Inloggen
Zoek in kronieken
Aanwezige jaargangen:
Start - 0 - 189 - 191 - 1813 - 1814 - 1815 - 1816 - 1817 - 1818 - 1819 - 1820 - 1821 - 1822 - 1823 - 1824 - 1825 - 1826 - 1827 - 1828 - 1829 - 1830 - 1831 - 1832 - 1833 - 1834 - 1835 - 1836 - 1837 - 1838 - 1839 - 1840 - 1841 - 1842 - 1843 - 1844 - 1845 - 1846 - 1847 - 1848 - 1849 - 1850 - 1851 - 1852 - 1853 - 1854 - 1855 - 1856 - 1857 - 1858 - 1859 - 1860 - 1861 - 1862 - 1863 - 1864 - 1865 - 1866 - 1867 - 1868 - 1869 - 1870 - 1871 - 1872 - 1873 - 1874 - 1875 - 1876 - 1877 - 1878 - 1879 - 1880 - 1881 - 1882 - 1883 - 1884 - 1885 - 1886 - 1887 - 1888 - 1889 - 1890 - 1891 - 1892 - 1893 - 1894 - 1895 - 1896 - 1897 - 1898 - 1899 - 1900 - 1901 - 1902 - 1903 - 1904 - 1905 - 1906 - 1907 - 1908 - 1909 - 1910 - 1911 - 1912 - 1913 - 1914 - 1915 - 1916 - 1917 - 1918 - 1919 - 1950 - 1995 - 2019


Bevat   Exact
 

Kronieken uit 1914


01 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De scheepvaartbeweging in 1913 te Amsterdam.
Blijkens de gisteravond verschenen opgave van de Kamer van Koophandel en Fabrieken alhier zijn in het afgelopen jaar te Amsterdam aangekomen 2600 zeeschepen, met een totaal Inhoud van 12.338.906 m3, tegen 2.501 schepen, metende 11.165.301 m3 in 1912. Er is dus een vooruitgang te boeken met (op een na) honderd schepen en een gezamenlijke inhoud van ruim 1.173.000 m3, dat is meer dan de gehele tonnenmaat van de schepen in 1876, bij de opening van het Noordzeekanaal, toen ze bedroeg …….. 1.136.000 m3.
Ook het getal te Amsterdam aangekomen Rijnschepen vertoonde, naar reeds in het Jaaroverzicht van Amsterdam werd meegedeeld, een fikse stijging, in 1912 waren het: 1.548 schepen, metende 1.042.357 m3; in 1913: 1.701 schepen, metende 1.158.069 m3. De diepgang van de door de Noordzeesluizen geschutte zeeschepen breidt zich al mede gestadig uit. Van de 1.990 schepen had er één 89 dm diepgang, een 86, twee 87, twee 86, drie 85, twee 84, drie 83, twee 82, twee 81, vier 80, vijf 79, acht 78, vijf 77, achttien 76, vierentwintig 75, negentien 74, eenendertig 78, eenentwintig 72, dertig 71, honderd-eenenvijftig 66-70, tweehonderd-vijfenzestig 61-75, elfhonderd-vierentachtig 51-60, zeventienhonderd-zevenentachtig 41-50 en veertienhonderd-en-twintig 40 en minder dm diepgang. De 2.600 te Amsterdam ingeklaarde ladingen waren als volgt samengesteld: 71 granen, rijst en lijnzaad, 218 hout, 33 petroleum, 8 erts, 126 steenkolen en cokes, 606 stukgoed, 1.143 overige en gemengde ladingen en 100 ballast. De bruto-inhoud van de schepen door de Noordzeesluizen geschut (van en naar zee) was in 1913: 27.987.806 m3, tegen 25.592.609 m3, in 1912.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Bij acte op den 23 december 1913 voor de te Rotterdam residerende notaris Mr. P.J. van Wijngaarden gepasseerd, is tussen de ondergetekende vennootschappen onder de firma respectievelijk van Phs. van Ommeren en P.A. van Es & Co. (verbindende daarmede tevens de handelsvennootschap onder de firma Gebr. Smith), beide gevestigd te Rotterdam, aangegaan een vennootschap, ten doel hebbende de uitoefening van het cargadoorsbedrijf in verband met het behandelen van alle zaken betreffende het agentschap of het beheer van een geregelde vaart tussen Rotterdam (waaronder begrepen zijn alle havens tussen Rotterdam en zee) en eventueel andere Nederlandse havens en Londen. De vennootschap zal gevestigd zijn te Rotterdam en gedreven worden onder de firma ‘Smith & Van Ommeren’, welke firma door alle deelgenoten van de ondergetekende firma’s zal kunnen worden getekend, voor zover zij bevoegd zijn hun firma te tekenen, doch alleen en uitsluitend voor zaken het doel van de vennootschap betreffende, alzo met uitsluiting van het expeditiebedrijf. De vennootschap is aangegaan voor de tijd van 20 jaren, aanvangende 1 januari 1914 en eindigende 31 december 1933, met dien verstande evenwel, dat, indien een der partijen het einde alsdan mocht verlangen zij verplicht zal zijn de andere partij daarvan 6 maanden te voren bij aangetekend schrijven mededeling te doen, bij gebreke waarvan de vennootschap met het einde van de bij deze gecontracteerde 20 jaren voor de tijd van 1 jaar is gecontinueerd, welke continuatie van 1 jaar telkens zolang zal voortduren, totdat een schriftelijke kennisgeving als hiervoor vermeld, zal zijn geschied. Geschiedende deze bekendmaking ingevolge het bepaalde in art. 28 van het Wetboek van Koophandel.
Phs. van Ommeren. P.A. van Es & Co.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Blijkens acte op den 23 december 1913 voor de te Rotterdam residerende notaris Mr. P.J. van Wijngaarden gepasseerd, zijn vrouwe Marie Florentine Daudt, weduwe van de heer Francois Sieuwertsz van Reesema, particuliere, wonende te Hilversum en mevrouw Catharina Jacoba Kolff, weduwe van de heer Abraham Cornelis Dalen, particuliere, wonende te Rotterdam, met ingang van 1 januari 1914 als medevennoten getreden uit de vennootschap onder de firma “P.A. van Es & Co.", gevestigd te Rotterdam, opgericht bij acte op de 13e februari 1911 voor de ondergetekende notaris gepasseerd.
Geschiedende deze bekendmaking ingevolge art. 31 van het Wetboek van Koophandel.
Mr. Van Wijngaarden en Koopman. Notarissen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 31 December. De Nederlandse motorboot ZEEAREND, van Antwerpen naar Liverpool bestemd, is met zware slagzijde en overgeworpen lading alhier uit zee teruggekeerd. Er is water in het dekhuis gedrongen, dat nu wordt geruimd. Verder wordt de lading herstuwd en men denkt nog hedenavond weer zeeklaar te zijn. Het schip zelf heeft geen schade.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging.
Gedurende 1913 zijn de Nieuwe Waterweg binnengekomen 11.435 schepen, waaronder 10.522 stoomschepen, 104 zeilschepen. 114 zeelichters, 215 vreemde sleepboten, 307 bunkerboten, (waarvan 304 aan de Vondelingenplaat, 2 te Rotterdam en 1 aan de Poortershaven, bunkerden), 20 bijleggers, 60 marinevaartuigen, 13 stuks baggermateriaal, 23 plezierjachten, 19 slopers, 8 proefstomers enz. tegen 11.636 in 1912; en vertrokken 10.545 stoomschepen, 104 zeilschepen, 135 zeelichters, 307 bunkerboten, 203 vreemde sleepboten, 43 marinevaartuigen, 75 stuks baggermateriaal, 14 plezierjachten, 51 diverse proefstomers, enz., totaal 11.479 schepen, tegen 11.570 in 1912. De vissersvloot is hieronder niet begrepen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepvaartbeweging.
Te Hellevoetsluis zijn in 1913 aangekomen 126 stoom- en zeilschepen, metende 259.570
m3, en vertrokken 178 stoom- en zeilschepen, met 266.336 kub. meter.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 31 dec. Volgens telegram uit Kopenhagen, is de Nederlandse koftjalk AMBULANT, schipper Groen, van Koningsbergen met rogge naar Kjöge bestemd, aan de ingang van de haven van Kjöge aan de grond geraakt. Een bergingsstomer is derwaarts vertrokken.


02 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoutkamp, 31 december 1913. De berging van het gestrande drie-mast barkschip AMAZONE is opgedragen aan de Bergingsmaatschappij te Maassluis. Heden is weer een onderzoek ter plaatse ingesteld. Het schip kon genaderd worden tot op 6 à 700 meter afstand. Men heeft bevonden, dat het vaartuig zich weer uit het zand heeft gewerkt en een 100 m. verder naar het oosten is verplaatst. Het zit nu hoog op een zandplaat en men heeft nog hoop om schip en lading te kunnen bergen. Daar men niet aan boord heeft kunnen komen, weet men niet of het schip lekkage heeft. De ra’s zijn afgeslagen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ulrum, 31 december 1913. Door de burgemeester-strandvonder werd bekend gemaakt, dat uit het wrak van het gestrande Noorse barkschip AMAZONE zijn geborgen 2.463 machinale delen van verschillende afmetingen en een partij kleedhout, alles gemerkt S.A.S., benevens vele mond- en scheepsbehoeften.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Volgens een Reuter telegram is het stoomschip TASMAN te Thursday Island aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Perim, 30 december. De waarloze schroefas van het stoomschip THESEUS is geplaatst. De nieuwe schroef wordt thans aangezet. In het geheel zijn 3.200 ton, waaronder 500 ton bunkers gelost. Het stoomschip zal binnen drie dagen de geloste lading weer kunnen innemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw in 1913.
In het afgelopen jaar werd van de verschillende scheepsbouwwerven in Nederland te water gelaten voor de zeevaart ca. 110.000 ton scheepsruimte tegenover ca. 102.000 ton in 1912.
Gebouwd werden aan de werf:
Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam: 5 stoomschepen met ca. 31.000 bruto reg. ton.
Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam: 3 stoomschepen met
15.000 ton.
Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam: 2 stoomschepen met 1.250 ton.
Bonn & Mees te Rotterdam: 1 stoomschip met 7.000 ton.
Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam: 6 stoomschepen met 31.000 ton.
Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen, 1 stoomschip met 9.000 ton.
A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel; 3 stoomschepen en 5 zeelichters met 8.000 ton.
Werf ‘De Merwede’ te Hardinxveld: 4 stoomschepen met 3.000 ton.
J. Meyer's Scheepsbouw Maatschappij te Zaltbommel: 1 stoomschip met 820 ton.
Gebr. Pot te Bolnes: 4 stoomschepen en 1 tankschip met 2.800 ton.
Werf ‘De Noord’ te Alblasserdam: 1 stoomschip met 500 ton.
Werf v/h Jan Smit Czn. te Alblasserdam: 3 stoomschepen met 6.000 ton.
Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek: 1 gaffelschoener, 3 schoeners, met 930 ton.
J.W. Boerma te Martenshoek: 1 schoener-aak, met 190 ton.
L. Mulder te Martenshoek: 1 schoener met 80 ton.
Wortelboer & Co. te Westerbroek: 1 tjalk met 80 ton.
W. Mulder te Stadskanaal: 2 schoeners met 250 ton.
J. J. Pattje & Zonen te Waterhuizen: 1 motorschoener en 3 gaffelschoeners, met 500 ton.
Aan het einde van 1913 was op de verschillende Nederlandse werven nog in aanbouw voor de zeevaart ca. 115.000 ton scheepsruimte, tegenover ca. 141.000 ton aan het einde van 1912 en wel op de werf:
Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam: 5 stoomschepen met 30.000 ton.
Mij. v. Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam: 5 stoomschepen met 15.000 ton.
Bonn & Mees Rotterdam: 1 stoomschip met 7.500 ton.
Werf v/h Rijkée & Co. te Rotterdam: 8 stoomschepen met 5700 ton.
Scheepswerf v/h Jan Smit Czn. te Alblasserdam: 3 stoomschepen met 6600 ton.
Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam: 6 stoomschepen met 16.000 ton.
Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen: 2 stoomschepen met 22.000 ton.
A. Vuyk & Zonen te Capelle a/d IJssel: 2 stoomschepen en 1 lichter met 3.000 ton.
Gebr. Pot te Bolnes: 2 motortankboten en 1 tanklichter met 3.600 ton.
Werf ‘Dordrecht’ te Dordrecht: 1 stoomschip met 1.100 ton.
Werf ‘De Merwede’, van Van Vliet & Co. te Hardinxveld: 1 stoomschip met 700 ton.
P. Boele Pzn., te Slikkerveer: 2 stoomschepen met 2.000 ton.
Gebr. G. & H. Bodewes, te Martenshoek: 2 schoeners en 1 motorschoener met 1.350 ton.
J.W. Boerma te Martenshoek: 2 schoeneraken met 300 ton.
W. Mulder te Stadskanaal: 1 schoener met 130 ton.
J.J. Pattje & Zn. te Waterhuizen: 2 schoeners met 600 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf De Hoop, van de heer J.J. Bodewes te Pannerden, is te water gelaten het staal-ijzeren kanaalschip BERDINA 2, groot plm. 600 ton, voor rekening van de heer J. Savelkouls uit Alphen a/d Maas. Terstond daarna werd de kiel gelegd voor een Rijnschip groot 400 ton. Nog meer schepen zijn in bestelling, waaronder een Rhein-Herne kanaalschip, groot plm. 1.350 ton, voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 31 december. Op 2 december werd van de werf van de heren William Gray & Co. te West Hartlepool te water gelaten het stalen stoomschip BANKA, in aanbouw voor de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’ te Amsterdam. Het schip is lang 433'-6” breed, 54'-6” en hol 36'. De machines van het triple expansie-systeem, zijn geleverd door de Central Marine Engine Works en hebben cilinders van 23, 46 en 77 inch diameter en 54 inch slag. Het schip is voorzien van dubbele bodem, voor- en achterpiektank en dieptank achter de machinekamer, in totaal een capaciteit voor 2.200 ton waterballast. Voor het snelle laden en lossen zijn 27 stalen laadbomen, waarvan één met een hefvermogen van 30 ton en 18 stoomlieren aangebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 30 december. De TASMAN is vlot gekomen met assistentie van het Japanse stoomschip IDAHO MARU.
Het schip, geschat op een waarde van 116.000 pd.st., was voor een derde alhier, een derde te Amsterdam verzekerd en voor het overige derde deel liep de rederij eigen risico. Reuter seint uit Sydney d.d. 30 december: Volgens berichten van de agenten is de TASMAN met de passagiers in volkomen veiligheid. Een Japanse stoomboot heeft de TASMAN op sleeptouw, het schip zal naar men verwacht wel vlot blijven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 december. De sleepboot NOORDZEE ankerde 29 december op de hoogte van Walmer. Zal het Franse schip ALICE naar Hamburg (? Rotterdam) slepen.
— De Nederlandse sleepboot SEINE, met de onderlossers S.H.O.P. 4 en 5 en de sleepboot GEERTRUIDA, welke in een van de onderlossers is geladen, van Amsterdam naar Bahia Blanca bestemd, passeerde gisteravond 7 uur Dungeness.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 januari. Gedurende 1913 zijn alhier ingeklaard 1.054 zeeschepen, inhoudende 693.802 m3; uitgeklaard 1.198 zeeschepen, inh. 583.059 m3; ingeklaard 2.475 rivierschepen, inh. 476.887 m3; uitgeklaard 2.190 rivierschepen, inh. 575.113 m3. Over 1912 was dit: ingeklaard 912 zee- en 2.044 rivierschepen, inh. 496.817 en 263.789 m3; uitgeklaard 1.118 zee- en 1.915 rivierschepen, inh. 436.752 en 338.200 m3.
Vlieland, 2 januari. Gedurende 1913 zijn alhier aangekomen 450 stoom- en 80 zeilschepen; vertrokken 437 stoom- en 121 zeilschepen.
Harlingen, 2 januari. Alhier zijn gedurende 1913 aangekomen 458 stoomschepen, bruto inh. 1.158.716 m3, en 11 zeilschepen, 3.208 m3, terwijl vertrokken 450 stoomschepen, metende 1.164.416 m3 en 11 zeilschepen, metende 3.208 m3.
Amsterdam, 2 januari. Gedurende het jaar 1913 zijn te Amsterdam aangekomen 2.600 schepen, metende 12.338.906 m3. bruto. Tegenover 1912 valt er een vermeerdering te constateren van 99 schepen en een vermeerdering van de bruto inh. van 1.173.605 m3.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 1 januari. Van de werf van firma Wortelboer & Co. alhier werd te water gelaten de sleepkaan JULIE STROMEIJER, groot plm. 1.550 ton, terwijl de kiel werd gelegd van een kaan van 850 ton.
Van de nieuwe werf van deze firma te Delfzijl werd de sleepkaan KRIMHILDE STROMEIJER, ook plm. 1.550 ton groot, te water gelaten, terwijl daar de kiel werd gelegd voor een kaan van 1.550 ton. Al deze schepen zijn gebouwd voor Duitse rekening.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Veendam, 2 januari. Woensdag zijn van de werf van de heer L. Wolthuis te water gelaten twee staal-ijzeren schuitjes, van plm. 60 ton, zullende bevaren worden door J. Wiltens van Veendam en J. Wijchels van Annerveensche Kanaal. De kielen zullen gelegd worden van twee gelijke motorschepen van 125 ton, die voorzien zullen worden van een R.O. motor van 26 pk, waarvan de levering is opgedragen aan de heer D. Goedkoop Jr. te Amsterdam. Deze schepen zijn voor rekening en zullen bevaren worden door M. Smit van Ter-Apel en H. Ritsema van Woltersum.


03 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Met de Staats Courant No. 2 worden verzonden de uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam, betreffende:
a. Het stranden op de Spaanse kust op 10 augustus 1913 van het stoomschip WILIS;
b. De aanvaring op de Noordzee. op 23 oktober 1913 tussen de kotter MAASSTROOM (MA – 125) en de Engelse stoomdrifter L.T. 1167.
c. De schaden, welke op 14 oktober en 6 november 1913 op de reis van Sikea naar Ramsgate hebben plaats gehad aan de motor aan boord van het zuiggas-motorschip ZEEMEEUW:
en van de uitspraak in beroep van de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam, betreffende het verzoekschrift van B. Oosterwljk. schipper van het aakschip HENDRIKA JOHANNA.


05 januari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 2 januari. Volgens telegram uit Rosario is het Nederlandse stoomschip MERAK op de rivier aan de grond geraakt.


06 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Proeftocht stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN.
(Van onzen eigen berichtgever). Wij ontvangen via Scheveningen het volgende radiotelegram: Aan boord stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN.
In een hageljacht trokken vanochtend een aantal genodigden, allen in stormkledij, van het IJmuiden station naar de grote sluizen, waarin om halfelf het nieuwe stoomschip van de Maatschappij Nederland, de PRINS DER NEDERLANDEN, gebouwd door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, binnenstoomde. Aan de semafoor woei de stormbal en de zee, groenachtig getint, met witte schuimkoppen, zag er weinig aanlokkelijk uit. Toen het nieuwe schip eenmaal buiten de pieren kwam — het was ruim 12 uur — bleek echter, dat ook voor hen, die niet over zeebenen beschikken, het spelevaren op de onstuimige zee met het onvermijdelijke stampen en slingeren niet al te onaangenaam was. De PRINS DER NEDERLANDEN voer in de richting van de Haaks. Gezagvoerder is kapt. Versteeg. Aan boord bevinden zich, behalve de directeur van de ‘Nederland’, de heer J.B.A. Jonckheer, de bouwmeester, de heer D. Goedkoop, de directeur van de Ned. Fabriek en de heer J. Muysken en vele ingenieurs, benevens een aantal gasten, o.w. de heren C.Q. Vattier Kraane, prof. Rotgans en enige dames.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 5 januari. Van de werf van de heren J. de Boer en Zn. werd heden met goed gevolg te water gelaten, een stalen bolschip, groot 100 ton, voor rekening van schipper S. Jager van Oude Pekela, en zal weer op stapel worden gezet een dito schip van dezelfde grootte voor schipper J. Dijken, van hier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 januari. Het stoomschip SPES vertrekt vermoedelijk heden na reparatie van Kiel naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 3 januari. Het naar Grangemouth vertrokken stoomschip EEMSTROOM keerde met lekke ballasttank naar hier terug doch zette later, na reparatie, opnieuw de reis voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Strib, 31 januari. Het Nederlandse schip JANTJE is bij sterke vloed op Strib Odde gestrand en zit zwaar geboeid.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Kjöge, 30 december. De bergingsstomer HERTHA wordt bij de gestrande Nederlandse kof AMBULANT verwacht. De bemanning is nog aan boord doch de reddingboot van hier is uitgegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Blackwall, 1 januari. De met kolen beladen barge SOUTH is, gesleept wordend, tijdens mist in aanvaring gekomen met het Nederlandse stoomschip IMPORT. De barge werd met schade aan de grond gezet, doch is later gezonken. Het stoomschip bekwam geen schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rosario, 2 januari. Voor het vlot brengen van het op de rivier aan de grond geraakte Rotterdamse stoomschip MERAK is contract gemaakt voor 500 p.st, “no cure, no pay".


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 januari. Hr.Ms. pantserschip DE RUYTER van Batavia naar Nieuwediep arriveerde 3 januari te Colombo.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 januari. De Nederlandse sleepboot ROODE ZEE, 16 december van Buenos Aires naar Kaapstad vertrokken, arriveerde 3 januari aldaar om het oude oorlogsschip PENELOPE van daar naar Europa v.o. te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 3 januari. De 400-ton drijvende kraan ANTEO, gebouwd op de werf Gusto van de Firma A.F. Smulders te Schiedam, voor rekening van de Italiaanse marine en in hoofdzaak tot taak hebbende het lichten van gezonken onderzeeboten, vertrok heden onder eigen stoom naar Spezia.


07 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Met vijftien mijls-vaart in de NW bries.
Het was een klein troepje mensen, met en zonder zeebenen, dat gistermorgen door het stille IJmuiden trok van het station naar de grote sluizen, aangegaapt door de IJmuidenaren en door de vele rijksveldwachters, die met het oog op de staking in grote getale daar nog aanwezig waren. Het gezelschap zag er door petten en dikke jekkers wel zeewaardig uit, doch keek toch bedenkelijk naar de onstuimige zee, die heel in de verte geregeld over de pieren sloeg. De groenachtige zee met de witgekuifde golven, beloofde niet veel goeds, terwijl de stormbal aan de semaforen aan de ingewijden vertelde, dat proefstomen nog niet altijd spelevaren betekende. Vol moed toog men intussen naar de sluizen, terwijl op de weg daarheen een hagelbui er aan herinnerde, dat het al januari was. Achter een van de sluishuisjes zocht men enige beschutting en werden de druipnatte valiezen en tassen neergezet, in afwachting van de komst van de nieuwe boot, die ruim half elf in de sluizen zou arriveren. Langzaam naderde de PRINS DER NEDERLANDEN door het kanaal. Boven op de hoge commandobrug stond kapitein Versteeg met de loodsen. Zijn schip zou nu eerst eens recht kunnen tonen, dat heb zijn bouwmeesters eer aan deed. Een proeftocht met een windsterkte van 9, met een wind, die uit het noordwesten pal op de kust stond, dat was je ware, althans voor kapitein Versteeg. Spoedig was de loopplank op een gedeelte van de valreep gelegd en het gezelschap, waaronder zich enkele dames bevonden, toog aan boord. leder installeerde zich in zijn hut, alsof de eerste haven Genua zou zijn, in plaats van... Nieuwediep. Petten werden vast op het hoofd gedrukt, stormbanden omgedaan en extra jassen aangetrokken. Even half twaalf rinkelde de machinetelegraaf en zetten ook de sleepbootjes zich in beweging, die haar grote zuster tot even buiten de pieren uitgeleide zouden doen; de proeftocht was begonnen. De proeftocht, welke op elk van de gasten zulk een geheel verschillende indruk zou maken! Van de directie van de Mij. ‘Nederland’ was aan boord de heer J.B.A. Jonckheer. Onder de gasten waren voorts de volgende heren: D. Goedkoop, directeur van de Ned. Scheepsbouw Mij., J. Muysken, directeur van de Ned. Fabriek v. Werktuigen en Spoorwegmateriaal, C. Kloos, Mr. A. Cornelissen, D. Goedkoop Dzn., H. Goedkoop, C. Penning, Salberg, hoofdingenieurs of ingenieurs, voorts prof. Rotgans, mr. K. van Lennep, C.G. Vattier Kraane, P.E. Tegelberg, C.F. Stork, Lion Cachet, en verschillende leden van de staf van de ‘Nederland’, o.a. de heer S.G. Visker en G. Bakker en hoofden van afdelingen, als de heren D. de Roo van Alderwerelt en jhr. Holmberg de Beckfelt.
Doch voordat wij vertellen van de indrukken, opgedaan door landrotten zonder zeebenen op een proeftocht in een „stijve NW bries.(!)", eerst nog enige bijzonderheden over de PRINS DER NEDERLANDEN zelf:
Het dubbelschroef stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN is gebouwd door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij. Dit schip is het grootste, dat tot op heden hier te lande is gebouwd en is 11 voet langer dan het mailstoomschip KONINGIN EMMA, behorende aan dezelfde Maatschappij, dat bij zijn aflevering, ongeveer een maand geleden, het grootste schip was, dat tot die tijd in Nederland is gebouwd en een voet langer dan het thans aan de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen in aanbouw zijnde stoomschip INSULINDE. De afmetingen van de PRINS DER NEDERLANDEN zijn als volgt: Lengte tussen de loodlijnen 481'-0½", lengte over alles 499'-0", breedte op buitenkant spanten 57'-0", holte tot kuildek in de zijde 29'—11½", holte tot shelterdek in de zijde 37'-11½", hoogte van het promenadedek 8'-6", hoogte van het brugdek 8'-6", hoogte van het sloependek 8'-0", hoogte van het bakdek 7'-9", toegeladen diepgang 24'-0", waterverplaatsing 13.450 Eng. tonnen, draagvermogen 6.300 Eng. tonnen.
Onder het kuildek bevindt zich in de drie achterste ruimen het tussendek. In ruim I zijn onder het kuildek twee dekken, n.l. het tussendek en het onderdek. Bovendien heeft het schip nog een opperdek en promenadedek, welke eveneens van staal zijn, benevens een brug- en sloependek, welke van hout zijn. Alle open dekken zijn door zonnetenten beschut. Het schip is gebouwd naar de hoogste klasse van Lloyds 100 A.1 kruis, shelterdek type. Het is voorzien van een dubbele bodem, die over nagenoeg de gehele lengte doorloopt en die dient tot het bergen van zoet- en zoutwater. Door acht waterdichte schotten wordt het schip in negen afdelingen verdeeld. De waterdichte schuifdeuren in de schotten kunnen alle van de brug af worden gesloten door middel van Lloyd-Stone pneumatisch-hydraulische sluitinrichting.
Het schip is voorzien van twee paalmasten van 26” diameter, voorzien van een aantal laadbomen, terwijl achter de fokkemast een extra zware laadboom geplaatst is met een hefvermogen van 25 ton.
De passagiers-inrichtingen bieden plaats voor: Passagiers 1e klasse 143, 2e klasse 138, 3e klasse 34, 4e klasse 42, totaal aantal passagiers bedraagt 357. De bemanning bestaat uit 207 personen, zodat het totaal aantal opvarenden 564 bedraagt. De hutten van de 1e klasse passagiers zijn gelegen op het opperdek, promenade- en sloependek en het voorste gedeelte van het kuildek. Op het promenadedek zijn bovendien tweepersoons luxe hutten geplaatst. Verder zijn op de genoemde dekken gelegen de eetsalon, plaats biedend voor 112 personen, gezeten aan kleine tafels, de rook- en dek-salons en de kinderkamer.
De rook- en dek-salons zijn uitgevoerd hoofdzakelijk in Coromandelhout; naar de plannen van de heer C.A. Lion Cachet, door de firma P.H. Mutters & Zn. te ‘s-Gravenhage. De 2e klasse hutten zijn, evenals die van de 1e klasse, in het midden van het schip geplaatst. In het achterschip zijn de verblijven van de 3e klasse passagiers gelegen, terwijl voorin de passagiers 4e klasse zijn ondergebracht in één verblijf.
Het schip is uitgerust met 10 reddingboten, twee motorbarkassen, een kapiteinssloep en een vlot en bezit een inrichting voor draadloze telegrafie en een toestel voor onderwaterkloksignalen, terwijl het verder voldoet aan alle eisen van veiligheid en comfort.
Het schip wordt bestuurd door een telemotor in aansluiting op een hydraulisch-elektrische stuurmachine van het Hele-Shaw-Martineau patent, of op een stoomstuurmachine, direct werkend op het roerkwadrant. De door de firma Groeneveld, v.d. Pol & Co. geleverde elektrische kracht- en lichtinstallatie, wordt verkregen van 4 door turbines gedreven dynamo's, welke turbines geleverd werden door de firma Gebr. Stork & Co. te Hengelo (O.). Deze installatie omvat niet minder dan 1.400 gloeilampen, 200 salon- en hut ventilatoren, een complete telefoon-installatie door het gehele schip, zomede een elektrische schijnwerper. Het schip is verder voorzien van een door de firma Geveke & Co. geleverde stoomverwarming.
De plannen voor het schip zelf werden ontworpen door de heer M.A. Cornelissen, die van de machine door de hoofdingenieur van de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’, de heer S.G. Visker.
De machine- en ketelinstallatie werd geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen- en Spoorwegmaterieel te Amsterdam.
De hoofdmachines, namelijk die voor de voortbeweging, zijn twee in aantal, ieder met vier stoomcilinders, en in staat, om tezamen een vermogen te ontwikkelen van 6.700 paardenkrachten bij 95 omwentelingen per minuut. De twee machines zijn uitgebalanceerd volgens het systeem Yarrow, Schlick en Twedey, waardoor een zeer rustige gang verkregen wordt. Ze zijn speciaal ingericht voor het werken met oververhitte stoom van 300° C. De benodigde stoom wordt geleverd door vijf ketels met totaal 24 vuren. Drie van deze ketels worden aan beide zijden, de twee overige aan één zijde gestookt. Het totale roosteroppervlak bedraagt rond 36 m2; het verwarmend oppervlak rond 1.520 m2. De ketels werken onder een stoomdruk van 15 kg. per cm2, en zijn voorzien van oververhitters van het systeem Schmidt. Verder zijn ze voorzien van inrichtingen Voor geforceerde trek volgens systeem Howden, waarbij de verbrandingslucht voorverwarmd wordt, alvorens tot de vuren te worden toegelaten. De diverse hulpmachines worden voor een groot gedeelte gedreven door stoomturbines, zoals b.v. de luchtpompen en de centrifugaal-voedingspompen. Ook de dynamo’s die voor het opwekken van de elektrische stroom voor de verlichting en voor het drijven van diverse elektromotoren moeten zorgen, worden door stoomturbines aangedreven. Het schip is uitgerust met een dubbele koelinstallatie, met een inrichting voor het doden van ratten en tot het ontsmetten van de verschillende scheepsruimten, systeem Maret. Nog even omgekeken naar de stormbal en naar de gele duinen, die vervaagden in de regen- en hagelbuien en daarna met het gezicht vooruit naar de onstuimige, wit gestreepte zee, waar de PRINS DER NEDERLANDEN zijn boeg schuim spattend insneed. Het nieuwe schip was reeds in zijn element! Sommige passagiers echter waren niet helemaal in het hunne, want al heel gauw bleek, dat een „stijve bries", zoals de zeemansterm luidt, voor de landrot synoniem is met storm. Al dadelijk buiten de pieren begon het gestamp en geslinger in de branding, al zouden de slingerhoeken in volle zee nog heel wat groter worden. Spoedig, keerden de sleepbootjes dan ook terug, nadat zij evenals, torpedoboten op-en-neer gedanst hadden, waarbij nu en dan slechts de top van de schoorsteen tussen de hoge golven zichtbaar was. Op de PRINS DER NEDERLANDEN had de machine-telegraaf inmiddels reeds het „full speed” geseind en de twee schroeven zwiepten de golven. Dadelijk werd recht uit de kust gestoomd en het water door de noordwester opgezweept, sloeg schuim spattend tegen boeg en boord, zodat de dekken al gauw een glimmend natte aanblik hadden. Hierop liepen de passagiers met grote of vlugge passen te ijsberen, om warm te worden en om de grote vijand buiten boord te houden. Wie de grote vijand was, laat zich gemakkelijk raden; het was de zeeziekte in haar, diverse uitingen en vormen! Maar laten wij, vooral omdat wij de gast waren van een van de grootste stoomvaartmaatschappijen, en omdat wij ons te midden van zovele zeerotten bevonden, daarover zoveel mogelijk een beleefd stilzwijgen bewaren. Aan het diner werd reeds, zoals blijken zal, gespot met deze vijand, die toen niets meer kon doen, want wij lagen op de kalme Texelse rede beschut. Nadat eerst enige mijlen uit de kust was gevaren, werd koers gezet naar de ‘Haaks’ en toen eerst bleek, bij verschillende manoeuvres en zwenkingen, dat het bezitten van zeebenen zeer noodzakelijk was op de soms zeer hellende dekken. Nu eens verdween het achterschip in de laagte en zag men daar slechts zee, terwijl boven het voorschip alleen maar de lucht te bespeuren was. Grijze regenlucht, groenachtige, schuimende zee rondom het dansende 10.000 tons-stoomschip. Zo was het gezicht de gehele dag; eenmaal werd nog een ander vaartuig zichtbaar, dat ook danste op de golven. Wie van dit mooie zeegezicht niets moest hebben, lag in zijn hut en hoorde slechts het lopen over het dek, het gerinkel van de machine-telegraaf of het gerinkel van glazen, welke bij een al te zware golfslag van de tafels vielen. Tegen half zeven verminderde het stampen en slingeren, en werden weer meer gasten zichtbaar, dan voor die tijd. In de verte zag men de lichtjes langs de Nieuwendieper haven schitteren, zag men een vuurtoren over een kalme watervlakte lichtstrepen werpen. De aanblik van die lichtjes, maar bovenal het gevoel van het rustig varende schip, fleurde menigeen op. En even vóór het diner vielen de ankers op de Texelse rede en konden de Nieuwendiepers in de verte de grote, helverlichte mailboot zien liggen. In de Marconihut kreeg de telegrafist het druk met het seinen van radiotelegrammen, door de gasten aan familie of kennissen gezonden. In de eetsalon verenigden zich daarop gastheren en gasten aan de tafels, en daar heerste een vrolijke stemming, ook al herinnerde een tableau in het midden van de zaal aangebracht nog aan de groene, onstuimige zee. Aan het dessert werden verschillende speeches gehouden. De heer J.B.A. Jonckheer, een van de directeuren van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, herinnerde er in zijn toast aan, dat de kok hem was komen meedelen, dat 50% van de passagiers zeeziek was. Hoewel de mensen van de wal misschien niet zo goed kunnen begrijpen, wat het zeggen wil, dat een proeftocht onderbroken wordt, toch had spreker in overleg met de heer Goedkoop besloten, om het diner te doen plaats hebben op de kalme Texelse rede, tegenover onze eerste oorlogshaven. De proeftocht was echter dan ook nog niet afgelopen dus, maar toch kon de heer Jonckheer reeds constateren, dat hij een succes was geweest. Spreker betuigde daarom zijn hulde aan de heren Goedkoop, de bouwer van de PRINS DER NEDERLANDEN en Muysken, op wiens fabriek de machines vervaardigd waren. Wij zijn er van overtuigd, dat ook op het tweede gedeelte van de proeftocht zal blijken, dat de PRINS DER NEDERLANDEN een goed schip is. Spreker wenste ook de heren M.A. Cornelissen, de eigenlijke bouwer, Visker, F. Boerma en G. Bakker van de staf van de Mij. ‘Nederland’ geluk en sprak ten slotte de hoop uit, dat kapitein Versteeg gelukkig zal varen en veel geld zal verdienen. De heer D Goedkoop, directeur van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij, dronk op de heer Cornelissen, die de plannen voor het nieuwe schip gemaakt had en op de heren Muysken, directeur, en Kloos, hoofdingenieur van de Ned. Fabriek. Spreker uitte de beste wensen voor het schip, dat destijds door de dochter van de heer Jonckheer te water is gelaten. Daarop zei de heer J. Muysken, directeur van de Ned. Fabriek voor Werktuigen- en Spoorwegmaterieel, dat het schip een aanwinst was voor de Maatschappij. Spreker huldigde de Maatschappij als een vooruitstrevende; ook de directie was vooruitstrevend en de inrichtingen aan boord van haar mailboten worden steeds beter gemaakt; spreker wees op het verschil, dat er bestaat tussen dit schip en de ORANJE. De Maatschappij ‘Nederland’ houdt haar standpunt hoog van de eerste maatschappij te zijn, die op Indië vaart; zij spaart daarvoor kosten, noch moeite. Ook de staf van de Maatschappij is vooruitstrevend en spreker wilde in dit verband een woord van hulde brengen aan de heer Visker, die verschillende nieuwigheden op dit schip heeft toegepast. De heer Muysken eindigde met een heildronk op de vooruitstrevende Maatschappij Nederland. De heer K. van Lennep bracht vervolgens namens de gasten een woord van dank voor de prachtige ontvangst en noemde het een wijze maatregel, dat het schip thans op de rede van Texel voor anker lag. Ook de heer G.T. Stork roemde de gastvrijheid, op de PRINS DER NEDERLANDEN ondervonden, en bracht een woord van dank namens de leveranciers. Ten slotte sprak nog een van de gasten enige woorden namens het grote publiek, dat belangstelde in de scheepvaart. Wij zijn er trots op, dat de Maatschappij ‘Nederland’ zulke schepen laat en kan bouwen. Spreker wilde echter tegelijk ook even de wenselijkheid uiten, om het schip door het Noord-Hollandsch Kanaal te laten terugvaren! (Grote hilariteit.) Na het diner bleven land- en zeerotten nog lang in rook- en conversatiesalon gezellig bijeen. De stemming was uitstekend; het was alsof de landrotten weer vaste bodem onder hun voeten voelden. Om ruim 9 uur 's morgens werden de ankers alweer gelicht en verliet de PRINS DER NEDERLANDEN bij mooi zonnig weer en een veel minder onstuimige deining de Texelse rede, waarop een van onze pantserschepen en een torpedoboot, manoeuvreerde. Langs de kust werd de terugtocht naar IJmuiden aanvaard, dat tegen 11 uur in het zicht kwam. Onderweg haalde ons nog een van de grootmodel torpedoboten, de G 10 in, die met een 20 mijlsvaart, hevig rokend uit de beide schoorstenen, langs het grote schip voer, dat met de vlag salueerde. Enige ogenblikken daarna werd de maatschappijvlag aan de achtermast van de PRINS DER NEDERLANDEN gehesen; het nieuwe schip was overgenomen. Om even over half twaalf klonk de stoomfluit en voer de mailboot vanochtend langzaam weer de pieren van IJmuiden binnen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteren gehouden zitting heeft de Raad uitspraak gedaan betreffende de brand op 23 november aan boord van het stoomschip de KANGEAN, tijdens de thuisreis.
De Raad is van oordeel, dat alles er op wijst, dat de brand, welke het stoomschip KANGEAN heeft geteisterd, ontstaan is door broeiing in de lading Krossok-tabak, welke in het onder-tussendek van ruim III onder het luikhoofd gestuwd was. De brand is vervolgens op een gedeelte van de andere lading overgeslagen en heeft zich allengs uitgebreid. Door het gloeiend worden van de schotten en het dek van het schip is de zich daartegen bevindende lading ontbrand en heeft de brand zich door het boven-tussendek, dat niet door waterdichte schotten verdeeld was, naar achteren en naar voren uitgebreid. Dat de brand reeds dadelijk zulk een omvang heeft gekregen, schrijft de Raad hieraan toe, dat de paalkokers van ruim III niet geheel konden worden gesloten, omdat men wegens de hitte de kap niet kon bereiken en dus het Halley-apparaat niet de volle uitwerking hebben kon. Aanbeveling zal het, naar 's Raads oordeel, verdienen aan zulke kokers inrichtingen aan te brengen, waardoor zij op andere wijze dan door ze af te nemen of de kap met zeildoek af te dekken, kunnen worden gesloten.
Door gezagvoerder en equipage is alles gedaan wat mogelijk was om de brand meester te worden en hun gedrag in deze moeilijke omstandigheden valt alleszins te loven; in het bijzonder is wel gebleken, dat officieren en onderofficieren de gezagvoerder met lofwaardige ijver hebben bijgestaan in de door deze voorgeschreven maatregelen. Een woord van lof komt de gezagvoerder J. Veenhoven in het bijzonder toe, die in deze benarde toestand, geheel op eigen initiatief aangewezen, zeer oordeelkundig alle maatregelen heeft genomen, welke tot beteugeling van de ramp konden worden aangewend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In zijn gisteren gehouden zitting heeft de Raad een onderzoek ingesteld inzake de aanvaring op 23 december jl. in het Noordzeekanaal tussen het stoomschip ZAANSTROOM, rederij Hollandsche Stoomboot Mij. en de motorschuit “WITTENBURG I", eigenares de Amsterd. Cement-IJzerfabriek. Bij die gelegenheid verdronk de bijna 20-jarige machinist van de “WITTENBURG I", G. Ottema. De schipper H.C. Jongewaard bereikte zwemmende de wal; terwijl de schuit zonk.
De schipper, als getuige gehoord, verklaart, dat de schuit bestemd was voor Beverwijk. De motor stond achterin. Vóór was een slaapgelegenheid. Beide onderdeks door een luik gemakkelijk bereikbaar. De motor was van dek af te bedienen; uitgezonderd het smeren. De lading bestond in 400 zakken cement en 3 ton ijzer; welke lading niet aan dek was. De schuit vertrok te kwart voor 4; het was donker. De lichten brandden goed. Zij had een vaart van 8 km. Vóór de Petroleumhaven werd overgestoken naar de Zuidwal, ten einde het kanaal naar Zaandam vrij te laten. Getuige keek uit, zag geen lichten van schepen, maar zag wel dat de Hembrug open was. Toen hij echter in het midden van het vaarwater was, zag hij een romp van een schip, daarna het toplicht van de ZAANSTROOM. Hij gaf een fluitsein, maar van de ZAANSTROOM was dit niet geschied.
Getuige was boven; de jonge machinist beneden. De schuit werd 11/2 meter van de kop aan stuurboord geraakt. Reddingsmiddelen waren heel beneden. Door de schok helde de schuit, de lading schoof naar stuurboord. Getuige riep de jongen, die inmiddels boven gekomen was, toe, over boord te springen; maar de jongen dorst niet, daar hij niet kon zwemmen. Terwijl de schuit zonk, riep getuige om hulp en riep de jongen toe, bij hem te komen, maar getuige moest zelf overboord springen, geraakte zelf onder de schuit, maar wist toch, hoewel hij niet voldoende kon zwemmen, de wal te bereiken. De jongen was intussen in de diepte verdwenen. De ZAANSTROOM was gewoonweg doorgegaan. Getuige liep naar de Hembrug, waar hem door volk van de Waterstaat hulp werd verleend.
Getuige verzekert ten stelligste, dat hij goed had uitgekeken, maar niet intijds het toplicht van de ZAANSTROOM had gezien. Zijns inziens had van dat stoomschip af, vooral daar later verklaard werd dat men de schuit had gezien, moeten zijn gesignaleerd. De lichten, top- en zijlichten, van de schuit brandden goed. Het gehele ongeval had in drie minuten plaats.
A. Ottema, de vader van de verongelukte drijver, verklaart, dat de schipper niet kan spreken van over een afstand van 90 meter te hebben gezwommen; dit nogal nadat hij volgens zijn beweren een klap van de vin had gekregen. De afstand kan slechts 45 meter zijn geweest Volgens getuige is niet gepoogd, te zoeken naar de drenkeling. Ja, er werd NLG 30 beloning uitgeloofd voor het dreggen. Maar dreggen helpt op die plaats niets. De cement enz. had er direct uit opgehaald moeten worden, dan had men de jongen misschien nog gevonden. Ook protesteert hij, dat de kapitein van de ZAANSTROOM geen hulp heeft verleend. En waar nu door de schipper is verklaard dat hij aan het roer had gestaan, wijst getuige er op, dat de jas en de schapenvacht van de schipper beneden gevonden zijn. De schipper verklaart hiertegen, dat hij vóórdat hij te water sprong dit een en ander had neergegooid, zonder te weten waarheen. Heden wordt het onderzoek voortgezet.


Krant:

  DS - Dagblad Scheepvaart

De Nederlandse rederijen in 1913.
Het jaar 1913 is evenals zijn voorganger voor de reders gunstig geweest. De vrachten in de open markt waren veelal lonend en de geregelde lijnen profiteerden thans meer dan het jaar tevoren van de hogere vrachten, daar zij door haar langdurige vrachtcontracten niet onmiddellijk de rijzing op de vrachtenmarkt, die in 1912 plaats had, konden volgen. De resultaten van de meeste rederijen zullen dan ook gunstig zijn, doch tegen het laatst van het jaar is in de vrachten een scherpe reactie ontstaan, zodat op het ogenblik de exploitatiekosten soms niet door de bevaren vracht gedekt worden. Deze daling komt niet onverwacht, doch schijnt velen verrast te hebben en is in allen gevalle veel sneller in zijn werk gegaan dan men algemeen verwachtte. Evenwel zijn er natuurlijke oorzaken voor op te noemen. In de eerste plaats schijnt het handelsverkeer af te nemen. Voorts is de laatste jaren op reusachtige schaal aangebouwd en tenslotte heeft men, toen de vrachten zo hoog waren, zo min mogelijk schepen afgedankt, zodat oude schepen, die in normale omstandigheden niet meer met winst konden worden geëxploiteerd, thans in de vaart bleven.
Waar de omstandigheden thans zo geheel veranderd zijn, zal men wel spoedig zien dat in de eerste plaats het aantal in aanbouw zijnde schepen sterk zal afnemen en voorts dat vele schepen uit de sterkte zullen worden afgevoerd. De Nederlandse vloot telt evenwel niet veel oude schepen: slechts 16 schepen zijn vóór 1890 gebouwd en dankzij de overgrote hoeveelheid zeer moderne schepen, zullen de Nederlandse rederijen in de nu komende slechte tijden het gemakkelijker kunnen volhouden dan vele buitenlandse.
Aan de Balkanoorlog kwam een einde, doch de financiële gevolgen zullen zich nog wel een tijd lang doen gevoelen. Van veel minder invloed op de vrachtenmarkt dan de Balkanoorlog zijn de tegenwoordige moeilijkheden in Mexico, hoewel hun invloed op het zakenleven noodlottig is.
Buitengewone arbeidsmoeilijkheden, van invloed op de Nederlandse rederijen, deden zich niet voor. De kolenprijzen vertonen een neiging tot dalen.
De Nederlandse koopvaardijvloot breidde zich krachtig uit en op het ogenblik zijn nog bijna evenveel schepen in aanbouw als een jaar geleden, toen dit aantal abnormaal hoog was. Waar de meeste van de in aanbouw zijnde schepen in 1914 in de vaart zullen komen en de bestellingen wel minder ruim zullen worden, zal het aantal in aanbouw zijnde schepen het volgende jaar wel een belangrijke daling ondergaan.
Een gelukkige omstandigheid is, dat in 1913 van de gehele stoomvloot, uit ruim 400 schepen bestaande, geen enkel verongelukte.
De opening van het Panamakanaal laat nog steeds op zich wachten en zelfs kan door de herhaalde grondverschuivingen de datum van opening nog volstrekt niet vastgesteld worden.
Zoals men hieronder bij de afzonderlijke behandeling der rederijen kan zien, zijn de verbindingen onder Nederlandse vlag ook dit jaar wederom toegenomen.
Voor de Holland Amerika Lijn kwamen in de vaart de goederenboten NOORDERDIJK (7.166 ton), OOSTERDIJK (8.251 ton) en WESTERDIJK (8.261 ton). In aanbouw bleef het passagiersschip STATENDAM (32.500 ton).
De Stoomvaart-Mij ‘Nederland’ bracht in de vaart het mailschip KONINGIN EMMA (9.181 ton) en de goederenboten BOETON (6.070 ton), BATJAN (6.107 ton) en RADJA (7.559 ton). Te water gelaten werden de mailboot PRINS DER NEDERLANDEN (9.322 ton) en de goederenboten ROEPAT (7.500 ton) en BANKA (6.800 ton), terwijl voorts nog in aanbouw zijn de mailboot JAN PIETERSZOON COEN (11.200 ton) en de goederenboten RIOUW, ROTTI, RONDO (elk 7.500 ton), BAWEAN en BOEROE (elk 6.800 ton). Verkocht werd de mailboot KONING WILLEM I (4.413 ton).
Voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd kwamen in de vaart de goederenboten SOERAKARTA (6.926 ton), CEYLON (4.999 ton) en MADIOEN (6.803 ton). De mailboot INSULINDE (9.615 ton) werd te water gelaten, terwijl de goederenboot DJEMBER (8.000 ton) in aanbouw is. Het s.s. PONTIANAK (6.799 ton) werd verdoopt in DELI.
De vloot van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij werd vermeerderd met de s.s. TASMAN (5.023 ton), HOUTMAN (5.041 ton), VAN NECK (3.027 ton), VAN LANSBERGE (1.917 ton), SINGARADJA en SINGKEL (elk 615 ton), de dubbelschroefstomer MELCHIOR TREUB (3.458 ton), de tankboot TARAKAN (1.642 ton) en de motorboot LOUDON (1.874 ton). Beide eerstgenoemde schepen werden bestemd voor de lijn van Java op Australië en de bestaande s.s. HOUTMAN en TASMAN (elk 1.543 ton) werden verdoopt in SIAM en SIAK. Het s.s. LAURENS PIT (236 ton) werd verkocht. Thans zijn nog negen schepen in aanbouw, waaronder ook enkele motorboten. Het s.s. VAN REES is reeds te water gelaten.
De grote passagiersboot GELRIA (13.868 ton) van de Koninklijke Hollandsche Lloyd kwam in de vaart en wekte zowel in Europa als in Zuid-Amerika de oprechte bewondering op. Het zusterschip TUBANTIA werd te water gelaten. Van deze energieke rederij is in de toekomst nog veel te verwachten en waar men in het buitenland voor de vaart op Zuid-Amerika steeds grotere zeekastelen gaat bezigen, zal zij wel niet achterblijven met de tonnenmaat van haar schepen steeds te vergroten.
De verbonden rederijen Kon. Ned. Stoomboot Mij. en Kon. West-Indische Maildienst blijven zich krachtig ontwikkelen. Door eerstgenoemde maatschappij zal in het voorjaar de vaart op St. Petersburg van een veertiendaagse tot een wekelijkse uitgebreid worden. Zij bracht in de vaart de s.s. MEDEA (1.235 ton) en TRITON (1.980 ton). In aanbouw zijn nog de s.s. HERCULES (3.000 ton), ORION, DEUCALION (ieder 2.000 ton), POSEIDON en AGAMEMNON (beide 1.950 ton), waarvan eerstgenoemde reeds te water is gelaten. De s.s. HEBE (1.173 ton) en AURORA (788 ton) werden verkocht. Van hoeveel belang de K.N.S.M. ook voor Rotterdam is, blijkt wel hieruit, dat in het afgelopen jaar meer dan 100 keer een van haar schepen alhier werd ingeklaard.
De zustermaatschappij opende dezer dagen een driewekelijkse lijn van Amsterdam en Rotterdam op Barbados, Venezuela, Curaçao, Colombia en Colon. In de plaats van de reeds in het vorig verslag als verkocht gemelde vruchtenschepen kocht zij twee stoomschepen aan, die thans onder de namen COMMEWIJNE (2.487 ton) en NICKERIE (2.478 ton) een veertiendaagse verbinding tussen West-Indië en New York onderhouden. In de vaart kwam de s.s. JAN VAN NASSAU (3.330 ton) en LODEWIJK VAN NASSAU (3.397 ton). Verkocht werd het s.s. PRINS WILLEM IV (2.047 ton), terwijl besteld werden de s.s. VENEZUELA, COLOMBIA en ECUADOR (elk 3.350 ton).
Voor de in oprichting zijnde Algemeene Stoomvaart Maatschappij Wambersie & Zoon te Rotterdam zijn drie stoomschepen in aanbouw van 2.800 ton, met welke schepen het bananenvervoer van Midden-Amerika naar Rotterdam ter hand zal worden genomen.
De firma Wambersie & Zoon en de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co. zijn bovendien gezamenlijk in onderhandeling met de regering, teneinde te komen tot een lijn tussen Rotterdam en Suriname, waarmee de West-Indische bananen zullen vervoerd worden.
Voor de Java-China-Japan Lijn zijn in aanbouw de s.s. TJIKEMBANG en TJISONDARI (elk 8.160 ton).
De Hollandsche Stoomboot Maatschappij opende in vereniging met de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij een wekelijkse verbinding van Amsterdam op Newcastle. Zij bracht in de vaart de s.s. WAALSTROOM (1.441 ton) en ZAANSTROOM (1.657 ton) en heeft thans nog het s.s. TEXELSTROOM (1.860 ton) in aanbouw.
De Nederlandsche Lloyd en Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij brachten in de vaart de s.s. GELDERLAND (1.877 ton) en NEDERLAND (1.832 ton), terwijl thans in aanbouw zijn twee stoomschepen van respectievelijk 1.500 en 800 ton. Het s.s. NEDERLAND (3.915 ton) werd verkocht.
De firma Phs. van Ommeren bracht het tankstoomschip WIELDRECHT (3.650 ton) in de vaart en heeft thans het tankschip GALLIA (1.300 ton) in aanbouw.
Voor de Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij zijn in aanbouw de motorboten ARTEMIS, ARES, HERMES en SELENE (elk 4.500 ton).
Het s.s. ALSTER (650 ton) van de firma P.A. van Es & Co. werd verkocht.
De Vrachtvaart Maatschappij Bothnia bracht de s.s. EPSILON (3.211 ton) en ZÊTA (3.053 ton) in de vaart.
De Rotterdamsche Scheepvaart Maatschappij kwam onder directie van de N.V. Furness Scheepvaart & Agentuur Maatschappij. Haar s.s. RIDDERKERK (1.437) ontving de naam VOSBERGEN. Voor laatstgenoemde maatschappij zijn twee stoomschepen van 5.000 ton in aanbouw, terwijl zij haar s.s. ZANDBERGEN (3.115 ton) verkocht.
Voor de Maatschappij ‘Zeevaart’ (Hudig & Veder) kwam in de vaart het s.s. ARUNDO (3.196 ton), terwijl het s.s. LETO (3.200 ton) in aanbouw is.
Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij bracht het s.s. YILDUM (3.234 ton) in de vaart en bestelde twee stoomschepen van 3.500 ton.
Voor Solleveld, van der Meer & T.H. van Hattem’s Stoomvaart Maatschappij zijn in aanbouw drie stoomschepen van 3.240 ton.
De firma Erhardt en Dekkers bestelde het s.s. WINTERSWIJK (3.000 ton).
De N.V. ‘Houtvaart’ bracht het s.s. IJSSEL (1.259 ton) in de vaart, terwijl het s.s. MAAS (1.260 ton) nog in aanbouw is.
Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij verkocht haar s.s. HISPANIA (1.383 ton).
De s.s. JENNY (1.809 ton) en HARALD (1.802 ton), in het vorige verslag vermeld als verkocht, varen nog onder Nederlandse vlag onder directie van de Westphälische Transport Aktien Gesellschaft te Rotterdam.
In de vaart kwam het s.s. TEXEL (3.210 ton) voor de Stoomvaart Mij. Triton en de motorboot ZEEAREND (462 ton) voor Vermeer & v.d. Arend.
Het s.s. WOBUN (1.561 ton) der NV Handels- & Transport Mij. Vulcaan werd verdoopt in BRUCKHAUSEN.
Het s.s. EUGENIE (1.769 ton) van de Mij. voor Zee- en Riviervaart (Herfurth & Co.) is verkocht.
In aanbouw zijn de turbinevrachtstomer TURBINIA (3.240 ton) voor Wm. Ruys & Zonen en een stoomschip van 2.600 ton voor A.C. Lensen.
In 1913 kwamen in het geheel in de vaart 40 stoom- en motorschepen, metende 154.913 tonnen, terwijl uit de vaart geraakten 10 schepen metende 19.489 tonnen, zodat de vermeerdering bedraagt 30 schepen en 135.424 tonnen.
In vorige jaren was de vermeerdering:
Jaar Schepen Tonnenmaat
1912 23 96.707
1911 3 35.305
1910 17 56.693
1909 18 97.611
1908 14 78.274
1907 7 45.261
1906 5 33.979
1905 2 8.443
1905 8 20.840
1903 9 25.376
1902 10 60.782
1901 10 34.512
1900 22 69.869
1899 15 30.890
Thans zijn nog in aanbouw 55 stoom- en motorschepen (vorig jaar 56), metende 269.837 tonnen (300.025), waarvan 37 (37) schepen, metende 153.337 tonnen (146.185) op Nederlandse werven gebouwd worden.
De vooruitzichten voor 1914 zijn weinig bemoedigend.
NB. Ter voorkoming van verwarring zij hier uitdrukkelijk vermeld, dat de tonnenmaat van alle schepen in bruto registertonnen is uitgedrukt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 januari. Hr.Ms. pantserschip DE RUYTER, van Nederlands-Indië naar Nederland is te Colombo aangekomen vanwaar het oorlogschip vertrekken zal na aankomst daar ter plaatse van het pantserschip KONINGIN REGENTES, dat ter aflossing van de DE RUYTER op weg naar Indië is.
Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERCK, commandant kapitein ter zee E. Coenen, vertrekt heden van Nieuwediep tot het maken van een oefeningstocht naar de Middellandse Zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 januari. De Nederlandse zeesleepboot SEINE, met twee bakken van Bahia Blanca, arriveerde 5 januari ‘s namiddags met alles wel te Vigo.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 januari. Gisterochtend is de Nederlandse sleepboot NOORDZEE met de Franse bark ALICE (van Nw. Caledonië komende) gesleept van uit het Engels Kanaal te Hamburg aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 5 januari. Volgens bij de Koninklijke Paketvaart Mij. ontvangen telegram heeft het stoomschip TASMAN na voorlopige reparatie te Thursday Island, zondagavond vandaar met de passagiers en lading aan boord, de reis naar Java via Port Darwin en Makassar voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 5 januari. De Nederlandse tjalk ZES BROEDERS, kapt. K. Bootsman, op reis van Memel naar Cuxhaven, thans alhier binnen gekomen, is in de Oostzee op een wrak gelopen, waardoor de verschansing op verschillende plaatsen werd ingedrukt. Het schip zal alhier worden gerepareerd.


08 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt ons, dat de door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord gebouwde torpedojager PANTER op de officiële volle-krachtproef te Vlissingen uitstekend heeft voldaan. De behaalde snelheid bedroeg 30,3 mijl met 408 omwentelingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip TEXELSTROOM, in aanbouw voor rekening van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.
Lengte, breedte en holte bedragen respectievelijk 272’-0", 40’-0" en 19’-0", terwijl het laadvermogen op toegelaten diepgang van zomervrijboord 2.400 ton van 1.016 kg bedraagt. De bouw van dit vrachtstoomschip geschiedt volgens de hoogste klasse en onder toezicht van Bureau Veritas. Het schip zal voorzien worden van een triple-expansie machine, die 1.200 ipk zal ontwikkelen en die het een snelheid van 10½ mijl zal moeten geven. Op de thans vrijgekomen helling zal direct een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor het stoomschip VAN IMHOFF, bestemd voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de gistermiddag door de Raad voor de Scheepvaart gehouden zitting werd een onderzoek ingesteld betreffende het varen tegen een pier in de haven van St. Nazaire van het stoomschip NOORDWIJK, gezagvoerder C. Kleykamp; rederij firma Erhardt & Dekkers, beiden te Rotterdam.
De gezagvoerder C. Kleykamp als getuige gehoord deelt mee dat het stoomschip NOORDWIJK groot is 1.338 netto reg. ton. Hij vertrok de 8e november van Rotterdam en arriveerde de 11e november 's avonds voor de pieren van St. Nazaire. Het schip was beladen en had een diepgang van 56½ dm. Het vaarwater was echter niet vrij en werd het gaande gehouden tot 01.10 uur.
Het was stormweer van het ZW. Toen het sein op veilig was gezet, stoomde hij te 01.10 uur vm. onder loods aanwijzing naar binnen. Het was toen 25 min. vóór hoog water en men dacht dat er reeds een weinig eb zou lopen. Even buiten de koppen van de pieren, O.t.N. koersende in de aslijn van het vaarwater gekomen, “zacht aan" stomende, zag men echter dat er een vrij sterke vloedstroom liep en het schip daardoor naar de kop van de pier werd gezet; hij gaf hard stuurboord roer, zette de machine op volle kracht vooruit en dacht zo vrij te komen, doch het achterschip stootte op enige stenen die bij de kop van de pier onder water liggen; daarop is er achteruit gedraaid en ging men zeer “zacht aan" naar binnen. Na binnenkomst bleek bij onderzoek een plaat gedeukt en twee spanten gebogen te zijn. Het schip maakte water, wat echter met de pompen bijgehouden kon worden. De lekkage werd te St. Nazaire verholpen en bij binnenkomst te Rotterdam werd de schade gerepareerd. De loods, die men te Belle Ile aan boord had genomen, maakte in het geheel geen bezwaar bij nacht naar binnen te gaan. De gezagvoerder schrijft het ongeval toe aan misgissing van de stroom; men dacht dat er eb liep, er bleek echter een sterke vloedstroom te lopen. De stroom loopt dwars voor de pieren langs. De eerste stuurman F.J.D. Paré stond bij het binnenstomen op de bak en bevestigt in hoofdzaak de verklaringen van de kapitein. De
derde stuurman H. Wiepjes stond bij het binnenstomen aan het roer. Hij had order gekregen het rode vuur van de kop van de Oostpier even aan bakboord te houden. Hij kon niet zien dat het schip bij het binnengaan van de pieren afdreef; aan het stoten merkte hij het echter. Deze stuurman had geen examen gedaan. Hij kreeg de verschillende roercommando's van de loods, een enkele maal ook wel van de kapitein. Hij stond op de onderbrug in het stuurhuis te sturen. De eerste machinist deelde mee, dat bij het binnengaan de pieren eerst “zacht aan" en daarna volle kracht werd gestoomd. Hij bevond zich in de machinekamer en voelde dat het schip stootte. Bij onderzoek werd bevonden, dat er enige platen gedeukt waren. Hierna werd het onderzoek in deze zaak gesloten. Uitspraak volgt later. (opm: zie ook AH 140114)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring.
Hierna werd door de Raad voor de Scheepvaart het onderzoek voortgezet betreffende de aanvaring op 23 december in het Noordzeekanaal bij de Petroleumhaven tussen het stoomschip ZAANSTROOM en de motorschuit WITTENBURG I, waarbij genoemde motorschuit zonk en de 20-jarige motordrijver G. Ottema verdronk. In de zitting van gistermiddag werden gehoord de schipper van de motorschuit H.C. Jongewaard en A. Ottema, vader van de verongelukte motordrijver. De gezagvoerder Tijs Visser van het stoomschip ZAANSTROOM deelt mee dat hij 23 december te IJmuiden binnen kwam. Hij had een vaste loods aan boord. Nadat de Hembrug gepasseerd was, was hij zelf met de loods en een kwartiermeester op de brug; de timmerman was op uitkijk op de bak. Even voorbij het Zaandammergat gekomen zag hij een rood vuur en dacht dat het een zeilvaartuig was. In overleg met de loods gaf hij nog een beetje stuurboord roer. Het vaartuig was aan de noordkant van het vaarwater één streek op bakboordboeg en moest zijn koers behoudende, vrij lopen; hierna heeft hij niets meer van het vaartuig gezien, hij voelde kort daarop een stoot en zag het aangevaren vaartuig aan bakboordzijde van het schip langs streek. Het vaartuig helde sterk en hij zag er een witte lading op liggen; mensen heeft hij er niet op gezien en heeft ook niet horen schreeuwen. Na de aanvaring heeft hij “volle kracht" achteruit geslagen om te zien of er nog iets te redden zou zijn; ten dien einde zette hij een sloep bemand met eerste stuurman en twee man overboord. Nadat hij zelf getracht had de ZAANSTROOM gaande te houden en dit niet gelukte en het schip naar lagerwal zette stoomde hij door naar Amsterdam, de sloep met drie man op de plaats van de aanvaring achterlatende. De loods riep kort na de aanvaring een voorbijvarende motorboot aan en zei hem dat er een ongeluk was gebeurd. De aangevaren motorschuit heeft geen seinen gegeven, ook heeft hij zelf geen fluitsein gegeven. De rode lantaarn is ten gevolge van de schok van de aanvaring stuk gegaan. De schipper van de verongelukte motorschuit deelt mee dat de kapitein geen witte lading op dek heeft kunnen zien, aangezien de lading afgedekt was met zwarte dekkleden. Wel was de motorschuit wit geschilderd. P. Bakker, vaste loods van de ZAANSTROOM, deelt mee dat hij na het passeren van de Hembrug, zacht aan stomende 's middags 5 uur even voorbij het Zaandammerzijkanaal op een streek aan bakboord een rood licht en dicht hierboven een wit licht gezien heeft. Hij heeft daarop nog een weinig naar stuurboord uitgeweken en zag tot kort voor de aanvaring nog het rode vuur, op een afstand van een scheepslengte. Doordat hij dacht van dit vaartuig vrij te gaan, heeft hij hier niet meer aandacht aan geschonken en naar andere, in het zicht zijnde vuren uitgekeken. Eensklaps voelde hij een schok en het aangevaren vaartuig streek aan bakboordzijde langs. Een reddingsboei heeft men niet over boord geworpen, men heeft hier niet aan gedacht. De ZAANSTROOM bleef ongeveer 20 minuten op de plaats van de aanvaring en vervolgde daarop zijn reis naar Amsterdam. De machinist van de ZAANSTROOM heeft hem meegedeeld dat het elektrisch lampje van de bakboordlantaarn ten gevolge van de schok van de aanvaring gesprongen is. De wachters van de Hembrug hebben verklaard dat de zij- en toplichten van de ZAANSTROOM bij het passeren goed brandden. De kwartiermeester E. Zant stond tijdens de aanvaring aan het roer. Hij zag aan bakboord op 1½ streek een rood vuur en gaf een weinig stuurboord roer, waarna hij het vuurtje niet meer zag; kort daarop voelde hij een schok en zag het aangevaren vaartuig aan bakboord langs drijven; hij heeft niemand aan dek gezien en niet horen schreeuwen. Toen het vaartuig echter achteruit was heeft hij horen roepen. Seinen heeft hij van het vaartuig niet gezien of gehoord. De timmerman J. van Laar was na het passeren van de Hembrug op uitkijk op de bak en zag aan bakboord een rood en wit licht; doordat hij dacht het vrij zou gaan, heeft hij er geen aandacht meer aan geschonken en touwwerk opgeschoten. Na de schok zag hij het aangevaren vaartuig aan bakboordzijde langs drijven; toen de schuit achteruit was, heeft hij horen schreeuwen. De lampenist Arnold Wels is direct na de aanvaring met een matroos naar de vlet gegaan om deze overboord te zetten. Terwijl zij hiermee bezig waren, kregen zij order om te wachten; de 1e stuurman ging daarop naar de brug en nadat een andere rode lantaarn was aangestoken werd de vlet over boord gezet. Hij hoorde erg schreeuwen, toen zij echter op de plaats van de aanvaring kwamen was er niets meer te zien. De vlet was niet gereed om direct over boord te zetten en het duurde ± 20 min. voordat men klaar was om weg te roeien. W.F. van Tol, baas van de cementfabriek ‘Wittenburg’, was er bij tegenwoordig, toen er in de machinekamer gevist werd en daaruit een jas van de schipper is te voorschijn gehaald. De schuit lag met de bodem naar boven, alles was er af. De schipper van de verongelukte motorschuit, H.C. Jongewaard, verklaart dat hij steeds aan het roer heeft gestaan en wel terdege seinen heeft gegeven; ook heeft hij geschreeuwd. Hoe het komt, dat zijn jas, pet en een klomp uit de machinekamer zijn tevoorschijn gehaald, kon hij niet verklaren; hij blijft verder bij zijn verklaringen, gisteren voor de Raad afgelegd. Het onderzoek wordt gesloten. (opm: zie ook AH 140114)


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 8 januari. Bij de gisteren ter rede alhier gehouden volle kracht proef van de torpedobootjager PANTER, in aanbouw aan het etablissement Fijenoord te Rotterdam werd de bij het contract bepaalde snelheid (30 mijl) ruim behaald. Na het houden van de schietproeven vertrekt de PANTER naar Rotterdam om verder afgewerkt te worden.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 8 januari. Van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip TEXELSTROOM, in aanbouw voor rekening van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Lengte, breedte en holte bedragen respectievelijk 272’-0”, 40’-0” en 19’-0”, terwijl het laadvermogen op toegelaten diepgang van zomervrijboord 2.400 ton van 1.016 kg bedraagt.
De bouw van dit vrachtstoomschip geschiedt volgens de hoogste klasse en onder toezicht van Bureau Veritas. Het schip zal voorzien worden van een triple-expansie machine, die 1.200 ipk zal ontwikkelen en die het een snelheid van 10½ mijl zal moeten geven.
Op de thans vrijgekomen helling zal direct een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor het stoomschip VAN IMHOFF, bestemd voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 8 januari. De dag mailboot KONINGIN WILHELMINA zal voor enige tijd uit de vaart worden genomen om aan de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' een nieuwe krukas in te nemen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 8 januari. Op de rede alhier zullen morgen de fabrieksproeftochten een aanvang nemen met de torpedoboot G 13, In aanbouw op de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde'.


09 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Perim, 8 januari. De reparaties aan het stoomschip THESEUS zijn afgelopen. De waarloze schroefas en een nieuwe schroef zijn geplaatst. Met de herladen van de geloste lading wordt heden begonnen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van De Haan & Oerlemans te Heusden is te water gelaten een Sambre-schip, groot 420 ton, voor rekening van de heer J. Costers te Boom. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een motorboot voor Nederlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Van de scheepsbouwwerf No. 2 van de firma A. Vuyk & Zonen, te Capelle a/d IJssel is met goed gevolg te water gelaten (opm: op 24 december 1913) het stoomschip HERCULES, gebouwd voor rekening van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Deze boot heeft de volgende afmetingen: Lengte 325', breedte 45' en holte tot shelterdeck 29'. Het schip heeft een laadvermogen van ongeveer 4.000 ton. Het is gebouwd naar het shelterdeck-type, is voorzien van 3 stalen dekken, heeft een windlass, 10 winches van 8" x 12", 4 masten en 6 laadposten, voerend 10 stuks laadbomen en 1 reserve laadboom, geschikt voor het hijsen van 25 ton gewicht. Voorts zijn aanwezig 15 stuks grote laadluiken, een en ander de gelegenheid biedend vlug te kunnen laden en lossen. Verder is voor het gehele schip een elektrische lichtinstallatie bijgeleverd. De machines triple-compound van ongeveer 1.200 ipk en de ketels werden vervaardigd en zullen worden geplaatst door de firma George T. Grey te South Shields.
Onmiddellijk na de stapelloop werd de kiel gelegd voor de bouw van het stoomschip ORION, eveneens voor rekening van de Kon. Nederl. Stoomboot Mij. te Amsterdam. De afmetingen van die boot zijn: 295' lengte, 43' breedte en 26,5' holte tot shelterdeck. Het laadvermogen zal ongeveer 3.000 ton zijn.


10 januari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 januari. De Nederlandse sleepboot SCHELDE met een baggermolen, van Amsterdam naar Bahia Blanca, arriveerde gisterochtend met alles wel te St. Vincent K.V.
- De Nederlandse sleepboot DONAU arriveerde 8 januari van Het Kanaal te Glasgow.
- De kleine sleepboot NEPTUNE, van Rotterdam naar Madagaskar bestemd, arriveerde gisteravond met alles wel te Malta.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Wij vernemen dat de vloot van de N.V. W. van Driel’s Stoomboot en Transportonderneming weer belangrijk wordt uitgebreid. Niet minder dan zes nieuwe Rijnschepen, ieder groot 1.550 ton, zijn in aanbouw bij de firma Van Vliet te Hardinxveld. Zij zullen resp. genoemd worden W. van Driel 58 tot 63.
Verder is er nog een kraanschip, groot 700 ton, in aanbouw bij de firma Van der Giessen te Krimpen a/d IJssel (opm: deze stoombok GOLIATH 4 was 9 december 1913 tewater gelaten).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeetijdingen. — Volgens bericht uit Londen is het Nederlandsche stoomschip MOERDIJK, van Nicolajeft naar Bremen bestemd, in de Dardanellen gestrand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Reval, 2 januari. De Nederlandse tjalk ENERGIE ligt nog steeds in de Attelbaai (eiland Oesel) geankerd. (opm: zie ook AH 140214 en NRC 070514)


Krant:

 SCH - Schuttevaer

Het tjalkschip JOHANNA THALLEGINA, tot heden bevaren geweest door kapt. T. Wildeman, is onderhands verkocht aan kapt. H. Wildeman, thans kapitein op het sleepschip TRANSPORT, eigenaar de heer B. Blauw te Farmsum.


11 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 januari. Men seint ons uit Londen: De gezagvoerder van het Nederlandse stoomschip VEERHAVEN, thans te Malta aangekomen, rapporteerde, dat, terwijl de VEERHAVEN te Platinistos ladende was, het stoomschip de grond heeft geraakt.
Duikers hebben het stoomschip onderzocht en nu is gebleken dat er drie schroefbladen zijn gebroken en dat de roersteven licht verbogen is. De bodem is onbeschadigd gebleven.


12 januari 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 11 januari. De alhier van Sundsvall aangekomen schoener PAX, kapt. Huiser, heeft in de Oostzee met zware stormen te kampen gehad. Met verlies van zwaard, roer en enige zeilen werd zij opgepikt door een vrachtboot en opgesleept naar Warnemünde, alwaar gerepareerd werd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

's-Gravenhage, 12 januari. De Hoge raad handhaafde het ontslag van rechtsvervolging van W. Tonkens, schipper te Groningen, wegens het niet binnen een week na het eindigen van de reis met een tjalkschip aan de inspecteur van scheepvaart te Groningen ter inzage geven van het scheepsjournaal, daar de reis te Hamburg eindigde en de bevoegdheid van de inspecteur te Groningen tot zijn district beperkt is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 januari. Hr.Ms. pantserschip DE RUYTER van Oost-Indië naar Nederland, vertrok 9 januari van Colombo.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 januari. Het ontmaste schip WALTRAUTE is gistermiddag 8.30 uur, gesleept door de Nederlandse sleepboot THAMES, van Montevideo te Hamburg aangekomen; alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 januari. Te Hellevoetsluis zijn in 1913 aangekomen 126 stoom- en zeilschepen, metende 259.570 m3 en vertrokken 178 stoom- en zeilschepen, met. 266.336 m3.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 januari. Te Schiedam zijn in het afgelopen jaar aangekomen 16 stoomschepen, metende 68.839 m3 netto en 41 zeilschepen met 8.045 m3 netto, tegen 43 stoomschepen met 184.227 m3 netto en 20 zeilschepen met 5.048 m3 netto in 1912. Tevens kwamen nog 126 vissersschepen dit jaar te Schiedam binnen.


13 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam, is te water gelaten een zelf stomende kolentransporteur, zijnde het eerste van twee geheel gelijke schepen, in aanbouw voor de Braziliaanse Marine en bestemd om de eskaders te volgen. Deze transporteur heeft een laadruimte van 1.000 ton, waarvan de inhoud zich automatisch lost met een snelheid van 500 ton per uur.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebroeders Pot te Bolnes is met goed gevolg te water gelaten het stalen zee-motortankschip GALLIA, gebouwd voor rekening van de firma Phs. van Ommeren te Rotterdam. Het schip heeft een bruto inhoud van 1.113 register tonnen en is gebouwd onder speciaal toezicht van de Engelse Lloyd en Scheepvaartinspectie. Het schip is van het trunkdek-type met bak en campagne, onder het dek verdeeld in 19 oliedichte ruimen en is getuigd met 2 strijkbare paalmasten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van A.C. van Dam te Vlaardingen, is te water gelaten het loggerschip BLANCHE PAULINE, gebouwd voor rekening van de zeevisserij maatschappij ‘De Hoop’ te Vlaardingen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 10 januari. Het hier van Hull aangekomen Rotterdamse stoomschip GELDERLAND is in de Strandhafen met het daar liggende stoomschip PAULA in aanvaring geweest en heeft van achteren aan bakboordzijde enige verschansingsplaten ingedrukt. Het stoomschip PAULA kreeg slechts lichte schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 10 januari. Het Nederlandse stoomschip VEERHAVEN, van Platanistos naar Rotterdam bestemd, is te Malta aangekomen met drie schroefbladen gebroken. Het heeft bij het laden te Platanistos gestoten. Ook is de achtersteven enigszins ontzet, maar de bodem is blijkens duikeronderzoek onbeschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 10 januari. Het Nederlandsche stoomschip MOERDIJK is met assistentie vlot en te Gallipoli aangekomen, waar het zal worden nagezien. (opm: zie NNO 100114)


14 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het Noordzeekanaal.
De Koninklijke Hollandsche Lloyd, de Stoomvaart Maatschappij Nederland, de Koninklijke Nederlandsche Stoombootmaatschappij, de Koninklijke West-Indische Maildienst, de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Oceaan de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij, de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, zonden een adres aan de Gemeenteraad, waarin zij grote ingenomenheid uitspreken over het voorstel van B. & W. betreffende “verbetering van de toegang tot Nederland door het Noordzeekanaal". Tot ondersteuning van dat voorstel veroorloven zij zich de aandacht te vestigen op het grote gevaar, dat er voor de Amsterdamse scheepvaart zal ontstaan, indien deze werken niet ten spoedigste, overeenkomstig het advies van de Staatscommissie, worden uitgevoerd, daar door vertraging de belangen van de gemeente Amsterdam als zeehaven, alsmede die van de scheepvaart en het hier ter stede gevestigde scheepsbouwbedrijf, gevaar lopen, ernstige en duurzame schade te ondervinden.
Ten bewijze hiervan brengen zij in herinnering dat het door de Koninklijke Hollandsche Lloyd in de vaart gebrachte stoomschip GELRIA en het binnenkort in de vaart te brengen stoomschip ruim 170 meter lang en 20 meter breed zijn, terwijl het stoomschip JAN PIETERSZOON COEN, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland, 154 meter lang en 18,35 meter breed zal zijn, en dat het te voorzien is, dat bij verdere aanbouw deze maatschappijen weer tot belangrijk groter afmetingen zullen besluiten, zodat vermoedelijk reeds spoedig de uiterste doorlaatgrens van de bestaande sluis zal worden bereikt.
Doch niet alleen Amsterdamse rederijen, ook de buitenlandse rederijen, waarvan de stoomschepen de Amsterdamse haven aandoen, maken het noodzakelijk, dat de betreffende werken zo spoedig doenlijk worden uitgevoerd. Onder de schepen van de grote buitenlandse lijnen, Norddeutscher Lloyd en Deutsch-Australische Dampfschifffahrts Gesellschaft, die thans Amsterdam aandoen, zijn er met een lengte van 168 meter en een breedte van 18 meter, zodat ook te deze opzichte het nodig is rekening te houden met de bestaande tendens steeds groter te bouwen.
Ook vooral het feit dat er thans maar één sluis bestaat van voldoende afmetingen om de grotere stoomschepen te schutten, waardoor het scheepvaartbedrijf te Amsterdam grotendeels stop gezet zou worden, indien ten gevolge van een eventuele averij de sluis onbruikbaar werd, maakt een uitvoering van de werken urgent. Waar nu zo grote werken als de door de Staatscommissie voorgestelde, buiten de voorbereiding, nog een lange tijd voor de uitvoering vorderen, zouden zij zich niet verantwoord achten als zij nalieten er op opmerkzaam te maken, dat prompte voorziening in deze noodzakelijk is, wil Amsterdam als zeehaven niet voor schepen van grotere afmetingen dan de GELRIA en TUBANTIA onbruikbaar, of de Amsterdamse rederijen gedwongen worden zich bij de bepaling van de afmetingen van hun schepen te beperken tot de afmetingen van de bestaande sluizen te IJmuiden, wat zowel voor de belangen van de Amsterdamse haven als voor het scheepvaartbedrijf en de scheepsbouw niet dan hoogst nadelige gevolgen zou kunnen hebben. Op deze gronden was dan ook reeds bij adressanten in de voorzomer van 1913 in overweging genomen een adres aan de Raad te richten met verzoek om in het belang van de spoedige totstandkoming van de sluisbouw over financiële bezwaren heen te stappen en aan de wensen van de Regering toe te geven. Om verschillende redenen meenden zij het toen echter te moeten nalaten. Nu intussen door het gewijzigde inzicht bij de Regering het financiële offer, dat gevraagd werd, niet onbelangrijk kleiner is geworden, veroorloven zij zich met de meeste aandrang te verzoeken het voorstel van B. & W. ongewijzigd aan te nemen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’, van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is te water gelaten een stalen recherche-motorboot, lang 46 voet, breed 10 voet, uitgerust met een 20 pk motor en voorzien van acetyleen zoeklicht-installatie. De boot, gebouwd voor rekening van het Departement van Justitie, is bestemd voor de recherchedienst van de Rijksveldwacht in Zeeland.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
In de zitting van gistermiddag werd door de Raad voor de Scheepvaart de volgende uitspraak gedaan: Uitspraak betreffende de aanvaring op 23 december 1913 in het Noordzeekanaal tussen het stoomschip ZAANSTROOM en de motorschuit WITTENBURG I.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de aanvaring tussen de ZAANSTROOM en de WITTENBURG I geheel te wijten is aan de verkeerde manoeuvre van de schipper van laatstgenoemd vaartuig. Deze, varende aan de noordwal van het vaarwater, had die zijde moeten houden en niet plotseling mogen oversteken zonder een sein te geven en zich vergewist te hebben, dat hij veilig die manoeuvre kon uitvoeren. Wanneer de schipper van de WITTENBURG I goed had uitgekeken, had hij — naar 's Raads oordeel — de lichten van de ZAANSTROOM, die helder brandden, moeten zien. Van een noodzakelijkheid, om bij het naderen van het zogenaamde Zaandammer Gat de Zuidwal te houden, is niets gebleken, evenmin is dit een gewoonte, waarmee tegenkomende schepen rekening hebben te houden. De Raad meent, dat op de ZAANSTROOM geen fout in de navigatie is gemaakt. Wellicht had men echter een mensenleven kunnen redden, wanneer van de ZAANSTROOM onmiddellijk reddingsboeien waren uitgeworpen en wanneer men de boot vlugger te water had kunnen laten dan het geval is geweest.
Uit het onderzoek is de Raad voorts gebleken dat de uitkijk zich niet uitsluitend daarmee heeft bezig gehouden, maar zijn aandacht aan andere zaken heeft gewijd. Al moge dit niet de oorzaak van de onderhavige aanvaring geweest zijn, toch behoort een uitkijk uitsluitend zich te wijden aan hetgeen als zodanig zijn plicht is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
In de zitting van gistermiddag werd door de Raad voor de Scheepvaart de volgende uitspraak gedaan: Uitspraak betreffende het varen tegen een pier in de haven van St. Nazaire door het stoomschip NOORDWIJK. Gezagvoerder C. Kleykamp, rederij: firma Ehrhardt & Dekkers, beiden te Rotterdam.
De Raad is van oordeel, dat de ramp is te wijten aan een misgissing van de stroom. Hoewel de eb reeds was ingetreden, had deze, door de invloed van de wind, voor de haven van St. Nazaire nog geen uitwerking gehad en liep de stroom daardoor nog om de oost. Hierdoor is de NOORDWIJK te dicht bij de oostelijke pier gekomen en daardoor geraakt. Men heeft aan boord van de NOORDWIJK alles gedaan, wat gedaan kon worden om veilig de haven binnen te lopen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Doordien de felle Oostenwind het drijfijs op de Eems met geweld naar deze kust duwt, is de toegang tot de haven van Delfzijl nagenoeg geheel gestremd en is het zeer moeilijk voor de enkele nog varende schepen om daar binnen te komen. Ook op de Eems vertoont zich veel ijs. De sleepboot van kapitein Van der Luit vertrok hedenmorgen van Delfzijl, om te trachten het motorschip SPECULANT, schipper Nicolai, hetwelk te Greetsiel ligt, daarheen te halen. Hij kwam met moeite de haven uit.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Uit de hand te koop: Het goed onderhouden tjalkschip VIJF GEBROEDERS, groot netto 49,11 reg.ton of 132 binnentonnen, Klasse Germ. Lloyd, met boot en volledige inventaris, liggende aan de werf te Vierverlaten.
Te bevragen bij J. Kajuiter, aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 januari. Te Vlissingen zijn in 1913 binnengekomen 28 stoomboten metende 12.326 ton en 18 zeilschepen metende 7.057 ton. Er zijn vertrokken 29 stoomboten metende 13.575 ton en 18 zeilschepen metende 7.057 ton.
In 1912 zijn binnengekomen 35 stoomboten metende 19.741 ton en 3 zeilschepen metende 424 ton. Vertrokken 34 stoomboten met. 18.492 ton en 3 zeilschepen metende 424 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 januari. Hr.Ms. pantserschip KONINGIN REGENTES, onder bevel van de kapitein ter zee J. Albarda, is 10 dezer van Colombo vertrokken ter voortzetting van de reis naar Oost-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 januari. De Nederlandse sleepboot ROODE ZEE, met het oude oorlogsschip PENELOPE, is gisterochtend van Kaapstad naar Europa voor orders vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 12 januari. Blijkens ontvangen telegram van de kapitein van de steenslagtransporteur CAMBEWARRA, bestemd voor Sydney, is hij heden te Colombo gearriveerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 12 januari. De schoener PAX, kapt. Huizer, op reis van Sundsvall naar Delfzijl, heeft in de Oostzee met zware stormen te kampen gehad. Met verlies van roer, zwaard en enige zeilen werd zij opgepikt door een vrachtboot en opgesleept naar Warnemünde, alwaar de nodige reparaties hebben plaats gehad.


15 januari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 januari. De Nederlandse sleepboot DONAU met een lichter op sleeptouw vertrok maandagmiddag van Glasgow naar Vigo.


16 januari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 januari. De te Cherbourg liggende oude torpedoboot LANCE is door Frank Rijsdijk's Scheepsslooperij te Hendrik-Ido-Ambacht aangekocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 januari. De sleepboot DONAU vertrok 14 januari van Greenock naar Lagos met lichters en een baggermolen op sleeptouw.


17 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 16 januari. Het Duitse stoomschip MINERVA en het Belgische stoomschip SCALDIS, respectievelijk naar Oporto en New York vertrokken, zijn op de Schelde met elkander in aanvaring geweest waardoor beide schepen beschadigd werden en naar hier moesten terugkeren. De MINERVA is reeds in het dok gebracht. De SCALDIS ligt met ingedrukte steven op de rede van Austruweel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Lekke stoomketel.
In de zitting van gistermiddag van de Raad voor de Scheepvaart werd een onderzoek ingesteld betreffende het beschadigen (door gebrek aan voedingswater tijdens stoom opstoken) van een van de stoomketels op 28 oktober jl. aan boord van het stoomschip LAURA, liggende te Rotterdam, gezagvoerder R. Schaap, rederij Jos. de Poorter, beiden te Rotterdam.
Bij de aanvang van de zitting werd de 1e machinist Jan Koning en de 3e machinist Gerhard W. van der Vos door de voorzitter aangezegd dat het onderzoek ook zal lopen over de vraag of het ongeval te wijten is aan een daad van nalatigheid hunnerzijds. De opzichter van het stoomwezen, F.G.C. Margadant, als getuige gehoord, deelt mee dat hij op 3 november bij onderzoek aan boord van het stoomschip LAURA, de ketels onder stoom zijnde, bevond dat van de stuurboordketel verscheidene steekbouten in het achterfront zwaar lekten en het water uit de vuren liep. Het schot van de machinekamer was verbrand. De bakboordketel was goed.
Hij heeft daarop de stuurboordketel laten afspuien en bevond bij een inwendig onderzoek de volgende dag, dat het waterpeil bij een vorig stoom opstoken aanmerkelijk lager was geweest en slechts tot de onderste vlampijpen van de middenkast heeft gestaan; dit maakte hij uit door de aanslag op de ketelsteen in de ketel. De naden van de vlamkast waren erg lek en de ketel ontzet door het rood stoken. De steekbouten in het achterfront van de ketel waren ook erg lek, stoomdruk is er weinig of in het geheel niet in de ketel geweest, aangezien de vlakke platen van de vlamkast niet gedeukt of doorgezet zijn. In het midden- en stuurboordvuur was de lekkage het ergst. Hij heeft thans voorgeschreven dat alle vlampijpen vernieuwd moeten worden.
Bij de vorige inspectie van het stoomwezen zijn de voorgeschreven reparaties niet afdoende verricht. Hij is tot het onderzoek overgegaan, omdat de Inspecteur van de Scheepvaartinspectie hem had meegedeeld dat een van de machinisten geweigerd had de reis mee te maken, omdat een van de ketels zwaar lek was. De 1e machinist Jan Koning deelt mee, dat hij de laatste reis bij aankomst in de Poortershaven de vuren uit heeft laten gaan en daarna getrokken, doch hierdoor is geen lekkage veroorzaakt. Een dag voor het wegstomen uit de Poortershaven heeft hij de 3e machinist order gegeven om te 6 uur naar boord te gaan om de ketels op peil te stoken, de vuren aan te steken, het ketel water te laten circuleren en stoom te stoken. De 2e machinist kreeg order de volgende morgen te 8 uur aan boord te zijn. Toen hij zelf die dag 's middags te 2 uur aan boord kwam, werd hem meegedeeld dat stuurboordketel zwaar lekte. Bij onderzoek stond bakboordketel onder stoom. Op stuurboordketel was geen stoom en lekte erg. De reis van de Poortershaven naar Rotterdam werd alleen met bakboordketel gedaan. Bij aankomst te Rotterdam bleek bij onderzoek dat alle vlampijpen lek waren, de verbinding van de vuurgangen met voorfront, de verbinding van voorfront en de zijplaten zwaar lekten. Alle platen en verbindingsdelen waren bruin-rood gekleurd, bewijs dat alles oververhit was geweest. Het peilglas was leeg, het waterpeil was niet meer zichtbaar. Hij heeft een en ander aan de inspecteur van de maatschappij gerapporteerd. Het Stoomwezen is er niet mee in kennis gesteld. Een en ander is toen gerepareerd. Bij het opnieuw stoom opstoken van de ketel bleek deze nog zwaar lek te zijn en toen de 2e machinist weigerde met deze lekke ketel naar zee te gaan, werd het Stoomwezen gewaarschuwd. Tijdens het op peil stoken van de ketel in de Poortershaven werd tegelijk de achterpiek volgepompt. De 1e machinist weet zeker dat de peilglazen en de proefkranen van de ketel goed in orde en niet verstopt waren. De 3e machinist G.W. van der Vos deelt mee, dat toen hij aan boord kwam, bevond dat de peilglazen van beide ketels 4/5 vol waren. Toen te 10 uur de donkeyman aan boord kwam, werden de lage vuren aangestoken en werd de hulpvoeding aangezet. De peilglazen waren toen ¾ vol. Hij is toen begonnen met doorpompen met behulp van de donkeyketelpomp, na zich overtuigd te hebben dat alle kranen goed stonden. Hij is hiermee doorgegaan tot 7 uur 's morgens toen de stoom begon op te komen en heeft de donkeypomp daarop op de dekwasleiding gezet om hiermee de achterpiek op te pompen. Er werd toen brand ontdekt aan het stofschot, welke brand met de dekwasleiding werd geblust. Terwijl hij hiermee bezig was zag hij dat het water in het peilglas dalende was en de ketel lekte. Hij heeft daarop de vuren laten trekken, ¼ deel van het glas was nog vol en aangezien hij het bijpompen van koud water in de ketel niet goed oordeelde, heeft hij de veiligheidskleppen gelicht en de stoom afgeblazen. De heer Feninga is van oordeel dat er een aanzienlijk tijdsverloop moet zijn geweest tussen het ogenblik dat hij gezien heeft dat het water in het peilglas dalende was, en dit glas nog slechts voor ¼ vol was, en het laten trekken van de vuren, anders was het niet mogelijk geweest, dat de gehele ketel ontzet is ten gevolge van oververhitting. De Rus Alexander Barch, stoker aan boord van het stoomschip LAURA, wiens verklaringen door een tolk worden vertaald, deelt mee dat hij gezien heeft dat de wanden van de ketel roodgloeiend waren en na opening van de rookkast opgemerkt heeft dat de vlampijpen ook alle gloeiend waren. Dit heeft ongeveer een half uur geduurd. Hij heeft daarop de 3e machinist geroepen, hem een en ander meegedeeld en toen op zijn order de vuren uitgehaald. Deze getuige weigerde zijn verklaringen te tekenen, aangezien hij dacht dat hij alles niet uitvoerig genoeg heeft meegedeeld en de inhoud van het proces verbaal te kort was. De stoker J.M. Bremerkamp deelt mee dat hij op 28 oktober 's morgens aan boord kwam om de ketels op te stoken. Terwijl hij hiermee bezig was, zag hij dat er brand aan het ketelschot was en na dit aan de 3e machinist te hebben meegedeeld, zag hij toen hij terugkwam, dat er water uit de vuren van stuurboord ketel kwam en kreeg daarna direct order deze vuren te trekken. Toen hij aan boord kwam, was er op stuurboordketel 2 à 3 en op bakboordketel 5 à 6 atmosfeer druk en niettegenstaande het harder stoken op stuurboordketel kwam hier de stoom niet op, waaruit de 1e machinist de conclusie trekt, dat het water toen al uit deze ketel moet zijn geweest en is hij ook van oordeel, dat het houten ketelschot ten gevolge van het gloeiend worden van de wanden van de ketel in brand is geraakt. Hierna werden de verklaringen van de 2e machinist J. de Klerk, van de donkeyman A. Driessen en de olieman G. Maayer, voor de Inspecteur van de Scheepvaartinspectie afgelegd, voorgelezen. Geen van allen weet de oorzaak van het lek worden van de ketel.
Hierna wordt het onderzoek gesloten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 januari. Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERCK van Nieuwediep naar de Middellandse Zee arriveerde 14 januari te Malaga.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 januari. Op het stoomschip NOORDWIJK van de rederij Erhardt & Dekkers, is draadloze telegrafie aangebracht. Dit zal wel een van de eerste stoomschepen van de Rotterdamse vrachtvloot zijn, waarop deze zegenrijke uitvinding in toepassing komt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 januari. Het stoomschip HUNZE 10, van het Vlie naar Svendborg vertrokken, is naar Denemarken verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Charlton, 10 januari. Het uitgaande Nederlandse stoomschip WAALSTROOM is in aanvaring geweest met de lichter HARRY, die zwaar beschadigd werd en in zinkende staat aan de grond werd gezet. Van schade aan de WAALSTROOM wordt niets gemeld.


19 januari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 januari. Hr.Ms. pantserschip KONINGIN REGENTES, onder bevel van de kapitein ter zee J. Albarda, is 15 januari te Sabang aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 januari. Hedenmorgen vroeg is aan de Hoek van Holland het vrachtstoomschip CLACTON van de Harwich-lijn vastgelopen op de vlakte voor de Zuiderpier. Men hoopt de boot vanmiddag met hoog water vlot te krijgen. Het staat te bezien of dit zal gelukken, want de CLACTON is met nagenoeg hoogtij vastgelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 16 januari. Het motorschip TELEGRAAF 16, kapt. v. d. Graaf, van Papenburg bestemd naar Rotterdam, is tot Groningen kunnen opvaren, doch door het vele ijs in de binnenwateren teruggekeerd en wil thans de reis naar Rotterdam buitenom aanvaarden.


20 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Naar de N.R.C. verneemt, heeft de Holland Amerika Lijn een op de werf van de Sunderland Shipbuilding Co. op stapel staande vrachtboot aangekocht. Dit volgens het shelterdeck-type (schutdek) gebouwde, schip, lang 435, breed 54 en hol 37 Eng. voet, heeft een laadvermogen van ongeveer 10.500 ton en zal voorzien worden van een stel triple-expansie machines, sterk 4.200 ipk, welke door de firma Blair te Stockton worden gebouwd. De stoom voor bovengenoemde machines zal worden geleverd door 4 aan een zijde stookbare ketels, die gezamenlijk een verwarmend oppervlak hebben van 10.500 vierkante voet. Het stoomschip wordt geplaatst in de hoogste klasse van Lloyds (100 A 1) en zal hoogstwaarschijnlijk in maart of april a.s. worden afgeleverd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 januari. Het de vorige week binnengekomen Engelse stoomschip FLODDEN gaat met de naam VRIJBERGEN over onder Nederlandse vlag onder directie van Furness Scheepvaart & Agentuur Maatschappij.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 18 januari. Het stoomschip CLACTON is zaterdagavond met behulp van vijf sleepboten van Wilton's Machinefabriek vlot gesleept en binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 17 januari. Volgens van de Koninklijke Paketvaart Mij. alhier ontvangen bericht is het stoomschip TASMAN op 15 dezer behouden te Soerabaja aangekomen. Het stoomschip zal te Batavia dokken.


21 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren nog een onderzoek in betreffende het aan de grond lopen te St. Nazaire op 29 oktober jl. van het stoomschip LEONORA, rederij Jos. de Poorter te Rotterdam. Het schip was op de thuisreis. De kapitein, H. de Kok, als getuige gehoord, verklaart dat hij wegens slecht weer ten anker ging. Voordat hij naar beneden ging, werd gepeild en gaf hij de 2e stuurman order, geleidelijk te peilen en te loden. Ook had hij hem gezegd, dat het tweede anker klaar lag om te vallen. Het zicht was helder. De stuurman en twee matrozen waren aan dek. 's Morgens 07.30 uur boven gekomen, zag hij dat het schip omstreeks een halve mijl was afgedreven en wel naar de bank aan stuurboord van het schip. Toen het vast zat, werd geen peiling genomen. Gewacht werd op hoog water en toen kwam het schip vlot, zonder enige schade te hebben belopen. De 2e stuurman was gedagvaard, maar is niet verschenen. De matroos H.B. Steenbergen verklaart, dat hij met een andere matroos en de 2e stuurman op de brug wacht had, o.a. om te zien dat het schip niet verdreef. Er waren wat schepen in de buurt. Aan de vuren kon hij niets merken; hij heeft ook niet opgemerkt dat het schip afdreef. De stuurman was aan dek en had een paar keer peilingen genomen. Van het vastraken van het schip heeft getuige niets gevoeld. De matroos J.C. Giesen verklaart, dat hij, die nacht de wacht hebbende, gepeild heeft, terwijl het schip ten anker lag. Hij had niet gelood, hoewel het lood aanwezig was; er was hem geen order toe gegeven. Door de stuurman was enige malen gepeild. Maar intussen raakte het schip vast; ook deze getuige zegt er niets van bemerkt te hebben. De wacht was juist afgelopen. De beide matrozen verzekeren, dat zij in geen enkel opzicht hun plicht hadden verwaarloosd. Het onderzoek in deze zaak wordt geschorst. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 januari. Hr.Ms. pantserschip DE RUYTER onder bevel van de kapitein ter zee M.H.E. Sachse is 17 dezer te Aden aangekomen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 14 januari. Heden heeft de torpedoboot G 14, gebouwd op de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’, op de rede alhier de officiële proeftocht gehouden. Ook hierbij werd aan de gestelde eisen ruimschoots voldaan.


22 januari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 januari. Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERCK, onder bevel van de kapitein ter zee E. Coenen, is 20 dezer van Malaga vertrokken en te Gibraltar aangekomen, van waar de 21e de reis zal worden vervolgd en Hr.Ms. pantserschip DE RUYTER, onder bevel van kapitein ter zee M.H.E. Sache, is 20 dezer van Aden vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 januari. De sleepboot. BEVERWIJK XII, met een lichter van hier naar Argentinië bestemd, is gistermiddag met alles wel te Vigo aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 januari. De stalen drie-mast schoener NELLY, in 1910 gebouwd door de firma Wilmink te Groningen, groot bruto 199 en netto 160 reg.ton, met een laadvermogen van 300 ton, is door de reder J.H. Kruize, door bemiddeling van de makelaar Jacq. Pierot Jr., naar Astrakhan verkocht. Het schip, dat thans nog te Groningen ligt, is lang 112.3, breed 29.3 en hol 17.3 voet. (opm: zie ook RN 270214 en NNO 290514)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 20 januari. Volgens alhier ontvangen telegram arriveerde de kleine sleepboot NEPTUNE, van Rotterdam naar Madagaskar, hedenmorgen te Port Said. Alles wel.


23 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 21 januari. Het te Capelle a/d IJssel voor de Kon. Ned. Stoomboot Mij. te Amsterdam nieuw gebouwde stoomschip HERCULES, dat naar Engeland zou worden gesleept voor het plaatsen van de machines (opm: GT Gray, South Shields), kwam met de kade in aanraking en kreeg schade aan het roer. Het ligt nu te Maassluis ten anker. De reparaties zullen twee dagen vorderen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. van der Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip Neptunus, gebouwd voor rekening van de heer Joh. Parlevliet te Katwijk aan Zee.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Het in 1895 nieuw gebouwd ijzeren tjalkschip MARGIENA ANNETTA met complete inventaris. Klasse: Bureau Veritas + 3/3 P 1.1. Draagvermogen of diepwatermerk 145 ton. Inlichtingen bij Th.J. Wilmink. Griffestraat 8a, Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 21 januari. Volgens alhier ontvangen telegram arriveerde het motorschip RENSIENA van Rotterdam naar Singapore bestemd, hedenmorgen te Port Said. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 januari. Te IJmuiden zijn in 1913 aangekomen 2.481 stoomschepen, metende 13.316.649 m3 bruto en 27 zeilschepen, metende 40.750 m3 bruto; totaal 2.508 schepen, metende 13.357.399 m3 bruto. Vertrokken 2.485 stoomschepen met 13.210.739 m3 en 19 zeilschepen met 32.781 m3 bruto; totaal 2.504 schepen, metende 13.243.520 m3 bruto; totaal in en uit 5.012 schepen metende 26.600.919 m3 bruto tegen 4.806 schepen metende 24.161.653 m3 bruto in 1913 dus 206 schepen met 2.439.266 m3 bruto meer.


24 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepstijdingen. Maassluis, 23 januari. Vertrokken: OOSTZEE, sleepboot, naar Shields, met hulk HERCULES op sleeptouw.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 januari. De Nederlandse sleepboot THAMES is gisteren te Gibraltar aangekomen om het stoomschip MANDASAN MARU van daar naar de Tyne te slepen.
Het stoomschip MANDASAN MARU oorspronkelijk van Cardiff naar Port Said bestemd, geraakte in het laatst van november op strand. Het kwam 3 december na van de lading te hebben gelost, met assistentie vlot en te Gibraltar binnen.


25 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 24 januari. De in 1909 door de firma J.J. Pattje en Zn. te Waterhuizen gebouwde schoener ERNST WILHELM, groot bruto 140 reg. ton met een laadvermogen van 235 ton is aan kapitein H.P. Thode aldaar verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bristol, 23 januari. Het te Londen thuis behorende stoomschip SAN SILVESTRE, thans te Avonmouth binnen, rapporteert 4 januari te New York in aanvaring te zijn geweest met het Nederlandse stoomschip LA HESBAYE. De SAN SILVESTRE werd op drie plaatsen gedeukt. De aanvaring ontstond doordat de LA HESBAYE op drift sloeg.


26 januari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 januari. Te Harlingen zijn gedurende 1913 aangekomen 458 stoomschepen met een bruto inhoud van 1.158.716 m3 en 11 zeilschepen metende bruto 3.208 m3, terwijl vertrokken 460 stoomschepen metende 1.164.416 m3 en 11 zeilschepen metende 3.208 m3. In 1912 arriveerden 422 stoomschepen metende 1.063.933 m3 en 19 zeilschepen metende 6.458 m3, terwijl vertrokken 418 stoomschepen metende 1.053.880 m3 en 19 zeilschepen metende 5.911 m3.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 januari. Te Amsterdam zijn in het afgelopen jaar 1913 aangekomen 2.600 zeeschepen, met een totale inhoud van 12.338.906 m3, tegen 2.501 schepen met 11.165.301 m3 in 1912. Er is dus een vooruitgang van 99 schepen en 1.173.605 m3.
Ook het getal aangekomen Rijnschepen vertoonde een aanzienlijke stijging. In 1912 waren het 1.548 schepen, metende 1.042.357 m3; in 1913 waren het 1.701 schepen met 1.158.069 m3.


28 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 28 januari. Wij vernemen, dat de N.V. Scheepvaartmaatschappij v/h Smith & Co. aan de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord alhier een stoomschip, groot 1.200 ton laadvermogen, heeft besteld. Dit voor de Bordeaux-vaart bestemde stoomschip zal in de loop van 1915 worden afgeleverd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Volgens Lloyds is het Nederlandse stoomschip HELENA MARGARETA, rederij W.F. Henry van der Zee te Smyrna, groot bruto 2.588 en netto 1.556 reg. ton, verkocht en verdoopt in HELENA MARGARET.
Dit in 1890 in Newcastle gebouwde stoomschip droeg vroeger de volgende namen: BENAN, GEORGIOS B. BOUBOULIS en AMALIA.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stellendam, 27 januari. Het gestrande stoomschip ARMENIA is ruim 200 meter naar binnen gekomen en gedraaid met de kop om de west. In het lichterschip Buffel, van de Nieuwe Bergingsmaatschappij te Maassluis, is ruim 100 last gelost. Hedenmiddag bij hoge vloed hebben de sleepboten ATLAS, DONAU, TITAN en de Engelse sleepboot gemerkt FH 126 getrokken. Het stoomschip is een weinig vooruitgegaan, doch naderhand in oude positie teruggekeerd. Er wordt thans overboord gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 januari. Door de NV Furness’ Scheepvaart en Agentuur Mij. alhier zijn aangekocht de eersteklas stoomschepen FLODDEN, CORUNNA en EVESHAM, met een laadvermogen van resp. 7.500, 6.500 en 7.500 ton. De twee eerstgenoemde stoomschepen zijn reeds onder de nieuwe namen VRIJBERGEN en TENBERGEN in de vaart gebracht, terwijl het stoomschip EVESHAM in maart a.s. in ontvangst zal worden genomen en herdoopt in VEENBERGEN.
Voor dezelfde rederij zijn bij de firma W. Pickersgill & Sons, Sunderland, nog in aanbouw vrachtstoomschepen van 8.200 ton elk, welke in maart en april a.s. onder de namen EIBERGEN en KELBERGEN de vloot zullen komen vergroten tot een totaal van 14 stoomschepen, met een totaal laadvermogen van 82.400 ton.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gisteren heeft te Delfzijl de inspecteur van het Loodswezen, in tegenwoordigheid van het loodspersoneel, aan de strandvoogd de heer H. Toxopeus en eveneens aan zijn beide knechten Kuipers en Van der Laan een zilveren medaille en getuigschrift uitgereikt benevens vijfentwintig gulden beloning voor het redden van vier schipbreukelingen van het zeilschip AMAZONE.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht. Gistermiddag is het ijs in de rivier gaan drijven en het heeft, zoals verwacht werd, het remmingwerk van de spoorbrug aan de stadszijde geheel meegenomen. ’s Morgens hadden de Telegraafboten, die van Rotterdam waren gekomen, nog getracht er door te komen en ook ’s middags, toen het ijs reeds dreef, beproefden nog een paar andere boten hetzelfde tevergeefs. Ook van beneden uit hebben enige boten zonder resultaat hetzelfde beproefd. ’s Avonds zat alles weer vast.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Door de Scheepvaart Mij. voorheen Smith & Co. is aan de Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord de bouw opgedragen van een nieuw stoomschip met 1.200 ton laadvermogen, bestemd voor de dienst Rotterdam - Bordeaux, af te leveren in de loop van het jaar 1915. Het stoomschip zal worden geklasseerd in de hoogste klasse Bureau Veritas en wordt onder speciaal toezicht gebouwd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip (SCH-194) KLASINA, gebouwd voor rekening van P. Knoester Jr. te Scheveningen. Van de werf van J. Verweij het stalen loggerschip JACOBA, gebouwd voor rekening van M.B. Oosterdorp te IJmuiden.


29 januari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stellendam, 28 januari. Uit het gestrande stoomschip ARMENIA is de gehele dag overboord gelost. Bij vloed hebben een Engelse en vier andere sleepboten getrokken, doch zonder resultaat. De waterstand was ongeveer 2 voet lager dan gisteren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 28 januari. Blijkens ontvangen telegram van de kapitein van de ANTEO (400-tons kraan voor het lichten van gezonken onderzeeboten) is voornoemd schip, op weg naar Spezia, heden te Cádiz binnengelopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 28 januari. De dagmailboot KONINGIN WILHELMINA van de Stoomvaart Mij. Zeeland is aan de werf van de Kon. Mij ‘De Schelde’ van een nieuwe krukas voorzien.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. Het van hier naar Emden vertrokken Nederlandse stoomschip ARUNDO en het van Hamburg naar Zuid-Amerika bestemde Duitse stoomschip RUGIA zijn ter hoogte van Scheveningen in aanvaring geweest. De RUGIA had het voornemen om naar Rotterdam te stomen, doch om 3.15 uur vanmiddag was de RUGIA de Waterweg nog niet binnengestoomd. Men trachtte toen draadloos verbinding te krijgen. Welke schade en hoe groot ze voor beide schepen is, is nog niet bekend. (opm: zie ook AH 100214, AH 100214, AH 110214 en AH 040314)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 januari. Door de N.V. Furness Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij te Rotterdam zijn aangekocht de eerste klas vrachtstoomschepen FLODDEN, CORUNNA en EVESHAM, met een laadvermogen van resp. 7.500, 6.500 en 7.500 ton. De twee eerstgenoemde stoomschepen zijn reeds onder de nieuwe namen VRIJBERGEN en TENBERGEN in de vaart gebracht, terwijl het stoomschip EVESHAM in maart a.s. zal worden in ontvangst genomen en herdoopt in VEENBERGEN. Voor dezelfde rederij zijn bij de firma W. Pickersgill & Sons, Sunderland, nog in aanbouw twee vrachtstoomschepen van 8.200 ton elk, welke in maart en april a.s. onder de namen EIBERGEN en KELBERGEN de vloot zullen komen vergroten tot een totaal van 14 stoomschepen, met een totaal laadvermogen van 82.400 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 januari. Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERCK, van de Middellandse Zee naar Nieuwediep, arriveerde 26 januari te Tunis.
— Hr.Ms. pantserschip De RUYTER van Oost-Indië naar Nederland, vertrok 27 januari van Port Said.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 januari. De sleepboot SCHELDE, van IJmuiden naar Bahia, vertrok 10 januari van St. Vincent, met een sleep.


30 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 30 januari. De stoomschepen ARUNDO en RUGIA (zie Ochtendblad) zijn beide met beschadigde boeg alhier binnengekomen en opgestoomd naar Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 30 januari. Het uitgaande stoomschip ANTONIO heeft het voor anker liggende Nederlandse stoomschip CLIO aangevaren, dat schade bekwam in de midscheeps tot het opperdek. De ANTONIO bekwam averij aan de boeg en heeft anker en ketting verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 30 januari. Het stoomschip WESTERDIJK, van New York, is bij de Poortershaven aan de grond gevaren, doch kwam later met assistentie weer vlot. Daarna geraakte het stoomschip aan de zuidwal bij Maassluis aan de grond. Men zal hedenavond trachten het stoomschip vlot te brengen. (opm: de stranding gebeurde tijdens mist – zie ook RN 020214)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma L. Smit & Zoon te Kinderdijk is een voor binnenlandse rekening gebouwde goederenboot te water gelaten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 januari. Door de Scheepvaart Mij. v/h Smith & Co. te Rotterdam is aan de Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord de bouw opgedragen van een stoomschip groot 1.200 ton laadvermogen. Het schip zal in 1915 moeten worden geleverd en is bestemd voor de dienst Rotterdam – Bordeaux.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Ernstig ongeluk. Bij de voorlopige beproevingen, welke hedenmiddag met de onderzeeboot 5 in het Marinedok werden gehouden, is dit vaartuig gezonken. Vermoedelijk is één man om het leven gekomen. Nadere bijzonderheden ontbreken.


31 januari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 30 januari. Het stoomschip CLIO (zie Avondblad) maakt water in de machinekamer. Het is opgestoomd naar Rotterdam begeleid door de pompboot ROTTERDAM en 3 sleepboten. De ANTONIO is naar Rotterdam teruggekeerd voor reparatie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Maassluis, 30 januari. Het stoomschip WESTERDIJK (zie Avondblad) is met assistentie van sleepboten vlot gekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 januari. Volgens hier ontvangen draadloos bericht moet ter hoogte van Scheveningen een aanvaring plaats gehad hebben tussen het Nederlandse stoomschip ARUNDO, van Rotterdam naar Emden en het Duitse stoomschip RUGIA van de Hamburg – Amerika Lijn, dinsdag van Hamburg naar Philadelphia vertrokken. De stoomschepen RUGIA en ARUNDO zijn beide alhier aangekomen. Ten gevolge van de aanvaring zijn beide schepen boven de waterlijn beschadigd. (opm: aanvaring had plaats op 28 jan. 1914)
(opm: zie ook AH 100214, AH 110214 en AH 040314)


Krant:

 MCO - Middelburgsche Courant

Het ongeluk met de ONDERZEEBOOT nummer 5.
Vlissingen, 30 januari. Op het ogenblik dat wij dit schrijven, is het communiqué dat de directie van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ bij ongevallen etc. verstrekt, nog niet verschenen. Een ooggetuige deelde ons echter het volgende mee: Nummer 5 lag tussen twee zusterschepen op de werf van “De Schelde’ aan de wal gemeerd. Aan boord waren toen het ongeval plaats greep 12 personen. In het voorste gedeelte van het schip werd gewerkt aan de onderwater lanceerbuis. Daarin zitten drie kleppen, een binnenklep met handbeweging, een wisselklep met luchtdruk en de buitenklep. Men vermoedt dat tijdens het mechanisch sluiten van de wisselklep de buitenklep is opengegaan, tenminste op een gegeven ogenblik stroomde door de lanceerbuis, die een diameter van 16 Engelse duim heeft, een golf water naar binnen. Een aan boord zijnde sergeant-torpedomaker deed al het mogelijke om de wisselklep in de goede stand te brengen en zodoende het water te keren. Inmiddels vluchtten de overige werklieden naar de uitlaatklep, midscheeps. De laatsten waadden reeds tot hun middel door het water. Reeds was de boot bijna geheel onder de oppervlakte verdwenen toen genoemde sergeant-torpedomaker ook door dit gat naar buiten kwam. Hij was tot het laatste moment op zijn post gebleven en had ten slotte kruipende, half drijvende, langs de wand van het vaartuig tastende het mangat weten te bereiken.
Direct werd appel gehouden en bleek zover men kon nagaan 1 persoon, een zekere Kramer, ongeveer 28 jaar oud, te worden vermist. Direct werd het Marine-bergingsvaartuig, dat in de Buitenhaven lag, naar de plaats van het ongeval gesleept, waar getracht werd de takels aan de onderzeeër te bevestigen. De werkzaamheden vlotten slechts langzaam.
Om half zes viel het ongeval voor en bij het posten van deze brief, ongeveer half 10, had men het voorschip vast.
Heden vernamen wij nog: In verband met het ongeval kan ik U nog meedelen, dat hedennacht om drie uur het vaartuig zo ver gelicht was, dat het lijk van de omgekomen werkman tevoorschijn kon worden gebracht. Het vaartuig is verder leeggepompt, terwijl het bergingsvaartuig om 12 uur hedenmiddag naar de haven werd verhaald. De justitie uit Middelburg vertoefde heden alhier tot het instellen van een onderzoek.
De onderzeeboot O 5 weer gelicht. (Collectie E.A. Kruidhof)


02 februari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Volgens een telegram uit Rabat is de Nederlandse motorschoener SAN ANTONIO van Gibraltar komend met hout, binnen de baar gestrand, doch zal wel vlot komen na lossing van een deel van de lading. Later bericht - De Nederlandse motorschoener SAN ANTONIO is weer vlot gekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Egmond aan Zee, 31 januari. Gisteravond strandde bij Paal 45 het stoomschip BETSY ANNA van Hartlepool met steenkolen naar Amsterdam. De equipage, bestaande uit 17 man, is met de reddingboot gered.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 30 januari. Bij het passeren van het bij Maassluis aan de grond zittende stoomschip WESTERDIJK, kwam het uitgaande Spaanse stoomschip ANTONIO in aanvaring met het ten anker liggende Nederlandse stoomschip CLIO. Laatstgenoemd schip liep diverse schade op aan het brugdek, terwijl de machinekamer water maakt. Het stoomschip CLIO is naar Rotterdam opgesleept. Het stoomschip ANTONIO waarvan de steven werd ingedrukt, keerde onder eigen stoom voor reparatie terug naar Rotterdam.
31 januari. Het stoomschip WESTERDIJK is met assistentie van de sleepboten OOSTZEE en LAUWERZEE vlot gekomen. Doordat het stoomschip SALLY MAERSK er tegen is aangedreven, kreeg de WESTERDIJK schade aan de boeg, terwijl van de SALLY MAERSK twee platen werden ingedrukt. (opm: zie ook AH 200214 en AH 260214)


03 februari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 februari. De Nederlandse zeesleepboot SCHELDE met een met een baggermolen op sleeptouw, van Amsterdam naar Bahia Blanca arriveerde 1 februari te Rio de Janeiro. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 februari. De stoomschepen ARUNDO en RUGIA, die met elkaar in aanvaring zijn geweest, staan thans ieder in een dok en worden door experts onderzocht.
In zake het stoomschip RUGIA vernemen wij nog dat de reparaties naar schatting een oponthoud zullen veroorzaken van 10 à 12 dagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 februari. Hr.Ms. pantserschip DE RUYTER, van Batavia naar Nieuwediep, arriveerde 31 januari te Malta.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 31 januari. Het stoomschip BETSY ANNA is door de sleepdienst Zur Muhlen vlot gebracht en wordt naar hier gesleept.
1 februari. Het stoomschip BETSY ANNA is opgesleept naar Amsterdam met assistentie van drie sleepboten. Het had 4 duim water in de voorpiek, doch is overigens dicht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 31 januari. De H.A.L. opent een 14-daagse passagiers- en vrachtdienst tussen New York en de havens aan de oostkust van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. De eerste afvaart zal 15 april naar New York plaats hebben.


04 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Krimpen aan de IJssel. Het kleine scheepswerfje, waarbij echter veel terrein ligt, van de heer C. Vermeulen alhier, is overgegaan aan een Haagse combinatie, die van deze zaak een grote werf wil maken. (opm: gelegen aan de Hollandsche IJssel nabij de grens met Ouderkerk a/d IJssel)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Een nieuw schip.
Heden had het te water lopen plaats van het vrachtstoomschip ROTTI, in aanbouw voor de Stoomvaartmaatschappij ‘Nederland’ bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij. Het schip is geheel van staal gebouwd volgens de hoogste klasse van Lloyds en heeft de volgende afmetingen: Lengte tussen de l.l. 450'-0", breedte op buitenkant spanten 55'-8", holte tot shelterdek 38-3", toegelaten diepgang 26'-6", waterverplaatsing 14.000 Eng.ton, draagvermogen 9.060 Eng.ton, snelheid hij beladen diepgang 13 Eng. mijlen. Onder het kuildek bevindt zich in de achterste drie ruimen het tussendek, op een hoogte van 11'-6½". In ruim I zijn onder het kuildek twee dekken: Het tussendek en het onderdek. Een dubbele bodem, 3'-9" hoog, loopt over bijna de gehele lengte van het schip door en is verdeeld in 16 waterdichte tanks. De beide tanks onder de machinekamer dienen tot berging van ketel-voedingswater; die onder ruim III en eventueel onder ruim II zijn bestemd voor zoetwater. De overige tanks, benevens vóór- en achterpiek en een dieptank, die achter de machinekamer is geplaatst, zijn voor waterballast ingericht. De tanks onder het ketelruim blijven leeg. Zeven waterdichte schotten verdelen het schip in acht afdelingen. Het aanvaringsschot loopt door tot het shelterdek, de overige schotten tot het kuildek. Ruim II is speciaal ingericht voor het vervoer van grote, zware stukken. Daartoe is een zware kokerbalk onder de dekbalken aangebracht en zijn enkele zware dekstutten ingebouwd in plaats van een groot aantal dunnere. Op deze wijze is het ruim zoveel mogelijk vrij gehouden voor de lading. Verder is achter de fokkemast een zware laadboom geplaatst tot het heffen van zware ladingstukken tot een gewicht van 30 ton.
Het schip heeft twee paalmasten met acht stalen Mannesmann laadbomen aan iedere mast. De laadbomen kunnen elk 6 ton lichten. Ook heeft het schip 10 stalen laadmasten, voorzien van twaalf Mannesmann laadbomen, welke laatste elk 3 ton kunnen lichten. De laadbomen worden bediend door twintig lieren, waarvan de twee lieren op de kampanje voor dubbel werk zijn ingericht. De lieren op kampanje en bak zijn voorzien van grote verhaalkoppen van 18". De stuurinrichting (Hasties patent) is opgesteld in een stalen stuurhuis achteruit. Van de brug kan de stuurmachine behandeld worden door middel van een telemotor. Verder zijn de nodige telegraaf- en spreekbuizen aangebracht van de brug naar de machinekamer, benevens een luidsprekende telefoon naar het achterschip. Op het bakdek staat een stoomankerspil met snelle hieuwinrichting op de as voor verhalen en met verhaalkoppen van 20" diameter.
Het schip heeft een triple-expansie machine, uitgebalanceerd volgens het Yarrow-Schlick-Tweedy systeem. De cilinderafmetingen zijn: 27½" - 47" en 83"; de slag 53". Bij 95 omwentelingen is het vermogen 5.150 ipk. De schroef met gegoten ijzeren naaf heeft vier bronzen bladen en een middellijn van 18'-0". Een Weirs Uniflex condensor staat los van de machine en heeft een verkoelend oppervlak van plm. 5.000 vierkante Eng. voeten. De stoom wordt geleverd door 6 Schotse ketels met een totaal verwarmd oppervlak van 12.600 vierkante voeten. De ketels hebben een diameter van 13'-9" en een lengte van 12'-0"; de stoomdruk bedraagt 15 kg/cm2. Zij werken onder geforceerde trek volgens Howdens systeem en zijn voorzien van oververhitters. Machine- en ketelinstallatie worden geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier. Het gehele schip is elektrisch verlicht en bezit verder nog een brandblusinrichting, systeem “Halley". Ook is het voorzien van een inrichting voor draadloze telegrafie. Aan boord bevinden zich 4 reddingboten 28’-0" x 8'-0" x 3'-6" en 4 sloepen van dezelfde afmetingen, die gestreken kunnen worden met Welins patent davits. Bovendien hangt een vlet van 22'0" x 7'-0" x 2’-9" in davits. De verblijven van officieren, onderofficieren en bemanning zijn zeer ruim en voldoen aan alle eisen, die men aan een eerste klasse vrachtstoomschip kan stellen.
De laatste beletselen (de klinken) van het te water lopen werden verwijderd door mejuffrouw M.A. Jansen, dochter van de heer J.C. Jansen, oud-minister van Marine en sedert de oprichting gedelegeerd commissaris van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij. De jonge juffrouw Annetje Goedkoop, dochtertje van de heer Heyme Goedkoop, onderdirecteur van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij, bood de doopster bloemen aan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het stoomschip SINGKARA, in aanbouw voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Mij. te Amsterdam, bij de N.V. Scheepswerf ‘Dordrecht’ te Dordrecht, is gistermorgen met goed gevolg te water gelaten. Het schip zal voor het plaatsen van machine en ketel over enkele dagen naar de fabriek van de Rotterdamsche Droogdok Mij. worden gebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma J. de Boer & Zn. te Oude-Pekela is te water gelaten een stalen bolschip, groot 50 ton, voor rekening van schipper J. Sanders te Stadskanaal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 februari. Te Terneuzen zijn in het jaar 1913 binnengekomen 416 zeeschepen, metende bruto 1.217.579 m3, tegen 368, metende 994.850 m3 in het jaar te voren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 februari. Te Middelburg zijn in 1913 binnengekomen 7 stoomboten metende 6.726 ton en 6 zeilschepen metende 1.922 ton; er zijn vertrokken 7 stoomboten metende 6.726 ton en 5 zeilschepen metende 1.572 ton.
In 1912 zijn binnengekomen 7 stoomboten met. 3638 ton en 6 zeilschepen metende 1754 ton. Br zijn vertrokken 7 stoomboten metende 8638 ton en 5 zeilschepen met. 1754 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 2 februari. De Nederlandse kof MARGARETHA, met tarwe van Rostock naar Aalborg, geraakte nabij Gjedser aan de grond, doch werd door een Svitzer stomer vlot en te Nakskov binnengebracht. Het schip heeft geen schade.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 februari. De sleepboot DONAU, van Greenock naar Lagos met lichters en een baggermolen op sleeptouw, arriveerde 1 februari te Las Palmas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 februari. De lading gaskolen van het stoomschip BETSY ANNA, dat bij Paal 7 bezuiden Egmond aan de grond heeft gezeten, is door zeewater beschadigd.


05 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Staande op een vlot waren enige fabrieksarbeiders hedenmiddag bezig om een schroef van het stoomschip BATAVIER VI, liggende in het gemeente droogdok te Charlois aan te zetten. De schroef hing in een takel, doch viel door het breken van een schakel en kwam terecht op de werkman C.M. uit de Pupillenstraat die op de plaats dood bleef.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 5 februari. Heden vertrok van hier naar het Wilhelmskanaal per sleepboot VULCAN de te Leiden voor rekening van de firma G.A. van Hattem te Sliedrecht nieuwgebouwde baggermolen RHENUS, om aldaar bij de baggerwerken in dienst gesteld te worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het zal binnenkort weer druk worden met het Zuidpool-onderzoek. Men weet van het brutale plan van Shackleton, die dwars over het Pool-continent wil gaan: van Weddell-zee naar Ross-zee. Ook de Oostenrijkers bereiden een grote expeditie voor, terwijl de stout opgezette ‘Britse Zuidpoolexpeditie 1914’ onder leiding van J. Foster Stackhouse reeds een heel eind met de toebereidselen op streek is. Haar expeditieschip is de oude DISCOVERY van kapitein Scott. Men hoopt 1 augustus onder gezagvoerder luitenant ter zee A.E. Harbord te kunnen vertrekken. De expeditie blijft drie of vier jaren uit.
De DISCOVERY gaat eerst naar Kaapstad. Vandaar wordt koersgezet naar de Falkland Eilanden; onderweg zal zoveel mogelijk aan diepzeeonderzoek worden gedaan.
In de Walvisbaai (de plaats waar Amundsen overwinterde) zullen de onderzoekers tenslotte weer door de DISCOVERY worden opgepikt. De thuisreis gaat via Nieuw-Zeeland, Stille Oceaan en Panamakanaal. (opm: sterk bekort)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 4 februari. Heden werd van de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. met goed gevolg te water gelaten de voor de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’ nieuw gebouwde vrachtstomer ROTTI, groot 9.060 reg.ton en bestemd voor de dienst op Nederlands-Indië.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is met goed gevolg te water gelaten een nieuw gebouwde stalen motor-mossel-aak van plm. 30 ton, welke voorzien zal worden van een 24 pk Kromhout-motor, voor rekening van de heer Pol. A. Rammeloo, te Philippine. Daarna is de kiel gelegd voor een motorklipperschip voor rekening van de heer C. Boon te Bovenkarspel.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Heden vertrok van IJmuiden naar Brunsbüttel om bij de baggerwerken in het Kaiser-Wilhelmkanaal dienst te doen, de Nederlandse baggermolen RHENUS, welke de Aanneming Maatschappij v/h G.A. van Hattem te Sliedrecht bij de Koninklijke Grofsmederij te Leiden liet bouwen. Het vaartuig meet bruto 398 en netto 312 registerton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het grootste stoomschip ooit op een Nederlandse werf gebouwd, de INSULINDE van de Rotterdamsche Lloyd, nadert zijn voltooiing.
Hier ligt het schip voor de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen, liggende onder de grote kraan.
INSULINDE – bouwnummer 150. (Collectie E.A. Kruidhof)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 2 februari. Na een reis van 120 dagen arriveerde alhier het Engelse volschip WILLIAM MITCHELL met een lading Chilisalpeter van Tocopilla (Chili). Het grootste deel van de reis hebben de schepelingen met zwaar stormweer te kampen gehad.


06 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het vierde jaarverslag van de N.V. Stoomvaart Maatschappij “Sophie-H” meldt, dat het boekjaar 1913 over het algemeen bijzonder gunstig was, alhoewel in de laatste maanden reeds een inzakking in de vrachten merkbaar was. Het stoomschip SOPHIE-H (in april 1910 in de vaart gekomen) strandde begin februari op de reis van Riga naar Rotterdam bij Trelleborg. Na lossing in Rotterdam bleek dat er bodemschade was, waarvan de reparatie drie weken in beslag nam. De kosten van de reparatie werden door assuradeuren vergoed, maar door het tijdverlies ontstond een niet onbelangrijke winstderving. Het stoomschip ALICE-H (in januari 1912 afgeleverd) heeft veel gelukkiger gevaren, zodat de gunstige bedrijfsresultaten voornamelijk door dit stoomschip zijn bereikt.
Voorgesteld wordt 12½% dividend uit te keren, gelijk aan het vorige boekjaar.
De algemene vooruitzichten voor de vrachten in het nieuwe boekjaar zijn verre van gunstig. Echter werden reeds enige overeenkomsten gemaakt die een lonend bedrijf verzekeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 februari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Perth (Australië) is de 29 november l.l. van Schiedam naar Sydney vertrokken Nederlandse steenslagtransporteur CAMBEWARRA op 50 mijl ten zuiden van Geraldton op een rots gelopen en daarna in 25 vadem water gezonken. De gezagvoerder, de 2e stuurman, de 1e machinist en 5 van de opvarenden konden zich redden en zijn te Perth geland.
Verder wordt nog in dit telegram vermeld, dat de 1e stuurman en 5 opvarenden zich in een boot hadden begeven, doch dat men van die boot tot heden niets meer heeft vernomen en verder dat er een sleepboot ter opsporing en assistentie was uitgevaren.
Naar aanleiding van dit telegram vernemen wij van de directie van de werf Gusto te Schiedam, waar de CAMBEWARRA werd gebouwd, dat zij uit Fremantle een telegram van de gezagvoerder B.H. v.d. Hei Jr. ontving, zo goed als gelijkluidend aan het hierboven vermelde. Hij seinde echter er bij, dat er buiten hem nog waren gered W.G.S. Krispijn (1e machinist), W. Roeske, R. Schweitzer, H. Werner, A.J. Boeyen, G. Huigen en J.J. Lahan.
Omtrent de vermiste boot waarin de 1e stuurman B.J. Staal benevens F. Dreissinger, A. Westermann, D. Kortlang, F. Hogeveen en J.J. Verdonk een goed heenkomen hadden gezocht, is door haar aan de Nederlandse consul in Fremantle om nadere inlichtingen geseind en tevens om direct te vermelden waar die boot is geland. Volgens haar is de mogelijkheid (de toestand der Australische kust in aanmerking nemende) nog niet uitgesloten, dat de boot met de vermisten hier of daar is geland en dat de schipbreukelingen eerst een lange voetreis moeten maken voor zij een plaats bereiken waaruit zij kunnen seinen of berichten kunnen doen afzenden.
De directie van de werf Gusto zal direct haar ontvangen mededelingen publiek maken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hamburg, 4 februari. Met schade aan de beplating is het stoomschip KATENDRECHT naar de werf van Blohm & Voss gebracht. Aan het voorschip aan stuurboordzijde moeten enige platen deels vernieuwd en deels gestrekt worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aalborg, 4 februari. De te Groningen thuis behorende kof VOORWAARTS is bij de invaart van het Limfjord gestrand. De bergingsboot EXPRES is ter assistentie vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Aan aandeelhouders wordt hiermede kennis gegeven dat de omwisseling van de aandelen Stoomboot Maatschappij v/h Firma E. & S. & C. St. Martin en nieuwe Leeuwarder Stoomboot Maatschappij, voor aandelen Scheepvaart Maatschappij “Holland-Friesland” kan geschieden vanaf maandag 9 februari aanstaande ten kantore van de Maatschappij te Rotterdam en Leeuwarden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf en Machinefabriek van de firma Boele & Pot te Bolnes, is met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip SINGKEP, met een laadvermogen van 850 ton, gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, alhier, en bestemd voor haar passagiers- en goederendienst in Nederlands-Indië. De machine, van het triple-expansie systeem met ketel, eveneens door voornoemde firma vervaardigd, is in staat aan het schip bij geladen diepgang een snelheid te geven van 9 Engelse zeemijlen.
Na deze tewaterlating werd de kiel gelegd voor een motorspoorpont voor de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij voor het vervoer van goederenwagens over het IJ, alhier, en voor een goederenboot voor het vervoer op de Rijn voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, alhier. Deze goederenboot, met een laadvermogen van 800 ton, zal worden voortbewogen door twee compoundmachines van 200 ipk elk, welke, evenals de ketels, door de firma Boele & Pot worden vervaardigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen is van de scheepswerf Figée te water gelaten het stalen motorloggerschip HENDRIK, gebouwd voor rekening van de heer J. Visser te IJmuiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 5 februari. Volgens telegram uit Perth heeft de Nederlandse kolentransporteur CAMBEWARRA, van Schiedam naar Australië bestemd, 50 mijlen ten Zuiden van Gesaldton op rotsgrond gestoten, ten gevolge waarvan het schip in 25 vadem water zonk. De kapitein, de 1e machinist, de 2e stuurman en 5 man van de equipage zijn te Perth geland. De 1e stuurman en 5 man van de equipage worden nog vermist. Dezen hebben in boten het schip verlaten en sedert werd er niets meer van vernomen. Een sleepboot is uitgezonden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam, de stalen romp van een kleizuiger te water gelaten, welke deze firma voor de Russische regering in aanbouw heeft. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: Lengte 37 m., breedte 10 m., holte 3,30 m. De zuigdiepte is 12 meter, terwijl de opbrengst per uur 1.000 m3 bedraagt. De zuigbuis is voorzien van een cutter (patent Smulders) dienende om de kleibodem los te woelen. De opgezogen grond kan op de wal of wel in langszij van de zuiger te leggen bakken worden gestort. Ook kan de grond tot op een afstand van 1.300 meter door een persleiding worden weg geperst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 februari. De sleepboot SCHELDE is 4 februari van IJmuiden te Rio de Janeiro aangekomen met de baggermolen BEVERWIJK 8 op sleeptouw.


07 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Minister van Marine heeft een commissie ingesteld teneinde voorstellen te doen voor een gewijzigde loonregeling voor het personeel van de Rijkswerven, zomede maatregelen voor te dragen in het belang van de werklieden, enz. bij opheffing van ’s Rijks Werf te Amsterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 februari. Te Dumbarton is met goed gevolg het stoomschip RIOUW, in aanbouw voor de Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam, te water gelaten. De hoofdafmetingen van dit stoomschip, gebouwd volgens het shelterdecktype, zijn 470’ x 56’ en hol tot het shelterdeck 38.3’. Dit schip, bestemd voor de dienst in Oost-Azië, is speciaal gebouwd voor het pelgrimsvervoer. De machines, met cilinders van 28½”, 47” en 82” middellijn kunnen het stoomschip een snelheid geven van 13½ knoop. De slag is 54 duim. Zes ketels zullen de nodige stoom leveren. Het stoomschip, benevens de machines, worden geplaatst in de hoogste klasse van Lloyds.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram van St. Vincent, K.V, is de van IJmuiden naar Bahia Blanca bestemde baggermolen BEVERWIJK 12 met schade aldaar aangekomen. De middelbare druk zuigerstang is verbogen, doch kan weer worden gericht. De reparatie zal te St. Vincent worden gedaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alkmaar, 7 februari. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’ van de firma W.F. Stoel en Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen zeewaardige motorsleepboot, lang 53 voet en breed 13 voet, waarin een 100 pk 4-cil. motor zal worden geplaatst.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 7 februari. De stoomschepen VADERLAND en GWENDOLINE zijn op de rede van Astruweel in aanvaring geraakt. Beide schepen werden nogal belangrijk beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 februari. Gisteravond is de vrachtstoomboot BATAVIER II van de N.V. Gebrs. Van den Boom’s stoombootrederij, komende van Helmond en afgeladen met stukgoederen, op de rivier alhier voor de Maaskade, ter hoogte van de Cornelis Trompstraat, terwijl zij opdraaide om aan de wal te komen aan stuurboordzijde in aanvaring gekomen met de vrachtboot ROTTERDAM II van de firma Verschure uit Amsterdam, waarvan de firma J. & A. van der Schuyt aan de Maaskade alhier agente is. De ROTTERDAM II kwam geladen uit Schiedam de rivier opstomen.
De aanvaring geschiedde met grote kracht, ten gevolge waarvan de BATAVIER II ongeveer midscheeps een groot gat kreeg, omsloeg en zonk. De opvarenden, de kapitein P. Engelen, de machinist H. Wordrage en de matrozen A. Rinses en J.G. Oudt raakten allen te water, doch werden gered door de bemanning van de sleepboot MINISTER KEUCHENIUS van de firma Gebrs. Van den Boom. De ROTTERDAM II, die nabij de stuurstelling een gat in de zijde kreeg en water maakte, is al pompende en met behulp van sleepboten drijvende gehouden en naar de wal aan de Maaskade gebracht. Daar wordt zij gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 februari. Volgens door de directie van de werf Gusto te Schiedam ontvangen telegram is de CAMBEWARRA op een rif gelopen en op 30º Z.B. en 114º51’ O.L. gezonken. Dit telegram bevestigt ook dat de gehele bemanning gered is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 februari. De 400-ton kraan ANTEO, van Schiedam naar Spezia, is gisteren uit Cádiz vertrokken ter voortzetting van de reis, na aldaar kolen te hebben ingenomen.


09 februari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bij de firma Boele & Pot te Bolnes is met goed gevolg te water gelaten de grote paketboot SINGKEP, voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Mij.


10 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 9 februari. Heden werd proef gestoomd met het nieuwgebouwde stoomschip TELEGRAAF XVIII. Dit schip is gebouwd op de werf van J.S. Smit te Westerbroek, voor rekening van C.A. Cornelder en Zoon te Rotterdam, is voorzien van een machine van 400 ipk en is groot 490 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen is van de werf van Gebr. Van der Meer te water gelaten de tweeschroef-goederenboot RISTELHÜBER 9, gebouwd voor rekening van de heren Ristelhübers, te Keulen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heren Pattje & Zn. te Waterhuizen is met gunstig gevolg te water gelaten de staal-ijzeren 2-mast schoener DE ZEEHOND, groot ongeveer 270 ton, voor rekening van kapitein S. van Dijk te Groningen, terwijl de kiel is gelegd voor een dito 3-mast gaffelschoener, groot 240 ton, voor Duitse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de N. V. Scheepswerven Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek, zijn met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepboot ENØ, voor Deense rekening, waarin geplaatst zal worden een compound-machine van 150 ipk, een stalen sleepkaan; genaamd CONTENT, groot 500 ton, voor rekening van de heer H. Hendriks te Millingen en een ewerschip, groot 140 ton, voor Duitse rekening. De kielen werden gelegd voor een 3-mast schoener, groot 450 ton, van een ewerschip, groot 120 ton en voor een zeesleepboot, waarin geplaatst zal worden een compound-machine van 250 ipk. De laatste drie zijn voor Duitse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Aanvaring. In de hedenmiddag door de Raad voor de Scheepvaart gehouden zitting werd een onderzoek ingesteld naar de aanvaring op 28 januari jl., bezuiden het Haaks-lichtschip, tussen het Nederlandse stoomschip ARUNDO (gezagvoerder R. Teensma, rederij: Maatschappij ‘Zeevaart’ beiden te Rotterdam) en het Duitse stoomschip RUGIA van de Hamburg-Amerika-Lijn gezagvoerder Julius Nickels uit Hamburg.
De heer R. Teensma, gezagvoerder van het stoomschip ARUNDO als getuige gehoord deelt mee dat het stoomschip ARUNDO, groot 3.195 bruto en netto 1.977 reg. ton met een diepgang van voor 7 voet en achter 11½ voet, de 28e januari 1914 van Rotterdam, in ballast, vertrok met bestemming naar Emden. Behalve de Emder loods en de vrouw van de gezagvoerder waren er 25 koppen aan boord. De 28e januari vm. te 11 uur was hij in zee; op 28 mijl afstand van de Waterweg werd het dik van mist, waarop de vaart werd verminderd op halve kracht, plm. 5 mijl voortlopende en werden er mistseinen gegeven. De wind was WZW vóór vloed. De 1e en 3e officier benevens de loods en de roerganger waren op de brug; de gezagvoerder zelf bevond zich op het ogenblik van de aanvaring in de kaartenkamer; te half vijf hoorde hij plotseling de telegraaf en spoedde zich naar de brug; de eerste officier deelde hem mee, dat hij aan stuurboordboeg op 2 streken een lange stoot op de stoomfluit had gehoord en direct de machine had gestopt. Hij hoorde daarop nog een lange stoot op de fluit van de andere boot, hetwelk eveneens door hem werd beantwoord; kort daarop hoorde hij stoom afblazen van het andere schip, nog een lange stoot op de stoomfluit en direct daarop kwam het andere stoomschip op plm. 3 scheepslengten afstand met grote vaart op hem af, waarop de machine op volle kracht achteruit werd gezet, waardoor het schip 1½ streek naar stuurboord uitdraaide en direct daarop had de aanvaring plaats. De schepen raakten elkaar kop op kop. Het gehele voorschip werd ingedeukt. Door de schok draaide het schip bakboord uit tot noorden. Hij schat de vaart van het schip op het ogenblik van de aanvaring op ongeveer 1 mijl. Te 4u.32m. had de aanvaring plaats. Vóór de aanvaring had het schip 1½ minuut gestopt gelegen en daarop hadden de machines ongeveer 1½ minuut volle kracht achteruit gewerkt. Op het ogenblik van de aanvaring was er niemand op uitkijk op de bak. De matroos belast met de uitkijk was van de bak gegaan om de lantaarns aan te steken. Ten einde een goede uitkijk te hebben was de 3e officier op de brug gegaan om zolang deze matroos afwezig was voor hem uit te kijken. De gezagvoerder had het, tijdens het in de mist stomen, niet raadzaam geoordeeld minder vaart te lopen dan 5 mijl omdat het schip, licht geladen zijnde, dan te veel zou drijven en uit de koers zou geraken. Na gehouden scheepsraad werd besloten naar Rotterdam terug te keren, waar het schip de volgende morgen aankwam. Na de aanvaring werd wederzijds assistentie aangeboden.
De 1e stuurman W. Boll daarna gehoord, bevestigde in hoofdzaak de verklaringen van de kapitein. Hij was van oordeel dat het aanvarende schip minstens een vaart van 10 mijl gelopen moet hebben, hetgeen hij opmaakte uit het boegwater en eveneens uit het spoedig uit het zicht geraken van het andere schip, na de aanvaring. De schepen raakten elkaar kop op kop. Van de ARUNDO werd de gehele kop ingedrukt en de voorpiek liep vol water. Na gehouden scheepsraad keerde het schip naar Rotterdam terug om te repareren. De 3e officier, T. de Breed, en de matroos C. Möller, roerganger, werden nog gehoord en bevestigden boven omschreven verklaringen. (opm: voor vervolg zie AH 110214)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 februari. De Nederlandse sleepboot NEWA, van Falmouth naar Lagos met de lichter Lagos Harbour 12, liep 7 februari te Brest binnen voor slecht weer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 9 februari. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, op 2 dezer van Nieuwediep vertrokken tot het maken van een oefenreis in de Atlantische Oceaan, is heden van Dordrecht te Nieuwediep terug gekeerd, om spoedig in gereedheid gebracht te worden voor een eventuele reis naar Mexico.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 februari. Volgens telegram uit St. Vincent is de sleepboot BEVERWIJK 12, van IJmuiden met een onderlosser op sleeptouw naar Bahia Blanca bestemd, aldaar aangekomen met enige machineschade (verbogen middeldruk zuigerstang), welke aldaar gerepareerd wordt.


11 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Naar wij vernemen zal het dividend van de Holland Amerika Lijn over 1913, na ruime afschrijvingen en toevoeging aan de extra reserve, 15 procent bedragen, evenals vorig jaar.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 februari. Het stoomschip MAVIS van de General Steam Navigation Co. te Londen, in 1912 van staal gebouwd, groot 1.209 ton bruto en 802 ton netto, met afmetingen 245’-1” x 34’-5” x14’-6” en triple-expansiemachines met cilinders van 23”, 37½” en 62” diameter bij 39” slag, is door de makelaar Arie Schippers aan Rotterdamse kopers verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 februari. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Lissabon is de van Huelva naar Penryn bestemde Nederlandse schoener PRIMA, kapitein De Wit, door storm masteloos geslagen en liep te Lissabon binnen.
Een nader door ons ontvangen particuliere mededeling zegt, dat de PRIMA gisteren door de Portugese stoomtrawler MARIA LEONORA te Lissabon werd binnengesleept en dat alle drie de masten met tuigage zijn weggeslagen. Buiten en behalve dit is er zeer veel dekschade geleden. Het vaartuig is niet lek.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Papendrecht, 10 februari. Van de Scheepswerf en Machinefabriek van de firma J. en A. van der Schuyt alhier is met goed gevolg te water gelaten de zeesleepboot PALERMO, bestemd voor Buenos Aires. De twee stoomketels en de triple-machine van 700 ipk, aan dezelfde fabriek vervaardigd, zijn gereed om te worden geplaatst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring. (Vervolg van AH 100214)
De gezagvoerder J. Nickels van het Duitse stoomschip RUGIA, wiens verklaringen door een tolk worden vertaald, deelt mee dat het stoomschip RUGIA, groot 4.139 reg. ton netto, bemand met 91 koppen, de 27e januari jl. van Hamburg vertrok met bestemming naar Philadelphia. Er waren 286 passagiers aan boord. De 28e januari te 4.03 uur in de nabijheid van het Haaks vuurschip werd het dik van mist en werden de machines op halve kracht gezet. Ten 4.32 uur werd het helderder en werd weer volle kracht gestoomd. Ten 5 uur werd het weer mistig en werd weer vaart verminderd en begaf de gezagvoerder zich naar de brug. De 1e stuurman en 1e roerganger bevonden zich op de brug en de uitkijk was bezet. Ten 5.03 uur hoorde hij een mistsein van een tegenliggend stoomschip, aan bakboord vooruit, welk sein eveneens werd beantwoord en werd de machine gestopt. Hij hoorde daarop nogmaals een zelfde signaal en zag aan bakboord het andere schip in het zicht komen waarop de telegraaf op volle kracht achteruit werd gezet en werden er 3 korte stoten op de fluit gegeven; direct daarop had de aanvaring plaats. Het tijdsverloop tussen het zien van het andere schip en de aanvaring bedraagt een halve minuut. Voor het zien van het andere schip liep hij ongeveer 6 mijl en beweert dat de RUGIA bij de aanvaring gestopt lag; de ARUNDO daarentegen moet naar zijn bewering een grote vaart gehad hebben, naar schatting 7½ à 8 mijl. De kapitein van de ARUNDO, daarna gevraagd, houdt zijn verklaringen vol dat de RUGIA veel vaart heeft gelopen en zijn schip bijna gestopt heeft gelegen. De gezagvoerder van de RUGIA deelt nog mee dat het schip op een afstand van 250 meter, in een tijdsverloop van 3 minuten van volle kracht vooruit 12½ mijl vaart lopende tot volle kracht achteruit, stil kan liggen; en beweert dat aan de schade door de aanvaring aan de schepen veroorzaakt te zien is, dat hij geen vaart heeft gehad. Dit constateert hij ook doordat hij zag dat bij de aanvaring het schroefwater midscheeps was gekomen en het schip 2½ streek uit de koers werd gedrukt. Als de RUGIA bij de aanvaring vaart had gehad, en de ARUNDO niet, dan zou deze langszij zijn geslagen. De 1e stuurman E. Wimmel van de RUGIA deelt mee, dat, nadat men op de namiddag van de aanvaring van 4 uur tot 4.32 uur met afwisselende krachten werkende machine gestoomd had wegens mist, het te 4.58 uur dikker werd. Te 5.01 uur werd de machine op halve kracht gezet en liep het schip 6 mijl vaart; te 5.03 uur werd op 1 à 2 streken aan bakboord vooruit een signaal van een tegen koersend schip gehoord en werd de machine gestopt. Er werden mistseinen gegeven; te 5.05 uur kwam het schip in het zicht en werd de machine op volle kracht achteruit gezet en drie korte stoten op de fluit gegeven; een halve minuut daarna had de aanvaring plaats. Naar zijn mening lag het schip bij de aanvaring stil en had het tegenkomende schip veel vaart. De hoofdmachinist van de RUGIA, A.J. Kramer, deed mededelingen aangaande het aantal omwentelingen van de machine voor en tijdens de aanvaring. Hij weet niet of het schip bij de aanvaring nog vaart had. Tenslotte werd nog de matroos W. Boelman, die tijdens de aanvaring de uitkijk had, gehoord, die meedeelde dat naar zijn mening de RUGIA bij de aanvaring stil lag. Hierna werd het onderzoek in deze zaak gesloten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Stranding van het stoomschip BETSY ANNA. Hedenmiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in betreffende de stranding op 30 januari jl. bezuiden Egmond van het stoomschip BETSY ANNA. Gezagvoerder H.P. de Jonge; reder W.M. Berghuys te Amsterdam. Het stoomschip BETSY ANNA is op reis van Hartlepool met steenkolen naar Amsterdam, op 30 januari jl. bij mistig weer bij Egmond (paal 45) gestrand. De equipage bestaande uit 17 koppen, werd met de reddingboot aan land gebracht; het schip werd de volgende dag door de sleepboten HERCULES, ATLAS en de CYCLOP van de sleepdienst “Zur Mühlen" vlot gebracht en te IJmuiden binnen gesleept. Bij onderzoek bleek het schip weinig water te maken. De gezagvoerder H. P. de Jonge werd door de voorzitter meegedeeld dat het onderzoek ook zal lopen over de vraag of de ramp ook te wijten is aan een daad of nalatigheid zijnerzijds. Deze getuige buiten ede gehoord deelt mee, dat het schip op 29 januari van West-Hartlepool vertrok, beladen met steenkolen bestemd voor Amsterdam. De diepgang bij vertrek bedroeg voor 13.9 en achter 16.1 voet. Te 11 uur vm. werd het vuurschip van Flamborough Head op 4 mijl afstand gepasseerd. De verschillende koersen met de afstanden die daarna gestuurd zijn werden door getuige op de kaart afgezet. De 30e januari 's namiddags te 3 uur werd het mistig en werd er gestopt om te loden. De eerste stuurman loodde met het zware lood en bevond 9 vadem water, zand met schelpen. Daar getuige bang was dat hij te dicht in zou staan werd er uitgestuurd met een koers van ZW ¼ W, 2½ mijl en loodde toen 9½ vadem water. Te 4 uur tot 4.15 uur werd toen 1½ mijl ZZW ¼ W gestuurd met langzaam werkende machine; het was inmiddels geheel dik geworden. Te 5.45 uur werd 10 vadem water gelood en Z ¾ W gestuurd en daarna ZO ¼ O gedurende 10 minuten, toen het schip over de grond schoof en vast geraakte. Het was nagenoeg hoog water. Hij heeft daarop hard stuurboord roer gegeven en volle kracht vooruit gestoomd; het schip draaide wel tot NO, doch bleef vast zitten. Het bleef dik van mist tot 9 uur en er werden noodseinen gegeven. Er kwam toen een sleepboot in het zicht aan wie de gezagvoerder vroeg om in de nabijheid te blijven. De sleepboot verwijderde zich echter. Het schip kreeg toen zware slagzijde en kwamen er zware zeeën over. Te 12 uur kwam de reddingsboot langszij en werd er scheepsraad belegd en besloten het schip te verlaten, omdat men bang was dat het zou breken. De gehele equipage ging daarop van boord. De volgende morgen heeft hij getracht met een vlet aan boord te komen, hetgeen niet gelukte door de hoge branding. Inmiddels was de sleepboot HERCULES gekomen, die een sloep met mensen aan boord bracht, vastmaakte en met behulp van de sleepboten ATLAS en CYCLOP het schip vlot sleepte en te IJmuiden binnen bracht, waar hij weer aan boord ging. De gezagvoerder was van oordeel dat het onmogelijk was, bij de toestand waarin het schip verkeerde, aan boord te blijven. Eén van de leden van de Raad is van oordeel, dat indien de gezagvoerder bij het vast raken volle kracht achteruit in plaats van volle kracht vooruit gestoomd had, het schip hoogstwaarschijnlijk vlot was gekomen. De gezagvoerder dacht niet op de kust, maar op de een of andere bank, die zich aan de kust gevormd had, vast te zitten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf en Machinefabriek van de firma J. & A. van der Schuyt te Papendrecht is met goed gevolg te water gelaten de zeesleepboot PALERMO, bestemd voor Buenos Aires. De twee stoomketels en de triple-machine van 700 pk, aan dezelfde fabriek vervaardigd, zijn gereed om te worden geplaatst.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Mij. s.s. ‘Katwijk’ en Mij. s.s. ‘Brunswijk’ te Rotterdam.
Wij vernemen, dat beide maatschappijen, onder directie van de firma Erhardt en Dekkers, over het afgelopen jaar een dividend zullen uitkeren van 15%.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aalborg, 6 februari. De. gestrande Nederlandse kof VOORWAARTS is door vissers afgebracht en ogenschijnlijk onbeschadigd de Limfjord ingezeild. (opm: zie ook NRC 060214)


12 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 11 februari. Heden werd op de Eems met de nieuwe sleepboot CLEOPATRA een goed geslaagde proefvaart gehouden. De boot is gebouwd bij Gebr. Bodewes te Martenshoek. De machine en ketels werden geleverd door de Machinefabriek Fulton, eveneens te Martenshoek. De triple-machine ontwikkelde 345 ipk, waarbij het schip een vaart liep van 10½ mijl.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 11 februari. De Societa Nazionale di Servizi Marittimi te Genua heeft het Nederlandse stoomschip KONING WILLEM III aangekocht. Het zal in de vaart Genua-Egypte en Levanthavens worden gebracht.
De KONING WILLEM III, in 1900 door de Kon. Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen voor rekening van de Maatschappij Nederland te Amsterdam gebouwd, is bruto 4.541 en netto 2.829 reg. ton groot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 12 februari. Van het stoomschip VADERLAND werd eerst gezegd dat het in Engeland zou repareren. Dat is niet juist. Het stoomschip repareert hier en de aanbesteding van het werk zal heden plaatshebben.


13 februari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Stranding van het tjalkschip MEMENTO MORI. Hedenmiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in betreffende de stranding op Groot Vogelsand op 13 augustus jl. van het tjalkschip MEMENTO MORI, schipper en eigenaar Geert Veen te Groningen. De Nederlandse tjalk MEMENTO MORI van Bremen met meel naar Hamburg, is op Groot Vogelsand gestrand, doch werd met dekschade en met water in het ruim vlot gebracht en te Cuxhaven binnengesleept, alwaar de nodige reparaties werd verricht en vervolgens de reis naar Hamburg werd voortgezet. De schipper G. Veen, als getuige gehoord deelt mee, dat hij in het bezit is van een Certificaat van Deugdelijkheid voor de kleine vaart. Hij vertrok de 11e augustus te 3 uur vm. van Bremen met bestemming naar Hamburg beladen met meel en arriveerde 's avonds te Bremerhaven waar geankerd werd wegens tegenwind en tegenstroom. Te 9 uur ging bij ankerop en vervolgde de reis naar Hamburg. De volgende morgen te 1 uur vm. passeerde hij het vuurschip Elbe I. Het was toen stormweer en gedurig dik van regen. Bij het passeren van het vuurschip Elbe II werd het zo dik dat er niets meer was te zien en zeilde hij met een koers van ZO½O de Elbe in. Het was eb tij, doch voor de wind, en het schip stuurde slecht. Het was niet mogelijk te loden aangezien de bemanning te veel werk had met de zeilen. Te 3 uur 's nachts van de 13e augustus geraakte het schip op een zandbank. Het schip stootte zwaar en er kwam zoveel water over, dat het niet mogelijk was om te pompen. Ook kwam er veel water door de luiken die gedeeltelijk open sloegen, in het ruim. Toen na vergeefse pogingen om het schip vlot te brengen te 5 uur de reddingsboot langszij kwam, heeft men het schip verlaten, maar begaf zich naar het vuurschip Elbe III. Het schip werd later door een sleepboot afgesleept en te Cuxhaven binnengebracht. Het schip was voor NLG 7.000 verzekerd; de lading was ook verzekerd, voor hoeveel weet hij niet. De equipage was bij vertrek van Delfzijl niet aangemonsterd, zulks was geschied ten overstaan van de Nederlandse consul te Cuxhaven. De monsterrol was verloren gegaan. Bij een onderzoek door het Seeambt te Hamburg ingesteld, werd de oorzaak van het ongeval toegeschreven aan het uit de koers geraken door stroom en drift bij stormweer en slecht zicht bij het binnenvaren van de Elbe. De stuurman B. Terpstra deelt mee hij te Groningen aan boord is gekomen, doch bij vertrek vandaar of van Delfzijl werd hij aangemonsterd. Men had gevraagd om aangemonsterd te worden maar de waterschout te Delfzijl had zulks geweigerd; de reden hiervan weet hij niet. Nadat het schip te Cuxhaven was binnengebracht begaf de equipage zich weer aan boord en werd verder de reis vervolgd naar Hamburg waar het schip is gerepareerd. (opm: zie ook AH 190214)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Algiers, 11 februari. De equipage van het Nederlandse stoomschip MINERVA, dat hier hedenmorgen binnen kwam, berichtte dat zij de 9e februari op 300 mijl ten westen van Gibraltar het Engelse zeilschip AVANTI SAVOIA ontmoette, dat van Iquique kwam en wiens bestemming Napels was. Het zeilschip bevond zich reeds 135 dagen onderweg en had gebrek aan levensmiddelen. De MINERVA voorzag het daarvan, waarop het zeilschip zijn reis voortzette.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Newport Mon, 11 februari. Het Franse stoomschip CONSTANCE is in de haven in aanvaring geweest met het Nederlandse stoomschip HEELSUM. Een onderzoek wordt ingesteld.


14 februari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart in het Beursgebouw.
Wij hebben indertijd meegedeeld dat minister Treub bij een bezoek aan Amsterdam enige lokaliteiten van het Beursgebouw heeft bezocht met het oog op verplaatsing daarheen van de Raad voor de Scheepvaart. Binnenkort kan overeenstemming worden verwacht tussen Rijk en gemeente omtrent het verhuren van die lokalen, gelegen op de eerste en tweede verdieping, en vroeger in gebruik bij de Vereeniging voor de Effectenhandel als bestuurskamer, kantoor, sociëteit en conciërgewoning, voor genoemd doel. Aan de gemeenteraad zal een krediet worden gevraagd voor de inrichting van de lokalen, waarin ook de Scheepvaartinspectie zal worden gevestigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Klacht. In de hedenmorgen door de Raad voor de Scheepvaart gehouden zitting werd het beroep in behandeling genomen van N.H. Wijnstok, schipper en eigenaar van de schoener BERENDINA, wonende te Groningen, tegen een beslissing van de Inspecteur van de Scheepvaartinspectie te Groningen, omtrent inhouding van het certificaat van deugdelijkheid wegens onvoldoende dikte van de luiken van dat vaartuig. Uit het beroepschrift, dat door de secretaris voorgelezen werd, blijkt, dat het schoenerschip BERENDINA is gebouwd in 1910 bij de scheepsbouwer de firma Bos te Groningen. Plannen en tekeningen werden door het Bureau Veritas en de Scheepvaartinspectie goedgekeurd. De schipper werd op 1 mei 1910 een certificaat van deugdelijkheid uitgereikt en kwam hij in het bezit van een certificaat voor de grote vaart van het Bureau Veritas, als zijnde onder speciaal toezicht van dat Bureau gebouwd voor de tijd van vier jaren. Heden, na 4 jaren met het schip gevaren te hebben, was de schipper aangezegd zijn luiken van 40 mm dikte te laten vervangen door luiken van minsten 50 mm dikte, daar, indien hij hieraan niet voldeed, het op 1 mei aanstaande vervallen certificaat van deugdelijkheid niet zou worden vernieuwd.
Begin februari werd het schip reeds aangehouden.
De schipper N.H. Wijnstok, ter zitting aanwezig, laat het woord aan zijn gemachtigde, de heer J.F. Vos, voorzitter van de Algemeenen Schippersbond te Groningen; deze wijst er op, dat de bedoeling van het beroep is, een oordeel van de Raad voor de Scheepvaart uit te lokken aangaande iets, dat heel veel schippers in het Noorden betreft; want een feit is het dat zeer vele schippers tot verbouwing van hun schip moeten overgaan om geheel aan de voorschriften van de Scheepvaartinspectie te voldoen.
Het is gebleken dat het Bureau Veritas genoegen heeft genomen met de bouwconstructie van het schip BERENDINA, terwijl de Scheepvaartinspectie zulks niet heeft gedaan ofschoon tijdens de bouw van het schip herhaalde malen een expert van de Scheepvaartinspectie de werf bezocht heeft. De kapitein Wijnstok heeft de bouwmeester opgedragen een schip te bouwen dat in alle opzichten moest voldoen aan de eisen van het Bureau Veritas en de Scheepvaartinspectie. De bouwvoorschriften van het Bureau Veritas zeggen dat de dikte van de luiken minstens 50 mm moet zijn, de luiken van de BERENDINA zijn slechts 40 mm dik en de heer Vos is van oordeel dat de Scheepvaartinspectie indertijd aan het schip geen certificaat van deugdelijkheid had mogen uitreiken; omdat zulks wel geschied is, heeft genoemde inspectie thans niet het recht te weigeren een nieuw certificaat uit te reiken. Moet de vertimmering van het schip daartoe eerst geschieden dan behoren de kosten door de Staat te worden gedragen. Bij een bezoek aan de hoofdinspecteur van de Scheepvaartinspectie gaf deze te kennen dat een en ander de schuld was van het Bureau Veritas. Omdat noch het Bureau Veritas noch de kapitein schuld hebben, moet de schuld alzo bij de Scheepvaartinspectie gezocht worden, aldus spreker. Spreker verzoekt hierna de schepen die onder toezicht van de inspectie gebouwd zijn te laten varen zonder ombouw en de gezagvoerders niet op kosten te jagen. Bij zijn bezoek bij de hoofdinspecteur van de schoepvaartinspectie in Den Haag had deze hem aangeraden bij de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart in beroep te gaan. De inspecteur van de scheepvaartinspectie is van oordeel dat men momenteel alleen te maken heeft met de vraag of het schip thans voldoet aan de gestelde eisen, ja of neen. Zijns inziens had de schipper beter gedaan zich tot de Minister te vervoegen; volgens spreker zijn nooit de plannen of tekeningen van het schip aangeboden en hij deelt mee dat art. 7 van de Algemene Maatregel van het Bestuur toegevoegd aan de Schepenwet, verordent dat de dikte van de luiken 50 tot 75 mm moet bedragen; aangezien die van de BERENDINA slechts 40 zijn, voldoet het schip dus niet aan de voorschriften en is hij persoonlijk ook van oordeel dat deze luiken van onvoldoende dikte het schip onzeewaardig maken. De heer Vos is van oordeel dat de scheepvaartinspectie wel ter dege schuld draagt en vraagt opnieuw een certificaat van deugdelijkheid aan de BERENDINA te verstrekken. Hij is van oordeel dat de schipper niet lijden mag ten gevolge van de nalatigheid van de scheepvaartinspectie, die direct bij de bouw de luiken had moeten afkeuren.
Hij wilde graag dat de Raad voor de Scheepvaart besliste of de Scheepvaartinspectie schuldig is of niet, zo ja, dan moeten ook de kosten van ombouw door de Staat worden gedragen. Het is gebleken dat het Bureau Veritas niet betrouwbaar is aangaande het houden van de bouwvoorschriften en daarom moest meer aan de voorschriften van de Scheepvaartinspectie worden gehouden. De inspecteur van de scheepvaartinspectie acht zich niet verantwoord een nieuw certificaat uit te reiken alvorens de luiken op de voorgeschreven dikte zijn gebracht. Hij geeft toe dat het toezicht van de scheepvaartinspectie bij de bouw niet voldoende is geweest, doch aangezien het Bureau Veritas de certificaten verstrekte is door hem toen ook het certificaat van deugdelijkheid afgegeven, alhoewel toen bekend was en er ook over is gesproken, dat de dikte van de luiken slechts 40 mm bedroeg. Thans echter, nu gebleken is, dat enige malen een schipbreuk is veroorzaakt ten gevolge van het inslaan van luiken van 40 mm dikte, is hem er op gewezen de hand te houden en er op te letten, dat de dikte van de luiken overeenkomstig de voorschriften is. Het Bureau Veritas heeft het klasse-certificaat thans voor 4 jaar verlengd en is de heer Vos van oordeel dat de Scheepvaartinspectie ook een nieuw certificaat moet afgeven. Na langdurige bespreking wordt de uitspraak op hedenmiddag 3 uur bepaald.
(opm: zie ook AH 160214 en NRC 260214)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Op vrijdag 13 februari, 2 uur nm., werd behandeld het aan de grond lopen op 1 december 1913 in de Attelbocht (tussen de Golf van Riga en de Finse Golf) van het kofschip ENERGIE. Schipper en eigenaar Kornelis Houwerzijl te Delfzijl.
De getuige K. Houwerzijl, schipper en eigenaar van het kofschip ENERGIE, deelt mee dat hij de 25e november van Riga vertrok, beladen met lijnkoeken, met bestemming naar Aarhuis. De bemanning bestond totaal uit 3 koppen. Bij vertrek was het goed weer, doch kort daarna werd het stormweer en werden de zeilen dicht gereefd. De wind was veranderlijk, meest ZW. Ten gevolge van het stormweer geraakte het schip uit de koers, eerst in NW en daarna in noordelijke richting. Toen hij het vuur van Finson peilde NO½O, was het stormweer van WNW met sneeuw en hagelbuien; hij heeft daarna afgehouden en is voor de wind de Attelbocht ingelopen tot behoud van schip en lading. Het schip ging ruim 7 voet diep; volgens de zeilaanwijzingen is deze bocht alleen bevaarbaar voor schepen met een diepgang van niet meer dan 9 voet. Een eind deze bocht ingevaren zijnde geraakte het schip aan de grond. Bij onderzoek bevond men dat men op steengrond was vast gevaren. Men bracht een anker uit en trachtte door hierop te hieuwen vlot te komen, hetgeen niet gelukte; door het lossen van een gedeelte van de lading in kleine boten van de wal kwam het schip na 5 dagen weer vlot en werd naar de haven gebracht. De lading is daar ter plaatse gelost; het schip is er nog en wordt daar overwinterd. De schipper deelt nog mee dat hij noodgedwongen de Attelbocht is ingevaren, aangezien hij het schip niet van de kust kon houden, ankeren was niet mogelijk. De getuige T. van der Pol, kok aan boord van de ENERGIE, eigenlijk schoenmaker van beroep, deelt mee dat hij wel eens aan het roer stond. Het kompas kende hij niet. Behalve de equipage, die uit 3 koppen bestond, was nog de vrouw en een kind van de kapitein aan boord. Deze getuige deelt verder mee, dat de kapitein de avond na de stranding dronken was, ook op zee was hij wel eens dronken en dan moest de stuurman aan het roer staan.
De schipper, nogmaals gehoord, wordt gevraagd of het waar is wat de kok verklaard heeft, dat hij dikwijls dronken was, antwoordt, dat hetgeen deze kok dienaangaande verklaard heeft, dat hij dikwijls dronken was, niet waar is. Hij maakt een zeer matig gebruik van sterke drank en is gedurende de reis nooit dronken geweest.
Eén van de leden van de Raad is van oordeel, dat het schip onvoldoende bemand is geweest, feitelijk was hij de enige zeeman aan boord, de kok had nooit gevaren en de stuurman, een Duitser, 19 jaar oud, had weinig gevaren en bezat zeer weinig zeemanschap. Het schip, 19 jaar oud, groot 75 ton. is een jaar geleden voor NLG 10.500 aangekocht, er rust een schuld op van NLG 7.000. Hierna wordt het onderzoek gesloten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Stranding van het tjalkschip MEMENTO MORI.
Hierna werd door de voorzitter het volgende meegedeeld: In februari 1911 is de schipper G. Veen volgens artikel 411 van het Wetboek van Strafrecht zijn bevoegdheid ontnomen om als schipper op een Nederlands schip te varen. Hieraan heeft hij een poos voldaan door een schipper in dienst te nemen, doch later heeft hij die schipper bedankt en is zelf weer in die functie gaan varen. De schipper was van mening dat de bevoegdheid hem alleen was ontnomen om als schipper op een schip in kleine kustvaart te varen maar dacht dat zulks wel geoorloofd was voor de vaart op de rivieren Elbe en Weser. Hierna werd het onderzoek in deze zaak gesloten. (opm: zie ook AH 190214)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 februari. Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERCK onder bevel van de kapitein ter zee E. Coenen, is de 12e dezer te Livorno aangekomen.
Hr.Ms. pantserschip DE RUYTER, onder bevel van de kapitein ter zee M.H.E. Sachse, is in de morgen van 12 dezer Dungeness gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 februari. Op de Eems heeft proef gestoomd de bij Gebr. Bodewes te Martenshoek voor Belgische rekening nieuw gebouwde sleepboot CLEOPATRA, 400 ipk. Het schip dat aan alle vereisten voldoet, zal na nog enige kleine verbeteringen ondergaan te hebben, de reis buitenom naar België vervolgen en van daar naar Zuid-Amerika vertrekken. (opm: zie ook NRC 120214)


15 februari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘De Noord’, directeur de heer J.U. Smit te Alblasserdam, werd gisteren met goed gevolg te water gelaten het stalen Rijnschip KORTLAND, groot ca. 1.000 ton, gebouwd voor Nederlandse rekening. Onmiddellijk daarna werd de kiel gelegd voor een dito schip, dat NIEUWLAND zal worden genaamd, eveneens te bouwen voor Nederlandse rekening.


16 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 februari. Men seinde ons gisteren uit Londen: Het van Marbella naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip DOROTHEA is op de Chesil Beach (t.h. van Portland Bill) gestrand en zal waarschijnlijk totaal wrak worden. De opvarenden zijn gered. (De DOROTHEA van de Maatschappij Dorothea (P.W. Louwman te Rotterdam) werd in 1903 op de werf van Bonn & Mees alhier gebouwd. Het is bruto 2.035 en netto 1.309 reg. ton groot).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Uitspraak van de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart betreffende het beroepschrift van N.H. Wijnstok, schipper van de schoener BERENDINA, wonende te Groningen. De voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart is van oordeel, dat het beroep door N.H. Wijnstok, schipper en eigenaar van de schoener BERENDINA, ingesteld tegen het voorschrift van de inspecteur van de scheepvaart in het III-de district, om de luiken van zijn schip te versterken, immers die op een dikte van tenminste 50 mm te brengen, ontvankelijk is, nu appellant heeft aangetoond daarbij belang te hebben. De zaak, welke aan ons oordeel is onderworpen, kan echter niet betreffen of te recht door de scheepvaartinspectie in mei 1910 een certificaat van deugdelijkheid is uitgereikt aan de BERENDINA, noch wie de kosten, op de uitvoering van het voorschrift, waarvan beroep, vallende, zal voldoen, zodat appellant in dat gedeelte van zijn beroep niet ontvankelijk moet worden verklaard. Ter beslissing blijft dus over of de Scheepvaartinspectie terecht het voorschrift dat de luiken van de BERENDINA op een dikte van ten minste 50 mm gebracht moeten worden; heeft gegeven. Art. 5, 1e lid sub b, juncto art. 4g van de Schepenwet schrijft voor, dat bij Algemene Maatregel van Bestuur wordt bepaald, aan welke eisen van zeewaardigheid en veiligheid de uitrusting van een schip moet voldoen; Art. 6 van het K.B. van 22 sept. 1909, St.bl. 315, ter vaststelling van een Algemene Maatregel van Bestuur als bedoeld in de artt. 5, 9 en 17 van de Schepenwet, gewijzigd bij K.B. van 5 nov. 1913, St.bl. 407, bepaalt, dat de door de erkende, bureaus vastgestelde regels voor de bouw van schepen worden gevolgd bij de beoordeling van de zeewaardigheid van bij die bureaus geklasseerde schepen, terwijl bij K.B. van 2 okt. 1909 (St.bl. 329) het Bureau Veritas te Parijs is erkend als zulk een bureau. Uit het onderzoek is ons gebleken, dat de luiken van de BERENDINA niet voldoen aan de eisen door het Bureau Veritas gesteld en dat dus terecht door de Scheepvaartinspectie is voorgeschreven, dat de luiken alsnog op de voorgeschreven minimum dikte zullen worden gebracht alvorens met dit schip opnieuw een reis mag worden ondernomen. Hier komt nog bij, dat sedert de uitreiking van het certificaat van deugdelijkheid in mei 1910 en waarbij, om welke reden dan ook, geen aanmerking was gemaakt op de toestand van de luiken, zich feiten hebben voorgedaan, waaruit is gebleken, dat speciaal toezicht op de uitrusting van de schepen, voor zoveel de luiken betreft, nodig is en dat dus ook op die grond de Scheepvaartinspectie krachtens art. 16 sub 2, van de Schepenwet, bevoegd is zwaardere eisen daaromtrent te stellen, ook al is het schip in het bezit van een certificaat van deugdelijkheid.
Rechtdoende in beroep: Verklaren het beroep, ingesteld door N.H. Wijnstok, schipper en eigenaar van de BERENDINA, ontvankelijk voor zoveel betreft het voorschrift gegeven omtrent de luiken, verwerpen het en handhaven de beslissing, waarvan beroep.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd de volgende uitspraak gedaan: Uitspraak betreffende de stranding op 30 januari bezuiden Egmond van het stoomschip BETSY ANNA. Gezagvoerder H.P. de Jonge. Reder W.H. Berghuis te Amsterdam. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de stranding van de BETSY ANNA geweten moet worden aan de toen heersende dikke mist, waardoor niet met enige zekerheid de plaats, waar het schip zich bevond, kon, worden bepaald. De gezagvoerder heeft alle hem ten dienste staande middelen om te verkennen aangewend, speciaal het lood, waarop hij in deze in hoofdzaak was aangewezen, voortdurend gebruikt. Toen de gezagvoerder echter, langs de kust sturende, meer water loodde en daaruit merkte, dat hij niet op de plaats was, waar hij volgens zijn bestek meende te zijn, had hij, naar 's Raads oordeel, uit de wal moeten sturen in plaats van daarop aan te houden, te meer waar de zeilaanwijzingen er uitdrukkelijk tegen waarschuwen, dat, wanneer de diepten onregelmatig worden en worpen van 10 vaam en minder voorkomen, men met mist uit de wal moet houden tot het is opgeklaard. Waar echter de gezagvoerder met voorzichtigheid heeft gevaren en steeds heeft gelood, acht de Raad geen termen aanwezig hem voor deze fout een straf op te leggen. Hoewel voorts achteraf gebleken is, dat de bemanning zonder gevaar aan boord van de BETSY ANNA had kunnen blijven, dat het schip dicht is gebleven en later door sleepboten behouden te IJmuiden is binnengebracht, meent de Raad, dat de gezagvoerder gerechtigd was het schip onder de gegeven omstandigheden te verlaten, nu hij geen directe hulp van een sleepboot kon verkrijgen en de schipper van de reddingboot, die geacht mocht worden met de toestanden aldaar geheel bekend te zijn, oordeelde, dat het schip gevaarlijk zat en er kans bestond, dat het weer slechter zou worden, waardoor het gevaar zou lopen door te breken. Bovendien helde het schip naar de loefkant over en sloeg de zee over het dek, zodat het gevaar groot was, dat bij toenemende wind en zee de luiken zouden worden ingeslagen en het schip daardoor verloren gaan. Eindelijk was, na gehouden scheepsraad, de bemanning eenparig van oordeel, dat het beter was het schip te verlaten. Op deze gronden acht de Raad geen termen aanwezig om ter zake van het verlaten van het schip een strafmaatregel op de gezagvoerder toe te passen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 februari. Hr.Ms. pantserschip DE RUYTER, onder bevel van de kapitein ter zee M.H.E. Sachse, is 13 dezer te Willemsoord aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 13 februari. Na een reis van 92 dagen is gisteren in de haven alhier aangekomen het Franse barkschip MARGUERITE DOLLFUS, kapitein Garnier, van Tocopilla (Chili). Dit schip is groot netto 4.880 m3 en is geladen met 26.006 balen Chilisalpeter, makende een gewicht van 2.570.000 kg. Dit is thans het derde grote zeilschip, dat met Chilisalpeter in de haven geladen ligt.


17 februari 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 februari. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee L.P.W. van der Wal, is in de morgen van 14 dezer van Willemsoord vertrokken ter aanvaarding van de reis naar West-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 februari. De sleepboot ROODE ZEE, met het oude Engelse oorlogsschip PENELOPE op sleeptouw van Kaapstad naar Genua, arriveerde 14 februari te Dakar.


18 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 16 februari. De kapitein van de stoomtrawler APLEY rapporteert, dat de positie van het stoomschip ROTTERDAM verschenen zaterdag 14 februari was 75 mijl ZW van Queenstown. De stoomtrawler IZAAK WALTON (niet sleepboot als gemeld) trachtte te sturen.
De APLEY trof de ROTTERDAM op de 12e te middernacht aan. De APLEY sleepte daarna en de IZAAK WALTON stuurde, maar door het slechte weer knapte de tros. Het waaide toen hard uit het ZW en de zee stond bij voortduring hoog.
De gezagvoerder van de ROTTERDAM zond de APLEY uit om assistentie te halen. De zo even vermelde trawler is nu weer van hier vertrokken om de ROTTERDAM op te sporen. De IZAAK WALTON kan met dit nu heersende weer niets uitvoeren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 17 februari. De hedenmiddag om 2 uur hier aangekomen stoomtrawler NOJI rapporteert, dat de ROTTERDAM zich bevond op 45 mijl Z.W. van hier. Twee andere stoomtrawlers verleenden assistentie. De NOJI, waarvan alle trossen waren geknapt, heeft zich hier van een nieuwe manillatros voorzien en is weer naar de Rotterdam vertrokken om te assisteren. De zee is belangrijk kalmer geworden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wemeldinge, 18 februari. De vrachtboor TELEGRAAF VI raakte zijn schroef buiten Wemeldinge kwijt en werd door het stoomschip EUGENI opgepikt en naar Rotterdam gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 februari. De 400-ton kraan ANTEO is 15 februari van Schiedam te Spezia aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 februari. Het stoomschip LEONORA van de Stoomvaart Maatschappij Leonora (Jos de Poorter) alhier groot 2.563 ton bruto en 1.627 ton netto, in 1895 bij Richardson, Duck & Co. te Stockton gebouwd, is naar Japan verkocht. Het vertrekt 18 dezer via Engeland (Cardiff) derwaarts.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 16 februari. Het Rotterdamse tankstoomschip ROTTERDAM, van Amsterdam naar New York bestemd, heeft 14 dezer 75 mijl ZW van Queenstown het roer verloren.


19 februari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
In de hedenmiddag door de Raad voor de Scheepvaart gehouden zitting werd de volgende uitspraak gedaan:
Uitspraak betreffende de stranding op 13 augustus op Groot Vogelsand van het tjalkschip MEMENTO MORI, schipper en eigenaar Geert Veen te Groningen.
De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de stranding van de MEMENTO MORI moet worden toegeschreven aan onbekwame navigatie en gebrek aan zeemanschap van de schipper. Toen deze, bij het Elbe-vuurschip II gekomen, het vuurschip Elbe III niet kon zien, had hij niet mogen doorzetten, maar moeten trachten te ankeren, althans moeten wachten tot het weer helderder zou zijn geworden. In plaats daarvan is hij doorgegaan en heeft niet genoegzaam met wind en stroom rekening gehouden, zodat hij te Noordelijk is gekomen en op het strand geraakt. Wanneer gebruik was gemaakt van het lood, zou de schipper het gevaar, waarin hij verkeerde, tijdig hebben kunnen bemerken.
Waar deze schipper bij uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart d.d. 21 februari 1911, wegens gebleken ongeschiktheid, de bevoegdheid om als schipper te varen is ontnomen, vindt de Raad in het bovenvermelde de bevestiging van de juistheid van de toen gegeven uitspraak, onder opmerking, dat het de Raad zeer noodzakelijk voorkomt, dat maatregelen worden genomen, dat aan de uitspraken van de Raad, in gevallen als de onderhavige, gevolg wordt gegeven door de met de uitvoering daarvan belaste ambtenaren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 februari. Het stoomschip JOSEPHINA met ijzer van hier te Cardiff aangekomen heeft zeer slecht weer doorstaan. Door het zware slingeren is er lading door de huid van het stoomschip, beneden de waterlijn gedrongen, waardoor waterschade ontstond. Na lossing moet het stoomschip om te repareren in het dok.
Een expert is van hier naar Cardiff vertrokken om de schade op te nemen.
(opm: zie AH 190514 en AH 190614)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 februari. Het stoomschip LEONORA is verkocht aan de firma Kumakischi Usui te Kobe. (opm: zie RN 180314)


20 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 februari. Wij vernemen, dat de assuradeuren van het nabij Weymouth op strand geslagen stoomschip DOROTHEA met de Salvage Association te Londen een bergings-contract, berustende op de basis: ‘no cure no pay’, voor GBP 3.750 hebben gesloten.
Met het a.s. springtij (ongeveer 13 maart) zal men trachten het stoomschip vlot te brengen. Indien het weer goed blijft bestaat er nog kans het stoomschip vlot te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Great Yarmouth, 18 februari. De met flessen van Brunshausen naar Londen bestemde schoener EGBERDINA is wegens verlies van anker en ketting te Yarmouth binnen geassisteerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 19 februari. Uit Queenstown (opm: nu Cobh – Ierland) wordt gemeld dat de stoomtrawler IZAAK WALTON het stoomschip ROTTERDAM had verlaten en aldaar was aangekomen om enige voorzieningen te ondergaan. De gezagvoerder deelde mee dat de trawlers niet in staat waren de ROTTERDAM te bergen. Telkens geraakt de ROTTERDAM op drift. Het stoomschip ROTTERDAM bevindt zich op 50 mijl zuid van Queenstown en drijft ongeveer 1 mijl per uur in oostelijke richting weg. Een krachtige sleepboot werd verlangd. De STORMCOCK is nu van Queenstown vertrokken om het stoomschip ROTTERDAM, dat nu ook machineschade heeft, op te sporen en te assisteren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaringen.
Door de Raad werd een onderzoek ingesteld betreffende de aanvaringen op de Nieuwe Waterweg op 30 januari jl. tussen het Nederlandse stoomschip WESTERDIJK (gezagvoerder J. de Koning; rederij: Holland Amerika Lijn, beiden te Rotterdam), het Nederlandse stoomschip CLIO, (gezagvoerder J. Mensink; rederij Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij., beiden te Amsterdam), het Deense stoomschip SALLY MAERSK (gezagvoerder H.C. Lundgreen; reder P. Möller, beiden te Kopenhagen) en het Spaanse stoomschip ANTONIO (gezagvoerder J. Muniategui; rederij Uribe y Eguiraun, beiden te Bilbao).
Jacobus Borstlap, binnenloods aan boord van het stoomschip WESTERDIJK als getuige gehoord, deelt mee, dat hij de 30e januari te 8 uur 's morgens te Maassluis aan boord kwam om met het schip op te varen naar Rotterdam. Het was ebtij. Doordat het schip zeer diep lag, plm. 91 dm, was hij bevreesd, dat het schip aan de grond zou raken, hetgeen ook geschiedde. Bij dukdalf rood 13 geraakte het schip in de aslijn van het vaarwater aan de grond. Bij onderzoek stond er slechts 89 dm water, terwijl volgens opgave er 98 dm moest staan. Het schip kwam ten gevolge van het manoeuvreren dwars in het vaarwater te zitten. Omdat intussen het water aanzienlijk was gevallen, besloot men te wachten tot het volgende hoogwater. Er werden twee zwarte ballen opgezet en men liet het anker vallen. Het stoomschip CLIO trachtte te passeren aan de noordzijde, hetgeen niet gelukte en ankerde kort daarna op behoorlijke afstand van de WESTERDIJK aan de zuidzijde van het vaarwater. Het stoomschip ANTONIO, dat uitgaande was, passeerde kort daarna en kwam met het ten anker liggende stoomschip CLIO in aanvaring. Met het volgende vloedtij te half drie trachtte men met behulp van enige sleepboten het schip vlot te brengen, hetgeen niet gelukte. De WESTERDIJK dreef intussen tot dukdalf 14 af.
Het stoomschip SALLY MAERSK, dat de Waterweg opstoomde, gaf eerst twee korte stoten op de fluit en week bakboord uit, doch ziende dat aan de noordzijde van het vaarwater geen ruimte genoeg was, gaf het op korte afstand gekomen een korte stoot op de fluit en week stuurboord uit. Het stoomschip WESTERDIJK schuurde over de grond naar de zuidwal en ook daar bleek geen ruimte genoeg te zijn om te passeren. De SALLY MAERSK kwam ten slotte ook aan de grond, zwaaide rond en kwam in aanvaring met de WESTERDIJK. De WESTERDIJK, die, met de kop om de zuid, nog steeds aan de grond zat, gaf toen men zag dat een aanvaring onvermijdelijk was, drie korte stoten op de fluit en stoomde volle kracht achteruit. De aanvaring was echter niet te vermijden en beide schepen bekwamen belangrijke schade. Later in de middag geraakte de SALLY MAERSK vlot en kort daarna ook de WESTERDIJK. Beide schepen stoomden verder op naar Rotterdam. De voorpiek van de WESTERDIJK liep vol water. De loods deelde verder mee, dat er per telefoon kennis wordt gegeven indien er een schip in het vaarwater vastzit. Schepen die reeds op en afvarende zijn, kunnen er dus niet mee in kennis gesteld worden.
De binnenloods W. Leeuwrik deelt mee dat hij de 30e januari te 10u. 15 te Maassluis aan boord van het stoomschip CLIO kwam. Toen hij aan boord kwam, zag hij de WESTERDIJK reeds vastzitten. Hij stoomde volle kracht en was van plan aan de zuidzijde te passeren, doch geraakte door de stroom telkens uit het vaarwater en besloot, daarna terug te keren, omdat het te gevaarlijk bleek met de sterke stroom het vastzittende stoomschip WESTERDIJK te passeren. Hij ankerde midden vaarwaters op behoorlijke afstand van de vastzittende WESTERDIJK. Het uitgaande stoomschip ANTONIO, dat de WESTERDIJK aan de noordzijde was gepasseerd, kwam na het passeren in aanvaring met de CLIO, ten gevolge van de zware stroom en raakte de CLIO in de machinekamer. De machinekamer liep vol water. Het schip werd daarna met stil water door sleepboten naar Rotterdam gesleept. De ANTONIO beliep ook belangrijke schade en verloor een anker en ketting. De binnenloods Hendrik Brik, aan boord van het stoomschip ANTONIO deelt mee dat hem bij vertrek van Rotterdam geen mededeling gedaan was van het vastzitten van de WESTERDIJK. Afstomende werd hem door tegenkomende schepen hiervan kennis gegeven. Eerst van plan zijnde de WESTERDIJK aan de zuidzijde te passeren, besloot hij de CLIO achter de WESTERDIJK ziende, aan de noordzijde te passeren. De WESTERDIJK aan de noordzijde gepasseerd zijnde, schoot de CLIO plotseling naar de noordwal en gaf hij, om een aanvaring met dit schip te voorkomen hard stuurboordroer omdat hij van oordeel was het beter zou zijn het schip aan de grond te zetten dan een aanvaring met de CLIO te hebben. Ten gevolge van de zware stroom stuurde het schip echter niet en schoot bakboord uit; hij liet daarop beide ankers vallen, hetgeen niet kon beletten dat het schip met de CLIO in aanvaring kwam. Beide schepen bekwamen belangrijke schade. De ANTONIO keerde naar Rotterdam terug, de voortzettende WESTERDIJK aan de zuidzijde passerende.
De loods deelt nog mee dat op het loodsenkantoor geen telefoon is; indien hij geweten had dat het passeren van de vastzittende WESTERDIJK zo gevaarlijk was, was hij niet af gestoomd.
De rijks loods H. van der Meulen was de 30e januari 's middags te 4 uur te Maassluis aan boord van de SALLY MAERSK gekomen. Hij zag de WESTERDIJK dwars in het vaarwater van de noordwal naar de zuidwal gaan. Eerst meende hij dat de meeste ruimte aan de noordzijde was en was aanvankelijk van plan daar te passeren, doch dicht bijgekomen, zag hij de WESTERDIJK naar de noordwal zetten en gaf daarop stuurboord roer om aan de zuidzijde te passeren, toen hij daarna zag dat de WESTERDIJK naar de zuidwal zette en het ook nu niet mogelijk was hier te passeren zette hij het schip met stuurboordroer op de zuidwal om een aanvaring te voorkomen. Het achterschip van de SALLY MAERSK zwaaide echter rond en raakte de voorsteven van de WESTERDIJK. Enige tijd daarna raakte het schip vlot en stoomde op naar Rotterdam.
De loods van de WESTERDIJK nogmaals gehoord deelt mee dat hij, toen de SALLY MAERSK naderde steeds met de machine achteruit heeft geslagen, ten einde zoveel mogelijk ruimte aan de zuidzijde te laten. Hierna wordt het onderzoek gesloten. Uitspraak volgt later. (opm: zie ook AH 260214)


21 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hansweert, 20 februari. De motorboot TELEGRAAF XII (van de firma H. Braakman & Co.) is hier met defecte motor aangekomen en door de stoomboot TELEGRAAF I naar Rotterdam gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 19 februari. Het Nederlandse stoomschip URANUS, van Smyrna naar Amsterdam, arriveerde 18 februari te Lissabon om twee gewonde leden van de equipage te landen. Het schip heeft de reis weer voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weymouth, 18 februari. Het is onmogelijk lading uit stoomschip DOROTHEA te bergen en wordt er voorgesteld deze te werpen. De laatste nacht heeft een zware zee het schip doen bewegen, doch er is geen wijziging in de positie gekomen. Een telegram van 19 februari meldt dat het schip 4 graden meer slagzij heeft. Achterin staat 4 voet 6 duim en voorin 4 voet water. De stookplaats en machinekamer zijn nog droog. Alle lading moet worden geworpen. De vooruitzichten op berging worden minder.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 19 februari. Gisteren is hier binnengekomen de gaffelschoener ELZINA HELENA, kapitein Bosselaar, met gebroken gaffel, achter-gaffel, gescheurd schoenerzeil en achterzeil. Een en ander is belopen in de nacht van zaterdag op zondag tijdens zuidwester storm, terwijl het schip was ter hoogte van het vuurschip “De Zwarte Bank" op de Engelse kust. De kapitein zag zich genoodzaakt het schip te laten drijven naar deze richting. De schade zal hier gerepareerd worden. Het schip was op reis van Hamburg naar Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 februari. De sleepboot SCHELDE arriveerde 18 februari in de namiddag van Amsterdam te Bahia Blanca met een baggermolen op sleeptouw. Alles wel.
- De sleepboot ZUIDERZEE, van Wivenhoe naar Bathurst met een motorjacht op sleeptouw, vertrok 18 februari van Vigo.
- De sleepboten NOORDZEE, GOUWZEE en LAUWERZEE, arriveerde 18 februari van Rotterdam te Rosyth, ieder met sleep.


22 februari 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Holland Amerika Lijn.
In het thans verschenen jaarverslag zegt de directie, dat uit de winst- en verliesrekening blijkt, dat de uitkomsten nog gunstiger mogen heten dan over 1912. Het vrachtverkeer met Amerika was het afgelopen jaar zeer bevredigend. Op 3 oktober 1913 trad het nieuwe tarief van invoerrechten in de Verenigde Staten in werking en bleef niet zonder gunstige invloed op het goederenvervoer. Als gevolg van de inkrimping van de zaken vóór de aanneming van het tarief, was er daarna tijdelijk een zeer groot aanbod voor lading, waarvoor nog in het laatst van het jaar een aantal stoomschepen moest gecharterd worden. Voor de zaken van Amerika naar Europa waren deze charters niet zeer gewenst, aangezien de vrachten in oostelijke richting, zeer gunstig in de eerste helft van het jaar, inmiddels belangrijk waren gedaald, als gevolg waarvan deze charters niet alleen verlies opleverden, doch buitendien de markt nog verder hielpen drukken. De thuisvrachten zijn nog steeds op een laag standpunt, en nu de stabiliteit van de uitvrachten voor het ogenblik te wensen laat, zijn de vrachtvooruitzichten in het algemeen verre van gunstig te noemen. Het derde klasse passagiersvervoer in westelijke richting was belangrijk groter dan in 1912; in oostelijke richting was het ongeveer gelijk aan het vorige jaar. Het kajuitsvervoer was zeer bevredigend en de passagiersschepen blijven hun goede reputatie bij het publiek te handhaven. De passageprijzen, tot welke kon worden gevaren, mogen over het algemeen lonend worden genoemd. De nieuwe Cuba-Mexico-New-Orleans-dienst ontwikkelt zich gunstig. De wanordelijke politieke toestanden in Mexico zijn oorzaak, dat de handel met dat land zeer beperkt is, wat; uiteraard de dienst niet ten goede komt. Voorlopig werd tot de bouw van drie passagiers- en vrachtschepen voor de vaart door het Panamakanaal naar de Westkust van Amerika besloten. De Maatschappij bleef ook dit jaar verschoond van rampen of betekenende averijen. Op het punt van onderhoud, zorg op het gebied van navigatie, enz. wordt ondanks de hoge kosten door de directie tegen geen uitgaaf opgezien. De vrachtstomers OOSTERDIJK, WESTERDIJK en NOORDERDIJK kwamen in de loop van het jaar gereed, en werden in de dienst opgenomen, terwijl dezer dagen nog een in aanbouw zijnde vrachtschip van 9.500 ton draagvermogen werd aangekocht. Het drielingsschroef-passagiersschip, STATENDAM zal binnen enkele weken van stapel lopen, om in het vroege voorjaar van 1915 in de vaart te worden gebracht. Met het oog op de noodzakelijke uitbreiding van de kantoorruimten aan de Wilhelminakade werd een strook grond aangekocht van de Gemeente, die tevens toezegging deed, dat de Maatschappij in de toekomst de beschikking zal krijgen over meer ligplaatsen in de nabijheid van haar etablissement, waaraan dringend behoefte bestaat. De kantoren te New York zijn dezer dagen verplaatst naar een gebouw, dat beter aan het doel beantwoordt. De Directie bespreekt voorts de toestand van de weg naar zee. Zij erkent, dat deze op het ogenblik bevredigend mag heten, doch blijft het vaste vertrouwen uitspreken, dat de Regering het oog zal blijven houden op het feit, dat grotere diepte en verbreding van de vaargeul in de naaste toekomst vereist zullen zijn. Worden die verbeteringen aangebracht, dan vertrouwt de directie, dat zij het tijdstip, waarop zij zich tot het Gemeentebestuur zal moeten richten met verzoek tot aanleg van een haven aan de Hoek van Holland, nog voor tal van jaren op de achtergrond zal kunnen houden. Dat intussen de vereniging van Rotterdam met de Hoek van Holland haar een zekere mate van gerustheid gegeven heeft voor de verre toekomst, wil zij gaarne erkennen, onder betuiging van hulde aan het Gemeentebestuur van Rotterdam, dat bijtijds maatregelen heeft getroffen om in de toekomst op alle eventualiteiten te zijn voorbereid. Over de toekomst kan de directie zich moeilijk uitlaten, daar deze zozeer samenhangt met de onderlinge verhouding tussen de stoomvaartlijnen. Bovendien is een terugslag op het gebied van de vrachtenmarkt in het algemeen waar te nemen, die zich ook op de diensten van de Maatschappij zal doen gevoelen. Wat nu de financiële resultaten betreft, de winst- en verliesrekening wijst in totaal een winst aan van NLG 6.971.839. Hiervan wordt gebezigd voor afschrijving op het materieel NLG 3.240.427, (v.j. NLG 2.524.584), op vaste goederen en etablissementen NLG 300.000 (v.j. NLG 372.952).
Voorts wordt gereserveerd voor Ongevallenwet NLG 19.515 en extra gereserveerd NLG 1.0000.000 (evenals v.j.). De rest wordt gebezigd voor uitbetaling van een dividend van 15% (evenals v.j.). In het verslag wordt de extra-reserve gemotiveerd op grond van overwegingen, welke verband houden met de minder gunstige vooruitzichten in het algemeen. Op de balans komen de 18 stoomschepen van de Atlantische vaart voor met NLG 8.916.000. De kostprijs bedroeg NLG 31.242.905, de afschrijving tot op heden NLG 22.326.905. Het stoomschip STATENDAM, in aanbouw, staat op de balans voor NLG 5.665.000. Materieel NLG 14.581.018 (NLG 14.633.179) Vaste Goederen en Etablissementen NLG 422.002 (NLG 722.002). Geldmiddelen NLG 7.831.838 (NLG 5.488.164) Vooruitbetaalde Jaarpremies NLG 329.971 (NLG 288.642) Uitr. lop. reizen NLG 294.528 NLG 302.980) Div. Debiteuren NLG 1.326.019 (NLG 1.301.394) En als passiva: Kapitaal NLG 12.000.000 (NLG 12.000.000). (opm: enigszins bekort weergegeven).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam is gisteren met goed gevolg te water gelaten het passagiers- en vrachtstoomschip SLOET VAN DE BEELE, in aanbouw voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij alhier. Van staal gebouwd volgens de hoogste klasse en onder bijzonder toezicht van Bureau Veritas, bedragen lengte, breedte en holte resp. 325'-6", 43'-10" en 25'-0". De waterverplaatsing op een diepgang van 17 Eng. voet zal 4.710 tonnen van 1.016 kg bedragen. Terwijl het schip een laadvermogen verkrijgt van 2.440 ton, wordt het voorzien van passagiersinrichtingen voor 32 passagiers 1e en 24 passagiers 2e klasse. De machines van het triple-expansie systeem zullen 1.660 ipk ontwikkelen, waarmee een snelheid van 11½ mijl per uur bereikt moet worden. Op de thans vrijgekomen helling zal onmiddellijk een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor het stoomschip PIJNACKER HORDIJK eveneens bestemd voor de Kon. Paketvaart Mij.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen.
Het schip AMBULANT, groot bruto 81,38 reg.ton, thuis behorend te Hoogezand, schipper Salomons, is voor NLG 6.900 naar Duitsland verkocht. (opm: aan Gerhard Jurgens te Barssel, volgens RN 240214)


23 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenstown, 20 februari. Het tankstoomschip OTTAWA ontmoette de ROTTERDAM 18 februari op ongeveer 60 mijl ZO van deze plaats, nam het op sleeptouw en sleepte het gedurende 2 dagen. De trossen knapten. Trawlers verleenden assistentie en later nam de gouvernementssleepboot STORMCOCK de ROTTERDAM op sleeptouw; de OTTAWA stuurde. De trossen van de OTTAWA knapten gisteren om 3 uur weer, maar het stoomschip bleef de ROTTERDAM begeleiden totdat ze te Queenstown binnen was. Het ankerspil van de OTTAWA geraakte defect.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 februari. Inzake het tankstoomschip ROTTERDAM, met defect roer te Queenstown binnengesleept, vernemen wij dat de Nederlandse sleepboten DONAU en THAMES van de Internationale Sleepdienst alhier de ROTTERDAM naar hier zullen assisteren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 februari. Men seint ons uit Londen, dat het stoomschip AMELAND op de rede van Barry is teruggekeerd. Het stuurgerei is defect. Verder vernemen wij dat de AMELAND aldaar zal repareren om daarna de reis naar de Platarivier voort te zetten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 22 februari. De Nederlandse schoener HELENA, heden van Port Madoc aangekomen, heeft zwaar stormweer doorstaan, waardoor de zeilen belangrijk werden beschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Onze scheepsbouw.
Enige maanden geleden is op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam de kiel gelegd van het mailschip JAN PIETERSZOON COEN, een nieuw passagiersschip voor de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, bestemd voor haar geregelde dienst op Ned.-Indië. Dit is de grootste boot die tot dusverre op de werf van de Ned. Scheepsbouw Mij. in aanbouw is geweest. Het is tevens de grootste boot die op deze werf gebouwd kan worden. Wat toch is het geval? De grootste breedte van deze stomer bedraagt 18,52 meter en om het schip door de voormalige Oosterdoksluis naar buiten te brengen is het nu reeds nodig een weinig van de middenpijler van de spoorbrug weg te hakken en zo de doorvaartwijdte te brengen op 18,75 meter. Na overleg tussen de Gemeente en de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij is dat toegestaan, maar, afgezien nog van het bezwaarlijke van de grote kosten die daarmee voor de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij aan die verbreding van de doorvaart gemoeid zijn, bestaat de zekerheid, dat grotere verbreding uitgesloten is. Hetgeen dus zeggen wil, dat de Maatschappij geen schepen meer zal kunnen leveren in afmetingen als tegenwoordig meer en meer gevraagd worden. In de vergadering van de Kamer van Koophandel, welke de 7e januari jl. werd gehouden, zei de voorzitter, de heer S.P. van Eeghen over deze aangelegenheid het volgende: „Daar de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij thans schepen bouwt van de grootste breedte, welke door de voormalige Oosterdoksluis toelaatbaar is en herhaaldelijk buitenlandse aanvragen voor schepen, breder dan de doorvaartwijdte van die sluis, moet afwijzen, spreek ik de hoop uit, dat de onderhandelingen, welke de Maatschappij ter verkrijging van een voor haar bedrijf gunstiger gelegen terrein thans met de Gemeente voert, spoedig tot een voor deze belangrijke tak van nijverheid bevredigende oplossing mogen leiden". Het terrein, ter grootte van 28,5 H.A, dat door de directie voor haar bedrijf aangevraagd is, ligt zuidelijk van de Oranjesluizen en wordt ten westen begrensd door het gesloten IJ en oostelijk door het open IJ. Daargelaten de gesteldheid van de bodem, die natuurlijk wel te verbeteren is, mag het terrein overigens in ieder opzicht voor het bedrijf van de Ned. Scheepsbouw Mij. ais geëigend beschouwd worden. Aan de westzijde kunnen de boten in het gesloten IJ te water worden gelaten, terwijl aan de oostzijde de grote dokken die de sluizen van IJmuiden niet kunnen passeren, in het open IJ kunnen aflopen en over de Zuiderzee via Texel naar alle delen van de wereld gesleept worden. Men weet trouwens, dat daar ter plaatse reeds het bekende Soerabajadok is gebouwd, terwijl spoedig begonnen zal worden aan het maken van een nieuw 12.500 ton dok voor rekening van Wilton's Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam
Daarvoor, voor het bouwen van dokken, is echter slechts een gedeelte van het terrein nodig. Voor haar gewone bedrijf, de scheepsbouw, is de Ned. Scheepsbouw Mij. nog steeds aangewezen op haar werf aan de Conradstraat, waar zij dus in de ontwikkeling van haar bedrijf wordt geremd door de onvoldoende doorvaartwijdte van de spoorbrug over de voormalige Oosterdoksluis. Nadat de onderhandelingen tussen de Ned. Scheepsbouw Mij. en het Gemeentebestuur betrekkelijk spoedig waren afgelopen, verzocht de dienst van P.W. bij missive van 13 jan. 1913 aan het Ministerie van Waterstaat in de gelegenheid te worden gesteld de door de Ned. Scheepsbouw Mij. benodigde terreinen tegen billijken prijs te kunnen aankopen. Tot dusver is deze missive nog niet beantwoord. Gegeven het urgente van deze zaak en het algemeen belang, dat, naast het directe belang van de Scheepsbouw Maatschappij, bij een spoedige afdoening is gebaat, hebben wij in Den Haag enige inlichtingen ingewonnen waaraan dit oponthoud is te wijten. 't Bleek ons, dat, alvorens ten deze door het Rijk een aanbieding kan worden gedaan, overeenstemming moet worden verkregen tussen drie departementen, n.l. Financiën, Waterstaat en Oorlog. Wat Financiën en Waterstaat betreft — het bedoelde terrein wordt gebezigd als baggerbergplaats — is men blijkbaar reeds gereed met concrete voorstellen. Anders staat het echter met Oorlog. Een gedeelte van het gevraagde terrein wordt op het ogenblik gebruikt voor het houden van schietoefeningen en het schijnt niet gemakkelijk daarvoor een andere geschikte plek te vinden. Het is dan ook aan dit Departement dat de meeste bezwaren bestaan tegen inwilliging van het verzoek van Amsterdams Gemeentebestuur. Toch schijnt de mogelijkheid te bestaan, dat eerlang ook daar een oplossing zal worden gevonden. Het spreekt vanzelf dat, vooral waar een zo belangrijke zaak als 's lands weerbaarheid bij de zaak betrokken is, men niet over één nacht ijs kan gaan. Toch vertrouwen we, dat men op het Plein in Den Haag overtuigd zal zijn, dat te Amsterdam ook nog andere belangen bestaan. Daar, met name, de Amsterdamse scheepsbouw en scheepvaart dreigen belemmerd te worden in hun ontwikkeling, mogen we ongetwijfeld overal de meest mogelijke medewerking verwachten om dit te voorkomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepstimmerwerven van de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand en Westerbroek is deze week afgeleverd voor de firma Ch. Cornelder & Zonen, scheepsagentuur te Rotterdam, een stalen vrachtboot van 50 x 6,50 x 3 meter, welke gebouwd is naar de voorschriften en onder speciaal toezicht van The British Corporation for the Survey and Registry of Shipping. De machine is een triple-expansie machine, die bij de proeftocht 380 ipk ontwikkelde. Verder werden te water gelaten 2 elevatorpramen voor de regering van de stad Bremen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v. d. Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip ALBERT gebouwd voor rekening van de firma Wed. S.J. Groen te IJmuiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Van zeilschip tot motorboot.
Een mooi werkstuk op het gebied van onze vaderlandse scheepsbouw is zaterdag jl. voor Franse rekening afgeleverd geworden. Die dag, 's middags om 12 uur, koos de motorboot JULES HENRI te IJmuiden het ruime sop en kwam na een proefvaart van ruim 12 uur, behouden te Vlissingen aan. De JULES HENRI is oorspronkelijk een van de weinige nog bestaande zeiltankschepen geweest, behorende Vimont's rederij te Marseille. De directie vond het echter tenslotte voordeliger om het schip van motoren te voorzien. Om echter het schip dezelfde laadruimte te doen behouden moest het ook vergroot worden. Onder de scheepswerven die aangeschreven werden, waaronder verschillende Engelse, was het Wilton's Scheepswerf te Rotterdam die verklaarde in staat te zijn binnen de door de rederij gestelde korte tijd het schip weer af te leveren. Het vaartuig, dat een lengte had van 76 meter, werd nu, na van de masten ontdaan te zijn, eenvoudig in tweeën gezaagd en in het midden werd er een gedeelte van 17 meter tussen gezet. De Nederlandsche Fabriek van Werktuigen- en Spoorwegmaterieel, alhier, plaatste in het nieuwe gedeelte twee Dieselmotoren, elk van 500 pk. De aldus verkregen motortankboot meet 93 x 12,25 meter en heeft bij een diepgang van 5,80 m. een laadvermogen van 3.000 ton olie.
Het vaartuig vertrekt van Vlissingen eerst naar de Zwarte Zee en zal verder geregeld lopen tussen Europa en Amerika.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Scheepsbouw. Te Vrijenban is van de werf van de firma H. Boot & Zonen met goed gevolg te water gelaten een stalen schroefsleepboot, gebouwd voor rekening van H. Peters te Rotterdam; zij is naar de N.V. Machinefabriek Delfshaven vertrokken om te worden voorzien van ketel en machine.


24 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 februari. Men seint ons uit Londen: Het Nederlandse stoomschip MERCURIUS is met verlies van schroef te Valencia binnengesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Onze Londense correspondent seint: The Times bevat een interview met de heer Heineken van de Norddeutsche Lloyd, waarin deze bevestigde, dat de gisteren gehouden langdurige besprekingen tussen de trans-Atlantische stoomvaartlijnen zowel van Engeland als van het vasteland goede vorderingen maken, waar het geldt een nieuwe overeenkomst voor de tijd van vijf jaar te sluiten, ofschoon er vandaag nog verschillende punten zullen moeten worden behandeld.
De heer Heineken bevestigde ook nog, dat zijn maatschappij met de Hamburg-Amerika lijn een overeenkomst heeft aangegaan voor de tijd van vijftien jaar met betrekking tot de Noord Atlantische scheepvaart, (wij merken hierbij op, dat b.v. het Berl. Tagebl. als duur van de bedoelde gemeenschap van belangen van de beide maatschappijen niet minder dan 75 jaar noemt, een bericht dat wij echter nog niet bevestigd vonden. – red.) terwijl de continentale ’pool’, die, naar men weet, o.a. ook de Holland Amerika Lijn en de Red Star Lijn omvat, eveneens is vernieuwd, en wel voor een tijdsverloop van vijf jaar, behoudens enkele punten, welke nog moeten worden afgehandeld. Intussen zal de bedoelde continentale scheepvaart-‘pool’ in elk geval voor de tijd van een jaar blijven voortbestaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. Vincent, K.V, 21 februari. De machines van de BEVERWIJK zijn goed gerepareerd. De schroef is bekneld. Men vreest dat er schade is in de werkbus. Experts zijn van mening dat het vaartuig veilig op het slib kan worden gezet.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
Gisteren heeft de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart behandeld het beroep van J. Parlevliet Lzn. tegen de beslissing van de Scheepvaartinspectie in het zesde district aangaande het plaatsen van ruwe-oliemotoren en van het brandstofreservoir daarvoor aan boord van uit te rusten loggers.
De firma Goedkoop had vergunning verzocht om een ruwe-oliereservoir met een inhoud van 250 tot 300 liter te mogen plaatsen aan boord van uit te rusten vissersschepen. De heer Goedkoop had zijn verzoek hierop gegrond, dat ruwe olie niet behoort tot wat men noemt licht ontvlambare stoffen. Het ontvlammingspunt (51º Celsius) noemde hij daartoe veel te laag; het Bureau Veritas, de Germanischer Lloyd noch Lloyds Register hebben er ooit bezwaar tegen gemaakt. De heer Goedkoop acht het plaatsen van het ruwe-oliereservoir in de machinekamer zelfs gewenst, omdat lekkage dan steeds onmiddellijk door het personeel opgemerkt wordt. Het moet, meent hij, echter van een lekbak voorzien zijn. Plaatst men het reservoir buiten de machinekamer, dan is hiermee te veel laadruimte gemoeid. De inspecteur van de scheepvaart zou het plaatsen van het reservoir in de motorkamer niet brandgevaarlijk achten eerst wanneer het ontvlammingspunt 85 gr. Celsius bedroeg. De motoren aan boord van vissersvaartuigen dienen slechts voor het ophalen van de netten, zodat toezicht uitgesloten is wanneer hij werkt. Gewoonlijk kan alleen de schipper met de motor werken.
De heer Kerkhoven, die als deskundige gehoord werd, verklaarde dat ruwe olie, wanneer die op deskundige wijze als brandstof gebruikt wordt, geen brandgevaar oplevert. De ruwe olie heeft inderdaad een zeer laag ontvlammingspunt; dit wordt hoger als de benzine eerst afgescheiden is. Voor het doeleinde, waarop zij aan boord van vissersvaartuigen gebruikt wordt, moet het ontvlammingspunt hoog zijn. Deskundige wees er nog op, dat er altijd verbinding zal moeten zijn tussen de tank en de motor. De uitspraak volgt heden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is van de scheepswerf van de heer T. van Maastricht te Hedel met goed gevolg te water gelaten een sleepkast, groot 240 ton, voor rekening van de stoombootonderneming Jansen te Lith. Tevens werd de kiel gelegd voor twee andere schepen, een voor Hollandse en een voor Belgische rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is te water gelaten een tjalkschip, groot 60 ton voor de heer Edens te Nieuwolda. De kielen werden gelegd van twee tjalkschepen, groot 110 en 120 ton.


25 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak betreffende het beroepsschrift van Joh. Parlevliet Lzn, reder te Katwijk. De Raad diende te beslissen of in het kader van de art. 5, 9 en 17 der Schepenwet en de laatste wijziging bij K.B. van 5 november 1913 olie van motoren welke in het schip van appellant – een logger in aanbouw – zullen worden geplaatst als een licht ontvlambare stof moet worden beschouwd. De stelling van appellant, bevestigd door een deskundige en gedeeltelijk ook erkend door de inspecteur voor de scheepvaart, is, dat dit met zulke olie, die een hoog vlampunt heeft, niet het geval is; dat daardoor het hebben van de tank in de motorkamer minder gevaarlijk te achten is dan op een andere plaats van het schip waar het gevaar voor brand groter is dan in de geheel afgesloten machinekamer, onder voorbehoud dat de tank geplaatst is beneden in de machinekamer en de verbindingsbuizen met de motor aan de bovenkant van de tank zijn aangebracht.
De Raad verklaart het beroep gegrond. (opm: bewerkt en sterk verkort)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Weymouth, 23 februari. Het stoomschip DOROTHEA heeft 12º slagzijde over bakboord; aan stuurboordzijde goed geboeid door grind en aan bakboord open water. Met hoog water breken zware zeeën tegen het schip. De beplating aan bakboord is twee voet naar binnen gedrukt; op enkele plaatsen zelfs 2’6”. Het voor- en het welldek aan bakboord zijn ongeveer 6 duim opgezet. Het bergingsstoomschip LYONS is nog niet aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 februari. Naar wij vernemen zijn de zeewaardige, in 1913 aan de werf De Noord te Alblasserdam gebouwde onderlossers D. 2, 3 en 4 door tussenkomst van de makelaar Jacq. Pierot Jr. aan het Franse gouvernement verkocht. De vaartuigen zullen door de firma L. Smit & Co. alhier naar de bestemming La Rochelle worden gesleept.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 24 februari, van onze Londense correspondent:
‘Transatlantische Scheepvaart’
Vanochtend heb ik een paar hoofdzaken geseind uit het belangrijke persgesprek dat een redacteur van the Times gisteravond heeft gehad met de heer Heineken, directeur-Generaal van de Norddeutsche Lloyd. Dit persgesprek liep over de voortgang van de onderhandelingen nopens de Atlantische Scheepvaartpool alhier.
Heden hoorde ik in het Savoy hotel, waar de vertegenwoordigers van de voornaamste Atlantische stoomvaartlijnen, Britse zowel als vastelandse – de H.A.L. wordt vertegenwoordigd door de heren R. Wierdsma (directeur), Gips (directeur) en Van der Graaf (chef van het Passagiersdepartement) – aan de besprekingen deelnemen, dat er weinig aan de uitlatingen van de heer Heineken valt toe te voegen. Enkel dit natuurlijk belangrijke, dat de overeenkomst betreffende de Continentale Scheepvaartpool, waarbij deze voor vijf jaren wordt aangegaan, behoudens regeling van enige onderdelen – hetgeen per briefwisseling geschieden zal – eerst heden is getekend. Waarschijnlijk blijft het wel, dat zich geen onoverkomelijke moeilijkheden meer zullen voordoen. Teneinde nochtans in alle gebeurlijkheden te voorzien, is er bepaald, dat de continentale scheepvaartpool in elk geval gedurende een vol jaar in stand zal blijven.
Deze continentale scheepvaartpool moet, gelijk trouwens in dit blad herhaaldelijk is opgemerkt, wel onderscheiden worden van de zogenaamde algemene scheepvaartpool, waarbij ook de Britse stoomvaartmaatschappijen, welke op de Noord-Atlantische oceaan varen, betrokken zijn. De onderhandelingen nopens de bestendiging van de algemene scheepvaartpool waren vanmiddag nog niet geheel beklonken, maar toch ver genoeg gevorderd, om de verwachting te wettigen, dat de gisteren begonnen besprekingen, zo niet vandaag dan toch morgen, tot een bevredigende regeling van de hoofdzaken voeren zullen.
Er vallen evenwel, het spreekt vanzelf, talrijke onderdelen, zo aangaande het reizigersverkeer als aangaande het vrachtvervoer, nog te regelen, en die zullen op een internationale conferentie, de 17e maart te Berlijn te houden, nader overwogen worden.
In het algemeen genomen kan men over de hier reeds verkregen uitkomsten, verleden week en deze week, zeer tevreden wezen.
(Reuter meldt in een later telegram dat de besprekingen zijn verdaagd en in Berlijn worden hervat)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 23 februari. Volgens een telegram uit Hull is het Nederlandse stoomschip PROFESSOR BUYS in aanvaring geweest met de kade ten gevolge waarvan alle schroefbladen schade leden. Het stoomschip zal in het droogdok worden opgenomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de scheepswerf van de firma Marckmann & Faasen te Kralingscheveer (v/h werf Kalkman) is heden met goed gevolg te water gelaten een stalen schroefstoomsleepboot genaamd PIONIER, eigenaars de heren W.G. Droogleever & J.H. Bruin te Rotterdam.
Machine en ketel voor deze boot zijn eveneens aan dezelfde fabriek vervaardigd.
(opm: afmetingen 13,20 x 3,37 x 1,46 meter, 60 ipk, fabrieksnummer ketel 75)
Tevens is de kiel gelegd voor een nieuwe stalen schroefstoomsleepboot (opm: mogelijk NOORDEREILAND).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

St. Vincent, 21 februari. De machines van de sleepboot BEVERWIJK XII, met een onderlosser van IJmuiden naar Bahia Blanca bestemd en hier 7 febr. binnengelopen, zijn voldoende gerepareerd, maar de schroef is nu onklaar geraakt en men vreest schade aan het achterschip. Het vaartuig kan niet tippen, de helling is daarvoor niet geschikt, maar experts menen dat het veilig op het strand gezet kan worden.


26 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Met de Staats Courant (no. 48) worden verzonden de uitspraak in beroep van de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam betreffende het beroepschrift van N.H. Wijnstok, schipper van het schoenerschip BERENDINA en de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam betreffende de stranding van het stoomvissersvaartuig BATAVIER I, IJM 106, op de Nederlandse kust op 29 januari 1914.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 februari. Het beschadigde tankstoomschip ROTTERDAM, geassisteerd door de Nederlandse sleepboten DONAU en THAMES van Queenstown naar Rotterdam, passeerde gistermiddag 11 uur Lizard.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie: Erhardt en Dekkers, directie van Maatschappij Stoomschip ‘Katwijk’, maakt bekend dat het dividend over 1913 ad 15% of NLG 150 per aandeel tegen Coupon No. 7 vanaf zaterdag 28 februari betaalbaar is te onzen kantore, Leuvehaven 28.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. Pronk te Vlaardingen is te water gelaten het houten loggerschip SCH-193, CASTOR, gebouwd voor rekening van de heer A. v.d. Toorn te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de hedenmiddag door de Raad voor de Scheepvaart gehouden zitting werden de volgende uitspraak gedaan:
Uitspraak betreffende de aanvaringen op 30 januari op de Nieuwe Waterweg tussen de Nederlandse stoomschepen WESTERDIJK en CLIO, het Deense stoomschip SALLY MAERSK en het Spaanse stoomschip ANTONIO. De Raad is van oordeel, dat het aan de grond lopen van het stoomschip WESTERDIJK ter hoogte van Maassluis bij dukdalf 13 rood hieraan toegeschreven moet worden, dat door het de eerste maal aan de grond lopen van de WESTERDIJK en het daardoor veroorzaakte oponthoud, het getij verlopen is en er bij Maassluis niet genoeg water meer stond voor een schip met een diepgang als de WESTERDIJK. Bovendien bleek op die plaats minder water te staan dan de opgaven vermeldden. Waar slechts eenmaal in de maand vanwege de Waterstaat de diepten worden opgenomen, kan het bij ijsgang voorkomen, dat op een bepaalde plaats de diepte verandert. De oorzaak van de aanvaring van de CLIO door de ANTONIO meent de Raad te moeten toeschrijven aan het uit het roer lopen van de ANTONIO, veroorzaakt door de langs de WESTERDIJK lopende stroom, welke het achterschip S.B. uit heeft gedreven en de ANTONIO recht op de CLIO aan deed lopen. Wanneer men van de ANTONIO had kunnen zien, dat de CLIO voor anker lag en dus niet voornemens de WESTERDIJK aan de zuidkant te passeren, zou het eerstgenoemde vaartuig zijn koers hebben kunnen behouden en aan de zuidkant de WESTERDIJK voorbijgaan. Nu moest de ANTONIO naar de noordwal oversteken met het bovengenoemde gevolg. Wanneer de ketting van het B.B. anker van de ANTONIO niet was gebroken en het S.B. anker tijdig gevallen, ware wellicht de aanvaring voorkomen, althans minder ernstig geweest. Voorts meent de Raad, dat zo men op de ANTONIO tijdig bericht had ontvangen, dat de WESTERDIJK in een voor de scheepvaart gevaarlijke positie in het vaarwater vastzat, men ten anker had kunnen komen of niet vertrekken, waardoor deze scheepsramp voorkomen had kunnen worden. Zulks ware wellicht ook het geval geweest, wanneer de CLIO door een sein kenbaar had kunnen maken, dat hij voor anker lag. Dat de WESTERDIJK en de SALLY MAERSK met elkander in aanvaring zijn gekomen is, naar 's Raads oordeel, hierdoor veroorzaakt, dat de WESTERDIJK op het ogenblik, dat de SALLY MAERSK hem aan de zuidzijde wilde passeren, een voortgaande beweging moet gehad hebben, hetzij veroorzaakt door de aan het voorschip bevestigde sleepboten, hetzij door de volle kracht vooruitwerkende machine, om van de zich bij het achterschip bevindende dukdalf vrij te komen. Had de WESTERDIJK geen voortgaande beweging gehad, dan zou, gegeven de positie, waarin hij in het vaarwater was en de lengte van beide stoomschepen, genoeg ruimte geweest moeten zijn voor de SALLY MAERSK om rond te zwaaien zonder met de WESTERDIJK in aanraking te komen.
Uit deze scheepsramp meent de Raad de conclusie te mogen trekken, dat het wenselijk is, dat van het in gevaarlijke positie aan de grond zitten van schepen kennis wordt gegeven, niet alleen naar Rotterdam en Hoek van Holland, maar ook aan de reeds op weg zijnde schepen. Voorts, dat het aanbeveling zal verdienen, wanneer, althans in rivierreglementen, wordt voorgeschreven, dat - en welk - sein een ten anker liggend schip geven moet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 februari. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee L.P.W. Van der Wal, is 23 dezer van Funchal (Madeira) vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 februari. De zeesleepboten THAMES en DONAU vertrokken 24 februari ‘s namiddags van Queenstown naar Rotterdam, slepende het beschadigde tankstoomschip ROTTERDAM.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 februari. Bij de heer J.J. Bodewes, scheepswerf De Hoop te Pannerden, is met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepkaan groot circa 500 ton, gebouwd voor rekening van de heer Joachim Scheiner, Zunmern am Main. Direct daarop werd de kiel gelegd voor een stalen Neckarschip groot circa 300 ton, eveneens voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 24 februari. Volgens bij de Kon. Ned. Stoomboot Mij. via Kaap St. Antonio ontvangen telegram wordt het stoomschip MERCURIUS met gebroken schroef naar Valencia teruggesleept. Het stoomschip MERCURIUS vertrok 21 februari van Valencia naar Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 24 februari. Het in Dundee nieuwgebouwde Nederlandse tankschip SELENE, heden per sleepboten NOORDZEE en GOUWZEE hier aangekomen, ging naar Amsterdam om verder met een Dieselmotor te worden uitgerust.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 23 februari. Het Rotterdamse tankstoomschip LA CAMPINE, hier van New York aangekomen, heeft tijdens zwaar weer geweldige stortzeeën overgekregen, welke o.a. de stuurboord reddingboot No. 2 over boord sleurden en zware schade toebrachten aan de bakboord werkboot, de commandobrug, verschansingen, stutten, enz. Het schip sprong lek in de voorpiek en de voorste ballasttank, maar de bemanning slaagde er in het lek te stoppen. Bij aankomst alhier bevond men dat ook de tanken 3, 4 en 5 water maakten. Een van de opvarenden werd gekwetst.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Barry, 23 februari. Het Rotterdamse stoomschip AMELAND, van Cardiff naar de Plata rivier, hier uit zee teruggekeerd, is gedokt. Het stuurgerei is weggeslagen.


27 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 februari. Het beschadigde tankstoomschip ROTTERDAM, gesleept door de sleepboten DONAU en THAMES, van Queenstown naar Rotterdam, passeerde hedenochtend 11 uur Dungeness.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holtenau, 26 februari. Het met steen van Halmstad naar Hamburg bestemde Nederlandse schip HENDERIKA is door de stoomtrawler GUDRUN met verlies van de mast alhier binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf De Merwede, v/h Van Vliet & Co. te Hardinxveld werd heden te water gelaten het van staal gebouwde stoomschip ISLAND QUEEN, lang 180', breed 28' en hol 14’-6", in aanbouw voor rekening van een Engelse firma. Het schip is van het raised-quarterdek type en onder Lloyds Class 100 A 1 gebouwd. Na voltooiing aan deze werf zal het schip zijn machines ontvangen in Engeland, van de machinefabriek Lidgarwood Ltd. te Coatbridge bij Glasgow, Dit is reeds het 21ste stoomschip, hetwelk deze werf voor deze Engelse firma heeft gebouwd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 februari. Het stoomschip AMELAND vertrok 26 februari van Barry naar de Plata rivier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Valencia, 24 februari. Het stoomschip MERCURIUS werd hier binnengesleept door het Duitse stoomschip ADOLF.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 25 februari. De drie-mast schoener NELLY, kapt. Kruize van Groningen, onlangs verkocht naar Japan, is heden bij de werf van Gebr. Niestern alhier aangekomen, zal aldaar van een nieuwe motor worden voorzien en vervolgens naar de bestemming vertrekken.


28 februari 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 27 februari. Gisteren namiddag is de naar Londen bestemde boot PRINCE LEOPOLD in aanvaring geraakt met de schepen FIDENTA en ESPERANCE. Beide schepen werden zwaar beschadigd en zijn na naar de linkerwal te zijn gesleept aldaar gezonken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weymouth, 24 februari. Volgens rapport is de voorpiek van het stoomschip DOROTHEA droog. In tank 1 staat ongeveer 7 voet water. De tanks 2 en 3 aan stuurboord zijn vol water. In het ruim staat 7 en in het achterruim 6 voet water. Het bergingsvaartuig LYONS is nog niet gearriveerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 februari. Het Rotterdamse stoomschip THEODORA, van de firma De Poorter, is nabij de Zuidpier te Hoek van Holland aan de grond gevaren door de mist.


01 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen, is 26 februari met goed gevolg te water gelaten de nieuw gebouwde stalen sleepkaan AVANTI, groot ruim 700 ton, voor rekening van de heer T. Volker te Rotterdam. Daarna is de kiel gelegd voor een dergelijk schip, groot plm. 800 ton, eveneens voor binnenlandse rekening.


02 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Solleveld, v.d. Meer en Van Hattum’s Stoomvaart Mij. te Rotterdam.
Naar wij vernemen, zal over het afgelopen jaar een dividend van 20% worden uitgekeerd (evenals v.j.).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepstijdingen. Stoomschip HERCULES vertrok 1 maart van South Shields naar Rotterdam. Aankomst Rotterdam op 2 maart.
(opm: de HERCULES vertrok 7 maart van Amsterdam naar Genua op de 1e reis)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 maart. Heden is van hier naar Bremen vertrokken de op de werf van Drewes & Co. te Gideon (bij Groningen) nieuw gebouwde zeesleepboot SPICA, voorzien van een triple compound machine van 340 ipk. Het vaartuig is voor Duitse rekening gebouwd en bestemd voor de sleepdienst te Bremen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 maart. Alhier is heden afgeleverd het op de werf van de firma Wortelboer & Co. gebouwde lichterschip KRIMHILDE STROMEIJER, groot 1.600 m3, bestemd voor lichterdienst op de Rijn.


03 maart 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 1 maart. Het Duitse tjalkschip MARGARETHA, kapt. D. Roskamp, is voor de prijs van NLG 5.500 overgegaan aan de kapt. J. Bleeker te Groningen. Het vaartuig vaart thans onder Nederlandse vlag met de naam GEBBINA.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Maassluis, 2 maart. Het gisteren van Rotterdam naar Batavia vertrokken Nederlandse stoomschip MEDAN is in de Nieuwe Waterweg in aanvaring gekomen met het van Londen komende stoomschip IMPORT en bekwam daarbij schade aan verschansing en achterschip. Het ligt thans in de Kruithaven te repareren. De IMPORT bleef onbeschadigd.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Adelaide, 28 februari. De gouvernementsschepen PENJUIN en GOVERNOR zijn uitgegaan om naar de stoomhopper POSIDONIA te zoeken, het eerste tussen Fremantle en Kaap Leeuwin, het tweede tussen Musgrave en Fowler's Bay.


04 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd een onderzoek ingesteld betreffende het aan de grond lopen op de Loire op 30 september 1913 van het stoomschip HOUTDIJK, gezagvoerder H. Kuiken, rederij: Solleveld, Van der Meer en Van Hattum, beiden te Rotterdam. De gezagvoerder H. Kuiken deelt mee, dat hij op reis van Mantelliste (Finland) naar Chantenay de 30e september te St. Nazaire aankwam en onder loods aanwijzing de rivier opstoomde. Het vaarwater is daar slechts 150 meter breed en men stuurde op de boeien. Gedurende het opstomen ontmoette men een tegenkomend stoomschip, waarvoor men moest uitwijken en dientengevolge, ook mede door de stroom uit het vaarwater geraakte en langs de grond schuurde. Men voelde het schip niet stoten, alleen merkte men een zware stoot in de machine. Bij onderzoek van de bodem na aankomst werd bevonden dat de stuurboord kimkiel omgebogen was. Aan de machine werd geen schade bevonden. De 6e oktober vertrok het schip weer naar zee en merkte men dat de machine nog stootte, hetwelk verergerde toen men in zee kwam en de machine begon door te slaan. Op aanraden van de machinisten keerde men daarop naar de rede van St. Nazaire terug en stelde men weer een deugdelijk onderzoek in. Er werd niets bijzonders aan de machine bevonden en vertrok men de 12e oktober weer naar zee. Buiten gekomen, sloeg de machine weer zo erg, dat men besloot weer naar kunnen te gaan. Het schip werd daarna te St. Nazaire in het droogdok opgenomen en werd bevonden dat het conische gedeelte van de koppelingen tussen de middelbare en lage druk-krukas waren weggeslagen. Een van de roerhaken van de vingerlingen van het roer bleek ook gebroken te zijn. De machine werd aldaar deugdelijk gerepareerd; de gaten werden opgezuiverd, terwijl de pennen werden vernieuwd en de as opnieuw gesteld. Na deze reparatie bleek na vertrek de machine zeer goed te werken. De kapitein schrijft al de bekomen schade toe aan het met volle kracht werken van de machine tijdens het over de grond schuiven bij het opvaren van de rivier, waardoor de machine is geforceerd. De Raad zal overwegen of in deze zaak nog meer getuigen gehoord zullen worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd de volgende uitspraak gedaan betreffende de aanvaring op 28 januari bezuiden het Haaks lichtschip tussen het Nederlandse stoomschip ARUNDO (gezagvoerder R. Teensma; rederij: Maatschappij Zeevaart, beiden te Rotterdam) en het Duitse stoomschip RUGIA van de Hamburg-Amerika Lijn, gezagvoerder Julius Nickels te Hamburg. De Raad is van oordeel, dat het over en weer niet horen van de signalen geen bewijs is, dat ze niet gegeven zijn; in verband met de besliste verklaringen van de getuigen neemt de Raad aan, dat inderdaad de juiste seinen gegeven zijn. Wat de vaart van de schepen betreft, had deze, waar vaststaat dat zij elkander niet konden mijden toen zij in elkaars zicht waren, geringer kunnen zijn. Van een zeer snelle of zelfs een snelle vaart van een van beide schepen is echter niets gebleken, dit is niet ook maar enigszins waarschijnlijk gemaakt. Volgens de log zou de ARUNDO van 4 - 4.35 (Amst. tijd) iets minder dan 3 mijl hebben gelopen, hetgeen, de dikke mist in aanmerking genomen, vrij veel is, maar de Raad erkent daartegenover de juistheid van hetgeen de gezagvoerder van de ARUNDO opmerkte, dat het moeilijk was minder vaart te lopen, omdat er anders grote kans was, dat het in ballast varende schip door wind en tij te veel zou afdrijven in oostelijke richting, hetgeen gevaren met zich zou hebben meegebracht. De RUGIA heeft, na geruime tijd met volle kracht en een 10-mijls vaart te hebben gevaren, 2 minuten halve kracht en 2 minuten met gestopte machine gevaren, waarna slechts een halve minuut de machine volle kracht achteruit gewerkt heeft; het is onaannemelijk, dat de RUGIA toen stil lag, zij moet ongetwijfeld toen nog vaart hebben gehad. Wel verklaarde de gezagvoerder van de RUGIA, dat, wanneer bij dit schip volle kracht vooruit varende, de machine gedurende 3 minuten op “volle kracht achteruit" wordt gezet, het schip stil ligt, maar in het onderhavige geval is van 3 minuten achteruitslaan geen sprake geweest. Waar de schepen elkander bijna kop op kop raakten, was het volstrekt niet noodzakelijk, dat de zoveel grotere RUGIA de ARUNDO meesleurde, zoals de gezagvoerder van de RUGIA, als boven vermeld, beweerde dat het geval geweest zou moeten zijn, indien de RUGIA vaart had gehad; de RUGIA toch stootte de ARUNDO kennelijk terug, welk schip immers - volgens de verklaring van haar bemanning - deinsde. Een klein weinigje heeft trouwens de RUGIA de ARUNDO — naar de verklaring van de bemanning van de laatste — B.B. uitgeduwd. Toch kan het ook de RUGIA niet worden toegerekend, dat zij een te snelle vaart had, zelfs niet bij de heersende mist, daar toch bedacht moet worden, dat dit schip enkele minuten te voren in volkomen helder weer en met volle kracht gevaren had, ten gevolge waarvan het uiteraard nog een zekere snelheid had behouden. Zodra men van de schepen elkanders nabijheid gewaar werd, zijn alle manoeuvres genomen, welke een goed zeemanschap eisen. De aanvaring kan dus naar 's Raads oordeel niet toegeschreven worden aan enig gepleegd verzuim of aan enige onvoorzichtigheid, doch is uitsluitend te wijten aan de dikke mist in verband met de omstandigheden, dat de RUGIA een ogenblik te voren in de mist gekomen was en dat de ARUNDO een onbeladen, gemakkelijk uit zijn koers te brengen vaartuig was. Alleen kan de Raad niet goedkeuren, dat de 1e stuurman op de ARUNDO de uitkijk van de bak heeft geroepen; vooral bij mistig weer behoort deze daar ter plaatse aanwezig te zijn en te blijven, ook al is er bovendien - gelijk in casu - uitkijk op de brug; enig verband tussen het ongeval en het niet aanwezig zijn van de uitkijk op de bak bestaat er echter niet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 maart. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee L.P.W. van der Wal, is 28 februari van St. Vincent (Kaap Verdische Eilanden) vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 maart. De sleepboot NEWA, met een lichter op sleeptouw, arriveerde 2 maart nm. te Vigo. Alles wel.
— De sleepboot SCHELDE, van IJmuiden naar Bahia Blanca met de baggermolen BEVERWIJK 8 op sleeptouw, arriveerde voor 2 maart te Rio de Janeiro.
— De sleepboot SEINE slepende 2 bakken van Amsterdam naar Bahia Blanca arriveerde 2 maart vm. ter bestemming. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 maart. Het stoomschip MEDAN, dat schade leed door aanvaring met de IMPORT, ligt thans in de Kruithaven te repareren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 2 maart. Het bergingsvaartuig LYONS is hedenmorgen van hier naar Weymouth vertrokken om assistentie te verlenen bij het gestrande Nederlandse stoomschip DOROTHEA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weymouth, 2 maart. De ruimen van het stoomschip DOROTHEA heeft men van binnen geschoord, de lekken zijn zoveel mogelijk gestopt en de ruimen en tanken drooggepompt. Een zes-duims pulsometer-pomp is aan boord gebracht maar nog niet opgesteld. Het bergingsvaartuig LYONS is nog niet gearriveerd. Het weer is zeer mooi.


05 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Naar wij vernemen, zal in de binnenkort te houden algemene vergadering van aandeelhouders worden voorgesteld het dividend over 1913, na ruime afschrijvingen, vast te stellen op 6% (v.j. 5%).


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Adelaide, 3 maart. De gouvernementsboten PENJUIN en ESPERANCE hebben beide tevergeefs naar de stoomhopper POSIDONIA gezocht. Waarschijnlijk zullen zij weer ter opsporing vertrekken.


06 maart 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Van het Fayal binnengelopen Nederlands stoomschip LA HESBAYE zijn de 2e stuurman en twee matrozen zwaar gekwetst.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 6 maart. Kapitein C. Wildeman heeft zijn twee-mast schoener ARNOLDINA onderhands verkocht aan de kapt E. Beck te Groningen, thans gezagvoerder van het tjalkschip ALPHA.


07 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
Aan het verslag van de directie over het jaar 1913 wordt het volgende, ontleend: De schepen maakten gedurende het boekjaar 48 rondreizen, waarvan 18 met de passagiers- en 30 met de vrachtschepen; bovendien werden twee schepen voor een uitreis gecharterd.
De in het vorig jaarverslag uitgesproken verwachting, dat 1913 zich gunstig voor het bedrijf zou ontwikkelen, heeft zich gelukkig bewaarheid, zodat het resultaat van het afgelopen boekjaar dat van het daaraan voorafgaande niet onbelangrijk overtreft. De exploitatierekening sluit, met inbegrip van de van de staat ontvangen gelden ten bedrage van NLG 208.000, met een voordelig saldo van NLG 2.109.412. Na aftrek van het nadelig saldo van de interestrekening ad NLG 106.926 blijft een bedrag van NLG 2.002.486 beschikbaar. Voorgesteld wordt daarvan in de eerste plaats af te schrijven alle kosten verbonden aan de uitgifte van de 6½ miljoen gulden obligaties, waartoe in de vergadering van 30 november 1911 werd besloten en aan de conversie van 4½ miljoen gulden van deze obligaties in aandelen, die overeenkomstig de indertijd met het betrokken syndicaat overeengekomen bepalingen in het afgelopen boekjaar heeft plaats gehad en ten gevolge waarvan deze obligatielening op NLG 2.000.000 is teruggebracht en het aandelenkapitaal van 5½ miljoen tot 10 miljoen gulden is verhoogd. Deze kosten bedroegen NLG 103.234. Van de daarna overblijvende NLG 1.899.251 wordt voorgesteld te bestemmen: Voor afschrijvingen op materieel NLG 961.662, voor een in te stellen reparatiefonds NLG 20.000, voor toevoeging aan het fonds voor het personeel NLG 12.500, voor het bij art. 28 van de statuten bedoelde reservefonds NLG 90.508.
Aan het dan overblijvende saldo van NLG 814.580 moet worden toegevoegd het onverdeelde saldo van Ao.Po. ten bedrage van NLG 1.108, tezamen NLG 815.688, welk bedrag als ter uitkering bestemde winst in de zin van artikel 28 van de statuten moet worden beschouwd.
Dienovereenkomstig komt van dit bedrag ten goede: Aan aandeelhouders 6% dividend over het aandelenkapitaal van NLG 10.000.000 is NLG 600.000, aan bedrijfsbelasting NLG 16.500, aan de Staat der Nederlanden voor rente over het tot 31 december 1912 genoten voorschot van NLG 1.425.000 NLG 28.500, aan de Staat der Nederlanden voor aflossing op dit voorschot NLG 136.719, aan tantièmes NLG 33.333, latende een onverdeeld saldo, op nieuwe rekening over te dragen van NLG 636. Het in het vorige jaar gecreëerde assurantiefonds werd met bespaarde assurantiepenningen ten bedrage van NLG 18.186 verhoogd en bedraagt thans NLG 33.186.
De vloot bleef ook dit jaar voor belangrijke averijen gespaard. Het in november 1913 in de vaart gebrachte stoomschip GELRIA blijkt in alle opzichten aan de hoge eisen, voor de passagiersdienst gesteld, te beantwoorden. Op het resultaat van dit boekjaar kon het in de vaart brengen van de GELRIA uit de aard der zaak nog niet van grote invloed zijn; de directie heeft echter grond te verwachten dat dit schip evenals de andere passagiersschepen spoedig bij het reizend publiek populair zal worden. Het zusterschip TUBANTIA is zo goed als gereed en zal begin april a.s. in de vaart worden gebracht. De gunstige resultaten in het afgelopen jaar bereikt, waren voor een groot deel te danken aan het toegenomen goederenvervoer en de goede vrachten die konden bedongen worden, alsmede aan de betere inrichting van de vrachtdienst na de splitsing daarvan, waarvan in het vorig jaarverslag werd gewaagd. De gespannen toestand op de geldmarkt heeft er helaas toe geleid, dat de uitvoer naar Brazilië en Argentinië in de laatste maanden belangrijk is geslonken, wat gepaard gaat met een inzinking van de vrachtenmarkt; dit doet zich ook vooral op het gebied van de thuisvrachten gevoelen, zodat deze weer op een bedenkelijk laag peil zijn gekomen. Intussen belooft de mais-oogst in Argentinië belangrijk te worden, waarvan een verbetering van de thuisvrachten verwacht mag worden. De directie waagt zich echter niet aan voorspellingen te dezen opzichte en kan alleen de hoop uitspreken, dat de toestanden in Brazilië en Argentinië spoedig weer zullen verbeteren.
Op de Balans 1913 komen o.a. voor onder het actief: Ongeplaatste aandelen NLG 10.000.000 (v j. NLG 14.500.000), stoomschepen en lichters NLG 15.887.621 (NLG 11.400.586). af: totaal van de afschrijving tot op heden NLG 3.371.121 (NLG 2.409.959), stoomschepen in aanbouw NLG 3.184.767 (NLG 83.804.001), magazijn rekening NLG 160.444 (NLG 160.214), vooruitbetaalde assurantiepremies NLG 187.256 (NLG 127.334), debiteuren NLG 510.808 (NLG 791.357), onkosten lopende reizen NLG 681.011 (NLG 678.401), en kassa en kassiers NLG 2.070.307 (NLG 917.631), en onder het passief: Aandelen kapitaal NLG 20.000.000 (als v.j.), 4½% Obligatielening 1908 NLG 2.000.000 (als v.j.), 4½% Obligatielening 1909 NLG 2.500.000 (als v.j.), 4½% Obligatielening 1912 (2.000.000 (v.j. NLG 6.500.000, waarvan in portefeuille NLG 3.250.000), reservefonds (art. 28 van de Statuten) NLG 124.527, crediteuren NLG 942.540 (NLG 621.867) en vracht- en passagegelden lopende reizen NLG 715.128 (NLG 1.024.954).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 maart. Heden is alhier aangekomen met bestemming voor Hamburg een nieuw gebouwd ewerschip HERTA. Dit schip, metende 160 m3 netto, is gebouwd op de werf van Gebr. Van Diepen te Waterhuizen. Kapitein Dories van Groningen is belast met de overbrenging naar de plaats van bestemming.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 maart. Het tjalkschip ALPHA, voorheen kapt. E. Beck te Groningen, is voor een geheime prijs verkocht aan J. Doornbos, vroeger stuurman op het zeilschip CONFIANCE.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 maart. Het zeilschip CONFIANCE, voorheen kapt. Voordewind, is voor geheime prijs verkocht aan de heer W. Janssen te West-Rhauderfehn en zal onder Duitse vlag varen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 6 maart. Van de scheepstimmerwerf van de firma E.J. Smit en Jzn. alhier werden heden te water gelaten 2 elevator-bakken in aanbouw voor de stad Bremen. Deze zijn de 3e en 4e van een zestal. Genoemde firma leverde aan de stad Bremen in het geheel reeds 30 zulke schepen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stadskanaal - Bonnermond, 6 maart. Van de werf van de heer W. Mulder alhier, liep heden met goed gevolg te water de nieuwe stalen gaffelschoener, gedoopt VELOX, groot 200 ton, voor rekening van kapt. E. Brouwer van Wildervank.
Daarna werden de kielen gelegd voor een segelschute groot 90 ton, voor rekening van de heer Gustaw Lumpe, van Wilster (Duitsland) en voor een bolpraam voor de heer G. Tonkens van Stadskanaal.


09 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te IJmuiden ligt zeeklaar om door de sleepboot HOLLAND naar Makassar te worden gesleept de emmerbaggermolen MADJOE, welke bij de Conradwerf te Zaandam gebouwd werd. Het vaartuig meet bruto 472 en netto 300 reg. ton.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Kiel-Windeweer, 7 maart. Heden werd met goed gevolg te water gelaten een staal-ijzeren, schuitje voor rekening van R. Westerhuis van hier, terwijl de kielen werden gelegd voor een klipperaakschip voor rekening van schipper B. Ridderbos van Appingedam en een voor schipper Zeewering (opm: mogelijk Zemering?) van Delfzijl.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 9 maart. Van de N.V. Scheepswerven v/h G. & H. Bodewes te Martenshoek werd zaterdag jl. (opm: 7 maart) met goed gevolg te water gelaten de stalen zeesleepboot ANNA FRATER voor rekening van de heren E. Frater Smid & Zoon te Groningen De sleepboot, welke de grootste boot is, in de provincie gebouwd, wordt voorzien van ketel en machine-installatie groot 400 ipk, welke wordt geleverd door de N.V. Machinefabriek te Martenshoek en wordt tevens voorzien van grote bergingspomp, en elektrisch licht.
Het geheel wordt gebouwd naar de klasse van de Germ. Lloyd en Scheepvaartinspectie grote kustvaart. De boot zal in april 1914 opgeleverd moeten worden en dienst doen in de sleepdienst van genoemde firma.
De kiel zal gelegd worden voor een dergelijke sleepboot CORNELIA FRATER, eveneens voor rekening van de heren E. Frater Smid & Zoon, waarin geplaatst zal worden een triple machine van 350 ipk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 9 maart. Zaterdag is van de werf van de firma Wortelboer & Co. te water gelaten de sleepkaan CHRISTEL, groot 850 ton, voor rekening van de heer S. Stempes te Duisburg en daarna de kiel gelegd voor een dergelijk schip , ook voor Duitse rekening.


10 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figee te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip CATHARINA, gebouwd voor rekening van de maatschappij ‘Spurn’ te IJmuiden.


11 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring. In de gistermiddag gehouden zitting van de Raad is een onderzoek ingesteld betreffende de aanvaring op de Atlantische Oceaan op 18 oktober jl. tussen het stoomschip CHARLOIS (gezagvoerder Joh. Schmidt uit Elsfleth, rederij American Petroleum Co. te Rotterdam) en het wrak van het Engelse stoomschip VOLTURNO.
Het stoomschip VOLTURNO, van de Uranium Steamship is, zoals men weet, op de Noord-Atlantische Oceaan door brand vergaan.
De gezagvoerder J. Schmidt, als getuige gehoord, deelt mee dat hij 6 oktober 1913 van Norfolk vertrok naar Amsterdam.
Op de avond van de 17e oktober ontmoette hij op 46 gr. 44 sec. N.B. en 30 gr. 44 sec. W.L. het wrak van een stoomschip. In de nabijheid gekomen zond hij een sloep met de 1e officier aan boord, die na onderzoek rapporteerde dat het een groot verlaten, uitgebrand stoomschip was, dat later bleek de VOLTURNO te zijn.
Getuige besloot daarop de dag af te wachten en dan te trachten, indien het mogelijk was, het schip op sleeptouw te nemen. Bij het dag worden ging hij aan boord, doch het bleek hem bij onderzoek niet mogelijk te zijn, aangezien het stuurgerei gesmolten was en het roer daardoor onbruikbaar was.
Hij gaf daarop order aan de 1e machinist en de 1e stuurman de verschillende kranen in de machinekamer open te zetten en het schip te laten zinken. Intussen stoomde de CHARLOIS rond het wrak en kwam ten gevolge van een harde invallende bui in aanraking met het achterschip, ten gevolge waarvan een van de reddingboten werd beschadigd en de reling werd ingedrukt. Bij binnenkomst bleek het schip bij deze aanvaring nog enige deuken in de beplating te hebben bekomen. Getuige heeft het wrak niet zien zinken, wel dat het enige voeten dieper lag en veronderstelt dat het enige tijd nadat hij weg gestoomd is, gezonken is. De plaats waar hij het wrak ontmoette, was op een afstand van 600 mijlen van de Azoren. Bij het bezoek aan boord vond men nog 4 geheel verkoolde lijken aan dek. Men heeft van het wrak de stoomfluit en de scheepsklok meegenomen en aan de eigenaars ter hand gesteld.
Getuige deelt mee dat hij het wrak heeft laten zinken voor de algemene veiligheid op zee. Bij binnenkomst heeft niemand hem over deze daad gesproken Een van de raadsleden is van oordeel dat de gezagvoerder voor deze daad een goede beloning toekomt.
De 1e machinist A.W. van Zeeland deelt mee dat de machine bij zijn bezoek aan het wrak in goede toestand was. Het stuurgerei was echter totaal onbruikbaar.
Nadat bij onderzoek bleek dat het niet mogelijk was het schip naar een haven te slepen heeft hij de inlaatcirculatie open gezet en de klep er uit genomen om het schip te laten zinken. Hij is overtuigd dat alhoewel de waterdichte deuren niet open te krijgen waren, het water zich toch wel door tunnel enz. over het schip verspreid zal hebben en de waterdichte schotten zich wel begeven zullen hebben.
De 2e stuurman. B.T. van der Veen van Delfzijl, verklaart dat hij in de bewuste morgen op de brug was toen de CHARLOIS om het wrak heen stoomde. Na te hebben geloefd werd volle kracht vooruit gestoomd ten einde het achterschip vrij te krijgen. Maar schip en wrak kwamen met elkaar in aanraking en daar de VOLTURNO hoger lag beschadigde zij de reddingboot en het hekwerk aan bakboord van de CHARLOIS. Getuige was niet aan boord van de VOLTURNO geweest. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is te Delft van de scheepswerf De Toekomst, fa. B. de Groot, te water gelaten een sleepschip van 50 meter lengte, groot 513 ton, voor rekening van de heer D. van der Kroef te Rotterdam. Daarna werd de kiel gelegd voor een motorboot lang 23,90 meter voor rekening van de heer A. Petit, directeur van de Veursche Groentenveilingen, voor twee sleepschepen, resp. 50 meter en 37,75 meter voor de heer O.J. Michielse te Nijmegen en de heer E. Edelenbos te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 11 maart. Gisteren namiddag is op de Eems proefgestoomd met de nieuwe sleepboot EEMSHORN, voor rekening van de heer H. Toxopeus, strandvonder te Rottummeroog. Als kapitein zal fungeren J. Toxopeus alhier. Het is gebouwd op de werf van de firma Johs. Berg te Farmsum, door wie tevens de compound machine van 160 ipk is geleverd. Deze proeftocht heeft in alle opzichten aan de gestelde eisen voldaan en werd een vaart van tien mijlen gemaakt.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 11 maart. Van hier is gisteren naar Emden vertrokken, om aldaar te laden, het op de werf van de heer L. Mulder te Hoogezand nieuw gebouwde ewerschip SEEHUND, groot 169 m3 netto, kapitein-eigenaar G. Smidt te Hamburg. Het schip zal onder Duitse vlag varen. (opm: zie ook HND 240314)


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 11 maart. De torpedoboten G 13 en G 14 gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' alhier, werden heden door het Departement van Marine overgenomen en in dienst gesteld.


12 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 12 maart. De gezagvoerder van het stoomschip FRISIA van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, gisteren te Lissabon aangekomen, rapporteert, dat gedurende de reis door onbekende oorzaak brand is ontstaan in het bagageruim, die met de aan boord beschikbare middelen, zonder dat zich incidenten voordeden, is geblust. De bagage is gedeeltelijk verbrand, gedeeltelijk door water beschadigd. Persoonlijke ongelukken hadden niet plaats. De kapitein prijst het gedrag van de bemanning als voorbeeldig. De FRISIA vertrok gisteravond van Lissabon en wordt, behoudens onvoorziene omstandigheden, zondag a.s. hier verwacht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 12 maart. Volgens bij de directie van de Koninklijke Hollandsche Lloyd ingekomen bericht, heeft het stoomschip TUBANTIA gisteren op de proeftocht op de gemeten mijl in de Firth of Clyde, in alle opzichten uitstekend voldaan. Het stoomschip is hedenmorgen vroeg naar Amsterdam vertrokken en wordt, behoudens onvoorziene omstandigheden, zaterdag, ‘s morgens te 9 uur, te IJmuiden verwacht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is bij Verschure & Co's Scheepswerf en Machinefabriek te Amsterdam met goed gevolg te water gelaten een stalen zeesleepboot, gebouwd voor Hollandse rekening lang, 96', breed 24' en hol 12', welke aan dezelfde inrichting voorzien zal worden van een machine van 600 ipk.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Lissabon, 9 maart. Het Nederlandse schip PRIMA moet dokken voor onderzoek van eventuele schade.


13 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hudig en Veder’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam.
De twee schepen van de maatschappij, de CALLISTO en de THEMISTO, waren blijkens het jaarverslag in de Savannah-dienst, die gezamenlijk met de Holland Amerika Lijn wordt onderhouden. De winst- en verliesrekening wijst in het credit een bedrag van NLG 194.978 (v.j. NLG 222.608). Hiervan wordt NLG 73.470 gebezigd voor een gewone en een buitengewone afschrijving op de stoomschepen, terwijl NLG 33.254 op het reparatiefonds wordt overgebracht. Uit het overige wordt een dividend van 7% (v.j. 7%) op de preferente en van 12% v.j. 11½%) op de gewone aandelen betaald.
Maatschappij ‘Zeevaart’.
Deze, eveneens onder directie van de firma Hudig en Veder werkende maatschappij, biedt een verslag aan over 8 maanden, terwijl nog slechts het eerste stoomschip de ARUNDO in de vaart was. Een tweede stoomschip wordt in mei opgeleverd. Met de ARUNDO is in die 8 maanden een voordelig saldo behaald van NLG 58.626, waarvan NLG 20.070 wordt bestemd voor afschrijving op het stoomschip en NLG 5.000 wordt afgezonderd voor een reparatiefonds. Het overige stelt in staat om 7% dividend uit te keren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Swan Hunter, Wigham Richardson & Co. te Newcastle, werd gisteren (12 maart) met goed gevolg te water gelaten het stoomschip VAN HOGENDORP, in aanbouw voor Wambersie & Zoon's Algemeene Stoomvaartmaatschappij te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 maart. Alhier is gisteren, na een reis van 120 dagen, aangekomen het Noorse viermastschip SOKOTO, van Antofagasta (Chili). Dit schip is groot 5.980 m3 netto en is geladen met 38.132 zakken chilisalpeter. makende een gewicht van 3.600.000 kg. Gedurende de reis heeft het schip met zware stormen te kampen gehad. Ook de laatste dagen, die het in de Noordzee heeft doorgebracht, was het steeds stormweer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 maart. Heden is alhier aangekomen de nieuwe stalen twee-mast schoener ROELFIENA, ter grootte van 337 m3. Dit schip is gebouwd op de werf van Gebr. van der Werf te Stadskanaal, is eigendom en wordt bevaren door kapt H. Holwerda van Gasselternijveen en ligt met een lading cokes zeilklaar voor Frederikshalt (Noorwegen).


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

St. Vincent, 11 maart. De sleepboot BEVERWIJK 12 heeft gerepareerd en werd vlot gebracht. De reis zal waarschijnlijk 14 dezer worden voortgezet.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Weymouth, 11 maart. Men heeft gisteren uit het stoomschip DOROTHEA 750 ton lading geborgen en gaat hedennacht door met bergen.


14 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over 1913, uit te brengen in de algemene vergadering van deelhebbers op 1 april a.s., wordt het volgende ontleend: Het aantal reizen, door de schepen van de Maatschappij volbracht, bedroeg in 1913 460 tegen 420 reizen in 1912. Vervoerd werden 1.406.821 ton lading tegen 1.176.566 ton in 1912, terwijl het bruto-vrachtcijfer NLG 9.407.411 tegen NLG 7.884.013 in het voorgaande jaar bedroeg. De gunstige toestand op de vrachtenmarkt, waarvan in het vorig jaarverslag melding werd gemaakt, hield gedurende het grootste gedeelte van het jaar aan, doch maakte in de herfst voor een hevige depressie plaats. Met het oog hierop werd liet wenselijk geoordeeld wederom ruim af te schrijven en de reserves van de Maatschappij aanzienlijk te versterken. De vloot werd met twee schepen versterkt, van 3.450 en 2.140 ton draagvermogen. Verkocht werden daarentegen de stoomschepen AURORA, HEBE en NEREUS, alle met een aanzienlijke winst boven de boekwaarde.
Behalve de in het vorig jaarverslag genoemde drie stoomschepen, welke reeds in 1912 besteld werden en waarvan het eerste, stoomschip HERCULES, onlangs opgeleverd werd en de andere in de loop van de zomer gereed zullen komen, werd, nadat de prijzen van nieuwe schepen naar de mening van het bestuur voldoende gedaald waren, de bouw van nog twee schepen van het type “Triton" opgedragen. De behoefte aan deze uitbreiding wordt in verband met de verdubbeling in het lopende jaar van de diensten op Spanje en St. Petersburg dringend gevoeld. Hoewel de vloot ook thans weer voor scheepsrampen gespaard bleef, liet de rekening Assurantie Eigen Risico ten gevolge van vele averijen een verlies. De oplevering van het eerste gedeelte van de nieuwe loodsen en kade aan de noordzijde van het IJ-eiland wordt in november e.k. verwacht.
De daling van de koersen van beleggingswaarden maakte een belangrijke afschrijving op het effectenbezit van de Maatschappij nodig.
De Nieuwe Rijnvaart Maatschappij werkte met een gunstig resultaat: Na belangrijke afschrijvingen en reserves kon zij 6% dividend uitdelen. Haar vervoer steeg van 284.077 ton in 1912 tot 331.982 ton in 1913; haar vloot telt 26 stoomschepen, waarvan 3 nog in aanbouw zijn. Het eerste van deze komt eerstdaags, de beide andere in juni a.s. in de vaart. Het dividend van de maatschappij bedraagt NLG 40 voor elk geheel en NLG 20 voor elk half aandeel. Op het einde van 1913 had de vloot een draagvermogen van 131.740 ton.
Op de balans komen voor aan de debetzijde: Aandelen in portefeuille NLG 95.500 (v.j. NLG 97.500); Stoomschepen en lichterschepen NLG 8.221.507 (NLG 8.025.466); Stoomschepen in aanbouw NLG 462.132 (NLG 101.940); Inrichting aan de IJkade NLG 686.000 (NLG 685.000); Ambtenaarswoningen Handelskade NLG 58.851 (—); Kantoorgebouw Prins Hendrikkade NLG 30.000 (als v.j.); Loods te Rotterdam NLG 1 (NLG 10.000); aandelen Nieuwe Rijnvaart Maatschappij NLG 998.000 (als v. j.); NLG 177.000 4% obligaties idem NLG 177.000 (NLG 184.000); NLG 3.404.500 aandelen Koninklijke West-Indische Maildienst NLG 3.404.500 (NLG 3.402.500); NLG 480.000 aandelen N.V. Kantoorgebouw „Het Scheepvaarthuis", NLG 72.000 (NLG 92.000); Andere effecten en prolongaties NLG 991.134 (NLG 1.215.383); Kassa, en kassier NLG 67.855 (NLG 42.202); Wissels in portefeuille NLG 20.577 (NLG 30.601); Debiteuren NLG 1.222.904 (NLG 863.094); Belegging van het assurantiefonds NLG 633.958 (NLG 532.427); Belegging van het pensioenfonds NLG 753.080 (NLG 542.781); Meubilair NLG 1 (als v.j.); Scheepsbehoeften en victualiën NLG 25.995 (NLG 15.858); totaal NLG 17.920.999 (v.j. NLG 16.868.757); en aan de creditzijde: Maatschappelijk kapitaal NLG 11.500.000 (als v.j.); 4% oblig.lening 1909 NLG 1.760.000 (NLG 1.840.000); Aflosbaar gestelde obligaties NLG 2.000 (als v.j.); Te betalen coupons NLG 180 ( als v.j.); Achterstallige dividenden NLG 9.483 (NLG 9.376); Crediteuren NLG 913.186 (NLG 569.878); Assurantiefonds NLG 700.000 (NLG 640.000); Pensioenfonds NLG 784.934 (NLG 707.616); Reserve voor ongevallen NLG 204.000 (NLG 127.000); Reserve voor diverse belangen NLG 1.000.000 (NLG 460.000) ; Reserve voor woningbouw NLG 20.000 (als v.j.); Diverse kleine, reserves NLG 112.000 (NLG 74.238); Dividendrekening NLG 912.360 (NLG 912.200); Winst- en verliesrekening NLG 2.855 (NLG 6.267); totaal NLG 17.920.999) (v.j. NLG 16.868.757).
Blijkens de winst- en verliesrekening bedroeg de brutowinst NLG 3.906.307 (NLG 3.570.438), waarvan de vaart van de stoomschepen NLG 3.430.160 (NLG 2.816.793). Na aftrek van de onkosten ad NLG 430.230 (NLG 415.591), onderhoudskosten van de schepen NLG 434.247 (NLG 320.766), premie van assurantie NLG 229.931 (NLG 221.692), koersverlies op waarden in portefeuille NLG 84.792 en afschrijvingen NLG 770.163 (NLG 615.559) enz., blijft een saldo nettowinst van NLG 1.704.487 (NLG 1.589.234). Hiervan wordt gereserveerd NLG 657.761 en aan de aandeelhouders 8% (als v.j.) dividend uitgekeerd. In de a.s. algemene vergadering van aandeelhouders komt een voorstel tot machtiging tot uitgifte van een obligatielening in behandeling. (opm: zie ook AH 010414)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke West-Indische Maildienst.
Aan het verslag over het boekjaar 1913 wordt het volgende ontleend:
Gebruik makende van de desbetreffende clausule van het in 1906 gesloten contract nam de United Fruit Company in het afgelopen jaar de stoomschepen COPPENAME en SURINAME van de Maatschappij over. Daarmee werd de bananenvaart, welke in de afgelopen jaren op een verlies van ruim NLG 1.400.000 (rente ad 4% inbegrepen) te staan kwam, ten einde gebracht. De vaart tussen New York en Suriname werd, na die verkoop ettelijke maanden door gehuurde schepen, eveneens met verlies, en daarna door twee aangekochte passagiers- en vrachtschepen, de stoomschepen ST. JAN en ST. THOMAS, welke men in NICKERIE en COMMEWYNE herdoopte, voortgezet. De directie hoopt dat de lijn van nu af betere resultaten zal afwerpen.
In het begin van het jaar voerde men met de Regering besprekingen, ditmaal met betrekking tot het vervoer van bananen van Suriname naar Nederland. De directie deed desbetreffende voorstellen en toen het bleek dat de regering daaraan gekoppeld wenste een voorstel tot het financieren van de cultuur en de verkoop van het product, handelingen welke niet binnen de werkkring van de Maatschappij vallen, werd met enige mannen uit de financiële wereld een comité gevormd waarvan het lid, de heer J. Sibinga Mulder (oud-administrateur van een cultuuronderneming op Java, door wie reeds in verschillende tropische landen onderzoekingen betreffende tropencultures werden gedaan), een plaatselijk onderzoek instelde naar de voorwaarden waaronder de bacoven cultuur in Centraal-Amerika gedreven wordt en in Suriname gedreven zou moeten worden, om het mogelijk te maken dat zij, tegenover de er aan verbonden risico's, ook voldoende winsten afwerpt. Het door de heer Sibinga Mulder uitgebrachte rapport luidde, ten aanzien van de in Suriname bestaande natuurlijke voorwaarden gunstig, ten opzichte van de aldaar gevolgde plantwijze ongunstig. Mits deskundig geleid, uitgerust met een aanzienlijk kapitaal en verzekerd van goede verkoopprijzen in Europa, zou een bacovencultuur- en transportonderneming een goede kans van slagen hebben. Deelneming van de United Fruit Company, het lichaam dat de handel in bananen vrijwel beheerst, werd echter een vereiste geacht; toen deze maatschappij onlangs meedeelde, dat zij niet opnieuw kapitaal in Suriname wenste te wagen, moest van de zaak worden afgezien. De stoomschepen JAN VAN NASSAU en LODEWIJK VAN NASSAU, die respectievelijk 23 mei en 1 augustus in de vaart werden gebracht, voldoen geheel aan de verwachtingen. De stoomschepen PRINS WILLEM III en PRINS WILLEM IV werden in de loop van dit jaar verkocht voor prijzen die de boekwaarde belangrijk overschreden. In december opende men een driewekelijkse dienst met van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij gehuurde vrachtschepen op Venezuela, COLUMBIA en COLON; het is echter het voornemen deze, in de aanvang van 1915 te vervangen door drie modern ingerichte passagiers- en vrachtschepen van ongeveer 5.100 ton laadvermogen en kunnende vervoeren 110 passagiers 1e klasse. Twee van deze, namelijk de stoomschepen VENEZUELA en COLUMBIA, zullen door de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam gebouwd worden, terwijl men in december de bouw van het stoomschip ECUADOR opdroeg aan de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen. De steiger en de opslagloods voor goederen te Paramaribo werden aanzienlijk uitgebreid. Onder goedkeuring van commissarissen besloot de directie vanaf 1 januari 1914, het personeel van de Maatschappij, onder zekere voorwaarden, aanspraak te verlenen op een pensioen, zowel voor hen zelf als voor hun weduwen en wezen; in verband hiermee werden door de buitengewone vergadering van aandeelhouders, gehouden op 8 december 1913, enige wijzigingen in de statuten aangebracht, waardoor de mogelijkheid geopend is, jaarlijks vast te stellen bedragen uit de winst op een pensioenrekening te boeken en werd het creditsaldo van het ondersteuningsfonds op deze rekening overgebracht. De stoomschepen, in de hoofdlijn varende, volbrachten in dit boekjaar 26 reizen en die, welke in de New York-Paramaribo-Lijn voeren, 25 reizen.
Voor ernstige averijen werd de vloot gespaard.
Het geldelijk resultaat, verkregen met de exploitatie over het jaar 1913, is minder bevredigend dan over het voorafgaande boekjaar, hetgeen voornamelijk toe te schrijven is, behalve aan het bovenvermeld verlies, geleden met de New York-Paramaribo Lijn en aan buitengewone reparatiekosten, aan de mindere winst, gemaakt met de ‘Assurantie Eigen Risico’, alsook aan de omstandigheid, dat in 1912 op de hoofdlijn winst op één reis meer dan in 1913 geboekt kon worden. De directie stelt voor, de winst uit de verkoop van de twee schepen verkregen ad NLG 145.000 te reserveren voor diverse belangen. Het bruto winstsaldo, inclusief saldo Ao Pa, bedraagt NLG 687.492 (v.j. NLG 866.698), wordt hiervan afgetrokken; het koersverschil op beleggingen NLG 4.774 (NLG 9.086), afschrijving op de stoomschepen NLG 281.369 (NLG 381.247), afschrijving op ponten en barkassen NLG 1.999, afschrijving op inrichtingen te Paramaribo NLG 10.000; reserve voor diverse belangen NLG 145.000, dan blijft voor verdeling beschikbaar NLG 244.350 (NLG 323.515), waarvan 6% (v.j. 7%) als dividend uit te keren.
Van de 4% geldleningen van 1900 en 1907 waren op 1 jan. 1913 in omloop 1.830 obligaties tot een bedrag van NLG 1.830.000. In 1913 werd uitgeloot tot een bedrag van NLG 110.000, zodat het bedrag van de leningen 1900 en 1907 op 31 dec. 1913 is NLG 1.720.000. De 10 stoomschepen van de Maatschappij staan op de balans voor NLG 4.145.000. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 1.825.763. De loodsen en steigers te Paramaribo staan op de balans voor NLG 94.000. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 234.667. Het kantoorgebouw staat op de balans voor NLG 40.000. Er is achtereenvolgens op afgeschreven NLG 34.100. Het reservefonds was op 1 jan. 1913 groot NLG 227.100.
Er wordt aan toegevoegd 20% van de overwinst NLG 12.724, zodat het thans bedraagt NLG 239.824. Het assurantiefonds bleef onveranderd op NLG 500.000.
De commissarissen, de heren G.A. baron Tindal en Abram Muller, zijn volgens rooster aan de beurt van aftreden, doch herkiesbaar.
Op de balans paraisseren o.a. onder het debet: Stoomschepen NLG 4.145.000 (NLG 3.439.400), idem in aanbouw NLG 405.661 (NLG 582.694), prolongatie NLG 330.000 (NLG 1.428.000), beleggingen in fondsen NLG 431.211 (NLG 452.698), debiteuren NLG 1.523.186 (NLG 837.376). reisonkosten lopende reizen NLG 375.968 (NLG 291.956), en onder het credit: Kapitaal NLG 7.000.000, onuitgegeven aandelen NLG 3.500.000 = NLG 3.500.000 (onveranderd), crediteuren NLG 527.669 (NLG 371.523). reservefonds NLG 239.827 (NLG 227.100), assurantiefonds NLG 500.000 (onveranderd), pensioenrekening NLG 129.069, ontvangen vracht en passage lopende reizen NLG 372.797 (NLG 384.014), dividend 1913 NLG 210.000 (NLG 245.000).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 maart. Heden vertrok van hier het op de werf van de heer G.J. v.d. Werf te Hoogezand nieuwgebouwde ewerschip GERTRUD LOUISE, kapt. H. Post. Het schip, hetwelk voorzien is van zeiltuig en groot 153 m3 netto, wordt door genoemde kapitein via Bremen naar de bestemming, Flensburg, gebracht, alwaar het thuis behoort, en zal onder Duitse vlag varen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 maart. Het tjalkschip ZWAANTJE SPEELMAN, kapt. J. de Vries, is onderhands aan kapitein W. ter Veer van Groningen verkocht. Prijs geheim. Kapitein De Vries heeft een nieuw motorschip besteld bij de firma Gebr. Verstockt te Martenshoek.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Weymouth, 12 maart. Volgens rapport breekt het stoomschip DOROTHEA op en heeft men het schip verlaten, het bergingsvaartuig LYONS is alhier aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Van de werf van de firma Swan Hunter, Wigham Richardson & Co. te Newcastle, is met goed gevolg te water gelaten het stoomschip VAN HOGENDORP in aanbouw voor Wambersie & Zoon's Algemeene Stoomvaartmaatschappij te Rotterdam.


15 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de Scheepswerf ‘Nicolaas Witsen' van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, is met goed gevolg te water gelaten een stalen passagiersmotorboot, lang 50 voet, breed 15 voet en met een 26 pk. 4-cilinder motor. De boot is gebouwd voor rekening van de Havenstoombootdienst te Amsterdam, en bestemd voor rondvaart met toeristen door en rondom de stad Amsterdam.


16 maart 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De brand aan boord van de FRISIA.
Men meldt ons uit Amsterdam: Gisterennamiddag te 6 uur is de mailboot FRISIA van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, die, gelijk wij reeds gemeld hebben, op de thuisreis een vrij ernstige brand heeft gehad, te Amsterdam binnengevallen. De kapitein, de heer J.J. Graat, had uit Lissabon aan de directie van de Maatschappij geseind, dat er brand was geweest in het bagageruim, doch dat deze met eigen middelen geblust had kunnen worden.
Wij kunnen hieromtrent thans het volgende meedelen: Het was twee dagen na het vertrek uit Rio de Janeiro, zodat de FRISIA in volle zee was, toen tijdens het diner de kapitein plotseling gewaarschuwd werd, dat er zware rookwolken sloegen uit het bagageruim, hetwelk zich ongeveer midscheeps bevindt. Reeds onmiddellijk daarna sloegen de vlammen uit het luik, zodat het onmogelijk was de opvarenden (ongeveer 50 1e klasse, 60 2e klasse en 500 tussendekpassagiers) nog onkundig te houden van hetgeen er gaande was. Hier en daar ontstond een begin van paniek; sommigen hadden reeds de zwemvesten aangedaan en enige passagiers waren naar de sloepen gesneld en trachtten deze los te krijgen, wat hun belet werd. Vooral onder de landverhuizers tussendeks dreigde een grote verwarring te ontstaan; de kapitein en de officieren hadden intussen zich ervan kunnen vergewissen, dat, hoezeer de brand zich ernstig liet aanzien, er geen onmiddellijk gevaar bestond voor het schip en men er zeer waarschijnlijk in zou slagen het vuur spoedig, zo niet te blussen, dan toch meester te worden. De gezagvoerder deelde dit aan de passagiers en opvarenden mee op een zo overtuigende wijze, dat het begin van paniek spoedig bezworen was. Gelijk reeds blijkt uit het eerste telegrafisch bericht uit Lissabon, heeft de bemanning zich bij het blussen van de brand en het handhaven van de orde voorbeeldig gedragen, en de zeer moeilijke taak van de officieren daardoor niet weinig vergemakkelijkt. Het bleek onmogelijk de vuurhaard te bereiken; de pogingen, om de vlammen met het Clayton-apparaat te blussen bleken vruchteloos, waarop het ruim werd afgedekt, zodat de luchttoevoer werd afgesloten. Twee dagen lang werden nu massa's water in het brandende ruim gespoten; daarna meende men, dat de vlammen wel geblust zouden zijn, maar toen het ruim weer geopend werd, sloegen opnieuw rook en vlammen uit. Nogmaals werd het luik afgedekt en men hervatte het spuiten. Toen de brand bijna 5 dagen geduurd had, besloot de kapitein het ruim vol te doen lopen, waardoor het schip aan stuurboordzijde zware slagzij kreeg, nadat, door deze radicalen maatregel het vuur aan deze kant geblust was, werd het ruim ook aan de andere kant onder water gezet, waarop het schip zich oprichtte en vervolgens zware slagzij over bakboord kreeg. De brand was thans echter geblust. De volgende dag werden de passagiers bij de bagage toegelaten. Het vuur had vooral verwoestingen aangericht onder de armoedige boeltjes van de landverhuizers; bijna niets was onbeschadigd gebleven en voor zover het niet verbrand was, dreef alles van het water. Natuurlijk hadden slechts zeer weinigen van de tussendekpassagiers hun bagage verzekerd, hoewel op de passagebiljetten uitdrukkelijk vermeld staat dat de Maatschappij niet aansprakelijk is voor schade aan de bagage. Weldra geleek het gehele voordek en de bak op een markt van afgedragen kledingstukken, die aan lijnen te drogen gehangen waren. Onder de tussendekpassagiers, meestal Spanjaarden, heerste begrijpelijkerwijze de grootste wanhoop en verslagenheid. Wij vernemen, dat ook aan het schip door het vuur vrij ernstige schade is toegebracht; onder en terzijde van het bagageruim bevinden zich n.l. de vrieskamers, waarvan alle installaties vrijwel geheel vernield zijn. Onmiddellijk na het uitbreken van de brand had de FRISIA draadloos verbinding met een viertal oceaanstomers in de nabijheid, die zich gereed hielden om op het eerste sein te hulp te komen. Het is echter gelukkig niet zover gekomen, dat dit nodig werd. Omtrent de oorzaak van de brand moet nog niets gebleken zijn.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De brand aan boord van de FRISIA.
Aangaande de brand aan boord van de FRISIA van de Kon. Holl. Lloyd vernemen wij door bemiddeling van verschillende leden van de bemanning nader het volgende: Het schip was op de thuisreis uit Argentinië met ruim 400 passagiers en een lading lijnzaad, toen brand werd ontdekt in het bagageruim. Aanvankelijk hoopte men het brandende lijnzaad met zwavel te blussen en de bagage door nathouden te redden. Hiermee ging men drie, dagen voort, doch zonder dat men er in kon slagen het vuur meester te worden. De zwaveldampen drongen door het gehele ruim, zodat de chef-kok en de slager, die zich in de vrieskamer begaven om vlees te halen, door de gassen, welke zich daar hadden opgehoopt, werden bedwelmd. Men begrijpt dat onder de passagiers, vooral onder die van de derde klasse, een grote consternatie ontstond. Tenslotte slaagde men er in, nadat men nog een gehele nacht en dag met de spuiten had gewerkt, het vuur meester te worden. De schade die de passagiers, waaronder veel terugkerende landverhuizers, van wie de bagage meestal niet verzekerd is, hebben geleden, is zeer groot. Men vermoedt dat de brand is ontstaan door het wegwerpen van een brandende sigaar. De schade werd nog vergroot, doordat het water door de patrijspoorten, die men had opengezet om de dampen te laten wegtrekken, in het ruim stroomde.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De INSULINDE.
Insulinde, de naam door Multatuli uitgedacht voor ons trotse koloniale rijk, „dat zich daar slingert als een gordel van smaragd om den evenaar", het is nu ook de naam geworden van een schip van de Nederlandse vloot, dat die koloniën waardig is, een schip tevens waarop de Nederlandse scheepsbouwnijverheid recht heeft als belangrijk staal van haar productievermogen met grote voldoening neer te zien. Niet minder intussen ook de rederij — de Rotterdamsche Lloyd — die aan de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen opdracht gaf voor de bouw. Immers de indienststelling van dergelijke schepen in de vaart op onze koloniën kan niet anders dan betekenen, dan dat op de duur de gehele Nederlandse vloot op Indië uit dergelijke vaartuigen zal bestaan, waardoor aan onze industrie weer een groot veld van werkzaamheid wordt geopend. Schepen van deze grootte ongeveer het dubbele in capaciteit van de tot dusver gebezigde vaartuigen, bewijzen evenzeer de ontwikkeling die de Nederlandse koloniën in de laatste jaren hebben ondergaan. Immers het ligt voor de hand dat men tot geen vaartuigen van 10.000 ton en meer zijn toevlucht zou nemen, wanneer niet gegronde redenen aanwezig waren voor de onderstelling dat zij uitgaande zowel als thuiskomende vol bezet zullen zijn met passagiers en goederen. De INSULINDE heeft zondag (opm: 15 maart) haar proeftocht gedaan en zal onder bevel van kapitein Bagchus, de commodore van de Maatschappij, zaterdag haar eerste reis naar Batavia aanvaarden. Velen hadden met genoegen voldaan aan de uitnodiging van de directie, de heren Wm. Ruys & Zonen, om zich van de goede eigenschappen van het schip te overtuigen en tegenwoordig te zijn bij het plechtig ogenblik waarop in volle zee het nieuwe vaartuig door de rederij van de bouwmeesters zou worden overgenomen. Indien wij zeggen met genoegen, dan dient dit enigermate onder benefice van inventaris te worden aanvaard. Immers de auspiciën waaronder de tocht begon, waren niet al te veelbelovend. Aan de feestdag was een felle stormnacht voorafgegaan en ook zondagmorgen blies nog een felle koelte en wel zodanig dat het enige moeite kostte om op onze rivier het grote gevaarte om te trekken. Intussen, aan alle moeilijkheden, ook de grootste, komt met taaie volharding wel een einde, en toen we ietwat later dan bepaald zeewaarts gingen, zat de moed bij allen er ook weer in. Men begon het fraaie schip in alle richtingen te doorkruisen, bezocht de gezellige salons, daalde af in machinekamer, bevredigde zelfs zijn nieuwsgierigheid in de schroefkoker. Het kon op de rivier dan ook nog wel ongestraft gebeuren. Maar hoe zou de zee zijn? Tegen het naderen van de Hoek zag men dan ook de meesten zich samenpakken op de commandobrug, om van deze verheven plaats de toestand van de golven kritisch in ogenschouw te nemen. En dat werd een enorme meevaller, de stijve zuidwester bleek het water maar heel weinig in beroering te brengen, zodat men zich met gerust hart aan de altijd ietwat onbetrouwbare zee kon toevertrouwen, te eerder, wijl in het trotse vaartuig nauwelijks enige beweging te bespeuren was, zodat het dus een ideaal voor passagiers kan heten. De tocht werd uitgestrekt tot het vuurschip Maas, waar onder luide hoera's van de gasten de Lloyd-vlag werd gehesen als bewijs dat het schip aan de vereisten had voldaan en door de Maatschappij was overgenomen. Met opgewektheid zetten de talrijke aanwezigen zich toen aan tafel in de fraaie salon eerste klasse. Met directie en commissarissen van Lloyd en Schelde, namen o.m. aan de verschillende tafels plaats mr. A.R. Zimmerman, burgemeester van Rotterdam, mr. J.C.A .Everwijn, administrateur, chef van het departement van handel, verschillende Amsterdamse en Rotterdamse reders en vertegenwoordigers van handelshuizen, hoofdambtenaren van de gemeente, persoonlijke vrienden van de directies, dignitarissen, heren doctoren, enz. Aan het op uitmuntende wijze door de Javaantjes geserveerde dejeuner, werd — behoeft het gezegd — menig hartelijk woord gesproken. Zo door de heer Arie Smit, president-commissaris van de Mij. ‘De Schelde’, die er op wees welke hoge eisen tegenwoordig aan de vaart, ook op Indië, door het publiek worden gesteld, waarvan de trotse INSULINDE een uitvloeisel was; door de heer J.H. Beucker Andrea, commissaris van de Lloyd, die waardering uitsprak voor de prestatie van ‘De Schelde’, door burgemeester Zimmerman, die in het licht stelde van hoe grote betekenis ondernemingen als de Lloyd voor een havenstad zijn, door de heer B. Nierstrasz uit Amsterdam, die met waardering sprak over de Rotterdamse Waterweg en de bloei en de energie van Rotterdam, door de heer J. Rypperda Wierdsma, die pleitte voor een innige samenwerking tussen de verschillende Nederlandse rederijen, om het hoofd te bieden aan buitenlandse mededinging, en vele anderen meer, allen getuigende van het genoegen dat deze tocht op een van de schitterendste schepen van de Nederlandse vloot - product van een Nederlandse werf - hun had geschonken. Om vier uur lag het schip weer voor de wal. Gedurende de gehele vaart was het weer bijzonder fraai geweest. Kort na de terugkeer begon uit een grauwe lucht het water weer met onverminderde kracht te plassen. De INSULINDE kon dus al op deze eerste dag zich verhovaardigen op het wel willen van de elementen. Een goed voorteken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

N.V. Houtvaart te Rotterdam.
Blijkens het in de heden gehouden vergadering uitgebracht verslag, bedraagt het voordelig saldo van de exploitatierekening NLG 155.558, waarvan na aftrek van rente en onkosten NLG 132.871 overblijft, waarvan NLG 25.909 wordt gebezigd voor afschrijving op de stoomschepen, terwijl NLG 54.760 wordt gestort in het vernieuwingsfonds, terwijl, als reeds gemeld, een dividend van 20% wordt uitgekeerd. Op de drie stoomschepen is thans in totaal NLG 152.928 afgeschreven, terwijl het vernieuwingsfonds NLG 130.000 bedraagt. Een vierde stoomschip, thans in aanbouw, komt in mei in de vaart.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 maart. De schepen RES NOVA, kapt. Zijlstra, DRIE GEBROEDERS, kapt. Woldhuis, ATJE, kapt. Havinga en TWEE GEZUSTERS, kapt. Veenma, gesleept door de sleepboot VOORUIT, geraakten door het vastlopen van de sleepboot bij het Duitse wachtschip bij Ditzum onklaar en kwamen met elkaar in aanvaring, waardoor alle schepen belangrijke averij beliepen; ze zullen hier eerst moeten repareren, alvorens hun reis naar Holtenau te kunnen voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hedenmiddag werd de algemene vergadering van aandeelhouders in Solleveld, Van der Meer, T.H. v. Hattum’s Stoomvaart Maatschappij gehouden. Aan het daar uitgebrachte jaarverslag ontlenen wij het volgende:
Hoewel de vrachten gedurende het grootste gedeelte van het jaar zeer lonend waren, kwam hierin tegen het einde van het jaar een aanmerkelijke kentering.
Niettemin zijn de resultaten in dit boekjaar verkregen, zeer bevredigend, zoals uit de cijfers van de exploitatierekening blijkt.
Het door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij begin januari 1913 opgeleverde stoomschip WESTERDIJK voldoet in alle opzichten aan de gestelde verwachtingen.
Behalve het in aanbouw zijnde stoomschip NOORDDIJK, dat in maart 1914 door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij opgeleverd moet worden, heeft de directie aan voornoemde maatschappij op voordelige voorwaarden nog de bouw opgedragen van twee stoomschepen, ieder van 6.000 ton draagvermogen, voorzien van de meest moderne inrichtingen, die respectievelijk in april en juli 1915 opgeleverd moeten worden.
Na aftrek van onkosten en rente op de lening, benevens de zeer ruime afschrijving van NLG 198.988,26 op de stoomschepen bedraagt de netto bedrijfswinst NLG 533.518,10
Evenals het vorige jaar stelt de directie voor aan aandeelhouders 20% dividend uit te keren, het reservefonds te brengen op NLG 200.000 en het ketel- en reparatiefonds te verhogen tot NLG ???? (onleesbaar). De totale reserves bedragen dan op 1 jan. 1914 NLG 425.000, zijnde ruim de helft van het aandelenkapitaal, terwijl de boekwaarde van de stoomschepen een bedrag vertegenwoordigt, dat belangrijk beneden de verkoopwaarde is. Na betaling van bedrijfsbelasting en tantièmes blijft NLG 52.495,58 als saldo voor overdracht en nieuwe rekening over.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 maart. Hr.Ms. torpedojagers PANTER en VOS, van Nieuwediep naar Oost-Indië, passeerden 13 maart Dungeness.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 maart. De gezagvoerder van het stoomschip BESOEKI, van Ned.-lndië te Rotterdam aangekomen, rapporteert op 8 maart gepasseerd te zijn op 39°34’ NB. en 09°26' WL. een vol water staande scheepsreddingboot. Op de spiegel stond ALMA, Bergen, op de boeg stond achter een blauw geschilderde ster ALMA.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 maart. De sleepboot DONAU, slepende een drijvende kraan van Rotterdam naar Spezia, passeerde 13 maart vm. 11 uur Eastbourne.
— De sleepboot SEINE arriveerde 13 maart van Bahia Blanca te Rio de Janeiro.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 maart. Omtrent het stoomschip DOROTHEA zijn bij de reder alhier de volgende telegrammen ontvangen:
Gisteren. De kapitein vreest zware lekkage, aan de bodem. De machinist denkt dat een van de ketels verzet is. De achter-tank is droog. De hoofd stoomleiding is gebroken. De kapitein van het bergingsvaartuig heeft nog hoop het schip af te brengen. Echter blijft het weer slecht. Het voorschip is zeer zwak.
Heden. De storm woedt zonder ophouden. Werken is onmogelijk. Zware zeeën breken voor en achter over het schip. Bergingswerk is onmogelijk. De kapitein is aan boord geweest en vond de ruimen vol water. Zal bij laag water opnieuw onderzoeken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 13 maart. Volgens telegram uit Fayal heeft het stoomschip LA HESBAYE heden de reis naar Philadelphia voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 13 maart. Het Nederlandse stoomschip SALLAND, van Buenos Aires naar Amsterdam, werd heden op 12°16’ ZB. 35°50’ WL. gepraaid met gebroken excentriekstang.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Oostende, 12 maart. De hier binnengelopen motorboot GERRITTINA zal de reis naar Marokko voortzetten zodra het beter weer wordt. Het vaartuig zal de lading te Calais completeren. (opm: GERRITTINA is een stoomschip)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 13 maart. Volgens telegram uit Brunsbüttelkoog is het van Sfax naar Stettin bestemde Nederlandse stoomschip GAMMA, aldaar tegen de dokmuur gevaren. ten gevolge waarvan het schade bekwam.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Brunsbüttelkoog, 13 maart. Het stoomschip GAMMA beliep schade aan bakkoordreling en boeg en zette de reis naar Stettin voort. De sluismuur werd belangrijk beschadigd.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Hamburg, 14 maart. Het Nederlandse schip HENDERIKA is na lossing van de lading naar Groningen vertrokken, alwaar het zal repareren.


17 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Van Nievelt, Goudriaan en Co’s Stoomvaart Mij. te Rotterdam.
Blijkens het heden verschenen jaarverslag waren de schepen onafgebroken in de vaart. De reizen strekten zich uit tot Franse en Spaanse havens, de Oostzee, de Golf van Finland, de Botnische Golf, de Middellandse en Zwarte Zee en Noord- en Zuid-Amerika. Rampen noch noemenswaardige averijen kwamen voor. Het tiende stoomschip, genaamd YILDUM, werd eerst eind december, 2½ maand na de overeengekomen datum, door de Rotterdamsche Droogdok Mij. opgeleverd, en heeft dus niet tot de inkomsten van het verslagjaar kunnen bijdragen. De vertraagde oplevering is veroorzaakt door tekort aan geschikte arbeidskrachten, als gevolg van de hoge vlucht, door de Nederlandse scheepsbouw genomen. De beschikbare middelen zijn toereikend om de bouwkosten van dit schip te dekken. Bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. werden twee schepen met een draagvermogen van 6.000 ton, ter oplevering onderscheidenlijk november 1914 en oktober 1915 besteld. De obligatielening verminderde door uitloting met NLG 40.000. De gemiddelde vrachten, hoewel zeer lonend, waren lager dan het jaar te voren. Er viel een geleidelijk teruglopen waar te nemen, totdat in het vierde kwartaal een snelle inzinking volgde, zo zelfs, dat over dit tijdperk slechts door een overigens gunstig verloop van de reizen een matig overschot kon geboekt worden. Niettemin overtreffen de bedrijfsoverschotten die van het buitengewoon gunstige boekjaar 1912. Dit is voornamelijk te danken aan de in vergelijking met laatstgenoemd jaar snelle afwikkeling van de reizen en aan het feit, dat over de zomermaanden voordeliger vrachtovereenkomsten dan het jaar te voren verzekerd waren. Bovendien kwam het overschot van twee in het eerste halfjaar geëindigde winterreizen, afgesloten toen de vrachten op het hoogste peil stonden, ten dele dit verslagjaar ten goede. De bedrijfsrekening wijst met inbegrip van het onverdeeld saldo 1912 een overschot aan van NLG 993.744 (NLG 814.866). In mindering hiervan komen het saldo van de interestrekening groot NLG 35.300 (NLG 42.843) en de algemene onkosten ten bedrage van NLG 32.270 (NLG 54.441). Hiervan moet NLG 29.343 (NLG 28.294) in het reparatiefonds gestort, overeenkomende met het in het verslagjaar aan dit fonds onttrokken bedrag voor herstellingen en nog bovendien een bedrag van NLG 60.000 ter bestrijding in de kosten van het eerste vierjaarlijks onderzoek van de stoomschepen MEGREZ, ALKAID en MERAK en het tweede van de stoomschepen ALIOTH en MIZAR. Voorts wordt voor afschrijving op de stoomschepen NLG 170.000 (NLG 152.270) gebezigd, zijnde 5½% van de bouwkosten. Uit het overblijvend bedrag van NLG 666.829 krijgen aandeelhouders eerst 4% terwijl dan voorts, na aftrek van NLG 130.623 voor winstbewijzen, NLG 486.305 ter beschikking blijft, waarvan nog een verder dividend van 22% wordt uitgekeerd en voorts NLG 50.000 aan de reserve, NLG 50.000 aan het reparatiefonds wordt toegevoegd en NLG 50.000 in een buitengewoon reservefonds wordt gestort, terwijl NLG 52.367 (NLG 36.723) op nieuwe rekening overgaat. Aandeelhouders ontvangen dus 26% (20%) dividend, terwijl de reserves met inbegrip van de onverdeelde winst stijgen tot NLG 512.367, zijnde ruim 40% van het geplaatste kapitaal. De boekwaarde van de schepen, zijnde NLG 56 per ton draagvermogen, bij een gemiddelde ouderdom uitgedrukt per ton draagvermogen, van 4½ jaar, is aanzienlijk lager dan de verkoopwaarde; nochtans werd het wenselijk geacht, het van de aanvang af gevolgde stelsel van ruime afschrijving te handhaven. Storting in het reservefonds is volgens de statuten slechts verplichtend, zolang dit fonds minder dan 10% van het geplaatst aandelenkapitaal bedraagt. In de gunstige uitkomsten van het verslagjaar ligt echter een gerede aanleiding om dit fonds verder te versterken niet alleen, doch ook om tot de vorming van een buitengewoon reservefonds over te gaan, ten einde daaruit te kunnen putten ter dekking van onvoorziene buitengewone uitgaven. Wat het nieuwe boekjaar aangaat, moeten de verwachtingen aanmerkelijk lager gesteld worden dan het geval was ten aanzien van het verslagjaar. De ongunstige toestand van de vrachtenmarkt, waarmee het afgesloten boekjaar eindigde, is er niet op verbeterd. Daartegenover staat, dat voor de zomermaanden voor een deel van de vloot vrachtcontracten, die een matig overschot beloven, verzekerd zijn. Dit en de krachtige geldelijke toestand der vennootschap, zowel als het bezit van voor de uitoefening van de algemene vrachtvaart bij uitstek geschikt materiaal, doen de directie met gerustheid de loop van de gebeurtenissen afwachten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Sunderland is te water gelaten (opm: op 12 maart) het voor de N.V. Furness' Scheepvaart- en Agentuurmaatschappij, te Rotterdam, in aanbouw zijnde stoomschip EIBERGEN. De afmetingen zijn: Lengte 391, breedte 52 en holte 29 voet, met een laadcapaciteit van 8.200 ton. Het stoomschip is speciaal ingericht voor het vervoeren van grote deklasten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. In de afgelopen week heeft een welgeslaagde proeftocht plaats gehad met de nieuwe sleepboot ELIZABETH GOEDKOOP, voor rekening van de firma Gebroeders Goedkoop, gebouwd op de werf van de firma Wed J.L. Ceuvel, alhier, terwijl de machine en de ketel geleverd werden door de Alblasserdamsche Machinefabriek te Alblasserdam. De, sleepboot die direct in dienst gesteld werd, is de sterkste in de haven van Amsterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. De Korte te Moerdijk is te water gelaten een stalen Rijnschip van 530 ton, terwijl de kiel werd gelegd voor een Rijnschip van 1.100 en voor een van 350 ton, alles voor binnenlandse rekening. Deze firma zal nog bouwen twee veerponten, waarvan een motorveerboot voor het veer Willemstad-Moerdijk, plaats biedende voor 7 of 8 automobielen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 maart. Gisteren is van hier vertrokken, met bestemming naar Middlesbrough, een nieuwe stalen drie-mast motorschoener BEARNAIS, gebouwd op de werf van de heer E.J. Smit te Hoogezand. Dit schip, metende netto 430 m3, is eigendom van de heer H. Humareau te Parijs en vaart onder Franse vlag onder commando van kapt. G. Conedel.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 maart. Het twee-mast schoenerschip DRENTHE, kapt G. Theisens, heden alhier binnengekomen, op reis van Uhrne (Denemarken) naar Wageningen, is bij Terschelling geweest en door het slechte weer teruggekeerd. Door de werking van het schip ontstond in het dek enige lekkage, waardoor hoogstwaarschijnlijk de lading gerst is nat geworden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 maart. Gisteren zijn de heren assuradeuren van Groningen en Wildervank alhier geweest, om de bekomen averij, van de schepen DRIE GEBROEDERS, kapt. Woldhuis, RES NOVA, kapt. Zijlstra, ATJE, kapt. Havinga en TWEE GEZUSTERS, kapt. Veenma, op te nemen. Het werd noodzakelijk geacht, alhier eerst te repareren, alvorens de reis naar Holtenau te ondernemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bananenhandel. Van de werf van Swan Hunter & Wigham Richardson te Wallsend on Tyne is met goed gevolg te water gelaten het stoomschip VAN HOGENDORP, gebouwd voor de heren Wambersie & Zn. alhier. Dit is het eerste schip voor een nieuwe lijn van de Atlantic Fruit Co., om vruchten van Jamaica naar Rotterdam en Engeland te vervoeren. Voor dezelfde firma zijn thans nog 3 zusterschepen van de VAN HOGENDORP in aanbouw. Dit stoomschip is 348' lang en 45' breed. De laadruimen zijn geheel geïsoleerd. De VAN HOGENDORP biedt plaats voor 45.000 trossen.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Londen,16 maart. Het Nederlandse stoomschip NOORDWIJK, van Santander naar Rotterdam bestemd, is op 50° NB. en 01° WL. gesignaleerd met verlies van schroef en seinende om assistentie. (opm: zie ook AH 210414 en AH 290414)


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Londen,16 maart. Volgens telegram uit Scarborough is de Nederlandse 2-mast koftjalk ZEEMEEUW, kapt. Koopman, van Ipswich naar Newcastle bestemd, aldaar binnengelopen met overgeworpen lading en schade aan het tuig. Bij het binnenkomen van de haven geraakte het schip aan de grond en had assistentie van visserlieden nodig om weer vlot te komen.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Amsterdam, 16 maart. Volgens bij de Kon. Nederlandsche Stoomboot Mij. ontvangen telegram is het Nederlandse stoomschip MINERVA, van Odessa naar Amsterdam, met drie gebroken schroefbladen te Tunis binnengelopen.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Dover, 13 maart. De baggermachine MADJOE, van IJmuiden naar Makassar, gesleept door de sleepboot HOLLAND, is met lichte lekkage alhier binnengelopen.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Oostende, 13 maart, Het stoomschip GERRITTINA vertrok heden naar Calais.


18 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Messrs. Craig, Taylor & Co. Ltd. te Stockton on Tees is te water gelaten (opm: op 13 maart) het stoomschip CORNELIS, in aanbouw voor de rederij A.C. Lensen te Terneuzen. De afmetingen van het stoomschip zijn: Lengte 306 voet, breedte 45 voet. Het stoomschip wordt speciaal ingericht voor de houtvaart.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Voor rekening van de N.V. Furness Scheepvaart- en Agentuur- Maatschappij te Rotterdam, is op de werf van W. Pickersgill & Sons Ltd. te Sunderland het stoomschip EIBERGEN gebouwd, dat reeds te water is gelaten. Het schip is gebouwd onder toezicht van de British Corporation in de hoogste klasse. Het laadvermogen is 8.200 ton. De afmetingen zijn: Lengte 397, breedte 52 en holte 29 voet 6 inch. De snelheid bedraagt 10 knopen. De ceremonie bij het te water laten geschiedde door de echtgenote van de consul voor Nederland te Hartlepool, mevr. C.H. Ford.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Rotterdam, 17 maart. Het stoomschip NOORDWIJK is door een sleepboot opgepikt, die er mee koers zette naar Southampton.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Maassluis, 18 maart. Het stoomschip BANDOENG, van Bassein heeft bij dukdalf 3 aan de noordwal met de kop aan de grond gezeten, doch kwam later zonder assistentie weer vlot en stoomde op naar Rotterdam.


19 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. De door de firma W.F. Stoel te Alkmaar gebouwde motorboot HOLLANDIA, bestemd voor de Havenstoombootdienst alhier, heeft heden met goed gevolg proef gestoomd. De boot is voorzien van een Deutz benzinemotor (zie Ochtendblad 15 maart.)


20 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. In de hedenmiddag door de Raad gehouden zitting werd het onderzoek voortgezet betreffende het aan de grond drijven te St. Nazaire op 29 oktober jl. van het stoomschip LEONORA, gezagvoerder H. de Kok, rederij Jos. de Poorter te Rotterdam.
Uit het op 20 januari jl. ingestelde onderzoek werden als getuigen gehoord de gezagvoerder H. de Kok en de matrozen H.B. Steenbergen en J.C. Giesen en bleek dat men op 29 oktober, zijnde op de thuisreis, ten anker ging op de buiten rede van St. Nazaire, wegens slecht weer. Toen de kapitein van dek ging had hij order gegeven aan de 2e stuurman J.H. v.d. Woude, die met twee matrozen de wacht had, om gedurig te peilen en te loden, om te zien of het schip niet verdreef. Bij het aan dek komen, te 7.30 uur de volgende morgen, zag de gezagvoerder dat het schip omstreeks een halve mijl was afgedreven naar de bank aan stuurboord en vast zat. Met het volgende hoog water kwam het schip vlot zonder enige schade te hebben belopen. Geen van de drie getuigen heeft iets van het vastraken gevoeld. De 2e stuurman J.H. van der Woude werd buiten ede gehoord, omdat dient te worden uitgemaakt of het ongeval ook te wijten is aan een daad of nalatigheid zijnerzijds.
Getuige deelt mee dat hij op de 29e oktober 's morgens te 4 uur op wacht kwam. Hij heeft direct peilingen van de verschillende vuren genomen en in de kaart afgezet; toen te 5.45 uur het schip voor de eb zwaaide heeft hij naar de ankerketting gekeken; deze stond steeds stijf vooruit. Hij heeft toen weer peilingen genomen en bevond dat het schip niet van plaats was veranderd. Het was ruw weer, afwisselend dik van regen en helder. Door te loden bemerkte men te 7.30 uur dat het schip aan de grond zat. Hij is toen van dek gegaan en de 1e stuurman heeft peilingen genomen. Getuige is van oordeel dat het anker over de kop is gegaan en dientengevolge is afgedreven.
Er was 45 vadem ketting gestoken; het verschil tussen hoog en laag water bedraagt 14 voet. Hij is overtuigd, dat hij in geen geval schuld aan het ongeval kan hebben, hij heeft alles gedaan wat nodig was, alleen heeft hij nagelaten om te loden. Hierna werd het onderzoek in deze zaak gesloten; uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De kapitein van de ITTERSUM (Mij. Oostzee) te Amsterdam heeft aan zijn Maatschappij bericht gezonden, dat gedurende de reis van Curaçao naar Hamburg waarbij men met hevige storm te kampen had, de 2e stuurman, de heer J.F.A. le Roy, vermoedelijk overboord geslagen en verdronken is.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Londen, 19 maart. Het stoomschip NOORDWIJK is hedenmorgen, gesleept wordend naar Rotterdam, Dover gepasseerd.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Londen, 19 maart. Het naar Japan verkochte Nederlandse stoomschip LEONORA, 13 maart van Penarth naar Port Said vertrokken, signaleerde heden bij het passeren van Sagres, dat het handstuurgerei over boord was geslagen en de kajuit vol water stond, doch dat overigens alles wel aan boord was.


21 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Hollandsche Lloyd.
In de heden alhier gehouden algemene vergadering van aandeelhouders waren vertegenwoordigd 1.569 aandelen; rechtgevende op 29 stemmen. De balans en de winst- en verliesrekening over het boekjaar 1913 werden onveranderd goedgekeurd. Het dividend werd op 6% vastgesteld.
Voor het jaarverslag verwijzen naar het Ochtendblad van 7 maart.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 20 maart. De twee-mast schoener VOORWAARTS, kapt. W. v.d. Veen te Groningen, is voor een geheime prijs verkocht naar Duitsland.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Lissabon, 14 maart. De Nederlandse schoener PRIMA is gisteren in het dok onderzocht en bleek geen schade aan de romp te hebben. Het schip zal morgen het dok verlaten en verder nieuwe masten en tuig afwachten.


Krant:

 DMB - De Maasbode

N.V. A.C. Lensen's Stoomvaart Mij.
Uit het zesde jaarverslag van de N.V. A.C. Lensen's Stoomvaart Mij. te Terneuzen, blijkt, dat het voordelig saldo van de exploitatierekening, na aftrek van rente op hypotheek à NLG 13.559, bedraagt NLG 119.308 (v.j. NLG 115.291. Hiervan wordt op de stoomschepen MAGDALENA en HELENA NLG 55.000 (NLG 50.000) afgeschreven, waardoor deze schepen met resp. NLG 250.000 en NLG 227.000 te boek komen te staan. Voorts wordt aan aandeelhouders 20 pct. dividend uitgekeerd, waarvoor NLG 43.800 nodig is, terwijl aan het reservefonds NLG 5.445 wordt toegevoegd. Met de heren Craig, Taylor & Co. Ltd. te Stockton on Tees is gecontracteerd voor de bouw van een stoomschip van 4.200 ton dw. dat einde april a.s. in de vaart zal komen.


23 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Zaterdag is van de werf van de N.V. Scheepsbouwmaatschappij te Muiden te water gelaten het motor-tunnelschip TUNNEL I, gebouwd voor rekening van de heer Wouters te Antwerpen en bestemd voor de vaart op de Belgische binnenwateren. Het schip is lang 38,50, breed 5,05 en hol 2,40 meter en heeft een inhoud van plm. 300 ton. In de loop van deze week zal een dergelijk schip, TUNNEL II van stapel lopen. Beide schepen zullen voorzien worden van een Kromhout-motor van 45 pk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 23 maart. Het aakschip EMANUEL, kapitein J. Jongst, is onderhands verkocht aan kapitein H. Klompien te Delfzijl. Prijs geheim.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 23 maart. In het afgelopen jaar zijn in de gemeente niet minder dan 96 nieuwe schepen gebouwd met een tonneninhoud van ruim 19.000 ton. Op 1 januari jl. waren nog in aanbouw 36 grotere en kleinere schepen. Wel een bewijs, dat de scheepsbouw bloeit.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Swansea, 20 maart. Bij het binnenlopen verloor het Nederlandse stoomschip KARL SCHROERS de schroefas. Het stoomschip moet in het dok.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

St. Vincent, 19 maart. De sleepboot BEVERWIJK 12 zette heden met de onderlosser op sleeptouw de reis naar Bahia Blanca voort.


24 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v.d. Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip JULIE, gebouwd voor de firma Wed. S.J. Groen te IJmuiden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Onder voorzitterschap van mr. G. Kirberger stelde de Raad voor de Scheepvaart heden een onderzoek in naar de aanvaring op 1 maart 1914 op de Maas tussen de Nederlandse stoomschepen IMPORT van de rederij Rotterdam-Londen Stoomvaart Mij. te Rotterdam, binnenkomende van Londen en het stoomschip MEDAN van de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam, uitgaande naar Batavia.
Het eerst werd gehoord de heer L. Visser, kapitein van het stoomschip IMPORT. Deze verklaarde, dat op de bewuste dag het weer ‘heiig’ was, doch niet zó, dat daarom met verminderde kracht gestoomd werd. Er kon n.l. nog ongeveer een mijl vooruit gezien worden. Toch werden op verzoek van de loods nu en dan miststoten gegeven. Aan boord waren getuige, de stuurman, de loods en de roerganger. Op een gegeven ogenblik hoorde men van het stoomschip MEDAN twee stoten, hetgeen door de IMPORT beantwoord werd met twee korte stoten. Het was ebtij en er stond een zwakke zuidelijke wind. „Heeft u geen drie stoten gegeven?" vroeg de president. „Neen, beslist twee stoten. In overeenstemming daarmee ging ik bakboord uit." De kapitein deelde vervolgens mee, dat hij de kettingen van de MEDAN hoorde vallen, zodat hij begreep, dat dit stoomschip zou gaan „draaien". Ten noorden van de kruitboeien om te gaan was niet meer mogelijk omdat de NORDERNEY er aan kwam. Vlak bij de boeien werd het anker uitgeworpen en getracht ten zuiden langs de boeien te komen. De MEDAN zwaaide daarop tegen ons aan. De IMPORT bekwam enige schade aan de boeg, doch stoomde verder naar Rotterdam. De heer M. de Boer, 1e stuurman, legde een gelijke verklaring af als de kapitein. „Of het niet verstandiger was geweest eerst te stoppen?" werd hem gevraagd. „Neen," antwoordde de stuurman, „dat was niet nodig, want de MEDAN gaf twee korte stoten." „Maar u zag toch dat de MEDAN aan het zwaaien was." „Dat zagen we te laat," antwoordde de stuurman. „De MEDAN koos een zeer slecht tijdstip uit om te gaan zwaaien", voegde de kapitein daaraan toe. De matroos N. Pronk had de bewuste dag de wacht aan de bak. Deze verklaarde dat de NORDERNEY nog niet gepasseerd was. De kapitein, daarover nader ondervraagd, weet dit niet precies meer. Hij had zijn aandacht meer op de MEDAN gevestigd. De heer J. van der Made, loods, verklaarde te Maassluis aan boord te zijn gekomen. Aangezien de MEDAN met twee sleepboten kwam, begreep spreker, dat deze kruit ging laden. Door het zwaaien van de MEDAN was de NORDERNEY genoodzaakt, tegen de gewoonte in, langs de noordzijde van de boeien te gaan. Door de IMPORT werd toen met volle kracht achteruit gestoomd; dat moest, anders was de aanvaring veel vreselijker geweest. Tevoren was van de NORDERNEY niets te zien, omdat het gezicht door de MOSEL belemmerd werd. We hielden enige stoom op om niet geheel uit het stuur te geraken. Aan de MEDAN werd toegeroepen vooruit te stomen en met de handen trachtte kapitein Visser dit nog duidelijk te maken. Dan hadden we nog ten zuiden kunnen passeren. De heer J. Visser, rivierloods, was de bewuste dag aan boord van de MEDAN om het schip naar zee te brengen. Deze verklaarde dat hij voor het punt van aanvaring was gaan drijven om de NORDERNEY gelegenheid te geven voorbij te gaan. Maar de NORDERNEY ging ook drijven, zodat ik geen gevolg kon geven aan mijn aanvankelijk voornemen om vóór de kruitboeien te draaien. Wij zagen, zegt getuige, de IMPORT die één stoot gaf, wij gaven drie stoten, die door de IMPORT beantwoord werden met twee stoten. Daarop lieten we het anker vallen. „Maar”, vroeg de president, „U begreep toch dat de IMPORT niet aan de noordzijde van de boeien kon omgaan. U wist dat de NORDERNEY dat belemmerde. „Ja," antwoordde getuige, als de IMPORT één minuut gewacht had, was er niets gebeurd. Dan had hij achter ons kunnen passeren." „Als u iets vroeger vooruit was gestoomd, was er ook niets gebeurd!" Getuige zegt hierop, dat er zo goed als geen gang in de MEDAN zat. Alleen de beweging van het getij. De boot was 84 dm geladen, zodat daar ook niet zo gemakkelijk beweging valt te krijgen. De Raad zal nader uitspraak doen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 24 maart. Bij wijze van proef zal de volgende week een vuurschip zonder bemanning voor de Wester-Eems ten anker worden gelegd. Hel schip heeft een lengte van 25 meter is 6 meter breed en wordt aan een 160 meter lange ankerketting bevestigd. Het vaartuig is rood geschilderd, terwijl in grote witte letters het woord “Wester-Eems” is aangebracht aan beide zijden. De onafgebroken in werking gestelde boven- en onderwaterklokken geven om de 12 seconden een heldere slag.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Dover, 22 maart. De baggermachine MADJOE heeft heden de reis naar Makassar voortgezet.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Cuxhaven, 21 maart. De in Nederland nieuw gebouwde ewer SEEHUND, van Emden naar Sassnitz, is op de eerste reis in de Noordzee lek gesprongen, gekenterd en gezonken. De drie opvarenden konden zich redden in de boot en bereikten hiermee de Hamburger loods schoener No. 1. Door het stoomschip NEUWERK werden zij heden alhier geland.


25 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip JACOB DEN DULK Gz. (SCH-208), gebouwd, voor de rederij ‘Noordzee’ te Scheveningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 25 maart. Gisteren en heden zijn van de werf van de firma E.J. Smit & Zn. alhier, met goed gevolg te water gelaten twee elevatorbakken voor de afdeling waterstaat van de stad Bremen. Een nieuw zestal is nabesteld.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Londen, 24 maart. De Nederlandse schoener VRIJHEID, kapt. Tinge, van Londen naar Topsham, is gedeeltelijk masteloos door stormweer te Dover binnengesleept.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Port Said, 23 maart. Het Nederlandse stoomschip SOERAKARTA, van Batavia naar Rotterdam, gisteren te Suez aangekomen, ligt aldaar te repareren.
Zeetijdingen: Het stoomschip SOERAKARTA, van Batavia naar Rotterdam, vertrok 26 maart van Port Said.


26 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. Het stoomschip TONGRIER, van de Antwerpsche Zeevaart Maatschappij, groot 2.750 ton, is aangekocht door een Nederlandse scheepssloperij en gisteren naar Rotterdam vertrokken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 26 maart. Het alhier thuis behorend klipperschip NEDERLAND II, kapt. S. Wijnholt, op reis van Hadelsleben naar Antwerpen, is gisteren door de sleepboot ENGELINA, kapt. De Vries, hier binnengesleept met verlies van anker met 25 vadem ketting en gebroken roer.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 25 maart. Van de werf van de heer C. Kars alhier is met goed gevolg te water gelaten een stalen bolschip, groot 45 ton, voor rekening van schipper J. ten Hove van Nieuw Scheemda.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Dover, 24 maart. De schoener VRIJHEID werd hier binnengesleept door de sleepboot ZWARTE ZEE. Akkoord werd niet gemaakt.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Scheepsbouw. Te Vlaardingen zijn met goed gevolg te water gelaten van de werf van J. Verweij, de motorlogger MAARTEN BERNARDUS, voor rekening van de heer M.B. Ossendorp te IJmuiden; van de werf van Gebr. Van der Windt, het stalen loggerschip JULIE, voor rekening van de firma Wed. S.J. Groen te IJmuiden; en van de werf van Alb. de Jong het stalen loggerschip SCH-208, JACOB DEN DULK Gz., voor rekening van de rederij ‘Noordzee’ te Scheveningen. Alle bestemd voor de haringvisserij.


27 maart 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 maart. Gisteren is alhier met de sleepboot WILLY, kapt. Kuin, van Hamburg binnengesleept het tjalkschip HENDERIKA, kapt. J. van Wijngaarden, thuis behorende te Groningen, die op reis van Halmstad naar Hamburg door zware stormen in het Kattegat zijn mast en zwaard verloor en meer averij bekwam. Het schip zal worden opgesleept naar Groningen om aldaar de bekomen schade weer te herstellen. (opm: zie ook NRC 270214)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 maart. Gisteren is van hier vertrokken over het wad met bestemming naar Amsterdam het nieuwe sleepschip, genaamd SUIKERRAFFENERIE - F.S.S. II, kapt. F. Ohrlein, gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek en is groot 550 ton netto.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Delfzijl, 25 maart. De Nederlandse tjalk NEERLANDIA II van Hadersleben naar Antwerpen, heeft nabij Norderney gestoten en werd met verlies van ankers en gebroken roer door de sleepboot ENGELINA alhier binnengebracht.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Londen, 26 maart. De baggermachine MADJOE, van Amsterdam naar Makassar op sleeptouw van de sleepboot HOLLAND is met lekkage te Southampton binnengebracht.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Weymouth, 25 maart. De positie van het stoomschip DOROTHEA is nog onveranderd. Twaalfduims-pompen zijn aan boord geplaatst. De bergingsstomer LYONS zal, indien het weer gunstig blijft, morgen of vrijdag trachten het stoomschip vlot te brengen.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Jacksonville, 11 maart. Het Oostenrijkse stoomschip LUZON, is 1 maart te Fernandina van de ankers geslagen en in aanvaring geraakt met het Nederlandse stoomschip THEMISTO, waardoor beide schepen diverse schades bekwamen. Na onderzoek werden beide stoomschepen echter zeewaardig verklaard.


28 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Ongeval aan stoomketels.
De Raad voor de Scheepvaart zette gistermiddag het op de 16e januari jl. geschorste onderzoek voort, betreffende het beschadigen (door gebrek aan voedingswater tijdens stoom opstoken) van een van de stoomketels aan boord van het stoomschip LAURA op 28 oktober liggende te Rotterdam, gezagvoerder R. Schaap; rederij: Jos. de Poorter, beiden te Rotterdam. In het op 16 januari ingestelde onderzoek bleek, dat tijdens het stoom opstoken de 3e machinist de wacht had; terwijl deze zich een ogenblik verwijderd had om een brandje te blussen in de machinekamer, werd hem door een van de stokers meegedeeld, dat het water uit de vuren van bakboordketel stroomde, waarop hij direct de vuren liet trekken. Bij onderzoek van de ketel bleken verschillende delen gloeiend te zijn geweest. Nadat aan genoemde ketel enige reparaties waren verricht, bleek bij een volgend stoom opstoken, één dag voor vertrek, deze zo erg te lekken, dat de 2e machinist weigerde onder deze omstandigheden de reis mee te maken. Op last van de ingenieur van het stoomwezen werd een onderzoek ingesteld, die de ketel buiten dienst stelde, waarna deze deugdelijk werd gerepareerd. Onder voorzitterschap van mr. G. Kirberger werd thans de 2e machinist J. de Klerk als getuige buiten ede gehoord, omdat dient te worden uitgemaakt, of het ongeval ook te wijten is aan een daad of nalatigheid zijnerzijds. Getuige deelt mee, dat hij op de dag van het ongeval tussen 10 uur en 10.30 uur vm. in de machinekamer kwam en zag, dat het waterpeil in beide ketels te hoog was; de peilglazen waren in orde en de stoom was aan het opkomen. Te 11 uur is getuige gaan eten en werd kort daarop geroepen omdat een houten schot in brand stond, welke brand met emmers water werd geblust. Toen hij daarna op de stookplaats kwam, waren de vuren getrokken en was het water uit de peilglazen; waar het water gebleven is, weet getuige niet te verklaren. Hierna wordt het onderzoek in deze zaak gesloten. Uitspraak volgt later.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Port Said, 25 maart. Het stoomschip SOERAKARTA had een schroefblad verloren, hetwelk door een nieuwe is vervangen.


30 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Lobith, 28 maart. Van de werf van de firma Bodewes te Lobith is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren sleepschip genaamd GERTRUD WILHELMINE, groot 900 ton, gebouwd voor schipper Ruffler te Hassmersheim.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Door de makelaar Jacq. Pierot Jr. te Rotterdam zijn aan een van de buitenlandse mogendheden de navolgende zeesleepboten verkocht: 1e. De aan de Internationale Sleepdienst Mij. toebehorende sleepboot NEWA, ongeveer 500 ipk, gebouwd in 1913 aan Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf onder hoogste klasse Eng. Lloyd; 2e. De sleepboot F. KLEYN II, 500 ipk, in 1913 gebouwd door de Alblasserdamsche Machinefabriek onder klasse Bureau Veritas en 3e. De sleepboot ANNA FRATER, 400 ipk, thans in aanbouw zijnde te Martenshoek, onder hoogste klasse Germanischer Lloyd.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Londen, 28 maart. Het Nederlandse stoomschip ALICE H, van Rotterdam naar Port Said, is Peniche gepasseerd en rapporteerde schade te hebben bekomen aan brug en stuurgerei.


31 maart 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Zaterdag jl. (opm: 28 maart) had op de Noordzee de goed geslaagde proeftocht plaats van het stoomschip SINGKARA, gebouwd door de N.V. Scheepswerf ‘Dordrecht’ te Dordrecht voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam. Het schip is gebouwd van staal volgens de voorschriften en onder toezicht van Bureau Veritas en van het bureau van scheepsbouw van de heer Cornelissen te Amsterdam. Het bakdek, waaronder het verblijf voor de bemanning en het over de campagne doorlopende tentdek, zijn van teakhout. De kajuit en hutten voor officieren en machinisten bevinden zich in de campagne, terwijl zich midscheeps onder en op het tentdek de hutten voor passagiers bevinden. Het verblijf voor de gezagvoerder en de kaartenkamer zijn op de commandobrug. Alle verblijven zijn elektrisch verlicht en voorzien van elektrische ventilators. De machine en ketel, vervaardigd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, zijn van het modernste type met Crighton's patent condensor, Howden's geforceerde trek en Cederwall's patent schroefas. Verder is het schip voorzien van volledige los- en laadinrichtingen, stoomlieren, stoomankerspil en stoomstuurmachine, de nodige sloepen, met volledige reddingsmiddelen en een elektrisch Morse-seintoestel. Na de proeftocht werd ligplaats genomen aan de Lloydkade te Rotterdam tot het innemen van lading, waarna de reis naar Batavia aanvaard zal worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Met de ARTEMIS op de Maas.
Een spelevaart op een motortankschip! Een pleziertochtje op een schip, waarvan het dek als het ware belegd is met buizen van allerlei dikte en tankdeksels, het klinkt misschien een beetje eigenaardig, maar toch was de tocht, welke de ARTEMIS gisteren op de Maas maakte, eigenlijk een soort spelevaart, welke voornamelijk ten doel had, om aan enkele gasten van de Ned. Scheepsbouw Maatschappij en van de Nederlandsch-lndische Tankboot Maatschappij nog eens te tonen, welke een goede aanwinst het schip, dat de Hollandse vlag voert, was. De eigenlijke proeftocht, het varen op de gemeten mijl, was dan ook reeds enige dagen te voren geschied en reeds toen had het schip een halve knoop meer gehaald, dan gecontracteerd was. Het ging er dan gisteren ook niet om, nog meer snelheid uit de boot te halen dan 10,79 knoop, maar wel konden de gasten op deze kalme tocht van Rotterdam tot dicht bij de Hoek constateren, hoe regelmatig de Werkspoor-Dieselmotoren gewerkt hebben. En de technici hebben kunnen opmerken, hoe gemakkelijk de motoren voor het machine-personeel toegankelijk waren voor het geval, dat dit iets nader moest onderzoeken, of ook op welk een snelle wijze de motoren van vooruit, achteruit konden werken. Van de ARTEMIS zelf hebben wij bij de tewaterlating reeds een uitvoerige beschrijving gegeven. Maar toch willen wij nog even in herinnering brengen, dat dit schip voor rekening van de Ned.-Ind. Tankboot Maatschappij op de Marinewerf alhier gebouwd is. Toen de opheffing van deze werf nog in overweging was en er geen voldoende werk was, heeft men, dank zij de besprekingen, welke tussen de oud-minister van marine ad interim de heer Colijn en de directeur-generaal van de Kon. Petroleum Maatschappij de heer Deterding gevoerd zijn, de ARTEMIS door de Ned. Scheepsbouw Maatschappij op de Marinewerf kunnen bouwen. Het plotselinge ontslag van vele werklieden werd daardoor voorkomen. De ARTEMIS mag dus eigenlijk niet als een “gewoon" schip beschouwd worden, want zij heeft een voorgeschiedenis, zoals weinig andere schepen zullen hebben. Vermelden wij voorts nog enkele technische bijzonderheden: Het schip is zodanig ontworpen, dat het geschikt is te varen met olie van zeer uiteenlopend soortelijk gewicht. In het geheel kan er 5.110 ton vervoerd worden. Het schip wordt voortgestuwd door twee 6-cilinder viertakt Werkspoor-Dieselmotoren, vervaardigd op de Ned. Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier. Al zijn er misschien enkele veranderingen aangebracht, deze motoren zijn gelijk aan die van de tankboten VULCANUS en JUNO, waarop zij, zoals bekend is, met succes gewerkt hebben. Binnenkort zal de ARES, een zusterschip van de ARTEMIS, op de Ned. Scheepsbouw Mij. gebouwd, proefvaren, terwijl ook de SELENE en de HERMES, in het buitenland op stapel, van Werkspoor-motoren voorzien worden. Aan boord van de ARTEMIS, waarvan de vlag woei van de Ned.-lnd. Tankboot Mij., bevonden zich jhr. H. Loudon, directeur van deze Maatschappij, mr. Abrahams, directeur van de Anglo-Saxon Petroleum Company, de heer C. Zulver de marine-superintendant, de heer W.J. Cohen Stuart, oud-minister van Marine en voorts de heren J. Muysken, directeur van de Ned. Fabriek (Werkspoor), met de ingenieur J. van Vloten, H. Goedkoop, onderdirecteur van de Ned. Scheepsbouw Mij., met de hoofdingenieur C. Penning en de ingenieur J. Salberg. Voorts waren aanwezig de heren J.J. Penning, ingenieur van de Marine, Muller, ingenieur van de Kon. Paketvaart Mij., Sluiter, inspecteur van de Scheepvaart en J.B. Hebe, Lloyd's surveyor. Aan de lunch in de longroom, al is deze naam te weids voor de kleine, maar toch gezellige salon op de tankboot, sprak eerst jhr. Loudon enige woorden, er aan herinnerende, dat de ARTEMIS, genoemd naar de godin van de jacht, reeds haar proeftocht gedaan had, waarbij zij een succes voor de bouwers was gebleken. Spreker hoopte, dat nog meer schepen voor de Tankboot Maatschappij te bouwen, met Dieselmotoren uitgerust zouden worden en dat in de toekomst deze motoren een belangrijke rol bij de scheepvaart zullen spelen. Jhr. Loudon dronk op de bouwers van het schip. De heer Muysken zei, dat toen de Anglo-Saxon Petroleum Company de VULCANUS met Dieselmotoren liet uitrusten, dit aanvankelijk niet alleen een risico was voor de bouwers, maar ook voor de eigenaars. Dank zij de grote hulp, welke de Werkspoorfabriek van de inspecteurs van deze maatschappij ondervonden heeft, zijn de moeilijkheden, welke zich konden voordoen, snel overwonnen. De ARTEMIS was gebouwd op de Marinewerf en spreker geloofde niet, dat er veel koopvaardijschepen op een marinewerf gebouwd waren. De bekende omstandigheden, welke daartoe geleid hebben, in herinnering brengende, bracht spreker een woord van hulde aan de heer Deterding en aan de Nederlandse Marine. Spreker hoopte, dat het schip, dat bij de reeds grote vloot van de ‘Anglo-Saxon’ gevoegd werd, nog door vele anderen gevolgd zou mogen worden. En ook na de lunch werd er nog veel onder de gasten gesproken over de Tankboot Maatschappij, de Kon. Petroleum Maatschappij, de Anglo-Saxon, de Amsterdamse Marinewerf, de Ned. Scheepsbouw Maatschappij en de Werkspoor fabriek. De gezellige kout op het ruime sloependek, met het gezicht op de grootse scheepvaartbeweging op de Maas en het mooie weer maakten ook een tochtje op een tankboot tot een aardige pleziervaart !


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Aan het verslag over het boekjaar 1913 wordt het volgende ontleend: Het bedrijf van de Maatschappij werd in het afgelopen jaar geregeld voortgezet. Stoornis werd opnieuw ondervonden, ditmaal door arbeidsmoeilijkheden in de kleidistricten aan de Zuidkust van Engeland, welke geruime tijd aanhielden. Het gevolg hiervan was vrachtderving, hetgeen slechts ten dele door het verhuren van enkele van de in de zuidkustvaart gebezigde stoomschepen kon worden goed gemaakt. Door de hoge stand van de vrachten in de eerste helft van het jaar en door de in het vorige jaar gemaakte vrachtovereenkomsten, welke het gehele jaar haar effect uitoefenden, kon een gunstig resultaat bereikt worden en is de in het vorige jaar uitgesproken verwachting verwezenlijkt.
De vloot onderging een aanwinst door het gereedkomen van de stoomschepen WAALSTROOM en ZAANSTROOM, die in mei, resp. december 1913 werden opgeleverd en aan alle gestelde eisen voldoen. De Maatschappij had daarna nog een stoomschip, de TEXELSTROOM, in aanbouw, dat dezer dagen is opgeleverd.
Het saldo van de exploitatierekening geeft een cijfer van NLG 413.697 tegen NLG 359.649 over 1912. Na ruime afschrijvingen, benevens dotaties van resp. NLG 15.000 en NLG 1.800 aan verschillende reserves, blijft een saldo van NLG 273.224. Dit cijfer laat de uitkering toe van een gelijk dividend als het vorige jaar over het vergrote uitstaande kapitaal. Het reservefonds bedraagt thans NLG 191.231 en de extrareserve NLG 185.000.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteravond vertrokken per sleepboot BLANKENBURG van IJmuiden naar Kopenhagen de onderlossers G en E 13 en 14, welke te Utrecht gebouwd werden voor de firma Gunnarson & Elzelingen te Kopenhagen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het Nederlandse stoomschip BARENDRECHT is voor ongeveer GBP 21.000 naar Griekenland verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 31 maart. Gisteren is alhier aangekomen het motorschip MARIA ELIZE, kapt B. Schepers, van Emden naar Norderney, hetwelk op de Eems door stormweer zijn mast en giek heeft verloren. Het zal hier weer worden voorzien van een mast en giek, waarna het zijn reis vervolgen zal.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 31 maart Door de heer J. Zwart, alhier, is voor eigen rekening een nieuwe motorsleepboot in de vaart gebracht, genaamd GEZINA JOHANNA. De boot, welke gebouwd werd op de werf van de heren Niestern, alhier, is voorzien van een dubbel Brons motor met 70 epk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 31 maart Van hier vertrok heden een nieuwe stalen twee-mast gaffelschoener, genaamd KÄTHE, metende netto 180 m3. Dit schip is gebouwd op de werf van de heer H. Kroeze te Hoogezand voor Duitse rekening en vertrok onder bevel van kapt. H. Poppen met bestemming naar Hamburg.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Laurvig, 25 maart. De Nederlandse kof VELOX, kapt. Mulder, gisteren van Vegesack met cokes alhier aangekomen, heeft door slecht weer een gedeelte van de deklast verloren.


01 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij.
In de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij waren vertegenwoordigd 422 aandelen, rechtgevende tot het uitbrengen van 68 stemmen. Alvorens de vergadering werd geopend, deelde de voorzitter, de heer S.P. van Eeghen mee, dat mr. H.P.G. Quack gemeend heeft zich als president-commissaris te moeten terugtrekken. Spreker dankte mr. Quack voor hetgeen hij in die functie gedurende 21 jaar voor de Maatschappij heeft verricht en hoopte dat mr. Quack nog vele jaren als commissaris in het belang van de Maatschappij werkzaam mag zijn, (Applaus).
Het jaarverslag (zie Avondblad van 14 mrt.) werd voor kennisgeving aangenomen. De balans en de winst- en verliesrekening waren reeds door het bestuur goedgekeurd en konden dus geen onderwerp van debat uitmaken. Inlichtingen daaromtrent wenste ook geen van de aanwezigen. Aan dividend zal worden uitgekeerd 8%. Ten slotte werd nog aan het bestuur machtiging verleend tot uitgifte van een obligatielening van NLG 4.000.000. Deze uitgifte zal plaats hebben in twee series van gelijke grootte. Het ligt niet in de bedoeling aanstonds van de machtiging gebruik te maken. Alleen wanneer het bestuur het wenselijk acht om de geldmiddelen te versterken zal tot uitgifte van de 1e serie worden overgegaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Gusto, van de firma A.F. Smulders te Schiedam, is te water gelaten de stalen romp van een zeewaardige dubbelschroefzuiger, in aanbouw voor een buitenlandse regering. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: Lengte 30 meter, breedte 6 meter, holte 2,20 meter. De zuiger heeft een zuigdiepte van 7 meter en een opbrengst van 400 m3 grond per uur. Het vaartuig wordt voorzien van de nodige lieren voor de ankers en de zuigbuis en zal geheel elektrisch worden verlicht. Het zal de reis naar zijn bestemming onder eigen stoom afleggen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 1 april. Het bericht in ons blad van gisteren, dat de DINA HENDERIKA was aangekomen te Londen van Grangemouth, was onjuist. Het was de CATHARINA, kapt. Salomons, waarvan ons dit geseind werd. De DINA HENDERIKA is op weg van Shields naar Figueira en vertrok 9 maart van Portland.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Londen, 31 maart. De Nederlandse schoener CORNELIA, kapt. Kramer, van Shields naar Figueira, is te Plymouth aangekomen met lichte schade aan het stuurgerei.


02 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren vertrok van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders, Schiedam, een zeewaardige zelf stomende emmerbaggermolen, door deze firma voor buitenlandse rekening gebouwd. Het vaartuig zal de reis naar haar bestemming, Pernambuco, Brazilië, onder eigen stoom afleggen. De hoofdafmetingen van het vaartuig zijn: Lengte 44 meter, breedte 9,20 meter, holte 3,40 meter. De baggermolen kan tot een diepte van 15 meter baggeren en is voorzien van 1 compound machine met een vermogen van 350 ipk. Verder van twee ketels met een verwarmend oppervlak van elk 70 m2, werkende onder een stoomdruk van 8 kg. Het vaartuig is voorzien van een direct gedreven dynamo voor de in- en uitwendige verlichting. Bovendien zijn de nodige lieren aanwezig voor het manoeuvreren en bedienen van de ankers.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe schepen. Geladen met ijzererts van Rotterdam naar Duitsland passeerde gisteren te Lobith voor de eerste reis het nieuwe sleepschip EMMA 36, groot 525 ton, schipper Van Nispen, gebouwd te Weert voor rekening van S.A. la Meuse te Antwerpen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 april. Van hier vertrok heden het nieuwe lichterschip ROLAND. Dit schip, 175 m3 groot en van zeiltuig voorzien, is gebouwd op de werf van Gebr. Van Diepen te Waterhuizen. Kapitein Dories van Groningen brengt het naar de bestemming Bremen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 2 april. Op de scheepsbouwwerf van de heer J. Vos & Zn. werd met goed gevolg te water gelaten een stalen motorschip, groot 165 ton, voor rekening van kapt. W. v.d. Molen, terwijl dadelijk weer de kielen werden gelegd voor een dito motorschip, groot 200 ton, voor rekening van kapt. C. Breedveld en voor een motorvrachtboot, voor rekening van kapt. Wildeman, beurtschipper op Winschoten.


03 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Vredenhof’ van de firma Wed. J.L. Ceuvel te Amsterdam werden met goed gevolg te water gelaten een stalen motorsleepboot en twee stalen motor-directie-sleepboten. De sleepboot is voorzien van een 70 pk Kromhout ruwe-olie-motor, de beide directieboten hebben een 28 pk Kromhout petroleummotor, en zijn alle gebouwd voor Amsterdamse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf van de firma A. Vuyk & Zn. te Capelle a/d IJssel is gisteren met goed gevolg te water gelaten het aldaar voor de N.V. Maatschappij Houtvaart, directie Vinke & Co. te Rotterdam in aanbouw zijnde stoomschip MAAS. De hoofdafmetingen van het stoomschip zijn: Lang 236 voet, breed 36.2 en hol tot opperdek 18 voet. Dit onder speciaal toezicht van Lloyd Register, voor de klasse 100 A 1, gebouwd wordende schip is ingericht volgens het flushdeck (gladdek) type met bak, brug en campagne, terwijl alle inrichtingen zijn aangebracht voor de algemene vrachtvaart en voor de houtvaart. Het heeft 4 grote laadhoofden en vlug werkende winches van de firma Clarck Chapman ter spoedige behandeling van de lading. Het zal binnenkort naar Engeland (opm: GT Grey, South Shields) worden gesleept om daar van de nodige stoommachines te worden voorzien, welke ongeveer 800 ipk moeten kunnen ontwikkelen en die het schip een snelheid zullen geven van ongeveer 9 Engelse mijlen per uur.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. Bij de te Portsmouth gehouden verkoop van buiten dienst gestelde Engelse oorlogsschepen werden door Nederlandse sloperijen aangekocht: Het slagschip RESOLUTION, behorende tot de Royal Sovereign klasse, 14.150 ton waterverplaatsing, voor GBP 35.650; gekocht door Frank Rijsdijk’s Scheepsslooperij, Hendrik-Ido-Ambacht; de kruiser FORTE, 4.360 ton waterverplaatsing, voor GBP 18.500; koper de Scheepsslooperij Holland, Hendrik-Ido-Ambacht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 3 april. Op de werf van de firma Gebr. Wortelboer, alhier, is gebouwd een nieuwe sleepkaan, genaamd KRIEMHOLDE STROMEIJER (opm: KRIMHILE STROMEIJER), voor rekening van het Lagerhaus Gesellschaft te Constanz. Dit is de eerste kaan op deze nieuwe werf gebouwd. Het gevaarte ligt voor vertrek naar Amsterdam en verder naar Duisburg gereed en meet netto 1.576 m3. (opm: zie ook NNO 020314)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 3 april. Het zeilschip VIJF GEBROEDERS, vroeger bevaren door schipper J. Kajuiter, is verkocht aan de heer B. Terpstra te Groningen. Koopsom NLG 6.000.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Londen, 1 april. Van de stoomhopper POSIDONIA, 30 augustus 1913 van Rotterdam en 28 januari 1914 van Fremantle naar Port Pirie vertrokken, heeft men sedert niets vernomen en werd heden door Lloyds als vermist geboekt.


04 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Verschure & Co. alhier is met goed gevolg te water gelaten een stalen ponton, lang 30 meter, breed 10,50 meter en hol 3,50 meter, voor een in aanbouw zijnde graanelevator.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Plymouth, 3 april. De Nederlandse schoener CORNELIA (zie Avondblad 31 maart) heeft na volbrachte reparatie heden de reis naar Figueira voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 4 april. De vrachtmailboot MECKLENBURG is donderdag te Folkestone tegen de pier gevaren en bekwam daarbij schade aan het achterschip. De boot zal morgen naar Rotterdam vertrekken om in het droogdok te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 4 april. Het Nederlandse stoomschip MIJDRECHT, van Rotterdam naar Ibrail, is op de Goodwins aan de grond geraakt (opm: op 3 april), doch kwam met assistentie ogenschijnlijk onbeschadigd, weer vlot. Het keert naar Rotterdam terug. (opm: zie ook NRC 120414 en AH 290414)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 april. Aan de N.V. Scheepswerf ‘Farmsum’ v/h Gebr. Niestern alhier, is door de heren Frater Smid de bouw opgedragen van twee stalen schroefsleepboten van ieder 225 pk. De schepen zullen gebouwd worden onder toezicht van Bureau Veritas.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 april. Het tjalkschip DANKBAARHEID, vroeger bevaren door schipper Korporaal, is voor geheime prijs verkocht aan de heer H. Velvis te Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 april. Van hier vertrok heden, met bestemming naar Heiligen Stedten (Pr) het op de werf van de heer L. Mulder te Martenshoek nieuw gebouwde ewerschip OLGA. Kapt. Eduard Teedjens brengt het derwaarts.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 april. Heden is alhier binnengekomen de stalen koftjalk FRANSINA, kapt. K. Schuitema, van Bremerhaven, die door hoge zeeën het zwaard brak en de boot beschadigd kreeg.


05 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer L. Wolthuis te Veendam is gisteren met goed gevolg te water gelaten een staal-ijzeren motorschip van 125 ton voor H. Ritsema te Woltersum.


06 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 4 april. Scheepstijdingen. Vertrokken in ballast, de Nederlandse stoomschepen SINGKARA en SINGKEP, van Rotterdam naar Batavia bestemd. (opm: eerste reis)


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Vlissingen, 4 april. De nachtmailboot MECKLENBURG is donderdag te Folkestone tegen de pier gevaren en bekwam daarbij schade aan het achterschip. De boot zal morgen naar Rotterdam vertrekken om in het droogdok te repareren.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Plymouth, 3 april. De Nederlandse schoener CORNELIA, heeft na volbrachte reparatie heden de reis naar Figueira voortgezet.


07 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart zette maandag het onderzoek voort in de zaak van de HOUTDIJK, die op 30 september op de Loire aan de grond liep. Gezagvoerder was H. Kuiken, rederij Solleveld, Van der Meer & Van Hattem te Rotterdam.
Op de vorige zitting was gehoord de gezagvoerder van de HOUTDIJK. Deze verklaarde dat de HOUTDIJK bij het uitwijken voor een ander schip, uit de koers liep. Het schip is niet vastgelopen, maar schuurde langs de grond. Enige malen werd, na het verlaten van de haven een schok gevoeld. Men keerde naar de haven terug, er kwam aan het licht, dat de krukas, tussen de midden en lage druk, was weggeslagen. De schroef bleek in orde te zijn; de roerpen was echter stuk.
Als getuige werd gehoord de 1e machinist G.J. Blok. Deze deelde mee, dat hij tijdens het vastlopen geen schok gevoeld had. De machine liep „zwaarmoedig".
Toen de rivier weer werd afgevaren, stootte de machine enige malen. Bij onderzoek bleek echter niets abnormaals. Vervolgens werd weer naar zee gegaan; men keerde echter weer naar de rede terug, daar de machine in de deining nogal onregelmatig werkte en het stoten verergerde. De machinist zei tot de gezagvoerder, dat het verstandiger was terug te keren. Hij kwam juist van de kapitein terug en bemerkte, toen hij langs de machine liep, dat de stoot in de koppeling zat. Te St. Nazaire teruggekeerd, moest de HOUTDIJK in het dok. Toen de excentriekschijven er afgenomen waren, werd het technische gebrek ontdekt. Later volgt uitspraak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd de volgende uitspraak gedaan betreffende de aandrijving van het stoomschip CHARLOIS met het Engelse wrak VOLTURNO op 18 december jl. op de Atlantische Oceaan. De oorzaak van de ramp, welke het stoomschip CHARLOIS heeft getroffen, moet naar 's Raads oordeel worden toegeschreven aan de plotseling invallende bui. Ten gevolge van deze is de CHARLOIS loefgierig geworden, terwijl de VOLTURNO, een uitgebrand leeg schip, west op is gedreven.
Voorts is de Raad van mening, dat het doen zinken van het wrak van de VOLTURNO uit zeemansoogpunt als een prijzenswaardige daad moet worden beschouwd. Toen de gezagvoerder ten gevolge van het defecte stuurgerei en de grote afstand waarop hij zich van de naastbij zijnde haven bevond, geen mogelijkheid zag het schip binnen te slepen, handelde hij in het belang van de veiligheid van de scheepvaart, derhalve in het algemeen belang, door de VOLTURNO te doen zinken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd de volgende uitspraak gedaan betreffende de aanvaring op de Nieuwe Waterweg op 1 maart 1914 tussen de Nederlandse stoomschepen IMPORT en MEDAN, beiden te Rotterdam. De Raad is van oordeel, dat het plaats gehad hebbende ongeval een bedrijfsongeval genoemd mag worden, dat noch aan de bemanning van de IMPORT, noch aan de bemanning van de MEDAN te wijten is. De IMPORT kon bezwaarlijk meer achteruit gaan, daar ze anders de ketting van de onderste kruitboei in de schroef had gekregen, zelfs indien ze voor anker was gegaan, had ze, nu het eb was, deze kans gelopen, ze moest derhalve zachtjes vooruit gaan. De MEDAN eenmaal rond zwaaiende, waartoe zij kon overgaan, ziende dat de IMPORT zich ten noorden van de boeien wilde begeven, moest als groot en zwaar geladen schip inderdaad voorzichtig zijn met vooruitgaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd de volgende uitspraak gedaan betreffende het aan de grond drijven te St. Nazaire op 29 oktober jl. van het stoomschip LEONORA uit Rotterdam. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de scheepsramp, aan de LEONORA overkomen, toegeschreven moet worden aan het verdrijven van het schip; vermoedelijk is bij het kenteren van het getij het anker over de kop geslagen en heeft niet meer gehouden, zonder dat dit door de wacht hebbenden is opgemerkt. De LEONORA is toen afgedreven, waarbij echter de verandering in de peilingen slechts zeer gering geweest kan zijn, gelet op de plaats, waar het schip is vastgelopen. Zulks strekt ter verontschuldiging voor de wachthebbende stuurman Van der Woude en acht de Raad geen termen aanwezig op hem een strafmaatregel toe te passen. Wel meent de Raad, dat het lood gebruikt had moeten worden, toen de LEONORA rondgezwaaid was om te kunnen constateren, dat het schip niet drijvende was.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd de volgende uitspraak gedaan betreffende de schade aan een van de stoomketels aan boord van het stoomschip LAURA op 28 oktober jl., liggende te Rotterdam. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de ramp aan het stoomschip LAURA overkomen, moet worden toegeschreven aan watergebrek in de stuurboordstoomketel. Het water in die ketel moet door een van de leidingen naar buitenboord zijn verdwenen, hoe, is echter uit de afgelegde verklaringen niet met zekerheid vast te stellen. Niet mogelijk is, dat dit enkel het gevolg van het lekken was. Onafhankelijk echter van deze vraag, moet hier een grote zorgeloosheid van de 2e en 3e machinist, die aan boord waren tijdens de ramp, worden geconstateerd, waar deze toch niet tijdig genoeg de watervermindering in de ketel hebben waargenomen en het bovendien gebleken is, dat de 2e machinist slechts zeer kort in de machinekamer heeft vertoefd en een eigenaardige opvatting van zijn verantwoordelijke positie schijnt te hebben. Hoewel als een verzachtende omstandigheid kan worden aangemerkt, dat terzelfder tijd het houten tussenschot in de machinekamer in brand is geraakt, meent toch de Raad dat hier een strafbare nalatigheid heeft plaats gehad. Hij straft daarom Jozef de Klerk, 2e machinist en Gerard Warnard v.d. Vos, 3e machinist, beiden wonende te Rotterdam, door het uitspreken van een berisping.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 6 april. Van de werf te Westerbroek van de firma E.J. Smit & Zn. alhier is hedenmiddag te water gelaten een stalen zeelichter van 900 ton draagvermogen voor rekening van de firma Dorwien en Paap te Hamburg. Het schip draagt het werfnummer 515, wordt gebouwd onder speciaal toezicht van de Germanischer Lloyd en krijgt de hoogste klasse voor kleine kustvaart Het schip heeft 2 laadluiken van 11,50 resp. 11 meter lengte bij 7 meter breedte en is voorzien van 2 laadmasten, welke neergelegd kunnen worden.


08 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 7 april. Het stoomschip OLANDA was zaterdag nabij Brockdorf in aanvaring met het in ballast van Gent komende Engelse stoomschip GREYSTOKE CASTLE, dat enige schade aan stuurboord boven de waterlijn bekwam en heden van Hamburg te Antwerpen is aangekomen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 8 april. De Nederlandse stoomschepen SINGKARA en SINGKEP, van Rotterdam naar Batavia bestemd, zijn te Portland binnengelopen met lichte schade.
(opm: beide schepen vertrokken weer op 11 april – AH 140414)


09 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Nederland.
Blijkens het verslag over het afgelopen jaar bleef de ontwikkeling van het passagiersverkeer en van het goederenvervoer aanhouden. Des te meer is het te betreuren, dat grote teleurstelling werd ondervonden bij de aflevering van de in aanbouw zijnde stoomschepen. Het aantal reizen van de vrachtschepen is minder dan in het vorige jaar, wat grotendeels moet worden toegeschreven aan het toenemende oponthoud voor lossen en laden in de Nederlands-Indische havens. De Indische Regering heeft echter de havenverbetering met kracht ter hand genomen. Hierover haar dank uitsprekende, voegt de directie van de Maatschappij daarbij de wens, dat de uitvoering van deze werken ongestoorde voortgang mogen maken. Ten opzichte van de verbinding van het Noordzeekanaal met de Noordzee wordt met genoegen geconstateerd, dat overeenstemming is verkregen tussen het Rijk en de Gemeente Amsterdam. Met de mailboten werden gemaakt 26 (v.j. 27) rondreizen. In de vrachtbootdienst werden gemaakt 39 (v.j. 41) reizen naar- en evenveel reizen van Nederlands-Indië.
In de Java Bengalen Lijn vonden een vrachtboot het gehele jaar en drie vrachtboten gedurende een gedeelte van het jaar emplooi. De bate op de reizen van de stoomschepen bedraagt NLG 4.576.814 (v.j. NLG 4.175.198), op de interestrekening NLG 228.151 (NLG 153.526), op de assurantie eigen risico NLG 63.332 (NLG 236.140), saldo vorige rekening NLG 3.805 (NLG 6.228), zodat de creditzijde van de winst- en verliesrekening stijgt tot NLG 4.872.103 (v.j. NLG 4.646.094, met inbegrip van NLG 75.000 bijdrage tot de winst uit het agio op geplaatste aandelen. Twee jaar geleden bedroeg het winstcijfer NLG 3.219.592). Van het winstcijfer zal worden bestemd: Voor afschrijving op de stoomschepen NLG 2.010.481 (v.j.) NLG 1.903.405), op de etablissementen IJkade NLG 22.500 (als v j.), op de machinedelen in magazijn NLG 2.560 (NLG 3.958), voor versterking van de rekening van afschrijving NLG 500.000 (NLG 322.305), van de reparatierekening NLG 6.500 (NLG 100.000), voor reserve voor pensioenregeling NLG 50.000 (als v.j.), voor betaalde premies ingevolge de Ongevallenwet moet worden geboekt NLG 39.631 (NLG 40.040). Het verlies in wisselkoers. bedraagt NLG 284 (NLG 12.921). Vorig jaar werd nog afgeschreven op huizen en erven NLG 11.000.) De kostprijs van de stoomschepen is NLG 30.302.991 (NLG 29.610.837), hierop werd tot ulto. december afgeschreven NLG 11.266.991 (NLG 10.474.837), zodat de schepen thans op de balans voorkomen met NLG 19.036.000 (NLG 19.136.000). De in aanbouw zijnde schepen, waaronder ook gerekend worden de op 31 december 1913 reeds in de vaart zijnde stoomschepen RADJA en KONINGIN EMMA (waarvan de bouwrekening eerst na terugkomst van de eerste reis wordt afgesloten) komen op de balans voor met NLG 11.186.202.
In de loop van het jaar werden aan de vloot toegevoegd de vrachtboten BOETON, BATJAN en RADJA en het dubbelschroef mailschip KONINGIN EMMA. Het vroegere mailschip KONING WILLEM I werd daarvan afgevoerd en verkocht; het boven de boekwaarde bij deze verkoop verkregen bedrag, zijnde NLG 174.171, is op „Liquidatie Rekening der Stoomschepen" gebracht, waardoor deze reserve tot NLG 424.305 opgevoerd wordt. Van de in het vorige jaarverslag als besteld vermelde schepen, waren op 31 december nog in aanbouw de mailschepen PRINS DER NEDERLANDEN (9.322 ton) en JAN PIETERSZOON COEN (11.200 ton) en de vrachtboten ROEPAT, RIOUW, ROTTI, RONDO, BANKA, BOEROE en BAWEAN (elk 6.600 à 7400 ton). In de aanvang van 1914 werden opgeleverd het mailschip PRINS DER NEDERLANDEN en de vrachtschepen ROEPAT en BANKA. Er zijn thans (april 1914) nog in aanbouw 1 mailschip en 5 vrachtboten. Kapitaal. Het geplaatste kapitaal bleef onveranderd NLG 16.000.000. Ofschoon niet tot dit verslagjaar behorende, zij hier reeds vermeld dat in 1914 nog NLG 3.000.000 aandelen 6e serie aan de Nederlandsche Scheepvaart Unie werden verkocht tegen de koers van plm. 128%; de storting had 17 februari 1914 plaats. De rekening van afschrijving bedroeg op 1 januari 1913 NLG 2.500.000. De resultaten van het jaar geven aanleiding een versterking voor te stellen ten bedrage van NLG 500.000, zodat het totaal van deze reserve dan bedraagt NLG 3.000.000.
Het reservefonds bedroeg op 1 januari 1913 NLG 1.611.971. In het debet van deze rekening is gebracht, wegens waardevermindering van in het belegd Reservefonds liggende effecten NLG 18.060. Door goedkeuring van de balans zal het gecrediteerd worden met 10% van de overwinst NLG 133.333 en op nieuwe rekening overgebracht worden met NLG 1.727.244. Op het etablissement IJkade werd weer NLG 22.500 afgeschreven. De gebouwen, die voor de uitbreiding van de dienst op de Noordelijke IJkade worden opgetrokken, zullen waarschijnlijk in september a.s. worden opgeleverd. Op rekening van de bouwkosten werd gedurende de loop van het jaar betaald NLG 157.192. Assurantie eigen risico. De premies, in 1913 geboekt, bedroegen NLG 337.097 (NLG 309.708), vorig jaar gereserveerde premies en schaden NLG 83.825 (NLG 188.708), de in 1913 betaalde en de reserves voor schaden bedragen NLG 362.590 (NLG 261.914). Als winst werd geboekt NLG 63.332 (NLG 236.140). De op de balans nog openstaande NLG 333.951 (NLG 188.825) zijn getaxeerde, doch nog niet afgerekende schaden en gereserveerde premies. Hieronder is begrepen de reserve voor de averijen KRAKATAU-stranding nabij Djeddah en KANGEAN-brand te Lissabon.
Ondersteuningsfonds voor het personeel. Het saldo van vorige rekening was NLG 736.237. Het fonds vermeerderde door gekweekte rente met NLG 34.385. Door verkoop van toegangsbewijzen, boeten, enz. met NLG 5.399. Door afboeking van verjaarde niet ter betaling aangeboden dividendbewijzen met NLG 6.211 totaal NLG 45.996. Het werd gedebiteerd voor: Onderstand aan personeel en nagelaten betrekkingen van personeel met NLG 66.726. En nadelig koersverschil van de in het belegde fonds liggende effecten, met NLG 21.432 totaal NLG 88.158. Het fonds wordt door goedkeuring van de balans gecrediteerd met 5% van de overwinst, d.i. met NLG 66.666, zodat het op nieuwe rekening wordt overgebracht met NLG 760.741. Reserve voor pensioenregeling. Deze rekening stond op de vorige balans credit NLG 314.251 en vermeerderde in 1913 door toegevoegde rente en andere baten met NLG 44.272; af betaalde pensioenen NLG 6.542. Deze reserve wordt verhoogd met NLG 50.000 en op nieuwe rekening overgebracht met NLG 401.980.
Ten einde zich van de goede gang van het bedrijf in Nederlands-Indië te overtuigen, heeft een van de leden van de directie onlangs de verschillende havens in Indië bezocht. De balans vermeldt in het debet, behalve de boven besproken posten, kassa en kassier NLG 123.045 (v.j. NLG 183.207), gelden op prolongatie NLG 2.063.000 (NLG 8.327.000), idem à deposito NLG 400.000 (NLG 600.000), effectenrekening NLG 2.105.559 (1.637.074), belegd reservefonds NLG 821.978 (NLG 895.586), belegd ondersteuningsfonds NLG 706.235 (NLG 690.911), diverse debiteuren NLG 1.197.529 (739.896), huizen en erven NLG 150.000 (NLG 150.000), etablissementen IJkade NLG 742.192 (NLG 607.500), reisonkosten over lopende reizen NLG 1.262.578 (NLG 1.063.086) en in het credit het kapitaal; de obligatierekeningen ten gezamenlijke bedrage van NLG 7.489.000 (NLG 7.692.000), de reserves en afschrijvingsrekeningen met een totaalcijfer van NLG 7.298.259 (NLG 6.505.991), de ondersteuningsfondsen etc. als bovenvermeld, vracht en passagegelden over lopende reizen NLG 2.274.436 (NLG 1,994.144), diverse crediteuren NLG 4.214.192 (NLG 2.428.339), rekening van uitdeling NLG 1.600.000 (NLG 1.600.000). Het dividend zal, zoals reeds meegedeeld, 10% bedragen (evenals v.j.).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd op de Naamloze Vennootschap ‘Werf de Noord’ te Alblasserdam, met goed gevolg te water gelaten een stalen Rijnschip van de volgende afmetingen: Lengte 107,50, breedte 13, hol 2,85 meter, gebouwd voor Nederlandse rekening. Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd van een Rijnschip, groot circa 900 tonnen, dat voor buitenlandse rekening zal gebouwd worden. (opm: werf no. 89)


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

IJmuiden, 8 april. Het stoomschip TELEGRAAF 18 dat op reis van Zeebrugge naar Hamburg, heden alhier binnenkwam, heeft schade aan het stuurgerei.


10 april 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 10 april. Uit IJmuiden bereikt ons het volgende bericht: Woensdagmorgen heeft het op de werf van de firma E.J. Smit & Zoon te Hoogezand gebouwde stoomschip TELEGRAAF 18 op zijn reis van Brugge naar Hamburg zijn officiële proeftocht gehouden tussen Hoek van Holland en IJmuiden, welke uitstekend slaagde. Het stoomschip TELEGRAAF 18 heeft een lengte tussen de stevens van 48 meter, een breedte over de spanten van 6,50 meter en een holte van 3 meter. Het is gebouwd onder speciaal toezicht van The British Corporation for the Survey and Registry of Shipping te Glasgow. De machine is een triple-expansie machine met oppervlakcondensatie en Hackworth stoomschuifbeweging, welke 350 à 400 ipk kan ontwikkelen en daarbij een snelheid geeft van 9 knopen. Als hulpwerktuigen zijn aanwezig: Een oppervlak verwarmer, een duplexvoedingspomp, welke tevens als lenspomp kan dienst doen en een injecteur.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Hamburg, 9 april. De Nederlandse motorboot GALLIA, van Rotterdam komende, is in de Petroleumhaven met een tanklichter in aanvaring geweest, waardoor beide schepen beschadigd werden.


11 april 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Waterhuizen, 10 april. Van de werf van de firma J.J. Pattje & Zonen alhier werd te water gelaten een staal-ijzeren 3-mast gaffelschoener, groot plm. 240 ton, terwijl de kiel zal worden gelegd voor een dito schip groot ruim 200 ton, beide voor Duitse rekening.


12 april 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rechtzaken. Raad voor de Scheepvaart.
De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende het op 3 april jl. vastlopen op het North Sand Head van het stoomschip MIJDRECHT, gezagvoerder Tj. Spanjer; reder: Stoomvaart Mij. Maas, beiden te Rotterdam.
Als eerste getuige verscheen de matroos A.B. Andersen van de MIJDRECHT. Getuige wordt het verhoor in het Engels afgenomen. Op 3 april was het schip van Rotterdam vertrokken met bestemming naar Braila. ‘s Avonds omstreeks 10 uur bevonden zich op de brug de matroos Hartevelt en de tweede stuurman. Om 10.20 uur kwam getuige op het dek met de opdracht om op de uitkijk voor schepen en lichten van schepen te staan. Het duurde niet lang of hij zag aan stuurboordboegzijde een wit flikkerlicht en een ogenblik later herhaalde zich dit ook aan bakboordboegzijde. Getuige gaf onmiddellijk bericht van het zien van het licht door op de klok te slaan. De kapitein heeft getuige niet op de brug gezien. Het schip liep met volle kracht. Het grote aantal lichten, dat men aan de wal zag, duidde op een stad, waarschijnlijk Ramsgate of Deal. Getuige had niet bemerkt, dat men zo dicht bij de kust was en had van enig gevaar zelfs niet het flauwste vermoeden. Het had hem niet getroffen, dat men zo uit de koers liep. Het weer was helder. Getuige vermoedde, dat men in de buurt van de Goodwin's was. Plotseling bemerkte getuige, dat men vast zat.
De verklaringen van deze getuige werden geheel bevestigd door de matroos M. Hartevelt, die op die avond als roerganger op de brug stond. Het schip liep aan de grond op het ogenblik, dat zij de 3 vuren tegelijk zagen. Getuige vermoedt, dat de kapitein vlak vóór het vastlopen beneden was om de log af te lezen. Tenminste toen de stuurman het licht dwars zag, is deze naar beneden gegaan om de log af te lezen. Toen de stuurman daarna weer boven kwam, liep het schip vast. Onmiddellijk daarop is de kapitein ook op de brug gekomen. De koers, welke gelopen werd, was ZW ten W half West. In het geheel heeft men 3 uur op het North Sand Head vastgezeten; door sleepboten is de MIJDRECHT losgewerkt.
De zitting werd daarna, voor enige ogenblikken geschorst.
Na heropening werden de kapt. Tj. Spanter en de 2e stuurman A.Th. Wielema. binnengeroepen. De voorzitter deelt mee, dat de Raad het vermoeden heeft gekregen, dat de oorzaak te wijten is aan nalatigheid van de tweede stuurman en ook van de kapitein, zodat beide buiten ede gehoord zullen worden. Eerst worden na de verklaringen van de beide matrozen voorgelezen, die de stuurman de opmerking ontlokken, dat hij niet wist, wat het op de klok slaan betekende. Hij heeft nimmer gehoord, dat het op de klok slaan de betekenis had van het zien van lichten. Ook is het vermoeden, dat hij naar beneden gegaan is om de log af te lezen, onjuist. De matroos Voetman heeft de log afgelezen; zelf is de stuurman naar de kaartenkamer gegaan.
De 2e stuurman Wielema, thans verder gehoord, zegt, dat hij reeds vele jaren eerst als stuurmansleerling, daarna als 3e stuurman en eens als 2e stuurman gevaren heeft. Op de avond van 8 april kreeg spreker de wacht over van de eerste stuurman. De koers was toen ZW ten W ¾ West. Toen spr. de Northkende ontwaarde, heeft hij de kapitein gewaarschuwd door een fluitsignaal, dat naar de kajuit achter in ging. Men heeft toen de koers veranderd in ZW ten W half West.
De eerste stuurman had getuige van te voren reeds gezegd, dat hij het vuur zou zien en tevens opgedragen, hoe in dat geval te handelen. De kapitein had bovendien last gegeven hem te doen waarschuwen indien er iets bijzonders gebeurde. Om ongeveer 11 uur meende spreker aan stuurboordzijde een rood flikkerlicht te zien. De kapitein, die reeds in zijn kooi lag, zei dat dit licht North Goodwin betrof. South Goodwin zou hij later ook wel zien. De kapitein is toen niet uit zijn kooi gekomen. Spreker houdt vol slechts een vuur te hebben gezien. Hij weet niet, hoe het met het getij was. Het laatst werd gehoord de kapitein Tjeerd Spanjer. Deze zegt, dat de stuurman voortdurend South Goodwin met East Goodwin verwarde. Dit blijkt ook uit het logboek, dat verkeerd was ingevuld. Spreker meent de eerste keer een kwartier te laat te zijn gewaarschuwd. Vermoedelijk is hij ten gevolge van grote vermoeienis opnieuw in slaap gevallen. Toen hij de tweede keer gewaarschuwd werd, is hij onmiddellijk naar boven gegaan. Het schip was toen aan de grond gelopen. Hij heeft getracht de telegraaf achteruit te zetten. Met sleepboten is men vlot gekomen. Het ongeval is gelukkig goed afgelopen, zonder noemenswaardige schade.
Het slaan op de klok was aan boord steeds gebruikelijk door de grote afstand van de bak naar de brug. Een hoorn werd uit hygiënische voorzorg niet gebruikt. Ook deelt spr. nog mee, dat in de kaartenkamer alles gereed lag om zich van een en ander op de hoogte te kunnen stellen. De inspecteur van de scheepvaart, vervolgens zijn vordering doende, zegt dat de 2e stuurman zeer stom heeft gehandeld. Hij moet nog wat meer leren en daarom geeft hij de Raad in overweging hem voor enige tijd de bevoegdheid te ontnemen, opdat hij zich gedurende die tijd zal kunnen oefenen. Ten aanzien van de kapitein vindt spr. het te laken en van slechte navigatie getuigend, dat hij de stuurman niet voldoende heeft ingelicht aangaande de vuren. enz. De strafmaat wil hij aan het oordeel van de Raad overlaten. Daarna werd het onderzoek gesloten. De uitspraak volgt later.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd.
Aan het verslag over 1913 wordt het volgende ontleend: Commissarissen en directie gedenken het grote verlies, dat de Maatschappij in dit verslagjaar heeft getroffen door het afsterven van haren oudste directeur, de heer Daniël Theodorus Ruys, op de 28e september 1913. Zij herinneren er aan, dat de heer D.T. Ruys indertijd de man was, die de stoot gaf tot een geregelde stoomvaartdienst van Rotterdam op Nederlands-Indië via het Suezkanaal, eerst onder Engelse vlag, later in gemeenschap met een Hollandse rederij, waaruit in 1883 voortkwam de tegenwoordige Nederlandse Stoomvaart Maatschappij ‘Rotterdamsche Lloyd’. In het verslagjaar bleef zich het passagiers- en goederenvervoer regelmatig ontwikkelen, hetgeen moge blijken uit de zeer bevredigende resultaten van het bedrijf. De schepen vonden ruim emplooi in de hoofdlijn en slechts in enkele gevallen was men genoodzaakt extra tonnage te charteren of eigen schepen buiten de lijn te bevrachten. De exploitatiekosten handhaafden zich op het hogere peil en een verlaging daarvan mag niet worden verwacht, integendeel blijkt uit de Indische begroting voor 1914, dat in den vervolge van de scheepvaart een zeer belangrijke retributie zal worden verwacht voor haven- en kadegelden op de verschillende Nederl.-Indische havens; indien inderdaad die havens voor een redelijke retributie evenredige faciliteiten zullen aanbieden, zal de scheepvaart zich allerminst tegen die heffing verzetten. Wij zijn echter nog niet zover en de tegenwoordige toestanden te Tandjong Priok, Semarang, Soerabaja en Makassar zijn eenvoudig onduldbaar, de schepen ondervinden overal enorm oponthoud, de stoomvaart maatschappijen worden aangesproken en verantwoordelijk gesteld voor claims, die bij geordende toestanden nimmer zouden kunnen zijn ontstaan, terwijl ook de handel alle reden tot klagen heeft. Gelukkig mag het bestuur constateren, dat en regering en handel doordrongen zijn van de onhoudbaarheid van de huidige toestanden en getuigt het van ondervonden medewerking. Wegens de hoge eisen, die ongetwijfeld in de naaste toekomst zullen worden gesteld voor nieuwe etablissementen en voor uitbreiding van bestaande inrichtingen, is uit de exploitatiewinst voorlopig een bedrag van NLG 600.000 gereserveerd. Het nieuwe dubbelschroef-mailstoomschip INSULINDE liep de 1e november 1913 van stapel en heeft de 21e maart 1914 zijn eerste reis naar Nederlands-Indië aanvaard. Hoewel niet tot het boekjaar 1913 behorend, wil het bestuur nu reeds meedelen, dat dit schip zeer gunstig wordt beoordeeld en het vleit zich, dat de INSULINDE spoedig een bijzondere favoriete in het passagiersverkeer zal blijken te zijn, zodat tot de bouw van meer dergelijke schepen zal moeten worden besloten. Ongetwijfeld zullen deze, naar de ondervinding leert, weer van grotere afmetingen moeten zijn, de mededinging leidt daartoe. De Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’, die steeds voortreffelijk werk leverde, zal dan echter niet meer kunnen meedingen naar de opdrachten van de Maatschappij, tenzij tijdig van regeringswege maatregelen worden genomen om de doorvaartwijdte en lengte van de sluizen te Vlissingen belangrijk te vergroten. De exploitatierekening over 1913 laat een voordelig saldo van NLG 4.772.110 (NLG 4.136.238). Hierbij interest NLG 126.466 (NLG 112.112) en saldo van de vorige rekening NLG 14.301 (NLG 10.259), maakt te samen NLG 4.912.878 (NLG 4.278.300). Daarvan moet worden afgetrokken: Voor afschrijving op de stoomschepen NLG 2.104.784 (NLG 1.898.397), voor afschrijving op de gebouwen NLG 100.000 (NLG 115.855), voor reserve uitkeringen Ongevallenwet NLG 20.000 (NLG 10.000), voor bijdrage aan de Nederlandsche Scheepvaart Unie (volgens overeenkomst) NLG 51.752 (NLG 60.189), voor reserve uitbreiding etablissementen NLG 600.000, voor bijdrage aan het Ondersteuningsfonds NLG 110.732 (NLG 109.589), voor bijdrage aan het Vernieuwings- en Reservefonds NLG 150.000 (NLG 22.716), voor bijdrage aan het Assurantiefonds NLG 200.000 (NLG 500.000), voor commissarissen, volgens art. 22 van de Statuten NLG 6.000 (NLG 6.000), en voor bedrijfsbelasting NLG 41.250 (NLG 41.250); te samen NLG 3.384.518 (NLG 2.763.998). Blijft een saldo van NLG 1.528.360 (NLG 1.514.301), waarvan voorgesteld wordt, een uitdeling van 10% (evenals v.j.) over het kapitaal te doen.
In 1913 werden gedaan: 26 reizen in de veertiendaagse maildienst naar Java via Marseille vice versa; 38 reizen met de cargaboten naar Java vice versa; 5 reizen met de cargaboten naar Java; 1 reis met een cargaboot van Java, benevens nog enige reizen geheel buiten de lijn. In de loop van het jaar werden de vrachtstoomschepen SOERAKARTA, CEYLON en MADIOEN in dienst gesteld, met een totaal draagvermogen van 28.800 ton, waarmee de vrachtvloot werd gebracht op 180.000 ton. Thans is nog bij de firma Bonn & Mees in aanbouw het stoomschip DJEMBER met 12.000 ton laadvermogen, terwijl aan die firma nog opdracht werd gegeven voor een vrachtschip van 12.000 ton laadvermogen, levering 1915, hetwelk de naam SITOEBONDO zal ontvangen. De etablissementen aan de Lloydkade werden belangrijk vergroot, terwijl men tot overeenstemming kwam met het gemeentebestuur omtrent de huur van ongeveer 280 meter kadelengte met achter liggend terrein aan de in aanbouw zijnde kade aan de IJsselhaven; men hoopt nog dit jaar de nieuwe ligplaatsen in gebruik te kunnen nemen. Van de draadloze telegrafie inrichting wordt door de passagiers steeds meer gebruik gemaakt; ook de meeste vrachtboten zijn thans daarmee uitgerust. In de Java-Bengalendienst werden 17 rondreizen volbracht in combinatie met de Stoomvaart Mij. Nederland; de resultaten blijven bevredigend. Het uitgegeven kapitaal bleef onveranderd op NLG 15.000.000. Vernieuwings- en reservefonds. Het saldo van de vorige rekening bedraagt NLG 1.650.000 en is vermeerderd door een bijdrage uit de winst met NLG 150.000, totaal NLG 1.800.000. Ondersteuningsfonds. Het saldo van de vorige rekening bedraagt NLG 450.000 en is vermeerderd door gekweekte rente, boeten en verkoop van toegangsbewijzen met NLG 21.522, verminderd door onderstand aan het personeel met NLG 32.254, vermeerderd met bijdrage uit de winst NLG 110.732, totaal NLG 550.000.
Reserve Ongevallenwet. Deze bedroeg per 1 januari 1913 NLG 50.000. Bijdrage ten gevolge van enige ongevallen van blijvende aard NLG 20.000, totaal NLG 70.000. De assurantie-reserverekening bedraagt NLG 1.500.000, bijdrage uit de winst NLG 200.000, totaal NLG 1.700.000. Op 1 januari 1913 was gereserveerd voor nog lopende premies en schaden NLG 187.990. Over 1913 werd geboekt aan premies op eigen schepen en op schepen van andere maatschappijen NLG 139.011. Hier af: Betaalde schaden en restituties NLG 77.779, premies van ulto. december nog lopende risico's en nog te verrekenen schaden NLG 222.332. Voordelig saldo NLG 26.890, dat het bestuur voorstelt op nieuwe rekening over te brengen. De stoomschepen (kostprijs NLG 30.077.737) komen op de balans voor met NLG 18.045.000 (v.j. NLG 17.086.000), de schepen in aanbouw met NLG 2.284.592 (NLG 1.463.469), de gebouwen aan de Lloydkade met NLG 100.000 (NLG 200.000).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe schepen.
Heden passeerde Lobith voor de eerste reis met bestemming naar Duitsland het geheel nieuwe tankschip LINDAVIA, schipper Kranendonk, gebouwd te Bolnes voor rekening van de heer Ph. van Ommeren te Rotterdam, groot 2.100 ton.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Voor de eerste reis naar Duitsland passeerde Lobith hedenmorgen de nieuwe stoomgoederenboot EWIJK, kapitein Timmer, groot 800 ton, gebouwd te Bolnes voor rekening van de Nieuwe Rijnvaart Mij. te Amsterdam.


14 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Dover, 13 april. Het schoenerschip VRIJHEID is heden na volbrachte reparatie naar Topsham vertrokken. (opm: zie ook HND 250314 en HND 260314)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 14 april. Volgens telegram uit Kaap Spartel is het van Antwerpen naar Rabat bestemde Nederlandse stoomschip GERRITTINA aldaar met schade gepasseerd, gesleept wordend naar Tanger door een Engels stoomschip.
— (Later bericht.) De GERRITTINA is met lekkage in de ketels te Gibraltar binnengekomen om te repareren.


15 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hollandsche Stoomboot Maatschappij.
Op de heden gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werden de balans en de winst- en verliesrekening over het afgelopen jaar goedgekeurd en werd het dividend bepaald op 8%. De heer jhr. L.P.D. op ten Noort, die als commissaris aan de beurt van aftreden was, werd met algemene stemmen herkozen.


16 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Lloyd. Het jaarverslag vermeldt, dat twee nieuwe schepen besteld werden, een te Sunderland en een te Alblasserdam. De winst- en verliesrekening sluit met een brutowinst van NLG 283.523, waarvan NLG 49.430 wordt gebezigd voor afschrijving op de stoomschepen, NLG 45.000 wordt gestort in het fonds voor extra afschrijving, terwijl NLG 9.680 op reserve wordt gebracht. Uit de rest wordt een dividend van 9% uitgekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren vertrok van IJmuiden naar Montevideo, geëxpedieerd door het Bureau Wijsmüller te Baarn, de vuilnishopper A.P. VAPOR SANEAMIENTO No. 1. Dit vaartuig werd door de Werf Conrad te Haarlem gebouwd en meet 218 bruto en 72 netto reg.ton. De lengte en breedte bedragen resp. 36,20 en 7,82 meter.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepbouwwerf ‘De Merwede’, v/h Van Vliet & Co. te Hardinxveld is met goed gevolg te water gelaten een stalen loggerschip Bno. 109, lang 24 m., breed 6,50 m. en hol 2,90 m., genaamd MERWEDE 3, voor rekening van de N.V. Loggerschip De Merwede te Scheveningen. Tevens is de kiel gelegd voor een stalen sleepkaan No. 112 van de volgende afmetingen, lang 25,50 (?? Opm: waarschijnlijk 85,50 m.), breed 10,25 en hol 2,40 meter, voor rekening van de N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportonderneming te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 15 April. De Nederlandse tjalk FIDUCIA, schipper Brouwer, heeft hier in de haven door een aanvaring met het stoomschip JADE de boegspriet gebroken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Advertentie. Te koop aangeboden. Een goed onderhouden tjalkschip, groot 140 ton, klasse Germ. Lloyd. Te bezichtigen aan de werf van J. Vos & Zn., Winschoterdiep, Groningen.


17 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 16 april. Volgens telegram uit Boston is aan boord van het aldaar van Rotterdam aangekomen Nederlandse stoomschip ZIJLDIJK brand uitgebroken in ruim No. 2. Het vuur is echter reeds weer geblust. Een gedeelte van de lading is evenwel beschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 17 april. Het Nederlandse stoomschip HERMINA is op de baar bij Rabat gestrand De positie is gevaarlijk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 17 april. Heden is van hier vertrokken naar Emden het nieuw gebouwde motorschip ELIZABETH, groot 302 m3 netto, gebouwd op de werf van Gebr. Mulder te Foxhol, voor rekening van kapitein B. Schepers te Haren aan de Eems.


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Gibraltar, 14 april. De stoomboot GERRITTINA werd alhier binnengesleept door het stoomschip SPARTEL. Op het schip is beslag gelegen voor GBP 1.200.


18 april 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Brand aan boord stoomschip DJEBRES.
Ongeveer 4 uur hedenochtend werd een ploeg werkvolk uit ruim 3 van het stoomschip DJEBRES (ex. SOLO), van de Rotterdamsche Lloyd, liggende in de Parkhaven voor de wal van het terrein van de firma Wm.H. Müller & Co., voor ander werk naar boven geroepen. Bij het verlaten van het ruim bediende de bootwerker J. Stoks, wonende in de Josephlaan no. 15, zich van een brandende doch onbeschermde kaars, omdat het in het ruim zo donker was. Deze kaars hield hij in de linkerhand, terwijl hij zich met de rechter aan de ladder vasthield, waarlangs hij naar boven klom. Onder het opklimmen is de vlam van de kaars in aanraking gekomen met het weefsel van balen, die in het ruim bij honderden waren opgestapeld en in een oogwenk liepen de vlammetjes huppelend over die balen het ruim rond, een brand veroorzakende, die zeer belangrijke schade aan schip en lading heeft toegebracht. Wel heeft de bootwerker Stoks nog getracht met zijn pet de eerste vonken te doven en wierpen een paar andere werklieden een paar emmers water over de balen, maar dit bleek onbegonnen werk. Toen werd onder de leiding van de opzichter De Groot van Müller's terrein al met twee stralen water in het ruim gegeven en de brandweer gealarmeerd. In ruim drie, gedeeltelijk al gelost, bevonden zich uitsluitend goederen voor Hamburg bestemd, waarheen de DJEBRES, die donderdag uit Ned. Indië hier was aangekomen, de volgende week zou vertrekken. Onder deze goederen zijn ongeveer 2.500 balen kopra, voorts zakken met gom-damar, kisten thee en zo meer, maar kopra was het hoofdbestanddeel van de lading in dit ruim. Bij het verschijnen van de brandweer hing een rode vuurgloed boven het openstaande ruim, vlammen werden bij deze scheepsbrand niet waargenomen. En ook de vuurgloed verdween spoedig, nadat men met blussen begonnen was en een ontzettend dichte rook kronkelde in zware wolken uit het brandende ruim en verspreidde zich in zuidwestelijke richting over het terrein van de firma Müller & Co. en de rivier. Dit heeft zo uren geduurd, voor er enige vermindering was te bespeuren. De brand, ongeveer ter hoogte van het koebrugdek aan stuurboordzijde ontstaan, werd geblust met 16 stralen op stoompompen en 11 van de handbrandspuiten, onder de leiding van de hoofdman de heer A.J. ten Hope. In de Parkhaven langszij het brandende schip verschenen spoedig om hulp te verlenen de stoomboten van de havendienst: Havendienst 3, Havendienst 2, Maaswerken, Dokwerken, Havendienst 4, Havendienst 1 en ook de Gemeentewerken, terwijl aan de landzijde op het terrein van de firma Müller & Co. de handbrandspuiten 31, 24, 26, 35, 33, 34, 32, 27, 31 en 41, zomede de automobiel stoombrandspuiten 1, 2 en 3 zich opstelden. Vóór alle was de reddingsbrigade ter plaatse. Behalve de automobiel stoombrandspuiten en een drietal stoomboten van de havendienst, is bijna al dit brandblusmateriaal urenlang met de blussing bezig geweest. Maar bovendien riep de inspecteur van de Rotterdamsche Lloyd, de heer J.S. Brouwer, de hulp in van de sleepboten COMPANY en DE BOER, van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf, welke sleepboten met hun krachtige stoompompen niet weinig tot beteugeling van het vuur hebben bijgedragen. Ten einde de brand meester te worden, schoot er ten laatste niets anders over dan het gehele ruim 3 onder water te zetten.
Want inmiddels was in de machinekamer het schot, dat haar van dit ruim scheidt, rood gloeiend geworden en aan stuurboordzijde van het schip zetten enige platen van de huid zich door de geweldige hitte buitenwaarts uit.
Nu beval de heer Brouwer mannen te ontbieden van Wilton's Scheepswerf om gaten in het gloeiende schot van de machinekamer te boren. Aldus geschiedde en door de geboorde gaten werd nu ook van terzijde uit de machinekamer het vuur bestookt. Een gelijke maatregel werd daarna genomen in ruim 4, dat reeds geheel gelost is. Ook daar werd het schot, dat dit ruim van ruim 3 scheidde op gelijke wijze doorboord. Al deze werkzaamheden aan boord vanwege de Rotterdamsche Lloyd, onder de leiding van de heer Brouwer, terzijde gestaan door de adjunct-inspecteur de heer N.P. Haremaker en vanwege de brandweer onder het opperbevel van de heer A.J. ten Hope, hadden ten gevolge, dat men tegen acht uur in de morgen de brand volkomen meester was en de brandweer kort daarna kon inrukken. Maar vanmorgen om 7 uur stond reeds 272 cm water in ruim 3 en helde de DJEBRES vrij sterk naar bakboord over. Ook de machinekamer is niet van schade vrij gebleven. De adjunct-havenmeester, de heer A.H. Sirks en de adjunct-directeur van de gemeentewerken, de heer H.C. Wesseling, waren met andere autoriteiten op het terrein van de brand aanwezig. Een stoomboot van de havendienst heeft langszij van de DJEBRES ligplaats gehouden om zo nodig nog hulp te verlenen. Men is doende het voor de blussing onderwater gezette ruim leeg te pompen. De in dit ruim aanwezige lading is geheel verloren. Het stoomschip DJEBRES (ex. SOLO) werd in 1899 te Newcastle gebouwd en is netto 2.227 register ton en bruto 3.541 register ton groot.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam.
In de heden gehouden aandeelhoudersvergadering werd het verslag over 1913 uitgebracht. Daaruit blijkt dat de Maatschappij in 1913 ruimschoots was voorzien was van bouwcontracten en de omzet had nog belangrijker kunnen zijn, indien het werfterrein met werkplaatsen groter was geweest en men over meer geschikte werkkrachten had kunnen beschikken. De 31 december 1913 in behandeling blijvende en de in het begin van 1914 nog afgesloten bouwcontracten voorzien de Maatschappij voor het lopende jaar ruimschoots van werk. Omtrent het in 1913 afgeleverde werk verdient bijzondere vermelding het 14.000 ton drijvend droogdok, waarvan de bouw was opgedragen door het Departement van Koloniën en dat bestemd was voor Soerabaja. Dit dok, te Schellingwoude te water gelaten 7 juni 1913, vertrok op de 23e juni 1913 en arriveerde te Soerabaja 21 november 1913 in uitstekende toestand. De reeds in het jaarverslag over 1912 vermelde stappen tot het verkrijgen van een bij Schellingwoude gelegen terrein, nu de tegenwoordige werf, wegens ligging achter de te nauwe doorgang van de voormalige Oosterdoksluis. minder geschikt wordt, hebben, ondanks vele daartoe aangewende pogingen, nog niet het gevolg gehad dat door de Gemeente Amsterdam een voorstel omtrent voorwaarden tot het verkrijgen daarvan kon worden gedaan. Wij betreuren, zegt de directie, deze langzame gang van zaken zeer, omdat tot overbrengen van het bedrijf naar een ander terrein veel tijd zal kosten en wij daardoor gedwongen zullen worden gedurende lange tijd af te zien van mededinging naar de bouw van juist die schepen, die door hun grote afmetingen voor onze onderneming het meest gewenst zijn.
Het bruto winstcijfer stelt de directie in staat, na ruime afschrijving op bezittingen en na versterking van het ondersteuningsfonds voor het personeel en van het Extra Afschrijvingsfonds, aan aandeelhouders een dividend voor te stellen van 10%. De afschrijvingen bedragen totaal NLG 97.040 op gehouwen, werfinrichtingen, gereedschappen, etc., terwijl de versterking van het Ondersteuningsfonds NLG 15.000 bedraagt en aan het Extra Afschrijvingsfonds NLG 65.000 wordt toegevoegd. Over het resterend saldo van de winstrekening ad NLG 59.788 stelt het bestuur voor als volgt te beschikken: Aandeelhouders 10% over NLG 500.000 NLG 50.000, tantièmes volgens art. 19 van de statuten NLG 8.333, bedrijfsbelasting NLG 1.375 en over te boeken op nieuwe rekening NLG 80.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Wm.H. Müller & Co's Alg. Scheepvaart Mij. te Rotterdam.
In de gisteren gehouden vergadering van de raad van commissarissen van deze vennootschap werd besloten aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen over het afgelopen jaar een dividend van 8% uit te keren (als v.j.).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe schepen. Lobith, 17 april. Geladen met ijzererts naar Duitsland passeerde hier voor de eerste reis het nieuwe sleepschip LUSEVIRA, schipper Lellmann, groot 1.394 ton, gebouwd bij Gebr. Jonker te Kinderdijk.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Weymouth, 16 april. De pogingen tot berging van het stoomschip DOROTHEA zijn tevergeefs geweest. De LYONS is hier binnengekomen. De werkzaamheden zijn voorlopig gestaakt. (opm: zie ook HND 270314 en NRC 130714)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 18 april. Bij het binnenkomen van het tjalkschip NOORDSTER, kapt Baas, geraakte deze door de hevige oostenwind met zoveel vaart tegen de zeesluis in het Eemskanaal, dat de leuning van die sluis geheel vernield werd. Het schip bekwam lichte averij.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Appingedam, 17 april. In 't café Schuitema werd gisteravond publiek verkocht: Het tjalkschip DE GOEDE VERWACHTING, groot 78 ton, toebehorende aan de heer J. Klunder alhier. Koper de heer J. Meijer te Groningen voor NLG 450.


19 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam.
Aan het verslag over het jaar 1913 wordt het volgende ontleend: De buitengewone levendigheid in de scheepvaart hield ook aan in het jaar 1913 en ten gevolge daarvan is het bedrag van de reparaties wederom toegenomen.
Ook in 1912 werden wederom enige contracten voor nieuwe bouw afgesloten. De vergroting van de omzet welke gedurende de laatste jaren voortdurend belangrijker wordt, heeft de directie de overtuiging gegeven, dat het in het belang van de vennootschap is reeds nu maatregelen te nemen, die ten doel hebben, de groei, dien men nog in de volgende jaren voorziet, mogelijk te maken. Daartoe is de beschikking verzekerd van een nieuw terrein onder de gemeente Pernis, ter grootte van ruim 22 h.a. en met een oeverlengte aan de Maas van 800 meter.
Het dokbedrijf heeft in 1913 de grenzen van zijn capaciteit bereikt waardoor het nodig werd onmiddellijk maatregelen tot uitbreiding daarvan te nemen. Daarom is in het eind van 1913 aan de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam de bouw opgedragen van een droogdok van 13.000 ton lichtvermogen, op te leveren in de loop van 1915. Ook dit dok zal uit ter beschikking komende middelen kunnen worden betaald.
In 1913 werden 490 schepen gedokt, metende 1.634.810 ton met 786 dokdagen. Op de hellingen kwamen 114 zeeschepen, metende 144.423 ton, met 424 hellingdagen. Totaal werden dus 604 zeeschepen, metende 1.789.233 ton gedokt en gehellingd of circa 13% meer dan in 1912. Bovendien werden 51 zeeschepen, metende 192.848 ton in de dokken van de gemeente Rotterdam behandeld.
Verder werden nog 217 rivierschepen gehellingd, met een totaal van 509 hellingdagen.
Aan arbeidsloon werd in 1913 uitbetaald NLG 1.819.794 tegen NLG 1.610.855 in 1912.
Het overschot van de bedrijfsrekening bedraagt NLG 1.561,997. Hieruit allereerst te bestrijden de debet-saldi van de rekeningen: Steenkolen, algemene onkosten, interest, salarissen directie en personeel NLG 470.365, blijft NLG 1.094.631 bij dividend saldo 1912 NLG 20.404. Er is dus een beschikbare winst van NLG 1.115.036. Voorgesteld wordt van dit winstsaldo voor afschrijving op de daarvoor in aanmerking komende rekeningen te bestemmen een bedrag van NLG 301.591. Blijft dus een beschikbare winst van NLG 813.444, waarvan over te brengen op de reserve-rekening voor dubieuze debiteuren, welke rekening alsdan stijgt tot NLG 50.000, NLG 20,000; te betalen bedrijfsbelasting NLG 2.576 en van het overblijvende saldo ad NLG 470.569 over te brengen op de reserve-rekening B welke alsdan stijgt tot NLG 750.000, NLG 450.000 en het restant ad NLG 20.569 als dividend-saldo over te dragen op nieuwe rekening. Aandeelhouders ontvangen dan evenals v.j. 7½% dividend.


21 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
In september 1908 werd door het Bureau Veritas een certificaat uitgereikt voor het aakschip NEERLANDIA, voor de kust van de Oostzee en Noordzee. Dit certificaat werd enige malen in Duitsland vernieuwd, doch toen de tegenwoordige schipper J. Mellema aan de Scheepvaartinspectie uitbreiding vroeg van zijn bevoegdheid tot de gehele Noordzee en de gehele Oostzee, werd dit geweigerd. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart was van oordeel, geen certificaat van deugdelijkheid te kunnen afgeven, omdat de luiken geen 50, doch 40 mm dik zijn. Tegen deze beslissing kwam de schipper heden in beroep en werd daarin bijgestaan door een expert van ‘Veritas’, de heer Vierhout, die als deskundige optrad. Terwijl de Wet zich in het algemeen op het standpunt stelt, dat zij de regelen van de bureaus aanvaardt, liep het onderzoek op de zitting over de vragen of er in dit geval regels zijn, en, indien ja, of deze zijn gehandhaafd. De heer Vierhout merkte op, dat het voorgeschreven minimum van 50 mm dikte door het Bureau Veritas slechts bepaald was voor schepen tot en met merk G. Wat speciaal merk P betreft, daarvoor moest ieder geval op zichzelf beoordeeld worden. „Juist," zei de inspecteur van de scheepvaart te Groningen, mr. A.B. Schaap, „maar dan zijn er dus ook geen rules en bepalen wij of het schip al dan niet een certificaat uitgereikt kan worden." „Gij kunt daarover hier niet oordelen," dus de heer Vierhout. „Dat kunnen alleen de leden van het Bureau Veritas in Parijs. Dat zijn deskundigen en die weten welke compensatie voldoende kan geacht worden." De voorzitter schorste daarop de zitting, om de NEERLANDIA, die in het Oosterdok te laden lag, in ogenschouw te nemen. Het onderzoek - waarbij het de pers vergund werd tegenwoordig te zijn - duurde geruime tijd en gaf aanleiding tot voortdurende gedachtewisseling tussen de heer Vierhout en mr. Schaap. De laatste constateerde verschillende kleinere afwijkingen, die echter alle, volgens de heer Vierhout, behoorlijk gecompenseerd waren. Bij de heropening van de zitting releveerde mr. Schaap deze afwijkingen in het kort, doch wenste zich over de weigering om het certificaat te verlenen, te bepalen tot de luiken, die gebleken waren niet dikker te zijn dan 38 mm. Ter staving van de weigering beriep de inspecteur zich op een uit Den Haag ontvangen brief, waarin gewezen wordt op de herhaalde ongevallen, welke op de kust zijn voorgekomen door het inslaan van de luiken van schepen, die toch in het bezit waren van een certificaat van ‘Veritas’. De heer Vierhout herhaalde, dat men te Amsterdam de bevoegdheid mist om te oordelen over de deugdelijkheid van schepen. Schipper Mellema eindelijk beklaagde zich over de weigering. Hij had een schip gekocht met een certificaat van deugdelijkheid. Mag dan maar ineens zo’n voorschrift gewijzigd worden? „Ik word daardoor geruïneerd," zei hij. „Betalen kan ik die grote uitgaaf niet. Voor de binnenvaart alleen is het schip niet te gebruiken en de buitenvaart wordt mij dan onmogelijk gemaakt. De Raad zal nader uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Hedenmiddag werd door de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart uitspraak gedaan betreffende het beroep, ingesteld door Jurring Mellema, wonende te Wildervank, schipper en eigenaar van het aakschip NEERLANDIA.
De voorzitter was van oordeel, dat het beroep door J. Mellema, schipper en eigenaar van de NEERLANDIA, ingesteld tegen de beslissing van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart, ontvankelijk is, nu hij heeft aangetoond daarbij belang te hebben.
Art. 5, 1e lid, jo. art. 4, g, van de Schepenwet schrijft voor - zo luidt de uitspraak - dat bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald, aan welke eisen van zeewaardigheid en veiligheid de uitrusting van een schip moet voldoen. Art. 6 van het K.B. van 22 sept. 1909 (Stbl. 315), ter vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artt. 5, 9 en 17 van de Schepenwet, gewijzigd bij K.B. van 5 nov. 1913 (Stbl. 407), bepaalt, dat de door de erkende bureaus vastgestelde regelen voor de bouw van schepen worden gevolgd bij de beoordeling van de zeewaardigheid van bij die bureaus geklasseerde schepen, terwijl bij K.B. van 2 okt. 1909 (Stbl. 239) het Bureau Veritas te Parijs is erkend als zulk een bureau. Bij de beoordeling van de vraag, of een schip, waarvoor op een bepaald tijdstip een certificaat van deugdelijkheid wordt aangevraagd, voldoet aan de regelen door een classificatiebureau, dat een certificaat uitreikte, gesteld, zal slechts rekening te houden zijn met de regelen welke geldig zijn op het ogenblik dat het certificaat wordt aangevraagd en zal de Scheepvaartinspectie niet gebonden kunnen worden aan regels, welke van kracht waren toen het schip werd gebouwd, al moge het classificatiebureau zelf op die grond telkens zijn certificaten vernieuwen. De Scheepvaartinspectie toch geeft een certificaat van deugdelijkheid slechts uit, wanneer zij de overtuiging heeft, dat op het ogenblik van de uitreiking het schip aan de nodige eisen van zeewaardigheid en veiligheid voldoet en niet, of het schip ten tijde, dat het werd gebouwd, aan de toen geldende eisen voldeed, al zal met het belang van de eigenaars van oudere schepen bij het beoordelen van de eisen van zeewaardigheid zoveel mogelijk rekening worden gehouden. Uit het onderzoek is ons gebleken, dat de luiken van de NEERLANDIA niet voldoen aan de thans door het Bureau Veritas gestelde eisen, immers nog geen 40 mm dik zijn, terwijl ons ook overigens niet van voldoende compensaties, om dit gebrek op te heffen, is gebleken. Rechtdoende in beroep verklaren het beroep, ingesteld door Jurring Mellema, schipper en eigenaar van de NEERLANDIA, ontvankelijk, verwerpen het en handhaven de beslissing, waarvan beroep.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Verliezen van een schroef.
Hedenmiddag werd door Raad voor de Scheepvaart behandeld de zaak van het stoomschip NOORDWIJK, gezagvoerder C. Kleykamp; rederij Mij. Stoomschip Noordwijk. Dit schip verloor op 16 maart in het Engels Kanaal zijn schroef. De 3e machinist H. v.d. Wild deelde mee, dat het schip op weg was van Santander naar Rotterdam. De NOORDWIJK slingerde in Het Kanaal. Plotseling brak de stuurketting; het schip voer langzaam vooruit. Dadelijk klonk het signaal volle kracht achteruit. Even draaiden de machines achteruit, en zij sloegen al door, toen het scheen, dat de schroef brak. De machines begonnen daarop vreselijk door te slaan. Direct werd de machine stopgezet, doch door de gang bleef zij nog doordraaien. Er moest iets gebroken zijn. Getuige ging de tunnel in, om te zien of de as gebroken was. De NOORDWIJK werd naar Spithead gesleept en vandaar naar Rotterdam. Nog deelde de machinist mee, dat toen de machines doorsloegen, het achterschip in de hoogte ging. De kapitein C. Kleykamp zei, dat hij gedurende de reis slecht weer had; er was een NW storm. Hij was midden in Het Kanaal, toen de stuurketting recht afbrak. Hoe dit kwam, wist de gezagvoerder niet te verklaren. Men was bezig een nieuwe ketting aan te brengen, toen de schroef brak. Dit gebeurde, toen volle kracht achteruit werd geslagen, om de vaart uit het schip te krijgen. Hij had niet gemerkt, dat de schroef boven water was, toen zij doorsloeg. Draadloos vroeg de NOORDWIJK hulp aan een kuststation. Later bleek, dat stukken van de stalen 4-bladige schroef in de achtersteven zaten. De gezagvoerder vond, naar hij tenslotte meedeelde, het breken van de schroef een raadselachtig geval. Wel werd later een deuk in een plaat ontdekt, doch waardoor dit veroorzaakt was, is onbekend.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 21 april. Het tjalkschip VIER GEBROEDERS, kapitein Kamst, is voor een geheime prijs naar Duitsland verkocht. Kamst heeft bereids het maken van een meer doelmatig vaartuig opgedragen aan E.J. Smit & Zn. te Hoogezand.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 21 april. Op de rede alhier hebben de duikproeven en een aanvang genomen met de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' gebouwde onderzeeboot K1.


22 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Walmer, 19 April. De Nederlandse schoener RENSIENA II, kapt. Eppinga, van Duinkerken naar Rotterdam, is heden namiddag op South Goodwin Sand aan de grond geraakt, doch kwam zonder assistentie en waarschijnlijk zonder schade weer vlot en zette de reis voort. (opm: zie ook NNO 300414)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Wm. H. Müller & Co's Alg. Scheepvaart Mij. te Rotterdam.
Aan het verslag over 1913 wordt het volgende ontleend: Ook het afgelopen jaar was in het algemeen voor het rederijbedrijf bijzonder gunstig, hoewel in het najaar een zeer gevoelige daling op de vrachtenmarkt intrad, waarvan het eind nog niet is te voorzien. De aard van het bedrijf brengt echter mee, dat slechts gedeeltelijk van de bijzonder hoge. vrachten kon worden geprofiteerd, waartegenover staat, dat ook onder minder gunstige omstandigheden, het bedrijf steeds lonend is gebleven. Het verkeer van de geregelde lijnen op Londen, Aberdeen, Middlesbrough, Hamburg en Noord-Spanje was wederom bevredigend.
De ertsboten voeren evenals vroeger jaren onder langdurige vrachtcontracten. Averijen van enige betekenis kwamen niet voor.
De directie meent dat het eindresultaat van 1913, mede door de gunstige uitkomsten van de deelneming bij derden, alleszins bevredigend mag worden genoemd en de uitkering van een dividend van 8% wettigt (als v.j.).
Niettegenstaande de ruime beschikbare middelen waren wij, zegt de directie, van oordeel ook in het afgelopen jaar nog niet tot bestelling van nieuwe stoomschepen te moeten overgaan. In verband met de hoge vrachten bleven ook de bouwprijzen hoog. Op onze laatste aanvragen ontvingen wij echter reeds belangrijk lagere offerten, zodat verwacht mag worden dat wij in de loop van 1914 tot bestelling zullen kunnen overgaan. Ter toelichting van de cijfers van de winst- en verliesrekening en van de balans dient het volgende:
Afschrijvingen. Voorgesteld wordt op de eigen vaartuigen van de Vennootschap NLG 350.000 (v.j. NLG 420.000) en op de deelneming bij derden NLG 53.841 af te schrijven (v.j. NLG 49.811). Waar, met een enkele uitzondering, de maatschappijen, bij welke wij geïnteresseerd zijn, zelf voor behoorlijke afschrijving zorgden, achten wij het voorgestelde bedrag ruim voldoende. De bezittingen van de Vennootschap komen dan met NLG 4.000.000 te boek te staan. Het buitengewoon reservefonds bedroeg per 1 januari 1913 NLG 150.000, hierbij komt de rente ad NLG 6.000, wordt NLG 156.000. Uit dit fonds zijn te bestrijden de buitengewone reparaties ten bedrage van NLG 49.419, zodat een saldo blijft van NLG 106.580. Voorgesteld wordt uit het winstsaldo hieraan toe te voegen NLG 43.419, zodat dit fonds dan wederom komt op NLG 150.000.
Het reservefonds bedroeg per 1 jan. 1913 NLG 230.000; hierbij komt de gekweekte rente na aftrek van koersverlies NLG 4.966, wordt NLG 234.966. Volgens art. 19 van de statuten moet minstens 10% van de overwinst, in dit geval NLG 19.317, in het reservefonds worden gestort. Voorgesteld wordt dit bedrag te verhogen op NLG 25.033, waardoor dit fonds stijgt tot NLG 260.000. Het assurantiefonds bedroeg per 1 jan. 1913 NLG 250.000; hierbij komen de in 1913 bijgeboekte premies en rente na aftrek van betaalde schadevergoeding NLG 13.730, wordt NLG 263.730. In overweging wordt gegeven uit het winstsaldo hieraan toe te voegen NLG 16.269, zodat dit fonds stijgt tot NLG 280.000.
Belegd reservefonds. De belegging van het hiervoor in aanmerking komende bedrag geschiedde in staatsfondsen. Het gehele fonds is belegd in obligaties van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en 's-Gravenhage, div. Staatsfondsen, gegarandeerde Spoorweg-obligaties en pandbrieven.
Vinden de voorstellen bij aandeelhouders instemming, dan zou dus van het totale winstcijfer ad NLG 1.237.349 (v.j. NLG 1.341.277) in de eerste plaats in mindering komen: Saldo van de renterekening NLG 3.264 (v.j. NLG 27.985); saldo van de onkostenrekening NLG 16.619 (NLG 14.481) en hierna worden afgevoerd: als directe afschrijving op de bezittingen NLG 403.841 (v.j. NLG 469.811); naar buitengewoon reservefonds NLG 43.419 (NLG 95.630); reservefonds NLG 25.033 (NLG 25.408); assurantiefonds NLG 16.269 (NLG 29.786), totaal NLG 488.563 (NLG 620.637), zodat als beschikbaar winstsaldo overblijft NLG 728.902 (NLG 678.173). Hiervan is nodig voor de bovengenoemde dividenduitkering, tantièmes aan directie en raad van commissarissen, uitkering aan houders van oprichtersaandelen en bedrijfsbelasting. NLG 347.411 (NLG 347.741). Er blijft alsdan een onverdeeld winstsaldo, op rekening van 1914 over te dragen, van NLG 381.490 (NLG 330.431).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 21 april. Gisteren werd van de N.V. Scheepswerven v/h G. & H. Bodewes alhier met goed gevolg te water gelaten de stalen 3-mast gaffelschoener FRITZ IPLAND, groot 450 ton, terwijl de kiel gelegd werd voor een dergelijk schip, de HIERONYMUS IPLAND, beide voor een Hamburger rederij.
Ter spoedige aflevering liggen aan de werf gereed de stalen zeesleepboot ANNA FRATER met triple machine van 400 ipk voor rekening van de heren Frater Smid & Zoon te Groningen, en de schroefsleepboot ENØ, met compound machine van 150 ipk voor rekening van de Hafenbehorde in Naestved (Denemarken).
De sleepboot ENØ in bedrijf. (collectie J. Marcussen)


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 22 april. In de heden gehouden vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ waren vertegenwoordigd 450 aandelen, uitbrengende 79 stemmen en werd door de directie het jaarverslag over 1913, het 38e van de Maatschappij, uitgebracht, aan welk verslag het volgende is ontleend.
Gedurende het afgelopen boekjaar heeste levendigheid in alle afdelingen van het bedrijf; de contracten voor nieuw werk konden worden afgesloten tot lonende prijzen.
Het gemiddeld aantal werklieden bedroeg 1.727, het grootste aantal op een bepaald tijdstip 1.819. Het aantal ambtenaren bedroeg 157.
Door de bekrachtiging van het nieuwe erfpachtcontract met de Staat is uitbreiding van het bedrijf mogelijk geworden. Uit de cijfers van de balans is te zien, dat met kracht aan de vergroting van de installaties wordt gewerkt. De exploitatie van de havens is op 1 april overgedragen aan de gemeente Vlissingen.
Afgeleverd werden: Een vrachtstoomschip genaamd SOERAKARTA aan de Rotterdamsche Lloyd. Een onderzeeboot genaamd ONDERZEEBOOT III aan het Departement van Marine en twee torpedobootjagers, genaamd LYNX en HERMELIJN aan het Departement van Koloniën. Complete machine installaties werden vervaardigd voor de stoomschepen GELDERLAND, M.I. MANDEL en NEDERLAND, welke gebouwd zijn door de N.V. Scheepswerf voorheen Jan Smit Czn. te Alblasserdam en voor het stoomschip MADIOEN gebouwd door de firma Bonn & Mees te Rotterdam.
De totale waterverplaatsing van de afgeleverde schepen bedraagt ongeveer 16.000 ton, de totale indicateur paardenkrachten van de afgeleverde machine installaties bedraagt ongeveer 29.000. Het gezamenlijk verwarmend oppervlak van de afgeleverde stoomketels (43 stuks) bedraagt 86.270 vierkante voeten (7.578 vierkante meter). Bovendien weden verschillende reparaties uitgevoerd.
Op 31 december 1913 waren onuitgevoerde orders geboekt tot een bedrag van circa NLG 7.550.000. Aan arbeidsloon werd uitbetaald NLG 1.150.734,44.
De winst- en verliesrekening wijst in totaal aan een bedrag NLG 950.026,31. Aan de debetzijde komen de volgende posten voor: Interest 4½% obligatielening NLG 40.357,50, salarissen en algemene kosten NLG 234.002,08, ondersteuning gewezen beambten NLG 4.089,60, kosten ongevallenwet en arbeidscontract NLG 46.485,06, onderhoud gebouwen NLG 9.252,29, exploitatie woningen van de vereniging tot verbetering van de volkshuisvesting NLG 1.955,05, interest NLG 15.815,75, exploitatie dok Middelburg NLG 285,09, idem dok Vlissingen NLG 2.679,92, voor afschrijving gebouwen, meubilair, machineriën, enz. NLG 332.903,97, reserve voor afschrijving NLG 150.000, netto winst NLG 112.200, welke verdeeld wordt als volgt: Aandeelhouders 8% NLG 80.000, bedrijfsbelasting NLG 2.200, reserve NLG 6.000 en tantièmes NLG 24.000.
Aan de creditzijde komen voor de volgende posten: Voor uitkomst van diverse werken NLG 930.811,41, huur gebouwen en erven NLG 2.247,62, exploitatie woningen NLG 2.475, 61 en NLG 4.303,69 interest assurantie reservefonds, verminderd met koersverschil NLG 69,44 en interest verbonden effecten, eveneens verminderd met koersverschil NLG 220.641 en tenslotte winst afdeling havenwerken NLG 7.906,93.
In de toelichting wordt erop gewezen dat de post salarissen en algemene onkosten hoger is dan het vorig jaar wegens vermeerdering van personeel en verhoging van salarissen.
De balans wijst een eindcijfer van NLG 3.338.868,34 aan.
Van de cijfers aan de debetzijde noemen wij, onuitgegeven aandelen NLG 1.000.000, obligaties in portefeuille NLG 70.000, gebouwen, getimmerten en vaste inrichtingen NLG 2.041.156,87 (in 1913 werd een bedrag van NLG 465.532.84 besteed aan uitbreiding, doch de afschrijving over datzelfde jaar bedraagt NLG 173.625,19 en bovendien 200.000, die in het vorige jaar waren gereserveerd voor uitbreiding van fabrieksinstallaties en kantoorgebouwen. Deze betrekkelijk hoge afschrijving is wenselijk met het oog op de bepalingen van het nieuwe erfpachtcontract, debiteuren NLG 270.293,26, werken in behandeling NLG 4.745.842,49.
Aan de creditzijde komen o.a. de volgende posten voor: Aandelen kapitaal NLG 2.000.000, 4½ procent obligatielening NLG 1.000.000, crediteuren NLG 567.011,42 en vooruitbetaling op werken in behandeling NLG 4.501.953,90.
Het verslag, de winst- en verliesrekening en de balans werden goedgekeurd en tot commissaris herkozen de heer mr. F.J. Sprenger te Middelburg, terwijl in de commissie tot nazien van de balans en verlies- en winstrekening herbenoemd werden tot leden de heren Is. Van Raalte en jhr. A.A. van Teylingen en tot plaatsvervangende leden de heren D. Hudig en P. Dumon Tak.


23 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Java-China-Japan Lijn.
Aan het twaalfde jaarverslag (1913) ontlenen wij het volgende: Het bestuur acht het gewenst, dat niet alleen in de vacature van het aftredende lid van de Raad van Bestuur wordt voorzien, doch tevens het college wordt uitgebreid door de benoeming van een 6e lid, waartoe op de op de 7e mei a.s. te houden algemene vergadering van aandeelhouders de gelegenheid zal worden geboden. Aan het contract met de Regering werd ten volle voldaan, er werden 14 reizen op de Chinalijn, 17 op de Japanlijn en 1 reis volgens de gecombineerde route gemaakt. Buitendien werden nog 6 reizen buiten contract volbracht met eigen schepen in de vaart tussen Nederlands -Indië en Hongkong. De vloot heeft het gehele jaar door voordelig emplooi gevonden, zowel van als naar Nederlands-Indië. Evenals in vorige jaren moest men door ingehuurde stoomschepen de afschepers aan de verder benodigde scheepsruimte helpen. De financiële resultaten maken het thans mogelijk niet alleen het achterstallige dividend geheel in te halen, maar ook een aanvang te maken met de terugbetaling aan de Staat van het genoten subsidie. De uitbreiding van de zaken heeft de wenselijkheid doen blijken een eigen kantoor te Soerabaja te vestigen, weshalve met de scheepsagentuur werd overeengekomen op 1 januari 1915 de leiding van de zaken te Soerabaja van haar over te nemen. Van de twee grotere en snellere schepen te Vlissingen in aanbouw zal de TJIKEMBANG in juni a.s. en de TJISONDARI in januari 1915 worden opgeleverd. Bij de gestadige stijging van de bedrijfskosten, zal een toenemend laadvermogen van de schepen nodig zijn om het vervoer tot billijke vrachten te kunnen blijven volbrengen. Maar dit grotere laadvermogen gepaard met grotere snelheid, kan alleen economisch verkregen worden, indien ook grotere diepgang kan worden toegelaten en daar de diepgang van een schip bepaald wordt door de waterstand in de ondiepste haven op zijn route, is het te betreuren, dat het juist de twee voornaamste havens op Java, n.l. Soerabaja en Tandjong Priok zijn, die niet alleen te dezen opzichte maar ook door onvoldoende inrichting en uitrusting voor een vlugge expeditie van de schepen een verdere belangrijke toeneming van het laadvermogen van de schepen tegenhouden, De handhaving van billijke vervoerprijzen wordt daardoor bemoeilijkt, wat een krachtige verdere ontwikkeling van de overzeese handel van Java op den duur in de weg moet staan. Ingevolge de uitgifte van de 3e serie aandelen, groot NLG 1.000.000 en de helft van de 4e serie, ten bedrage van NLG 500.000, tot de koers van 107½%, bedraagt het geplaatste kapitaal thans NLG 4.500.000. Het agio, bij de plaatsing van deze aandelen bedongen, na aftrek van alle onkosten NLG 31.260 overlatende, werd, aangezien de nieuwe aandeelhouders in de winst over 1913 ten volle delen, op de winst- en verliesrekening overgebracht. De afschrijvingen op de schepen zijn dit jaar bijzonder ruim genomen, hetgeen wenselijk wordt geacht met het oog op de oudste schepen, van welke te verwachten is, dat zij na invoering van de nieuwe bepalingen voor de veiligheid ter zee, zoals die zijn voorgesteld door de Londense Conventie van januari 1914, in mindere mate aan het passagiersvervoer zullen kunnen deelnemen. De “Assurantie Eigen Risico" laat een verlies van NLG 5.946 waarmee het “Assurantie Reservefonds" werd verminderd, terwijl NLG 31.846 moet worden gereserveerd voor onafgedane schaden. In verband met de uitbreiding van de vloot acht het bestuur het gewenst aan dat fonds een extra dotatie à NLG 200.000 uit de winst te geven, waardoor het op NLG 390.523 komt te staan. Het overblijvende saldo laat een uitkering toe van 8½% (v.j. 8%) over het thans geplaatste kapitaal, met welke uitkering tevens wordt ingehaald het bedrag à NLG 105.000 uitmakende de 3½%, welke de aandeelhouders over de NLG 3.000.000 kapitaal nog ten achteren waren. Van het overblijvende komt ten goede: Aan de Staat der Nederlanden NLG 64.814, aan het Reservefonds NLG 9.722, aan tantièmes NLG 35.000, aan bedrijfsbelasting NLG 10.417, latende een onverdeeld saldo op nieuwe rekening over te dragen van NLG 5.336.
Op de balans per 31 december komen o.a. voor in het debet: Stoomschepen van de Maatschappij (de stoomschpen TJIPANAS, TJILATJAP, TJIMAHI, TJILIWONG, TJIBODAS, TJIKINI, TJITAROEM en TJIMANOEK, metende tezamen 37.014 bruto register tonnen) oorspronkelijke boekwaarde NLG 6.707.990, totaal hierop afgeschreven NLG 3.090.960, blijft NLG 3.617.030 (v.j. NLG 4.319.510), Stoomschepen in aanbouw NLG 694.595 (nihil), Magazijngoederen te Hongkong NLG 20.407 (20.000), Bezittingen te Hongkong: Oorspronkelijke boekwaarde NLG 76.558, totaal hierop afgeschreven NLG 76,554, blijft NLG 4. Kassa en kassier te Amsterdam NLG 66.881 (12.900), Kassa en kassier te Hongkong NLG 356.859 (187.882). Gelden uitgezet op prolongatie NLG 2.447.576, Diverse debiteuren NLG 39.137 (342.961), Assurantierekening, voor over 1914 betaalde premies NLG 71.288 (74.899), en Effectenrekening NLG 30.000 (30.000); en in het credit: Kapitaal NLG 4.500.000 (NLG 3.000.000) 4% Obligatielening Anno 1903 NLG 731.000) (770.000) Op 2 januari 1914 aflosbaar gestelde obligaties, NLG 39.000 (37.000), Hoofdagentschap te Hongkong NLG 197.140, Deelhebbers Spaarfonds NLG 47.031 (39.137). Reserve voor uitkeringen aan deelhebbers Spaarfonds NLG 8.355 (7.563), Reserve voor Pensioenfonds NLG 96.279 (71.134), Reserve voor koersverschillen NLG 41.000 (onveranderd), Reserve voor verlies op Charters NLG 150.000 (100.000), Reparatiefonds NLG 200.000 (150.000), Assur.-Reserverekening NLG 390,523 (196.470). Assurantie Eigen Risico (reserve voor onafgedane schaden) NLG 31.846 (6.581). Diverse crediteuren NLG 407.911 (202.297), Rekening van Uitdeling NLG 382.500 (240.000), Staat der Nederlanden NLG 64.814.
De winst- en verliesrekening vermeldt in het credit: Saldo Ao.Po. NLG 1.024, Interestrekening: voor het voordelig saldo van deze rekening NLG 38.312. Exploitatierekening: Voor het voordelig saldo van het afgelopen jaar, inclusief van de Staat ontvangen gelden NLG 1.447.898 (1.020.240), Agio op aandelen 3e en 4e serie NLG 31.260, totaal NLG 1.518.496; en in het debet: Afschrijving op de stoomschepen van de Maatschappij NLG 702.479 (402.479). Afschrijving op de magazijngoederen te Hongkong NLG 4.817 (4.897), Afschrijving op de bezittingen te Hongkong NLG 3.409 (29.999), Assurantie-reserverekening NLG 200.000, Reserve voor verlies op Charters NLG 50.000, Reparatiefonds NLG 50.000 (150.000), Winstsaldo ter verdeling NLG 492.037, bedrijfsbelasting NLG 10.417 en saldo op nieuwe rekening NLG 5.336.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 22 april. Volgens alhier ontvangen bericht geraakte het stoomschip HERMINA (zie Avondblad 17 april) binnen de baar van Rabat vast op zandgrond. De positie is echter niet gevaarlijk. Voor het vlot brengen zal moeten worden gewacht tot het eerste springtij op 25 à 26 dezer.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’, van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar, zijn te water gelaten de stalen directie-motorboot HAVENWERKEN, lang 49 voet, breed 10 voet en met een 40 pk 4-cilinder motor, gebouwd voor rekening van de gemeente Amsterdam en bestemd voor de dienst van de havenwerken aldaar; en een stalen tweedekker dubbelschroef tunnelmotorboot, lang 46 voet, met twee 26 pk. 4-cilinder petroleummotoren, bestemd voor Indië. Het is de tweede van de drie boten, van dit type in aanbouw.


24 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v.d. Meer te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip THE WARRIOR (SCH-130), gebouwd voor A. v.d. Toorn te Scheveningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Woensdagavond is het een deurwaarder, met hulp van de rijkspolitie uit Nijmegen en Millingen, gelukt op het laatste moment het schip KRIMHILDE te Millingen aan te houden en aan de ketting te leggen. Bedoeld vaartuig, gemaakt op de werf van de firma Wortelboer te Delfzijl voor de grootreder Stroymeier uit Konstanz, zou te Rotterdam worden opgeleverd, woensdagmorgen echter, in alle vroegte, is de schipper van de firma Stroymeier wederrechtelijk met het schip vertrokken, zonder dat de laatste termijn van de bouwkosten was betaald.
Juist voordat het Duitse water bereikt was, werd de kapitein van de sleepboot BERNARD, die het schip sleepte, gesommeerd in naam der wet stil te houden en naar de wal te stomen, alwaar het schip nu geankerd ligt. ‘s Avonds arriveerde ook nog de heer Wortelboer ter plaatse. Het schip ligt onder bewaking. (opm: zie ook NNO 020314 en NNO 030414)


25 april 1914


Krant:
 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 25 april. Van de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' alhier, werd hedenmiddag met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip TJIKEMBANG, gebouwd voor de stoomvaart maatschappij Java-China-Japan Lijn te Amsterdam. De laatste beletselen werden weggenomen door de jongeheer Arie Smit. De hoofdafmetingen van het schip zijn: lengte over alles 510'-6", lengte tussen de loodlijnen 494'-0", breedte buitenkant grootspant 58'-3", hoopte in de zijde tot opperdek 34'-0", waterverplaatsing op 27'-3" diepgang 17.200 Eng. tonnen, laadvermogen 11.300 Eng. tonnen.
Het schip, door acht waterdichte schotten in zeven afdelingen en 2 dieptanks verdeeld, is van het shelterdeck type en gebouwd onder toezicht en volgens de hoogste klasse van Lloyds. Een dubbele bodem 3'-1" hoog, loopt bijna over de gehele lengte door en is verdeeld in 18 waterdichte tanks. Het schip is hoofdzakelijk bestemd voor de vrachtvaart, doch tevens ingericht voor het vervoer van 12 passagiers eerste klasse, 18 passagiers tweede klasse en 52 passagiers derde klasse, alsmede een groot aantal tussendek passagiers. De bemanning bestaat uit 114 personen. Het schip heeft twee stalen tweeling pole-masten, elk voorzien van 2 laadbomen met een hefvermogen van ieder 3 ton. De voorste tweeling-masten kunnen tevens worden uitgerust met een zware laadboom, met een hefvermogen van 30 ton. Voorts zijn aanwezig 6 laadmasten met laadbomen voor het lichten van elk 3 ton. Tot het verwerken van de lading zijn nog aan boord opgesteld 18 stoomlieren. De stoom stuurinrichting is opgesteld in het stuurhuis op het campagnedek en we wordt van de commandobrug af behandeld door een telemotor en door een stuurkolom vanaf het achtersloependek, waar zich, voor het geval van nood, nog twee handstuurraderen bevinden. Het schip is voorzien van een stoom brand blusinrichting. De verlichting is elektrisch. Op de commandobrug bevindt zich het station voor draadloze telegrafie. Op het bakdek bevindt zich het stoomankerspil tot het behandelen van twee boegankers. De verhaallier is geplaatst achter in het stuurhuis en kan dienstbaar gemaakt worden tot noodstuurinrichting. Het schip is uitgerust met zeven reddingboten, 14 Mc.Lean boten, een kapiteins giek en een vlet, welke behandeld worden door middel van 6 stel Welin Quadrant davits. De voortstuwingsmachine zal zijn van het triple-expansie systeem met cilinders van 33" - 54" - 90" diameter bij 60" slag en in staat om 5.000 ipk te ontwikkelen.
De stoomketels zijn zes in getal - alle single ended - met een gezamenlijke verwarmingsoppervlak van ongeveer 14.000 vierkante voet en voorzien van Howden's geforceerde trek. De stoom druk is 180 lbs. De schroef heeft vier bladen, van Stone & Martin's brons vervaardigd. De snelheid van het schip zal 13 mijl zijn bij een diepgang van 27'-3". In de machinekamer worden verder opgesteld: Een centrifugaal circulatiepomp met twee machines, 2 hoofd Weirs voeding pompen met voorwarmer, 1 hulp voedingpomp, 1 Weirs dekpomp, 1 ballastpomp, 1 verdamper met distilleer, 2 fanmachines voor geforceerde trek en 1 elektrisch gedreven dekpomp.


26 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Verschure & Co’s Scheepsbouw en Machinefabriek.
In de heden alhier gehouden algemene vergadering van aandeelhouders werd het jaarverslag over 1913 uitgebracht en werden de balans en verlies- en winstrekening goedgekeurd.
Besloten werd 6% dividend uit te keren aan aandeelhouders na ruime afschrijvingen op de bezittingen van de Maatschappij. De heer P.J.M. Verschure, die als commissaris aftrad, werd herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Delfzijl, 24 april. De firma Frater Smid & Zoon bestelde aan de firma Straatman te Dordrecht de levering van een zeesleepboot van 500 ipk, te bouwen volgens de hoogste klasse Germanischer Lloyd,


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe schepen. Voor de eerste reis passeerde te Lobith in ballast naar Duitsland het nieuwe sleepschip KRIMHILDE STROMEIJER, groot 1.550 ton, schipper Butefur, gebouwd te Delfzijl voor rekening van Stromeijer's Lagerhaus Ges. te Konstanz. (opm: zie ook NNO 020114, NNO 020314, NNO 030414 en NNO 240414)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. De nieuwe zeesleepboot No. 144, te Dordrecht thuis behorende, sterk 450 ipk en geplaatst in de hoogste klasse van Bureau Veritas, is door de makelaar Jacq. Pierot Jr. naar Rusland verkocht.


27 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip DINA (IJM-204) voor rekening van de heer M.B. Osendorp te IJmuiden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stadskanaal Bonnermond, 25 april. Van de werf van scheepsbouwmeester H. v.d. Werf liep gisteren met gunstig gevolg van de werf te water een motorschip, genaamd BOUWINA, groot plm. 140 ton, voor rekening van kapt. W. Dodde van Veendam. Daarna werden de kielen gelegd van een zeilaak, groot plm. 200 ton, voor rekening E.G. Kruithof van Veendam en van een klipper-stevenaak, voor rekening van R. Baas van Avereest.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 27 april. Op de helling van de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' waarvan zaterdag het stoomschip TJIKEMBANG voor de Java-China-Japan Lijn is te water gelaten, zal thans worden gebouwd het stoomschip ECUADOR voor de Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 27 april. De torpedoboot G 15, gebouwd op het etablissement Fijenoord, welke dinsdag bij de op de rede gehouden officiële proeftochten niet ten volle aan de gestelde eisen heeft voldaan, heeft in het droogdok te Middelburg nog enkele voorzieningen ondergaan en zullen nu binnenkort de proeftochten worden hervat.


28 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Hedenmiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar de scheepsramp, overkomen aan het stoomschip WAAL. Op 21 november had een aanvaring in de Oostzee plaats met de ARGO. Rederij was de Stoomvaart Maatschappij ‘Houtvaart’ te Rotterdam.
De gezagvoerder van de WAAL, J.L. Schuyt, verklaarde, dat het op de bewuste dag om 7 uur 's morgens mistig werd, toen hij zich ter hoogte van Öland bevond. Men bleef nog volle kracht doorstomen, doch toen de mist dikker werd, seinde hij halve kracht en later heel langzaam, mistsignalen gevende. Om 8 uur vernam hij 3 stoten aan bakboord boeg, vermoedelijk afkomstig van een zeilschip. Daar hij niet zeker wist, waar het schip lag, liet hij de machines stoppen en volle kracht achteruit slaan. Deze manoeuvres gingen gepaard met de gebruikelijke fluitsignalen. Even daarna kwam een zeilschip uit de mist opzetten. Op de WAAL had men bakboord-roer (nieuw commando) gegeven, dit schip lag ONO voor. Het zeilschip ging oploeven; ten einde een ernstige aanvaring te voorkomen, deed de gezagvoerder de machines halve kracht vooruit slaan. Doch dit was te laat en het zeilschip, dat de ARGO bleek te zijn, raakte even het achterschip van de stoomboot. De schade was voor de WAAL slechts voor NLG 15; het zeilschip had voor 400 kronen schade. Als het zeilschip niet opgeloefd had, doch doorgevaren was, was het vrijgekomen. Hierna werd de stuurman J. Barend gehoord, die in gelijke geest verklaarde. Later volgt de uitspraak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart behandelde de zaak betreffende de klacht van de Hoofdinspecteur voor de Scheepvaart tegen J.L. Schuyt, gezagvoerder van het stoomschip MAAS, naar aanleiding van een overtreding van art. 41, sub. 3 van het K.B. van 22 september 1909 (art. 315). Blijkens deze klacht had de gezagvoerder de uitkijk opgedragen aan een lichamelijk niet goedgekeurde persoon; deze moet voldoende gehoorscherpte en kleur-onderscheidingsvermogen bezitten. Naar de gezagvoerder meedeelde gaat de uitkijk weg, wanneer de zon opkomt en de lantaarns weggenomen worden. Toen het mistig werd, had hij echter twee stuurlieden op de brug, die de uitkijk hielden. Op de bok stond bovendien nog een matroos. Hij wist niet, dat laatstgenoemde niet gekeurd was. Dat vernam hij eerst later. Hij dacht trouwens, dat de waterschout het personeel moest keuren. Naar de inspecteur van de scheepvaart de heer Bouwman opmerkte, is de gezagvoerder verplicht te zorgen, dat hij gekeurd personeel aan boord heeft, aan wie hij de uitkijk kan opdragen. Nadat nog de stuurman gehoord was, deelde de matroos, die op de uitkijk gestaan had mee, dat de waterschout, noch kapitein of stuurman hem gevraagd hadden, of hij gekeurd was. Ten slotte deelde de matroos, thans milicien nog mee, dat hij in dienst goedgekeurd was.
Later uitspraak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rabat, 25 april. Van de lading per stoomschip HERMINA (zie Ochtendblad 23 april) werd tot heden 250 ton gelost. Drie sleepboten hebben gisteren tevergeefs getracht het stoomschip vlot te brengen. De bergingswerkzaamheden worden voortgezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf ‘Vooruit’ te Enkhuizen is met gunstig gevolg te water gelaten een stalen motorboot (klipper); groot plm. 75 ton, ingericht voor de vaart op de Zuiderzee. Het schip zal worden voorzien van een 24 pk Deutz-Brons-motor.


29 april 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam, is vertrokken een door deze firma voor rekening van de Russische regering gebouwde kleizuiger, om naar St. Petersburg te worden gesleept. De hoofdafmetingen van dit vaartuig zijn: Lengte 37 m.; breedte 10 m.; holte 3,30 m. Een tweede zuiger, geheel gelijk aan bovengenoemde en eveneens voor de Russische regering bestemd, is nog in constructie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende het op 3 april 1914 vastlopen op de Goodwin Sands van het stoomschip MIJDRECHT. Het aan de grond lopen op de Goodwin moet, naar 's Raads oordeel, worden toegeschreven aan het noordelijk uit de koers lopen van de MIJDRECHT, vermoedelijk ten gevolge van de stroom. Door de 2e stuurman en door de gezagvoerder is hier echter een nalatigheid gepleegd, waardoor deze scheepsramp is veroorzaakt. Stuurman Wielema heeft nagenoeg alles nagelaten, wat hij als stuurman van de wacht had behoren te doen. Hij heeft zich niet te voren overtuigd, welke lichten hij daar ter plaatse had moeten zien en hoe de koers ten opzichte van die lichten was gesteld, evenmin, toen hij een licht zag, nagezien welk licht dat was; toen hij de kloksignalen hoorde, heeft hij verzuimd de betekenis daarvan na te gaan; hij heeft slecht uitkijk gehouden; toen de gezagvoerder niet onmiddellijk op de brug kwam, had hij deze weer moeten roepen vóór hij het licht dwars had, daar hij zelf niet op de hoogte was van het vaarwater en de te passeren lichten. Hij is echter met dezelfde koers en vaart door blijven lopen en zodoende op de Goodwin Sands geraakt. De gezagvoerder, die orders had gegeven hem te roepen wanneer er iets bijzonders gebeurde, had, zodra hij gewaarschuwd werd dat een licht in zicht was, zich op de brug moeten begeven. Had hij zulks gedaan, dan had hij dadelijk kunnen ontwaren, dat het schip te noordelijk was. Hij was op het ogenblik, dat de 2e stuurman hem waarschuwde, wakker en het weer in slaap vallen is geen geldig excuus. Ook had hij, nu stuurman Wielema voor het eerst bij hem aan boord was, zich, vóór hij hem de wacht toevertrouwde, op de hoogte moeten stellen van diens bekendheid met het vaarwater, althans hem behoren in te lichten, welke lichten men zou passeren en in welke peiling. Op bovengenoemde gronden straft de Raad Thomas Albert Wielema, geboren 8 juli 1887 te Schiermonnikoog en wonende aldaar, door het ontnemen van zijn bevoegdheid om als stuurman of als schipper op een schip, als bedoeld in art. 2 van de Schepenwet, dienst te doen, gedurende de tijd van zee maanden; de gezagvoerder Tjeerd Spanjer, geboren 8 oktober 1880 te Groningen, wonende te Rotterdam, straft de Raad door het uitspreken van een berisping.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende de scheepsramp op 30 september 1913 overkomen aan het stoomschip HOUTDIJK. De Raad is van oordeel, dat het gebrek aan de machine van het stoomschip HOUTDIJK reeds vóór het langs de grond schuren moet hebben bestaan. Bij het aanzetten van de machine tijdens het schuren en de extra kracht, daarvoor van de machine gevergd, is het euvel echter aan het licht gekomen. Op den duur krijgen de koppelbouten van de krukas door de trilling steeds enige ruimte, hetgeen echter gewoonlijk eerst bij een extra aanzetten van de machine, als boven vermeld, aan de dag treedt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende het verloren raken van de schroefbladen van het stoomschip NOORDWIJK in het Engels Kanaal op 16 maart 1914. De oorzaak van het breken van de schroef van de NOORDWIJK is, naar 's Raads oordeel, niet met zekerheid vast te stellen. Het vinden van stukken van de schroef in het schroefraam en de geconstateerde deuk in de huid van het schip duiden er op, dat de schroef in aanraking is geweest met enig onder water drijvend voorwerp. Het is echter niet onmogelijk, dat de schroef niet bestand is geweest tegen het volle kracht achteruit slaan in de hoge zee en daardoor is gebroken. Hierop wijst het gelijkelijk afslaan van de vier bladen. Hoewel erkend moet worden, dat de schroef tegen zulk een manoeuvre bestand behoort te zijn, is toch voorzichtigheid bij het uitvoeren daarvan aan te bevelen en word onder zulke omstandigheden niet langer volle kracht achteruit geslagen, dan bepaald onvermijdelijk is voor het besturen van het schip.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 29 april. Van hier vertrok gisteren de nieuwe twee-mast gaffelschoener VELOX, kapt. Engel Brouwer, geladen met ijzergrond en bestemd voor Teignmouth. Dit vaartuig, groot netto 328 m3, is gebouwd op de werf van de heer Mulder te Stadskanaal voor rekening van de kapt E. Brouwer.


30 april 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Droogdok Maatschappij ‘Tandjong Priok’.
In het verslag over 1913 zegt de directie van de Droogdok Maatschappij “Tandjong Priok", alhier, dat er het afgelopen jaar ruim voldoende werk was aan de inrichtingen te Tandjong Priok, doch het gebrek aan geschikt werkvolk deed zich nog steeds gevoelen, zodat men verplicht was een groter aantal Chinese werklieden in dienst te nemen dan tot dusverre gebruikelijk was. Het aantal werklieden - inclusief koelies - steeg tot het hoogste cijfer dat tot dusverre bereikt werd, nl. 950, tegenover 840 in 1912. In 1913 werden 116 dokkingen uitgevoerd met 338 dok dagen, tegenover 101 dokkingen met 328 dok dagen in 1912.
De sleephelling was gedurende 215 dagen bezet, tegenover 257 dagen in 1912; deze inrichting blijft goed voldoen en stelt in staat meer langdurige reparaties uit te voeren, die anders het dok te zeer in beslag zouden nemen. Van het dok werden wederom 9 pontons verwisseld en op de gewone manier geschilderd en onderhouden. De voornaamste werken bestonden in min of meer belangrijke reparaties aan de stoomschepen REYNIERSZ, REAEL, VAN RIEBEECK, VAN DIEMEN, VAN OUTHOORN, BANTAM en BIAK van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, aan de stoomschepen BRAK en ORION van de Indische Marine en aan het stoomschip GRETHE van het departement van de B.O.W.
De levering van materieel aan particulieren en anderen wordt een belangrijk onderdeel van het bedrijf. In 1913 werden geleverd 5 prauwen en enige baggervaartuigen werden in elkaar gezet en geklonken. Op 31 december ll. waren afgeleverd of onderhanden 22 motorboten van verschillende afmetingen, waarvan 3 in Nederland gebouwd werden en in haar geheel werden uitgezonden. In Nederland gebouwd en stoomklaar uitgezonden werd voorts 1 sleepboot, terwijl op 31 december nog in bestelling was 1 ijzeren entrepotloods, 1 sleepboot, 2 prauwen en 6 klepschouwen, welke laatsten, in platen en spanten uitgezonden, in Indië in elkaar gezet en geklonken werden. De directie gaat steeds voort, nieuwe werktuigen en gereedschappen uit te zenden, Deels ter vervanging van oude en deels ter tegemoetkoming aan de steeds zwaardere eisen die aan het bedrijf worden gesteld. Het saldo van de exploitatierekening bedraagt NLG114.373, (v.j. NLG 112.154), gevende met het saldo a°.p°. en interest een totaal van NLG 123.398 (NLG 123.260). Gelijk reeds gemeld, wordt hiervan wederom 15 pct. dividend en NLG 97,29 (NLG 97,15) per oprichtersbewijs uitgekeerd. Op nieuwe rekening gaat NLG 581 over.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De gisteren gehouden algemene vergadering van aandeelhouders in de Scheepvaart Maatschappij Holland-Friesland, heeft de balans met de winst- en verliesrekening over 1913 goedgekeurd en het dividend, na afschrijving en toevoeging aan de reserve, vastgesteld op 8%. De heer mr. J. van den Hoek is als commissaris herkozen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 29 april. De Nederlandse motorboot GALLIA, van hier naar Rouen vertrokken, kreeg nabij Neumühlen machineschade en moest voor anker gaan om te repareren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 30 april. Volgens telegram uit Hamburg beliep de GALLIA schade boven de waterlijn door aanvaring. De reis werd echter voortgezet. (opm: zie ook AH 010514)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 29 april. Het Duitse stoomschip TUNIS, van de Middellandse Zee komende, is tijdens dikke mist nabij Wittenberg in aanvaring geraakt met een onbekend gebleven Nederlands stoomschip en liep daarna aan de grond. De sleepboot FAIRPLAY 8 tracht het vlot te brengen. Aangaande eventuele schade aan beide stoomschepen is nog niets bekend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf De Merwede v/h Van Vliet & Co. te Hardinxveld, is te water gelaten een stalen sleepkaan, Bno. 111, lang 83 m., breed 10,20 m. en hol 2,50 m., genaamd WILHELM JOSEPH, voor rekening van de heer W.J. Fink te Altrip, groot plm. 1.500 ton. Op dezelfde helling wordt de kiel gelegd voor een stalen sleepkaan, No. 113, lang 85,50, breed 10,25 en hol 2,45 meter, voor rekening van W. van Driel’s Stoomboot- en Transportonderneming te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 30 april. Kapitein P. Eppinga, van wie in de bladen had gestaan, dat hij met zijn schip de RENSIENA II vast gezeten had op de Goodwin’s, verzekerd ons, dat dit niet juist is. Hij is wegens tegenwind ten anker gegaan in 5 vadem water achter de Goodwin’s, buiten de tonnen van de bank met gestopt getijde. Het schip heeft niet aan de grond gezeten.


01 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Baarn, 30 april. De Nederlandse sleepboot HOLLAND arriveerde hedenmiddag van het Engels Kanaal te Cuxhaven, met de Franse 4-mast bark LA BLANCHE op sleeptouw. Alles wel. De HOLLAND is naar Rotterdam bestemd. (Bur. Wijsmuller.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 30 april. Het stoomschip TUNIS, dat in aanvaring is geweest met de Nederlandse motorboot GALLIA en daarna aan de grond geraakte (zie Avondblad) is door een sleepboot vlot gesleept. De TUNIS heeft schade aan de beplating aan stuurboord.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip (SCH-187) VIER GEZUSTERS, gebouwd voor rekening van de heer W. Zuurmond te Scheveningen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Gibraltar 25 april. Het beslag op het stoomschip GERRITTINA (zie Avondblad 16 april) is gisteren opgeheven.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Blijkens proclamatie van de President van de Verenigde Staten moeten schepen, die van het Panamakanaal gebruik wensen te maken voorzien zijn van een speciale meetbrief af te geven volgens bij die proclamatie gestelde regels. Reders van Nederlandse zeeschepen, die vanaf nu een zodanige meetbrief verlangen, behoren hun vaartuigen ter meting aan te bieden bij de meters van de zeeschepen te Amsterdam of te Rotterdam, door wie ook tevens inlichtingen worden verstrekt, nopens hetgeen de desbetreffende aanvraag moet inhouden en op wier kantoren een exemplaar van de metingsvoorschriften in Engelse tekst ter inzage van belanghebbenden ligt. Voor de afgifte van een speciale Panama meetbrief worden geen kosten in rekening gebracht.


04 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 4 mei. Het Engelse stoomschip EVESHAM, dat in het Prins Hendrikdok is nagezien, is thans overgenomen door Furness Scheepvaart- & Agentuur Mij., die het onder de naam VEENBERGEN onder Nederlandse vlag in de vaart brengt.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Kopenhagen, 2 mei. De Nederlandse gaffelschoener HELENA, kapt. Steenstra, met oliekoeken van Hull naar Assens bestemd, heeft bij Fani op strand gezeten, maar is, na 30 ton te hebben gelost, vlot gekomen en heeft de bestemming bereikt. Ogenschijnlijk heeft het schip niet geleden, maar de gezagvoerder vreest toch dat er bodemschade is belopen en dat er door het lichten manco aan de lading is ontstaan.


05 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 5 mei. Volgens telegram uit Savannah is het Nederlandse stoomschip CALLISTO aldaar op de rivier in aanvaring geraakt met het Amerikaanse stoomschip NACOOCHEE en bekwam het daarbij belangrijke schade aan stuurboord.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 5 mei. Gisteren heeft op de Eems een uitstekend geslaagde proeftocht plaats gehad met de nieuwe sleepboten CITO gebouwd bij de firma Wilmink te Groningen en ENØ gebouwd bij Gebr. Bodewes alhier. Machines en ketels zijn geleverd door de N.V. Machinefabriek Fulton alhier. De CITO is voor een rederij in Bremen, de ENØ voor de Havendienst in Naestved (Denemarken). Beide boten kiezen heden zee.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 5 mei. Zaterdag 2 mei werd op de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' alhier de kiel gelegd voor de onderzeeboot VI.


06 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 5 mei. Volgens telegram uit Savannah is het stoomschip CALLISTO (zie Avondblad) onderzocht. Voorlopige reparaties kunnen aldaar plaats hebben.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 4 mei. Het Nederlandse stoomschip GELDERLAND, van Immingham hier aangekomen, heeft schade aan het hek en zal na lossing worden nagezien.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Naar wij vernemen, zal Hudig & Veder’s Stoomvaart Maatschappij samensmelten met de Maatschappij Zeevaart onder directie van dezelfde firma.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Baarn, 6 mei. De Nederlandse sleepboot DA CAPO, van Rotterdam naar Nicolaieff bestemd, arriveerde gistermiddag met alles wel ter plaatse van bestemming. (Bureau Wijsmuller)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Gebr. Pot te Elshout is te water gelaten het Rijnschip ELIZA, gebouwd voor de heer. C. de Priester te Rozendaal.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Donderdag 7 mei, des nm. 2 uur, te Groningen, aan boord van het klipperschip VOORWAARTS, liggende aldaar in het Winschoterdiep buiten klein poortje, behandeling van het beroep, ingesteld door L. Meertens, schipper-eigenaar van bovengenoemd vaartuig, tegen een beslissing van de Commissie tot vaststelling der minimumuitwatering, waarbij de minimumuitwatering voor de VOORWAARTS is vastgesteld op 34 cm.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Woensdag 6 mei, 1.30 nm., onderzoek betreffende het op 3 febr. op de westkust van Australië op een blinde klip stoten en vergaan van het stoomtransportvaartuig CAMBEWARRA. Schipper B.H. v.d. Hey Jr. te Rotterdam; eigenaresse: Werf ‘Gusto’ te Dordrecht. Uitspraken: 1. s.s. WAAL; 2. klacht c.a. J.L. Schuit; 3. koftjalk ENERGIE uit Groningen.
Zaterdag 9 Mei, 1.30 nm., onderzoek betreffende de aanvaring op 18 april nabij IJmuiden tussen de logger HERMAN (KW-52); schipper G. Kuyt te Katwijk a/Zee; reder H. de Boer te Katwijk a/d Rijn en de sleepboot ASSISTENT (schipper T. Jongeling te IJmuiden).


07 mei 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart deed de volgende uitspraak betreffende het aan de grond lopen in de Attelbocht op 1 december 1913 van het kofschip ENERGIE. De oorzaak van deze scheepsramp meent de Raad te moeten zoeken in de verkeerde manoeuvre van de schipper, die besloot bij nacht een vaarwater binnen te lopen, dat niet betond en bevuurd was en hem geheel onbekend. Noodzaak voor het inlopen op de wal bestond er naar 's Raads mening niet, waar de gelegenheid bestond om, toen het vuur van Filsund was gepeild, voor de wind om te gaan en uit de wal te houden. De Raad is voorts van oordeel, dat de bemanning onvoldoende was om de ENERGIE, vooral in de winter, veilig over zee te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart deed de volgende uitspraak betreffende de klacht van de Hoofdinspecteur voor de Scheepvaart tegen J.L. Schuyt, gezagvoerder van het stoomschip WAAL. De Raad is van oordeel, dat, al moge de gezagvoerder Schuyt gezondigd hebben tegen het voorschrift van art. 41 sub 3 van het op 23 november 1913 van kracht zijnde K.B. van 22 september 1909 (Stb. 315), hem zulks zeker niet als een misdraging jegens de opvarenden kan worden aangerekend, nu tijdens de aanvaring door de 1e en 2e stuurman uitkijk werd gehouden. De veiligheid van schip en opvarenden is in het onderhavige geval geenszins in gevaar gebracht nu 2 gekeurde personen als uitkijk dienst hebben gedaan.
De Raad wenst er echter op te wijzen, dat krachtens art. 4 h van de Schepenwet de schipper verplicht is, alvorens een reis te ondernemen, te zorgen, dat het personeel lichamelijk geschikt is om het schip veilig over zee te brengen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende de aanvaring in de Oostzee op 24 november 1913 tussen het Nederlandse stoomschip WAAL en het Deense zeilschip ARGO. De Raad is van oordeel, dat de aanvaring is veroorzaakt, doordat beide schepen ten gevolge van de heersende mist elkanders positie niet nauwkeurig konden verkennen. Waar de getuigenis van de zijde van de ARGO ontbreekt, meent de Raad, afgaande op de verklaring van de bemanning van de WAAL, dat geen fouten in de navigatie zijn gemaakt en de gezagvoerder van de WAAL gedaan heeft, wat hij onder de gegeven omstandigheden had behoren te doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Het nieuwe stoomschip CORNELIS, te Stockton on Tees, gebouwd voor de firma A.C. Lensen te Terneuzen, heeft met gunstig gevolg proef gestoomd. Een vaart van 11 mijl werd behouden. (opm: bouwnummer 162, proefvaart op 5 mei)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Op een klip gestoten en vergaan. De Raad voor de Scheepvaart stelde gistermiddag een onderzoek in naar de scheepsramp, overkomen aan het stoom-transportvaartuig CAMBEWARRA. Op 3 februari stootte dit schip op de westkust van Australië op een blinde klip en verging. Schipper was B.H. v.d. Heij Jr. te Rotterdam en de eigenaresse de werf ‘Gusto’ te Dordrecht.
De gezagvoerder deelde mee, dat de machines achter in het schip waren; voorop bevond zich een bok. De inhoud bedroeg 423 bruto ton. Op 29 november vertrok men, met 13 koppen bemand van Schiedam naar Sydney. Van Colombo werd koers gezet naar de Torres Straat. Men had echter met een sterke stroom te kampen en zag er van af door deze straat te gaan. Daarom werd naar Freemantle gevaren. Op 28 januari bevond men zich te midden van de passaat, even benoorden de Houtman-eilanden. Men wilde de passaat ontgaan en onder de kust lopen. Op 1 februari was de CAMBEWARRA in de Geelvinckstraat. Doorvarende stootte het schip 's nachts om 1 uur op 3 februari vermoedelijk op een klip. Waar het schip zich toen bevond, wist de gezagvoerder niet. Het schip stootte vier keer en kwam daarop weer vlot. Met volle kracht werd nog, ongeveer een uur doorgestoomd; een van de schroefbladen was gebroken, 's morgens vroeg zonk de CAMBEWARRA. De machines hadden tot half drie gedraaid; om 10 uur zonk het vaartuig in diep water. Vóór dat uur was scheepsraad gehouden, en daarop gingen enige leden in een reddingboot naar de wal. De kuststrook werd gezien; de sloep deed er zes uur over, voor het land bereikt werd. De kapitein en de overblijvende schipbreukelingen werden door vissers gered, nadat tevergeefs geprobeerd was het lek onder de machinekamer te vinden. De schipbreukelingen sprongen te water, toen het schip zonk. De gezagvoerder werd door de zuiging even meegetrokken. De vissers brachten hen naar Freemantle.
De andere leden van de bemanning, die te voren naar land waren gegaan, kwamen na veel omzwerven ook te Freemantle aan, waar allen, naar de gezagvoerder tenslotte meedeelde, werden uitbetaald en afgedankt, alsof men de CAMBEWARRA tot Sydney gebracht had. Een van de leden merkte de kapitein op, dat hij waarnemingen had moeten nemen, toen hij zich bij een kust bevond, waarvan hij een slechte kaart had, terwijl hij kon vermoeden, dat de stroom het schip naar de kust zette. Hij had geen bestek genomen en niet gelood. Hierop werden gehoord de 1e machinist W.G.S. Krispijn en de 2e machinist D. Kortlang.
Eerstgenoemde had gezien, dat het water onder de ketel het schip binnenstroomde. Er werd na het stoten 1½ uur gepompt, daarop werden de vuren gedoofd, en moest men uit de machinekamer. De buitenboordkleppen werden gesloten en de stoom werd afgeblazen. De tweede machinist was met de eerste reddingboot naar land gegaan. Er is meer dan 12 mijlen afgelegd. De reddingboot is op een zandige plek aan de wal getrokken. Het journaal, de chronometer, een instrument en enige kleren en voedingsmiddelen werden meegenomen. Na 1½ dag gelopen te hebben in noordelijke richting, werd een en ander achter gelaten, wat later is teruggevonden. Men zag een rookkolom en dacht daar mensen aan te treffen. Na drie dagen gezworven te hebben, terwijl men weinig te drinken had en geen bronnen aantrof, kwamen deze schipbreukelingen moe en gewond in een plaatsje aan, vanwaar ze per spoor naar Freemantle gingen. De inspecteur de heer Bouman merkte tenslotte op, dat de gezagvoerder niet voldoende zorg besteed had aan de navigatie. Later volgt uitspraak.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 7 mei. Heden is van hier naar Emden vertrokken het nieuw gebouwd schoenerschip MARGINA, gebouwd op de werf van Gebr. Verstockt te Martenshoek. Het is 401 m3 netto groot en voor rekening en bevaren door kapitein E.H. Paap van Groningen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 mei. Hedenmiddag kwart voor twee is met goed gevolg te water gelaten van de scheepswerf van de firma Rijkée & Co. te Charlois het stoomschip DEUCALION, bestemd voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam.


08 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg te Newcastle te water gelaten het stoomschip VAN DER DUYN VAN MAASDAM in aanbouw voor Wambersie & Zn's Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Met het passagiers- en vrachtstoomschip SLOET VAN DE BEELE, gebouwd door de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, alhier, werd 6 dezer een proeftocht gehouden op de Noordzee, die zeer naar wens verliep en waarin de directie van de K.P.M. aanleiding vond dit schip van de bouwmeesters over te nemen.
Het schip werd gebouwd onder bijzonder toezicht en volgens de hoogste klasse van Bureau Veritas. De hoofdafmetingen zijn: Lengte tussen de loodlijnen 325'-6", breedte 43'-10", holte tot bovendek 25'-0", holte tot tentdek 32'-9".
De diepgang met zomervrijboord bedraagt, 19'-11½", en is het laadvermogen alsdan 3.420 ton. De bruto en netto tonnenmaat bedragen resp. 2.976 en 1.808. Over de gehele lengte is een dubbele bodem aangebracht, geschikt tot berging van water. Het is ingericht voor het vervoer van 32 1e en 24 2e klasse passagiers, van wie de verblijven zich respect, bevinden op het middengedeelte van het tentdek en op het voorgedeelte van het bovendek. Het schip bezit een koelinrichting en wordt geheel elektrisch verlicht.
De hoofdmachine is van het triple-expansie systeem. De diameters van de cilinders zijn 22" - 36½" - 60", elk met een slaglengte van 42". De stoom wordt geleverd door 3 Schotse ketels, elk met 2 vuren, met een totaal verwarmend oppervlak van 4.800 vierk. Eng. voet. De stoomdruk bedraagt 180 lbs. per vierk. Eng. duim. Zij zijn voorzien van Howden's inrichting voor geforceerde trek, alsmede van een inrichting tot het stoken van petroleumresidu.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Verkochte schepen. Het stoomschip LA HESBAYE, van de American Petroleum Co. te Rotterdam, is, naar wordt gemeld, naar het buitenland verkocht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hull, 7 mei. Het Nederlandse stoomschip MIN. TAK VAN POORTVLIET, komende van Harlingen, is hedenmorgen hier ter rede in aanvaring geweest met de gesleept wordende lichter ADVANCE en bekwam daarbij schade aan de achtersteven. Of de lichter averij bekwam is niet bekend.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Door de schipper L. Meerten (opm: Lucas Meertens), eigenaar van het klipperschip de VOORWAARTS, is, gebruik makende van het recht tot beroep, hem gegeven in art. 18 van de Schipperswet, bezwaar ingebracht bij de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart tegen de voor zijn schip door de daarvoor ingestelde commissie, vastgestelde minimum uitwatering.
De VOORWAARTS, die gebouwd is bij Boerma te Martenshoek, is niet geklasseerd bij een van de door de Nederlandse Regering erkende onderzoekingsbureaus en onder toezicht van de Scheepvaartinspectie gebouwd.
De commissie tot vaststelling van de minimum uitwatering, krachtens art. 4f van de Schepenwet, heeft de minimum uitwatering vastgesteld op 34 cm. Het schip meet bruto 105,61, nette 85,36 reg. ton.
Schipper Meertens wenst die bepaald te zien op 26 à 28 cm.
Gistermiddag heeft de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart, mr. A.J. Cnoop Koopmans, geassumeerd door de heren M.A. Cornelissen te Amsterdam en J. de Bruyn Kips van Epe, ter plaatse een onderzoek ingesteld. Deze heren hebben de zaak onderzocht, het schip opgenomen en de afmetingen en de bouw van het schip nagegaan. De schipper heeft daarbij zijn bezwaren nader toegelicht. Hij vraagt een andere uitwatering, op grond dat andere schepen van mindere sterkte en groter inhoud eveneens een kleiner uitwatering hebben en tevens omdat zijn schip bestemd is voor de Wadvaart, de Sont en de Belt. De heer L. Visser, technisch adviseur van de bovenbedoelde commissie te Leeuwarden, heeft bij het ingestelde onderzoek de nodige gegevens verstrekt. Door de schipper werden tekeningen en certificaat overgelegd. De zitting is daarop verdaagd tot maandag a.s., ten einde de commissie tot vaststelling van de minimum-uitwatering te horen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 8 mei. Gisteren is op de Eems proef gestoomd met de nieuwe stoomsleepboot ANNA FRATER gebouwd op de werf van de fa. Gebr. Bodewes te Martenshoek. voor rekening van de fa. Zwart en Frater Smid alhier. Zij heeft een triple-compound machine van 100 ipk en is voorzien van een installatie voor elektrisch licht. Deze boot is door bemiddeling van de heer Pierot te Rotterdam verkocht naar Rusland.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 6 mei. Hedenmiddag is met goed gevolg te water gelaten van de scheepswerf alhier de firma Wortelboer & Co. een stalen sleepkaan, genaamd SLEIPNER, groot plm. 850 ton, voor Duitse rekening. Terstond werd de kiel gelegd voor een dergelijk schip voor rekening van de heer T. Schweers van Duisburg.


09 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van Gebr. v.d. Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip GIJSBERT KAREL VAN HOOGENDORP (KW-110), gebouwd voor de heer K. Parlevliet te Katwijk aan Zee.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad v. d. Scheepvaart houdt zitting op maandag 11 mei, 1.30 uur nm., in 's Raads gebouw, voortzetting van de op 7 dezer te Groningen geschorste behandeling van het beroep van L. Meertens, schipper-eigenaar van het klipperschip VOORWAARTS uit Groningen.
Daarna behandeling van het beroep, ingesteld door G. den Dulk Gzn. uit Scheveningen tegen een beslissing van de inspecteur van de scheepvaart te 's-Gravenhage, omtrent de wijze van onderzoek van de dikte van de huid van de aan appellant behorende logger SCH-216, ex AE 26.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 8 mei. De Nederlandse schoener HOLLANDIA, geladen met stenen, is nabij Wyborg gestrand en zit gevaarlijk. Bergers verlenen assistentie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Baarn, 9 mei. De Nederlandse baggermolen ADOLPHO JOSÉ DEL VECCHIO, van Rotterdam naar Pernambuco bestemd, arriveerde, volgens ontvangen telegram, met alles wel ter plaatse van bestemming. (Bureau Wiismuller)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 9 mei. Volgens telegram uit Hamburg is het Nederlandse stoomschip AMSTEL, van Rotterdam, aldaar in de haven komend, in aanvaring geraakt met een sleepboot, die schade bekwam aan het roer. De AMSTEL bleef onbeschadigd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Aangekochte schepen. Door Bureau Wijsmuller's Scheepvaart Mij. te Baarn werd van de firma J. Constant Kievit's Cy. Ltd. te Dordrecht aangekocht een zeesleepboot, waarvan de afmetingen zijn 35,50 x 7,50 x 3,60 meter, terwijl zij wordt voorzien van een triple-expansie machine van 850 ipk. De boot wordt ongeveer 1 juli afgeleverd onder de naam FRIESLAND in dienst gesteld.


10 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 8 mei. Het stoomschip AMSTEL (zie Avondblad) was in aanvaring met de sleepboot PETERSEN & ALPERS.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Een aanvaring. Gistermiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar de aanvaring tussen de logger HERMAN, KW-52 (schipper G. Kuyt, te Katwijk aan Zee; reder H. de Boer, te Katwijk aan den Rijn) en de sleepboot ASSISTENT (schipper T. Jongeling te IJmuiden). De schipper Kuyt deelde mee, dat hij op 18 april uit Scheveningen voor IJmuiden kwam. Er was een flinke wind. In de buurt van de pieren kwam de sleepboot naderbij; toen werd zeil geminderd. De ASSISTENT stoomde naar de logger en draaide bij. De sleepboot praaide; deze moest tamelijk hard stomen, om de logger bij te houden. De schipper van de sleepboot maakte de afspraak, dat hij de logger zou binnenslepen. De schipper van de HERMAN had niet op de sleepboot kunnen letten, want hij keek rechtuit bij het oploeven en de sleepboot kwam van achteren. Plotseling zat de sleepboot op de boeg op de logger, welke hij met het berghout raakte. Hij haalde nog het roer om, om af te vallen, doch deze manoeuvre mocht niet meer baten. Hij had niet gezien, dat er gevaar was, voor hij de sleepboot op het laatste moment zag. De schipper van de HERMAN meende, dat de aanvaring veroorzaakt was door de ASSISTENT, daar deze sleepboot de logger had moeten mijden. De schade aan de HERMAN toegebracht was aanzienlijk. Door een andere sleepboot werd de HERMAN binnengesleept. De inspecteur van de Scheepvaart, de heer Leffers, was van mening, dat het absoluut onmogelijk was geweest, dat de schipper van de HERMAN de sleepboot niet heeft gezien, toen deze van opzij naderde. Ook de stuurman Arie Hoek van de HERMAN had de naderende sleepboot eerst op het laatst gezien. De sleepboot was iets achterlijker dan dwars met de logger mee gevaren. Op het ogenblik van de aanvaring was de vaart van de HERMAN 4 à 5 mijl. De schipper T. Jongeling van de ASSISTENT verklaarde, dat hij naar de HERMAN toe gestoomd was, om de logger binnen te slepen. Volgens zijn mening was de oorzaak van de aanvaring te zoeken in de omstandigheid, dat de logger plotseling oploefde, waardoor deze met de boeg midscheeps tegen de sleepboot kwam, ter hoogte van de schoorsteen. De schipper van de ASSISTENT gaf stuurboord roer, om de aanvaring zoveel mogelijk te verminderen. De ASSISTENT had steeds koers gehouden en volle kracht gevaren. Nadat de aanvaring plaats had gehad, word de sleeptros overgegooid, doch deze werd weer teruggeworpen. Enige leden van de Raad spraken hun verbazing er over uit, dat de schipper van de ASSISTENT, die de logger steeds in het oog gehouden had en zag dat deze oploefde, niet voldoende ruimte had gehouden en eerst op het laatste ogenblik dit poogde te doen. Dadelijk na de aanvaring is de sleepboot vóór de logger vooruitgeschoven en de logger achterlijker geraakt. Tenslotte werd gehoord de dekknecht Kl. Buding.
Later volgt uitspraak.


11 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 10 mei. Heden passeerde van Middlesbrough naar Amsterdam, per sleepboot SIMSON, het Nederlandse tankschip POSEIDON, dat bij de Ned. Fabriek met motoren zal worden uitgerust.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 9 mei. Bij nader onderzoek blijkt het stoomschip AMSTEL (zie Ochtendblad 10 dezer) door de aanvaring al de schroefbladen te hebben verloren.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 11 mei. Het stoomschip SALLAND, zaterdagavond van hier naar Buenos Aires vertrokken, is hedenmorgen met gebroken excentriekstang alhier uit zee teruggekeerd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Door schipper L. Meester (opm: moet zijn Lucas Meertens) van het klipperschip VOORWAARTS was bezwaar ingebracht bij de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart tegen de, voor zijn schip, door de daarvoor ingestelde commissie vastgestelde minimum uitwatering.
De commissie tot vaststelling van de minimum uitwatering heeft de minimum uitwatering vastgesteld op 34 cm. Het schip meet bruto 105,6 en netto 85,36 reg. ton. Schipper Meester (opm: Meertens) wenste de uitwatering vastgesteld op 26 à 28 cm. Donderdag heeft de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart mr. A.J. Cnoop Koopmans, geassumeerd door de heren M.A. Cornelissen en J. de Bruin Kops een onderzoek in Groningen ingesteld, waarvan wij in het ochtendblad van vrijdag jl. verslag gaven. Vandaag werd deze zaak alhier voortgezet. De heer De Gelder, voorzitter van de bedoelde uitwatering-commissie deelde mee, dat de bepaling van de uitwatering vastgelegd is bij een algemene maatregel van bestuur. Bij zeeschepen heeft men nooit enig debat gehad over de uitwatering, welke toegewezen was. Uit het district Groningen is echter herhaalde malen gedreigd met een beroep op de Raad voor de Scheepvaart. De uitwatering-bepalingen zijn gemaakt voor zeeschepen. De schepen, die op de Wadden varen, zijn vaak schepen, die niet aan de eisen, aan zeeschepen gesteld, voldoen. Bij de uitwatering-commissie is het steeds een bron van zorg geweest, om uitwatering-certificaten te geven aan schepen, die feitelijk niet voldoen. Het gebeurt vaak, dat de scheepvaartinspectie versterkingen voorschrijft, dat de eigenaars door verbeteringen aan te brengen aan de slechte bouw tegemoet trachten te komen.
Met vrees worden vaak certificaten van uitwatering uitgereikt. De maatschappijen wenden zich meer en meer tot de scheepvaartinspectie. Het bedoelde schip zou bij de Germanischer Lloyd geclassificeerd worden. Daar deze Lloyd enige eisen stelde, wendde appellant zich tot de scheepvaartinspectie. Spreker was van oordeel, dat men zich zoveel mogelijk moest beperken. Wel is er een concessie gedaan door de scheepvaartinspectie, ten opzichte van de Wadvaart. En dit is, dat tegen een schip, dat 1/3 van de uitwatering te weinig heeft er geen proces-verbaal mag worden opgemaakt. Dit schip heeft een uitwatering van 34 cm; het mag dus met 23 cm. varen, wat echter veel te weinig is. Appellant heeft wel gezegd, dat die uitwatering te veel is, doch in het algemeen achten de heren in Groningen elke wettelijke bepaling, welke hun bedrijf bedreigt, uit den boze. Het klinkwerk van het schip was bovendien niet in orde. Later zal uitspraak gedaan worden.


12 mei 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De St-Ct. (No. 110) bevat de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam, betreffende de scheepsramp, op 30 september 1913 overkomen aan het stoomschip HOUTDIJK.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Reval, 10 mei. De Nederlandse schoener HOLLANDIA (Zie avondbl. 8 dezer) is vlot en te Traagsund binnengebracht.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 11 mei. Het stoomschip SALLAND (zie Avondblad) heeft de reis weer aanvaard.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 11 mei. De Nederlandse motorboot CORNELIS, van Antwerpen naar Goole, is hedenmorgen met defect ankerspil en verlies van anker en ketting alhier in de haven gekomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 12 mei. Heden vertrok naar Hamburg het nieuw gebouwde ijzeren lichterschip IDA GRETA, groot 200 m3 netto, gebouwd op de werf van de heren Gebr. Van Diepen te Waterhuizen. Kapitein J. Dories van Groningen brengt het derwaarts.


13 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hoek van Holland, 13 mei. Het uitgaande stoomschip Beijerland is hier ten anker gekomen met lekke ketels. Het schip stoomt terug naar Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorweg-Materieel.
Blijkens de winst- en verliesrekening per ult. dec. 1913 toont de exploitatierekening een bedrag aan van NLG 764.604 (v.j. NLG 662.125), makende met het saldo Ao.Po. ad NLG 2.537 (NLG 2.642) tezamen NLG 767.142 (v.j. tezamen met NLG 27.000 agio op aandelen NLG 691.767). Hiervan gaat af voor renterekening NLG 39.477 (NLG 15.600), onkosten ongevallenverzekering NLG 78.531 (NLG 73.646) en afschrijving gebouwen en werktuigen NLG 237.388 (NLG 190.746), latende een saldowinst van NLG 411.744 (v.j. NLG 411.775). Voorgesteld zal worden op de aandelen serie A. een dividend uit te keren van 7% en op de aandelen serie B 5½%, (beide als v.j.) Op de balans komen voor onder het actief: Aandelen in portefeuille NLG 1.500.000 (als v.j.) terreinen NLG 562.800 (als v.j.), gebouwen en werktuigen NLG 2.055.000 (NLG 1.933.000), terreinen te Zuilen NLG 283.725 (NLG 216.612), werken te Zuilen NLG 258.776 (nihil), onder-aandelen ter inwisseling Actions de Jouissance NLG 4.500 (NLG 5.000) kas en kassier NLG 192.437 (NLG 160.861), effectenrekening NLG 424.855 (NLG 635.691), pandrekening NLG 34.334 (NLG 33.317), magazijnen NLG 864.753 (NLG 650.883), diverse debiteuren NLG 2.140.065 (NLG 2.791.732), exploitatierekening NLG 1.773.324 (NLG 1.623.779) en onder het passief: Kapitaalrekening Serie A NLG 4.516.000 (NLG 4.507.000), id. Serie B NLG 484.000 (NLG 493.000), 4% NLG 2.000.000 geldlening NLG 1.700.000 (NLG 1.750.000), reserverekening NLG 697.875 (NLG 606.000), houders van actions de Jouissance NLG 6.750 (NLG 7.500), onbetaalde coupons en dividenden NLG 5.181 (NLG 6.390) ondersteuning van het personeel NLG 576.800 (NLG 518.160), diverse crediteuren NLG 1.475.393 (NLG 1.604.055), renterekening NLG 31.166 (NLG 32.083), Centrale Werkgevers Risicobank NLG 189.660 (NLG 177.713) en winst- en verlies NLG 411.744 (NLG 411.775), totaal NLG 10.094.571 (NLG 10.113.678). In de op 20 mei te houden jaarlijkse vergadering van aandeelhouders zal moeten worden voorzien in de vacature als commissaris van de heer jhr. L.P.D. Op ten Noort, die aan de beurt van aftreding, doch herkiesbaar is. Voorts zal aan de orde komen de verkiezing van twee nieuwe commissarissen, in verband met art. 11 van de (gewijzigde) statuten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
Uitspraak in beroep van de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart in zake het beroep, ingesteld door L. Meertens, schipper-eigenaar van het klipperschip VOORWAARTS uit Groningen, tegen een beslissing van de Commissie tot vaststelling van de minimum uitwatering.
Aan ons oordeel is onderworpen de vraag, of de correcties op de berekeningen, volgens de bepalingen van het K.B. van 22 sept. '09 (Stbl. 315), gewijzigd bij K.B. van 5 nov. 1913 (Stbl. 407), geschied, voor de VOORWAARTS terecht zijn toegepast. De eerste correctie van 3 cm, omdat het schip volgens de voorschriften, voor de kleine kustvaart geldende, is gebouwd en de tabellen ingericht zijn voor het berekenen van de uitwatering voor schepen, gebouwd volgens voorschriften, welke hen geschikt maken alle wateren te bevaren, komt ons juist voor; immers voor de bouw van schepen, voor de kleine kustvaart bestemd, zijn de eisen van sterkte en zeewaardigheid minder zwaar.
Onjuist is de correctie van 1 cm, omdat de VOORWAARTS niet in het bezit is van een certificaat, afgegeven door een classificatiebureau.
Volgens het systeem van de Schepenwet is het onderzoek naar en het toezicht op schepen opgedragen aan de Scheepvaartinspectie als regel. Aangenomen moet dus worden, dat, wanneer een schip door de Scheepvaartinspectie wordt goedgekeurd — na een volledig en zorgvuldig onderzoek, dat het in alle opzichten in voldoend zeewaardige toestand verkeert —zulk een schip ook aan alle eisen voldoet, behoudens tegenbewijs. Dat tegenbewijs is hier niet geleverd, immers de verklaring van de inspecteur voor de scheepvaart, dat de VOORWAARTS voldoet aan de eisen, voor de kleine kustvaart gesteld, behoudens de afstand van de klinknagels, is door de commissie niet ontzenuwd, terwijl ook bij het onderzoek ter plaatse het schip hecht en sterk werd bevonden.
Op grond van het niet geheel voldoen aan die eisen is door de hoofdinspecteur voor de Scheepvaart bepaald, dat voor de VOORWAARTS zal worden uitgereikt een certificaat van deugdelijkheid, slechts geldig voor de Wadvaart, Sont en Belt, omdat die vaart minder gevaarlijk is en daar dus minder zware eisen gesteld mogen worden. Waar het dus vaststaat, dat de VOORWAARTS niet buiten die wateren varen zal, is het onjuist ook nog, wat de uitwatering betreft, op dezelfde grond beperkende bepalingen te maken. De schipper zou hierdoor een dubbele beperking voor hetzelfde gebrek worden opgelegd, terwijl — nu de vaart is beperkt — het schip ook aan minder zware eisen, wat de sterkte betreft, behoeft te voldoen.
Rechtdoende in beroep verklaren de appellant daarin ontvankelijk, nu het belang, dat hij daarbij heeft, vaststaat; vernietigen de beslissing van de Commissie tot vaststelling van de Minimumuitwatering, voor zoveel betreft de in het aan L. Meertens afgegeven certificaat van uitwatering vastgestelde uitwatering in zeewater van 34 cm en bepalen die uitwatering op 30 cm; handhaven de beslissing van de commissie voor zoveel het overige in genoemd certificaat van uitwatering bepaalde betreft.


14 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

IJmuiden, 13 mei. Heden arriveerde het nieuwe Nederlandse tankschip HERMES per sleepboot ROODE ZEE om te Amsterdam met motoren te worden uitgerust.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de scheepswerf ‘Nicolaas Witsen’ van de firma W.F. Stoel & Zoon te Alkmaar is met goed gevolg te water gelaten een stalen tweedekker-dubbelschroef tunnelmotorboot, lang 46 voet, met twee 26 pk. 4-cil. petroleummotoren. Dit is de laatste van de drie boten van dit type, in aanbouw op deze werf en bestemd voor Nederlands Oost-Indië.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Wallsend on Tyne is te water gelaten het voor Wambersie & Zoon's Algem. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam in aanbouw zijnde stoomschip VAN DER DUYN, bestemd voor het vervoer van fruit van West-Indië en Centraal Amerika naar Europa. Het is lang 343 voet en breed 45 voet. Ook de triple-expansie machines en de ketels worden te Wallsend vervaardigd.


15 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren heeft het voor de firma Wambersie & Zoon te Rotterdam te Wallsend-on-Tyne door de firma Swan, Hunter & Wigham Richardson Ltd. gebouwde stoomschip VAN HOGENDORP met goed gevolg proef gestoomd. Het stoomschip heeft in alle opzichten voldaan en bereikte een doorsnee snelheid van veertien knopen. Zoals reeds vroeger gemeld, is dit stoomschip uitsluitend voor de bananenvaart bestemd. Met de VAN HOGENDORP zal een aanvang gemaakt worden met de directe dienst tussen Jamaica en Rotterdam. Het stoomschip meet 3.298 ton bruto en 2.005 ton netto, kan ongeveer 45.000 bundels bananen laden en is tevens ingericht voor het vervoer van ongeveer 30 1e klas passagiers. Het zal in ballast van Rotterdam naar Kingston (Jamaica) vertrekken.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer A. Smith te Stadskanaal is te water gelaten het motorschip ELIZABETH, groot 210 ton, voor kapitein G. Riepe te Haren (Duitsland).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Rabat, 10 mei. De gezagvoerder van het stoomschip HERMINA rapporteert dat een bergingscontract werd gemaakt op de voet van “no cure no pay". Werklieden zijn bezig met het lossen van lading.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 15 mei. Alhier ligt zeilklaar de nieuwe schoener-aak VOORWAARTS, kapt. L. Meertens, met bestemming Holtenau. Dit schip, groot 212 m3, is gebouwd op de werf van de firma Gebr. Bodewes te Martenshoek.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeetijdingen.
Koninklijke Paketvaart Mij. s.s. SLOET VAN DEN BEELE, van Rotterdam naar Batavia, vertrokken 14 mei van Vlissingen, na gehouden proeftocht. (opm: 1e reis)


16 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Gisteren deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak, betreffende het op 3 februari 1914 bij de Westkust van Australië op een blinde klip lopen en zinken van de steentransporteur CAMBEWARRA.
Volgens de opgegeven koersen moest de CAMBEWARRA te 1.50 in de nacht van 2 februari 1914 zich bevonden hebben op ongeveer 21 mijl uit de kust. Na het stoten is ongeveer 30 minuten westelijk gestuurd en is, volgens opgave van de getuigen, ongeveer 1½ mijl in die richting afgelegd; daarna is weer de oorspronkelijke koers Z¼O gestuurd gedurende 1 uur. Van 2.30 's nachts tot 6.15 ’s morgens, op welk ogenblik de 1e stuurman met de boot naar de wal ging, heeft het schip gedreven en is ongetwijfeld door de stroom landwaarts ingezet. De boot heeft ongeveer 6 uur gezeild met een snelheid van ongeveer 2½ mijl en moet de CAMBEWARRA te 6.15 ten minste 10 mijl uit de kust geweest zijn. Op het ogenblik, dat het schip stootte, bevond de CAMBEWARRA zich dus op meer dan 10 mijl afstand van de kust, al is de juiste plaats niet met zekerheid te bepalen, immers de stroom kan het schip hebben ingezet. Op die afstand uit de kust zijn op de kaart geen klippen of riffen aangegeven. De oorzaak van het vergaan van de CAMBEWARRA meent de Raad dus te moeten toeschrijven aan het stoten op een zich in het vaarwater bevindende, niet in de kaart aangegeven klip.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Gisteren heeft de Raad voor de Scheepvaart uitspraak gedaan, betreffende de aanvaring nabij de ingang van de haven IJmuiden op 18 april 1914 tussen de logger HERMAN (KW-52) en de sleepboot ASSISTENT. Wanneer een sleepboot een schip zal gaan slepen, is het nodig, dat voor het overnemen van de sleeptros, de schepen elkander dicht naderen. De bedoeling van beide schepen was in het onderhavige geval dus bij elkander te komen. De schipper van de logger, die weten moest, dat de sleepboot hem wilde naderen, heeft generlei aandacht aan de ASSISTENT geschonken; bij het oploeven heeft hij niet naar de sleepboot gekeken en is daardoor naar 's Raads mening de aanvaring veroorzaakt. Had hij op de sleepboot gelet, dan had hij eerder kunnen stutten en daardoor de aanvaring vermijden. De sleepboot heeft echter ook de nodige voorzichtigheid niet in acht genomen; de kapitein had kunnen begrijpen, dat de logger, na te hebben afgehouden, weer op zou loeven en beter was het geweest door stoppen of langzamer stomen te wachten tot de manoeuvre van de logger was afgelopen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Breken van de stopklep. (opm: het gaat hier om het s.s. RADJA en niet zoals vermeldt de RADJAH – fout van de journalist)
Gisteren stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar het breken van de stopklep van de machine aan boord van het stoomschip RADJAH, gezagvoerder H.A.G. Schippers: rederij Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland'. Het ongeval had plaats op 5 november in de Noordzee. Naar de gezagvoerder meedeelde, had hij 30 oktober de RADJAH te Glasgow gehaald. Na een goed geslaagde proeftocht werd de RADJAH door de Maatschappij overgenomen. Daarop vertrok de RADJAH 1 november van Greenock naar hier. Het schip had geen lading, doch ballast in. De schroefbladen waren niet geheel onder water. Op 2 november werd het weer slechter. Door het slecht werken van de machines moest langzaam gevaren worden; elk ogenblik kreeg men last met de luchtpomp. Men liet de dieptank vollopen, ten einde het schip beter bestuurbaar te maken. Op de 5e november brak in de nabijheid van Bevezier de stopklep, welke de stoom naar de machine afsluit. Men ankerde enige tijd in het vaarwater, om de klep te repareren. Later werd bij Dungeness de loods overgenomen; op dit ogenblik week de ontlastklep af, toen de machines van vooruit op achteruit werden gezet. Een gedeelte van de stoom ontsnapte.
Men kwam voor IJmuiden; binnen de pieren werd de RADJAH door sleepboten binnengesleept. Te Amsterdam werden de machines gerepareerd. In plaats van 2½ dag had men over de reis 5 dagen gedaan. De hoofdmachinist H.K. van der Pols deelde mee, dat enige hulpmachines voor hem nieuw waren, o.a. de luchtpomp en voedingspomp. Op de reis naar Amsterdam werkte de roterende Westinghouse-Leblanc luchtpomp niet goed. De machines werkten onregelmatig en zij konden niet goed werken. Tevergeefs poogde men het defect te vinden. Wanneer de luchtpomp gerepareerd werd, gebruikte men een andere pomp. Toen het weer slechter werd, bleek dat de RADJAH moeilijk te besturen was. Daarom werd de dieptank gevuld. Soms werkte de luchtpomp in het geheel niet. Het was de eerste pomp van dit soort, welke op een schip geprobeerd werd. Plotseling ging de Meyer-stopklep bij het dichter-zetten stuk. Wat er de oorzaak van was is onbekend. Men poogde de stopklep te repareren, door met een plaatijzer het uitgebroken gat van de klep te dichten, doch dit ging niet bijzonder goed en er lekte nog voldoende stoom door de stopklep, dat de machines langzaam vooruit bleven werken. Men kon dus feitelijk niet stoppen, tenzij door een man op de ketel de stoom werd afgesloten. Bij het overnemen van de loods bij Dungeness kon men, toen de machine-telegraaf op achteruit werd gezet, de ‘schaar’ niet voldoende overhalen; deze bleef in de middenstand staan. Later was dit defect weer in orde, nadat men eerst de stoom had afgesloten. Als er mist was gekomen, had men door achteruit te slaan het schip in elk geval doen stoppen. Te IJmuiden werd, nadat de sleepboten vastgemaakt hadden, de stoom afgesloten en de dienst in de machinekamer was afgelopen. Nog deelde de hoofdmachinist mee, dat hij niet de oorzaak had kunnen vinden van deze machinedefecten. Er waren ook technici uit Glasgow aan boord, doch deze konden ook de oorzaak niet ontdekken. Het systeem luchtpomp was geheel nieuw en bestaat slechts op enige Franse torpedoboten. Na de reparatie had men op de heenreis naar Indië er ook nog last van. Nu schijnt de luchtpomp ‘ingewerkt’ te zijn. Later volgt uitspraak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Maandag 18 mei te 13.30 uur onderzoek betreffende het lek worden ten gevolge van de wijze van stuwing van het stoomschip JOSEPHINA op 14 februari op de reis van Poortershaven naar Cardiff. Gezagvoerder W. Catlender, rederij firma Jos de Poorter, beiden te Rotterdam.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 mei. De bij de firma Joh. Berg voor rekening van de firma H. & C. Gabel te Hamburg nieuw gebouwde sleepboot HOFFNUNG I deed heden op de Eems haar proeftocht. De boot heeft een sterkte van 225 ipk en zal door kapt. v. Zuilen naar haar bestemming worden gebracht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 16 mei. Van de werf van de heren J. de Boer & Zoon werd heden met goed gevolg te water gelaten een stalen tjalkschip, groot 105 ton, voor rekening van H. Wiegman, van Oude Pekela en zal weer een dito schip, groot plm. 90 ton, op stapel worden gezet voor schipper G. Dijkstra van Leeuwarden.


17 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rabat, 14 mei. Pogingen om het stoomschip HERMINA vlot te brengen zijn door de berger opgegeven, daar het beschikbare sleeptuig niet sterk genoeg is en het havenbestuur zonder opgave van redenen weigert trossen te verschaffen.


18 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Het wrak van het Engelse stoomschip EASTWELL, dat op 16 maart van het vorige jaar op de pieren te IJmuiden stootte en verloren ging, is nu zover opgeruimd dat het vaarwater in de havenmond over de volle breedte weer geheel vrij is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Onze Oost. Uit de Java bladen van 18 t/m 22 april. – Handel en verkeer.
De Loc. maakt melding van een door de heer S. ten Bokkel Huinink ontworpen plan voor een zeehaven te Semarang, waarvan de kosten op de helft zouden komen te staan van het bedrag van 50 à 60 miljoen gulden, dat thans nodig geacht wordt om Semarang met een zeehaven te kunnen bedenken.
Het plan komt neer op de aanleg van twee zware, evenwijdig lopende ringdijken, die op 1.500 meter afstand van de kust rechthoekig binnenwaarts buigen en een breedte voor de in- en uitvarende schepen overlaten van 200 meter, daarbij in noordelijke richting worden doorgetrokken op een onderlinge afstand van 200 meter, de westelijke dam over een lengte van 360 meter, ter voorkoming van aanslibbing in de haven en tot het breken van de stroom, de oostelijke dam over een lengte van 50 meter. Op de uiteinden kunnen havenlichten worden geplaatst.
De haven, ter grootte van 180 ha., zal plaats bieden aan ruim 40 stoomschepen; voor dat doel zijn 80 zware verankerde boeien gedacht, aan welke acht stoomschepen van 200 meter lengte, 14 boten van 150 meter en 18 van 100 meter lengte kunnen worden gemeerd. Bovendien is aan de zuidzijde gerekend op een kademuur van 1.200 meer lengte (2 x 600 meter), met walverbinding, waaraan zeeschepen tot 12 meter diepgang ligplaats kunnen vinden. De eerste 4 à 5 jaren zijn dergelijke schepen nog niet te verwachten en zal de haven zelf voorlopig op een diepte van 10 meter plm. I.P. worden gebracht; de constructie van de ringdijken is echter zodanig, dat de haven zo nodig op een diepte van 16 meter kan worden gebracht. Voorts is de oostelijke ringdijk van 1.500 meter lengte bij voorbaat zo geconstrueerd, dat de fundatie er in voorziet, ook over deze lengte als het later nodig mocht blijken, een moderne kademuur, voor alsdan geringe kosten, aan te brengen.
- Door de Scheepsbouw en Kustvaart Mij. te Rembang werd een op haar werf gebouwd motorscheepje van 23 registerton afgeleverd, dat reeds naar Tjilatjap vertrok. De SOEKAPOERA is bestemd om dienst te doen in de Wijnkoopbaai.
„Dit is de eerste maal, dat een motorschip geheel en al op de werven van deze maatschappij in Indië gebouwd werd en deze eerste vaart heeft reeds aangetoond, dat de constructie niets te wensen overlaat", schreef de Loc.
Het schip is bestemd, zowel voor passagiers- als voor vracht- en sleepdienst. In de eerste klasse kunnen ongeveer 10 personen een plaats vinden, terwijl dek en brug nog zeer velen kunnen herbergen.
- Het Soer. Hbl. ontleent aan het verslag van het Ned.-Ind. Landb. Synd. over 1913 dat, in verband met de kwestie van de broeiing van tabak, het voorstel is aangenomen om op kosten van de stoomvaartmaatschappijen op de verschillende plaatsen van waar tabak wordt verscheept, experts aan te stellen die de tabak voor de afscheep aan een onderzoek zullen onderwerpen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 16 mei. Van de N.V. Scheepswerven v/h G. & H. Bodewes zijn dezer dagen te water gelaten: Een stalen ewerschip, groot 110 ton en de stalen zeesleepboot GERMANIA welke zal worden voorzien van compoundmachine van 250 ipk, beide voor Duitse rekening. De kiel is gelegd voor een dergelijke sleepboot waarin te plaatsen een triple machine van 400 ipk.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Stadskanaal Bonnermond, 16 mei. Heden liep alhier van de werf van scheepsbouwmeester W. Mulder, met goed gevolg te water een stalen segelschute, genaamd WILSTER 1, voor rekening van de heer Gustav Lumpe van Wilster in Holstein, groot plm. 90 ton. In aanbouw is een motorboot voor rekening van de heer Heinrich Wilhelm Ritscher Schiffswerft van Moorburg bij Harburg. De kielen worden gelegd voor 2 stuks bolpramen van 25 en 60 ton voor de coöperatieve aardappelmeelfabriek ‘De Twee Provinciën’ te Stadskanaal en van het tjalkje van 50 ton voor rekening van kapt. G. Krauwinkel van Westrhauderfehn (Duitsland).


19 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe schepen. Geladen met ijzererts passeerde te Lobith naar Duitsland het nieuwe sleepschip DINA, groot 702 ton, schipper Bartels.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Gisteren stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in betreffende het lek worden ten gevolge van de wijze van stuwing van het stoomschip JOSEPHINA op 14 februari jl. op de reis van Poortershaven naar Cardiff. Gezagvoerder was W. Catlender, rederij de firma Jos. de Poorter, beiden te Rotterdam.
De kapitein verklaart ter zitting, dat hij zich niet met het stuwen van de lading heeft bemoeid. Dit liet hij over aan de stuwadoor. Het vaartuig was met staaf- en plaatijzer geladen; het was niet helemaal gevuld. Het weer was slecht, echter mankeerde niets aan het schip. Bij het lossen werd bemerkt, dat er water stond in het schip, ter hoogte van ongeveer drie voet. Bij nader onderzoek bleek, dat er in de lading werking was gekomen; een van de staven was door de huid van het schip gedrongen, waardoor deze was gescheurd.
De eerste stuurman C. Anema, volgens de monsterrol belast met het toezicht op de lading, heeft gezien, dat de bovenste lading behoorlijk werd gestuwd door de stuwadoor. Dit geschiedde volgens gewoonte: Langsscheeps in meerdere lagen in het ruim; daarop een enkele laag dwarsscheeps. Alles was gestuwd ijzer op ijzer. Het weer was stormachtig, de wind zuidwest, het schip werkte zwaar. Bij het lossen was getuige tegenwoordig. G. Bal, stuwadoorsbaas aan de handelsinrichting te Poortershaven, werd als derde getuige gehoord. Hij heeft laten stuwen volgens de gebruikelijke manier: De partijen langsscheeps en afgedekt met platen. Na het ongeval geschiedt de stuwing naar aanwijzing van de scheepvaartinspectie. De inspecteur voor de scheepvaart vroeg of het niet wenselijk is, voortaan bij ijzer de ladingen langsscheeps op te stuwen: ijzer op ijzer. Indien het dwarsscheeps moet geschieden, moet ervoor worden gezorgd, dat de huid goed is beschermd. De bovenlading moet goed gesjord zijn en dan moet worden gezorgd, dat vierkant wordt opgestuwd. Spreker drong er bij de Raad op aan, te onderzoeken of op voorschriften in de zin als bovenbedoeld moet worden aangedrongen. De zitting werd hierna gesloten.


20 mei 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 mei. — De Nederlandse sleepboot OOSTZEE met een baggermolen op sleeptouw, arriveerde zaterdagochtend van hier te Gijon.
— De sleepboot MAAS met een zuiger op sleeptouw van Rotterdam naar Curaçao, arriveerde 17 mei te St. Vincent. Alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De St.Ct. (No. 117) bevat: a. de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam, betreffende het aan de grond lopen in de Attelbocht op 1 december 1913 van het kofschip ENERGIE en
b. de uitspraak in beroep van de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam, betreffende het beroepschrift van L. Meertens, schipper en eigenaar van het klipperschip VOORWAARTS.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Naar de N.R.C. verneemt, is door de firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam, aan de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord de bouw opgedragen van een stoomschip met laadvermogen van 1.500 ton dw. Het zal voorzien worden van de nieuwste werktuigen voor vlug laden en lossen. De oplevering moet plaats hebben tegen maart 1915.


21 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Bij Texel heeft dinsdag (opm: 19 mei) op de gemeten mijl de proeftocht plaats gehad van het door de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. alhier, voor rekening van de Ned. Indische Tank-Stoomboot Mij. te 's-Gravenhage, gebouwde motortankschip ARES.
De proeftocht voldeed in alle opzichten uitmuntend. In plaats van de voorgeschreven snelheid van 10¼ mijl werd 11,28 behaald, met 2.150 ipk bij 128 slagen. De Dieselmotoren, door Werkspoor geleverd, werkten buitengewoon goed. Na drie volle kracht runs werd het schip door de N.I.T.M. dan ook overgenomen en vertrok het direct naar Rotterdam, waar het dezelfde avond arriveerde. De afmetingen van het schip zijn: Lengte tussen loodlijnen 346'-8", breedte 46'-6", holte 27'-5", diepgang op proeftocht 22'-0".


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam.
In de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van bovengenoemde vennootschap werd het verslag over het afgelopen boekjaar uitgebracht, werden de balans en de winst- en verliesrekening goedgekeurd en werd het dividend vastgesteld als volgt: Voor de aandelen van de serie A op 7% en voor de aandelen van de serie B op 5½%.
De heer jhr. L.P.D. op ten Noort. die als commissaris aan de beurt van aftreding is, werd herkozen.
In de buitengewone vergadering van aandeelhouders, gehouden de 25e februari jl. werd besloten het aantal commissarissen tot negen uit te breiden en werden heden als zodanig gekozen de heren: C.J.K. van Aalst, president van de Ned. Handelmaatschappij en J.A. Roessingh van Iterson, oud-lid van de Raad van Administratie van de Holl. IJzeren Spoorwegmaatschappij, tot dusver door deze maatschappij gedelegeerd geweest in het college van commissarissen.
Aan het jaarverslag wordt het volgende ontleend:
Evenals in de voorafgaande jaren heeft ook het jaar 1913 zich gekenmerkt door overvloed van werk in alle afdelingen van de fabriek, ten gevolge waarvan dan ook in die periode meer is verwerkt dan in enig jaar te voren. Ondanks alle inspanning was het echter niet mogelijk de verschillende bestellingen op tijd uit te voeren.
Dit vond voor een deel zijn reden in de onvoldoende ruimte voor de uitoefening van het bedrijf, waarover reeds in het vorige verslag gesproken werd, en welk bezwaar nog voortduurt, omdat de nieuwe fabrieksinrichtingen te Zuilen tegen verwachting nog niet zover gevorderd zijn, dat een deel van het bedrijf reeds daarheen verplaatst is kunnen worden.
Een tweede oorzaak van de voorgekomen vertraging in de uitvoering van de orders, hoewel gelukkig niet in ernstige mate, was de op 14 augustus jl. uitgebroken staking van het personeel van de smederij. De financiële resultaten van het bedrijf zijn over het afgelopen jaar weer zeer bevredigend geweest, ondanks bovengenoemde ongunstige factoren en ondanks het feit, dat ook de afgeleverde Dieselmotor-installaties voor schepen nog grotendeels verlies hebben opgeleverd, een omstandigheid, welke zich trouwens eveneens bij de meeste buitenlandse fabrikanten op dit gebied heeft voorgedaan; de afwerking van deze installaties vordert nog steeds veel meer arbeid dan te voorzien was.
Er bestaat evenwel goede grond voor het vermoeden, dat al naar gelang meer ervaring oefening in deze branche van het bedrijf verkregen wordt, de kostprijs niet onbelangrijk zal dalen.
Op het einde van het jaar was er nog voor een bedrag van ruim NLG 6.600.000 in bestelling en werd sedert nog voor ca. NLG 3.400.000 bijbesteld, zodat alle werkplaatsen voorlopig nog ruim van werk voorzien zijn. Op 31 december jl. waren in de verschillende afdelingen van de fabriek 2.805 arbeiders in dienst.
Dit getal wijst een vermeerdering aan van 280 man, vergeleken met het einde van 1912. Aan arbeidslonen werd in 1913 uitbetaald ruim NLG 1.880.000 (vorig jaar ca. NLG 1.757.000). Bijzondere vermelding verdient gemaakt te worden van de gunstige uitkomst, verkregen met het motorschip LOUDON, dat, voortgestuwd door een Werkspoor-Dieselmotor van 1.100 pk., de reis van hier naar Batavia op schitterende wijze volbracht. O.m. werden 3 Dieselmotoren, elk met een vermogen van 1.200 epk., voorzien van generatoren, geleverd aan de Billiton-maatschappij, ten behoeve van haar krachtcentrale voor de tinwinning op het eiland Billiton.
Zoals reeds werd opgemerkt, kon het bedrijf in de nieuwe fabriek te Zuilen nog niet worden aangevangen, hoofdzakelijk ten gevolge van grote vertraging in de oplevering van de grond- en bouwwerken. De gehele afdeling voor de machinale houtbewerking, met de daarbij behorende houtzagerij en drogerij, zomede de krachtcentrale, zijn nu evenwel nagenoeg gereed en zullen bij het uitbrengen van dit verslag reeds voor een groot deel in bedrijf genomen zijn. De spoorbaan, ter verbinding van het fabrieksterrein aan de spoorweg Amsterdam-Utrecht en de aanleg van de haven, in verbinding met het Merwede-kanaal, zijn voltooid en met de bouw van de verdere werkplaatsen zal nu geleidelijk worden doorgegaan, zodat binnen enkele jaren het gehele bedrijf van de wagenmakerij naar Zuilen verplaatst zal wezen. Ten einde de daar werkzame arbeiders te helpen aan goede, gezonde woningen, werd op initiatief van de directie een maatschappij opgericht, die in de nabijheid van de fabriek een tuindorp, genaamd “Elinkwijk", zal stichten. Met de bouw hiervan zal binnenkort ook worden aangevangen. Het kapitaal van deze stichting werd verschaft door belangstellenden in het woningvraagstuk voor werklieden.
Voor de balans en de winst- en verliesrekening verwijzen wij naar het Avondblad van 13 dezer.


22 mei 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 22 mei. Alhier is heden aangekomen het nieuwe sleepschip genaamd PITERDINA, gebouwd op de werf van Gebr. Coops te Hoogezand en groot netto 356 m3, Het schip wordt bevaren door de eigenaar J. Krol van Groningen.


25 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 25 mei. Volgens alhier door het bureau Kapt. Bernard ontvangen bericht, arriveerde de sleepboot BLANKENBERGH met de lichters LEEDS en YORK zaterdag namiddag van Bolnes te Londen. Alles wel. (opm: waarsch. BLANKENBURG)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 24 mei. Volgens telegram uit Queenstown, is het Nederlandse stoomschip VEENBERGEN, met stukgoederen van Nordenham naar Charleston bestemd, aldaar binnengelopen met enige machineschade.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 24 mei. De heden alhier van Juist binnengekomen Duitse zeetjalk REGINA, kapitein Schuman, kwam door het onklaar geraken van het anker in aanvaring met het in de haven liggende Engelse fregatschip DUDHOPE. De REGINA verloor het voor-tuig, de DUDHOPE bekwam geen schade,


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 24 mei. Alhier ligt zeilklaar het nieuwe kastenschip No. 1, voor Duitse rekening, gebouwd op de werf van de firma Gebr. Fikkers te Muntendam. Het is groot 116 m3 en zal door kapt. De Boer naar zijn bestemming Hamburg worden gebracht.


26 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van I.S. Figée te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip CATHARINUS, gebouwd voor de maatschappij “Volharding", directeur de heer P. van Leeuwen te Vlaardingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Baarn, 26 mei. De Nederlandse sleepboot HOLLAND vertrok hedenmorgen van Falmouth naar Duinkerken met de Franse 4-mast bark SULLY op sleeptouw. (Bureau Wijsmuller.)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 26 mei. Hedenmiddag is met goed gevolg te water gelaten de motorboot TUXHAM III, gebouwd op de werf van de Fa. J. Drewes & Co. te Gideon, voor rekening van de heer M. Hoving te Ezinge. De 16 pk ruwoliemotor wordt geleverd en gemonteerd door de N.V. ‘Noorderlicht’ te Groningen.


27 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Hamburg, 25 mei. Het Nederlandse stoomschip MIJDRECHT is bij het opstomen naar Harburg in de Köhlbrand aan de grond geraakt, doch kwam met assistentie van de sleepboten BRAVO en AUGUSTE weer vlot.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 27 mei. Gisterenavond Is alhier binnengekomen het tjalkschip NORMALITEIT, kapt. Sloots, met hout op reis van Kragerö naar Westakkumersiel, hetwelk op de Noordzee zijn boot en een gedeelte van de deklast heeft verloren, benevens enige andere lichte averij bekwam. De bekomen schade zal hier gerepareerd worden.


28 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart
De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting: Vrijdag 29 mei 1914, 1.30 nm., onderzoek betreffende het aan de grond lopen in de haven van Scheveningen van de logger HUBERTUS JACOBUS (Sch-151) op 21 april 1914. Schipper Philippus Dijkhuizen, rederij P. Knoester Jr., beiden te Scheveningen.
Uitspraak: Stoomschip JOSEPHINA en stoomschip RADJA. (opm: pas op 19 juni uitspraak gedaan van de behandeling van beide schepen)


29 mei 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nieuws op Scheepvaartgebied. - De nieuwe stoomvaartverbinding. Uit Amsterdam wordt geschreven: Het plan van twee van onze grootste stoomvaartmaatschappijen, de Maatschappij ‘Nederland’ die de verbinding met Indië onderhoudt en de ‘Koninklijke Hollandsche Lloyd’, die ons land met Zuid-Amerika verbindt, om een directe stoomvaartverbinding tussen Amsterdam, Zuid-Amerika, Zuid-Afrika (Kaapstad) en Indië tot stand te brengen, heeft weliswaar nog geen vaste vorm aangenomen, maar de beide maatschappijen zijn vrijwel tot overeenstemming gekomen en in principe is tot de oprichting van de Holland-Zuid-Afrika-Lijn besloten. Nu zijn er nog enkele moeilijkheden, die uit de weg zullen moeten geruimd. Maar zijn wij goed ingelicht, dan doet zich hier niet dat grote bezwaar voor, hetwelk bij nieuwe ondernemingen zo dikwijls bestaat, het gebrek aan het nodige kapitaal. Wanneer de twee solide maatschappijen er haar schouders onder zetten, is de looddelen-kwestie opgelost. Reeds lang verlangen vele Amsterdamse kooplieden naar een eigen verbinding met de Kaap. Mannen als Kamerlingh Onnes, de directeur van het bureau voor handels-inlichtingen, hebben er voortdurend propaganda voor gemaakt. Dit staat vast: Komt de Holland-Afrika-Lijn tot stand, dan zal heel Amsterdam, zo niet heel ons land, daarvan profiteren. Jammer, dat men voorlopig nog slechts aan een vrachtdienst kan denken. Naar men verneemt, verwachten de directies van de ‘Lloyd’ en van de ‘Nederland’ het meest van de verbinding Zuid-Afrika-Indië en Zuid-Amerika-Indië, misschien ook wel Zuid-Amerika-Zuid-Afrika-Japan.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 29 mei. Heden zijn alhier aangekomen de tjalken DRIE GEBROEDERS, kapt. Matroos en DE EEMS, kapt. De Boer, met een lading hout uit het gestrande Noorse barkschip AMAZONE, dat verleden herfst nabij Rottumeroog is gestrand. Blijft het weer gunstig, dan kan nog veel van die lading worden geborgen. Hier wordt het opgeslagen, om later in publieke veiling te worden verkocht.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 29 mei. De drie-mast schoener NELLY, bevaren geweest door kapt. Kruize van Groningen en voor een paar maanden naar Rusland verkocht, is gisteren van hier vertrokken naar Vladivostok. Dit schip draagt thans de naam MICHAEL en heeft een grote vertimmering ondergaan op de werf van de firma Gebr. Niestern te Farmsum. Ook is het schip voorzien van een Zweedse ruwoliemotor en zal voortaan van Vladivostok op China en Japan varen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Groningen, 29 mei. De St. Ct. No. 124 bevat de akte van vennootschap van de Naaml. vennootschap: Scheepvaart Maatschappij ‘Myriam Denise’, te Delfzijl.
Kapitaal NLG 30.000, aandelen van NLG 1.000, alle geplaatst en volgestort.
Directeur de heer F. Pavillet, kapitein ter grote vaart, te Parijs. (opm: dit schip werd gebouwd bij scheepswerf Gebr. Niestern te Delfzijl).


30 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Aan het verslag over 1913 ontlenen wij het volgende: Met groot leedwezen wordt melding gemaakt van het overlijden van de heer jhr. P. Hartsen, die sedert de oprichting van de Maatschappij deel uitmaakte van de Raad van Bestuur.
Opnieuw is melding te maken van een aanzienlijke uitbreiding van het bedrijf, een uitbreiding, waarmee de bouw van schepen en de versterking van de geldmiddelen gelijken tred hielden. Op 31 december 1913 waren 84 schepen in dienst en in aanbouw 12 schepen, alle op Nederlandse werven. Sedert werd aan de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij de bouw opgedragen van een stoomschip, speciaal voor de kolenvaart te bestemmen. Van deze nieuwe schepen kwamen er vier in het lopende jaar gereed, die naar Indië werden uitgezonden. Het stoomschip LAURENS PIT, waarvan de verkoop reeds in het vorige verslag werd vermeld, werd van de sterkte afgevoerd. Eveneens het stoomschip BORNEO, dat buiten dienst werd gesteld. Voor grote rampen bleef de vloot gespaard. Het stoomschip TASMAN, dat op 27 december 1913 in Straat Torres aan de grond raakte, kon af gesleept worden en bleef behouden; de reparatie is thans voltooid.
In het vorige verslag is melding gemaakt van de uitgifte van NLG 3.000.000 obligaties in mei 1913. Volledigheidshalve deelt de directie mee, dat in het begin van 1914 de 13e, 14e en 15e serie van de aandelen, elk groot NLG 1.000.000 (nominaal, door de Nederlandsche Scheepvaart Unie zijn overgenomen.
De uitvoering van de overeenkomsten met de Regering had zonder stoornis plaats en de vennootschap bleef als steeds, ook buiten contract, krachtig werkzaam. Het particuliere vervoer, waaronder de doorvoer begrepen is, nam wederom hoogst belangrijk toe. De vaart op Australië werd geregeld volgehouden. De nieuwe stoomschepen HOUTMAN en TASMAN voldeden in alle opzichten, en de ontvangsten van de lijn gingen vooruit, maar nog lang niet genoeg om tegen de stijging van de bedrijfskosten, welke het in de vaart brengen van grote schepen meebracht, op te wegen. De Siam-lijn gaf, ten gevolge van de grote rijstoogst in Siam, gunstiger uitkomsten dan in de twee voorafgaande jaren; opofferingen zullen vermoedelijk nog wel nodig zijn, om een lijn onder Nederlandse vlag in die wateren te behouden.
Het aantal geografische mijlen, door de schepen afgelegd, bedroeg totaal 593.738 tegen 566.136 in 1912.
Buitendien werden 39.970 geografische mijlen afgelegd op de lijnen naar Australië en Siam.
Het bedrijf ondervond veel belemmering door de onvoldoende capaciteit van de voornaamste havens in Nederlands-Indië; het is te betreuren, dat de door de Regering ondernomen havenverbeteringen zoveel vertraging ondervinden. Verbetering van het vaarwater naar Pontianak door middel van uitslibbing werd voor rekening van de Mij. onder handen genomen door het Departement van de Marine in Nederlands-Indië, waarbij door de Regering in uitzicht werd gesteld, dat, indien daardoor dit vaarwater belangrijk verbeterd zal worden, de gemaakte kosten zullen worden gerestitueerd. De aanvankelijke resultaten van dit werk zijn bevredigend.
Het voordelig saldo van de reizen van de stoomschepen bedroeg: In 1913 NLG 3.722.321 tegen in 1912 NLG 3.492.641. De afschrijving op de vloot stelde men op NLG 1.744.704 en die op etablissementen op NLG 117.736. De in 1913 geboekte premies wegens het lopen van eigen risico op de vloot bedroegen NLG 441.721. Daartegenover werd aan schaden geboekt NLG 132.912, waartegen in 1912 NLG 121.742 werd gereserveerd. Op de balans per 31 december 1913 moet NLG 173.256 voor onafgedane schaden worden gereserveerd. Het voordelig saldo van de rekening Assurantie Eigen Risico bedraagt NLG 257.295, hetwelk ten bate van de winst- en verliesrekening komt. Van de Agio reserve 1912, volgens het vorig jaarverslag bedragende NLG 770.689, zijn in mindering gebracht de kosten van uitgifte en het disagio van de in 1913 geplaatste obligaties. Het resterende à NLG 608,688 werd gebruikt ter versterking van de Assurantie Reserverekening, die daardoor tot NLG 1.908.588 stijgt. Het bestuur stelt voor een uitdeling van 9% (evenals v.j.) over het op 31 december 1913 geplaatste kapitaal van NLG 16.000.000. De balans vermeldt in het debet: Ongeplaatste aandelen 13e/21e serie NLG 9.000.000 (onveranderd), vloot van de Maatschappij: Oorspronkelijke kostprijs van 84 schepen NLG 39.777.663, waarop reeds werd afgeschreven NLG 16.357.813, tezamen NLG 23.419.850 (17.932.500); schepen in aanbouw NLG 1.437.774 (3.102.858), etablissementen in Indië NLG 1.320.000 (1.083.500), kassa en kassier te Amsterdam NLG 306.245, te Weltevreden en Sydney NLG 132.096, tezamen NLG 438.342 (534.096), deposito en prolongatie NLG 350.000 (NLG 2.112.000), effectenrekening NLG 900.572 (877.872), kantoormeubilair te Amsterdam, Weltevreden en Sydney NLG 2 (onveran.), assurantierekening, voor over 1914 betaalde jaarpremies NLG 2.141.126 (189.717), magazijnvoorraad NLG 1.708.264 (1.265.965), brandstoffen voorraad NLG 352.488 (372.065), diverse debiteuren NLG 1.908.736 (1.669.675), Nederlands-Indisch Gouvernement NLG 1.582.571 (1.202.370), agentschappen van de maatschappij NLG 329.065 (308.899), en in het credit: Kapitaal NLG 25.000.000 (onveran.), 4% oblig. lening 1903 NLG 1.424.000 (1.492.000), 4% oblig. lening mei NLG 870.000 (898.000), 4% oblig. lening dec. NLG 898.000 (925.000), 4% oblig. lening dec. NLG 925.000 (951.000), 4% oblig. lening 1913 NLG 3.000.000, totaal 7.117.000 (4.266.000), op 1 januari 1914 vervallende obligatiecoupons NLG 142.340 (85.320), nog niet opgekomen coupons, dividendbewijzen en extra dividendbewijzen NLG 15.472 (13.640), assurantie reserverekening NLG 1.908.588 (1.300.000), reserverekening volgens art. 27 van de statuten NLG 1.600.000 (onvera.), rekening van afschrijving NLG 1.000.000 (onvera.), assurantie eigen risico, reserve voor onafgedane schaden NLG 173.256 (121.742), ondersteuningsfonds voor het personeel NLG 799.841 (743.943), deelhebbers spaarfonds NLG 755.966 (662.584), reserve voor uitkeringen aan deelhebbers spaarfonds NLG 735.451 (634.814), diverse crediteuren NLG 1.984.400 (1.710.475), premie-rekening van stuurlieden NLG 87.541 (82.436), bedrijfsbelasting NLG 43.496 (43.579), rekening van uitdeling NLG 1.440.000 (onvera.), rekening van uitdeling aan houders van bewijzen van winstaandeel NLG 174.571 (174.586), winst- en verliesrekening NLG 19.867 (1.440). De winst- en verliesrekening vermeldt in het credit: Saldo van anno passato NLG 1.440 (3.437), assurantie eigen risico voor bijdrage uit deze rekening NLG 257.295 (nihil), reizen van de stoomschepen: Voor het voordelig saldo van het afgelopen jaar NLG 3.722.321 (3.492.641), totaal NLG 3.981.057 (3.566.078), en in het debet: Afschrijving op de vloot van de Maatschappij NLG 1.744.704 (1.455.267), etablissementen in Indië: voor afschrijving NLG 117.736 (105.924), bijdrage aan de Nederlandsche Scheepvaart Unie NLG 55.605 (55.907), interestrekening: voor nadelig saldo van deze rekening over 1913 NLG 166.918 (27.771), winstsaldo ter verdeling NLG 1.832.727 (1.877.747).


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepvaart Unie.
Aan het verslag over 1913 ontlenen wij het volgende: Hoewel behorende tot het lopend jaar zij reeds vermeld, dat in februari jl. van ieder van de naamloze vennootschappen Stoomvaart Maatschappijen ‘Nederland’ en ‘Koninklijke Paketvaart Maatschappij’ NLG 3.000.000 nominaal van haar aandelen werd overgenomen, waartegen door de Vennootschap werd geplaatst NLG 6.000.000 nominaal gewone aandelen. De gelegenheid tot ruil van aandelen van de drie maatschappijen tegen gewone aandelen van de Vennootschap werd de 17e juni 1913 weer geopend, terwijl, ten gevolge van de vermelde uitgifte van gewone aandelen van de Vennootschap, in februari jl. tot sluiting van de ruil moest worden overgegaan.
Een nominaal bedrag van NLG 108.000 aandelen in ieder van de drie maatschappijen werd sedert de hernieuwde openstelling van de ruil ingeleverd, waardoor per 31 december 1913 het bezit van aandelen in de Stoomvaart Maatschappij Nederland, Rott. Lloyd en Koninklijke Paketvaart Maatschappij steeg tot een nominaal bedrag van NLG 7.781.000 in iedere maatschappij. Ten gevolge van de ruil werd nom. NLG 324.000 gewone aandelen van de Vennootschap afgegeven, waardoor per 31 december 1913 nom. NLG 23.343.000 gewoon kapitaal als geplaatst op de balans voorkomt.
Door de vermelde uitgifte van 6.000 van de gewone aandelen en de overname van 3.000 aandelen in ieder van de Naamloze Vennootschappen Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ en ‘Koninklijke Paketvaart-Maatschappij'’, steeg het geplaatste gewone aandelenkapitaal in februari jl. tot NLG 29.343.000, terwijl men daartegenover sedertdien in het bezit is van NLG 10.781.000 nom. aandelen in ieder van de beide laatstgenoemde stoomvaartmaatschappijen en NLG 7.781.000 nom. aandelen in de stoomvaart maatschappij ‘Rotterdamsche Lloyd’. Het ligt in de bedoeling de gelegenheid tot ruil weer open te stellen na betaalbaarstelling van dividendbewijs No. 9 van de gewone aandelen. Het bezit van de aandelen in de drie stoomvaartmaatschappijen wordt weer à pari op de balans gebracht. De op de balans onder de activa opgevoerde te ontvangen dividenden zijn de navolgende: Dividend van NLG 7.781.000 nominaal aandelen in de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, over 1913 NLG 778.100 (v.j. NLG 767.300); dividend van NLG 7.781.000 nominaal aandelen in de Stoomvaart Maatschappij ‘Rotterdamsche Lloyd’ over 1913 NLG 778.100 (767.300); dividend van NLG 7.781.000 nominaal aandelen in de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, over 1913 NLG 700.290 (690.570), totaal NLG 2.256.490 (2.225.170), welk bedrag op de winst- en verliesrekening als bate is verantwoord. Verder komt op de winst- en verliesrekening onder de baten voor de bijdrage van de drie Maatschappijen, tot het verlenen waarvan deze zich hebben verbonden, tot een maximum bedrag van NLG 150.000. Bovendien hebben de drie Stoomvaart Maatschappijen vergoed de in 1913 gemaakte kosten ad totaal NLG 11.659.
Onder voorbehoud, dat de d.d. 15 juni a.s. te houden algemene vergadering van aandeelhouders van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij het door de Raad van Bestuur van deze Maatschappij over 1913 voorgestelde dividend zal goedkeuren, stelt de directie voor een uitdeling van 4% (evenals v.j.) dividend op het geplaatste preferente kapitaal en van 10,3% (evenals v.j.) op het per 31 december 1913 geplaatste gewone kapitaal.
Op 25 mei 1914 bestond de vloot van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ uit 34 schepen metende 205.889 ton, in aanbouw 4 schepen metende 32.600 ton; Rotterdamsche Lloyd 31 schepen metende 166.544 ton, in aanbouw 2 schepen metende 14.000 ton; Koninklijke Paketvaart Maatschappij 87 schepen metende 135.929 ton, in aanbouw 9 schepen metende 28.600 ton, totaal 152 schepen metende 508.362 ton, in aanbouw 15 schepen metende 75.200 ton.
De balans per 31 december 1913 vermeldt o.a. in het debet: Gewone aandelen in portefeuille NLG 26.657.000 (26.981.000), ongeplaatste preferente aandelen NLG 100,000 (onveran.), aandelen in stoomvaart maatschappijen: in de Stv. Mij. ‘Nederland’ NLG 7.781.000, in de ‘Rotterd. Lloyd’ NLG 7.781.000, in de ‘Kon. Paketv. Mij.’ NLG 7.781.000, totaal NLG 23.343.000 (23.019.000), debiteuren NLG 185.573 (186.079), deposito's NLG 150.000 (onveran.), kassiers NLG 7.378 (5.999), te ontvangen dividenden over 1913 NLG 2.256.490 (2.225.170) en in het credit: gewoon aandelen kapitaal NLG 50.000.000 (onveran.), preferent aandelen kapitaal NLG 250.000 (onveran.), nog niet ingewisselde dividendbewijzen NLG 27.259 (30.500), rekening van uitdeling aan gewone aandeelhouders NLG 2.404.329 (2.370.957), rekening van uitdeling aan preferente aandeelhouders NLG 6.000 (onveran.), bedrijfsbelasting NLG 4.229 (4.171), winst- en verliesrekening NLG 7.624 (5.463).
De winst- en verliesrekening vermeldt in het credit: Onverdeeld saldo van Anno Passato NLG 5.463 (1.250), te ontvangen dividenden over 1913 NLG 2.256.490 (2.225.170), interest van deposito's NLG 6.000 (onveran.), maximum bijdrage van de drie maatschappijen NLG 150.000 (onveran.) en in het debet: winstsaldo NLG 2.410.329 (2.376.957), onverdeeld saldo op nieuwe rekening overgebracht NLG 7.624 (5.463).


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 30 mei. Het zeilschip TWEE GEBROEDERS, vroeger bevaren door schipper D. Voordewind, van Kampen, is verkocht aan schipper R. Fekkes te Veendam. Het zal voortaan varen onder de naam van VIER GEBROEDERS. Koopprijs geheim.


31 mei 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Mij. te Rotterdam.
In de heden gehouden jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van Wm.H. Müller & Co's Algemeene Scheepvaart Mij. werden de balans en winst- en verliesrekening goedgekeurd en werd het dividend over 1913 vastgesteld op 8%.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A. de Jong te Vlaardingen is te water gelaten het stalen loggerschip KW-85, gebouwd voor de heer N. Parlevliet te Katwijk aan Zee.


02 juni 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 mei. Het Nederlandse schip PRIMA, kapt. De Wit, 11 februari op reis van Huelva naar Penrhyn, met belangrijke schade te Lissabon binnengelopen, heeft 25 mei de reis van Lissabon voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 mei. Het stoomschip VEENBERGEN, 24 mei op reis van Bremerhaven naar Charleston te Queenstown binnengelopen, heeft gisteren de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 29 mei. De Nederlandse sleepboot HOLLAND, met de Franse 4-mast bark SULLY op sleeptouw, laatst van Falmouth, arriveerde hedenmorgen te Duinkerken. Alles wel.


03 juni 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juni. De Nederlandse sleepboot POOLZEE, met de baggermolen BEVERWIJK 16 op sleeptouw, is 1 juni van Amsterdam te Rio de Janeiro aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 juni. De Nederlandse sleepboot LAUWERZEE, bestemd voor Spezia, om van daar een onderzeeboot naar Rio Janeiro te slepen, arriveerde 29 mei te Gibraltar om te bunkeren.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 1 juni. De van Port Madoc naar Haarlem bestemde gaffelschoener VELOX is met gebroken kluiverboom in de haven alhier gekomen. De reparaties zullen twee dagen oponthoud veroorzaken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 1 juni. Het vrachtstoomschip TJIKEMBANG, in aanbouw aan de werf ‘De Schelde’ alhier, voor de Java-China-Japijn-Lijn, zal begin juli a.s. van hier naar Amsterdam vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 1 juni. De Nederlandse hopper A.P. VAPOR SANE AMIENTO, 15 april van Haarlem naar Montevideo vertrokken, arriveerde gisteren met alles wel ter plaatse van bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Emden, 30 mei. Hedenochtend vroeg is de Nederlandse sleepboot SCHELDE met de grote kraan HERKULES op sleeptouw van hier naar Panama vertrokken. Deze kraan, gedeeltelijk gedemonteerd, zal op de plaats van bestemming opnieuw worden gemonteerd. Men schat dat de reis zeven weken zal duren.
2 juni. Het konvooi passeerde heden nacht 1.30 uur Dungeness.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 31 mei. Het Nederlandse stoomschip IRIS is met lekke ketels te Gibraltar aangekomen.


04 juni 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 3 juni. Het Nederlandse stoomschip ARUNDO, van St. Petersburg naar Gent, heeft in het Oostgat aan de grond gezeten doch is zonder assistentie vlot gekomen en te 03.30 uur vm. opgestoomd naar Gent.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Sunderland is (opm: op 23 mei) te water gelaten het stoomschip KELBERGEN, in aanbouw voor de N.V. Furness' Scheepvaart en Agentuur Maatschappij te Rotterdam. De afmetingen van het schip zijn: Lengte 391 voet, breedte ruim 52 voet, holte ruim 29 voet. Het heeft een draagvermogen van ca. 8.200 ton. (opm: zie ook NRC 010714)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 juni. Het tjalkschip CONCORDIA, bevaren geweest door kapt. F. Groen van Groningen, is onderhands verkocht aan kapt. J.J. Meijer te Delfzijl.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 4 juni. Op Borkum is gestrand het schoenerschip FREIJA, geladen met antraciet. Het volk is gered. De sleepboot ONDERNEMING, kapt. Vellinga, wil trachten het vaartuig af te brengen en vertrok van hier naar de strandingsplaats.


05 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdamsche Lloyd. Gisteren werd het voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd op de werf van de scheepsbouwmeesters Bonn & Mees te Rotterdam in aanbouw zijnde vrachtstoomschip DJEMBER met goed gevolg te water gelaten. De hoofdafmetingen van dit stoomschip zijn: Lengte over alles 460 Eng. voet, breed 54 Eng. voet en hol tot het bovendek 37 Eng. voet. Het stoomschip heeft drie doorlopende stalen dekken, waarvan het bovendek met teakhout is bevloerd. Op voornoemd dek bevindt zich de kajuit in een grote dekhut midscheeps. De verblijven van de gezagvoerder bevinden zich daarboven in een stalen hut. De kaartenkamer met de commandobrug zijn boven de kapiteinsverblijven gebouwd. De hutten voor de officieren en machinisten zijn aan de zijden van het schip op het bovendek. Het logies voor matrozen en stokers is onder het bakdek. Al deze verblijven en hutten worden evenals de machinekamer en de ruimen elektrisch verlicht. Voor de veiligheid zijn een brandblusapparaat een Marconi-telegraafinrichting en een voldoend aantal reddingboten aan boord Het stoomschip wordt getuigd met twee stalen paalmasten en voor het vlug behandelen van de lading zijn nog 6 laadmasten, waaronder er een is die 30 ton kan dragen, geplaatst. Aldus bevinden zich dan 16 laadbomen en 16 stoomlieren aan boord en buitendien zijn er nog twee kaapstanders op dek geplaatst ten dienste voor het verhalen van het schip. De benodigde machines, die 3.700 ipk ontwikkelen, benevens 2 dubbele en 2 enkele ketels, werkende onder een druk van 200 lbs., worden door de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen vervaardigd. Schip en machines worden in de hoogste klasse van Bureau Veritas opgenomen. Op de vrijgekomen helling werd onmiddellijk de kiel gelegd voor het stoomschip SITOEBONDO, eveneens voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepswerf van de heer T. van Maastricht te Hedel zijn te water gelaten twee Sambre-schepen voor Belgische rekening. De kielen werden gelegd voor een Sambre-schip, twee sleepbootjes ieder van 24 epk en een Kempenaar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 juni. De Nederlandse zeesleepboot DONAU, slepende een onderzeeër van Spezia naar Rio de Janeiro arriveerde 2 juni te St. Vincent. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 juni. Hr.Ms. pantserdekschip GELDERLAND arriveerde 2 juni te Christiania.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 juni. De sleepboot POOLZEE met de BEVERWIJK 16 op sleeptouw, vertrok 2 juni van Rio de Janeiro naar Bahia Blanca.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Methil, 2 juni. Het stoomschip JOHN SAUBER praaide 31 mei, in de namiddag 1.30 uur op 55°19’ N.B. en 03°29’ O.L. de 2-mast koftjalk LAMMEGIENA II, kapt. Wijnstok, uit Groningen, van West Wemys naar Bremerhaven bestemd. Kapitein Wijnstok rapporteerde een man overboord verloren te hebben. Het stoomschip zocht anderhalf uur, maar zonder succes.


06 juni 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 6 juni. Heden is van hier vertrokken het nieuwe drie-mast schoenerschip HIERONYMES IPLAND, kapt. P. Wichert, groot 600 m3 netto, met bestemming naar Hamburg. Het schip is gebouwd op de werf van de heren G. & H. Bodewes te Hoogezand, vaart onder Duitse vlag en behoort thuis te Bremen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Een schipbreuk. De Russische sleepboot NEWA, is gistermiddag door het hevige rollen, waardoor zij zware slagzijde verkreeg, volgelopen en gezonken in de vaargeul van de Nieuwe Waterweg. De bemanning, bestaande uit twaalf personen, allen Russen en de loods, werden door de loods-stoomboot gered en te Hoek van Holland geland, van waar zij per trein naar Rotterdam terugkeerden. Het schip ligt ongeveer 50 meter bezuiden de vuurlijn en 500 meter in zee. Alleen een gedeelte van de pijp is zichtbaar. Dit schip was van de Internationale Sleepdienst Maatschappij gekocht voor de Russische regering. In opdracht van dat gouvernement waren aan Burgerhout's Machinefabriek aanzienlijke veranderingen aan het schip aangebracht en vertrok het gistermiddag van Rotterdam met bestemming naar Sebastopol.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juni. De Nederlandse zeesleepboot THAMES, slepende de drijvende 250 ton kraan AJAX, van Emden naar Christobal (Panamakanaal), arriveerde 5 juni te St. Vincent (C.V.) Alles wel.
De Nederlandse zeesleepboot SCHELDE eveneens met een 250 ton kraan naar dezelfde bestemming, passeerde 4 juni Ouessant. Alles wel. Men verneemt dat deze beide kranen speciaal bestemd zijn om wanneer nodig, de sluisdeuren van het Panamakanaal te lichten.
De sleepboot ZUIDERZEE, van Southampton naar Konstantinopel, met het stoomschip WORTHING BELLE op sleeptouw, arriveerde 4 juni te Malta.


07 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van A.C. van Dam te Vlaardingen is te water gelaten het loggerschip Maria (VL-8), gebouwd voor de N.V. Zeevisscherij-Maatschappij ‘Excelsior’, directeur W.F. Berkhout.


08 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Jan Smit Czn. te Alblasserdam, wordt morgen te water gelaten het stoomschip WINTERSWIJK, in aanbouw voor de firma Erhardt & Dekkers te Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hoek van Holland, 6 juni. De plaats waar de sleepboot NEWA is gezonken, wordt nu aangeduid door een groene lichtboei.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hoek van Holland, 8 juni. Door assuradeuren werd gisteren de berging van de sleepboot NEWA opgedragen aan de firma Van den Tak te Rotterdam. Door de duiker M. Sperling werd hedenmorgen een onderzoek naar de positie van het schip ingesteld. (opm: zie NNO 060614)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de heer K. Kars te Oude-Pekela is te water gelaten een ijzeren tjalkschip, groot 110 ton, voor rekening van kapt. H. Zwiers te Nieuwe-Pekela.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 juni. Het Rotterdamse stoomschip DOROTHEA, dat op reis van Marbella naar Rotterdam 14 februari op de Cecil Beach op strand liep, is als onverzekerbaar aan de Londense herverzekeringsmarkt onttrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 5 juni. De uitgaande sleepboot NEWA naar Sebastopol bestemd, onlangs door de “Internationale Sleepdienst" naar Rusland verkocht, is buiten de Nieuwe Waterweg, 50 meter bezuiden de vaarlijn en 500 meter in zee, door het hevige rollen, waardoor zij zware slagzij bekwam, vervuld en gezonken. De uit 12 man bestaande equipage, allen Russen, benevens de loods werden door de stoomloodsboot gered en te Hoek van Holland geland. Alleen de mast en de pijp steken iets boven water uit. Van Waterstaatswege zal de boot als wrak voor de scheepvaart worden aangeduid.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 3 juni. Het Nederlandse stoomschip ZETA, van Hartlepool te Archangel aangekomen, is aldaar bij het verhalen naar de laadplaats aan de grond geraakt, doch werd inmiddels door sleepboten, ogenschijnlijk zonder schade, vlot gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Singapore, 6 juni. De schroef van het stoomschip BEEKBERGEN is in het ongerede geraakt. Een onderzoek heeft plaats gehad, doch er is aanbevolen om het stoomschip te dokken voor een nadere expertise.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wasa, 29 mei. Het Rotterdamse stoomschip SOPHIE H dreef, te Christinestad mijnstutten ladend, aan de grond, doch kwam zonder assistentie onbeschadigd weer vlot.


09 juni 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Maassluis, 8 juni. Zondagmorgen heeft het Russische gouvernement de gezonken sleepboot NEWA geabandonneerd zodat zij in handen is overgegaan van assuradeuren, zijnde Lloyd te Londen, die de berging indien deze mogelijk is heeft opgedragen aan de Sleepdienst L. Smit & Co. Zodra de weersomstandigheden gunstig zijn — hoofdzakelijk een uiterst kalme zee — zal met de werkzaamheden worden aangevangen. Inmiddels is het wrak ruim 1 meter gezakt en de schoorsteen weggeslagen. Daar het wrak hinderlijk ligt voor de scheepvaart is spoedige opruiming beslist gewenst. Een boei is intussen gelegd op de plaats waar de NEWA ligt. Nabij het schip werd ruim 5½ vaam water gepeild.


10 juni 1914


Krant:
 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 10 juni. Aan de N.V. Machinefabriek & Scheepswerf van P. Smit Jr. te Rotterdam, Is opgedragen de bouw van een stalen schoener voor het loodswezen in het 2e District, voor de som van NLG 52.000.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 10 juni. De onderzeeboot IV, Aan de werf van 'De Schelde' alhier in aanbouw voor rekening van het Departement van Marine, zal waarschijnlijk deze of begin volgende week naar zijn bestemming Willemsoord gaan en in dienst worden genomen.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 10 juni. Van de werf van de firma Jan Smit Czn. te Alblasserdam is te water gelaten het stoomschip WINTERSWIJK. De machines voor dit stoomschip worden vervaardigd door de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rabat, 6 juni. De voor het stoomschip HERMINA bestemde bergingsmaterialen zijn hier van Gibraltar aangekomen; er worden maatregelen genomen om ze zo spoedig mogelijk in gebruik te nemen.


11 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe Afrikaansche Handelsvennootschap.
In de heden te Rotterdam gehouden vergadering van de Nieuwe Afrikaansche Handelsvennootschap was aan de orde het verslag. Zoals bekend, was het een ongunstig jaar en moest tot delging van de verliezen NLG 167.226 van de reserverekening worden afgeschreven. De oorzaak was voornamelijk de achteruitgang van de prijzen van gom-elastiek, waardoor ook de maatschappijen, waarbij de vennootschap betrokken is, te lijden hadden. Naar aanleiding van het verslag vroeg een aandeelhouder, of er kans bestond, dat de vennootschap dit jaar weer winst zou opleveren. De voorzitter antwoordde hierop, dat dit moeilijk te zeggen is. Men is bezig, regelingen te treffen, maar die regeling is niet gemakkelijk. Zoals in het verslag gezegd, bestaat echter alle hoop, waar ook het Gouvernement meewerkt. Een tweede vraag was, of het gerucht waarheid bevat, dat de Kasai-Maatschappij geld nodig heeft. De voorzitter antwoordde, dat mogelijk ogenblikkelijke behoefte bestaat, maar van een uitgifte van nieuwe aandelen is geen sprake. De heer W.P. Devries had dezelfde vraag willen stellen; verder had hij uit het verslag van de Comp. du Kasai gelezen, dat als de prijs 3½ frcs. was, gewerkt kon worden. Waar vroeger 6 à 7 frcs. betaald werd, is dit dus ongeveer de helft; dat rijmt niet met de mening van de voorzitter, dat met ⅓ van de vroegere prijs bestaan mogelijk is. De Voorzitter antwoordde, dat spr. zich vergiste; wat hij bedoelt, is de prijs aan de beurs te Antwerpen, terwijl de voorzitter bedoelde de prijs, aan negers betaald. Ook meende de heer Devries nog, dat de koers, waartegen de aandelen in de ondernemingen op de balans waren gebracht, n.l. 60 frcs. per honderdste voor de winstaandelen Kasai en 70% van de nominale waarde voor de gewone aandelen Ouhame Nana, te hoog was. De voorzitter betwistte dit ook en herhaalde nog eens op de pertinente vraag van de heer Devries, dat de Kasai er niet over denkt, nieuwe aandelen uit te geven. Daarna werden verslag en balans goedgekeurd. Tot controleur werd herbenoemd de heer B. Moret; tot lid van de commissie, bedoeld bij art. 18 van de statuten werd gekozen de heer J. Visser Jaczn. en tot plaatsvervanger de heer J.H. Veder. Een voorstel tot verlenging van de termijn tot plaatsing van de onuitgegeven aandelen tot 31 dec. 1924 werd zonder discussie goedgekeurd; daarna werd de vergadering gesloten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Jan Smit Czn. te Alblasserdam is met goed gevolg te water gelaten (opm: op 10 juni) het stoomschip WINTERSWIJK, in aanbouw voor de firma Erhardt & Dekkers te Rotterdam, Het stoomschip, dat geheel volgens de voorschriften en onder speciaal toezicht van Lloyds is gebouwd, heeft de volgende afmetingen: Lengte 320’-3" breedte 47'-6" en holte 85'-2". Bij een diepgang van 21' heeft het stoomschip een draagvermogen van 5.200 ton. Over de gehele lengte van het stoomschip bevindt zich een waterballasttank met een capaciteit van 900 ton. De machines werden vervaardigd door de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ te Vlissingen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Bodewes te Lobith is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren sleepschip, genaamd JOSEPH FRIEDRICH, groot 1.200 ton, eigenaar schipper Adler uit Hassmersheim.
Voor de eerste reis passeerde te Lobith naar Duitsland in ballast het nieuwe schip ANNA, groot 250 ton, gebouwd op de werf van de heer J. Bodewes te Pannerden, voor rekening van schipper Raab te Eberbach.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 juni. De Nederlandse sleepboot OCEAAN met twee bakken op sleeptouw is 8 juni van IJmuiden te Puerto Militar (bestemming) aangekomen.
De Nederlandse sleepboot NOORDZEE met twee bakken op sleeptouw is 8 juni op reis van IJmuiden naar Puerto Militar te Bahia aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 juni. Thans zijn er drie staaldraden onder de gezonken sleepboot NEWA gebracht. Nadat er nog 4 zulke draden onder die sleepboot zijn doorgehaald kan de lichting bij goed weer plaats vinden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rabat, 8 juni.
Ankers zijn uitgebracht van het stoomschip HERMINA; arbeiders graven een geul in het zand rond het schip. De werkzaamheden worden voortgezet met hulp van de havenautoriteiten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Solombal, Archangel, 9 juni. Het Rotterdamse stoomschip KATENDRECHT geraakte buiten het kanaal aan de grond. Na 20 uren vastgezeten te hebben werd het schip onbeschadigd vlot gesleept en is nu ladende.


12 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De schipbreukelingen van de NEWA.
Omtrent de redding van de opvarenden van de Russische sleepboot NEWA, die verleden week voor de Waterweg gezonken is, verneemt de N.R.C. nog de volgende bijzonderheden.
De stoomloodsboot No. 3 hoorde aanhoudend fluiten en zag de NEWA, die ten gevolge van de hoge zee wilde terugkeren, plotseling scheef vallen. Een stuk water had blijkbaar de NEWA getroffen, die niet meer rechten wilde en in zinkende staat verkeerde. Onmiddellijk ging de loodsboot rond en werden de drie beschikbare boten gereed gemaakt, doch voor de loodsboot in de nabijheid van de NEWA was, was deze reeds plat opzij gevallen en zag men haar bemanning op de buitenhuid van het schip zitten. Er liep een zeer moeilijke hoge eb-zee, ten gevolge van krachtige noordelijke wind. In een ogenblik waren achtereenvolgens de drie boten uitgezet, bemand door de aanwezige loodsen, kwekelingen en matrozen. De Rotterdamse loods die de NEWA uitbracht, was met een van de leden van de bemanning reeds over boord gesprongen, terwijl alle 11 anderen door het zinken van de NEWA eveneens in zee lagen. Met inspanning van alle krachten en met gevaar voor het eigen leven van de redders mochten de drie boten erin slagen resp. 4, 2 en 1 man te redden. De loodsboot, schipper Plooy, wist zo te manoeuvreren, dat alle drenkelingen aan lij van de boot kwamen. Met veel moeite gelukte het de anderen door middel van lijnen te redden. Met een van de schipbreukelingen had men ontzettend veel moeite. Toen men deze boven water had, liet hij de lijn slippen en geraakte voor de loodsboot om. Gelukkig wist hij een tweede toegeworpen lijn te grijpen, doch blijkbaar begaven hem de krachten en liet hij los, juist toen men zijn handen wilde grijpen. Weer boven komende, kreeg men hem weer te pakken en met veel moeite werd hij aan boord gehaald. De man was bewusteloos, maar werd door toepassing van de bekende middelen weer bijgebracht. Nadat allen nu behouden aan boord van de loodsboot waren, werden de boten binnengehaald en stoomde schipper Plooy naar de Berghaven, waar de schipbreukelingen werden geland. Na eerst in het gebouw van het loodswezen appèl te hebben gehouden en door een goede kop koffie te zijn verkwikt, werd de equipage overgebracht naar het Harwich-hotel, waar door de goede zorgen van het comité allen van droge kleren werden voorzien. Een woord van hulde mag niet worden onthouden aan de opvarenden van de loodsboot No. 3.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg te water gelaten van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders te Schiedam, de stalen romp van een 60-tons mastbok, welke deze firma voor buitenlandse rekening in aanbouw heeft. De hoofdafmetingen van het vaartuig zijn: Lengte 28 m., breedte 11,50 m., holte 2,75 m. Het vaartuig zal worden voorzien van een krachtige stoomlier, welke kan werken met 2 verschillende snelheden voor het heffen van lasten van 60 en 25 ton resp., terwijl er voor het heffen van lasten tot 5 ton een afzonderlijke lier is aangebracht. Het vaartuig zal naar de plaats van bestemming worden gesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juni. De sleepboot ALMAGRO met de Kolentransporteur No. 2, behorende aan de N.V. Transport en Reederij Mij. Olanda, werden gisteren alhier uitgeklaard met bestemming naar Buenos Aires en voorzien van certificaten van zeewaardigheid, uitgereikt door kapt. B. Bernhard te Amsterdam. Dit is het eerste gedeelte van het transport van 2 zeesleepboten en 8 kolentransporteurs van Rotterdam en Genua naar Buenos Aires via Dakar en Pernambuco, dat volgens de voorschriften van bovengenoemd kantoor uitgerust wordt en zeewaardig gemeld.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juni. Er zijn nu 6 zware stalen trossen onder de gezonken sleepboot NEWA doorgehaald en bevestigd. Dit werk is nu gereed. De lichtbokken worden nu naar de Hoek van Holland gesleept om morgenochtend, bij kalm weer aan te pikken en daarna zal het gehele complex naar binnen worden gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juni. Een voor binnenlandse rekening gebouwde graanlichter is van de werf van T. van Duijvendijk te Lekkerkerk te water gelaten (opm: GSM 2).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juni. Hr.Ms. pantserdekschip GELDERLAND, onder bevel van de kapitein ter zee L.F.H. Tuckermann, is 9 dezer van Christiania vertrokken.


13 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Uitgifte Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam.
Naar wij vernemen, zal de toewijzing op de gisteren uitgegeven NLG 2.000.000 4½% obligaties van bovengenoemde onderneming circa 4% bedragen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
In de heden alhier gehouden vergadering van aandeelhouders werd met algemene stemmen het voorstel goedgekeurd tot uitgifte van de tweede helft, groot NLG 500.000 van het maatschappelijk kapitaal. Een voorstel tot statutenwijziging kon wegens onvoltalligheid niet in behandeling worden genomen en werd uitgesteld tot een volgende vergadering.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 12 juni. Volgens telegram uit Southampton heeft het Nederlandsche stoomschip BILLITON, van Amsterdam naar Java bestemd, een schroefblad verloren en is het aldaar in het droogdok gegaan. Vermoedelijk zal het stoomschip hedenavond de reis kunnen voortzetten.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren is met goed gevolg te water gelopen van de scheepswerf Dordrecht (dir. J. Bijvoet) te Dordrecht een stalen zeesleepboot van 35 x 7 x 3,65 meter, gebouwd onder speciaal toezicht van het Bureau Veritas, voor de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ te Amsterdam.
De sleepboot is bestemd voor de dienst in Nederlands-Indië en zal de naam DE JONGH dragen, naar de heer G.J. de Jongh, een van de ontwerpers van de nieuwe haven van Tandjong-Priok. Op de vrijgekomen helling zal de kiel gelegd worden voor een zeewaardige hopper-barge voor Engelse rekening.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Vlaardingen zijn met goed gevolg te water gelaten van de werf van Gebr. Van der Windt de stoomlogger PRINSES JULIANA (VL-97), gebouwd voor rekening van de Doggermaatschappij en van de werf van J. Verweij het stalen loggerschip PIETER EN JAN (VL-42), gebouwd voor rekening van de Visscherij Maatschappij ‘Vertrouwen’.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juni. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE met het stoomschip WORTHINGTON BELLE van Southampton naar Constantinopel, passeerde 11 juni de Dardanellen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juni. Het voor A.C. Lensen’s Stoomvaart Maatschappij te Terneuzen nieuw gebouwde stoomschip CORNELIS is 295 voet lang, 45 voet breed en 22 voet 8 duim hol, het schip kan 4.200 ton laden bij een gemiddelde diepgang van 19 voet 6 duim. De machine is een triple-expansie, de beide grote stoomketels worden gebracht onder een druk van 160 lbs. Aan boord bevinden zich vijf stoomlieren, een stoomankerspil, een stoomstuurmachine, een evaporator, enz. Het schip is verder volgens de nieuwste eisen ingericht en o.a. overal voorzien van stoomverwarming en elektrisch licht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 11 juni. De Nederlandse zeesleepboot HOLLAND arriveerde hedenmorgen met de Engelse 4-mast bark HOLT HILL van Lizard te Havre, alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gibraltar, 5 juni. De Nederlandse stoomschoener GERRITTINA; hier binnen met ketelschade, wordt nu gerepareerd.


15 juni 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. Hr. Ms. pantserdekschip GELDERLAND, onder bevel van de kapitein ter zee L.F.H. Tuckermann, is 12 dezer te Bergen aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE is 12 dezer met het stoomschip WORTHINGTON BELLE op sleeptouw van Southampton te Konstantinopel aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 juni. De Nederlandse sleepboot NOORDZEE met 2 onderlossers op sleeptouw vertrok 11 juni van Bahia naar Rio de Janeiro.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Flensburg, 12 juni. De Nederlandse tjalk JANTJE, kapt. Meulman, kort geleden met de bark GUSTAF ADOLPH in aanvaring geweest, is nu met boomstammen geladen met bestemming naar Nederland. Voor het vertrek heeft men de geleden schade doen taxeren.


16 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Bij de opening van de zitting van de Raad voor de Scheepvaart deelde de plaatsvervangende voorzitter mr. Kirberger mee, dat juist het bericht was ingekomen, dat het buitengewone lid de heer J. Maandag overleden was. Van de oprichting van de Raad voor de Scheepvaart af, had de heer Maandag deel uitgemaakt van de Raad en verschillende malen aan de zittingen deelgenomen. De overledene was een trouw en ijverig lid; zijn nagedachtenis zal bij de Raad in dankbare herinnering blijven. De woorden van mr. Kirberger werden door de leden van de Raad staande aangehoord.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde een onderzoek in naar het over de grond schuren op de bank van Quenocs, in de nabijheid van Kaap Gris-Nez op 20 mei jl. van het stoomschip WILLY rederij W.H. Berghuis te Amsterdam, gezagvoerder L. Kolmer, te Harlingen. Naar de gezagvoerder meedeelde was de WILLY 613 reg.ton; de equipage was 17 man. Het schip was een kolenschip en van Hull op weg naar Boulogne. Op één mijl afstand aan stuurboord werd de Oost-Goodwin 's nachts om kwart over één gepasseerd. De koers was ZW ten half W. Het weer was mistig. Bij de Oost-Goodwin gaf de log aan 66. Om 3 uur stond de log op 79. Het zicht werd slechter. Hierop werd de koers veranderd in ZW ½ Z, om wat uit de kust te houden voor de veiligheid. Getuige deelde mee, zich verbeeld te hebben, de schittering van het licht van Gris-Nez te zien. Daarom gaf hij hard stuurboord roer. Opeens voelde hij, dat de WILLY over iets heen schuurde. De machines sloegen achteruit en het anker werd uitgeworpen. Later werd het anker opgehaald en toen hoorde men het signaal van Gris-Nez. De schade bleek in het dok erger te zijn, dan men dacht. De gezagvoerder zei, dat hij zich niet overtuigd had, of zijn orders opgevolgd werden. De 2e stuurman Van Leeuwen werd hierna gehoord. Hij had geen diploma, maar was in de praktijk gevormd. Hij zei, dat hij op het kompas nagegaan had, of de goede koers werd gehouden door de roerganger. Voor het vastlopen had hij niet gelood. De afwijking van het kompas was ongeveer ½ streek. Tenslotte werd een matroos gehoord, die aan het roer stond. Later volgt uitspraak.
Kaap Griz-Nez.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 juni. Het Nederlandse tjalkschip TWEE GEZUSTERS, eigenaar de firma Zwart en Frater Smid, alhier, is onderhands verkocht aan J. Jongst, thans schipper op het klipperschip EMANUEL.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juni. Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERK vertrok 13 juni van Nieuwediep naar Mexico.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juni. Van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’, v/h Van Vliet & Co. te Hardinxveld, is met zeer goed gevolg te water gelaten een stalen elevatorklepbak (No. 117) lang 45 m., breed 7 m. en hol 2,50 m., voor rekening van de firma K.L. Kalis Wz. te Sliedrecht en genaamd K.L.K. 44.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juni. Te Enkhuizen is van de werf ‘Vooruit’ een voor binnenlandse rekening gebouwde sleepkaan te water gelaten, terwijl de kiel voor eenzelfde vaartuig werd gelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juni. Te Waspik is van de werf van de N.V. v/h P. & A. Ruijtenberg te water gelaten een sleepkaan en de kiel gelegd voor een sleepschip beiden voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rabat, 12 juni. De positie van het stoomschip HERMINA is 200 voet veranderd en de boeg vijf punten zeewaarts gebracht. Het water is vallend, wat zeer ontmoedigend werkt. Morgen zal nogmaals een poging worden gedaan om het schip vlot te brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 13 juni. Het voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam te Port Glasgow in aanbouw zijnde stoomschip BAWEAN, onlangs aldaar te water gelaten, is 455 Eng. voet lang en heeft een laadvermogen van 9.750 ton d.w. Dit volgens het Isherwood systeem gebouwde en in de hoogste klasse van Lloyds geplaatste stoomschip heeft triple-expansie machines, met cilinders welke middellijnen hebben van 27½ - 45 en 75 Eng. duim.


17 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Aan de scheepsbouwwerf De Toekomst van de firma B. de Groot te Delft is met goed gevolg te water gelaten een stalen sleepschip, metende 340 ton. Aan de werf is thans in aanbouw een sleepschip van 514 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 juni. Volgens een door de firma Smit & Co. alhier ontvangen telegram is de hopper PORTO ALEGRO, onder eigen stoom van hier naar Rio Grande do Sul vertrokken.
14 juni te St. Vincent K.V. aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 juni. Hr. Ms. pantserdekschip GELDERLAND, onder bevel van de kapitein ter zee L.F.H. Tuckermann, is 15 dezer van Bergen vertrokken.


18 juni 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juni. De sleepboot ALMAGRO van Rotterdam naar Buenos Aires met de kolentransporteur No. 2 op sleeptouw, is 15 juni te Plymouth aangekomen om kolen in te nemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juni. De Nederlandse sleepboot POOLZEE met de baggermolen BEVERWIJK 16 op sleeptouw is 15 juni van IJmuiden te Puerto Militar aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juni. De sleepboot SIMSON, van de Clyde naar Port Said met een baggermolen op sleeptouw passeerde 16 juni Sagres.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 juni. Het stoomschip WINTERSWIJK, gebouwd op de werf van de N.V. v/h C. Smit te Alblasserdam, is te Vlissingen aangekomen, teneinde aan de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ machines en ketels in te nemen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 16 juni. Alhier ligt ter rede de nieuwe sleepkaan SLEYMER, groot 838 ton netto, gebouwd op de werf van de firma Gebroeders Wortelboer te Westerbroek, voor rekening van de firma Strohmeijer te Hafburg. Het schip is bestemd voor de Rijnvaart. Kapitein W. Sander zal het naar Amsterdam brengen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rabat, 15 juni. Het stoomschip HERMINA ligt nu met de kop zeewaarts, de werkzaamheden zijn gestaakt wegens het afnemen van de getijden; men doet alles en is hoopvol gestemd om het schip het volgend getij vlot te brengen. De bemanning wordt naar huis gezonden om de onkosten geringer te maken, alleen de kapitein en twee inlandse wachtslieden blijven ter plaatse. De bodem van het schip is midscheeps opgezet, verschillende stutten in het ruim zijn gebroken en spanten aan stuurboord verbogen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

St. Petersburg, 12 juni. De Nederlandse schoener HOLLANDIA, welke na stranding te Trangsund werd binnengebracht, loste de lading te Rokkala en wordt nu te Wyborg gerepareerd.


19 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Gebouw Raad voor de Scheepvaart.
Na 1 augustus zullen de zittingen van de Raad voor de Scheepvaart niet meer gehouden worden in het gebouw op de Prins Hendrikkade, doch in het Beursgebouw (ingang Oudebrugsteeg); ook de Scheepvaartinspectie zal daar gevestigd worden.
In het vroegere gebouw komt de Visserij Inspectie.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam,19 juni. Heden vertrok de sleepboot PALERMO met de ‘Kolentransporteur No. 1’ van Rotterdam naar Buenos Aires, zijnde het tweede gedeelte van het transport van sleepboten en acht kolentransporteurs van Rotterdam en Genua, via Dakar en Pernambuco, naar Buenos Aires, uitgerust en voorzien van certificaat van zeewaardigheid door het kantoor van kapt. Bertus Bernhard.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Hoek van Holland, 19 juni. De sleepboot NEWA (Zie Avondbl. 11 juni) is door twee drijvende bokken gelicht en wordt in de Waterweg met hoog water aan de grond gezet.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Heden deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak betreffende de oorzaak van het lek worden van het stoomschip JOSEPHINA op 14 februari 1914 tijdens de reis van de Hoek van Holland naar Cardiff.
De oorzaak van het lek worden van de JOSEPHINA meent de Raad te moeten toeschrijven aan onvoldoende stuwage van de lading ijzer. Ten gevolge van het slechte weer is de lading, die niet vast lag, in beweging gekomen, hetgeen bewezen wordt door de bij het lossen gevonden gebroken en verbogen ruimstutten. De dwarsscheeps gestuwde staaf, die tegen boord gelegen heeft, is door het zware gewicht van de gehele lading daarboven, tegen de huidplaat met geweld aangezet en is die plaat daardoor gescheurd. De gevolgde wijze van stuwen, meent de Raad bij een volle lading ijzer, te moeten afkeuren. Indien voor het ophogen van de lading hout gebruikt was, in plaats van ijzer, dan had de lading vast gelegen en kon, zelfs bij het in beweging komen, waartoe bij ijzer steeds neiging bestaat, de huid van het schip niet beschadigd worden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Heden deed de Raad uitspraak betreffende het ongeval overkomen aan het stoomschip WILLY op 20 mei 1914. De Raad acht het bevreemdend, dat, hoewel volgens de verklaringen van de getuigen een koers is gestuurd, waardoor het schip ZZW moest opgaan en op grote afstand van de Quenocs moest blijven, en hoewel de stroom, nu het op 20 mei 1914 om 8 uur hoog water te Dover was, volgens de stroomkaarten om de west ging, desniettegenstaande het schip op de Quenocs is te land gekomen en derhalve blijkbaar veel oostelijker is gegaan, dan naar koers en stroom was te verwachten. Wat hiervan de reden is geweest, is niet gebleken. Aangenomen, dat werkelijk de door de getuigen meegedeelde koers is gestuurd, hetgeen deze zeer beslist verzekerden, is het vaartuig mogelijk toch door de stroom in meer oostelijke richting gevoerd, alhoewel van een afwijking van de stroom op 20 mei 1914 van de gemiddelde, door onderzoekingen vastgestelde richting, niets is gebleken en bovendien een dergelijke belangrijke stroomverleiding op een afstand van slechts 13 mijlen in de gegeven omstandigheden weinig waarschijnlijk is te noemen. De oorzaak van het ongeval is mitsdien niet vast te stellen.
De Raad meent intussen erop te moeten wijzen, dat de gezagvoerder, waar het mistig weer was, en hij geen verkenning had, goed zou hebben gedaan bijtijds te loden.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Heden deed de Raad voor de Scheepvaart uitspraak betreffende de machineschade van het stoomschip RADJA. De oorzaak van het slechte werken van de luchtpomp meent de Raad aan een technische fout in de constructie te moeten toeschrijven; het draagvlak van de as is blijkbaar te gering geweest, waardoor de bearing blokken warm liepen. Nadat deze fout was hersteld, heeft de luchtpomp, volgens de verklaring van de hoofdmachinist, goed gewerkt. Het breken van de stopklep kan, naar 's Raads mening, slechts veroorzaakt zijn doordat enig voorwerp bij de bouw in de stoomleiding is achtergebleven, door de stoom in beweging is gebracht en in de stopklep geraakt, waardoor deze is gebroken op de boven aangegeven wijze. De Raad meent ten slotte, dat de gezagvoerder gerechtigd was onder de bovengenoemde omstandigheden de reis voort te zetten, op de wijze, waarop hij zulks heeft gedaan.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 18 juni. Gistermiddag is van de werf van de heer H. Kroesen scheepsbouwer alhier met goed gevolg te water gelaten het ewerschip ERIKA, groot 160 ton, voor rekening van de kapitein D. Martens te Basbeck a/d Oste. (opm: werf is firma H. Kroese)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juni. Hr.Ms. torpedoboten G 6 en PANGRANGO, onder bevel van de luitenant ter zee der 1e klasse F.J. Witteveen, zijn 16 dezer van Hellevoetsluis vertrokken, met bestemming naar Havre.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 juni. Het Nederlandse stoomschip PARKHAVEN van Wasa naar Rouaan, is na op het strand te hebben gezeten, te Elseneur binnengelopen. om te worden onderzocht. Het schip heeft waarschijnlijk geen schade.
Later bericht. Duikers hebben de bodem van het stoomschip onderzocht. Er wordt nog slechts gewacht op een bewijs van zeewaardigheid om de reis te kunnen voortzetten.
Later bericht. Bij het onderzoek bleek dat de bodem van de PARKHAVEN licht beschadigd is. Een bewijs van zeewaardigheid is verstrekt en daarna zette het schip de reis voort.


20 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
De Nederlandsche Handel Maatschappij bericht dat zij, daartoe gemachtigd, op 26 juni in haar kantoor te Amsterdam en in het kantoor van haar agentschappen te Rotterdam en te 's-Gravenhage inschrijvingen zal aannemen op 500 aandelen, elk groot NLG 1.000, delende in de volle winst over 1914.
De prijs van uitgifte is 100%. De betaling moet plaats vinden op 3 juli a.s. Aan de toelichting van het prospectus wordt het volgende ontleend:
De Maatschappij is ruimschoots voorzien van bestellingen. Op 31 december 1913 waren orders geboekt tot een totaal bedrag van NLG 11.067.000, terwijl in het tijdperk 1 januari 1914 tot 31 mei 1914 nieuwe opdrachten werden aangenomen tot een bedrag van NLG 1.485.500, totaal NLG 12.552.500, afgeleverd werd in genoemd tijdperk voor een bedrag van NLG 1.709.000, zodat nog te verwerken is NLG 10.843.500, waaronder begrepen een bedrag van NLG 2.904.400 aan door ‘Werkspoor’ te vervaardigen stoomwerktuigen.
In het verslag over 1913 is reeds mededeling gedaan van plannen tot verplaatsing van de werf naar een bij Schellingwoude gelegen terrein, wegens de te geringe doorvaartwijdte van de spoorbrug over de voormalige Oosterdoksluis.
Het zal echter vermoedelijk nog geruime tijd duren, alvorens die plannen tot verplaatsing in hun geheel tot uitvoering zullen komen.
In afwachting hiervan zijn verdere uitbreidingen en aanschaffingen wenselijk, weshalve werd besloten, mede tot versterking van het bedrijfskapitaal, over te gaan tot uitgifte van de tweede serie van het maatschappelijk kapitaal, groot NLG 500.000. Inmiddels is met de mogelijkheid van een verdere uitbreiding van het kapitaal rekening gehouden door in de aanhangige wijziging van de statuten voor te stellen het maatschappelijk kapitaal tot NLG 3.000.000 te vergroten. Het ligt echter niet in de bedoeling hiervan gebruik te maken alvorens tot de verplaatsing naar Schellingwoude zal worden overgegaan. De Maatschappij keerde tot nog toe de volgende dividenden uit: 1894 en 1895 jaren van oprichting. 1896 en 1897 nihil. Verlies op 31 december 1897 NLG 106.713, 1908 nihil. Verlies op 31 december 1898 NLG 4.226, over de jaren 1899 tot en met 1913 respectievelijk: 7, 7, 7, 7, 7, 7, 6, 7, 8, 7, 7, 0, 7, 7 en 10%. Het jaar 1914 doet goede uitkomsten verwachten. Uitsluitend aandeelhouders in de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij hebben het recht in te schrijven op de nieuwe aandelen, in dier voege, dat elke NLG 1.000 bestaande aandelen recht geven op NLG 1.000 nieuwe aandelen, tot de koers van 100%. De aandelen, waarop door de tegenwoordige aandeelhouders niet wordt ingeschreven, zullen door de maatschappij ondershands worden verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juni. Hr.Ms. torpedoboten G 6 en PANGRAGO, onder bevel van de luitenant ter zee der 1e klasse F.J. Witteveen, zijn de 18e juni jl. te Le Havre aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juni. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE arriveerde 18 juni van Constantinopel te Malta.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 juni. Heden vertrok de sleepboot PALERMO met de Kolentransporteur No. I van Rotterdam met bestemming Buenos Aires, zijnde het tweede gedeelte van het transport van twee sleepboten en acht kolentransporteurs van Rotterdam en Genua, via Dakar en Pernambuco, naar Buenos Aires, uitgerust en voorzien van certificaat van zeewaardigheid door het kantoor van kapt. Bertus Bernhard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 18 juni. Volgens telegram uit Rouaan (opm: Rouen) is het van Rotterdam komende Nederlandse stoomschip OLANDA aldaar op de rivier, nabij Berville, door mist aan de grond geraakt. Assistentie is ter plaatse. Later bericht. Het stoomschip OLANDA is zonder assistentie en ogenschijnlijk zonder schade weer vlot gekomen en zette de reis naar Rouaan voort.


Krant:

 DMB - De Maasbode

Scheepsbouw. Haarlem, 19 juni. Hedenmorgen vertrok uit de haven van de “Werf Conrad", over IJmuiden naar zee, voor een proeftocht de passagiers- en vrachtboot J.H. MENTEN, gebouwd ten dienste van de Bataafsche Petroleum Maatschappij. De machines van deze boot werden geleverd door de firma Gebr. Stork & Co. te Hengelo.
(opm: Vertrokken op 22 juni van Amsterdam en op 23 juni van IJmuiden naar Rotterdam)


22 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting op: Dinsdag 23 juni 1.30 uur nm., onderzoek i/z. het zinken buiten de mond van de Nieuwe Waterweg op 5 juni van de Russische sleepboot SPASATELNAY PARACHOD No. 2 (ex. NEWA), toebehorende aan de Russische Regering. Kapitein R.Ph. Walter uit Rotterdam. Diezelfde dag, des vm. 10.30 uur, in 's Raads gebouw, behandeling van de eis tot schadevergoeding, ingediend door de N.V. Reederij Kantoor v/h M. Dirkzwager Gzn. te Maassluis, wegens aanhouding op 16 mei jl. door de inspecteur voor de Scheepvaart te 's-Gravenhage, van de motorlogger MA-2.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Nieuwe schepen. Met bestemming naar Duitsland passeerde Lobith op 20 juni voor de eerste reis het nieuwe sleepschip CREDO, groot 715 ton, gebouwd te Raamsdonkveer bij Ruytenberg, voor rekening van schipper C. Schoenmakers te Oosterhout.
- Met een aanhang van 2 schepen, passeerde op 20 juni Lobith naar Duitsland voor de eerste reis de nieuwe sleepboot WACHT AM RHEIN 5, gebouwd te Rotterdam bij Burgerhout, voor rekening van kapt. F. Huttner te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 juni. Van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam werd hedenmiddag het voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij in aanbouw zijnde stoomschip VAN IMHOFF met goed gevolg te water gelaten. De doop werd verricht door mej. M.E. Hummel, jongste dochter van de directeur van de K.P.M.
Dit stoomschip, ingericht voor passagiers- en vrachtvervoer, wordt gebouwd onder bijzonder toezicht van bureau Veritas. De afmetingen zijn: Lengte 325’-10", breedte 43'-10" en holte 25'-0", terwijl de waterverplaatsing op een diepgang van 17'-0" 4.710 ton zal bedragen.
Het schip zal voorzien worden van een triple-expansie machine met een vermogen van 1.660 ipk., waarmee een vaarsnelheid van 11½ mijl per uur moet bereikt worden.
Op de thans vrijgekomen helling zal direct een aanvang gemaakt worden voor een stoomschip bestemd voor de firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 juni. De sleepboot LAUWERZEE, van Spezia naar Rio de Janeiro met de onderzeeboot No. 55 op sleeptouw, passeerde 19 juni Gibraltar.


23 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Zinken van de SPASATELNAY PARACHOD II. 's Middags stelde de Raad een onderzoek in naar het zinken van de Russische sleepboot SPASATELNAY PARACHOD II (ex. NEWA) op 6 juni buiten de mond van de Waterweg, toebehorende aan de Russische regering, kapt. R.Ph. Walter uit Rotterdam. De loods G. Stolk deelde mee, dat hij in de middag van 5 juni boven Rotterdam aan boord kwam. De sleepboot was bestemd voor de Zwarte Zee (Sebastopol). Hij had niet de toestand van het schip opgenomen, doch ging dadelijk in het stuurhuis. Even toen hij de Waterweg uit was, kreeg hij een zee over het achterschip. Er stond een moeilijke, korte zee, er was een stijve noordelijke wind. De loods probeerde het schip op de zee te krijgen, om het water er af te laten lopen, doch de boot luisterde niet naar het roer. Zij ging scheef liggen. Er kwamen nog meer zeeën over; de kapitein en de roerganger verdwenen uit het stuurhuis. Toen getuige uit het stuurhuis kwam, bemerkte hij, dat de machines reeds gestopt waren. Op het achterdek zag hij de gehele Russische equipage reeds in reddingsgordels zitten. Hij zette de fluit als noodsein open, haalde een reddingsboei en sprong over boord. De sleepboot lag toen reeds zo scheef, dat het water in de schoorsteen spoelde. Men kon over de zijde lopen, als men anders over het dek liep. Geleidelijk sprong daarop de gehele bemanning over boord. De loods lag 20 minuten in het water, voor hij opgepikt werd. Tenslotte werden allen door de loodsboot gered. Omtrent de oorzaak van het zinken kon de loods niets meedelen. De sleepboot manoeuvreerde niet gemakkelijk. Als er water binnengekomen is, dan is dit door het achterschip geschied. De inspecteur voor de scheepvaart merkte op, dat uit een onderzoek, door een duiker ingesteld, gebleken was, dat het bunkerluik niet geschalkt was. De heer H. Burgerhout, die daarop gehoord was, was de bouwer van de sleepboot. Er werden vóór de boot naar Sebastopol vertrok ondergeschikte herstellingen verricht. Speciale voorzieningen voor de reis waren niet nodig. Toen de boot van de werf wegging, zijn nog geen maatregelen met het oog op de zeereis genomen, er was nog niets gesloten. Of de kapitein dit wel gedaan had, wist getuige niet. Later volgt uitspraak.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juni. De uit zee geborgen sleepboot NEWA is zaterdag namiddag aan Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf alhier aangekomen om geheel te worden gerepareerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 20 juni. Heden vertrok van Rotterdam met bestemming St. Petersburg de Nederlandse sleepboot No. 144, welke door de Russische regering werd aangekocht.


24 juni 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 24 juni. Het tjalkschip ALBERDINA, groot 208 m3 netto, is door de eigenaresse Wed. H. Westers te Groningen tegen geheime prijs verkocht aan kapt. M. Jonker van Groningen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 23 juni. Heden heeft de sleepboot ALFRED een goed geslaagde proeftocht op de Eems gehouden. De boot is gebouwd op de scheepswerf van de heer J.T. Wilmink te Gideon en de machine en ketel zijn geleverd door de N.V. Machinefabriek ‘De Fulton’ te Hoogezand. Nog heden vertrekt de boot naar zijn bestemmingsplaats Hamburg.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juni. Het van Amsterdam naar Hamburg bestemde Nederlandse stoomschip POMONA werd in de Noordzee zijnde, door de bliksem getroffen, waardoor de grote steng werd versplinterd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juni. De Nederlandse sleepboot OCEAAN vertrok zaterdag 20 juni van Montevideo met bestemming naar Rio Grande do Sul, om de zuiger GELDERLAND vandaar naar Holland te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juni. De Nederlandse sleepboot LAUWERZEE, met een onderzeeboot op sleeptouw, vertrok zaterdag 20 juni van Gibraltar naar Rio de Janeiro.
- De Nederlandse sleepboot ROODE ZEE, met een zuiger en een bak op sleeptouw van Rotterdam naar Danzig, arriveerde zaterdag 20 juni ter plaatse van bestemming.
- De Nederlandse sleepboot POOLZEE vertrok 22 juni van Montevideo naar St. Vincent voor orders.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Den Helder, 21 juni. Alhier heeft ter rede proef gestoomd het nieuw gebouwd stoomschip DEUCALION van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. Het schip heeft goed voldaan. Er werd een snelheid behaald van 11 mijl. Het is na de proeftocht naar St. Petersburg vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rabat, 20 juni. Bij nader onderzoek is de schade van het stoomschip HERMINA ernstiger gebleken dan eerst is opgegeven. De stoomketel is defect, vele stoompijpen zijn lek en de pompverbindingen gebroken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Haarlem, 23 juni. De vroeger gemelde schoener VELOX is na lossing alhier voor reparatie naar Jutfaas vertrokken.


25 juni 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Bremerhaven, 23 juni. Vertrokken VELOX, kapt. Brouwer, naar Gefle. Dit schip werd, terwijl het voor anker lag, aangevaren door een tjalk, waardoor het schade bekwam aan de boeg, doch heeft, na een bewijs van zeewaardigheid te hebben bekomen, de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juni. - De Nederlandse zeesleepboot DONAU, met een onderzeeër op sleeptouw van Spezia naar Rio de Janeiro arriveerde 23 juni ter bestemming. Alles wel.
-De sleepboot PALERMO met de kolentransporteur No. I van Rotterdam naar Buenos Aires, passeerde 22 juni St. Catherine's Point.
De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE, vertrok 23 juni met een baggermolen en een bak op sleeptouw van Bona naar Rabat.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juni. Hr.Ms. pantserdekschip GELDERLAND vertrok 22 juni van Drontheim.
Hr.Ms. torpedoboten G 2, TANGKA, G 13 en G 14, onder bevel van de luitenant ter zee 1ste klasse jhr. J.C.A. van der Wijck, zijn 23 dezer te Hamburg aangekomen.
Hr.Ms. pantserdekschip NOORD-BRABANT, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee J.J. Oudemans, is 23 juni Sagres gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juni. Het stoomschip HERMINA zal met een zeer hoog springtij waarschijnlijk vlot komen. Maar de toestand van het schip in acht nemende, zullen verdere onkosten niet gerechtvaardigd zijn. Men stelt voor het stoomschip te verkopen en het in handen van de agenten te geven.


26 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de N.V. Scheepsbouwwerf ‘De Merwede’ v/h Van Vliet & Co. te Neder-Hardinxveld, is met goed gevolg te water gelaten de stalen sleepkaan No. 59, lang 85,50, breed 10,25 en hol 2,45 meter, groot plm. 1.500 ton, voor rekening van de N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportondernemingen te Rotterdam. Op dezelfde helling wordt de kiel gelegd voor een stalen sleepkaan van dezelfde afmetingen, voor rekening van dezelfde firma.


27 juni 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. Het Bureau Kapitein B. Bernhard bericht dat heden alhier arriveerde, na een goed geslaagde proeftocht op de Noordzee, de nieuwe zeesleepboot CABO ESPICHEL, gebouwd bij Verschure & Co's Machinefabriek en Scheepswerf te Amsterdam, en bestemd voor binnenlandse rekening. De proeftocht geschiedde onder persoonlijke leiding van de heer B, Bernhard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERK, onder bevel van de kapitein ter zee E. Coenen, is 25 dezer te St. Vincent aangekomen.
- Hr.Ms. torpedoboten G 6 en PANGRANGO, onder bevel van de luitenant ter zee 1e klasse F.J. Witteveen, zijn 25 dezer te Hellevoetsluis teruggekeerd.


28 juni 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 27 juni. Volgens telegram uit Rouaan, is de sleepboot ROZENBURG aldaar aangekomen van Maassluis met de nieuwgebouwde lichter PIERRE CORNEILLE op sleeptouw, laatstgenoemde met vrij belangrijke schade aan de boegplaten en ook de sleepboot met enige schade, zijnde de lichter op de rivier door mist in aanvaring geraakt met de sleepboot.


29 juni 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De VAN CLOON gestrand. - Onze correspondent te Batavia seint ons:
Het stoomschip VAN CLOON, van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, is, ten gevolge van een zeebeving, op twee dagreizen van Makassar gestrand, het schip zit gevaarlijk.
Een telegram van Reuter bevestigt dit bericht en meldt verder, dat de passagiers van de VAN CLOON dicht bij de haven van Makassar geland zijn.
Onze correspondent te Batavia seint nader: De VAN CLOON is zaterdag jl. bij Salongom (Gorontalo) gestrand, maar met eigen kracht vlot gekomen. De schade is gering. De naam Salongom kunnen wij niet thuis brengen. Waarschijnlijk is deze plaatsnaam verminkt overgekomen. Daar Gorontalo over zee een heel eind van Makassar verwijderd ligt, betwijfelen wij of Reuter juist was ingelicht toen hij seinde, dat de passagiers ex. VAN CLOON bij Makassar aan land zijn gezet. Die plaats zou nog niet bereikt kunnen zijn. Uit het tweede telegram van onze correspondent te Batavia zou eerder volgen, dat de passagiers aan boord gebleven zijn.
Het stalen stoomschip VAN CLOON (vernoemd naar de G.G. Dirk van Cloon 1732-1785) meet bruto 4.519 en netto 2.863 reg. ton. Het is voorzien van een radio-telegrafische inrichting; het kan vloeibare brandstof stoken. De VAN CLOON is in 1911 te Amsterdam gebouwd en is dus een van de nieuwe schepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

De VAN CLOON gestrand geweest.
Batavia, 29 juni. (Reuter). Het Nederlandse passagierstoomschip, VAN CLOON is in de buurt van Makassar op Celebes gestrand. Het schip verkeert in een gevaarlijke positie. Het ongeval is te wijten aan een aardschok.
Batavia, 29 juni. (Spec. Dienst). De VAN CLOON is weer vlot gekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. Hr.Ms. pantserdekschip GELDERLAND arriveerde 26 juni van Noorwegen te Nieuwediep.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 26 juni. De Nederlandse zeesleepboot THAMES met een drijvende kraan op sleeptouw, van Emden naar Colon (Panama- kanaal), arriveerde gisteren voormiddag te Barbados. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 26 juni. Volgens telegram uit Lissabon sleepboot ALMAGRO met de kolentransporteur No. 2 op sleeptouw, van Rotterdam naar Buenos Aires aangekomen met defecte luchtpomp.


30 juni 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Martenshoek, 29 juni. Van da scheepswerf van de firma J. Smit & Zoon te Foxholsterbosch is met goed gevolg te water gelaten de stalen 3-mast motorschoener GEBROEDERS BODEWES voor rekening van de N.V. Scheepswerven v/h G. & H. Bodewes alhier. Het schip meet 450 ton, wordt modern ingericht, krijgt een Kromhout ruwe olie motor van 130 pk en wordt door genoemde vennootschap in de vaart gebracht, speciaal voor de vaart op Marokko.


01 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt ons uit Vlissingen. De torpedoboot G 15 heeft vanmiddag officieel proef gestoomd met gunstig resultaat.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 juni. Het nieuwe stoomschip KELBERGEN, te Sunderland gebouwd voor de N.V. Furness Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij te Rotterdam, dat onlangs heeft proef gestoomd, en thans op reis is van Fowey naar Noord Amerika, heeft bij voornoemde proeftocht uitstekend voldaan en een gemiddelde snelheid van 12 knopen behaald op de gemeten mijl. Het stoomschip is lang 400 voet, breed 52 voet 3 duim en hol 29 voet. Het heeft een draagvermogen van 8.200 ton en is ingericht om een grote deklast te kunnen vervoeren. Het stoomschip is in de hoogste klasse van de British Corporation geplaatst en geheel gebouwd volgens de Nederlandse wettelijke reglementen. De triple-expansie machines met 25, 40 en 60 Engelse duim diameter hebben een slag van 48 Engelse duim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Algemeene Stoomvaart Maatschappij.
Bij R. Mees & Zoonen en de Rotterdamsche Bankvereeniging wordt 6 juli de inschrijving opengesteld op 900 aandelen van NLG 1.000 in de N.V. Algemeene Stoomvaart Maatschappij, gevestigd alhier, zulks tot de koers van 100%. De vennootschap werd de 25e juni van dit jaar opgericht. Haar doel is het exploiteren van schepen en het kapitaal bedraagt NLG 5.000.000, waarvan voorlopig worden uitgegeven aandelen tot een bedrag van NLG 1.200.000, waarvan reeds NLG 300.000 zijn geplaatst.
De vennootschap zal een bijzondere tak van het scheepvaartbedrijf ter hand nemen, n.l. het vervoer van bananen. Daartoe heeft zij de eigendom verworven van drie nieuw gebouwde schepen, speciaal voor dat vervoer ingericht. Deze schepen, genaamd VAN HOGENDORP, VAN DER DUYN en VAN STIRUM, gebouwd door Swan, Hunter & Wigham Richardson Ltd. te Newcastle on Tyne, hebben elk een draagvermogen van ± 4.400 ton. Zij hebben een gemiddelde snelheid van 12½ mijl en zijn voorzien van een inrichting voor radiotelegrafie. De VAN HOGENDORP is reeds sedert de tweede helft van mei jl. in de vaart en voldoet in alle opzichten uitstekend; de VAN DER DUYN zal haar eerste reis in begin juli aanvangen, terwijl de oplevering van de VAN STIRUM in het vroege najaar kan worden tegemoet gezien. De bouwprijs bedraagt circa GBP 80.000 per schip. Door de uitgifte van NLG 1.200.000 aandelen wordt voorzien in de nodige bedrijfsmiddelen en de gedeeltelijke betaling van de bouwsom van de schepen.
Het overige wordt gevonden uit de opbrengst van een lening, groot NLG 1.782.000, onder verband van de schepen. De Maatschappij is er in geslaagd deze te sluiten tot aannemelijke voorwaarden met een aflossing van 8 jaren.
Het bananentransport — aldus het prospectus — is een nieuw en voortdurend in belangrijkheid toenemend bedrijf voor scheepvaartondernemingen geworden; de import van deze vruchten toch is in de laatste jaren overal zeer aanzienlijk toegenomen.
Speciaal de invoer naar Europa is in de laatste jaren aanmerkelijk gestegen, terwijl aan de consumptievraag nog steeds niet is voldaan. Let men immers op de importcijfers van het afgelopen jaar, die voor Noord-Amerika ca. dertig miljoen bossen, voor Engeland ongeveer zes miljoen en voor het gehele vasteland van Europa niet meer dan circa twee miljoen bossen aanwezen, dan is het duidelijk dat de invoer naar het continent zich nog belangrijk zal kunnen uitbreiden.
De Maatschappij heeft, van de hiermee in verband staande sterke vraag naar scheepsruimte voor bananenvervoer gebruik kunnen maken door haar drie schepen op zéér voordelige voorwaarden voor de tijd van tien jaren te verhuren aan de Atlantic Fruit Company te New York, voor haar dienst van Centraal Amerika en Jamaica naar Europa, speciaal naar Nederland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 juni. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee L.P.W. van der Wal, is van Tampico vertrokken en 28 juni te Veracruz aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 juni. De Nederlandse sleepboot NOORDZEE, met twee bakken van IJmuiden naar Puerto Militar, is 27 juni te Montevideo aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 juni. Van de werf Zeeland te Hansweert is het voor Belgische rekening gebouwde Rijnschip MATHILDE te water gelaten, terwijl kiel werd gelegd voor het Rijnschip LOUISE, eveneens voor Belgische rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 27 juni. Heden doet hier op de Eems de nieuwgebouwde zeesleepboot GERMANIA haar proeftocht. Het schip is gebouwd op de werf van Gebr. Bodewes te Martenshoek en de machine van 230 ipk. is geleverd door de N.V. Machinefabriek “Fulton", mede te Martenshoek. Het is gebouwd voor rekening van de rederij Krummland te Bremerhaven, vaart onder Duitse vlag en zal dienst doen voor het slepen op de Weser van en naar zee.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rabat, 26 juni. Het getij is nu beter dan verwacht werd, zodat men heden en zo nodig ook morgen weer pogingen zal doen om het stoomschip HERMINA vlot te brengen.
Rabat, 28 juni. De pogingen om het stoomschip HERMINA vlot te brengen zijn niet geslaagd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Batavia, 29 juni. De VAN CLOON is zonder assistentie weer vlot gekomen. Persoonlijke ongelukken kwamen niet voor.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de werf van de N.V. Burgerhout's Machinefabriek & Scheepswerf, is met goed gevolg te water gelaten, het stalen casco van een schroefstoomboot, lang 25,40 m., breed 5,65 m. en hol 3,20 m., welk vaartuig bestemd is voor Ned.-Indië. In dit schip worden geplaatst een compoundmachine met de cilinder afmetingen 250 x 530 mm. / 355 mm. en een stoomketel van 49,5 m2 verw. oppervlak, voor 11 kg/cm2 druk, welke eveneens aan genoemde fabriek vervaardigd wordt.


02 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 juli. De zeesleepboot FRIESLAND te Dordrecht gebouwd voor rekening van het Bureau Wijsmuller te Baarn, heeft gisteren met goed gevolg proef gestoomd. De hoofdafmetingen van deze nieuwe boot zijn: Lang 37,50, breed 7,30 en hol 4 meter. De triple-expansie machines met cilinders van 15, 24 en 41 Engelse duim middellijn en een slag van 24 Engelse duim hebben bij de proeftocht 825 ipk ontwikkeld. De FRIESLAND, die een voorraad steenkool van ongeveer 200 ton kon meevoeren, gaat in het begin van de volgende week naar Southampton om de Nederlandse baggermolen MADJOE van daar naar Makassar te slepen. Verder werd ons nog meegedeeld dat de sleepboot HOLLAND, ook aan bovengenoemd Bureau behorende, de volgende week met een 40 ton drijvende kraan, van hier naar Odessa vertrekt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 2 juli. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Pensacola heeft het Nederlandse stoomschip VEENBERGEN op de Rebecca Shoal gezeten. Nadat het stoomschip vlot was gekomen, bleek dat de ballasttank Nº 1 lekte en dat de ballastpomp was gebroken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 2 juli. Het motorschip APPINGEDAM, laatst bevaren geweest door de eigenaar R. Bos van Farmsum, is onderhands verkocht aan de heer A. Houwing, scheepsmakelaar alhier, en zal bevaren worden door kapt. Daniels te Appingedam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 juli. De Nederlandse sleepboot LAUWERZEE met een onderzeeboot op sleeptouw van Spezia naar Rio de Janeiro, vertrok 27 juni van Las Palmas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Terschelling, 30 juni. Alhier is binnengekomen, als bijlegger wegens ziekte van de kapitein, de Nederlandse schoener-aak NEERLANDIA, van Niederdallendorf naar Stockholm bestemd, geladen met vuursteen.


03 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens een bij het Departement van Marine ontvangen bericht is Hare Majesteits pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein luitenant ter zee L.P.W Van der Wal, 2 dezer van Veracruz naar Tampico vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 juli. De Nederlandse sleepboot OCEAAN met de zuiger GELDERLAND, van Rio Grande naar Antwerpen, vertrok gisteren van Rio de Janeiro.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 3 juli. Het stoomschip TJIKEMBANG, 25 april te water gelaten aan de werf Kon. Mij. “De Schelde” alhier, in aanbouw voor de Java-China-Japan Lijn, zal zaterdag 18 dezer naar Amsterdam vertrekken en tevens de proeftocht houden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 3 juli. Het stalen aakschip AMICITIA, kapt. L. Bolhuis, is onderhands verkocht aan D. Bosscher te Delfzijl. Koopprijs geheim.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 2 juli. Deze week zijn door de firma E.J. Smit & Zoon alhier afgeleverd 3 elevatorbakken van 150 m3 voor rekening van de Unterweser Correction van de stad Bremen. Drie gelijke bakken komen eerstdaags klaar van de werf van de firma te Westerbroek, ook voor Bremen. Dit zal het 4e zestal schepen zijn van hetzelfde model voor het stadsbestuur van Bremen, terwijl reeds vroeger 4 onderlossers waren geleverd aan die stad.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Aan de werf van de firma Marckmann en Faasen te Kralingsche Veer (v/h werf Kalkman) is met goed gevolg te water gelaten een stalen schroefstoomsleepboot genaamd WILHELMINA, eigenaar de heer F. de Jong te Rotterdam. De machine en ketel voor deze boot zijn eveneens aan dezelfde fabriek vervaardigd. Tevens is de kiel gelegd voor 2 nieuwe stalen schroefstoomsleepboten.


04 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Pensacola, 2 juli. Het stoomschip VEENBERGEN kwam met behulp van de Gouvernement sleepboot Nº 1 vlot. De schade of verlies kunnen nog niet worden vermeld.


06 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juli. Volgens een alhier ontvangen telegram heeft het Nederlandse stoomschip MARIA, van Osaka te Portland omvangrijke schade belopen, doordat er aan de wal een grote brand was uitgebroken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juli. Hr.Ms. pantserschip ZEELAND vertrok 3 juli van Vlissingen naar Noorwegen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 juli. De Nederlandse sleepboot OCEAAN met de zuiger GELDERLAND van Rio Grande naar Antwerpen, vertrok 2 juli van Rio de Janeiro.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 1 juli. Heden vertrok van hier het nieuwgebouwde kastenschip No. 3. Dit is het laatste van een drietal soortgelijke schepen, binnen twee maanden tijd door de werf Gebroeders Fikkers te Muntendam voor Duitse rekening geleverd. Kapitein G. de Boer, van hier, brengt het vaartuig naar zijn bestemming, Hamburg.


07 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheveningsche Scheepsbouw Maatschappij. Gisteren is deze Maatschappij aan de haven in werking gesteld. Dit feit had men enige plechtigheid plaats in tegenwoordigheid van commissarissen, aandeelhouders en genodigden, die in de kantoren van de Maatschappij toegesproken werden door de president commissaris, de heer T.J. Van Leeuwen. Deze begon met een terugblik op de vroeger te Scheveningen in bloeiende staat verkerende scheepsbouw nijverheid, die zo zei hij, verdrongen werd door de aanleg van de strandmuur, maar waaraan de behoefte weer werd verlevendigd door de haven, waarvoor hij hulde bracht aan Minister Lely, met de wens, dat het hem moge gelukken spoedig nog meer in deze richting te kunnen volbrengen. Daarna schetste spreker de wording van de onderneming, welke voorbereiding veel tijd heeft gekost. Hij bracht hierbij hulde aan allen die hun krachtige
medewerking hebben verleend. Tenslotte stelde spreker er prijs op te verklaren, dat het in het voornemen van commissarissen ligt, B. & W. en andere bewindspersonen uit te nodigen, bij het van stapel lopen van de eerste stalen logger, die thans voor rekening van de rederij Maatschappij Scheveningen op stapel is gezet, bij te wonen. Besloten werd aan Minister Lely en B. & W. een telegram te zenden met dank voor het geen zij in het belang van de havenzaak hebben gedaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 juli. Heden vertrokken uit de Nieuwe Waterweg, gesleept door de sleepboot BLANKENBERG, de Thames barges SELBY en GRIMSBY, gebouwd door de firma Gebroeders Pot te Bolnes voor rekening van Vesty Bros te Londen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 5 juli. Heden arriveerde te Lissabon de sleepboot PALERMO met de kolentransporteur Nº 1 op sleeptouw. Alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juli. Het kraanschip GRUA FLOTANTE Nº 1, gebouwd door de werf Conrad te Haarlem, is blijkens een door de vervoerders L. Smit en Co. te Rotterdam ontvangen telegram, behouden te Buenos Aires aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 7 juli. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE passeerde heden Gibraltar, op reis van Rabat naar Toulon, om van daar een baggermolen naar Zuid Amerika te slepen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 juli. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van kapitein-luitenant ter zee L.P.W. van der Wal, is de 3e dezer te Tampico aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 6 juli. Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, onder bevel van de kapitein ter zee F.C.W. Moorrees, is 3 juli van IJmuiden naar zee vertrokken, ter aanvaarding van de reis naar de Noord- en Oostzee.


08 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juli. Men seint ons uit Hamburg: Het van de Zwarte Zee naar hier bestemde Nederlandse stoomschip MIJDRECHT is ten gevolge van het stoten aan de grond in het Reihersteig met een palengroep in aanvaring geraakt, waardoor meerdere palen braken en het achterschip van de MIJDRECHT beschadigd werd.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 8 juli. Hedenmorgen vertrok van hier naar St. Petersburg de nieuw gebouwde motorschoener MYRIAM DENISE. Dit vaartuig, een drie-mast gaffelschoener, is gebouwd op de werf van Gebr. Niestern alhier en wordt gevoerd door kapt. H. Dijkstra, dezelfde die voor een paar jaar zijn vaartuig op de Groenlandse kust verloor en toen genoodzaakt was om bij de Eskimo's te overwinteren. Het zeer fraai gebouwde vaartuig heeft een inhoud van 484 m3 netto.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 juli. Hr.Ms. pantserschip HEEMSKERK, onder bevel van de kapitein ter zee E. Coenen is 6 dezer van Santa Lucia vertrokken en Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee L.P.W. v.d. Wal, is van Tampico vertrokken en 6 dezer te Vera Cruz aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 8 juli. Volgens door het kantoor van kapt. B. Bernhard ontvangen telegrafisch bericht arriveerden hedenmorgen de Thameslichters SELBY en GRIMSBY in goede orde van Bolnes te Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 5 juli. Heden vertrokken van hier naar Emden vier nieuwe lichterschepen, gebouwd op de werf van de heer E. Smit te Hoogezand. De vaartuigen genaamd: No. 25, No. 26, No. 27 en No. 28, zijn voor Duitse rekening, voor een rederij te Brake.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 7 juli. Volgens ontvangen telegram Portland (O.) heeft het daar liggende Nederlandse stoomschip MARIA ten gevolge van een grote brand uitgebroken in het Oceanic-dok aldaar schade belopen, welke vermoedelijk de 500 pond.st. niet zal overschrijden.


09 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juli. Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Brunsbüttelkoog zijn de Nederlandse stoomschepen URANUS en MAAS de laatste van Rotterdam naar Kroonstad bestemd in het Kaiser Wilhelm Kanaal met elkaar in aanvaring geweest. Beide stoomschepen zijn boven de waterlijn beschadigd, en hebben gaten in bakboord boegen. Ze moeten voorlopig repareren. (opm: zie ook NRC 100714 en RN 110714)


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 9 juli. In het afgelopen kwartaal zijn alhier 29 nieuwe vaartuigen uitgevoerd, welke voor het grootste deel voor Duitse rekening waren en alle in de provincie gebouwd zijn. Hieronder waren 24 zeilschepen met een gezamenlijke inhoud van plm. 5.000 m3 en 5 stoomsleepboten.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Westerbroek, 8 juli. Van de werf van de firma Wortelboer & Co. alhier werd heden te water gelaten de stalen sleepkaan VERITAS, groot 850 ton, voor rekening van de heer Th. Schweers te Duisburg. De kiel werd gelegd voor een sleepkaan, groot ongeveer 1.000 ton, voor de firma Schulte & Bruns te Emden.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 9 juli. Het vrachtstoomschip TJIKEMBANG van de Java-China-Japan Lijn in aanbouw aan de werf 'De Schelde', heeft heden gemeerd gestoomd. Het schip vertrekt 17 dezer naar de rede voor het stellen van de kompassen om 18 dezer van hier de proeftocht naar Amsterdam te houden.


10 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juli. Uit Belfast wordt ons geseind: Vanmorgen 11.10 uur is het grootste schip van de Nederlandse koopvaardijvloot, de STATENDAM van de N.A.S.M. op de reusachtige werf van Harland & Wolff te Belfast, prachtig van stapel gelopen. De ceremonie gebeurde door mevrouw Rypperda Wierdsma-Greller in het bijzijn van haar echtgenoot en de mededirecteur van de Holland Amerika Lijn de heer A. Gips, de hoofdinspecteur Van Helden en de heer Edixhoven belast met het toezicht op de bouw van het schip en de machines. De bouwmeesters waren vertegenwoordigd door 4 directeuren. De eigenaar van de Harland werf, Lord Pirrie, was onverwacht verhinderd. Enige dames luisterden het officiële gezelschap op de tribunes op.
Het schip meet ruim 34.000 ton, de lengte is 232, de breedte 26 en de holte 14,5 meter.
Het gewicht is nu reeds 18 miljoen kilo. De STATENDAM is het hoogste schip, dat op deze werf is gebouwd. De hoogte van de kiel tot de commandobrug is 32 meter. Het schip heeft 11 stalen dekken en kan vervoeren 814 eerste klas, 824 tweede klas en 2.100 derde klas passagiers. De bemanning zal 750 koppen bedragen. De STATENDAM is gebouwd op dezelfde helling waarop de OLYMPIC gebouwd is. Op de naaste helling is de TITANIC gebouwd. Als de stapelloop een symbool is dan wacht de STATENDAM een gelukkige vaart. Het is een historische datum voor de Nederlandse scheepvaart.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 juli. Men seint ons uit Hamburg: Het stoomschip MAAS heeft aan bakboord boeg 3 beschadigde platen, enige gebroken dekbalken en het dek is ontzet. Het stoomschip keerde voor voorlopige reparatie naar Brunsbüttel terug. Waarschijnlijk zal in Hamburg worden gerepareerd. Van de URANUS werd aan bakboord de kluis en een plaat opengereten. De MAAS was met steenkolen van Rotterdam naar St. Petersburg bestemd en de URANUS was met stukgoed op reis van Danzig naar Amsterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. De Nederlandse zeesleepboot THAMES, slepende een drijvende kraan van Emden naar Colon, arriveerde 8 dezer met alles op de plaats van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. Men seint ons uit Hamburg: Na voorlopige reparatie, heeft het stoomschip URANUS de reis naar Amsterdam voortgezet en het stoomschip MAAS, dat vanavond gereed zal zijn, zet dan de reis naar St. Petersburg voort.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE vertrok heden van Gibraltar naar Toulon, om vandaar een baggermolen naar Zuid Afrika te slepen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 juli. Het Admiraliteitshof heeft de volgende zaak behandeld: Op 3 april laatstleden liep het stoomschip MIJDRECHT op reis van Rotterdam naar de Zwarte Zee op de “Goodwins”. De sleepboten AID en GUIANA, de bemanning van de reddingboot CHARLES en SUSANNAH STEPHENS, benevens de bemanning van de logger OUR BOYS, die toen assistentie verleenden, eisen daarom bergloon. Het hof, de waarde schattende van de MIJDRECHT op GBP 38.000, bepaalde het bergloon op GBP 1.550.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. De Nederlandse sleepboot POOLZEE vertrok gisteren van de Kaap Verdische eilanden naar Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. Blijkens bij de vervoerder L. Smit & Co. alhier ontvangen telegram, is de zelfstomende baggermolen PORTO ALEGRO gisteren ter bestemming Rio Grande aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juli. De Nederlandse sleepboot THAMES, slepende een drijvende kraan, van Emden naar Colon, arriveerde 8 dezer met alles wel op de plaats van bestemming.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan de werf van de Koninklijke Maatschappij de Schelde is de bouw opgedragen van een nieuwe onderzeeboot K1, bestemd voor het Departement van Koloniën.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 10 juli. Gistermorgen is van hier vertrokken het bij Gebr. Van Diepen te Waterhuizen nieuwgebouwde lichterschip ANTONIA. Het schip meet 250 m3 netto, is voor Duitse rekening en wordt door kapitein J. Dories van Groningen naar zijn bestemming, Hamburg, gebracht.


11 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 10 juli. Gisteren vertrok van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders alhier de door deze firma voor buitenlandse rekening gebouwde 60 ton’s mastbok, om naar Reval, de plaats van zijn bestemming te worden gesleept. De hoofdafmetingen van het vaartuig zijn: Lengte 28 meter, breedste 11,50 meter, holte 2,75 meter. Het vaartuig is voorzien van een krachtige stoomlier., die kan werken met 2 verschillende snelheden voor het heffen van lasten van 60 respectievelijk 25 ton, terwijl voor het heffen van lasten tot 5 ton een afzonderlijke lier is aangebracht. Tevens zijn de nodige stoomlieren aanwezig voor het bedienen van de ankers en het manoeuvreren van het vaartuig. De benodigde stoom wordt geleverd door een scheepsketel met een verwarmend oppervlak van 50 m², werkende onder een stoomdruk van 8 atmosfeer.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hamburg, 9 juli. Volgens telegram uit Brunsbüttelkoog, zijn de Nederlandse stoomschepen MAAS van Rotterdam naar Kroonstad, en URANUS, van Neufahrwasser naar Amsterdam bestemd, in het Kaiser Wilhelm Kanaal met elkander in aanvaring geweest. Beide stoomschepen bekwamen een gat aan de bakboordboeg en moeten een voorlopige reparatie ondergaan, alvorens de reis te kunnen voortzetten.
Later bericht. Het stoomschip MAAS heeft aan bakboordboeg 3 beschadigde platen, enige gebroken dekbalken en het dek is ontzet. Het keerde voor voorlopige reparaties naar Brunsbüttel terug. Waarschijnlijk zal in Hamburg worden gerepareerd. Van de URANUS werd aan bakboord de kluis en een plaat opengereten. De MAAS was met steenkool van Rotterdam naar St. Petersburg bestemd en de URANUS was met stukgoed op reis van Danzig naar Amsterdam.
10 juli. Na voorlopige reparatie heeft het stoomschip URANUS de reis naar Amsterdam voortgezet en het stoomschip MAAS, dat hedenavond gereed zal zijn, zet dan de reis naar St. Petersburg voort. (opm: zie ook NRC 090714)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 juli. De Nederlandse sleepboot THAMES met een drijvende kraan op sleeptouw arriveerde 8 juli van Emden te Colon. Alles wel.


13 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juli. De Nederlandse sleepboot SCHELDE, met een drijvende kraan, van Emden naar Colon is gisteren met alles wel te Barbados aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Fowey, 10 juli. Bij het de haven binnenlopen, geraakte het stoomschip SCHELDESTROOM in aanvaring met de Italiaanse bark SPENCE, waardoor het bakboord groottuig en de grote mast van het stoomschip SCHELDESTROOM werden beschadigd. De SPENCE beliep lichte schade aan de verschansing.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juli. Wij vernemen dat de procedures tussen de rederij van het stoomschip DOROTHEA en de National Salvage Association of Kingsway te Londen ten gunste van eerstgenoemde rederij zijn afgelopen, de assuradeuren in het volle bezit van het wrak van de DOROTHEA zijn gekomen. Zij hebben besloten het wrak te verkopen, zoals het op Chesil Beach zit.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 jul. Volgens een Reuter bericht aan de Shipping werd de TASMAN van Australië naar Java bestemd, door een cycloon belopen. Het schip werd licht beschadigd en enigen van de bemanning raakten gewond.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juli. De aan ‘De Schelde’ gebouwde onderzeeboot K1 zal nog deze maand naar Willemsoord vertrekken om aldaar voor de reis naar Indië in gereedheid te worden gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 13 juli. De nieuwe Nederlandse zeesleepboot FRIESLAND, vrijdag jongstleden van Rotterdam naar Southampton vertrokken, arriveerde volgens een bericht van Wijsmuller aldaar zaterdagmorgen 12 uur en vertrok om 3 uur ’s middags van dezelfde dag met de baggermolen MADJOE op sleeptouw naar Makassar.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juli. Men seint ons uit Hamburg: De Nederlandse tjalk NEDERLAND, met grondnotenmeel van Bremen naar Hamburg bestemd, raakte bij Neuwerk op het Watt aan de grond. Nadat een gedeelte van de lading in het schip GESINA was overgescheept, kwam de NEDERLAND vlot en te Cuxhaven aan. Het schip is dicht gebleven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 juli. De Nederlandse sleepboot SCHELDE met een drijvende kraan van Emden naar Colon, is gisteren met alles wel te Barbados aangekomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 13 juli. Van hier zijn heden vertrokken twee nieuwe lichterschepen, genaamd No. 29 en 30, gebouwd op de werf van de heren E. Smit & Zn. te Hoogezand, groot netto 200 m3. De kapiteins J. Albers en J. Koopman van Groningen brengen hen naar de bestemming, Emden.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 13 juli. Het tjalkschip WILHELMINA, kapt O. Venema, thuis behorende te Groningen, is onderhands verkocht aan kapt. K. Smeltekop van Hoogezand. Het schip is herdoopt in VIJF GEBROEDERS. Koopprijs geheim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 11 juli. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE vertrok 10 juli van Gibraltar naar Toulon, om vandaar een baggermolen naar Zuid-Amerika te slepen.
- De Nederlandsche sleepboot POOLZEE vertrok 9 juli van de Kaap Verdische Eilanden naar Rotterdam.
- Blijkens bij de vervoerders, L. Smit & Co. alhier ontvangen telegram, is de zelf stomende baggermolen PORTO ALEGRE 9 juli ter bestemming Rio Grande aangekomen.


14 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 juli. Van de werf te Hylton van de firma Grayham & Co. is voor rekening van de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij met goed gevolg een stoomschip te water gelaten. Het stoomschip lang 215 voet en breed 32 voet 6 duim is gebouwd volgens de hoogste klasse van Lloyd en volgens de Nederlandse wettelijk reglementen. Het stoomschip wordt voorzien van de nieuwste machines voor het vlug behandelen van de lading en de machines worden gemaakt door de North Easter Marine Engineering Co te Sunderland.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Te Hylton is voor rekening van de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij een stoomschip te water gelaten, dat de naam NIEUWLAND zal dragen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 juli. Naar wij vernemen is het Nederlandse stoomschip HERMINA, nabij Rabat gestrand, geabandonneerd en voor 40.000 francs ten voordele van belanghebbenden verkocht aan de firma Mazella. De gezagvoerder van de HERMINA is thans op de thuisreis.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 14 juli. Heden vertrok van hier naar Emden, teneinde aldaar zijn eerste lading in te nemen, het bij de heren E. & M. Coops te Hoogezand gebouwde nieuwe twee-mast schoenerschip HEINRICH. Het door de schipper-eigenaar Jurgens gevoerde vaartuig is groot 133 m3 netto, vaart onder Duitse vlag en hoort thuis te Barssel (Oldenburg).


15 juli 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Hoogezand, 14 juli. Heden is met goed gevolg te water gelaten van de werf van de scheepsbouwer H. Kroese het schoenerschip MATHILDE, groot 175 ton, voor rekening van de heren Siemen Söhne te Sankt Margarethen in Holstein.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 juli. Het Bureau van kapt. B. Bernhard bericht: De sleepboot PALERMO vertrok 11 juli van Lissabon naar Dakar met 2 kolentransporteurs op sleeptouw.
De sleepboot ALMAGRO vertrok van Lissabon met bestemming voor Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 12 juli. Geladen met stukgoederen van Rotterdam naar Duitsland, passeerde hier de nieuwe stoomgoederenboot FRANKONIA, kapt. H. Rutjes, groot 731 ton, gebouwd bij Boele en Pot te Bolnes, de machine bij Prins te Arnhem, voor rekening van de heer Koningsfeld te Rotterdam.


16 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hare Majesteit NOORD BRABANT zal 20 juli een oefenreis maken van ± 3 weken naar en in de Noordzee. Van 25 juli tot 5 augustus zal het schip een bezoek brengen aan Edinburgh.
De onderzeeboot K1 wordt heden aan de fabriek ‘De Schelde’ te Vlissingen in dienst gesteld onder bevel van de luitenant ter zee 1e klas jonkheer G.L. Schorer, de boot is bestemd voor Oost Indië.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 juli. Men seint ons uit Londen. Volgens een telegram uit Brunsbüttel is het van Sundsvall naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip RIJN met de sluisdeuren te Brunsbüttelkoog in aanvaring geweest, waardoor de RIJN, die de reis kon voortzetten aan de steven werd beschadigd. De sluisdeuren liepen lichte averij op.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 juli. Men seint ons uit Hamburg: Het van Amsterdam naar Kopenhagen en Koningsbergen bestemde Nederlandse stoomschip TITAN is na aanvaring met het stoomschip SOUTH WALES te Kopenhagen aangekomen. Uit Londen wordt ons onder meer geseind dat de TITAN met stukgoed geladen is, en dat de aanvaring met het stoomschip SOUTH WALES plaats had toen de TITAN het dok verliet. Verder wordt nog gemeld dat de SOUTH WALES tijdens de aanvaring graan lag te lossen, dat de TITAN naar zee vertrok en dat de SOUTH WALES een schroefblad brak.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 15 juli. Volgens een bericht uit Port Said is in het begin van deze maand een lichter, behorende aan de firma Bos en Meyblom, aldaar gezonken. De lichter, voorzien van een elektrische installatie om te lassen en te boren had ook een stoommachine, ketel en dynamo aan boord. De experts bevelen aan alle machines door duikers van de lichters af te laten koppelen en dan door kranen te doen lichten. Daarna zou men de lichter lichten.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare schepenveiling. De makelaars Lachlan & Co. (London) en Jacq. Pierot Jr. (Rotterdam) zullen namens heren assuradeuren op maandag 27 juli 1914, ten 2½ ure, in de Merchants Hall der beurs, 24, St. Mary Axe te London, in veiling brengen het Nederlandse schroefstoomschip DOROTHEA, 2.035 bruto en 1.309 netto register ton, gebouwd van staal te Rotterdam in 1903, 3.200 ton deadweight op 18’6” diepgang. Lang 85,30 meter, breed 12,19 meter, hol 5,99 meter, triple machines 220 nominale pk, twee ketels, 11.2 atmosfeer. Liggende in beschadigde toestand nabij Abbotsbury (Chesil Beach).
Nadere inlichtingen verstrekken de makelaars Jac. Pierot, Witte Huis, Wijnhaven, Rotterdam en Lachlan & Co., 101 Leadenhall Street, London.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 16 juli. Van hier is heden vertrokken gesleept door de vrachtboot HUNZE IX, met bestemming naar Hamburg, het nieuwe kotterschip CACHEU, tot de bestemming gevoerd door kapt J. Boer van Groningen, Het schip is gebouwd op de werf van de heer J. Drewes te Gideon, vaart onder Duitse vlag en is voor rekening van een Hamburger firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 juli. De sleepboot DONAU arriveerde 11 juli van Rio de Janeiro te St. Vincent en zette 13 juli de reis naar Vigo voort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 14 juli. Het uitgaande stoomschip ZETA heeft na schutting vastgemaakt wegens voor de reis onvoldoende bemanning. Het stoomschip ZETA is een zusterschip van de EPSILON en de GAMMA, die om dezelfde reden moesten vastmaken.


17 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens bij het Departement van Marine ingekomen berichten zijn Hare Majesteits torpedoboten G 8 en PANGRANGO, onder bevel van de luitenant ter zee 1e klasse F.J. Witteveen en Hare Majesteit torpedoboten G12, G14, G2 en TANGKA, onder bevel van de luitenant ter zee 1e klasse jonkheer J.C.A. Van der Wijck in de avond van 15 juli, respectievelijk van Hellevoetsluis en Willemsoord vertrokken met bestemming Edinburgh.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Heden komen uit Delfzijl te Groningen 2 onderzeeboten die daar tot maandag zullen verblijven en onder bevel staan van de luitenant ter zee Van Nijmegen Schonegevel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 juli. Heden is het stoomschip TJIKEMBANG bestemd voor de Java-China- Japan Lijn, groot ongeveer 11.000 ton, op de rede van Vlissingen aangekomen om proef te stomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 juli. De sleepboot POOLZEE van St. Vincent naar Rotterdam, arriveerde 14 juli te Las Palmas.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 15 juli. De Koninklijke West-Indische Maildienst deelt mee, dat zij met de Trinidad Shipping and Trading Co. een overeenkomst getroffen heeft, ingevolge welke deze maatschappij de stoomvaartverbinding tussen Paramaribo en New York met ingang van 1 augustus e.k. van de K.W.I.M. zal overnemen. De stoomschepen COMMEWYNE en NICKERIE, welke thans die dienst onderhouden, zullen op de vaart tussen Amsterdam en Suriname, Venezuela en Haïti geplaatst worden. De boten van de Trinidad Shipping and Trading Co. zullen te Paramaribo aan het agentschap van de K.W.I.M. geadresseerd worden.


18 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij akten op de 26e juni verleden voor de notaris O.W.P. van Tussenbroek te Dordrecht zijn opgericht de Naamloze Vennootschappen Sleepmaatschappij Atlas I en Sleepmaatschappij Atlas II, beide gevestigd te Rotterdam. De akten met het Koninklijk besluit van Bewilliging zijn geplaatst in de bijvoegsels Nº 788 en 789 behorende tot de Nederlandse Staatscourant, van 17 juli 1914, Nº 165.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij akte van de 25e juni 1914 voor de te Rotterdam residerende Notaris Mr. H.M.A. Schadee verleden, op het ontwerpen daarvan de Koninklijke Bewilliging is verleend bij besluit van de 6e juni 1914 Nº 49 is opgericht de N.V. De Algemeene Stoomvaart Maatschappij, gevestigd te Rotterdam. De acte van oprichting en de Koninklijke Bewilliging zijn geplaatst in het bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van vrijdag 17 juli 1914 Nº 165, onder volgnummer 777, Schadee en Lambert Notarissen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bij akten 29 juni 1914 voor de Notaris W.H. Van Bilderbeek, residerende te Dordrecht, verleden zijn opgericht, de naamloze vennootschappen Sleepboot Gruno en Sleepboot Friso, beide gevestigd te Rotterdam. De akten, benevens het Koninklijk Besluit van bewilliging zijn in hun geheel opgenomen in het bijvoegsel tot de Nederlandse Staatscourant van 17 juli 1914, Nº 165.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ferrol, 15 juli. Het stoomschip CEYLON is met gebroken schroefas door het Noorse stoomschip ALF, alhier binnengesleept.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 18 juli. De hier thuis behorende motorvrachtboot DE TIJD, kapt. Spieker, verloor gisteren door onbekende oorzaak op de Eems haar schroef, terwijl ook de as is gebroken. Het schip werd later naar Emden en vandaar door de sleepboot ALERT naar hier gesleept.


19 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare schepenveiling.
De makelaars Lachlan & Co. (London) en Jacq. Pierot Jr. (Rotterdam) zullen namens H.H. assuradeuren op maandag 27 juli 1914, ten 2.30 uur, in de Merchants Hall van de Beurs, 24 St. Mary Axe te Londen, in veiling brengen: Het Nederlandse schroefstoomschip DOROTHEA, 2.035 bruto en 1.309 netto netto reg. ton. Gebouwd van staal te Rotterdam in 1903. 3.200 ton d.w. op 18’6" diepgang. Lang 85,30 m., breed 12,19 m., hol 5,99 m. Triple machines 220 nom. pk., 2 ketels, 11,2 atmosfeer.
Liggende in beschadigde toestand nabij Abbotsbury (Cheaü Beach). 1 Nadere inlichtingen verstrekken de makelaars, 28258^8 Jacq. Pierot Jr., Witte Huis - Wijnhaven - Rotterdam & Lachlan & Co., 401 Leadenhall Street – London.


20 juli 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 20 juli. Alhier is gisteren binnengekomen het aakschip NEERLANDIA, kapt H. Salomons, thuis behorende te Gasselternijveen, hetwelk nabij Wyborg op een blinde klip is gelopen, waardoor het vlak van het schip en de spanten zwaar verbogen zijn en hier onder experts toezicht zal worden gerepareerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 17 juli. De door de werf Conrad te Haarlem voor Russische rekening gebouwde 40-tons kraan GRUE FLOTTANTE no. 475 vertrok hedenmiddag 3 uur, gesleept wordende, van IJmuiden naar Odessa. De sleep wordt uitgevoerd door de zeesleepboot HOLLAND van het Bureau Wijsmuller alhier.


21 juli 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 19 juli. Het Nederlandse stoomschip J.H. MENTEN van Rotterdam naar Balik Pappan, is bij Pantillaria gerapporteerd met gebroken circulatiepomp. Het stoomschip zet na enige voorlopige reparaties met halve snelheid de reis naar Port Said voort.


22 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 juli. Heden is de stalen sleepkraan MARIA door de makelaar Jacques Pierot Junior voor NLG 1.100 verkocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 20 juli. Het voor de Java-China-Japan Lijn op de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ nieuw gebouwde stoomschip TJIKEMBANG heeft op de van Vlissingen naar hier gehouden proeftocht goed voldaan en werd door de rederij overgenomen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 22 juli. Gisteren werd hier een gedeelte van het hout, aangebracht uit het bij Rottumeroog gestrande Noorse barkschip AMAZONE, publiek verkocht. Het is alles gezaagd en geschaafd hout, dat bestemd was voor Australië, naar men ons meedeelde voor huizenbouw. Behoudens dat de nieuwe houtkleur iets verloren is gegaan, is het hout nog geheel gaaf, ofschoon het reeds van december 1913 af onder water zit.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 22 juli. Heden vertrok van hier de op de werf van de heren Gebr. Van Diepen te Waterhuizen nieuw gebouwde twee-mast schoener DOROTHEA. Dit schip, hetwelk 170 m3 groot is en voor Duitse rekening werd gebouwd, wordt door kapitein A. Helwegen naar de bestemming Hamburg gebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 juli. De sleepboot SIMSON, van Port Said naar Renfrew passeerde 20 juli Sagres.
De sleepboot FRIESLAND, van Southampton naar Makassar met de baggermolen MADJOE, passeerde 20 juli Sagres.


23 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Boulogne, 21 juli. Terwijl het stoomschip NOORD HOLLAND gisteren de haven alhier binnenliep raakte het in aanvaring met de baggermolen CALAIS, waardoor verscheidene platen van de NOORD HOLLAND licht werden beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 23 juli. De machines en ketels bestemd voor het stoomschip SIETOBONDO, in aanbouw op de werf van de firma Bonn & Mees te Rotterdam, werden door de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ geleverd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 22 juli. Heden werd aan de werf van de N.V. Scheepswerven v/h Gebroeders G. & H. Bodewes de stalen zeesleepboot CORNELIS FRATER, die gebouwd wordt voor rekening van de heren Frater Smid en Zoon. De triple compound machine van 300 ipk alsmede ketel, worden geleverd door de machinefabriek Fulton. De boot zal alhier in de sleepdienst worden opgenomen. Bovendien zijn voor rekening voor deze firma nog een sleepboot van 350 ipk en twee van 250 ipk in aanbouw. (opm: juiste naam is CORNELIA FRATER)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hoogezand, 22 juli. Heden is van de werf van de firma E.J. Smit & Zoon alhier te water gelaten de nieuw gebouwde stalen schroefsleepboot DOCKYARD IX, die in aanbouw is voor de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam. De hoofdafmetingen van het schip zijn 20,60 x 5 x 2,30 meter. Het wordt voorzien van een compound machine van 20 ipk en een stoomketel van 88 m² verwarmd oppervlak, bij 12 kg stoomspanning. De voorkajuit is bestemd voor het eventueel vervoer van directie en gasten, wordt van kappen enz. voorzien en met teakhout betimmerd. De ochtendkajuit is ingericht voor de bemanning.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Martenshoek, 22 juli. Van de N.V. Scheepswerven v/h Gebroeders G. & H. Bodewes alhier, is met goed gevolg te water gelaten de stalen drie-mast schoener FRITZ IPLAND, groot 450 ton voor Hamburger rekening.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 23 juli. Hedenmiddag werd van de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' naar de Eerste Binnenhaven gesleept voor het stellen van de kompassen, het stoomschip WINTERSWIJK, dat aan genoemde fabriek van werktuigen en ketels is voorzien. Het schip vertrekt zaterdag a.s. van hier voor het houden van de proeftocht.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Aan de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' alhier is opgedragen het vervaardigen van machines en ketels voor het stoomschip DIRKSLAND in aanbouw op de werf van de firma J. Smit Czn. te Alblasserdam voor een rekening van de Nederlandsche Lloyd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. De sleepboot PALERMO, slepende met twee kolenelevators op reis naar Buenos Aires, arriveerde 21 juli met alles wel te Teneriffe.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. Hr.Ms. pantserdekschip ZEELAND, onder bevel van de kapitein ter zee F.C.W. Moorrees, is 20 dezer te Stockholm aangekomen, van waar de 22e weer zal worden vertrokken en Hr.Ms. torpedoboten G 13, G 14, G 2 en TANGKA, onder bevel van de luitenant ter zee 1e klasse jhr. J.C.A. van der Wijck, zijn 21 dezer van Edinburgh vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 juli. De sleepboot POOLZEE, van Bahia Blanca naar Rotterdam, passeerde 21 juli Prawle Point.


24 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 23 juli. Het Engelse stoomschip PROMOTHEUS, groot bruto 5.570 en netto 3.583 ton, in 1896 te Greenock gebouwd, is aan een Nederlandse firma verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juli. Het stoomschip VAN DER DUYN VAN MAASDAM, het tweede fruitstoomschip door Swan, Hunther & Wigham Richardson Ltd. te Wallsend on Tyne voor de Algemeene Stoomvaart Maatschappij Rotterdam gebouwd, heeft in de mond van de Tyne proef gestoomd. Een aantal malen werd over de gemeten mijl gestoomd, en daarna bleek dat er een snelheid van 14 knopen was behaald.
De VAN DER DUYN VAN MAASDAM, een zusterschip van de VAN HOGENDORP, in mei laatstleden afgeleverd, lang 343 voet, breed 45 voet en hol tot het opperdek 20 voet 2 duim heeft luxueuze inrichtingen voor 30 eerste klas passagiers en op het bootdek zijn speciale zogenaamde gouverneurs hutten, muziekkamer en rookkamer gebouwd. De eetsalon en andere luxe hutten zijn onder het tentdek gebouwd. Al de ruimen zijn geïsoleerd door gemalen kurk en worden door koelmachines op temperatuur gehouden. Verder is het schip van een draadloos telegraaftoestel voorzien. Het gehele stoomschip gebouwd onder Lloyds toezicht en volgens de Nederlandse wetten, is in de hoogste klasse van Lloyds geplaatst.
(opm: de VAN DER DUYN VAN MAASDAM is in de Database ingevoerd als VAN DER DUYN)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 24 juli. Hare Majesteit torpedoboten G 15 en G 16 worden 11 augustus aan de fabriek Fijenoord in dienst gesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 juli. De levering van de machines en ketels voor het stoomschip DIRKSLAND in aanbouw op de werf van de firma J. Smit Czn. te Alblasserdam voor de Nederlandsche Lloyd te Rotterdam is opgedragen aan de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 24 juli. Het stoomschip WINTERSWIJK, bestemd voor de firma Erhardt & Dekkers te Rotterdam dat aan de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen van machines en ketel is voorzien zal morgen voor het houden van de proeftocht vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart.
Gisteren heeft de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek ingesteld naar de zaak van het stranden op 14 april jl. op de baar bij Rabat van het stoomschip HERMINA, rederij Jos. de Poorter te Rotterdam. Gehoord werd eerst de kapitein N.H. Kuiper. Deze verklaarde, dat het schip een lading cement en hout bestemd voor Rabat, inhad. Bij Rabat lag het schip voor en achter 11 voet. Voor Rabat is de HERMINA 24 uur blijven wachten op een loods. Men kan hier alleen bij hoog water binnen komen. Het vaarwater verandert steeds, telkens moet met het lood gezocht worden. Dit heeft de loods ook thans gedaan; daarom heeft getuige niet gelood. Deze loods kende getuige van een vorige gelegenheid. Met goed weer kan men voor Rabat in lichters lossen buiten de haven. De vorige keer dat getuige Rabat aandeed, heeft zijn schip er ook gestoten op de baar, maar is er overheen gekomen. Op de baar staat 7½ voet water. Toen getuige aan de loods vroeg of hij binnen kon komen, antwoordde deze bevestigend; volgens hem was de diepgang niet te groot. Getuige deelde mee dat elk schip daar stoot; toen de HERMINA voor de baar kwam, zaten er al drie andere schepen op. Er werd nu met een tamelijke vaart dwars op de baar aangestoomd, met de bedoeling er overheen te komen. Aan de zeezijde loopt door de baar geen geul, wel aan de landzijde. Het schip stootte tweemaal, begon af te vallen en kwam toen met het voorschip vast te liggen dwars in de geul aan de landzijde. Later is het door de zee op het strand gezet. Getuige deelde mee, dat het schip nog steeds vastzit en aan een Franse maatschappij verkocht is voor 40.000 francs. Deze maatschappij heeft nog 3 andere van de daar gestrande schepen gekocht. De lading is gelost, beschadigd door het lekken van de dekken. Getuige’s orders luidden, om naar binnen te varen.
Getuige had een voet minder willen laden dan geschied is. De machinist Heuser verklaarde dat hij ingevolge door de telegraaf overgebrachte order, de machines op volle kracht vooruit heeft gezet. Na enige tijd gevoelde hij het schip stoten. Toen het vastzat, heeft hij nog geruime tijd met de machine gemanoeuvreerd om het los te krijgen. Gedurende 10 weken heeft getuige dit nog steeds gedaan, maar vergeefs. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft uitspraak gedaan in de zaak van het zinken van de Russische sleepboot SPASATELNAY PARACHOD II (ex. NEWA) even buiten de mond van de Nieuwe Waterweg op 5 juni. De Raad is van oordeel, dat de sleepboot SPASATELNAY PARACHOD II bij het verlaten van de Nieuwe Waterweg niet in zeewaardige toestand heeft verkeerd; de luiken en poorten, die gesloten hadden moeten zijn, zijn niet alle dicht geweest, terwijl omgekeerd evenmin die, welke geopend hadden behoren te zijn, ook inderdaad geopend zijn geweest. Hierdoor had het overkomende water geen gelegenheid door de lenspoorten weg te vloeien en is er water in het schip gekomen, ten gevolge waarvan de ramp is veroorzaakt. De Raad meent in de gezagvoerder te moeten afkeuren, dat hij geen zorg heeft gedragen, dat de lenspoorten behoorlijk geopend waren en dat hij order gaf de machine te stoppen, zonder daarvan de loods in kennis te stellen.
Voorts komt het de Raad voor, dat zo de bemanning van de sleepboot even voorbeeldig haar plicht had gedaan als de loods en tot op het laatste ogenblik op haar post was gebleven, de ramp wellicht had kunnen worden voorkomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juli. Van de werf ‘De Dageraad’, firma Wed. J. Boot te Woubrugge is een motorboot te water gelaten, terwijl de kielen werden gelegd voor een motorboot en voor een klipperschip, alles voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 23 juli. Te Enkhuizen is van de werf ‘Vooruit’ te water gelaten een sleepkaan, waarna de kiel werd gelegd voor eenzelfde vaartuig, beide voor binnenlandse rekening.


25 juli 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Waterhuizen, 23 juli. Gisteren is met gunstig gevolg van de werf van de heren Pattje & Zn. te water gelaten een staal-ijzeren 3-mast gaffelschoener, groot ruim 200 ton en werden de kielen gelegd voor twee gaffelschoeners resp. 163 en 180 ton, alle voor Duitse rekening. (opm: waarschijnlijk Bno. 105 - NORDSTERN)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juli. De sleepboot ZWARTE ZEE passeerde 23 juli Ventnor naar Hamburg met de Russische bark FEUNIA op sleeptouw.
De sleepboot SCHELDE, van Emden naar Colon (Panamakanaal) met de drijvende kraan HERCULES op sleeptouw, arriveerde 23 juli ter bestemming. Alles wel.
De Nederlandse sleepboot LAUWERZEE vertrok 23 juli met een onderzeeboot op sleeptouw van Bahia naar Rio de Janeiro.
De Nederlandsche sleepboot NOORDZEE vertrok 23 juli met een lichter van Puerto Militar naar Montevideo.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 juli. Hr.Ms. torpedoboten G 6 en PANGRANGO, onder bevel van de luitenant ter zee 1ste klasse F.J. Witteveen en Hr.Ms. torpedoboten G 13, G 14, G 2 en TANGKA, onder bevel van de luitenant ter zee der 1ste klasse jhr. J.C.A. van der Wijck zijn 22 dezer in Nederland teruggekeerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoek van Holland, 24 juli. Heden werd hier de Nederlandse schoener DEMOCRAAT, kapt. Dekker, komende van Londen, door het Engelse stoomschip HANSA met roerbreuk binnengesleept.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 juli. Heden passeerde naar Amsterdam, teneinde aldaar voor de reis naar Batavia te worden uitgerust, de bij de werf ’Dordrecht’ te Dordrecht nieuw gebouwde sleepboot DE JONGH. Het vaartuig is voor de Nederlandsch-Indische Steenkolen Handels Maatschappij bestemd en meet 207 bruto reg.ton. De lengte, breedte en holte bedragen resp. 33,09 - 7,36 en 3,47 meter.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 23 juli. Het tjalkschip EBENHAEZER, schipper G. Pekelder, thuis behorende te Wildervank, werd op het Baltrummerwad door een onweersbui overvallen, waardoor hij genoodzaakt was zijn zeilen te strijken om ten anker te komen. Door de kracht van de opgekomen bui brak echter de ankerketting, zodat anker en ketting beide verloren gingen.


26 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 juli. Het nieuwste stoomschip WINTERSWIJK, gebouwd voor de firma Erhardt & Dekkers alhier, is heden na gehouden proeftocht van Vlissingen naar Cardiff vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping. De notaris C. Maas Geesteranus, residerende te Rotterdam, zal krachtens rechterlijk bevel in het openbaar in één zitting veilen en verkopen op dinsdag 18 augustus 1914, des namiddags ten 3 uur, in het Notarishuis te Rotterdam aan de Geldersche Kade, de in de Nederlanden thuis behorende schroefstoomsleepboot FORTUNA III, gebouwd in het jaar 1911 op de werf van de firma H. Boot & Zonen te Vrijenban, groot 19,7 tonnen, met volledige inventaris, machine en ketel, zomede al het staand en lopend want aan boord aanwezig, niets uitgezonderd.
Het vaartuig ligt te Rotterdam in de Leuvehaven en is vanaf 11 augustus 1914 dagelijks te bezichtigen. De veilconditiën zijn gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam, alwaar de kooppenningen moeten worden betaald vóór of op de 25e augustus 1914, waarna de koper het vaartuig terstond kan aanvaarden.
Nadere informaties zijn te bekomen ten kantore van de notarissen Schrameier Verbrugge en Maas Geesteranus te Rotterdam aan de Wijnhaven no.13, alsmede ten kantore van Mrs. Heijman & Crol, Geldersche Kade 23a aldaar. (opm: opgenomen in verband met de bouwwerf)


27 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 27 juli. Het stoomschip TROMP is afgelopen zaterdag in de buitenhaven in aanvaring geweest met een hopper en een remstoel. De hopper en de remstoel werden beschadigd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 26 juli. Het in 1875 te Glasgow gebouwde ijzeren raderstoomschip CLAUD HAMILTON, eigendom van de Corporation of te City of Londen, groot bruto 972 en netto 561 register ton, is aan een continentale slopers firma verkocht. Wij vernemen dat dit stoomschip, lang 251 voet 6 duim, breed 30 voet 2 duim , en hol 13 voet 7 duim naar Dordrecht is verkocht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. Men seint ons uit Hamburg: Het met zwavelkies van Aarhus naar de Elbe bestemde Nederlandse schip JANNA, brak nabij Krautsand het roer. Met behulp van de sleepboot JAC. FRATER is de JANNA te Hamburg aangekomen. Na lossing zal het vaartuig worden gerepareerd.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. Wij vernemen dat het stoomschip WINTERSWIJK op de proeftocht heeft voldaan. De machine maakte 84 slagen en een gemiddelde snelheid van ongeveer 11 mijl.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juli. De Nederlandse schoener DEMOCRAAT, kapt. Dekker, van Londen naar hier, is 15 mijl NW van de Noord-Hinder door het stoomschip HANSA, van Southampton naar Bremen, opgepikt met defect roer en op sleeptouw genomen. Ofschoon de tros tot driemaal is gebroken, gelukte het toch het schip behouden binnen te brengen. Het is over een afstand van 60 mijlen gesleept. (Zie vorig No).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 juli. Aan de werf van de Kon. Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen is opgedragen het maken van machines en ketels voor het stoomschip TUBORG, in aanbouw op de werf voorheen J. Smit Cz. te Alblasserdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 24 juli. Van hier vertrokken heden de nieuw gebouwde schepen: ERIKA, gebouwd op de werf van de heer Kroeze te Hoogezand en de GOLCONDA, gebouwd op de werf van de heer G. v.d. Werf te Hoogezand, respectievelijk bevaren door de kapiteins Martens en Block. Beide schepen zijn voor Duitse rekening gebouwd en bestemd naar Nordstrand en Hamburg.
Opmerking:
Op 28 juli 1914 begon de Eerste Wereldoorlog, die duurde tot 11 november 1918.


28 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 27 juli. Vanmiddag is in de Merchants Hall van de beurs St. Mary Axe te Londen het in beschadigde toestand nabij Abbotsbury liggende Nederlandse stoomschip DOROTHEA dat 11 februari op reis van Marbella naar Rotterdam, op voornoemde Chesil Beach strandde, door de makelaars Lachion & Co. te Londen en Jacques Pierot Junior alhier, verkocht. Dit stoomschip, groot 2.035 register ton bruto en 1.309 register ton netto, gebouwd van staal te Rotterdam in 1903, 3.200 ton dw. op 18’ 6" diepgang, lang 85,30 meter, breed 10,19 meter, hol 5,99 meter, triple machines, 220 npk, 2 ketels, 11,20 atmosfeer, heeft volgens een telegram van laatstgenoemde makelaar GBP 625 opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 27 juli. Het stoomschip TROMP is verschenen zaterdag in de buitenhaven in aanvaring geweest met een hopper en een remstoel. De hopper en remstoel werden beschadigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 25 juli. Hedenvoormiddag geraakte het zeilschip FRIDO, kapt. E. de Vries, bij het uitzeilen van de haven onklaar en kwam in aanvaring met het stoomschip SALTMARSHE, waardoor de FRIDO aan de boegspriet en tuigage enige averij bekwam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bahia, 9 juli. Het Nederlandse stoomschip MAASLAND van Amsterdam liep 21 juni bij het binnenkomen van deze haven, ongeveer een halve mijl van de vuurtoren van Santo Antonio aan de grond, doch kwam blijkbaar onbeschadigd weer vlot.


29 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak betreffende het op 18 april 1914 stranden op de baar van Rabat van het stoomschip HERMINA. De stranding van de HERMINA moet, naar 's Raads oordeel, worden toegeschreven aan het op de baar stoten en het daarop gevolgde dwarsvallen van het schip. De gezagvoerder kan geen blaam treffen nu hij, waar hij orders had deze haven aan te doen, de aanwijzingen van de loods heeft gevolgd, die onmiddellijk voor hij aan boord kwam, het vaarwater had gepeild en verzekerde, dat er geen gevaar bestond binnen te lopen. Uit het relaas van de scheepsramp, aan de HERMINA overkomen, blijkt echter, gelijk ook de zeilaanwijzingen aanduiden, dat het binnenlopen van de haven van Rabat gevaarlijk is en de kans op stranding groot.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad stelde vervolgens een onderzoek in betreffende de aanvaring op de Maas op 19 juni jl. tussen het Noorse stoomschip MONARCH (kapt. A. Pedersen; rederij: Acties Dampskibet Monarch te Christiania) en de tanklichter NIKKER (schipper Ch. Visser; rederij: fa. Phs. van Ommeren te Rotterdam. Als eerste getuige verscheen de heer Jan Lensveld, rijks-rivierloods te Rotterdam. Deze wilde op 1 juni 's middags tussen 2 uur en half drie de MONARCH naar zee brengen, het was even na hoog tij. De MONARCH meet 818 ton netto en heeft een diepgang van ongeveer 11 à 12 voet. Bij boei 4 had getuige het commando overgenomen. De MONARCH koerste daarop naar de Petroleumhaven en hield het midden-vaarwater. Aan stuurboord- en aan bakboordzijde bevonden zich veel op- en neerslepende lichters, echter geen zeeschepen. Op ongeveer 100 meter voor hem uit zag getuige aan de zuidkant aan bakboordzijde de tanklichter NIKKER. Bij boei acht trachtte de lichter voor hem over te steken om naar de noordwal te komen. Aan boord van de sleepboot werden viermaal twee stoten op de fluit gegeven. Een aanvaring was onvermijdelijk. Met volle kracht voer de MONARCH op de lichter, die ten gevolge daarvan zonk. De bemanning werd gered. De volgende getuige, de schipper Hendrik Reedijk, van de sleepboot BROEDERTROUW te Rotterdam, die de lichter NIKKER op die dag sleepte, verklaart, dat hij bij boel 11 van de zuidkant overstak naar de boeien 10, 9 en 8 aan de noordzijde. Hij zag geen andere lichters en sleepboten voor zich uit. Het water was vrij, zodat hij dacht veilig naar de noordkant te kunnen komen. Bij boei 8 zag hij de MONARCH plotseling op zich afkomen. Getuige heeft door driemaal twee stoten op de fluit trachten kenbaar te maken, dat hij aan de verkeerde wal was en verwachtte, dat de MONARCH ook de verkeerde wal zou gaan houden. Getuige is zoveel mogelijk aan bakboord uitgeweken. De president maakt er getuige opmerkzaam op, dat deze wijze van seinen toch zeer eigenaardig is en nergens in de voorschriften staat. Getuige verklaart, dat hij was overgestoken, omdat het vaarwater aan de andere kant rustiger was. Hij deed dit op eigen risico, zonder te weten wat de ander deed. Een van de leden vroeg, waarom getuige niet ingevolge voorschriften een blauwe vlag heeft gehesen. Getuige weet daarop geen antwoord te geven. De inspecteur zegt nog, dat getuige zeer gemakkelijk met oversteken had kunnen wachten, tot de MONARCH voorbij was. De laatste getuige, de schipper Chr. Visser van de tanklichter NIKKER, bevestigde de verklaringen van de vorige getuige. Het oversteken op de wijze zoals de vorige getuige heeft gemeld, geschiedt dagelijks zo. Een aanvaring was beslist onvermijdelijk. Hoe getuige ook met het roer heeft gewerkt, niets mocht baten. De NIKKER werd aan de achtersteven geraakt, ten gevolge waarvan het achterste gedeelte zonk. Het onderzoek werd hierna gesloten. De Raad zal later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 juli. Van de werf van de N.V. Scheepswerf voorheen P. & A. Ruijtenberg te Waspik is te water gelaten het stalen sleepschip LIMBURGIA, metende 530 ton, gebouwd voor Belgische rekening. De kiel werd gelegd voor een sleepkaan van 395 ton, eveneens voor Belgische rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 juli. Van de werf van de N.V. Scheepswerven v/h Gebr. G. & H. Bodewes te Martenshoek is een sleepboot te water gelaten, terwijl nog drie andere in aanbouw zijn voor dezelfde binnenlandse firma.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 juli. Te Waterhuizen is van de werf van de heren Pattje & Zoon een staal-ijzeren driemastschoener te water gelaten, terwijl de kielen werden gelegd voor twee gaffelschoeners, alles voor buitenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 27 juli. De Nederlandse zeesleepboot FRIESLAND met de baggermolen MADJOE op sleeptouw, 11 juli van Southampton naar Makassar vertrokken, arriveerde volgens alhier ontvangen telegram gisteren met alles wel te Algiers. Bureau Wijsmuller.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 27 juli. Geladen met traan passeerde hier naar Duitsland voor de eerste reis, het nieuwe tankschip GERMANIA I, schipper Meinen, groot 550 ton. Gebouwd bij Bodewes te Millingen, voor rekening van de N.V. Tankschip ‘Germania I’ te Oss.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 27 juli. Het in 1875 te Glasgow gebouwde ijzeren raderstoomschip CLAUD HAMILTON, eigendom van de Corporation of the City of Londen, groot bruto 972 en netto 561 reg. ton, is aan een slopersfirma te Dordrecht verkocht. Het stoomschip is lang 251 voet 6 duim, breed 30 voet 2 duim en hol 13 voet 7 duim.


30 juli 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juli. Hr.Ms. pantserdekschip NOORD-BRABANT, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee J.J. Oudemans, is de 27e dezer te Edinburgh aangekomen, vanwaar de 28e d.a.v. de terugreis naar Nederland werd aanvaard.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juli. Het oorlogschip ZEELAND, dat gisteravond van IJmuiden wilde vertrekken, is bij het zwaaien van de aanlegsteiger onklaar geraakt en in het Buitengeleidingskanaal naar de oude sluizen met voor- en achterschip aan de grond geraakt. Het schip zit zodanig geboeid, dat, waar thans het water vallende is, vlot komen nier verwacht wordt voor hoogwater hedenochtend tegen 7 uur. De toegang naar en uitgang uit de oude sluizen is momenteel geheel versperd.
Later bericht. Hr.Ms. ZEELAND is hedenmorgen vlot gekomen en naar Nieuwediep vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juli. Te Kralingscheveer is van de werf van de firma Marckmann & Faasen een stalen schroefsleepboot (opm: mogelijk de NOORDWIJKERHOUT) te water gelaten, terwijl de kiel werd gelegd voor een zelfde boot, beide voor binnenlandse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juli. Te Lekkerkerk is van de werf van T. van Duijvendijk een Rijnsleepvaartuig, gebouwd voor Duitse rekening, te water gelaten (opm: PATMOS 1303 ton).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 juli. Te Alphen a/d Rijn is van de werf van D. Boot een stalen veerboot te water gelaten, terwijl de kiel werd gelegd voor een stalen zee-motorboot, beide voor binnenlandse rekening.


31 juli 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zaltbommel, 30 juli. Vanmiddag werd alhier met goed gevolg te water gelaten de stoomboot DAGBJÖRG, een zeevrachtboot van 1.190 ton. Het schip is gebouwd onder toezicht van Norske Veritas Experts en wordt in de hoogste klasse van Veritas opgenomen. Zij is gebouwd voor een rederij te Drammen en wordt voorzien van moderne laad- en losinrichtingen. De ketels en machines, die in Engeland worden gemaakt, zullen hier aan de werf worden ingebouwd, de boot zal na afwerking onder eigen stoom naar haar bestemming vertrekken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 juli. Het Nederlandse stoomschip BALI, groot bruto 3.380 en netto 2.555 register ton, in 1899 door de firma Carmichael & Co. te Greenock gebouwd met triple-expansie machines, die cilinders hebben met middellijnen van 23, 38 en 62 Engelse duim, en een slag van 42 Engelse duim, is door de Mij. Nederland te Amsterdam aan Oosterse kopers verkocht. Dit stoomschip met een laadvermogen van 5.000 ton op een diepgang van 24 voet 5 duim, heeft bij een gebruik van 22 ton kolen per etmaal een snelheid van 10 knopen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31juli. Men seint ons uit Hamburg dat het Nederlandse schip JANNA na gelost te zijn naar Hamburg is vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 juli. Dinsdag liep met goed gevolg van stapel van de werf ‘De Hoop’, eigenaar J.J. Bodewes te Pannerden, een geheel van Siemensz Martin staal gebouwd Rijnschip, groot ca. 425 last, voorzien van een salonroef, gebouwd voor rekening van de heer H. Luxum te Irlich bij Neuwied. Tevens werd de kiel gelegd voor een Rijn-Herne kanaalschip, eveneens voor Duitse rekening. Met augustus/september wordt de werf van elektrisch licht en krachtbedrijf voorzien.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 juli. Sedert maandag ll. worden de assuradeurs te Londen overstelpt met aanvragen voor verzekering in geval van oorlog. De betaalde premie heeft 40 guineas per cent bedragen voor het geval van een oorlogsverklaring tussen Oostenrijk en Servië binnen de komende 7 dagen. Men heeft evenzo 15 guineas per cent betaald voor het geval, dat een van de vier mogendheden, Engeland, Frankrijk, Duitsland of Rusland, in oorlog zal geraken, terwijl 20 guineas per cent betaald werden, voor hetzelfde geval, wanneer zich bij genoemde vier nog de mogendheden Oostenrijk en Italië voegen, en dit voor drie maanden. Een overeenkomstige premie is gesteld, eveneens voor drie maanden, wanneer ook Japan en de Verenigde Staten hij het conflict betrokken worden. Al deze premies zijn belangrijk hoger, dan die, welke toegepast werden tijdens de Balkan-oorlog en de Marokko-crisis.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 juli. De premies voor verzekering tegen oorlogsgevaar zijn woensdag op de Hamburgse zee-assurantiebeurs verder gestegen en wel voor schepen naar St. Petersburg tot 5%. De tarieven bedragen voor schepen van Australische havens 4%, van Cardiff naar Las Palmas 2½%. Bij alle verzekeringen werd de voorwaarde gesteld, dat de schepen bij het uitbreken van een oorlog de dichtstbij zijnde haven moeten binnenlopen en daar blijven liggen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 29 juli. Na van matrozen en stokers voorzien te zijn is het stoomschip ITTERSUM hedenmiddag naar West-Hartlepool vertrokken. Genoemd schip had vastgemaakt daar het geen volk genoeg aan boord had om naar ze gaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 30 juli. Het stoomschip GELRIA is plm. 12 uur vertrokken. Zeventien van de stakende tremmers hebben toegegeven, de overige weigerden het werk te hervatten. Nadat de werkwilligen per sleepboot aan boord werden gebracht, vertrok het schip naar zee.


01 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 augustus. Wij vernemen dat het beladen van het Nederlandse schip PHECDA, dat in het Alexander Dock te Hull ligt, is gestopt. Het lag aldaar voor Russische haven in lading.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Scheepswerf Piet Hein, Bolnes. Hiermede heb ik de eer mijn geachte clientèle in kennis te stellen, dat ik vanaf heden mijn beide zonen P. en H. Schram als deelgenoten in mijn reeds bestaande zaak opgenomen heb.
Met dankzegging voor het vertrouwen, dat de oude firma steeds heeft mogen genieten, beveel ik de nieuwe firma W. Schram & Zonen gaarne aan.
Hoogachtend, ued.dw.dn., W. Schram.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 30 juli. Ook heden werd bij Lloyds veel in oorlogsrisico afgesloten, tegen oplopende premies.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 juli. Heden vertrok de sleepboot ALMAGRO met de Lichters III en IV van Rotterdam met bestemming naar Buenos Aires, bemand en voorzien van een certificaat van zeewaardigheid, door het bureau van kapt. Bertus Bernhard. Het transport zal tot Lissabon onder persoonlijke leiding van kapt. Bernhard plaats hebben, waarna de reis via Dakar/Pernambuco onder commando van kapt. Weltevreden zal vervolgd worden.
- De Nederlandsche sleepboot ZUIDERZEE, met een baggermolen van Toulon naar Rio Grande do Sul op sleeptouw, arriveerde 29 juli te Gibraltar en zou 30 juli de reis voortzetten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 juli. Op de Russische sleepboot SPASATELNAY PARACHOD II (ex Nederlandse sleepboot NEWA), thans aan Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf alhier liggende, is wegens een bergloonvordering beslag gelegd. Deze sleepboot, op reis van Rotterdam naar Sebastopol, 5 juni even buiten de Nieuwe Waterweg gezonken, werd door de firma L. Smit & Co. alhier gelicht en de Waterweg weer binnengebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 30 juli. Met bestemming naar Duitsland passeerde hier voor de eerste reis het nieuwe sleepschip TRIO, groot 975 ton, schipper Admiraal, gebouwd by Duijvendijk te Papendrecht, voor rekening van de heer C. Hovestadt te Rotterdam.
Met bestemming naar Duitsland, passeerde hier voor de eerste reis het nieuwe sleepschip W. VAN DRIEL 59, groot 1.500 ton, schipper Geijteman, gebouwd te Hardinxveld bij de heer Van Vliet, voor rekening van de heer W. van Driel te Rotterdam.


03 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Stoomvaart Maatschappij Nederland meldt dat het de bedoeling is de maildienst in beide richtingen zoveel mogelijk volgens vaarplan voort te zetten. Aan passagiers naar en van Oost Indië wordt aangeraden zich in Amsterdam in te schepen of daar aan land te gaan.
Op verzoek van het hoofdbestuur van de posterijen zal de mail, aan te brengen per stoomschip GROTIUS, die heden te Genua wordt verwacht, te Amsterdam worden gelost.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 2 augustus. Volgens alhier door Bureau Wijsmuller ontvangen telegram vertrok de sleepboot FRIESLAND met de baggermolen MADJOE 29 juli van Algiers naar Port Said en de sleepboot AMSTERDAM van Rotterdam naar Archangel arriveerde 1 augustus te Bergen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 augustus. Hr.Ms. HEEMSKERCK, onder bevel van de kapitein ter zee E. Coenen, is 31 juli te Havanna aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 augustus. De Nederlandse sleepboot OCEAAN, van Montevideo naar Antwerpen, met de baggermolen GELDERLAND, vertrok 31 juli van St. Vincent (KV).
— De Nederlandse sleepboot HOLLAND, van Amsterdam naar Odessa, passeerde 31 juli Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 augustus. Het bureau van kapt. Bertus Bernhard bericht: Gisteren vertrok uit de Nieuwe Waterweg, de sleepboot LETTIE met bestemming naar Londen. Deze sleepboot werd gebouwd door Burgerhout's Machinefabriek & Scheepswerf te Rotterdam, voor rekening van The Thames Steamtug and Lighterage Co., Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 30 juli. Men moet vele jaren teruggaan om bij Lloyds toestanden aan te treffen met betrekking tot oorlogsrisico's als vandaag. De markt was volkomen de kluts kwijt, hetgeen ook wel blijkt uit de cijfers, die natuurlijk boven de gewone verzekering moeten betaald worden. Specie met Duitse lijnboten van de Verenigde Staten, die dezer dagen moeten aankomen, golden 30/-, met Engelse stoomschepen 15/-. Naar en van het Oosten (ex. general average claim) zeilende of op punt staande te vertrekken, werd betaald met Engelse schepen 20/-; naar, van of via het Continent 40/-, evenzeer met Britse schepen. Andere, met uitzondering van Franse, Duitse, Russische of Italiaanse schepen, direct of andere 40/-, Franse, Duitse, Russische of Italiaanse 80/- direct of andere. Alle premies sluiten Oostenrijkse schepen uit.


04 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 3 augustus. Gisteren passeerde de sleepboot FRIESLAND van Southampton naar Makassar met de baggermolen MADJOE op sleeptouw Kaap Blanc.
- De sleepboot LAUWERZEE vertrok 1 augustus van Rio de Janeiro, naar Sint Vincent,
Kaap Verdië.
- Gisteren arriveerde de sleepboot SEINE van Greenock te Fayal.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Men meldt uit IJmuiden dat in verband met de oorlogstoestand aan het Nederlandse stoomschip VLIESTROOM, van Amsterdam naar Londen bestemd, het vertrek verboden is, wegens het vervoer van levensmiddelen. Het schip is geladen met onder meer thee, gezouten vlees en vers geslacht vlees.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd. Het mailstoomschip RINDJANI zal zaterdag 8 augustus om 4 uur namiddag van Rotterdam vertrekken via Southampton naar Port Said en Nederlands Indië. De havens Lissabon, Tanger, Gibraltar en Marseille worden op deze reis niet aangedaan. Aan de Lloydkade bestaat gelegenheid brieven en briefkaarten (aangetekende stukken en drukwerk uitgezonderd) voor Nederlands Indië te posten tot 3.45 uur namiddag.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Holland Amerika Lijn. Aan heren verschepers wordt hierdoor mededeling gedaan dat er gelegenheid bestaat per stoomschip NIEUW AMSTERDAM, 8 augustus naar New York vertrekkende, nog tegen de gewone contractvrachten te verzenden. In verband met de hogere kosten die onder de tegenwoordige omstandigheden aan het onderhouden van haar diensten verbonden zijn, behoudt de Holland Amerika Lijn zich voor volgende afvaarten een wijziging van de vrachttarieven voor. Laatste laaddag te Rotterdam voor het stoomschip NIEUW AMSTERDAM, donderdag 6 augustus.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 3 augustus. De mailboten hebben de laatste dagen buitengewoon druk vervoer van passagiers in beide richtingen, voornamelijk Duitsers en Engelsen, die naar hun respectieve vaderland terugkeren. Op de rede liggen verschillende schepen geankerd die niet zee durven kiezen; onder deze schepen bevindt zich een stoomschip van de Norddeutsche Lloyd, bestemd naar Baltimore, waarop zich ongeveer 900 passagiers bevinden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 augustus. Volgens de Shipping Gazette is de scheepvaart tussen Engeland en St. Petersburg gestaakt. Het stoomschip CITY OF BRADFORD, bestemd voor Hamburg moest te Grimsby blijven liggen en het stoomschip AIREDALE, 1.500 ton steenkool voor Finland ladende, zal niet vertrekken.


05 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De nieuwe torpedoboot G15, is maandagavond door de Marine overgenomen van de Maatschappij Fijenoord, en naar Willemsoord vertrokken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gisteren te Amsterdam in dienst gekomen de pantserboot FRISIO.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Alkmaar, 4 augustus. Van de scheepswerf Nicolaas Witsen, van de firma W.F. Stoel en Zoon alhier, is met goed gevolg te water gelaten een recherche boot SPERWER, lang 92 voet, breed 15 voet, en waarin een 130 pk 2-cilinder ruwe olie motor geplaatst zal worden. De boot is bestemd voor de dienst van de Invoerrechten en Accijnzen op de Nieuwe Waterweg en gebouwd voor het Departement van Financiën.
Verder een luxe motorboot SRI TEMYANG, lang 40 voet, breed 8 voet en voorzien van een 12/15 pk motor, bestemd voor Ned. Oost-Indië.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 augustus. Zondag passeerde de sleepboot FRIESLAND, van Southampton naar Makassar, met de baggermolen MADJOE op sleeptouw Kaap Blanc.
- De sleepboot LAUWERZEE vertrok 1 augustus van Rio de Janeiro naar St. Vincent K.V.
- Zondag arriveerde de sleepboot SEINE van Greenock te Playa.
- De sleepboot THAMES arriveerde 31 juli van Colon te Fayal voor orders.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 augustus. Hr. Ms. pantserschepen KORTENAER en HEEMSKERCK vertrokken 2 augustus van Havanna naar Curaçao.


06 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verkoop van het afgevoerde pantserschip PIET HEIN, bepaald op 18 dezer, is voorlopig uitgesteld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM van de Holland Amerika Lijn, zal naar men hoopt zaterdagnacht vertrekken met ruim 2.000 passagiers, voor het grootste gedeelte 1e klas passagiers. De laatste trein voor passagiers van de Harwich boot, die gisteravond van het station Delftsche Poort vertrok, nam een zeer groot aantal reizigers mee. Ook in Schiedam stapten veel passagiers in deze trein.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 5 augustus. Het Nederlandse stoomschip VLIESTROOM, vanmorgen naar Londen vertrokken, is uit zee teruggekeerd. Het had op ongeveer 65 mijlen uit de kust een Engels oorlogsflottielje van ongeveer 40 schepen ontmoet. Nadat op de VLIESTROOM 3 schoten waren gelost, waarvan één over de boeg ging, werd het stoomschip gepraaid door een Engelse gewapende sloep, waarvan de officier een onderzoek aan boord instelde. Op advies van de Engelse officier keerde de VLIESTROOM naar Nederland terug wegens het gevaar van naderen van de Theems met het oog op gelegde mijnen. De VLIESTROOM ontmoette op zijn terugreis de naar Londen bestemde MAASSTROOM, die daarop eveneens naar IJmuiden teruggevaren is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 augustus. De Engelse bladen wijzen er op, dat ten gevolge van de oorlogsverklaring door Duitsland aan Rusland, de zee-assuradeurs aanzienlijke verliezen zullen lijden. Gedurende de crisis werden tal van verzekeringen gesloten tegen het uitbreken van een oorlog tussen twee van de grote Europese mogendheden, op welke polissen thans het volle bedrag zal moeten worden uitbetaald. LIoyds werd de laatste dagen van de vorige week bestormd met verzekerings-orders tegen oorlogsrisico, en, hoewel de premies spoedig verhoogd werden, zullen de assuradeurs duizenden ponden hebben uit te betalen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 augustus. De sleepboot ALMAGRO, van Rotterdam naar Buenos Aires met een grote drijvende kraan, lag 2 augustus te Deal geankerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Antwerpen, 4 augustus. Volgens zekere inlichtingen blijkt het dat geen schepen onze haven nog zullen mogen verlaten, tenzij een bijzondere toelating van de krijgsoverheid, door bemiddeling van hun respectievelijk consulaat.


07 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland bericht, dat zij gedwongen door de gevolgen van de oorlogstoestand (onder andere gebrek aan steenkolen), haar vrachtbootdienst van Europese havens heeft stopgezet. De vrachtboten die onderweg zijn van Java of vandaar worden geëxpedieerd naar Europa, zullen na vertrek van Port Said naar Amsterdam doorgaan en geen andere havens op dat traject aan doen dan Lissabon voor orders. De maildienst zal zo lang mogelijk voortgezet worden, echter zullen de mailboten tussen Amsterdam en Port Said en vice versa geen havens aan doen, behalve dat de thuis varende mailboten betreft, Lissabon voor orders. De VONDEL, die 1 augustus van hier de 4e augustus van Southampton vertrok, zal ook nog Lissabon aan doen.


08 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Om acht uur gisteravond stroomden honderden passagiers aan boord van de NIEUW AMSTERDAM. Inmiddels was gisteravond kwart voor acht de RIJNDAM van New York terug aan de Wilhelminakade gemeerd. Dit schip is een paar keer opgehouden door Engelse oorlogsschepen, maar uiterst hoffelijk bejegend, en men heeft de kapitein zelfs de veiligste weg gewezen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 7 augustus. Het te IJmuiden binnengekomen Nederlandse stoomschip EUTERPE van Danzig deelt mee dat het donderdagmiddag 1 uur op 55º05’ NB en 16º23’ OL werd aangehouden door de Duitse kruiser HAMBURG, die vergezeld was van 2 onderzeeërs. Na een kort onderzoek werd de EUTERPE ontslagen. Vrijdagmorgen om 7 uur werd de EUTERPE op 53º19’ NB en 04º32’ OL, nadat er een schot gelost was, aangehouden door de Engelse torpedoboot ARIEL, deel uitmakend van een flottielje van 1 kruiser en 20 torpedoboten, doch eveneens na kort onderzoek vrijgelaten. De EUTERPE, die leeg uit Danzig is teruggekeerd, omdat de suiker niet meer verscheept werd, is 2 maal 24 uur opgehouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 7 augustus. Van het gisteren te IJmuiden binnengekomen stoomschip AMSTELSTROOM, van Hull, wordt gerapporteerd dat het op ongeveer 20 zeemijlen van IJmuiden is gepasseerd door een Engelse kruiser, 2 onderzeeboten en 1 torpedoboot. De AMSTELSTROOM is niet aangehouden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 augustus. Het Noorse stoomschip TYSLA, van Las Palmas naar Antwerpen, is bij het doorlopen door de mijnversperringen in de Westerschelde, gisteren namiddag 6 uur vermoedelijk door grote onachtzaamheid, op een mijn gelopen en gezonken. De opvarenden wisten zich, met uitzondering van 3 stokers, die vermist worden, te redden in de sloepen. Zij werden door de mijnenlegger HYDRA te Vlissingen aan de wal gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 augustus. De mailboten van de Maatschappij Zeeland varen niet meer naar Queenborough, doch naar Folkestone.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 augustus. Met goedvinden van de Engelse admiraliteit zal de NIEUW AMSTERDAM Plymouth mogen aandoen om nog enkele Amerikanen, die uit Engeland niet weg konden komen, mee te nemen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 augustus. Naar wij vernemen is de NIEUW AMSTERDAM vanmorgen om 6 uur benoorden het vuurschip de Noord Hinder gepraaid door het stoomschip SOESTDIJK van de Holland Amerika Lijn, dat 11.35 uur in Rotterdam is aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 augustus. Het stoomschip NIEUW AMSTERDAM is de afgelopen nacht om 2.30 uur van hier naar New York vertrokken met 642 passagiers 1e klas, 477 passagiers 2e klas en 869 passagiers 3e klas, waaronder begrepen zijn degenen die te Boulogne sur Mer aan boord komen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 7 augustus. Naar wij vernemen is de TUBANTIA van de Koninklijke Hollandse Lloyd, te Plymouth aangehouden. Men hoopt dat het schip vandaag weer vrijgelaten zal worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 7 augustus. Heden werd van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders alhier te water gelaten een zelf stomende kolentransporteur, zijnde het tweede van 2 geheel gelijke schepen, in aanbouw voor buitenlandse rekening. Deze transporteur heeft een laadruim van 1.000 ton, waarvan de inhoud zich automatisch lost met een snelheid van 500 ton per uur. Het schip is voorzien van 2 stuwschroeven, gedreven door 2 compound stoommachines van 500 ipk, een machine van 120 ipk is aangebracht voor mechanische belading van de transporteur.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam. Uit betrouwbare bron vernemen wij dat van Engelse zijde aan onze regering is meegedeeld, dat de neutraliteit van de Westerschelde door Engeland zal worden geëerbiedigd, zodat dus geen oorlogsschepen de rivier zullen opvaren.
Volgens bericht uit Plymouth zal het stoomschip TUBANTIA van de Koninklijk Hollandse Lloyd, dat daarvoor was aangehouden, morgenochtend vandaar vertrekken. Het stoomschip wordt maandagmiddag te IJmuiden verwacht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam. Het plan bestaat om het stoomschip RINDAU van de Rotterdamsche Lloyd vannacht naar Java te laten vertrekken.


09 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rabat, 27 juli. Het stoomschip HERMINA, 17 april op de baar alhier gestrand, is gistermiddag vlot gebracht. Het stoomschip ligt nu alhier in de rivier ten anker.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 augustus. Men deelt ons mee: De NIEUW AMSTERDAM passeerde hedenmiddag 2.15 uur Dover, waaruit blijkt dat het stoomschip zonder oponthoud vrijwel op volle kracht gestoomd heeft, daar het juist het tijdstip is, waarop volgens berekening Dover gepasseerd moest worden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dakar, 7 augustus. Het Italiaanse stoomschip PROCIDA, dat 25 juli op 35 mijl van de Kaap Verdische Eilanden op zandige bodem vastraakte heeft men niet vlot kunnen brengen. Nadat er ongeveer 2.000 ton steenkool was geworpen hoopte men op 3 augustus te kunnen bergen, doch een tornado maakte de toestand van het stoomschip slecht. Men wacht op orders om de hulp van de Nederlandse sleepboot PALERMO te kunnen aanvaarden. De PALERMO op reis naar Argentinië ligt thans in de haven alhier.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Kapitein P. Van der Heuvel van het stoomschip RIJNDAM van de Holland Amerika Lijn, is vrijdagavond om kwart voor acht uit New York teruggekeerd aan de Wilhelminakade met 12 uur vertraging, door enkele aanhoudingen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Blijkens ambtelijke mededelingen had het Noorse schip TYSLA, een Nederlandse loods aan boord, doch is door grote onoplettendheid uit de merken geraakt. De admiraal van onze Marine is met de gezagvoerder en commandant van de mijnenlegger HYDRA naar het wrak geweest, waarbij bleek, dat dit een enorm stuk uit de merklijn was. De 3 stokers zijn niet gevonden. Het schip stak 25 voet en had dus bij die waterstand niet door de versperring gebracht mogen worden. (opm: De TYSLA is groot bruto 4.676 en netto 2.879 reg. ton. In 1911 werd zij door W. Doxtord & Sons Ltd. te Sunderland gebouwd. Het schip behoort aan de Dampskib Aktieselskab Der Norske Africa & Australia linie te Tönsberg).


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepvaart oponthoud. Rotterdam, 8 augustus. Meer dan 30 passagiersboten worden sedert enige dagen te Gibraltar opgehouden. Hieronder zijn er verscheidene van de Peninsular & Oriental Steam Navigation Co. en van de Union Castle Mail Steamship Co.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Openbare verkoping.
De notaris C. Maas Geesteranus, residerende te Rotterdam, zal, krachtens rechterlijk bevel, in het openbaar in één zitting veilen en verkopen op dinsdag 18 augustus 1914, ’s namiddags te 8 uur, in het Notarishuis te Rotterdam aan de Geldersche Kade:
De in de Nederlanden thuis behorende schroefstoomsleepboot FORTUNA III, gebouwd in het jaar 1911 op de werf van de firma H. Boot & Zonen te Vrijenban, groot 19,12 tonnen, met volledige inventaris, machine en ketel, zomede al het staand en lopend want aan boord aanwezig, niets uitgezonderd. Het vaartuig ligt te Rotterdam in de Leuvehaven en is vanaf 11 augustus 1914 dagelijks te bezichtigen. De veilingcondities zijn gedeponeerd ter Griffie van de Arr.-Rechtbank te Rotterdam, alwaar de kooppenningen moeten worden betaald vóór of op de 25e augustus 1914, waarna de koper het vaartuig terstond kan aanvaarden. Nadere informaties zijn te bekomen ten kantore van de notarissen Schrameier Verbrugge en Maas Geesteranus te Rotterdam, aan de Wijnhaven No. 13, alsmede ten kantore van mrs. Heijman & Crol, Geldersche Kade 23a, aldaar.


10 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 augustus. Wij vernemen dat het stoomschip RIJN zich nog steeds te St. Petersburg bevindt.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlieland, 10 augustus. Het van Goole naar Harlingen bestemde stoomschip FRIESLAND, dat heden van het Stortemelk kwam, vertrok naar Nieuwediep.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 augustus. Het stoomschip MIZAR van St. Petersburg naar hier, passeerde 8 augustus met alles wel te Bornholm.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De aanhouding van de TUBANTIA. Over deze aanhouding meldt men ons uit IJmuiden: De TUBANTIA werd in de Golf van Biscaye aangehouden door de Engelse kruiser HIGHFLYER, waarvan 3 officieren een onderzoek kwamen instellen. Op order van de Engelse commandant werd de TUBANTIA gelast naar Plymouth te stomen onder escorte van de kruiser, ofschoon de bestemming Dover was, omdat vermoed werd dat de TUBANTIA contrabande goederen voor Duitsland in had. De lading van de TUBANTIA bestond uit mais, koffie, ijzerwaren, Argentijns vlees, en 6 miljoen NLG aan goud geld, namelijk 500.000 GBP, meegenomen van Buenos Aires en bestemd om in Dover te lossen, voor het grootste gedeelte voor de Engelse banken en gedeeltelijk voor Duitsland. De TUBANTIA vervoerde 385 passagiers onder wie 164 van Duitse nationaliteit. Van deze is een 30-tal reservisten te Plymouth aangehouden. De TUBANTIA heeft van donderdagmorgen tot zaterdagavond op de rede van Plymouth gelegen onder militaire bewaking en is vandaar, na de Engelse passagiers en het goudgeld geborgen in 100 kisten, ontscheept te hebben, rechtstreeks naar IJmuiden gestoomd, waar het stoomschip zondagavond te 10 uur aankwam. De TUBANTIA is hedenmorgen vroeg naar Amsterdam opgestoomd.
Uit Amsterdam meldt men ons: De TUBANTIA, het jongste schip van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, is hedenmorgen 10 uur behouden te Amsterdam aangekomen. Gesleept door de PIETER GOEDKOOP DZN. van Gebr. Goedkoop, voer de TUBANTIA de haven van de Stoombootmaatschappij binnen. Kapitein Wytsma stond bij het binnenkomen zelf op de commandobrug. Van enige opvarenden vernemen wij, dat reeds kort na het passeren van de linie aan boord de ernstige toestand in Europa bekend werd. Vóór Lissabon geschiedde er evenwel niets bijzonders. In laatstgenoemde plaats echter ontstonden er al moeilijkheden, doordat de passagiers geld te kort kwamen, Schatrijke mensen, die noch goud, noch bankpapier bij zich hadden, doch in de veronderstelling verkeerden, in Lissabon hun cheques te kunnen verzilveren, zagen zich teleurgesteld. Zij konden op de cheques voor het merendeel, om zo te zeggen, geen cent krijgen en degenen, die goud bezaten, hielden het zo stevig mogelijk vast. In verband met een en ander keerden de Braziliaanse minister Azevedo, die met zijn vrouw en dochter naar Europa was gereisd en een uit 8 personen bestaande familie uit Sao Paulo dadelijk met de in Lissabon liggende GELRIA van dezelfde maatschappij naar hun vaderland terug. Dat de stemming onder de passagiers na het vertrek uit Lissabon reeds weinig monter was, laat zich begrijpen. Nochtans ging alles voorlopig goed. Maar woensdagmiddag begon de misère, in de Golf van Biscaye. De kruiser HIGHFLYER van de Engelse marine naderde de vreedzame TUBANTIA en loste het gebiedende schot van stilliggen. De TUBANTIA gehoorzaamde onmiddellijk. Er kwamen Engelse marineofficieren en 8 soldaten, zogenaamde ‘volunteers’, aan boord. De officieren verzochten op zeer innemende, maar besliste toon, de HIGHFLYER naar Plymouth te volgen, waar de admiraliteit dan verder zou beslissen. De Engelsen bleven aan boord. De twee officieren tafelden aan de dis van de passagiers mee. In Plymouth werd het ganse schip en natuurlijk ook de lading onderzocht. De TUBANTIA had 90 kisten goud aan boord, ter waarde van ongeveer 3½ miljoen, bestemd voor de London Bank en de Deutsche Bank te Londen. Deze zouden in Dover uitgeladen worden, maar voor alle zekerheid nam de admiraliteit in Plymouth ze maar terstond in ontvangst. Wat de passagiers aangaat, er waren ongeveer 70 Belgen en Fransen, die anders te Boulogne van boord zouden gaan, maar wie vrijdag te Plymouth werd toegestaan zich te verwijderen. Tegenover de aanwezige Duitse passagiers werden andere maatregelen genomen. Wie van hen militair-plichtig was of scheen, werd aangehouden en als krijgsgevangene weggevoerd.
De TUBANTIA kreeg zaterdagochtend verlof om te vertrekken en er werd een certificaat van de admiraliteit meegegeven, dat voor een eventueel opnieuw opbrengen kon vrijwaren. Nochtans moest men te Dover opnieuw geruime tijd liggen blijven, aangezien ook daar een Engelse kruiser de TUBANTIA aanhield. Nadat men nauwelijks een uur was opgestoomd en langs de Engelse kust in de buurt van Queenborough was gekomen, werd nogmaals dit bevel ontvangen, weer van een ander Engels oorlogsschip. Tenslotte ontmoette de TUBANTIA gistermiddag in volle zee een groot Engels eskader, bestaande uit een slagschip en ongeveer 20 kruisers. De commandant van het eskader gebood te stoppen. Maar het certificaat van Plymouth miste ook hier zijn uitwerking niet en verschafte aan de Nederlandse vlag verder vrije doortocht. Eindelijk bereikte men gisteravond tegen 10 uur IJmuiden, van waar hedenmorgen om half zeven naar de hoofdstad kon worden opgevaren. Vele Duitse schepen heeft de TUBANTIA onderweg niet ontmoet. In de buurt van Dover zag men het wrak van een Duits schip en op de Noordzee een enkele koopvaarder, doch van Duitse oorlogsschepen heeft men niets gemerkt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 augustus. Volgens een met vertraging hier aangekomen telegram is het Nederlandse stoomschip ALCOR, van Van Nievelt Goudriaan & Co's Stoomvaart Maatschappij, 26 juli van hier naar Kroonstad vertrokken, gezonken. De bemanning is gered en te Helsingfors geland vanwaar zij over Zweden en Engeland de terugreis naar hier zal aanvaarden. Nadere bijzonderheden worden niet gemeld, doch waar de gehele bemanning is gered, heeft het schip zeer waarschijnlijk op een klip gestoten.
De ALCOR was groot bruto 3.233 en netto 2.006 registerton. De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij leverde de ALCOR in 1912 aan voornoemde firma af.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Bahia Blanca, 10 juli. De Nederlandse sleepboot BEVERWIJK XII, die op 2 juni in aanvaring is geweest met de sleepboot LIBERTE, is de volgende dag te Puerto Militar onderzocht, waarbij gebleken is, dat de BEVERWIJK XII belangrijke schade heeft geleden.


11 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 9 augustus. Alle toeristen die met het stoomschip TABANAN naar Marseille zijn gegaan, zijn gisteren met het stoomschip OPHIR hier teruggekeerd. In overleg met de Engelse consul en de Maatschappij Zeeland, heeft de firma J. en A. van der Schuyt hier ter stede gisteren, een boot laten afvaren voor een aantal hier gisteren aangekomen Engelsen, die geen gelegenheid hadden de vanmorgen varende mailboot te bereiken. Bij voldoende deelname is het voornemen, dagelijks een boot in aansluiting op de Vlissingse dagboot te laten afvaren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De toeristen die per stoomschip TABANAN naar Marseille zijn gegaan, keren per stoomschip OPHIR, dat zaterdag van Marseille is vertrokken naar Rotterdam terug. (verbeterd bericht)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Volgens een draadloos bericht via Crookhaven was het stoomschip NIEUW AMSTERDAM van Rotterdam naar New York 10 dezer ’s middags 12 uur op ongeveer 221 mijl van Scilly.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 augustus. Volgens een door de rederij Van Nievelt, Goudriaan & Co. alhier ontvangen bericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn de stoomschepen ALIOTH en ALKAID te St. Petersburg aangekomen, en is het stoomschip MIZAR, dat te Papenwick was aangehouden, inmiddels Bornholm gepasseerd op reis naar Rotterdam.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 augustus. Het Nederlandse stoomschip ARUNDO, van Blyth naar Kroonstad, is te Papenwick binnen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 augustus. Het Nederlandse stoomschip LETO is gisteren van Archangel te Amsterdam aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 augustus. Het stoomschip KORTENAER, van Archangel te Zaandam aangekomen, werd nabij Bergen door een Engelse torpedoboot aangehouden en onderzocht. Na het onderzoek mocht de reis worden voortgezet.


12 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 augustus. Volgens een bij de rederij ontvangen bericht is het Nederlandse stoomschip ALCOR aan de Finse kust door de Russen genomen en tot zinken gebracht. De opvarenden bevinden zich thans te Stockholm en ondervinden als gevolg van de abnormale toestanden moeilijkheden om spoedig naar Nederland terug te keren.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Baarn, 11 augustus. De Nederlandse zeesleepboot HOLLAND, met een 40-ton drijvende kraan op sleeptouw van Haarlem naar Odessa bestemd, arriveerde volgens een door Bureau Wijsmuller ontvangen telegram heden te Malta. Alles wel.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vanmiddag om half twee is de CHRIEMHILDE van de Nederlandse Stoombootrederij alhier, die een sneldienst onderhoudt tussen Keulen en Koblenz, welke dienst door de oorlog gestaakt wordt, met een groot aantal passagiers, ruim 250, huiswaarts gekeerd. Voor het overgrote deel waren het Amerikanen en Engelsen die evenals de overige passagiers, toeristen wat blij waren dat ze hier konden aanlanden, doch wel dadelijk enigszins teleurgesteld waren, dat ze niet onmiddellijk naar Engeland konden. Er waren er die dadelijk naar Den Haag wilden, de meesten namen echter hun intrek in de hotels. Grote bezorgdheid toonden allen voor hun bagage. Slechts een kleine minderheid durfde de zorg ervan over te laten aan de vele bestellers, die zich bij de landingsplaats hadden geposteerd. De meesten kwamen gepakt en gezakt de boot af, en bleven dit.
De CHRIEMHILDE is maandag namiddag half een uit Koblenz vertrokken en voer gisteren door tot Emmerik. Te Keulen kwamen de meeste passagiers aan boord. Naar de kapitein de heer Buhlons meedeelde, heeft zich gedurende de hele reis niets bijzonders voorgedaan. Alleen het visiteren van de enorm grote hoeveelheid bagage, vorderde aan de verschillende landingsplaatsen heel wat tijd, zodat daardoor vooral de reis vertraagd werd. De WILHELMINA en de WILLEM III van dezelfde stoombootrederij, die een sneldienst onderhouden tussen Keulen en Mainz, zijn reeds thuis. Deze boten zijn naar Kinderdijk gedirigeerd, om daar afgetakeld te worden voor de gewone dienst. Tot hetzelfde doel gaat ook de CHRIEMHILDE daarheen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De firma Müller & Co. heeft haar stoomvaart verbinding tussen Rotterdam en Londen alleen voor goederenvervoer gedeeltelijk hervat. Vanavond vertrekt het stoomschip CALEDONIA en morgenavond het stoomschip HOLLANDER.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 augustus. Het stoomschip KANGEAN, dat van Hamburg hier aankwam, werd door militairen de Elbe afgebracht. Eerst na het passeren van Cuxhaven mochten de opvarenden zich op dek vertonen.


13 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Een dagmailboot van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland, zal 3 reizen per week van Vlissingen naar Engeland maken. Morgen wordt de eerste reis gedaan.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip ADMINISTRATEUR DE BADT heeft uit Vlissingen alhier aangebracht 116 kajuit en 672 tussendekpassagiers van het stoomschip MAIN, van de Norddeutscher Lloyd, welk stoomschip te Antwerpen is opgelegd. Deze passagiers vertrekken zaterdag met het stoomschip NOORDAM van de Holland Amerika Lijn naar New York.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De stoomvaartlijn Rotterdam - Londen heeft met een stoomschip, de IMPORT, de dienst heropend. Er worden maatregelen beraamd om ook naar Hull een stoomschip te laten varen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 11 augustus. De dag-mailboten van de Maatschappij Zeeland zijn thans alle opgeschut en liggen in de Binnenhaven te Vlissingen, daar de dagdienst thans door de nachtboten, wordt onderhouden en de nachtdienst gestaakt is.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 9 augustus. Het alhier zijnde Zweedse stoomschip AURORA, en het te Groningen liggende Zweedse stoomschip SONJA hebben hun lading hout gelost en zijn tot nader order opgelegd.


14 augustus 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 augustus. Het stoomschip NOORD-HOLLAND arriveerde 13 augustus met lading van Rotterdam te Hull. Dit is na het begin van de oorlog de eerste boot die met lading van Rotterdam te Hull arriveerde.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 augustus. De sleepboot ALMAGRO, van Rotterdam naar Buenos Aires met twee lichters, passeerde 11 augustus Dungeness.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 11 augustus. Het stoomschip HEELSUM ligt thans te St. Petersburg en het stoomschip HILVERSUM te Wyborg. Beide schepen worden opgehouden wegens het gesloten zijn van de havens.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 12 augustus. De van Rotterdam komende Nederlandse motorboot ARES in het Suezkanaal met defecte machine.


15 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gisteravond ruim 10 uur is het stoomschip OPHIR van de Rotterdamsche Lloyd hier teruggekeerd. Aan boord bevonden zich ook ruim 40 toeristen, die met het stoomschip TABANAU dinsdag 4 augustus te Marseille waren aangekomen. De OPHIR is 4 maal aangehouden, 3 maal door een Engels oorlogsschip en 1 maal door een Frans oorlogsschip. Elk oponthoud duurde ongeveer 50 minuten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 14 augustus. Het Nederlandse stoomschip BETSY ANNA, van Sunderland herwaarts, zit in het Zuiderrak aan de grond. De sleepboot CONCORDIA vertrok ter assistentie. (opm: zie ook RN 170814)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 13 augustus. De Nederlandse zeesleepboot FRIESLAND, van Southampton naar Makassar met de baggermolen MADJOE op sleeptouw, arriveerde gisteren te Port Said. Alles wel.


16 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

IJmuiden, 15 augustus. Het Nederlandse stoomschip KINDERDIJK, zaterdagavond van Methil te IJmuiden aangekomen rapporteert de vorige nacht op de Noordzee te hebben overstoomd de Engelse torpedojager BULLFINCH, die zo goed als doormidden gesneden werd. Vermoedelijk zijn enkele opvarenden verdronken. Vijf ernstig gewonden werden aan boord van de KINDERDIJK verbonden en later overgegeven aan een andere torpedoboot, die verdere hulp verleende. De KINDERDIJK bekwam lichte schade. De aanvaring wordt geweten aan een verkeerde manoeuvre van de BULLFINCH.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 16 augustus. De firma Wm.H. Müller & Co. laat vanavond het stoomschip ELVE van hier naar Londen vertrekken. De CALEDONIA wordt morgen uit Londen hier terug verwacht en vermoedelijk dinsdag of woensdag wordt ook de vaart op Hull heropend met het stoomschip PROFESSOR BUYS.


17 augustus 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 14 augustus. Het Nederlandse stoomschip BETSY ANNA is na twee lichters gelost te hebben, met het tij van hedenmiddag, met assistentie van de sleepboot CONCORDIA, vlot en in de haven gekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Port Said, 13 augustus. De motorboot ARES heeft gerepareerd en de reis voortgezet.


19 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Berlijn, 18 augustus. Het opblazen van het stoomschip ALCOR.
Gisteravond is te Rotterdam teruggekeerd de kapitein H. Ebes met 3 stuurlieden van het stoomschip ALCOR (Van Nievelt, Goudriaan & Co.) welk stoomschip, geladen met 5.250 ton steenkool door de Russen is opgeblazen voor de ingang van de haven van Hangö in Finland. Het schip was 26 juli van Rotterdam vertrokken en voer de 31e juli de Finse Golf in. Om 11 uur ’s avonds kwamen plotseling 2 torpedoboten dichtbij het schip, waarvan één een schot voor de boeg van de ALCOR vuurde, waarop deze onmiddellijk stopte. De torpedoboot naderde zo dichtbij mogelijk als de zeer onstuimige zee dit toeliet en vroeg naar de nationaliteit, naam, bestemming en lading van het schip. Nadat daarop was geantwoord, kwam de mededeling dat de vaart naar Kroonstad (de bestemming) verboden was, en men moest terugkeren of naar Hangö moest stomen waar men zich 25 mijl vandaan bevond. De kapitein van de ALCOR besloot tot dit laatste, en ’s morgens om 6 uur ankerde men op de rede van genoemde plaats. Na ingeklaard te zijn seinde de gezagvoerder aan de rederij het gebeurde, en vroeg om instructie. Zondagmorgen 2 augustus kwam evenwel weer een Russische torpedobootjager langszij en vroeg men opnieuw naar de bestemming, lading en wie de ontvangers waren. Daarna verdween de torpedoboot. Even later kwam er een ander Russisch marinevaartuig langszij. Er kwam een officier aan boord, die gelastte ligplaats in de haven in te nemen, terwijl hij tevens het schip inspecteerde. Toen de gezagvoerder hier tegen protesteerde en zei op de rede te willen blijven, daar hij elk ogenblik orders kon verwachten, beval de Rus onmiddellijk aan zijn bevelen te voldoen, daar hij anders andere maatregelen zou nemen. Kwart voor twaalf stoomde toen de ALCOR onder bevel van een loods, die inmiddels aan boord gekomen was, naar de haven en op bevel van voornoemde officier, werd het schip aan de ingang van de haven gemeerd, dwars voor de opening. Toen de gezagvoerder de bedoeling, het schip als versperring te gebruiken, doorzag, uitte hij opnieuw een protest, er op wijzende dat het schip aan een neutrale staat behoorde. De Russische officier antwoordde dat het oorlog was, en alles betaald zou worden, terwijl hij daar aan toevoegde dat de opvarenden binnen een half uur van boord moesten zijn. Daarop werden dynamiet batterijen in het ketelruim en de machinekamer geplaatst, die elektrisch verbonden werden met de wal. Om half twee werd de bemanning aan land gebracht en om 10 minuten over twee werd een luide knal gehoord. Er vlogen stukken in de lucht en een grote kolom stoom kwam uit de machinekamer. Daarna helde de ALCOR naar bakboord over en zonk langzaam weg. De bemanning werd naar het politiebureau gebracht en na een paar uur wachten naar een hotel.
De middag van de 3e augustus heeft de gezagvoerder van de ALCOR met een gedeelte van de bemanning een verklaring afgelegd voor het plaatselijke gerecht te Hangö en tevens protest aangetekend tegen het doen zinken van zijn schip door de Russische overheid, hem en zijn reders alle rechten voorbehoudend voor de geleden schade. De gezagvoerder kreeg verder het bevel van het hoofd van de politie om met zijn bemanning naar Helsingfors (opm: nu Helsinki) te reizen, waarvoor vrijbiljetten werden verstrekt, doch kapt. Ebes weigerde te vertrekken alvorens hij zijn verklaring en protest in zijn bezit had. Vier dagen is hij te Helsingfors gebleven. Met lof heeft hij getuigd van de grote welwillendheid die hem en zijn bemanning door de Nederlandse consul de heer F. Stockman is bewezen. Ook op de reis door Finland, Zweden en Duitsland naar hier, hebben zij van de overheden alle mogelijke steun gehad. De Russische regering heeft toegezegd de waarde van het schip en de daarmee verloren gegane goederen, na de oorlog te vergoeden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het ongeval met de BULLFINCH. Men meldt ons uit Amsterdam: Op vrijdagavond laatsleden op de Noordzee ongeveer ter hoogte van Yarmouth heeft het Nederlandse stoomschip KINDERDIJK, van Solleveld, van der Meer en van Hattum’s Stoomvaartmaatschappij te Rotterdam, de Engelse torpedojager BULLFINCH overvaren en ernstig beschadigd. Bovendien zijn er bij die gelegenheid op de BULLFINCH enkele mensenlevens verloren gegaan. Wij hebben aan de gezagvoerder van de KINDERDIJK, kapt. R. Teensma nadere inlichtingen gevraagd. De kapitein herinnerde ons er aan, dat de schepen verplicht zijn elkaar aan bakboordzijde te passeren. Daar het rode licht van de BULLFINCH aan die zijde gezien werd en het Engels oorlogsvaartuig geen duidelijke aanwijzingen deed, dat een bijzondere manoeuvre zou worden uitgevoerd, verwachtte de kapitein, dat naar de voorschriften zou worden gehandeld. In de onmiddellijke nabijheid van de KINDERDIJK wierp de BULLFINCH plotseling het roer om en trachtte waarschijnlijk vertrouwend op haar snelheid, dwars voor de boeg van het Nederlandse stoomschip te passeren. Men weet met welk een ongelukkig gevolg. De zwaarbeladen KINDERDIJK ramde de ongelukkige torpedojager even voor de midscheeps, en dit met zoveel kracht, dat de voorsteven van de BULLFINCH gedeeltelijk vernield werd en dit schip water maakte. De KINDERDIJK kwam er met geringe schade af, en zelfs werd de schok aan boord niet heel sterk gevoeld.
Dadelijk na de aanvaring liet kapt. Teensma met volle kracht achteruit slaan en vervolgens liet hij 3 boten uitzetten. Zeventig man equipage zijn toen overgebracht en hieronder waren er vijf die brandwonden hadden gekregen door ontsnappende stoom, later, toen bleek dat de BULLFINCH bleef drijven op haar waterdichte schotten is de Engelse equipage weer afgehaald, de BULLFINCH is toen door een ander Engels vaartuig op sleeptouw genomen, om naar de dichtstbijzijnde haven te worden gebracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Batavierlijn heropent gedeeltelijk de dienst op Londen, ook voor passagiers. Morgenavond vertrekt van hier het stoomschip BATAVIER III en zaterdag de BATAVIER IV.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nieuwe schepen voor de Scheepvaart & Steenkolen Maatschappij.
Rotterdam, 18 augustus. Naar wij vernemen zijn de stoomschepen NIEUWLAND en OOSTERLAND van de Scheepvaart & Steenkolen Maatschappij alhier in de vaart gebracht en zullen aanstaande zondag met lading van de Tyne alhier aankomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 augustus. Van de werf van Gebr. van der Windt te Vlaardingen is te water gelaten het stalen lichterschip JOHANNA GEERTRUIDA, groot 170 ton, gebouwd voor de heer Westerduijn alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 18 augustus. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE met een baggermolen op sleeptouw van Toulon naar Rio Grande do Sul, arriveerde 15 augustus te St. Vincent en de Nederlandse sleepboot NOORDZEE arriveerde op dezelfde dag te St. Vincent K.V. van Puerto Militar. De NOORDZEE zal thans de baggermolen verder naar Rio Grande do Sul slepen en de ZUIDERZEE vertrekt naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het Panamakanaal geopend. De Panamakanaal-zone vierde zaterdag de opening van het kanaal. De feestelijkheden waren echter zuiver plaatselijk en zij droegen geen internationaal karakter. De voornaamste gebeurtenis van de dag was het door het kanaal varen van de oorlogsstoomboot ANCON van het departement van oorlog van de Verenigde Staten. Het schip voer door de Gatun-sluizen in 70 minuten en werd gevolgd door verscheiden andere schepen. De vaart door het kanaal is dus officieel geopend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. De stranding van het stoomschip DOROTHEA. De Raad heeft gisteren te Amsterdam een onderzoek ingesteld betreffende het stranden op Chesil Beach (nabij Portland) op 14 febr. jl. van het stoomschip DOROTHEA. reder P.W. Louwman te Rotterdam, gezagvoerder Kl. Wegener. Het schip was op de reis van Marbella naar Rotterdam. De berichten in die dagen uit Weymouth meldden, dat een hevige ZW storm het schip op de rotsen had gesmeten. Het volk werd gered. Assuradeuren sloten nog met de Salvage Association te Londen een bergingscontract voor GBP 3.750 op de basis “No cure no pay”; men hoopte met het aanstaande springtij (plm. 13 maart) het schip vlot te brengen; de bergingsstoomboot LYONS werd daartoe op 2 maart van IJmuiden uitgezonden, maar zonder het gewenste gevolg. De kapitein, Kl. Wegener, als getuige gehoord, verklaarde, dat het schip met 22 koppen bemand was en erts in lading had, toen het op 7 febr. van Marbella vertrok. Op de dag van het ongeval stond hij op de brug, toen het schip op het strand geworpen werd. Er was niet gelood; het zou volgens getuige weinig gegeven hebben. De aanmerking werd ook gemaakt, dat 3½ dag gevaren werd zonder bestek te nemen. Aan de kapitein wordt meegedeeld, dat het onderzoek ook zal lopen over de vraag of het ongeval te wijten is aan een daad van nalatigheid zijnerzijds.
De 1e stuurman, H. Carst, verklaart, dat in de Golf van Biscaye zwaar stormweer was. Gevaren werd op gegist bestek. In de buurt van Ouessant werd niet gelood. Dat Het Kanaal ingevaren werd, werd opgemaakt uit de tegenkomende schepen. Men meende (tussen 12 en 4 's nachts) Ouessant dwars te hebben. De kaart werd gehouden tot 's morgens 8 uur, bij een vaart van 7½ à 8 mijl. De gehele dag werd niet gelood; er werd zelfs niet over gesproken. 's Avonds tegen 9 uur zat het schip vast. De kapitein verklaart, dat hij meermalen had gezegd: „als we een patentlood hadden, zouden we kunnen loden". De schriftelijke verklaring van de 2e stuurman bevestigt die van de eerste. De kapitein wees er ten slotte nog op, dat in het begin van het jaar het weer zó slecht was, dat terzelfder hoogte zes schepen zijn gebleven. Het onderzoek werd hierna gesloten; de Raad zal later uitspraak doen.


20 augustus 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 augustus. Onder het hoofd “Een Kromhout sleepboot" maakt de Shipping Gazette melding van de KROMHOUT VIII, voorzien van een 2 cil. Kromhoutmotor 130 pk. waarmede een snelheid wordt verkregen van 10½ mijl. Het schip heeft in de Oostzee zwaar weer ontmoet en bewezen in elk opzicht te voldoen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 19 augustus. De Nederlandse sleepboot SEINE met een kraanponton van Glasgow naar Quebec, arriveerde 18 augustus te Sydney. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nystad, 4 augustus. Daar in Finland de staat van beleg is afgekondigd, wordt aan alle schepen verboden de Finse havens te verlaten. Alle lichten zijn geblust en de merken In de vaarwaters weggenomen, zodat de scheepvaart als sloten kan worden beschouwd.


21 augustus 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 augustus. Op de scheepswerf van de firma L. Smit & Zn. te Kinderdijk is de kiel gelegd voor een stationaire hopperzandzuiger voor Nederlandse rekening. Machine, ketel enz. worden door dezelfde firma vervaardigd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 augustus. Van J. & K. Smit's Scheepswerven te Krimpen a/d Lek is met goed gevolg te water gelaten de welzuiger FIBRONIA, bestemd voor Nederlandsch-Indië. Het schip heeft een lengte van 46 m., een breedte van 8 m. en een diepte van 3,50 m. Machine en ketel van 400 ipk worden vervaardigd op de machinewerf ‘Kinderdijk’.
(opm: dit BN 665, evenals de in augustus 1913 opgeleverde POSIDONIA, beide voor Anglo Foreign Fiber Co, Londen, waren bestemd voor het baggeren van fiber bij Port Pirie, Zuid-Australië)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dordrecht, 18 augustus. Heden werd door de N.V. Scheepswerf Dordrecht alhier met goed gevolg te water gelaten het casco van een profielzuiger van de volgende afmetingen 37 x 7 x 3 meter. Op de vrijgekomen helling zal de kiel gelegd worden van een petroleum motortankschip voor rekening van de Anglo Saxon Petroleum Cy. te Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 19 augustus. Familiebetrekkingen van opvarenden op de stoomschepen MERCURIUS en OBERON van de K.N.S.M., welke thans in St. Petersburg liggen, zullen met genoegen vernemen dat een ingezetene uit Watergraafsmeer een bericht ontving dat tot 7 augustus “alles wel aan boord" was. Dit bericht werd ontvangen door tussenkomst van een reiziger, die de 8 dezer van St. Petersburg vertrok en via Zweden en Denemarken Rotterdam bereikte.


22 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de afgelopen nacht is het stoomschip RIJNDAM van de Holland Amerika Lijn van hier naar New York vertrokken met 440 eerste klas passagiers, 455 tweede klas passagiers en 389 derde klas passagiers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 21 augustus. De sleepboot FRIESLAND, van Amsterdam naar Makassar met de baggermolen MADJOE op sleeptouw, vertrok 17 augustus van Suez.
— De sleepboot THAMES, van Fayal naar Genua, passeerde 20 augustus Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 21 augustus. Naar aanleiding van de ontstemming, die de verhoging van de scheepsvrachten met 50% in Engeland heeft verwekt, wijst de ‘Financial Times’ op het feit, dat de scheepvaartmaatschappijen met veel grotere onkosten werken dan vroeger. De maatschappijen moeten een veel hogere prijs voor steenkolen betalen en men moet rekening houden met de verzekering tegen molestgevaar, terwijl slechts zeer weinig schepen geheel geladen naar zee gaan. De meeste rederijen werken met verlies, behalve die, welke gouvernementsorders uitvoeren.


24 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Nederlandse schepen, die volgens door ons ontvangen telegram in de Finse Golf op een mijn zijn gelopen, moeten de ALICE H en de HOUTDIJK zijn. Vanmiddag hebben de reders uit St. Petersburg een telegram ontvangen van de Nederlandse consul aldaar, meldende dat beide schepen bij het eiland Dagö waren vergaan. De ALICE H van de N.V. Stoomvaart Maatschappij Sophie H (Nico Haas) te Rotterdam meet 3.052 ton bruto en 1.895 ton netto, is in 1911 gebouwd door de Rotterdamsche Droogdok Mij. De HOUTDIJK (ex. Engels stoomschip DRUMBAIN), van de firma Solleveld, Van der Meer en T.H. van Hattum’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam meet 2.336 ton bruto en 1.491 ton netto en is in 1902 gebouwd bij W. Gray en Co. Ltd. te West Hartlepool.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 21 augustus. Het Nederlandse stoomschip NICOLAAS, van Leith alhier aangekomen, heeft aan boord 37 Nederlanders, die aan boord van Duitse loggers in dienst waren. De Duitse loggers VESTA (AE 79), VEGESACK 24 en 17 en de ELSFLETH I werden door Engelse oorlogsschepen in de grond geboord. De logger BRANDENBURG (AE 87) werd te Cromarty en ELSFLETH I te Aberdeen binnen gebracht.


25 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Berlijn, 24 augustus. De mijnen waarop 2 Nederlandse stoomschepen in de Finse Golf zijn gelopen, waren Russische mijnen. De bewering dat Duitse mijnen de oorzaak zouden zijn van dit ongeluk is niet waar, want de Duitse mijnen zijn in de Noord- en Oostzee zo gelegd dat de neutrale scheepvaart er geen schade van kan ondervinden.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Scheepsramp. De reders van de stoomschepen ALICE H en HOUTDIJK, zijn nog steeds zonder directe berichten van de opvarenden van hun schepen. Evenmin zijn zij bekend met de verblijfplaats van de geredden. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken deelt thans mee dat van de ALICE H de gezagvoerder en diens vrouw zijn verdronken en nog 8 van de opvarenden. De 1e stuurman en 12 opvarenden werden gered. Van de HOUTDIJK is de kapitein gered. Daarentegen zijn daarvan de 1e machinist en diens vrouw verdronken. Van dit schip, zijn behalve de kapitein nog 10 van de opvarenden gered, 13 man zijn verdronken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende de stranding van het stoomschip DOROTHEA op 14 februari 1914 op Chesil Bank.
De Raad is van oordeel, dat het in de avond van 14 februari 1914 ter plaatse, waar de DOROTHEA zich bevond, een slecht vurenzicht boven het land moet zijn geweest, daar men anders van de DOROTHEA de lichten van de Engelse kust had gezien, hetgeen niet het geval is geweest. Is deze omstandigheid mede aanleiding geweest tot het ongeval, dit laatste ware voorkomen, indien de gezagvoerder van de DOROTHEA gelood had. Dit was plicht geweest, waar sedert 11 februari geen behoorlijk bestek genomen had kunnen worden en men verwachten kon, dat de Engelse kust in de nabijheid moest zijn. Het feit dat ’s morgens een Summerlyn verkregen was, ontsloeg de kapitein geenszins van die plicht, daar hij niet kon weten, op welk punt van de Summerlyn hij was en dan ook na stranding is gebleken, dat hij ongeveer 30 mijl voorlijker was, dan het gegist bestek aangaf. Van ongeveer 6 uur ’s avonds af tot dat de DOROTHEA strandde, is het schip door een vaarwater gegaan van minder dan 30 vadem diepte en bij loding had men derhalve kunnen bemerken, dat de diepte voortdurend geringer werd, dat men het strand naderde en dat de uiterste voorzichtigheid geboden was. En al moge het loden met een handlood in de gegeven omstandigheden bezwaarlijk zijn geweest, onmogelijk was het zeker niet en de bezwaren hadden de kapitein niet mogen weerhouden deze zo noodzakelijke veiligheidsmaatregel te nemen.
De Raad is van mening, dat het niet-loden te beschouwen is als een ernstige nalatigheid van de schipper, welke de stranding van de DOROTHEA heeft ten gevolge gehad.
De Raad straft mitsdien Klaas Wagener, schipper van de DOROTHEA, wonende te Rotterdam, door hem de bevoegdheid te ontnemen gedurende een termijn van vier weken als schipper op een schip als bedoeld in Art. 2 van de Schepenwet te varen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende het aan de grond lopen op 6 mei jl. bij Sitta Hattu (nabij Wiborg) van het klipperaakschip HOLLANDIA, schipper-eigenaar H. Salomons te Gasselternijveen.
Als eerste getuige werd gehoord de schipper van de HOLLANDIA. De grootte van het schip was 105 ton bruto en 82 register ton netto. Het schip was in 1907 te Hoogezand gebouwd en was geheel van staal. De schipper had een certificaat van deugdelijkheid voor de kleine kustvaart, de bemanning bestond uit drie personen: de schipper zelf, de stuurman en een jongen van 17 jaar. Men was van Mühlheim a/d Rijn via Rotterdam naar zee gevaren met een lading vuurvaste steen, bestemd voor Rockala in de buurt van Wiborg. Tot dat men daar in de buurt kwam, had men voortdurend een goede reis gehad. Groot Sommer werd op 6 mei gepasseerd om 12.30 uur ’s namiddags, men voer door naar Halli. Het gezicht was evenwel niet goed. Later klaarde het op, zodat Witsker op 6 mijlen afstand te zien was. Het weer was droog, de wind zuidwest en de zee afnemend. Om 6 uur zag getuige Rondö. Hij heeft ZZO gepeild en is noord gaan sturen. Halli passeerde men aan stuurboord. De wind kwam van stuurboord in het grote zeil.
Na het passeren van Halli meende getuige Tuperanzari te zien, waar hij wilde binnenlopen. Er was echter geen vuurtoren, doch een hoge gedekte boom werd bij vergissing voor een vuurtoren aangezien. Later bleek het Kyperont te wezen. Toen men dit verlaten had, geraakte men vast op Sitta Hattu. Volgens de kaart hadden hier bakens moeten zijn, maar, wijl er nog ijs lag, waren de bakens nog niet uitgezet. Getuige legde daarvan aan de Raad een door het Loodskantoor te Wiborg getekende verklaring over. Ondanks vele seinen als misthoorn en vuurvlammen kwam er geen hulp opdagen. Het schip maakte tamelijk veel water, zodat men na 3 uur vol liep. De volgende dag is de HOLLANDIA vlot gekomen en te Wiborg gerepareerd. Er waren naar getuige’s oordeel geen termen om te loden. Het schip was voor NLG 10.000 verzekerd. De schade bepaalde zich hoofdzakelijk tot de bodem, die geheel gedeukt was. Toch heeft men na reparatie weer een last hout terug kunnen brengen.
Nadat de stuurman O. Wijbrands de verklaringen van de schipper had bevestigd, werd het onderzoek gesloten. De uitspraak volgt later.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 augustus. Het vrachtstoomschip BANDOENG van de Rotterdamsche Lloyd, dat zaterdag Sagres passeerde, op weg naar Rotterdam, heeft een groot aantal vreemde en Nederlandse toeristen aan boord. Komende van Indië, liep de BANDOENG te Marseille binnen en werd van daar door de reders gedirigeerd naar Genua om toeristen af te halen, die zodoende over zee Holland zouden kunnen bereiken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 augustus. Het Nederlandse stoomschip POOLSTER van de Witte Zee te Velsen aangekomen, bracht hier ter strandvonderij aan een scheepsboot met 2 riemen er in, gemerkt O.N. II. Deze boot is vermoedelijk afkomstig van de te Nordenham thuis behorende stoomlogger FASOLT.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 23 augustus. Het stoomschip AVANTI van Riga, rapporteert op 25 mijl en de RIJNSTROOM, van Hull, op 30 mijl noordwest van IJmuiden te zijn gestoomd door een Engels oorlogsflottielje, waarbij een aantal torpedoboten. De RIJNSTROOM werd tweemaal aangehouden en onderzocht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 22 augustus. De Nederlandse sleepboot ALMAGRO, van Rotterdam naar Buenos Aires met twee lichters op sleeptouw, is met lichte schade aan de lagedruk cilinder te Ferrol binnengelopen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 24 augustus. De sleepboot LAUWERZEE, van Rio de Janeiro naar Rotterdam, vertrok 20 augustus van St. Vincent (K.V.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 23 augustus. De Nederlandse sleepboot AMSTERDAM, van Rotterdam naar Archangel. arriveerde 17 dezer op de plaats van bestemming. Alles wel.


26 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam-Emden in aansluiting naar Bremen, Hamburg, Berlijn. Eerstvolgende afvaarten: Stoomschip LEEUWARDEN 3, 26 augustus, stoomschip TELEGRAAF 17, 2 september, stoomschip LEEUWARDEN 3, 6 september, N.V. Ch. Cornelder en Zonen, Scheepsagentuur.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 25 augustus. De sleepboot ZUIDERZEE vertrok 22 augustus van St. Vincent K.V. naar Rotterdam.
— De sleepboot NOORDZEE vertrok 22 augustus van St. Vincent K.V., met een baggermolen op sleeptouw, bestemd van Toulon naar Rio Grande do Sul.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 21 augustus. Van het stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN, dat zaterdag Ouessant passeerde op de thuisreis van Batavia naar Amsterdam, heeft men het laatst tijding gekregen via Harfleur. Men vermoedt daarom, dat het schip Le Havre is binnengelopen. (opm: zie ook NRC 270814)


27 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Rotterdam-Goole. Met eventueel aanlopen van Hull voor bederfelijke goederen. Geregelde wekelijkse afvaart, stoomschip TELEGRAAF XVIII. Vertrekt maandag 31 augustus ’s avonds. Directe spooraansluiting aan de laadplaats Spoorhaven OZ Spuikanaal. Inlichtingen: C.H. Cornelder en Zonen’s Scheepsagentuur.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De PRINS DER NEDERLANDEN. In Genua is van de passagiers uit de Oost, slechts één Oostenrijker van boord gegaan en daar tegenover ontfermde de NEDERLAND zich over wel 125 in Zwitserland gestrande landgenoten. De 16e augustus om 6 uur voormiddag kwam het stoomschip PRINS DER NEDERLANDEN te Genua aan, waar zich een groot aantal Nederlanders bevond, die naar Nederland terug moesten, meest toeristen. Te dien einde werden aan boord van genoemd schip de hutten en verblijven van koks, hofmeesters en Javaanse bedienden ontruimd, en tot zeer gerieflijke slaapgelegenheden ingericht. Het verdreven civiele personeel werd zolang ondergebracht in de militaire verblijven en het voorruim. Zodoende kon nog aan ongeveer 120 passagiers een plaats verschaft worden, waarna men om 8 uur namiddag onder grote belangstelling vertrok met bestemming Lissabon. Het totaal aantal passagiers bedroeg 474 met een equipage van ruim 200 koppen. Te Lissabon kwam men de 20e augustus om 11 uur voormiddag aan, waar enkele passagiers werden ontscheept. De reis werd 2 uur namiddag vervolgd.
De 22e augustus om 5 uur namiddag werd het schip op 04º36’ WL en 48º46’ NB in de nabijheid van het eiland Ouessant aangehouden door de kruiser SURCOUF. Deze kruiser zond een sloep, bemand met enige matrozen en 2 officieren, de officieren stelden een onderzoek in omtrent lading en passagiers. De lading bestond uit Indische producten, die beschouwd werden als contrabande. Na een oponthoud van ruim 6½ uur werd de gezagvoerder gelast op te stomen naar Brest, om daar genoemde lading te lossen. Daar door het opkomen van een dikke mist het bij elkaar blijven van de schepen gevaar zou kunnen opleveren, besloot de commandant van de SURCOUF de PRINS DER NEDERLANDEN naar Havre te zenden. Gedurende die reis werd het schip nog aangehouden door de volgende Franse oorlogsschepen: LAVOISIER, FRANCIS GARNIER, de FAUCONNEAU en de CERBÈRES, die voortdurend hun kanonnen, ja zelfs hun torpedo´s op ons gericht hielden. Na aankomst te Havre bleek geen van de autoriteiten van het geval in kennis gesteld te zijn, en moesten we daar gedurende de nacht op de rede vertoeven. De volgende dag om ± 11 uur voormiddag kregen we bericht, op te stomen naar de haven en lagen om 1 uur namiddag gemeerd aan de kade, onder bewaking van een dertigtal Franse soldaten. Door tussenkomst van de consul en de agent werd alles in het reine gebracht en ons veroorloofd om 10 uur ´s avonds te vertrekken naar Amsterdam. Zeer groot was de vreugde van de passagiers, toen dit bericht aan boord bekend werd gemaakt. De reis naar IJmuiden, werd uitgezonderd een kort oponthoud door het Engelse oorlogsvaartuig CERBURUS, in de nabijheid van Dover, zonder tegenspoed volbracht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De gezagvoerder van het stoomschip CELEBES, van de Maatschappij Nederland seint uit Cherbourg, dat hij aldaar de 25e augustus ´s avonds is aangekomen (vermoedelijk op bevel van Franse oorlogsschepen), dat de aan boord zijnde lading onder controle is en orders van de regering te Parijs afgewacht moeten worden.


Krant:

 VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 27 augustus. Heden is alhier aangekomen het Nederlandse stoomschip DJEMBER voor de Rotterdamse Lloyd gebouwd op de werf van de firma Bonn & Mees te Rotterdam, ten einde aan de werf van de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' alhier machines en ketels in te nemen.


28 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gestrande Nederlanders. Vanmorgen 8 uur is de vrachtboot BANDOENG van de Rotterdamsche Lloyd alhier aangekomen, met zich voerende 88 gestrande Nederlanders, bijna allemaal toeristen uit Zwitserland en Italië.
Ruim 200 Amerikanen zijn vanmiddag om kwart voor twee met een extra trein uit Den Haag aan het Maasstation alhier aangekomen. het waren allemaal Amerikanen, die enige dagen in Den Haag gelogeerd hadden en vannacht met het stoomschip ROTTERDAM van de Holland Amerika Lijn naar New York vertrekken. Het aantal passagiers zal ongeveer 2.400 bedragen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 27 augustus. De sleepboot RETIRO, van Hellevoetsluis naar Buenos Aires, passeerde 26 augustus Madeira.


29 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip ROTTERDAM van de Holland Amerika Lijn is vanochtend om half zeven van hier naar New York vertrokken met 1.375 passagiers eerste, 687 tweede en 293 derde klasse.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wekelijkse dienst van Amsterdam naar Newcastle en vice versa, stoomschip BEIJERLAND laadt iedere dinsdag te Amsterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 augustus. De sleepboot LAUWERZEE, van Rio de Janeiro naar Rotterdam, arriveerde 26 augustus te Las Palmas.
— De Nederlandse zeesleepboot SEINE met een kraan van Glasgow naar Quebec, arriveerde 27 augustus ter bestemming. Alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 augustus. Van de werf ‘De Noord’ te Alblasserdam zijn te water gelaten een stalen Rijnschip, groot 3.000 ton en een Rijnschip, groot 1.000 ton, het eerste voor binnenlandse, het laatste voor buitenlandse rekening.
Op de vrijkomende hellingen werden de kielen gelegd voor twee Rijnschepen, beide groot 1.000 ton, welke voor binnenlandse rekening zullen worden gebouwd.


30 augustus 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiedam, 29 augustus. Heden werd van de werf ‘Gusto’, A.F. Smulders, alhier, te water gelaten de stalen romp van een 150 ton drijvende elektrische derrick en draaikraan, die deze firma voor een buitenlandse regering in aanbouw heeft. De afmetingen van de romp zijn: Lengte 39 meter, breedte 19,60 meter, holte 4,70 meter. De kraan zal in hoofdtrekken gelijk zijn aan de vele reeds door deze firma aan buitenlandse regeringen en grote scheepswerven geleverde reuzenkranen; verschillende verbeteringen zijn evenwel aangebracht, waardoor deze kraan speciaal voor de behandeling van kleine lasten belangrijke grotere waarde heeft. Het hoogste punt van de arm bevindt zich 60 meter boven de waterlijn, terwijl de maximale uitlading 45,50 meter bedraagt met een last van 40 ton. De hijssnelheden zullen variëren van 1 meter per minuut voor lasten van 150 ton tot 6 per minuut voor lasten van 25 ton, terwijl de kraanarm met de last in 5 minuten kan draaien 360º. Het vaartuig is verder voorzien van de nodige stoomverhaallieren, van een installatie voor elektrisch licht en de nodige uitrusting.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bemanning van de ALICE H.
De namen van de geredden van het bij het eiland Dagö gezonken stoomschip ALICE H zijn als volgt: T. Terwiel, 1e officier; Ch. Currie, 2e officier; J.H. Kuipers, 1e machinist; A. Lanser, 3e machinist; M. Torsen, kok; T. Kooimans, hofmeester-bediende; G. Beishuizen, matroos; K. Heeres, matroos; G. de Boer, lichtmatroos; A. van der Windt, donkeyman; J.B. van der Horst, olieman; L. Ketting, stoker; W.B. Bienen, tremmer.
De namen van de verongelukten zijn: Jan Renze Smit, kapitein en zijn vrouw Jans Smit–Pals; Arie van Heiningen, 2e machinist; Jacob van der Sloot, hofmeester; Adrianus Kortleven, matroos; Willem de Waard, matroos (de Graaf)?; Gerrit van Halten, lichtmatroos (van Haften)?; Frank Foort, stoker; zijn broer Evert Foort, stoker; Willem E. Alessie, tremmer.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Bemanning van de HOUTDIJK.
Van het stoomschip HOUTDIJK zijn gered: C. Bos, 1e stuurman; Th. De Boer, 2e stuurman; H. Kuiken, kapitein; Jan Leu (n)?, hofmeester; H. Godhelpje, matroos; H.J. Corbe, lichtmatroos; N. Gijssen, donkeyman; D. Gijssen, tremmer; J. Noordergraaf, stoker; Van der Toorn, passagier; Mulder, tremmer.
Verongelukt zijn: W.J. de Korte, kok; A. Severin, bediende; J. de Vries, timmerman; J.F. Vink, matroos; L. den Nooijen, matroos; N. Melieste, matroos; J. Zorgdrager, lichtmatroos; F. Verkammen, 1e machinist; Johanna Verkammen, vrouw van de 1e machinist; F. van der Velde, 2e machinist; L.F. Engels, 3e machinist; L. van Diessen, stoker; W. Bervolt, stoker; D. Teesing, passagier.
Volgens ingewonnen berichten is niet met zekerheid te zeggen, waar de geredden zich bevinden; de waarschijnlijkheid bestaat, dat zij naar hier onderweg zijn.


31 augustus 1914


Krant:
 TEL - De Telegraaf

Het vergaan van de HOUTDIJK en ALICE H.
De lijst van de personen omgekomen bij het vergaan van de HOUTDIJK en de ALICE H wordt thans gepubliceerd.
Van de HOUTDIJK zijn omgekomen: Frederik Verkamman 1e machinist; Johanna Verkamman; Frank van der Velden; Lambertus Engels; Daniël Theesing, student, passagier; Wilhelm de Korte, August Severin; Jan de Vries, timmerman; Jan Vink; Nicolaas de Nooi; Nicolaas Meliste; Jamke Zorgdrager. Lambertus van Diezen; Willem Berwold.
Van de ALICE H verdronken Jan Renze Smit, kapitein en zijn vrouw Jans Smit-Pals; Arie van Heyningen; Jacob van der Sloot; Adrianus Kortleven; Willem de Graaf, Gerrit van Hoften; Frank Foort; Willem Alessie en Evert Foort.
Gered werden van de ALICE H: De eerste officier F. ter Wiel; 2e officier Ch. Currie; 1e machinist J.H. Kuipers; 3e machinist A. Lansen; kok H. Torsen; hofmeester-bediende T. Kooiman; matrozen G. Beishuizen en K. Heeres; lichtmatroos G. de Boer; donkeyman A. van der Windt; olieman J.W. v.d. Horst; stoker L. Ketting en tremmer W. van Biene.
Van de HOUTDIJK werden gered: De kapitein H. Kuiken; 1e officier C. Bos; 2e officier T.A. de Boer; hofmeester J. de Leu; lichtmatrozen H. Godhelpje en H.J. Corkee; donkeyman L. Gijzen; stoker J. Noordegraaf; tremmers W.H. Mulder en D. Gijssen en een passagier Van den Toorn uit Scheveningen.
De overlevenden zij thans op reis van Reval naar Helsinki en zullen van laatstgenoemde plaats uit hun haardsteden weer trachten te bereiken.
(opm: beide lijsten uit de NRC en de Telegraaf zijn vermeld vanwege verschillen in de genoteerde namen)


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Geredden van de HOUTDIJK en de ALICE H. De firma Solleveldt en Van der Meer deelt ons mee, dat zij gisteravond laat uit Stockholm een telegram heeft ontvangen, meldende dat de kapitein H. Kuiken met 10 man van de bemanning van het stoomschip HOUTDIJK gisteravond van Stockholm via Hamburg naar hier vertrokken is. De geredden van de ALICE H zijn naar wij vernemen, eveneens op weg naar ons land en worden woensdag of donderdag hier ter stede verwacht.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. Volgens alhier ontvangen bericht is het stoomschip TEXEL gisteren van West Hartlepool te Norfolk aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. Het stoomschip WIERINGEN is 28 dezer van Venetië te Port Said aangekomen.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 augustus. De Nederlandse sleepboot ZUIDERZEE vertrok 29 dezer van Las Palmas naar Rotterdam.


01 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 augustus. De sleepboot FRIESLAND met de baggermolen MADJOE op sleeptouw van Southampton naar Ned-Indië, passeerde 30 augustus Perim.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 31 augustus. De schoener DEMOCRAAT, kapt. Dekker, arriveerde 28 augustus van Schiedam te Londen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 29 augustus. De schepen GEERTJE, kapt. Brouwer en RIVAL, kapt. Richters, beide met steenkool van Herne, zijn hier binnengekomen na eerst drie weken in Emden te hebben gelegen, omdat uitvoer van steenkool werd verboden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Ferrol, 27 augustus. De sleepboot ALMAGRO repareert hier de lichte schade. Maandag zal de reis worden voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 29 augustus. Het Nederlandse stoomschip PATROCLUS, van Liverpool naar Padang, liep te Swansea binnen met lichte machineschade, doch heeft na reparatie de reis weer voortgezet.


02 september 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting op vrijdag 4 september, ‘s voormiddags 11.15 uur onderzoek betreffende de klacht van A. van Veen, als passagier op het stoomschip OPHIR, tijdens de jongste thuisreis van dit vaartuig van Marseille naar Rotterdam, tegen H.M.L. Oudendijk, kapitein van de OPHIR, wonende te 's-Gravenhage, wegens het op 13 augustus jl. van 06.15 tot 07.45 vm. met volle kracht varen in een dikke mist. De OPHIR behoort aan de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam. Uitspraak stoomschip WILLY.


03 september 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

De schipbreukelingen van de ALICE H en de HOUTDIJK.
Men seint ons uit Rotterdam: Zo juist ben ik aan het Maasstation getuige geweest van de terugkeer van de schipbreukelingen van de stoomschepen ALICE H en HOUTDIJK, die naar het bericht voor een achttal dagen zei, het slachtoffer waren geworden van mijnen in de Finse Golf. De gelukkige overlevenden werden opgewacht door hun gezinnen en bloedverwanten en men kan zich voorstellen, dat dit een schokkend weerzien was, na zo bange dagen van spanning en na een ternauwernood ontsnappen aan een dreigend gevaar. Tegelijkertijd werd de vreugde getemperd bij de gedachte aan de gezinnen, die door deze ramp in rouw werden gedompeld.
Ter begroeting waren ook op het perron aanwezig de heren Solleveld en Haas, respectievelijk reders van beide schepen. Deze maakten van de gelegenheid gebruik om van hun bemanningen de nadere bijzonderheden te weten te komen, waarvan zij tot nu toe onkundig waren gebleven. Geen enkel bericht, door de schipbreukelingen afgezonden heeft hen bereikt. Uit de mededelingen van de geredde kapt. H. Kuiken van de HOUTDIJK en de geredde stuurman F. ter Will van de ALICE H bevestigd door de te …….? (opm: waarschijnlijk Reval) voor de Hollandse consul afgelegde scheepsverklaring, bleek hoe merkwaardig gelijksoortig het lot van beide Nederlandse schepen is geweest. Zij vertrokken 18 augustus ‘s morgens 8 uur van St. Petersburg naar Kroonstad, waar zij van het Russische havenbestuur een bewijs kregen, dat zij de Finse Golf vrij mochten doorvaren. Om een uur 's middags gingen zij van Kroonstad met een aantal andere schepen, voorafgegaan door een Russische loodsboot, aan boord waarvan zich een Russische marineofficier bevond. Deze boot zou de schepen veilig tussen de mijnen doorloodsen. Bovendien kregen zij nog een loods aan boord, die echter een uur later weer van boord ging. Om half zes ‘s avonds werd ook het geleide van de loodsboot verder niet nodig geacht en konden de schepen de reis voortzetten, hetgeen geschiedde.
Tot half zes ‘s morgens van de 19e, toen een gouvernementsvaartuig aan de schepen last gaf om de Papenwiekbocht in te lopen en op nadere instructies te wachten. Men kwam daar om 8 uur voor anker. Deze boot gaf om 11 uur het sein om haar te volgen en om 12 uur verliet een eskader van 13 koopvaardijschepen deze bocht, voorafgegaan door het gouvernementsvaartuig. De ALICE H en HOUTDIJK waren de laatsten van de stoet. De reis werd aldus voortgezet tot 6.15 uur ‘s avonds, toen men bij het eiland Nargoem was gekomen. Hier gaf het gouvernementsvaartuig te kennen, dat men buiten het rayon van de mijnen was gekomen en zonder enig gevaar de reis kon voortzetten. De 13 schepen hebben blijkbaar niet alle dezelfde koers gevaren, want die van de ALICE H en HOUTDIJK verschilden reeds. De HOUTDIJK was 8 uur 's avonds op 8½ Eng. mijl afstand van Pacherort en stuurde W ¼ Z. De positie van de ALICE H was op hetzelfde uur op Z 76° O. Pacherort Z 5° W en de koers werd W ½ Z genomen en daarna nog iets westelijker. Het lot van beide schepen was nagenoeg hetzelfde: De HOUTDIJK stootte om 12.50 uur, de ALICE H om 1 uur 's nachts voor de eerste maal op een mijn. In beide gevallen leden de voorschepen aanzienlijke schade, maar bleven de schepen drijven zodat kon worden overgegaan tot het halverwege uitzetten van de boten en het aannemen van een afwachtende houding nadat de machines waren stop gezet. Om 1.05 uur stootte de HOUTDIJK op een tweede mijn, die explodeerde onder het ketelruim, waardoor het snel begon te zinken. De bemanning haastte zich toen met de boten af te stoten. De kapitein verliet het laatst het schip nadat hij nog een korte inspectie had gehouden en tot de slotsom was gekomen, dat niets meer te redden viel. Van de andere boot van zijn schip heeft hij niets meer gezien, zodat moet worden aangenomen dat deze door de zuiging onmiddellijk mee naar de diepte is gesleurd. Hij bleef nog twee uur kruisen met zijn reddingboot en was er getuige van, dat zijn schip nog voor de derde maal op een mijn stootte, ditmaal onder het achterschip. Daarna zette de reddingsboot zeilende koers naar het eiland Dagö, waar men op 21 dezer om 10.30 uur ‘s morgens aankwam en nog een ogenblik gevaar heeft gelopen om door soldaten, die daar waren, te worden doodgeschoten. De ALICE H stootte 01.25 uur 's nachts op de tweede mijn. Ook daar stootte men de reddingsboten dadelijk af en de boot waarin de eerste stuurman, heeft van de andere niets meer gezien. Alleen bij het kruisen op de plaats gelukte het uit die andere boot nog de tweede stuurman en de donkeyman op te pikken, die vermoedelijk weer boven zijn gekomen, doordien zij zwemvesten aan hadden. Ook deze overlevenden hoorden nog een derde ontploffing en zetten eveneens zeilende de tocht naar Dagö voort, waar zij om 12 uur aankwamen om er hun lotgenoten van de HOUTDIJK reeds te vinden. Een grote merkwaardigheid is dat hoewel de schepen op betrekkelijk korte afstand van elkander moeten zijn geweest, op de ALICE H niets bemerkt is van het vergaan van de HOUTDIJK. Eerst op Dagö hoorde men wat was geschied.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 1 september. De Nederlandse sleepboot HOLLAND vertrok 29 augustus van Malta naar Odessa met een drijvende kraan op sleeptouw.
— De Nederlandse sleepboot FRIESLAND arriveerde 31 augustus met de baggermolen MADJOE te Aden. De reis wordt met het oog op de ZW moesson in de Indische Oceaan omstreeks 10 september voortgezet.


04 september 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Van de werf van de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht, is te water, gelaten het casco van de zeewaardige baggermolen KAWI I, voor rekening van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te Rotterdam en ten dienste van het Ministerie van Koloniën in Nederlands-Indië.


05 september 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Een klacht ,van een passagier tegen een gezagvoerder.
Een eigenaardig geval werd gistermiddag door de Raad voor de Scheepvaart behandeld.
Er werd namelijk een onderzoek ingesteld betreffende de klacht van A. van Veen, als passagier op het stoomschip OPHIR, tegen de gezagvoerder H.M.L. Oudendijk. Volgens de klacht zou de OPHIR op de jongste thuisreis van dit vaartuig van Marseille naar Rotterdam, op 13 augustus van 06.15 tot 07.45 voormiddags met volle kracht in een dikke mist gevaren hebben. De OPHIR behoort aan de Rotterdamsche Lloyd. Volgens de klacht beschouwde de klager dit snelle varen als een misdraging van de schipper tegenover de passagiers. De heer A. van Veen, ingenieur, was passagier op de OPHIR. Hij was 's morgens om 6 uur opgestaan en had elk kwartier daarop gecontroleerd dat de machines 64 slagen deden. Er heerste toen mist; hij leidde dit af uit het geven van mistsignalen. Toen hij op het promenadedek stond, had hij niet gecontroleerd, of hij de boeg of de achtersteven in de mist kon zien. Hij kon niet zeggen, hoe dik de mist was. Hij wist niet op hoeveel meter het schip kon stoppen. Het schip liep ongeveer 14 mijl in de Golf van Biscaye. Bij Ouessant verminderde de vaart, toen een ander schip passeerde. De klager had het gevoel, dat het gevaarlijk was met zulk een overvol schip in de mist snel te varen. De heer Van Veen had geen verstand van navigatie. De president, mr. Kirberger, merkte op, dat er niet veel feiten waren, waarop de passagier zijn klacht grondde. Het enige was dat de machines 64 slagen gemaakt hadden. De vaart is overigens aan de kapitein overgelaten en het zou vreemd zijn, als de passagiers zich daarmee bemoeiden. Gezagvoerder Oudendijk zei, dat er absoluut geen sprake was van dikke mist. Er was een ogenblik geweest van stilte. Hij hoorde een voor over gaande boot fluiten op stuurboordboeg. Om 7 uur stopte hij enige tijd en gaf mistseinen. Het passerende schip werd niet gezien. Daarop werd het weer klaar. Het was heiig met vlagen. Voor passagiers is het, wanneer het windstil weer is en de zee spiegelglad, moeilijk te constateren of de mist dik was. Hij controleerde dit door de tijd op te nemen, wanneer makreelvissers in het zicht kwamen en weer verdwenen. Onder de slechtste omstandigheden had hij echter toch nog 1½ mijl zicht. De OPHIR stopte binnen een paar minuten. Hij had een lichte lading aan boord. Om 8 uur 's morgens had hij zonshoogte kunnen nemen.
De gezagvoerder wist, dat de oorlog tussen Duitsland, Engeland en Frankrijk uitgebroken was. Op de Portugese kust was het schip reeds aangehouden.
Kapitein Oudendijk bleef van mening, dat er onder de omstandigheden niet te snel gevaren was. Hij tracht steeds de reis zoveel mogelijk te bespoedigen, doch nooit ten koste van de veiligheid.
Ten slotte deelde hij nog mee, dat de klager tot de ‘gestrande passagiers’ behoorde, die te Marseille aan boord kwamen. Het schip was al vol, doch men kreeg een draadloos telegram, waarin meegedeeld werd, dat er nog 40 passagiers aan boord zouden komen. Deze hadden een stuk getekend, waarin zij verklaard hadden, dat zij met alles genoegen zouden nemen. De kapitein liet toen verschillende gedeelten van het schip tot verblijfplaatsen van passagiers inrichten. Aan het diner was de heer Van Veen over deze verblijfplaatsen uitgevallen en later had hij tot de gezagvoerder gezegd, dat zijn dochters niet in de 3e klasse konden slapen.
Hij zou hem wel krijgen, aldus de klager. De gezagvoerder beschouwde de aanklacht als een uitvloeisel hiervan. Hij vond het wel vreemd, dat een buitenstaander op het promenadedek de navigatie van een schip kon beoordelen. De 2e stuurman J.J. Looiestein zei, dat hij tijdens de mist het voorschip kon zien. Er werd met minder vaart, dan gewoonlijk gevaren. De uitkijk J.J. van Gossel verklaarde, dat hij onder de slechtste omstandigheden toch nog voldoende vooruit kon zien, om te stoppen. Het was af en toe mistig. Ook de roerganger R. Küntze deelde mee, dat hij het gehele schip kon overzien.
De 3e stuurman R. Groothuis, die om 8 uur op de wacht kwam, zag, dat het toen helder was.
De 1e machinist J.C. Houtkoper deelde mee, dat tot 7 uur volle kracht werd gestoomd. Van 7 uur tot 8.15 uur werd eerst halve kracht, daarna afwisselend gestoomd, wegens de mist.
De heer H. de Booy, plaatsvervangend lid van de Raad, was toevallig als passagier aan boord. Hij verklaarde, dat het niet dik van mist was. Op een mijl afstand kon men nog vooruit zien. Vanaf de brug kon men echter het best het zicht beoordelen.
Getuige had de indruk gekregen, dat de gezagvoerder een kalm en bekwaam man was. Als getuige kapitein geweest was, had hij met het oog op het oorlogsgevaar, getracht zo snel mogelijk in Holland aan te komen.
Verschillende passagiers van de OPHIR kwamen, als getuigen à decharge, daarop meedelen, dat de heer Van Veen zich op onbehoorlijke wijze had uitgelaten over de gezagvoerder en reeds 9 augustus gezegd had, dat hij zich langs zijdelingse weg op de gezagvoerder zou wreken. Er bestond animositeit tussen de heer Van Veen en de gezagvoerder over de huisvesting aan boord. In dezelfde geest hadden de passagiers reeds een schrijven opgesteld, betreffende de uitlatingen van de heer Van Veen in de salon. Een van de passagiers, wethouder Bunschoten uit Deventer, deelde mee, dat alle ‘gestrande’ passagiers door de gezagvoerder van de OPHIR zeer goed ontvangen waren. De passagiers hadden echter te voren een verklaring ondertekend, geen reclames te maken. Een van de passagiers had echter in strijd daarmee gehandeld en was begonnen aanmerkingen te maken. De Raad voor de Scheepvaart zal de zaak overwegen en nader uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Gistermiddag werd uitspraak gedaan betreffende het ongeval op 8 juli 1914 overkomen aan het stoomschip WILLY. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval te wijten is aan de omstandigheid, dat de sleepboot, welke zonder noodzaak aan de noordzijde van het vaarwater was, de WILLY, in strijd met de desbetreffende voorschriften, aan stuurboord wilde passeren en dan ook gepasseerd heeft, in plaats van aan bakboord. Weliswaar beweerde de kapitein van de sleepboot, dat aan bakboord van de WILLY veel scheepvaart was, doch daargelaten, dat dit de andere getuigen geenszins is opgevallen, vloeit hieruit nog niet voort, dat de sleepboot, ook al was de lichter door zijn vooroverliggen lastig te slepen, niet voldoende ruimte had om de WILLY aan bakboord te passeren; trouwens uit het feit, dat de WILLY na het achteruit slaan ongeveer dwars in het vaarwater kwam, zonder enig vaartuig te raken, blijkt dat er voldoende ruimte aan haar bakboord was. De kapitein van de sleepboot voerde nog aan, dat hij tijdig en voordat de WILLY een stoot gegeven had, twee stoten had doen horen, welke echter volgens de eenparige verklaringen van de getuige Kolmer en de loods, door hen niet zijn vernomen; al mogen trouwens die twee stoten gegeven zijn, zo verontschuldigt dit de kapitein van de sleepboot toch niet, daar deze niet eerder bakboordroer had behoren te sturen, voor en aleer hij ook van de WILLY twee stoten had gehoord, ten bewijze, dat men daar met de onjuiste manoeuvre van de sleepboot rekening hield.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 september. Het stoomschip TAMBORA van de Rotterdamsche Lloyd, op de thuisreis van Java, passeerde 31 augustus Ouessant. Sedert kreeg de Maatschappij geen nadere berichten, zodat vermoed wordt dat het stoomschip hetzij door de Fransen, hetzij door de Engelsen is aangehouden en opgebracht. Onder het groot, aantal passagiers aan boord is ook mevrouw Idenburg, de echtgenote van de Gouverneur-Generaal.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 4 september. Volgens bij de rederij ontvangen telegram uit Kroonstad, is aan boord van het aldaar liggende Nederlandse stoomschip ARUNDO alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 4 september. Gisteren heeft in het IJ een aanvaring plaats gehad tussen het stoomschip POMONA en een met hout beladen tjalk. De tjalk werd midscheeps getroffen, doch bleef vermoedelijk op de lading drijven.


07 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Haven. Weer een elftal schepen zijn tot. vanochtend in onze haven binnengekomen. Wij telden toen voor de gehele week 61 schepen, tegen 55 in de vorige week tot zaterdagavond twaalf uur. De schepen waren met steenkolen geladen en deze ladingen geven nog al wat tijdelijke bedrijvigheid onder de vaste bootwerkers. Elf schepen voeren uit naar zee.
Het verbod van rijstuitvoer door de Regering zal een tot nu toe geregeld waar te nemen levendigheid in het expeditiebedrijf aan de vemen en de pakhuizen, wel weer doen ophouden. Van de NIEUW AMSTERDAM, noch van de TAMBORA was tot 12 uur iets bekend. In Engelse havens zijn zij waarschijnlijk niet, want dan hadden de reders stellig telegrafisch bericht ontvangen. Vermoedelijk verblijven zij dus in Franse havens. Met Frankrijk is het verkeer vrijwel onmogelijk. Het eigen Franse bureau van de N.A.S.M. te Boulogne is, omdat alle beambten opgeroepen zijn, sedert enige tijd reeds, gesloten. Van de BESOEKI weet men dat zij in Dover is binnen gezonden en daar geheel wordt leeggestort.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Nagelaten betrekkingen HOUTDIJK en ALICE H.
De heer Spiekman heeft aan de Minister het volgende gevraagd:
1e. Is de Regering bereid, voor de nagelaten betrekkingen van de om het leven gekomen leden van de bemanningen van de Rotterdamse stoomschepen ALICE H en HOUTDIJK, die door de oorlogsmaatregelen van vreemde staten te gronde zijn gegaan, voor zover door de betrokken rederijen niet blijvend in hun nood wordt voorzien, iets te doen?
2e. Is de Regering bereid, om voor de nagelaten betrekkingen van de bemanningen van zee vaartuigen, die gedurende de oorlogstoestand, ten gevolge van de oorlogsmaatregelen ter zee, te gronde gaan, of als vermist worden aangeslagen, blijvend enige zorg op zich te nemen, voor zover daarin van andere zijde niet wordt voorzien?
De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, de heer Treub, heeft hierop het volgende geantwoord: Ad. Inm. Thans kan naar mijn mening nog niet worden nagegaan, in hoeverre een voorziening als wordt bedoeld, nodig zijn zal en tot welke consequenties zulk een voorziening zou kunnen voeren. Nadat de zeeoorlog zal beëindigd zijn, zal worden overwogen, in hoever er voor de Regering aanleiding bestaat in deze op te treden.
Ad. Hum. Hieromtrent kan geen toezegging worden gedaan. Werd op dit ogenblik enige toezegging gedaan, dan zou daaraan bovendien het grote gevaar zijn verbonden, dat dit lichtvaardigheid in de hand zou kunnen werken. Zoals reeds onder 1 wordt meegedeeld, zal later kunnen worden overwogen, of er van Regeringswege iets, en zo ja, wat er gedaan moet worden.


08 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 september. De twee voor Rotterdam bestemde Nederlandse mailstomers, NIEUW AMSTERDAM, van New York en TAMBORA, van Java, waarvan sinds hun komst in Het Kanaal elk bericht ontbrak, zijn terecht. Het blijkt, dat het stoomschip NIEUW AMSTERDAM is opgehouden door de Fransen en naar Brest werd gedirigeerd, vanwaar het thans op weg is naar Rotterdam. Volgens hedenmorgen ontvangen bericht is het stoomschip TAMBORA te Brest opgebracht voor vijf dagen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 6 september. De gisteravond te Vlissingen binnen gekomen mailboot ORANJE NASSAU rapporteerd, ‘s namiddags bij East Goodwin gepraaid te zijn door een Engelse torpedojager, welke meedeelde, dat nabij het Sandettie lichtschip drijvende mijnen waren gerapporteerd, zodat tot voorzichtigheid moest worden aangespoord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een geredde aan het woord. De heer T. Ter Wiel, 1e officier aan boord van de ALICE H, wiens familie te Garnwerd in de provincie Groningen woont, behoort, zoals gemeld is, tot de geredden van dit in de Finse golf op mijnen gestoten en zo jammerlijk verongelukte stoomschip.
De heer Ter Wiel, die op zijn doorreis van Hamburg naar Rotterdam, Groningen aandeed, deelde mee, aldus meldt de Prov. Gron. Ct. dat hij niet alleen zijn leven, doch ook grotendeels zijn goederen had kunnen redden. Hij was dus met de schrik vrijgekomen; maar die schrik was dan ook zo vreselijk, dat hij er al zijn leven heugenis van zal hebben. Zij waren driemaal op een mijn gelopen, de eerste en tweede maal was het schip deerlijk gehavend, maar de derde maal, toen hij juist met enigen in de boot had plaats genomen en zich niemand meer aan boord bevond, was de ontploffing zo verschrikkelijk, dat het schip geheel uit elkaar sloeg en spoedig verdween.
Na nog de tweede stuurman te hebben opgepikt, die al lange tijd in zee had rond gezwommen, landden zij op het eiland Dagö, reisden toen naar Stockholm, om zich vandaar over Hamburg weer naar het vaderland te begeven. Overal, waar zij kwamen, verklaarde de heer Ter Wiel met genoegen, waren zij welwillend en met grote voorkomendheid bejegend.


09 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het avontuur van de NIEUW AMSTERDAM.
Vanmorgen tegen halfvijf is de NIEUW AMSTERDAM aan de Wilhelminakade aangekomen. Men had haar verwacht, alle hens stonden gereed om dadelijk aan de slag te gaan. Elke minuut is kostbaar, want zaterdag moet de NIEUW AMSTERDAM weer vertrekken, voor die dag gelost en geladen worden en er zijn nog betimmeringen nodig voor de meerdere passagiers die mee naar Amerika genomen worden. Om 7 uur werden de passagiers ontscheept: 47 eerste klasse, 81 tweede en 227 derde klasse, 355 passagiers, overgebleven van de 1.088 die te New York aan boord kwamen. Want 733 zijn er te Brest, omdat zij Duitsers of Oostenrijkers waren, door de Franse overheid gedwongen te landen. Voorts bracht de NIEUW AMSTERDAM de passagiers van de TAMBORA uit Brest mee: 27 eerste, 89 tweede en 6 derde klasse passagiers. Onder hen is mevr. Idenburg. de echtgenote van de gouverneur-generaal. Onder de van boord komende personen merkten wij een aantal Russen op. Zij zullen voorlopig moeilijk naar hun vaderland kunnen terugkeren. in het N.A.S.M. hotel is hun onderdak bezorgd. Wij zijn toen het schip rustig gemeerd lag, aan boord gegaan en hebben er een onderhoud gehad met de gezagvoerder, kapt. J. Baron, die ons ongeveer het volgende vertelde: Woensdagmiddag om 5 uur zijn we op 49°-52’ NB. en 33°-03’ WL. aangehouden door de hulpkruiser LAVOISIER, een schip van de Compagnie Générale Transatlantique. Er kwamen een officier en een paar man aan boord, allen behorende tot de gewone bemanning van het schip en nu bij de reservemarine. De officier, aller beleefdst, verzekerde me, dat het zijn commandant leed deed me zoveel moeite te moeten aandoen, maar hij moest me aanhouden, omdat hij meende, dat ik contrabande aan boord had. Ik beweerde het tegendeel, maar zijn orders waren beslist. Ik zou naar Brest moeten opstomen. Het ware mij aangenamer geweest — en ik vroeg dat ook — naar Cherbourg te mogen varen, doch dit werd geweigerd. Het onderhandelen duurde intussen van 5 uur tot 12 uur. Om 12.10 uur stoomden we op en om 11 uur 's avonds waren we te Brest. Er kwam voor de rede een officier met twaalf man aan boord die mij last gaven op te stomen achter torpedoboten aan. De officier informeerde naar mijn snelheid en beval volle kracht te varen. Ik ken echter het vaarwater niet, het was bovendien heiig, dus vroeg ik om kaarten, die me inderdaad spoedig werden gebracht van een van de torpedoboten af. We voeren nu zo op, dat een torpedoboot vóór voer, één aan bakboord, één aan stuurboord en één achteraan. De laatste liet onophoudelijk zijn zoeklicht op mij spelen, die was mogelijk bevreesd, dat wij mijnen zouden laten vallen! Om 11 uur waren we dus te Brest en die avond hadden we verder rust. Niemand mocht er echter aan wal. Dicht bij de NIEUW AMSTERDAM lag een andere hulpkruiser van de C.G.T., LA SAVOIE. De volgende morgen kwam een havenmeester aan boord die ons met sleepboten en onder eigen stoom verhalen deed en zorgvuldige inspectie begon van mijn papieren. De eerste maatregel was dat, dezelfde avond, alle passagiers die van Duitse of Oostenrijkse nationaliteit waren, van boord werden gehaald, 733 personen, 75 eerste klasse, onder wie een stafofficier van het Oostenrijkse leger, 222 tweede en 440 derde klasse passagiers. Ook van de equipage moest ik 10 man van Duitse bloede missen. De kleine bagage mocht door de aangehoudenen worden meegenomen, de grote bleef aan boord. Dan begonnen zij aan mijn lading. Ik heb 3.730 balen meel, 290 kisten bier en 3.000 kisten maizena en 531 kisten conserven moeten afstaan en 390 staven zilver, bestemd voor de Bank te Londen en van die voor de Nederlandse Bank. De Engelse bestemming verhinderde echter de inbeslagname niet, men zou voor de doorzending wel zorg dragen! Het lossen met het onbedreven marinepersoneel duurde eindeloos. Onze eigen mensen hielpen trouw mee de arbeid te bespoedigen, maar telkens kwam men weer met nieuwe orders aan boord, vandaag moest dit worden in beslag genomen of doorzocht, morgen weer dat. Zo bleef ik tot zondag onder controle.
Van de TAMBORA vertelde kapitein Baron ons, dat zij reeds een dag voor de NIEUW AMSTERDAM te Brest was binnengebracht. Zij was in de Golf van Biscaye aangehouden en behalve een deel van de lading heeft zij zes man van haar equipage, Duitsers, moeten afstaan. Zij wordt echter geheel leeg gelost, het zal snel zijn als zij a.s. zaterdag vertrekken kan. De kapitein vroeg zijn collega de passagiers te willen meenemen en de heer Baron verklaarde zich daartoe bereid, als de admiraal het goedkeurde. Op advies van onze consul kwam deze goedkeuring en de passagiers van de TAMBORA werden op de NIEUW AMSTERDAM overgevoerd. De mail was reeds aan wal gebracht en zou langs de gewone weg naar Holland reizen. Kapitein Baron vertelde ons, dat nog 2 Nederlandse schepen, de ATLAS en de FORTUNA te Brest lagen, door de Fransen aangehouden. Op de verdere reis tot de Waterweg is de NIEUW AMSTERDAM nog éénmaal aangehouden door een Franse torpedoboot, die zich te overtuigen had, dat andere haar al voor waren geweest. De reis verliep overigens zonder ongeval. Wel was, naar ons door passagiers verzekerd werd, de stemming aan boord gedrukt. Men had onder de ruim zevenhonderd Germanen vrienden en bekenden en betreurde hun lot. Bovendien de onzekerheid, die pas ophield toen vanochtend de Waterweg werd ingevaren. Men was gelukkig toen men hier weer veilig aan wal stond. Alle passagiers, vooral die van de TAMBORA, die zich als dubbel gered voelden, waren de N.A.S.M. dankbaar voor haar schitterende hospitaliteit, door kapitein Baron zo waardig en gentlemanlike opgehouden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 8 september. Het stoomschip TAMBORA, welke door de Fransen te Brest is opgebracht, zal waarschijnlijk woensdag of donderdag deze plaats verlaten. (opm: 8 of 9 september)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 5 september. Toen het stoomschip UBBERGEN op 5 september het West-India Dock uitvoer, kwam het in aanvaring met de langs de kade gemeerd liggende steam launch BLACKWELL, welke daardoor beschadigd werd. De UBBERGEN leed geen schade.


10 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam in dagen van spanning. In de haven.
Een klein getal zeeschepen zijn binnen gevaren, zes, terwijl een groot aantal, 20, zee kozen. Onder deze 20 zijn ettelijke kolenbootjes die leeggekomen waren en een schip dat enige maanden op de werf van Wilton in reparatie heeft gelegen. De werkzaamheden in de haven zijn gering, er is wat te doen in het expeditiebedrijf in de Rijnhaven en wat aan de kolen, doch daarmede houdt het op. In de Rijnhaven wordt uit een aak erts overgeladen in een zeeschip voor Glasgow bestemd. Het schijnt dat te Emmerik deze ertsvoorraad, van een Engelse afzender is teruggestuurd. Door de staat van beleg waarin de Hoek-van-Holland thans verkeert zal, naar wij vernemen, ons scheepvaartbedrijf weinig of niet gehinderd worden. De kans van aanhouding bestaat alleen voor of het werkelijk het schip is van de rederij en voor de haven bestemd, die wordt voorgegeven. Een voorzorgsmaatregel voor vaartuigen waaromtrent twijfel bestaat. Rotterdam, waar een levendige handel in schepen wordt gedreven, leek gewenst. Intussen blijkt de vrees voor de zeemijnen wel van invloed op ons bedrijf. Een aantal kleinere schepen, die in de eerste oorlogsdagen uitvoeren om kolen te halen, blijven nu liggen. De aanhouding van onze schepen door de Britse en Franse marine zal mede de durf om te varen niet versterken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 8 september. In verband met het bericht, dat nabij het Sandettie vuurschip drijvende mijnen zouden zijn gezien, heeft de directie van de Maatschappij Zeeland zich tot de Britse Admiraliteit gewend. Zij ontving ten antwoord dat genoemde Admiraliteit niets gelooft van het praatje, dat op het traject Vlissingen—Folkestone—Queenborough mijnen zouden liggen en dat zij zich op het standpunt stelt dat, wanneer verder iets over al of niet aanwezigheid van mijnen werd gerapporteerd, een dergelijk bericht openbaar zou worden gemaakt.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 8 september. Bij Verschure & Co’s Scheepswerf & Machinefabriek alhier, is met goed gevolg te water gelaten de steenkolenlichter No. 2, bestemd voor de Ned. Indische Steenkolen Handel Mij. De afmetingen zijn: Lengte 52 meter, breedte 18 meter, holte 4,60 meter. Laadvermogen 1.300 ton.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 september. Het stoomschip ROSSUM, van Gravesend naar Lissabon vertrokken, is zondagmorgen in aanvaring geweest met de barges Tyne, Silver Wedding en Kit, die aan de boei van Northfleet gemeerd lagen. De Kit is daarbij gezonken en de beide anderen beliepen schade en zijn lek. De ROSSUM zette ogenschijnlijk onbeschadigd de reis voort.


11 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 september. Wij vernemen, dat het stoomschip ZUIDERDIJK van de Holland Amerika Lijn van Philadelphia naar Rotterdam, door de Engelsen is opgebracht naar een Ierse haven.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Weer twee schepen van de N.A.S.M. aangehouden.
De directie van de N.A.S.M, heeft gisteravond bericht ontvangen dat haar vrachtschip ZUIDERDIJK van Boston naar Rotterdam, maandag door de Engelse marine is aangehouden en naar de Ierse haven Bearhaven gebracht. Haar lading bestond uit meel.
Vanochtend ontving de directie wederom een telegram ditmaal van de gezagvoerder van de NOORDAM dat hij eveneens is aangehouden en gedwongen werd te varen naar Queenstown, waar hij gisteravond om 7.30 aankwam. De NOORDAM heeft slechts een gering aantal passagiers, Hollanders, aan boord.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 10 september. Volgens een bij de directie van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ ontvangen telegram uit Ryde, dato 9 september van de gezagvoerder van het stoomschip PRINSES JULIANA, zijn alléén de voor Engeland bestemde passagiers gedebarkeerd. Aan boord is alles wel. De gezagvoerder verwacht, dat de vergunning tot vertrek binnenkort verleend wordt en zal nog nader telegraferen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Brest, 8 september. De Nederlandse stoomschepen FORTUNA, van West-Indië en ATLAS van de Middellandse Zee, beide naar Amsterdam bestemd, zijn door Franse oorlogsschepen alhier binnen gebracht.


12 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 september. In de haven.
Een vleugje van leven is sedert gisteren waarneembaar. Elf schepen zijn binnengevaren, meest met steenkolen en stukgoederen. Daaronder is ook een voor Delft bestemd zeilscheepje van Engeland begrepen. Er voeren 11 schepen uit.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 september. Niet met elevators.
Het graan, dat voor regeringsrekening uit Amerika te Rotterdam zal aankomen, zal in verband met de werkloosheid in de Rotterdamse haven niet met elevators, maar door handenarbeid worden gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 9 september. Heden kwam hier binnen het Zweedse stoomschip SVEN met hout, van Hernösand. Zoals men weet, is de mond van de Eems met mijnen gesperd en worden de schepen onder neutrale vlag door de Duitse marine daar beloodst. Een Duitse marineofficier kwam bij het nazien van de papieren van de SVEN tot de ontdekking, dat een van de matrozen van Russische nationaliteit was. Hij werd gevangen genomen en aan boord van een Duits oorlogsschip gebracht.


14 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 september. Het nieuwe stoomschip BAWEAN, te Glasgow gebouwd voor rekening van de Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam, is 11 september van Greenock naar Amsterdam vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 13 september. In de haven.
De laatste werkdag heeft de afgelopen week niet goedgemaakt: zeven schepen binnengekomen en elf uitgevaren.
Het aantal binnengekomen schepen voor deze week tot zaterdag 2 uur bedraagt 50 tegen 65 schepen in de vorige week. Er was tot de vorige week een opgaande reeks: 35, 43, 56, 60 en 65, nu valt de lijn weer terug. Het aanhouden van schepen door de Britse en Franse zeemacht zal, met de vrees voor mijnen, tot deze achteruitgang aanleiding gegeven hebben.
Nu is alweer de IMPORT te Londen aangehouden „in verband met de inhebbende voor de vijand bestemde lading", zoals het heet. De lange lijst, waarin we het schip vermeld vinden, bevat overigens alleen namen van Engelse schepen en één Noors schip. Onpartijdig gaat het dus wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 11 september. Het heden van Goole binnenkomende Nederlandse stoomschip FRIESLAND heeft een staaldraad in de schroef gekregen, die niet verwijderd kon worden. De lading steenkolen wordt uit het achter ruim gelost, om zodoende het stoomschip te kunnen lichten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Manchester, 7 september. De gezagvoerder van het stoomschip BALAKANI, van Sabine alhier binnen, deelt mee, dat zijn schip en het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE te Sabine in aanvaring zijn geweest en dat daardoor de bakboordverschansing en de brug van de BALAKANI werden beschadigd.


15 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 12 september. Het Nederlandse stoomschip NIAS, van Batavia naar Amsterdam, is door een Engels oorlogsschip aangehouden en naar Londen gebracht.


16 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft te Amsterdam uitspraak gedaan inzaker het aan de grond lopen van het klipper-aak schip HOLLANDIA op 6 mei bij Wiborg. Uit het onderzoek bleek, dat de HOLLANDIA een aakschip is, 105 bruto en 82 netto registerton groot en in 1907 van staal gebouwd. Het was in het bezit van het certificaat van deugdelijkheid voor de kleine scheepvaart en bemand met drie personen, de schipper, de stuurman en een 17-jarige jongen. Het schip was van Rotterdam vertrokken met bestemming naar een plaats bij Wiborg. De lading bestond uit vuurvaste steen. Het vaartuig was voor NLG 10.000 verzekerd.
Volgens de schipper en eigenaar H. Salomons uit Gasselternijveen was er bij Hallu in de buurt van Wiborg geen goed zicht. Op een afstand van zes zeemijlen kon men echter nog wat onderscheiden. De zee was afnemend en men had de ZW wind van stuurboord. Het ongeluk gebeurde toen het nog licht was, voor acht uur. Het schip bleek bij Sitta Hattu vastgeraakt te zijn. Het maakte water en was na drie uur geheel vol. De schipper gaf seinen, doch er kwam geen hulp opdagen. Ook was 's nachts geen vuur te zien. De volgende dag roeide men van het schip weg. Later is het schip door een bergingsboot leeggepompt en te Wiborg geïnterneerd. De bodem zat vol deuken en ook waren er een paar gaten. Het keerde na reparatie met hout terug. De schipper verklaarde, dat er volgens de kaart bakens in zee moesten zijn. Die heeft hij echter niet gezien en later vernam hij, dat ze wegens ijsgang weggenomen waren. Door het nevelachtige weer zag men een boom met een kip er op voor een vuurtoren aan. Tevergeefs is getracht een loods te krijgen. Gelood is er niet. De stuurman O. Wybrands bevestigde de verklaringen van de kapitein. De Raad is van oordeel, dat het ongeval te wijten is aan de vergissing van de kapitein die Kiperort voor Tuperansari aanzag, immers dientengevolge nam hij zijn koers te oostelijk en raakte de HOLLANDIA op de ondiepte Sitta Hattu. Blaam kan de gezagvoerder echter niet treffen, daar een dergelijke vergissing in de gegeven omstandigheden vergefelijk is. Voor loden was geen aanleiding en had ook niet gebaat, omdat de ondiepte Sitta Hattu plotseling oprijst. Waren de bakens op Sitta Hattu aanwezig geweest, hetgeen, volgens de gehoorde getuigen, bevestigd door de overgelegde verklaring van het loodswezen te Wiborg, naar aanleiding van het, aanwezige ijs nog niet het geval was, dan zou het ongeval allicht niet hebben plaats gehad.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. Door de Raad werd (opm: op dinsdag 18 augustus jl.) onderzoek gedaan naar de aanvaring op het IJ op 8 juli jl. tussen het stoomschip WILLY (kapitein L. Kolmer uit Harlingen; rederij firma W.H. Berghuys te Amsterdam) en de lichter N.A.S.M. 7 gesleept door de sleepboot BURGEMEESTER VAN LEEUWEN (schipper K. Takema uit Amsterdam). De eerste getuige, kapitein L. Kolmer, deelt mee, dat de WILLY op weg was van de Rietlanden naar Hull. De boot was in ballast en hield de noordkant. Bij het droogdok werd de machine gestopt om de vaart uit het schip te laten lopen. Bij de Willemsluizen zag getuige een sleepboot met een lichter. Getuige gaf 1 stoot op de fluit, waarop de sleepboot die recht vooruit aan stuurboord voer, met 2 stoten antwoordde. Op dat moment was de afstand 80 meter. Het leek getuige alsof de roerganger op de lichter sb.-roer gaf. Het anker werd op advies van de loods niet geworpen met het oog op de kabel van de Tolhuisboot. Door de aanvaring kreeg de lichter geringe schade. K. Takema, schipper van de BURGEMEESTER VAN LEEUWEN, verklaart, dat de lichter lastig sleepte, omdat deze kort voorover lag. Getuige hield de noordwal en gaf twee stoten voor het signaal van de WILLY, hetgeen de vorige getuige pertinent ontkent. Bij de aanvaring werd de lichter aan het achterschip geraakt. Twee verklaringen werden nog voorgelezen. De schipper van de lichter, die aan het hoofd gewond werd, verklaarde tweemaal twee stoten gehoord te hebben. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval te wijten is aan de omstandigheid, dat de sleepboot, welke zonder noodzaak aan de noordzijde van het vaarwater was, de WILLY, in strijd met de desbetreffende voorschriften, aan stuurboord wilde passeren en dan ook gepasseerd heeft, in plaats van aan bakboord. Weliswaar beweerde de kapitein van de sleepboot, dat aan bakboord van de WILLY veel scheepvaart was, doch daargelaten, dat dit de anderen getuigen geenszins is opgevallen, vloeit hieruit nog niet voort, dat de sleepboot, ook al was de lichter door zijn vooroverliggen lastig te slepen, niet voldoende ruimte had om de WILLY aan bakboord te passeren; trouwens uit het feit, dat de WILLY na het achteruit slaan ongeveer dwars in het vaarwater kwam, zonder enig vaartuig te raken, blijkt dat er voldoende ruimte aan haar bakboord was. De kapitein van de sleepboot voerde nog aan, dat hij tijdig en vóórdat de WILLY een stoot gegeven had twee stoten had doen horen, welke echter volgens de eenparige verklaringen van de getuige Kolmer en de loods, door hen niet zijn vernomen; al mogen trouwens die twee stoten gegeven zijn, zo verontschuldigt dit de kapitein van de sleepboot toch niet, daar deze niet eerder bakboordroer had behoren te sturen, voor en aleer hij ook van de WILLY twee stoten had gehoord, ten bewijze, dat men daar met de onjuiste manoeuvre van de sleepboot rekening hield.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

BAARN. 14 september. De sleepboot FRIESLAND, met de baggermolen MADJOE, vertrok 10 september van Aden naar Makassar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 14 september. Het nieuwgebouwde stoomschip BAWEAN van de Stoomvaart Mij. Nederland is 11 september van Glasgow naar Amsterdam vertrokken met 8.500 ton steenkolen voor de Scheepvaart & Steenkolen Mij. alhier.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 14 september. De lading zout uit het te Brest opgebrachte Nederlandse stoomschip ATLAS, van de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij is gelost. De stukgoederen zijn nog aan boord. Over een paar dagen zal de ATLAS naar Amsterdam vertrekken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 14 september. Het Nederlandse mailstoomschip ORANJE NASSAU, van Amsterdam naar West-Indië, heeft Dover aangedaan om 177 Javaanse emigranten van het Nederlandse stoomschip BESOEKI aan boord te nemen en naar Suriname te vervoeren. (De ORANJE NASSAU is 14 september Ouessant gepasseerd. Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Le Havre, 12 september. Het Nederlandse stoomschip FORTUNA werd hier hedenmorgen binnengebracht. Het had aan boord zilver in staven en een grote hoeveelheid graan bestemd voor Duitsland.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Plymouth, 12 september. Het Nederlandse stoomschip SATURNUS, van Londen naar Philadelphia met een lading krijt, kwam hier gisteren binnen. Het werd ontslagen en zette gisteravond de reis voort.


17 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 september. Het Nederlandse stoomschip VOSBERGEN heeft te Gibraltar schade in de midscheeps geleden door aanvaring met het Engelse stoomschip BRITISH SUN, van Sabine naar Genua bestemd. De VOSBERGEN was 10 september van Newport te Gibraltar aangekomen en aldaar lossende.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 september. De sleepboot NOORDZEE, met een baggermolen op sleeptouw, van St. Vincent K.V. naar Rio Grande do Sul, arriveerde 14 september te Bahia.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 15 september. Volgens een van de Nederlandse gezant te Konstantinopel via het Ministerie van Buitenlandse Zaken ontvangen telegram, passeerde de Nederlandse sleepboot HOLLAND met een drijvende kraan op sleeptouw van Amsterdam naar Odessa bestemd, gisteren de Dardanellen, alles wel. Het blijkt dat de sleep minstens 10 dagen voor de Straat werd opgehouden, alvorens toegang werd verleend.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Desertie. Lodewijk K., is te Oldenburg gedeserteerd van het Nederlandse schip GEORGIUS, kapt L. v.d. Wal te Delfzijl, waarop hij 22 mei was aangemonsterd. Beklaagde noch getuigen waren aanwezig. Eis 3 weken gevangenisstraf tegen beklaagde die ongunstig bekend staat. Op 6 januari werd Geert S. van Appingedam te IJmuiden aangemonsterd op het Nederlandse schip GERRITTINA kapt. M. Alberts te Delfzijl, is hij op 9 januari gedeserteerd, Eis: 14 dagen gevangenisstraf.
Jan Hendrik P. van Groningen, is op 5 sept. te Cardiff gedeserteerd van het Nederlandse schip EUROPA, kapt. T. Tammes, na op 6 januari op dat schip te zijn aangemonsterd.
Eis: 14 dagen gevangenisstraf.
De vierde deserteur was Jelte Hielko S., van Leens, niet verschenen. Deze was 4 febr. te Groningen aangemonsterd op het Nederlandse schip ALBERDINA, kapt J. Kiestra. Beklaagde is echter te Dordrecht niet aan boord gekomen en de NLG 20 handgeld gehouden. Eis tegen beklaagde, die niet gunstig bekend staat, 1 maand gevangenisstraf Uitspraak in deze zaken heden over 8 dagen.


18 september 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord met goed gevolg te water gelaten het stoomschip PIJNACKER HORDIJK, in aanbouw voor rekening van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam. Lengte, breedte en holte bedragen resp. 325’-0", 43’-10" en 25’-0", terwijl de waterverplaatsing op een diepgang van 17 voet, 4.710 ton zal bedragen. Een triple-expansie machine met een vermogen van 1.660 ipk, zal aan het schip een snelheid van 11½ mijl moeten geven. Het schip wordt gebouwd onder bijzonder toezicht van Bureau Veritas en is bestemd voor vracht- en passagiersvervoer.
Op de thans vrijgekomen helling zal onmiddellijk een aanvang gemaakt worden met de kiellegging voor een vrachtstoomschip bestemd voor de Scheepvaart Mij. voorheen Smith & Co. te Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam in dagen van spanning. In de haven.
Wie vandaag de havens doorvoer merkte hier en daar een verblijdende levendigheid op.
De N.A.S.M. heeft, behalve de drie schepen waarvan wij reeds melding maakten, nog drie schepen gecharterd de WESTERDIJK, NOORDDIJK en OOSTDIJK, van Solleveld, v.d. Meer & Van Hattem, die thans alle afgeladen worden met glaswerk, porselein en speelgoed naar Amerika. Vrij veel mensen zijn op de vijf gecharterde boten (één is reeds vertrokken) aan het werk en als men er langs gaat heeft men waarlijk even de indruk dat er weer een bedrijvige Rotterdamse haven is.
Ziet men echter de cijfers van binnenkomen: Vier schepen in 24 uur, dan is men uit de prettige waan gauw en hard los.
Nu de aanvoer van Engelse kolen is gestaakt, omdat Duitse kolen volop worden ingevoerd, is daarmee de vaart van kolenbootjes goeddeels gedaan en dat scheelt op het dag cijfer aanmerkelijk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schip aangehouden. Het te Soerabaja aangekomen stoomschip HOUTMAN werd op zijn reis aangehouden. Men seint daarvan het volgende aan het Bat. Nieuwsblad:
Gisterochtend 4 uur riep de 1e officier, die de wacht had, de kapitein, wijl aan bakboord zich een oorlogsschip zonder licht bevond. Tegelijkertijd floot de GEIER tweemaal. Aangezien de kapitein niet begreep, dat met dit signaal stoppen bedoeld werd, voer hij door tot een schot klonk. Toen stopte de HOUTMAN. Met een sloep kwamen toen twee officieren en vier onderofficieren van de GEIER aan, die zich allen aan boord van de HOUTMAN begaven. In het Duits werd gevraagd van waar de kapitein kwam. Deze antwoordde in het Engels, hetgeen blijkbaar niet verstaan werd. De Duitsers vroegen toen de scheepspapieren te mogen zien, onderzochten deze, maakten excuses en keerden naar hun schip terug. Een en ander had op een paar uur afstands van Makassar plaats.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 september. De Nederlandse motorboot ZEEAREND, van Wyborg naar Ramsgate bestemd, is met gebroken waterpomp te Naxö aangekomen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 september. De sleepboot ALMAGRO, van Rotterdam naar Buenos Aires met twee kolentransporteurs op sleeptouw, vertrok 4 september van Ferrol.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dover, 15 september. Het meergemelde Nederlandse stoomschip BESOEKI ligt nu langszij de Prince of Wales-pier om de lading contrabande te lossen.


19 september 1914


Krant:
 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Vlieland, 19 september. In de nabijheid is een driemaster, een Zweedse schoener gestrand, genaamd de OCEAN. Nader wordt gemeld, dat de equipage gered is. Het schip zit gevaarlijk.
Nabij de Vliehors is nog een Noorse boot, de GAMMA gestrand en verloren gegaan. Van de 10 personen zijn er 7 gered en 3 vermoedelijk verdronken, 2 lijken zijn aangespoeld.
(opm: houten 3-mast schoener GAMMA / HBVK – gebouwd in 1865)


20 september 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf van de firma Swan, Hunter & Wigham Richardson Ltd. te Newcastle, met goed gevolg te water gelaten het stoomschip VAN LIMBURG STIRUM, in aanbouw voor Wambersie & Zoon's Algemeene Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. Het stoomschip is van dezelfde afmetingen en inrichting als de reeds in de vaart zijnde stoomschepen VAN HOGENDORP en VAN DER DUYN.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart houdt zitting op woensdag 23 september a.s., 1.30 uur nm., onderzoek betreffende het op 20 augustus jl. in de Finse Golf op 3 mijnen lopen en zinken van het stoomschip HOUTDIJK, waarbij 14 leden van de bemanning zijn omgekomen. Gezagvoerder H. Kuiken te Rotterdam, rederij firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattum te Rotterdam.
Te 2 uur nm. onderzoek betreffende dezelfde scheepsramp overkomen aan het stoomschip ALICE H, waarbij de gezagvoerder en 9 leden van de bemanning zijn omgekomen. Rederij firma N. Haas & Co. te Rotterdam.
Uitspraak i/z. de klacht c/a. H.M.L. Oudendijk, gezagvoerder van het stoomschip OPHIR.


21 september 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 21 september. Men meldt ons uit Harlingen, dat het van Dunston derwaarts bestemde stoomschip MOORDRECHT aan de grond is geraakt en dat het stoomschip met het ochtend tij niet is vlot gekomen. Drie lichters zijn ter assistentie naar de MOORDRECHT vertrokken.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 21 september. Het met aardappelen geladen zeilschip VIJF GEBROEDERS, bestemd voor Juist en geladen voor rekening van F. Kappen en Dekker alhier, is in de storm van verleden week nabij Norddeich gestrand en met de inhoud verloren gegaan. De bemanning is gered.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 20 september. De sleepboot SEINE vertrok 17 september van Sydney C.B. naar Falmouth.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlieland, 19 september. Bij Dam 38 is een twee-mast vaartuig gestrand. In de nabijheid zijn aangespoeld een naambord en reddinggordel gemerkt OCEAAN, De equipage is nog aan boord; de reddingboot vertrekt ter assistentie. Later bericht. Het gestrande schip is de met cokes beladen Zweedse 3-mast schoener OCEAAN. De fokkemast is bij de stranding overboord geslagen. De equipage wordt door middel van vuurpijltoestellen gered.
(opm: dit is de Zweedse schoener OCEAN / JSCN – 334,85 nrt) (opm: zie ook RN 230914)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 18 september. Het Nederlandse stoomschip GELRIA, van Buenos Aires naar Amsterdam, is door Engelse kruisers naar Falmouth opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Falmouth, 17 september. De kapitein van het van Salonica (opm: waarschijnlijk Saloniki) naar Rotterdam (Amsterdam ?) bestemde Nederlandse stoomschip POLLUX, dat hier arriveerde, rapporteert: Wij ontmoetten op zee het door de bemanning verlaten, met kolen beladen stoomschip DENIA, uit Valencia, plaatsten de stuurman en vier man aan boord en namen het schip op sleeptouw; maar het weer was slecht en de 14e september, op 41°-08’ NB. en 09°-33’ WL. braken alle trossen en waren wij verplicht de mensen weer van boord te halen. De DENIA had drie voet water in de machinekamer. Twee boten waren verdwenen, drie nog aan boord. (De bemanning van de DENIA is te Lissabon geland).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Gibraltar, 15 september. Bij de aanvaring tussen de stoomschepen VOSBERGEN en BRITISH SUN bleef de BRITISH SUN onbeschadigd; dit stoomschip zette naderhand de reis voort.


22 september 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 september. Bij de rederij was heden nog niets naders inzake het uitblijven van het stoomschip AUTOMAAT bekend. Wij vernemen, dat het casco is verzekerd voor NLG 148.000 en dat er verder nog een verzekering liep van NLG 33.000 voor behouden varen.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Delfzijl, 22 september. Tijdens de jongste storm sloeg van het zeilschip HOLLANDIA, schipper P. Houwing, alhier binnengekomen van Juist, de sloep weg.
Van de strandvoogd Toxopeus te Rottum sloegen de motor- en zeilboot weg. De motor is gestrand op het hier tegenover liggend Pilsummerwad en is met de kijker van hier uit duidelijk waarneembaar.


Krant:

 NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Oude Pekela, 21 september. Van de werf van de heer C. Kars is met goed gevolg te water gelaten een stalen bolschuit, genaamd DE DRIE GEBROEDERS, groot plm. 108 ton, voor rekening van schipper A. Bijmolt te 2e Exloërmond.


23 september 1914


Krant:
 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 september. Het Nederlandse stoomschip AUTOMAAT is in de Noordzee gezonken.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 september. Volgens een alhier door de rederij van het vermiste stoomschip AUTOMAAT uit Gotenburg ontvangen telegram is de bootsman Van Os door het stoomschip JAMES J. DICKSON gered en aldaar geland. Volgens rapport is de AUTOMAAT jl. vrijdagochtend gezonken. De bootsman Van Os had met de 2e stuurman en twee matrozen een plaats gevonden in een reddingboot, doch de stuurman en de beide matrozen zijn later overboord geslagen. Verder wordt ons nog meegedeeld dat een reddingboot van de AUTOMAAT nabij Heemskerk is aangespoeld.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Drie Engelse kruisers in de grond geboord.
IJmuiden, 22 september. De Engelse kruisers bevonden zich hedenochtend vroeg op circa 30 mijl uit de Hollandse kust ter hoogte van de Hoek. Het weer was heiig; te 06.30 uur werd plotseling de ABOUKIR aan stuurboord getroffen. Men dacht dat het schip op een mijn was gelopen. Terwijl de HOGUE vier reddingboten omlaag liet, kreeg zij ook aan stuurboord een torpedo. Men begreep toen met onderzeeërs te doen te hebben. Vier werden er gezien en beschoten; de ABOUKIR zonk in tien minuten en daarna de HOGUE in drie minuten. De CRESSY, aanstomende om hulp te bieden, werd daarna getorpedeerd en zonk spoedig. Twee onderzeeërs zijn waarschijnlijk ook getroffen door het Engelse geschut, doch een derde is ontsnapt. Men meent dat de aanval door minstens vier onderzeeboten is geschied. Aan boord van de drie schepen waren totaal circa 2.200 man, merendeels reservisten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De AUTOMAAT vergaan?
Er wordt gevreesd voor het lot van het stoomschip AUTOMAAT van de firma Vermeer & Van den Arend alhier. Dit schip, sedert het begin van de oorlog in de geregelde Grimsby-dienst varend, is de vorige week donderdagmorgen met steenkolen van Grimsby vertrokken en daarna is er niets meer van vernomen. Het had vrijdag reeds hier kunnen zijn. Daar het met zwaar weer te kampen heeft gehad, vreest men dat het vergaan is. De AUTOMAAT heeft, naar de firma Vermeer & Van den Arend ons meedeelt, geen passagiers aan boord. Haar bemanning telt 17 koppen. Het schip is netto 846 reg.ton groot, bruto 1.107 ton en gebouwd in 1904 op de werf van J. & K. Smit. te Kinderdijk.
Kapitein is de heer J.H. Wiggers. (opm: Hillebrand Jacob Wichers)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam. De haven. Er is voor het eerst sinds enkele weken weer hout in onze haven binnengebracht. De EMBLA voerde het aan. Behalve deze zijn, sinds 24 uur, nog vijf schepen voor Rotterdam binnen gevaren. In de eerste dagen verwacht men ook nog wat aanvoer van erts.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De N.A.S.M. - De RIJNDAM, die vanmorgen in de Waterweg zou aankomen, is vergeefs op gewacht. Het schip blijkt, nadat het Queenstown verlaten heeft, door de autoriteiten volkomen naar behoren uitgeklaard, wederom te zijn aangehouden door een Engels oorlogsschip en thans naar Falmouth gezonden. Van een dergelijke maatregel begrijpt men niets. Het telegram dat ons deze nieuwe aanhouding bericht, meldt dat het schip nog een groot aantal Duitsers en Oostenrijkers aan boord had. Maar die had men dan toch ook te Queenstown moeten opmerken, zou men zo denken. De MAARTENSDIJK is, volgens een telegram uit Washington aan de Londense Morningpost de 17e dezer uit New-Orleans vertrokken met een lading graan en katoen, bestemd voor de Nederlandse Regering, voor wie spoedig andere verschepingen zullen volgen. Bij de directie is echter van katoen aan boord van de MAARTENSDIJK niets bekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlieland, 21 september.
Het tuigage en de inventaris van het gestrande schip OCEAN wordt geborgen. Bij laag water kan men aan boord komen. Van de lading is nog geborgen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 20 september.
Het Nederlandse stoomschip MOORDRECHT, van Newcastle naar hier, is in het Zuiderrak buiten het vaarwater aan de grond geraakt. Met het tij van hedenmorgen heeft de sleepboot VOORWAARTS getracht het stoomschip vlot te slepen, wat echter niet gelukte.
21 september. De MOORDRECHT is nog niet vlot gekomen. Drie lichters zijn naar het schip vertrokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Groningen, 21 september. Het met aardappelen naar Juist bestemde Nederlandse zeilschip VIJF GEBROEDERS is in de laatste storm bij Norddeich verongelukt. De bemanning werd gered.


24 september 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Het zinken van de HOUTDIJK en ALICE H door mijnen.
Een episode uit de grote Europese oorlog werd gistermiddag voor de Raad voor de Scheepvaart behandeld. De Raad stelde namelijk een onderzoek in naar het zinken van het stoomschip HOUTDIJK door een ontploffing van drie mijnen in de Finse Golf op 20 augustus jl. Veertien leden van de bemanning kwamen bij de ramp om. Gezagvoerder van de HOUTDIJK was H. Kuiken, rederij de firma Solleveld, Van der Meer & Van Hattum te Rotterdam. Er was voor de behandeling van deze zaak veel belangstelling. Eerst werd gehoord de gezagvoerder H. Kuiken. De HOUTDIJK was 1.481 register ton groot en in 1902 gebouwd. De HOUTDIJK lag met enige schepen te Petersburg. In ballast vertrok het schip naar Rotterdam. Tot Kroonstad ging alles goed, van daar kreeg men een gouvernementsvaartuig, dat vooruit voer. Drie schepen gingen achter elkaar, de RIJN, de HOUTDIJK en een Zweed. De ALICE H was toen niet meer in het zicht. Bij het eerste wachtschip na Kroonstad werd de loods afgehaald, bij het tweede wachtschip vertrok het gouvernementsvaartuig. Later verscheen opnieuw een gouvernementsvaartuig, dat 13 schepen, Zweden, Noren en Denen begeleidde, en eveneens de HOUTDIJK en de ALICE H. Twee mijlen ten westen van de Nargen-eilanden vertrok dit gouvernementsschip, terwijl het een sein gaf, dat het konvooi geëindigd was en dat elk schip zijn eigen koers kon volgen.
De ALICE H en de HOUTDIJK werden langzamerhand de voorste schepen. Er waren aan boord van de HOUTDIJK 25 koppen; er waren voldoende reddingboten en gordels aan boord. In de nacht om half een ongeveer van 20 augustus werd bij Dagerort plotseling een ontploffing gehoord, blijkbaar afkomstig van een mijn. Het schip zonk niet dadelijk. De machine werd gestopt en de twee boten werden uitgezet. Door de schok sloegen alle lichten uit. Het was donkere maan, de zee was licht golvend. Het ruim 1 liep vol water, ruim 2 bleef dicht. Na enige minuten had een tweede ontploffing plaats in de nabijheid van de machinekamer. De schoorsteen vloog toen overboord, terwijl alles op het dek aan splinters sloeg. De HOUTDIJK brak in tweeën en zonk dadelijk, het achterschip stond rechtop. De gezagvoerder liet zich langs een touw in een van de boten glijden. Voor de derde maal klonk nu een ontploffing.
De gezagvoerder en de thans nog overlevenden van de bemanning zaten in de stuurboordboot, van de bakboordboot vernam men niets meer. Men bleef nog twee uur ter plaatse. Door de eigenlijke ontploffing werd niemand gedood, daar na de ramp nog alle hens op het dek kwamen. Alleen de uitkijk kreeg een paar wonden aan zijn hoofd; hij werd echter gered. Later zag men nog een reddingboot met een Hollandse vlag, welke afkomstig bleek te zijn van de ALICE H. Van het op een mijn lopen van dit schip had de gezagvoerder niets bemerkt. Na de ramp kwamen de schipbreukelingen te Dagerort aan wal.
De gezagvoerder had de indruk gekregen, dat de HOUTDIJK op een Duitse mijn was gelopen, want het wegstomen van het Russische gouvernementsvaartuig kan beschouwd worden, als een bewijs, dat daar geen Russische mijnen meer lagen. De bevolking van Dagerort had een Duitse mijnenlegger in de buurt gezien. Hierop werd de 1e stuurman van de HOUTDIJK, C. Bos gehoord, deze sliep tijdens de ramp. Hij verklaarde, dat de gezagvoerder de laatste was die in de ene reddingboot ging. De vaart van het schip tijdens de ontploffing was 8½ mijl. Van de bakboordboot zag men niets meer. In de stuurboordboot zaten 13 man, twee van hen sloegen over boord, zodat bij de ramp totaal 14 personen omgekomen zijn, w.o. ook de vrouw van de machinist.
Tenslotte werd nog gehoord de donkeyman N. Gijzen, die de wacht had in de machinekamer. Om tien minuten voor één, volle kracht lopende, kreeg men een geweldige schok, dadelijk daarop werd getelegrafeerd: Stoppen. Toen getuige bezig was met het wekken van hen, die in de kooi lagen, kwam de tweede schok.
De stuurman was bezig om ieder een zwemgordel te geven, doch de tijd was te kort, om na te gaan, of ieder ervan voorzien was. Naar getuige giste, was de bakboordboot tegelijk met het schip ondergegaan.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Daarop werd behandeld het vergaan van de ALICE H, welke eveneens in de Finse Golf op een mijn liep en tot hetzelfde konvooi schepen behoorde, dat Petersburg verliet.
Naar de eerste stuurman van de ALICE H, T. ter Wiel meedeelde, had dit schip 22 koppen en de vrouw van de gezagvoerder aan boord. De grootte was 1.894 reg.ton. Om 1 uur van de bewuste nacht werd op de ALICE H, het voorste schip van de reeks, een schok onder het voorschip gevoeld. Verschillende luiken vlogen in de lucht. Het schip zonk nog niet dadelijk; het voorruim stond vol water. Van de HOUTDIJK werd niets gezien. Toen de ALICE H op een tweede mijn liep zonk het schip onmiddellijk, daarop ontplofte nog een derde mijn. Getuige zat in de bakboordboot. Van de stuurboordboot werd nog de donkeyman gered, later werd nog de tweede stuurman gered. De 1e machinist J.H. Kuipers was juist boven, toen de eerste ontploffing plaats had. Nadat de machines daarop gestopt waren en de veiligheidsklep geopend was, ging hij de boten helpen gereed maken. Na 25 minuten liep het schip op een tweede mijn.
Eerst toen verliet men het schip, dat zonk op het ogenblik, dat men tien meter ervan verwijderd was. Men bleef nog een tijdlang op de plaats des onheils, doch van de andere reddingboot werd niets meer gezien dan een paar drijvende riemen. Er werd nog naar een ander stoomschip geflambouwd, doch dit schip nam daarvan geen notitie en verdween.
De laatste getuige, de donkeyman W. v.d. Windt, was in de machinekamer. Hij zat in de boot, die omsloeg, toen de derde mijnontploffing plaats had.
De reddingboot dreef op dat ogenblik tegen het grote schip aan. De donkeyman viel in het water en werd later gered. Hij zag van de inzittenden van zijn reddingboot verder niets meer. Er kwamen 9 mannen en één vrouw om, terwijl er 13 gered werden.
Later volgt uitspraak in deze zaak.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak.
De Raad voor de Scheepvaart deed daarop uitspraak betreffende de klacht ingediend tegen H.M.L. Oudendijk, kapitein van het stoomschip OPHIR.
De Raad wenst niet in te gaan op de vraag of de klager Van Veen tot het indienen van zijn klacht gebracht is door minder edele motieven, daar, ook al is dit het geval geweest, de klacht toch gegrond kan zijn. De Raad is echter van oordeel, dat de klacht ten enenmale ongegrond is en dat er geenszins is gebleken, dat kapitein Oudendijk onvoorzichtig heeft gevaren of enige wettelijke bepalingen heeft overtreden. Waar artikel 16 van de Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee zegt, dat een vaartuig bij mist een matige vaart moet lopen, is hiermee bedoeld een zodanige vaart, dat door tijdig stoppen of uitwijken een aanvaring kan worden voorkomen. Tal van omstandigheden moeten derhalve bij de beoordeling van de snelheid van de vaart in aanmerking genomen worden als dikte van de mist, manoeuvreerbaarheid van het schip, tijd waar binnen het schip kan stoppen enz. Het is gebleken, dat de gezagvoerder met alles rekening heeft gehouden en hem geen enkele blaam kan treffen. De Raad voegt hieraan toe, dat het zeer ongewenst en in strijd met de geest en de bedoeling van de Schepenwet is, dat een passagier tegen de gezagvoerder van een schip een klacht indient op zulke losse gronden als door deze klager A. van Veen is geschied, zulks temeer, wanneer als in het onderhavige geval, die klacht de navigatie betreft en de klager op dit gebied geheel ondeskundig is.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

De gezonken AUTOMAAT.
De bootsman Van Os had met de 2e stuurman en twee matrozen plaats gevonden in een reddingboot, doch de stuurman en de beide matrozen waren later overboord geslagen. Verder wordt nog meegedeeld, dat een andere reddingboot van de AUTOMAAT nabij Heemskerk is aangespoeld.


26 september 1914


Krant:
  DS - Dagblad Scheepvaart

(Geen datum) Te Kralingsche Veer is bij werf Marckmann & Faasen te water gelaten een schroefsleepboot. De kiel is gelegd voor een soortgelijk schip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 25 september. De Maatschappij Nederland deelt omtrent de stoomschepen: CELEBES, RIOUW en NIAS, liggende te Gravesend, mee, dat volgens telegrafisch bericht begonnen is met de lossing van de aan boord van deze schepen, met bestemming naar Nederland verladen huiden, rubber en mais. Ook de koffie zal gedeeltelijk gelost worden en de rijst geheel of gedeeltelijk.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lobith, 24 september. Ledig naar Duitsland passeerde hier voor de eerste reis het nieuwe sleepschip VER. FRANKFURTER RHEDEREI No. 40, groot 1.352 ton, schipper Faulhaber, gebouwd bij Bodewes te Millingen.


27 september 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd met goed gevolg door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te water gelaten het schroefstoomschip RONDO, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. De afmetingen van dit schip zijn 450’ x 55'-8” x 38’-3”. De waterverplaatsing bij beladen diepgang bedraagt ruim 14.000 ton en het laadvermogen 9.600 ton. Het schip wordt door de Rotterdamsche Droogdok Mij. voorzien van triple-expansie machines 27½ x 47 x 83 bij 53 duim slag, met 6 ketels 13'9 x 12’. Het vermogen zal bedragen circa 5.500 ipk en de snelheid 13½ knoop. Voorts wordt het schip voorzien van alle inrichtingen op moderne vrachtschepen van grote afmetingen gebruikelijk.


28 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De SOPHIE H aangehouden.
Alhier is telegrafisch bericht ontvangen, dat het stoomschip SOPHIE H van de rederij N. Haas en Co., alhier, door een Engels oorlogsschip naar Lowestoft is opgebracht. De SOPHIE H was gecharterd door de Holland Amerika Lijn, voor het transport van Neurenberger speelgoed, bestemd voor Noord-Amerika.


29 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 september. De Berl. Loc. Ans. deelt een bericht uit Christiania mee, dat 24 september op 4 mijl afstand van Stavanger een Engelse kruiser in aanvaring is geweest met het Nederlandse stoomschip EUTERPE. De kruiser verdween uit het gezicht en de EUTERPE liep beschadigd te Stavanger binnen. (De EUTERPE vertrok 19 sept. van Arhus, Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 28 september. Volgens een zaterdag hier ontvangen bericht werd het Nederlandse stoomschip SOPHIE H, gecharterd door de N.A.S.M. en 24 sept. van hier naar New York vertrokken, aangehouden en te Ramsgate binnengebracht. (Volgens een later bericht passeerde de SOPHIE H 27 sept. Prawlepoint. – Red.)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 27 september. Volgens bij de directie van de Kon. Holl. Lloyd ontvangen bericht, zal het stoomschip GELRIA worden vrijgelaten zonder dat het heeft behoeven te lossen.
Volgens een later ontvangen telegram is de GELRIA hedenmiddag 12 uur van Falmouth vertrokken en wordt zij maandagavond te IJmuiden en dinsdagochtend te Amsterdam verwacht.


30 september 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 29 september. Het nieuwe stoomschip BAWEAN, van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, onlangs van Glasgow alhier aangekomen, is door de Holland Amerika Lijn gecharterd voor een reis naar New York, waarheen het 2 oktober van Rotterdam zal vertrekken. Behalve dit schip heeft de Holland Amerika Lijn nog opgenomen het stoomschip EEMDIJK, dat 1 oktober naar New York vertrekt, terwijl het stoomschip EIBERGEN in de dienst voor Mexico zal varen, doordien wegens de aanhouding van het stoomschip MAARTENSDIJK dit niet op tijd vertrekken kan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 29 september. Het stoomschip GELRIA dat aangehouden en naar Plymouth opgebracht was, is hier aangekomen. Van de lading werd te Plymouth niets gelost; ook van de passagiers behoefde niemand ontscheept te worden. Op zijn reis van Plymouth naar IJmuiden werd het schip bij Dover opnieuw aangehouden, waardoor vertraging ontstond.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Delfzijl, 28 september. De bij Gebr. Bodewes te Hoogezand nieuw gebouwde sleepboot genaamd CORNELIA FRATER, 350 ipk., voor rekening van de firma Zwart & Frater Smid alhier, heeft op de Eems proef gestoomd, en aan alle gestelde eisen ruimschoots voldaan. De machine is geleverd door de Fulton maatschappij aldaar.


01 oktober 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Amsterdam, 30 september. Heden is met goed gevolg te water gelaten van de werf van de Ned. Scheepsbouw Mij. het voor de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’ nieuw gebouwd stoomschip JAN PIETERSZOON COEN. (Bijzonderheden zie hieronder Stadsnieuws.)


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Te vroeg van stapel gelopen.
Een half uur te vroeg lag gistermiddag het nieuwe stoomschip JAN PIETERSZOON COEN, in aanbouw voor de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, reeds in zijn element. Terwijl men op de helling van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij bezig was met de voorbereidende maatregelen voor de stapelloop, als het wegslaan van de stutbalken, schoof het gevaarte ruim twaalf uur plotseling een decimeter vooruit. Dadelijk werd de havenmeester, de heer Ketting, gewaarschuwd, die in het bassin de nodige veiligheidsmaatregelen trof, daar het schip kon doorzetten. Intussen bleek, dat de stapelloop, die op half drie vastgesteld was, vervroegd moest worden en de JAN PIETERSZOON COEN gleed over de duchtig met zeep ingesmeerde helling reeds tegen 2 uur te water. En toen tussen twee uur en half drie honderden en honderden belangstellenden en genodigden op de werf kwamen, konden zij van af de helling de romp van het grootste schip, tot nu toe in Nederland gebouwd, onbeweeglijk in het bassin zien liggen aan stevige ankerkettingen vastgemaakt. Mevrouw Den Tex, de echtgenote van een van de directeuren van de ‘Nederland’, zou het schip dopen; hiervan kwam echter door deze al te voorspoedige tewaterlating niets. Wij behoeven zeker niet te zeggen, dat er zeer velen teleurgesteld waren, want juist het afglijden van dit reusachtige schip, dat een waterverplaatsing heeft van 15.600 ton en een afloopgewicht van 6.470 ton, was voor velen een interessant gezicht geweest. Met de bouw van dit schip heeft de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij, wat breedte betreft, de uiterste maat bereikt waartoe zij door haar situatie achter de voormalige Oosterdoksluis in staat is. Zoals bekend is werd reeds voor meer dan twee jaren door haar een verzoek gedaan om de beschikking te mogen hebben over een deel van de z.g. baggerbergplaats bij Schellingwoude. De beschikking over dit terrein, dat thans geheel braak ligt, zou de Scheepsbouw Maatschappij zeer ten goede komen. Het verzoek van de Maatschappij heeft echter tot dusver nog geen definitieve resultaten opgeleverd.
Over de JAN PIETERSZOON COEN, die later aan de passagiersdienst van de ‘Nederland' tussen Amsterdam en Batavia toegevoegd zal worden kunnen de volgende technische bijzonderheden gemeld worden: Lengte tussen de loodlijnen 503'-6". Breedte op buitenkant spanten 60'-4". Holte tot kuildek in de zijde, 31'-0"; holte tot opperdek in de zijde 39'-0". Toegeladen diepgang 25'-0". Waterverplaatsing 15.600 Eng. ton. Draagvermogen 6.950 Eng. ton. Het schip is geheel van staal gebouwd, volgens de hoogste klasse van Lloyds Register 100 A 1. en de voorschriften van de Nederlandse Schepenwet. Een dubbele bodem van 4'-0" hoogte, die bijna over de gehele lengte van het schip doorloopt, is verdeeld in 20 afzonderlijke tanks, waarvan die onder de machinekamer dienen tot berging van ketelvoeding-water; de tanks onder ruim; II, III en IV, benevens vóór- en achterpiek zijn bestemd voor zoetwater voor scheepsgebruik, die onder het ketelruim blijven leeg; de overige tanks zijn ingericht tot vervoer van waterballast. Acht waterdichte schotten, waarvan het aanvaringschot tot het opperdek, de overige tot het kuildek oplopen, verdelen het schip in negen waterdichte afdelingen. De tien waterdichte deuren kunnen alle in geval van nood door middel van Stone-Lloyd's pneumatisch-hydraulische sluitinrichting van de brug af worden gesloten. Het schip wordt voorzien van twee masten, waarvan de voormast vier laadbomen draagt van voldoende sterkte om 6 ton te lichten. leder van de twee laadpalen op het brugdek is voorzien van twee laadbomen met een hefvermogen van 3 ton, terwijl bij de voormast een zware laadboom geplaats is, waarmee zware stukken tot 25 ton kunnen worden gelicht. Tot het bedienen van de laadbomen zijn zes stoomlieren aangebracht. De stuurinrichting achter op het schip in een stuurhuis opgesteld, bestaat uit een dubbel stel stuurmachines, die elk afzonderlijk gebruikt kunnen worden, zodat de andere als waarloos dienst doet. Het schip zal worden voortgestuwd door twee drie-bladige schroeven van 17'-0" diameter, die bewogen worden door twee triple-expansie machines met cilinderafmetingen 27" x 44" x 75" en een slag van 49½". Bij 85 omwentelingen ontwikkelen de machines 6.000 ipk en geven het schip bij 25'-0" diepgang een snelheid van 15 knopen. Stoom wordt geleverd door 8 enkele cilindrische ketels, ieder met 3 vuren en met een gezamenlijk oppervlak van plm. 520 vierk. Eng. voet en een verwarmend oppervlak van plm. 21.000 vierk. Eng. voet. De stoomdruk is 15 kg. per cm2. De ketels werken onder geforceerde trek volgens Howden's systeem. De gehele machine- en ketelinstallatie wordt geleverd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen- en Spoorwegmaterieel, alhier.
Het schip kan vervoeren: 202 passagiers 1e klasse in 107 hutten en 4 luxe hutten; 129 passagiers 2e klasse in 49 hutten; 46 passagiers 3e klasse in 16 hutten; 42 passagiers 4e klasse in één verblijf.
De bemanning telt 261 personen, zodat het totaal aantal opvarenden 680 kan bedragen. Speciale vermelding verdienen de vier luxe nutten in de eerste klasse. Ter beschikking van de 1e klasse passagiers staan een deksalon en een rooksalon. Het eetsalon biedt plaats voor 138 personen. Verder is nog aanwezig een kinderkamer en een gymnastieklokaal, terwijl de comfort aan dek door een veranda zal worden verhoogd. Ten gerieve van fotograferende passagiers is op het schip ook een donkere kamer aanwezig. Ook de 2e en 3e klasse passagiers hebben verschillende salons tot hun beschikking. De 2e klasse passagiers zullen ook een dek-veranda te hunner beschikking krijgen. Een ruim promenadedek biedt de passagiers grote wandelruimte. Het schip wordt uitgerust met 14 sloepen, waarvan twee motorboten, een kapiteinsgiek en een vlet.
Verder wordt het schip voorzien van draadloze telegrafie en van een toestel voor onderwater-kloksignalen. Het wordt geheel elektrisch verlicht, terwijl verder tal van inrichtingen aan boord door elektriciteit worden gedreven.


Krant:

 NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Hiermede geven wij kennis van het overlijden van onze geliefde broeder, behuwdbroeder en oom, de heer Adriaan Hendrik van der Steur, in de ouderdom van 46 jaren. 1e stuurman a/b van het stoomschip AUTOMAAT, vergaan de 18e september 1914.
Uit aller naam: N. P. van der Steur, Schiedamschesingel 69a, Rotterdam.
Algemene kennisgeving.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Dankbare Engelsen.
Het stoomschip FLORA arriveerde dinsdagavond te Amsterdam. De gezagvoerder en de bemanning zijn te Leith, door de autoriteiten en de burgerij en namens de Engelse regering bijzonder gehuldigd.
Van de opvarenden hoorden we nog menige bijzonderheid over de redding van de Engelse schipbreukelingen. Een grote moeilijkheid was die dag de voeding van de geredden. In de kombuis kon men zich wenden noch keren, want het was daar, evenals in de machinekamer, stampvol. Verkleumd als zij waren, trachtten de Engelsen zich daar te warmen. Intussen bereidde de kok zo goed en zo kwaad als het ging, het eten. De brood voorraad voor drie dagen ging er aan. Sommigen, die zich zelf helpen konden, gaf de kok maar een bus beschuit met een homp boter en kaas. Zijn helper liep rond, een fles cognac in de ene hand, een fles jenever in de andere hand, teneinde de schipbreukelingen een hartversterking toe te dienen. Tijd om de ontbrekende voorraad in IJmuiden aan te vullen, had men niet. Brood was er niet meer te krijgen, want de gehele voorraad was gerekwireerd voor de geredden.
Alleen kreeg de bemanning nieuwe werkkleding. Alle beschikbare kleren aan boord had men de schipbreukelingen gegeven.
Te Leith verdrong zich langs de kaden een dichte menigte: allen wilden het schip zien, dat zovele dappere landgenoten van een wissen dood gered had.
Tot grote teleurstelling van het publiek werden de dokken echter gesloten en mocht niemand tot het schip worden toegelaten. De bemanning, die niet in het bezit was van een pas, kon het schip niet verlaten. Het was ook niet de moeite waard, want de volgende dag, zondag, vertrok men reeds weer naar Amsterdam. De bootwerkers, die hielpen aan het lossen, waren bijzonder voorkomend. Nauwelijks had men vernomen, dat de voorraad tabak en sigaren uitgeput was, daar men alles aan de drenkelingen had gegeven, of de beste Engelse tabak en sigaren kwamen aan boord voor de dappere, Hollanders.
(opm: Dit waren drenkelingen van de 3 Engelse getorpedeerde kruisers ABOUKIR, HOGUE en de CRESSY. zie ook RN 071014)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 september. Het Nederlandse stoomschip SOPHIE H, in charter van de Holland Amerika Lijn, op weg van Rotterdam naar New York, is voor de tweede maai door de de Engelsen aangehouden en opgebracht naar Falmouth.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 30 september. Het Nederlandse stoomschip ATLAS, dat op reis van Palermo naar Amsterdam werd aangehouden en opgebracht naar Brest, is na vrijgelaten te zijn hedenochtend Dungeness gepasseerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 29 september. Het Nederlandse stoomschip FRIESLAND, van Leith te Harlingen arriverende, heeft tijdens ruw weer de haven binnenkomende, de Zuiderpier belangrijke schade toegebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlieland, 29 september. Van het gestrande zeilschip OCEAN zijn de luiken afgeslagen. De lading cokes spoelt aan op het strand.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 29 september. De Nederlandse motorboot AGDA is 15 mijlen NW van Kaap Roca gezonken. De opvarenden zijn te Lissabon geland. De AGDA in 1913 te Hasselt gebouwd, is groot bruto 272 en netto 186 reg. ton.


02 oktober 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Port Glasgow is te water gelaten het voor de Kon. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij alhier in aanbouw zijnde stoomschip POSEIDON. De afmetingen van het stoomschip zijn: Lengte 295, breedte 43 en holte 29.6 voet. Het zal voorzien worden van een triple-expansie machine.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 oktober. De sleepboot SEINE arriveerde 28 september van Sydney C.B. te Falmouth.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 oktober. Een gedeelte van de lading uit het stoomschip WILIS, dat op reis van Java naar Rotterdam naar Southampton is opgebracht, zal worden gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 1 oktober. Het stoomschip ROTTERDAM (Holland Amerika Lijn), naar Plymouth opgebracht, zal waarschijnlijk een gedeelte van de lading moeten lossen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Vlissingen, 30 september. De tijdelijke vrachtboten van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland, mogen niet meer naar Queenborough, doch gaan nu naar Tilbury Docks.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 1 oktober. Bij de Stoomvaart Mij. Nederland is telegrafisch bericht ingekomen dat de stoomschepen NIAS en CELEBES 1 oktober 's morgens, het stoomschip RIOUW 2 oktober 's morgens, en behoudens onvoorziene moeilijkheden, het stoomschip ORANJE 3 oktober 12 uur 's middags van Gravesend naar Amsterdam zullen vertrekken. Er is nog geen opgave ontvangen omtrent geloste lading.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Harlingen, 30 september. Het stoomschip FRIESLAND, (zie vorig No.) heeft door het stoten op de basaltmuur schade bekomen aan de schroef. Het vertrekt morgenochtend naar Amsterdam om te dokken.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Lissabon, 30 september. De bemanning van de gezonken Nederlandse motorschoener AGDA werd gered het stoomschip KHIVA.


Krant:

 DMB - De Maasbode

Scheepsbouw. Het stoomschip VAN STIRUM, het derde voor de firma Wambersie & Zoon te Rotterdam, op de Foylewerf te Londonderry gebouwde stoomschip is met goed gevolg te water gelaten. De VAN STIRUM heeft de volgende afmetingen: Lengte 343 voet, breedte 45 voet en diepte tot het tentdek 28 voet. Het stoomschip biedt ruimte aan 30 passagiers eerste klasse. Er zijn maatregelen getroffen voor het vervoer van fruit, terwijl het voorzien is van een draadloze telegrafie.


03 oktober 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Te Westerbroek is van de werf van de firma E.J. Smit & Zoon te water gelaten een stalen sleepkaan van 1.000 ton draagvermogen, bestemd voor de vaart op het Dortmund-Eemskanaal en voor rekening van de firma Schulte & Bruns te Emden. Onmiddellijk is de kiel gelegd voor een stalen Rijnlichter van 1.700 ton draagvermogen voor Duitse rekening.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 3 november. Voor de haven te Wieringen is opgevist het in staat van ontbinding verkerend lijk van C. Cornelissen, 2e stuurman van het vergane stoomschip AUTOMAAT, van hier. In een op het lijk gevonden horloge staat gegraveerd C. Cornelissen. Op de arm is de Hollandse vlag getatoeëerd, waaronder C.C. Het lijk dreef op een zich om het lichaam bevindende zwemgordel en was gekleed in zwart lakense jas, broek en vest.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 oktober. Het stoomschip SOPHIE H, gecharterd door de N.A.S.M., op de reis van Rotterdam naar New York eerst te Ramsgate en daarna te Falmouth opgebracht, heeft hedenmorgen de reis voortgezet en passeerde om 8.20 uur vm. Lizard. Voor zover bekend is van de lading niets gelost.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 2 oktober. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee L.P.W. van der Wal, is 1 dezer van Curaçao vertrokken ter aanvaarding van de terugreis naar Nederland met eerste bestemming naar Bermuda.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 1 oktober. Te Port Glasgow is te water gelaten het voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. te Amsterdam gebouwde vrachtstoomschip POSEIDON.
De hoofdafmetingen zijn 295' x 43' x 29' 6", De bruto inhoud bedraagt 1.950 ton, de machines zijn van het triple-expansie systeem met cilinders van 22", 55" en 59" diameter en een slaglengte van 39".


05 oktober 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hoogezand, 1 oktober. Van de werf van de firma E.J. Smit & Zoon alhier is heden te Westerbroek te water gelaten een stalen sleepkaan van 1.000 ton draagvermogen, bestemd voor de vaart op het Dortmund-Eemskanaal en voor rekening van de firma Schulte & Bruns te Emden. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een stalen Rijnlichter van 1.700 ton draagvermogen voor Duitse rekening. Verder zijn nog in aanbouw een stalen zeilaak, een stalen motorschuit, een vrachtstoomschip van plm. 300 ton, twee Weserlichters. Ook zijn in aanbouw verschillende compoundmachines, tysle-expansiemachines, hogedrukmotoren en ruwoliemotoren. De fabriek kan nog vele maanden met volle kracht doorwerken, dank zij de aanwezige materialen.


06 oktober 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 oktober. De sleepboot NOORDZEE vertrok 3 oktober van Rio Grande naar Rotterdam.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 oktober. Te Kinderdijk is van de werf van de firma Gebr. Jonker een hopper te water gelaten gebouwd voor binnenlandse rekening en bestemd voor Zuid-Amerika.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 oktober. Te IJmuiden is binnengekomen de logger WILHELMINA 4, (KW-148), met 17 man equipage van het Nederlandse stoomschip NIEUWLAND, dat 5 mijl ten Noorden van Outer Dowsing op een mijn gelopen en gezonken is. Het stoomschip NIEUWLAND is het nieuwste schip van de Scheepvaart- & Steenkolen Maatschappij te Rotterdam en was met een lading steenkolen bestemd van Goole naar Harlingen. De NIEUWLAND was zaterdagmorgen te ruim 8 uur vertrokken. De ramp had plaats te 10.40 uur.
Het schip werd getroffen in ruim één, dat openbarstte, waarna het stoomschip eerst over stuurboord, later over bakboord ging overhellen, om binnen korte tijd met de kop in zee te zinken. Alle opvarenden hadden gelegenheid zich in een van de scheepsboten te begeven, die door de genoemde logger werd opgepikt, zodat alle opvarenden gered zijn. Tot de geredden behoort de stoker Jan Noordergraaf, die ook schipbreuk heeft geleden met het stoomschip HOUTDIJK, dat in de Finse Golf op een mijn liep.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 5 oktober. De Nederlandse sleepboot ALMAGRO met twee kolenelevators op reis van Rotterdam naar Buenos Aires, arriveerde 3 oktober te Teneriffe.
— De Nederlandse sleepboot NOORDZEE met de baggermolen HAARLEM op sleeptouw is 1 oktober te Rio Grande aangekomen.
— De Nederlandse sleepboot THAMES met twee kolentransporteurs op sleeptouw van Genua naar Buenos Aires, arriveerde 2 oktober te Gibraltar.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

IJmuiden, 4 oktober. Door de sleepboot VISCHPLOEG is hier aangebracht een beschadigde scheepsboot afkomstig van het gezonken stoomschip NIEUWLAND.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 4 oktober. De Nederlandse zeesleepboot FRIESLAND, met de baggermolen MADJOE van Amsterdam naar Makassar, arriveerde volgens alhier door Bureau Wijsmuller ontvangen telegram 2 oktober te Colombo, alles wel.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Plymouth, 2 oktober. Het Engelse stoomschip KHIVA, gisteren alhier aangekomen, rapporteert de bemanning aan boord te hebben van het Nederlandse motorschip AGDA. De met met zout van Cádiz komende AGDA had 28 september op 15 mijl NW van Kaap Roca op een onder water drijvend wrak gestoten, waardoor het schip zonk. De geredde bemanning bestaat uit de kapitein, diens vrouw en drie kinderen en zes man equipage. Een half uur nadat de redding volbracht was, zonk de AGDA in de diepte weg. Onder de bemanning is een Duitser, die hier gevangen wordt gehouden.
De AGDA, 272 ton groot en in 1913 gebouwd, behoorde te Rotterdam thuis en was het eigendom van de kapitein. (Reeds vroeger gedeeltelijk gemeld).


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 4 oktober. Het stoomschip MARKEN van de Stoomvaart Mij. Triton te Rotterdam, heden van Port Said te Falmouth aangekomen, rapporteert dat 24 september een vlampijp is gesprongen, waardoor een stoker gedood werd. Het stoomschip heeft op zee gerepareerd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Christiania, 28 september. Het Nederlandse stoomschip EUTERPE. komende van Aarhus, is te Stavanger aangekomen met schade, ten gevolge van een aanvaring, die op vier mijl afstand van laatstgenoemde haven heeft plaats gevonden. (De EUTERPE arriveerde 5 oktober te Amsterdam. Red.)


Krant:

 HND - Het Nieuws van den Dag

Nieuwe schepen. Ledig naar Duitsland passeerde te Lobith het nieuwe stoomschip ALBATROS, gebouwd bij de N.V. Arnhemsche Stoomsleephelling Mij. te Arnhem, voor rekening van de heer Van Holt, te Ruhrort.


07 oktober 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Ledig naar Duitsland, passeerde hier het nieuwe bij Bodewes te Millingen gebouwde sleepschip VER. FRANKFURTER RHEDEREI 43, groot 525 last, schipper Faulhaber.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Huldiging van de redders.
De Engelse regering is voornemens aan de bemanning van de Nederlandse stoomschepen TITAN en FLORA medailles toe te kennen voor het redden van de schipbreukelingen van de drie, op 22 september in de grond geboorde, kruisers. Het zou tevens in de bedoeling van die regering liggen de redders nog andere bewijzen van haar erkentelijkheid, in de vorm van geschenken, te geven. (opm: zie ook RN 011014)


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Texel, 5 oktober. Het onlangs op Vlieland gestrande schip OCEAN, werd in de vorige week gekocht door de heren Vlessing, van Texel en Dekker te IJmuiden. Van de lading cokes is vermoedelijk nog ruim 600 hl. in het schip. Bjj de verkoop werd de voorwaarde gesteld, dat het wrak binnen drie maanden moest opgeruimd zijn.


08 oktober 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De Haven. Er is een Japanse boot binnengekomen, de TOKUSHIMA MARU met stukgoederen. Zij en de graanschepen voor de Regering geven de kleine schipperij weer wat werk. Uit de Leuvehaven zijn heden althans een aantal, daar sinds lang stilliggende binnen-vrachtscheepjes rivierwaarts gegaan.
Om de grote armoede onder de schippers te keren heeft de Vereeniging van Scheepsbevrachters, afdeling Zuid-Holland, een fonds gevormd waaruit sedert 1 september nogal wat steun verleend is. Vooral echter tot het geven van vrachten aan schippers die het 't meest nodig hebben, werkt deze afdeling.
Weer zijn twee “Dijk"-boten van de N.A.S.M. aangehouden, de AMSTELDIJK, die reeds te Plymouth was binnengebracht, is nu weer naar Londen opgezonden en gisteren te Southend aangekomen. De MAARTENSDIJK heeft het lot van haar arme zusters gedeeld en is naar Queenstown gebracht.
Van de ROTTERDAM verluidde het gisteravond dat het schip was vrijgelaten en bij Duins ten anker lag, doch heden vernemen we dat het schip vanmorgen halfzeven bij Dover is gemeld. De POTSDAM en de WESTERDIJK liggen te Gravesend.
Over het lossen aldaar van de WESTERDIJK is men nog in het onzekere. De SOESTDIJK, met graan voor de Regering, is vanmorgen hier aangekomen. De hoeveelheid bedraagt 6.000 ton, waarvan de helft met de hand en de helft met elevators wordt gelost. De Javaboot DJEBRES van de Rott. Lloyd, die sedert 16 september te Greenock lag, heeft gisteren de reis naar hier voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 6 oktober. De sleepboot FRIESLAND is hedenmorgen, volgens alhier ontvangen telegram, van Colombo vertrokken, ter voortzetting van de reis naar Makassar via Soerabaja. Aldaar toch moet de baggermolen MADJOE eerst worden opgetuigd en voor het havenwerk te Makassar in gereedheid worden gebracht, alvorens de reis kan worden voortgezet. (Bureau Wijsmuller.)


09 oktober 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Uitspraken. De Raad voor de Scheepvaart deed uitspraak in de zaken van de HOUTDIJK en ALICE H, die in de Finse Golf op een mijn liepen.
De Raad is van oordeel, dat als vaststaande mag worden aangenomen, dat de ramp is veroorzaakt doordien de HOUTDIJK op onderzeese mijnen is gestoten. Allen, die aan boord waren, hebben blijkbaar hun plicht gedaan; de reddingmiddelen waren behoorlijk in orde. De uitspraak in zake de ALICE H luidde hetzelfde.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Bij Verschure & Co's Scheepswerf & Machinefabriek te Amsterdam is gisteren te water gelaten de eerste van de vier in aanbouw zijnde pontons voor graanelevators, bestemd voor de Ned. Graanelevator Mij. Rotterdam.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Lobith, 7 oktober. Van de werf van de firma Bodewes te Lobith is met goed gevolg te water gelaten een ijzeren sleepschip, groot 1.200 ton, gebouwd voor rekening van de heer J. Benz te Niederlahnstein.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Baarn, 6 oktober. De sleepboot HOLLAND ligt thans nog te Odessa, opgesloten in de Zwarte Zee wegens sluiting van de Dardanellen, na aldaar de GRUA FLOTTANTE No. 575, gebouwd aan de werf Conrad te Haarlem voor Russische rekening, in goede orde te hebben afgeleverd.


10 oktober 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Charlton, 7 oktober. Het van Rotterdam inkomstoomschip BATAVIER V is op de rivier in aanvaring geweest met een ijzeren lichter, gesleept door de sleepboot ROYAL DAYLIGHT. Schade onbekend.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 8 oktober. Het aantal in september verloren gegane Engelse schepen is als volgt: 14 zeilschepen, 920 netto ton, verlies aan mensenlevens 11; 40 stoomschepen, 30.186 ton, verlies aan mensenlevens 90; tezamen 54 schepen met 31.106 netto ton, verlies aan mensenlevens 101.
Onder de stoomschepen zijn er 18 met 21.581 ton die door Duitse oorlogsschepen in de grond zijn geboord, en 9 met 1.564 ton die op mijnen zijn gelopen. Met laatstgenoemde 9 stoomschepen zijn 76 mensen omgekomen.


12 oktober 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 oktober. De sleepboot NOORDZEE vertrok 7 oktober van Rio de Janeiro naar Porto Alegro.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 10 oktober. Hr.Ms. pantserschip KORTENAER, onder bevel van de kapitein-luitenant ter zee L.P.W. van der Wal, is 9 dezer te Bermuda aangekomen, vanwaar de reis zal worden voortgezet met eerste bestemming naar Horta.


13 oktober 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 12 oktober. Het stoomschip MAARTENSDIJK van de Holland Amerika Lijn, 5 dezer op reis van New Orleans naar Rotterdasm te Queenstown opgebracht, heeft zondagochtend de reis van Queenstown naar hier voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Barry, 9 oktober. Volgens rapport is het reeds gemelde stoomschip BEEKBERGEN in Barry Roads met het stoomschip HADLEY in aanvaring geweest, waardoor het stuurboord achterschip belangrijk werd beschadigd. De schade aan de HADLEY indien ze er is, is nog onbekend.


15 oktober 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Het vrachtstoomschip DJEMBER, dat voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam aan de fabriek ‘De Schelde’ te Vlissingen van machines en ketels wordt voorzien, vertrekt donderdag a.s. van daar naar Rotterdam voor het houden van de proeftocht.


16 oktober 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Scheepsbouw. Gisteren werd van de werf ‘Gusto’ van de firma A.F. Smulders te Schiedam te water gelaten de stalen romp van een zeewaardige emmerbaggermolen, gebouwd voor rekening van de firma H.W. Ackermans & H. van Haaren. De hoofdafmetingen zijn lengte 54 meter, breedte 9,30 meter, holte 3,80 meter. De baggermolen zal geschikt zijn voor de verwerking van zeer zware grond en kunnen baggeren tot een diepte van 18 meter.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 oktober. Het stoomschip FRIESLAND 13 oktober van Amsterdam te Leith aangekomen, heeft lichte schade belopen door aanvaring met een Engels lichtschip.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 oktober. Men verneemt dat de stoomschepen GELDERLAND en NEDERLAND voorlopig zullen worden opgelegd.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 oktober. Het Nederlandse stoomschip ANDIJK, van New York naar Rotterdam, is gisterochtend naar Falmouth opgebracht. Het Nederlandse stoomschip MAARTENSDIJK, van New Orleans naar Rotterdam, vrijdag te Queenstown vrijgelaten, is 13 oktober weer naar Havre opgebracht. Het dubbelschroefstoomschip NIEUW AMSTERDAM, van New York naar Rotterdam, sedert 8 oktober te Plymouth, heeft 14 oktober de reis voortgezet.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 oktober. De Nederlandse schoener HOOGEZAND I, kapt. Wyrdeman, arriveerde 10 oktober van Rio Grande te Liverpool.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 oktober. Gedurende het eerste halfjaar van 1914 werden van Narvik geëxpedieerd 278 stoomschepen. beladen met 1.827.623 ton ijzererts. De voornaamste verscheping vond in de regel naar Rotterdam plaats. Sinds het begin van de oorlog is het vervoer van Narvik zeer achteruitgegaan, vooral omdat Engeland ijzererts als conditionele contrabande is gaan beschouwen.


17 oktober 1914


Krant:
  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
Een tweetal zaken behandelde gistermiddag de Raad voor de Scheepvaart. Allereerst de zaak van het stoomschip AUTOMAAT, dat op 25 september jl. (opm: moet zijn 18 september) is vergaan op de reis van Grimsby naar Rotterdam, waardoor de gezagvoerder en 15 man het leven verloren.
Het schip vertrok, naar de bootsman J.F. van Os, de enige persoon die het leven er af bracht, ter zitting meedeelde, op 18 september van Grimsby naar Rotterdam. De AUTOMAAT was met kolen geladen, de bemanning bestond uit zeventien man. Bij het vertrek was het goed weer. Men nam voorzorgsmaatregelen aan boord met het oog op mogelijk stormweer, om het schip goed dicht te houden.
Toen men vertrok woei de wind uit westelijke richting; dat is ongeveer zo gebleven. Op de 25e september, toen het weer al zéér slecht was, had getuige de wacht; hij ging om twaalf uur naar kooi, maar werd om drie uur wakker en voelde dat het schip een hevige stoot kreeg. Dit echter verontrustte hem volstrekt niet; even later echter kwam de dekwacht hem waarschuwen, dat gevaar dreigde.
De stuurman waarschuwde getuige en zei: „Jan, kom aan dek, anders gaan we naar de verd...." Maar getuige nam die woorden niet zo hoog op; aan boord wordt die uitdrukking wel meer gebezigd. Getuige zag, dat het schip met slagzij aan bakboord lag en dat 5 à 6 luiken waren afgeslagen aan de achterkant van het voorruim. De machine werkte nog maar er werd niet gestuurd, want de stoomstuurinrichting was defect geraakt.
Door het op zijde liggen van het schip was de bakboord reddingboot drijvende geraakt; getuige gelukte het, na uiterste moeite en nadat hij eerst nog zijn hoge waterlaarzen had uitgetrokken, die boot te bereiken. Getuige heeft nog getracht de kapitein te redden, die zich aan het schip had vastgeklampt maar toen hij hem tot op een afstand van één meter was genaderd liet hij het schip los en zonk weg. Echter gelukte het getuige nog drie personen in de boot te brengen. Later, toen de reddingboot omsloeg tot vier keer toe wegens het stormweer, verloren ook deze drie geredden het leven in zee ondanks de wanhopige pogingen door getuige aangewend. Deze bleef toen alleen in de reddingboot die, hoewel zij vol water was, bleef drijven. Onafgebroken heeft de man toen tweeëndertig uren geheel alleen in de boot vertoefd, totdat hij werd opgenomen door een Zweedse boot en naar Antwerpen vervoerd.
De secretaris deed daarna voorlezing van de verklaring van de oud-gezagvoerder van de AUTOMAAT. Hieruit blijkt dat het schip goed zeewaardig was. Met stormweer moest echter steeds voorzichtig worden gemanoeuvreerd, omdat de luiken zo groot waren en dus met draaien niet te lang moest worden gewacht. De luiken waren steeds goed in orde. De Raad zal in deze zaak later uitspraak doen.


Krant:

  AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart.
De Raad behandelde gistermiddag de zaak van het op een mijn lopen en zinken op ongeveer dertig mijl van de mond van de rivier de Humber van het stoomschip NIEUWLAND, gezagvoerder H. Drayer.
Op reis van Goole naar Harlingen stootte het schip op een mijn, welke onder het voorschip ontplofte en een gat in het schip sloeg. Het vaartuig stond in een ogenblik op zijn kop en verdween spoedig in de diepte; de opvarenden konden in allerijl de scheepsboot te water brengen met achterlating van alle eigendommen. Met deze boot bereikte men de logger, welke op het herhaald fluiten van de NIEUWLAND naderbij was gekomen en reeds een boot had uitgezet om het volk af te halen.
De secretaris las de verklaring van de gezagvoerder voor. Daaruit blijkt onder anderen, dat, toen de geweldige schok was gevoeld, de stuurboordsloep te water werd gelaten, waarin de gehele bemanning van het schip plaats nam. Toen de kapitein ervan overtuigd was, dat allen in de reddingsboot zaten, verliet ook hij de NIEUWLAND en de reddingsboot voer weg. Op enigen afstand van het schip zag men, dat de NIEUWLAND naar voren overhelde; echter dacht de kapitein, dat het schip niet zou zinken. Maar spoedig daarna, ongeveer twintig minuten nadat men het schip had verlaten, zonk het met de neus naar voren. Om kwart voor acht in de namiddag werd de bemanning door de logger aan boord genomen en te IJmuiden aan land gezet, waar de bemanning een goede behandeling ondervond evenals aan boord van de logger.
Nog stond vermeld, dat, toen de schok gevoeld werd, in de kaartenhut de kapitein de scherven van de lamp om de oren vlogen; het voorluik was opengebarsten, het kompas stond verkeerd. De ijzeren trap in de machinekamer was als een spiraal ineen gekronkeld. Het schip werd door de ontploffing opgenomen en weer neergesmakt. Nog deelde een van de leden mee, dat het schip geheel nieuw en in beste staat was; het was op zijn eerste reis. Ook in deze zaak zal de Raad later uitspraak doen.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 oktober. Het nieuwe stoomschip DJEMBER, bestemd voor de Rotterdamsche Lloyd, groot bruto ongeveer 8.000 ton, te Rotterdam bij Bonn en Mees gebouwd en te Vlissingen door de Kon. Mij. ‘De Schelde’ van machines en ketels voorzien, is gisteren alhier aangekomen. Dit stoomschip dat door kapt. E. Havinga zal worden gevoerd, zal 28 oktober de eerste reis naar Java aanvaarden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schiedam, 15 oktober. Heden werd van de werf Gusto van de firma A.F. Smulders alhier te water gelaten de stalen romp van een zeewaardige emmerbaggermolen, gebouwd voor rekening van de firma H.W. Ackermans & H. van Haaren. De hoofdafmetingen zijn: Lengte 54 meter, breedte 9,30 meter, holte 3,80 meter.
De baggermolen zal geschikt zijn voor de verwerking van zeer zware grond en kunnen baggeren tot een diepte van 18 meter.
Het vaartuig zal worden voorzien van 2 compound machines van 600 ipk. ter voortstuwing van de 2 schroeven, of tot het drijven van de emmerketting, waarvoor één machine ruim voldoende is. Voorts 2 ketels met een verwarmend oppervlak van 240 m2, werkende onder een stoomdruk van 8 kg. Het vaartuig zal tevens worden voorzien van een direct gedreven dynamo voor de in- en uitwendige verlichting en van de nodige lieren voor het manoeuvreren en het bedienen van de ankers.
De reis naar de bestemmingsplaats zal onder eigen stoom worden afgelegd. Bovengenoemd werktuig is de derde baggermolen van geheel dezelfde afmetingen, door de werf Gusto in de laatste jaren gebouwd voor bovengenoemde aannemers.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 15 oktober. Naar hier is vernomen, is het Kaiser Wilhem-Kanaal, tijdens de verdere duur van de oorlog voor handelszaken gesloten.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 16 oktober. De Stoomvaart Maatschappij Nederland heeft uit Ferryville (Tunis), telegrafisch bericht ontvangen dat haar stoomschip BOEROE daarheen is opgebracht en daar heeft moeten lossen 366 kisten rubber, 226 kisten thee en 1.000 balen oliekoeken. Het schip vervolgde de reis de 15e dezer naar Londen als eerste bestemming.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Toulon, 9 oktober. Het Oostenrijkse stoomschip DAN, het Nederlandse stoomschip BACCHUS en het Spaanse stoomschip UPO MEND zijn in beslag genomen door torpedoboten uit Toulon.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Yarmouth, 12 oktober. Het Nederlandse stoomschip FRIESLAND, reeds gemeld, was in aanvaring met het Newarp-vuurschip. Laatstgenoemd vaartuig, dat schade aan de verschansing beliep, zal om te repareren naar binnen worden gehaald. De gezagvoerder van het vuurschip stierf kort na de aanvaring aan een hartverlamming.


19 oktober 1914


Krant:
  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 17 oktober. Het volgende telegram is uit Zweden ontvangen: Meerdere stoomschepen met gezaagd hout zijn in beslag genomen en naar Swinemünde opgebracht.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Amsterdam, 16 oktober. De Stoomvaart Maatschappij Nederland deelt mee, dat het mailschip KONINGIN EMMA op 7 dezer van Port Said vertrokken, op de thuisreis van Java over Genua en Londen naar Amsterdam, in de Middellandse Zee is aangehouden en naar Malta gebracht en daar order kreeg, naar Bizerta te gaan, ten einde de volgende goederen te lossen, die de Franse autoriteiten als conditionele contrabande beschouwen: Koffie, rubber, tapioca, huiden, mais en thee. De directie overweegt met het agentschap te Genua, te nemen maatregelen ten opzichte van de verdere reis van het stoomschip. Het voornemen is, het schip van Bizerta over Londen naar Amsterdam te laten gaan, zonder Genua aan te doen. De lading, die voor Genua aan boord mocht zijn, zal dan te Amsterdam worden ontscheept en van daar naar Genua vervoerd worden.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Leith, 14 oktober. Het stoomschip FRIESLAND, hier heden van Harlingen aangekomen, rapporteert op 11 oktober in aanvaring te zijn geweest, waarbij drie platen aan bakboordboeg zijn beschadigd en een reddingsboot is verloren gegaan.


Krant:

  RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Texel, 16 oktober. Het op de Vliehors gestrande zeilschip OCEAN wordt gesloopt. De hoeveelheid cokes, er in aanwezig, is veel groter, dan men eerst gemeld heeft. De firma Vlessi