Inloggen
ALBERDINA - ID 151


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1898-10-14 / 1917-05-23 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist (zie final fate)

Identification Data

Bouwjaar: 1898
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
Nat. Official Number: 5469 GRON 1898
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Kofftjalk
Masten: One mast
Material Hull: Iron
Dekken: 1
Construction Data

G. Bodewes Geb.1856, overl. 1928.(generatie VI 35)

H.Bodewes .Geb 1858,overl.1912. (generatie VI 36)

Scheepsbouwer: Gebr. G. & H. Bodewes, Martenshoek, Groningen, Netherlands
Launch Date: 1898-09-06
Delivery Date: 1898-00-00
Technical Data

Gross Tonnage: 96.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 88.00 Net tonnage
Deadweight: 165.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 25.42 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 22.68 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 5.24 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.24 Meters Depth, moulded
Draught: 1.99 Meters Registered
Ship History Data

Date/Name Ship 1898-10-14 ALBERDINA
Manager: Eiso Schuur, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Eiso Schuur, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NBWP

Date/Name Ship 1913-03-05 ALBERDINA
Manager: Hendrik Schuur, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Hendrik Schuur, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NBWP
Additional info: Fl. 7.000

Date/Name Ship 1916-09-11 ALBERDINA
Manager: Geert Pieter de Vries, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Geert Pieter de Vries, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NBWP
Additional info: Fl. 11.750

Ship Events Data

1898-09-00: PGC 06.09.1898:
Van de werf van Gebr. G. & H. Bodewes, scheepsbouwers te Martenshoek, werd met goed gevolg te water gelaten een stalen zeetjalk, groot plm. 85 last, voor rekening van kapitein E. Schuur te Groningen.
1898-10-14: Additional info
Dagregister deel 14 nummer 522, den veertiende October 1898. Eigendoms Verklaring. Ik ondergeteekende Eiso Schuur, schipper gedomicilieerd te Groningen, verklaar dat het staalijzeren zeiltjalkschip genaamd "Alberdina", hebbende een dek en een mast, gemeten bruto op 285.12 kubieke meter of 100.64 tonnen van 2.83 kubieke meter en netto op 271.04 kubieke meter of 95.67 tonnen van 2.83 kubieke meter en gevoerd wordende door mij ondergeteekende aan mij in eigendom toebehoort, dat ik Nederlander ben hier ten lande woonachtig, dat het bestuur van hetgeen dat tot onderhoud van het schip, de uitrusting en het bevrachten van het schip vereischt worden te Groningen wordt gevoerd en dat genoemd schip niet op voet van oorlog is uitgerust noch door mijn toestemming of gedoogen in strijd met de onzijdigheid van den Staat zal worden uitgerust. Hoogezand, den 14 October 1898. E. Schuur In de kantlijn staat bijgeschreven 5469. In de ander kantlijn staat bijgeschreven: Blijkens verklaring alhier overgeschreven 21 maart 1928 deel 38/9005 is nevenstaand schip op den 23 Mei 1917 vernield en wordt het hetzelve voor zooveel nodig hier uitgeboekt. Groningen, den 28 Maart 1918. De Bewaarder.
1899-11-17: Collision
PGC 21.11.1899: Brunsbüttel, 17 november. De ijzeren tjalk ALBERDINA is hedenmorgen in het kanaal aangevaren door het Zweedse stoomschip IRIS en bekwam daardoor zware schade aan bakboord. Het schip kwam hedenmorgen alhier in de binnenhaven en zal de lading hout moeten lossen. De IRIS heeft de reis naar Holtenau voortgezet.
(Dit bericht heeft waarschijndelijk betrekking op de Nederlandse tjalk ALBERDINA, kapt. E. Schuur, van Stolpemünde (opm: Ustka) naar Rotterdam bestemd.)
1899-12-11: Damaged
NRC 14.12.1899: Flensburg, 11 december. Door het Seeamt werd heden de zaak der aanvaring behandeld tussen het Zweedse stoomschip IRIS en de Nederlandse tjalk ALBERTINE (opm: waarschijnlijk ALBERDINA, zie PGC 211199) op 17 november in het Kaiser Wilhelmkanal. Het tjalkschip werd gesleept met nog andere schepen en bekwam door de aanvaring een schade van 4300 mark, benevens verdere kosten, die 1200 mark beliepen. De loods van de IRIS had geen schuld aan de aanvaring, doch het Seeamt gaf de schuld aan de loods aan boord van de sleepboot KÖNIGSBERG, die de sleep bestuurde.
1909-08-16: Damaged
PGC 16.08.1909: Delfzijl, 16 augustus.
De Groninger tjalk “Alberdina”, kapt. Schuur, van Emden naar Dantzig bestemd, is gister met 3 tjalken door de sleepboot “Schiermonnikoog” naar zee gesleept. Door de hoge zee is de tros gebroken waardoor de schepen losraakten en met elkaar in aanvaring kwamen. Daardoor brak de boegspriet van de “Alberdina” die met de sleepboot is teruggekeerd. De “Rival”, schipper Pronk, kreeg schade aan het achterschip en ingedrukte platen en keerde eveneens terug in de haven. Alle averij is boven de waterlijn.
1917-01-13: Sprang a leak
13.01.1917 stootte het tjalkschip ALBERDINA bij de Engelse kust aan de grond. Vertrok op 7 januari van Rotterdam met bestemming Hávre met een lading gecondenseerde melk. Nadat op 10 januari Sunk lightvessel was gepasseeerd, werd op 11 januari geankerd op loodsaanwijzing te Margate Road op ongeveer 5 mijl uit de kust. Op 13 januari ging het schip anker op, de wind die eerst ZW was draaide naar NW., het schip draaide en stootte enige keren aan de grond. Het maakte geen water. 's avonds werd geankerd in de Downs. De volgende ochtend stond er één voet water in het ruim, omdat het niet verwijderd kon worden werd de ALBERDINA met hulp van een marinevaartuig te Ramsgate binnen gebracht. Er stond toen inmiddels 5 voet water in het ruim. Na lossing van de lading is de schade hersteld. Dat nam 14 dagen in beslag. De inspecteur van Bureau Veritas keurde het schip goed. De schipper vroeg de consul-general te London hem het Certificaat van deugdelijkheid dat ingetrokken was terug te zenden. Voordat hij dit ontvangen had is hij nadat de lading weer aanboord was genomen vertrokken en wel nadat de Engelse autoriteiten hem toestemming hadden verleend. Het was inmiddels half Februari geworden. De 26e februari arriveerde de ALBERDINA te Hávre. Vandaar vertrokken naar St Valéry om een lading steen en gips in te nemen met bestemming Rotterdam.
1917-05-23: Final Fate: Submarine Attack

Op 23 mei 1917, op ongeveer 19 mijl WNW van Hoek van Holland, s`middags om 3.00 uur kwam er een U-boot in zicht. Na het waarschuwingsteken begaven de schipper, stuurman en de derde man (één man was achter gebleven in Engeland) zich in de boot en roeiden naar de U-boot met de scheepspapieren. Na inzag deelde de kapitein van de U-boot aan hen mede dat de ALBERDINA tot zinken gebracht zou worden, omdat zij een lading vervoerde afkomstig uit een Franse haven. Er werden explosieven aan boord geplaatst, die tot ontploffing weden gebracht, waarna het schip zonk. De papieren behield de U-boot kapitein. De bemanning van de ALBERDINA roeide en zeilde in de richting van de Nederlandse kust. Omstreeks 23.00 uur kreeg men het vuur van Scheveningen in zicht naar schatting op een afstand van 11 mijl. Op 24 mei om 5.30 uur werden de mannen opgepikt door de “Dolfijn” Sch 195 . Deze zette direct koers op Scheveningen waar men in de middag om 14.30 aankwam.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Eiso Schuur werd geboren te Groningen op 14 november 1849 als zoon van schipper Hindrik Hindriks Schuur en Geesje Eises Pronk.

Hij trouwde te Groningen op 05 mei 1881 als schipper met Albertje Paap, geboren te Beneden Verlaat, gem.Veendam op 24 oktober 1854 als dochter van de zeeman, later schipper Jan Jans Paap en Grietje Everts Zoutman. Albertje overleed op 02 december 1922 te Groningen, 68 jaar.

Eiso Schuur overleed op 10 september 1934 te Groningen, 84 jaar, weduwnaar

Burgerlijke Stand gegevens vermelden Eiso Schuur als schipper/scheepskapitein in 1881, 1882, 1887, 1890, 1893, 1896, 1908, zonder beroep in 1912, 1929.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

E.H.Schuur was effectief lid van het Groninger zeemanscollege “de Groninger eendracht” met vlagnummer 20 in de periode 1905 t/m 1912.

 

Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt E.Schuur als gezagvoerder gedurende:

  • * 1884 t/m 1897 op de tjalk “Alberdina”, gebouwd in 1882, plaats niet genoemd, 65 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen. Het schip werd in 1897 verkocht naar Papenburg;
  • * 1898 van de koftjalk “Alberdina”, gebouwd in 1897, plaats niet vermeld, 89 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen. Het schip is in 1898 bij Pillau gezonken;
  • * 1899 t/m 1915 van de stalen tjalk “Alberdina”, gebouwd in 1898 te Martenshoek, 96 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen. Het schip kwam in 1916 onder commando van kapitein H.Schuur, geen reder genoemd.

 

 

Overige bijzonderheden

In 1897 verkocht E.Schuur zijn in 1882 gebouwde tjalk “Alberdina” van 65 BRT aan een Duitse reeder in Papenburg. Hij nam in hetzelfde jaar zijn nieuwe koftjalk “Alberdina” van 89 BRT in de vaart. Al in 1898 verspeelde hij dat schip bij Pillau. Op 14 oktober 1898 registreerde hij wederom een “Alberdina”, 100,64 BRT/95,67 NRT. Van 1898 was E.Schuur te Groningen eigenaar, terwijl van 1898-1902 hijzelf en van 1903-1913 Hendrik Schuur de kapiteins waren. In 1913 verkocht hij E.Schuur het schip voor f 7000,- aan H.Schuur. Deze laatste bleef tot 1916 eigenaar/kapitein, maar verkocht het in 1916 voor f 11.750,- aan kapitein/eigenaar G.P.de Vries. Het schip werd in 1917 door een Duitse onderzeeer ter hoogte van Scheveningen tot zinken gebracht, nadat de bemanning in de gelegenheid was gesteld het schip te verlaten. 097-070 en 154.

De gegevens kloppen niet met die uit Bouma. Deze gegevens van Mast lijken mij meer betrouwbaar.

 

 

Datum vanaf: 1898
Kapitein: Schuur, Eiso
Overige informatie: 0

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

H.Schuur was effectief lid van het zeemanscollege “De Groninger Eendracht” te Groningen in de periode x t/m x met vlagnummer 20

 

Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt H.Schuur als gezagvoerder van/in:

  • * 1916 op de stalen tjalk “Alberdina”, gebouwd in 1898 te Martenshoek op de werf van G. en H. Bodewes 96 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen;

 

Overige bijzonderheden

In 1897 verkocht E.Schuur zijn in 1882 gebouwde tjalk “Alberdina” van 65 BRT aan een Duitse reeder in Papenburg. Hij nam in hetzelfde jaar zijn nieuwe koftjalk “Alberdina” van 89 BRT in de vaart. Al in 1898 verspeelde hij dat schip bij Pillau. Op 14 oktober 1898 registreerde hij wederom een “Alberdina”, 100,64 BRT/95,67 NRT. Van 1898 was E.Schuur te Groningen eigenaar, terwijl van 1898-1902 hijzelf en van 1903-1913 Hendrik Schuur de kapiteins waren. In 1913 verkocht hij E.Schuur het schip voor f 7000,- aan H.Schuur. Deze laatste bleef tot 1916 eigenaar/kapitein, maar verkocht het in 1916 voor f 11.750,- aan kapitein/eigenaar G.P.de Vries. Het schip werd in 1917 door een Duitse onderzeeer ter hoogte van Scheveningen tot zinken gebracht, nadat de bemanning in de gelegenheid was gesteld het schip te verlaten

Ongepubliceerde gegevens samengesteld in september 2000 door de heer R.K.Mast, Oud-Havenmeester Delfzijl/Eemshaven. Verkregen door bemiddeling van de heer K.Suyk te Heiloo.

De gegevens kloppen niet met die uit Bouma. De gegevens van Mast lijken mij meer betrouwbaar.

 

In het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen hangt in de permanente expositie een scheepsportret”/aquarel door de schilder Reuben Chapell (Goole 1870-Par 1940) van de “stalen kof tjalk “Alberdina” … kapitein H. Schuur…”

 

 

Datum vanaf: 1903
Kapitein: Schuur, Hendrik

Familiegegevens en opleiding

Hendrik werd geboren op 21.11.1887 te Groningen als z.v.  Eiso Schuur (schipper) en Albertje Paap.

Hendrik (24) (schipper) trouwde op 18.01.1912 te Groningen met Magrietha Beck (24) – geb. 01.12.1887 te Groningen – d.v. Pieter Beck (kapitein) en Jantje Brouwer.

Magrietha Beck overleed op 18.04.1970 te Groningen (82).

Hendrik overleed op 04.07.1961 te Groningen (73). 

 

Kinderen

-        Eiso Hendrik – 1913

-        Jantina Magrietha - 1915

 

De schepen van de kapitein

 

*      1913 – van de koftjalk ALBERDINA – geb. 1898

*      1922– van de schoener MAGRIETHA – geb. 1917  

 

Overige bijzonderheden

 

Geen.

 

Datum vanaf: 1913
Kapitein: Schuur, Hendrik

Familiegegevens en opleiding

 

Geert Pieter werd geboren op 10.03.1894 te Groningen als z.v. Pieter de Vries (schipper) en Frouke Pronk. 

 

Geert Pieter (25) (schipper) trouwde op 11.08.1919 te Groningen met Dieuwertje Noorman (21) – geb. 22.06.1898 te Groningen – d.v. Berend Noorman en Lammegien Koenz. 

Dieuwertje Noorman overleed op 07.03.1945 te Groningen (47).

Geert Pieter overleed op 23.10.1962 te Groningen (68). 

 

Kinderen

??

 

De schepen van de kapitein

 

*   1916 – ALBERDINA – geb. 1898

*   1919 – JOHANNA – geb. 1910

*   1920 – POOLSTER – geb. 1902

 

Overige bijzonderheden

 

Zie RvdS 1917 nr. 67 – stranding van de ALBERDINA en gezonken 23.05.1917 door Duitse U-boot

Zie RvdS 1920 nr. 2 en nr. 45 – stranding van de JOHANNA.

Zie RvdS 1923 nr. 71 – stranding en wrak van de koftjalk POOLSTER op 12.09.1923

 

Datum vanaf: 1916
Kapitein: Vries, Geert Pieter de

Afbeeldingen


Omschrijving: De ALBERDINA van Schuur, gebouwd in 1898; foto genomen te King's Lynn op 31 augustus 1903
Collectie: Martens, R.G. (Rob)
Vervaardiger: Unknown

Omschrijving: ALBERDINA gemaakt omstreeks 1915
Collectie: Mast, R.K. (Rinze)
Vervaardiger: Chappell, Reuben, Goole (1870-1940)

Omschrijving: ALBERDINA - Capt. H. Schuur. Een afbeelding, omstreeks 1906 gemaakt door Chappell te Goole.
Collectie: Onbekend
Vervaardiger: Chappell, Reuben, Goole (1870-1940)
Algemene informatie

1898

PGC 060998
Van de werf van Gebr. G. & H. Bodewes, scheepsbouwers te Martenshoek, werd met goed gevolg te water gelaten een stalen zeetjalk, groot plm. 85 last, voor rekening van kapitein E. Schuur te Groningen.
NGC 251198
Delfzijl, 25 november. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Norden.
NNO 171298
Groningen, 15 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Norden.

1899

NVD 080399
Emden, 3 maart. Binnengekomen ALBERDINA, Schuur van Groningen.
PGC 211199
Brunsbüttel, 17 november. De ijzeren tjalk ALBERDINA is hedenmorgen in het kanaal aangevaren door het Zweedse stoomschip IRIS en bekwam daardoor zware schade aan bakboord. Het schip kwam hedenmorgen alhier in de binnenhaven en zal de lading hout moeten lossen. De IRIS heeft de reis naar Holtenau voortgezet.
(Dit bericht heeft waarschijndelijk betrekking op de Nederlandse tjalk ALBERDINA, kapt. E. Schuur, van Stolpemünde (opm: Ustka) naar Rotterdam bestemd.)
RN 111299
Brunsbuttel, 6 december. Gepasseerd ALBERDINA, Schuur van Stolpemünde naar Rotterdam.

1900

NVD 190300
Hamburg, 15 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Denemarken.
NGRC 031100
Cuxhaven, 1 november. Vertrokken ALBERDINA, Schuur naar Emden.

1901

NGRC 180301
Delfzijl, 15 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Bremerhaven.
NNO 081201
Kopenhagen, 3 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Utrecht.

1902

NGRC 260302
Holtenau, 22 maart. Gepasseerd ALBERDINA, Schuur van Kastrup naar Hamburg.
WIN 151102
Bogense, 10 november. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Danzig.

1903

NVEC 180303
Neufahrwasser, 13 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Odense.
NVEC 121203
Flensburg. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Rugenwald.

1904

NGRC 180304
Hadersleben, 14 maart. Binnengekomen ALBERDINA, Schuur van Flensburg.
NVD 021104
Brunsbuttel, 27 oktober. Gepasseerd ALBERDINA, Schuur van Monsterras naar Hamburg.

1905

NNO 140305
Harburg, 9 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Engeland.
NPGC 261005
Memel, 23 oktober. Vertrokken ALBERDINA, Schuur naar Itzehoe.

1906

NNO 150306
Itzehoe, 8 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Rade.
NPGC 221206
Nieuwe Waterweg, 20 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Orth.

1907

NNO 030407
Vlieland, 30 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Libau.
NNO 171207
Delfzijl, 15 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Herne naar Groningen.

1908

NNO 250308
Delfzijl, 24 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Rochester.
NNO 111008
Delfzijl, 10 oktober. Vertrokken ALBERDINA, Schuur van Leer naar Frederikstad.

1909

NNO 020309
Amsterdam, 28 februari. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Bremen.
PGC 160809
Delfzijl, 16 augustus. De Groninger tjalk ALBERDINA, kapt. Schuur, van Emden naar Dantzig bestemd, is gister met 3 tjalken door de sleepboot SCHIERMONNIKOOG naar zee gesleept. Door de hoge zee is de tros gebroken waardoor de schepen losraakten en met elkaar in aanvaring kwamen. Daardoor brak de boegspriet van de ALBERDINA die met de sleepboot is teruggekeerd. De RIVAL, schipper Pronk, kreeg schade aan het achterschip en ingedrukte platen en keerde eveneens terug in de haven. Alle averij is boven de waterlijn.

1910

NNO 040310
Delfzijl, 3 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Havre.
NNO 111210
Brunsbuttel, 6 december. Gepasseerd ALBERDINA, Schuur van Rostock naar Duinkerken.

1911

NNO 090211
Duinkerken, 7 februari. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Egkyn.
NNO 291111
Travemünde, 23 november. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Kotka.

1912

NNO 070312
Kopenhagen, 7 maart. Binnengekomen ALBERDINA, Schuur van Lubeck.
NNO 231212
Delfzijl, 23 december. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Geestemünde.

1913

NNO 130313
Emden, 11 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Portsmouth.
NNO 111113
Vlieland, 9 november. Vertrokken ALBERDINA, Schuur naar Holtenau.

1914

NNO 030414
Pillau, 31 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Hobro.
NNO 140714
Dartmouth, 11 juli. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van Hull.

1915

NNO 290415
Delfzijl, 29 april. Uitgezeild ALBERDINA, Schuur naar Emden.
NNO 081115
Hudiksvall, 7 november. Aangekomen ALBERDINA, Schuur van West Hartlepool.

1916

NNO 220916
Umege, 21 september. Aangekomen ALBERDINA, De Vries van Amsterdam.
NNO 251116
Delfzijl, 21 november. Gisteren is alhier binnengekomen van Köje (Zweden) met bestemming naar Rotterdam het te Groningen thuis behorende tjalkschip ALBERDINA kapt. G. de Vries, dat in de Noordzee door stormweer de deklast hout heeft verloren. Ook werden de beide zwaarden gebroken en de verschansing op verschillende plaatsen stuk geslagen. De reis zal verder binnen door vervolgd worden.
RN 291116
Delfzijl, 26 november. De jl. donderdag hier binnengesleepte koftjalk ALBERDINA kapt. De Vries, is naar Groningen gesleept en zal vandaar waarschijnlijk naar de bestemming Rotterdam gebracht worden. (opm: zie ook NNO 251116)

1917

RN 260517
Nederlandse tjalk tot zinken gebracht.
Woensdagmiddag halfvier is door een Duitse onderzeeër in de Noordzee tot zinken gebracht het tjalkschip ALBERDINA, eigenaar G.P. de Vries te Groningen. De opvarenden, de eigenaar-schipper voornoemd, de stuurman C. Venema en de matroos G. Dekker, zijn door de logger SCH-195, schipper M. Pronk te Scheveningen, donderdagochtend halfzes opgepikt en 's namiddags ongeveer 2.30 uur te Scheveningen aangebracht.
AH 200617
Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 21 juni, in de namiddag om 2 uur, onderzoek naar het tot zinken brengen op 20 mei 1917 van het zeilschip VOORWAARTS, schipper-eigenaar F.J. Bonninga te Groningen.
Maandag 25 juni, 1.30 uur namiddags, voortzetting van het op 6 juni jl. geschorst onderzoek inzake de loggers MA-45 en MA-166.
Daarna onderzoek naar het tot zinken brengen op 23 mei 1917 van het zeilschip ALBERDINA, schipper-eigenaar G.P. de Vries te Groningen. Vervolgens behandeling van de klacht tegen de schipper van de ALBERDINA ter zake van mishandeling van de matroos-kok A.J. Gooyers.
AH 260617
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Raad voor de Scheepvaart. Gisteren werd een onderzoek ingesteld naar het tot zinken brengen op 23 mei jl. van het zeilschip ALBERDINA, schipper-eigenaar G.P. de Vries te Groningen. Schipper De Vries verklaarde op 7 januari l.l. van Rotterdam te zijn vertrokken met een lading gecondenseerde melk, bestemd voor Havre. Op 31 januari werd, op last van de loods, dicht bij de Engelse kust geankerd. Toen men voor anker lag werd 51/2 vaam gelood. Voor anker liggende, draaide het schip, door het omgaan van het anker. Bij het zwaaien stootte het schip. Aanvankelijk bleef het ruim droog, maar spoedig daarop maakte het schip water. Met behulp van een Engels marinevaartuig werd het schip naar Ramsgate gebracht. Het water was toen tot vijf voet gestegen. Te Ramsgate werd de melk gelost en het schip hersteld. Na veertig dagen te Ramsgate gelegen te hebben (men wilde het schip niet eerder laten vertrekken), werd naar Havre gevaren. In een Franse haven werd hierop een lading stenen en gips ingenomen met bestemming naar Rotterdam. Op 23 mei, 's namiddags 3 uur, op een 18 mijl WNW van de Hoek van Holland, kwam een onderzeeër in zicht. De onderzeeër loste een waarschuwingsschot, waarop de bemanning, uit drie personen bestaande, naar de onderzeeër roeide. De kapitein van de onderzeeër vroeg om de scheepspapieren en zei vervolgens, dat hij het schip tot zinken moest brengen, omdat het uit een Franse haven kwam. „Het is goed", antwoordde de schipper de commandant van de onderzeeër, die nogal vriendelijk was. De scheepspapieren werden afgenomen, bommen werden aan boord van de ALBERDINA gebracht, die binnen 8 à 9 minuten tot zinken werd gebracht. De bemanning van de ALBERDINA werd aan haar lot overgelaten. Roeiende en zeilende voer de bemanning kustwaarts. 's Avonds 11 uur kwam het vuur van Scheveningen in zicht en de volgende dag, 's ochtends half zes, werd de bemanning opgepikt door de Scheveningse logger TONIJN, (SCH-195). Te half drie bereikte men Scheveningen. Het bleek uit de behandeling, dat de schipper De Vries zonder certificaat was uitgevaren. De uitspraak volgt later. 


>

Kroniekberichten

Toon kroniekberichten