Inloggen
INSULINDE - ID 8733


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1882-05-23 / 1903-02-28 | Reden uitgevlagd: Buitenland verkocht

Identification Data

Bouwjaar: 1882
Categorie: Passenger-/cargo vessel
Voorstuwing: Steamship
Type: Vracht-/passagiersschip
Type Dek: Spar deck
Masten: Three masts
Rig: Several auxiliary sails.
Material Hull: Iron
Dekken: 3
Construction Data

Scheepsbouwer: John Elder & Co., Glasgow, Great Britain
Werfnummer: 261
Launch Date: 1882-05-01
Delivery Date: 1882-06-03
Technical Data

Engine Manufacturer: John Elder & Co., Glasgow, Great Britain
Motor Type: Steam, Compound
Number of Cylinders: 2
Power: 2000
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: Boilers: 2 double ended scotch boilers, 6 furnaces each. Engine: Bunkers: 1058 tons / consumption 34/day.
Speed in knots: 11.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 3044.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 2221.00 Net tonnage
Deadweight: 3000.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Bale: 122400 Cubic Feet
 
Length 1: 350.00 Feet (British) Registered
Beam: 39.00 Feet (British) Breadth, moulded
Depth: 21.20 Feet (British) Depth to Main Deck
 
Passengers:
1st 2nd 3rd Steerage Deck Total
60 23 0 70 0 153
Configuration Changes

Datum 00-00-1881
Type: Additional Ship Data
Omschrijving: Ordered: !881, Contract price was: ƒ 955.000,-

The ship was named after the archipelago of the Dutch East Indies, called Insulinde.

Decks: Tween deck, main deck and spar deck.
Depth to spardeck: 30,83'.

WT bulkheads: 6

Hatches: ?

Rigging: 2x Fore topmast staysails,
Fore sail, lower- and upper fore topsail,
Main yard, lower- and upper main topsail yard,
Gaffsails and gaff topsails to all masts.

Crew: 67 persons.

Datum 00-00-1888
Type: Remeasurement
Omschrijving: Tonnage as known in 1888: 3074 BRT, 2036 NRT.

Datum 00-00-1900
Type: Rebuilt
Omschrijving: Uit de maildienst teruggetrokken en verbouwd tot vrachtschip.

Datum 00-05-1903
Type: Rebuilt
Omschrijving: Completely rebuilt into a cruise-ship in the period of May - September 1903,

3488 (b); 1618 (n), 2 masts;

Accomm.: 224 passengers and a crew of 88 men.

Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1882
Datum agenda: 1882-05-22
Register nr: 0
Scheepsnaam: INSULINDE
Type:
Lasten: 0
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Vries & Co., de
Plaats: Amsterdam
Kapitein op moment van verzoek: x
Opmerkingen: ja, voorlopige
1882-05-23, uitreiking voorl zb via Consul te Glasgow100-x

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1882-05-00 INSULINDE
Manager: N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PCLK

Date/Name Ship 1883-00-00 BURGEMEESTER DEN TEX
Manager: N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: NHMQ

Date/Name Ship 1903-00-00 ILE DE FRANCE
Manager: Société Générale de Transports Maritimes à Vapeur S.A., Marseille, France
Eigenaar: Société Générale de Transports Maritimes à Vapeur S.A., Marseille, France
Shareholder:
Homeport / Flag: Marseille / France
Additional info: Became a cruise ship.

Ship Events Data

1883-02-24: History
Na het einde van de eerste reis werd het schip INSULINDE herdoopt in BURGEMEESTER DEN TEX, vernoemd naar de kort daarvoor overleden burgemeester van Amsterdam. Op 24 februari 1883 ving de eerste reis onder de nieuwe naam aan.
1883-04-04: Damaged
Volgens telegram van Malta is het stoomschip BURGEMEESTER DEN TEX, kapt. J.F. Graadt van Roggen, van Amsterdam naar Java, de 5e april 1883 ten 4 ure namiddags te Malta binnengesleept door het Engelse stoomschip STORRA LEE, hebbende de vorige dag de schroefas gebroken.
1890-04-15: Damaged
Southampton, 16 april 1890. In de schroef van het stoomschip BURGEMEESTER DEN TEX, van Amsterdam naar Batavia, geraakte bij het verlaten van het dok een tros verward. Het stoomde de rivier af en kwam ten anker, doch keerde hedenochtend om 7.45 uur in het dok terug om te schroef te klaren. Het stoomschip is in de namiddag, nadat de tros door duikers was geklaard, weder vertrokken.
1891-03-20: Collision
Soerabaja, 23 april. Bij het vertrek van de rede op 20 maart 1891 kwam het schip THOMASSINA Mc.LELLAN in aanvaring met het ten anker liggende stoomschip BURGEMEESTER DEN TEX
1903-02-28: Sold to foreign country
Het stoomschip BURGEMEESTER DEN TEX van de Stoomvaart Mij Nederland te Amsterdam is verkocht voor GBP 10.000 aan Societé Generale de Transport Maritimes à Vapeur te Marseille.
1903-09-14: Maiden Voyage
Op 14 september 1903 eerste cruise van Marseille naar Kreta.
1915-00-00: Final Fate: Scrapped

Op 8 juli 1914 beëindigde de ILE DE FRANCE haar laatste cruise, waarschijnlijk te Genua. Ze werd aan Italiaanse kopers verkocht en in het vierde kwartaal van 1915 te Genua gesloopt.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

J.F.Graadt van Roggen werd met nr.604 lid van Zeemanshoop per 10 oktober 1854 op voorspraak van P.W.B.Mellink. Zijn schip was de "Waalstroom"002.

In de notulen van de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 03/10 oktober 1854 staan vermeld dat tot effectief lid zijn voorgedragen/benoemd Jacob Frans Graadt van Roggen, oud 25 jaar, voerend de bark “Waalstroom”, voor rekening van en met als adres A.Graadt van Roggen te Amsterdam, op voordracht van kapitein P.W.B.Mellink.023.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 12 september 1882 wordt vermeld de heer van Hasselt, directeur der filiaalinrichting van het Kon.Ned. Meteor. Inst. te Utrecht: “Als nu reikte hij uit aan de Heeren W.P.Harten, H.Hissink en H. de Jonge getuigschriften voor uitmuntende journalen; aan de Heeren R.J.Weber, C.Jaski, A.G. Mörser Bruijns, W.Adriani, R.Berckelbach v.d Sprenkel, J.F. Graad van Roggen, A..J.Herckenrath, J.H.Bart, H.C.Haacke, H.W.Prins en A.F. de Vrije voor zeer goede journalen.” 023

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van College Zeemanshoop in Amsterdam001

vlagnummer              jaren              type                 scheepsnaam                          naam reder/boekhouder

        604                1854-1855 bark Waalstroom   A.Graadt van Roggen, A’dam

                                1856-1857 bark E.W.van Dam van Isselt                                idem

                                1858-1859 bark E.W.van Dam van Isselt                                Jerem.Meijjes & Zn te A’dam

                                1860-1870 bark Zeenymph     F.A.Jas

                                     1871              geen vermelding van schip en boekhouder

                                1872-1873 stoomsch.                Conrad                                     Stoomb.Maatsch.Nederland

 

Vermelding van vertrek en aankomst in Amsterdam093

Naam kapitein                                     Naam schip                                       vertrek                       terugkomst

J.F.Graad van Roggen                        G.W.van Dam van Isselt                10 juli 1857                niet vermeld

                                                                Zeenymph                                        23 mei 1860               27 april 1861

                                                                Zeenymph                                        27 augustus 1861      07 juli 1862

                                                                Zeenymph                                        13 september 1862    niet vermeld

                                                                Zeenymph                                        geen vermelding        05 augustus 1863

                                                                Zeenimph                                         08 oktober 1863        28 juli 1864

                                                                Zeenimph                                         07 oktober 1864        08 juni 1865

                                                                Zeenimph                                         14 oktober 1865        18 augustus 1866

                                                                Zeenimph                                         01 mei-22 juli 1867   14 januari 1868

 

Bouma025 vermeldt J.F.Graadt van Roggen als gezagvoerder gedurende:

*    1855 t/m 1856 van de bark “Waalstroom”, gebouwd in 1853 op de werf Witte Kruis van Jeremias Meijjes te Amsterdam023, 412 ton o.m., varend voor A. Graadt van Roggen te Amsterdam;

*    1856 t/m 1859 van de bark “G.W. van Dam van Isselt ” ex Oost Indië, gebouwd in 1837 te Amsterdam, 713 ton varend voor Jeremias Meyjes & Zn te Amsterdam;

*    1861 t/m 1871 van de bark “Zeenymph”, op 05 augustus  1854 van stapel te Amsterdam op de werf “Het Wapen van Amsterdam van F.Haverkamp te Amsterdam, 622 ton o.m., varend voor F.A.Jas te Amsterdam. Het schip werd in 1871 verkocht naar Duitsland.

*    1873 t/m 1874 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow bij John Elder, 2270 ton, varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam. Het schip werd in 1897 gesloopt te Dordrecht;

*    1875 t/m 1877 van het ijzeren schroefstoomschip “Voorwaarts”, gebouwd in 1874 te Glasgow bij John Elder & Co, 2800 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*    1878 t/m 1882 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow bij John Elder, 2270 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam. Het schip werd in 1897 gesloopt te Dordrecht;

*    1882 t/m 1884 op het schroefstoomschip “Insulinde”, gebouwd in 1882 te Glasgow bij John Elder, 3044 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. Het schip werd in 1884 herdoopt in “Burgemeester den Tex”;

*    1884 op het schroefstoomschip “Burgemeester den Tex” ex Insulinde. Zier hiervoor.

*    1885 t/m 1889 van het ijzeren schroefstoomschip en de als barkentijn getuigde “Prins Frederik”, gebouwd in 1882bij John Elder & Co te Glasgow, 3041 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

J.F. Graadt van Roggen in het ‘Tijdschrift voor het Zeewezen’, redactie Jacob Swart, jaargang 1874, p. 99-121. schreef: “Aantekeningen omtrent de moussons, enz. in de Arabische zee, Golf van Aden, enz.’”

 

In het tijdschrift “De Zee”,jg 2, 1880 p.403-404 staat een bijdrage van J.F.Graad van Roggen:

“Onregelmatige Stroomen nabij Kaap Guardafui. Extract Journaal stoomschip Conrad (20e reis) van Batavia naar Amsterdam”

Hierin een beschrijving van de stromingen rond deze Kaap met als slotconclusie: ”Hieruit blijkt dus alweder, dat de stroomen bij Guardafui niet te vertrouwen zijn.”

Volgens de Times Atlas is Guardafui hetzelfde als Raas Caseyr en de uiterste noordoostpunt van Somalië bij de ingang van de Golf van Aden

In het tijdschrift “De Zee”,jg 3, 1881, p334 staat een bijdrage van J.F.Graad van Roggen, gezagvoerder van het ss. “Conrad” met als titel “Route voor stoomscchepen van Java naar Sueze in de maand April”. Volgens dit artikel zijn deze routes verschillend naarmate de Oost- of West-mousson heerst in de Indische Oceaan. Graad van Roggen zegt dat de Mij “Nederland” aan zijn gezagvoerders toestaat van deze regel af te wijken. “Voor de maanden April, Mei en Juni staat opgegeven, de Zuidelijke route te nemen, d.i. bezuiden den Chagos Archipel; de afstand bij deze route is, van Batavia naar Suez, 1492 D.G.mijlen, terwijl, als men de Noordelijke route langs Ceylon neemt, de afstand 158 D.G.mijlen, d.i. 2½ dag stoomens, korter is.” Graad van Roggen raadt, op grond van zijn ervaringen, deze Noordelijke route aan.

Hij wordt op deze bewering aangevallen door de heer P.F. van Heerdt, waarop op p.451 G.v.R. weer reageert.

In het tijdschrift “De Zee” jg 10, 1888, pp.356-358 staat vermeld dat er een tijdelijk reparatie van het schroefraam en hulproer is aangebracht aan het ss “Prins Frederik” te Gibraltar. Dit schip “is onlangs bij mist in Straat Gibraltar op de rotsen te Ceuta … gestoten” en werd te Gibraltar binnengebracht.

 

J.F.Graadt van Roggen vervoerde vanuit Nieuwediep transporten van landmachtmilitairen naar Batavia met de “Zeenymph” tijdens de volgende reizen

*    Vertrek 11 september 1861. Aankomst 20 december 1861 na 100 dagen. 2 officieren.

*    Vertrek 21 september 1862. Aankomst 29 december 1862 na 99 dagen. 1 officier.

*    Vertrek 07 oktober 1864. Aankomst 08 januari 1865 na 93 dagen. 5 officieren.

*    Vertrek 14 oktober 1865. Aankomst 31 januari 1866 na 109 dagen. 3 officieren.

Hij voer vanuit Nieuwediep met de “Conrad” op de volgende reizen:

*    Vertrek 09 februari 1873. Aankomst 21 maart 1873 na 40 dagen. 4 officieren en 125 manschappen.

*    Vertrek 10 juli 1873. Aankomst 31 augustus 1873 na 52 dagen. 7 officieren en 400 manschappen.

*    Vertrek 18 december 1873. Aankomst 31 januari 1874 na 44 dagen. 4 officieren en 260 manschappen.

*    Vertrek 17 mei 1874. Aankomst 26 juni 1874 na 40 dagen. 6 officieren en 170 manschappen. Onderweg was 1 manschap overleden.

*    Vertrek 10 oktober 1874. Aankomst 25 november 1874 na 46 dagen. 8 officieren en 150 manschappen.

Hij voer vanuit Nieuwediep met de “Voorwaarts” op de volgende reizen:

*    Vertrek 19 september 1874. Aankomst 28 oktober 1874 na 39 dagen. 5 officieren en 200 manschappen.

*    Vertrek 11 juli 1875. Aankomst 18 augustus 1875 na 38 dagen. 5 officieren en 364 manschappen.

*    Vertrek 22 januari 1876. Aankomst 03 maart 1876 na 41 dagen. 7 officieren en 212 manschappen.

*    Vertrek 08 juli 1876. Aankomst 20 augustus 1876 na 43 dagen. 7 officieren en 242 manschappen.

*    Vertrek 23 december 1876. Aankomst 06 februari 1877 na 45 dagen. 9 officieren en 260 manschappen.

*    Vertrek 19 mei 1877. Aankomst 28 juni 1877 na 40 dagen. 5 officieren en 210 manschappen.

*    vertrek 13 oktober 1877. Aankomst 23 november 1877 na een reis van 41 dagen. 9 officeren en 106 manschappen.

Hij voer vanuit Nieuwediep met de “Conrad” tijdens de volgende reizen:

*    Vertrek 30 maart 1878. Aankomst 09 mei 1878 na 40 dagen. 3 offcieren en 106 manschappen.

*    Vertrek 24 augustus 1878. Aankomst 04 oktober 1878 na 41 dagen. 5 officieren en 106 manschappen.

*    Vertrek 18 januari 1879. Aankomst 01 maart 1879 na 42 dagen. 7 officieren en 210 manschappen.

*    Vertrek 07 juni 1879. Aankomst 17 juli 1879 na 40 dagen. 5 officieren en 158 manschappen.

Hierna vanuit Amsterdam

*    Vertrek 25 oktober 1879. Aankomst 09 december 1879 na 45 dagen. 4 officieren en 90 dagen.

*    Vertrek 10 april 1880. Aankomst 20 mei 1880 na 40 dagen. 4 officieren en 53 manschappen.

*    Vertrek 04 juni 1881. Aankomst 12 juli 1881 na 38 dagen. 3 officieren en 44 manschppen.

*    Vertrek 08 oktober 1881. Aankomst 19 november 1881 na 42 dagen. 3 officieren en 44 manschappen.

Hij voer vanuit Amsterdam met de “Insulinde” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 jui 1882. Aankomst 30 juli 1882 na 39 dagen. 2 officieren en 53 manschappen.

*    Vertrek 25  oktober 1882. Aankomst 08 december 1882 na 44 dagen. 3 officieren en 75 manschappen.

Hij voer vanuit Amsterdam met de “Burgemeester Den Tex” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 maart 1883. Aankomst 20 mei 1883 na 60 dagen. 2 officieren en 38 manschappen. Het detachement is onderweg overgenomen door de “Koninging Emma”.

*    Vertrek 15 september 1883. Aankomst 26 oktober 1883 na 41 dagen. 3 officieren en 23 manschappen.

*    Vertrek 19 november 1884. Aankomst 31 december 1884 na 42 dagen. 4 officieren en 38 manschappen.

Hij voer vanuit Amsterdam met de “Prins Frederik” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 januari 1885. Aankomst 03 maart 1885 na 41 dagen. 4 officieren en 72 manschappen.

*    Vertrek 06 juni 1885. Aankomst 17 juli 1885 na 41 dagen. 3 oficieren en 84 manschappen.

*    Vertrek 27 maart 1886. Aankomst 07 mei 1886 na 41 dagen. 3 officieren en 63 manschappen.

*    Vertrek 21 augustus 1886. Aankomst 30 september 1886 na 40 dagen. 2 officieren en 28 manschapen.

*    Vertrek 28 mei 1887. Aankomst 06 juli 1887 na 39 dagen. 2 officieren en 72 manschappen.

 

“Op 4 en 5 oktober (1875) deed de Voorwaarts en vergeefse poging de Madura los te trekken van de Parkinrots bij Perim. De 600 pelgrims aan boord van de Madura waren eerder overgenomen door de Britse Timor. Nadat de trossen herhaaldelijk waren gebroken en zelfs met inzet van dommekrachten(!) het schip niet loskwam, werden de passagiers en 50 bemanningsleden naar Suez gebracht.”

“Begin december 1875 ontdekte de Conrad in de Middellandse Zee het Portugese marinetransportschip India met een gebroken krukas; aan boord waren 1.400 man. Men bood aan het schip naar Messina te slepen, maar vanwege het ontstuimige weer duurde het uren voor de sleeptrossen bevestigd waren; kort nadien braken deze ook. De tros van de intussen gearriveerde Voorwaarts voldeed wel, zodat de sleep op 14 december na een tocht van 57 uur over 400 mijl alsnog Messina kon bereiken.”

“In 1877 bood de Voorwaarts hulp aan de Franse stoomboot Henri IV in de Golf van Biskaye, en de Koning der Nederlanden aan het Engelse stoomschip Rose Mary, dat uit de Rode Zee naar Aden werd gesleept.”

Uit: p. 14 “De eeuw van de ‘Nederland’ door A.J.Mulder c.s.. Uitgeverij Asia Maior. Juni 2003.

 

In een adres dd 12 december 1855 aan de Tweede Kamer der Staten Generaal drongen 58 gezagvoerders aan op de invoering van een Tuchtwet. Zij meldden dat de uitvoering van hun beroep dagelijks meer en meer werd belemmerd door de onmogelijkheid om aan boord der schepen behoorlijke orde en tucht te bewaren. Een van de ondertekenaars was J.F.Graadt van Roggen.104

 

Per e-mail dd 05 februari 2006 zond ik gegevens omtrent kapitein Graadt van Roggen aan e heer Niek Smit te Amsterdam (niek.smit@planet.nl). Ik kreeg als reactie een mail dd 06 februari 2006 met 3 bijlagen. Deze mail plus bijlagen zijn hieronder vermeld

  1. MAIL:

Geachte heer Parma,

Heel hartelijk dank voor het toesturen van de gedetailleerde gegevens over Jacob Frans Graadt van Roggen (1829-1899).

Ik stuur u hierbij nog enkele aanvullingen:

  • De reder A. Graadt van Roggen was Arent Graadt van Roggen (1825-1877) een broer van Jacob Frans Graadt van Roggen.
  • De kapitein P.W.B. Mellink was een zwager van Arent Graadt van Roggen.
  • De reder F.A. Jas was een oom van J.F. en A. Graadt van Roggen.
  • Over de loopbaan van Jacob Frans Graadt van Roggen, die op 15-jarige leeftijd naar zee ging, is veel bekend. Ik stuur u hierbij enkele gegevens en afbeeldingen.
  • In de bibliotheek van het scheepvaartmuseum bevindt zich een aardig boekje getiteld ‘reisaantekeningen’ door J.F. Graadt van Roggen waarin u veel gegevens en aanvullingen kunt vinden over zijn reizen. Ook is er een boekje getiteld ‘passagierslijsten’ van de schepen van J.F. Graadt van Roggen waarin veel gegevens over de passagiers (niet alleen militairen maar ook particulieren).
  • Op blz 2 vermeld u de reparatie van de Prins Frederik in Gibraltar. Hiervan is een aardige prent in Eigen Haard gepubliceerd (zie hierbij). De man met de witte baard is J.F. Graadt van Roggen.

2    BIJLAGE

Het stoomschip ‘Prins Frederik’ van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, in de dockyard van Gibraltar, juni 1888

 

Gravure, gepubliceerd in ‘Eigen Haard’ (1888), vervaardigd door A. C. Verhees, naar een foto toegezonden door J. F. Graadt van Roggen aan de redactie van ‘Eigen Haard’.

 

De ‘Prins Frederik’ had, door mist misleid, aan de Afrikaanse zijde van de Straat van Gibraltar rotsen geraakt (‘Even vrij van den wal zijnde, klaarde de mist plotseling geheel op en zagen wij verscheidene officieren en minderen, boven ons op de rotsen nabij de forten, ons in ogenschouw nemen. Ook zagen wij een vuurtoren, maar niet dien van Gibraltar, maar wel dien van Ceuta !!!’). Nadat het schip wegens het onbruikbaar zijn van de machine, verlies van een roer en averij aan het achterschip, naar Gibraltar was gesleept en was onderzocht, werd besloten dat de reparatie aldaar zou worden gedaan. De passagiers werden overgebracht op het Stoomschip ‘Utrecht’. Op de gravure is het achterschip van de ‘Prins Frederik’ te zien zoals die tijdens de reparatie in het dok lag. De gezagvoerder, Jacob Frans Graadt van Roggen, staat midden op de foto (met witte baard en pet).

Het werk zou in achttien werkdagen geklaard worden en, daar er in Gibraltar geen droogdok was, zou men zich daarbij bedienen van een ‘cofferdam’. Een ‘cofferdam’ (correct geschreven met dubbel ‘f’) is een houten kist waarbij men van de opstuwende kracht van het water gebruik maakt om een voor- of achterschip in de hoogte te brengen.

‘Nader omschreven is het een houten kist, die zeer soliede moet gebouwd zijn, om de drukking van het water buiten tegen hare wanden te kunnen weerstaan. Deze kist is aan den voorwand open en daar met zorg gevormd, naar de gedaante die het schip heeft, op de hoogte waar zij dat moet omsluiten. Is dus de kist, wanneer zij tegen het achterschip ligt, aan vier zijden gesloten door den bodem en drie zijwanden, dan is zij het aan de vijfde door het achterschip zelf.’

‘Nadat de Frederik naar H. M. dock-yard was gebracht  en in een stil hoekje gelegd, waar weinig deining stond, werd zij gelost en gekrenkt tot haar diepgang achter 14.5 eng. voeten en voor 20 eng. voeten bedroeg. Daarna werd de cofferdam, die in vijf dagen aan de werf was gebouwd en den zesden dag langs zijde was gesleept, achter het schip gebracht. Hij was 20 eng. voeten diep; daar het achterschip 14.5 voet diep lag en men om onder de kiel te kunnen werken, nog 3 voet ruimte nodig had, stak zijne beplanking 2.5 voet boven water.’

‘Het eerste werk was nu hem onder het schip te brengen en daartegen aan te sluiten. Daartoe werd hij eerst zoolang met scheeps-ankerkettingen bezwaard, dat zijn bodem op de vereischte diepte beneden het schip was gezonken en hij met talies onder het schip kon worden getrokken. Daarna lichtte men hem weer door het uitnemen van een gedeelte der ankerkettingen, tot hij met zijn voorzijde het achterschip als omvatte. Door zware balken, dwars over den cofferdam door het schroefgat gestoken en door twee zware stutten aan de achterzijde werd hem verder alle beweging belet. Hij mocht wel reizen… maar niet zonder het schip mede opwaarts te nemen.’

‘Om dit te bewerken werden stoom- en handpompen toegezet om den cofferdam ledig te pompen. In den aanvang ging dit nog zoo glad niet. Hij was voor zijn werk wel wat licht gebouwd. De duiker had handen vol werk om van buiten de lekken te stoppen, terwijl men van binnen de zijwanden tegen den buitenkant van het schip moest stutten, om te voorkomen dat zij onder de drukking van het water zouden bezwijken. Intusschen, al deze bezwaren kwam men te boven ; na twee dagen en twee nachten pompen en calefateren kwam de cofferdam lens en kon men aan het eigenlijke werk beginnen. De werklieden waren wel wat huiverig om in die kist onder het schip te kruipen; maar… alles gewent en toen men zag, dat zij het uithield, dacht niemand meer aan het gevaarlijke van zijne positie. De Frederik was achter 18 eng. Duimen (45 centim.) in de hoogte gelicht, en de drukking tegen bodem en zijwanden van hun verblijf leverde dit kolossaal opstuwend vermogen!’

‘Intusschen werden in vier dagen de werkzaamheden verricht, roersteven, achtersteven en een gedeelte van de kiel in orde gebracht en vervangen door houten balken, suffisant bevestigd, zooals later bleek toen het schip in Holland terugkwam.’

 

‘Wij zeggen het den gezagvoerder na : Een mooi stuk werk.’

 

(uit : ‘Eigen Haard, 1888, blz 485 e.v.; zie ook : ‘Reisaantekeningen van  J. F. Graadt van Roggen’, blz. 89 e.v.)

 

3    BIJLAGE

Jacob Frans Graadt van Roggen (Nijmegen 16 juni 1829 - Bloemendaal 22 september 1899)

Jacob Frans Graadt van Roggen was 15 jaar en 19 dagen oud toen hij op 5 juli 1844 als scheepsjongen aanmonsterde aan boord van het fregatschip ‘Koning der Nederlanden’, en op 21 juli van dat jaar uitzeilde van het Nieuwe Diep op zijn eerste zeereis naar Java (Ned. Indie). Hij maakte als scheepsjongen, als lichtmatroos en, na zich theoretisch te hebben ontwikkeld en examens te hebben gedaan, als derde, tweede en eerste stuurman, verschillende reizen met zeilschepen naar West en Oost Indie en één rond de wereld.

Reeds op 25 jarige leeftijd was hij gezagvoerder van het barkschip ‘de Waalstroom’ van Amsterdam, waarmee hij een reis naar Akyab (Golf van Bengalen) maakte, om daarna als gezagvoerder op de E. W. van Dam van Isselt’ een reis naar Java en terug te maken. Op deze reis werd het weing bezochte eiland Tristan da Cunha aangelopen.

Van 1860 tot 1870 maakte hij als gezagvoerder van het barkschip ‘Zeenymph’ negen reizen naar Java en terug. De gemiddelde duur van de uit en thuisreis was toen ongeveer 1 jaar. De Zeenymph had onder het bevel van kapitein Graadt van Roggen een zeer goede naam als passagiersschip. Dit moge onder andere blijken uit de volgende advertenties : ‘Barkschip Zeenymph, gezagvoerder Graadt van Roggen, dit Schip, thans geannonceerd zijnde voor de Uitreis naar Java, haasten de ondergetekenden, welke in de Maand Januari daarmede van Java naar hier zijn gekomen, zich dien Bodem bijzonder aan te bevelen, zoo wat snelheid van zeilen als goede Logies en vooral Vriendschappelijken Omgang met den Gezagvoerder betreft. Getekend: Tuckermann en Echtgenoot, Gallé en Echtgenoot, Mejufvr. Strick van Wijk.’ En uit de Oprechte Maandagsche Haarlemsche Courant van 22 augustus 1864 het volgende: ‘Passage naar Java wordt aangeboden van Amsterdam met het Nederlandsche Compagnie Fregatschip Zeenimph, gevoerd door kapt. J. F. Graadt van Roggen, varende een geexamineerde Doctor en een melkgevende koe. Dit in alle opzigten voor personen en familie aanbevelenswaardige schip, is te Amsterdam te bevragen bij de Reeder den heer F. A. Jas en bij de Kargadoors De Vries & Co., IJgracht U40.’

In 1870 besloot hij zich aan te monsteren op één van de stoomschepen van de nieuw opgerichte Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’. Alvorens bij deze maatschappij in actieve dienst te treden, werd in 1870 door hem als volontair een stoominstructiereis gemaakt naar New York en terug aan boord van het Franse stoomschip ‘Pereire’. Na één reis als eerste stuurman te hebben gemaakt, werd hij aangesteld als gezagvoerder van het s.s. ‘Conrad’. Met eer zijn door hem achtereenvolgens de stoomschepen ‘Conrad’, ‘Voorwaarts’, wederom ‘Conrad’, ‘Insulinde’ (daarna herdoopt in ‘Burgemeester den Tex’) en ‘Prins Frederik’ gevoerd.

Na tal van wederwaardigheden te hebben ondervonden ging hij in 1888 van zijn rust genieten. Jacob Frans Graadt van Roggen heeft als gezagvoerder in totaal 10 uit en thuisreizen met zeilschepen naar Indie volbracht, daarbij 361 passagiers vervoerd, en 35 reizen met stoomschepen, daarbij 10937 passagiers vervoerd. Bij het eindigen van zijn loopbaan erkende de Nederlandse regering zijn verdiensten door hem te benoemen tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, waarvan hem mededeling werd gedaan door een regeringstelegram van de Minister van Kolonien, de heer Keuchenius. Van de hand van een oud collega, de heer C. T. van Assendelft de Coningh, verscheen in het Algemeen Handelsblad van 24 januari 1889 een waarderend artikel ‘Een rust in eere’ omtrent zijn loopbaan. Een overzicht van die loopbaan en van de gedane reizen gaf hij zelf in een niet in de handel zijnd boekje ‘Reisaantekeningen’.

De Britse regering vereerde hem in 1866 met een fraaie sextant met inscriptie ‘Presented by the British Government to Capt. Graadt van Roggen of the Zeenimph of Amsterdam, for his humanity and kindness to the crew of the s.s. Shearwater of New Castle in Oct. 1865’ voor het in oktober 1865 onder moeilijke omstandigheden redden van de bemanning van het Engelse stoomschip ‘Shearwater’. In 1872 werd hem voor het bijhouden van uitmuntende meteorologische journalen, door de Franse regering een gouden medaille toegekend, waarvan de inscriptie luidde ‘Republique Francaise, Association Scientifique de France, monsieur J. F. Graadt van Roggen, Observations Météorologues, 1872’, terwijl hij in 1872 de zilveren Willem III medaille ontving, met inscriptie ‘Aan J. F. Graadt van Roggen, scheepsgezagvoerder in de grote vaart, als erkenning van zijne aan de wetenschap der zeevaart bewezen diensten, door overlegging van uitmuntende scheepsjournalen, vanwege de Koning, 1888’.

 

 

Datum vanaf: 1882
Kapitein: Graadt Van Roggen, Jacob Frans

Familiegegevens en opleiding

Alexander Geerhardt werd geboren ca. 1838 te Oldenzaal als z.v. Johannus Anthon Fredrik Bruijns en Louisa Johanna Houwing. 

A.G. (31) (koopvaardijkapitein) trouwde op 10.06.1869 te Nieuwendam met Geertruida Catharina Maria Carst (22) – geb. 03.11.1846 te Nieuwendam – d.v. Jeppe Pieters Carst en Christina Jaski. 

Geertruida Catharina Maria Carst overleed op 19.02.1922 te Baarn.

Alexander Geerhardt overleed op  07.11.1900 te Haarlem (62).

 

Kinderen

-    Johannes Anton Frederik – geb. 25.10.1874 te Haarlem.

-    Johannes Anton Frederik – geb. 22.01.1879 te Haarlem.

-    Christiaan – geb. 08.02.1881 te Haarlem.

-    Maurits Frans – geb. 19.04.1884 te Haarlem.

-    Alexander Geerhardt – geb. 12.01.1877 te Haarlem.

 

 

AH 13-11-1900

Heden (12 nov.) had te Haarlem onder veel belangstelling de begrafenis plaats van het stoffelijk overschot van de heer A. G. Mörzer Bruijns, oud-gezagvoerder der Mij. Nederland. Aanwezig waren de directeuren van de Maatschappij, enige kapiteins en stuurlieden in uniform en vele dames en heren, passagiers van de overledene. Aan de geopende groeve sprak de hoofddirecteur, de heer Boissevain, die in gevoelvolle woorden getuigenis gaf van de grote waardering en toegenegenheid van de Maatschappij voor de ontslapene.

 Overlijdensadvertentie : Opregte Haarlemsche Courant 09-11-1900

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

A.G.M.Bruijns mwerd met vlagnummer 838 ingeschreven als effectief lid van Zeemanshoop per 01 november 1866. Zijn schip was de "Tweelingen". Hij werd als effectief lid" overgeschreven van Hon.Lid"002.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 01 november 1866 wordt het effectieve lidmaatschap van kapitein A.G.Mörzer Bruijns omgezet in een honorair lidmaatschap.042.

In de Bijlagen van de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 03 april 1890 worden de beoordelingen bekendgemaakt van de scheepsjournalen uit 1888/89. De gouden medaille is toegekend aan kapitein C.Drooglever Fortuijn van het ss “Sumatra”, de zilveren medaille aan kapitein W.P.Harten van het ss “Prinses Amalia” en de bronzen medaille aan kapitein D.H.Hinlopen van het ss “Pollux”. Voorts wordt in het rapport opgemerkt dat er is overwogen het aantal medailles uit te breiden, maar dat daarvan is afgezien omdat daardoor de waarde van de medailletoekenning zou afnemen. Toch wordt opgemerkt dat er sprake was van uitmuntende verslagen van kapitein C.Koning van het ss “Voorwaarts” en H.Sluiter van het ss “Prins Maurits” en van zeer goede verslagen van H.H.Bart van de bark “Ardjoeno”, A.G.Mörzer Bruijns van het ss “Burgemeester den Tex” en G.A. van der Woude van het ss “Prins van Oranje” 042.

 

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 06 november 1866 staat vermeld een: “Brief van Kaptn A.G.Mörser Bruijns verzoekende van Honorair tot Effectief Lid voor de Vlag te worden overgeschreven welk verzoek is toegestaan zullende als zoodanig voeren de N.Vlag N0 838.”023.

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 12 september 1882 wordt vermeld de heer van Hasselt, directeur der filiaalinrichting van het Kon.Ned. Meteor. Inst. te Utrecht: “Als nu reikte hij uit aan de Heeren W.P.Harten, H.Hissink en H. de Jonge getuigschriften voor uitmuntende journalen; aan de Heeren R.J.Weber, C.Jaski, A.G. Mörser Bruijns, W.Adriani, R.Berckelbach v.d Sprenkel, J.F. Graad van Roggen, A..J.Herckenrath, J.H.Bart, H.C.Haacke, H.W.Prins en A.F. de Vrije voor zeer goede journalen.” 023

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer                   jaren           type                  scheepsnaam                                        naam reder/boekhouder

          838                     1866-1868     bark                 Tweelingen                                            Bunge & Co

                                          1869           geen vermelding van schip en boekhouder

                                      1870-1871     fregat               H.W.M.                                                  Meijer & Co

                                      1872-1873     geen vermelding van schip en boekhouding

                                      1874-1876     stoomb.           Koning der Nederlanden                    Stoomboot Maatsch.Nederland

                                      1877-1881     stoomb.           Koning der Nederlanden                    Stoomvaart Maatsch. Nederland

                                      1882-1883     stoomb.           Conrad                                                  idem

                                      1884-1889     stoomb.           Burgemeester den Tex                        idem

                                      1890-1893     stoomb.           Prins Hendrik                                       idem

                                      1894-1897     stoomb.           Koningin Regentes                              idem

                                          1898           stoomb.           Koning Willem I                                  idem

 

Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093

A.G.M.Bruijns                                      Tweelingen                          15 april 1868                   geen melding

 

A.G.M.Bruyns  was in 1884 kapitein van het ijzeren schroefstoomschip en als barkentijn getuigde “Prins Frederik”, gebouwd in 1882, 3041 ton, varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam025.

 

Bouma025 vermeldt A.G.M.Bruyns als gezagvoerder gedurende:

*    1866 t/m 1869 van de bark “Tweelingen” ex Brothers, gebouwd in 1848 te Mattapoint, varend voor Bunge & Co te Amsterdam. Het schip werd in 1869 verkocht naar Duitsland;

*    1871 t/m 1872 van het 3/mschip “H.M.W.” ex Antelope, gebouwd in 1852 te Brooklyn, 1256 ton o.m., varend voor Meyer & Co te Amsterdam;

*    1875 t/m 1881 van het schroefstoomschip “Koning der Nederlanden”, gebouwd in 1872 te Glasgow, 3500 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. Het schip zonk in 1881 op 5o ZB en 64o OL. Het kreeg een schroefasbreuk na stoten. 90 personen kwamen om;

*    1883 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow, 2270 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*    1884 van het ijzeren schroefstoomschip (en als barkantijn getuigde013) “Prins Frederik”, gebouwd in 1882 te Glasgow, 3041 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*    1885 t/m 1890 van het ijzeren schroefstoomschip “Burgemeester den Tex” ex Insulinder, gebouwd in 1882 te Glasgow, 3044 ton n.m., varedn voor de Stoomvaart Maatschappij “`Nederland” te Amsterdam;

*    1891 t/m 1895 van het stalen schroefstoomschip “Prins Hendrik”, gebouwd in 1890 te Greenock, 3187 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” (1870) te Amsterdam;

*    1894 t/m 1898 op het stalen schroefstoomschip “Koningin Regentes”, gebouwd in 1894 te Greenock, 3673 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*    1899 op het stalen schroefstoomschip “Koning Willem I”, gebouwd in 1898 te Vlissingen, 4476 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam.

 

KADASTER (Schaduwregister Rotterdam) :

De Firma van Meijer & Co, cargadoors te Amsterdam, werd op 24 februari 1870 in het kadaster te Amsterdam teboekgesteld als eigenaar van het Fregat ANTELOPE, later H.W.M., groot 1256 / 1002 ton, 529 last. De aankoopprijs bedroeg NLG 20.000.

Het schip kreeg brandmerk 1908 Amst 1870.

Kennelijk pondde Meijer een deel van het schip weer uit, want kapitein Adrianus Hendrik Hagedoorn werd op 8 maart 1870 d.m.v. een Rederijcedule met 4/12e aandeel een van de aandeelhouders.

H.W. Meijer, cargadoor te Amsterdam, kocht per 30.08.1872 1/12e aandeel voor NLG 4000, en 2/12e aandeel voor NLG 5000 van het fregat, dat nu als H.W.M. ook ANTELOPE in de boeken kwam.

Meijer werd per 4 maart 1874 d.m.v. een ‘verklaring’ vermoedelijk (weer) helemaal eigenaar.

Per 5 maart 1875 werd Nicolaas Brandjes, koopman te Purmerend, als eigenaar teboekgesteld van de ANTELOPE, ook H.W.M. Hij betaalde voor dit fregat NLG 20.000.

Gegevens via Lindenborn, Marhisdata, maart 2008

 

Overige bijzonderheden

In de Scheepstijdingen van de Harlinger Courant dd 12 januari 1878 staat het volgende bericht096:

“Amsterdam 8 Jan. Het Nedl stoomschip Koning der Nederlanden, van Nieuwediep naar Batavia, vertrok den 8 dezer ’s namiddags van Southampton. Alles wel aan boor.”

 

In het kader van de discussie over de invoering van de Tuchtwet in Nederlands Indië werd in 1865 een memorie aangeboden “aan zijn Excellentie den Gouverneur Generaal van Nederlandsch-Indië over de Wettelijke bepalingen omtrent de handhaving der orde en tucht aan boord der koopvaardijschepen binnen Nederlandsch-Indië.” Deze memorie werd ondertekend door A.G.M.Bruyns.104.

 

Op 4 oktober, op weg van Batavia naar Amsterdam, werd het ss. Koning der Nederlanden” ernstig beschadigd tengevolge van het breken van de schroefas. Het geraakte op 05 oktober lek en zonk op 05o13’ZB en 64o07’OL. Alle passagiers en de bemanning gingen in de reddingsboten en men zette koers naar de op 400 mijl afstand gelegen Chagos eilanden. Op 11 oktober werd één boot opgepikt door het ss Wyberton en één boot door het ss Delcomijn. Kapitein Bruyns en 38 mensen werden gered door het ss Madura en 29 overlevenden bereikten met hun boot Ceylon. De overige 90 mensen zijn omgekomen.

Het ss “Koning der Nederlanden werd gebouwd in 1872 bij John Elder & Co te Glasgow, mat 3036 Brt. en voer voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam072.

Dezelfde scheepsramp is besproken in:

G.J. de Boer Nederlandsepassagiersschepen, Van Maildienst tot cruisevaart. Alkmaar 1976

en in

  1. de Haas De ondergang van de ‘Koning der Nederlanden’ een nationale ramp. De Blauwe Wimpel, 1982, p.451 e.v.104

 

Korte aantekeningen over een reis van de “Koning der Nederlanden” in 1881 van Passoeroean (vertrek 15 april 1881)  naar IJmuiden-Nederland worden vermeld in de publicatie 2013 van de Stichting Nederlandse Kaap Hoorn-vaarders” getiteld “Journaal. Opgemaakt op de reis van Nieuwe Diep naar Batavia” door Ds. P.Heering. Deze reis verliep via het Suez Kanaal en duurde 45 dagen.

 

“In 1877 bood …. de Koning der Nederlanden aan het Engelse stoomschip Rose Mary, dat uit de Rode Zee naar Aden werd gesleept.”

Uit: p. 14 “De eeuw van de ‘Nederland’ door A.J.Mulder c.s.. Uitgeverij Asia Maior. Juni 2003.

 

“De grootste ramp overkwam echter de Koning der Nederlanden. Op dit schip brak tijdens de oversteek van de westelijke Indische Oceaan op 4 oktober 1881 de schroefas, waardoor het zo zwaar werd beschadigd dat het in zinkende toestand moest worden verlaten. Drie van de zeven uitgezette sloepen met 90 opvarenden verdwenen spoorloos; de in totaal 216 opvarenden in de overige vier sloepen werden gered. Het was de enige scheepsramp met verlies van mensenlevens die de SMN trof buiten oorlogstijd.

Uit: “De eeuw van ‘Nederland’. Geschiedenis en vloot van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’” door A.J.J.Mulder.c.s. Uitg. Asia Maior. 2003.

 

In het artikel “Krakatau in 1883” door de mijningenieur R.D.M.Verbeek in het tijdschrift “De zee” werd de uitbarsting van deze vulkaan beschreven. Daarin de volgende passage:

“Dr.D.Sulzer van het S.S.”Soenda”, welk stoomschip 22 Mei van Batavia vertrok en dat ’s avonds tusschen 8 en 10 uur bij Krakatau was, constateert dat de magneetnaalden volkomen rustig bleven, hetgeen dus geheel in tegenspraak is met wat op de “Zeeland” (doch 2 etmalen vroeger) werd waargenomen. (zie bij kapitein G.Mackenzie). Zeven Eng.mijlen voorbij Krakatau viel een dichte aschregen gedurende een half uur. Zelfs 30 mijlen voorbij Krakatau ontmoette de “Soenda” zooveel puimsteen, dat eene puts er geheel mee gevuld was. … Van het S.S.”Conrad”, dat bij Benkoelen reeds een aschregen had, wordt vermeld, dat men op eenige afstand den zwarte rook van Krakatau, door den Oostpassaat als tegen een muur gestuit, scherp zag afgesneden, terwijl Westelijk de asch zich, zoover men zien konde, verspreidde.

(De grote eruptie vond plaats van 26-28 augustus 1883 en de beschreven verschijnselen gingen dus hieraan vooraf.)

 

      A.G.M.Bruyns vervoerde vanuit Nieuwediep met de “Koning der Nederlanden” diverse transporten van landmachtmilitairen naar Batavia op de volgende reizen065*:

*    Vertrek 15 augustus 1874. Aankomst 27 september 1874 na 43 dagen. 5 officieren en 150 manschappen.

*    Vertrek 09 januari 1875. Aankomst 23 februari 1875 na 45 dagen. 4 officieren en 100 manschappen.

*    Vertrek 13 juni 1875. Aankomst 22 juli 1875 na 39 dagen. 3 officieren en 175 manschappen.

*    Vertrek 27 november 1875. Aankomst 10 januari 1876 na 44 dagen. 8 officieren en 158 manschappen.

*    Vertrek 13 mei 1876. Aankomst 22 juni 1876 na 40 dagen. 5 officieren en 158 manschappen.

*    Vertrek 14 oktober 1876. Aankomst 25 november 1876 na 42 dagen. 5 officieren en 130 manschappen.

*    Vertrek 11 augustus 1877. Aankomst 22 september 1877 na 42 dagen. 5 officieren en 160 manschappen.

*    Vertrek 05 januari 1878. Aankomst 16 februari 1878 na 42 dagen. 4 officieren en 106 manschappen..

*    Vertrek 01 juni 1878. Aankomst 29 juli 1878 na 58 dagen. 3 officieren en 106 manschappen.

*    Vertrek 26 oktober 1878. Aankomst 06 december 1878 na 41 dagen. 7 officieren en 133 manschappen.

*    Vertrek 22 maart 1879. Aankomst 03 mei 1879 na 42 dagen. 4 officieren en 106 dagen.

Vertrekplaats vanaf nu is Amsterdam

*    Vertrek 16 augustus 1879. Aankomst 17 september 1879 na 32 dagen. 6 officieren en 112 manschappen.

      Volgens Bossenbroek p.63065 was deze reisduur van 32 dagen in 1879 een record, in 1893 gebroken met 31 dagen door de Sumatra (kapitein C.Droogleever Fortuijn).

*    Vertrek 22 mei 1880. Aankomst 01 juli 1880 na 40 dagen. 3 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 09 oktober 1880. Aankomst 19 november 1880 na 41 dagen. 2 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 26 februari 1881. Aankomst 12 april 1881 na 45 dagen. 4 officieren en 110 manschappen.

*    Vertrek 16 juli 1881. Aankomst 26 augustus 1881 na 41 dagen. 3 officieren en 110 dagen.

Hij vervoerde vanuit Amsterdam met de “Conrad” transporten op de volgende reizen:

*    Vertrek 15 november 1882. Aankomst 27 december 1882 na 42 dagen. 2 officieren en 33 manschappen.

*    Vertrek 11 april 1883. Aankomst 24 mei 1883 na 43 dagen. 2 officieren en 38 manschappen.

Vanuit Rotterdam met de “Conrad op:

*    Vertrek 25 augustus 1883  Aankomst 05 oktober 1883 na 41 dagen. 1 officier en 32 manschappen.

Vanuit Amsterdam met de “Burgemeester den Tex” op de volgende reizen:

*    Vertrek 04 april 1885. Aankomst 15 mei 1885 na 41 dagen. 2 officieren en 43 manschappen.

*    Vertrek 29 augustus 1885. Aankomst 13 oktober 1885 na 45 dagen. 2 officieren en 64 manschappen.

*    Vertrek 19 juni 1886. Aankomst 28 juli 1886 na 39 dagen. 2 officieren en 53 manschappen.

*    Vertrek  02 april 1887. Aankomst 12 mei 1887 na 40 dagen. 3 officieren en 53 dagen.

*    Vertrek 20 augustus 1887. Aankomst 30 september 1887 na 41 dagen. 2 officieren en 45 manschappen.

*    Vertrek 07 januari 1888. Aankomst 22 februari 1888 na 46 manschappen. 3 officieren en 63 manschappen.

*    Vertrek 26 mei 1888. Aankomst 02 juli 1888 na 37 dagen. 2 officieren en 43 manschappen.

*    Vertrek 16 februari 1889. Aankomst 26 maart 1889 na 38 dagen. 4 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 06 juli 1889. Aankomst 11 augustus 1889 na 36 dagen. 2 officieren en 43 manschappen.

*    Vertrek 23 november 1889. Aankomst 03 januari 1890 na 41 dagen. 2 officieren en 38 manschappen.

*    Vertrek 12 april 1890. Aankomst 22 mei 1890 na 40 dagen. 2 officieren en 47 manschappen.

*    Vertrek 30 augustus 1890. Aankomst 05 oktober 1890 na 36 dagen. 2 officieren en 44 manschappen.

Vanuit Amsterdam met de “Prins Hendrik” op:

*    Vertrek 28 maart 1891. Aankomst 06 mei 1891 na 39 dagen. 3 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 01 augustus 1891. Aankomst 08 september 1891 na 38 dagen. 2 officieren en 158 manschappen. Bij aankomst was er 1 manschap bij gekomen zonderopgave van reden.

*    Vertrek 19 december 1891. Aankomst 25 januari 1892 na 37 dagen. 3 officieren en 43 manschappen.

*    Vertrek 31 december 1892. Aankomst 05 februari 1893 na 36 dagen. 2 officieren en 64 manschappen.

*    Vertrek 09 september 1893. Aankomst 16 oktober 1893 na 37 dagen. 2 officieren en 79 manschappen..

*    Vertrek 13 januari 1894. Aankomst 18 februari 1894 na 36 dagen. 2 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 19 mei 1894. Aankomst 27 juni 1894 na 39 dagen. 2 officieren en 32 manschappen.

*    Vertrek 26 januari 1895. Aankomst niet vermeld. 2 officieren en 32 manschappen.

*    Vertrek 01 juni 1895. Aankomst niet vermeld. 1 officier en 38 manschappen.

*    Vertrek 05 oktober 1895. Aankomst niet vermeld. 3 officieren en 43 manschappen.

*    Vertrek 08 februari 1896. Aankomst niet vermeld. 3 officieren en 42 manschappen.

Vanuit Amsterdam met de “Koningin Regentes”op de volgende reizen:

*    Vertrek 20 oktober 1894. Aankomst 28 november 1894. 5 officieren en 212 manschappen. Bij aankomst waren er 20 man méér aan boord zonder opgave van de herkomst.

*    Vertrek 23 februari 1895. Geen aankomst vermeld. 2 officieren en 49 manschappen.

*    Vertrek 29 juni 1895. Geen aankomst vermeld. 2 oficieren en 64 manschappen.

*    Vertrek 02 november 1895. Geen aakomst gemeld. 3 officieren.

*    Vertrek 07 maart 1896. Geen aankomst vermeld. 2 offcieren en 26 manschappen.

de voorgaande 5 opgaven overlappen de reizen met de “Prins Hendrik”. Er zijn wellicht onnauwkeurigheden in de opgaven van Bouma025 waaruit ik de kapiteins heb afgeleid. Nader onderzoek is dus nodig naar de identiteit van de kapitein

*    Vertrek 11 juli 1896. Geen aankomst vermeld. 2 officieren en 92 manschappen.

*    Vertrek 14 november 1896. Geen aankomst vermeld. 3 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 06 maart 1897. Gen aankomst vermeld. 3 officieren en 52 manschappen.

*    Vertrek 16 oktober 1897. Geen aankomst vermeld. 2 officieren en 37 manschappen.

*    Vertrek 25 mei 1898. Geen aankomst vermeld. 2 officieren en 1 manschap.

*    Vertrek 17 september 1898. Aankomst niet gemeld. 2 officieren en 1 manschap.

Vanuit Amsterdam met de “Kining Willem I” op de volgende reizen:

*    Vertrek  26 november 1898. Aankomst niet gemeld. 3 officieren en 43 manschappen.

*    Vertrek 18 maart 1899. Aankomst niet gemeld. 3 officieren en 62 manschappen.

*    Vertrek 08 juli 1899. Aankomst niet gemeld. 2 offcieren en 38 manschappen.

*    Vertrek 28 oktober 1899. Aankomst niet gemeld. 2 officieren.

 

In het tijdschrift De Zee, Jg 1899, p.414-415 staat een artikel over de kapitein Bruyns waaraan het volgende ontleend is:

Op 09 juli 1899 vertrok het ss “Koning Willem I” van de Stoomvaart Maatschappij Nederland voor zijn derde reis naar Indië maar niet meer met de commandant A.G.Mörzer Bruyns. Deze had kort daarvoor afscheid genomen van zijn actieve zeemansloopbaan. Volgens zijn eigen zeggen voelde hij zich het beste aan boord van een schip en het afscheid viel hem dan ook zwaar. De Maatschappij zal hem met leedwezen hebben zien gaan. Kapitein Bruyns “stond bij hen in hoog aanzien, zoowel door zijn uitnemende zeemanseigenschappen, als door zijn rondborstigheid en strikte rechtvaardigheid. Meer dan 25 jaar heeft hij met passagiers van alle rangen en standen aan boord omgegaan … en steeds de commandant blijvende, wist hij zich aller achting te verwerven.”… “Reeds 33 jaar geleden maakte hij zijn eerste reis als kapitein van een zeilschip naar Indië. Eenige jaren daarna, overgegaan bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland als 2ste officier, werd hij spoedig, nu 25 jaar geleden, bevorderd tot gezagvoerderr. Verschillende schepen had hij successievelijk onder zijn commando en bij voorkeur werd hem de laatste tijd het uitbrengen van nieuwe schepen opgedragen, zooals de “Prinses Sophie”, de “Prins Hendrik”, de “Koningin Regentes” en de “Koning Willem I”.

Hij werd vanwege zijn verdiensten benoemd als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

 

 

Datum vanaf: 1884
Kapitein: Mörzer Bruijns, Alexander Geerhardt

Familiegegevens en opleiding

 

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

 

 

Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 12 september 1882 wordt vermeld de heer van Hasselt, directeur der filiaalinrichting van het Kon.Ned. Meteor. Inst. te Utrecht: “Als nu reikte hij uit aan de Heeren W.P.Harten, H.Hissink en H. de Jonge getuigschriften voor uitmuntende journalen; aan de Heeren R.J.Weber, C.Jaski, A.G. Mörser Bruijns, W.Adriani, R.Berckelbach v.d Sprenkel, J.F. Graad van Roggen, A..J.Herckenrath, J.H.Bart, H.C.Haacke, H.W.Prins en A.F. de Vrije voor zeer goede journalen.” 023

 

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 07 mei 1884 staat: “De Voorzitter … geeft het woord aan den Heer van Hasselt om de bekrooningen aan Scheepsgezagvoerders uittereiken aan kapitein W.P.Harten, H.C.Haacke en R.J.Weber een brief van den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, waarbij aan hen namens den Koning, de Zilveren Medaille wegens uitmuntende Scheepsjournalen wordt toegekend en Getuigschriften van het Kon.Ned.Metereol.Instituut te Utrecht aan de gezagvoerders W.P.Hansen, R.J.Weber, H.Hissink, G.R. van der Woude en H. de Jonge … 023.

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt R.J.Weber als gezagvoerder gedurende:

*   1878 t/m 1879 van het schroefstoomschip “Java”, gebouwd in 1873 te Middlesbro, 1551 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Java” dir. T.C.Schol te Amsterdam;

*   1880 t/m 1890 van het schr.ss “Prinses Marie”, gebouwd in 1879 bij John Elder & Co te Glasgow, varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland;

*   1891 t/m 1896 van het ijzeren schroefstoomschip “Burgemeester den Tex” ex Insulinde, gebouwd in 1882 te Glasgow, 3044 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

In het tijdschrift “De Zee” jg.8, 1886 staat op pp.286-299 een artikel van A.E.Arkenbout Schokker getiteld “Orkanen in de Golf van Aden”. Daarin staat een beschrijving van een orkaan c. 1-2 juni 1885: “Op de E.W. van deze nacht ontmoette de orkaan het Nederlandsche stoomschip Prinses Marie, kapt. Weber, op reis van Suez naar Atjeh. Reeds op de A.M. van 1 Juni werd zware Oostelijke deining ondervonden. … Den geheelen nacht bleef de wind in dezelfde richting, in hevigheid toenemende, zoodat het schip steeds met B.B.zijde te water lag tot aan de beneden brug. … Het centrum was … op geringe afstand benoorden het schip langsgegaan.”

 

R.J.Weber vervoerde vanuit Amsterdam transporten van landmachtmilitairen met de “Prinses Marie” naar Batavia tijdens de volgende reizen:065*.

*   Vertrek 10 mei 1879. Aankomst 18 juni 1879 na 39 dagen.7 officieren en 160 manschappen.

*   Vertrek 27 september 1879. Aankomst 06 november 1879 na 40 dagen. 5 officieren en 70 manschappen.

*   Vertrek 14 februari 1880. Aankomst 02 april 1880 na 48 dagen. 5 officieren en 84 manschappen.

*   Vertrek 19 april 1882. Aankomst 01 juni 1882 na 43 dagen. 2 officieren en 53 manschappen.

*   Vertrek 23 augustus 1882. Aankomst 04 oktober 1882 na 42 dagen. 2 officieren en 29 manschappen.

En vanuit Rotterdam:

*   Vertrek 06 oktober 1883. Aankomst 17 ovember 1883 na 42 dagen. 3 officieren en 34 manschappen.

*   Vertrek 20 december 1884. Aankomst 02 februari 1885 na 44 dagen. 4 officieren en 117 manschappen.

En weer vanuit Amsterdam

*   Vertrek 30 april 1887. Aankomst 08 juni 1887 na 39 dagen. 3 officieren en 42 manschappen.

*   Vertrek 04 februari 1888. Aankomst 17 maart 1888 na 42 dagen. 2 officieren en 54 dagen.

*   Vertrek 16 maart 1889. Aankomst 30 april 1889 na 45 dagen. 3 officieren en 75 manschappen..

*   Vertrek 04 januari 1890. Aankomst 17 februari 1890 na 44 dagen. 3 officieren en 37 manschappen.

*   Vertrek 24 mei 1890. Aankomst 03 juli 1890 na 40 dagen. 2 officieren en 42 manschappen.

*   Vertrek 11 oktober 1890. Aankomst 17 november 1890. 3 officieren en 44 manschappen.

Vanuit Amsterdam met de “Burgemeester den Tex” tijdens de volgende reizen:

*   Vertrek 23 mei 1891. Aankomst 28 juni 1891 na 36 dagen. 3 officieren en 44 dagen.

*   Vertrek 26 september 1891. Aankomst 01 november 1891 na 36 dagen. 3 officieren en 56 manschappen.

*   Vertrek 18 juni 1892. Aankomst 24 juli 1892 na 36 dagen. 2 officieren en 44 manschappen.

*   Vertrek 22 oktober 1892. Aankomst 29 november 1892 na 38 dagen. 2 officieren en 49 manschappen.

*   Vertrek 01 juli 1893. Aankomst 06 augustus 1893 na 36 dagen. 2 officieren en 32 manschappen.

*   Vertrek 14 juli 1894. Aankomst 22 augustus 1894 na 39 dagen. 2 officieren en 32 manschappen.

*   Vertrek 17 november 1894. Aankomst 26 december 1894 na 39 dagen. 3 officieren en 106 manschappen.

*   Vertrek 23 maart 1895. Aankomstdatum niet vermeld. 2 officieren en 42 manschappen.

*   Vertrek 27 juli 1895. Aankomstdatum niet vermeld. 1 officier en 33 manschappen.

*   Vertrek 03 november 1895. Aankomstdatum niet vermeld. 2 officieren en 52 manschappen.

*   Vertrek 04 april 1896. Aankomstdatum niet vermeld. 1 manschap.

*   Vertrek 22 augustus 1896. Aankomstdatum niet vermeld. 3 manschappen.

*   Vertrek 28 december 1896. Aankomstdatum niet vermeld. 3 officieren en 33 manschappen.

 

 

Datum vanaf: 1891
Kapitein: Weber, R.J.

Familiegegevens en opleiding

Pieter Pietersz Ouwehand werd geboren te Katwijk op 08 april 1859 als zoon van Pieter Dirksz. Ouwehand en Niesje Maartensd. Schaap.

Hij trouwde te Katwijk in 1801 (moet dit zijn 1901?) met Rosina Botterman.

Hij overleed te Amsterdam op 02 februari 1920. 054-224.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

P.Ouwehand werd met vlagnummer 950 per 07 mei 1903 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop002a.

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 07 mei 1903 wordt als effectief lid voorgedragen en benoemd P.Ouwehand, gezagvoerder bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland, op voordracht van kapitein W.P.Harten.023

Foto (nr.56) van kapitein P.Ouwehand beschikbaar (maar welke P.?) 047.

In 1982 verscheen een privé-uitgave over de stamboom van het zeevaardersgeslacht Ouwehand onder de titel “The Oldhand and the Sea”, waarin tevens gegevens over de familie Spaanderman.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

lid van het zeemanscollege “Zeemanshoop” te Amsterdam001

vlagnummer                     jaren                      type                  scheepsnaam                          naam reder/boekhouder

        950                       1903-1906                 stoomb.           KoninginWilhelmina             Stoomv.Maatsch.Nederland

                                      1907-1910                 stoomb.           Grotius                                        idem

                                      1911-1912                 stoomb.           Koningin der Nederlanden      idem

`                                    1913 geen vermelding van schip en boekhouder

                                   1914                             stoomb.              Koningin Emma                 Stoomv.Maatsch.Nederland

                                      1915-1916     geen vermelding van schip en boekhouder

 

Hij was van 1896-1898 gezagvoerder op de Soenda, in 1901 op de Burgemeester den Tex, van 1905-1914 op de Koningin Wilhelmina en in 1903 en 1914 op de Koningin Emma. 054-224.

 

Bouma025 vermeldt P.Ouwehand als gezagvoerder gedurende:

*    1896 t/m 1899 op het ijzeren schroefstoomschip “Soenda” ex Celebes, gebouwd in 1866, 2321 ton o.m., 250 pk, varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. Het schip werd in 1900 verkocht naar Italië.

(uit de lijst van “Uit de vaart geraakte of verkochte Schepen in het jaar 1900” uit de Almanak van Sweijs 1901 blijkt dat ten tijde van de verkoop P.Ouwehand de gezagvoerder was. Het schip werd voor ƒ74.000,- verkocht aan K.Nijkerk en later naar Italië voor à8.000,-

*    1900 van het ijzeren schroefstoomschip “Sumatra”, gebouwd in 1882 te Glasgow, 2610 ton n.m., 400 pk, varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. Hij was op dit schip de opvolger van T.Ouwehand (zie aldaar).

 

Bouma025 vermeldt alleen de schepen gebouwd in de 19e eeuw en de bijbehorende kapiteins. Schepen kunnen dus in de 20e eeuw nog in de vaart zijn, terwijl de kapiteins niet meer zijn vermeld. Zo ook:

*    het ijzeren schroefstoomschip “Burgemeester den Tex” ex Insulinde, gebouwd in 1882, 3044 ton n.m., 500 pk, varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam;

*    het schroefstoomschip “Koninging Emma”, gebouwd in 1879, 2531 ton n.m., 350 pk, varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam.

Bouma vermeldt dat dit schip in 1894 werd herdoopt in “Java”, en het is dus de vraag of op dit schip Pieter Ouwehand heeft gevaren. Het is de enige “Koningin Emma” die Bouma vermeldt.

Bouma vermeldt drie schepen met de naam “Koningin Wilhelmina”, waarvan er één varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam en wel een schroefstoomschip, gebouwd in 1896, 4262 ton n.m., 875 pk.

 

Overige bijzonderheden

Geen

 

 

Datum vanaf: 1902
Kapitein: Ouwehand, Pieter Pietersz

Afbeeldingen


Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: De ILE DE FRANCE bij vertrek voor een cruise uit Cannes op 3 september 1911
Gemaakt door: Unknown
Kroniekberichten

Toon kroniekberichten
Bronnen


Jaar: 2003
Bron: Book
Omschrijving: De Eeuw van de Nederland, door A.J.J. Mulder, H.J. Legemaate, J. Nierop, D. Pilkes, Asia Maior te Zierikzee, ISBN 90 74861 21 0.

Jaar: 1944
Bron: Documentation of Shipowner
Omschrijving: Vlootoverzicht, gemaakt bij de SMN te Amsterdam, afdeling dislocatie, in mei 1944.

Jaar: 1983
Bron: Personal Documentation
Omschrijving: Notes of mr. F.G.E. Moll (1898-1983).