Inloggen
WELDAAD - ID 14129


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1842-08-31 / 1846-00-00 | Reden uitgevlagd: Binnenvaart
Onder Nederlandse Vlag tussen:1849-04-13 / 1854-03-12 | Reden uitgevlagd: Binnenvaart

Identification Data

Bouwjaar: 1828
Nat. Official Number: 504 GRON 1846
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Tjalk
Masten: One mast
Material Hull: Wood
Dekken: 1
Construction Data

Jan Ubels van der Werff

Overlijden           :  12 - 11 - 1874
Geslacht             :    M
Leeftijd                :    79 jaar
Geboorteplaats : Hoogezand 
Relatie                : Nicola Geziena Sinnige
Relatie                : Catharina Jurriens Lankhaar
Vader                  : Ubel van der Werff
Moeder               : Magrietha Fokkes Boer

 

 

 

Scheepsbouwer: Werff, Jan Ubels van der., Hoogezand, Groningen, Netherlands
Launch Date: 1828-00-00
Delivery Date: 1828-08-09
Technical Data

Net Tonnage: 30.00 lasts
 
Length 1: 19.75 Meters Registered
Beam: 3.38 Meters Registered
Depth: 1.90 Meters Registered
Configuration Changes

Datum 00-00-0000
Type:
Omschrijving: Draagvermogen binnenlands 84 ton.

Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1842
Datum agenda: 1842-08-31
Register nr: 0
Scheepsnaam: WELDAAD
Type:
Lasten: 0
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Pluktje, E.H.
Plaats: Groningen
Kapitein op moment van verzoek: Pluktje, E.H.
Opmerkingen: eerste zeebrief

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1828-08-09 WELDAAD
Manager: Evert Harms Pluktje, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Evert Harms Pluktje, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands

Date/Name Ship 1849-04-02 WELDAAD
Manager: Abraham Jans Prins, Veendam, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Abraham Jans Prins, Veendam, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Veendam / Netherlands

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt E.H.Plukje als gezagvoerder gedurende:

*    1830 t/m 1855 van de tjalk “Weldaad”, gebouwd in 1829 te Hoogezand, 86 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen.

 

Overige bijzonderheden

Ten aanzien van de “Weldaad” merkte Mulder083a op:

“ Weldaad'            tjalk, b.j. Hoogezand 1828, 84 ton, K/E 1828-1845 E.H. Plukje; 4/1846-1854 (?) K/E A.J. Prins te Vd. De tjalk 'Weldaad' b.j. 1834 is m.i. niet van Prins geweest! Blijkt later onjuist!

Op 24 maart 1846 werd Abram Jans Prins eigenaar van het bevaren overdekt tjalkschip ‘Weldaad’, waarvan hij uiteraard ook de schipper werd. Op die datum lag de tjalk in Veendam en had Prins het schip reeds ten genoegen aanvaard.

Prins betaalde voor de ‘Weldaad’ f1.000 aan zijn verkoper, scheepsbouwer Jelle Gerrits Berg uit Sappemeer. Deze aankoop werd volledig gefinancierd met een door Berg verstrekte hypothecaire lening. De termijn van aflossing was acht jaren, de rente bedroeg 6% per jaar. De ‘Weldaad’ kreeg in verband met deze financiering nu ook haar brandmerk: 504 Gron 1846.

De tjalk was in 1828 door scheepsbouwer Jan Ubels van der Werff in Hoogezand gebouwd van eikenhout op de vaste huid en had lange luiken. Het schip was lang negentien ellen zeven palmen vijf duimen, wijd drie ellen drie palmen acht duimen, hol een elle negen palmen en was groot 84 Ton. Schipper Evert Harms Plukje uit Groningen had steeds met de ‘Weldaad’ gevaren tot hij de tjalk aan Berg had verkocht (of ingeruild?).

In juli 1849 werd de ‘Weldaad’ door Bureau Veritas in Amsterdam geïnspecteerd, waarbij het schip werd geclassificeerd met 2/3 vertrouwen voor de binnenlandse vaart: een 2 voor het casco en een 3 voor tuigage en toebehoren. In 1854 moet Prins de ‘Weldaad’ hebben verkocht.”

Bouma vermeldt een tjalk “Weldaad” gebouwd in 1829 te Hoogezand, 86 ton, varend onder E.H.Plukje en een “Weldaad”, gebouwd in 1834 te Sappemeer, 56 ton, varend onder A.J.Prins. Uit bovenstaand commentaar van Mulder lijkt het erop dat Mulder beide schepen in elkaar schuift tot één schip. Nadere bevestiging door Mulder en commentaar van Bouma (die deze correctie NIET overnam) zijn noodzakelijk.

 

 

Datum vanaf: 1828
Kapitein: Plukje, Evert Harms

Familiegegevens en opleiding

Abraham Prins werd geboren te Veendam op 08 juli 1809 als zoon van schipper Jan Roelfs Prins en Jantje Remkes Sap.

Hij trouwde op 28 december 1849 te Stadskanaal met Aafiena Mechelina Mulder, geboren te Veendam op 26 januari 1823 als dochter van Jan Berents Mulder en Aafien Antonius Scheppers. Zij overleed te Wildervank op 16 juni 1897

Abraham overleed te Veendam-Oosterdiep op 23 september 1893.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

A.J.Prins was met vlagnummer Y7/168 in de periode 1850 t/m 1893 lid van het Veendammer zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart”.

Hij was tevens bestuurder van de subvereniging Leden Weduwen- en Wezenfonds “De Weldadigheid”.

“In 1865 werd Abram Prins een der drie commissarissen van het uit 1857 daterende Compact “de Eendracht” in Wildervank

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt A. resp. A.J.Prins als gezagvoerder gedurende:

*    1850 (moet zijn 1846) t/m 1854 van de tjalk “Weldaad”, gebouwd in 1834 te Sappemeer, 56 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Veendam;

*    1855 t/m 1872 van de 1/mkof “Jonge Barend”, gebouwd in 1854 te Sappemeer, 68 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Veendam;

*    1870 t/m 1881 van de tjalk “Afine”, gebouwd in 1870, bouwlocatie niet vermeld, 65 ton o.m.. Verdere gegevens niet vermeld. A.J.Prins was de opvolger van A.Prins en ik vraag me af of het niet dezelfde persoon betreft (zie ook hierna bij Mulder083.

 

Overige bijzonderheden

De navolgende gegevens zijn een verkorte vorm van een uitgebreide beschrijving in “De Schippers Mulder hun schepen en hun stamboom” door G.J.Mulder, uitg.Pirola, mei 2002, 239 pp.

Op 24 maart 1846 werd Abram Jans Prins eigenaar van het bevaren overdekt tjalkschip ‘Weldaad’, waarvan hij uiteraard ook de schipper werd. Op die datum lag de tjalk in Veendam en had Prins het schip reeds ten genoegen aanvaard.

Prins betaalde voor de ‘Weldaad’ f1.000 aan zijn verkoper, scheepsbouwer Jelle Gerrits Berg uit Sappemeer. Deze aankoop werd volledig gefinancierd met een door Berg verstrekte hypothecaire lening. De termijn van aflossing was acht jaren, de rente bedroeg 6% per jaar. De ‘Weldaad’ kreeg in verband met deze financiering nu ook haar brandmerk: 504 Gron 1846.

De tjalk was in 1828 door scheepsbouwer Jan Ubels van der Werff in Hoogezand gebouwd van eikenhout op de vaste huid en had lange luiken. Het schip was lang negentien ellen zeven palmen vijf duimen, wijd drie ellen drie palmen acht duimen, hol een elle negen palmen en was groot 84 Ton. Schipper Evert Harms Plukje uit Groningen had steeds met de ‘Weldaad’ gevaren tot hij de tjalk aan Berg had verkocht (of ingeruild?).

In het voorjaar van 1849 moet Prins de ‘Weldaad’ hebben verkocht; naar wie is onbekend.

In juli 1849 werd de ‘Weldaad’ door Bureau Veritas in Amsterdam geïnspecteerd, waarbij het schip werd geclassificeerd met 2/3 vertrouwen voor de binnenlandse vaart: een 2 voor het casco en een 3 voor tuigage en toebehoren.

Abram Jans Prins werd in 1854 schipper en mede-eigenaar van de nieuwe éénmast hektjalk ‘Jonge Barend’. Zijn partners waren allen zelf ook – al dan niet rustend of aanboord wonend – scheepskapitein, te weten Frederik Geugies Rasker, Harm Harms Boer, Roelof Reinders Spielman, Klaas Pieters Albers, Johannes Harms Dost en Jacob Roelfs Dost. Allen hadden domicilie te Groningen.

Ofschoon het in Groningen gebouwde schip werd geclassificeerd voor de binnenlandse vaart voer Prins er ook mee op buitenwater. Hij bleef schipper op de ‘Jonge Barend’ tot de winter van 1855-1856, toen hij door zijn partner F.G. Rasker werd opgevolgd.

Op 10 januari 1870 verkocht Abram Prins namens de partnerrederij de ‘Jonge Barend’ voor ƒ2.600 aan Roelf Pieters de Ruiter, zonder beroep wonende in Groningen. De Ruiter werd zelf de schipper en hij noemde zijn aankoop ‘Leentje Dost’. Hij ging met zijn ‘Leentje Dost’ in de binnenvaart, waardoor niet bekend is tot hoe lang hij er mee is blijven varen.”

“Abram Prins was van de ‘Weldaad’ afgestapt om in januari 1856 de hektjalk ‘Margrietha Alieda’ te kunnen kopen.

Eerste schipper-eigenaar was Pieter Freerk Leuning uit Kiel-Windeweer. Nadat Leuning was overleden werd door zijn weduwe tijdelijk J.J. Moesker uit Wildervank als zetschipper aangesteld.”

Op 31 januari 1856 kocht Prins de ‘Margrietha Alieda’ tijdens een publieke verkoping in het Gemeentehuis in Hoogezand. Die verkoop vond plaats op verzoek van Grietje Jans de Boer, weduwe van wijlen Pieter Leuning thans vrouw van Harm Hindrik Braam, landbouwer te Kielwindeweer zoo voor zich zelve als in hare hoedanigheid van moeder en wettige voogdesse over haren minderjarigen zoon Jan Pieters Leuning. Prins kocht het schip met opgoederen en toebehoren zoo goed en kwaad groot en klein als hetzelve is opgegeven en in zoodanige staat als hetzelve en de opgemelde goederen thans zijn liggende te Harburg (bij Hamburg) en zich aldaar bevinden willende de verkoopersche niet voor verkeerde opgave der grootte en hoedanigheid der goederen aansprakelijk zijn en zonder dat de koper van de verkoopersche wegens daaraan te doene reparatiën of gevonden wordende gebreken eenige schadevergoeding zal kunnen eischen.

Prins was met het hoogste en laatste bod van f 4.000 de beste bieder, waarna verkoperse het schip inclusief een boot aan hem toewees. Acceptatie van het bod hield tevens in dat Abram geacht werd het schip naar genoegen te hebben aanvaard. Het schip mocht echter niet uit de haven van Harburg vertrekken voordat de koper aan verkoperse de kooppenningen in gangbaar Nederlandsch goud of grof zilvergeld, of wel in muntbilletten of bankpapier, uitgegeven van wege het Rijk of door de Nederlandsche Bank naar de koers van den dag had uitbetaald, waartoe hij tot 10 februari de tijd had. Ook de scheepspapieren zouden eerst na volledige betaling aan Prins worden overhandigd.

In 1866 moet de hektjalk verloren zijn gegaan, maar waar en op welke wijze is onbekend. Abram moest misschien van de schrik bekomen, of wachten op uitkering van de verzekeringspenningen, want eerst in juli 1868 zien we hem weer terug als investeerder in een ander schip.”

Op 23 juli 1868 kocht Abraqm Prin, samen met drie anderen, de schoenergaljoot “Harmanna”

 “De ‘Harmanna’ was in 1852 voor rekening van de Veendammer kapitein Roelf Harms Veling, de latere verkoper aan Prins c.s. gebouwd bij Poppe Stoffers Smit te Veendam. Op 23 juli 1868 kochten Abram Prins, scheepskapitein, Harm Jans Smith, negotiant, Egbert Luppes Dijkhuis, negotiant, allen wonende te Veendam en Abrams zwager Pieter Koops, touwslager te Wildervank, elk een vierde deel in de schoenergaljoot ‘Harmanna’. Het schip wordt ook wel omschreven als een schoenerkof of schooner galjoot.

Tijdens een reis met een lading beenderen van Koningsbergen naar Fraserburg op de oostkust van Schotland strandde de ‘Harmanna’ op 23 november 1868 nabij Warsa, liep vol water en sloeg spoedig wrak; de bemanning kon worden gered.

Abram Prins was de enige varensman van de vier eigenaren, zodat mag worden aangenomen dat hij toen op dit schip de kapitein was, temeer daar hij in juli in Hamburg aan boord was gekomen. Volgens Sweijs was ten tijde van de scheepsramp R.H.Veling de schipper, maar vermoedelijk was nog niet tot een ieder doorgedrongen dat deze de ‘Harmanna’ reeds eind juli had verkocht.”

Op 14 maart 1870 staat hij te boek als voornaamste eigenaar van de smak “Afiena”. Hij verkocht het schip op 04 januari 1882 aan Harm Nicolaas Wijnstok uit Groningen.

 

Ten aanzien van de “Weldaad” merkte Mulder083a eerder op:

“ Weldaad'            tjalk, b.j. Hoogezand 1828, 84 ton, K/E 1828-1845 E.H. Plukje; 4/1846-1854 (?) K/E A.J. Prins te Vd. De tjalk 'Weldaad' b.j. 1834 is m.i. niet van Prins geweest! Blijkt later onjuist!

Op 24 maart 1846 werd Abram Jans Prins eigenaar van het bevaren overdekt tjalkschip ‘Weldaad’, waarvan hij uiteraard ook de schipper werd. Op die datum lag de tjalk in Veendam en had Prins het schip reeds ten genoegen aanvaard.

Prins betaalde voor de ‘Weldaad’ ?1.000 aan zijn verkoper, scheepsbouwer Jelle Gerrits Berg uit Sappemeer. Deze aankoop werd volledig gefinancierd met een door Berg verstrekte hypothecaire lening. De termijn van aflossing was acht jaren, de rente bedroeg 6% per jaar. De ‘Weldaad’ kreeg in verband met deze financiering nu ook haar brandmerk: 504 Gron 1846.

De tjalk was in 1828 door scheepsbouwer Jan Ubels van der Werff in Hoogezand gebouwd van eikenhout op de vaste huid en had lange luiken. Het schip was lang negentien ellen zeven palmen vijf duimen, wijd drie ellen drie palmen acht duimen, hol een elle negen palmen en was groot 84 Ton. Schipper Evert Harms Plukje uit Groningen had steeds met de ‘Weldaad’ gevaren tot hij de tjalk aan Berg had verkocht (of ingeruild?).

In juli 1849 werd de ‘Weldaad’ door Bureau Veritas in Amsterdam geïnspecteerd, waarbij het schip werd geclassificeerd met 2/3 vertrouwen voor de binnenlandse vaart: een 2 voor het casco en een 3 voor tuigage en toebehoren. In 1854 moet Prins de ‘Weldaad’ hebben verkocht.”

Bouma vermeldt een tjalk “Weldaad” gebouwd in 1829 te Hoogezand, 86 ton, varend onder E.H.Plukje en een “Weldaad”, gebouwd in 1834 te Sappemeer, 56 ton, varend onder A.J.Prins. Uit bovenstaand commentaar van Mulder lijkt het erop dat Mulder beide schepen in elkaar schuift tot één schip. Nadere bevestiging door Mulder en commentaar van Bouma (die deze correctie NIET overnam) zijn noodzakelijk.

 

Per e-mail dd 21 januari 2005 kreeg ik van de heer G.J.Mulder het volgende bericht:

Overdekte tjalk ‘Weldaad’

 

‘Weldaad’

Volgens een bijlbrief van 11.4.1849 verkreeg Abram Jans Prins een nieuwe tjalk ‘Weldaad’ groot 19,75 x 3,38 x 1,90 m en 84 ton. Het schip was gebouwd door Jan W. van der Werff in Hoogezand

Vermoedelijk heeft hij hiermee tot 1854 gevaren.

 

Mulder083a vermeldt het volgende waarbij de onderstreepte passages correcties zijn op de eerste druk van het boek van Bouma:

“  'Afiena' smak b.j. 3/1870, werf onbekend, 65 zeetonnen, , K/E 3/1870-1/1882 A.J. Prins te Vd, K/E 1/1882-10/1893 H.N. Wijnstok te Gn; 10/1893- ? K/E  T. Doddema te Vd, nu binnenvaarder.”

 

 

Datum vanaf: 1849
Kapitein: Prins, Abram Jans

Algemene informatie

1831

AH 020431
Advertentie. In lading te Amsterdam naar: Naar Bremen. Het Nederlandse schip DE WELDAAD, kapt. E.H. Pluktje. Adres bij J.C. van Oven.
AH 190731
Texel, 15 juli. Binnengekomen: 16 juli. DE VROUW JANTINA, kapt. G.G. Smit, van St. Petersburg en DE WELDAAD, kapt. E.H. Plukje van Bremen, de laatste in het Uithuizer Wad binnengekomen.


1842

GRC 090842
Uithuizerwad, 4 augustus. Gepasseerd De WELDAAD, Plukje van Bremen naar Amsterdam.

Op 31-08-42 wordt voor de WELDAAD door kapt./eigenaar E.H. Pluktje uit Groningen een eerste (lees nieuwe) zeebrief aangevraagd voor zichzelf.

AH 060942
Carga-lijsten. WELDAAD, kapt. E.H. Pluktje, van Bremen met suiker.
GRC 111142
Amsterdam, 7 november. Binnengekomen de WELDAAD, Pluktje van Hamburg.
AH 301242
Carga-lijsten Amsterdam: DE WELDAAD, kapt. E.H. Pluktje, van Hamburg met suiker en talk.

1843

GRC 070343
Bremerhaven, 25 februari. Uitgezeild WELDAAD, Pluktje naar Amsterdam.
AH 280343
Advertentie. In lading naar: Bremen. Het Nederlands schip DE WELDAAD, kapt. E.H. Pluktje. Adres bij Blikman en Comp.
AH 110743
Hamburg, 7 juli. Binnengekomen WELDAAD, Pluktje van Amsterdam.

1844

AH 230344
Hamburg, 18 maart. Aangekomen WELDAAD, Pluktje van Amsterdam.
AH 081044
Advertentie. In lading naar Gluckstadt: het Nederlandse schip DE WELDAAD, kapt. E.H. Pluktje. Adres bij Blikman en Co.
AH 020944
Flensburg, 19 augustus. Uitgezeild WELDAAD, Pluktje naar Holland.

Op 18-09-44 wordt voor de WELDAAD door kapt./eigenaar E.H. Pluktje uit Groningen een nieuwe zeebrief aangevraagd voor zichzelf.

1845

GRC 211045
Delfzijl, 16 oktober. Binnengekomen de WELDAAD, Pluktje van Bremen.

1846 - 1848

In de binnenvaart.

1849

Op 13-04-1849 wordt voor de WELDAAD door kapt./ eigenaar A.J. Prins uit Groningen een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.

GRC 010549
Zoutkamp, 27 april. Uitgezeild WELDAAD, Prins naar Hamburg.
GRC 121049
Delfzijl, 7 oktober. Binnengekomen de WELDAAD, Prins van Bremen naar Rotterdam.

1850

NRC 200250
Delfzijl, 13 februari. Uitgezeild de WELDAAD, A.J. Prins naar Bremen.
RC 051250
Te Travemünde, 29 november, WELDAAD, A.J. Prins van Hamburg.

1851

GRC 110351
Delfzijl, 4 maart. Uitgezeild de WELDAAD, Prins naar Hamburg.
GRC 281051
Van Hamvurg, 20 oktober, WELDAAD, Prins naar Termunterzijl.

1852

VEC 200352
Te Hamburg, 14 maart, WELDAAD, Prins van Termunterzijl..
GRC 161152
Termunterzijl, 13 november. Binnengekomen de WELDAAD, Prins van Hamburg.

1853

GRC 080453
Delfzijl, 4 april. Uitgezeild de WELDAAD, Prins naar Noorwegen.
GRC 081153
Termunterzijl, 4 november. Binnengekomen de WELDAAD, Prins van Hamburg.

1854

Op 12-03-1854 wordt de zeebrief van de WELDAAD door de ontvanger te Wildervank naar Den Haag teruggezonden.
Tegelijk vraagd kapt. A.J.Prins een zeebrief aan voor de JONGE BAREND.


>

Kroniekberichten

Toon kroniekberichten
Akten

Noord-Hollands Archief – Haarlem Archiefnummer Amst.198.3179-1842.46

DVD XI – 412 - 414
ACTE KOOP/VERKOOP

Naam schip de WELDAAD

plaats en datum acte onderhandse verkoop/koop, Sappemeer, 9 augustus 1828

type schip tjalkschipshol

bouwwerf/verkoper Jan Douwes Romkes, negociant te Sappemeer en Jan Ubels van der Werff, scheepstimmerman te Hoogezand

gevoerd door kapt.

eigenaar/aankoper Evert Harmannus Plukje, schipper

te voeren door kapt.

grootte in tonnen 84 tonnen (meetbrief Groningen, 5 augustus 1828

tuigage / aantal dekken

afmetingen 19,75 x 3,38 x 1,90 meter

kiellegging

tewaterlating 1828

plaats / datum registratie Groningen, 11 augustus 1828

nummer van registratie deel niet vemeld

notaris Mr.Johannes Wijbrandus Wilhelmus Wens, notaris te Sappemeer

prijs NLG. 1000,-

Bijzonderheden: bij het passeren van deze acte op 9 augustus 1828 was het hol, gebouwd in 1828, nog liggende aan de werf van Jan Ubels van der Werf, die het schip had gebouwd, en werd het schip in 1828 nieuw uitgehaald.
De bijlbrief werd pas op 7 juni 1833 door Jan Ubels van der Werff uitgeschreven, bekrachtigd door de burgemeester van Hoogezand en op 10 juni 1833 te Groningen geregistreerd in deel 21, folio 186, recto, vak 1.


researcher/datum research: ML / 290708

Naam WELDAAD (de)
Archiefinstelling Noord-Hollands Archief, Haarlem
Jaar 1842
Toegang 198
Inventaris 3179

NA-Den Haag Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675.161
DVD VIII – 383, 384
BIJLBRIEF
Naam schip WELDAAD

plaats en datum acte bijlbrief, Hoogezand, 2 april 1849

type schip tjalk

bouwwerf/verkoper Jan W. van der Werff, scheepsbouwer te Hoogezand

gevoerd door kapt.

eigenaar/aankoper (1849) in eigendom bevaren door Abram Jans Prins

te voeren door kapt.

grootte in tonnen 84 tonnen

tuigage / aantal dekken

afmetingen lang 19,75 m., breed 3,38 m., hol 1,90 m.

kiellegging

tewaterlating 1828

plaats / datum registratie Groningen, 2 april 1849

nummer van registratie deel 18, folio 53, recto, vak 4

notaris Burgemeester gemeente Hoogezand

prijs

bijzonderheden: J.W. van der Werff verklaart in 1849, dat hij de tjalk WELDAAD in 1828 heeft gebouwd.






researcher/datum research: ML / 240208

Naam WELDAAD
Archiefinstelling Nationaal Archief Den Haag
Jaar 1849
Toegang 3.03.17.01
Inventaris 3675

Bronnen

Jaar: 1849
Bron: NA-Den Haag
Omschrijving: Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675. – No. 161