1817
Op 13 februari 1817 wordt voor de VROUW TEUNTJE door kapt./ eig. Jan Postel van Schiermonnikoog een zeebrief aan gevraagd voor zichzelf.
OHC 220717
Arrivementen: Te Hamburg J. Postel van Amsterdam.
RC 300817
Amsterdam, 28 augustus. Bij Terschelling binnengekomen J. Postel van Wyburg.
LCO 071117
Amsterdam, 5 november. Van de rede naar Terschelling gezeild J. Postel naar Hamburg.
OHC 181117
Arrivementen: Te Hamburg J. Postel van Amsterdam.
1818
RC 250618
Arrivementen: Te Bremen J. Postel van (niet vermeld)
LCO 120818
Amsterdam, 9 augustus. Bij Terschelling binnengekomen J. Postel van Brunsbuttel.
LCO 261018
Arrivementen: Te Hamburg J. Postel van Amsterdam.
1819
RC 150419
Amsterdam, 13 april. Bij Terschelling binnengekomen J. Postel van Hamburg.
Op 14 mei 1819 wordt voor de VROUW TEUNTJE door kapt./ eig. Jan Postel van Schiermonnikoog een zeebrief aan gevraagd voor zichzelf.
RC 170619
Arrivementen: Te Hamburg J. Postel van Amsterdam.
OHC 030819
Amsterdam, 30 juli. Den 28 juli is bij Terschelling binnengekomen J. Postel van Hamburg.
LCO 011119
Arrivementen: Te Hamburg J. Postel van Amsterdam.
1820
OHC 200420
Amsterdam, 19 april. Den 17 april uit het Vlie gezeild J. Postel naar Bremen.
OHC 040520
Arrivementen: Te Elsfleth J. Postel van Amsterdam.
RC 200720
Amsterdam, 18 juli. In Terschelling binnengekomen J. Postel van Hamburg.
RC 170820
Arrivementen: Te Rendsburg J. Postel van Amsterdam.
LCO 161020
Amsterdam, 14 oktober. In Terschelling binnengekomen J. Postel van Neustadt.
1821
OHC 270321
Arrivementen: Te Bremen J. Postel van (niet vermeld)
OHC 200921
Den 15 september bij Terschelling binnengekomen J. Postel van Fehmern.
1822
OHC 120322
Arrivementen: Op de Weser J. Postel van Amsterdam.
RC 070322
Amsterdam, 5 maart. Het schip de VROUW TEUNTJE, kapt. J. Postel, van Amsterdam naar Bremen, is, volgens brief van Bremen van den 2 dezer, wegens stormweêr te Cuxhaven binnengelopen; met de eerstvolgende post zoude men deswegens het nadere melden; schip en lading zouden echter in goede staat zijn.
OHC 210922
Amsterdam, 19 september. Den 16 dezer is bij Terschelling binnengekomen J. Postel van Hoekzijl.
OHC 191122
Amsterdam, 16 november. Den 12 dezer is bij Terschelling binnengekomen J. Postel van Buzum.
1823
Op 5 april 1823 wordt voor de VROUW MAIKE door kapt./ eig. Eeltje Jacobs Visser van Schiermonnikoog een zeebrief voor zichzelf.
RC 290423
Amsterdam, 27 april. In het Vlie binnengekomen E.J. Visser van Hamburg.
1824
RC 150724
Arrivementen: Te Pilau E.J. Visser van Amsterdam.
RC 261024
Arrivementen: Te Rendsburg E.J. Visser van Schiermonnikoog.
1825
Op 26 maart 1825 wordt voor de VROUW MAIKE door kapt./ eig. Eeltje Jacobs Visser van Schiermonnikoog een zeebrief voor zichzelf.
OHC 270825
Arrivementen: Te Swinemunde E.J. Visser van Schiermonnikoog.
1826
OHC 130626
Arrivementen: Te Swinemunde E.J. Visser van Amsterdam.
LCO 111026
Arrivementen: Te Hamburg E.J. Visser van Amsterdam.
1827
Op 20 maart 1827 wordt voor de VROUW MAIKE door kapt./ eig. Eeltje Jacobs Visser van Schiermonnikoog een zeebrief voor zichzelf.
RC 170427
Arrivementen: Te Hamburg E.J. Visser van Amsterdam.
1828
AH 090428
Carga-lijsten: Amsterdam, 8 april. VROUW MAIKE, kapt. E.J. Visser en VROUW FEMMEGINA, kapt. W.J. Pronk, van Neustadt.
RC 050728
Den 2 dezer arriveerde in de Maas de VROUW MAEKE ( opm. VROUW MAIKE), E.J. Visser van Lubeck.
RC 050728
Rotterdam, 4 juli. De 3e, des morgens, arriveerden in de Maas NEPHTUNUS, kapt. J.C. Arend, van Wismar; de VROUW MAIKE, kapt. E.J. Visser, van Lübeck
1829
Op 27 maart 1829 gaat E.J. Visser varen op de smak VROUW MAIKE.
1829
Op 07.04.1829 werd de zeebrief van VROUW MAIKE door de Ontvanger te Pekela geretourneerd wegens verkoop van het schip.
Visser had op 27.03.1829 al een zeebrief aangevraagd voor een tweede VROUW MAIKE, dit keer een smak. Mogelijk had Visser de tjalk voor de smak ingeruild bij scheepsbouwer J.H. Drent te Oude Pekela en de handelaars R. & T. Giezen te Muntendam
1830
1 september 1830 een nieuwe zeebrief door en voor G.R. Schippers, Veendam voor de FENNA ROELINA.
AH 031230
Carga-lijsten. Amsterdam, 2 december. MARGARETHA, kapt. H.H. Brahms en FENNA ROELINA, kapt. G.R. Schippers, van Hamburg.
1832
19 april 1832 een nieuwe zeebrief door en voor E.G. Jonker, Muntendam, voor de JONGE ALIDA.
PGC 191032
Het schip (opm: hektjalk) de JONGE ALIDA, kapitein Ede Geerts Jonker, met zaad van Wismar naar Amsterdam is, volgens brief van Delfzijl van 12 oktober, na op een wrak te zijn gezeild en in de branding bezet geweest te zijn en zwaar gestoten te hebben, zwaar lek, met hulp van een schuit en volk om te pompen, insgelijks op goede mannen zeggen aangenomen, met het ene boord geheel ingeslagen, een bijna geheel schoon dek en verlies van het grootzeil, anker, touw, een zwaard, de bakstagen, zijtakels enz. mede alhier (opm: Delfzijl) binnengelopen, moest ook lossen.(opm: het schip zal zijn afgekeurd, werd een constructive total loss en op 25 april 1833 verkocht, zie PGC 230433; de zeebrief werd in mei 1833 vanuit Delfzijl geretourneerd met als reden ‘schip zal worden gesloopt’)
1833
PGC 230433
Advertentie. Verkoping op rechterlijke autorisatie. Ten overstaan van een bevoegd beambte zal op donderdag 25 april 1833, des voormiddags te 11 uren, bij de scheepstimmerwerf Concordia, onder Farmsum, publiek bij contant geld worden verkocht het door averij in de haven van Delfijl binnengelopen hektjalkschip de JONGE ALIDA, met toebehoren, gevoerd door kapt. Ede Geerts Jonker, zullende eerst in percelen en daarna in massa worden gepresenteerd. (opm: het schip werd verkocht voor de sloop, zie verder PGC 191032)
Op 14.05.1833 wordt door de Ontvanger der Inkomende- en Uitgaande Regten ten Accijnsen te Delfzijl de zeebrief naar Den Haag teruggezonden onder vermelding ‘schip zal worden gesloopt’. Op 21.05.1833 werd de zeebrief geroyeerd.
>