1910
NNO 190410
Delfzijl, 18 april. Uitgezeild WATERGEUS, Wijnhold naar Bremerhaven.
NNO 241110
Delfzijl, 23 november. Binnengekomen WATERGEUS, Wijnhold van Norden naar Overschie.
1911
NNO 060211
Delfzijl, 6 februari. Aangekomen WATERGEUS, Wijnhold van Emden naar Groningen.
NVD 291211
Delfzijl, 28 december. Binnengekomen WATERGEUS, Wijnhold van Norden.
1912
NVEC 020312
Delfzijl, 1 maart. Uitgezeild WATERGEUS, Wijnhold naar Wilhelmshaven.
NVEC 191112
Hamburg, 14 november. Vertrokken WATERGEUS, Wijnhold naar (niet vermeld).
1913
DMB 070313
Hamburg, 6 maart. Uitgezeild WATERGEUS, Wijnhold naar de Noordzee.
NVEC 241213
Altona, 19 december. Aangekomen WATERGEUS, Wijnhold van Hamburg.
1914
DMB 150314
Delfzijl, 14 maart. Binnengekomen WATERGEUS, Wijnhold van Hamburg naar Groningen.
DMB 270714
Holtenau, 24 juli. Gepasseerd WATERGEUS, Wijnhold van Hamburg naar Nyköping.
1915
DMB 130815
Kopenhagen, 9 augustus. Uitgezeild WATERGEUS, Wijnhold naar Veile.
1918
DMB 151218
Kopenhagen, 9 december. Aangekomen WATERGEUS, Wijnhold van Vrijhaven.
1919
DMB 220119
Kopenhagen, 17 januari. Uitgezeild WATERGEUS, Wijnhold naar Halmstad.
NGRC 171119
Delfzijl, 15 november. Binnengekomen WATERGEUS, Wijnhold van Kopenhagen.
1920
NPGC 110320
Delfzijl, 2 maart. Uitgezeild WATERGEUS, Wijnhold naar Kopenhagen.
DMB 210520
Pillau, 10 mei. Vertrokken WATERGEUS, Wijnhold naar Woerden.
1921
DMB 070721
Kopenhagen, 4 juli. Aangekomen WATERGEUS, Wijnhold van Aalborg.
1922
NGRC 060422
Delfzijl, 5 april. Binnengekomen WATERGEUS, Wijnhold van Faxe.
DMB 091022
Kopenhagen, 5 oktober. Aangekomen WATERGEUS, Wijnhold van Bremen.
1923
NPGC 220623
Holtenau, 18 juni. Binnengekomen WATERGEUS, Wijnhold van Assens.
DMB 011023
Holtenau, 28 september. Aangekomen WATERGEUS, Wijnhold van Aarhus.
1924
DMB 070224
Harburg, 31 januari. Uitgezeild WATERGEUS, Wijnhold naar Aalborg.
GD 201224
Hamburg, 16 december. Vertrokken WATERGEUS, Wijnhold naar Holtenau.
1925
DMB 190525
Holtenau, 17 mei. Gepasseerd WATERGEUS, Wijnhold van Karlshamn naar Hamburg.
1926
DMB 150226
Kopenhagen, 11 februari. Uitgezeild WATERGEUS, Wijnhold naar Malmö.
DMB
Holtenau, 17 maart. Gepasseerd WATERGEUS, Wijnhold van Landskrona naar Hamburg.
NRC 060526
Londen, 5 mei: Volgens een telegram uit Kalmar is de Nederlandse tjalk “WATERGEUS”, met een lading mais van Hamburg naar Kalmar, nabij Karlskrona gestrand. Het is echter naderhand vlot- en te Kalmar aangekomen. De tjalk heeft lichte lekkage.
1928
DMB 181028
Kopenhagen, 15 oktober. Vertrokken WATERGEUS, Wijnhold naar Odense.
RN 181228
Harburg, 14 december. Vertrokken WATERGEUS, Wijnhold naar Holbäk.
1929
DMB 060629
Kopenhagen, 2 juni. Vertrokken WATERGEUS, Wijnhold naar Holbaek.
GD 240729
Delfzijl, 22 juli. Vertrokken WATERGEUS, Wijnhold naar Halmstad.
1930
NPGC 151130
Hamburg, 12 november. Binnengekomen ms WATERGEUS, Wijnhold van Gravenstein.
1932
RN 070132
Kopenhagen, 2 januari. Vertrokken WATERGEUS, Wijnhold naar Berlijn.
GD 191132
Delfzijl, 17 november. Aangekomen WATERGEUS, Wijnhold van Egernsund.
EB 301232
Zoals wij in ons nummer van dinsdag j.l. reeds mededeelden is tijdens stormachtig weer de schipper S. Wijnhold van Delfzijl van de Nederlandse tjalk “WATERGEUS” op de Oostzee overboord geslagen en verdronken. Nader wordt hieromtrent medegedeeld, dat het schip voor een drietal weken door een scheepsmakelaar van hier bevracht werd met een lading voor Kopenhagen. Te Kopenhagen was het schip opnieuw bevracht met een lading voor Berlijn. Het is op deze reis geweest, dat zich het droevig ongeval heeft voorgedaan. De “WATERGEUS” is door de vrouw van de verdronkene en een jonge matroos behouden te Swinemünde binnengebracht.
1933
RN 020333
Gotenburg, 27 februari. Aangekomen WATERGEUS, Steenbergen van Kopenhagen.
GD 211133
Delfzijl, 18 november. Binnengekomen WATERGEUS, Steenbergen van Kiel
1934
EB 100234:
Donderdag j.l. is het te Delfzijl thuisbehorende motorzeilschip “WATERGEUS”, kapitein Steenbergen, bij stormvloed op de kwelders terechtgekomen bij Statenzijl. Het schip zit thans bij hoog water geheel droog, zodat de lading cement gelost moet worden. De heer A. Kappen van Delfzijl is hedenmorgen met materiaal vertrokken om voor de lossing en het afbrengen van het schip te zorgen. De “WATERGEUS” was onderweg van Maastricht naar Oude Pekela. Het schip behoort toe aan de wed. Wijnhold te Delfzijl en is gebouwd in 1910. De ”WATERGEUS” is verzekerd bij Oranje te Groningen.
GD 280234
Delfzijl, 26 februari. Vertrokken WATERGEUS, Steenbergen naar Emden.
NUC 300534
Delfzijl, 28 mei. Vertrokken WATERGEUS, Steenbergen naar Stettin.
1939
NNO 200139
Advertentie kosteloos.
Procedeerende krachtens beschikking van de Arrondissements-Rechtbank te Groningen d.d. 23 december 1938. Heden den negentienden Januari 1900 negen en dertig, ten verzoeke van Margaretha Steenbergen, wonende te Groningen, ten dezen woonplaats kiezende te Groningen aan de Radesingel no. 20a, ten kantore van Mr. A.J. Drenth, die door eiseres tot procureur gesteld wordt en als zodanig voor haar zal optreden. Heb ik Hendrik Kölling, deurwaarder bij de Arrondissements-Rechtbank te Groningen en bij het Kantongerecht aldaar, wonende en kantoor houdende aan de Wijkstraat no. 45 te Appingedam, Aan: Sijtze Wijnhold, laatst gewoond hebbende te Delfzijl, doch thans afwezig en zonder bekende woonplaats, mitsdien mijn exploit doende door aanplakking van een afschrift dezes en van na te melden stukken aan de hoofddeur van de vergaderplaats der Arrondissements-Rechtbank te Groningen en aan het huis der gemeente Delfzijl, terwijl gelijke afschriften door mij deurwaarder zijn overgegeven aan de E.A. heer Officier van Justitie bij gemelde Rechtbank, door wien het oorspronkelijk van dit exploit met „gezien" is getekend terwijl eindelijk dit exploit zal worden geplaatst, behalve in de „Nederlandsche Staatscourant", in het „Nieuwsblad van het Noorden". 1). Betekend: een uittreksel der minuten berustende ter Griffie der Arrondissements-Rechtbank te Groningen, houdende een verzoekschrift, waarmede verzoekster zich tot die Rechtbank heeft gewend, zomede de hierop de 2den januari 1939 gegeven beschikking; 2). de gerequireerde gedagvaardigd: om op vrijdag de acht en twintigste april 1900 negen en dertig, des voormiddags te tien uur, te verschijnen ter terechtzitting van de Arrondissements- Rechtbank te Groningen gehouden wordende in het Paleis van Justitie aan de Oude Boteringestraat aldaar, Ten einde: Aangezien eiseres en haar echtgenoot Sijtze Wijnhold (gedaagde) laatstelijk gewoond hebbende te Delfzijl, zich op 24 december 1932 hervonden in de Oostzee behoorende tot de bemanning van de motortjalk „De WATERGEUS"; Aangezien op gemelde plaats en datum gedaagde overboord is geslagen en sedert dien is vermist, zonder orde op zijn zaken gesteld of volmacht tot het waarnemen daarvan achtergelaten te hebben; Aangezien sedert 24 december 1932 geen bericht is ingekomen, waaruit van zijn aanwezen blijkt; Aangezien er alzo sedert zijn vermissen op 24 december 1932 meer dan één jaar is verlopen en er dus termen bestaan om ten aanzien van gedaagde rechtsvermoeden van overlijden te doen uitspreken; Aangezien eiseres belang heeft dat er ten aanzien van gedaagde rechtsvermoeden van overlijden worde uitgesproken en zij verlof gevraagd en bij de betekende beschikking bekomen heeft om gedaagde bij openbare dagvaarding op te roepen. Mitsdien: ten aangewezen dage in persoon of door iemand van zijnentwege van zijn aanwezen te doen blijken, bij gebreke waarvan door de eiseres, na het vervullen der in deze voorgeschreven formaliteit zal worden geconcludeerd, dat bij vonnis worde verklaard, dat er ten aanzien van de gedaagde sedert den 24 december 1932 rechtsvermoeden van overlijden bestaat. Kosten rechtens. De kosten dezes zijn in debet, buiten die van procureur f 25.20. „Gezien". De Officier van Justitie vnd. (W.g.) J.N. Meindersma. w.g. en voor afschrift conform: H. Kölling, deurwaarder.
>