|
Raad voor de Scheepvaart. De Raad hervatte heden de behandeling van de zaak van het scheepsongeval, overkomen bij de Doggersbank aan het ijzeren tjalkschip LAMMEGIENA, schipper en eigenaar H. Schling. Het schip is bij zwaar stormweer in de nacht van 14 op 15 oktober, op reis van Hamburg naar Schotland gestoten, waardoor de roerketting brak, het schip lekkage bekwam, het roer vernield werd en de zeilen onklaar geraakten, zodat de tjalk onbestuurbaar werd. De bemanning ging over op een Engelse trawler, die het schip naar Grimsby heeft gesleept. Uit de verklaringen van de stuurman in de voorgaande zitting gehoord zij gememoreerd, dat volgens hem de kapitein van de trawler de bemanning van de LAMMEGIENA tegen haar zin aan boord heeft gehouden, terwijl deze kapitein juist voorgeeft, dat ze niet op hun schip terug wilden. De Engelse rederij heeft buitensporig hoog sleeploon geëist en in verband daarmee, beslag op het schip doen leggen. Heden is de schipper door de Raad gehoord. Hem werd te kennen gegeven, dat het verder onderzoek ook zal lopen over de vraag, of het ongeval veroorzaakt is door een daad of nalatigheid van zijn kant. De schipper verklaarde wel dikwijls de Noordzee te hebben bevaren, maar dit was de eerste keer, dat hij overstak naar Engeland of Schotland. Hij weet niet waar het schip op gestoten is. Hij zei, dat hij het roer ook bij kalm weer niet op zee had kunnen herstellen, omdat dit van ijzeren constructie was. Hoewel de zeilen nog tamelijk goed waren, was het schip dus onbestuurbaar. Er werd zo hard mogelijk gepompt. Het vaartuig was niet bepaald ontredderd, maar het werd toch te gevaarlijk geoordeeld om aan boord te blijven. De voorzitter, mr. Pleyte, begrijpt zich niet, dat er geen lijn tussen de trawler en de LAMMEGIENA bevestigd kon worden, terwijl er toch, nadat de LAMMEGIENA verlaten was, tussen beide schepen in een roeibootje op en neer is gevaren. De volgende dag gingen drie man van de trawler naar de LAMMEGIENA over. Schipper Schling of een van diens mannen mochten niet mee. Toen de voorzitter de schipper vroeg, of hij daarin zo maar berust had, antwoordde de schipper, dat hij toch na eerst om assistentie gevraagd te hebben en op een vreemd schip opgenomen te zijn, daar niet aan het opspelen kon gaan. In Grimsby gekomen, heeft de schipper verzuimd onmiddellijk een scheepsverklaring af te leggen. Ook de schipper heeft de indruk, dat het de trawler-kapitein erom te doen is geweest om de LAMMEGIENA als een verlaten ronddrijvend schip op te pikken. De rederij van de stoomtrawler heeft 500 pond sterling berg- en sleeploon gekregen. Ook schipper Schling constateert uitdrukkelijk, dat de Nederlandse Consul te Grimsby het afleggen van een scheepsverklaring niet nodig heeft geacht. De behandeling van de zaak werd daarna gesloten. Op nader te bepalen datum zal de Raad uitspraak doen.
|