Inloggen
ST. GEORGE DE LA MINA - ID 14238


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1849-08-08 / 1870-12-22 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist

Identification Data

Bouwjaar: 1849
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Brik
Masten: Two masts
Construction Data

Scheepsbouwer: Gebrs. Visser, Werf 'De Nooteboom', Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Date Laid Down: 1847-11-00
Launch Date: 1849-06-07
Delivery Date: 1849-07-23
Technical Data

Net Tonnage: 200.00 tons (oude meting)
 
Length 1: 31.00 Meters Registered
Beam: 7.50 Meters Registered
Depth: 2.00 Meters Registered
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1849
Datum agenda: 1849-08-08
Register nr: 18490624
Scheepsnaam: ST. GEORGE DE LA MINA
Type: Brik
Lasten: 97
Gebouwd in provincie: Zuid Holland
Gebouwd in binnen- of buitenland: Binnenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Rijckevorssel, H. van
Plaats: Rotterdam
Kapitein op moment van verzoek: Eb, J.J. van der
Opmerkingen: een zeebrief

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1849-07-23 ST. GEORGE DE LA MINA
Manager: Firma Huibert van Rijckevorsel, (Huibert van Rijckevorsel en Hendrik Muller Samuelszn), Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Firma Huibert van Rijckevorsel, (Huibert van Rijckevorsel en Hendrik Muller Samuelszn), Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands

Date/Name Ship 1863-12-31 ST. GEORGE DE LA MINA
Manager: Firma Hendrik Muller & Co., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Firma Hendrik Muller & Co., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands

Ship Events Data


Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Geen gegevens

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

J.J. van der Eb was met vlagnummer R217 in de periode 1846 t/m 1855 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.

J.J.van der Eb was in 1852 afwisselend commissaris van de Maatschappij058.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In het Jaarverslag 1855 van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat de weduwe van kapitein J.J. van der Eb een uitkering kreeg van f 190,- voor haar en haar drie kinderen. In 1858 was de uitkering f 200,83 voor haar en drie kinderen incl. schoolgeld. In 1859 was deze f 205,60058.

In het Jaarverslag 1865 van de Maatschappij is vermeld dat de weduwe van J.J. van der Eb in 1865 is overleden058.

 

De schepen van de kapitein

In de Jaarverslagen van de Maatschappij staat kapitein J.J. van der Eb met vlagnummer R217 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

      *    1849                   van de brik “St. George Delmina”      100 last           voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam

      *    1851                   van de bark “Celebes”                          169 last           voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam

 

Bouma025 vermeldt J.J. van der Eb als gezagvoerder gedurende:

*    1847 t/m 1849 van de sch.brik “Gouverneur v/d Eb” ex Equator, gebouwd in 1837 te Rotterdam, 165 ton o.m., varend voor H.van Rijckevorsel te Rotterdam;

*    1850 t/m 1852 van de brik “St.George de la Mina”, gebouwd in 1849 te Rotterdam, 188 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;

*    1851 t/m 1852 van de bark “Celebes”, gebouwd in 1841 te Rotterdam, 317 ton o.m., varend voor H.van Rijckevorsel te Rotterdam. Het schip voer in 1853 voor A.van Lier te Rotterdam en was herdoopt in “Adrianus Wilhelmus”.

      Twee voorgaande opgaven bevatten overlap in vaarperioden

 

Overige bijzonderheden

De gezagvoerder die de “Gouverneur van Eb”gedurende de eerste drie jaar voor Huibert van Rijckevorsel voerde was kapitein J. J. van der Eb heette. Het schip moet een voorspoedige uit- en thuisreis gehad hebben, want begin 1848 ligt het weer te Hellevoetsluis met bestemming St. George d'Elmina. Dit blijkt uit een privé brief dd. 29 februari van dat jaar van Huibert van Rijckevorsel aan J. C. Baud te Den Haag, toen Minister van Koloniën, aanbiedende om zijn "snel zeilende schoenerbrik Gouverneur van der Eb Madeira te laten aandoen ter overreiking van depeches als anderzints en zulks zonder eenige geldelijke tegemoetkoming uitgenomen vergoeding van kosten wanneer die er mogten zijn". Een en ander omdat hij heeft vernomen "dat de stoomboot bestemd ter afhaling van Z.K.H. Prins Alexander te Madeira, die reis niet zoude doen, maar op nadere bestemming blijven wachten".

Het jaar 1852 bracht Huibert van Rijckevorseltwee tegenslagen die bewezen hoe gelukkig hij tot toen toe geweest was; de firma werd juist daar getroffen waar zij het meest floreerde. In de nacht van 27 op 28 mei strandde de schoener-brik Gouverneur van der Eb (I) op de kust bij Cape Coast, de hoofdplaats der Engelse Bezittingen ter Kuste, gelegen op slechts enige mijlen afstand van Elmina. Door medewerking van het Engelse Bestuur was het mogelijk een gedeelte van het casco en de lading te redden en de equipage werd met de St George de la Mina en de Curaçao naar het vaderland terug vervoerd.

Het was het eerste schip van de rederij H. van Rijckevorsel dat verloren ging door schipbreuk en ofschoon de firma er slechts voor de helft een aandeel in had, zal het haar beide partners toch aan het hart zijn gegaan het scheepje te moeten verliezen waarmee de basis voor hun Afrikaanse zaken was gelegd.

 

Gouverneur A. van der Eb, 1813 - 1852, was  Gouverneur van Elmina van 1840 – 1846.

Anthony van der Eb, geboren in 1813 te Rotterdam, was als ambtenaar ter Kuste van Guinea sinds 1831 in verschillende betrekkingen werkzaam geweest toen hij aldaar de hoogste post bereikte, eerst van 1837 tot 1838 als Commandeur ad interim, en daarna tweemaal als Luit. Kol., Gouverneur nl. van 1840 tot 1846 en van 1847 tot zijn dood ter plaatse in 1852. In 1847 keerde hij van verlof te St. George d'Elmina terug met een naar hem genoemde schoenerbrik. Met die brik moet Huibert van Rijckevorsel zijn nieuwe onderneming hebben ingeleid.

 

Gouverneur Van den Bossche had als Gouverneur Ter Kuste van Guinea, hoofdvestiging Elmina, om gezondheidsredenen naar Nederland moeten terugkeren. Waarnemend gouverneur was Overste Cornelis Johannes Marius Nagtglas, geb. te Utrecht 16.5.1814, overleden te Harderwijk 10.1.1897. Later tot kolonel bevorderd. Hij is van 1858 tot 1862 gouverneur geweest. Van 1869 tot 1871 werd hij opnieuw naar de Goudkust gezonden, nu met de titel van Commissaris der Nederlandsche regeering.

 

Uit: http://www.engelfriet.net/Alie/Aad/elmina1.htm

 

 

Datum vanaf: 1849
Kapitein: EB, J.J. van der

Familiegegevens en opleiding

Ernst Willem Fabritius werd geboren op 28 september 1832 te Alkmaar als zoon van de Nederlands Hervormde Ernst Willem Fabritius en Jacoba Merck. Hij woonde te Rotterdam o.a. aan de Mauritsstraat Wijk 15 nr. 12 (nieuw nr. 67). Hij vertrok op 02 mei 1872 naar Den Helder en behaalde op 26 november /03 december 1859 het diploma voor 1e stuurman op de grote vaart, en had daarbij kennis van het stoomwerktuig en de besturing van een stoomschip.

Hij huwde op 13 juni 1866 te Rotterdam met Maria Philomena Elizabeth Quekel, geboren 08 september 1837 te ’s Hertogenbosch als dochter van de Rooms-Katholieke Andrea Quekel, schoenmaker, en Maria Elisabeth Rijswijk005

 

Er wordt gesproken over de resultaten aan de zeevaartschool in Rotterdam tussen 1860-1865. “De behaalde diploma’s in de stuurmanskunst hadden overigens vooral betrekking op de zeilvaart. De stoomvaart had nauwelijks belangstelling. Alleen de uit Alkmaar afkomstige kapitein Ernst Willem Fabritius had kennis van het stoomwerktuig en de besturing van een stoomschip”005.

 Op 20 nov. 1881 te Haarlem overleed op bijna 14-jarige leeftijd de oudste dochter Jacoba Maria Elisabeth, na een hevige ziekte.

Na zijn varend bestaan werd E.W. Fabritius bij Koninklijk Besluit van 28 maart 1884 per 1 april aangesteld als Commissaris van het Loodswezen te Terschelling en werd met ingang van 1 april 1886 in dezelfde functie aangenomen te Vlissingen. Hij heeft op deze standplaats slechts 6 maanden gewerkt, want hij overleed na een kortstondige ziekte op 29 oktober 1886 en werd begraven op de algemene begraafplaats te Vlissingen.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

E.W.Fabritius was met vlagnummer R138 van 1865 t/m 1870 lid voor de vlag van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart. Hij voerde dus wèl de collegevlag, maar had geen recht op financiële tegemoetkomingen058.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

In de Jaarverslagen van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat kapitein E.W.Fabritius met vlagnummer R138 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

*    1864 t/m 1867  van de bark “G.K. Graaf van Hogendorp”     399 last  voor  Hartog & Glazener te Rotterdam

 

Bouma025 vermeldt E.W.Fabritius als gezagvoerder gedurende:

*    1862 van de brik “St.George de la Mina”, gebouwd in 1849 te Rotterdam, 188 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;

*    1864 t/m 1871 van de bark “Gijsbert Karel van Hoogendorp”, gebouwd in 1864 te Lekkerkerk, 756 ton o.m., varend voor Hartog & Glazener te Rotterdam;

*    1873 van het ijzeren schroefstoomschip “Prins van Oranje”, gebouwd in 1871 te Glasgow, 1829 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland”(1870) te Amsterdam;

*    1875 t/m 1881 op het schroefstoomschip “Prinses Amalia”, gebouwd in 1874 te Glasgow, 3495 ton o.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” (1870) te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

E.W.Fabritius vertrok per 05 oktober 1872 van Nieuwediep met de “Prins van Oranje” en een detachement van 3 officieren en 100 manschappen. Hij arriveerde te Batavia op 12 november 1872 na een reis van 38 dagen.

Hij vertrok per 06 maart 1873 van Nieuwediep met de “Prins van Oranje” en een detachement van 3 officieren en 125 manschappen. Hij arriveerde te Batavia op 18 april 1873 na een reis van 43 dagen065.

Hij vertrok op 05 augustus 1873 van Nieuwediep met de “Prins van Oranje” en een detachement van 3 officieren en 300 manschappen. Hij arriveerde te Batavia op 16 september 1873 na een reis van 42 dagen. Onderweg was 1 manschap overleden065*.

E.W.Fabritius transporteerde met de “Prinses Amalia” vanuit Nieuwediep de volgende militaire detachementen naar Batavia065*:

*    Vertrek 17 juni 1874. Aankomst 31 juli 1874 na 44 dagen. 5 officieren en 151 manschappen.

*    Vertrek 21 november 1874. Aankomst 10 januari 1875 na 50 dagen. 3 officieren en 150 manschappen. Onderweg werd 1 manschap vermist.

*    Vertrek 02 mei 1875. Aankomst 14 juni 1875 na 43 dagen. 5 officieren en 125 manschappen.

*    Vertrek 03 oktober 1875. Aankomst 19 november 1875 na 47 dagen. 8 officieren en 555 manschappen. In Port Said werden 3 deserteurs van de “Hampton” en 1 van de “Conrad” aan boord genomen. In Batavia ontbraken 10 manschappen zonder opgaaf van redenen.

*    Vertrek 18 maart 1876. Aankomst 26 mei 1876 na 69 dagen. 9 officieren en 158 manschappen.

*    Vertrek 18 oktober 1876. Aankomst 10 december 1876 na 43 dagen. Onderweg zijn 3 manschappen gedeserteerd.

      (Bossenbroek065 vermeldt op p. 70/71

      “Uit het inschepingsregister en de litteratuur zijn mij veertien meer of minder ernstige gevallen van muiterij of pogingen daartoe bekend, die zich in deze periode tijdens het vervoer van koloniale soldaten naar Indië hebben voorgedaan. Ze vonden plaats aan boord van de …Prinses Amalia …”. De muiterij vond plaats in het Suez-kanaal. In een “… vechtpartij met den sabel” waren de muiters … er niet malsch afgekomen; sabelhouwen op het hoofd, en een twee ribben stuk” waren het resultaat”. … “Voor de muiterij op de Prinses Amalia werden ‘speciaal Franschen en Belgen’ verantwoordelijk gesteld065)

*    Vertrek 07 april 1877. Aanlomst 19 mei 1877 na 42 dagen. 5 officieren en 260 manschappen. Onderweg was 1 manschap overleden.

*    Vertrek 01 september 1877. Aankomst 15 oktober 1877 na 44 dagen.

*    Vertrek 26 januari 1878. Aankomst 10 maart 1878 na 43 dagen. Onderweg ontbrak 1 manschap zonder opgaaf van reden.

      Hierna waren de vertrekdata vanaf Amsterdam.

*    Vertrek 30 augustus 1879. Aankomst 09 oktober 1879 na 40 dagen. 5 officieren en 60 manschappen.

*    Vertrek 18 januari 1880. Aankomst 04 maart 1880 na 46 dagen. 3 officieren en 63 manschappen.

*    Vertrek 05 juni 1880. Aankomst 19 juli 1880 na 44 dagen. 3 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 23 oktober 1880. Aankomst 08 december 1880 na 46 dagen. 2 officieren en 54 manschappen.

*    Vertrek 12 maart 1881. Aankomst 08 mei 1881 na 57 dagen. 3 officieren en 50 manschappen. In het Suez-kanaal is het detachement overgegaan aan boord van de “Prinses Marie”.

 

In de Harlinger Courant dd 13 december 1874 staat het volgende bericht096:

“Het stoomschip Prinses Amalia, kapt. Fabritius, van Nieuwediep naar Batavia, is den 9 dezer des ochtends te Port-Saïd aangekomen.”

 

“De Prinses Amalia kreeg op de vijfde uitreis, vier uur na het verlaten van Suez op 7 april 1876, een gebroken krukas. Het schip werd teruggesleept naar Suez door het stoomschip Mandalay, maar kon daar niet worden gerepareerd. De lading ging uiteindelijk met de gecharterde Larington door naar Batavia. Het voor Indië bestemde landmachtdetachement aan boord vervolgde de overtocht met het SNM-schip Prins Hendrik (II) en het marinedetachement met het oorlogsschip Prins Hendrik  der Nederlanden; de overige passagiers gingen verder met de Drenthe, de Prins Hendrik en een Franse mailboot. De Engelse sleper Anglia bracht de Pinses Amalia naar de Elder-werf in Port Glasgow.”

Uit: p.13 “De eeuw van ‘Nederland’. Geschiedenis en vloot van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’” door A.J.J.Mulder.c.s. Uitg. Asia Maior. 2003.

“Op 28 juni 1880 deed de Prinses Amalia een poging de Venetia van P&O vlot te trekken, die aan de grond was gelopen bij het eiland Jebel Zukar in dce Rode Zee. Nadat de trossen verscheidene malen waren gebroken, nam het SMN-schip ten slotte de pasagiers en mails over en bracht die naar Aden.”

Uit: p.14 “De eeuw van ‘Nederland’. Geschiedenis en vloot van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’” door A.J.J.Mulder.c.s. Uitg. Asia Maior. 2003.

“De Prinses Amalia kwam in maart 1881 tijdens haar zeventiende uitreis, opnieuw na het vertrek uit Suez, in aanvaring met drijvend wrakhout, waardoor de schroefas en de roersteven werden beschadigd. Het schip werd door het stoomschip Kamtschatka teruggesleept naar Suez.”

Uit: p.13 “De eeuw van ‘Nederland’. Geschiedenis en vloot van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’” door A.J.J.Mulder.c.s. Uitg. Asia Maior. 2003.

 

 

Datum vanaf: 1862
Kapitein: Fabritius, Ernst Willem

Afbeeldingen


Omschrijving: ST. GEORGE DE LA MINA varend voorbij het Nederlandse handelsfort St. George d'Elmina aan de Goudkust Aquarel gemaakt in 1849
Gemaakt door: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Zeeopname
Akten

NA-Den Haag Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675.170
DVD VIII – 394
BIJLBRIEF
Naam schip ST. GEORGE DE LA MINA

plaats en datum acte bijlbrief, Rotterdam, 21 juli 1849

type schip brik

bouwwerf/verkoper Gebr. Visser, scheepsbouwmeesters, werf de Noteboom, Rotterdam

gevoerd door kapt.

eigenaar/aankoper Huibert van Rijckevorsel, Rotterdam

te voeren door kapt.

grootte in tonnen circa 200 tonnen

tuigage / aantal dekken

afmetingen lang 31,00 m., breed 7,50 m., hol 2,00 m.
(niet volgens meetbrief, maar volgens bestek, zijnde lengte over stevens, wijdte op een plaats aan de buitenkant der inhouten en holte op een plaats van de bovenkant van de kiel tot onder de watergangen)

kiellegging november 1847

tewaterlating 7 juni 1849

plaats / datum registratie Rotterdam, 23 juli 1849

nummer van registratie deel 37, folio 109, case 3

notaris Burgemeester en Wethouders Rotterdam

prijs

bijzonderheden






researcher/datum research: ML / 240208

Naam ST. GEORGE DE LA MINA
Archiefinstelling Nationaal Archief Den Haag
Jaar 1849
Toegang 3.03.17.01
Inventaris 3675

NA-Den Haag Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675.551
DVD VIII – 1603, 1618
ACTE KOOP/VERKOOP
Naam schip 35/100e fregat BURGEMEESTER HOFFMAN
40/100e fregat TERNATE
Brik ST. GEORGE DE LA MINA
Schoener GOUVERNEUR SCHOMERUS
Schoener PRESIDENT BENSON (ex-GOUDKUST)
Brik IVOORKUST (ex-COMEET)
Schoener HOLLANDSCH ACRA (ex-MARIA ANNA)
1/32e part bark GRONDWET
1/6e part bark CONCURRENT
1/8e part fregat VOORUIT

plaats en datum acte firma-scheiding (zie bijlage), Rotterdam, 30 december 1863

type schip diverse

bouwwerf/verkoper Abraham van Rijckevorsel, als bewindvoerder voor zijn zoon Huibert van Rijckevorsel, thans zonder beroep en verblijvende in het kanton Neuchatel in Zwitserland

gevoerd door kapt.

eigenaar/aankoper Hendrik Muller Samuelszoon, van zijn firma Hendrik Muller & Co., Rotterdam, voorheen geassocieerd geweest met Huibert van Rijckevorsel onder de firma H. Van Rijckevorsel, Rotterdam, in welke firma H. Muller en H. van Rijckevorsel ieder voor de helft participeerden, welke firma reeds sedert 30 december 1862 was ontbonden

plaats / datum registratie Rotterdam, 31 december 1863

nummer van registratie deel 179, folio 137, recto, vak 1

notaris Willem Simon Burger Wz., notaris te Rotterdam

prijs

bijzonderheden

researcher/datum research: ML / 160209









Bijlage bij acte Rott.3.03.17.01.3675.551

De scheiding heeft betrekking op de volgende schepen en scheepsparten, waarvan de beide firmanten van de firma H. van Rijckevorsel elk de helft bezaten:

- 35/100 parten in het fregat BURGEMEESTER HOFFMAN, gemeten 42,10 x 7,60 x 5,32 meter en groot 758 tonnen, thans liggende te Rotterdam, voor de firma en de mede-reders gebouwd door Gebr. Visser, werf De Hoop, Rotterdam, bijlbrief 20 april 1855, waarde van de parten volgens taxatie NLG. 14.350,-
- 40/100e parten in het fregat TERNATE, groot 395 lasten, thans op reis naar Oost-Indië, voor de firma en de mede-reders gebouwd door Fop Smit te Kinderdijk, bijlbrief 20 juli 1855, waarde van de parten volgens taxatie NLG. 22.000,-
- De brik ST GEORGE DE LA MINA, gemeten 31,00 x 7,50 x 2,00 meter, en groot circa 200 tonnen, gebouwd geheel voor rekening van de firma door Gebr. Visser, werf De Noteboom, Rotterdam bijlbrief 21 juli 1849, zich thans bevindende op reis naar West Afrika, waarde van het schip volgens taxatie NLG. 11.000,-
- De schoener GOUVERNEUR SCHOMERUS, gemeten 27,90 x 4,71 x 2,75 meter en groot 85 lasten, zich thans bevindende op reis naar West Afrika, gebouwd geheel voor rekening van de firma door Gebr. Visser, werf De Noteboom, Rotterdam, bijlbrief 31 oktober 1853, waarde van het schip volgens taxatie NLG 13.000,-
- De schoener vroeger genaamd geweest GOUDKUST, thans genaamd PRESIDENT BENSON, gemeten 26,10 x 4,58 x 2,74 meter en groot 77 lasten, zich thans bevindende op een reis naar West-Afrika, geheel voor rekening van de firma gebouwd door de Gebr. Visser, werf de Noteboom, Rotterdam, bijlbrief 14 juli 1852, waarde van het schip volgens taxatie NLG. 9.000,-
- De brik vroeger genaamd geweest COMEET, thans genaamd IVOORKUST, gemeten 27,20 x 4,79 x 3,15 meter en groot 182 tonnen, zich thans bevindende te Rotterdam, welk schip door de firma was aangekocht in openbare veiling op 28 juli 1857, waarde van het schip volgens taxatie NLG. 7.400,-
- De schoener vroeger genaamd geweest MARIA ANNA, thans genaamd HOLLANDSCH ACRA, gemeten 28,40 x 4,60 x 3,00 meter en groot 174 tonnen, thans liggende te Rotterdam, door de firma onderhands gekocht bij acte Amsterdam, 18 juni 1855, waarde van het schip volgens taxatie NLG. 6.800,-
- 1/32e part in het barkschip GRONDWET, groot 396 lasten of 749 tonnen, varende onder boekhouderschap van de firma M.V. de Crane & Zoon te Zierikzee, thans op reis naar Oost-Indië; het aandeel heeft volgens taxatie een waarde van NLG. 2.190,-
- 1/6e part in het barkschip CONCURRENT, gemeten 38,60 x 7,32 x 5,06 meter, en groot 635 tonnen, zich thans bevindende op een reis naar Oost-Indië, welk schip de firma voor zich en anderen nieuw heeft doen bouwen door de Gebr. Visser, werf de Hoop, Rotterdam, bijlbrief 26 februari 1857, waarde van dit aandeel getaxeerd op NLG. 6.500,-
- 1/8e part in het fregat VOORUIT, gemeten 39,40 x 7,22 x 5,24 meter en groot 643 tonnen of 350 lasten, zich thans bevindend op een reis naar Oost-Indië. Welk schip nieuw is gebouwd voor de firma en mede-reders door de Gebr. Visser op hun werf het Land van Belofte te Rotterdam, bijlbrief 14 mei 1856, waarde van dit aandeel getaxeerd op NLG. 5.000,-
Samen met contant geld van de firma zijnde NLG 102.760 wordt de waarde van de firma vastgesteld op NLG. 200.000,- , waarvan de beide deelgenoten elk NLG 100.000,- bezitten.

Opm: Huibert van Rijckevorsel was in staat van krankzinnigheid verklaard en verbleef tot zijn dood in een kliniek in Zwitserland.

ML / 160209

Naam ST. GEORGE DE LA MINA
Archiefinstelling Nationaal Archief Den Haag
Jaar 1864
Toegang 3.03.17.01
Inventaris 3675

NA-Den Haag Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675.586
DVD VIII – 1894
ACTE KOOP/VERKOOP
Naam schip ST. GEORGE DE LA MINA

plaats en datum acte boedelscheiding, Rotterdam, 30 december 1863

type schip niet vermeld

bouwwerf/verkoper Abraham van Rijckevorsel als bewindvoerder, Rotterdam

gevoerd door kapt.

eigenaar/aankoper

te voeren door kapt.

grootte in tonnen

tuigage / aantal dekken

afmetingen

kiellegging

tewaterlating

plaats / datum registratie Rotterdam,

nummer van registratie deel

notaris Willem Simon Burger Wz., notaris te Rotterdam

prijs NLG.

Bijzonderheden: zie verder acte Rotterdam 566 van 1864. (opm: een acte zonder nadere gegevens)








researcher/datum research: ML / 170609

Naam ST. GEORGE DE LA MINA
Archiefinstelling Nationaal Archief Den Haag
Jaar 1865
Toegang 3.03.17.01
Inventaris 3675

Bronnen


Jaar: 1849
Bron: NA-Den Haag
Omschrijving: Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675. – No. 170

Jaar: 1863
Bron: NA-Den Haag
Omschrijving: ACTE KOOP/VERKOOP Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675.551
Documentatie Stichting Nederlandse Kaap Hoorn-vaarders (SKHV), w.o. collectie Hoedemaker/Smit/Suyk