Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt G.(E).Broekema als gezagvoerder gedurende:
- 1817 t/m 1818 van de tjalk “Jonge Gerrit”, geen vermelding van bouwgegevens, thuishaven en eigenaar. Het schip is 2 maal te Harlingen geregistreerd komend van Londen en Noorwegen.
- 1820 t/m 1840 van de kof “Jetske Hillechiena”, gebouwd in 1819, bouwlocatie niet vermeld, 100 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Pekela
- 1837 t/m 1841 van de kof “Ida Hillechiena”, gebouwd in 1837 te Veendam, 66 ton o.m., geen vermelding van reeder en thuishaven;
Twee voorgaande opgaven vertonen overlap in vaarperioden. Twee personen?
- 1839 t/m 1851 van de kof “Hillechiena Christina”, gebouwd in 1836 te Veendam, 91 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Pekela. Het schip voer in 1851 voor kapitein/eigenaar B.H.Stubbe te Groningen en was herdoopt in “Weldaad”.
In het Archief van de Amsterdamse Waterschout11a bevinden zich monsterrollen op naam van kapitein Geert Ernst Broekman (sic) op de:
“Jonge Gerrit”, dd 14 september 1814;
“Jetske Aeilegina (sic) dd 12 juni 1814.
Overige bijzonderheden
Rotterdamsche Courant 05 september 1816
Amsterdam, 3 september. Het schip de JONGE GERRIT, kapt. G.E. Broekema, van Libau (opm: Liepaja) naar Amsterdam bestemd, te Dantzig (opm: Gdansk) binnengelopen, heeft zware schade.
Rotterdamsche Courant 05 september 1816
Amsterdam, 3 september. Het schip de JONGE GERRIT, kapt. G.E. Broekema, van Libau (opm: Liepaja) naar Amsterdam bestemd te Dantzig (opm: Gdansk) binnengelopen, heeft zware schade.
Leeuwarder Courant 25 augustus 1818114
Harlingen, 24 augustus. Den 21 dezer zijn alhier binnen gekomen het kofschip JUPITER, kapt. Barend Roelofs van Wijk, met hout van Noorwegen, het tjalkschip de VROUW JACOBA, kapt. J.H. van Veen, en het tjalkschip de JONGE GERRIT, kapt. Geert Broekema, beide met ballast van Londen…..
Leeuwarder Courant 25 augustus 1818114
Harlingen, 24 augustus. …..
Den 23 dito zijn alhier binnen gekomen het smakschip de WAAKZAAMHEID, kapt. Coert W. Stuit, en het smakschip de VROUW ENGELINA, kapt. E.H. de Groot, beide met hout van Noorwegen, en zijn uitgezeild het tjalkschip de VROUW JACOBA, kapt. J.H. van Veen en het tjalkschip de JONGE GERRIT, kapt. G.J. Broekema, beide ledig naar Groningen, het kofschip de VROUW ALIDA, kapt. Jan Klasen, het smakschip MARTHA HENDRIKA, kapt. Jan H. Jonker, en het smakschip de VROUW ANNA, kapt. Albert A. Smith, alle drie met ballast naar Noorwegen.
Leeuwarder Courant 06 oktober 1818114
Harlingen, 5 oktober.
Den 3 dito zijn alhier binnen gekomen het kofschip de GOEDE VERWACHTING, kapt. Jurgen J. Schuuring, met hout van Nerva (opm: Narva, Estland), de smakschepen de WAAKZAAMHEID, kapt. Coert W. Stuit, de VROUW ANNA, kapt. H.A. Smit, de VROUW LAMMEGINA, kapt. Otte P. Smid, het kofschip WINDLUST, kapt. Geert R. Engelsman, het tjalkschip de JONGE GERRIT, kapt. G.E. Broekema, allen met hout van Noorwegen, en het tjalkschip de DRIE GEBROEDERS, kapt. M.H. Groenewoldt, met granen van Dantzig (opm: Gdansk). Den 4 dito zijn alhier binnengekomen het galjootschip de VROUW HENDRIKA, kapt. Klaas van den Oever, met ballast van Londen, het kofschip de VROUW LUBBEGINA, kapt. Klaas H. de Weerd, met hout van Memel (opm: Klaipeda), het schoenerschip MARGARETHA, kapt. Laas Jacobsen, met hout van Noorwegen, het tjalkschip de JONGE EVERT, kapt. H. Willems, en het kofschip de JONGE DIRK, kapt. Thomas Smit, beide ledig van Amsterdam.
Familiegegevens en opleiding
Hemmo werd geboren op te Veendam 14 november 1816 als zoon van de landbouwer Reinder Jans Meiborg en Anje Hemmes Jager. Vóórnaam HEMMO duidelijk geschreven in de akte.
Hemmo trouwde op 31 december 1845 te Veendam als zeeman met Pietertje Gerrits Broekema, geboren op 18 oktober 1815 te Veendam als dochter van de schipper Gerrit Ernst Broekema en IJda Tjallings Wolthuis. Pietertje overleed op 27 november 1885 te Wildervank, 70 jaar, weduwe.
Hemmo overleed op 18 maart 1877 te Wildervank, 60 jaar, koopman.
De Burgerlijke Stand akten uit de provincie Groningen vermelden Hemmo als zeeman in 1845, 1846, 1855, als schipper in 1860, 1867 en als koopman in 1877.
Lidmaatschap van zeemanscollege(s)
E.R.Meiborg was effectief lid van het Veendammer zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart” met vlagnummer 252 in de periode 1861 t/m 1876.
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt E.R.Meyborg/Meyburg als gezagvoerder gedurende:
* 1861 t/m 1862 van de kof “Ida Hillechiena”, gebouwd in 1837 te Veendam, 66 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Veendam. Het schip is in november 1862 gestrand op Goeree;
* 1863 t/m 1872 van de kof “Jan Frederik” ex Alberdina, ex Juliana, gebouwd in 1846 te Sappemeer, 78 ton o.m., varend voor K.& J.Wilkens te Veendam.
In de ledenlijst van het Veendammer zeemanscollege opgenomen in een almanak uit 1862 uitgegeven door de zeemanscolleges van Wildervank en Nieuwe Pekela wordt E.R.Meiborg vermeld als gezagvoerder van de “Ida Hillechina” met vlagnummer 252
De collectie monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum t Groningen vermeldt”
17 februari 1845, kof “Jacoba Hazewinkel”, schipper Jan Germs Boon, matroos Emmo Reinders Meiborg.
22 februari 1847, kof “Geerdina”, schipper Harm Willems Stuit, matroos Emmo Reinders Meiborg.
21 februari 1851, kof “Anna Sophia”, kapitein Severin Obbes Visser, stuurman Emmo Reinders Meiborg, 34 jaar uit Veendam.
21 april 1852, galjoot “Dageraad”, schipper Albert Klaassens Pruim, stuurman Emmo Reinders Meiborg.
21 juli 1855, schoener “Westerkwartier”, schipper Egbertus de Lange, stuurman Emmo Reinders Meiborg, 38 jaar uit Wildervank.
17 februari 1866, kof “Jan Frederik”, schipper Hemmo Reinders Meiborg, 49 jaar uit Veendam
16 februari 1867, kof “Jan Frederik”, schipper Hemmo R.Meiborg, 50 jaar uit Wildervank.
09 oktober 1867, kof “Jan Frederik”, kapitein Eppo Reinders meiborg, 51 jaar uit Veendam
19 april 1870, kof “Jan Frederik”, kapitein Emmo Reinders Meiborg, 53 jaar uit Veendam.
Overige bijzonderheden
Geen
|