Inloggen
EDAM - ID 1882


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1883-10-13 / 1895-09-19 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist

Identification Data

Bouwjaar: 1883
Categorie: Passenger-/cargo vessel
Voorstuwing: Steamship
Type: Vracht-/passagiersschip
Type Dek: Spar deck
Masten: Two masts
Material Hull: Steel
Dekken: 3
Construction Data

Scheepsbouwer: N.V. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Werfnummer: 123
Date Laid Down: 1882-12-23
Launch Date: 1883-08-29
Delivery Date: 1883-10-22
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, IJsselmonde, Zuid-Holland, Netherlands
Motor Type: Steam, Compound
Number of Cylinders: 2
Power: 1800
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: (43 & 76 - 48)
Speed in knots: 10
 
Gross Tonnage: 3130.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 2267.00 Net tonnage
Deadweight: 4260.00 tons deadweight (1016 kg)
 
Length 1: 328.10 Feet (British) Registered
Beam: 41.30 Feet (British) Registered
Depth: 29.50 Feet (British) Registered
 
Passengers:
1st 2nd 3rd Steerage Deck Total
52 0 424 0 0 476
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1883
Datum agenda: 1883-10-00
Register nr: 0
Scheepsnaam: EDAM
Type: Stoomschip
Lasten: 0
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Vriesendorp & Gaade
Plaats: niet gemeld
Kapitein op moment van verzoek: x
Opmerkingen: ja
1883-10-13, uitreiking zb85-x

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1883-10-00 EDAM
Manager: N.V. Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NMTD

Ship Events Data

1895-09-19: Final Fate:
Het passagiersschip s.s. EDAM van de Holland-Amerika Lijn (HAL), op weg van New York naar Rotterdam, zinkt op ongeveer 15 mijl ten zuid-oosten van Eddystone na een aanvaring tijdens dichte mist met het Britse s.s. TURKISTAN. Alle opvarenden (50 passagiers en 43 bemanningsleden) kunnen worden gered door de Britse trawler 'Vulture'. De schuld van de aanvaring lag volledig bij de TURKISTAN.


Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Jan Hendrik Willemsz. Taat werd geboren te Katwijk op 14 maart 1850 als zoon van Willem Taat en Jacoba Hus. Hij bleef ongehuwd en overleed in Het Kanaal op 20 november 1887 bij het vergaan van zijn schip, het s.s. “W.A.Scholten”.

In het Notarieel Archief van Katwijk uit 1886 wordt hij vermeld als kapitein op het s.s. Calam van den Amerikaanse Stoomvaart Maatschappij. Voorts is bekend dat hij van 1880-1881 gezagvoerder was op de Amsterdam, van 1882-1887 op de Edam en in 1887 op het d.d. W.A.Scholten. De publicatie bevat een portret van Jan H.W.Taat054-236.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

J.H.Taat was met vlagnummer R4 in de periode 1879 t/m 1887 lid voor de vlag van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart. Dat betekende dat hij wèl de Maatschappijvlag mocht voeren maar geen recht had op financiële tegemoetkomingen058.

 

Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)

In het Jaarverslag 1887 van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat hij in dat jaar als vlaglid heeft bedankt058.

 

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 29 november 1887 staat de volgende opmerking: “De Heer H.Sluiter geeft het bestuur in overweging om eenigen onderstand te verleenen aan de nagelaten betrekkingen van de passagiers en de bemanning van het stoomschip W.A.Scholten.”023

 

De schepen van de kapitein

In de Jaarverslagen van de Maatschappij staat kapitein J.H.Taat met vlagnummer R4 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

*   1880         van het ss. “Amsterdam”     2750 ton n.m. varend voor de Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

*   1881 t/m 1883; 1885, 1886

                        het ss. “Edam”                      2946 ton n.m.   varend voor de Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

 

J.H.Taat was in 1880-1881 kapitein van het ijzeren schroefschip, brikgetuigd, “Amsterdam”, gebouwd in 1880 door A.McMillan & Co te Dumbarton, River Clyde, Schotland, 2096 n.r.t., varend voor de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, de latere Holland Amerika Lijn052

 

Bouma025 vermeldt J.H.Taat als gezagvoerder gedurende:

*   1879 op het schroefstoomschip “Maas”, gebouwd in 1872 te Renfrew, 2037 ton o.m., varend voor de Nederl.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam;

*   1880 t/m 1881 op het schroefstoomschip “Amsterdam”, gebouwd in 1880 te Dumbarton op de werf van Mc Millan & Son, 2750 ton n.m., 500 pk, varend voor De Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*   1882 op het schroefstoomschip “Edam”, gebouwd in 1881 te Dumbarton, 2946 ton n.m., 500 pk, varend voor de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. Het schip werd in 1882 overstoomd en zonk;

*   1883 t/m 1887 op het schroefstoomschip “Edam”, gebouwd in 1883, 3000 ton n.m., 500 pk, varend voor de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*   1887 op het schroefstoomschip “W.A.Scholten”, gebouwd in 1874 te Glasgow, 3070 ton o.m., 500 pk, varend voor de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. Het schip werd in 1887 bij Dover overstoomd en zonk.

 

Overige bijzonderheden

Op 21 september 1882 kwam, op weg van New York naar Amsterdam, het ss. “Edam” tijdens dikke mist in aanvaring met het ss LEPANTO en zonk bij Sandy Hook op 41o NB en 66o WL. twee bemanningsleden verloren het leven.

Het ss “Edam” werd gebouwd in 1881 bij A.Mac Millan & Sons te Dumbarton, mat 2957 Brt en voer voor de Holland Amerika Lijn te Rotterdam072.

 

Op 19 november 1887 kwam het ss “W.A.Scholten” om 21.30 uur tijdens dichte mist in aanvaring met het Britse ss ROSA MARY en zonk op 5 mijl ten ZO van Dover. Het schip was op weg van Rotterdam naar New York. 122 mensen, onder wie kapitein Taat en de 1e stuurman, verloren het leven. 91 mensen werden gered door het Britse ss EBRO.

     Het ss “W.A.Scholten” werd gebouwd in 1874 bij R.Napier & Sons te Glasgow, mat 2589 Brt en voer voor de Holland Amerika Lijn te Rotterdam072.

Zie voor deze ramp ook: G.J. de Boer, Nederlandse passagiersschepen, Van Maildienst tot cruisevaart, Alkmaar 1876.

 

In het tijdschrift “De Zee”, Jg. 9, 1887, pp304-307 (aanwezig op o.a. het Scheepvaartmuseum te Amsterdam) staat een artikel “Eenige mededeelingen uit de Metereologische Journalen”. Daarin het journaal van het stoomschip “Edam” onder kapitein J.H.Taat, van New York naar Amsterdam. Het schip raakte bezet in ijs op 16 februari op 45o27’N/47o52’W. Er volgen Journaalaantekeningen omtrent de vorming van ijsschollen, waardoor boegplaten stukraakten en goederen over boord moesten worden gezet: “vaten vet, olie, vleesch en kisten spek, die grotendeels op het ijs bleven liggen.”. Men probeerde nog wel via een open geul weg te komen, maar het schip werd snel weer door het ijs ingesloten. Er werden ook ijsbergen waargenomen. Het schip had zeer veel te lijden. Men probeerde langzaam vooruit te komen en na een dag kwam het schip vrij. Het artikel geeft als afsluiting een overzicht van het areaal drijfijs, dat goed aansluit bij de ervareningen van de “Edam”. “Het is … aan te bevelen op den weg van en naar Noord Amerika eene vrij Zuidelijke route te volgen.”

  1. 39.Vanuit Rotterdan werd (in 1880)een consorium gevormd dat bereid was een rederij voor een te bouwen schip op te richten. “Ook van Amsterdamse kant werd aandelen genomen. Dit was de reden om het nieuwe schip de naam AMSTERDAM te geven. De NASM (=Nederlandsch=Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij) nam zelf voor f 2000.000 aandelen in deze rederij. Het schip, wat 2950 brt mat, kon reeds in 1881 in eigendom worden overgenomen.”

p.40. Wederom door middel van de oprichting van een rederij en daarna overname door de NASM kwam in de zomer van 1881 de EDAM in de vaart.

P.44. Vanwege de slechte toestand van de Nieuwe Waterweg, vooral het optreden van een ondiepte bij Pernis, konden grote schepen de haven van Rotterdam niet bereiken. Er werd daarom samenwerking met Amsterdam gezocht, waar de omstandigheden door het Noordzeeekanaal gunstiger waren. “Op 8 april vertrok de EDAM als eerste schip vanuit Amsterdam met 3200 ton lading en een diepgang van 66 decimeter, iets dat vanuit Rotterdam niet mogelijk zou zijn geweest.

p.45. Het decennium 1880-1890 was voor de NASM een zeer moeilijke periode vanwege verliezen van schepen.

“De reeks verliezen begon met de EDAM. In de avond van 21 september 1882 werd het schip tijdens mist bij Sandy Hook onder de Amerikaanse kust aangevaren door het Britse stoomschip LEPANTO. Dit schip ramde de EDAM in de midscheeps ter hoogte van de machinekamer, waardoor een groot gat ontstond dat tot beneden de waterlijn doorliep. Van het eerste moment af was het duidelijk dat de EDAM verloren was. De gezagvoerder gaf order “schip verlaten”. Bij de aanvaring waren enkele boten verbrijzeld maar in die welke intact waren gebleven, verlieten alle opvarenden in volmaakte orde het schip. Zij werden aan boord van de LEPANTO genomen. Twee machinisten, die op het ogenblijk van de aanvaring de wacht hadden, verloren helaas bij de ramp het leven. Weliswaar bestelden de deelhebbers in de, nog in rederij varende, EDAM onmiddellijk een gelijknamige, grotere betere vervanger – voor de eerste maal een stalen schip, wat de snelheid ten goede zou komen – maar intussen was men de beschikking over het kostbare schip toch maar kwijt.”

p.47.”… in het jaar 1887 voltrok zich een vijfde ramp, die tot een waar drama uitgroeide en tientallen mensenlevens kostte, zowel van passagiers als van bemanningsleden. Op 19 november van dat jaar vertrok de W.A.SCHOLTEN van Rotterdam met aan boord 160 passagiers en een bemanning van 55 koppen. Het was goed weer met een kalme zee, maar toen het later op de dag mistig werd, ging het schip bij Dover voor anker. Tegen 11 uur ’s avonds werd het zicht beter; er werd anker opgegaan en langzaam vooruit gestoomd. Plotseling dook uit de mist een schip op dat de W.A.SCHOLTEN recht in de zijde ramde. Er waren maar weinig passagiers aan dek, de meesten waren in de salon of in hun hutten. Het water stroomde door een gat van acht meter breedte het schip binnen, dat direct zwaar slagzij maakte, waardoor maar twee van de vijf sloepen – overvol – konden worden gestreken. Aan de passagiers werden snel zwemvesten uitgedeeld. Op de noodseinen met de stoomfluit en afgestoken viirpijlen kwam de in de buurt liggende EBRO hulp verlenen. Dit schip had een deklading hout en zette een deel ervan overboord, waaraan de schipbreukelingen zich konden vastklampen. Voor velen betekende dit helaas geen redding want zij stierven spoedig van uitputting en kou. Het schip zonk snel, de ramp had zich in een kwartier voltrokken. De EBRO bleef nog de gehele nacht naar overlevenden zoeken en liep de volgende morgen Dover binnen om de geredden en een groot aantal lijken aan de wal te brengen. In Dover liep ook in de loop van de nacht het s.s. ROSA MARY binnen. Het rapporteerde een ten anker ligend schip te hebben aangevaren. Waarom dit schip niet heeft deelgenomen aan de redding van de drenkelingen, is niet duidelijk. De ramp eiste 122 mensenlevens, onder wie kapitein Taat en vier officieren.”

Uit:” Brug over den oceaan. Een eeuw geschiedenis van de Holland Amerika Lijn”, door A.D.Wentholt, 1973 Nijgh & Van Ditmar, Rotterdam/’s Gravenhage

 

 

Datum vanaf: 1883
Kapitein: Taat, Jan Hendrik Willemsz

Familiegegevens en opleiding

 

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

H.C. van der Zee was met vlagnummer R7 in de periode 1886 t/m 1904 lid voor de vlag van het Rotterdamse zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart”. Dit betekende dat hij wel de vlag mocht voeren maar in zijn rechten beperkt was.058

 

Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)

 

 

De schepen van de kapitein

In de Jaarverslagen van de Maatschappij tot Nut der Zeevaart staat kapitein H.C. van der Zee als gezagvoerder in de ledenlijsten van:

* 1886                                  ss. “Zaandam”           3063 ton         voor de Ned. Amerik. Stoomv. Mij te Rotterdam

* 1887                                  ss .”Edam”                 3130                idem

* 1888,1890, 1891             ss “Rotterdam            3664                idem

* 1892 t/m 1895                 ss “Edam                    2767                idem

* 1896, 1897                       ss. “Spaarndam”                 3244                  voor de Holland-Amerikalijn te Rotterdam

* 1898, 1899                       ss “Rotterdam”          7629                idem

* 1900, 1901                       ss. “Statendam”         8648                idem

* 1902                                  ss. “Rijndam”            7979                idem

 

Bouma025 vermeldt H.C. van der Zee als gezagvoerder gedurende:

*      1886 t/m 1887 van het schroefstoomschip “Zaandam”, gebouwd in 1882 te Rotterdam, 3063 n.m., varend voor de Nederl.Amerik.Stoomv. Maatschappij te Rotterdam;

*      1888 van het schroefstoomschip “Edam”, gebouwd in 1883, 3000 ton n.m. , 500 Pk, varend voor de Nederl.Amerik.Stoomv. Maatschappij te Rotterdam;

*      1889 t/m 1891 van het ijzeren schroefstoomschip “Rotterdam”, ex British Empire, gebouwd in 1878 te Belfast, 3361 ton n.m., varend voor de Nederl.Amerik.Stoomv. Maatschappij te Rotterdam;

*      1892 t/m 1897 van het schroefstoomschip “Veendam” ex Baltic, gebouwd in 1871 te Belfast bij Harland & Wolf, varend voor de Nederl. Am. Stoomv. Mij te Rotterdam;

*      1897 t/m 1898 van het stalen schroefstoomschip “Spaarndam”, gebouwd in 1881 te Belfasst, 4368 ton n.m., varend voor de Holland Amerikalijn te Rotterdam;

*      1899 en later van het D.S.stoomschip “Rotterdaam”, gebouwd in 1896 te Belfast, 8302 ton n.m., varend voor de Holland Amerikalijn te Rotterdam.

 

 

Overige bijzonderheden

In het tijdschrift “De Zee”. jg 15, 1893, p. 25 staat vermeld dat de Commissie ter beoordeling van Kompasjournalen voor de wedstrijd 1890/1891 het verslag van H.C. van der Zee van het ss “Rotterdam” als zeer goed beoordeelt.

In het tijdschrift “De Zee”, jg 1899 staat op p. 514-517 een “Versslag van de Commissie ter beoordeling van Kompasjournalen” uitgegeven door “Zeemanshoop”van de wedstrijd 1896/97. Hierin worden de kapiteins F.H.Bonjer en H.C. van der Zee, beiden van het ss “Spaarndam” “met ere genoemd”.

 

p.80-81.Henry M.Duys maakte als 9-jarig jongetje van 8 tot 17 juli 1894 de reis mee van de “Veendam” van Rotterdam naar New York. Hij schreef daarover later:

“The crossing from Rotterdam to New York took about ten to twelve days and our first trip on de the VEENDAM was faster than usual, as the Captain put up sails for and aft so that we arrived in the afternoon of the 17th instead of the morning of the 18th. The Captain of the VEENDAM at the time was, I believe, van der Zee. I remember he helped me and anotherr boy fly a kite from the stern and at night we sometimes played ‘slofje onder’, everybody sitting on the floor bij the main entrance, the Captain included.”

Uit:” Brug over den oceaan. Een eeuw geschiedenis van de Holland Amerika Lijn”, door A.D.Wentholt, 1973 Nijgh & Van Ditmar, Rotterdam/’s Gravenhage

 

 

Datum vanaf: 1888
Kapitein: Zee, H.C. van der

Familiegegevens en opleiding

Willem werd geboren op 07 febr. 1859 te Nieuwediep (Den Helder) als z.v. Gerrit Bakker (loods) en Martje Lap.

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt W.Bakker als gezagvoerder gedurende:

*       1889 op het schroefstoomschip “Edam”, gebouwd in 1883, 3000 ton n.m., 500 pk, varend voor de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*       1890 t/m 1896 van het stalen schroefsoomschip “Werkendam”, gebouwd in 1881(?) te Belfast, 3657 ton n.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*       1897 t/m 1899 van het schrtoefstoomschip “Amsterdam”, gebouwd in 1880 te Dumbarton op de werf van Mc.Millan & Son, 3629 ton n.m., varend voor de Holland-Amerikalijn te Rotterdam;

*       900 en later van het ijzerenschroefstoomschip “Maasdam”, gebouwd in 1885 te Belfast, 4036 ton n.m., varend voor de Holland-Amerikalijn te Rotterdam.

 

Overige bijzonderheden

In het tijdschrift De Zee, Jg. 1902 staat een “Verslag der Commissie ter beoordeeling van Kompasjournalen uitgegeven door het Collegie Zeemanshoop van deze wedstrijd 1898-1899”:

De bronzen medaille werd uitgereikt aan kapitein W.Bakker, gezagvoerder van het ss “Amsterdam” en het ss. “Maasdam”.

 

In het tijdschrift De Zee, Jg.1897, p.71-75 staat een verslag van de Commissie tot beoordeeling van kompasjournalen. Daarin wordt de kwalificatie “goed” gegeven aan het journaal van het ss. “‘Werkendam” van kapitein W.Bakker.

 

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege  Zeemanshoop dd 06 november 1902 bedankt  W.Bakker, kapitein van het ss “Statendam” voor de goede ontvangst van de bronzen medaille en het bijbehorende diploma.023. Dit betreft de medaille in de wedstrijd voor goed gehouden kompasjournalen in de periode 1898/99 door de Commissie voor de Wetenschappelijke Zeevaart. De gouden medaille ging naar kapitein C.Droogleever Fortuyn, de bronzen medaille naar kapitein G.Bona.

 

MCO 021104

Tot directeur van de Vissershaven te Scheveningen is door de raad benoemd de heer W. Bakker, gezagvoerder van de Ned.-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam.

 

Nieuwe Vlaardingsche Courant 05.11.1904

De gemeenteraad van ’s-Gravenhage benoemde tot directeur der visschershaven te Scheveningen den heer W. Bakker, gezagvoerder der Holland—Amerikalijn te Rotterdam, met 28 stemmen, tegen op den heer A. E. J. N. Juta, oudmarine-officier te ’s-Hage, 1 stem en op den heer F. J. Schaalje, oud-marine-officier te ’s-Hage, 2 stemmen. Het salaris bedraagt 2500 gulden. 

 

NVC 23.11.1904

Wij vernemen, dat de directeur van de Visschershaven te Schevemngen, de heer Bakker, die den 15e dezer dit ambt heeft aanvaard, die dag door Burg. en Weth. is ontvangen en den 7den d.a.v. door de commissie van bijstand voor de visschershaven is geïnstalleerd. De directeur, die zich metterwoon zal vestigen in de nabijheid der haven, is van geboorte een Texelaar en in het zeemansleven opgevoed. Eerst bij de kleine vaart, ging hij, na het radicaal van stuurman te hebben verkregen, op de groote paart, o. a. in dienst der Maatschappij Nederland. Daarna werd hij gezagvoerder van de Holland Amerika Mij. De directeur is reeds aangevangen met het ontwerpen der administratieve organisatie voor de haven, de voorbereidende regeling van het sleepdienst- en sleephellingwezen, enz. Wat de stand der werkzaamheden aan de buitenhaven aangaat zal, naar men verzekert, binnenkort een stoomzuiger te werk worden gesteld van driemaal zooveel capaciteit als de tegenwoordige. Overigens valt nog niet op veel te rekenen, daar ook nog niet is uitgemaakt te wiens laste de opruiming van de verzanding van den mond der binnenhaven komt, van het rijk of van de gemeente. Ook moet nog de in den ingang van de buitenhaven gezonken caisson, welke den toegang zeer verspert, worden opgeruimd door middel van dynamiet, dan wel het gevaarte te doen zinken door middel van inspuiting. Ook moet er sprake zijn van verdieping der binnenhaven. (N. R. Crt.) Te Scheveningen wordt aan vele reeders het voornemen toegeschreven de thuis zeilende bomschuiten, welke spoedig de haringvisscherij eindigen, bij hoog water de haven in te sturen, hetzij geladen hetzij na lossing te Vlaardingen of te Maassluis. Reeds werd verzekerd dat een paar schuiten nog deze week de haven zouden inzeilen of daarin zich zouden doen sleepen.

 

Naast zijn werk als havenmeester zat de heer Bakker ook nog in de stuurlieden examen commissie tot 1931.

Verder kreeg hij ook nog De Ruyter medaille voor ???

 

https://www.captainalbert.com/captains-from-the-past/bakker-w/ 

Datum vanaf: 1889
Kapitein: Bakker, Willem

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

A.Potjer was met vlagnummer R10 in de periode 1887 t/m 1899 lid voor de vlag van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart.`Dat betekent, dat hij wèl de Maatschappijvlag mag voeren, maar geen recht had op financiële tegemoetkomingen058.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In het Jaarverslag 1899 van de Maatschappij  (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat hij in dat jaar heeft bedankt als vlaggelid058.

 

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 31 januari/07 februari 1888 staat vermeld dat als honorair lid werd voorgesteld/benoemd kapitein A.Potje, gezagvoerder van het ss “Schiedam, wonend op de Westerdoksdijk te Amsterdam, op voordracht van J.C. v/d Poll.023.

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 02 maart 1905 staat vermeld een: “Brief van Mevrouw E.H.Potjer-Venema, namens haren echtgenoot de goede ontvangst berichtende der bronzen medaille met bijbehoorend getuigschrift.”023 Dit betreft de wedstrijd voor de periode 1900/1901 voor gehouden kompasjournalen  uitgeschreven door de Commissie voor de Wetenschappelijke Zeevaart

 

De schepen van de kapitein

In de Jaarverslagen van de Maatschappij staat kapitein A.Potjer met vlagnummer R10 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

*    1887                       van het ss. “Zaandam”           3063 ton           voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

*    1888                       van het ss. “Amsterdam”       3361 ton           voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

*    1890                       van het ss. “Amsterdam”       2681 ton net    voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

*    1891 t/m 1896      van het ss. “Maasdam”          2729 ton net    voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

*    1897 , 1898           van het ss. “Maasdam”          2729 ton net    voor de Holland-Amerikalijn te Rotterdam

 

 

Bouma025 vermeldt A.Potjer als gezagvoerder gedurende:

*    1887 van het ijzeren schroefstoomschip “Schiedam” ex San Marcos, gebouwd in 1874 te Dumbarton, 2850 ton o.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1888 van het schroefstoomschip “Zaandam”, gebouwd in 1882 te Rotterdam, 3063, varend voor de Nederl. Amerik. Stoomv. Maatsch. te Rotterdam;

*    1889 van het schroefstoomschip “Amsterdam”, gebouwd in 1880 te Dumbarton op de werf van Mc Millan & Son, 3629 ton n.m., varend voor de Nederl. Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1890 op het schroefstoomschip “Edam”, gebouwd in 1883, 3000 ton n.m., 500 pk, varend voor de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1890 van het ijzeren schroefstoomschip “Maasdam”, gebouwd in 1885 te Belfast, 4036 ton n.m., varend voor de Nederl.Amerik.Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1891 van het schroefstoomschip “Amsterdam”, gebouwd in 1880 te Dumbarton op de werf van Mc Millan & Son, 3629 ton n.m., varend voor de Nederl. Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1892 van het schroefstoomschip “Dubbeldam”, gebouwd in 1891 te Rotterdam, 2700 ton n.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1893 t/m 1894 van het stalen schroefstoomschip “Didam” gebouwd in 1891 te Feyenoord, 2751 ton n.m., varend voor de Ned.Amer.Stoomv. Maatsch. te Rotterdam; (klopt niet met de opgave uit de Jaarverslagen van het Rotterdams zeemanscollege - zie hiervoor).

*    1895 van het schroefstoomschip “Dubbeldam”, gebouwd in 1891 te Rotterdam, 2700 ton n.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;

*    1897 van het ijzeren schroefstoomschip “Maasdam”, gebouwd in 1885 te Belfast, 4036 ton n.m., varend voor de Holland-Amerikalijn te Rotterdam;

*    1897 t/m 1898 van het ijzeren schroefstoomschip “Hilversum” ex Isle of France, gebouwd in 1883 te Newcastle, 1473 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Maatschappij “Oostzee” A.& W.Vinke te Amsterdam;

*    1899 van het schroefstoomschip “Leersum”, gebouwd in 1898 te Sunderland, 1430 ton n.m., varend voor de Stoomvaart Mij. “Oostzee”, A.& W.Vinke (1897) te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

In het artikel “Mijn eerste reis naar Java met de bark “Senior” van Piet van Os in het Tijdschrift “Het zeilend schoolschip” dd december 1949 staat op p.15 een citaat van het verblijf van de auteur op “het vierkant getuigde stoomschip “Zaandam” v/de N.A.S.M onder kapitein A.Potjer, bijgenaamd : zwarte Potjer” … “ Deze kapitein was oorspronkelijk afkomstig uit de provincie Groningen.

In nr. 33 van december 1959 staat: “Zwarte kapitein Potjer is jarenlang nestor van de oud-N.A.S.M & Vinke’s-kapiteins geweest. Hij is te Overschie in december 1944 overleden 90 jaar oud. Jaren achtereen was hij bestuurslid van de Gezagvoerders en Stuurlieden Vereniging.”

 

In het tijdschrift De Zee Jaargang 1896, p. 14-21 staat de behandeling door de Raad van Tucht voor de Koopvaardij van een klacht ingediend door de kok Gerardus Johannes Cox aan boord van het ss “Maasdam” onder gezag van kapitein Aldert Potjer. De klacht werd opgemaakt op 26 juli 1895.

In een uitgbreide verslaglegging wordt door de klager gesteld, dat de kapitein schromelijk tekort is geschoten in zijn verantwoordelijkheid ten opzicht van het equipagelid en 2e stoomkok Huibertus Jelkman, die na een slopende ziekte tenslotte op 09 juli 1895 te New-York is overleden. Volgens artikel 4 van de monsterrol is de kapitein verschuldigd ieder equipagelid een “betamelijke behandeling” te geven en daaronder valt de “noodige geneeskundige behandeling en verpleging in geval van ziekte”.  Daarin zou hij in gebreke zijn gebleven.

De Raad komt na rijp beraad en het horen van diverse getuigenissen tot de slotsom dat “de aangeklaagde niet geheel voldaan heeft aan zijne verplichting om den tweede stoomkok Huibertus Jelkman tijdens diens ziekte eene betamelijke behandeling te verzekeren.” Maar tevens acht de Raad geen termen aanwezig de gezagvoerder in zijn bevoegdheid om als schipper van een Nederlands koopvaardijschip te schorsen.

 

 

Datum vanaf: 1890
Kapitein: Potjer, Aldert

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

G.Stenger was met vlagnummer R6 in de periode 1887 t/m 1895 lid voor de vlag van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart. Dat betekent, dat hij wèl de Maatschappijvlag mag voeren, maar geen recht had op financiële tegemoetkomingen058.

 

Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)

In het Jaarverslag 1895 van de Maatschappij tot Nut der Zeevaart (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat hij in 1895 voor het vlaggelidmaatschap heeft bedankt058.

In de notulen van de Bestuursvergadering het Amsterdamse zeemanscollege “Zeemanshoop” dd 07 januari 1897 staat de uitslag van een wedstrijd voor de best bijgehouden kompasjournalen in 1894/1895 waarbij is toegekend de gouden medaille aan kapitein F.H.Bonjer, de zilveren medaille aan kapitein G.Stenger en bronzen medailles aan S.Turfboer en J.G.Wiebenga.042.

In de notulen van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 04 maart 1897 staat een verslag van de uitreiking van medailles in de wedstrijd 1894/95 voor de beste kompasjournalen. Er waren 27 deelnemers, die in totaal 50 journalen inzonden. De gouden medaille is verworven door F.H.Bonjer, gezagvoerder van het ss “Spaarndam, het zilver ging naar G.Stenger van het ss “Amsterdam en het brons naar S.Turfboer, gezagvoerder van de “Prinses Wilhelmina. Een buitengewone bronzen medaille werd toegekend aan de thans buitengaats zijnde kapitein J.G.Wiebenga van het fregat “De Ruyter”.023.

 

De schepen van de kapitein

In de Jaarverslagen van de Maatschappij staat kapitein G.Stenger met vlagnummer R6 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

1887, 1888                          ss. “Leerdam”                    2796 ton                               varend voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

1890                                                   ss. “Edam”                                       2267 ton net                      varend voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

1891 t/m 1894     ss. “Amsterdam”   2681 ton net         varend voor Ned.Amerik.Stoomv.Mij te Rotterdam

 

Bouma025 vermeldt G.Stenger als gezagvoerder gedurende:

  • * 1888 t/m 1889 van het schroefstoomschip “Leerdam” ex Nederland, gebouwd in 1881 te Rotterdam, 2796 ton n.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomv. Maatschappij te Rotterdam. Het schip werd in de Noordzee aangevaren en zonk;
  • * 1890 van het schroefstoomschip “Amsterdam”, gebouwd in 1880 te Dumbarton op de werf van Mc Millan & Son, 3629 ton n.m., varend voor de Nederl. Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;
  • * 1891 op het schroefstoomschip “Edam”, gebouwd in 1883, 3000 ton n.m., 500 pk, varend voor de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;
  • * 1892 t/m 1896 van het schroefstoomschip “Amsterdam”, gebouwd in 1880 te Dumbarton op de werf van Mc Millan & Son, 3629 ton n.m., varend voor de Nederl. Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;
  • * 1897 t/m 1898 van hert schroefstoomschip “Veendam” ex Baltic, gebouwd in 1871 te Belfast, 4036 ton o.m., varend voor de Nederl. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. Het schip zonk op de Atlantische Oceaan;
  • * 1899 tot nà 1900 van het stalen schroefstoomschip “Spaarndam”, gebouwd in 1881 te Belfast, 4368 ton n.m., varend voor de Holland-Amerikalijn te Rotterdam.

 

Overige bijzonderheden

Op 16 december 1889 kwam het ss “Leerdam” op 30 mijl ten noorden van het lichtschip NOORD HINDER in aanvaring met het ss QAW QUAN SIN en zonk. Het schip was op weg van Amsterdam naar Buenos Aires. Alle opvarenden (433) werden door het Franse ss EMMA gered en te Cuxhaven aan land gebracht.

Het ss “Leerdam” werd gebouwd in 1881 bij de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Rotterdam, mat 2796 Brt en voer voor de Holland Amerika Lijn te Rotterdam072.

In de nacht van 6 op 7 februari 1898 op 49o19’NB/19o47’OL (Noord Atlantic) stootte het ss “Veendam” op een onder water drijvend wrak, waardoor de schroefas brak en het schip lek geraakte. Het schip geraakte in zinkende toestand in brand en zonk. Alle opvarenden werden gered door het Amerikaanse ss ST.LOUIS.

Het ss “Veendam” werd gebouwd in 1871 bij Harland & Wolff te Belfast, mat 4036 Brt en voer voor de Holland Amerika Lijn te Rotterdam072.

 

In het tijdschrift “Het Zeilend Schoolschip verschenen in de periode 1947-1962 een serie artikelen van kapitein Pieter van Os onder pseudoniem Pietos, getiteld “Zeilvaart Herinneringen”. In nr. 33 december 1959 staat vermeld dat Piet van Os op 20 januari 1896 aanmonsterde op “het viermast stoomschip Amsterdam N.A.S.M., gevoerd door kapitein Geert Stenger, … “

“De “Amsterdam” was een van Neerlands mooiste passagiersschepen en zeer sterk gebouwd, zodat er lang volle kraccht gevaren kon worden, zonder averij te maken.. We vertrokken 22 januari 1896 van Rotterdam naar New York en toen van New York terug naar Rotterdam en lagen de 20e februari 1896 weer aan de Willemskade gemeerd.”

“Ik (i.c. Pietos) maakte reeds spoedig bij kapitein Stenger een 10: bij het opgeven van temperaturen aan 3e of 4e off. vroeg de kapitein plotseling zeer kort, enigszins snauwend, wat voor graden zijn dat? “Celsius, kapitein”. “Wat Celcius?” “Zijn er andere?” “Wat is het verschil?” “De verhouding onderling?” Ik bofte, ik gaf de antwoorden even kort als de vragen waren gesteld, alleen noemde ik Celsius-Reaumur-Fahrenheit-“snuiten” in plaats van heren. De kapitein had toen houvast, en kreeg ik hiervoor een schrobbering over een oneerbiedige herdenking van deze drie geleerde mensen.”

 

In het tijdschrift De Zee, Jg.1897, p.71-75 staat een “Verslag der Commissie ter beoordeeling van Kompasjournalen uitgegeven door het Collegie Zeemanshoop. Aan kapitein Stenger van het ss. “Amsterdam” werd de zilveren medaille toegekend.

In hetzelfde tijdschrift  Jg. 1902 staat een verslag van deze wedstrijd 1898-1899. Kapitein Stenger van het ss “Spaarndam” viel niet in de prijzen, maar wordt wèl met ere genoemd.

 

Het decennium 1880-1890 was voor de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij een zeer moeilijke periode vanwege verliezen van schepen.

p.48. “In 1882 was … de 2796 brt grote LEERDAM aangekocht om te dienen als vervangingsschip van de in reparatie liggende schepen. Bij de plotselinge ernstige verliezen (van ander NASM-schepen) kwam het schip dus wel zeer van pas. Maar helaas kwam de LEERDAM op 16 december 1889 – enige dagen nadat het door de NASM in eigendom was overgenomen – in aanvaring met het Engelse s.s. GAW QUAN SIA. Beide schepen zonken. Dank zij het flink optredden van de scheepsleiding konden alle passagiers en de gehele bemanning van 441 man in de sloepen worden gered. Zij werden daarna overgenomen door het Franse s.s. EMMA en naar de wal gebracht. Gelukkig waren er bij dit ernstige ongeluk geen mensenlevens te betreuren.”

p.114. De VEENDAM ging in februari 1898 verloren. “Midden op de Atlantiscche Oceaan stootte het schip op een onder water drijvend wrak. De botsing veroorzaakte een zo enrstig lek, dat het schip de volgende dag zonk. Het was aan het uitstekende zeemansschap van kapitein en bemanning te danken dat deze schipbreuk geen mensenlevens kostte. Alle 212 passagiers en de gehele bemanning werden aan boord van het te hulp gekomen Amerikaanse s.s. St. LOUIS genomen en in New York aan land gezet.”

Uit:” Brug over den oceaan. Een eeuw geschiedenis van de Holland Amerika Lijn”, door A.D.Wentholt, 1973 Nijgh & Van Ditmar, Rotterdam/’s Gravenhage

 

Provinciale Groninger Courant 10 augustus 1893114

Rotterdam, 7 augustus. Heden werd door de Zweedse en Noorse vice-consul alhier overhandigd aan kapt. G.J. Stenger, gezagvoerder van het stoomschip AMSTERDAM der Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij, de gouden medaille van verdienste met het opschrift sin memore allos fecere merendo, hem geschonken door zijne majesteit de koning van Zweden en Noorwegen voor de redding der equipage van het Zweedse schip SIGNE, in de Atlantische Oceaan in het begin van juni 1892 onder moeilijke omstandig- heden. De stuurman G.W. Landman, die de boot bestuurde om de equipage af te halen zal bij zijn binnenkomst ontvangen de zilveren medaille van verdiensten, terwijl aan de vier manschappen die in de boot waren, met name E. Requost, H. Larsen, A. Bos en S. Rens door zijne majesteit een geldelijke beloning is toegekend ieder van 25 kronen.

 

NRC 19 januari 1894114

Londen, 18 januari. Het Nederlandse stoomschip AMSTERDAM, kapt. G. Stenger, van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij, arriveerde de 17e december van Rotterdam te New York. De gezagvoerder rapporteert dat des ochtends van de 14e januari op 43º21’ N.B. en 58º18’ W.L. een klein zeilvaartuig, de MAGGIE WELL ( red: MAGGIE WILLETT?), werd gezien met noodvlaggen op en in zinkende staat. Het woei een hevige storm met nu en dan sneeuw. De gezagvoerder besloot onmiddellijk de in nood verkerenden te helpen, liet de machines stoppen, riep vrijwilligers op om de reddingboot te bemannen en koos uit de velen die zich aanboden de opperstuurman S. Meijer, de bootsmaat E. Requant, de timmerman A. Oudijn, de tussendekswacht A. Bas, de kwartiermeester F. Eichhorn en de matroos A. Van Vliet, allen Nederlanders (opm: zie voor de juiste namen ZZN 230194). Door de hoge zee was het uiterst moeilijk de reddingboot te water te laten, doch gelukte het de moedige redders om vrij van het stoomschip te komen. De reddingboot was nog niet ver van het stoomschip verwijderd, toen deze door een vreselijke bui dwars in de zijde werd getroffen, waardoor de boot voor het oog van de opvarenden van de AMSTERDAM ten onderste boven sloeg. Slechts een ogenblik kon men de manschappen met de golven zien worstelen, dewijl een verblindende sneeuwstorm, welke uren aanhield, alle gezicht benam, zodat het onmogelijk was aan de met de dood worstelende bemanning enige hulp hoegenaamd te verlenen, zodat allen het leven verloren. De menslievende gezagvoerder bleef nog zes uren in de nabijheid, in de hoop in staat te zijn de bemanning van de MAGGIE WELL te redden, doch toen de sneeuwstorm bedaarde en men weder gezicht had, was er van de schoener niets meer te zien en is deze ongetwijfeld met de bemanning in de diepte verdwenen.

(opm: zie voor de juiste namen van de verongelukten ZZN 230194, en voor overige berichten NRC 200194 [2 x], ZZN 060294, NRC 260494, ZZN 190694, NRC 280894)

 

NRC 26 april 1894114

Rotterdam, 25 april. Aan kapt. G. Stenger, gezagvoerder van het stoomschip AMSTERDAM, van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, werd te New York als erkenning voor de poging tot redding der equipage van het in nood verkerende Amerikaanse schip MAGGIE WELLS, door de Life Saving Benevolent Association of New York vereerd en door een deputatie vanwege die vereniging, die zich daartoe aan boord van het stoomschip AMSTERDAM begaven, overhandigd een gouden medaille met de volgende inscriptie: Presented to captain G. Stenger, master of the steamer AMSTERDAM in recognition of his humane efforts to rescue the crew of a wrecked vessel in a storm in Mid Atlantic Ocean in January 1894. Aan de keerzijde der medaille bevindt zich een in nood verkerend schip in hoge zee. Aan de matroos A. van der Wilt, de enige overgeblevene van de bemanning van de reddingboot die door het stoomschip AMSTERDAM, kapt. Stenger werd afgezonden, om de equipage van het in nood verkerende Amerikaans schip MAGGIE WELLS te redden, werd door de bovengenoemde vereniging te New York, een zilveren medaille vereerd. Ook ontving hij de zilveren medaille van de Boston Life Saving Society. Vanwege de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen werd hem gisteren door de directie van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij overhandigd de gouden medaille, benevens vijfhonderd gulden, uit Amerika voor hem gezonden.

 

NRC 13 februari 1898114

Rotterdam, 12 februari. Volgens telegram uit New York is het stoomschip VEENDAM, kapitein G. Stenger, van de Holland Amerika Lijn, dat 3 februari van Rotterdam naar New York vertrok en de 4e Lizard passeerde, met 9 kajuits- en 121 tussendekspassagiers, op de Atlantische Oceaan in positie 49º19’ N.B. 19º47’ W.L. op een wrak gestoten en gezonken. Passagiers en bemanning, in totaal 203 opvarenden, werden gered door het Amerikaanse stoomschip ST. LOUIS, van de American Lijn, en te New York geland.

Volgens telegram van Lloyd’s is het stoomschip VEENDAM, na op een wrak gestoten te hebben, in open zee gezonken. Allen aan boord zijn gered en te New York geland. Het stoomschip VEENDAM, ex BALTIC, groot 2667 netto registertonnen, werd in 1871 te Belfast bij Harland en Wolff van ijzer gebouwd. Volgens een bij de directie van de Holland Amerika Lijn ontvangen bericht had het ongeluk op 7 februari plaats. Het stoomschip ST. LOUIS van de American Lijn vertrok 5 februari van Southampton naar New York.

 

NRC 16 februari 1898114

Rotterdam, 15 februari. Men meldt uit New York van 12 februari: kapt. Stenger, gezagvoerder van het stoomschip VEENDAM, rapporteert des avonds ten 5,17 uur. tijdens hevige noordwestelijke storm en hoge zee op 49°35’ N.B. en 20°01’ W.L. op een onder water drijvend wrak of wrakstuk te hebben gestoten, dat vermoedelijk een gat in de bodem maakte en de as heeft gebroken. Niettegenstaande aanhoudend pompen nam het water in het schip toe en werden de boten gereed gemaakt, terwijl het achterschip begon weg te zakken. Ten 1 u. 30 min. na middernacht werden de lichten van een stoomschip ontdekt, dat de seinen van de VEENDAM beantwoordde en bleek het stoomschip ST. LOUIS te zijn, van Southampton bestemd naar New York. Met drie boten van de ST. LOUIS en een boot van de VEENDAM begon men ten 1 u. en 43 min. de passagiers en equipage van het zinkende stoomschip op de ST. LOUIS over te brengen, terwijl men op de VEENDAM aanhoudend bleef pompen. Niettegenstaande de grote moeilijkheid door de hoge zee, waren allen veilig ten 4 u. 53 min. op de ST. LOUIS overgebracht. Bij het vertrek van de laatste boot bemerkte men, dat het achterschip van de VEENDAM snel wegzakte. Dewijl het stoomschip een gevaarlijk voorwerp voor de scheepvaart is, bepaalde men de juiste ligging van het wrak en bevond men, dat het lag op 49°19’ N.B. en 19°47’ W.L. De passagiers en de equipage werden aan boord van de ST. LOUIS op de vriendelijkste wijze ontvangen en op de zorgvuldigste wijze verpleegd. Kapt. Randle van de ST. LOUIS rapporteert, dat twee zijner boten tweemaal heen en weer voeren en een boot viermaal. Te samen werden aan boord van de ST. LOUIS gebracht 9 kajuits- en 118 tussendeks passagiers en 83 man der equipage van de VEENDAM. Door het stoten tegen de zijden der hevig slingerende schepen leden de boten nogal schade. Kapt. Randle getuigt, dat door kapt. Stenger en de officieren van de VEENDAM de volmaaktste orde aan boord werd gehandhaafd en dat zij met de grootste bekwaamheid meewerkten bij de redding van de opvarenden. De passagiers van de ST. LOUIS betuigden in een adres hun hulde aan de zeemanschap, betoond bij de redding der passagiers en equipage van het stoomschip VEENDAM.

Volgens bericht van de directie der Holland-Amerika Lijn komt de equipage naar Rotterdam terug met het stoomschip SPAARNDAM, dat zondag 13 februari van New York vertrok. Uit de ontvangen telegrammen wordt afgeleid, dat de VEENDAM, die stuurlast had, over het wrak is heen geschoven, dat daardoor het achterschip is lek gestoten, en het schip daarna op de waterdichte schotten is blijven drijven. Schip en lading zijn, zoals reeds medegedeeld werd, door assurantie gedekt, grotendeels in Engeland. Een klein gedeelte is voor eigen risico der Maatschappij.

Naar wij vernemen is de VEENDAM op de Rotterdamse beurs voor NLG 173.000 verzekerd op behouden varen.

Onze Londense correspondent seint ons nog:

Volgens telegrammen uit New York heeft het stoomschip VEENDAM, tweemaal op het wrak gestoten. Door de eerste stoot werd een gat veroorzaakt bij de kiel, terwijl door de tweede stoot de schroefas werd vernield. Daarna begon de VEENDAM over te hellen. De elektrische speurlichten van de ST. LOUIS bevorderden ten zeerste het reddingswerk, dat zo kalm werd verricht, dat de meeste passagiers op de ST. LOUIS eerst de volgende ochtend met de schipbreuk bekend werden. Alvorens de VEENDAM te verlaten, beval de kapitein het schip in brand te steken, ten einde gevaar voor de scheepvaart te voorkomen. De passagiers hebben alles verloren. De tussendekse passagiers zullen daarom vermoedelijk door het gouvernement worden terug gezonden.

 

Dagblad Scheepvaart 24 december 1902114

Rotterdam, 24 december. Heden zijn hier door het van Amerika komende stoomschip ROTTERDAM, kapitein G.J. Stenger, geland de zes opvarenden van de Engelse gaffelschoener PIONEER. De PIONEER was op 4 december vertrokken van Exploit Harbour naar St. John (NF) en volledig ontredderd in stormen. Het wrak is op 17 december verlaten en in brand gestoken.

 

 

Datum vanaf: 1891
Kapitein: Stenger, Geert

Familiegegevens en opleiding

Geen

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt B.G.Bruinsma als gezagvoerder gedurende:

  • 1892 t/m 1895 op het schroefstoomschip “Edam”, gebouwd in 1883 te Feijenoord, 3000 ton n.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam. Bij Eddystone aangevaren en gezonken;
  • 1897 van het ijzeren schroefstoomschip “Edam” ex Rotterdam, ex British Empire, gebouwd in 1878 te Belfast, 3329 ton n.m., varend voor de Holland-Amerika-Lijn te Rotterdam. Het schip werd in 1899 verkocht naar Genua.

 

Bouma025 vermeldt B.G.Bruinsma als gezagvoerder gedurende:

  • 1891 van het ijzeren schroefstoomschip “Schiedam” ex San Marcos, gebouwd in 1874 te Dumbarton, 2850 ton o.m., varend voor de Ned. Amerik. Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam;
  • 1896 van het schroefstoomschip “‘P.Caland”, gebouwd in 1874 te Glasgow, 3070 ton o.m., varend voor de Ned Amerik. Stoomvaart Maatschappij;
  • 1900 van het stalen schroefsoomschip “Werkendam”, gebouwd in 1881(?) te Belfast, 3657 ton n.m., varend voor de Holland Amerika-Lijn te Rotterdam. Het schip werd in 1900 verkocht naar Rusland als “Harbin”.

Zijn dit dezelfde personen ondanks de overlap in vaartijden?

Het ss “Edam” zonk op 19 september 1895 op 50 mijl ZO van Start Point tijdens een dikke mist, na aanvaring met het Britse ss TURKISTAN, op weg van New York naar Rotterdam. Alle opvarenden werden gered door de Britse trawler VOLTURE.

Het ss “Edam” werd gebouwd in 1883 bij de Nederl. Stoomboot Maatschappij te Rotterdam, mat 3130 Brt en voer voor de Holland Amerika Lijn te Rotterdam072.

Overige bijzonderheden

In een serie artikelen tussen 1847-1862 in het blad : Het Zeilend Schoolschip” beschrijft kapitein Piet van Os onder het pseudoniem Pietos zijn zeilvaartherinneringen. In nr.31 van oktober 1958 vertelt hij over zijn eerste reis naar New York. Hij monsterde op 5 juli 1895 te Amsterdam aan als scheepsjongen op het stoomschip “Edam” van de NASM onder gezag van kapitein Bruinsma.

“Een plaat van het stoomschip “Edam” hangt in het Hist.Scheepv.Museum te Amsterdam, (voorstellend de overgang van zeil- naar stoomvaart). De “Edam” was in 1883 te Fijenoord gebouwd en als brik getuigd. … Toen ik (i.c. Piet van Os) er op voer was zij nog als 2-mastschoener getuigd. …

… Op de “Edam hadden wij van Amsterdam naar New York, de beide uitrezien het tussendek van voor tot achteruit vol met landverhuizers, zogenaamde tussendekspassagiers, meest mensen uit het oosten van Europa.” Er volg een beschrijving van de toestand waaronder deze passagiers werden vervoerd en op welke wijze er door de bemanning tegen aan werd gekeken.

“Op de tweede thuisreis, in de nacht van 18 op 19 september, werd de “Edam” door het Engelse S.S.”Turkestan”, Capt. Wald, tijdens dikke mist in het Engelse Kanaal, nabij Eddystone aan bakboordzijde bij ruim II aangevaren. … De “Edam” zonk in 36 vadem water en ging verloren, de 40 man equipage en 53 passagiers, zijn allen gered in eigen reddingssloepen.” Er volgt dan een gedetaileerde beschrijving van de reddingswerkzaamheden door de bemanningsleden. “Kapitein Bruinsma was het allerlaatste van boord afgegaan. … In de nieuwsbladen heeft in september 1895 vermeld gestaan, dat er op de “Edam” geen paniek was geweest en alles kalm en ordelijk was toegegaan bij het verlaten van het schip.”

 

Datum vanaf: 1892
Kapitein: Bruinsma, B.G.

Afbeeldingen


Omschrijving: Edam 1883.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Na het afbreken van alle vier schroefbladen tijdens zwaar weer midden op de North-Atlantic werd de vleugellamme EDAM op 16 oktober 1891 op sleeptouw genomen door het Britse stoomschip SCYTHIA en naar Queenstown (Cobh) teruggesleept. Foto van het voorschip van de EDAM met de slepende SCYTHIA.
Gemaakt door: Unknown
Kroniekberichten

Toon kroniekberichten