Familiegegevens
Jacobus Marinus werd geboren op 10.08.1872 te Enschede als z.v. Christiaan George Meerburg en Maria Elisabeth Naber.
Jacobus Marinus (27) (stuurman) trouwde op 19.12.1899 te Haarlem met Margaretha Oudshoorn (23) – geb. 11.10.1876 te Haarlem – d.v. Arend Oudshoorn en Johanna Cornelia de Jongh.
Margaretha Oudshoorn overleed op 16.02.1901 te Haarlem (24).
Jacobus Marinus (31) hertrouwde op 28.07.1904 te Rotterdam met Maria Elisabeth van Lummel (25) – geb. 21.08.1878 te Doetinchem – d.v. Kornelis Adrianus van Lummel en Jacoba Gerarda Barendina Gerretsen.
Maria Elisabeth van Lummel overleed op 23.04.1936 te Doorn (57).
Jacobus Marinus overleed op 06.01.1933 te Doorn (60).
(Overlijdensbericht in het Rott. Nieuwsblad van 09-01-1933)
Kinderen
- Christiaan George
- Christiaan George
- Cornelia Adriana
Opleiding
J.M. Meerburg werd op 08.08.1887 ingeschreven bij de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam.
Na het volgen van de 3-jarige cursus werd hij op 09.08.1890 geplaatst als lichtmatroos a/b van het s.s. BATAVIA, kapt. De Gruijter, naar Java. Op 19.02.1891 geplaatst als lichtmatroos a/b van het s.s.DRENTHE, kapt. Brouwer, naar Java. Op 24.06.1891 geplaatst als lichtmatroos a/b van het s.s. BROMO, kapt. Van de Sprang van Lee, naar Java. Kwam op 27.02.1892 terug van de reizen met goed attest.
Behaalde het diploma 3e stuurman grote vaart op 11 mei 1892 te Rotterdam.
Behaalde het diploma 2e stuurman grote stoomvaart in oktober 1895 te Rotterdam.
Behaalde het diploma 1e stuurman grote stoomvaart A in juni 1898 te Amsterdam.
De schepen van de kapitein
* 1908 – van het s.s. VLIELAND – geb. 1900 – St. Mij. Triton
* 1912 – van het s.s. MENADO – geb. 1908
* 1913 – van het s.s. DELI – geb. 1912
* 1915 – van het s.s. PALEMBANG – geb. 1911
* 1915 – van het s.s. OPHIR – geb. 1904
* 1920 – van het s.s. SINDORO – geb. 1900
* 1920 – van het s.s. TABANAN – geb. in 1908
* 1922 – van het s.s. TAMBORA – geb. 1910
* 1924 – van het s.s. TABANAN – geb. 1908
* 1924 – van het s.s. TJERIMAI – geb. 1920
* 1925 – van het s.s. INSULINDE – geb. 1914
* 1927 – 1929 van het s.s. PATRIA – geb. in 1919
Overige bijzonderheden
Gezagvoerder bij de Rotterdamsche Lloyd.
Kapitein Meerburg ging op 22 juni 1929 met pensioen na 40-jarige diensttijd.
Was Lt. ter Zee 1e Klasse van de Marine Reserve.
AH 14-05-1925
Meteorologische Journalen.
Als bewijs van waardering voor het bijhouden en inzenden van meteorologische journalen ten dienste van het Kon. Ned. Meteorologisch Instituut zijn bij Kon. Besluit de volgende onderscheidingen toegekend:
De gouden medaille aan de gezagvoerders: J. M. Meerburg (Rott. Lloyd); C. de Korver (Hol. Amerika-Lijn); E. H. Kroes (Java-China-Japan-Lijn); de zilveren medaille aan de gezagvoerders: H. F. Soomer; M. F. Mörzer Bruyns; W. A. Beijer; C. E. Plugge (allen Nederland); R, Borst; J. J. Bulsing; A. Vertregt (allen Rott. Lloyd); A. Dekema; G. C. Herbschleb (beiden Holland-Amerika Lijn); W. van Eyken (Holland-Zuid-Afrika-Lijn).
Verslag van afscheid kapitein Meerburg in De Locomotief van 23.07.1929
De Telegraaf 09-01-1933
Loopbaan van kapitein Meerburg. Een ervaren zeeman.
DOORN, 9 Jan. — Zoals gemeld is, de heer J. Meerburg, oud-gezagvoerder bij de Rotterdamsche Lloyd overleden. Na een hoogst gelukkige 39-jarlge zeemanscarrière, waarbij hij steeds de aan zijn zorgen toevertrouwde schepen behouden thuisbracht, is de kranige zeeman op 22 Juni 1929 van zijn laatste rei» naar Indië teruggekomen om te Doorn in zijn villa „Vertuid” van een welverdiende rust te genieten, die helaas slechte korten tijd geduurd heeft. Kapitein Meerburg was onder een gelukkig gesternte geboren. Zijn gehele leven heeft hij in dienst van de firma Ruys gevaren, waarvan 21 jaar als kapitein, en hij kon er zich op beroemen nimmer een schip te hebben verspeeld of schade te hebben gevaren. Eenmaal slechts is het er bijna van gekomen. Dat was in 1908 met zijn eerste schip, de „Vlieland”. Het schip kwam van Noorwegen en moest naar IJmuiden. Maar bij Terschelling was het ontzettend weer. Het had niet veel gescheeld of het schip was vergaan, want de schroef had drie van de vier bladen verloren. Tot overmaat van ramp begonnen de kolen op te raken. „Kapitein, wij vergaan,” riep zijn eerste-stuurman. Maar kapitein Meerburgantwoordde karakteristiek:
„Niet zo hard: je moet maar denken: we zijn er zelf bij en zolang wij de kop nog boven water houden is er niets verloren.” Hij slaagde erin, op eigen kracht te Bremerhaven binnen te lopen. Het was de eerste en laatste maal, dat kapt Meerburg „een beetje narigheid had”, zoals hij het uitdrukte.
Kapitein Meerburg is te Amsterdam geboren. Als Jongen ging hij naar de Kweekschool aldaar en vandaar kwam hij in 1890 op de BATAVIA van de Rotterdamsche Lloyd. Twee jaar heeft hij als jongen voor de mast gevaren. Toen deed hij zijn examen voor derde stuurman en kwam in 1892 op de GEDEH onder kapitein Siekemeijer. Verder heeft hij regelmatig promotie gemaakt. Zijn eerste schip als kapitein was de VLIELAND van de Mij. „Triton” en in 1915 kreeg hij zijn eerste mailschip, de OPHIR; in 1918 bevond hij zich daarmee in Honolulu toen het door de Amerikanen in beslag werd genomen. Na de oorlog kreeg hij de SINDORO, het schip, dat. Na als ambulance te hebben dienstgedaan, weer in de passagiersvaart kwam. Daarna heeft hij nog op verscheidene schepen van de Rotterdamsche Lloyd gevaren, op de TABANAN, de TAMBORA, waarmee hij o.a. een tocht gemaakt heeft naar de tentoonstelling te Gothenburg in 1923, de INSULINDE, de TJERIMAI en het laatste op de PATRIA. De grote verdiensten van deze bekwame en ervaren zeeman zijn erkend door de toekenning van de gouden en zilveren medailles van het Kon. Met. Instituut, want het waren de door kapitein Meerburg overgelegde meteorologische journalen, die buitengewone diensten hebben bewezen aan de zeevaartwetenschap. Kapitein Meerburg was een joviaal en opgewekt mens, die bij zijn passagiers zeer gezien was hetgeen hem ook bij zijn afscheid van de Lloyd op 22 Juni 1929 gebleken is. De begrafenis van het stoffelijk overschot is bepaald op a.s. Dinsdag op de begraafplaats te Doorn.