Inloggen
DOELWIJK - ID 8683


Kroniekberichten

Datum 21 februari 1852
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 20 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende vijftien schepen als:
Voor Rotterdam: MAASSTROOM, kapt J.F. Hoogeveen Heymans; AMBOINA, kapt. R.J. Rijken; VAN OLDEBARNEVELD, kapt. J.W. Verberne; DOELWIJK, kapt. D.H. Kramer; JACOBUS, kapt. A van der Kolff; PANTALON, kapt. M.F. Remmers; SOUBURG, kapt. J. van Delft Cz.
Voor Amsterdam: VICE-ADMIRAAL RIJK, kapt. J. Bakker qq; DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. F.C.H. Wijnandts; ST. MICHAEL, kapt. P.J. Plinzenga; JOHANNES ALBERTUS, kapt. J.C. Londt Hz; GEBROEDERS, kapt. B. G. Flik; GRAAF VAN LIMBURG STIRUM, kapt. H.H. Smit; NEDERLAND EN ORANJE, kapt. L. van der Plas.
Voor Schiedam: ANNA, kapt. P.A. Kleijnenberg.

Afbeelding
Datum 29 juli 1854
Krant JB - Javabode

Batavia. Toen wij in ons nummer van 24 juni, de schipbreuk van de Nederlandse schepen DOELWIJK en HESTER, benevens de redding der opvarenden van eerstgemelde bodem mededeelden, verkeerden wij omtrent het lot van de bemanning van de HESTER nog ten enenmale in onzekerheid. Thans lezen wij in de Sydney Morning Herald van 21 juni het navolgende:
Het schip HESTER, groot 848 tonnen, gezagvoerder Victor, en DOELWIJK, groot 740 tonnen, gezagvoerder Zeeman, zeilden gezamenlijk op de 4 april uit deze haven (Sydney) naar Batavia. In de nacht van de 21ste strandden beide bodems op het Kenn Rif, omstreeks 300 mijlen noordoostwaarts van Port Curtis. De gezagvoerder en bemanning van de HESTER, die met de JENNY LIND te Sydney aankwamen, hadden slechts de tijd gehad de boten te strijken, alvorens het schip zonk. Zij roeiden onmiddellijk naar de DOELWIJK maar vonden die bodem verlaten en haar boten vertrokken. Daarop stelden zij koers naar Port Curtis, waar zij, na tien dagen op zee geweest te zijn, aankwamen.

Afbeelding
Datum 15 december 1854
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 december. Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, hebben in hun vergadering van de 11e dezer besloten te doen uitreiken, als:
- De grote zilveren medaille, en NLG 50 om onder zijne equipage te verdelen, aan Paul R. Schmit, voerende het Deense galjasschip FALKEN, te huis behorende te Flensburg, voor op de 21e november l.l. ter hoogte van de Maas in stormweer en met bijzondere moeite en gevaar te redden de bemanning van de in een zinkende staat verkerende Nederlandse kof, genaamd SJEUKE BOON, gevoerd door kapitein B.H. Bultje, van Pekel-A (opm: zie NRC 271154), en hem te Vlissingen aan wal te zetten.
- De grote zilveren medaille aan Arij Borstlap Czn, voor de onder zijn geleide volbrachte redding; NLG 5 aan ieder persoon, die de eerste maal de reddingboot bemand hebben, en NLG 15 aan ieder dergenen, die de redding volvoerden der passagiers (opm: zie o.a. NRC 301154), behorende tot het op de buitenkant der Westplaat gestrande Engelse stoomschip EARL OF DOUGLAS, komende van New Castle en bestemd naar deze stad.
- De zilveren medaille aan E. Krabb, gezagvoerder van het Deense brikschip COURIER, voor het op zijn reis van Sydney naar Java redden of opnemen der equipage (opm: zie o.a. NRC 040954), welke reeds hare toevlucht tot de boten had genomen, van het Nederlandse barkschip DOELWIJK, hier ter stede te huis behorende, op de 21e april op het Kenn-rif, in de Stille Zuidzee gestrand en totaal verbrijzeld, en hen de 3e juni te Batavia aan wal te zetten.
- De zilveren medaille aan P. Vernes, voerende de Nederlandse schoener MERWESTROOM, voor het op de 25e november l.l. op 55º03’ NB 04º09’ OL redden der equipage van de in een mastloze en zinkende staat verkerenden Noorse schoener HERCULES, kapitein Ch. Gabrielsen, te huis behorende te Drobak, bestaande in acht schepelingen, en hun veilig met zich naar Dordrecht te voeren.
(opm: zie NRC 301154)
- en NLG 25 aan schipper Jan de Nooijer van Arnemuiden, voor het redden van een gedeelte der equipage van het Belgische vissersvaartuig MELANIE, gevoerd door François Dupré, te huis behorende te Ostende, op de Zeehondenplaat gestrand en hen veilig te Burghsluis aan land te zetten.
(opm: zie NRC 251154)

Afbeelding