Inloggen
CONRAD - ID 8161


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1871-12-29 / 1897-05-08 | Reden uitgevlagd: Sloop, afgekeurd

Identification Data

Bouwjaar: 1872
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
Categorie: Passenger-/cargo vessel
Voorstuwing: Steamship
Type: Vracht-/passagiersschip
Type Dek: Spar deck
Masten: Three masts
Rig: Several auxiliary sails.
Material Hull: Iron
Dekken: 3
Construction Data

Scheepsbouwer: John Elder & Co., Glasgow, Great Britain
Werfnummer: 134
Date Laid Down: 1870-00-00
Launch Date: 1871-00-00
Delivery Date: 1872-02-15
Technical Data

Engine Manufacturer: John Elder & Co., Glasgow, Great Britain
Motor Type: Steam, Compound
Number of Cylinders: 2
Power: 1600
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: Boilers: 2 double ended scotch boilers, 6 furnaces each. Engine: Bunkers: 1032 tons of coal / consumption 30 tons/day
Speed in knots: 10
 
Gross Tonnage: 3120.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 2280.00 Net tonnage
Deadweight: 3650.00 tons (oude meting)
Bale: 117200 Cubic Feet
 
Length 1: 352.00 Feet (British) Registered
Beam: 39.50 Feet (British) Breadth, moulded
Depth: 21.80 Feet (British) Depth to Main Deck
 
Passengers:
1st 2nd 3rd Steerage Deck Total
106 32 0 400 0 538
Configuration Changes

Datum 00-05-1870
Type: Additional Ship Data
Omschrijving: Ordered: 1870 May, Contract price: ƒ 954,000.-

Het oorspronkelijke ontwerp werd aangepast, waardoor de lengte met 30,0' toenam tot 352’.

Het schip werd vernoemd naar ingenieur J.F.W. Conrad (1825 - 1902) , die de leiding had bij het graven van het Noordzee-kanaal dat in 1876 gereed kwam.

Decks: Tween deck, main deck and spar deck.
Depth to spar deck: 29,5".

Hatches: 3.

Rigging: 2x Fore topmast staysails,
Fore sail, lower- and upper fore topsail,
Gaffsails and gaff topsails to all masts.

Crew: 70 persons.

Datum 00-00-1876
Type: Rebuilt
Omschrijving: Passenger accommodation rebuilt: 102 (I) in 36 cabins, 32 (II) and 400 military men.

Datum 00-00-1879
Type: Rebuilt
Omschrijving: Passenger accommodation rebuilt: 82 (I) in 36 cabins, 32 (II) and 400 military men.

Datum 00-00-1888
Type: Remeasurement
Omschrijving: Remeasured in 1888: 3065 BRT, 2228 NRT.


Datum 00-00-1890
Type: Rebuilt
Omschrijving: Electric light fitted.



Datum 00-00-1895
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: In 1895 a new Compound Engine was installed by John Elder & Co., Glasgow.

The ship entered service and left Amsterdam for Batavia on Octobre 31st.

Datum 00-00-1897
Type: Remeasurement
Omschrijving: Measurement in 1897: 3087 BRT, 2282 NRT.


Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1871
Datum agenda: 1871-12-29
Register nr: 0
Scheepsnaam: CONRAD
Type: Stoomschip
Lasten: 0
Gebouwd in binnen- of buitenland: Buitenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Stoomvaart Mij. Ned.
Plaats: Amsterdam
Kapitein op moment van verzoek: Oort, E.
Opmerkingen: 1872 - 61-datum besluit nieuwe zeebrief22-02-1872-63- schip ligt in :Glasgow
Nr oude zeebrief : voorlopige zeebrief
EINDE 1871,

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1871-12-29 CONRAD
Manager: N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: NKVR
Additional info: Sold for ƒ 48,000.-.

Ship Events Data

1874-10-00: Grounded
Havre, 4 november 1874. Het stoomschip CONRAD, kapt. De Ridder, van Southampton naar Batavia, is in het Suez-kanaal aan de grond geraakt, doch zal hoogstwaarschijnlijk vlot komen en de reis vervolgen.
1877-12-05: Damaged
Het stoomschip CONRAD, hetwelk 20 december te Batavia verwacht werd, is den 27 dezer aldaar aangekomen. Alles wel. De vertraging in de aankomst is veroorzaakt door het breken op 5 december 1877 op 189 mijlen voorbij Aden van de lagedrukzuiger. Het schip had echter nog 8 mijl vaart behouden.
1879-06-07: Damaged
IJmuiden, 7 juni 1879. Het stoomschip CONRAD is bij het vertrek tussen de pieren dwars gekomen en heeft de ketting in de schroef. Het schip kan niet vertrekken.
1891-07-20: Damaged
IJmuiden, 20 juni 1891. Het naar Batavia bestemde stoomschip CONRAD is bij het binnenkomen in de sluis tegen de sluismuur gelopen en heeft daardoor in een der bakboordsboegplaten, ca. 6 voet boven water, een scheur van ca. anderhalve voet lengte gekregen. Na binnenboord de schade zoveel mogelijk gerepareerd te hebben, ging het stoomschip in zee.
1895-05-18: Collision
Londen, 20 mei. De aanvaring van het Nederlandse stoomschip CONRAD met het Engelse stoomschip SULLY, van Swansea naar Marseille, vond plaats in de nacht van vrijdag op zaterdag (opm: van 17 op 18 mei 1895) des nachts te twee uur op 54 mijl van Carthagena. Negentien man van de SULLY konden worden gered, doch de gezagvoerder en een jongen zijn verdronken.
1896-11-23: Damaged
In Straat Perim brak op 23 november 1896 de krukas. Reden waarom het schip werd gedwongen ten anker te gaan. Daar reparatie ter plaatse niet mogelijk was, werd de Conrad door sleepboten naar de rede van Perim gesleept.
1897-05-03: Sold at auction
Op 3 mei 1897 werd het schip middels openbare veiling verkocht voor de prijs van ƒ 48.000.- aan de makelaar W. de Lorme van Rossem.
1897-05-08: Final Fate: Scrapped

Op 8 mei 1897 vertrok het schip naar Dordrecht, gesleept door de sleepboten Oceaan en Pernis, om aldaar te worden gesloopt.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Egbert Oort werd geboren te Amsterdam op 17 juli 1836 als zoon van de mastenmaker Daniel Oort en Beerrendina Dengerink.

Hij trouwde te Amsterdam op 26 mei 1876 als zeeman met Gezina Oort, geboren te Amsterdam 28 maart 1852 als dochter van de mastenmaker Johan Oort en Gerritjen Dengerink, 24 jaar. In Amsterdam geen overlijden gevonden tussen 1863-1955.

Egbert overleed te Amsterdam op 15 oktober 1891 op de Oudewaal, geen beroep, 55 jaar.

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt E.Oort als gezagvoerder gedurende:

*    1871 van het schroefstoomschip “Willem III”, gebouwd in 1871 te Glasgow, 2735 ton o.m., varend voor de Stoomvaard Mij. Nederland te Amsterdam. Uitgebrand in het Engels Kanaal en verkocht;

*    1872 van het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow, 2270 ton o.m., varend voor de Stoomv. Mij “Nederland” te Amsterdam.

*    1873 van het schroefstoomschip “Prins Hendrik”, gebouwd in 1871 te Glasgow, 2147 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam. Het schip strandde in de Rode Zee en zonk.

 

Overige bijzonderheden

Op 18 mei 1871 vertrok het ss “Willem III” voor zijn eerste reis van Den Helder naar Batavia met aan boord een aantal passagiers en een detachement soldaten van het KNIL. Op 19 mei brak er brand uit aan boord en moesten de opvarenden het schip verlaten. Zij werden door een Britse kotter gered en te Portsmouth aan land gebracht. De Willem III werd nog brandend te Portsmouth binnengesleept en op een bank gezet, waarna de brand kon worden geblust. Het wrak werd verkocht aan Engelse kopers en later weer hersteld. Als “Quang Se” kwam het schip in januari 1873 weer in de vaart voor een nieuwe eigenaar.

Het ss “Willem III” werd in 1871 gebouwd bij John Elder & Co te Glasgow, mat 2735 Brt en voer voor de Stoomv. Mij “Nederland” te Amsterdam 072.

 

Naar aanleiding van de ramp met het ss “Willem III” onder kapitein E.Oort werd een civiele procedure gevoerd. Daarbij “veroordeelde ‘het provinciaal geregtshof’ in Zuid-Holland in hoger beroep primair de kapitein van de ‘Willem III’ tot vergoeding van de door een inlader geleden schade, overwegende dat de oorzaak van de brand onbekend was gebleven en de kapitein er niet in geslaagd was te bewijzen dat de brand aan overmacht te wijten was geweest.”104.

 

Bossenbroek065 vermeldt op p.64 de aanvankelijke aarzeling bij de overheid om stoomschepen in te schakelen bij het troepentransport: “De lotgevallen van het eerste stoomschip, de Willem III, waarop ondanks de aanvankelijke weigering toch een detachement van 5 officieren en 125 onderonderofficieren en manschappen aanwezig was, stemde bovendien niet tot groot enthousiasme: kort na de afvaart in mei 1871 brandde het schip volledig uit en het werd als wrak naar Portsmouth gesleept; de koloniale militairen overleefden overigens de ramp.”065

Op 27 september 1873 stootte het ss “Prins Hendrik” op een rif in de Rode Zee bij het eiland The Brothers en zonk. Alle opvarenden werden gered.

Het ss. “Prins Hendrik” werd gebouwd in 1871 bij John Elder & Co te Glasgow en mat 3065 Brt. Hij voer voor de Stoomvaart Mij. Nederland te Amsterdam072.

In het boek “Oceaanreuzen”, van Anne Doedens en Liek Mulder (ik heb geen verdere bijzonderheden) zou op p. 121 de mededeling staan: “1873. de Prins Hendrik (I) (1871, 3065 brt, My Nederland) liep op een rif in de Rode Zee en zonk. Dank zij de financiële steun van Prins Hendrik kon de maatschappij dit verlies met twee nieuwe schepen compenseren.”

 

In het tijdschrift “De Zee” Jg.13, p.86, 1891 staat vermeld de samenstelling voor 1891 van de rijkscommissie voor de examens ter verkrijging van een diploma als stuurman aan boord van koopvaardijschepen. Daarin is opgenomen als plaatsvervangend lid E.Oort, oud-gezagvoerder in de grote vaart te Amsterdam.

Op 23 maart 1872 vertrok kapitein E.Oort van Nieuwediep met de “Conrad” en een detachement van 3 officieren en 125 manschappen. Hij arriveerde te Batavia op 02 mei 1872 na een reis van 40 dagen.

Op 24 augustus 1872 vertrok hij van Nieuwediep met de “Conrad” en een detachement van 2 officieren en 50 manschappen. Hij arriveerde te Batavia op 03 oktober 1872 na een reis van 40 dagen065.

Op 14 juni 1873 vertrok hij uit Nieuwediep met de “Prins Hendrik” en een detachement van 6 officieren en 400 manschappen. Hij arriveerde te Batavia op 07 augustus 1873 na een reis van 54 dagen065*.

Via de heer K.P.Schaddelee te Hilversum (e/mail 14 augustus 2003) ontving ik een exposé van de hand van G. de Kinkelder van het Nationaal Archief te Den Haag omtrent de belevenissen van het ss “Tromp” (en ook de “Prins Hendrik”) tijdens het troepentransport: Ik noteer hieruit:

“De Tromp is in de Rode Zee op een koraalrif gestrand (zie bij J.P.Harms)  en behoorlijk beschadigd; de troepen zijn aan land gegaan en nadien overgenomen door de Prins Hendrik (die overigens ook machine-pech kreeg en naar Aden moest worden gesleept); omdat dit laatste schip al 400 man troepen aan boord had was het te riskant om met het hele gezelschap naar Indië door te varen. Zo werd na wederom enig kamperen de Indus ingehuurd voor het transport van de troepen van de Tromp, een schip van de (Engelse?) P.& O. (Penisular and Oriental), vanaf Aden naar Singapore. Daar nam het uit Indië gestuurde stoomschip Prins Alexander de troepen over zonder dat deze aan land hoefden te gaan. … De Prins Hendrik kwam uiteindelijk in augustus 1873 te Batavia aan en vertrok een maand later weer richting Nederland; in de Rode Zee is het vervolgens op de rotsen gelopen en gezonken. … “

“De Prins Hendrik (verloor) in 1871 na een snele heenreis van 30 dagen op de eerste thuisreis de schroefbladen    en (moest) door een andere ‘stoomboot’ naar een nabijgelegen haven … worden gesleept. Tijdens de vierde thuisreis stootte dit schip in de Rode Zee op 27 september 1873 op de zogeheten Brothers, een formatie van onderzeese klippen, en zonk na twintig uur. Alle passagiers en bemanningsleden werden gered.”

Uit: p.13 in “De eeuw van ‘Nederland’. Geschiedenis en vloot van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’” door A.J.J.Mulder.c.s. Uitg. Asia Maior. 2003.

“… de Prins Hendrik (I) die op de vierde thuisreis op de Brothersklippen in de Rode Zee stootte (had) op de uitreis daarvoor in de Rode Zee 300 man troepen voor Atjeh, een aantal gouvernementspassagiers voor Nederlands-Indië en een deel van de lading overgenomen van de Tromp , na de stranding van dit schip van de Nederlandse reder T.C.Engels en Co. te Vlissingen op 1 juli 1873, en naar Batavia gebracht.”

Uit: p. 14 van “De eeuw van de ‘Nederland’” door A.J.J.Mulder c.s., Asia Maior, juni 2003, 192 pp.

 

In de Harlinger Courant dd 08 oktober 1873 staat het volgende bericht096:

“Het stoomschip Prins Hendrik is, gelijk reeds kortelijk is gemeld, vergaan op de Brothers, kleine eilanden uit koraalriffen bestaande, die in het gevaarlijkste deel der Roode Zee, op een paar uren stoomens van Suez, liggen. Passagiers en bemanning werden gered en in veiligheid gebragt te Cosire, een kustplaats, die ongeveer 32 Engelsche mijlen van de Brothers afligt.

Het schip had op Java een volle retourlading gescheept en had aan boord de volgende passagiers: 12 volwassenen en 3 kinderen 1ste klasse, 6 volwassenen en 3 kinderen 2de klasse en 74 terugkeerende militairen.

Manifest en lijst van namen der passagiers kunnen eerst met de mail, die na 4 September Batavia verlaat, hier aankomen. Uit de brieven van 27 Aug. blijkt, dat destijds Gouvernementskoffij werd geladen te Samarang en Pekalongan, benevens 10,000 picols rijst te Losaring (nabij Indramajoe) en dat te Batavia verder zou worden opgevulde met koffij en tin voor particuliere rekening.

Wij vernemen dat de Stoomvaartmaatschappij Nederland de volle waarde der schepen door assurantie dekt, zoodat het eventueel verlies van dit schoone schip, hoe betrerenswaardig ook, voor de regelmatige ontwikkeling der vaart geen verlies vaan kapiteaal aan de Maatschappij zal veroorzaken.

(H.blad)

Volgens een nader telegram van den hoofdagent der stoomvaart-maatschappij Nederland in Egypte, omtrent het stoomschip Prins Hendrik, vreest hij, dat schip en lading verloren zullen zijn. Heden 5 October zou een stoomboot van Suez naar Korsaer vertrekken, om passagiers en equipage af te halen.”

 

In de Harlinger Courant dd 10 oktober 1873 staat096:

“Volgens nader telegram van den hoofdagent in Egypte omtrent het stoomschip Prins Hendrik, waren schip en lading totaal verloren. Schipbreukelingen worden Vrijdag te Suez verwacht. De Heer Anslijn vertrekt derwaarts om op alle mogelijke wijze hulp te verleenen.”

 

In de Harlinger Courant dd 15 oktober 1873 staat096:

“Volgens telegram van den heer Anslijn, hoofdagent in Egypte der Stoomvaart-maatschappij Nederland, uit Sueze verzonden 9 october, 10 uur des avonds, waren de troepen en equipage van het stoomschip Prins Hendrik in goeden welstand te Suez aangekomen. Door den hoofagent en den gezagvoerder werden maatregelen genomen voor de doorreis der passagiers. Zij ondervinden daarbij alle medewerking van de Egyptische Regering. Het stoomschip heeft in den nacht van 27 September de klippen (Brothers eilanden) geraakt en maakte dadelijk water. Kapitein Oort hield af naar de Egyptische kust, ten einde schip en lading in veiligheid te brengen, doch 5 mijlen van de kust zonk het schip in diep water. Er is niets gered dan de sloepen, waarmede de opvarenden Kossier hebben bereikt.”

In deHarlinger Courant dd 29 oktober 1873 staat096:

“Blijkens en mededeeling van de directie der stoomvaartmaatschappij ‘Nederland’ is de voor Nederland bestemde brievenmaal aan boord van het stoomschip  Prins Hendrik bij de ramp van dat vaartuig niet kunnen gered worden. Uit de scheepsverklaring van den gezagvoerder blijkt dat het stoomschip, na het raken van de rots ‘the Brothers’ in diep water is gezonken, en dat bij het verlaten van het schip de brievenmaal niet kon worden medegenomen daar de ruimte in de scheepsbooten voor het redden van menschenlevens geheel benoodigd was.”

 

 

Datum vanaf: 1872
Kapitein: Oort, Egbert

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

J.F.Graadt van Roggen werd met nr.604 lid van Zeemanshoop per 10 oktober 1854 op voorspraak van P.W.B.Mellink. Zijn schip was de "Waalstroom"002.

In de notulen van de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 03/10 oktober 1854 staan vermeld dat tot effectief lid zijn voorgedragen/benoemd Jacob Frans Graadt van Roggen, oud 25 jaar, voerend de bark “Waalstroom”, voor rekening van en met als adres A.Graadt van Roggen te Amsterdam, op voordracht van kapitein P.W.B.Mellink.023.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 12 september 1882 wordt vermeld de heer van Hasselt, directeur der filiaalinrichting van het Kon.Ned. Meteor. Inst. te Utrecht: “Als nu reikte hij uit aan de Heeren W.P.Harten, H.Hissink en H. de Jonge getuigschriften voor uitmuntende journalen; aan de Heeren R.J.Weber, C.Jaski, A.G. Mörser Bruijns, W.Adriani, R.Berckelbach v.d Sprenkel, J.F. Graad van Roggen, A..J.Herckenrath, J.H.Bart, H.C.Haacke, H.W.Prins en A.F. de Vrije voor zeer goede journalen.” 023

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van College Zeemanshoop in Amsterdam001

vlagnummer              jaren              type                 scheepsnaam                          naam reder/boekhouder

        604                1854-1855 bark Waalstroom   A.Graadt van Roggen, A’dam

                                1856-1857 bark E.W.van Dam van Isselt                                idem

                                1858-1859 bark E.W.van Dam van Isselt                                Jerem.Meijjes & Zn te A’dam

                                1860-1870 bark Zeenymph     F.A.Jas

                                     1871              geen vermelding van schip en boekhouder

                                1872-1873 stoomsch.                Conrad                                     Stoomb.Maatsch.Nederland

 

Vermelding van vertrek en aankomst in Amsterdam093

Naam kapitein                                     Naam schip                                       vertrek                       terugkomst

J.F.Graad van Roggen                        G.W.van Dam van Isselt                10 juli 1857                niet vermeld

                                                                Zeenymph                                        23 mei 1860               27 april 1861

                                                                Zeenymph                                        27 augustus 1861      07 juli 1862

                                                                Zeenymph                                        13 september 1862    niet vermeld

                                                                Zeenymph                                        geen vermelding        05 augustus 1863

                                                                Zeenimph                                         08 oktober 1863        28 juli 1864

                                                                Zeenimph                                         07 oktober 1864        08 juni 1865

                                                                Zeenimph                                         14 oktober 1865        18 augustus 1866

                                                                Zeenimph                                         01 mei-22 juli 1867   14 januari 1868

 

Bouma025 vermeldt J.F.Graadt van Roggen als gezagvoerder gedurende:

*    1855 t/m 1856 van de bark “Waalstroom”, gebouwd in 1853 op de werf Witte Kruis van Jeremias Meijjes te Amsterdam023, 412 ton o.m., varend voor A. Graadt van Roggen te Amsterdam;

*    1856 t/m 1859 van de bark “G.W. van Dam van Isselt ” ex Oost Indië, gebouwd in 1837 te Amsterdam, 713 ton varend voor Jeremias Meyjes & Zn te Amsterdam;

*    1861 t/m 1871 van de bark “Zeenymph”, op 05 augustus  1854 van stapel te Amsterdam op de werf “Het Wapen van Amsterdam van F.Haverkamp te Amsterdam, 622 ton o.m., varend voor F.A.Jas te Amsterdam. Het schip werd in 1871 verkocht naar Duitsland.

*    1873 t/m 1874 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow bij John Elder, 2270 ton, varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam. Het schip werd in 1897 gesloopt te Dordrecht;

*    1875 t/m 1877 van het ijzeren schroefstoomschip “Voorwaarts”, gebouwd in 1874 te Glasgow bij John Elder & Co, 2800 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*    1878 t/m 1882 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow bij John Elder, 2270 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam. Het schip werd in 1897 gesloopt te Dordrecht;

*    1882 t/m 1884 op het schroefstoomschip “Insulinde”, gebouwd in 1882 te Glasgow bij John Elder, 3044 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. Het schip werd in 1884 herdoopt in “Burgemeester den Tex”;

*    1884 op het schroefstoomschip “Burgemeester den Tex” ex Insulinde. Zier hiervoor.

*    1885 t/m 1889 van het ijzeren schroefstoomschip en de als barkentijn getuigde “Prins Frederik”, gebouwd in 1882bij John Elder & Co te Glasgow, 3041 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

J.F. Graadt van Roggen in het ‘Tijdschrift voor het Zeewezen’, redactie Jacob Swart, jaargang 1874, p. 99-121. schreef: “Aantekeningen omtrent de moussons, enz. in de Arabische zee, Golf van Aden, enz.’”

 

In het tijdschrift “De Zee”,jg 2, 1880 p.403-404 staat een bijdrage van J.F.Graad van Roggen:

“Onregelmatige Stroomen nabij Kaap Guardafui. Extract Journaal stoomschip Conrad (20e reis) van Batavia naar Amsterdam”

Hierin een beschrijving van de stromingen rond deze Kaap met als slotconclusie: ”Hieruit blijkt dus alweder, dat de stroomen bij Guardafui niet te vertrouwen zijn.”

Volgens de Times Atlas is Guardafui hetzelfde als Raas Caseyr en de uiterste noordoostpunt van Somalië bij de ingang van de Golf van Aden

In het tijdschrift “De Zee”,jg 3, 1881, p334 staat een bijdrage van J.F.Graad van Roggen, gezagvoerder van het ss. “Conrad” met als titel “Route voor stoomscchepen van Java naar Sueze in de maand April”. Volgens dit artikel zijn deze routes verschillend naarmate de Oost- of West-mousson heerst in de Indische Oceaan. Graad van Roggen zegt dat de Mij “Nederland” aan zijn gezagvoerders toestaat van deze regel af te wijken. “Voor de maanden April, Mei en Juni staat opgegeven, de Zuidelijke route te nemen, d.i. bezuiden den Chagos Archipel; de afstand bij deze route is, van Batavia naar Suez, 1492 D.G.mijlen, terwijl, als men de Noordelijke route langs Ceylon neemt, de afstand 158 D.G.mijlen, d.i. 2½ dag stoomens, korter is.” Graad van Roggen raadt, op grond van zijn ervaringen, deze Noordelijke route aan.

Hij wordt op deze bewering aangevallen door de heer P.F. van Heerdt, waarop op p.451 G.v.R. weer reageert.

In het tijdschrift “De Zee” jg 10, 1888, pp.356-358 staat vermeld dat er een tijdelijk reparatie van het schroefraam en hulproer is aangebracht aan het ss “Prins Frederik” te Gibraltar. Dit schip “is onlangs bij mist in Straat Gibraltar op de rotsen te Ceuta … gestoten” en werd te Gibraltar binnengebracht.

 

J.F.Graadt van Roggen vervoerde vanuit Nieuwediep transporten van landmachtmilitairen naar Batavia met de “Zeenymph” tijdens de volgende reizen

*    Vertrek 11 september 1861. Aankomst 20 december 1861 na 100 dagen. 2 officieren.

*    Vertrek 21 september 1862. Aankomst 29 december 1862 na 99 dagen. 1 officier.

*    Vertrek 07 oktober 1864. Aankomst 08 januari 1865 na 93 dagen. 5 officieren.

*    Vertrek 14 oktober 1865. Aankomst 31 januari 1866 na 109 dagen. 3 officieren.

Hij voer vanuit Nieuwediep met de “Conrad” op de volgende reizen:

*    Vertrek 09 februari 1873. Aankomst 21 maart 1873 na 40 dagen. 4 officieren en 125 manschappen.

*    Vertrek 10 juli 1873. Aankomst 31 augustus 1873 na 52 dagen. 7 officieren en 400 manschappen.

*    Vertrek 18 december 1873. Aankomst 31 januari 1874 na 44 dagen. 4 officieren en 260 manschappen.

*    Vertrek 17 mei 1874. Aankomst 26 juni 1874 na 40 dagen. 6 officieren en 170 manschappen. Onderweg was 1 manschap overleden.

*    Vertrek 10 oktober 1874. Aankomst 25 november 1874 na 46 dagen. 8 officieren en 150 manschappen.

Hij voer vanuit Nieuwediep met de “Voorwaarts” op de volgende reizen:

*    Vertrek 19 september 1874. Aankomst 28 oktober 1874 na 39 dagen. 5 officieren en 200 manschappen.

*    Vertrek 11 juli 1875. Aankomst 18 augustus 1875 na 38 dagen. 5 officieren en 364 manschappen.

*    Vertrek 22 januari 1876. Aankomst 03 maart 1876 na 41 dagen. 7 officieren en 212 manschappen.

*    Vertrek 08 juli 1876. Aankomst 20 augustus 1876 na 43 dagen. 7 officieren en 242 manschappen.

*    Vertrek 23 december 1876. Aankomst 06 februari 1877 na 45 dagen. 9 officieren en 260 manschappen.

*    Vertrek 19 mei 1877. Aankomst 28 juni 1877 na 40 dagen. 5 officieren en 210 manschappen.

*    vertrek 13 oktober 1877. Aankomst 23 november 1877 na een reis van 41 dagen. 9 officeren en 106 manschappen.

Hij voer vanuit Nieuwediep met de “Conrad” tijdens de volgende reizen:

*    Vertrek 30 maart 1878. Aankomst 09 mei 1878 na 40 dagen. 3 offcieren en 106 manschappen.

*    Vertrek 24 augustus 1878. Aankomst 04 oktober 1878 na 41 dagen. 5 officieren en 106 manschappen.

*    Vertrek 18 januari 1879. Aankomst 01 maart 1879 na 42 dagen. 7 officieren en 210 manschappen.

*    Vertrek 07 juni 1879. Aankomst 17 juli 1879 na 40 dagen. 5 officieren en 158 manschappen.

Hierna vanuit Amsterdam

*    Vertrek 25 oktober 1879. Aankomst 09 december 1879 na 45 dagen. 4 officieren en 90 dagen.

*    Vertrek 10 april 1880. Aankomst 20 mei 1880 na 40 dagen. 4 officieren en 53 manschappen.

*    Vertrek 04 juni 1881. Aankomst 12 juli 1881 na 38 dagen. 3 officieren en 44 manschppen.

*    Vertrek 08 oktober 1881. Aankomst 19 november 1881 na 42 dagen. 3 officieren en 44 manschappen.

Hij voer vanuit Amsterdam met de “Insulinde” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 jui 1882. Aankomst 30 juli 1882 na 39 dagen. 2 officieren en 53 manschappen.

*    Vertrek 25  oktober 1882. Aankomst 08 december 1882 na 44 dagen. 3 officieren en 75 manschappen.

Hij voer vanuit Amsterdam met de “Burgemeester Den Tex” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 maart 1883. Aankomst 20 mei 1883 na 60 dagen. 2 officieren en 38 manschappen. Het detachement is onderweg overgenomen door de “Koninging Emma”.

*    Vertrek 15 september 1883. Aankomst 26 oktober 1883 na 41 dagen. 3 officieren en 23 manschappen.

*    Vertrek 19 november 1884. Aankomst 31 december 1884 na 42 dagen. 4 officieren en 38 manschappen.

Hij voer vanuit Amsterdam met de “Prins Frederik” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 januari 1885. Aankomst 03 maart 1885 na 41 dagen. 4 officieren en 72 manschappen.

*    Vertrek 06 juni 1885. Aankomst 17 juli 1885 na 41 dagen. 3 oficieren en 84 manschappen.

*    Vertrek 27 maart 1886. Aankomst 07 mei 1886 na 41 dagen. 3 officieren en 63 manschappen.

*    Vertrek 21 augustus 1886. Aankomst 30 september 1886 na 40 dagen. 2 officieren en 28 manschapen.

*    Vertrek 28 mei 1887. Aankomst 06 juli 1887 na 39 dagen. 2 officieren en 72 manschappen.

 

“Op 4 en 5 oktober (1875) deed de Voorwaarts en vergeefse poging de Madura los te trekken van de Parkinrots bij Perim. De 600 pelgrims aan boord van de Madura waren eerder overgenomen door de Britse Timor. Nadat de trossen herhaaldelijk waren gebroken en zelfs met inzet van dommekrachten(!) het schip niet loskwam, werden de passagiers en 50 bemanningsleden naar Suez gebracht.”

“Begin december 1875 ontdekte de Conrad in de Middellandse Zee het Portugese marinetransportschip India met een gebroken krukas; aan boord waren 1.400 man. Men bood aan het schip naar Messina te slepen, maar vanwege het ontstuimige weer duurde het uren voor de sleeptrossen bevestigd waren; kort nadien braken deze ook. De tros van de intussen gearriveerde Voorwaarts voldeed wel, zodat de sleep op 14 december na een tocht van 57 uur over 400 mijl alsnog Messina kon bereiken.”

“In 1877 bood de Voorwaarts hulp aan de Franse stoomboot Henri IV in de Golf van Biskaye, en de Koning der Nederlanden aan het Engelse stoomschip Rose Mary, dat uit de Rode Zee naar Aden werd gesleept.”

Uit: p. 14 “De eeuw van de ‘Nederland’ door A.J.Mulder c.s.. Uitgeverij Asia Maior. Juni 2003.

 

In een adres dd 12 december 1855 aan de Tweede Kamer der Staten Generaal drongen 58 gezagvoerders aan op de invoering van een Tuchtwet. Zij meldden dat de uitvoering van hun beroep dagelijks meer en meer werd belemmerd door de onmogelijkheid om aan boord der schepen behoorlijke orde en tucht te bewaren. Een van de ondertekenaars was J.F.Graadt van Roggen.104

 

Per e-mail dd 05 februari 2006 zond ik gegevens omtrent kapitein Graadt van Roggen aan e heer Niek Smit te Amsterdam (niek.smit@planet.nl). Ik kreeg als reactie een mail dd 06 februari 2006 met 3 bijlagen. Deze mail plus bijlagen zijn hieronder vermeld

  1. MAIL:

Geachte heer Parma,

Heel hartelijk dank voor het toesturen van de gedetailleerde gegevens over Jacob Frans Graadt van Roggen (1829-1899).

Ik stuur u hierbij nog enkele aanvullingen:

  • De reder A. Graadt van Roggen was Arent Graadt van Roggen (1825-1877) een broer van Jacob Frans Graadt van Roggen.
  • De kapitein P.W.B. Mellink was een zwager van Arent Graadt van Roggen.
  • De reder F.A. Jas was een oom van J.F. en A. Graadt van Roggen.
  • Over de loopbaan van Jacob Frans Graadt van Roggen, die op 15-jarige leeftijd naar zee ging, is veel bekend. Ik stuur u hierbij enkele gegevens en afbeeldingen.
  • In de bibliotheek van het scheepvaartmuseum bevindt zich een aardig boekje getiteld ‘reisaantekeningen’ door J.F. Graadt van Roggen waarin u veel gegevens en aanvullingen kunt vinden over zijn reizen. Ook is er een boekje getiteld ‘passagierslijsten’ van de schepen van J.F. Graadt van Roggen waarin veel gegevens over de passagiers (niet alleen militairen maar ook particulieren).
  • Op blz 2 vermeld u de reparatie van de Prins Frederik in Gibraltar. Hiervan is een aardige prent in Eigen Haard gepubliceerd (zie hierbij). De man met de witte baard is J.F. Graadt van Roggen.

2    BIJLAGE

Het stoomschip ‘Prins Frederik’ van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, in de dockyard van Gibraltar, juni 1888

 

Gravure, gepubliceerd in ‘Eigen Haard’ (1888), vervaardigd door A. C. Verhees, naar een foto toegezonden door J. F. Graadt van Roggen aan de redactie van ‘Eigen Haard’.

 

De ‘Prins Frederik’ had, door mist misleid, aan de Afrikaanse zijde van de Straat van Gibraltar rotsen geraakt (‘Even vrij van den wal zijnde, klaarde de mist plotseling geheel op en zagen wij verscheidene officieren en minderen, boven ons op de rotsen nabij de forten, ons in ogenschouw nemen. Ook zagen wij een vuurtoren, maar niet dien van Gibraltar, maar wel dien van Ceuta !!!’). Nadat het schip wegens het onbruikbaar zijn van de machine, verlies van een roer en averij aan het achterschip, naar Gibraltar was gesleept en was onderzocht, werd besloten dat de reparatie aldaar zou worden gedaan. De passagiers werden overgebracht op het Stoomschip ‘Utrecht’. Op de gravure is het achterschip van de ‘Prins Frederik’ te zien zoals die tijdens de reparatie in het dok lag. De gezagvoerder, Jacob Frans Graadt van Roggen, staat midden op de foto (met witte baard en pet).

Het werk zou in achttien werkdagen geklaard worden en, daar er in Gibraltar geen droogdok was, zou men zich daarbij bedienen van een ‘cofferdam’. Een ‘cofferdam’ (correct geschreven met dubbel ‘f’) is een houten kist waarbij men van de opstuwende kracht van het water gebruik maakt om een voor- of achterschip in de hoogte te brengen.

‘Nader omschreven is het een houten kist, die zeer soliede moet gebouwd zijn, om de drukking van het water buiten tegen hare wanden te kunnen weerstaan. Deze kist is aan den voorwand open en daar met zorg gevormd, naar de gedaante die het schip heeft, op de hoogte waar zij dat moet omsluiten. Is dus de kist, wanneer zij tegen het achterschip ligt, aan vier zijden gesloten door den bodem en drie zijwanden, dan is zij het aan de vijfde door het achterschip zelf.’

‘Nadat de Frederik naar H. M. dock-yard was gebracht  en in een stil hoekje gelegd, waar weinig deining stond, werd zij gelost en gekrenkt tot haar diepgang achter 14.5 eng. voeten en voor 20 eng. voeten bedroeg. Daarna werd de cofferdam, die in vijf dagen aan de werf was gebouwd en den zesden dag langs zijde was gesleept, achter het schip gebracht. Hij was 20 eng. voeten diep; daar het achterschip 14.5 voet diep lag en men om onder de kiel te kunnen werken, nog 3 voet ruimte nodig had, stak zijne beplanking 2.5 voet boven water.’

‘Het eerste werk was nu hem onder het schip te brengen en daartegen aan te sluiten. Daartoe werd hij eerst zoolang met scheeps-ankerkettingen bezwaard, dat zijn bodem op de vereischte diepte beneden het schip was gezonken en hij met talies onder het schip kon worden getrokken. Daarna lichtte men hem weer door het uitnemen van een gedeelte der ankerkettingen, tot hij met zijn voorzijde het achterschip als omvatte. Door zware balken, dwars over den cofferdam door het schroefgat gestoken en door twee zware stutten aan de achterzijde werd hem verder alle beweging belet. Hij mocht wel reizen… maar niet zonder het schip mede opwaarts te nemen.’

‘Om dit te bewerken werden stoom- en handpompen toegezet om den cofferdam ledig te pompen. In den aanvang ging dit nog zoo glad niet. Hij was voor zijn werk wel wat licht gebouwd. De duiker had handen vol werk om van buiten de lekken te stoppen, terwijl men van binnen de zijwanden tegen den buitenkant van het schip moest stutten, om te voorkomen dat zij onder de drukking van het water zouden bezwijken. Intusschen, al deze bezwaren kwam men te boven ; na twee dagen en twee nachten pompen en calefateren kwam de cofferdam lens en kon men aan het eigenlijke werk beginnen. De werklieden waren wel wat huiverig om in die kist onder het schip te kruipen; maar… alles gewent en toen men zag, dat zij het uithield, dacht niemand meer aan het gevaarlijke van zijne positie. De Frederik was achter 18 eng. Duimen (45 centim.) in de hoogte gelicht, en de drukking tegen bodem en zijwanden van hun verblijf leverde dit kolossaal opstuwend vermogen!’

‘Intusschen werden in vier dagen de werkzaamheden verricht, roersteven, achtersteven en een gedeelte van de kiel in orde gebracht en vervangen door houten balken, suffisant bevestigd, zooals later bleek toen het schip in Holland terugkwam.’

 

‘Wij zeggen het den gezagvoerder na : Een mooi stuk werk.’

 

(uit : ‘Eigen Haard, 1888, blz 485 e.v.; zie ook : ‘Reisaantekeningen van  J. F. Graadt van Roggen’, blz. 89 e.v.)

 

3    BIJLAGE

Jacob Frans Graadt van Roggen (Nijmegen 16 juni 1829 - Bloemendaal 22 september 1899)

Jacob Frans Graadt van Roggen was 15 jaar en 19 dagen oud toen hij op 5 juli 1844 als scheepsjongen aanmonsterde aan boord van het fregatschip ‘Koning der Nederlanden’, en op 21 juli van dat jaar uitzeilde van het Nieuwe Diep op zijn eerste zeereis naar Java (Ned. Indie). Hij maakte als scheepsjongen, als lichtmatroos en, na zich theoretisch te hebben ontwikkeld en examens te hebben gedaan, als derde, tweede en eerste stuurman, verschillende reizen met zeilschepen naar West en Oost Indie en één rond de wereld.

Reeds op 25 jarige leeftijd was hij gezagvoerder van het barkschip ‘de Waalstroom’ van Amsterdam, waarmee hij een reis naar Akyab (Golf van Bengalen) maakte, om daarna als gezagvoerder op de E. W. van Dam van Isselt’ een reis naar Java en terug te maken. Op deze reis werd het weing bezochte eiland Tristan da Cunha aangelopen.

Van 1860 tot 1870 maakte hij als gezagvoerder van het barkschip ‘Zeenymph’ negen reizen naar Java en terug. De gemiddelde duur van de uit en thuisreis was toen ongeveer 1 jaar. De Zeenymph had onder het bevel van kapitein Graadt van Roggen een zeer goede naam als passagiersschip. Dit moge onder andere blijken uit de volgende advertenties : ‘Barkschip Zeenymph, gezagvoerder Graadt van Roggen, dit Schip, thans geannonceerd zijnde voor de Uitreis naar Java, haasten de ondergetekenden, welke in de Maand Januari daarmede van Java naar hier zijn gekomen, zich dien Bodem bijzonder aan te bevelen, zoo wat snelheid van zeilen als goede Logies en vooral Vriendschappelijken Omgang met den Gezagvoerder betreft. Getekend: Tuckermann en Echtgenoot, Gallé en Echtgenoot, Mejufvr. Strick van Wijk.’ En uit de Oprechte Maandagsche Haarlemsche Courant van 22 augustus 1864 het volgende: ‘Passage naar Java wordt aangeboden van Amsterdam met het Nederlandsche Compagnie Fregatschip Zeenimph, gevoerd door kapt. J. F. Graadt van Roggen, varende een geexamineerde Doctor en een melkgevende koe. Dit in alle opzigten voor personen en familie aanbevelenswaardige schip, is te Amsterdam te bevragen bij de Reeder den heer F. A. Jas en bij de Kargadoors De Vries & Co., IJgracht U40.’

In 1870 besloot hij zich aan te monsteren op één van de stoomschepen van de nieuw opgerichte Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’. Alvorens bij deze maatschappij in actieve dienst te treden, werd in 1870 door hem als volontair een stoominstructiereis gemaakt naar New York en terug aan boord van het Franse stoomschip ‘Pereire’. Na één reis als eerste stuurman te hebben gemaakt, werd hij aangesteld als gezagvoerder van het s.s. ‘Conrad’. Met eer zijn door hem achtereenvolgens de stoomschepen ‘Conrad’, ‘Voorwaarts’, wederom ‘Conrad’, ‘Insulinde’ (daarna herdoopt in ‘Burgemeester den Tex’) en ‘Prins Frederik’ gevoerd.

Na tal van wederwaardigheden te hebben ondervonden ging hij in 1888 van zijn rust genieten. Jacob Frans Graadt van Roggen heeft als gezagvoerder in totaal 10 uit en thuisreizen met zeilschepen naar Indie volbracht, daarbij 361 passagiers vervoerd, en 35 reizen met stoomschepen, daarbij 10937 passagiers vervoerd. Bij het eindigen van zijn loopbaan erkende de Nederlandse regering zijn verdiensten door hem te benoemen tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, waarvan hem mededeling werd gedaan door een regeringstelegram van de Minister van Kolonien, de heer Keuchenius. Van de hand van een oud collega, de heer C. T. van Assendelft de Coningh, verscheen in het Algemeen Handelsblad van 24 januari 1889 een waarderend artikel ‘Een rust in eere’ omtrent zijn loopbaan. Een overzicht van die loopbaan en van de gedane reizen gaf hij zelf in een niet in de handel zijnd boekje ‘Reisaantekeningen’.

De Britse regering vereerde hem in 1866 met een fraaie sextant met inscriptie ‘Presented by the British Government to Capt. Graadt van Roggen of the Zeenimph of Amsterdam, for his humanity and kindness to the crew of the s.s. Shearwater of New Castle in Oct. 1865’ voor het in oktober 1865 onder moeilijke omstandigheden redden van de bemanning van het Engelse stoomschip ‘Shearwater’. In 1872 werd hem voor het bijhouden van uitmuntende meteorologische journalen, door de Franse regering een gouden medaille toegekend, waarvan de inscriptie luidde ‘Republique Francaise, Association Scientifique de France, monsieur J. F. Graadt van Roggen, Observations Météorologues, 1872’, terwijl hij in 1872 de zilveren Willem III medaille ontving, met inscriptie ‘Aan J. F. Graadt van Roggen, scheepsgezagvoerder in de grote vaart, als erkenning van zijne aan de wetenschap der zeevaart bewezen diensten, door overlegging van uitmuntende scheepsjournalen, vanwege de Koning, 1888’.

 

 

Datum vanaf: 1873
Kapitein: Graadt Van Roggen, Jacob Frans

Familiegegevens en opleiding

Jan de Ridder "van Rotterdam" werd volgens doopcedul 288 gedoopt op 20 december 1778. Hij was gereformeerd. Zijn ouders waren Jan de Ridder, overleden, en Philippina Elisabeth van Mengersen uit Maastricht, gereformeerd en wonende te Rotterdam. Hij werd als leerling van de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam "ingenomen" op 04 november 1789. De drie-maandelijkse voortgangsrapportage bevat de volgende opmerkingen: "Slordig op sijn goed 1 febr.1790, 15 febr., 29 Maart, 5 april   aan de nulbak 31 may   Leerd slegt, slordig op sijn boeken 5 July   wegens onbekwaamheid gedimiteerd en op den 4 November 1790 uyt het kweekschool gegaan"004-529/314.

Gezien de data van inschrijving aan de Zeevaartschool (1789) en de inschrijving als lid van Zeemanshoop (1883) betreft het hier wellicht een voor(groot)vader van het lid van Zeemanshoop. Voorts is het, gezien het curriculum aan de Zeevaartschool, niet waarschijnlijk dat deze J.de Ridder het tot gezagvoerder heeft gebracht.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

J.de Ridder werd met vlagnummer 922 per 15 mei 1883 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop002a.

In de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege “Zeemanshoop” van 08/15 mei 1883 werd als effectief lid voorgedragen/benoemd J. de Ridder, kapitein bij de Stoomvaart Maatschappij Insulinde, wonend op de Marnixkade nr. 6 te Amsterdam, op voordracht van H.N.Prins. 023.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

lid van het college Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer   periode               type                    naam van het schip                      boekhouder/reder

      922           1883-1885          stoomsch.         Macassar                                       Stoomv.Maatsch.Insulinde

                          1886-1887          geen vermelding van schip en boekhouder

 

Bouma025 vermeldt J.de Ridder als gezagvoerder gedurende:

*   1875 t/m 1877 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow, 2270 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam. Het schip werd in 1897 gesloopt te Dordrecht;

*   1882 van het schroefstoomschip “Amsterdam” ex Edinburgh, gebouwd in 1855 te Glasgow, 2336 ton o.m., varend voor de Stoomv. Maatschappij “Insulinde”, Meyer & Insinger Amsterdam. In 1882 kwam het schip weer onder Engelse vlag;

*   1884 t/m 1886 van het schroefstoomschip “Macassar”, gebouwd in 1883 te Middlesbro, 2294 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Mij “Insulinde” te Amsterdam. Het schip is in 1886 verkocht naar Duitsland.

 

Overige bijzonderheden

  1. de Ridder vervoerde vanuit Nieuwediep met het schroefstoomschip “Conrad” vanuit Nieuwediep transporten van landmachtmilitairen op de volgende dagen:

*   Vertrek 13 maart 1875. Aankomst 23 april 1875 na 41 dagen. 6 officieren en 125 manschappen.

*   Vertrek 04 september 1875. Aankomst 13 oktober 1875 na 39 dagen. 11 officieren en 400 manschappen. Van 18 deserteurs van de “Groningen” werden er 11 gevangengenomen en opgepikt door de “Conrad”.Van het oorspronkelijke detachement deserteerden er weer 3 terwijl er bij aankomst 1 ontbrak zonder opgaaf van reden.

*   Vertrek 19 februari 1876. Aankomst 31 maart 1876 na 41 dagen. 15 officieren en 185 manschappen.

*   Vertrek 05 augustus 1876. Aankomst 15 september 1876 na 41 dagen. 8 officieren en 210 manschappen. 1 manschap onderweg overleden.

*   Vertrek 13 januari 1877. Aankomst 26 febriari 1877 na 44 dagen. 5 officieren en 260 manschappen.

*   Vertrek 09 juni 1877. Aankomst 20 juli 1877 na 41 dagen. 5 officieren en 133 manschappen.

*   Vertrek 03 november 1877. Aankomst 27 december 1877 na 54 dagen. 7 officieren en 106 manschappen.

 

“Op 4 en 5 oktober (1875) deed de Voorwaarts en vergeefse poging de Madura los te trekken van de Parkinrots bij Perim. De 600 pelgrims aan boord van de Madura waren eerder overgenomen door de Britse Timor. Nadat de trossen herhaaldelijk waren gebroken en zelfs met inzet van dommekrachten(!) het schip niet loskwam, werden de passagiers en 50 bemanningsleden naar Sueze gebracht.”

Uit: p. 14 “De eeuw van de ‘Nederland’ door A.J.Mulder c.s.. Uitgeverij Asia Maior. Juni 2003.

“Begin december 1875 ontdekte de Conrad in de Middellandse Zee het Portugese marinetransportschip India met een gebroken krukas; aan boord waren 1.400 man. Men bood aan het schip naar Messina te slepen, maar vanwege het ontstuimige weer duurde het uren voor de sleeptrossen bevestigd waren; kort nadien braken deze ook. De tros van de intussen gearriveerde Voorwaarts voldeed wel, zodat de sleep op 14 december na een tocht van 57 uur over 400 mijl alsnog Messina kon bereiken.”

Uit: p. 14 “De eeuw van de ‘Nederland’ door A.J.Mulder c.s.. Uitgeverij Asia Maior. Juni 2003.

 

 

Datum vanaf: 1875
Kapitein: Ridder, Jan de

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

J.F.Graadt van Roggen werd met nr.604 lid van Zeemanshoop per 10 oktober 1854 op voorspraak van P.W.B.Mellink. Zijn schip was de "Waalstroom"002.

In de notulen van de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 03/10 oktober 1854 staan vermeld dat tot effectief lid zijn voorgedragen/benoemd Jacob Frans Graadt van Roggen, oud 25 jaar, voerend de bark “Waalstroom”, voor rekening van en met als adres A.Graadt van Roggen te Amsterdam, op voordracht van kapitein P.W.B.Mellink.023.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 12 september 1882 wordt vermeld de heer van Hasselt, directeur der filiaalinrichting van het Kon.Ned. Meteor. Inst. te Utrecht: “Als nu reikte hij uit aan de Heeren W.P.Harten, H.Hissink en H. de Jonge getuigschriften voor uitmuntende journalen; aan de Heeren R.J.Weber, C.Jaski, A.G. Mörser Bruijns, W.Adriani, R.Berckelbach v.d Sprenkel, J.F. Graad van Roggen, A..J.Herckenrath, J.H.Bart, H.C.Haacke, H.W.Prins en A.F. de Vrije voor zeer goede journalen.” 023

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van College Zeemanshoop in Amsterdam001

vlagnummer              jaren              type                 scheepsnaam                          naam reder/boekhouder

        604                1854-1855 bark Waalstroom   A.Graadt van Roggen, A’dam

                                1856-1857 bark E.W.van Dam van Isselt                                idem

                                1858-1859 bark E.W.van Dam van Isselt                                Jerem.Meijjes & Zn te A’dam

                                1860-1870 bark Zeenymph     F.A.Jas

                                     1871              geen vermelding van schip en boekhouder

                                1872-1873 stoomsch.                Conrad                                     Stoomb.Maatsch.Nederland

 

Vermelding van vertrek en aankomst in Amsterdam093

Naam kapitein                                     Naam schip                                       vertrek                       terugkomst

J.F.Graad van Roggen                        G.W.van Dam van Isselt                10 juli 1857                niet vermeld

                                                                Zeenymph                                        23 mei 1860               27 april 1861

                                                                Zeenymph                                        27 augustus 1861      07 juli 1862

                                                                Zeenymph                                        13 september 1862    niet vermeld

                                                                Zeenymph                                        geen vermelding        05 augustus 1863

                                                                Zeenimph                                         08 oktober 1863        28 juli 1864

                                                                Zeenimph                                         07 oktober 1864        08 juni 1865

                                                                Zeenimph                                         14 oktober 1865        18 augustus 1866

                                                                Zeenimph                                         01 mei-22 juli 1867   14 januari 1868

 

Bouma025 vermeldt J.F.Graadt van Roggen als gezagvoerder gedurende:

*    1855 t/m 1856 van de bark “Waalstroom”, gebouwd in 1853 op de werf Witte Kruis van Jeremias Meijjes te Amsterdam023, 412 ton o.m., varend voor A. Graadt van Roggen te Amsterdam;

*    1856 t/m 1859 van de bark “G.W. van Dam van Isselt ” ex Oost Indië, gebouwd in 1837 te Amsterdam, 713 ton varend voor Jeremias Meyjes & Zn te Amsterdam;

*    1861 t/m 1871 van de bark “Zeenymph”, op 05 augustus  1854 van stapel te Amsterdam op de werf “Het Wapen van Amsterdam van F.Haverkamp te Amsterdam, 622 ton o.m., varend voor F.A.Jas te Amsterdam. Het schip werd in 1871 verkocht naar Duitsland.

*    1873 t/m 1874 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow bij John Elder, 2270 ton, varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam. Het schip werd in 1897 gesloopt te Dordrecht;

*    1875 t/m 1877 van het ijzeren schroefstoomschip “Voorwaarts”, gebouwd in 1874 te Glasgow bij John Elder & Co, 2800 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*    1878 t/m 1882 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow bij John Elder, 2270 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam. Het schip werd in 1897 gesloopt te Dordrecht;

*    1882 t/m 1884 op het schroefstoomschip “Insulinde”, gebouwd in 1882 te Glasgow bij John Elder, 3044 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. Het schip werd in 1884 herdoopt in “Burgemeester den Tex”;

*    1884 op het schroefstoomschip “Burgemeester den Tex” ex Insulinde. Zier hiervoor.

*    1885 t/m 1889 van het ijzeren schroefstoomschip en de als barkentijn getuigde “Prins Frederik”, gebouwd in 1882bij John Elder & Co te Glasgow, 3041 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

J.F. Graadt van Roggen in het ‘Tijdschrift voor het Zeewezen’, redactie Jacob Swart, jaargang 1874, p. 99-121. schreef: “Aantekeningen omtrent de moussons, enz. in de Arabische zee, Golf van Aden, enz.’”

 

In het tijdschrift “De Zee”,jg 2, 1880 p.403-404 staat een bijdrage van J.F.Graad van Roggen:

“Onregelmatige Stroomen nabij Kaap Guardafui. Extract Journaal stoomschip Conrad (20e reis) van Batavia naar Amsterdam”

Hierin een beschrijving van de stromingen rond deze Kaap met als slotconclusie: ”Hieruit blijkt dus alweder, dat de stroomen bij Guardafui niet te vertrouwen zijn.”

Volgens de Times Atlas is Guardafui hetzelfde als Raas Caseyr en de uiterste noordoostpunt van Somalië bij de ingang van de Golf van Aden

In het tijdschrift “De Zee”,jg 3, 1881, p334 staat een bijdrage van J.F.Graad van Roggen, gezagvoerder van het ss. “Conrad” met als titel “Route voor stoomscchepen van Java naar Sueze in de maand April”. Volgens dit artikel zijn deze routes verschillend naarmate de Oost- of West-mousson heerst in de Indische Oceaan. Graad van Roggen zegt dat de Mij “Nederland” aan zijn gezagvoerders toestaat van deze regel af te wijken. “Voor de maanden April, Mei en Juni staat opgegeven, de Zuidelijke route te nemen, d.i. bezuiden den Chagos Archipel; de afstand bij deze route is, van Batavia naar Suez, 1492 D.G.mijlen, terwijl, als men de Noordelijke route langs Ceylon neemt, de afstand 158 D.G.mijlen, d.i. 2½ dag stoomens, korter is.” Graad van Roggen raadt, op grond van zijn ervaringen, deze Noordelijke route aan.

Hij wordt op deze bewering aangevallen door de heer P.F. van Heerdt, waarop op p.451 G.v.R. weer reageert.

In het tijdschrift “De Zee” jg 10, 1888, pp.356-358 staat vermeld dat er een tijdelijk reparatie van het schroefraam en hulproer is aangebracht aan het ss “Prins Frederik” te Gibraltar. Dit schip “is onlangs bij mist in Straat Gibraltar op de rotsen te Ceuta … gestoten” en werd te Gibraltar binnengebracht.

 

J.F.Graadt van Roggen vervoerde vanuit Nieuwediep transporten van landmachtmilitairen naar Batavia met de “Zeenymph” tijdens de volgende reizen

*    Vertrek 11 september 1861. Aankomst 20 december 1861 na 100 dagen. 2 officieren.

*    Vertrek 21 september 1862. Aankomst 29 december 1862 na 99 dagen. 1 officier.

*    Vertrek 07 oktober 1864. Aankomst 08 januari 1865 na 93 dagen. 5 officieren.

*    Vertrek 14 oktober 1865. Aankomst 31 januari 1866 na 109 dagen. 3 officieren.

Hij voer vanuit Nieuwediep met de “Conrad” op de volgende reizen:

*    Vertrek 09 februari 1873. Aankomst 21 maart 1873 na 40 dagen. 4 officieren en 125 manschappen.

*    Vertrek 10 juli 1873. Aankomst 31 augustus 1873 na 52 dagen. 7 officieren en 400 manschappen.

*    Vertrek 18 december 1873. Aankomst 31 januari 1874 na 44 dagen. 4 officieren en 260 manschappen.

*    Vertrek 17 mei 1874. Aankomst 26 juni 1874 na 40 dagen. 6 officieren en 170 manschappen. Onderweg was 1 manschap overleden.

*    Vertrek 10 oktober 1874. Aankomst 25 november 1874 na 46 dagen. 8 officieren en 150 manschappen.

Hij voer vanuit Nieuwediep met de “Voorwaarts” op de volgende reizen:

*    Vertrek 19 september 1874. Aankomst 28 oktober 1874 na 39 dagen. 5 officieren en 200 manschappen.

*    Vertrek 11 juli 1875. Aankomst 18 augustus 1875 na 38 dagen. 5 officieren en 364 manschappen.

*    Vertrek 22 januari 1876. Aankomst 03 maart 1876 na 41 dagen. 7 officieren en 212 manschappen.

*    Vertrek 08 juli 1876. Aankomst 20 augustus 1876 na 43 dagen. 7 officieren en 242 manschappen.

*    Vertrek 23 december 1876. Aankomst 06 februari 1877 na 45 dagen. 9 officieren en 260 manschappen.

*    Vertrek 19 mei 1877. Aankomst 28 juni 1877 na 40 dagen. 5 officieren en 210 manschappen.

*    vertrek 13 oktober 1877. Aankomst 23 november 1877 na een reis van 41 dagen. 9 officeren en 106 manschappen.

Hij voer vanuit Nieuwediep met de “Conrad” tijdens de volgende reizen:

*    Vertrek 30 maart 1878. Aankomst 09 mei 1878 na 40 dagen. 3 offcieren en 106 manschappen.

*    Vertrek 24 augustus 1878. Aankomst 04 oktober 1878 na 41 dagen. 5 officieren en 106 manschappen.

*    Vertrek 18 januari 1879. Aankomst 01 maart 1879 na 42 dagen. 7 officieren en 210 manschappen.

*    Vertrek 07 juni 1879. Aankomst 17 juli 1879 na 40 dagen. 5 officieren en 158 manschappen.

Hierna vanuit Amsterdam

*    Vertrek 25 oktober 1879. Aankomst 09 december 1879 na 45 dagen. 4 officieren en 90 dagen.

*    Vertrek 10 april 1880. Aankomst 20 mei 1880 na 40 dagen. 4 officieren en 53 manschappen.

*    Vertrek 04 juni 1881. Aankomst 12 juli 1881 na 38 dagen. 3 officieren en 44 manschppen.

*    Vertrek 08 oktober 1881. Aankomst 19 november 1881 na 42 dagen. 3 officieren en 44 manschappen.

Hij voer vanuit Amsterdam met de “Insulinde” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 jui 1882. Aankomst 30 juli 1882 na 39 dagen. 2 officieren en 53 manschappen.

*    Vertrek 25  oktober 1882. Aankomst 08 december 1882 na 44 dagen. 3 officieren en 75 manschappen.

Hij voer vanuit Amsterdam met de “Burgemeester Den Tex” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 maart 1883. Aankomst 20 mei 1883 na 60 dagen. 2 officieren en 38 manschappen. Het detachement is onderweg overgenomen door de “Koninging Emma”.

*    Vertrek 15 september 1883. Aankomst 26 oktober 1883 na 41 dagen. 3 officieren en 23 manschappen.

*    Vertrek 19 november 1884. Aankomst 31 december 1884 na 42 dagen. 4 officieren en 38 manschappen.

Hij voer vanuit Amsterdam met de “Prins Frederik” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 januari 1885. Aankomst 03 maart 1885 na 41 dagen. 4 officieren en 72 manschappen.

*    Vertrek 06 juni 1885. Aankomst 17 juli 1885 na 41 dagen. 3 oficieren en 84 manschappen.

*    Vertrek 27 maart 1886. Aankomst 07 mei 1886 na 41 dagen. 3 officieren en 63 manschappen.

*    Vertrek 21 augustus 1886. Aankomst 30 september 1886 na 40 dagen. 2 officieren en 28 manschapen.

*    Vertrek 28 mei 1887. Aankomst 06 juli 1887 na 39 dagen. 2 officieren en 72 manschappen.

 

“Op 4 en 5 oktober (1875) deed de Voorwaarts en vergeefse poging de Madura los te trekken van de Parkinrots bij Perim. De 600 pelgrims aan boord van de Madura waren eerder overgenomen door de Britse Timor. Nadat de trossen herhaaldelijk waren gebroken en zelfs met inzet van dommekrachten(!) het schip niet loskwam, werden de passagiers en 50 bemanningsleden naar Suez gebracht.”

“Begin december 1875 ontdekte de Conrad in de Middellandse Zee het Portugese marinetransportschip India met een gebroken krukas; aan boord waren 1.400 man. Men bood aan het schip naar Messina te slepen, maar vanwege het ontstuimige weer duurde het uren voor de sleeptrossen bevestigd waren; kort nadien braken deze ook. De tros van de intussen gearriveerde Voorwaarts voldeed wel, zodat de sleep op 14 december na een tocht van 57 uur over 400 mijl alsnog Messina kon bereiken.”

“In 1877 bood de Voorwaarts hulp aan de Franse stoomboot Henri IV in de Golf van Biskaye, en de Koning der Nederlanden aan het Engelse stoomschip Rose Mary, dat uit de Rode Zee naar Aden werd gesleept.”

Uit: p. 14 “De eeuw van de ‘Nederland’ door A.J.Mulder c.s.. Uitgeverij Asia Maior. Juni 2003.

 

In een adres dd 12 december 1855 aan de Tweede Kamer der Staten Generaal drongen 58 gezagvoerders aan op de invoering van een Tuchtwet. Zij meldden dat de uitvoering van hun beroep dagelijks meer en meer werd belemmerd door de onmogelijkheid om aan boord der schepen behoorlijke orde en tucht te bewaren. Een van de ondertekenaars was J.F.Graadt van Roggen.104

 

Per e-mail dd 05 februari 2006 zond ik gegevens omtrent kapitein Graadt van Roggen aan e heer Niek Smit te Amsterdam (niek.smit@planet.nl). Ik kreeg als reactie een mail dd 06 februari 2006 met 3 bijlagen. Deze mail plus bijlagen zijn hieronder vermeld

  1. MAIL:

Geachte heer Parma,

Heel hartelijk dank voor het toesturen van de gedetailleerde gegevens over Jacob Frans Graadt van Roggen (1829-1899).

Ik stuur u hierbij nog enkele aanvullingen:

  • De reder A. Graadt van Roggen was Arent Graadt van Roggen (1825-1877) een broer van Jacob Frans Graadt van Roggen.
  • De kapitein P.W.B. Mellink was een zwager van Arent Graadt van Roggen.
  • De reder F.A. Jas was een oom van J.F. en A. Graadt van Roggen.
  • Over de loopbaan van Jacob Frans Graadt van Roggen, die op 15-jarige leeftijd naar zee ging, is veel bekend. Ik stuur u hierbij enkele gegevens en afbeeldingen.
  • In de bibliotheek van het scheepvaartmuseum bevindt zich een aardig boekje getiteld ‘reisaantekeningen’ door J.F. Graadt van Roggen waarin u veel gegevens en aanvullingen kunt vinden over zijn reizen. Ook is er een boekje getiteld ‘passagierslijsten’ van de schepen van J.F. Graadt van Roggen waarin veel gegevens over de passagiers (niet alleen militairen maar ook particulieren).
  • Op blz 2 vermeld u de reparatie van de Prins Frederik in Gibraltar. Hiervan is een aardige prent in Eigen Haard gepubliceerd (zie hierbij). De man met de witte baard is J.F. Graadt van Roggen.

2    BIJLAGE

Het stoomschip ‘Prins Frederik’ van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, in de dockyard van Gibraltar, juni 1888

 

Gravure, gepubliceerd in ‘Eigen Haard’ (1888), vervaardigd door A. C. Verhees, naar een foto toegezonden door J. F. Graadt van Roggen aan de redactie van ‘Eigen Haard’.

 

De ‘Prins Frederik’ had, door mist misleid, aan de Afrikaanse zijde van de Straat van Gibraltar rotsen geraakt (‘Even vrij van den wal zijnde, klaarde de mist plotseling geheel op en zagen wij verscheidene officieren en minderen, boven ons op de rotsen nabij de forten, ons in ogenschouw nemen. Ook zagen wij een vuurtoren, maar niet dien van Gibraltar, maar wel dien van Ceuta !!!’). Nadat het schip wegens het onbruikbaar zijn van de machine, verlies van een roer en averij aan het achterschip, naar Gibraltar was gesleept en was onderzocht, werd besloten dat de reparatie aldaar zou worden gedaan. De passagiers werden overgebracht op het Stoomschip ‘Utrecht’. Op de gravure is het achterschip van de ‘Prins Frederik’ te zien zoals die tijdens de reparatie in het dok lag. De gezagvoerder, Jacob Frans Graadt van Roggen, staat midden op de foto (met witte baard en pet).

Het werk zou in achttien werkdagen geklaard worden en, daar er in Gibraltar geen droogdok was, zou men zich daarbij bedienen van een ‘cofferdam’. Een ‘cofferdam’ (correct geschreven met dubbel ‘f’) is een houten kist waarbij men van de opstuwende kracht van het water gebruik maakt om een voor- of achterschip in de hoogte te brengen.

‘Nader omschreven is het een houten kist, die zeer soliede moet gebouwd zijn, om de drukking van het water buiten tegen hare wanden te kunnen weerstaan. Deze kist is aan den voorwand open en daar met zorg gevormd, naar de gedaante die het schip heeft, op de hoogte waar zij dat moet omsluiten. Is dus de kist, wanneer zij tegen het achterschip ligt, aan vier zijden gesloten door den bodem en drie zijwanden, dan is zij het aan de vijfde door het achterschip zelf.’

‘Nadat de Frederik naar H. M. dock-yard was gebracht  en in een stil hoekje gelegd, waar weinig deining stond, werd zij gelost en gekrenkt tot haar diepgang achter 14.5 eng. voeten en voor 20 eng. voeten bedroeg. Daarna werd de cofferdam, die in vijf dagen aan de werf was gebouwd en den zesden dag langs zijde was gesleept, achter het schip gebracht. Hij was 20 eng. voeten diep; daar het achterschip 14.5 voet diep lag en men om onder de kiel te kunnen werken, nog 3 voet ruimte nodig had, stak zijne beplanking 2.5 voet boven water.’

‘Het eerste werk was nu hem onder het schip te brengen en daartegen aan te sluiten. Daartoe werd hij eerst zoolang met scheeps-ankerkettingen bezwaard, dat zijn bodem op de vereischte diepte beneden het schip was gezonken en hij met talies onder het schip kon worden getrokken. Daarna lichtte men hem weer door het uitnemen van een gedeelte der ankerkettingen, tot hij met zijn voorzijde het achterschip als omvatte. Door zware balken, dwars over den cofferdam door het schroefgat gestoken en door twee zware stutten aan de achterzijde werd hem verder alle beweging belet. Hij mocht wel reizen… maar niet zonder het schip mede opwaarts te nemen.’

‘Om dit te bewerken werden stoom- en handpompen toegezet om den cofferdam ledig te pompen. In den aanvang ging dit nog zoo glad niet. Hij was voor zijn werk wel wat licht gebouwd. De duiker had handen vol werk om van buiten de lekken te stoppen, terwijl men van binnen de zijwanden tegen den buitenkant van het schip moest stutten, om te voorkomen dat zij onder de drukking van het water zouden bezwijken. Intusschen, al deze bezwaren kwam men te boven ; na twee dagen en twee nachten pompen en calefateren kwam de cofferdam lens en kon men aan het eigenlijke werk beginnen. De werklieden waren wel wat huiverig om in die kist onder het schip te kruipen; maar… alles gewent en toen men zag, dat zij het uithield, dacht niemand meer aan het gevaarlijke van zijne positie. De Frederik was achter 18 eng. Duimen (45 centim.) in de hoogte gelicht, en de drukking tegen bodem en zijwanden van hun verblijf leverde dit kolossaal opstuwend vermogen!’

‘Intusschen werden in vier dagen de werkzaamheden verricht, roersteven, achtersteven en een gedeelte van de kiel in orde gebracht en vervangen door houten balken, suffisant bevestigd, zooals later bleek toen het schip in Holland terugkwam.’

 

‘Wij zeggen het den gezagvoerder na : Een mooi stuk werk.’

 

(uit : ‘Eigen Haard, 1888, blz 485 e.v.; zie ook : ‘Reisaantekeningen van  J. F. Graadt van Roggen’, blz. 89 e.v.)

 

3    BIJLAGE

Jacob Frans Graadt van Roggen (Nijmegen 16 juni 1829 - Bloemendaal 22 september 1899)

Jacob Frans Graadt van Roggen was 15 jaar en 19 dagen oud toen hij op 5 juli 1844 als scheepsjongen aanmonsterde aan boord van het fregatschip ‘Koning der Nederlanden’, en op 21 juli van dat jaar uitzeilde van het Nieuwe Diep op zijn eerste zeereis naar Java (Ned. Indie). Hij maakte als scheepsjongen, als lichtmatroos en, na zich theoretisch te hebben ontwikkeld en examens te hebben gedaan, als derde, tweede en eerste stuurman, verschillende reizen met zeilschepen naar West en Oost Indie en één rond de wereld.

Reeds op 25 jarige leeftijd was hij gezagvoerder van het barkschip ‘de Waalstroom’ van Amsterdam, waarmee hij een reis naar Akyab (Golf van Bengalen) maakte, om daarna als gezagvoerder op de E. W. van Dam van Isselt’ een reis naar Java en terug te maken. Op deze reis werd het weing bezochte eiland Tristan da Cunha aangelopen.

Van 1860 tot 1870 maakte hij als gezagvoerder van het barkschip ‘Zeenymph’ negen reizen naar Java en terug. De gemiddelde duur van de uit en thuisreis was toen ongeveer 1 jaar. De Zeenymph had onder het bevel van kapitein Graadt van Roggen een zeer goede naam als passagiersschip. Dit moge onder andere blijken uit de volgende advertenties : ‘Barkschip Zeenymph, gezagvoerder Graadt van Roggen, dit Schip, thans geannonceerd zijnde voor de Uitreis naar Java, haasten de ondergetekenden, welke in de Maand Januari daarmede van Java naar hier zijn gekomen, zich dien Bodem bijzonder aan te bevelen, zoo wat snelheid van zeilen als goede Logies en vooral Vriendschappelijken Omgang met den Gezagvoerder betreft. Getekend: Tuckermann en Echtgenoot, Gallé en Echtgenoot, Mejufvr. Strick van Wijk.’ En uit de Oprechte Maandagsche Haarlemsche Courant van 22 augustus 1864 het volgende: ‘Passage naar Java wordt aangeboden van Amsterdam met het Nederlandsche Compagnie Fregatschip Zeenimph, gevoerd door kapt. J. F. Graadt van Roggen, varende een geexamineerde Doctor en een melkgevende koe. Dit in alle opzigten voor personen en familie aanbevelenswaardige schip, is te Amsterdam te bevragen bij de Reeder den heer F. A. Jas en bij de Kargadoors De Vries & Co., IJgracht U40.’

In 1870 besloot hij zich aan te monsteren op één van de stoomschepen van de nieuw opgerichte Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’. Alvorens bij deze maatschappij in actieve dienst te treden, werd in 1870 door hem als volontair een stoominstructiereis gemaakt naar New York en terug aan boord van het Franse stoomschip ‘Pereire’. Na één reis als eerste stuurman te hebben gemaakt, werd hij aangesteld als gezagvoerder van het s.s. ‘Conrad’. Met eer zijn door hem achtereenvolgens de stoomschepen ‘Conrad’, ‘Voorwaarts’, wederom ‘Conrad’, ‘Insulinde’ (daarna herdoopt in ‘Burgemeester den Tex’) en ‘Prins Frederik’ gevoerd.

Na tal van wederwaardigheden te hebben ondervonden ging hij in 1888 van zijn rust genieten. Jacob Frans Graadt van Roggen heeft als gezagvoerder in totaal 10 uit en thuisreizen met zeilschepen naar Indie volbracht, daarbij 361 passagiers vervoerd, en 35 reizen met stoomschepen, daarbij 10937 passagiers vervoerd. Bij het eindigen van zijn loopbaan erkende de Nederlandse regering zijn verdiensten door hem te benoemen tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, waarvan hem mededeling werd gedaan door een regeringstelegram van de Minister van Kolonien, de heer Keuchenius. Van de hand van een oud collega, de heer C. T. van Assendelft de Coningh, verscheen in het Algemeen Handelsblad van 24 januari 1889 een waarderend artikel ‘Een rust in eere’ omtrent zijn loopbaan. Een overzicht van die loopbaan en van de gedane reizen gaf hij zelf in een niet in de handel zijnd boekje ‘Reisaantekeningen’.

De Britse regering vereerde hem in 1866 met een fraaie sextant met inscriptie ‘Presented by the British Government to Capt. Graadt van Roggen of the Zeenimph of Amsterdam, for his humanity and kindness to the crew of the s.s. Shearwater of New Castle in Oct. 1865’ voor het in oktober 1865 onder moeilijke omstandigheden redden van de bemanning van het Engelse stoomschip ‘Shearwater’. In 1872 werd hem voor het bijhouden van uitmuntende meteorologische journalen, door de Franse regering een gouden medaille toegekend, waarvan de inscriptie luidde ‘Republique Francaise, Association Scientifique de France, monsieur J. F. Graadt van Roggen, Observations Météorologues, 1872’, terwijl hij in 1872 de zilveren Willem III medaille ontving, met inscriptie ‘Aan J. F. Graadt van Roggen, scheepsgezagvoerder in de grote vaart, als erkenning van zijne aan de wetenschap der zeevaart bewezen diensten, door overlegging van uitmuntende scheepsjournalen, vanwege de Koning, 1888’.

 

 

Datum vanaf: 1878
Kapitein: Graadt Van Roggen, Jacob Frans

Familiegegevens en opleiding

Klaas Visman werd geboren 25 juni 1845 te Texel als zoon van Christiaan Visman en Trijntje van der Sterre.

Hij trouwde op 19 september 1872 te Texel als stuurman ter koopvaardij met Cornelisje Lap, geboren 18 augustus 1849 te Texel als dochter van Cornelis Lap en Marijtje Kalf

Op 12 maart 1884 werd te Beverwijk een zoon geboren

 

In het Bevolkingsregister Akteplaats:Den Helder Collectie: Bron: boek, Deel: 2, Periode: 1880-1917 Boek:

Gezinsbladen, letter V, folio 1-181 wordt vermeld dat Klaas Visman, stuurman, en Cornelisje Visman op 29 maart 1889 zijn vertrokken vanuit Den Helder naar Amsterdam.

 

Bij het overlijden van zoon Nicolaas Christiaan Cornelis op 30 maart 1901 te Heiloo, 19 jaar, wordt vermeld dat vader Klaas Visman is overrleden en de moeder Cornelia Lap, wonende te Alkmaar nog in leven is.

 

In het tijdschrift “De Zee, Jg 1900, pp.114-115 staat een herdenkingsartikel bij het overlijden van kapitein Visman: (zie hierna).Hij zal dus in 1900 zijn overleden, vermoedelijk te Amsterdam

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

K.Visman werd met vlagnummer 927 per 18 december 1888 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop002a.

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 11/18 december 1888 staat vermeld dat als effectief lid is voorgedragen/benoemd K.Visman, voerend het ss Prinses Wilhelmina, wonend Villa Cotta Radja, overveenscheweg bij Haarlem, op voordracht van kapitein M.C.Braat.023.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Bestuursvergadering dd 03 februari 1898 en de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 03 februari 1898 staat het bericht van K.Visman, dat hij zijn functie als commissaris neerlegt “wegens verandering van woonplaats”.  042 en 023.

In een Bijlage bij de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 02 december 1897 is een brief dd Alkmaar 28 november 1897 van K.Visman, waarin hij meedeelt niet meer voor de functie van Commissaris in aanmerking wil komen, wegens verblijf buitenlands.042

 

K.Visman was van 1891-1898 bestuurslid van het College Zeemanshoop019.

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer                 jaren          type                 scheepsnaam                                       naam reder/boekhouder

      927                          1888          geen vermelding van schip en boekhouder

                                        1889          schr.ss.            Prins Frederik                                      Stoomv.Maatsch.Nederland

                                        1890          geen vermelding van schip en boekhouder

                                        1891          schr.ss.            Soenda                                                 Stoomv.Maatsch.Nederland

                                     1892-1897    schr.ss.            Prinses Amalia                                    idem

                                     1898-1899    schr.ss.            Koning Willem I                                 idem

 

K.Visman was in 1890 kapitein van het ijzeren schroefstoomschip en als barkentijn getuigde “Prins Frederik”, gebouwd in 1882, 3041 ton, varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam. Het schip zonk na een aanvaring in de Golf van Biskaje025 en 052.

Hij was van 1892-1897 kapitein van het ijzeren schroefstoomschip, bark getuigde “Prinses Amalia”, gebouwd bij John Elder & Co te Glasgow, 3200 ton, varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland”052.

 

Het ss “Prins Frederik” zonk op 25 juni 1890 tijdens een dikke mist na aanvaring met het Britse ss MARPESSA in de Golf van Biscaje. Zeven mensen kwamen om het leven. Het schip was onderweg van Batavia naar Amsterdam.

Het ss “Prins Frederik” werd gebouwd in 1882 bij John Elder & Co te Glasgow, mat 3070 ton n.m., en voer voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam072.

 

Bouma025 vermeldt K.Visman als gezagvoerder gedurende:

*   1883 op het schroefstoomschip “Madura”, gebouwd in 1873 te Stockton, 2400 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Java”, dir. J.H.Schröder Jr;

*   1884 t/m 1889 op het ijzeren schroefstoomschip “Prinses Wilhelmina” 400 pk, gebouwd in 1882, 2610 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*   1892 op het schroefstoomschip “Soenda” ex Celebes ex Columbian, gebouwd in 1866 te Hartlepool, 2321 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*   1893 t/m 1897 op het schroefstoomschip “Prinses Amalia”, gebouwd in 1874 te Glasgow, 3495 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” (1870) te Amsterdam

*   1899 op het stalen schroefstoomschip “Koningin Regentes”, gebouwd in 1894 te Greenock, 3673 ton .m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

In het tijdschrift “De Zee” jg. 12, 1890, pp. 416-431 staat “ De rechterlijke uitspraak in zake de aanvaring van de ‘Prins Frederik’ en de ‘Marpessa’ “

De “Prins Frederik” vertrok op 21 juni 1890 vanuit Amsterdam met mails, passagiers, een detachement militairen groot 75 man en stukgoederen, en arriveerde de volgende namiddag in Southampton. Vandaar vertrok het weer op de 24ste met bestemming Java. Er was afwisselend mist en opklarend weer en op de 25ste werd ’s morgens ongeveer 70 mijl ZW.tW van Ouessant, het geluid van een stoomfluit van een ander schip gehoord. Inmiddels was de mist weer vrij dik. Er werden een reeks van nautische handelingen verricht om het tegemoetkomende schip te ontwijken, maar er ontstond een aanvaring met het Engelse stoomschip de “Marpessa”, die uit Londen kwam. Het Nederlandse schip werd vol in de flank geramd en zonk al 8 minuten later waarbij een officier en 6 soldaten verdronken.. 93 passagiers en de 83 equipageleden vonden een plaats in de reddingsboten.

De Raad van Tucht voor de Koopvaardij deed op 03 oktober 1890 uitspraak en kwam tot de conclusie dat “den gezagvoerder Klaas Visman, van het Nederlandsche stoomschip ‘Prins Frederik’ de blaam niet kan treffen van door eene daad of door nalatigheid zijnerzijds de op 25 Juni 1890 plaats gehad hebbende aanvaring tusschen dit schip en het Engelsche stoomschip ‘Marpessa’ en het dien tengevolge verongelukken vaan eerstgenoemd stoomschip te hebben veroorzaakt. Spreekt hem mitsdien ter dier zake vrij..”

In hetzelfde artikel staat een uitspraak over dit ongeluk van de “High Court of Justice”, een Engelse juridische instantie. Deze verklaart de Nederlandse kapitein schuldig op grond van nautische fouten. Er is een commentaar op deze uitspraak van de redactie van “De Zee” die de Engelse uitspraak in hoge mate onjuist acht.

 

In het tijdschrift “De Zee”Jg 10, 1888, pp. 110-117 staat een artikel van ene Visman: “Iets over het aandoen van Afrik’s N.O.hoek en het passeeren van Kaap Guardefui tijdens het heerschen van den Z.W.mousson in den Indischen Oceaan.”

 

In het tijdschrift “De Zee, Jg 1900, pp.114-115 staat een herdenkingsartikel bij het overlijden van kapitein Visman:

“Een uitmuntend gezagvoerder is de Stoomv.Mij.”Nederland” en onze koopvaardijvloot ontvallen. Kapitein K.Visman is, slechts enkele dagen na terugkomst in het vaderland met het stoomschip “Koning Willem I”, waarover hij het bevel voerde, overleden.

Zijn loopbaan begonnen bij de groote zeilvaart, ging hij later over bij de stoomvaart en trad in 1876 in dienst bij de Stoomv.Mij.”Nederland”. Na eerst eenige reizen als 1e Officier gedaan te hebben, werd hij als gezagvoerder aangesteld en volbracht als zoodanig 47 reizen naar Indië en terug.

De woorden van waardeering aan zijn groeve door een der Directeuren van de “Nederland” gesproken, doen uitkomen hoe Visman bij de Directie dier Maatschappij stond aangeschreven.

En geen wonder! Visman was zooals men zich de Nederlandsche gezagvoerder gaarne voorstelt. Zijn forsche, stoere gestalte, zijn open blik en rustige oogopslag waren in overeenstemming met zijn karakter. Zonder veel woordenvertoon ging hij gaarne recht op ’t doel af.

Zelfs een oppervlakkige kennismaking moest dien gunstigen indruk vestigen; althans zoo was het met ons ’t geval, toen wij jaren geleden (Visman was toen 1e Officier op het S.S. “Conrad”) met hem een reis maakten.

Dat hij daarbij een uitmuntend zeeman was, heeft hij herhaaldelijk bewezen. Wij herinneren hier slecht aan de kranige wijze, waarop onder zijn leiding nagenoeg alle opvarenden van het S.S.”Prins Frederik” gered werden, toen dit in de mist door de “Marpessa” werd aangevaren.

Van de liefde voor het vak gaf Visman ook blijk in dit tijdschrift, waarin men in de vroegere jaargangen menige bijdrage van zijn hand kan aantreffen.

Een woord van hulde aan de nagedachtenis van deze kloeken zeeman is hier zeker op zijn plaats.”

 

K.Visman transporteerde vanuit Amsterdam met de “Madura” transporten van landmachtmilitairen naar Batavia tijdens de volgende reizen065*:

*   Vertrek 17 februari 1883. Aankomst 06 april 1883 na 48 dagen. 2 officieren en 38 manschappen.

*   Vertrek 04 juli 1883. Aankomst 15 augustus 1883 na 42 dagen. 1 officier en 32 manschappen.

*   Vertrek 18 december 1883. Aankomst 21 januari 1884 na 44 dagen. 3 officieren en 68 manschappen.

Hij transporteerde vanuit Amsterdam met de “Prins Frederik” transporten tijdens de volgende reizen:

*   Vertrek 21 juni 1890. Aankomstdatum niet genoemd. 3 officieren en 79 manschappen. Na een aanvaring in de Golf van Biskaje werden 1 officier en 6 manschappen vermist. De rest van het detachement werd overgenomen door de “Sumatra”.

Hij transporteerde vanuit Amsterdam met de “Prinses Wilhelmina”transporten tijdens de volgende reizen:

*   Vertrek 17 september 1884. Aankomst 29 oktober 1884 na 41 dagen. 4 officieren en 99 manschappen.

*   Vertrek 11 februari 1885. Aankomst 26 maart 1885 na 43 dagen. 3 officieren en 83 manschappen.

*   Vertrek 21 november 1885. Aankomst 02 januari 1886 na 42 dagen. 3 officieren en 63 manschappen. Bij aankomst ontbreekt 1 officier zonder opgave van reden.

*   Vertrek 26 januari 1887. Aankomst 07 maart 1887 na 40 dagen. 3 officieren en 48 manschappen.

*   Vertrek 11 juni 1887. Aankomst 18 juli 1887 na 37 dagen. 2 officieren en 53 manschappen.

*   Vertrek 15 oktober 1887. Aankomst 15 november 1887 na 41 dagen. 2 officieren en 40 manschappen.

*   Vertrek 03 maart 1888. Aankomst 14 april 1887 na 42 dagen. 3 officieren en 124 manschappen.

*   Vertrek 8 december 1888. Aankomst 19 januari 1889 na 42 dagen. 2 officieren en 40 manschappen.

*   Vertrek 31 augustus 1889. Aankomst 17 oktober 1889 na 37 dagen. 3 officieren en 54 manschappen.

Hij transporteerde vanuit Amsterdam met de “Prinses Amalia” detachementen tijdens de volgende reizen065*:

*   Vertrek 11 maart 1893. Aankomst 17 april 1893 na 37 dagen. 2 officieren en 44 manschappen.

*   Vertrek 18 november 1893. Aankomst 25 december 1893 na 37 dagen. 3 officieren en 54 manschappen.

*   Vertrek 24 maart 1894. Aankomst 29 april 1894 na 36 dagen. 2 officieren en 53 manschappen.

*   Vertrek 28 juli 1894. Aankomst 04 september 1894 na 38 dagen. 1 officier en 33 manschappen.

*   Vertrek 01 december 1894. Aankomst 10 januari 1895 na 40 dagen. 3 officieren en 75 manschappen.

*   Vertrek 06 april 1895. Aankomst niet gemeld. 2 officieren en 38 manschappen.

*   Vertrek 18 april 1896. Aankomst niet gemeld. 4 officieren en 84 manschappen.

*   Vertrek 05 september 1896. Aankomst niet gemeld. 2 officieren en 44 manschappen.

*   Vertrek 01 mei 1897. Aankomst niet gemeld. 2 officieren en 53 manschappen.

*   Vertrek 11 december 1897. Aankomst niet gemeld. 3 officieren en 84 manschappen.

*   Vertrek 09 januari 1897. Aankomst niet gemeld. 3 officieren en 55 manschappen.

Hij transporteerde vanuit Amsterdam met de “Koningin Regentes” detachementen tijdens de volgende reizen:

*   Vertrek 07 januari 1899. Aankomst niet gemeld. 3 officieren en 42 manschappen.

*   Vertrek 29 april 1899. Aankomst niet gemeld. 2 officieren en 37 manschappen.

*   Vertrek 09 december 1899. Aankomst niet gemeld. 1 officier.

Vermoedelijk heeft kapitein Visman hierna nog meer detachementen vervoerd met hetzelfde of een ander schip, maar die heb ik niet meer genoteerd

 

NRC 20 augustus 1884114

Amsterdam, 19 augustus. Het deze nacht binnen gekomen en te 6 uur van IJmuiden opgevaren stoomschip PRINSES WILHELMINA, kapt. Visman, is bij het kanaal bij Zaandam aan de grond geraakt.

 

Provinciale Groninger Courant 04 maart 1886114

Amsterdam, 2 maart. Naar wij vernemen, zullen de passagiers van het stoomschip PRINSES WILHELMINA, kapt. Visman, dat enige dagen oponthoud zal hebben te Suez, hun reis met het stoomschip PRINS VAN ORANJE, kapt. Van der Woude, kunnen vervolgen.

 

NRC 26 juni 1886114

Batavia, 18 mei. De gezagvoerder Visman, wiens stomer van de Nederlandsch-Indische Stoomvaart Maatschappij dezer dagen te Tegal vastraakte, is, naar wij vernemen, in zijn betrekking geschorst. Bedriegen wij ons niet, dan is dat binnen korte tijd de vierde gezagvoerder van genoemde maatschappij.

 

Provinciale Groninger Courant 11 mei 1887114

Door het stoomschip PRINSES WILHELMINA, kapt. Visman, de 9e dezer van Batavia te IJmuiden binnengekomen, is in de Noordzee gepraaid het schip NEREUS, kapt. Seinstra, van Java naar Amsterdam. Dit schip heeft thans 96 dagen reis van Ascension.

 

NRC 21 maart 1889114

Genua, 18 maart. Kapt. Visman, gezagvoerder van het stoomschip PRINSES WILHELMINA, van Batavia hier aangekomen, rapporteert veel ruw weder gehad te hebben tussen Candia en Genua, storm van het noordwesten door het noorden tot noordoosten met hoge, wilde zee, vooral op 15, 16 en 17 maart.

 

Het Nieuws van de Dag 28 juni 1890114

Blijkens een heden ontvangen Reuter telegram uit Falmouth is aldaar binnengekomen het stoomschip MARPESSA, uit Taganrog, met de kapitein, de bemanning en 93 passagiers van het Nederlandse stoomschip PRINS FREDERIK, hetwelk op de reis van Southampton naar Java tijdens een zware mist met genoemde MARPESSA in aanvaring is gekomen en gezonken. Een luitenant en vijf soldaten zijn bij deze ramp verdronken. De overige opvarenden zijn gered. Gelijk men weet, was de PRINS FREDERIK verleden zaterdag 21 dezer uit Amsterdam vertrokken. De lijst van passagiers bevat de volgende namen: A. Voorsluijs van Elk en Mej. M. Voorsluijs van Elk, H. van Wijk, H.A. Kooy en echtg., C.W. Gelderman, Mevr. L.M. Steevert, geb. Klaarwater, en dochter, Mej. C.W. Langerberg, A.J. Dozij, H.W.A. Versnel, D. van der Paardt, Mej. E. Niemeijer, benevens Zr.Ms. troepen, zijnde De familiën Groothoff, Enderle, Bär, Salomonson, Stibbe, Van Oijen, Keyman en Van Stockum zouden zich eerst te Genua inschepen. Van de directie der maatschappij ontvangen wij nader de volgende mededeling: Bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland is telegrafisch bericht ontvangen van kapitein Visman uit Falmouth, dat haar stoomschip PRINS FREDERIK de 25e juni 's avonds 10 uur bij mist door aanvaring met de MARPESSA, van London, in de Golf van Biscaye gezonken is.

 

NRC 29 juni 1890114

Rotterdam, 27 juni. Volgens berichten van kapt. Visman uit Falmouth van hedenmiddag, zijn alle ontscheepten van de PRINS FREDERIK welvarend, de militairen opgenomen in de kazerne, het scheepsvolk in het zeemanshuis. De bij de ramp verdronken officier is de 2e luitenant van de infanterie H. van Wijk. De namen van de zes omgekomen manschappen – een korporaal en vijf minderen- zijn aan het ministerie van koloniën opgegeven. Het plan bestond om de militairen en de passagiers hun reis te doen voortzetten met het stoomschip SUMATRA, kapt. Drooglever Fortuin, dat de 5e juli van Amsterdam naar Batavia vertrekt. Tengevolge van het spoedige zinken van de PRINS FREDERIK is er geen gelegenheid geweest voor de opvarenden om iets te redden. Het stoomschip MARPESSA, dat met het stoomschip PRINS FREDERIK in aanvaring was, is een geheel nieuwe stalen boot, ongeveer 2500 ton groot en in 1889 gebouwd te Newcastle bij de firma Palmer & Co. Aan boord van de PRINS FREDERIK bevonden zich de volgende passagiers: de heren E.W. Gelderman, A. Voorsluis van Elk, majoor van de infanterie van verlof terug, detachement commandant H. van Wijk, 2e luitenant infanterie, medegeleider van het detachement, H.A. Kooi, idem, idem, en echtgenote, mevrouw L.M. Steevert, geboren Klaarwater en dochter, mejuffrouw C.W. Langenberd, mej. M. Voorsluijs van Elk, A.J. Dozy, H.W.A. Versnel, D. van der Paardt, mejuffrouw E. Niemeijer benevens Zr.Ms. troepen, 4 onderofficieren en 75 koloniale soldaten.

 

NRC 01 juli 1890114

Rotterdam, 30 juli. Betreffende het verongelukken van het stoomschip PRINS FREDERIK in de Golf van Biscaye door de aanvaring met het stoomschip MARPESSA, ontlenen wij aan een der Engelse bladen nog het volgende:

Ten tijde der aanvaring was het stoomschip zachtjesaan stomende (easy) en bevond, terwijl het mistig was, kapitein Visman, benevens de opper- en derde stuurman, zich op de brug. Een stoomfluit werd gehoord op de stuurboordboeg, welke ogenblikkelijk gevolgd werd door het geluid ener stoomfluit recht vooruit, dat men vermoedde van een ander stoomschip afkomstig te zijn.

De gezagvoerder gaf order om het roer aan bakboord te leggen ten einde ruimte te geven, toen op eens de PRINS FREDERIK met een vreselijk geweld in de midscheeps werd aangevaren, waardoor het tot in de helft van het dek werd doorgesneden. Er werd geen licht gezien, als juist een paar seconden voordat de aanvaring plaats vond. De zee stroomde door de vreselijke grote opening, door de aanvaring veroorzaakt, de machinekamer en het achterruim binnen. Bij het peilen der pompen ontdekte men onmiddellijk, dat het stoomschip reddeloos verloren was. De helft der manschappen bevond zich op het dek, en de passagiers en militairen onder dek en in de hutten. Onmiddellijk stroomden deze op dek, doch er was geen paniek en de gegeven bevelen werden onmiddellijk gehoorzaamd.

De boten werden snel en met de grootste orde te water gelaten, waarin zich, naar men meende, al de opvarenden begaven, doch zoals later bleek werden de tweede luitenant van Wijk en zes militairen vermist (reeds door ons vermeld). Ook de gezagvoerder van de MARPESSA, kapt. Geary, had zijn stoomschip, dat zwaar beschadigd werd door de aanvaring, in de boten verlaten, terwijl hij bevreesd was dat het zou zinken. Toen men echter bevond dat het drijvende bleef, begaven zij zich weder aan boord, waarna de schipbreukelingen van de PRINS FREDERIK op de MARPESSA werden opgenomen.

Nadat allen aan boord waren, werden van de MARPESSA nog twee boten afgezonden om naar de vermisten te zoeken, doch deze keerden terug zonder iets van hen te hebben kunnen ontdekken.

Twee boten van de PRINS FREDERIK werden vermoedelijk door de aanvaring verbrijzeld, en zes boten van de PRINS FREDERIK werden tot veiligheid voor het groot aantal schipbreukelingen door de MARPESSA op sleeptouw meegenomen en liggen nu te Falmouth in de haven.

De dames werden onder dek gehuisvest, terwijl de overige schipbreukelingen zo goed mogelijk op dek werden geborgen. De MARPESSA, waarvan, zoals reeds vermeld werd, veel lading werd overboord geworpen, had gelukkig behalve enige uren regen over het algeheel op de reis tot Falmouth fraai weer. De gezagvoerder en de officieren en passagiers zijn gelogeerd in het Royal hotel, de overige manschappen in het Voss Marine hotel, en de soldaten werden in het Pendennis kasteel ingekwartierd.

 

NRC 23 april 1891114

De resultaten van het boekjaar 1890, zegt de directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland in haar verslag, waaruit wij in ons blad van gisteren reeds de hoofdcijfers van de winst- en verliesrekening hebben mede gedeeld, zijn iets minder dan die van het vorige, doch zij geven stof tot tevredenheid, als men in aanmerking neemt, dat wij het verlies te betreuren hadden van een onzer nieuwste en snelste stoomschepen, en dat de zeer geringe tabaks- en koffieoogsten op Java ons nadeel toebrachten in de thuisvrachten. Wij hadden gelukkig volle schepen op de uitreizen; een toenemende rijstuitvoer van Java stelde ons enigszins schadeloos voor hetgeen wij bij de hierboven genoemde producten moesten derven; het passagiersvervoer bleef op ongeveer dezelfde hoogte.

In 1890 werden voltooid: 25 uitreizen en 26 thuisreizen van de veertiendaagse maildienst, benevens: 5 extra reizen met eigen schepen, terwijl 2 stoomschepen van de Stoomvaartmaatschappij Phoenix en 5 van de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij voor de uitreis naar Indië op onze lijn werden beladen.

Ons stoomschip PRINS FREDERIK verongelukte op de 25e juni 1890 in de Golf van Biscaye, tengevolge van aanvaring door het stoomschip MARPESSA bij mistig weer. De gezagvoerder, kapt. Visman, wiens kloekheid bij het onheil algemeen werd genoemd, is door de Raad van Tucht vrijgesproken van door enige daad of nalatigheid de aanvaring te hebben veroorzaakt. De uitslag van het proces tegen de MARPESSA in Engeland is bekend en in vakbladen uitvoerig besproken. Wij laten het oordeel over die uitspraak aan onpartijdigen over.

De duur van de reizen was als volgt: gemiddelde uitreis: 36 dagen 6 uur stoomdagen en 41 dagen 21 uur reisdagen (tegen 36 dagen 8 uur stoomdagen en 42 dagen 11 uur reisdagen in 1889); kortste uitreis 33 dagen 15 uur stoomdagen en 39 dagen 17 uur reisdagen (tegen 32 dagen 16 uur stoomdagen en 38 dagen 19 uur reisdagen); gemiddelde thuisreis 38 dagen 12 uur stoom- en 40 dagen 7 uur reisdagen (tegen 37 dagen 22 uur stoom- en 40 dagen 90 uur reisdagen); en kortste thuisreis34 dagen 3 uur stoom- en 35 dagen 21 uur reisdagen (tegen 33 dagen 23 uur stoom- en 35 dagen 13 uur reisdagen). Op het mailtraject is op de uitreis van Genua naar Batavia de contractuele reisduur 30 dagen, terwijl besteed werd: gemiddelde uitreis 29 dagen 9 uur reisdagen, tegen 30 dagen in 1889; en kortste uitreis 27 dagen 11 uur reisdagen, tegen 28 dagen 1 uur in 1889.

Op de thuisreis van Batavia naar Genua bepaalt het contract 32 dagen. De gemiddelde thuisreis in 1890 was 30 dagen 10 uur reisdagen, tegen 30 dagen 2 uur in 1889, en de kortste thuisreis 27 dagen reisdagen, tegen 27 dagen 1 uur.

De veertiendaagse dienst via Genua, zegt het verslag verder, werd binnen de bepaalde tijd volbracht.

In mei 1890 werd met de Nederlandse regering een contract gesloten, waarbij een verkorte reisduur werd bepaald, terwijl voor verdere besparingen van tijd in de overvoer van de brieven een premie werd toegezegd. Het was voor het eerst sedert 1875, toen ons eerste postcontract werd gesloten, dat wij zulk een ernstige medewerking van de regering ondervonden om een postdienst met Nederlands-Indië te vestigen, die, rekening houdende met hetgeen thans te verkrijgen is, de gelegenheid gaf tot ontwikkeling. In verband met het gelijktijdig gesloten contract met de Rotterdamsche Lloyd, was het de definitieve invoering van de wekelijkse maildienst, en de voorbode van een postgemeenschap, die in alle opzichten met hoog gesubsidieerde mails had kunnen wedijveren. Door verschillende omstandigheden, niet in het minst door het overlijden van Zijne Majesteit de Koning, werd het wetsontwerp eerst op de 6e februari l.l. door de tweede kamer van de Staten Generaal behandeld. Tot veler verwondering, tot onze grievende teleurstelling, werd het met 40 tegen 38 stemmen verworpen. Hierdoor is nu weer een grote vertraging ontstaan in de pogingen tot verbetering van onze postgemeenschap met Indië, waarvoor wij sedert jaren werkzaam zijn. Wij zullen ons niet laten ontmoedigen, overtuigd als wij zijn, dat degenen, die zich niet door de buitenlandse naburen wensen te doen overvleugelen in het verkeer met de eigen koloniën, ten slotte de publieke opinie op hun hand zullen krijgen. In afwachting, naar wij vertrouwen, van een nieuwe regeling, die aan sommige geopperde bezwaren kan tegemoet komen, is het bestaande contract bestendigd.

De beide nieuwe stoomschepen PRINSES SOPHIE en PRINS HENDRIK werden door de firma Caird & Co te Greenock op tijd en in goede orde afgeleverd. Zij aanvaardden de eerste reis respectievelijk op 27 september en 8 november 1890. De afrekening daarvan behoort tot het thans lopende dienstjaar, doch reeds nu kan worden verklaard, dat deze mailschepen door snelle reizen, grote ladingcapaciteit en bijzonder gezochte passagiersinrichting, een grote aanwinst voor de vloot van de maatschappij zijn.

In 1880 werd betaald de totale schade van het stoomschip PRINS FREDERIK, waarop de risico van de maatschappij beliep NLG 240.000; voorts andere kleine schaden ad NLG 216, te samen NLG 240.216. Aan premie werd gemaakt NLG 204.552,81, zodat het nadelig saldo bedroeg NLG 35.663,19, dat door de assurantie-reserverekening werd gedragen.

In 1890 werden 204 obligaties van 1872 geruild tegen aandelen. Op ultimo december bedroeg het kapitaal NLG 5.189.000 (NLG 7 miljoen na aftrek van NLG 1.811.000 ongeplaatste aandelen). Van de 5 pcts. obligaties van 1872 staat nog uit NLG 518.000 en van de 4 pct. van 1881 nog NLG 1.584.000, totaal NLG 2.102.500.

Het reservefonds is van NLG 185.817,56 op 1 januari 1890, gestegen tot NLG 232.332,91. Het ondersteuningsfonds voor het personeel is vermeerderd met NLG 25.958,03; voor onderstand aan nagelaten betrekkingen van personeel; aan invaliden en werkvolk werd betaald NLG 7.005,46, zodat het fonds op ultimo december j.l. NLG 107.587,19 beliep.

De 13 stoomschepen van de maatschappij staan in de balans te boek voor NLG 6.053.014,75; de inventarissen voor NLG 202.598,67.

 

Provinciale Groninger Courant 23 april 1895114

Amsterdam, 20 april. Volgens rapport uit Genua, d.d. 17 april van kapitein Visman, had de reeds vermelde aanvaring van het stoomschip PRINSES AMALIA op de reis van Southampton naar Genua plaats nabij Ouessant op de 10e april des voormiddags ten ongeveer 9 uur. Het was flauwe koelte, westelijke deining met zware mistvlagen, soms dik. Sedert 5 uur ‘s morgens stoomde men met verminderde vaart en liet de stoomfluit horen. Ten 8 u. 45 min. hoorde men het geluid van een stoomfluit aan bakboordzijde. De machines werden gestopt, de fluit gaande gehouden. Daar het andere stoomschip, op het geluid te oordeelen, bleef naderen, werd met volle kracht achteruit gestoomd, zodat de PRINSES AMALIA op het ogenblik der aanvaring achteruit ging. Het andere stoomschip trof de PRINSES AMALIA aan bakboord nabij de fokkemast, terwijl het veel schade aanrichtte aan buitenromp en verschansing en een der sloepen nagenoeg verbrijzelde. Bij inspectie bleek, dat huidplaten waren ingedeukt en gescheurd, zodat er water naar binnen drong. De sloepen werden uitgezet, gestreken tot aan de reling; passagiers en opvarenden ontvingen order om gereed te zijn, ieder bij zijn sloep, te einde, zo nodig, het schip te verlaten. Kapt Visman zond een sloep naar het andere stoomschip, hetwelk bleek te zijn de ELMINA, bestemd naar Havre, welk schip in de nabijheid bleef, ten einde, zo nodig, assistentie te verlenen. Na het verwerken van de lading bij het lek gekomen, bevond men dat weliswaar water naar binnendrong, maar dat er geen gevaar bestond, daar de stoompomp het schip gemakkelijk lens kon houden. Het lek werd zo goed mogelijk gestopt en na gehouden scheepsraad werd besloten de reis te vervolgen en te Genua de schade te herstellen. Behalve de sloep, die verbrijzeld werd, ging nog een andere sloep verloren; dit is vermoedelijk de sloep, die door het stoomschip CORRIENTES op zee gepasseerd is. Er blijft nog voldoende sloepenruimte over voor al de opvarenden op de uitreis. Bij expertise te Genua werd bepaald, dat de schade voldoende kon worden gerepareerd, na lossing van een gedeelte der lading in lichters om het lek boven water te brengen. Het schip zal dan de lading weder innemen en de reis aanstaande maandag worden voortgezet.

 

 

Datum vanaf: 1879
Kapitein: Visman, Klaas

Familiegegevens en opleiding

Willem Adriani werd geboren te Zuidbroek op 14 september 1841 als zoon van Johan Marcus Busch Adriani, arts, en Angenita Anna van Houten.

Hij trouwde op 08 oktober 1877 als scheepsgezagvoerder te Groningen met Jeltje Catharina Ranneft, geboren te Frederiksoord op 22 oktober 1848 als dochter van Everhard Ranneft, arts, en Jantje Drijber. Zij overleed op 14 juni 1926, op dezelfde dag als haar man.

Willem overleed op 14 juni 1926.

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt W.Adriani als gezagvoerder gedurende:

*    1881 t/m 1882 op het schroefstoomschip “Madura”, gebouwd in 1873 te Stockton, 2400 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschaapij “Java” ,dir. J.H.Schröder Jr;

*    1883 van het ijzeren schroefstoomschip “Voorwaarts”, gebouwd in 1874 te Glasgow, 2800 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*    1884 t/m 1890 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow, 2270 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam;

*    1891 t/m 1895 op het ijzeren stoomschroefschip “Prins Alexander”, gebouwd in 1881 te Glasgow, 3025 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

W.Adriani transporteerde met de “Madura” vanuit Amsterdam transporten van landmachtmilitairen naar Batavia op de volgende reizen:065*

*    Vertrek 13 augustus 1881. Aankomstdatum niet vermeld. 2 officieren en 55 manschappen.

*    Vertrek 18 december 1881. Aankomst 02 februari 1882 na 46 dage. 2 officieren en 110 manschappen.

Hij transporteerde met de “Voorwaarts” vanuit Amsterdam transporten op de volgende reizen:

*    Vertrek 12 mei 1883. Aankomst 03 juli 1883 na 52 dagen. 2 officieren en 38 manschappen.

*    Vertrek 17 oktober 1883. Aankomst 08 december 1883 na 42 dagen. 2 officieren en 27 manschappen.

Hij verzorgde vanuit Amsterdam transporten met de “Conrad” op de volgende reizen:

*    Vertrek 25 april 1885. Aankomst 05 juni 1885 na 41 dagen. 2 officieren en 33 manschappen.

*    Vertrek 13 februari 1886. Aankomst 28 maart 1886 na 43 dagen. 3 officieren en 33 manschappen.

*    Vertrek 24 november 1886. Aankomst 06 januari 1887 na 43 dagen. 2 officieren en 50.manschappen.

*    Vertrek 16 april 1887. Aankomst 25 mei 1887 na 42 dagen. 2 officieren en 32 manschappen. Bij aankomst ontbreekt 1 officier zonder opgaaf van reden.

*    Vertrek 03 september 1887. Aankomst 16 oktober 1887 na 43 dagen. 2 officieren en 46 manschappen.

*    Vertrek 09 juni 1888. Aankomst 24 juli 1888 na 45 dagen. 2 officieren en 74 manschappen.

*    Vertrek 27 oktober 1888. Aankomst 10 december 1888 na 44 dagen. 2 officieren en 44 manschappen.

*    Vertrek 21 december 1889. Aankomst 31 januari 1890 na 41 dagen. 4 officieren en 43 manschappen.

*    Vertrek 10 mei 1890. Aankomst 19 juni 1890 na 40 dagen. 3 officieren en 42 manschappen.

Hij verzorgde vanuit Amsterdam transporten met de “Prins Alexander” op de volgende reizen:

*    Vertrek 25 april 1891. Aankomst 06 juni 1891 na 42 dagen. 2 officieren en 44 manschappen.

*    Vertrek 16 januari 1892. Aankomst 25 februari 1892 na 40 dagen. 2 officieren en 33 manschappen.

*    Vertrek 04 juni 1892. Aankomst 13 juli 1892 na 39 dagen. 2 officieren en 44 manschappen.

*    Vertrek 08 oktober 1892. Aankomst 18 november 1892 na 41 dagen. 2 officieren en 39 manschappen.

*    Vertrek 11 februari 1893. Aankomst 25 maart 1893 na 42 dagen. 1 officier en 54 manschappen.

*    Vertrek 21 oktober 1893. Aankomst 30 november 1893 na 40 dagen. 3 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 24 februari 1894. Aankomst 05 april 1894 na 40 dagen. 3 officieren en 63 manschappen.

*    Vertrek 30 juni 1894. Aankomst 05 augustus 1894 na 36 dagen. 2 officieren en 53 manschappen.

*    Vertrek 03 november 1894. Aankomst 13 december 1894 na 40 dagen. 4 officieren en 195 manschappen.

In de volgende opgaven zijn aakomstdatum en reisduur niet meer vermeld:

*    Vertrek 09 maart 1895. 2 officieren en 42 manschappen.

*    Vertrek 13 juli 1895. 1 officier en 33 manschappen.

*    Vertrek 16 november 1895. 3 officieren en 32 maschappen.

 

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 12 september 1882 wordt vermeld de heer van Hasselt, directeur der filiaalinrichting van het Kon.Ned. Meteor. Inst. te Utrecht: “Als nu reikte hij uit aan de Heeren W.P.Harten, H.Hissink en H. de Jonge getuigschriften voor uitmuntende journalen; aan de Heeren R.J.Weber, C.Jaski, A.G. Mörser Bruijns, W.Adriani, R.Berckelbach v.d Sprenkel, J.F. Graad van Roggen, A..J.Herckenrath, J.H.Bart, H.C.Haacke, H.W.Prins en A.F. de Vrije voor zeer goede journalen.” 023

 

 

 

 

Datum vanaf: 1884
Kapitein: Adriani, Willem

Familiegegevens en opleiding

Daniel Jan Kuiper werd geboren op 28 januari 1853 te Den Helder als zoon van de scheepskapitein Daniel Jansz Duinker en Trijntje Cornelis Kuiper/Kuijper.

Hij trouwde op 24 december 1883 te Hoorn op Texel als 1ste stuurman met Maria Adele Kernkamp, geboren ca. 1860 te Hoorn als dochter van de manufacturier Johann Herman Bernard Kernkamp en Geertruida Kunneman. Marie Adèle overleed op 04 juli 1937 te Heemstede, 76 jaar

Daniel Jan overleed op 18 september 1916 te Haarlem, 63 jaar.

 (Zie: Advertentie AH 19.09.1916)

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

D.J.Duinker werd met vlagnummer 952 per 05 januari 1905 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop002a.

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 05 januari 1905 wordt als effectief lid voorgedragen en benoemd D.J.Duinker, oud-gezagvoerder van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, wonend in het Ripperdapark 33 te Haarlem, op voordracht van kapitein T. van der Lee.023.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 11 februari 1915 bedankt D.J.Duinker als lid. Hij trekt dit in op 06 mei 1915 maar het definitieve bedanken volgt op 04 november 1915, tevens als bestuurslid.042

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van het College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer                   jaren                        type                  scheepsnaam                  naam reder/boekhouder

         952                         1905                          geen opgave van schip en boekhouder

 

Bouma025 vermeldt D.J.Duinker als gezagvoerder gedurende:

*    1889 op het ijzeren stoomschroefschip “Prins Alexander”, gebouwd in 1881 te Glasgow, 3025 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam;

*    1891 t/m 1897 op het schroefstoomschip “Conrad”, gebouwd in 1872 te Glasgow, 2270 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” te Amsterdam. Het schip werd in 1897 gesloopt te Dordrecht;

*    1899 wederom op de “Prins Alexander”.

 

Overige bijzonderheden

D.J.Duinker transporteerde vanuit Amsterdam met de “Prins Alexander” transporten van landmachtmilitairen naar Batavia op de volgende reizen:

*    Vertrek 08 juni 1889. Aankomst 19 juli 1889 na 41 dagen. 2 officieren en 43 manschappen.

* Vertrek 25 oktober 1889. Aankomst 02 december 1889 na 38 dagen. 2 officieren en 54 manschappen.

Hij vertrok vanuit Amsterdam met diverse detachementen op de “Conrad” tijdens de volgende reizen:

*    Vertrek 14 februari 1891. Aankomst 31 maart 1891 na 45 dagen. 3 officieren en 64 manschappejn.

*    Vertrek 20 juni 1891. Aankomst 01 augustus 1891 na 42 dagen. 2 officieren en 54 dagen.

*    Vertrek 24 oktober 1891. Aankomst 05 december 1891 na 42 dagen. 3 officieren en 46 dagen.

*    Vertrek 10 september 1892. Aankomst 17 oktober 1892 na 37 dagen. 2 officieren en 54 manschappen. Bij aankomst was er 1 officier bijgekomen zonder vermelding van de herkomst;

*    Vertrek 14 januari 1893. Aankomst 21 februari 1893 na 38 dagen. 3 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 20 mei 1893. Aankomst 27 juni 1893 na 38 dagen. 2 officieren en 43 manschappen.

*    Vertrek 23 september 1893. Aankomst 30 oktober 1893 na 37 dagen. 2 officieren en 52 manschappen. 3 manschappen ontbraken bij aankomst zonder opgaaf van reden;

*    Vertrek 02 juni 1894. Aankomst 10 juli 1894 na 38 dagen. 2 officieren en 63 manschappen.

*    Vertrek 06 oktober 1894. Aankomst 21 november 1894 na 37 dagen. 3 officieren en 105 manschappen.

*    Vertrek 09 februari 1895. Aankomst niet gemeld. 2 officieren en 42 manschappen.

*    Vertrek 19 oktober 1895. Aankomst niet gemeld. 1 officier en 2 manschappen.

*    Vertrek 27 juni 1896. Aankomst niet gemeld. 3 officieren en 105 manschappen.

*    Vertrek 31 oktober 1896. Aankomst niet gemeld. 2 officieren en 33 manschappen.

Hij transporteerde vanuit Amsterdam detachementen met de “Prins Alexander” op de volgende reizen:

*    Vertrek 21 januari 1899. Aankomstdatum niet vermeld. 3 officieren en 43 manschappen.

*    Vertrek 23 december 1899. Aankomstdatum niet vermeld. 1 manschap.

 

“De Conrad ten slotte had in de nacht van 17 op 18 mei 1895 een aanvaring met het stoomschip Sully, dat dientengevolge zonk.

Uit: “De eeuw van ‘Nederland’. Geschiedenis en vloot van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’” door A.J.J.Mulder.c.s. Uitg. Asia Maior. 2003.

 

In het tijdschrift “De Zee” Jg.1895, p.185 wordt het Verslag van de Commissie ter Beoordeling van Kompasjournalen” vermeld waarin wordt gemeld dat, hoewel buiten de prijzen vallend, als zeer goed journaal kan worden genoemd dat van kapitein D.J.Duinker, gezagvoerder van het ss. “Conrad”.

 

NRC 22 januari 1889114

Macasser, 7 december (1888), Gisteren middag arriveerde alhier, direct van Batavia, de PRINS ALEXANDER, uitsluitend met het doel pogingen in het werk te stellen om de BROMO zo mogelijk vlot te krijgen. Te dien einde zijn van Java medegenomen duikertoestellen, een stoompomp, en verder alles, wat in het belang der zaak dienstig kan zijn. Een groot bamboe-vlot is gisteren met de stroom naar de strandingsplaats afgezakt om eveneens ten dienste der BROMO te worden aangewend. De PRINS ALEXANDER is echter onverrichterzake teruggekeerd. De kans voor de maatschappij om de BROMO te behouden, begint meer en meer hopeloos te worden. De op publieke vendutie verkochte beschadigde lading, afkomstig van de BROMO, heeft opgebracht NLG 10.343,50.

 

NRC 23 januari 1889114

Batavia, 21 december. De 7e december kwam te Makassar, direct van Batavia, de PRINS ALEXANDER, uitsluitend met het doel pogingen in het werk te stellen om de BROMO, zo mogelijk, vlot te krijgen. Te dien einde zijn van Java meegenomen duikertoestellen, een stoompomp en verder alles wat in het belang van de zaak dienstig kan worden geacht. Ook bevindt zich aan boord de heer Scheij, agent van Veritas.

 

NRC 21 mei 1889114

Rotterdam, 20 mei. Het stoomschip PRINS ALEXANDER, kapt. Duinker, van de Stoomvaart-Maatschappij Nederland, vertrok 13 april van Batavia en arriveerde 19 mei te Amsterdam. Met inbegrip van oponthoud aan de verschillende tussenstations volbracht het de reis in de buitengewoon snelle tijd van 36 etmaal.

 

NRC 01 augustus 1889114

In het tijdschrift De Zee, augustus-nummer, vindt men een beschrijving en afbeelding van een toestel om boten, zonder gebruik van de talies, vrij van de klampen te lichten, ontworpen door de heer D. Duinker, gezagvoerder bij de Stoomvaart-Maatschappij Nederland.

Aan boord van het stoomschip PRINS ALEXANDER is met slingerend schip dit toestel beproefd geworden. Twee man draaiden een reddingsboot (lang 32 voet en breed 7½ voet) vrij van de klampen; deze boot was bemand met 53 koppen en geheel uitgerust, zodat zij circa 5.000 kg woog. Vier man draaiden haar buiten boord en de twee eerstgenoemden lieten haar te water. De gehele verrichting duurde 1 minuut 46 seconden.

Voor een boot, in alles volkomen aan de bovengenoemde gelijk, doch op gewone wijze opgehangen, waren 16 man nodig en duurde het te water laten 22 minuten. Aan boord van het stoomschip PRINSES AMALIA werd met hetzelfde gemak, met behulp van dit toestel, een stoomsloep, wegende ruim 7.000 kg, te water gelaten.

De Stoomvaart-Maatschappij Nederland, die sedert het jaar 1888 op een harer stoomschepen dit toestel heeft beproefd onder alle omstandigheden, heeft besloten dit systeem op al haar schepen toe te passen en reeds de daartoe nodige maatregelen genomen.

Octrooien werden er op verleend door Engeland, Frankrijk, België, Italië, Spanje, Oostenrijk, Hongarije, Zweden, Noorwegen, Amerika en Canada.

 

NRC 06 augustus 1890114

Batavia, 5 juli. Vrachten. Sedert het vorige bericht valt weinig over de markt te vermelden. Door de gedrukte suikerprijzen in Europa en door de regens hier, die de suikerfabrieken beletten te malen, is de markt zeer flauw gestemd en slechts enige in Europa bevrachte schepen zijn begonnen suikker van de nieuwe oogst te laden. Naar Nederland zou een schip van middelmatige grootte emplooi kunnen vinden van de Noordkust van Celebes om hout en lichtgoed te laden. Van Java bestaat echter geen vraag en hadden geen bevrachtingen plaats. Naar Kanaal voor order werd niets afgedaan. Naar Amerika zijn twee schepen voor hun aankomst hier, in Europa afgesloten, om voor San Francisco te laden, doch bestaat thans geen vraag meer. Naar New York is er behoefte aan een schip van circa 500 ton register om te Batavia en Padang koffie en lichtgoed te laden. Naar Australië vond geen afdoening plaats. Naar Delagoabaai is een schip voor dwarsleggers bevracht. Voor afscheep oktober/ november eerstkomende worden een of twee schepen gezocht naar diezelfde richting. Naar Port Said voor order laden een paar stoomschepen suiker van de nieuwe oogst. De laatste bevrachtingen zijn: Nederlands stoomschip UTRECHT NLG 65 koffie, NLG 95 huiden, naar Nederland via Marseille; stoomschip CONRAD idem naar Nederland via Genua.

 

Leeuwarder Courant 07 januari 1891114

Het stoomschip ROTTERDAM, van de N.A.S.M, arriveerde 4 dezer van New York te Rotterdam. SCHIEDAM, van de N.A.S.M, vertrok 2 dezer van Buenos Ayres, naar Amsterdam; MERAPI, van Rotterdam naar Java, arriveerde 3 dezer te Southampton; BATAVIA, van Rotterdam naar Java, vertrok 4 dezer van Suez; PRINSES SOPHIE, van Batavia naar Amsterdam, passeerde 2 dezer Kaap Vincent; CONRAD, van Batavia naar Amsterdam, vertrok 4 dezer van Port Said; PRINS ALEXANDER, van Amsterdam naar Batavia, vertrok 2 dezer van Genua; SPAARNDAM, van de N.A.S.M, vertrok 3 dezer van New York naar Rotterdam; OBDAM, van de N.A.S.M, 4 dezer van Rotterdam vertrokken naar New York, vertrok 5 dezer van Boulogne; UTRECHT, arriveerde 4 dezer van Batavia via Marseille te Rotterdam; NOORDBRABANT, van Rotterdam naar Java, vertrok 4 dezer van Port Said en de 5e van Suez.

 

Leeuwarder Courant 19 januari 1891114

Het stoomschip CONRAD, van Batavia naar Amsterdam, passeerde 15 dezer Gibraltar; BATAVIA, van Rotterdam naar Java, vertrok 15 dezer van Perim; SOERABAJA, van Java naar Rotterdam, vertrok 15 dezer van Colombo; DRENTHE, van Java naar Rotterdam, arriveerde 15 dezer te Suez.

 

Leeuwarder Courant 24 januari 1891114

Het stoomschip CONRAD, van Batavia naar Amsterdam, arriveerde den 21 dezer te IJmuiden; BANTAM, van Glasgow naar Batavia, arriveerde 21 dezer te Padang; CELEBES, van Newcastle N.S.W. (opm: New South Wales, Australië) naar Londen, passeerde 21 Ouessant; PRINSES WILHELMINA, van Batavia naar Amsterdam, arriveerde 21 dezer te Suez; WERKENDAM, van de N.A.S.M, arriveerde 22 dezer van New York te Rotterdam.

 

NRC 06 maart 1892114

Amsterdam, 5 maart. Het Nederlandse stoomschip PRINSES AMALIA, van hier naar Batavia, de 3e maart na voldoende proefstomen van Ferrol vertrokken, is de 4e uit zee teruggekeerd, daar 8 uur na het vertrek, een nieuw accident in de hogedrukcilinder plaats vond. De reparatie is terstond onderhanden genomen. Aan de passagiers, die zich te Genua zouden inschepen, is aangeboden om de reis per CONRAD te maken, die aldaar a.s. donderdag verwacht wordt.

 

Leeuwarder Courant 08 april 1892114

Zeetijdingen. Het stoomschip BURGEMEESTER DEN TEX, vertrok 6 dezer van Batavia naar Amsterdam; ARDJOENO, van Java naar Rotterdam, vertrok 6 dezer van Port Said; CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 6 dezer te Padang;….

 

NRC 23 augustus 1892114

Amsterdam, 22 augustus. Aan boord van het stoomschip CONRAD, liggende aan de Handelskade alhier, had zaterdag namiddag, een treurig ongeluk plaats. Door het breken van een hanger is de schoorsteen die aan boord zou worden gehesen, overboord gevallen, en werd een man eveneens overboord geworpen. Na uit het water te zijn gehaald heeft men de ongelukkige naar het ziekenhuis gebracht, waar hij inmiddels is overleden.

 

Java Bode 19 oktober 1892114

De CONRAD, die morgenochtend hier (opm: Batavia) wordt verwacht, is thans ook electrisch verlicht, terwijl de hutten 1e en 2e klasse zijn vernieuwd en ruimer en lichter zijn geworden. Dit schip doet dus nu in deze opzichten niet onder voor de nieuwere boten der Maatschappij Nederland.

 

Leeuwarder Courant 23 februari 1893114

Leeuwarden, 22 februari. Het stoomschip CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 10 dezer te Pandang; PRINS WILLEM I, vertrok 21 dezer van Paramaribo naar Amsterdam; PRINS WILLEM III, arriveerde 18 dezer van Amsterdam te Paramaribo; GEDEH, van Java via Marseille, arriveerde 21 dezer te Rotterdam; BATAVIA, van Rotterdam naar Java, vertrok 21 dezer van Southampton.

 

Provinciale Groninger Courant 19 april 1893114

Amsterdam, 17 april. Het stoomschip CONRAD, van Batavia herwaarts, arriveerde gisteren te Messina met lichte schade aan de machine, doch zal heden weder vertrekken. Volgens nader ontvangen telegram uit Messina van kapt. Duinker werd op het stoomschip CONRAD, stomende in Straat Messina, de lagedruk-zuiger defect. Kapt. Duinker seinde van Kaap Faro aan de agent te Messina om een sleepboot. Door het daartoe uitgezonden stoomschip SARDEGNA werd de CONRAD gisteren te Messina binnengesleept. De aan boord zijnde waarloze zuiger wordt aldaar ingezet en zal het stoomschip vermoedelijk heden de reis naar Genua voortzetten.

 

NRC 03 september 1893114

IJmuiden, 2 september. Het Nederlandse stoomschip CONRAD, heden alhier van Java aangekomen, heeft in de Binnenhaven de schroefas gebroken, en wordt door drie sleepboten naar Amsterdam opgesleept.

 

Leeuwarder Courant 29 september 1893114

Leeuwarden, 28 september. Het stoomschip KONINGIN EMMA, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 27 dezer te Atjeh; ZUID-HOLLAND, van Rotterdam, arriveerde 27 dezer te Batavia; UTRECHT, vertrok 27 dezer van Batavia naar Rotterdam; BURGEMEESTER DEN TEX, van Batavia naar Amsterdam, arriveerde 27 dezer te Suez; CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, vertrok 26 dezer van Southampton en passeerde 27 dezer Ouessant;…

 

Leeuwarder Courant 06 oktober 1893114

Leeuwarden, 6 oktober. Het stoomschip DRENTHE, van Java naar Rotterdam, vertrok 4 dezer van Perim; SAMARANG, van Java naar Rotterdam, passeerde 3 dezer Gibraltar; BROMO, van Rotterdam naar Java, vertrok 4 dezer van Port Said; BURGEMEESTER DEN TEX, van Batavia naar Amsterdam, arriveerde te Genua 3 dezer; CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 4 dezer te Genua;

 

Leeuwarder Courant 11 oktober 1893114

Leeuwarden, 11 oktober. Het stoomschip VOORWAARTS, van Amsterdam naar Batavia, passeerde 7 dezer Perim; CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, passeerde 7 dezer Kaap del Armi; …

 

Leeuwarder Courant 13 oktober 1993114

Leeuwarden. Het stoomschip SOERABAYA, van Rotterdam naar Java, arriveerde 11 dezer te Marseille; GEDEH vertrok 11 dezer van Batavia naar Rotterdam; PRINS MAURITS, vertrok 9 dezer van Parimaribo naar Amsterdam; ORANJE NASSAU, arriveerde 10 dezer te van Amsterdam te Parimaribo; SUMATRA, van Amsterdam naar Batavia, vertrok 10 dezer van Southampton; CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, vertrok 11 dezer van Port Said;

 

Leeuwarder Courant 27 oktober 1893114

Leeuwarden, 26 oktober. Het stoomschip CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, passeerde 25 dezer Point de Galle; DRENTHE

 

Leeuwarder Courant 02 november 1893114

Leeuwarden, 1 november. Het stoomschip GEDEH van Java naar Rotterdam, vertrok 31 oktober van Port Said; PRINSES SOPHIE, van Batavia naar Amsterdam, arriveerde 31 oktober te Genua; VOORWAARTS arriveerde 31 oktober van Amsterdam te Batavia; AMSTERDAM, van de N.A.S.M, van Rotterdam, arriveerde 29 oktober te New York; DUBBELDAM, van de N.A.S.M, van Rotterdam naar New York, passeerde 29 oktober Wight; ZAANDAM, van de N.A.S.M, van New York naar Amsterdam, passeerde 31 oktober Lizard; P. CALAND, van de N.A.S.M, vertrok 31 oktober van Rotterdam naar New York; SEMARANG, van Rotterdam naar Java, vertrok 31 oktober van Southampton; CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, is 30 oktober te Padang aangekomen.

 

Leeuwarder Courant 03 november 1893114

Leeuwarden, 2 november. Het stoomschip PRINSES SOPHIE, van Batavia naar Amsterdam, vertrok 31 oktober van Genua; PRINS ALEXANDER, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 1 dezer te te Genua; PRINS MAURITS, van Suriname, arriveerde 1 dezer te Amsterdam; ARDJOENO, van Rotterdam naar Java, vertrok 1 dezer van Port Said; VEENDAM, van de N.A.S.M, vertrok 1 dezer van Rotterdam naar New York; P. CALAND, van de N.A.S.M, van Rotterdam naar New York, passeerde 1 dezer Wight; ZAANDAM, van de N.A.S.M, van New York naar Amsterdam, passeerde 1 dezer Dover; SOENDA, van Singapore naar Amsterdam, arriveerde 1 dezer te Marseille; PRINSES WILHELMINA vertrok 1 dezer van Batavia naar Amsterdam; CONRAD, van Amsterdam, arriveerde 1 dezer te Batavia.

 

Leeuwarder Courant 01 december 1893114

Leeuwarden, 30 november. Het stoomschip AMSTERDAM, van de N.A.S.M, vertrok 29 dezer van Rotterdam naar New York; PRINSES AMALIA, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 28 dezer te Genua; CONRAD, vertrok 29 dezer van Batavia naar Amsterdam;…

 

Leeuwarder Courant 22 deceember 1893114

Leeuwarden, 21 december. Het stoomschip CONRAD, van Batavia naar Amsterdam, arriveerde 20 dezer te Suez; …

 

Leeuwarder Courant 23 deceember 1893114

Leeuwarden, 22 december. Het stoomschip BROMO, van Java naar Rotterdam, vertrok 21 dezer van Marseille; EDAM, van de N.A.S.M, van New York naar Rotterdam, passeerde 21 dezer Dover; CONRAD, van Batavia naar Amsterdam, vertrok 21 dezer van Port Said;

 

Provinciale Groninger Courant 30 januari 1894114-

IJmuiden, 28 januari. Het Nederlandse stoomschip YSTROOM, naar Londen bestemd, is gisteren namiddag tijdens stormweder en terwijl er gespuid werd, door het breken der trossen tegen het achterschip van het alhier vastgemeerd liggende Nederlandse stoomschip CONRAD gedreven, waardoor het lek werd, tot het tussendek vol water liep en belangrijk schade aan verschansingen, stutten, reling etc. bekwam. Men begon onmiddellijk de lading in vaartuigen te lossen om te trachten het lek boven water te brengen en te stoppen, waarmede men thans druk bezig is. Het zal daarna, begeleid door een stoompomp, naar Amsterdam worden teruggesleept om te repareren. Een gedeelte der lading is beschadigd. De CONRAD bekwam geen averij.

Later bericht. De YSTROOM is heden morgen ten 11 u. 30 min. naar Amsterdam opgevaren.

 

NRC 17 februari 1894114

Brest, 14 februari. Te Portsall (Finisterre) is een reddingboei aan de kust gevonden, waarop de naam CONRAD, Amsterdam. (Het stoomschip CONRAD vertrok 27 januari van Amsterdam naar Batavia en 15 februari van Suez.)

 

Provinciale Groninger Courant 23 januari 1895114

Amsterdam, 21 januari. Het Nederlandse stoomschip CONRAD, van Batavia alhier aangekomen, heeft na het vertrek van Port Said door broeiing van hooi een kleine brand aan boord gehad. Door slecht weer in de Middellandse Zee werd schade aan de verschansing toegebracht.

 

NRC 21 mei 1895114

Londen, 19 mei. De Nederlandse mailstomer CONRAD, van Batavia, laatst van Genua, naar Amsterdam, liep heden te Carthagena binnen met ingestoten bakboordboeg en de voorpiek vol water, doch de lading is vermoedelijk onbeschadigd. Het is bij Carthagena in aanvaring geweest met het Engelse stoomschip SULLY, van Swansea met kolen bestemd naar Marseille, dat daardoor gezonken is. De gezagvoerder van de SULLY en een scheepsjongen zijn verdronken.

 

NRC 21 MEI 1895114

Amsterdam, 20 mei. Ten behoeve van het stoomschip CONRAD, dat na in aanvaring te zijn geweest, met schade aan de boeg en voorpiek Carthagena is binnengelopen, werd het gouvernements droogdok door de Spaanse regering ter beschikking gesteld en zal de CONRAD nu daarin worden gezet om te worden onderzocht.

 

Provinciale Groninger Courant 22 mei 1895114

Londen, 20 mei. De aanvaring van het Nederlandse stoomschip CONRAD met het Engelse stoomschip SULLY, van Swansea naar Marseille, vond plaats in de nacht van vrijdag op zaterdag (opm: van 17 op 18 mei) des nachts te twee uur op 54 mijl van Carthagena. Negentien man van de SULLY konden worden gered, doch de gezagvoerder en een jongen zijn verdronken

 

NRC 25 mei 1895114

Carthagena, 22 mei. Het hier met schade door aanvaring binnengelopen stoomschip CONRAD staat nu in het dok en wordt morgen onderzocht. De admiraal der haven wil niet veroorloven, dat de werkzaamheden aan het stoomschip door particulieren worden verricht. Alleen gouvernementsambtenaren en -materieel zijn toegestaan.

 

NRC 01 juni 1895114

Amsterdam, 30 mei. Het Nederlandse stoomschip CONRAD, van Batavia naar Amsterdam, dat 19 dezer met door aanvaring bekomen schade te Carthagena is binnengelopen, heeft heden na volbrachte reparatie de reis voortgezet.

 

NRC 01 september 1895114

Amsterdam, 31 augustus. Naar wij vernemen, zal het stoomschip CONRAD, kapt. D.J. Duinker, van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, dat ten gevolge van een aanvaring op de hoogte van Cartagena in mei l.l. enige maanden uit de vaart geweest is, de 19e oktober de reis naar Batavia aanvaarden en daarmede weder in de gewone maildienst worden opgenomen. De schade, door de aanvaring veroorzaakt, is thans geheel hersteld, doch het schip zal nog worden voorzien van een nieuwe bronzen schroef, waardoor de snelheid van de vaart zal worden vermeerderd met een halve mijl per wacht, zodat de gehele duur der reis daardoor met 36 uur wordt bekort. Ook de PRINS ALEXANDER en de BURGEMEESTER DEN TEX zullen van een dergelijke schroef worden voorzien, waarvan de maatschappij de gunstige resultaten reeds enige tijd heeft kunnen waarnemen bij twee andere schepen, n.l. bij de PRINSES WILHELMINA en de PRINSES MARIE.

 

NRC 13 november 1895114

Londen, 11 november. Door het Admiraliteitshof te Londen werd heden behandeld de zaak der aanvaring van het Nederlandse stoomschip CONRAD, van Batavia naar Amsterdam, met een Engels stoomschip (opm: s.s. SULLY,), waardoor laatstgenoemde is gezonken. Bij de aanvang van het onderzoek werd vanwege beide partijen aan het hof te kennen gegeven, dat zij overeengekomen waren, dat beiden schuld hadden aan de aanvaring, waarvan nota werd genomen.

 

NRC 24 november 1896114

Rotterdam, 23 november. Volgens bij Lloyd’s ontvangen telegram ligt het Nederlandse schip CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, in de straat van Perim met defecte machine geankerd. Op dit ogenblik wordt geen assistentie verlangd. De gezagvoerder wacht op orders van de reders.

 

Provinciale Groninger Courant 14 januari 1897114

Amsterdam, 10 januari. Volgens telegram uit Perim vertrekt het Nederlandse stoomschip CONRAD morgen vandaar naar Amsterdam, op sleeptouw van de sleepboot OCEAAN, die heden te Perim is aangekomen en aan boord waarvan alles wel is.

 

Provinciale Groninger Courant 01 februari 1897114

Amsterdam, 29 januari. Het stoomschip CONRAD, van Perim naar Amsterdam op sleeptouw van de sleepboot OCEAAN, is heden Malta gepasseerd. Alles wel aan boord.

 

NRC 09 april 1897114

Advertentie. Veiling stoomschip CONRAD. Maandag de 3e mei 1897, des namiddags ten 3 ure, in het verkooplokaal Frascati te Amsterdam zullen de makelaars W. de Lorme van Rossem, W.J. Langeveld Jr, J.F. von Glahn en F. Meyerdirck Jr, namens de directie der Stoomvaart Maatschappij Nederland en ten overstaan van de notarissen J.C.G. Pollones en J.P. Smits, presenteren te verkopen aan de meestbiedende of hoogstmijnende het buitengewoon sterke ijzeren driemast schroefstoomschip, genaamd CONRAD, in 1872 gebouwd bij de firma John Elder & Co te Glasgow, varende onder Nederlandse vlag, volgens meetbrief lang 106,50 meter, wijd 12 meter en hol 8,70 meter, en alzo gemeten op bruto 3087,18 ton en netto 2281,81 ton, met de aanwezige kapitale, doch thans in beschadigde toestand verkerende machines en de zich aan boord bevindende inventaris, breder bij biljetten omschreven.

Genoemd stoomschip ligt aan de steiger van het Koninginnedok, overzijde IJ te Amsterdam en is daar dagelijks te bezichtigen.

Nadere informatiën en biljetten te bekomen bij de makelaar W. de Lorme van Rossem, Binnenkant no.1.

 

Provinciale Groninger Courant 10 april 1897114

Amsterdam, 8 april. Het stoomschip CONRAD van de Stoomvaart Maatschappij Nederland zal op de 3e mei in veiling worden verkocht. (

 

NRC 15 april 1897114

Advertentie. W, de Lorme van Rossem, makelaar te Amsterdam, presenteert als lasthebbende van zijn principalen, ten overstaan van de deurwaarder I.H. Dupont Noordbeek, op maandag de 3e mei 1897, des namiddags ten 3 ure – na afloop der veilling van het stoomschip CONRAD – in het lokaal Frascati te Amsterdam bij opbod en afslag te verkopen het extra ordinair welbezeilde kopervaste en gekoperd barkschip MICHELANGELO DI PIEVE, gemeten op 461,51 tonnen, en zulks met al deszelfs rondhout, opstaand en lopend want, zeilen, ankers, kettingen, touwwerk en verdere gereedschappen, volgens biljetten nader omschreven. Het schip ligt en is dagelijks te bezichtigen aan de werf Vredenhof, Hoogte Kadijk171 te Amsterdam, en is inmiddels uit de hand te koop. Nadere informatiën en biljetten te bekomen bij bovengenoemde makelaar. (opm: dit Italiaanse schip, in 1868 gebouwd, werd door Nederlandse slopers gekocht en te Burgerbrug gesloopt)

 

Provinciale Groninger Courant 06 mei 1897114

Rotterdam, 4 mei. Naar de Scheepvaart verneemt, heeft de heer W. de Lorme van Rossem de CONRAD gisteren aangekocht voor de firma C.H. Sunderman & Co te Dordrecht en zal ook dit mailstoomschip gesloopt worden.

 

Provinciale Groninger Courant 06 oktober 1899114

Rotterdam, 5 oktober. Het stoomschip PRINS ALEXANDER (opm: van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij) is in veiling voor NLG 5000 aan een Chinees verkocht.

 

 

Datum vanaf: 1891
Kapitein: Duinker, Daniel Jan

Afbeeldingen


Omschrijving: De CONRAD loopt de haven van Southampton binnen. Foto genomen op 19 december 1873 om 09.00 uur v.m., ter gelegenheid van de eerste aankomst van een schip van de Stoomvaart-Maatschappij Nederland te Southampton.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Havenopname
Kroniekberichten

Toon kroniekberichten
Bronnen


Jaar: 2003
Bron: Book
Omschrijving: De Eeuw van de Nederland, door A.J.J. Mulder, H.J. Legemaate, J. Nierop, D. Pilkes, Asia Maior te Zierikzee, ISBN 90 74861 21 0.

Jaar: 1944
Bron: Documentation of Shipowner
Omschrijving: Vlootoverzicht, gemaakt bij de SMN te Amsterdam, afdeling dislocatie, in mei 1944.

Jaar: 1983
Bron: Personal Documentation
Omschrijving: Notes of mr. F.G.E. Moll (1898-1983).