Inloggen
SUMBAWA - ID 8360

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1875
Categorie: Passenger-/cargo vessel
Voorstuwing: Steamship
Type: Passenger-/cargovessel
Type Dek: Shade deck
Material Hull: Iron
Dekken: 3
Construction Data

Scheepsbouwer: Caird & Co., Greenock, Great Britain
Werfnummer: 193
Delivery Date: 1875-06-17
Technical Data

Engine Manufacturer: Caird & Co., Greenock, Great Britain
Motor Type: Steam, Compound
Number of Cylinders: 2
Power: 750
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: 32 & 54 - 36 (inches)
 
Gross Tonnage: 840.00 *** Onbekend ***
Net Tonnage: 488.00 *** Onbekend ***
 
Length 1: 230.7 Feet (British) Registered
Beam: 28.2 Feet (British) Registered
Depth: 16.2 Feet (British) Registered
Ship History Data

Date/Name Ship 1875-06-17 UMBALLA
Manager: British India Steam Navigation Company Ltd., Glasgow, Great Britain
Eigenaar: British India Steam Navigation Company Ltd., Glasgow, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Glasgow / Great Britain

Date/Name Ship 1880-00-00 SUMBAWA
Manager: Nederlandsch-Indische Stoomvaart-Maatschappij. N.V., Batavia, Netherlands East Indies
Eigenaar: Nederlandsch-Indische Stoomvaart-Maatschappij. N.V., Batavia, Netherlands East Indies
Shareholder:
Homeport / Flag: Batavia / Netherlands East Indies
Callsign: TJBC

Ship Events Data

1890-12-30: Final Fate:
De SUMBAWA, die was inbegrepen in de verkoop van schepen van de N.I.S.M. aan de K.P.M en op 1 januari 1891 eigendom van de K.P.M. zou worden, vertrok op 24 december 1890 van Amboina om de driemaandelijkse reis naar de eilanden ten zuiden van Nieuw Guinea te maken. Na Banda, Gisser en Sekaar te hebben aangelopen, lag het schip op 30 december 1890 ter rede van Skroë, toen in de namiddag van die dag brand aan boord uitbrak doordat een lampenjongen een reeds ontstoken en brandende lamp vulde met petroleum in plaats van de voorgeschreven paraffine-olie. Er ontstond een steekvlam, waardoor brand ontstond, die zo snel om zich heen greep, dat de 101 opvarenden - passagiers en bemanning - ter nauwernood het leven konden redden. Schip en lading gingen geheel verloren. De gezagvoerder en enige opvarenden begaven zich per praauw naar Amboina, waar terstond het Gouvernements-stoomschip AREND naar Skroë voer om de overige opvarenden op te halen, behalve 27 inlanders, die te Skroë wensten te wachten op scheepsgelegenheid naar Aroe. De betr. lampenjongen overleed later ten gevolge van de bekomen brandwonden.
1891-04-08: Final Fate:
NRC 080491
Batavia, 6 maart. Aan het officieel verslag omtrent de brand van het stoomschip SUMBAWA zijn de volgende bijzonderheden ontleend:
Na Banda, Gisser en Sekar te hebben bereikt, bevond het schip zich op 30 december op de rede van Shroe, op de kust van Nieuw-Guinea, waar het op die dag te 6 uur namiddag een prooi van de vlammen is geworden.
Van het schip zijn slechts de ijzeren romp en de machine overgebleven, en van de lading heeft men niet meer dan enige zakken rijst en drie koebeesten in veiligheid kunnen brengen.
De resident heeft zich na ontvangst van het bericht de volgende ochtend met de kapitein onverwijld per stoomschip van de Gouvernements-Marine AREND naar de plaats des onheils begeven.
De 20e januari te Shroe aangekomen, trof de resident de schipbreukelingen aan, bestaande uit: De hulpprediker F. Quack en diens echtgenote, de pastoor C. van der Heijden, de natuuronderzoeker W. Micholits, de agent te Djobo van de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij F. Leunissen en diens echtgenote.
Wijders uit: De 1e stuurman en 1e machinist, het verder machinistenpersoneel en enige Ambonese werklieden, Chinezen, Arabieren en enige andere inlanders, benevens de inlandse opvarenden, tezamen uitmakende 101 personen.
Allen waren door de radja van Ati-Ati en diens zoon, zomede door de daar gevestigde enkele Chinezen en Arabieren, liefderijk in hun zeer bekrompen woningen opgenomen, en stonden deze de ongelukkigen met het weinige dat zij hadden zoveel mogelijk bij.
De passagiers en machinisten van de SUMBAWA hadden alles, wat zij aan boord bezaten, verloren.
De ijzeren romp van het schip was nog drijvende en lag voor anker. De in de romp aanwezige steenkolen waren nog smeulende.
Op verzoek van de gezagvoerder, om een commissie te benoemen tot opname van de toestand van het vaartuig, werden daartoe door de resident aangewezen de stuurman en de 1e machinist van de stomer AREND.
Het resultaat van het onderzoek was, dat het schip onredbaar verloren is.
De 20e en 21e januari werden de schipbreukelingen door de AREND opgenomen en de 24e d.a.v. te Ambon aan wal gezet.