1903
NVEC 100303
Stadskanaal (W), 7 maart. Van de werf van P. Mulder en zoon werd te water gelaten het stalen tjalkschip ADELAAR, groot 80 last, voor rekening van schipper D. Voordewind van Delfzijl. De kiel werd gelegd voor een dito tjalkschip, groot 75 last, voor J. Joosten van Wildervank.
WIN 071203
Pillau, 1 december. Uitgezeild ADELAAR, Voordewind naar Odense.
1904
WIN 070104
Holtenau, 3 januari. Gepasseerd ADELAAR, Voordewind van Cappeln naar Emden.
NVD 311204
Delfzijl, 29 december. Aangekomen ADELAAR, Voordewind van Fehmarn naar Rotterdam.
1905
NVD 290305
Oostmahorn, 27 maart. Uitgezeild ADELAAR, D. Voordewind naar Hamburg.
NVD 151205
Holtenau, 10 december. Gepasseerd ADELAAR, Voordewind van Hasle naar Harburg.
1906
NVD 050206
Hamburg, 1 februari. Aangekomen ADELAAR, Voordewind van Harburg.
NNO 221106
Brunsbuttel, 17 november. Gepasseerd ADELAAR, Voordewind van Friedrichstad naar Hooksiel.
1907
NNO 280307
Bremerhaven, 25 maart. Uitgezeild ADELAAR, Voordewind naar Rostock.
NPGC 051207
Vlieland, 3 december. Aangekomen ADELAAR, Voordewind van Kalundborg.
1908
DMB 070308
Vlieland, 6 maart. Uitgezeild ADELAAR, Voordewind naar Holtenau.
NRC 140308
Hamburg, 11 maart. Bij het uit de sluis lopen bij Brunsbüttel is het naar Stockholm bestemde stoomschip KOSTER tegen meerdere in de binnenhaven liggende schepen gelopen, in het bijzonder tegen de Nederlandse tjalk ADELAAR, schipper Voordewind, die daardoor zwaar werd beschadigd. De ADELAAR werd later door de sleepboot DAHLSTRÖM naar Flensburg gesleept en is inmiddels aldaar aangekomen. De van Zaandam komende lading rijstmeel schijnt niet geleden te hebben, omdat het schip wel gedeukt is, doch dicht is gebleven.
NPGC 221208
Vlieland, 18 december. Aangekomen ADELAAR, Voordewind van Wismar.
1909
DMB 290309
Vlieland, 29 maart. Uitgezeild ADELAAR, Voordewind naar Hamburg.
NHARC 191209
Swinemünde, 16 december. Vertrokken ADELAAR, Voordewind naar Hamburg.
1910
NPGC 090210
Bremen, 5 februari. Uitgezeild ADELAAR, Voordewind naar Denemarken.
NRC 050410
Scheepstijdingen. Barhöft gepasseerd, 2 april, ADELAAR, kapt. Voordewind, Nyborg naar Stopenitz. (opm: zie ook NRC 010510)
NRC 010510
Stolp, 29 april. Enige dagen geleden werd ten westen van Leba, in de Oostzee een gezonken met de masten boven water uitstekend zeilschip aangetroffen. Door duikers, die een onderzoek instelden, wordt thans gemeld, dat dit schip is de Nederlandse tjalk ADELAAR, schipper Voordewind, die 11 april van Stettin naar Koningsbergen is vertrokken. Vermoedelijk is de ADELAAR tijdens stormweer vergaan. De luiken waren weggeslagen en de vlag halfstok gehesen. Daar de duikers niet in de kajuit konden komen, weet men niet of er nog lijken van opvarenden aan boord zijn. (opm: stalen tjalk, in 1903 in Stadskanaal gebouwd).
RN 110510
Delfzijl, 9 mei. Omtrent de gezonken tjalk De ADELAAR, kapitein Voordewind, is nog niets naders bekend. De heer B. Schaap, expert te Groningen, stelt een onderzoek ter plaatse in omtrent de mogelijkheid van lichting van schip en lading.
NRC 140510
Lauenburg, 12 mei. Door het duikeronderzoek is het ongeluk aan de ADELAAR overkomen, welk schip bij Leda gezonken ligt, nog niet opgehelderd. Evenzo heeft men geen lijken kunnen vinden, omdat de ingang van de kajuit door de waterdruk gesloten is. Het was voor de duiker tevens gevaarlijk om er binnen te dringen. Men moest zich tevreden stellen met de mast van onder af te zagen en enig touwwerk en kettingen te bergen. Op het wrak is nu een wrakton gelegd, die door een ketting aan het vaartuig is verbonden.
NHARC 251110
De Nederlandse kofschoener ADELAAR, kapt. Voordewind, zonk enigen tijd geleden ten Noorden van Leba, terwijl hij op reis was van Stepenitz naar Koningsbergen met 140 ton cementkalk. De zware schade, die het wrak bekomen had, (de mast was gebroken, de luiken waren weggeslagen enz.) deden vermoeden, dat het schip aan een storm ten offer gevallen was. De lijken van de kapitein en de kok dreven later aan, maar van de stuurman werd hoegenaamd geen spoor teruggevonden. Het Seeamt te Stettin stelde naar deze schipbreuk een onderzoek in, doch vond geen termen enig beschuldigend oordeel uit te spreken.
>