Inloggen
MERCURIUS - ID 4239


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1909
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Steamship
Type: General Cargo schip
Type Dek: Raised quarter deck
Masten: Two masts
Material Hull: Steel
Dekken: 2
Construction Data

Scheepsbouwer: William Hamilton & Co. Ltd., Port Glasgow, Great Britain
Werfnummer: 208
Launch Date: 1909-10-18
Delivery Date: 1909-11-00
Technical Data

Engine Manufacturer: David Rowan & Co., Port Glasgow, Great Britain
Motor Type: Steam, Triple Expansion
Number of Cylinders: 3
Power: 1400
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: 21, 35 & 57-39
Speed in knots: 10
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 2863.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 1824.00 Net tonnage
Deadweight: 4030.00 tons deadweight (1016 kg)
Grain: 215000 Cubic Feet
Bale: 204000 Cubic Feet
 
Length 1: 327.60 Feet (British) ***Unknown***
Beam: 44.20 Feet (British) ***Unknown***
Depth: 18.50 Feet (British) ***Unknown***
Ship History Data

Date/Name Ship 1909-11-00 MERCURIUS
Manager: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PLWV

Date/Name Ship 1918-04-00 MERCURIUS-2516
Manager: United States Navy, Naval Overseas Transport Service, U.S.A.
Eigenaar: United States Navy, Naval Overseas Transport Service, U.S.A.
Shareholder:
Homeport / Flag: Onbekend / U.S.A.

Date/Name Ship 1919-06-00 MERCURIUS
Manager: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands

Ship Events Data

1918-03-00: Op 21 maart 1918 te door de Amerikaanse regering in beslag genomen ingevolge het Droit D’Angerie en onder Amerikaanse vlag gebracht.
In juni 1919 weer aan de eigenaren teruggegeven.
1925-01-07: Final Fate:
Het vrachtschip ss. 'MERCURIUS' (1909) van de KNSM, op weg van Valencia naar Amsterdam, loopt als gevolg van een navigatiefout bij Gibraltar op de Pearl Rock en breekt vervolgens in stukken. De bemanning kan hierbij worden gered.

Op reis met een lading zout, sinaasappelen, wijn en overig stukgoed van Tarragona via Valencia naar Amsterdam vertrok de MERCURIUS op 5 januari 1925 van Valencia. Varend in de straat van Gibraltar stootte het schip op 7 januari 1925 om 16.30 uur plotseling hevig. Zij maakte onmiddellijk water. De reddingsboten werden buiten boord gedraaid en de deklast werd geworpen. Er werd om hulp geseind en des avonds kwam het Deense bergingsvaartuig Freya nabij, dat echter wegens de woelige zee niet langszij kon komen. Des nachts brak het voorschip voor de brug en men besloot het schip te verlaten. Om 07.30 uur des morgens op 8 januari 1925 ging de bemanning over op de ook te hulp gesnelde sleepboot Express. De MERCURIUS, die op de Pearl Rock was gestoten, die zich geheel onder water bij Tarifa bevindt, werd totaal wrak. Een deel der lading kon nog worden geborgen. De stranding vond plaats bij goed zicht en goed weer. De schuld is gelegen in roekeloze navigatie van de gezagvoerder, die zijn koers niet zo dicht langs deze rots onder water had mogen nemen.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

 

Daniel werd geboren op 28 jan. 1878 te Amsterdam als z.v. Jan Klok (boekhouder) en Anna Jacoba Koedijk.

De moeder overleed in okt 1887 en Daniel werd geplaatst in het Burgerweeshuis te A’dam.

D. trouwde op ??  met Maria Luise Emilie Lück (geb. 06.11.1887 te Stettin) d.v. Franz Lück (stuwadoor) en Luise Redtmann.

Maria Luise Emilie Lück overleed op 03.03.1928 te Haarlem (40).

D. (51) hertrouwde op 24 mei 1929 te Heemstede met Maria Hendrika Dominica Wilhelmina Kievits (47) – geb. te Amsterdam – d.v. Josephus Johannes Kievits en Francisca Hendrika Holm. 

Maria Hendrika Dominica Wilhelmina Kievits overleed op 12.02.1960 te Heemstede (78).

Daniel overleed op 07 sept.1963 te Heemstede (85). (overlijden-advertentie in het Alg. H.blad van 10.09.1963)

 

Levensloop

Daniel werd op 7 augustus 1893 ingeschreven bij de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam.

Zijn voogd was J.F. Westerhoff en toeziend voogd J.B. Paris, makelaar wonende Noorderstraat, A’dam.

De bepalingen werden getekend door H.H. Regenten van het Burgerweeshuis te Amsterdam.

Op 05 sept. 1896 werd hij geplaatst als stuurmansleerling op het s.s. MARS, kapt. Binkhorst. Gage F 10,- 

13 jan. 1897 terug van de reis met goed attest. Jan. 1897 geplaatst op hetzelfde schip en terug van de reis op 14 mei 1897. 18 mei 1897 geplaatst op hetzelfde schip en 09 sept. 1897 terug van de reis met goed attest. 23 dec. 1897 voldoend examen afgelegd als 3e stuurman voor de Grote Stoomvaart met 3 talen. Eervol ontslagen met goed attest voor bekwaamheid, goed gedrag en goede getuigschriften.

Daniël ging varen bij de K.N.S.M. en doorliep alle rangen op diverse schepen van deze Maatschappij, waarna hij als kapitein op diverse schepen voer. In 1920 kreeg hij voor het eerst het bevel over een passagiersschip. In 1930 werd hij gezagvoerder en commodore van de vloot toen hij het gezag kreeg over het nieuwgebouwde passagiersschip COLOMBIA. Waarop hij op 1 april 1938, na 42 jaar in dienst van de K.N.S.M. en 18 jaar op de COLOMBIA gevaren te hebben op 60-jarige leeftijd met pensioen ging. Hierna heeft deze kapitein nog wel als proefvaart gezagvoerder van Amsterdamse nieuwbouwschepen gevaren, o.a. op de proefvaart van de VIACHESLAV MOLOTOV, een schip voor Russische rekening dat gebouwd werd door de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam.

Kinderen

Frans Daniel – geb. 09.02.1912 te A’dam
Jacoba Luise – geb. 09.02.1912 te A’dam
 

De schepen van de kapitein

 

*   09/1912 – 10/1913  Gezagv. van het s.s. JUNO                – geb. in 1908

*   10/1913 – 12/1913  Gezagv. van het s.s. VESTA             – geb. in 1907

*   12/1913 – 07/1914  Gezagv. van het s.s. JUNO                – geb. in 1908

*   07/1914 – 04/1915  Gezagv. van het s.s. BACCHUS        – geb. in 1911

*   04/1915 – 10/1916  Gezagv. van het s.s. AMOR               – geb. in 1911

*   01/1916 – 01/1917  Gezagv. van het s.s. MERCURIUS   – geb. in 1909

*   01/1917 – 02/1918  Gezagv. van het s.s. CALYPSO        – geb. in 1911

*   02/1918 – 08/1920  Gezagv. van het s.s. SATURNUS     – geb. in 1909

*   08/1920 – 01/1921  Gezagv. van het s.s. TRITON            – geb. in 1913

*   01/1921 – 09/1921  Gezagv. van het s.s. JAN VAN NASSAU  – geb. in 1913

*   09/1921 – 04/1922  Gezagv. van het s.s. VAN RENSSELAER – geb. in 1920

*   04/1922 – 07/1922  Gezagv. van het s.s. STUYVESANT          – geb. in 1918

*   07/1922 – 12/1927  Gezagv. van het s.s. VAN RENSSELAER – geb. in 1920

*   12/1927 – 09/1930  Gezagv. van het s.s. VENEZUELA            – geb. in 1915

*   09/1930 – 04/1938 van het ms COLOMBIA                              – geb. in 1930

Ingaande 1 april 1938 gepensioneerd. Pensioen bedraagt f 2.400,- per jaar.

Foto Collectie Nat. Archief 
 

AH 23.10.1930 

Verslag van de proefvaart van het m.s. COLOMBIA – gezagvoerder D. Klok.

 

AH 14.10.1932

COLUMBIA EERT EEN NEDERLANDSCHEN GEZAGVOERDER. Militair ordeteken uitgereikt aan kapitein D. Klok van het m.s. „Colombia”.

Men schrijft ons uit Santa Marta: Op 14 September jl. is alhier aan de heer D. Klok, gezagvoerder van het motorschip COLOMBIA van de K. N- S. M. het ordeteeken van officier in de „orden de la cruz de Boyaca" uitgereikt, welke onderscheiding hem de regering van de republiek Columbia had toegekend. De 17e december 1930, toen de COLOMBIA op haar eerste reis Santa Marta aandeed als eerste passagiersschip in de „Colon-Lijn", was de dag, waarop het honderd jaar was geleden, dat Simon Bolivar, de vrijheidsheld van deze landen (Columbia, Venezuela, Ecuador, Bolivia) gestorven was, welk feit in Columbia plechtig werd herdacht en bij welke gelegenheid de president van Columbia gast was aan boord en door de etat-major werd deelgenomen aan de plechtigheid, welke voor een deel in en nabij het huis, waar Simon Bolivar had geleefd, zich afspeelde. Op 14 september jl. heeft kapitein Klok, vergezeld van de etat-major uit naam van het Nederlandsche volk een krans gelegd aan de voet van het standbeeld van Simon Bolivar. Des namiddags werd hem het ordeteken uitgereikt. Daar deze decoratie een militaire is, waren vele officieren en troepen in militair verband aanwezig. Na deze plechtigheid was er een officiële receptie aan boord, gevolgd door een officieel diner, terwijl de avond met een bal werd besloten.

 

AH 02.03.1938

Commodore van de vloot der K.N.S.M. verlaat de dienst. Gistermiddag beëindigde kapitein D. Klok, gezagvoerder van het motorschip COLOMBIA, zijn laatste reis van Amsterdam naar de West en terug. EEN GELUKKIGE VAART, 42 JAAR LANG! Zonder kaarten eens den Atlantische Oceaan overgestoken. 

Toen gistermiddag om kwart voor tweeën het motorpassagiersschip COLOMBIA veilig en wel aan de Surinamekade gemeerd lag en kapitein D. Klok zich van de brug af weer kon terugtrekken in zijn geriefelijke ruime hut, die nu de gebruikelijke wandversieringen miste, moet het hem wel heel even vreemd te moede zijn geworden: de 98e reis van West-Indië naar Amsterdam was voltooid en hij wist, dat het zijn laatste zou zijn. Over twee weken nl. gaat de commodore van de vloot van de K.N.S.M. van zijn pensioen genieten. Na bijna 42 dienstjaren geeft de thans zestigjarige gezagvoerder zijn werk over in de handen van zijn opvolger. Kapitein Klok is het type van de robuuste, rondborstige zeeman: zwaar gebouwd, gebruinde kop, weerbarstige haren. Zo is hij in de loop der jaren geworden, zo hebben duizenden passagiers van de mailboten van de K.N.S.M. hem gezien, zo hebben zeer velen van de waterkant in talrijke havens hem leren kennen. Maar zo is hij natuurlijk niet altijd geweest. Vijftig jaar geleden was de thans scheidende commodore een van de jeugdige bewoners van het Amsterdamse Burgerweeshuis: een kleine jongen, die zeeman wilde worden en... die het zou worden! Want vijf jaar later werd zijn naam geschreven in het leerlingen-register van de Kweekschool voor de Zeevaart hier ter stede. Dit was het begin van de lange levensweg, die een eervolle loopbaan zou worden. 

Van stuurmansleerling.... Drie jaar later verliet de toen achttienjarige stuurmansleerling D. Klok de school om op een vrachtschip van de K.N.S.M. zijn eerste reis te gaan maken. In september 1896 leerde hij de praktijk van het zeemansleven kennen; het was een praktijk, die hem niet afschrikte. Integendeel! De jonge Klok bleek een zeeman in hart en nieren te zijn. Hij deed zijn werk goed, hield met vrucht zijn studie bij en doorliep de achtereenvolgende rangen in een betrekkelijk snel tempo. Op 12 oktober 1909 immers, dertien jaar na zijn eerste reis, had hij reeds de kapiteinsrang behaald. 

Eén-en-dertig jaar was hij toen nog maar. Van die dag af was het schip, waarop hij voer, zijn schip. Onder zijn bekwame leiding trok het van haven tot haven, langs de kusten van de Oostzee en van de Middellandse Zee, naar Afrika en naar Centraal- of Zuid-Amerika. Overal kwam hij zo langzamerhand. D.w.z. overal behalve in de Oost. Daar plegen de schepen van de vloot van de K.N.S.M. niet naar toe te varen en aangezien kapitein Klok zijn heil nimmer bij een andere maatschappij heeft gezocht, is hij zijn ganse leven aan deze zijde van de aardbol gebleven. Wat ondertussen niet wegneemt, dat hij een respectabel aantal havens en landen en volkeren heeft leren kennen. Ook tijdens de oorlogsjaren bleef hij zijn schepen van de ene haven naar de andere brengen. Plezierig was het niet altijd in die dagen en gemakkelijk nog minder, maar elke reis werd toch zonder ongelukken volbracht. Eén keer gebeurde het, dat hij zonder kaarten Huelva moest verlaten met bestemming Baltimore; op het laatste ogenblik had de rederij opdracht gegeven de route te wijzigen. Zij stuurde alle benodigde papieren, maar geen kaarten. En die waren er ook nergens te krijgen, afgezien dan van een zeilvaart voor de Spaanse kust. Zo werd dan deze avontuurlijke reis over de Atlantische Oceaan aanvaard zonder het meest onmisbare hulpmiddel, dat de zeeman doorgaans ten dienste staat. „Ik voelde mij alsof ik de reis van Columbus herhalen moest", zei kapitein Klok toen hij ons daarover het een en ander vertelde. „En gelukte het?" vroegen wij. „Wij kwamen kalm voor Baltimore aan, maar wij lieten de loods veiligheidshalve verder buitengaats komen dan hij ooit geweest was. De man begreep er niets van, maar toen wij hem in de kaartenkamer brachten, werd het hem duidelijk." De oorlog ging voorbij en de wereldscheepvaart herstelde zich van haar ontwrichtingen. Kapitein Klok bleef varen. Lange reizen maakte hij soms, van acht & negen maanden. En meermalen was hij niet langer dan twee of drie dagen tussen reizen in te Amsterdam. Zo naderde 1920, het jaar waarin de Maatschappij voor het eerst een passagiersschip aan de hoede van kapitein Klok toevertrouwde. Dit betekende tevens, dat hij van dat ogenblik af op de West zou blijven varen in geregelde dienst. Het leven van de aarts zwerver werd daarmee in meer regelmatige banen geleid. ....tot commodore! Van dat jaar af volgden de reizen elkaar op met de regelmaat van — de woordspeling zij niet misverstaan — een klok. Volgens een vast rooster uit en thuis, op de datum, ja dikwijls zelfs op het uur nauwkeurig in de tussenhavens. Kapitein Klok werd allengs in de vele Zuid- en Centraal-Amerikaanse havens, die de mailboten van de K.N.S.M. aandoen, een geziene figuur. Hij kreeg er vrienden overal langs den waterkant. Hij was het ook, die in 1932 de eerste reis maakte met het motorschip COLOMBIA, sindsdien het vlaggenschip van de K.N.S.M. Op die reis deed hij ook Santa Marquez aan, waar toen juist het feit werd herdacht, dat de grote bevrijder Simon Bolivar honderd jaar geleden was gestorven. De regering van de republiek Columbia liet toen de gezagvoerder van het Nederlandse passagiersschip, welks maatschappij sedert jaar en dag zulk een goede verbinding onderhoudt tussen de republiek en de grote havens van West-Europa, delen in de feestvreugde door hem te benoemen tot officier in de orde van Boyaca. Het Columbiaanse ereteken sierde sedertdien de kapiteinshut van de COLOMBIA. Met de benoeming tot gezagvoerder van het vlaggenschip was kapitein Klok commodore van de vloot van de K.N.S.M. geworden. De eerste reis met dit schip naar de West en terug was zijn 69ste; de laatste, die vandaag eindigde, was de 98ste. Bijna dus heeft hij het honderdtal volgemaakt. Toen wij de kapitein vanmiddag, onmiddellijk na de aankomst, even opzochten aan boord van zijn schip, troffen wij hem in zijn hut, waarvan de wanden leeg waren. De koffers stonden gepakt, 't Was of er iemand ging verhuizen. En eigenlijk was dat ook zo; een zeeman, die de zee den rug toekeert, verhuist naar de vaste wal, ook al neemt hij dan zijn intrek in dezelfde woning, die hij jaren geleden reeds voor zich en zijn gezin heeft ingericht. Verreweg het grootste deel van zijn leven heeft hij op zee doorgebracht, aan boord van zijn schip, binnen de vier wanden van zijn hut gewoond. Wij vroegen de commodore ons het een en ander te vertellen over zijn loopbaan, maar zijn antwoord was sober, gelijk het woord van een zeeman doorgaans is: Gelukkige vaart. „Ik heb een gelukkige vaart gehad, mijn hele leven. Geen ongelukken, geen zware averij." „Hoe was de laatste reis?" vroegen wij. „Het weer was vrij slecht, maar de stemming aan boord was goed. Uit- en thuisreis waren volgeboekt: meest Engelse toeristen, die Havanna bezochten. Zowel van de passagiers als van alle andere opvarenden heb ik deze reis veel attenties ondervonden. Zij hebben deze reis voor mij tot een plezierige reis gemaakt. Ook in de havens, die wij aandeden, heb ik veel attenties ontvangen van allerlei mensen. Iedereen was hartelijk. Ik heb gemerkt, dat ik veel vrienden heb achter gelaten " Ondertussen was aan boord de lossing begonnen. Er kwam nog even een matroos binnenlopen, die zijn kapitein de hand kwam drukken ten afscheid. Over twee dagen gaat de COLOMBIA verder naar Hamburg om op zondag 13 maart terug te keren op het IJ. Dit korte reisje zal nog gemaakt worden onder leiding van kapitein Klok. Daarna verlaat hij zijn schip voorgoed.

De Standaard 01.05.1940
Kapitein D. Klok was gezagvoerder op de proefvaart van de VIACHESLAV MOLOTOV, een schip voor Russische rekening dat gebouwd werd door de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam.

 

 

 

Datum vanaf: 1916
Kapitein: Klok, Daniël

 

Familiegegevens en opleiding

 

Gerrit werd geboren op 16 febr. 1863 te Harlingen z.v. Hendrik Jongman en Klaaske Bos.

Gerrit (42) trouwde op 01 mrt. 1905 te Utrecht met  Carolina Wilhelmina Cecilia von Herzberg (32) - geb. 04 febr. 1873 te Utrecht - zij overleed op 25 juni 1949 te Muiden (76) d.v. Arthur Guido von Hertzberg en Catharina Maria van Hecke

Gerrit overleed op 18 dec. 1921 op zee verdronken aan de westkust van Zuid-Amerika (58)

 

Kinderen

Arthur Guido (1906 – 1960)

Carolina Wilhelmina Cecilia (Lidy) (1908 – 1969)

Gerda Jantina Hendrika (1910 – 2000)

 

Opleiding

Behaalde het diploma 3e stuurman Grote Stoomvaart op

Behaalde het diploma 2e stuurman Grote Zeilvaart in november 1888 te Rotterdam.

Behaalde het diploma 1e stuurman Grote Stoomvaart op 11.11.1891 te Amsterdam.

Doorliep de rangen bij de K.N.S.M. en werd in 1904 gezagvoerder van het s.s. AURORA.

 

De schepen van de kapitein

 

*   05/1904 – 08/1904 van het s.s. AURORA      – geb. in 1898

*   08/1904 – 08/1904 van het s.s. BERENICE   – geb. in 1864

*   08/1904 – 08/1905 van het s.s. NIOBE          – geb. in 1902

*   08/1905 – 03/1906 van het s.s. MARS           – geb. in 1880

*   03/1906 – 12/1906 van het s.s. OBERON      – geb. in 1890 

*   12/1906 – 02/1907  van het s.s. NEPTUNUS – geb. in 1906

*   02/1907 – 10/1907  van het s.s. POLLUX       – geb. in 1870

*   10/1907 – 12/1907  van het s.s. MINERVA    – geb. in 1880

*   12/1907 – 06/1908  van het s.s. CASTOR       – geb. in 1895

*   06/1908 – 09/1909  van het s.s. NEPTUNUS  – geb. in 1906

*   09/1909 – 11/1909  van het s.s. TITAN           – geb. in 1891

*   11/1909 – 07/1911  van het s.s. VENUS          – geb. in 1907

*   07/1911 – 11/1911  van het s.s. AMOR           – geb. in 1911

*   11/1911 – 02/1912  van het s.s. POLLUX       – geb. in 1909

*   02/1912 – 03/1912  van het s.s. FLORA          – geb. in 1894

*   03/1912 – 09/1912  van het s.s. AMOR           – geb. in 1911

*   09/1912 – 10/1916  van het s.s. POLLUX        – geb. in 1909

*   10/1916 – 01/1917  van het s.s. CALYPSO     – geb. in 1911                                                                                                         

*   01/1917 – 01/1919  van het s.s. MERCURIUS – geb. in 1909

*   01/1919 – 04/1919  van het s.s. CERES           – geb. in 1908

*   04/1919 – 09/1920  van het s.s. JASON           – geb. in 1912

*   09/1920 – 12/1920 van het s.s. DELFT            – geb. in 1919

 

De Telegraaf  24.12.1921

 

Datum vanaf: 1917
Kapitein: JONGMAN, GERRIT JAN

Datum vanaf: 1925
Kapitein: Schaap, C.
Overige informatie: 0

Afbeeldingen


Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: De MERCURIUS in Amerikaanse dienst in 1919
Gemaakt door: Onbekend *
Onderwerp: Oorlogsschildering

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown
Algemene informatie

NRC 241009
Rotterdam, 23 oktober. Het te Port Glasgow voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam in aanbouw zijnde stoomschip MERCURIUS, dat 18 oktober te water werd gelaten, wordt van staal en volgens het Isherwood-systeem met een verhoogd achterdek gebouwd. De boeg worden speciaal versterkt om ijs te kunnen forceren. De afmetingen zijn: Lang 338 voet, breed 44 voet, 3 duim en hol tot het opperdek 21 voet. De machines zijn van het triple expansiesysteem met cylinders van 22½, 33 en 57 Eng. duim middellijn bij een slag van 39 Eng. duim. De stoom wordt geleverd door drie aan één zijde stookbare ketels, die een middellijn hebben van 11 voet 9 duim en een lengte van 11 voet 6 duim. De ketels werken met een stoomdruk van 180 lbs. en zijn voorzien van en geforceerde trekinrichting. Na de tewaterlating werd dit stoomschip naar Glasgow gesleept om van de machines te worden voorzien.

AH 181109
Scheepsbouw. (geen datum). Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. Heden is alhier aangekomen het door de heren William Hamilton & Co. te Port Glasgow voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij nieuw gebouwde schroefstoomschip MERCURIUS, na te Port Glasgow een goed geslaagde proeftocht gehouden te hebben, waarbij met vol beladen schip gemakkelijk een snelheid van 11,4 Eng. mijl behaald werd. Dit is het eerste schip, dat voor Nederlandse rekening gebouwd is, volgens het “Isherwood'' systeem (langsscheepse spanten). Het stoomschip, dat lang is, 338 voet, breed 44 voet en een draagvermogen heeft van 4.000 ton draaggewicht met 5.000 ton (van 40 cub. vt.) maatvermogen is een zeer modern tussendekschip, dat in alle opzichten voldoet aan de eisen, die in de tegenwoordige tijd, gesteld kunnen worden aan een schip gebouwd voor het vervoer van stukgoederen. Het schip heeft twee dubbele laadmasten, met 10 laadbomen, 10 stoomlieren en 4 laadruimen, terwijl onder het brugdek bovendien een laadruimte van 200 ton ruimte gelaten is. Het schip is verder voorzien van een laadboom, plaatsbaar aan alle ruimen, geschikt om zware lasten tot 25 ton van 1.015 kg te lichten, terwijl de afmetingen van de luiken, met het oog op gemakkelijke inlading van alle soorten goederen zeer ruim genomen zijn en voor het grootluik 31 bij 16 voet en voor de andere luiken 28 bij 16 voet en 24 bij 16 voet bedragen. Voor de equipage is een afzonderlijke schafthut voor matrozen en stokers ingericht met ziekenhut en wasplaats met stortbad. De machines en ketels zijn gebouwd door David Rowan & Co. te Glasgow. De drie stoomketels met een totaal verwarmend oppervlak van 4.500 vierkante Eng. voet en voorzien van een inrichting voor Howden's geforceerde trek, leveren stoom aan een triple-expansie machine, waarvan de cilinderdiameter 21, 35 en 37 en de slaglengte 39 Eng. duim bedraagt. De verlichting van het schip geschiedt geheel door middel van elektriciteit.

NRC 191109
Rotterdam, 18 november. Heden arriveerde het te Port Glasgow gebouwde stoomschip MERCURIUS. Het schip zal dienst doen in de opgerichte Noord-Levant lijn. (opm.: van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij)

DC 080125
Gibraltar, 7 januari. Het stoomschip MERCURIUS van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij is bij Pearl Rock, op de Spaanse kust, tegenover Gibraltar, gestrand. Het verkeert in een gevaarlijke positie. Sleepboten zijn ter assistentie vertrokken.
Gibraltar, 8 januari. Reuter. Tengevolge van het slechte weer was er weinig kans om de MERCURIUS van de K.N.S.M. te redden. De bemanning is hedenmorgen aan land gegaan. Het reddingswerk om de lading uit 2 ruimen te bergen, waar het water reeds was binnengedrongen, wordt krachtig voortgezet.

NRC 180125
Het vergaan van het stoomschip MERCURIUS.
Een verslaggever te Amsterdam heeft gisteravond een onderhoud gehad met een lid van de bemanning van het stoomschip MERCURIUS van de K.N.S.M., welke bemanning gisteren met het stoomschip REMBRANDT van de Maatschappij Nederland is teruggekeerd.
Omtrent het vergaan van de MERCURIUS vernam hij het volgende:
Donderdag 7 januari, half 5 's middags, strandde de MERCURIUS bij Pearlrock, ongeveer 8 mijl van Gibraltar. Aan boord van de MERCURIUS voelde men drie harde schokken. Het schip zat onmiddellijk muurvast en begon naar bakboordzijde over te hellen. Het water kwam dadelijk uit de pijlkokers van de voortanken naar boven. Onmiddellijk kwamen uit Gibraltar sleepboten en het bergingsvaartuig FREA, heeft het bergingscontract gemaakt op de basis no cure no payment. Het weer was bij de stranding goed; kalme zee, doch veel stroom. ‘s Avonds was het weer slechter; het water sloeg overboord. Men besloot het schip nog niet te verlaten. De zee werd 's nachts steeds woester en men vroeg de in de nabijheid gebleven FREA om hulp, doch wegens de lage waterstand kon geen hulp worden verleend. Terwijl de gehele bemanning nog aan boord was, begon de MERCURIUS om twee uur 's nachts, te kraken. Om drie uur liep het water in de machinekamer, deze werd dadelijk droog gepompt. 's Morgens om 7 uur kwam de sleepboot bij het schip. De scheepsraad besloot het. schip te verlaten, hetgeen geschiedde met de stuurboord-reddingboot in drie ploegen.
De sleepboot bracht allen naar Gibraltar, waar zij werden ontvangen door de agent van de K.N.S.M., tevens Nederlandse consul, mr. Turner. De matrozen en stokers werden ondergebracht in het Zeemanshuis, de officieren in het Victoriahotel. Dezelfde dag is het schip langzamerhand gebroken. Enkele gedeelten zijn boven water gebleven. De kapitein bleef aan boord van de FREA voor de berging van schip en lading, bestaande uit wijn en sinasappelen. Deze is echter grotendeels verloren. Een paar dagen daarna hebben strandjutters verschillende dingen gestolen. In de nabijheid van de MERCURIUS liggen ongeveer 18 wrakken van schepen, die daar in de loop van de jaren zijn vergaan.

NRC 240225
RAAD VOOR DE SCHEEPVAART. Het vergaan van het stoomschip MERCURIUS.
De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de stranding van het stoomschip MERCURIUS in de Straat van Gibraltar op 7 januari 1925.
Het schip was eigendom van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. Er bestond voor deze. zaak grote belangstelling; de ruime zaal was geheel gevuld met publiek. Het eerst werd gehoord de gezagvoerder, de heer C. Schaap. Deze werd er door de voorzitter, mr. Kirberger, op gewezen, dat de commissie uit de Raad van mening is, dat de ramp van de MERCURIUS aan de nalatigheid van de kapitein is te wijten. Op een vraag van de voorzitter antwoordde de kapitein, dat hij reeds 6 jaar als zodanig in dienst was en dat hij de Middellandse Zee goed kende. De MERCURIUS was op weg van Valencia naar Amsterdam en telde 28 koppen bemanning. Men had een volle lading en een deklast. De diepgang bedroeg voor 51½ dm., achter 63 dm. bij vertrek van Valencia. Het weer was goed, wind oostelijk, matige tot frisse koelte, licht bewolkte lucht, matige zee, goed zicht. De 7e januari werd Europa Pt. gepasseerd te 3 uur 55 min. des middags op 1' afstand in de peiling NNW 1/8 W. magn. Deze afstand is, naar de mening van de kapitein, beslist nauwkeurig. Hij bevond zich van 2 uur af voortdurend op de brug, behoudens enkele keren, dat hij voor niet langer dan 1 à 2 minuten naar de kaartkamer was gedaan voor het raadplegen van de kaarten, o.a. blue back Western Part Mediterranean, waarop een duidelijke plankaart van Straat Gibraltar voorkomt. Voorts lag er een Admiral plankaart van de Straat Gibraltar. De Kapitein had beide kaarten geraadpleegd. Hij voer reeds, naar hij mededeelde, 22 jaar bij de Koninklijke, waarvan de langste tijd op de Middellandse Zee. Omstreeks 4 uur, toen de Europa Pt. werd gepasseerd, was de koers WZW. Toen de 1e stuurman door de tweede stuurman werd afgelost, zijn beiden naar de kaartenkamer gegaan; de eerste stuurman is toen nog naar de kapitein gegaan, vóór bij definitief van de brug ging en had gezegd: Denk er om, er liggen bij Carnero Pt. stenen. De kapitein had geantwoord: Ja, dat weet ik, dat zijn de parelrotsen. Precies om kwart over vier liet de kapitein de koers veranderen van WZW tot WtZ; hij meende daardoor ½ mijl vrij te lopen van de parelrotsen. Hij had zo gestuurd om de heersende stroom te ontwijken. Hij deelde voorts op een vraag van de voorzitter mee, dat hij de reis zooveel mogelijk had willen bekorten. Om 4 uur 20 min. was, naar de kapitein verder verklaarde, Carnero Pt. dwars in peiling. De 2e stuurman peilde tegelijkertijd, Europa Pt., doch hij heeft daarvan niets aan de kapitein gezegd. Om half vijf stootte het schip hevig en begon direct water te maken, terwijl het voorschip naar bakboord overhelde. De kapitein begreep terstond dat het schip op de Parelrotsen moest zitten; hij liet de machine stoppen en achteruit werken. Direct na de stranding zijn de noodseinen gehesen. Met een Japanse boot werd draadloos contact verkregen. De kapitein vroeg aan dit schip in Gibraltar te waarschuwen, dat de MERCURIUS vast zat. Later is het Deense  bergingsvaartuig FREYA gekomen; met dit vaartuig is contract opgemaakt voor de berging van de lading. Daarvan zijn gered 200 vaten wijn en 1100 kisten fruit. In de nacht van 7 op 8 januari brak het schip vóór de  brug en het water drong de bunkers binnen. De volgende ochtend heeft de bemanning het schip verlaten; zij werd door de in de nabijheid liggende sleepboot naar Gibraltar gebracht. De kapitein bleef op de FREYA achter om te zien, of er nog iets van de MERCURIUS te redden viel. Deze sloeg echter spoedig wrak. Als getuige werd nog gehoord de tweede stuurman K.A. Sieswerda. Zijn verklaring wierp geen nieuw licht in de zaak. De inspecteur voor de scheepvaart, de heer v.d. Boom, was van oordeel, dat de ramp onder omstandigheden had plaats gevonden, alleszins bezwarend voor de kapitein. Het was mooi weer, de zee was rustig, de kapitein stond op de brug. Hij vaart reeds 22 jaar bij de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. en mag geacht worden goed bekend te zijn op de Middellandse Zee. De eerste stuurman heeft hem nog gewezen op het gevaar van de stenen en uit zijn antwoord “dat zijn de Parelrotsen" blijkt wel, dat deze waarschuwing goed tot hem doorgedrongen is.
Kapitein Schaap stond bekend als een goed, ervaren en bezadigd man. Niemand begrijpt, dat hem dit ongeluk overkomen is. Volgens spr. kan het alleen te wijten zijn aan overmoed. Bij ervaren gezagvoerders komt die overmoed wel eens meer voor. Spreker acht het noodzakelijk, dat de kapitein enige tijd zijn bevoegdheid om als gezagvoerder dienst te doen wordt ontnomen. Wat de tijd betreft, dat deze schorsing moet duren, bij de bepaling hiervan zal de Raad, wel rekening willen houden met de gunstige antecedenten van de kapitein en de verzachtende omstandigheden. De kapitein verklaarde tenslotte, dat hij het gebeurde ten zeerste betreurt. De Raad zal later uitspraak doen.