Inloggen
FENNA - ID 2183

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1925
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5172896
Nat. Official Number: 11376 GRON 1925
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2 derricks.
Lift Capacity: 1,5 ton each.
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: N.V. Noord-Nederlandsche Scheepswerven, Groningen, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 23
Launch Date: 1925-06-20
Delivery Date: 1925-07-00
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 2
Power: 70
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 1487 Type C/D (280x340)
Speed in knots: 7
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 157.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 98.00 Net tonnage
Deadweight: 200.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 10595 Cubic Feet
Bale: 9800 Cubic Feet
 
Length 1: 33.00 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 30.10 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.27 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.19 Meters Depth, moulded
Draught: 2.14 Meters Draught, maximum
Configuration Changes

Datum 1934-00-00
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: In 1934 is de motor omgebouwd tot een 90 Pk (320 omw) injectiemotor.

Ship History Data

Date/Name Ship 1925-07-00 FENNA
Manager: Jan Koopman, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jan Koopman, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NRLC

Date/Name Ship 1928-11-03 FENNA
Manager: Jan Mooij, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jan Mooij, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NRLC
Additional info: Call Sign 1934: PEBN

Date/Name Ship 1952-01-26 ZWARTEWATER
Manager: Roelof van Urk, Kampen, Overijssel, Netherlands
Eigenaar: Roelof van Urk, Kampen, Overijssel, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Kampen / Netherlands
Callsign: PIZL

Date/Name Ship 1952-12-23 ZWARTEWATER
Manager: Filippus Bruins, Kampen, Overijssel, Netherlands
Eigenaar: Filippus Bruins, Kampen, Overijssel, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Kampen / Netherlands
Callsign: PIZL

Date/Name Ship 1955-10-28 ZWARTEWATER
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Hendrik & Jan Steenstra, Kampen, Overijssel, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Kampen / Netherlands
Callsign: PIZL

Date/Name Ship 1961-01-07 JOHANNES
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Arend Jan Hubach, Kampen, Overijssel, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Kampen / Netherlands
Callsign: PFDP

Ship Events Data

1925-09-21: Dagregister deel 24, nummer 1070, den vijf en twintigsten September 1900 vijf en twintig. Bouwbrief. De ondergeteekende N.V. Noord-Ned- Scheepswerven te Groningen, verklaart hiermede voor rekening van schipper Jan Koopman te Groningen in het jaar negentienhonderd vijf en twintig te hebben volbouwd en nieuw te water gebracht: Een stalen motor-zeil schip, volgens meetbrief voor schepen No. 2503 gemeten op netto twee honderd acht en zeventig en zes en zestig honderdste (278,66) kubieke meter, genaamd "Fenna" welk schip dus in eigendom behoort van J. Koopmans voornoemd. Groningen, den 21 September 1925 N.V. Noord-Ned-Scheepswerven. A. Pekelder H.P. Kuiper. In de klantlijn staat bijgeschreven: 11376 en Blijkens verklaring van den scheepsmeter te Groningen d.d. 28 september 1925 no. 522 is nevens vermeld vaartuig gebrand met het merk 11376 GRON 1925 en opnieuw geboekt 5/1045.
1926-03-16: Voorwaarts 17-03-1926: Fenna. Vlissingen, 16 Maart. De Nederlandsche motorkof “Fenna”, van Brussel, via Vlissingen naar Londen, is op den stuwdam der buitenhaven te Vlissingen omhoog gevaren. Het schip is eenigszins beschadigd. Later bericht. De kof “Fenna” is hedenmiddag vlot gebracht en heeft de reis naar Londen voortgezet. (motorkof moet motorzeilschip zijn.)
Rotterdamsch nieuwsblad 20-03-1926: Londen, 18 Maart. De reeds gemelde Ned.motorkof “Fenna” is hier heden aangekomen. De kim is aan bakboordzijds beschadigd, twee bodemplaten zijn verbogen. Nadat de lading gelost is, zal het schip dokken voor reparatie. (motorkof moet motorzeilschip zijn.)
Algemeen Handelsblad 23-12-1926: Raad voor de Scheepvaart.De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het aan den grond loopen van het motorzeilschip „Fenna" bij Vlissingen op 16 Maart j.l De schipper eigenaar van de „Fenna." werd als getuige gehoord, hij verklaarde op weg naar Londen in den ochtend van den 16en Maart te 3 u. 30 uit de. haven Vlissingen te zijn gevaren. Men had een ander schip op sleeptouw. De loods was aan boord en had het roer in handen; de motor draaide halve kracht. Na korten tijd waarschuwde de schipper den loods dat hij op den havendam afstuurde. De loods gaf s/b-roer, waarna het schip vastliep. Met eenige schade is het bij het volgend getij vlot gekomen. De loods verklaarde, dat hij uitvoer met uittrekkenden stroom; hij zag, dat het schip niet stuurboord uitliep en gaf hard s.b. roer en volle kracht achteruit. Het schip kwam echter niet s.b. uit, waarop hij den motor liet stoppen en tegen de Oostbaan dreef. Het gesleept wordende schip bleef doorloopen en voer aan s.b. voorbij. Uitspraak volgt later.
De Maasbode 23-12-1926: Raad voor de Scheepvaart: Zitting van 22 December. Het aan den grond loopen van de “Fenna.". De Raad voor de Scheepvaart stelde heden een onderzoek in naar de oorzaak van het aan dea grond loopen van het motorzeilschip „Fenna" uit Groningen, bij Vlissingen, op 16 Maart j.l. De schipper-eigenaar van de „Fenna", werd als getuige gehoord. Hij verklaarde dat zijn schip op weg naar Londen in den ochtend van 16 Maart te 3 uur 30 te Vlissingen was geschut. De loods kwam toen aan boord en nam even later het roer in handen. De loods stuurde op eigen inzicht. Na korten tijd werd door den schipper gewaarschuwd, dat hij boven op den havendam stuurde. De loods scheen dit toen ook te bemerken en gaf stuurboordroer, doch het schip liep vast. Bij volgend tij kwam het weer vlot. De loods vervolgens gehoord, verklaarde, dat de „Fenna" toen hij aan boord kwam, in de haven aan den buitenkant van de sluisdeuren tegen den muur lag. De „Fenna" nam de koftjalk „Gezina" op sleeptouw en sleepte haar met uitwaarts trekkenden stroom naar het midden van de haven. Het was eb. Get. liet toen het roer stuurboord leggen, maar liet schip kwam niet stuurboord uit. Vervolgens gaf hij hard stuurboord, met den motor volle kracht vooruit. Het schip luisterde echter niet. Daarna liet get. den motor stoppen en de „Fenna" dreef tegen den Oostelijken berm. Het schip liep geringe schade op; uit vrees voor meer schade heeft get. geen anker gepresenteerd. De. Raad zal later uitspraak doen.
Rotterdamsch nieuwsblad 05-01-1927: Het aan den grond loopen van de „Fenna".
De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het aan den grond loopen van het motor zeilschip Fenna uit Groningen, bij Vlissingen, op 16 Maart j-1. (1926) De schipper-eigenaar van de Fenna, Jan Koopman, werd als getuige gehoord. Hij verklaarde, dat zijn schip op weg naar Londen in den ochtend van 16 Maart te 3 uur 30 te Vlissingen was geschut. De loods kwam toen aan boord en nam even later het roer in handen. De loods stuurde op eigen inzicht. Na korten tijd werd door den schipper gewaarschuwd, dat hij op den haven dam stuurde. De loods scheen dit toen ook te bemerken en gaf stuurboord roer, doch het schip liep vast. Bij volgend tij kwam het weer vlot. De loods De Vries vervolgens gehoord, verklaarde, dat de Fenna, toen hij aan boord kwam, in de haven aan den buiten kant van de sluisdeuren tegen den muur lag. De Fenna nam de koftjalk Gezina op sleeptouw en sleepte haar met uitwaarts trekkenden stroom naar het midden van de haven. Het was eb. Get. liet toen het roer stuurboord leggen, maar het schip kwam niet stuurboord uit. Vervolgens gaf hij hard stuurboord, met den motor volle kracht vooruit. Het schip luisterde echter niet. Daarna liet get, den motor stoppen en de Fenna dreef tegen den Oostenlijken berm. Het schip liep geringe schade op: uit vrees voor meer schade heeft get. geen anker gepresenteerd.De Raad zal later uitspraak doen.
Rotterdamsch nieuwsblad 17-02-1927: Het aan den grond loopen van het motorzs.”Fenna”. De Raad voor de Scheepvaart deed uitspraak inzake het aan den grond loopen van het motorzeilschip “Fenna” in de buitenhaven van Vlissingen. Do Raad is van oordeel,dat dit ongeval aan onoordeelkundig manoeuvreren is toe te schrijven. Daarbij wil de Raad aan nemen, dat het uitbrengen van de “Fenna” op zichzelf voor den loods, die met het vaarwater en de getijstroomen volkomen op de hoogte was, geen enkele moeilijkheid zou hebben opgeleverd. De onfortuinlijke afloop der manoeuvre moet dan ook naar 's Raads oordeel worden gezocht in de omstandigheid dat de „Fenna" een ander schip, de „Gezina'', sleepte, maar voor al ook in de wijze, waarop dat schip aan de „Fenna" was vastgemaakt. Daardoor toch werd de „Fenna" in haar bewegingen ten zeerste belemmerd. Het is zelfs waarschijnlijk dat de „Gezina", ziende dat men den Oostberm te veel naderde, zelf S. B. roer heeft gegeven, waardoor alles samen werkte om den kop van de „Fenna'' te beletten stuurboord uit te gaan. De loods had zich tegen het op deze wijze vastmaken van de „Gezina" moeten verzetten, of heter nog, onder deze omstandigheden, het op sleeptouw nemen van dat schip moeten verhinderen De Raad keurt het voorts af dat de loods zelf het roer heeft genomen. Dit had hij niet mogen doen en het was ook van den schipper niet ver antwoord het roer uit handen te geven, vooral ook niet omdat deze zijn schip goed kende en hij er—zoals hij het uitdrukte-- mee kon lezen en schrijven. Dat de omstandigheden voor het uitbrengen van de “Fenna” op zichzelf niet ongunstig waren, kan nog hieruit blijken, dat de “Gezina” toen zij van de “Fenna” los was, geheel op haar zeilen zee heeft gekozen.
Bijvoegsel tot de Nederlansche Staatscourant van Woensdag 23 Februari 1927, no.38.
No. 16. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaartin zake het aan den grond loopen van het motorzeilschip Fenna in de buitenhaven van Vlissingen. Op 16 Maart 1926 is het motorzeilschip Fenna in de buitenhaven van Vlissingen aan den grond geloopen. In afwijking van het voorstel van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart, die geen nader onderzoek noodig oordeelde, besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, dat de Raad een onderzoek naar dit ongeval zou instellen, welk onderzoek heeft plaats gehad ter zitting van 22 December 1926. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en hoorde als getuigen Jan Koopman, schipper van de Fenna, en Hendrik Leendert de Vries, zeeloods. Uit een en ander is den Raad het navolgende gebleken: Het motorzeilschip Fenna, thuisbehoorende te Groningen, onderscheidingssein N.R.L.C., gemeten 156,71 bruto en 98,37 netto registerton, is een motorkotter, in 1925 van staal gebouwd en eigendom van den schipper Jan Koopman. Het is voorzien van een Bronsmotor van 70 p.k., welke het schip een snelheid geeft van 6 ½ mijl, halve kracht ongeveer 4 mijl. Op 12 Maart 1926 liep de Fenna, nadat aan het kanaal Brussel—Antwerpen een volle lading asbestplaten, bestemd voor Londen, was ingenomen, te Vlissingen binnen om een reserveschroef aan boord te nemen. Het schip was bemand met vier personen. In den morgen van 16 Maart vertrok zij vandaar. Het was goed weer met zwakken wind van N.O. Buiten de sluis werd het Nederlandsche zeilschip Gezina, een koftjalk van 150 ton, vastgemaakt om dit de haven uit te sleepen. Een korte manillaspruit, waaraan de sleeptros was vastgemaakt op de bolders aan weerszijden van het achterschip van de Fenna. Zoo lag het schip tegen den muur aan de westzijde van de haven, toen omstreeks 4 uur 's morgens de loods de Vries aan boord kwam; Hoewel deze nog nimmer een schip, dat een ander schip sleepte, de haven had uitgebracht, opperde hij daartegen geen enkel bezwaar. Met halve kracht werkenden motor — zeilen stonden met bij — werd langzaam naar het midden van de haven gebaren. Aanvankelijk bediende de schipper het roer, doch toen het schip goed en wel aan het varen was, nam de loods het tijdelijk over, „voor alle zekerheid", naar de schipper ter zitting verklaarde. Het was eb, 2 u. 30 m. v.m. was het hoog water geweest; de stroom trok de haven uit. Om ook de Gezina in de vaargeul te krijgen, hield de loods meer oostelijk dan gewoonlijk, zelfs zoo oostelijk, dat schipper Koopman, die zich uit de stuurhut op het achterschip aan dek had begeven, weldra weer op den loods toetrad met de woorden: „denk er om, je stuurt boven op den havendam". De loods meende echter zoover aan den oostkant te moeten zijn om van de eb te kunnen profiteeren bij het uitgaan der haven. Toen de schipper bovengenoemde woorden uitte, wilde de loods juist S.B.-roer geven om slaags te komen. De tros van de Gezina stond stijf en dit vaartuig was recht achter de Fenna. De Fenna kwam echter niet stuurboord uit, ook niet toen de loods den motor even volle kracht deed draaien met hard S.15.- roer. De motor is toen gestopt; de schipper verklaart, dat hij dezen nog op eigen initiatief achteruit liet werken, doch het schip dreef tegen den oostelijken havendam, ongeveer 70 meter aan den binnenkant van het licht van dien dam. Een anker is niet gepresenteerd uit vrees voor meer schade. De Gezina liep door, kwam aan stuurboord, met het gevolg dat de spruit, waaraan gesleept werd, brak, voer voorbij de Fenna en kwam veilig en wel buiten de haven. Eerst met het volgend tij kwam de Fenna vrijwel onbeschadigd vlot, althans zij bleek geen water te maken. Vergunning werd gegeven de reis naar Londen te vervolgen. De Raad is van oordeel, dat dit ongeval aan onoordeelkundig manoeuvreeren is toe te schrijven. Daarbij wil de Raad aannemen, dat het uitbrengen van de Fenna op zich zelf voor den loods, die met het vaarwater en de getijstroomen volkomen op de hoogte was, geen enkele moeilijkheid zou hebben opgeleverd. De onfortuinlijke afloop der manoeuvre moet dan ook, naar 's Raads oordeel, worden gezocht in de omstandigheid, dat de Fenna een ander schip, de Gezina, sleepte, maar vooral ook in de wijze, waarop dat schip aan de Fenna was vastgemaakt. Daardoor toch werd de Fenna in haar bewegingen ten zeerste belemmerd. Het is zelfs waarschijnlijk, dat de Gezina, ziende dat men den oostberm te veel naderde, zelf S.B.-roer heeft gegeven, waardoor alles samenwerkte om den kop van de Fenna te beletten stuurboord uit te gaan. De loods had zich tegen het op deze wijze vastmaken van de Gezina moeten verzetten of, beter nog, onder deze omstandigheden het op sleeptouw nemen van dat schip moeten verhinderen. De Raad keurt het voorts af, dat de loods zelf het roer heeft genomen. Dit had hij niet mogen doen en het was ook van den schipper niet verantwoord, het roer uit handen te geven, vooral ook niet, omdat deze zijn schip goed kende en hij er — zooals hij het uitdrukte — mee kon lezen en schrijven. Dat de omstandigheden voor het uitbrengen van de Fenna op zich zelf niet ongunstig waren kan hieruit blijken, dat de Gezina , toen zij van de Fenna los was, geheel op haar zeilen zee heeft gekozen. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, plaatsvervangend voorzitter; W. Bakker, A. L. Boeser, C. J. Canters, leden; J. S. Brouwer, plaatsvervangend lid, en J. Mooi en H. YVegener, buitengewone leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door den plaatsvervangend voorzitter mr. G. Kirberger ter openbare zitting van 1 Februari 1927. (Get.) B. M. Taverne, W. Bakker, A. L. Boeser, C. J. Canters, J. S. Brouwer, J. Mooi, H. Wegener, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.
1928-07-22: NvhN 30-07-1928: Het m.s. FENNA, kapt. Koopman, dat hier den 22 Juli j.l. op weg van Boston (Eng.) naar Rodköping, beladen met steenkool binnenliep, met lekke ballasttank, heeft, na gerepareerd te zijn, de reis vervolgd.
1928-07-25: NvhN 25-07-1928: Fenna. Delfzijl, 23 Juli. De te Groningen thuisbehorende motorschoener “Fenna”, kapitein Koopman, van Boston (Linc) naar Rödköping met een lading kolen, is hier binnengeloopen met lekken ballasttank.
1928-09-17: NvhN 17-09-1928: Delfzijl, 17 Sept. Het motorzeilschip “Fenna”, kapitein J.Koopman, van Groningen, is Zaterdag te Oldersum (Oostfr.) uit Pitea aangekomen. Men is begonnen de lading Zweedsch hout voor de firma Cassens aldaar te lossen.
NvhN 21-09-1928: Delfzijl, 20 Sept. De m.s.”Fenna”, kapt.Koopman, en “Rottum”, kapt. Boerema, kwamen hier van Emden binnen om bij de werf van Gebrs. Niestern te repareeren
1928-10-16: Algemeen Handelsblad 16-10-1928: Motorzeilschip „Fenna” meer zeil-” dan motorschip? Betreffende de klacht van een lichtmatroos tegen den schipper van het motorzeilschip „Fenna", ter zake van het overlaten van den wachtdienst aan minder dan twee personen, is de Raad met den inspecteur voor de Scheepvaart van oordeel, dat door de erkentenissen van den schipper en verklaring van den klager vaststaat, dat de schipper tijdens zijn wacht somtijds geruimen tijd naar beneden ging en den klager, lichtmatroos, die zooals de schipper wist, althans moest weten, niet bekend was met de bepalingen ter voorkoming van aanvaring op zee, alleen op wacht en aan dek liet.
Moet de „Fenna" als een motorschip worden beschouwd, dan zouden op dit vaartuig steeds drie man aan dek moeten wezen, ingevolge art. 13. eersten zin, van het K. B. van 22 Sept. 1909, Stbl. 315. (gewijzigd bij K. B. van 4 Nov. 1926, StbL 369).
Moet de „Fenna"' als een zeilschip worden beschouwd, dan bestaat er geen wettelijk voorschrift omtrent het aantal leden der bemanning, dat steeds aan dek moet wezen. Feitelijk is de „Fenna" zoowel motorschip als zeilschip; waar echter de motor niet voldoende is om het schip voort te bewegen en slechts tot hulp dient, kan men hierin wellicht aanleiding vinden het vaartuig als een zeilschip te beschouwen, zooals de Scheepvaart Inspectie doet. Alsdan heeft de schipper door den klager alleen op wacht te laten geen voorschrift, overtreden. Intusschen, hoe dit zij, in ieder geval heeft de schipper door den klager alleen aan dek op wacht te laten zich schuldig gemaakt aan onvoorzichtigheid, welke een misdraging oplevert ten opzichte van de bevrachters en de schepelingen en een disciplinaire straf zal moeten volgen. De Raad acht niet afdoende bewezen, dat de schipper aan de schepelingen niet genoegzaam voedsel verstrekte.
Ter zake voormeld straft de Raad den schipper van het motorzeilschip „Fenna" door het uit spreken van een berisping.



1928-06-nov Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 6 November 1928, no.217.
No.119. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart betreffende de klacht van K. Hofstee tegen den schipper van het motor-zeilschip Fenna, Jan Koopman , wonende te Groningen, ter zake van het overlaten van den wachtdienst aan minder dan twee personen. Door Klaas Hofstee, wonende te Groningen, destijds matroos aan boord van het motor-zeilschip Fenna, is op 25 Juli 1928 een klacht ingediend bij de scheepsvaartinspectie tegen den schipper van dit vaartuig Jan Koopman, wonende te Groningen. In deze klacht stelt de klager: dat hij van 26 Januari 1928 tot 24 Juli 1928 lichtmatroos en motordrijver was op de Fenna; — dat men aan boord niet voldoende vleesch en spek kreeg en bijna nooit groenten; — dat de schipper op diens wacht soms urenlang beneden was en dat de schipper dan hem, klager, met wien de schipper de wacht deelde, soms drie volle uren alleen aan het roer liet staan; — dat hij, klager, dan de eenige man aan dek was; — dat hij, als er schepen dichtbij kwamen, met den voet stampte of herhaaldelijk moest roepen eer de schipper aan dek kwam; — dat hij niet bekend is met de wet op het uitwijken; — dat er 4 man aan boord waren. Overeenkomstig het voorstel van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart besloot een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de gegrondheid van de klacht, welk onderzoek plaats had in 's Raads openbare zitting van 24 September 1928, waar, ter vervanging van rten hoofdinspecteur voor de scheepvaart, aanwezig was de inspecteur voor de scheepvaart in het derde district. Gehoord werden Jan Koopman, als aangeklaagde, zoomede als getuige onder eede de klager Klaas Hofstee; de Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig door de scheepvaartmspectie ingesteld onderzoek. Uit een en ander is den Raad gebleken : dat het motor-zeilschip Fenna, groot 156,71 bruto-registerton, lang 31,50 meter, onderscheidingssein N.R.L.C., in eigendom behoort aan den schipper; — dat het schip in 1925 in Groningen is gebouwd en een Brons-motor heeft van 70 P.K.; — dat voor het schip is afgegeven een certificaat van deugdelijkheid, zoogenaamd letter E (de Oostzee, de Noordzee tot de lijn Orkneys, Shetlandseilanden, Stavanger en het Kanaal tot de lijn Landsend—Kaap St. Ma-, thieu); — dat de bemanning bestaat uit 4 personen, t.w. den schipper, een stuurman, een lichtmatroos (klager) en een kok; — dat gedurende den tijd, dat klager aan boord was (Januari—Juli 1928) reizen zijn gemaakt naar Engeland en Denemarken. De schipper verklaarde ter zitting van den Raad: dat hij met den klager de wacht waarnam en de stuurman met den kok; — dat elke wacht vier uur duurde; — dat hij wel eens, wanneer het mooi weer was, terwijl hij de wacht had, naar beneden ging en ook wel eens een oogenblikje ging liggen; — dat dan klager alleen op dek was en hij aan dezen de opdracht had gegeven hem te roepen, als zich iets bijzonders voordeed; — dat het eten altijd voldoende was en zelfs meer dan de monsterrol aangaf. De klager handhaafde ter zitting van den Raad hetgeen hij in zijn klacht had gesteld en voegde daaraan nog toe : dat hij wel eens 3 uur achtereen alleen aan dek en aan het roer heeft geslaan, eenmaal zelfs 4 ½ uur, toen de wacht niet behoorlijk op tijd werd afgelost, en wel op reis van Harburg naar Nvköping; — dat bij die gelegenheid, daar het donker begon te worden, de lichten moesten worden aangestoken, hetgeen hij alléén aan dek zijnde, uiteraard niet kon doen, en wel driemaal heeft moeten roepen aleer de schipper boven kwam; — dat de bemanning, te zamen uit 4 personen bestaande, slechts één pond vleesch per dag kreeg, somtijds een paar ons meer; — dat hij het vleesch niet gewogen heeft. De Raad is met den inspecteur voor de scheepvaart van oordeel, dat door de hierboven vermelde erkentenissen van den schipper en verklaring van den klager vaststaat, dat de schipper t ijdens zijn wacht somtijds geruimen tijd naar beneden ging en den klager, lichtmatroos, die, zooals de schipper wist, althans moest weten, niet bekend was met de Bepalingen ter voorkoming van aanvaring op zee, alléén op wacht en aan dek liet. Moet de Fenna als een motorschip worden beschouwd, dan zouden op dit vaartuig steeds drie man aan dek moeten wezen, ingevolge art. 48. eersten zin, van het Koninklijk besluit van 22 September 1909, Staatsblad n°. 315, laatstelijk gewijzigd bij Koninklijk besluit van 4 November 1926, Staatsblad n". 369, luidende: ,,de bemanning van een stoom- of motorschip, dat niet grooter is dan 700 ton (2,83 M¾) bruto en niet langer dan 60 M., moet voldoende zijn om, behalve den schipper of den wachthebbenden stuurman, te allen tijde ten minste aan dek te hebben een roerganger en een uitkijk". Wel zegt de bepaling niet met zoovele woorden, dat op schepen, als de vermelde, steeds drie man aan dek moeten zijn, maar het is toch blijkbaar de bedoeling. Moet de Fenna als een zeilschip worden beschouwd, dan bestaat er geen wettelijk voorschrift omtrent het aantal leden der bemanning, dat steeds aan dek moet wezen. Feitelijk is de Fenna zoowel motorschip als zeilschip; waar echter de motor niet voldoende is om het schip voort te bewegen en slechts tot hulp dient, kan men hierin wellicht aanleiding vinden het vaartuig als een zeilschip te beschouwen, zooals de scheepvaartinspectie doet. Alsdan heeft de schipper, door den klager alleen op wacht te laten, geen wettelijk voorschrift overtreden. Intusschen, hoe dit zij, in ieder geval heeft de schipper door den klager alleen aan dek op wacht te zetten, zich schuldig gemaakt aan onvoorzichtigheid, vooral omdat de klager niet op de hoogte was van de Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, hetgeen, als gezegd, de schipper wist, althans moest weten deze onvoorzichtigheid levert een misdraging op ten opzichte van de bevrachters en de schepelingen en een disciplinaire straf zal moeten volgen. , De Raad acht niet afdoende bewezen, dat de schipper aan de schepelingen niet genoegzaam voedsel verstrekte. Ter zake voormeld straft de Raad den schipper van het motorzeilschip Fenna , Jan Koopman, geboren 31 Januari 1887 te Groningen en wonende aldaar, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heeren mr. G. Kirberger, plaatsvervangend voorzitter, G. J. Lap, W. Bakker, en A. L. Boeser, leden. J. C. van der Laag, plaatvervangend lid, in tegenwoordigheid van s'Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink en uitgesproken door den plaatsvervangend voorzitter prof. B.M Taverne ter openbare zitting van 16 October 1928. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.
1928-11-05: Op 05.11.1928 als FENNA, zijnde een stalen motorschip, groot 443.94 m3, liggende te Vlissingen, door Pieter van Wouwe, scheepsmeter te Vlissingen, ten verzoeke van Jan Koopman, schipper te Groningen, voorzien van een nieuw brandmerk door het inbeitelen van 1045 Z GRON 1928 op de voorzijde van het stuurhuis op het achterschip. (Opm.: De merken van vorige branding zijnde 11376 GRON 1925 zijn vernietigd.)
1929-09-23: Leeuwarder courant 23-09-1929: Een angstige nacht. Schipper E. Scholten, welke met zijn schip „Ambulant" op de Vliehorst bij Tessel voor anker ligt om schelpen te laden, wilde Zaterdagavond het water uit zijn roeiboot scheppen. De vallijn, door welke deze aan de „Ambulant" verbonden was, brak echter, waardoor de roeiboot naar de Zuiderzee afdreef. De reddingmaatschappij te Harlingen, die door den burgemeester van het gebeurde in kennis gesteld was, zond een boot uit om schipper Scholten op te sporen, doch de reddingboot keerde na drie uur zoeken zonder resultaat terug. Inmiddels had evenwel het motorschip „Fenna" den onfortuinlijken schipper in het Nieuwediep opgepikt en hem daarna
behouden naar Harlingen gebracht. Zooals te begrijpen valt, heeft schipper Scholten een minder aangenamen nacht op zee doorgebracht.
1935-04-00: Het eerste zeeschip te Goor. De Zwolsche Courant meldt: 20 april 1935: Zaterdag vroeg een telefoontje: “ Heeren van de redactie, ik heb een bijzonderheid voor u.” “Gaat u mee naar Goor” - “daar ligt Fenna” - Wie is Fenna ?- Wat betekent dat. We kennen geen Fenna. ”Is het een ongeluk”. Neen lachte man aan den anderen kant van den draad, het is niets gevaarlijks hoor. De “Fenna” is een schip afkomstig uit Groningen. door ons gecharterd voor een reis naar Litauen om hout te halen voor onze firma Witzand & Zn., en die is nu in Goor aangekomen. De eerst zeeboot dus die regelrecht is doorgevaren naar Twenthe.”Goed dan gaan we mee”. En zo zijn we hedenmorgen bijtijds reeds naar Goor gegaan, naar den nieuwen aanlegsteiger in het Twenthe-kanaal, en daar lag inderdaad een houtboot, die van over de Oostzee was gekomen en als eerste zeeschip door de sluizen bij Eefde was gegaan, met pl.m.300 kubmtr Russich hout aan boord bestemd voor Almelo. De burgemeester van Goor, de heer Van der Sluis, had er ook van gehoord en wilde zich deze nieuwigheid niet laten ontgaan. Hij wilde die unieke gebeurtenis mee beleven. En zoo stonden wij dus allen in het hart van Twenthe, op ‘t dek van een zeeboot, afkomstig uit Rusland; bij elkaar. De kapitein van de boot Jan Mooij, de burgemeester, de schepelingenen de bezoekers en het spreekt vanzelf dat we met bijzondere belangstelling het kleine bootje, dat van zoover kwam, aankeken. Wie had dat ooit kunnen dromen, dat de groote zee-scheepvaart wegen nog eens verbonden zouden worden met het hart van Twenthe? De lading had een spoorreis van 3000 km achter zich, kwam uit den Oeral, en heeft de zeereis zonder ongemakken goed doorstaan. En nu wordt ze in groote vrachtauto’s vervoerd naar Almelo. Laat ons nog eens een paar jaar wachten, dan zal dat overladen ook niet meer nodig zijn, want dan zullen de zeeschepen, tot voor den wal van Almelo kunnen komen.
1935-05-07: NvhN 07-05-1935: Een Groningsen zeeschip in Twente. Met de Fenna uit Groningen, een zeeschip, gecharterd door de firma J. Witzand en Zn., uit Almelo, voor een reis naar Litauen, is aan de eenige weken geleden geopende losen laadplaats in het kanaal Twente—Rijn te Goor, een lading hout aangevoerd uit Memel en bestemd voor Almelo. De lading,bestaande uit ca. 350 kuto. meter Russisch hout, werd met de Fenna vervoerd over de Oostzee en is regelrecht door de sluizen bij Eefde doorgevaren naar Twente. Deze verre reis heeft het schip uitstekend volbracht. Het hout is te Goor uit de boot overgeladen en met vrachtauto's verder naar Almelo vervoerd.
1939-06-07: De Telegraaf 08-06-1939: Fenna. Harlingen, 7 Juni.--Heden is hier aangekomen het Nederlandsche kustmotorschip “Fenna”, van Kampen. Het schip is voor verschillende herstellingen aan casco en motor naar de scheepswerf Welgelegen gegaan.
NvhN 30-06-1939: Delfzijl. Het te Groningen thuis behoorende m.s. Fenna, kapt. Mooi. die hier binnen liep als bijlegger, wordt hier van een nieuwe mast voorzien. Het schip is op reis van Weissenturm met bestemming Koningsbergen en beladen met bimsteen.
De Maasbode 01-07-1939: m.s.”Fenna”. Delfzijl, 29 Juni. Het Nederl. m.s.”Fenna”, dat op reis van Weissenthurm naar Koningsbergen, als bijligger binnenliep, zal van een nieuwen mast worden voorzien.
1943-11-00: In 11.1943 in Duitse dienst. Overgedragen aan de Deutsche Marine Abt. Kiel en herdoopt in " HI 08 ". In 06.1946 vanuit Hamburg weer terug in Delfzijl.
1946-06-09: Op 29.06.1946 als FENNA, zijnde een stalen motorvrachtschip, groot 443.94 m3 bruto inhoud volgens meetbrief Groningen d.d. 17-09-1925 No. 2503, liggende te Groningen, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, opnieuw voorzien van hetzelfde brandmerk door het inbeitelen van 1045 Z GRON 1928 op het achterschip aan B.B. zijde in achterkant stuurhut, 6.86 m. uit hekplaat, 0.86 m. uit de lengteas en 0.93 m. boven het dek. (Opm.: Bij onderzoek zijn geen andere merken van de teboekstelling ten hypotheekkantore of sporen daarvan gevonden.)
1946-06-28: Meting te Groningen op 28-06-1946. Meetnummer: G7389N. Lengte: 31 m 65 cm, breedte: 6 m 28 cm, inzinking: 2 m 16 cm, waterverplaatsing:
202,250 ton. Eigenaar: J. Mooij, domicilie: Groningen.
1952-01-10: NvhN 10-01-1952: M.s. FENNA verkocht. Het te Groningen thuisbehorende motorschip „FENNA", groot 200 ton, gebouwd in 1925 bij de Noord Ned. Scheepswerven, is verkocht aan kapitein P. J. Steenstra van Kampen, die dit schip zelf in de vaart zal brengen. (Opm.: Genoemde koper moet zijn Roelof van Urk, scheepskapitein, gedomicilieerd te Delfzijl.)
1952-03-12: Het Vrije Volk 12-03-1952: Fakir—De Nederlandse kuster “Fakir” is ter hoogte van het vuurschip 'Newarp' door de Nederlandse kuster “Zwartewater” op 8 Maart te Boston binnengebracht. De "Fakir” had machineschade.
1953-03-05: NvhN 09-03-1953: Zwartewater door sleepboot en vissersvaartuigen vlot gebracht. Geknapte staaldraad verwondde 2e machinist. Het Nederlandse m.s. Zwartewater, dat de afgelopen week door mist in de z.g. Meep, tussen Terschelling en Harlingen, aan de grond is gelopen is, is Vrijdagnacht weer vlot gebracht. De sleepboot Edzo Jan van de rederij Bergman was ter assistentie uitgevaren en met behulp van twee vissersvaartuigen werd het schip in dieper vaarwater gebracht. De Zwartewater was geladen met gerst en voer van Nakskov met bestemming Rotterdam. Bij de pogingen om het schip vlot te trekken knapte een staaldraad, waardoor de 2e machinist Murach, afkomstig uit Kampen, aan zijn hoofd werd getroffen. Per vissersvaartuig werd medische hulp uit Harlingen gehaald, waarna het slachtoffer naar het Alg. Prot. Ziekenhuis in Harlingen is vervoerd. Zijn toestand is niet levensgevaarlijk.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Maandag 26 Juli 1954, no.141.
No.60 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake het stranden tijdens mist van het motorschip „Zwartewater" op de Pannenplaat in de Vliestroom. Op 5 Maart 1953 is het motorschip „Zwartewater", dat bij de uiterton van het Stortemelk ten anker lag om op een loods te wachten, tijdens mist op drift geraakt en gestrand op de Pannenplaat in de Vliestroom. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart beslisten een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze stranding. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 16 Juni 1954, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van een verhoor van de kapitein en de bestman van de „Zwartewater", zomede van het scheepsdagboek en de Nederlandse kaart no. 205 — Zeegaten Terschelling en Ameland —. Getuigen zijn in deze zaak niet gehoord. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Zwartewater" is een Nederlands schip, toebehorende aan F. Bruins, te Kampen. Het meet 157 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 90 pk-motor. Op 2 Maart 1953, te 10.30 uur, vertrok de „Zwartewater", beladen met gerst, van Naskov naar Rotterdam. De diepgang was vóór 2 m, achter 2,08 m. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 5 personen. Verder bevonden zich de vrouw en 2 kinderen van de kapitein aan boord. Op 4 Maart 1953, te 17.15 uur, werd Terschellinger Bank-vuurschip gepasseerd. Door middel van vlaggeseinen bestelde de kapitein een loods voor Harlingen; deze zou op de Vlieree aan boord komen. Het was mistig, de wind was W.N.W. 2/3. Te 19.30 uur werd geankerd bij de brulboei V.S.M. voor het Stortemelk met b.b.-anker en 30 vadem ketting in 6½ vadem water. Het was toen dik van mist. Te 23 uur werd bemerkt, dat het anker krabde en het schip door het sterke vloedtij het Stortemelk indreef. Men passeerde een belboei, maar wist niet welke dit was. De kapitein liet het anker hieuwen en met langzaam draaiende motor trachtte hij, steeds lodende en verschillende koersen sturende, een betere ankerplaats te vinden. Op 5 Maart 1953, te 0.15 uur, liep het schip aan de grond; men slaagde niet met machinemanoeuvres het schip vlot te brengen. Toen het te 2 uur helder werd, stelde men door kruispeiling vast, dat de „Zwartewater" was gestrand op de Pannenplaat, op 53° 16,2' N.B. en 5° 13,3' O.L. Gedurende 2 etmalen werd getracht bij H.W. met hulp van 2 vissersschepen vlot te komen, maar eerst op 6 Maart 1953, te 23.50 uur, gelukte het met hulp van de sleepboot „Edzo Jan" en het motorvissersvaartuig „H.A. 35" vlot te komen. De „Zwartewater" bleek geen water te maken en vervolgde de reis naar Harlingen. Van hier ging het schip, na onderzoek, op 9 Maart 1953 naar Rotterdam. Op 11 Maart 1953 is de „Zwartewater" te Capelle a/d IJssel drooggezet. Hier bleek, dat de roerkoning was verbogen en het vlak opgezet. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Zwartewater", toen zij op 4 Maart 1953 tijdens mist de uiterton van het Stortemelk verkende, daarbij ten anker is gegaan om op een loods te wachten. Toen het tij sterker werd, is het schip op drift gegaan en tenslotte op de Pannenplaat gestrand. De inspecteur spreekt geen schuld uit van een der opvarenden. Hij is van mening, dat uit deze stranding de lering kan worden getrokken, dat het minder juist is om bij mist dicht bij een uiterton ten anker te gaan, daar in de buurt daarvan de stroom meest sterk doorstaat. Het is beter in een dergelijk geval iets meer naar buiten ten anker te gaan. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: Het motorschip „Zwartewater" is op 5 Maart 1953 op de Pannenplaat gestrand, doordat het anker is gaan krabben, toen het bij de uiterton van het Stortemelk ten anker lag en men door het slechte zicht geen controle kon uitoefenen op de weg, die het schip daarna aflegde. Het is mogelijk, dat, toen men zich bewust was, dat het anker krabde, men de toestand weer meester had kunnen worden door meer ketting te steken of door ook het andere anker te laten vallen. De Raad heeft ten volle begrip voor de moeilijkheden, waarvoor de kapitein stond, toen hij in de nacht bij slecht zicht, zonder te weten waar hij zich bevond, zijn verdreven schip weer ten anker moest brengen. Aldus gedaan door de heren mr. W. A. Vos, 1ste plv. voorzitter, C. H. Brouwer, K. Visser en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 16 Juli 1954. (Get.) Vos, A. Boosman.
1961-01-13: NvhN 13-01-1961: Motorschip ZWARTEWATER verkocht. Het motorkustvaartuig Zwartewater van de rederij H. en J. Steenstra te Kampen is verkocht aan de heer A. J. Hubach te Kampen die het schip heeft herdoopt in JOHANNES met als thuishaven Kampen. De Zwartewater behoort tot het gladdek type en meet circa 200 ton draagvermogen. Het schip heeft eerder gevaren onder de naam Fenna en werd in 1925 gebouwd bij de N.V. Noord Nederlandse Scheepswerven te Groningen. In de machinekamer staat een 100 p.k. motor opgesteld.
1963-08-23: 23-08-1963 m.s. Johannes af Kampen, 156 B.R.T. På rejse fra Ringkøbing til Falkenberg i ballast. Grundstødt d. 23. aug. i Limfjorden. (213) Strandingsindberetning dat. 23. aug.
Kl. 0600 grundstødte J. under en svag SV.-lig luftning med tåge på N.-siden af sejlrenden
ud for Løgstør. Fartøjet er senere kommet flot ved hjælp af 3 fiskefartøjer. Anm. Årsagen til grundstødningen angives at være tåge.
1964-12-04: Het Vrije Volk 04-12-1964: Johannes, Ook op het IJselmeer heeft de storm een schip parten gespeeld. De 39 jaar oude kustvaarder Johannes (157 brt.) liep bij Lelystad aan de grond. Het scheepje heeft assistentie van een havensleepboot gevraagd.
Friese koerier 05-12-1964: Lekke coaster vlotgetrokken: Schip liep vast op Vrouwenzand voor Staveren. Staveren. Gisternacht is de 200 ton metende coaster “Johannes” vast gelopen op het Vrouwenzand, ten zuiden van Staveren. Het schip is lek geraakt en er liep water in de machinekamer. De motor raakte buiten werking. Het vaartuig ging daarna ook nog overhellen naar stuurboord. Twee sleepboten hebben het schip weer vlot getrokken. Een Urker visser heeft de “Johannes” (kapitein Hubach.) de haven van Staveren gesleept.
Het schip was met hout op weg van Harlingen naar Deventer.
1969-11-07: NvhN 07-11-1969: „Johannes" verkocht. Het motorkustvaartuig Johannes is door de heer A. J. Hubach te Kampen verkocht aan de Handelsmaatschappij Sloten te Wormer. De Johannes behoort tot het gladdek-type en heeft een draagvermogen van 200 ton bij 157 bruto register ton. Het schip werd in 1925 gebouwd bij de N.V. Noord Nederlandse Scheepswerven te Groningen en het is voorzien van een 100 pk Bronsdieselmotor. Het schip is eerder in de vaart geweest onder de namen Fenna en Zwartewater.
1969-11-12: Verkocht aan (Handelmaatschappij) Adriaan Cornelis Slooten, Wormer om gesloopt te worden. Op 22 september 1970 doorverkocht voor £ 7.600,-- aan Reederei Johann Lauter, Muttenz, Switzerland en naar Weil am Rhein, Basel (Zwitserland) en daar in gebruik als drijvende kade.
1978-08-08: On 08.08.1978, when the JOHANNES was drifting during a big highwater to Märkt, after two dritfing motorships having tried to make fast on that stationary vessel, after the people from the barrage of Märkt did openend the doors to let go the huge ammount of water, but without given notice to the officialls to the port of Weil and Basel. during that action the GMS GREIFENSEE sank at the port of Weil, during the manouvre to find a save place. Fortunately nobody was seriously hurt. Although the JOHANNES sustained some damage and had to be repaired at a shipyard. (Bron: Markus Berger)
1989-00-00: In 1989 terug te Kampen. Sinds 1993 als "Johannes" van J.L.S. Piket, Kampen en in gebruik als werkplaats.

Afbeeldingen


Omschrijving: FENNA 1925 - According William Holmes : I can tell you that the photo is taken of her at Lerryn in Cornwall. Lerryn being up a creek off the east bank of the River Fowey and the photo was taken in 1932. The warehouse which she lies alongside is still there but is now converted to a house. I don't know who took the photo - it might have been one of the crew but I was sent a copy by someone in Holland. It had no indication as to where the FENNA lay but I went to Lerryn and confirmed my thoughts as to the location.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: De FENNA afgemeerd aan de Hoge der A in Groningen.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: FENNA op 17-04-1936 (Trouwdag van Kapt. Jan Mooij) Deze foto van de "Fenna" is genomen op 17 april 1936 in het haventje van Schmalleninken in het vroegere Oost Pruisen. Tegenwoordig heet het plaatsje Smalinkai in Litouwen. Op de foto staan Jan Mooij en zijn vrouw op hun huwelijksdag. Rechts op de foto staat het ouderlijk huis van de bruid. Het huis is nu verdwenen evenals het hotel "Deutsches Haus" aan de andere kant van de straat.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: Hoge der Aa - Groningen, 1947. Achter de FENNA ligt de MARIA
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: ZWARTEWATER
Gemaakt door: Hill, C.A.

Omschrijving: JOHANNES
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: JOHANNES
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: JOHANNES verlaat Delfzijl in 1966.
Gemaakt door: Olinga, F.J. (Frits)

Omschrijving: JOHANNES bij Sloperij Slooten in 06-1970.
Gemaakt door: Goudriaan, J. (Koos)

Omschrijving: On 08.08.1978, when the JOHANNES was drifting during a big highwater to Märkt.
Gemaakt door: Berger, M. (Markus)

Omschrijving: On 08.08.1978, when the JOHANNES was drifting during a big highwater to Märkt
Gemaakt door: Berger, M. (Markus)

Omschrijving: JOHNNES op 21-05-1991 te Kampen.
Gemaakt door: Schmaal, G.J. (Gerrit)

Omschrijving: JOHANNES in begin 90er jaren tijdens de restauratie te Kampen.
Gemaakt door: Goudriaan, J. (Koos)

Omschrijving: JOHANNES in begin 90er jaren tijdens de restauratie te Kampen.
Gemaakt door: Goudriaan, J. (Koos)

Omschrijving: JOHANNES in 04-2008 te Urk.
Gemaakt door: Goudriaan, J. (Koos)

Omschrijving: JOHANNES 7 juni 2020 te Kampen.
Gemaakt door: Olinga, F.J. (Frits)
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: JOHANNES 7 juni 2020 te Kampen.
Gemaakt door: Olinga, F.J. (Frits)
Onderwerp: Havenopname