1898
NGRC 140598
Delfzijl, 13 mei. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Norddeich.
NPGC 220798
Delfzijl, 20 juli. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Norddeich.
1899
NGRC 140499
Delfzijl, 13 april. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Hamburg.
NPGC 210699
Delfzijl, 19 juni. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Hamburg.
1900
WIN 300400
Delfzijl, 27 april. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Altona.
NGRC 050700
Delfzijl, 3 juli. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Emden.
1901
NVEC 010601
Delfzijl, 28 mei. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Hamburg.
NVEC 030801
Delfzijl, 30 juli. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Helsingborg.
1902
NNO 010602
Delfzijl, 31 mei. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Papendrecht naar Neuharlingersiel.
NGRC 260802
Delfzijl, 23 augustus. Aangekomen EBENHAEZER, Pekelder van Bremen.
1903
NGRC 070503
Delfzijl, 6 mei. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Audorf.
NGRC 250903
Delfzijl, 24 september. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder Emden.
1904
NNO 100704
Delfzijl, 9 juli. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder van Makkum naar Hamburg.
NVD 020904
Delfzijl, 29 augustus. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Hamburg naar Akkrum.
1905
NVD 060405
Delfzijl, 4 april. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Hamburg.
NVD 061105
Delfzijl, 3 november. Vertrokken EBENHAEZER, Pekelder naar Nieuweschans.
1906
DMB 100706
Delfzijl, 9 juli. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Hamburg.
1907
NVD 050607
Hansweert, 4 Juni. Heden kwam alhier met gescheurde stagfok binnen het schip EBENHAEZER, schipper Pekelder, bestemd naar Harlingen.
NNO 021007
Delfzijl, 1 oktober. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Norden naar Rotterdam.
1908
NVEC 140408
Delfzijl, 13 april. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Bremerhaven.
NVD 260808
Delfzijl, 23 augustus. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Itzehoe.
1909
NNO 070409
Delfzijl, 6 april. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Emden.
NVD 300709
Delfzijl, 27 juli. Vertrokken EBENHAEZER, Pekelder naar Emden.
1910
DMB 070710
Carolinensiel, 4 juli. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Emden.
NVEC 171210
Delfzijl, 15 december. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Emden.
1911
NNO 280611
Zaandam, 26 juni. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Hamburg.
NVD 160911
Delfzijl, 15 september. Aangekomen EBENHAEZER, Pekelder van Carolinensiel naar Dortmund.
1912
NVD 290812
Delfzijl, 28 augustus. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Bremen naar Dortmund.
1913
NNO 250313
Delfzijl, 24 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Norderney.
NVEC 031213
Hansweert, 1 december. Gepasseerd EBENHAEZER, Pekelder naar Deventer.
1914
NNO 180614
Delfzijl, 18 juni. Uitgezeild EBENHAEZER, Pekelder naar Norderney.
RN 250714
Delfzijl, 23 juli. Het tjalkschip EBENHAEZER, schipper G. Pekelder, thuis behorende te Wildervank, werd op het Baltrummerwad door een onweersbui overvallen, waardoor hij genoodzaakt was zijn zeilen te strijken om ten anker te komen. Door de kracht van de opgekomen bui brak echter de ankerketting, zodat anker en ketting beide verloren gingen.
DMB 141114
Delfzijl, 13 november. Binnengekomen EBENHAEZER, Pekelder van Leer.
1915
DMB 050315
Delfzijl, 3 maart. Aangekomen EBENHAEZER, Pekelder van Emden.
1917
NVD 140717
Nieuwe Waterweg, 13 juli. Uitgezeild EBENHAEZER, Karsies naar Denemarken.
1918
AH 070318
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Raad voor de Scheepvaart.
Zaterdag 9 maart a.s., ’s namiddags 1.30 uur, onderzoek naar het stranden op 21 sept. 1917 in de Kalmar Sund van het zeilschip EBEN HAËZER. Schipper-eigenaar: S. Karssies te Groningen.
AH 100318
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren onderzoek inzake het stranden op 21 september 1917 in de Kalmar Sund van het zeilschip EBEN HAËZER, schipper-eigenaar S. Karssies te Groningen. Als eerste getuige wordt gehoord S. Karssies, schipper van de EBEN HAËZER. Deze deelt mee, dat men de 20e september 1917 uit Kalmar was vertrokken. De bemanning van de EBEN HAËZER bestond uit 3 koppen. De Raad vraagt, of het niet beter zou zijn geweest, als de bemanning uit 4 personen zou bestaan. Z. i. had de ramp dan misschien voorkomen kunnen worden. Het ongeluk had plaats de volgende dag, ’s morgens te ongeveer 3 uur. De wind was erg wispelturig en 's nachts om twaalf uur, tijdens mistig weer, bevond de EBEN HAËZER, zich bij het vuurschip Ut Grunden. De stuurman had toen de wacht en was alleen aan dek. De schipper had hem opgedragen hem bij naderend gevaar te roepen. De schipper is evenwel in slaap gevallen en is, toen de toestand kritiek werd, door de stuurman gewekt. Dit is evenwel eerst geschied om half vier, terwijl afgesproken was, het om half twee te doen. Het schip was aan de grond geraakt, maar is door eigen kracht weer vlot gekomen. De bemanning heeft weer koers naar Kalmar gezet en heeft daar het zwaar beschadigde schip laten repareren. Op de vraag van de Raad, of de schipper er meer last van gehad heeft, dat de stuurman zijn bevelen niet juist en tijdig uitvoerde, zegt deze, hierover nimmer te klagen te hebben gehad. Vervolgens wordt gehoord S. van der Plaat, stuurman op de EBEN HAËZER, deze verklaarde o.m., dat de schipper gezegd had, hem over een paar uur te roepen. Het was voortdurend dik van mist en getuige heeft geen lichten gezien, zoals de schipper heeft meegedeeld. De Raad merkt op dat getuige de kapitein eerder had moeten roepen. Hij deed het niet om de schipper de nodige rust te gunnen. Getuige heeft aan de mogelijkheid van loden wel gedacht, maar dit ging moeilijk, omdat getuige alleen aan dek was. Zoals de Raad opmerkt, had dit, door tijdig de kapitein te waarschuwen, wel kunnen geschieden. Ook gaf getuige geen mistseinen, omdat hij van andere schepen ook niets hoorde en niet “voor gek wou staan blazen”. De Raad maakt getuige op dit enigszins vreemde argument opmerkzaam en vraagt de schipper of deze de stuurman gezegd had de misthoorn te gebruiken. Deze zegt dit te hebben gedaan. De matroos Mullens onderschrijft de verklaringen van de vorige getuigen en deelt mee, dat het zijn eerste reis op de EBEN HAËZER was. Het was niet zo mistig, of men kon het rode licht zien en hoorde tevens signalen. De inspecteur van de Raad merkte nog op, dat het wenselijk mag worden genoemd, een schip als de EBEN HAËZER met een bemanning van minstens 4 koppen uit te rusten. Het ongeluk ligt volgens spreker in onvoldoende bemanning en in een nalatigheid van de stuurman, waarvan de schipper het slachtoffer is geworden. De Raad zal later uitspraak doen.
AH 240318
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Raad voor de Scheepvaart. Gisteren deed de Raad uitspraak in de volgende vroeger behandelde zaak: Betreffende het aan de grond lopen van het zeilschip EBEN-HAËZER. De Raad is van oordeel, dat het aan de grond lopen van de EBEN-HAËZER is veroorzaakt door de nalatigheid van de stuurman, die verzuimde de order van de schipper, hem te roepen als er iets bijzonders was, in ieder geval om half twee of twee uur, op te volgen. Was dit gebeurd, dan was de schipper tijdig overstag gegaan, gelijk zijn voornemen was en had men de kust gemeden.
De stuurman, die eigenlijk niets anders was dan een gewoon matroos, al voerde hij op de EBEN-HAËZER de stuurman titel, had niet in strijd met de hem verstrekte orders op eigen kennis, welke hij blijkbaar niet bezat, mogen steunen. Feitelijk had hij trouwens de schipper moeten roepen zodra het dik van mist werd.
De Raad voegt hier aan toe, dat de EBEN-HAËZER onvoldoende bemand was; gelijk de Raad reeds meer heeft gezegd, behoren op dergelijke schepen ten minste vier man te zijn, dan wordt ook voorkomen dat, gelijk in het onderhavige geval is geschied, de dekdienst ‘s nachts wordt waargenomen door een man, hetgeen — al is de schipper ook bij de hand — afkeurenswaardig is, vooral in nauwe vaarwaters als de Kalmar Sund.
1919
DMB 241219
Kopenhagen, 19 december. Binnengekomen EBENHAEZER, Karsies van Kallundborg.
1921
GD 230821
Hamburg, 19 augustus. Aangekomen EBENHAEZER, Karsies van Korsör.
ON 300821
Harburg, 25 augustus. Binnengekomen EBENHAEZER, Karsies van Hamburg.
1922
DMB 010522
Hamburg, 27 april. Binnengekomen EBENHAEZER, Karsies van Saxkjobing.
1923
ON 310723
Hamburg, 27 juli. Uitgezeild EBENHAEZER, Karsies naar Horsens.
DMB 241123
Kopenhagen, 21 november. Binnengekomen EBENHAEZER, Karsies van Holbaek.
1924
DMB 211024
Holtenau, 19 oktober. Gepasseerd EBENHAEZER, Karsies van Kolding naar Hamburg.
GD 051224
Harburg, 1 december. Binnengekomen EBENHAEZER, Karsies van Malmö.
1926
AH 101126
Het zeilschip EBENHAEZER, vroeger bevaren door kapt. A. Karsies, is door de heer J. Koster, scheepsbouwer te Groningen, ondershands verkocht aan kapitein B. Framme, te Varel (Oldenburg).
1927
DMB 180227
Kopenhagen, 16 februari. Binnengekomen EBENHAEZER, Karsies van Nykjobing.
>