1906
NVD 250906
Van de werf van de Heer L. Mulder te Stadskanaal, is met goed gevolg te water gelaten de van ijzer en staal gebouwde tjalk L'ESPERANCE groot 90 tons, voor rekening van schipper K. Deen, te Groningen.
1907
DT 010607
Delfzijl, 31 mei. Uitgezeild L'ESPERANCE, Deen naar Lubeck.
NNO 180707
Holtenau, 15 juli. Binnengekomen ESPERANCE, Deen van Kopenhagen.
NGRC 020807
Brunsbuttel, 28 juli. Gepasseerd ESPERANCE, Deen van Hamburg naar Stettin.
NVEC 270807
Holtenau, 22 augustus. Aangekomen ESPERANCE, Deen van Kiel.
NRC 290807
Wolgast, 26 augustus. De Nederlandse tjalk ESPERANCE, kapt. Deen, met ongeveer 2600 centenaar (opm: x 50 KG) briketten van Stettin naar Zweden bestemd, is onder bevel van een Thiesommer loods met brand in de lading hier in de haven gekomen. Het gouvernementsvaartuig HAGEN is bezig door pompen de lading onder water te zetten om deze en het schip voor totaal verlies te bewaren. Er zal getracht worden de lading te lossen. Men vermoedt zelfontbranding. De lading is bij de Mannheimer Versicherung verzekerd. (opm: Wolgast ligt zuidoost van Stralsund)
NRC 300807
Wolgast, 27 augustus. Omtrent de lading briketten van de Nederlandse kof ESPERANCE wordt nog gemeld, dat trots de grote hoeveelheid watertoevoer van het gouvernements-bootje HAGEN en de hulp door de vrijwillige brandweer, het vuur blijft aanhouden. Men is bezig de lading te lossen, doch dit werk wordt door de zich in het ruim ontwikkelende rook sterk gehinderd. Telkens flikkerenden kleine vlammetjes op, die dan weder door het spuiten werden verstikt. Aangezien het schip van ijzer gebouwd is, zal het vuur er niet veel schade aan veroorzaken. De geloste lading zal in geen enkel geval herscheept worden, omdat door het in de briketten gedrongen water het ontbrandingsgevaar of broeiïng groter is geworden.
NVEC 011007
Sassnitz, 26 september. Binnengekomen ESPERANCE, Deen van Wolgast.
NNO 181007
Delfzijl, 17 oktober. Aangekomen L'ESPERANCE, Deen van Oldenburg.
1908
NNO 290208
Delfzijl, 28 februari. Uitgezeild L'ESPERANCE, Deen naar Bremerhaven.
NNO 110408
Delfzijl, 10 april. Vertrokken L'ESPERANCE, Deen van Herne naar Brunsbuttel.
NNO 230708
Odense, 18 juli. Aangekomen ESPERANCE, Deen van Hamburg.
NNO 271008
Delfzijl, 26 oktober. Binnengekomen L'ESPERANCE, Deen van Herne naar Sappemeer.
1909
DMB 140309
Delfzijl, 13 maart. Uitgezeild ESPERANCE, Deen naar Emden.
NVD 271209
Delfzijl, 24 december. Binnengekomen ESPERANCE, Deen van Hamburg naar Zwolle.
1910
NNO 070410
Vlieland, 2 april. Terug uit zee wegens tegenwind L'ESPERANCE, Deen naar Hamburg.
NNO 171210
Barth, 12 december. Binnengekomen ESPERANCE, Deen van Hamburg.
1911
NVEC 110211
Travemünde, 7 februari. Uitgezeild ESPERANCE, Deen naar Groningen.
NVEC 051211
Travemünde, 1 december. Vertrokken ESPERANCE, Deen naar Bremen.
1912
NNO 230712
Harburg, 19 juli. Binnengekomen L'ESPERANCE, Deen van Hamburg.
NPGC 161212
Travemünde, 12 december. Uitgezeild ESPERANCE, Deen naar Groningen.
1913
NVD 140113
Delfzijl, 13 januari. Binnengekomen ESPERANCE, Deen van Emden naar Leeuwarden.
ON 041113
Delfzijl, 1 november. Aangekomen ESPERANCE, Deen van Wilhelmshaven naar Groningen.
1914
NNO 170214
Delfzijl, 17 februari. Uitgezeild L'ESPERANCE, Deen naar Emden.
NVD 101114
Delfzijl, 8 november. Binnengekomen L'ESPERANCE, Deen van Hamburg naar Groningen.
1915
NNO 100315
Delfzijl, 10 maart. Binnengekomen L'ESPERANCE, Deen van Emden.
ON 080415
Delfzijl, 8 april. Uitgezeild L'ESPERANCE, Deen met vlas naar Oostendam over de Groninger wadden.
1917
NRC 170317
Groningen, 17 maart. De heer K. Deen alhier heeft ondershands voor geheime prijs zijn zeetjalk L' ESPERANCE verkocht aan de heer J.K. Zorge alhier.
RN 190517
IJmuiden, 16 mei. Het schoenerschip ROTTERDAM, kapt. Bok, van Rotterdam naar Sponviken bestemd, is wegens voortdurende tegenwind hedenmorgen hier binnengelopen. Om dezelfde redenen liepen hier nog binnen de schoener CITO, kapt. Sytsma, van Schiedam naar Flekkefjord en de tjalk JANTJE, kapt. Zorge, van Schiedam naar Visby bestemd.
RN 210517
Rotterdam, 19 mei. De stalen tjalk L'ÉSPERANCE, laatst gevoerd door kapt. K. Deen uit Groningen is verkocht aan de reder J.H. Zorge, die het schip zelf als kapitein bevaart. De naam is thans veranderd in JANTJE.
RN 260517
IJmuiden, 24 mei. De schoener CITO, kapt. Sytsma, van Rotterdam met hoepels naar Flekkefjord en de koftjalk JANTJE, kapt. Zorge, van Rotterdam met hoepels naar Visby welke schepen enige dagen geleden hier binnenliepen, hebben beide de reis voortgezet.
RN 080817
Amsterdam,7 augustus. De Nederlandse koftjalk JANTJE, welke in het begin van juni op haar reis van Rotterdam naar Wisby (opm: waarschijnlijk Visby op Gotland) door een Duitse torpedoboot aangehouden en opgebracht werd, is alhier teruggekeerd met een lading hout uit Zweden.
RN 090817
Opgebracht en weer vrijgelaten.
De Nederlandse koftjalk JANTJE welke in het begin van juni op reis van Rotterdam naar Zweden door een Duitse torpedoboot werd aangehouden en opgebracht, is gisteren in IJmuiden teruggekeerd met een lading hout uit Skaftet.
De berichtgever te IJmuiden van het Hbld. Vernam van de kapitein omtrent deze aanhouding en opbrenging de volgende bijzonderheden:
Het zeilschip JANTJE had in de eerste helft van mei in Rotterdam een lading hoepels ingenomen met bestemming naar Visby in Zweden. Na uit de Nieuwe Waterweg te zijn vertrokken had men enige dagen later met voortdurende tegenwind te kampen, zodat de kapitein besloot naar IJmuiden binnen te lopen en aldaar een betere gelegenheid af te wachten. De 24e mei zette het schip de reis voort en kwam zonder enige wederwaardigheden tot bij het eiland Saltholm in de Sont. Men werd daar toen aangehouden door een Duitse torpedoboot, van welke de commandant, een nog jeugdige officier, inzien van de scheepspapieren wenste. Deze werden hem dadelijk overhandigd. Daaruit kon hem de herkomst en de bestemming van het vaartuig duidelijk blijken. Zonder evenwel een reden op te geven, besliste hij, dat het schip naar Swinemünde moest worden opgebracht.
Een prijsbemanning, bestaande uit een officier en twee matrozen, welke met revolvers bewapend was, werd overgezet om het schip op zijn verdere reis te vergezellen. De scheepspapieren werden inmiddels aan de kapitein teruggegeven. Reeds vijf dagen was de prijsbemanning op het schip en moest natuurlijk ten koste van de Nederlandse kapitein worden gevoed, zonder dat men Swinemünde kon bereiken. Er was voortdurend tegenwind. Tenslotte begon het de kapitein te vervelen en deelde hij de officier mee, dat hij naar een andere haven wenste opgebracht te worden of anders het schip door de wind naar de Sont te zullen laten teruglopen. Na enige bespreking werd goed gevonden, dat het vaartuig dan maar naar het meer nabij gelegen plaatsje Dornbusch zou varen. Men kwam daar ’s avonds aan en bleef steeds onder bewaking geankerd liggen.
De volgende morgen werd bericht ontvangen dat het schip zou worden weggebracht door een sleepboot. Deze bleef nogal lang weg.
Onderwijl was een torpedojager op de rede gekomen, van welke de commandant eens kwam kijken wat het Nederlandse zeilschip daar kwam uitvoeren. Nauwelijks had hij zich van de toestand op de hoogte gesteld of hij gaf order dat het schip kon weggaan. De prijsbemanning moest toen op commando van boord gaan. De Nederlandse kapitein had op zijn aandringen echter een vrijgeleide gekregen om gedekt te zijn tegen eventueel volgende aanhoudingen. Het spreekt vanzelf, dat de zeelui niet lang aarzelden om van de vrijheid gebruik te maken en het onzalige oord met volle zeilen te verlaten.
De kapitein is het tot heden nog niet duidelijk geworden hoe het mogelijk is dat de ene commandant hem zonder enige opgave van redenen liet opbrengen, ofschoon zijn scheepspapieren in orde waren en een volgende commandant, eveneens zonder opgave van redenen, het schip na een vluchtig onderzoek weer laat weggaan. Maar met dat al was het schip een paar weken achteruit gevaren, terwijl de andere schepen welke tijdens de aanhouding in de nabijheid waren, konden doorzeilen en hun losplaatsen veel eerder bereikten. De kapitein heeft omtrent het gebeurde na zijn aankomst in IJmuiden bij de marineautoriteiten een verklaring afgelegd en zal vermoedelijk trachten een schadevergoeding te krijgen voor zijn gedwongen oponthoud en tijdverlies, om van de voeding van de prijsbemanning nog maar niet te spreken.
1918
RN 070318
IJmuiden, 5 maart. De gisteren binnengekomen koftjalken VOORWAARTS, kapt. Salomons en JANTJE, kapt. Zorge, respectievelijk van Arnsviken en Hernösand met gezaagd hout, rapporteren enige weken in het ijs te hebben vast gezeten bij Laxtör (Denemarken). Eerst na het intreden van de dooi konden de schepen worden bevrijd, doch ze werden nadien nog lange tijd wegens voortdurende tegenwind in Aalborg opgehouden.
RN 180318
Zaandam, 15 maart. Na de lading gezaagd hout alhier te hebben gelost, is het Nederlandse kofschip JANTJE, kapt. J.K. Zorge, 6 maart van Hernösand hier aangekomen met schade door invriezing in Denemarken, naar Vreeswijk vertrokken, teneinde aldaar op een scheepswerf onderzocht te worden en eventueel te repareren.
1919
NNO 100619
Kopenhagen, 30 mei. Binnengekomen JANTJE, Zorge van Aggersö.
NNO 100619
Kopenhagen, 12 december. Aangekomen JANTJE, Zorge van Stege.
1920
NPGC 230220
Aalborg, 16 februari. Binnengekomen JANTJE, Zorge van Svendborg.
NVD 150520
Vlie, 14 mei. Aangekomen JANTJE, Zorge van Korsoer.
NPGC 240620
Delfzijl, 23 juni. Uitgezeild JANTJE, Zorge naar Klagsand.
1923
NNO 130423
Oostmahorn, 12 april. Vertrokken JANTJE, Luursema naar Griesiel.
1925
NNO 240725
Delfzijl, 23 juli. Heden werd ten overstaan van de heer Kolk, notaris, in het café Confiance voor de heer Meertens publiek verkocht: het stalen tjalkschip JANTJE, in 1906 volbouwd, groot bruto 235.92/100 kub. M. (laadvermogen pl.m. 158 ton), laatst bevaren door schipper L.E. Luursema. Kooper de heer J. Kunst te Groningen voor ƒ 4000.
Kadaster. Op 23-07-1925 publiek verkocht door Jakob Wijnholt Junior, zonder beroep te Farmsum en Jan van der Glas, zonder beroep te Delfzijl, als lasthebbers van Gerard Ebel Luursema, schipper, gedomicilieerd te Siddeburen. Bij deze inschrijving staat in de kantlijn bijgeschreven: Nevensgenoemd schip "JANTJE", brandno. 2923 is in het buitenland aan een buitenlander verkocht. Winschoten, 27 augustus 1925. De Bewaarder.
>