1898
WIN 160598
Delfzijl, 12 mei. Uitgezeild HOOGHAMMEN, Seven naar Newcastle.
NGRC 311298
Holtenau, 28 december. Gepasseerd HOOGHAMMEN, Seven van Bremen naar Stolpemünde.
1899
NGRC 040299
Stolpemünde, Binnengekomen HOOGHAMMEN, Seven van Bremen
PGC 310899
Sassnitz, 29 augustus. De Nederlandse tjalk HOOGHAMMEN, kapt. Seven, van Dantzig naar Oldenburg met planken, is hier binnengelopen met overgegane lading en schade aan het roer. De HOOGHAMMEN passeerde de 27ste Holtenau.
NNO 121299
Maassluis, 9 december. Binnengekomen HOOGHAMMEN, Seven van Hemmoor.
1900
NNO 290300
Vlieland, 27 maart. Zeilklaar HOOGHAMMEN, Seven naar Koningsbergen.
NPGC 041200
Bremen, 29 november. Binnengekomen HOOGHAMMEN, Seven van Landscrona.
1901
NNO 060301
Vegesack, 2 maart. Uitgezeild HOOGHAMMEN, Seven naar Blumenthal.
WIN 211201
Bremerhaven, 17 december. Binnengekomen HOOGHAMMEN, Seven van Bremen.
1902
NNO 260102
Bremerhaven, 23 januari. Uitgezeild HOOGHAMMEN, Seven naar Kopenhagen.
PGC 270802
Holtenau, 25 augustus. De Nederlandse tjalk HOOGHAMMEN, kapitein K. Seven, van Hamburg naar Wolgast, is bij het schutten door de sluisboot ILSE aangevaren en bekwam aan bakboord een deuk ca. 2 voet boven water, bovendien werd de kajuit beschadigd en het kompas vernield. Het schip zal na voorlopige reparatie de reis voortzetten. Het stoomschip werd niet beschadigd.
NPGC 191202
Cuxhaven, 16 december. Binnengekomen HOOGHAMMEN, Seven van Londen.
1903
NVD 060103
Holtenau, 1 januari. Gepasseerd HOOGHAMMEN, K. Seven van Londen naar Hadersleben.
DS 101203
Grimsby, 9 december. Heden is alhier binnen gesleept door de stoomtrawler MAGIC de Nederlandse tjalk HOOGHAMMEN (kapitein Zeven) op reis van Rotterdam naar Middlesbro. Van schade, wanneer die er is, is nog niets bekend.
1904
NVD 180704
Middlesbro., 10 juli Uitgezeild HOOGHAMMEN, K. Seven naar Hartlepool.
NVD 301204
Londen, 27 december. Binnengekomen HOOGHAMMEN, k. Seven van Brunsbuttel.
1905
DS 140105
Esbjerg, 13 januari. De tjalk HOOGHAMMEN, schipper Seven, is gestrand te Vejerö ca. 5 mijl van Blaavandshuk. De scheepsjongen is hierbij verdronken. Het schip maakt geen water. De schipper is nog aan boord. Het schip dreef op strand nadat het roer verloren was. De tjalk was onderweg van Londen naar Gothenburg.
PGC 060205
Esbjerg, 3 februari. Het Ned. tjalkschip HOOGHAMMEN was reeds bijna vlotgebracht, toen het bij de jongste hevige storm nabij Karlsmoerk Hede verder op het strand geworpen werd waar het bij normale waterstand bijna droog ligt.
PGC 030305
Londen, 2 maart. Volgens telegram uit Esbjerg is de Ned. tjalk HOOGHAMMEN vlotgebracht. Het schip dat slechts geringe schade heeft is aldaar binnengekomen.
NRC 090305
Esbjerg, 6 maart. Het na stranding alhier binnengebrachte schip HOOGHAMMEN werd bij bezichtiging op een waarde van 7300 kronen geschat. De reparatiekosten zullen ongeveer 5000 kronen bedragen.
PGC 200405
Londen, 10 april. De Ned. tjalk HOOGHAMMEN, schipper Seven, met gerst van Esbjerg naar Elmshorn, is lek te Cuxhaven binnengebracht.
NRC 220415
Cuxhaven, 19 april. Het alhier binnengesleepte schip HOOGHAMMEN werd gedurende het slepen door de sleepboot FALKE lens gehouden. Het is thans bezichtigd en de experts hebben verklaard, dat het met sleepboothulp en met pompers aan boord de reis naar Elmshorn kan voortzetten.
NRC 230405
Cuxhaven, 20 april. De tjalk HOOGHAMMEN is heden gesleept door de sleepboot FALKE naar Elmshorn vertrokken.
1906
DS 090106
Op 5 januari behandelde de Raad van Tucht voor de koopvaardij de stranding van de ijzeren tjalk HOOGHAMMEN van kapitein en reder K.E. Seven op 12 en 13 januari 1905. Het schip was, onderweg van Londen naar Gothenburg met een lading glasscherven, op de kust van Jutland gestrand, waarbij de 28-jarige kok J. van Komen (opm: het NRC geeft als naam J. van Korve) om het leven kwam.
De kapitein schreef de stranding toe aan het verlies van het roer waardoor het schip voor de wind met grote snelheid op het strand werd gedreven. Van het verdrinken van de kok-matroos had de kapitein vanwege de duisternis niets gemerkt; hij had dit van de stuurman vernomen, maar redding was uitgesloten geweest.
Het schip kwam hoog op het strand en de beide uitgeputte opvarenden waren gaan slapen en de volgende morgen door de reddingboot gered. De tjalk was voor 15.000 mark bij de ‘Germania’ te Berlijn verzekerd.
DS 180306
Delfzijl, 17 maart. De tjalk HOOGHAMMEN, schipper Seven, is verkocht aan schipper van der Wal, alhier.
1907
NRC 030407
Berwick, 2 april. Het schip HOOGHAMMEN, met oud ijzer, zit bij Dunstanbro op het strand.
NRC 040407
Londen, 3 april. Van het Nederlandse schip HOOGHAMMEN wordt verwacht, dat het totaal wrak zal worden.
PGC 040407
Groningen, 3 april. De te Hoogezand thuisbehorende ijzeren tjalk HOOGHAMMEN, kapt. H van de Wal, geladen met oud ijzer bestemd van Londen naar Bo’ness, is bij Berwick gestrand. Het zit vast bij Dunstanbro Castle en is als totaal verloren te beschouwen. De tjalk is in 1898 gebouwd voor de rederij Smith & Zoon.
NRC 050407
Berwick, 3 april. De HOOGHAMMEN breekt op. De lading kan nog geborgen worden. Bij laagwater is het schip een korte tijd droog, doch de ligging der rotsen is slecht voor bergingswerkzaamheden. Men zal trachten nog een bergingscontract te maken.
DS 050407
Berwick, 3 april. De Nederlandse tjalk HOOGHAMMEN, schipper v.d. Wal, met ijzerafval van Londen naar Bo’ness, op de rotsen te Dunstanbro gestrand, is totaal wrak. De lading valt er uit, doch kan later geborgen worden. Het wrak valt met laag water voor een korte tijd droog en dan kan er iets geborgen worden.
DS 060407
Berwick, 5 april. Door de zware zeeën is de gestrande Nederlandse tjalk HOOGHAMMEN door midden gebroken en van de rotsen af, in diep water geslagen; er is een gedeelte der lading geborgen.
DS 130907
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
(Geen datum) De Raad van Tucht voor de Koopvaardij behandelde gisteravond de stranding van het Nederlandse tjalkschip HOOGHAMMEN, gezagvoerder Albert van der Wal, in de nacht van 1 op 2 april bij het dorpje Craster in Schotland.
Het scheepje was 21 maart met kartonpapier van Delfzijl naar Londen uitgevaren. Aan boord waren behalve de gezagvoerder een stuurman en twee broers, een 16-jarige jongen die als matroos en een 14-jarige knaap die als kok dienst deed. Het schip had op de reis met storm te kampen, doch behouden bereikte men Londen. Daar werd oud ijzer ingenomen hetwelk naar Bo’ness in Schotland gebracht moest worden. Toen men Londen verliet was het goed weer, doch in de nacht van 1 op 2 april ging ’t zwaar misten. Terwijl men langs de kust voer stootte het schip plotseling en bleek het op de rotsen te zitten, vlak bij het dorpje Craster, niet ver van New-Castle.
Visserslieden haalden de opvarenden van boord. De matroos en de kok, de gebroeders Postma uit Leeuwarden, werden eerst te Craster verzorgd en daarna te New-Castle in het hospitaal opgenomen waar ze tot mei en juni verpleegd werden. De een had bevroren voeten en de ander bevroren handen en voeten ten gevolge de inwerking van het zeewater gedurende de reis van Delfzijl naar Londen. De jongste verloor alle tenen op een na van beide voeten. Het schip zelf ging verloren. De gezagvoerder schreef de stranding toe aan de invloed die het ijzer oefende op het kompas.
De gebroeders Postma werden als getuigen gehoord. Een kwartier voor de stranding had een visser nog gewaarschuwd – tenminste de 16-jarige begreep dit uit de gebaren – dat de HOOGHAMMEN meer stuurboord moest houden. Bij de stranding zei de gezagvoerder “laat de visserman naar de hel lopen”.
De stuurman, iemand zonder geld en zonder kleren, die als hij aan de wal moest van de jongens kleren leende, werd door een der jongens later op de Leeuwarder kermis gezien, waar hij in een caroussel werkte. Die ex-stuurman waarschuwde de jongens, die hun kleren bij het geval verspeeld hadden, dat de broer van de kapitein met hun nieuwe laarzen liep. Waar de gezagvoerder is gebleven is niet bekend. Wellicht vaart hij op een Engels schip.
Er is op de reis van Londen naar Schotland niet gelood. De Raad van Tucht zal later uitspraak doen.
DS 251107
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Het onderzoek van de Raad van Tucht werd op 19 november vervolgd naar de stranding van de tjalk HOOGHAMMEN, kapitein Albert van der Wal, in de nacht van 1 op 2 april bij het Schotse dorpje Craster.
In de vorige zitting werd verklaard dat de gezagvoerder een kwartier vóór de stranding door een visser werd gewaaarschuwd dat hij meer stuurboord moest houden en dat hij bij de stranding zei “laat die visserman naar de hel lopen”. Van der Wal, thans gehoord, zei eerst niet te weten, later niet te geloven dat hij een dergelijke uitdrukking had gebezigd. De visser zei hij niet begrepen te hebben. De invloed van de lading ijzer op het kompas is de oorzaak van de stranding, meent de kapitein. (De vorige dagen, toen hij ook met gegist bestek voer, bleek het in orde te wezen.)
Hij verklaarde dezelfde nacht gelood te hebben zonder dat een der andere opvarenden aan dek het zag. Verder verklaarde de gezagvoerder, die geen examen deed, geraas gehoord te hebben. Dit was vermoedelijk van de branding afkomstig. De kapitein meende dat het veroorzaakt werd door een stoomtrawler. Zijn misrekening was 46 minuten.
Uit het journaal heeft hij een uittreksel gemaakt, maar het eigenlijke journaal heeft hij weggeworpen, omdat het er zo uitzxag en hij er niet mee onder de ogen van de consul durfde komen.
De vroegere stuurman, R. Wm. Tamboer, verklaarde dat de kapitein iedere dag een journaal mert potlood bijhield. Na de 1e april is er niet meer gelood omdat men meende ver genoeg van de kust af te zijn. Ook deze getuige begreep uit het roepen van de schipper dat er afgehouden moest worden. Ook na deze verklaring hield de kapitein vol dat hij om 4 uur ’s nachts op 30 vaam nog geen grond had. De uitspraak zal later volgen. (opm: bekort)
DS 281207
Gisteravond deed de Raad van Tucht voor de Koopvaardij uitspraak in de zaak tegen schipper A. van der Wal van de tjalk HOOGHAMMEN, die in de nacht van 1 op 2 april bij Craster was gestrand. (opm: zie PGC 4 april en DS 25 november) De Raad verklaart de stranding niet te kunnen toeschrijven aan een daad of nalatigheid van de gezagvoerder, daar deze volgens het gegist bestek 10 Duitse mijlen van de kust verwijderd moest zijn en de nabijheid van het land niet kon worden vermoed uit het wenken der bemanning van een vissloep, een kwartier voor de stranding. De kapitein werd vrijgesproken (opm: bekort)
>