Inloggen
TITAN - ID 6581


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1957
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 83574
Nat. Official Number: 3513 Z GRON 1957
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo schip
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: N.V. Scheepswerf 'Appingedam' v/h A. Apol C.V., Appingedam, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 179
Launch Date: 1957-05-08
Delivery Date: 1957-07-30
Technical Data

Engine Manufacturer: Maschinenbau Kiel A.G., Kiel, German Federal Republic
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 360
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Mak nr. 15681 Type MSU423 (290x420)
Speed in knots: 9
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 276.00 Net tonnage
Deadweight: 680.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 31200 Cubic Feet
Bale: 29000 Cubic Feet
 
Length 1: 52.70 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 50.14 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.45 Meters Breadth, extreme
Depth: 3.56 Meters Depth, moulded
Draught: 3.22 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1957-04-12 TITAN
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Rederij 'Titaan', Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PHZR

Ship Events Data

1957-04-12: Het schip in aanbouw wordt op 12-04-1957 bij het Kadaster teboekgesteld als TITAN. Eigendom van de Rederij Titaan, gevest. te Groningen. Voltooid op 23-07-1957. De leden van de Rederij Titaan zijn: Bastiaan Jacobus van Balsvoort, gepens. gezagvoerder te Groningen 15/154, Niklaas Jan Buurma Kzn., industrieel te Groningen 5/44, Sikko Roelof Eissens, scheepsexploitant te Delfzijl 5/44, Tjark van Dijk, cargadoor te Groningen 15/154, Gerhardus van Hoorn, landbouwer te Kloosterburen 15/154, Jan Adolf Hommes, ambtenaar te Groningen 15/154, Johan Dirk Jacob Postma, gepens. gezagvoerder te Groningen 25/308, Hillechien Roelofs, weduwe van Johannes Nijmeijer, zonder beroep te Meppel 25/308, Pieter Johannes Koetsier, ambtenaar te Groningen 25/308, Addo Paul Hovinga, rustend landbouwer te Groningen 25/308, Albert Dekker, bankemploye te Groningen 5/154 en Derk Stevens, ambtenaar te Groningen 2/77 deel.
1957-04-17: Op 17-04-1957 als TITAN, zijnde een motorschip in aanbouw, bouwnr. 179 van Scheepswerf Appingedam v/h A. Apol te Appingedam, nog niet gemeten, liggende te Appingedam, door J. Frik, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Groningen, van een brandmerk voorzien door het inbeitelen van 3513 Z GRON 1957 op het achterschip aan B.B. zijde in achterkant dekhuis op kampanje, 2.50 m. uit de hekplaat, 0.40 m. uit de lengteas, 1.34 m. uit dek.
1957-05-09: NvhN 09-05-1957: Tewaterlating m.s. „TITAN”. Bij de N.V. Scheepswerf Appingedam voorheen A. Apol CV. te Appingedam werd met goed gevolg te water gelaten het nieuwe motorkustvaartuig Titan, dat wordt gebouwd voor rekening van de Rederij Motorschip Titaan te Groningen. De Titan (bouwnummer 179) is van het gladdektype, meet 670 ton dw en heeft de volgende afmetingen: lengte over alles 52.64 m., lengte tussen de loodlijnen 47.85 m., breedte 8.40 m. en holte 3.55 m. De voortstuwing zal geschieden door een 360 P.K. motor (340 omw. per min.) met zoetwaterkoeling. De bouw geschiedt onder toezicht van Klasse Bureau Veritas en Scheepvaart Inspectie voor de onbeperkte vaart. Op de vrijgekomen helling zal de kiel worden gelegd voor een gladdekcoaster, groot 700 ton d.w. voor rekening van de heer W. H. Roelfs te Groningen. Dit schip zal worden uitgerust met een 395 P.K. motor.
1957-07-31: NvhN 31-07-1957: Proefvaart m.s. TITAN. Op de Eems heeft de geslaagde proefvaart plaats gevonden van het nieuwe motorkustvaartuig Titan, dat bij de N.V. Scheepswerf Appingedam voorheen A. Apol C.V. te Appingedam werd gebouwd voor rekening van de Rederij Motorschip Titaan te Groningen. De Titan is van het gladdektype. meet 670 ton d.w. en heeft de volgende afmetingen: lengte over alles 52.64 m, lengte tussen de loodlijnen 47.85 m, breedte 8.40 m en holte 3.55 m. De voortstuwing geschiedt door een 360 pk motor met zoetwaterkoeling, waarmede het schip tijdens de proefvaart een snelheid behaalde van ca. 10 knoop. De bouw geschiedde onder toezicht van Klasse Bureau Veritas en Scheepvaart Inspectie voor de onbeperkte vaart.
1964-02-01: Final Fate:
Van de TITAN, onder kapitein H.M. Moorlach, op weg met een lading veldspaat van Arendal naar Weston Point, is tijdens een hevige storm het achterluik ingeslagen en daardoor vergaan op 45 mijl van Eigeroy, 130 mijl oost van Farsund. Alle opvarenden (9) verloren het leven.
Het Vrije Volk 03-02-164: Geen hoop meer voor bemanning TITAN. Groninger coaster vergaat voor kust van Noorwegen. Alle negen opvarenden van de Groninger coaster TITAN, die zaterdagmiddag in een zware storm voor de zuidkust van Noorwegen is vergaan, hebben de dood in de golven gevonden. Reddingsschepen, die samen met vliegtuigen naar overlevenden zochten, hebben zondag vijf slachtoffers geborgen. De kans dat de anderen nog op een vlot op de nu rustiger geworden zee ronddrijven; is volgens de Noorse kustwacht nihil. De ramp heeft zich binnen twee uur voltrokken. Om kwart over een zaterdagmiddag meldde kapitein H. M. Moorlach, 29 jaar en afkomstig uit Eenrum, aan het Noorse radiostation Farsund dat zijn schip water maakte. Het achterste luik was door overspoelende golven kapot geslagen. De toestand was toen kennelijk nog niet hopeloos. De 499 brt. metende TITAN, voor de rederij Titaan met met een lading kwarts op weg van Noorwegen naar Engeland, voer dicht bij de Noorse zuidwestpunt, ongeveer 50 mijl van Egersund. Kapitein Moorlach vroeg een sleepboot, te sturen, waarna de Holland van Doeksen uitvoer. Raadselachtig. De reders wanhoopten toen nog niet. De TITAN, ruim zes jaar oud en zeer modern gebouwd, had zwaardere stormen getrotseerd en de gezagvoerder was, hoewel nog betrekkelijk jong, een uitstekend zeeman. Hij maakte de reis als afloskapitein, maar was al in december aan boord gekomen en had ruime ervaring op de brug. Wat zich in haar laatste uren op de TITAN heeft afgespeeld, zal een raadsel blijven. Twee uur na het eerste noodbericht van de kapitein kwam plotseling de onheilstijding 'Wij verlaten het schip. Meer hoorde men op Farsund niet, maar het was voldoende om onmiddellijk een grootscheepse hulpactie te beginnen. Het Britse vrachtschip Elizabeth Bowater en de eveneens Britse trawler Lord Alexander voeren dicht bij de plaats van de ramp. Een Noorse visser was er ongeveer vijf mijl vandaan, maar geen van hen vond een spoor van een schip of bemanning. Aan de kust bleef men toch hopen. -Weliswaar stond er nog steeds een ziedende storm, maar als de bemanning met het vlot was weggekomen, gaf men ze nog een kans. Dergelijke vlotten zijn hel gekleurd en al van grote afstand te zien. Zaterdagmiddag nog kwamen steeds meer schepen zoeken. De Noorse luchtmacht stuurde twee vliegtuigen en de reders zelf lieten nog een derde toestel aan de opsporingsactie meedoen. Zondagnacht ging het zoeken door, zondagmorgen was de reddingsvloot van inmiddels vijftien schepen uitgebreid met onder meer het Amerikaanse oorlogsschip Point Barrow, liet Duitse hospitaalschip Robert Koch en een groot aantal Britse, Poolse en Russische treilers. Een Amerikaans vliegtuig, dat van Schotland was opgestegen, moest ijlings terugkeren wegens motorstoring, maar er kwamen ook weer Noorse vliegtuigen aan de actie meedoen. Gisteren tegen de middag werd duidelijk, dat alles vergeefs was. Een Noorse vissersboot vond de lege, waarschijnlijk niet gebruikte reddingssloep. Een Noorse reddingstreiler zag even later wrakstukken van de brug van de coaster drijven. De Point Barrow vond toen de eerste doden, drie dicht bij elkaar. Het Zweedse schip Magi Borg even later het vierde slachtoffer, de Elizabeth Bowater het vijfde. Ze dreven, met de zwemvesten aan, vrij ver van de plaats van de ramp. Zoeken naar vlot .De hele zondag is het zoeken nog doorgegaan.Zolang het Vlot niet was gevonden, bleef er immers een kans bestaan dat daarop nog enkele overlevenden ronddreven. Toen het bij 't vallen van de avond nog niet was ontdekt, geloofde men aan de kust daar echter niet meer in. Om zes uur werd het zoeken naar de vermisten gestaakt. Een van de reders zei ons gisteren, niet te kunnen begrijpen hoe deze ramp is kunnen gebeuren. Het is niet onmogelijk dat de machine tijdens de storm een mankement heeft gekregen, waardoor het schip dwars op de golven is geraakt. In zo'n situatie kunnen zware zeeën een luik verbrijzelen. Behalve de kapitein voer ook de eerste machinist H. Dijkema (28) uit Groningen als aflosser op de TITAN. De bemanning van de TITAN bestond geheel uit Nederlanders. Het waren: kapitein H. M. Moorlach uit Eenrum, 29 jaar; eerste stuurman U. K. Woudstra uit Dokkum, leeftijd niet bekend; eerste machinist J. van Dijken uit Groningen, 46 jaar; tweede machinist H. J. Allena uit Oldenzaal, 21 jaar; kok A. A. Elbertse uit Utrecht, 31 jaar; matroos J. M. G, Urban uit Amerongen, 19 jaar; matroos B. Koolstra uit Stiens, 21 jaar; matroos o.g. G. Schoonbeek uit Ter Apel 21 jaar; lichtmatroos L. J. Ammerlaan uit Den Haag, 16 jaar.; De geborgen slachtoffers moeten nog worden geïdentificeerd. Drie doden worden vandaag in Bremershaven aan land gebracht. Kapitein R. van der Huizen, die tot december op de brug van de TITAN stond, is voor de identificatie daarheen gereisd. Te twee andere slachtoffers zijn door een Noors schip naar Noorwegen gebracht. De afgelopen herfst en deze winter hebben er voor de Noorse kust reeds drie scheepsrampen plaatsgevonden, die niet minder dan 31 mensenlevens hebben gekost. Precies een week geleden verging aan de top van de westkust een Noorse trawler, waarbij de gehele uit veertien koppen bestaande bemanning omkwam.
1964-02-03: De Telegraaf 03-02-1964: In noodweer vergaan. Van onze speciale verslaggever. Groningen, maandag „Ik mag u niet veel hoop meer geven", zei zondagavond reder J. D. J. Postma te Groningen door de telefoon tegen de jonge echtgenote van de 29-jarige kapitein H. M. Moorlach van de Groningse kustvaarder „Titan" (500 ton). „Mijn man is groot en slank — daarom was de reder er zeker van, dat mijn man niet bij de vijf bemanningsleden is, die zondagmorgen dood uit de zee zijn opgepikt", zei mevrouw Moorlach zondagmiddag in de woning van haar ouders in Eenrum. Strohalm. Maar wat is het lot van haar man dan wel, nadat hij zaterdagmiddag op de Noordzee voor de Noorse kust met acht bemanningsleden zijn zinkende „Titan" heeft verlaten. Mevrouw Moorlach klampt zich vast aan de laatste strohalm. „Het is niet uitgesloten, dat bemanningsleden van de „Titan" zijn opgenomen door Russische vissersschepen," zei zondag een woordvoerder van het Noorse radio-kuststation „Farnsund", waar de reddingsactie naar overlevenden van de „Titan" werd gecoördineerd. Geen antwoord:„Russische en ook Poolse treilers blijven meestal in gebreke te antwoorden op radiooproepen van Noorse stations wegens taal- of andere moeilijkheden. In het gebied waar de „Titan" is vergaan, vissen veel communistische vaartuigen." De kapitein van de „Titan" meldde zaterdag omstreeks het middaguur dat een stortzee de achterluiken van het schip had ingeslagen. De „Titan" begon water te maken en kapitein Moorlach vroeg dringend om hulp. Het schip voer toen 45 zeemijlen uit de kust van Egersund aan de zuidpunt van Noorwegen en was met een lading delfstof onderweg naar Engeland toen het in zeer slecht weer — met windkracht 10 — en hoge zee terecht kwam. Ruim anderhalf uur later meldde de-kapitein aan „Farnsund-radio" dat zijn schip steeds meer water ging maken en dat hij besloten had van boord te gaan. Alle negen opvarenden — bemanning en kapitein — zouden plaatsnemen in een rubbervlot. Vliegtuig: Op dat moment waren de reddingspogingen reeds in volle gang. Via de radio' had „Farnsund-radio" schepen gevraagd hün koers te wijzigen om de „Titan" hulp te bieden. De Noorse luchtmacht stuurde ijlings een vliegtuig naar de door de „Titan" opgegeven plaats. Maar de melding, dat men het schip verliet is tot heden het laatste teken van leven dat van de „Titan" is gehoord. Want toen later, wegens het te slechte weer en de duisternis het zoeken moest worden gestaakt, was het vlot met de opvarenden nog niet gevonden. Alle negen: In deze sloep zouden hebben gezeten: Kaptein Moorlach, stuurman U. K. Woudstra (21) uit Dokkum, machinist J. van Dijken (46) uit Groningen, machinist H. J. Altena (21) uit Oldenzaal, kok A. A. Elbertse (34) uit Utrecht en de matrozen J. M. G. Urban (19) uit Amerongen, B. Kootstra (21) uit Stiens, G. Schoonbeek (21) uit Ter Apel en L. J. Ammerlaan (16) uit Den Haag. Zaterdagavond werd door de zoekende schepen een lege reddingsboot gevonden alsmede wrakhout en stukken teakhout die afkomstig waren van het stuurhuis van de in 1957 in Appingedam gebouwde „Titan". Vijf doden: Toen zondagmorgen bij het lichtworden de reddingsactie onder gunstiger weersomstandigheden kon worden voortgezet, werd nog meer wrakhout gevonden en omstreeks elf uur in de morgen de stoffelijke overschotten van vijf bemanningsleden. De lichamen van drie opvarenden werden opgepikt door het Amerikaanse schip „Point Barrow". Een vierde werd gevonden door het Zweedse schip „Nogi" en een vijfde door het Britse vrachtschip „Elizabeth Bowater". De drie door de „Point Barrow" gevonden lichamen lagen in een reddingsboot. Van vier bemanningsleden o.w. de kapitein — ontbrak gisteravond elk spoor. Tot laat ln de avond is er door tal van schepen van verschillende nationaliteit gezocht. „De enige hoop is, dat zij aan boord zijn van een vissersschip, dat geen radio heeft — is dat niet het geval, dan moet men ook voor hen het ergste vrezen," zei men zondagavond in Farnsund.
1964-02-03: NvhN 03-02-1964: Dramatisch radiocontact van reddingsactie. 12.00 uur zaterdagmiddag: Titan meldt, dat de luiken het in volle zee hebben begeven. Alle schepen in de buurt wordt Verzocht zich te melden bij Radio Farsund. Een vliegtuig zal de juiste positie van de kustvaarder aan de schepen doorgeven. 13.59 uur: Laatste melding van de Titan: „Bemanning gaat schip verlaten". Farsund verzoekt vuurpijlen af te schieten, opdat het Britse vrachtschip Elizabeth Bowater, dat dicht in de buurt zou zijn, de signalen zou zien. Drie tot vijf andere schepen zijn in de omgeving om de mannen op te pikken. 15.40 uur: Farsund Radio meldt, dat nog een vliegtuig zal vertrekken om te trachten het schip te lokaliseren. 15.53 uur: Het Zweedse schip Laponia bericht Farsund, dat er nog steeds geen nieuws is. Het Amerikaanse schip Point Barrow meldt evenwel drie lijken van opvarenden van de Titan te hebben geborgen. De bemanning van de Zweedse Nogi trof 'n vierde lichaam aan en die van de Elizabeth Bowater een vijfde. Even voor half vijf: Bemanningsleden van de Laponia zien wrakstukken in zee, onder meer twee roeispanen van een reddingsboot. De Elizabeth Bowater meldt Farsund geen vuursignalen te hebben gezien. Drijfhout en riemen waren de enige voorwerpen, die op zee waren te 'zien. De bemanningsleden konden niet vaststellen of de riemen van de Titan waren. Een van de laatste berichten van Radio Farsund was, dat het zoeken vandaag voornamelijk zou zijn geconcentreerd op het vinden van de gele rubberboot van de Titan. Met verlof aan de wal. Kapitein van der Huizen en machinis Bloos ontkwamen aan ramp met “Titan”. Twee zeelieden, die tot de bemanning van de Titan behoorden, zijn aan de ramp ontkomen. Op het moment dat de Groninger kustvaarder in de golven verdween bevonden de kapitein v. d. Huizen en de eerste machinist J. G. Bloos zich met verlof aan de wal. De heer R. v. d. Huizen uit Zuidlaren was reeds vanaf 11 november ziek thuis. Maar de 39-jarige gezagvoerder was zodanig hersteld dat hij vrijdag a.s. weer aan boord zou gaan van het schip, dat op die datum de haven van Emden zou binnenvaren. Kapitein v d. Huizen zou dan het commando van de 29-jarige gezagvoerder H. M. Moorlach uit Eenrum, die ongeveer 2½ maand aan boord van de Titan is geweest, overnemen. Vanmorgen is de heer v. d. Huizen met de eerste trein naar Bremerhaven vertrokken om een droeve taak te vervullen. Hij zal daar de stoffelijke overschotten van drie van zijn bemanningsleden, die door het Amerikaanse schip Point Barrow zijn gevonden, moeten indentificeren. De 46-jarige Groninger eerste machinist J. van Dijken had op 8 januari de plaats ingenomen van de 22 jarige J. G. Bloos uit Nieuwkoop, die de vorige week vrijdag in zijn woonplaats in het huwelijk trad. De jonge machinist, die vandaag zijn verjaardag viert, zou op 7 februari met v. d. Huizen weer aan boord gaan van de Titan. De heer van Dijken de vaste aflosmachinist van de rederij zou dan naar Groningen terugkeren. Uitgesteld huwelijk: Machinist Bloos is ternauwernood aan de dood ontsnapt. Hij zou met zijn jonge vrouw, Annie Immerzeel deze reis hebben meegemaakt. Hun huwelijk was oorspronkelijk vastgesteld op 20 december. Het ging echter niet door omdat geen vervanger voor machinist Bloos kon worden gevonden. Daardoor werd de huwelijksdatum opnieuw vastgesteld op 31 januari en machinist Bloos kreeg huwelijksverlof. Op 18 januari ging hij van boord. Tenno Bloos is diep onder de indruk van de ramp met zijn schip en de dood van zijn negen vrienden. „Het was een fijne bemanning," zegt hij.. de stemming aan boord was altijd prima. Tenno Bloos maakte al twee jaar deel uit van de bemanning van de “Titan” „Het was een goed schip,” aldus de heer Bloos, „de ruimte voor de bemanningsverblijven was comfortabel. Een deel van de laadruimte was opgeofferd om de ruimte voor de bemanning en de machinekamer zo groot mogelijk te maken. Ik kan nog niet begrijpen dat ik nooit meer op de “Titan” zal varen." De ouders van machinist Bloos delen deze mening. Zij hebben beiden twee reizen op de “Titan” meegemaakt.
1964-02-03: NvhN 03-02-1964: Vijf doden, Vier vermisten. Groninger coaster Titan in vliegende storm vergaan. Het zoeken naar mogelijke overlevenden van de Nederlandse kustvaarder Titan uit Groningen wordt vandaag voortgezet. Dit is het enige, al geen hoop meer gevende nieuws, dat wij vanmorgen binnenkregen over een ramp met dit schip zaterdag in de vroege namiddag voor de Noorse Noordzeekust. Hele bemanning van negen koppen vond wellicht dood in de golven. Gisteren werd de woelige Noordzee in de omgeving van de vuurtoren Lista voor de zuidwestkust van Noorwegen vergeefs afgezocht. Gevreesd werd, dat de hele bemanning van negen koppen was omgekomen. Tot dusver zijn vijf lijken opgepikt, maar niets werd gezien van de gele rubberboot, waarmee de Titan was uitgerust. Moeilijke redding door Kustwacht voorspeld. Om twee uur zaterdagmiddag deelde de bemanning aan Radio Farsund mee in de boten te gaan, nadat de “Titan “ in een vliegende storm in moeilijkheden was komen te verkeren door een ingeslagen achterluik. Tegen twaalf uur had het schip niet ver van Farsund dringend om assistentie verzocht. De kustwacht meldde, dat drie tot vijf schepen in de omgeving waren om de mannen op te pikken. Een vliegtuig zou de juiste positie van de kustvaarder — 58.05 noord, 4.42 oost — aan de schepen doorgeven. Farsund Radio zei er evenwel bij, dat het wel eens moeilijk zou kunnen worden de bemanning te vinden als zij het schip heeft verlaten.
Grootscheepse actie; Ongeveer twintig schepen zouden vandaag helpen zoeken. Gisteren werd de speurtocht ondernomen door kotters van de Noorse kustwacht, Russische en Poolse treilers en vijf vliegtuigen, twee Noorse, een Deens, een Duits en een Schots. Deze zoeken ook vandaag mee. In een gebied op ongeveer 45 kilometer van de laatst opgegeven positie van de Titan werden. wrakstukken gezien, maar geen rubberboot en geen overlevenden. De vijf lijken werden gevonden op 57 graden 42 minuten noorderbreedte jen vijf graden tien minuten oosterlengte. Drie werden opgepikt door het Amerikaanse schip “Point Barrow” de twee andere door de Zweedse “Nogi” en de vierduizend ton metende Brit “Elizabeth Bowater”. De twee laatste schepen zouden de doden aan boord van de Noor “Hjalmar Bjoerge” hebben gebracht. De “Titan” is eigendom van de reders J. Postma uit Groningen en B. van Balsvoort uit Surhuisterveen. Het werd bevracht door de N.V. Wjnne en Barends te Groningen. Het vijfhonderd ton metende schip was met een lading kwarts vertrokken uit de haven Arendal in het zuidwesten van Noorwegen.
Eerste nieuws; Nadat om twee uur zaterdagmiddag bekend werd, dat de bemanning bezig was in de boten te gaan en ijlings de grote reddingsactie op gang kwam, kwam het eerste trieste nieuws van de Zweedse boot “Laponia”: Even voor half vijf zaterdagmiddag zagen bemanningsleden wrakstukken in zee, onder meer twee roeispanen van een reddingsboot. De ruwe zee bemoeilijkte, echter het zoeken naar eventuele overlevenden. Het Noorse schip “Straum” trof een reddingsboot met de naam “Titan” op zee aan. Holland voer uit;
Voor het schip om 13.59 uur Nederlandse tijd de laatste melding — „Bemanning verlaat schip” — uitzond had het ook de hulp van de zeesleper Holland van rederij Doeksen op West-Terschelling . Deze vertrok onmiddellijk, maar toen de kapitein drie kwartier later van de “Titan” hoorde, dat de bemanning in de boten ging, heeft hij de Holland terug laten keren. Van op sleeptouw nemen was toen immers geen sprake meer, omdat het een dag varen zou zijn naar de plaats waar de coaster in zee dreef.
1964-02-03: De Telegraaf 03-02-1964: Ontsnapt aan ramp „Titan”. Tenno en Annie door huwelijk gered. Van een onzer verslaggevers. Nieuwkoop, maandag „IK kan het nog niet helemaal verwerken. De „Titan" was een pracht schip met een prachtbemanning". Dit zei gisteren eerste machinist Tenno Bloos, een van de mannen die gespaard zijn gebleven voor de tragische ondergang van de Groningse kustvaarder. Op 9 januari stapte Bloos, die vandaag 22 jaar wordt, maar daar geen plezierig feest van zal maken, in Gent van boord samen met de 22- jarige stuurman Uka Rozema en de 16-jarige lichtmatroos H. A. Zwanenburg uit Ede. Weinig konden de jonge zeelieden toen vermoeden dat zij hun trotse schip nimmer weer zouden zien. Huwelijk: Rozema ging aan wal om zich voor te bereiden op het examen voor kapitein. Tenno Bloos had een andere reden: hij trad vrijdag in het huwelijk met de 21-jarige Annie Immerzeel. Met zijn jonge vrouw ging de zeeman gisteravond ter kerke om te danken voor zijn redding. „Onze trouwdag was aanvankelijk vastgesteld op 20 december. Ik kon toen echter geen maand verlof krijgen en daarom hebben wij het maar verschoven. Als dat niet gebeurd was, zouden Annie en ik zaterdag allebei aan boord geweest zijn."
1964-02-04: NvhN 04-02-1964: Drie slachtoffers ramp Titan geïdentificeerd; Drie stoffelijke overschotten van de negen opvarenden van de Groninger kustvaarder Titan, die tijdens het weekeinde voor de Noorse kust is vergaan, zijn door kapitein R. van der Huizen uit Zuidlaren te Bremerhaven geïdentificeerd. De namen van de slachtoffers zijn U. K. Woudstra, Dokkum (stuurman), J. van Dijken, Groningen (machinist), en G. Schoonbeek, Ter Apel (matroos onder de gage). De doden zullen vandaag naar Groningen worden overgebracht. Kapitein Van der Huizen is inmiddels doorgereisd naar Christiansand in Noorwegen, waar hij nog twee lijken zal identificeren. Reder J. Postma uit Groningen heeft een onderzoek gelast naar de toestand van de sloep die in Bergen in Noorwegen aan land is gebracht. De heer Postma hoopt na te kunnen gaan hoe de reddingsboot is gebruikt bij het vergaan van de Titan. De matroos o.g. G. Schoonbeek maakte zijn eerste zeereis. Een sloep van de vergane Groninger coaster Titan is leeg op zee aangetroffen en in Bergen (Noorwegen) aan wal gebracht.
1964-02-05: Leeuwarder Courant 05-02-1964: Ramp van „Titan" Stienser matroos geïdentificeerd; De stoffelijke resten van de beide slachtoffers van het vergaan van de „Titan", die in de Zuid-Noorse havenplaats Flekkefjord aan land waren gebracht, zijn geïdentificeerd. Oud-kapitein Van der Huizen van Zuidlaren, die vroeger zelf op de „Titan" heeft gevaren, herkende er de stoffelijke resten in van de 21-jarige matroos Bouke Kootstra uit S t i e n s en de 19-jarige matroos J. M. G. Urban uit Amerongen. De stoffelijke overschotten worden per vliegtuig naar ons land overgebracht. Van de vier vermisten van de „Titan", de Groninger kustvaarder die zaterdag voor de kust van Zuid-Noorwegen in een zware storm verging, is geen spoor gevonden. Het zoeken is gestaakt. De mogelijkheid is niet uitgesloten, dat zij zich nog aan boord van het schip bevonden, toen dit in de golven verdween. De vermisten zijn kapitein H. M. Moorlach (29) uit Eenrum, tweede machinist H. J. Altena (21) uit Oldenzaal, kok A. A. Elbertse (34) uit Utrecht en lichtmatroos L. J. Ammerlaan (16) uit Den Haag. In Bremerhaven waren al eerder drie slachtoffers aan wal gebracht.

Afbeeldingen


Omschrijving: TITAN just before launching.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: TITAN just before launching.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: TITAN verlaat de werf
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Werf

Omschrijving: TITAN op proefvaart
Gemaakt door: Fotobedrijf Piet Boonstra, Groningen
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: TITAN
Gemaakt door: Foto Dijkstra, Delfzijl

Omschrijving: TITAN
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: TITAN
Gemaakt door: Unknown