinau, de 12e september alhier aangekomen, rapporteert, dat hij in zee drijvende heeft gevonden het Nederlandse tjalkschip EMMA, kapt. J. Zuidland, hetwelk de 5e september van hier met hout naar Hamburg vertrok. Het schip was door het volk verlaten en een groot gedeelte van de inventaris was niet meer aanwezig. Kapt. Rinau heeft nog 2 ankers en kettingen, zomede enige stukken hout, geborgen


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam HHz., W.H. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zullen op last van hun meesters, op dinsdag 20 oktober 1857, des middags ten 12 uren in de Zaal op de Scheepsmakershaven, wijk 1 no. 499, publiek verkopen:
Het extra snelzeilend, in dit jaar te Pillau nieuw van stapel gelopen ijzervaste barkschip RESOLUTION, gevoerd wordende door kapt. A. Zimmermann, varende onder Pruisische vlag, van de eerste uitreis, thans liggende in de stad Rotterdam, volgens Nederlandse meetbrief lang 33 el 50 duim, wijd 5 el 69 duim, hol 3 el 72 duim en alzo groot 315 tonnen, met al deszelfs masten, rondhout, staand en lopend want, zeilen,ankers, kettingen, touwen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende in de Haringvliet binnen genoemde stad.


14 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 12 oktober. Het schip JAKOBUS (opm: galjoot JACOBUS), kapt. A.J. Borst, van St. Petersburg naar Schiedam, is gisteren alhier lek en met verlies van zeilen en verschansingen binnengelopen. Het moet lossen om te repareren (opm: zie AH 301257).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 10 oktober. De Nederlandse bark CLIO, kapt. J.O. Wijnmalen, van Glasgow naar Singapore bestemd, is hier heden lek en met verlies van boten en rondhout binnengelopen. (opm: zie NRC 201057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 10 oktober. Het van Liverpool naar Batavia bestemde Nederlandse schip (opm: fregat) GOEDE VERWACHTING, kapt. W.N. van Lindonck, is alhier lek binnengelopen (opm: zie NRC 171057).


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: een gaffelschip, varende in de beurt tussen Amsterdam en Brussel, groot volgens meetbrief, 89 ton.
Te bevragen bij H.J. Gallenkamp, makelaar te Amsterdam en Ph. Verstraeten de Meurs, te Brussel.


15 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 oktober. Volgens particulier bericht d.d. 9 oktober, heeft het schip (opm: kof) RIGA, kapt. H.W. van de Velde, van Rotterdam naar Curaçao bestemd te Cowes de jongste stormen afgereden, zonder enige schade te hebben bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 14 oktober. De Nederlandse kof AFINA HILLECHIENA, kapt. D.H. Drewes, van hier met suiker naar St. Petersburg, is de 9e dezer benoorden Allinge op Bornholm (opm: 55º16’ N.B. 14º47’ O.L.) gestrand, vol water gelopen en zal wrak zijn. Het volk is gered, en van de lading zijn 20 collies onbeschadigd, en nog een klein gedeelte zwaar beschadigd, geborgen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zierikzee, 12 oktober. Volgens praaibericht van kapt. Bowbyes, van de reddingskotter WILLEM VAN HOUTEN, heeft kapt. Martijns, voerende het Belgische fregat COLUMBUS, van de Oostzee bestemd naar Antwerpen, de 10e dezer maand (Texel N.O.t.N. 12 mijl), in een in zinkende staat verkerende Noorse kof gezien. Kapt. Martijns heeft de vlag van boord der kof gehaald, doch niets van de equipage vernomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 13 oktober. Het Nederlandse schip (opm: galjoot) CATHARINA CORNELIA, kapt. R.H. Asteling (opm: vermoedelijk R.H. à Stuling of ook R.H. Astuling), van Ibraïl komende, bevindt zich op de hoogte van onze haven. Het heeft boten, verschansing en zeilen verloren, en ook gelooft men dat de lading beschadigd is.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wisby (opm: Visby, 57º38’ N.B. 18º17’ O.L.), 8 oktober. De galjas ANNA CATHARINA, van Stockholm naar Rotterdam bestemd, is de 4e dezer met verlies van fokkemast binnen gebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Drontheim (opm: Trondheim), 2 oktober. Het schip GEBINA, kapt. Riecke, van Archangel met rogge naar Rotterdam, is de 15e september bij Brevich verongelukt, doch het volk, uitgenomen drie man, gered en alhier aangekomen. (opm: vermoedelijk buitenlander)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 11 oktober. De bark ISABELLA, kapt. Jeppson, van Söderhamn naar Marseille, is gisteren, op onze rede ten anker liggende, door een Nederlandse kof aangezeild en verloor daarbij voorbram-steng, enz. De kof, waarvan de naam onbekend is, bekwam schade aan zeil en touwwerk, en vertrok heden morgen om de Noord.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 11 oktober. Het wrak met de daarin zijnde lading rogge van de bij Luppegrund gezonken Nederlandse kof WAAKZAAMHEID – zie NRC van 25 september – is gisteren in publieke veiling voor 590 thaler verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cuxhaven, 12 oktober. De Nederlandse tjalk TWEE GEZUSTERS, kapt. Heikes, van Rotterdam met stukgoederen naar Stettin (opm: Szczecin) bestemd, is hier zwaar lek en met verstopte pompen binnengelopen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam HH.Zoon, H.W. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff, te Rotterdam, zijn van mening, als last hebbende van hun meester, op dinsdag de 20e oktober 1857, des voormiddags ten half twaalf ure, in de Zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, Wijk I, No. 499, publiek te veilen: Het hecht en sterk paviljoenschip de JONGE LOUISA, gevoerd door schipper Jacob de Beer. Volgens meetbrief lang 9 el 33 duim, wijd 4 el 6 duim, hol 1 el 72 duim en alzo groot 65 tonnen, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, touwen, kettingen, ankers, zeilen en verdere complete inventaris, zoals hetzelve is liggende in de Haringvliet.
Kunnende vanaf 17 dezer door de gegadigden worden bezichtigd.


16 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 oktober. Door de Nedelandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de vier volgende schepen op Amsterdam terug, als:
Voor Amsterdam: ZEEPLOEG (opm: ex-ZUID HOLLAND), kapt. T.H. Kramer; PRINS HENDRIK, kapt. W.P. de Jonge; ALIDA, kapt. P.H. Kiewit.
Voor Rotterdam: een onbekend schip.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 13 oktober. Het Nederlandse schip TWEE GEBROEDERS, kapt. Sterrenberg (opm: mogelijk kof TWEE BROEDERS, kapt. G.D. Sterrenberg), van Schotland met een lading haring naar Harburg bestemd, is eergisteren op de kust van Ugger (opm: Agger, zie NRC 191057) gestrand.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 15 oktober. Volgens schrijven van kapt. Grivel, voerende het schip (opm: fregat) WILHELMINA LUCIA, van hier naar Cardiff, ter rede van Duins (opm: The Downs) d.d. 12 dezer, lag hij aldaar sedert de 6e dezer wegens hevig stormweder en tegenwind ten anker. Het schip had enige kleine schade bekomen en, het zwaar anker gebroken zijnde, zo had hij zich van een nieuw moeten voorzien. Men zou de reis per eerste gunstige gelegenheid voortzetten.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Aan de scheepstimmerwerf te Deinum ligt te koop een tjalkschip in goede staat.


17 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 16 oktober. Heden heeft het provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland, kamer van strafzaken, onder voorzitterschap van de president de heer mr. J.A. Philipse uitspraak gedaan in de bekende zaak der 22 Maleijers. Bij dat arrest, waarvan de voorlezing ongeveer twee en een half uur heeft geduurd en waarvan de slotsommen door een der in deze zaak geoccupeerd hebbende tolken, de heer kolonel Veenhuijsen, achtervolgens in het laag-Maleis werden overgebracht aan de beschuldigden, ieder voorzover het hem betrof, – heeft het hof na een brede ontwikkeling der feiten, hoofdzakelijk het volgende overwogen:
dat, hoezeer aan het hof niet gebleken is dat de beschuldigden aan boord van het barkschip TWENTHE aan uithongering hebben geleden of dat zij door het hun toegediende voedsel langzamerhand tot zodanige staat van verzwakking zouden zijn geraakt, dat zij daardoor verplicht waren hunne werkzaamheden te staken, – echter het hof zich overtuigd houdt, dat de beschuldigden gedurende de reis van een kapitein die zich als een ervaren zeeman heeft doen kennen niet dat voedsel hebben ontvangen als voor zeelieden nodig is en dat zij zelfs niet datgene hebben gekregen wat onder Indisch voedsel gemeenlijk wordt begrepen, voor het geval dit, gelijk de kapitein van de TWENTHE meende, uitsluitend moest worden verstrekt;
dat toch, volgens de verklaringen van de waterschout te Rotterdam en een andere getuige onder Indisch eten moest worden verstaan; gedroogde vis, rijst, Spaanse peper, thee, suiker en zogenaamde dingding (geprepareerd gedroogd buffelvlees);
dat onder dat voedsel geen zoutevis is begrepen, veelmin de verstrekking daarvan (zo als in deze aan boord der TWENTHE aan de Javaanse schepelingen had plaats gehad) telken dage, driemaal daags;
dat nu de kapitein Coopmans, die gedurende zijn verblijf te Rotterdam volkomen in de gelegenheid was te onderzoeken wat de beschuldigden aan boord van vorige schepen hadden genoten en om zich dus daarnaar te regelen, die zelfs in het bezit was van het contract tussen enigen zijner Javaanse schepelingen gesloten met de kapitein Van Ketwich van het schip VRIJE HANDEL, betrekkelijk de voeding, die eindelijk zelf te Rotterdam pogingen had aangewend om zich van dingding ten behoeve der Javanen te voorzien, doch daarin niet geslaagd was, – door deze zijne handelwijze genoeg heeft doen blijken van zijne overtuiging dat zeelieden van het voedsel dat hij hun gaf niet konden bestaan en evenwel het bij deze enkele poging tot bekoming van dingding heeft gelaten en zich niet verder daarvan of van ander voedsel voor zijne Javaanse manschappen heeft voorzien;
dat hij daarentegen, in weerwil hunner klachten over het slechte voedsel, heeft nagelaten daaraan tegemoet te komen, hoezeer hij volgens de ten processe overgelegde provisielijst, voldoende in de gelegenheid is geweest om ook op raad van een der timmerlieden aan boord, enigszins tegemoet te komen aan het billijk verlangen der beschuldigden om ten minste tweemaal ’s weeks een weinig vlees te bekomen in de plaats van aanhoudend driemaal daags zoutevis, die hun een zo geweldige dorst veroorzaakte en hun zo slecht bekwam;
dat hij desniettegenstaande heeft beproefd de Javaanse schepelingen tot hervatting van het werk, hetgeen zij wegen het slechte voedsel hadden gestaakt, te dwingen, terwijl hij door aan hun verlangen om beter voedsel te voldoen, wellicht verdere onheilen voor de equipage en het schip had kunnen voorkomen.
En nu volgt in het arrest weder ene uitvoerige uiteenzetting van de verdere feiten, plaats gehad op 12 augustus, waarbij het hof ook in aanmerking neemt de omstandigheid van het uitreiken op drie verschillende dagen van stokvis, door meerdere getuigen verklaard, doch door de beschuldigden ontkend, voorts de gesprekken ten 8 en 10 ure ’s morgens van de serang (de 1ste beschuldigde [opm: bootsman]) met de kapitein namens de Javaanse manschap, ter bekoming van ander voedsel, de volstandige weigering van de kapitein, het seinfluitje van de serang aan zijne metgezellen, hunne opkomst op het dek, de bestorming der campagne, de aanval op en de worsteling met de kapitein door enige Javanen enz. enz.
Na de beweringen en voorstellingen der beschuldigden te hebben opgenomen wordt in het arrest alsnu overwogen, voor zoveel het eerste punt van beschuldiging betreft dat, niettegenstaande de ontkentenis van de 1ste, 2de, 4de en 11de beschuldigden van zich daaraan te hebben schuldig gemaakt, aan het hof, zo door eigen onderzoek ter terechtzitting als door de beëdigde verklaringen van getuigen, in verband met en toegelicht door de ter terechtzitting voorgelezen, in de instructie afgelegde verklaringen, – volkomen wettig en overtuigend gebleken is en alzo bewezen is dat de beschuldigden in hunne verschillende betrekkingen, zich op 12 augustus 1856 hebben bevonden aan boord van het barkschip TWENTHE waarop destijds de kapitein Coopmans en de 1ste stuurman Soff het gezag voerden;
dat, toen zij zich die dag met die bodem op de hoogte van Madeira bevonden, bepaaldelijk de 1ste, 2de, 4de en 11de beschuldigden op het ogenblik dat de kapitein zich op de campagne in de wettige uitoefening zijner betrekking bevond en tot gene feitelijkheden van zijn kant had geprovoceerd, allen met messen gewapend, dezen hunnen gezagvoerder moedwillig hebben aangetast, daarbij gewelddadige wederstand hebben geboden en zich daardoor hebben schuldig gemaakt aan strafbare wederspannigheid;
dat verder wat ook in het bijzonder ten aanzien van verschillende andere beschuldigden ter terechtzitting moge zijn gebleken nopens hun gedrag bij die gelegenheid, echter aan het hof, bij gemis van overtuigende bewijsmiddelen, niet rechtens gebleken is dat deze (zijnde de 3de, 5de, 10de, 14de, 15de en 22ste) en de overige beschuldigden zich aan de aantasting en de wederstand tegen de kapitein (door de vier opgemelden gepleegd) mede hebben schuldig gemaakt; dat mitsdien de 3de, 5de, 6de, 7de, 8ste, 9de, 10de, 12de, 13de, 14de, 15de, 16de, 17de, 18de, 19de, 20ste, 21ste en 22ste beschuldigden van dit punt van aanklachte zullen moeten worden vrijgesproken;
en dat hoezeer het ook volkomen gebleken zij dat er een feitelijke en gewelddadige aanval heeft plaatsgehad tegen de eerste stuurman Soff door enigen der beschuldigden, tijdens ook hij was in de wettige uitoefening zijner functiën, – het echter niet genoegzaam rechtens gebleken is die de beschuldigden bepaaldelijk zich daaraan heeft schuldig gemaakt.
Verder overweegt het hof dat aan hetzelve volkomen wettig en overtuigend is gebleken dat op 12 augustus 1856, in zee ter hoogte van Madeira, moedwillig het barkschip TWENTHE is in brand gestoken;
dat het schip dien ten gevolge is verbrand en dat in dat schip terwijl die brand door wie dan ook werd gesticht, al de Europeaanse schepelingen waren opgesloten.
Wat nu het tweede punt van beschuldiging betreft dat de procureur-generaal bij zijn requisitoir gevorderd heeft de schuldig verklaring van de 1ste beschuldigde Sidin (de serang) aan strafbare poging tot moedwillige doodslag, op grond dat deze tijdens de gepleegde wederspannigheid een der pistolen van de kapitein aan de laatste had op de keel gezet en getracht had het af te schieten, hetgeen echter niet gelukt is, ook nadat hij daarin verhinderd en gestuit is door de tussenkomst van twee der stuurlieden, – nu ten dien opzichte, niettegenstaande de ontkentenis van de 1ste beschuldigde, echter ten duidelijkste door de afgelegde verklaringen van getuigen gebleken is dat de eerste beschuldigde, na zijn meerdere in rang feitelijk te hebben aangetast en zich gewelddadig tegen hem te hebben verzet, hem een geladen pistool heeft ontnomen, blijkbaar met het doel om hem (kapitein) te treffen;
dat hij hem dan ook dat pistool heeft op de keel gezet en de haan afgetrokken, doch het schot niet is afgegaan en alzo de kapitein niet heeft getroffen;
dat nu door de tweede getuige (kapt. Coopmans) omtrent die omstandigheid, welke ook door de uitkomst is bevestigd, onder ede verklaard is dat het bedoelde pistool was een zogenaamde revolver, die wel door hem met scherp geladen was, doch niet kon afgaan, op grond dat de cilinder niet gericht was en dat dus ten gevolge van de staat waarin het pistool op dat ogenblik verkeerde het schot niet kon afgaan en het doel alzo niet kon worden bereikt;
dat het derhalve gebleken is, dat door deze gesteldheid van het pistool gene uitvoering aan de beoogde daad kon worden gegeven en er alzo ontbreekt het vereiste dat de poging in deze tot een begin van uitvoering zij overgeslagen;
dat toch, volgens art. 2 van het wetboek van strafrecht tot de strafbaarheid ener poging tot misdaad, een begin van uitvoering wordt gevorderd, zodat bij gebreke daarvan er in de zin van de wet noch misdaad, noch wanbedrijf, noch overtreding kan geacht worden aanwezig te zijn geweest.
Op deze gronden is wettig en overtuigend bewezen verklaard dat de 1ste beschuldigde op 12 augustus meergemeld, het aangeduide geladen pistool moedwillig op de kapitein heeft op de keel gezet en aangelegd, met het gebleken doel om hem daarmede te treffen en de haan daarvan heeft afgetrokken, doch ten gevolge van de staat waarin dat pistool op dat ogenblik verkeerde dit niet heeft kunnen afgaan en dus het leven van de kapitein niet heeft kunnen benemen;
dat daardoor wel ene poging tot moedwillige doodslag is gepleegd, die door uiterlijk bedrijf is gebleken, doch dat zij niet tot een begin van uitvoering is overgeslagen.
Gelet op art. 2 van het wetboek van strafrecht en art. 200 van het wetboek van strafvordering zijn de aan de 1ste beschuldigde Sidin (de serang) evengemelde ten laste gelegde feiten verklaard noch misdaad, noch wanbedrijf, noch overtreding op te leveren en is hij te dier zake ontslagen van alle rechtsvervolging.
Ten aanzien van het derde punt van beschuldiging, namelijk de aan de 1ste, 2de en 4de beschuldigden bij het slot der acte van beschuldiging ten laste gelegde strafbare poging tot moedwillige doodslag, welke hierin zoude hebben bestaan dat de drie genoemden, nadat de gewelddadige aanvang op de kapitein was aangevangen en zij met hem hadden geworsteld, zouden gepoogd hebben hem over boord te werpen, waarin zij zijn gestuit èn doordien de kapitein zijn voet aan het ijzeren hek vastklemde èn hij door twee der stuurlieden is ontzet, is overwogen, dat hoezeer wel gebleken is dat de bedoelde worsteling heeft plaatsgehad en dat de kapitein door deze beschuldigden is voortgesleurd tot de plaats waar hij zich aan het hek heeft vastgeklemd, tot zolang hij is ontzet, – doch aan het hof niet genoegzaam gebleken is van ene poging om bepaaldelijk de kapitein overboord te werpen, zodat de 1ste, 2de en 4de beschuldigden hiervan zullen moeten worden vrijgesproken.
Wat betreft de vierde en vijfde punten van beschuldiging, beide ten laste van de 2de beschuldigde (de tandil Pa Seno), namelijk van: 1. aan de stuurman Barends met ene handspaak de arm te hebben stukgeslagen en 2. tijdens de wederspanningheid door het werpen van ene gloeiende steenkool in de bezaan brand te hebben gesticht, – is overwogen dat wel is gebleken dat gemelde stuurman op 12 augustus is bevonden zijn rechter voorarm te zijn gebroken en hij voorts verwond te zijn, zodat hij meer dan twintig dagen was verhinderd zijn gewoon werk te verrichten; doch dat door niemand bepaaldelijk is gezien dat de slag met ene handspaak is toegebracht, dat de arm werd gebroken en dat een en ander door deze beschuldigde is geschied;
dat wel door hem is erkend met ene handspaak te zijn gewapend geweest, doch ontkent Barends of wie ook daarmede te hebben geslagen; bewerende hij alleen zich er mede te hebben verweerd toen hij door de tweede stuurman met een sabel werd aangevallen en verwond;
dat nu, wat hier ook van zij, aan het hof niet rechtens gebleken is dat de 2de beschuldigde zich heeft schuldig gemaakt aan moedwillige verwonding, waardoor ene ziekte of verhindering om te werken van meer dan twintig dagen is ontstaan; zodat hij hiervan zal behoren te worden vrijgesproken.
Wat al verder de brandstichting aangaat is overwogen dat wel gebleken is dat op verschillende plaatsen van het schip brand is gesticht, doch het erkende feit van de 2de beschuldigde dat hij ene brandende steenkool uit de kombuis had genomen en die in de bezaan geworpen, door gene omstandigheid van elders is gebleken om die bekentenis als volledig bewijsmiddel te kunnen aannemen, zodat ook hij zal moeten worden vrijgesproken van moedwillige brandstichting, van die aard dat daardoor mensenlevens in gevaar konden worden gebracht.
Wat betreft de bestreden toepasselijkheid in deze zaak van de wet van de 7e mei 1856 (st. bl. No. 32), houdende bepalingen omtrent de huishouding en tucht op de koopvaardijschepen, – is overwogen dat deze wet, die blijkens het Staatsblad is uitgegeven de 10e juni daaraanvolgende, naar aanleiding van art. 2 der wet, houdende algemene bepalingen van wetgeving in het koningrijk der Nederlanden, moet geacht worden in het gehele rijk bekend te zijn geweest op de 20ste dag na de dagtekening van het Staatsblad waarin zij is geplaatst en alzo op 1 juli 1856 verbindend was voor ieder die zich in Nederland aan boord bevond;
dat nu al de beschuldigden die zich blijkens de monsterrol op 7 juli nog te Rotterdam bevonden en aldaar zijn aangemonsterd, met het schip waarop zij zich met de overige equipage bevonden kort daarop naar Hellevoetsluis zijn gevaren en de 15de juli dat schip in zee is gesleept en Nederland met de gehele bemanning heeft verlaten;
dat de beschuldigden dus rechtens moeten geacht worden op dat tijdstip de genoemde wet reeds lang te hebben gekend en die wet ook moet beschouwd worden voor allen verbindend te zijn geweest;
dat die wet op grond bepaaldelijk van art. 1, moet worden beschouwd te zijn van strafrechterlijke aard; dat dus de door de beschuldigden begane feiten wel degelijk aan het oordeel van de strafrechter zijn onderworpen en daarop strafbepalingen moeten worden toegepast.
Vervolgens is in overweging genomen de bewering van de verdedigers dat de beschuldigden tijdens het gebeurde op 12 augustus aan boord van de TWENTHE, ten gevolge van hetgeen zij hadden ondervonden zouden hebben verkeerd in een staat van zogenaamde mataglap, gelijk te stellen aan furor transitorius, dat zij dus zouden verkeerd hebben in een staat van waanzin (démence), voorzien bij art. 64 van de Code Pénal, waardoor niets van het door hen verrichte toerekenbaar zou zijn. Het hof heeft echter overwogen dat uit het onderzoek der zaak ter terechtzitting van zodanige toestand ten opzichte van geen der beschuldigden is gebleken en die toestand dus niet rechtens is bewezen;
dat derhalve deze bewering is ongegrond en niet mag worden aangenomen.
Het hof heeft hierna overwogen dat ofschoon de 1ste en 2de beschuldigden in de aanvang der terechtzitting hadden opgegeven niet juist hun ouderdom te weten, het hof echter zowel door hun uiterlijk aanzien als door hunne antwoorden zich overtuigd houdt dat beiden meer dan 16 jaren oud zijn;
dat toch de eerste beschuldigde heeft opgegeven dat zijne laatste reis op de TWENTHE was de tweede reis waarop hij als bootsman (serang) had gevaren, dat hij met 9 schepen heeft gereisd, dat hij berekent dat hij wel 13 jaren gevaren heeft en vier malen is gehuwd; terwijl de 2de beschuldigde heeft opgegeven dat hij twee kinderen heeft en op de aanmerking van de president dat hij dan wel zo wat 20 jaren oud moest zijn heeft hij geantwoord: “ja zeker, wel 40 jaren.”
Na dit één en ander overweegt het hof dat alzo de bewezen feiten moeten worden gekwalificeerd: wederspanningheid door aantasting en wederstand, feitelijk en gewelddadig gepleegd aan boord van een koopvaardijschip, door mindere schepelingen ten getale van meer dan drie en minder dan twintig gewapende personen jegens hunne meerdere in rang, zijnde de schipper en alzo jegens een ambtenaar, werkzaam ter uitvoering der wet;
dat respectievelijk de schuldplichtigheid van de 1ste, 2de, 4de en 11de beschuldigden aan deze bewezen daadzaken wettig en overtuigend is bewezen en die feiten zijn strafbaar gesteld bij de art. 209 en 211 van het wetboek van strafrecht, in verband met art. 4 der wet van de 29e juni 1854 (stbl. No. 102) en art. 11 der wet van de 7e mei 1854 (stbl. No. 32).
En nu gaat het hof over tot de overweging dat de procureur-generaal gedurende de loop van het openbaar onderzoek aan al de beschuldigden heeft aangezegd dat hij zich voorstelde ten aanzien van allen te nemen een requisitoir ter zake: 1. van desertie van een koopvaardijschip en 2. van diefstal van de scheepsbarkas, behoord hebbende tot het barkschip TWENTHE;
dat dan ook de procureur-generaal, blijkens zijn later schriftelijk overlegd requisitoir, overwegende dat allen zonder verlof zich van het schip hadden verwijderd en met de bedoelde barkas te zijn weggevaren, te dier zake op grond van verschillende (in het arrest opgenoemde) wets-artikelen straf heeft gerekwireerd;
dat echter noch in de opgave der daadzaken in ’s hofs arrest in raadkamer, noch bij de aan die daadzaken gegeven kwalificaties gewag wordt gemaakt, hetzij van desertie, hetzij van diefstal, maar de beschuldigden naar de openbare terechtzitting zijn verwezen alleen wegens die misdaden en die wanbedrijven als in dat arrest in de raadkamer is omschreven;
dat nu wel, als terloops, in het corps der acte van beschuldiging wordt gewag gemaakt, dat de jongen Blanken door een patrijspoortje heeft gezien dat de beschuldigden in de barkas wegvoeren en verder dat allen erkennen het schip met de barkas te hebben verlaten;
doch dat bij het slot dier acte, geheel overeenkomstig met het arrest van verwijzing geen gewag is gemaakt noch van desertie noch van diefstal;
dat echter ’s hofs openbaar onderzoek zich uitsluitend moet bepalen tot de feiten die in de acte van beschuldiging meer uitvoerig zijn uiteengezet en aan de kwalificatie in het slot dier acte aan de feiten gegeven en zich niet in een onderzoek van andere daadzaken mag begeven dan in het geval voorzien bij art. 203 van het wetboek van strafvordering;
dat nu zodanig geval niet kan geacht worden thans aanwezig te zijn, daar de daadzaken van desertie en diefstal, ook al waren ze rechtens bewezen, niet gerekend kunnen worden te hebben behoord onder de omstandigheden als in art. 203 zijn bedoeld en als aanleiding kunnende geven tot verzwaring van straf;
dat het hof zelf zich ook niet voorbehoudt hetgeen bij art. 220 of 221 van het wetboek van strafvordering is vermeld en zich niet bevoegd acht te handelen zo als daarin is voorgeschreven;
dat derhalve de procureur-generaal in dit requisiroir zal moeten worden verklaard niet ontvankelijk.
Het hof verklaart hierop de 1ste, 2de, 4de en 11de beschuldigden (Sidin de serang, Pa Seno de tandil, Kasidin en Klaas Ledesma) schuldig aan wederspanningheid enz. (zie hierboven) en dat het niet bewezen is dat zij die wederspanningheid hebben begaan ten getale van meer dan twintig gewapende personen.
Het verklaart niet voldoenden rechtens en overtuigend bewezen dat de 3de, 5de, 6de, 7de, 8ste, 9de, 10de, 12de, 13de, 14de, 15de, 16de, 17de, 18de, 19de, 20ste en 21ste beschuldigden zich aan de bedoelde wederspanningheid hebben schuldig gemaakt en worden mitsdien Kapidin, Batjook 1, Batjook II, Soedin, Amat, Lingo, Doolah, Setro, Ngangsi, Mahidin, Sidin (matroos), Tjiplis, Osman, Ngastin, Simin, Pa Warina en Kiman daarvan allen vrijgesproken.
Voorts is niet bewezen verklaard de schuld van de 1ste, 2de en 4de beschuldigden aan poging tot moedwillige doodslag, vergezeld van een andere misdaad en wat de tweede betreft, gevolgd daarenboven van een derde misdaad en van een wanbedrijf, doch niet gestrekt hebbende om het plegen van die misdaden of dat wanbedrijf voor te bereiden, gemakkelijk te maken of de ontdekking daarvan voor te komen en zijn mitsdien Sidin de serang, Pa Seno en Kasidin hiervan vrijgesproken.
Alsmede is niet voldoende rechtens bewezen verklaard de schuld van Pa Seno aan: 1. moedwillige verwonding, uit welke ziekte of beletsel om te werken van meer dan twintig dagen is ontstaan, gepleegd met voorbedachten rade en 2. moedwillige brandstichting in een schip, van dien aard dat te voorzien was dat daardoor mensenlevens in gevaar konden worden gebracht; – en is hij ook daarvan vrijgesproken.
Eindelijk is de procureur-generaal niet ontvankelijk verklaard in zijne vordering tot schuldig- verklaring en veroordeling van al de beschuldigden ter zake: 1. van desertie van boord en 2. van diefstal der scheepsbarkas.
Het hof overweegt hierna dat, ofschoon vermenende dat na de beschouwing dezer zo gewichtige zaak er voor de rechter gene termen bestaan tot het in aanmerking nemen van verzachtende omstandigheden, noch in het voordeel van de 1ste beschuldigde, die als bootsman of serang het gebeurde zo al niet had kunnen voorkomen, dan tenminste zijn invloed op al zijn medebeschuldigden had moeten aanwenden om hen tot bedaren en rust aan te manen, terwijl het tegendeel gebleken is, dat hij de aanval en de gewelddadigheid begonnen heeft, noch in dat van Pa Seno, die door meerdere leeftijd en rijpere ondervinding zijne medebeschuldigden had moeten bewegen zich van het kwaad te onthouden, maar die in tegendeel, door zijn gedrag getoond heeft niet een der minste belhamels te zijn geweest, het echter van oordeel is dat in de toestand waarin ook de 4de en 11de beschuldigden aan boord van de TWENTHE hebben verkeerd en in al hetgeen tengevolge van het voortdurend toedienen van zoutevis is gebeurd en wat daarmede in verband op 12 augustus daaraan reeds is voorafgegaan en zelfs op die morgen heeft plaatsgehad, voor deze twee schuldig verklaarden zodanige verzachtenden omstandigheden zijn gelegen dat de toepassing van art. 9 der wet van 29 juni 1854 (stbl. No. 102) op hen volkomen gerechtvaardigd mag worden gehouden.
Gezien, voor zoveel de 1ste, 2de, 4de en 11de beschuldigden betreft de art. 209, 211 en 214 van het wetboek van strafrecht; art. 4 der wet van 29 juni 1854 (stbl. No. 102) en art. 4 der wet van 7 mei 1856 (stbl. 32) en art. 207 van het wetboek van strafvordering;
nog in het bijzonder ten aanzien der 4de en 11de beschuldigden art. 9 der wet van 29 juni 1854 (stbl. No. 102); gelet op art. 36, 52 en 55 van het wetboek van strafrecht, zo worden de 1ste en 2de beschuldigden, Sidin, de serang en Pa Seno beiden veroordeeld tot een confinement (opm: arrest) in een tuchthuis, ieder van vijf jaren.
De 4de, Kasidin en de 11de, Klaas Ledesma tot correctionele gevangenis van ieder drie jaren.
Wordende deze vier schuldig verklaarden verwezen ieder voor het geheel in de kosten der procedure ten behoeve van de staat, desnoods invorderbaar bij lijfsdwang; – met bevel dat een extract van ’s hofs veroordelend arrest zal worden gedrukt en aangeplakt te ’s Gravenhage en Rotterdam, ter plaatse alwaar zulks gebruikelijk is.
Wat eindelijk al de niet-schuldig verklaarden en veroordeelden betreft, heeft het hof, gelet op art. 210 van het wetboek van strafvordering gelast dat deze allen in vrijheid zullen worden gesteld indien er gene redenen bestaan om hen langer gevangen te houden; de kosten der procedure, voor zoveel hen betreft, te dragen door de staat.
Na het uitspreken van dit arrest geeft de voorzitter te kennen dat op hem de taak berust aan de vier schuldig verklaarden en veroordeelden kenbaar te maken dat de wet hun vergunt een termijn van drie vrije dagen om zich te voorzien in cassatie, zo zij vermenen mochten daartoe termen te bestaan.
Nog een aangename taak blijft hem over, om namelijk als voorzitter, namens het hof aan de heren tolken, die allen met zoveel ijver en nauwgezetheid hunne moeilijke taak hebben volbracht, dank te zeggen voor hunne belangrijke diensten, zowel aan de justitie als aan de beschuldigden bewezen. Evenzeer zegt hij namens het hof, als voorzitter oprechte dank aan de heren verdedigers, die allen op zo uitmuntende wijze hunne taak hebben volbracht en die hij als voorzitter ambtshalve verplicht was hun op te dragen.
Hij vraagt ten slotte aan de procureur-generaal of er ook redenen bestaan om de niet schuldig verklaarde gevangen te houden, waarop de advocaat-generaal mr. François verklaart dat zodanige redenen inderdaad bestaan.
De voorzitter sluit hierop deze terechtzitting, die door een buitengewoon groot publiek, waaronder onderscheidene hoog geplaatste personen, ministers, leden der Staten-Generaal enz. werd bijgewoond.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 oktober. Door kapt. J.N.R.J. Bijl, voerende het stoomschip BORDEAUX, heden van Bordeaux alhier gearriveerd, is de 13e des morgens in de Golf van Biscaye, in zinkende staat aangetroffen de Zweedse brik BILDRING, kapt. Carhelin, geladen met steenkolen en komende van Cardiff. Dit schip scheen kortelings door de equipage verlaten te zijn en had vier voet water in het ruim. In de kajuit was een lei met aantekeningen van de 7/8 oktober gedateerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 16 oktober. Volgens brief van kapt. W.N. Lindonck, voerende het schip (opm: fregat) de GOEDE VERWACHTING, van Liverpool naar Batavia, in dato Plymouth 11 oktober, was hij aldaar met schade aan de verschansingen en kajuitskap en met verlies van watervaten binnengelopen, hebbende de 8/9 dezer, bij de Sorlings (opm: Scilly Eilanden) een hevige orkaan doorgestaan; het schip was echter dicht gebleven, zodat er in de 24 uur slechts 2 duimen water bij de pomp stond; en alzo niet lek zoals vroeger (opm: zie NRC 141057) gemeld.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten:
Te Dordrecht arriveerde het schip VERWISSELING, kapt. De Boer, van Stockholm, met 923 staven ijzer. Adres: Wm. Kolkman.
Te Amsterdam arriveerden het schip AMSTEL, kapt. Ingerman, van Glückstadt, met 1145 zakken raapzaad, adres C.& J. van Rossum & Co, en het stoomschip JONGE PAUL, van Stettin (opm: Szczecin), met 340 sch. (opm: schepel, inhoudsmaat = ¼ Amsterdamse mud) lijnzaad, 2208 sch. tarwe, 8714 sch. raapzaad en 41 balen hennep, adres: diversen.


18 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 oktober. De zeildag van Zr.Ms. stoomschip SOEMBING en van Zr.Ms. brikken de CACHELOT en MAKASSAR, alle bestemd naar Oost-Indië, is vastgesteld op de 1e november aanstaande.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kinderdijk, 17 oktober. Heden is van de scheepstimmerwerf van de heer F. Smit alhier met het beste gevolg te water gelaten het ijzeren clipper-fregatschip genaamd OCEAAN, groot plm. 500 lasten, gevoerd zullende worden door kapt. E. Poestkoke. Dit schip is gebouwd voor een rederij onder directie van de heren Louis Bienfait & Zoon te Amsterdam en is bestemd voor de grote vaart.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 17 oktober. Volgens brief van kapt. M. Lovius, voerende het stoomschip ONDINE, van hier naar Bordeaux te Plymouth binnengelopen – zie NRC van 11 oktober – had het schip niets geleden, doch was een klein gedeelte der lading door het overgekregen water beschadigd geworden. De kapitein dacht heden de reis voort te zetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Malaga, 7 oktober. Het Nederlandse schip (opm: hoeker) CORONIE, kapt. H.H. Kramer, naar Marseille bestemd, heeft de 2e dezer een hevige storm doorgestaan en daarin alles van dek verloren, zware schade aan tuig en zeilen, zo mede slagzijde bekomen. Het vaartuig is hier heden binnengebracht om de geleden schade te herstellen. Een gedeelte der lading moet gelost worden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mauritius, 11 september. Het te Amsterdam te huis behorende fregatschip FANNY, kapt. J. van der Meulen, van Batavia naar Amsterdam, is hier de 6e dezer lek binnengelopen en zal moeten lossen om te repareren.


19 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Plymouth, 16 oktober. Gisteren is op de hoogte van Goudstaart (opm: Start Point) gepraaid het Bremer schip ARISTIDES, kapt. Steengrave, van Bassein naar Bremen bestemd. Aan boord van deze bodem bevindt zich kapt. P.S. Matzen en 5 man der equipage van het op 2 mei j.l. op de rivier van Bassein verongelukte Nederlandse schip PRINCES SOPHIA, van Amsterdam. (opm: fregat PRINSES SOPHIA, zie NRC 160757; 2e stuurman Jacobus Cruijjff, 24, als matroos gemonsterd op het Bremer schip INDIA, kapt. J. Willing, overleed onderweg van Bassein naar Bremen op 17 oktober 1857)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Thisted, 13 oktober. De Nederlandse kof TWEE GEBROEDERS, kapt. Sterrenberg, (opm: mogelijk TWEE BROEDERS, kapt. G.D. Sterenburg) welke men wegens lekkage bij Agger (opm: 56º46’ N.B. 08º14’ O.L.) op strand gezet heeft – zie NRC van 16 dezer – is onmiddellijk vol water gelopen en wrak geworden. De equipage, zomede des kapiteins vrouw, die zich aan boord bevond, is gered. De inventaris zal waarschijnlijk ook geheel geborgen kunnen worden. Van de lading, die uit 701 tonnen haring bestond, heeft men tot op dit ogenblik ca. 500 tonnen geborgen, en als het schip niet opbreekt, dan hoopt men ook het overige aan land te brengen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Konstantinopel (opm: Istanbul), 15 oktober. Het alhier van Amsterdam gearriveerde Nederlandse schip (opm: kof) REINA ARENDINA, kapt. A.T. Polee, heeft door aanvaring van een stoomboot zware schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. G. de Geus, te ’s Gravenhage, geeft uit heden:
Afbeelding van de 22 Maleijers. Gevankelijk te ’s Gravenhage. Hunne gelijkende portretten in groep, ten voeten uit en in nationale kleding, naar een fotografie, bij hoge vergunning in de gevangenis vervaardigd. Prijs 50 centen.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Floris der Kinderen, H.J. Rietveld, J.W. Meijer, C.A. Schröder. C. Ament, P. Blom, J, Meijerink Meijer, J.J. van der Meulen, C.S. Oolgaardt, R. Pieters, J.R. Bos Janszen, A.M. Balwé, K.J. Hagenzieker, J.F.L. Meijjes, A. Rocquette en W.IJ. van Reinouts, makelaars, zullen op maandag de 26e oktober 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg, aan het IJ, ten overstaan van de notaris G. Ruys, verkopen: Een extra ordinair welbezeild gekoperd en kopervast brikschip, genaamd ANNA LENA, varende onder Nederlandse vlag, liggende aan de Werf “Concordia”, in de Oostenburger-Voorstraat en gevoerd door kapt. W.J. Lourens, volgens Nederlandse meetbrief lang 30 ellen, 20 duimen; wijd 5 ellen, 10 duimen; hol 3 ellen, 81 duimen, en alzo gemeten op 261 tonnen of 138 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars.
(opm: de brik werd vóór de veiling op 21 oktober voor NLG 28.800 gekocht door Joost Zaal, Amsterdam; met behoud van naam ging kapt. C. Zaal ermee naar zee)


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. C.S. Oolgaardt, J.F.L. Meyjes en E.G. Bosscher, makelaars, zullen op maandag 26 oktober, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam, in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris T.H. Oldenboom, verkopen: Een extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, genaamd de BIJENKORF, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. J. de Boer, liggende aan de Werf “Het Wapen van Harlingen”, in de Groote Wittenburgerstraat. Volgens Nederlandse meetbrief lang 26 ellen 70 duimen, wijd 5 ellen 45 duimen, hol 4 ellen 26 duimen en alzo gemeten op 146 lasten of 246 tonnen.
Zullende de verkoop geschiedan als volgt:
Kav. 1. De rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en alle verdere scheepsbehoeften als bij inventaris omschreven.
Kav. 2. Het gekoperd en kopervast scheepshol.
Kav. 3. De instrumenten, boeken en kaarten.
Genoemde drie kavelingen worden eerst afzonderlijk verkocht en naderhand tezamen in slag genomen.
Breder volgens inventaris en bericht bij bovengenoemde makelaars , of bij de cargadoors Petrus Scheffer en Zoon.


20 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 oktober. Heden morgen zijn alhier aangekomen en in het zeemanshuis opgenomen de door het hof van Zuid-Holland dezer dagen vrijgesproken Javaanse zeelieden (opm: van de TWENTHE), waarvan er een onderweg was ziek geworden. De officier onzer arrondissementsrechtbank, de heer mr. J.H.W. Swellengrebel, die bij hun arrivement tegenwoordig was, heeft zich onmiddellijk het lot van die man aangetrokken en liefderijk voor zijne verpleging zorg gedragen. Het is zeer te wensen dat de overigen nu spoedig aangemonsterd zullen worden op een der eerste naar Java vertrekkende schepen en men mag met recht verwachten dat de kapiteins hunne pogingen zullen willen aanwenden om deze lieden zo spoedig doenlijk hun vaderland weer te doen bereiken waarvan zij reeds zo lang verwijderd zijn geweest.
Onder andere grotendeels bekende bijzonderheden meldt men ons uit ’s Gravenhage betreffende deze Javaanse zeelieden dat het afscheid der 18 vrijgesprokenen van de vier die veroordeeld zijn treffend was en dat zij hen met leedwezen hebben achtergelaten. Vrijdag l.l. in de gevangenis teruggekeerd, moeten zij de wens hebben te kennen gegeven om de straffen waartoe vier hunner makkers waren veroordeeld, gezamenlijk te delen. Het spreekt echter vanzelf dat een dergelijk voorstel geen ingang heeft kunnen vinden, doch men ziet daaruit tevens hoe weinig begrip de bedoelde lieden van de hier bestaande strafrechtspleging hebben.
Reeds meermalen is er melding gemaakt van de deelneming die de Maleijers hebben ondervonden. Men voegt daar nog bij dat een aanzienlijke dame, die vroeger in Oost-Indië is geweest en het Maleis verstaat, hen dikwerf bezocht heeft, hun verschillende voorwerpen ten geschenke heeft gegeven en hen gisteren eindelijk tot afscheid, onder een hartelijke toespraak, elk een zilveren horloge heeft uitgereikt, als een bewijs van de deelneming die zij hier te lande hebben ondervonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 oktober. Door een welwillende hand wordt ons heden een bericht medegedeeld van de gezagvoerder van het schip KONING WILLEM II, kapt. H.R. Giezen, welk vaartuig de 25e juni j.l. in de Guichonsbaai (opm: Guichen Bay) is gestrand en totaal verongelukt (opm: zie o.a. JB 070957), bij welke ramp de volgende personen hun graf in de golven gevonden hebben, als: P.J. Witte, 2e stuurman, van Middelburg, M. Jansen, 3e stuurman, van Winschoten, L. Draper, baas-timmerman, van Krimpen a/d Lek, J.H. Middendorf, zeilmaker, van Oldenburg, J. van Baasbank, kok, van Rotterdam, J. Verbeek, bootsmansmaat, van Rotterdam, Koster, matroos, van Vlaardingen, E.J. Datema, matroos, van Groningen, C.G. Gustafson, matroos, van Stockholm, E. Bergland, matroos, van Zweden, H. Buijs, lichtmatroos, van Vlissingen, D. Fermenooij, lichtmatroos, van Zierikzee, H. Rijgersma, lichtmatroos, van Sneek, C. v.d. Toorn, jongen, van Scheveningen, J. Labbertti, jongen, van Rotterdam, terwijl A. Sonnenburg, van Pruissen, en A. Strijbos, van Maassluis, op de reis zijn overleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 oktober. Te Middelburg is de 17e oktober op de scheepstimmerwerf der Commercie Compagnie te water gelaten het kofschip de ZWAAN, groot 100 lasten, aldaar gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heer A.H.G. Fokker.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 oktober. Gelijk bekend is en in de NRC van 27 augustus (opm: en NRC 090957) gemeld werd, was kapt. Van der Plas, voerende het Nederlandse schip JACOBA, te Paramaribo, kort vóór hij voornemens was te vertrekken, door de openbare macht gearresteerd. Het openbaar ministerie bij het gerechtshof te Paramaribo heeft toen een rechtsgeding tegen gemelde kapitein en zekere heer F.C. Kuster aangevangen, waarvan de gronden, voor zover ons bekend is, nimmer duidelijk zijn opgegeven.
Thans meldt de Surinaamsche Courant van 17 september, dat het hof de 15e bevorens uitspraak heeft gedaan. Bij een gemotiveerd arrest heeft de rechter aangenomen, dat het de beklaagden ten laste gelegd feit geen misdaad is, hen mitsdien ontslagen van alle rechtsvordering te dier zaak, met bevel tot onmiddellijke invrijheidstelling van de beklaagde J. van der Plas, en met bepaling, dat de kosten van het proces door het koloniaal bestuur zullen worden gedragen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 oktober. Volgens brief van kapt. J.O. Wijnmalen, voerende het schip CLIO, van Glasgow naar Singapore, d.d. Plymouth 15 oktober, was men bezig de lading te lossen, ten einde de schade verder te onderzoeken; schip en tuig hadden intussen veel geleden en de lading was door zeewater zwaar beschadigd. (opm: zie NRC 141057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stralsund, 16 oktober. De Nederlandse kof HILLEGONDA, kapt. K. Minnes, van Rügenwalde (opm: Darlowo) met hout naar Hamburg bestemd is gisteren namiddag op Rügen gestrand. De bemanning is gered, maar het schip zal wel weg zijn. Het bergen der lading is geheel afhankelijk van het weer. Er is onmiddellijk van hier assistentie naar de strandingplaats gezonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. F. der Kinderen, H.J. Rietveld, C. Ament en W.Y. Reijnouts, makelaars, zullen op maandag de 26e oktober 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ, ten overstaan van de notaris J.A. Hoog, verkopen: een extra ordinair welbezeild, kopervast en gekoperd brikschip genaamd ANNA EN CHRISTINA, varende onder Nederlandse vlag en gevoerd door kapt. J.C. Joon, volgens Nederlandse meetbrief lang 31 ellen 30 duimen, wijd 5 ellen 42 duimen, hol 3 ellen 81 duimen, en alzo gemeten op 287 tonnen of 152 lasten. Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. A.M. Balwé, makelaar, zal op maandag de 26e oktober 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ verkopen: het extra ordinair welbezeild, kopervast en van koperen roerstellen (opm: roerhaken en vingerlingen tezamen) voorzien schoenerschip VERWACHTING, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. G.J. Mets, volgens meetbrief lang 18 ellen, wijd 3 ellen 76 duimen, hol 2 ellen 56 duimen, en alzo gemeten op 77 tonnen of 41 lasten, liggende in het Oosterdok.
Breder volgens inventaris en bericht bij bovengemelde makelaar.


21 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 oktober. Het nauwelijks geëindigd rechtsgeding in zake der zogenaamde Maleijers zal, naar men verneemt als daarmede in verband staande (opm: zie NRC 091057), gevolgd worden door een proces voor een college van arbiters, betrekkelijk de assurantie van het verbrande schip TWENTHE. Is men wel onderricht dan zal voor de rederij (boekhouder Brack en Co) als advocaat optreden mr. J. Pinner en voor de assuradeurs mr. Aug. Philips.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.H.zn, H.W. Montauban van Swijndregt en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, als last hebbende van hun meester, op dinsdag de 10e november 1857, des middags ten 12 ure, in de zaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, No. 499, publiek te veilen:
- Het hecht, sterk en snelzeilend Nederlands schoener-kofschip VROUW MARIA, gevoerd door kapt. P. Collenteur, volgens meetbrief lang 27 el 30 duim, wijd 5 el 13 duim, hol 2 el 48 duim en alzo groot 148 tonnen of 78 lasten. (opm: voor NLG 8.500 aangekocht door I. & S. Wiarda, Harlingen; nieuwe naam HOOP, nieuwe kapitein J.P. Oldenburger)
- Het hecht, sterk en snelzeilend Nederlands kofschip NIJVERHEID, gevoerd door kapt. A. Rink Fijn, volgens meetbrief lang 23 el 70 duim, wijd 4 el 70 duim, hol 2 el 45 duim en alzo groot 122 tonnen of 65 lasten.
Met al dezelver rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere inventaris, zoals dezelve zijn liggende in de Leuvehaven nabij de Witte Leeuwensteeg, te Rotterdam. De voorschreven schepen zijn inmiddels uit de hand te koop, te bevragen bij bovengemelde makelaars en het kofschip NIJVERHEID ook bij de makelaar A.M. Balwé, te Amsterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Uit de hand te koop een nieuw Nederlands kopervast brikschip, eerste klasse, groot 172 tonnen, liggende te Amsterdam, en te bevragen bij de cargadoors Schrijver & van Rossem, aldaar.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkoping te Rotterdam in de zaal op de hoek van de Scheepsmakershaven en de Bierstraat, wijk 1, no. 499, op dinsdag de 20e oktober: het barkschip RESOLUTION, gevoerd door kapt. A. Zimmerman, groot 315 tonnen, met de gehele inventaris: om NLG 38.000 opgehouden.


22 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 21 oktober. Heden arriveerde alhier van Batavia, laatst van Kaap de Goede Hoop, Zr.Ms. transportschip MERWEDE, commandant luit.t.zee 1e kl. R.C.S. Sloos.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 oktober. Volgens brief in dato 12 augustus van kapt. F.C. Bauditz, voerende het schip (opm: fregat) MARIA ELISABETH MARGARETHA, van Liverpool de 28e juli te Melbourne gearriveerd, wordt bericht, dat men gedurende de reis met veel slecht weder had te kampen gehad, dat de 11e juni in de avond het schip door een zware stortzee werd belopen, waardoor de vaste hut van het dek verbrijzeld, en daarmede een passagier en twee man der equipage over boord geraakten, die hun dood in de golven vonden. Voorts werd het gehele stuurtoestel met het rad weggeslagen, waardoor men op dat ogenblik het schip niet kunnende sturen, hetzelve aan de wind liep en het voormarszeil en het voorstengslagzeil verloren gingen, de boten werden uit de klampen na lij gespoeld, kajuitskap ingeslagen, luik van de kettingkoker door de inmiddels losgerukte barring (opm: waarloze rondhouten) meegenomen, waardoor een grote hoeveelheid water in de kajuit, kerk (opm: ruimte voor de kajuit, die van de eigenlijke kajuit gescheiden was door een schot; men hield daar vroeger de kerkdiensten) en door de kettingkoker naar beneden stroomde, waar los rondhout van het dek wegdreef, ringbouten uit het dek gerukt, sjorringen gebroken en de grote boot zwaar beschadigd werden, behalve dat er nog meerdere goederen van het dek verloren gingen. Zo goed mogelijk werd er in het geleden voorzien en de reis gelukkig, daar het schip zo goed als dicht was gebleven, volbracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 20 oktober. Het naar hier bestemde kofschip ELISABETH, kapt. Brouwer, komende van Noorwegen met hout, is bij het binnenkomen op het dusgenoemde Langezand vastgeraakt. Het zit daar sedert j.l. zondag (opm: 18 oktober) tot heden nog, men hoopt dat het weder vlot zal worden (opm: zie NRC 251057).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 17 oktober. De Nederlandse schoenerkof VIER GEBROEDERS, kapt. Metz, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) met rogge naar Drontheim (opm: Trondheim) bestemd, is alhier lek binnengelopen. (opm: zie NRC 251057, 131157 en 221257)


23 oktober 1857


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Een nieuw Potschip (opm: varende winkel voor potten, pannen, enz.) te koop, metende 10 ton bij K.P. Schuitmaker te Menaldum. (opm: volgens LC 011257 hierop inmiddels NLG 380 geboden)


24 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De verkoping van het brikschip ANNA LENA, aangekondigd tegen de 26e oktober 1857 (opm: zie NRC 141057), zal geen voortgang hebben.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Er wordt te koop aangeboden een extra ordinair, met zorg onderhouden ijzeren stoomschip, thans nog in de vaart, met dubbele machines, te samen zestig paardenkrachten middelbare druk, volgens Nederlandse meetbrief lang 24 el 77 duim, wijd 4 el 78 duim, hol 1 el 62 duim, en alzo gemeten op 234 ton, met inbegrip der machinekamer, zeer geschikt voor korte zeereizen.
Breder volgens inventaris en bericht bij de makelaar W. Meeter, te Zwolle. Brieven franco.


25 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 23 oktober. Het kofschip ELIZABETH, kapt. Brouwer, waarvan gemeld is (opm: NRC 221057), dat het sedert zondag l.l. op het Langezand aan de grond zat, is vlot geraakt, en gisteren hier gearriveerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur, 20 oktober. Het alhier lek binnengelopen Nederlandse kofschip VIER GEBROEDERS (opm: zie NRC 221057), kapt. Metz, is gisteren namiddag in de haven gekomen en moet lossen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 24 oktober. Een schoener is op de Westplaat aan de grond geraakt. De equipage is door een loodsschokker van Maassluis gered. De schoener zal waarschijnlijk weg zijn. De lichters kunnen niet bij het schip komen. Slampampers hebben iets van de inventaris aangebracht en een boek aan boord gevonden, waarop stond: NESTOR, kapt. Klein, gebouwd in 1843. Vermoedelijk dus een Hanoverse schoener van Archangel met rogge. (opm: zie volgend bericht)


26 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 24 oktober. In de nacht van gisteren op heden, is aan de buitenkant van de Westplaat, zonder loods aan boord, gestrand het Hanoverse schoenerschip LOUISE, kapt. H.A. Klein (en niet de NESTOR, kapt. Klein, zoals gisteren abusief gemeld). Dezelve is beladen met rogge, komende van Archangel, bestemd naar Schiedam. Het is de bemanning van de alhier thuisbehorende Loodsschokker No. 2, schipper P. Harder, in de vroege morgen van heden mogen gelukken de equipage, bestaande uit zeven man, niet zonder gevaar te redden en hen hedenavond alhier behouden aan te brengen. Alleen twee sloepen en de klederen van de bemanning zijn door genoemde loodsschokker geborgen. Ofschoon schipper Harder nog verdere pogingen heeft aangewend tot redding van meerdere goederen, was zulks echter uithoofde der branding niet doenlijk, aangezien de sloep waarmee de redding beproefd werd, voor dat zij het schip bereikt had bijna vol water liep. Schip en lading zullen vermoedelijk geheel verloren zijn.
Brielle, 25 oktober. Van de schoener op de Westplaat gestrand (zie boven) zijn heden enige goederen geborgen (opm: zie ZZC 020158).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 24 oktober. Volgens de berichten die wij heden van Ferrol d.d. 15 oktober ontvangen, moet aldaar op de kust een Nederlands schip vergaan zijn. De equipage is met uitzondering van twee matrozen omgekomen. Verdere bijzonderheden ontbreken nog.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Deal, 23 oktober. De schepen CONRADINE LACKMANN, kapt. Sieveking, van Manilla naar Londen, en ANNA MARIA, van Delfzijl naar Cardiff zijn in de nacht van eergisteren in aanzeiling geweest. Laatstgenoemd schip is dien tengevolge gezonken. De equipage, met uitzondering van een man, is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reval (opm: Tallinn), 16 oktober. Het Nederlandse schip (opm: brik) GRIJPSKERK, kapt. D.J. Zomerdijk, van St. Petersburg naar Kopenhagen, is in Baltishport (opm: Paldiski, Estland) binnen gelopen, om een lek te stoppen. Na een gedeelte der lading gelost te hebben, heeft men het lek gevonden en gerepareerd en de ontscheepte lading weder aan boord genomen.


27 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 oktober. Op verzoek van het Britse gezantschap wordt de onderstaande kennisgeving geplaatst, welke de lords van het Comité des Geheimen Raads voor de Handel in de Britse Shipping Gazette hebben doen openbaar maken.
Aan reders en gezagvoerders van vreemde schepen. Reders en scheepsbevelhebbers, welke wensen dat de namen van hun schepen in de eerst uit te geven algemene lijst van koopvaardijschepen (Mercantile Navy List) worden opgenomen, ten einde een signaal vastgesteld worde, door middel waarvan zij hun identiteit kunnen doen kennen door Engelse oorlogs- of andere schepen, die zij in zee ontmoeten, of door signaalstations op de kust van Engeland, opdat zij in de scheepslijsten zouden kunnen vermeld worden, gelieven door tussenkomst van de consuls hunner naties, of van een in Londen gevestigd agentschap, de volgende bijzonderheden mede te delen: de naam van het schip, voluit; de tonnenmaat; de paardenkracht, zo het een stoomvaartuig is; de haven, waar het te huis behoort; de nationale vlag, onder welke het schip vaart.
Alle mededelingen moeten worden gezonden aan het adres van J.H. Brown Esq, Registrar General of Shipping and Seamen, Adelaide Place, Londen Bridge, London E.C.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 25 oktober. Kapt. Haack, gezagvoerder van de stoomboot WILLEM DE DERDE, van St. Petersburg heden middag in Texel binnen, rapporteert gisterennacht in aanzeiling te zijn geweest met de stoomboot KOMEET, van Antwerpen bestemd naar Hamburg, Het laatste stoomschip was terstond gezonken. De equipage heeft zich met uitzondering van de loods en drie man op de WILLEM DE DERDE gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Tonningen (opm: Tönning), 24 oktober. De Nederlandse tjalk GEZINA, kapt. Kruse, van Waverordt (opm: Warwerort, 54º08’ N.B. 08º55’ O.L.) met raapzaad naar Gent bestemd, is hier lek en met andere schade binnengelopen.


28 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brielle, 27 oktober. Er komen van de gestrande schoener LOUISE – zie ons nommer van eergisteren – gedurig schuitjes met rogge aan.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 oktober. Volgens telegrafisch bericht, lag het Nederlandse fregatschip WALVISCH, kapt. T. Schut, van Java naar herwaarts, heden morgen onder Kamperduin ten anker, zijnde wegens dikte en tegenwind, verhinderd binnen te komen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 27 oktober. Het schip ORION, kapt. Buiten (opm: vermoedelijk schoener ORION, kapt. Boiten), van Londen naar Livorno, is de 23e oktober met verlies van gaffel en grootzeil door aanzeiling met een schroefstoomboot te Dartmouth binnengelopen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Oostmahorn, 24 oktober. De galjas-ever MARIANNA, kapt. Tiemann, van Middlesbro naar Harburg, is gisteren Schiermonnikoog N.O. gezonken, doch het volk gered en alhier aangebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 oktober. Dezer dagen is te Grimsby binnengebracht een Nederlands schip, dat geheel verlaten op omtrent 50 mijlen afstand van de mond van de Humber door vissers was gevonden. Het was geladen met graan en had vijf voet water in het ruim. De zeilen en tuig hadden weinig geleden en het water was spoedig uitgepompt. De kapitein en verdere schepelingen zijn later te Grimsby aangekomen. Zij hadden het schip verlaten in de gedachte dat het weldra zou zinken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cherbourg, 22 oktober. Door het Franse schip JACINTHE, kapt. Levalois, is dezer dagen te Perros-Quirec (opm: 48º48’ N.B. 03º27’ W.L.) binnengebracht de Nederlandse kof HENDRIKA ALBERDINA, kapt. A.K. Pruim, van Grimsby naar Alicante bestemd. Men vond dit schip in de morgen van de 11e dezer in ontredderde toestand op de hoogte van Sept-Iles en na de equipage er afgenomen te hebben, nam men het vaartuig op sleeptouw en bracht het als boven binnen. (opm: zie NRC 301057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Newhaven, 25 oktober. De Nederlandse kof MARIA ANNA, kapt. Rutters (opm: J.H. Rutgers), van Londen naar Liverpool om aldaar voor Brazilië te laden, is hier gisteren door de stuurman en een man van de Engelse bark UNDINE binnengebracht. Men vond het schip drijvende op de hoogte van Bevesier (opm: Beachy Head), zijnde in aanzeiling geweest met een groot schip, waarop de gehele bemanning, met uitzondering van een jongen die nog aan boord is, is over gesprongen. De kof heeft enige zeilen en tuig verloren en overigens maar zeer onbeduidende schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 20 oktober. Binnengekomen TRINETTE, kapt. Finke, van Laurvich (opm: Larvik).


29 oktober 1857


  RC - Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 september. Manilla ( Philipijnsche Eilanden). Geruime tijd geleden werden enige bijzonderheden medegedeeld betreffende het veronderstelde verongelukken in de Solo Zee van het Nederlands koopvaardijschip JOHANNA MARIA, gezagvoerder J. de Jong (opm: zie NRC 310856), en het wedervaren van de schipbreukelingen die, op Point Maria (eiland Mindanao) aangeland zijnde, aldaar door zeerovers van alles beroofd en als slaven naar het binnenland gevoerd werden, doch zich later hebben vrijgekocht.
Van het Spaans gouvernement te Manilla is onlangs de mededeling ontvangen, dat de inboorlingen van het eiland Mindanao voor hun slechte bejegening van de bovenbedoelde Nederlandse schipbreukelingen de verdiende straf hebben ondergaan. De radja moeda Alip, van Siokon, de voornaamste aanlegger van de aanslag op de Nederlanders en de Datoe Siogan, zijn medeplichtige, zijn door een Spaanse krijgsmacht krijgsgevangen gemaakt en met 62 inwoners van die plaats naar Zamboanga overgebracht, alwaar de rechtbank de welverdiende straf aan hen is opgelegd. De sloep van de schipbreukelingen is op de rovers hernomen. De baai van Santa Maria, een verversing- en schuilplaats voor zeerovers, vanwaar zij verenigd op hun strooptochten uitgaan en waar de geroofde mensen gewoonlijk worden gebracht en de buit wordt verdeeld, is de 10e april j.l. door de Spaanse expeditie in bezit genomen. In de oostelijke gedeelte van die baai wordt een fort gebouwd, dat, op een voldoende wijze bemand, met de medewerking van de in die wateren gestationeerde zeemacht, het verblijf van de zeerovers in die streken zal bemoeilijken, en de baai een veilig toevluchtsoord voor de zeevaart maken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 september. De Java Bode deelt mede het volgende extract uit het journaal van de Nederlandse barkschip VRIJE HANDEL, kapt. J.L. Stender: In de avond van de 27e juli 1857, ongeveer kwart over elf ure, stootte het schip, en bij nader onderzoek bleek, dat het op een koraalrif zat. Geen branding werd echter door ons bespeurd, alleen hier en daar witte plekken in het water in de gedaante van zeekwallen. Wij brasten de raas tegen, om zo mogelijk het schip er weder te doen afdrijven, doch tevergeefs. Wij hadden voor tien voet water bij het schip en achter geen grond, zodat wij dadelijk de boten uitzetten, de ballast over boord wierpen om het schip te lichten en tevens om met de boot een werpanker in het W.Z.W. uit te brengen, doch wij vonden op ongeveer 1/8 kabellengte (opm: 1 kabel = 100 vadem = 185,2 m.) van het rif, ten westen van het schip geen grond meer. Wij geiden de zeilen op en haalden de lijzeils neêr. Na verloop van ongeveer een uur zagen wij de branding van het rif en hadden vallend water. Wij peilden de pompen doch vonden niet meer water dan gewoonlijk; het schip stootte zwaar door de branding, die meer en meer toenam met het vallen van het water. Echter rees het water hoe langer hoe hoger in het ruim; wij wierpen nog steeds ballast over boord en hielden de pompen gaande. Ongeveer vijf ure des morgens bevonden wij dat het water met geweld voor in het schip stroomde. Geen kans meer ziende om het schip te redden, zo laadden wij enige provisiën, water, scheepspapieren, instrumenten enz. in de boten, ten einde dezelve, alsmede de manschappen, indien het mogelijke was, te redden. Hiermede bezig zinde zagen wij, omstreeks zeven ure, een schip in het N.t.O, hesen de vlaggen op, deden noodschoten en zonden dadelijk de tweede stuurman met vier man in de giek naar genoemd schip, om hulp te verzoeken. Het bovengemelde schip, hetwelk later de TONIA (opm: fregat), kapt. C.F. Zeeman, bleek te zijn, werkte naar ons op. Omstreeks elf ure verliet de equipage de VRIJE HANDEL en ging over in de boten, doch de kapitein wilde volstrekt, vóór de avond het schip niet verlaten, ofschoon het water reeds aan stuurboord op het dek stond, en zond ons met de boten weg naar meergenoemd schip, ten einde aldaar zo mogelijk te worden bijgestaan. Wij kwamen aldaar ongeveer ten 1.30 uur aan, losten de boten spoedig en gingen onmiddellijk met de middelboot weder van boord met drie man van de equipage van de TONIA en vier man met de eerste en tweede stuurman van de VRIJE HANDEL, om de kapitein af te halen. Dan alvorens twee scheepslengten ver geroeid te zijn, zagen wij, dat de VRIJE HANDEL weer op zijde viel en een ogenblik daarna geheel verdween. Wij spanden alle krachten in om de plaats van het schip te bereiken; kapt. Zeeman zond ook nog de opperstuurman met vier man van de equipage naar het schip af, doch alles was vruchteloos, want, toen wij op de plaats kwamen, alwaar naar onze gissing het schip moest gezonken zijn, zagen wij niets meer van hetzelve, noch enig spoor van de kapitein. Geen kans meer ziende om de kapitein of iets anders te redden, zo keerden de boten weder terug naar boord van de TONIA, alwaar allen, zomede al het geredde werden opgenomen. Gedurende het roeien naar de plaats, alwaar naar onze gissing het schip moest gezonken zijn, werden wij nu en dan overvallen door zware regenbuien met dikke lucht en tamelijk harde wind, hetgeen ons noodzaakte, om zo spoedig mogelijk naar boord van meergemelde bodem terug te keren, te meer nog omdat de zee hoog begon te lopen, de klippen hier en daar op het rif weder boven water kwamen, de zee op het rif zelve stond te branden en de avond begon te vallen en het met de donker en dikke lucht niet onmogelijk zoude zijn geweest, het voormelde schip uit het gezicht te verliezen. Bovengemelde daadzaken mededelende, kunnen wij niet genoeg de edele en menslievende pogingen prijzen, welke kapt. Zeeman onvermoeid in het werk heeft gesteld om ons schipbreukelingen te helpen, zowel door het nader opwerken met zijn schip tot de plaats des ongeluks, als door hulp toe te zenden, zowel van stuurlieden als equipage, en wij brengen dan ook hem hiervoor onze innigste en oprechtste dank toe, hopende dat de goede God hem voor dergelijke ongelukken moge bewaren, want wij zijn naast God onze behoudenis aan die wakkere zeeman verschuldigd. (opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 september. Het Nederlandse schip VRIJE HANDEL, kapt. J.L. Stender, van Amoy naar Batavia, is in de Chinese Zee verongelukt. De equipage is, met uitzondering van de kapitein, door kapt. C.F. Zeeman met het schip TONIA gered. (opm: zie ook NRC 130358)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 september. Het bericht dat het schip DOROTHEA, kapt. A. van der Kolk, in de Chinese Zee verongelukt is (opm: zie NRC 011057), heeft zich bevestigd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 september. Het alhier van Point de Galle gearriveerde Nederlandse schip (opm: bark) COMMERCIE COMPAGNIE VAN MIDDELBURG, kapt. Brakeij qq, heeft op de reis schade bekomen en ligt in reparatie.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 september. Het alhier afgekeurde Nederlandse schip JOHANNES MARINUS heeft in publieke veiling NLG 20.000 opgebracht (opm: zie JB 051057). De inventaris bedong NLG 9430.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 september. Het te Dordrecht te huis behorende fregatschip JACOB CATS, mede alhier afgekeurd (opm: zie JB 100957), werd voor NLG 50.000 uit de hand verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 oktober. De beproeving der werktuigen van Zr.Ms. stoomschip SOEMBING heeft ter rede van Vlissingen plaats gehad. Zij hebben geheel aan de verwachtingen beantwoord, gevende aan het schip een vaart van 8 mijlen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 10 september. Scheepsvrachten. De vrachten zijn enigszins verbeterd, daar het getal schepen op avontuur in de laatste tijd minder is. De TERNATE werd door de Nederlandsche Handel-Maatschappij opgenomen à NLG 100 per last in eens zonder meer alhier en op de kust te laden, naar Rotterdam. De KANDANGHAUER werd door het Gouvernement opgenomen à NLG 58.000 voor de overvoer naar Nederland van 350 matrozen. De EERSTELING werd door de Nederlandsche Handel-Maatschappij bevracht à NLG 105 voor suiker en NLG 100 voor rijst, op de kust te laden naar Rotterdam. De SOPHIA KONINGIN DER NEDERLANDEN en WILHELMINA EN CLARA zijn beide door de Nederlandsche Handel-Maatschappij opgenomen, de eerste à NLG 105 voor suiker en tabak en NLG 100 voor koffij, alhier en op de kust te laden voor Rotterdam, en de laatste à NLG 105 in eens zonder meer alhier en te Passaroeang te laden naar Amsterdam. De TONIA, GENERAAL MICHIELS, JULIA en ARDJOENO alle tot NLG 105 voor suiker en NLG 100 voor koffij naar Nederland. De JACOBA EN CHRISTINA bekwam NLG 105 voor suiker hier, en NLG 115 voor koffij te Padang te laden voor Amsterdam, de ADMIRAAL VAN KINSBERGEN NLG 105 voor rijst, NLG 110 voor suiker en koffij, NLG 120 voor arak (opm: rijstbrandewijn) en NLG 125 voor indigo en huiden naar Rotterdam, de JULIE NLG 107,50 voor suiker, NLG 110 voor lichte goederen en NLG 115 voor arak naar Amsterdam, hier te laden. De ZWALUW bekwam 0,65 dollar voor rijst naar China, op de kust te laden. De HENRIETTE CORNELIA laadt voor particuliere rekening naar Japan. De VREEDE en JACOBA CORNELIA zijn nog disponibel.


30 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Conquet (opm: Le Conquet, 48º21’ N.B. 04º45’ W.L.), 22 oktober. In de baai Blanc Sablons (opm: Baie des Blancs Sablons, direct benoorden Le Conquet) is een scheepsnaambordje opgevist, zwarte grond met blauwe kraal, en de naam ALBERDINA in vergulde letters. Het schijnt niet de volle naam te zijn. (Red: hoogstwaarschijnlijk afkomstig van het schip HENDRIKA ALBERDINA, te Perros (opm: Perros-Guirec) binnengebracht, zie N.R.C. van 28 oktober.)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hull, 27 oktober. Het te Groningen tehuis behorende schip (opm: tjalk) KOOPHANDEL EN ZEEVAART, kapt. H.C. Janknegt, van Shields met kolen naar Groningen bestemd, is de 23e oktober op zee lek gesprongen en de volgende dag bij Sandlemere op strand gezet, waar het een dag later opbrak. De bemanning is gered.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 9 september. De equipage van het op de Pratas-Shoal verongelukte Nederlandse schip DOROTHEA, kapt. Van der Kolk (opm: zie NRC 011057), is gelukkig te Swatow (opm: Shantou) aangekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 26 augustus. Heden vertrok van hier naar Japan Zr.Ms. korvet JAPAN, commandant luit.t.zee 1e kl. Huysen van Kattendijke.


  RC - Rotterdamsche Courant

In Straat Sunda 14 augustus, METALEN KRUIS, kapt. Zuurdeeg, van Batavia naar Amsterdam.


31 oktober 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 30 oktober. Heden zijn alhier van het gestrande schip LOUISE ruim 30 lasten rogge aangebracht. (opm: zie NRC 261057)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Sheerness, 28 oktober. De te Vlaardingen te huis behorende kof KOOPHANDEL, welke enige tijd geleden alhier met zware schade werd binnengebracht, is heden in publieke veiling voor GBP 150 verkocht (opm: zie NRC 230957, 240957 en 081057).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Mumby Cum-Chapel (opm: Mumby nabij Chapel St. Leonards), 28 oktober. Het uitgeplunderde wrak van een schip gemerkt DE JONGSTE, ANO. 1835 - Wees, is dezer dagen aan het strand bij Ingoldmells-Tunnel (opm: 53º11’ N.B. 00º21’ O.L.) gevonden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Petersburg, 22 oktober. Het Nederlandse schip (opm: galjoot) SJOUKJE ALIDA, kapt. J.K. Hazewinkel, de 18e dezer van Kroonstad (opm: Kronsjtadt) naar Amsterdam vertrokken, is op het rif van Leskar aan de grond gevaren, heeft daardoor een lek bekomen en is met 3 voet water in het ruim alhier binnengebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 30 oktober. Volgens brief van Batavia, in dato 10 september, liep aldaar het gerucht, dat het schip (opm: bark) VAN BOSSE, kapt. W.E. Hageman, van Sjanghai naar Singapore, zou verongelukt zijn. (opm: zie volgend bericht, en NRC 051257)


01 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 oktober. Het gerucht te Batavia in omloop, en door de Zeepost van 30 oktober medegedeeld – in ons nommer van gisteren overgenomen – als zoude het schip VAN BOSSE, kapt. Hageman, in de Chinese Zee zijn verongelukt, berust, blijkens nauwkeurige berichten bij de rederij ontvangen, op een ongegronde gissing.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 oktober. Uit Alexandrië deelt men het volgende schrijven mede d.d. 6 oktober: De 30e september liep van stapel op de scheepstimmerwerf van de Nijlsleepstoomboot-Maatschappij een stoomboot voor genoemde maatschappij aldaar, opgezet en afgetimmerd door Nederlandse werklieden. De fabriek van de heren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te Amsterdam heeft het materieel voor dat stoomvaartuig geleverd. Op die levering mag dat etablissement met recht trots zijn. De vorm is allersierlijkst, de soliditeit onovertrefbaar. De machine is allerkeurigst afgewerkt en lokt een aantal bewonderaars.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 oktober. In ons nummer van 1 september maakten wij melding van een bericht, dat, naar men ons verzekerde, alhier uit Indië was ontvangen, behelzende de afkeuring van de schepen JOHANNES MARINUS en FLORA. Van eerstgenoemde bodem werd dit bericht bevestigd, doch van de laatste niet en is dit van de zijde van de rederij tegengesproken – op grond waarvan wij het ook als twijfelachtig opgaven in de lijst van verongelukte schepen, die wij in ons nummer van 26 september plaatsten. Wij konden echter op ons herhaald onderhoud met die heren tot op heden geen openlijke rectificatie van het bericht van hen erlangen. Heden echter melden ons die reders, dat zij een schrijven uit Hongkong hebben d.d. 9 september, waarin gemeld wordt, dat het schip FLORA, kapt. A.A. van Wijk, de 15e juni te Bangkok (Siam [opm: Thailand]) was aangekomen, om, zo men hoopte, na een spoedige belading de retourreis naar Hongkong weer aan te nemen. Op grond van dit schrijven, herroepen wij gaarne ons vroeger bericht nopens het afkeuren van evengenoemd vaartuig.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 oktober. De 30e dezer is van de werf van de heer Van Goor te Zwolle met goed gevolg te water gelaten de voor een compagnieschap te dier stede nieuw gebouwde schoenerbrik de VREDE, bestemd voor de grote vaart onder gezag van kapt. T.J. Niekus.


02 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brouwershaven, 1 november. Het te Kopenhagen tehuis behorende brikschip MERCUR, kapt. Hansen, van St. Vincent, beladen met mineralen, naar Rotterdam bestemd, is zaterdagnacht 11½ uur door mist op de Zeehondsplaats vastgeraakt. De loodsboot No. 1 en loodskotter No. 1 zijn erbij, men werpt lading overboord en het schip heeft tot 2 uur hedenmiddag niets geleden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 29 oktober. Het alhier binnengelopen Nederlandse schoenerschip DINA IMMECHIENA, kapt. De Jong, heeft de grote ra gebroken en nog andere schade bekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Havanna, 7 oktober. Het Nederlandse schoenerschip JERSEY PACKET, kapt. L. den Breems, van Rotterdam met een lading stukgoederen op hier bestemd, is de 24e september op Punta Diamanta (Bahama-bank) verongelukt. De bemanning is door de Franse oorlogs-stoomboot TONNERRE alhier aangebracht.


03 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 1 november. Hedenmorgen zijn van de rede van deze stad, met bestemming Batavia, naar zee gezeild Zr.Ms. brik CACHELOT, commandant de kapt.-luit. Siedenburg en de stoomschroefschoener SOEMBING, commandant de luit. ter zee 1e klasse Vos. Met die schepen is een waarde van NLG 2.400.000 voor de Indische regering verzonden en op dezelve ingedeeld 17 van de Maleijers van de TWENTHE, die tot dat einde gisteren met de boot van Rotterdam alhier arriveerden.


04 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lekkerkerk, 2 november. Heden is op de werf van de heer J. van Duyvendijk Tz. alhier met het beste gevolg te water gelaten het barkschip NEDERLAND EN ORANJE, groot 399 gemeten lasten, hetwelk gevoerd zal worden door kapitein L.F. Van Ruyven, voor rekening van een rederij onder directie van de heren Van Zeylen en Decker, te Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 november. Volgens op heden ontvangen schrijven van de Kaap de Goede Hoop, d.d. 25 augustus, is het binnenlopen in de Simonsbaai, op de 22e van die maand – als vroeger gemeld – van het barkschip KEMANGLEN, kapt. Möller, van Hartlepool met steenkolen naar Hongkong bestemd, geschied om medische hulp voor de kapitein te erlangen, die kort na zijn vertrek van Hartlepool ongesteld is geworden en zich in zulk een verzwakte toestand bevond, dat het onraadzaam werd geoordeeld de reis verder voort te zetten, zonder de geneeskundige faculteit te hebben geraadpleegd. De kapitein is thans onder behandeling van de dokter, die hoopt dat zijn patient na acht of tien dagen de reis met veiligheid zal kunnen vervolgen. Voor het overige is aan boord alles wel en het schip is in een goede staat.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Falmouth, 1 november. Het te Pekela te huis behorende kofschip HELENA BRONS (opm: kapt. H.H. van Emmen), van Livorno naar Antwerpen, is de 20e oktober op 120 mijlen afstands van Lissabon door het volk verlaten, dat gered en door het schip ALWINE (opm: ook: ALWINA), kapt. Bette, alhier geland is (opm: zie NRC 010359). Ook des kapiteins vrouw is onder de geredden.


06 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Petersburg, 2 november. De Nederlandse schoener CATHARINA VROOM, kapt. G.H. Uil, de 22e oktober van Kroonstad (opm: Kronsjtadt) naar Kopenhagen vertrokken, is op Hochland (opm: het eiland Ostrov Gogland, 60º03’ N.B. 26º59 O.L.) gestrand en wrak geworden.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 28 oktober. Het Nederlandse schip (opm: bark) JAN VAN HOORN, kapt. B. Mols, van Newcastle naar Hongkong, is hier eergisteren binnengelopen. Naar men zegt is het lek. (opm: zie NRC 141157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping te Brielle op dinsdag de 10e november 1857, des middags ten 12 ure op de Turfkade en het Maasland, van het wrak van het op de 24e oktober 1857 op de Ribben tussen de Mare en Goedereede verongelukte Hanoverse schoenerschip LOUISE, gevoerd geweest door kapt. H.A. Klei, benevens de daarvan geborgen inventaris, bestaande in 15 stuks zeilen, de rondhouten, staande en lopend wand, ankers, trossen, kettingen, blokken, watervaten, barcas, sloep enz. Alles in zeer goede staat, als zijnde het voormelde schip in juli 1857 nieuw in dienst gesteld. Nadere informatien te bekomen bij de heer M.P. Snijders, scheepsagent te Brielle.


07 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 november. De 3e is te Groningen met goed gevolg van de werf van de heer E.H. Meursing van stapel gelaten het aldaar nieuw gebouwde brikschip EMILIE, groot 200 last, gebouwd voor rekening van de heer Van Buren te Rotterdam, zullende bevaren worden door kapitein A.F. Lammers, van Hindelopen, provincie Friesland.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 november. Zr.Ms. stoomschip GRONINGEN is de 6e dezer ter rede van Vlissingen aangekomen, aan boord hebbende Z.K.H. de Prins van Oranje.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 6 november. Het schip (opm: tjalk) FRANSINA ELISABETH, kapt. T. Wunderlich, van Bremerhaven naar Amsterdam, is, volgens brief van Norden van de 4e november, na op Neubrack (opm: Neues Brack, wad bezuiden Wangerooge) gestoten en zware lekkage bekomen te hebben, met verlies van ankers en touw, te Nieuwharlingerzyl (opm: Neuharlingersiel) binnengesleept.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 5 november. Het van hier naar Cardiff vertrokken Nederlandse schip (opm: bark) MARIA AGNES, kapt. B. ten Brink, is met schade aan de fokkera teruggekomen en ter rede geankerd.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Calmar (opm: Kalmar), 4 november. Het schip ELISABETH, kapt. Holscher (red: hoogstwaarschijnlijk ELISABETH JACOBINA [opm: galjoot], kapt. E.G. Holscher), van St. Petersburg naar Amsterdam, is op Oeland (opm: Øland) gestrand en vol water gelopen.


08 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 november. Heden had de proefvaart plaats van de stoomboot STAD BRUSSEL, zijnde de eerste boot van de Nederlandsch-Belgische Stoomvaart-Maatschappij; waarvan wij het met goed gevolg te water laten voor enige weken mededeelden. Met de beste uitslag bekroond, kan men het op deze boot toegepaste stelsel van horizontale schroefvoortstuwende kracht de meeste lof geven, en zal de volgende aankondiging van de maatschappij op 15 dezer aan te vangen geregelde stoomvaartdienst op Antwerpen en Brussel in een sedert lang gevoelde behoefte voorzien, waartoe het te hopen is dat de medewerking van de Nederlandse handel de maatschappij ondersteunen moge, gelijk haar de sympathie in België algemeen ten deel valt.


09 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 8 november. Het schip CATHARINA FREERKINA, kapt. M.D. Loorbach, is, volgens brief van de kapitein, de 23e oktober in een hevige storm in de haven van Camillas (opm: waarschijnlijk Comillas, 43º23’ N.B. 04º17’ W.L.) met de volle lading aan boord gezonken en zodanig gebroken en beschadigd, dat het afgekeurd zal moeten worden.


10 november 1857


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Uit de hand te koop: Een extra ordinair welbezeild en gekoperd brikschip, varende onder Nederlandse vlag. Volgens Nederlandse meetbrief gemeten op 287 tonnen of 152 lasten, in den jare 1852 geheel nieuw uitgehaald. Met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en andere scheepsbehoeften. Informatiën zijn te bekomen bij de makelaar H.J. Rietveld, Heerengracht over de Bergstraat, RR 264.


  AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Ten overstaan van Mr. W. Laman Trip, notaris te Groningen, zal op vrijdag de 20e november 1857, des avonds ten 7 uur, ten huize van Mejuffrouw de weduwe Eekhoff, aan de Groote Markt te Groningen, publiek worden verkocht, om dadelijk te aanvaarden: Een tjalkschip, genaamd de VROUW MARIA, groot 52 zeetonnen, met de inventaris, thans liggende in het Damsterdiep te Groningen, laatst door nu wijlen de schipper Geert Jans Puister, bevaren.
(opm: de tjalk, bouwjaar 1841 had tot 1847 in de binnenvaart gevaren, daarna enkele tijd in de zeevaart en terug binnenvaart; zoon Jan Geerts Puister werd koper voor NLG 1.500, begon in 1858 weer in de zeevaart om naar de binnenvaart terug te keren; in 1864 vroeg hij weer een zeebrief aan, om waarschijnlijk weer in de binnenvaart te eindigen; het final fate is niet gevonden)


  JC - Javasche Courant

Riouw. Ten gevolge van een in de nacht van 2 op 3 november j.l. gewoed hebbende storm is het alhier ter rede liggende barkschip CAROLINA SOPHIA (opm: Ned.-Indië), gezagvoerder Van der Beek, op Poeloe Pakoe gestrand en lek geworden. Het schip heeft, om weder vlot te geraken en de bekomen schade te herstellen, moeten lossen.
Aan de westzijde van het steenkolenhoofd is in diezelfde nacht gestrand en geheel op droog gezet de Nederlands-Indische bark TJAN GOAN. Dit vaartuig heeft niet alleen zijn gehele lading moeten lossen maar ook moeten aftuigen, ten einde met hoog tij weder vlot te kunnen komen. Het koper (opm: beslag op de scheepshuid) van dit vaartuig is zwaar beschadigd.


11 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 10 november. Het schip (opm: brik) GOUVERNEUR VAN SWIETEN, kapt. A. van der Harst, is heden van hier naar Padang vertrokken (opm: eerste reis)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Publieke verkopingen op dinsdag 10 november te Rotterdam, in de zaal op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499:
- Het Nederlandse schoener-kofschip VROUW MARIA, gevoerd door kapt. P. Collenteur, groot 148 tonnen of 78 lasten. Verkocht tot NLG 8500.
- Het kofschip NIJVERHEID, niet geveild, zijnde vroeger uit de hand verkocht.


12 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 november. De 26e eerstkomende zal te Ridderkerk van de werf der heren P. & C. Boele te water worden gelaten het aldaar nieuw gebouwde fregatschip ANNA, groot 420 gemeten lasten, zullende gevoerd worden door kapt. J.H. Dabroek, bestemd voor de grote vaart onder directie van de heren P. Rademaker & Co te Delfshaven.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) Het barkschip ANNA, kapt. W.B. Schill, van Amsterdam naar Suriname, is, volgens telegrafisch bericht van Londen van de 11e november, op het Longsand (opm: Goodwin Sands) verongelukt, doch het volk gered en te Sheerness aangebracht. (opm: zie NRC 141157 en 151157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, Samarang en Soerabaija voor goederen en passagiers, waartoe hetzelve uitmuntend is ingericht: het nieuw, extra op de zeilage gebouwd Nederlands gekoperd barkschip CORNELIS ANTHONIE, kapt. D.R. Kleve, voerende een geëxamineerde scheepsdokter. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen. (opm: eerste reis)


13 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwediep, 11 november. Het stoomschip RIO JANEIRO, hetwelk zo lang het hier lag de bewondering van een ieder tot zich trok om deszelfs schone vorm en inwendige pracht, is heden morgen naar Antwerpen vertrokken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Elseneur (opm: Helsingör), 9 november. Heden is alhier in de haven gekomen de schoener ANNA EN MARIA, om het onbeschadigde gedeelte van de lading rogge ex-VIER GEBROEDERS, kapt. Metz – zie ons nommer van 22 en 25 oktober – naar Drontheim over te brengen. De VIER GEBROEDERS zal hoogstwaarschijnlijk afgekeurd worden. (opm: zie ook NRC 221257)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cargalijsten.
Te Rotterdam arriveerde het schip (opm: brik) ST. GEORGE DE LA MINA,, kapt. J. van Boven, van de kust van Guinea, met 418 vaten (40.000 gallons) palmolie. Adres H. van Rijckevorsel.


14 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 november. Aangaande het schip ANNA, kapt. Schill, van Amsterdam naar Suriname – zie ons nommer van 12 november – wordt van Sheerness van de 11e dezer gemeld, dat het, na op Kentish Knock gestoten te hebben, op zijde gevallen en vol water gelopen was; het volk en de twee passagiers waren, na bij hoge zee zeven uren in de boten doorgebracht te hebben, door de Engelse smak QUEEN VICTORIA, kapt. Minter, opgenomen en te Sheerness aangebracht. Volgens een bericht van Ramsgate, was men bezig de lading en de inventaris aldaar en te Margate te bergen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 1 november. De Pruissische brik IRENE, kapt. Budde, is door stilte voor de boeg van de Nederlandse schoener ANTJE, kapt. G.K. Mulder, gedreven. De laatste verloor daardoor de kluiverpen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lissabon, 11 november. Het alhier op 26 oktober j.l. lek binnengelopen Nederlandse barkschip JAN VAN HOORN, kapt. B. Mols (opm: zie NRC 061157), van Newcastle naar Hongkong bestemd, is gelicht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 november. Zr.Ms. stoomschip GEDEH, commandant kapt.luit.t.zee B.H. Staring, is de 1e oktober ter rede van Accra aangekomen en heeft aldaar deszelfs vlag vertoond.


15 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Margate, 12 november. Van het op de Kentish Knock gestrande Nederlandse barkschip ANNA, kapt. Schill, van Amsterdam naar Suriname – zoals vroeger gemeld (opm: zie NRC 121157 en 141157) – zijn alhier aangebracht 10 kisten koopmanschappen, 21 vaten olie, 110 vaten boter, 268 kazen en nog enige kisten met parfumeriën enz, benevens 18 stuks zeilen, tuig enz. Hedenavond verwacht men nog meer.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Lowestoft, 12 november. Het alhier afgekeurde Nederlandse kofschip EBEN HAEZER (opm: bouwjaar 1851), van Harlingen, is heden voor GBP 120 in publieke veiling verkocht. (opm: zie NRC 150957 en volgende berichten)


16 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Margate, 13 november. Van de op Kentish Knock gestrande Nederlandse bark ANNA (opm: zie NRC 121157) zijn heden nog aangebracht 5 geembaleerde vaten, een kist wijn, anker, ketting, enige kazen, hammen, enz.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bahia, 17 oktober. Het Nederlandse schip (opm: brik) MAASLAND, kapt. S. Post, van Rio Plata naar Fernambucq (opm: Pernambuco = Recife) bestemd, is bij Rio Reale (opm: waarschijnlijk monding Rio Real, 11º26’ Z.B. 37º20’ W.L.) verongelukt. (opm: zie NRC 251157)


17 november 1857


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Bij geslotene briefjes te huur eene royale scheepstimmerwerf, gelegen in het dorp Heeg (opm: vermoedelijk van de wed. Sikke G. Palsma). Briefjes moeten worden ingeleverd voor 1 december 1857 bij H. Bokma.


18 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 25 september. Scheepsvrachten. Wij hebben thans gebrek aan scheepsruimte, ten gevolge waarvan vrachten zich goed vasthouden. Sedert de laatste mail werden de volgende schepen bevracht. Naar Nederland VREDE, à NLG 110 voor suiker, NLG 100 voor rijst en NLG 120 voor licht goed, te Soerabaija naar Amsterdam te laden; DILIGENTIA, à NLG 110 voor suiker en cassia en NLG 105 voor curcuma (opm: geelwortel, kruid om spijsvertering te bevorderen), te Passaroeang en Soerabaija naar Rotterdam te laden. De Nederlandse schepen JACOBA CORNELIA, GERARDUS JACOBUS en CITO zijn door de Factorij à NLG 105 voor suiker en NLG 100 voor koffij opgenomen. De HOOP VAN CAPELLE was te Singapore bevracht om rijst van hier à $ 0,15 per picol te halen. De KONING WILLEM II laadt suiker te Soerabaija naar Australië, alwaar het te dien einde bevracht werd.
Het Engelse schip ELISABETH THOMPSON werd voor GBP 2500 verkocht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 november. Z.M. heeft aan Cornelis Elisa Robbers te Amsterdam bewilliging verleend tot vestiging ener naamloze vennootschap onder de naam van Binnenlandsche Schroef-Stoombootmaatschappij.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Margate, 14 november. Van het wrak van het op Kentish Knock verongelukte Nederlandse schip ANNA, kapt. Schill (opm: zie NRC 121157), van Amsterdam naar Suriname, zijn nog gered en alhier aangebracht 39 vaten loodwit, 2 ankers, een stuk ketting en enig tuigage.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Corunha, 4 november. Het schip ASTREA, kapt. Fenenga, van Galatz naar Bremen, is bij Faro gestrand en zal met de lading weg zijn. De kapitein en twee man zijn daarbij omgekomen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Carolinerzyl (opm: Carolinensiel), 12 november. Het schip (opm: tjalk) GESINA, kapt. P. Kruse, van Warwerort (opm: 54º08’ N.B. 08º55’ O.L.) naar Gent, is de 10e dezer op Minserolderoog (opm: Minsener Olde Oog, plaat beoosten Wangerooge) gestrand en vol water gelopen, doch het volk gered en de tuigage geborgen. De lading, die geheel nat is, wordt gelost. (opm: zie NRC 241157)


19 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Corfu, 7 november. Het Nederlandse schip STAD SLUIJS (opm: brik STAD SLUIS), kapt. A. Struyk, van Antwerpen naar Venetië, is alhier met schade binnengelopen. (opm: zie NRC 211157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ramsgate, 16 november. Het te Amsterdam te huis behorende schip (opm: kof) MARIA LOUISA, kapt. J. Janninga, naar men gist van Newcastle naar Genua, is in de gepasseerde nacht op het Longsand (opm: Goodwin Sands) gebleven. De equipage wordt tot nog toe vermist. Het logboek is opgevist en alhier aangebracht.


 NAH - Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad

Scilly, 12 november. Het schip (opm: Belgische brik) NIJVERHEID, kapt. P.A. Lievens, van Liverpool naar Oostende, is den 10 dezer alhier lek binnengelopen.


20 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 november. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende schepen als:
Voor Amsterdam: CLIO, kapt. J.O. Wijnmalen Cz, ADMIRAAL JAN EVERTSEN, kapt. H.A. Tekelenburg, en CORNELIA, kapt. J.B. Jaski.
Voor Dordrecht: BREDERODE, kapt. J.L. van Waning, van Rotterdam.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 19 november. Het schip (opm: galjoot) REGINA, kapt. E.W. van Duinen, van Boness (opm: vermoedelijk Bo'ness [nabij Grangemouth]) naar Groningen, is lek te Whisby (opm: waarschijnlijk Whitby, 54º29’ N.B. 00º37’ W.L.) binnengelopen. Het zou moeten lossen om te repareren. en.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 19 november. Het schip (opm: fregat) SURINAME, kapt. P. Rijntjes, reeds gemeld als naar Suriname gezeild, is door de lage waterstand in de haven aan de grond blijven zitten, doch heeft heden de reis aanvaard.


21 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 20 november. Aangaande het schip STAD SLUIS, kapt. Struijk, van Antwerpen naar Venetië, met schade te Corfu binnengelopen – zie ons nommer van 19 dezer – wordt volgens brief van die kapitein gemeld, dat het in een hevige storm, die drie dagen had aangehouden, het roer gebroken en meer andere schade bekomen had; was echter dicht gebleven en overigens was alles wel aan boord.


22 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 november. Directeuren van de hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen hebben in hun laatst gehouden vergaderingen besloten te doen uitreiken:
Aan kapt. G.G. Smit, voerende het Nederlandse kofschip ANTJE van Pekel-A, voor het redden op 20 november 1856 van de equipagien van de kofschepen ANTJE SLEESWIJK, kapt. L.J. de Jonge en HENDRIKA ANNECHINA, kapt. K.K. de Boer, die elkander hadden aangezeild en in zinkende staat verkeerden (opm: zie NRC 041256), de grote zilveren medaille.
Aan kapt. Henry Todges, van het Engelse smakschip SEBASTOPOL, van Hull, voor het redden op de 20e maart 1857 bij hevig stormweer van de equipage van het in zinkende staat zijnde Nederlandse kofschip JACOBA CHRISTINA, kapt. J.G. van der Ploeg, de zilveren medaille (opm: zie NRC 270357).


23 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 november. Men leest in de Telegraphe de Bruxelles het volgend:
Wij hebben heden een kleine proeftocht van ene nieuwe Hollands-Belgische Stoomboot-Maatschappij bijgewoond, waardoor ene dienst tussen Brussel, Antwerpen, Dordrecht, Rotterdam en Amsterdam, zonder overlading te Antwerpen is ingewijd. Deze proeftocht die tussen Brussel en Trois Fontaines heeft plaatsgehad, werd behalve door de genodigden bijgewoond door de heer burgemeester van Brussel, de heren Verstraeten, Demeurs en van der Linden, leden van de gemeenteraad en de inspecteur van het kanaal. De ondervinding heeft bewezen dat het stelsel der stoomboten van de Hollandsch-Belgische Maatschappij in genen dele de kanalen kan benadelen. De nieuwe dienst, bestemd voor de vaart van Brussel op Rotterdam en Amsterdam, is bijzonder tot het vervoer van koopwaren ingericht. Twee stoomboten van 40 paardenkrachten en 250 ton zullen beginnen, en weldra door drie andere van gelijke kracht en inhoud gevolgd worden, die ene geregelde dienst zullen vormen. De schepen zijn zodanig gebouwd dat zij de Zeeuwse stromen en de kanalen met voordeel kunnen bevaren; een proeftocht van Rotterdam tot Brussel is in 27 uren bewerkstelligd, het aanleggen te Lillo, Bath en Antwerpen niet medegerekend. Het voornaamste doel dezer onderneming is om de dienst voor de haven van Brussel regelrecht waar te nemen en om binnen enige maanden, wanneer de spoorweg van Groot-Luxemburg voltooid zal zijn, over Brussel de ontzettend grote hoeveelheden koopwaren te doen gaan, welke Nederland over de Rijn naar Zwitserland verzendt.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Hollandsch-Belgische Stoomvaart-Maatschappij.
Goederen-dienst tussen Rotterdam, Dordrecht, Antwerpen en Brussel, in directe verbinding met Amsterdam, zonder overlading te Antwerpen van de voor Brussel bestemde goederen.
Vertrek van Rotterdam 25 november.
Vertrek van Antwerpen en Brussel, 30 november.
Nadere informatiën bij Louis de Wilde & van Hoegaerden, directeuren te Rotterdam, J. Berlips, agent te Amsterdam, A.L.C. Boudier, agent te Dordrecht, Ceulemans Frères, agenten te Antwerpen en C. Verstraeten, agent te Brussel.


24 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bremerhaven, 20 november. Volgens rapport van een alhier gearriveerde kapitein is eergisteren een beladen Nederlandse tjalk op Minser Olde Oog bij Wangeroog gestrand (opm: GESINA, op Minsener Olde Oog, zie NRC 181157). Van de landzijde had men gisteren het schip gelicht. Nadere bijzonderheden ontbreken.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. H.J. Rietveld, C.A. Schröder, C.S. Oolgaardt, E.G. Bosscher en W.IJ. van Reinouts, makelaars, presenteren te verkopen op maandag 14 december 1857, des avonds ten 6 ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ:
1°. Het extra-ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd NIJVERHEID, laatst gevoerd door kapt. P.F. Lange, volgens Nederlandse meetbrief lang 32 el 96 duim, wijd 6 el 30 duim, hol 4 el 98 duim, en alzo gemeten op 459 tonnen of 243 lasten; (opm: zie NRC 240260)
2°. Het extra-ordinair welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd ANJER, laatst gevoerd door kapt. H.G. Biesthorst, volgens Nederlandse meetbrief lang 31 el 53 duim, wijd 6 el 37 duim, hol 4 el 71 duim en alzo gemeten op 420 tonnen of 222 lasten.
(opm: als fregat in 1829 gebouwd, in 1843 vertuigd tot bark; op 11 maart 1858 retourneerde de Ontvanger te Amsterdam de zeebrief naar Den Haag onder vermelding ‘schip gesloopt’)
Liggende beide aan de werf Het Roopaard, op de Kadijk. Iemand nader onderricht begerende, spreke met bovengemelde makelaars of met de cargadoors Hoyman en Schuurman.


  LC - Leeuwarder Courant

Advertentie. Te Heeg een florissante scheepstimmerwerf te huur, thans bewoond door Rienk Boxum. Te bevragen bij E. Vlink te Sneek. (opm: in advertentie 18 december: tevens ook zeer geschikt voor zeilmakerij en taandrij, liggende aan het Heegemer Var).


25 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

’s Gravenhage, 23 november. Maandag 7 december zal voor de Hoge Raad der Nederlanden (kamer van strafzaken) behandeld worden het beroep in cassatie (opm: inzake TWENTHE) van Sidin (serang [opm: bootsman]), Pa Seno, Kasidin en Klaas Ledesma, zijnde de vier Maleijers door het provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland schuldig verklaard aan feitelijke en gewelddadige wederstand jegens hunnen meerdere in rang, zijnde de kapitein; en veroordeeld: de twee eersten tot ene tuchthuisstraf voor de tijd van vijf jaren, de twee laatsten, onder aanneming van verzachtende omstandigheden, tot een correctionele gevangenis voor de tijd van drie jaren.
Heden middag is naar wij vernemen, het exploit betekend, waarbij hun kennis wordt gegeven van de dag der behandeling van hunne zaak. De kolonel Veenhuijsen, die gedurende de behandeling van het proces bij gemeld hof reeds als tolk had gefungeerd, heeft thans weder aan de vier veroordeelden het exploit in het Maleis overgebracht.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 november. Het schip (opm: brik) CORNELIA, kapt. H.P. Hazewinkel Muntendam, van Triëst naar Valparaiso, is de 13e november in de baai van Gibraltar, door weigeren van wenden, op de rotsen geraakt, doch sedert af- en te Gibraltar binnengebracht. Het schip was dicht gebleven, doch zou moeten lossen om nagezien te worden (opm: zie NRC 211257).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 23 november. Ene bark, de naam onbekend, is op de Noorderhaaks gestrand en verbrijzeld en het volk vermoedelijk daarbij omgekomen (opm: zie NRC 261157).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Cardiff, 21 november. Het Nederlandse schip (opm: bark) WILHELMINA CATHARINA, kapt. N.M.O. de Groot Stiffry, van hier naar de Kaap de Goede Hoop vertrokken, is met schade teruggekomen, zijnde in aanzeiling geweest met het Oostenrijkse schip COGNATO MINBELLI. Het Nederlandse schip moet in het dok halen om te repareren.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bahia, 16 oktober. Aangaande het schip MAASLAND, kapt. Post, van Buenos-Aires naar Fernambucq, op Rio Real (opm: waarschijnlijk monding Rio Real, zie NRC 161157) verongelukt, wordt gemeld, dat de lading geborgen en het volk gered was.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te koop: een te Medemblik in aanbouw zijnd schoenerschip, groot 110 gemeten lasten, gebouwd naar Veritas der Algemene Lloyds, voor 1e klasse, langste termijn. Gezegd schip zal met maart 1858 te water kunnen worden gelaten. Nadere informatiën zijn te bekomen bij de bouwmeesters aldaar, Tinkelenberg & Zonen.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 23 november. Kapt. R.A. Hazewinkel, voerende het stoomschip JONGE MARIE, van Hull alhier aangekomen, rapporteert gisteren nacht op de hoogte van Kamperduin in aanzeiling te zijn geweest met een Engelse brik, waarvan vier man bij hem aan boord zijn overgesprongen. Van het schip had men ten gevolge van de volslagen duisternis niets meer vernomen. (opm: zie volgend bericht)


26 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 24 november. Het door het stoomschip de JONGE MARIE aangezeilde Engelse brikschip – zie ons nommer van gisteren – is genaamd LAUREL, kapt. Turner, van Yarmouth naar Sunderland bestemd. Men heeft er niets meer van vernomen. De kapitein en drie matrozen zijn hier aangebracht. Aangaande bovenstaand bericht wordt volgens rapport van de stuurman van het stoomschip de JONGE MARIE gemeld, dat de aanzeiling in de Noordzee, 3/m. van de Humber had plaats gehad, doch dat door het wenden van beide schepen de schok niet hevig was geweest, zodat men op de brik, nadat de kapitein en drie man bijna ongekleed op de stoomboot waren overgesprongen, de zeilen weer bijgezet en de koers gevolgd had.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe Diep, 24 november. Op de Noorderhaaks is gisteren middag, zoals bereids kortelijk gemeld, gestrand en totaal verongelukt een onbekende bark. Uit het op Texel aangespoelde wrakhout veronderstelt men, dat het een Bremer of Hamburger schip is geweest, met een lading rijst van Akyab (opm: Sittwe). Van de lading is nog niets aangespoeld, hetwelk deze mening versterkt. Kapt. J.W. Jager, voerende het schip (opm: schoener) de HANDEL, van Suriname alhier binnen, heeft gerapporteerd, dat twee van de masten met de zeilen aangeslagen, nog stonden. De loodsschuiten, die buitengaats de wacht hadden, de vorige avond alhier binnengekomen, hebben niets gerapporteerd. (opm: zie NRC 271157)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalborg, 23 november. Het Nederlandse schip BEERTA VICTORIA (opm: brik BERTHA VICTORIA), kapt. G.H. Strootman, met een lading talg, potas, wol en touwwerk, van St. Petersburg naar Amsterdam bestemd, is bij Hirtshals verongelukt. De bemanning is gered. (opm: zie NRC 151058)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndrecht, W. van Dam H.Hz., W.H. Montauban van Swijndrecht en B.C.D. Hanegraaff te Rotterdam zijn van mening, als lasthebbende van hun meester, op dinsdag de 1e december 1857, des middags ten 12 ure in de zaal op de hoek van de Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk 1, no. 499, publiek te veilen: het hol van het Nederlands kopervast barkschip NEERLANDS KONING, volgens meetbrief lang 36 el, wijd 7 el 12 duim, hol 5 el 27 duim, en alzo groot 600 tonnen of 317 lasten met de metalen huid voor zover die zich nog aan het schip bevindt, masten, boegspriet, roer, stuurrad, marsen en vier landvasten, waaraan het schip gemeerd ligt. Voorts nog in kavelingen een partij scheepsgereedschappen, bestaande in ankers, zeilen, rondhout, blokken, ijzerwerk enz. Liggende alles aan en op de Scheepstimmerwerf Rotterdams Welvaren, aan de Hooge Zeedijk, te Rotterdam, alwaar hetzelve daags vóór en op de dag van de veiling door een ieder kan bezichtigd worden.


27 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ridderkerk, 26 november. Heden middag is op de werf van de bouwmeesters P.& C. Boele met goed gevolg van stapel gelaten het fregatschip ANNA, groot 441 gemeten lasten, voor een rederij onder directie van de heren P. Rademakers & Co te Delfshaven en zullende worden gevoerd door kapt. J.H. Dabrock.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Harlingen, 25 november. Hier liggen thans reeds 50 schepen in winterlaag, hetwelk veel meer is, dan men op deze tijd gewoon is. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door de lage vrachten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 november. Aangaande de bark op de Noorderhaaks gestrand (opm: zie NRC 261157 en 061257), wordt heden van Texel gemeld, dat aldaar was aangespoeld, een zwart geschilderd naambord, waarop met witte letters NIJVERHEID, en verder, dat volgens aldaar aangespoelde wrakhout, voorzien met koperen bouten, het een oud schip scheen te zijn geweest, dat belangrijk vertimmerd en waarschijnlijk met steenkolen of ballast beladen was. Nog waren van dat schip aan strand gekomen een grote boot, zonder naam, waarin zich twee lijken bevonden, een rond naambord, met wit geschilderde rand, waarin de letters S. P. en eindelijk een gedeelte van de tuigage, een stuk wrak, waaraan twee ankers en ketting, en enige vaatjes provisie, als snijbonen, augurken enz. De equipage is er hoogstwaarschijnlijk bij omgekomen. Op Texel liep het gerucht, dat aan Den Helder was aangebracht, het stuurrad van dat schip, waarop het woord Hamburg. Volgens de bovenstaande aangespoelde naamborden schijnt het schip, op de Noorderhaaks verongelukt, te zijn geweest: de Nederlandse bark NIJVERHEID, kapt. J.L. Mulder, toebehorende aan de heer S. Piek te Oudshoorn, van Newcastle met steenkolen naar Cadix gedestineerd. (opm: de NIJVERHEID, kapt. Mulder, lag 19 november zeilklaar te Newcastle met bestemming naar Cadix).


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 november. Het schip PAX, kapt. Haack, van Amsterdam naar Dantzig (opm: Gdansk) , is de 22e november ter rede van Elseneur (opm: Helsingör) binnengelopen, na die morgen door dikte van mist bij Gilberghoved aan de grond gezeten te hebben. Hetzelve was echter door aangenomen hulp en tegen betaling van 1500 rijksdaalders bergloon, in vlot water gebracht, doch maakte geen water en zou de reis bij de eerste gelegenheid voortzetten.


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 26 november. Volgens telegrafisch bericht van het Nieuwe Diep is op het eiland Texel bij de kleine Slofter, Eyerland, een kof gestrand en verbrijzeld, waarbij de equipagie zou zijn omgekomen. (opm: zie volgend bericht)


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gepraaid. Den 11 oktober op 7 gr. 52 min. N.B. en 31 gr. 25 min. W.L., het METALEN KRUIS, kapt. J.P. Zuurdeeg, van Probolingo naar Amsterdam, hebbende 68 dagen reis.


28 november 1857


 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Texel, 26 november. De gestrande kof