Inloggen
Gezagvoerder

Kramer, Douwe Hendriksz

Naam: Kramer, Douwe Hendriksz
Schepen waarop deze gezagvoerder heeft gevaren

Aantal gevonden schepen: 4
Naam Bouwjaar Type Voortstuwing Ship id
DOELWIJK 1850 Bark Sailing Vessel 8683 Bekijk schip
CORNELIS WERNARD EDUARD 1839 Bark Sailing Vessel 10331 Bekijk schip
MARGARETHA IDA 1842 Bark Sailing Vessel 13536 Bekijk schip
MONNICKENDAM 1825 Kof Sailing Vessel 10421 Bekijk schip

Overige informatie van deze gezagvoerder:

Familiegegevens en opleiding

Douwe Hendriks Kramer werd geboren op 20 mei 1808 te Terschelling en overleed te Rotterdam op 03 mei 1874. Hij was de zoon van Hendrik Alkesz. Kramer, visiteur der Uit- en Inklaring, en Trijntje Jans Visser.

Hij huwde op 24 mei 1838 te Terschelling met Trijntje Gerrits Rotgans, geboren op 27 november 1811 te Amsterdam aan boord van het schip van haar vader "De Vrouwe Hester Cornelia", die in Amsterdam aan de werf Oranje Boom lag. Zij was eerder gehuwd geweest met Willem Cannegieter (08 mei 1800/24 mei 1835), van beroep marine-officier. Zij was de dochter van Gerrit Siebes Rotgans en Trijntje Jacobs Tjebbes. Ze overleed op 19 maart 1883 te Den Haag.

Schriftelijke informatie op 02 november 1998 door J.M.Rebel te Gouda, achter-achter-kleinzoon van moederszijde van Douwe Hendriks Kramer.

 

Douwe Hendriksz Kramer werd geboren te Terschelling op 20 mei 1808 als zoon van de Nederlands Hervormde Hendrik Kramer en Trijntje Visser. Hij vestigde zich op 29 mei 1856 te Rotterdam waar hij o.a. woonde aan de Karresteeg Wijk 3 nr.183 en aan de Melkmarkt Wijk 8 nr.50. Hij vertrok op 08 april 1861 maar Soerabaja.

Hij was getrouwd met Trijntje Gerrits Rotgans, geboren 27 november 1811 te Amsterdam, Nederlands Hervormd en overleden te Amsterdam op 17 augustus 1879).

Douw Hendriksz overleed te Rotterdam aan de Coolsingel op 03 mei 1875. Hij werd na zijn zeemansbestaan koopman005

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

D.H.Kramer was met vlagnummer R170 in de periode 1839 t/m 1874 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.

D.H.Kramer was in 1850 en 1857 zg “afwisselend commissaris” van de Maatschappij058.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

Douwe Hendriks Kramer was de eerste kapitein van het fregat de "Cornelis Wernard Eduard", 606 ton, in 1838/1839 gebouwd op de werf van Fop Smit aan de Kinderdijk. Deze mededeling werd gedaan in een brief dd. "Rotterdam 17 November 1838" van  W.Ruys J.D.zn. en Weiland & van Walcheren aan de Nederlandsche Handel-Maatschappij.

Het schip voer op 27 oktober 1839 uit van Hellevoetsluis voor een retourreis naar Java024-p.31.

Uit dezelfde bron:

*    D.H.Kramer was lid van het Rotterdams Zeemanscollege met nr.170, blijkens de nummervlag op het schip waarvan een afbeelding op p.37

*    "De heer Hoynck van Papendrecht heeft in ons vorig gedenkboek een hier en daar gedetailleerd overzicht gegeven van de reizen gemaakt door de Cornelis Wernard Eduard ...".

      Douwe Hendriks Kramer was de eerste gezagvoerder van een aantal schepen van rederij W.Ruys J.Dz. te Amsterdam nl. in 1839 van de bark "Cornelis Wernard Eduard(I)", in 1842 van de bark "Margaretha Ida" en in 1850 van de bark de "Doelwijk (I)"024.

      D.H.Kramer was in 1859 gezagvoerder van het 3-mast campagne-fregat de "Ouderkerk aan de Amstel", 725 ton, gebouwd in 1852/1854 bij Fop Smit in Slikkerveer voor W.Ruys J.Dz. te Rotterdam. "... accomodatie voor passagiers en uitgebreide inrichting voor het vervoer van militairen (capaciteit 200); in de vaart op Indië en Australië; in 1859 tijdens Boni-expeditie in dienst als hospitaalschip ..."024 en 025.

 

“In het najaar van 1858 was de Ouderkerk aan de Amstel naar Indië gevaren en het schip is daar vervolgens voor langere tijd gebleven. Het fregat werd namelijk ingeschakeld bij de expeditie tegen de opstandige Boni-bevolking, die in het midden van het eiland Celebes leefde. De Ouderkerk aan de Amstel deed daarbij, samen met een schip dat Arcadia heette, dienst als hospitaalschip voor Nederlandse militairen.

De Boni’s waren in opstand gekomen tegen het Nederlands gezag en het Indische gouvernement tolereerde dit niet. Op 21 augustus 1858, toen de Ouderkerk aan de Amstel overigens nog in Amsterdam lag, besloot men een veldtocht tegen de Boni’s te beginnen : met infanterie, cavallerie, artillerie en een zeemacht die uit een korvet en een aantal stoomschepen zou bestaan. De Boni’s hadden de Nederlanders lange tijd reedds getard en het geduld was kennelijk op. De inlanders hadden niet geluisterd naar “vriendschappelijke vertoogen en raadgevingen, onze lankmoedigheid, ons dralen om de rampen des oorlogs te ontketenen voor zwakheid had aangezien en er ten laatste toe overgegaan was, om onze vlag smadelijk te hoonen”zo werd later in Nederland als een soort van verontschuldiging geschreven. Voor het vervoer van troepen, materieel, munitie en koelies werden 24 Nederlandse koopvaardijschepen gehuurd; transport-, paarden-, kolen- en ziekenschepen, zoals ze werden genoemd. Kapitein Kramer van de Ouderkekrk aan de Amstel en zijn bemanningsleden vertrokken eind januari 1859 van Java naar Celebes, met een schip dat was ingericht”tot opname van honderd lijders, zoo eerste als tweede klassse”. Aan boord waren onder meer kippen, eieren, aardappelen, specerijen, fruit, vlees, boter, wijn, suiker, scheepsbeschuit, blikken melk, koffie en jenever.

In februari begon de strijd tegen de Boni’s en vele Nederlandse militairen werden behalve voor verwondingen, aan boord van de twee hospitaalschepen ook verpleegd voor cholera, een ziekte waaran tallozen bezweken.. Op de Ouderkerk aan de Amstel en op de Arcadia werden op een gegeven ogenblik totaal dertien officieren, 193 soldaten, achttien Ambonezen en 16 inlanders verpleegd, veel meer dan de feitelijke capacitiet van de schepen.

Het doel van de expeditie – “tuchtiging van de Boni’s – werd glansrijk bereikt. In April was de veldtocht voorbij. Toch volgde er in het najaar van 1859 nog een expeditie, ndat de Boni bevolking voor de tweede maal in opstand was gekomen….”

Bron niet genoteerd

 

Kapitein D.H.Kramer was in 1834-1835 kapitein van de schoenerkof "Monnikendam" en had als matroos/bootsman aan boord de latere kapitein Tjebbe Albertus Wulp010-p.49.

 

In de Jaarverslagen van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat kapitein D.H.Kramer met vlagnummer R170 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

*    1849                       van de bark “Margarethe Ida”                   343 last     varend voor W.Ruys J.Dz te Rotterdam

*    1851                       van de bark “Doelwijk”                              383 last     varend voor W.Ruys J.Dz te Rotterdam

*    1855, 1858, 1859 van het fregat “Ouderkerk a/d Amstel      383 last     varend voor W.Ruys J.Dz te Rotterdam

*    1862 t/m 1867      geen vermelding van schip en reeder

 

Douwe Hendriksz Kramer maakte met de “Ouderkerk aan de Amstel” in 1857 een reis van Batavia naar Rotterdam met een lading suiker005.

 

Bouma025 vermeldt D.H.Kramer als gezagvoerder gedurende:

*    1834 t/m 1838 van de schoonerkof “Monnikendam” (2), gebouwd in 1825 te Monnikendam, 116 ton o.m., rederij niet vermeld, maar waarschijnlijk J.G.Boerlage te Monnikendam;

*    1830 t/m 1837 van de kof “Verwachting”, gebouwd in 1808, bouwlocatie niet vermeld, 65 ton o.m., varend voor Boerlage te Monnikendam. (deze opgave klopt niet met de vorige. Is er nóg een kapitein D.H.Kramer?)

*    1839 t/m 1842 van de bark “Cornelis Wernard Eduard”, gebouwd in 1839 te Kinderdijk, 606 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam

*    1842 t/m 1849 van de bark “Margaretha Ida”, gebouwd in 1842 te Slikkerveer, 650 ton o.m., varend voor Wm.Ruys JDz te Rotterdam;

*    1851 t/m 1853 van het 3/mschip “Doelwijk”, gebouwd in 1850 te Kinderdijk, 730 ton o.m., varend oor W.Ruys JDz te Rotterdam;

*    1855 t/m 1857 van het 3/mschip “Ouderkerk aan de Amstel”, gebouwd in 1854 te Slikkerveer, 725 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam;

      *    1859 t/m 1860 van het 3/mschip “Ouderkerk aan de Amstel”, gebouwd in 1854 te Slikkerveer, 725 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam.

 

Overige bijzonderheden

Van mevr. E.C.Huizer-Sibinga Mulder te Naarden kreeg ik op 27 juni 2004 diverse informatie waaronder kleurenkopieën van schilderijen van Hendrik Alkes Kramer, Douwe Hendriks Kramer en Trijntje Gerrits Rotgans, geschilderd door Sybrand Altman (Den Haag 1822 – Amsterdam 1890). Deze portretten zijn in particulier bezit bij één van haar zonen (Pieter Douwe Huizer, Tarakan, 1938) te Grolloo

 

D.H.Kramer verzorgde per 12 november 1848 vanuit Hellevoetsluis met de “Margaretha Ida” een troepentransport van 2 officieren en 170 manschappen naar Indië. Hij arriveerde op 10 februari 1849 te Batavia na 90 dagen reis. Onderweg overleden 5 manschappen.

Hij vertrok op 21 oktober 1851 met de “Doelwijk” vanuit Hellevoetsluis met 6 landmachtofficieren en arriveerde te Batavia op 19 januari 1952 na 90 dagen065.

 

De Raad voor Tucht bij de koopvaardij deed op 17 oktober 1861 uitspraak inzake een klacht tegen kapitein Douwe Hendriks Kramer, gezagvoerder van het fregat “Ouderkerk aan de Amstel”, varend voor W.Ruys & Zonen te Rotterdam. Er zijn geen details van deze uitspraak vermeld. 104*

 

Harlinger Courant dd 07 maart 1878, Scheepvaartberichten096

Uitgegaan:

Maassluis 3 Maart Cornelis Wernard Eduard, J.Kuiper, Newcastle.”

 

In het Hannemahuis te Harlingen is een aquarel van het fregat “Doelwijk’, geschilderd in 1851 door J.Spin. Er is in de de toelichting geen kapitein genoemd, maar uit het jaartal blijkt dat het om kapitein D.H.Kramer moet gaan.

Foto dd juni 2009 in mijn bezit.

 

 

Portret door Spin, in het Gemeentehuis van Ouderkerk aan de Amstel

 

In het Gemeentearchief van Ouderkerk Amstel te Ouderkerk aan de Amstel bevindt zich een correspondentie dd Rotterdam 26 jli 1858 waarin Willem Ruijs JDzoon het portret van de Ouderkerk aan de Amstel aanbiedt aan het Gemeentebestuur van Ouder Amstel middels een bezoek aan het schip te Rotterdam.

In een brief dd Rotterdam 11 december 1852 vraagt Willem Ruijs toestemming om op het op stapel staande schip “Ouderkerk aan de Amstel” het wapen van de gemeente op de spiegel van het schip te mogen aanbrengen, waarop een instemmend antwoord van Ouder Amstel volgt.