Inloggen
HUBA - ID 2939

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1957
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5619401
Nat. Official Number: 9893 Z ROTT 1957
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: D. & Joh. Boot N.V., Scheepsbouwwerf 'De Vooruitgang', Alphen aan den Rijn, Zuid-Holland, Netherlands
Werfnummer: 1251
Launch Date: 1957-02-28
Delivery Date: 1957-04-17
Technical Data

Engine Manufacturer: D. & Joh. Boot N.V., Motorenfabriek 'De Industrie', Alphen aan den Rijn, Zuid-Holland, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 450
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Industrie Nr. 4157 Type 6D7O (305x450)
Speed in knots: 9.50
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 284.00 Net tonnage
Deadweight: 670.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 35317 Cubic Feet
Bale: 33198 Cubic Feet
 
Length 1: 54.36 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 51.64 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.69 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.02 Meters Depth, moulded
Draught: 3.17 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1957-04-17 HUBA
Manager: C. Holscher's Scheepvaartbedrijf (Holscher Shipping) N.V., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Rederij 'Huba', Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PEUF

Ship Events Data

1956-04-16: Op 16-04-1957 als "HUBA", zijnde een motorschip, metende 1416.18 m3 bruto inhoud volgens zeemeetbrief afgegeven te 's Gravenhage no 10574 d.d.12-04-1957, liggende te Rotterdam, door H. Greeuw, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Rotterdam, van brandmerk 9893 Z ROTT1957 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan S.B. zijde achterschot dekhuis, 3.00 m. uit hekplaat, 1.00 m. uit de lengteas en 1.40 m. uit dek.
1957-03-02: Trouw 02-03-1957: Kustvaarder „Huba” te water
(Van een onzer verslaggevers). Van een der hellingen van de Scheepsbouwwerf „De Vooruitgang" van D. en Joh. Boot te Alphen aan de Rijn is donderdag de kustvaarder „Huba" (680 ton laadvermogen) te water gelaten. Het schip is in aanbouw voor de rederij Van de Graaf te Rotterdam. Het is een gladdek-type schip, dat voortgestuwd zal worden door een Industrie-dieselmotor van 450 pk.
1957-04-15: Het schip wordt op 15-04-1957 bij hert Kadaster teboekgesteld als HUBA. Eigendom van Joost Huibert van de Graaf, reder te Rotterdam, Jan van de Graaf, reder te 's Gravenhage, Bastiana Huiberdina van de Graaf, particuliere, b.g.v.g.g.m. Johannes Roelofs te Rotterdam en Johannes van de Graaf, reder te Rotterdam, ieder voor 1/4 deel.
1960-04-27: Final Fate:
Onderweg met een lading stukgoederen van Jacksonville (22 april vertrokken van Kingsbay met 42 ton stukgoed en 90 ton explosieven) naar Belize gestrand en gezonken op het rif Banco Chinchorro Rif, op 2 mijl noordoost van de vuurtoren van Cayo Lobos (waarvan het licht niet brandde) in pos. 18.24.N - 87.21.W (70 mijl ten noordoosten van Belize.) De bemanning (10 man) ging op 30 april over op het nabij gekomen Amerikaanse ss 'Sixaola'. De gezagvoerder kreeg twee maanden ontzegging wegens verkeerde navigatie.
1960-10-00: Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake de stranding van het motorschip “HUBA” in de Caraibische Zee nabij Cayo Lobos (Mexico). Betrokkenen: de kapitein en de stuurman. Op 27 april 1960 is het motorschip “Huba” op de reis van Kingsbay naar Belize nabij Cayo Lobos gestrand en geheel verloren gegaan.
Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 19 oktober 1960 en 28 maart 1961, in tegenwoordigheid van respectievelijk de inspecteur voor de scheepvaart J.F. van Doorn en de hoofdinspecteur J.A. Metz. De raad nam kennis van stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, en hoorde op 28 maart 1961 de kapitein en op 19 oktober 1960 de stuurman, als betrokkenen buiten ede. Bovenbedoelde bescheiden houden zakelijk het volgende in:
Het motorschip “Huba” was een Nederlands schip, toebehorende aan J.H. van der Graaf te Rotterdam. Het was gebouwd in 1957, mat 499,9 brutoregisterton en werd voortbewogen door een 450 PK motor. Op 22 april 1960 te 19.10 uur verliet het motorschip “Huba”, beladen met 42 ton stukgoed en 90 ton explosieven, de haven van Kingsbay met bestemming Belize. De diepgang was voor 6'07”en achter 8'. Het schip was uitgerust met radiorichtingzoeker en echolood, het had geen radar. Het echolood werkte volgens de kapitein goed, echter minder wanneer het schip een geringe diepgang had. De kompassen waren goed, ze waren het laatst in oktober 1959 gecompenseerd. Op 26 april 1960 te 11.15 uur passeerde de “Huba” in peiling 90º r.w., op een afstand van 10 mijl, Kaap San Antonio, de westpunt van Cuba. Het was goed weer, de zee was kalm. De koers bleef vanhier zuid rechtwijzend om in geval opstekende oostelijke winden niet aan lager wal te komen. Te 18.00 uur is de koers veranderd tot 202º rechtwijzend. De vaart was volle kracht, 8¼ mijl per uur. Op 27 april 1960 te 02.30 uur is de koers veranderd to 216º rechtwijzend. Te 08.00 uur was het zwaar bewolkt; men had gedurende de dagwacht voortdurend regen en kon geen zonobservatie nemen. Te 08.00 uur slaagde men erin enige radiopeilingen te nemen van lichtbakens, die door de kapitein in de kaart waren gezet. Men bleek iets achter te staan op de gis volgens de log. Te 10.10 uur en te 11.30 uur nam de stuurman een zonshoogte. Het hieruit verkregen bestek was niet zuiver; men zou tussen 08.00 uur en 11.30 uur 18 mijl hebben gehouden en men zou 10 mijl bij de gis volgens de log achterstaan. Te 16.00 uur veranderde de kapitein de koers tot 229º rechtwijzend een koers, die ongeveer 15 mijl vrijliep van Cayo Lobos, de uiterste zuidpunt van het rif Banco Chinchorro. Men had aan boord geen bericht ontvangen, dat het licht van Cayo Lobos niet brandde. Vanaf 20.00 uur ondervond men hevig onweer met zware regenbuien. Het was daardoor onmogelijk radiopeilingen te nemen. Te 22.00 uur klaarde het op; met het echolood werd een diepte van 600 vaam gelood. Volgens de gis moest Cayo Lobos dwars zijn, maar men zag niets van dit licht, dat 12 mijl zichtbaar moest zijn. Het echolood bleef bijstaan. De kapitein besloot te 21.45 uur halve kracht te gaan varen om bij daglicht verkenning van het land te verkrijgen. De wind was Z.Z.O.4/5. Daar het licht van Cayo Lobos niet werd gezien, werd aangenomen, dat het schip buiten de vuurcirkel stond. Het radiobaken van Belize werkt alleen gedurende de dag. De kapitein verliet te 22.00 uur de brug; de stuurman bleef boven met een roerganger. Het zicht was slecht. Te 23.15 uur zag de stuurman dichtbij aan stuurboord branding. Er is direct hard bakboordroer gegeven en de motor werd op volle kracht achteruit gezet. De kapitein werd wakker doordat de motor stopte en ging naar de brug. Even nadat hij boven was gekomen, stootte het schip. De “Huba”schoof op het rif; het bleek later, dat het schip was gestrand 2 mijl N.O.van de toren van Cayo Lobos, waarvan het vuur niet brandde. Het schip zat geboeid tot aan de motorkamer, de schroef kwam boven water. Het ruim begon water te maken, maar na allerlei voorzieningen gelukte het aanvankelijk dit met de pomp voor te houden. Het schip stootte hevig en nam veel water over. Op 29 april 1960 werd vernomen, dat het stoomschip “Sixaola” onderweg was om hulp te bieden; de toestand aan boord werd snel slechter. In de nacht van 29 op 30 april werd zichtbaar contact gemaakt met de “Sixaola” en op 30 april 1960 te 07.00 uur verliet de bemanning het schip. Te 09.50 uur kwamen de twee sloepen bij de “Sixaola”. De 1e stuurman verklaarde nog, dat hij in oktober 1959 met de “Huba”uit Nederland is vertrokken. Het schip voer geregeld in de Golf van Mexico, maar betrokkene had nooit tevoren het traject bevaren als nu in april 1960. Wanneer het schip in de Verenigde Staten kwam, ontving de kapitein vaak van de douane de Amerikaanse “notices to mariners”. De Nederlandse B.a.Z's werden nooit aan boord ontvangen. Een bericht over het niet meer branden van de lichten van Cayo Lobos en Cayo Norte heeft betrokkene nooit gezien. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat in de Caraibische zee bewesten Cuba een noordgaande stroom loopt, die het begin van de Golfstroom is.Toen er later Z.O.wind heerste,mocht de kapitein zeker niet de waarschuwing in de kaart bij het Chinchorro-rif verwaarlozen,waarin wordt gezegd,dat de stroom naar de rif zet. Na het passeren van Kaap Antonio heeft de kapitein geen goed bestek meer kunnen krijgen. De kapitein heeft in de avond van 27 april 1960 er te weinig rekening mee gehouden dat zijn gispositie weleens heel onzuiver kon zijn. Dit is eigelijk de grote fout in de navigatie van de kapitein. De genomen radiopeilingen zijn van geen belang geweest voor het bepalen van richting en kracht van de stroom. De kapitein is te 16.00 uur van 27 april 1960 een Z.W.-lijke koers gaan sturen, naar Belize. Hij heeft de waarschuwing bij het Chinchorro-rif verwaarloosd; hij zei, dat de inzettende stroom er ook weleens niet zou kunnen zijn. Hij wilde, als hij het licht van Cayo Lobos zou zien, uitsturen. De kapitein heeft er niet aan gedacht om gedurende de nacht een zuidelijke koers tegen de stroom of een of een koers evenwijdig aan het rif te gaan sturen. De kapitein wist, dat de lichten in de Caraibische zee vaak onbetrouwbaar zijn, maar hij rekende erop het licht te zien, wanneer hij er dicht genoeg bij zou komen. De gebruikte kaart is slechts tot begin 1959 bijgewerkt; sindsdien zijn de lichten op het rif gedoofd. Nu deze lichten niet brandden, kon de kapitein niet varen zoals hij heeft gedaan. Het lood gaf te 22.00 uur 600 vaam aan .Nu hij waarde toekende aan dat getal, had dit hem moeten zeggen, dat hij ingezet moest zijn, maar hij nam daarop aan,dat hij het rif voorbij was en dat hij niet behoefde uit te sturen. Het oordeel van de raad luidt als volgt:
De stranding van het motorschip “Huba”, groot 499 NRT. op 27 april 1960 op de riffen van Blanco Chinchorro in de Caraibische zee en het vervolgens verloren gaan van het schip doet nog eens uitkomen van hoe groot belang het is dat bij de navigatie voldoende aandacht word besteed aan de onzekerheid van het gegist bestek en dat gebruik wordt gemaakt van kaarten, die geheel zijn bijgewerkt. De ramp van de “Huba” eert in de eerste plaats, dat bij een gegist bestek steeds van de ongunstigste mogelijkheid moet worden uitgegaan, en in de tweede plaats, dat het van het grootste belang is, dat de kaarten geheel zijn bijgewerkt. Het is de taak van de kapitein ervoor te zorgen, dat hij de daarvoor benodigde gegevens ontvangt. De raad is van oordeel, dat de kapitein schuld heeft aan de ramp van de “Huba”, en dat de stuurman, die met betrekking tot de navigatie geen zelfstandig beleid heeft gevoerd, geen verwijt betreft.
Rekening houdende met het feit, dat van zorgeloze navigatie te dezen geen sprake is, straft de raad de kapitein, door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van twee maanden.

Afbeeldingen


Omschrijving: Huba 1957
Gemaakt door: Duncan, Alex