Inloggen
JAN - ID 3130

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1952
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5169423
Nat. Official Number: 2743 Z GRON 1952
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 3 derricks, 3 winches
Lift Capacity: 3 ton each
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Scheepswerf 'Hoogezand' N.V. - Jac. Bodewes, Hoogezand, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 67
Launch Date: 1952-10-18
Delivery Date: 1952-12-30
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 500
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 10131 Type 8 ED (290x450)
Speed in knots: 10
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 329.00 Net tonnage
Deadweight: 880.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 40000 Cubic Feet
Bale: 33000 Cubic Feet
 
Length 1: 57.00 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 53.02 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 9.15 Meters Breadth, extreme
Depth: 3.94 Meters Depth, moulded
Draught: 3.55 Meters Draught, maximum
Configuration Changes

Datum 1973-00-00
Type: Rebuilt
Omschrijving: Omgebouwd tot zuiger/zandschip.

Ship History Data

Date/Name Ship 1952-12-30 JAN
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Hendrik Damhof, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PEYZ
Additional info: Aanv. HOOP (Jan Damhof Jr. en Hendrik Damhof)

Date/Name Ship 1965-07-23 GRETA
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Poseidon, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jurjen Schokkenbroek, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PEKG

Date/Name Ship 1972-06-20 CORSEN
Manager: D. de Kergariou, Brest, France
Eigenaar: D. de Kergariou, Brest, France
Shareholder:
Homeport / Flag: Brest / France
Callsign: FSME

Ship Events Data

1952-09-26: Op 26-09-1952 als schip, nog zonder naam, bouw no. 67, zijnde een motorschip in aanbouw, nog niet gemeten, liggende te Martenshoek, door J. Frik, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Groningen, van brandmerk 2743 Z GRON 1952 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant dekhuis op kampanje, 3.50 m. uit hekplaat, 0.15 m. uit de lengteas en 1.48 m. uit dek.
1952-10-20: NvhN 20-10-1952: Bij de N.V. Scheepswerf Hoogezand (Jac. Bodewes) te Hoogezand werd met goed gevolg te water gelaten het nieuwe motorkustvaartuig JAN, dat gebouwd wordt voor rekening van de heren J. en H. Damhof te Delfzijl. De Jan is van het gladdektype, meet 900 ton d.w. (499 brt) en heeft de volgende afmetingen: lengte over alles 57 m, lengte tussen de loodlijnen 52.20 m, breedte 9.10 m en holte 3.90 m. De voortstuwing zal geschieden door een 500 pk motor, terwijl voorts in de machinekamer twee hulpmotoren, ieder van 20 pk, zullen worden geplaatst. Aan dek zullen vier hulpmotoren van 12 tot 16 pk worden opgesteld. De bouw geschiedt onder toezicht van bureau Veritas met certificaat Scheepvaartinspectie voor de onbeperkte vaart en speciaal certificaat voor de houtvaart. Op de vrijgekomen helling zal de kiel worden gelegd voor een coaster van het raised-quarterdek-type van 1050 ton d.w. voor Nieuw-Zeelandse rekening.
1953-00-00: Met een lading hout in de Finse Scheren uit het roer en op de stenen gelopen. Forse schade. Bij de reparatie werd een bovenachterpiektank ingebouw om het schip gelijklastig te kunnen trimmen.
1957-02-23: Op 23.02.1957 boven Ameland op een mijn gelopen. Naar Delfzijl gesleept. Gerepareerd en verbouwd.
1957-06-00: Liggend in het Vänermeer (Zweden) verhinderde een landverschuiving nabij Lila Edet de doorvaart door het Götakanaal. (Zelfs een halve papierfabriek werd meegesleurd in het kanaal.) Samen met een veertigtal andere schepen kon pas na zes weken wachten (er moest eerst een nieuwe doorgang worden gebaggerd) de reis worden voortgezet.

Samenstelling uit meerdere krantenberichten (door Ben Scholten). 11-06-1957. Drie doden. Miljoenen schade. Aardverschuiving splitst sulfaatfabriek in tweeën.
Gothenburg, Zweden (UP) — Drie mensen zijn gedood bij een aardverschuiving, die in de omgeving van Gothenburg plaats vond. Zij waren te laat weggegaan uit de grote sulfaatfabriek, die door de verschuiving letterlijk door midden werd gesneden. Een scheur in de grond, die steeds wijder werd had de 250 arbeiders al enkele uren voor de eigenlijke verschuiving gewaarschuwd voor het dreigende gevaar. Twee arbeiders werden ernstig gewond. De schade zal, volgens een schatting van deskundigen in de miljoenen lopen. De wal van de rivier de Göta werd door de verschuiving over een lengte van anderhalve kilometer in het water geschoven. Het scheepsverkeer op deze waterweg tussen Gothenburg en het meer Vänern, waar elke dag ongeveer 60 schepen gebruik van maakten, zal maandenlang gesloten moeten worden. Naar schatting liggen nu ongeveer 60 schepen opgesloten in het Vänern meer, die daar zullen moeten wachten tot de aardmassa's uit de rivier verwijderd zijn. Hierbij zijn 14 Groninger kustvaarders, die hout kwamen laden en door de gedwongen ligging grote schade aan hun reders berokkenen. De schepen zijn: Bruiser, Confidence, Egbert Wagenborg, Henriëtte B, Jan, Makkum, Paraat, Admiraal de Ruyter, Soli Deo Gloria, Tuko, Wilja B, IJsselborg, Taifoen. Een ernstig probleem is verder, dat olie uit de opslagplaatsen bij de sulfaatfabriek in de rivier stroomt die drinkwater levert aan de haven Gothenburg. Men is onmiddellijk gestart met pogingen dit wegvloeien van olie stop te zetten, maar niemand kan zeggen of men succes zal hebben. Deskundigen waarschuwen ervoor, dat men nieuwe verschuivingen kan verwachten. Ongeveer 30 families werden uit hun huizen geëvacueerd. De schade aan de sulfaatfabriek wordt geschat op ongeveer elf miljoen gulden. Verder kwamen meldingen binnen van grote schade op verschillende plekken langs de rivier, waar een achttien voet hoge vloedgolf op de oevers beukte.
11-06-1957: Van onze correspondent) Stockholm, dinsdag. Twaalf Nederlandse kustvaarders zijn na de aardverschuiving, die vrijdag bij het dorp Lilla Edet, 55 km noordelijk van Gothenburg plaatsvond en waardoor het scheepvaartverkeer op de Götarivier volledig lag gestremd, in de haven rondom het Vänermeer ingesloten. Dit lot wordt door 21 Zweedse, 16 Duitse en 2 Russische schepen en een Noors schip gedeeld. De namen der Nederlandse, voornamelijk uit de provincie Groningen afkomstige schepen, die bezig waren hout te laden, zijn: Tuko, Makkum, Paraat, Wilja B, Soli deo Gloria, IJsselborg, Henriëtte B, Confiance,' Egbert Wagenborg. Jan, Bruiser en Admiraal de Ruvter, die in totaal een thans tot werkeloosheid gedoemde bemanning van ten minste 130 knapen hebben.
05-07-1957 (Van onze correspondent) Gothenburg. donderdag. Kapiteins en bemanningen van de 94 kustvaarders van zes nationaliteiten hebben donderdagmiddag vier uur een zucht van verlichting geslaakt. Op dat moment werd bekend, dat de vaargeul door de logge leemmassa, die tijdens de aardverschuiving van 7 juni de 80 km lange Göta-rivier volledig had gestremd, eindelijk gereed was gekomen. Vier uur later deed de kustvaarder „Paraat" zijn naam eer aan door als eerste van de 14 Nederlandse schepen, die met 70 lotgenoten van andere landen een maand in het Vaner-meer ingesloten zijn geweest, door de 40 m brede vaargeul langs het gebied van de ramp richting Gothenburg te stevenen. Onmiddellijk daarna kwam de beurt aan de Soli Deo Gloria". Vrijdagmorgen omstreeks vier uur zullen de „IJsselborg". de „Bruiser" en de „Jan" volgen en daarna komt de beurt aan „Egbert Wagenborg", „Confiance", „Admiraal de Ruyter" en „Duurt". Daarachter lagen donderdagavond: „Taifoen", „Bab T", „Henriëtte B", „Tuko" en „Makkum",
05-07-1957 (Van onze Zweedse correspondent) Donderdagmiddag vier uur is de voorlopige vaargeul door de Gota rivier op de plaats waar deze op 7 juni vijftig kilometer noordelijk van de Zweedse havenstad Gotenburg door een aardverschuiving volledig werd gestremd, gereedgekomen. Drie uur later kon de eerste van de veertien Nederlandse kustvaarders die een maand lang in de havens rond het Vänermeer ingesloten zijn geweest, uit zijn isolement worden verlost. Dat was de „Paraat",' die, onmiddellijk door de „Soli Deo Gloria gevolgd, die richting Gothenburg, het gebied van de ramp passeerde. Deze twee Nederlandse schepen lagen er het gunstigst voor. De maar al te welkome „bevrijdingsactie" duurde tot donderdagavond negen uur. Men achtte het niet verantwoord de vaartuigen na het invallen van de duisternis door de vrij gebrekkige vaargeul te loodsen.. Vanmorgen. is het verkeer opnieuw geopend. Voor Nederlandse kustvaarders de „Bruiser", de „IJsselborg" en de „Jan", „Egbert Wagenborg", de „Confiance", de „Admiraal de Ruyter" en de „Duurt". De positie van „Bab I', „Taifoen", Tuko", „Henriëtte B." en „Makkum" is minder goed en het was de vraag, of deze schepen vandaag Gotenburg nog zouden kunnen bereiken. In totaal verdrongen zich donderdag op het Trollhatten kanaal tussen Lilla Edit en Trollhatten niet minder dan 94 schepen, veertien Nederlandse, 24 Duitse, 52 Zweedse, twee Russische, een Deen en een Noor die na in vier sluizen te zijn geschut een voor een door de vaargeul moeten gaan. Hiermee is vanzelfsprekend veel tijd gemoeid. Zodra donderdagmiddag het startsignaal voor het eerste schip, een kleine Zweedse tanker , werd gegeven, ging onder de bemanning van alle vaartuigen een gejuich op. „De hemel zij dank, eindelijk", zo riep men in zes talen.
1959-04-00: In ballast onderweg naar Kota een gebroken krukas opgelopen in de Oostzee. Een Zweede sleepboot sleepte het schip naar Gotland en een Duitse sleepboot vervolgens naar Delfzijl.
1960-01-19: De Telegraaf 19-01-1960: Zuiden wind keert tij. Schepen vast in pakijs. Van onze correspondent te Stockholm, dinsdag; ruim 30 schepen, die de vorige week in het Vanermeer voor een muur van pakijs waren vastgelopen, hebben gisteravond — behalve de moedige assistentie van een achttal ijsbrekers — de onverwachte hulp van gunstige zuidenwind gekregen. Daardoor konden ook twee Nederlandse kustvaarders, de „Jantje Eppiena" uit Delfzijl en de „Willem" uit Groningen, naar de haven van Vanerborg worden geloodst, die via het Trollhattekanaal op de Götarivier op de grote kusthaven van Gothenburg aansluit. Beide schepen worden daar vandaag verwacht. Een derde Nederlandse kustvaarder de „JAN", eveneens uit Delfzijl, die voor de haven van Lidköping was gestrand, krijgt vannacht assistentie van een van Zwedens sterkste ijsbrekers, de „Nestor" (1800 pk), die voor het „bevrijdingswerk" op het Vanermeer speciaal vanaf de oostkust is gerequireerd. De „Jan" ligt muurvast , niet ver van een andere, minder krachtige ijsbreker, die donderdag, bij vergeefse pogingen dit schip in veiligheid te brengen, zelf was vastgelopen. Het Vanermeer, na de meren van Ladoga en Omega met een oppervlakte van 5500 km het grootste in Europa, werd verleden week door een plotselinge storm, hevige, vorst en voortdurende sneeuw tot een onherbergzame poolzee gemaakt. Een vierde Nederlands schip, de „Lucas Bols I" uit Amsterdam, dat daardoor in de haven van Kristinehamn was vastgelopen, zou gisteravond eveneens hulp van een ijsbreker krijgen, die deze kustvaarder in gezelschap van drie lotgenoten dwars over het Vanermeer naar Vanerborg zou brengen. De Nederlandse consul te Gothenburg, de heer J. C. Eldering, met wie wij telefonisch contact hebben gehad, zei ons: „Een situatie zoals de huidige heeft zich sinds 1947 niet meer voorgedaan. Thans kunnen wij het dreigende gevaar, dat de vastgelopen schepen de winter in het ijs zouden moeten doorbrengen, echter als geweken beschouwen".
1973-00-00: Verbouwd tot zandschip. 1978 verkocht aan Sabliers de L'Atlantique S.A., Saint Nazaire en in 1982 aan Louis M. Pirou, Paimpol.
1993-00-00: Te Rouen om verbouwd te worden tot restaurantschip, tijdens deze verbouwing het achterschip totaal uitgebrand.
2001-05-00: Vermoedelijk gesloopt in Rouen.

Afbeeldingen


Omschrijving: Proefvaart
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: UItspraak Rvd SD 23.02.1957 -1
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Uitspraak Rvd SD 23.02.1957 -2
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Greta (ex Jan)
Gemaakt door: Monteny, G.

Omschrijving: Greta 1952 (ex Jan)
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Corsen 1952 ex Greta ex Jan.
Gemaakt door: Unknown
Algemene informatie

 

NvhN 060457
Noodzaak om vaargeul langs Noordkust opnieuw te vegen. Voer de JAN binnen of buiten de van mijnen geveegde vaarroute?
De Hoofdinspecteur voor de Scheepvaart, de heer J. Metz, is van mening dat overwogen dient te worden of het niet noodzakelijk is te besluiten tot periodiek hervegen van de vaarroute ten noorden van onze kusten, nu gebleken is dat de aldaar nog aanwezige mijnen langer schadelijk blijven dan aanvankelijk was gedacht. Aanleiding tot deze suggestie was het ongeval van het m.s. JAN, dat op 23 februari van dit jaar ten noorden van Ameland op een mijn is gelopen en zwaar werd beschadigd, evenals het Britse schip ADJUDANT, dat twee dagen eerder op deze route ook op een mijn was gevaren. Er zijn geen persoonlijke ongelukken geschied. Voer de kapitein van de JAN binnen of buiten de door de Marine geveegde vaargeul ten noorden van onze kust? Deze vraag kreeg de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam gisteren ter beantwoording voorgelegd, om vast te stellen of de gezagvoerder, de heer L. B. uit Delfzijl, die als betrokkene werd gehoord, al dan niet schuldig was aan deze scheepsramp. De Hoofdinspecteur zei van mening te zijn dat de kapitein binnen de route had gevaren, hoewel erg aan de kant. Hij vroeg de Raad de kapitein vrij te spreken. De als getuige-deskundige gehoorde luitenant-ter-zee eerste klasse J. Gooszen verklaarde desgevraagd de kans zeer gering te achten, dat een oude mijn was losgewoeld en terecht gekomen in de vaargeul. Vóór 1949 heeft de marine een brede vaargeul geveegd en deze door periodieke vegingen vrij gehouden. Nadien heeft men het vegen gestopt in de mening, dat de mijnen thans onschadelijk zijn. De heer Gooszen zei niet de indruk te hebben dat het in de bedoeling van de mijnopruimingsdienst ligt de route nog eens te vegen. „De schepen, die ten gevolge van een mijnontploffing na de oorlog zijn gezonken, voeren alle op plaatsen buiten de geveegde route", zo zei de heer Metz. Ook de op 21 februari jl. getroffen Britse boot ADJUDANT koerste buiten de vaargeul. Desondanks meende de heer Metz, dat de JAN wel juist binnen de route had gevaren. Het schip is vermoedelijk getroffen door een magnetische grondmijn, die ten gevolge van grondbewegingen is losgewoeld. Gezien het gevaar voor de schepen — hoezeer de kans minimaal is — een dergelijke mijn te ontmoeten, kwam de heer Metz tot zijn suggestie de vaarroute opnieuw te laten vegen. De Raad zal later schriftelijk uitspraak doen.