Inloggen
FANNY (LA) - ID 17044


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1816-00-00 / 1830-10-28 | Reden uitgevlagd: Afscheiding Zuidelijke Nederlanden K.B. 28.10.1830

Identification Data

Bouwjaar: 181?
Categorie: Passenger-/cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Fregat
Masten: Three masts
Material Hull: Wood, oak, sheathed with copper
Construction Data

Werfnummer:
Technical Data

Net Tonnage: 277.00 tons (oude meting)
 
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1819
Datum agenda: 1819-07-27
Register nr: 18170076
Scheepsnaam: FANNY
Type:
Lasten: 0
Gebouwd in binnen- of buitenland: Binnenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Cock & Fr
Plaats: Gent
Kapitein op moment van verzoek: Tiddens, Jacob J.
Opmerkingen: Nieuwe zeebrief
ZB 163 Zd.Ned.van 23-10-1817 vervallen door andere kapt.

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1817-10-23 LA FANNY
Manager: N.J. de Cock & Frère, Gent, Netherlands
Eigenaar: N.J. de Cock & Frère, Gent, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Gent / Netherlands

Ship Events Data

1816-10-30: De FANNY, kapt. J.P. Kerkhove, is op 30 oktober 1816 in de Caraïbische Zee overvallen door zeerovers die lading en privé goederen hebben geplunderd, de opvarenden mishandeld en gepoogd hebben het schip in brand te steken.
1831-00-00: Final Fate:
De FANNY, kapt. P. de Boer, moet in 1831 na lossing in Antwerpen zijn verkocht voor de sloop.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

In de notulen van de Algemene Ledenvergadering van Zeemanshoop van 03 mei 1825 is als effectief lid voorgesteld kapitein Jacobus Pieter Kerkhoven, oud 62 jaar, uit Harlingen, op voordracht van H.Jansonius. In de vergadering van 10 mei 1825 werd de voordracht afgekeurd023.

In de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 20 oktober 1825 wordt de opmerking gemaakt dat de zoon, stuurman Johannes Jacobus Kerkhoven, heeft meegedeeld zijn “ontevredenheid over het deballoteren van zijnen vader als Effectief  Lid van het Kollegie voorgesteld.”042.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt J.P.Kerkhoven als gezagvoerder van/in:

*    1825 t/m 1828 van de brik “Martha Elisabeth”, geen vermelding van bouwgegevens, eigenaar en thuishaven.

 

Het Archief van de Amsterdamse Waterschout op het Stadsarchief te Amsterdam bevat monsterrollen op naam van Jacob Pieterse Kerkhoven op de:

”Hoopende Visser”, dd 25 juli 1796 (Pruisische vlag); 24 maart 1798 (Pruisische vlag);

“Hoop”, dd 19 december 1801; 28 mei 1805 (Pruisische vlag);

“Martha & Elisabet”, dd 28 juni 1825 en 15 november 1826.

 

Overige bijzonderheden

Rotterdamsche Courant 18 januari 1817

Amsterdam, 16 januari. Te Havana is den 8 november laatstleden (opm: 1816) gearriveerd Jacob P. Kerkhoven, van Antwerpen; dezelve was den 30 oktober overvallen door twee gewapende vaartuigen, een schooner en een kotter, welker manschap de kaptein, super carga en equipagie op een onmenselijke wijze hebben mishandeld, het grootste gedeelte der lading geroofd en geplunderd, en ook grote schade aan het schip hebben toegebragt; hebbende alles medegenomen of vernield, wat roerend was, levensmiddelen, lopend tuig, compassen, kaarten, en alles wat aan de kaptein, super carga en equipagie toebehoorde; voorts het schip in brand gestoken, welke echter, na het vertrek der rovers, weder geblust is. Wijders hadden zij de zich aan boord bevindende gouden specien (opm: munten) niet gevonden, en waren dus dezelve bewaard gebleven; maar het schip was door dit ongeval in een deplorablen staat te Havana aangekomen.

 

Rotterdamsche Courant 29 juni 1822114

Londen, 25 juni. Men verneemt, dat van Plymouth naar Holland gezonden een duikers-klok, onder directie van de heer Crusoe, welke aangenomen heeft, om de lading van een schip, hetwelk 22 jaren geleden gezonken is, op te vissen; men zegt dat dit vaartuig aan boord had 72 metalen stukken geschut, 30.000 pond sterling aan gouden munt, 30 tonnen goud in staven en 25 tonnen zilver in staven; hetzelve ligt, bij hoog water, op dertig voeten diepte. is (opm: zie RC 020722 en 300822)

 

Rotterdamsche Courant 02 juli 1822114

Amsterdam, 30 juni. In Terschelling is binnengekomen J.P. Kerkhoven (opm: voerende vermoedelijk de brik MARTHA EN ELISABETH) van Londen, aan boord hebbende de duikelaars-klok voor Terschelling (opm: zie RC 290622 en 310822).

 

Rotterdamsche Courant 31 augustus 1822114

Londen, 28 augustus. Omtrent vijf-en-twintig jaren geleden is op de Hollandse kust het fregat de LUTINE verongelukt, hetwelk een en een half millioen aan geld en goud aan boord had, hetgeen door het Engelse gouvernement als subsidie aan de koning van Pruissen gezonden werd en bij de assurantie-compagnie van Lloyd’s verzekerd was, welke dan ook die som aan de afzenders vergoed heeft. Na dat dit schip ontdekt en bevonden is op de Hollandse kust gezonken te zijn, hebben gemelde assuradeuren aan het gouvernement der Nederlanden verlof gevraagd, om het geld uit het overblijfsel van het wrak te laten opvissen, hetgeen hun geweigerd is, om reden, dat genoemd governement begrijpt, dat dit schip, gedurende de oorlog met Holland, gestrand zijnde, van regtswege Hollands eigendom geworden is. (opm: zie RC 290622 en 020722)

 

 

Datum vanaf: 1816
Kapitein: Kerkhoven, Jacobus Pieter

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

In 1824 was A.Bezemer gezagvoerder van het Antwerpse fregat de “Vasco de Gama” (130 lasten, gebouwd te Antwerpen). De boekhouder was N.& J. de Cock & Frères te Gend012.

In 1824 was A.Bezemer gezagvoerder van het Antwerpse fregat de “Batavia” (250 lasten). De boekhouder was N.J.L.de Wael012.

 

Bouma025 vermeldt A.Bezemer als gezagvoerder gedurende:

*    1824 t/m 1828 op het 3/m schip “Vasco di Gama”, gebouwd in 1823 te Antwerpen, 307 ton o.m., varend voor N.J.de Cock te Gent; (het schip werd in 1823 gebouwd onder toezicht van Pieter Bezemer (de vader van Ary)068.

Ook bij Bouma de opgave van kapitein Bezemer (zonder initiaal) van/in:

*    1819 t/m 1827 op het 3/m schip “l’Auguste”, gebouwd in 1812, geen bouwplaats vermeld, 380 ton o.m., geen rederij vermeld.

deze opgaven kloppen niet vanwege de overlappende perioden. Zou er sprake zijn van twee verschillende personen?

 

In het Archief van de Waterschout op het Stadsarchief van Amsterdam bevinden zich monsterrollen op naam van kapitein Arij Bezemer als gezagvoerder van de:

“Auguste”, dd 07 oktober 1819.

 

Overige bijzonderheden

Per 15 december 1824 werd Johan Hendrik Rolman als ligtmatroos  vanuit de Amsterdamse Kweekschool voor de Zeevaart geplaatst op de “Vasco di Gama” onder gezag van kapitein Bezemer voor een reis “naar Batavia voor Antwerpen”. Hij keerde op school terug op 09 juli 1826004-532/1451.

Ary Bezemer was de zoon van de laatste Schiedamse walvisvaarde Pieter Bezemer. Hij trad in 1795, tegelijk met zijn vader, in ‘s lands dienst en was reeds in 1808 opgeklommen tot de rang van eerste luitenant. “Van 1814 tot 1816 voer hij als kapitein op de Rotterdamse brik Atalanta op reizen naar Lissabon en New York. Na een korte diensttijd in de marine keerde hij het volgend jaar terug naar de koopvaardij. Tot 1826 commandeerde hij voor N.J.de Cock, de grootste reder van Antwerpen en wellicht het gehele koninkrijk, de schepen Fanny, Auguste, en Vasco da Gama. Met deze schepen maakte hij twee reizen naar Brazilië en vijf naar Oost-Indië. Met de Vasco da Gama reisde hij bovendien naar Japan. Bezemer was ongetwijfeld de meest ervaren Schiedammer in de oostindische vaart, maar hij was bij het uitbreken van de Belgische opstand in 1830 ... weer in actieve dienst bij de marine getreden. Van 1832 tot 1850 was hij inspecteur van uitrusting, levensmiddelen en kleding. Drie jaar na zijn ontslag stierf hij, met de titulaire rang van schout-bij-nacht039.

 

A.Bezemer was kapitein der zee, Ridder der beide Nederlandse Orden en Inspecteur van uitrusting, levensmiddelen en kleding. Die “Nederlandse Orden” zijn eretekens. “Hij snelde in den jare 1813 van de eerste toe, om het dierbaar Vaderland het vreemde juk te helpen afwerpen, waaronder het zoo lang gebukt ging, en was bevelhebber van een corps van 600 man, op de voorposten bij den Helder. Bij het Bombardement van Antwerpen, den 27sten October 1830, was hij eerste officier op Z.M. Fregat Euridice.”068

 

Pieter Bezemer leed op een Groenlandse Walvisvaardersreis schipbreuk in 1789. “Hij deed naderhand nog vijf reizen op Groenland , en nam zijn oudste zoon, den tegenwoordigen Kapitein ter Zee, op vier derzelven, als Kajuitwachter mede.”068.

 

Pieter Bezemer diende in 1800 als kadet bij zijnen vader op de Brigantijn Maasnymph, “welke des winters in de haven van Brielle  lag”.

(Vermoedelijk) A.Bezemer verzorgde per 11 februari 1817 vanuit Texel met de “Auguste” een troepentransport van 20 officieren en 91 manschappen naar Batavia. Aankomstdatum en reisduur niet vermeld.065*.

Ten aanzien van deze melding geeft André Delporte in een e-mail dd 23 april 2006 het volgende commentaar:

Hij heeft zijn twijfel over een mogelijk troepentransport want zijn gegevens luiden a.h.v.:

Het schip werd in vermoedelijk in 1812 in New York gebouwd als “Othello”, op 30 oktober 1818 voor f 15.000,- door F.W.Barthaus , Reineke & Jr te Amsterdam verkocht aan de Cock te Gent en herdoopt als “Auguste”. De eerste kapitein in 1818 was J.Grevelink en voer in de periode 1819 1823 onder kapitein Ary Bezemer. Verderebijzonderheden onder deze kapitein zouden zijn:

13 november 1819 quitte Texel pour Batavia où arrive le 27/2/1820 et quitte le 1/5 pour Anvers (zie het gemelde troepentransport hierna)

17/8/1820: offert en vente à Anvers pas Ch.Bréquignet et T. van Goorlaecken. 25/11/1820: quitte Flessingue pour Batavia où arrive le 29/3/1821. 16/5/1821: quitte Anvers pour Padang; quitté le 20/7 pour Batavia; quitte le 22/9 pour Anvers où rentre le 15/1/1822; 1/5/1822 quitte Flessingue pour Batavia où arrive le 9/8; quitte le 21/10 pour Anvers.

In de periode juni 1823/1828 was een J.Andersen de gezagvoerder.

A.Bezemer verzorgde per 13 november 1819 vanuit Texel met de “Auguste” een troepentransport van 4 officieren en 100 manschappen naar Nederlands 0ost-Indië. Aankomstdatum en reisduur niet vermeld.065.

(is dit hetzelfde schip als de “l’Auguste” van hiervoor?)

Van Sluijs013 vermeldt 4 maal een schip met de naam “l’Auguste”, maar het is niet duidelijk of dit steeds hetzelfde schip betreft. Er komen de volgende aantekeningen voor:

“Asd Cour. Texel 12 Nov. 1819  uitgezeild met troepen naar Batavia  Kapt. A.Bezemer, 27 Febr. 1820 te Batavia gearriveerd”.

 

“Asd. Cour . 29/3 1821 l.Auguste  Kapt. Arij Bezemer van Antwerpen te Batavia

“            4/1 1822            “            “               “        “   Batavia te Antwerpen”

 

Rotterdamsche Courant 28 januari 1817114

Amsterdam, 26 januari. Te Dartmouth is met verlies van anker en een weinig schade aan de zeilen binnengelopen het brikschip ATTALANTE, kaptein Bezemer, van Rotterdam naar Marseille.

 

Dordrechtse Courant 18 februari 1819114

Vlissingen, 14 februari. Heden zijn voor Antwerpen alhier ter rede gekomen: de VROUW ETJE, kapt. H.Y. Mertens, van Nantes, met wijn, en FANNY, kapt. A. Bezemer, van Rio-Janeiro, met stukgoederen. …

 

Rotterdamsche Courant 19 februari 1820114

Amsterdam, 17 februari. Kapitein Jan Scholtijs, voerende het schip SAMARANG, van Batavia den 10 februari in Texel binnen, rapporteert, dat hij van Kaap de Goede Hoop tot door de Linie (opm: evenaar) goed weer heeft gehad, doch van de Azorische Eilanden (opm: Azoren) tot in het Kanaal met aanhoudende stormen en orkaanbuijen heeft moeten worstelen, waardoor hij veel verlies van zeilen en schade aan het tuig geleden heeft; ook is het bovenschip door de werking vrij wat ontzet, waarom hij vreest, dat de tussendekslading beschadigd zal zijn.

Voorts heeft gemelde kapitein Scholtijs den 9 december 1819, op 5º10’ N.B. en 22º W.L. gepraaid het schip l’AUGUSTE, van Gent, kapt. Arij Bezemer, den 13 november 1819 met troepen uit Texel naar Batavia gezeild; alles was aan boord in de volmaaktste welstand.

 

Rotterdamsche Courant 27 juli 1820114

Advertentie. Verkoping te Antwerpen, den 17 augustus 1820, van het extra ordinair schoon en welbezeild gekoperd Fregatschip, genaamd den AUGUSTE, lang over steven 109 voet, breed van en tot binnen boord 22 voet, diep 18 voet, alle Rijnlandse maat; met zijne masten, rondhouten, staande en lopende want, zo als hetzelve is liggende in de Tweede Bassin (opm: het latere Willemdok), te Antwerpen.

Nadere informatie bij de makelaars Charles Bréquigny en R. van Goorlaecken, aldaar.

 

Rotterdamsche Courant 29 juli 1820114

Rotterdam, 28 juli. Volgens brief van Batavia, tot den 28 februari, was aldaar den 24 gearriveerd het schip COLUMBUS, H. van Uijen, en den 27 dito het schip l’AUGUSTE, Besemer, beiden van Amsterdam.

 

Rotterdamsche Courant 25 januari 1821114

Amsterdam, 23 januari. Uittreksel uit de Lloyd’s List van den 19 januari:

Het schip FANNY (opm: driemaster FANNY, thuishaven Gent), van Antwerpen naar Batavia, is den 22 september 1820 gepraaid.

Den 18 dezer heeft het schip (opm: fregat) DELPHINA, kapt. J. Boelen, van Batavia naar Antwerpen, te Cowes binnengelopen, de reis voortgezet.

Het schip PHILOTAIRE, Carron (opm: brik PHILOTAXE, kapt. Félix Corran, thuishaven Antwerpen), van Viginie (opm: waarschijnlijk Virginia, VS) naar Antwerpen, was op de hoogte van Falmouth.

 

Bataviasche Courant 19 mei 1821114

Batavia, 19 mei.

….Den 12 mei vertrok van hier naar Palembang Zr.Ms. brik JACOBA ELIZABETH, commandant 1e luit. Elgenhuizen; den 13 mei het Nederlandse schip ELIZABETH JOHANNA, kapt. W. Lucas, naar Palembang; den 16 mei het Nederlandse schip L. AUGUSTA, kapt. A. Bezemer, naar Padang; den 17 mei de Nederlandse brik HINGTAY, kapt. Tio Sokko, naar Bencoelen en Zr.Ms. fregat DAGERAAD, commandant kapt.luit. W. Tieman, koersstellende om de Noord, en den 18 mei het Nederlandse schip MARIA LOUISA, kapt. L. Heijkoop, naar Sourabaija.

 

Bataviasche Courant 04 augustus 1821114

Aangekomen te Batavia:

27 Juli Ned. schip AUGUSTE, A. Bezemer, van Padang den 20 juli…..

 

Rotterdamsche Courant 22 januari 1822114

Amsterdam, 20 januari. Kapt. A. Bezemer, voerende het schip l’AUGUSTE, den 22 september van Batavia vertrokken en den 15 januari te Antwerpen gearriveerd, heeft den 24 september bij het eiland Cracatao (opm: Krakatau), in de Straat Sunda, in goede staat gepraaid het schip BETSEIJ EN CAROLINA, kapt. C. Schröder, met troepen van Amsterdam naar Batavia…..

Delporte – Luik voegt toe: kapr. Ary Bezemer AUGUSTE van De Cock, Gent, 3-mast schip van 343 ton, bouwjaar 1812

 

Rotterdamsche Courant 09 mei 1822114

Rotterdam, 8 mei.

….en van Antwerpen de Schelde afgekomen en naar zee gezeild l’AUGUSTE (opm: driemaster, thuishaven Gent), A. Bezemer, naar Batavia; de VROUW ELLINA, J.R. Berg, en de VROUW GEZINA, D.J. Greeven, naar Londen; de HENRIETTE. M. Erichsen, naar Rio Janeiro; de TWEE GEBROEDERS (opm: smak), H.A. Nieberding, naar Lissabon; LOUISE, D.T. Budig, naar Hull; AURORA, S.J. Brouwer, naar Hull, en de VROUW MARIA, H.J. Ricke, naar Lissabon.

 

Bataviasche Courant 13 juli 1822114

Uit een bij ons ontvangen scheepslijst delen wij de volgende berichten mede:

Te Texel binnengevallen de schepen JAN EN CORNELIS, kapt. J. Duif, den 16 februari; ONDERNEMING, kapt. Lelts (opm: H.Murk Lelsz), den 20 februari; NORDLOH, kapt. J.H. Breukemeijer, den 15 februari.

Te Helvoet ANNA, kapt. C.R. Stolte, den 17 februari.

Te Antwerpen AUGUSTA, kapt. A. Bezemer, den 15 januari; COROMANDEL, kapt. J.B. Osgood, den 30 januari.

 

 

Datum vanaf: 1817
Kapitein: Bezemer, Ary

Datum vanaf: 1819
Kapitein: Tiddens, Jacob J.

Datum vanaf: 1820
Kapitein: Robin, Pascal

Datum vanaf: 1825
Kapitein: Brandaris, C.

Familiegegevens en opleiding

Geen

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

Een P. de Boer was met vlagnummer 76 lid van het Antwerpse zeemanscollege “Tot Nut der Zeevaerd” in de periode 1828-1830.108

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

Geen

De schepen van de kapitein

Geen

Overige bijzonderheden

Geen

 

Datum vanaf: 1826
Kapitein: Boer, P. de

Datum vanaf: 1826
Kapitein: Zweep, van der, Jan Yde

Algemene informatie

Waar en wanneer de FANNY is gebouwd staat niet vast. Marhisdata heeft geen bewijzen gevonden en moet het doen met berichten van de classificatiebureaus Lloyd’s Register en het eerst in 1828 opgerichte Bureau Veritas.

In het register van LR van 1821 wordt het schip voor het eerst vermeld: kapt. Tiddens, 277 ton, gebouwd in Frankrijk, rederij De Cock, 14 voet diepgang, in 1820 leeg in Gent voor het eerst geïnspecteerd.
LR 1826 herhaalt de gegevens, maar voegt toe dat sindsdien geen inspectie had plaatsgevonden.
LR 1832 geeft als extra dat de FANNY in Batavia was geïnspecteerd. Daarna geen info.
Bureau Veritas noemt de FANNY 1831-1835, onder kapt. C. Brandaris. Marhisdata heeft deze combinatie schip-kapitein in geen enkele geraadpleegde (inter)nationale krant gevonden en acht deze informatie hoogst onbetrouwbaar.

Zeer waarschijnlijk is de FANNY in Frankrijk gebouwd, wellicht voor de Franse marine. In Antwerpen en andere marinehavens zoals Medemblik werden in 1814 diverse veilingen gehouden van schepen die in het kader van de ‘partage des vaisseaux’, een verdeling van de marineschepen tussen Frankrijk en de Nederlanden, hadden plaatsgevonden. Een aantal van deze schepen werd aangepast om ze voor de koopvaardij geschikt te maken. Het is mogelijk dat de FANNY een van deze schepen is geweest.

Wanneer het fregat is gebouwd is door LR niet aangegeven. BV meent 1800, een jaartal dat Delporte ook noemt, maar een bron ter verificatie ontbreekt. Elk jaartal tussen 1800 en 1810 behoort tot de mogelijkheden. Pas in augustus 1816 vinden we de eerste zeetijding.
 

1816

NGVB 290816
Antwerpen, 21 augustus. Uitgezeild het Belgisch schip (opm: fregat) LA FANNY, kapitein P. Kerkhove, naar New York, geladen met 5 vaten wijn, 79 balen en 1 kist grauw lijnwaad, een deel vloertegels en100 stukken lijnzaad-olie.

OHC 281216
Amsterdam, 26 december. Te Charlestown (opm: nu Nevis, West-Indies) is gearriveerd Kerkhoven (opm: fregat FANNY, kapt. J.P. Kerkhoven), van Oostende.
(opm: Charleston, South Carolina, V.S. lijkt waarschijnlijker, omdat New York de bestemming was, zie NGVB 290816)
 

1817

RC 180117

Amsterdam, 16 januari. Te Havana is den 8 november laatstleden (opm: 1816) gearriveerd Jacob P. Kerkhoven, van Antwerpen (opm: fregat FANNY, thuishaven Gent); dezelve was den 30 oktober overvallen door twee gewapende vaartuigen, een schooner en een kotter, welker manschap de kaptein, super carga en equipagie op een onmenselijke wijze hebben mishandeld, het grootste gedeelte der lading geroofd en geplunderd, en ook grote schade aan het schip hebben toegebragt; hebbende alles medegenomen of vernield wat roerend was, levensmiddelen, lopend tuig, compassen, kaarten, en alles wat aan de kaptein, super carga en equipagie toebehoorde; voorts het schip in brand gestoken, welke echter, na het vertrek der rovers, weder geblust is.
Wijders hadden zij de zich aan boord bevindende gouden specien (opm: munten) niet gevonden, en waren dus dezelve bewaard gebleven; maar het schip was door dit ongeval in een deplorable staat te Havana aangekomen.

NGVB 080217
Antwerpen, 4 februari. Binnengekomen het Hollands fregat FANNY, kapitein J. Kerkhoven, van Havanna, geladen met 1265 kisten suiker, 68 kistjes sigaren, een deel campéchehout en 3 kisten confituren, aan Bisschop Basteyns.

Op 22 februari 1817 werd voor de FANNY een nieuwe zeebrief afgegeven voor kapt. Jacob P.  Kerkhoven.

PLDA 200817
Aangekomen te Havanna de FANNY, kapt. Kerkhoven, FREDERICK, kapt. J.D. Ghersi, van Antwerpen. (opm: eerste reis van het fregat FRÉDÉRIQUE ex-CARL; de pers geeft in de loop der jaren verschillende namen aan het schip; de juiste naam is FRÉDÉRIQUE)

Op 23 oktober 1817 werd de zeebrief d.d. 22 februari 1817 geretourneerd, omdat kapt. Jacob P. Kerkhove werd afgelost door kapt. Ary Besemer, die een nieuwe zeebrief en een Turkse Pas kreeg voor de bestemming les Petites Indes, d.w.z. West-Indië. Het schip lag toen in Antwerpen.
 

1818

MCO 250618
Vlissingen, 23 juni. Gisteren en heden zijn naar Antwerpen de Schelde opgevaren: ZORGVULDIGHEID, kapt. D. Sorgher (opm: brik, kapt. Jean de Sorgher), van Bordeaux, met wijnen; LA FANNY, kapt. A. Besemer, van Rio Janeiro, met koffij, suiker en katoen.

Op 31 juli 1818 vroeg De Cock een Turkse Pas aan voor de FANNY onder kapt. Ary Besemer, voor een reis naar Oost-Indië; het schip lag toen in Antwerpen.

MCO 030918
Vlissingen, 1 september. Sedert den 30 augustus is de Schelde opgevaren, richting Antwerpen, ORANJE BOVEN (opm: smak), kapt. K.P. Kramer, van Havre-de-Grace, met thee en suiker.
Van Antwerpen is de Schelde afgekomen en naar zee gezeild LA FANNY (opm: fregat), kapt. A. Besemer, naar New York, met lijm, olij, steen en linnen.
 

1819

DC 180219

Vlissingen, 14 februari. Heden zijn voor Antwerpen alhier ter rede gekomen: de VROUW ETJE (opm: driemaster, thuishaven Gent), kapt. H.Y. Mertens, van Nantes, met wijn, en FANNY (opm: fregat), kapt. A. Bezemer, van Rio-Janeiro, met stukgoederen.

MCO 251119
Vlissingen, 22 november. Alhier is ter rede gekomen, voor Oostende bestemd, de FANNY (opm: fregat), kapt. J.J. Tiddens, van Liverpool, met klipzout.
 

1820

MCO 150820
Vlissingen, 12 augustus. Van Antwerpen is de Schelde afgevaren en naar zee gezeild de FANNY (opm: fregat), kapt. P. Robin, naar Batavia, met troepen.
 

1821

BC 200121
Batavia, 16 januari. Aangekomen het schip FANNY, kapt. P. Robin, van Antwerpen, den 11 augustus, met Zr.Ms. troepen.

RC 250121

Amsterdam, 23 januari. Uittreksel uit de Lloyd’s List van den 19 januari:

Het schip FANNIJ (opm: fregat FANNY, thuishaven Gent), van Antwerpen naar Batavia, is den 22 september 1820 gepraaid.

BC 210421
Advertentie. Vracht en passage, naar de Nederlanden met het extra snelzeilend gekoperd Nederlands fregatschip FANNIJ (opm: FANNY), kapt. P. Robin, zal zeker binnen 14 dagen van hier vertrekken en is uitmuntend wel ingericht voor den overvoer van passagiers, adres bij Colville, Jutting & Co.

BC 020621

Den 26 mei Straat Sunda doorgezeild den 26 mei Ned. schip FANNY, P. Robin, van Batavia, den 24 mei naar Antwerpen met 28 passagiers.

RC 220921

Rotterdam, 21 september. Van Vlissingen wordt van den 18 dezer gemeld: Sedert onze laatste, zijn voor Antwerpen bestemd, alhier ter rede gekomen BREVIG, E.P. Horn, van Wiborg; de JEUNE PIERRE, P. Lavergne, van Duinkerken; de FANNY, P. Robin (opm: fregat, thuishaven Gent, kapt. Pascal Robin), van Batavia, en de VRIENDSCHAP, J.J. Kluin, van Kopenhagen.


1823

DC 160123

Vlissingen, 7 januari. Voor Antwerpen bestemd: SARAH (opm: brik SARA), kapt. P. Landberg, van Rio Janeiro, met koffie en huiden; DE GEBROEDERS DUKEUR, kapt. H.P. Brunkens, van Nantes, met wijn en stukgoederen; JANNA HAZINA (opm: kof), kapt. D.F. de Jonge, van Liverpool, met klipzout; HENRIETTE ELISABETH, kapt. J.C. Burmester, van Bordeaux, met stukgoederen; RESOLUTION (opm: kof), kapt. J. Strobuur, van Lissabon, met stukgoederen; AURORA (opm: kof), kapt. S.J. Brouwer, van Liverpool, met klipzout en huiden; la LAURE, kapt. J. Lavaux, van Bordeaux, met wijn en pruimen; de FANNY (opm: driemaster, thuishaven Gent), kapt. P. Robin, van Batavia, met koffie en suiker;

DC 180223

Vlissingen, 13 februari. Sedert onze laatste zijn, zo uit onze haven als van de rede, naar Antwerpen de Schelde opgezeild: de JOSEPH, kapt. J.H. Arends, van Liverpool, met katoen en klipzout; de FANNY, kapt. P. Robin, van Batavia, met koffie en suiker; SARAH, kapt. P. Landberg, en the HERO, kapt. G. Romril, beide van Rio Janeiro, met koffie en huiden; HENRIETTE ELISABETH, kapt. J.C. Burmester, van Bordeaux, met stukgoederen; MAGNANIME, kapt. J. Sietzes, van Buenos Ayres, met huiden; de ONDERNEMINGSLUST, kapt. H. Gronewold, van Heiligenhafen, met raapzaad; FANCHON, kapt. H. Nieman, van Nantes, met wijn; de FLORA, kapt. J. Scheepers, van Cette, met wijn en brandewijn; la LAURE, kapt. J. Lavaux, van Bordeaux, met wijn en pruimen; JOSEPHUS, kapt. M. Bakker, van de Marennes, met zout; RESOLUTION, kapt. J. Strobuur, van Lissabon; LOUISE (opm: kof LOUISA), kapt. D. Guyt, van Jersey,
 

1824

DC 170424

Vlissingen, 13 april. Sedert den 10 dezer zijn, voor Antwerpen bestemd, op onze rede aangekomen de JONGE JOHANNA (opm: pleit, Brussel), kapt. G. Segaert, van Londen, met stukgoederen; la BONNE SOCIÉTÉ, kapt. Roturier, van Duinkerken, met wijn; MARTHA, kapt. Mark Watt, van Montevideo, met huiden; JETZKA MARGARETHA, kapt. G.R. Oostra, van Havre-de-Grace, met stukgoederen; VRIJHEID EN VREDE (opm: bijlander VREEDE EN VRIJHEID, Oostende), kapt. J.D. Duijts, van Duinkerken, met wijn; MARIA, kapt. Jan Sikkes; JOSEPH (opm: kof, Antwerpen), kapt. J.H. Arends; ANNA KRANENBURG, kapt. H. Smit; CHARLES (opm: brik, Antwerpen), kapt. J.P. Visser; DE VROUW ANNEGINA, kapt. R.W. Huisman; la JEUNE JEANNETTE (opm : smak, Antwerpen), kapt. D.F. Moldenhauer; DE ZEELUST, kapt. G.A. Wieringa, en CONSTANCE (opm: kof, Oostende), kapt. C. Brandaris, alle acht van Liverpool, met klipzout; MINERVA, kapt. J.C. Kuijper, en de VROUW ELLINA, kapt. J.R. Berg, beide van Londen, met ballast; TELEMACHUS (opm: brik TÉLÉMAQUE, Gent), kapt. J. Ruurds, van Batavia, met suiker en koffie; die HOFFNUNG, kapt. G.E. Mundt, met wijn, en CAROLINE EN FREDERICH, kapt. C.T. Bodon, met wijn en stukgoederen, beide van Bordeaux; HENDRINA ELISABETH, kapt. A. Glazener, van Malaga, met fruit en wijn; ST. JOANNES, kapt. J.J. Rijcke, van Nantes, met stukgoederen, wijn en azijn; de FANNY (opm: fregat, Gent), kapt. P. Robin, van Batavia, met koffie en suiker; FELIX (opm: brik, Antwerpen), kapt. C.M. van Dijcke, van Messina, met fruit; JOHANNA CHRISTINA, kapt. P.A. Walter, van Bordeaux, met wijn.

DC 250924

Vlissingen, 18 september. Den 14 en 15 dezer zijn van Antwerpen de Schelde afgekomen en naar zee gezeild STAD EN LANDE, kapt. T.T. Dijkstra, met vlas, haver en wol; de JONGE GERRIT, kapt. T. Plokker, ALIDA, kapt. L.K. Tiktak, en HILLEGINA, kapt. A.H. Top, alle drie met haver en alle vier naar London; AMELIA JOANNA, kapt. J.G. Orsel, naar Douvres, met boomschors; de VROUW MARGARETHA, kapt. H.J. Veen, naar Liverpool, met boomschors en schumac; de TRITON, kapt. D.J. Cupido, naar Malaga, en SIRENE, kapt. J.P. Johansen, naar Lissabon, beide met ballast; de FANNY, kapt. P. Robin, naar Batavia, met troepen; CAROLUS, kapt. W.W. Lange, naar Lissabon, met steenkolen; de AREND, kapt. H. Elbring, naar London, met boomschors.
 

1825

DC 180625

Vlissingen, 11 juni. Heden is van de quarantaine ontslagen en naar Antwerpen opgezeild, de Nederlandse brik L’AVENTURE, gevoerd door kapt. J.F. Poodts. Van den 8 dezer tot heden, zijn voor Antwerpen bestemd op onze rede aangekomen: de GOEDE HOOP, kapt. J. Beerblock, van Duinkerken met wijn; DIANA, kapt. G. Böe, van Bordeaux met stukgoederen, de FANNY, kapt. P. Robin, van Batavia met koffie en suiker; RIO PACKET, kapt. N. le Mesurier, van Guernsey met huiden.

DC 230725

Vlissingen, 16 juli. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen, en van den 12 dezer tot heden naar zee gezeild: de VROUW HENDRINA, kapt. K. van den Oever met graan; DE AREND, kapt. H. Elbring en de JONGE SOPHIE, kapt. J.F. Huijs, beide met boomschors, en alle drie naar Londen; L’UNION, kapt. J. Rickmers, naar Bristol met boomschors; AURORA, kapt. B.J. Wijgers, naar Petersburg met stukgoederen; de GOEDE VERWACHTING, kapt. J.J. Schuring, naar Limekiln met boomschors; de DOCHTER ALIDA, kapt. J.D. Duijt naar Arbroath en REBECCA, kapt. J. Anderson naar Hull, beide met vlas; THE PRINCE OF SAXE-COBURG, kapt. J. Tremaijne, naar Londen met boomschors; DE FREDERIK, kapt. H. Kopperholds, naar Hamburg met stukgoederen; de VROUW GEERTRUIDA, kapt. H. Draijer, naar Schotland met vlas en meekrap; de BRABANDER, kapt. A.E. de Groot naar Fitzroy, de YERSEY, kapt. J. Paton naar Liverpool, de TWEE GEBROEDERS, kapt. J.F. Schulte en DE VROUW PETRINA, kapt. K.D. Mulder, beide naar Londen, en alle vier met boomschors; JENS FORTER JERSIN, kapt. J.S. Pedersen, naar Noorwegen met ballast; de FANNIJ, kapt. C. Brandaris, naar Batavia met stukgoederen; ATHENS, kapt. W. Henrij, naar Petersburg met ballast; LE PETIT GUSTAVE, kapt. J. Blaij, naar Bordeaux met stukgoederen; DE VROUW HEILTJE, kapt. S.C. de Vries, naar Londen met boomschors; L’ADÈLE, kapt. P. Lagree, naar Nantes met geweren en steen; SOLON, kapt. J. Rickmers naar Londen en de DRIE GEBROEDERS, kapt. H.H. Ricke naar Milton, beide met boomschors.
 

1826

DC 220426

Vlissingen, 15 april. Naar Antwerpen bestemd: L’AUGUSTE, kapt. J. Andersen, naar Batavia en Isle-de-France met suiker en katoen; LE HERO, kapt. H. Poppen, van Batavia met koffie; DE VRIENDEN VAN MIDDELBURG (opm: schoener TWEE VRIENDEN, thuishaven Vlissingen), kapt. T. Hamilton, van de Havanna met koffie enz.; AIMABLE PAULINE, kapt. L. Luytjes, van Buenos Aires met huiden; DE VRIENDSCHAP, kapt. H.J. Spant van Bayonne met wijn; DE VROUW ELISABETH, kapt.  E.J. van der Molen, van Tremblade met zout; DE FANNY, kapt. C. Brandaris, van Batavia met koffie; DE VIJF GEBROEDERS, kapt. C. Bouwens, met wijn en LES DEUX SOEURS, kapt. Gekiere, met stukgoederen, beide van Duinkerken; DROUAING MARIE (opm: waarschijnlijk DRONNING MARIA), kapt. J.P. Dahl, van Marseille met koffie;

DC 030626

Vlissingen, 27 mei. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en van den 24 dezer tot heden van onze rede naar zee gezeild: CAROLINE, kapt. E.J. Melchers, naar Buenos Aires met stukgoederen; DE DRIE GEBROEDERS, kapt. E.G. Jonker naar Riga; DE HERSTELLING, kapt. B.H. Smit; OSIRIS, kapt. T. Heyes en DE VROUW JANTINA, kapt. G.G. Smit, alle drie op avontuur; WEMELINA KRANENBURG, kapt. J.J. Prange en ANNA KRANENBURG, kapt. H. Smit, beide naar Tremblade en alle zeven met ballast; DE LEEUW, kapt. J. Verbruggen, naar Londen met boomschors; DE JONGE CORNELIS, kapt. H.H. Koster op avontuur; DE ZEELUST, kapt. R.R. Legger naar Dantzig; DE TWEE GEBROEDERS, kapt. J. Remkes naar Hamburg; DE FANNY, kapt. J.Y. van der Zweep, naar Rio de Janeiro met stukgoederen.

LCO 160626
Zeetijdingen. Het schip FANNIJ (opm: fregat FANNY), kapt. J.Y. van der Zweep, van Antwerpen naar Rio Janeiro of Buenos Aires, was den 3de, en het schip (opm: brik) JUFFROUW AAGJE, kapt. K.H. Ruijl, van Surinamen naar Antwerpen, den 7 juni op de hoogte van Portland.
 

1827

MCO 130227

Zeetijdingen – Vlissingen, 10 februari. Den 4 en 5 dezer zijn alhier ter rede gekomen, en vervolgens in de haven binnengebracht, ten einde er te overwinteren:

JOHANNA ELISABETH, kapt. M. Mesdagh, van Charleston, met rijst en katoen; en FANNY kapt. J.Y. van der Zweep, van Île-de-France, met suiker, beide naar Antwerpen gedestineerd.

RC 150327

Rotterdam, 14 maart. Te Antwerpen zijn gearriveerd EDWARD EN LOUISA, kapt. Dirksens, van Sevilie; JONGE JAN SCHOON, kapt. Schoon, van Havre; ELISA, kapt. Renken, RUBBENS, kapt. Lange, van Londen; FANNY, kapt. Van der Zweep, van Île-de-France; JOANNA ELISABETH, kapt. Mesdagh, van Charlestown.
 

1828

RC 290128

Rotterdam, 28 januari. De 27e, des morgens, arriveerde te Helvoetsluis WILHELMINA, kapt. J. Palm, van Batavia.

De 27e, des morgens arriveerde in de Maas DE VRIENDSCHAP, kapt. F. Plokker, van Sandwich.

ANTWERPS PACKET, kapt. G.O. Frederiks, is binnendoor naar Antwerpen gezeild.

Te Antwerpen zijn gearriveerd FRANS EN DOROTHEA, kapt. Elderts, van Bayonne; WELVAART, kapt. Zuiningen (opm: kof HOOP OP WELVAART, kapt. K.H. Zuininga), van Marennes; FANNIJ  (opm: fregat FANNY), kapt. P. de Boer, van Île de France en THERESE, kapt. Van der Peer, van Havre.

AH 300128

Rotterdam, 26 januari, ROTTERDAM’S WELVAREN, kapt. A. Schaap, van Batavia en HENDRIKA ELIZABETH, kapt. A. Glazener, van Smirna; VLIJT, kapt. E.E. de Vries, van Liverpool; POULINE, kapt. J. Joosens, van Matanzas; FANNY, kapt. De Boer, van St. Mauricius.

DC 080328

’s Gravenhagen, 6 maart. Uit de voornaamste havens des rijks wordt bericht, dat de Nederlandsche Handel-Maatschappij, die haren handel gedurende dit jaar met kracht schijnt te willen voortzetten, in de laatste weken voor hare voorjaarsexpeditiën naar Java, en voor hare jaarlijkse expeditiën naar Canton de volgende Nederlandse schepen bevracht heeft:

Van Amsterdam, de HENRIËTTE CLASINA, de SUSANNA, de ABEL TASMAN, de ONDERNEMING, de GRAAF BÜLOW, de ALEXANDER, IDA ALEYDA en de IMMAGONDA SARA CLAZINA.

Van Antwerpen, de RAIMOND, de FREDERIK, de FANNY en de MAGELLAAN.

Van Rotterdam, de NEDERLANDS KONING, de ROTTERDAM’S WELVAREN, de MARY EN HILLEGONDA en de WILHELMINA.

Van Brugge, de GRAAF DE BAILLET.

Van Middelburg, de MIDDELBURG.

Onder deze schepen bevinden zich onderscheidene nieuwe bodems. De HENRIËTTE CLASINA en de RAIMOND zijn beiden in 1827 gebouwd, en zullen thans hunne eerste reis doen.

RC 050428

Rotterdam, 4 maart. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild AURORA, kapt. A.J. de Boer, naar St. Andero en MARIA MATHILDA, kapt. C. van der Hoeven, naar Rio-Janeiro; DE JONGE FERDINAND, kapt. J.J. Doesken en DE JONGE RENTE, kapt. W.R. Huisman, naar Cork; DE LEEUW, kapt. J. Jansen, naar St. Jago en REINIERA, kapt. G. Meugens, naar de Havannah; DE VRIENDSCHAP, kapt. R.E. Roelfsema; DE JACOBA, kapt. E.M. de Jong en DE COMMERCIE, kapt. J. Duriez, naar Topsham; MARGARETHA, kapt. H.K. Dijkhuis, naar Kadix; DE VROUW REINA, kapt. H. Koops, THERESIA, kapt. L.J. Besseling, JOSEPHUS, kapt. M. Bakker, DE GEZINA, kapt. R.F. Taaij, DE HEMMINA, kapt. S.F. Taay, DE GOEDE HOOP, kapt. H.W. de Groot en DE HARMONIE, kapt. C.J. Reus, naar de Marennes; DE HERSTELLING, kapt. A.H. Karsijns, naar Liverpool; CLOTHILDE, kapt. H.J. Poker, naar Livorno; DE JONGE HORTENCE, kapt. H.A. Nieberding, naar Gibraltar; DE FANNY, kapt. P. de Boer, naar Batavia; DE VROUW ANNA, kapt. H.K. Wijkmeijer, DE JUFVROUW TITSIA, kapt. D.G. Schuur en DE VROUW MARGARETA, kapt. A.T. Steffens, naar Koningsbergen; DE ELISA, kapt. J. Renken, DE DRIE GEBROEDERS, kapt. H.H. Rieke en CATHARINA, kapt. J. van der Schuit, naar Londen; DE VROUW JANTINA, kapt. G.G. Smit, naar Dantzig; HENDRIKA, kapt. T.T. Harding en DE JONGE ANNA, kapt. D.G. Bleeker, naar de Oostzee, DE GEZINA, kapt. H.H. Veen en CHRISTINA VOS, kapt. N.A. Smaal, naar …..; DE TWEE BROEDERS, kapt. J.K. Potjewijd, naar Penzance en DE VICTORIE, kapt. G. Kuper, naar Havre-de Grace; ook zijn van de rede van Vlissingen gezeild JOHANNA CORNELIA, kapt. A. Seeuwen en DE LIEFDE, kapt. S. Koorn, van Rotterdam naar Duinkerken.

JC 150728

Batavia, 13 januari. De 10e dezer arriveerde alhier de brik CLARA HENRIETTA, kapt. J.B. Fuchs, met een passagier en Zr.Ms. troepen, de 25e maart vertrokken van Amsterdam, en heden het schip FANNY, kapt. P. de Boer, 27 maart vertrokken van Antwerpen.

DC 301228

Brussel, 28 december. Met het schip FANNY, kapt. P. de Boer, den 3 september van Batavia vertrokken, heeft men de Javase couranten tot den 2 september ontvangen
 

1829

RC 030129

Rotterdam, 2 januari. Te Antwerpen zijn gearriveerd NEPTUNUS, kapt. F. van der Steen, HOTTENTOT, kapt. Wis, van Padang, MARIA, kapt. P.E. de Boer, van Goole en FANNY, kapt. De Boer, van Batavia.

RC 010829

Rotterdam, 31 juli. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild DE PELIKAAN, kapt. J.L.Vroome en CATHARINA, kapt. J. van der Schuyt, naar Londen; DE GOEDE VERWACHTING, kapt. J.J. Schuring en FENNEGINA, kapt. H.J. Puister, naar Leith; ANNA PAULOWNA, kapt. J. van Louwen, naar Bilbao; MERCURIUS, kapt. J. Roose, naar Boston; FANNY, kapt. P. de Boer, naar Batavia; DE JACOBA, kapt. A.K. de Groot, MERCURIUS, kapt. H.K. de Groot, naar Liverpool; DE JONGE ROSE, kapt. J. Roelfsema; SOPHIA, kapt. P.C. Kroning en DE VROUW ELISABETH, kapt. W.A. Wijkman, naar de Oostzee; HENDRINA JOHANNA, kapt. H.G. Jonker, naar Petersburg; THERESIA, kapt. K.E. Boswyk, naar Dantzig; DE TWEE GEBROEDERS, kapt. D.T. Doornbos, naar Aberdeen; MINERVA, kapt. J.G. Schultz, naar Stettin; DE VROUW HEDWIG, kapt. M. Hoting, naar Bremen.

JC 171129

Den 13 november is te Batavia gearriveerd het schip FANNY, kapt. P. de Boer, met een passagier, den 24 juli van Antwerpen vertrokken.


1830

RC 250330

Rotterdam, 24 maart. Gisteren is te Helvoetsluis binnengekomen de HELENA CHRISTINA, kapt. B.J. Martens, van Batavia, zijnde de 30e november gezeild. Dit schip heeft binnen de acht maanden de reis heen en weer afgelegd. Bezuiden de Azorische-Eilanden is door gemelde kapitein gepraaid de FANNY, kapt. De Boer, van Batavia naar Antwerpen.

RC 270330

Rotterdam, 26 maart. Te Antwerpen zijn gearriveerd FANNY, kapt. De Boer en JEANNETTE, kapt. Meulenaer, van Batavia en MARIA, kapt. P.E. Boer, van Havre.

JC 131130

Batavia, 10 november. Heden zijn alhier gearriveerd de schepen FANNY, kapt. P. de Boer, de 22e juni van Antwerpen vertrokken, de STAD ROTTERDAM, kapt. C. Poort, de 14e juli van Rotterdam vertrokken, en de VROUW HENDRIKA, kapt. J.C. Topper, de 1e juli van Amsterdam vertrokken.
 

België

Van 25 tot 27 augustus 1830 waren er in Brussel onlusten geweest welke de opmaat vormden tot de revolutie die resulteerde in de afscheiding door België. Op 4 oktober 1830 werd eenzijdig de onafhankelijkheid van België geproclameerd. In reactie hierop decreteerde koning Willem I bij Koninklijk Besluit van 28 oktober 1830 (Staatsblad No. 73) dat van de schepen welke in de Zuidelijke Provinciën van het Rijk tehuis behoorden de Nederlandse zeebrieven moesten worden ingetrokken. Dit betrof 196 schepen, waaronder de FANNY, kapt. P. de Boer, van N.J. de Cock & Frère uit Gent.
Op 20 december 1830 zou de scheiding der Nederlanden door de grote mogendheden (Groot Brittannië, Frankrijk, Pruisen, Oostenrijk en Rusland) worden erkend.
 

1831

MCO 120431

Vlissingen, 9 april. Voor Antwerpen bestemd zijn alhier ter rede gekomen: Gisteren zijn alhier ter rede gekomen: THE POLPERRO, kapt. Ch. Amey, van Jersey naar Rotterdam gedestineerd, met koffie en verfhout; de FANNY, kapt. P. de Boer, van Batavia, met koffie en suiker en MAGNIFICAT, kapt. M. Jovith, van Senes, met granen, beide laatsten op order.

Reeds op 16 april voldeed de rederij aan de wettelijke eis de Nederlandse zeebrief in te leveren. Via de Gouverneur van de provincie Zeeland werd het document naar Den Haag gezonden, waar het op 21 april werd geroyeerd met als reden ‘schip behoort in de zuidelijke provincies’.

Van de FANNY is door Marhisdata verder niets terug gevonden. Men mag aannemen dat het fregat weldra wegens de ‘gevorderde leeftijd’ in slopershanden is gekomen.

Een andere – misschien nog belangrijker – overweging om het schip uit de vaart te nemen, was dat het als buitenlander niet meer in aanmerking kwam lading van de Nederlandsche Handel-Maatschappij te vervoeren. Voor troepenvervoer was het schip al enkele jaren als te oud bevonden.
Last but not least: er was zeer weinig lading beschikbaar uit Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied, zodat niet meer rendabel kon worden gevaren. Rederij De Cock besloot dan ook enkele van haar jongere schepen na een periode van ‘bedenktijd’ alsnog terug onder Nederlandse vlag te brengen.

 

Bronnen

Jaar: 0000
Bron: Diverse Bronnen
Omschrijving: N.A. Den Haag toegang nummer 2.08.01.07 Zeebrieven verbalen, diverse bestanddelen
B.V. site http://digiview.gbv.de/viewer/toc/54962810X/1/LOG_0000/
Lloyd’s Register online
De heer André Delporte, Luik
AH = Algemeen Handelsblad
BC = Bataviasche Courant
DC = Dordtsche Courant
JC = Javasche Courant
LCO = Leydsche Courant
MCO = Middelburgsche Courant
NGVB = Nieuwe Gazette van Brugge
OHC = Opregte Haarlemsche Courant
PLDA = Public Ledger and Daily Advertiser, London
RC = Rotterdamsche Courant