Familiegegevens en opleiding
Hinderk Hoorn Koch werd geboren te Embden op 06 september 1822.
Hij huwde met Okkelina Margaretha Wiers, geboren te Embden op 31 oktober 1831. Het echtpaar had ten tijde van de inschrijving in het Weldadig Zeemans Fonds drie kinderen. Hij vestigde zich tussen 1857 en 1861 in Amsterdam en verhuisde per 21 april 1885 naar Vreeland. “Op de huwelijksakte van zijn dochter J.H.Koch staat als naam Hinderk Hoorn Koch, op de overlijdensakte staat Hendrik Hoorn Koch en op alle kopieën van het bevolkingsregister in Amsterdam en Vreeland staat Hendrik. Waarschijnlijk was Hinderk zijn echte naam, maar vond hij zelf Hendrik mooier”. (informatie B.Bron te Heemskerk, 15 juni 2003)
Okkelina overleed te Embden op 16 augustus 1903
Blijkens een overlijdensacte in het archief van de gemeente Vreeland dd 09 december 1886 (1886, nr. 27) overleed Hendrik Hoorn Koch op 30 september 1886 ’s middags 05.30 uur “zijnde op Noorderbreedte 6o7’en Westerlengte 50o6’ .. gezagvoerder aan boord van het Nedl.Brikschip Albatros op de reize van Amsterdam naar Paramaribo …”. De acte werd opgemaakt naar aanleiding van “eene missive van den Minister van Marine van den zesden December achttienhonderd zesentachtig nummer vijfendertig letter E … “ De missieve was getekend door 1e stuurman H.J.Bron, 2e stuurman H.T.van Slooten en de passagier J.Ulrich. H.J.Bron was de schoonzoon van kapitein Koch.
Kopie van de acte verkregen van de heer R.Bron te Heemskerk, brief dd 15 juni 2003. De plaats van overlijden is vrij dicht bij de bestemming Paramaribo.
In het Bevolkingsregister 1851-1853 (-64) van Amsterdam wordt vermeld Hendrik Hoorn Koch, geboren 06 februari 1822 te Emden, gehuwd, Nederl.Hervormd, wonend vanaf 1862 in de Binnen Bantammerstraat,
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
H.H.Koch werd per 24 februari 1857 op voordracht van H.D.Zeijlmaker en met vlagnummer 704 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdams zeemanscollege "Zeemanshoop". Zijn schip bij de inschrijving was de "Plata002.
In de Algemene Vergaderingen van 17/24 februari 1857 van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop werd als effectief lid voorgesteld/aangenomen Hendrik Hoorn Koch, oud 34 jaar, voerend de barkentijn “Plata”, voor rekening van J.J.Poncelet & Zn, op voordracht van kapitein H.D.Zeijlemaker.023.
Hij werd deelnemer in het Weldadig Zeemans Fonds van Zeemanshoop per 26 oktober 1858.003
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 25 november 1886 bericht de wed. H.H.Koch geb. Wiers het overlijden van haar man. In de vergadering dd 30 deember 1887 wordt haar de regelementaire uitkering toegekend, maar er wordt geen ingangsdatum genoemd.042
In de Bijlagen van de Bestuursvergadering dd 30 december 1886 (Stadsarchief Amsterdam, 491-40) is een rapportage over de aanvrage van de wed. Koch, wonende te Vreeland. Daarin is vermeld dat kapitein Koch op 10 augustus 1886 met de “Albatros” naar Suriname vertrok en op 30 september 1886 overleed. Het schip arriveerde in Suriname op 05 oktober 1886 en hij is dus aan boord overleden. Haar wordt de regelementaire uitkering toegezegd ingaande 01 november 1886042 en 118
In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 18 januari 1887 staat vermeld dat een uitkering in de 1e klasse is toegekend aan de wed. H.H.Koch geb. Wiers.023.
Het boek “Bron Privaat” bevat een foto van een ontvangstbewijs ad f 32,- “zijnde het beloop der Uitkeering voor de Maand Dec. 1899” van het Amsterdamse zeemanscollege “Zeemanshoop” 102
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
704 1857-1859 barkent Plata J.J.Poncelet & Zn
1860-1875 bark Albatros idem
1876-1886 brik Albatros J.H.A.E.Meijjes
In het Register van schepen, aangekomen in het Oosterdok045 komen o.a. de volgende meldingen voor:
bark Albatros onder kapitein H.H.Koch
bron aankomstdatum vertrekdatum bestemming
502-289 21 september 1859 24 mei 1860 Suriname
-
14 oktober 1860 14 maart 1861 Suriname
502-290 22 augustus 1861 26 oktober 1861 Suriname
Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093:
H.H.Koch Albatros 08 mei 1860 12 oktober 1860
Albatros 28 februari 1861 17 augustus 1861
Albatros 16 oktober 1861 27 maart 1862
Albatros 02 mei 1862 12 oktober 1862
Albatros 07 november 1862 09 december 1862
Albatros geen melding 13 mei 1863
Albatros 06 juli 1863 geen melding
Albatros 14 juni 1864 14 december 1864
Albatros 14 april 1865 31 october 1865
Albatros 14 mei 1866 23 oktober 1866
Albatros 05 januari 1867 12 augustus 1867
Albatros 05 oktobe 1867 21 maart 1868
Albatros 20 juni 1868 24 december 1868
Bouma025 vermeldt H.H.Koch als gezagvoerder gedurende:
* 1857 t/m 1860 van de sch.kof “Plata”, gebouwd in 1841 te Harlingen, 180 ton o.m., varend voor J.J.Poncelet & Zn te Amsterdam;
* 1861 t/m 1875 van de bark Albatros, gebouwd in 1840 te Amsterdam, 364 ton o.m., varend voor J.J.Poncelet & Zn te Amsterdam
* 1877 t/m 1886 van de brik “Albatros” ex Uranus gebouwd in 1865 te Brake door E.Nicolai, 224 ton o.m., varend voor J.H.A.E.Meyjes te Amsterdam.
Overige bijzonderheden
30 oktober 1861 (Engels Kanaal op de hoogte van Bevesier op weg naar het Nieuwe Diep te Den Helder) De bark de “Albatros” onder kapitein H.H.Koch van Amsterdam komende, werd waargenomen door de “Luitenant Admiraal Tjerk Hiddes”en genoteerd in het Journaal053 (reis Amsterdam-Paramaribo-Amsterdam. Mei-november 1861).
Volgens het Stortingsregister044 vertrok kapitein Koch op 16 oktober 1861 uit Amsterdam en keerde terug op 15 april 1862. Het Register van Schepen in het Oosterdok045 vermeldt het vertrek van de “Albatros” op 26 oktober 1861 met bestemming Suriname
Strandingen Marsdiep094. In biografie van Klaas Duit (1820-1891)
“Met een tussenpoos van een paar dagen strandden er twee schepen. Eerst het Nederlandsche kofschip “Petronella” (kapt. W.Addens)…. Een paar dagen later (dit moet dan c 20 april geweest1859 geweest zijn) strandde onder vrijwel gelijke omstandigheden de Nederlandse kof “La Plata” met suiker geladen, onderweg van Suriname naar Amsterdam” Alle opvarenden werden door Duit en zijn mannen gered
Familiegegevens en opleiding
Hinderikus Johannes Bron werd geboren op 03 februari 1852 te Nieuwe Schans als zoon van Marten Luppens Bron en Lumke Heike Kramer.
Hij trouwde op 21 juni 1883 te Amsterdam met Johanna Hinderika Koch, geboren op 31 augustus 1861 te Amsterdam als dochter van Hendrik Hoorn Koch (eveneens een koopvaardijkapitein, zie aldaar) en Okkelina M.Wiers. Zij overleed op 04 november 1907 te Appingedam.
Hinderikus J.Bron overleed te Appingedam op 11 maart 1908.102
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt H.J.Bron als gezagvoerder gedurende:
-
1887 van de brik “Albatros” ex Uranus, gebouwd in 1865 te Brake, 224 ton o.m., varend voor J.H.A.E.Meyjes te Amsterdam;
-
1896 (moet zijn 1891) t/m 1898 van de ijzeren bark “Oostenburg”, gebouwd in 1888 bij Huygens & van Gelder te Amsterdam, 1043/1007 ton, varend voor W.A.Huygens te Amsterdam.
J.H.Bron zou, volgens Bouma025¸ van 1891 t/m 1896 kapitein geweest zijn van de ijzeren bark “Oostenburg”, gebouwd in 1888 bij Huygens & van Gelder te Amsterdam, 1043/1007 ton, varend voor W.A.Huygens te Amsterdam025 en 052. MAAR: De heer B.Bron, kleinzoon van H.J.Bron deelt mee (juni 2003) dat de initialen verwisseld zijn en het hier ook gaat om H.J.Bron. ZIE BIJ H.J.BRON.
Overige bijzonderheden
De heer B. Bron uit Heemskerk, kleinzoon van kapitein H.J.Bron deelde mij het volgende mee (Brief en e-mail, juni 2003):
H.J.Bron voer als stuurman een periode bij zijn schoonvader Hendrik Hoorn Koch op de “Albatros”. Hij ondertekende op 30 september 1886 als 1e stuurman de akte van overlijden van zijn schoonvader.
H.J.Bron werd na ziekte van de kapitein F.Visser in 1891 (zie aldaar) als tijdelijk gezagvoerder benoemd van de bark “Oostenburg”. De overdracht van het commando over de Oostenburg vond plaats in Portland, de Nederlandse consul ter plekke zorgde voor de formaliteiten. Huijgens liet altijd per telegram weten waar vracht opgehaald of gebracht moest worden. In de brieven aan de reder noemde hij de Heer Huijgens altijd: Waarde patroon, de eerste brief aldus geadresseerd is van 21 april 1890.
Hij voer als gezagvoerder tot in 1898, toen kwam de Oostenburg in aanvaring met een Engels schip en liep zware averij op. Het Engelse schip zonk. Niemand verdronk en de bemanningsleden van de Oostenburg kregen elk een medaille en 2 Engelse ponden. De gezagvoerder kreeg een zilveren kandelaber. De rederij Huijgens verkocht toen de Oostenburg aan een noorman en de laatste opdracht voor Opa was de boot naar Bremerhaven te zeilen voor inspectie door de koper. Daarna stopte de zeemansloopbaan van Opa, want stoomboten waren blijkbaar niets voor hem en een zeilboot kon hij niet meer krijgen. Hij was overigens ook niet bevoegd om stoomschepen te bevaren. In de 90-er jaren van de 19e eeuw was het aantal zeilschepen zo gering dat de kans op een plaats voor hem nihil was. Hij begon daarom een drogisterij in Appingedam.
Een portretfoto van de kapitein H.J.Bron is beschikbaar. De heer Bron uit Heemskerk heeft tevens inzage in een briefwisseling van zijn grootvader met de reeder Huijgens. Die heb ik verder niet gezien.
Een getranscribeerd brievenboek onder de naam van “Bron Privaat” is uitgegeven in A-4 vorm door de heer Bron te Heemskerk. Dit boek bevat een foto van de “Oostburg” en van de kapitein.102.
In het brievenboek staan opmerkingen over de werkzaamheden van kapitein Bron, welke hierna sterk gecomprimeerd worden weergegeven. Het lezen van het brievenboek zelf wordt aanbevolen door degene, die is geïnteresseerd in de maritieme levensloop van kapitein Bron in de periode 1894-1897.
p.016/018 Soerabja 27 september 1894, een brief aan zijn vrouw.
“Gij weet zeker reeds lang dat mijn aanstaande reis naar Delegoa baai is of liever naar Lorenza Narquise, Mozambique, de enige plaats in Delegoa baai. Een lading teakhout moet daar gebracht worden. … “
“Binnen enige dagen denk ik van hier te gaan om te Semarang te laden. … Als de reis naar de Kaap gelukkig afloopt, denk ik snel weer in ballast naar Java te moeten gaan.”
p.025/026 Soerabja 5 october 1894, een brief aan zijn vrouw:
“Het schip is grotendeels gelos en binnenkort vertrek ik naar Boeloe, dit is tussen hier en Semarang, om een lading sleepen d.w.z. dwarsliggers voor het spoor in te nemen om te Delegoa baai te lossen. Gij ziet dus vooreerst is er nog geen kans om te huis te komen. … “
p.031/032 Soerabaja 14 oktober 1894, een brief aan zijn vrouw:
“Ik lig gereed om te vertrekken naar Bantjar, vervolgens naar Semarang en dan naar ’t Kafferland. … “
p.042/044 Banja Wangi, november 1894, een brief aan zijn vrouw:
“Deze reis naar Port Natal duurt vanaf Banjermasin ongeveer vijf a zes weken. … “
p.054/061 Port Natal, 19 januari 1895, een brief aan zijn vriend Schneijder:
“Vanaf Banjo Wangi hadden wij een reis van 48 dagen, eigenlijk veel te lang … “
p.174/176 Batavia, 11 september 1895, brief aan Vriend Vernis.
“Toen wij in Anjer of te Anjerrede arriveerden, ontving het niet aangename bericht dat wij eerst te Batavia moesten dokken, vervolgens naar Tjilatjap (zuidkust Java) moeten vertrekken, hier voor de 30ste September moeten zijn om een lading suiker in te nemen en dit naar Chili (westkust Zuid-Amerika) moeten brengen. … “
p.299/302 Falmouth, 21 juni 1896, brief aan “Waarde vriend Munneke”:
“De reis naar hier is lang geweest, 108 dagen, maar toch heeft de Oostenburg weer op enige schepen, die ongeveer een week voor ons vertrokken (uit Iquique in Chili), zes, acht en tien dagen gewonnen. Aan Kaap Hoorn als gewoonlijk het nodige deel storm en overigens stil, zeer veel last van hoge zee, hetgeen men temeer gewaar wordt met salpeterlading, het slingeren was verschrikkelijk … “
p.336/338, Amsterdam 7 augustus 1896, brief aan “Beste Vriend v.d.Laag:
“In Iquique 12 laaddagen en terug reis van Iquique naar Falmouth van 103 dagen, één der vlugste gedurende deze periode vergeleken met de schepen die met ons vertrokken waren, maar toch was er reeds reassurantie opgenomen. De meeste schepen moeten dan ook vreselijk weer aan Kaap Hoorn gehad hebben in die tijd. Bona teruggekeerd met averij naar de Falkland eilanden, het schip ontzet, enz. (zou er daar veel te repareren zijn in Stanley Harbour?). Ik kreeg mijn order voor Rotterdam, loste er mijn lading goed uit, gesleept naar Amsterdam en moet nu naar New Castle kolen laden voor Soerabaja.”
p.429/430 Simonstraat (=Zuid-Afrika) 11 januari 1897, “Waarde stuurman Munneke”:
In brieven aan diverse personen doet kapitein Bron verslag van de redding van de equipage van een Engels schip. Zo ook hier:
“Onze reis was in de Noordzee en het Kanaal vrij voorspoedig, wel ruw herfstweer. Immer dik van de regen, maar met de 5e dag waren wij toch Lizard gepasseerd. Daarna hadden wij dicht bij Madera dat geval met de Eastern Monarch, hetgeen gij wel in de krant gelezen hebt. Dat schip zeilde ons des morgens met sky zeils in top voorbij, terwijl wij bramzeils vasthadden, ruw weer, dik van regen, lage Bar. Tegen de middag kwam hij weer te zien, tuig overboord. Grote mast met tackehore kruissteng voor bramsteng. Je begrijpt, een ontredderde toestand, dek opgebroken, boten stuk (zoals ons later gezegd werd), vroeg om hulp om bij hem te blijven, en haalden wij de volgende dag met veel moeite, hoge zee, maar beter weer, 25 man equipage van boord en werd toen dat prachtige schip voor de veiligheid der zee tot ondergang gedoemd.”
In brieven erna komt kapitein Bron steeds op deze redding terug en dan vooral omdat hij eigenlijk een beloning verwacht, zoals dat in die tijd toch gebruikelijk was.
p.446, een equipagelijst ongedateerd, maar zal januari 1897 zijn:
Op deze lijst staat “H.J.Bron, master” met een wedde van f 100,- = £8/8/8.
H.J.Bron was van 1896 t/m 1898 kapitein van de ijzeren bark “Oostenburg”, gebouwd in 1888 bij Huygens & van Gelder te Amsterdam, 1043/1007 ton, varend voor W.A.Huygens te Amsterdam. Het schip werd in 1898 voor £ 3800,- = f 45.600,- verkocht naar Noorwegen en herdoopt in “Syvenstierne”. In 1903 ging het schip naar Napels en onder de naam “St.Joseph in 1917 vermist op reis van Norfolk, Virginia, USA025 en 052.
Zowel in Bouma025 als Pronker 052 wordt als kapitein van de “Oostenburg” in de periode 1891 t/m 1896 een kapitein J.H.Bron genoemd. De heer B.Bron uit Heemskerk (die zich in de genealogie van zijn voorouders heeft verdiept) dat hier sprake is van een omdraaiing van de initialen en dat ook hier van H.J.Bron sprake moet zijn. Op grond van deze informatie moet de vaarperiode van H.J.Bron gesteld worden op 1891 t/m 1898.
In bezit van voornoemde heer B.Bron is een getuigschrift van het KNMI waarin wordt genoemd het “zeer goede Journaal gedurende zijne reizen van Nederland naar Java, Chili, enz. en terug”, gedateerd Utrecht 10 maart 1897 en ondertekend door de Hoofd Directeur Maurits Snellen.
Tevens een kopie van “de Commissie voor de examens ter verkrijging van een diploma als stuurman aan boord van Koopvaardijschepen.” Deze Commissie
“Verklaart dat in hare zitting gehouden in Rotterdam door Hinderikus Johannes Brons Mz , geboren den 3den Februari 1852 te Nieuwe Schans wonende te Amsterdam met gunstige uitslag examen is afgelegd als Eerste Stuurman voor de Groote vaart. De candidaat heeft voorts bewijzen van bekwaamheid gegeven: in het schrijven en spreken van de Fransche taal geen examen afgelegd, Engelsche taal geen examen afgelegd, Hoogduitsche taal geen examen afgelegd, omtrent kennis van het stoomwerktuig voldoende en het manouvreren met stoomschepen onvoldoende.
Rottedam den 2den Juni 1880”
Heemskerk, 28 mei 2007
Geachte Heer Parma,
Afgelopen week ben ik in Nieuweschans geweest en vond daar het overlijdensbericht van Heiko Bron aan boord van het Nederlands barkschip Johanna.
Op 23 maart 1863 om 6 uur ‘s-morgens ter reede van Pagodan Schina (Schina is geen tikfout!) aan boord van het Nederlandsch barkschip Johanna is overleden Heiko Bron, geboren 16 mei 1838 te Nieuweschans, van beroep zeeman (er staat geen oorzaak bij vermeld, in de familiekring wordt vermeld “pokken”.
De omschrijving is geschied door Adrianus Verduin, eerste stuurman in deze fungerend als gezagvoerder
in tegenwoordigheid van :
Meinardus Woldringh, oud 24 jaar, wonend te Breda, beroep 3e stuurman
Gerrit van der Poll, oud 29 jaar, eerste timmerman wonende te Nieuwediep
Gezien door de Ned. Consul te Canton in China J. den Amorie van der Hoeven
Heb ik U ooit bericht gestuurd dat er in Krommenie een schilder woont die de Oostenburg geverfd heeft, sorry ik bedoel natuiurlijk geschilderd, met echte roestplekken. Volgens een lijstenmaker heeft de schilder technisch vakkundig werk gedaan (60/80 cm). Hij vroeg € 1750,- en ik bood € 1000,- en de koop ging niet door. Ik heb wel een kleurenfoto van het schilderij. Interesse?
Met groet,
Ben Bron
P.S. Mijn overgrootvader staat bij de burtgerlkijke stand eerst als verver te boek, later werd het schilder.
Zie ook:
In “Reizen rond Kaap Hoorn onder Nederlandse vlag. Overzicht vanaf de ontdekking in 1616 tot het einde van de Nederlandse grote zeilvaart in 1911”. door H.Hazelhoff Roelfzema. Uitgave Stichting Nederlandse Kaap Hoorn-vaarder, 2010, 88 pp plus Bijlage met een Chronologisch Register van Reizen van 1616 tot 1911.121
p.76-77 Samenstelling vloot verandert 1880-1890. Gebroeders Smit, Willem Christiaan e.a.
De bark “Oostenburg” onder kapitein H.J.Bron verliet Greenock op 09 juli 1891, was op 25 oktober te Astoria, 22 november te Portland en keerde op 15 mei 1892 terug in Falmouth De laatste melding was van Havre op 20 mei. Zowel op de heenreis als de terugreis werd Kaap Hoorn gerond.121
Dezelfde bark en kapitein vertrokken op 06 oktober 1895 vanuit Oost-Indië en waren op 09 december via de Pacific te Thuano en van 07 februari-04 maart 1896 te Iquique. Via Kaap Hoorn werd op 21 juni 1896 Falmouth bereikt.121