1898
PGC 060998
Van de werf van Gebr. G. & H. Bodewes, scheepsbouwers te Martenshoek, werd met goed gevolg te water gelaten een stalen zeetjalk, groot plm. 85 last, voor rekening van kapitein E. Schuur te Groningen.
NGC 251198
Delfzijl, 25 november. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Norden.
NNO 171298
Groningen, 15 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Norden.
1899
NVD 080399
Emden, 3 maart. Binnengekomen ALBERDINA, Schuur van Groningen.
PGC 211199
Brunsbüttel, 17 november. De ijzeren tjalk ALBERDINA is hedenmorgen in het kanaal aangevaren door het Zweedse stoomschip IRIS en bekwam daardoor zware schade aan bakboord. Het schip kwam hedenmorgen alhier in de binnenhaven en zal de lading hout moeten lossen. De IRIS heeft de reis naar Holtenau voortgezet.
(Dit bericht heeft waarschijndelijk betrekking op de Nederlandse tjalk ALBERDINA, kapt. E. Schuur, van Stolpemünde (opm: Ustka) naar Rotterdam bestemd.)
RN 111299
Brunsbuttel, 6 december. Gepasseerd ALBERDINA, Schuur van Stolpemünde naar Rotterdam.
1900
NVD 190300
Hamburg, 15 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Denemarken.
NGRC 031100
Cuxhaven, 1 november. Vertrokken ALBERDINA, Schuur naar Emden.
1901
NGRC 180301
Delfzijl, 15 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Bremerhaven.
NNO 081201
Kopenhagen, 3 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Utrecht.
1902
NGRC 260302
Holtenau, 22 maart. Gepasseerd ALBERDINA, Schuur van Kastrup naar Hamburg.
WIN 151102
Bogense, 10 november. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Danzig.
1903
NVEC 180303
Neufahrwasser, 13 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Odense.
NVEC 121203
Flensburg. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Rugenwald.
1904
NGRC 180304
Hadersleben, 14 maart. Binnengekomen ALBERDINA, Schuur van Flensburg.
NVD 021104
Brunsbuttel, 27 oktober. Gepasseerd ALBERDINA, Schuur van Monsterras naar Hamburg.
1905
NNO 140305
Harburg, 9 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Engeland.
NPGC 261005
Memel, 23 oktober. Vertrokken ALBERDINA, Schuur naar Itzehoe.
1906
NNO 150306
Itzehoe, 8 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Rade.
NPGC 221206
Nieuwe Waterweg, 20 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Orth.
1907
NNO 030407
Vlieland, 30 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Libau.
NNO 171207
Delfzijl, 15 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Herne naar Groningen.
1908
NNO 250308
Delfzijl, 24 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Rochester.
NNO 111008
Delfzijl, 10 oktober. Vertrokken ALBERDINA, Schuur van Leer naar Frederikstad.
1909
NNO 020309
Amsterdam, 28 februari. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Bremen.
PGC 160809
Delfzijl, 16 augustus. De Groninger tjalk ALBERDINA, kapt. Schuur, van Emden naar Dantzig bestemd, is gister met 3 tjalken door de sleepboot SCHIERMONNIKOOG naar zee gesleept. Door de hoge zee is de tros gebroken waardoor de schepen losraakten en met elkaar in aanvaring kwamen. Daardoor brak de boegspriet van de ALBERDINA die met de sleepboot is teruggekeerd. De RIVAL, schipper Pronk, kreeg schade aan het achterschip en ingedrukte platen en keerde eveneens terug in de haven. Alle averij is boven de waterlijn.
1910
NNO 040310
Delfzijl, 3 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Havre.
NNO 111210
Brunsbuttel, 6 december. Gepasseerd ALBERDINA, Schuur van Rostock naar Duinkerken.
1911
NNO 090211
Duinkerken, 7 februari. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Egkyn.
NNO 291111
Travemünde, 23 november. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Kotka.
1912
NNO 070312
Kopenhagen, 7 maart. Binnengekomen ALBERDINA, Schuur van Lubeck.
NNO 231212
Delfzijl, 23 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Geestemünde.
1913
NNO 130313
Emden, 11 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Portsmouth.
NNO 111113
Vlieland, 9 november. Vertrokken ALBERDINA, Schuur naar Holtenau.
1914
NNO 030414
Pillau, 31 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Hobro.
NNO 140714
Dartmouth, 11 juli. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Hull.
1915
NNO 290415
Delfzijl, 29 april. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Emden.
NNO 081115
Hudiksvall, 7 november. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van West Hartlepool.
1916
NNO 220916
Umege, 21 september. Aangekomen ALBERDINA, De Vries van Amsterdam.
NNO 251116
Delfzijl, 21 november. Gisteren is alhier binnengekomen van Köje (Zweden) met bestemming naar Rotterdam het te Groningen thuis behorende tjalkschip ALBERDINA kapt. G. de Vries, dat in de Noordzee door stormweer de deklast hout heeft verloren. Ook werden de beide zwaarden gebroken en de verschansing op verschillende plaatsen stuk geslagen. De reis zal verder binnen door vervolgd worden.
RN 291116
Delfzijl, 26 november. De jl. donderdag hier binnengesleepte koftjalk ALBERDINA kapt. De Vries, is naar Groningen gesleept en zal vandaar waarschijnlijk naar de bestemming Rotterdam gebracht worden. (opm: zie ook NNO 251116)
1917
RN 260517
Nederlandse tjalk tot zinken gebracht.
Woensdagmiddag halfvier is door een Duitse onderzeeër in de Noordzee tot zinken gebracht het tjalkschip ALBERDINA, eigenaar G.P. de Vries te Groningen. De opvarenden, de eigenaar-schipper voornoemd, de stuurman C. Venema en de matroos G. Dekker, zijn door de logger SCH-195, schipper M. Pronk te Scheveningen, donderdagochtend halfzes opgepikt en 's namiddags ongeveer 2.30 uur te Scheveningen aangebracht.
AH 200617
Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 21 juni, in de namiddag om 2 uur, onderzoek naar het tot zinken brengen op 20 mei 1917 van het zeilschip VOORWAARTS, schipper-eigenaar F.J. Bonninga te Groningen.
Maandag 25 juni, 1.30 uur namiddags, voortzetting van het op 6 juni jl. geschorst onderzoek inzake de loggers MA-45 en MA-166.
Daarna onderzoek naar het tot zinken brengen op 23 mei 1917 van het zeilschip ALBERDINA, schipper-eigenaar G.P. de Vries te Groningen. Vervolgens behandeling van de klacht tegen de schipper van de ALBERDINA ter zake van mishandeling van de matroos-kok A.J. Gooyers.
AH 260617
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Raad voor de Scheepvaart. Gisteren werd een onderzoek ingesteld naar het tot zinken brengen op 23 mei jl. van het zeilschip ALBERDINA, schipper-eigenaar G.P. de Vries te Groningen. Schipper De Vries verklaarde op 7 januari l.l. van Rotterdam te zijn vertrokken met een lading gecondenseerde melk, bestemd voor Havre. Op 31 januari werd, op last van de loods, dicht bij de Engelse kust geankerd. Toen men voor anker lag werd 51/2 vaam gelood. Voor anker liggende, draaide het schip, door het omgaan van het anker. Bij het zwaaien stootte het schip. Aanvankelijk bleef het ruim droog, maar spoedig daarop maakte het schip water. Met behulp van een Engels marinevaartuig werd het schip naar Ramsgate gebracht. Het water was toen tot vijf voet gestegen. Te Ramsgate werd de melk gelost en het schip hersteld. Na veertig dagen te Ramsgate gelegen te hebben (men wilde het schip niet eerder laten vertrekken), werd naar Havre gevaren. In een Franse haven werd hierop een lading stenen en gips ingenomen met bestemming naar Rotterdam. Op 23 mei, 's namiddags 3 uur, op een 18 mijl WNW van de Hoek van Holland, kwam een onderzeeër in zicht. De onderzeeër loste een waarschuwingsschot, waarop de bemanning, uit drie personen bestaande, naar de onderzeeër roeide. De kapitein van de onderzeeër vroeg om de scheepspapieren en zei vervolgens, dat hij het schip tot zinken moest brengen, omdat het uit een Franse haven kwam. „Het is goed", antwoordde de schipper de commandant van de onderzeeër, die nogal vriendelijk was. De scheepspapieren werden afgenomen, bommen werden aan boord van de ALBERDINA gebracht, die binnen 8 à 9 minuten tot zinken werd gebracht. De bemanning van de ALBERDINA werd aan haar lot overgelaten. Roeiende en zeilende voer de bemanning kustwaarts. 's Avonds 11 uur kwam het vuur van Scheveningen in zicht en de volgende dag, 's ochtends half zes, werd de bemanning opgepikt door de Scheveningse logger TONIJN, (SCH-195). Te half drie bereikte men Scheveningen. Het bleek uit de behandeling, dat de schipper De Vries zonder certificaat was uitgevaren. De uitspraak volgt later.
>