1908
DS 310308
Van de werf van de heer G. v.d. Werf te Stadskanaal werd met goed gevolg te water gelaten de koftjalk ZWERVER (200 ton) gebouwd voor rekening van de heer H. Sloots te Gasselternijveen.
NNO 130608
Emden, 10 juni. Uitgezeild ZWERVER, Sloots naar Cardiff.
NNO 101208
Holtenau, 6 december. Gepasseerd ZWERVER, Sloots van Memel naar Rendsburg.
1909
NNO 290109
Harburg, 26 januari. Aangekomen ZWERVER, Sloots van Rendsburg.
RN 161209
Terschelling, 14 december. Twee inkomende tjalken zijn vermoedelijk op de Richel gestrand en geven aanhoudend seinen met flambouwen. Sleepboten gaan derwaarts.
-15 december. De sleepboten zijn binnengekomen met de vlot gesleepte Nederlandse koftjalken LARUS, kapt. Buisman, van Solvesborg met graniet naar Rotterdam en de ZWERVER, kapt. Sloots, van Wilhelmsburg met Iijnkoeken naar Deventer.
NRC 211209
Terschelling, 21 december. Op het kofschip ZWERVER, dat aan de grond heeft gezeten, is beslag gelegd.
RN 291209
Terschelling, 24 december. Het beslag op het schip ZWERVER is opgeheven.
1910
RN 050310
Hellevoetsluis, 3 maart. Uitgezeild ZWERVER, Sloots naar Grangemouth.
NVEC 281210
Harburg, 21 december. Vertrokken ZWERVER, Sloots naar Belgïe.
1911
NVD 090111
Vlie, 7 januari. Aangekomen ZWERVER, Sloots van Harburg.
DMB 061211
Brunsbuttel, 3 december. Gepasseerd ZWERVER, Sloots van Koningsbergen naar Varel.
1912
NVEC 130112
Hamburg, 10 januari. Aangekomen ZWERVER, Sloots van Brunsbuttel.
NPGC 311212
Hadersleben, 27 december. Binnengekomen ZWERVER, Sloots van Rudkjöbing
1913
NNO 240113
Holtenau, 20 januari. Gepasseerd ZWERVER, Sloots van Hadersleben naar Duisburg.
NPGC 211013
Londen, 17 oktober. Aangekomen ZWERVER, Sloots van Bendorff.
1914
NNO 280114
Swinemünde, 25 januari. Binnengekomen ZWERVER, Sloots van Lokven bij Bergen.
GD 290714
Holtenau, 25 juli. Gepasseerd ZWERVER, Sloots van Emden naar Kötka.
1917
RN 190117
IJmuiden, 18 januari. De Nederlandse koftjalk ZWERVER, kapitein tevens reder H. Sloots, van Norrsundet in Zweden naar Schenkenschans bestemd, is hier binnengelopen na gedurende twee jaren in Rusland te zijn vastgehouden. Deze in Gasselternijveen thuis behorende koftjalk was even voor het uitbreken van de oorlog in Kotka met een lading houtpap beladen voor een Deense haven. Enige dagen na de oorlogsverklaring, wilde de kapitein naar zijn bestemming afzeilen en kreeg daartoe dan ook vergunning. Na door een sleepboot tot buiten de inmiddels op de Finse kust uitgelegde mijnen te zijn gesleept, werd zeil gehesen en koers gezet naar de bestemmingshaven. Een dag later stiet men op een Russisch eskader van hetwelk een schip plotseling op het Nederlandse zeilschip begon te schieten, waardoor zeilen doorboord en verschillende schades aan het schip belopen werden. Een marinevaartuig kwam nader om een officier over te zetten en besliste deze, ofschoon de kapitein een vrijpas uit Kotka had meegekregen, dat het schip zou worden opgebracht. Het werd nu eerst in Baltishport binnengebracht en later naar Reval gesleept. Op kosten van de Russische regering werd hier de geleden schade hersteld terwijl inmiddels de lading door de afzenders onderhands werd verkocht. Aan de kapitein werd nu een gedeelte van de vracht, welke hij bij het bereiken van de Deense bestemmingshaven zou hebben genoten, als distantievracht uitbetaald. Na verschillende onderhandelingen met de kapitein wilden de autoriteiten het schip naar Helsingfors overbrengen, waartegen de kapitein zich verzette omdat deze haven evenals Reval (opm: nu Tallinn) een oorlogshaven is en hij van een verblijf daar niet veel goeds verwachtte. Op zijn verzoek werd het schip toen voorlopig naar Kotka teruggebracht. De verwachting dat de tjalk spoedig zou worden vrijgelaten, werd niet tot werkelijkheid gebracht, want nadat de bemanning ongeveer een jaar aan boord was geweest, werd meegedeeld, dat van een vrijlating geen sprake was. Na zijn bemanning te hebben afgemonsterd trok de gezagvoerder via Haparanda en Torneå over Zweden op huis aan en riep de hulp in van de Minister van Buitenlandse Zaken. Dank zij diens voortvarende bemoeiingen werd enige maanden geleden de mededeling van de Russische regering ontvangen, dat het schip zou worden vrijgelaten. Dit was trouwens ook het geval met enige schepen van andere neutrale naties. Kapitein Sloots reisde nu met een nieuwe bemanning langs een omweg naar Kotka af om zijn schip wederom te aanvaarden. Tegelijk met een Deense schoener kon dit genoemde haven verlaten en zeilde de ZWERVER naar Zweden om daar een lading hout voor Nederland in te nemen. Voor het verlaten van zijn schip had de bemanning het een goede beurt gegeven en in de verf gezet, zodat het ook al wegens het verse water in Finland niet veel had geleden van het stilliggen gedurende ruim twee jaar. Het is wel te begrijpen dat de directe schade wegens de extra kosten voor de kapitein zeer groot is en bovendien nog de indirecte schade wegens het gemis van inkomsten in deze tijd van hoge vrachten.
RN 020817
Rotterdam, 1 augustus. De 2-mast koftjalk ZWERVER, kapt. Sloots, van Rotterdam naar Gotenburg, is heden te IJmuiden binnengelopen met gebroken zwaard.
RN 030817
IJmuiden, 2 augustus. De te Gasselternijveen thuis behorende koftjalk ZWERVER, kapt. H. Sloots, welk vaartuig 30 juli uit de Nieuwe Waterweg naar Flekkefjord was vertrokken, is gisteren hier binnengelopen met lichte schade aan bakboordzwaard. De belopen zeeschade zal hier hersteld worden. waarna het schip bij de eerste gunstige gelegenheid wederom zee zal kiezen.
RN 060817
IJmuiden, 4 augustus. De hier binnen gelopen kof ZWERVER, kapt. Sloots, van Rotterdam naar Flekkefjord, heeft de schade aan het zwaard gerepareerd en heden de reis voortgezet.
NVEC 150917
Rotterdam, 12 september. Aangekomen ZWERVER, Sloots van Christiansund.
1918
NNO 300418
IJmuiden, 28 april. Binnengekomen ZWERVER, Sloots van Malmö.
DZG 100618
Tjalken opgebracht. Blijkens hier ontvangen amblelijk bericht is de tjalk „ALIDA”, kapitein Willems, toebehorende aan de Maatschappij tot Exploitatie van vaartuigen te Amsterdam op weg van Gotenburg naar Rotterdam, opgebracht naar Cuxhaven, is de tjalk „De ZWERVER”, reder G.W. Speelman, te Rotterdam, op weg van Malmö maar Hermosand, opgebracht maar Swinemünde; en is de tjalk „BETA”, reder Holwerda, te Groningen, op weg van Kopenhagen naar Groningen, opgebracht naar Cuxhaven.
DMB 231218
Skagen, 18 december. Gepasseerd ZWERVER, uit Gastelernijveen om de West, ging voor anker
1919
AH 220119
Redders beloond. Ter zake van de hulp, verleend op 7 oktober 1918 aan het Nederlandse tjalkschip ZWERVER is aan de Deense luitenant ter zee 2e klasse J.L. Nörgaard, commandant van de Deense torpedoboot SÖLÖVEN, vanwege de Nederlandse Regering een gouden horloge, voorzien van een toepasselijk inschrift toegekend. Verder vernemen wij, dat de rederij van bedoeld tjalkschip, de N.V. Scheepvaart Mij. Piet Heyn te Rotterdam, voor de bemanning van de Deense boot een belangrijke som heeft beschikbaar gesteld.
DMB 190819
Delfzijl, 16 augustus. Uitgezeild ZWERVER, Oosterhuis naar Londen met cartonpapier.
DMB 101119
Newcastle, 8 november. Uitgezeild zeilschip ZWERVER naar Elseneur.
RN 201219
Delfzijl, 18 december. De 2-mast koftjalk ZWERVER, uit Stadskanaal, 8 november met kolen van Shields naar Aalborg vertrokken, is nog niet aangekomen. Men maakt zich bezorgd over het lot van schip en bemanning. De ZWERVER is 96 ton groot en werd in 1908 gebouwd.
1920
RN 060120
Delfzijl, 3 januari. Het Nederlandse zeilschip ZWERVER, 8 november (1919) van Shields naar Aalborg vertrokken, heeft de bestemming niet bereikt. Men maakt zich over schip en bemanning ongerust.
AH 150120
Rotterdam, 15 januari. Van de Nederlandse koftjalk ZWERVER, de 8e november van Newcastle naar Elseneur vertrokken, is sedert niets vernomen. Het schip wordt nu als vermist beschouwd.
AH 110220
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
De Raad voor de Scheepvaart. Voorts heeft de Raad uitspraak gedaan betreffende het vermist worden van de koftjalk ZWERVER.
Op grond van het gehouden onderzoek neemt de Raad aan, dat de twee-mast koftjalk ZWERVER na vertrek op 8 november 1919 van Newcastle met bestemming Aarhus is vergaan en dat de vier opvarenden daarbij het leven hebben verloren. De oorzaak van de scheepsramp vermag de Raad bij gebrek aan nadere gegevens niet met zekerheid vast te stellen.
RN 160220
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Raad voor de Scheepvaart. Met man en muis vergaan.
De Raad heeft uitspraak gedaan betreffende het vermist worden van de koftjalk ZWERVER. Op grond van het gehouden onderzoek neemt de Raad aan, dat de twee-mast koftjalk ZWERVER, na vertrek op 8 november 1919 van Newcastle met bestemming naar Aarhus is vergaan en dat de vier opvarenden daarbij het leven verloren. De oorzaak van de scheepsramp vermag de Raad bij gebrek aan nadere gegevens niet met zekerheid vast te stellen.
060320
No. 27. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart betreffende het vermist worden van de koftjalk ZWERVER.
Het uitblijven van de koftjalk ZWERVER deed het vermoeden rijzen, dat dit vaartuig door een scheepsramp zou zijn getroffen. Overeenkomstig het voorstel van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart, besloot een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, dat door de raad een onderzoek naar deze vermoedelijke scheepsramp en haar oorzaak zou worden ingesteld, waarna de behandeling plaats had in 's raads openbare zitting van 23 januari 1920. De raad nam kennis van het proces-verbaal van voorlopig onderzoek, opgemaakt door de inspecteur voor de scheepvaart in het IIIde district, houdende gegevens omtrent het schip en omtrent het vertrek en het uitblijven van het vaartuig, alsmede van de daarbij overgelegde, door de rederij verstrekte bescheiden. Uit een en ander is de raad het navolgende gebleken. De tweemastkof tjalk ZWERVER, groot bruto 96,29 en netto 73,92 reg. ton, is in het jaar 1908 te Stadskanaal van staal gebouwd onder toezicht van de Germanischen Lloyd en geclasseerd 100 A.4 1 Eigenaar-boekhouder is sedert juli 1919 W. Salomons H.W.zn. te Gasselternijveen. In de maanden maart/april 1919 werd het schip te Delfzijl door de ambtenaren der scheepvaartinspectie in- en uitwendig onderzocht en verschillende herstellingen en vernieuwingen uitgevoerd, een nieuwe bezaansmast geplaatst en nieuw ankergerei aangeschaft. Uitrusting en reddingsmiddelen werden geïnspecteerd en aangevuld, waarna een certificaat van deugdelijkheid n°. 6607, geldig tot 1 november 1920, werd uitgereikt. In augustus 1919 vertrok de ZWERVER onder bevel van kapitein Harm Oosterhuis, bemand met vier personen, van Appingedam naar Londen, beladen met papier, daarna van Londen naar Delft en van daar in ballast weer naar Newcastle.
(op) 8 November 1919 voer de ZWERVER vervolgens uit van Newcastle met bestemming Aarbuus, beladen met circa 150 ton steenkolen. Het was bij vertrek stil weer, flauwe zuidelijke wind, gelijk uit een briefkaart van kapitein Oosterhuis blijkt. Nadien is niets meer omtrent het schip of de opvarenden vernomen. Op grond van het bovenstaande neemt de raad aan, dat de tweemastkoftjalk ZWERVER na vertrek op 8 november 1919 van Newcastle met bestemming Aarhuus is vergaan en dat de vier opvarenden daarbij het leven hebben verloren. De oorzaak van de scheepsramp vermag de raad bij gebrek aan nadere gegevens niet met zekerheid vast te stellen. Aldus gedaan op 23 Januari 1920 (opm: bekort)
>