Inloggen
WILLY - ID 7335

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1951
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO nummer: 5391569
Nat. Official Number: 2626 Z GRON 1951
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Raised quarter deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks, 2 winches
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Gebr. Bodewes, Scheepswerf 'Volharding', Foxhol, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 125
Launch Date: 1951-03-17
Delivery Date: 1951-05-23
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 375
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 10104 Type 6ED (290x450)
Speed in knots: 9.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 253.00 Net tonnage
Deadweight: 650.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 48.209 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 46.101 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.35 Meters Breadth, moulded
Depth: 4.04 Meters Depth, moulded
Draught: 3.37 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1951-05-23 WILLY
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Rederij 'Willy', Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder: Hendrik Tattje en Douwe Vellinga
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PIQO
Additional info: Hfl. 500.000,--, elk 1/2 deel.

Date/Name Ship 1960-04-01 WILLY
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Rederij 'Willy', Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder: Hendrik Tattje, Jakob Vellinga en Hendrik Wolthuis
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PIQO
Additional info: Resp. 1/2, 1/4 en 1/4 deel.

Date/Name Ship 1965-02-11 WILLY
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Hendrik Tattje en Jakob Vellinga, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PIQO
Additional info: Elk 1/2 deel.

Ship Events Data

1951-03-17: NvhN 17-03-1951: Tewaterlating WILLY. Op de Scheepswerf De Volharding van de Gebr. Bodewes te Martenshoek is de kustvaarder Willy te water gelaten. Het schip is van het Raised Quarterdecktype met een inhoud van 650 d.w. De lengte van het schip over alles is 50.70 m. en 46.17 m. tussen de loodlijnen; breedte 8-30, holte 3.40— 4.40 m. Het schip heeft een 375 pk dieselmotor, direct omkeerbaar. Bovendien is de Willy uitgerust met 1 mast, 2 laadbomen voor 3 ton, een 20 pk hulpmotor, radio-telefonie, echolood, centrale verwarming en electr. koelkast. Aan dek heeft zij een ankerlier en twee hijslieren, waarvoor 3 motoren, ieder van 12—16 pk. Het schip is gebouwd onder de klasse Lloyds en N.S.I. Eigenaars zijn de heren H. Tattje en D. Vellinga te Groningen. Op de vrijgekomen werf is de kiel gelegd voor een schip van hetzelfde type van 660 ton d.w. voor rekening van de heer A. C. Hoff te Rotterdam.
1951-05-19: Op 19-05-1951 als WILLY, zijnde een stalen motorschip, groot 1413.56 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 16-05-1951 no. 8436, liggende te Foxhol, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2626 Z GRON 1951 op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant dekhuis op verhoogd achterdek, 3.13 m. uit hekplaat, 1.25 m. uit lengteas en 1.35 m. bovendek.
1951-05-25: NvhN 25-05-1951: Proefvaart WILLY. Het nieuwgebouwde motorschip Willy heeft gistermiddag op de Eems een goedgeslaagde proeftocht gehouden. Dit type raised-quarterdekschip ls onder klasse Lloyds (Atlantische vaart) voor rekening van de heren Tatje en Vellinga te Groningen gebouwd bij de Scheepswerf Volharding te Foxhol. De lengte is 50 meter, de breedte 8.38 m., de holte 3-50 m., terwijl de beladen diepgang 3.35 m. bedraagt. Het heeft een laadvermogen van circa 600 ton. terwijl op de proeftocht de 360 p.k. 6 cyl. 4 tact motor het schip een snelheid gaf van ruim 10 mijl. De Willy is modern gebouwd en uitgerust en voorzien van één mast. Het schip zal te Delfzijl meel laden voor Londen.
1951-08-02: NvhN 02-08-1951: Feiten, welke spreken. WILLY overmeesterde Eemskanaal. (Van een onzer redacteuren) „Stap op en overtuig je zelf. Zo moet ongeveer de gedachtengang zijn geweest van de vereniging Havenbelangen te Groningen, toen zij de Groninger Pers uitnodigde voor een tochtje Groningen —Delfzijl per coaster teneinde daarmede het overtuigende bewijs te leveren, dat het Eemskanaal toch maar een lelijke sta-inde-weg is voor een behoorlijke scheepvaart op de hoofdstad der provincie. En dus zijn wij opgestapt. Op de „Willy", een coaster van de rederij Tattje en Vellinga, dus van een Groninger eigenaar. Bemand ook met Groningers: kapitein Hartman, stuurman Vellinga, eerste machinist Gernant, tweede machinist Renkema, kokkie Van Lier, twee volle- en twee lichtmatrozen, luisterende naar de namen Theo, Max, Jopie etc. Alles Groningen wat de klok luidt. Zelfs de machine is vervaardigd in Appingedam, en de lading draineerbuizen, bestemd voor lerland, is een „rasecht" Groninger exportartikel. Alles "Groningen", maar... Daar ging dus een pracht staal Groninger kracht, Groninger vlagvertoon, naar de vreemde, maar laat nu een der voornaamste „ingrediënten" niet de volle honderd procent zijn . . . Het Eemskanaal, dat dit schip en vele andere de verbinding moet geven met de open zee, bleek niet meegegroeid met alles wat scheepsindustrie heet of daarmee annex is. Nu is de Willy niet een van de grootste coasters. Ze behoort tot de zogenaamde kleine vaart, meet 499 brt. 620 ladetonnen en 252 netto, is 8.38 meter breed en 51 meter lang. Een schip dat echter zo nu en dan — en dat heeft het met al die andere gemeen — graag eens, ook om te lossen of te laden, naar het nest terug wil, naar „stad". U weet wel, de stad met haar 223 rederijen, haar Zeemanscollege „De Groninger Eendracht", haar klassebureaux, haar scheepvaart-inspectie. De stad dus die ook als centrum van de kustvaart mag worden aangemerkt. Helaas ook de stad, die practisch onbereikbaar blijft voor diezelfde coasters, zolang er niet is de verbinding, welke een behoorlijke doorvaart naar de plaats van lading en lossing mogelijk maakt. „Op de reis van Delfzijl naar Groningen was het al heel erg", zo vertelt „Kap" Hartman. Enkele tientallen keren hebben we grond geraakt. En dan maar slingeren en slagzij maken door de deklast hout, welke wij hadden." „'t Was angstig"- „Ik vond het werkelijk angstig en maak liever een zeereis dan één door dit kanaal", aldus mevrouw Hartman, die haar man zoveel mogelijk op diens reizen volgt. „Het schip ging flink scheef en wij moesten omhoog kijken. De kopjes rinkelden alle kanten uit. Het schip slingerde met de kop naar de wal." „Wij krijgen op zo'n tocht ook te veel slik in de motor, want die moet draaien", valt de heer Vellinga sr. haar bij. „Neen, zo is het niks gedaan", concludeert de heer Hartman. Men moet of het een of het ander: geen grotere schepen toelaten dan 400 ton of het kanaal vergroten. Ek verzeker U, dat het voor coasters die nu gebouwd worden door het Eemskanaal geen varen meer is." Hij stond in de stuurhut min of meer angstig de capriolen van zijn schip te volgen, dat, getrokken door een sleepboot, langzaam opstoomde. Vooral langzaam. Ruim een uur na de afvaart was Oosterhogebrug nog niet bereikt. Tot daar moet de kapitein de tocht wel aangevoeld hebben als een lijdensweg. Eerst de nauwe passage van de Oosterhavenbrug, dan, weinig verder, de eerste „stranding". Eigenlijk toch wel heel erg, ja beschamend, dat een schip van 3.40 meter diepgang in zijn „geboorteland" aan de grond loopt in een kanaal, dat officieel ruim vier meter diepgang heet te hebben. Is het wonder, dat de kapitein met een strak gezicht in de stuurhut staat! Hij heeft een prachtige boot, een bemanning die zó (met de duim omhoog) is en kan zich toch niet redden. Niet omdat hij zelf de capaciteiten niet zou hebben. maar alleen doordat zijn schip de baas is in de te smalle vaargeul, steeds reageert op de zuigingen van de wal, dan weer doordat het achterschip vast raakt, met het voorschip naar een der oevers slingert! Is het wonder, dat hij, als het ook maar even wat beter gaat, de verzuchting slaakt: „Als het zo door kon gaan naar Delfzijl, was het, zelfs al blijft sleepboothulp nodig, nog niet zo erg " We zouden door kunnen gaan en schrijven over het gemanoeuvreer bij die smalle doorvaarten van de vele bruggen, bij die resten ook van bij de bevrijding vernielde overgangen. Resten, welke nog niet zijn opgeruimd. Ook zouden we kunnen vertellen van de nieuwe stranding bij Oosterhogebrug, waarbij Willy zover slagzij maakte, dat in de stuurboordgang water binnenkolkte. Het is onvoldoende. Deze feiten spreken een taal, welke duidelijk genoeg is om verstaanbaar te maken, dat het Eemskanaal onvoldoende is. Dat verbetering dringend nodig moet worden genoemd. Nog heeft de fraaie Willy het vaarwater letterlijk weten te overmeesteren, maar de moeite, welke dat kostte zal haar en anderen er wellicht in den vervolge van weerhouden om nogmaals naar de stad te gaan. Daarom is het te hopen, dat provincie en stad het door Den Haag verbeterde plan voor 1000 brt spoedig zullen kunnen uitvoeren. Dat er om juist te zijn, een modus zal kunnen worden gevonden, welke Veenkoloniën en stad met de meest mogelijke spoed helpen, liefst met bijspringen door het Rijk. Die hoofdindruk hebben we overgehouden van een overigens zeer interessante reis, welke echter liefst zes uren heeft moeten duren, eer Farmsum — dus nog niet eens de haven van Delfzijl — bereikt was. Een reis ook, welke haar bekoring ontleende aan de goede zorgen van de dames Hartman, Tattje en niet het minst van kokkie Van Lier. Haar en al die andere opvarenden wensen we, nu eenmaal het Eemskanaal achter de rug is, en beter vaarwater bereikt, een behouden vaart en goede wacht.
1952-01-02: Onderweg van Malmon naar Antwerpen, bij het invaren van de Sont aan de grond gelopen bij Hornbaeck. Het schip kwam na een kwartier met eigen middelen weer vrij.
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van het aan de grond lopen van het motorschip Willy bij Hornbæk bij de Sont tijdens reis van Malmön, Lysekill district, naar Antwerpen beladen met 606 ton steen. Tijdens het aan de grond lopen waren er sneeuwbuien, na een kwartier kwam het schip op eigen kracht vlot. Oordeel van de Raad is dat het vastlopen van de Willy het gevolg is van de zorgeloze navigatie van stuurman Vellinga. Hij had bij het overnemen van de wacht voldoende instructies ontvangen, maar liet na daarnaar te handelen. De kapitein had de stuurman op het hart gedrukt hem te waarschuwen in geval van twijfel. Toen het zicht zo slecht werd dat de vuren, na het passeren van het vuurschip Kattegat S, uit zicht verdwenen, had hij de kapitein moeten waarschuwen en nu hij dit naliet, had hij zelf de nodige maatregelen moeten nemen om de behouden koers en verheid te controleren. Daartoe stonden hem richtingzoeker en handlood ter beschikking. De Raad is van oordeel, dat de stuurman voor zijn zorgeloosheid ernstig moet worden gecorrigeerd en straft stuurman Jakob Vellinga, geboren 13 November 1928 en wonende te Groningen, door hem de bevoegdheid te ontnemen om als stuurman te varen op zeeschepen voor de tijd van twee maanden. Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op 7 augustus 1952.
1969-04-23: Final Fate:
Onderweg met een lading mineralen (red-oxyde) in plastic zakken van Malaga naar Wachet in zwaar weer ten gevolge van lekkage in de machinekamer gezonken op 42 mijl ten noorden van Cabo Villano. In de avond van 22 april stroomde door een defect aan de buitenboordkraan water de machinekamer in. Omdat de situatie met het kwartier ernstiger werd zond kapitein J.Vellinga noodseinen uit, korte tijd later stond er al een halve meter water in de hutten. Omstreeks tien uur kregen vijf bemanningsleden opdracht in de rubberboten te gaan, spoedig daarna werden ze opgepikt door de Finse tanker 'PRONTO' die ze later in Gibraltar aan wal zette. Kapitein Vellinga en werktuigkundige Tuik bleven nog enige tijd aan boord terwijl een Franse schip de 'CHAMBORD' de 'WILLY' met schijnwerpers verlichte. Even voor middernacht verlieten beiden de zinkende 'WILLY'. Ze werden gered door de coaster 'SITULA' van Van Nievelt Goudriaan & Co die hen in La Coruna aan wal zette. Spaanse sleepboten hebben nog geprobeerd de 'WILLY' te bergen maar deze zonk zo snel dat de sleepboten de sleeptrossen moesten kappen. Op circa 50 mijl uit de kust van de Spaanse haven La Coruna en 42 mijl Noord van Cabo Villano, positie 44.10. Noord en 06.45 West, is het schip gezonken.

De Waarheid 23-04-1969: Na explosie kustvaarder gezonken. Op de Atlantische Oceaan, ongeveer 42 mijl ten noorden van Kaap Villano (Spanje) heeft zich gisteravond aan boord van de Groningse kustvaarder „WILLY" (650 ton) een ontploffing voorgedaan. Enkele uren later zonk het schip. De zeven opvarenden zijn aan boord genomen van te hulp gekomen schepen. De kapitein en de machinist gingen als laatsten van boord. Zij zijn opgepikt door de Nederlandse kustvaarder „Situla". De overige vijf bemanningsleden zijn aan boord van de Finse tanker „Pronto". Het is niet bekend wat de oorzaak van de ontploffing is geweest. De explosie deed zich vermoedelijk voor in de verwarmingsinstallatie. Om ca. half tien had de kapitein van de „Willy" geseind dat er water in de hutten liep. Om elf uur werd gemeld, dat het schip snel zonk. Het ongeluk met de „Willy" vond plaats bij goed weder en slechts een lichte golfslag.

Het Vrije Volk 23-04-1969: Kustvaarder gezonken. Op de Alantische Oceaan, ongeveer 50 mijnl ten noorden van Kaap Villano (Spanje); is gisteravond de Groninger hustvaarder Willy (499 brt) gezonken. Het schip maakte water als gevolg van een defect aan een buitenboordkraan , een grote tanker, waarvan de. naam nog niet bekend is, heeft de bemanning aan boord genomen. De thuishaven van de Willy is Groningen. De rederij is H. Tattje, D.Vellinga te Groningen.
De bemanning van de Willy bestond uit zeven koppen. Vijf ervan, drie Spanjaarden, een Portugees en een Nederlander stapten over op een Spaans schip. Kapitein J. Vellinga en machinist J. K. Tuik begaven zich aan boord van de Nederlandse “Situla”.

Ned. Dagblad 24-04-1969: Nederlandse coaster gezonken. Kaap Villano — Op de Atlantische Oceaan, ongeveer 30 mijl ten noorden van Kaap Villano (Spanje) is de Groninger kustvaarder Willy (490 brt) gezonken. Het schip maakte water als gevolg van een defect aan een buitenboordkraan. Een grote tanker, heeft de bemanning aan boord genomen. De thuishaven van de Willy is Groningen. De rederij is H. Tattje, D. Vellinga en H. Wolthuis te Groningen.

Afbeeldingen


Omschrijving: WILLY tewaterlating
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Tewaterlating

Omschrijving: WILLY op proefvaart en overdracht
Gemaakt door: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: De WILLY op proefvaart en overdracht
Gemaakt door: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: De WILLY
Gemaakt door: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: WILLY
Gemaakt door: Clarkson, John

Omschrijving: WILLY
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: WILLY - Charlestown spring 1963
Gemaakt door: Claessens, E. (Eduard), Kontich-België
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: WILLY in voorjaar 1966 in de Waalhaven, Rotterdam.
Gemaakt door: Goudriaan, J. (Koos)
Onderwerp: Havenopname
Overige afbeeldingen


Omschrijving: Willy 1951 (Brief Vereniging Oranje d.d. 12-09-1969.)
Gemaakt door: Trommel, Edwin