Inloggen
VELOX - ID 6957

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1914
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5401819
Nat. Official Number: 3564 WINSCH 1914
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Schooner
Masten: Two masts
Rig: 1 derrick
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: W. Mulder, Stadskanaal, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 41
Launch Date: 1914-03-06
Delivery Date: 1914-04-29
Technical Data

Gross Tonnage: 143.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 116.00 Net tonnage
Deadweight: 200.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 10595 Cubic Feet
 
Length 1: 30.47 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 28.72 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 5.85 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.41 Meters Depth, moulded
Draught: 2.28 Meters Draught, maximum
Configuration Changes

Datum 00-00-1919
Type: Fitted with engine
Omschrijving: Vanaf 1919 hulpmotor D. Goedkoop Jr.

Datum 00-09-1925
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: Bij Scheepswerf 'Het Kromhout' te Amsterdam verbouwd tot motorschoener en voorzien van een 4tew 4 cil 95 Pk Deutz gloeikopmotor Type (195x315) 7 Kn.

Datum 00-00-1934
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: Nieuwe hoofmotor: 4tew 4 cil 100 Pk Deutz Type (195x320) 7,5 Kn.

Datum 00-00-1953
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: Eind 1953 nieuwe motor, 4 t.e.w. 4 cil. Deutz 100 rpk, 7,5 mijl

Datum 00-00-1960
Type: Lengthened
Omschrijving: Te Haren Ems bij Gebr. Elfring verlengd met 4 1/2 meteren verhoogd en gehermotoriseerd met een Daimler Benz 4 tew 6 cil.(150x190) Vermogen: 200Pk. Snelheid 7,5 mijl. BRT 195 NRT NRT 112 DWT 215. OP 16-03-1960 proefvaart op de Ems. (De sluis moest met balken verlengd worden daar het schip langer was dan de kanaalsluis; op deze manier werd de Ems bereikt.)

Ship History Data

Date/Name Ship 1914-00-00 VELOX
Manager: Engel Brouwer, Wildervank, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Engel Brouwer, Wildervank, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Wildervank / Netherlands
Callsign: PWBV

Date/Name Ship 1918-01-03 VELOX
Manager: Berent Gerrits Mulder, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Berent Gerrits Mulder, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PWBV

Date/Name Ship 1919-04-02 VELOX
Manager: P.M. Diederik, Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Reederij 'Kitty', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PWBV

Date/Name Ship 1920-05-08 VELOX
Manager: P.M. Diederik, Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Vrachtvaart Maatschappij 'De Ruyter', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PWBV

Date/Name Ship 1925-09-10 ELLA
Manager: P.M. Diederik, Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Vrachtvaart Maatschappij 'De Ruyter', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: NPQB

Date/Name Ship 1930-01-20 GEZIENA
Manager: J. Koster Hendrikzn., Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Arend Vast, Loppersum, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Loppersum / Netherlands
Callsign: NTGK
Additional info: Call sign 1934: PEIH

Date/Name Ship 1942-06-30 GEZIENA
Manager: Java-Sumatra Handelmaatschappij N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Java-Sumatra Handelmaatschappij N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PEIH

Date/Name Ship 1947-05-08 GEZIENA
Manager: Jacobus Pieter Mast, Den Bommel, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Jacobus Pieter Mast, Den Bommel, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Den Bommel / Netherlands
Callsign: PEIH

Date/Name Ship 1951-05-22 CINDERELLA
Manager: Pieter Jan Schipper, Bloemendaal, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Pieter Jan Schipper, Bloemendaal, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Bloemendaal / Netherlands
Callsign: PDKH

Date/Name Ship 1954-03-02 CINDERELLA
Manager: Tonny Swaak, Eindhoven, Noord-Brabant, Netherlands
Eigenaar: Tonny Swaak, Eindhoven, Noord-Brabant, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Eindhoven / Netherlands
Callsign: PDKH

Date/Name Ship 1955-04-00 CINDERELLA
Manager: Adriaan Bolier, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Adriaan Bolier, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PDKH

Date/Name Ship 1957-07-22 LICO
Manager: Adriaan Bolier & Pieter de Jong (H.I. Ambacht), Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Adriaan Bolier & Pieter de Jong (H.I. Ambacht), Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PFQJ

Date/Name Ship 1957-10-10 ARY PETER
Manager: Arie Willem Rolloos, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Arie Willem Rolloos, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PCTZ
Additional info: Op 7 okt. 1959 doorhaling teboekstelling

Date/Name Ship 1960-01-00 LILO
Manager: Liselotte Schepers, Haren/Ems, German Federal Republic
Eigenaar: Liselotte Schepers, Haren/Ems, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Haren/Ems / German Federal Republic
Callsign: DCRU

Date/Name Ship 1963-00-00 BORSSUM
Manager: Alfred Rohden, Duisburg, German Federal Republic
Eigenaar: Alfred Rohden, Duisburg, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Duisburg / German Federal Republic
Callsign: DCRU

Ship Events Data

1913-09-00: NvhN, 08.09.1913: Bonnermond, 6 sept. Heden liep alhier met goed gevolg te water van de werf van den scheepsbouwmeester W. Mulder, het stalen schoenerschip “Alberdina”, groot 200 ton. Het schip was gebouwd voor kapt. W. Hoeksema van Muntendam. Direct hierop werd de kiel gelegd voor een gelijksoortig schip voor rekening van kapt. E. Brouwer te Wildervank.
1914-03-00: NvhN, 07.03.1914: Stadskanaal Bonnermond, 6 maart. Van de werf van den heer W. Mulder alhier liep heden met goed gevolg te water de nieuwe stalen gaffelschoener, gedoopt “VELOX”, groot 200 ton, voor rekening van kapt. E. Brouwer van Wildervank.
1914-03-26: Kadaster Winschoten 26-03-1914: De ondergeteekende Engel Brouwer, schipper gedomicilieed te Wildervank, verklaart te zijn de eenige eigenaar van het in den Nederlanden thuis behoorende overdekte stalen gaffelschoenerschip, genaamd VELOX, gebouwd te Stadskanaal, gemeente Wildervank, hebbende een dek en twee masten, zijnde groot bruto vierhonderd vier en een en dertig honderdste kubieke meter (404,31) of 142.72 tonnen van 2.83 m3 en netto 328.27 m3 of 115.87 tonnen van 2.83 m3, thans liggende te Stadskanaal, gemeente Wildervank en gevoerd wordende door hem ondergeteekende als schipper, welk schip nog niet ten eenigen hypotheek-kantoor is te boek gesteld. Getekend den 26 Maart 1914 E. Brouwer. In de kantlijn staat bijgeschreven: Blijkens verklaring d.d. 31 Maart 1914 van den beëdigden scheepsmeter H. Pieters te Hoogezand is nevens gemeld vaartuig gebrand als volgt: 3564 WINSCH 1914.
1914-04-00: Het schip vertrok op 08.04.1914 van de werf. NvhN 29.04.1914: Delfzijl, 29 april: Van hier vertrok gisteren de nieuwe tweemast gaffelschoener “VELOX”, kapitein Engel Brouwer, geladen met ijzergrond en bestemd voor Teignmouth. Dit vaartuig, groot netto 328 m3, is gebouwd op de werf van den heer Mulder te Stadskanaal voor rekening van den kapt. E. Brouwer.’
1914-06-01: Algemeen Handelsblad 02-06-1914: Vlissingen, 1 jun. De Nederl. gaffelschoener “VELOX” kapt. Mulder, van Port Madoc naar Haarlem, is hier binnengeloopen met gebroken kluiverboom en boegspriet. Het schip zal hier repareeren.
1914-06-23: NvhN 25-06-1914: Bremerhaven, 23 Juni. Vertr. VELOX, Brouwer, n Gefle. ( Dit schip werd, terwijl het voor anker lag aangevaren door een tjalk, waardoor het schade bekwam aan den boeg, doch heeft, na een bewijs van zeewaardigheid te hebben bekomen, de reis voortgezet.)
1915-08-30: Rotterdamsch nieuwsblad 02-09-1915: Londen, 30 Aug. Op een van hier uitgezonden vraag is door de reederij van het Nederlandsche schip “VELOX”geantwoord, dat er na het vertrek op 30 Jan. j.l. van Swansea, niets van dit schip is vernomen. ( Dit schip is reeds als vermist geboekt.)
1917-12-12: 1917: 12 december, op de reis van Hernösand naar Amsterdam met een lading hout 's morgens om 10.00 uur aan de grond gelopen west van Rimmen op Oost-Jutland, 1 zeemijl ten noorden van Asaa Havn. Om 14.00 uur weer vlot gekomen met hulp van vissersschepen afkomstig van Asaa.
1917-12-31: Algemeen Handelsblad 31-12-1917: VELOX. ( IJmuiden, 31 Dec.) De Nederl. Schoener “Velox”, gisteren van Hernosand alhier binnengekomen, rapporteert aan de Deensche kust aan den grond te hebben gezeten. Na het werpen van een deel der deklading was het schip met behulp van visschers weder vlot gekomen.
Rotterdamsch Nieuwsblad 02-01-1918 Amsterdam, 31 Dec. De binnengekomen schoener “VELOX”, was op de Deensche kust aan den grond, doch werd na eenige uren door visschers vlot gebracht nadat een gedeelte deklast was geworpen.
1920-04-19: Algemeen Handelsblad 23-04-1920 Rochester, 19 April. Het Nederl. zeilschip “VELOX” heeft in den nacht van 14 April op de Whittering Bank (Orfordness) gestooten, waarbij een anker met 45 vaam kettiing verloren ging. Bovendien heeft schip schade aan de winch en de scheepsboot, benevens eenige verdere averij. Het schip maakt geen water.
1920-11-00: NRC 02.11.1920: Amsterdam, 1 november:
Volgens alhier ontvangen telegram is het zeilschip “Velox” met verlies van beide ankers en veel ketting te Port Madoc binnengesleept.
NRC 03.11.1920: Port Madoc, 1 november:
Terwijl de Nederlandse schoener “Velox” ter hoogte van de baar geankerd lag, kwam er tijdens de nacht een uitschieter naar het westen, waardoor de zee hoog liep en de stuurboordtros van de “Velox” brak. Het bakboordsanker met ketting slipten en buiten dit brak het ankerspil.
1921-03-10: Voorwaarts 12-03-1921: VELOX. Port Madoc, 10 Maart. De Nederl. motorschoener Velox brak hedenmorgen ter reede van Tudwall los van bakboordskabel en liep hier binnen. Een anker met 45 vaam ketting zijn verloren gegaan.
1922-08-26: De Telegraaf 27-08-1922: VELOX. Londen, 26 Aug. De Nederl. schoener “Velox” is bij Cuxhaven aan den grond geraakt, doch met sleepboothulp weder vlot gekomen. Later geraakte het schip in aanvaring met een Engelsche schoener en verloor daarbij anker en ketting.
07-09-1922 Velox. Hamburg, 4 Sept. De motorschoener Velox is te Cuxhaven op de helling geplaatst. De bodembeplating is gedeukt.
17-10-1922 Velox. Londen, 16 Oct. De schoener Velox heeft na volbrachte reparatie de reis van Cuxhaven voortgezet.
1922-10-00: Op 24.08.1922 liep het ten westen van de vluchthaven van Cuxhaven op de kop van de stenen dam. De Raad van de Scheepvaart deed de volgende uitspraak:
Op 24 Augustus 1922 is het zeilschip Velox bewesten de vluchthaven van Cuxhaven op den kop van den steenen dam geloopen. Overeenkomstig het voorstel van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart besloot een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, dat deze de oorzaak van het ongeval zou onderzoeken, welk onderzoek plaats had in ’s Raads openbare zitting van 16 October 1922. De Raad nam kennis van het proces-verbaal van verhoor van den schipper van de Velox, Nicolaas Klaas Kuizinga, en van den stuurman Nanne Kroon, beiden wonende te Groningen, opgemaakt door den adjunct-inspecteur voor de scheepvaart in het 1ste district. De schipper, hoewel tijdig gedagvaard, was niet verschenen. Uit de in gemeld proces-verbaal voorkomende verklaringen is den Raad het volgende gebleken: Het schoenerschip Velox, groot 142,72 bruto en 115,87 netto reg. ton, toebehoorende aan de N.V. Vrachtvaart Maatschappij ”De Ruyter”, gevestigd te Amsterdam, met 3 personen bemand, kwam in den avond van 22 Augustus 1922, op reis van Sundsvall naar Veghel, onder Cuxhaven voor B.B. -anker en 30 vaam ketting in 7 vaam water ten anker. De lading bestond uit hout; er lag ongeveer 23 standaard,ongeveer 1,87 M. hoog, hoewel volgens het certificaat voor de houtvaart van de Velox de hoogte slechts 1,45 M. mocht bedragen. Op 23 Augustus liet de schipper den vollen ketting, ongeveer 75 vaam, uitsteken wegens stormweer uit het westen; af en toe werd bespeurd, dat het schip dreef. Intusschen was de wind naar het N.W. gedraaid, stormachtig met regen. De schipper besloot te trachten de vluchthaven, welke ongeveer Z.O. van hem was, te bereiken, ging 4 uur namiddags ankerop en was 5 u.30 onder zeil. Er liep ene zware eb, waardoor het schip sterk wegzette. Ongeveer 6 uur wilde de Velox, tengevolge van een zware bui, niet meer vallen, kwam in eene keer neer en geraakte op den kop van den steenen dam, bewesten de vluchthaven. Met sleepboothulp kwam de Velox weder vrij en bereikte om 9 uur des avonds de haven van Cuxhaven. Het schip maakte geen water. De Raad is van oordeel, dat het ongeval is veroorzaakt doordien de schipper, in plaats van achter ton 16 en ton 17 ten anker te gaan, waar hij, veilig liggend, stil water had kunnen afwachten, met zware eb en N.W.- wind getracht heeft de Z.O.-lijk van hem gelegen haven te bereiken, nog wel met een schip, dat slecht bestuurbaar was door den hoogen deklast. Aldus ………… uitgesproken ………ten openbare zitting van 22 November 1922.
Inzake dit ongeval diende de hoofdinspecteur voor de scheepvaart op 9 september 1922 een klacht in tegen kapitein Kruizinga. Na onderzoek deed de Raad op de dag zelve van de zitting van 22 november 1922 de volgende uitspraak: UITSPRAAK van den Raad voor de Scheepvaart betreffende een klacht van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart tegen N.K. Kuizinga, schipper van het zeilschip Velox. …...“De hoofdinspecteur voor de scheepvaart; “Verwijzende naar …… onderzoek, ingesteld naar het ongeval op 24 Augustus 1922 overkomen aan het Nederlandsche zeilschip Velox, schipper N.K. Kuizinga, te Groningen. Overwegende, dat uit het voorloopig onderzoek voldoende blijkt, dat de schipper een deklast hout heeft geladen een hoogte van ± 1,87 M., zijnde 42 cM. hooger dan is toegestaan op het Houtvaartcertificaat n°. 955 dd. 8 April 1914;
Van oordeel, dat bovengenoemde daad moet worden beschouwd als een misdraging tegenover reederij en schepelingen gepleegd door een schipper. Betrokkene, hoewel bij exploot van deurwaarder Drewes te Groningen van 12 October 1922 gedagvaard, was niet verschenen, zodat verstek tegen hem werd verleend. Uit het proces-verbaal van verhoor van schipper Kuizinga op 5 September 1922, opgemaakt door de adjunct-inspecteur voor scheepvaart in het eerste district, blijkt dat de schipper het hem ten laste gelegde bekent. Het aan boord nemen van een te grooten deklast maakt een schip feitelijk onzeewaardig, hetgeen ten deze te meer klemt, waar het den raad uit eigen wetenschap bekend is, dat de Velox een rank schip is. Door zijn daad heeft de schipper zich mitsdien schuldig gemaakt aan een misdraging jegens reederij en schepelingen, ter zake waarvan de Raad den schipper N.K. Kuizinga, wonende te Groningen, straft door hem de bevoegdheid te ontnemen als schipper te varen op een schip als bedoeld bij art. 2 der Schepenwet, voor de tijd van één maand.’
1923-09-01: Voorwaarts 01-09-1923: VELOX. IJmuiden 31 Aug. Het van Londen alhier aangekomen Ned. zeilschip Velox kapt. Buisman, heeft tijdens hevig stormweer de geheele deklading cokes verloren, terwijl het bovendien schade heeft aan de zeilen en overdek.
Voorwaarts 18-09-1923: VELOX. IJmuiden 17 Sept. De Ned. schoener Velox kapt. Buisman, heeft de beloopen stormschade hersteld en vertrok hedenmorgen van hier naar Sonderborg.
1924-03-00: NRC 16.03.1924: Amsterdam, 15 maart: Volgens alhier door de rederij ontvangen bericht is de schoener “Velox”, van Grenaa naar Lysekil, gisteren bij Laeso op het N.W. rif vastgeraakt, doch kwam het schip in de namiddag met assistentie van een Svitzer’s bergingsboot weer vlot, waarna het te Frederikshavn werd binnengesleept. Er was contract gemaakt voor 10.000 kr. De bodem werd door duikers onderzocht en onbeschadigd bevonden.
NRC 16.03.1924: Frederikshavn, 14 maart: De Nederlandse schoener “Velox”, in ballast van Grenaa naar Lysekil, strandde, doch is naderhand met assistentie vlot- en te Laeso aangekomen. Een duiker zal de bodem van het schip onderzoeken. De schoener in oogenschijnlijk onbeschadigd.
NRC 15.11.1924: De raad voor de scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de stranding van het zeilschip “Velox” van de N.V. de Ruyter te Amsterdam, op het rif van Laeso op 14 maart j.l. Het onderzoek liep over de vraag, of de stranding is te wijten aan een daad van nalatigheid van de gezagvoerder. Deze verklaarde dat hij op dit als een gaffelschoener opgetuigd schip nog slechts kort voer. Zijn zoon was stuurman. Verder had hij een matroos en een kok aan boord. Te halfelf, terwijl de stuurman wacht had, waarschuwde hij de kapitein dat er een licht in zicht was. Deze is echter eerst om 12 uur boven gekomen, te1 uuur is het schip gestrand. Een van de leden van de raad gaf, als zijn mening te kennen dat, als er gelood was, in dit moeilijk en gevaarlijk vaarwater, er niets had behoeven te gebeuren. Het schip is met behulp van een bergingsvaartuig losgekomen, het had geen averij. De uitspraak volgt later.
Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart betreffende de stranding van het zeilschip Velox (betrokkene: schipper J. Buisman). Op 14 Maart 1924 is het zeilschip Velox op het noordwest rif van het eiland Laesö in het Kattegat gestrand. Overeenkomstig het voorstel van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart besloot een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, dat deze de oorzaak van het ongeval zou onderzoeken en dat tevens zou worden nagegaan, of de oorzaak een gevolg was van een daad of nalatigheid van den schipper. Het onderzoek had plaats in ’s Raads openbare zitting van 14 November 1924; gehoord werden als betrokkene de schipper Jan Buisman, en als getuige Pieter Buisman, stuurman op de Velox, beiden wonende te Groningen. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig door de scheepvaartinspectie ingesteld onderzoek en een afschrift van een scheepsverklaring van de bemanning van de Velox, op 15 Maart afgelegd voor den consul der Nederlanden te Frederikshaven in Denemarken. Uit een en ander is de Raad het volgende gebleken: Het zeilschip Velox, als tweemastgaffelschoener getuigd, een platboomd vaartuig van kimkielen voorzien, groot 142,72 bruto, 115, 87 netto reg. ton, in eigendom behoorende aan de N.V. “De Ruyter”, te Amsterdam, vertrok op 13 Maart 1924 in den namiddag van Greena met bestemming naar Lysekil om daar lading in te nemen.De bemanning bestond uit vier personen: den schipper, die in het bezit is van een dienst-diploma groote zeilvaart, reeds 35 jaar als schipper vaart en ettelijke malen het Kattegat heeft bezeild, den stuurman, een zoon van den schipper, in het bezit van een diploma derde-stuurman groote stoomvaart, oud 22 jaar, een bevaren matroos van ongeveer denzelfden leeftijd, en een kok, die nog nimmer op een zeilschip had gevaren en in Greena was aangemonsterd, daar de kok, die op de Velox voer, was gedrost. De lading bestond uit 60 ton zandballast, de diepgang was voor 13,5 dM., achter 15 dM. In den avond van 13 Maart stelde de schipper ter hoogte van Fornaes, dat hij op ongeveer 1½ mijl afstand voorbijging den koers op N.½W. per kompas - de wind was Z.W.-; hij rekende, daar de deviatie O(ost) was en hij oordeelde geen drift te hebben, dat hij N.½W. magn. opging. Tegen 8 uur was de wind naar het westen geloopen, de schipper meende toen op ½ streek drift te moeten rekenen en gaf als koers aan N.tW.½W., met welken koers hij vertrouwde tussen Jutland en het eiland Laesö te zullen doorvaren. De schipper ging vervolgens naar kooi, de wacht overlatend aan den stuurman en den kok. Het weer was goed, matige koelte, heiig over de zee, het vroor ongeveer 6° Celsius. Men maakte ± 7 mijl per uur. Om half elf zag de stuurman een licht aan stuurboord, drie flikkeringen, wit; daar de schipper hem gezegd had, dat hij het licht eerst tegen 12 uur zou zien, begaf hij zich onmiddellijk naar beneden om het hem te rapporteren. Hij kon echter slechts een ogenblik beneden blijven, daar hij het roer niet durfde over laten aan den onbevaren kok. De schipper vermoedde, dat het licht, dat gezien werd, het vuur van Östre Flak was en bleef rustig beneden. Eenigen tijd later zag de stuurman aan bakboord nog even de lichten van een stoomboot. De stuurman verklaarde overtuigd te zijn, dat steeds N.t½W. is gestuurd, eerder nog iets westelijker, als de wind wat schraler werd, daar hij dan op meer drift moest rekenen. Om 12 uur kwamen de schipper en matroos aan dek en namen de wacht over. De schipper stuurde N.tW., hij meende nog vrij ver van Laesö verwijderd te zijn en loodde niet; in zijn mening werd hij versterkt doordien hij, aan stuurboord een licht ziende, dacht, dat dit een licht van een stoomschip was, hetgeen echter later is gebleken een licht te zijn geweest van een huis op Laesö Om 1 uur stootte de Velox plotseling op harden zandgrond. Na ongeveer 15 minuten werd de kim iets helderder en zag men het roode vuur van (de) noord-west rif van Laesö, zoodat de schipper begreep op dat rif te zijn gestrand. Het lukte niet het schip met eigen kracht vrij te krijgen. Des morgens om 10 uur kwam echter een bergingsschip in de nabijheid, dat de Velox vlot maakte en naar Frederikshaven bracht. Na duikonderzoek bleek er geen schade aan den bodem te zijn toegebracht. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval is gelegen in de nalatigheid van de schipper, bestaande in niet zorgvuldige navigatie. De schipper toch had er op moeten rekenen, dat hij door den stroom, welken hij met den westelijken wind achter had, voorlijker stond dan zijn snelheid deed vermoeden; het feit dat het vuur van Östre Flak reeds om half elf in zicht kwam, had hem in dit opzicht een waarschuwing moeten zijn. Bovendien had hij moeten bedenken, dat de drift een platboomd vaartuig als de Velox niet onbelangrijk zou uitzetten, hetgeen dan ook is geschied. Als hij dit alles behoorlijk overwogen had, zou hij zeker gelood hebben en, wanneer hij had gelood, zou het ongeluk niet zijn gebeurd. Terzake van voorschreven nalatigheid, straft de Raad Jan Buisman, geboren 18 November 1864 te Groningen en wonende aldaar, door het uitspreken van een berisping. De Raad voegt hieraan nog toe, dat de schipper beter had gedaan in dit vaarwater den geheelen avond en nacht zelf aan dek te blijven, hetgeen hij best had kunnen doen, daar hij dien dag pas was uitgevaren en dadelijk, na Fornaes te zijn gepasseerd, eenigen tijd rust had kunnen nemen; in ieder geval had hij, toen de stuurman hem het licht rapporteerde, aan dek moeten zijn gegaan, om zich te vergewissen of het licht inderdaad van Östre Flak was. Aldus gedaan door …… en uitgesproken ……ter openbare zitting van 18 December 1924.
1924-11-24: De Telegraaf 25-11-924: Zaterdag. De stranding van de „VELOX”. Amsterdam, 24 Nov. — De Raad voor de Scheepvaart behandelde in zijn zitting van heden, onder voorzitterschap van Mr. G. Kirberger, de stranding van het zeilschip „Velox" op het rif van Laeso in het Kattegat, den 14en Maart van dit jaar. Het schip behoort aan de reederij N.V. De Ruyter, alhier. De gezagvoerder van de „Velox", de 59-jarige J. Buisman, aan wiens nalatigheid naar het aanvankelijk oordeel van den Raad, het ongeval te wijten is, werd hedenmiddag nader ondervraagd. Zijn verklaring luidde, dat de „Velox" een 2 mast gaffelschcener, den 13en Maart 11 in ballast uit de haven van Grenaa was vertrokken. De bemanning bestond, behalve uit den kapitein, uit diens 21-jarigen zoon als stuurman, een matroos en 1 Deensche kok. De kapitein voer al 37 jaar als gezagvoerder, doch slechts een half jaar op de „Velox". De „Velox" liep met Z.W. wind tusschen het eiland Laeso en de kust van Jutland door. 's Avonds om 8 uur kreeg de stuurman met den kok de wacht. Het was buiig weer met een topzeilskoelte en pl.m. 6 gr. C. vorst. Toen de kapitein om 12 uur aan dek kwam, meende hij om 10 u. 30 op ongeveer drie mijl bewesten het vuurschip van Ostre Flak gepasseerd te zijn. Op dat uur had de stuurman den kapitein, die ter kooi lag, gewaarschuwd, doch deze was in zijn kooi gebleven. Aan dek gekomen, zoo verklaarde de kapitein, was hij misleid door een licht, dat hij voor een stoomschip hield, doch later een electrisch licht in een particuliere woning op Laeso bleek te zijn geweest. Om één uur liep de „Velox" aan den grond. Het schip was platboomd en het was een harde zandgrond, zoodat geen schade werd beloopen. Men kwam met behulp van een bergingsvaartuig vlot. De stuurman werd nog als getuige gehoord. De Raad zal nader uitspraak doen.
Algemeen Handelsblad 19-12-1924: Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak betreffende de stranding van hot zeilschip „Velox". De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van het ongeval is gelegen in een nalatigheid van den schipper, bestaande in niet zorgvuldige navigatie. Ter zake van nalatigheid straft de Raad den schipper van de „Velox" door het uitspreken van een berisping.
1925-02-00: NRC 12.02.1925: Rotterdam, 12 februari:
Door de sleepboot “Hoek van Holland”, van L. Smit & Co’s Intern. Sleepdienst, is verschenen nacht de schoener “Velox” met gescheurde zeilen en verlies van reddingsboot de Waterweg binnengesleept. Het schip was met een lading stenen van Gent naar Londen onderweg.
NRC 13.02.1925: Rotterdam, 13 februari:
De schoener “Velox” is heden ochtend naar Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf gegaan, waar de stormschade gerepareerd zal worden.
1925-02-12: NRC 12-02-1925: Rotterdam, 12 februari. Door de sleepboot “Hoek van Holland”, van L. Smit & Co’s Intern. Sleepdienst, is verschenen nacht de schoener “VELOX” met gescheurde zeilen en verlies van reddingsboot de Waterweg binnengesleept. Het schip was met een lading stenen van Gent naar Londen onderweg.
NRC 13-02-1925: Rotterdam, 13 februari: De schoener “VELOX” is heden ochtend naar Burgerhout’s Machinefabriek en Scheepswerf gegaan, waar de stormschade gerepareerd zal worden.
1925-09-11: Algemeen Handelsblad 11-09-1925 : De N.V.Reederij Velox te Amsterdam heeft haar gaffelschoener “VELOX” doen ombouwen tot motorschoener en het schip uitgerust met een Deutzmotor van 95 PK. De schoener vertrok gisteren onder den nieuwe naam “Ella” van Amsterdam naar Londen.
1927-07-19: Op 19.07.1927 als ELLA, zijnde een stalen motorschoener, groot 409.02 m3 of 144.38 tonnen van 2.83 m3, liggende te H.I. Ambacht, door Hendrik Meijer, ass. scheepsmeter te Dordrecht, van een nieuw brandmerk voorzien door het inbeitelen van 87 Z WINSCH 1927 op 't achterschip in het achterschild van de roef aan S.B. zijde. (Opm.: Oude merken niet meer aanwezig bevonden.)
1930-01-00: Algemeen Handelsblad 31-01-1930: Verkochte schepen. Het Nederlandsche m.s. „Ella", toebehoorende aan de N.V. Vrachtvaart Mij. „De Ruyter", alhier, 185 ton d. w., gebouwd in 1914 bij de Scheepswerf van H. Mulder, te Stadskanaal, is aan kapt. A. Vast te Groningen verkocht, die het schip voortaan onder den naam „GEZIENA" zal bevaren.
Algemeen Handelsblad 22-02-1930: Verkochte Schepen. De stalen motorschoener “Ella” (114 bruto reg. tons) van de N.V. Vrachtvaart Mij. 'De Ruyter' te Amsterdam is onderhands verkocht aan kapitein A. Vast te Groningen, die het schip onder den naam “Geziena” zal bevaren.
1942-06-00: In juni 1942 door de Duitser in beslag genomen en overgedragen aan de Duitse Marine in Kiel. In juni 1943 verbouwd tot Hilfspeilboot en in dienst bij Marine Vermessung Gothenhaven. Zwaar beschadigd teruggevonden in Kiel liggende naast twee oorlogsschepen. Met de Zweedse sleepboot "Condor" teruggesleept naar Delfzijl en gerepareerd bij Scheepswerf Sander.
Het voer in de periode van 10.1945 tot 01.1946 voor de Staat der Nederlanden met militair materieel van Londen naar Rotterdam en Den Helder.
1954-03-02: Op 02.03.1954 als CINDERELLA, zijnde een motorkustvaartuig, groot 433.65 m3 bruto inhoud volgens zeemeetbrief afgegeven te 's Gravenhage d.d. 19-02-154 no. 9351, liggende te Rotterdam, door F.D. Doff, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Rotterdam, opnieuw voorzien van brandmerk door het inbeitelen van 87 Z WINSCH 1927 op 't achterschip aan B.B. zijde in achterste dekhuis, 0.60 m. van de hekplaat, 0.35 m. uit de lengteas en 1.25 m. uit dek. (Opm.: Bij onderzoek zijn geen andere merken van teboekstelling ten hypotheekkantore of sporen daarvan gevonden.)
1954-11-27: Friese Koerier 27-11-1954: Hedennacht om een uur is het Nederlandse m.s.”CINDERELLA”(153 brt) ledig komende van Duinkerken met bestemming Rotterdam ten Westen van de monding van de buitenhaven van Vlissingen op de dijk gelopen. De kapitein is met een bemanningslid aan boord gebleven. Twee man hebben het schip verlaten. Getracht zal worden met het middag-tij het schip vlot te trekken.
1955-02-21: Leeuwarder courant 21-02-1955: Gistermorgen is het Nederlandse kustvaartuig „CINDERELLA" (144 br ton) door het Zweedse schip „Brage" (1.344 brt ton) de Nieuwe Waterweg naar Rotterdam opgesleept. Het kustvaartuig had op zee in moeilijkheden verkeerd en was door de „Brage" op sleeptouw genomen.
1956-01-18: Op 18-01-1956 als 1000st schip de Nieuwe Waterweg opgevaren.
1961-04-18: 18-04-1961 M/S LILO af Haren am Ems, 195 B. R. T. På rejse fra Århus til Thisted i ballast. Grundstødt d. 18. april i Limfjorden. (146)
Strandingsindberetning dat. 19. april.Kl. 0630 grundstødte L. under en VSV.-lig brise med Ø.-gående strøm i Nørredyb på N.-siden af Egholm. D. 19. april kl. ca. 1500 kom skibet flot ved hjælp af et bugserfartøj. Anm. Årsagen til grundstødningen angives at være fejlnavigering.
1969-00-00: Final Fate:
In 1969 met machineschade op gelegd in Hamburg 10.1969 versleept naar en gesloopt door Vollrath & Meinhardt, Bremen, Duitsland.
(Zie ook hoofdstuk 41 van het boek "Honderd jaar schepen, schippers en scheepsbouwers in Stadskanaal" 2e druk.)

Afbeeldingen


Omschrijving: VELOX
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: GEZIENA
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: GEZIENA
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: GEZIENA
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: CINDERELLA
Gemaakt door: Hill, Charlie A.

Omschrijving: De CINDERELLA
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: De CINDERELLA op de dijk gelopen nabij de monding van de buitenhaven van Vlissingen (21-02-1954)
Gemaakt door: Foto Dert - Vlissingen
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: CINDERELLA
Gemaakt door: Onbekend **