Inloggen
MARIA ELIZABETH MARGARETHA - ID 14969


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1856-02-20 / 1860-02-01 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist

Identification Data

Bouwjaar: 1856
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Fregat
Masten: Three masts
Material Hull: Wood, oak, sheathed with copper
Dekken: 2
Construction Data

Scheepsbouwer: Fop Smit, Kinderdijk, Zuid-Holland, Netherlands
Date Laid Down: 1854-00-00
Launch Date: 1855-11-09
Delivery Date: 1856-02-09
Technical Data

Gross Tonnage: 436.00 lasts
Gross Tonnage 2: 815.00 tons (oude meting)
 
Length 1: 42.80 Meters Registered
Beam: 7.72 Meters Registered
Depth: 5.62 Meters Registered
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1856
Datum agenda: 1856-02-20
Register nr: 18560121
Scheepsnaam: MARIA ELIZABETH MARGARETHA
Type: Fregat
Lasten: 436
Gebouwd in binnen- of buitenland: Binnenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Ruys JDZn., W.
Plaats: niet gemeld
Kapitein op moment van verzoek: Bauditz, F.C.
Opmerkingen: zeebrief wordt niet benoemd

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1856-02-09 MARIA ELIZABETH MARGARETHA
Manager: Willem Ruys Jan Danielszn., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Willem Ruys Jan Danielszn., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands

Ship Events Data

1860-02-01: Final Fate: Stranded

Rotterdam, 1 februari. Het alhier te huis behorende fregatschip MARIA ELISABETH MARGARETHA, kapt. F.C. Bauditz, van Cardiff naar Singapore, is volgens een op heden ontvangen particulier bericht, op de Franse kust gebleven. De kapitein en 9 andere der equipage zijn bij deze schipbreuk omgekomen.
1860-02-01: Final Fate: Stranded

Lijst van Nederlandse schepen in het eerste Semester 1860 uit de grote vaart geraakt:
MARIA ELISABETH MARGARETHA Bauditz 436 Bij Le Pouldu verongelukt.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Frederik Carel Bauditz werd geboren te Amsterdam op 15 februari 1810.

Hij huwde met Anna Storm, geboren te Amsterdam op 19 augustus 1812 als dochter van Meindert Storm en Geertrui Jongejans. Zij overleed op 23 maart 1894 te Rotterdam.

Frederik overleed op “op een schip” op 08 februari 1860 te Rotterdam, 50 jaar

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

F.C.Bauditz werd met nr.676 effectief lid van Zeemanshoop per 16 april 1844 op voorspraak van P.H.Willers. Zijn schip was de “Drie Gebroeders”002.

In de Algemene Vergaderingen van 09/16 april 1844 van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop werd als effectief lid voorgesteld/aangenomen Frederik Carel Bauditz, oud 34 jaar, voerend de bark “De Drie Gebroeders”, varend voor W.Ruys WDz te Rotterdam, adres bij van Ulphen & Ruijs te Amsterdam, op voordracht van P.H.Willers.023.

Hij werd lid van Weldadig Zeemans Fonds op 10 april 1849003.

Hij was lid effectief lid van “Zeemanshoop” in de periode 1844-1860 met de vlagnummers 676 (1844 t/m 1854) en 311 (1854 t/m 1860)

 

F.C.Bauditz was met vlagnummer R199 in de periode 1844 t/m 1860 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 31 mei 1860 vraagt de wed.F.C.Bauditz geb. Storm om een uitkering. In de vergadering dd 28 juni 1860 vraagt het Bestuur informatie omtrent de klasse waarin de uitkering moet worden uitgekeerd. In de vergadering dd 26 juli 1860 volgt een toekenning ingaande 01 maart 1860 in de 1e klasse voor haar en 2 kinderen.042.

In de notulen van de Algemene Vergadering dd 04 september 1860 staat vermeld dat per 01 maart 1860 een uitkering in de 1e klasse wordt uitgekeerd aan de Wed. F.C.Bauditz geb. Storm voor haar en 2 kinderen.023.

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer            jaren                type        scheepsnaam                      naam reder/boekhouder

        676                1844-1846            bark       De Drie Gebroeders            W.Ruijs J.Dz te Rotterdam

                                   1848                bark       Ida Elisabeth                       idem

                               1849-1853            bark       Resident van Son idem

        311                1854-1855            bark       Resident van Son idem

                                   1855                “zonder schip”

                               1856-1859            fregat     Maria Elisabeth Margaretha            idem

 

F.C.Bauditz is gezagvoerder geweest op diverse schepen van de rederij W.Ruys J.Dz te Rotterdam. Aan de bronnen 024 en 025 zijn de volgende gegevens onleend:

Uit een brief dd.01 augustus 1844 van de rederij Ruys uit Rotterdam aan de Nederlandsche Handel-Maatschappij:

“Op 31 Juli 1844 is bij Fop Smit te Slikkerveer (gemeente Riddderkerk) te water gelaten het barkschip “Drie Gebroeders”, groot circa 300 Java-Lasten, gebouwd voor rekening eener reederij onder mijne directie en zullende worden gevoerd door kapitein F.C.Bauditz. Deze bodem is gebouwd met geen ander doel, dan om een aantal menschen aan het werk te houden, die zich anders gedurende dien tijd van hun bestaan beroofd zouden hebben gezien. Het zal in het laatst van Augustus 1844 naar Batavia vertrekken.”024

F.C.Bauditz was de eerste gezagvoerder van de “Ida Elisabeth, 441 ton, gebouwd in Kinderdijk in 1846/1847. De eerste reis ging naar Manilla024. Bauditz was gezagvoerder van 1848-1850025.

F.C.Bauditz was in de periode 1857 t/m 1860 gezagvoerder van het 3/m schip de”Maria Elisabeth Margaretha” (825 ton, gebouwd in 1855/1856 te Slikkerveer. Dit schip ging in 1860 verloren. “...ondervond noodweer op weg van Cardiff naar Singapore met lading kolen; ankerde als noodhaven in Camaret Bay bij Brest op 29 janiari 1860; schip sloeg van de ankers, liep aan de grond en ging verloren; van de bemanning kwamen 10 man, waaronder de Gezagvoerder, om het leven”024en 25.

Uit een lijst in referentie 024 kan worden samengevat: Bauditz was de eerste gezagvoerder in 1844 van de bark de “Drie Gebroeders”, in 1847 van de bark “Ida Elisabeth”, in 1849 van het campagne-barkschip de “Resident van Sonidem” en in 1856 van het fregat de “Maria Elisabeth Margaretha”, alle van de rederij W.Ruys J.Dz.024.

 

In de Jaarverslagen van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat kapitein F.C.Bauditz met vlagnummer R199 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

1849, 1851           van de bark “Resident van Son”      375 last  W.Ruys J.Dz te Rotterdam

1855, 1858, 1859 van het fregat “Maria Elisabeth Margaretha                436 last  W.Ruys J.Dz te Rotterdam

 

Bouma025 vermeldt F.C.Bauditz als gezagvoerder gedurendee:

*    1845 t/m 1847 van de bark “Drie Gebroeders”, gebouwd in 1844 te Slikkerveer, 412 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam;

*    1848 t/m 1849 van de bark “Ida Elisabeth”, gebouwd in 1847 te Kinderdijk, 444 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam;

*    1850 t/m 1856 van de bark “Resident van Son”, gebouwd in 1849 te Kinderdijk, 677 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam;

*    1857 t/m 1860 van het 3/m schip “Maria Elisabeth Margaretha”, gebouwd in 1856 te Slikkerveer, 825 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam. In januari 1860 op de kust bij Brest van de ankers geslagen met kolen van Cardiff naar Singapore;

 

Overige bijzonderheden

In de Harlinger Courant dd 15 februari 1860 staat het volgende bericht096:

“Omtrent het noodlottig vergaan van het Nederlandsche fregatschip Maria Elisabeth Margaretha, kapitein Bauditz, verneemt men de treffende bijzonderheid, dat zich onder de opvarenden bevond een der zoons van den kapitein, een jongeling van 18 jaren. Nadat deze door zijnen vader van boord was gezonden, en, goed zwemmer zijnde, zich had gered, keerde hij naar het schip terug, om zijnen vader die niet zwemmen kon, zoo mogelijk te redden. De kapitein echter wilde het leven zijns zoons aan zulk eene wanhopige poging om te redden niet blootstellen, en zond hem terug. Nauwelijks was de jonge Bauditz weder op het drooge, of het denkbeeld dat zijn vader moest verdrinken, overmande hem, en hij wierp zich op nieuw in zee, en trachtte ten tweeden male, op het wrak teruggekeerd, zijnen vader te overreden zich aan zijne krachten toe te vertrouwen. Maar de kapitein wilde daarvan niet hooren en beval zijn zoon, nu met gezag, het zinkend wrak te verlaten. De zoon bereikte daarop weder het strand, en, zoo als bekend is, de kapitein vond zijn graf in de golven.

Men schrijft betreffende deze scheepsramp nog uit Camaret dd 2 dezer, dat van de elf verdronken personen der equipaadje zeven lijken zijn gevonden, waaronde die van den doctor, de twee stuurlieden, den bootsman en den hofmeester. De overigen lijken had men, in weerwil van alle daartoe aangewende pogingen, niet kunnen vinden.

Door de zorgen van den heer Falloy, commissaris der keizerlijke Fransche marine, zijn de gevonden lijken op het kerkhof te Camaret ter aarde besteld. De geheele bevolking van dat zeeplaatsje betoonde de meeste deelneming.

De zeven lijkbaren, elk door vier man gedragen, voorafgegaan door den geestelijke dier gemeente, werden gevolgd door bovengemelden keizerlijke commissaris, door de 15 geredde schipbreukelingen, het geheele personeel der marine aldaar, verscheidene beambten per douane, het gemeente-bestuur met den maire, en eene onafzienbare menigte volks. Dat alles vormde een treffende schouwspel. Nadat de kisten in het graf waren nedergelaten, rigtte de heer Falloy een roerend woord met betrekking tot deze droevige plegtigheid tot de omstanders en dankte allen voor de betoonde deelneeming. Daarna ging men diep getroffen uiteen.”

Maria Elisabeth Margaretha. CSR 415/200:  683 tons.  27 crew.  Captain = F.C. Bauditz.  Departed Newport, Monmouth, Wales on 26 August 1858 with a cargo of 950 tons of coals and arrived at Albany on 23 November 1858.  Where intended bound – uncertain. 110

 

 

Datum vanaf: 1856
Kapitein: Bauditz, Frederik Carel

Kroniekberichten

Toon kroniekberichten
Akten

NA-Den Haag Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675.351
DVD VIII - 818, 820
BIJLBRIEF
Naam schip MARIA ELISABETH MARGARETHA

plaats en datum acte Nieuw Lekkerland, 9 februari 1856

type schip fregat, gekoperd en kopervast

bouwwerf/verkoper Fop Smit, scheepsbouwmeester aan de Kinderdijk, heeft gebouwd op zijn werf te Slikkerveer, gemeente Ridderkerk

gevoerd door kapt.

eigenaar/aankoper rederij onder directie van Willem Ruys Jan Danielszoon, Rotterdam

te voeren door kapt.

grootte in tonnen 825 tonnen of 436 lasten
(meetbrief Dordrecht, 19 november 1855)

tuigage / aantal dekken 3 masten, 2 dekken

afmetingen lang 42,80 m., breed 7,72 m., hol 5,62 m.

kiellegging 1854

tewaterlating 9 november 1855

plaats / datum registratie Rotterdam, 13 februari 1856

nummer van registratie deel 44, folio 70, verso, vak 1

notaris verklaring voor burgemeester van Ridderkerk

prijs
bijzonderheden






researcher/datum research: ML / 080608

Naam MARIA ELISABETH MARGARETHA
Archiefinstelling Nationaal Archief Den Haag
Jaar 1856
Toegang 3.03.17.01
Inventaris 3675

Bronnen


Jaar: 0000
Bron: NA-Den Haag
Omschrijving: Rott.3.03.17.01.3675-1856-351
Documentatie Stichting Nederlandse Kaap Hoorn-vaarders (SKHV), w.o. collectie Hoedemaker/Smit/Suyk