Inloggen
Gezagvoerder

Potjer, Aldert

Naam: Potjer, Aldert
Schepen waarop deze gezagvoerder heeft gevaren

Aantal gevonden schepen: 5
Naam Bouwjaar Type Voortstuwing Ship id
ZAANDAM 1882 Vracht-/passagiersschip Steamship 7414 Bekijk schip
LEERSUM 1898 General Cargo schip Steamship 3650 Bekijk schip
DUBBELDAM 1891 Vracht-/passagiersschip Steamship 1812 Bekijk schip
DUBBELDAM 1891 Vracht-/passagiersschip Steamship 1812 Bekijk schip
EDAM 1883 Vracht-/passagiersschip Steamship 1882 Bekijk schip

Overige informatie van deze gezagvoerder:

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

A.Potjer was met vlagnummer R10 in de periode 1887 t/m 1899 lid voor de vlag van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart.`Dat betekent, dat hij wèl de Maatschappijvlag mag voeren, maar geen recht had op financiële tegemoetkomingen058.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In het Jaarverslag 1899 van de Maatschappij  (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat hij in dat jaar heeft bedankt als vlaggelid058.

 

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 31 januari/07 februari 1888 staat vermeld dat als honorair lid werd voorgesteld/benoemd kapitein A.Potje, gezagvoerder van het ss “Schiedam, wonend op de Westerdoksdijk te Amsterdam, op voordracht van J.C. v/d Poll.023.

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 02 maart 1905 staat vermeld een: “Brief van Mevrouw E.H.Potjer-Venema, namens haren echtgenoot de goede ontvangst berichtende der bronzen medaille met bijbehoorend getuigschrift.”023 Dit betreft de wedstrijd voor de periode 1900/1901 voor gehouden kompasjournalen  uitgeschreven door de Commissie voor de Wetenschappelijke Zeevaart

 

De schepen van de kapitein

In de Jaarverslagen van de Maatschappij staat kapitein A.Potjer met vlagnummer R10 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

*    1887                       van het ss. “Zaandam”           3063 ton           voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

*    1888                       van het ss. “Amsterdam”       3361 ton           voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

*    1890                       van het ss. “Amsterdam”       2681 ton net    voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

*    1891 t/m 1896      van het ss. “Maasdam”          2729 ton net    voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

*    1897 , 1898           van het ss. “Maasdam”          2729 ton net    voor de Holland-Amerikalijn te Rotterdam

 

 

Bouma025 vermeldt A.Potjer als gezagvoerder gedurende:

*    1887 van het ijzeren schroefstoomschip “Schiedam” ex San Marcos, gebouwd in 1874 te Dumbarton, 2850 ton o.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1888 van het schroefstoomschip “Zaandam”, gebouwd in 1882 te Rotterdam, 3063, varend voor de Nederl. Amerik. Stoomv. Maatsch. te Rotterdam;

*    1889 van het schroefstoomschip “Amsterdam”, gebouwd in 1880 te Dumbarton op de werf van Mc Millan & Son, 3629 ton n.m., varend voor de Nederl. Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1890 op het schroefstoomschip “Edam”, gebouwd in 1883, 3000 ton n.m., 500 pk, varend voor de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1890 van het ijzeren schroefstoomschip “Maasdam”, gebouwd in 1885 te Belfast, 4036 ton n.m., varend voor de Nederl.Amerik.Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1891 van het schroefstoomschip “Amsterdam”, gebouwd in 1880 te Dumbarton op de werf van Mc Millan & Son, 3629 ton n.m., varend voor de Nederl. Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1892 van het schroefstoomschip “Dubbeldam”, gebouwd in 1891 te Rotterdam, 2700 ton n.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1893 t/m 1894 van het stalen schroefstoomschip “Didam” gebouwd in 1891 te Feyenoord, 2751 ton n.m., varend voor de Ned.Amer.Stoomv. Maatsch. te Rotterdam; (klopt niet met de opgave uit de Jaarverslagen van het Rotterdams zeemanscollege - zie hiervoor).

*    1895 van het schroefstoomschip “Dubbeldam”, gebouwd in 1891 te Rotterdam, 2700 ton n.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1897 van het ijzeren schroefstoomschip “Maasdam”, gebouwd in 1885 te Belfast, 4036 ton n.m., varend voor de Holland-Amerikalijn te Rotterdam;

*    1897 t/m 1898 van het ijzeren schroefstoomschip “Hilversum” ex Isle of France, gebouwd in 1883 te Newcastle, 1473 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Oostzee” A.& W.Vinke te Amsterdam;

*    1899 van het schroefstoomschip “Leersum”, gebouwd in 1898 te Sunderland, 1430 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Mij. “Oostzee”, A.& W.Vinke (1897) te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

In het artikel “Mijn eerste reis naar Java met de bark “Senior” van Piet van Os in het Tijdschrift “Het zeilend schoolschip” dd december 1949 staat op p.15 een citaat van het verblijf van de auteur op “het vierkant getuigde stoomschip “Zaandam” v/de N.A.S.M onder kapitein A.Potjer, bijgenaamd : zwarte Potjer” … “ Deze kapitein was oorspronkelijk afkomstig uit de provincie Groningen.

In nr. 33 van december 1959 staat: “Zwarte kapitein Potjer is jarenlang nestor van de oud-N.A.S.M & Vinke’s-kapiteins geweest. Hij is te Overschie in december 1944 overleden 90 jaar oud. Jaren achtereen was hij bestuurslid van de Gezagvoerders en Stuurlieden Vereniging.”

 

In het tijdschrift De Zee Jaargang 1896, p. 14-21 staat de behandeling door de Raad van Tucht voor de Koopvaardij van een klacht ingediend door de kok Gerardus Johannes Cox aan boord van het ss “Maasdam” onder gezag van kapitein Aldert Potjer. De klacht werd opgemaakt op 26 juli 1895.

In een uitgbreide verslaglegging wordt door de klager gesteld, dat de kapitein schromelijk tekort is geschoten in zijn verantwoordelijkheid ten opzicht van het equipagelid en 2e stoomkok Huibertus Jelkman, die na een slopende ziekte tenslotte op 09 juli 1895 te New-York is overleden. Volgens artikel 4 van de monsterrol is de kapitein verschuldigd ieder equipagelid een “betamelijke behandeling” te geven en daaronder valt de “noodige geneeskundige behandeling en verpleging in geval van ziekte”.  Daarin zou hij in gebreke zijn gebleven.

De Raad komt na rijp beraad en het horen van diverse getuigenissen tot de slotsom dat “de aangeklaagde niet geheel voldaan heeft aan zijne verplichting om den tweede stoomkok Huibertus Jelkman tijdens diens ziekte eene betamelijke behandeling te verzekeren.” Maar tevens acht de Raad geen termen aanwezig de gezagvoerder in zijn bevoegdheid om als schipper van een Nederlands koopvaardijschip te schorsen.