1897
NGRC 220697
Delfzijl, 19 juni. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Wangeroog.
NPGC 310897
Emden, 25 november. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Statensiel.
1898
NGRC 050498
Delfzijl, 4 april. Vertrokken EBENHAEZER, Salomons naar Hamburg.
NPGC 020898
Delfzijl, 30 juli. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Gotenburg.
1899
NGRC 220499
Delfzijl, 21 april. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Hamburg.
NNO 181199
Flensburg, 15 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Zaandam.
1900
NGRC 240400
Holtenau, 21 april. Binnengekomen EBENHAEZER, Salomons van Kopenhagen.
NPGC 241100
Hamburg, 26 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Rostock.
1901
NGRC 210301
Hamburg, 18 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Tonningen.
NNO 201201
Hamburg, 16 december. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Nyekjöbing.
1902
NVEC 080302
Hamburg, 5 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar (niet vermeld).
NGRC 151102
Holtenau, 12 november. Gepasseerd van Karrebecksminde naar Odense.
1903
WIN 270303
Krageroe, 21 maart. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van (niet vermeld).
NRC 270903
Wittow, 23 september. Op 18 dezer is de Nederlandse ijzeren tjalk EBENHAEZER, schipper Salomons, in ballast van Odense naar een haven in de Oostzee bestemd, bij Wankevitz gestrand. Het vaartuig zit op steenachtige grond en is lek. De opvarenden bevinden zich nog aan boord.
PGC 290903
Wittow, 23 september. Op 18 dezer is de Nederlandse ijzeren tjalk EBENHAEZER, schipper Salomons, in ballast van Odensee naar een haven in de Oostzee bestemd, bij Wankevitz gestrand. Het vaartuig zit op een steenachtige grond en is lek. De opvarenden bevinden zich nog aan boord. Een Hollandse expert is hier aangekomen om maatregelen te treffen om het schip te bergen. Vermoedelijk zal daarmede dezer dagen worden begonnen door de bergingstoomer RUGEN.
PGC 011003
Stralsund, 28 september. De in de nabijheid van Arkona gestrande Nederlandse tjalk EBEN HAEZER werd door de Deense bergingsstomer SKANDINAVIEN vlot en naar hier gesleept. De tjalk heeft zich op de steenachtige grond lekgestoten en dewijl het achterschip lek was en er een gat in was moest dit lek eerst gestopt worden voordat men het vaartuig af kon brengen. De EBEN HAEZER kwam in ballast van Odense en was bestemd naar Memel (opm: Klaipeda) om aldaar planken te laden.
PGC 071003
Stralsund, 2 oktober. De Nederlandse tjalk EBENHAEZER, werd hier op de helling gezet en door deskundigen geschat op 6500 mark, van welk bedrag 50% aan de bergingsmaatschappij moet worden betaald. De reparatiekosten worden geschat op circa 5000 mark.
WIN 121103
Delfzijl, 9 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Stralsund.
1904
DMB 180304
Delfzijl, 16 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Holmstadt
NPGC 100904
Vlieland, 8 september. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Frederikstad.
1905
NNO 190305
Delfzijl, 18 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons van Zaandam naar Holtenau.
NPGC 141105
Vlieland, 10 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Stralsund
1906
NNO 250406
Delfzijl, 24 april. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons van Zaandam naar Holtenau.
PGC 260906
Kiel, 24 september. De tjalken EBENHAEZER, schipper F. Salomons (Martenshoek), van Hamburg naar Stettin, en ROELFINA, schipper A.R. Kramer (Groningen), van Geestemunde naar Sasnits, zijn tussen Holtenau en Friedrichsort in aanvaring geweest met het Deense s.s. RITA, tengevolge waarvan de EBENHAEZER het voortuig verloor en de ROELFINA schade aan de boeg bekwam. Beide schepen zullen hier weder zeewaardig gemaakt worden. De RITA zette de reis voort. Ogenschijnlijk had het geen schade.
NPGC 191206
Vlieland, 17 december. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Lemkenhaven.
1907
NNO 310307
Vlieland, 29 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Hamburg.
NNO 081107
Vlieland, 6 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Fehmarn.
1908
NNO 240508
De tjalk EBENHAEZER, kapt S. Salomons, welke gistermorgen naar zee vertrok, keerde dezelfde achtermiddag nog weder terug met gebroken stuurboordszwaard, verkregen door het aan de grond stoten op de Eems. De schade wordt hier hersteld.
NPGC 091208
Carolinensiel, 2 december. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Bremen.
1909
DMB 230409
Warnemünde, 20 april. Vertrokken EBENHAEZER, Salomons naar Bremen.
NRC 191109
Norden, 17 november. Het met hout van Hamburg komende Nederlandse schip EBEN HAËZER, dat wegens verlies van anker en zwaard alhier als noodhaven wilde binnenlopen,
geraakte alhier aan de grond. De Nederlandse sleepboot ENGELINA en de tjalk CONFIANCE kwamen alhier aan om schip en lading te bergen.
RN 191109
Delfzijl, 17 november. De heden alhier aangekomen tjalk EBENHAEZER, kapitein Salomons, van Hamburg naar Hoogkerk, heeft door slecht weer een zwaard en een anker en ketting verloren; zij heeft de reis naar de bestemming aanvaard.
1910
NVEC 190310
Delfzijl, 18 maart.Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Emden.
DMB 311210
Delfzijl, 30 december. Zeilklaar EBENHAEZER, Salomons naar Neufahrwasser.
1911
NNO 100211
Delfzijl, 10 februari. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Neufahrwasser.
NVEC 141111
Delfzijl, 11 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Emden naar Overschie.
1912
NVEC 290312
Vlieland, 27 maart. Zeilklaar EBENHAEZER, Salomons naar Hamburg.
NNO 170912
Cuxhaven, 17 september. De navolgende schepen liggen hier wegens tegenwind in de haven: HOOP OP ZEGEN, kapt. Slump, RISICO, kapt. Kunst, EBENHAEZER, kapt. Salomons, HENRIETTE, kapt. Balk, EDORA, kapt. Zuidema, EERSTELING, kapt. Lei, STAD GRONINGEN, kapt. Koenen, EETJE, kapt. Bos, HARMINA, kapt. Diepenveen, EBENHAEZER, kapt. Veen
DMB 241112
Holtenau, 21 november. Gepasseerd EBENHAEZER, Salomons van Wismar naar Papenburg.
1913
NNO 140313
Delfzijl, 14 maart. Ter rede EBENHAEZER, Salomons van Emden naar Kalmar.
NVEC 231213
Bremen, 20 december. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Rostock.
1914
ON 210314
Delfzijl, 20 maart. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons, met verlies van scheepsboot, van Norderney naar Delfzijl.
DMB 300714
Holtenau, 28 juli. Gepasseerd EBENHAEZER, Salomons van Russ naar Oldenburg.
1915
RN 160415
Delfzijl, 14 april. De heden alhier aangekomen schepen ALPHA, kapt. Holwerda en EBENHAEZER, kapt. Salomons, hebben vanaf begin november jl. te Bremen, beladen met bier, bestemming Amsterdam zeilklaar gelegen, doch zijn door de Duitse autoriteiten opgehouden, tot in het laatst van de vorige maand beide schepen met Duitse bemanning naar Wilhelmshaven zijn gebracht, alwaar beide schippers Holwerda en Salomons met hun personeel (die op bevel van de Duitse autoriteit per spoor van Bremen de reis daar heen gedaan hadden) het commando over namen en verlof kregen hun weg langs het Eems-Jade kanaal, Emden - Delfzijl naar de bestemming te vervolgen.
1916
NNO 050416
Rotterdam, 3 april. Zeilklaar EBENHAEZER, Salomons naar Kopenhagen.
RN 100816
IJmuiden, 9 augustus. Het kofschip EBENHAEZER, kapt. Salomons, 31 juli van hier naar Hallstad in Zweden vertrokken met een lading oud ijzer, is volgens een hier ontvangen particulier bericht, met verlies van boot, gedeelte van de zeilen, en zware slagzij te Cuxhaven binnengesleept.
RN 031016
IJmuiden, 2 oktober. Volgens een hier ontvangen particulier bericht is de met stormschade te Cuxhaven binnengesleepte koftjalk EBENHAËZER, kapt. Salomons, thans na herstel van de schade via Hamburg binnendoor naar Lübeck vertrokken, teneinde de reis naar Zweden voort te zetten.
1917
RN 170117
IJmuiden, 16 januari. Gisteren arriveerde hier de Nederlandse zeetjalk EBENHAËZER, kapt. S. Salomons uit Gasselternijveen, welke rapporteerde op de uitreis van Amsterdam naar Hallsta (Zweden) met zware stormschade te Cuxhaven binnengelopen te zijn en na reparatie wegens bezwarende omstandigheden door Duitse binnenkanalen de reis naar de Oostzee te hebben voortgezet. Onze berichtgever te IJmuiden vernam daarover de volgende bijzonderheden: De tjalk EBENHAËZER was met een lading ijzerdraaisel van Amsterdam naar Hallsta bestemd en vertrok 31 juli van IJmuiden naar de bestemming. Na enige dagen gezeild te hebben werd het schip door een zware storm overvallen, waardoor het zware schade beliep en grote slagzij kreeg, daar de lading naar één kant overgevallen was. Met zeer grote snelheid dreef het schip naar de Duitse kust. Na gehouden scheepsraad besloot men dan ook een noodhaven op te zoeken, waarop men naar Cuxhaven koers zette. Een patrouillerende Duitse torpedojager merkte het schip op en informeerde, wijl het schip zich wegens de mijnenvelden in een gevaarlijke positie bevond, naar herkomst en bestemming. Na de mededeling van kapt. Salomons dat hij naar Cuxhaven wenste te gaan, nam de torpedoboot het vaartuig op sleeptouw en bracht het in die haven binnen. Tijdens deze sleeptocht nam een overgekomen marineofficier het commando op zich en werd de Nederlandse bemanning vervangen door Duitse marine-matrozen. De Nederlanders moesten in de kajuit verblijven tot het schip goed en wel gemeerd lag. Door een andere inmiddels aan boord gekomen marineofficier werden de scheepspapieren doorgezien en in orde bevonden. Bij gehouden onderzoek van de schade, bleek deze van grote omvang te zijn, zodat deze ter plaatse moest gerepareerd worden alvorens de reis te kunnen voortzetten. Tijdens deze reparatie (waarbij opgemerkt kan worden dat de benodigde zeilen uit Nederland werden opgezonden) was het verkeer aan land voor de bemanning verboden. Een uitzondering werd gemaakt voor de gezagvoerder als deze zaken te behandelen had. Hij kreeg dan echter steeds een militair geleide mee. Voedsel kon men in voldoende mate krijgen, niet meer, ook niet minder dan de Duitsers zelf. Na een oponthoud van een maand wilde de kapitein op de gewone wijze de reis voortzetten, doch kon daarvoor alleen toestemming krijgen indien hij een som van 3.000 Mark deponeerde, welk bedrag moest dienen voor het uitbrengen van het schip buiten het mijnenveld op de Duitse kust. Door de kapitein werd getracht een betere oplossing te vinden en vroeg hij aan, de reis door het Kaiser Wilhelm-kanaal te mogen doen. Dit werd echter beslist geweigerd. Men wilde echter wel toestemming geven om de reis van Hamburg door het Travemündekanaal te maken. Hier voor was echter nodig dat een gedeelte van de lading gelost werd, wegens de diepgang van het schip ten opzichte van het vaarwater. Ongeveer 50 ton ijzerdraaisel werd nu geladen op een dekschuit welke gelijk met de EBENHAËZER binnendoor naar Lübeck werd gesleept. Bij aankomst te Lübeck werd dit gedeelte van de lading van de zolderschuit genomen en de reis naar Hallsta voortgezet. Na vertrek uit Lübeck beliep het schip wederom averij doordat het in aanvaring kwam met een Duitse torpedoboot, welke ‘s nachts zonder vuren buiten Lübeck ter bewaking voor anker lag. Het schip raakte met de boegspriet het achterschip van de torpedojager, waardoor deze bij de steven afknapte. Voor reparatie ging de tjalk toen naar de Deense haven Gjedser en zette na de schade aldaar hersteld te hebben, de reis voort. Door al deze wederwaardigheden had men een tijdverlies van enige maanden.
RN 070917
Rotterdam, 6 september.. Het zeilschip EBENHAEZER, kapt. Salomons, arriveerde 4 september. te Westervik om te laden voor Amsterdam.
1918
ASD 030518
Maassluis, 3 mei. Uit zee terug EBENHAEZER, Salomons naar Noorwegen.
DAB 060518
Nieuwe Waterweg, 4 mei. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Noorwegen.
1919
RN 070719
Rotterdam, 5 juli. De koftjalk EBENHAEZER van de reder S. Salomons Hzn. te Gasselternijveen is onderhands verkocht aan de reder P. Westers te Groningen. Het schip zal nu bevaren worden door kapt. Fr. Kappen uit Delfzijl en ligt thans te IJmuiden gereed tot vertrek naar Kopenhagen.
DAB 040719
IJmuiden, 4 juli. Uitgezeild EBENHAEZER, Kappen naar Kopenhagen.
1920
EBENHAEZER, Westers in de binnenvaart.
1921
DMB 150321
Delfzijl, 13 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Westers naar Elseneur.
NPGC 141121
Hamburg, 9 november. Vertrokken EBENHAEZER, Westers naar (niet vermeld).
1922
NPGC 170122
Hamburg, 12 januari. Aangekomen EBENHAEZER, Westers van Aarhus.
ON 200722
Hamburg, 15 juli. Binnengekomen EBENHAEZER, Westers van Nykjöbing.
Op 22.11.1922 vertrokken uit Mariager (Dnk) naar Helsingör (Dnk) met een lading van 140 ton kalksteen. De bemanning bestond uit Pouwel Westers, een stuurman en Grada die als kok had aangemonsterd, terwijl ook hun-toen nog drie-kinderen meevoeren. De wind was ZW met een stevige topskoelte. Het schip was goed manoeuvreerbaar maar erg loefgierig. Na ’s nachts te hebben geankerd werd de volgende ochtend om 04.00 uur de reis voort gezet; alle zeilen stonden bij en de tjalk liep 5 á 6 mijl vaart. Tegen 09.00 uur nam de wind zodanig toe dat de kluiver scheurde, waarna grootzeil en stagfok werden gereefd. Het weer was mistig. Er werd wel gelood, maar daarvoor werd niet bijgedraaid. In de loop van de middag werd het stormweer; er stond veel zee. Tegen 17.30 uur zag de stuurman branding vooruit en enige ogenblikken later zat de EBEN HAEZER aan de grond op de noordkust van Sealand t.h.v. Tijetije vuur. De ankers werden uitgeworpen en rond 23.00 uur werden Grada en de kinderen door visserlui van boord gehaald. Pouwel en de stuurman bleven nog op het schip. Gedurende de nacht sloeg het roer weg, het schip werd lek en zonk al dieper en dieper. Des morgens zijn schipper en stuurman met de scheepsboot naar den wal gegaan. Het schip is wrak.
De Inspecteur voor de Scheepvaart Groningen, de heer Mellema, schreef op 12 januari 1923 aan de Raad voor de Scheepvaart in een begeleidende brief bij het proces-verbaal van het voorlopig onderzoek naar de stranding onder andere:
Schipper Westers is van zijn jeugd af aan in de Beltvaart geweest en heeft als zoodanig voldoende ervaring opgedaan om te kunnen weten dat het vaarwater van de Mariager fjord naar de Sont meer dan gewone gevaren kan bieden bij onzichtig weder. Dat er onvoldoende gebruik was gemaakt van het lood verklaarde de heer Mellema met het oog op de slechts twee en halve man aan opvarenden. Ook al is hier opzettelijk roekeloosheid geheel uitgesloten, is het met het oog op de dispensatie welke den schipper ten aanzien der Schipperswet werd aangegeven, wel raadzaam deze zaak naderte onderzoeken.
Pouwel Westers moest zich op 1 maart 1923 voor de Raad verantwoorden. De Raad was de mening toegedaan, dat deze scheepsramp mede is veroorzaakt door zorgeloze navigatie,waartoe ook moet worden gerekend het varen met een te kleine bemanning. Pouwel verweer dat “de vaart anders niet lonend” is mocht hem-uiteraard-niet baten. Verder werd de (onzorgvuldige) wijze van diepte loden de schipper zwaar aangerekend,terwijl hij ook het log had moeten gebruiken.
09-01-1923: Paul Westers verzoekt het kadaster de teboekstelling van de “Eben Haezer” door te halen.
Pouwel Westers Fzn: 03-03-1895 geboren en 15-07-1935 overleden.
(Zie ook hoodstuk 32 van het boek "De schepen van de familie Westers" van G.J. Mulder.)
>