Inloggen
ZEEMEEUW - ID 7465

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1911
IMO nummer: 5243229
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Werf De Noord N.V., Alblasserdam, Zuid-Holland, Netherlands
Werfnummer: 42
Launch Date: 1911-05-27
Delivery Date: 1911-06-19
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Machinefabriek 'Drakenburgh' v/h D.W. van Rennes, Utrecht, Utrecht, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 240
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Twee 4-cil. zuiggasmotoren, 11 3/8-11 7/8 Een bron zegt dat deze motor in 1914 werd geplaatst, een andere zegt dat in 1914 al een nieuwe motor werd geplaatst.
Speed in knots: 8
Number of screws: 2
 
Gross Tonnage: 400.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 230.00 Net tonnage
Deadweight: 550.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 24560 Cubic Feet
Bale: 23595 Cubic Feet
 
Length 1: 48.22 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 45.17 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.84 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.86 Meters Depth, moulded
Configuration Changes

Datum 00-00-1927
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: Nieuwe hoofdmotor: 2x2tew 2x4 cil Pk Linz NE-27.

Datum 00-00-1953
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: Nieuwe hoofdmotor: 2x2tew 2x4 cil 480 Pk B&W (1949) Type (230x385)

Ship History Data

Date/Name Ship 1911-06-19 ZEEMEEUW
Manager: Firma Vermeer & Van den Arend, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. tot Exploitatie van de Dubbelschroefmotorboot 'Zeemeeuw', Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder: N.V. Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: QCDN

Date/Name Ship 1920-05-01 ZEEMEEUW
Manager: N.V. Stoombootreederij v/h J. & A. van der Schuyt, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Stoombootreederij v/h J. & A. van der Schuyt, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: QCDN

Date/Name Ship 1920-08-00 DARAGHIATI I DIT
Manager: A.P. Daraghiati, Bari, Italy
Eigenaar: A.P. Daraghiati, Bari, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: Bari / Italy

Date/Name Ship 1922-00-00 DARAGHIATI I DIT
Manager: A.P. Daraghiati, Durres, Albania
Eigenaar: A.P. Daraghiati, Durres, Albania
Shareholder:
Homeport / Flag: Durres / Albania

Date/Name Ship 1927-00-00 DARMA
Manager: Romolo Rimoldi, Naples, Italy
Eigenaar: Romolo Rimoldi, Naples, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: Naples / Italy

Date/Name Ship 1930-00-00 ASTERIA
Manager: B. & P. Donvio, Fiume, Italy
Eigenaar: B. & P. Donvio, Fiume, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: Fiume / Italy

Date/Name Ship 1947-00-00 PECINE
Manager: Jadranska Slobodna Plovidba, Rijeka, Yugoslavia
Eigenaar: Jadranska Slobodna Plovidba, Rijeka, Yugoslavia
Shareholder:
Homeport / Flag: Rijeka / Yugoslavia

Date/Name Ship 1951-00-00 MRAV
Manager: Jadranska Slobodna Plovidba, Rijeka, Yugoslavia
Eigenaar: Jadranska Slobodna Plovidba, Rijeka, Yugoslavia
Shareholder:
Homeport / Flag: Rijeka / Yugoslavia

Date/Name Ship 1958-00-00 MRAV
Manager: Obalna Plovidba 'Sibenik', Sibenik, Yugoslavia
Eigenaar: Obalna Plovidba 'Sibenik', Sibenik, Yugoslavia
Shareholder:
Homeport / Flag: Sibenik / Yugoslavia

Date/Name Ship 1960-00-00 MRAV
Manager: Dalmatinska Plovidba 'Sibenik', Sibenik, Yugoslavia
Eigenaar: Dalmatinska Plovidba 'Sibenik', Sibenik, Yugoslavia
Shareholder:
Homeport / Flag: Sibenik / Yugoslavia

Date/Name Ship 1961-00-00 MRAV
Manager: Slobodna Plovidba, Sibenik, Yugoslavia
Eigenaar: Slobodna Plovidba, Sibenik, Yugoslavia
Shareholder:
Homeport / Flag: Sibenik / Yugoslavia

Date/Name Ship 1967-00-00 MRAV
Manager: Atlantska Plovidba, Dubrovnik (Ragusa), Yugoslavia
Eigenaar: Atlantska Plovidba, Dubrovnik (Ragusa), Yugoslavia
Shareholder:
Homeport / Flag: Dubrovnik (Ragusa) / Yugoslavia

Ship Events Data

1911-05-27: RN 300511
Zaterdag (27 mei) werd op de werf "De Noord", te Alblasserdam, (directeur de heer J.U. Smit), met goed gevolg te water gelaten de stalen dubbelschroef zee motorvrachtboot ZEEMEEUW, groot 45 x 7,75 x 3,30 m. Draagvermogen 550.000 kg. Deze boot is gebouwd voor Nederlandse rekening.
Onmiddellijk daarop werd de kiel gelegd voor een Rijnschip, groot ongeveer 1.000 ton, eveneens voor Nederlandse rekening te bouwen.
1913-11-07: De Telegraaf 09-11-1913: Zeemeeuw. Frederikshaven, 7 Nov. De Nederlandsche motor “Zeemeeuw” is door een benzine-ontploffing ernstig beschadigd en alhier naar een werf gebracht om te repareren.
Algemeen Handelsblad 12-12-1913. Raad voor de Scheepvaart. Defecte motoren. Daarna werd door de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek ingesteld betreffende het ontstaan van diverse ongevallen aan de motor aan boord van het zuiggasmotorschip ZEEMEEUW, gezagvoerder B. Ohlsen te Delfzijl, rederij Vermeer en Van der Arend te Rotterdam. De getuige B. Ohlsen, gezagvoerder, deelt mee de ZEEMEEUW, groot 229 reg.ton, gebouwd in 1911, is voorzien van 2 zuiggasmotoren gebouwd te Utrecht. Het schip heeft 2 masten; met de zeilen alleen is het schip ook wel te sturen, de vaart is dan hoogstens 3 à 4 mijl. De 11e oktober vertrok het schip van Sikea (Zweden) bestemd naar Ramsgate, en was beladen met 175 standard gezaagd hout. Er was een deklast van plm. 7 voet hoog. De 13e oktober was het slecht weer van het westen, ‘s avonds toen de bakboordgenerator van de stuurboordmotor schoon gemaakt moest worden en de motor daarvoor gestopt werd, liep het schip geen vaart genoeg meer om te sturen en kwam dwars in de zee te liggen. Ten gevolge van het zware slingeren ging de deklast, ofschoon goed gesjord over en kreeg het schip een zware slagzijde over bakboord. Nadat toen de zeilen waren bijgezet, werd een gedeelte van de deklast overboord geworpen en kwam het schip daardoor weer recht te liggen en kon men het water, wat intussen in de machinekamer gekomen was, uitpompen. ‘s Avonds moest de stuurboordmotor ook gestopt worden om de generator schoon te maken. Ten gevolge van de harde wind waren ‘s nachts de stagfok en het stagzeil stuk gewaaid. Er was water in het oliereservoir gekomen, ten gevolge van het zware slingeren. De stuurboordmotor ging daarop stuk, bakboordmotor werkte vrij goed. Met behulp van deze motor en de zeilen is men te Malmö binnen gekomen op de 22e oktober. De 5e november is men, nadat de motoren waren gerepareerd, weer van Malmö vertrokken. Dinsdag na vertrek ‘s avonds te 7 uur toen de bakboordmotor gestopt moest worden om de generator schoon te maken vlogen enige tanden uit het grote kamwiel en werd daardoor de motor onbruikbaar; ook de generator van stuurboordmotor was doorgebrand en ofschoon deze nog wel draaide was hij evenwel niet meer te vertrouwen, reden waarom men besloot Frederikshavn binnen te lopen. Op advies van experts aldaar werd het schip naar de bestemmingsplaats Ramsgate gesleept. Hier werd de lading gelost en werd het schip daarna door dezelfde sleepboot naar Rotterdam gesleept om te repareren. De eerste machinist B.B. van Henegouwen deelt de bijzonderheden mee die er bij het defect raken van de motoren plaats hadden. Bij het eerste ongeval was van de stuurboordmotor geen excentriekschijf gebroken en was er geen materiaal aan boord dit te herstellen. Voor de generator van stuurboordmotor lek werd, heeft men op de lekke plaats cement gelegd. Een van de leden van de Raad was van oordeel, dat het beter geweest was als op de lekke plaats stenen waren gemetseld. Er waren drie machinisten aan boord. Op reis naar Sikea werkten de motoren al niet best. De krukas is toen o.a. gebroken. De machinist schrijft het herhaaldelijk lek worden van de generators toeaan het bilgewater dat er ten gevolge van het zware slingeren tegen aan kwam. Doordat er na vertrek van Malmö geen water genoeg in de generator was, is deze verbrand. Men heeft toen door cement aan weerszijden van de verbrande plaats te leggen, dit machinedeel zover hersteld, dat men langzaam draaiende Frederikshavn kon bereiken. De eerste stuurman J. Mulder bevestigde de verklaringen van de kapitein en de 1e machinist. Hierna werd het onderzoek gesloten en zal de Raad later uitspraak doen.
De Telegraaf 12-12-1913: Raad voor de Scheepvaart. Defect aan den motor. Gistermiddag deed de Raad voor de Scheepvaart onderzoek, betreffende het ontstaan van diverse ongevallen aan den motor, aan boord van het zuiggas-motorschip „Zeemeeuw ', gezagvoerder B. Ohlsen, te Delfzijl. Reederijk Vermeer en Van der Arend, te Rotterdam. Als eerste getuige wordt gehoord de gezagvoerder B. Ohlsen. Deze deelt mede, dat de „Zeemeeuw' 229 reg. ton meet. Zij is uitgerust met 2 masten, die 4 zeilen kunnen voeren en een tweetal motoren. Ingeval van nood kan het schip zich met het tuig behelpen.Op 11 October vertrok het schip van Sikea, met bestemming naar Ramsgate. De lading bestond uit gezaagd hout. In het ruim bevonden zich 175 ton, terwijl tevens deklast opgeladen was. Den 13den October was het weer slecht; er stond een storm uit het Westen en hooge zee. 's Avonds moest de generator van den bakboord-motor schoongemaakt worden; de andere motor bleef doorwerken. Toch kon deze machine alleen het schip niet houden, en de “Zeemeeuw" ging dwarszee liggen. Zij werkte vreeselijk, waardoor 's nachts de deklast iets overschoof. niettegenstaande hij goed gesjord. 's Nachts kreeg het schip slagzij. De zeilen worden toen bijgezet, maar het ging steeds meer hellen, zoodat get. genoodzaakt was een gedeelte van den deklast over boord te zetten. De stagfok en een groot stagzeil waren stukgeslagen, terwijl uit scrubberbakken water in de machinekamer kwam. Het weer knapte den volgenden dag op en de motoren werkten toen weer vrij goed. Op 22 October werden te Malmo eenige reparaties verricht. Op 5 November vertrok men weer. Toen brak eensklaps het kamwiel van den bakboord-motor. De stuurboordsmotor werkte vrij goed, maar later op de reis brandde zijn generator door. De „Zeemeeuw" liep toen Frederikshaven binnen, vanwaar zij naar Ramsgate en vervolgens naar Rotterdam gesleept werd. Get. merkt nog op, dat het niet dikwijls voorkwam, dat de motoren defect geraakten. De tweede getuige, de eerste-machinist B. B. van Henegouwen, woonachtig te Rotterdam, verklaart, dat op de heenreis een krukas gebroken was. De motoren waren verticaal en hadden ieder 4 cylinders. ledere generator werkt op zich zelf, terwijl de motor met anthraciet gestookt wordt. De ontsteking geschiedde electrisch. Het breken van het kamwiel wijt get. aan het onregelmatig werken. Er waren geen werktuigen aan boord om het kamwiel te repareeren. Na het vertrek van Sikea. bebben de motoren tachtig uren achtereen goed gewerkt. Toen hadden de diverse mankementen plaats. De lekken in de generator, die o.a. ontstaan waren, werden met cement dicht gemaakt. De eerste stuurman J. Mulder, bevestigde de verklaringen van den gezagvoerder. Uitspraak volgt later.
1914-10-30: Rotterdamsch nieuwsblad 30-10-1914: Het Ned.motorschip “Zeemeeuw” van Rotterdam naar Grymsby, is bij Saltfleet (Lincolnshire) gestrand. Het schip zit gelijklastig. Van Grimsby is een sleepboot ter assistentie vertrokken. Het schip moet hier op de beurs voor ƒ 100.000 verzekerd zijn.
Nieuwe Rotterdamsche Courant 29-10-1914: Zeemeeuw. Rotterdam, 29 Oct. De reederij van de motorboot “Zeemeeuw” deelt ons mede, dat voornoemd schip—dat te Saltfleet op strand liep—vlot en te Grimsby is binnengebracht.
Rotterdamsch nieuwsblad 30-10-1914: Morgen, met hoogwater, zal een poging worden gedaan om de bij Saltfleet gestrande Nederlandsche motorboot “Zeemeeuw” vlot te brengen. De positie van het schip is iets gunstiger geworden.
Nieuwe Rotterdamsche Courant 07-01-1915: Raad voor de Scheepvaart: De Raad voor de Scheepvaart heeft heen uitspraak gedaan in de zaak “ Zeemeeuw”. Het hulpeloos op zee ronddrijven van de “Zeemeeuw” schrijft de Raad toe aan het defect-raken van de lucht-compressor-pomp, die door den hulpmotor werd gedreven m welke men aan boord niet kon repareren. Daarna bleek de reserve-luchtpomp tengevolge van het vele monoeuvreeren. niet in staat voldoenden druk in de monoeuvreerketels te onderhouden. De druk in deze ketels geraakte doordoor uitgeput en de motoren konden niet weder op gang gebracht worden. Ult dit onderzoek is den Raad wederom gebleken, dat motoren als voortstuwingsmachines voor zeeschepen gevoelige werktuigen zijn, hetgeen vooral bij het herhaaldelijk voor- en achteruitwerken der machines aan het licht komt Om onder zulke omstandigheden de motoren goed te laten werken is veel routine vereischt, welke routine de machinist der “Zeemeeuw” niet in voldoende mate schijnt te hebben bezeten, hoewel hij overigens blijk gaf bekend te zijn met werkingen en inrichting der motoren, welke hij moest bedienen. De stranding van de “Zeemeeuw” nabij Salt Fleet is, naar 's Raad oordeel, veroorzaakt door de Stroomverleiding, waardoor het op de kust bezet is geraakt. De Raad keurt het in den kapitein af, dat hij, wetende dat de kustlichten gedoold waren,, is doorgevaren toen het donker werd en hij geen verkenning had. Ware hij ten anker gegaan om den dag af te wachten, deze ramp zou niet hebben plaats gehad.
1914-12-11: Algemeen Handelsblad 11-12-1914: Zeemeeuw. (Maassluis, 10 Dec.) De uitgaande motorboot “Zeemeeuw”, ligt te Hoek van Holland met defecten motor en zal trachten deze met eigen middelen te herstellen.
1916-09-10: Op reis met levensmiddelen van Nederland naar Engeland op de Noordzee door de Duitse onderzeeboot 'UB 37' aangehouden en naar Zeebrugge opgebracht. Prijs verklaard, later door de eveneens prijsverklaarde BATAVIER II van Zeebrugge op sleeptouw genomen met bestemming Hamburg. Op 27 juli 1917 werd de BATAVIER II bij Texel aangevallen door de Britse onderzeeboot H.M.S. E. 55. De verbinding tussen beide schepen werd verbroken en de ZEEMEEUW geraakte op drift. Door Nederlandse vissersboten en sleepboten Den Helder binnengebracht en weer aan de rederij teruggegeven.
1916-09-12: Het Volk 12-09-1916: Wolff seint ons uit Berlijn: Zondagmorgen j.l. is het Nederlandsche motorschip “Zeemeeuw”, met kontrabande aan boord, op weg van Rotterdam naar Londen, opgebracht.
NvhN 13-09-1916: Opgebracht. 'Wij hebben medegedeeld, dal het Ned. motorschip “Zeemeeuw" van de firma Vermeer en Van den Arend te Rotterdam Zaterdagnacht door een Duitsche duikboot aangehouden en naar Zeebrugge is opgebracht. Het schip had ongeveer 350 ton levensmiddelen, hoofdzakelijk boter en zijden spek, aan boord, was op weg naar Londen en nog maar enkele uren in zee. De kapitein der duikboot beval te stoppen, de lichten te dooven en hem naar Zeebrugge te volgen, onder bedreiging, dat bij de eerste poging tot ontvluchten het motorschip in den grond zou geboord worden. Zondagmorgen omstreeks 11 uur kwam men te Zeebrugge aan. De geheele bemanning kreeg bevel naar beneden te gaan, behalve kapitein J. Mulder, die met een roerganger aan het dek moest blijven om de „Zeemeeuw"' naar de haven van Brugge te brengen. In die haven aangekomen zag men daar naast elkaar liggen de opgebrachte stoomschepen „Brussel", „Niobe" „Zaanstroom" on nog een Liverpoolboot.
In de haven van Brugge, waar men des namiddags tegen 3 uur ligplaats nam, mocht de bemanning weer aan het dek komen, doch het schip niet verlaten. Maandagmorgen zijn de Duitschers dadelijk met behulp van kranen, met de lossing van de “Zeemeeuw" begonnen, en nadat aan kapitein Mulder een schriftelijke verklaring werd uitgereikt, dat zijn schip was aangehouden en opgebracht, kon de geheele bemanning — sterk 12 man — per auto naar het Station te Brugge gaan, vanwaar men toen per trein naar Rotterdam is teruggekeerd. De „Zeemeeuw" is tegen molest verzekerd.
Rotterdamsch nieuwsblad 13-09-1916: De „Zeemeeuw" opgebracht. Het Wolffbureau seinde gisteren uit Berlijn: Zondagochtend is in de Noordzee de Nederlandsche motorboot „Zeemeeuw” met contrabande, op weg van Rotterdam naar Londen, opgebracht. De „Zeemeeuw" toebehoorende aan de Overzeesche Vrachtvaart - Maatschappij, dir. Vermeer & v. d. Arend, is in 1911 ge bouwd en meet 399 ton bruto en 239 ton. Nader vernemen wij dat het schip door een Duitsche onderzeeboot naar Zeebrugge is gebracht, waar het naast andere opgebrachte schepen werd gemeerd De bemanning werd vnjgelaten en keerde per spoor hierheen terug waar zij vannacht om 12 uur aankwam.
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indie 14-09-1916. Opgebracht: Het vaartuig “Zeemeeuw” is naar Zeebrugge opgebracht door een Duitschen onderzeeer. Nadat de lading uit het schip was gehaald, werd aan den kapitein en de bemanning vergund om naar Nederland terug te keeren. Zij kwamen daar bereids aan. De “Zeemeeuw” was verzekerd tegen molest.
De Telegraaf 29-04-1917: Nederlandsche schepen voor het Prijzenhof. Hamburg, 28 April. Voor het Hamburger Prijzenhof werden den 27en April zeven zaken behandeld, die betrekking hadden op de Noorsche stoomschepen „Arena" en „Lupus" en op de Nederlandsehe stoomschepen „Batavier 6", „Caledonia" en„Niobe", op de Nederlandsehe motorboot „Zeemeeuw" en bet Nederlandsehe zeilschip „Zwaluw". Reeds werd de vernietiging van de .„Arena" in een vorige zitting als gerechtvaardigd verklaard. Thans werd nog een eisch tot schadevergoeding behandeld van 41,500 kronen voor de vernietiging van balen papier. De vordering werd afgewezen. Het geval met het stoomschip „Lupus", dat op 31 December 1916 naar Zeebrugge was opgebracht, gaf het Hof aanleiding de afwijzing van de ingediende eischen tot schadevergoeding in te trekken. Van de van Rotterdam naar Londen bestemde stukgoederen, geladen in het 13 November opgebrachte Nederlandsehe stoomschip „Batavier 6" werden eenige deelen vaa de lading reeds vroeger vrijgege ven. 42 reclames zullen nog behandeld worden op 18 Mei a.s. Het op 9 December 1916 opgebrachte Nederlandsche stoomschip „Caledonia", dat met stukgoederen naar Hull voer, werd spoedig, nadat het opgebracht was, weer vrijgelaten. Alle verdere vorderingen, met uitzondering van eenige, werden afgewezen. In het geval van het opgebrachte Nederlandsche stoomschip „Niobe", dat op weg was naar Bordeaux, werd reeds gedeeltelijk een beslissing genomen, die niet in het voordeel van den reclamant uit viel. Over het schip zal later het Hof een beslissing nemen. De lading bestaat grootendeels uit levensmiddelen. Tegen de op 16 Februari 1916 plaats gehad hebbende inbeslagneming vaa de levensmiddelen voorraad, voor Engeland aan boord van de Nederlandsehe motorboot „Zeemeeuw", is geen protest ingekomen. De door den vertegenwoordiger der regeering verzochte vrijlating van het op 18 Febr-1916 in beschadigden toestand voor de Eems aangetroffen en naar Emden gesleepte Nederlandsche zeilschip „Zwaluw", werd door het Hof ingewilligd. Voor de inbeslaggenomen 120 ton smeedstaal werd den expediteurs de som van 9480 kronen toegewezen. Het schip was op weg van Rotterdam naar Gothenburg. (Wolff-bureau)
1917-07-28: Het volk 28-07-1917: In de territoriale enteren? Aanval op Duitsche vrachtschepen. Men seint ons uit Nieuwediep: Vrijdagmiddag heeft de Engelsche onderzeeër E 55 bij de Nederlandsche kust bewesten'Texel de m.s. .Zeemeeuw" en .Batavier II" aangehouden. Deze schepen zijn indertijd door de Duitschers naar Zeebrugge opgebracht en prijsverklaard; zij voeren thans met Duitsche bemanningen. De Engelschen plaatsten een prijsbemanning aan boord der beido schepen, teneinde deze op te brengen. Waarschijnlijk had de aanhouding in territoriaal gebied plaats, want bij de nadering van Nederlandsche torpedobooten werden de prijsbemanningen teruggeroepen. De „Batavier II" zonk spoedig daarop, vermoedelijk doordat de Engelschen de kranen en kleppen van het schip hadden opengezet. De “Zeemeeuw" is op sleeptouw genomen door de Nederlandsche sleepboot „Assistent". Men zegt, dat een deel der bemanning van de “Batavier II" door den Engelschen onderzeeër is meegenomen. Waarschijnlijk heeft een der torpedobooten de bemanning van de .Zeemeeuw" aan boord.Waarschijnlijk is een deel van de bemanning der „Batavier II" op Texel geland. De sleepboot “Assistent” verzocht assistentie, waarop de sleepboot “Titan” van hier is vertrokken. De Nederlandsche torpedobooten, die naar Nieuwendiep stoomden, zijn weer zeewaarts vertrokken.
Algemeen Handelsblad 28-07-1917: De „Batavier II” en de „Zeemeeuw”. Men meldt ons uit den Helder : Hedenmorgen half acht kwamen de sleepbooten „Assistent" en “Titan" met het motorschip „Zeemeeuw" op sleeptouw de haven binnen. Het schip, dat geheel onbeschadigd was, werd naar de binnenhaven overgebracht. Van de zich aan boord bevendende visschers vernamen wij nog de volgende bijzonderheden. De “Batavier II" had de „Zeemeeuw" op sleeptouw. Door een schot langs den boeg sommeerde de Engelsche onderzeeër de schepen te stoppen. De bemanning van de „Batavier II", alsmede een paar man, die zich op de „Zeemeeuw" bevonden, gingen toen in de booten en zetten koers naar het Texelsche strand, waar zij behouden aankwamen. Naar reeds werd gemeld, werd door Engelschen aan boord van de „Batavier II" een prijsbemanning geplaatst, die bij de komst der Nederlandsche oorlogsschepen teruggeroepen werd. Intusschen aangekomen visschers van den Helder trachtten toen aan boord van de verlaten „Batavier" te komen teneinde te trachten het zinkende schip op strand te zetten, met het oog op eventueele berging. Het werd hun verboden. Ook was dit het geval met de voor anker liggende, eveneens geheel verlaten „Zeemeeuw". Echter trokken de vletterlui zich in dit geval van het verbod niet veel aan en gingen zij toch aan boord. Eerst waren het een man of 15, later zeker wel 35 á 40. Nadat men tevergeefs getracht had den motor op gang te krijgen (de machine was naar alle waarschijnlijkheid niet meer geheel intact) werd met de reederij Zurmuhlen een overeenkomst getroffen, waarbij de visschers, die het vaartuig in bezit genomen hadden, zouden deelen in het bergloon. Do sleepboot „Areistent" nam daarop het schip op sleeptouw en kwam ermede bij het aanbreken van den dag alhier binnen. De „Batavier II" ligt thans geheel op zij; naar de visschers mededeelden, staken de kimkielen boven water uit.
Algemeen Handelsblad 31-07-1917: Nederland en de Oorlog. „Batavier II” en „Zeemeeuw”. Officieel. Het departement van Marine deelt mede:
Den 27en Juli zijn nabij Texel buiten de Nederlandsche terrotoriale wateren, het s.s. „Batavier II" met de motorboot “Zeemeeuw" op sleeper, onder Duitsche vlag op weg naar Hamburg beschoten door de Britsche onderzeeboot “E 55". Nadat de beide schepen binnen de Nederlandsche wateren gevlucht waren, zijn zij door de Duitsche bemanningen verlaten en is volgens waarneming der militaire kustwacht de Britsche onderzeeboot binnen Nederlandsch rechtsgebied gekomen, en heeft een prijsbemanning op de „Batavier II" geplaatst, die het stoomschip buiten ons gebied voerde en getracht heeft op te brengen. Bij aankomst van twee Nederlandsche torpedobooten, waren de onderzeeboot, zoowel als de „Batavier1 II" wederom buiten de territoriale wateren, doch dit laatste schip, dat veel water maakte, dreef ten gevolge van den Oostelijken stroom wederom binnen de territoriale wateren. Door de prijsbemanning werd het toen verlaten. De onderzeeboot verwijderde zich, nadat het sein: neutraliteit eerbiedigen op één der torpedobooten was geheschen. Hierop heeft de Nederlandsche torpedobootcommandant het schip binnen de territoriale grens verankerd.
De „Zeemeeuw" is naar Nieuwediep gesleept, de „Batavier II" is tengevolge der bekomen schade gezonken en zal vanwege de Regeering gelicht worden.Rectificatic. — Onze correspondent te Helder schrijft: In ons Avondblad van Zaterdag 28 dezer deelden wij omtrent het vinden der “Zeemeeuw” mede, dat, niettegenstaande den aanwezigen vletterlieden verboden werd aan boord van de “Zeemeeuw” te gaan, zij zich van dit verbod niets aantrokken en toch aan boord gingen. Dit is onjuist, naar ons de betrokkenen mededeelen.Ook is onjuist, dat het schip voor anker lag. Toen zij op de plaats der ramp kwamen, vonden zij de “Zeemeeuw" drijvende; zij begaven zich aan boord en wierpen het anker uit. Van een verbod daar te blijven was geen sprake; integendeel ondervonden zij alle medewerking van de Nederlandsche officieren. Het verbod gold de “Batavier II”, nadat de Engelsche prijsbemanning dit vaartuig verlaten had. Vandaar dat de op de “Batavier II” aanwezige vletterlieden allen op de “Zeemeeuw” overgingen.
1920-04-18: In de NRC wordt het schip te koop aangeboden. Op 22 april te Rotterdam openbaar geveild en verkocht aan F. Rijsdijk. Doorverkocht.
1940-03-15: Te Venezia gevorderd door de Italiaanse marine en voer tot 1 juli 1940 als Hulpschip (nummer F. 81). In de eerste helft van oktober 1943 bij het eiland Rab (Arbe in Italiaans) door een Duitse luchtaanval tot zinken gebracht. In 1945 gelicht en voor herstel naar de Kvarnerska Brodogradilista, Rijeka gesleept.
1969-00-00: Final Fate:
Verkocht voor de sloop aan Brodospas en in juli aan de slopers in Sveti Kajo (bij Split) opgeleverd.

Gezagvoerders

Datum vanaf: 1913
Kapitein: Olsen, B.
Overige informatie: Woonplaats Delfzijl

Datum vanaf: 1914
Kapitein: Datema, H.
Overige informatie: woonplaats Rotterdam

Afbeeldingen


Omschrijving: Zeemeeuw 1911.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown