Inloggen
VOORWAARTS - ID 7657

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1874
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
Categorie: Passenger-/cargo vessel
Voorstuwing: Steamship
Type: Passenger-/cargovessel
Type Dek: Full scantling
Masten: Three masts
Rig: Several auxiliary sails.
Material Hull: Iron
Dekken: 2
Construction Data

Scheepsbouwer: John Elder & Co., Glasgow, Great Britain
Werfnummer: 176
Delivery Date: 1874-07-00
Technical Data

Engine Manufacturer: John Elder & Co., Glasgow, Great Britain
Motor Type: Steam, Compound
Number of Cylinders: 2
Power: 1600
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: Boilers: 2 double ended scotch boilers, 6 furnaces each. Engine: Bunkers: 818 tons of coal / consumption 30 tons/day.
Speed in knots: 11.50
 
Gross Tonnage: 2801.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 2066.00 Gross tonnage
Deadweight: 2800.00 tons (oude meting)
Bale: 159800 Cubic Feet
 
Length 1: 368.00 Feet (British) Registered
Beam: 37.25 Feet (British) Breadth, moulded
Depth: 25.50 Feet (British) Depth to Main Deck
 
Passengers:
1st 2nd 3rd Steerage Deck Total
70 22 0 44 0 136
Configuration Changes

Datum 00-00-1873
Type: Additional Ship Data
Omschrijving: Ordered: 187?, Contract price: ƒ 1,272,000.-

Het schip werd in juli 1874 opgeleverd.
Naar aanleiding van alle tegenslag voor de rederij in de eerste jaren maakt Prins Hendrik eens de opmerking: Ondanks al deze tegenspoed, “we moeten Voorwaarts”, om vervolgens geld ter beschikking te stellen om dit schip te kunnen bouwen.

Decks: 2x tween decks and main deck.

W.T. Compartments: 6.

Rigging: 2x Fore topmast staysails,
Fore sail, lower- and upper fore topsail,
Mainsail, lower- and upper main sail.
Gaffsails and gaff topsails to all masts.

Crew: 66 persons.



Datum 00-00-1878
Type: Rebuilt
Omschrijving: Later, probably during repairing the damage after the collision in 1885, the passenger cabin accommodation was reduced to (I) 40 persons and (II) 22 persons.

Datum 00-00-1895
Type: Rebuilt
Omschrijving: During 1895 the configuration of the ship was changed to a cargo liner, 4210 tons DW, and was used in the cargo service of the SMN.



Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1879
Datum agenda: 1879-06-12
Register nr: 0
Scheepsnaam: VOORWAARTS
Type:
Lasten: 0
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Aukes, T.J.
Plaats: Amsterdam
Opmerkingen: nieuwe
1879-06-12, beschikking uitreiking zb.86-

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1874-07-00 VOORWAARTS
Manager: N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PWSD

Ship Events Data

1878-00-00: 1878 na aanvaring met het ss. Khedive (P&O) bij Penang zwaar beschadigd.

1894-06-17: PGC 040494. Amsterdam, 2 april. Het Nederlandse stoomschip VOORWAARTS zal van Batavia met koelies naar Suriname vertrekken.
PGC 040794. Amsterdam, 2 juli. Volgens van de directie van de Stoomvaart Maatschappij Nederland ontvangen bericht heeft het stoomschip VOORWAARTS, op 17 juni te Paramaribo aangekomen, op de reis van Batavia naar Kaapstad, waar het 28 mei binnenliep, zware stormen ondervonden, terwijl het schip hevig slingerde. Onder de immigranten vonden 35 sterfgevallen plaats, terwijl 2 man der equipage waren overleden.
NRC 130794. Paramaribo, 22 juni. In de avond van zondag de 17e juni liet ter rede van Paramaribo de VOORWAARTS (opm: stoomschip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland) het anker vallen. Het schip had 50 dagen reis van Batavia komende, van waar het met 593 emigranten was vertrokken. Met de werving en inscheping dier Javaanse emigranten was belast de te Batavia gevestigde factorij der Nederlandsche Handelmaatschappij, als vertegenwoordigende het immigratie-departement in Suriname.
Dinsdags de 19e juni, ’s morgens, zijn de Javanen geland en naar het koelie-depot gebracht. Een aantal hunner werd vandaar naar het hospitaal, of dadelijk van boord naar het hospitaal geëvacueerd. Zeer velen waren zo zwak dat zij gesteund moesten worden. Het was alsof men een troep Russische bannelingen op reis door Siberië zag trekken! Ze vielen in het depot als uitgehongerde wolven aan op het brood en de beschuit, voor rekening van het immigratie-departement hun gegeven, hoewel hun vóór dat zij het schip verlieten zeker wel voedsel zal zijn verstrekt.
Op reis stierven 33 personen. De dag van aankomst stierven er nog 3 aan boord. Het aantal zieke Javaanse emigranten in het militair hospitaal was op 21 juni 115, terwijl toen aldaar waren overleden 6, en nog een 6-tal stervende waren. Meest al de zieken lijden aan beri-beri, de overigen aan diarrhaea (opm: diarree), uitputting en andere lichte ongesteldheden.
Aan boord bestond de voeding uitsluitend uit rijst, afgewisseld door rijst met gedroogd vlees en rijst met vis; van brood of beschuit geen sprake. De beide dokters, die door het immigratie-departement hier met het onderzoek van de levensmiddelen enz. aan boord belast werden, verklaarden dat het vlees bedorven is.
Ofschoon er een waterdistilleertoestel aan boord was, is dat nimmer in werking gebracht, omdat, naar de gezagvoerder zegt, er drinkwater genoeg in de bakken was.
Waswater is niet aan de immigranten verstrekt; zij mochten zeewater gebruiken, waartegen zij bezwaar hadden, zodat er niet of zeer weinig gebaad is.
Een kraamvrouw aan boord verklaarde dat zij met veel moeite een weinig waswater had gekregen.
Van ventilatie anders dan door de gewone luchtkokers was er geen sprake. Uit de logies der immigranten kwam een ondraaglijke stank.
Wollen dekens zijn niet voor de immigranten verstrekt; de weinige dekens die de gezagvoerder aan boord had, heeft hij evenwel uitgedeeld.
De dokter aan boord, een man die verleden of voorverleden jaar gepromoveerd is, is nooit te voren op Java geweest, doch heeft een of twee reizen medegemaakt per een der boten van de Kon. West-Indische Maildienst van Amsterdam, over Suriname, naar New-York en terug. Door middel van geïmproviseerde tolken moest de dokter met de zieken spreken.
Aan de dokter is NLG 1,50 toegelegd als premie voor iedere immigrant die behouden overgebracht wordt. De gezagvoerder krijgt daarvoor NLG 3 per hoofd.
Van ziekenregisters, voorschriften, reglementen enz. was geen spoor aan boord te vinden. Uit goede bron verneem ik bovendien dat bij het verlaten van Batavia geen voorschriften zijn gegeven omtrent drinkwater, lichaamsreiniging, luchtverversing, enz, enz.
Bij emigratie van arbeiders uit Brits-Indië is het anders. Voor de verscheping is een bepaald seizoen aangewezen, dat eerst over enige maanden intreedt. De schepen zijn voor het vervoer van emigranten gebouwd. Er bestaan zeer strenge voorschriften, door het Brits-Indisch gouvernement vastgesteld, omtrent voeding, drink- en waswater, ruimte, ventilatie, wollen dekens enz. Benevens rijst en vlees wordt er brood en beschuit verstrekt. Behalve de luchtkokers zijn er automatische ventilators voor luchtverversing. De dokter krijgt een premie van 16-20 shillings voor elke immigrant die hij goed overbrengt, en de gezagvoerder – naar ik meen – niet minder. Het zijn geen gewone scheepsdokters die voor deze boten worden aangehuurd, doch ervaren geneesheren, die de emigranten door en door kennen en hun taal machtig zijn. Een schip dat Brits-Indische arbeiders hier in dezelfde omstandigheden zou overbrengen als de VOORWAARTS deed, zou zonder twijfel aan de ketting gelegd worden en de dokter en gezagvoerder zouden onmiddellijk eenvoudig op eis van de Britse consul in arrest genomen zijn. Men moet dan ook die Brits-Indische koelies zien aankomen, goed doorvoed en glimmend van welgedaanheid! Er sterven natuurlijk ook van die koelies aan boord, doch het getal is gering, de ziekteverlopen zijn na te gaan en de verpleging laat nooit iets te wensen over.
Dat de autoriteiten in de kolonie alles doen wat mogelijk is om hulp te verschaffen, dat zwakken en zieken de vereiste goede zorgen niet ontberen, staat vast; de chef van het militair hospitaal en de overige officieren van gezondheid zijn vol toewijding, doch men was er op ingericht noch verdacht zo ’n hoop uitgeteerde mensen te zien aankomen. Het hospitaal is dan ook overvol.
Deze eerste aanvoer van Javaanse immigranten – een proef van voor enige jaren niet meegerekend – is mislukt, schandelijk mislukt ten gevolge van onverantwoordelijke onkunde, luchthartigheid en zuinigheid. Vooral op Java zal die uitslag met schrik worden vernomen.
Hoevelen van die lieden zullen nog voor de veldarbeid op de plantages ten slotte geschikt zijn? Zullen zij die beri-beri hebben gehad later in staat zijn te werken? Wat moet er met het grote getal gedaan worden dat voor landbouw ongeschikt geworden is? Voor wiens rekening komt de schade, van de Nederlandsche Handelmaatschappij of van het immigratiefonds der kolonie?
De ambtenaar die aan het hoofd van het immigratie-departement staat geeft alle waarborgen voor een volledig onderzoek naar de redenen die tot de mislukking geleid hebben zomede dat recht geschiedt; het is niettemin te hopen dat het resultaat van het bij de wet hem opgelegd onderzoek door de druk openbaar gemaakt wordt.
De regering zal, evenals de Britse regering dat doet, de meest nauwgezette zorg moeten dragen dat zulke gebeurtenissen zich niet herhalen. Een in beginsel goede zaak als de Javaanse emigratie behoeft echter niet opgegeven te worden omdat in de aanvang alles nagelaten is wat met een weinig goede wil men vooraf had kunnen weten dat absoluut noodzakelijk was voor het welslagen.
Als eerste maatregel zal het immigratie-departement alhier voor een goede vertegenwoordiging op Java zorg moeten dragen en de regering toezien dat de Java immigratie geschiede, evenals de Brits-Indische, onder streng ambtelijk toezicht en met stipte inachtneming van op dat stuk bestaande of alsnog te maken voorschriften.
1898-00-00: Advertentie publieke veiling.

Klik hier om de afbeelding te bekijken
1898-11-03: Op 3 november 1898 voor sloop verkocht naar Italië aan G.B. Lavarello fu Pietro te Genua, maar varend onder Italiaanse vlag met Cardiff-kolen in zwaar weer op 3 januari 1899 lek geraakt, waarop twaalf bemanningsleden het schip verlieten in een reddingsloep.
Daarna is van hen niets meer vernomen. Het schip werd vervolgens op sleeptouw genomen, doch de omstandigheden waren kennelijk van dien aard dat de overige tien bemanningsleden op 4 januari het schip hebben verlaten. Negen van hen werden gered.

1899-01-05: Final Fate:
Het schip is op 5 januari gestrand en gebroken op de noordelijke westkust van Cornwall bij Morwenstow, benoorden Bude.

Afbeeldingen


Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown
Bronnen


Jaar: 1944
Bron: Documentation of Shipowner
Omschrijving: Vlootoverzicht, gemaakt bij de SMN te Amsterdam, afdeling dislocatie, in mei 1944.

Jaar: 2003
Bron: Book
Omschrijving: De Eeuw van de Nederland, door A.J.J. Mulder, H.J. Legemaate, J. Nierop, D. Pilkes, Asia Maior te Zierikzee, ISBN 90 74861 21 0.

Jaar: 1983
Bron: Personal Documentation
Omschrijving: Notes of mr. F.G.E. Moll (1898-1983).