Inloggen
VINDICAT ATQUE POLIT - ID 7026


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1950
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO nummer: 5381253
Nat. Official Number: 2562 Z GRON 1950
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo schip
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Bodewes Scheepswerven N.V., Martenshoek, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 387
Date Laid Down: 1950-03-01
Launch Date: 1950-06-22
Delivery Date: 1950-08-03
Technical Data

Engine Manufacturer: Klöckner-Humboldt-Deutz A.G., Cologne (Köln), Germany
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 540
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz nr. 1232912/19 Type (320x450)
Speed in knots: 11
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 340.00 Net tonnage
Deadweight: 860.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 37000 Cubic Feet
Bale: 35500 Cubic Feet
 
Length 1: 57.75 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 53.29 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.89 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.27 Meters Depth, moulded
Draught: 3.53 Meters Draught, maximum
Configuration Changes

Datum 00-11-1969
Type: Shiptype/category changed
Omschrijving: In 1969 omgebouwd tot zandschip.

Datum 00-08-1979
Type: Shiptype/category changed
Omschrijving: In 08.1979 ( na jaren opgelegd gelegen te hebben in Frankrijk) verkocht en weer in de vrachtvaart

Ship History Data

Date/Name Ship 1950-08-02 VINDICAT ATQUE POLIT
Manager: N.V. Cornelder's Scheepvaart Bedrijf, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Geertje Albers-Panjer, Hoogezand, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Hoogezand / Netherlands
Callsign: PIGI

Date/Name Ship 1950-08-31 VINDICAT ATQUE POLIT
Manager: N.V. Invoer- & Transportonderneming 'Invotra', Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Roerende en Onroerende Goederen 'Eska', The Hague, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: The Hague / Netherlands
Callsign: PIGI

Date/Name Ship 1959-08-13 VINDICAT
Manager: C. Holscher's Scheepvaartbedrijf (Holscher Shipping) N.V., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Roerende en Onroerende Goederen 'Eska', The Hague, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: The Hague / Netherlands
Callsign: PIGI

Date/Name Ship 1964-01-15 VINDICAT
Manager: C. Holscher's Scheepvaartbedrijf (Holscher Shipping) N.V., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Gebr. Joannes Hessel Jacobus & Egbertus Dominicus de Jong, The Hague, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: The Hague / Netherlands
Callsign: PIGI
Additional info: Elk 1/2 deel.

Date/Name Ship 1969-09-19 ARGUENON
Manager: Timac Roullier, St. Malo, France
Eigenaar: Timac Roullier, St. Malo, France
Shareholder:
Homeport / Flag: St. Malo / France
Callsign: FWOL

Date/Name Ship 1979-08-00 APOLLON
Manager: All Spice Shipping, Piraeus, Greece
Eigenaar: All Spice Shipping, Piraeus, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Piraeus / Greece

Date/Name Ship 1982-00-00 ARGIOS SPIRIDON
Manager: All Spice Shipping, Piraeus, Greece
Eigenaar: All Spice Shipping, Piraeus, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Piraeus / Greece

Ship Events Data

1950-08-00: Genoemd naar het Groninger Studenten Corps VINDICAT ATQUE POLIT. (Vertaling uit het Latijn is: 'Handhaaft en Beschaaft'),
1950-08-02: Op 02-08-1950 bij het Kadaster teboekgesteld als eigendom van Geertje Albers-Panjer te Hoogezand als "VINDICAT ATQUE POLIT" (De heer K. Albers overleed kort voor de proefvaart en het schip werd daardoor eigendom van zijn vrouw G. Albers-Panjer, die het direct verkocht.)
1950-08-02: Op 02-08-1950 als VINDICAT ATQUE POLIT, zijnde een stalen motorschip, groot 1415.44 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 01-08-1950 no. 8156, liggende te Groningen, door J. Matthijssen, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2562 Z GRON 1950 op het achterschip aan B.B. zijde in achterschot dekhuis op verhoogd achterdek, 3.70 m. uit hekplaat, 0.90 m. uit lengteas en 1.45 m. boven dek.
1950-08-04: NvhN 04-08-1950: Proefvaart m.s. VINDICAT ATQUE POLIT. Donderdag vond op de Eems de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorkustvaartuig VINDICAT ATQUE POLIT, dat gebouwd werd door Bodewes' Scheepswerven N.V. te Martenshoek voor rekening van de heer K. Albers te Hoogezand. De VINDICAT ATQUE POLITis van het gladdektype en meet 862 ton d.w. De uitrusting bestaat uit: twee stalen masten met stalen bomen met een hijsvermogen van drie ton, twee hulpmotoren van resp. 20 en 8 p.k., electrische verlichting, ventr. verwarming, koud en warm stromend water, electrische ruimventilatie en radiopeilinrichting, twee Bodewes motorlieren en een Bodewes ankerwinch. Het schip is gebouwd onder klasse Lloyds Register en Scheepvaart Inspectie en werd voor de bouw getest door het Ned. Scheepsbouwkundig' Proefstation te Wageningen. De VINDICAT ATQUE POLIT is uitgerust met een 8 cyl. Deutz motor, die bij 300 omwentelingen per minuut 540 p.k. ontwikkelt en waarmede tijdens de proefvaart een snelheid werd behaald van 11% mijl. Nadat het schip tot volle tevredenheid aan de eigenaar, de heer K. Albers, werd overgedragen, is het hedennacht naar Emden vertrokken om een lading cokes naar Zweden te vervoeren. (Berichtgeving over de eigenaar onjuist, zie boven.)
1954-09-25: NvhN 26-09-1955: Gezagvoerder van VINDICAT berispt. De Raad voor de Scheepvaart heeft de kapt. van het motorschip Vindicat atque Polit, L. L. uit Vreeswijk, gestraft door het uitspreken van een berisping, omdat het — aldus de Raad — mede aan zijn schuld is te wijten dat het schip op 19 September van het vorig jaar tijdens een reis naar de Russische haven Mésane naar Naestved in de Witte Zee slagzij maakte tot 45 graden, zodat water in de machinekamer en in de verblijven liep. Deze straf is overeenkomstig de eis van de inspecteur- generaal voor de scheepvaart. De lading bestond uit gezaagd hout. De Raad is van oordeel dat de deklast veel te zwaar is geweest en dat de kapitein onvoldoende rekening heeft gehouden met de toeneming van het gewicht door het opnemen van water, zowel door slagzeeën als door regen. De Schepenwet, die deze bepalingen voorschrijft heeft ten deze veel aan het beleid van de kapitein overgelaten. In dit geval was de verhouding van ruimlading tot deklast zo ongunstig, dat de kapitein door daarmede een reis te aanvaarden, verantwoordelijk werd voor het onderweg ondervonden ongeval.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van donderdag 22 September 1955, no.184. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: No.69. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake het scheef vallen van het motorschip „Vindicat Atque Polit" op de reis van de Witte Zee naar Naesfved. Betrokkene: de kapitein L. Lenten. Op 25 september 1954 heeft het motorschip „Vindicat Atque Polit" op de reis van Mesane in de Witte Zee naar Naestved, met een lading hout, zo grote slagzij gekregen, dat water in het schip liep en schade veroorzaakte. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze slagzij en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de „Vindicat Atque Polit", Lambertus Lenten, wonende te Vreeswijk. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 4 augustus 1955, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van hèt verhoor van de kapitein, zomede van de te Naestved afgelegde scheepsverklaring en het scheepsdagboek, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing was meegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de raad het volgende gebleken: Het motorschip „Vindicat Atque Polit" is een Nederlands schip, toebehorende aan Maatschappij „Eska", te 's-Gravenhage. Het meet 499 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 540 pk motor. Het is een gladdekschip met de volgende tanks: voorpiek circa 65 ton; dubbelebodemtanks: tank I twee keer 15 ton, tank II twee keer 32 ton, tank III twee keer 32 ton, tank IV twee keer 15 ton. Tank IV is een brandstoftank, de andere zijn alle ballasttanks. In de achterpiek kan 6 ton ballastWater en 7 ton drinkwater worden geladen; in de tunneltank kan 18 ton brandstofolie en in twee tankjes onder de machinekamer kan twee keer 3,5 ton brandstofolie worden geladen. Het schip heeft een speciaal certificaat voor de houtvaart. In de winter is de maximumhoogte van de deklast 2,95 m. In de zomer is de maximumdiepgang in zout water 3,53 m; deze mag bij houtladingen worden vermeerderd met 23 cm. Van 10 tot 17 september 1954 laadde de „Vindicat Atque Polit" gezaagd hout in Mesane. Totaal werd 267 standaard geladen; hiervan werd 148 standaard in het ruim en 119 standaard aan dek gestuwd. Het hout was zeer droog. Tijdens de belading was alleen tank II met ballastwater gevuld. Tanks IV en de tankjes in de machinekamer waren gevuld met brandstofolie én de tunneltank gedeeltelijk. Drinkwater- en ballasttanks in de achterpiek waren vol. Na de belading werden tanks III gevuld. Hierna werd de diepgang opgenomen; deze was toen vóór 10'04", achter 13'06". Het schip lag toen nog 6'' boven zijn merk. De deklasthoogte was 12'; de deklading werd niet met kleden afgedekt. Op 17 september 1954, te 16.10 uur, vertrok de „Vindicat Atque Polit" met bestemming Naestved, in Denemarken. Op 19 september, stomende in de Barendsz-zee, toen de wind N.O. 5 was en het schip zwaar stampte en slingerde en water overnam, spoelden enige planken overboord. De kapitein liet toen tanks I oplopen; het schip lag steeds recht. Op 21 september, te 6 uur, heeft het schip, varende in de Noorse fjorden, gestoten bij Molnesskollen. De reis kon worden voortgezet; men bleek geen water te maken. Later, bij een onderzoek in Denemarken, bleek, dat het schip geen schade had. Tijdens de vaart door de fjorden werd nu en dan gepompt op tanks I stuurboord of bakboord om het schip iets naar de wind toe te laten overhangen, daar het dan beter stuurde; op 24 september werden tanks I weer gevuld. Op 23 september werd het weer slecht; men ondervond veel regen en de wind nam toe in kracht, was eerst W.Z.W. 6/7, ongeveer op 4 streken van stuurboord in, en kromp op 24 september naar Z.Z.O.-Z.O. 9/10. De kapitein hield de kop van het schip zoveel mogelijk op de zee. Al naar gelang de wind van bakboord of stuurboord inkwam, kreeg het schip enige slagzij naar de andere kant; deze was hoogstens 12° en werd door de kapitein niet verontrustend geacht. Op 25 september ruimde de wind naar Z.W. 6/7. Te 8 uur zou de koers, die 194° was veranderd worden tot 143°. Bij het geleidelijk veranderen van de koers kreeg het schip slagzij over bakboord, welke toenam tot 20°. De kapitein wilde deze slagzij opheffen door weer naar 194° te draaien, waarbij de wind weer iets van bakboord inkwam. De slagzij verminderde echter niet, maar nam zelfs toe tot ongeveer 60°. Door de ontluchtingspijp van de accukist begon water in de machinekamer te lopen en door de deuren aan bakboord liep water in de verblijven. Te 9 uur besloot de kapitein de deklast te laten kappen; deze was al verschoven en verschillende stutten waren gebroken. Toen de sjorringen waren gekapt, viel een deel der deklast aan bakboord overboord en toen daarna het schip slagzij kreeg over stuurboord, viel ook een deel van de deklast aan stuurboord overboord. Ongeveer 2/3 van de deklast was vrijgezet; het schip lag nu recht. Twee luchtkokers waren afgebroken en het dek ter plaatse bleek later te zijn beschadigd. De dynamo's bleken door het water te zijn beschadigd. De hoofdmotor werkte normaal, evenals de pompen. De machinekamer werd lens gepompt en het restant van de deklast gesjord. Hierna werd de reis vervolgd. Op 28 september arriveerde de „Vindicat Atque Polit" te Naestved. Na de lossing is hier de schade hersteld. Tot 25 september, 8 uur, werd brandstofolie gebruikt uit de tunneltank. Door de grote slagzij is deze tank door de luchtpijp gevuld met water. Men heeft deze tank leeg laten lopen in de imachinekamer en hieruit het mengsel van olie en water buitenboord gepompt. Ter zitting verklaarde de kapitein geheel overeenkomstig het hiervóór vermelde. Hij voegde daaraan toe, dat hij reeds 5 jaar als kapitein op de „Vindicat Atque Polit" vaart en vele houtreizen met dit schip heeft gemaakt. Betrokkene acht zijn schip zeer stabiel. Deze reis werd 267 standaard geladen; andere reizen werd meest meer vervoerd, doch in Rusland wordt niet goed gestuwd. In het ruim is 148 standaard geladen; aan dék is 119 standaard gestuwd tot de deklasthoogte 12' was. Het schip lag, met tanks II en III gevuld, ongeveer 6" boven zijn merk. De deklast is vastgezet met 8 sjorringen met sliphaken; er waren geen tussensjorringen. Er waren geen kleden aan boord om de deklading af te dekken. Betrokkene heeft in al deze jaren nooit de deklading afgedekt gehad. Het weer is deze reis slechter geweest dan betrokkene had gemeend te mogen verwachten. Hij heeft gedurende 2 dagen zware regenval gehad en sinds 19 september nam het schip steeds water over. Tijdens de vaart door de fjorden moest geregeld met tanks I worden gemanoeuvreerd, daar het schip al naar gelang de richting, vanwaar de wind inkwam, 10 a 12° overhelde. Op 24 september zijn tanks I weer gevuld. Betrokkene is van mening, dat hij het best tanks I kan gebruiken ter compensatie van verbruikt water en brandstof; hij acht tanks II en III te groot daarvoor. Betrokkene begreep, dat het lichte hout, dat hij vervoerde, veel water zou opnemen en dat dit wel 25 % kon zijn. Betrokkene maakte zich niet bezorgd over de stabiliteit. Bij het overnemen van 4 ton hout bij het einde der belading bleef het schip recht liggen; daarna zijn tanks III gevuld. Toen betrokkene door het overhellen van zijn schip begreep, dat het niet meer stabiel was, kon hij niet een haven binnenlopen om daar verbetering in te brengen; het zicht en het weer waren daarvoor te slecht. Op 25 september is zeer grote slagzij ontstaan, toen betrokkene te 8 uur koers wilde veranderen naar bakboord van 194° tot 143°. Betrokkene geeft toe, dat de slagzij wel niet groter dan 45° zal zijn geweest. Betrokkene heeft geen vuurpijlen laten afsteken, daar er geen andere schepen in de buurt waren, en hij had geen gelegenheid om per radio noodseinen uit te zenden. Nadat betrokkene order had gegeven om de deklast vrij te zetten, zijn de sjorringen losgegooid. Onmiddellijk schoof het grootste deel der deklast naar bakboord overboord. Hierna haalde het schip snel naar stuurboord over en toen viel daar nog een deel van de deklast te water. Het schip lag daarna recht; het had schade aan dek door bet afbreken van 2 luchtkokers; verder waren accu's en dynamo's beschadigd. Na vastzetten van het restant deklading is de reis vervolgd. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Vindicat Atque Polit" in een Russische haven een volle lading hout had geladen; er was 148 standaard in het ruim en 119 standaard aan dek gestuwd. In verhouding tot de gehele lading leek de deklading vrij groot. Daarom heeft de scheepsbouwkundig adviseur van de Scheepvaartinspectie zo goed mogelijk een stabiliteitsberekening gemaakt. Bij vertrek van Mesane moet de M.G. ongeveer 27 cm hebben bedragen; toen lag het uitwateringsmerk 5,12" boven water; volgens de kapitein was dit 6". Er was geen maximumdeklasthoogte vastgesteld, daar het volgens de voorschriften nog zomer was. De kapitein moet bij het laden van de deklast denken aan de stabiliteit en rekening houden met de noodzaak te moeten compenseren voor opnemen van water door de deklast en verbruik van water en brandstof en daarbij tevens zorgen, dat hij overeenkomstig het in artikel 108 van het Schepenbesluit voorgeschrevene nooit over zijn merk komt te liggen. Toen tank I werd gevuld, nam daardoor de M.G. toe tot 35 cm. Daardoor zou de uitwatering afnemen tot het merk nog 3" boven water zou zijn. Als de lading 30 ton water op zou nemen, zou het schip tot zijn merk inzinken en zou bij die toestand de M.G. weer 27 cm zijn; 30 ton is slechts 10% van het gewicht van de deklast. Bij zeer droog hout kan de gewichtstoename wel 25 % zijn, in ieder geval veel groter dan 10 %. Dan komt het schip over zijn merk te liggen. Op 25 september moet de deklast meer dan 30 ton water hebben opgenomen. Het moet toen over zijn merk hebben gelegen, maar de M.G. moet volgens berekening daarbij nog 17 cm zijn geweest. In feite is de stabiliteit 0 geweest. De deklast moet dan dus nog meer water hebben opgenomen en het schip moet dan dus nog meer overladen zijn geweest of de opgegeven ladingverhouding is niet goed geweest. De kapitein heeft als plicht ervoor te zorgen niet over zijn merk te komen. Als hij eraan had gedacht, dat hij zeer wel dieper zou kunnen inzinken dan is toegestaan, had hij minder deklast moeten nemen. Ook al ligt men bij vertrek nog niet aan zijn merk, dan kan men er tijdens de reis wel over komen. Bij de in Russische havens ingenomen houtlading, waar minder goed wordt gestuwd in het ruim, kan de verhouding tussen de in het ruim gestuwde lading en de deklast ongunstiger worden dan bij belading in de Oostzee. De deklast is deze reis te groot geweest. Indien deze slechts 10 % van haar gewicht aan water zou hebben opgenomen en tank I zou zijn gevuld, zou het schip reeds tot zijn merk zijn ingezonken; bij grotere gewichtstoename zou het schip te diep zijn komen te liggen. Uit dit geval is de lering te trekken, dat er goed aan moet worden gedacht, dat bij minder goede belading en slecht weer het schip na vullen van een bodemtank belangrijk dieper komt te liggen. Ook na het vullen van een tank voor compensatie mag een schip niet over zijn merk komen. Als de kapitein beter had gedacht aan het bepaalde in artikel 108 Schepenbesluit, zou hij minder deklast hebben geladen; dan zou na gewichtstoename van de deklast door overkomend water het schip stabieler zijn gebleven. De inspecteur concludeert, dat hij van mening is, dat de kapitein schuldig is aan de ramp, die zijn schip heeft getroffen, maar dat hij te goeder trouw was. De inspecteur stelt daarom de raad voor kapitein L. Lenten te straffen door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Het motorschip „Vindicat Atque Polit" is van 17 tot 28 september 1954 met een lading gezaagd hout van Mesane naar Naestved gevaren. De reis verliep aldus, dat op 19 september, bij zwaar stampend en slingerend schip, veel water werd overgenomen en regen werd ondervonden; op de 23ste werd het weer slechter en de volgende dag kreeg het schip slagzij, tot 12°; op de 25ste nam de slagzij toe tot 20° en daarna snel tot 45°, terwijl water in de machinekamer en in de verblijven liep. Het schip was toen alleen nog te redden door werping van deklast, eerst over bakboord, daarna over stuurboord, totaal 2/3 deel. De stabiliteit van het schip was vóór de werping volstrekt onvoldoende. Om de oorzaak van dit ongeval vast te stellen en betrokkene's schuld daaraan, moet eerst worden nagegaan hoe de toestand bij vertrek was. Tijdens de belading was van de drie ballasttanks tank II, groot 2x32 ton, gevuld; na de belading ook tank III, van dezelfde grootte. Het schip lag toen nog volgens betrokkene 6", volgens latere berekeningen 5,12" boven zijn merk, bij een diepgang van 3,53 m + 23 cm voor houtvervoer. Tank I, groot 2x15 ton, was ledig gelaten voor compensatie van brandstofverbruik en gewichtstoeneming van de deklast tijdens de reis. Het schip lag bij een stabiliteitsproef vóór vertrek recht en betrokkene dacht, mede gezien zijn ervaring met dit als deugdelijk bekendstaand schip, de reis te kunnen aanvaarden. Echter bestond de lading geheel uit gezaagd hout, licht van gewicht en zeer droog, dat gemakkelijk veel water opneemt. Hiervan-was 148 standaard in het ruim en 119 standaard aan dek geladen. De deklasthoogte was niet minder dan 12', niet met kleden afgedekt. Het is bekend, dat het stuwen van hout in Russische havens minder deskundig geschiedt dan in Scandinavische; betrokkene had daarmede rekening gehouden door er eigen personeel bij te werk te stellen. Er is later berekend, dat het vrijboord een gewichtstoeneming van de deklast met slechts ongeveer 30 ton toeliet, gelijkstaande met ongeveer 10 % van het gewicht. Hoewel de belading plaatshad in de zomer, in de zin van het Schepenbesluit, was op de reis van de Witte Zee naar Denemarken slecht weder met veel regen niet uitgesloten en mocht met uitwijkmogelijkheid naar een Noorse haven niet worden gerekend. De toestand was dus na de belading zo, dat naar ervaringsregelen te verwachten was, dat bij belangrijke gewichtstoeneming van deze hoge deklast tank I niet voldoende compensatie zou bieden en bovendien het vrijboord niet voldoende zou zijn. Zo is het dan ook uitgekomen. Nadat op 19 september tank I was opgelopen, is de volgende dagen met deze tank gemanoeuvreerd om beter te kunnen sturen. Verdere compensatiemogelijkheid ontbrak. De deklast heeft enorme hoeveelheden water opgenomen, zeker veel meer dan 10% van het gewicht. In zulke omstandigheden is, zoals betrokkene zelf wist, 25 % geen uitzondering. Dientengevolge kwam het schip over zijn merk te liggen, terwijl het zwaartepunt zo ver steeg, dat het schip, naar gebleken is, pas door werping van 2/3 van de deklast zijn stabiliteit herkreeg. Deze gang van zaken is mede aan betrokkene te wijten. Volgens de Schepenwet is de kapitein verplicht te zorgen, dat de belading, stuwage en ballasten aan de eisen van zeewaardigheid en veiligheid voldoen. Volgens het Schepenbesluit, in het algemeen en speciaal voor de houtvaart, mag de deklast niet zo zwaar zijn, dat de stabiliteit van het schip erdoor in gevaar wordt gebracht, waarbij rekening moet worden gehouden met het verbruik van brandstoffen en voorraden en met het toenemen van het gewicht van de deklast door het opnemen van water. Ook moet de kapitein zorgen, dat gedurende de reis het toegelaten vrijboord niet wordt verminderd. Ten deze is door de wet veel aan het beleid van de kapitein overgelaten, omdat de omstandigheden bij elk schip en bij elke lading verschillen. In dit geval waren de verhouding van ruimlading tot deklast en de hoogte en soort van de deklast zo ongunstig, dat betrokkene, door daarmede de reis te aanvaarden, verantwoordelijk werd voor het onderweg ondervonden ongeval. De raad laat gelden, dat betrokkene een ruime ervaring en in het algemeen een behoorlijk inzicht in de verplichtingen van een gezagvoerder had, zodat voor dit geval met een berisping kan worden volstaan. Ofschoon het onderwerpelijk ongeval door juister beleid had moeten en kunnen zijn voorkomen, valt in algemene zin te overwegen of aan de kapiteins meer gedetailleerde aanwijzingen kunnen worden gegeven voor de wijze van belading, b.v. over de verhouding van ruimlading tot deklast, zoals ook in de literatuur is voorgesteld, of tot beperking van de hoogte van de deklast, ook in de zomer. Mitsdien straft de raad kapitein Lambertus Lenten, geboren 29 oktober 1914, wonende te Vreeswijk, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter, H. A. Broere, C. Hellingman, L. Vuursteen en H. J. Timmer, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door voornoemde voorzitter ter openbare zitting van de raad van 4 augustus 1955. (Get.) J. Offerhaus, A. Boosman.
1956-12-31: De Waarheid 31-12-1956: Deklading van Nederlands schip ontplofte „Pegasus" beleefde critieke uren. Het Nederlandse schip Pegasus (400 ton) heeft gistermiddag op de Noordzee enkele critieke uren doorgemaakt, toen de deklading van carbid en natrium plotseling begon te ontploffen. De Pegasus was op weg van Liverpool naar Rotterdam en bevond zich op dat moment 25 mijl ten zuidwesten van Portland (ZW-Engeland). Het seinde, dat zijn positie „zeer gevaarlijk" was. Een gelukkige omstandigheid was, dat er geen brand uitbrak. Een aantal schepen, waaronder de Nederlandse VINDICAT en de reddingboot van Weymouth, zette onmiddellijk koers naar het in nood verkerende schip. De Engelse luchtmacht stuurde een verkenningsvliegtuig en de marine zond de torpedobootjager Tumult ter assistentie. Later op de middag seinde de reddingsboot van Weymouth, dat zij de Pegasus had bereikt en het schip naar rustiger wateren zou begeleiden. Om 6 uur werd het noodverkeer opgeheven. Op de rede van Weymouth werd de deklading van de Pegasus met een laag schuim bedekt.
1960-11-21: Het Vrije Volk 21-11-1960: 'VINDICAT' slaat lek in Zweden. (Van onze Scandinavische corresp.) Het uit Rotterdam afkomstige motorschip Vindicat, dat in de nacht van vrijdag op zaterdag midden in het, Zweedse Vanermeer aan de grond liep, heeft gistermorgen assistentie gekregen van het bergingsschip Einar uit Gotenburg en een schip dat de uit hout bestaande last kan overnemen. Daarmee is men gisteren de gehele dag bezig geweest.
De Vindicat, die op weg was van de aan het Vanermeer gelegen haven Skoghall naar Londen, is lekgeslagen, maar aangezien het schip over een dubbele bodem beschikt, kon de bemanning aan boord blijven. Het sneeuwde gisteren voortdurend op het Vanermeer. Vandaag zal de Einar trachten de Vindicat vlot te krijgen. Het vaartuig zal daarna naar Gotenburg worden gebracht.
Het Vrije Volk 22-11-1960: Vindicat vlot. (Van onze Scandinavische corresp.) Het uit Rotterdam afkomstige motorschip Vindicat, dat in de nacht van vrijdag op zaterdag j.l. midden in het Zweedse Vanermeer aan de grond liep, is met behulp van een bergingsboot weer losgekomen en naar de aan het meer gelegen havenplaats Vanersborg gesleept. Duikers constateerden daar gisteren, dat de opgelopen schade meeviel, zodat de uit hout bestaande last, die als veiligheidsmaatregel op een ander schip was overgebracht, weer aan boord genomen kon worden. De Vindicat, die op weg was naar Londen, zal op eigen kracht naar Gotenburg vertrekken.
1966-02-17: Op 17-02-1966 gestrand op een bank in het Storkallegrund in de Bothnische Golf waarna op eigen kracht vlotgekomen. Het schip liep lichte schade op.
Het Vrije Volk 22-10-1966: Kapitein mag zes weken niet varen. (Van een onzer verslaggevers) Zes weken. lang mag kapitein J. A. (59) uit Rotterdam niet op zeeschepen varen. Deze straf heeft de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam hem opgelegd, omdat hij schuldig is bevonden aan het stranden van het motorschip VINDICAT in de avond van 17 februari 1966. Het schip (499 brutoregisterton en afkomstig uit Rotterdam) strandde op een bank in het Storkallegrund in de Botnische Golf. Het schip werd licht beschadigd en kon zich op eigen kracht weer loswoelen. De raad verwijt de kapitein „onvoldoende zorg besteed te hebben aan de navigatie.” Hij heeft zijn positie op de gis bepaald en die achteraf niet met de instrumenten gecontroleerd en dat terwijl het „pikdonder" was en lage mistbanken het zicht verstoorden. De inspecteur voor de scheepvaart had twee maanden ontzegging gevraagd.
1968-04-00: In 04.1968 opgelegd.
1969-08-29: Classed LR until 29/8/69.
1985-10-00: Final Fate:
Op 02.10.1985 door de Joegoslavische Marine gearresteerd in de Adriatische Zee bij het eiland Jabuka na gepakt te zijn met een volle lading sigaretten. Naar Split opgebracht. 31.03.1986 te Split gerechtelijk verkocht aan Unikomerc te Vukovar. (Slopers) Voor de sloopreis als "IVA" van Unikomerc Vukovar, Vukovar, Joegoslavië geregistreerd. In 06.1986 door Brodogradilište “Kladovo” te Kladovo (op de Donau) gesloopt. (Voltooid in 08.1986.)

Afbeeldingen


Omschrijving: VINDICAT ATQUE POLIT
Collectie: Marhisdata - Rotterdam
Vervaardiger: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: VINDICAT ATQUE POLIT
Collectie: Marhisdata - Rotterdam
Vervaardiger: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: VINDICAT ATQUE POLIT
Collectie: Marhisdata - Rotterdam
Vervaardiger: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: VINDICAT ATQUE POLIT
Collectie: Lindenborn, Marien
Vervaardiger: Onbekend *
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: VINDICAT ATQUE POLIT
Collectie: Lindenborn, Marien
Vervaardiger: Skyfotos Ltd.
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: VINDICAT ATQUE POLIT
Collectie: Schmaal, Gerrit J.
Vervaardiger: Onbekend *

Omschrijving: VINDICAT
Collectie: Slagter, J. A. (Jacob)
Vervaardiger: Onbekend *
Onderwerp: Zeeopname

Omschrijving: VINDICAT
Collectie: Johannes, Leo M.
Vervaardiger: Real Photographs
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: VINDICAT
Collectie: Lindenborn, Marien
Vervaardiger: Onbekend *

Omschrijving: ARGUENON
Collectie: Schmaal, Gerrit J.
Vervaardiger: Onbekend
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: APOLLON
Collectie: Schmaal, Gerrit J.
Vervaardiger: Onbekend *
Onderwerp: Kade