1890
WIN 070590
Delfzijl, 6 mei. Zeilklaar VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Harburg.
WIN 191190
Wilhelmshaven, 13 november. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Wolgast.
1891
NGRC 280491
Delfzijl, 27 april. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Pallau.
NNO 161091
Delfzijl, 13 oktober. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Bremen.
1892
WIN 220492
Vlieland, 20 april. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Flensburg.
NNO 280992
Delfzijl, 24 september. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Stettin.
1893
ST 270393
Oostmahorn, 24 maart. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, E. Holwerda naar Gluckstadt.
NNO 171293
Hamburg, 12 december. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Emden.
1894
WIN 180294
Hamburg, 16 februari. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda op avontuur.
NNO 281194
Delfzijl, 25 november. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Straalsund.
1895
NGRC 110495
Delfzijl, 10 april. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Straalsund.
NPGC 081095
Vlieland, 4 oktober. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Londen.
1896
NVD 230396
Delfzijl, 20 maart. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Danzig.
NGRC 181296
Cuxhaven, 15 december. Vertrokken VIER GEBROEDERS, Holwerda van Hadersleben naar Duisburg.
1897
RN 050397
Delfzijl, 3 maart. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Hamburg.
NNO 221297
Delfzijl, 19 december. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Papenburg.
1898
NVD 160398
Delfzijl, 14 maart. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Danzig.
NPGC 041098
Delfzijl, 30 september. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Harburg.
1899
NVD 090399
Delfzijl, 7 maart. Ter rede VIER GEBROEDERS, Holwerda van Emden.
NPGC 251199
Delfzijl, 23 november. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Harburg.
1900
WIN 210400
Vlieland, 18 april. Zeilklaar VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Portsmouth.
PGC 131200
Carolinensiel, 11 december. De Nederlandse tjalk VIER GEBROEDERS, schipper Holwerda, met stenen van Keulen naar Rendsburg, is hier lek binnengelopen.
1901
NGRC 120301
Delfzijl, 10 maart. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Emden.
NVEC 241201
Delfzijl, 20 december. Binnengekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Hadersleben naar Duisburg.
1902
NVEC 020402
Delfzijl, 31 maart. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Kopenhagen.
NPGC 251102
Flensburg, 20 november. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Faxö.
1903
NVEC 030303
Flensburg, 26 februari. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Ekensund.
NVEC 121203
Bremen, 8 december. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Rostock.
1904
NVD 290304
Brunsbuttel, 23 maart. Gepasseerd VIER GEBROEDERS, E. Holwerda van Bremen naar Holtenau.
DMB 221204
Delfzijl, 20 december. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Appingadam.
1905
NVD 090305
Delfzijl, 7 maart. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Bremerhaven.
DMB 030905
Delfzijl, 2 september. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Frederikstadt.
1906
NNO 060306
Delfzijl, 5 maart. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Hamburg.
NNO 211206
Delfzijl, 19 december. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Herne naar Nieuweschans.
1907
NNO 090407
Delfzijl, 8 april. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Randers.
RN 121107
De ijzeren tjalk VIER GEBROEDERS, schipper Holwerda, van Nakskov naar Rotterdam, arriveerde 10 november te Vlieland.
1908
DMB 250408
Delfzijl, 21 april. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Emden.
DMB 161208
Delfzijl, 14 december. Vertrokken VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Emden.
1909
NNO 120109
Delfzijl, 11 januari. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Emden naar Utrecht.
LC 211209
Stavoren, 18 december. Heden kwam hier binnen de buitentjalk „De VIER GEBROEDERS", schipper Holwerda, van Gasselternijeveen met een lading rogge van Cuxhafen (Ouitschland) naar Joure. Bij de ingang van de Wester-Eems brak de giek en moest deze buiten dienst worden gesteld. Met behulp van touwwerk werd in het euvel zo goed mogelijk voorzien en liep men later het Vlie binnen. Een rijksloods was aan boord.
1910
NNO 060410
Delfzijl, 5 april. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Nykjöbing.
NNO 261110
Vlieland, 25 november. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Hadersleben.
1911
NNO 230111
Advertentie. Te koop: Een best onderhouden zeetjalk met volledige inventaris, gebouwd in 1889, klasse 100 A/4 K Germanische Lloyd, groot 68,13 reg. ton of 130 ton laadvermogen over zee. Te bevragen bij J. Holwerda, Oosterhaven, bij de sluis, Groningen, of bij de eigenaar H. Holwerda, Gasselternijveen. (opm: tjalk VIER GEBROEDERS)
DMB 080411
Emden, 5 april. Aangekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Groningen.
NNO 121211
Bremen, 10 december. Binnengekomen VIER GEBROEDERS, Holwerda van Barth.
1912
NVD 190412
Barhoft, 16 april. Uitgezeild VIER GEBROEDERS, Holwerda naar Koningsbergen.
NVEC 311212
Holtenau, 24 december. Gepasseerd VIER GEBROEDERS, Holwerda van Stettin naar Groningen.
1913
NNO 010213
Advertentie. Te koop: De puik onderhouden, zich in uitstekende zeewaardige toestand bevindende zeetjalk DE VIER GEBROEDERS, bevaren door kapt. H. Holwerda, thans liggende Eemskanaal, Groningen, geclassificeerd Germanische Lloyd kleine kustvaart en goedgekeurd volgens scheepvaartinspectie, groot 68.13 Reg. tons draagvermogen 130 tons op dieplaadmerk of 40 stander hout. Te bevragen bij H. van de Werf, Scheepsbouw, Stadskanaal, of kapt. H. Holwerda. Gasselternijveen.
1914
DMB 030314
Vlieland, 2 maart. Aangekomen HOLLAND, Eefting van Harburg.
DMB 010814
Delfzijl, 31 juli. Uitgezeild HOLLAND, Eefting via Maassluis naar Rotterdam.
1915
NNO 200115
Delfzijl, 19 januari. Aangekomen HOLLAND, Eefting van Emden naar Leeuwarden.
NPGC 161215
IJmuiden, 14 december. Uitgezeild HOLLAND, Eefting naar Gotenburg.
1916
GD 210116
Gotenburg, 19 januari. Aangekomen HOLLAND, Eefting van IJmuiden.
Nieuwsblad voor Gasselternijveen en Omstreken, 2 maart 1916
Dinsdag j.l. kreeg de familie Eeftingh bericht dat het schip “HOLLAND“ met verlies van ankers en kettingen was aangekomen in Ramsgate (Engeland ). Dat de schipper, hun man en zoon Willem Eeftingh overboord was geslagen en jammerlijk verdronken. Nader bericht zegt dat het schip nog ongeveer 20 mijlen van Scheveningen was verwijderd toen het ongeluk gebeurde. Door noodweer konden ze het schip niet binnenbrengen en is alzoo teruggedreven naar Engeland. Men kan zich de toestand der vrouw maar evenzeer van de familie indenken. Schip verloren zoals de heer Wijbrands is veel verloren, doch zoals dit leven verloren is al verloren.
RN 030316
Ramsgate, 28 februari. De Nederlandse tjalk HOLLAND, 68 ton groot, van Gotenburg met hout naar Rotterdam, is met verlies van beide ankers en kettingen door een havensleepboot alhier binnengebracht. De schipper is overboord geslagen en verdronken.
RN 160316
IJmuiden, 15 maart. De op reis van Gotenburg naar Rotterdam te Ramsgate binnengesleepte zeetjalk HOLLAND, zal onder commando van een naar Engeland gezonden kapitein, naar Rotterdam verder zeilen ter ontscheping van de houtlading. (opm: zie ook RN 030316)
NRC 200416
Raad voor de Scheepvaart.
Woensdag, 26 april, 2 uur namiddag, onderzoek ter zake van het overboord slaan en verdrinken op 20 februari jl. van de schipper-eigenaar van het tjalkschip HOLLAND, W. Eeftingh uit Gasselternijveen, op de reis van Gotenburg naar Rotterdam.
AH 270416
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart stelde gisteren een onderzoek in ter zake van het overboord slaan en verdrinken op 23 februari jl. van de schipper-eigenaar van het tjalkschip HOLLAND, W. Eeftingh uit Gasselternijveen, op reis van Gotenborg naar Rotterdam. Er werd slechts één getuige gehoord, de zestienjarige matroos-kok C.H.A. Kroes. Hij verklaarde, dat de bemanning van de HOLLAND uit drie koppen had bestaan. Toen het ongeluk gebeurde, was het slecht weer, het sneeuwde en er stond een vrij straffe oostelijke wind. Getuige en de stuurman lagen in de roef, omdat de kooien onder water waren gelopen. Op een gegeven ogenblik hoorde getuige hulp roepen. Hij spoedde zich naar dek en zag de schipper, die de wacht had gelopen, te water liggen. Getuige wierp terstond een reddinggordel uit en ging daarna de stuurman roepen. De drenkeling was toen reeds 50 meter afgedreven. Verdere hulp kon niet worden geboden. Men bleef enige tijd voor de wind liggen en vervolgde toen met slecht weer de tocht naar Ramsgate. Nadat de matroos zijn verklaringen had afgelegd, verscheen de stuurman R.J. GaIliard, die eveneens als getuige was opgeroepen. Hij verklaarde door het hulpgeroep van de schipper wakker te zijn geworden. Hoewel hij zich terstond aan dek had begeven en getracht had de manoeuvres uit te voeren, die nodig waren om het schip bij de drenkeling te brengen, bleken alle pogingen tot hulpverlening tevergeefs. Het roer bleek vast te staan. Getuige vermoedt, dat de schipper zich even had willen verwijderen en toen over de verschansing gevallen is, die achter de deklast, waar het roer zich bevindt, slechts 1½ voet hoog is. Enige tijd nadat het ongeluk had plaats gevonden, zag getuige de reddingsgordel nog op het water drijven. Na het horen van deze getuige werd het onderzoek gesloten. De inspecteur voor de Scheepvaart bepleitte aan het slot van de zitting de wenselijkheid om schepen van het soort van de HOLLAND met minstens 4 koppen te bemannen. Uitspraak volgt later.
AH 070516
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart deed gisteren uitspraak in de volgende vroeger behandelde zaak: Betreffende het overboord slaan en verdrinken van de gezagvoerder van het tjalkschip HOLLAND. De Raad meent het overboord slaan en verdrinken van de kapitein van de HOLLAND te moeten toeschrijven aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden Vermoedelijk heeft de kapitein naar iets willen uitzien en heeft hij het roer een ogenblik verlaten, immers het roer was vastgezet en men heeft geconstateerd dat de kapitein de wanten nog aan had toen hij te water lag. Bij dat uitzien buiten boord zal hij het evenwicht hebben verloren met het genoemde ongelukkige gevolg. Ware de kapitein niet alleen aan dek geweest, dan had men eerder hulp kunnen bieden en was de ramp wellicht voorkomen. Uit het onderzoek is de Raad voorts gebleken dat de HOLLAND onvoldoende bemand was. De twee overgeblevenen waren niet in staat het schip te regeren en mede daaraan is het toe te schrijven dat men de bestemmingsplaats niet heeft kunnen bereiken. Op de vaart althans buiten het gebied van de kleine kustvaart behoorden zulke schepen met vier man bemand te zijn, zodat behoorlijk wacht kan worden gedaan en men, ook al ontbreekt een van hun, door welke oorzaak ook, met het schip kan manoeuvreren.
GD 080516
Maassluis, 6 mei. Uitgezeild HOLLAND, Zorge naar Gefle.
Op 16 mei 1916 oordeelde de Raad voor de Scheepvaart dat het schip onvoldoende bemanning had. Die had uit tenminste vier personen moeten bestaan
De overlijdensadvertentie van Willem Eeftingh Kzn. was kapitein-reder op de “HOLLAND". Heden ontvingen wij het treurig bericht dat onze geliefde Echtgenoot en der kinderen zorgdragende Vader W.Eeftingh Kzn. in den ouderdom van bijna 37 jaren in de Noordzee zijn graf in de golven heeft gevonden, mij nagelaten vier kinderen, te jong om het groot verlies te beseffen. De vaste hoop op een zalig wederzien lenigt eenigzins onze smart. Wed-W. Eeftingh-Holwerda en kinderen.
Gassetternijveen, 1 Maart 1916.
RN 190616
Gelfle, 2 juni. Aangekomen HOLLAND, Zorge van Rotterdam.
NPGC 020816
Nieuwe Waterweg, 1 augustus. Uitgezeild HOLLAND, Zorge naar Gefle.
NRC 061116
Rotterdam, 6 november: Men seint ons uit Londen: Volgens een telegram uit Frederikshaven is de met hout van Hernosand naar Nederland bestemde Nederlandsche tjalk "HOLLAND" op de pier te Skagen geslagen. Het schip staat vol water. De bemanning is gered.
NRC 071116
Rotterdam, 7 november: Men seint ons uit Hamburg: De Nederlandsche tjalk "HOLLAND" (zie avondblad van 06.11.1916) te Groningen thuisbehoorende, is middendoor gebroken.
NNO 131216
De Raad voor den scheepvaart heeft gisteren een onderzoek ingesteld naar het totaal wrak slaan tegen de havenpier van Skager van het tjatkschip HOLLAND, van de Wed. Eefting, te Gasselternijveen. De schipper, J. Zorge, verklaarde, dat de tjalk de 23 oktober van Hernosand kwam met vier man aan boord. Door stormweer is zij het Skagerrak ingedreven. Daarna trad een windstilte in, waardoor de tjalk niet verder kon, zodat het anker geworpen werd. Tijdens het vastliggen stak een Zuid-Oostelijke storm op, waardoor de ankerketting gebroken is, en het schip tegen de pier geslagen is. Eerst werden door een reddingsboot twee man van het schip gehaald; getuige en de stuurman bleven aan boord, maar hebben ook het schip moeten verlaten, hetwelk geheel wrakgeslagen is. De uitspraak volgt later.