Inloggen
ALBERDINA - ID 151


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1898-10-14 / 1917-05-23 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist

Identification Data

Bouwjaar: 1898
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
Nat. Official Number: 5469 GRON 1898
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Kofftjalk
Masten: One mast
Material Hull: Iron
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Gebr. G. & H. Bodewes, Martenshoek, Groningen, Netherlands
Launch Date: 1898-09-06
Delivery Date: 1898-00-00
Technical Data

 
Gross Tonnage: 96.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 88.00 Net tonnage
Deadweight: 165.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 25.42 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 22.68 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 5.24 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.24 Meters Depth, moulded
Draught: 1.99 Meters Registered
Ship History Data

Date/Name Ship 1898-10-14 ALBERDINA
Manager: Eiso Schuur, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Eiso Schuur, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NBWP

Date/Name Ship 1913-03-05 ALBERDINA
Manager: Hendrik Schuur, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Hendrik Schuur, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NBWP
Additional info: Fl. 7.000

Date/Name Ship 1916-09-11 ALBERDINA
Manager: Geert Pieter de Vries, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Geert Pieter de Vries, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NBWP
Additional info: Fl. 11.750

Ship Events Data

1898-09-00: PGC 06.09.1898:
Van de werf van Gebr. G. & H. Bodewes, scheepsbouwers te Martenshoek, werd met goed gevolg te water gelaten een stalen zeetjalk, groot plm. 85 last, voor rekening van kapitein E. Schuur te Groningen.
1898-10-14: Dagregister deel 14 nummer 522, den veertiende October 1898. Eigendoms Verklaring. Ik ondergeteekende Eiso Schuur, schipper gedomicilieerd te Groningen, verklaar dat het staalijzeren zeiltjalkschip genaamd "Alberdina", hebbende een dek en een mast, gemeten bruto op 285.12 kubieke meter of 100.64 tonnen van 2.83 kubieke meter en netto op 271.04 kubieke meter of 95.67 tonnen van 2.83 kubieke meter en gevoerd wordende door mij ondergeteekende aan mij in eigendom toebehoort, dat ik Nederlander ben hier ten lande woonachtig, dat het bestuur van hetgeen dat tot onderhoud van het schip, de uitrusting en het bevrachten van het schip vereischt worden te Groningen wordt gevoerd en dat genoemd schip niet op voet van oorlog is uitgerust noch door mijn toestemming of gedoogen in strijd met de onzijdigheid van den Staat zal worden uitgerust. Hoogezand, den 14 October 1898. E. Schuur In de kantlijn staat bijgeschreven 5469. In de ander kantlijn staat bijgeschreven: Blijkens verklaring alhier overgeschreven 21 maart 1928 deel 38/9005 is nevenstaand schip op den 23 Mei 1917 vernield en wordt het hetzelve voor zooveel nodig hier uitgeboekt. Groningen, den 28 Maart 1918. De Bewaarder.
1899-11-17: PGC 21.11.1899: Brunsbüttel, 17 november. De ijzeren tjalk ALBERDINA is hedenmorgen in het kanaal aangevaren door het Zweedse stoomschip IRIS en bekwam daardoor zware schade aan bakboord. Het schip kwam hedenmorgen alhier in de binnenhaven en zal de lading hout moeten lossen. De IRIS heeft de reis naar Holtenau voortgezet.
(Dit bericht heeft waarschijndelijk betrekking op de Nederlandse tjalk ALBERDINA, kapt. E. Schuur, van Stolpemünde (opm: Ustka) naar Rotterdam bestemd.)
1899-12-11: NRC 14.12.1899: Flensburg, 11 december. Door het Seeamt werd heden de zaak der aanvaring behandeld tussen het Zweedse stoomschip IRIS en de Nederlandse tjalk ALBERTINE (opm: waarschijnlijk ALBERDINA, zie PGC 211199) op 17 november in het Kaiser Wilhelmkanal. Het tjalkschip werd gesleept met nog andere schepen en bekwam door de aanvaring een schade van 4300 mark, benevens verdere kosten, die 1200 mark beliepen. De loods van de IRIS had geen schuld aan de aanvaring, doch het Seeamt gaf de schuld aan de loods aan boord van de sleepboot KÖNIGSBERG, die de sleep bestuurde.
1909-08-16: PGC 16.08.1909: Delfzijl, 16 augustus.
De Groninger tjalk “Alberdina”, kapt. Schuur, van Emden naar Dantzig bestemd, is gister met 3 tjalken door de sleepboot “Schiermonnikoog” naar zee gesleept. Door de hoge zee is de tros gebroken waardoor de schepen losraakten en met elkaar in aanvaring kwamen. Daardoor brak de boegspriet van de “Alberdina” die met de sleepboot is teruggekeerd. De “Rival”, schipper Pronk, kreeg schade aan het achterschip en ingedrukte platen en keerde eveneens terug in de haven. Alle averij is boven de waterlijn.
1917-01-13: 13.01.1917 stootte het tjalkschip ALBERDINA bij de Engelse kust aan de grond. Vertrok op 7 januari van Rotterdam met bestemming Hávre met een lading gecondenseerde melk. Nadat op 10 januari Sunk lightvessel was gepasseeerd, werd op 11 januari geankerd op loodsaanwijzing te Margate Road op ongeveer 5 mijl uit de kust. Op 13 januari ging het schip anker op, de wind die eerst ZW was draaide naar NW., het schip draaide en stootte enige keren aan de grond. Het maakte geen water. 's avonds werd geankerd in de Downs. De volgende ochtend stond er één voet water in het ruim, omdat het niet verwijderd kon worden werd de ALBERDINA met hulp van een marinevaartuig te Ramsgate binnen gebracht. Er stond toen inmiddels 5 voet water in het ruim. Na lossing van de lading is de schade hersteld. Dat nam 14 dagen in beslag. De inspecteur van Bureau Veritas keurde het schip goed. De schipper vroeg de consul-general te London hem het Certificaat van deugdelijkheid dat ingetrokken was terug te zenden. Voordat hij dit ontvangen had is hij nadat de lading weer aanboord was genomen vertrokken en wel nadat de Engelse autoriteiten hem toestemming hadden verleend. Het was inmiddels half Februari geworden. De 26e februari arriveerde de ALBERDINA te Hávre. Vandaar vertrokken naar St Valéry om een lading steen en gips in te nemen met bestemming Rotterdam.
1917-05-23: Final Fate:
Op 23 mei 1917, op ongeveer 19 mijl WNW van Hoek van Holland, s`middags om 3.00 uur kwam er een U-boot in zicht. Na het waarschuwingsteken begaven de schipper, stuurman en de derde man (één man was achter gebleven in Engeland) zich in de boot en roeiden naar de U-boot met de scheepspapieren. Na inzag deelde de kapitein van de U-boot aan hen mede dat de ALBERDINA tot zinken gebracht zou worden, omdat zij een lading vervoerde afkomstig uit een Franse haven. Er werden explosieven aan boord geplaatst, die tot ontploffing weden gebracht, waarna het schip zonk. De papieren behield de U-boot kapitein. De bemanning van de ALBERDINA roeide en zeilde in de richting van de Nederlandse kust. Omstreeks 23.00 uur kreeg men het vuur van Scheveningen in zicht naar schatting op een afstand van 11 mijl. Op 24 mei om 5.30 uur werden de mannen opgepikt door de “Dolfijn” Sch 195 . Deze zette direct koers op Scheveningen waar men in de middag om 14.30 aankwam.


Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Eiso Schuur werd geboren te Groningen op 14 november 1849 als zoon van schipper Hindrik Hindriks Schuur en Geesje Eises Pronk.

Hij trouwde te Groningen op 05 mei 1881 als schipper met Albertje Paap, geboren te Beneden Verlaat, gem.Veendam op 24 oktober 1854 als dochter van de zeeman, later schipper Jan Jans Paap en Grietje Everts Zoutman. Albertje overleed op 02 december 1922 te Groningen, 68 jaar.

Eiso Schuur overleed op 10 september 1934 te Groningen, 84 jaar, weduwnaar

Burgerlijke Stand gegevens vermelden Eiso Schuur als schipper/scheepskapitein in 1881, 1882, 1887, 1890, 1893, 1896, 1908, zonder beroep in 1912, 1929.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

E.H.Schuur was effectief lid van het Groninger zeemanscollege “de Groninger eendracht” met vlagnummer 20 in de periode 1905 t/m 1912.

 

Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt E.Schuur als gezagvoerder gedurende:

  • * 1884 t/m 1897 op de tjalk “Alberdina”, gebouwd in 1882, plaats niet genoemd, 65 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen. Het schip werd in 1897 verkocht naar Papenburg;
  • * 1898 van de koftjalk “Alberdina”, gebouwd in 1897, plaats niet vermeld, 89 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen. Het schip is in 1898 bij Pillau gezonken;
  • * 1899 t/m 1915 van de stalen tjalk “Alberdina”, gebouwd in 1898 te Martenshoek, 96 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen. Het schip kwam in 1916 onder commando van kapitein H.Schuur, geen reder genoemd.

 

 

Overige bijzonderheden

In 1897 verkocht E.Schuur zijn in 1882 gebouwde tjalk “Alberdina” van 65 BRT aan een Duitse reeder in Papenburg. Hij nam in hetzelfde jaar zijn nieuwe koftjalk “Alberdina” van 89 BRT in de vaart. Al in 1898 verspeelde hij dat schip bij Pillau. Op 14 oktober 1898 registreerde hij wederom een “Alberdina”, 100,64 BRT/95,67 NRT. Van 1898 was E.Schuur te Groningen eigenaar, terwijl van 1898-1902 hijzelf en van 1903-1913 Hendrik Schuur de kapiteins waren. In 1913 verkocht hij E.Schuur het schip voor f 7000,- aan H.Schuur. Deze laatste bleef tot 1916 eigenaar/kapitein, maar verkocht het in 1916 voor f 11.750,- aan kapitein/eigenaar G.P.de Vries. Het schip werd in 1917 door een Duitse onderzeeer ter hoogte van Scheveningen tot zinken gebracht, nadat de bemanning in de gelegenheid was gesteld het schip te verlaten. 097-070 en 154.

De gegevens kloppen niet met die uit Bouma. Deze gegevens van Mast lijken mij meer betrouwbaar.

 

 

Datum vanaf: 1898
Kapitein: Schuur, Eiso
Overige informatie: 0

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

H.Schuur was effectief lid van het zeemanscollege “De Groninger Eendracht” te Groningen in de periode x t/m x met vlagnummer 20

 

Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt H.Schuur als gezagvoerder van/in:

  • * 1916 op de stalen tjalk “Alberdina”, gebouwd in 1898 te Martenshoek op de werf van G. en H. Bodewes 96 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen;

 

Overige bijzonderheden

In 1897 verkocht E.Schuur zijn in 1882 gebouwde tjalk “Alberdina” van 65 BRT aan een Duitse reeder in Papenburg. Hij nam in hetzelfde jaar zijn nieuwe koftjalk “Alberdina” van 89 BRT in de vaart. Al in 1898 verspeelde hij dat schip bij Pillau. Op 14 oktober 1898 registreerde hij wederom een “Alberdina”, 100,64 BRT/95,67 NRT. Van 1898 was E.Schuur te Groningen eigenaar, terwijl van 1898-1902 hijzelf en van 1903-1913 Hendrik Schuur de kapiteins waren. In 1913 verkocht hij E.Schuur het schip voor f 7000,- aan H.Schuur. Deze laatste bleef tot 1916 eigenaar/kapitein, maar verkocht het in 1916 voor f 11.750,- aan kapitein/eigenaar G.P.de Vries. Het schip werd in 1917 door een Duitse onderzeeer ter hoogte van Scheveningen tot zinken gebracht, nadat de bemanning in de gelegenheid was gesteld het schip te verlaten

Ongepubliceerde gegevens samengesteld in september 2000 door de heer R.K.Mast, Oud-Havenmeester Delfzijl/Eemshaven. Verkregen door bemiddeling van de heer K.Suyk te Heiloo.

De gegevens kloppen niet met die uit Bouma. De gegevens van Mast lijken mij meer betrouwbaar.

 

In het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen hangt in de permanente expositie een scheepsportret”/aquarel door de schilder Reuben Chapell (Goole 1870-Par 1940) van de “stalen kof tjalk “Alberdina” … kapitein H. Schuur…”

 

 

Datum vanaf: 1903
Kapitein: Schuur, Hendrik

Afbeeldingen


Omschrijving: De ALBERDINA van Schuur, gebouwd in 1898; foto genomen te King's Lynn op 31 augustus 1903
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: ALBERDINA gemaakt omstreeks 1915
Gemaakt door: Chappell, Reuben, Goole (1870-1940)

Omschrijving: ALBERDINA - Capt. H. Schuur. Een afbeelding, omstreeks 1906 gemaakt door Chappell te Goole.
Gemaakt door: Chappell, Reuben, Goole (1870-1940)
Kroniekberichten

Toon kroniekberichten