1902
NVEC 260302
Groningen, 24 mei. Uitgezeild GOEDE TROUW, Wolthuis naar Hamburg.
PGC 011102
Londen, 31 oktober. Volgens telegram uit Svaneke is de Nederlandse tjalk GOEDE TROUW, kapt. Wolthuis, van Koningsbergen naar Fehmarn bestemd, aldaar aangekomen na op het strand te hebben gezeten. Het schip is vol water en lost de lading om te worden nagezien en te repareren.
WIN 041202
Heiligenhaven, 27 november. Binnengekomen GOEDE TROUW, Wolthuis van Koningsbergen.
1903
NVEC 110203
Malmö, 7 februari. Aangekomen GOEDE TROUW, Wolthuis van Heiligenhaven.
VEC 291203
Norden, 19 december. Binnengekomen GOEDE TROUW, Wolthuis van Rostock.
1904
PGC 020204
Delfzijl, 30 januari. De tjalk GOEDE TROUW, schipper Wolthuis, van Norden hier aangekomen met bestemming naar Munster, kon laatstgenoemde plaats wegens het ijs niet bereiken. In de Boven Dollard is nog zoveel ijs aanwezig, dat de schepen niet verder dan Leer kunnen komen. Ook bij Emden is nog zoveel drijfijs dat de gisteren daarheen vertrokken sleepboot EEMS, onverrichter zake moest terugkeren. De Eems alhier en de binnenwateren naar Groningen zijn volkomen vrij van ijs.
NPGC 011104
Hamburg, 27 oktober. Binnengekomen GOEDE TROUW, Wolthuis van Helsingborg.
1905
PGC 130105
Carolinensiel, 8 januari. De Ned. tjalk GOEDE TROUW, kapt. J. Wolthuis, had in de storm van 30 december anker en ketting alsmede het roer verloren en toen enige dagen later sterke vorst intrad werden van het schip noodseinen gegeven. Hierop gingen een 20 tal mannen derwaarts doch eerst na dagen arbeid kon men het schip hier in de haven brengen, dankzij de ingevallen dooi.
NPGC 071205
Altona, 4 december. Uitgezeild GOEDE TROUW, Wolthuis naar Oldenburg.
1906
NNO 230206
Flensburg, 20 februari. Binnengekomen GOEDE TROUW, Wolthuis van Bremen.
NNO 090306
Delfzijl, 7 maart. Vetrokken GOEDE TROUW, Groenewold naar Dortmund.
NNO 130406
Delfzijl, 11 april. Binnengekomen GOEDE TROUW, Groenewold van Herne.
NNO 080506
Delfzijl, 5 mei. Vetrokken GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
DMB 180706
Delfzijl, 16 juli. Vetrokken GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
DMB 120906
DElfzijl, 10 september. Vetrokken GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
NVD 021106
Husum, 28 oktober. Uitgezeild GOEDE TROUW, Wolthuis naar Nordstrand.
NVD 201106
Emden, 15 november. Binnengekomen GOEDE TROUW, Groenewold van Oldersen.
1907
NNO 130107
Delfzijl, 11 januari. Binnengekomen GOEDE TROUW, Groenewold van Herne.
RN 130307
Maandagmorgen 11 uur kwam de sleepboot „ENGELINA", kapt. J. Zwart, uit Delfzijl, met een sleep van drie schepen de Vecht op, komende uit de richting Muiden. De sleepboot was reeds door de Lange Vechtbrug, toen het touwwerk van het eerste schip, de „PETRONELLA", schipper M. de Boer, uit Groningen, in aanraking kwam met de klep der brug. Het tweede schip „GEERTJE", schipper G. Huizer, uit Groningen, liep op het eerste. Door de schok en het omslaan van het roer sloeg de vrouw van De Boer over boord. Het derde schip „GOEDE TROUW", schipper J. Wolthuis, uit Hoogezand, -on nog bijtijds het roer wenden en liep in den wal. Oogenbiikkelijk waren van de „PETRONELLA" 4 man over boord gesprongen,om de tamelijk ernstig aan het hoofd gewonde vrouw behouden op het droge te brengen. De schade aan de „PETRONELLA" werd geschat op f 100.
NNO 260307
Delfzijl, 25 maart. Binnengekomen GOEDE TROUW, Groenewold van Herne.
NNO 110407
Delfzijl, 10 april. Uitgezeild GOEDE TROUW, Groenewold naar Munster.
NNO 040507
Delfzijl, 3 mei. Vertrokken GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
NNO 260607
Delfzijl, 25 juni. Uitgezeild GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
DMB 240807
DElfzijl, 22 augustus. Vertrokken GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
NNO 161007
Delfzijl, 15 oktober. Binnengekomen GOEDE TROUW, Groenewold van Herne.
NVD 151107
DElfzijl, 13 november. Uitgezeild GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
NPGC 061207
Emden, 2 december. Binnengekomen GOEDE TROUW, Wolthuis van Hadersleben.
NNO 141207
Delfzijl, 13 december. Binnengekomen GOEDE TROUW, Groenewold van Herne.
1908
NNO 090208
Delfzijl, 7 februari. Uitgezeild GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
DMB 030308
Delfzijl, 29 februari. Binnengekomen GOEDE TROUW, Groenewold van Herne.
NVD 300308
Delfzijl, 27 maart. Aangekomen GOEDE TROUW, Groenewold van Herne.
NNO 120408
Delfzijl, 11 april. Uitgezeild GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
NNO 140508
Delfzijl, 12 mei. Vertrokken GOEDE TROUW, Groenewold naar Emden.
NRC 120608
Delfzijl, 11 juni. De voor Dortmund bestemde Nederlandse tjalk GOEDE TROUW, schipper Groenewold, beladen met 320 vaten benzine, ging hier hedennacht door brand totaal verloren.
DS 120608
Delfzijl, 11 juni. De hedennacht alhier in de haven door brand vernielde houten tjalk GOEDE TROUW, eigenaar P. Wagenborg, had j.l. dinsdag (opm: 9 juni) uit het s.s. ALTONA 230 vaten benzine geladen, bestemd voor een fabriek aan het Dortmunder Kanaal en zou hedenmorgen 3 uur van hier daar heen worden gesleept. Gisteravond ten 11.30 echter werden alle bewoners van Delfzijl en omstreken door ene hevige slag, alsof een kruitmagazijn in de lucht vloog, verschrikt, direct stond de lucht zwart van walm en ’t schip in volle vlam, waar geen blusmiddelen tegen waren opgewassen. Men trachtte zo spoedig mogelijk alle vaartuigen, alsook het s.s. ALIDE, dat de volle deklast hout nog in had, en ’t naast bij het brandende schip lag, uit de haven in veiligheid naar de rede te slepen. Waar bovendien de drijvende vaten brandende zich verspreidden in de haven liet het zich ernstig aanzien. Gelukkig zijn beide opvarenden, schipper en matroos, met sloepen gered. Laatstgenoemde heeft ernstige brandwonden aan hoofd en handen. Mede is verbrand de sleepkaan TRANSPORT, eigenaar Blaauw & Co alhier, waarvan ’t ijzeren casco uitgebrand nog drijvende is doch mede totaal als verloren is te beschouwen. Beide schepen zijn door gedeeltelijke verzekering gedekt. Het s.s. ALIDE ligt wederom in de haven en is begonnen met lossen.
LC 120608
De benzine-ontploffing te Delfzijl. Van de ramp eergisteravond omstreeks 11 uur in de haven te Delfzijl gebeurd, deelt het N. v. h.N. het volgende mede. Een hevige knal deed aan een onheil denken. Alras bleek dat aan boord van de in de haven liggende tjalk GOEDE TROUW, schipper J. Groenewoud, eene ontploffing in de lading benzine had plaats gehad, waardoor een felle brand ontstond. Verschrikkelijke rookkolommen en vlammen stegen uit het brandende vaartuig omhoog, zoodanig, dat direct bleek, dat aan blusschen niet te denken viel, doch dat de eenige zaak was, om, ten einde meerdere rampen te voorkomen, de nog in de nabijheid liggende vaartuigen een veilige plaats te bezorgen. Zeer moeilijk viel dit, aangezien later, toen de GOEDE TROUW tot op de waterlijn was afgebrand, brandende vaten zich door de gehele haven verspreidden. Bijna de gehele aanwezige vloot moest zich daarom uit de haven en ter rede begeven, hetgeen met het te Harlingen thuisbehorend stoomschip ALIDE, denzelfden avond met een lading hout van Hernösand binnengekomen, zeer moeilijk ging, daar het door het vallen van het water aan den grond was geraakt. Trots de pogingen, die daartoe in het werk werden gesteld, kon men echter niet verhoeden, dat het ijzeren lichterschip TRANSPORT, eigenaar de heer B. Blaauw te Farmsum, dat de GOEDE TROUW langszijde lag, mede geheel uitbrandde. Een wonder mag het toch heten, dat geen persoonlijke ongelukken zijn voorgevallen; slechts de knecht T. Kielema bekwam enige brandwonden aan hoofd en armen. Een geluk mag het genoemd worden, dat er geen wind was, anders ware de ramp zeer zeker niet te overzien geweest. De beide schepen GOEDE TROUW en TRANSPORT zijn verzekerd.
RN 130607
Voor de hulp door de sleepbooten SPES MEA en NORDERNEY aan het stoomschip ALIDE verleend bij de brand van het schip GOEDE TROUW, werd Fl. 3200.— toegekend.
AH 010708
Gezonken vaartuig. De Minister van Waterstaat maakt bekend, dat op 11 Juni in de haven te Delfzijl, is gezonken het wrak van het door brand vernielde schip genaamd: „GOEDE TROUW", groot 147 S.T. geladen geweest zijnde met benzol in vaten en gevoerd geweest zijnde door den schipper J. Groenewold te Delfzijl; dat op grond van de voor de scheepvaart gevaarlijke ligging van het wrak en de mogelijkheid van het gaan drijven van eventueel nog in het wrak aanwezige vaten onverbrande benzol, ingevolge het bepaalde in artikel 2. der wet van 23 Juli 18S3 (Staatsblad no. 151) van Rijkswege tot onverwijlde opruiming van genoemd wrak is overgegaan. („St.-Ct.")
NPGC 070708
De Raad van Tucht voor de Koopvaardij behandelde Vrijdagavond het ongeluk, in de avond van 19 Juni in de haven van Delfzijl overkomen aan het tjalkschip GOEDE TROUW, schipper J. Groenewold. Dit vaartuig, met 320 vaten benzol geladen, ging door het ontploffen der lading in de vlammen op, evenals een lichter, die naast het schip lag. Terwijl het ongeluk plaats had, was de schipper naar de wal gegaan, een pas door hem aangenomen knechtje aan boord achterlatende. Aan boord van de GOEDE TROUW was geen vuur aanwezig, doch aan boord van de lichter brandde licht en werd gekookt. De benzol was in lekkende houten vaten geborgen, maar niettemin zeide de schipper nooit iets van sterke gasontwikkeling bemerkt te hebben. Het knechtje J. Kieleman verklaarde in den avond van 10 Juni met den knecht aan boord te zijn gekomen. Noch bij noch de knecht hadden lucifers bij zich of rookten een sigaar of een pijp. Na een paar minuten aan boord te zijn geweest, geraakte hij bedwelmd. Een knal hoorde hij niet, wel hoe de knecht hem toeriep van boord te komen. Op de lichter willende overspringen, viel hij te water. Hij zwom naar een dukdalf en werd vervolgens door een knecht opgepikt.
PGC 180708
Het wrak van de tjalk GOEDE TROUW is voor de sloop gekocht door de heer Rumpf te Groningen.
>