Inloggen
GESINA - ID 2472

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1950
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO nummer: 5079006
Nat. Official Number: 2536 Z GRON 1950
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks, 2 winches.
Lift Capacity: 2 ton each.
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Firma Worst & Dutmer, Meppel, Drenthe, Netherlands
Werfnummer: 100
Launch Date: 1950-05-13
Delivery Date: 1950-08-09
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 195
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 6249 Type T4L (240x360)
Speed in knots: 8.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 279.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 130.00 Net tonnage
Deadweight: 322.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 16170 Cubic Feet
 
Length 1: 41.00 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 38.21 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.05 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.51 Meters Depth, moulded
Draught: 2.75 Meters Draught, maximum
Configuration Changes

Datum 00-00-1971
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: Nieuwe hoofdmotor: 4tew 6 cil 225 Pk English Electric Diesels(Kelvin) Type TVAN (165x184) 8,5 Kn.

Ship History Data

Date/Name Ship 1950-05-04 GESINA
Manager: Willem Fortuin Jr., Zwartsluis, Overijssel, Netherlands
Eigenaar: Willem Fortuin Jr., Zwartsluis, Overijssel, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Zwartsluis / Netherlands
Callsign: PEIG

Date/Name Ship 1952-12-23 CONTACT
Manager: Willem Boll, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Rederij ms 'Contact', Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PDLN

Date/Name Ship 1970-03-00 HOOTACT
Manager: R. Lapthorn & Company Ltd, Rochester, Great Britain
Eigenaar: R. Lapthorn & Company Ltd, Rochester, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Rochester / Great Britain
Callsign: GONK

Date/Name Ship 1979-00-00 HOOTACT
Manager: B.T. Cuckow, Rochester, Great Britain
Eigenaar: B.T. Cuckow, Rochester, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Rochester / Great Britain
Callsign: GONK

Date/Name Ship 1979-12-00 CONTACT
Manager: B.T. Cuckow, Rochester, Great Britain
Eigenaar: B.T. Cuckow, Rochester, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Rochester / Great Britain
Callsign: GONK

Date/Name Ship 1980-00-00 CONTACT
Manager: Reginald George Mullett, Rochester, Great Britain
Eigenaar: Reginald George Mullett, Rochester, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Rochester / Great Britain
Callsign: GONK

Date/Name Ship 1983-00-00 CONTACT
Manager: Irongable Ltd., Rochester, Great Britain
Eigenaar: Irongable Ltd., Rochester, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Rochester / Great Britain
Callsign: GONK

Date/Name Ship 1986-00-00 CONTACT
Manager: Caribbean Island Shipping Line N.V., Willemstad (NA), Netherlands Antilles
Eigenaar: Caribbean Island Shipping Line N.V., Willemstad (NA), Netherlands Antilles
Shareholder:
Homeport / Flag: Willemstad (NA) / Netherlands Antilles
Callsign: PJDE

Date/Name Ship 1997-00-00 CONTACT
Manager: Unknown, Venezuela
Eigenaar: Unknown, Venezuela
Shareholder:
Homeport / Flag: Onbekend / Venezuela

Ship Events Data

1950-05-02: Op 02-05-1950 als GESINA, zijnde een stalen motorschip in aanbouw, nog niet gemeten, liggende te Meppel, door J.K. Kleijn, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2536 Z GRON 1950 op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant dekhuis op verhoogd achterdek, 5.30 m. uit hekplaat, 1.40 m. uit lengteas en 1.75 m. boven dek.
1950-05-15: Twentsch Dagblad 15-05-1950: Van de werf van de firma Worst en Dutmer te Meppel werd het eerste zeeschip, dat ooit in Meppel en in geheel Drente gebouwd werd, te water gelaten. Het was de 300 ton metende coaster "Gesina" bestemd voor een rederij in Zwartsluis.
1951-01-02: NvhN 03-01-1951: De Gesina aan Zweedse Z.O. Kust gestrand. De 325 ton metende Groningse kustvaarder Gesina uit Delfzijl is Dinsdagmiddag ter hoogte van het eiland Smaagoe aan de Zweedse Z.O. kust gestrand. Een bergingsvaartuig Is uitgevaren. De Gesina maakt veel water.

Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Vrijdag 22 Juni 1951, no.119 No.34 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake het aan de grond lopen van het motorschip „Gesina" nabij Vastervik (Oostkust Zweden). Betrokkene: de kapitein W. Fortuin. Op 2 Januari 1951 is het motorschip „Gesina", op de reis van Vastervik naar Oxelösund, tussen de eilanden varende, aan de grond gelopen. Met behulp van een bergingssleepboot werd het schip op 4 Januari vlot gebracht; hierna keerde de „Gesina" naar Vastervik terug. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van dit aan de grond lopen. Bovendien besliste genoemde commissie, eveneens in overeenstemming met het desbetreffende voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart, dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede is te wijten aan de schuld van de kapitein van de „Gesina" W. Fortuin, wonende te Delfzijl. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 24 April 1951, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart G Moolenburgh. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheep- vaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein en de stuurman van de „Gesina" en de gebruikte Zweedse kaart no. 253, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing bij deurwaarders- exploit was betekend, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hena daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en beseheiden is de Raad bet volgende gebleken: Het motorschip „Gesina" is een Nederlands schip, toebehorende aan W. Fortuin, te Delfzijl. Het meet 278,5 bruto- registerton en wordt voortbewogen door een 195 pk Brons-motor. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 6 personen. Op 2 Januari 1951 te 13.15 uur vertrok de „Gesina" in ballast van Vastervik met bestemming Oxelösund. De voor- en achterpiek en de dieptank waren met ballastwater gevuld. De kapitein nam voor dit traject geen loods, daar hij aanvankelijk van plan was buitenom te gaan. Het was goed helder weer, maar de wind was O.t.N. 7. Toen de „Gesina" te 14.05 uur bij Vasterbaden kwam en er een hoge zee bleek te staan, besloot de kapitein terug te keren en de route zoveel mogelijk tussen de eilanden te nemen. Hij was weliswaar nooit tevoren daar geweest, maar hij beschikte over een goede kaart van dit gebied en wilde, vóórdat het donker werd, op de ankerplaats bij Kalvö ten anker gaan en daar de nacht overliggen. Te 15.00 uur werd Björkö gepasseerd; alle prikken lagen blijkbaar op hun plaats. Men voer volle kracht 8 mijl per uur, maar toen in de Björkösund licht ijs werd ontmoet, werd vaart geminderd tot 6 mijl, hoewel men nog geen hinder van dit ijs ondervond. Tegen 15.30 uur bevond de „Gesina" zich benoorden Smagö; men had nog voldoende daglicht. De kapitein stond met de stuurman, die stuurde, in het stuurhuis. Na het passeren aan bakboord van de prik benoorden Bastuholm voer men met dezelfde koers door. Te 15.30 uur liep de „Gesina" ter hoogte van de oostpunt van Bastuholm plotseling aan de grond. Direct werd de schroef gestopt en zodra werd bemerkt, dat het ruim water maakte, werd daarop gepompt. De pomp kon het binnenstromende water niet bijhouden, ook niet nadat pogingen waren gedaan een zeil om te nemen. De voorpiek en dieptank werden nu leeggepompt. De kapitein ging vervolgens met de boot aan de wal en vroeg telefonisch sleepboothulp. De volgende dag kwam een sleepboot met bergingsmateriaal en een duiker. Nadat de lekkage door de duiker zo goed mogelijk was gestopt, werd de „Gesina" op 4 Januari met behulp van de sleepboot vlotgebracht. Vervolgens voer zij, begeleid door de sleepboot, naar Vastervik terug. Ter zitting heeft de kapitein verklaard, dat hij, toen hij benoorden Bastuholm voer, met de kijker uitkeek naar een verder liggende prik; deze prik bleek plat te liggen. Het was voor de navigatie ter plaatse nog niet nodig om deze prik te verkennen, maar betrokkene vreesde, dat deze prik en mogelijk andere door ijs zouden zijn verdreven; in dit geval had hij terstond ten anker willen gaan. Doordat betrokkene even te lang naar de bewuste prik had gezocht, gaf hij te laat order bakboorduit te gaan en liep de „Gesina" op een steen, waarvan de ligging hem bekend was. Betrokkene wijst er op, dat hij zeer veel ervaring heeft met varen door de Scheren en daar nooit een loods neemt, als dit niet speciaal wordt voorgeschreven. Betrokkene merkt voorts op, dat hij sleepboothulp zó nodig achtte om vlot te komen, dat hij, als enige, die Zweeds sprak, het gewenst vond zelf aan de wal te gaan om telefonisch hulp te vragen. De inspecteur voor de scheepvaart voert aan, dat het vastlopen van de „Gesina" veel lijkt op het dezer dagen door de Raad behandelde vastlopen van motorschip „Erebus". Hier was de kapitein van de „Gesina" niet plaatselijk bekend, hoewel hij goed op de hoogte is van het varen door de Scheren. De kapitein meende geen loods nodig te hebben, daar hij een goede kaart had, en hij volgde de in die kaart aanbevolen route. Hij heeft te lang naar een prik uitgekeken en daar er geen speling was, liep het schip vast. De kapitein geeft zijn fout toe. Voorts meent de inspecteur, dat de kapitein door zelf aan de wal te gaan, op de beste wijze hulp voor zijn schip inriep. De inspecteur merkt nog op, dat hij het kan billijken, dat een kapitein, mits voorzien van goede kaarten, wel eens een risico moet nemen bij het bevaren van een vreemd vaarwater. Kapitein Fortuin is deze keer ongelukkig geweest. De inspecteur stelt de Raad voor, om op kapitein W. Fortuin geen strafmaatregel toe te passen. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: Het motorschip „Gesina" is aan de grond gelopen, omdat de kapitein niet tijdig bakboorduit is gegaan om een bekende steen vrij te varen, zulks omdat hij te veel aandacht besteedde aan het zoeken naar een verder liggende prik. De Raad is van oordeel, dat betrokkene, die veel ervaring heeft van het navigeren in de Zweedse Scheren, niet onverantwoordelijk heeft gehandeld door onder de gegeven omstandigheden de door hem gekozen route te varen. Betrokkene heeft nauwkeurig en deskundig genavigeerd totdat hij, uitkijkende naar een verder gelegen prik, zijn aandacht liet afleiden van de nabijgelegen klip, waarvan ligging en bestaan hem bekend waren. De hier gemaakte fout acht de Raad niet zwaar genoeg om het opleggen van een disciplinaire maatregel tegen deze kapitein, die als een kundig en accuraat zeeman bekendstaat, te rechtvaardigen. De Raad maakt er geen aanmerking op, dat onder de bestaande omstandigheden de kapitein zelf van boord ging om hulp in te roepen. De Raad acht het niet nodig op kapitein W. Fortuin enige strafmaatregel toe te passen. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, tweede plv. voorzitter, C. Hellingman, S. Vlietstra en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr, A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 12 Juni 1951. (Get.) A. Dirkzwager, A. Boosman.
1952-12-23: 23-12-1952: De leden van de Rederij Contact zijn: Willem Boll, expert te Delfzijl 1/10, Henderikus Johannes van der Werff, scheepsbouwer te Westerbroek 1/10, Johannes Henderikus van der Werff, scheepsbouwer te Westerbroek 1/10, Hendrik Lenting, kapitein te Steendam 1/10, Eltje Lenting, exploitant v/e onderneming te Steendam 1/10, Laurens Mulder, kapitein te Delfzijl 2/10 en Garrelt Wedema, kapitein te Delfzijl 2/10 deel.
1955-11-22: 22.11.1955: De moeilijkheden op de “Contact”: De eigenaar van de Nederlandse kustvaarder “Contact”, waarop moeilijkheden zijn gerezen tussen de kapitein en de bemanning heeft desgevraagd meegedeeld helemaal niets van deze zaak te weten. De havenpolitie van Brunbuttelkoog heeft gisteren de volgende lezing van het gebeuren gegeven. Zondagavond om acht uur werd politiehulp ingeroepen door de “Contact”, omdat drie leden van de bemanning wensten af te monsteren, het geen kapitein Brouwer weigerde. De drie zeelieden verlangden daarop dat het schip in Brunsbuttel zou blijven tot er een consultaire ambtenaar uit Hamburg zou zijn gekomen. Ook dit weigerde de kapitein. Vervolgens vroegen de zeelieden een schriftelijke verklaring, dat de kapitein had geweigerd hen af te monsteren. Door bemiddeling van de Havenpolitie kwam deze verklaring tot stand, waarna de “Contact” zee koos. De drie bemanningsleden weigerden te werken. Een hunner liet zijn bagage in de haven achter. De havenpolitie zegt dat er niet is gevochten en dat er voor haar geen aanleiding was in te grijpen, daar de kwestie haars inziens alleen door de Nederlandse autoriteiten behoort te worden behandeld.

NvhN 21-11-1955: Moeilijkheden op Groninger coaster. Tussen kapitein en bemanning.
Op de Groninger kustvaarder Contact, een schip van 279 bruto ton, afkomstig uit Delfzijl, zijn gisteren moeilijkheden gerezen tussen de kapitein en de bemanning. Het zou daarbij aan boord van het schip, dat ligplaats had gekozen te Brunsbüttelkoog op zijn reis van de Finse haven Kotka naar Mennebutje, tot een handgemeen zijn gekomen. Toen de Nederlandse consul te Brunsbüttelkoog was aangekomen om in het geschil te bemiddelen, bleek de Contact reeds te zijn vertrokken. De eigenaar van de Contact waarop moeilijkheden zouden zijn gerezen tussen de kapitein en de bemanning, deelde vanochtend desgevraagd aan het ANP mede, helemaal niets van deze zaak te weten.

Het Vrije Volk 22-11-1955: Bemanning loopt boos weg van kustvaarder.(Van een onzer verslaggevers) Drie leden van de bemanning van de Delfzijlse coaster „Contact", waarop het tot een conflict tussen kapitein en bemanning is gekomen, hebben Maandag te Delfzijl het schip verlaten, zo, heeft één dezer bemanningsleden ons meegedeeld. Het zijn de stuurman H. de Koning (Baarn), de machinist H. Tilman (Siddeburen) en de kok G. J. Heeren (Oegstgeest). Het is mogelijk, dat ook nog een vierde man, de matroos W. Jansma (Leeuwarden), het schip verlaat. In dat geval zou de kapitein, de heer W. Brouwer uit Gasselternijveen, alleen met zijn vrouw en één matroos aan boord blijven. De bemanning had al geruime tijd grieven tegen de kapitein van de 279 ton metende „Contact", zo is ons verteld. Men verwijt hem, dat de voeding en verzorging aan boord slecht zijn. terwijl de kapitein zelf niets te kort komt. Voorts zou de kapitein al tweemaal bijna een aanvaring hebbes veroorzaakt door in de stuurhut in slaap te vallen: de eerste maal enige tijd geleden in de buurt van Schotland, de tweede maal nu ongeveer veertien dagen geleden tijdens een zware mist in de buurt van Stettin. Een en ander had er toe geleid dat enkele bemanningsleden een ontslagaanvrage hadden ingediend. Dit had het conflict nog verscherpt. Zelfs zou de kapitein, die weigerde het verzoek om ontslag in te willigen, van één der bemanningsleden de post en de sigaretten hebben achtergehouden. Verwikkelingen rondom de ontslagaanvrage hadden ertoe geleid, dat in Holtenau de waterpolitie en de Nederlandse consul werden gewaarschuwd. Tot een handgemeen was het, aldus onze zegsman, aan boord nooit gekomen. In Delfzijl, waar de „Contact" Maandag ligplaats heeft gekozen, heeft de politie de zaak thans in onderzoek. De directie van de rederij weigert elke inlichting.
1967-01-29: Op 29.01.1967 bij de Shetlandeilanden, onderweg van Knarrevik naar Zwolle, wordt tijdens een zware storm het achterschip zwaar beschadigd, verlaat de bemanning op 30.01.1967 het schip, nadat het door een tweede breker zwaar was getroffen. Ze worden opgepikt door het Britse m.s." Souta". Op 01.02.1967 wordt de "Contact" door het Russische visserijhulpschip "Slavny" op sleeptouw genomen en naar Stavanger gebracht. Het wordt gerepareerd en komt weer in de vaart.
Op de avond van de 30e januari 1967 zond Wick radio om 19.02 uur het volgende mayday bericht uit: "vessel sending S.O.S. by lamp sighted 3 or 4 miles south of Decca position 59'40 "N 1' 35"E, all vessels in the area keep a sharp lookout".
Het Engelse m.s. SOUTRA zette direkt koers naar de opgegeven positie en drie mijl N.W. daarvan vond zij na enig zoeken de Nederlandse coaster CONTACT die in grote moeilijkheden verkeerde. Er stond een zuidooster storm; ruwe zee en zware buien. Het 322 ton metende schip voer op eigen kracht maar op het achterschip was een enorme ravage te zien. Het houten stuurhuis was gekraakt en de reddingsboot was uit de kamelen geslagen. De bemanning maakte duidelijk dat zij van boord wilde gaan. De SOUTRA manouvreerde voorzichtig aan loef van de CONTACT maar de poging om een lijnverbinding tot stand te brengen mislukte. Door de hoge zee werd de coaster tegen de Engelsman gesmeten waardoor aan beide schepen schade ontstond. Inmiddels was er een derde schip op het toneel verschenen, de houten viskotter E 648 LADY BIRD uit Esbjerg. De mannen van de CONTACT gingen nu vanaf het achterschip over op een reddingsvlot. De SOUTRA maakte lij en de kleine kotter kon de bemanning van het vlot halen. De CONTACT liet men aan zijn droevig lot over. Ieder verwachtte dat het schip in de storm ten onder zou gaan. Hoe had het zover kunnen komen? Op de 28e januari was de CONTACT met 290 ton microdol in zakken aan boord uit het Noorse Knarrevik vertrokken met bestemming Zwolle. De volgende ochtend legde men de koers op Terschellingerbank. Er woei een stijve zuidooster die toenam tot kracht zeven à acht. Rond tien uur 's avonds had deze zich ontwikkeld tot een zware storm. Toen kwam plotseling een zware breker over. De stuurhut werd zeer zwaar beschadigd en de stalen voorkant van de salon werd ingedrukt. De radiozender was onklaar geraakt en de ravage was enorm. Men moest gaan lenzen. Maar ondanks dat bleef er zoveel water over komen dat de bovenste presenning van luik twee scheurde. Tevens werd de boot versplinterd door overkomend water. Tegen de avond van de 30e werden de eerste noodsignalen gegeven. Op de middag van de eerste februari, ongeveer 40 uur na de redding van de opvarenden van de CONTACT, kreeg kapitein Pshenov van het Russische visserijhulpscbip en sleepboot SLAVNY het bericht door dat een eveneens Russische trawler een stuurloos ronddrijvend schip had gezien. Het voerde geen enkel licht en met de invallende duisternis zou het een gevaar voor de vissende trawlervloot zijn. De SLAVNY begaf zich direkt naar de opgegeven positie en daar aangekomen zag men een zwaar rollende en gehavende CONTACT. Tegen de verwachting in was de coaster blijven drijven en in de loop van anderhalf etmaal was hij flink naar het noordwesten verdaagd. De SLAVNY bracht de CONTACT allereerst naar de Shetlands en van daar naar Stavanger. Daar zag kapitein T. Sluman zijn verloren gewaande schip terug en in overleg met "Oranje" werden de herstelwerkzaamheden ter hand genomen. Na een wel heel barre reis bereikte de 5800 zakken microdol op 22 februari alsnog Zwolle. De kapitein van de Contact ken ik en toen die golf overkwam was hij in het stuurhuis en raakte even buiten bewustzijn en had glas in zijn gezicht toen die breker overkwam. De presenningen waren er af maar de luiken waren zo sluitend dat er praktisch geen water in het ruim is gekomen.

NvhN 31-01-1967: Opvarenden verlieten Delfzijlster coaster. (Van een onzer verslaggevers) De vissersboot Lady Bird heeft gisteravond ten zuidoosten van de Shetland-eilanden alle opvarenden van het in nood verkerend Delfzijlster kustvaartnig Contact aan boord gegenomen. Aldus meldde het Britse kuststation Wick, dat er aan toevoegde, dat het kustvaartuig nu verlaten ronddrijft. Reder van de Contact is de heer W. Boll te Delfzijl. Het laatste wat hij van de Contact had vernomen was, dat het schip zondag van Bergen (Noorwegen) was vertrokken met bestemming Zwolle. Later werd bekend, dat als laatste positie een punt werd opgegeven halverwege de Noorse kust en de Shetland eilanden. Volgens het kuststation Wick ging de bemanning van boord nadat het scheepje overspoeld dreigde te worden door hoge stortzeeën. Het Deense vissersvaartuig Lady Bird pikte later de opvarenden op van een reddingsvlot. Tevoren waren enkele rode vuurpijlen afgeschoten en SOS-lichtsignalen uitgezonden. De Lady Bird begaf zich naar Esbjerg. Bij de Shetland-eilanden was het bijzonder slecht weer.
Het stuurhuis van het kustvaartuig is ernstig beschadigd. Een schip bevindt zich in de buurt van het stuurloos ronddrijvende vaartuig.


Algemeen Dagblad 31-01-1967: Kustvaarder op Noordzee verlaten. Nederlandse bemanning gered. (Van een onzer verslaggevers) De uit vijf koppen bestaande bemanning van de Delfzijlse kustvaarder Contact is gisteravond aan boord genomen van het Deense vissersvaartuig Lady Bird, nadat zij enige tijd op een reddingsvlot had rondgedobberd. De Contact meet 279 ton en was met een lading cement van Bergen in Noorwegen op weg naar Nederland. Het schip is eigendom van W. Boll uit Delfzijl. De heer Boll had vanmiddag ondanks herhaalde pogingen nog geen contact kunnen krijgen met zijn bemanning. Hij wist ook niet waarom de vijf man het schip hadden verlaten. Volgens een opgave van Lloyd zou de Contact ronddrijven op 120 mijl ten westen van Bergen, maar dat is volgens de heer Boll ver buiten de route van de kustvaarder. Voordat de bemanning de Contact verliet, had zij rode vuurpijlen afgeschoten en SOS-lichtsignalen uitgezonden. Het stuurhuis van de Contact zou zwaar beschadigd zijn. De kustvaarder heeft vermoedelijk ernstige hinder ondervonden van stortzeeën. De heer Boll wilde ons in afwachting van nadere gegevens over het lot der bemanning geen namen van de opvarenden noemen.

De Telegraaf 31-01-1967: Nederlandse kustvaarder vergaan. Van een onzer verslaggevers Amsterdam, dinsdag Op 100 zeemijl ten zuidoosten van de Shetlandeilanden is vannacht om 12 uur de Nederlandse kustvaarder „Contact” (315 ton) uit Delfzijl vergaan. Door slecht weer was het schip lek geraakt en om 11 uur meldde de kapitein van de „Contact” dat de zes koppen tellende bemanning het schip verliet met een onzinkbare reddingboot. De bemanning werd even later opgepikt door het vissersvaartuig E 628 uit Esbjerg en zal in Aberdeen aan land worden gezet.

Algemeen Dagblad 01-02-1967: Bemanning verlaat schip tijdens storm. Van onze scheepvaartredacteur Delfzijl — Kapitein T. Sluman uit Delfzijl en zijn vier bemanningsleden hebben maandagavond tijdens stormweer op de Noordzee de Delfzijlse kustvaarder Contact verlaten in een opblaasbaar rubbervlot. Zij werden opgepikt door het vissersschip Lady Bird uit Esbjerg in Denemarken. Het radiokuststation Wiek in NoordSchotland heeft meegedeeld dat niet bekend is waarom de Nederlandse zeelieden op tachtig mijl van de Shetlandeilanden hun schip hebben verlaten. De Contact had vuurpijlen afgeschoten en s.o.s.seinen uitgezonden. De kustvaarder zou nog ronddrijven. Gisteravond stond nog niet vast waarheen de schipbreukelingen aan wal zouden komen. De heer W. Boll te Delfzijl, eigenaar van de Contact, breekt zich het hoofd over de positie waar de bemanning werd aangetroffen. Hij zei: „Daar komt het schip niet. Misschien zijn zij er in de dinghy naartoe gedreven.” De Contact was met 290 ton gemalen steen in zakken van Bergen in Noorwegen onderweg naar Zwolle. Het schip, dat een draagvermogen heeft van 322 ton, is in 1950 te Meppel gebouwd.

Algemeen Dagblad 04-02-1967: Bemanning begreep er niets van. Enkele uren voordat hun schip binnenliep in de Noorse haven Stavanger, stapte gisternacht in het Deense Esbjerg de bemanning van de kustvaarder Contact uit Delfzijl in ondergoed aan wal. De vijf zeelui stonden perplex van de mededeling dat hun schip, maandagmiddag in een woedende storm verlaten, behouden was binnengebracht door de Russische trawler Slavni. „Dat kan haast niet”, mompelde kapitein Teunis Sluman (midden foto) kortaf. Nadat hij en zijn bemanning gisterochtend waren voorzien van nieuwe kleren, nam hun Deense redder, schipper Peter Hansen (links) hartelijk afscheid van kapitein Sluman, stuurman V. P. West (tweede van links), matroos J. Glesias Mulanes en machinist L. G. Koers (rechts). De vijfde geredde zeeman was kok J. Fierloos. Vannacht keerde het groepje terug in Delfzijl. Daar reageerde reder/eigenaar W. Boll uiterst nors op het bericht dat de kustvaarder door een Rus naar Stavanger was gebracht. De scheepvaart-inspectie in Den Haag zal een onderzoek instellen naar de scheepspapieren. Kapitein Sluman zal zich voor de Raad voor de Scheepvaart moeten verantwoorden. Hij zal moeten verklaren hoe zijn schip onderweg van Noorwegen naar Zwolle bij de Shetlandeilanilen — waar de bemanning het verliet verzeild kon raken. Gistermiddag zei hij: „Afgedreven”. Tegenover de scheepvaartinspectie zal hij moeten duidelijk maken waarom de monsterrol niet correct is ingevuld.
2006-11-00: nog in Equasis.
2009-10-00: Lloyd's laat de registratie vervallen omdat het nog bestaan van het schip twijfelachtig is.

Afbeeldingen


Omschrijving: GESINA
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: CONTACT
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: CONTACT
Gemaakt door: Leeuwen, Gebr. van

Omschrijving: HOOTACT
Gemaakt door: Kleyn, R. (Ruud)