Inloggen
BATAVIER II - ID 838


Kroniekberichten

Datum 26 augustus 1897
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 augustus. De 17e dezer is te Dundee van de werf der firma Gourlay & Co te water gelaten het stalen schroefstoomschip genaamd BATAVIER II. Dit is het eerste van de twee nieuwe boten die door genoemde firma worden gebouwd voor de Nederlandsche Stoombootmaatschappij te Rotterdam. Het schip is bestemd voor de dienst op Londen en wordt in de hoogste klasse van Bureau Veritas opgenomen. Het is lang 244 voet, breed 33 voet en 6 duim en 16 voet hol, metende ongeveer 1140 ton. De machine is van het viervoudige expansion systeem en de ketels zijn vervaardigd op een stoomdruk van 170 pond per vierkante Engelse duim.

Afbeelding
Datum 28 september 1897
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Dundee, 20 september. De 14e dezer werd van de werf der firma Gourlay Bros. & Co alhier te water gelaten het voor rekening van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Rotterdam nieuwgebouwde stoomschip BATAVIER III, een zusterschip van de BATAVIER II, dat op dezelfde werf werd gebouwd en spoedig voor de vaart gereed is. Beide schepen hebben een inhoud van 1140 ton; zijn 244´ lang, 33½´ breed en 16´ diep.

Afbeelding
Datum 13 oktober 1897
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Rotterdam, 11 oktober. Gisteren arriveerde hier het nieuwe stoomschip BATAVIER II (1140 ton) door de firma Gourlay Bros te Dundee van staal gebouwd voor rekening van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij en bestemd voor de dienst Rotterdam-Londen. De op 5 oktober gehouden proeftocht leverde een snelheid van 13,5 knopen op. De BATAVIER III is thans nog bij de zelfde bouwmeesters in aanbouw.

Afbeelding
Datum 17 oktober 1897
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Het nieuw gebouwde stoomschip BATAVIER II zal zondag 17 oktober van 10 ure voorm. tot 4 ure nam. voor belangstellenden ter bezichtiging zijn tegen betaling van 25 cents per persoon, ten bate ener liefdadigheidsinstelling. Ligplaats: Boompjes, tegenover de Groote Draaisteeg.

Afbeelding
Datum 23 november 1897
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 22 november. Het Nederlandse schip BATAVIER II, van hier naar Rotterdam, is op de Theems bij Limehouse tijdens mist in aanvaring geweest met het aldaar aan de boeien liggende stoomschip FORTH, hetwelk daardoor enige schade leed. De BATAVIER II leed weinig of geen schade.

Afbeelding
Datum 17 september 1899
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Northfleet, 15 september. Aan boord van het stoomschip BATAVIER II, bestemd naar Rotterdam, is gisteren namiddag ten 5 ure bij het afstomen der rivier bij Tilburyness Point het stuurtoestel gebroken, waardoor, ten einde te vermijden dat het stoomschip hier aan de grond dreef, men genoodzaakt was te ankeren; ten 7 ure was het stuurtoestel weder in orde en werd de reis voortgezet.

Afbeelding
Datum 07 april 1900
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 6 april. Het stoomschip BATAVIER II, dat hedenochtend tijdens dikke mist voor de stad kwam, voer tegen het rijnschip ELISABETH, dat langszijde lag van de Newcastle-boot. Het rijnschip kreeg daardoor belangrijke schade en is naar de Parkhaven gesleept om over te laden.

Afbeelding
Datum 20 juni 1901
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Rotterdam, 19 juni. Er is brand uitgebroken in het aan de Boompjes liggende stoomschip BATAVIER II van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. Bij de lossing van het van Londen gekomen stoomschip BATAVIER II sloegen hedenmorgen eensklaps de vlammen uit de in het voorruim gestuwde balen hennep, vermoedelijk tengevolge van zelfontbranden. Toen het onmogelijk bleek met eigen middel het vuur te blussen kwam de drijvende stoomspuit van de gemeente met twee slangen langszijde, terwijl van landzijde een drietal handspuiten hulp verleenden. Door het voorruim, waar men inmiddels met de lossing was voortgegaan, half vol water te pompen werd de brand geblust. Het stoomschip had 900 balen hennep geladen, waarvan de grootste helft door vuur of water beschadigd is. Het stoomschip zelf leed geen schade van betekenis.

Afbeelding
Datum 21 november 1903
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Charlton, 19 november. Gisteren kwam het stoomschip BATAVIER II, de rivier afstomend, in Bugsby Reach in botsing met vaartuigen, die door de sleepboot HARTON werden gesleept. De met kolen geladen barge ZEALOT is gezonken, en de HONFLEUR en HIGHGATE werden beschadigd. De BATAVIER II zette de reis voort en arriveerde 19 dezer te Rotterdam.

Afbeelding
Datum 15 augustus 1904
Krant DS - Dagblad Scheepvaart

Londen, 15 augustus. Het Nederlandse stoomschip BATAVIER II, uitgaande naar Rotterdam, is hedenmorgen bij Wapping in aanvaring gekomen met het Engelse stoomschip SYRIA komende van Boulogne. De schade was gering en de BATAVIER II heeft de reis vervolgd.

Afbeelding
Datum 30 december 1904
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Maassluis, 29 december. Het Nederlandse stoomschip BATAVIER II, van Londen naar Rotterdam bestemd, geraakte hedenmorgen tijdens dikke mist in het Bokkegat aan de grond. Uit het achterruim werd een klein gedeelte der lading, een partij lompen, overboord geworpen, doch toen blazers van Goeree kwamen, werd de lading daaraan overgegeven. Met de eerste blazer werden de 24 passagiers te Hoek van Holland geland. Het vaartuig kwam tegen hoog water aan de grond en zit vrij hoog.

Afbeelding
Datum 30 december 1904
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Maassluis, 29 december. Hedenavond 7 uur 15 minuten kwam de BATAVIER II de Nieuwe Waterweg binnenstomen. Het schip en de machine waren, voor zover na te gaan, geheel onbeschadigd. Het schip heeft tegen de steile kant van de Hinderrug gezeten en met slechts 4 voet bij laag water (opm: de NRC spreekt over hoog water, waarschijnlijk is dit bedoeld) aan de binnenzijde van het schip, zodat geen der sleepboten nabij kon komen. Bij het nogal hoge avondtij kon de sleepboot KATWIJK tot op 100 vaam van de BATAVIER II komen en werd te ongeveer 5 uur 30 minuten door de stoomreddingboot een tros van de BATAVIER II naar de KATWIJK overgebracht, terwijl het stoomschip zelf op een sedert uitgebracht anker tegelijk begon te trekken. Te 7 uur geraakte de BATAVIER II vlot en stoomde met eigen middelen naar Rotterdam op. Ongeveer 10 blazers hebben een deel der lading overgenomen.

Afbeelding
Datum 23 mei 1905
Krant DS - Dagblad Scheepvaart
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Wapping, 22 mei. Het Nederlandse stoomschip BATAVIER II op reis van Londen naar Rotterdam is nabij Canada Wharf (opm: Rotherhithe, Theems) in aanvaring gekomen met de barge FIVE SISTERS uit Rochester. De barge, geladen met stenen, is gezonken. De opvarenden zijn gered.

Afbeelding
Datum 27 april 1906
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ontleend aan het jaarverslag over 1905 van Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij N.V, Rotterdam: De stoomschepen MAUD CASSEL, SKANDIA en GRÄNGESBERG vonden, evenals in 1904, geregeld emplooi in de Zweedse ertsvaart. Verkocht werd het stoomschip SKANDIA onder verlenging voor een reeks van jaren van de overeenkomst voor het vervoer van erts van Zweden naar Rotterdam. Het stoomschip TEUTONIA vond emplooi in de algemene vrachtvaart, evenals de stoomschepen HISPANIA en RHENANIA in de vaart op Noord Spanje. Het stoomschip IBERIA voer in de geregelde vaart Rotterdam – St. Petersburg, terwijl het stoomschip CALEDONIA de dienst op Aberdeen en Middlesbrough onderhield. De stoomschepen BATAVIER IV en BATAVIER V voeren, met de aan de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij toebehorende stoomschepen BATAVIER I, BATAVIER II en BATAVIER III op Londen en de BATAVIER VI op Hamburg. In de loop van 1905 werd aan de firma Rijkee & Co alhier de bouw opgedragen van een motortankschoener, groot 500 ton, voor het vervoer van petroleum van Hamburg naar Oostzee-havens. De bruto winst bedraagt NLG 529.806,61 (1904: NLG 449.486,61) Voorgesteld wordt om over 1905 een dividend van 7% (1904: ook 7%) uit te keren.

Afbeelding
Datum 12 maart 1910
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf.
In het verslag over 1909 van Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf alhier, zegt de directie, dat, evenals in vorige jaren, in 1909 de werkzaamheden wederom toenamen. In verband met de steeds toenemende werkzaamheden, werd voor de afdeling scheepsbouw een nieuwe werkplaats van 60,00 meter x 40,00 meter gebouwd en in gebruik genomen, terwijl het aantal werktuigen van deze en de andere afdelingen aanzienlijk werd vermeerderd, teneinde de productie te bespoedigen. Verdere uitbreidingen zijn nog in gang. Van het dok werd in 1909 gebruik gemaakt door 198 (153) zeeschepen, metende 658.408 (519.007) register tonnen, met 379 (345) hellingdagen. Van de hellingen werd in 1909 gebruik gemaakt door 99 (v.j. 110) zeeschepen, metende106.718 (121.382) register tonnen met 379 (345) hellingdagen. Totaal werden dus 297 (268) zeeschepen, metende 765.123 (640.389) register tonnen gedokt en gehellingd, zijnde 124.734 register ton of bijna 20 procent meer dan in 1908. Bovendien werden 30 zeeschepen metende 90.983 register tonnen in de dokken van de gemeente Rotterdam behandeld. Verder werden 242 rivierschepen gehellingd met 665 hellingdagen.
De afdeling scheepsbouw leverde in 1909 af de motorboot EDITH, de stoomschepen M.O.P. 112B en M.O.P. 113B, een drijvende bok en een transportvaartuig voor eigen gebruik, de stoomschepen MENGGALA en DONGGALA en de hekwieler BAMANIA. Bovendien werd het stoomschip BATAVIER II verlengd en verbouwd. De afdelingen machinebouw en ketelmakerij leverden af de 7 machines en 7 ketels voor bovengenoemde schepen; verder 5 machines en 3 ketels voor andere schepen, een en ander met een totaal van circa 3.080 ipk. Bovendien werden door de ketelmakerij nog 14 nieuwe ketels afgeleverd.
Op 31 december 1909 waren nog onder handen of in bestelling in de afdeling scheepsbouw het stoomschip PRINSES JULIANA voor het Departement van Koloniën, een profiel- en bakkenzuiger, een zeesleepboot, een riviersleepboot voor eigen rekening nodig voor het dokbedrijf en twee pontons voor graanelevators, welk aantal bij het uitbrengen van het verslag is verhoogd tot 6; verder de verlenging en verbouwing van het stoomschip BATAVIER III. In de afdelingen machinebouw en ketelmakerij waren nog onderhanden of in bestelling de 4 machines met een totaal vermogen van 1.650 ipk en de 14 ketels voor bovengenoemde vaartuigen en een machine van 650 ipk met daarbij behorende ketel voor een Rijnsleepboot.
Aan arbeidsloon werd in 1909 uitbetaald NLG 945.938 tegen NLG 827.039 in 1908. De balans sluit met een totaalcijfer van NLG 3.589.866 (v j. NLG 3.470.408). Onder de activa primeren o.a. terreinen met NLG 1.000.000, fabrieksgebouwen enz. met NLG 460.000 (NLG 525.000), machinerieën en gereedschappen met NLG 175.000 (NLG 170.000), aandelen Mij. tot expl. van Wilton's Droogdok, NLG 360.000 (NLG 350.000). Mij. tot expl. van Wilton's Droogdok, (rek. crt) met NLG 165.878 (NLG 232.427), kas en kassiers met NLG 180.746 (NLG 270.132), diverse debiteuren met NLG 517.626 (NLG 421.645), voorraad grondstoffen en materiaal met NLG 124.377 (NLG 112.958) en werken onderhanden met NLG 428.590. Daartegenover staan o.a. de volgende posten: kapitaal NLG 1.250.000, 4½ procent, lening anno 1901 NLG 1.090.000 (NLG 1.130.000), reservefonds NLG 556.725 (NLG 422.172), diverse crediteuren NLG 193.582 (NLG 183.044), Swan, Hunter & Wigham Richardson Ltd. NLG 121.000 (NLG 217.800) en ontvangen termijnen op onafgewerkte contracten NLG 112.228 (NLG 21.320). In de toelichting merkt de directie op, dat op terreinen evenmin als vorige jaren afgeschreven is, daar aangrenzende, minder gunstig gelegen terreinen, voor hogere prijs verkocht zijn, dan waarvoor deze terreinen geboekt staan. Afschrijvingen op aandelen Mij. tot expl. van Wilton’s Droogdok had evenmin plaats, daar deze Mij. in de 2 jaar en 4 maanden, dat het drijvend dok bestaat, NLG 145.562 of 22 pct. van de oorspronkelijke waarde van het dok heeft afgeschreven. De post werken onder handen is slechts belast met de werkelijke uitgaven voor arbeidsloon en materiaal. Het overschot van de bedrijfsrekening bedraagt NLG 686.754 (NLG 671.211). De onkosten als salarissen, steenkolen, enz. vorderen NLG 255.880 (NLG 248.526), zodat er een saldowinst ter afschrijving en ter verdeling overblijft van NLG 430.874 (NLG 422.865). Voor afschrijvingen op fabrieksgebouwen, hellingen, havens, machinerieën, effecten, enz. wordt NLG 162.188 (NLG 147.480) bestemd, terwijl aan de speciale reserve voor verschil in dokgelden NLG 6.597 wordt toegevoegd. Evenals verleden jaar wordt voorgesteld aan aandeelhouders het bij de statuten maximum-dividend van 5 procent uit te keren en het restant, na aftrek van tantièmes en de bedrijfsbelasting NLG 141.098 (NLG 134.552) bedragende, in het credit van de reserverekening over te brengen, welke alsdan stijgt tot NLG 556.725 (NLG 422.173).

Afbeelding
Datum 13 juni 1910
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Whitstable, 11 juni. Terwijl het schip SPARKLING FOAM 9 juni in het Prince’s Channel voor anker lag, is het aangevaren door het stoomschip BATAVIER II. Met belangrijke schade is het vaartuig hier aangekomen.

Afbeelding
Datum 19 juli 1910
Krant AH - Algemeen Handelsblad

De Raad voor de Scheepvaart onderzocht heden de scheepsramp op 9 juni 1910 op de Theems overkomen aan het stoomschip BATAVIER II, kapitein T. Swart, Rotterdam, eigenaar de firma Müller & Co. aldaar. De kapitein verklaarde, de 8e juni was de BATAVIER II uit Rotterdam vertrokken. In de avond werd langzaam gestoomd daar er mistvlagen kwamen opzetten. De 9e bij het opvaren van de Theems werd de kapitein door het vuurschip gewaarschuwd dat anderhalve mijl vooruit links een driemastschoener lag. Om de mist werd uiterst langzaam gestoomd, beurtelings zelfs gestopt. Op de plaats waar het schip werd aangeduid lag geen schip. Ongeveer een mijl verder de rivier op, terwijl de BATAVIER II voortdurend de mistsignalen liet horen en met hoogstens 20 slagen in de minuut voer, kwam plotseling de schoener in het gezicht en eerst toen werd gelui gehoord. Bijna onmiddellijk daarna stootte de BATAVIER II tegen het Engelse schip zonder — naar de kapitein waar nam — beduidende schade te veroorzaken. De rederij betaalde GBP 425 schadeloosstelling aan de Engelse maatschappij, hetgeen de kapitein zeer hoog vond. Deze achtte GBP 50 meer dan voldoende. Van de schoener werden geen signalen gehoord voor de aanvaring plaats had. De stuurman, de heer J. Boerstra en de uitkijk, de heer D. Klopstra, bevestigden de verklaringen van de kapitein. Uitspraak volgt later.
(opm: zie ook NRC 130610 en NRC 210710)

Afbeelding
Datum 21 juli 1910
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad heeft heden uitspraak gedaan inzake de aanvaring tussen de BATAVIER II, van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij onder directie van de firma Wm.H. MüIler & Co. te Rotterdam, met een Engelse driemastschoener, die in de Theems op stroom lag. De aanvaring had plaats in de namiddag van 9 juni, toen de BATAVIER II op reis was van Rotterdam naar Londen.
De Raad nam in zijn vonnis aan, dat op de BATAVIER II met het nodige beleid en de nodige voorzichtigheid is gevaren, zodat de gezagvoerder, de heer T. Swart, geen verwijt kan treffen. Het is mogelijk, dat de geluidseinen van de Engelse schoener op de BATAVIER II niet gehoord konden worden, maar dat ze gegeven zijn, is niet gebleken.

Afbeelding
Datum 26 augustus 1910
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Rechtszaken. Met de St.-Ct. no. 199 is verzonden de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart, betreffende het ongeval op 8 juni 1910 overkomen aan het stoomschip BATAVIER II, opgenomen onder no. 37, in het afzonderlijk bijvoegsel ‘Verslagen en Rapporten’.

Afbeelding
Datum 11 november 1910
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Rotterdam, 10 november. De uitgaande Londenboot BATAVIER II is gisteravond ter hoogte van boei 13 in aanvaring geraakt met het met hout en palmpitten beladen Rijnschip COBLENZ, dat zware lekkage bekwam en om zinken te voorkomen naar de Maashaven werd gesleept, waar het door de sleepboot ROLAND van de S.H.V., wordt lens gepompt.

Afbeelding
Datum 15 juni 1911
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Wapping, 13 juni. Het stoomschip BATAVIER II is heden bij Butler's Wharf, achteruit stomend om een lichter te mijden, in aanvaring gekomen met de sleepboot WASP, die midscheeps aan de bakboordzijde werd getroffen en te South Devon op strand werd gezet, waar ze nu is gezonken. Het stoomschip heeft blijkbaar geen schade.

Afbeelding
Datum 28 juni 1911
Krant NNO - Nieuwsblad van het Noorden
Type bericht Schepen in lading

Zeeliedenstaking. Gisteravond zijn er met de Duitse trein van 7 u. 58 min. aan het Weesperpoort station te Amsterdam 25 werkwilligen, allen Duitse zeelieden, aangekomen. Zij waren bestemd voor de Stoomvaart Mij. „Nederland". In een gereserveerde wagon, waarin ook een politie-inspecteur en enige agenten plaatsnamen, en waarin geen andere reizigers werden toegelaten, werden zij verder vervoerd naar het Centraal station. Het perron, waarvoor de trein binnenkwam, was afgezet, zodat de stakers, die bij het station hadden post gevat, met de werkwilligen geen contact konden krijgen. Hetzelfde was het geval aan het Centraal station. Hier waren uitgebreide politiemaatregelen genomen, evenals op de De Ruyterkade, waar een grote mensenmenigte zich had verzameld, die op een eerbiedige afstand werd gehouden, toen de werkwilligen zich onder sterk escorte naar het sleepbootje begaven, dat aan een van de steigers gemeerd lag. Van hier voeren zij onmiddellijk naar de emplacementen van de Maatschappij „Nederland" aan de IJkade, waar zij voorlopig gelogeerd worden. Te 5 uur gisterennamiddag is het stoomschip BATAVIER V met een nieuwe bemanning van de wal aan de Boompjes te Rotterdam naar Londen vertrokken. Van die bemanning was aan dek niets te bespeuren. De stuurlieden haalden de trossen in en de kapitein stond op de brug. Heel rustig had een groot aantal stakers al een uur tevoren post gevat op de trottoirs tegenover het op vertrek liggende stoomschip. Van de bemanning van de BATAVIER II, gisteren binnengekomen, is de monsterrol afgelopen. Zij heeft het stoomschip verlaten en wenst niet opnieuw te monsteren. Het stoomschip CARL LEHNKERING is gisterennamiddag met een voltallige bemanning naar zee vertrokken. Van de Duitsers, die gistermorgen uit Hamburg te Rotterdam zijn aangekomen om op verschillende schepen te monsteren, zijn er zestien gebracht op het stoomschip TEUTONIA. Zij dachten te monsteren tegen een gage van NLG 42 tot NLG 45 per maand, doch toen het gisterennamiddag op monsteren aankwam, bleek hun, dat de gage NLG 33 was. Vijftien van deze Duitsers hebben daarop de TEUTONIA verlaten en zijn gegaan naar het kantoor van de zeemansvereniging „Volharding". Het stoomschip TEUTONIA moest heden naar zee vertrekken. Het bestuur van de Zeeliedenbond te Antwerpen heeft te 12 uur gistermiddag een onderhoud gehad met de minister van Arbeid in verband met de staking, teneinde een herziening te verzoeken van de wetgeving op het arbeidscontract van de zeelieden. De minister heeft medegedeeld, dat hij zeer spoedig een wetsontwerp zal indienen.
In de vergadering van gisteravond te Antwerpen werd besloten dat het comité van verweer van de zeelieden zich heden naar de reders zou begeven. Indien zij geen verhoging van loon krijgen, zal de algemene staking worden verklaard. De dokwerkers zijn solidair met de zeelieden.
De stakers te Hull dreigen, dat zij, tenzij vandaag een regeling wordt getroffen, het spoorwegpersoneel in de beweging zullen betrekken. De politie is versterkt in de stad, waar een buitengewone opwinding heerst. De stakers belemmeren de scheepvaart en weigeren toestemming te geven tot lossen van de ladingen. Al de voornaamste treinen van de havens zijn ingetrokken. Blijkens een bericht uit Sunderland heeft de staking van de TEUTONIA bootwerkers daar de scheepvaart volkomen stil gelegd. 300 arbeiders in de houtloodsen hebben, uit solidariteit met de stakers, het werk neergelegd.

Afbeelding
Datum 01 november 1911
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 31 oktober. Het Nederlandse stoomschip BATAVIER II heeft op de Theems
met de schroef tegen een steiger geslagen. De schade is onbekend.

Afbeelding
Datum 16 september 1915
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 15 september. Volgens een Lloyds bericht is het naar Rotterdam bestemde Nederlandse stoomschip BATAVIER II in aanvaring geweest met het stoomschip MODESTA van Christiania. De BATAVIER II zette ogenschijnlijk onbeschadigd de reis voort. De MODESTA heeft enige averij. (De BATAVIER II is 14 sept. van Londen te Rotterdam aangekomen).

Afbeelding
Datum 17 september 1915
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 16 september. Het stoomschip BATAVIER II lag tijdens de aanvaring met het stoomschip MODESTA geankerd. Er is enige schade aan de steven, doch ze is van dien aard, dat er geen stagnatie in het bedrijf door zal worden veroorzaakt. Het stoomschip MODESTA heeft schade aan stuurboord boeg ter hoogte van de machinekamer en maakt een weinig water. (opm: zie ook RN 160915)

Afbeelding
Datum 21 mei 1916
Krant AH - Algemeen Handelsblad
Type bericht Schepen in lading

Wm. H. Müller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam.
Aan het verslag over het jaar 1915 ontlenen wij het volgende:
Aangezien het gehele bedrijfsjaar onder de invloed van de oorlog stond, kwam in het algemeen geen verandering in de reeds in het vorig jaarverslag vermelde omstandigheden. De dienst op Londen bleef niet in volle omvang, doch zonder noemenswaardige onderbreking gehandhaafd. Wel werd, zoals reeds in ons vorig jaarverslag vermeld, het stoomschip BATAVIER V in maart naar Zeebrugge opgebracht, doch de door ons uitgesproken verwachting, dat vrijspraak door het Prisengericht te Hamburg zou volgen, werd bewaarheid. De dienst op Middlesbrough vond met tussenpozen plaats naar gelang van het aanbod van lading; naar Aberdeen staakten wij de dienst wegens gemis aan voldoende vracht; het stoomschip CALEDONIA, voor deze dienst bestemd, vond geregeld emplooi in de vaart op Hull.
Naar Noord-Spanje onderhielden wij geregelde afvaarten. Onze grote ertsstoomschepen bleven in de graanvaart van Noord- en Zuid-Amerika tegen zeer lonende vrachten. Daarentegen ligt het stoomschip ADMIRAAL DE RUIJTER nog steeds in Novorossisk opgesloten.
Onze dienst op Luik, die tot nog toe een afzonderlijke maatschappij vormde en zeer bevredigende resultaten opleverde, werd met het oog op de toestand in België, onder de vlag van onze vennootschap gebracht. Dit bedrijf leed echter buitengewoon onder de oorlog.
Het stoomschip BATAVIER I, gebouwd voor de Bordeaux-dienst, bij welke wij zijn geïnteresseerd, kwam in de loop van 1915 in de vaart en voldoet in alle opzichten aan de gestelde eisen. Het stoomschip HOLLANDER, dat tot nog toe deze dienst waarnam, werd tegen goede prijs verkocht. Onze deelneming bij derden omvat thans zo goed als het gehele aandelenkapitaal van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, van wie de stoomschepen BATAVIER II en BATAVIER III met onze stoomschepen BATAVIER IV en BATAVIER V samen de Batavier-Lijn vormen. Ook is onze vennootschap sedert jaren sterk geïnteresseerd bij graanelevatoren in Nederland en Roemenië. Dit bedrijf was tot nog toe zeer lonend, doch stond in 1915 zo goed als geheel stil. In mindere mate, maar toch zeer belangrijk, leed het bedrijf aan de St. Jobshaven te Rotterdam, waarbij wij — zoals in het vorig jaarverslag vermeld — eveneens zijn geïnteresseerd. Heeft de veelzijdigheid van ons bedrijf ons in staat gesteld vanaf de oprichting van onze vennootschap in 1899 steeds een bevredigend dividend uit te keren naast behoorlijke afschrijvingen en reserveringen, zo heeft zij in het afgelopen jaar er toe geleid, dat niet zulke buitengewone winsten konden worden behaald als door andere stoomvaartmaatschappijen. Toch blijft het eindresultaat zeer bevredigend. Hoewel niet onder dit boekjaar vallende, mag niet onvermeld blijven, dat wij intussen aan de Holland-Amerika-Lijn onze stoomschepen GRANGESBERG en BLÖTBERG verkochten. Deze schepen waren speciaal voor de ertsvaart van Zweden gebouwd. Na afloop van de oorlog evenwel is verder emplooi in deze vaart twijfelachtig, aangezien de betrokken mijnmaatschappij eigen stomers heeft aangeschaft. Ter toelichting van de cijfers van de winst- en verliesrekening en van de balans dient het volgende: Afschrijvingen. Wij stellen voor op de eigen vaartuigen van de Vennootschap NLG 369.326 en op de deelneming bij derden NLG 77.001 af te schrijven.
Waar, met een enkele uitzondering, de maatschappijen bij welke wij geïnteresseerd zijn, zelf voor behoorlijke afschrijving zorgden, achten wij het voorgestelde bedrag ruim voldoende.
De bezittingen van de Vennootschap komen dan met NLG 4.700.000 te boek te staan. Het Buitengewone Reservefonds bedroeg per 1 januari1915 NLG 250.000, hierbij komt de rente ad NLG 10.000, wordt NLG 260.000. Uit dit fonds zijn te bestrijden de buitengewone reparaties ten bedrage van NLG 106.885, zodat een saldo blijft van NLG 153.114.
Met het oog op de vierjaarlijkse survey van enige van onze stoomschepen stellen wij voor uit het winstsaldo hieraan toe te voegen NLG 146.885, zodat dit fonds dan komt op NLG 300.000. Het Reservefonds bedroeg per 1 januari1915 NLG 290.000, hierbij komt de gekweekte rente NLG 11.486, wordt NLG 301.486.
Volgens art. 19 van de statuten moet minstens 10% van de overwinst, in dit geval NLG 133.926, in het Reservefonds worden gestort. Wij stellen voor dit bedrag te verhogen op NLG 148.513, waardoor dit fonds stijgt tot NLG 450.000. Het Assurantiefonds bedroeg per 1 januari1915 NLG 375.000, hierbij komen de in 1915 bijgeboekte premies en rente na aftrek van betaalde schadevergoeding NLG 52.741, wordt NLG 427.741. Wij geven in overweging uit het winstsaldo hieraan toe te voegen NLG 22.258, zodat dit fonds stijgt tot NLG 450.000.
Belegd Reservefonds. De belegging van het hiervoor in aanmerking komende bedrag geschiedde op de gewone wijze. Het gehele fonds is belegd in obligaties van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en 's-Gravenhage, div. staatsfondsen, spoorwegobligaties en pandbrieven. Rente. Het saldo ad NLG 22.290 vertegenwoordigt het bedrag van de tot 31 december 1915 verschuldigde min de gekweekte rente.
Vinden onze voorstellen instemming, dan zou dus van het totale winstcijfer NLG 2.638.963 in de eerste plaats in mindering komen: Saldo van de Renterekening NLG 22.290, saldo van de onkostenrekening NLG 19.772, blijft NLG 2.596.900, en hiervan worden afgevoerd: a. als directe afschrijving op de bezittingen NLG 446.327, b. koersverlies Belegd Reservefonds NLG 43.194, c. naar buitengewoon reservefonds NLG 146.885, d. naar Reservefonds NLG 148.513, e. naar Assurantiefonds NLG 22.258, f. naar Reserve voor Oorlogswinstbelasting NLG 400.000, NLG 1.207.179, zodat als beschikbaar winstsaldo overblijft NLG 1.389.721.
Wij geven verder in overweging aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te stellen het dividend over het jaar 1915 te bepalen op 20%. Hiervan ontvingen aandeelhouders reeds krachtens art. 18 van de statuten, als uitdeling op rekening, 8%, zodat een slotdividend van 12 % zou zijn uit te keren. Voor de voorgestelde uitkering, tantièmes aan directie en raad van commissarissen, uitkering aan houders van oprichtersaandelen en rijksinkomstenbelasting zijn nodig NLG 990.340. Er blijft alsdan een onverdeeld winstsaldo, op rekening van 1916 over te dragen, van NLG 399.380.
Op de balans per 1 januari 1916 komen voor onder de activa: Vaartuigen en deelnemingen NLG 4.700.000 (v. j. NLG 4.750.000); bedrijfsoverschotten en uitkeringen (nog te ontvangen) NLG 144.096 (NLG 156.271); beschikbare geldmiddelen NLG 2.912.269 (NLG 1.842.006); belegd reservefonds NLG 246.546 (NLG 259.709); rente belegd reservefonds (nog te ontvangen) NLG 2.311 (NLG 1.928); averijen (nog te verrekenen) NLG 13.945 (NLG 24.595); en bedrijfsrekening 1916 (vooruitbetaalde premies, voorschotten aan kapiteins, enz.) NLG 50.729 (NLG 71.452). En onder de passiva: maatschappelijk kapitaal NLG 4.000.000 (als v.j.); obligatielening NLG 1.392.000 (NLG 1.454.000); buitengewoon reservefonds NLG 300.000 (NLG 250.000); reservefonds NLG 450.000 (NLG 290.000); assurantiefonds NLG 450,00 (NLG 375.000); rente (nog te betalen) NLG 15.660 (NLG 16.357); dividendbewijzen en coupons (nog niet aangeboden) NLG 12.797 (NLG 3.725); uitgelote obligaties (nog niet aangeboden NLG 1.000 (—); rekening van uitdeling: aandeelhouders (slotdiv.) NLG 480.000; directie, commissarissen, oprichtersaandelen NLG 140.000 (v.j. tantièmes NLG 20.000); Rijksinkomstenbelasting NLG 29.060 (v.j. bedrijfsbelasting NLG 11.612); reserve voor oorlogswinstbelasting NLG 400.000 (—); winst en verlies, onverdeeld saldo NLG 399.380 (NLG 365.269).

Afbeelding
Datum 26 september 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BATAVIER II opgebracht.
De Batavierdienst, die een geregeld en druk verkeer op Londen onderhoudt, is niet fortuinlijk. In het vorig jaar werd de BATAVIER V naar Zeebrugge opgebracht en later losgelaten. Doch de 16e mei van dit, jaar liep het schip op een mijn en ging verloren.
De 24e januari werd de BATAVIER III door een aanvaring ernstig beschadigd en nu is zondagochtend de BATAVIER II door Duitse torpedoboten aangehouden en naar Zeebrugge gebracht. In de nacht van zaterdag op zondag had het schip Hoek van Holland verlaten, geheel geladen en met nog een aanzienlijke deklast. Bijna de helft van de lading was contrabande, de rest stukgoed. Het merendeel van de contrabande was levensmiddelen.
Men verzekert ons dat het percentage van de lading in contrabande niet de 50 haalt en dit is geruststellend, wijl, als de contrabande slechts 50¼% van de lading bedraagt, het schip prijs verklaard wordt en dus voor de Batavierdienst verloren is.
Er moet in de laatste tijd weer druk gespioneerd zijn, wat bij de open aanlegplaats van de Batavierboten aan de Boompjes nogal gemakkelijk gaat. Vermoedelijk waren dus de Duitsers goed op de hoogte van de lading van de BATAVIER II en hebben zij het schip in zee opgewacht.
Naar Wolff uit Berlijn meldt, bevinden zijn onder de 38 passagiers van de BATAVIER II vier Russen, die klaarblijkelijk, uit gevangenkampen ontsnapt waren.

Afbeelding
Datum 27 september 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BATAVIER II opgebracht.
De reeds gisteren gemelde aanhouding van de BATAVIER II had zondagmorgen om 6 uur plaats, omstreeks 6 mijlen ten westen van het vuurschip Maas, door de Duitse onderzeeër UB 6, een oud model-boot. Nadat de papieren waren nagezien, waaruit bleek, dat het schip contrabande aan boord had, kwam een Duitse stuurman op de BATAVIER II, die het commando van de gezagvoerder, kapitein J. Zwart, overnam en het schip koers deed zetten door het mijnenveld naar Zeebrugge. Een Duitse matroos assisteerde hem daarbij. Er werden ook maatregelen genomen om het schip in geval van nood te doen zinken terwijl passagiers en bemanning opdracht kregen om zich gereed te maken het schip binnen 5 minuten te kunnen verlaten. Een Nederlandse torpedoboot was in de buurt toen het schip werd aangehouden. Aan boord van dit schip stonden hij het praaien alle mannen opgesteld. De commandant van de duikboot was zeer beleefd, maar beriep zich op zijn recht, bewerend, dat het schip contrabande vervoerde. Hij verklaarde dat het schip zelf na lossing vrijgelaten zou worden.
De BATAVIER II, die sneller varen kon dan de onderzeeboot, nam deze op sleeptouw. Het was een zeer gevaarlijke reis naar Zeebrugge, want een Engelse monitor bombardeerde de Vlaamse kust en de granaten vlogen over de BATAVIER II heen, waarvan de bemanning en passagiers van zwemgordels werden voorzien. Toch kwamen zij behouden te Zeebrugge aan, waar de Duitsers onmiddellijk de levensmiddelen, tot de deklading behorend, van boord begonnen te halen. De passen van de passagiers waren op de reis reeds nagezien en toen zij te Zeebrugge kwamen, werden zij naar Brugge gebracht, waar zij de avond op het politiebureau en de nacht in een kamp hebben doorgebracht. De kapitein van de BATAVIER II, de eerste stuurman, de eerste machinist en de hofmeester zijn aan boord achtergebleven. Behalve de vier Russen, die uit een Duits gevangenenkamp waren ontvlucht, is een passagier, die zich voor een Amerikaan uitgaf, doch een Engelsman bleek te zijn, gevangen genomen. Een Belgische vrouw met zes kinderen en een bejaarde Roemeense heer, die ook tot de passagiers behoorden, bleven vrijwillig te Brugge om op hun bagage te wachten en zullen daarna de terugreis naar hier aanvaarden. Twee passagiers zijn gisteren reeds vertrokken. De overigen zijn allen teruggekomen en gisteravond kwamen zij, 7 in getal en 24 leden van de bemanning met de trein van 10.37 aan het Beursstation hier aan.

Afbeelding
Datum 04 oktober 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een opvarende van de BATAVIER II, die verleden week door een Duitse onderzeeboot naar Zeebrugge werd opgebracht, vertelt dat de bemanning vreemd opkeek, toen zij in een bootsman van de onderzeeër een kastelein uit de Calandstraat herkende. Een geboren Duitser die perfect Hollands sprak en hun meedeelde dat, indien de onderzeeër geen defect aan zijn schroeven had gehad, hij de BATAVIER VI, die in zicht was, ook tegelijkertijd wel mee zou nemen. “Maar die krijgen wij ook wel", zei hij. Verder dat er onder de lading 1.000 kanarievogels waren, die te Zeebrugge hun vrijheid herkregen. Enkele leden van de bemanning brachten nog een paar vogeltjes mee naar Rotterdam.

Afbeelding
Datum 09 oktober 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Hervatting van de Rotterdam - Londen dienst.
De dienst op de Rotterdam - Londen Lijn, die na het opbrengen van de BATAVIER II was gestaakt, is hervat. Het stoomschip IMPORT van die lijn vertrok gisteravond van hier met stukgoed.

Afbeelding
Datum 14 november 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 november. De BATAVIER VI, zaterdag van hier naar London vertrokken is gisteren door een Duitse duikboot in volle zee aangehouden en naar Zeebrugge gebracht. De Batavierdienst, van wie de BATAVIER II nog in Zeebrugge ligt en de BATAVIER V op een mijn liep, heeft dus nu alleen nog de BATAVIER II en de BATAVIER IV voor het verkeer met Londen over. Voor een geregeld verkeer natuurlijk onvoldoende.

Afbeelding
Datum 14 november 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 14 november. Het stoomschip BATAVIER II wordt nog steeds door de Duitsers te Zeebrugge vastgehouden. Volgens de Tel. die meedeelt dat er geen kans bestaat, dat de BATAVIER II vooreerst zal worden vrijgelaten, heeft de Nederlandse Regering al het mogelijke gedaan. Het allereerst werd geïnformeerd naar de reden van het opbrengen. Dit werd gerechtvaardigd door het feit, dat de BATAVIER II conditionele contrabande aan boord had. Voorts werd meegedeeld, dat over het lot van het vaartuig door een prijzengerecht zou worden beslist. De Nederlandse Regering verzocht daarop om de BATAVIER II tijdens de behandeling van de procedure vrij te laten. Dit werd door de Duitse regering geweigerd. Sindsdien zijn door de Nederlandse Regering geen stappen meer ondernomen inzake de BATAVIER II.

Afbeelding
Datum 12 december 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Voor het Duitse prijsgerecht te Hamburg zijn gebracht: De stoomschepen ZEEAREND, ANTWERPEN en BATAVIER II; het motorschip ZEEMEEUW; de sleepboten ZUIDERZEE en GOUWZEE; de lichters S.C.C. 17 en S.C.C. 18. De termijn voor de indiening van een "Reklamationsschrift" bij het prijsgerecht is behaald; voor de ANTWERPEN op 3 maanden, de ZEEAREND en de ZEEMEEUW op 2 maanden, voor de overige op een maand.

Afbeelding
Datum 09 januari 1917
Krant AH - Algemeen Handelsblad
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

De Nederlandse Grote Scheepvaart in 1916. – Deel IV.
De Nederlandse scheepsbouwwerven waren in het afgelopen jaar, evenals die in de overige neutrale landen, overvloedig van orders voorzien. Verscheidene werven werden zelfs uitgebreid, terwijl andere die in normale tijden zich uitsluitend toelegden op de aanbouw van binnenschepen en Rijnvaarders, bij het uitblijven van orders hiervoor zeeschepen begonnen te bouwen. Geheel afhankelijk als de Nederlandse bouwers echter zijn van het buitenland ter bekoming van het nodige materiaal, geraakten zij door de lange duur van de oorlog, die de economische omstandigheden zowel in Engeland als in Duitsland steeds bezwaarlijker deden worden, eveneens in moeilijke omstandigheden. Een groot deel van het hier voor de scheepsbouw benodigde ijzer en profielstaal werd ten allen tijde uit Duitsland betrokken, terwijl andere benodigdheden, die vóór de oorlog merendeels uit Engeland werden aangevoerd, aldaar eveneens steeds schaarser voor het buitenland beschikbaar werden. Wat Duitsland betreft, van daar kwamen geen onduidelijke wenken, dat tegenover de steeds strenger wordende uitvoerverboden van voedingsmiddelen, van Nederland naar Duitsland de Duitse regering daartegenover represailles zou nemen door de uitvoer van ijzer en staal te verbieden. Aangegane contracten werden niet of slechts gedeeltelijk uitgevoerd. Bovendien werd in de loop van het jaar van Duitse zijde nog bepaald, dat in Nederland aan Noorse schepen geen herstellingen meer mochten worden uitgevoerd met uit Duitsland afkomstig staal. Intussen is de toestand van de industrie in Duitsland langzamerhand zo moeilijk geworden door het toenemend gebrek aan arbeidskrachten en de reusachtige eigen behoefte aan staal, dat er van uitvoer toch nauwelijks meer sprake kan zijn. De gevolgen zijn dan ook geweest, dat de Nederlandse scheepsbouwindustrie zich niet ten volle kan ontplooien, sommige werven zelfs reeds genoodzaakt waren een deel van haar personeel te ontslaan. Aan verschillende werven vordert ook de voltooiing van de reeds te water gelaten schepen langzaam. Wat betreft de leveranties van scheepsonderdelen van Engelse zijde, deze werden slechtst in zoverre veroorloofd, indien de betreffende rederijen reeds voldeden of zouden voldoen aan bepaalde door de Engelse regering gestelde voorwaarden. Zo geraakten de Nederlandse scheepsbouwers in een moeilijke positie, juist door hun afhankelijkheid van die landen, die met elkaar in oorlog zijn. Wat betreft de scheepsbouw hier te lande voor vreemde rekening kwamen in de loop van het jaar klachten in, dat contracten, die hadden kunnen worden gemaakt met buitenlandse reders, naar Noord-Amerika, Zweden en Denemarken waren gegaan, wegens de moeilijkheid om de schepen van hier uitgevoerd te krijgen of wel bezwarende bepalingen, van regeringswege daaraan verbonden. Nader werd echter gemeld, dat de schepenuitvoerwet daaraan geen hinderpalen in de weg legt, mits reeds vóór het sluiten van zulk een bouwcontract de scheepsbouwer zich van een uitvoervergunning voorziet. Van in aanbouw geven voor Nederlandse rekening tevens in Engeland, zoals in normale tijden geregeld plaats had, kan tegenwoordig, nu de Engelse werven het eigen werk niet eens af kunnen, geen sprake zijn. Betreffende reeds vroeger in Engeland voor neutrale rekening gedane bestellingen, werd in november van Engelse officiële zijde bovendien verklaard, dat alle schepen, die in Engeland gereed komen voor neutrale reders. of verkocht zullen worden voor Engelse rekening of gecharterd zullen worden voor de loop van de oorlog en nog enige maanden daarna tot ongeveer de helft van de vrachtcijfers, geldende in de open markt. Wij laten hier volgen een overzicht van de in 1916 nieuw opgerichte en de opgeheven rederijen, alsmede van de wijzigingen, die in diverse rederijen plaats hadden. Nieuw werden opgericht de volgende rederijen: Bureau Wijsmuller, te 's-Gravenhage, met het uit West-Indië aangekochte s.s. CURAÇAO (728 t.)*), benevens drie s.s., elk van 1.000 ton en één van 400 ton, alle in aanbouw gegeven; J. Constant Kievits & Co., te Dordrecht, met het te water gelaten s.s. FROLAND (1.300 brt.) en de s.s. FILSTAD (1.300 t.) en KANNIK (2.200 t.) in aanbouw; A. Jordens Jr., te Rotterdam, met het nieuw gebouwde s.s. OOSTVOORNE (650 t.), sedert opgebracht naar Emden; Nationale Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, dir. Soetermeer, Fekkes & Co., te Rotterdam, met het nieuwgebouwde s.s. HEENVLIET (492 t.) en de van de firma A. Hammerstein, aldaar, aangekochte motorboot SIRRA (217 t.). In aanbouw werd gegeven het s.s. ZORGVLIET (500 t.); Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij ‘Bestevaer’. directie F.W.A. Korff, F.A. Sorel en H.A.M. van Veen, te Amsterdam, met het s.s. INDUSTRIA (550 t.) en de motorschoener DE DOLLART (400 t.) in aanbouw; Stoomvaart Mij. Noordzee, dir. A. Donker en J.C. Scheuer, te Amsterdam, met het nieuw gebouwde s.s. BOEKELO (835 t.) en het nieuw gebouwde, aangekochte s.s. HENGELO (ex. NOORDZEE) (725 t.); Frans Swarttouw, te Rotterdam, met een s.s. van 3.200 ton in aanbouw. Opgehouden te bestaan hebben, de rederijen:
Hollandsche Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam, door overdracht van activa en passiva aan de Stoomvaart Maatschappij Friesland; Vrachtvaart Maatschappij Edam, door verkoop van haar s.s. EDAM (2.381 t.), MONNIKENDAM (1.984 t.) en VOLENDAM (2.035 t.) naar Noorwegen.
Van de veranderingen, die in diverse Nederlandsche rederijen plaats hadden, brengen wij in alfabetische volgorde de volgends in herinnering:
De American Petroleum Company, te Rotterdam, verloor het te Newport News nieuw gebouwde s.s. ANTWERPEN, (plm. 4.000 ton), dat op zijn eerste reis van New York in het Engels Kanaal werd getorpedeerd, en het s.s. LA FLANDRE, (2.047 ton), dat op een mijn liep en zonk;
De N.V. W. van Driel’s Stoomboot- en Transportonderneming te Rotterdam, kreeg het nieuwgebouwde s.s. ZUIDERZEE (735 ton) in de vaart. Het eveneens nieuw gebouwde s.s. NOORDZEE (725 ton) werd naar Amsterdam verkocht. Aan diverse werven zijn nog in aanbouw de s.s. ANTON VAN DRIEL (2.520 ton), GOUWZEE (750 ton), OOSTZEE (1.360 ton), WITTE ZEE (750 ton) en ZWARTE ZEE (750 ton);
De firma Erhardt & Dekkers te Rotterdam, verkocht het nieuw gebouwde s.s. NAALDWIJK (1.284 ton) aan de firma Ph. van Ommeren, aldaar.
De firma P.A. van Es & Co. te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. ELVE (958 ton) in de vaart. Het s.s. AMSTEL (1.200 ton) werd te water gelaten. Uit Vlaardingen werd aangekocht de stoomlogger NEPTUNUS (89 ton), die na verbouwing als vrachtschip in de vaart zou worden gebracht;
De N.V. Furness Scheeps- en Agentuur- Maatschappij te Rotterdam, verloor het s.s. TENBERGEN (3.826 ton) door stranding. Drie s.s., elk van ca. 4.000 ton, zijn in aanbouw;
De firma N. Haas & Co. te Rotterdam, kwam door aankoop uit Griekenland in het bezit van het s.s. MACEDONIA (4.000 ton). Voorts werd aangekocht van de Scheepvaart Mij. Groningen het s.s. OLDAMBT (470 t.), dat aan het einde van het jaar naar Zeebrugge werd opgebracht. In aanbouw werden gegeven twee s.s. van resp. 2.960 en 2.450 ton.
De rederij A. Hammerstein te Rotterdam, verkocht de motorboot SIRRA (217 ton) aan de nieuwe rederij Soetermeer, Fekkes & Co., aldaar;
De Holland Amerika Lijn te Rotterdam, kwam door aankoop in het bezit van de s.s. BLÖTBERG (4.850 ton) en GRANGESBERG (6.749 ton), die werden verdoopt resp. in BLOMMERSDIJK en BEUKELSDIJK. De BLOMMERSDIJK werd in oktober jl. aan de kust van Massachusetts getorpedeerd. Het nieuw gebouwde s.s. IJSELDIJK (7.140 ton) kwam in de vaart. In aanbouw zijn het s.s. SCHIEDIJK (7.000 t.) en voorts nog in Engeland het s.s. STATENDAM (35.000 t.), benevens twee s.s., elk van 12.000 ton;
De Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, kreeg de nieuwgebouwde s.s. LAURA (1.159 t.) en MARIA (2.053 ton), benevens de motorboot WILHELMINA (521 ton) in de vaart. In aanbouw is het s.s. THEODORA (1.250 ton);
De Hollandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, kwam in het bezit van het nieuw gebouwde s.s. NOORDSTROOM (738 t.). Het s.s. BERKELSTROOM (736 ton) werd getorpedeerd; het s.s. WAALSTROOM (1.441 ton) liep op een mijn. In aanbouw zijn de s.s. BERKELSTROOM (1.600 ton), DRECHTSTROOM (1.800 ton), GOUWESTROOM (730 ton), LINGESTROOM (1.640 ton), TEXELSTROOM (1.600 ton) en ZAANSTROOM (1.600 ton);
De Hudig & Pieters Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. OTIS TETRAX (996 ton) in de vaart. Het s.s. OTIS TARDA (759 ton) is op een mijn gelopen en gezonken;
Voor de Java-China-Japan Lijn te Amsterdam, is het s.s. TJISALAK (5.800 ton) te water gelaten, terwijl het s.s. TJILEBOET (5.300 ton) in aanbouw is;
De Koninklijke Hollandsche Lloyd te Amsterdam, verloor het s.s. TUBANTIA, dat in de Noordzee werd getorpedeerd;
De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam, kreeg de nieuw gebouwde s.s. HEBE (1.140 ton) en MEDEA (1.311 ton) in de vaart. Het s.s. THALIA (1.310 ton) kwam gereed. Zij verloor de s.s. APOLLO (799 ton) en FORTUNA (1.254 ton), die beide op een mijn liepen en zonken en het s.s. THEMIS (897 ton), dat vermist wordt. Het s.s. NIOBE (654 ton) werd in september jl. op reis van Rotterdam naar Bordeaux naar Zeebrugge opgebracht. Het s.s. SIRIUS (3.368 ton) werd naar Tonsberg verkocht. In aanbouw zijn of werden gegeven de s.s. ALKMAAR (6.300 ton), ALMELO (6.300 ton), AMAZONE (1.140 ton), ARIADNE (1.250 ton), BERENICE (1.200 ton), CERES (2.500 ton), FLORA (1.300 ton), GANYMEDES (2.500 ton), HERMES (2.500 ton), IRENE (1.200 ton), MEROPE (1.250 ton), ORESTES (2.500 ton), RHEA (1.300 ton) en ULYSSES (2.500 ton). De rederij opende onder de naam Holland Zuid-Pacific Lijn een nieuwe dienst op Chili via het Panama kanaal.
De Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. OMBILIN (5.658 ton) in de vaart;
De Koninklijke West-Indische Maildienst te Amsterdam, verkocht de s.s. COLOMBIA (5.644 ton), ECUADOR (5.688 ton) en VENEZUELA (5.640 ton) aan de Grace Steamship Comp. te New York. Het s.s. LODEWIJK VAN NASSAU (3.350 ton) is op een mijn gelopen en gezonken. In aanbouw zijn de mailboten PRINS MAURITS, PRINS WILLEM III en PRINS WILLEM V (elk ca. 4.200 ton).
A.C. Lensen’s Stoomvaart Maatschappij te Rotterdam, verloor het s.s. HELENA (1.770 ton), dat op een mijn liep en zonk.
De Maatschappij Houtvaart, te Rotterdam, verloor het s.s. MAAS (1.234 ton), dat op een mijn liep en zonk. Het nieuw gebouwde s.s. RIJN (1.964 ton) kwam in de vaart. In aanbouw is het s.s. De NOORD (1.300 ton);
De Maatschappij Vulcaan te Rotterdam, heeft 2 s.s. van 2.000 ton in aanbouw;
De Maatschappij Zeevaart te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. CELAENO (3.550 ton) in de vaart. Zij verloor het s.s. LETO (3.224 ton), dat op een mijn liep en zonk. In aanbouw werden gegeven twee s.s. van resp. 6.250 en 7.000 ton d.w., oplevering 1918;
Voor de rederij J.J.A. van Meel te Rotterdam, werd het s.s. „Breda II" (275 ton) te water gelaten. In aanbouw werden gegeven twee dergelijke stoomschepen;
Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, verloor het s.s. BATAVIER V (1.506 ton), dat op een mijn liep en zonk. De s.s. BATAVIER VI en
CALEDONIA (863 ton) werden naar Zeebrugge opgebracht. De s.s. GRANGESBERG werden, zoals gemeld, verkocht aan de Holland Amerika Lijn;
De Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij te 's-Gravenhage, kreeg de nieuw gebouwde motorboten HEBE (750 ton) en HESTIA (958 ton) in de vaart en gaf het s.s. IRIS (2.500 ton) in aanbouw;
Van de Nederlandsche Stoomboot Mij. te Rotterdam werd het s.s. BATAVIER II (1.328 ton) naar Zeebrugge opgebracht;
Voor de Nederlandsche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam werd het nieuw gebouwde s.s. HERMINA (1.200 ton) te water gelaten;
Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Mij. te Rotterdam, heeft de s.s. MIRACH en SIRRAH, (elk ca. 3.700 ton) in aanbouw;
De Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij te Rotterdam, gaf een s.s. van ca. 600 ton in aanbouw;
De firma PH. Van Ommeren te Rotterdam, kocht van Erhardt & Dekkers, aldaar, het nieuw gebouwde s.s. NAALDWIJK (1.284 ton), dat herdoopt werd in KIELDRECHT; de rederij J. van Rompu te Terneuzen, verkocht het motorschip ANGELINA (355ton) naar Noorwegen;
de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam, kreeg de nieuw gebouwde vrachtboot BUITENZORG (7.000 ton) en SITOEBONDO (7.057 ton) in de vaart. De vrachtboten KEDIRI (3.778 ton) en PALEMBANG (6.674 ton) werden getorpedeerd. Het s.s. BENGALEN (2.694 ton) werd naar Noorwegen verkocht. De mail- en passagiersboot PATRIA (10.000 ton) en de vrachtboot GAROET (7.000 ton) werden resp. in mei en oktober te water gelaten. In aanbouw werden nog gegeven de vrachtboten DJAMBI (7.000 ton) en TOSARI (7.500 ton);
de Rotterdam-Londen Stoomvaart Mij. te Rotterdam, heeft een s.s. van ca. 1.000 ton in aanbouw;
de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij te Rotterdam, kreeg de nieuw gebouwde HOOGLAND (1.280 ton), OOSTERLAND (1.292 ton), SCHIELAND (2.249 ton), SCHOKLAND (1.113 ton), ST. ANNALAND (2.248 ton), ST. JANSLAND (2.202 ton) en
ST. PHILIPSLAND (2.275 t.) in de vaart. Het s.s. DUIVELAND (1,297 ton) is op een mijn gelopen en gezonken, het s.s. ZEELAND (1.293 ton) werd getorpedeerd, het s.s. MIDSLAND (950 ton) werd naar Zeebrugge opgebracht. In september jl. opende deze rederij een dienst van Amsterdam op Newcastle;
De Scheepvaart Maatschappij Groningen te Rotterdam, verkocht het s.s. OLDAMBT aan de rederij N. Haas & Co. aldaar. De s.s. DRIE-AMBT, NIEUW-AMBT en VIER-AMBT (elk 470 ton) zijn voor haar in aanbouw;
Solleveld, Van der Meer & Van Hattum’s Stoomvaart Mij. te Rotterdam, verloor het s.s. MAASDIJK (3.556 ton), dat op een mijn liep en hoewel nog op strand gezet, toch verloren ging. In aanbouw werden gegeven de s.s. KINDERDIJK (3.000 ton), ELLEWOUTSDIJK (6.200 ton) en nog twee dergelijke stoomschepen;
de firma Spliethoff, Haas & Co. te Amsterdam, heeft een s.s. van 4.000 ton, benevens 5 kleinere stoomschepen, met totaal 2.600 ton en 2 motorschoeners, met 500 ton d.w. in aanbouw;
voor Jan van Steen’s Rijnreederij te Rotterdam, werd het nieuw gebouwde s.s. JAN VAN STEEN (1.300 ton) te water gelaten. Drie s.s. elk van 1.000 ton en een motorschoener van 400 ton zijn nog in aanbouw;
de Stoomvaart Maatschappij ‘Johanna’ te Rotterdam, gaf het s.s. JOHANNA (2.000 ton) in aanbouw; de Stoomvaart Maatschappij ‘Leonora’ te Rotterdam, heeft een s.s, van ca. 1.150 ton in aanbouw;
de Stoomvaart Maatschappij ‘De Maas’ te Rotterdam, kreeg het s.s. PENDRECHT (1.500 ton) in de vaart en heeft de s.s. DORDRECHT (2.000 t.) en LOOSDRECHT (1.300 ton) in aanbouw:
de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam, kreeg de nieuw gebouwde vrachtboten BINTANG (6.600 ton) en BORNEO (6.600 ton) in de vaart. Het s.s. FLORES (3.610 ton) werd naar Noorwegen verkocht, in aanbouw zijn de mail- en passagiersboot JOHAN DE WIT (9.900 ton), de vrachtboten BALI (6.700 ton) en BENGKALIS (6.600 ton) en nog een vrachtboot van ca. 6.600 ton;
de Stoomvaart Maatschappij Oostzee te Amsterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. LEERSUM (3.682 ton) in de vaart. In aanbouw is het s.s. BUSSUM (3.400 ton);
de Stoomvaart Maatschappij Triton te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde s.s. AMELAND (3.511 ton) in de vaart. In aanbouw zijn de s.s. MARKEN (4.100 ton) en WALCHEREN (3.700 ton);
de Stoomvaart Maatschappij Zeeland te Vlissingen, verloor de s.s. PRINSES JULIANA (3.051 ton), MECKLENBURG (2.885 ton) en KONINGIN WILHELMINA (1.943. ton), die achtereenvolgens alle op een mijn liepen en zonken. Het s.s. DUITSCHLAND werd verdoopt in ZEELAND. Een s.s., type „Prinses Juliana", werd in aanbouw gegeven;
de firma Gebr. van Uden te Rotterdam, bracht de nieuw gebouwde s.s. ALBLASSERDAM (1.230 ton), JOBSHAVEN (3.560 ton), WAALHAVEN (3.550 ton) en IJSELHAVEN (3.551 ton) in de vaart. Het s.s. HILLEGOM (2.150 ton) kwam gereed. De voor deze rederij bestemde s.s. GRONINGEN (1.000 ton) en SASSENHEIM (2.150 ton) werden te water gelaten. In aanbouw zijn voorts of werden gegeven de s.s. DELFSHAVEN (3.550 ton), DELFZIJL (1.250 ton), KAPELLE (1.375 ton), FEYENOORD (850 ton), KEILEHAVEN (3.050 ton), KRALINGEN (2.150 ton), LEEUWARDEN (1.000 ton), SCHOONHOVEN (900 ton), WASSENAAR (2.150 ton), IJSELMONDE (1.375 ton); van de firma Vermeer & v.d. Arend te Rotterdam, werd de motorboot ZEEAREND (462 ton) getorpedeerd. De motorboot ZEEMEEUW (399 ton) werd naar Zeebrugge opgebracht.
Toegevoegd werden in 1916 aan de vloot 41 stoomschepen en 1 motorboot met een inhoud van 102.250 bruto en 60.494 netto ton, waarvan:
A. door aanbouw 39 stoomschepen en 1 motorboot met een inhoud van 97.522 bruto en 57.760 netto ton; en wel voor:
Amsterdam - 10 stoomschepen met 28.599 brt en 16.855 nrt.
Rotterdam - 27 stoomschepen en 1 motorboot met 67.215 brt en 40.167 nrt.
's-Gravenhage - 2 stoomschepen met 1.708 brt en 738 nrt.
B. door aankoop uit het buitenland met 2 stoomschepen metende 4.728 bruto en 2.734 netto ton; en wel voor Rotterdam, 1 s.s. met 4.000 br. 2.500 n.t.; 's-Gravenhage 1 s.s. met 728 bruto en 234 n.t.
Daar tegenover verminderde de vloot met 35 stoomschepen en 1 motorboot metende 103.923 bruto en 63.881 netto ton; en wel:
A. door verkoop naar het buitenland met 10 stoomschepen, metende 33.380 bruto en 21.974 netto ton; en wel voor: Amsterdam 8 s.s. met 30.351 bruto en 20.081 n.t. Rotterdam 1 s.s. met 2.694 bruto en 1.665 n.t. Terneuzen 1 s.s. met 335 bruto en 228 n.t.
B. door verlies met 25 stoomschepen en 1 motorboot, metende 70.543 bruto en 41.907 netto ton; en wel voor: Amsterdam 7 s.s. met 22.388 bruto en 13.656 nrt. Rotterdam 1 motorboot en 14 s.s. met 38.506 bruto en 24.049 nrt. Vlissingen 3 s.s. met 7.879 bruto en 3.083 nrt. Temeuzen 1 s.s. met 1.770 bruto en 1.119 nrt.
Zodat tenslotte de Nederlandse koopvaardijvloot vermeerderde met 6 stoomschepen, doch verminderde met 1.673 bruto en 3.387 netto reg. ton. Omtrent 7 stoomschepen, die in de loop van het jaar naar Zeebrugge werden opgebracht, moet door het Duitse Prijzenhof nog uitspraak worden gedaan. Van de 25 stoomschepen en 1 motorboot, die verloren gingen, zijn 16 op mijnen gelopen, 8 getorpedeerd, 1 gestrand en 1 vermist. Sedert het begin van de oorlog zijn ten gevolge van molest 40 Nederlandse stoomschepen met een inhoud van 106.390 bruto ton verloren gegaan.
De gehele Nederlandse koopvaardijvloot telde ultimo december 1916 465 stoomschepen (incl. motorboten) metende totaal 1.364.826 bruto en 877.722 netto reg. ton, waarvan thuis behoren te: brt. nrt.
Amsterdam 254 676.145 450.368
Rotterdam 180 626.220 393.534
's-Gravenhage 24 47.989 26.238
Vlissingen 4 8.075 3.548
Terneuzen 3 6.397 4.034
Ultimo december 1916 waren, voor zover bekend, voor de Nederlandse vloot in aanbouw en in aanbouw gegeven 111 stoomschepen en 3 motorboten met een inhoud van ca. 328.000 bruto ton, en wel voor:
Amsterdam 36 stoomschepen en 2 motorboten met. ca. 108.000 ton.
Rotterdam 66 stoomschepen en 1 motorboot met. ca. 206.000 ton.
's-Gravenhage 5 stoomschepen met. ca. 6.000 ton.
Dordrecht 3 stoomschepen met. ca. 5.000 ton.
Vlissingen 1 stoomschip met. ca. 3.000 ton.
Kunnen de Nederlandsche rederijen op een gunstig jaar terugzien, de scheepvaart op Nederland bleef nog aanmerkelijk ten achter tegenover het reeds zo ongunstige jaar 1915. De haven van Delfzijl alleen had een periode van drukke houtaanvoeren per Duitse stoomschepen van de Oostzee, totdat de Duitse regering een groot aantal van de in deze vaart gebezigde schepen opeiste voor het ertsvervoer van Zweedse naar Duitse havens en waardoor talrijke reeds afgesloten charters vervallen moesten worden verklaard. Hoe somber de toestand thans ook is, het blijft zaak zich ook hier te lande met kracht voor te bereiden op de economische worsteling, die zonder twijfel zal aanbreken nadat de vrede zal zijn hersteld. Nederland als grote koloniale mogendheid en als doorvoerland tussen machtige staten met de meest uitgebreide handelsbelangen, zal zich aan die internationale strijd niet kunnen onttrekken. Voor de haven van Amsterdam is van grote betekenis het in de zitting van de Tweede Kamer van 8 december aangenomen wetsontwerp tot verbetering van het Noordzeekanaal en de bouw van een grote schutsluis c.a. te IJmuiden, de voorgenomen aanleg op ruime schaal van nieuwe havenwerken, alsmede de aanstaande verplaatsing van het bedrijf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij naar een terrein, waar geen belemmeringen zullen zijn voor de aanbouw van de grootste schepen. Door het op 13 december door de Tweede Kamer aangenomen wetsontwerp tot verbetering van de Rotterdamse Waterweg wordt voor dit vaarwater, evenals voor het Noordzeekanaal, binnen enige jaren de toegang voor de grootste schepen gewaarborgd.

Afbeelding
Datum 17 februari 1917
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De BATAVIER II en de PRINS HENDRIK.
Men zendt ons uit Hamburg een onduidelijk bericht, waaruit wij menen te moeten opmaken, dat het prijsgerecht aldaar het Nederlandse stoomschip BATAVIER II terecht opgebracht heeft geacht en het schip verbeurd verklaard heeft. Voor een klein deel van de lading wordt schadevergoeding gegeven. Meer dan de helft van de lading was contrabande. Het Nederlandse stoomschip PRINS HENDRIK met Nederlandse geldswaardige papieren ter waarde van 2 miljoen Nederlandse guldens is volgens het prijsgerecht eveneens terecht opgebracht. De geldswaarden zijn verbeurd verklaard. De kosten komen ten laste van de reclamanten.

Afbeelding
Datum 20 februari 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad
Type bericht Schepen in lading

Rotterdam, 19 februari. De BATAVIER II.
Volgens vonnis van het prijsgerecht te Hamburg is het opgebrachte Nederlandse stoomschip BATAVIER II verbeurd verklaard, daar meer dan de halve lading uit contrabande bestond.

NRC 210217
De kleine zeevaart naar de Oostzee.
De schippersvereniging Gasselternijveen heeft de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel verzocht, aan de schepen van de kleine zeevaart, varende onder certificaat C, tijdens de tegenwoordige oorlog of zolang het Noord-Oostzeekanaal is gesloten, te vergunnen, rond Skagen te varen. De Minister heeft geantwoord, dat aan dit verzoek kan worden voldaan, onder voorwaarde, dat de uitwatering van de betrokken schepen met ¼ van de thans daarvoor vastgestelde maat wordt vermeerderd en de reddingsmiddelen voor ieder geval afzonderlijk worden beoordeeld en zo nodig volgens voorschriften van de Scheepvaartinspectie ingericht.

Afbeelding
Datum 07 mei 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Wm.H. Müller & Co’s Algemeene Scheepvaart Maatschappij.
Het jaarverslag 1916 van bovengenoemde Maatschappij bewijst een buitengewone invloed op het bedrijf.
De grote ertsschepen GRÄNGESBERG en BLÖTBERG werden reeds verleden jaar aan de N.A.S.M. verkocht, de ADMIRAAL DE RUYTER nog steeds in de Zwarte Zee opgesloten, is door de Russische regering gerekwireerd tegen bevredigende huur en belofte van vergoeding in geval van verlies.
Het verslag vermeldt het opbrengen en later het op een mijn lopen van de BATAVIER V en het opbrengen van BATAVIER II en BATAVIER VI.
De directie heeft hoger beroep aangetekend tegen het veroordelen van de BATAVIER II. Zij besloot de BATAVIER III en IV op te leggen en verder door gehuurde boten de dienst op Londen te onderhouden.
De dienst op Middlesbrough lag zo goed als geheel stil, die op Aberdeen werd niet hervat, de CALEDONIA op Hull varend is opgebracht en later vrijgegeven; op Hamburg hadden geen afvaarten plaats, naar Noord Spanje met grote tussenpozen, evenals die op Bordeaux door de BATAVIER I. De dienst op Luik leverde een verre van gunstig resultaat. De vooruitzichten voor 1917 worden niet gunstig genoemd.
Voorgesteld wordt op de bezittingen NLG 405.198 af te schrijven, het reservefonds wordt NLG 850.000 en het buitengewoon reservefonds NLG 200.000, het assurantie fonds NLG 500.000.
Van het totale winstcijfer à NLG 6.292.387 wordt voorgesteld aan afschrijvingen enz. NLG 5.036.214 te bestemmen en als winstsaldo NLG 1.158.360 te bestemmen. Het dividend bedraagt 15%, uitkering en tantièmes NLG 732.892 en het onverdeeld winstsaldo NLG 425.469.

Afbeelding
Datum 30 juli 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

BATAVIER II en ZEEMEEUW.
De 11e september van het vorige jaar werd het motorschip ZEEMEEUW van de Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij, directie Vermeer & Van den Arend, metende bruto 399 ton, op reis van hier naar Londen door de Duitsers naar Zeebrugge opgebracht en een gelijk lot trof de 24e d.a.v. het stoomschip BATAVIER II van de firma Wm.H. Müller & Co., metende bruto 1.328 ton en eveneens naar Londen op reis. Beide schepen werden prijs verklaard en voeren met Duitse bemanningen vrijdagmiddag langs Texel, op weg naar Duitsland. Toen zij werden aangehouden door de Engelse onderzeeër E-55. De Engelsen plaatsten een prijsbemanning aan boord, ten einde ze op te brengen. Waarschijnlijk had de aanhouding plaats in het territoriale gebied en zodra dit te Den Helder bekend werd, vertrokken onze torpedoboten vandaar. Bij hun nadering werden de prijsbemanningen terug genomen. De BATAVIER II zonk spoedig daarop, vermoedelijk doordat de Engelsen de kranen en kleppen van het schip hadden opengezet. Men zegt dat een deel van de bemanning door de Engelse duikboot is overgenomen. De ZEEMEEUW is op sleeptouw genomen door de Nederlandse sleepboot ASSISTENT en op verzoek om assistentie van deze is de sleepboot TITAN van Nieuwediep vertrokken. De Nederlandse torpedoboten, die naar Nieuwediep stoomden, zijn weer zeewaarts vertrokken. Waarschijnlijk heeft een van de torpedoboten de bemanning van de ZEEMEEUW aan boord. Volgens de Scheepvaart is de bemanning van de BATAVIER II op Texel geland en is de aanval van de Engelse zeeboot zeer waarschijnlijk buiten de territoriale wateren geschied. Immers er is reeds vroeger op gewezen, dat zowel bij Texel als bij Terschelling wegens het gevaar van onze kust de territoriale wateren niet kunnen worden gehouden.

Afbeelding
Datum 30 juli 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

BATAVIER II en ZEEMEEUW.
Nader seint men ons uit Nieuwediep, dat de BATAVIER II de ZEEMEEUW.
op sleeptouw had, toen beide schepen — zie elders in dit blad — door de Engelse onderzeeër werden aangehouden. Bij het waarschuwingsschot van de onderzeeër verlieten de bemanningen de schepen en landden op Texel. De BATAVIER II ligt geheel op zee onder water. Alleen de kimkielen steken boven water uit.
Aan het Hbl. wordt geseind, dat de sleepboten ASSISTENT en TITAN met de ZEEMEEUW op sleeptouw, vanmorgen halfacht Den Helder binnenkwamen en dat het schip, dat geheel onbeschadigd is, naar de binnenhaven werd gebracht. Van vissers, die zich aan boord bevonden, vernam de correspondent dat vissers uit Den Helder getracht hadden aan boord van de verlaten BATAVIER II te komen, ten einde te trachten het zinkende schip op strand te zetten, met het oog op eventuele berging. Het werd hun echter verboden. Ook was dit het geval met de voor anker liggende, eveneens geheel verlaten ZEEMEEUW. Echter trokken de vletterlui zich in dit geval van het verbod niet veel aan en gingen zij toch aan boord. Eerst waren het een man of 15, later zeker wel 35 à 40. Nadat men tevergeefs getracht had de motor op gang te krijgen (de machine was naar alle waarschijnlijkheid niet meer geheel intact) werd met de rederij Zur Mühlen een overeenkomst getroffen, waarbij de vissers, die het vaartuig in bezit genomen hadden, zouden delen in het bergloon.

Afbeelding
Datum 01 augustus 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

De BATAVIER II en de ZEEMEEUW.
(Officieel). Het Departement van Marine deelt mee: De 27e juli zijn nabij Texel buiten de Nederlandse territoriale wateren, het stoomschip BATAVIER II met de motorboot ZEEMEEUW op sleeptouw, onder Duitse vlag op weg naar Hamburg beschoten door de Britse onderzeeboot E-55. Nadat de beide schepen binnen de Nederlandse wateren gevlucht waren, zijn zij door de Duitse bemanningen verlaten en is volgens waarneming van de militaire kustwacht de Britse onderzeeboot binnen Nederlands rechtsgebied gekomen en heeft een prijsbemanning op de BATAVIER II geplaatst, die het stoomschip buiten ons gebied voerde en getracht heeft op te brengen. Bij aankomst van 2 Nederlandse torpedoboten, waren de onderzeeboot, zowel als de BATAVIER II wederom buiten de territoriale wateren, doch dit laatste schip, dat veel water maakte, dreef ten gevolge van de oostelijke stroom wederom binnen de territoriale wateren. Door de prijsbemanning werd het toen verlaten. De onderzeeboot verwijderde zich, nadat het sein “neutraliteit eerbiedigen" op een van de torpedoboten was gehesen. Hierop heeft de Nederlandse torpedobootcommandant het schip binnen de territoriale grens verankerd. De ZEEMEEUW is naar Nieuwediep gesleept, de BATAVIER II is ten gevolge van de bekomen schade gezonken en zal vanwege de Regering gelicht worden.
Betreffende de vraag, wat er met de beide schepen zal gebeuren, heeft naar de Tel. verneemt, de vroegere eigenares van de ZEEMEEUW, de firma Vermeer en Van den Arend van de verzekeringsmaatschappij volledig uitbetaling gekregen, zodat eventuele rechten overgegaan zijn in handen van assuradeuren. Deze hebben berust in de uitspraak van het Hamburgse prijsgerecht, zodat tot het ogenblik waarop het vaartuig bij Terschelling verlaten werd de Duitse regering eigenares was. De ZEEMEEUW is thans eigendom van de zeelieden, die na het verlaten van het vaartuig de schoener bezetten. De eigenares, dus de Duitse regering kon na betaling van het bergloon de ZEEMEEUW weer in bezit nemen. Met de BATAVIER II, welk vaartuig tegelijkertijd als Duits schip aangevallen werd en door de Engelsen tot zinken werd gebracht, is het een andere zaak. De directie van de Batavier-lijn erkent de uitspraak van het Hamburgse prijsgerecht niet en is van plan de procedure te Berlijn in hoger beroep te hervatten. Mocht de uitspraak ten gunste van de Batavier-lijn vallen, dan moet de Duitse regering voor de BATAVIER II schadeloosstelling betalen. Aan het Hbl. ontleenden wij zaterdag, dat niettegenstaande de aanwezige vletterlieden verboden werd aan boord van de ZEEMEEUW te gaan, zij zich van dit verbod niets aantrokken en toch aan boord gingen. De Helderse corr. van het blad, die dit seinde, geeft daarop thans een rectificatie. Toen de vletterlieden op de plaats van de ramp kwamen, vonden zij de ZEEMEEUW drijvende, zij begaven zich aan boord en wierpen het anker uit. Van een verbod daar te blijven, was geen sprake; integendeel ondervonden zij alle medewerking van de Nederlandse officieren. Het verbod gold de BATAVIER II, nadat de Engelse prijsbemanning dit vaartuig verlaten had. Vandaar dat de op de BATAVIER II aanwezige vletterlieden allen op de ZEEMEEUW overgingen.

RN 010817
Nader kunnen wij nog berichten, dat bij een van de laatste aanvallen van Engelse vliegers op Zeebrugge, de BATAVIER VI enige malen is getroffen, waardoor belangrijke schade, óók aan de machine, werd veroorzaakt. Het zal nog wel enige dagen duren, vóór het stoomschip weer onder stoom kan gaan. Intussen wacht de bemanning, die het schip zou gaan halen, te Vlissingen op nadere orders.

Afbeelding
Datum 08 augustus 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De BATAVIER II en de ZEEMEEUW.
Onze Regering zal de BATAVIER II en de ZEEMEEUW ter beschikking stellen van de Nederlandse rechthebbenden, aldus meldt de Nieuwe Ct. Dit zijn de beide schepen die werden opgebracht en door een Duits prijsgerecht verbeurd verklaard. Op weg naar Duitsland werden ze in onze territoriale wateren door een Engelse duikboot aangevallen en genomen. Op het verschijnen van onze Marine verliet de Engelse prijsbemanning de schepen, nadat zij de BATAVIER II, had doen zinken. Onze Regering acht de Duitse contrabande-voorschriften als onrechtmatig en de daarop gebaseerde prijsverklaring evenzeer.

Afbeelding
Datum 27 augustus 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een nader ingesteld onderzoek heeft geleerd, dat, als een gevolg van de zware zeegang in het begin van deze maand, de positie van de BATAVIER II zo ongunstig is geworden, dat door de aannemers van berging van dit stoomschip is afgezien. (opm: zie ook RN 010817)

Afbeelding