Inloggen
WESTLAAN - ID 7254

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1931
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
Nat. Official Number: 1458 Z GRON 1931
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Half shelterdeck
Masten: Two masts
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Scheepswerf 'Gideon' J. Koster Hzn., Groningen, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 131
Launch Date: 1931-03-11
Delivery Date: 1931-04-23
Technical Data

Engine Manufacturer: Humboldt-Deutz Motoren A.G., Cologne (Köln), Germany
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 150
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz nr. 253387/89 Type (280x340)
Speed in knots: 8
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 199.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 94.00 Net tonnage
Deadweight: 295.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 16300 Cubic Feet
 
Length 2: 35.17 Meters Registered
Beam: 6.57 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.60 Meters Depth, moulded
Configuration Changes

Datum 00-01-1935
Type: Rebuilt
Omschrijving: In 01.1935 door scheepswerf Gideon te Groningen verbouwd van gladdekschip tot half shelterdekker.
De Eemsbode 08.02.1935: Het te Groningen thuisbehorende motorschip “Westlaan” kapitein H. v.d. Laan, arriveerde gisteren met carton beladen van Appingedam te Delfzijl. Het schip werd bij de scheepswerf “Gideon” omgebouwd, waar het dek werd verhoogd, zodat het schip thans veel meer berging heeft gekregen. De d.w. van de “Westlaan” bleef ongeveer gelijk, doch van lichte lading kan het schip thans plm. 30 a 40 ton meer laden.

Ship History Data

Date/Name Ship 1931-04-08 WESTLAAN
Manager: Freight Express Ltd, London, Great Britain
Eigenaar: Hendrik van der Laan, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: QCDF
Additional info: 1934 callsign PINY

Date/Name Ship 1947-04-04 WESTLAAN
Manager: Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart-Maatschappij N.V., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Harm Hendrik en Geert van der Laan, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PINY

Date/Name Ship 1955-07-04 COBRI
Manager: Carebeka N.V., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: V.o.F. Rederij Van den Brink & Zonen V.o.F. (Cornelis, Everardus en Hendrik Everardus van den Brink), Hilversum, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Hilversum / Netherlands
Callsign: PDLA

Ship Events Data

1931-03-11: NvhN: 12-03-1931: Groningen, 12 Maart. Woensdag 11 Maart werd met goed gevolg van de scheepswerf „Gideon" van J Koster Hzn. te Groningen te water gelaten het motorzeevrachtschip „Westlaan" bestemd voor kapt. H. v. d. Laan te Groningen. Het schip heeft de volgende afmetingen: lengte over alles 36 71 M., breedte over de spanten 6.55 Meter en holte In de zijde 2.81 Meter. Het deadweight bedraagt 315 ton van 1000 K.G. Het schip wordt voorzien van een 150—180 P.K. compressorlooze Deutz Diesel 3 cylinder 4 tact motor. Het heeft twee klapbare masten, waarbil twee motorlaadüeren zijn geplaatst met een capaciteit van 2 ton gedreven ieder door een 6—7 P.K. tweetact compressorlooze Deutz Diesel motor. Er zijn twee laadhoofden gebouwd, ieder groot 7.125 x 3.75 Meter De bruto ruiminhoud bedraagt 385 M 3. en de netto ruiminhoud 370 M 3. Er zijn vaste oliebunkers gebouwd met een gezamenlijk capaciteit van 10400 Liter. De voor- en achterpiek zijn ingericht als waterballasttanks met een inhoud van resp. 30 en 8 ton. Het schip is uiterst practisch en modern ingericht, waardoor ruime en geriefelijke verblijven worden verkregen. Een zelfde schip is in aanbouw voor kapitein Nic. Mulder te Groningen.
1931-04-09: Op 09-04-1931 als WESTLAAN, zijnde een motorzeevrachtschip, groot 199 reg ton, liggende te Groningen, door J. Gerrits, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Hendrik van der Laan, kapitein ter koopvaardij te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1458 Z GRON 1931 op het achterschip lichtkap motorkamer, stuurboordzijde.
1931-04-26: Algemeen Handelsblad 26-04-1931: Scheepsbouw. Donderdag j.l. vond op de Eems de goed geslaagde proefvaart plaats met het door de Scheepswerf „Gldeon" van J. Koster. Hzn te Groningen, gebouwde motorzeevrachtschip „WESTLAAN", voor rekening van kapt. H. v. d. Laan te Groningen. Het schip is groot 199 bruto reg. ton en 95 netto reg. ton en heeft een laadvermogen van 315 ton deadweight. De voortstuwing geschiedt door middel van een 150—180 P.K. compressorloozen Deutz Diesel motor. Het roer is van het Oertz-patent. De bouw geschiedde onder speciaal toezocht van Bureau Veritas voor classificatie groote kustvaart.
1931-04-29: Op 29-04-1931 vertrokken uit Delfzijl voor haar eerste reis naar Danzig.
1934-05-01: Onderweg met een lading oud ijzer van Exeter naar Antwerpen kreeg het schip motorpech. Na reparatie liep het schip in dichte mist bij Portland Bill op de rotsen. Op 2 mei bij hoog water kwam het schip weer vlot, het bleek te lekken en men bereikte Portland waar de lading werd gelost. Naar Rotterdam gevaren en gerepareerd.
De Tijd 02-05-1934: WESTLAAN strandt. Later kon het schip in de haven van Portland gesleept worden. Opvarenden ongedeerd.
Het Nederlandsche stoomschip „Westlaan", dat op weg was naar Antwerpen, is naby Portland Bill aan den grond geloopen, meldde een eerste Reuter-bericht. Men vreest, dat het schip geheel verloren is. De reddingboot van Weymouth is kort na middernacht uitgevaren en heeft zeven opvarenden, waaronder twee vrouwen, aan land gebracht. De kapitein van de „Westlaan" bevindt zich nog aan boord. Omtrent de stranding wordt nader gemeld, dat het schip, dat geladen was met ijzererts, in dichten mist aan den grond is geloopen. Omstreeks 3 uur waren 7 van de acht opvarenden gered, alleen de.kapitein, de heer Van der Laan, bevond zich toen nog aan boord. In de haven gesleept. Een later bericht meldt: De „Westlaan" is hedenochtend half acht vlot gesleept. Het schip, dat aan den boeg licht is beschadigd, wordt naar de haven van Portland gesleept. De opvarenden zijn met een raket-reddingstoestel van boord gehaald, aangezien de reddingboot het schip slechts tot op 50 meter afstand kon naderen. De hond is door de politie van boord gehaald, overeenkomstig de quarantaine voorschriften.
NvhN 04-05-1934: De redding van de Westlaan. Merkwaardige bijzonderheden. Bij de redding van de bemanning van de „WESTLAAN", het Nederlandsche motorschip, dat, naar men weet, in de nabijheid van Weymouth, aan de Zuidkust van Engeland door den dichten mist op de rotsen liep, hebben zich eenige merkwaardige bijzonderheden voorgedaan, welke met recht fantastisch genoemd mogen worden. Door den dichten mist kon men het schip, dat zich op ca. 300 meter van de kust bevond slechts waarnemen van een hooge rots, waar een zoeklicht was opgesteld. Met behulp van de reddingsbroek ving men nu aan de bemanning van het schip te halen. De komst van den zoon van den kapitein verwekte geen verwondering. Maar toen de reddingsbroek bij den tweeden tocht halverwege was, constateerde men met verbazing, aldus lezen we in de Tel. dat een jongedame in bontmantel naar boven kwam. De kapiteinsdochter, arriveerde in blakenden welstand en toonde zich in het minst niet verbaasd over het gebeurde. Zij, noch haar moeder die even later den tocht volbracht, was ook maar buiten adem. De belde vrouwen weigerden aanvankelijk zelfs verfrisschingen. Maar toen ook de scheepshond in „de broek" naar boven kwam, waren ze blij- dat ze hem wat versch water konden geven. De dochter verklaarde dat hun schip een „lucky ship" was. In dit licht bezien was het dan ook niet te verwonderen, dat het schip spoedig na het aanbreken van den dag wederom vlot raakte. Het gerucht ging, dat moeder en dochter reeds vroeger door een reddingsbroek gered waren, maar de vrouwen wenschten zich daar niet meer over uit te laten. „Dat is al lang geleden" was alles wat ze zeiden.
De Tijd 08-05-1934: WESTLAAN. m.s. 4 Mei bij Castletown Pier aan den grond gezet. De bodem is lek en de lading wordt in een ander schip overgebracht.
1939-04-01: Algemeen Handelsblad 02-04-1939: WESTLAAN(Londen, 1 April.) Het Nederlandsche motorschip “Westlaan” is gisteren met machineschade te Newhaven aangekomen.
1939-05-18: De Telegraaf 25-05-1939: WESTLAAN. Liverpool, 19 Mei. Het Nederlandsche m.s.”Westlaan” is op 18 Mei tijdens dichte mist in Carlingford Lough in botsing geweest met een boei.
1939-06-12: NvhN 12-06-1939: Delfzijl. Alhier liep als bijlegger met defecten deklier binnen, het te Groningen thuis behoorende motorschip “WESTLAAN”. Het schip is beladen met suiker van Londen met bestemming Pernau. Een nieuwe deklier wordt hier geplaatst, waarna het schip zijn reis zal voortzetten.
1939-07-15: De Banier 24-02-1940: Eerste motordrijver gestraft. Raad voor de scheepvaart. De raad voor de scheepvaart heeft uitspraak gedaan inzake het binnendringen van water in de motorkamer van het motorschip „WESTLAAN", liggende nabij Corpach (Schotland) in den nacht van 15 op 16 Juli 1939. De raad is van oordeel dat dit ongeval geheel is te wijten aan de schuld van den betrokkene, die als eerste-motordrijver gemonsterd was, doch zich aan de werkzaamheden in de motorkamer zeer weinig gelegen liet liggen, en, gelijk hij zelf heeft verklaard, feitelijk op het schip als kapitein dienst deed, zulks, terwijl hij de bevoegdheid miste als zodanig op te treden. Zelfs toen de tweede-motordrijver, die nog in de leer was, hem kwam waarschuwen dat er water door den schroefaskoker kwam bepaalde hij zich er toe goed te keuren dat deze hem rapporteerde dat hij de gland had vastgezet en de lekkage opgehouden was. Had de betrokkene dien motordrijver, die gelijk gezegd, in de leer was, slechts even gecontroleerd, dan had hij dadelijk geconstateerd dat de lekkage, waarover de motor drijver sprak niets met de schroefas of gland te maken had, doch voortsproot uit dezelfde oorzaak waardoor later de geheele motorkamer volliep. De raad achtte de tekortkomingen van den betrokkene van zeer ernstigen aard en een straf van schorsing geboden. Hij strafte den betrokkene, door hem de bevoegdheid te ontnemen om als machinist of motordrijver te varen op een schip, als bedoeld bü artikel 2 der schepenwet, voor den tijd van zes weken.
1939-08-04: De Tijd 30-03-1940: Het m.s. „WESTLAAN” op rotsen geloopen. Fout lag bij den kapitein. De raad voor de scheepvaart deed uitspraak in zake het vastloopen van het motorschip "Westlaan" op de rotsen van Etelelettu in de Finsche golf op 4 Augustus 1939 Het vastloopen van de Westlaan op genoemde rotsen is, aldus oordeelt de raad, toe te schrijven aan gebrekkige navigatie van den kapitein. Uit het feit, dat de kapitein na ongeveer twee uur voor het ongeval een kruispeiling genomen te hebben, overleg pleegde met den motordrijver over den te nemen koers, blijkt reeds zijn gebrek aan ervaring en zelfvertrouwen. Het had voor de hand gelegen, dat hij, na de kruispeiling genomen te hebben, den koers had gesteld dicht langs Högland, waarvan blijkens de kaart de kust steil is, zodat aldaar een veilig vaarwater te zijner beschikking stond. Doordien getuige een te noordelijken koers heeft genomen, kwam hij, zoals hij kon en moest weten, in gevaarlijk vaarwater en liep het schip op de rotsen.
1939-08-09: Op 09-08-1939 aangekomen te Hotha nadat het aan den grond heeft gezeten.
1940-05-16: Overgenomen door de Netherlands Shipping & Trading Committee, Londen, Engeland. Deed dienst als 'Balloon Barrage Vessel' met thuishaven Liverpool. In juni 1945 weer terug aan de eigenaar.
1953-02-27: Het Vrije Volk 27-02-1953: Onder de zeelieden, die vanochtend voor de economische politierechter terechtstonden wegens sigarettensmokkel, was de kapitein J. A. W. van de kustvaarder WESTLAAN. Van de 60.000 sigaretten, die de vijf leden van de bemanning hadden ingevoerd, bedroeg het aandeel van de kapitein 15.000. De officier eiste zes weken gevangenisstraf, de economische politierechter maakte er vier weken van. De stuurman C. A. v. H. werd veroordeeld tot ƒ 175 boete of drie weken, met een maand voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. De motordrijver E. E. en de matroos H. B. kregen een boete van ƒ 100 of drie weken en drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, de kok.F. C. L. een boete van ƒ 30 of tien dagen.
1955-09-04: 04-09-1955 m.s. COBRI af Hilversum, 199 B. R. T. På rejse fra Skagen til Rotterdam med fiskemel. Grundstødt d. 4/9 55 ved Læsøs N.-kyst.
Strandingsindberetning dat. 4/9 55. Kl. 0200 grundstødte C. under en VSV.-lig brise ved Læsø NV.-rev og blev stående. Skibet er senere kommet flot ved hjælp af en bjergningsdamper. Anm. Årsagen til grundstødningen angives at være maskinhavari i forbindelse med vindog strømforholden.

Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van de stranding op 4 september 1955 bewesten Laeso in het Kattegat, tijdens reis van Skagen naar Rotterdam beladen met een volle lading vismeel in zakken. Daar de weersverwachting voor de Noordzee slecht was, besloot de kapitein de route door het Kattegat te nemen. Het was wel goed helder weer. Oordeel van de Raad is dat, toen kapitein v.d. Brink dwars van Hirsholm de wacht overgaf aan bestman Oost, hij zelf zeker op de brug had moeten blijven tot na het passeren van Laeso. Voor een bekwaam navigator is het varen aldaar goed mogelijk, maar voor een minder goede is dit niet gemakkelijk. De kapitein achtte de bestman in staat zelfstandig wacht te lopen en had geen klachten over hem. De bestman kon peilingen nemen en verbeteren. De kapitein zag er daarom geen bezwaar in om de bestman zelfstandig gedurende de H.W. de navigatie te doen voeren. Tijdens diens wacht is het schip wel 7 mijl om de oost verzet. De bestman heeft hiervoor geen verklaring kunnen geven. Ook de kapitein kan niet begrijpen hoe het schip in twee uur zoveel om de oost is verzet.
Ook gedurende de wacht van de bestman moet de kapitein de navigatie leiden. Indien dit niet kan gebeuren door duidelijke orders, moet de kapitein zelf op de brug komen. De bestman moet wel allereerst aansprakelijk worden gesteld voor deze stranding, maar ook de kapitein gaat niet vrijuit. Daar de bestman geen diploma bezit , kan hij niet strenger gestraft worden dan door het uitspreken van een berisping. De Raad straft mitsdien kapitein H.E. v.d. Brink en bestman G. Oost door het uitspreken van een berisping. Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op 18 oktober 1956
1956-12-01: Final Fate:
Onderweg met een lading 254 ton mais van Rotterdam naar Karlshamn in dichte mist bij Wangeroog in aanvaring met het Panamese stoomschip 'Maria Dolores' en na zware slagzij gezonken in pos. 53.51.54.N. - 07.45.42.O. De bemanning werd door de 'Maria Dolores' gered.
1956-12-03: NvhN 03-12-1956: Nederlandse kustvaarder gezonken. Alle opvarenden gered. De Nederlandse kustvaarder COBRI, met een lading- graan op weg van Rotterdam naar Karlshamn, is zaterdagavond in de Duitse bocht in aanvaring gekomen met het onder Panamese vlag varende m.s. Maria Dolores en gezonken. De zes opvarenden van de Cobri konden allen worden gered. Zij begaven zich in de sloep en werden aan boord van de Maria Dolores opgenomen. Het ongeluk gebeurde tijdens een dichte mist. De Cobri kreeg een gat onder de waterlijn en zonk vrij snel. De Maria Dolores is zondag in de loop van de dag te Rotterdam binnengelopen. Alleen de stuurman van de Cobri heeft bij de aanvaring een lichte hoofdwond opgelopen.
Leeuwarder courant 03-12-1956: Hilversumse coaster in de Duitse Bocht gezonken. Alle opvarenden werden gered.De 199 ton metende kustvaarder „Cobri" nit Hilversum is zaterdagavond omstreeks half tien in de Duitse Bocht, op de route van Borkum naar het Kielerkanaal, in een dichte mist aangevaren door het 7176 ton metende Panamese schip „Maria Dolores" en ter plaatse gezonken. De bemanning, zes man, wist ondanks het feit, dat de „Cobri" snel zonk een sloep te strijken. Zij werd opgepikt door de Italiaanse bemanning van de „Maria Dolores" en is in de afgelopen nacht in Rotterdam aan wal gezet. De „Cobri" (de vroegere „Westlaan") was vrijdagmiddag met een lading graan van Rotterdam naar Karlshamn in de Oostzee vertrokken; de „Maria Dolores" was van Kiel onderweg naar Norfolk (V.S.).De 27-jarige kapitein H. E. van der Brink uit Hilversum, zoon van de eigenaar C. van der Brink, vertelde bij aankomst in Rotterdam, dat er een dichte mist was en dat er extra mensen op het voorschip op de uitkijk stonden. Plotseling werd het schip aangevaren en door het hoger op het water liggende schip meegevoerd. Achter luik twee ontstond een gat, waardoor het water binnenstroomde en de „Cobri" snel begon te zinken. De bemanning wist de reddingsloep te strijken en van boord te gaan. Zij is door de Italianen aan boord genomen en gastvrij onthaald. De geredden zijn de kapitein, verder de stuurman, zijn broer E. van der Brink, eveneens uit Hilversum, de kok H. Meerendonk uit Breda, de machinist J. C. Jensch uit Amsterdam en de beide matrozen W. van Maurik uit Hollandsche Rading en M. Groen uit Spijkenisse, wiens eerste reis het was. De stuurman was licht gewond aan het hoofd.
Het Vrije Volk 03-12-1956: Coaster overvaren: opvarenden gered. Ter hoogte van JE 12 in de Duitse Bocht is zondagmorgen om twintig minuten over negen de kustvaarder „Cobri" van reder C. v. d. Brink uit Hilversum overvaren door het Panamese stoomschip „Maria Dolores". Het Nederlandse scheepje, dat een lading graan in had voor de haven Karslhamn in Zweden, is snel gezonken. De zes opvarenden konden zich in de reddingboot begeven en werden opgenomen door de „Maria Dolores". Gisteravond om half twaalf is de Panamees in de Rotterdamse haven aan de boeien gegaan. Slechts de stuurman E. van de Brink, zoon van de reder, had bij de aanvaring een hoofdwonde van niet ernstige aard opgelopen. In de Duitse Bocht lag zondagmorgen een dichte mist, zo vertelde ons de 27-jarige kapitein van de „Cobri", de heer H. E. van de Brink, eveneens zoon van de reder, die met het ondergaan van de „Cobri" zijn enige schip heeft verloren. De „Maria Dolores", die zonder lading op weg was van Kiel naar Norfolk, lag hoog in het water. Toen de voorsteven van het schip uit de mist opdook, koersten beide schepen naar bakboordzijde, maar de „Cobri" kon niet.meer vlug genoeg onder de boeg van de-Panamees wegkomen. Met een hevige slag werd het kleine kustertje in de flank getroffen en maakte onmiddellijk veel water. De gehele bemanning was op haar post en kon daardoor snel in de reddingboot komen. Alles moesten ze aan boord van het zinkende schip achterlaten, en voor kok H. Meerendonk uit Breda, die zij nieuwe bromfiets aan boord had staan, was dat wel bijzonder sneu. De andere geredden zijn de machinist J. C. Jensch uit Amsterdam, de beide matrozen W. van Mourik uit Hollandsche Rading en M. Groen uit Spijkenisse. ,' De „Maria Dolores", kapitein A. Bertacca, vaart onder Panamese vlag, maar behoort toe aan de Italiaanse rederij Flamingo Cia de Navigatione Oceania SA en meet 7176 brt.
De Tijd 03-12-1956: Nederlands schip na aanvaring gezonken. Alle opvarenden gered. „Het zicht was slecht. Door de aanvaring kreeg het schip een gat onder de waterlijn. Het schip is vrij snel gezonken, maar wij zagen kans de reddingssloep te strijken en zodoende werden alle opvarenden gered." Zo sprak vannacht de 27-jarige kapitein H. E. van der Brink uit Hilversum. Hij was gezagvoerder op het schip van zijn vader, de heer C. van der Brink, de Cobri, dat zaterdagavond omstreeks half tien in de Duitse Bocht in aanvaring is gekomen met het 7176 brt metende Panamese schip Maria Dolores. De Cobri was vrijdagmiddag met een lading graan , uit Rotterdam vertrokken op weg naar Karslhamn en de Maria Dolores, een Italiaans schip onder Panamese vlag, was onder commando van kapitein A. Bertaca leeg onderweg van Kiel naar Norfolk (U.S.A.). Aan boord van het Nederlandse kustvaartuig bevonden zich verder een broer van de kapitein, de stuurman E. van der Brink, eveneens uit Hilversum, de kok H. Meerendonk uit Breda, de machinist J. C. Jensch uit Amsterdam, en de twee matrozen M. Groen uit Spijkenisse, wiens eerste reis dit was, en W. van Maurik uit Hollandse Rading (bij Hilversum). De stuurman had een lichte hoofdwonde opgelopen, maar de dokter, die in Rotterdam aan boord kwam — de Maria Dolores meerde n.l. af in de Waalhaven te Rotterdam — kon gelukkig aan zijn ouders, die ook naar Rotterdam waren gekomen, meedelen, dat de verwonding niet van ernstige aard was. De gezagvoerder van de Cobri vertelde, dat er dikke mist was en dus slecht zicht. Het schip bevond zich.in de Duitse Bocht. Hij stond op de brug met nog enige mensen. Daar het nog vroeg was, twintig over negen, was er nog niemand in de kooi. Op het voorschip stonden ook extra-mensen op de uitkijk. Opeens werd het schip aangevaren en, zo vertelde ons later de kok, nog gedurende enige minuten door het veel hoger op het water liggende andere schip meegevoerd. Achter bij luik twee ontstond een gat, maar de kapitein had geen idee hoe groot. Men zag kans een reddingsboot te strijken. Alles ging vlot. Van paniek was geen sprake en ieder kon overstappen. Nadat men enige ogenblikken had rond gevaren werden de overlevenden gastvrij opgenomen aan boord van de Maria Dolores. Niets hadden zij mee kunnen nemen, maar allen waren vol lof over het optreden van de Italiaanse bemanning, die alles had gedaan om het de Nederlandse zeelieden zo goed mogelijk naar de zin te maken.
1957-02-13: NvhN 030157
Raad voor de Scheepvaart De ondergang van de COBRI behandeld Kapitein heeft geen schuld.
De Raad voor de Scheepvaart heeft gistermiddag een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de aanvaring tussen het 10.000 brt metende Panamese schip MARIA DOLORES en de 198 brt metende Nederlandse kustvaarder COBRI op 1 december van het vorig jaar op de Noordzee, ten gevolge waarvan de COBRI is gezonken. De voorzitter van de raad, mr. A. Dirkzwager, sprak er zijn spijt over uit, dat deze zaak eenzijdig behandeld moet worden, omdat alleen de gezagvoerder van de COBRI, de 27-jarige H. E. van den B. uit Hilversum, als getuige gehoord kon worden. Kapitein van den B. vertelde, dat hij die avond tijdens mist om 21.10 uur signalen van het andere schip hoorde. Om 21.15 kwam de Panamees in zicht. Kapitein van den B. had inmiddels de vaart uit zijn schip gehaald en zag de MARIA DOLORES naar stuurboord uitwijken. Daarom heeft de Nederlander volle kracht achteruit en bakboordroer gegeven, zodat de schepen elkaar vrij zouden varen. Maar om onbekende redenen ging de Panamees weer naar bakboord en ramde de COBRI om 21.20 uur even voor de brug. Er ontstond een groot gat in het ruim en omdat hij wel begreep, dat van reddingspogingen geen sprake meer kon zijn, begaf kapitein Van den B. zich met de vijf leden van zijn bemanning in de sloep en werd door de Panamees opgepikt. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart, de heer J. Metz, sprak een compliment uit aan het adres van kapitein Van den B. voor de kalme wijze, waarop hij na de aanvaring heeft gehandeld. Inzake de schuldvraag zei de heer Metz: De Panamees wil ik buiten bespreking laten. Kapitein Van den B. treft echter zeker geen schuld. De Raad zal in deze zaak schriftelijk uitspraak.
NvhN 130257
Het zinken van de COBRI. Van schuld van kapitein niets gebleken.
„Van enige schuld aan de zijde van de COBRI is niets gebleken luidt het oordeel van de Raad voor de Scheepvaart in zijn schriftelijke uitspraak inzake de aanvaring van het motorschip COBRI door het Panamese stoomschip MARIA DOLORES op 1 december van het vorige jaar op de Noordzee, waardoor de COBRI zonk. De Raad spreekt verder zijn lof uit „voor de orde, die aan boord van de COBRI heeft geheerst, waardoor het mogelijk was dat, onder gunstige omstandigheden, in zeer korte tijd de sloep te water kon worden gebracht en alle zes opvarenden daarin het schip konden verlaten."
Het m.s. COBRI — eigendom van de firma C. van den Brink & Zonen te Hilversum — was op weg van Rotterdam naar Karlshamn toen het, varende langs de Waddeneilanden, last van mist kreeg. Volgens de kapitein, de heer H.E. van den Brink, werd toen geheel volgens de voorschriften gevaren. De Raad kan niet met zekerheid vaststellen of de COBRI te veel om de noord of het andere schip te veel om de zuid zat. Van de zijde van de MARIA DOLORES zijn geen gegevens over de aanvaring verstrekt en de Raad zal zich niet uitspreken over de manoeuvres of eventuele fouten van de MARIA DOLORES.



Afbeeldingen


Omschrijving: proefvaart WESTLAAN
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: WESTLAAN
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: WESTLAAN
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: WESTLAAN
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: COBRI
Gemaakt door: Bunschoten, G.

Omschrijving: COBRI
Gemaakt door: Unknown
Algemene informatie

 

NvhN 030157
Raad voor de Scheepvaart De ondergang van de COBRI behandeld Kapitein heeft geen schuld.
De Raad voor de Scheepvaart heeft gistermiddag een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de aanvaring tussen het 10.000 brt metende Panamese schip MARIA DOLORES en de 198 brt metende Nederlandse kustvaarder COBRI op 1 december van het vorig jaar op de Noordzee, ten gevolge waarvan de COBRI is gezonken. De voorzitter van de raad, mr. A. Dirkzwager, sprak er zijn spijt over uit, dat deze zaak eenzijdig behandeld moet worden, omdat alleen de gezagvoerder van de COBRI, de 27-jarige H. E. van den B. uit Hilversum, als getuige gehoord kon worden. Kapitein van den B. vertelde, dat hij die avond tijdens mist om 21.10 uur signalen van het andere schip hoorde. Om 21.15 kwam de Panamees in zicht. Kapitein van den B. had inmiddels de vaart uit zijn schip gehaald en zag de MARIA DOLORES naar stuurboord uitwijken. Daarom heeft de Nederlander volle kracht achteruit en bakboordroer gegeven, zodat de schepen elkaar vrij zouden varen. Maar om onbekende redenen ging de Panamees weer naar bakboord en ramde de COBRI om 21.20 uur even voor de brug. Er ontstond een groot gat in het ruim en omdat hij wel begreep, dat van reddingspogingen geen sprake meer kon zijn, begaf kapitein Van den B. zich met de vijf leden van zijn bemanning in de sloep en werd door de Panamees opgepikt. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart, de heer J. Metz, sprak een compliment uit aan het adres van kapitein Van den B. voor de kalme wijze, waarop hij na de aanvaring heeft gehandeld. Inzake de schuldvraag zei de heer Metz: De Panamees wil ik buiten bespreking laten. Kapitein Van den B. treft echter zeker geen schuld. De Raad zal in deze zaak schriftelijk uitspraak.

 

NvhN 130257
Het zinken van de COBRI. Van schuld van kapitein niets gebleken.
„Van enige schuld aan de zijde van de COBRI is niets gebleken luidt het oordeel van de Raad voor de Scheepvaart in zijn schriftelijke uitspraak inzake de aanvaring van het motorschip COBRI door het Panamese stoomschip MARIA DOLORES op 1 december van het vorige jaar op de Noordzee, waardoor de COBRI zonk. De Raad spreekt verder zijn lof uit „voor de orde, die aan boord van de COBRI heeft geheerst, waardoor het mogelijk was dat, onder gunstige omstandigheden, in zeer korte tijd de sloep te water kon worden gebracht en alle zes opvarenden daarin het schip konden verlaten."
Het m.s. COBRI — eigendom van de firma C. van den Brink & Zonen te Hilversum — was op weg van Rotterdam naar Karlshamn toen het, varende langs de Waddeneilanden, last van mist kreeg. Volgens de kapitein, de heer H.E. van den Brink, werd toen geheel volgens de voorschriften gevaren. De Raad kan niet met zekerheid vaststellen of de COBRI te veel om de noord of het andere schip te veel om de zuid zat. Van de zijde van de MARIA DOLORES zijn geen gegevens over de aanvaring verstrekt en de Raad zal zich niet uitspreken over de manoeuvres of eventuele fouten van de MARIA DOLORES.