Inloggen
HELENA CATHARINA - ID 10160


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1833-07-16 / 1868-11-18 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist (zie final fate)

Identification Data

Bouwjaar: 1832
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Kof
Masten: Two masts
Material Hull: Wood
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Symon Geerts en Zoon, werf 'De Vigilantie', Joure, Friesland, Netherlands
Launch Date: 1832-09-11
Delivery Date: 1832-10-11
Technical Data

Gross Tonnage: 86.00 lasts
Gross Tonnage 2: 163.00 tons (oude meting)
 
Length 1: 25.54 Meters Registered
Beam: 5.00 Meters Registered
Depth: 2.88 Meters Registered
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1833
Datum agenda: 1833-07-16
Register nr: 18330360
Scheepsnaam: HELENA CATHARINA
Type: Kof
Lasten: 86
Gebouwd in provincie: Friesland
Gebouwd in binnen- of buitenland: Binnenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Nederlandsche Kofscheeps Rederij
Plaats: Amsterdam
Kapitein op moment van verzoek: Ynsen, J.J.
Opmerkingen: Eerste zeebrief
dir: C.A. Schr

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1832-10-11 HELENA CATHARINA
Manager: Nederlandsche Kofschip-Reederij, Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Nederlandsche Kofschip-Reederij, Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: NWDF

Date/Name Ship 1868-04-21 DRIE GEBROEDERS
Manager: Jan van Dijk, Harlingen, Friesland, Netherlands
Eigenaar: Jan van Dijk, Harlingen, Friesland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Harlingen / Netherlands
Callsign: NMHP

Ship Events Data

1832-10-30: Meetbrief: door J.P. Heidanus d.d. 30.10.1832
1868-04-07: 07 april 1868. NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Advertentie. De makelaars F.N. Montauban van Swijndregt, W. van Dam H.Hzn, B.C.D. Hanegraaff, H.N. Montauban van Swijndregt, H.H. van Dam, C.H. van Dam en H. Montauban van Swijndregt te Rotterdam zullen als last hebbende van hun meesters op dinsdag de 21e april 1868, des middags ten 12¼ ure, in de zaal aan de Scheepmakers- haven, wijk 1, no. 499, publiek verkopen het extra snelzeilend Nederlands kofschip HELENA CATHARINA, laatst gevoerd door kapt. C.J. de Vries, volgens meetbrief lang 25 el 60 duim, wijd 5 el 13 duim, hol 2 el 79 duim, en alzo groot 163 tonnen of 86 lasten, met al deszelfs rondhout, staand en lopend want, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zoals hetzelve thans is liggende aan de werf van de heren De Jongh, Kortland & Anthony te Rotterdam.
1869-11-18: Final Fate:
24 november 1869. NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Harlingen, 23 november. Op de kust van Jutland, in de nabijheid van Laurvig, is, volgens ontvangen bericht uit Laurvig van de 18e dezer, gestrand het hier te huis behorende kofschip DRIE GEBROEDERS, kapt. J. Dijk, met hout van Fredrikstad naar Amsterdam bestemd. Het volk is gered. (opm: zie NRC 231169)

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Jan Jansen Sorgdrager werd geboren ca 1797 als de zoon van Jan Jansen Ynsen en Romkjen Laurens.

Jan Jansen trouwde op 15 augustus 1821 met Dieuwke Kornelis Sorgdrager, geboren in 1792 te Hollum op Ameland als dochter van Kornelis Pieters Sorgdrager en Baukjen Jans.  Zij overleed op 23 augustus 1872, 80 jaar.

Jan kwam om bij de ramp met zijn schip de “Zeevaart” welke “op vier augustus 1842 op reis van Tessel naar Suriname in de oost-passaat door een Engelse brik is overzeild, waarna het schip met de gehele bemanning is gezonken, zonder dat iemand van de bemanning gered kon worden.” Tekst in een brochure bij een wisselexpositie van de Stichting “de Ouwe Pôlle” te Hollum, 1984.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

J.J.IJnsen (adres Daniels & Arbman) werd met vlagnummer 362 per 18 juni 1833 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop op voordracht van kapitein P.C.Sorgdrager. Als zijn schip is vermeld de “Helena Catharina”. Toegevoegd is “vermist” 002.

In de Algemene Vergaderingen van het College Zeemanshoop van 11/18 juni 1833 is voorgedragen/benoemd Jan Jansen Ynsen, oud 38 jaar, adres bij de heren A.Salm & A. Schröder, voerende de kof Helena Catharina, op voordracht van kapitein P. Sorgdrager. Zijn vlagnummer werd 362023.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 15 juni 1843 staat een verzoek om uitkering door de wed. kap. J.J.IJnsen, geb. D.C.Sorgdrager te Hollum, welke in de vergadering van 27 juli 1843 wordt toegestaan voor haar en 1 kind ingaande 01 november 1842 met de mogelijkheid van restitutie wanneer zou blijken dat kapitein IJnsen niet is verongelukt.042.

 

In de notulen dd 08 augustus 1843 van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop staat een aanvrage van D.K.Sorgdrager de “vermoedelijke weduwe” van kapitein J.J.IJnsen. Deze wordt toegestaan voor haar en één van haar kinderen per 01 november 1842 “onder reserve van restitutie der ontvangen gelden, ingeval later blijken mogt dat kapt. IJnsen niet was verongelukt.023.

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van het College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer                    jaren           type                  scheepsnaam                                        naam reder/boekhouder

       362                        1833-1835     kof                   Helena Catharina                                 Ned.Kofscheepsreederij

       249                        1836-1841     kof                   Helena Catharina                                 idem

                                           1842           brigant.            De Zeevaart                                          idem

 

Bouma025 vermeldt J.J.Ynsen als gezagvoerder gedurende:

*    1834 t/m 1842 van de kof “Helena Catharina”, gebouwd in 1832 te Joure, 163 ton o.m., geen opgaven van thuishaven en reeder (maar dit moet zijn de Ned. Kofschipreederij Dir. C.A.Schröder te Amsterdam);

*    1841 t/m 1842 van de bark-kof “Zeevaart”, gebouwd in 1835, bouwplaats niet vermeld, 221 ton o.m., varend voor de Nederl. Kofschip-reederij te Amsterdam. Het schip is in 1842 vermist op reis naar Suriname.

 

Overige bijzonderheden

"De Drie Gebroeders" op de rede van Paramaribo057:

14 december 1837      "... heden gearriveerd Captijn IJnzen kof Helena Catrina van Amsterdam".

17 februari 1838        "... heden vertrokken kaptijn IJnze kof Helena Catharina".

 

In het Archief van de Waterschout (Stadsarchief 38-156) is een stuk aangaande Ruurd Polet “die laatst gevaren heeft met het schip Zeevaart, kapitein I.Ynzen, doch op die reis te Suriname is overleden.” Gedateerd Ameland 18 juli 1842.

 

De kof "Helena Catharina" onder gezag van Jan Jans IJnsen en met 07 manschappen dateerde de  monsterrol op 23 september 1837 met bestemming Suriname. De boekhouders waren Salm & Schröder011.

"De Drie Gebroeders" op de rede van Paramaribo057:

30 december 1839      "...ontvangen 2 vaten brood van het kofschip Helena Catharina kapt.IJ.IJnzen ...".

 

 Handelsblad van 10 maart 1842 in de rubriek Scheepstijdingen:

“Het schip de Zeevaart, kapt.J.J.IJnsen, van Amst. N. Surin., den 9den Aug. uit Texel n. zee gezeild, was den 20sten Dec. te Surin. nog niet aangekomen en zal dus vermoedelijk het den 13den Sept. op 14o N.Br., 49o W.L., overzeild en gezonken Hollandsch schip geweest zijn, zijnde dienaangaande sedert niets vernomen”.

 

 

Datum vanaf: 1833
Kapitein: Ijnsen, Jan Jans
Overige informatie: 0

Familiegegevens en opleiding

Maarten Florisz Schaap werd geboren op 17 december 1804 te Katwijk als zoon van Floris Dirksz Schaap en Pieternelletje de Reus.

Hij trouwde te Katwijk in 1828 met Niesje Cornelisd. Zonneveld geboren te Katwijk aan Zee op 21 juli 1805.

Maarten overleed te Katwijk op 10 februari 1871. 003 en 054-160

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

M.F.Schaap (adres bij Daniëls & Arbman) werd met vlagnummer 490 per 17 september 1839 ingeschreven als effectief lid van Zeemanshoop op voordracht van kapitein G.Zwanenburg. Zijn schip ten tijde van de inschrijving was de “Joanna Jacoba”. Toegevoegd is “bedankt”002. Ten tijde van de inschrijving waren Schaap en zijn vrouw beiden 34 jaar. Ingeschreven staan 3 zoons uit 1828, 1832 en 1835 en 2 dochters uit 1830 en 1839002a.

In de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege “Zeemanshoop” van 10/17 september 1839 werd als effectief lid voorgedragen/benoemd Maarten Florisz Schaap, oud 34 jaar, voerend de kof “Johanna Jacobs”, wonend in Katwijk aan Zee, met adres Daniels & Arbman te Amsterdam, op voordracht van kapitein G.Zwanenburg023.

M.F.Schaap werd per 20 december 1842 deelnemer aan het Weldadig Zeemans Fonds van Zeemanshoop en bedankte in 1860.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 27 april 1843 staat een verzoek om lid te mogen blijven ondanks het feit dat hij onder Kniphauzer vlag wil varen. Het Bestuur gaat accoord, maar dan alleen voor één reis.042.

In de notulen van de Bestuursvergadering dd 26 maart 1844 krijgt M.F.Schaap toestemming om voor één reis onder vreemde vlag te varen. In de vergadering van 26 septemner 1844 vraagt hij dezelfde toestemming voor een reis onder vreemde vlag met behoud van lidmaatschap en hij krijgt dat voor 1 reis.042

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer                 jaren          type                 scheepsnaam                  naam reder/boekhouder

      490                       1839-1841    kof                  Johanna Jacoba             Ned.Kofscheepsreederij

                                        1842          kof                  Helena Catharina          idem

                                     1843-1844    geen vermelding van schip en boekhouder

                                        1845          sch.                  Courier                            geen opgave

                                     1846-1852    sch.brik           Courier                            S.Prins te Wormerveer

                                        1853          sch.brik           Courier                            geen opgave

      195                       1854-1860    bark                Jacoba                             P.Varkenvisser & Zn te Rotterdam

 

Bouma025 vermeldt M.F.Schaap als kapitein gedurende:

*     1840 t/m 1842 op de kof “Johanna Jacoba”, gebouwd in 1831 te Amsterdam, 120 ton o.m., varend voor de Nederlandsche Kofschip Reederij te Amsterdam;

  • * 1843 t/m 1845 van de kof “Helena Catharina”, gebouwd in 1832 te Joure, 163 ton o.m., geen opgaven van thuishaven en reeder (maar dit moet zijn de Ned. Kofschipreederij Dir. C.A.Schröder te Amsterdam);

*     1846 t/m 1851 op de schoonerbrik “Courier”, gebouwd in 1842 te Amsterdam, 143 ton o.m., varend voor S.Prins te Wormerveer;

*     1852 t/m 1854 op hetzelfde schip maar nu varend voor A.Hoogendijk Jz te Vlaardingen;

  • * 1855 t/m 1867 op de bark “Jacoba”, gebouwd in 1851 te Alblasserdam, 639 ton o.m., varend voor P.Varkevisser & Zn te Rotterdam.

 

Luc Heijboer in een e-mail dd 10 april 2005 vermeldt in een overzicht van kapiteins op Vlaardinger schepen:

M.F.Schaap                                                                  1850-1854                                                                                              COURIER

 

Overige bijzonderheden

De Raad van Tucht van de koopvaardij deed op 17 oktober 1856 uitspraak inzake een klacht tegen kapitein M.F.Schaap van de bark “Jacoba” varend voor P.Varkevisser & Zonen te Rotterdam. Details over de uitspraak zijn niet vermeld.104*

Raad van Tucht voor de Koopvaardij – 1

Gedeponeerd de 23ste oktober 1856.

De raad van tucht, bedoeld bij artikel 25 der wet van 7 mei 1856, (staatsblad no. 32.), gelezen hebbende een missive van zijne excellentie de minister van marine, gedagtekend ’s Gravenhage 13 september 1856, no. 37, 2de afdeling, hoofdzakelijk ten geleide strekkende van een adres, gedateerd: Rotterdam 27 augustus 1856, aan die minister gericht door enige schepelingen van het Nederlands barkschip JACOBA, gevoerd door M.F. Schaap, varende onder directie van de heren P. Varkevisser & Zonen te Rotterdam, bij welk adres genoemde gezagvoerder wordt te laste gelegd zich te hebben schuldig gemaakt aan misdragingen waar tegen bij bovenvermelde wet is voorzien.

Gelezen hebbende het advies van de advocaat-fiscaal voor ’s konings zee- en landmacht, gedagtekend Utrecht, 11 september 1856,, l. m. no. 10 betrekkelijk bovenvermelde aanklacht.

Gelezen hebbende het rapport van de havenmeester van Rotterdam van de 15de oktober 1856, in antwoord op de uitnodiging daartoe van de raad van tucht van de 14de oktober 1856 no. 2?/1, bij dat rapport berichtende dat bovengenoemde bodem van die stad vertrokken is de 11de november 1855, bestemd naar Akijab en te Rotterdam van Akijab is teruggekeerd de 19de augustus 1856.

Gelet op de wet van 7 mei 1856, (staatsblad no. 32), in meer bepaald op artikel 25 van die wet.

Gelet op de voorlichting vervat in de missive van zijne excellentie de minister van justitie van de 10de oktober 1856, no. 160, afdeling algemeen secretariaat, de raad van tucht geworden op zijn verzoek van de 6de oktober 1856, no. 22, ingevolge art: 3 der instructie voor de president en de leden van die raad.

Gelet op de artikelen 4, 5, 6, en 7, van ’s konings instructie voor de president en de leden van de raad van tucht.

Overwegende dat gezegde bodem van Rotterdam is vertrokken ongeveer zes maanden voordat de wet van 7 mei 1856, (staatsblad no. 32) was in het leven getreden;

Overwegende dat de raad van tucht van oordeel is dat aan deze wet in kwestie geen terugwerkende kracht kan worden toegerekend;

Overwegende daarenboven dat het mag worden aangenomen dat klagers en beklaagde, waarvan hier sprake is, zelfs geen, immers geen volledige kennis van het bestaan, veelmin van de inhoud van de wet van 7 mei 1856 (staatsblad no. 32) hebben kunnen bezitten, tijdens de geklaagde feiten ( zo al) voorvielen en dat aan hun in alle gevalle de bij art. 28 dier wet voorgeschreven artikelen, bij de aanmonstering niet zijn kunnen voorgelezen worden;

Overwegende dat bijaldien de bij de aanklacht te laste gelegde feiten, overeenkomstig de waarheid bleken te zijn, de beklaagde dan wellicht schuldig kan bevonden worden aan misdragingen, waartegen bij de burgerlijke rechtsvordering is voorzien, maar dat de raad van tucht zich alleen geroepen en bevoegd gelooft, om op grond van de meermalen in deze aangehaalde wet van 7 mei 1856 (staatsblad no. 32) uitspraak te doen en zich behoort te onthouden van alle inmenging in de burgerlijke rechtsvordering;

Overwegende eindelijk dat de raad van tucht tengevolge van al deze voorafgaande overwegingen, de wet van 7 mei 1856 (staatsblad no. 32) ter deze zake niet van toepassing oordeelt, en dienovereenkomstig, uitspraak doende buiten vorm van proces, verklaart, zonder in enig onderzoek der waarde of onwaarde van de aanklacht te treden, zich incompetent en dientengevolge de schepelingen aanklagers in kwestie, in hunne aanklacht contra de gezagvoerder M.F. Schaap van het Nederlands barkschip JACOBA voor de raad van tucht, niet ontvankelijk.

En zal deze uitspraak overeenkomstig de wet worden nedergelegd ter griffie der rechtbank te Amsterdam en afschriften worden gezonden aan de departementen van marine en justitie.

Gedaan te Amsterdam in de openzitting van de raad van tucht de zeventiende oktober van het jaar een duizend, achthonderd, zes en vijftig.

De raad van tucht voornoemd.

De voorzitter en de leden. (5).

Bron: Noord-Hollands Archief Haarlem – 198-3665 – DVD XVI – 6087, 6088

 

De brigantijn “Courier” onder kapitein M.F.Schaap vertrok uit Hellevoetsluis op 25 april 1850 en bereikte via Kaap Hoorn op 08 augustus 1850 Valparaiso. Via dezelfde route kwam het wederom te Hellevoetsluis op 22 september 1851.121

 

Zierikzeesche Courant 19 maart 1864

Op 15 maart 1864 is te Zierikzee binnengekomen de “Jacoba”, kapt. M.F.Schaap, komend van Padang en met bestemming Rotterdam. Als pasagier waren aan boord de Fritzen en familie en 5 gepasporteerde militairen.

 

 

Datum vanaf: 1841
Kapitein: Schaap, Maarten Florisz

Familiegegevens en opleiding

Gerrit Geerts de Boer werd geboren te Schiermonnikoog op 16 augustus 1807 als zoon van Geert Gerrits de Boer en Trijntje Roelofs.

Hij huwde op Ameland op 03 juni 1835 met Akke Pieters Snoek, geboren te Ameland op 17 augustus 1805 als dochter van Pieter Johannes Snoek en Helena Willems Otto. Zij overleed te Schiermonnikoog op 26 mei 1849. Op 24 februari 1838 overleed te Schiermonnikoog een 4 maanden oude zoon Geert Gerrits de Boer

Hij huwde voor de 2de maal in 1850 met Jacomijntje Sara Slingerlandt, geboren te Haarlem op 05 oktober 1823 en overleden op 06 mei 1891

Hij overleed in 1858. 003 en Tresoar Bij zijn overlijden werd als woonplaats Haarlem genoemd.118

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

G.de Boer, adres Daniels en Arbman, werd met nr.662 effectief lid van Zeemanshoop per 16 mei 1843 op voorspraak van W.Blom. zijn schip was de “Helena Catharina”002.

In de Algemene Vergaderingen van 09/16 mei 1843 van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop werd als effectief lid voorgedragen/benoemd Gerrit de Boer, oud 35 jaar, voerend de kof “Helena Catharina”, wonend te Schiermonnikoog, adres bij Daniels & Arbman te Amsterdam, op voordracht van kapitein W.Blom.023.

Gerrit Geerts de Boer werd deelnemer van het Weldadig Zeemans Fonds per 07 december 1847.003’.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 03 juni 1858 staat een verzoek om uitkering van de wed. G. de Boer, geb. Slingerland voor haar en 4 kinderen, welke haar in de vergadering dd 24 juni 1858 wordt toegekend ingaande 01 mei 1858.042.

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 13 juli 1858 staat vermeld dat aan de weduwe G. de Boer geb. Slingerland per 01 mei 1858 een uitkering is toegekend in de 1e klasse voor haar en 4 kinderen.023.

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer           jaren                 type        scheepsnaam                      naam reder/boekhouder

        662                1843-1853            kof         Helena Catharina                Ned.Kofscheepsreederij

        303                1854-1855            kof         Helena Catharin  a              idem

                               1856-1858            sch.brik  Hendrika Bartina                C.A.Schröder en A.F.Schröder Jr

 

In het Schepelingenregister (Archief van de Waterschout), toegang 391, in het Rijksarchief van Noordholland staat in 1846 een Gerrit de Boer met de kof “Helena Catharina”.

 

Bouma025 vermeldt G. de Boer als gezagvoerder gedurende:

*    1846 t/m 1856 van de kof “Helena Catharina”, gebouwd in 1832 te Joure, 163 ton o.m., geen opgaven van thuishaven en reeder (maar dit moet zijn de Ned. Kofschipreederij Dir. C.A.Schröder te Amsterdam);

*    1857 t/m 1858 van de brik “Hendrika Bartina”, gebouwd in 1851 te Nieuwendam, 240 ton o.m., varend voor de Gebr. Schröder te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

De Raad voor Tucht bij de koopvaardij behandelde een klacht omtrent dronkenschap van de kapitein van de schoenerbrik “Hendrika Bartina”. Dit schip meerde op 28 augustus 1857 na een reis van bijna een jaar af in het Oosterdok te Amsterdam. Kort daarna diende de scheepskok G. van Papenveld een klacht in, mede ondertekend door 5 bemanningsleden.

“De Raad verzocht kapitein de Boer, inmiddels met zijn schip weer uit Amsterdam vertrokken en gereed liggende voor een nieuwe reis naar Oost-Indië in het Nieuwediep, schriftelijk of mondeling te reageren op de klacht van de kok. Ook werd hem gevraagd het strafregister over te leggen. Aan deze uitnodiging gaf hij geen gehoor.”

De Raad hoorde een aantal personen en daaruit bleek dat de kapitein “tijdens de reis naar Java en terug op overtuigende wijze blijk had gegeven een groot liefhebber te zijn van sterke drank.. Hij was weliswaar niet voortdurend maar wel regelmatig dronken. Gemoedelijke vermaningen van zijn ondergeschikten om met drinken te stoppen waren vruchteloos geweest.

Op een gegeven moment ontdekten de stuurlieden bij de gezagvoerder sporen van delirium. Hij uitte regelmatig waanzinnige woorden.”

“Naar aanleiding van het onderzoek ter zitting overwoog de Raad dat kapitein De Boer gedurende zijn dronkenschap grove en onverdiende uitdrukkingen aan zijn onderhebbenden had toegevoegd.    De scheepsjongen zou hij hebben geslagen en gekwetst. … Ook verhinderde of bemoeilijkte hij de uitoefening van de nautische plichten van de eerste stuurman, die gedurende de dronkenschap van de kapitein tezamen met de tweede stuurman navigeerde, …

“De conclusie van de Raad was dat kapitein G. de Boer door dronkenschap zijn waardigheid en gezag ten opzichte van zijn bemanning in de waagschaal had gesteld, dat zijn misdragingen wanorde bevorderden en dat dit ernstige gevolgen voor schip, lading of scheepsvolk had kunnen hebben. Voorts zou kapitein De Boer zich schuldig hebben gemaakt door aan zijn bemanning onvoldoende levensmiddelen te hebben gegeven terwijl de kwaliteit van dit voedsel te wensen overliet.. Mede op grond van deze overweging ontnam het college hem de bevoegdheid om gedurende zes maanden op een Nederlands schip als kapitein te varen.”104.

 

Datum vanaf: 1846
Kapitein: Boer, Gerrit Geerts de

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

Vermelding van vertrek en aankomst in Amsterdam093

Naam kapitein                                    Naam schip                                      vertrek                      terugkomst

F.Schippers                                          Zeenymph                                        23 oktober 1860      11 september 1861

 

Bouma025 vermeldt F.Schipper als gezagvoerder gedurende:

*    1857 t/m 1860 van de kof “Helena Catharina”, gebouwd in 1832 te Joure, 163 ton o.m., varend voor de Ned. Kofschipreederij Dir. C.A.Schröder te Amsterdam);

  • * 1860 t/m 1868 van de brik “Zeenymph” ex Hendrika Bartina, gebouwd in 1851 te Nieuwendam, 240 ton o.m., varend voor C.A. Schröder & A.F.Schröder Jr te Amsterdam. Het schip werd in 1868 verkocht.

 

Overige bijzonderheden

“Op 8 oktober 1849 is bij mij, J.H. de Weerd, burgemeester en ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente Nieuwe Pekela ingekomen een extract uit het jornaal gehouden aan boord van het Nederlands kofschip “Ida Reina”, gevoerd door Frederik Schipper, inhoudende dat op 5 juni 1849 op een reis van Liverpool naar Nerva is verdronken Teko Arends Breeland, 26 jaren oud, schipper van beroep, laatst gewoond hebbende te Nieuwe Pekela.”115.

 

 

Datum vanaf: 1856
Kapitein: Schipper, Frederik

Familiegegevens en opleiding

Klaas Jans Lieuwen werd geboren te Terschelling op 23 augustus 1835.

Hij huwde op 21 juni 1860 met Antje Schol, geboren 24 december 1839 te Terschelling en overleden te Amsterdam. Klaas Jans woonde sinds 15 juni 1862 in de Binnen Bantammerstraat te Amsterdam.

Hij overleed op 16 augustus 1892 te Amsterdam en had toen als beroep schuitenvoerder. 010-p.92/96.

 

De schepen van de kapitein

Klaas Jans Lieuwen was gezagvoerder op de volgende schepen:

1864-1866                  kofschip "Helena Catharina", 86 last (163 ton), in 1862 te Joure gebouwd. Boekhouders Nederlandsche Kofschipreederij te Amsterdam.

1867-1869                  schoenerbrik "Energie", ex "Anna Maria Wilhelmina", in 1867 aangekocht door rederij Van den Berg & Co te Amsterdam. 238 last (260 ton).

                                      In februari 1869 vertrok het schip van Amsterdam naar Brazilië met Londen als tussenhaven. De bemanning telde 10 koppen waarvan 5 Terschellingers. De broer van de kapitein Reltje Jans was eerste stuurman. Tevens was de vrouw van de kapitein aan boord.

                                      "Het leek er aanvankelijk op dat de reis voorspoedig zou verlopen, maar op 13 maart ondervonden de schepelingen anders. Het schip bevond zich die dag om ongeveer elf uur in de voormiddag op 46 gr. ZB en 9 gr. 15 min. WL. De opkomende wacht had juist de gort genuttigd, die de kok had opgediend, toen een zware schok hen deed opschrikken en naar dek snellen. Voor de geopende deur ontwaarden ze de boegspriet van het schip, dat hen had overzeild. De Spaanse brik "Paket de Alabama" had de "Energie" aan bakboord geramd en wel met zo'n kracht, dat het erop leek, dat de beide schepen niet meer van elkaar los te krijgen zouden zijn." Een deel van de bemanning, waaronder de kapitein, sprong op het Spaanse schip, maar drie schepelingen moesten achterblijven, waaronder de stuurman Reltje Lieuwen. Het Spaanse schip zeilde door zonder zich om de zinkende "Energie" te bekommeren. Nog dezelfde dag werden de drie schipbreukelingen door een Engels schip opgepikt. De "Energie" werd in zinkende toestand achtergelaten. Maar of het ook inderdaad is gezonken is niet te achterhalen. (In 010 wordt geen bron voor dit rampverslag genoemd. Er is een afbeelding door Spin opgenomen over "De aanzeiling van de Energie".

                                      In: Cornelis Douwes". Orgaan van de Vereniging van Oud-Leerlingen der Zeevaartschool Terschelling: nr.30p, 556-558, 1970 wordt deze schipbreuk eveneens weergegeven. Daarin staat de vermelding dat de heer T.W.Dekker bij zijn nautische nasporingen op Terschelling een lang gedicht op het spoor kwam , dat over deze schipbreuk handelde. Dit rijm van 20 coupletten is in zijn geheel afgedrukt en werd gemaakt door stuurman Reltje J.Lieuwen en zijn vrouw Aaltje Roggen in de winter van 1869 op 1870.

1870-1871                  schoenerbrik "Fortuna" ex. "Sunburst", gebouwd in 1859, 113 last (213 ton).

1872-1874                  bark "President van Rijckevorsel", gebouwd in 1856, 716 ton, rederij F.R.P.Victor te Amsterdam.010-p.92/96.

 

Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093:

kapitein                                                 naam schip                          vertrek                              terugkomst

K.J.Lieuwen                                          Helena Catharina               02 juli 1862                     09 oktober 1862

 

Bouma025 vermeldt K.J.Lieuwen als gezagvoerder gedurende:

*    1861 t/m 1866 van de kof “Helena Catharina”, gebouwd in 1832 te Joure, 163 ton o.m., varend voor de Ned. Kofschipreederij Dir. C.A.Schröder te Amsterdam);

*    1867 t/m 1869 van de schoenerbrik “Energie” ex Anna Maria Wilhelmina”, gebouwd in 1853 te Amsterdam, 260 ton o.m., varend voor v/d Bey & Co te Amsterdam. Het schip werd in 1869 overzeild;

*    1870 van de sch.brik “Fortuna”, ex Sunburst, gebouwd in 1859 te Pictou, Nova Scotia, 213 ton o.m., varend voor v/d Bey & Co te Amsterdam;

*    1873 t/m 1874 van het 3/mschip “President van Rijckevorsel”, gebouwd in 1856 te Krimpen aan de IJssel, 851 ton o.m., varend voor F.R.P.Victor te Amsterdam.

 

Overige bijzonderheden

´Uitkeringen van de Buul vanaf 1864” door Hille van Dieren. Pp. 36-71 in: De Buul 400 jaar zeeverzekering op Terschelling 1587-1987 onder redactie van W.Smit. Uitg. Smits & Wytzes, Urk-Terschelling 1987, 92 pp.

De auteur verwijst naar een “archief over Terschellinger zeevarenden, dat Teunis dekker uit Midsland aangelegd heeft”.

Het artikel handelt over de schaarse gegevens omtrent uitkeringen.

“Een enkele kwitantie is bewaard gebleven, zoals bijvoorbeeld het uitbetalingsbewijs van Ariën Pieters Smit, die op 7 januari 1870 van P.P.Cupido f 80,- uitgekeerd kreeg wegens schipbreuk.

Over deze scheepsramp is wel wat bekend gebleven. Het betrof de overzeiling van de schoenerbrik ENERGIE op 13 maart 1869. Het schip was in februari 1869 vertrokken op een reis van Amsterdam naar Brazilië, met Londen als tussenhaven. Er waren 10 man aan boord, waaronder zes Terschellingers. Bovendien had de Terschellinger kapitein Klaas Jans Lieuwen zijn vrouw Anna Lieuwen-Schol mee als passagier. De eerste stuurman was zijn broer Reltje Lieuwen, Andries Zorgdrager uit Midsland was kok, Ariën Pieters Smit, toen 18 jaar oud, was matroos. Cornelis Zorgdrager was lichtmatroos (later vuurtorenwachter op de Brandaris) en de 13-jarige Iemke Jollema was scheepsjongen.

Op 13 maart 1869 bevond de ENERGIE zich om 11 uur ’s morgens op 46o ZB en 9o15’WL. De opkomende wacht had juist de gort genuttigd die de kok had opgediend, toen het schip met een klap werd aangevaren door de Spaanse brik PAKET DE ALABAMA. Iedereen stormde naar het dek en eerst leek het erop of de schepen niet meer van elkaar los konden komen. Toen kapitein Lieuwen zag dat het schip verloren was, spoorde hij de bemanning aan om over te springen. Een plotselinge golf maakte echter de schepen los van elkaar, waardoor kok Andries Zorgdrager in zee terecht kwam en jammerlijk verdronk. Er zaten echter nog drie man op de ENERGIE, te weten Reltje Lieuwen, Kees Zorgdrager en Iemke Jollema, die tot hun verbijstering zagen dat het Spaanse schip haar reis vervolgde. Stuurman Lieuwen heeft de catastrofe op rijm gezet en in het eenentwinstigste couplet zegt hij:

Nog zie ik de brik in het verschiet,

Hij stoort zich nergens aan.

Betreurt zich om ons drieën niet,

En laat ons kermend staan

De drie schipbreukelin peilden drie voet water in het ruim en trachten het lek met kussens en dekens te dichten. Nog dezelfde dag werd hun noodvlag gezien door de bemanning van een Engels zeilschip, die hen met een sloep van boord haalden, nadat de stuurman Kees en Iemke met een lijn overboord geworpen had. Toen beiden opgepikt waren uit de ruwe zee sprong Rel Lieuwen zelf.

De Buul keerde in het volgende jaar 5 keer uit, waarschijnlijk aan de bovengenoemde Terschellingers.”

Dit verslag veroont verschillen met de beschrijving hiervoor!

 

 

Datum vanaf: 1863
Kapitein: Lieuwen, Klaas Jans

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt C.J. de Vries als gezagvoerder gedurende:

*   1865 t/m 1866 van de sch.kof “Jacobus” ex Daniël”, gebouwd in 1845 te Muiden, 161 ton o.m., varend voor de Ned. Kofschipreederij. Dir. C.A.Schröder. Het schip werd in 1866 binnengebracht na een aanvaring en afgekeurd;

*   1867 van de kof “Helena Catharina”, gebouwd in 1832 te Joure, 163 ton o.m., varend voor de Ned. Kofschipreederij Dir. C.A.Schröder te Amsterdam). Het schip voer in 1868 voor Zeilmaker & Co te Harlingen en was herdoopt in “Drie Gebroeders’.

 

Overige bijzonderheden

Geen

 

 

Datum vanaf: 1866
Kapitein: Vries, C.J. de

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

Lid van het Harlinger zeemanscollege “Zeemansvoorzorg.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

Kapitein J.J.Dijk was in 1869 gezagvoerder van het kofschip de "Drie Gebroeders". In dat jaar strandde hij met dat schip (Zeetijding 21 november 1869). De reders waren Zeilmaker & Co. die het schip op 21 april 1868 te Rotterdam hadden gekocht van de Nederlandsche Kofscheepsreederij. Het schip heette eerst "Helena Catharina" (86 last, 163 ton).010-p.93.

 

lid van het college Zeemansvoorzorg te Harlingen036

vlagnummer      periode      type           naam van het schip                                      boekhouder/reder

 H51/H19        1854-1857 sch.kof      Barend025                                                       Barend Visser & Zo, Harlingen

                           1857-1860 2/m sch.    Stad Leeuwarden                                         Barend Visser & Zn, Harlingen

                           1867-1868 kof             Drie Gebroeders (ex Helena Catharina)   Zeilmaker & Co, Harlingen

                                                                   gestrand en wrak

 

      Bouma025 vermeldt J.J.Dijk als gezagvoerder gedurende:

      *    1838 t/m 1846 van de kof “Harlingen”, gebouwd in 1838 te Harlingen, 158 ton o.m., varend voor Zeilmaker & Co te Harlingen;

      *    1858 t/m 1861 op de 2/m sch. “Stad Leeuwarden”, gebouwd in 1853 te Harlingen, 153 ton o.m., varend voor Barend Visser & Zn te Amsterdam. Het schip is in 1861 gestrand te Curaçao en wrak geraakt;

      *    1868 t/m 1869 van de kof “Drie Gebroeders” ex Helena Catharina, gebouwd in 1832 te Joure, 163 ton o.m., varend voor Zeilmaker & Co te Harlingen. Het schip is in 1869 gestrand en wrak geraakt.

 

Overige bijzonderheden

Geen

 

 

Datum vanaf: 1868
Kapitein: Dijk, J.J.

Monsterrollen

Opgemaakt Amsterdam
Datum: 1833-07-17
Scheepsnaam voorvoegsel:
Scheepsnaam: HELENA CATHARINA
Schipper: Ijnsen, Jan J
Scheepstype: kof
Grootte:

Bekijk alle monsterrollen Bekijk alle monsterrollen
Kroniekberichten

Toon kroniekberichten
Akten

Stadsarchief Amsterdam Archiefnummer AMS 5074.1417.1833.2

deel VI, foto II-078, 079
CEDULE

Naam schip HELENA CATHARINA

plaats en datum acte eigendomsbewijs, Amsterdam, 3 november 1832

type schip kof

bouwwerf/verkoper niet vermeld

gevoerd door kapt.

eigenaar/koper Christiaan Adolph Schröder, als directeur der Nederlandsche Kofscheeps-Rederij, Amsterdam, enig eigenaresse

te voeren door kapt. Jan Jansen IJnsen

grootte in tonnen 86 lasten

tuigage / aantal dekken twee masten, een dek

afmetingen

kiellegging

tewaterlating gebouwd te Joure voor rekening van de bovengenoemde rederij

plaats / datum registratie Amsterdam, 5 november 1832

nummer registratie deel 20, folio 126, recto vak 1

notaris Regtbank van Eerste Aanleg, Amsterdam

prijs

Bijzonderheden: getoond wordt de bijlbrief; het schip ligt thans te Amsterdam.
De datum van de acte is NIET de datum van de transactie. De juiste datum vindt men in Amsterdam AB 1819-1838.
Het eigendomsbewijs of cedule werd reeds op 3 november 1832 opgemaakt, doch de eed ter verkrijging van de zeebrief werd pas op 26 juni 1833 afgelegd.




researcher/datum research: ML / 210915

Naam HELENA CATHARINA
Archiefinstelling Stadsarchief Amsterdam
Jaar 1833
Toegang 5074
Inventaris 1417
Klik hier om de originele akte te bekijken

GEMEENTEARCHIEF Amsterdam
archiefnummer 5074 – 1420 – 1833 – no. 2

BIJLBRIEF Helena Catharina

plaats en datum acte Joure, 11 oktober 1832

type schip kofschip

kapitein

Bouwwerf Simon Geerts en Zoon, scheepsbouwers te Joure, werf
de Vigilantie

Eigenaar Nederlandsche Kofscheepsrederij te Amsterdam

te voeren door kapt.

grootte in tonnen 163 tonnen of 86 lasten

tuigage / aantal dekken 2 masten / 1 dek

afmetingen 25,54 x 5,00 x 2,88 m

kiellegging

tewaterlating 11.9.1832

plaats / nr van registratie Heerenveen, deel 12 folio 192 recto vak 1

datum registratie 11.10.1832

notaris

prijs ƒ

bijzonderheden meetbrief J.P. Heidanus d.d. 30.10.1832


Naam HELENA CATHARINA
Archiefinstelling Stadsarchief Amsterdam
Jaar 1833
Toegang 5074
Inventaris 1420
Klik hier om de originele akte te bekijken

NA-Den Haag Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675.643
DVD VII –2006, 2012
ACTE KOOP/VERKOOP
Naam schip HELENA CATHARINA

plaats en datum acte openbare vrijwillige verkoping, Rotterdam, 21 april 1868

type schip kof

bouwwerf/verkoper Nederlandsche Kofscheepsreederij, Amsterdam

gevoerd door kapt. C.J. de Vries

eigenaar/aankoper Jan Dijk, Harlingen

te voeren door kapt.

grootte in tonnen 163 tonnen of 86 lasten
(meetbrief Amsterdam 13 november 1856)

tuigage / aantal dekken

afmetingen lang 25,60 m., breed 5,13 m., hol 2,79 m.

kiellegging

tewaterlating

plaats / datum registratie Rotterdam, 23 april 1868

nummer van registratie deel 26, folio 31, verso, vak 3

notaris Johannes Leendert Melchers, griffier Kantongerecht Rotterdam

prijs NLG. 2.250,-

Bijzonderheden: de verkoping vond plaats in de zaal op hoek Scheepsmakershaven en Bierstraat via makelaars W. van Dam H.Hzn, c.s. Het schip ligt aan de werf van De Jong, Kortlandt & Anthony te Rotterdam.





researcher/datum research: ML / 140909

Naam HELENA CATHARINA
Archiefinstelling Nationaal Archief Den Haag
Jaar 1868
Toegang 3.03.17.01
Inventaris 3675

Bronnen

Jaar: 0000
Bron: ARCHIEF Gemeente Amsterdam
Omschrijving: BIJLBRIEF: GEMEENTEARCHIEF Amsterdam / archiefnummer 5074 ? 1420 ? 1833 ? no. 2