1902
SV 090402
Delfzijl, 9 april. Uitgezeild EBENHAEZER II, Kunst naar Stettin.
NNO 171002
Hamburg, 13 oktober. Vertrokken EBENHAEZER II, Kunst naar (niet vermeld).
1903
NNO 040103
Delfzijl, 2 januari. Binnengekomen EBENHAEZER II, Kunst van Dortmund naar Hoogezand.
NVEC 141103
Carolinensiel, 4 november. Aangekomen EBENHAEZER II, Kunst van Brake.
1904
DMB 090204
Delfzijl, 6 februari. Uitgezeild EBENHAEZER II, Kunst naar Norden.
NNO 261104
Delfzijl, 24 november. Binnengekomen EBENHAEZER II, Kunst van Emden naar Groningen.
1905
NPGC 160805
Wilhelmshaven, 12 augustus. Aangekomen EBENHAEZER II, Kunst van Bremen.
1907
DMB 061207
Delfzijl, 5 december. Binnengekomen EBENHAEZER II, Kunst van Bremerhaven.
1908
NVEC 150408
Holtenau, 11 april. Aangekomen EBENHAEZER II, Kunst van Kallundborg.
1910
DMB 260610
Hamburg, 24 juni. Binnengekomen EBENHAEZER II, Kunst van Bensdorf.
DMB 160910
Delfzijl, 15 september. Uitgezeild EBENHAEZER II, Kunst naar Holtenau.
1911
NRC 270111
Delfzijl, 26 januari. De ijzeren tjalk EBENHAEZER II, voorheen bevaren door schipper J. Kunst, is voor plm. NLG 8.000 verkocht naar Denemarken.
(opm: mogelijk niet doorgegaan ??)
NNO 070311
Emden, 3 maart. Uitgezeild EBENHAEZER II, Kunst naar Halmstad.
DMB 291111
Hamburg, 27 november. Vertrokken EBENHAEZER II, Kunst naar Jarmen.
1912
NVEC 260312
Barhoft, 21 maart. Gepasseerd EBENHAEZER II, Kunst van Demmin naar Papenburg.
DMB 091112
Holtenau, 6 november. Gepasseerd EBENHAEZER II, Kunst van Nakskov naar Breda.
1913
NVEC 280213
Delfzijl, 25 februari. Uitgezeild EBENHAEZER II, Kunst naar Bremerhaven.
NVEC 281013
Delfzijl, 24 oktober. Binnengekomen EBENHAEZER II, Kunst van Bensersiel naar Groningen.
1914
DMB 120314
Delfzijl, 11 maart. Uitgezeild EBENHAEZER II, Kunst naar Hamburg.
NVEC 310314
Delfzijl, 2 mei. Vertrokken EBENHAEZER II, Kunst naar Faxö.
1915
DMB 290815
Delfzijl, 27 augustus. Binnengekomen EBENHAEZER II, Kunst van Leer, ledig.
1916
RN 150516
Delfzijl, 12 mei. Het zeilschip EBENHAEZER II voorheen bevaren door schipper J. Kunst, is voor de prijs van NLG 9.000 in eigendom overgegaan aan schipper A. Bonninga te Groningen.
ON 180516
Delfzijl, 17 mei. Uitgezeild EBENHAEZER II, Bonninga, met oud ijzer naar Gefle.
RN 031116
Delfzijl, 1 november. Gisteren kwam alhier binnen van Hernösand, na een reis van 31 dagen het te Groningen thulsbehoorende tjalkschip EBENHAEZER II, kapt. Bonninga, van welk schip tijdens een hevigen storm -in de Oostzee de kluiverboom brak. waardoor nog enige lichte averij aan het voorschip kwam. De kapitein verklaarde met veel slecht weer te kampen te hebben gehad, terwijl het schip slechts met 2 personen was bemand.
1917
RN 071117
Rotterdam, 6 november. De motorschoener MARIA JACOBA vertrok 4 nov. van Gotenburg naar Rotterdam. Het zeilschip EBENHAEZER II, kapt. Bonninga, vertrok 8 nov. van Kopenhagen naar Amsterdam.
AMS 151117
IJmuiden, 15 november. Binnengekomen EBENHAEZER II, Bonninga van Kopenhagen.
RN 171117
Rotterdam, 16 november. Het zeilschip EBENHAEZER II, kapt. Bonninga, is 16 nov. met stukgoed van Kopenhagen te Amsterdam aangekomen.
1918
NVD 160318
Nieuwe Waterweg, 16 maart. Uitgezeild EBENHAEZER II, Bonninga naar Noorwegen.
DMB 100918
Een Nederlandse tjalk op een mijn gelopen. De Nederlandse tjalk EBENHAEZER II, 6 september van hier naar Londen vertrokken met een lading hoepels, is in de Noordzee op een mijn gelopen en gezonken. vijf opvarenden zijn in de scheepsboot te Scheveningen aangekomen. De EBENHAEZER II, was een tjalk 83 ton bruto en 65 ton netto groot, in 1901 gebouwd en hoorde te Groningen thuis. De lading hoepels was hier ter beuze verzekerd tegen 20 procent.
AH 011018
Raad voor de Scheepvaart.
Uitspraken. De Raad van de Scheepvaart deed uitspraak in de volgende zaken : 1. Betreffende het lek worden en zinken van het zeilschip „EBEN HAEZER II": de Raad acht het waarschijnlijk, dat de "Eben Haezer II" op eenig puntig voorwerp, dat zich, onder water bevond, wellicht het wrak van een schip is gestooten en, al had de „EbenHaezer II" geringe vaart, dientengevolge lek is geworden. De Raad acht het niet aannemelijk, dat het vaartuig op een mijn is gestooten of door een torpedo is getroffen, daar de uitwerking dan veel ernstiger was geweest . De schipper en de bemanning hebben zich aan ernstig plichtverzuim schuldig gemaakt doordien zij niet getracht hebben het lek op te sporen en vervolgens te dichten, terwijl ook de pogingen om door pompen het schip boven water te houden, geheel onvoldoende waren. Intusschen kan de Raad den schipper geen disciplinaire straf opleggen, omdat niet met zekerheid valt te zeggen, dat des schippers nalatigheid de oorzaak was van het zinken van het lek gestooten schip; immers het is niet uitgesloten, dat dit laatste was geschied, al had de schipper gedaan, wat zijn plicht hem voorschreef.
>