Inloggen
EBEN HAEZER - ID 7947


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1897-06-16 / 1922-11-23 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist (zie final fate)

Identification Data

Bouwjaar: 1896
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
Nat. Official Number: 5187 GRON 1896
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Kofftjalk
Masten: One mast
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Gebr. J. & G.. Verstockt, Martenshoek, Groningen, Netherlands
Delivery Date: 1896-10-00
Technical Data

Gross Tonnage: 84.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 64.00 Net tonnage
Deadweight: 135.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 2: 24.79 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 4.98 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.07 Meters Depth, moulded
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1897
Datum agenda: 1897-06-16
Register nr: 0
Scheepsnaam: EBENHAEZER
Type:
Lasten: 0
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Salomons Hzn., S.
Plaats: Dordrecht
Opmerkingen: eerste
1897-06-16, uitreiking76-

Ship History Data

Date/Name Ship 1896-10-07 EBEN HAEZER
Manager: Salomon Salomons Hzn., Gasselternijveen, Drenthe, Netherlands
Eigenaar: Salomon Salomons Hzn., Gasselternijveen, Drenthe, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Gasselternijveen / Netherlands
Additional info: Tot 1912 in de binnenvaart.

Date/Name Ship 1917-08-03 EBEN HAEZER
Manager: Gustaaf Adolf Spliethoff, Hillegersberg, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Gustaaf Adolf Spliethoff, Hillegersberg, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Hillegersberg / Netherlands
Callsign: NMRQ
Additional info: Aankoopprijs Hfl. 13.500,--

Date/Name Ship 1918-03-27 EBEN HAEZER
Manager: Johannes de Vries, Hilversum, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Johannes de Vries, Hilversum, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Veendam / Netherlands
Callsign: NMRQ
Additional info: Aankoopprijs HFl. 10.000,--

Date/Name Ship 1919-05-07 EBEN HAEZER
Manager: Paul Westers, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Paul Westers, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NMRQ
Additional info: Aankoopprijs HFl. 11.700,--

Ship Events Data

1896-10-07: Additional info
Dagregisterdeel 14 nummer 57, den achtsten Oktober 1800 zes en negentig. Eigendomsverklaring. Ik ondergeteekende Salomon Salomons, schipper gedomicilieerd te Gasselternijveen, verklaar dat het ijzeren tjalkschip genaamd “Ebenhaezer”, hebbende een dek en een mast, gemeten op een inhoud van twee honderd zes en twintig twee en tachtig honderdste kubieke meter of 80.07 register tonnen, wordende gevoerd door mij ondergeteekende, aan mij in eigendom toebehoort, dat ik Nederlander ben hier ten lande woonachtig, dat het bestuur over hetgeen tot het onderhoud van het schip, de uitrusting en het victualieeren of bevrachten van hetzelve vereischt wordt te Gasselternijveen wordt gevoerd en dat genoemd schip niet op voet van oorlog is uitgerust noch door mijn toedoen of gedogen, in strijd met de onzijdigheid van den Staat op voet van oorlog uitgerust zal worden. Hoogezand, den zevenden October 1896. Salomon Salomons Hzn. (In de kantlijn staat bijgeschreven: 5187 en in de andere kantlijn staat: Blijkens verklaring alhier over geschreven deel 44 no. 10575 is nevens vermeld schip in de Oostzee vergaan en wordt hetzelve dientengevolge voor zooveel nodig hier uitgeboekt. Groningen, 11 Januari 1923. De Bewaarder.)
1908-05-23: Damaged
NNO 240508
De tjalk EBENHAEZER, kapt S. Salomons, welke gistermorgen naar zee vertrok, keerde dezelfde achtermiddag nog weder terug met gebroken stuurboordszwaard, verkregen door het aan de grond stoten op de Eems. De schade wordt hier hersteld.
1914-03-20: Damaged
ON 210314
Delfzijl, 20 maart. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons, met verlies van scheepsboot, van Norderney naar Delfzijl.
1922-11-23: Final Fate: Stranded

Op 22.11.1922 vertrokken uit Mariager (Dnk) naar Helsingör (Dnk) met een lading van 140 ton kalksteen. De bemanning bestond uit Pouwel Westers, een stuurman en Grada die als kok had aangemonsterd, terwijl ook hun-toen nog drie-kinderen meevoeren. De wind was ZW met een stevige topskoelte. Het schip was goed manoeuvreerbaar maar erg loefgierig. Na ’s nachts te hebben geankerd werd de volgende ochtend om 04.00 uur de reis voort gezet; alle zeilen stonden bij en de tjalk liep 5 á 6 mijl vaart. Tegen 09.00 uur nam de wind zodanig toe dat de kluiver scheurde, waarna grootzeil en stagfok werden gereefd. Het weer was mistig. Er werd wel gelood, maar daarvoor werd niet bijgedraaid. In de loop van de middag werd het stormweer; er stond veel zee. Tegen 17.30 uur zag de stuurman branding vooruit en enige ogenblikken later zat de Eben Haezer aan de grond op de noordkust van Sealand t.h.v. Tijetije vuur. De ankers werden uitgeworpen en rond 23.00 uur werden Grada en de kinderen door visserlui van boord gehaald. Pouwel en de stuurman bleven nog op het schip. Gedurende de nacht sloeg het roer weg, het schip werd lek en zonk al dieper en dieper. Des morgens zijn schipper en stuurman met de scheepsboot naar den wal gegaan. Het schip is wrak.
De Inspecteur voor de Scheepvaart Groningen, de heer Mellema, schreef op 12 januari 1923 aan de Raad voor de Scheepvaart in een begeleidende brief bij het proces-verbaal van het voorlopig onderzoek naar de stranding onder andere:
Schipper Westers is van zijn jeugd af aan in de Beltvaart geweest en heeft als zoodanig voldoende ervaring opgedaan om te kunnen weten dat het vaarwater van de Mariager fjord naar de Sont meer dan gewone gevaren kan bieden bij onzichtig weder. Dat er onvoldoende gebruik was gemaakt van het lood verklaarde de heer Mellema met het oog op de slechts twee en halve man aan opvarenden. Ook al is hier opzettelijk roekeloosheid geheel uitgesloten, is het met het oog op de dispensatie welke den schipper ten aanzien der Schipperswet werd aangegeven, wel raadzaam deze zaak naderte onderzoeken.
Pouwel Westers moest zich op 1 maart 1923 voor de Raad verantwoorden. De Raad was de mening toegedaan, dat deze scheepsramp mede is veroorzaakt door zorgeloze navigatie,waartoe ook moet worden gerekend het varen met een te kleine bemanning. Pouwel verweer dat “de vaart anders niet lonend” is mocht hem-uiteraard-niet baten. Verder werd de (onzorgvuldige) wijze van diepte loden de schipper zwaar aangerekend,terwijl hij ook het log had moeten gebruiken.
09-01-1923: Paul Westers verzoekt het kadaster de teboekstelling van de “Eben Haezer” door te halen.
Pouwel Westers Fzn: 03-03-1895 geboren en 15-07-1935 overleden.
(Zie ook hoodstuk 32 van het boek "De schepen van de familie Westers" van G.J. Mulder.)

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt S.Salomons Hz als gezagvoerder gedurende:

  • 1897 en later van de stalen tjalk “Ebenhaezer”, gebouwd in 1896, bouwlocatie niet vermeld, 80 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Gasselter-Nijveen.

 

Overige bijzonderheden

Uit een brief van de heer Tonko Engelsman te Aalden aan de heer K.Suyk te Heiloo dd 15 oktober 2003:

”Aan het boek ‘Parenteel Salomons’, waarin veel scheepsgegevens staan vermeld, heb ik meegewerkt.

Momenteel zijn we met z’n drieën bezig met aanvullingen hierop en vooral aanvullingen op scheepvaartgebied. Over het algemeen zijn de ‘Gasselternijveense’zeilschepen langscheeps getuigd en behoren tot de kleinere schepen.”

Wellicht is de genoemde ‘Parenteel Salomons” in de collectie van het CBG te Den Haag.

Over het geslacht Salomons en hun schepen is een uitvoerige publicatie verschenen van Arie Brouwer, Jannes Munneke en Tonko Engelsman Parenteel Salomons (1650 – 1999) een geslacht van vervenerrs, schippers en landbouwers afkomstig uit Gasselternijveen, Zeist/Emmen 1999.

 

 

Datum vanaf: 1896
Kapitein: Salomons Hz, S.

Kapt./eigenaar koftjalk "EBEN HAEZER"  Id 7947.

Periode 1918-1919.

Datum vanaf: 1918
Kapitein: Vries, Johannes de

Familiegegevens en opleiding

 

Pouwel werd geboren op 03 mrt. 1895 te Amsterdam als z.v. Frans Westers en Anna Schaap.

Pouwel (22) (schipper) trouwde op 13.08.1917 te Groesbeek met Grada Franziska Claus (20) – geb. te Herne-Wanne (Dld.) – d.v. Johannes Claus en Johanna Gerrits. 

Grada Franciska hertrouwde op ?? met Jan Bons

Grada overleed op 13 jan. 1982 te Groningen.

Pouwel overleed op 15 juli 1935 te Groningen (40). 

 

Kinderen

Cornelia Johanna ca. 1909

Anna Francisca ca. 1918

 

De schepen van de kapitein

 

*   1919 – 1923      - tjalk EBEN HAËZER – geb. 1896 bij Gebr. Verstockt, Martenshoek.

*   1923 – 1927      - tjalk GRADA – geb. 1905 bij J.J. Pattje & Zn., Waterhuizen – ex. NAJADE.

*   1927 – 1933     - NOORDSTER – geb. 1909 bij J. Vos, Groningen.

*   1932 – 1935        - GRADA – geb. 1932 bij J. Vos & Zn., Groningen

 

Overige bijzonderheden

 

Zie: RvdS 1923 - nr. 28 – het stranden en wrak worden van de tjalk EBEN HAËZER op 23.11.1922

 

Datum vanaf: 1919
Kapitein: Westers, Pouwel

Monsterrollen

Opgemaakt Delfzijl
Datum: 1898-03-31
Scheepsnaam voorvoegsel:
Scheepsnaam: EBENHAEZER
Schipper: Salomons Hzn., Salomon
Scheepstype: tjalk
Grootte:

Bekijk alle monsterrollen Bekijk alle monsterrollen
Afbeeldingen


Omschrijving: Akte van verkoop
Collectie: Schmaal, Gerrit J.
Vervaardiger: Onbekend
Algemene informatie

1897

NGRC 220697
Delfzijl, 19 juni. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Wangeroog.
NPGC 310897
Emden, 25 november. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Statensiel.

1898

NGRC 050498
Delfzijl, 4 april. Vertrokken EBENHAEZER, Salomons naar Hamburg.
NPGC 020898
Delfzijl, 30 juli. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Gotenburg.

1899

NGRC 220499
Delfzijl, 21 april. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Hamburg.
NNO 181199
Flensburg, 15 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Zaandam.

1900

NGRC 240400
Holtenau, 21 april. Binnengekomen EBENHAEZER, Salomons van Kopenhagen.
NPGC 241100
Hamburg, 26 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Rostock.

1901

NGRC 210301
Hamburg, 18 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Tonningen.
NNO 201201
Hamburg, 16 december. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Nyekjöbing.

1902

NVEC 080302
Hamburg, 5 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar (niet vermeld).
NGRC 151102
Holtenau, 12 november. Gepasseerd van Karrebecksminde naar Odense.

1903

WIN 270303
Krageroe, 21 maart. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van (niet vermeld).
NRC 270903
Wittow, 23 september. Op 18 dezer is de Nederlandse ijzeren tjalk EBENHAEZER, schipper Salomons, in ballast van Odense naar een haven in de Oostzee bestemd, bij Wankevitz gestrand. Het vaartuig zit op steenachtige grond en is lek. De opvarenden bevinden zich nog aan boord.
PGC 290903
Wittow, 23 september. Op 18 dezer is de Nederlandse ijzeren tjalk EBENHAEZER, schipper Salomons, in ballast van Odensee naar een haven in de Oostzee bestemd, bij Wankevitz gestrand. Het vaartuig zit op een steenachtige grond en is lek. De opvarenden bevinden zich nog aan boord. Een Hollandse expert is hier aangekomen om maatregelen te treffen om het schip te bergen. Vermoedelijk zal daarmede dezer dagen worden begonnen door de bergingstoomer RUGEN.
PGC 011003
Stralsund, 28 september. De in de nabijheid van Arkona gestrande Nederlandse tjalk EBEN HAEZER werd door de Deense bergingsstomer SKANDINAVIEN vlot en naar hier gesleept. De tjalk heeft zich op de steenachtige grond lekgestoten en dewijl het achterschip lek was en er een gat in was moest dit lek eerst gestopt worden voordat men het vaartuig af kon brengen. De EBEN HAEZER kwam in ballast van Odense en was bestemd naar Memel (opm: Klaipeda) om aldaar planken te laden.
PGC 071003
Stralsund, 2 oktober. De Nederlandse tjalk EBENHAEZER, werd hier op de helling gezet en door deskundigen geschat op 6500 mark, van welk bedrag 50% aan de bergingsmaatschappij moet worden betaald. De reparatiekosten worden geschat op circa 5000 mark.
WIN 121103
Delfzijl, 9 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Stralsund.

1904

DMB 180304
Delfzijl, 16 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Holmstadt
NPGC 100904
Vlieland, 8 september. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Frederikstad.

1905

NNO 190305
Delfzijl, 18 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons van Zaandam naar Holtenau.
NPGC 141105
Vlieland, 10 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Stralsund

1906

NNO 250406
Delfzijl, 24 april. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons van Zaandam naar Holtenau.
PGC 260906
Kiel, 24 september. De tjalken EBENHAEZER, schipper F. Salomons (Martenshoek), van Hamburg naar Stettin, en ROELFINA, schipper A.R. Kramer (Groningen), van Geestemunde naar Sasnits, zijn tussen Holtenau en Friedrichsort in aanvaring geweest met het Deense s.s. RITA, tengevolge waarvan de EBENHAEZER het voortuig verloor en de ROELFINA schade aan de boeg bekwam. Beide schepen zullen hier weder zeewaardig gemaakt worden. De RITA zette de reis voort. Ogenschijnlijk had het geen schade.
NPGC 191206
Vlieland, 17 december. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Lemkenhaven.

1907

NNO 310307
Vlieland, 29 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Hamburg.
NNO 081107
Vlieland, 6 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Fehmarn.

1908

NNO 240508
De tjalk EBENHAEZER, kapt S. Salomons, welke gistermorgen naar zee vertrok, keerde dezelfde achtermiddag nog weder terug met gebroken stuurboordszwaard, verkregen door het aan de grond stoten op de Eems. De schade wordt hier hersteld.
NPGC 091208
Carolinensiel, 2 december. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Bremen.

1909

DMB 230409
Warnemünde, 20 april. Vertrokken EBENHAEZER, Salomons naar Bremen.
NRC 191109
Norden, 17 november. Het met hout van Hamburg komende Nederlandse schip EBEN HAËZER, dat wegens verlies van anker en zwaard alhier als noodhaven wilde binnenlopen,
geraakte alhier aan de grond. De Nederlandse sleepboot ENGELINA en de tjalk CONFIANCE kwamen alhier aan om schip en lading te bergen.
RN 191109
Delfzijl, 17 november. De heden alhier aangekomen tjalk EBENHAEZER, kapitein Salomons, van Hamburg naar Hoogkerk, heeft door slecht weer een zwaard en een anker en ketting verloren; zij heeft de reis naar de bestemming aanvaard.

1910

NVEC 190310
Delfzijl, 18 maart.Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Emden.
DMB 311210
Delfzijl, 30 december. Zeilklaar EBENHAEZER, Salomons naar Neufahrwasser.

1911

NNO 100211
Delfzijl, 10 februari. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Neufahrwasser.
NVEC 141111
Delfzijl, 11 november. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Emden naar Overschie.

1912

NVEC 290312
Vlieland, 27 maart. Zeilklaar EBENHAEZER, Salomons naar Hamburg.
NNO 170912
Cuxhaven, 17 september. De navolgende schepen liggen hier wegens tegenwind in de haven: HOOP OP ZEGEN, kapt. Slump, RISICO, kapt. Kunst, EBENHAEZER, kapt. Salomons, HENRIETTE, kapt. Balk, EDORA, kapt. Zuidema, EERSTELING, kapt. Lei, STAD GRONINGEN, kapt. Koenen, EETJE, kapt. Bos, HARMINA, kapt. Diepenveen, EBENHAEZER, kapt. Veen
DMB 241112
Holtenau, 21 november. Gepasseerd EBENHAEZER, Salomons van Wismar naar Papenburg.

1913

NNO 140313
Delfzijl, 14 maart. Ter rede EBENHAEZER, Salomons van Emden naar Kalmar.
NVEC 231213
Bremen, 20 december. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons van Rostock.

1914

ON 210314
Delfzijl, 20 maart. Aangekomen EBENHAEZER, Salomons, met verlies van scheepsboot, van Norderney naar Delfzijl.
DMB 300714
Holtenau, 28 juli. Gepasseerd EBENHAEZER, Salomons van Russ naar Oldenburg.

1915

RN 160415
Delfzijl, 14 april. De heden alhier aangekomen schepen ALPHA, kapt. Holwerda en EBENHAEZER, kapt. Salomons, hebben vanaf begin november jl. te Bremen, beladen met bier, bestemming Amsterdam zeilklaar gelegen, doch zijn door de Duitse autoriteiten opgehouden, tot in het laatst van de vorige maand beide schepen met Duitse bemanning naar Wilhelmshaven zijn gebracht, alwaar beide schippers Holwerda en Salomons met hun personeel (die op bevel van de Duitse autoriteit per spoor van Bremen de reis daar heen gedaan hadden) het commando over namen en verlof kregen hun weg langs het Eems-Jade kanaal, Emden - Delfzijl naar de bestemming te vervolgen.

1916

NNO 050416
Rotterdam, 3 april. Zeilklaar EBENHAEZER, Salomons naar Kopenhagen.
RN 100816
IJmuiden, 9 augustus. Het kofschip EBENHAEZER, kapt. Salomons, 31 juli van hier naar Hallstad in Zweden vertrokken met een lading oud ijzer, is volgens een hier ontvangen particulier bericht, met verlies van boot, gedeelte van de zeilen, en zware slagzij te Cuxhaven binnengesleept.
RN 031016
IJmuiden, 2 oktober. Volgens een hier ontvangen particulier bericht is de met stormschade te Cuxhaven binnengesleepte koftjalk EBENHAËZER, kapt. Salomons, thans na herstel van de schade via Hamburg binnendoor naar Lübeck vertrokken, teneinde de reis naar Zweden voort te zetten.

1917

RN 170117
IJmuiden, 16 januari. Gisteren arriveerde hier de Nederlandse zeetjalk EBENHAËZER, kapt. S. Salomons uit Gasselternijveen, welke rapporteerde op de uitreis van Amsterdam naar Hallsta (Zweden) met zware stormschade te Cuxhaven binnengelopen te zijn en na reparatie wegens bezwarende omstandigheden door Duitse binnenkanalen de reis naar de Oostzee te hebben voortgezet. Onze berichtgever te IJmuiden vernam daarover de volgende bijzonderheden: De tjalk EBENHAËZER was met een lading ijzerdraaisel van Amsterdam naar Hallsta bestemd en vertrok 31 juli van IJmuiden naar de bestemming. Na enige dagen gezeild te hebben werd het schip door een zware storm overvallen, waardoor het zware schade beliep en grote slagzij kreeg, daar de lading naar één kant overgevallen was. Met zeer grote snelheid dreef het schip naar de Duitse kust. Na gehouden scheepsraad besloot men dan ook een noodhaven op te zoeken, waarop men naar Cuxhaven koers zette. Een patrouillerende Duitse torpedojager merkte het schip op en informeerde, wijl het schip zich wegens de mijnenvelden in een gevaarlijke positie bevond, naar herkomst en bestemming. Na de mededeling van kapt. Salomons dat hij naar Cuxhaven wenste te gaan, nam de torpedoboot het vaartuig op sleeptouw en bracht het in die haven binnen. Tijdens deze sleeptocht nam een overgekomen marineofficier het commando op zich en werd de Nederlandse bemanning vervangen door Duitse marine-matrozen. De Nederlanders moesten in de kajuit verblijven tot het schip goed en wel gemeerd lag. Door een andere inmiddels aan boord gekomen marineofficier werden de scheepspapieren doorgezien en in orde bevonden. Bij gehouden onderzoek van de schade, bleek deze van grote omvang te zijn, zodat deze ter plaatse moest gerepareerd worden alvorens de reis te kunnen voortzetten. Tijdens deze reparatie (waarbij opgemerkt kan worden dat de benodigde zeilen uit Nederland werden opgezonden) was het verkeer aan land voor de bemanning verboden. Een uitzondering werd gemaakt voor de gezagvoerder als deze zaken te behandelen had. Hij kreeg dan echter steeds een militair geleide mee. Voedsel kon men in voldoende mate krijgen, niet meer, ook niet minder dan de Duitsers zelf. Na een oponthoud van een maand wilde de kapitein op de gewone wijze de reis voortzetten, doch kon daarvoor alleen toestemming krijgen indien hij een som van 3.000 Mark deponeerde, welk bedrag moest dienen voor het uitbrengen van het schip buiten het mijnenveld op de Duitse kust. Door de kapitein werd getracht een betere oplossing te vinden en vroeg hij aan, de reis door het Kaiser Wilhelm-kanaal te mogen doen. Dit werd echter beslist geweigerd. Men wilde echter wel toestemming geven om de reis van Hamburg door het Travemündekanaal te maken. Hier voor was echter nodig dat een gedeelte van de lading gelost werd, wegens de diepgang van het schip ten opzichte van het vaarwater. Ongeveer 50 ton ijzerdraaisel werd nu geladen op een dekschuit welke gelijk met de EBENHAËZER binnendoor naar Lübeck werd gesleept. Bij aankomst te Lübeck werd dit gedeelte van de lading van de zolderschuit genomen en de reis naar Hallsta voortgezet. Na vertrek uit Lübeck beliep het schip wederom averij doordat het in aanvaring kwam met een Duitse torpedoboot, welke ‘s nachts zonder vuren buiten Lübeck ter bewaking voor anker lag. Het schip raakte met de boegspriet het achterschip van de torpedojager, waardoor deze bij de steven afknapte. Voor reparatie ging de tjalk toen naar de Deense haven Gjedser en zette na de schade aldaar hersteld te hebben, de reis voort. Door al deze wederwaardigheden had men een tijdverlies van enige maanden.
RN 070917
Rotterdam, 6 september.. Het zeilschip EBENHAEZER, kapt. Salomons, arriveerde 4 september. te Westervik om te laden voor Amsterdam. 

1918

ASD 030518
Maassluis, 3 mei. Uit zee terug EBENHAEZER, Salomons naar Noorwegen.
DAB 060518
Nieuwe Waterweg, 4 mei. Uitgezeild EBENHAEZER, Salomons naar Noorwegen.

1919

RN 070719
Rotterdam, 5 juli. De koftjalk EBENHAEZER van de reder S. Salomons Hzn. te Gasselternijveen is onderhands verkocht aan de reder P. Westers te Groningen. Het schip zal nu bevaren worden door kapt. Fr. Kappen uit Delfzijl en ligt thans te IJmuiden gereed tot vertrek naar Kopenhagen.
DAB 040719
IJmuiden, 4 juli. Uitgezeild EBENHAEZER, Kappen naar Kopenhagen.

1920

EBENHAEZER, Westers in de binnenvaart.

1921

DMB 150321
Delfzijl, 13 maart. Uitgezeild EBENHAEZER, Westers naar Elseneur.
NPGC 141121
Hamburg, 9 november. Vertrokken EBENHAEZER, Westers naar (niet vermeld).

1922

NPGC 170122
Hamburg, 12 januari. Aangekomen EBENHAEZER, Westers van Aarhus.
ON 200722
Hamburg, 15 juli. Binnengekomen EBENHAEZER, Westers van Nykjöbing.

Op 22.11.1922 vertrokken uit Mariager (Dnk) naar Helsingör (Dnk) met een lading van 140 ton kalksteen. De bemanning bestond uit Pouwel Westers, een stuurman en Grada die als kok had aangemonsterd, terwijl ook hun-toen nog drie-kinderen meevoeren. De wind was ZW met een stevige topskoelte. Het schip was goed manoeuvreerbaar maar erg loefgierig. Na ’s nachts te hebben geankerd werd de volgende ochtend om 04.00 uur de reis voort gezet; alle zeilen stonden bij en de tjalk liep 5 á 6 mijl vaart. Tegen 09.00 uur nam de wind zodanig toe dat de kluiver scheurde, waarna grootzeil en stagfok werden gereefd. Het weer was mistig. Er werd wel gelood, maar daarvoor werd niet bijgedraaid. In de loop van de middag werd het stormweer; er stond veel zee. Tegen 17.30 uur zag de stuurman branding vooruit en enige ogenblikken later zat de EBEN HAEZER aan de grond op de noordkust van Sealand t.h.v. Tijetije vuur. De ankers werden uitgeworpen en rond 23.00 uur werden Grada en de kinderen door visserlui van boord gehaald. Pouwel en de stuurman bleven nog op het schip. Gedurende de nacht sloeg het roer weg, het schip werd lek en zonk al dieper en dieper. Des morgens zijn schipper en stuurman met de scheepsboot naar den wal gegaan. Het schip is wrak.
De Inspecteur voor de Scheepvaart Groningen, de heer Mellema, schreef op 12 januari 1923 aan de Raad voor de Scheepvaart in een begeleidende brief bij het proces-verbaal van het voorlopig onderzoek naar de stranding onder andere:
Schipper Westers is van zijn jeugd af aan in de Beltvaart geweest en heeft als zoodanig voldoende ervaring opgedaan om te kunnen weten dat het vaarwater van de Mariager fjord naar de Sont meer dan gewone gevaren kan bieden bij onzichtig weder. Dat er onvoldoende gebruik was gemaakt van het lood verklaarde de heer Mellema met het oog op de slechts twee en halve man aan opvarenden. Ook al is hier opzettelijk roekeloosheid geheel uitgesloten, is het met het oog op de dispensatie welke den schipper ten aanzien der Schipperswet werd aangegeven, wel raadzaam deze zaak naderte onderzoeken.
Pouwel Westers moest zich op 1 maart 1923 voor de Raad verantwoorden. De Raad was de mening toegedaan, dat deze scheepsramp mede is veroorzaakt door zorgeloze navigatie,waartoe ook moet worden gerekend het varen met een te kleine bemanning. Pouwel verweer dat “de vaart anders niet lonend” is mocht hem-uiteraard-niet baten. Verder werd de (onzorgvuldige) wijze van diepte loden de schipper zwaar aangerekend,terwijl hij ook het log had moeten gebruiken.
09-01-1923: Paul Westers verzoekt het kadaster de teboekstelling van de “Eben Haezer” door te halen.
Pouwel Westers Fzn: 03-03-1895 geboren en 15-07-1935 overleden.
(Zie ook hoodstuk 32 van het boek "De schepen van de familie Westers" van G.J. Mulder.)

>
 

Kroniekberichten

Toon kroniekberichten