Familiegegevens en opleiding
Lambert Hendrik Singer werd geboren te Korte Zwaag, provincie Vriesland op 04 februari 1796.
Hij was getrouwd met Antje Hattems/Hattum, geboren te Amsterdam op 07 april 1808 (of 12 juli 1814). Zij overleed 22 juli 1877.
Lambert overleed in 1873. Bij zijn overlijden is als woonplaats Amsterdam vermeld.118 en 003
Lambertus Hendrik Singer woonde op de Wittenburgergracht te Amsterdijk. Hij werd geboren in 1809 in Goedijk. Zijn religie was Nederduits Hervormd.098
Is dit een foute opgave in het Bevolkingsregister of was er een tweede L.H.Singer? – Parma.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
L.H.Singer (met als adres J.A.de Jongh) werd met vlagnummer 297 per 22 september 1829 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop op voordracht van kapitein C.Haasnoot. Zijn schip was de “Zaandam” (met potlood doorgestreept en vervangen door “Koning Willem”) 002.
In de Algemene Ledenvergaderingen van het Amsterdams zeemanscollege Zeemanshoop van 15/22 september 1829 werd Lammert Hendrik Singer, wonende te Zaandam en met als adres J.Corver & Co te Amsterdam, oud 34 jaar, voerend de kof “Zaandam”, op voordracht van kapitein C.Haasnoot voorgedragen/benoemd als effectief lid met vlagnummer 297023.
Hij werd deelnemer in het Weldadig Zeemansfonds van Zeemanshoop per 01 januari 1836. Per 01 mei 1855 van beroep veranderd003.
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 07 januari 1836 staat een brief van kapitein L.H.Singer “verzoekende uitstel tot het fourneren van nadere documenten om als voortdurend Deelnemer te worden aangenomen hetwelk wordt toegestaan … “042.
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 29 januari 1857 staat een verzoek van kapitein L.H.Singer om vrijstelling van contributie, hetgeen wordt afgewezen. In de vergadering dd 29 april 1858 verzoekt hij wederom om ontheffing van het betalen van contributie wat opnieuw wordt afgewezen.042.
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 28 oktober 1858 vraagt kapitein L.H.Singer om een uitkering. In de vergadering dd 25 november 1858 wordt hem een halve uitkering toegekend ingaande 01 november 1858, maar dan moet eerst worden voldaan aan de contributieverplichtingen conform artikel 58 van het Reglement.042
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 31 mei 1859 verzoekt kapitein L.H.Singer om een volledige uitkering te mogen ontvangen, die hem in de vergadering dd 30 juni 1859 alsnog wordt toegekend ingaande 01 augustus 1859.042.
In de Bestuursvergadering van 29 september 1859 vraagt kapitein L.H.Singer om vrijstelling van contributie, hetgeen wordt afgewezen.042.
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 30 juli 1867 verzoekt kapitein L.H.Singer om ontheffing of vermindering van de contributie. Dit wordt om reglementaire redenen afgewezen.042
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 27 maart 1873 vraagt de wed. L.H.Singer om de regelementaire uitkering welke haar in de vergadering van 24 april 1873 wordt toegestaan ingaande 01 mei 1873.042.
In de notulen van de Algemene Vergadering dd 07 december 1858 staat vermeld dat kapitein L.H.Singer om onderstand verzoekt. Er volgt dat aan hem “de helft der onderstand in de 1e klasse is toegestaan ingaande 1e November 1858”. In de vergadering dd 19 juli 1859 wordt hem een volle uitkering toegekend ingaande 01 augustus 1859. In de vergadering dd 18 oktober 1859 staat een verzoek van kapitein L.H.Singer om vrijstelling van contributie, hetgeen wordt afgewezen.023.
In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 27 augustus 1867 is vermeld een verzoek van L.H.Singer om ontheffing of vermindering van zijn contributie. Dit verzoek wordt afgewezen. 023.
In de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 10 juni 1873 staat vermeld dat per 01 mei 1873 een uitkering in de 1e klasse wordt toegekend aan de wed. H.L.Singer geb. Hattum.023.
De schepen van de kapitein
lidmaatschap College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
297 1829-1833 kof Zaandam J.Simonsz te Zaandam
1834-1835 sch.kof Zaandam idem
192 1836-1838 sch.kof Zaandam idem
1839 geen vermelding van schip en boekhouder
1840-1848 sch.kof Koning Willem A.H.& H.A.Tromp te Woudsend
1849 kof Annette geen opgave
1850-1853 kof Annette de kapitein
54 1854 kof Annette idem
1855-1872 geen vermelding van schip en boekhouder
Bouma025 vermeldt L.H.Singer als gezagvoerder gedurende:
-
* 1825 t/m 1827 van de kof “Vrouw Catharina”, geen vermelding van bouwgegevens, varend voor W.Visser te Zaandam. Het schip werd 2 keer te Harlingen geregistreerd en wel van Liverpool resp met hout uit de Oostzee;
-
* 1830 t/m 1839 van de kof “Zaandam”, gebouwd in 1829, bouwplaats niet vermeld, 189 ton o.m., varend voor J.Simons te Zaandam. Het schip werd in 1839 verkocht;
-
* 1841 t/m 1849 van de schkof “Koning Willem”, gebouwd in 1840 te Woudsend, 195 ton o.m., varend voor A.H. & H.A.Tromp te Woudsend;
-
* 1850 t/m 1854 van de kof “Annette” ex Vrouw Grietje, gebouwd in 1845 te Pekela, 85 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Amsterdam. Het schip is op weg van Archangel naar Amsterdam bij Nordland verongelukt.
Overige bijzonderheden
In het FSMO te Sneek hangt een schilderij door Teupken van de schoenerkof de “Koning Willem” onder kapitein L.H.Singer.
“Lammert Hendriks Singer werd in 1796 geboren te Gorredijk. In 1830 was hij kapitein op een Zaans kofschip de “Zaandam”... Het scheelde een haar of een benoeming als kapitein op één van de schepen van de n.v. “Friesche Kofscheepsrederij” was niet doorgegaan. Scheepsbouwer Meijes uit Amsterdam reageerde aanvankelijk niet op het verzoek van de directie nadere inlichtingen over Singer te verstrekken. Het verzoek werd nog eens herhaald. ... Gelukkig voor Singer reageerde Meijes toen wel. Na een ontmoeting met de directie werd besloten Singer de kapiteinspost op de “Koning Willem” aan te bieden. Ondanks dat de benoeming pas per 1 mei 1840 in zou gaan (en de eerste maanden voor halve gage) werd Singer al ver voor die datum aan het werk gezet. Hij zorgde voor een tuigplan en inderhield namens de directie contacten met Amsterdamse leveranciers van scheepsbenodigdheden ... Verder was hij actief in het aan “de” man brengen van aandelen. In de volgende jaren bleek Singer een betrouwbaar en loyaal kapitein. Hij deed wat van hem werd verlangd, zonder zich geheel aan de wensen van de directie aan te passen. Die oefende in 1840 nogal druk op hem uit in Woudsend te komen wonen, maar Singer hield de boot beleefd af. Wel verhuisde hij in de loop der jaren van Zaandam naar Amsterdam. In 1849 vlak voor het einde van de betrekking bij de rederij, ontstond er tussen kapitein en directie onenigheid over de inventarisatielijst van de “Koning Willem”. De lijst zou volgens de directie niet volledig zijn ingevuld. De poging van Singer om met de directie de “Koning Willem” te kopen maakte mede door dit meningsverschil weinig kans meer. Singer kocht in 1849 het kofschip “Annette” en voer er mee tot 1855. Op 4 februari 1873 overleed hij in zijn woning aan het Rapenburgerplein”041-p.80.
“Kapitein Singer nam twee van zijn zoons mee op reis. De oudste zoon maakte snel vorderingen bij zijn vader. In vier jaar klom hij op tot eerste stuurman. Aan het niveau van vader Singers lessen behoeft niet te worden getwijfeld: twintig jaar later is deze zoon kapitein op de bark Arlequin. De andere zoon had minder talenten. Hij bracht het niet verder dan lichtmatroos”041-p.78.
“De Drie Gebroeders” in het Nauw van Calais057:
04 september 1838 “... passeerden een schoenerkof toonde de Hollandsche vlag en nommervlag dezelve had 192 Kaptijn Singer kof Zaandam ...”. (was dus op weg naar Nederland).I
De kof “Zaandam” onder gezag van Lambert Hendk Singer en met 9 manschappen dateerde de monsterrol op 07 december 1837 met bestemming Newkerij (vermoedelijk Nickerie in Suriname). De boekhouders waren Hooyman Schuurman011.
Familiegegevens en opleiding
Reinder Harm Lutje werd geboren/gedoopt te Nieuweschans (Groningen) op 26 november/25 december 1808 als zoon van Harrm Reinders Lutje en Hillechien Folkerts...
Hij huwde te Nieuwe Schans op 10 feburari 1837 met Nomke Derks Muller , geboren te Nieuwe Beerta gem Nieuwe Schans op 6 februari 1809 als dochter van de logementhouder Derk Jans Muller en Engel Jurjens Poppens. Zij overleed te Nieuweschans op 27 maart 1884, 75 jaar.
Hij was de schoonvader van kapitein Poppe Andreas Rentema (zie aldaar).
Hij overleed te Nieuweschans op 21 september 1880, 71 jaar. 003 en allegroninger
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
R.H.Lutje, Kranenborg & Zn, werd met vlagnummer 413 effectief lid van "Zeemanshoop" per 12 juni 1838 op voorspraak van H.Mulder. Ten tijde van de inschrijving was zijn schip de "Antonia Francina"002. Ten tijde van de inschrijving was de man 30 jaar en de vrouw eveneens 30 jaar002a
In de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege “Zeemanshoop” van 05/12 juni 1838 werd als effectief lid ingeschreven Reinder Harms Lutje, oud 29 jaar, voerend de kof “Anthonia Fransina”, adres bij de heren Kranenborg & Zn te Amsterdam, op voordracht van kapitein H.Mulder023.
R.H.Lutje werd per 15 december 1838 deelnemer in het Weldadig Zeemans Fonds van Zeemanshoop.003
-
Harms Lutje wonend te Nieuweschans was met vlagnummer 93 lid van het Dordtse zeemanscollege Tot Nut van Handel en Zeevaart in de periode 02 februari 1855 t/m zijn royement in 1876. Ten tijde van de inschrijving was hij gezagvoerder van de schoener “Christina” varend voor de Gebr. Heemskerk te Amsterdam 064a
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 25 april 1872 staat een verzoek om onderstand van kapitein R.H.Lutje, welk verzoek op 30 mei 1872 werd ingewilligd met ingang van 01 mei 1872 voorlopig voor 6 maanden.042.
In de vergadering dd 31 oktober 1872 wordt een continuering toegestaan tot 01 mei 1873 mits hij bewijs overlegd van zijn voortdurende ongesteldheid. Deze wordt in de vergadering dd 28 november 1872 overgelegd. Idem een verlenging voor 6 maanden op 30 oktober 1873. Op 27 november 1873 vraagt hij vrijstelling van het overleggen van een bewijs van voortdurende ongesteldheid hetgeen wordt afgewezen. Op 23 december 1873 legt hij alsnog een bewijs over. Idem een verlenging op 07 mei 1874 tot 01 mei 1875. Ook een attest op 28 mei 1874. Idem per 13 april 1875 tot 01 mei 1876. Op 27 april 1876 verlenging tot 01 mei 1877. Op 25 april 1878 verlenging tot 01 mei 1879. Op 24 april 1879 verlenging tot 01 mei 1880. Op 29 april 1880 verlenging tot 01 mei 1881.
042.
In de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 28 oktober 1880 wordt het overlijden gemeld van R.H.Lutje en dd 29 september 1881 staat het verzoek om de regelementaire uitkering door de wed. R.H.Lutje geb. Muller welke haar in de vergadering van 27 oktober 1881 wordt toegekend ingaande 01 november 1881.042
In een bijlage bij een Bestuursvergadering uit 1881 (Stadsarchief Amsterdam, 491-38) staat het resultaat van een nader onderzoek door Bestuurslid K.J. van Hemert inzake een ondersteuningsaanvrage door de wed. van Det.
“… de Heer J.P.Mink, die met hare toestand bekend is, mij heeft medegedeeld, dat zij met hare kinderen in behoeftigen toestand verkeert en door naayen in de behoeften van haar gezin tracht te voorzien.”
In de notulen van de Algemene Vergadering van “Zeemanshoop” dd 25 juni 1872 staat vermeld dat per 01 mei 1872 voor 6 maanden een uitkering in de 1e klasse is uitgekeerd aan kapitein R.H.Lutje. De uitkering wordt verlengd tot 01 mei 1873 in de vergadering van 12 november 1872. Op 25 november 1873 staat: “Aanvrage om voortduring van onderstand van Kapt. R.H.Lutje, aan wien die voortduring is toegestaan, doch wegens zijne te laat ingekomene aanvrage, ingaande 1e October 1873.” In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 23 december 1873 staat vermeld: “Missive van Kapt.R.H.Lutje reclamerende over de ingang zijner uitkeering en verzoekende verschoond te blijven van het inleveren van een bewijs van voortdurende ongesteldheid, waarop besloten is bij het vorige besluit te persisteren.” Idem per 26 mei 1874, continuering tot 01 mei 1875 “onder voorbehoud van het overleggen van een bewijs van voortdurende ongesteldheid.” Idem per 18 mei 1875 “onder voorbehoud van het overleggen van een bewijs van voortdurende ongesteldheid.”023 Continueringen werden regelmatig aan diverse gezagvoerders toegekend, maar de genoemde voorwaarde van het leveren van een bewijs is vrij uitzonderlijk. Wellicht had het Bestuur enige twijfel over de ernst van de lichamelijke ongesteldheid.
Continuering voor 1 jaar per 23 mei 1876. Idem per 22 mei 1877. Idem per 21 mei 1878. Idem per 13 mei 1879.023.
In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 22 november 1881 staat vermeld dat per 01 november 1881 een uitkering in de 1e klasse is toegekend aan de wed. R.H.Lutje geb. Muller.023.
In het kasboek van het Dordtse zeemanscollege “Tot Nut van Handel en Zeevaart” staat op 14 april 1855 de storting door R. Harms Lutje van f 15,- als entreegeld voor lidmaatschap van het college.064b
In de notulen van de Bestuursvergadering van het Dordtse zeemanscollege “Tot Nut van Handel en Zeevaart” dd 07 december 1882 staat een opsomming van geroyeerde leden waaronder:
“Vlag 93 R.Harm Lutje. Verblijf onbekend. Niet betaald sedert 1872/73. Geroyeerd 1876.”064a
De schepen van de kapitein
In Ledenlijsten de Dortse zeemansalmanak (Stadsarchief Dordrecht, inv. 93, nrs 16-33) staat R.Harms Lutje als gezagvoerder064a:
* 1855 t/m 1858 schoener “Jacoba Christina” boekhouder Gebr. Heemskerk te Amsterdam
* 1859; 1861 schoener “Jacoba Christina” boekhouder van den Bey & co te Amsterdam
* 1874 geen vermelding van een schip
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
413 1838-1839 kof Antonia Francina Gebr.Heemskerk
1840-1846 sch.kof Jan Jacob idem
1848 geen vermelding van schip en boekhouder
1849-1851 sch.kof Koning Willem Ned.Kof-Scheepsreederij
1852 sch.brik Jacoba Christina Gebr.Heemskerk
1853 sch.brik Jacoba Christina idem
153 1854-1856 sch.brik Jacoba Christina idem
1857-1861 sch.brik Jacoba Christina van den Bey & Co
1862 geen vermelding van schip en boekhouder
1863-1871 brik Willem van den Bey van den Beij & Co
1872-1879 geen vermelding van schip en boekhouder
Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093:
kapitein naam schip vertrek terugkomst
R.H.Lutje Jacoba Christina 03 december 1860 15 oktober 1861
Willem van den Bey geen melding 02 november 1863
Willem van den Bey 01 januari 1864 14 juni 1864
Willem van den Bey 17 juli 1864 25 maart 1865
Willem van den Bey 24 april 1865 geen melding
Willem van den Bey 30 november 1866 geen melding
Willem van den Bey 18 mei 1868 geen melding
Bouma025 vermeldt R.H.Lutje als gezagvoerder gedurende:
* 1839 t/m 1840 van de kof “Antonia Francina”, gebouwd in 1831, bouwplaats niet vermeld, 79 ton o.m., varend voor de Gebr. Heemskerk te Amsterdam;
* 1841 t/m 1848 van de sch.kof “Jan Jacob”, gebouwd in 1840 te Pekela, 117 ton o.m., varend voor de Gebr. Heemskerk te Amsterdam;
* 1850 t/m 1852 van de schkof “Koning Willem”, gebouwd in 1840 te Woudsend, 195 ton o.m., varend voor de Ned. Kofschip Reederij te Amsterdam. Het schip is op 04 januari 1852 wrak geslagen op Vlieland;
* 1853 t/m 1857 van de 2/mSch. “Jacoba Christina”, gebouwd in 1853 te Amsterdam, 183 ton o.m., varend voor de Gebr. Heemskerk te Amsterdam;
Volgens de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 14 juni 1853 liep het schip op 21 juni 1853 van stapel op de werf Hollandia te Amsterdam;
* 1858 t/m 1862 van hetzelfde schip maar nu varend voor v/d Bey & Co te Amsterdam. Het schip voer in 1863 voor Bouma & van Rijckevorsel te Amsterdam en was herdoopt in “Axim”;
* 1863 t/m 1872 van de brik “Willem v/d Bey”, gebouwd in 1863 te Hoogezand, 211 ton o.m., varend voor v/d Bey & Co te Amsterdam.
Overige bijzonderheden
In een extract uit een journaal van de schoenerkof “Koning Willem”, kapitein Reinder Harms Lutje, is op 27 januari 1851 de kok overleden op reis van Nickerie naar Amsterdam op de hoogte van 46o51’NB/17o21’WL.115