Inloggen
LEERSUM - ID 3650


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1898-05-26 / 1914-12-26 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist (zie final fate)

Identification Data

Bouwjaar: 1898
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Steamship
Type: General Cargo schip
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Sunderland Shipbuilding Co. Ltd., Sunderland, Great Britain
Werfnummer: 194
Launch Date: 1898-03-21
Delivery Date: 1898-05-26
Technical Data

Engine Manufacturer: MacColl & Pollock, Sunderland, Great Britain
Motor Type: Steam, Triple Expansion
Number of Cylinders: 3
Power: 650
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: 18 1/2, 30 & 49-33
Speed in knots: 8
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 1455.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 906.00 Net tonnage
Deadweight: 2400.00 tons deadweight (1016 kg)
 
Length 1: 73.15 Meters Registered
Beam: 11.28 Meters Registered
Depth: 6.10 Meters Registered
Draught: 5.36 Meters Registered
Ship History Data

Date/Name Ship 1898-05-26 LEERSUM
Manager: Firma Vinke & Co, Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Oostzee', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PJDR

Ship Events Data

1898-00-00: Building History
In aanbouw voor Pile & Co., Londen en op 21.03.1898 naamloos te water gelaten. In de eerste helft van april 1898 door Vinke en Co. gekocht en als LEERSUM op 26.05.1898 opgeleverd.
1914-12-26: Final Fate: Mined

Het vrachtschip ss. 'LEERSUM' (1898) van de Stoomvaart Maatschappij 'Oostzee', onder kapitein G. Stekelenburg, dat hulp wil verlenen aan het Britse ss. 'Linarra', dat nabij Scarborough op een mijn was gelopen, loopt eveneens op een mijn en zinkt vervolgens binnen enkele minuten. Hierbij komen twee opvarenden om het leven.

Op reis van Rotterdam naar Newcastel on Tyne met een lading stukgoederen is de LEERSUM op 26 december 1914 om 18.30 uur bij pogingen om de bemanning van een op een mijn gelopen schip te redden, op 13 mijl ten noorden van Flamborough Head ook zelf op een mijn gelopen. De mijn ontplofte onder het voorschip van de LEERSUM dat geheel uit elkaar sloeg. De LEERSUM zonk in enige minuten, zodat de opvarenden in allerijl het schip moesten verlaten. Van de 19 opvarenden bleek bij telling twee leden der bemanning te zijn vermist, zodat deze bij de ramp het leven hadden verloren. De overige 17 man bereikten met de beide sloepen veilig Scarborough. De LEERSUM was verloren. De mijn was op 16 december 1914 daar gelegd door het Duitse oorlogsschip S.M.S. Kolberg.

Gezagvoerders

Familiegegevens

 

Andries werd geboren op 13 oktober 1856 te Sappemeer als z.v. Berend Potjer en Anna Maria Benes.

Andries (29) trouwde op 13 mei 1886 te Rotterdam met Elisabeth Maria Moritz (27) (geb. 14.10.1858 te R’dam) - d.v.  Adrianus Moritz en Johanna Punselie.

Elisabeth Maria overleed op 19 juli 1956 te Rotterdam (97).

Andries overleed op 28 nov. 1945 te Rotterdam (89). 

 

ANDRIES is een broer van BERNARD POTJER en een neef van ALDERT POTJER.

 

Kinderen

-    Barend Adriaan – geb. 12.10.1886 te Nieuwpoort –getr. ????? met Jane Reinders

-    Anna Maria Elisabeth – geb. 01.11.1887 te Nieuwpoort – getr. 21.01.1929 te Brentfort (U.K.) met Victor Wilhelm Joseph Meeussen

-    Aldert André – geb. 17.08.1890 te R’dam – getr. met Frouwina Hendrika Duit in 1915

-    Adriaan Rudolf – geb. 20.07.1896 te A’dam – overl. 23.12.1932 – getr. 14.10.1920 te R’dam met Helena Jacoba Lehmann (30) 

 

Opleiding

 

Behaalde het diploma 1e stuurman grote stoomvaart in december 1882 te Amsterdam

 

De schepen van de kapitein

 

*   1889 – 1889 van het s.s. LEERDAM

*   1889 – 1890 van het s.s. WERKENDAM

*   1890 – 1890 van het s.s. EDAM

*   1890 – 1891 van het s.s. AMSTERDAM

*   1891 – 1891 van het s.s. DIDAM

*   1891 – 1891 van het s.s. DUBBELDAM

*   1891 – 1892 van het s.s. MAASDAM

*   1892 – 1892 van het s.s. DUBBELDAM

*   1892 – 1893 van het s.s. DIDAM

*   1893 – 1893 van het s.s. DUBBELDAM

*   1893 – 1894 van het s.s. SPAARNDAM

*   1894 – 189 van het s.s. DUBBELDAM

*   1894 – 1895 van het s.s. AMSTERDAM

*   1895 – 1895 van het s.s. DUBBELDAM

*   1895 – 1896 van het s.s. ZAANDAM – geb. in 1882 bij Nederlandsche Stoomboot Mij., Rotterdam.

*   1897 – 1897 van het s.s. HILVERSUM – geb. in 1883 bij Tyne Iron S.B. Co., Willington. (U.K.)

*   1898 – 1900 van het s.s. LEERSUM

*   1900 – 1903 van het s.s. OOTMARSUM – geb. in 1900

 

Zie ook: https://www.captainalbert.com/captains-from-the-past/potjer-andries/

 

Overige bijzonderheden

 

Gezagvoerder bij de H.A.L en de S.M. Oostzee.

Datum vanaf: 1898
Kapitein: Potjer, Andries

Familiegegevens

Geert Brouwer werd geboren 05.11.1865 te Wildervank als z.v. Simon Brouwer (schipper) en Marchien Prins.  

Geert (33) (stuurman) trouwde op 04.08.1899 te Veendam met Jantje de Wit (27) – geb. 28.12.1871 te Veendam – d.v. Kornelis de Wit (koopman) en Grietje Panman.

Jantje de Wit overleed op 28.04.1954 te Doorn (82).

Geert overleed op 9 april 1904 te Amsterdam (38).  (Overlijdensbericht in het Nieuwsblad v/h Noorden 12-04-1904)

 

Kinderen

-   Margaretha – 1900

-   Simon Geert - 1902

 

De schepen van de kapitein

 

*          1900 – 1902  Stoomvrachtschip OOTMARSUM

*          1902 – 1904  Stoomvrachtschip LEERSUM – geb. 1898 –eig.  Stoomvaart Mij. Oostzee.

 

Overige bijzonderheden

 

Gezagvoerder bij de S.M. Oostzee.

 

Datum vanaf: 1902
Kapitein: Brouwer, Geert

Familiegegevens

 

Pieter Cornelis werd geboren op 12.10.1868 te Den Helder als z.v. Thomas Hagenaar (kantoorbediende) en Trijntje Dijker.   

Pieter Cornelis (30) (stuurman) trouwde op 05.01.1899 te Amsterdam met Petronella Antoinette Ahrend (19) – geb. 27.08.1879 te Den Helder – d.v. Jacobus Ahrend en Gerardina Makelaar.

Petronella Antoinette Ahrend overleed op 25.05.1941 te Haarlem (61).

Pieter Cornelis overleed op zee in november 1918.

(Overlijdensbericht in de N.R.C. van 10-01-1919)

 

Kinderen

-    Catharina Jacoba – 1899

-    Jacob – 1906

-    Pieter Cornelis - 1911

 

Opleiding

 

Behaalde het diploma 3e stuurman grote zeilvaart in april 1891 te Amsterdam

Behaalde het diploma 2e stuurman grote zeilvaart A in juni 1892 te Amsterdam

Behaalde het diploma 1e stuurman grote zeilvaart A in mei 1899 te Rotterdam

Behaalde het diploma 1e stuurman grote stoomvaart A in juli 1902 te Rotterdam

 

De schepen van de kapitein

 

*   1906 – van het s.s. LEERSUM

*   1910 – van het s.s. BRITSUM

*   1914 – van het s.s. OOTMARSUM

*   19.. – van het s.s.  ??

*   1918 – van het s.s. ENERGIE.

 

 

Overige bijzonderheden

 

Gezagvoerder bij de S.M. Oostzee / later S.M. Ruwaard te Rotterdam.

 

Verslagen:

 

Het stoomschip ENERGIE vertrok 03.11.1918 van Haugesund naar Nederland. Na vertrek is niets meer van het schip vernomen. Waarschijnlijk vergaan in de Noordzee met 17 opvarenden.

 

Datum vanaf: 1906
Kapitein: Hagenaar, Pieter Cornelis

Familiegegevens

 

Louw werd geboren op 15.08.1876 te Schiermonnikoog als z.v. Janke Grilk (zeeman) en Meinsina Jaarsma.    

Louw (22) trouwde op 27.07.1899 te Schiermonnikoog met Pietje Schaafsma (24) – geb. te Schiermonnikoog – d.v. Watze Oenes Schaafsma en Doetje de Boer.  

Pietje Schaafsma overleed op 05.10.1920 te Schiermonnikoog (45).

Louw overleed op 18.01.1948 te Leeuwarden (71).  

 

Kinderen

-    Meinsina Louwisa – geb. 20.11.1898 te Schiermonnikoog

-    Janke – geb. 07.06.1900 te Schiermonnikoog

-    Pietje – geb. 21.07.1905 te Schiermonnikoog

-    Louw – geb. 22.03.1909 te Schiermonnikoog

 

Opleiding

 

Behaalde het diploma 3e stuurman Grote Stoomvaart in december 1894 te Rotterdam

Behaalde het diploma 2e stuurman Grote Stoomvaart in april 1898 te Amsterdam

Behaalde het diploma 1e stuurman Grote Stoomvaart in september 1901 te Amsterdam

 

De schepen van de kapitein

 

*   1907 – van het s.s. OOTMARSUM

*   1910 – van het s.s. LEERSUM

*   1913 – van het s.s. TROMPENBERG  

*   1920 – van het s.s. BUSSUM

*   1922 – van het s.s. LEERSUM

*   1922 – van het s.s. BUSSUM

 

Overige bijzonderheden

 

Zie verslag van de RvdS 1913 – No. 74 – Op 21.08.1913 een klacht tegen de kapitein Grilk van TROMPENBERG.

 

Datum vanaf: 1910
Kapitein: Grilk, Louw

Familiegegevens

George werd geboren op 04.09.1881 te Utrecht als z.v. George Sigismund Stekelenburg (technisch ambtenaar) en Johanna Hendrika Le Geu. 

George (49) (Gezagvoerder koopvaardij) trouwde op 12.05.1931 te Diemen met Pietje van der Meulen (52) – geb. op Terschelling – d.v. Cornelis van der Meulen en Aaltje Klijn.

Pietje van der Meulen – eerder getrouwd geweest (1902) met Ruurd Melles Steffens (zeevarende). Echtscheiding met Steffens op 12.05.1925.

George overleed op 07.01.1966 te Vianen (84).   

George woonde eerst in Breukelen, daarna in Maarssen.

 

Kinderen

Geen

 

Opleiding

George Stekelenburg kreeg zijn nautische opleiding aan de Zeevaartschool te Rotterdam.

 

Behaalde het diploma 3e stuurman grote stoomvaart op 14.07.1898 te Rotterdam

Behaalde het diploma 2e stuurman grote stoomvaart op 16 dec. 1903 te Rotterdam.

Behaalde het diploma 1e stuurman grote stoomvaart op 26 juni 1905 te Amsterdam.

 

 

De schepen van de kapitein

 

*   1912 –gezagv. van het s.s. HILVERSUM

*   1913 –gezagv. van het s.s. LEERSUM 

*   1922 – gezagv. van het s.s. BOEKELO

*   1923 – gezagv. van het s.s. GROENLO 

*   1927 – gezagv. van het s.s. GROENLO

*   1937 – gezagv. van het s.s. BOEKELO

 

Overige bijzonderheden

 

Gezagvoerder bij St. Mij. Oostzee en St. Mij. Noordzee.

 

Zie verslag R.v.d.S. 1913 – Nr. 79 – Stoomschip LEERSUM deklast verloren in storm op 26.09.1913.

Zie verslag R.v.d.S. 1915 – Nr. 10 – Stoomschip LEERSUM op mijn gelopen en gezonken op 26.12.1914.

Zie verslag R.v.d.S. 1923 – Nr. 44 – Aanvaring GROENLO met Frans stoomschip op 16.12.1922.

Zie verslag R.v.d.S. 1938 – Nr. 16 – Stoomschip BOEKELO gestoten bij Kieler Fjord op 03.09.1937,

Zie verslag R.v.d.S. 1939 – Nr. 100 – Herziening vonnis door C. Romeijn betr. GROENLO op 26.04.1939.

 

Datum vanaf: 1913
Kapitein: Stekelenburg, George

Familiegegevens

George werd geboren op 04.09.1881 te Utrecht als z.v. George Sigismund Stekelenburg (technisch ambtenaar) en Johanna Hendrika Le Geu. 

George (49) (Gezagvoerder koopvaardij) trouwde op 12.05.1931 te Diemen met Pietje van der Meulen (52) – geb. op Terschelling – d.v. Cornelis van der Meulen en Aaltje Klijn.

Pietje van der Meulen – eerder getrouwd geweest (1902) met Ruurd Melles Steffens (zeevarende). Echtscheiding met Steffens op 12.05.1925.

George overleed op 07.01.1966 te Vianen (84).   

George woonde eerst in Breukelen, daarna in Maarssen.

 

Kinderen

Geen

 

Opleiding

George Stekelenburg kreeg zijn nautische opleiding aan de Zeevaartschool te Rotterdam.

 

Behaalde het diploma 3e stuurman grote stoomvaart op 14.07.1898 te Rotterdam

Behaalde het diploma 2e stuurman grote stoomvaart op 16 dec. 1903 te Rotterdam.

Behaalde het diploma 1e stuurman grote stoomvaart op 26 juni 1905 te Amsterdam.

 

 

De schepen van de kapitein

 

*   1912 –gezagv. van het s.s. HILVERSUM

*   1913 –gezagv. van het s.s. LEERSUM 

*   1922 – gezagv. van het s.s. BOEKELO

*   1923 – gezagv. van het s.s. GROENLO 

*   1927 – gezagv. van het s.s. GROENLO

*   1937 – gezagv. van het s.s. BOEKELO

 

Overige bijzonderheden

 

Gezagvoerder bij St. Mij. Oostzee en St. Mij. Noordzee.

 

Zie verslag R.v.d.S. 1913 – Nr. 79 – Stoomschip LEERSUM deklast verloren in storm op 26.09.1913.

Zie verslag R.v.d.S. 1915 – Nr. 10 – Stoomschip LEERSUM op mijn gelopen en gezonken op 26.12.1914.

Zie verslag R.v.d.S. 1923 – Nr. 44 – Aanvaring GROENLO met Frans stoomschip op 16.12.1922.

Zie verslag R.v.d.S. 1938 – Nr. 16 – Stoomschip BOEKELO gestoten bij Kieler Fjord op 03.09.1937,

Zie verslag R.v.d.S. 1939 – Nr. 100 – Herziening vonnis door C. Romeijn betr. GROENLO op 26.04.1939.

 

Datum vanaf: 1914
Kapitein: Stekelenburg, George
Overige informatie: 0

Afbeeldingen


Omschrijving: Leersum 1898
Collectie: Lindenborn, Marien
Vervaardiger: Unknown

Omschrijving: Leersum 1898 . Houthaven Zaandam.
Collectie: Lindenborn, Marien
Vervaardiger: Unknown
Algemene informatie
Algemeen Handelsblad 29-12-1914: De „LEERSUM". Het stoomschip „LEERSUM", dat op een mijn is gelopen en gezonken, was, volgens de N. R. Ct. 24 dezer, van Rotterdam naar Newcastle vertrokken, voor enige reizen (waarvan juist de laatste werd gemaakt) van Rotterdam naar Newcastle en terug door de firma D. Burger en Zoon te Rotterdam, van de Maatschappij Oostzee te Amsterdam (directie Vinke en Co.) gehuurd. Het schip had een lading van ongeveer 530 ton stukgoed aan boord, en het ongeluk gebeurde toen de „LEERSUM" hulp verleende aan een ander, in nood verkerend, stoomschip. Het telegram over het ongeluk, dat te Rotterdam werd ontvangen, luidde, "liep op mijn terwijl wij een ander schip trachtten te bergen. De bemanning, uitgezonderd twee tremmers, is gered."
 
NRC 020115
Omtrent het vergaan van het stoomschip LEERSUM, kapitein G. Stekelenburg, van de Stoomvaartmaatschappij Oostzee te Amsterdam, vernemen wij nader het volgende:
De 23sten december vertrok men van Rotterdam geladen met stukgoed naar New Castle on Tyne. Er werd hoofdzakelijk alleen bij daglicht gevaren en in peiling dicht onder de Engelse kust gestoomd. De 26e december ging te 07.30 uur voormiddag het anker op. Stomende langs de kust, passeerde men te 04.20 uur namiddag Flamboro Head op een kwart mijl afstand. Te 05.45 uur daarna ontwaarde men op ongeveer 13 mijl benoorden laatstgenoemde kaap op stuurboordsboeg een stoomschip, dat vermoedelijk op een mijn  gestoten had. De LEERSUM verminderde vaart en het stoomschip werd enige tijd ter plaatse gaande gehouden, ten einde te trachten iets van de equipage te ontdekken. Om het stoomschip, waarvan geen naam of nationaliteit ontdekt is kunnen worden, werd heengevaren. Men zag de lichten in de midscheepsverblijven alle nog branden. Het voorschip was echter reeds ondergedompeld, zodat het achterschip met roer en schroef boven water uitstak. Tevergeefs werd het schip door de scheepsroeper gepraaid, ten elnde enig teken van leven te verkennen. Wel werd waargenomen, dat aan boord met een lantaarn gezwaaid werd. Nu besloot men aan boord van de LEERSUM een sloep ter assistentie te zenden en de machlne te stoppen. De stuurboords-reddingboot werd te water gelaten en bemand door de 1e stuurman J.G. Lagerweij en vier matrozen. De boot roeide in de richting van het onbekende stoomschip, doch toen zij dicht genaderd waren, volgde een vreselijke ontploffing en verdween het stoomschip loodrecht in de diepte. De boot bleef enige tijd in de nabijheid, ontdekte evenwel niets van sloepen of drenkelingen en keerde, op een signaal met de stoomfluit van de LEERSUM gegeven, naar dat stoomschip terug. Halverwege het gezonken vaartuig en de LEERSUM gekomen, werd laatstgenoemd stoomschip plotseling onder het voorschip door een mijn getroffen en begon te zinken. Het voorschip werd opgenomen en vloog met een geweldige knal uit elkander, het geheel werd gehuld in een rookzuil, vuur en stukken van schip en lading.
Inmiddels had kapitein Stekelenburg aan boord van de LEERSUM de nodige bevelen gegeven. De reddingsboten, die op zijn bevel gedurende de ganse reis in de davids buiten boord gereed hingen, werden gevierd. Deze voorzorgsmaatregel bleek het behoud van de  bemanning te zijn. Het stoomschip zonk dieper en dieper en het achterschip was reeds geheel boven water. Een tremmer, een Belg, weigerde over boord te springen of zich langs de sloeptalies te laten vieren. Hij verdween met een andere tremmer in de diepte. Met de reddingsboten op ongeveer 60 meter van het schip verwijderd, verdween ook de LEERSUM met dof gesuis in de golven. De 1e stuurman was intussen met de andere boot nabij gekomen; de bemanning werd over de beide grote reddingsboeien verdeeld onder bevel van de gezagvoerder en de 1e stuurman. Ruim twintig minuten bleef men nog ter plaatse, trachtende door roepen en fluiten de aandacht van de beide vermiste tremmers te trekken. Zij werden niet meer gezien of gehoord. Nu werd besloten naar de wal te roeien. Ruim 10 uur werd men in de Scarboro Bay door de Scarboro reddingsboot opgepikt en ter plaatse geland. Tijd om iets te redden ontbrak ten enenmale, zodat ook de scheepspapieren verloren gingen.
Terwijl men in de sloepen zat, werd ver weg een grote vuurzuil waargenomen, blijkbaar een ontploffing van een mijn onder een derde stoomschipNog dient vermeld, dat men aan boord van de LEERSUM, terwijl dit stoomschip gestopt lag, pogingen in het werk stellende om een van de opvarenden van het onbekend gebleven stoomschip te redden, een vrachtschip opmerkte, dat gewoon doorvoer en niets deed om de opvarenden van het inmiddels gezonken eerstbedoelde schip te redden.
De bemanning van de LEERSUM is overtuigd, dat het aan de door de gezagvoerder kapitein G. Stekelenburg genomen voorzorgsmaatregel, om, voor de reis een aanvang nam, de reddingsboten in de davids buiten boord gereed te houden om gevierd te worden en deze uitstekende maatregel gedurende heel de reis te handhaven, het leven te danken heeft.

NNO 040115
We hebben reeds gemeld, dat de LEERSUM gezonken is terwijl pogingen werden gedaan tot redding van de bemanning van een ander schip. Men was met een boot naar dat schip geroeid en zag nog iemand daarop, doch, toen de boot dicht bij het schip was volgde een vreselijke ontploffing en verdween het stoomschip loodrecht in de diepte. De boot bleef enige tijd in de nabijheid, ontdekte evenwel niets van sloepen of drenkelingen en keerde op een signaal met de stoomfluit van de LEERSUM gegeven, naar dat stoomschip terug.
Halverwege het gezonken vaartuig en de LEERSUM gekomen, werd laatstgenoemd stoomschip plotseling onder het voorschip door een mijn getroffen en begon te zinken. Het voorschip werd opgenomen en vloog met een geweldige knal uit elkander, het geheel werd gehuld in een rookzuil, vuur en stukken van schip en lading. Inmiddels had kapt. Stekelenburg aan boord van de LEERSUM de nodige bevelen gegeven. De reddingsboten, die op zijn bevel gedurende de ganse reis in de davits buiten boord gereed hingen, werden  gevierd. Deze voorzorgsmaatregel bleek het behoud van de bemanning te zijn. Het stoomschip zonk dieper en dieper en het achterschip was reeds geheel boven water. Een tremmer, een Belg, weigerde over boord te springen of zich langs de sloeptalies te laten vieren. Hij verdween met een andere tremmer in de diepte. Met de reddingsboten op ongeveer 60 meter van het schip verwijderd, verdween ook de LEERSUM met dof gesuis in de golven. De 1e stuurman was intussen met de andere boot nabij gekomen; de bemanning werd over de beide grote reddingsboten verdeeld onder bevel van de gezagvoerder en de 1e stuurman. Ruim twintig minuten bleef men nog ter plaatse, trachtende door roepen en fluiten de aandacht van de beide vermiste tremmers, te trekken. Zij werden niet meer gezien of gehoord. Nu werd besloten naar de wal te roeien. Ruim 10 uur werd men in de Scarborough Bay door de Scarborough reddingsboot opgepikt en ter plaatse geland. Tijd om iets te redden ontbrak ten enenmale, zodat ook de scheepspapieren verloren gingen. Terwijl men in de sloepen zat, werd ver weg een grote vuurzuil waargenomen, blijkbaar een ontploffing van een mijn onder een derde stoomschip.

NRC 160115
Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende  het nabij Scarborough op een mijn stoten en zinken, waarbij twee opvarenden het leven verloren, van het stoomschip LEERSUM, gezagvoerder G. Stekelenburg te Maarsen, rederij Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam. De gezagvoerder verklaarde, dat het schip, dat 906 netto reg. ton groot en met 19 koppen bemand was, op 23 december Rotterdam verliet. Het schip was goed zeewaardig en alle voorzorgsmaatregelen voor een eventueel ongeluk waren genomen.
De reddingboten waren steeds gereed en er was een voldoende aantal reddingsboeien en zwemvesten aan boord. Het schip had stukgoederen in en stevende naar Newcastle. Aanvankelijk werd recht naar de Engelse kust gevaren. Daar zag men, ter hoogte van Flamborough Head een ontredderd schip drijven, dat blijkbaar op een mijn was gelopen. Dit gebeurde buiten het officiële mijnenveld.
Er was een boot uitgezet om te trachten nog iets van het verongelukte schip te redden, maar zonder succes. Toen de boot terug was, was het inmiddels donker geworden. De LEERSUM lag stil, althans de machines werkten niet.
Opeens stootte het vaartuig op een mijn, het voorschip werd vernield. Het schip begon te zinken. De boten werden uitgezet, en de mannen gingen er in. In de boot werd appèl gehouden, er ontbraken twee tremmers.
Er was geen tijd geweest, nog voor het gaan in de boten appèl te houden, daar er tussen het ontploffen van de mijn en het zinken van het schip slechts enkele minuten waren verlopen. Een jonge tremmer zag men nog op het schip staan. Hem werd gevraagd over boord te springen; dan zou hij worden opgepikt. Hij durfde echter niet. De boot kon niet wachten, anders zou ze met het schip mee de diepte zijn ingezogen. De jongen is toen met het schip gezonken. Van de andere tremmer is niets meer gezien. Het was kalm weer, toen het schip zonk. Er kon niets meer van het schip worden gered. De boten zijn in Scarborough opgepikt.  De kapitein zei, dat hij, toen men in de boten was, een schip, vermoedelijk een mijnenlegger, zag varen, die blijkbaar ook de boten had gezien. Dit schip kwam echter niet te hulp, doch stevende snel om de oost. Het ongeluk is gebeurd buiten het officiële mijnenveld. De eerste stuurman, J.G. Lagerweij, verklaarde, dat hij met een sloep was uitgegaan om naar het ontredderde schip, dat men zag drijven, te gaan kijken. Hij had 20 minuten rondgedreven, doch niets kunnen redden. Toen werd hij teruggeroepen. Toen hij vlak bij de LEERSUM was gekomen, ontplofte dit schip. Hij zag het met de voorsteven naar beneden hellen. Vijf minuten later was het schip in de diepte verdwenen. De eerste machinist, O.B.H. Hansen, verklaarde, dat onmiddellijk na de ontploffing het gehele machinepersoneel naar boven is gegaan. Een tremmer was niet beneden. Deze is niet op het achterdek gekomen. Bij  navraag kon niemand vertellen, wat er van deze tremmer was geworden.

NRC 210115
Raad voor de Scheepvaart. Verder heeft zij heden uitspraak gedaan, inzake het zinken van het stoomschip LEERSUM ten gevolge van het stoten op een onderzeese mijn op 26 december 1914 nabij Scarborough. De Raad is van oordeel, dat de gezagvoerder alles in het werk heeft gesteld om een ramp, als waardoor de LEERSUM is getroffen, te vermijden. Hij heeft de route gevolgd, die door de Engelse Admiraliteit is aanbevolen, goed de uitkijk doen houden om drijvende mijnen tijdig te ontdekken en daarom slechts bij dag gevaren. Ook heeft hij de nodige voorzorgsmaatregelen genomen om de gevolgen van een eventuele ramp zo gering mogelijk te doen zijn door alle reddingsmiddelen voor onmiddellijk gebruik gereed te houden. Deze reddingsmiddelen verkeerden in goede staat en waren in voldoende mate aanwezig. Dat bij deze ramp twee opvarenden het leven hebben verloren, is dus allerminst aan enig verzuim van de gezagvoerder te wijten. Deze en ook de equipage van de sloep hebben blijk gegeven van naastenliefde door te trachten de bemanning van het in nood verkerende vaartuig te redden.

 

Kroniekberichten

Toon kroniekberichten