1884
NGRC 250384
Delfzijl, 22 maart. Uitgezeild DANKBAARHEID, Brouwer naar Hamburg.
DT 050584
Delfzijl, 2 mei. Binnengekomen DANKBAARHEID, S. Brouwer van Hamburg.
1885
NVEC 040785
Groningen, 3 juli. Uitgezeild DANKBAARHEID, Brouwer naar Bremerhaven.
DT 251185
Cargalijst Amsterdam. DANKBAARHEID, S. Brouwer van Bergen met 54.205 kilo vis.
1886
AH 210186
Amsterdam, 19 januari. Vertrokken DANKBAARHEID, Brouwer naar Hamburg.
WIN 280586
Ameland, 22 mei. Aangekomen DANKBAARHEID, Brouwer van Hamburg.
1887
AH 070677
Oostmahorn, 4 juni. Uitgezeild DANKBAARHEID, Brouwer op avontuur.
NVD 301287:
Bremerhaven, 28 december. Het Nederlandse schip DANKBAARHEID, kapt. Brouwer, van Otterndorf met tarwe naar Rotterdam, is aan de monding der Medem aan de grond geraakt. Een sleepboot en een lichter zijn ter assistentie vertrokken.
RN 311287:
Cuxhaven, 28 December. De Hollandsche tjalk DANKBAARHEID, kapt. Brouwer, met tarwe van Otterndorf naar Rotterdam bestemd is in de mond van de Medem aan den grond gevaren; de steepboot Max vertrok met een lichter om een gedeelte der lading over te nemen. Later bericht. De sleepboot Max kon de DANKBAARHEID wegens, zwaren ijsgang niet bereiken en kwam met de lichter weder in de haven terug.
1888
NVD 070188:
Cuxhaven, 5 Januari. Het Nederlandse schip DANKBAARHEID, van Otterndorf naar Rotterdam, bij eerstgenoemde plaats aan de grond geraakt, is door een sleepboot af- en alhier in de haven gesleept. (Met behulp van landarbeiders afgebracht en naar Cuxhaven gebracht.)
RN 090188:
Cuxhaven, 5 Januari. Het alhier binnengebrachte Holl.tjalk schip DANKBAARHEID (zie ons vorig No.) is nagezien en moet wegens ijsbeschadiging lossen en repareren.
ST 220288
Cuxhaven, 18 februari. Kapt. J. Brouwer, gezagvoerder van het van het Nedederlands schip DANKBAARHEID, alhier met schade binnen, vraagt 5.500 Mark. bodemarij op schip, lading en vracht.
NGRC 050488
Cuxhaven, 3 april. Vertrokken DANKBAARHEID, Brouwer naar Rotterdam.
NGRC 191288
Bremerhaven, 16 december. Binnengekomen DANKBAARHEID, Brouwer van Itzehoe.
1889
NVEC 030189
Bremerhaven, 21 februari. Uitgezeild DANKBAARHEID, Brouwer naar Norderney.
NVD 261089
Delfzijl, 24 oktober. Binnengekomen DANKBAARHEID, Brouwer van Hamburg.
1890
AH 300390
Delfzijl, 29 maart. Uitgezeild DANKBAARHEID, Brouwer naar Hamburg.
NPGC 250990
Delfzijl, 22 september. Binnengekomen DANKBAARHEID, Brouwer van Hamburg.
1891
NVEC 300591
Hansweert, 26 mei. Gepasseerd DANKBAARHEID, Brouwer van Antwerpen met tarwe naar Amsterdam.
NVEC 051291
Lemmer, 30 november. Gepasseerd DANKBAARHEID, Brouwer binnendoor naar Amsterdam.
1892
NVEC 230292
Sas van Gent, 13 februari. Gepasseerd DANKBAARHEID, S. Brouwer met suikernaar Gent.
NVEC 140692
Sas van Gent, 11 juni. Gepasseerd DANKBAARHEID, S. Brouwer met Gietzand van Gent naar Kinderdijk.
1893
NGRC 071093
Delfzijl, 6 oktober. Uitgezeild DANKBAARHEID, Brouwer naar Hamburg.
NNO 051193
Hamburg, 1 november. Vertrokken DANKBAARHEID, Brouwer naar Norden.
1894
SV 120494
Zaandam, 10 april. Aangekomen DANKBAARHEID, Brouwer van Amsterdam, om te laden voor Flensburg.
NNO 021294
Emden, 27 november, Uitgezeild DANKBAARHEID, Brouwer naar Antwerpen.
1896
SV 070496
Vlieland, 6 april. Uitgaande geankerd DANKBAARHEID, Brouwer naar Koningsbergen.
NNO 100796
Delfzijl, 7juli. Binnengekomen DANKBAARHEID, Brouwer van Norden.
1897
AH 180497
Vlie, 17 april. Zeilklaar. DANKBAARHEID, Brouwer naar Roosburgenhafen.
NPGC 051097
Delfzijl, 2 oktober. Binnengekomen DANKBAARHEID, Brouwer van Malmö.
1898
AH 140998
Delfzijl, 13 september. Binnengekomen DANKBAARHEID, Brouwer van Beversluis naar Gluckstadt.
NPGC 231198
Delfzijl. Aangekomen DANKBAARHEID, Brouwer van Hamburg naar Zaandam.
1899
NGRC 180399
Delfzijl, 18 maart. Terug uit zee, DANKBAARHEID, Brouwer naar Stade.
NPGC 280399
Delfzijl, 25 maart. Uitgezeild DANKBAARHEID, Brouwer naar Stade.
NGRC 290399
Tonningen, 27 maart. De Nederlandse ijzeren tjalk DANKBAARHEID, kapt. Brouwer, is bij Rittersgat gezonken. De gezagvoerder, matroos en de kok zijn verdronken; de stuurman is half verkleumd uit de mast door de sleepboot SOPHIE PAULINA, schipper Fink, gered en hier geland, Het schip beladen met pannen, was bestemd van Holland naar Altona.
RN 300399
Zie hier boven. [De DANKBAARHEID is een te Veendam thuisbeboorende ijzeren tjalk van 67 registerton en werd in 1882 gebouwd. Kapitein Brouwer was tevens reder. Red. ]
NVD 300399:
Tonning, 27 Maart. De Nederlandse tjalk DANKBAARHEID, kapt. J. Brouwer (opm: Sebo Brouwer), met dakpannen van Delfzijl naar Altona, is gisteren nabij Rittersgatt gezonken. Schip en lading zijn totaal verloren; de kapitein, de kok en een matroos verdronken, de stuurman is met groote moeite door de sleepboot SOPHIE PAULINA uit den mast van het gezonken vaartuig gered.
NPGC 050499
Veendam, 31 maart. Volgens schrijven van het Nederands consulaat te Tonningen van 27 maart 1899, wordt aldaar in het ziekenhuis verpleegd H. Fokkens van Veendam, stuurman van het Nederlandse tjalkschip DANKBAARHEID kapt. Sebo Brouwer, van Veendam. Genoemd schip was geladen met dakpannen, op reis van Leeuwarden naar Stade, en is in de sneeuwstorm waarschijnlijk in de avond van 26 dezer, gestrand. Alleen de stuurman is gered door de Duitsche sleepboot SOPHIE PAULINA, kapitein Fintz, komende van Wijk op Föhr, en naar omstandigheden vrij wel. Volgens zijne mededeelingen zijn kapt. Brouwer oud 39 jaar, zijn 14-jarig zoontje Engel Brouwer en de matroos Th. de Jong, oud 29 jaar, van Sappemeer, allen omgekomen.
LC 080499:
Schipbreuk. Onlangs is de te Veendam thuis behoorende tjalk „DANKBAARHEID", kapitein Brouwer, bij Rittersgat gezonken. Van de bemanning, bestaande uit de gezagvoerder Sebe Brouwer, stuurman H. Fokkens, matroos Teere de Jong en de 14 jarigen kok Engel Brouwer, allen van Veendam, werd alleen de stuurman H. Fokkens gered. Deze schreef onlangs van uit het ziekenhuis te Tonningen aan zijne familie te Veendam o. m. het volgende: „Wij zaten op strand. In de roef zouden wij droge kousen aandoen, maar toen begon het water zoo hard te wassen, dat we moesten maken, dat wij er uit kwamen, anders konden wij verdrinken. Toen de laarzen maar aan en op de roef, wij met ons vieren. Maar daar konden wij niet blijven zitten. Wij moesten naar voren. Maar 't water sloeg dwars over het schip, dat kunt u denken. Toen heb ik een touw van de zeilschoot om mijn lijf gebonden. Ik wou zien, of ik in het want kon komen. Dat is mij gelukt, God dank! Maar nu was ik er onder en dan weer boven. Ik kwam er met inspanning van al mijn klachten. Ik was er nog maar even, toen kwam een zware zee en sloeg de heele roef weg. Sebe, Engel en Teere te water, lk had het touw vast gezet. Zij hielden vast en kwamen eraan spartelen. Maar halverwege was Sebe al weg, toen, dicht bij mij, Teere ook. Toen kwam Engel er nog aan. Dien heb ik nog zoo wat bij de hand gehad, maar met een groote zee was ook hij weg. Toen wist ik haast geen raad. (In wat toestand ik toen verkeerde, laat zich beter gevoelen dan beschrijven. Dat was een aanblik. Met mijn toestand is het op heden wel zoo goed. Mijn rechterhand en voet, die in dien nacht verkleumd waren, zijn weer zo goed als klaar. Mijn linkervoet betert ook al mooi maar mijn linkerhand dat wil nog niet. Die was zoo erg gekneusd bij 't heen en weerslaan van de stuurtallie. Ik ben van harte gezond. De behandeling is hier in 't hospitaal zeer goed. 's Morgens bij de koffie krijg ik wittebrood met boter, om 9 uur wittebrood, ham en thee, 's middags weer goed eten met ham en zoo gaat het door. De Nederlandsche consul en zijn dochter hebben mij sigaren, een pond shagtabak, een pijp en chinaasappelen gebracht en later bracht een dochter van de consul mij nog 3 mark, als ik nog zin aan 't een of ander had, kon ik mij dat maar laten halen. Dat was toch mooi, niet waar?"