Inloggen
LAMMEGIENA - ID 3590


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1898-03-25 / 1918-04-00 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist

Identification Data

Bouwjaar: 1898
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
Nat. Official Number: 5369 GRON 1898
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Tjalk
Masten: One mast
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Gebr. J. & G.. Verstockt, Martenshoek, Groningen, Netherlands
Launch Date: 1898-00-00
Delivery Date: 1898-02-00
Technical Data

Gross Tonnage: 89.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 69.00 Net tonnage
Deadweight: 145.00 tons deadweight (1016 kg)
 
Length 1: 24.55 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 22.96 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 5.18 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.3 Meters Depth, moulded
Draught: 2.16 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1898-03-25 LAMMEGIENA
Manager: Harmannus Schling (30 nov. 1913: wed. Lammegiena Schling-Jager), Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Harmannus Schling (30 nov. 1913: wed. Lammegiena Schling-Jager), Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PHWR

Date/Name Ship 1911-02-17 LAMMEGIENA
Manager: Duurt Bonninga, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Duurt Bonninga, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PHWR
Additional info: Aankoopprijs HFl. 7.000,--

Ship Events Data

1898-03-25: Dagregister deel 14 nummer 350, den zes en twintigsten Maart 1800 acht en negentig. Eigendomsverklaring. Ik ondergeteekende Harmannus Schling, schipper gedomicilieerd te Groningen, verklaar bij deze te zijn de eenige eigenaar van het ijzeren tjalkschip genaamd “Lammegiena” gebouwd te Martenshoek- Kropswolde, gemeente Hoogezand, hebbende een dek en een mast, zijnde groot netto twee honderd vier en veertig en twee en dertig honderdste kubieke meter of zes en tachtig en vier en twintig honderdste tonnen van 2.83 kubiek meter, thans liggende te Martenshoek – Kropswolde, gemeente Hoogezand en gevoerd wordende door mij schipper. Martenshoek, Kropswolde, gemeente Hoogezand, den vijf en twintigsten Maart 1800 acht en negentig. Harmannus Schling. In de kantlijn staat bijgeschreven 5369.
1907-05-19: NRC 21 mei 1907 : Londen, 19 mei. Volgens telegram uit Cuxhaven is de Groninger tjalk "LAMMEGIENA", kapt. H. Schling, van Koningsbergen naar Hooksiel bestemd, in aanvaring geweest met een door de sleepboot “Fairplay I” gesleept wordende lichter, waardoor de tjalk licht beschadigd werd.
1909-01-00: NRC 25.01.1910: Londen, 24 januari: In oktober van het vorige jaar werd bij buitengewoon slecht weer het Nederlandse ship LAMMEGIENA, nadat de bemanning het schip had verlaten, door de stoomtrawler “Kestral” te Grimsby binnengebracht. Aan voornoemde trawler, die ook de bemanning had gered werd door het Admiraliteitshof £ 500 bergloon toegekend. De waarde van het schip werd op £ 1800 geschat.
1909-10-15: 28 september 1909 vertrokken van Harburg naar Sterling ( Firth of Forth) met een lading lijnkoeken van 132 ton. De lading was behoorlijk gestuwd en de luiken goed geschalkt en van dubbele kleden voorzien. Na de Elbe te zijn afgezeild werd 3 oktober Cuxhaven bereikt en geankerd wegens tegenwind was men genoodzaakt te wachten tot 10 oktober. Die dag werd om 11.00 uur vertrokken bij Noordenwind (flauwe koelte) gaande weg passeerde men de Elbe vuurschepen en rondde om 14.00 uur het buitenlichtschip van de Elbe. Bij een zuidenwind met topskoelte zette men koers N.W. t .W. De schipper die nog nooit de reis naar Schotland gemaakt had , besloot zoveel mogelijk in het zicht van de kust te blijven en van daar de Noordzee over te steken, om dan weer de Engelse kust naar het noorden te volgen. Op 11 oktober , ter hoogte van Schiermonnikoog wakkerde de wind aan tot harde bries er werden 2 reven in het grootzeil gestoken en de jager vastgemaakt. In de namiddag om 16.00 werd Terschellingerbank op 1 mijl afstand aan BB gepasseerd. Bij ZW wind werd de koers op W.N.W. gesteld , welke koers tot 13 oktober 20.00 uur is behouden. Donderdag middag 14 oktober kon er bestek worden gemaakt in pos. 54˚ 17’NB en gegiste Ol 1˚ 13’ wind Z.W. Er stond toen een hoge zee die hand over hand toenam. Om 19.00 uur probeerde de schipper te wenden , dit lukte niet wegens de hoge zeegang en de wind die tot een volwassen storm was toegenomen. Hij was genoodzaakt te halzen en ging bijleggen over BB. Daar er veel water overkwam werden om 22.oo uur de sleeptros met 2 viertouwen overboord gestoken , waarvan een op de voorbolder , het andere aan de overloop van de fok bevestigd, teneinde het schip met de kop op zee te brengen.
DD 15 oktober om 04.00 uur bij hoge zeegang en vliegend stormweer , scheen het schip te stoten , de roerketting van de stoottalie aan BB brak en zo ontstond er averij aan het roer , zodanig dat het schip onbestuurbaar werd. Van repareren kon geen sprake zijn. Er werd voordurend gepompt , het gelukte het schip slingerlens te houden. Tussen 6.00 en 7.00 uur sprong de giek uit de lummel hetgeen averij aan grootzeil en tuig veroorzaakte. De hele dag werd er aan de pompen gewerkt in 2 ploegen. Men keek uit naar hulp omdat het schip geheel onbestuurbaar was en met eigen middellen geen land kon bezeilen. Om 16.00 uur arriveerde een Stoomvissers vtg de “Kestrel “( Grimsby) ,waarop men de vlag in sjouw hees. De barometer bleek dalende. Om 17.00 uur was de “K” zover genaderd dat de schipper te kennen gaf gesleept te willen worden. Deze antwoordde dat door de zware zeegang hij geen kans zag een tros over te brengen. Echter de bemanning kon hij wel aanboord nemen. Na scheepsberaad werd besloten het schip te verlaten. De heklichten werden aangestoken ook de boordlantaarns , de schipper en de stuurman wisten de boot die aan dek stond toen het schip zwaar overging , vlot te krijgen. De jongens gingen in de boot en daarna de stuurman en de schipper. Ze roeiden naar de weinig vaart opstomende “K” waar men behouden aanboord kwamen en van het nodige voorzien. Op last van de kapitein van “K” gingen enige bemanningleden van “K” met de boot van de “Lammegiena” terug om een sleepverbinding te maken , maar dat had niet het gewenste gevolg. De “Kestrel” bleef in de nacht van 15 op 16 oktober in de nabijheid van de “Lammegiena”. Een geweldige regenbui barstte toen los , waarna de barometer weer ging stijgen en de zee merkbaar afslechtte. In de ochtend van de 16e was het weer duidelijk handzamer geworden en schipper Schling wilde met de stuurman weer terug naar de “Lammegiena” gaan ten einde een sleepverbinding te realiseren . De schipper van de “Kestrel” weigerde dat en zond een deel van eigen volk naar de “Lammegiena” . het gelukte een sleeptros op de ankerketting te steken en om 9.00 uur ving de sleepreis aan. Men bevond zich bij gissing op 70 mijl van het Spurn-light in een peiling Z.W. t.W in 21 vadem water ter hoogte van de doggersbank. Op zondagmorgen 17 oktober omstreeks 10.00 uur werd Grimsby bereikt en de “Lammegiena” in het Alexandra dock vastgemaakt. Er werd beslag gelegd op de “Lammegiena” ter vordering van bergingloon welk beslag na cautieloon van fl 500,00 gulden werd opgeheven. Na opheffing is de bemanning naar het schip terug gegaan , er werd water op de buikdenning en enige waterschade aan de lading bevonden. Na 5 dagen reparatie heeft het schip zijn reis vervolgd.
25 maart 1910, NRC ; NRC 25.03.1910: Raad voor de Scheepvaart: De raad nam gisteren in behandeling de zaak van het ijzeren tjalkschip"Lammegiena", schipper en eigenaar H. Schling, dat, op reis van Hamburg naar Schotland, in de nacht van 14 op 15 oktober benoorden Terschelling, bij zwaar stormweer gestoten heeft, waardoor de roerketting brak, het schip lekkage bekwam en het roer vernield werd. Ook aan de zeilen bekwam het schip averij, zodat het geheel onbestuurbaar was geworden. Blijkens verklaringen, voor de Raad afgelegd door de stuurman Davids, werd toen de noodvlag gehesen, welke werd opgemerkt door een Engelse trawler. De kapitein van de trawler wilde dat de bemanning van de "Lammegiena", bij hem aan boord zou komen, daar hij voorgaf niet te kunnen slepen. Dit wilde de bemanning van de "Lammegiena", niet, maar ten slotte ging men toch op de trawler over. Een dag later weigerde de kapitein van de trawler hen op de "Lammegiena", te laten teruggaan. Mannen van de trawler zijn op de "Lammegiena", gegaan om trossen vast te maken. Deze is toen naar Grimsby gesleept. Stuurman Davids zegt ervan overtuigd te zijn, dat het de Engelse kapitein om het sleeploon te doen is geweest. Voor de consul te Alloa heeft de kapitein in een scheepsverklaring gezegd, dat de bemanning van de "Lammegiena", verzocht had te worden opgenomen, en later heeft geweigerd weer op het vaartuig terug te gaan, totdat het in Grimsby in veilige haven was. De voorzitter wees de stuurman er op dat ook hij en de andere leden van de bemanning een beëdigde scheepsverklaring had moeten afleggen, dan hadden zij nu sterker gestaan tegen over de verklaringen van de trawler kapitein, die zij nadrukkelijk tegenspreken. Toen de getuige hierop antwoordde, dat de consul van hen een verklaring overbodig had geacht, gaf de voorzitter, Mr. Pleyte, hierop de raad, zich in dergelijke omstandigheden door een consul, die de Nederlandse wet niet kent, niet van de wijs te laten brengen. De stuurman verklaarde voorts dat de rederij van de trawler buitensporig hoog hulp- en sleeploon eiste, en dat daarvoor op de tjalk beslag is gelegd. Het was de bewuste morgen beslist nodig het schip te verlaten. De kapitein van de "Lammegiena", ook opgeroepen om te worden gehoord, was niet verschenen. Vrijdag 1 april wordt de behandeling van de zaak hervat.
1910-03-25: NRC 25.03.1910: Raad voor de Scheepvaart: De raad nam gisteren in behandeling de zaak van het ijzeren tjalkschip LAMMEGIENA, schipper en eigenaar H. Schling, dat, op reis van Hamburg naar Schotland, in de nacht van 14 op 15 oktober benoorden Terschelling, bij zwaar stormweer gestoten heeft, waardoor de roerketting brak, het schip lekkage bekwam en het roer vernield werd. Ook aan de zeilen bekwam het schip averij, zodat het geheel onbestuurbaar was geworden. Blijkens verklaringen, voor de Raad afgelegd door de stuurman Davids, werd toen de noodvlag gehesen, welke werd opgemerkt door een Engelse trawler. De kapitein van de trawler wilde dat de bemaning van de LAMMEGIENA bij hem aan boord zou komen, daar hij voorgaf niet te kunnen slepen. Dit wilde de bemanning van de LAMMEGIENA niet, maar ten slotte ging men toch op de trawler over. Een dag later weigerde de kapitein van de trawler hen op de LAMMEGIENA te laten teruggaan. Mannen van de trawler zijn op de LAMMEGIENA gegaan om trossen vast te maken. Deze is toen naar Grimsby gesleept. Stuurman Davids zegt ervan overtuigd te zijn, dat het de Engelse kapitein om het sleeploon te doen is geweest. Voor de consul te Alloa heeft de kapitein in een scheepsverklaring gezegd, dat de bemanning van de LAMMEGIENA verzocht had te worden opgenomen, en later heeft geweigerd weer op het vaartuig terug te gaan, totdat het in Grimsby in veilige haven was. De voorzitter wees de stuurman er op dat ook hij en de andere leden van de bemanning een beëdigde scheepsverklaring had moeten aflegen, dan hadden zij nu sterker gestaan tegen over de verklaringen van de trawler kapitein, die zij nadrukkelijk tegenspreken. Toen de getuige hierop antwoordde, dat de consul van hen een verklaring overbodig had geacht, gaf de voorzitter, Mr. Pleyte, hierop de raad, zich in dergelijke omstandigheden door een consul, die de Nederlandse wet niet kent, niet van de wijs te laten brengen. De stuurman verklaarde voorts dat de rederij van de trawler buitensporig hoog hulp- en sleeploon eiste, en dat daarvoor op de tjalk beslag is gelegd. Het was de bewuste morgen beslist nodig het schip te verlaten. De kapitein van de LAMMEGIENA, ook opgeroepen om te worden gehoord, was niet verschenen. Vrijdag 1 april wordt de behandling van de zaak hervat.
1911-12-11: Rotterdamsch Nieuwsblad 14-12-1911: Bremerhaven, 11 Dec. De Nederl, tjalk Lammegiena, schipper Schling, van Itzehoe naar Brake bestemd, is met verlies van ankeren ketting door de sleepboot Coiumbia in de Geestemunder haven gebracht.
1918-01-24: Op 24-01-1918 gemeten te Amsterdam. Meetnummer: A4407N. Lengte: 25 m 26 cm, Breedte: 5 m 20 cm. Waterverplaatsing: 163,657 ton. Eigenaar:
D. Bonninga, Groningen.
1918-04-00: Final Fate:
Op of na 12 april 1918. Vertrok op 12 april van Rotterdam naar Kopenhagen, beladen met stukgoederen (98 kisten glas enige kisten sigaren , wan ruimte opgevuld met hoepels ong. totaal 108 ton). Nadien is niets meer van het schip vernomen, met man en muis vergaan. (4 slachtoffers) Bron: Hoogendijk.