Inloggen
OMLANDIA - ID 4863

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1938
Classification Register: British Corporation Register of Shipping and Aircraft (BC)
IMO nummer: 5138175
Nat. Official Number: 1874 Z GRON 1938
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Raised quarter deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Bodewes Scheepswerven N.V., Martenshoek, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 304
Launch Date: 1938-10-19
Delivery Date: 1938-11-17
Technical Data

Engine Manufacturer: Humboldt-Deutz Motoren A.G., Cologne (Köln), Germany
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 300
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz nr. 58/142 Type RV6M345 (280x470)
Speed in knots: 9
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 400.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 257.00 Net tonnage
Deadweight: 530.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 27000 Cubic Feet
Bale: 25500 Cubic Feet
 
Length 1: 46.46 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 43.54 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.98 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.10 Meters Depth, moulded
Ship History Data

Date/Name Ship 1938-11-17 OMLANDIA
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Geertje Albers-Panjer, Hoogezand, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Hoogezand / Netherlands
Callsign: PGMR

Date/Name Ship 1950-10-12 LOOIERSGRACHT
Manager: Spliethoff's Bevrachtingskantoor (Johan Frederik en Herman Spliethoff), Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Spliethoff's Bevrachtingskantoor (Johan Frederik en Herman Spliethoff), Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PFPJ

Date/Name Ship 1953-05-15 MUTATIE
Manager: Firma J.J. Onnes, Cargadoors-, Scheepvaart- en Bevrachtingsbedrijf, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Hendrik en Harm Havinga & Ludovicus Rustebiel, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PGBU

Date/Name Ship 1956-04-20 BEJA
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Poseidon, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Eeltje Roelf Prenger (restaurateur), Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PCZQ

Date/Name Ship 1959-10-16 GUNDA
Manager: Hermann Schöning, Düsseldorf, German Federal Republic
Eigenaar: Hermann Schöning, Düsseldorf, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Düsseldorf / German Federal Republic
Callsign: DENG
Additional info: Fl. 155.000,--

Ship Events Data

1938-10-22: Zaans Volksblad 22-10-1938 Geslaagde proeftocht (opm.: moet zijn tewaterlating) van de „OMLANDIA”. Martenshoek, — Vrijdag. Het bij Bodewes Scheepswerven, alhier, voor kapitein K. Albers te Hoogezand in aanbouw zijnde m.s. „Omlandia" is met goed gevolg te water gelaten. Het schip meet ca. 500 ton d.w. en wordt voorzien van een Deutz Dieselmotor, met een capaciteit van 300 P.K.
1938-11-11: Op 11-11-1938 als OMLANDIA, zijnde een stalen motorvrachtschip, groot 1133.12 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 08-11-1938 no. 583, liggende te Martenshoek, door H. Christerus, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1874 Z GRON 1938 op het achterschip midden achterkant matrozenverblijf.
1938-11-18: NvhN 18-11-1938: De „OMLANDIA” vaart proef. Onder zeer groote belangstelling vond op de Eems de proefvaart plaats van het nieuwe m.s. OMLANDIA. Onder de aanwezigen bevond zich, naast diverse autoriteiten op het gebied van scheepsbouw en scheepvaart, o.m. de directie van de studentenvereniging Omlandia, die door haar aanwezigheid de noodige luister kwam bijzetten aan de proefvaart van het schip, dat naar de vereeniging werd genoemd. Het schip werd gebouwd onder klasse British Corporation en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart op Bodewes' Scheepswerven te Martenshoek voor rekening van kapt. K. Albers te Hoogezand. Het schip is van het raised-quarter dektype met lepelhek. Het heeft de stalen mast met de stalen laadboom, voor lasten van twee ton, midscheeps. Bij elke boom is een motorlier geplaatst, die door een Deutz motor van 8 p.k. aangedreven wordt. Het hijschgerei werd geleverd met een certificaat van de Inspectie van Havenarbeid. De ankerlier op het bakdek wordt eveneens aangedreven door een Deutz motor van 8 p.k. Het schip heeft de volgende afmetingen: lengte over de loodlijnen 43 M., breedte 7.98 M. en holte tot vrijboorddek 3.20, tot raisedquarter dek 4.20 M. Het meet bruto 399 en netto 257 Reg. ton, terwijl het d.w. 540 ton bedraagt.
Voor de voortstuwing is in de motorkamer een direct omkeerbare Deutz Diesel motor van 300 p.k. opgesteld, terwijl hier verder als hulpmotor een Deutz Diesel motor van 10 p.k. geplaatst is voor het aandrijven van de pompen en de dynamo. Het schip is keurig betimmerd en afgewerkt en is voorzien van centrale verwarming. Het behaalde in ballast een snelheid van 10.4 mijl.
1940-05-01: De Banier 01-05-1940: Twintig dagen in Denemarken. Kapitein verhaalt zijn belevenissen. Gisteravond omstreeks acht uur is te Rotterdam binnengekomen het Nederlandsche motorschip „OMLANDIA", metende 450 ton eigendom van K. Albers uit Hoogezand. Kort nadat het schip aan de Stieltjeskade alhier was aangekomen, na een reis naar de stad Kopenhagen, gelukte het ons een onderhoud te hebben met den den heer C. Posthumus, die ons het een en ander van zijn wederwaardigheden mededeelde. Toen wij het einde der vorige maand uit Vlissingen vertrokken, aldus de heer Posthumus, hadden wij nog weinig vermoeden van wat het vreedzame Denemarken boven het hoofd hing. Den 31 sten Maart vertrokken wij uit Vlissingen met een lading stukgoed uit Antwerpen aan boord, bestemd voor Kopenhagen. De reis verliep vlot. Van mijnen of andere oorlogsbelemmeringen hebben wij niet het minste last gehad — trouwens, zoo vertelde de kapitein, een klein schip als het onze spoelt de mijnen langs het schip weg; het zog zuigt de gevaarten naar de buitenkant en het gevaar dat wij er mee in aanraking zullen komen is uiterst gering. Donderdag 4 April konden wij reeds het anker laten vallen in de haven van de Deensche hoofdstad. Met het lossen kon nog niet dadelijk begonnen worden, omdat we nog wachtten op een plaats langs de kade. Eerst Maandag begon het lossen van de lading, en alles ging goed. Toen werd plotseling den Dinsdag daarop het Deensche land en de Deensche hoofdstad door Duitsche troepen bezet! Alle plaatsen, die van eenig belang waren, werden door Duitschers in genomen. De eerste manschappen kwamen met verschillende vliegtuigen in de hoofdstad aan. Dat zullen er, aldus schatte het onze zegsman, ongeveer 600 geweest zijn. Al spoedig even wel volgde meerdere aanvoer met behulp van transportschepen. De Deensche gemobiliseerden werden naar huis gestuurd en de Duitsche soldaten namen hun plaatsen in. Waar voorheen de Deensche wachtposten werden aangetroffen zag men nu de Duitsche uniform. Slechts de wacht voor het paleis des konings, voor het slot Amaliënborg, bleef gehandhaafd, maar in dien tusschentijd was hun gewone pakje vervangen door stormtenue. De karakteristieke Huzarenmutsen verdwenen en de stormhelm kwam er voor in de plaats. De groote toegangsweg tot het centrum van de Deensche hoofdstad, de Langelinie, werd geheel door militairen afgezet en voor het verkeer gesloten. In de onmiddellijke nabijheid van de Langelinie werd de Deensch kazerne, gelegen dicht bij de bekende Gefion-fontein, door de Duitsche troepen bezet. De twee groote forten, die in de haven van Kopenhagen zijn gelegen, het Mittelgrundfort en het Flakfort, werden eveneens door de Duitsche troepenmacht bezet. Ondertusschen ging het leven in Demarken, zoo waren de indrukken van onzen ooggetuige, gewoon zijn gang. leder ging naar zijn werk, naar kantoor, naar school als twee dagen tevoren. De kerken hielden hun diensten op de gezette tijden. De menschen waren dan ook rustig, maar toch kon men bemerken, dat zij door de onverwachte gebeurtenissen wel wat uit het lood geslagen waren. Dat ondervonden wij persoonlijk, toen op den dag van de bezetting het lossen plotseling gestaakt werd. De havenarbeiders wilden zich vóór alles op de hoogte stellen van den toestand Voorloopig weigerden zij eenvoudig verder te werken. Den volgenden dag waren zij evenwel weer present en voor de rest verliep het lossen naar wensch. Je moet niet denken, aldus de kapitein, dat wij toen rustig konden wegvaren! Daar was in de eerste weken geen sprake van. Niet minder dan drie weken hebben wij „gesperrt" gelegen, omdat de Duitschers toestemming om weg te varen weigerden Ondertusschen gingen wij de stad maar pon? bekijken Daar was vanzelfsprekend des avonds alles in een Egyptische duisternis eepuld. Wie zich nog op straat wilde begeven, moest er voor zorgen, dat hij van een of ander wit kenteken voorzien was een band om de arm, een witte pet. witte kousen. Wie des avonds niet van een dergelijk kenteken was voorzien, liep de kans op een boete van 50 kronen. Van levensmiddelenschaarschte was evenwel geen sprake. Het Deensche land zelf had van alles steeds voldoenden voorraad. Wel vond distributie van margarine plaats maar ik vermoed, zoo zeide de heer Posthumus, dat dat meer was om de eigen boter in consumptie te brengen. Wel waren de kolen zeer schaarsch. Tijdens ons verblijf in Kopenhagen hoorden wij op zekeren dag een ontzaggelijk geronk. Wij renden allen naar het dek. Een aantal van bijna vijftig vliegtuigen trok hoog boven onze hoofden voorbij. Het was waarschijnlijk de eerste aanvoer van Duitsche troepen naar Noorwegen. Mogelijk ook waren het gevechtsvliegtuigen of bommenwerpers., dat was niet duidelijk te onderscheiden op zulk een hoogte. Verder troepenvervoer hebben wij niet meegemaakt, want na twintig dagen „Sperrung" konden we weer naar het moederland vertrekken. Den 24sten April voeren wij weg. Het was nog een geluk, dat wij toen weg konden, want wij hoorden, dat eenige dagen later de haven opnieuw was „gesperrt". Toen wij in de Sont voeren, zagen wij op de hoogte" van Helsingör, een kwartier voor ons uit, een Letlandsch schip op een mijn loopen. Terwijl wij de „Gondega" voorbij voeren, heb ik nog een paar foto's van het beschadigde vaartuig kunnen maken, maar de schade was gelukkig niet groot en de bemanning is veilig aan wal gekomen. Bij aankomst in het Kielerkanaal wachtten ons eenige Duitschers, die gedurende de doortocht van het kanaal mee aan boord gingen. Dat was den 26sten April. Wij kregen geen toestemming om Borkum aan te doen; dat was trouwens weinig wenschelijk vanwege het mijnenveld, dat het gebied daar geblokkeerd heeft. De Duitschers werden door de Duitsche loodsen van boord genomen. Dat was de laatste hinderpaal die we hebben meegemaakt. De route over de Noordzee gaf geen enkele moeilijkheid. Het is nu net een kwartiertje geleden, dat wij hier aankwamen — ik zie op mijn horloge de tijd van 8.15 uur — wat we nu zullen gaan doen is nog niet zeker. Wij hebben geen lading mee teruggebracht, omdat we zoo gauw mogelijk Denemarken hebben verlaten. Een oponthoud om te laden van slechts één of twee dagen, had ons weer weken langer kunnen vasthouden. En ten slotte is het toch veiliger om in het moederland te zitten.... Het schip, de „OMLANDIA", ligt momen teel aan de Stieltjeskade, wachtende op nieuwe orders..
1940-05-10: Tijdens het uitbreken van WO II lag het schip met een lading kolen in Rouen. Uitgeweken naar Engeland. Op 16 mei 1940 ingeschreven bij the Netherland’s Shipping & Trading Committee, Londen en in beheer van Freight Express Ltd. Op 27 mei in timecharter bij het Ministry of Transport. Op 8 augustus 1940 tijdens een reis van Southampton naar Falmouth door 12 Duitse vliegtuigen beschoten maar behouden gebleven. Met de enige aan boord opgestelde mitrailleur, niettegenstaande zware bomaanslagen rond het schip en hevig mitrailleurvuur van de vijandelijke vliegtuigen, wordt één van de vliegtuigen neergeschoten. Kapitein Posthumus raakt daarbij zwaar gewond, waarbij hij een been moet verliezen. De bemanning is gedwongen het schip te verlaten. Posthumus zal voor zijn moedig optreden eind augustus 1940 als eerste Nederlandse gezagvoerder worden benoemd tot Ridder der 4e klasse der Militaire Willemsorde. 1 Juni 1945 weer terug aan Geertje Albers-Panjer.
1944-06-00: 12-06-1944 Vertrokken uit Barry varend in konvooi genaamd EBC.10 met 11 andere koopvaardij schepen, waaronder de Nederlandse “Zuijderburgh” 1906-2630 BRT en 2 escorte vaartuigen. 16-04-1944 Konvooi (EBC.10) aangekomen in de Baai van de Seine, voor de Frans kust.
01-07-1944 Vertrokken uit Barry varend in konvooi genaamd EBC.28) met 20 andere koopvaardij schepen, waaronder de “Houtman” 1931-394 BRT, de “Jan Brons” 1939-400 BRT en de “Walenburgh” 1938-496 BRT en zonder escorte vaartuigen. 03-07-1944 Konvooi (EBC.28) aangekomen in de Baai van de Seine, voor de Frans kust.
27-07-1944 Vertrokken uit Barry varend in konvooi genaamd EBC.54 met 28 andere koopvaardij schepen, waaronder de Nederlandse coaster “Agiena”1936-333 BRT en de grote vaart schip “Fort Orange” 1943-7176 BRT en 2 escorte vaartuigen. 29-07-1944 Konvooi (EBC.54) aangekomen in de Baai van de Seine, voor de Frans kust.
07-09-1944 Vertrokken uit Barry varend in konvooi genaamd EBC.96 met 15 andere koopvaardij schepen, waaronder de Nederlandse coaster “Vliestroom” 1912-655 BRT.en 1 escort vaaartuig. 09-09-1944 Konvooi (EBC.96) aangekomen in de Baai van de Seine, voor de Frans kust.
1956-04-16: Op 16-04-1956 als MUTATIE, zijnde een motorvrachtschip, groot 1133.12 m3 bruto inhoud volgens opgave Bewaarder, door H. Greeuw, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Rotterdam, liggende te Vlaardingen opnieuw van hetzelfde brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1874 Z GRON 1938 op het achterschip aan BB zijde in zijschot dekhuis, 4.85 m. uit hekplaat, 0.40 m. uit lengteas en 1.52 m. uit dek.
1956-05-03: NvhN 03-05-1956: M.s. Mutatie naar Deventer verkocht. Het motorschip Mutatie (ex-Looiersgracht en Omlandia) is door de heren H. en Rustebiel te Groningen verkocht aan de heer E. R. Prenger te Deventer, die het schip onder de nieuwe naam Beja in de vaart zullen brengen Deze coaster behoort tot het shelterdek type met een draagvermogen van plm 530 ton. Het schip werd in 1938 gebouwd bij de scheepswerf G. en H. Bodewes te Martenshoek. In de machinekamer staat een 300 pk motor opgesteld. De thuishaven is Delfzul.
1959-10-00: In 10-1959 Class changed in Bureau Veritas.
1959-12-22: Op 22-12-1959 onderweg met een lading soda van Rotterdam naar Kastrup bij Dragør aan de grond gelopen.
1969-04-01: Final Fate:
Bij Terschelling in moeilijkheden geraakt. Door de sleepboot 'Titan' van Wijsmuller naar Harlingen gesleept en vervolgens aan de ketting gelegd in de Zuiderhaven, Harlingen. Op 10 februari 1972 gerechtelijk verkocht aan Stolk Scheepssloperij te H.I. Ambacht. Doorverkocht en in juni 1973 in Brugge (België) gesloopt bij Van Heygen Freres.
Leeuwarder Courant 02-04-1969: Duitse kustvaarder in moeilijkheden bij Terschelling. De Terschellingcr reddingboot „Carlot" heeft gisteravond één van de zes bemanningsleden overgenomen van de Duitse kustvaarder „Gunda', die om half zeven meldde in moeilijkheden te zijn. Vlak tevoren had de Duitse coaster „Freja'. op weg naar het Kielerkanaal, drie andere bemanningsleden opgepikt. De kapitein Elfring en de stuurman zijn aan boord gebleven. Het schip is door de sleepboot „Titan" van Wijsmuller uit IJmuiden via het Westgat naar de Vlierede gesleept, waar het voor anker is gegaan. De „Titan" maakte om drie uur vannacht vast. Vanuit Terschelling kon geen sleepboot komen, omdat de „Holland” naar Noorwegen is met een boortoren. De „Freja" had ook nog een sleeppoging ondernomen, maar die is mislukt. De „Gunda", 370 ton, is geladen met ijzererts. Men is op de Vlierede bezig het water uit de kustvaarder te krijgen. Daarna zal hij naar Harlingen worden gesleept. Eigenares van de „Gunda" is de firma Hermann Schöning te Düsseldorf.
NvhN 11-11-1969: Wegens schulden. Deurwaarder legt in Harlingen beslag op Duitse kustvaarder. Met medewerking van twee Harlinger politieagenten heeft deurwaarder Ph. B. v.d. Tol uit Leeuwarden beslag gelegd op de Duitse kustvaarder Gunda, 370 ton. Het vaartuig ligt sinds 2 april j.l. in de Zuiderhaven te Harlingen en is eigendom van rederij Schöning te Haren-Ems. Het schip, geladen met ijzerafval, raakte op 1 april — zoals gemeld — noordwest van Terschelling in moeilijkheden, toen door de ruwe zee de lading begon te schuiven. Er ontstond zware slagzij. De zeesleper Titan van rederij Wijsmuller te IJmuiden sleepte het vaartuig naar Harlingen, waar de lading werd gelost. Er traden toen moeilijkheden op over het bergingsloon. Een maand later werd dit geregeld en nadien zag de Duitse rederij niet meer naar het vaartuig om. Omdat deze rederij f 6.000 schuld heeft bij de firma Oudkerk te Rotterdam voor geleverde olie, liet deze firma na gerechtelijke uitspraak door deurwaarder Van der Tol beslag op de coaster leggen.
1972-01-06: Harlinger Courant 06-01-1972: Coaster—bijna drie jaar aan ketting—wordt gerechtelijk verkocht. De Duitse coaster,”GUNDA”, die sinds 2 april 1969 aan de kade ligt, eerst in de Nieuwe Willemshaven en nu in de Zuiderhaven, wordt verkocht. Executoriaal en wel op donderdag 10 februari voor de rechtbank te Leeuwarden. De verkoping van de kustvaarder, eigendom van de Duitse rederij Herman Schöning te Haren Ems, geschiedt in opdracht van de Duitse olieleverancier Hans Staack te Hamburg. Ook een Rotterdamse oliemaatschappij had de “Gunda” al aan de ketting laten leggen. De kustvaarder was met een lading ijzererts op weg van Drammen naar Duisburg, toen het tijdens de storm van 1 april 1969 boven Vlieland in moeilijkheden kwam. De “Gunda” maakte slagzij en werd door een zeesleper van rederij Doeksen van Terschelling naar Harlingen gebracht. Het schip werd door de gemeentelijke havendienst gelost en later aan de ketting gelegd. Behalve bovengenoemde schuleisers heeft de gemeentelijke havendienst nog een bedrag te vorderen van Fl. 1.712,87 plus Fl. 76.37 per maand voor havengeld.
1972-01-10: Naar aanleiding van wat U dinsdag j.l. over de Duitse kustvaarder “GUNDA“ in Uw courant schreef, wil ik nog even reageren.
De kustvaarder “GUNDA” is eigenlijk een schip met een geschiedenis. Zij werd in 1938 met veel tam tam te water gelaten als de Groningse kustvaarder “OMLANDIA”. Dit schip was geadopteerd door de Groningse studentenvereniging “De Ommelanden” en ook de proeftocht werd door de studenten meegemaakt en het geheel had natuurlijk een studentikoos verloop en voor zijn tijd was het een zeer fraai en modern schip. In de oorlog week het schip uit naar Engeland en in de zomer van 1940 werd het beschoten op de Engelse zuidkust door Duitse vliegtuigen. Kapitein Posthuma, die het bevel voerde over het schip, raakte al spoedig gewond, maar het schip, dat door de Engelsen bewapend was,l iet zich niet onbetuigd. De machinegeweren werden bediend door kapt. Posthuma en hoewel hij een schot in zijn been had gekregen en dit er meer bij hing dan dat het er aan vast zat, bleef hij door vuren. Toen de vliegtuigen uit zijn schootsveld verdwenen, sleepte hij zich door het stuurhuis naar de andere brugvleugel en met het machinegeweer dat daar stond hervatte hij weer het schieten en dat ging zo door tot de Duitsers eindelijk verdwenen waren. De “Omlandia”,die lek geworden was, zakte langzaam met het achterschip onder water. De overgebleven bemanningsleden namen de kapitein op de schouder en droegen hem naar beneden en lieten hem neer op het reddingsvlot, dat inmiddels te water gelaten was en langszij dreef. Enige tijd later werden ze opgepikt en in Southampton aan wal gebracht. De kapitein werd daar in een ziekenhuis gebracht. Zijn been, dat niet meer te redden was, werd geamputeerd. Een van de verpleegsters, die hem verzorgden, zou later nog zijn vrouw worden. Kapitein Postuma herstelde, maar bleef invalide. De ”Omlandia” werd door een Engelse marinevaartuig op sleeptouw genomen en ook binnen gebracht en gerepareerd. Koningin Wilhelmina begiftigde de kapitein voor zijn moed met de Militaire Willemsorde en zo is dit een van de weinige schepen waarop een Militaire Willemsorde is verdiend. (G. Ottens-Harlingen.)

Afbeeldingen


Omschrijving: Tewaterlating Omlandia 19 oktober 1938
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Omlandia 1938 in het Canal de Caen.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Omlandia 1938
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Het schip als LOOIERSGRACHT
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Mutatie 1938 (ex Omlandia)
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.

Omschrijving: Mutatie 1938 (ex Omlandia)
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Beja 1938 ex Mutatie ex Looiersgracht ex Omlandia
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Beja 1938 (ex Omlandia)
Gemaakt door: World Ship Photo Library

Omschrijving: Als 'Gunda' onder de de Duitse vlag.
Gemaakt door: Unknown